Afstudeerscriptie. 1. Inleiding

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Afstudeerscriptie. 1. Inleiding"

Transcriptie

1 ! 1

2 Afstudeerscriptie 1. Inleiding De kraamzorg in Nederland is van oudsher gelieerd aan het kruiswerk/de thuiszorg. Nog steeds hebben veel van deze organisaties kraamzorg in hun dienstenpakket. In het verlengde hiervan treedt de Landelijke Vereniging Thuiszorg (LVT) op als brancheorganisatie voor thuis- en kraamzorg. De marktwerking in de kraamzorg heeft nieuwe aanbieders van kraamzorg doen ontstaan. Deze aanbieders hebben zich veelal aangesloten bij Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN). Recent is er een nieuwe brancheorganisatie ontstaan, namelijk de Samenwerkende Particuliere Organisaties Thuiszorg (SPOT). De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg en Arcares, de brancheorganisatie voor de verpleeg- en verzorgingshuizen, hebben in 2003 de intentie uitgesproken om samen te gaan tot één brancheorganisatie voor de verpleging en verzorging. Of deze intentie ook daadwerkelijk uitgevoerd zal worden is nog maar de vraag. In de huidige samenwerking blijkt dat er tussen de beide verenigingen verschillen zijn in visie, cultuur en werkwijze. Deze kwamen naar voren in het mislukte traject om tot één CAO te komen voor de gehele sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT). Hoe dan ook, de intergratie van deze sectoren zal voor veel leden van de LVT en Arcares gevolgen hebben door de wijzigende taak en functie van de LVT en zal in het verlengde daarvan invloed hebben op de behartiging van de belangen kraamzorg vanuit de LVT. Het is mogelijk dat de LVT haar functie verbreedt ten behoeve van de leden die ook intramurale zorg leveren of dat er toch een nieuwe brancheorganisatie wordt gevormd samen met Arcares. De kraamzorg zal daarin een relatief klein onderdeel zijn, dat vanwege zijn specifieke karakter aandacht nodig heeft in de belangenbehartiging. Dit roept de ongerustheid op of de branchebelangen van de kraamzorg goed behartigd gaan worden door de LVT met een verbrede functie of door de nieuw op te richten brancheorganisatie. Daarnaast rijst de vraag of het wenselijk is dat er meer brancheorganisaties zijn die de belangen behartigen van de kraamzorg, een relatief klein onderdeel in de gezondheidszorg. De sector kraamzorg kent een roerig verleden en ook in de nabije toekomst zijn er ontwikkelingen te verwachten die het wenselijk maken dat op landelijk niveau de belangen van de kraamzorg worden behartigd. Een goede organisatie van de belangenbehartiging is daarom voor de sector kraamzorg van groot belang. 2

3 1.1 Vraagstelling De ontwikkelingen zoals beschreven in de inleiding leiden tot de volgende centrale vraagstelling: Door wie en op welke wijze kan/kunnen de belangen van de branche kraamzorg het beste behartigd worden? Afgeleide vragen: 1. Door wie en op welke wijze worden op dit moment de branchebelangen van kraamzorg vertegenwoordigd? 2. Wat zijn de ontwikkelingen in de branche kraamzorg en bij de brancheorganisaties? 3. Aan welke voorwaarden moet een brancheorganisatie voldoen volgens de (potentiële) leden vanuit de kraamzorg? 4. Aan welke voorwaarden moeten brancheorganisaties voldoen volgens de stakeholders zoals Zorgverzekeraars Nederland, de Koninklijke Nederlandse Organisatie voor Verloskunde (KNOV) en het Ministerie van VWS? 5. Welke mogelijkheden zijn er in de organisatie van de behartiging van de branchebelangen voor de kraamzorg en welke heeft/hebben de voorkeur? 1.2 Werkwijze en opzet Allereerst wordt een algemene beschrijving gegeven van het begrip brancheorganisatie en specifiek van de functie en werkwijze van de drie brancheorganisaties die nu werkzaam zijn op het terrein van thuiszorg en kraamzorg. Vervolgens worden de ontwikkelingen beschreven binnen de sector kraamzorg door middel van een beschrijving van de ontwikkelingen op het gebied van de politiek, economie, sociale omgeving en technologie, de zogenaamde PEST analyse. Daarna wordt de winstgevendheid van de bedrijfstak kraamzorg geanalyseerd volgens het analysemodel van Porter. In deze analyse is specifiek aandacht voor de onderwerpen die een belangenbehartiging behoeven ter bevordering van de winstgevendheid van de sector kraamzorg. Op basis van een aantal interviews wordt een beeld geschetst hoe de huidige brancheorganisaties worden beoordeeld door hun leden en stakeholders en waar een brancheorganisatie aan zou moeten voldoen volgens deze leden en stakeholders. Tenslotte worden de strategische opties beschreven voor de organisatie van de branchebelangen van de sector kraamzorg. 3

4 2. De brancheorganisatie in het algemeen In 2003 is er een boek verschenen naar aanleiding van een onderzoek dat is uitgevoerd door een team van Berenschot-adviseurs in opdracht van VNO-NCW en Berenschot Fundatie met als titel: Ondernemende Brancheorganisaties (Schmidt, Toren, de Wal). Zij hanteren de volgende definitie van een brancheorganisaties: Brancheorganisaties zijn nationale organisaties die in een branche ondernemingen, ondernemers of (publieke) organisaties (die in het algemeen werknemers hebben) organiseren en hun belangen behartigen, waarbij de individuele ondernemingen / ondernemers de keuze hebben zich al dan niet aan te sluiten. Er zijn in Nederland ruim brancheorganisaties. De grootste en ook veel kleinere zijn aangesloten bij koepels als VNO-NCW, MKB Nederland en LTO Nederland. Ongeveer 80% van de werkgelegenheid in Nederland is georganiseerd bij brancheorganisaties. Brancheorganisaties vervullen een belangrijke rol in de Nederlandse economie. Het is niet voor niets dat elke zichzelf respecterende branche een brancheorganisatie heeft. De brancheorganisatie vervult functies voor en in opdracht van de leden. Zonder expliciete steun van de leden kunnen de functies niet met succes worden uitgevoerd. Deze steun kan worden verkregen door goed beleid en door een goede uitvoering van de dienstverlening die ondersteund wordt met heldere communicatie. Brancheorganisaties moeten als evenwichtskunstenaars balanceren tussen de belangen van de leden, de overheid en andere stakeholders en strategische keuzen maken. Ondernemers in een branche zijn concurrenten van elkaar. Er zijn echter altijd wel ondernemers geweest die een gemeenschappelijk belang zagen en in actie kwamen. De voorlopers van de brancheverenigingen waren de gilden. De auteurs van het boek Ondernemende brancheorganisaties onderscheiden vijf functies waar zij vijf archetypen van hebben afgeleid. Deze zijn: De belangenbehartigingbeïnvloeding van de beleidsontwikkeling Lobbyactiviteiten: verrichten van activiteiten die gericht zijn op het beïnvloeden van de politieke besluitvorming. Lobbyactiviteiten kunnen zich richten op onder andere de centrale overheid, de politiek, de Europese Unie, koepelorganisaties en maatschappelijke organisaties. Bindende afspraken met derden Extern bindende afspraken: afspraken die met derden worden gemaakt en die de leden van brancheorganisaties en eventuele branchegenoten binden, zoals het afsluiten van een CAO, convenanten, arbo/reïntegratie pensioenregelingen en Europese wetgeving Dienstverlening ten behoeve van de bedrijfsvoering Dit komt tot uitdrukking in het leveren van gratis en betaalde diensten aan leden. Diensten die daartoe kunnen behoren zijn voorlichting aan leden, vraagbaakfunctie, branch-/marktonderzoek en korting bij toeleveranciers Intern bindende afspraken met leden 4

5 Dit zijn afspraken waarmee verplichtingen worden opgelegd aan leden, die een voorwaarde zijn voor het lidmaatschap van een brancheorganisatie. Voorbeelden van intern bindende afspraken zijn algemene voorwaarden, opleidingen, certificering, erkenningregels en arbeidsvoorwaarden. Versterken van gemeenschappelijke identiteit en waarden Er zijn of worden een gemeenschappelijke identiteit en waarden ontwikkeld en in het verlengde daarvan worden onderlinge contacten gestimuleerd en netwerken voor leden gefaciliteerd. Deze functie komt tot uiting tijdens ledenvergaderingen, in een uitgedragen visie, in een beroepscode en in andere vormen die verbindend werkten. In het onderzoek van Berenschot-adviseurs wordt de volgende volgorde van belangrijkheid genoemd, zoals die is aangegeven door de brancheorganisaties 1. Lobby (27%) 2. Dienstverlening (26 %) 3. Gemeenschappelijke identiteit en waarden (21%) 4. Externe bindende afspraken (17%) 5. Intern bindende afspraken (10%) De onderzoekers hebben ook geconcludeerd dat brancheorganisaties in de sectoren met relatief grote bedrijven het gemakkelijker hebben dan organisaties in de sectoren waarin het midden- en kleinbedrijf domineert. Grote bedrijven worden gemakkelijker lid en het is ook gemakkelijker om een bescheiden aantal grote bedrijven te benaderen dan veel kleine bedrijven. In het midden- en kleinbedrijf ligt de organisatiegraad dan ook lager. Kleinere bedrijven brengen natuurlijk minder contributie in, maar MKB-brancheorganisaties hebben ook per werknemer in de branche veel minder te besteden en daardoor een kleiner secretariaat. Zij hechten daarnaast nog eens relatief veel belang aan tijdsintensieve functies als dienstverlening en zingeving. In de gezondheidszorg zijn verschillende brancheorganisaties actief onder andere: Arcares, brancheorganisatie verpleging en verzorging GGZ Nederland, brancheorganisatie voor de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg NVZ, vereniging van ziekenhuizen Vereniging Academische ziekenhuizen Vereniging gehandicaptenzorg Nederland De bovenstaande brancheorganisaties vormen samen met de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg een samenwerkingsverband in het BOZ (Brancheorganisaties Zorg). Vanuit het BOZ hebben de brancheorganisaties recent een kort geding aangespannen tegen de overheid om zich te verzetten tegen de beleidsregel Ombuigingsbijdrage zorgaanbieders. Brancheorganisaties zijn aan veranderingen onderhevig. Een voorbeeld daarvan is Arcares, een nog jonge brancheorganisatie ontstaan door een fusie tussen de brancheorganisatie voor de verpleeghuizen en de brancheorganisaties voor de verzorgingshuizen. 5

