Opties om de voedselverspilling terug te dringen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Opties om de voedselverspilling terug te dringen"

Transcriptie

1 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen Science and Technology Options Assessment Opties om de voedselverspilling terug te dringen Samenvatting NL Evaluatie van wetenschappelijke en technische opties Directoraat-generaal voor parlementaire onderzoeksdiensten Europees Parlement Oktober 2013 PE

2

3 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen Opties om de voedselverspilling terug te dringen Samenvatting IP/A/STOA/FWC/ /Lot7/C1/SC2 - SC4 Oktober 2013 PE

4 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties Het STOA-project "Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen Opties om de voedselverspilling terug te dringen" werd uitgevoerd door het Institute for Technology Assessment and Systems Analysis, Karlsruhe Institute of Technology, als lid van de ETAG. AUTEURS Carmen Priefer, projectleider (ITAS) Juliane Jörissen (ITAS) Klaus-Rainer Bräutigam (ITAS) STOA-ONDERZOEKSCOÖRDINATOR Lieve Van Woensel Evaluatie van wetenschappelijke en technische opties (STOA) Directoraat voor effectbeoordeling en Europese Meerwaarde Directoraat-generaal intern beleid van het Europees Parlement Wiertzstraat 60 - RMD 00J012 B-1047 Brussel TAALVERSIE Origineel: EN OVER DE UITGEVER U kunt contact opnemen met STOA door te schrijven naar Dit document is op internet beschikbaar op: Manuscript voltooid in augustus Brussel, Europese Unie, BEPERKTE AANSPRAKELIJKHEID De meningen die in dit document worden geuit, vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de auteurs en geven niet noodzakelijkerwijs het officiële standpunt van het Europees Parlement weer. Nadruk en vertaling met bronvermelding voor niet-commerciële doeleinden toegestaan, mits de uitgever daarvan vooraf op de hoogte wordt gesteld en een exemplaar krijgt toegestuurd. PE CAT BA NL-N ISBN DOI /43115

5 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen Dit document is de publiekssamenvatting van de STOA-studie "Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen Opties om de voedselverspilling terug te dringen". De volledige studie en een beknopte uiteenzetting zijn beschikbaar op de website van STOA. Abstract van de studie Het terugdringen van voedselverspilling wordt beschouwd als een belangrijke hefboom om te komen tot wereldwijde voedselzekerheid, waardoor eindige hulpbronnen voor andere vormen van gebruik worden vrijgemaakt, de milieurisico's worden verminderd en financiële verliezen worden voorkomen. In haar stappenplan voor een hulpbronnenefficiënt Europa heeft de Europese Commissie als doelstelling geformuleerd dat de voedselverspilling tegen 2020 gehalveerd moet zijn. Deze studie behandelt verschillende benaderingen om voedselverspilling te voorkomen op basis van een diepgaande analyse van de omvang, oorzaken en patronen van voedselverspilling in de EU-27. De klemtoon ligt op maatregelen en instrumenten die in de literatuur of in het huidige debat bijzonder nuttig worden geacht, die eenvoudig uit te voeren zijn en/of die hun doeltreffendheid reeds hebben bewezen in de praktijk. Het gaat onder meer om de verbetering en harmonisatie van de gegevensbasis, het vastleggen van reductiedoelstellingen op nationaal en regionaal niveau, de herziening van bestaande voorschriften betreffende de datumetikettering van voeding, het verplicht opzetten van bewustmakingscampagnes, de invoering van economische stimuleringsmaatregelen, de verbetering van werkstromen evenals de toepassing van ketenintegratie in de industrie en de groot-/kleinhandel met inbegrip van technologische innovaties die de voedselverspilling kunnen beperken.

6 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties

7 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen INHOUD 1. ACHTERGROND EN DOEL VAN DE STUDIE DEFINITIE VAN DE TERMEN "VOEDSELVERLIES" EN "VOEDSELVERSPILLING" DE HUIDIGE STAND VAN HET ONDERZOEK OORZAKEN EN REDENEN VAN VOEDSELVERLIEZEN LANGS DE VOEDSELKETEN VERLIEZEN IN DE PRIMAIRE PRODUCTIE VERLIEZEN TIJDENS DE VERWERKING EN VERPAKKING VERLIEZEN IN DISTRIBUTIE, GROOT- EN KLEINHANDEL VERLIEZEN IN DE HORECA VERLIEZEN IN DE GEZINNEN BESCHIKBARE GEGEVENS EN HUN BETROUWBAARHEID BEREKENINGEN OP BASIS VAN FAOSTAT-GEGEVENS EN SIK-METHODOLOGIE RESULTATEN VAN DE BEREKENINGEN VERGELEKEN MET DE BEVINDINGEN VAN BIOIS VERSPILGEDRAG VAN GEZINNEN GEVOLGEN VAN VOEDSELVERSPILLING VERBRUIK VAN HULPBRONNEN STEEDS MEER BIOAFVAL ECONOMISCHE GEVOLGEN OPTIES OM DE VOEDSELVERSPILLING TERUG TE DRINGEN LITERATUURLIJST... 23

8 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties LIJST VAN TABELLEN TABEL 1: OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE FACTOREN DIE BIJDRAGEN TOT DE VERSPILLING VAN VOEDSEL IN DE VERSCHILLENDE SCHAKELS VAN DE VOEDSELKETEN IN DE GEÏNDUSTRIALISEERDE LANDEN... 7 TABEL 2: SAMENSTELLING VAN HUISHOUDELIJK VOEDSELAFVAL IN ZEVEN EUROPESE LANDEN IN % LIJST VAN AFBEELDINGEN FIGUUR 1: AANDEEL VAN DE VERSCHILLENDE SCHAKELS VAN DE VOEDSELKETEN OP DE TOTALE VOEDSELVERSPILLING IN DE EU-27 (ITAS-BEREKENINGEN) FIGUUR 2: HOEVEELHEID TOTAAL VOEDSEL PER HOOFD VAN DE BEVOLKING, UITGEZONDERD LANDBOUW EN BEHANDELING NA DE OOGST - VERGELIJKING VAN ITAS-BEREKENINGEN MET BIOIS-RESULTATEN VOOR DE EU-27 IN FIGUUR 3: PER HOOFD VAN DE BEVOLKING VERSPILD VOEDSEL IN DE GEZINNEN - VERGELIJKING VAN ITAS- BEREKENINGEN MET BIOIS-RESULTATEN VOOR DE EU-27 IN FIGUUR 4: PERCENTAGES VAN DE VERSCHILLENDE VOEDSELGROEPEN IN DE TOTALE VOEDSELVERSPILLING BIJ HUISHOUDENS IN DE EU-27 IN 2006 (ITAS-BEREKENINGEN) FIGUUR 5: MATERIAAL- EN KOOLSTOFVOETAFDRUK VAN VOEDSELVERSPILLING IN DUITSLAND PER HOOFD VAN DE BEVOLKING EN PER JAAR, MET INBEGRIP VAN DE BOVENSTROOMSE SCHAKELS VAN DE KETEN EN OPGESPLITST VOLGENS PRODUCTGROEP FIGUUR 6: BEHANDELING VAN MSW IN VERSCHILLENDE EUROPESE LANDEN IN

9 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen PUBLIEKSSAMENVATTING 1. ACHTERGROND EN DOEL VAN DE STUDIE Hoeveel voedsel er wereldwijd in de toeleveringsketen verloren gaat is vooralsnog onduidelijk, maar vaststaat dat het om enorme hoeveelheden gaat. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) schat dat in de hele wereld ruwweg een derde van het voor menselijke consumptie geproduceerde voedsel verloren gaat of verspild wordt, wat neerkomt op ongeveer 1,3 miljard ton per jaar. Voedsel gaat verloren of wordt verspild in de gehele toeleveringsketen, van begin tot einde, van bij de landbouwproductie tot aan de consumptie door de gezinnen. Volgens de FAO bedraagt de voedselverspilling door consumenten in Europa en Noord-Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer 95 tot 115 kg per jaar (Gustavsson et al. 2011). Het Europees Parlement schat dat de voedselverspilling tegen 2020 zal stijgen met 40% tenzij er aanvullende preventieve acties of maatregelen worden genomen (Europees Parlement 2012). Gezien het feit dat meer dan één miljard mensen aan ondervoeding lijden, is de verspilling van voedsel vooral een kwestie van ethiek. De vraag hoe het gedrag van de consumenten in de geïndustrialiseerde landen van invloed is op de honger en armoede op het platteland in de ontwikkelingslanden is een twistpunt. Toch kan worden verondersteld dat de achteloze omgang met voedsel in de rijke landen de wereldwijde vraag naar voedsel zal doen stijgen. Een wereldwijd groeiende vraag zal leiden tot hogere prijzen op de wereldmarkt, die dan de koopkracht van arme mensen in de ontwikkelingslanden verder kan doen verzwakken. Volgens de prognose van de Verenigde Naties betreffende de wereldwijde bevolkingsaangroei voor de middellange termijn zou de wereldbevolking tegen 2050 tot 9,3 miljard mensen aangroeien. Die bevolkingsaanwas zal de wereldwijde voedselvoorziening steeds sterker onder druk zetten. De voedselproductie, ongeacht of dat voedsel wordt geconsumeerd of verspild, is gekoppeld aan negatieve milieueffecten. Voedselverspilling betekent niet alleen dat levensbelangrijke nutriënten verloren gaan maar ook dat schaarse hulpbronnen worden verkwist zoals grond, water en energie die tijdens de productie, verwerking en distributie van voedsel zijn gebruikt. Deze verliezen worden nog verergerd doordat zich een belangrijke verschuiving voordoet van een voornamelijk op granen gebaseerde voeding naar een hoge consumptie van dierlijke producten. Door de stijgende welvaart in de ontwikkelingslanden zal de calorieëninname uit vleesconsumptie per hoofd van de bevolking tegen 2050 stijgen met 40% (IMECHE 2013). De vervaardiging van dierlijke producten vergt veel meer hulpbronnen dan die van op granen gebaseerde voeding. Naast negatieve milieueffecten heeft voedselverspilling ook forse financiële verliezen tot gevolg, zowel voor de individuele consument als voor de nationale economie. Net zoals bij de milieueffecten stapelen de economische verliezen zich op langs de toeleveringsketen zodat één ton voedselverspilling in de gezinnen (d.i. de laatste schakel in de keten) een veel hogere kostprijs voor milieu en economie inhoudt dan één ton voedselverspilling in de industrie. In dit licht gezien biedt een beperking van de huidige omvang van de voedselverspilling een grote kans om te komen tot wereldwijde voedselzekerheid, waardoor de milieurisico's worden verminderd, eindige hulpbronnen voor andere vormen van gebruik worden vrijgemaakt en financiële verliezen worden voorkomen. De uitvoering van preventiemaatregelen om voedselverspilling tegen te gaan vereist echter een diepgaande analyse van de omvang, patronen en effecten van voedselverspilling. Dit was een van de onderwerpen van dit onderzoek. De belangrijkste doelstelling was een bespreking van de maatregelen en instrumenten die voedselverspilling kunnen helpen voorkomen, rekening houdend met de ervaringen die reeds in verschillende landen zijn opgedaan. De klemtoon lag op benaderingen die in de literatuur of in het huidige debat bijzonder nuttig worden geacht, die eenvoudig uit te voeren zijn en/of die duurzame resultaten kunnen boeken. Op grond van deze bespreking werden keuzemogelijkheden 1

10 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties voor actie ontwikkeld die zowel gericht zijn aan de Europese als aan de nationale overheden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan. 2. DEFINITIE VAN DE TERMEN "VOEDSELVERLIES" EN "VOEDSELVERSPILLING" Tot dusver bestaat er noch in de Europese en nationale rechtskaders, noch in de wetenschappelijke literatuur een algemeen aanvaarde definitie van de termen "voedselverlies" en "voedselverspilling". In overeenstemming met andere relevante auteurs stellen wij hier voor om een onderscheid te maken tussen "voedselverlies" en "voedselverspilling". Voedselverlies is de hoeveelheid voedsel die voor menselijke consumptie wordt geproduceerd maar die om allerlei redenen uit de toeleveringsketen verdwijnt. Voedselverspilling is een subcategorie van voedselverlies en verwijst naar de hoeveelheid voedsel die nog geschikt is voor consumptie maar die wordt weggegooid als gevolg van een menselijk ingrijpen of juist niet ingrijpen. We moeten dit onderscheid maken omdat in de eerste schakels van de voedselketen verwijderde resten en weggesorteerde producten achteraf opnieuw kunnen worden gebruikt in het productieproces. Dit betekent dat niet alle voedselverlies uitmondt in verspilling. Anderzijds wordt voedsel dat oorspronkelijk voor menselijke consumptie was bedoeld maar dat uit de toeleveringsketen verwijderd is, als voedselverspilling beschouwd, ook al wordt het daarna nog voor andere doeleinden aangewend. Producten die niet langer kunnen worden verkocht maar voor menselijke consumptie worden herwonnen en op die manier in de voedselketen blijven, worden niet beschouwd als voedselverlies of voedselverspilling (bijvoorbeeld de verdere verwerking van onverkochte bakkerijproducten tot paneermeel). Naast het verschil tussen voedselverspilling en voedselverlies maakt de wetenschappelijke wereld een verder onderscheid tussen "vermijdbare" en "onvermijdbare" voedselverspilling. Vermijdbare voedselverspilling verwijst naar producten die worden weggegooid terwijl ze op dat ogenblik nog geschikt zijn voor menselijke consumptie of naar producten die eetbaar geweest zouden zijn als ze op tijd waren opgegeten. Onvermijdbare voedselverspilling verwijst naar producten of ingrediënten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Het gaat hier dan om oneetbare bestanddelen (bijv. bananenschillen, botten en graten, eierschaal) en producten die zo zijn toegetakeld door het weer, ziekten of ongedierte dat ze niet kunnen worden geconsumeerd. De derde categorie die in het huidige debat wordt gehanteerd, namelijk "mogelijk/gedeeltelijk vermijdbare voedselverspilling" verwijst naar producten of ingrediënten die niet worden geconsumeerd omdat de consument andere voorkeuren heeft (bijv. broodkorsten, appelschillen) of die kunnen worden gegeten wanneer het voedsel op een bepaalde manier wordt klaargemaakt en anders niet (het vel van gebakken gevogelte wordt doorgaans opgegeten, het vel van gekookt gevogelte doorgaans niet). We moeten deze categorie laten varen omdat de respectieve hoeveelheden slechts een kleine rol spelen in vergelijking met de totale hoeveelheid verspild voedsel. 3. DE HUIDIGE STAND VAN HET ONDERZOEK In januari 2012 nam het Europees Parlement de volgende resolutie aan: "Het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU", waarin de Commissie wordt verzocht om praktische maatregelen te treffen en op die manier de voedselverspilling tegen 2025 te halveren. De Commissie wordt voorts verzocht om een analyse te maken van de gehele voedingsketen, van boerderij tot bord, om na te gaan in welke sectoren voedselverspilling het vaakst voorkomt. Op basis van deze analyse dienen er voor de lidstaten specifieke streefcijfers voor de preventie van voedselverspilling te worden vastgesteld, als onderdeel van de streefcijfers voor het voorkomen van afval die elke lidstaat tegen 2014 moet behalen (Kaderrichtlijn afval 2008). Met verwijzing naar deze initiatieven heeft de Europese Commissie in haar "Stappenplan voor een hulpbronnenefficiënt Europa" als doelstelling geformuleerd dat de verspilling van eetbaar voedsel in de EU tegen 2020 gehalveerd moet zijn (Europese Commissie 2011). 2

