Een ruimere uitleg van de btw-fiscale eenheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een ruimere uitleg van de btw-fiscale eenheid"

Transcriptie

1 De btw-fiscale eenheid was in 2013 een actueel onderwerp in de jurisprudentie. In dit artikel gaan wij in op de ruimere toepassing die naar onze opvatting het gevolg is van de recentelijk gewezen jurisprudentie. Drs. K. Dijkstra; mr. Iris Duinker 1 Een ruimere uitleg van de btw-fiscale eenheid De btw-fiscale eenheid was in 2013 een actueel onderwerp in de jurisprudentie. Zowel de vraag of en wanneer niet-btw-belastingplichtigen deel kunnen uitmaken van de btw-fiscale eenheid als de vraag wanneer wordt voldaan aan de verwevenheidscriteria werd aan de orde gesteld. Beide vragen werden naar onze opvatting beantwoord op een manier die meer ruimte biedt voor het onderkennen van een fiscale eenheid dan vóór de in 2013 gewezen jurisprudentie het geval was. In dit artikel gaan wij in op deze recent gewezen jurisprudentie en haar betekenis voor de uitleg van de btw-fiscale eenheid. 1. Vooraf: de voorwaarden voor de btw-fiscale eenheid Voor de aanwezigheid van de btw-fiscale eenheid moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Deze voorwaarden zijn verwoord in artikel 7, lid 4, Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) en kunnen als volgt worden omschreven. 1. Het moet gaan om ondernemers (zie hierover meer in paragraaf 2 van dit artikel); 2. Deze ondernemers moeten in Nederland wonen, gevestigd zijn of een vaste inrichting hebben; en 3. Deze ondernemers moeten in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven, dat zij een eenheid vormen (zie hierover meer in paragraaf 4 van dit artikel). De Btw-Richtlijn bevat een bijna identieke bepaling. In artikel 11 Btw-Richtlijn is opgenomen, dat elke lidstaat (na raadpleging van het BTW-comité van de Europese Unie) meerdere (rechts)personen binnen de eigen lidstaat als één belastingplichtige kan aanmerken, wanneer zij juridisch gezien zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn. Opvallend is, dat de Nederlandse term verweven verder lijkt te gaan dan de Europese term verbonden. In de jurisprudentie is echter aan dit mogelijke verschil tussen de Europeesrechtelijke bepaling en de Nederlandse invulling daarvan voorbij gegaan. Advocaat-Generaal (hierna: P-G) Van Hilten gaf de Hoge Raad in 2008 in overweging om een aantal prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie (hierna: HvJ) (zie: Conclusie P-G 29 juli 2008, nr ), onder meer of de verbondenheidscriteria op Europees niveau moeten worden uitgelegd en of de drie criteria afzonderlijk of tezamen moeten worden beoordeeld. De Hoge Raad besloot echter geen prejudiciële vragen te stellen en de zaak zelf af te doen, met als gevolg dat deze vragen impliciet terugkeren in het recentelijk door de Hoge Raad gewezen arrest (HR 11 oktober 2013, 11/05105) 2. Alleen ondernemers of ook niet-ondernemers binnen de fiscale eenheid? Het als eerste in artikel 7, lid 4, Wet OB genoemde criterium voor de btw-fiscale eenheid levert direct al verwarring op. Volgens dit criterium kunnen natuurlijke personen en lichamen als ondernemer onderdeel uitmaken van de fiscale eenheid. Uit de (Nederlandse) btw-resolutie van 18 1 Drs. Klaas Dijkstra en mr. Iris Duinker zijn verbonden aan DHK Tax & Legal te Rotterdam.

2 februari 1991, nr. VB91/347 blijkt echter, dat houdstermaatschappijen/ holdings onder voorwaarden ook in de fiscale eenheid kunnen worden opgenomen. Dit terwijl holdings zich in het algemeen bezig met het verwerven en houden van aandelen (in de werkmaatschappijen) en deze activiteiten volgens vaste jurisprudentie niet kwalificeren als economische activiteit, waardoor er geen sprake is van btwondernemerschap (zie: HR 10 december 1990, nr en HvJ 20 juni 1991, nr. C-60/90, Polystar Investments Netherlands). De bewoording van artikel 7, lid 4, Wet OB zou met zich meebrengen dat holdings nooit onderdeel kunnen uitmaken van de btw-fiscale eenheid. De voornoemde resolutie maakt onderscheid tussen drie typen holdings: a. Zuivere holdings die zich uitsluitend bezig houden met het houden van aandelen en daarmee samenhangende, d.w.z. in de hoedanigheid van aandeelhouder plaatshebbende activiteiten ; b. Moeiende holdings/ topholdings die een wezenlijke economische functie vervullen binnen concernverband. Het houden van aandelen kan in dit geval in feite worden aangemerkt als een middel om in concernverband te komen tot uitoefening van de zeggenschap over en het dragen van verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke ondernemersactiviteiten van de gelieerde werkmaatschappijen en dus niet meer enkel als beleggingsdoel. c. Holding plus waarbij de holding niet alleen aandelen houdt, maar ook andere werkzaamheden verricht, zoals management-, financierings- en advieswerkzaamheden. Volgens de resolutie kan slechts de zuivere holding per definitie geen onderdeel van de fiscale eenheid zijn. Aangezien deze holding in het geheel niet optreedt in het economisch verkeer, kan er ook geen sprake zijn van economische verwevenheid. Dit is volgens de resolutie anders ingeval van de topholding en de holding plus. Dergelijke holdings vervullen een wezenlijke economische functie voor de werkmaatschappijen, waardoor het wel mogelijk is dat tussen de verschillende lichamen economische verwevenheid bestaat. De Europese Commissie kon zich niet vinden in het standpunt dat holdings in bepaalde gevallen wel onderdeel van de fiscale eenheid kunnen uitmaken aangezien holdings zelfstandig niet als btwondernemer kwalificeren en startte een inbreukprocedure tegen Nederland. Het HvJ heeft op 25 januari 2013 (nr. C-65/11) haar arrest in deze procedure (en overigens ook in vergelijkbare inbreukprocedures tegen andere lidstaten) gewezen. Daarvoor sluit het HvJ aan bij de tekst van de richtlijnbepaling, waarin de term persoon in plaats van belastingplichtige persoon wordt gebruikt. Samenvattend gesteld koppelt het HvJ hieraan de vaststelling dat inderdaad beoordeeld dient te worden of aan de verwevenheidscriteria is voldaan en dat dit ook mogelijk is voor lichamen die niet zelfstandig als btw-ondernemer kwalificeren. Het standpunt van Nederland c.q. de voornoemde resolutie wordt, met andere woorden, door het HvJ akkoord bevonden. Deze ontwikkeling heeft derhalve een ruimere uitleg van de btw-fiscale eenheid tot gevolg, zij het met name op Europees vlak. 3. De verwevenheidsvereisten De invulling van de verwevenheidvereisten is in jurisprudentie meermaals onderwerp van geschil geweest. Hoewel de figuur van de fiscale eenheid al vanaf de jaren 70 bestaat, is de concrete invulling van deze figuur nog steeds niet geheel duidelijk. In deze paragraaf bespreken we de uitleg die aan de verschillende verwevenheidsvereisten gegeven wordt.

