ZORGPLICHT VAN DE BANK ONDER DE LOEP!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ZORGPLICHT VAN DE BANK ONDER DE LOEP!"

Transcriptie

1 ZORGPLICHT VAN DE BANK ONDER DE LOEP! Een praktijkgericht juridisch onderzoek naar de wijze waarop Boom advocatenkantoor moet adviseren aan cliënten in zaken waarin de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase centraal staat. Auteur: Adnan Karic Studentnummer: In opdracht van: Boom Advocatenkantoor Tilburg, mei 2015

2 ZORGPLICHT VAN DE BANK ONDER DE LOEP! Een praktijkgericht juridisch onderzoek naar de wijze waarop Boom advocatenkantoor moet adviseren aan cliënten in zaken waarin de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase centraal staat. Auteur: Adnan Karic Studentnummer: In opdracht van: Opleiding: Boom advocatenkantoor mr. Nico van den Boom HBO-Rechten Juridische Hogeschool Avans-Fontys te Tilburg Eerste afstudeerdocente: mevr. mr. N. Lavrijssen Tweede afstudeerdocente: mevr. mr. L. Hendrikx Afstudeerperiode: februari 2015 mei 2015 Classificatie: intern Tilburg, mei 2015

3 Voorwoord Voor u ligt het rapport dat ik heb geschreven ter afronding van mijn opleiding aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys te Tilburg. Dit rapport is de afsluiting van een leuke, dynamische en leerzame periode, waarin mijn passie voor het recht zich heeft ontplooid. Het schrijven van deze scriptie is voor mij een echte uitdaging gebleken. De zorgplicht van de bank was voor mij onbekend terrein. Het begin van mijn afstudeerstage bleek een worsteling te zijn met de vele wet- en regelgeving, jurisprudentie en literatuur. Dankzij deze scriptie heb ik mijn juridische kennis en onderzoeksvaardigheden in korte tijd verbeterd. Al met al is mijn afstudeerperiode een erg leerzame periode geweest. Allereerst wil ik iedereen bij Boom advocatenkantoor bedanken voor de leuke en leerzame periode. Daarnaast wil ik Nico van den Boom in het bijzonder bedanken voor de geboden kans en zijn begeleiding gedurende de afstudeerperiode. Last but not least wil ik graag mijn begeleidster, Noortje Lavrijssen, bedanken voor haar opbouwende kritiek, begeleiding, advies en vertrouwen en Liselore Hendrikx voor haar bijdrage als tweede afstudeerdocente. Ik wens u veel leesplezier. Adnan Karic Tilburg, mei 2015

4 Inhoudsopgave Lijst van afkortingen Begrippenlijst Samenvatting Hoofdstuk 1 Inleiding De opdrachtgever De aanleiding van het onderzoek De probleembeschrijving Centrale vraag en doelstelling Methodologie Leeswijzer 10 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank Geschiedenis van de publiekrechtelijke zorgplicht Wettelijke grondslag van de publiekrechtelijke zorgplicht Onderzoeks-, waarschuwings-, weigerings- en informatieplicht De onderzoeksplicht De waarschuwings- en weigeringsplicht De informatieplicht Algemene zorgplicht per 1 januari Handhaving Tussenconclusie 17 Hoofdstuk 3 De privaatrechtelijke zorgplicht van de bank Algemene zorgplicht van de bank Bijzondere zorgplicht van de bank Ontstaan van de bijzondere zorgplicht Ontwikkeling van de bijzondere zorgplicht Bijzondere zorgplicht tegenover buitencontractuele partijen Bijzondere zorgplicht tegenover professionele partijen Verhouding publiekrechtelijke zorgplicht en privaatrechtelijke zorgplicht Tussenconclusie 28 Hoofdstuk 4 De precontractuele fase Wat houdt de precontractuele fase in? Bijzondere zorgplicht in de precontractuele fase Jurisprudentieonderzoek bijzondere zorgplicht in de precontractuele fase Mogelijke vorderingen ten aanzien van de precontractuele fase Tussenconclusie 36 Hoofdstuk 5 De contractuele fase De zorgplicht bij de totstandkoming van een overeenkomst Inhoud van de overeenkomst Mogelijke vorderingen ten aanzien van de contractuele fase Tussenconclusie 41 Hoofdstuk 6 De postcontractuele fase Opzegging van de kredietovereenkomst Uitwinnen van de zekerheden Tussenconclusie 46 Hoofdstuk 7 Onderzoek binnen Boom advocatenkantoor Analyse actueel dossier De huidige werkwijze Aandachtpunten Boom advocatenkantoor 50

5 Hoofdstuk 8 Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen 56 Lijst van geraadpleegde literatuur en overige bronnen 57 Jurisprudentielijst met paragraafverwijzing 59 Bijlagen 1: Schematische overzichtsstructuur van de Wet op het financieel toezicht 2: Algemene bankvoorwaarden 3: Arrest gerechtshof Arnhem 2003 (negen factoren) 4: Complexe financiële producten 5: Financiële bijsluiter 6: Precontractuele adviesschema 7: Contractuele adviesschema 8: Postcontractuele adviesschema 9: Adviesschema maatregelen die de cliënt kan nemen 10: Interview met de heer Van den Boom

6 Lijst van afkortingen AFM AMvB Art. Bgfo BW B.V. C.q. DNB Hof HR Jo. KiFiD MiFID Mkb Nr. Nrgfo Rb. R.o. Rv Wft Wte Autoriteit Financiële Markten Algemeen Maatregel van Bestuur Artikel Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Burgerlijk Wetboek Besloten Vennootschap Casu quo De Nederlandse Bank Gerechtshof Hoge Raad Juncto Klachteninstituut Financiële Dienstverlening Market in Financial Instrument Directive Midden- en kleinbedrijf Nummer Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Rechtbank Rechtsoverweging Rechtsvordering Wet op het financieel toezicht Wet toezicht effectenverkeer

7 Begrippenlijst Consument: Artikel 1:1 Wft verstaat onder een consument het volgende: een niet in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelende natuurlijke persoon aan wie een financiële onderneming een financiële dienst verleent. Cliënt: In dit onderzoek worden de consument en de onderneming tezamen aangeduid met de term cliënt. Financiële dienstverlener: Artikel 1:1 Wft verstaat onder financieel dienstverlener het volgende: degene die een ander financieel product dan een financieel instrument aanbiedt, die adviseert over een ander financieel product dan een financieel instrument of die bemiddelt, herverzekeringen bemiddelt, optreedt als gevolmachtigde agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent. In dit onderzoek staat de bank als financieel dienstverlener centraal. Financiële dienstverlening: Het aanbieden en/of adviseren van overeenkomsten inzake een financieel product. Bij aanbieden wordt een voldoende bepaald voorstel tot het aangaan van een overeenkomst aan de wederpartij gedaan. Bij adviseren worden aanbevelingen gedaan van een financieel product aan de cliënt. In dit onderzoek staat de financiële dienstverlening van de bank centraal. Financieel instrument: Artikel 1:1 Wft verstaat onder financieel instrument het volgende: een effect, geldmarktinstrumenten, recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe, optie, future, swap, rentetermijncontract, valuta, rentevoeten, afgeleid instrument voor de overdracht van kredietrisico en financieel contract ter verrekening van verschillen. Financieel product: Artikel 1:1 Wft verstaat onder financieel product het volgende: een beleggingsobject, een betaalrekening met inbegrip van de daaraan verbonden betaalfaciliteiten, elektronisch geld, een financieel instrument, krediet, spaarrekening, verzekering die geen herverzekering is, premiepensioenvordering en een bij AMvB aan te wijzen ander product. Op basis van deze definitie is alles wat onder een financieel instrument verstaan dient te worden, ook een financieel product. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eenvoudige financiële producten en complexe financiële producten. Financiële onderneming: Alle ondernemingen die opgesomd worden in artikel 1:1 Wft: een bank, beheerder, financiële dienstverlener, beleggingsonderneming, beleggingsinstelling, bewaarder, clearingsinsteling, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar. Renteswap: Een afgeleid financieel product waarmee het risico op wisselende rentestanden verhandeld wordt. Zorgplicht van de bank: Dit is de wettelijke verplichting van de bank om goed voor haar cliënt te zorgen in de breedste zin. Het is een breed begrip en wordt aan de hand van de wet en jurisprudentie nader ingevuld. De zorgplicht van de bank impliceert bijvoorbeeld dat zij niet te veel geld mag verstrekken aan haar cliënt. In dit onderzoek wordt de zorgplicht van de bank ook aangeduid met de term bancaire zorgplicht. De zorgplicht van de bank en de bancaire zorgplicht hebben dezelfde betekenis.

