INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD"
  • Leo Vos
  • 2 jaren geleden
  • Aantal bezoeken:

Transcriptie

1 B-project interbestuurlijke samenwerking INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD VASTSTELLINGEN, BESLUITEN EN AANBEVELINGEN Prof. dr. Ellen WAYENBERG Prof. dr. Filip DE RYNCK Joris VOETS Rapport D/2006/10106/022 Maart 2007 algemeen secretariaat steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie vlaanderen PARKSTRAAT 45 BUS B-3000 LEUVEN BELGIE Tel: Fax:

2

3 Interbestuurlijke samenwerking in Vlaanderen: een exploratieve studie van een aparte bestuurlijke wereld Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen INHOUDSOPGAVE INLEIDING INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING: EEN WERKDEFINITIE VOOR EEN BREED VELD SAMENVATTING VAN HET KWANTITATIEVE ONDERZOEK HET TOT STAND KOMEN VAN DE INVENTARISATIE DE RESULTATEN VAN HET KWANTITATIEVE ONDERZOEK Inventaris per provincie: vaststellingen Algemene vaststellingen VASTSTELLINGEN UIT HET KWALITATIEVE ONDERZOEK VASTSTELLINGEN OP EEN PANORAMISCH NIVEAU Differentiatie: kracht of klacht? Een aparte bestuurlijke wereld Weinig overzicht, weinig inzicht Patronen in sectoren DE REGIO SPEELT MEE FORMELE EN JURIDISCHE ASPECTEN Formele kenmerken en de drie types Samenwerkingsovereenkomst Autonoom provinciebedrijf OCMW-verenigingen De vzw Sectorspecifieke publiekrechtelijke vorm Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden DE AANSTURING VAN DE IBS-VERBANDEN De keuzes in het voortraject Wie stuurt? Zelfsturende mandaten? Terugkoppeling en verantwoording Succes en falen IBS EN PRIVATE ACTOREN VLAAMSE OVERHEID EN / IN IBS Ratio s van de Vlaamse overheid De Vlaamse overheid als actor in gebieden De Vlaamse overheid als kadersteller Wayenberg, De Rynck & Voets I

4 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen De impact van BBB op IBS met de Vlaamse overheid PROVINCIALE OVERHEID IN IBS Motieven voor provinciale IBS - actie Toepassing op de focusregio s Steden buiten IBS GEMEENTELIJKE OVERHEID IN IBS Motieven bij kleine gemeenten Motieven bij grote gemeenten Secretarissen en managementteams: aan de zijkant VOORSTELLEN EN AANBEVELINGEN Het object van regelgeving Samenwerkingsovereenkomst als basis voor IBS Voorstellen naar de deelnemende besturen De samenwerking tussen provincie en gemeente: juridische vormen De samenwerking tussen de drie bestuursniveaus AANBEVELINGEN VANUIT HET ONDERZOEK LITERATUUR II B-project interbestuurlijke samenwerking

5 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen Inleiding In dit rapport brengen we vaststellingen samen over de interbestuurlijke samenwerking (IBS) in Vlaanderen en formuleren we een reeks besluiten en aanbevelingen. Bij het rapport horen twee belangrijke bijlagen die de essentie bevatten van het veldwerk dat we hebben verricht. In bijlage 1 1 is de inventaris van de IBS-verbanden opgenomen die we volgens onze beste informatie op dit moment kunnen voorstellen. In bijlage 2 2 zijn de uitvoerige bewerkte verslagen opgenomen van de twaalf focusgroepen: de negen focusgroepen in de drie focusregio s (de regiospecifieke) en de drie focusgroepen met mensen die actief zijn op lokaal, provinciaal en Vlaams niveau (de niveauspecifieke). Dit rapport opent het perspectief op een redelijk verborgen aspect van ons openbaar bestuur. Onze algemene aanbeveling is dat het wenselijk is om het debat over de IBS op een gestructureerde manier verder te zetten. Dit rapport geeft elementen voor de agenda van dat debat. We gaan er van uit dat deze verbanden van samenwerking aan belang zullen winnen. Hoofdoorzaak is de toenemende druk naar efficiënt en effectief bestuur waarbij het steeds meer noodzakelijk wordt om alle krachten te bundelen om maatschappelijke problemen aan te pakken of om ontwikkelingskansen zo goed mogelijk te benutten (Mandell 1999; Pierre & Peters 2005). 1. Interbestuurlijke samenwerking: een werkdefinitie voor een breed veld Interbestuurlijke samenwerking wordt in de bestuurs- en beleidskunde op uiteenlopende wijze gedefinieerd. (De Bruijn, 2003; Hendriks & Tops, 2003) Soms wordt er een erg brede invulling aan gegeven en fungeert samenwerking als koepelterm voor elk contact en interactie/raakpunt tussen besturen/organisaties. In andere gevallen wordt de invulling ervan verengd tot de praktijk waarbij verschillende besturen samen een specifiek project vorm geven en realiseren. Gegeven het scala aan definities van interbestuurlijke samenwerking is het belangrijk om duidelijk af te bakenen wat wij eronder begrijpen. In dit onderzoek gaat het bij interbestuurlijke samenwerking om verticale samenwerking tussen openbare besturen van verschillende bestuursniveaus, waarbij eventueel private partijen 1 Getiteld Kwantitatieve analyse, depotnummer D/2006/10106/23. 2 Getiteld Kwalitatieve analyse, depotnummer D/2006/10106/24. Wayenberg, De Rynck & Voets 1

6 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen kunnen betrokken zijn. De samenwerking van één bestuur zoals een provincie met één of meerdere private partijen zoals bedrijven is publiek-private samenwerking. Er moeten dus minstens twee besturen betrokken zijn van verschillende bestuursniveaus. Vormen waarbij alleen provincies of lokale besturen samenwerken nemen we niet op, al is duidelijk dat dit evenzeer interbestuurlijk is, bijzondere eigenschappen kent en bijzondere problemen geeft. De zuiver horizontale verbanden van interprovinciale of intergemeentelijke samenwerking vallen buiten dit onderzoek, al komen we daar terloops op terug omdat horizontale interbestuurlijke samenwerking niet altijd zo zuiver is als het vanuit formeel oogpunt lijkt. In intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kan de provincie in principe nog tot 20 % in het kapitaal participeren. Er zijn eveneens voorbeelden waarbij de provincie niet formeel participeert maar waarbij er in de feiten wel sprake is van samenwerking. In beide gevallen gaat het ook om verticale interbestuurlijke samenwerking. Wij richten ons in deze bijdrage primair op de samenwerking tussen besturen van de drie bestuursniveaus in Vlaanderen: het Vlaamse, provinciale en lokale niveau. Uiteraard werken deze besturen ook samen met federale, Europese en andere internationale overheden en doen ze dat soms in grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden, maar die andere overheden en die specifieke verbanden van samenwerking worden hier niet geviseerd. Samenwerking wordt in dit onderzoek begrepen als een vorm van georganiseerd partnerschap waarbij bestuursniveaus op een min of meer gelijkwaardige basis tot iets gemeenschappelijks komen. Partnerschap betekent dat tweezijdigheid de relatie tussen bestuursniveaus kenmerkt. Als een provinciebestuur een subsidie toekent aan een gemeente voor een jeugdcentrum spreken we niet over interbestuurlijke samenwerking. Eenrichtingsverkeer, binnen de doelstellingen van de provincie, domineert deze interactie. Tweerichtingsverkeer gericht op partnerschap is een basisvereiste om te kunnen spreken over interbestuurlijke samenwerking. Zo is ook de deelname van enkele gemeentelijke afgevaardigden aan een provinciale adviesraad evenmin in dit rapport opgenomen. Er is in het opzetten van het initiatief voor die adviesraad, in de dagelijkse aansturing en de uitwerking onvoldoende sprake van tweezijdigheid. Het tweerichtingsverkeer tussen besturen gericht op partnerschap kan verschillen in finaliteit en geeft zo aanleiding tot het onderscheiden van verschillende types van samenwerking. (Cigler, 1999; Mandell & Keast, 2006; Van Waarden, 1992) In deze bijdrage maken we een onderscheid tussen drie types. Overleg is een eerste type. Besturen die tot een overlegverband toetreden, engageren zich om informatie te verzamelen over hun eigen beleid en die informatie mede te delen aan andere besturen en vice versa. De finaliteit van het tweerichtingsverkeer in zo n samenwerkingsverband ligt dus in het onderling uitwisselen van informatie zodat besturen mekaar beter leren kennen. Een stap verder is de coördinatie. De betrokken besturen verzamelen dan informatie, leggen die via het samenwerkingsverband op tafel en de informatie 2 B-project interbestuurlijke samenwerking

7 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen die ze van elkaar verzamelen, gebruiken ze om hun eigen interne beleidsbeslissingen bij te stellen. De finaliteit van het tweerichtingsverkeer bij coördinatie is dan dat bestaande initiatieven, projecten en programma s van de samenwerkende besturen op mekaar worden afgestemd en dat er bij elk van de deelnemende partners gedragsverandering optreedt. De derde finaliteit van partnerschap, collaboratie, is dat de samenwerkende besturen gezamenlijk een doelstelling, programma of project opzetten en/of realiseren. Collaboratie betekent dat het samenwerkingsverband vanuit een eigen doelrationaliteit optreedt. Bij de drie varianten lijkt het ons redelijk realistisch te veronderstellen dat de samenwerking gepaard gaat met een vorm van een gestructureerd organisatieverband, zij het dat dit verband erg uiteenlopende configuraties kan hebben. Het kan zowel gaan om juridische verbanden als om feitelijke organisatieverbanden zonder juridisch statuut (op basis van een stuurgroep bijvoorbeeld). Het lijkt ons vanuit de omschrijving van tweezijdigheid logisch dat IBS bijna niet kan zonder een of andere vorm van organisatie met gemandateerden van verschillende bestuursniveaus. Het is geen harde voorwaarde maar het is toch een sterk afgeleid kenmerk vanuit de definitie. Werkdefinitie voor interbestuurlijke samenwerking: er is sprake van IBS indien zich tussen minstens twee besturen van verschillende bestuursniveaus tweerichtingsverkeer afspeelt dat gericht is op overleg, coördinatie of collaboratie en dat in de meeste gevallen vorm krijgt in een organisatieverband met gemandateerden van verschillende bestuursniveaus (politici en/of ambtenaren). 2. Samenvatting van het kwantitatieve onderzoek 2.1. Het tot stand komen van de inventarisatie In dit rapport zijn de resultaten opgenomen van de inventarisatie van de verbanden van interbestuurlijke samenwerking in het Vlaamse gewest. We hebben het over verticale samenwerkingsverbanden tussen bestuursniveaus: tussen lokale besturen (gemeenten en/of OCMW s) en provincie(s), tussen lokale besturen en Vlaamse overheid, tussen provincie(s) en Vlaanderen, tussen de drie bestuursniveaus samen (zie Figuur 1). Wayenberg, De Rynck & Voets 3

