Communicatie en succesvol leiderschap: Think Manager Think Male of het einde van een beroemd stereotype? Wetenschappelijk artikel. Nathalie DE DECKER

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Communicatie en succesvol leiderschap: Think Manager Think Male of het einde van een beroemd stereotype? Wetenschappelijk artikel. Nathalie DE DECKER"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT POLITIEKE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN Communicatie en succesvol leiderschap: Think Manager Think Male of het einde van een beroemd stereotype? Wetenschappelijk artikel aantal woorden: Nathalie DE DECKER MASTERPROEF COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN afstudeerrichting COMMUNICATIEMANAGEMENT PROMOTOR: PROF. DR. VEROLINE CAUBERGHE COMMISSARIS: CÉDRIC COURTOIS COMMISSARIS: ELKE VAN DAMME ACADEMIEJAAR

2 ABSTRACT The subject of this study is a Think Manager Think Male stereotype, which encompasses the perception that successful managers possess the characteristics and attitudes more commonly ascribed to men than to women (Schein, 1973, 1975). The present study examines whether this stereotypical advantage for male managers fades away when communication skills are stressed rather than general characteristics. The perception that women in general are strong communicators could subsequently constitute a stereotypical advantage for female managers. Given the growing importance of communication in recent definitions of management and leadership, this could contribute to an increasing presence of women in managerial positions. To test this notion, 318 respondents indicated how characteristic they estimated 55 communicative qualities for men, women or successful managers. Results revealed a moderate and significant resemblance between the communication skills of men and successful managers, but a poor and nonsignificant resemblance between the communication skills of women and succesfull managers. These results suggest that the Think Manager Think Male stereotype still has an impact on the perception of successful managers, even when the emphasis is on communication skills, generally considered as a female quality. However, further research indicated that some of the communicative abilities that were perceived as very characteristic for successful managers, did not fit into the male stereotype. These qualities, for which women showed a better resemblance with successful managers, were mostly non-verbal communication skills. 2

3 INHOUD 1. INLEIDING LITERATUUROVERZICHT... 5 OVER MANAGEMENT EN COMMUNICATIE... 5 DE IMPACT VAN GENDERSTEREOTYPES... 6 THINK MANAGER THINK MALE... 7 GENDERVERSCHILLEN EN COMMUNICATIE... 9 THINK MANAGER THINK MALE: DE INTRODUCTIE VAN COMMUNICATIEVAARDIGHEDEN METHODE STEEKPROEF MEETINSTRUMENT PROCEDURE RESULTATEN DISCUSSIE EN CONCLUSIE LIMIETEN EN VERDER ONDERZOEK REFERENTIES APPENDIX A: INDEX VAN COMMUNICATIEVE KENMERKEN, ENQUÊTE APPENDIX B: ANOVA APPENDIX C: DUNCAN S MULTIPLE-RANGE TEST

4 1. Inleiding De Raad van Bestuur van een gemiddeld FTSE-100 bedrijf bestaat voor 12,5% uit vrouwen 1. Met dat percentage doet Groot-Brittannië het enigszins beter dan het Europese gemiddelde, dat 11,7% bedraagt volgens de EuropeanPWN Board Women Monitor Wettelijke en reglementaire inspanningen moedigen de diversiteit in bestuurslidmaatschap aan, maar wezenlijke gender equity lijkt nog lang niet bereikt in de bedrijfswereld. Een mogelijke oorzaak hiervan ligt in het feit dat vrouwen schijnbaar vrijwillig beslissen om niet te promoveren tot senior management posities, vanwege het hoge aantal werkuren en het ontbreken van work-life balance policies (Castano et. al., 2010). Het bestaan van stereotypering vormt evenzeer een denkbare verklaring voor de ongelijkheid op de werkvloer (Reskin, 2000). Reeds in de jaren zeventig ontstond aandacht voor het bestaan van de stereotiepe opvatting dat mannen geschikter zouden zijn voor leiderschapsposities (Schein, 1973, 1975). Dit fenomeen werd in de literatuur Think Manager Think Male genoemd. In aanwervingsen selectieprocessen kunnen genderstereotypes leiden tot ongelijke kansen voor vrouwen om aangeworven of gepromoveerd te worden in managementposities. Vrouwen botsen als het ware op een onzichtbare barrière, beter bekend als the glass ceiling. Verschillende academici besteedden aandacht aan het Think Manager Think Male-stereotype en hun onderzoek bevestigde het bestaan ervan (Brenner et. al., 1989; Heilman et. al., 1989; Schein et. al., 1996; Powell et. al., 2002; Sümer, 2006). Recent kunnen er anderzijds enkele studies opgemerkt worden die veranderingen rapporteren: zo zou het stereotype gestaag verzwakken en vooral bij vrouwen in mindere mate aanwezig zijn (Duehr & Bono, 2006; Kusterer, 2008). Anders dan in voorgaande studies naar het Think Manager Think Male-stereotype, waar de aandacht uitging naar algemene karakteristieken, zal in dit onderzoek gefocust worden op de communicatievaardigheden van managers. Talrijk onderzoek bevestigt immers dat leiderschap beschouwd kan worden als een communicatieproces en vooral in nieuwe definities van leiderschap krijgt het interpersoonlijke aspect een significante rol toebedeeld (de Vries et al., 2010). Daar waar mannen op het vlak van algemene karakteristieken een stereotiep voordeel hebben ten opzichte van vrouwen, kan in vraag gesteld worden of het Think Manager Think Male-stereotype blijft bestaan wanneer de nadruk zou liggen op communicatieve vaardigheden. Opvattingen als zouden vrouwen superieure communicatievaardigheden bezitten worden immers veelal als volkswijsheid beschouwd (Cameron, 2009). 1 Kellaway, 2011, 28 February, p. 12 (Financial Times) 2 4

5 2. Literatuuroverzicht Over management en communicatie Talrijke onderzoekers bevestigen dat leiderschap beschouwd kan worden als een communicatieproces (Awamleh & Gardner, 1999; Schnurr, 2008; Riggio et al., 2003; Den Hartog et al., 1999). Volgens Clifton (2006) wordt de identiteit van een leider zelfs bepaald door communicatie, doordat hij zich uitspreekt als een leider. Vooral in nieuwe definities van leiderschap krijgt het interpersoonlijke aspect een significante rol toebedeeld. De werkomstandigheden in organisaties zijn in recente decennia sterk veranderd als gevolg van globalisering en een snelle technologische groei. Deze factoren hebben geleid tot een verhoogde complexiteit van de structuur en opdrachten van organisaties, wat gepaard gaat met een hogere diversiteit aan werkkrachten. Evenals bestaande bedrijfsstructuren, komen ook traditionele methodes van bedrijfsmanagement onder druk te staan (Eagly, 2007). Een goede leider wordt nu verondersteld om belang te hechten aan het bevorderen van de toewijding en de creativiteit van zijn werknemers. Een van de eerste bijdragen voor een nieuwe aanpak kwam van Burns (1978), die een nieuw type leiderschap omschreef als zijnde transformationeel leiderschap. Een traditionele, transactionele leider wijst zijn medewerkers op hun verantwoordelijkheden, beloont ze voor het behalen van objectieven en verbetert ze bij falen. Een leider die transformationeel is, zal zich daarnaast ook richten op het gevoel van zelfwaarde van zijn volgelingen. Hij is een mentor die zijn werknemers stimuleert en hen aanmoedigt hun potentieel te ontwikkelen, wat bijdraagt tot de effectiviteit van de hele organisatie. Een andere nieuwe leiderschapstijl, die sterk in verband gebracht kan worden met transformationeel leiderschap, is charismatisch leiderschap (Bass & Bas, 2008). Studies tonen aan dat deze human-oriented en charismatische leiderschapstijlen sterk gericht zijn op communicatie (de Vries et al., 2010). Leiderschap is echter geen zuiver synoniem van management. Bass (1990) spreekt over twee inhoudelijk verschillende activiteiten. Een manager kan leiden en een leider kan managen, maar de twee concepten hebben elk een eigen invulling. Desalniettemin is er een overlapping tussen leiderschap en management. Die is duidelijkst wanneer men de interpersoonlijke vaardigheden, belangrijk bij beide activiteiten, in beschouwing neemt. Bekwaamheid als leider en vaardigheden in het onderhouden van contacten zijn belangrijke vereisten voor managers op elk niveau (Bass, 1990, pp ). MacKenzie (1969) stelt management voor als een combinatie van conceptueel denken, administratieve taken en leiderschap, waarbij dat laatste gelijk staat aan communicatie, het beïnvloeden van mensen om beoogde doelen te bereiken. 5

