Voedselpiramide. Maandag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voedselpiramide. Maandag"

Transcriptie

1 Maandag Voedselpiramide Laat de kinderen de stroken uitknippen (of knip deze zelf uit). Verdeel de stroken over de klas. Lukt het om per vier te gaan staan zodat het groepje samen een voedselpiramide vormt? Puzzel de piramide in elkaar. Bron: Natuurgebied Het Rood

2 Maandag Ingrediëntenlijst driegangenmenu Grasspriet Dennenappel Takje Mos Groot blad Eikel Steentje Bes Kastanje Klein blad

3 Dinsdag Dierenyoga in het bos Begin eerst met de boogiedans, om het lichaam helemaal los te maken. Ga allemaal rechtop staan. Schud voorzichtig met je benen. Eerst links dan rechts. Steeds een beetje meer. Laat je handen en armen meedoen. Vergeet ook je schouders en hoofd niet mee te bewegen. Schud je hele lichaam los en dans rond in het bos. Nu gaan we samen de zon groeten. Strek je helemaal uit. Steek je armen hoog in de lucht. Sta zo hoog mogelijk op je tenen. Zak daarna weer op je voeten en laat ook je armen wijd zakken, tot je handen de grond raken. In het bos staan natuurlijk heel veel bomen. Maak je zo lang als je kan en beeld je in dat je een boom bent. Je staat stevig in de aarde. Uit je voeten groeien wortels de aarde in. Je wortels nemen water en voedsel uit de aarde op. De stam loopt langs je enkels omhoog tot je hoofd. Voel hoe je takken verbonden zijn met je wortels. Je blaadjes ademen. Je groeit naar het licht. Adem rustig in en uit. Laat je blaadjes (je armen en handen) meewaaien met de wind. Beweeg op het ritme van de wind. Aan de bosrand zien we een kikker. Ga op de hurken zitten en plaats jouw handen tussen je benen op de grond. Wissel met een vriendje van plaats door een paar kikkersprongen te maken. In het bos wonen grote dieren, zoals het hert. Ga rechtop staan met de benen gespreid. Je linkervoet wijst naar voren en je rechtervoet opzij. Draai je lichaam naar rechts. Buig je rechterbeen naar voren. Beweeg je armen boven je hoofd en open je handen als een gewei. Natuurlijk vind je ook hele kleine dieren in het bos. Zo is er bijvoorbeeld de muis. Maak jezelf zo klein als een muisje door jezelf op te rollen. Blijf even liggen en luister naar de geluiden die het bos maakt. In het bos vind je ook heel wat egels terug. Ga nu op je knieën zitten en maak je opnieuw zo klein als je kan. Probeer de rug zo rond te krijgen dat het lijkt op de rug van een egel. Kijk om je heen: wat zie je rondom jou liggen op de grond? In het bos zien we veel vogels. Wandel rustig door het bos. Kies een plekje uit en blijf daar staan. Spreid je armen. Wapper als een klein vogeltje in een nestje. Nu het vogeltje wat ouder is, kan hij ook uit het nest. Zwier met wapperende armen door de ruimte. Verander langzaam in een grote vogel die met grote vleugels lange slagen maakt. Vlieg dan terug naar je plek.

4 Zet eens een boompje op! Wist je dat ook zaden een winterslaap houden? De zaden van onze inheemse boomsoorten zijn rijp in de zomer of in de vroege herfst. De meeste zaden wachten tot in het voorjaar om te ontkiemen. Ze houden als het ware een winterslaap: de kiemrust. Gelukkig maar, want de tere kiemplantjes zouden maar weinig kans maken om onze koude winter te overleven. Er bestaan twee vormen van kiemrust. Sommige zaden hebben een harde zaadhuid die wateropname verhindert. Zonder water kan het zaadje niet kiemen. Bij de warmere temperaturen in de lente wordt het bodemleven actiever. Schimmels en bacteriën helpen het zaadje dan om de harde zaadhuid zachter te maken. Hierdoor kan het jonge plantje water opnemen en kan de groei starten. Andere zaden bevatten dan weer een kiemremstof. Pas na een lange koude periode, bijvoorbeeld de winter, wordt die stof afgebroken. En dan zijn er natuurlijk ook nog een aantal zaden die beide methodes combineren. Kweek je eigen woudreus Het ene zaadje is het andere niet. Sommige boompjes hebben een strenge winter nodig, andere dan weer (veel) water. Soms zie je na enkele weken al een mini-boompje, en soms moet je enkele maanden wachten. Voor twee soorten krijg je hieronder alvast een stappenplan. Tamme kastanjes Tamme kastanjes herken je aan het pluimpje op de noot (de paardenkastanje heeft dit niet) en de groene bolster. Tamme kastanjes kiemen pas als ze denken dat de winter voorbij is. Gelukkig kan je ze ook foppen: wikkel ze in een natte doek en steek deze doek in een plastic zak in de diepvries. Na enkele weken zie je een worteltje verschijnen. Plant de kastanje met de wortel naar beneden en hou de aarde goed vochtig. Spoedig verschijnt er een takje met blaadjes uit de noot! Dinsdag Zet de plant in het zonlicht en geef regelmatig water. Je kan de verzamelde kastanjes ook rechtstreeks in een pot planten. Geef de pot voldoende water en laat deze buiten staan. Na de winter zullen de kastanjes kiemen. Opgelet: Niet alle kastanjes kiemen. Dat gebeurt in de natuur ook niet. Verzamel er voldoende, dan heb je zeker bij enkele noten succes. Wilg Helemaal anders is het om een wilg te planten. Je hoeft namelijk niet met een zaadje te beginnen. Zowat elke wilgentak die je in de grond steekt, schiet opnieuw uit. Het best neem je een zo recht mogelijke tak waarvan je alle zijtakken verwijdert. Als je een dikke tak gebruikt, dan heb je al meteen een redelijke boom. We noemen deze takken ook wel wilgenpoten. Let op onderstaande zaken. Neem een tak van een gezonde wilg. Planten kan zolang de sapstroom stilligt of met andere woorden: zolang de wilgen geen blaadjes hebben. Maak een (smalle) put van 60 tot 70 cm. Verwijder onderaan de wilgentak een deel van de schors, zo neemt hij makkelijker water op en vormt hij sneller wortels. Druk de aarde stevig aan zodat de wilgenpoot stabiel staat. In de lente verschijnen overal bladknoppen. Knijp de knoppen onderaan de stam uit, zodat de boom enkel aan de bovenkant groeit. Om de 5 jaar kan je jouw wilg helemaal knotten. Met dunnere wilgentakken (wilgentenen) kan je ook allerlei constructies bouwen die nadien beginnen leven. Online vind je heel wat tips voor dergelijke wilgentipi s of tunnels.

5 Dinsdag Origami stappenplan Stap 3: Vouw de rechter punt naar linksboven. Bloem Bron: Stap 1: Leg een vierkant blaadje voor je met een punt naar je toe. Vouw het papier dubbel van onderen naar boven. Stap 4: Vouw de onderste punt naar achteren. Stap 2: Vouw de linker punt naar rechtsboven.

6 Dinsdag Origami stappenplan Boom Bron: Stap 1: Leg een vierkant blaadje voor je met een punt naar je toe. Vouw het papier dubbel van onderen naar boven en weer terug. Maak de vouw alleen in het midden scherp. Stap 4: Vouw de bovenste schuine randen naar binnen. Stap 5: Vouw de linker en rechter punten naar binnen. Als je de boom nu al mooi vindt, kan je stap 6 en 7 overslaan. Stap 2: Vouw de punt bovenaan omlaag naar de middenlijn. Stap 6: Vouw de onderste schuine randen naar binnen. Stap 3: Vouw de punt onderaan iets omhoog. Stap 7: Keer het papier om van links naar rechts. Door de vouwen in stap 5 en 6 te veranderen, kan je allemaal verschillende bomen maken.

7 Dinsdag Origami stappenplan Stap 3: Vouw de linker en de rechter punten naar boven over de reeds gevouwde driehoek heen. Vos Bron: supercoloring.com: igami-step-by-step-instructions-of-a-fox-face?ver sion=print Stap 1: Leg een vierkant blaadje voor je met een punt naar je toe. Vouw het papier dubbel van onderen naar boven. Stap 4: Draai het vouwwerk om en breng de ogen en de neus van de vos aan. Stap 2: Vouw de punt bovenaan omlaag naar de middenlijn

8 Dinsdag Schrijfdans "De boom" Start met een aantal richtvragen: Als we naar een boom kijken, wat zien we dan allemaal? (takken, stam, bladeren...) Welke vruchten zouden er in de boom kunnen hangen? (appels, peren...) Doe nu de schrijfdans op papier. Alle kinderen krijgen een groot blad (A3). Het blad plak je vast op de grond of aan hun tafel, zodat het niet kan verschuiven. Elk kind neemt twee stiften, één in elke hand. Kies bij voorkeur voor groen en bruin. De kinderen voeren symmetrische bewegingen uit. Dat wil zeggen dat de boom er langs beide kanten quasi identiek zal uitzien. Geef de kinderen bij elke stap genoeg tijd. Laat hen ook bij elke stap de kleuren van hand wisselen. Begin met de boomstam. Nadien volgt het bladerdek. Teken daarna ook takken. Breng vruchten toe die in de boom hangen. Je kan ook bladeren tekenen die van de boom zijn gevallen. Begin met de bewegingsoefening in vrije ruimte, ga nadien over naar de oefening op papier. Doe de bewegingen zonder muziek. Maak steeds symmetrische bewegingen. Boom in groei uitbeelden: de kinderen zitten op hun knieën en maken een bolletje. Ze groeien langzaam uit tot een grote boom. De kinderen strekken zich helemaal uit. Stam uitbeelden: zwaai de armen 2x krachtig naar beneden. Takken uitbeelden: zwaai de armen 2x krachtig naar boven, 2x naar links en 2x naar rechts. Bladeren uitbeelden: maak draaiende arm- en handbewegingen. Appels uitbeelden: pluk de appels uit de boom: strek je zo hoog mogelijk uit en maak grijp- en plukbewegingen. Nadien breng je de appels in de mand op de grond: je maakt een diepe buiging. Herhaal alle bewegingen.

9 Wo ens da g Breng het dier naar het juiste nest. Foto credit Flickr ((CC BY-NC-ND 2.0) Foto credit Flickr (CC BY-ND 2.0) Foto credit Flickr (CC BY-NC-SA 2.0) Foto credit Flickr (CC BY-ND 2.0) Foto credit Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)

10

11

12

13 1 2

14 3 4

15 5 6

16 7 8

17 9 10