8 Samenvatting Dit rapport is het resultaat van een onderzoek naar de reikwijdte van de zorgplicht die een bank tegenover haar cliënt in acht moet nemen. De aanleiding van dit onderzoek is het verzoek van de heer Van den Boom om kennis vergaard te krijgen omtrent de reikwijdte van de zorgplicht van de bank c.q. het financieel recht. Met deze kennis is de heer Van den Boom beter in staat om zijn huidige en toekomstige cliënten te woord te staan in zaken waarin de zorgplicht van de bank centraal staat. In dit onderzoeksrapport staat de volgende vraag dus centraal: Op welke wijze moet Boom advocatenkantoor adviseren aan cliënten in zaken waarin de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase centraal staat? De volgende doelstelling vormt de rode draad en is tevens een belangrijke leidraad bij het beantwoorden van de centrale vraag in dit onderzoek: Op 31 mei 2015 wordt een onderzoeksrapport bij de heer Van den Boom ter beschikking gesteld, waarin aan de hand van een juridische toetsing antwoord wordt gegeven op de vraag hoe ver de zorgplicht van de bank jegens haar cliënt in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase reikt, zodat de heer Van den Boom dit onderzoeksrapport als naslagwerk kan gebruiken om cliënten bij te staan. In de periode van 9 februari tot en met 15 mei is een theoretisch en praktisch onderzoek verricht naar de centrale vraag van dit onderzoek. Het theoretische gedeelte van dit onderzoek betreft een rechtsbronnen- en literatuuronderzoek. Hierbij zijn geldende wet- en regelgeving, relevante jurisprudentie en juridische literatuur geanalyseerd. Het praktische gedeelte van dit onderzoek betreft een casestudy en een interview binnen Boom advocatenkantoor. Bij de casestudy is een actueel dossier van de heer Van den Boom geanalyseerd. Tot slot is de heer Van den Boom geïnterviewd om zijn huidige werkwijze in kaart te brengen. De belangrijkste zorgplichten van de bank zijn gecodificeerd in de Wet op het financieel toezicht en betreffen de onderzoeks-, informatie-, weigerings- en waarschuwingsplicht. Daarnaast is er ook vanuit het privaatrecht een bijzondere zorgplicht aangenomen voor de bank. Deze bijzondere zorgplicht impliceert dat de onderzoeks-, informatie-, weigerings- en waarschuwingsplicht van de bank tegenover haar cliënt omvangrijker wordt. De zorgplicht van de bank is niet met een eenduidige rechtsregel te formuleren, het is eerder een containerbegrip. De zorgplicht van de bank is in de loop der tijd opgerekt, zowel ten aanzien van de precontractuele en postcontractuele fase als de soorten financiële dienstverleningen en producten van de bank. De inhoud van de zorgplicht en de reikwijdte daarvan zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de overeenkomst, de daaraan verbonden complexiteit en risico s, de hoedanigheid van de cliënt en diens ervaring, kennis, kunde en achtergrond. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn vier adviesschema s opgesteld die als richtlijn gebruikt kunnen worden bij de advisering van cliënten in zaken waarin de reikwijdte van de bank in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase centraal staat. Door middel van deze adviesschema s is de heer Van den Boom in staat om zijn huidige en toekomstige cliënten in soortgelijke gevallen beter te woord te staan.

9 Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een inleiding gegeven omtrent het praktijkgerichte juridische onderzoek dat wordt uitgevoerd voor Boom advocatenkantoor. Hoofdstuk 1 heeft als doel dit onderzoek te structuren en af te bakenen. Allereerst wordt in paragraaf 1.1 de opdrachtgever voorgesteld. Vervolgens wordt in paragraaf 1.2 de aanleiding van dit onderzoek beschreven. Hierna wordt in paragraaf 1.3 de probleembeschrijving geformuleerd. In paragraaf 1.4 komen de centrale vraag en doelstelling van dit onderzoek aan bod. Vervolgens wordt in paragraaf 1.5 de methodologie van dit onderzoek beschreven. Tot slot is in paragraaf 1.6 een leeswijzer opgenomen, waarin een vooruitblik wordt gegeven op het vervolg van dit praktijkgerichte juridische onderzoek. 1.1 De opdrachtgever Boom advocatenkantoor is opgericht door de heer Nico van den Boom, die sinds 2002 advocaat is in Tilburg. Boom advocatenkantoor staat voornamelijk bedrijven uit alle segmenten bij, waaronder kleine bedrijven, maar ook internationale ondernemingen. 1 Daarnaast worden particulieren op het gebied van de meest uiteenlopende rechtsgebieden, zoals het ondernemings-, arbeids-, huur-, contracten-, verbintenissen-, koop- en bouwrecht, bijgestaan. Boom advocatenkantoor is aangesloten bij Advocabo, een kwaliteitsnetwerk van advocaten. 2 Het kantoor werkt samen met advocaten die aangesloten zijn bij Advocabo en met kwaliteitsadvocaten die werkzaam zijn in het buitenland. In opdracht van Boom advocatenkantoor wordt een praktijkgericht juridisch onderzoek uitgevoerd naar de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase. 1.2 De aanleiding van het onderzoek De heer Van den Boom geeft het volgende aan: De aanleiding vormde de verandering in de economische omstandigheden, waaronder de crisis in Nederland, waarvan ik zag dat die in de praktijk steeds meer zijn uitwerking ging hebben op het midden- en kleinbedrijf. In de zin dat cliënten van mij zelf, maar ook wat je leest in de kranten en jurisprudentie, steeds verder onder druk werden gezet door banken op basis van bestaande contracten. De heer Van den Boom is van mening dat de bank haar zorgplicht niet voldoende in acht neemt. Hij geeft het volgende aan: Op dit moment ben ik niet in staat om mijn cliënten optimaal te adviseren in het kader van de zorgplicht van de bank. De aanleiding voor dit praktijkgerichte juridische onderzoek is de behoefte van de heer Van den Boom om kennis vergaard te krijgen over de zorgplicht van de bank, zodat zijn huidige en toekomstige cliënten beter geadviseerd kunnen worden. 1.3 De probleembeschrijving De kredietcrisis, van 2007 tot en met 2009, heeft het vertrouwen van de Nederlandse burger in de banken geschaad. Door deze financiële crisis is een maatschappelijke discussie aangewakkerd over het functioneren van de bank. Om het vertrouwen in de banken te herstellen, heeft de overheid maatregelen getroffen, waaronder het aanscherpen van de wet- en regelgeving. Onlangs is de algemene zorgplicht voor banken gecodificeerd in de Wet op het financieel toezicht. Daarnaast moet de Wijzigingswet financiële markten 2016 door de Tweede Kamer worden beoordeeld. Ook dit wetsvoorstel is een aanscherping van de wet- en regelgeving, teneinde de financiële sector beter te laten functioneren. Ondanks deze maatregelen heeft de Autoriteit Financiële Markten veel signalen gekregen over de wijze waarop banken omgaan met hun klanten. Op 26 maart 2015 is het verkennend onderzoek naar de werkwijze van de afdeling bijzonder beheer van de banken door de Autoriteit Financiële Markten gepubliceerd. In dit onderzoek is geconstateerd dat banken 1 Wie zijn wij, Boomadvo geraadpleegd op 11 mei 2015, (zoek op wie zijn wij). 2 Wie zijn wij, Boomadvo geraadpleegd op 11 mei 2015, (zoek op wie zijn wij). Adnan Karic Pagina 8 van 60

10 Hoofdstuk 1 Inleiding niet voldoen aan hun informatieplicht tegenover hun klanten, waardoor misverstanden ontstaan. De reden voor de aanscherping van de wet- en regelgeving en het onderzoek dat door de Autoriteit Financiële Markten is uitgevoerd, is te vinden in de zorgplicht van banken. De bank vervult in Nederland een bijzondere maatschappelijke functie. Voor de gehele Nederlandse bevolking is de bank het eerste aanspreekpunt voor lenen, sparen, investeren of beleggen. De bank dient haar klanten hierbij zo goed mogelijk te helpen. De heer Van den Boom ervaart in de praktijk dat banken hun zorgplicht niet voldoende in acht nemen. De huidige cliënten van de heer Van den Boom zijn afhankelijk van financiering door de bank. De heer Van den Boom ervaart dat naarmate de afhankelijkheid van de klant groeit, de bank haar zorgplicht minder in acht neemt. In het contact met de bank zijn drie fasen te onderscheiden, namelijk de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase. Bij de huidige cliënten van de heer Van den Boom komen deze fasen naar voren. In de precontractuele fase is de klant aan het onderhandelen met de bank en worden de eigenschappen van de beoogde overeenkomst in kwestie in kaart gebracht. Nadat de bank en de klant overeenstemming hebben bereikt, bevinden zij zich in de contractuele fase. In deze fase hebben de contractspartijen rechten en plichten die zij in acht moeten nemen. Tot slot is er de postcontractuele fase. Deze fase gaat in nadat de overeenkomst in kwestie tussen de bank en haar klant eindigt. In een van de dossiers van de heer Van den Boom bevindt de cliënt zich in de postcontractuele fase. De huidige cliënt van de heer Van den Boom is eerst doorverwezen naar de afdeling Bijzonder Beheer van Rabobank. Als hij niet tegemoet kan komen aan de verzoeken van de afdeling Bijzonder Beheer van Rabobank, kan de bank besluiten om de overeenkomst op te zeggen en in het verlengde hiervan haar vordering op de cliënt te verhalen. In deze drie fasen is de bank gehouden haar zorgplicht in acht te nemen. De zorgplicht van de bank is een rechtsonderwerp dat voornamelijk jurisprudentie behelst en is constant in ontwikkeling. Voor de toekomstige werkwijze van de heer Van den Boom is het van belang dat een onderzoek wordt uitgevoerd naar de reikwijdte van de zorgplicht van de bank in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase. 1.4 Centrale vraag en doelstelling Het bovenstaande heeft geleid tot de volgende centrale vraag van dit onderzoek: Op welke wijze moet Boom advocatenkantoor adviseren aan cliënten in zaken waarin de reikwijdte van de zorgplicht van banken in het kader van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase centraal staat? Door beantwoording van de centrale vraag wordt de onderstaande doelstelling gerealiseerd: Op 31 mei 2015 wordt een onderzoeksrapport bij de heer Van den Boom ter beschikking gesteld, waarin aan de hand van een juridische toetsing antwoord wordt gegeven op de vraag hoe ver de zorgplicht van de bank jegens haar cliënt in de precontractuele, contractuele en postcontractuele fase reikt, zodat de heer Van den Boom dit onderzoeksrapport als naslagwerk kan gebruiken om cliënten bij te staan. 1.5 Methodologie Om de centrale vraag van dit onderzoek te kunnen beantwoorden, is gebruikgemaakt van een rechtsbronnen- en literatuuronderzoek. Deze zijn te vinden in de hoofdstukken 2 tot en met 6. Hiervoor zijn relevante wet- en regelgeving, jurisprudentie, parlementaire stukken en relevante literatuur geraadpleegd. Er is onderzoek gedaan naar zowel nationale als Adnan Karic Pagina 9 van 60