8 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen Figuur 1: Vier soorten interbestuurlijke samenwerkingsverbanden VERTICALE INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING = Gemeente(n)/ OCMW('s) Provincie(s) OF Gemeente(n)/ OCMW('s) Vlaamse Overheid OF Provincie(s) Vlaamse Overheid OF Gemeente(n)/ OCMW('s) Provincie(s) Vlaamse Overheid Zoals hierboven aangegeven hebben we het niet over de exclusief interlokale samenwerking die enkel tussen gemeenten of enkel tussen OCMW s gebeurt. We komen er wel op terug in de mate dat er in de praktijk ook provinciebesturen bij betrokken zijn, aangezien die samenwerkingsverbanden dan wel in onze definitie passen. We bekijken deze verbanden dan alleen vanuit hun IBS kenmerken. In de inventaris zijn sociale huisvestingsmaatschappijen opgenomen. Ze kwamen echter niet aan bod in het kwalitatieve deel (focusgroepen). De hoofdreden is dat de al ruime focus van het onderzoek het niet toeliet om deze sector met zijn heel eigen problematiek ook te behandelen. In de inventaris zijn de grote culturele infrastructuren wel opgenomen (type: Concertgebouw, Vlaamse Opera, NTG, ) maar deze problematiek is vanuit kwalitatief oogpunt ook niet afzonderlijk uitgewerkt. De inventarisatie is tot stand gekomen op basis van een zelf ontworpen typologie, deels gebaseerd op eerder SBOV-onderzoek (zie Tubex, Voets & De Rynck, 2005), en kan dienen als basis voor een elektronische databank. In de typologie zijn de voornaamste formele elementen opgenomen en is er ook aandacht voor de ambitie van het samenwerkingsverband. We hebben voor dat laatste drie types gebruikt, zoals hierboven al aangegeven: overleg, coördinatie en collaboratie. Bij overleg dient IBS alleen voor uitwisseling van informatie, bij coördinatie heeft IBS impact op het gedrag van de aparte actoren, bij collaboratie is IBS gericht op een eigen beleidsdoel en werken de partners daartoe samen. De inventarisatie is uitgewerkt in samenwerking met sleutelfiguren uit de provinciebesturen. Samen met hen gingen we na welke verbanden van IBS op hun grondgebied actief zijn, inclusief deze waarbij de provincie zelf niet betrokken is. Omdat deze oefening voor het eerst gebeurde, is het logisch dat deze eerste inventarisatie nog kinderziekten vertoont en dat er hier en daar wat ruis zit op de resultaten. Het uitwerken van de inventarisatie bleek een moeilijke klus. Ten eerste waren de organisatorische condities voor deze oefening niet in elke provincie in even goede mate aanwezig. De inventarisaties van West-Vlaanderen, Limburg en Vlaams- 4 B-project interbestuurlijke samenwerking

9 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen Brabant zijn daardoor steviger dan deze van Oost-Vlaanderen en Antwerpen. Ten tweede werd het begrip IBS bewust ruim gehouden om de inventarisatie vooraf niet te zeer te sturen en te zeer in te perken. Het resultaat is dat in sommige provincies soms verbanden zijn opgenomen die, achteraf bekeken, wellicht ook in de andere provincies bestaan. We hebben zelf deze inventarisaties achteraf in de mate van het mogelijke gecontroleerd op basis van eigen informatie en aanvullende contacten. We sluiten echter niet uit dat een nog kritischere lezing hier en daar tot uitval zal leiden van verbanden die bij nader inzien toch niet in deze inventarisatie thuis horen. We zijn echter overtuigd dat het om een beperkt staal gaat dat de resultaten alleen in de details kan beïnvloeden. De voornaamste verbanden zijn zeker in onze inventarisatie opgenomen. Naast de samenwerking met de provincies werd de inventarisatie van verbanden tussen lokale of provinciale besturen enerzijds en de Vlaamse overheid anderzijds uitgevoerd in samenwerking met de VVSG. Deze oefening bleek wel relatief eenvoudig omdat dit soort IBS beperkter voorkomt De resultaten van het kwantitatieve onderzoek We komen in de inventarisatie op een totaal van 372 verbanden van IBS die aan onze definitie beantwoorden. In de tabellen bij bijlage 1 zijn deze aantallen uitgesplitst per provincie Inventaris per provincie: vaststellingen Uit de inventarissen per provincie in bijlage 2 halen we enkele markante vaststellingen. West-Vlaanderen In de provincie West-Vlaanderen zijn er in totaal 81 IBS - verbanden geïnventariseerd. 43 % beweegt zich op de domeinen milieu & natuur en cultuur. 53 van de 81 verbanden (65 %) verenigen alleen provincie en één of meerdere lokale besturen (gemeenten en/of OCMW s). Aan meer dan de helft van de IBS verbanden (54 %) nemen private partners deel. Het overgrote deel zijn verbanden van collaboratie (80 %). 19 van de 81 verbanden zijn vzw s (23 %), 17 steunen op een overeenkomst (21 %) en 25 zijn alleen feitelijke verbanden (met een projectstructuur of overleggroep) (31 %). 41 van de 81 IBS verbanden steunen op Vlaamse regelgeving (51 %) en in 33 gevallen is de provincie de initiatiefnemer (41 %). Wayenberg, De Rynck & Voets 5

10 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen Oost-Vlaanderen In de provincie Oost-Vlaanderen zijn 51 IBS verbanden geïnventariseerd. De domeinen welzijn & gezondheid en cultuur domineren met respectievelijk 22 % en 20 %. 21 van de 51 IBS verbanden (41 %) verenigen alleen provincie en één of meerdere lokale besturen. In meer dan de helft van de gevallen (57 %) nemen private partners deel. Het samenwerkingstype van meer dan de helft van de IBS verbanden (55 %) bleef onbepaald. 17 van de 51 verbanden zijn vzw s (33 %), 7 steunen op een overeenkomst (14 %) en 13 zijn feitelijke verbanden (25 %). 16 van de 51 steunen op Vlaamse regelgeving (31 %), in 11 gevallen is de provincie de initiatiefnemer (22 %) maar ook hier is een grote categorie onbepaald (49 %). Limburg In de provincie Limburg zijn 120 IBS verbanden gecatalogeerd. Een relatief hoog aantal bewegen zich op het vlak van politie en veiligheid (20 %). Daarnaast domineren cultuur (17 %) en milieu en natuur (14 %). 78 van de 120 verbanden verenigen alleen provincie en één of meerdere lokale besturen (65 %). In 82 verbanden zitten private partners (68 %). De helft van de verbanden zijn collaboratief (50 %). Er zijn 23 vzw s (19 %), 27 verbanden gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst (23 %) en 59 zonder specifieke vorm (49 %). In 40 van de gevallen is de IBS het gevolg van Vlaamse regelgeving (33 %). In 63 van de 120 verbanden is de provincie de initiatiefnemer (53 %). Antwerpen In de provincie Antwerpen zijn 34 verbanden gevonden, vooral op het vlak van milieu en natuur (32 %). In 16 van de 34 verbanden werken alleen provincie en één of meerdere lokale besturen samen (65 %), in meer dan de helft (59 %) zetelen ook private partners. In de meeste gevallen gaat het om collaboratie (63 %). Er zijn 9 vzw s op het totaal (26 %), 8 verbanden gebaseerd op een overeenkomst (24 %) en 9 zonder specifieke vorm (26 %). 19 van de 31 verbanden komen voort uit Vlaamse regelgeving (56 %) en in de helft van de gevallen is de provincie de initiatiefnemer (50 %). Vlaams-Brabant In de provincie Vlaams-Brabant zijn 86 IBS verbanden geteld. Zij zijn in sterke mate actief op het vlak van milieu en natuur (19 %), mobiliteit (15 %), toerisme (13 %) en cultuur (10 %). 60 % van de IBS verbanden verenigen enkel provincie en één of meerdere lokale besturen. In 66 % van alle verbanden zetelen ook private actoren. Van 49 % van de IBS verbanden bleef het type samenwerking onbepaald, in 24 % van de gevallen ging het om collaboratie. In totaal zijn er 13 vzw s (15 %), 33 verbanden die steunen op een samenwerkingsovereenkomst (38 %) en 28 zonder specifieke vorm (33 %). In 26 % ligt Vlaamse regelgeving aan de basis en in 44 % van het totaal aantal IBS verbanden was de provincie de initiatiefnemer. 6 B-project interbestuurlijke samenwerking

11 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen Algemene vaststellingen De cijfers Over de provinciale inventarissen heen kunnen we enkele algemene vaststellingen formuleren. We telden in totaal 372 IBS verbanden. Figuur 2 maakt duidelijk dat het grootste aantal van deze verbanden geïnventariseerd is in de provincie Limburg (32 %) gevolgd door de provincies Vlaams-Brabant (23 %) en West-Vlaanderen (22 %) en tenslotte door de provincies Oost- Vlaanderen (14 %) en Antwerpen (9 %). Figuur 2: Relatief aandeel van elke provincie in het totaal aantal geïnventariseerde IBS verbanden % Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Ingeval van elk geïnventariseerd samenwerkingsverband werd gepeild naar het inhoudelijke domein/thema van de samenwerking. Van de 16 onderscheiden domeinen/thema s 3 doken er twee in alle provincies het meeste op: milieu & natuur en cultuur. Dit wordt ook duidelijk uit figuur 3 die laat zien dat beide domeinen samen goed zijn voor een aantal IBS verbanden in elke provincie dat varieert tussen ongeveer één derde en de helft van alle er geïnventariseerde verbanden. Verder valt op dat in de provincie Limburg het domein politie, veiligheid en openbare orde ook geldt als een uitschieter. En in de provincie Vlaams-Brabant komen dan weer de domeinen mobiliteit en toerisme veel meer aan bod dan in de andere provincies. Tot de domeinen die laag scoren in alle provincies op stuk van het aantal IBS verbanden behoren land- en tuinbouw, wonen en minderheden. 3 Het gaat om de volgende domeinen/thema s: cultuur; economie; land- en tuinbouw; mobiliteit; ruimtelijke ordening; welzijn en gezondheid; minderheden; jeugd; politie, veiligheid, openbare orde; onderwijs en vorming; milieu en natuur; sport, toerisme, wonen, beleidsdomeinoverschrijdend, varia. Wayenberg, De Rynck & Voets 7