3 3.1 Financiële verwevenheid/ verbondenheid De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 februari 1989 (nr ) nadere uitleg gegeven over de verwevenheidscriteria van artikel 7, lid 4, Wet OB. Vereist is dat ten minste de meerderheid van de aandelen (middellijk of onmiddellijk) in dezelfde handen is. De striktheid van deze uitleg blijkt uit het arrest HR 14 februari 2003, nr , waarbij 49,999851% in handen van een bank onvoldoende blijkt te zijn. Door de heldere en strikte invulling van het financiële verwevenheidscriterium, levert de toetsing aan dit criterium bij vennootschappen met in aandelen verdeeld kapitaal weinig problemen op. Dit is anders, indien de financiële verwevenheid moet worden getoetst voor organisaties die geen in aandelen verdeeld kapitaal hebben, zoals stichtingen en verenigingen. De Hoge Raad oordeelde in zijn arrest van 30 mei 1990 (nr ) over de vraag wanneer er sprake is van financiële verwevenheid tussen twee stichtingen. Volgens de Hoge Raad is er sprake van financiële verwevenheid, indien de financiële positie en/of de financiële gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks afhankelijk zijn van, dan wel rechtstreeks van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam. Deze constatering wordt herbevestigd en toegelicht in het arrest HR 26 juni 2009, nr , waarin de Hoge Raad stelt: Indien het ene lichaam een mate van zeggenschap heeft in het andere lichaam die niet onderdoet voor de mate van zeggenschap van een meerderheidsaandeelhouder in een aandelenvennootschap, en de financiële relatie tussen betrokken lichamen van dien aard is dat door gebruikmaking van die zeggenschap de financiële posities van deze lichamen in een gewenste onderlinge verhouding kunnen worden gebracht is aan evenbedoelde voorwaarde voldaan. Samenvattend kan worden geconcludeerd, dat voor de vraag of er sprake is van een fiscale eenheid niet van belang mag zijn om welke rechtsvormen het gaat (de fiscale eenheid is rechtsvormneutraal ). Het bepalende criterium voor de aanwezigheid van financiële verwevenheid is dat er een belangrijke mate van gemeenschappelijke zeggenschap bestaat over het financiële beleid van de aangesloten lichamen. Wanneer dit precies het geval is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Wij verwachten daarom dat deze vraag in de toekomst vaker aan de orde zal worden gesteld. Tot slot moet in het kader van de financiële verwevenheid worden vermeld, dat de financiële verwevenheid indien deze middellijk moet worden vastgesteld- ook kan lopen via het buitenland. De beperkende voorwaarde dat alleen in dezelfde lidstaat gevestigde lichamen deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid staat hieraan niet in de weg. 3.2 Organisatorische verwevenheid/ verbondenheid De Hoge Raad heeft in het voornoemde arrest van 22 februari 1989 ook het organisatorische verwevenheidsvereiste nader omschreven. Volgens deze omschrijving is er in de navolgende situaties sprake van organisatorische verwevenheid. 1. de vennootschappen staan onder een gezamenlijke of als eenheid functionerende leiding; of 2. de leiding van de ene vennootschap is ondergeschikt ten opzichte van die van de andere vennootschap. In feite komt dit vereiste erop neer, dat moet worden nagegaan of één partij de organisatorische/ bestuurlijke invloed heeft over alle lichamen. Het moet hierbij overigens gaan om het feitelijke bestuur en niet slechts het dagelijkse bestuur van één of meer van de lichamen (HR 26 augustus 1998, nr ). De organisatorische verwevenheid zal met name eenvoudig zijn vast te stellen, wanneer het bestuur voor alle lichamen dezelfde is. In veel gevallen zal het bestuur niet exact gelijk zijn voor alle lichamen. Alsdan moet worden vastgesteld of er een partij is die van doorslaggevende/ bepalende (bestuurlijke) invloed is en, zo ja, voor welke lichamen deze doorslaggevende invloed

