Protocollaire Diabeteszorg Zorggroep Ketenzorg NU

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Protocollaire Diabeteszorg Zorggroep Ketenzorg NU"

Transcriptie

1 Protocollaire Diabeteszorg Zorggroep Ketenzorg NU Diana Rietdijk, huisarts, kaderarts diabetes i.o. Erik Wins, huisarts, lid DiHag Maart 2014 versie 5.0

2 Inhoudsopgave Pagina Inleiding 4 Module I Nieuwe diabetes mellitus en instelfases 5 I.1 Diagnostiek en opsporing diabetes mellitus 6 I.2 Eerste consulten na stellen diagnose diabetes mellitus 10 Individuele streefwaarden 12 I.3 Behandeling diabetes mellitus na diagnosestelling 14 I.3.1 Behandeling diabetes mellitus (dieet en orale medicatie) 14 I.3.2 Overige medicatie en bariatrische chirurgie 16 I.3.3 Cardiovasculair risicomanagement 18 Module II Stabiele diabetes (dieet/ orale medicatie) 21 II Controle beleid diabetes mellitus 22 II.1 Drie maandelijkse controle POH 22 II.1 Jaarcontrole POH 23 II.2 Jaarcontrole huisarts 24 Module III Behandeling met insuline: de instelling 25 III.1 Voorbereidingsfase Beslissing over te gaan op insuline Diabetes educatie: algemeen en zelfcontrole Algemeen Uitleg belang zelfcontrole Aanleren zelfcontrole Keuze bloedglucosemeter Diabetes educatie: evaluatie zelfcontrole, pen-/ spuitinstructie Evaluatie zelfcontrole Informatie over insuline Peninstructie Insuline-injectie Instructie injectieplaatsen 28 III.2 Instelfase Algemeen: praktische zaken/ afspraken Startschema: eenmaal daags insuline Vervolgconsulten instelfase Optie A: basaal - bolus schema Optie B; tweemaal daags insuline regime Vervolg optie B: viermaal daags insuline schema 33 2

3 Module IV Stabiele diabetes mellitus: behandeling met insuline 34 IV.1 Algemeen Driemaandelijks controle POH Jaarcontrole POH Jaarcontrole huisarts 37 IV.2 Hypoglycemische ontregelingen Classificatie hypoglycemie 2.2 Oorzaken hypoglycemie 2.3 Symptomen hypoglycemie 2.4 Beleid bij hypoglycemie IV.3 Hyperglycemische ontregelingen Oorzaken hyperglycemie 3.2 Symptomen hyperglycemie 3.3 Beleid bij hyperglycemie 3.4 Beleid bij misselijkheid en braken IV.4 Bijzondere omstandigheden Insuline en de ramadan Insuline bij reizen door tijdzones Sporten en insuline gebruik Insuline en onregelmatige diensten Insuline en corticosteroïden gebruik Insuline en rijbewijs Spuitinfiltraten 41 V Referenties 42 Bijlage 1. Diabeteszorg: randvoorwaarden en taken 43 Bijlage 2. RTA Bijlage 3. Inleiding Zorgmodule preventie diabetische voetulcera Bijlage 4. Voetprotocol Ketenzorg NU 48 3

4 Inleiding Het voor u liggende protocol beschrijft stap voor stap het Ketenzorgprogramma Diabetes Mellitus Type 2 voor de huisartsen in de regio Noord-West Utrecht. Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van vorig protocol betreffen het stappenplan bloedglucose verlagende medicatie, hoe om te gaan met medicatie anders dan metformine, gliclazide en NPH insuline, controlefrequentie en fundusfoto frequentie. Nieuw is de aandacht voor het gebit. De streefwaarden en medicatie worden afgestemd op de individuele patient en zijn afhankelijk van leeftijd en diabetesduur. Het Ketenzorgprogramma is onderverdeeld in vier modules, te weten: Module I Module II Module III Module IV Nieuwe diabetes mellitus Stabiele diabetes mellitus (behandeling met dieet en/ of orale medicatie) Behandeling met insuline (instelfase) Stabiele diabetes mellitus (behandeling met insuline) Bij de start van het Ketenzorgprogramma zal de individuele patiënt instromen in een wisselende module. De modules zullen vaak chronologisch worden doorlopen. Ook zal het kunnen voorkomen dat een patiënt na een ernstige ontregeling of bijkomende morbiditeit een module teruggaat in het Ketenzorgprogramma. Doel van het Ketenzorgprogramma is het bieden van een dusdanige structuur dat de kwaliteit van zorg voor de diabetespatiënt wordt geoptimaliseerd. Hiermee wordt gestreefd naar behoud van de gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven van de patiënten met diabetes mellitus type 2, door het zo lang mogelijk uitstellen van het ontstaan van micro- en macrovasculaire complicaties. Maart 2014 Oorspronkelijk geschreven door Bertien Hart, aangepast door Erik Wins en Diana Rietdijk, namens de Kwaliteitscommissie Diabetes Ketenzorg NU. 4

5 Module I Nieuwe diabetes mellitus en instelfase 5

6 Module I.1 Diagnostiek van diabetes mellitus De diagnostiek van diabetes mellitus berust op het aantreffen van verhoogde plasmaglucose waarden. Nuchtere waarden hebben de voorkeur. Een nuchtere glucose waarde houdt in dat ten minste acht uur geen calorieën zijn ingenomen. Veneus plasma mmol/l Normaal Glucose nuchter Glucose niet nuchter < 6.1 < 7.8 Gestoorde nuchter glucose Glucose nuchter Glucose niet nuchter 6.1 en < 7.0 èn < 7.8 Gestoorde glucosetolerantie Glucose nuchter Glucose niet nuchter < 6.1 èn 7.8 en < 11.1 Diabetes mellitus Glucose nuchter Glucose niet nuchter De diagnose diabetes mag worden gesteld: als men op twee verschillende dagen twee nuchtere glucosewaarden 7.0 mmol vindt in veneus afgenomen bloedplasma. bij een willekeurige glucosewaarde 11,1 mmol/l of een nuchtere glucosewaarde 7.0 mmol in veneus afgenomen bloedplasma in combinatie met klachten die passen bij hyperglykemie. Bij een gestoord nuchter glucose en/of gestoorde glucosetolerantie wordt de nuchtere glucosebepaling herhaald na drie maanden. Is het nuchter glucose dan wederom gestoord, herhaal dan jaarlijks het nuchter glucose. Voor het stellen van de diagnose wordt niet aanbevolen het HbA1c te bepalen, maar als een HbA1c bepaald is van 48 mmol/mol of hoger is er sprake van DM2. 6

7 Opsporing Het wordt aanbevolen om eens per drie jaar een nuchter glucose te bepalen bij: Personen ouder dan 45 jaar: - met een BMI 27 kg/m2 - met diabetes mellitus type 2 bij ouders, broers of zussen - met hypertensie (systolische bloeddruk > 140 mmhg of behandeling voor hypertensie) - met dyslipidemie (HDL-cholesterol 0.90 mmol/l, triglyceriden > 2.8 mmol/l) - met (verhoogd risico op) hart- en vaatziekten (zie NHG-Standaard CVRM) - van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst - voor mensen van Hindoestaanse afkomst geldt hetzelfde advies maar wordt een leeftijdsgrens van 35 jaar aangehouden. Patiënten met zwangerschapsdiabetes worden na de bevalling gedurende 5 jaar jaarlijks gecontroleerd en daarna elke 3 jaar op nuchter plasmaglucosewaarde. Na het stellen van de diagnose diabetes mellitus type 2 volgt een consult bij de huisarts. De huisarts-patiënt-relatie is hierbij van belang. De patiënt kent de praktijk ondersteuner huisarts (POH) waarschijnlijk nog niet en dat behoeft introductie en voorlichting. 7

8 Consult huisarts (20 minuten): De huisarts deelt de patiënt duidelijk de diagnose diabetes mellitus mee In het HIS wordt de ICPC code T90.02 toegekend In het HIS wordt de ruiter Griepvaccinatie toegevoegd De huisarts geeft algemene informatie over diabetes mellitus De huisarts geeft uitleg over Zorgprogramma Diabetes Noord-West Utrecht De huisarts geeft opdracht aan POH de data in te voeren in het KIS. De huisarts vraagt uitgebreid bloedonderzoek aan (nulmeting): Bloed: Totaal Cholesterol HDL-Cholesterol LDL-Cholesterol Triglyceriden (nuchter) HbA1c Glucose nuchter Kreatinine + Kreatinineklaring Kalium ALAT Urine: Albumine/kreatinine-ratio in de ochtendurine. Bij een eerste te hoge uitslag moet deze worden bevestigd bij een tweede bepaling. De uitslagen zijn alleen betrouwbaar als een urineweginfectie is uitgesloten. 8