6 Mintzberg (1980) rapporteert dat communicatie 78 percent van de tijdsbesteding van managers inhoudt. Mohr en Wolfram (2008) veronderstellen daarom dat managers zich minder met interactie zouden bezighouden, moest het niet zo waardevol zijn voor de uitvoering van hun activiteiten. Het belang van communicatie is evident wanneer managers hun doelen communiceren, uitvoeringsnormen verduidelijken, feedback geven, Daarnaast kan een manager via communicatie ook attitudes overbrengen naar zijn werknemers. Bijvoorbeeld, door hun opinie te vragen kan de manager aantonen dat hij respect heeft voor de kennis van zijn werknemers. Communicatie speelt met andere woorden een significante rol in elk aspect van leiding geven. Meer dan 20 jaar na het onderzoek van Mintzberg (1980), kan Tengblad (2006) bovendien besluiten dat managementwerk mainly talk is gebleven, zelfs nog meer dan voordien. Managers besteden nog altijd het grootste deel van hun tijd aan meetings, gesprekken en formele vergaderingen. Zoals blijkt uit de omschrijving van de activiteiten van een manager, waarbij leiding geven veruit het belangrijkst is (MacKenzie, 1969), vormen communicatieve vaardigheden hedendaags een van de basiseigenschappen om succes te bereiken als manager. Mintzberg (1980, p. 44) concludeert dat Unlike other workers, the manager does not leave the telephone or the meeting to get back to work. Rather, these contacts are his work.. De impact van genderstereotypes Empirisch bewijs voor de idee dat mensen bepaalde verwachtingen hebben over mannelijke en vrouwelijke karaktertrekken wordt vooral teruggevonden in de literatuur over genderstereotypes. Onderzoek toont aan dat vrouwen gepercipieerd worden als zijnde meer communal (e.g. zorgzaam en afhankelijk) dan mannen, daar waar mannen in vergelijking met vrouwen als meer agentic (e.g. ambitieus en onafhankelijk) beschouwd worden (Basow, 1986; Williams & Best, 1990). Deze verwachtingen zijn echter meer dan gewone opvattingen over typisch mannelijk of vrouwelijk gedrag. Veelal zijn het normatieve overtuigingen, wat wil zeggen dat ze de kwaliteiten en gedragingen reflecteren die mannen en vrouwen zouden moeten vertonen (Eagly, 1987). Onderzoek heeft aangetoond dat sekse-stereotiep gedrag uitermate gewaardeerd wordt. Zowel Broverman et al. (1972) als Spence & Helmreich (1978) toonden aan dat de omschrijving van de ideale man en vrouw nauw aansluit bij de omschrijving van de typische man en vrouw. Willemsen (2002) noteert dat stereotypes onze perceptie van mensen beïnvloeden, vooral wanneer we deze voor de eerste keer ontmoeten en we geen verdere informatie hebben. Ook in aanwervings- en selectieprocessen hebben genderstereotypes een sterke invloed op de verwachtingen en indrukken die men van de kandidaten heeft. Omdat vrouwen beschouwd worden als minder competent, ambitieus en competitief (i.e. agentic) in vergelijking met mannen, kunnen ze over het hoofd gezien worden voor leiderschapsposities. Verwacht zou kunnen worden dat genderstereotypes vervagen, nu vrouwen 6

7 steeds actiever zijn op de arbeidsmarkt. Bewijs suggereert echter dat descriptieve overtuigingen wel veranderen als gevolg van de veranderde positie van de vrouw, maar dat prescriptieve overtuigingen statisch gebleven zijn (Rudman & Phelan, 2008). Vrouwen worden gezien als geschikter voor zorgdragende jobs, terwijl mannen betere kandidaten zouden zijn voor meer rationele, leidinggevende jobs. Op deze manier hebben mannen en vrouwen ongelijke kansen om aangeworven of gepromoveerd te worden in managementposities, zelfs al hebben ze dezelfde kwaliteiten. Vrouwen botsen dus op een onzichtbare barrière, die in de literatuur bekend staat als the glass ceiling. Daarenboven kunnen genderstereotypes tot gevolg hebben dat vrouwen die hogerop willen klimmen een typisch mannelijk gedrag gaan vertonen (Cuadrado, 2004). Omwille van het prescriptieve karakter van genderstereotypes zal dit echter leiden tot negatieve reacties tegenover deze vrouwen, omdat ze het rollengedrag geassocieerd met hun gender overschrijden (Eagly & Karau, 2002; Garcia-Retamero & Lopez-Zafra, 2006). Onderzoekers verwijzen in deze context naar backlash effects, zijnde sociale en economische repercussies voor het overschrijden van prescriptieve stereotypes (Rudman & Phelan, 2008). Zelfpromotie en een assertieve strategie verlagen de likeability ratings van vrouwen en bijgevolg hun kans om aangenomen te worden (Rudman & Glick, 2001). Daartegenover worden mannen die deze strategieën gebruiken, beoordeeld als uiterst competent en aangenaam (Buttner & McEnally, 1996). Hoewel vrouwen zich dus assertief en competitief zouden moeten opstellen om in aanmerking te komen voor promoties of leiderschapsrollen, riskeren ze veelal afkeuring wanneer ze dat daadwerkelijk doen. Ofschoon we recent kunnen spreken van een stijging van vrouwen in managementposities, blijft het traditionele patroon van mannelijk gedomineerd leiderschap voortbestaan. Vooral in senior-level managementposities hebben weinig vrouwen tot nu toe de kans gehad om zich te bewijzen (Adler, 2002). Think Manager Think Male In het begin van de jaren zeventig bevestigde onderzoek van Schein (1973, 1975) het bestaan van een verband tussen sekse-stereotypering en karakteristieken die gewaardeerd worden bij managers. Schein (1973, 1975) bekwam deze resultaten met behulp van de Schein 92-item Descriptive Index. In twee studies toonde Schein aan dat zowel mannen (Schein, 1973) als vrouwen (Schein, 1975) de karakteristieken en attitudes, die ze als noodzakelijk beschouwden voor een manager, eerder aan mannen toeschreven. Deze trekken, waaronder bijvoorbeeld objectiviteit, agressiviteit en concurrentievermogen, werden niet aan vrouwen toegekend. Dit fenomeen, in de literatuur bekend als het Think Manager Think Male-stereotype, brengt met zich mee dat de waarden en het gedrag geassocieerd met mannelijkheid, als essentieel beschouwd worden voor het bereiken van succes in een managementpositie (Cuadrado et. al., 2008). 7