11 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen Op Europees niveau is er een groot aantal studies verricht over de omvang, oorzaken en effecten van voedselverspilling. Er zijn nationale onderzoeken beschikbaar voor het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Denemarken, Zweden, Finland en Noorwegen, Frankrijk, Italië, Portugal, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De onderzoeksactiviteiten en beleidsinitiatieven zijn voornamelijk afkomstig uit West-, Midden- en Noord-Europa; slechts enkele komen uit Zuid-Europese landen. Sommige Zuid-Europese en de meeste Oost-Europese landen zijn nauwelijks vertegenwoordigd in het huidige debat. Studies over voedselverspilling zijn door heel uiteenlopende instellingen gepubliceerd, onder meer door universiteiten, onderzoeksinstellingen, ngo's, industriële bedrijven, nationale ministeries, internationale en Europese organisaties. Op te merken valt dat de bevindingen van de afzonderlijke studies moeilijk kunnen worden vergeleken, ook al handelen ze over hetzelfde onderwerp. Dat komt omdat ze verschillende uitgangspunten hanteren betreffende de definitie van de termen "voedselverlies" en "voedselverspilling", de vaststelling van systeemgrenzen, de opzet en reikwijdte van het onderzoek en de methoden die worden gebruikt voor de verzameling en analyse van gegevens. Tot dusver is er slechts één belangrijke pan-europese studie verricht: "Preparatory study on food waste across EU-27" (Monier et al. 2010). De auteurs beoordelen de omvang van voedselverliezen in Europa op basis van gegevens van EUROSTAT en van nationale onderzoeken. Ook bestaan er verschillende wereldwijde overzichtsstudies van het WWF en de FAO (Grethe et al. 2011; Gustavsson et al. 2011) en Amerikaanse studies (Buzby & Hyman 2012; Gunders 2012; Hall et al. 2009). Momenteel zijn er twee EU-projecten die handelen over voedselverspilling: in het project "Green Cook" werken verschillende landen zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, België en Duitsland samen aan de ontwikkeling van een Noord-Europees model voor duurzaam voedselbeheer. Dit omvat de vaststelling van een eenvormige definitie van de term "voedselverspilling" en de uitvoering van een evaluatiekader voor voedselverspilling. Bij het Europese FP7-project FUSIONS, dat staat voor Food Use for Social Innovation by Optimising Waste Prevention Strategies (Voedselgebruik voor sociale innovatie dankzij de optimalisering van strategieën ter voorkoming van verspilling) zijn 21 instellingen uit 13 EUlidstaten betrokken. Het project zal bijdragen tot de harmonisering van monitoring inzake voedselverspilling, de maatschappelijke haalbaarheid van innoverende maatregelen voor geoptimaliseerd voedselgebruik in de voedselketen en de ontwikkeling van richtsnoeren voor een gemeenschappelijk beleid betreffende voedselverspilling in de EU-27. In Europa vervult het Verenigd Koninkrijk een voortrekkersrol dankzij het programma WRAP (Waste & Resource Action Programme, actieprogramma afval & hulpbronnen) dat in 2000 werd opgezet. Het is een door de overheid gesponsord initiatief dat alle vormen van afval in de particuliere en industriële sector wil verminderen. Het vraagstuk "voedselverspilling" neemt in WRAP een belangrijke plaats in en staat al verschillende jaren op de agenda. De belangrijkste doelstelling is nagaan hoeveel voedsel er in het Verenigd Koninkrijk verloren gaat, de belanghebbenden bij elkaar brengen en de aandacht van de consument op deze kwestie vestigen door middel van campagnes als "Love Food Hate Waste". 4. OORZAKEN EN REDENEN VAN VOEDSELVERLIEZEN LANGS DE VOEDSELKETEN De voorbije decennia is de voedselketen langer en steeds ingewikkelder geworden door de mondialisering van de markten, hogere verwachtingen van de consument betreffende de variatie aan keuzes en een groeiende vraag naar vlees, fruit, groenten en andere producten die gemakkelijk bederven. De toenemende migratie van de plattelandsbevolking naar stedelijke gebieden vergroot de afstand tussen de plaats van productie en die van consumptie. Dit betekent dat het vervoer langer duurt, dat de koudeketen langer in stand moet worden gehouden en dat er meer tussenpersonen zijn. Bovendien verschilt het gedrag van stedelingen ten opzichte van de omgang met voedsel sterk van dat van plattelandsbewoners. Op grond van afvalanalyses kwam een Oostenrijkse studie tot de vaststelling 3

12 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties dat de hoeveelheid voedsel in de vuilnisbak van stedelingen veel hoger is dan in plattelandsgebieden (Obersteiner & Schneider 2006). 4.1 Verliezen in de primaire productie In de geïndustrialiseerde landen zijn de verliezen op het vlak van primaire productie (landbouw, behandeling na de oogst en opslag) betrekkelijk laag in vergelijking met de ontwikkelings- en groeilanden. In de geïndustrialiseerde landen kan een mogelijke oorzaak van verliezen worden geweten aan het feit dat de productie gericht is op de marktbehoeften, wat kan leiden tot een aanbod dat hoger is dan de vraag. Ook kunnen strenge contractvoorwaarden en rigoureuze kwaliteitsnormen vanwege grootschalige distributiebedrijven tot overproductie leiden. Hoewel gewasveredeling het gebruik van gewassen met de gewenste kenmerken mogelijk maakt, kunnen landbouwers niet precies voorspellen hoe groot hun oogst zal zijn, niet in het minst omdat de weersomstandigheden kunnen variëren. Aan de andere kant moet een landbouwer de overeengekomen hoeveelheid in perfecte staat leveren om de overeengekomen prijs te ontvangen. Dit heeft op zijn beurt tot gevolg dat een grote hoeveelheid gewassen op de velden blijft liggen. Het moet echter worden vermeld dat landbouwers en verwerkende bedrijven doorgaans op zoek gaan naar alternatieve kanalen om hun overschotten op de markt te brengen. Een ander belangrijk aspect in de analyse van voedselverliezen zijn de voorwaarden van de rechtskaders. De maatschappelijke doelstelling om risico's voor het leven en de gezondheid van de consument te voorkomen, die in diverse verordeningen en richtlijnen van de EU is verankerd, kan botsen met het streven om voedselverspilling te vermijden. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de verontreiniging van voedsel tijdens de productie, resten van bestrijdingsmiddelen in gewassen en resten van diergeneesmiddelen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Voor al deze vormen van verontreiniging zijn er op Europees niveau concentratiegrenzen vastgesteld. Een studie van Wageningen UR (Waarts et al. 2011) is tot de conclusie gekomen dat deze door de Europese wetgeving vastgestelde wettelijke limieten een belangrijke stuwmotor zijn voor de voedselverspilling in de primaire productie. 4.2 Verliezen tijdens de verwerking en verpakking Het probleem van de overproductie bestaat voor een stuk ook in de verwerkingsindustrie. Hoewel er tal van productiebedrijven zijn die grote voorraden proberen te vermijden door "net op tijd" te leveren, kan overproductie niet worden uitgesloten. De voedingssector eist specifieke afmetingen en normen voor de verwerking van producten. Tijdens de verschillende verwerkingsfasen worden diverse selecties doorgevoerd die leiden tot hoge afvalpercentages. Groenten en fruit, vaak in verpakkingen verkocht, worden tijdens de verwerking geselecteerd op de maat van de verpakkingen zodat die allemaal dezelfde afmetingen en hetzelfde gewicht hebben. Verkoop in verpakkingen leidt ook tot verliezen in de kleinhandel omdat het te duur is een verpakking met beschadigde producten te openen en de resterende onbeschadigde producten te verkopen. Voedselverwerking mondt uit in resten die nog altijd bruikbaar zijn voor menselijke consumptie. Deze resten worden soms in andere domeinen gebruikt, maar doorgaans worden ze weggegooid omdat dit de minste inspanningen vergt en de laagste kosten met zich meebrengt. De productie van verschillende merken en bepaalde handelsmerken van een product kan ook tot verliezen leiden. Zuivelproducten, bijvoorbeeld, worden op de markt gebracht onder een heleboel verschillende merken en behoren tot de bederfelijke waren. Omdat de merken verschillende recepten hanteren, moet bij de productiewissel voor een ander merk ook van partij worden gewisseld. Daarbij wordt er in de vulmachine een gemengde fase geproduceerd die doorgaans wordt weggegooid op grond van allergenenbeheersing. Wanneer vaak van partij wordt gewisseld, kan dit ook leiden tot hogere hoeveelheden schoonmaakresten. Daarnaast kunnen producenten van huismerkproducten van supermarkten hun eigen overproductie niet elders verkopen. 4

13 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen De omgang met dierlijke producten zoals melk, zuivelproducten, vlees en worsten wordt geregeld door een hele reeks EU-verordeningen die een strikt stelsel van hygiëneregels opleggen. De EUverordeningen bepalen ook dat de voedselketen duidelijk gedocumenteerd moet zijn en dat deze via een identificatiemerk op de verpakking traceerbaar moet zijn. Vlees en worsten zijn zeer bederfelijke waren omdat ze gevoelig zijn voor bacteriën. Voor de verwerking van rauwe voedingsmiddelen moet de koudeketen absoluut in stand worden gehouden. In supermarkten en discountzaken, die altijd grote hoeveelheden en een ruime keuze aan rauwe vleesproducten aanbieden, is het risico dat deze producten worden weggegooid uitzonderlijk hoog door de korte omlooptijden. Onderbrekingen van de koudeketen, overschrijdingen van de temperatuur en verontreinigingen hebben meestal tot gevolg dat de producten worden weggegooid. 4.3 Verliezen in distributie, groot- en kleinhandel De handel bepaalt de kwaliteitsnormen voor landbouwproducten en heeft daardoor een sterke invloed op de primaire productie waarbij de geweigerde goederen bij de producent achterblijven. Voedsel gaat verloren omdat de vaste normen op het vlak van grootte, vorm, kleur en uiterlijk van de producten vereisen dat er een selectie plaatsvindt. Hoewel het aantal specifieke Europese marketingnormen voor verse groenten en fruit in 2009 van 36 tot 10 is teruggebracht, eist de handel nog altijd gestandaardiseerde producten omdat in de logistieke processen tijdens de opslag, verpakking en distributie niet kan worden omgegaan met goederen die onregelmatig zijn van grootte en vorm. Bovendien heeft de handel er belang bij dat de normen worden gehandhaafd omdat daardoor een objectieve maatstaf wordt geboden die de zakelijke relaties tussen de producenten, fabrikanten en winkeliers vergemakkelijkt. Zo worden de originele wettelijke normen door verschillende voedingsbedrijven verder gebruikt in de vorm van particuliere normen. Voordat voedingsmiddelen in de handel worden gebracht, moeten ze worden vervoerd en verdeeld. Voedsel gaat soms verloren wanneer vervoersondernemingen zich niet houden aan het geplande tijdsbestek voor het leveren en lossen van de goederen. Bovendien kunnen de goederen of de verpakking verloren gaan of beschadigd geraken tijdens het transport omdat dit niet gebeurt zoals het hoort. Ook tijdens het laden en lossen van goederen of tijdens het stapelen ervan kunnen ze schade oplopen. Een ander probleem in de logistiek is de opslag waarbij een te grote voorraad tot gevolg kan hebben dat de datum van minimale houdbaarheid niet langer voldoet aan de verkoopeisen of zelfs dat de goederen bederven. Voedselverspilling in de groot- en kleinhandel is ook het gevolg van het feit dat voeding de vervaldatum bereikt. Het is niet verboden om producten met een vervallen THT-datum opnieuw te etiketteren en te verkopen zolang daar gegarandeerd geen gezondheidsrisico mee gemoeid is. Vanwege de aansprakelijkheid is dit echter geen gebruikelijke praktijk. Waarts et al. (2011) stelden vast dat producenten de THT-datums zeer voorzichtig bepalen om hun risico op het vlak van productaansprakelijkheid en mogelijke schade aan hun reputatie te beperken. Om dezelfde reden beslissen kleinhandelaars producten waarvan de THT-datum verstreken is niet opnieuw te etiketteren. Ook marketingstrategieën zoals "twee voor de prijs van één" leiden onvermijdelijk tot voedselverspilling in de gezinnen omdat ze de consumenten ertoe aansporen onnodige producten te kopen. Hoewel er een aantal redenen worden gegeven waarom voedsel verloren gaat bij de distributie, grooten kleinhandel, blijkt het hier om relatief kleine hoeveelheden te gaan. Volgens de ramingen van BIOIS en andere onderzoeken is de handel slechts verantwoordelijk voor 5% van de totale voedselverspilling in de EU. Deze sector vertegenwoordigt echter ook een domein waarop bijzonder weinig empirische gegevens beschikbaar zijn. Daarom is er dringend uitvoeriger onderzoek nodig om de voedselverspilling en de oorzaken ervan op een steviger basis te peilen. 5