9 Tabel 2 Flowdiagram diagnostiek Diabetes Mellitus 1 e bepaling glucose nuchter: veneus 6.1 of glucose niet nuchter e bepaling glucose nuchter veneus (min. 1 dag later) Glucose 6.1 en < 7.0 Gestoorde glucose nuchter minimaal 2 bepalingen * Glucose 7.0 Diabetes Mellitus Herhaal nuchtere veneuze glucose na 3 maanden Glucose 6.1 en < 7.0 Glucose < 6.1 Normaal Geen diabetes mellitus Diagnose DM gesteld Zie module I.2, pagina 10 Huisarts deelt diagnose mee Huisarts geeft labformulier mee. Diagnose DM niet gesteld Jaarlijkse controle nuchtere glucose als er sprake is van gestoorde glucose nuchter Nuchter glucose > 10 mmol Overweeg direct te starten met orale glucose verlagende middelen (Zie module I.3 ) Nuchter glucose > 20 mmol Overweeg direct te starten met gliclazide en bij onvoldoende effect na 3 dagen met NPH-insuline (Zie module III) 9

10 Module I.2 Eerste consulten na het stellen van de diagnose diabetes mellitus Vanaf dit moment neemt de patiënt deel aan de Protocollaire Diabeteszorg van de Zorggroep Ketenzorg NU! Tijdens deze eerste consulten wordt het volgende bepaald: Cardiovasculair risicoprofiel Aanwezigheid van microvasculaire complicaties Aanwezigheid van macrovasculaire complicaties Eerste consult huisarts (20 minuten) Anamnese: Aanwezigheid cardiovasculaire pathologie: myocardinfarct, angina pectoris, hartfalen, Hypertensie, CVA, TIA en claudicatio intermittens Seksueel functioneren bij man en vrouw Status van het gebit, tandartsbezoek. Hart- en vaatziekten bij ouders, broers of zussen voor 65 jr. Lichamelijk onderzoek: Onderzoek van hart, carotiden, abdomen en onderbenen en voeten gericht op mogelijk vaatlijden Toestand van het gebit, aanwezigheid van parodontitis en cariës Bloeddruk, gewicht en lengte. Educatie Bespreken laboratoriumresultaten, persoonlijke streefwaarden en cardiovasculair risicoprofiel Prognose beïnvloeding Behandeling/ controles (uitleg geven over zorgprogramma) Verwijzing/ consultatie: Klaring van 45 tot 60 ml/ min/1,73m2 bij patiënten < 65 jaar en klaring van 30 tot 45 ml/min/1,73m2 bij patiënten > 65 jaar: overweeg eenmalig consultatie nefroloog of internist met nefrologische belangstelling Klaring < 45 ml/min/1,73m2 bij patiënten < 65 jaar en klaring <30 ml/min/1,73m2 bij patiënten > 65 jaar en/of microalbuminurie >300mg : verwijzing naar nefroloog of internist met nefrologische belangstelling Eerste consulten praktijkondersteuner (2 x 20 minuten) Anamnese: Rookgedrag Voedingsgewoonten waaronder alcoholgebruik Mate van lichamelijke activiteit Visusveranderingen Sensibiliteitsveranderingen voeten 10

11 Lichamelijk onderzoek: Lengte als niet eerder bepaald Gewicht Middelomtrek Bloeddruk Voetonderzoek (zie bijlage Protocol voetzorg diabetes mellitus type 2) Verwijzing: Verwijzing diëtiste Verwijzing zo mogelijk naar beweegprogramma Fundusonderzoek: Dient liefst binnen drie maanden na diagnose plaats te vinden Educatie: Zie doelstellingen educatie (tabel 3, pagina 11) NHG-patiënten brief Diabetes algemeen meegeven Voedingsgewoonte, waaronder alcoholgebruik; ondersteund met de NHG brief Voedingsadvies diabetes Patiënten folder Ketenzorg NU meegeven Voorlichting over Diabetes Vereniging Nederland Stimuleer ehealth, wijs op en Tabel 3 Doelstellingen diabeteseducatie: De patiënt heeft inzicht in het belang van: De individuele streefwaarden voor de glykemische parameters (tabel 4), lipiden en bloeddruk; heeft dus weet van de achtergronden en het beloop van de ziekte en haar complicaties en het nut van therapie en controles. Het (zelf) formuleren van haalbare doelen met betrekking tot gewicht, rookgedrag, lichaamsbeweging en medicatietrouw en het vastleggen hiervan in het Individueel Zorgplan Dagelijkse inspectie van de voeten bij een matig of hoog risico op een ulcus en het dragen van passend schoeisel en sokken zonder dikke naden Regelmatige controles Herkenning van signalen van een hyper- en een hypoglykemie en hoe hierop te reageren Adequaat handelen bij ziekte, koorts, braken en verre reizen (Eventuele) controle en regulatie van de eigen bloedglucosewaarde, bloeddruk en gewicht en het vastleggen hiervan in het Digitaal Logboek 11

12 Tabel 4 Streefwaarden glykemische parameters Veneus plasma mmol/l Nuchter glucose Glucose 2 uur postprandiaal < 9.0 Bij patiënten <70 jaar en bij vitale patiënten die DM2 hebben <10 jaar Individuele Streefwaarden Hoe jonger en vitaler, en hoe strenger zal naar optimale glucosewaarden worden gestreefd: maatwerk. Hierbij wordt gelet op hypoglykemie, snacken en gewichtstoename, zo nodig wordt op grond daarvan de medicatie gewijzigd HbA1c-streefwaarde Bij mensen boven de 70 jaar met meer dan 10j aar DM2 moet men een HbA1c van 64 hanteren als afkappunt voor uitbreiding van de behandeling. Bij mensen boven de 70 met DM2 korter dan 10 jaar en monotherapie metformine dan wel alleen dieet en beweging en die nog vitaal zijn, streeft men naar een HBa1c van <53. Bij mensen boven de 70 en DM2 <10 jaar en twee orale medicaties streeft men naar een HbA1c van <58 alvorens men een volgende stap zet. Bij mensen boven de 70 met DM2 <10 jaar en insuline behandeling streeft men naar een HbA1c van <64. 12

13 Titratie van een medicament wordt verricht aan de hand van een nuchter capillair glucose >7 mmol/l of een nuchter plasmaglucosewaarde >8 mmol/l NB. De stap naar metformine 2dd 500mg, waarbij men eerst een week 1dd 500mg kan geven om bijwerkingen vast te stellen, gebeurt niet aan de hand van de HbA1c waarde maar op grond van de nuchtere glucosewaarde (capillair volbloed >7 mmol/l, veneus plasma >8 mmol/l),verder titreren gebeurt eveneens op de nuchtere glucosewaarde. Een volgende stap naar een extra medicament wordt genomen op grond van de HbA1c. 13

14 Module I.3 Behandeling diabetes mellitus na diagnosestelling en stappenplan medicamenteuze behandeling Na het stellen van de diagnose diabetes mellitus wordt de patiënt voor de eerste behandeling door de huisarts overgedragen aan de praktijk ondersteuner huisarts (POH). De POH zal zo nodig overleggen met de huisarts. Bij stabiele instelling ziet de huisarts zelf eens per jaar de patiënt, tijdens de jaarcontrole (zie module II). De POH zal de behandeling gaan starten. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: I.3.1 Voorlichting en educatie Het Individueel Zorgplan en eventueel Digitaal Logboek Niet-medicamenteuze adviezen Medicatie in overleg met de huisarts en patiënt Behandeling diabetes mellitus: dieet en medicatie Voorlichting en educatie: De patiënt krijgt terugkerend uitleg over de aard van de ziekte, de daaruit voortvloeiende noodzaak van periodiek onderzoek en de mogelijke behandelingen. Aspecten die onder meer aanbod komen zijn terug te vinden in Tabel 3, pagina 11. Naast kennis is ook gedragsverandering nodig. Educatie is daarvoor essentieel. De educatie moet aansluiten op de individuele behoeften, mogelijkheden en gewoonten van de patiënt. In aansluiting aan de mondelinge voorlichting kan aan de patiënt de NHG-patiënten brieven over diabetes meegeven. Zie voor een overzicht van deze brieven op Niet-medicamenteuze adviezen: De patiënt kan zelf zijn prognose verbeteren, en krijgt met dat doel voor ogen de volgende adviezen: Stoppen met roken Voldoende bewegen; ook als dit niet resulteert in gewichtsreductie, levert dit gezondheidswinst op. Hoe ouder de patiënt hoe groter de winst hierbij. Goede voeding gebaseerd op Richtlijnen Goede Voeding (minder verzadigd vet, en meer onverzadigd vet en/ of vezelrijke koolhydraten (vooral in groente en fruit) en beperking van de alcoholconsumptie tot maximaal twee eenheden per dag), en Bij een body mass index > 25 afvallen en verwijzing diëtiste (groep/ individueel). Bij ouderen >70 jaar en minder vitale patiënten kan gewichtsverlies verkeerd uitpakken door spiermassa verlies. Medicamenteuze adviezen: Indien het met voorlichting, educatie, aanpassing van de voeding en stimulering van de lichamelijke activiteiten na drie maanden niet lukt een capillair glucose van <7 mmol/l of een plasmaglucosewaarde van <8 mmol/l te bereiken wordt gestart met orale medicatie. Uitzonderingen: Nuchter glucose waarde bij diagnose > 10 mmol/l: eventueel eerder starten met metformine. POH overlegt hierover met de huisarts Nuchter glucose > 20 mmol/l met hyperglykemische klachten, overweeg, afhankelijk van kans op dehydratie, direct te starten met insuline of een aantal dagen gliclazide om het effect daarvan te beoordelen. Later wordt alsnog metformine toegevoegd om de insulinebehoefte te verlagen. De POH overlegt hierover met de huisarts 14