11 Hoofdstuk 1 Inleiding Europese wet- en regelgeving. In dit onderzoek staan de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek en relevante jurisprudentie die toeziet op de zorgplicht van de bank centraal. Informatie die voortvloeit uit relevante wet- en regelgeving, jurisprudentie en parlementaire stukken zijn valide. Informatie die niet uit deze bronnen afkomstig is, is gecontroleerd op authenticiteit. Deze informatie is getoetst aan het huidige recht. Op basis hiervan is het verrichte onderzoek juridisch gezien valide. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de praktijk. Dit staat beschreven in hoofdstuk 7. Hierbij is gebruikgemaakt van een kwalitatief onderzoek bij het advocatenkantoor. De onderzoeksstrategie die gebruikt is in dit onderzoek bestaat uit de casestudy en het interview. Er is eerst een interview gehouden met de heer Van den Boom om zijn huidige werkwijze binnen het advocatenkantoor in kaart te brengen. Vervolgens is een actueel dossier van de heer Van den Boom geanalyseerd. Op basis van dit praktische onderzoek zijn aandachtspunten geformuleerd waarmee de heer Van den Boom rekening moet houden bij de advisering aan cliënten in zaken waarin de zorgplicht van de bank centraal staat. 1.6 Leeswijzer Om de centrale vraag van dit onderzoek te kunnen beantwoorden, is in dit rapport voor iedere deelvraag een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 onderzocht wat de publiekrechtelijke zorgplicht van de bank inhoudt. In dit hoofdstuk wordt de volgende deelvraag beantwoord: - Hoofdstuk 2 Wat houdt de publiekrechtelijke zorgplicht van de bank in? De bank heeft naast haar publiekrechtelijke zorgplicht ook een privaatrechtelijke zorgplicht. In hoofdstuk 3 van dit onderzoek wordt ingegaan op de privaatrechtelijke zorgplicht van de bank. In dit hoofdstuk luidt de deelvraag als volgt: - Hoofdstuk 3 Wat houdt de privaatrechtelijke zorgplicht van de bank in? In hoofdstuk 4 van dit onderzoek komt de precontractuele fase aan bod. Dit is de eerste fase waarin de bank en cliënt zich bevinden en kan ook aangemerkt worden als de onderhandelingsfase. Hoofdstuk 4 van dit onderzoek bevat daarom de volgende deelvraag: - Hoofdstuk 4 Wat is de reikwijdte van de zorgplicht van de bank jegens haar cliënt ten aanzien van de precontractuele fase? Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 van dit onderzoek aandacht besteed aan de contractuele fase. Deze fase komt na de precontractuele fase en kan aangemerkt worden als de tweede fase. In hoofdstuk 5 van dit onderzoek wordt de volgende deelvraag beantwoord: - Hoofdstuk 5 Wat is de reikwijdte van de zorgplicht van de bank jegens haar cliënt ten aanzien van de contractuele fase? In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de postcontractuele fase. Deze fase kan aangemerkt worden als de derde en laatste fase in het contact tussen de cliënt en de bank. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de volgende vraag: - Hoofdstuk 6 Wat is de reikwijdte van de zorgplicht van de bank jegens haar cliënt ten aanzien van de postcontractuele fase? De hoofdstukken 2 tot en met 6 bevatten juridische deelvragen. In deze hoofdstukken zijn tussenconclusies opgenomen. Vervolgens is in hoofdstuk 7 van dit onderzoek een praktijkgerichte vraag opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de praktijk bij Boom advocatenkantoor onderzocht. Hierbij wordt een Adnan Karic Pagina 10 van 60

12 Hoofdstuk 1 Inleiding actueel dossier van de heer Van den Boom geanalyseerd. Tot slot wordt onderzocht met welke aandachtspunten het advocatenkantoor rekening moet houden in de toekomst. Dit hoofdstuk behandelt daarom de volgende deelvraag: - Hoofdstuk 7 Met welke aandachtspunten dient het advocatenkantoor rekening te houden? Tot slot zijn in hoofdstuk 8 van dit onderzoek de conclusies en aanbevelingen geformuleerd. Deze conclusies geven uiteindelijk antwoord op de centrale vraag van dit onderzoek. De aanbevelingen vormen de praktische uitwerking van de conclusies. In dit onderzoek worden tevens de bijlagen, waarnaar verwezen wordt in dit onderzoek, bijgesloten. De bijlagen zijn voorzien van een inhoudsopgave. Adnan Karic Pagina 11 van 60

13 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank In dit hoofdstuk wordt onderzocht wat de publiekrechtelijke zorgplicht van de bank inhoudt. Gemakshalve wordt in dit hoofdstuk de bank telkens aangeduid met de term financiële dienstverlener. Reden hiervoor is dat de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) in zijn terminologie niet specifiek op de bank ingaat, maar op de financiële dienstverleners in zijn algemeenheid. In paragraaf 2.1 wordt eerst kort een inleiding gegeven over de geschiedenis van de bancaire zorgplicht. In paragraaf 2.2 worden de wettelijke grondslag en de structuur van de publiekrechtelijke zorgplicht uitgelegd, zodat dit onderzoek gemakkelijker te begrijpen is. In paragraaf 2.3 worden de onderzoeks-, informatie-, weigerings- en waarschuwingsplichten besproken. Iedere financieel dienstverlener dient zich aan deze plichten te houden. In paragraaf 2.4 wordt de nieuwe, sinds 1 januari 2014 geldende, algemene zorgplicht van de financieel dienstverlener toegelicht. Vervolgens wordt in paragraaf 2.5 aandacht besteed aan de publiekrechtelijke handhaving. Tot slot is in paragraaf 2.6 een tussenconclusie opgenomen. 2.1 Geschiedenis van de publiekrechtelijke zorgplicht Deze paragraaf is een inleiding over de geschiedenis van de publiekrechtelijke zorgplicht. Deze paragraaf is bedoeld om het onderwerp van dit onderzoek te introduceren. Beurswet 1914 De eerste publiekrechtelijke wet die toezag op de beurs was de Beurswet De Beurswet 1914 was bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bedoeld als een tijdelijke noodwet. Met de inwerkingtreding van de Beurswet 1914 kwamen effectenbeurzen onder toezicht te staan van de Minister van Financiën. De wet bevatte summiere regels die bovendien niet toezagen op de relatie tussen de aanbieders van effecten en de beleggers. Uit angst voor het uitbreken van een beurscrash besloot het bestuur van de Vereniging voor de Effectenhandel om de beurs te sluiten. Europese richtlijnen 1979 tot en met 1982 Hoewel de Beurswet 1914 moest fungeren als een tijdelijke wet, gold deze wet 78 jaar in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog trad tevens de Beschikking Beursverkeer 1946 in werking. Onder de beleggers ontstond pas halverwege de 20ste eeuw de gedachte dat zij beter beschermd dienden te worden. Deze bescherming werd met de totstandkoming van een Europese kapitaalmarkt gecodificeerd. In de jaren 1979, 1980 en 1982 werden de drie belangrijkste Europese richtlijnen gecodificeerd, namelijk: het verschaffen van periodieke informatie voor beursgenoteerde instellingen, het instellen van eisen waaraan een beursprospectus moet voldoen en het instellen van toelatingseisen van effecten tot een effectenbeurs. 3 Wet effectenhandel 1985 De eerste meer omvattende publiekrechtelijke regeling ten aanzien van het effectenverkeer trad in Nederland in 1985 in werking: de Wet effectenhandel. Deze was gericht op de regeling van de effectenbeurs buiten de Nederlandse beurs. De Wet effectenhandel stelde eisen en regels aan het aanbieden van effecten buiten de officiële effectenbeurs. Wet toezicht effectenverkeer 1995 In 1988 werd de Stichting Toezicht Effectenverkeer opgericht. 4 De Stichting Toezicht Effectenverkeer werd in het leven geroepen om als onafhankelijke toezichthouder te fungeren. De Stichting Toezicht Effectenverkeer kan gezien worden als de voorloper van de organisatie die we nu kennen als Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM). De Wet effectenhandel 1985 werd in 1992 vervangen door de Wet toezicht effectenverkeer (hierna: Wte). Drie jaar later werd de Wte vervangen door de Wte Sinds 1995 worden 3 Richtlijn 72/279 EEG van 5 maart 1979 (PBEG L 66), Richtlijn 80/390/EEG van 17 maart 1980 (PBEG L 100) en Richtlijn 82/121/EEG van 15 maart 1982 (PBEG L48). 4 Huizink & Schoenmakers 2009, p Adnan Karic Pagina 12 van 60