6 Dergelijke veranderingen zijn een vervolg van verschuivingen in de ordening van de gezondheidszorgstructuur. In de AWBZ zorg is het vervagen van de scheidslijn tussen intramurale zorg en extramurale zorg reden voor de samenwerking tussen Arcares en de LVT. Naast de grote, meer bekende brancheorganisaties zijn er ook andere belangengroepen in de zorgsector die min of meer een relatie hebben met een brancheorganisatie. Zo bestaat er in de thuiszorg de Vereniging Instellingen Thuisverzorging (VIT) Deze vereniging is ongeveer negen jaar geleden ontstaan bij de vorming van de LVT. Zij vertegenwoordigen toendertijd met name de belangen van de gezinszorg biedende instellingen. Op dit moment maken ze zich onder meer sterk voor het behoud van huishoudelijke zorg in de AWBZ. De 22 organisaties die lid zijn van de VIT zijn ook allemaal lid van de LVT. In eerste instantie richten ze zich erop dat de LVT hun belangen vertegenwoordigd maar ze houden zich het recht voor om zelf op te treden in de belangenbehartiging als daar reden voor is. Er is 1 bestuurslid van de LVT die namens de VIT vertegenwoordigd is in het LVT bestuur. Ook in andere branches bestaan dergelijke belangengroepen. 6

7 3. De brancheorganisaties die werkzaam zijn voor de kraamzorg Er zijn drie organisaties werkzaam voor de branche kraamzorg. De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg is daarvan de grootste en heeft de langste bestaansduur. Branchebelang Thuiszorg Nederland is een aantal jaren geleden opgericht en haar leden zijn veelal de nieuwe aanbieders in de thuis/kraamzorg. Andere nieuwkomers in de thuis-/kraamzorg hebben een organisatie opgericht met de naam Samenwerkende Particuliere Organisaties in de Thuiszorg (SPOT). Het Nivel heeft in de afgelopen maanden een onderzoek gedaan naar de opleidingscapaciteit in de kraamzorg. Uit dit onderzoek komt de volgende maarktaandeelverhouding: LVT 61%, BTN 20%, niet aangesloten bij een brancheorganisatie 14% en aangesloten bij zowel BTN als ook bij LVT 5%. In dit hoofdstuk wordt een schets gegeven van deze organisaties. De gegevens zijn verkregen via de internetsite van de betreffende organisaties en door middel van een vraaggesprek met vertegenwoordigers van deze organisaties. 3.1 De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) is de brancheorganisatie van de reguliere instellingen voor thuiszorg. De LVT is in 1990 ontstaan door een fusie tussen de Centrale Raad voor Gezinsverzorging en de Nationale Kruisvereniging. Thuiszorgorganisaties bieden met circa medewerkers een uitgebreid en samenhangend dienstenpakket op het gebied van huishoudelijke zorg, verzorging, verpleging, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg voor nul- tot vierjarigen. Daarnaast verzorgt de thuiszorg de uitleen van verpleegartikelen (zoals bijv. krukken en rolstoelen) en richt zij zich op preventie en dieetadvisering. Ruim twee miljoen mensen doen jaarlijks een beroep op de thuiszorg. Het totale budget van de sector thuiszorg bedraagt circa ƒ 3,5 miljard per jaar Doelstelling De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg is als brancheorganisatie de representatieve vertegenwoordiger van de reguliere thuiszorginstellingen in Nederland. De LVT heeft tot doel de gezamenlijke belangen van haar lidinstellingen te behartigen en beleid te ontwikkelen op het gebied van de thuiszorg en van de gezondheidszorg in het algemeen. De LVT heeft circa 105 lidinstellingen, allemaal officieel door de overheid toegelaten instellingen. De LVT richt zich op taken waarmee de gemeenschappelijke belangen van de aangesloten instellingen en hun cliënten zijn gediend. Het gaat daarbij om de drie volgende kerntaken: Belangenbehartiging en algemeen sectorbeleid De collectieve belangenbehartiging richt zich primair op de behartiging van de sectorbelangen op landelijk niveau en de ontwikkeling van een algemeen sectorbeleid, in welk verband de LVT ook namens de sector overlegt met de overheid. 7

8 Werkgeversfunctie De werkgeversfunctie van de LVT omvat het totstandkomen en onderhouden van de CAO-thuiszorg, inclusief het algemene sectorbeleid ten aanzien van werkgeversaangelegenheden zoals het arbeidsmarktbeleid. Informatievoorziening De LVT verzorgt een snelle en efficiënte informatievoorziening richting de lidinstellingen over voor de thuiszorg relevante landelijke ontwikkelingen, actualiteiten, beleidsmaatregelen, uitvoeringsbesluiten en strategische bedrijfsinformatie. Daartoe wordt op diverse manieren relevante informatie voor en over de branche verzameld, verwerkt, toegelicht en verspreid. Ook voorziet de LVT de overheid, andere officiële instanties en de persmedia van de benodigde informatie over de thuiszorg. De LVT houdt de Landelijke Klachtencommissie Thuiszorg in stand als beroepsorgaan op landelijk niveau. Kwaliteitsbewaking Als vereisten voor aansluiting bij de LVT gelden kwaliteitseisen voor de diverse zorg en dienstverlening die deze instellingen aanbieden. De aangesloten instellingen worden periodiek getoetst door een onafhankelijke organisatie en ontvangen als de instelling aan de gestelde eisen voldoet, het branchecertificaat Keurmerk Kwaliteit van de LVT. Ondersteunende taken De LVT verleent haar aangesloten leden apart betaalde diensten aan. De LVT geeft uitleg en advies over de toepassing en interpretatie van de regelgeving op het gebied van thuiszorg. Verder biedt de LVT advies en bijscholing aan de lidinstelling over werkgeverszaken. Bovenstaande functies zijn te vergelijken met alle vijf functies die worden beschreven in het onderzoek van de Berenschot adviseurs over ondernemende brancheorganisaties Organisatiestructuur De LVT is een vereniging en kent een ongetrapte structuur, waarbij alle individuele lidinstellingen rechtstreeks deelnemen in het hoogste bestuursorgaan van de vereniging, de Algemene Instellingsraad (AIR). De Algemene Instellingsraad stelt de hoofdpunten van beleid vast, inclusief de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag. Tevens kiest de AIR het bestuur. Het bestuur is belast met beleidsvoering binnen de door de AIR bepaalde hoofdlijnen van beleid. De LVT kent Colleges van Advies op het terrein van arbeidszaken en van de kraamzorg, welk colleges het bestuur adviseren over respectievelijk werkgeversaangelegenheden en de kraamzorg. Daarnaast bestaat er een Onderhandelingscommissie CAO, die in opdracht van het bestuur de onderhandelingen voert met de vakorganisaties over de CAO-thuiszorg. Voorts kent de LVT een landelijk bureau, dat het bestuur van de vereniging adviseert en ondersteunt. Het bureau bereidt besluiten van het bestuur en de AIR voor en zorgt 8

9 voor de implementatie van het beleid. De directie van de LVT is belast met de leiding van het bureau Lidmaatschapseisen De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) hanteert sinds 1996 lidmaatschapseisen waaraan thuiszorginstellingen moeten voldoen die lid zijn of willen worden van de LVT. De lidmaatschapseisen van de LVT zijn als volgt onder te verdelen: Kwaliteitseisen, hierop worden lidinstellingen van de LVT getoetst Overige eisen betreffende het maatschappelijke ondernemerschap. Hierop vindt geen afzonderlijke toetsing plaats, maar verklaren instellingen schriftelijk en adstrueren zij (gedeeltelijk) via jaarverslagen dat zij zich conformeren aan de code voor het maatschappelijke ondernemerschap Eisen betreffende door instellingen aangeboden servicepakketten. Deze eisen zijn in overleg met de ouderenorganisaties tot stand gekomen. Op deze eisen vindt geen toetsing plaats, maar instellingen verklaren schriftelijk dat zij de betreffende eisen onderschrijven en daarnaar zullen handelen Belangenbehartiging kraamzorg Ruim 60% van de organisaties die kraamzorg bieden zijn aangesloten bij de LVT. In de afgelopen jaren is het marktaandeel van de LVT op het gebied van de kraamzorg geleidelijk gedaald. De LVT heeft enkele leden die alleen kraamzorg bieden. Het grootste deel van de kraamzorgbiedende leden zijn thuiszorgorganisaties die een afdeling/unit kraamzorg hebben. Binnen de LVT functioneert een college kraamzorg. Dit college heeft de bevoegdheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het bestuur van de LVT en maakt elk jaar een werkprogramma kraamzorg binnen de kaders van het LVT jaarplan. Het college voert minimaal drie keer per jaar overleg met de lidinstellingen die kraamzorg leveren. Leden van het college kunnen zijn diegene die werkzaam zijn bij een lidinstelling waarvan doel en werkterrein (mede) de kraamzorg betreffen waarin zij (mede) belast zijn met de algemene leiding van de kraamzorg. Als voorloper van het college is in 1998 het Landelijk Centrum Kraamzorg opgericht. Dit Landelijk Centrum is opgericht door een aantal lidinstellingen van de LVT die min of meer vanwege ontevredenheid over de belangenbehartiging vanuit de LVT het roer zelf in de hand hebben genomen. Het LCK had een afgebakende functie en hield zich niet bezig met het arbeidsvoorwaardenbeleid maar vooral met de inhoud van de zorg. Desondanks ontstonden er problemen tussen de LVT en LCK over de taakgebieden en de rollen. Dit leidde tot de volgende gezamenlijk conclusie volgens het jaarverslag van de LVT over het jaar In het tijdens het verslagjaar tussentijdse evaluatie is geconcludeerd dat met een gescheiden voortzetting van de belangenbehartigingvoor de kraamzorg door de LVT en het Landelijke Centrum Kraamzorg de belangen van de kraamzorg niet optimaal werden gediend, terwijl de vele ontwikkelingen in de kraamzorg dit wel verlangde. Daarnaast bleek het voor externe partijen in toenemende mate onduidelijk welke organisatie waarop aanspreekbaar was De LVT en LCK voerden daarna verkennende gesprekken over een mogelijke intergratie van het LCK in de LVT. Dit heeft in 2000 geleid tot de opheffing van het 9