4 geldt. Ontbreekt de doorslaggevende invloed bij één van de lichamen, dan zal voor dit lichaam worden geconcludeerd dat er geen sprake is van organisatorische verwevenheid, waardoor dit lichaam geen deel uitmaakt van de fiscale eenheid. 3.3 Economische verwevenheid/ verbondenheid Tenslotte geldt het economische verwevenheidscriterium. In het voornoemde arrest HR 22 februari 1989, nr is hierover opgemerkt, dat de activiteiten van de vennootschappen in hoofdzaak moeten strekken tot verwezenlijking van een zelfde economisch doel, zoals de bediening van een gemeenschappelijke klantenkring, danwel dat de activiteiten van de ene vennootschap in hoofdzaak ten behoeve van de andere vennootschap worden uitgeoefend. In de praktijk is op grond hiervan een drietal categorieën onderscheiden waarin er economische verwevenheid kan bestaan: a. De prestaties richten zich in hoofdzaak tot dezelfde klantenkring; b. De onderdelen van de fiscale eenheid verrichten prestaties die elkaar aanvullen; of c. Een onderdeel (of diverse onderdelen) van de fiscale eenheid verricht (of verrichten) in hoofdzaak prestaties aan andere delen van de fiscale eenheid (complementaire handelingen). De Europese Commissie heeft in zijn opinie/ Mededeling van 2 juli 2009, nr. COM(2009) 325 een andere formulering gehanteerd, namelijk: (a) De hoofdactiviteit van de groepsleden is van dezelfde aard; (b) De activiteiten van de groepsleden vullen elkaar aan of hangen van elkaar af; of (c) Een groepslid verricht activiteiten die volledig of in aanmerkelijke mate tot voordeel strekken van de andere groepsleden. Duidelijk is, dat in ieder geval het opereren in concernverband en het verrichten van prestaties binnen dezelfde branche op zichzelf genomen onvoldoende is om te concluderen dat er sprake is van economische verwevenheid (HR 22 februari 1989, BNB 1989/112). a. Gemeenschappelijke klantenkring Wanneer er sprake is van een in hoofdzaak dezelfde klantenkring, is een niet duidelijk afgebakend. In jurisprudentie is dit vereiste vaak strikt ingevuld, namelijk in de zin van in hoofdzaak dezelfde afnemers. Naar de P-G in haar Conclusie van 29 november 2012 (nr. 11/05105) echter onzes inziens terecht opmerkt, kan tegen het gezamenlijke economisch doel (zoals de gezamenlijke klantenkring) verschillend worden aangekeken: vanuit het perspectief van de prestatie en vanuit het perspectief van de klant. Vanuit eerstgenoemd perspectief kunnen verschillende verkopers van auto's economisch verweven zijn: zij streven allen hetzelfde economische doel na, te weten de verkoop van auto's; hun afnemers zijn echter divers. Vanuit het perspectief van de klant bezien kunnen echter ook het reisbureau en de reisverzekeraar economisch verweven zijn: in dit geval zijn de verrichte prestaties verschillend, maar de afnemers dezelfde: de prestaties van de verzekeraar en de reisverkoper vullen elkaar als het ware aan ten behoeve van dezelfde klant. (overweging ). In onze optiek valt het perspectief van de klant (dezelfde afnemers) onder categorie a van een gemeenschappelijke klantenkring, terwijl het perspectief van de verkoper onder categorie b van aanvullende prestaties valt (zie hierna). Op deze wijze heeft een strikte toetsing van het criterium gemeenschappelijke klantenkring niet tot gevolg dat bijvoorbeeld verschillende vestigingen niet tot dezelfde fiscale eenheid zouden kunnen horen. Beide perspectieven kunnen in onze optiek leiden tot een fiscale eenheid.

5 Vraag is voorts nog in welke mate een de klantenkring dezelfde moet zijn om in hoofdzaak dezelfde te zijn. Naar de P-G heeft opgemerkt legde het Hof Den Haag de grens op meer dan 50% (Hof s- Gravenhage 7 februari 1990, nr. 3979/89). Wij zijn het met de P-G eens dat de invulling van een duurzame gelijke klantenkring van meer dan 50% niet onredelijk is. b. Aanvullende prestaties Naar onze opvatting is in de jurisprudentie vaak onvoldoende ruimte gegeven aan deze categorie b. Zo oordeelde de Tariefscommissie in 1961 dat een NV die zich toelegt op het uitdeuken en spuiten van autocarrosserieën, en een tweetal andere NV's die het garagebedrijf uitoefenen niet als btw-fiscale eenheid konden worden aangemerkt, aangezien niet zou zijn voldaan aan het economische verwevenheidscriterium doordat er veeleer sprake was van nevengeschikte ondernemingen, wier rechtstreekse onderlinge prestaties gering zijn (TC 28 november 1961, nr O, BNB 1962/113). Het Hof s-gravenhage gaf in zijn uitspraak van 15 maart 1995 (nr. 92/1211) een andere, ruimere uitleg aan het begrip fiscale eenheid. De uitspraak van het Hof had betrekking op een aantal zustervennootschappen, die allen een groothandel van aanvullende (niet dezelfde) schoonheidsproducten exploiteerden. Naar het oordeel van het Hof was het voldoende aannemelijk dat de activiteit van dezelfde aard waren en gericht waren op gelijksoortige afnemers. Hierdoor strekten de activiteiten in hoofdzaak tot hetzelfde economisch doel, te weten het ten behoeve van de afnemers voor zien in producten op het gebied van de lichaamsverzorging en meer specifiek huiden haarverzorging. Wij zijn van opvatting dat het Hof een juiste uitleg heeft gegeven van het begrip aanvullende prestaties. Een andere uitleg zou ertoe kunnen leiden, dat zustervennootschappen die organisatorisch en financieel verweven zijn slechts vanwege de omstandigheid dat de activiteiten over verschillende organisaties zijn verdeeld geen deel kunnen uitmaken van de btw-fiscale eenheid en er een extra btw-last op de onderling tussen deze organisaties verrichte prestaties rust. Een dergelijke situatie is in onze optiek in strijd met de fiscale neutraliteit. c. Complementaire prestaties Tot slot geldt als voorbeeld van economische verwevenheid, dat een lichaam in hoofdzaak activiteiten verricht ten aanzien van andere lichamen binnen de fiscale eenheid: de activiteiten van de ene vennootschap worden in hoofdzaak ten behoeve van de andere vennootschap uitgeoefend. Hof s-gravenhage 7 februari 1990, nr. 3979/89-M-4, JOB 1990/53 legde de grens op meer dan 50%. De P-G oordeelde in haar Conclusie van 29 november 2012 (nr. 11/05105), dat in de aan de Hoge Raad voorgelegde casus niet aan dit criterium/ deze categorie werd voldaan, aangezien de onderlinge prestaties opgeteld niet meer dan 50% van de omzetten bedroegen. Overigens zou volgens de P-G een invulling naar werkelijk gebruik ook mogelijk zijn geweest. De Hoge Raad volgde deze uitleg van de P-G echter niet. In paragraaf 4 hierna gaan wij in op deze recentelijk door de Hoge Raad gewezen jurisprudentie. 4. Hoge Raad 11 oktober 2013, 11/05105 De Hoge Raad oordeelde in dit arrest over de navolgende situatie.

