EEN SAMENVATTENDE ANALYSE VAN POTENTIËLEN EN KOSTEN VAN BROEIKASGASREDUCTIE-OPTIES IN BINNEN- EN BUITENLAND

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EEN SAMENVATTENDE ANALYSE VAN POTENTIËLEN EN KOSTEN VAN BROEIKASGASREDUCTIE-OPTIES IN BINNEN- EN BUITENLAND"

Transcriptie

1 Januari 2000 ECN-C EEN SAMENVATTENDE ANALYSE VAN POTENTIËLEN EN KOSTEN VAN BROEIKASGASREDUCTIE-OPTIES IN BINNEN- EN BUITENLAND N.H. van der Linden J.R. Ybema M. Beeldman S.N.M. van Rooijen

2 Verantwoording Dit rapport is tot stand gekomen in het kader van een opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, DGIS. De begeleidingsgroep voor dit project bestond uit medewerkers van het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het project staat bij ECN geregistreerd onder projectnummer Abstract This report aims at comparing and combining the results of the following studies conducted by ECN on behalf of the Ministry of Economic Affairs, the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment and the Ministry of Foreign Affairs, DGIS: 1. JI study: Joint Implementation met Midden- en Oost-Europa; mogelijkheden en beperkingen bij de realisatie van de Nederlandse CO 2 -reductiedoelstellingen in de periode ; October 1997: 2. Optiedocument: Optiedocument voor emissiereductie van broeikasgassen; Inventarisatie in het kader van de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid; October 1998, 3. CDM study: Potential and Cost of Clean Development Mechanism options in the energy sector; Inventory of options in non-annex I countries to reduce GHG emissions; December The aim of the above studies was to assess the potential and costs of greenhouse gas reduction options in Central and Eastern Europe (JI study), in the Netherlands (Optiedocument) and in the non-annex I countries (CDM study). The total identified reduction potential in the year 2010, at a price of USD 50 per ton CO 2 or lower in Central and Eastern Europe and in the non-annex I countries, amounts to approximately 4.4 Gton CO 2 equivalent. This is more than enough to meet the total required reduction of OECD countries of 2.4 Gton CO 2 equivalent resulting from the Kyoto agreement. Roughly 36% of the identified potential in non-annex I countries and Central and Eastern Europe is projected to be achievable at negative or zero incremental costs (no regret options). The identified potential in the Netherlands in this price range is approximately 55 Mton CO 2 equivalent for all reduction options and approximately 40 Mton for the CO 2 related options. The price buyers may have to pay for obtaining reduction units abroad may differ from the costs to realise these units. The demand-supply analysis suggests that a full scale implementation of CDM and JI will result in a clearing price of a reduction unit of USD 4 per ton CO 2 if the no regret options (options which are profitable to a firm or a country as a whole) are included and of USD 15 per ton CO 2 if the no regret options are excluded (no decision has been taken yet on whether no regret options are eligible for consideration in the CDM or JI). However, these results are subject to some shortcomings and limitations and should therefore be interpreted cautiously. The most important limitations include: Transaction costs are excluded. Estimates based on AIJ projects in Eastern Europe indicate that project development costs are some 12% of investment costs and other transaction costs in the range of 1-8%. The costs for the creation of a fund to finance adaptation projects in the non-annex I countries have not been taken into account. The possibility of banking of reduction units in the non-annex I countries is not taken into account. If reduction units are banked from projects implemented during the period , the annual CDM reduction potential increases substantially. For the cost calculations in this analysis the entire project life has been taken into consideration. However, by definition of the Kyoto Protocol, only a maximum of 13 years for CDM and 5 years for JI of GHG reductions from a project would be eligible for consideration in the CDM or the JI. Many CDM and JI projects have an economic life in excess of 13 years and if the offset value of the project would have to be recovered in a period of 13 years this can have a significant impact on the average costs. 2 ECN-C

3 The results of the ECN-studies are based on the technology bottom-up approach. In addition to the bottom-up approach, macro-economic top-down models can provide useful insight into the indirect and secondary effects and into the interactions between the sectors and, at a global scale, between the various parties. Several top-down models have reviewed and it can be concluded that the results do not differ significantly from the results obtained from the bottom-up models. ECN-C

4 INHOUD INHOUD 4 1. ACHTERGROND 5 2. FINANCIËLE EN ECONOMISCHE EVALUATIE VAN REDUCTIEOPTIES 7 3. ECONOMISCHE REDUCTIEKOSTEN IN BINNEN- EN BUITENLAND 9 4. FINANCIËLE REDUCTIEKOSTEN IN HET BUITENLAND DE ALTERNATIEVE TOP-DOWN BENADERING OVERIGE ASPECTEN DIE DE EVENWICHTSPRIJS BEÏNVLOEDEN CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 21 REFERENTIES 23 4 ECN-C

5 1. ACHTERGROND In het kader van het internationale klimaatbeleid en als voorbereiding op de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I (uitgebracht in juni 1999) en deel II (in voorbereiding) zijn door ECN drie studies uitgevoerd met een verschillende regionale focus: 1. JI-studie: Joint Implementation met Midden- en Oost-Europa; mogelijkheden en beperkingen bij de realisatie van de Nederlandse CO 2 -reductiedoelstellingen in de periode ; studie uitgevoerd door ECN en JIN in opdracht van de ministeries EZ en VROM; oktober Optiedocument: Optiedocument voor emissiereductie van broeikasgassen; Inventarisatie in het kader van de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid; studie uitgevoerd door ECN en RIVM in opdracht van het ministerie van VROM; oktober CDM-studie: Potential and cost of Clean Development Mechanism options in the energy sector; Inventory of options in non-annex I countries to reduce GHG emissions; studie uitgevoerd door ECN, SEI-B (USA) en AED (USA) in opdracht van het DGIS; december Dit rapport heeft tot doel de belangrijkste kwantitatieve resultaten van bovengenoemde studies daar waar mogelijk naast elkaar te zetten en vergelijkbaar te maken, om op die manier een bijdrage te leveren aan een consistente afweging tussen emissiereductiemogelijkheden in het binnenland en het buitenland. Het accent in dit rapport ligt op de beschikbare potentiëlen en bijbehorende kosten van reductieopties in binnen- en buitenland. Voor een goede evaluatie en interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde analyse is het belangrijk vooraf de volgende uitgangspunten te benadrukken: 1. De kosten van reductiemaatregelen vormen slechts één aspect bij de uiteindelijke invulling van het beleid om te komen tot een reductie van broeikasgassen zoals afgesproken in het Kyoto Protocol. Aspecten die daarnaast een (wellicht grotere) rol spelen zijn bijvoorbeeld het investeringsklimaat in het buitenland, de implementeerbaarheid van reductieopties (lokale capaciteit), het strategisch gedrag van Annex I en niet-annex I landen en de verdeling van credits. Ook bestaat er nog grote onzekerheid over de specifieke modaliteiten van de flexibele instrumenten (additionaliteit, hot air, sinks, no regret) die evenwel van doorslaggevende aard kunnen zijn met betrekking tot het gebruik van de instrumenten. 2. De kwantitatieve informatie over kosten, potentiëlen en prijzen gepresenteerd in dit rapport is afkomstig van bovengenoemde studies. Deze informatie is in de meeste gevallen niet hard en omgeven met onzekerheid en onbetrouwbaarheid en is vaak ook gebaseerd op specifieke aannamen. De aard van de onzekerheid/onbetrouwbaarheid en de specifieke aannamen die gebruikt zijn worden uitvoerig beschreven in de betreffende studies. Om de leesbaarheid van dit rapport te verhogen zijn deze beperkingen niet altijd uitputtend overgenomen, maar is volstaan met het noemen van de belangrijkste beperkingen. 3. Het Kyoto Protocol noemt behalve CO 2 nog vijf andere broeikasgassen die meegenomen kunnen worden bij het behalen van de reductiedoelstelling 1. In het optiedocument zijn ook niet-co 2 opties geïdentificeerd en geëvalueerd. De JI-studie en de CDM-studie hebben uitsluitend gekeken naar CO 2 -emissies en vandaar dat in dit rapport de niet-co 2 gassen buiten beschouwing worden gelaten. 1 In 1995 bedroeg de uitstoot van alle zes broeikasgassen wereldwijd circa 29,5 Gton CO 2 -equivalent. Bijna 74% van dit totaal betrof CO 2. Bron: IEA, 1998, en RIVM, EDGAR database. ECN-C