14 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties 4.4 Verliezen in de horeca Wat restaurants en andere verleners van voedingsdiensten betreft wordt de hoeveelheid voedselverspilling in aanzienlijke mate bepaald door de porties die zij aanbieden. Door grotere porties te serveren een trend die de voorbije jaren in Amerika en in Europa de kop opsteekt stijgt ook het aantal klanten die hun maaltijd niet helemaal op krijgen. In restaurants die buffetten aanbieden is de verspilling vooral het gevolg van het feit dat ze te veel voedsel klaarmaken dat achteraf niet kan worden bewaard en ook niet kan worden verwerkt tot een ander gerecht. Een reden daarvoor is dat de klanten vaak verwachten dat er niets zal opraken, vooral in het duurdere segment, zodat de uitbaters veel meer voedsel klaarmaken dan er uiteindelijk zal worden geconsumeerd. Er zijn ook logistieke problemen die de voedselverspilling in de horeca bevorderen. Doordat het aantal gasten voortdurend wisselt, kan de directie niet nauwkeurig inschatten hoeveel voedsel zij precies moet aankopen. Reserveringen maken die ramingen wel iets gemakkelijker maar zijn niet gebruikelijk in bepaalde soorten restaurants, bijvoorbeeld in cafetaria's. Als er met buffetten gewerkt wordt, kan de vraag alleen in zekere mate via de reserveringen worden voorspeld. Wie overschotten opnieuw gaat gebruiken of aanbieden, moet beschikken over voldoende ruimte om ze gekoeld te bewaren. In stressrijke situaties is het echter vaak gemakkelijker om voedsel weg te gooien dan om het te verpakken en in te vriezen. Daarnaast is het hergebruik van restjes lastig omdat veel uitbaters hun dagelijkse aanbod vooraf bereiden en dus niet erg soepel zijn in de aanpassing van hun menu. In de meeste gelegenheden wordt het verspilde voedsel niet afzonderlijk verzameld en gewogen. Zo komt het dat de hoeveelheid verspild voedsel onzichtbaar blijft: er wordt niets gemeten en er wordt niet nagedacht over mogelijke verbeteringen van de gebruikelijke interne procedures waardoor het voedsel efficiënter zou kunnen worden gebruikt. Ook wettelijke voorschriften spelen in de horeca een belangrijke rol. De hygiënevoorschriften bepalen dat restanten wettelijk gezien alleen mogen worden doorgegeven als het voedsel de keuken niet heeft verlaten. De twee-uursgarantie op niet-gekoelde producten (een onderdeel van het "voedselhygiënepakket" van de EU) leidt tot voedselverspilling omdat de cateraars producten die normaal gezien in de koelkast moeten worden bewaard, moeten weggooien als ze langer dan twee uur te koop zijn aangeboden. Bovendien stelden Waarts et al. (2011) vast dat cateraars, kleinhandelaars en verwerkers van restanten vaak normen toepassen die strenger zijn dan de wet om aansprakelijkheid en reputatieschade te voorkomen. 4.5 Verliezen in de gezinnen Verschillende studies laten zien dat de verspilling van voedsel toeneemt met de welvaart. Zelfs in landen met een laag tot middelmatig gemiddeld inkomen is de bovenklasse geneigd om voedsel te verspillen. Bovendien is de prijs voor voedsel op de wereldmarkt de voorbije eeuw blijven dalen en is deze prijs slechts lichtjes gestegen sinds het eerste decennium van deze eeuw. Bijgevolg vormt het bedrag dat gezinnen aan voeding uitgeven een steeds kleiner aandeel van het gezinsinkomen. In de vroege 20e eeuw moest een gemiddeld gezin nog meer dan de helft van zijn beschikbare inkomen aan voedsel uitgeven; nu ligt dat aandeel tussen minder dan 10% en maximaal 20% in de hele EU-27. Deze ontwikkeling heeft ertoe geleid dat voedsel over het algemeen minder wordt geapprecieerd (Gerstberger & Yaneva 2013). Ook de demografische evolutie is van invloed op de voedselverspilling. Het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens in de geïndustrialiseerde landen doet de omvang van de voedselverspilling toenemen. In eenpersoonshuishoudens ligt het percentage verspilling per hoofd hoger dan in grotere huishoudens omdat ze geen voedsel kunnen delen. Een derde trend die gevolgen heeft voor de omgang met voedsel is het stijgende percentage werkende vrouwen. De combinatie van buitenshuis werken en zorgen voor het gezin beperkt de tijd die beschikbaar is om boodschappen te doen en maakt het moeilijk om alle dagen eten in huis te halen. Daarom worden er grotere hoeveelheden aangekocht die een hele 6

15 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen week moeten meegaan, waarbij het waarschijnlijker is dat bepaalde voedingsmiddelen ongebruikt worden weggegooid. Er zijn empirische bewijzen dat mensen met een voltijdse baan meer voedsel weggooien. Het gedrag van de gezinnen speelt ook een belangrijke rol in de toename van de voedselverspilling. De consumenten plannen hun dagelijkse boodschappen slecht en kopen meer dan ze nodig hebben. Het grote aanbod aan etenswaren en gemaksproducten brengt de consumenten ertoe nieuwe en onbekende producten te proberen. Een bepaalde hoeveelheid voedsel wordt weggegooid omdat de consumenten het voor de eerste keer hebben gekocht en het niet lusten. Grote producteenheden verminderen de behoefte aan verpakkingsmateriaal en de hoeveelheid verpakkingsafval. Maar ze kunnen niet volledig worden geconsumeerd terwijl het eten nog vers is. Kleinere verpakkingen zijn veel duurder dan grote. Bovendien zijn de consumenten vaak niet op de hoogte van de correcte omgang met voeding op het vlak van opslag en bewaring. Volgens de verordeningen van de EU in verband met de etikettering van voedsel moet de minimale houdbaarheid van voorverpakte producten op de verpakking worden vermeld. Er zijn twee belangrijke etiketten die verwijzen naar vervaldatums: de THT-datum ("ten minste houdbaar tot") en de uiterste consumptiedatum. De uiterste consumptiedatum is de laatste datum waarop het gebruik van een product wordt aanbevolen vanuit het standpunt van de voedselveiligheid (bijv. voor gehakt, rauwe vis), terwijl de THT-datum niet naar de voedselveiligheid verwijst. De THT-datum betekent dat het nog veilig is om etenswaren na die datum te verbruiken; die datum is veeleer te beschouwen als een aansprakelijkheidsgarantie van de producent. Er bestaat echter grote verwarring over de betekenis van deze etiketten, wat leidt tot grotere voedselverspilling. Verschillende empirische onderzoeken naar het gedrag van gezinnen in de EU hebben vastgesteld dat vervallen THT-datums een belangrijke reden zijn waarom gezinnen voedsel weggooien omdat de consumenten deze datums onterecht koppelen aan bederf en oneetbaarheid van de producten. Tabel 1 geeft een overzicht van de belangrijkste factoren die bijdragen tot de verspilling van voedsel in de verschillende schakels van de voedselketen. Tabel 1: overzicht van de belangrijkste factoren die bijdragen tot de verspilling van voedsel in de verschillende schakels van de voedselketen in de geïndustrialiseerde landen Schakels Landbouwproductie Factoren die bijdragen tot voedselverspilling Het sorteren van producten op de boerderij op grond van strikte kwaliteitsnormen qua gewicht, grootte, vorm en uiterlijk, opgelegd door grootdistributeurs Marktprijzen die geen recht doen aan de kosten van het oogsten Overproductie te wijten aan leveringsovereenkomsten met winkelketens Schade aan de gewassen tijdens de oogst 7

16 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties Fabricage Distributie en groot- /kleinhandel Horeca en catering Huishoudens Producten met onregelmatige vorm worden bijgesneden zodat ze passen of worden helemaal afgekeurd Afwijkingen in fabricageprocessen resulteren in misvormde producten of productschade Besmetting in productieproces leidt tot kwaliteitsverlies Voedsel bederft wegens verpakkingsproblemen Overtollige productie van huismerken van supermarkten die elders niet kan worden verkocht Overschotten wegens "terugnamesystemen" en de annulering van bestellingen Onvoldoende koude opslagruimte/onderbreking van de koudeketen Verpakkingsfouten die leiden tot schade aan de producten Te grote voorraden door foutief bestellen en onnauwkeurig inschatten van de vraag Winkeliers verplichten om een breed assortiment producten en merken te bestellen bij dezelfde producent om gunstige prijzen te krijgen De minimumeisen voor de voedselveiligheid niet naleven (bijv. microbiële besmetting, resten van bestrijdingsmiddelen) Marketingstrategieën zoals "twee voor de prijs van één" Te grote borden Buffetten aanbieden voor een vaste prijs, waardoor mensen meer eten op hun bord laden dan ze op kunnen Scheiding uit verpakkingen voor grootverbruikers in hotels en catering (bijv. jam, ontbijtgranen, sap en melk) of gebruik van individueel verpakte porties die niet voldoen aan de behoeften van de consument Moeilijkheden bij het beoordelen van de vraag (aantal klanten) Hygiënevoorschriften van de EU, bijv. twee-uursgarantie op niet gekoelde producten Gebrek aan planning/kennis van voedselaankoop en -bewaring Impulsieve aankopen (zaken kopen die men niet echt nodig heeft) Aankopen van nieuwe producten die de consument achteraf gebleken niet lust Verpakkingen van verkeerde grootte (bijv. te grote kant-enklaarmaaltijden) Slecht opslagbeheer (bijv. verkeerd inpakken) Verwarring over de datumetiketten (THT-datum en uiterste consumptiedatum) Gebrek aan technieken en vaardigheden voor voedselbereiding Weinig ervaring met het plannen van maaltijden Te grote maaltijden bereiden Gebrek aan vaardigheden om van kliekjes nieuwe maaltijden te maken Bronnen: Parfitt et al. (2010); Monier et al. (2010); Gustavsson et al. (2011); BFCN (2012); IMECHE (2013) 8

17 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen 5. BESCHIKBARE GEGEVENS EN HUN BETROUWBAARHEID Twee belangrijke studies bespreken pan-europese gegevens over de oorzaken van voedselverspilling: een onderzoek verricht door de Bio Intelligence Service (BIOIS) in opdracht van de Europese Commissie (Monier et al. 2010) en een onderzoek verricht door het Zweedse Instituut voor voeding en biotechnologie (SIK) in opdracht van de FAO (Gustavsson et al. 2011, 2013). Beide studies hebben sterke en zwakke punten. De BIOIS-studie onderzoekt de oorzaken van voedselverspilling in alle schakels van de voedselketen in de hele EU-27. De landbouwproductie wordt echter uitgesloten en ook de verschillende productgroepen worden niet bekeken. De SIK-studie onderzoekt de oorzaken van voedselverspilling in alle schakels van de voedselketen, met inbegrip van de landbouwproductie, en analyseert bovendien de verschillende producttypes. In tegenstelling tot de BIOIS-studie strekt het SIKonderzoek zich uit over de hele wereld, die in verschillende regio's wordt opgedeeld. De groep landen met een gemiddeld/hoog inkomen omvat de EU-27, Rusland en andere Europese landen die geen lidstaten zijn van de EU. De SIK-studie gaat uit van FAOSTAT-gegevens uit 2007, terwijl de BIOIS-studie gebaseerd is op EUROSTAT-gegevens uit 2006 en op verschillende nationale bronnen. 5.1 Berekeningen op basis van FAOSTAT-gegevens en SIK-methodologie Voor het BIOIS-onderzoek werden verschillende gegevens gebruikt, afkomstig van EUROSTAT, nationaal onderzoek en extrapolaties door BIOIS. Alle door BIOIS gepresenteerde cijfers moeten worden beschouwd als schattingen op basis van de beste beschikbare gegevens. Niettemin kunnen we betwijfelen of zij een correcte weergave vormen van de echte hoeveelheid verspild voedsel in de verschillende schakels van de voedselketen. De EUROSTAT-gegevens (die vooral worden gebruikt voor de industrie) worden door de afzonderlijke lidstaten ingediend, maar er is geen gestandaardiseerde methodologie voor de verzameling en verwerking van deze gegevens. Extrapolaties van BIOIS (die vooral worden gebruikt voor de groot-/kleinhandel en de sector van de voedingsdiensten/ catering) passen gemiddelde waarden toe die gebaseerd zijn op een miniem aantal nationale onderzoeken. Bovendien worden met deze methode eventuele verschillen tussen de lidstaten onduidelijker. Nationale onderzoeken worden geacht zeer zorgvuldig te zijn uitgevoerd en degelijker gegevens te verschaffen; maar de lidstaten hanteren zeer uiteenlopende definities en methodologieën voor de berekeningen, zodat de resultaten moeilijk te vergelijken zijn. Om de resultaten van het BIOIS-onderzoek aan een aannemelijkheidscontrole te onderwerpen werden modelberekeningen uitgevoerd op basis van FAOSTAT-gegevens en de door SIK (Gustavsson et al. 2013) verstrekte methodologie. Deze berekeningen werden afzonderlijk verricht voor verschillende voedselgroepen en schakels in de toeleveringsketen in elk van de tot de EU-27 behorende landen. Om een vergelijking met de resultaten van de BIOIS-studie mogelijk te maken, werden de berekeningen verricht met FAOSTAT-gegevens voor De gebruikte methodologie maakt het mogelijk om kritieke gebieden in kaart te brengen (bijv. land, voedseltype, schakel in de toeleveringsketen) waar de voedselverspilling een hoge vlucht neemt. Gezien het feit dat alle schakels van de voedselketen op samenhangende wijze in een model kunnen worden gegoten, zijn voedselverliezen in een bepaalde schakel van de voedselketen rechtstreeks van invloed op de invoergegevens van alle daaropvolgende schakels. Dit voorkomt tegenstrijdigheden die voortkomen uit het gebruik van gegevens uit verschillende bronnen. Op te merken valt evenwel dat er ook tal van restricties bestaan die de betrouwbaarheid van de resultaten beperken. De door SIK verstrekte percentages voedselverliezen voor de afzonderlijke schakels van de toeleveringsketen zijn in de meeste gevallen gemiddelde waarden voor alle Europese landen en hierbij wordt dus geen rekening gehouden met landenspecifieke omstandigheden. De resultaten weerspiegelen voornamelijk verschillen tussen de landen op het vlak van de balans van de 9

18 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties beschikbaarheid van voedingsmiddelen. Niettemin biedt deze benadering een aannemelijkheidscontrole voor de resultaten van andere onderzoeken en maakt zij een betere interpretatie van de beschikbare gegevens mogelijk. 5.2 Resultaten van de berekeningen vergeleken met de bevindingen van BIOIS Figuur 1 toont de bijdragen van de afzonderlijke schakels in de toeleveringsketen tot de totale omvang van de voedselverspilling in de EU-27. Deze figuur geeft aan dat de grootste voedselverspilling in de eerste en laatste schakel van de toeleveringsketen ontstaat. De bevinding dat de landbouwproductie en behandeling en opslag na de oogst in de EU-27 de totale voedselverspilling in Europa fors doen stijgen, is in tegenspraak met de resultaten van andere studies. Volgens de heersende opvatting zijn verliezen in de primaire productie van de geïndustrialiseerde landen te verwaarlozen, in tegenstelling tot die in de ontwikkelingslanden. Figuur 1: Aandeel van de verschillende schakels van de voedselketen in de totale voedselverspilling in de EU-27 (ITAS-berekeningen) Volgens de berekeningen zijn hoge verspillingspercentages vooral te vinden in de Zuid-Europese landen Cyprus, Spanje, Griekenland en Italië evenals in Nederland, België en Polen. Al deze landen hebben een grote landbouwproductiesector, wat betekent dat een groot gedeelte van het geproduceerde voedsel wordt uitgevoerd en dus niet in het land zelf wordt geconsumeerd. Dit resultaat wijst erop dat de landbouwsector moet worden betrokken bij een Europese strategie voor de beperking van voedselverspilling. Net zoals de bevindingen van andere studies tonen ook de ITAS-berekeningen aan dat, in vergelijking met alle andere schakels van de voedselketen, de gezinnen verantwoordelijk zijn voor het grootste aandeel in de voedselverspilling. Het gedrag van de eindconsument zou dus centraal moeten staan bij de ontwikkeling van preventiemaatregelen, zonder dat de eerdere schakels van de voedselketen daarbij mogen worden vergeten. 10

19 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen Figuur 2 laat zien hoeveel voedsel er in 2006 per hoofd van de bevolking werd verspild, in kg, in aflopende volgorde op basis van de verrichte berekeningen. Gezien het feit dat de BIOIS-studie de eerste twee schakels van de toeleveringsketen (landbouwproductie en behandeling en opslag na de oogst) niet in beschouwing neemt en alleen verwijst naar de benedenstroomse schakels, maken de in onderhavig onderzoek verrichte berekeningen gebruik van hetzelfde referentiekader. De figuur toont aan dat de resultaten relatief goed met elkaar overeenstemmen. Uitzonderingen zijn Nederland, België en Polen waar de cijfers van BIOIS, op basis van EUROSTAT-gegevens, niet plausibel zijn omdat ze niet kunnen worden verklaard door technologische inefficiëntie of de schaal van de voedingsindustrie in die landen. Figuur 2: Hoeveelheid totaal voedsel per hoofd van de bevolking, uitgezonderd landbouw en behandeling na de oogst vergelijking van ITAS-berekeningen met BIOIS-resultaten voor de EU-27 in 2006 Er zijn ook grote verschillen voor bijvoorbeeld Griekenland, Roemenië, Slovenië, Malta en Tsjechië (de gegevens uit het BIOIS-onderzoek zijn veel lager) en voor Estland en Cyprus (de gegevens uit het BIOISonderzoek zijn veel hoger). Deze verschillen zijn mogelijk te wijten aan het feit dat de door BIOIS gebruikte gegevens zijn geëxtrapoleerd uit de resultaten van andere landen, omdat er empirisch bewijsmateriaal ontbrak. Een andere reden hiervoor kan zijn dat bij het door SIK verstrekte percentage voor de verschillende schakels van de toeleveringsketen geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende landen. Dit onderstreept hoezeer er nood is aan betere en betrouwbaarder gegevens over voedselverspilling in de verschillende lidstaten, opgesplitst volgens de verschillende schakels van de voedselketen en volgens de voedselgroepen. Tot besluit van deze vergelijking tussen de ITAS-berekeningen en de resultaten van de BIOIS-studie geeft figuur 3 aan hoeveel voedsel er wordt verspild in de gezinnen. In deze figuur zijn de landen van de EU-27 ondergebracht in groepen volgens de bronnen van de gegevens voor de gezinnen in de BIOISstudie. Voor landen in de linkerkant van de figuur (Griekenland tot Bulgarije) werd de 11

20 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties voedselverspilling door BIOIS berekend op basis van een "minimumscenario". Voor al deze landen ligt de door BIOIS geraamde specifieke hoeveelheid verspild voedsel (kg per hoofd van de bevolking) veel lager dan het door ITAS berekende cijfer. De reden daarvoor is wellicht dat de door BIOIS gekozen waarde voor het minimumscenario te laag is. Figuur 3: Per hoofd van de bevolking verspild voedsel in de gezinnen - vergelijking van ITASberekeningen met BIOIS-resultaten voor de EU-27 in 2006 Voor landen aan de rechterkant van figuur 3 zijn gegevens afkomstig van nationaal onderzoek of EUROSTAT gebruikt in de BIOIS-studie. De overeenstemming is in het algemeen veel beter dan voor de landen aan de linkerkant. De grootste verschillen zijn die voor Italië, Polen, Ierland en Estland, wat mogelijk toe te schrijven valt aan de onbetrouwbaarheid van de EUROSTAT-gegevens. In het BIOISonderzoek is het cijfer voor Italië, bijvoorbeeld, veel lager dan voor andere landen met een vergelijkbare levensstandaard en een soortgelijk gezinsinkomen, en dat lijkt dus niet plausibel. 6. VERSPILGEDRAG VAN GEZINNEN Er zijn grote verschillen in het weggooigedrag van gezinnen met betrekking tot afzonderlijke voedingsgroepen, die kunnen worden bestudeerd aan de hand van diverse methodologische benaderingen. De beschikbare nationale onderzoeken maakten gebruik van gezinsenquêtes, soms in combinatie met huishouddagboekjes of analyses van de samenstelling van het afval. Beide benaderingen hebben voor- en nadelen. Gezinsenquêtes kunnen methodisch eenvoudig worden uitgevoerd, maar doorgaans leveren ze uitsluitend kwalitatieve gegevens op, omdat er al gauw fouten sluipen in kwantitatieve ramingen uit het geheugen betreffende het gewicht van aangekocht en weggegooid voedsel. De ervaring leert ook dat de consumenten hun voedselverliezen fors onderschatten wanneer zij over zichzelf verslag moeten 12

21 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen uitbrengen. Het bijhouden van een huishoudboekje levert wel betrouwbare gegevens op, maar is tijdrovend voor de proefpersonen en kan ten gevolge van bewuste deelname leiden tot wijzigingen in hun omgang met voedsel; dit geldt des te meer omdat het onderwerp "voedselverspilling" aan emotionele en morele oordelen wordt gekoppeld. Analyses van de samenstelling van afval, die kunnen worden verricht zonder het medeweten of de actieve deelname van gezinnen, worden beschouwd als een objectievere en meer accurate methode om de omvang van de voedselverspilling bij de consument vast te stellen. Een zwak punt van deze aanpak is dat er geen internationaal gestandaardiseerde verzamelmethodiek bestaat en dat er geen samenhang is in de gebruikte definities. De overgrote meerderheid van beschikbare studies past de tweede aanpak toe en bepaalt de omvang van de verspilling als percentage van het huishoudelijk afval. Tabel 2 geeft een overzicht van de samenstelling van het huishoudelijk afval in verschillende Europese landen. Tabel 2: samenstelling van huishoudelijk voedselafval in zeven Europese landen in % Doelregio Vlees en vis Zuivel Verse groenten Vers fruit Bakkerijproducten Maaltijden Alle andere VK Nederland Zweden Noorwegen Finland Oostenrijk Duitsland (Johnson & Quested 2009), 2 (Van Westerhoven & Steenhuisen 2010), 3 (Andersson 2012), 4 (Syversen & Marthinsen 2010), 5 (Silvennoinen et al. 2012), 6 (Schneider 2008), 7 (Hafner et al. 2012) De tabel geeft aan dat in alle bestudeerde landen verse groenten en fruit de grootste groep vormen in de samenstelling van huishoudelijke voedselverspilling, gevolgd door bakkerijproducten en maaltijden. Deze resultaten worden geruggensteund door de berekeningen die in onderhavige studie zijn verricht. Figuur 4 laat de percentages van verschillende voedseltypes zien ten opzichte van de totale voedselverspilling bij de gezinnen, voor verschillende landen. Voor de meeste EU-lidstaten is de belangrijkste voedselgroep die van groenten en fruit, gevolgd door graanproducten. Het aandeel van vlees en vis in de totale voedselverspilling is vrij klein en dat van oliehoudende gewassen en peulvruchten is verwaarloosbaar. 13

22 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties Figuur 4: Percentages van de verschillende voedselgroepen in de totale voedselverspilling bij huishoudens in de EU-27 in 2006 (ITAS-berekeningen) Wanneer we de voedselverspilling van de gezinnen, opgesplitst per land en voedseltype, van naderbij bekijken, geven de resultaten van de in onderhavige studie verrichte berekeningen het volgende beeld: de hoogste verspillingspercentages voor groenten en fruit zijn te zien in Zuid-Europese landen als Cyprus, Italië, Griekenland, Spanje, Malta en Portugal, maar ook in Luxemburg, Frankrijk, Hongarije en Roemenië. Verspillingspercentages voor graanproducten liggen het hoogst in Oost-Europese landen als Bulgarije, Slowakije en Tsjechië. Oost-Europese landen als Polen, Estland, Letland en Litouwen, maar ook Denemarken en het Verenigd Koninkrijk vertonen de hoogste verspillingspercentages voor wortelen knolgewassen. Voor melk en eieren hebben de Noord-Europese landen Zweden, Finland en Nederland en de Midden-Europese landen Luxemburg en Duitsland, maar ook Litouwen de hoogste verspillingspercentages. De verspillingspercentages voor vlees liggen in de hele EU-27 ongeveer gelijk. De hoogste verspillingspercentages voor vis zijn te vinden in Zuid-Europese landen als Portugal en Spanje, maar ook in Noord-, Midden- en Oost-Europese landen als Zweden, Finland, Frankrijk en Litouwen. De verspilling van oliehoudende gewassen en peulvruchten is in alle lidstaten verwaarloosbaar. De resultaten van de berekeningen stroken ook met de bevindingen van onderzoeken betreffende de verschillende voedingspatronen in de EU-27. Na hun integratie in de EU hebben de zuidelijke landen (Spanje, Portugal, Italië, Griekenland en Cyprus) hun traditionele voedingsgewoonten langzamerhand opgegeven en zijn ze de eetgewoonten van de kernlidstaten van de EU gaan overnemen. In de voorbije 40 jaar is de vleesconsumptie in de landen rond de Middellandse Zee sterk gestegen en momenteel is de beschikbaarheid van rood vlees er blijkbaar zelfs hoger dan in de Midden- en Noord-Europese landen. Ook de grote verschillen in de consumptie van groenten en fruit tussen de landen rond de Middellandse Zee en de Midden- en Noord-Europese landen die in de jaren 1960 nog bestonden, zijn intussen uitgevlakt (Naska et al. 2006). Ondanks de harmonisatie van de eetgewoonten zijn er toch nog belangrijke verschillen. Zo worden er in de landen rond de Middellandse Zee grotere hoeveelheden rood 14