10 LCK en de oprichting van het college kraamzorg binnen de LVT en uitbreiding van de formatie binnen het LVT-bureau voor het beleidsterrein kraamzorg. Dit college en de beleidsmedewerker was voor het LCK gezien voldoende waarborg dat de belangenbehartiging kraamzorg goed zou worden uitgevoerd. De LVT heeft op het gebied van de kraamzorg contacten met de volgende organisaties: Ministerie van VWS KNOV CTG Inspectie voor de Gezondheidszorg STING (beroepsorganisatie voor verzorgenden) JGZ (Jeugdgezondheidszorg) Opleidingen Er is sporadisch samenwerking met BTN. Genoemd zijn de afstemming aan de CAO-tafel tussen LVT en BTN en in het overleg met CTG. Naar inschatting van de geïnterviewde LVT-medewerker wordt de representativiteit van de inbreng van de LVT in de bovenstaande contacten als groter beoordeeld dan de inbreng van BTN. Naast enige afstemming zijn de verhoudingen vooral concurrerend. De LVT heeft een beleidsmedewerker kraamzorg in dienst die ongeveer 15 uur per week beschikbaar is voor de sector kraamzorg. Daarnaast verrichten andere afdelingen, zoals de afdeling werkgeverszaken werkzaamheden ten behoeve van de kraamzorg. De belangrijkste onderwerpen die de belangenbehartiging behoeven van de LVT zijn: de tariefsontwikkelingen de discussie over de indicatiestelling de positie van de kraamzorg in de basisverzekering de relatie kraamzorg en verloskunde 3.2 Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) Branchebelang Thuiszorg Nederland is een organisatie waarvan zorgaanbieders in de thuis- en kraamzorg lid kunnen worden. In 1997 is BTN door het ministerie van VWS representatief verklaard Doelstelling BTN richt zich ten behoeve van haar leden op de volgende gebieden: Als werkgeversvereniging bij de CAO-onderhandelingen en alles wat in het kielzog daarvan op landelijk niveau in gang gezet is of wordt Als formele overlegpartner behartigt BTN de belangen van zijn leden bij overheid, politiek en officiële organen in de gezondheidszorg Als brancheorganisatie ondersteunt BTN op een actieve manier zijn leden bij de bedrijfsvoering. Belangrijk in de functie van BTN is de profilering onder haar leden van het HKZ en ISO keurmerk en het ondersteunen van het ondernemersschap. 10

11 Een cruciaal verschil met de LVT vormt het winststreven van de zorgaanbieders die aangesloten zijn bij BTN. Ook BTN vervult alle functies die door de Berenschot adviseurs worden onderscheiden namelijk lobby, extern bindende afspraken,intern bindende afspraken, dienstverlening en versterken van gemeenschappelijke identiteit De organisatiestructuur BTN is een vereniging en heeft 70 leden. BTN wordt geleid door een bestuurder die gemiddeld 12 tot 15 uur per week werkzaam is voor BTN. BTN heeft een Raad van Commissarissen bestaande uit 4 leden vanuit de leden en 1 onafhankelijk lid. Er is twee keer per jaar een ledenvergadering of zoveel vaker dan nodig Lidmaatschapseisen Van een zorgaanbieder die lid is van BTN wordt verwacht dat zij voldoen aan een BTN keurmerk. Dit keurmerk staat voor een structureel kwaliteitszorgsysteem, waarin vraaggestuurde zorg en het continue verbeteren van de zorgverlening centraal staan. BTN-leden hebben dat keurmerk, of dienen het binnen 2 jaar te verwerven. Daarnaast heeft BTN een gedragscode opgesteld die als volgt luid: 1. De zorgorganisatie is een sterk naar buiten- c.q. op de cliëntgerichte organisatie, waarbij de vraag van de cliënt het vertrekpunt is. De verantwoordelijkheid t.a.v. de zorg ligt bij een drietal partijen, te weten: de cliënt, de professional en de zorgorganisatie. 2. De organisatie is een professionele organisatie, waarin de beroepskrachten (vooral uitvoerend medewerkers), vanuit hun deskundigheid, de kwaliteit van de zorg garanderen. Als zodanig worden zij ook door de organisatie benaderd en ingezet. De organisatie is voorwaardenscheppend (vooral in de sfeer van HRM) voor de uitvoering van zorg/hulp door de beroepskrachten. 3. De organisatie is servicegericht. De medewerkers van de organisatie nemen hun verantwoording voor wat betreft het totale zorgproces en voor de aspecten die daaruit voortvloeien. Dit betreft een goede informatievoorziening, adviesfunctie en uitvoering met betrekking tot het vaststellen van de vraag, de zorguitvoering, evaluatie en beëindiging van de vraag. 4. Toegankelijkheid. De organisatie is 24-uur bereikbaar en signalen van cliënten worden binnen 24 uur opgepakt. (is dat niet dubbelop met HKZ) 5. De organisatie kenmerkt zich door ondernemerschap. Ondernemerschap in die zin dat de professional samen met de cliënt de zorgdoelen bepaalt en waarbij de vraag van de cliënt bepalend c.q. sturend is. Daarnaast kenmerkt het ondernemerschap zich ook door slagvaardigheid en flexibiliteit, met als doel het voorkomen van onnodige bureaucratie door het primaire proces (het verlenen van zorg) en vervolgens de bijbehorende bedrijfsvoering voorop te stellen. Controle in de zin van resultaatscontrole wordt als essentieel ervaren en moet een meerwaarde vertegenwoordigen voor het zorgprocessen het bedrijfsresultaat. 11

12 6. De organisatie hanteert een winststreven. Dit winststreven is a-priori gericht op de continuïteit van de organisatie en secundair op de belangen van de aandeelhouders /vennoten of bij een AWBZorganisatie voor de opbouw van een weerstandsvermogen (zgn. positieve RAK). 7. De organisatie heeft een aantoonbare solide bedrijfsvoering. Deze aantoonbaarheid komt met name tot uiting in de BTN normen welke een belangrijke rol spelen bij het bepalen of een lid van BTN in aanmerking voor het BTN-keurmerk (*). De toetsing vindt plaats d.m.v. certificering. De organisatie moet gecertificeerd worden op een drietal aspecten, namelijk HKZ, ISO en de zogenaamde BTN normen. De BTN normen bestaan in eerste aanleg de bovenstaande gedragscode en in de loop van 2003 worden daar bedrijfseconomische toetsingscomponenten aan toe gevoegd. De organisatie dient integraal gecertificeerd te worden op de eerder genoemde aspecten en ontvangt hiervoor een tweetal certificaten: voor HKZ en ISO het certificaat van de certificerende instelling en het BTN certificaat aangaande het voldoen aan de BTN-normen. BTN heeft een aantal protocollen beschikbaar die instellingen van nut kunnen zijn bij hun bedrijfsvoering of zorgleveranties. Die protocollen gaan van leveringsvoorwaarden kraam-/thuiszorg tot aan ziekteverzuimbegeleiding Belangenbehartiging kraamzorg Volgens het Nivel onderzoek vertegenwoordigd BTN ruim 20% van de kraamverzorgingen uitgevoerd door kraamzorgaanbieders. BTN vertegenwoordigd ongeveer 12% van de thuiszorgaanbieders dus hun representativiteit in de kraamzorg is groter. Van de 70 leden zijn er 10 leden die alleen kraamzorg aanbieden en 15 leden die kraamzorg bieden als onderdeel van een breder dienstenpakket. De kraamzorgaanbieders bij BTN hebben recent kenbaar gemaakt dat zij meer aandacht binnen de BTN geledingen willen hebben voor de belangenbehartiging kraamzorg. Op het gebied van de kraamzorg zijn er contacten tussen BTN en het CTG, KNOV, Zorgverzekeraars Nederland, ministerie van VWS. De bestuurder van BTN is selectief in het bijwonen van verschillende overlegstructuren. Overleggen worden bijgewoond wanneer het belang van BTN leden daarmee wordt gediend. Er zijn contacten tussen LVT en BTN. Uiteraard zijn er ontmoetingen aan verschillende overlegtafels. Vanuit BTN wordt aangegeven dat er samenwerking mogelijk is tussen beide verenigingen aan de CAO tafel en in het overleg met CTG. Daarnaast zijn er ook concurrerende verhoudingen en komt het voor dat beide verenigingen afwijkende standpunten innemen en elkaar bestrijden op deze standpunten. 12

13 BTN heeft een beleidsmedewerker kraamzorg in dienst voor 8 tot 12 uur per week. Daarnaast zijn er algemene functies waar kramzorgaanbieders ook gebruik van maken zoals een kennisbank die 40 uur per week bezet is. Door BTN worden de volgende onderwerpen genoemd die aandacht van BTN behoeven in de belangenbehartiging kraamzorg: indicatiestelling in de kraamzorg de positie van de kraamzorg in de basisverzekering de tariefsontwikkeling 3.3 Samenwerkende Particuliere Organisaties Thuiszorg (SPOT) De leden van de brancheorganisatie SPOT zijn particuliere organisaties die kwalitatief hoogwaardige en verantwoorde thuiszorg en/of kraamzorg bieden of daarin bemiddelen. SPOT is 5 jaar geleden ontstaan. De organisatie kent 37 leden, 4 hiervan leveren kraamzorg Doelstelling SPOT wil graag de werkgeversbelangen behartigen en streeft representativiteit na om ook deel te kunnen nemen aan de CAO onderhandelingen. Tot nu toe vervult SPOT vooral de functie van ledenondersteuning door diensten aan te bieden die lidinstellingen ondersteunen in hun bedrijfsvoering. Dat blijkt uit de opsomming van de functies die SPOT (potentiële) leden aanbiedt op haar internetsite. (zie noot 1) De andere functies van brancheorganisaties zoals de lobby functie en het maken van interne bindende afspraken en externe afspraken worden nagenoeg niet uitgeoefend. Noot 1 De internetsite van SPOT biedt potentiële leden de volgende functies: SPOT heeft voor haar leden een privacyreglement ontwikkeld en anticipeert al op de nieuwe Wet Bescherming Persoonsgegevens die momenteel in de Tweede Kamer wordt behandeld SPOT heeft voor haar leden een klachtenreglement ontwikkeld dat voldoet aan de Wet Klachtenrecht Cliënten Zorgsector(WKCZ) SPOT heeft voor haar leden een stramien ontwikkeld waarmee kan worden voldaan aan de eisen die de Wet BIG stelt aan het uitvoeren van voorbehouden handelingen. Het stramien voorziet in een inventarisatie van de voorkomende voorbehouden handelingen, toegespitst op particuliere organisaties voor thuiszorg. Daarnaast voorziet het stramien in de delegatieproblematiek. Protocollen voor de meest voorkomende voorbehouden handelingen zijn in ontwikkeling SPOT ondersteunt het streven van haar leden naar een verantwoorde zorgrelatie tussen cliënt en de individuele beroepsbeoefenaar en heeft 13