6 4. In dit rapport wordt een globaal overzicht gegeven van de kostenaspecten die van belang zijn bij de afweging tussen reductieopties in het binnen- en buitenland. Het doel van dit rapport is vooral een bijdrage te leveren aan de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel II. Een meer gedetailleerde uitwerking van de verschillende methoden voor kostenberekening op projectniveau vindt momenteel plaats binnen een aantal nog lopende ECN-projecten. De analyse gepresenteerd in dit rapport bestaat uit de volgende onderdelen: allereerst wordt in Hoofdstuk 2 de definitie van de belangrijkste kostensoorten gegeven. Vervolgens worden in Hoofdstuk 3 de economische reductie kostencurven gepresenteerd en geëvalueerd voor Nederland, Midden- en Oost-Europa en de niet-annex I landen. In Hoofdstuk 4 wordt een meer theoretische analyse gegeven van wat de prijs per ton reductie wordt in het buitenland uitgaande van de aanname dat er een markt van volledige mededinging zal ontstaan. Deze prijs is uiteraard van belang voor de Nederlandse overheid omdat dit de kosten zijn die gemaakt moeten worden voor het aankopen van Certified Emission Reduction units (CERs) in niet-annex I landen en Emission Reduction Units (ERUs) in Midden- en Oost-Europa. In Hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe de technologisch georiënteerde bottom-up aanpak gebruikt in de drie ECN-studies zich verhoudt tot de economisch georiënteerde top-down aanpak zoals bijvoorbeeld gepresenteerd door het MIT. In Hoofdstuk 6 wordt kort ingegaan op de overige aspecten die de prijs van emissiereductie eenheden beïnvloeden. Tenslotte worden in Hoofdstuk 7 een aantal conclusies en aanbevelingen gedaan. 6 ECN-C

7 2. FINANCIËLE EN ECONOMISCHE EVALUATIE VAN REDUCTIEOPTIES In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de methode van kosten-baten analyse die gebruikt wordt voor een evaluatie van reductieopties en de verschillende kostensoorten die bij deze evaluatie van belang zijn. Een kosten-baten analyse omvat twee belangrijke deelanalyses, namelijk een financiële analyse en een economische analyse. De financiële analyse bekijkt het effect van een reductiemaatregel op een specifieke groep (de eindgebruiker, de investeerder, de overheid). Bij een financiële analyse wordt dus in kaart gebracht de werkelijke kosten waarmee een groep geconfronteerd wordt bij de implementatie van de maatregel. De prijzen waarmee gewerkt wordt in een financiële analyse zijn dus de werkelijke marktprijzen, ongeacht of in deze prijzen nu marktverstoringen zoals subsidies en of heffingen verwerkt zijn. De kosten voor de groep zijn dan ook de financiële kosten waarbij kosten dan gedefinieerd zijn als nettokosten, ofwel kosten van de maatregelen minus eventuele baten die de maatregel oplevert. De bepaling van financiële kosten is van belang om een indruk te krijgen van hoe de lasten van een maatregel verdeeld worden over specifieke groepen. Dit geeft een mogelijkheid om de rechtvaardigheid en ook de implementeerbaarheid van een maatregel te beoordelen. In zijn algemeenheid kan de uitkomst van een financiële analyse niet gebruikt worden om het effect van de maatregel op het land als totaal te evalueren. Daarvoor is nodig een nationaal economische analyse waarbij er niet gekeken wordt naar specifieke groepen, maar waarbij het effect van de maatregel op het land als totaal wordt beschouwd. Dit betekent dat bepaalde inkomensoverdrachten (subsidies en belastingen) tussen groepen niet worden meegenomen in de economische kosten omdat die geen invloed hebben op het land als totaal, maar alleen verschuivingen betreffen tussen groepen binnen het totaal. In theorie wordt bij een economische analyse dan ook gewerkt met prijzen die alleen maar een reflectie zijn van de schaarsteverhoudingen (schaduwprijzen). De kosten voor het land zijn dan ook economische kosten waarbij ook hier weer geldt dat het netto economische kosten betreft. Economische kosten zijn van belang omdat deze kosten het effect aangeven van een reductiemaatregel op Nederland als totaal en dus richtinggevend zijn voor een vergelijking van reductiemaatregelen onderling. De reductieopties gerangschikt naar nationaal economische kosten geeft de aanbodcurve van reductieopties voor een land. Nationaal economische kosten en financiële kosten zijn dus verschillende begrippen die verschillende soorten informatie geven. Bij reductieopties in Nederland is van belang voor de Nederlandse overheid het effect van de opties voor Nederland als totaal (nationaal economische kosten), maar ook de verdeling van de lasten over de verschillende groepen (financiële kosten van groepen).voor het opstellen van een emissiereductieprogramma in Nederland is dus informatie zowel van de nationaal economische kosten als de financiële kosten relevant. ECN-C

8 Bij reductieopties in het buitenland is voor de Nederlandse overheid uiteraard primair van belang wat de kosten zijn om reductie-eenheden (permits) te verwerven, ofwel wat de prijs is van een permit. De Nederlandse overheid is in deze situatie een specifieke groep en geïnteresseerd in de financiële kosten voor die groep. De economische kosten van reductieopties in het buitenland zijn voor de Nederlandse overheid van minder belang. Echter, ook in het buitenland wordt het aanbod van reductieopties gegeven door de nationaal economische kostencurve en deze aanbodcurve bepaalt vervolgens, in combinatie met de vraag, de prijs van een permit. 8 ECN-C

9 3. ECONOMISCHE REDUCTIEKOSTEN IN BINNEN- EN BUITENLAND Een belangrijk resultaat van de drie studies betreft de nationaal economische kostencurve voor emissiereductie opties. Deze curve geeft aan de kosten per vermeden ton CO 2 van verschillende reductieopties, waarbij de opties zijn geordend van de laagste economische kosten tot de hoogste economische kosten. De incrementele kostencurve gebaseerd op economische kosten kan dan ook gezien worden als de aanbodcurve van emissiereductieopties. De economische kostencurven zoals opgesteld voor Nederland, Midden- en Oost-Europa en de niet-annex I 2 landen zijn weergegeven in Figuur 3.1 en 3.2. Het betreft hier alleen het reductiepotentieel waarvan de kosten per ton CO 2 liggen tussen USD -50 en USD In tegenstelling tot Midden- en Oost-Europa en de niet-annex I landen, zijn bij de inventarisatie van reductieopties in Nederland ook de niet-co 2 broeikasgassen meegenomen. Daarom zijn in Figuur 3.1 voor Nederland twee kostencurven gepresenteerd, Nederland-CO 2 (alleen CO 2 en dus vergelijkbaar met niet-annex I en Central- and Eastern Europe) en Nederland-GHG (alle broeikasgassen). In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I is aangegeven dat de intentie is om van de totaal vereiste reductie van 50 Mton op jaarbasis, 50% in het binnenland te realiseren en 50% in het buitenland. Figuur 3.1 geeft aan dat bij 25 Mton de marginale kosten (kosten van de laatste ton reductie) circa USD 15 bedragen. Echter, het uiteindelijke pakket van maatregelen waarvoor gekozen is in de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I bevat ook reductieopties met kosten duidelijk hoger dan USD 15 (bijvoorbeeld energiebesparing bestaande woningen USD 60/ton, duurzame energie USD 50/ton, N 2 O-emissies autokatalysatoren USD 38/ton). Hieruit blijkt dat ook andere dan kostenaspecten een rol spelen bij de uiteindelijke beleidskeuzen 2 Niet-Annex I landen zijn de landen die in het Kyoto Protocol geen reductiedoelstelling opgelegd hebben gekregen. Dit zijn voornamelijk de ontwikkelingslanden. 3 Kosten en prijzen zijn in dit rapport omgerekend naar 1990 USD. ECN-C