14 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank verschillende Europese richtlijnen ondergebracht in de Wte 1995, zoals de richtlijn marktmisbruik en prospectus richtlijn. 5 Het Nederlandse effectenrecht heeft zich vanaf 1995 ontwikkeld als een zelfstandig rechtsgebied. Wet op het financieel toezicht 2007 Op 1 januari 2007 is de Wft in werking getreden. Deze vervangt de Wte De Wft bevat een groot aantal voorschriften en regels waar financieel dienstverleners zich aan dienen te houden. Deze gedragsbepalingen zijn grotendeels afkomstig uit de Market in Financial Instruments Directive (hierna: MiFID). Ook regelt de Wft het toezicht op de financiële markten. In Nederland wordt toezicht gehouden middels het Twin peaks-model. Dit betekent dat zowel de AFM als De Nederlandse Bank (hierna: DNB) toezicht houden. DNB houdt prudentieel toezicht. Dit betekent toezicht op de stabiliteit van alle financiële instellingen in Nederland. De AFM houdt, anders dan DNB, toezicht op de manier waarop partijen op de financiële markt met elkaar omgaan. Dit wordt ook wel aangeduid als gedragstoezicht. Wft 2007 tot en met 2014 De Wft bleef aan wijzigingen onderhevig. In 2008 kregen de AFM en DNB de bevoegdheid toegekend om algemeen verbindende voorschriften op te stellen. Op 19 november 2013 heeft de Eerste Kamer de Wijzigingswet financiële markten aangenomen. 6 Deze wet heeft als doel een algemene zorgplicht voor financiële dienstverleners te codificeren. In paragraaf 2.3 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de algemene zorgplicht die per 1 januari 2014 gecodificeerd is. 2.2 Wettelijke grondslag van de publiekrechtelijke zorgplicht In deze paragraaf wordt de wettelijke grondslag van de publiekrechtelijke zorgplicht van de financieel dienstverlener onderzocht. Hierbij wordt tevens de structuur van de Wft toegelicht, zodat dit onderzoek gemakkelijker te lezen is en verwijzingen naar andere weten regelgeving beter te begrijpen zijn. Wettelijke grondslag De Wft vormt voor iedere financieel dienstverlener in Nederland de wettelijke basis. De doelstelling van de Wft is het voorkomen van marktimperfecties. 7 Dit betekent dat de Wft orde, zuivere verhoudingen en transparantie op de financiële markt moet realiseren. De wettelijke normen die toezien op de zorgvuldige dienstverlening die een financieel dienstverlener tegenover haar cliënt in acht moet nemen, zijn te vinden in hoofdstuk 4 van de Wft. In dit onderzoek staat de zorgvuldige dienstverlening die in artikel 4:18 tot en met 4:25 van de Wft is opgenomen voor de bank centraal. Naast deze normen bevat de Wft ook aanvullende regels voor het werk op de financiële markten, die alle financiële diensten betreffen. Deze aanvullende regels zijn te vinden in hoofdstuk 4.3 van de Wft. Gelaagde structuur De Wft kan aangemerkt worden als een kaderwet die ruimte biedt voor lagere wet- en regelgeving. Een kaderwet is een wet op het eerste niveau. Dit houdt in dat een wet op eerste niveau ingevuld wordt door lagere wet- en regelgeving. Ministeriële regelingen en uitvoeringsbesluiten geven invulling aan de Wft en kunnen aangemerkt worden als wetgeving op tweede niveau. De Wft kent een gelaagde structuur. De artikelen 4:18 tot en met 4:25 van de Wft zijn niet geconcretiseerd, maar vormen juist een kapstok voor het concretiseren van lagere wet- en regelgeving. Een voorbeeld van wetgeving op tweede niveau is het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (hierna: Bgfo), die deze artikelen verder concretiseert. Tot slot is er wetgeving op derde niveau. Dit houdt in dat de AFM en DNB bevoegd zijn toezichthoudende regelingen en beleidsregels op te stellen. Een 5 Richtlijn 2003/71/EG van 4 november 2003 en Richtlijn 2003/6/EG van 28 januari Kamerstukken I 2013/14, Kammerstukken II 2003/04, , nr.3. Adnan Karic Pagina 13 van 60

15 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank voorbeeld van wetgeving op derde niveau is de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen (hierna: Nrgfo). In bijlage 1 is een overzicht van de gelaagde structuur van de Wft te zien. De normen die voortkomen uit de gelaagde structuur van de Wft hebben een open karakter. Dit betekent dat de AFM en DNB deze normen op hun eigen manier kunnen interpreteren en er richting aan kunnen geven. De volgende paragraaf besteedt aandacht aan de publiekrechtelijke zorgplichten die een bank heeft en hoe deze zorgplichten door de Bgfo nader worden ingevuld. 2.3 Onderzoeks-, waarschuwings-, weigerings- en informatieplicht In deze paragraaf worden de publiekrechtelijk zorgplichten in afdeling van de Wft onderzocht. Iedere financieel dienstverlener dient de onderzoeks-, waarschuwings-, weigerings- en informatieplicht in acht te nemen. Deze zorgplichten zijn ook in de Bgfo te vinden De onderzoeksplicht De financieel dienstverlener dient zich te houden aan zijn onderzoeksplicht. Dit houdt in dat de financieel dienstverlener alle benodigde informatie van zijn klant verzamelt, voordat het financiële product aan de klant aangeboden wordt. De onderzoeksplicht kent drie grondslagen, namelijk: artikel 4:23-4:24 van de Wft en artikel 80a Bgfo. Ken-uw-cliënt-beginsel Artikel 4:23 lid 1 sub a van de Wft geeft aan dat de financieel dienstverlener de volgende informatie dient in te winnen over haar cliënt: financiële positie, ervaring, kennis, doelstellingen en bereidheid van de consument. Hoe ver deze onderzoeksplicht reikt, is afhankelijk van de aard van het financieel product. Bij relatief eenvoudige financiële producten is de financieel dienstverlener minder gehouden aan zijn onderzoeksplicht dan bij relatief complexe financiële producten. De onderzoeksplicht is dus sterk afhankelijk van de complexiteit van het product of de dienst waarover advies gegeven wordt. 8 Artikel 80a en 80b Bgfo concretiseren de onderzoeksplicht verder. Deze artikelen geven aan dat de bank moet bepalen of de desbetreffende cliënt over de nodige kennis en ervaring beschikt ten aanzien van de risico s die kleven aan het financiële product. Nadat alle benodigde informatie is ingewonnen, kan de financieel dienstverlener een risicoprofiel opstellen. In dit risicoprofiel wordt alle ingewonnen informatie opgenomen, zodat de financieel dienstverlener kan beoordelen of het financiële product past. Vervolgens voorziet hij de cliënt van advies De waarschuwings- en weigeringsplicht In artikel 4:24 lid 2 van de Wft is bepaald dat de financieel dienstverlener de cliënt dient te waarschuwen als het financiële product niet passend blijkt te zijn. Deze waarschuwingsplicht is gekoppeld aan de onderzoeksplicht. Aan deze waarschuwingsplicht kan zowel schriftelijk als mondeling worden voldaan. Daarnaast is in artikel 85 Bgfo de weigeringsplicht opgenomen. Op basis van dit artikel moet de bank transacties van de cliënt weigeren, als de cliënt na deze transactie niet in staat is om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen De informatieplicht Artikel 4:20 lid 1 van de Wft geeft aan dat de financieel dienstverlener alle benodigde informatie aan de cliënt verstrekt voorafgaand aan het adviseren, het verlenen van een dienst of de totstandkoming van een overeenkomst omtrent een financieel product. De informatie dient geruime tijd voordat de cliënt een beslissing neemt inzake het financiële product verstrekt te worden. 9 De complexiteit van het financiële product alsmede de urgentie van de situatie bepalen of de informatie op tijd is verstrekt. 10 In artikel 58 e.v. van 8 T Hart & Du Perron, p Busch & Grundmann-van de Krol, p Kamerstukken II , , nr. 3, p Adnan Karic Pagina 14 van 60