14 daarvoor gedragsrichtlijnen ontwikkeld voor de individuele medewerkers. In deze gedragsrichtlijnen zijn de rechten van de patiënt verwerkt zoals die in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) zijn vastgelegd. Tevens wordt hierin gerefereerd aan de beroepscodes van STING en NU'91 SPOT ontwikkelt jaarlijks voor haar leden enkele uitvoerbare kwaliteitsprojecten die passen in een integraal kwaliteitssysteem zoals wordt vereist door de Kwaliteitswet Zorginstellingen Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkeling van een uniform zorgplan en zorgdossier, bijscholingsmogelijkheden en visitaties van leden door een visitatiecommissie SPOT biedt haar leden jaarlijks een stramien voor een jaarverslag waarin tevens het op grond van de Kwaliteitswet Zorginstellingen verplichte kwaliteitsjaarverslag en het op grond van de WKCZ verplichte jaarverslag van de klachtencommissie is opgenomen Wanneer het aantal leden van SPOT voldoende representatief is zal SPOT als representatieve vereniging de belangen van haar leden behartigen bij de overheid en de zorgfinanciers en trachten voor haar leden gunstige voorwaarden te bedingen Verder houdt SPOT haar leden door middel van een nieuwsbrief op de hoogte van de relevante ontwikkelingen in de thuiszorg zoals het overheidsbeleid en wetgeving op het gebied van de zorg en het arbeidsrecht (bij voorbeeld de zogenaamde Flexwet) Tenslotte biedt SPOT een platform waarbij de leden algemeen ervaren problemen gezamenlijk kunnen bespreken en oplossen. Ditzelfde geldt voor specifieke problemen van een deel van de leden zoals de bemiddelingsbureaus of de kraamzorg De organisatiestructuur SPOT is een vereniging en kent een bestuur van 5 leden. Spot stelt zich open voor beginnende aanbieders en bemiddelingsbureaus. Er wordt een aantal keren per jaar een ledenvergadering bijeen geroepen. SPOT heeft geen medewerkers in dienst die alleen werkzaam zijn bij SPOT. Het postadres bevindt zich bij één van de leden en vanuit deze organisatie worden ook de werkzaamheden verricht ten behoeve van SPOT. SPOT heeft een netwerk aan deskundigen die zij kunnen raadplegen bij specifieke problemen 14

15 3.3.3 Lidmaatschapeisen SPOT wil een laagdrempelige organisatie zijn voor particuliere thuiszorgorganisaties. SPOT stimuleert de aangesloten leden om een goede kwaliteit van zorg te leveren door gedragsrichtlijnen aan te bieden die te gebruiken zijn voor de individuele beroepsbeoefenaar en door het aanbod van kwaliteitsprojecten. SPOT stelt als eis aan leden dat ze binnen binnen twee jaar HKZ gecertificeerd zijn Belangenbehartiging kraamzorg Binnen SPOT kent men ook de problematiek dat de kraamzorg een relatief klein onderdeel is van het totaal van de dienstverlening van de leden. Er zijn maar 4 leden die kraamzorg aanbieden. Er hebben zich recent enkele potentiële leden gemeld die kraamzorg in het pakket hebben. Op dit moment heeft SPOT nog geen contacten met organisaties zoals Zorgverzekeraars Nederland, CTG, het ministerie van VWS enz. Er is evenmin sprake van een samenwerking met de LVT en/of BTN. SPOT wil voor haar leden vooral datgene doen waardoor het mogelijk wordt dat de cliënt goede kraamzorg kan ontvangen. Conclusies Zowel BTN als ook LVT vervullen alle functies die in het algemeen brancheorganisaties uitvoeren. De organisatie SPOT heeft wel de ambitie om deze functies te gaan vervullen maar is op dit moment nog te klein en beschikt over te weinig middelen om die ambitie op korte termijn te kunnen realiseren. De verhouding tussen LVT en BTN is voornamelijk concurrerend. Er zijn enkele dossiers zoals de CTG tarieven waar gemeenschappelijke belangen liggen die leiden tot een afstemming tussen beide brancheorganisaties in hun opstelling. Ook in het CAO traject is er sprake van afstemming waardoor in de afgelopen jaren een algemeen verbindende verklarende CAO kon worden afgesloten. Belangrijke elementen voor de concurrerende verhoudingen zijn verschillen zoals het nastreven van winst en het gegeven dat BTN vooral de nieuwe aanbieders in de kraamzorg vertegenwoordigd die marktaandelen van oude kraamzorgaanbieders hebben doen slinken. 15

16 4. PEST-analyse van de sector kraamzorg Om de vraag te kunnen beantwoorden op welke wijze de behartiging van de belangen van de branche kraamzorg het beste gedaan kan worden, moet er inzicht zijn in de ontwikkelingen binnen deze sector. Door middel van een analyse op de ontwikkelingen die zich afspelen op het politiek terrein, het economische terrein, het sociaal-maatschappelijke terrein en het technische terrein zal de sector kraamzorg in kaart worden gebracht. De PEST-analyse is een nuttig hulpmiddel om te komen tot een geïntegreerde strategische analyse van de sector kraamzorg (Johnson & Scholes 1993). Stapsgewijs wordt door Johnson & Scholes een dergelijk model uiteengezet: 1. Vaststellen van de aard van de omgeving. 2. Historische analyse van de omgevingsinvloeden 3. Vaststellen van de belangrijkste externe invloeden Deze analyse moet naar het inzicht leiden welke krachten en invloeden op de sector kraamzorg inwerken in de huidige tijd. Hierbij gaat het om een zo goed mogelijk begrip van deze van de strategische waarde van deze krachten, de zogenaamde kansen en bedreigingen. De PEST-analyse kan gebruikt worden voor het opsporen van hoofdinvloeden, voor het vaststellen van sturende lange termijn invloeden en voor het vaststellen van diversiteit van de invloeden. In de kraamzorg is de marktwerking in belangrijke mate gerealiseerd. In de afgelopen jaren was er sprake van schaarste in de kraamzorg door een tekort aan kraamverzorgenden. Dit tekort is opgeheven en er is sprake van een fundamentele verandering in de sector ten aanzien van de invloed van verschillende krachten. Dit zal in de PEST-analyse worden uitgewerkt. De uiteindelijke afwenteling c.q. mogelijkheden voor de marktpositie van de kraamzorg wordt vervolgens beschreven in de bedrijfstakanalyse 4.1 Politieke ontwikkelingen Kraamzorg valt onder het tweede compartiment, bestaande uit de ziekenfondsverzekering (ZFW) en de particuliere verzekering en de ambtelijke ziektekostenregelingen. In dit compartiment bevinden zich de zogenaamde verzekerbare risico s. Binnen dit compartiment is door de rijksoverheid de zogenaamde gereguleerde marktwerking ingevoerd. Sinds 1 januari 1999 zijn er geen toetredingsbelemmeringen meer. Zorgverzekeraars zijn vrij in het kiezen en contracteren van kraamzorgaanbieders. Het Budgettair Kader Zorg stelt grenzen aan de totale maatschappelijke kosten voor kraamzorg door via de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG) maximumtarieven vast te stellen. 16

17 De kraamzorg kent een aantal tarieven voor afzonderlijke diensten, namelijk: voor een uur kraamzorg voor inschrijving voor intake een toeslag voor partusassistentie Het is in de sector kraamzorg geen vanzelfsprekendheid dat de CTG max. tarieven worden overeengekomen in de overeenkomst tussen zorgverzekeraar en kraamzorgaanbieder. In de eerste jaren sinds de liberalisering hebben instellingen in de kraamzorg scherp geconcurreerd op de prijs. Er zijn toentertijd veel nieuwe aanbieders op de markt gekomen die via een prijsconcurrentie een positie op de kraamzorgmarkt probeerden te verwerven naast de reguliere aanbieders. Er van uitgaande dat deze nieuwe aanbieders zich vooral laten vertegenwoordigen door BTN kan gesteld worden dat deze nieuwe aanbieders met succes de markt kraamzorg zijn betreden. Immers, leden van BTN vertegenwoordigen ongeveer 30% van de totale kraamzorgmarkt. De politiek in ons land heeft zich een aantal keren gebogen over netelige kwesties die een relatie hadden met de marktwerking in de kraamzorg. Het nalaten van investeringen in kwaliteitsontwikkeling en opleiding zijn als ongewenste effecten van prijsconcurrentie politiek besproken. Dit heeft niet geleid tot daadwerkelijk ingrijpen via overheidsmaatregelen. Wel heeft de overheid gestimuleerd dat de brancheorganisaties samen met de beroepsorganisaties de Basiskwaliteitseisen Kraamzorg hebben ontwikkeld en dat de brancheorganisaties samen met vakbonden en Zorgverzekeraars Nederland afspraken hebben gemaakt voor het extra opleiden van kraamverzorgenden. De Basiskwaliteitseisen Kraamzorg worden veelal als uitgangspunt genomen in de overeenkomst tussen kraamzorgaanbieders en zorgverzekeraars. De waarde daarvan valt te betwijfelen. Er zijn nagenoeg geen zorgverzekeraars die daadwerkelijk toetsen of kraamzorgaanbieders voldoen aan deze basiskwaliteitseisen. Dat de politieke bemoeienis beperkt is gebleven door vanuit de zijlijn enkele stimulerende maatregelen te nemen richting marktpartijen is te bestempelen als een constante lijn in het streven naar meer marktwerking in de zorg en minder regulering vanuit de overheid. Een discussie die binnen de sector speelt betreft de vraag of de WTG voor de kraamzorg ook achterwege kan blijven zodat de prijsontwikkeling geheel overgelaten wordt aan de marktpartijen. In 2003 heeft de overheid een bezuinigingsmaatregel genomen in de zorg door een efficiencykorting op te leggen van 0,8%. Dit betrof ook de kraamzorg. In de vaststelling van het max. tarief van 2004 is deze korting doorgevoerd. Dit is te bestempelen als een tegengestelde beweging met de ontwikkeling naar volledige marktwerking in de kraamzorg waar de prijsvorming wordt overgelaten aan marktpartijen. 17