12 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen Figuur 3: Relatief aandeel IBS verbanden per provincie op de domeinen milieu en natuur en cultuur Antwerpen Limburg Oost- Vlaanderen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Milieu en natuur Cultuur De geïnventariseerde IBS verbanden zijn per provincie ook uitgesplitst naar de erbij betrokken besturen. Daaruit valt voor elke provincie af te leiden dat het bij het grootste aandeel van die verbanden gaat om een samenwerking tussen de provincie en één of meerdere lokale besturen (gemeenten en/of OCMW s). Het aandeel van de samenwerkingsverbanden tussen de provincie, één of meerdere lokale besturen en de Vlaamse overheid ligt telkens lager en van samenwerking tussen enkel de provincie en de Vlaamse overheid is in alle provincies nog minder sprake. Figuur 4 visualiseert deze bevindingen. Figuur 4: IBS verbanden per provincie uitgesplitst naar de bij de samenwerking betrokken besturen Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Onbepaald Provincie, één of meer lokale besturen en Vlaamse overheid Provincie en Vlaamse overheid Provincie en één of meer lokale besturen Aan het merendeel van de geïnventariseerde IBS verbanden participeren private partners. Dit blijkt ook uit figuur 5 die per provincie het relatieve aandeel IBS verbanden weergeeft waarbij respectievelijk wel en geen private partners betrokken zijn. 8 B-project interbestuurlijke samenwerking

13 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen Figuur 5: IBS verbanden per provincie uitgesplitst naar betrokkenheid van private partners Geen private partners Private partners Antwerpen Limburg Oost- Vlaanderen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Wordt het totaal aantal geïnventariseerde IBS verbanden uitgesplitst naar het type van samenwerking, dan valt uit figuur 6 op dat het in bijna de helft van de gevallen gaat om collaboratie. Het type samenwerking is voor bijna een vierde van de geïnventariseerde verbanden onbepaald gebleven terwijl de resterende verbanden bijna evenveel gericht zijn op overleg als op coördinatie. Figuur 6: Totaal aantal IBS verbanden uitgesplitst naar type van samenwerking 23% 13% 15% Overleg Coördinatie Collaboratie Onbepaald 49% Voor elk IBS verband werd tijdens de inventarisatie ook gevraagd naar de formeel-juridische vorm ervan. Het antwoord op die vraag was telkens thuis te brengen in één van 14 antwoordcategorieën. 4 Dezelfde drie categorieën scoren in elke provincie het hoogst. Het gaat 4 In het bijzonder ging het om de volgende 14 categorieën: interlokale vereniging; projectvereniging; dienstverlenende/ opdrachthoudende vereniging; gewoon provinciebedrijf; autonoom provinciebedrijf; OCMW vereniging; Wayenberg, De Rynck & Voets 9

14 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen om de categorie van de vzw s, van de samenwerkingsovereenkomsten en de categorie geen die de feitelijke organisatieverbanden omvat. Figuur 7 laat zien dat deze drie categorieën samen ïn elke provincie goed zijn voor minstens 70 % van alle er geïnventariseerde IBS verbanden. Verrekend naar de in totaal 372 IBS verbanden, zijn er in totaal 81 vzw s (22 %) geteld, 92 verbanden die steunen op een samenwerkingsovereenkomst (25 %) en 134 feitelijke organisatieverbanden (36 %). Van 15 IBS verbanden is de formeel-juridische vorm onbepaald gebleven. Figuur 7: Relatief aandeel IBS verbanden per provincie die steunen op een samenwerkingsovereenkomst, die de formeel-juridische vorm van de vzw aannemen en die geen formeel-juridische vorm hebben Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Geen VZW Samenwerkingsovereenkomst Tijdens de inventarisatie is ook voor elk IBS verband gevraagd of er een bepaald regelgevend kader aan ten grondslag lag en zo ja, door wie dit kader was gecreëerd. Was dit kader in origine lokaal, provinciaal, Vlaams, federaal, Europees? Of had het nog een andere origine? Figuur 8 laat zien dat in elke provincie de IBS verbanden zonder regelgevend kader en die met een Vlaams kader als basis tezamen goed zijn voor meer dan 80 % van alle er geïnventariseerde IBS verbanden. Verrekend naar de in totaal 372 IBS verbanden, zijn er 181 die niet steunen op een specifiek regelgevend kader (49 %), 138 die steunen op een Vlaams kader (37 %), 16 met provinciale regelgeving als basis (4 %) en 27 die te maken hebben met regels vanwege de federale overheid (7 %) waarbij de provincie Limburg alleen al 12 van deze 27 verbanden telt. samenwerkingsovereenkomst; VZW; NV/CVBA; Vlaamse Openbare Instelling; Instelling van Openbaar Nut; sectorspecifieke publiekrechtelijke vorm; geen en onbepaald. 10 B-project interbestuurlijke samenwerking

15 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen Figuur 8: Relatief aandeel IBS verbanden per provincie zonder regelgevend kader en met Vlaamse regelgeving als basis Antwerpen Limburg Oost- Vlaanderen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Vlaams Geen Voor elk geïnventariseerd IBS verband is tenslotte ook gevraagd wie er het initiatief toe genomen heeft. Was dit de erbij betrokken lokale overheid, provincie, Vlaamse overheid? Of lag het initiatief bij verschillende van deze besturen samen of bij andere besturen (federale overheid, Europese overheid,...)? Op de vraag naar de initiatiefnemer van de IBS is in elke provincie voor een variërend aantal verbanden geen antwoord gegeven. Deze verbanden zijn buiten beschouwing gelaten in figuur 9 die duidelijk visualiseert dat in elke provincie dit bestuur zelf het meeste is geduid als initiatiefnemer van de er geïnventariseerde IBS verbanden. Verrekend naar de in totaal 372 IBS verbanden lag het initiatief in 162 gevallen bij de provincie (44 %), in 38 gevallen bij de Vlaamse overheid (10%), in 17 gevallen bij de lokale besturen (5 %) en in 12 gevallen bij de federale overheid (3 %). In 91 van de 372 verbanden (25 %) bleef de initiatiefnemer onbepaald. Figuur 9: Relatief aandeel IBS verbanden per provincie uitgesplitst naar initiatiefnemer Antwerpen Limburg Oost- Vlaanderen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Andere Tesamen Lokale overheid Provincie Vlaamse overheid Wayenberg, De Rynck & Voets 11

16 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen Commentaar Het aantal IBS verschilt toch behoorlijk naargelang de provincies (supra figuur 2), zelfs al is er wat ruis op de onderlinge vergelijkbaarheid. In Antwerpen en Oost-Vlaanderen ligt dat aantal duidelijk lager dan in de provincies West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant. Het hoogste aantal vinden we in Limburg. We vermoeden dat de morfologie van de provincies een rol speelt. Het is wellicht geen toeval dat zich net in Antwerpen en Oost-Vlaanderen de grootste stedelijke concentraties bevinden. Zoals hieronder nog zal blijken spelen de verhouding tussen gemeenten en de verhouding tussen steden en provincie zeker mee als variabelen die de oprichting bepalen van verbanden van IBS. Tussen stad en randgemeenten is IBS niet vanzelfsprekend en tussen stad en provincie evenmin. In dezelfde logica is te begrijpen dat Limburg en West-Vlaanderen hoog scoren. Hier zou het dan gaan om de aanwezigheid van in verhouding veel meer kleine gemeenten die onderling en in de relatie met de provincie een andersoortige verhouding ontwikkelen die eerder tot IBS aanleiding geeft. Vlaams-Brabant bevindt zich in een tussenpositie. De meeste verbanden van IBS vinden we in de domeinen van milieu en natuur en in de culturele sfeer. (supra figuur 3). De sterke aanwezigheid van milieu en natuur is te verklaren door een groot aantal programma s die in de voorbije jaren in het veld gezet zijn en het feit dat het gebiedsgericht werken zelf vrij sterk in het discours aanwezig is (Albrechts, Van Den Broeck, Verachtert, Leroy & van Tatenhove, 1999). Het is deel gaan uitmaken van de dominante beleidsagenda en heeft geleid tot nieuwe bestuursverbanden. In de Vlaamse regelgeving zelf zijn op dit domein enkele IBS-verbanden voorzien. De aanwezigheid van cultuur verrast wellicht meer. Dat veld lijkt de laatste jaren ook aan grondige veranderingen onderhevig, onder meer gestimuleerd door een reeks decreten die samenwerking en regionaal overleg aanmoedigen. Op beide domeinen zijn de provinciebesturen zelf zichtbaar aanwezig. De inventarisatie leert ons dat de provinciebesturen in zeer veel IBS betrokken partij zijn,(supra figuur 4). De samenwerkingsverbanden tussen gemeenten en de Vlaamse overheid of tussen provincie en Vlaamse overheid zijn daarentegen erg beperkt. Wat er zich op het intermediaire niveau afspeelt, daar spelen de provinciebesturen in mee. Dat blijkt ook bij de inventarisatie van de initiatiefnemers (supra figuur 9). Van de gevallen waarbij het initiatiefnemerschap bekend is, is de overgrote meerderheid dus het gevolg van provinciaal initiatief maar slechts in 16 van de gevallen valt dat samen met provinciale regelgeving. Ook in het geval van Vlaamse regelgeving, neemt de provincie dus vaak het initiatief. De analyse van de samenstelling toont dat private partners vaak in IBS participeren (supra figuur 5). Het gaat bij IBS dus vaak om PPPS, publiek-publiek-private samenwerking. Privaat betekent dan meestal maatschappelijke organisaties, private diensten of instellingen (weliswaar meestal werkend met publieke middelen). 12 B-project interbestuurlijke samenwerking