16 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank het Bgfo staat welke informatie voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst verstrekt dient te worden. De informatie die verstrekt dient te worden is afhankelijk van de complexiteit van het financiële product. Correct, duidelijk en niet misleidend Artikel 4:19 lid 2 van de Wft geeft aan dat de verstrekte informatie aan de cliënt correct, duidelijk en niet misleidend moet zijn. Dit artikel verplicht de financieel dienstverlener om de cliënt van adequate informatie te voorzien. De cliënt moet zich op basis van de verstrekte informatie een beeld kunnen vormen van het desbetreffende financiële product. Bovendien dient de informatie zo duidelijk mogelijk gepresenteerd te worden, zodat de cliënt de echte boodschap inziet en niet misleid wordt. 11 Informatieverstrekking gedurende de overeenkomst inzake een financieel product Artikel 4:20 lid 3 van de Wft geeft aan dat de financieel dienstverlener de cliënt gedurende de overeenkomst tijdig informeert inzake het financiële product. In de artikelen 69 en 70 van het Bgfo is een aantal bepalingen opgenomen waarin staat welke informatie verstrekt dient te worden aan de cliënt. Dit is afhankelijk van het financieel product. In dit onderzoek wordt hier verder geen aandacht aan besteed. Conclusie Op basis van deze paragraaf kan geconcludeerd worden dat op iedere financieel dienstverlener de onderzoeks-, waarschuwings-, weigerings- en informatieplicht rust. Deze plichten vloeien voort uit de Wft en worden door de Bgfo geconcretiseerd. Daarbij is de complexiteit van het financiële product van invloed op eerder genoemde invulling. Deze plichten hebben als doel de cliënt te beschermen tegen het onverantwoord nemen van financiële risico s. De volgende paragraaf besteedt aandacht aan de nieuwe algemene zorgplicht die gecodificeerd is voor de financieel dienstverlener. 2.4 Algemene zorgplicht per 1 januari 2014 Deze paragraaf behandelt de algemene zorgplicht die per 1 januari 2014 gecodificeerd is in de Wft. Er wordt onderzocht wat deze algemene zorgplicht inhoudt, wat de noodzaak is voor deze codificatie en welke gevolgen de algemene zorgplicht voor zowel financieel dienstverleners als cliënten heeft. Algemene zorgplicht artikel 4:24a Wft De algemene zorgplicht die van toepassing is op alle financieel dienstverleners vindt zijn grondslag in artikel 4:24a van de Wft. Lid 1 geeft aan dat een financieel dienstverlener op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht moet nemen. Lid 2 geeft aan dat een financieel dienstverlener die adviseert, moet handelen in het belang van de consument of begunstigde. Met de leden 1 en 2 van artikel 4:24a Wft heeft de wetgever beoogd de belangen van de consument of begunstigde te beschermen. Lid 3 geeft de AFM de bevoegdheid om handhavend op te treden. In paragraaf 2.5 wordt de handhavingsbevoegdheid van de AFM nader uitgewerkt. Lid 4 geeft aan dat de minister binnen drie jaar na de inwerkingtreding van artikel 4:24a van de Wft een verslag uitbrengt aan de Staten-Generaal. Dit verslag behelst de doeltreffendheid en de effecten van de gecodificeerde algemene zorgplicht. De noodzaak van de algemene zorgplicht De AFM was van mening dat de codificatie van de algemene zorgplicht zou bijdragen aan een beter functionerende financiële sector. De doelstelling van de Wft is de consument te beschermen. Met de komst van artikel 4:24a van de Wft zou deze doelstelling daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Uit de Kamerstukken blijkt het volgende: Er is echter sprake van informatiescheefheid tussen de klant en de financieel dienstverlener. De financieel 11 L. Silverentand 2011, p Adnan Karic Pagina 15 van 60

17 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank dienstverlener beschikt in de regel over meer kennis en informatie dan de consument. Door deze informatiescheefheid is het voor een consument moeilijker om een volledig geïnformeerde beslissing te nemen over de aanschaf van een financieel product. 12 Voor een goed functioneren van de financiële markt is het van belang dat de consument (cliënt) een financieel product effectief kan beoordelen. 13 Voorafgaand aan de codificatie van de algemene zorgplicht was sprake van informatieasymmetrie. Hierdoor kon de cliënt het financiële product niet effectief beoordelen. Het invoeren van een algemene zorgplicht zou deze informatieasymmetrie tegengaan. Daarnaast moest de algemene zorgplicht als vangnet fungeren om handhavend te kunnen optreden tegen de financieel dienstverlener, teneinde de belangen van de consument te beschermen. 14 Gevolgen van de codificatie Sinds de codificatie van de algemene zorgplicht heeft de AFM de wettelijke bevoegdheid toegekend gekregen om handhavend op te treden tegenover de financieel dienstverlener. Hierdoor zullen de belangen van de cliënt door de financieel dienstverlener beter behartigd worden. Daarnaast was de wetgever van mening dat het codificeren van een algemene zorgplicht een cultuuromslag in de financiële sector teweeg zou brengen. 15 Geconcludeerd kan worden dat de algemene zorgplicht is bedoeld als een algemene norm waaraan iedere financieel dienstverlener zich dient te houden. Dit heeft tot gevolg dat de belangen van de cliënt beter behartigd zullen worden. In de volgende paragraaf wordt onderzocht hoe de AFM handhavend tegenover de financieel dienstverlener kan optreden. 2.5 Handhaving In deze paragraaf wordt eerst onderzocht wat de wettelijke grondslag vormt voor de handhavingsbevoegdheid van de AFM. Daarna wordt aandacht besteed aan de maatregelen die de AFM kan nemen in het kader van handhaving. Tot slot wordt gekeken naar de maatregelen die de cliënt kan nemen tegenover de financieel dienstverlener. Wettelijke grondslag handhavingsbevoegdheid De AFM heeft op grond van artikel 1:25 lid 2 van de Wft de bevoegdheid gekregen om gedragstoezicht te houden op de financiële markten en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot die markten. De AFM heeft als hoofdtaak het vertrouwen op de financiële markten te waarborgen en toezicht te houden op de financiële markten. Naast deze hoofdtaak geeft de AFM advies aan het Ministerie van Financiën en voorlichting omtrent de nieuwe wet- en regelgeving. Handhavingsmogelijkheden van de AFM De AFM kan besluiten om maatregelen op te leggen om orde en nakoming van wet- en regelgeving te waarborgen. In de meeste gevallen zal de AFM de financieel dienstverlener op basis van artikel 1:75 van de Wft een aanwijzing geven die opgevolgd dient te worden. Een mogelijke aanwijzing is bijvoorbeeld het niet meer aanbieden van een financieel product. Indien de desbetreffende financieel dienstverlener deze aanwijzing niet opvolgt, kan de AFM de financieel dienstverlener een bestuurlijke boete opleggen. Hieronder wordt een opsomming gegeven van de handhavingsmaatregelen waarover de AFM beschikt: Een maatregel van curatele (artikel 1:76 van de Wft) Het intrekken van instemming om een bedrijf uit te oefenen in een andere lidstaat (artikel 1:77 van de Wft) Een last onder dwangsom (artikel 1:79 van de Wft) Een bestuurlijke boete (artikel 1:80 jo 1:81 van de Wft) 12 Kamerstukken II 2012/13, , nr Kamerstukken II 2012/13, , nr Kamerstukken II 2012/13, , nr Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3. Adnan Karic Pagina 16 van 60

18 Hoofdstuk 2 De publiekrechtelijke zorgplicht van de bank Uitvaardigen van een openbare waarschuwing (artikel 1:94 Wft) Het wijzigen, intrekken of beperken van de vergunning (artikel 1:104 van de Wft) In het kader van handhaving is de AFM bevoegd om preventief op te treden. Dit betekent dat de beslissing om over te gaan tot handhaving niet ingegeven wordt door een klacht van een cliënt, maar door de AFM zelf. Een schending van de zorgplichten van artikel 4:18 tot en met 4:25 van de Wft kunnen tot gevolg hebben dat de financieel dienstverlener een bestuursrechtelijke sanctie opgelegd krijgt. De AFM heeft een handhavingsbeleid opgesteld waarin de regels ten aanzien van het al dan niet handhavend optreden opgenomen zijn. 16 Daarin staat ten eerste dat de AFM normconform gedrag moet bevorderen. Wanneer dit niet lukt, wordt normconform gedrag afgedwongen door gebruik te maken van de handhavingsmaatregelen. 17 Ten tweede is het handhavend optreden van de AFM afhankelijk van de inhoud en strekking van de geschonden norm. 18 Ten derde mag de AFM niet gedogend handhaven. 19 Ten vierde moet het handhavend optreden op effectieve wijze geschieden. Dit betekent dat per situatie gekeken moet worden naar de omstandigheden om te bepalen welke handhavingsmaatregel het meest effectief is. 20 Tot slot moet het handhavend optreden van de AFM in overeenstemming zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 21 Dit houdt in dat de AFM het al dan niet handhavend optreden moet beoordelen aan de hand van het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Daarbij dient de AFM een belangenafweging te maken. Maatregelen waarover de cliënt beschikt De cliënt kan allereerst een bezwaarformulier indienen bij zijn bank. Op basis hiervan neemt de bank een beslissing. Daarnaast kan de cliënt een klacht indienen bij het Meldpunt Financiële Markten. Hierbij dient de cliënt bescheiden te overhandigen over de overeenkomst in kwestie. Naar aanleiding van deze klacht kan de AFM onderzoek doen naar de desbetreffende bank. Als de AFM een overtreding heeft geconstateerd, kan zij handhavend optreden. Daarnaast kan de cliënt een brief sturen naar het Klachtinstituut Financiële Dienstverlening (hierna: Kifid). De klacht wordt eerst behandeld door de Financiële Ombudsman, dan pas door de Geschillencommissie. De uitspraak van de Geschillencommissie levert een bindend advies op. Dit betekent dat het niet nakomen van dit advies leidt tot een wanprestatie. Tot slot heeft de cliënt de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure tegen de financieel dienstverlener te beginnen. 2.6 Tussenconclusie De publiekrechtelijke zorgplicht voor de bank is opgenomen in artikel 4:18 tot en met 4:25 van de Wft en wordt geconcretiseerd door lagere wet- en regelgeving. Deze zorgplichten hebben als doel de belangen van de cliënt te waarborgen, teneinde marktimperfecties te voorkomen. De publiekrechtelijke zorgplicht bestaat uit een onderzoeks-, waarschuwings-, weigerings- en informatieplicht. Daarnaast is in artikel 4:24a van de Wft een algemene zorgplicht gecodificeerd. Dit artikel fungeert als vangnet voor de AFM om handhavend op te kunnen treden tegenover de bank. Tot slot heeft de cliënt de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij het Meldpunt Financiële Markten, Kifid of een gerechtelijke procedure te starten. 16 Handhavingsbeleid AFM en DNB. 17 Handhavingsbeleid AFM en DNB, p Handhavingsbeleid AFM en DNB, p Handhavingsbeleid AFM en DNB, p Handhavingsbeleid AFM en DNB, p Handhavingsbeleid AFM en DNB, p.5. Adnan Karic Pagina 17 van 60