15 Vooral bij patiënten met een BMI < 27 dient ook een ander type diabetes mellitus te worden overwogen, zoals MODY of LADA Tabel 5 Stappenplan bloedglucose verlagende therapie Stap 1 Niet-medicamenteuze adviezen Stap 2 Start met metformine 2 dd 500mg Start eventueel met 1 dd 500mg en hoog na 1 week op naar 2 dd 500mg Stap 3a Voeg gliclazide 1 dd 30mg toe, titreer tot max. 1 dd 120mg Stap 3b Overweeg korter werkende gliclazide 80mg i.p.v. 30mg bij bijwerkingen (hypoglykemie, gewichtstoename), of overweeg overige medicatie Stap 4 Voeg NPH-insuline toe aan orale medicatie Toelichting Start bij alle middelen met een lage dosering. Verhoog de dosering elke vier weken totdat een nuchtere glucosewaarde < 7 mmol/l capillair volbloed of een plasmaglucosewaarde van <8 mmol/l bereikt is. Ga over naar de volgende stap als ophoging van de dosis door bijwerkingen of door het bereiken van de maximale dagdosis niet meer mogelijk is èn de glykemische instelling, vastgesteld met het HbA1c, onvoldoende is. Stap bij contra-indicaties of bijwerkingen over op een ander middel. Tabel 6 Doseringen orale bloedglucose verlagende middelen Stofnaam Preparaat Min./max. Dagdosering Doserings- en gebruiksadvies Metformine Tablet 500/850/1000 mg mg 1-3 dd tijdens of na maaltijd Gliclazide Tablet (mga) 80 mg Tablet (mga) 30mg mg mg Tablet 80mg: 1-3 dd bij maaltijd Tablet 30mg: 1dd bij ontbijt 15

16 I.3.2 Overige medicatie en bariatrische chirurgie Acarbose Verlaagt de HbA1c met gem. 8-9 mmol/mol, is goedkoop en veilig. Werkt vooral op de postprandiale glucosewaarden. Geeft geen hypoglykemie en faciliteert gewichtsafname. Bijwerking flatulentie valt mee als men rustig titreert en eventueel blijft op 3dd50mg. Start met 50mg 1dd voor ontbijt en ga na twee weken naar 3dd50mg en bij goed verdragen naar 3dd100. Titreer onafhankelijk van de glucose. Overweeg dit middel als eerste als metformine of Gliclazide niet verdragen wordt of gecontra-indiceerd is. Leg patiënten uit dat de flatulentie optreedt bij te veel koolhydraat inname. Repaglinide Verlaagt de HbA1c met gem.11mmol/mol is goedkoop en veilig. Werkt bij verhoogde glucosewaarden postprandiaal en geeft daardoor weinig hypoglykemie. Het geeft wel gewichtstoename. Het is net als Gliclazide veilig bij verminderde nierfunctie. In te zetten bij niet verdragen van Gliclazide ( bijv. huidreacties of hypoglykemie). Dosering 3dd0,5mg, 1mg en 2mg 15 minuten voor de maaltijd. Titratie op de nuchtere glucosewaarde. Voordeel: voor elke maaltijd apart in te zetten en te doseren ook afhankelijk van activiteiten te doseren, zoals bijvoorbeeld autorijden en sporten. DPP4 remmer Verlaagt de HbA1c met gem. 7-9 mmol/mol, is duur en nog niet met zekerheid veilig op lange termijn. Geeft geen gewichtstoename. Geeft geen hypoglykemie. Werkt postprandiaal. Linagliptine is veilig bij verminderde nierfunctie. Als zowel SU, insuline als Acarbose gecontra-indiceerd zijn kan een DPP4 remmer ingezet worden in combinatie met metformine. Dosering onafhankelijk van de glucose. GLP1 receptor agonist Verlaagt de HbA1c met gem.11 mmol/mol, is duur en nog niet met zekerheid veilig op lange termijn. Het geeft gewichtsafname en geeft geen hypoglykemie. De werking is vooral postprandiaal. Het moet per subcutane injectie worden gegeven en wordt alleen vergoed als de BMI >35 is en het eerste recept door de internist wordt uitgeschreven. Huidige doelgroep: zeer obese, patiënten bij wie SU of insuline gecontra-indiceerd is. Bariatrische chirurgie De gastric bypass is superieur aan het maagbandje en heeft direct een gunstige invloed op de glucose stofwisseling naast gewichtsdaling. Overweeg deze ingreep bij dezelfde doelgroep als die bij de GLP1 receptor agonist. Duur en niet ongevaarlijk maar op lange termijn mogelijk gunstiger dan conventionele therapie. Pioglitazon Wordt op dit moment als onveilig beschouwd i.v.m. oedeem, verhoogd fractuurrisico, verhoogd risico op hartfalen, verhoogd risico op blaaskanker en gewichtstoename. SGLT2 remmer Vermindert de glucose terugresorptie in de nier. Verlaagt de HbA1c met gem.8-9 mmol/mol, is duur en nog niet veilig bevonden op lange termijn. Het geeft lichte gewichtsvermindering en het geeft geen hypoglykemie. Het wordt niet gegeven bij verminderde nierfunctie (MDRD<60). Er zijn nog te weinig studiegegevens voor een juiste positionering. De NHG standaard noemt dit middel nog niet. 16

17 Overzicht contactmomenten POH tijdens behandeling diabetes mellitus in het eerste jaar na diagnosestelling òf instabiele DM2 (terugkeer uit module II): Tijdens deze contactmomenten heeft de patiënt een nuchter glucose waarde beschikbaar van die dag; of zelf geprikt, dan wel die ochtend bij de assistente laten prikken! Er zullen tijdens deze instelfase bij de POH meerdere extra consulten van ieder 20 minuten plaatsvinden! Optie A: Nuchter glucose bij diagnose < 10 mmol/l Consult na drie maanden (20 minuten): De patiënten vallend onder optie A zijn ingesteld op niet-medicamenteuze adviezen (zie consult POH pagina 14) en na drie maanden wordt tijdens een POH consult (20 minuten) het verdere beleid bepaald. Er doen zich nu twee opties voor: Nuchter glucose heeft streefwaarde bereikt: patiënt stroomt door naar module II.1 Nuchter glucose heeft streefwaarde niet bereikt: patiënt stroomt door naar Stappenplan orale medicatie in module I.3 Optie B: Nuchter glucose bij diagnose > 10 mmol/l en < 20 mmol/l: De patiënten vallend onder optie B zijn doorgestroomd naar Stappenplan orale medicatie in module I.3, pagina Tijdens dit stappenplan zal de patiënt iedere vier weken gezien worden door de POH, tijdens een 20 minuten durend consult. Deze frequentie gaat door totdat de streefwaarde bereikt is en patiënt doorstroomt naar module II Optie C: Nuchter glucose bij diagnose > 20 mmol/l De patiënten vallend onder optie C, zijn na overleg met de huisarts, meestal doorgestroomd naar: Module III Behandeling met insuline Module I.3 Stappenplan orale medicatie; zie verder optie B 17

18 I.3.3. Cardiovasculair risicomanagement Na het stellen van de diagnose diabetes mellitus wordt de patiënt voor verdere behandeling door de huisarts overgedragen aan de POH. De POH zal zo nodig overleggen met de huisarts. Bij stabiele instelling ziet de huisarts nog eens per jaar de patiënt, tijdens de jaarcontrole (zie module II). De POH zal de behandeling gaan starten. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: Voorlichting en educatie Niet-medicamenteuze adviezen Medicatie Behandeling hypertensie: Streef naar een systolische bloeddruk < 140 mm Hg. Tijdens de instelling van de antihypertensieve behandeling wordt de bloeddruk twee- tot vierwekelijks gecontroleerd. Behandel een verhoogde systolische bloeddruk volgens onderstaand stappenplan: Stappenplan behandeling hypertensie: Bij patiënten zonder microalbuminurie: Stap 1 Stap 2 Een thiazidediureticum in een lage dosis: hydrochloorthiazide 1dd12,5 mg (indien kalium> 3.5 mmol/l) Toevoegen van een ACE-remmer of, als die niet wordt verdragen, van een angiotensine-ii-antagonist (ARB). Let op: bij gebruik van een ACE-remmer (of ARB) en/of een diureticum dienen het serumkreatinine, egfr en het kaliumgehalte in het bloed steeds 10 tot 14 dagen na elke aanpassing van de dosering te worden gecontroleerd (zie ook NHG- Standaard CVRM). Na het bereiken van de onderhoudsdosering van de ACE-remmer (of ARB) en/of diureticum dienen deze nog een keer na 3 en 6 maanden te worden gecontroleerd en daarna elk jaar. Indien bij controle: stijging serumkreatinine <10% doorgaan stijging serumkreatinine 10% - 20% na 2 weken nogmaals controleren stijging serumkreatinine > 20% STOP Stap 3 Toevoegen van een calciumantagonist bij onvoldoende effect op de bloeddruk en maximale dosering medicatie stap 2. Bij patiënten met microalbuminurie wisselt de volgorde van stap 1 en 2! 18