10 Nederland-CO Reductiekosten [US dollar per ton] Nederland-GHG Reductiepotentieel (Mton CO equivalent) Figuur 3.1 Nationaal economische kostencurven voor Nederland De reductiepotentiëlen in Midden- en Oost-Europa en in de niet-annex I landen zijn van een andere orde van grootte dan in Nederland en vandaar dat deze curven in een aparte figuur zijn weergegeven met Gton als eenheid op de X-as. Om toch een idee te krijgen van de verhoudingen tussen de reductiepotentiëlen in binnen- en buitenland is in Figuur 3.2 ook de Nederland- CO 2 curve weergegeven Nederland-CO Centraal en-oost Europa 10 Niet-Annex I Reductiepotentieel [Gigaton CO equivalent ] Figuur 3.2 Nationaal economische kostencurven voor Midden- en Oost-Europa, de niet-annex I landen en Nederland Reductieopties in Midden- en Oost-Europa en in de niet-annex I landen verschillen van die in Nederland in de zin dat voor het buitenland alleen die opties zijn meegenomen die gekwalificeerd kunnen worden als CDM- of JI-project. Er moet dan sprake zijn van inzet van technologie en reductiemogelijkheden gericht op het beïnvloeden van het gedrag vallen hier niet onder. 10 ECN-C

11 De belangrijkste kanttekeningen bij de economische kostencurven in Figuur 3.1 en 3.2 zijn 4 : In de kostencurven voor Midden- en Oost-Europa en voor de niet-annex I landen zijn de transactiekosten, ofwel de kosten die gemaakt moeten worden om het project daadwerkelijk van de grond te krijgen zoals projectidentificatie, haalbaarheidsstudies en monitoring, niet meegenomen. Deze kosten kunnen echter substantieel zijn. Voor Midden- en Oost-Europa worden deze kosten geschat op 13-20% van de investeringskosten. In het CDM-rapport staat beschreven het voorbeeld van het GEF Ilumex verlichtingsproject in Mexico waarbij de GEF-bijdrage 20% is van de totale investering (benadrukt moet worden dat deze 20% door onderhandelingen tot stand is gekomen en behalve de transactiekosten waarschijnlijk ook een stuk onderhandelingswinst bevat). In de kostencurve voor de niet-annex I landen is geen rekening gehouden met de kosten voor het mogelijk opzetten van een adaptatiefonds van waaruit adaptatieprojecten in niet- Annex I landen betaald kunnen worden. In de kostencurve voor de niet-annex I landen is geen rekening gehouden met de mogelijkheid tot banking van CERs gedurende de periode Dit heeft echter wel een aanzienlijk effect op het potentieel. Veronderstel de situatie waarbij in het jaar 2000 een project met een minimale looptijd van 13 jaar en een jaarlijkse reductie van 1 ton CO 2 wordt gerealiseerd. Dit project genereert zonder banking een reductie van 5 ton CO 2 in de eerste budgetperiode. Met banking geeft dit project een reductie in de eerste periode van = 14 ton CO 2. In de kostencurven is de totale levensduur van de optie als uitgangspunt genomen. Deze levensduur gaat voor de meeste opties voorbij de eerste budgetperiode, dus impliciet is aangenomen dat reductie-eenheden gegenereerd na 2012 mee gaan tellen voor de volgende budgetperiode. Het is echter nog volstrekt onduidelijk wat er na 2012 gaat gebeuren en formeel kunnen alleen die reductie-eenheden meegeteld worden die tussen 2008 en 2012 (bij JI) of tussen 2000 en 2012 (bij CDM) gegenereerd worden. Uitgaande van een gemiddelde economische levensduur van 15 jaar voor reductieopties, betekent dit voor JI dat de kosten een factor 3 hoger worden als alleen gekeken wordt naar de periode De kostencurve voor de niet-annex I landen is opgebouwd uit informatie van 24 landen. In 1995 bedroeg de totale CO 2 -uitstoot van deze groep van 24 landen ongeveer 67% van de totale uitstoot van alle niet-annex I landen. De resultaten van de 24 landen zijn vervolgens simpel geëxtrapoleerd door te vermenigvuldigen met een factor 100/67 om te komen tot een schatting van het potentieel in alle niet-annex I landen. De kostencurve voor Midden- en Oost-Europa is gebaseerd op EFOM model simulaties voor enkele Oost-Europese landen en studies naar het reductiepotentieel aan de vraagzijde (OECD, 1996). Observaties naar aanleiding van Figuur 3.1 en De curven in Figuur 3.1 en 3.2 geven de reductieopties aan in de energiesector naar oplopende economische kosten per vermeden ton CO 2. De curven kunnen derhalve beschouwd worden als aanbodcurven voor reductieopties. De kostencurven verschuiven naar boven als additionele kosten zoals transactiekosten en kosten voor een adaptatiefonds worden meegenomen. De kostencurve voor de niet-annex I landen verschuift naar beneden als ook banking wordt meegenomen. Figuur 3.1 laat duidelijk zien dat voor Nederland het meenemen van opties voor niet-co 2 gassen de kostencurve naar beneden doet verschuiven. Voor Oost- Europa en niet-annex I landen zijn niet-co 2 gassen niet meegenomen maar lopend onderzoek op dit gebied suggereert dat voor deze regio s een zelfde beeld ontstaat als voor Nederland. 4 Een volledig overzicht van alle beperkingen en aannamen die gebruikt zijn om tot de nationale economische kostencurven te komen zijn beschreven in de rapportages van de afzonderlijke studies. ECN-C

12 2. Het geïdentificeerde reductiepotentieel in Nederland voor de kostenrange tot USD 50 per ton CO 2 bedraagt circa 55 Mton voor alle opties en circa 40 Mton voor alleen de CO 2 - gerelateerde opties. Voor Nederland zijn de geïdentificeerde no regret opties alle CO 2 - gerelateerde opties. In de positieve kostenrange tot circa USD 10 betreft het enkel niet-co 2 reductieopties. In de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid deel I is vastgesteld dat 25 Mton reductie in het binnenland zal plaatsvinden. Dit komt overeen met een marginaal kostenniveau (kosten van de laatste ton reductie) van ongeveer USD 15 per ton CO 2. Voor het vaststellen van het basispakket van maatregelen om tot deze reductie te komen is niet alleen gekeken naar de kosten maar zijn ook andere aspecten meegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat het basispakket ook reductieopties bevat die duurder zijn dan USD 15 per ton CO 2 waardoor de gemiddelde pakketkosten uitkomen op ongeveer USD 20 per ton CO 2. Zou eventueel de tweede 25 Mton ook in Nederland gerealiseerd worden, dan zouden de gemiddelde kosten van dit additionele pakket circa USD 30 per ton CO 2 bedragen met de kosten van de laatste ton CO 2 op USD 45. Dit geeft een maatstaf bij het analyseren van opties in het buitenland. 3. Het geïdentificeerde potentieel in Midden- en Oost-Europa bedraagt bijna 2000 Mton. Hiervan is circa 800 Mton aangemerkt als no regret. Het geïdentificeerde potentieel in de positieve kostenrange tot USD 15 per ton CO 2 is ongeveer 200 Mton. 4. Het geïdentificeerde potentieel in de niet-annex I landen bedraagt circa 2400 Mton, waarvan circa 850 Mton met negatieve kosten. In de positieve kostenrange tot USD 15 per ton CO 2 is circa 950 Mton geïdentificeerd. 12 ECN-C