8 Als gevolg van dit persistente stereotype ondervinden vrouwen niet alleen moeilijkheden om door te dringen tot topposities (i.e. the glass ceiling), ze zullen daarenboven negatief beoordeeld worden op het stellen van gedragingen die men associeert met leiderschap, omdat deze stereotiep mannelijk zijn (i.e. the backlash effect). Verschillende onderzoekers hebben zich daarna toegelegd op het analyseren van daadwerkelijke genderverschillen in leiderschap, via observaties. Zij kwamen echter tot de conclusie dat deze onbestaande (Donnel & Hall, 1980; Koberg, 1985; Dobbins & Platz, 1986), zeer miniem (Instone et. al., 1983), of zelfs lichtelijk in het voordeel van vrouwen waren (Bass & Avolio, 1994; Eagly, 2007). Recentelijk is er een groeiend besef van de waarde van een vrouwelijke aanpak van leiderschap (Rosener, 1992; Cuadrado et. al., 2008). Eagly (2007) bespreekt in een literatuurstudie de omvang van de voor- en nadelen van een vrouwelijke leiderschapsstijl. Zo zouden vrouwen een transformationele stijl aannemen, een leiderschapstype dat positief correleert met effectiviteit. In vergelijking daarmee, zou de leiderschapsstijl van mannen, die omschreven kan worden als transactief en laissez-faire, een zwakkere relatie met effectiviteit vertonen. Eagly (2007) geeft evenwel toe dat de verschillen klein zijn. Een kritisch standpunt moet daarom ingenomen worden tegenover recente artikels en managementgoeroes die oproepen tot overwaardering van de vrouwelijke leiderschapsstijl. Het voordeel van vrouwen blijkt eveneens gerelateerd te zijn aan de context. Het is weinig verrassend dat vrouwelijke leiders moeilijkheden ondervinden in een mannelijke setting. Eagly (2007) concludeert dat vrouwen in zulke omgevingen vaak te kampen hebben met vooroordelen. Een besluit dat ons opnieuw bij stereotypes brengt. In navolging van Schein (1973, 1975) hebben verschillende andere onderzoekers aandacht besteed aan het stereotype van de mannelijke manager (Brenner et. al., 1989; Heilman et. al., 1989; Schein & Mueller, 1992; Schein, et. al., 1996; Powell et. al., 2002; Sümer, 2006). Hoewel dit onderzoek in grote mate het belang van het Think Manager Think Male-stereotype bevestigde, werden er evenwel enkele kleine nuances aangebracht. Vrouwelijke respondenten in de studie van Brenner et. al. (1989) beschouwden vrouwen even geschikt als managers, doordat zij vrouwen in het algemeen als mannelijker beoordeelden dan vijftien jaar voordien. Na een globaal onderzoek concludeerden ook Schein & Mueller (1992) en Schein et. al. (1996) dat er in de meeste landen bij vrouwen een lichte verandering in de sekse-stereotypes omtrent managementposities plaats vond. Willemsen (2002) maakte geen gebruik van de Schein 92-item Descriptive Index, maar ontwikkelde een lijst met een aantal stereotiep mannelijke, vrouwelijke en neutrale karaktertrekken. Zij kwam tot het besluit dat de mannelijke eigenschappen toepasselijker werden bevonden voor een manager dan de vrouwelijke eigenschappen, maar dat de karakteristieken die beoordeeld werden als 8

9 meest typisch voor een manager de gender-neutrale trekken waren, zoals competentie en betrouwbaarheid. Bijkomend onderzoek van Willemsen (2002) toonde echter aan dat men automatisch een man in gedachten neemt wanneer er naar een manager verwezen wordt, maar dat van deze man verwacht wordt dat hij buiten typisch mannelijke, ook gender-neutrale en zelfs enkele vrouwelijke kenmerken bezit. Deze bevinding van Willemsen (2002) kan in overeenstemming gebracht worden met het eerder vernoemde onderzoek dat het belang van typisch vrouwelijke kwaliteiten in managementposities benadrukt (Bass & Avolio, 1994; Cuadrado et. al., 2008; Eagly, 2007). Het is echter duidelijk dat de voorkeur voor bepaalde typisch vrouwelijke karakteristieken daarbij niet noodzakelijk de voorkeur voor een vrouwelijke manager meebrengt. Vaak worden deze trekken gewoon gewaardeerd als ze vertoond worden door een mannelijke leider. Drie recente studies (Sczesny et. al., 2004; Duehr & Bono, 2006; Kusterer, 2008) onthullen grotere veranderingen in de stereotypering. Sczesny et. al. (2004) rapporteren dat genderstereotypes de perceptie van leiderschap nog altijd beïnvloeden, maar absoluut in mindere mate dan vroeger. Hoewel er culturele verschillen zijn, hebben vooral vrouwen over het algemeen een minder traditioneel beeld over leiderschap. Kusterer (2008) vindt in tegenstelling tot vorig onderzoek een voorkeur voor communal characteristics, die eerder typisch vrouwelijk zijn, in de beschrijving van goede managers. Ook een studie van Duehr en Bono (2006) suggereert dat stereotypes aan het veranderen zijn. De auteurs benadrukken de noodzaak van additioneel onderzoek over management en genderstereotypes en over ideeën in verband met het bestaan van een female advantage in leiderschap. Genderverschillen en communicatie Bijna iedereen heeft een idee van de manier waarop mannen en vrouwen verschillen in hun taalgebruik en lichaamstaal. Het feit dat men ervan uit gaat dat mannen en vrouwen anders communiceren blijkt eveneens uit de populariteit van zelfhulpboeken zoals Deborah Tannen s (1990) You Just Don t Understand en John Gray s (1992) Men are from Mars, Woman are from Venus. Ook vanuit academisch perspectief is veelvuldig onderzoek gevoerd naar genderverschillen in communicatie en de stereotiepe opvattingen hieromtrent. Verscheidene studies maken onder meer bekend dat vrouwen meer informatie over zichzelf onthullen in conversaties, een warmere stijl van non-verbale communicatie hebben en hun gesprekspartners aanmoedigen om vrijer te praten (Roter et. al., 2002). Mulac et. al. (2001) baseren zich op dertig empirische studies en komen tot het besluit dat de meeste mannelijke taalkenmerken direct, beknopt, persoonlijk en instrumenteel zijn. De vrouwelijke taalkenmerken daarentegen, kunnen omschreven worden als relatief indirect, omvangrijk en affectief. 9

10 Op het gebied van non-verbale communicatie zouden vrouwen hun communicatiepartners dichter benaderen dan mannen dat doen (Pearson et. al., 1995), sneller oogcontact maken (Swaab & Swaab, 2009) en meer glimlachen (Lafrance et. al., 2003). Een veelgebruikte invalshoek bij het bestuderen van verschillen tussen mannen en vrouwen is de social power-positie, waarbij genderverschillen gezien worden in een context van status en sociale macht. Lakoff (1975) werkt bijvoorbeeld vanuit deze benadering. Zij baseert zich op anekdotes en introspectie wanneer ze de vrouwelijke taal omschrijft als niet-assertief en te beleefd. Mannen daarentegen spreken op een volwassen, directe en assertieve manier. Daarbij suggereert Lakoff (1975) dat stereotiepe opvattingen over taalgebruik en de gevolgen daarvan een middel zijn om vrouwen op hun plaats te houden in de samenleving. Crosby en Nyquist (1977) zoeken empirisch bewijs voor deze bevindingen van Lakoff (1975), aangezien zij toegeeft geen nauwkeurig statistisch bewijs te hebben voor haar beweringen. Crosby en Nyquist (1977) besluiten na onderzoek tot het bestaan van een vrouwelijk register, meer gebruikt door vrouwen dan door mannen. Dit vrouwelijk register bevat de karakteristieken van wat Lakoff (1975) de vrouwelijke taal noemde. Crosby en Nyquist (1977) verkiezen echter de term register boven taal, omdat ook mannen het vrouwelijke register gebruiken, weliswaar in mindere mate. Een andere invalshoek is de gender as culture-benadering (Mulac et. al., 2001). Hier ziet men geslacht als een subcultuur, waarbij verschillen in communicatiestijl aangeleerd zijn. Belangrijk om weten is dat de social power-positie en de gender as culture-benadering elkaar niet uitsluiten, ze hebben enkel andere aandachtspunten. Bij de gender as culture-benadering gaat de interesse vooral uit naar misverstanden in communicatie tussen mannen en vrouwen door aangeleerde linguïstieke verschillen. Daar waar bij de social power-positie de focus ligt op het feit dat communicatie bijdraagt tot een mannelijke dominantie, vertrekken evolutionaire psychologen vanuit het standpunt dat vrouwen begunstigd zijn op communicatief vlak. Vrouwen munten namelijk uit in taalgerelateerde taken (Dunbar, 1996; Joseph, 2000). Als gevolg van de verdeling van de arbeid gedurende de laatste jaar (jagen versus verzamelen), engageren vrouwen zich meer dan mannen in groepsactiviteiten die de evolutie van communicatievaardigheden bevorderen. In tegenstelling tot mannen praten vrouwen meer, articuleren ze duidelijker en vertonen ze superieure linguïstische vaardigheden. Als kind, bouwen zij sneller een uitgebreide woordenschat uit en zijn ze beter te begrijpen. Mannen daarentegen stotteren meer en verliezen hun taalgerelateerde capaciteiten naarmate ze ouder worden. Daar waar vrouwen een voordeel hebben op vlak van communicatie, zijn mannen sterker in het opvolgen van de ruimte, kenmerken die voortkomen uit de evolutie (Joseph, 2000). 10