19 Stappenplan behandeling microalbuminurie: Bij een levensverwachting van minimaal tien jaar wordt jaarlijks gecontroleerd op (micro)albuminurie (zie pagina 7). Indien er sprake is van een (micro)albuminurie wordt er, ongeacht de hoogte van de bloeddruk, behandeld met een ACE-remmer of bij niet verdragen een ARB. Na drie maanden effect behandeling op de (micro)albuminurie controleren. Behandeling stoornis lipidenspectrum: Wanneer het LDL > 2.5 mmol/ l is (of triglyceriden > 4.5 mmol/ l, als het LDL door een hoog triglyceridengehalte niet te berekenen is) wordt behandeling met een statine geadviseerd. Bij jonge patiënten met een gunstig risicoprofiel en een HbA1c < 53 mmol/mol kan worden overwogen een hogere behandelgrens te hanteren of de behandeling, uit te stellen tot latere leeftijd (niet rokende vrouw < 60 jaar en man < 50 jaar, geen (micro)albuminurie) Bij patiënten met een LDL < 2.5 mmol/l kan een sterk verhoogd risico (bijvoorbeeld slechte metabole controle, nierfunctiestoornis, sterk belaste familieanamnese of clustering van risicofactoren) toch voldoende risico zijn om een statine te overwegen. Bij een persisterende verhoging van het triglyceridengehalte ( > 4 mmol/l) bij goede glykemische instelling en na uitsluiten van alcohol abusus eventueel overleggen met de internist over andere behandelingsmogelijkheden. Bij triglyceriden > 10 mmol/l ondanks adequate statinetherapie, kan toevoeging van fibraten of nicotinezuur geïndiceerd zijn ter preventie van pancreatitis. Stappenplan behandeling stoornis lipidenspectrum: Start met simvastatine 40 mg Streefwaarde voor LDL-cholesterol is < 2.5 mmol/l Na 3 maanden wordt het nuchtere lipidenspectrum gecontroleerd. Indien de streefwaarde niet wordt gehaald: switch naar atorvastatine 20 of 40 mg of rosuvastatine 5 of 10 mg Verhoog dosering atorvastatine tot max. 80 mg of rosuvastatine max. 20 mg Reeds bekend met hart- en vaatziekte: Voeg eenmaal daags 80 mg acetylsalicylzuur of 100 mg carbasalaatcalcium toe bij diabetespatiënten met een cardiovasculaire aandoening die niet op grond van co morbiditeit (zoals atriumfibrilleren) of structurele hartafwijkingen in aanmerking komen voor antistolling (cumarinederivaat). Roken: Iedere patiënt die rookt, wordt ongeacht de hoogte van zijn cardiovasculair risicoprofiel, geadviseerd het roken te staken! 19

20 Overzicht contactmomenten POH (per keer 20 minuten) tijdens behandeling cardiovasculair risicoprofiel tijdens het eerste jaar na diagnosestelling: Afhankelijk van het aantal te behandelen risicofactoren voor hart- en vaatziekten: éénmalig, dan wel meerdere keren totdat een optimaal resultaat bereikt is m.b.t. risicoprofiel. Het aantal consulten tijdens dit eerste jaar zal sterk variëren van patiënt tot patiënt. Consultatie/ verwijzing internist: Bij triglyceriden > 4.0 mmol/l of LDL > 2.5 mmol/l ondanks therapie Streefwaarde bloeddruk wordt niet bereikt, ondanks toediening maximale dosis medicatie 20

21 Module II Bestaande/ stabiele diabetes (dieet/ orale medicatie) 21

22 II Controles beleid diabetes mellitus type 2 II.1 Drie maandelijkse controle praktijkondersteuner (20 minuten) Anamnese: Welbevinden Verschijnselen wijzend op hyper- en hypoglykemie Compliance m.b.t. voedingsadvies Compliance m.b.t. bewegingsadvies Compliance m.b.t. medicatie Psychosociaal welbevinden Lichamelijk onderzoek: Lichaamsgewicht Bloeddruk Voetonderzoek (zie bijlage Protocol voetzorg diabetes mellitus type 2) Bloedonderzoek: Nuchter bloedglucosewaarde (òf door patiënt zelf die morgen, of door assistente) Educatie: Zie tabel 3, pagina 11 Indien de volgende keer jaarcontrole: Laboratoriumformulier meegeven, met verzoek één week voor jaarcontrole bloed te laten prikken en ochtendurine in te leveren Voetonderzoek (zie bijlage Protocol voetzorg diabetes mellitus type 2) Aangepaste controle frequentie De aangegeven driemaandelijkse controles kunnen vier tot zes maandelijks worden bij stabiel ingestelde patiënten met een HbA1c <58 mmol/mol, RR syst <145 mmhg en LDL cholesterol <3 mmol/l. Wat betekent dat men deze streefwaardes bij deze individuele, stabiele patiënt geaccepteerd heeft. Uit onderzoek (Effimodi trial) is gebleken dat in dat geval frequentere controles geen meerwaarde hebben. Tussentijdse controles Het is belangrijk alle consulten en telefonische contacten met patiënten buiten de drie maandelijkse controle en jaarcontrole om, te noteren als tussentijdse controles in Portavita. 22

23 II.2 Jaarcontrole POH (20 minuten) Anamnese: Welbevinden Verschijnselen wijzend op hyper- en hypoglykemie Compliance m.b.t. medicatie, inventarisatie eventuele bijwerkingen Compliance m.b.t. voeding Compliance m.b.t. beweging Psychosociaal welbevinden Bespreken leefstijl: roken staken, alcohol (< 2E / dag) Eventuele visusproblemen Lichamelijk onderzoek: Lichaamsgewicht Middelomtrek Controle bloeddruk Voetonderzoek (zie bijlage Protocol voetzorg diabetes mellitus type 2) Bloedonderzoek: Nuchter glucose HbA1c Kreatinine + Kreatinineklaring Kalium: bij gebruik diuretica en/of ACE-remmer/ ARB Totaal cholesterol HDL-cholesterol LDL-cholesterol Triglyceriden (nuchter) Urine: Albumine/kreatinine-ratio in ochtendurine bij patiënten met een levensverwachting van minimaal 10 jaar; bij microalbuminurie urineweginfectie uitsluiten Educatie: Zie tabel 3, pagina 11 Fundusfotografie: Controlefrequentie 1x per twee jaar tenzij de beoordelend oogarts een frequentere controle nodig acht zoals bij milde afwijkingen 1x per jaar. Bij ernstige afwijkingen wordt patiënt verwezen naar de oogarts. De POH bewaakt dit proces 23

24 II.2 Jaarcontrole huisarts (20 minuten) Anamnese: Welbevinden Visusproblemen Angina pectoris Claudicatio intermittens Tekenen van hartfalen Sensibiliteitsverlies Pijn of tintelingen in de benen Eventuele tekenen van autonome neuropathie, zoals maagontledigingsproblemen of diarree Seksuele problemen: libidoverlies, erectieproblemen, verminderde lubricatie Depressie Nachtelijke apnoe ( 30% van de diabetes patiënten met overgewicht) Lichamelijk onderzoek: Onderzoek van hart, longen, abdomen en korte beoordeling conditie van onderbenen en voeten, conditie van het mond/ gebit. Bespreken van: Bevindingen praktijkondersteuner Laboratoriumuitslagen Wijzigingen in cardiovasculair risicoprofiel Vaststellen of zn. aanpassen en bespreken van de persoonlijke streefwaarden/ individueel zorgplan. Aanpassen van de medicatie aan de hand van deze streefwaarden, persoonlijke omstandigheden als beroep en aan eventuele bijwerkingen. Evaluatie bevindingen andere ketenzorg deelnemers. 24

Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het volledige protocol.

Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het volledige protocol. Insuline protocol Auteur: Kaderhuisarts diabetes Daniel Tavenier Datum: September 2014 Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het

Nadere informatie

Diabetes mellitus 2. Clara Peters, huisarts Mea de Vent, praktijkondersteuner

Diabetes mellitus 2. Clara Peters, huisarts Mea de Vent, praktijkondersteuner 1 Diabetes mellitus 2 Clara Peters, huisarts Mea de Vent, praktijkondersteuner 2 Inhoud Epidemiologie Diagnostiek en behandeling in de diabetesketenzorg in Nederland Wat doet de praktijkondersteuner binnen

Nadere informatie

DM Zorgprogramma. Zorggroep Chronos

DM Zorgprogramma. Zorggroep Chronos DM Zorgprogramma Zorggroep Chronos Voorwoord Voor u ligt het nieuwe diabeteszorgprogramma gebaseerd op de NHG standaard diabetes mellitus type 2 van oktober 2013. Het zorgprogramma is een update en herziening

Nadere informatie

Normale insulinewaarden in relatie tot maaltijden

Normale insulinewaarden in relatie tot maaltijden insulinetherapie Normale insulinewaarden in relatie tot maaltijden 70 Insuline (me/l) 60 50 40 30 20 Normale insuline waarden (gemiddeld) Maaltijden 10 0 0600 0900 12001500 1800 2100 2400 0300 0600 Tijdstip

Nadere informatie

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur DIABETES DAGBOEK E I G E N A A R D I A B E T E S D A G B O E K Naam Adres Contactpersoon Telefoon E-mail O V E R L E G Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Naam huisarts

Nadere informatie

NHG-Standaard. Richtlijnen diagnostiek

NHG-Standaard. Richtlijnen diagnostiek Richtlijnen diagnostiek Opsporing In Nederland is in 2003 bij ongeveer 600.000 mensen diabetes mellitus vastgesteld, wat neerkomt op een prevalentie van 36 mannen/1000 en 39 vrouwen/1000.15 De incidentie

Nadere informatie

Go diabetes bv Insuline protocol

Go diabetes bv Insuline protocol Go diabetes bv Insuline protocol Januari 2014 Auteur: D. Tavenier, kaderhuisarts diabetes 1 1. Inleiding... 3 2. Doelgroep en doelstelling... 4 3. Behandeling met insuline: de instelling... 5 4 Behandeling

Nadere informatie

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij Workshop voor apothekers en huisartsen (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij Diabetes Mellitus type 2 Voorbeeld Programma Maken van de ingangstoets Bespreking leerdoelen l

Nadere informatie

Protocol Ontregelde Diabetes Mellitus Patiënt

Protocol Ontregelde Diabetes Mellitus Patiënt Doel: Het op verantwoorde wijze telefonisch heldere afspraken maken over het bijreguleren van diabetespatiënten met een hyperglycemische of hypoglycemische ontregeling. Hyperglycemie: Een episode van een

Nadere informatie

DIABETES MELLITUS TYPE 2 PROTOCOL CELLO

DIABETES MELLITUS TYPE 2 PROTOCOL CELLO DIABETES MELLITUS TYPE 2 PROTOCOL CELLO Leiden November 2010 Mw. M. van Mierlo, praktijkverpleegkundige Mw. C. Gieskes, diabetesverpleegkundige Inhoudsopgave Inleiding 1. Werktraject bij CELLO voor patiënten

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij intensieve therapie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij intensieve therapie Zelfregulatie bij intensieve therapie ZELFREGULATIE BIJ INTENSIEVE THERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie bij intensieve insulinetherapie. Zelfregulatie is het zelfstandig

Nadere informatie

Paul van den Broek Huisarts / Kaderarts Diabetes Yvette van Kooten - Diabetesverpleegkundige. Samenvatting. Juni 2013

Paul van den Broek Huisarts / Kaderarts Diabetes Yvette van Kooten - Diabetesverpleegkundige. Samenvatting. Juni 2013 Paul van den Broek Huisarts / Kaderarts Diabetes Yvette van Kooten - Diabetesverpleegkundige Samenvatting Juni 2013 Orale medicatie Metformine 1 e keus (500, 850 en 1000 mg) Gunstig effect op morbiditeit

Nadere informatie

Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten

Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes die één of meerdere malen per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft

Nadere informatie

Protocol Diabetes Mellitus Type 2

Protocol Diabetes Mellitus Type 2 Protocol Diabetes Mellitus Type 2 Waterland, Zaanstreek en Midden-Kennemerland Versie juli 2015 Inhoud Inleiding... 3 Diagnostiek DM2... 4 Opsporing en screening... 4 Referentiewaarden glucose... 5 Beslisboom

Nadere informatie

Checklists. Uitneembaar katern, handig om mee te nemen

Checklists. Uitneembaar katern, handig om mee te nemen Uitneembaar katern, handig om mee te nemen Hoofdstuk 2 Zorgverleners bij diabetes type 2 21 Checklists Dit uitneembare katern bevat checklists over controles die bij goede zorg horen; tips voor communicatie

Nadere informatie

Wat te doen bij een hyperglycaemie 3 Zelfregulatie 3 Wat zijn de streefwaarden voor bloedglucose? 4 Aandachtspunten bij het bijreguleren 11 13

Wat te doen bij een hyperglycaemie 3 Zelfregulatie 3 Wat zijn de streefwaarden voor bloedglucose? 4 Aandachtspunten bij het bijreguleren 11 13 Bij een hyper is er een te hoge bloedglucose, vaak boven de 10 mmol/l. U kunt dezelfde waarschuwingssignalen ondervinden als in de periode voordat de diagnose werd gesteld. De meest opvallende verschijnselen:

Nadere informatie

Snelwerkende insuline analoog. Novorapid (aspart) Humalog (lispro) Apidra (glulisine)

Snelwerkende insuline analoog. Novorapid (aspart) Humalog (lispro) Apidra (glulisine) Wat gaan we doen Basiskennis diabetes Bijspuiten met 2-4-6-regel De zieke patiënt Verkeerde insuline gespoten etc. Een aantal doseringsadviezen Uitleg diabetesspreekuur.nl 2 Snelwerkende insuline analoog

Nadere informatie

Veneus plasma Normaal Glucose nuchter (mmol/l) < 6.1 Glucose niet nuchter (mmol/l) < 7.8 Impaired fasting glucose Glucose nuchter (mmol/l) 6.1 en < 7.0 (IFG) én (gestoord nuchter glucose) Glucose niet

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en intensieve therapie. Algemene informatie voor kind en ouders

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes en intensieve therapie. Algemene informatie voor kind en ouders Kind met diabetes en intensieve therapie Algemene informatie voor kind en ouders KIND MET DIABETES EN INTENSIEVE THERAPIE ALGEMENE INFORMATIE VOOR KIND EN OUDERS INLEIDING Je bent voor de behandeling van

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Diabetes: Starten met Insuline. Diabetes: Starten met Insuline. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur. 3.

Verdiepingsmodule. Diabetes: Starten met Insuline. Diabetes: Starten met Insuline. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur. 3. 1. Toelichting Deze verdiepingsmodule is gebaseerd op de NHG Standaard van maart 2006 (tweede herziening). In de toekomst zal 30 tot 40 procent van de patiënten met diabetes mellitus type 2 insulinetherapie

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis DE DIABETESZORG IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING Diabetes mellitus is een veel voorkomende chronische ziekte die gekenmerkt wordt door een te hoge bloedglucosewaarde.

Nadere informatie

3. Diagnostiek en risico-inventarisatie

3. Diagnostiek en risico-inventarisatie LEIDRAAD DIABETES_BINNENWERK-BSL_100 x 150 4-4 01-09-11 15:01 Pagina 1 3. Diagnostiek en risico-inventarisatie 3.1 Diagnostiek Indien een patiënt de klassieke symptomen van diabetes heeft, is de diagnose

Nadere informatie

Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie

Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie Diabetesvoorlichting Flexibele Insuline Therapie (met Humalog of Novorapid als maaltijdinsuline) Voordelen van Flexibele insuline therapie Er wordt een natuurlijk ritme nagestreefd van extra insuline aanbod

Nadere informatie

Dieetbehandelingsprotocol Diabetes mellitus (Elsevier)

Dieetbehandelingsprotocol Diabetes mellitus (Elsevier) Dieetbehandelingsprotocol Diabetes mellitus (Elsevier) Doelgroep Mensen met diabetes mellitus (Para)medische gegevens, ziektebeeld, diagnose Type 1 Sterk verhoogd glucose gehalte in het plasma van nuchter

Nadere informatie

Diabetes mellitus. De behandeling van diabetes mellitus

Diabetes mellitus. De behandeling van diabetes mellitus Diabetes mellitus Diabetes mellitus (suikerziekte) is een ziekte van de stofwisseling; hierbij zit er te veel glucose in het bloed Dat kan twee oorzaken hebben: bil type 1 diabetes maakt het lichaam niet

Nadere informatie

Zelfregulatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Zelfregulatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Zelfregulatie U heft suikerziekte (diabetes mellitus) en gebruikt daarvoor twee of vier maal per dag insuline. In overleg met uw arts heeft u besloten dat u zelf uw diabetes mellitus gaat regelen (zelfregulatie).