6 Holding BV (X) heeft drie werkmaatschappijen onder zich, waarover zij tegen vergoeding het management voert. De belanghebbende (A) is één van deze werkmaatschappijen. A exploiteert in een woon-/winkelcentrum een energie-installatie, die zich bevindt in een kelderruimte onder het centrum. Werkmaatschappij B exploiteert in het woon-/ winkelcentrum een supermarkt. Werkmaatschappij C draagt zorg voor de exploitatie van onroerende zaken, onder meer het pand dat als supermarkt wordt gebruikt en waarin ook de energie-installatie zich bevindt. A behaalt 22% van zijn omzet met het leveren van energie aan B en C en 78% van derden. Daarnaast heeft A 3,3 % met B en C gemeenschappelijke klanten. De inspecteur stelde vast dat X, B en C een btw-fiscale eenheid vormen, maar wijst het verzoek om A aan deze fiscale eenheid toe te voegen af. Dat er sprake was van (100%) financiële en van organisatorische verwevenheid was niet in geschil. In geschil was de vraag of er sprake was van economische verwevenheid. De rechtbank beantwoordde deze vraag ontkennend, op grond van de overweging dat een economische verwevenheid van maximaal 25,3% (22% plus 3,3%) onvoldoende was om te oordelen dat er in hoofdzaak sprake was van een zelfde economisch doel. Een eerste vraag die ten aanzien van het vonnis van de rechtbank kan worden gesteld, is of de twee percentages van 22% en van 3,3% inderdaad bij elkaar kunnen worden opgeteld. Het als eerste genoemde percentage doelt op de complementaire prestaties die tussen de verschillende ondernemers worden verricht; het als tweede genoemde percentage doelt op de gemeenschappelijke klantenkring. De P-G schrijft, dat zij een dergelijke additieve methode niet op voorhand van de hand wijst ondanks dat deze methode niet blijkt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad. Een percentage van 25,3% is naar oordeel van de P-G echter in ieder geval onvoldoende om aan het criterium van in hoofdzaak hetzelfde economische doel te voldoen. Daarnaast stelt de P-G dat voor deelname aan een btw-fiscale eenheid moet worden voldaan aan alle verwevenheidscriteria. Verwevenheid in twee-opzichten-en-een-beetje is volgens de P-G onvoldoende. Deze stringente uitleg kan mede worden verklaard vanuit het oogpunt dat de fiscale eenheid een uitzondering op de hoofdregel (dat iedere ondernemer fiscaal zelfstandig als ondernemer moet worden behandeld) vormt. De uitleg van de P-G past naar onze opvatting goed binnen de eerder in de jurisprudentie uitgezette kaders ten aanzien van de btw-fiscale eenheid. Met het oog hierop is het des te opvallender dat de Hoge Raad in zijn arrest tot een andere beoordeling komt. De Hoge Raad overweegt dat er sprake is van nauwe verbondenheid in economische opzicht ingeval tussen de werkmaatschappijen niet verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan. Dit was naar oordeel van de Hoge Raad het geval nu A en B hun bedrijfsruimte van C huurden en nu B en C hun elektriciteit afnamen van A. Een conclusie die hieruit volgt, is dat er bij onderlinge/ complementaire prestaties ook sprake kan zijn van een fiscale eenheid indien de onderlinge prestaties tezamen minder dan 50% vertegenwoordigen. De omstandigheid dat de verschillende lichamen in meer of minder belangrijke

7 mate goederen/ diensten verrichten jegens derden doet hieraan volgens de Hoge Raad niet af. Met andere woorden: doordat de economische betrekkingen volgens de Hoge Raad niet verwaarloosbaar zijn, maakt ook A deel uit van de fiscale eenheid, ook al voldoet A in bewoordingen van de P-G in-twee-opzichten-en-een-beetje aan de verwevenheidscriteria. 5. Conclusies De twee in dit artikel besproken arresten leiden naar onze beoordeling tot een ruimere uitleg van het begrip fiscale eenheid. Het arrest HR 11 oktober 2013, nr. 11/05105 vormt daarbij een toelichting op de eerder (in 1989) door de Hoge Raad gegeven uitleg van het economische verwevenheidscriterium. De reikwijdte van de eis dat er in hoofdzaak tot verwezenlijking van een zelfde economisch doel moet zijn, was tot op heden niet volledig duidelijk. Hieraan ligt mede ten grondslag, dat de Hoge Raad in 1989 alleen voorbeelden noemden ter verduidelijking, namelijk de bediening van een gemeenschappelijke klantenkring of het uitoefenen van activiteiten door een vennootschap ten behoeve van een andere vennootschap binnen de fiscale eenheid. Met het op 11 oktober 2013 gewezen arrest lijkt de Hoge Raad een nieuw voorbeeld aan dit rijtje te hebben toegevoegd, namelijk de situatie waarin er tussen de werkmaatschappijen niet verwaarloosbare economische betrekkingen bestaan. De precieze invulling van dit soort terminologie blijft niet eenvoudig en niet eenduidig te geven. Wel blijkt de situatie waarin vennootschappen in eerste instantie ten opzichte van elkaar prestaties verrichten, relatief snel te kunnen leiden tot economische verwevenheid, ook in gevallen waarin een relatief laag percentage van de omzet van een samenwerkende onderneming wordt behaalt tussen de werkmaatschappijen onderling of bij gemeenschappelijke klanten. In onze optiek is dit een welkome ontwikkeling, die voor werkmaatschappijen met een onderlinge samenhang beter recht doet aan de economische realiteit. De toch wat vage term niet verwaarloosbare economische betrekkingen geeft in de context van dit arrest ruimte om in situaties waar een samenhangende bedrijfsstructuur wordt opgezet al snel tot een fiscale eenheid voor de btw te komen. Dit is naar onze mening ook de bedoeling geweest van de (Europese) wetgever. De strikte benadering die de Belastingdienst regelmatig heeft gevoerd leidde naar onze mening tot willekeur en was in strijd met het neutraliteitsbeginsel. Naar onze mening geeft het neutraliteitsbeginsel een basis om de btw-fiscale eenheid juist ruim toe te passen, aangezien er anders een extra btw-belastingdruk zou ontstaan voor feitelijk verweven organisaties. Dit arrest van de Hoge Raad lijkt deze lijn te volgen. Vindplaats: K. Dijkstra; I.M. Duinker, Een ruimere uitleg van de btw-fiscale eenheid, BTW-Bulletin 2, 2014.