18 In een recent geschreven brief vanuit de LVT over de beleidscyclus van het CTG staat het volgende over het WTG regime voor de kraamzorg: Voor de kraamzorg is de LVT van mening dat de marktverhoudingen dusdanig zijn op dit moment dat het in de rede ligt voor deze sector een vrijer WTG regime dan totnogtoe te gaan toepassen. Deze sector zou als voorbeeldsector voor de totale zorg kunnen gaan fungeren daar waar het een de vrijere toepassing van het WTG-regime betreft. De huidige regering heeft het voornemen om in 2006 de basisverzekering in te voeren. Het is nog niet duidelijk of de huidige omschrijving van de kraamzorg uit de ziekenfondswet onverkort onderdeel wordt van de basisverzekering. In het verleden is zowel bij zorgverzekeraars als ook in de politiek geopperd om de huishoudelijke ondersteuning tijdens de kraamzorg niet te verzekeren via het tweede compartiment. Dit zou leiden naar de zogenaamde knip in de kraamzorg, namelijk de zorg voor moeder en kind verzekerd in het tweede compartiment of in de basisverzekering na 2006 en de huishoudelijke zorg eventueel te verzekeren door de cliënt zelf. In het verlengde van politieke plannen om de huishoudelijke zorg uit de AWBZ te halen en deze onder te brengen in de nog te vormen Wet op de Maatschappelijke Zorg lijkt de politieke discussie over de knip in de kraamzorg voor de hand liggend. De sector kraamzorg heeft zich tot nu toe verzet tegen dit voorstel. Zij bepleit dat de zorg voor moeder en kind en de huishoudelijke ondersteuning onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de kraamperiode. De aanwezigheid van de kraamverzorgende die de gehele dag kan anticiperen op de zorgbehoefte van moeder en kind is van belang. Dat zij in de tussentijd huishoudelijke werkzaamheden verricht is uit oogpunt van efficiency voor de hand liggend en heeft een voorbeeldfunctie naar de ouders toe in het vinden van een ritme met de pasgeboren baby. In 2002 heeft TNO Preventie en Gezondheid in opdracht van het Ministerie van VWS een onderzoek gedaan naar de behoefte en beschikbaarheid van de kraamzorg. Daarnaast werd de inhoud en effectiviteit van de kraamzorg alsmede de factoren die daarop van invloed zijn, bestudeerd. Aanleiding tot de opdracht van het Ministerie van VWS was de zorgwekkende situatie in de kraamzorg. In het TNO-rapport Kraamzorg in Nederland: een landelijk onderzoek wordt met betrekking tot de duur van de kraamzorg het volgende geconcludeerd: Aan het einde van de kraamperiode geven bijna alle kraamvrouwen aan geheel of grotendeels in staat te zijn hun eigen verzorging en die van de baby op zich te kunnen nemen. Een belangrijke doelstelling van kraamzorg, namelijk het bevorderen van zelfredzaamheid, wordt dus bereikt. Vrouwen die minder dan 6 uur per dag kraamzorg kregen en/of minder kraamzorg kregen dan was afgesproken bleken minder zelfredzaam te zijn aan het einde van het kraambed en zich vaker ongerust te maken over de gezondheid van de baby in de eerste zes weken na de bevalling. In hoeverre deze conclusie invloed zal hebben op de wijze waarop de kraamzorg onderdeel zal zijn van de basisverzekering moet nog blijken. 18

19 Het is ieder geval een discussie waarbij de sector kraamzorg belangen heeft die via de brancheorganisaties behartigd kunnen worden. Daarnaast is er een rol weggelegd voor de brancheorganisaties in de verdere ontwikkeling van het kwaliteitskeurmerk en het toezicht hierop. Conclusie Er zijn in de nabije toekomst de volgende min of meer politieke vraagstukken aan de orde in de sector kraamzorg: De ontwikkeling van een kwaliteitskeurmerk en de vraag in hoeverre dit keurmerk en het toezicht daarop leidend wordt in de contractering De wjjze waarop de kraamzorg onderdeel wordt van de basisverzekering. Hoe kan de knip in de kraamzorg worden voorkomen? Kraamzorg wel of niet onder het WTG-regime? Is het wenselijk om onder het WTG-regime te vallen in het streven naar een goede prijs/kwaliteitsverhouding in de kraamzorg of kan een goede prijs/kwaliteitsverhouding beter gerealiseerd worden als het WTGregime niet meer van toepassing wordt verklaard voor de sector kraamzorg.? 4.2 Economische ontwikkelingen De vraag naar kraamzorg wordt bepaald door het aantal geboorten in Nederland, het percentage mensen dat kraamzorg wenst te ontvangen of daar aanspraak op kan maken. Een overzicht van het aantal geboorten in Nederland in de afgelopen vier jaar geeft het volgende beeld: 2000: geboorten 2001: geboorten 2002: geboorten 2003: geboorten (bron CBS: Vademecum gezondheidsstatistiek 2003; 2003 zijn voorlopige CBS-cijfers) De verwachting van CBS is dat in de komende jaren het aantal nieuwgeborenen in Nederland zal afnemen. Uit eerder onderzoek blijkt dat ongeveer 85% van het totale aantal geboorten leidt tot verzorgingen door kraamverzorgenden (Van Muiswinkel et al.2000 en Nivel 2001). Per jaar wordt er ongeveer 247 miljoen euro uitgegeven aan kraamzorg als tweede compartimentzorg. Ziekenfondsverzekerden zijn verplicht verzekerd voor kraamzorg. Zij ontvangen kraamzorg in natura. Er is een wettelijk maximum van 80 uur kraamzorg in de periode van 8 tot 10 dagen na de bevalling. Dit wettelijke maximum is te nuanceren. In de overeenkomsten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders wordt een gemiddelde verzorgingsduur afgesproken die steeds vaker een taakstellend karakter heeft voor de zorgaanbieder. 19

20 Het realiseren van deze afspraak heeft dan prioriteit in de bepaling van het totale aantal zorguren per verzorging waardoor het zelden voorkomt dat er 80 uur wordt geboden. Indien een cliënt aan geeft dat zij recht heeft op 80 uur kraamzorg, wordt door zowel de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder aangegeven dat de cliënt aanspraak kan maken op 80 uur. Het is echter aan de zorgaanbieder en zorgverzekeraar gehouden om te bepalen hoeveel uren zorg er daadwerkelijk nodig zijn. De cliënt betaalt een wettelijke eigen bijdrage van per uur kraamzorg. Deze eigen bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld door het CTG. De hoogte van de bijdrage in 2004 is 3,50 per uur. Deze bijdrage wordt veelal door de kraamzorgaanbieders geïnd bij de cliënt. Uiteraard gaat dit gepaard met een incasso-risico. Particulier verzekerden kunnen veelal via hun zorgverzekering kraamzorg verkrijgen. Veel zorgverzekeraars passen ook voor deze groep verzekerden een eigen bijdrage toe. Een zeer beperkte groep cliënten heeft de keuze gemaakt voor een verzekering die een bedrag uitkeert waar zelf kraamzorg voor kan worden ingekocht. Deze groep is zodanig klein dat hun handelswijze nagenoeg geen invloed heeft op de markt kraamzorg. De cliënt met een smalle beurs zal een financiële prikkel ervaren om zo min mogelijk kraamzorguren af te nemen. Te verwachten valt dat de huidige economische recessie deze prikkel versterkt. Het is moeilijk te achterhalen hoe groot dit effect precies is. In de afgelopen jaren zijn veel zorgverzekeraars gefuseerd tot grote en machtige financiële concerns. Er zijn regionale zorgverzekeraars, maar steeds meer verzekeraars hebben zich ontwikkeld tot grote en middelgrote landelijke opererende zorgverzekeraars, mede omdat de verzekerden zich in de afgelopen jaren ook meer hebben verspreid over Nederland. In het verleden was het gebruikelijk dat de verzekerden de zorgverzekeraar koos die in de regio alom was vertegenwoordigd. Door het wegvallen van de ziekenfondsgrenzen en de concurrentie op de nominale premie is er veel meer diversiteit ontstaan bij de inwoners van een regio in de keuze van een zorgverzekeraar. Voor kraamzorgaanbieders betekent dit dat zij overeenkomsten moeten sluiten met steeds meer zorgverzekeraars en zorgverzekeraars moeten overeenkomsten sluiten met steeds meer kraamzorgaanbieders. Dit heeft geleid tot het ontstaan van landelijke makelaars zoals het Landelijk Transferpunt Zorg. Deze makelaars sluiten overeenkomsten met zorgverzekeraars waarin zij een landelijk dekkend netwerk van kraamzorgaanbieders bieden die conform de voorwaarden die zij zijn overeengekomen met de zorgverzekeraar, kraamzorg bieden. 20

Inleiding 3. 1 Gedragscode 4

Inleiding 3. 1 Gedragscode 4 BTN Gedragscode Inhoudsopgave Inleiding 3 1 Gedragscode 4 2 Gedragsregels: - Algemeen 4 - Kwaliteit van zorg 6 - Cliënten 6 - Zorgverleners 7 - Zorgorganisaties 7 - Overige disciplines 8 - Samenleving

Nadere informatie

Sites voor de intramurale fysiotherapie

Sites voor de intramurale fysiotherapie Sites voor de intramurale fysiotherapie In bijgaand document een overzicht van sites waarop informatie is te vinden over onderwerpen die van belang kunnen zijn voor de intramuraal werkende fysiotherapeut.

Nadere informatie

De kraamzorg in kaart. Feiten, financiering, kosten en opbrengsten

De kraamzorg in kaart. Feiten, financiering, kosten en opbrengsten De kraamzorg in Feiten, financiering, kosten en opbrengsten Wat is kraamzorg? Wat zijn feiten rondom kraamzorg? Definitie > Feiten > Hoe wordt kraamzorg gefinancierd? Wat kost kraamzorg en wat levert het

Nadere informatie

alles draait om de juiste zorg

alles draait om de juiste zorg alles draait om de juiste zorg Over vereniging SPOT SPOT is een groeiende brancheorganisatie voor kraamen thuiszorgorganisaties en bemiddelingsbureaus. De bij SPOT aangesloten organisaties hebben kwaliteit

Nadere informatie

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind!

Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen werken aan betere geboortezorg voor moeder en kind! Samen verder, samen beter! Iedere vrouw heeft recht op professionele geboortezorg die haar en haar gezin in het proces van kinderwens, zwangerschap,

Nadere informatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN Da Costalaan 87 2281 SE Rijswijk T. 06 36 33 23 77 info@kraamzorgpuckenco.n l www.kraamzorgpuckenco.nl NL 43 KNAB 0721 8952 47 KVK 62409832 ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN Artikel 1: DEFINITIES Basiskwaliteitseisen

Nadere informatie

Utrecht Juli 2014. Follow Up Rapport Zorgboerderij Karin s zonnestraal te Nieuwpoort

Utrecht Juli 2014. Follow Up Rapport Zorgboerderij Karin s zonnestraal te Nieuwpoort Utrecht Juli 2014 Follow Up Rapport Zorgboerderij Karin s zonnestraal te Nieuwpoort Inleiding Op 22 nuari 2014 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: de inspectie) een inspectiebezoek gebracht

Nadere informatie

BASISKWALITEITSEISEN KRAAMZORG

BASISKWALITEITSEISEN KRAAMZORG BASISKWALITEITSEISEN KRAAMZORG Landelijke Vereniging voor Thuiszorg Landelijk Centrum Kraamzorg Branchebelang Thuiszorg Nederland Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen STING, beroepsvereniging

Nadere informatie

Geen zorgen over zorgplannen

Geen zorgen over zorgplannen Geen zorgen over zorgplannen Kennisdagen mei 2014 Kennisdagen mei 2014 Vigerende wet- en regelgeving Van groot naar klein Kwaliteitswet zorginstellingen Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Besluit zorgplanbespreking

Nadere informatie

Veranderdocument Kwalificatiedossier Verzorgende-IG 2011-2012 ten opzichte van dossier Verzorgende-IG 2010-2011

Veranderdocument Kwalificatiedossier Verzorgende-IG 2011-2012 ten opzichte van dossier Verzorgende-IG 2010-2011 Veranderdocument Kwalificatiedossier Verzorgende-IG 2011-2012 ten opzichte van dossier Verzorgende-IG 2010-2011 Deel A - Tekst is gewijzigd, meer op de ontvanger gericht. Foto s zijn verwijderd; vertegenwoordigen

Nadere informatie

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013

Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Cliëntenradenbijeenkomst 16 april 2013 Opening Anneke Augustinus Manager Care Zorgkantoor Zorg en Zekerheid Foto: website Activite Waarom vandaag? Delen kennis en ervaringen zodat: Het zorgkantoor voldoende

Nadere informatie

DIT IS VNO-NCW. Lidmaatschap en contributie

DIT IS VNO-NCW. Lidmaatschap en contributie De Europese lobby van vno-ncw richt zich zowel op de Europese spelers in Brussel (Europese Commissie, Europees Parlement) als op de Nederlandse politiek (in Den Haag en via de Permanente Vertegenwoordiging

Nadere informatie

Zorginkoopbeleid. Kraamzorg 2016 1 Coöperatie VGZ u.a.

Zorginkoopbeleid. Kraamzorg 2016 1 Coöperatie VGZ u.a. Zorginkoopbeleid Kraamzorg 2016 1 Coöperatie VGZ u.a. 1 Er heeft een vertaalslag plaats gevonden van dit Zorginkoopbeleid Kraamzorg 2016 naar de Zorgovereenkomst Kraamzorg 2016. Rechten kunnen uitsluitend

Nadere informatie

De cliëntenraad. Uw mening horen wij graag!

De cliëntenraad. Uw mening horen wij graag! Zorgcentrum Horizon De cliëntenraad Uw mening horen wij graag! De cliëntenraad Inhoud Uw mening horen wij graag Uw mening 4 Wat is een cliëntenraad 4 Lid worden van de cliëntenraad? 5 Wat doet een cliëntenraad?

Nadere informatie

Format inschrijving nieuwe aanbieders toewijsbare zorg (S2)

Format inschrijving nieuwe aanbieders toewijsbare zorg (S2) Format inschrijving nieuwe aanbieders toewijsbare zorg (S2) Voor u ligt het format inschrijving nieuwe aanbieders toewijsbare zorg (S2) wijkverpleging 2015. Door het invullen van dit format maakt u de

Nadere informatie

Overeenkomst Kraamzorg 2015

Overeenkomst Kraamzorg 2015 Overeenkomst Kraamzorg 2015 De ondergetekenden: De Zorgverzekeraar: VGZ Zorgverzekeraar N.V. IZZ Zorgverzekeraar N.V. IZA Zorgverzekeraar N.V. N.V. Zorgverzekeraar UMC N.V. VGZ Cares N.V. Univé Zorg Zowel

Nadere informatie

Beroepscode doktersassistent. Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten

Beroepscode doktersassistent. Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten Beroepscode doktersassistent Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten Beroepscode Doktersassistent Wat is een beroepscode? Een beroepscode bevat ethische en praktische normen en waarden van het beroep.

Nadere informatie

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112 Beleid mantelzorg Herzieningsdatum 031112 Mantelzorgbeleid Cederhof Mantelzorg kan worden gedefinieerd als de extra zorg en begeleiding die mensen, vrijwillig, langdurig en onbetaald, verlenen aan personen

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie. Zicht op de toekomst. 22 september 2014

Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie. Zicht op de toekomst. 22 september 2014 Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie 22 september 2014 Inhoud 1. Inleiding en aanleiding 2. Strategische outline 3. De markt en de vereniging 4. Strategische domeinen 5. Beweging 1. Inleiding en

Nadere informatie

WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING

WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING WETTELIJKE EISEN BIJ DE BEROEPSUITOEFENING Onderstaand wordt beknopt weergegeven met welke aspecten een logopedist rekening dient te houden uit hoofde van wetgeving. 1. Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst

Nadere informatie

Bijlage 1 Uitgangspunten en inhoud van Zvw-pgb

Bijlage 1 Uitgangspunten en inhoud van Zvw-pgb Bijlage 1 Uitgangspunten en inhoud van Zvw-pgb Onderhandelingsresultaat overeengekomen door Per Saldo, ZN en VWS Uitgangspunten: Per 1 januari 2015 worden, indien de wijziging van het Besluit zorgverzekering

Nadere informatie

Pagina 1/5. Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische. Inleiding

Pagina 1/5. Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische. Inleiding Ons kenmerk: ACM/TFZ/2016/401860 Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische zorg Juni 2016. Definitieve versie. Inleiding Ziekenhuizen, zorgverzekeraars en andere partijen

Nadere informatie

Logeren waarderen. Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen

Logeren waarderen. Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen Logeren waarderen Kiezen van logeeropvang door ouders van meervoudig complex gehandicapte kinderen/mensen Auteurs : Bram van Beek, Kees van der Pijl Datum : 5 juni 2007 Inhoudsopgave 1. Achtergrond...

Nadere informatie

Inspraak door verzekerden bij zorginkoop

Inspraak door verzekerden bij zorginkoop Inspraak door verzekerden bij zorginkoop Nijmegen, 30 september 2015 Martin Buijsen M.A., LL.M., Ph.D. Hoogleraar Gezondheidsrecht buijsen@bmg.eur.nl Inhoud Voorgeschiedenis Inspraak verzekerden Ledenraad

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Implementatie kwaliteitswet zorginstellingen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 961, nrs.

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Implementatie kwaliteitswet zorginstellingen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 961, nrs. Algemene Rekenkamer BEZORGEN Lange Voorhout 8 Voorzitter van de commissie voor Postbus 20015 de Rijksuitgaven 2500 EA Den Haag T 070 3424344 Binnenhof 4 070 3424130 DEN HAAG e voorlichting@rekenkamer.nl

Nadere informatie

Uniformering regeling waskosten AWBZ-instellingen

Uniformering regeling waskosten AWBZ-instellingen Uniformering regeling waskosten AWBZ-instellingen Op 8 oktober 2007 uitgebracht aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Publicatienummer Uitgave Volgnummer Afdeling Auteur College

Nadere informatie

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot)

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot) Verordening cliëntenparticipatie ISD de Kempen 2015 Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als

Nadere informatie

Overeenkomst zorgverzekeraar - kraamcentrum

Overeenkomst zorgverzekeraar - kraamcentrum Overeenkomst zorgverzekeraar - kraamcentrum Deel II Algemeen deel Artikel 1. Definities a. zorgverzekeraar: De Friesland Zorgverzekeraar in haar hoedanigheid van O.W.M. De Friesland Zorgverzekeraar U.A.,

Nadere informatie

Gevolgen voor de werkgelegenheid

Gevolgen voor de werkgelegenheid KRACHTIG ADVISEREN BIJ FUSIES EN OVERNAMES Met een divers team van organisatieadviseurs ondersteunen we ondernemingsraden bij het beoordelen van voorgenomen verkoop, fusies en overnames van bedrijven.

Nadere informatie

Hulp bij het huishouden

Hulp bij het huishouden Hulp bij het huishouden GroenekruisDomicura: voor alle zorg bij u thuis Als het om uw gezondheid gaat, of om die van uw kind of iemand anders die u dierbaar is, dan neemt u geen enkel risico. Dan is alleen

Nadere informatie

Voorwoord. In deze brochure geven wij u inzicht in de branche en de rol van NLingenieurs als haar vertegenwoordiger.

Voorwoord. In deze brochure geven wij u inzicht in de branche en de rol van NLingenieurs als haar vertegenwoordiger. Voorwoord De Nederlandse advies- en ingenieursbranche levert innovatieve en duurzame oplossingen voor de Nederlandse en internationale samenleving. De branche is bepalend geweest voor het ontstaan van

Nadere informatie

Jaarverslag Cliëntenraad. Extramurale Zorg De Friese Wouden 2010

Jaarverslag Cliëntenraad. Extramurale Zorg De Friese Wouden 2010 Jaarverslag Cliëntenraad Extramurale Zorg De Friese Wouden 2010 INHOUDSOPGAVE BLZ. Voorwoord 3 Algemene informatie over de Cliëntenraad 4 Samenstelling van de Cliëntenraad 5 Behandelde adviesaanvragen

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Wijkverpleging 25 - juni 2014 Gewijzigde versie. De Friesland Zorgverzekeraar

Informatiebijeenkomst Wijkverpleging 25 - juni 2014 Gewijzigde versie. De Friesland Zorgverzekeraar Informatiebijeenkomst Wijkverpleging 25 - juni 2014 Gewijzigde versie De Friesland Zorgverzekeraar Wijzigingen Inkoopbeleid S2 publicatiedatum 1 juli 2014 naar Inkoopbeleid S2 publicatiedatum 7 juli 2014

Nadere informatie

Overeenkomst Kraamzorg 2014

Overeenkomst Kraamzorg 2014 Overeenkomst Kraamzorg 2014 De ondergetekenden: De Zorgverzekeraar: VGZ Zorgverzekeraar NV IZZ Zorgverzekeraar NV IZA Zorgverzekeraar NV NV Zorgverzekeraar UMC Zorgverzekeraar Cares Gouda NV N.V. Univé

Nadere informatie

De visie en doelen van de ondernemingsraad.

De visie en doelen van de ondernemingsraad. De visie en doelen van de ondernemingsraad. Juni 2013 1 1. Inleiding Blz. 3 2. Visie van de ondernemingsraad. Blz. 3 3. Hoofddoelen Blz. 4 4. Visie op Medezeggenschap Blz. 4 5. Aandachtsgebieden & Speerpunten

Nadere informatie

Het Nederlandse Zorgstelsel

Het Nederlandse Zorgstelsel Het Nederlandse Zorgstelsel Een heldere blik op de regels in de gezondheidszorg Corné Adriaansen 12 september 2012 Door de bomen het bos niet meer te zien? Zorgstelsel Nederland 2012 Financieringsstromen

Nadere informatie

Profiel Raad van Toezicht. Stichting de Woonmensen/ KWZA

Profiel Raad van Toezicht. Stichting de Woonmensen/ KWZA Profiel Raad van Toezicht Stichting de Woonmensen/ KWZA KP 14 november 2012 1 Inleiding Uitgangspunt voor de bezetting van de Raad van Toezicht is, dat deze bestaat uit generalisten die gezamenlijk een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 316 Vragen van het lid

Nadere informatie

Participatie van cliënten laat nog te wensen over. Dit geldt ook voor de eenduidige voorlichting aan (aanstaande) zwangeren en hun partners.