19 Hoofdstuk 3 De privaatrechtelijke zorgplicht van de bank Hoofdstuk 3 De privaatrechtelijke zorgplicht van de bank In hoofdstuk 2 is de publiekrechtelijke zorgplicht van de bank uitgebreid aan de orde gekomen. Naast deze publiekrechtelijke zorgplicht heeft de bank een privaatrechtelijke zorgplicht die zij in acht moet nemen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen een algemene zorgplicht en een bijzondere zorgplicht. In dit hoofdstuk staat de privaatrechtelijke zorgplicht van de bank centraal. De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 3.1 wordt eerst stilgestaan bij de algemene zorgplicht die op de bank rust. Vervolgens wordt in paragraaf 3.2 aandacht besteed aan de bijzondere zorgplicht van de bank. In de paragrafen 3.3 en 3.4 wordt uitgebreid onderzocht voor welke partijen de bijzondere zorgplicht geldt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen particuliere cliënten, derden en professionele cliënten. Hierna wordt in paragraaf 3.5 onderzocht hoe de privaatrechtelijke zorgplicht zich verhoudt ten aanzien van de publiekrechtelijke zorgplicht. Tot slot is in paragraaf 3.6 een tussenconclusie opgenomen. 3.1 Algemene zorgplicht van de bank In deze paragraaf wordt eerst onderzocht wat onder de algemene zorgplicht verstaan dient te worden en voor wie deze geldt. Tot slot komt de wettelijke grondslag van deze zorgplicht en de omvang hiervan aan de orde. Professionele dienstverleners De algemene privaatrechtelijke zorgplicht geldt voor professionele dienstverleners. Een advocaat, accountant, arts, notaris en de bank zijn voorbeelden van professionele dienstverleners. In de dienstverlening van een professionele dienstverlener aan zijn cliënt is bij uitstek sprake van ongelijkheid tussen de twee partijen. Het privaatrecht moet als mechanisme fungeren van ongelijkheidscompensatie. 22 Mede door dit mechanisme is in de rechtspraak aanvaard dat op professionele dienstverleners in het maatschappelijke verkeer zorgplichten rusten. 23 Wettelijke grondslag Deze zorgplicht speelt zowel in de precontractuele fase als in de contractuele fase een rol. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de precontractuele fase. Deze algemene zorgplicht vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in de zin van artikel 6:248 lid 1 BW, artikel 7:401 BW en artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden. Als er tussen de cliënt en de bank sprake is van een overeenkomst van opdracht, dan is artikel 7:401 BW van toepassing. Artikel 7:401 lid 1 BW luidt als volgt: De opdrachtnemer moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Dit artikel geldt ten aanzien van een overeenkomst van opdracht, waarbij de bank de zorg van een goed opdrachtnemer tegenover zijn cliënt in acht moet nemen. Dit artikel dient als volgt geïnterpreteerd te worden: zou een redelijk handelend, redelijk bekwame vakgenoot in dezelfde situatie anders handelen? Indien hierop bevestigend geantwoord kan worden, is het mogelijk dat de bank haar algemene zorgplicht tegenover de cliënt geschonden heeft. Indien artikel 7:401 lid 1 BW niet uitdrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen, brengt de aanvullende werking van artikel 6:248 lid 1 BW een zorgplicht voor de bank met zich mee. Daarnaast dient de bank op basis van artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen en te handelen naar de belangen van de cliënt. Zie bijlage 2. Deze algemene zorgplicht komt er simpel gezegd op neer dat de bank oog moet hebben voor de belangen van de wederpartij. 22 Tjon Tjin Tai 2007, p Chr. H. van Dijk & F. van der Woude, AV&S , p Adnan Karic Pagina 18 van 60

20 Hoofdstuk 3 De privaatrechtelijke zorgplicht van de bank Omvang van de zorgplicht De omvang van deze zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Vooral de aard van de overeenkomst in kwestie speelt hierbij een prominente rol. In iedere situatie moet telkens getoetst worden of de gedragingen van de bank in lijn zijn met de gerechtvaardigde belangen van de cliënt. De omstandigheden van het geval kunnen met zich meebrengen dat de reikwijdte van deze zorgplicht omvangrijker wordt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de bank als professionele dienstverlener een algemene zorgplicht tegenover de cliënt heeft. Deze algemene zorgplicht heeft als doel om de ongelijkheid tussen de bank en de cliënt zo veel mogelijk recht te trekken. Dit betekent dat de bank niet enkel met haar eigen belangen rekening moet houden, maar ook met de belangen van de cliënt. De omvang van deze zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de overeenkomst in kwestie. In de volgende paragraaf komt de bijzondere zorgplicht van de bank aan de orde. 3.2 Bijzondere zorgplicht van de bank In deze paragraaf wordt de andere privaatrechtelijke zorgplicht van de bank onderzocht, namelijk de bijzondere zorgplicht. In paragraaf wordt eerst onderzocht hoe de bijzondere zorgplicht is ontstaan. Vervolgens wordt onderzocht wat deze bijzondere zorgplicht inhoudt. Tot slot is in paragraaf onderzocht hoe deze zorgplicht zich heeft ontwikkeld Ontstaan van de bijzondere zorgplicht De bijzondere zorgplicht van de bank heeft zich ontwikkeld in de rechtspraak van de civiele rechter. In deze paragraaf worden de arresten Rabobank/Everaars, Van de Klundert/Rabobank en Kouwenberg/Rabobank geanalyseerd. Deze drie arresten worden tezamen aangeduid met de term optiehandelerarenarresten. In deze drie arresten is de bijzondere zorgplicht voor het eerst geformuleerd en nader ingevuld. Rabobank/Everaars De bijzondere zorgplicht die op de bank rust, is voor het eerst geformuleerd in de zaak Rabobank/Everaars. 24 In deze zaak ging het in essentie om een optiehandel tussen Rabobank en de cliënt Everaars. Everaars heeft belegd in opties en heeft hierbij verlies geleden. Een persoon die handelt in opties loopt het risico een restschuld op te bouwen. Rabobank had Everaars aan zijn margeverplichting bij handel in aandelenopties moeten houden. In dit arrest is geconcludeerd dat de bank jegens haar particuliere cliënten die in opties handelen, een bijzondere zorgplicht heeft. 25 Deze bijzondere zorgplicht vloeit voort uit de eisen van redelijkheid en billijkheid. 26 De Hoge Raad oordeelt als volgt: Gelet op de mogelijk zeer grote risico s die de cliënt-belegger bij de handel in opties kan lopen, is de bank als bij uitstek professioneel en deskundig op dit terrein hier jegens particuliere, niet-professionele cliënten tot een bijzondere zorgplicht gehouden. 27 Op basis van deze rechtsoverweging is de bijzondere zorgplicht geformuleerd ten aanzien van particuliere, niet-professionele cliënten. De bank moest in dit specifieke geval een bijzondere zorgplicht in acht nemen jegens haar cliënten, inhoudende dat de cliënt aan zijn verplichten gehouden moest worden. Vervolgens geeft de Hoge Raad aan dat de inhoud 24 HR 23 mei 1997, NJ 1998, 192 (Rabobank/Everaars). 25 HR 23 mei 1997, NJ 1998, 192 (Rabobank/Everaars). 26 HR 23 mei 1997, NJ 1998, 192 (Rabobank/Everaars). 27 HR 23 mei 1997, NJ 1998, 192 (Rabobank/Everaars). Adnan Karic Pagina 19 van 60

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM?

Informatie over de Autoriteit Financiële Markten. Een kennismaking. Wat doet de AFM? Informatie over de Autoriteit Financiële Markten Een kennismaking Wat doet de AFM? Wie is de AFM? AFM is de afkorting voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de gedragstoezichthouder op de financiële

Nadere informatie

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland

Overzicht van markttoegang regelgeving Wft BANKEN met zetel in Nederland Overzicht van markttoegang regelgeving BANKEN met zetel in Nederland Deel 2 Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen Art. 1:1 definities a. een afwikkelonderneming; b. een bank; financiële onderneming

Nadere informatie

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen

Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen Beoogde Wft- en BGfo-wijzigingen ACIS Seminar, 25.10.2011 mr. dr. Cees de Jong Welke wijzigingen zijn er op komst? Wijzigingswet financiële markten 2012 Wetsvoorstel (Kamerstukken II 2010/11, 32 781, nr.

Nadere informatie

Privaatrechtelijke zorgplichten. ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai

Privaatrechtelijke zorgplichten. ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai Privaatrechtelijke zorgplichten ACIS bijeenkomst 24 maart 2011 Eric Tjong Tjin Tai Zorgplichten, wat zijn dat? Zorg in maatschappelijke zin Handelen ten behoeve van belangen (individuele) ander Relatie

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Hieronder vindt u een overzicht van enige relevante wetsartikelen (januari 2016). Voor de meest actuele informatie zie www.wetten.overheid.nl

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR NIBE-SVV 1. Op welke wijze is te zien of een financieel adviseur professioneel handelt? A. Hij opereert dan onbaatzuchtig en deskundig. B. Hij behaalt

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

kapitaalconserveringsplan in te dienen. Wanneer de onderneming hierbij verzaakt, kan dat wel aanleiding tot handhaving zijn.

kapitaalconserveringsplan in te dienen. Wanneer de onderneming hierbij verzaakt, kan dat wel aanleiding tot handhaving zijn. kapitaalconserveringsplan in te dienen. Wanneer de onderneming hierbij verzaakt, kan dat wel aanleiding tot handhaving zijn. Enkele reacties betroffen opmerkingen op tekstgedeelten die verduidelijkt konden

Nadere informatie

Publicatie bemiddelen September 2014

Publicatie bemiddelen September 2014 Publicatie bemiddelen September 2014 Inleiding Deze publicatie geeft u antwoord op de vraag wanneer sprake is van bemiddelen volgens de Wet op het financieel toezicht (Wft). 1 Consumenten kunnen op verschillende

Nadere informatie

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties

Datum 21 december 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Ronnes en Oskam (beiden CDA) over binaire opties > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft

Beleidsregel Deskundigheid dagelijks beleidsbepalers artikel 4:9 en 5:29 Wft AFM Beleidsregel Deskundigheid s artikel 4:9 en 5:29 Wft Beleidsregel Wet op het financieel toezicht 08-01 van de Stichting Autoriteit Financiële Markten van 24 maart 2008 inzake de deskundigheid van s

Nadere informatie

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht

Datum 24 april 2013 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Dijkgraaf (SGP) over de column dat Deutsche Bank in strijd handelt met de zorgplicht > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

INLEIDING. Wij doen dat onafhankelijk. Dat wil zeggen dat geen enkele financiële instelling invloed heeft op de adviezen die wij aan U verstrekken.

INLEIDING. Wij doen dat onafhankelijk. Dat wil zeggen dat geen enkele financiële instelling invloed heeft op de adviezen die wij aan U verstrekken. INLEIDING All Finance behartigt uw belangen op het gebied van financiële diensten. Dat kunnen schadeverzekeringen zijn of de complexe adviesproducten; kapitaal-, lijfrente-, risico-, arbeidsongeschiktheids-,

Nadere informatie

8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet

8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet Het opschrift van paragraaf 8.1.2a komt te luiden: 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:19, vierde

Nadere informatie

Oordeel OBB 2011 200.2487

Oordeel OBB 2011 200.2487 Oordeel OBB 2011 200.2487 Bij brief met bijlagen d.d. 17 mei 2010 heeft de gemachtigde van Consument bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening een klacht ingediend tegen Aangeslotene. Deze klacht

Nadere informatie

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners

Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners Precontractuele informatieverplichtingen voor financiële dienstverleners M r. K. L. T i e n s t r a e n m r. A. F. N. v a n d e L a a r * Inleiding Voor financiële dienstverleners gelden uitgebreide eisen

Nadere informatie

Verzekeringstussenpersoon en levensverzekering

Verzekeringstussenpersoon en levensverzekering Verzekeringstussenpersoon en levensverzekering mr. dr. Cees de Jong Verzekeringstussenpersoon en levensverzekering Wat komt er aan de orde? Ontwikkelingen op juridisch gebied Kenmerken van de huidige bedrijfsvoering

Nadere informatie

Welkom bij de Lezing: Wegpoetsen van de indianenverhalen over de Wfd/Wft

Welkom bij de Lezing: Wegpoetsen van de indianenverhalen over de Wfd/Wft Welkom bij de Lezing: Wegpoetsen van de indianenverhalen over de Wfd/Wft Verzorgd door: Anita Hol-Bubeck Free-lance assurantiedocent en auteur. Aan de orde komt: Van Wfd naar Wft Deskundigheid Zorgplicht

Nadere informatie

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014)

Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) AH 2099 2014Z07113 Antwoord van minister Dijsselbloem (Financiën) (ontvangen 28 mei 2014) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013-2014, nr. 1927 1 Bent u bekend met het artikel Forse claims dreigen

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening

Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening Vrijstellingsregeling Wet financiële dienstverlening en Besluit financiële dienstverlening De Minister van Financiën, Gelet op artikel 9 van de Wet financiële dienstverlening; Besluit; Artikel 1 In deze

Nadere informatie

De bijzondere zorgplicht bij kredietverlening

De bijzondere zorgplicht bij kredietverlening De bijzondere zorgplicht bij kredietverlening Onderzoek naar de omstandigheden waaronder de financiële dienstverlener bij kredietverlening jegens de consument aansprakelijk is in geval van overkreditering.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2099 Vragen van het lid

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe

Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe Convenant inzake de samenwerking bij het tegengaan van ontoelaatbaar gedrag van (i) externe accountants, accountantsorganisaties en (mede)beleidsbepalers daarvan en (ii) financiële ondernemingen en (mede)beleidsbepalers

Nadere informatie

Datum 2 oktober 201525 september 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Omtzigt en Ronnes (beiden CDA) over woekerpolissen

Datum 2 oktober 201525 september 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van de leden Omtzigt en Ronnes (beiden CDA) over woekerpolissen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 32 545 Wet- en regelgeving financiële markten Nr. 31 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd: CONSULTATIEVERSIE Besluit van ( datum), houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van 15 november 2006 in verband met regels met betrekking tot de bescherming

Nadere informatie

Een klacht over een financiële onderneming?

Een klacht over een financiële onderneming? Consumenteninformatie van de Autoriteit Financiële Markten Weet wat je kunt doen Een klacht over een financiële onderneming? Voor wie is deze folder? Deze folder is voor iedereen met klachten over een

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 622 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van richtlijn nr. 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juli 2009

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-55 d.d. 21 februari 2012 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mevrouw mr. J.W.M. Lenting en mr. W.F.C. Baars, leden en mr. P.E. Roodenburg, secretaris)

Nadere informatie

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding?

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? & wijzigingen Nrgfo Wft op het vlak van vermogensscheiding Wat was de aanleiding voor de FM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? Nationale ontwikkelingen in combinatie met nieuwe regelgeving als

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34549 11 december 2013 Regeling van de Minister van Financiën van 4 december 2013, FM/2013/2124 M, directie Financiële

Nadere informatie

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven

Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen. Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven Aandachtspunten voor vermogensbeheerders met een eigen aanbieder van beleggingsfondsen Leidraad om marktpartijen richting en duidelijkheid te geven December 2015 Autoriteit Financiële Markten De AFM maakt

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 6 juli 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-205 d.d. 19 mei 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en R.H.G. Mijné, leden en mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst

Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Rentederivaten beleggingsadvies zorgplicht Afsluiten rentederivaat met klant is altijd een beleggingsdienst Inleiding In navolging van de Engelse banken 1 is inmiddels wel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid

Nadere informatie

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Wet financieel toezicht deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen DUFAS, december 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Inhoud Titel p. 4. Gedragstoezicht financiële ondernemingen 3 4.1

Nadere informatie

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1

Wet. financieel toezicht. deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen. DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Wet financieel toezicht deel 4 Gedragstoezicht financiële ondernemingen DUFAS, januari 2015 Gedragstoezicht financiële ondernemingen 1 Copyright DUFAS 2015 In geval van distributie of reproductie van informatie

Nadere informatie

Datum 9 mei 2014 Betreft Beantwoording Kamervragen Van Hijum (CDA) over bijzonder beheer van banken

Datum 9 mei 2014 Betreft Beantwoording Kamervragen Van Hijum (CDA) over bijzonder beheer van banken > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010

ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR. Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN EN HANDHAVING VAN CONSUMENTENBESCHERMING IN DE FINANCIËLE SECTOR Preadvies voor de Vereniging voor Effectenrecht 2010 DEEL 1 Oneerlijke handelspraktijken en handhaving van

Nadere informatie

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. De behandeling van klachten en geschillen

Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. De behandeling van klachten en geschillen Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft De behandeling van klachten en geschillen Wet op het financieel toezicht (Wft) In werking getreden 1 januari 2007 Opbouw: Wet + diverse amvb s Doelstelling:

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-311 d.d. 22 augustus 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf en mr. M.L. Hendrikse, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Onjuiste pensioenopgaven

Onjuiste pensioenopgaven Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid voor pensioenfondsen en de rol van disclaimers Artikel Senior adviseur collectieve pensioenen mr. A.M.Z. Rondas (AZL) Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

: verzekering, doorlopende zorgplicht

: verzekering, doorlopende zorgplicht Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-248 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Klacht ontvangen

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

AANSPRAKELIJKHEID BIJ EXECUTION ONLY, ADVIES EN VERMOGENSBEHEER

AANSPRAKELIJKHEID BIJ EXECUTION ONLY, ADVIES EN VERMOGENSBEHEER HOOFDSTUK 11 AANSPRAKELIJKHEID BIJ EXECUTION ONLY, ADVIES EN VERMOGENSBEHEER V.M. Neering 1 11.1 Inleiding Wie wil beleggen in financiële instrumenten, heeft daarvoor de tussenkomst van een beleggingsonderneming

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van 15 juli 2008, houdende bepalingen met betrekking tot de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, het vaststellen van indicatoren en het overdragen van

Nadere informatie

Artikel. Zorgplichten bij financiële contracten: is er nog een wezenlijke rol voor het contractenrecht weggelegd? 1. Inleiding

Artikel. Zorgplichten bij financiële contracten: is er nog een wezenlijke rol voor het contractenrecht weggelegd? 1. Inleiding Artikel Zorgplichten bij financiële contracten: is er nog een wezenlijke rol voor het contractenrecht weggelegd? O.O. Cherednychenko* 1. Inleiding Contracteren gaat zich tegenwoordig steeds meer afspelen

Nadere informatie

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Inleiding Het is de verwachting dat per 1 januari 2007 de nieuwe Wet op het financieel toezicht (Wft) van kracht wordt. 1 De Wft vervangt

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen.

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-007 d.d. 31 januari 2014 (mr. W.J.J. Los, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG, prof. mr. F.R. Salomons, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten Minimumeisen Gedragscode FORUMVAST 2013 Doel Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten (hierna:forumvast) zijn aanbieders van vastgoedbeleggingsproducten die zich

Nadere informatie

Bijgaand treft u de antwoorden aan op de vragen van het lid Nijboer (PvdA) over de handel in contracts for difference.

Bijgaand treft u de antwoorden aan op de vragen van het lid Nijboer (PvdA) over de handel in contracts for difference. > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage.

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage. Grondontwikkeling Nederland B.V. t.a.v de heer S.R Kooij Robijnstraat 48 1812 RB Alkmaar Datum 23 oktober 2013 Onze ref 20130001 Inzake Grondontwikkeling Nederland B.V. - Wft M. Kupperman, advocaat T +31

Nadere informatie

Opzegging van kredietovereenkomsten na. ING/De Keizer. Michiel Peeters en Robin Thevissen

Opzegging van kredietovereenkomsten na. ING/De Keizer. Michiel Peeters en Robin Thevissen Opzegging van kredietovereenkomsten na ING/De Keizer Michiel Peeters en Robin Thevissen Juridische kwalificatie Zakelijke kredietovereenkomst is een onbenoemde duurovereenkomst (let op! consumentenkredietovereenkomsten:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 259 4 januari 2012 Regeling vaststelling bedragen 2012 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht 23

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Feedback statement consultatie Beleidsregel Informatieverstrekking

Feedback statement consultatie Beleidsregel Informatieverstrekking Feedback statement consultatie Beleidsregel Informatieverstrekking Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten. financiële markten. transparante. eerlijke en. bevordert. De AFM

Autoriteit Financiële Markten. financiële markten. transparante. eerlijke en. bevordert. De AFM Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten Voor woord In deze brochure maakt u kennis met de Autoriteit Financiële Markten (AFM): wat doen we, waarom doen

Nadere informatie

Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende:

Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende: Onder vernummering van artikel 86b tot 86e worden na artikel 86a drie artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 86b Artikelen 86c is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan op of na

Nadere informatie

Datum 13 april 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over de kwaliteit hersteladvies bij beleggingsverzekeringen

Datum 13 april 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over de kwaliteit hersteladvies bij beleggingsverzekeringen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procesverloop

Samenvatting. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-308 d.d. 31 oktober 2012 (mr. J. Wortel, voorzitter, en de heren H. Mik RA en J.C. Buiter, leden, en mevrouw mr. J.J. Guijt, secretaris)

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN GEEN VERPLICHTING TOT PERSOONLIJKE ARBEID Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-05 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen / geen verplichting tot persoonlijke

Nadere informatie

(Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht

(Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht (Tekst geldend op: 07-09-2011Voorstel wetswijziging September 2011) Wet op het financieel toezicht Hoofdstuk 4.2. Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten betreffende alle financiële diensten

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-172 d.d. 23 april 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. E.J. Heck, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Workshop gedragstoezicht BES

Workshop gedragstoezicht BES Workshop gedragstoezicht BES Hans Wolters 30 maart 2010 Agenda 1. Taken AFM en inhoud gedragstoezicht 2. Zorgplicht 3. Transparantietoezicht 4. Voorkomen overkreditering 2 1. Taak: wat doet de AFM? De

Nadere informatie

Registratie AFM Ons kantoor is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten onder nummer 12011036.

Registratie AFM Ons kantoor is geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten onder nummer 12011036. DIENSTENWIJZER Informatie over onze dienstverlening op grond van de Wet financieel toezicht zijn wij verplicht u voorafgaand aan de totstandkoming van een financiële overeenkomst onderstaande informatie

Nadere informatie

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken Memorandum POSTADRES Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM KANTOORADRES Forum Fred. Roeskestraat 100 1076 ED AMSTERDAM TELEFOON +31 (0)20 578 5161 FAX +31 (0)20 578 5824 INTERNET www.loyensloeff.com AAN Surventis

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-22 d.d. 24 januari 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Dienstenwijzer van : ETC verzekeringen

Dienstenwijzer van : ETC verzekeringen Dienstenwijzer van : ETC verzekeringen A) Inleiding De wetgever hecht waarde aan goede voorlichting op het gebied van verzekeringen. Daarom is het wettelijk voorgeschreven aan welke punten een assurantiekantoor

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-065 d.d. 10 februari 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en prof.mr. M.L. Hendrikse, leden en mevrouw mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

BEROEPSCODE ERKEND HYPOTHEEKADVISEUR

BEROEPSCODE ERKEND HYPOTHEEKADVISEUR BEROEPSCODE ERKEND HYPOTHEEKADVISEUR Deze Beroepscode is van toepassing op Erkend Hypotheekadviseurs, die als zodanig zijn ingeschreven in het register van Erkend Hypotheekadviseurs, gehouden door de Stichting

Nadere informatie

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting

Onderzoek Indextrackers. Samenvatting Onderzoek Indextrackers Samenvatting 1. Inleiding De stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op correcte, duidelijke en niet misleidende informatieverstrekking aan consumenten. Het

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit over de wijze

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21459 31 juli 2014 Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit, vastgesteld op grond van afdeling

Nadere informatie

Reglement Klachtenmanagement. U heeft een klacht: wij helpen u graag

Reglement Klachtenmanagement. U heeft een klacht: wij helpen u graag Reglement Klachtenmanagement. U heeft een klacht: wij helpen u graag U heeft een klacht: wij helpen u graag U wilt weten wat u kunt doen als u een klacht heeft. Daarom vertellen wij u graag hoe en waar

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten. De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

1. Procedure. 2. Feiten. De Commissie gaat uit van de volgende feiten. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 159 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren R.H.G. Mijné en H. Mik RA) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 724 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het kunnen vaststellen van tijdelijke voorschriften ter bevordering van ordelijke

Nadere informatie

Inzake bovengenoemd onderwerp bericht de Stichting Autoriteit Financiële Markten ( AFM ) u als volgt.

Inzake bovengenoemd onderwerp bericht de Stichting Autoriteit Financiële Markten ( AFM ) u als volgt. Aangetekend verstuurd Strikt vertrouwelijk Hypo Consult Nederland de directie [ ] [ ] OSS Tevens per e-mail: hypo-consult@kpnmail.nl Tevens per fax: [ ] Datum Pagina 1 van 8 Telefoon E-mail Betreft 020

Nadere informatie

Concept Ministeriële regeling

Concept Ministeriële regeling Concept Ministeriële regeling Regeling van de minister van Financiën met betrekking tot het stellen van regels over de eed of belofte die personen werkzaam bij financiële ondernemingen moeten afleggen

Nadere informatie

Misstanden bij serviceabonnementen van financiële dienstverleners

Misstanden bij serviceabonnementen van financiële dienstverleners Misstanden bij serviceabonnementen van financiële dienstverleners Kan de AFM optreden tegen misstanden bij serviceabonnementen van financiële dienstverleners op grond van de generieke zorgplicht van artikel

Nadere informatie

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft *

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft * De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft * 1 Inleiding De Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) 1 heeft in haar wetgevingsbrief van 10 oktober 2011 aan de minister van Financiën 2 gepleit

Nadere informatie

Wet financieel toezicht

Wet financieel toezicht Wet financieel toezicht Bijlage 3 Lijst van verkorte citeertitels Verwerkte publicaties Staatsblad Kamerstuk Naam nrs. 2006, nr. 475 29.708 Wet op het finaniceel toezicht 2006, nr. 605 30.658 Invoerings-

Nadere informatie

Autoriteit Financiële Markten

Autoriteit Financiële Markten AFM consulteert Concept Beleidsregel aangaande de methodiek voor het berekenen van het aantal aandelen waarop financiële instrumenten betrekking hebben en de meldingsplicht bij indices en mandjes Ter consultatie

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014

Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Datum van inontvangstneming : 31/07/2014 Vertaling C-312/14-1 Zaak C-312/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 1 juli 2014 Verwijzende rechter: Ráckevei Járásbíróság (Hongarije)

Nadere informatie

1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 Vrijstellingsregeling Wfd

1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 Vrijstellingsregeling Wfd Bijlage I Transponeringstabel Wet financieel toezicht - Wet financiële dienstverlening Wft Wfd 1:1 definities aanbieden, onderdeel a 1, onderdeel a, 2, lid 1 + 2, onderdelen e + f, 6 en 7 Wfd en 8 aanbieden,

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar. 12-72 RvT Eindhoven/Maastricht Datum: 22 november 2012 DE RAAD VAN TOEZICHT EINDHOVEN/MAASTRICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOED DESKUNDIGEN N.V.M. --------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT Inleiding Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening 2006/2004

Nadere informatie

Leidraad dienstverleningsdocument. AFM, juni 2009

Leidraad dienstverleningsdocument. AFM, juni 2009 Leidraad dienstverleningsdocument AFM, juni 2009 Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn de onafhankelijke gedragstoezichthouder op de markten

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht

Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht VIDE Jaarcongres 15 juni 2012 A.J. (Lian) van Poortvliet aj.vanpoortvliet@pelsrijcken.nl June 17, 2012 Programma Juridisch kader

Nadere informatie