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening

Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening drs. Klaas Dijkstra; mr. Iris Duinker 1 Btw-heffing over sportbeoefening en het geven van gelegenheid tot sportbeoefening Het rommelt in de btw-regelgeving ten aanzien van sportbeoefening, zowel voor wat

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38029 30 december 2014 Vennootschapsbelasting. Fiscale eenheid. Wijziging van het besluit van 14 december 2010, nr. DGB2010/4620M,

Nadere informatie

De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap

De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap De Nederlandse BV als een vaste inrichting van een buitenlandse vennootschap Rashmi Gangaram Panday 5606306 Semester 2, studiejaar 2008/2009 Juli 2009 Bachelorscriptie Begeleider : dhr. mr. drs. W.A.P.

Nadere informatie

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje

ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje ABC-transacties binnen de interne markt: geen koud kunstje mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Met ingang van 1 januari 2012 zijn in de Wet op de omzetbelasting 1968 wijzigingen aangebracht in het kader

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 18 oktober 2011 heb ik de eer het volgende op te merken. Den Haag, 2 9 NOV 2011 Kenmerk: DGB 2011-6473 Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 11/04540) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-hertogenbosch van 2 september 2011, nr. r, 2

Nadere informatie

Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014)

Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014) Concept Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2014) De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, handelend in overeenstemming

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie Leerlingenvervoer en btw Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie In deze nieuwsbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen inzake de procedures over btw en leerlingenvervoer.

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

Casus 13 Kom op voor je recht

Casus 13 Kom op voor je recht Casus 13 Kom op voor je recht Een werkgever kan tegenwoordig niet meer alle beslissingen nemen die hij noodzakelijk acht in het kader van zijn bedrijfsvoering. Naar de factor arbeid moet in een aantal

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen

1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Handelsregister 1. Inschrijvingsplicht voor rechtspersonen en ondernemingen Op grond van art. 5 aanhef en sub a Handelsregisterwet 2007 wordt een onderneming die in Nederland is gevestigd en die toebehoort

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer

Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Verkoop van deelnemingen in de economische en niet-economische sfeer Door: N. Tanouti M. Sc. 2010/ 2011 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2 Belastingplicht van houdstermaatschappijen bij

Nadere informatie

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT PAS OP VOOR AANSPRAKELIJKHEID! Bij faillissement van een kapitaalvennootschap naar Nederlands recht, onderzoekt de

Nadere informatie

Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk

Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk Mr. I.M. Duinker; mr. P. de Kock 1 Intracommunautaire ketentransacties in theorie en praktijk Ketentransacties worden in de praktijk vaak ABC-transacties genoemd. In ons artikel in BTW bulletin 2012/68

Nadere informatie

Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat

Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat Managementvergoedingen in strijd met artikel 2:207c BW: beroepsfout advocaat Enige tijd geleden heeft de rechtbank Utrecht in de nasleep van een aandelentransactie een uitspraak gewezen inzake het financiële

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de algemeen directeur Belastingen van de Belastingdienst. Publicatiedatum: 11 februari 2015

Rapport. Rapport over een klacht over de algemeen directeur Belastingen van de Belastingdienst. Publicatiedatum: 11 februari 2015 Rapport Rapport over een klacht over de algemeen directeur Belastingen van de Belastingdienst. Publicatiedatum: 11 februari 2015 Rapportnummer: 2015/019 Wat is de klacht? De klacht is gericht tegen de

Nadere informatie

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015

VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 VOORBEELD MODELOVEREENKOMST ALGEMEEN TUSSENKOMST Opgesteld door de Belastingdienst nr. 9015550000-09 19 10 2015 Beoordeling overeenkomst Algemeen tussenkomst De Belastingdienst heeft, in samenwerking met

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 'S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000.

A. Het in het belastbaar inkomen 1998 begrijpen van het voordeel uit het tegen inkoopsprijs aankopen vaneen auto, groot fl 15.000. C/& Z^o^jr Edelhoogachtbaar College, y> "2_ Op 17 februari j.l. is door mij namens C igllllllpljp te IHllIll^, hierna belanghebbende, beroep in cassatie aangetekend tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

Tax Alert Maart 2013. In deze editie:

Tax Alert Maart 2013. In deze editie: Tax Alert Maart 2013 RSM Nederland Lucas Janssen Kantoor Maastricht +31 (0)43 363 90 50 ljanssen@rsm-wmv.nl Koen Dekker Kantoor Eindhoven +31 (0)40 295 00 15 kdekker@rsm-wmv.nl RSM België Gert van den

Nadere informatie

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl

Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775. Belastingrecht. Cassatie. Rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2015:1084 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Hoge Raad 24-04-2015 24-04-2015 13/03775 In cassatie op

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

Fiscaal Portaal Gemeenten

Fiscaal Portaal Gemeenten Procedurenummer(s) : 23732 Uitspraakdatum : 01-04-1987 Publicatiedatum : --- HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de gemeente Amsterdam tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936

CxS/oiaéi cas. Den Haag, 22 OKT 2008 AAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN. Kenmerk: DGB 2008-4936 CxS/oiaéi cas Den Haag, 22 OKT 2008 Kenmerk: DGB 2008-4936 X ^_ Motivering van het beroepschrift in cassatie (rolnummer 08/03864) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 juli 2008, nr.