11 De verklaringen voor genderverschillen die aangereikt worden vanuit de evolutionaire psychologie stuiten echter op verzet bij onderzoekers die vertrekken vanuit een linguïstisch paradigma (Cameron, 2009). Deze laatsten geven de voorkeur aan onderzoek in een specifieke context of gemeenschap, wanneer het gaat over de relatie tussen gender en taalgebruik. Een sociaal-culturele aanpak ziet de machtsrelaties in een gegeven cultuur als een belangrijke determinant voor linguïstisch gedrag. De evolutionaire psychologen lijken de effecten van de mannelijke dominantie te negeren. Think Manager Think Male: de introductie van communicatievaardigheden Stereotypes zijn nuttige elementen, ze omschrijven sociale groepen of categorieën en maken het op die manier mogelijk om de complexe wereld rondom ons op een zinvolle manier in te delen en te beoordelen. Vaak worden stereotypes in een negatieve context geplaatst (Spee et. al., 1999). De representaties worden dan gezien als onflexibel en vormen een manier om bestaande sociale relaties en machtsstructuren te behouden. Ongeacht de connotatie hebben stereotypes een behoorlijke invloed op het gedrag dat we verwachten van anderen. Ook over het optreden van mannen en vrouwen bestaan pertinente verwachtingen: sekse-stereotypes zijn immers wijd verspreid en verankerd in de samenleving (Eagly, 1987). Verschillende studies rapporteren het bestaan van een Think Manager Think Male-stereotype, hetgeen inhoudt dat mannen de gewenste karakteristieken voor leiderschap bezitten (Schein, 1973, 1975). De omschrijving van managers in typisch mannelijke termen vormt één van de factoren die vrouwen een evenredige toestroom tot managementposities verhinderen. Bovendien zullen vrouwen die zich mannelijk gedragen om hogerop te klimmen hier negatief op beoordeeld worden, wegens de normatieve aard van genderstereotypes. Gezien de toegenomen aandacht voor communicatie in nieuwe definities van leiderschap, zal dit aspect centraal staan in deze studie naar genderstereotypes en managementvaardigheden. Net zoals dit het geval is bij algemene karakteristieken (Donnel & Hall, 1980; Koberg, 1985; Dobbins & Platz, 1986), verschilt het communicatief gedrag van mannelijke en vrouwelijke managers in werkelijkheid niet zo veel. Wilkins en Andersen (1991) vinden na een meta-analyse dan wel een statistisch significant resultaat, de variantie is echter zo klein dat de verschillen in communicatief gedrag tussen mannelijke en vrouwelijke managers van weinig belang zijn. Wat echter een groter belang kan hebben, zijn de overtuigingen die bestaan over communicatievaardigheden van mannen en vrouwen in managementposities. Ondanks het ontbreken van eenduidig bewijs voor het bestaan van genderverschillen in communicatie, zijn opvattingen over de sterkere communicatievaardigheden van vrouwen veelal volkswijsheid (Cameron, 2009). Daar waar in termen van algemene karakteristieken mannelijke managers een stereotiep voordeel hebben, kan dit voordeel mogelijks vervagen wanneer de nadruk ligt op communicatievaardigheden. 11

12 In deze studie wordt nagegaan of het Think Manager Think Male-stereotype stand houdt wanneer gepeild wordt naar communicatief gedrag. Er wordt nagegaan hoe groot de associatie tussen mannelijkheid/vrouwelijkheid en succesvol leiderschap is bij de mannelijke en de vrouwelijke respondenten uit de steekproef, wanneer gevraagd wordt naar een beoordeling van communicatieve vaardigheden, in plaats van algemene karakteristieken. Research Question 1a: Hoe groot is de associatie tussen mannelijkheid en succesvol leiderschap bij mannen, wanneer de nadruk ligt op communicatief gedrag? Research Question 1b: Hoe groot is de associatie tussen vrouwelijkheid en succesvol leiderschap bij mannen, wanneer de nadruk ligt op communicatief gedrag? Research Question 2a: Hoe groot is de associatie tussen mannelijkheid en succesvol leiderschap bij vrouwen, wanneer de nadruk ligt op communicatief gedrag? Research Question 2b: Hoe groot is de associatie tussen vrouwelijkheid en succesvol leiderschap bij vrouwen, wanneer de nadruk ligt op communicatief gedrag? Uit recente studies omtrent het Think Manager Think Male-stereotype blijkt dat vooral vrouwen een minder traditioneel beeld hebben van de manager (Sczesny et. al., 2004). Deze evolutie kan tot gevolg hebben dat vrouwen, in vergelijking met mannen, een sterkere associatie maken tussen de communicatievaardigheden van vrouwen en de communicatievaardigheden van managers. Reserach Question 3: Associëren vrouwen de communicatievaardigheden van vrouwen sterker met de communicatievaardigheden van managers, in vergelijking met mannen? Daarenboven kan men zich ook afvragen welke de concrete communicatieve eigenschappen zijn die geassocieerd worden met succesvol leiderschap. Hierbij kan geanalyseerd worden bij welke van deze items mannen of vrouwen beschouwd worden als gelijkaardig of verschillend van managers. Research Question 4a: Welke specifieke communicatieve eigenschappen zijn typisch in de context van succesvol leiderschap en worden deze items beoordeeld als typisch mannelijk dan wel typisch vrouwelijk? Research Question 4b: Welke specifieke communicatieve eigenschappen zijn niet typisch in de context van succesvol leiderschap en worden deze items beoordeeld als typisch mannelijk dan wel typisch vrouwelijk? Een laatste onderwerp van analyse vormt het bestaan van onderliggende dimensies in de Index van Communicatieve Kenmerken (zie infra). Deze bevat onder meer een facet van 27 descriptieve items die non-verbale vaardigheden beschrijven, een facet van 24 descriptieve items die verbale vaardigheden aangeven en een facet van 3 descriptieve items die gespreksthema s inhouden. 12