Participatie van cliënten laat nog te wensen over. Dit geldt ook voor de eenduidige voorlichting aan (aanstaande) zwangeren en hun partners. VSV s op koers 83% van de VSV s heeft een gezamenlijke visie opgesteld, waarbij moeder en kind centraal staan. Dat blijkt uit een inventarisatie die het CPZ samen met ActiZ heeft laten doen. Centrale vraagstelling

Nadere informatie

e. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als 'Beleidsregel aanvaardbare kosten 2002'.

e. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als 'Beleidsregel aanvaardbare kosten 2002'. Bijlage 1 bij circulaire II/501/01/9c Aanvaardbare kosten 2002 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op de organen voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 1, onder A, nummer 16 (instellingen

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER PERSOONSGEBONDEN BUDGET VERPLEGING EN VERZORGING. DEEL 1: verpleegkundig- deel

AANVRAAGFORMULIER PERSOONSGEBONDEN BUDGET VERPLEGING EN VERZORGING. DEEL 1: verpleegkundig- deel AANVRAAGFORMULIER PERSOONSGEBONDEN BUDGET VERPLEGING EN VERZORGING DEEL 1: verpleegkundig- deel 1. Zorgverzekeraar (van persoon voor wie het pgb wordt aangevraagd) Dit formulier is voor: a.s.r. basis ziektekostenverzekeringen

Nadere informatie

Beleidsdocument 2012-2016

Beleidsdocument 2012-2016 Beleidsdocument 2012-2016 uw zorg, onze zorg Inhoudsopgave 1. Voorwoord...3 2. Zorggroep de Bevelanden...4 3. Waar staat Zorggroep de Bevelanden voor (Missie, Visie en Doelstellingen)...4 4. Uitwerking:

Nadere informatie

PrivaZorg. PrivaZorg thuiszorg klantgericht en persoonlijk!

PrivaZorg. PrivaZorg thuiszorg klantgericht en persoonlijk! PrivaZorg PrivaZorg thuiszorg klantgericht en persoonlijk! 1 Welkom bij PrivaZorg! PrivaZorg is een thuiszorgorganisatie, die werkt met gemotiveerde, zelfstandige zorgverleners. Thuiszorg is zorg bij mensen

Nadere informatie

De zorgverzekeringswet

De zorgverzekeringswet De zorgverzekeringswet De invoering van de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de wet op de Zorgtoeslag vanaf 1 januari 2006 is een feit. Hierdoor ontstaat er één zorgverzekering voor iedereen, waarmee het onderscheid

Nadere informatie

Van goede zorg verzekerd. Zorgverzekering. Oegstgeest 27 september 2014

Van goede zorg verzekerd. Zorgverzekering. Oegstgeest 27 september 2014 1 Van goede zorg verzekerd Zorgverzekering Oegstgeest 27 september 2014 Volksgezondheid Toekomst Verkenningen VTV 2013 Uitgangspunten zorgverzekeraars Zorgverzekeraars: Hanteren solidariteit en voor iedereen

Nadere informatie

Kwaliteitszorg Niveau 4

Kwaliteitszorg Niveau 4 Antwoorden stellingen Kwaliteitszorg Niveau 4 NU ZORG Editie 2014 Pagina 1 Hoofdstuk 1. Kwaliteitszorg 1. Onder kwaliteitszorg verstaan we het geheel aan activiteiten die nodig zijn om de kwaliteit van

Nadere informatie

Zorginkoopbeleid. 2017Geboortezorg. Eno Zorgverzekeraar

Zorginkoopbeleid. 2017Geboortezorg. Eno Zorgverzekeraar Zorginkoopbeleid 2017Geboortezorg Eno Zorgverzekeraar Inhoudsopgave 1 2 Inleiding 5 Zorginkoopbeleid geboortezorg 2017 6 2.1 Visie op de zorg 6 2.2 Eisen aan zorgaanbieders en zorgverlening 6 2.3 Inkoop

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

Strategisch document Ambulancezorg Nederland

Strategisch document Ambulancezorg Nederland Strategisch document Ambulancezorg Nederland 1 Inleiding: relevante ontwikkelingen 2 Missie en visie AZN 3 Kernfuncties: profiel en kerntaken AZN 4 Strategische agenda AZN vastgesteld: woensdag 23 mei

Nadere informatie

Voorbeeld. Thuiszorgorganisaties, Verpleeghuizen en Verzorgingshuizen. Preview. certificatieschema. versie 2006

Voorbeeld. Thuiszorgorganisaties, Verpleeghuizen en Verzorgingshuizen. Preview. certificatieschema. versie 2006 Voorbeeld Dit document mag slechts op een stand-alone PC worden geinstalleerd. Gebruik op een netwerk is alleen. toestaan als een aanvullende licentieovereenkomst voor netwerkgebruik met NEN is afgesloten.

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015

Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 Factsheet: Monitor Hervorming van de Langdurige Zorg 2015 ActiZ 1 oktober 2014 drs. S. van Klaveren K.J. van de Werfhorst MSc Projectnummer: 419052 Correspondentienummer: DH-0110-4067 Inhoud SAMENVATTING

Nadere informatie

Position paper CNV Publieke Zaak Hervorming Langdurige Zorg

Position paper CNV Publieke Zaak Hervorming Langdurige Zorg Position paper CNV Publieke Zaak Hervorming Langdurige Zorg CNV Publieke Zaak zet zich in voor kwalitatief hoogstaande zorg. Goede zorg is een groot goed voor iedereen in Nederland. Naast onze ideeën over

Nadere informatie

waar de gezondheidszorg op wacht

waar de gezondheidszorg op wacht waar de gezondheidszorg op wacht Inhoudsopgave Aanleidingen en trends Visie op kwaliteit KIGZ Waarom? Inhoudsopgave Aanleidingen en trends Wettelijk historisch perspectief Internationalisering Patiënt

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw kenmerk

Nadere informatie

Aandoening Indicatie Eerste Consult (intake) Behandeling. Spataderen Niet medisch noodzakelijk Verzekerde zorg* Niet verzekerde zorg

Aandoening Indicatie Eerste Consult (intake) Behandeling. Spataderen Niet medisch noodzakelijk Verzekerde zorg* Niet verzekerde zorg Welkom bij de Mauritsklinieken. Om u vooraf zo volledig mogelijk te informeren over de kosten en procedures van het zorgtraject dat u bij de Mauritsklinieken doorloopt, hebben wij voor u een overzicht

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Leijten (SP) over de gevolgen van extramuralisering voor zorgaanbieders (2013Z05339).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Leijten (SP) over de gevolgen van extramuralisering voor zorgaanbieders (2013Z05339). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo vast te stellen

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo vast te stellen Raadsbesluit nr. 22 Betreft: Vaststellen Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo De raad van de gemeente Tynaarlo;

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid AYA Thuiszorg

Vrijwilligersbeleid AYA Thuiszorg 1 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 : Vrijwilligersbeleid; visie, definitie, kader : Uitgangspunten AYA Thuiszorg bij het werken met vrijwilligers; :

Nadere informatie

Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ

Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ Verordening cliëntenparticipatie WWB en WIJ Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant 1 oktober 2011 Reglement Cliëntenraad van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant stelt conform

Nadere informatie

ECCVA/U201101749 Lbr: 11/066

ECCVA/U201101749 Lbr: 11/066 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft ledenraadpleging collectieve zorgverzekering uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201101749 Lbr: 11/066 bijlage(n)

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2015 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik, gelet op de artikelen 11, vierde en vijfde lid, 12, tweede, derde

Nadere informatie

Commissiereglement NBA

Commissiereglement NBA Commissiereglement NBA 1. Grondslag 1.1 Dit reglement kent als grondslag artikel 11, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep. Daarin is bepaald dat het bestuur de NBA bestuurt. 2. Overwegingen

Nadere informatie

Hoe werkt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)?

Hoe werkt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)? Hoe werkt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)? Hoe werkt de AWBZ? Wie doet wat in de AWBZ? Hoe werkt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)? Deze Informatiekaart geeft antwoord op de

Nadere informatie

Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom

Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden Van systemen naar mensen Gezamenlijke agenda VWS 8 februari 2013. Vereniging Senioren ING Regio Rotterdam/Zeeland 24 april 2014 Joop Blom Nieuwe

Nadere informatie

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oldenzaal en Hengelo (hierna gezamenlijk te noemen: deelnemende gemeenten) ;

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oldenzaal en Hengelo (hierna gezamenlijk te noemen: deelnemende gemeenten) ; Centrumgemeenteregeling samenwerking ICT Hengelo- Oldenzaal De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Oldenzaal en Hengelo (hierna gezamenlijk te noemen: deelnemende gemeenten) ; Overwegende

Nadere informatie

Pagina. Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische. Inleiding

Pagina. Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische. Inleiding Ons kenmerk: ACM/TFZ/2016/401860 Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medischspecialistische zorg April 2016. Openbaar concept. Reacties mogelijk tot en met 27 mei 2016. Inleiding Ziekenhuizen,

Nadere informatie

ONVZ past dit principe toe. Het principe is uitgewerkt in het reglement van de raad van bestuur.