Nadere informatie

(Gedeeltelijke) niet-ondernemers en de fiscale eenheid btw

(Gedeeltelijke) niet-ondernemers en de fiscale eenheid btw (Gedeeltelijke) niet-ondernemers en de fiscale eenheid btw Door: JLM Gerrits MSc Post-Master Indirecte Belastingen 2013/2014 Inhoudsopgave Lijst met gebruikte afkortingen... 2 1. Inleiding en probleemstelling...

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 2 Datum: 1 september2011

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 2 Datum: 1 september2011 Identiek aan het digitaal ingediende verslag FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 2 Datum: 1 september2011 Gegevens onderneming: : de besloten vennootschap Bell Marketing Holding B.V., statutair gevestigd te

Nadere informatie

Met ingang van 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeurgrootaandeelhouder

Met ingang van 1 januari 2016 is de nieuwe Regeling aanwijzing directeurgrootaandeelhouder 2016 WHITEPAPER Verzekeringsplicht DGA Niet verzekerd of dubbel verzekerd? Wijziging verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouder (DGA) en echtgenote Inhoud Pagina 1 Regeling aanwijzing DGA Wijzigingen

Nadere informatie

Aan de voorzitter van Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de voorzitter van Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de voorzitter van Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 25 november 2013

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 25 november 2013 Identiek aan het digitaal ingediende verslag FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 25 november 2013 Gegevens onderneming: : Thurlings Management Beheer Holding B.V., gevestigd te Rotterdam (3059 VH) aan

Nadere informatie

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen:

2. Cassatiemiddelen Met betrekking tot dit beroep worden de volgende middelen van cassatie voorgedragen: '"Sr "- AANTEKENEN Hoge Raad der Nederlanden Postbus 20303 2500 EH 'S-GRAVENHAGE Datum Referentie Betreft beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem (08/00041) op het hoger beroep

Nadere informatie

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op het financieel toezicht. Besluit van [datum] houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 5:81, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft) Op voordracht van Onze Minister van

Nadere informatie

2014 -- Omzetbelasting -- Deel 2

2014 -- Omzetbelasting -- Deel 2 Omzetbelasting week 3 programma Ondernemer en fiscale eenheid Uitbreiding begrippen levering en dienst Afstandsverkopen Gemengde prestaties Afwijkende plaats van dienst 1 Ondernemer 1 van 2 Artikel 7 1.

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 31 augustus 2015

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 31 augustus 2015 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 6 Datum: 31 augustus 2015 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN MAANEN TRANSPORT B.V., tevens handelende onder de namen VAN MAANEN

Nadere informatie

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao

Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Belangrijk advies A-G bij Europees Hof over dividendbelasting op dividend aan moedervennootschap gevestigd op Curaçao Recent heeft de advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg (HvJ)

Nadere informatie

Hierna geef ik een toelichting op mijn beoordeling. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde:

Hierna geef ik een toelichting op mijn beoordeling. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: Belastingdienst Belastingdienst, Postbus 10014, 8000 GA Zwolle Advinsure BV T.a.v. mr. P.H.T.M. de Keijzer Europa-allee lob 8265 VB KAMPEN Betreft: Beoordeling overeenkomst Advinsure B.V. Geachte heer

Nadere informatie

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG?

ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? ZIJN ZORGINSTELLINGEN AANBESTEDINGSPLICHTIG? Door mr. A.A. (Ali) Rassa Over de vraag of zorginstellingen aanbestedingsplichtig zijn heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan. Gelet op de huidige stand van

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

De schijnbaar oneindige discussie over bouwterreinen

De schijnbaar oneindige discussie over bouwterreinen Begraafplaatsen Recent heeft rechtbank Den Haag een beslissing genomen over de behandeling van gemeentelijke begraafplaatsen voor het BTW-compensatiefonds. De rechtbank hanteert daarvoor een bijzondere

Nadere informatie

De onzakelijke lening:

De onzakelijke lening: Na de baanbrekende arresten in 2011 en 2012 over de onzakelijke lening, is er de afgelopen jaren nog veel (verfijnende) jurisprudentie verschenen. De auteur behandelt deze jurisprudentie en verwacht dat

Nadere informatie

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer

Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Vrijwillige premie beroepspensioenregeling werknemer Inleiding Dit memo bevat de argumenten voor de fiscale aftrek van de premie betreffende het vrijwillige gedeelte van een beroepspensioenregeling bij

Nadere informatie

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO

INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO MEMO INZAKE PRIVÉGEBRUIK AUTO AAN : VOLGERS BTW-PLAZA VAN : VAN DRIEL FRUIJTIER BTW-SPECIALISTEN DATUM : 30 JUNI 2011 1 Inleiding Het is al jaren onrustig ten aanzien van de btw-aftrekcorrectie voor het

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 27 april 1994 Vonnisnummer : 1993-040 (op CD rom Jurdoc 1994-040) Datum : 27 april 1994 Rechters : mrs. Warnink, Moltmaker en Ilsink Middel : winst Artikel : 6 Belastingjaar

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 23 februari 2015

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 23 februari 2015 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 23 februari 2015 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN MAANEN HOLDING B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te (3771