13 Research Question 5: Bestaan er in de Index van Communicatieve Kenmerken onderliggende dimensies die een aanzienlijk grotere of kleinere aanwezigheid van het Think-Manager Think Malestereotype weerspiegelen, in vergelijking met de volledige Index? 3. Methode Steekproef De steekproef voor het empirisch onderzoek bestond uit 318 Nederlandstalige, Belgische respondenten, die individueel en vrijwillig deelnamen aan de survey. In totaal participeerden 135 mannen en 183 vrouwen. De leeftijd varieerde van 18 tot en met 64 jaar, met een mediaan van 32 jaar (18 tot en met 25 jaar n=113; 26 tot en met 45 jaar n=101; 46 tot en met 64 jaar n=101). In tegenstelling tot veel studies omtrent managementvaardigheden, werd in dit onderzoek niet gewerkt met een steekproef bestaande uit uitsluitend studenten of managers, maar met een steekproef bestaande uit respondenten met uiteenlopende professionele en academische activiteiten. Meetinstrument Om de genderstereotypes omtrent communicatie en de typische interactieve vaardigheden van de manager te bepalen, werd gebruik gemaakt van een Index van Communicatieve Kenmerken met 55 descriptieve items, gebruikt in drie versies. Elke versie van het meetinstrument bevatte dezelfde descriptieve items en instructies, echter werd er in één versie gevraagd naar de beoordeling van de communicatieve kenmerken van mannen in het algemeen (Mannen), in een tweede versie werd gevraagd naar een beoordeling van de communicatieve kenmerken van vrouwen in het algemeen (Vrouwen) en tenslotte in een derde versie naar de communicatieve kenmerken van managers (Managers). De Index van Communicatieve Kenmerken kreeg in de eerste plaats vorm door een literatuuroverzicht van studies aangaande werkelijke genderverschillen in communicatie (Mulac et. al., 2001; Pearson et. al., 1995; Hickson & Stacks, 1989; Swaab & Swaab, 2009; Hall, 1978; Henley, 1973; Lafrance et. al., 2003) en studies aangaande stereotiepe opvattingen over genderverschillen in communicatie (Haas, 1979; Crawford et. al., 2003; Briton & Hall, 1995). Communicatieve eigenschappen waarop mannen en vrouwen verschilden na observatie of na meting van stereotiepe opvattingen, werden opgenomen in de Index van Communicatieve Kenmerken. De preliminaire vorm van de Index werd daarop voorgelegd aan drie onafhankelijke Human Resource professionals 3. Deze specialisten vulden de 3 Dank gaat uit naar Dhr. Van Camp C. / Mevr. Veyssière M. (Total Petrochemicals) Dhr. Van Orshaegen D. / Dhr. Lemmens F. (Manpower Professional) 13

14 Index aan met communicatievaardigheden die van essentieel belang zijn in het domein van leiderschaps- en managementcommunicatie. De 55 descriptieve items in de Index van Communicatieve Kenmerken werden zo geformuleerd dat sommige positief in connotatie waren, andere negatief en nog andere eerder neutraal. Volgende instructies, naar het voorbeeld van Schein (1973, 1975), werden vermeld op de drie verschillende versies van de Index: Op de volgende pagina s zal u verschillende termen vinden die gebruikt worden om communicatief gedrag te omschrijven. Sommige van deze termen zijn positief, andere zijn negatief en sommige zijn eerder neutraal. Mag ik u vragen om deze lijst te gebruiken om aan te geven hoe u denkt over de communicatievaardigheden van (mannen in het algemeen, vrouwen in het algemeen, managers). Terwijl u uw oordeel vormt, kan het nuttig zijn dat u zich voorstelt dat u een persoon voor het eerst zal ontmoeten en het enige wat u op voorhand weet, is dat die persoon een (volwassen man, volwassen vrouw, manager) is. Kan u vervolgens elke omschrijving een score geven in termen van hoe karakteristiek deze is voor (mannen in het algemeen, vrouwen in het algemeen, managers)? Respondenten hadden de mogelijkheid een score te geven op een 7-punten schaal, gaande van 1 (helemaal niet karakteristiek), tot 7 (zeer karakteristiek), met een neutrale score van 4 (noch nietkarakteristiek, noch karakteristiek). Er werd een pretest voltooid bij 16 personen om de lengte en het begrip van de 55 descriptieve items in de Index van Communicatieve Kenmerken na te gaan. Als gevolg van de resultaten van deze pretest werden enkele items geherformuleerd of aangevuld met concrete voorbeelden. Procedure De drie vormen van de Index van Communicatieve Kenmerken werden ofwel in papieren versie ofwel online ter beschikking gesteld aan de respondenten. De papieren exemplaren van de Index, waaronder een gelijkaardig aantal van de drie vormen (Mannen-Vrouwen-Managers), werden willekeurig verspreid onder de werknemers van drie organisaties. Er werd gevraagd om de vragenlijst individueel te vervolledigen. Van het totaal aantal uitgedeelde exemplaren van de Index werd 81% terug ontvangen, of 130 op 160. Return rates voor de drie vormen van de Index waren als volgt: Mannen, 84% of 42 op 50; Vrouwen, 74% of 37 op 50; Managers, 85% of 51 op 60. De overige 188 participanten voltooiden op Thesistools de online versie van de Index. Mailings werden uitgestuurd naar een 350-tal mogelijke respondenten, wat een response rate van circa 53% 14

15 inhoudt. Welke van de drie vormen van de Index de online respondenten voorgelegd kregen, werd at random bepaald, met volgend resultaat: Mannen, n=61; Vrouwen, n=67; Managers, n=60. Zodoende werden in totaal 103 exemplaren van de mannelijke vorm van de Index vervolledigd, 104 exemplaren van de vrouwelijke vorm en 111 exemplaren over managers. Dit leverde een finaal aantal op van 318 Indexen die bruikbaar waren voor statistische analyses. 4. Resultaten Eerste analyse: Intraclass correlation coefficients. Om de mate van overeenkomst tussen de ratings van managers en mannen in het algemeen te bepalen en tussen de ratings van managers en vrouwen in het algemeen, werden intraclass correlation coefficients berekend. Frequent gebruikte correlaties, zoals de Pearson product-moment correlation coefficient, meten de bivariate relatie tussen variabelen van verschillende klassen van metingen (i.e. variabelen die verschillende aspecten meten, zoals bijvoorbeeld de lineaire relatie tussen aantrekkelijkheid en carrièresucces). Intraclass correlation coefficients daarentegen bepalen de relatie tussen variabelen binnen eenzelfde klasse van metingen (Field, 2005). Dit type correlatie wordt onder andere gebruikt als index van betrouwbaarheid voor de ratings van verschillende beoordelaars over één aspect. Er wordt, met andere woorden, gekeken naar de consistentie tussen beoordelaars. In deze studie wordt de ICC op een andere manier gebruikt. Hier gaat de interesse niet uit naar de consistentie tussen de ratings van verschillende beoordelaars op de Index van Communicatieve Kenmerken, maar naar de gelijkenis tussen de ratings van respondenten op de verschillende labels, namelijk Mannen, Vrouwen en Managers. Er moet een cijfer weergegeven worden dat aangeeft in welke mate de ratings van Mannen overeen komen met die van Managers en eveneens de overeenkomst tussen de ratings van Vrouwen en van Managers. Daarom zal in deze studie een hoge ICC een indicator zijn voor een grote gelijkenis tussen de labels (Mannen-Managers / Vrouwen-Managers) en een lage ICC reflecteert anderzijds een kleine gelijkenis tussen de labels. De grootte van de correlatie geeft dus weer in welke mate de respondenten vinden dat mannen in het algemeen en vrouwen in het algemeen dezelfde communicatieve kenmerken bezitten als managers. De interpretatie van de ICC s gebeurt op eenzelfde manier als de interpretatie van Cohen s Kappa Coëfficiënt, waarbij k: <0, slecht; , gering; , matig; , redelijk; , goed; , bijna perfect. Voor de analyse in SPSS werden in de rijen de gemiddelde scores van Mannen, Vrouwen en Managers op de 55 communicatieve kenmerken ingegeven. Het gebruik van de ICC in deze studie komt overeen met een two-way random effects-model / absolute agreement bij reliability analyses, waarbij twee beoordelaars 55 objecten beoordelen (Duehr & Bono, 2006). 15