17 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen De federale overheid is vooral aanwezig in IBS-verbanden waarbij de gemeenten betrokken zijn: de lokale werkwinkels (met RVA en VDAB), de politie, de samenwerking tussen het OCMW en de federale overheid, Dit element is in het onderzoek op zich niet apart bestudeerd: het is wel duidelijk dat de lokale besturen op vele vlakken hinder ondervinden als gevolg van afstemmingsproblemen tussen de Vlaamse en de federale overheid. Die problemen worden vaak sterk op het veld ervaren maar vallen buiten het bereik van dit onderzoek. Het dominerende type IBS is dit van de collaboratie (supra figuur 6), al zit er op dit vlak wellicht ook wat ruis op de inventarisatie. We hebben uiteraard niet elk IBS-verband apart en in detail onderzocht. Bijgevolg is van bijna een vierde van de verbanden niet bepaald wat de status van de samenwerking precies is. Het is denkbaar dat bij de inventarisatie, die qua typologie eerder ruw was, soms te snel collaboratie werd ingevuld. Een andere oorzaak van de ruis is de mogelijkheid dat overleg en coördinatie verbanden van collaboratie bedekken. Bovendien zijn meerdere IBS-verbanden tezelfdertijd op verschillende niveaus van actie bezig: ze kunnen dus op de drie types tegelijkertijd scoren. In die gevallen plaatsten we de IBS bij de collaboratie. Met enige voorzichtigheid stellen we dus vast dat een meerderheid van IBS-verbanden een eigen organisatiedoel nastreeft dat verder gaat dan overleg en dan coördinatie. Ze komen evenwel lang niet allemaal tot dat niveau: soms is dat niet de bedoeling en is dat niet nodig, soms treden er problemen in de samenwerking op die verklaren waarom de IBS niet verder kan gaan. Drie organisatieverbanden worden het vaakst gebruikt (supra figuur 7), namelijk het feitelijke verband (36 %), de samenwerkingsovereenkomst (25 %) en de vzw-formule (22 %). Heel wat verbanden van IBS hebben dus geen formele juridische vorm maar steunen op een feitelijk samenwerkingsverband, eventueel gebaseerd op of geëxpliciteerd in een samenwerkingsovereenkomst. Op dit punt komen we hieronder nog uitgebreider terug. In nogal wat gevallen vinden verbanden van IBS, ook in vzw-vorm, hun oorsprong in Vlaamse regelgeving (supra figuur 8). De Vlaamse overheid gebruikt de formule zelf voor eigen doelen en legt ze geregeld ook op aan IBS-verbanden. Binnen de autonome belangensfeer van provincies en gemeenten worden eveneens IBS-verbanden in vzw-vorm opgericht, zonder dat de Vlaamse overheid daar invloed op uitoefent. In bijna de helft van de gevallen steunt het samenwerkingsverband op geen enkele regelgeving. 3. Vaststellingen uit het kwalitatieve onderzoek Het onderzoek over IBS bevatte naast de inventarisatie ook een kwalitatieve verdieping in drie regio s en op drie bestuursniveaus. In de Westhoek, het Leuvense en het Gentse werden Wayenberg, De Rynck & Voets 13

18 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen telkens drie focusgroepen van betrokkenen samengebracht: een focusgroep die de socioculturele materies bundelde, een focusgroep voor de fysieke inrichting (ruimtelijke ordening, recreatie, milieuzorg, ) en een focusgroep met experten uit de regio die een helikoptervisie op hun gebied hebben. De drie regio s werden bewust gekozen vanuit de hypothese dat de aard van het gebied en de aard van de verhoudingen in het gebied meespeelt in de totstandkoming en het functioneren van IBS. In de focusgroepen werd enerzijds een kwalitatieve inventarisatie gemaakt van feiten en ervaringen met IBS. Anderzijds werd nagegaan in welke mate een algemene evaluatie inzake IBS mogelijk was met het oog op behoeften en eventuele nood aan decretale regelingen. Daarnaast werden drie focusgroepen georganiseerd met sleutelfiguren uit de bestuursniveaus: een focusgroep met mensen uit het lokale niveau, een focusgroep met mensen uit het provinciale niveau en een focusgroep met mensen van de Vlaamse overheid. Hier stond de vraag centraal welke behoeften zij vanuit hun bestuursniveau detecteren, hoe zij de verbanden van IBS evalueren en in welke mate zij bepaalde regelingen noodzakelijk achten om dat IBSverkeer te regelen. In dit rapport worden de belangrijkste vaststellingen op basis van de focusgroepen behandeld. In bijlage 2 van dit rapport vindt de lezer een uitgebreid verslag van alle focusgroepen. Deze ruw bewerkte verslaggeving werd opgenomen omdat er naar ons aanvoelen veel interessant en origineel materiaal in zit dat best gedocumenteerd wordt voor de verdere discussie en voor de opvolging van dit project. Bovendien vindt de geïnteresseerde lezer daar voor heel wat IBSverbanden bijkomende detailinformatie. Informatie die specifiek was voor aparte verbanden van IBS hebben we in dit synthetische rapport uiteraard niet opgenomen. Via de focusgroepen werden meer dan 80 sleutelfiguren in het onderzoek betrokken (zie bijlage 2 voor samenstelling van focusgroepen). Zij werkten niet alleen mee in de focusgroepen zelf maar leverden vaak nuttige informatie voor het verbeteren van de inventaris. Dit ruime staal van sleutelfiguren betekent dat de stem van het veld behoorlijk in dit onderzoek doorklinkt. De focusgroepen zijn als methode van werken over het algemeen zeer nuttig geweest en naar ons aanvoelen waren ze ook zinvol voor de deelnemers zelf. Het waren leermomenten omdat discussie over deze materie nieuw was, allerlei ervaringen boven kwamen en werden geconfronteerd. Deze methodiek is voor het doel van dit project zeker een goede keuze gebleken. Deze betrokkenheid verdient voortzetting in een vervolgtraject van dit project. 14 B-project interbestuurlijke samenwerking

19 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen 3.1. Vaststellingen op een panoramisch niveau Vanuit de 12 focusgroepen komen we eerst tot enkele algemene vaststellingen die belangrijk zijn voor de toonzetting in dit rapport en voor verder debat Differentiatie: kracht of klacht? Bij dit onderzoek over IBS wisten we waar we begonnen maar niet waar we zouden eindigen. Er zijn immers bijzonder veel verbanden en interacties tussen bestuursniveaus waarvan er in de breedste zin veel als samenwerking kunnen worden gecatalogeerd. We zijn er van uitgegaan dat IBS een bepaalde organisatorische vorm krijgt op basis van gemandateerden van verschillende bestuursniveaus die met elkaar in een bepaalde structuur tot samenwerking komen volgens een van de drie types die we hebben onderscheiden. Die organisatorische vorm en structuur blijkt dan in de praktijk sterk gedifferentieerd te zijn: dat gaat van structuren met een volledig opgetuigde vzw tot lichte structuren zonder formeel juridisch kader en overwegend op basis van een samenwerkingsovereenkomst. Een belangrijk deel van de differentiatie heeft ook te maken met de grote sectorale diversiteit: van onderwijs tot milieuzorg, van wonen tot toerisme, van cultuur tot economische innovatie. De focus van dit onderzoek is generiek en eerder instrumenteel (IBS als bestuursvorm) ten opzichte van een inhoudelijk en substantieel zeer gediversifieerd veld, waarbij de aard van de samenwerkingsbehoeften maar ook de regelgeving en de culturen vaak sterk verschillend zijn. Het is belangrijk meteen aan te geven dat de manier van kijken naar deze differentiatie bepalend is voor de teneur van de aanbevelingen. Is differentiatie een kracht of een probleem? In de focusgroepen hebben we duidelijk vastgesteld dat de actoren de bestuurlijke differentiatie van IBS in overwegende mate een belangrijke waarde vinden en dat zij waarschuwen voor al te uniformerende en modelmatige ingrepen in dit complexe veld Een aparte bestuurlijke wereld IBS is een bestuurlijke wereld op zich, veelal uit het zicht van de schijnwerpers. Het zijn vooreerst bestuursverbanden die zelden de openbaarheid halen, ze bevinden zich in de luwte van de publieke aandacht. Met een aparte wereld bedoelen we ook dat wat er gebeurt als mensen van verschillende bestuursniveaus met elkaar proberen samen te werken een specifiek en eigen segment is van het openbaar bestuur. We zien er ambtenaren en politici immers functioneren in een aparte wereld. Ze gedragen zich gedeeltelijk buiten de routines die eigen zijn aan hun bestuur en er zijn codes die zich in die IBS-verbanden zelf ontwikkelen. Het gaat hier immers om externe contacten met collega s van autonome bestuursverbanden met hun Wayenberg, De Rynck & Voets 15

20 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen eigen cultuur en eigen regels. Dat alles schept een ruimte tot handelen die heel anders is dan de interne relaties met de eigen diensten en de collega s in het eigen bestuur. Het is een wereld met eigen handelingsrepertoires gericht op communicatie, overleg, strategie, diplomatie, Het zijn vaak verbanden waarin zich ook handelingsdoelen ontwikkelen terwijl de interactie bezig is: doelen worden onderhandeld of verschuiven binnen de werking van de IBS. Er is doorheen al deze verbanden van IBS sprake van een fijnmazig verdicht netwerk van velerlei fora en overlegmomenten tussen leden van het openbaar bestuur en leden van het maatschappelijk middenveld of mensen die werken in de ruime publieke sector. Mensen van verschillende organisaties ontmoeten elkaar, wisselen informatie uit, leren elkaar beter kennen, We stellen vast dat dit een vorm is van zachte regulering tussen de bestuursniveaus. Het is een wereld van interactiviteit, van contact tussen personen die nuttige effecten heeft voor de goede werking van de publieke sector. IBS heeft meer nut dan de punctuele doelen van de samenwerking zelf, onder meer als smeerolie waarop de interbestuurlijke verhoudingen vlotter draaien. IBS komt voor verschillende behoeften en omwille van verschillende motieven tot stand. We krijgen de indruk dat behoeften zich een weg zoeken, welke ook de regeling is die hiervoor formeel wordt bedacht of welke filosofie ook achter een bepaalde regeling zit. Daar zijn dan misschien allerlei overwegingen over te maken vanuit rationele criteria, maar de aandrijving van verbanden van IBS is overwegend gestuurd vanuit de behoeften in het veld - een krachtige motivatie. IBS-verbanden zijn soms een platform voor bestuurlijke innovatie, in de zin dat ze soms andere vormen van omgang met beleidsproblemen ontwikkelen: met partners die dat voorheen niet waren, voor programma s of projecten die complex zijn en meervoudige samenwerking vergen, voor nieuwe en nog relatief onontgonnen problemen van het openbaar bestuur, soms innovatief op het vlak van de kijk naar problemen, de netwerking, de publiek-private samenwerking. IBSverbanden kunnen met andere woorden innovatief zijn op het vlak van de aard van de partners, de aard van de constructie, de aard van de problemen die ze aanpakken en de aard van de instrumenten die daartoe worden ingezet (financiële constructies, combinatie van personeel, ). In verbanden van IBS komt soms ook feitelijke coördinatie tot stand tussen bestuursniveaus of beter: tussen actoren van verschillende bestuursniveaus en soms ook tussen actoren van hetzelfde bestuursniveau, bijvoorbeeld tussen diensten van een gemeente, een provincie en de Vlaamse overheid. Deze feitelijke coördinatiestromen van onderop steunen op de fijnmazige contacten tussen actoren in het veld. Het is een functie van IBS die bij een algemene beoordeling naar waarde moet worden geschat. Die meerwaarde is evenwel niet gegarandeerd: soms doen IBS-verbanden ook dienst om de belangen van bepaalde diensten af te schermen en verschillende naast elkaar opererende IBS-verbanden kunnen ook nieuwe problemen van 16 B-project interbestuurlijke samenwerking

21 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen coördinatie veroorzaken, zeker als die verbanden naar grote en afgeschermde zelfstandigheid neigen Weinig overzicht, weinig inzicht Colleges, deputaties en de top van het management van gemeenten en provinciebesturen hebben weinig zicht op de activiteiten van hun bestuur in IBS - verbanden. Er is geen totaal overzicht van deze betrokkenheid of dat is beperkt tot een feitelijk overzicht van die besturen waar er een participatie of deelname is. Dergelijk totaaloverzicht is ook niet gemakkelijk te realiseren. De kennis over het functioneren van deze IBS en van de inbreng van het bestuur in IBS-verbanden zit bij individuen (schepenen, burgemeesters, gedeputeerden) en bij ambtenaren in diensten, telkens weliswaar beperkt tot die verbanden waar zij rechtstreeks bij betrokken zijn. Die kennis zit nauwelijks in de organisatie. Het is haast vanzelfsprekend dat er ook nauwelijks sprake is van een systematische opvolging of van evaluatie, al is dat verschillend per bestuur. Het is op dit moment nog onduidelijk wat de effecten kunnen zijn van de regelingen die in gemeente- en provinciedecreet voorzien zijn inzake interne controle en audit, inzake verzelfstandiging en deelname in verenigingen. Het zou kunnen dat deze nieuwe regels activerend werken om meer overzicht te krijgen en meer systematiek in de opvolging te brengen Patronen in sectoren De IBS-verbanden komen in alle sectoren voor maar de dominante patronen verschillen. In de sfeer van welzijn en gezondheid gaat het overwegend over samenwerkingsverbanden tussen gemeenten en provinciebesturen. De Vlaamse overheid participeert niet rechtstreeks maar maakt wel vaak het regelgevende kader en stelt eventueel subsidies ter beschikking. De kaderstellende positie (een vorm van meta-governance ) domineert. Die impact kan belangrijk zijn voor het functioneren van IBS. Daar komen we nog op terug. In de zogenaamde harde sectoren daarentegen zien we een ander dominant patroon. Met harde sectoren bedoelen we milieuzorg, ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur, De Vlaamse overheid combineert hier vaak meerdere rollen: ze geeft het kader aan, legt voorwaarden op, bepaalt dus vorm en inhoud maar is zelf vaak tezelfdertijd ook in deze IBS verbanden als actor meestal vertegenwoordigd door de buitendiensten. Op deze dominante patronen en combinatie van rollen komen we terug. Toerisme en daarmee verbonden recreatie vormen een domein waarop overwegend provincies en gemeenten actief zijn en de Vlaamse overheid is hier niet als kaderstellende overheid aanwezig. Wayenberg, De Rynck & Voets 17

22 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek bestuurlijke organisatie Vlaanderen 3.2. De regio speelt mee We organiseerden focusgroepen in drie regio s om na te gaan of, in welke mate en op welke manier regionale kenmerken een rol spelen in het tot stand komen en in de aard van de IBSverbanden. We hebben voldoende materiaal om aan te nemen dat de regionale factor inderdaad een belangrijke variabele is. Naast de differentiatie per sector speelt dus ook de differentiatie per regio. Waar in sommige regio s IBS-verbanden bestaan is dat elders niet zo en ook hun functioneren kan per regio verschillen, afhankelijk van de regionale patronen. De differentiatie speelt vooral door in de relatie tussen provinciebestuur en gemeenten. De verhouding provincie kleine gemeenten verschilt van deze met grotere centrumsteden. In de Westhoek zien we een vrij sterke coöperatieve sfeer tussen gemeenten en provincie. De afhankelijkheid van de kleine gemeenten is er immers groter. Omdat er in dit gebied vrij veel IBS-verbanden zijn tussen provincie en gemeenten, ingebed in een stevig professioneel uitgebouwde provinciale gebiedswerking, ontwikkelt zich in dit gebied een sterk netwerk tussen sleutelfiguren. Er vormt zich een bedding van contacten en communicatie waardoor ook een vermenigvuldiging van IBS-verbanden lijkt op te treden en een grotere verwevenheid tussen deze verbanden; dat versterkt bijkomend het karakter van een eigen wereld. In het Leuvense stelt de stad zich autonoom op, zowel in de verhouding met de gemeenten van het arrondissement als in de verhouding met het provinciebestuur. De afhankelijkheid van de stad in die verhoudingen is beperkt. Het provinciebestuur is relatief nieuw en zoekt via IBSverbanden ook haar profilering in de regio te versterken. Het is dan ook vaak de provincie die op IBS-verbanden aanstuurt. Het netwerk in de Leuvense regio lijkt minder dicht dan in de Westhoek. In het Gentse staan stad en provincie vooral los van elkaar. Zoals in de Leuvense regio heeft de stad de provincie in de meeste domeinen niet echt nodig. Waar toch IBS-verbanden met stad en provincie bestaan is dat vooral omwille van de verplichting in de regelgeving, omdat de provincie middelen op tafel wil leggen of omdat de gouverneur betrokken is. Van een partnerschap dat van onderuit groeit, zoals in de Westhoek, is nauwelijks sprake. Op de aard van de verhouding tussen provincie en kleinere gemeenten buiten het grootstedelijke gebied hebben we minder zicht. De regionale differentiatie speelt zeker mee in de verhoudingen tussen provincie en gemeenten. Over alle regio s heen komt IBS ook tot stand vanuit impulsen / verplichtingen vanwege de Vlaamse overheid. De formele kenmerken zijn dan identiek over de drie regio s heen maar de feitelijke interacties tussen provincie en gemeenten binnen deze op het eerste zicht identieke verbanden, zijn op hun beurt het product van die regionale differentiatie. 18 B-project interbestuurlijke samenwerking

23 Vaststellingen, besluiten en aanbevelingen 3.3. Formele en juridische aspecten In dit onderdeel evalueren we de verbanden van IBS vanuit de formele en juridische aspecten: we bekijken de samenwerkingsovereenkomst, het autonoom provinciebedrijf, de OCMWvereniging, de vzw, de specifieke publiekrechtelijke vormen en de vormen van intergemeentelijke samenwerking die kenmerken vertonen van IBS Formele kenmerken en de drie types Er is geen rechtlijnig verband tussen de drie types van IBS en de formele kenmerken. Men zou kunnen verwachten dat de nood aan juridische verbanden (bijvoorbeeld vzw) toeneemt naarmate de doelstellingen van de IBS ook zwaarder worden, van type 1 (overleg) naar type 3 (collaboratie). Uit de focusgroepen blijkt echter dat de lichte verbanden van IBS (overleg en coördinatie) soms ook een zware juridische vorm hebben al is dat voor de ambities en feitelijke werking (op dat moment) wellicht niet echt vereist. De verbanden van collaboratie waarbij het IBS een eigen finaliteit ontwikkelt, lijken dan eerder te combineren zijn met de oprichting van een rechtspersoon. Maar dit is evenmin een rechtlijnig verband. Er zijn heel wat verbanden zonder rechtspersoon die duidelijk collaboratief zijn. Deze vaststelling is in het kader van de discussie over regelgeving belangrijk: veel verbanden van collaboratieve IBS steunen op feitelijke samenwerkingspatronen. Een discussie die alleen gaat over de interbestuurlijke vzw s verengt dus het debat over IBS Samenwerkingsovereenkomst We hebben het hierboven al aangegeven: in de praktijk zien we heel wat verbanden van IBS die enkel steunen op een feitelijk samenwerkingsverband. Nu en dan hebben we wel vastgesteld dat respondenten hun samenwerkingsovereenkomst met bijvoorbeeld een vzw als het formele kenmerk van het IBS-verband hebben opgegeven. Hier kan dus enige vertekening optreden. Het instrument van de samenwerkingsovereenkomst blijkt populair, al kunnen we bij gebrek aan nulmeting niet met zekerheid stellen of er een groei is en hoe sterk die groei zou zijn. Deze samenwerkingsovereenkomsten worden vaak gekoppeld aan een lichte organisatorische vorm, zoals een stuurgroep ter opvolging van de overeenkomst. We stellen echter ook vast dat het instrument samenwerkingsovereenkomst een zeer uiteenlopende categorie van soorten overeenkomsten herbergt: naar vorm, naar inhoud, naar juridische draagwijdte, naar opvolging en evaluatie. Het gaat van geen overeenkomst, over heel lichte overeenkomsten die niet meer zijn dan enkele principes (en voor soms beperkte Wayenberg, De Rynck & Voets 19

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN K.U.Leuven Instituut voor de Overheid Universiteit Antwerpen Universiteit Gent Hogeschool Gent www.steunpuntbov.be INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN Ellen Wayenberg & Filip De Rynck Spoor Bestuurlijke

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD B-project interbestuurlijke samenwerking INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD KWANTITATIEVE ANALYSE Prof. dr. Ellen WAYENBERG Stefaan

Nadere informatie

Dr. Koenraad De Ceuninck Centrum voor lokale politiek Universiteit Gent

Dr. Koenraad De Ceuninck Centrum voor lokale politiek Universiteit Gent Dr. Koenraad De Ceuninck Centrum voor lokale politiek Universiteit Gent Interne staatshervorming Wat? Context? Doel? Regioscreening Wat? Doel? Evaluatie interne staatshervorming Uitgevoerd in opdracht

Nadere informatie

Actieplan Oostende. 1. Achtergrond

Actieplan Oostende. 1. Achtergrond Actieplan Oostende 1. Achtergrond Filip De Rynck (Hogeschool Gent) en Jim Baeten (tri.zone) begeleiden dit project. Gwenny Cooman is de interne coördinator voor Oostende. 2. Wat bedoelen we met participatiebeleid?

Nadere informatie

WORKSHOP 1: FOCUS VAN DE WORKSHOP Vertrekpunt: het decreet van 6 juli 2001. Doel: kick-off van die evaluatie

WORKSHOP 1: FOCUS VAN DE WORKSHOP Vertrekpunt: het decreet van 6 juli 2001. Doel: kick-off van die evaluatie K.U.Leuven Instituut voor de Overheid Universiteit Antwerpen Universiteit Gent Hogeschool Gent www.steunpuntbov.be WORKSHOP 1: INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN Dr. Ellen Wayenberg Spoor Bestuurlijke

Nadere informatie

Het provinciedecreet voert wel een nieuwheid in, nl. het budgethouderschap. (art. 154 e.v. Provinciedecreet)

Het provinciedecreet voert wel een nieuwheid in, nl. het budgethouderschap. (art. 154 e.v. Provinciedecreet) WERKINSTRUMENTEN VAN DE PROVINCIES VOOR HET VOEREN VAN HET PROVINCIAAL BELEID Het is de algemene regel dat de provincies de hun toevertrouwde opdrachten zelf uitvoeren via hun administratie. Veel van hun

Nadere informatie

SBOV II HRM & veranderingsmanagement. 6 oktober Ria JANVIER (Universiteit Antwerpen) HRM & veranderingsmanagement. HRM & veranderingsmanagement

SBOV II HRM & veranderingsmanagement. 6 oktober Ria JANVIER (Universiteit Antwerpen) HRM & veranderingsmanagement. HRM & veranderingsmanagement HRM & veranderingsmanagement Stand van het lokale personeelsbeleid en de aansturing ervan door de Vlaamse overheid Annie HONDEGHEM (K.U.Leuven) Nele PEETERS & Chiara DE CALUWÉ (Universiteit Antwerpen)

Nadere informatie

nr. 237 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 2 januari 2017 aan LIESBETH HOMANS Lokale besturen - Financieringsmogelijkheden

nr. 237 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 2 januari 2017 aan LIESBETH HOMANS Lokale besturen - Financieringsmogelijkheden SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 237 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 2 januari 2017 aan LIESBETH HOMANS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN,

Nadere informatie

Toekomst intergemeentelijke samenwerking Besturen is samenwerken

Toekomst intergemeentelijke samenwerking Besturen is samenwerken Toekomst intergemeentelijke samenwerking Besturen is samenwerken Ontmoetingsavond Leiedal 28 mei 2013 Harelbeke Mark Suykens, algemeen directeur VVSG vzw Samenleving in verandering 2 - VVSG - Evoluties

Nadere informatie

WIJ, SCHEPENEN VAN SPORT

WIJ, SCHEPENEN VAN SPORT WIJ, SCHEPENEN VAN SPORT TOP 5 : uitdagingen en kansen Afslanking provincies Sectorale subsidies in Gemeentefonds Clustering in Vrije Tijd Lokale Monitoring over vrije tijd en sport Bovenlokale sportinfrastructuur

Nadere informatie

WILLEN MAAR NIET KUNNEN? DE VERSTERKTE GEMEENTERAAD ONTRAFELD 20 MEI 2011

WILLEN MAAR NIET KUNNEN? DE VERSTERKTE GEMEENTERAAD ONTRAFELD 20 MEI 2011 K.U.Leuven, Instituut voor de Overheid Universiteit Antwerpen, Onderzoeksgroep Management en Bestuur Universiteit Gent, Centrum voor Lokale Politiek Hogeschool Gent, Departement Handelswetenschappen en

Nadere informatie

Uitnodiging. Werelddag van de stedenbouw. Over de grens: hoe samen ruimte maken? Dinsdag 17 november 2009, Stadsschouwburg Kortrijk

Uitnodiging. Werelddag van de stedenbouw. Over de grens: hoe samen ruimte maken? Dinsdag 17 november 2009, Stadsschouwburg Kortrijk Uitnodiging Werelddag van de stedenbouw Over de grens: hoe samen ruimte maken? Dinsdag 17 november 2009, Stadsschouwburg Kortrijk [ De Werelddag van de Stedenbouw is een grootschalige studiedag, georganiseerd

Nadere informatie

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant

BIJLAGE. Motivering van het voorliggende convenant BIJLAGE CONVENANT VRIJWILLIGERSWERK IN UITVOERING VAN HET PROTOCOL BETREFFENDE DE SAMENWERKING TUSSEN DE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN EN DE PROVINCIES TIJDENS DEZE LEGISLATUUR Motivering

Nadere informatie

I. Context (1) I. Context (2) Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales

I. Context (1) I. Context (2) Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales Prof. dr. Jan Wouters Maarten Vidal Instituut voor Internationaal Recht K.U. Leuven www.internationaalrecht.be

Nadere informatie

Betreft: draagwijdte van het machtigingsbesluit van de provincies (RN/IP/2007/002) Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna "het Comité");

Betreft: draagwijdte van het machtigingsbesluit van de provincies (RN/IP/2007/002) Het Sectoraal comité van het Rijksregister, (hierna het Comité); 1/6 Sectoraal comité van het Rijksregister Aanbeveling RR nr. 04/2008 van 7 mei 2008 Betreft: draagwijdte van het machtigingsbesluit van de provincies (RN/IP/2007/002) Het Sectoraal comité van het Rijksregister,

Nadere informatie

Lokaal loket kinderopvang. Resultaten enquête 2016

Lokaal loket kinderopvang. Resultaten enquête 2016 Lokaal loket kinderopvang Resultaten enquête 2016 Inleiding Doelstelling: kinderopvang als basisvoorziening Recht van elk kind/ elk gezin op een kwaliteitsvolle dienstverlening Opvang in voldoende mate

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

Wat doen de provincies inzake water?

Wat doen de provincies inzake water? Boudewijnlaan 20-21 B-1000 Brussel tel. 02-508 13 22 fax 02-502 46 80 e-mail: jeroen.mercy@vlaamseprovincies.be www.vlaamseprovincies.be Inhoud 1 De missie van de provincies inzake integraal waterbeleid...

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst tussen het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Interlokale Vereniging Kenniscentrum Vlaamse Steden

Samenwerkingsovereenkomst tussen het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Interlokale Vereniging Kenniscentrum Vlaamse Steden Vlaamse Gemeenschapscommissie Collegebesluit nr. 20162017-0802 23-05-2017 BIJLAGE Bijlage nr. 1 Samenwerkingsovereenkomst tussen het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Interlokale Vereniging

Nadere informatie

Vergrijzing. Impact en uitdagingen voor de lokale besturen

Vergrijzing. Impact en uitdagingen voor de lokale besturen Vergrijzing Impact en uitdagingen voor de lokale besturen Robert Petit Het departement Research van Dexia heeft een bijzonder interessante studie gepubliceerd voor de gemeentelijke beleidsvoerders die

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 26 september 2013 Toelichting Bevoegd deputatielid: Luk Lemmens Telefoon: 03 240 52 65 Agenda nr. 2/4 Provinciale initiatieven. Dienstverlenende vereniging IGEAN.

Nadere informatie

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 1. DOELSTELLING : ADVIES EN INSPRAAK BIJ HET LOKAAL CULTUURBELEID 1.1. Met het oog op de voorbereiding en de evaluatie van het

Nadere informatie

3. Wat is de specifieke aanpak voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

3. Wat is de specifieke aanpak voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 177 van MIRANDA VAN EETVELDE datum: 11 december 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT NEET-jongeren - Initiatieven NEET-jongeren (not

Nadere informatie

... Graydon studie. Faillissementen. November 2017

... Graydon studie. Faillissementen. November 2017 ... Graydon studie Faillissementen November 2017 1 december 2017 [Typ hier] [Typ hier] [Typ hier] Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure

Nadere informatie

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%.

STUDIE Faillissementen 1 december Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. STUDIE Faillissementen 1 december 2016 Maand november sluit af met stijging van 3,69% In Brussel een stijging van 25,17%. 1 september 2016 2 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding

Nadere informatie

Elektronische nieuwsbrief 14 februari 2008 Jaargang 4 - nummer 1

Elektronische nieuwsbrief 14 februari 2008 Jaargang 4 - nummer 1 Elektronische nieuwsbrief 14 februari 2008 Jaargang 4 - nummer 1 Deze nieuwsbrief is een initiatief van de Vlaamse overheid, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Afdeling Welzijn en Samenleving.

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

Niet-gebruik van en niet-toegang tot rechten

Niet-gebruik van en niet-toegang tot rechten Niet-gebruik van en niet-toegang tot rechten Elektronische gegevensuitwisselingen 28 april 2015 Henk Van Hootegem henk.vanhootegem@cntr.be 02/2012.31.71 Plan 1.Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid

Nadere informatie

Samenwerking in regio s en burensportdiensten

Samenwerking in regio s en burensportdiensten Samenwerking in regio s en burensportdiensten SPORTREGIO KEMPEN IV Samenwerking tussen 11 gemeenten Veel verschil tussen de gemeenten: Inwonersaantal Sportdienst - werking Beschikbare infrastructuur Goede

Nadere informatie

Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen

Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen Invoegbedrijven Maatregel Het programma invoegbedrijven beoogt de creatie van duurzame tewerkstelling voor kansengroepen binnen de reguliere economie. Aan ondernemingen die de principes van Maatschappelijk

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Iedereen mee, iedereen actief Reflecties over samenwerking tussen Vlaamse overheid en lokale besturen

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Iedereen mee, iedereen actief Reflecties over samenwerking tussen Vlaamse overheid en lokale besturen DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Iedereen mee, iedereen actief Reflecties over samenwerking tussen Vlaamse overheid en lokale besturen De theorie: conceptnota(2007) en ERSV decreet (2004) Het lokaal

Nadere informatie

nr. 274 van KURT DE LOOR datum: 17 december 2014 aan LIESBETH HOMANS Administratie Binnenlands Bestuur - Juridische adviezen

nr. 274 van KURT DE LOOR datum: 17 december 2014 aan LIESBETH HOMANS Administratie Binnenlands Bestuur - Juridische adviezen SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 274 van KURT DE LOOR datum: 17 december 2014 aan LIESBETH HOMANS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BINNENLANDS BESTUUR, INBURGERING, WONEN, GELIJKE

Nadere informatie

> KEN JE GEMEENTE EN GA ERMEE AAN DE SLAG!

> KEN JE GEMEENTE EN GA ERMEE AAN DE SLAG! > KEN JE GEMEENTE EN GA ERMEE AAN DE SLAG! > > DE GEMEENTE: WAT, WAAR, HOE EN WAAROM? Simpel gezegd is een gemeente een stuk grondgebied met een eigen bestuur, dat verkozen is door en verantwoording aflegt

Nadere informatie

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Doel en opzet Basisprincipes Voorbereidende werkgroepen Resultaat van de Staten-Generaal Vooraf

Nadere informatie

2. Graag een overzicht van de regionale tenders die werden uitgeschreven in de periode 2011 tot heden met vermelding van

2. Graag een overzicht van de regionale tenders die werden uitgeschreven in de periode 2011 tot heden met vermelding van SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 354 van EMMILY TALPE datum: 29 februari 2016 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT VDAB - Regionaal uitbestedingsbeleid inzake opleiding en

Nadere informatie

Resultaten bevraging van de Logo s. Suggesties voor een betere lokale samenwerking

Resultaten bevraging van de Logo s. Suggesties voor een betere lokale samenwerking Inleiding Resultaten bevraging van de Logo s Ondersteuning Logo s door de provincies Ondersteuning Logo s door de lokale besturen Suggesties voor een betere lokale samenwerking Bevraging in opdracht van

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. Actieplan flankerende maatregelen voor lokale besturen. Startschot voor de Vlaamse omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning. Actieplan flankerende maatregelen voor lokale besturen. Startschot voor de Vlaamse omgevingsvergunning Startschot voor de Vlaamse omgevingsvergunning De Montil, Affligem 14 november 2013 Omgevingsvergunning Actieplan flankerende maatregelen voor lokale besturen 1 voor lokale besturen Bij de tweede principiële

Nadere informatie

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be

Vlaanderen. is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN. Een nieuwe procesaanpak. www.complexeprojecten.be Vlaanderen is samenwerking COMPLEXE PROJECTEN Een nieuwe procesaanpak www.complexeprojecten.be U heeft het als bestuur of als private initiatiefnemer wellicht reeds meegemaakt. De opstart en uitvoering

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

STUDIE. Faillissementen januari 2017

STUDIE. Faillissementen januari 2017 STUDIE Faillissementen januari 2017 01/02/2017 Overname en gebruik van dit onderzoek wordt aangemoedigd bronvermelding Graydon Belgium. Deze brochure is louter ter informatie opgesteld. De gegevens zijn

Nadere informatie

Kwaliteitsvoorwaarden aanbod 'Arbeidsmatige activiteiten /arbeidszorg'

Kwaliteitsvoorwaarden aanbod 'Arbeidsmatige activiteiten /arbeidszorg' Kwaliteitsvoorwaarden aanbod 'Arbeidsmatige activiteiten /arbeidszorg' Voorstel vanuit de Ronde Tafel Arbeidszorg 1 Achtergrond Het decreet 'Werk- en zorgtrajecten' van 23 april 2014 wil een structureel

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Samenwerken over sectoren heen

Samenwerken over sectoren heen Samenwerken over sectoren heen Inhoud In deze workshop wordt de betekenis en de meerwaarde van samenwerken tussen verschillende organisaties uitgewerkt. We schetsen hoe zo n samenwerking kan evolueren,

Nadere informatie

egovernment in Vlaamse gemeenten

egovernment in Vlaamse gemeenten WORKSHOP 2: egovernment in Vlaamse gemeenten Sabine Rotthier Elke Boudry egovernment in kleine Vlaamse gemeenten Rapport Diffusie van ICT in kleine Vlaamse gemeenten. Rotthier, S., Boudry, E. & F. De Rynck

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014 INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING JURIDISCHE WENSDROOM OF RECHTSILLUSIE? WERKGROEP WELZIJN 7 februari 2014 Isabelle Van Vreckem Departement WVG (Vlaamse overheid) Interbestuurlijke relaties VL-provincies

Nadere informatie

Wat doen de provincies inzake platteland?

Wat doen de provincies inzake platteland? Boudewijnlaan 20-21 B-1000 Brussel tel. 02-508 13 22 fax 02-502 46 80 e-mail: jeroen.mercy@vlaamseprovincies.be www.vlaamseprovincies.be Inhoud 1 De missie van de provincies inzake plattelandsbeleid...

Nadere informatie

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries

BESTUURSMEMORIAAL VU.Hilaire Ost, Provinciegriffier, Provinciehuis Boeverbos, Koning Leopold III-laan 41, 8200, Sint-Andries INHOUD 23. PLP33 betreffende de jaarrekening 2002 van de politiezones. Algemene directie Directie Politiebeheer 24. Omzendbrief BA-2004/01 van 13 februari 2004 tot aanvulling van de omzendbrief BA-1998/01

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING

ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zitting 2008-2009 18 februari 2009 ONTWERP VAN DECREET betreffende de organisatie en erkenning van toeristische samenwerkingsverbanden TEKST AANGENOMEN DOOR DE PLENAIRE VERGADERING Zie: 1853 (2008-2009)

Nadere informatie

Intervisie Thema: evalueren van werking

Intervisie Thema: evalueren van werking Intervisie Thema: evalueren van werking Universiteit Gent Steunpunt Diversiteit & Leren Intervisie, 19 april 2013 Evaluatie van Brede School Evaluatie? Verschillende niveaus? Wie evalueert? Waarom evalueert

Nadere informatie

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Inleiding: hoe kwam dit memorandum tot stand. Het Lokaal overleg Kinderopvang Kortrijk is een door het stadsbestuur erkende adviesraad. Deze is samengesteld op basis

Nadere informatie

1. Hoeveel van de projecten die werden goedgekeurd werden inmiddels uitgevoerd?

1. Hoeveel van de projecten die werden goedgekeurd werden inmiddels uitgevoerd? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 67 van JORIS POSCHET datum: 23 oktober 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Bovenlokale sportinfrastructuur - Evaluatie Het wegwerken

Nadere informatie

Het vermoeden van verzelfstandiging, de weerlegging ervan en de gemeentelijke vzw: much ado about nothing? Rasschaert Advocaten

Het vermoeden van verzelfstandiging, de weerlegging ervan en de gemeentelijke vzw: much ado about nothing? Rasschaert Advocaten Het vermoeden van verzelfstandiging, de weerlegging ervan en de gemeentelijke vzw: much ado about nothing? Rasschaert Advocaten Wim Rasschaert maart 2010 Gent Hasselt Leuven Torhout Antwerpen Inhoudstafel

Nadere informatie

Attractie- barometer

Attractie- barometer Attractiebarometer Attractiebarometer Inlichtingen Sofie.wauters@toerismevlaanderen.be Marketing Office Tel +32 ()2 54 4 9 Verantwoordelijke uitgever: Peter De Wilde - TOERISMEVLAANDEREN Grasmarkt 61,

Nadere informatie

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING LOKAAL WOONBELEID CLUSTER IZEGEM (Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Oostrozebeke)

INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING LOKAAL WOONBELEID CLUSTER IZEGEM (Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Oostrozebeke) INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING LOKAAL WOONBELEID CLUSTER IZEGEM (Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Oostrozebeke) 1. UITGANGSPUNTEN VAN DE INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING LOKAAL WOONBELEID, CLUSTER Izegem.

Nadere informatie

De gemeente van de toekomst

De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst De gemeente van de toekomst Focus op strategie Sturen op verbinden Basis op orde De zorg voor het noodzakelijke Het speelveld voor de gemeente verandert. Meer taken, minder

Nadere informatie

Advies. Provinciedecreet. meer. en het. worden. 24 april Pagina 1

Advies. Provinciedecreet. meer. en het. worden. 24 april Pagina 1 Advies Algemene Raad i.s.m. Sectorraad Kunsten enn Erfgoed Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk 24 april 2013 Voorontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het decreett v.z.w.. de Rand

Nadere informatie

Extern verzelfstandigde agentschappen in privaatrechtelijke vorm Dr. Steven Van Garsse Manager Vlaams Kenniscentrum PPS Overzicht Inleiding Begrip Wanneer Welke vorm Statuut PEVA s praktisch Onderscheid

Nadere informatie

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld?

1. Op welke manier wordt deze samenwerking tussen steden/gemeenten, de VDAB en de bouwsector concreet ingevuld? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 420 van JAN HOFKENS datum: 6 maart 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT VDAB - Samenwerkingsverband BouwKan met bouwsector De bestaande

Nadere informatie

Toegankelijkheid huurdersbonden volgens verenigingen waar armen het woord nemen mei 2015

Toegankelijkheid huurdersbonden volgens verenigingen waar armen het woord nemen mei 2015 Netwerk tegen Armoede Vooruitgangstraat 323 bus 6-1030 Brussel / tel. 02-204 06 50 / fax : 02-204 06 59 info@netwerktegenarmoede.be / www.netwerktegenarmoede.be Toegankelijkheid huurdersbonden volgens

Nadere informatie

STADSREGIO S IN VLAANDEREN MET DE MOED DER WANHOOP. Filip De Rynck Universiteit Gent

STADSREGIO S IN VLAANDEREN MET DE MOED DER WANHOOP. Filip De Rynck Universiteit Gent STADSREGIO S IN VLAANDEREN MET DE MOED DER WANHOOP Filip De Rynck Universiteit Gent Verdichting regio Kortrijk 1910 Verdichting regio Kortrijk 1940 Verdichting regio Kortrijk 1960 Verdichting regio Kortrijk

Nadere informatie

ONTWIKKEL EEN GEZAMENLIJKE VISIE OP HET DUURZAAM BODEMGEBRUIK. Bijeenkomst XXX dag-maand-jaar, Locatie

ONTWIKKEL EEN GEZAMENLIJKE VISIE OP HET DUURZAAM BODEMGEBRUIK. Bijeenkomst XXX dag-maand-jaar, Locatie ONTWIKKEL EEN GEZAMENLIJKE VISIE OP HET DUURZAAM BODEMGEBRUIK Bijeenkomst XXX dag-maand-jaar, Locatie OPZET VAN DE PRESENTATIE Bodemvisie Waarom? Doel Middel Ingrediënten SPRONG Wie, wat, waarom? Het proces

Nadere informatie

ruimtelijk structuurplan provincie Limburg richtinggevend gedeelte richtinggevend gedeelte

ruimtelijk structuurplan provincie Limburg richtinggevend gedeelte richtinggevend gedeelte richtinggevend gedeelte Deel I: visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling informatief gedeelte richtinggevend gedeelte I II III IV V bindend gedeelte deel I. visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling

Nadere informatie

Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013

Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013 Infosessie Externe audit voor de lokale besturen Vrijdag 13/12/2013 samen groeien samen oogsten samen proeven Inhoud 1. Historiek 2. Ratio 3. Interne controle 4. Types van audit 5. Drieledig doel 6. Organisatie

Nadere informatie

Regioscreening. Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013

Regioscreening. Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013 Regioscreening Fase 2 evaluatie Turnhout 10 juni 2013 1 Regioscreening Agenda 1. Inleiding 2. Synthese zelfevaluatie 3. Debat Stadsregio Turnhout Tafelronde 4. Verder vervolg regioscreening 2 Regioscreening

Nadere informatie

Eén gezin één plan. Meer capaciteit en samenwerking in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp

Eén gezin één plan. Meer capaciteit en samenwerking in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp Eén gezin één plan Meer capaciteit en samenwerking in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp Inhoud De oproep Context en beleidskeuzes Finaliteit van de oproep: één gezin, één plan Samenstelling en uitbouw

Nadere informatie

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies

Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 19 juli 2007 Pendelarbeid tussen Gewesten en provincies Eén op de tien Belgen werkt in een ander gewest; één op de vijf in een andere

Nadere informatie

DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID

DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID PROVINCIAAL FIETSBELEID DE PROVINCIE ALS COÖRDINATOR FIETSBELEID De Vlaamse provincies namen de laatste jaren tal van initiatieven inzake fietsbeleid. Ze hebben de ambitie om uit te groeien tot het fietsbestuur

Nadere informatie

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen

Officieus gecoördineerde versie: oorspronkelijke tekst met opname van alle wijzigingen Opschrift Datum Gewijzigd bij Decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid 6 juli 2012 Decreet van 19 december 2014 houdende

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Naar een team Jeugd en Vrijetijdsparticipatie

Naar een team Jeugd en Vrijetijdsparticipatie Naar een team Jeugd en Vrijetijdsparticipatie Waarom was dit nodig? Structuur al 25 jaar ongewijzigd: wel steeds uitgebreid en aangebouwd, maar niet consequent, verkokerd Doelstellingen organisatie Modern

Nadere informatie

De impact van de bovenbestuurlijke beslissingen op de lokale fiscaliteit in Vlaanderen

De impact van de bovenbestuurlijke beslissingen op de lokale fiscaliteit in Vlaanderen Steunpunt Beleidsrelevant onderzoek Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen Spoor fiscaliteit De impact van de bovenbestuurlijke beslissingen op de lokale fiscaliteit in Vlaanderen Tussentijds overzicht van

Nadere informatie

Deel 1 : Ontvankelijkheidscriteria PDPO III MR OKW- SW (enkel voor de plattelandscoördinator en beheersdienst)

Deel 1 : Ontvankelijkheidscriteria PDPO III MR OKW- SW (enkel voor de plattelandscoördinator en beheersdienst) Deel 1 : Ontvankelijkheidscriteria PDPO III MR OKW- SW (enkel voor de plattelandscoördinator en beheersdienst) Naam project: Promotor + copromotor: Soort cofinanciering? PDPO III Maatregel OKW - samenwerking

Nadere informatie

b) Zo ja, hoeveel en om welke reden? Graag een opsplitsing van de cijfers per provincie.

b) Zo ja, hoeveel en om welke reden? Graag een opsplitsing van de cijfers per provincie. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 41 van EMMILY TALPE datum: 11 oktober 2016 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Duaal leren - Proefprojecten Uit het antwoord op vraag om

Nadere informatie

Netwerken in de gezondheids- en welzijnszorg. Nele Van Tomme Prof. dr. Joris Voets Prof. dr. Koen Verhoest

Netwerken in de gezondheids- en welzijnszorg. Nele Van Tomme Prof. dr. Joris Voets Prof. dr. Koen Verhoest Netwerken in de gezondheids- en welzijnszorg Nele Van Tomme Prof. dr. Joris Voets Prof. dr. Koen Verhoest Overzicht 1. Situering van het onderzoek 2. Belangrijkste bevindingen a) Succes- en faalfactoren

Nadere informatie

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3

Arbeid biedt een maatschappelijke meerwaarde ten opzichte van inactiviteit. 3 17 SOCIALE ECONOMIE 18 Sociale economie Iedereen heeft recht op een job, ook de mensen die steeds weer door de mazen van het net vallen. De groep werkzoekenden die vaak om persoonlijke en/of maatschappelijke

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2012

Sectoranalyse Horeca 2012 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen 2013 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie

Nadere informatie

Het speelveld van e-government

Het speelveld van e-government Het speelveld van e-government Freddy Deprez Leuven, 14 september 2007 Overzicht competitie of samenwerking alle heil komt van boven / van beneden Mensen of machines Processen in vraag stellen Laten we

Nadere informatie

Naar een sterker lokaal sociaal beleid Organisatie van het sociaal beleid na integratie gemeente-ocmw

Naar een sterker lokaal sociaal beleid Organisatie van het sociaal beleid na integratie gemeente-ocmw Naar een sterker lokaal sociaal beleid Organisatie van het sociaal beleid na integratie gemeente-ocmw Ronde van Vlaanderen 28/1/15 12/2/15 Hasselt, Gent, Torhout, Malle, Leuven Inhoud 2 - Vlaams regeerakkoord

Nadere informatie

STATUTEN CULTUURRAAD

STATUTEN CULTUURRAAD STATUTEN CULTUURRAAD 1. DOELSTELLING Art.1 Het Decreet op het lokaal en geïntegreerd Cultuurbeleid van 12 juli 2001 bepaalt dat de organisatie van advies en inspraak voor het cultuurbeleid een bevoegdheid

Nadere informatie

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid

Vertrek van je eigen brede kijk op jeugd en jeugdbeleid STAPPENPLAN fiche 4 Gericht gegevens verzamelen die je jeugdbeleid richting kunnen geven. Waarover gaat het? Het jeugdbeleid in jouw gemeente is geen blanco blad. Bij de opmaak van een nieuw jeugdbeleidsplan

Nadere informatie

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN Vergadering van 28 mei 2015 Verslag van de deputatie Bevoegd deputatielid: Peter Bellens Telefoon: 03 240 52 40 Agenda nr. 10/1 Europa. Beheers- en uitvoeringsovereenkomst Samenwerkingsprogramma

Nadere informatie

Convenant samenwerking Middelsee Gemeenten.

Convenant samenwerking Middelsee Gemeenten. Definitieve versie Convenant samenwerking Middelsee Gemeenten. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten het Bildt, Leeuwarderadeel, Ferwerderadiel en Menaldumadeel; Overwegende: - dat

Nadere informatie

Website Tijdelijk Gebruiken Frederik Serroen 23 februari 2016

Website Tijdelijk Gebruiken Frederik Serroen 23 februari 2016 Website Tijdelijk Gebruiken Frederik Serroen 23 februari 2016 1 De aanleiding Demografische uitdagingen en het capaciteits-vraagstuk was één van programma s in het meerjarenprogramma 2012 2016. Elk programma

Nadere informatie

CONVENANT BETREFFENDE EEN GEZAMENLIJKE AANPAK VAN OUDERENMIS(BE)HANDELING VOOR HET VLAAMSE GEWEST, DE VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE EN DE PROVINCIES

CONVENANT BETREFFENDE EEN GEZAMENLIJKE AANPAK VAN OUDERENMIS(BE)HANDELING VOOR HET VLAAMSE GEWEST, DE VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE EN DE PROVINCIES BIJLAGE Bijlage nr. 1 CONVENANT BETREFFENDE EEN GEZAMENLIJKE AANPAK VAN OUDERENMIS(BE)HANDELING VOOR HET VLAAMSE GEWEST, DE VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE EN DE PROVINCIES Tussen De Vlaamse overheid, vertegenwoordigd

Nadere informatie

POSITIEVE INTERVENTIE BRENGT GEDRAGSVERANDERING

POSITIEVE INTERVENTIE BRENGT GEDRAGSVERANDERING POSITIEVE INTERVENTIE BRENGT GEDRAGSVERANDERING in dit geval innovatiekracht Februari 2016 Involve Sophiaweg 89 6523 NH NIJMEGEN www.involve.eu contact met ons op voor afspraken over het gebruik 1 Veranderen

Nadere informatie

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD

INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD B-project interbestuurlijke samenwerking INTERBESTUURLIJKE SAMENWERKING IN VLAANDEREN: EEN EXPLORATIEVE STUDIE VAN EEN APARTE BESTUURLIJKE WERELD KWALITATIEVE ANALYSE Prof. dr. Ellen WAYENBERG Prof. dr.

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.3 - December 2009-517- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 60 van 29

Nadere informatie

STATUTEN LOKALE WELZIJNSRAAD TIELT

STATUTEN LOKALE WELZIJNSRAAD TIELT STATUTEN LOKALE WELZIJNSRAAD TIELT INLEIDING EN SITUERING In het lokaal sociaal beleidsplan Tielt voor de periode 2008-2013 worden onder Hoofdstuk 8: Participatie de beginselen vastgelegd voor de oprichting

Nadere informatie

4. Hoeveel zelfstandige kinderopvanginitiatieven stapten in 2013 en 2014 (cijfers tot september) uit het IKG-systeem?

4. Hoeveel zelfstandige kinderopvanginitiatieven stapten in 2013 en 2014 (cijfers tot september) uit het IKG-systeem? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 63 van ELKE VAN DEN BRANDT datum: 15 oktober 2014 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Zelfstandige kinderopvang - Evolutie Het decreet Kinderopvang

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT INTERSECTORAAL REGIONAAL OVERLEG JEUGDHULP WEST-VLAANDEREN

HUISHOUDELIJK REGLEMENT INTERSECTORAAL REGIONAAL OVERLEG JEUGDHULP WEST-VLAANDEREN HUISHOUDELIJK REGLEMENT INTERSECTORAAL REGIONAAL OVERLEG JEUGDHULP WEST-VLAANDEREN Inleidende bepaling Gebruikersparticipatie vormt een rode draad doorheen Integrale Jeugdhulp en de werking van het IROJ.

Nadere informatie

Aanvraag van een subsidie voor Oost- Vlaamse bovenlokale sportondersteuning

Aanvraag van een subsidie voor Oost- Vlaamse bovenlokale sportondersteuning Pagina 1 van 6 Aanvraag van een subsidie voor Oost- Vlaamse bovenlokale sportondersteuning Provincie Oost-Vlaanderen directie Sport en Recreatiedomeinen dienst Sport Gouvernementstraat 1-9000 Gent tel.

Nadere informatie

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen; Collegebesluit nr. 04/50 22 januari 2004 Besluit houdende goedkeuring van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de provincie Vlaams-Brabant voor de werking van het streekgericht bibliotheekbeleid

Nadere informatie

Sport en tewerkstelling van jongeren. Marc Theeboom / Joris Philips

Sport en tewerkstelling van jongeren. Marc Theeboom / Joris Philips Sport en tewerkstelling van jongeren Marc Theeboom / Joris Philips studie Kan sport bijdragen tot competentie-ontwikkeling voor kortgeschoolde jongeren, waardoor hun tewerkstellingskansen toenemen? initiatieven

Nadere informatie

Beleidsnota s Infosessies 24 en 26 mei 2016

Beleidsnota s Infosessies 24 en 26 mei 2016 Beleidsnota s 2018-2021 Infosessies 24 en 26 mei 2016 Agenda Leidraad beleidsnota s 2018-2021 Toelichting beoordelingscriteria Nieuw criterium stedelijkheid Begroting en de toelichting Vormvereisten Decreetswijzigingen:

Nadere informatie

VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ

VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ VISIE OP DAGBESTEDING EN WERK DICHTERBIJ Visie Dichterbij: Dichterbij schept voorwaarden waardoor mensen met een verstandelijke beperking: - leven in een eigen netwerk temidden van anderen - een eigen

Nadere informatie

Brussel, 10 september _AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen. Advies. Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen

Brussel, 10 september _AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen. Advies. Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen Brussel, 10 september 2003 091003_AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen Advies Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding...3 2. Krachtlijnen van het advies... 3 3. Advies...4 3.1.

Nadere informatie

De regionale impact van de economische crisis

De regionale impact van de economische crisis De regionale impact van de economische crisis Damiaan Persyn Vives Beleidspaper 11 Juli 2009 VIVES Naamsestraat 61 bus 3510 3000 Leuven - Belgium Tel: +32 16 32 42 22 www.econ.kuleuven.be/vives De regionale

Nadere informatie

Is dat dan geen indicatie dat wijk-werkers sowieso geen mensen uit de sociale economie verdringen?

Is dat dan geen indicatie dat wijk-werkers sowieso geen mensen uit de sociale economie verdringen? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 704 van EMMILY TALPE datum: 6 juli 2017 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Wijk-werken - Modaliteiten 1. Artikel 6 van het decreet betreffende

Nadere informatie

Statenmededeling aan Provinciale Staten

Statenmededeling aan Provinciale Staten Statenmededeling aan Provinciale Staten Onderwerp Voortgang streeknetwerken 2012-2014 Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van De voortgang van de streeknetwerken Aanleiding In de vergadering

Nadere informatie