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

EIM / Frits Suyver en John Boog 5

EIM / Frits Suyver en John Boog 5 aan Actal datum 5 november 2007 van EIM / Frits Suyver en John Boog pagina's 5 onderwerp Antwoord op aanvullende vragen van Actal m.b.t. studie Kleine ondernemers, hoge lasten Notitie voor ACTAL EIM heeft

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2012 No. 14 Landsverordening van de 28 ste maart 2012 tot wijziging van de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997 IN NAAM VAN DE KONINGIN! DE GOUVERNEUR

Nadere informatie

88 De Pensioenwereld in 2015

88 De Pensioenwereld in 2015 09 88 De Pensioenwereld in 2015 Fiscaliteiten & grensoverschrijding 89 Kansen voor vermindering btw-druk bij pensioenfondsen Auteurs: Karim Hommen en Gert-Jan van Norden Een recente uitspraak van het Europese

Nadere informatie

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.1. De Inspecteur is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. io~oo6zz hop uitspraak GERECHTSHOF 's-gravenhage Sector belasting Nummer BK-08/00456 Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. S januari 2010 op het hoger beroep van de Inspecteur, de voorzitter

Nadere informatie

Uitleg van de werkingssfeer van cao s CAO S IN DE PRAKTIJK. Workshop. Mr. dr. Esther Koot-van der Putte www.cao-recht.

Uitleg van de werkingssfeer van cao s CAO S IN DE PRAKTIJK. Workshop. Mr. dr. Esther Koot-van der Putte www.cao-recht. CAO S IN DE PRAKTIJK Uitleg van de werkingssfeer van cao s Workshop Mr. dr. Esther Koot-van der Putte www.cao-recht.nl 23 juni 2015 Het Adimac-arrest Viel Adimec onder Cao Metalektro? Adimec is een onderneming

Nadere informatie

De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij?

De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij? De Nederlandse integratieheffing in Europees perspectief: Is het einde van de Nederlandse integratieheffing nabij? Door: mr. A.M. Kruijer 2012/2013 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 De integratieheffing

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-22 d.d. 24 januari 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

GECOMBINEERD FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 3 EX. ART.

GECOMBINEERD FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 3 EX. ART. GECOMBINEERD FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 3 EX. ART. 73a Fw d.d. 29 oktober 2010 Gegevens onderneming : de besloten vennootschappen: 1. STORAGE WORKS B.V. (10/157 F) 2. OPSLAGVERHUUR NEDERLAND B.V. (10/158

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.11.2009 COM(2009)641 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012

Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Datum van inontvangstneming : 19/06/2012 Vertaling C-218/12-1 Zaak C-218/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 mei 2012 Verwijzende rechter: Landgericht Saarbrücken (Duitsland)

Nadere informatie

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1.

$ 100,000 (2punten) Pand gebruik genot $ 417,500 50% $ 208,750 Boekwaarde $ 250,000 -/- 1 Hypotheek $ 100,000 +/+ 1. Opgave 1 Activa Fiscale Werkelijke Passiva Fiscale Werkelijke boekwaarde waarde boekwaarde waarde Alternatief per goed Bedrijfspand 250,000 350,000 Kapitaal 337,500 667,500 getal 2 (x3) Voorraad 200,000

Nadere informatie

Inbesteding of aanbesteding?

Inbesteding of aanbesteding? APRIL 2006 Inbesteding of aanbesteding? Opdrachten die door een aanbestedende dienst worden gegund aan een overheidsgedomineerde onderneming (met eigen rechtspersoonlijkheid) vallen in beginsel onder de

Nadere informatie

Groene visie over de holdingresolutie

Groene visie over de holdingresolutie Groene visie over de holdingresolutie Door: J.D. Gomez 2011/2012 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding en probleemstelling 3 Hoofdstuk 2 Belastingplicht holdingmaatschappijen 5 2.1 Belastingplicht in de

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 8 Datum: 13 januari 2014

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 8 Datum: 13 januari 2014 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 8 Datum: 13 januari 2014 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE KLOK LOGISTICS NEDERLAND B.V., gevestigd te (6504 AC) Nijmegen, aan

Nadere informatie

Belastingverdragen. Toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag)

Belastingverdragen. Toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) Belastingverdragen. Toepassing van het zee- en luchtvaartartikel (artikel 8 OESO-modelverdrag) Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken, directie Internationale Fiscale Zaken Besluit van 4 april 2008, nr.

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 7 Datum: 1 juli 2013

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 7 Datum: 1 juli 2013 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 7 Datum: 1 juli 2013 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE KLOK LOGISTICS NEDERLAND B.V., gevestigd te (6504 AC) Nijmegen, aan het

Nadere informatie

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam Bahialaan 100 3065WC Rotterdam T: +31 (0)10-764 0804 F: +31 (0)10 254 0015 M: +31 (0)6 51 99 78 08 E: dehaas@dehaasadvocatuur.nl I: www.dehaasadvocatuur.nl Mevrouw mr. P. (Priscilla) de Haas 11-8-2015

Nadere informatie

Kluwer Online Research

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Afnemer in de btw: wie is het? Auteur: Mevr. mr. dr. M.M.W.D. Merkx[1] Op 2 december 2011 wees de Hoge Raad een belangrijk arrest over de bewijslastverdeling betreffende het

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016

Notitie Detachering aan derden Publicatie 15 april 2016 Toelichting Deze notitie heeft de status van een inlichting/algemene voorlichting, omdat geen specifieke casuïstiek aan de orde komt. De notitie beoogt de overheidslichamen te ondersteunen bij het beoordelen

Nadere informatie

Addendum behorende bij de vaststellingsovereenkomst Belastingplicht Woningcorporaties (d.d. 15 januari 2007) Projectgroep Belco 14 maart 2007

Addendum behorende bij de vaststellingsovereenkomst Belastingplicht Woningcorporaties (d.d. 15 januari 2007) Projectgroep Belco 14 maart 2007 Addendum behorende bij de vaststellingsovereenkomst Belastingplicht Woningcorporaties (d.d. 15 januari 2007) Projectgroep Belco 14 maart 2007 INHOUDSOPGAVE I Partijen II Addendum en Vaststellingsovereenkomst

Nadere informatie

ZIFO Institute for Financial law en Corporate Law Amsterdam Toelichting bij de beantwoording van genoemde vragen uit de questionnaire.

ZIFO Institute for Financial law en Corporate Law Amsterdam Toelichting bij de beantwoording van genoemde vragen uit de questionnaire. Toelichting In dit document is een toelichting opgenomen bij de beantwoording op enkele - hieronder aangeduide - vragen uit de questionnaire. Vraag IV.5 Biedt de recente jurisprudentie van het EHvJ (bijv.

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur?

Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Aftrek en/of compensatie van btw definitief na verwerken factuur? Onlangs heeft de rechtbank Arnhem uitspraak gedaan in een zaak waarbij de Belastingdienst een naheffingsaanslag omzetbelasting heeft opgelegd,

Nadere informatie

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T

Rolnummer Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T Rolnummer 4100 Arrest nr. 84/2007 van 7 juni 2007 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, 1, en 253 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door het Hof

Nadere informatie

Analyse proceskansen. Geachte heer R

Analyse proceskansen. Geachte heer R te Per e-mail Ministerie van Financiën uw ref. - inzake Analyse proceskansen 10 juli 2015 Geachte heer R 1 Inleiding 1.1 Vandaag, op 10 juli 2015, heeft de tweede aandeelhoudersvergadering van de N.V.

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Rolnummer: RP98.041 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR RIJK EN POLITIE, ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING INZAKE EEN GESCHIL

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-319 d.d. 2 september 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.H.G.A. Filott mpf en mr. M.L. Hendrikse, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

BESLUIT. pagina 1 van 5. file://e:\archief1998\besluiten\bcm\44304opb.htm

BESLUIT. pagina 1 van 5. file://e:\archief1998\besluiten\bcm\44304opb.htm pagina 1 van 5 BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mededingingswet. Datum: 12 mei 1998 Nummer: 443/4.B95 Betreft:

Nadere informatie

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Geldend op 24-07-2009 - Besluit van 27 maart 2001; CPP 2001/366M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37707

Nadere informatie

Onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling.

Onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling. Onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling. Klagers hebben een woning gekocht die beklaagde in verkoop had. Voordat de woning aan klagers verkocht werd, was met andere gegadigden ook al een koopovereenkomst

Nadere informatie

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1

Workshop. Casus woningen en beperking btw druk. Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek. pagina 1 Workshop Casus woningen en beperking btw druk Bedrijfsonroerend goed; leegstand en btw aftrek pagina 1 Casus Ontwikkelende bouwer bouwt woningen en verkoopt die aan woningbelegger Grond 100 ovb 6 Bouwkosten

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 02-06-2015

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 02-06-2015 Hoewel de informatie in dit openbaar verslag en het bijbehorend financieel verslag zo zorgvuldig mogelijk is samengesteld, staat de curator niet in voor de volledigheid en juistheid daarvan. Mogelijk is

Nadere informatie

Notitie. Betreft: Resultaten Aanbestedingsregistratie 2008

Notitie. Betreft: Resultaten Aanbestedingsregistratie 2008 Notitie Betreft: Resultaten Aanbestedingsregistratie 2008 In 2008 zijn ruim 2000 aanbestedingen geregistreerd. De analyse van de resultaten wijst uit dat er geen wezenlijke verschillen zijn in vergelijking

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014

Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 Datum van inontvangstneming : 10/06/2014 I' Hoge Raad der Nederlanden Derde Kamer w ~e' {J.J ::li "~.8 ;.l_~ ( E..::r,",'_ t"::) ('0",,1 l:'jt:: ~~ ~ )(, ::li oe i~..- ~ c:: L'..J Nr. 12/03718 28 maart

Nadere informatie

Btw; never a dull moment!

Btw; never a dull moment! Btw; never a dull moment! Dr. Redmar Wolf 1 24 De btw (en onze nationale variant: de omzetbelasting) is uw belangstelling meer dan waard. Deze op EU-niveau alle EU-lidstaten een belangrijke - zo niet belangrijkste

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22215 1 augustus 2014 Omzetbelasting. Reisbureauregeling 17 juli 2014 nr. BLKB 2014/645M. Belastingdienst/Directie Vaktechniek

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282

Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 i Incidenteel beroep in cassatie zaaknummer F 13/00282 Edelhoogachtbaar College, De uitspraak van de Rechtbank te Arnhem van 6 december 2012, nr. 11 / 04103, betreft de X in geschil zijnde vraag of belanghebbende,

Nadere informatie

EERSTE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73 a FAILLISSEMENTSWET

EERSTE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73 a FAILLISSEMENTSWET EERSTE OPENBAAR VERSLAG EX ART. 73 a FAILLISSEMENTSWET In het faillissement van Kinderdagverblijf The Rainbow Holding B.V. statutair gevestigd te Almere, feitelijk gevestigd te (1339 BJ) Almere aan de

Nadere informatie

Nieuwe bepalingen over verbonden partijen en niet in de balans opgenomen regelingen

Nieuwe bepalingen over verbonden partijen en niet in de balans opgenomen regelingen Nieuwe bepalingen over verbonden partijen en niet in de balans opgenomen regelingen Eind 2008 zijn in de Nederlandse wet nieuwe bepalingen opgenomen met vereisten voor de toelichting van de jaarrekening.

Nadere informatie

College Vertegenwoordiging en. tegenstrijdig belang

College Vertegenwoordiging en. tegenstrijdig belang College Vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang Mr. K. Frielink Universiteit van de Nederlandse Antillen Dinsdag 9 februari 2010 van 19.00-20.30 uur Vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang 1. Bestuur

Nadere informatie