16 De intraclass correlation coefficients in deze studie tonen een redelijke en significante overeenkomst tussen de beoordelingen van mannen in het algemeen en managers, voor zowel de mannelijke (r = 0.46, F = 2.69, df = 54, p <.001) als de vrouwelijke (r = 0.44, F = 2.55, df = 54, p <.001) respondenten. Hiermee worden Research Questions 1a en 2a beantwoord, waarin gevraagd werd naar associatie tussen mannelijkheid en succesvol leiderschap. Anderzijds wijzen de intraclass correlation coefficients in deze studie op het ontbreken van gelijkenis tussen vrouwen en managers. Zowel de beoordelingen van mannen (r = 0.09, F = 1.21, df = 54, p >.05) als de beoordelingen van vrouwen (r = 0.13, F = 1.29, df = 54, p >.05) indiceren een geringe en niet-significante overeenkomst tussen vrouwen in het algemeen en managers. Deze cijfers vormen een antwoord op Research Questions 1b en 2b, waarin gevraagd werd naar de associatie tussen vrouwelijkheid en succesvol leiderschap. TABEL 1 Intraclass Correlation Coefficients voor de 55 items van de Index van Communicatieve Kenmerken * p <.001. Groepen die vergeleken worden Mannen Vrouwen Mannen en managers.46*.44* Vrouwen en managers In Research Question 3 werd aandacht besteed aan de vraag of vrouwelijke respondenten in vergelijking met mannelijke respondenten een sterkere associatie zouden maken tussen de communicatieve eigenschappen van vrouwen en managers. Hoewel uit de resultaten in deze studie blijkt dat de ICC voor Vrouwen-Managers van de vrouwelijke respondenten (r = 0.13) hoger ligt dan de ICC voor Vrouwen-Managers van de mannelijke respondenten (r = 0.09), zijn deze verschillen echter zeer klein en niet-significant (p =.83). Tweede analyse: Pearson product-moment correlations. In aanvulling op de ICC s werd een Pearson correlatiecoëfficiënt berekend om de lineaire relaties tussen de gemiddelde ratings van de groepen na te gaan. Waar de ICC s een aanwijzing gaven voor het bestaan van directe relaties, maakt het gebruik van de Pearson correlatiecoëfficiënt het determineren van inverse relaties mogelijk. Een significante en positieve relatie werd gevonden tussen de gemiddelde ratings van mannen en managers, zowel bij mannelijke respondenten (r =.52) als bij vrouwelijke respondenten (r =.48). De correlatie tussen de gemiddelde ratings van vrouwen en managers was niet significant. 16

17 TABEL 2 Pearson Correlation Coefficients Groep Mannen Vrouwen Mannen en managers.52*.48* Vrouwen en managers * p <.01. Derde analyse: ANOVA. Na een algemene analyse, waaruit bleek dat de gelijkenis tussen managers en mannen sterker is dan de gelijkenis tussen managers en vrouwen, werd een verkennend onderzoek gedaan naar de specifieke descriptieve items waarop mannen of vrouwen beoordeeld werden als verschillend met of gelijkend op managers. One-way ANOVA s werden uitgevoerd voor elk van de 55 items in de Index van Communicatieve Kenmerken. De bedoeling hiervan was te determineren voor welke items de ratings significant verschilden tussen de drie labels (Mannen - Vrouwen - Managers). Een alpha level van.01 werd gebruikt als criterium. Voor 52 van de 55 items in de Index van Communicatieve Kenmerken werden significante groepsverschillen gevonden. Om daarop te bepalen voor welke descriptieve items managers meer gelijkend waren op mannen of vrouwen, werd een Duncan s multiple-range test voor ongelijke steekproefgroottes uitgevoerd voor elk van de 52 significant verschillende items. Bij de interpretatie van deze resultaten werden die descriptieve items gedistilleerd die door de respondenten beoordeeld werden als werkelijk karakteristiek of niet-karakteristiek voor managers (i.e. items waarop managers op een 7-puntenschaal een rating behaalden van 5 of meer, dan wel van 3 of minder). Aangezien de neutrale karakteristieken weinig zullen bijdragen aan een weergave van de communicatievaardigheden van de manager, werden de descriptieve items waarop managers gemiddelde ratings in het interval van [ ] scoorden aldus weggelaten. Na deze interventie bleken 34 descriptieve items relevant voor verdere bestudering. Voor 14 van de 34 items waren de ratings van managers meer gelijkend op de ratings voor mannen in het algemeen dan op de ratings voor vrouwen in het algemeen. Voor eveneens 14 van de 34 items waren de ratings van managers meer gelijkend op ratings voor vrouwen in het algemeen dan op de ratings voor mannen in het algemeen. Voor de overige 6 items waren de scores van managers significant verschillend van de scores van zowel mannen als vrouwen in het algemeen, en verschilden de scores van mannen en vrouwen niet significant van elkaar. De resultaten van deze oriënterende analyse op niveau van de descriptieve items in de Index van Communicatieve Kenmerken, vormen een antwoord op Research Questions 4a en b. Een overzicht kan gevonden 17

18 worden in tabel 3, die een antwoord geeft op Research Question 4a en in tabel 4, die een antwoord geeft op Research Question 4b. TABEL 3 Items karakteristiek voor managers Categorie Item Managers meer gelijkend op mannen dan op vrouwen Stevige handdruk Actieve zinsbouw Assertieve houding Aanhalen cijfers Duidelijker plaatsaanduidingen Managers meer gelijkend Oogcontact Handgebaren op vrouwen dan op mannen Glimlachen Knikken Luisteren Vragen stellen Aandacht voor lichaamstaal Correct interpreteren van lichaamstaal Luisteren & inpikken op gesprekspartner TABEL 4 Items niet karakteristiek voor managers Categorie Item Managers meer gelijkend Blozen Stil praten op mannen dan op vrouwen Frunniken Hoge stem Emotioneel taalgebruik Onzekerheidswerkwoorden Praten over emotionele onderwerpen Praten over persoonlijke onderwerpen Managers meer gelijkend op vrouwen dan op mannen Staren Stamelen Monotoon stemgebruik Eentonige gelaatsuitdrukking Niet aankijken gesprekspartner 18

19 Vierde analyse: Intraclass correlation coefficients in drie dimensies. Zoals gesuggereerd in Research Question 5, werd de Index van Communicatieve Kenmerken opgesplitst in zijn verschillende dimensies voor een herberekening van de intraclass correlation coefficients. Van de 55 descriptieve items weerspiegelen er 28 non-verbale karakteristieken. Resultaten van analyses met deze 28 items gaven aan dat de gelijkenis tussen managers en vrouwen aanzienlijk steeg wanneer de nadruk lag op enkel non-verbale kenmerken, en dit zowel voor de mannelijke respondenten (r =.25, F = 1.64, df = 27, p >.05) als voor de vrouwelijke respondenten (r =.42, F = 2.53, df = 27, p <.01). De associatie tussen managers en mannen op het vlak van non-verbaal gedrag leek eerder te dalen, en dit ook zowel bij de mannelijke respondenten (r =.40, F = 2.31, df = 27, p <.05) als bij de vrouwelijke respondenten (r =.33, F = 1.98, df = 27, p <.05). Anderzijds gaf de herberekening van de ICC s voor de dimensies van verbale kenmerken en gespreksonderwerpen een sterke en significante associatie tussen managers en mannen in het algemeen, maar een zeer zwakke en non-significante gelijkenis tussen managers en vrouwen in het algemeen (zie tabel 5). TABEL 5 Intraclass Correlation Coefficients voor drie subdimensies Groepen die Non-verbaal Verbaal Gespreksonderwerp vergeleken worden Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Mannen en managers.40*.33*.44*.42*.96*.98* Vrouwen en managers.25.42** * p <.05. ** p <.01. Hoewel de theoretische limieten van ICC s 0 en +1.0 zijn, kunnen de limieten in werkelijkheid veel grotere negatieve en positieve waarden aannemen (Lahey et. al., 1983). 5. Discussie en conclusie Het doel van deze studie was om na te gaan of het Think Manager Think Male-stereotype, hetgeen inhoudt dat mannen de gewenste karakteristieken voor leiderschap bezitten, blijft bestaan wanneer de nadruk zou liggen op communicatieve vaardigheden. Een herevaluatie van de stereotypes, ditmaal in een communicatieve context, blijkt relevant, aangezien communicatie een steeds belangrijkere rol inneemt in de definities van leiderschap en de activiteiten van managers (Tengblad, 2006; de Vries et. al., 2010). In werkelijkheid verschilt het communicatief gedrag dat mannelijke en vrouwelijke 19