Nadere informatie

Interne Geneeskunde Diabetesverpleegkundigen

Interne Geneeskunde Diabetesverpleegkundigen Zelfregulatie voor mensen die drie keer per dag kortwerkende insuline voor de maaltijd en één keer (middel)langwerkende insuline spuiten en zo nodig bloedglucose verlagende tabletten gebruiken Zelfregulatie

Nadere informatie

Werkprotocol CVRM praktijkondersteuner en huisarts

Werkprotocol CVRM praktijkondersteuner en huisarts Werkprotocol CVRM praktijkondersteuner en huisarts Werkwijze risicoprofiel De huisarts verwijst de patiënt voor een inventarisatieconsult naar de POH (labformulier en evt. urineonderzoek bij antihypertensiva

Nadere informatie

Regionale Transmurale Afspraken - DM

Regionale Transmurale Afspraken - DM Diagnostiek Aanwijzingen voor ander type diabetes dan type 2 (o.a. LADA en MODY) Overweegt consultatie bij: 1. BMI < 27 kg/m2 2. Leeftijd < 25 jaar 3. Vroegtijdig falen orale medicatie 4. Diabetespakket

Nadere informatie

Basaal Plus. Wat te doen als langwerkende insuline toegevoegd aan orale medicatie niet meer afdoende is? Duodagen april 2011

Basaal Plus. Wat te doen als langwerkende insuline toegevoegd aan orale medicatie niet meer afdoende is? Duodagen april 2011 Basaal Plus Wat te doen als langwerkende insuline toegevoegd aan orale medicatie niet meer afdoende is? Duodagen april 2011 2 Toetsvragen Bij Insuline Resistentie bestaat er een afname in vrije vetzuur

Nadere informatie

Hypoglycemie bij kinderen en adolescenten met diabetes mellitus

Hypoglycemie bij kinderen en adolescenten met diabetes mellitus Hypoglycemie bij kinderen en adolescenten met diabetes mellitus Dr. G. Massa in samenwerking met de Kinder- en Jeugddiabetesteam Jessa Ziekenhuis Hasselt Hypoglycemie Definitie en voorkomen Oorzaken Symptomen

Nadere informatie

Diabetes Ketenzorg. Transmurale werkgroep diabetes

Diabetes Ketenzorg. Transmurale werkgroep diabetes Diabetes Ketenzorg Transmurale werkgroep diabetes H. Kole huisarts en kaderarts Zorggroep Almere H. van Houten internist, Flevoziekenhuis M. van Renselaar diabetesverpleegkundige, Flevoziekenhuis I. Beers

Nadere informatie

Nadere uitwerking (medische) behandeling en streefwaarden

Nadere uitwerking (medische) behandeling en streefwaarden Nadere uitwerking (medische) behandeling en streefwaarden Streefwaarden Met HVZ RR systole RR diastole RR systole > 75 jaar Totaal Cholesterol LDL Nuchter Glucose Kalium Creatinine < 140 mmhg < 90 mmhg

Nadere informatie

Als je diabetes hebt en ziek wordt

Als je diabetes hebt en ziek wordt Als je diabetes hebt en ziek wordt 1 Iedere infectie induceert insuline resistentie en daarmee verhoogde insuline behoefte Anticiperend beleid Diabetes patiënten waarschuwen voor ontregeling bloedsuiker

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij pomptherapie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zelfregulatie bij pomptherapie Zelfregulatie bij pomptherapie ZELFREGULATIE BIJ POMPTHERAPIE INLEIDING Deze folder geeft u algemene richtlijnen over zelfregulatie. Zelfregulatie is het zelfstandig aanpassen van de bolusinsuline aan

Nadere informatie

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich.

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich. Bijlage 1: samenwerkingsafspraken diëtisten binnen DBC CVRM GHC Uitgangspunten Cardio Vasculair Risico Management (CVRM) staat voor de diagnostiek, behandeling en follow-up van risicofactoren voor hart-

Nadere informatie

Regulatie van DM en hypertensie bij ouderen met chronische nierschade

Regulatie van DM en hypertensie bij ouderen met chronische nierschade Regulatie van DM en hypertensie bij ouderen met chronische nierschade Symposium Chronische Nierschade, MCHaaglanden, 29-10-2012 Anneke Boon, diabetesverpleegkundige / POH Eduard Scholten, internist-nefroloog

Nadere informatie

Versie 2.0. Beste huisarts/ praktijkondersteuner, In dit document vindt u een overzicht van wat het benchmark traject inhoud.

Versie 2.0. Beste huisarts/ praktijkondersteuner, In dit document vindt u een overzicht van wat het benchmark traject inhoud. Beste huisarts/ praktijkondersteuner, In dit document vindt u een overzicht van wat het benchmark traject inhoud. Benchmark bijeenkomst: De benchmark is een twee uur durende bijeenkomst waarbij de aanwezige

Nadere informatie

DIABETES JAARCONTROLE

DIABETES JAARCONTROLE DIABETES JAARCONTROLE 284 Inleiding U krijgt deze folder omdat voor u afspraken gemaakt zijn voor de diabetes jaarcontrole. Mensen met diabetes type 1 of type 2 kunnen op termijn te maken krijgen met complicaties.

Nadere informatie

Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten

Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten WWW.ZORROO.NL 1 Voorwoord Zorroo staat voor Zorggroep Regio Oosterhout & Omstreken. Wij zijn een organisatie die samen met uw huisarts en andere

Nadere informatie

Transmurale afspraken m.b.t. patiënten met Diabetes mellitus type 2

Transmurale afspraken m.b.t. patiënten met Diabetes mellitus type 2 Transmurale afspraken m.b.t. patiënten met Diabetes mellitus type onsultatie of verwijzing:. Twijfel over diagnose. Problemen bij *glycemische instelling *behandeling risicofactoren *behandeling complicaties

Nadere informatie

De poliklinische instelling van de insulinepomp

De poliklinische instelling van de insulinepomp De poliklinische instelling van de insulinepomp Inleiding. Je hebt Diabetes mellitus en gaat hiervoor een insulinepomp gebruiken. De kinderdiabetesverpleegkundige heeft je informatie gegeven over de instellingsfase

Nadere informatie

DIABETES KETENZORG ROHA 2015. Melanie Uytendaal, diabetesverpleegkundige Elise Kuipers, diёtist

DIABETES KETENZORG ROHA 2015. Melanie Uytendaal, diabetesverpleegkundige Elise Kuipers, diёtist . DIABETES KETENZORG ROHA 2015 Melanie Uytendaal, diabetesverpleegkundige Elise Kuipers, diёtist Pp PROGRpRAMM PROGRAMMA Kwaliteit en Ketenafspraken POH-er en diëtist 2015 Insuline-koolhydraatratio s Casuïstiek

Nadere informatie

Zorgprogramma GO diabetes BV

Zorgprogramma GO diabetes BV Zorgprogramma GO diabetes BV mei 2014 Auteur: Marjolein Hugenholtz Daniel Tavenier en kwaliteitscie GO diabetes bv 1 Inhoudsopgave 1. Doelstelling van de GO Diabetes BV 3 2. GO Diabetes BV is hoofdcontractant

Nadere informatie

Zorginkoopdocument 2012

Zorginkoopdocument 2012 Zorginkoopdocument 2012 2a Ketenzorg 0 Basisdocument (visie, uitgangspunten, Achmea Divisie Zorg en Gezondheid) 1 Basis Huisartsenzorg 2 Ketenzorg Inkoopvoorwaarden 3 Geïntegreerde Eerstelijnszorg Inkoopvoorwaarden

Nadere informatie

Diabeteszorg aan het eind van het leven.geen Standaard. Casuïstiek Nr. 1. Vervolg. Casuïstiek Nr. 2. Vervolg 14-6-2013

Diabeteszorg aan het eind van het leven.geen Standaard. Casuïstiek Nr. 1. Vervolg. Casuïstiek Nr. 2. Vervolg 14-6-2013 Diabeteszorg aan het eind van het leven.geen Standaard Drie patiënten, driemaal onzekerheid 1 2 Casuïstiek Nr. 1 Man, 85 jr, BMI: 28, Duur DM2:15jr Medicatie: 2dd 850 mg metformine HbA1c: 48 mmol/mol (6

Nadere informatie

Zelfregulatie voor mensen met diabetes die meerdere malen per dag insuline spuiten

Zelfregulatie voor mensen met diabetes die meerdere malen per dag insuline spuiten Interne Geneeskunde Diabetes Zelfregulatie voor mensen met diabetes die meerdere malen per dag insuline spuiten i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft u algemene en veilige

Nadere informatie

Toelichting op de jaarcontrole Voor mensen met diabetes mellitus

Toelichting op de jaarcontrole Voor mensen met diabetes mellitus Toelichting op de jaarcontrole Voor mensen met diabetes mellitus Afdeling interne geneeskunde Deze informatie is een aanvulling op de folder Jaarcontrole voor mensen met diabetes mellitus, die u heeft

Nadere informatie

Behandeling van diabetes type 2

Behandeling van diabetes type 2 Behandeling van diabetes type 2 Diabetes type 2 is de meest voorkomende vorm van diabetes: ongeveer negentig procent van de mensen heeft diabetes type 2. Hierbij is vaak sprake van een combinatie van factoren.