ONVZ past dit principe toe. Het principe is uitgewerkt in het reglement van de raad van bestuur. Raad van bestuur Samenstelling en deskundigheid Samenstelling 3.1.1. De raad van bestuur is zodanig samengesteld, dat hij zijn taak naar behoren kan vervullen. Complementariteit, collegiaal bestuur en

Nadere informatie

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE

STRATEGISCH BELEID EFFICIËNT EN ZICHTBAAR NAAR EEN CENTRUM VOOR REVALIDATIE STRATEGISCH BELEID 2013 2014 NAAR EEN EFFICIËNT EN ZICHTBAAR CENTRUM VOOR REVALIDATIE UMCG Centrum voor Revalidatie Strategisch beleidsplan 2013-2014 Vastgesteld op 1 november 2012 Vooraf Met het strategisch

Nadere informatie

WETGEVING INZAKE POSITIE CLIENT IN DE ZORG

WETGEVING INZAKE POSITIE CLIENT IN DE ZORG WETGEVING INZAKE POSITIE CLIENT IN DE ZORG OP KOERS OF OP DRIFT? Prof.mr.J.K.M.Gevers (AMC/UvA) Overzicht Achtergrond/inhoud beoogde nieuwe wetgeving Kanttekeningen bij de uitgangspunten Commentaar bij

Nadere informatie

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1

Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur. Pagina 1 Profielbeschrijving Voorzitter College van Bestuur Pagina 1 Contactgegevens Stichting Hervormde Scholen De Drieslag Lange Voren 88 3773 AS Barneveld info@dedrieslag.nl www.dedrieslag.nl Datum 28-01-2015

Nadere informatie

Principe akkoord CAO Thuiszorg 2006-2010

Principe akkoord CAO Thuiszorg 2006-2010 Principe akkoord CAO Thuiszorg 2006-2010 Partijen bij de CAO Thuiszorg, BTN en CNV Publieke Zaak hebben, onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door de leden, overeenstemming bereikt over een nieuwe

Nadere informatie

Uitwerking scenario Belangenbehartiging

Uitwerking scenario Belangenbehartiging Uitwerking scenario Belangenbehartiging Korte omschrijving Belangenbehartiging voor mensen met een verstandelijke / cognitieve beperking gebeurt op 3 niveaus. 1. Individueel doorgaans wordt dit gedaan

Nadere informatie

(Mede)zeggenschap sept/okt. 2015 Programma

(Mede)zeggenschap sept/okt. 2015 Programma (Mede)zeggenschap sept/okt. 2015 Programma Mijn naam is Jos van de Ven en ben binnen Dichterbij werkzaam als ambtelijk secretaris van de cliëntenraad. Onafhankelijke ondersteuning Onafhankelijke cliëntondersteuning

Nadere informatie

Profielschets Raad van Toezicht. juni 14

Profielschets Raad van Toezicht. juni 14 Profielschets Raad van Toezicht juni 14 : De Raad van Toezicht van de stichting Caransscoop is het in de statuten verankerd orgaan dat belast is met het intern toezicht op het beleid van de Bestuurder

Nadere informatie

Keurmerken in de zorgsector. De zorgsector kent o.a. de volgende keurmerken, certificaten, registraties en erkenningsregelingen.

Keurmerken in de zorgsector. De zorgsector kent o.a. de volgende keurmerken, certificaten, registraties en erkenningsregelingen. HKZ-keurmerk De Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling (HKZ) stelt kwaliteitseisen op voor diverse deelgebieden van de sectoren zorg en welzijn (incl. kinderopvang). Deze worden in de vorm van certificatieschema's

Nadere informatie

Bijlage 3 Onderzoek vraag en inventarisatie aanbod huishoudelijke verzorging

Bijlage 3 Onderzoek vraag en inventarisatie aanbod huishoudelijke verzorging Bijlage 3 Onderzoek vraag en inventarisatie aanbod huishoudelijke verzorging 1. Inleiding Om gefundeerde keuzes te kunnen maken over de uitvoering van de huishoudelijke verzorging heeft de gemeente onderzoek

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003 BELEIDSREGEL ZZP-TARIFERING EN TARIEVEN EXTRAMURALE PARAMETERS IN DE FORENSISCHE ZORG Ingevolge artikel 57 eerste lid onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) juncto artikel 6 van

Nadere informatie

Rapportage. Cliëntenraden en. Extra bijdragen. AWBZ-instellingen

Rapportage. Cliëntenraden en. Extra bijdragen. AWBZ-instellingen Rapportage Cliëntenraden en Extra bijdragen AWBZ-instellingen LOC Zeggenschap in zorg 20 januari 2011 1 Inleiding Aanleiding Bij LOC Zeggenschap in zorg zijn 2.200 cliëntenraden aangesloten. Voor cliëntenraden

Nadere informatie

Reglement Cliëntenpanel. Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid

Reglement Cliëntenpanel. Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid Reglement Cliëntenpanel Stichting Samenwerkende Zorgboeren Zuid Reglement cliëntenpanel (centrale cliëntenraad) De Stichting Samenwerkende Zorgboeren hecht veel waarde aan de inbreng van haar cliënten

Nadere informatie

Provinciale Staten van Overijssel

Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 75 02 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum EMT/2005/1830

Nadere informatie

Informatie voor duurzaam inkopen van. Hulp in het Huishouden. Datum: 20 mei 2010

Informatie voor duurzaam inkopen van. Hulp in het Huishouden. Datum: 20 mei 2010 Informatie voor duurzaam inkopen van Hulp in het Huishouden Datum: 20 mei 2010 Colofon Dit document voor duurzaam inkopen is ontwikkeld door NL Milieu en Leefomgeving in opdracht van het Ministerie van

Nadere informatie

Zorginkoopbeleid Persoonlijke Verzorging en Verpleging 2015. Juni juli 2014

Zorginkoopbeleid Persoonlijke Verzorging en Verpleging 2015. Juni juli 2014 Zorginkoopbeleid Persoonlijke Verzorging en Verpleging 2015 Juni juli 2014 Programma 1. Introductie Coöperatie VGZ 2. Visie overheid HLZ en context 3. Visie Coöperatie VGZ 4. Inkoop, declaratie en monitoring

Nadere informatie

JAARPLAN 2015 WMO ADVIESRAAD BOXTEL

JAARPLAN 2015 WMO ADVIESRAAD BOXTEL JAARPLAN 2015 WMO ADVIESRAAD BOXTEL 1 INLEIDING De Wmo Adviesraad is op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning bij besluit van de gemeenteraad van 27-9-2007 (de z.g. participatieverordening) door

Nadere informatie

DIENSTVERLENINGS- DOCUMENT

DIENSTVERLENINGS- DOCUMENT DIENSTVERLENINGS- DOCUMENT Op alle diensten die door PSI Pensioenbeheer worden geleverd zijn Algemene Leveringsvoorwaarden van toepassing. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel

Nadere informatie

PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS

PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS PRIVACYREGLEMENT THUISZORG INIS 1. BEGRIPSBEPALINGEN 1.1. Instellingen: De particuliere organisaties voor thuiszorg die onder de naam THUISZORG INIS actief zijn. 1.2. Persoonsgegeven: Een gegeven dat herleidbaar

Nadere informatie

Zorgkantoor: Instelling die in overeenstemming met wettelijke bepalingen verantwoordelijk is voor de zorgtoewijzing.

Zorgkantoor: Instelling die in overeenstemming met wettelijke bepalingen verantwoordelijk is voor de zorgtoewijzing. ALGEMENE VOORWAARDEN Inleiding Hierbij treft u de algemene voorwaarden aan van Breederzorg Thuiszorg. Deze algemene leveringsvoorwaarden zijn van toepassing op alle diensten van Breederzorg alsmede de

Nadere informatie

Corporate governance. (werktitel) Startconferentie RVZ 7 februari 2013

Corporate governance. (werktitel) Startconferentie RVZ 7 februari 2013 Corporate governance (werktitel) Startconferentie RVZ 7 februari 2013 Voorstel om de adviesaanvraag in twee delen te splitsen: 1. Governancescan zorginstellingen 2. Governance van zorgverzekeraars February

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk directie Zorgmarkten Care 0900 770 70 70 vragencare@nza.nl CARE/AWBZ/12/01c 12D0000176

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk directie Zorgmarkten Care 0900 770 70 70 vragencare@nza.nl CARE/AWBZ/12/01c 12D0000176 Aan de besturen van AWBZ-instellingen en de zorgkantoren Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11 F 030 296 82 96 E info@nza.nl I www.nza.nl Behandeld door Telefoonnummer

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CA-BR-1508. Prestatiebeschrijvingen en tarieven ZZPmeerzorg. Bijlage 11 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c

BELEIDSREGEL CA-BR-1508. Prestatiebeschrijvingen en tarieven ZZPmeerzorg. Bijlage 11 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c Bijlage 11 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c BELEIDSREGEL Prestatiebeschrijvingen en tarieven ZZPmeerzorg Wlz Ingevolge artikel 57, eerste lid, onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg

Nadere informatie

PROFIEL VOOR DE RAAD VAN COMMISSARISSEN EN ZIJN LEDEN

PROFIEL VOOR DE RAAD VAN COMMISSARISSEN EN ZIJN LEDEN PROFIEL VOOR DE RAAD VAN COMMISSARISSEN EN ZIJN LEDEN PROFIEL VAN DE RAAD Pré Wonen hecht veel waarde aan het toepassen van de Governance code Woningcorporaties. De verantwoordelijkheden en taken van zowel

Nadere informatie

Meer eigen regie in Zvw

Meer eigen regie in Zvw Meer eigen regie in Zvw Onze dochter Sofie is met 27 weken geboren. Ze heeft bij de geboorte een hersenbeschadiging gekregen, waardoor ze verschillende beperkingen heeft. De meest ingrijpende is een zeer

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Frédérique Babyzorg

Algemene voorwaarden Frédérique Babyzorg Algemene voorwaarden Frédérique Babyzorg Deze algemene voorwaarden geven de rechten en plichten weer van Frédérique Babyzorg (FB) en de cliënt. Alle zorg die geleverd wordt door Frédérique Babyzorg wordt

Nadere informatie

Aanvraagformulier persoonsgebonden budget IKZ/PTZ verpleging en verzorging

Aanvraagformulier persoonsgebonden budget IKZ/PTZ verpleging en verzorging Aanvraagformulier persoonsgebonden budget IKZ/PTZ verpleging en verzorging DEEL 1: Verpleegkundig deel 1. Geadresseerde Zorgverzekeraar: 2. Aanvrager Voor wie vraagt u een persoonsgebonden budget (pgb)

Nadere informatie

Klachtenreglement. AD/dec. 2009 Pagina 1 van 6

Klachtenreglement. AD/dec. 2009 Pagina 1 van 6 Klachtenreglement AD/dec. 2009 Pagina 1 van 6 KLACHTENREGLEMENT Dit is de klachtenregeling van de woonzorgcentra Amaris Florisberg en Amaris De Kuijer. De Cliënt Vertrouwenspersoon (CVP) die werkzaam is

Nadere informatie

Positie zorgverleners in de AWBZ-thuiszorg in verband met de voorbereiding contractering 2011. Inleiding

Positie zorgverleners in de AWBZ-thuiszorg in verband met de voorbereiding contractering 2011. Inleiding Positie zorgverleners in de AWBZ-thuiszorg in verband met de voorbereiding contractering 2011 Inleiding De afgelopen jaren is veel te doen geweest over de inzet van zelfstandige zorgverleners in de thuiszorg.

Nadere informatie