20 managers vertonen niet danig (Wilkins & Andersen, 1991), net zoals dit het geval is op het vlak van algemene karakteristieken (Donnel & Hall, 1980; Koberg, 1985; Dobbins & Platz, 1986). Echter bestaan er in het opzicht van algemene karakteristieken persistente overtuigingen dat mannen meer geschikt zouden zijn voor managementposities, omdat ze, meer dan vrouwen, in het bezit geacht worden van karaktertrekken zoals concurrentievermogen en assertiviteit. Anderzijds kunnen opvattingen over de sterke communicatievaardigheden van vrouwen als volkswijsheid beschouwd worden (Cameron, 2009), hetgeen zou kunnen leiden tot een stereotiep voordeel voor vrouwelijke managers. Toch blijkt uit de resultaten van deze studie dat de communicatieve kenmerken van mannen de grootste gelijkenis vertonen met de communicatieve kenmerken van managers. Zowel de mannelijke als vrouwelijke respondenten in de steekproef gaven een redelijke en significante overeenkomst aan tussen de communicatievaardigheden van mannen en managers, maar een geringe en niet-significante overeenkomst tussen de communicatievaardigheden van vrouwen en managers. Deze bevindingen vormen een indicatie van Think Manager Think Malestereotypering. Resultaten maken ook duidelijk dat de gelijkenis tussen vrouwen en managers volgens de vrouwelijke respondenten niet significant hoger ligt dan volgens de mannelijke respondenten. In dat opzicht geeft deze studie aldus geen bevestiging voor de tendens dat vooral bij vrouwen een vermindering van het Think Manager Think Male-stereotype waar te nemen is (Sczesny, et. al., 2004). Uit een oriënterende analyse van de resultaten op het niveau van de concrete, descriptieve items kan geconcludeerd worden voor welke communicatieve kenmerken mannen aanzienlijk meer gelijkenis vertonen met managers dan vrouwen, waaronder een assertieve houding aannemen, een actieve zinsbouw gebruiken, cijfers aanhalen, een stevige handdruk geven, geen emotioneel taalgebruik, niet praten over emotionele/persoonlijke onderwerpen etc. Daarnaast blijkt dat vrouwen beoordeeld werden als het meest gelijkend op managers voor een even groot aantal concrete kenmerken, waaronder oogcontact maken, knikken tijdens interactie, luisteren, aandacht voor lichaamstaal, vragen stellen, niet monotoon praten, niet stamelen etc. Het feit dat vrouwen de grootste gelijkenis vertonen met managers voor een even groot aantal concrete kenmerken als mannen ondanks de gemiddeld kleinere gelijkenis met managers kan verklaard worden door de extremere ratings die gegeven zijn aan vrouwen. Op items die zowel voor managers als voor vrouwen beduidend (a)typisch waren, haalden mannen meestal nog een eerder neutrale score. Vrouwen daarentegen kregen vaker een extreme en tegengestelde rating voor kenmerken waarop mannen goed gelijkend waren op managers. 20

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Vrouwen, macht en leiderschap: balanceren op het slappe koord. Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Nijenrode, 1 juni 2015

Vrouwen, macht en leiderschap: balanceren op het slappe koord. Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Nijenrode, 1 juni 2015 1 1 Vrouwen, macht en leiderschap: balanceren op het slappe koord Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Nijenrode, 1 juni 2015 2 3 Opzet college 1. Hoe kijken anderen naar vrouwen

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief

Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effecten van Locus of Control, Coping en de Mediatie van Persoonlijk Initiatief Leader Member Exchange: Effects of Locus of Control, Coping and the Mediation of Personal Initiative

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Rond leiderschap: Een studie naar de invloed van individuele eigenschappen op de perceptie van leiderschap Leiderschap is een van de meest bestudeerde onderwerpen in de arbeids-

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven

/hpm. Onderzoek werkstress, herstel en cultuur. De rol van vrijetijdsbesteding. 6 februari 2015. Technische Universiteit Eindhoven Onderzoek werkstress, herstel en cultuur De rol van vrijetijdsbesteding 6 februari 2015 Technische Universiteit Eindhoven Human Performance Management Group ir. P.J.R. van Gool prof. dr. E. Demerouti /hpm

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Syllabus Communicatie en Intergenerationele Samenwerking voor werknemers binnen de publieke sector met een leeftijd van 30-

Syllabus Communicatie en Intergenerationele Samenwerking voor werknemers binnen de publieke sector met een leeftijd van 30- Syllabus Communicatie en Intergenerationele Samenwerking voor werknemers binnen de publieke sector met een leeftijd van 30- Inleiding: De opleiding in en intergenerationele samenwerking is bedoeld voor

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

TH-LPI Lean Performance Indicator. Best Peter Manager Brainwave Ltd.

TH-LPI Lean Performance Indicator. Best Peter Manager Brainwave Ltd. Best Peter Manager Brainwave Ltd. TH-LPI Lean Performance Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 10-03-2015. OVER DE

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

Wat maakt iemand tot een goede service employee/verkoper?

Wat maakt iemand tot een goede service employee/verkoper? Wat maakt iemand tot een goede service employee/verkoper? Churchill et al. (1985): Meta-analyse 116 artikelen belangrijkste determinanten v succes: (1) persoonlijke kenmerken (uiterlijk; sociale achtergrond;

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op:

De correlatie kan opgevraagd worden via Analyze Correlate Bivariate en vervolgens maken we een keuze voor de variabelen. Dit levert als output op: Opdrachten en vragen hoofdstuk X 1. Voer de gegevens van figuur 9.1 en 9.2 in SPSS en controleer de correlaties zoals die aangegeven werden. Maak tevens een scatterplot. Tabel 9.1. Lineaire transformatie

Nadere informatie

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt

Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Methodologische bijsluiter: Discriminatie van beroepskrachten met een migratieachtergrond. Niet alles is wat het soms lijkt Hans Vermeersch(*) en Pieter De Pauw(**) (*) Expertisecentrum Sociale Innovatie,

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Ethisch Leiderschap in de zorg

Ethisch Leiderschap in de zorg Ethisch Leiderschap in de zorg Ranking en Toezicht NVLO, 26 september 2014 Drs. Marlies Akemann-vanWerkhoven Adviseur Advies & Beleid, Kennemer Gasthuis Haarlem Introductie Wie heb ik voor me? Leiderschapstijlen

Nadere informatie

De Perceptie van Fair-Trade Producten door Mannen. Pascal van Vliet ANR: 888951. Bachelor thesis Psychologie en Maatschappij. Datum: 13 februari 2014

De Perceptie van Fair-Trade Producten door Mannen. Pascal van Vliet ANR: 888951. Bachelor thesis Psychologie en Maatschappij. Datum: 13 februari 2014 1 De Perceptie van Fair-Trade Producten door Mannen Pascal van Vliet ANR: 888951 Bachelor thesis Psychologie en Maatschappij Datum: 13 februari 2014 Docent: Dhr. R. M. A. Nelissen Universiteit van Tilburg

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

Lezing 2 «Leiderschapsontwikkeling in de overheid»

Lezing 2 «Leiderschapsontwikkeling in de overheid» Lezing 2 «Leiderschapsontwikkeling in de overheid» Prof. Dr. Annie Hondeghem (KU Leuven Instituut voor de Overheid) + Reflectie van Mireille Déziron (Jobpunt Vlaanderen) 1 Inleiding OECD (2001): public

Nadere informatie

UNIT 2 Begeleiding. Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility

UNIT 2 Begeleiding. Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility UNIT 2 Begeleiding Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility 1 2 Wat is coaching? Coaching is een methode voor het ontwikkelen van potentieel

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Mensen die als afwijkend worden gezien zijn vaak het slachtoffer van vooroordelen, sociale uitsluiting, en discriminatie.