23 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen vlees, vis, schaal- en schelpdieren, verse groenten en fruit gegeten dan in de rest van Europa. Dit zijn allemaal zeer bederfelijke waren, vooral in de weersomstandigheden van het Zuiden, en dat houdt verband met de meer dan gemiddelde voedselverliezen in de gezinnen. 7. GEVOLGEN VAN VOEDSELVERSPILLING Voedselproductie is een van de sectoren met het hoogste verbruik van hulpbronnen en een grote uitstoot van verontreinigende stoffen. De directe uitstoot van de landbouw omvat voornamelijk methaan en distikstofoxide, stoffen met meer uitgesproken gevolgen voor de klimaatverandering dan CO 2. De voornaamste oorzaken van broeikasgasemissies uit de landbouw zijn het gebruik van kunstmeststoffen, veehouderij en de rijstteelt. Ook de omschakeling van grasland naar bouwland kan in grote mate leiden tot het vrijkomen van broeikasgassen. De geïrrigeerde landbouw verbruikt bijna 70% van de wereldwijde zoetwatervoorraden. Het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen en de bodemverdichting door het gebruik van zware machines drukken zwaar op de grond en het grondwater. De uitbreiding van de intensieve landbouw, de toename van monoculturen en het doordringen van landbouwproductie tot ecologisch kwetsbare gebieden leiden tot afname van de biodiversiteit en afbraak van de ecosysteemdiensten. De voedselverspilling wordt niet alleen in verband gebracht met druk op het milieu, maar ook met economische verliezen langs de hele voedselketen. 7.1 Verbruik van hulpbronnen Een beter verantwoord en doeltreffender gebruik van het geproduceerde voedsel zou besparingen opleveren op het vlak van hulpbronnen als grond, water, energie, uitrusting en arbeid. De vrijgekomen landbouwproductiecapaciteit zou voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. Een belangrijk vraagstuk bij het nadenken over grondgebruik en voedselproductie zijn de indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC). Omdat voedsel vanuit de groei- en ontwikkelingslanden in Europa wordt geïmporteerd, worden er elders plekken in gebruik genomen voor het verbouwen van landbouwproducten. Aangezien de vraag naar landbouwproducten voortdurend toeneemt en de productiviteit van de grond maar tot op bepaalde hoogte kan worden verbeterd, worden in andere streken tropische regenwouden ontbost om de vrijgekomen grond te gebruiken als landbouwgrond, wordt natuurlijk grasland in gebruik genomen voor de teelt van gewassen en wordt er landbouwgrond ingenomen ten koste van beschermde natuurgebieden. Wijzigingen in voedselvoorkeuren zoals een grotere vleesconsumptie kunnen leiden tot grotere veranderingen in landgebruik in andere delen van de wereld. De preventie van voedselverliezen zou eveneens de "watervoetafdruk" verkleinen. De watervoetafdruk die al verschillende jaren stelselmatig wordt geregistreerd over de hele wereld, bestaat uit het directe en indirecte waterverbruik. Het directe verbruik verwijst naar de hoeveelheid water die wordt gebruikt voor huishoudelijke doeleinden zoals drinken, koken, wassen en schoonmaken. Het indirecte verbruik verwijst naar de hoeveelheid water die in eigen land en in andere landen wordt gebruikt voor de productie van goederen die in eigen land worden verbruikt. Om dit verborgen water in allerlei producten (voedsel, kleding, papier, technische producten) aan te duiden, wordt de term "virtueel water" gebruikt. In Duitsland, bijvoorbeeld, is het indirecte waterverbruik ongeveer drie keer zo hoog als het directe waterverbruik. Meer dan twee derde van het Duitse indirecte waterverbruik wordt veroorzaakt door de teelt van akkerbouwgewassen, nagenoeg een derde door de vervaardiging van dierlijke producten. De meeste akkerbouwgewassen die in Duitsland worden geconsumeerd (ongeveer 59%) worden geïmporteerd en dus ook het water dat wordt gebruikt voor de teelt en verwerking ervan; dit betekent dat binnenlandse waterbronnen worden gespaard ten koste van de producerende landen (Sonnenberg et al. 2009). Dat is bijzonder problematisch omdat een bepaald aandeel van de ingevoerde producten afkomstig is uit aride gebieden met een kwetsbare waterhuishouding. In dergelijke aride gebieden wordt 15

24 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties in de gewassenteelt steeds meer gebruikgemaakt van kunstmatige irrigatie. Deze praktijk zet de natuurlijke waterbronnen onder druk en doet conflicten met andere watergebruikers oplaaien. Producten met een zeer hoge watervoetafdruk zijn onder meer: cacao, koffie, rundvlees, rijst, tarwe, melk en appels. Een bewuster gebruik van die producten zou de waterbronnen minder onder druk zetten. Als aanvulling op de besparing van hulpbronnen zou een doeltreffende hantering van voedsel de landbouwemissies beperken. Verschillende studies tonen aan dat de hoogste emissies afkomstig zijn uit de levering van dierlijke producten, hoewel ze in vergelijking met fruit, groenten en bakkerijproducten in vrij kleine hoeveelheden worden weggegooid. Figuur 5 toont de materiaal- en koolstofvoetafdruk van verschillende voedingsgroepen, met verwijzing naar de jaarlijkse voedselverspilling in Duitsland. Figuur 5: Materiaal- en koolstofvoetafdruk van voedselverspilling in Duitsland per hoofd van de bevolking en per jaar, met inbegrip van de bovenstroomse schakels van de keten en opgesplitst volgens productgroep Bron: Göbel et al De taartdiagrammen geven aan dat groenten en fruit in Duitsland het meest worden weggegooid, op enige afstand gevolgd door graanproducten. Hoewel vleesproducten het minst worden verspild, is de materiaalvoetafdruk voor hun productie en transport even hoog als die voor groenten en fruit. Ook zuivelproducten zijn gekoppeld aan een hoog verbruik van hulpbronnen. Graanproducten vertonen de laagste materiaalvoetafdruk, ook al worden er hogere percentages van verspild dan van zuivelproducten. De productie en het transport van vleesproducten veroorzaken eveneens de hoogste koolstofvoetafdruk, gevolgd door zuivelproducten en groenten en fruit. 7.2 Steeds meer bioafval Bij de milieueffecten van voedselverspilling horen ook de methaanemissies die gekoppeld zijn aan het storten van organisch afval en de noodzaak om de wereldwijde capaciteit aan afvalstortplaatsen uit te breiden. Grote massa's voedselafval afkomstig van de gezinnen impliceren hoge kosten voor het inzamelen en vervoer ervan en voor de afvalscheiding en -zuivering in afvalverwerkende bedrijven. Biologisch afbreekbaar afval heeft doorgaans een hoog watergehalte en bijgevolg lage verbrandingswaarden die de energieoutput van verbrandingsinstallaties verlagen. Zo komt het dat biogeen gemeentelijk afval wereldwijd meestal op afvalstortplaatsen terechtkomt. Buiten Europa is 16

25 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen slechts een klein percentage afvalstortplaatsen uitgerust met voorzieningen voor de inzameling en het gebruik van het uitgestoten methaan. In Europa wordt het storten van onbehandeld organisch afval op stortplaatsen door de wet beteugeld. Volgens de Richtlijn betreffende het storten van afvalstoffen uit 1999 moeten de lidstaten het aandeel biologisch afbreekbaar afval dat naar stortplaatsen wordt gevoerd beperken. Volgens de wettelijk bindende quota die in de richtlijn zijn vastgesteld, moet de maximale hoeveelheid organisch afval dat op stortplaatsen wordt gestort na verloop van tijd worden teruggedrongen, tot 75% (naar gewicht) tegen 2006, tot 50% (naar gewicht) tegen 2009 en tot 35% (naar gewicht) tegen 2016, in vergelijking met Lidstaten die steeds veel gebruik hebben gemaakt van stortplaatsen krijgen een extra periode van vier jaar om te voldoen aan de streefcijfers van de richtlijn. Een recente analyse van verschillende landen, verricht door het Europees Milieuagentschap, toont aan dat slechts in elf landen de hoeveelheid gemeentelijk afval die tussen 2001 en 2010 werd voortgebracht per hoofd van de bevolking is gedaald, terwijl 21 landen in 2010 zelfs meer gemeentelijk afval produceerden dan in Er zijn echter duidelijke tekenen van een verschuiving van het gebruik van afvalstortplaatsen naar een voorkeur voor afvalbeheer, waarbij de klemtoon ligt op preventie, hergebruik, recycling en (energie-)herwinning. Het aantal landen dat meer dan 75% van zijn gemeentelijk afval op afvalstortplaatsen stort is fors gedaald, terwijl het aantal landen dat meer dan een kwart van zijn gemeentelijk afval recycleert gestegen is. Niettemin maakten de meeste landen in 2010 nog gebruik van afvalstortplaatsen voor meer dan 50% van hun gemeentelijk afval (EEA 2013). Figuur 6 geeft een overzicht van de percentages vast stedelijk afval (municipal solid waste,msw) dat in 2010 in de EU-27 naar stortplaatsen is gebracht, verbrand, gerecycled en gecomposteerd is. Figuur 6: Behandeling van MSW in verschillende Europese landen in 2010 Bron: eigen berekening op basis van EUROSTAT /07/13 17

26 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties De vooruitgang in de betere recyclingpercentages voor vast gemeentelijk afval is voornamelijk toe te schrijven aan de recycling van materialen zoals glas, papier, metaal, plastic en textiel, terwijl de recycling van bioafval achterblijft. Volgens de Europese Commissie (2010) wordt gemiddeld 40% van het bioafval dat in de EU-27 wordt voortgebracht nog altijd gestort op afvalstortplaatsen (in sommige lidstaten is dat wel 100%). In 2009 voldeden elf landen aan het streefcijfer van 50%, terwijl zeven landen in 2010 al voldeden aan het streefcijfer van 35% dat pas in 2016 moet worden behaald (EEA 2013). 7.3 Economische gevolgen Naast negatieve milieueffecten heeft voedselverspilling ook forse financiële verliezen tot gevolg, zowel voor de individuele consument als voor de nationale economie. Net zoals bij de ecologische gevolgen stapelen ook de economische verliezen zich op langs de voedselketen; zo houdt één ton voedselverspilling in de gezinnen (d.i. de laatste schakel in de keten) een veel hogere economische kostprijs in dan één ton voedselverspilling in de landbouwsector. De over economische verliezen beschikbare gegevens verwijzen voornamelijk naar de gezinnen. Het Britse WRAP-onderzoek "Waste arisings in the supply of food and drink to households" (Lee & Willis 2010) schat dat de gezinnen in het Verenigd Koninkrijk jaarlijks ongeveer 5,3 miljoen ton voedsel weggooien, wat neerkomt op een economische waarde van 12 miljoen pond sterling. 8. OPTIES OM DE VOEDSELVERSPILLING TERUG TE DRINGEN In het huidige nationale en internationale debat zijn een hele reeks maatregelen voorgelegd, en deels al uitgevoerd, om de verschillende deelnemers aan de toeleveringsketen aan te sporen tot spaarzaam en verantwoord voedselgebruik. Het volledige onderzoek geeft een overzicht van de maatregelen en instrumenten die momenteel in behandeling zijn, rekening houdend met de ervaringen die reeds in verschillende landen zijn opgedaan. De klemtoon ligt op maatregelen en instrumenten die in de literatuur of in het huidige debat bijzonder nuttig worden geacht, die eenvoudig uit te voeren zijn en die duurzame resultaten kunnen boeken. De volgende opties die uit deze bespreking naar voren zijn gekomen dienen dringend te worden toegepast om de door de Europese Commissie vastgestelde doelstelling te behalen. Ze zijn zowel gericht aan de Europese overheid als aan de nationale overheden die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de voorgestelde opties. Streefcijfers bepalen Uit hoofde van de Europese kaderrichtlijn afval zijn de lidstaten verplicht om tegen 2013 plannen voor de preventie van voedselverspilling vast te stellen. Als onderdeel van deze plannen dienen de lidstaten verplichte streefcijfers voor de beperking van voedselverspilling aan te geven. Regionale en lokale autoriteiten moeten de nationale streefcijfers aanpassen aan hun invloedssfeer. Om de voortgang en doeltreffendheid van de verschillende maatregelen te volgen dient er in alle 27 EU-lidstaten een regelmatige monitoring plaats te vinden van de voedselverspilling langs de gehele voedselketen. Afzonderlijke sectoren, zoals de industrie, detailhandel en horeca, dienen vrijwillige verbintenissen betreffende de beperking van de voedselverspilling overeen te komen. Verbetering van de gegevensbasis Alle beschikbare studies legden het gebrek aan betrouwbare gegevens bloot. Dit is de belangrijkste hinderpaal voor de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen ter beperking van de voedselverspilling. Om deze belemmering weg te werken dient er binnen het kader van EUROSTAT een bindende definitie te worden afgesproken van de term "voedselverspilling", waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen "vermijdbare" en "onvermijdbare" (namelijk de niet-eetbare delen van rauwe producten) voedselverspilling en bijproducten. Bovendien moeten de methoden die de lidstaten 18

27 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen hanteren voor het verzamelen en berekenen van gegevens inzake verspilling worden gestandaardiseerd. Om de monitoring te vergemakkelijken moet de afzonderlijke verzameling van voedselafval in alle schakels van de voedseltoeleveringsketen worden ingevoerd, op vrijwillige basis of verplicht. Herziening van de EU-wetgeving inzake voedselveiligheid De maatschappelijke doelstelling om risico's voor het leven en de gezondheid van de consument te voorkomen, die in diverse verordeningen van de EU is verankerd, kan botsen met het streven om voedselverspilling te vermijden. Strikte normen voor besmetting, maximale restniveaus van bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen in voedsel evenals de hygiënevoorschriften met betrekking tot de verpakking en opslag van voedsel moeten worden beschouwd als belangrijke stuwmotoren die het weggooien van eetbaar voedsel bevorderen. Het huidige stelsel van verordeningen in verband met de voedselveiligheid moet worden herzien om na te gaan welke bepalingen niet noodzakelijk zijn om mensenlevens te beschermen maar wel leiden tot onnodige voedselverspilling. Verder onderzoek is nodig om te kijken waar de limieten mogen worden gelegd zonder de voedselveiligheid in het gedrang te brengen. Aanpassing van Europese marketingnormen Gezien het feit dat de intrekking van bepaalde marketingnormen in 2009 niet de gewenste resultaten boekte vermindering van de voedselverspilling en uitbreiding van de keuze voor de consument dient de Europese wetgever te overwegen om het huidige systeem volledig af te schaffen. Critici vragen om een andere soort norm in te stellen, die niets te maken heeft met het uiterlijk van een product, maar wel met eigenschappen betreffende de menselijke consumptie ervan, zoals smaak, zuiverheid, voedingswaarde en teeltomstandigheden. Hoe dit nieuwe systeem eruit moet zien is nog niet duidelijk want het werpt een heleboel moeilijke vragen op die moeten worden opgelost in samenwerking met de producenten, de kleinhandel, organisaties uit het maatschappelijk middenveld en wetenschappelijke deskundigen. Andere marketingkanalen openstellen voor landbouwproducten Om gemakkelijker groenten en fruit dat niet aan de Europese marketingnormen voldoet in de handel te kunnen brengen, moeten er andere marketingstrategieën worden gestimuleerd. Het omzeilen van tussenpersonen in de voedselvoorziening met behulp van direct-marketingsystemen in de vorm van bijvoorbeeld boerenmarkten, coöperatieve ondernemingen van producenten, groepen die solidariteitsaankopen organiseren en gemeenschapslandbouw, kan fors bijdragen tot de preventie van voedselverspilling in de primaire productie. Deze systemen brengen een nauwere band tussen de producenten en de consumenten tot stand, verkorten de vervoersafstand en maken de consumenten bewust van de kwetsbare omstandigheden van voedingsproductie en de natuurlijke en seizoensgebonden grenzen ervan. Verder onderzoek is nodig om de voor- en nadelen van deze benaderingen verder uit te werken, en bijvoorbeeld ook na te gaan wat de mogelijke terugslageffecten kunnen zijn. De datumetikettering van voedsel stroomlijnen Consumentenenquêtes in verschillende lidstaten hebben uitgewezen dat er onder de consumenten veel verwarring bestaat over de datumetikettering van voedsel en de verschillen tussen de THT-datum en de uiterste consumptiedatum. Daarom zou de Europese wetgever moeten overwegen om de bestaande voorschriften betreffende de datumetikettering van voedsel opnieuw te bekijken om de visuele voorstelling van de vervaldatums te verbeteren. Bovendien moet worden overwogen om nieuwe THTdatums vast te stellen op grond van de reële houdbaarheidsperiode van producten en om de vervaldatums voor minder bederfelijke voedingswaren af te schaffen. Informatiecampagnes over de etikettering moeten worden opgezet door de nationale overheden en de detailhandelaars. De 19

28 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties detailhandel zou in samenwerking met de voedingsindustrie moeten nadenken over de afschaffing van bijkomende etiketten zoals "uitstallen tot" en over de invoering van kortingen voor producten die dicht bij de vervaldatum komen. Werkstromen en ketenintegratie verbeteren Verbetering van de werkstromen in de voedingsindustrie is een aanpak die veel grondstoffen kan besparen. De fabrikanten moeten een productie-uitrusting gebruiken volgens de laatste stand van de techniek en deze regelmatig (laten) inspecteren. Residuen moeten worden gecontroleerd en afgekeurde goederen moeten opnieuw in het productieproces worden opgenomen. De productie moet dusdanig worden opgevat dat recipiënten zo weinig mogelijk moeten worden schoongemaakt en dat het mengen van de ingrediënten zo laat mogelijk gebeurt. Voedingsondernemingen moeten streven naar een betere coördinatie met de kleinhandel bij het opstellen van overeenkomsten betreffende het productenassortiment en de vereiste hoeveelheden. De overheid dient deze inspanningen te ondersteunen door speciale adviesprogramma's in te richten. Het doel moet zijn te komen tot een integraal ketenbeheer. Bewustmakingscampagnes Alle beschikbare studies zijn het erover eens dat voorlichting en vorming van cruciaal belang zijn om het consumentengedrag te beïnvloeden. Bewustmakingscampagnes richten de aandacht van de consument op het vraagstuk van de voedselverspilling en streven ernaar diens respect voor voedsel te vergroten. Ze geven de consumenten mee dat ze doeltreffender moeten zijn in de omgang met voedsel door informatie en tips te verstrekken over boodschappen doen, de houdbaarheidsperiode en opslag van voedsel, de bereiding en herwinning ervan. De nationale overheden moeten dergelijke campagnes opzetten, toegesneden op verschillende doelgroepen, in nauwe samenwerking met de kleinhandel en de horeca, en daarbij uiteenlopende media gebruiken. De consumentenvorming moet van jongs af aan beginnen; zo dienen alle lidstaten de spaarzame en zorgvuldige omgang met voeding als onderwerp op te nemen in de leerstof. Bestrijding van voedselverlies in de horeca De aanpassing van de porties aan de echte behoeften van de consument zou een eenvoudige maar doeltreffende aanpak zijn om voedselverspilling in de horeca terug te dringen. Er zijn verschillende manieren om dit vereiste na te leven, bijvoorbeeld een keuze tussen verschillende portiegroottes aanbieden met bijbehorende prijsverschillen of "eet-maar-raak"-buffetten vervangen door systemen waarbij de gast betaalt volgens het gewicht aan voedsel dat hij verbruikt. Restaurants en andere voedselcateraars zouden de kans moeten krijgen om gedurende een bepaalde periode verschillende mogelijkheden te testen. Als blijkt dat zij deze mogelijkheden niet vrijwillig toepassen, dienen de nationale wetgevers te overwegen om ze verplicht in te voeren. Naast de aanpassing van de portiegroottes aan de echte behoeften van de consument, zijn ook een verbetering van de interne procedures voor het aankopen, bewaren en koelen van voedsel, de opleiding van het personeel, een zorgvuldige menuplanning en de verzameling en registratie van gegevens over voedselafval van cruciaal belang voor het terugdringen van voedselverspilling in de horeca. Economische prikkels Er bestaat een brede consensus over het feit dat de onderwaardering van voedsel te wijten is aan de lage marktwaarde ervan. Tegen die achtergrond zijn tal van deskundigen van mening dat economische instrumenten bijzonder veelbelovend zijn om de waardering van de consument voor voeding te herstellen. De EU-lidstaten dienen hun belastingvoorschriften opnieuw te bekijken, en dan vooral de regelgeving in verband met de belasting over de toegevoegde waarde (btw) om alle prikkels die leiden tot voedselverspilling weg te werken. Zo dient te worden overwogen om het verlaagde btw-tarief voor 20

29 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen voeding af te schaffen of om andere btw-tarieven in te voeren afhankelijk van de milieueffecten van de voedingsproducten. Eventuele maatschappelijke ongemakken die door de belastingharmonisatie worden veroorzaakt, dienen te worden gecompenseerd door doelgerichte inkomenssteun vanwege de overheid, die zou kunnen worden gefinancierd uit de bijkomende belastinginkomsten. Als alternatief voor de belasting op voedselconsumptie kan ook de belasting op voedselverspilling geschikt zijn. Belastingen en heffingen op afvalverwerking Belastingen en heffingen op afvalverwerking zoals belastingen op stortplaatsen of afvalverbranding kunnen worden beschouwd als een economische stimulans voor de afvalpreventie omdat ze de totale kosten van de afvalverwerking doen stijgen. Wanneer belastingen op afvalverwerking worden gehanteerd als instrument in de preventie van voedselverspilling, moet worden voldaan aan bepaalde eisen. Eerst en vooral moet er een verplichte gescheiden inzameling van voedselafval worden ingevoerd, zowel in de gezinnen als in commerciële ondernemingen (vooral in de kleinhandel en de horeca). Ten tweede moet het belastingtarief hoog genoeg zijn om een voldoende sterke prikkel te vormen voor het beperken van afval. Ten derde moeten de bestaande voorschriften voor de bevordering en subsidiëring van het gebruik van hernieuwbare energie in Europa worden herzien om vast te stellen welke prikkels de doelstelling van voedselverspillingspreventie doorkruisen. Het kan leiden tot tegenstrijdige stimuleringsmaatregelen als de nationale wetgevers enerzijds hogere belastingen opleggen voor de behandeling van voedselafval en aan de andere kant de productie van energie uit afval subsidiëren. Bevordering van programma's voor de herverdeling van voedsel Zelfs als alle mogelijkheden voor de bestrijding van voedselverspilling worden toegepast, zou een bepaalde hoeveelheid voedseloverschot blijven bestaan. Programma's voor de herverdeling van voedsel zijn een beproefd instrument om dit overschot doeltreffend te gebruiken en wel ten gunste van economisch achtergestelde groepen. Nagegaan moet worden of in de Europese levensmiddelenwetgeving een wijziging nodig is, zoals de Amerikaanse "Good Samaritan Act", om de aansprakelijkheid te beperken van schenkers en liefdadigheidsinstellingen die voedseloverschotten herverdelen. Zonder aanpassing van de Europese levensmiddelenwetgeving worden zij er mogelijk toe gebracht onverhandelbare goederen weg te gooien om aansprakelijkheid te vermijden. Voorts moet worden onderzocht of er financiële prikkels nodig zijn om de verdere ontwikkeling van het Europese voedselbankstelsel te stimuleren. Netwerken die voedseloverschotten delen Voedseloverschotten gratis weggeven aan mensen die ze kunnen gebruiken is een logische aanpak om voedsel uit de vuilnisbak te redden en beschikbaar te maken voor de voeding van mensen, ook op particulier niveau. Door de consumenten gesteunde netwerken hebben niet alleen tot doel te zorgen voor de infrastructuur voor voedseldeling, maar ook de consumenten voorlichting te geven over de correcte omgang met voedsel. De nationale overheden dienen na te gaan of de verdere ontwikkeling van privé-initiatieven voor voedseldeling kan worden vergemakkelijkt door het verstrekken van financiële steun en het wegwerken van administratieve belemmeringen. Ter begeleiding van netwerken voor voedseldeling dienen onderzoeksprojecten te worden opgezet die de werkzaamheden van deze netwerken meten en hun doeltreffendheid verbeteren. Beoordeling van de technologische ontwikkeling Voor de verschillende stadia van de voedselketen zijn technologische innovaties beschikbaar die een beperking van de voedselverspilling tot doel hebben. Tegenwoordig worden slimme systemen voor bestelprocedures veelvuldig gebruikt in de kleinhandel en is ook de RFID-technologie die gegevens verzamelt tijdens de distributie gemeengoed geworden. Maar diverse innovaties als slimme etiketten op de verpakking, slimme koelkasten, slimme winkelwagentjes in de supermarkt of slimme vuilnisbakken 21

30 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties zijn zeer recente nieuwe technologieën. Ook al beloven deze technologieën tegelijkertijd verbetering en comfort, toch is het niet zeker of ze daadwerkelijk zullen bijdragen tot een beperking van de voedselverspilling. Aangezien al deze technologische innovaties nog in de kinderschoenen staan, is er een grote behoefte aan begeleidend onderzoek en een zorgvuldige beoordeling van de voor- en nadelen. Daarom zouden de Europese en nationale overheden onderzoeksprogramma's moeten opzetten die de verschillende technologieën beoordelen, rekening houdend met landspecifieke omstandigheden. Daarbij zouden ook proefonderzoeken moeten gebeuren waarbij de apparatuur proefondervindelijk wordt getest. 22

31 Technologische opties voor het voeden van 10 miljard mensen - Opties om de voedselverspilling terug te dringen LITERATUURLIJST Andersson, T. (2012): Från Hage till Mage - En studie av oundvikligt och onödigt matavfall. Examensarbete, Lund University BCFN (2012): Food waste: causes, impacts and proposals. Barilla Center for Food and Nutrition Buzby, J.C.; Hyman, J. (2012): Total and per capita value of food loss in the United States. In: Food Policy 37. pp EEA (Europees Milieuagentschap) (2013): Managing municipal solid waste - a review of achievements in 32 European countries. EE Report No 2/2013 Europese Commissie (2011): Stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa, COM(2011)571, Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Brussel Europees Parlement (2012): Resolutie over het voorkomen van voedselverspilling: strategieën voor een doelmatiger voedselvoorzieningsketen in de EU, Gerstberger, C.; Yaneva, D. (2013): Analysis of EU-27 household final consumption expenditure Baltic countries and Greece suffering most from the economic and financial crisis. In: EUROSTAT Statistics in focus, 2/2013, pp.1-7 Göbel, C.; Teitscheid, P.; Ritter, G.; Blumenthal, A.; Friedrich, S.; Frick, T.; Grotstollen, L.; Möllenbeck, C.; Rottstegge, L.; Pfeiffer, C.; Baumkötter, D.; Wetter, C.; Uekötter, B.; Burdick, B.; Langen, N.; Lettenmeier, M.; Rohn, H. (2012): Verringerung von Lebensmittelabfällen Identifikation von Ursachen und Handlungsoptionen in Nordrhein-Westfalen. Studie für den Runden Tisch Neue Wertschätzung von Lebensmitteln des Ministeriums für Klimaschutz, Umwelt, Landwirtschaft, Natur und Verbraucherschutz des Landes Nordrhein-Westfalen Grethe, H.; Dembélé, A.; Duman, N. (2011): How to feed the world's growing billions. Understanding FAO world food projections and their implications. Heinrich Böll Stiftung und WWF Deutschland Gunders, D. (2012): Wasted: How America is losing up to 40 percent of its food from farm to fork to landfill. NRDC Issue Paper Gustavsson, J.; Cederberg, C.; Sonesson, U. (2011): Global food losses and food waste. Extent, causes and prevention. Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO), Rome Gustavsson, J.; Cederberg, C.; Sonesson, U.; Emanuelsson, A. (2013): The methodology of the FAO study: Global Food Losses and Food Waste - extent, causes and prevention - FAO, SIK - The Swedish Institute for Food and Biotechnology Hafner, G.; Barabosz, J.; Schneider, F.; Lebersorger, S.; Scherhaufer, S.; Schuller, H.; Leverenz, D. (2012): Ermittlung der weggeworfenen Lebensmittelmengen und Vorschläge zur Verminderung der Wegwerfrate bei Lebensmitteln in Deutschland. Kurzfassung. Institut für Siedlungswasserbau, Wassergüte- und Abfallwirtschaft (ISWA), Universität Stuttgart Hall, K.; Guo, J.; Dore, M.; Chow, C. (2009): The Progressive Increase of Food waste in America and Its Environmental Impact. In. PLoS ONE, Vol. 4, Issue 11 IMECHE (2013): Global Food: Waste Not, Want Not. Institution of Mechanical Engineers, London Lee, P.; Willis, P. (2010): Final report - Waste arisings in the supply of food and drink to households in the UK. Waste & Resources Action Programme (WRAP), Banbury. Monier, V.; Mudgal, S.; Escalon, V.; O'Connor, C.; Gibon, T.; Anderson, G.; Montoux, H.; Reisinger, H.; Dolley, P.; Ogilvie, S.; Morton, G. (2010): Final report - Preparatory study on food waste 23