13 4. FINANCIËLE REDUCTIEKOSTEN IN HET BUITENLAND In Hoofdstuk 3 zijn de nationaal economische kostencurven gepresenteerd. Voor reductieopties in Nederland vormt deze curve een belangrijke leidraad bij het samenstellen van een pakket van maatregelen om tot de gewenste reductieomvang te komen. Voor reductieopties in het buitenland zijn het niet zozeer de kosten die relevant zijn voor de Nederlandse overheid, maar de prijs die betaald moet worden om reductie eenheden (permits) te kopen. Deze prijs kan verschillen van de kosten die nodig zijn om de reductie eenheid te realiseren en deze prijs vormt de financiele kosten voor de Nederlandse overheid om permits te verwerven. Ter illustratie kan een vergelijking gemaakt worden met de internationale oliehandel. De kosten van de exploitatie van olie zijn heel verschillend in de verschillende olieproducerende landen (Golfstaten USD 2/barrel, Venezuela USD 7/barrel, Noord-Amerika USD 11/barrel). Toch heeft de consument te maken met maar één wereldmarktprijs voor olie. Deze prijs komt tot stand door de vraag-aanbod verhoudingen in de wereld en door de marktvorm. Voor permits geldt in principe hetzelfde. Alhoewel de kosten van permits verschillend zijn, zal er uiteindelijk één wereldmarktprijs voor permits ontstaan, onafhankelijk of deze permits nu worden gegenereerd in Oost-Europa of in de niet-annex I landen. Ook hier spelen vraag en aanbod een grote rol en ook hier is de marktvorm van belang bij de prijsvorming. De wereldmarktprijs bepaalt vervolgens via de economische kostencurven per land waar en hoeveel er gereduceerd zal worden. In dit hoofdstuk wordt volgens bovenstaand theoretisch model een eerste aanzet gegeven om te komen tot de bepaling van een wereldmarktprijs voor reductieopties. Benadrukt moet worden dat het een theoretisch model betreft met nog zeer beperkte praktische relevantie. Het is met name bedoeld als referentie bij een verdere uitwerking en precisering van de prijs van permits. Het wereldaanbod van reductieopties wordt gevormd door een aggregatie van de aanbodcurven (nationaal economische kostencurven) zoals die zijn weergegeven in Figuur 3.2 en de aanbodcurven van de overige Annex I-landen 5. De geaggregeerde wereldaanbodcurve is gegeven in Figuur 4.2. Omdat onduidelijk is in hoeverre de no regret opties meegenomen kunnen worden is in Figuur 4.2 de wereldaanbodcurve gegeven met no regret opties en zonder no regret opties. De totale vraag vanuit de Annex I-landen komt uit de Kyoto-doelstelling voor de verschillende landen en bedraagt ongeveer 2400 Mton CO 2 -equivalent 6. Deze vraag is uiteraard sterk afhankelijk van het referentiescenario (business as usual) dat verondersteld wordt. In Figuur 4.1 zijn de referentiescenario s die gebruikt zijn in dit rapport gegeven als index ten opzichte van 1990 voor de niet-annex I landen, de OECD-landen en de overige Annex I-landen. 5 Een deel van het aanbod wordt ook gevormd door de hot air van die landen waarbij de referentie beneden de Kyoto-doelstelling ligt. De hot air is in deze analyse niet meegenomen omdat het nog onduidelijk is of dit wel wordt toegestaan. 6 De vraag wordt bepaald door het verschil tussen het referentieniveau in 2010 en het Kyoto-niveau in ECN-C

14 Niet-Annex I OECD Figuur 4.1 Baseline scenario s voor niet-annex I, OECD en over Annex I Wereldwijde CO 2 -uitstoot in 1990 bedroeg circa 19,9 Gton CO 2 -equivalent (OECD 49%, overig Annex I 21% en niet-annex I 30%). Volgens het referentiescenario (zonder klimaatbeleid) zal dit in 2010 zijn toegenomen tot circa 28,8 Gton CO 2 -equivalent (OECD 40%, overig Annex I 14% en niet-annex I 46%). [USD/ton] vereiste reductie zonder 'no-regret' [Mton] met 'no-regret' Figuur 4.2 Geaggregeerde economische kostencurve voor de wereld als totaal De vraag-aanbod analyse op wereldschaal leidt tot een evenwichtsprijs in de range van USD4 tot USD 15 per ton CO 2, afhankelijk van of de no regret opties wel of niet worden meegenomen. De volgende kanttekeningen zijn van belang bij de interpretatie van Figuur 4.2: De kanttekeningen zoals die in Hoofdstuk 3 gemaakt zijn voor de nationale economische kostencurven gelden uiteraard ook voor de mondiale kostencurve. In bovenstaande analyse is uitgegaan van een markt van volledige mededinging. Omdat er bij reductie van emissies op wereldschaal sprake is van een klein aantal grote aanbieders (China, India, Rusland) en ook een klein aantal grote vragers (Amerika), lijkt het aannemelijk dat in de praktijk een zekere vorm van kartelvorming zal gaan plaatsvinden. De internationale oliemarkt is ook hier een goed voorbeeld van wat kartelvorming voor effect kan hebben op de prijsvorming. 14 ECN-C

15 Een markt van volledige mededinging veronderstelt een volledig transparante markt voor iedere actor. Als een dergelijke situatie zich al zal voordoen, dan zal het toch vele jaren duren en zeker niet voor de eerste budgetperiode gerealiseerd zijn. Er lijkt dus winst te behalen voor die actoren die snel handelen en als eerste het goedkope potentieel vastleggen. Wel is het zo dat daarmee extra risico gelopen wordt als dit gebeurt voordat er internationale overeenstemming is over de concrete uitwerking van de flexibele instrumenten. ECN-C

16 5. DE ALTERNATIEVE TOP-DOWN BENADERING De analyse zoals beschreven in de Hoofdstukken 3 en 4 is gebaseerd op een methode waarbij de nadruk sterk ligt op de technologie. Reductiepotentiëlen worden bepaald aan de hand van technologieën die ingezet kunnen worden en kosten zijn direct gerelateerd aan de specifieke technologie. Deze zogenaamde bottom-up benadering geeft dus niet alleen aan hoeveel, maar ook hoe reducties gerealiseerd kunnen worden. In deze methode worden de interacties tussen de verschillende energie subsectoren (elektriciteit, olie, gas) wel meegenomen maar geen aandacht wordt besteed aan mogelijke interacties tussen maatregelen genomen in de energiesector en de andere economische sectoren Ook mogelijke interacties tussen de Annex I-landen en de niet- Annex I landen worden niet meegenomen in de bottom-up modellen. Deze interacties kunnen echter aanzienlijk zijn. Maatregelen in de Annex I-landen om de Kyoto doelstelling te realiseren kunnen leiden tot andere prijsverhoudingen, wat vervolgens op mondiale schaal weer kan leiden tot andere concurrentieverhoudingen. De interacties tussen de energiesector en de overige economische sectoren en tussen de Annex I en niet-annex I landen kunnen beschreven worden door middel van een economisch algemeen evenwichtsmodel, ook wel genoemd een top-down model. De kracht van top-down modellen is dus dat de economische relaties tussen sectoren en landen (regio s) beschreven worden, maar het technologische detail van het reductiepotentieel is in deze modellen duidelijk minder dan bij bottom-up modellen. Economisch georiënteerde top-down modellen en technologisch georiënteerde bottom-up modellen komen uiteindelijk uit bij hetzelfde punt: de wereldmarktprijs van permits. Echter, door het verschil in aanpak kan de uitkomst ook verschillend zijn. Vandaar dat in dit hoofdstuk een overzicht wordt gegeven van de resultaten van top-down modellen zoals die zijn gepresenteerd en geëvalueerd door het Stanford Energy Modeling Forum, door het MIT en door de ADB. Van belang is om op te merken dat ook voor de top-down modellen de kanttekeningen zoals gemaakt in Hoofdstuk 3 ten aanzien van de transactiekosten, banking, adaptatiefonds en de periode waarover credits gegenereerd kunnen worden relevant zijn. Stanford Energy Modeling Forum Het Stanford Energy Modeling Forum (EMF) heeft elf teams van onderzoekers bij elkaar gebracht die op basis van gemeenschappelijke uitgangspunten modelanalyses hebben uitgevoerd. Alle gebruikte wereldmodellen zijn min of meer als top-down modellen te classificeren. Met elk model zijn de volgende Kyoto-cases voor het jaar 2010 doorgerekend: geen emissiehandel, Annex I handel en wereldwijde handel (Weyant and Hill, 1999). De eerste conclusie die genoemd kan worden is dat vrijwel alle model teams de case met volledige wereldwijde emissiehandel niet als een realistisch uitkomst van het huidige onderhandelingsproces zien. Deze case werd puur gezien als een benchmark scenario. De berekende evenwichtsprijs lag bij 10 van de 11 modellen tussen de USD 6 en USD 12 per ton CO 2. In een situatie met alleen Annex I emissiehandel tendeert de prijs (voor 8 van de 11 analyses) naar een niveau tussen USD 15 en USD 35 per ton CO 2. Opgemerkt moet worden dat niet-co 2 broeikasgassen, sinks en transactiekosten in geen van de hiergenoemde analyses zijn meegenomen. Tevens wordt uitgegaan van een perfecte markt voor emissiepermits zonder aanbodbeperkingen (Jepma, 1999). 16 ECN-C

17 MIT (Ellerman et al.) De MIT-studie voor de Wereldbank (Ellerman et al., 1999) gaat in op de effecten van het Kyoto Protocol op ontwikkelingslanden. Een analyse is uitgevoerd met behulp van marginale kostencurves voor emissiereductie voor het jaar 2010, welke geconstrueerd zijn op basis van het opleggen van beperkingen aan de CO 2 -emissies in het EPPA algemeen evenwichtsmodel. Opgemerkt wordt dat deze kostencurves, vanwege het veronderstelde evenwicht in de referentiesituatie, geen gedeelte met negatieve kosten kennen. Drie cases zijn beschouwd waarbij telkens de Kyoto-doelstellingen worden gehaald met daarbij één case zonder emissiehandel, één emissiehandel in de Annex I en een derde met wereldwijde emissiehandel. Telkens is daarbij een perfecte markt verondersteld. De totale kosten voor emissiereductie nemen sterk af door emissiehandel; deze bedragen USD 180 miljard (1998) zonder handel, bij emissiehandel in de Annex B (inclusief hot air) komt een evenwichtsprijs tot stand van USD 34 per ton wat resulteert in totale kosten van USD 80 miljard en bij wereldwijde emissiehandel ontstaat een evenwichtsprijs van USD 6,5 per ton en totale kosten van USD 17 miljard. Daarbij nemen de kosten voor de OECD minder sterk af: van USD 170 miljard, via USD 125 miljard tot USD 32 miljard. De MIT-studie geeft verschillende gevoeligheidsanalyses waarbij ten opzichte van een situatie met volledige handel onderzocht zijn: effecten van hogere en lagere ontwikkeling van de referentie-uitstoot, de gevolgen van plafonds op de aankopen van emissiereductie, de effecten van transactiekosten voor CDM, kartelvorming en inefficiënt aanbod van emissiereducties in ontwikkelingslanden. Het hogere referentiescenario leidt tot een 25-30% hogere marginale emissiereductieprijs. Een 50% plafond op de aankopen van emissiereductie, vergelijkbaar met het voorstel van de EU, leidt tot een halvering van de evenwichtsprijs tot USD 5/ton CO 2. Kartelvorming leidt in de meest extreme variant die is onderzocht tot een marktprijs van USD 45 /ton CO 2 bij een gerealiseerde emissiereductie in niet-annex I landen van 1050 Mton. Tenslotte leidt een feitelijk CDM aanbod dat slechts 25% bedraagt van het technisch potentieel tot een marktprijs van USD 40/ton CO 2. Asian Development Bank (Zhang) De studie voor de Asian Development Bank (Zhang, 1999) gebruikt dezelfde marginale kostencurves als MIT maar neemt ook de niet-co 2 broeikasgassen mee en hanteert de emissieprojecties uit de national communications, die veel lager zijn dan de projecties van MIT. In een situatie met volledige handel is de evenwichtsprijs volgens Zhang slechts USD 2,6/ton CO 2. Daarbij vindt 1070 Mton reductie van plaats via CDM. Opvallend is dat zowel (Zhang, 1999) als (Ellerman et al., 1999) kanttekeningen plaatsen bij het potentieel in de praktijk. Het meest waarschijnlijk is het dat een systeem van JI/CDM/ET geleidelijk zal ontwikkelen terwijl ondertussen ervaring wordt opgedaan (Ellerman et al., 1999). Zhang merkt op dat tot halverwege 1998 slecht 95 AIJ-projecten zijn gerapporteerd, waarvan slechts één project in Afrika. Als deze projecten in de praktijk gerealiseerd worden genereert dit een jaarlijkse emissiereductie van 10 Mton CO 2. De analyse gaat uit van een honderdvoudige reductie in niet-annex I landen. Université Pierre Mendes (Patrick Criqui et al.) Patrick Crigio, Silvana Mima en Laurent Viguier bepalen de marginale CO 2 -bestrijdingskosten met behulp van het POLES-wereldenergiemodel. Het POLES-model wordt omschreven als een intermediair model tussen de top-down en bottom-up modellen. Het bevat een betere technologische beschrijving dan algemeen evenwichtsmodellen In deze studie worden net als bij MIT ECN-C

18 met behulp van het POLES-model marginale bestrijdingskosten gegenereerd. Vervolgens wordt ook in deze studie een analyse gepresenteerd waarbij de kosten van de Kyoto-doelstellingen zijn bepaald voor een situatie zonder flexibele mechanismen, alleen emissiehandel binnen de Annex B landen en tenslotte een wereldwijde markt van emissiehandel. De prijs van een permit bij handel tussen Annex B komt uit op USD 17/ton CO 2. Bij een wereld markt daalt deze prijs tot bijna USD 6 per ton CO 2. De totale bestrijdingskosten bij een wereldmarkt dalen met maar liefs 90% ten opzichte van de situatie dat alle reductie in de Annex-I landen zelf zou moeten plaatsvinden. Ook is gekeken naar het effect op de prijs als er bepaalde maximum percentages worden vastgesteld voor aankopen in het buitenland. Uit deze analyse blijkt dat als dit percentage kleiner is dan 15%, dan heeft dit geen invloed op de prijs en hoeveelheden. Stijgt dit percentage echter boven de 15%, dan stijgt de prijs en nemen de totale reductiekosten toe. Bij een percentage boven de 65% neemt de milieueffectiviteit toe doordat een deel van de hot air niet meer gebruikt wordt. Concluderend kan gesteld worden dat de resultaten van de top-down studies, daar waar het gaat om een wereldwijde emissiehandel, redelijk in overeenstemming zijn met de bottom-up studies die in dit rapport besproken zijn. 18 ECN-C

19 6. OVERIGE ASPECTEN DIE DE EVENWICHTSPRIJS BEÏNVLOEDEN In de voorgaande hoofdstukken is op basis van geïdentificeerde potentiëlen en kosten van reductieopties een analyse gedaan om te komen tot een wereldevenwichtsprijs voor reductieeenheden (permits). Behalve kosten en potentiëlen zijn er nog een aantal aspecten die de prijs kunnen beïnvloeden. Om de analyse gepresenteerd in de vorige hoofdstukken te kunnen plaatsen in het totale plaatje, zijn in onderstaande tabel de belangrijkste overige aspecten kort beschreven, en is aangegeven wat het effect is op de evenwichtsprijs. Tabel 6.1 Overige aspecten die de evenwichtsprijs beïnvloeden Aspect Omschrijving Effect op evenwichtsprijs Investeringsklimaat Het investeringsklimaat in een land is van essentieel belang. De private sector zal zowel bij JI- als CDMprojecten het voortouw moeten nemen bij de daadwerkelijke implementatie en de risico s gerelateerd aan de politieke en economische situatie in een land zijn zwaarwegend. De eerste ervaringen met het AIJ-programma hebben aangetoond dat de private sector maar schoorvoetend bereid is om initiatieven te ontwikkelen in landen waar men nog niet actief is. In de lijst van landen die in aanmerking komen voor JI- of CDM-projecten zullen er een aantal afvallen vanwege politieke en/of economische instabiliteit. Dit leidt tot een vermindering van het aanbod van reductieopties resulterend in een opwaartse druk op de evenwichtsprijs. Locale capaciteit Niet-CO 2 gassen Voor de uitvoering van JI en CDM projecten is specifieke locale expertise noodzakelijk. Of deze expertise overal in voldoende mate aanwezig is, is twijfelachtig. Behalve CO 2 zijn er nog vijf andere gassen gedefinieerd in het Protocol die kunnen bijdragen aan de reductiedoelstelling. Uit Figuur 3.1 blijkt dat voor Nederland deze overige gassen een aanzienlijke bijdrage leveren, maar dit is niet representatief voor heel Europa. In ontwikkelingslanden is de bijdrage van deze gassen relatief groter. Onderzoek naar potentiëlen en kosten van de overige gassen is nog lopende. Als er niet voldoende locale expertise is om een JI- of CDMproject uit te voeren, is dit een beperking van de reductiemogelijkheden en geeft dit een opwaartse druk op de evenwichtsprijs. Het meenemen van de overige gassen betekent een vergroting van het aanbod van reductieopties en dit geeft een neerwaartse druk op de evenwichtsprijs. Vastleggen van CO 2 In de kostencurven voor Midden- en Oost-Europa en de niet-annex I landen is de mogelijkheid van opslag van CO 2 niet meegenomen. Met name in ontwikkelingslanden lijkt opslag door herbebossing een goedkope optie met veel potentieel. De afgelopen jaren nam het oppervlakte bos in de niet-annex I landen gemiddeld af met circa km 2 per jaar, wat overeenkomt met een verlies van absorptiecapaciteit van 2 Gton CO 2 -equivalent. Mocht herbebossing zich kwalificeren als CDM-optie dan betekent dit een aanzienlijke toename van het reductiepotentieel en dus een forse druk naar beneden op de evenwichtsprijs. ECN-C

20 Vervolg Tabel 6.1 Overige aspecten die de evenwichtsprijs beïnvloeden Aspect Omschrijving Effect op evenwichtsprijs Verdeling van reductie-eenheden Voor de bepaling van de kostencurven in Figuur 3.2 zijn de kosten van de reductieoptie gedeeld door de reductieomvang om te komen tot kosten per ton CO 2. Hierbij is dus verondersteld dat alle gerealiseerde reductie-eenheden naar het investerende land gaat. Er zijn verschillende redenen aan te voeren waarom dit wel eens niet het geval zou kunnen zijn. Als niet alle reductie-eenheden van een project naar het investerende land gaan betekent dit voor het investerende land dat de baten minder worden en dus kosten toenemen. Dit heeft een opwaartse druk op de evenwichtsprijs tot gevolg. Vaststellen van een maximum percentage voor aankoop in het buitenland Transactiekosten, banking, beperking periode voor genereren van credits, hot air Volgens het model gepresenteerd in Hoofdstuk 4 zal er een wereldmarktprijs ontstaan voor reductie-eenheden in de range van USD 4 tot USD 15 per ton CO 2. Gelet op de economische kostencurve voor individuele landen betekent dit dat er heel veel in het buitenland gekocht zal worden en er weinig gedaan zal worden om de energievoorziening in de industrielanden een duurzamer karakter te geven. Dit gevaar wordt onderkend en vandaar dat bijvoorbeeld de EU met een richtlijn is gekomen om de hoeveelheid in te kopen reductie-eenheden te beperken tot maximaal 50% van de totale verplichting. Transactiekosten, banking en de periode waarover credits gegenereerd kunnen worden zijn belangrijke aspecten die de kosten beïnvloeden. Hot air beïnvloedt het aanbod. Deze aspecten zijn al in de vorige hoofdstukken besproken, maar gezien het belang worden ze in deze tabel nog eens herhaald. Als er een plafond komt voor aankopen van reductie-eenheden in het buitenland (voor Nederland is dat al het geval) betekent dit dat de vraag naar reductieeenheden vanuit de Annex I- landen kleiner wordt. Dit betekent een neerwaartse druk op de evenwichtsprijs. Transactiekosten hebben een opwaarts effect op de evenwichtsprijs; banking vergroot het potentieel en geeft dus een neerwaartse druk; het beperken van de periode waarover credits gegenereerd kunnen worden tot de periode doet de prijs stijgen. Tenslotte, hot air schept extra aanbod en heeft dus een neerwaarts effect op de prijs. 20 ECN-C

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Kees den Blanken Cogen Nederland Driebergen, Dinsdag 3 juni 2014 Kees.denblanken@cogen.nl Renewables genereren alle stroom (in Nederland in

Nadere informatie

DE EVENWICHTSPRIJS VOOR EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN

DE EVENWICHTSPRIJS VOOR EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN Februari 2002 ECN-C--01-127 DE EVENWICHTSPRIJS VOOR EMISSIEREDUCTIE-EENHEDEN Een actualisatie naar aanleiding van recente ontwikkelingen N.H. van der Linden (ECN) J.P.M. Sijm (ECN) A.P.H. Dankers (ADventures

Nadere informatie

Directie Toezicht Energie (DTe)

Directie Toezicht Energie (DTe) Directie Toezicht Energie (DTe) Aan Ministerie van Economische Zaken T.a.v. de heer mr. L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 102238/1.B999 Rapport Frontier

Nadere informatie

Gouden Bergen. Over prijs en waarde van opgeborgen CO 2. Bert Stuij. Manager Energie Strategie en Transitie, SenterNovem. maandag 11 december 2006 1

Gouden Bergen. Over prijs en waarde van opgeborgen CO 2. Bert Stuij. Manager Energie Strategie en Transitie, SenterNovem. maandag 11 december 2006 1 Gouden Bergen Over prijs en waarde van opgeborgen CO 2 Bert Stuij Manager Energie Strategie en Transitie, SenterNovem maandag 11 december 2006 1 Gouden Bergen Over de waarde en de prijs van opgeborgen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 026 Reductie CO 2 -emissies Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen.

Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Open klimaatlezingen 2009 Klimaatverandering en internationaal beleid: de weg van Kyoto naar Kopenhagen. Hans Bruyninckx De eerste stappen in internationaal klimaatbeleid 1979: 1ste World Climate Conference

Nadere informatie

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Jeroen de Joode Schaliegasbijeenkomst provincie Noord-Brabant s-hertogenbosch, 27 september 2013 www.ecn.nl Hoofdboodschap Rol gas in NL energiesysteem

Nadere informatie

CO 2 : kansen en bedreigingen voor de olie industrie

CO 2 : kansen en bedreigingen voor de olie industrie CO 2 : kansen en bedreigingen voor de olie industrie Stijn Santen International KiVi-Niria lezing Sectie petroleum techniek Den Haag, Nederland 28 Juni 2005 Inhoud Introductie economische groei, energie

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie De Nederlandse regering heeft zich gecommitteerd aan ambitieuze doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie in 2020 en verschillende beleidsinstrumenten ingezet om deze doelstellingen te behalen.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 240 Evaluatienota Klimaatbeleid Nr. 43 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Auteurs:E. Benz, C. Hewicker, N. Moldovan, G. Stienstra, W. van der Veen

Auteurs:E. Benz, C. Hewicker, N. Moldovan, G. Stienstra, W. van der Veen 30920572-Consulting 10-0198 Integratie van windenergie in het Nederlandse elektriciteitsysteem in de context van de Noordwest Europese elektriciteitmarkt Eindrapport Arnhem, 12 april 2010 Auteurs:E. Benz,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 1. Inleiding Klimaatverandering is een urgent probleem waarmee de samenleving vrijwel dagelijks wordt geconfronteerd. De Conventie voor Klimaatverandering van de Verenigde Naties

Nadere informatie

Aggiornamento. Bedreigingen en uitdagingen voor de. industrie VWEC. Een perspectief voor Vlaanderen. Een perspectief voor Vlaanderen

Aggiornamento. Bedreigingen en uitdagingen voor de. industrie VWEC. Een perspectief voor Vlaanderen. Een perspectief voor Vlaanderen Een perspectief voor Vlaanderen Bedreigingen en uitdagingen voor de Aggiornamento industrie Een perspectief voor Vlaanderen VWEC auteur functie datum Marc Van den Bosch Sr. Adviseur energie en milieu VOKA

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

COP 21: analyse van het nieuwe klimaatakkoord en de mogelijke beleidsmatige en economische impact. 2 februari 2016 Tomas Wyns,

COP 21: analyse van het nieuwe klimaatakkoord en de mogelijke beleidsmatige en economische impact. 2 februari 2016 Tomas Wyns, COP 21: analyse van het nieuwe klimaatakkoord en de mogelijke beleidsmatige en economische impact 2 februari 2016 Tomas Wyns, tomas.wyns@vub.ac.be Overzicht Internationale klimaatonderhandelingen (UNFCCC)

Nadere informatie

Financiële baten van windenergie

Financiële baten van windenergie Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen

Nadere informatie

Targets and stakeholder participation: Comments and new elements J. Oude Lohuis

Targets and stakeholder participation: Comments and new elements J. Oude Lohuis Targets and stakeholder participation: Comments and new elements J. Oude Lohuis Netherlands Environmental Assesment Agency Milieu en Natuur Targets, participation and instrumentation ole of Long term targets

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Windenergie op zee discussiebijeenkomst Kivi. Annemiek Verrips

Windenergie op zee discussiebijeenkomst Kivi. Annemiek Verrips Windenergie op zee discussiebijeenkomst Kivi Annemiek Verrips 2 Discussie windenergie op Zee Kivi Stelling in MKBA Windenergie op Zee Duurzame energiesubsidies windenergie hebben geen effect op CO2- uitstoot

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

Komt CCS op tijd of haalt duurzame energie in? Pieter Boot Vijfde nationaal CCS Symposium 25 juni 2010

Komt CCS op tijd of haalt duurzame energie in? Pieter Boot Vijfde nationaal CCS Symposium 25 juni 2010 Komt CCS op tijd of haalt duurzame energie in? Pieter Boot Vijfde nationaal CCS Symposium 25 juni 2010 Cutting Energy Related CO 2 Emissions Baseline Emissions 62 Gt BLUE Map Emissions 14 Gt 2030 Key aspects

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96 53 (1970) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1989 Nr. 96 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland betreffende het internationale

Nadere informatie

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties

Benefits Management. Continue verbetering van bedrijfsprestaties Benefits Management Continue verbetering van bedrijfsprestaties Agenda Logica 2010. All rights reserved No. 2 Mind mapping Logica 2010. All rights reserved No. 3 Opdracht Maak een Mindmap voor Kennis Management

Nadere informatie

De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden

De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden Symposium De Gassamenstelling van de toekomst, 28 mei 2015, Regardz De Eenhoorn, Amersfoort Aad Correljé TU Delft TBM Economics of Infrastructures

Nadere informatie

Resultaten Derde Kwartaal 2015. 27 oktober 2015

Resultaten Derde Kwartaal 2015. 27 oktober 2015 Resultaten Derde Kwartaal 2015 27 oktober 2015 Kernpunten derde kwartaal 2015 2 Groeiend aantal klanten 3 Stijgende klanttevredenheid Bron: TNS NIPO. Consumenten Thuis (alle merken), Consumenten Mobiel

Nadere informatie

Economische impactmodules voor het EUROS model

Economische impactmodules voor het EUROS model ECONOTEC CONSULTANTS (Contracten CG/67/28a & CG/E1/28B) Economische impactmodules voor het EUROS model Synthese Eindrapport K. Marien, J. Duerinck, R. Torfs, F. Altdorfer Studie in opdracht van de Federale

Nadere informatie

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Chris E. Dutilh Stichting DuVo/Unilever Benelux Conferentie Winst uit Agrologistiek Monster, 16 februari 2009 Doelstelling DuVo-studie In beeld brengen of, en

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 13 november 2015 Betreft Impact van TTIP op lage-inkomenslanden Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Onze Referentie Minbuza 2015.594488 Bijlage(n)

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke.vanderScheer@utwente.nl Lieke van der Scheer ISOQOL 14-11-2014 1 De stem van patiënten Elisa Garcia Simone van der Burg (Nijmegen) Lieke van der Scheer

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

Transport en opslag van CO 2. P. Lako

Transport en opslag van CO 2. P. Lako Transport en opslag van CO 2 P. Lako ECN-I--06-006 Februari 2006 Verantwoording Deze korte studie is uitgevoerd in het kader van het project Optiedocument energie en emissies 2010/2020 van ECN Beleidsstudies

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Januari 3 ECN-C---55A BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Notitie Herziening bedrijfseconomische beoordeling offshore windenergie

Nadere informatie

Discussie over voor- en nadelen van windenergie

Discussie over voor- en nadelen van windenergie Argumenten in het maatschappelijke debat en de politieke besluitvorming rondom wind op zee Mogelijkheden en beperkingen van MKBA s 04/11/2014, KIVI, Den Haag Discussie over voor- en nadelen van windenergie

Nadere informatie

Building effective IT demandsupply

Building effective IT demandsupply Building effective IT demandsupply structures Gerard Wijers Director Governance and Sourcing Management Agenda» Introductie Demand-Supply» Demand-Supply bij Vopak» Demand-Supply bij van Gansewinkel» Discussie

Nadere informatie

11 september 2001; de oorlog in Irak; de SARS epidemie; de fusie tussen Air France en de KLM; de opkomst van de goedkope luchtvaartmaatschappijen.

11 september 2001; de oorlog in Irak; de SARS epidemie; de fusie tussen Air France en de KLM; de opkomst van de goedkope luchtvaartmaatschappijen. Kan Schiphol de reizigers nog wel aan in 2020? Eric Kroes Directeur van Significance Hoeveel luchtreizigers zijn er op Schiphol te verwachten in 2020? Kan de luchthaven die aantallen nog wel aan? Levert

Nadere informatie

HET CFK-AKTIEPROGRAMMA EN HET BROEIKASEFFECT

HET CFK-AKTIEPROGRAMMA EN HET BROEIKASEFFECT SEPTEMBER 1990 ECN-I--90-035 HET CFK-AKTIEPROGRAMMA EN HET BROEIKASEFFECT J.R. YBEMA INHOUD 1. INLEIDING 2. HET CFK-AKTIEPROGRAMMA 3. HET BEGRIP GLOBAL WARMING POTENTIAL 4. BROEIKASEFFECT VAN CFK S 5.

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1951) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Notawisseling houdende een aanvullende

Nadere informatie

20% of naar 30% BKG reductie

20% of naar 30% BKG reductie EU-klimaatdoelstellingen 20% of naar 30% BKG reductie Marc Van den Bosch Sr. Adviseur Voka-VEV 30 06 2010 EU klimaatpakket 2008 Doelstellingen 2020 20% BKG reductie tav 1990 20% hernieuwbare energie 20%

Nadere informatie

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs

Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Update IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Number 11, May 2015 IFRS 15 - Alloceren van de transactieprijs Het alloceren van de transactieprijs aan de afzonderlijke prestatieverplichtingen in een

Nadere informatie

World Class Finance in de Retail

World Class Finance in de Retail World Class Finance in de Retail Jaarcongres Controlling 24 april 2008 Hans Strikwerda Copyright 2008 by Nolan, Norton & Co. Private for the client. This report nor any part of it may not be copied, circulated,

Nadere informatie

Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION

Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION Het nieuwe Europese Klimaatplan voor 2030 #EU2030 YVON SLINGENBERG DG CLIMATE ACTION Overzicht 1. Klimaat en energie: waar zijn we? 2. Waarom een nieuw raamwerk voor 2030? 3. Belangrijkste elementen 2030

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Gewijzigd op: 12-6-2014 10:23. Petten, 4 juni 2014. Het ministerie van BZK. Afdeling Policy Studies ECN-N--14-015. Van Tigchelaar, C. Aan.

Gewijzigd op: 12-6-2014 10:23. Petten, 4 juni 2014. Het ministerie van BZK. Afdeling Policy Studies ECN-N--14-015. Van Tigchelaar, C. Aan. Petten, 4 juni 2014 Afdeling Policy Studies Van Tigchelaar, C. Aan Het ministerie van BZK Kopie Onderwerp Nulmeting subsidieregeling voor verhuurders Aanleiding In het Nationaal energieakkoord is met de

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

ACTUALISATIE MKBA ASBESTDAKEN

ACTUALISATIE MKBA ASBESTDAKEN ACTUALISATIE MKBA ASBESTDAKEN Datum: 28januari 2015 Onze ref. NL221-30019 Deze rapportage geeft de resultaten weer van de actualisatie van de maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) daken en gevelpanelen,

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

patent Landscaping: waardevolle analyses voor strategische informatie Auteur: Sanne Pfeifer

patent Landscaping: waardevolle analyses voor strategische informatie Auteur: Sanne Pfeifer patent Landscaping: waardevolle analyses voor strategische informatie Auteur: Sanne Pfeifer Octrooidatabases worden met het jaar completer. Het analyseren van de hierin aanwezige informatie, ook wel landscaping

Nadere informatie

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg

Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg Notitie Delft, maart 2011 Opgesteld door: M.N. (Maartje) Sevenster M.E. (Marieke) Head 2 Maart 2011 2.403.1 Review CO 2 -studie ZOAB Rasenberg 1 Inleiding Binnen de prestatieladder