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties

Jongeren en Gezondheid 2014: Seksualiteit en Relaties Jongeren en Gezondheid 14: Seksualiteit en Relaties Inleiding Tijdens hun puberjaren, ondergaan jongens en meisjes diepgaande biologische, cognitieve, emotionele en sociale veranderingen. Deze periode

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Tijdelijk en Toch Bevlogen

Tijdelijk en Toch Bevlogen De Invloed van Taakeisen, Ontplooiingskansen en Intrinsieke Arbeidsoriëntatie op Bevlogenheid van Tijdelijke Werknemers. The Influence of Job Demands, Development Opportunities and Intrinsic Work Orientation

Nadere informatie

Rethinking leadership and middle management

Rethinking leadership and middle management Rethinking leadership and middle management 17 October 2013 Prof. dr. Jesse Segers The Future Leadership Initiative @Segersjesse challenging thoughts about leadership. Ego-dominant ( macht ) Rationeel

Nadere informatie

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention

De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention De invloed van Vertrouwen, Relatietevredenheid en Commitment op Customer retention Samenvatting Wesley Brandes MSc Introductie Het succes van CRM is volgens Bauer, Grether en Leach (2002) afhankelijk van

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen?

Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Bediende in de logistieke sector: kansen voor vrouwen? Welke percepties leven er bij werknemers en studenten omtrent de logistieke sector? Lynn De Bock en Valerie Smid trachten in hun gezamenlijke masterproef

Nadere informatie

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT

WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT WAAR JE ZIT IS WAAR JE STAAT Posities als antecedenten van management-denken over concernstrategie ACHTERGROND (H. 1-3) Concernstrategie heeft betrekking op de manier waarop een concern zijn portfolio

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy on Sociosexuality Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie op Sociosexualiteit Filiz Bozkurt First supervisor: Second supervisor drs. J. Eshuis dr. W. Waterink

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest

Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Handleiding Nederlandse Werkwaardentest Versie 1.0 (c), mei 2008 Dr Edwin van Thiel Nederlandse werkwaardentest De Nederlandse werkwaardentest is eind 2006 ontwikkeld door 123test via een uitgebreid online

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers The Influence of Job Demands and Job Resources on Psychological Fatigue and Work Satisfaction

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinants and Barriers of Providing Sexual Health Care to Cancer Patients by Oncology

Nadere informatie

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant

TH-PI Performance Indicator. Best Peter Assistant Best Peter Assistant TH-PI Performance Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 10-03-2015. OVER DE PERFORMANCE INDICATOR

Nadere informatie

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT

STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT STAGES IN ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE: FEEDBACKINSTRUMENT Naam stagiair(e):... Stageplaats (+ adres):...... Tussentijdse evaluatie Eindevaluatie Stageperiode:... Datum:.. /.. / 20.. Stagementor:...

Nadere informatie

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens

5. Discussie. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens 5. 5.1 Informatieve waarde van de basisgegevens Relevante conclusies voor het beleid zijn pas mogelijk als de basisgegevens waaruit de samengestelde indicator berekend werd voldoende recent zijn. In deze

Nadere informatie

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk 360-rapport Thomas Voorbeeld Thomas Leiderschap Vragenlijst Persoonlijk & Vertrouwelijk Inhoud Inleiding Toelichting bij het 360-rapport Gemiddelde per competentie Weergave van de 5 hoogste en 5 laagste

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller

Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller Do Fathers Matter? The Relative Influence of Fathers versus Mothers on the Development of Infant and Child Anxiety E.L. Möller Samenvatting 207 Samenvatting Zijn vaders belangrijk? De relatieve invloed

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Vaardigheidsmeter Communicatie

Vaardigheidsmeter Communicatie Vaardigheidsmeter Communicatie Persoonlijke effectiviteit Teamvaardigheden Een goede eerste indruk Zelfempowerment Communiceren binnen een team Teambuilding Assertiviteit Vergaderingen leiden Anderen beïnvloeden

Nadere informatie

03.03.2010 Conferentie Studiesucces

03.03.2010 Conferentie Studiesucces 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Anita de Vries A.devries@noa-vu.nl A.de.vries@psy.vu.nl 1/40 03.03.2010 Conferentie Studiesucces Persoonlijkheid als voorspeller van Studieprestatie & Contraproductief

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)

DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013

Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 2012-2013 Evaluatie van het project Mantelluisteren academiejaar 212-21 In academiejaar 212-21 namen 5 mantelzorgers en 5 studenten 1 ste bachelor verpleegkunde (Howest, Brugge) deel aan het project Mantelluisten.

Nadere informatie

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressive Complaints in Adolescents: Risk Factors at School and the Influence of

Nadere informatie

Ontstaan, werking, voortbestaan en verandering van stereotypen

Ontstaan, werking, voortbestaan en verandering van stereotypen Ontstaan, werking, voortbestaan en verandering van stereotypen Introductie op Module 2 Training Selecteren zonder Vooroordelen Voor de beste match! Dit opleidingsaanbod is tot stand gekomen met financiële

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek.

draagt via de positieve invloeden van de voorgaande mediatoren bij aan een verbeterde CRM effectiviteit in het huidige onderzoek. Why participation works: the role of employee involvement in the implementation of the customer relationship management type of organizational change (dissertation J.T. Bouma). SAMENVATTING Het hier gepresenteerde

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult)

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Mag ik thuiswerken? Een onderzoek naar de attitudes van managers t.a.v. telewerkverzoeken Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Nederland

Nadere informatie

Omgaan met verschillen in de klas: Onderzoeksresultaten

Omgaan met verschillen in de klas: Onderzoeksresultaten Omgaan met verschillen in de klas: Onderzoeksresultaten Jolien Geerlings PhD Onderzoeker J.Geerlings@uu.nl Overzicht 1) Inleiding 2) Wat hebben we precies onderzocht? 3) Hoe gaan we om met verschillen

Nadere informatie

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 Gedurende de geschiedenis hebben verschillende factoren zoals slavernij, migratie, de katholieke kerk en multinationals zoals de Shell raffinaderij de gezinsstructuren

Nadere informatie

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test

Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Rapportgegevens Marketing en sales potentieel test Respondent: Jill Voorbeeld Email: voorbeeld@testingtalents.nl Geslacht: vrouw Leeftijd: 39 Opleidingsniveau: wo Vergelijkingsgroep: Normgroep marketing

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

Bedrijfscultuur als succesfactor voor apotheken

Bedrijfscultuur als succesfactor voor apotheken Bedrijfscultuur als succesfactor voor apotheken Meten is weten Derks & Derks Toegepast arbeidspsychologisch onderzoek Kennis, die we delen. Bedrijfscultuur als succesfactor voor apotheken Een bedrijfscultuur

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Rapportage onderzoek. Leiderschap en Bevlogenheid

Rapportage onderzoek. Leiderschap en Bevlogenheid Rapportage onderzoek Leiderschap en Bevlogenheid 2013-2014 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie onderzoek...2 Doelen van het onderzoek...2 Procedure van het onderzoek...2 Resultaten...3 Kenmerken deelnemers

Nadere informatie

De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik

De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik SOCIALE IDENTITEIT IN ANGSTCOMMUNICATIES 1 De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik The Role of Social

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie