Digitale multimeter Model: en

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Digitale multimeter Model: en"

Transcriptie

1 Digitale multimeter Model: en

2 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE Lees deze instructies voor gebruik a.u.b. aandachtig door en bewaar ze voor toekomstig gebruik. Dit instrument is ontworpen en vervaardigd conform de normen G84793, lec , CAT III 600V, vervuilingsgraad 2 en dubbele isolatie. Controleer de meetsnoeren, de sondes en de isolatie van de behuizing vóór gebruik. Als u een defect of een abnormaliteit constateert of als u denkt dat het apparaat kapot is, stop dan onmiddellijk met het gebruik van het apparaat. Wanneer u de meetsondes gebruikt, houd uw vingers achter de vingerbeschermingsring. Gebruik de meter niet als de achterklep open is. Selecteer het geschikte testbereik voor metingen. Zorg ervoor dat alle invoeren minder bedragen dan het geselecteerde bereik, anders kan dit leiden tot elektrische schokken of schade aan de meter. Pas de stand van de bereikschakelaar niet aan tijdens metingen van de spanning of de stroom. Gebruik geen spanning van meer dan 600 V tussen de COM-aansluiting en de aarde. Wees extra voorzichtig wanneer u werkt met spanningen die hoger zijn dan 60 V DC of 30 V AC rms. Sluit de meter niet aan op spanningssignalen, wanneer de bereikschakelaar op het stroom-, weerstand-, diode- of continuïteitsbereik staat. Bij het meten van de stroom moet elke afzonderlijke meting korter zijn dan 10 seconden. Voor stroomwaarden boven 5 A moet de wachttijd tussen elke meting langer zijn dan 15 minuten. Wanneer er een meting voltooid is, koppel de meetsondes los van het geteste circuit. Vervang de batterijen zodra de indicator voor de lege batterij verschijnt op het scherm. Verwijder lege batterijen uit de meter of als de meter gedurende lange tijd niet gaat gebruikt worden. Combineer nooit oude en nieuwe batterijen of verschillende soorten batterijen. Gooi batterijen nooit in vuur en probeer gewone batterijen niet op te laden. Voordat u de batterij vervangt, schakel de meter uit en koppel alle meetsondes los. Schakel de meter na gebruik uit om de levensduur van de batterij te verlengen. CAT III: meetcategorie III dient voor metingen die uitgevoerd worden in gebouwinstallaties. Voorbeelden zijn metingen op verdeelborden, stroomonderbrekers en bedrading, zoals kabels, verzamelrails, aansluitdozen, schakelaars en stopcontacten in de vaste installatie en apparatuur voor industriële toepassingen en sommige andere apparatuur, zoals stationaire motoren met een permanente aansluiting op de vaste installatie. Gebruik alleen meetsnoeren en sondes die voldoen aan IEC en geclassificeerd zijn als CAT III 600 V. SYMBOLENGIDS Laag batterijniveau Aarding Waarschuwing Continuïteitszoemer AC DC Zekering Dubbel geïsoleerd Diode 2

3 INBEGREPEN Digitale multimeter Gebruikershandleiding Set meetsnoeren Temperatuursonde van het K-type (enkel ) FUNCTIES 1. POWER-knop 2. LCD-scherm 3. HOLD-knop 4. Bereikschakelaar 5. Ingangsaansluitingen BEDRIJFSPARAMETERS Omgevingstemperatuur 23º ± 5º Relatieve vochtigheid: 75% GELIJKSPANNING Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 200 mv 100 μv 2 V 1 mv 20 V 10 mv 200 V 100 mv 3 ± (0,5% + 1) 600 V 1 V ± (0,8% + 2) Opmerking: Ingangsimpedantie: 10 MΩ voor alle bereiken WISSELSPANNING Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 2 V 1 mv 20 V 10 mv 200 V 100 mv ± (0,8% + 3) 600 V 1 V ± (1,5% + 5) Opmerking: Ingangsimpedantie: 10 MΩ voor alle bereiken Frequentiebereik: 45 Hz Hz Overbelastingsbeveiliging: 600 Vrms of 850 Vpk-pk Scherm: gemiddelde waarde (kwadratisch gemiddelde van de sinusgolf)

4 WISSELSPANNING Nauwkeurigheid Bereik Resolutie μa 0,1 μa ± (0,8% + 1) N.V.T 2 ma 1 μa ± (0,8% + 1) 20 ma 10 μa N.V.T ± (0,8% + 1) 200 ma 100 μa ± (1,5% + 1) 10 A 10 ma ± (2,0% + 5) Opmerkingen: Overbelastingsbeveiliging. μa, ma-invoer: 500 ma/600 V Φ 6 x 32 mm. A-invoer: 10 A/600V Φ 6 x 32 mm. Maximale ingangsstroom: 10 A (bij een stroomsterkte van meer dan 5 A mag de meettijd niet langer zijn dan 15 seconden). Gemeten spanningsval: 200 mv voor het volledig bereik. WISSELSTROOM Bereik Resolutie Nauwkeurigheid μa 0,1 μa ± (1,0% + 3) N.V.T 2 ma 1 μa ± (1,0% + 3) N.V.T 20 ma 10 μa N.V.T ± (1,0% + 3) 200 ma 100 μa ± (1,8% + 3) 10 A 10 ma ± (3,0% + 5) Opmerkingen: Overbelastingsbeveiliging μa-, ma-invoer: 500 ma/600 V Φ 6 x 32 mm. A-invoer: 10 A/600V Φ 6 x 32 mm. Maximale ingangsstroom: 10 A (Bij een stroomsterkte van meer dan 5 A mag de meettijd niet langer zijn dan 10 seconden en moet de wachttijd tussen elke meting langer zijn dan 15 minuten). Gemeten spanningsval: 200 mv voor het volledig bereik. Scherm: gemiddelde waarde (kwadratisch gemiddelde van de sinusgolf). 4

5 WEERSTAND Bereik Resolutie Nauwkeurigheid Ω 0,1 Ω ± (1,2% + 2) 2 kω 1 Ω 20 kω 10 Ω 200 kω 100 Ω ± (1,0% + 2) 2 MΩ 1 kω ± (1,2% + 2) 20 MΩ 10 kω ± (1,5% + 2) 200 MΩ 100 kω ± [5,0% (meting - 10) + 10)] N.V.T Opmerkingen Nullastspanning: 700 mv (de nullastspanning is ongeveer 2,9 V bij een bereik van 200 MΩ). Overbelastingsbeveiliging: 600 Vrms DC of AC voor alle bereiken. Relatieve vochtigheid < 65% voor metingen bij een bereik van 200 MΩ. CAPACITEIT Bereik Resolutie Nauwkeurigheid nf 1 pf N.V.T ± (4,0% + 3) 20 nf 10 pf N.V.T ± (4,0% + 3) 200 nf 100 pf N.V.T ± (4,0% + 3) 2 μf 1 nf ± (4,0% + 3) 200 μf 100 nf 50 μf ± (5,0% + 4) > 50 μf, enkel ter referentie Opmerking: het testsignaal is ongeveer 200 Hz, 40 mvrms. TEMPERATUUR (ENKEL ) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid TEMP ºC (-40 ºC ~ 1000 ºC) TEM ºF (-40 ºF ~ 1832 ºF) -40 ºC ~ 0 ºC ± (3% + 9) 0 ºC ~ 400 ºC 1 ºC ± (1% + 5) 400 ºC ~ 1000 ºC ± (2% + 10) -40 ºF ~ 3 ºF ± (3% + 10) 32 ºF ~ 75 ºF 2 ºF ± (1% + 8) 752 ºF ~ 1832 ºF ± (2% + 18) 5

6 CONTINUÏTEITS- EN DIODETEST Bereik Beschrijving Testvoorwaarde Toont de voorwaartse spanning van de diode (benaderende waarde) in mv. Bij een weerstand van 10 Ω piept de zoemer en zal er een benaderende weerstand in Ω worden weergegeven. De voorwaartse gelijkstroom is ongeveer 1 ma. De omgekeerde gelijkspanning is ongeveer 2,8 V. De nullastspanning is ongeveer 2,8 V. Opmerking:overbelastingsbeveiliging, 600 Vrms DC of AC. BATTERIJTEST (ENKEL ) Bereik Resolutie Nauwkeurigheid Beschrijving 12 V 10 mv Ingebouwde belastingsweerstand: 240 Ω 9 V 10 mv ± (2,5% + 2) Ingebouwde belastingsweerstand: 1,8 kω 1,5 V 1 mv Ingebouwde belastingsweerstand: 30 Ω Opmerking: overbelastingsbeveiliging zekering 500 ma/600 V. BEDIENING Gelijkspanning meten Steek de meetsnoeren in de ingangsaansluitingen (rood in V en zwart in COM). Draai de bereikschakelaar naar het -bereik Sluit de meetsondes parallel aan op het te meten object en de polariteit van het punt dat aangeraakt wordt door de rode meetsonde wordt weergegeven. B. Wisselspanning meten Steek de meetsnoeren in de ingangsaansluitingen (rood in V en zwart in COM). Draai de bereikschakelaar naar een bereik en sluit de meetsondes parallel aan op het te meten object. Opmerkingen: Als de te meten spanning onbekend is, kies het maximale meetbereik (600 V) en verlaag het stap voor stap, totdat er een bevredigende waarde verkregen wordt. Koppel los van het geteste circuit wanneer u het bereik wijzigt. Als er op het scherm "OL" wordt weergegeven, geeft dit aan dat de gemeten spanning buiten het bereik is. Draai in dit geval de bereikschakelaar naar een hoger bereik. " op de meter geeft aan dat het invoeren van een spanning hoger dan 600 V niet is toegestaan. Anders zal de meter beschadigd worden. Er moet speciale aandacht worden besteed aan het vermijden van elektrische schokken bij het meten van hoge spanning. 6

7 Gelijkstroom meten Steek het zwarte meetsnoer in de COM-aansluiting. Als de geteste stroom 200 ma is, steek dan het rode meetsnoer in de ma-aansluiting. Als de stroom hoger is, steek het rode meetsnoer in de 10A-aansluiting. Draai de bereikschakelaar naar het -bereik en sluit de meetsondes in serie aan op het te meten circuit. De polariteit van het punt dat aangeraakt wordt door de rode meetsonde wordt samen met de gemeten waarde weergegeven. Wisselstroom meten Steek het zwarte meetsnoer in de COM-aansluiting. Als de geteste stroom 200 ma is, steek dan het rode meetsnoer in de ma-aansluiting. Als de stroom hoger is, steek het rode meetsnoer in de 10A-aansluiting. Draai de bereikschakelaar naar het ~ -bereik en sluit de meetsondes in serie aan op het circuit dat gemeten wordt. Opmerkingen: Als de te meten stroom onbekend is, kies het maximale meetbereik (10 A) en verlaag het stap voor stap, totdat er een bevredigende waarde verkregen wordt. Koppel los van het geteste circuit wanneer u het bereik wijzigt. Als er op het scherm alleen "OL" wordt weergegeven, geeft dit aan dat de gemeten stroom buiten het bereik is. Draai in dit geval de bereikschakelaar naar een hoger bereik. " op de meter geeft aan dat de maximale ingangsstroom 200 ma is. De ingebouwde zekering van 500 ma/600v Φ 6 x 32 mm kan het circuit effectief beschermen tegen doorbranden. Het 10A-bereik maakt gebruik van een zekering van 10 A/600 V Φ 6 x 32mm voor bescherming. Weerstand meten Steek de meetsnoeren in de ingangsaansluitingen (rood in V en zwart in COM). Draai de bereikschakelaar naar een Ω-bereik en sluit de meetsondes aan op de te meten weerstand. Opmerkingen Als de gemeten weerstand buiten het geselecteerde bereik valt, wordt er "OL" weergegeven en moet u een hoger bereik selecteren. Het duurt normaal enkele seconden om een stabiele meting weer te geven bij metingen van hoge weerstand (> 1 MΩ). Als er geen invoer is, zoals bij een open circuit, geeft het instrument "OL" weer. Koppel bij het uitvoeren van metingen binnen het circuit alle voedingen los en ontlaad alle condensatoren. In een bereik van 200 MΩ wordt er een uit 10 cijfers bestaande meting geproduceerd bij kortsluiting. Deze moet worden afgetrokken van de gemeten waarde. Als u bijvoorbeeld 100 MΩ meet, geeft de meter 101,0 weer. Trek 10 cijfers af van 101,0 af om de precieze meetwaarde te verkrijgen. Capaciteit meten Voordat u verbinding maakt met de te testen condensator, houd er rekening mee dat het opnieuw op nul stellen na een wijziging van het bereik wat tijd in beslag neemt en dat de huidige afwijkende meting de testprecisie niet kan beïnvloeden. Steek de meetsnoeren in het middelste paar met gemarkeerde aansluitingen. Draai de bereikschakelaar naar het Fcx-bereik en sluit de meetsondes aan op de te testen condensator. De capaciteit wordt weergegeven. Opmerkingen Hoewel de capaciteitenbereiken intern zijn beveiligd, moet u de te meten condensator 7

8 volledig ontladen om mogelijke meterbeschadiging en meetfouten te voorkomen. Tijdens metingen van grote capaciteiten zal het enige tijd duren om een stabiele meting te verkrijgen. Eenheid, 1000 pf = 1 nf, 1000 nf = 1 μf Temperatuur meten (enkel ) Steek de banaanstekkers van de meetsonde in de ingangsaansluitingen (rood in ma en zwart in COM). Draai de bereikschakelaar naar het º C- of º F-bereik en de omgevingstemperatuur zal op het LCD-scherm worden weergegeven. Plaats de sonde in de buurt van object dat gemeten wordt. Lees de gemeten temperatuur rechtstreeks af van het scherm in ºC of ºF. Dioden en continuïteit testen Steek de meetsnoeren in de ingangsaansluitingen (rood in en zwart in COM, de polariteit van het rode testsnoer is + ). Draai de bereikschakelaar vervolgens naar het -bereik. Sluit de meetsondes aan op de diode die getest wordt. De verkregen meetwaarde is de benaderende waarde van de voorwaartse spanningsval. Sluit de meetsondes aan op het te testen circuit en als de weerstand tussen de twee geteste punten < 10 Ω is, zal de ingebouwde zoemer klinken. Batterijtest (enkel ) Steek de meetsnoeren in de ingangsaansluitingen (rood in en zwart in COM). Draai de bereikschakelaar naar het -bereik. Sluit de meetsondes in serie aan op de te meten batterij en zorg ervoor dat de polariteit correct is (rood op "+", zwart op "-"). De gemeten waarde wordt weergegeven op het scherm en is de spanning tussen de kathode en de anode van de batterij. Opmerking: wanneer de batterijtest voltooid is, koppel de meetsondes los van de geteste batterij. Automatische uitschakelfunctie De meter is uitgerust met een automatische uitschakelfunctie. Hij wordt automatisch uitgeschakeld na 15 minuten van inactiviteit en gaat naar de slaapmodus, waardoor het energieverbruik van de batterij wordt verminderd. Als u de meter opnieuw wilt inschakelen, druk twee keer op de POWER-knop. 8

9 BATTERIJ VERVANGEN Waarschuwing: vervang de batterij pas nadat de meetsnoeren verwijderd zijn en de stroom is uitgeschakeld. Schroef Doe het volgende om de batterij te vervangen: Schroef de batterijklep los en verwijder deze. Vervang de batterij door een nieuwe 9V-batterij van hetzelfde type. Zet het deksel er opnieuw op. Batterij REINIGING Reinig de meter met een schone, droge doek. Gebruik bij het reinigen geen chemische, schuur- of oplosmiddelen die de meter zouden kunnen beschadigen. 9

10 INFORMATIE OVER AFVALVERWERKING VOOR CONSUMENTEN VAN ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR Deze symbolen geven aan dat er een gescheiden inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) of afgedankte batterijen vereist is. Gooi deze items niet weg met gewoon huisafval. Scheid voor behandeling, terugwinning en recycling van de gebruikte materialen. Gebruikte batterijen kunnen worden teruggebracht naar batterijrecyclingpunten, die de meeste batterijverkopers aanbieden. Neem contact op met uw lokale overheid voor informatie over batterij- en AEEA-recyclingprogramma's die beschikbaar zijn in uw regio. 10 Gemaakt in China. PR2 9PP Man Rev 1.0