Nadere informatie

Zelfregulatie voor mensen met diabetes die combinatieinsuline

Zelfregulatie voor mensen met diabetes die combinatieinsuline Interne Geneeskunde Diabetes i Zelfregulatie voor mensen met diabetes die combinatieinsuline gebruiken Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Deze folder geeft u algemene en veilige richtlijnen

Nadere informatie

18-7-2011. Overzicht. Laboratoriumonderzoek bij de. NHG-Standaard -1. NHG-Standaard - 2. NHG-Standaard - 4. NHG-Standaard - 3

18-7-2011. Overzicht. Laboratoriumonderzoek bij de. NHG-Standaard -1. NHG-Standaard - 2. NHG-Standaard - 4. NHG-Standaard - 3 Overzicht Laboratoriumonderzoek bij de behandeling van type 2 DM. 1. Wat zegt de NHG-Standaard 2006? 2. Prof. Dr. Guy Rutten, huisarts en voorzitter DiHAG 3.Conclusies 7 e Langerhans symposium 14 / 16

Nadere informatie

Uitwerking insulinetherapie. Insuline

Uitwerking insulinetherapie. Insuline Uitwerking insulinetherapie Insuline Indien het niet (meer) lukt de glucosespiegels van patiënten met Diabetes Mellitus type 2 met orale bloedglucose verlagende middelen afdoende te reguleren - te valideren

Nadere informatie

Diabetes en Hypo- en hyperglycemie

Diabetes en Hypo- en hyperglycemie Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Injecteren 8 Diabetes en Hypo- en hyperglycemie Wat is diabetes Bij diabetes mellitus is de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog. Daarom

Nadere informatie

voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten

voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten voorbereiding op behandeling voor diabetespatiënten Inhoud 1. Behandeling s morgens: vanaf 24.00 uur nuchter... 3 2. Behandeling s middags: nuchter of licht ontbijt... 5 3. Behandeling s morgens: nuchter

Nadere informatie

Bepalingenclusters CVRM

Bepalingenclusters CVRM Bepalingenclusters CVRM Onderstaande clusters zijn afkomstig uit de HIS-tabel Bepalingenclusters en zijn in verschillende HIS en ingebouwd. De clusters zijn opgebouwd uit bepalingen uit de HIS-tabel diagnostische

Nadere informatie

Diabetes bij kwetsbare ouderen Dr. ST Houweling, kaderhuisarts. Waar gaat het over? De bejaarde. De ene bejaarde is de andere bejaarde niet...

Diabetes bij kwetsbare ouderen Dr. ST Houweling, kaderhuisarts. Waar gaat het over? De bejaarde. De ene bejaarde is de andere bejaarde niet... Diabetes bij kwetsbare ouderen Dr. ST Houweling, kaderhuisarts Waar gaat het over? Kwetsbare bejaarden: zin van goede glucoseregeling, bloeddrukbehandeling lipiden en bijv. funduscontrole 3 De bejaarde

Nadere informatie

NHG Standaard Diabetes Mellitus 2

NHG Standaard Diabetes Mellitus 2 Disclosure belangen spreker : Kees van der Made (apotheker te IJmuiden) NHG Standaard Diabetes Mellitus 2 Farmacotherapie (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

INTENSIEVE INSULINETHERAPIE

INTENSIEVE INSULINETHERAPIE INTENSIEVE INSULINETHERAPIE Op de diabetespolikliniek van het Sint Franciscus Gasthuis wordt gewerkt met verschillende insulinetherapieën. In deze folder wordt de intensieve insulinetherapie besproken.

Nadere informatie

DIABETESPLAN. Gegevens patiënt

DIABETESPLAN. Gegevens patiënt DIABETESPLAN Neem het diabetesplan altijd mee bij de eerstvolgende controle, zodat de praktijkondersteuner of huisarts aandacht aan uw vragen kan besteden en het overzicht kan aanvullen. Gegevens patiënt

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp Wat te doen bij ontregeling van een kind met diabetes mellitus en een insulinepomp WAT TE DOEN BIJ ONTREGELING VAN EEN KIND MET DIABETES MELLITUS EN EEN INSULINEPOMP INLEIDING Het toedienen van de juiste

Nadere informatie

Dokter wat heb ik. Casuïstiek workshop over de Multidisciplinaire richtlijn CVRM 2011

Dokter wat heb ik. Casuïstiek workshop over de Multidisciplinaire richtlijn CVRM 2011 Dokter wat heb ik Casuïstiek workshop over de Multidisciplinaire richtlijn CVRM 2011 Pretoets Zijn de volgende stellingen juist of onjuist? 1. De risicotabel geeft een schatting van het 10-jaarsrisico

Nadere informatie

Diabetes Mellitus. Toen en nu. 30 September 2015 Dr. M.G.A. Baggen Dr. M.P. Brugts

Diabetes Mellitus. Toen en nu. 30 September 2015 Dr. M.G.A. Baggen Dr. M.P. Brugts Diabetes Mellitus Toen en nu 30 September 2015 Dr. M.G.A. Baggen Dr. M.P. Brugts 2015 een jaar van Celebrations 2015 een jaar van Celebrations 1965-1980 Behandeling type-1 1 x daags insuline!! (varkens/rund)

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis Zwangerschapsdiabetes Begeleiding in het Refaja ziekenhuis ZWANGERSCHAPSDIABETES BEGELEIDING IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING waar het ziekenhuis, omdat tijdens heeft ontwikkeld. Zwangerschapsdiabetes

Nadere informatie

4 x daags insuline. Tips, trics, problemen. 11 april 2013

4 x daags insuline. Tips, trics, problemen. 11 april 2013 4 x daags insuline Tips, trics, problemen 11 april 2013 Randvoorwaarden insulinetherapie huisarts * Kennis en ervaring in huisartsenpraktijk bij huisarts en POH * Dietist * samenwerking diabetesverpleegkunde

Nadere informatie

Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik. Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis

Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik. Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis Wat is diabetes type 2? Diabetes type 2 komt veel bij ouderen voor. Vroeger werd deze vorm daarom ook wel ouderdomssuiker genoemd.

Nadere informatie

Fries Wisselprotocol CVRM

Fries Wisselprotocol CVRM Fries Wisselprotocol CVRM Basis Educatie Leefstijloptimalisatie: o matig alcoholgebruik o bewuste voeding waaronder zoutbeperking (tot 5 gram/dag) o stoppen roken o voldoende lichamelijke activiteiten

Nadere informatie

Adviezen voor sport en beweging bij diabetes

Adviezen voor sport en beweging bij diabetes Adviezen voor sport en beweging bij diabetes Inleiding Lichaamsbeweging is erg gezond, ook als u diabetes heeft. Wel gelden er bij diabetes een aantal adviezen rond sport en beweging. De diabetesverpleegkundige

Nadere informatie

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen 1. Toelichting op de module Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M01 van oktober 2013 (derde herziening). In de derde herziening van de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (2013) zijn wijzigingen

Nadere informatie

Diabetespoli. Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus

Diabetespoli. Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus Diabetespoli Zelfregulatie bij Diabetes Mellitus 1 Zelfregulatie is voor mensen met diabetes die: drie keer per dag (ultra)kortwerkende insuline spuiten voor de maaltijd en één keer langwerkende insuline

Nadere informatie

Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling

Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling In deze folder geven wij u als diabetespatiënt uitleg over de manier waarop u zich moet voorbereiden op een onderzoek of behandeling. De informatie

Nadere informatie

Zorginhoudelijke indicatoren over de kwaliteit van de diabeteszorg voor patiënten met diabetes type 2.

Zorginhoudelijke indicatoren over de kwaliteit van de diabeteszorg voor patiënten met diabetes type 2. Zorginhoudelijke indicatoren over de kwaliteit van de diabeteszorg voor patiënten met diabetes type 2. Nederlandse Diabetes Federatie 033-4480845 info@diabetesfederatie.nl Stationsplein 139 3818 LE Amersfoort

Nadere informatie

Het Diabetesteam. Meenemen voor de controle: Een dagboekje met recente dagcurves. Een lijst van de medicijnen die u gebruikt.

Het Diabetesteam. Meenemen voor de controle: Een dagboekje met recente dagcurves. Een lijst van de medicijnen die u gebruikt. Het Diabetesteam Vanwege uw diabetes bent u onder behandeling bij de internist. De internist werkt nauw samen met de diabetesverpleegkundige. In deze folder wordt beschreven wat het doel is van de behandeling

Nadere informatie

tijdens de bijeenkomst een persoonlijkee rapportage, met hierin een overzicht van hun praktijk ten opzichte van het gemiddelde van de regio.

tijdens de bijeenkomst een persoonlijkee rapportage, met hierin een overzicht van hun praktijk ten opzichte van het gemiddelde van de regio. Beste huisarts/ praktijkondersteuner, r, In dit document vindt u een overzicht van wat het benchmark traject inhoud. Benchmark bijeenkomst: De benchmark is een twee uur durende bijeenkomst waarbij de aanwezige

Nadere informatie

Het opzetten van een diabetesspreekuur

Het opzetten van een diabetesspreekuur Kwaliteitsproject AVG-opleiding Het opzetten van een diabetesspreekuur Luc Bastiaanse, november 2004 Inleiding Diabetes mellitus komt frequent voor in de huisartsenpraktijk. De prevalentie bedraagt 17

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap

Diabetes en zwangerschap Diabetes en zwangerschap DIABETES EN ZWANGERSCHAP Bij diabetes mellitus is er te veel glucose in uw bloed: de bloedglucosewaarde is te hoog. Diabetes kan al bestaan voordat u zwanger bent, er is dan sprake

Nadere informatie

(Systematische) diabeteszorg voor kwetsbare ouderen

(Systematische) diabeteszorg voor kwetsbare ouderen (Systematische) diabeteszorg voor kwetsbare ouderen thuis en in het verpleeghuis C. Nieuwenhoff, Specialist ouderengeneeskunde, Kaderarts geriatrische revalidatie. Avoord zorg en wonen, Etten-Leur Ouderen

Nadere informatie

Medicatiewijzer Diabetes mellitus type 2

Medicatiewijzer Diabetes mellitus type 2 Medicatiewijzer Diabetes mellitus type 2 Ze vindt hem zo schattig, maar ze weet niet dat m n medicijnen er inzitten Sylvia, 34 jaar Deze medicatiewijzer Diabetes Mellitus is voor mensen met Diabetes Mellitus

Nadere informatie

Diabetes mellitus VRAAG OVER UW MEDICIJNEN?? WWW.APOTHEEK.NL

Diabetes mellitus VRAAG OVER UW MEDICIJNEN?? WWW.APOTHEEK.NL Diabetes mellitus WAT IS DIABETES MELLITUS BEHANDELING: MEDICIJNEN EN DIEET WAT KUNT U ZELF DOEN WAT KAN UW APOTHEKER VUUR U DOEN ADVIES IN EEN PERSOONLIJK GESPREK INFORMATIE MEDICIJNEN OP RECEPT VRAAG

Nadere informatie

Diabetes les DDH. 18 Maart 2016 Sijda Groen/ Elvia Carbin Senior diabetesverpleegkundige

Diabetes les DDH. 18 Maart 2016 Sijda Groen/ Elvia Carbin Senior diabetesverpleegkundige Diabetes les DDH 18 Maart 2016 Sijda Groen/ Elvia Carbin Senior diabetesverpleegkundige Inhoud Patïenten casus Korte samenvatting: Wat is diabetes type 1, type 2. Ontstaan Steroïd geïnduceerde DM (iatrogene

Nadere informatie

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt 22 2.6 Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt 22 2.6 Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende Inhoud 1 Inleiding 7 11 Ontregelde diabetes mellitus en de werkwijze op de huisartsenpost 7 12 Contact op de huisartsenpost: verschillende patiënten, verschillende artsen 9 2 Hulpvragen rond diabetes mellitus

Nadere informatie

Diabeteszorg in de verpleeghuispraktijk

Diabeteszorg in de verpleeghuispraktijk Diabeteszorg in de verpleeghuispraktijk En de rol van de praktijkverpleegkundige Henk de Jong, specialist ouderengeneeskunde Agaath Bruin, praktijkverpleegkundige Diabeteszorg bij kwetsbare ouderen: Bron:

Nadere informatie

InEen/NHG Indicatoren DM-COPD-CVRM

InEen/NHG Indicatoren DM-COPD-CVRM InEen/NHG Indicatoren DM-COPD-CVRM De zorggroep heeft hard gewerkt om de Indicatoren sets van InEen en NHG gelijk te trekken. Na veel overleg met NHG en InEen is dit gelukt. Hieronder is een artikel te

Nadere informatie

NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2

NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 Tweede herziening Rutten GEHM, De Grauw WJC, Nijpels G, Goudswaard AN, Uitewaal PJM, Van der Does FEE, Heine RJ, Van Ballegooie E, Verduijn MM, Bouma M. Huisarts

Nadere informatie

Primaire preventie HVZ

Primaire preventie HVZ Primaire preventie HVZ Stel altijd een risicoprofiel op bij patiënten: met doorgemaakte HVZ, diabetes mellitus (DM), reumatoïde artritis (RA) of chronische nierschade met een belaste familieanamnese voor

Nadere informatie

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1)

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) Nederlandse Diabetes Federatie 033-4480845 info@diabetesfederatie.nl Stationsplein 139 3818 LE Amersfoort Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) De

Nadere informatie

Diabetesverpleegkundige

Diabetesverpleegkundige Interne Geneeskunde Diabetes Diabetesverpleegkundige i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Een diabetesverpleegkundige is een verpleegkundige die gespecialiseerd is in diabetes. Zij begeleidt

Nadere informatie

DIABETES MELLITUS TYPE 2 APELDOORNSE STANDAARD

DIABETES MELLITUS TYPE 2 APELDOORNSE STANDAARD DIABETES MELLITUS TYPE 2 APELDOORNSE STANDAARD Revisie 2014 1a. Opsporing De huisarts bepaalt de (bij voorkeur nuchtere) bloedglucosewaarde bij mensen met klachten of aandoeningen die het gevolg kunnen

Nadere informatie

5.1 Tabletten en andere medicatie. Metformine (merknaam Glucophage)

5.1 Tabletten en andere medicatie. Metformine (merknaam Glucophage) Hoofdstuk 5 Medicatie Diabetes mellitus wordt altijd met een dieet behandeld, maar ook met tabletten en/of insuline. Uw arts kiest, in overleg met u, de behandeling die bij u past. Bij niet of niet goed

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Diabetes mellitus en zwangerschap. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Diabetes mellitus en zwangerschap. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis Diabetes mellitus en zwangerschap Begeleiding in het Refaja ziekenhuis DIABETES MELLITUS EN ZWANGERSCHAP BEGELEIDING IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING U heeft diabetes en bent zwanger of wilt zwanger

Nadere informatie

Hypo- en hyperglycaemie

Hypo- en hyperglycaemie Hoofdstuk 4 Hypo- en hyperglycaemie 4.1 Inleiding Normaal schommelt het bloedglucosegehalte tussen 4 en 8 mmo/l. Bij mensen met diabetes mellitus is een waarde tussen de 4 en de 10 mmol/l acceptabel. Bij

Nadere informatie

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1)

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) Nederlandse Diabetes Federatie 033-4480845 info@diabetesfederatie.nl Stationsplein 139 3818 LE Amersfoort Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 1) De

Nadere informatie

Fries Wisselprotocol CVRM Auteurs: Wim Brunninkhuis, Martinus Fennema en Froukje Ubels, November 2014 Beheerder: Froukje Ubels

Fries Wisselprotocol CVRM Auteurs: Wim Brunninkhuis, Martinus Fennema en Froukje Ubels, November 2014 Beheerder: Froukje Ubels Fries Wisselprotocol CVRM Auteurs: Wim Brunninkhuis, Martinus Fennema en Froukje Ubels, November 2014 Beheerder: Froukje Ubels Basis Educatie Leefstijloptimalisatie: o matig alcoholgebruik o bewuste voeding

Nadere informatie

NHG-Standaard M01. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (Tweede herziening) Inhoudsopgave. Belangrijkste wijzigingen.

NHG-Standaard M01. NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (Tweede herziening) Inhoudsopgave. Belangrijkste wijzigingen. NHG-Standaard M01 Inhoudsopgave INLEIDING ACHTERGRONDEN Epidemiologie Complicaties RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK Opsporing Vaststellen van diabetes mellitus Risico-inventarisatie RICHTLIJNEN BELEID Voorlichting

Nadere informatie

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen! Nierschade April 2013 Leonie Tromp huisarts te Tilburg Kaderarts Hart- en Vaatziekten Kernboodschap Nierfunctiestoornissen en albuminurie Hart- en vaatziekten Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Nadere informatie

Diabetes en Hypo- en hyperglycemie

Diabetes en Hypo- en hyperglycemie Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Injecteren 6 Diabetes en Hypo- en hyperglycemie Wat is diabetes Bij diabetes mellitus is de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog. Daarom

Nadere informatie

Jaarcontrole voor mensen met diabetes mellitus

Jaarcontrole voor mensen met diabetes mellitus Jaarcontrole voor mensen met diabetes mellitus Afdeling interne geneeskunde U krijgt deze folder omdat er voor u afspraken zijn gemaakt voor een jaarcontrole. Mensen met Diabetes Mellitus type 1 en 2 (suikerziekte)

Nadere informatie

DIABETES MELLITUS. www.benuapotheek.nl

DIABETES MELLITUS. www.benuapotheek.nl DIABETES MELLITUS www.benuapotheek.nl DIABETES MELLITUS DIABETES MELLITUS (SUIKERZIEKTE) IS EEN STOFWISSELINGSZIEKTE WAARBIJ ER TE VEEL GLUCOSE IN HET BLOED ZIT. HIERDOOR KUNNEN BLOEDVATEN EN ZENUWWEEFSEL

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 D De werking van insuline en hypoglykemie/hyperglykemie

Hoofdstuk 5 D De werking van insuline en hypoglykemie/hyperglykemie Hoofdstuk 5 D De werking van insuline en hypoglykemie/hyperglykemie Duur 20 minuten Leerdoelen deelnemers De deelnemers weten Hoe insuline in het lichaam werkt Dat er verschillende soorten insuline zijn

Nadere informatie

Werkboek Diabetes en zelfregulatie

Werkboek Diabetes en zelfregulatie Werkboek Diabetes en zelfregulatie Inleiding Dit werkboek is bedoeld voor diabetespatiënten die in overleg met hun diabetesverpleegkundige gaan werken met zelfregulatie. Het doel van zelfregulatie is het

Nadere informatie