32 STOA - Evaluatie van wetenschappelijke en technologische opties across EU 27; European Commission [DG ENV Directorate C]. BIO Intelligence Service, Paris Naska, A.; Fouskakis, D.; Oikonomou, E.; Almeida, M.; Berg, M.; Gedrich, K.; Moreiras, O.; Nelson, M.; Trygg, K.; Turrini, A.; Remault, A.; Volatier, J.; Trichopoulou and DAFNE participants (2006): Dietary patterns and their socio-demographic determinants in 10 European countries: data from DAFNE databank. In: European Journal of Clinical Nutrition, Vol. 60, pp Obersteiner, G.; Schneider, F. (2006): NÖ Restmüllanalysen 2005/06. Studie im Auftrag des NÖ Abfallwirtschaftsvereins. Universität für Bodenkultur, Wien Parfitt, J.; Barthel, M.; Macnaughton, S. (2010): Food waste within food supply chains: quantification and potential for change to In: Phil. Trans. R. Soc. B (2010) 365, pp Quested, T.; Johnson, H. (2009): Final Report - Household Food and Drink Waste in the UK. Waste & Resources Action Programme (WRAP), Banbury Schneider, F. (2008): Lebensmittel im Abfall mehr als eine technische Herausforderung. In: Ländlicher Raum, Online-Fachzeitschrift des Bundesministeriums für Land- und Forstwirtschaft, Umwelt und Wasserwirtschaft, Jahrgang 2008, Wien Silvennoinen, K.; Katajajuuri, J.M.; Hartikainen, H.; Jalkanen, L.; Koivupuro, H.K.; Reinikainen, A. (2012): Food waste volume and composition in the Finnish supply chain: Special focus on food service sector. Proceedings, Forth International Symposium on Energy from Biomass and Waste, Cini Foundation, Venice Italy, November 2012 Sonnenberg, A.; Chapagain, A.; Geiger, M.; August, D. (2009): Der Wasser-Fußabdruck Deutschlands: Woher stammt das Wasser, das in unseren Lebensmitteln steckt? WWF Deutschland, Frankfurt Syversen, F.; Marthinsen, J. (2010): Matavfall fra husholdninger i Norge hva oppstår og hvordan håndteres det. EMMA-prosjektet Van Westerhoven, M.; Steenhuisen, F. (2010): Bepaling voedselverliezen bij huishoudens en bedrijfscatering in Nederland. CREM BV, Amsterdam Waarts, Y.; Eppink, M.; Oosterkamp, E.; Hiller, S.; Van der Sluis, A.; Timmermans, T. (2011): Reducing food waste - Obstacles experienced in legislation and regulations. Wageningen UR, LEI report

33

34

35

36 Dit is een publicatie van het Directoraat voor effectbeoordeling en Europese toegevoegde waarde Directoraat-generaal voor parlementaire onderzoeksdiensten, Europees Parlement PE CAT BA NL-N ISBN DOI /43115

Factsheet voedselverspilling bij de consument

Factsheet voedselverspilling bij de consument Factsheet voedselverspilling bij de consument VERSIE: MAART 2014 1. Waarvoor dient dit document? De factsheet is een initiatief van de interdepartementale werkgroep voedselverlies van de Vlaamse overheid

Nadere informatie

Verminderen van voedselverspilling

Verminderen van voedselverspilling Verminderen van voedselverspilling Hilke Bos-Brouwers Velt studiedag (Brussel,B) 23 November 2013 Onze missie: Wetenschap met impact Verkennen van de mogelijkheden van de natuur,... Het verbeteren van

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz)

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Lees ter voorbereiding de volgende teksten en bekijk de vragen en antwoorden van de quiz. De juiste antwoorden zijn vetgedrukt. Wat wil en doet

Nadere informatie

Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites

Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites #sweep2013 Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites Brussel, 14 april 2014 In 2013 bleek uit een gezamenlijke, door de Europese Commissie gecoördineerde

Nadere informatie

Federaal Agentschap voor de Veiligheid. van de Voedselketen

Federaal Agentschap voor de Veiligheid. van de Voedselketen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Lieve Busschots Directeur Communicatie FAVV 23/11/2013 1 VEILIG VOEDSEL UW ZORG ONZE

Nadere informatie

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan

Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan IP/04/1250 Brussel, 20 oktober 2004 Emissiehandel: Commissie geeft groen licht voor nog eens 8 plannen zodat de handel zoals gepland van start kan gaan De Europese Commissie gaat akkoord met een tweede

Nadere informatie

Factsheet voedselverspilling bij de consument

Factsheet voedselverspilling bij de consument Factsheet voedselverspilling bij de consument VERSIE: SEPTEMBER 2015 1. Waarvoor dient dit document? De factsheet is een initiatief van de interdepartementale werkgroep voedselverlies van de Vlaamse overheid

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.6.2011 COM(2011) 352 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Tweede

Nadere informatie

Duurzaamheidk. Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014

Duurzaamheidk. Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014 Duurzaamheidk mpas Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014 Het Duurzaamheidkompas Antwoord op duurzaamheidvragen In deze tijd van een milieu-,

Nadere informatie

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie?

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? MEMO/11/406 Brussel, 16 juni 2011 Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? Vakantie verwacht het onverwachte. Gaat u binnenkort op reis in de EU of naar IJsland, Liechtenstein,

Nadere informatie

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij:

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 9. ENERGIE 1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 31973 D 0045: Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart

Nadere informatie

ECC-Net: Travel app. Een nieuwe mobiele applicatie voor de Europese consument bij zijn reizen in het buitenland. Informatieblad app - ECC-Net: Travel

ECC-Net: Travel app. Een nieuwe mobiele applicatie voor de Europese consument bij zijn reizen in het buitenland. Informatieblad app - ECC-Net: Travel 1 ECC-Net: Travel app Een nieuwe mobiele applicatie voor de Europese consument bij zijn reizen in het buitenland Een gezamenlijk project van het Netwerk van Europese Consumentencentra Naam van de APP ECC-Net:

Nadere informatie

Arbeidsmarkt allochtonen

Arbeidsmarkt allochtonen Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt allochtonen Samenvatting 1.176 werkzoekende allochtone Kempenaren (2012) vaak man meestal

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

Betalingsachterstand bij handelstransacties

Betalingsachterstand bij handelstransacties Betalingsachterstand bij handelstransacties 13/05/2008-20/06/2008 408 antwoorden 0. Uw gegevens Land DE - Duitsland 48 (11,8%) PL - Polen 44 (10,8%) NL - Nederland 33 (8,1%) UK - Verenigd Koninkrijk 29

Nadere informatie

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector Wereld Natuur Fonds Driebergseweg 10 Postbus 7 3700 AA Zeist Tel: +31 30 693 7333 Direct: Fax: +31 30 691 2064 Info@wnf.nl www.wnf.nl Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse

Nadere informatie

Onderzoek gunstige prijsligging.

Onderzoek gunstige prijsligging. Onderzoek gunstige prijsligging. BMW 3 Serie Model 320D. 22 Eu-Lidstaten. Jordy Reijers Marketing/Onderzoek P van. Prijs 1 Inhoud Opgave Onderzoek informatie over Eu landen Welke landen hanteren de euro?

Nadere informatie

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst 21.10.2015 A8-0249/139 139 Jens Rohde e.a. Artikel 4 lid 1 1. De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische

Nadere informatie

FEDERATION EUROPEENNE DE LA MANUTENTION Productgroep. industriële trucks. Een leidraad voor identificatie van nietconforme

FEDERATION EUROPEENNE DE LA MANUTENTION Productgroep. industriële trucks. Een leidraad voor identificatie van nietconforme FEM-IT-T/N855 FEDERATION EUROPEENNE DE LA MANUTENTION Productgroep Industriële trucks FEM Een leidraad voor identificatie van nietconforme industriële trucks 11.2010 (NL) - Emissie van uitlaatgassen -

Nadere informatie

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Dr. Maurice de Greef Prof. dr. Mien Segers 06-2016 Maastricht University, Educational Research & Development (ERD) School

Nadere informatie

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN?

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN? 2/09/2008-22/10/2008 Er zijn 329 antwoorden op 329 die voldoen aan uw criteria DEELNAME Land DE - Duitsland 55 (16.7%) PL - Polen 41 (12.5%) DK - Denemarken 20

Nadere informatie

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen.

Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. Verhoging tabaksaccijnzen : meer inkomsten en minder rokers PERSBERICHT Verhoging fiscale inkomsten op tabak kan staatskas 200 à 300 miljoen opbrengen. In België werden er in 2009 11.617 miljoen sigaretten

Nadere informatie

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 België in de Europese informatiemaatschappij Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 Bezit en gebruik van ICT en Internet 1 Luxemburg 2 Litouwen 3

Nadere informatie

Handelsmerken 0 - DEELNAME

Handelsmerken 0 - DEELNAME Handelsmerken 29/10/2008-31/12/2008 391 antwoorden 0 - DEELNAME Land DE - Duitsland 72 (18.4%) PL - Polen 48 (12.3%) NL - Nederland 31 (7.9%) UK - Verenigd Koninkrijk 23 (5.9%) DA - Denemarken 22 (5.6%)

Nadere informatie

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers IMMIGRATIE IN DE EU Bron: Eurostat, 2014, tenzij anders aangegeven De gegevens verwijzen naar niet-eu-burgers van wie de vorige gewone verblijfplaats in een land buiten de EU lag en die al minstens twaalf

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II Politiek en Ruimte bron 10 Aandeel van de lidstaten in de handel van de Europese Unie in procenten, 1998 30 % 25 20 22 25 Legenda: invoer uitvoer 15 10 8 8 15 15 10 11 9 9 15 12 5 0 6 5 2 2 1 0 België

Nadere informatie

Bewust en gezond winkelen. Doelstellingen. De leerlingen kunnen een gezonde keuze maken op basis van het etiket.

Bewust en gezond winkelen. Doelstellingen. De leerlingen kunnen een gezonde keuze maken op basis van het etiket. Infofiche 1 Doelstellingen De leerlingen zien in dat het zinvol is om een boodschappenlijstje op te stellen vooraleer boodschappen te doen. De leerlingen kunnen het etiket lezen en verschillende etiketten

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 443 der Beilagen XXIII. GP - Staatsvertrag - 91 niederländische Erklärungen (Normativer Teil) 1 von 13 EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE

Nadere informatie

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank GROEP / KLAS.. Naam: Ga www.schooltv.ntr.nl Zoek op trefwoord: EU Bekijk de clip Het ontstaan van de EU en maak de volgende vragen. Gebruik de pauzeknop

Nadere informatie

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT

ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT ENQUÊTE OVER DIVERSITEIT OP HET WERK EN ANTIDISCRIMINAT 14.06.2005-15.07.2005 803 antwoorden Geef aan op welk gebied uw hoofdactiviteit ligt D - Industrie 225 K - Exploitatie van en handel in onroerend

Nadere informatie

Innovatie en ondernemerschap bij verminderen voedselverspilling

Innovatie en ondernemerschap bij verminderen voedselverspilling Innovatie en ondernemerschap bij verminderen voedselverspilling Toine Timmermans, Programma manager duurzame voedselketens Bart Groesz, PLUS Klaassen supermarkt Overzicht workshop Innovatie & ondernemerschap

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

Enkele citaten uit de documentaire ('Taste the waste' V. Turn, Bron: www.vilt.be):

Enkele citaten uit de documentaire ('Taste the waste' V. Turn, Bron: www.vilt.be): Voedselverspilling Voedsel verspillen betekent voedsel weggooien. Het gaat zowel om voeding die nog geconsumeerd kan worden als om voedsel dat geconsumeerd had kunnen worden. Er is niet alleen sprake van

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2014- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

N Handelsprakt. - Allergenen A2 Brussel, 28 januari 2013 MH/EDJ/AS 697-2013 ADVIES. over

N Handelsprakt. - Allergenen A2 Brussel, 28 januari 2013 MH/EDJ/AS 697-2013 ADVIES. over N Handelsprakt. - Allergenen A2 Brussel, 28 januari 2013 MH/EDJ/AS 697-2013 ADVIES over DE UITVOERING IN BELGISCH RECHT VAN ARTIKEL 44 VAN DE VERORDENING NR. 1169/2011 VAN 25 OKTOBER 2011 BETREFFENDE DE

Nadere informatie

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo

KIJK VOOR MEER INFORMATIE EN LESTIPS OP WWW.EUROPAEDUCATIEF.NL HET STARTPUNT VOOR EUROPA IN HET ONDERWIJS. werkvel - 1. Tweede Fase Havo/vwo werkvel - 1 De Europese Unie (EU). Je hebt er dagelijks mee te maken. Al is het alleen al omdat je niet alleen Nederlander bent, maar ook Europeaan. Of dat er bijvoorbeeld euro s in je portemonnee zitten.

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 18 maart 2011 (22.03) (OR. en) 8080/11 ECOFIN 160 SOC 274 STATIS 24 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van

Nadere informatie

Voedselverspilling. Uitleg over houdbaarheidsdatum voor bedrijven

Voedselverspilling. Uitleg over houdbaarheidsdatum voor bedrijven Voedselverspilling Uitleg over houdbaarheidsdatum voor bedrijven Voedselverspilling is geen ver-van-mijnbed-show. In de dagelijkse praktijk kunt u zelf de dingen anders doen. Ook in uw bedrijf. Door slim

Nadere informatie

Europese Unie, 2010 Overneming met bronvermelding toegestaan

Europese Unie, 2010 Overneming met bronvermelding toegestaan Europese Commissie WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE inzake de uitleg van een aantal bepalingen over flexibiliteit in het hygiënepakket Veelgestelde vragen Richtsnoeren voor exploitanten van

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers ja Neemt de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk toe? Toelichting: Een vaak gehanteerde maatstaf voor

Nadere informatie

Een bestemming voor elke partij

Een bestemming voor elke partij Een bestemming voor elke partij Initiatief tegen voedselverspilling en vóór creatieve afzetmogelijkheden van restpartijen en reststromen. 5 februari 2014, Urk Waar een wil is, is een weg Voedsel wordt

Nadere informatie

De EIRO over minimumlonen en arbeidstijden

De EIRO over minimumlonen en arbeidstijden De EIRO over minimumlonen en arbeidstijden EIRO (2004). Working time developments 2004. [www.eiro.eurofound.ie/2005/ 03/update/tn0503104u.html]. EIRO (2004). Minimum wages in Europe. [www.eiro.eurofound.ie/2005/07/study/

Nadere informatie

11562/08 CS/lg DG H 1 A

11562/08 CS/lg DG H 1 A RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 juli 2008 (OR. en) 11562/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0074 (C S) VISA 239 COMIX 554 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN DE RAAD

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

- Voor bestellingen in België retourneert u uw horloge naar de kleinhandelaar die u aanduidde bij de check-out.

- Voor bestellingen in België retourneert u uw horloge naar de kleinhandelaar die u aanduidde bij de check-out. WEBSHOP FAQ RODANIA GARANTIE Heb ik garantie? U hebt garantie op uw Rodania-horloge voor alle fabricatiefouten gedurende een periode van twee jaar, vanaf de datum van eerste aankoop. U vindt de garantiekaart

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Internet weekbundel EU 50 MB 4,13 7 dagen geldig. 50 minuten 6,20 7 dagen geldig. Internet weekbundel EU 50 MB 4 7 dagen geldig

Internet weekbundel EU 50 MB 4,13 7 dagen geldig. 50 minuten 6,20 7 dagen geldig. Internet weekbundel EU 50 MB 4 7 dagen geldig Nieuwe roamingbundels voor voordelig bellen en internetten in de EU Om ook in de EU voordelig gebruik te kunnen maken van de mobiele telefoon, biedt Telfort Zakelijk vanaf 1 september 2013 twee interessante

Nadere informatie

Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 2012

Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 2012 Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 212 NA KRIMP IN FEBRUARI STOKT EXPORT BLOEMEN EN PLANTEN OP KRAPPE PLUS VAN 1% TOT 915 MILJOEN In februari is de exportwaarde van bloemen en planten vanuit

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Wanneer gebruiken? Deze instructie is alleen van nut indien u een aanvraag wilt indienen voor een jongere die langer dan 3 maanden in Nederland

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Toolkit doelgerichte communicatie Bedrijven/Industrie

Toolkit doelgerichte communicatie Bedrijven/Industrie Groene handelszaken Wanneer mensen thuiskomen met hun boodschappen staan ze vaak versteld van de hoeveelheid verpakkingen die ze bij hebben: wikkels, plastic zakjes, piepschuim schaaltjes enz. Deze verpakkingen

Nadere informatie

Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen

Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen 20.01.2006-20.02.2006 220 antwoorden. Geef aan op welk gebied uw hoofdactiviteit ligt D - Industrie 58 26,4% G - Groothandel en kleinhandel; reparatie

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33704 29 november 2013 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2013, kenmerk 169401-113162-Z,

Nadere informatie

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU De Europese Unie mikt hoog Europese Commissie Landbouw en plattelandsontwikkeling Bijdrage van het landbouwbeleid Het GLB biedt landbouwers een aantal stimuli

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 maart 2003 (OR. en) 7276/03 LIMITE AGRILEG 49 ENV 150

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 maart 2003 (OR. en) 7276/03 LIMITE AGRILEG 49 ENV 150 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 maart 2003 (OR. en) PUBLIC 7276/03 LIMITE AGRILEG 49 ENV 150 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Beschikking van de Raad betreffende de

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

ik deel daar wordt iedereen beter van eten

ik deel daar wordt iedereen beter van eten daar wordt iedereen beter van eten 1 Achtergrond 2 Onderzoek en Reflectie 3 Acties 4 Activiteiten in het Schooljaar ikdeel.be Een project van Met de steun van De Vlaamse overheid kan niet verantwoordelijk

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01

EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING. INTERPRETATIENOTA Nr. 2015-01 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING Directoraat I. Landbouwwetgeving en procedures I.1. Landbouwwetgeving; vereenvoudiging Datum van verspreiding 8.7.2015 INTERPRETATIENOTA

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

Voedselverspilling in huis

Voedselverspilling in huis Voedselverspilling in huis 13 november 2014 Karin Bemelmans Missie Het Voedingscentrum informeert consumenten over en stimuleert hen tot een gezonde en meer duurzame voedselkeuze 1942 2014 Rapport Gezondheidsraad,

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 29 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0298 (E) 14563/14 ACP 166 FIN 764 PTOM 51 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de

Nadere informatie

Kopen in het buitenland: vrijstellingen voor reizigers - 2011 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Kopen in het buitenland: vrijstellingen voor reizigers - 2011 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN EENDRACHT MAAKT MACHT Kopen in het buitenland: vrijstellingen voor reizigers - 2011 - Federale Overheidsdienst FINANCIEN Hoeveel kan ik belastingvrij kopen als ik uit een land kom dat geen lid is van de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34233 28 november 2014 Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 november 2014, kenmerk 680920-128478-Z,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1474 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

Europese octrooiaanvragen

Europese octrooiaanvragen Vereenigde Octrooibureaux N.V. Johan de Wittlaan 7 2517 JR Postbus 87930 2508 DH Den Haag Telefoon 070 416 67 11 Telefax 070 416 67 99 patent@vereenigde.com trademark@vereenigde.com legal@vereenigde.com

Nadere informatie

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir I 'J~ ~ ~ :-.~? Vlaamse Regering DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir Omzendbrief betreffende de toepassing van de Vlaamse zorgverzekering voor Belgisch sociaal verzekerden met:

Nadere informatie

De vragenlijst van de openbare raadpleging

De vragenlijst van de openbare raadpleging SAMENVATTING De vragenlijst van de openbare raadpleging Tussen april en juli 2015 heeft de Europese Commissie een openbare raadpleging gehouden over de vogel- en de habitatrichtlijn. Deze raadpleging maakte

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 6.12.2001 COM(2001) 734 definitief Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD houdende omschrijving van PMMA als nieuwe synthetische drug die aan controlemaatregelen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in november 2015 De arbeidsmarkt in november 2015 Datum: 7 december 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche november 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant

Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant IP/04/285 Brussel, 2 maart 2004 Autoprijzen: ondanks prijsconvergentie blijft kopen in buitenland vaak nog interessant Het jongste verslag over autoprijzen toont aan dat op alle markten de prijsconvergentie

Nadere informatie

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers Brussel, 23 november 2011 - Tot 5 miljoen mensen, bijna tweemaal zo veel als nu, krijgen de kans om in het

Nadere informatie

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector

Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Studie over uitvoerpotentieel agrovoedingssector Brussel, 20 januari 2016 Uit een studie van de FOD Economie over de Belgische agrovoedingsindustrie blijkt dat de handel tussen 2000 en 2014 binnen de Europese

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

het Nederlandse dse spoor?

het Nederlandse dse spoor? 08 e08 Hoe druk is 0h het nu werkelijk op het Nederlandse dse spoor? Het Nederlandse spoorgebruik in vergelijking met de rest van de EU-27 Pascal Ramaekers, Tessa de Wit en Maarten Pouwels Publicatiedatum

Nadere informatie

Algemene voorwaarden. "Sony BRAVIA Actie"

Algemene voorwaarden. Sony BRAVIA Actie Algemene voorwaarden "Sony BRAVIA Actie" 1. De aanbieder van de Sony BRAVIA Actie (de "actie") is Home Entertainment & Sound Europe, een divisie van Sony Europe Limited ("Sony"), met vestigingsadres The

Nadere informatie

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie?

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie? DE PROBLEMATIEK VAN DE AANHANGWAGENS De eerste Europese richtlijn betreffende verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen 1 bepaalt dat alle Lidstaten de nodige maatregelen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Informatie voor grensarbeiders

Inhoudsopgave. Informatie voor grensarbeiders Inhoudsopgave WERKEN IN TWEE LANDEN 2 Wonen in Nederland en werken buiten Nederland Waar verzekerd bij werken in twee landen Voorkom dubbele premiebetaling Werkgevers- en werknemersverklaring DE PROCEDURE

Nadere informatie

HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER OP DE SPOORVERVOERSSECTOR IN DE EUROPESE UNIE

HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER OP DE SPOORVERVOERSSECTOR IN DE EUROPESE UNIE DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID VAN DE UNIE BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING B: STRUCTUURBELEID EN COHESIE VERVOER EN TOERISME HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER

Nadere informatie

Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*?

Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*? Samenvatting van de bevindingen van de Nationale DenkTank 2012 boer Consument Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*? verwerker *De voorstellen van de denktank voor

Nadere informatie

Artikelen. Armoede en inkomensongelijkheid in de Europese Unie. Bart Huynen

Artikelen. Armoede en inkomensongelijkheid in de Europese Unie. Bart Huynen Artikelen Armoede en inkomensongelijkheid in de Europese Unie Bart Huynen In 2006 had 16 procent van de inwoners van de Europese Unie (EU) een verhoogd risico op armoede volgens de Europese definitie.

Nadere informatie

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting - Feiten en trends 2010-1- Studenten Aantal ingeschreven voltijd studenten in bekostigde HBO- en WO-instellingen in Nederland 2009-2010 2008-2009

Nadere informatie

Turkije op termijn meeste inwoners EU GIJS BEETS

Turkije op termijn meeste inwoners EU GIJS BEETS dem s Jaargang 20 Maart 2004 ISSN 0169-1473 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving 3 inhoud 17 Turkije op termijn meeste inwoners

Nadere informatie

Enkele tips om op kamp voedselnarigheden te vermijden. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Enkele tips om op kamp voedselnarigheden te vermijden. Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen BEDERF JE KAMP NIET! Enkele tips om op kamp voedselnarigheden te vermijden Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen BEDERF JE KAMP NIET! HONGER... HONGER... Een vaak gehoord woord wanneer

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

Eén manier van betalen in Europa

Eén manier van betalen in Europa Eén manier van betalen in Europa Op 1 februari 2014 is de Europese betaalmarkt een feit. Zorg ervoor dat u ruim op tijd klaar bent voor de nieuwe manier van betalen. De Europese betaalmarkt Op 1 februari

Nadere informatie

LERARENOPLEIDINGEN BASISONDERWIJS IN EUROPA: STAND VAN ZAKEN EN TOEKOMSTPERSPECTIEVEN

LERARENOPLEIDINGEN BASISONDERWIJS IN EUROPA: STAND VAN ZAKEN EN TOEKOMSTPERSPECTIEVEN DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING B: STRUCTUURBELEID EN COHESIE CULTUUR EN ONDERWIJS LERARENOPLEIDINGEN BASISONDERWIJS IN EUROPA: STAND VAN ZAKEN EN TOEKOMSTPERSPECTIEVEN

Nadere informatie

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys INHOUD 1. Algemene kennis over de EU 2. Wat ging eraan vooraf 3. Structuur 4. Totstandkoming wetten De Europese Unie: 500 miljoen mensen 27 landen EU-landen Kandidaat-EU-landen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers Moedige overheden Stille kampioenen = ondernemingen Gewone helden = burgers Vaststellingen Onze welvaart kalft af Welvaartscreatie Arbeidsparticipatie Werktijd Productiviteit BBP Capita 15-65 Bevolking

Nadere informatie

Doc. nr. E2:90---C36 Brussel, 30.3.1999 A D V I E S. over

Doc. nr. E2:90---C36 Brussel, 30.3.1999 A D V I E S. over Doc. nr. E2:90---C36 Brussel, 30.3.1999 MH/AB/IG/LC A D V I E S over EEN VOORONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE DE ETIKETTERING VAN VOORVERPAKTE VOEDINGSMIDDELEN (bekrachtigd door de Hoge Raad

Nadere informatie

General Food Law. T&T, meldplicht en aansprakelijkheid definitieve interpretatie EU. d.d. 25 en 27 januari 2005. Anneke van de Kamp

General Food Law. T&T, meldplicht en aansprakelijkheid definitieve interpretatie EU. d.d. 25 en 27 januari 2005. Anneke van de Kamp General Food Law T&T, meldplicht en aansprakelijkheid definitieve interpretatie EU d.d. 25 en 27 januari 2005 Anneke van de Kamp Afdelingshoofd Voedsel en Voeding Hoofdproductschap Akkerbouw Inhoud Wat

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie

0800 13 550 meldpunt @favv.be. Een vraag over de voedselveiligheid? Of hebt u er een klacht over? Richt u tot het Meldpunt!

0800 13 550 meldpunt @favv.be. Een vraag over de voedselveiligheid? Of hebt u er een klacht over? Richt u tot het Meldpunt! Veilig voedsel Ook u werkt eraan mee! Verantwoordelijke uitgever : Gil Houins Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen D/2003/10413/4 Een vraag over de voedselveiligheid? Of hebt u er

Nadere informatie