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Verslag bijeenkomst Vereniging voor Zonnekrachtcentrales 30 nov. 2012 Energietransitie te belangrijk! Kohnstammhuis

Verslag bijeenkomst Vereniging voor Zonnekrachtcentrales 30 nov. 2012 Energietransitie te belangrijk! Kohnstammhuis Verslag bijeenkomst Vereniging voor Zonnekrachtcentrales 30 nov. 2012 Energietransitie te belangrijk! Kohnstammhuis Global Energy Assessment Naar Een Duurzame Toekomst samenvatting van de lezing van Wim

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011 Workshop J De kracht van een klimaatfonds 05 april 2011 Presentatie Ad Phernambucq Zeeuws Klimaatfonds: Klimaatneutraal met Zeeuwse Projecten Nationaal Energie- en klimaatbeleid Doelstelling: Duurzame

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-08 Milieuraad Nr. 122 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTE- LIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE

INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE KLIMAATCOMPENSATIE In de afgelopen jaren heeft het fenomeen klimaatcompensatie een vaste positie verworven in de strijd tegen klimaatverandering ten

Nadere informatie

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland Windows Server 2003 EoS GGZ Nederland Inleiding Inleiding Op 14 juli 2015 gaat Windows Server 2003 uit Extended Support. Dat betekent dat er geen nieuwe updates, patches of security releases worden uitgebracht.

Nadere informatie

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel Fractie SAM Stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Fractie SAM Aan de universiteitsraad 13 november

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

Innovatie instrument en financierings mogelijkheden

Innovatie instrument en financierings mogelijkheden HealthGrain Holland, Den Haag 5 juli 2011 Innovatie instrument en financierings mogelijkheden Frans van den Berg, Innovatiemakelaar Food & Nutrition Delta Food & Nutrition Delta? FND is deel van het Innovatieprogramma

Nadere informatie

Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn!

Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn! Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn! Roadmap DURABILIT Drivers and barriers Refurbishment, hergebruik en grondstoffen Footprint reductie door hergebruik Value matrix Succesfactoren Discussie DURABILIT

Nadere informatie

Voortgangsrapportage. Scope 1 en 2 CO2 emissies. Tweede halfjaar 2015

Voortgangsrapportage. Scope 1 en 2 CO2 emissies. Tweede halfjaar 2015 Voortgangsrapportage Scope 1 en 2 CO2 emissies Tweede halfjaar 2015 Inleiding InTraffic voert in het kader van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen een actief kwaliteitsbeleid uit. Onderdeel

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening

Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening Bijdrage opruimingskosten in de jaarrekening Verschillende overheidsregelingen eisen van ondernemingen financiële bijdragen voor de kosten van het opruimen van producten of productiefaciliteiten van die

Nadere informatie

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland

Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Nut en noodzaak van schaliegas in Nederland Paul van den Oosterkamp, Jeroen de Joode Schaliegas Congres - IIR Amersfoort, 30-31 Oktober 2013 www.ecn.nl Visie ECN Rol gas in NL energiesysteem nu en straks

Nadere informatie

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven

Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven CPB Notitie Datum : 6 juli 2006 Aan : Ministerie van Economische Zaken Reactie op SEO-studie naar welvaartseffecten van splitsing energiebedrijven 1 Inleiding Op 5 juli 2006 heeft SEO, in opdracht van

Nadere informatie

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste

Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste Vermeden broeikaseffect door recycling van e-waste 29-214 Datum: 27 juli 215 Versie: 1.1 In opdracht van: Opgesteld door: Hendrik Bijker Wecycle Laura Golsteijn Marisa Vieira Dit rapport is geschreven

Nadere informatie

CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015

CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015 CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN IN DE NATIONALE ENERGIEVERKENNING 2015 Achtergronden bij de projecties PBL-notitie Corjan Brink 6 oktober 2015 PBL-publicatienummer: 1900 Colofon CO 2 -PRIJS EN VEILINGOPBRENGSTEN

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Green-Consultant - info@green-consultant.nl - Tel. 06-51861495 Triodos Bank NL17TRIO0254755585 - KvK 58024565 - BTW nummer NL070503849B01 1

Green-Consultant - info@green-consultant.nl - Tel. 06-51861495 Triodos Bank NL17TRIO0254755585 - KvK 58024565 - BTW nummer NL070503849B01 1 Bestemd voor: Klant t.a.v. de heer GoedOpWeg 27 3331 LA Rommeldam Digitale offerte Nummer: Datum: Betreft: CO 2 -Footprint & CO 2 -Reductie Geldigheid: Baarn, 24-08-2014 Geachte heer Klant, Met veel plezier

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

WKK en de Handel. Cogen Nederland symposium Zeist, 11 november 2005

WKK en de Handel. Cogen Nederland symposium Zeist, 11 november 2005 WKK en de Handel Cogen Nederland symposium Zeist, 11 november 2005 Programma Opening, welkom en programma KdB CNl WKK nu en verder, hoe flexibel? KdB CNl Handel: Wat is het, wat kan wel/niet? RH EnGl Hoe

Nadere informatie

Ketenanalyse: Parkeren met of zonder parkeerdetectie- en verwijssysteem

Ketenanalyse: Parkeren met of zonder parkeerdetectie- en verwijssysteem Ketenanalyse: Parkeren met of zonder parkeerdetectie- en CO2 Prestatieladder Ketenanalyse parkeerdetectie- en Datum: 10-01-2015 Versie:5 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 1.1 Vaststellen

Nadere informatie

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit

Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Rapportage van broeikasgasemissies veroorzaakt door gekochte elektriciteit Een samenvatting van de "Greenhouse Gas Protocol Scope 2 Guidance" Samengevat en vertaald door het EKOenergie-secretariaat, januari

Nadere informatie

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN

SCHATTING BBO OPBRENGSTEN SCHATTING BBO OPBRENGSTEN 1. Opbrengsten BBO aan overheidsinkomsten Voordat wordt ingegaan op de opbrengsten die de BBO aan Lands kas zal bijdragen, wordt stilgestaan bij het gegeven dat het BBO-stelsel

Nadere informatie

Memo Academic Skills; the basis for better writers

Memo Academic Skills; the basis for better writers Memo Academic Skills; the basis for better writers With the rise of broader bachelor degrees and the University College, Dutch universities are paying more attention to essays and other written assignments.

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2.

1 Inleiding en verantwoording 2. 2 Beschrijving van de organisatie 2. 3 Verantwoordelijke 2. 4 Basisjaar en rapportage 2. 3.A.1-2 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 2 2 Beschrijving van de organisatie 2 3 Verantwoordelijke 2 4 Basisjaar en rapportage 2 5 Afbakening 2 6 Directe en indirecte GHG-emissies 3 6.1 Berekende

Nadere informatie

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse

Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Scholing voor oudere werknemers: literatuuroverzicht en kosten-baten analyse Wim Groot & Henriette Maassen van den Brink In samenwerking met Annelies Notenboom, Karin Douma en Tom Everhardt, APE Den Haag

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Creatieve Kansen, Grenzeloos Innoveren 21-10-2008

Creatieve Kansen, Grenzeloos Innoveren 21-10-2008 Creatieve Kansen, Grenzeloos Innoveren 21-10-2008 Inhoud Productontwikkelingomgeving Waar zijn we goed in? Producten pakket en product beleid. Strategische opties Innovatie? Product innoveren Synthem Philips

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

PwC Klimaatneutrale leaseregeling, reduceren en compenseren * Hans Schoolderman 11 januari 2006. PwC. *connectedthinking

PwC Klimaatneutrale leaseregeling, reduceren en compenseren * Hans Schoolderman 11 januari 2006. PwC. *connectedthinking PwC Klimaatneutrale leaseregeling, reduceren en compenseren * Hans Schoolderman 11 januari 2006 *connectedthinking PwC Agenda Drive: Corporate Social Responsibility Expertise: Climate Change Services Klimaatneutrale

Nadere informatie

Introduction Henk Schwietert

Introduction Henk Schwietert Introduction Henk Schwietert Evalan develops, markets and sells services that use remote monitoring and telemetry solutions. Our Company Evalan develops hard- and software to support these services: mobile

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie