Spoor Beleid. Consultatiecodes voor beleidsambtenaren: Een internationale verkenning ABSTRACT

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Spoor Beleid. Consultatiecodes voor beleidsambtenaren: Een internationale verkenning ABSTRACT"

Transcriptie

1 Spoor Beleid Consultatiecodes voor beleidsambtenaren: Een internationale verkenning ABSTRACT In het Jaarplan van het onderzoeksproject Professionalisering van de beleidsontwikkeling in Vlaanderen in het licht van Vermaatschappelijking werd op vraag van de stuurgroep een deelproject over consultatiecodes voor ambtenaren ingeschreven. Dit om de beleidsvorming en de discussies in het kader van de operatie Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) te voeden met een reflecterende analyse over bestaande codes in het buitenland. Binnen BBB worden immers een aantal beleidsondersteunende taken herverdeeld tussen overheidsinterne actoren (Ministerieel Kabinet & administraties uit het MVG & VOI s). Daarbij zouden de departementen centra voor beleidsondersteuning worden -verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding, opvolging en evaluatie- en zouden de ministeriële kabinetten afslanken tot een soort politiek secretariaat. Logischerwijze zouden ambtenaren er dan een aantal beleidsondersteunende taken bij krijgen, waaronder mogelijks het consulteren van andere administraties, doel- en belangengroepen. Dit zal naast geheel andere competenties, ook nieuwe verantwoordingskaders ten opzichte van de beleidsbepaler vereisen. Consultatiecodes kunnen daarin een belangrijke rol spelen. In dergelijke codes wordt (al dan niet bindend) vastgelegd wat beleidsambtenaren kunnen en mogen doen op consultatievlak en welke standaarden/gedragsregels/procedures ze daarbij in acht moeten nemen. Doel van deze studie was om enkele buitenlandse codes kritisch te analyseren en er lessen en beslispunten voor de Vlaamse Overheid uit af te leiden. We bestudeerden codes en/of gedragsregels uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Het rapport is als volgt opgebouwd: In het eerste inleidend hoofdstuk gaan we nader in op het begrip consultatie en op consultatieprocessen in de beleidscyclus. Daarna schetsen we de consultatieproblematiek in het huidige en toekomstige Vlaams politiek-administratieve landschap. We eindigen het hoofdstuk met een lijst van onderzoeksvragen. In de daaropvolgende hoofdstukken komen de codes uit de diverse landen aan bod. We zullen daarbij telkens dezelfde, drieledige opbouw aanhouden: -Voor elk onderzocht land zullen we eerst de politiek-ambtelijke structurering en de beleidsrol van de ambtenarij schetsen. Dit omdat we ervan overtuigd zijn dat elke code pas zinvol geanalyseerd kan worden als ze duidelijk gesitueerd wordt binnen het bestaande beleidstakenpakket voor ambtenaren. -Vervolgens zullen we in onze beschrijving telkens de aard en de inbedding van de codes beschrijven. We hebben immers vastgesteld dat niet elk land een officiële & aparte consultatiecode heeft. In dat geval zijn we dan ook in andere codes en documenten op zoek moeten gaan naar relevante gedragsregels. -Ten slotte zullen we elke code analyseren op vlak van ontstaan, bereik & inhoud. In het vierde en afsluitende hoofdstuk vatten we de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek samen en formuleren we enkele aanbevelingen en beslispunten voor de Vlaamse Overheid. Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 1

2 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen INHOUDSTAFEL Over de auteurs... 3 HOOFDSTUK 1 Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen Situering van de studie Situering van het studie-object Situering van consultatie en consultatiecodes in de Vlaamse overheidscontext Onderzoeksdesign 16 HOOFDSTUK 2 Consultatiecodes in Nederland Het Nederlands Politiek-Administratief systeem Consultatie-code: context & inbedding Consultatieregels Afsluitende bemerkingen bij de Nederlandse code 29 HOOFDSTUK 3 Consultatiecodes in het Verenigd Koninkrijk Schets van het politiek-administratief systeem & van de ambtelijke beleidsrol Consultatie-codes/regels: context & inbedding Consultatieregels Afsluitende bemerkingen bij de Britse consultatieregels 55 HOOFDSTUK 4 Conclusies & aanbevelingen voor de Vlaamse Overheid Inleiding Vergelijkende analyse Beslispunten voor de Vlaamse Overheid 61 Bijlagen 63 Bijlage 1. Referenties 63 Bijlage 2. Lijst van figuren 67 Bijlage 3. Lijst van tabellen 67 Bijlage 4. De Nederlandse consultatiecode 68 2 Spoor Beleid

3 OVER DE AUTEURS... Prof. Dr Marleen Brans ( 1965) is Doctor in de sociale wetenschappen (Europees Universitair Instituut, Firenze), Master of Politics with special reference to policy processes in industrial societies (University of Hull, UK) en Licentiaat in de Politieke Wetenschappen (K.U. Leuven). Marleen publiceerde reeds over lokale bestuursreorganisatie, sturing en verzelfstandiging, comparatieve bestuurskunde, politiek-ambtelijke verhoudingen en professionele beleidsvoering. Zij is coördinator van onderzoeksprojecten over de organisatie en het management van de beleidsvorming, over praktijken van beleidsoverdracht en over de relatie tussen wetenschappelijk onderzoek en beleid. Binnen het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie leidt zij het Spoor Beleid. Diederik Vancoppenolle ( 1975) is Licentiaat in de Politieke Wetenschappen (KUL, 2001) en Licentiaat in de Arbeids- en Organisatiepsychologie (KUL, 1998). Diederik voert onderzoek naar de organisatie en het management van beleidsontwikkeling in Vlaanderen. Meerbepaald vanuit het dubbele perspectief professionalisering en vermaatschappelijking van de beleidsontwikkeling. Dit onderzoeksproject vindt plaats binnen het Steunpunt voor Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen en bestrijkt vijf jaren (start 2001). Vroeger onderzoek (in het kader van een licentiaatsverhandeling) handelde over de modernisering van de Waalse overheden. Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 3

4 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen HOOFDSTUK 1 Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen 1.1 SITUERING VAN DE STUDIE In het Jaarplan van het onderzoeksproject Professionalisering van de beleidsontwikkeling in Vlaanderen in het licht van Vermaatschappelijking werd op vraag van de stuurgroep een deelproject over consultatiecodes ingeschreven. Bedoeling was om dit onderzoek gelijktijdig te laten verlopen met het deelproject Inrichting van de beleidsondersteunende functie in een verzelfstandigd overheidslandschap 1. In de praktijk hebben de onderzoeken zich echter niet gelijktijdig voltrokken, maar hebben ze elkaar opgevolgd. Dit om twee redenen: -Ten eerste bleek het deelonderzoek over de inrichting van de beleidsondersteunende functie zeer tijdsintensief, zodat er niet voldoende ruimte was om het andere onderzoek tegelijkertijd te voeren. -Ten tweede (en vooral) bleek van de twee landen die we in die andere studie doorgelicht hebben, enkel Nederland over een code te beschikken. Denemarken kende geen consultatiecode en zelfs geen individuele gedragsregels. Daarom hebben we een ander land in de verkenning moeten opnemen, waarbij onze keuze uiteindelijk uitgegaan is naar Groot-Brittannië. Dit vanuit de verwachting dat er in een minder verzuilde en minder consensuele democratie 2 andere consultatiepraktijken en -regels zouden bestaan. In een korte tijdsspanne (periode juni-augustus 2003) en op deeltijdse basis zijn we dus op zoek gegaan naar relevante gedragsregels in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Doel van de studie was om op basis van deze internationale verkenning met de specifieke Vlaamse consultatiesituatie in het achterhoofd- een aantal beslispunten aan de Vlaamse Overheid voor te leggen. Deze tekst dient dan ook als insteek voor een discussie over de wenselijkheid en de mogelijke inhoud van een eigen Vlaamse consultatiecode. 1.2 SITUERING VAN HET STUDIE-OBJECT Om tot een heldere afbakening van het studie-object (consultatiecodes) te komen, gaan we eerst nader in op consultatieprocessen en op een begripsomschrijving van consultatie. Een noodzakelijke situering om de betekenis van en de noodzaak aan consultatiecodes te kunnen vatten Situering van het consultatieproces Overheidsbeleid komt op een complexe manier tot stand, te midden van een veelheid aan interne en externe actoren, die elk vanuit hun eigen belangen, eisen, macht en informatie het overheidsbeleid naar hun hand willen zetten. Vooral de externe inbedding van het overheidsbeleid werd vanuit academische hoek onder de loep genomen, wat geleid heeft tot 1 Zie Brans, Vancoppenolle, Verhoest & Legrain (2003). 2 Zie Hendriks, F. (1998). 4 Spoor Beleid

5 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen concepten als iron triangles, issue networks, beleidsgemeenschappen en beleidsnetwerken (Zie Page, 1992; Heclo, 1978; Richardson & Jordan, 1979, Rhodes, 1992; Atkinson & Coleman, 1992; Parsons, 1995). Dergelijke netwerken of gemeenschappen tekenen zich af rond de beleidsmakers in de overheid 3 en groeperen een veelheid aan diverse actoren, organisaties en instanties, zoals onderstaande figuur (Figuur 1.1, een Brits voorbeeld) duidelijk illustreert. Figuur 1-1 Schematische weergave van de actoren uit beleidsveld X De figuur geeft een aantal zaken uitstekend weer: Eerst en vooral blijkt dat er verschillende kringen van actoren in het beleidsveld kunnen onderscheiden worden, waarbij elke actor op een zekere afstand staat van de beleidsmakers (in onze studie te herleiden tot het beleidsdepartement). De kringen geven dus verschillen aan in intensiteit van betrokkenheid en/of in invloedsniveau van de betrokken organisatie/instantie op overheidsbeleid. De figuur maakt voor het betreffende beleidsveld zo bijvoorbeeld het onderscheid tussen de kringen subgovernment en het attentive public. Een milieuvereniging zou bijvoorbeeld onder het attentive public kunnen vallen, terwijl een provinciale milieu-afdeling dan tot de subgovernment zou behoren. De figuur geeft voorts ook aan dat er verschillen bestaan tussen belangengroeperingen en departementen, waarbij gesteld kan worden dat bepaalde groeperingen/ departementen gemakkelijker toegang hebben tot de beleidsmakers van het beleidsdepartement. De figuur illustreert bijvoorbeeld dat sommige belangengroeperingen soms meer invloed op het beleidsproces kunnen uitoefenen dan het Parlement. 3 Waaronder zowel de wetgevende als de uitvoerende macht ressorteren. In deze studie richten we ons echter enkel op de beleidsmakers en beleidsondersteuners uit de uitvoerende macht: Ministers, hun politiek personeel en de onder hen werkende en de hen adviserende beleidsambtenaren. Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 5

6 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen Het is niet de onze bedoeling om nader in te gaan op het concept beleidsgemeenschap of op de samenstelling van zo n gemeenschap, noch op de manieren waarop deze groepen hun eisen op de beleidsagenda krijgen. Waar het ons om te doen is zijn de contacten tussen die externe groeperingen, organisaties, individuen en de beleidsmakers uit een beleidsveld. Meer concreet zijn we geïnteresseerd in de contacten die ambtenaren hebben met (externe) sleutelactoren uit the specialist public gedurende een beleidsvoeringsproces. Onderstaande figuur geeft deze onderzoeksfocus visueel weer: Figuur 1-2 Visuele weergave van de onderzoeksfocus Daar waar in principe alle beleidsmakers in contact kunnen treden met alle externe actoren (en omgekeerd), beperken we ons onderzoek zoals gezegd tot de externe contacten van ambtenaren met een bepaalde groep van externe actoren, namelijk the specialist public. Deze groep sleutelactoren moet onderscheiden worden van het attentive en van het wide public. Met het aandachtige publiek doelen we op groeperingen, organisaties en instanties die op de hoogte zijn van het beleid, maar die er niet zo rechtstreeks mee te maken hebben. Onder het ruime publiek verstaan we de gewone burger en tal van andere organisaties/instanties, die niet betrokken zijn, ofschoon ze misschien wel belanghebbende zouden kunnen zijn. Het specialist public bestaat uit rechtstreeks belanghebbende betrokken personen, groeperingen, organisaties en instanties. We maken hierbij het onderscheid tussen overheidsinterne (andere departementen/beleidsvelden, coalitiepartners, ) en overheidsexterne sleutelactoren. Om het onderzoeksobject echter nog preciezer te kunnen afbakenen, dienen we nader in te gaan op de contactmomenten die er tussen overheid en the specialist public kunnen bestaan in het kader van de beleidsvoering. Onderstaande figuur wil één en ander verhelderen 4 : 4 Het zelf opgestelde model is een verdere uitwerking van het systeempolitieke model van David Easton, zoals beschreven door Parsons (1995, p. 23). 6 Spoor Beleid

7 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen Figuur 1-3 Contactmomenten bij consultaties met sleutelactoren Figuur 1.3 lijkt wat complex, maar bevat wel een aantal relevante aspecten. Een overzicht ter verduidelijking: Centraal in de figuur staat de beleidsvoering van/op een bepaald overheidsdepartement, een proces dat is uitgesplitst in een aantal deelfases: Agendavorming, beleidsvorming, beleidsbepaling en beleidsuitvoering 5. -Agendavorming is de fase waarin vastgelegd wordt welke onderwerpen (issues) door de overheid (Regering/Administratie) op de beleidsagenda zullen opgenomen worden. -Beleidsvoorbereiding heeft betrekking op het uitwerken, uitschrijven en beargumenteren van de onderwerpen op de beleidsagenda zodat ze beslist en uitgevoerd kunnen worden, hetgeen neerkomt op het vastleggen van een probleemdefinitie, het stellen van één of meer beleidsdoelen, het selecteren van de doelgroep van het beleid en het uitwerken en operationaliseren van bepaalde beleidsinstrumenten. Deze beleidsvorming krijgt zijn finaal beslag in een door de 5 Eigenlijk zouden we het onderscheid in fases nog scherper moeten stellen door tussen beleidsvorming/beleidsbepaling enerzijds en beleidsuitvoering anderzijds nog de fase beleidsinvoering te plaatsen, een fase waarin het uitvoerings- of toepassingsproces op operationeel (organisatorisch & procedureel) vlak wordt voorbereid. Voor een gedetailleerde toelichting van deze onderscheiden fasen, zie Brans, Vancoppenolle, Verhoest & Legrain (2003). De fase beleidsopvolging en evaluatie hebben we gezien het onderwerp van deze studie- niet in de figuur opgenomen, ofschoon ook in deze fase externe actoren een rol kunnen spelen. Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 7

8 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen Minister goedgekeurd beleidsontwerp, van welke aard concreet of strategisch- dan ook. -Beleidsbepaling is die fase in het beleidsproces waarin men tot een algemene politieke bekrachtiging of fiattering van een beleidsontwerp tracht te komen. Wat de algemene politieke bekrachtiging betreft, dient een ontwerp in ons Belgisch coalitiestelsel meestal niet alleen door de Minister, maar ook nog door de Regering en/of door het Parlement goedgekeurd te worden. Tussen deze relevante gezagsdragers dient overeenstemming te worden bereikt over de inhoud van het beleid. Het bereiken van overeenstemming veronderstelt communicatie, contact en een gepaste onderhandelingsstijl. Soms is dat echter niet genoeg. Ruilen of stemmen lijken dan de laatste mogelijkheden te worden. -Beleidsuitvoering tenslotte, slaat op het feitelijk toepassen van de gekozen beleidsinstrumenten. Te vaak wordt deze beleidsvoering voorgesteld als een rationeel-analytisch gebeuren waarin overheidsinterne actoren in een gesloten black box op basis van de voorkeuren van hun Minister en op basis van grondige probleemanalyses tot de beste oplossingen trachten te komen en deze (laten) uitvoeren. Niets is echter minder waar, zoals de figuur hopelijk ook duidelijk moge maken. De black-box is geen gesloten, maar wel een permeabel systeem 6. In de realiteit is beleidsvoering immers eerder een sociaalcommunicatief proces, dan een rationeel-analytisch gebeuren. In dat sociaal-communicatief proces maken we dus een onderscheid tussen de departementale beleidsmakers (politici, politieke adviseurs en/of ambtenaren) en twee categorieën externe actoren, te weten andere overheidsinterne actoren (coalitiepartijen, andere departementen, ) en overheidsexterne actoren, die wij hier beperken tot de groep overheidsexterne stakeholders (zoals sociale partners en/of andere belangen- en doelgroepen). Het model geeft aan dat beide actoren een inbreng kunnen hebben in of invloed kunnen uitoefenen op de beleidsvoering van het departement 7. Die inbreng kan bestaan uit eisen, steun, belangen en/of informatie, al dan niet vergezeld van één of andere vorm van macht. De figuur geeft ook aan dat beide soorten actoren direct of indirect het beleid kunnen trachten te beïnvloeden. Indirect gaat dit via het bewerken van de publieke of de politieke agenda 8. Directe inbreng kan vele vormen aannemen, maar wij beperken ons in dit onderzoek tot de directe participatie van externe actoren in de beleidsvoeringsprocessen en procedures. De figuur trekt echter contact- of communicatielijnen in twee richtingen. Dit betekent dat een departement niet alleen bestookt wordt met eisen, wensen, steun en informatie (figuurlijk voorgesteld met dunne pijlen), maar ook dat ze die actief gaat opzoeken (figuurlijk voorgesteld met dikke pijlen). Agendavoorstellen, probleemanalyses, oplossingsalternatieven en uitgewerkte beleidsvoorstellen worden vaak voorgesteld, uitgewisseld, besproken, bediscussieerd en/of onderhandeld. Dit kan gebeuren op een veelheid van manieren en met een veelheid aan bedoelingen (waarover elders in dit 6 Daarom ook de systeemgrens in stippellijntjes en de pijlen in en uit het systeem. 7 Door een verschil in lijnen aan te brengen, willen we benadrukken dat er een variëteit aan beïnvloedingsmiddelen en technieken bestaat. 8 Respectievelijk de lijst van onderwerpen die de aandacht van (een deel van) het publiek of van de politiek hebben. 8 Spoor Beleid

9 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen hoofdstuk meer). Zo kan de communicatie van beleidsintenties fungeren als proefballonnetjes. In consensuele neo-corporatistische systemen zoals België bestaan er trouwens talloze institutionele structuren en procedures van consultatie en overleg met de overheden. Kortom, binnen een beleidsproces wordt (veelal) erg veel en op verschillende momenten/in verschillende fases direct gecommuniceerd tussen externe actoren en departementale beleidsmakers. Over deze directe (interactieve) contactmomenten in het departementaal beleidsvoeringsproces handelt dit onderzoeksrapport. Meer specifiek gaan we in op de vraag met welke actoren en op welke manier ambtenaren contact mogen hebben/mogen zoeken en in de fase van de beleidsvorming 9? Omschrijving van het begrip consultatie Uit het voorgaande moge duidelijk zijn dat consultatieprocessen betrekking hebben op de contacten die departementale beleidsmakers hebben/leggen met externe sleutelactoren, teneinde beleidsissues te bespreken. Consulteren betekent letterlijk het advies of de mening van iemand vragen. In overheidsbetekenis kan het omschreven worden als: a process involving interactive or two-way communication between the Ministry and the public, through which both become informed about different perspectives on issues and proposals, providing the public with the opportunity to influence decisions to be made by the Ministry (Sterne, 1997, p. 6). Dit interactieproces kent vervolgens verschillende gradaties, zodat er eigenlijk sprake is van een consultatie-continuüm. Het continuüm gaat volgens het Bryce-Lambert Forum 10 van luisteren aan de ene kant naar het werken aan gezamenlijk aanvaarde oplossingen. Tussen in liggen volgens hen dialoog, debat en analyse. Volgens ons wordt deze continuüm-ladder weerspiegeld in drie onderliggende activiteiten: Informeren, overleggen en onderhandelen. Figuur 1-4 Het consultatie-continuüm 9 Op te vatten als som van de fases beleidsvoorbereiding en beleidsbepaling. 10 Zie de Public Consultation Guide van het Canadian Centre for Management Development (Sterne, 1997). Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 9

10 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen Voorts zijn er nog tal van andere deels overlappende- verschillen tussen consultaties op basis van het doel, het moment waarop ze plaatsvinden, de vorm, de duur, de inhoud, de doelgroep,. Onderstaande tabel geeft deze overzichtelijk weer. Aspect Doel Fase in het beleidsproces Intensiteit Duur Onderwerp Vorm Informatie verzamelen Draagvlak nagaan Impact nagaan op groepen Legitimiteit optreden verhogen Verschilpunten Betrokkenheid verhogen Draagvlak verhogen Kwaliteit voorstellen verbeteren Vertrouwen doen toenemen Agendavorming Beleidsvoorbereiding Beleidsbepaling Beleidsuitvoering - Beleidsevaluatie Hoge betrokkenheid versus Lage betrokkenheid Continu/meermalig versus éénmalig Probleemdefinities, oplossingsalternatieven, uitvoeringsaspecten Indirect, at large, staged 11 Openlijk bekend - Geheim Formeel - Informeel Techniek Ronde Tafels, Discussienota,. Doelgroep Overheidsinterne of overheidsexterne actoren Uitgebreid of beperkt qua doelgroep Tabel 1-1 Consultatie: typologie van verschilpunten Problemen met consultatieprocessen door ambtenaren Het feit dat er gedragsregels rond consultaties bestaan, wijst er op dat dit een gevoelige materie is. Die gevoeligheid valt te ontleden in een aantal deelproblemen: a) Bedreiging voor het primaat van de politiek: In diverse Westerse samenlevingen wordt sinds enige tijd het primaat van de politiek verantwoordelijke verkozenen beklemtoond. Hierbij wordt gesteld dat enkel de politiek legitieme beslissingen kan nemen, omdat zij de enige actor in het politiek-administratief systeem is die rechtstreeks verantwoording moet afleggen aan de bevolking. Doordat ambtenaren externe actoren zouden consulteren, kan dit primaat op meerdere manieren bedreigd worden: 1. Doorheen intense consultaties (overleg en onderhandelingen) dienen soms bindende en vergaande beslissingen te worden genomen. Indien deze overgelaten worden aan 11 Page (2001, p. 129) maakt het onderscheid tussen drie vormen van externe consultatie: -Indirecte consultatie, waarbij de overheid andere instanties inschakelt om het consultatieproces te organiseren. Hij haalt daarvoor het voorbeeld van adviesorganen aan, aangezien deze niet alleen overheidsexterne leden tellen, maar tegelijk interne en externe groepen consulteren over de voorliggende materie. - Staged consultaties: Het formeel opstellen van een document, de zogenaamde Green Paper, dat dan voorgelegd wordt aan een veelheid van actoren, wiens opmerkingen dan gebundeld worden in een samenvattende nota voor de Minister. Gestructureerde vorm van consultatie dus. -At large consultation: het direct en breed verspreiden of ter commentaar voorleggen van ideeën; bijvoorbeeld via hoorzittingen of internetfora. Minder gestructureerde vorm in vergelijking met het staged -type. 10 Spoor Beleid

11 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen ambtenaren, raken politici een deel van hun beleidsbepalende bevoegdheid kwijt. Ze verliezen zo de controle op de verdeling van kosten en baten van beleidsoplossingen over verschillende groepen in de samenleving. 2. Doordat ambtenaren te weinig terugkoppelen naar hun Minister of doordat ze diens standpunt onvoldoende hebben afgetast en/of verkeerdelijk hebben ingeschat, kan het zijn dat de Minister voor voldongen feiten komt te staan. En een onderhandeld compromis is soms moeilijk terug te draaien (Nieuwenkamp, 2001). 3. Doordat men externe hoogstens partieel gelegitimeerde- actoren de kans geeft op een zekere inbreng in het beleid, doet men afbreuk aan het prerogatief van de breder gelegitimeerde politici. Het risico bestaat zelfs dat het departement gecapteerd of gevangen wordt, zodat het eerder de belangenbehartiger van de sector wordt, dan een objectieve beleidsmaker. De ambtenaren betrokken bij consultaties worden dan geconfronteerd met dubbele loyauteiten en dienen twee of meerdere meesters. 4. Een ander probleem/gevaar van interactief beleid is dat consultatie kan leiden tot hogere verwachtingen. Wanneer doelgroepen worden geconsulteerd in beleid, dan zullen ze eveneens verwachten dat ze hun eigen belangen vertaald zien in de definitieve beslissing en zullen ze verwachten om ook in de toekomst te worden geconsulteerd bij gelijkaardige beleidsproblemen (Brans, Hoet & Facon, 2003, p. 60). De rol van politici als gatekeeper van de beleidsagenda dreigt dan te vervallen. De agenda lijkt minder beheersbaar te worden voor politici. 5. Doordat anderen dan politici het consultatieproces voeren, verwerven deze mogelijks een te grote informatie- en dus machtsbasis, waardoor de centrale positie van de politiek mogelijks ondermijnd wordt. b) Vertrouwelijkheid van informatie Door ambtenaren het recht toe te kennen externe actoren te informeren, verliezen politici zicht op de juistheid en aard van de openbaar gemaakte informatie. Mogelijks verspreiden ambtenaren te veel of te gevoelige informatie, waardoor het imago, de positie of het beleid van de Minister aangetast zou kunnen worden. c) Onduidelijke posities van de overheid Overleg en onderhandelingen vergen duidelijke posities en een doortastend optreden. Los van de vraag of dit een rol voor ambtenaren is, is er in zo n geval ook nood aan duidelijke directieven en mandaten. En daar kan het wel eens aan ontbreken. Met als gevolg dat de consultatiepartners te maken krijgen met een instabiele partner. Op interdepartementaal vlak doet deze situatie zich voor wanneer een Minister een ambtelijke consensus bombardeert (Nieuwenkamp, 2001). Dit bombardement doet zich voor wanneer ambtenaren door de Minister teruggefloten worden over een standpunt dat ze ingenomen hebben op het interdepartementaal overleg. Het akkoord dat bereikt was, zal dan herzien en heronderhandeld moeten worden in naam van de Minister Consultatiecodes: What s in a name Om de bovenstaande problemen of gevoeligheden te vermijden kunnen dus gedragsregels over consulteren opgesteld worden. Een gedragscode is volgens Van Es (2000) een verzameling van waarden, normen en regels waarmee een organisatie richting geeft aan het Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 11

12 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen gedrag van haar leden en partners. Zo n code kan om meerdere redenen ingesteld worden. Het kan gaan om: -Expliciteren: de waarden van de organisatie bekend maken en het imago aanscherpen. -Instrumenteren: de elementen aanreiken voor interne coördinatie en het analyseren van problemen in de organisatie. Dit gaat via interne richtlijnen, cases en checklists. -Activeren: het versterken van het deontologisch bewustzijn van de organisatieleden. Gedragscodes bestaan er in alle soorten. Belangrijkste verschilpunten zijn volgens Van Es het al dan niet opnemen van concrete aanwijzingen voor gedrag en het al dan niet bevatten van disciplinaire spelregels voor het naleven van de code. Volgens de auteur vertonen gedragscodes trouwens een uniforme structuur 12 : 1. Het woord vooraf, waarin de aanleiding of motivatie wordt uiteengezet; 2. Een beschouwing van de waarden die richtinggevend moeten zijn voor de leden; 3. Het aangeven op wie de code precies betrekking heeft; 4. Concrete aanwijzingen voor gedrag; deze variëren van scherpe omschrijvingen van goed en fout gedrag (voorschriften), tot aanzetten om te beslissen wat redelijkerwijs van elkaar verwacht mag worden (aansporingen); 5. Spelregels voor het naleven van de code, eventueel met vermelding van de disciplinaire sancties bij overtreden van de regels. Kortom, consultatiecodes omschrijven -al dan niet bindend- wat beleidsambtenaren kunnen en mogen doen op consultatievlak en welke standaarden/gedragsregels/procedures ze daarbij in acht moeten nemen. Ze geven aan welke contacten op welk moment met welke actoren op welke manier mogen plaatsvinden. Eventueel vermelden ze ook disciplinaire sancties bij overtredingen van de gedragsregels. 1.3 SITUERING VAN CONSULTATIE EN CONSULTATIECODES IN DE VLAAMSE OVERHEIDSCONTEXT Consultaties in de huidige Vlaamse Overheid In lijn met de bevindingen van vroegere studies (Dierickx en Majersdorf, 1994) en op basis van onze eigen analyses en gesprekken lijken in Vlaanderen de meeste contacten met overheidsinterne en overheidsexterne actoren tijdens beleidsprocessen het prerogatief te zijn van kabinetsmedewerkers. Natuurlijk komen ook ambtenaren in contact met andere administraties of externe doelgroepen, maar dit lijkt ons meestal van een andere aard te zijn dan de interdepartementale en overheidsexterne contacten die kabinetsmedewerkers en Ministers hebben. Op basis van eigen onderzoekservaringen menen wij zelfs te kunnen besluiten dat bepaalde contacten voorbehouden zijn voor het Kabinet. Eerst en vooral gaat het om het overleg met de coalitiepartners in de fase van de beleidsbepaling, eens er een afgewerkt beleidsvoorstel van departement X ter tafel ligt. Deze besprekingen vinden plaats in het kader van de interkabinettenwerkgroepen (of IKW s) en de ministeriële comités Van Es (2000), p Zie ook Pelgrims, Hondeghem & Steen (2003). 12 Spoor Beleid

13 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen Voorts lijkt het er ook op dat het direct consulteren van belangengroepen en middenveldorganisaties, zij het in de beleidsvoorbereidende of in de beleidsbepalende fase, geen taak is voor de administratie. Sommige geluiden wijzen er op dat zelfs het persoonlijk informeren over beslist beleid het prerogatief is van het kabinet. 14 Dierickx & Majersdorf (1994) komen tot de conclusie dat kabinetten ook meer (dan ambtenaren) in communicatie staan met Parlementsleden en politieke partijen. We hebben getracht deze door ons ingeschatte relaties weer te geven in volgende figuur. Opmerkelijk zeker in vergelijking tot het Verenigd Koninkrijk en Nederland- is trouwens dat ministeriële adviseurs/kabinetten ook sturing aan ambtenaren kunnen geven. Figuur 1-5 Beleidsmatige contacten met externe actoren in Vlaanderen Situatie AS IS (onze hypothese) Uit de figuur blijkt dat: -Het Ministerieel kabinet duidelijk de centrale spil is inzake externe contacten 15. Vooral de intensieve contacten (inclusief overleg en onderhandelen) met andere kabinetten en met relevante belangen- en doelgroepen vallen op. De input van die besprekingen wordt vaak geleverd door de administratie, terwijl de output van die besprekingen (de genomen beslissingen) vaak in de sturing van het beleidswerk van de administratie gebruikt worden. -Ministers elkaar ontmoeten in de Regering en in interministeriële conferenties, daarbij ondersteund door hun kabinetsmedewerkers. -Tussen de coalitiepartners overeenstemming wordt gecreëerd via de ministeriële kabinetten. 14 Wij vellen over deze situatie geen oordeel. Hoewel kabinetten een zeker aantal disfuncties kennen, zijn ze zeker ook functioneel, al was het maar omdat ze tijdelijk een zekere uitvoerende, politieke en maatschappelijke expertise in de overheidsorganisatie binnen brengen. Daarnaast mag niet vergeten worden dat het kabinet de administratie ook voor een deel afschermt en beschermt. Het kabinet houdt met andere woorden de ambtelijke beleidsrol zuiver. 15 Dit bleek ook uit de studies van Dierickx & Mayersdorf (1994) en Suetens & Walgraeve (1999). Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 13

14 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen -Administraties elkaar ontmoeten binnen het eigen departement of in het kader van administratie-overstijgende beleidsprojecten, maar de intensiteit van deze contacten is kleiner. -De contacten met de media verlopen via administratie en kabinet, maar deze communicatiestromen verschillen wel van aard. Het Kabinet neemt eerder het woordvoerderschap op, de administratie verzorgt de overheidsvoorlichting 16. Voor dit onderzoek is vooral het woordvoerderschap van belang Stakeholder-consultatie in de toekomstige Vlaamse Overheid De BBB-hervorming kent een heel aantal beleidsondersteunende taken toe aan (kern)departement in het Ministerie. Indien de departementen centra voor beleidsondersteuning worden waar de beleidsvoorbereiding plaatsvindt, zou men kunnen veronderstellen dat ook (enkele) consultatie-activiteiten overgeheveld worden naar de administratie. Figuur 1-6 Externe contacten in de Vlaamse Overheid Situatie TO BE? (hypothetische voorstelling) De vraag die zich dan stelt is welke contacten ambtenaren er met welke intensiteit op na zullen mogen houden. Worden ze verantwoordelijk voor het interdepartementaal overleg, zullen ze mogen overleggen of zelfs onderhandelen met belangengroepen, krijgen ze het woordvoerderschap toegewezen,? 16 De mondelinge en schriftelijke informatie van de overheid aan de burger die feitelijk en zakelijk van aard is. 17 Gelders (2002) merkt op dat men ooit op federaal vlak eens getracht heeft om een taakverdeling inzake communicatie tussen administratie en kabinet op te stellen. Hij verwijst naar het Federale Handvest van de gebruiker van de openbare diensten, een protocol dat stelt dat de communicatie over beleidsintenties en beleidsvoorbereidende informatie aan het kabinet toebehoort, terwijl de informatieverstrekking over goedgekeurd beleid en beleidsimplementatie eerder tot het domein van de administratie behoort. 14 Spoor Beleid

15 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen Zelf veronderstellen we dat de coalitie-ondersteunende contacten een taak zullen blijven van politiek verantwoordelijken of van medewerkers ervan (politiek adviseurs). Drie andere consultatie-taken kunnen mogelijks wel getransfereerd worden, namelijk het woordvoerderschap, het interdepartementaal overleg en het consulteren van overheidsexterne actoren. Men zou kunnen verwachten dat departementen indien ze geheel verantwoordelijk worden voor de beleidsvoorbereiding- ook directer in contact zullen komen te staan met het Parlement of met individuele Parlementsleden, al was het maar omdat ze in dat geval de eerste ondersteuner van de Minister zouden worden. Indien dergelijke overheveling van consultatiebevoegdheden zou plaatsvinden, komen ambtenaren dichter bij de Minister te staan en zal hun loyaliteit meer dan vroeger (of zelfs in de eerste plaats) naar hem/haar moeten gaan. Wanneer ze in externe contacten meer in naam van hem of haar gaan optreden, kan het nuttig zijn om hieromtrent regels op te stellen. Die bestaan vandaag nog niet in Vlaanderen, maar er bestaat wel een algemene deontologische code die we hierna beschrijven De bestaande Vlaamse deontologische code De deontologische code in Vlaanderen dateert van is geldig voor alle personeelsleden (al dan niet ambtenaar) van de diensten van de Vlaamse Regering. Ze is vrij algemeen geformuleerd om juist op iedereen van toepassing te kunnen zijn. Vijf principes staan centraal: Loyauteit, correctheid, klantvriendelijkheid, objectiviteit en spreekrecht & spreekplicht. 19 Ofschoon ze er niet specifiek voor opgesteld zijn, zijn een aantal van de bepalingen ook relevant voor het werk van beleidsambtenaren. Het gaat dan onder meer om: Loyauteit (ten opzichte van de Vlaamse Regering): -U werkt constructief en met kennis van zaken mee aan de voorbereiding en de evaluatie van het beleid van de Vlaamse Regering. -Adviezen, opties en voorstellen formuleert u op basis van een precieze, volledige en praktische voorstelling van de feiten. Objectiviteit: -Elkéén moet zijn functie op een onbevangen en neutrale wijze uitoefenen. Persoonlijke voorkeuren en overtuigingen mogen geen weerslag hebben op de objectiviteit waarmee men zijn taken uitoefent. -Bij tussenkomsten van de volksvertegenwoordigers behoudt u uw objectiviteit en onbevangenheid en wijkt u niet af van de normale administratieve procedures. Elke tussenkomst (ook van andere actoren: drukkingsgroepen, partijfunctionarissen, ) moet verplicht vermeld worden in het administratief dossier. Spreekrecht en spreekplicht: -In het algemeen moet men feitelijke informatie verspreiden die op een correcte, volledige en objectieve wijze moet worden gepresenteerd. 18 Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (1998). Omzendbrief AZ/MIN/98/4. 19 Voor een analyse van de code, zie Maesschalck (2002). Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 15

16 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen -Het spreekrecht wordt beperkt door de plicht om vertrouwelijke informatie geheim te houden voor iedereen die niet bevoegd is om er kennis van te nemen. Hieronder vallen onder meer de gegevens over het interne beraad dat aan een administratieve eindbeslissing voorafgaat zolang die eindbeslissing nog niet is genomen. -Als iemand van de pers met u contact opneemt over dienstaangelegenheden, dan verwijst u hem of haar naar de verantwoordelijke woordvoerder binnen uw administratie. De code bevat echter geen aanduidingen over contacten met externe actoren bij de beleidsvoorbereiding 20. Via onze verkennende studie willen we buitenlandse voorbeelden van zo n regels analyseren. In het volgende punt schetsen we het daarbij gehanteerde onderzoekskader. 1.4 ONDERZOEKSDESIGN Onderzoeksopzet Zoals eerder gezegd was het de bedoeling om met deze verkennende studie een zicht te krijgen op buitenlandse voorbeelden van consultatiecodes. In dergelijke codes wordt (al dan niet bindend) vastgelegd wat beleidsambtenaren kunnen en mogen doen en welke standaarden/gedragsregels/procedures ze daarbij in acht moeten nemen. Centrale onderzoeksvraag was dan ook: Welke bepalingen hebben andere overheden afgekondigd omtrent de externe contacten van ambtenaren in het kader van de beleidsvoering? We hebben de gedragsregels in twee landen Nederland en Groot-Brittannië- onder de loep genomen. We rapporteren hierover in de volgende hoofdstukken. Voor elk onderzocht land is het hoofdstuk als volgt opgebouwd: Eerst bespreken we kort de politiek-ambtelijke structurering om de beleidsrol van de ambtenarij te schetsen. We zijn er immers van overtuigd dat elke code pas zinvol geanalyseerd kan worden als ze duidelijk gesitueerd wordt binnen het bestaande beleidstakenpakket voor ambtenaren. Vervolgens zullen we in onze beschrijving telkens de aard en de inbedding van de codes beschrijven. We hebben immers vastgesteld dat niet elk land een officiële & aparte consultatiecode heeft. In dat geval zijn we dan ook in andere codes en documenten op zoek moeten gaan naar relevante gedragsregels. Ten slotte zullen we elke code analyseren op vlak van ontstaan, bereik & inhoud Concrete onderzoeksvragen Cluster A: Beleidscontext 1. Welke beleidsrol vervullen ambtenaren? 20 De passage over de tussenkomsten van volksvertegenwoordigers heeft immers eerder betrekking op de beleidsuitvoerende fase, op het afhandelen van dossiers. 16 Spoor Beleid

17 Hoofdstuk 1: Consulteren en consultatiecodes: Inleiding & situering in Vlaanderen 2. Bestaan er politiek benoemde adviseurs? Welke beleidsfunctie vervullen deze? Hoe verhouden deze zich tot de beleidsambtenaren? Cluster B: Code-context 3. Welke (deontologische) codes bestaan er in het betreffende land en voor wie zijn deze geldig? 4. Welke codes bestaan er voor ambtenaren? 5. Bestaan er gedragscodes voor beleidsambtenaren? Hoe verhouden deze zich tot andere codes? Zijn ze ingebed in andere codes? 6. Wat was de reden voor de invoering daarvan? 7. Bestaan er specifieke consultatiecodes in het onderzochte land? Cluster C: Inhoud van de consultatiecode / Inhoud van de relevante gedragsregels 8. Op wie hebben ze betrekking? 9. Welke contacten zijn verboden? 10. Hebben die ge/verboden betrekking op een specifieke beleidsfase? 11. Aan welke gedragsregels dienen ambtenaren zich te houden? 12. Hoe zijn de regels omschreven? Via concrete gedragsaanwijzingen of via algemene principes/aansporingen? 13. Zijn er disciplinaire bepalingen opgenomen? Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 17

18 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen HOOFDSTUK 2 Consultatiecodes in Nederland 2.1 HET NEDERLANDS POLITIEK-ADMINISTRATIEF SYSTEEM Het Parlement: De Staten-Generaal 21 Het Parlement bestaat in Nederland uit twee Kamers (de Eerste en Tweede), die samen de Staten-Generaal vormen. Nederland kent een asymmetrisch bicameralisme, wat betekent dat beide Kamers grondig van elkaar verschillen, onder meer op vlak van verkiezing, samenstelling en omvang 22. Het grootste verschil ligt echter in hun ongelijk politiek gewicht. Politiek en beleidsmatig gezien is de Tweede kamer het belangrijkst omdat ze Ministers ter verantwoording kan roepen, wetsvoorstellen gedetailleerd kan behandelen, mondelinge vragen kan stellen en de dagelijkse politiek nauwgezet opvolgt. Bovendien ontbreekt het de Eerste Kamer aan een recht op amendement en initiatief. Voor bijna elk Ministerie is er in de Tweede Kamer één vaste commissie actief. Daarnaast kunnen er nog onderzoekscommissies en tal van andere tijdelijke commissies worden ingesteld. Met Ministers vinden in de commissies verschillende soorten van overleg plaats: algemeen overleg, nota-overleg en wetgevingsoverleg. -Algemeen overleg vindt het meest frequent plaats en betreft het bespreken van de ideeën, de beslissingen en de plannen voor wetsvoorstellen van de Regering. Veelal voeren er slechts een beperkt aantal personen het woord (woordvoerders per partij). Tijdens deze overlegvorm kunnen geen moties ingediend worden. -Nota-overleg is een zwaardere en meer gedetailleerde vorm van overleg dan het Algemeen overleg. In een nota-overleg wordt met bewindslieden gesproken over alle mogelijke stukken: nota's, notities, brieven, noem maar op. Alleen wetsvoorstellen komen niet aan de orde. Nota-overleg ontlast de plenaire vergadering van de Tweede Kamer, want stukken die in een dergelijk overleg zijn besproken komen in de plenaire vergadering niet meer aan de orde. Ook tijdens dit overleg worden geen moties ingediend. -Wetgevingsoverleg is een mondeling overleg van een Kamercommissie met een bewindspersoon dat betrekking heeft op het bij de desbetreffende commissie ingediend wetsvoorstel. Tijdens dergelijk overleg worden wetsvoorstellen artikelsgewijs overlopen en becommentarieerd. Amendementen kunnen hier wel ingediend worden. -Onderzoeks- en enquête-commissies zijn tijdelijke parlementaire commissies die bepaalde thema s of affaires nader kunnen uitspitten. Bij parlementaire enquêtes kunnen kamerleden getuigen verplichten te verschijnen en kunnen ze deze onder ede verhoren. 21 Beschrijving op basis van informatie van de websites & Zie ook: Lijphart (1984) en Tsebelis & Money (1997). 22 Zo is de Eerste Kamer kleiner, wordt ze niet direct verkozen en bestaat ze uit deeltijdse Parlementsleden. 18 Spoor Beleid

19 Hoofdstuk 2: Consultatiecodes in Nederland De Regering: Het Kabinet, de Ministerraad en het Torentjesoverleg Het consensuele Nederland kent net zoals België- een lange traditie van coalitieregeringen, waarbij een zeer gedetailleerd Regeerakkoord de partijen samenhoudt en het Regeringsbeleid stuurt. De Regering het Kabinet- bestaat uit Ministers en Staatssecretarissen en draagt de naam van de Minister-President. Alleen de Ministers maken deel uit van de Ministerraad, die wekelijks op vrijdagmorgen samenkomt. Het huidige Kabinet Balkenende II- telt 15 Ministers en 10 Staatssecretarissen. Eigenlijk bestaat er op enkele kleine afwijkingen na 23 - een één-op-één-relatie tussen de structuur van de Rijksoverheid en de Ministerportefeuilles. De Ministerraad kent een aantal onderraden en ministeriële commissies. Door middel van onderraden wordt geprobeerd de meest betrokken bewindspersonen alvast tot overeenstemming te laten komen, zodat de discussie en besluitvorming in de Ministerraad efficiënter verloopt. Het is de Minister-President die voorzitter is van de onderraden. De bewindspersoon die voor het betreffende beleidsterrein verantwoordelijk is, wordt de coördinerende bewindspersoon genoemd. Hij/zij moet er voor zorgen dat zaken waarover op ministerieel niveau overeenstemming moet worden bereikt, ambtelijk behoorlijk voorbereid in de onderraad aan bod komen. Die ambtelijke voorbereiding vindt plaats in een interdepartementale coördinatiecommissie, het zgn. ambtelijk voorportaal. Zo is bijvoorbeeld het CZWO (de Commissie voor Zorg, Welzijn en Onderwijs) het ambtelijk voorportaal van de Raad voor Zorg, Welzijn en Onderwijs (RZWO), een onderraad van de ministerraad. De CZWO bereidt de vergaderingen van de RZWO voor en adviseert de RZWO of de Ministerraad over wetsvoorstellen, beleidsnota's en rapportages die de departementen ter beslissing aan het kabinet voorleggen. 24 Naast de Ministerraad en diens onderraden bestaat er ook nog het informeel, maar -politiek gezien- zeer belangrijke Torentjesoverleg. Het Torentjesoverleg is het beraad tussen Minister-President, vice-premiers en fractievoorzitters van de coalitiepartijen dat wekelijks plaatsvindt in de werkkamer van de Minister-President (het Torentje van het Binnenhof) Niet alle Ministers hebben immers een heel Ministerie onder zich en bepaalde Ministeries worden gedeeld door meerdere Ministers. Zo hebben de Ministers bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking en Vreemdelingenzaken & Integratie geen eigen Ministerie en wordt het Ministerie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geleid door twee Ministers. 24 Opmerkelijke vaststelling is dat het secretariaat van een aantal van die voorportalen (o.a. dat van de CZWO) wordt waargenomen door het SCP, het Sociaal en Cultureel Planbureau, een ambtelijk interdepartementaal wetenschappelijk instituut dat zelfstandig onderzoek doet en gevraagd en ongevraagd adviezen kan uitbrengen. Bron: Introductiedossier bewindslieden OCenW. 25 Beschrijving op basis van Spoor Beleid Diederik Vancoppenolle Marleen Brans 19

20 Steunpunt beleidsrelevant onderzoek - Bestuurlijke organisatie Vlaanderen Departementale beleidsactoren De bewindslieden: De Minister en de Staatssecretaris(sen) Ministeries worden bestuurd door een Minister en één of meerdere Staatssecretarissen. Het is daarbij belangrijk om weten dat Nederlandse Ministers en Staatssecretarissen net zoals in ons land- ophouden zitting te hebben in het Parlement eens ze aangesteld zijn. De verhouding tussen Minister en Staatssecretaris is in de Grondwet geregeld. Een Staatssecretaris treedt namens de Minister op in de gevallen waar de Minister het nodig acht en met in achtneming van de aanwijzingen van de Minister 27. De Staatssecretaris wordt belast met een deel van de taken van de Minister en overlegt na zijn/haar benoeming met de Minister over de vraag hoe zij hun taken zullen verdelen. Meer concreet is de Minister belast met de leiding van het departement en is hij/zij verantwoordelijk voor de vaststelling van het totale beleid, inclusief begroting en financiële zaken. Staatssecretarissen krijgen volgend uit de formatiegesprekken- een aantal bevoegdheden toegewezen die ze uitoefenen binnen de grenzen van het door de Minister vastgestelde beleid. In de praktijk zijn de Staatssecretarissen meestal van een andere politieke kleur dan de Minister, zodat de partijen elkaar wederzijds kunnen controleren. Het werken met Staatssecretarissen heeft ook tot gevolg dat de indeling in Ministeries -en de bijhorende 1 op 1 relatie- beter behouden kan blijven na een Regeringswissel. Volgens Brans (2002) is de aanstelling van anders gekleurde Staatssecretarissen om nog een derde reden functioneel, namelijk dat door hun aanwezigheid een sterke politisering van de ambtelijke top minder nodig is De ambtelijke top: De Secretaris-Generaal en zijn plaatsvervanger De leiding van een Ministerie is in handen van een Secretaris-Generaal (SG), die bijgestaan wordt door een plaatsvervangend SG. De taak van de Secretaris-Generaal omvat zowel de zorg voor het management van het Ministerie, als de verantwoordelijkheid voor de coördinatie en integratie van het beleid binnen het Ministerie. De Secretaris-Generaal is de eerste adviseur van de Minister en de Staatssecretaris en het is zijn verantwoordelijk dat deze voorzien worden van de essentiële informatie die nodig is om hun rol als verantwoordelijk bewindspersoon optimaal te kunnen vervullen. 28 Tussen beide SG s bestaat min of meer een algemeen geldende taakverdeling, waarbij de SG meer beleidsinhoudelijk en politiek georiënteerd is dan zijn plaatsvervanger, die eerder verantwoordelijk is voor de beheersmatige organisatie van het Ministerie. Dit onderscheid komt bijvoorbeeld tot uiting in de aard van de stafdirecties die onder beide topambtenaren ressorteren en in de interne organen die ze voorzitten. -In alle Ministeries ressorteren de belangrijkste centrale beleidsafdelingen onder de SG. Het gaat dan onder andere om het Bureau van de SG, de Directie Communicatie (die 26 Deze paragraaf steunt op een uitgebreide documentenanalyse omtrent de taken en rollen van de verschillende actoren. Bijzonder nuttig bleken de introductiedossiers voor de nieuwe bewindslieden te zijn. In deze omvangrijke dossiers werden de belangrijkste actoren en organen en hun beleidsmatige taken en relaties aan de bewindslieden voorgesteld. In concreto hebben we de introductiedossiers van de Ministeries OCenW, VWS, SZW, Justitie, LNV & EZ doorgenomen. 27 Artikel 46, tweede lid uit de Grondwet. 28 Beschrijving op basis van het introductiedossier Economie, p Spoor Beleid

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid Vak Maatschappijwetenschappen Thema Politieke besluitvorming (katern) Klas Havo 5 Datum november 2012 Hoofdstuk 4 Het landsbestuur (regering en parlement) Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier

Nadere informatie

De Vlaamse strategische adviesraden: Organisatie, werking en resultaten

De Vlaamse strategische adviesraden: Organisatie, werking en resultaten Studiedag Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Slagkrachtige overheid 20 juni 2014 Naar een performante beleidsadvisering bij de Vlaamse overheid: Vraag en aanbod van beleidsadvies doorgelicht De Vlaamse

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren.

Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren. Quiz over politiek, Europa en staatsrechtelijke spelregels Toelichting In de periode 2008-2010 werkte ik als staatsrechtjurist binnen het projectteam versterking Grondwet bij het Miniserie van BZK. Dit

Nadere informatie

Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle

Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle Advies Nr. 51 Functie: Medewerker administratieve organisatie en interne controle In haar vergadering van 3 december 1998 heeft de bezwarencommissie functiewaardering politie het bezwaar behandeld van

Nadere informatie

Functieprofiel: Beleidsmedewerker Functiecode: 0301

Functieprofiel: Beleidsmedewerker Functiecode: 0301 Functieprofiel: Beleidsmedewerker Functiecode: 0301 Doel Ontwikkelen, implementeren, evalueren en bijstellen van beleid op één of meerdere aandachtsgebieden/beleidsterreinen ten behoeve van de instelling,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Artikel 1. Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder het begrip:

Artikel 1. Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder het begrip: Adviescommissie kunsten Huishoudelijk Reglement I. Algemene bepalingen Begrippen Artikel 1. Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder het begrip: Kunstendecreet: het decreet

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT 4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Opdracht en algemene werkingsregels 1 - Het remuneratiecomité heeft aandacht voor het strategische beleid en neemt hierin een adviserende

Nadere informatie

Spoor Beleid Spoor Bestuurlijke Relaties De inrichting van de beleidsondersteunende functie in een verzelfstandigd ABSTRACT

Spoor Beleid Spoor Bestuurlijke Relaties De inrichting van de beleidsondersteunende functie in een verzelfstandigd ABSTRACT De inrichting van de beleidsondersteunende functie in een verzelfstandigd overheidslandschap Spoor Beleid Spoor Bestuurlijke Relaties De inrichting van de beleidsondersteunende functie in een verzelfstandigd

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER...

PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER... Inhoudsopgave PROTOCOL VAN AFSPRAKEN OVER ONDERZOEKEN TWEEDE KAMER... 2 A. ALGEMEEN... 3 B. PROCEDURES... 3 C. VERTROUWELIJKE INFORMATIE... 3 D. MONDELINGE INFORMATIE VAN AMBTENAREN... 4 E. SLOTBEPALINGEN...

Nadere informatie

onderwerp Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de hervorming van de strategische adviesraden

onderwerp Advies over het voorontwerp van decreet betreffende de hervorming van de strategische adviesraden Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2015/02 datum 12 februari 2015 bestemmeling De heer Geert Bourgeois, Minister-president

Nadere informatie

OCMW Boortmeerbeek. Functiebeschrijving. Dienst: Secretariaat. Functiebenaming: Secretaris. Naam en handtekening functiehouder:

OCMW Boortmeerbeek. Functiebeschrijving. Dienst: Secretariaat. Functiebenaming: Secretaris. Naam en handtekening functiehouder: OCMW Boortmeerbeek Functiebeschrijving Dienst: Secretariaat Functiebenaming: Secretaris Naam en handtekening functiehouder: Naam en handtekening verantwoordelijke: Datum: Graad Niveau/weddeschaal Secretaris

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie

Klachtenreglement Ongewenste Omgangsvormen

Klachtenreglement Ongewenste Omgangsvormen Klachtenreglement Ongewenste Omgangsvormen Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum

Nadere informatie

Huishoudelijk Reglement Technische Commissies

Huishoudelijk Reglement Technische Commissies Centre d Information sur les Médias A.S.B.L. Centrum voor Informatie over de Media V.Z.W.. Huishoudelijk Reglement Technische Commissies Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van 06/09/2011. Artikel 1 -

Nadere informatie

Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o.;

Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o.; GROENALLIANTIE MIDDEN-HOLLAND e.o. Instructie voor de secretaris voor de Groenalliantie Midden-Holland e.o. Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland e.o.; in

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Verordening Wsw-raad

Nota van B&W. Onderwerp Verordening Wsw-raad Onderwerp Verordening Wsw-raad Nota van B&W Portefeuille H. van der Molen Auteur Dhr. P. Haker Telefoon 5114039 E-mail: phaker@haarlem.nl Reg.nr. SZW/BB/2008/84084 Bijlage A B & W-vergadering van 13 mei

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1977-1978 14 623 Nota Sectorraden Wetenschapsbeleid Nr.7 AANVULLENDE ANTWOORDEN OP VRAGEN GESTELD TER VOORBEREI- DING VAN EEN OPENBARE COMMISSIEVERGADERING Ontvangen

Nadere informatie

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018

Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 Organisatie van advies en inspraak van het lokaal cultuurbeleid 2013-2018 1. DOELSTELLING : ADVIES EN INSPRAAK BIJ HET LOKAAL CULTUURBELEID 1.1. Met het oog op de voorbereiding en de evaluatie van het

Nadere informatie

DEONTOLOGISCHE CODE LOYALITEIT

DEONTOLOGISCHE CODE LOYALITEIT DEONTOLOGISCHE CODE Artikel 112 van het gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad een deontologische code vaststelt voor het gemeentepersoneel. In deze deontologische code dienen artikels 107 t.e.m. 111

Nadere informatie

Functiebeschrijving: Directeur audit

Functiebeschrijving: Directeur audit Functiebeschrijving: Directeur audit Functiefamilie Controle en audit functies Voor akkoord Naam leidinggevende Datum + handtekening Naam functiehouder Datum + Handtekening 1. Context van de functie 1.1.

Nadere informatie

Ontwerp van samenwerkingsakkoord

Ontwerp van samenwerkingsakkoord Ontwerp van samenwerkingsakkoord Tussen: de Franse Gemeenschap Vertegenwoordigd door Mevrouw Fadila LAANAN, Minister van Cultuur, Audiovisuele Zaken, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen En: de Vlaamse

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK NL Deze inofficiële versie van de Gedragscode voor de leden van de Raad van Bestuur dient uitsluitend ter informatie B EUROPESE CENTRALE BANK GEDRAGSCODE VOOR DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR (2002/C 123/06)

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Klachtenprocedure. Inleiding

Klachtenprocedure. Inleiding Klachtenprocedure Stichting Welzijn Bloemendaal Stichting Casca, Welzijn en Cultuur Stichting Pluspunt Zandvoort Welzijn Stichting Welzijn Ouderen Heemstede Heemstede, mei 2011 Klachtenprocedure Inleiding

Nadere informatie

BIJLAGE 4 INSTELLINGSBESLUIT NATIONAAL COÖRDINATOR GRONINGEN

BIJLAGE 4 INSTELLINGSBESLUIT NATIONAAL COÖRDINATOR GRONINGEN BIJLAGE 4 INSTELLINGSBESLUIT NATIONAAL COÖRDINATOR GRONINGEN Besluit van de Minister van Economische Zaken van 1 mei 2015, nr. WJZ/15057631, tot instelling van de Nationaal Coördinator Groningen en de

Nadere informatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie

Functiebeschrijving. Staat aan het hoofd van de organisatie en geeft op basis hiervan leiding aan alle medewerkers van de organisatie Functie Graadnaam: secretaris Functienaam: secretaris Afdeling: Dienst: Functiefamilie: strategisch leidinggevende Functionele loopbaan: decretale graad Subdienst: Code: Doel van de entiteit De gemeente

Nadere informatie

DEONTOLOGISCHE CODE VOOR DE PERSONEELSLEDEN VAN HET OCMW LUBBEEK INHOUDSTAFEL INLEIDING

DEONTOLOGISCHE CODE VOOR DE PERSONEELSLEDEN VAN HET OCMW LUBBEEK INHOUDSTAFEL INLEIDING 1 WOORD VOORAF DEONTOLOGISCHE CODE VOOR DE PERSONEELSLEDEN VAN HET OCMW LUBBEEK Bedoeling van deze code is de waarden van het OCMWbestuur over te brengen naar het personeel, en dit op een opbouwende en

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 november 2009; gelet op de

Nadere informatie

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE

CHARTER VAN HET AUDITCOMITE CHARTER VAN HET AUDITCOMITE INLEIDING 2 I. ROL 2 II. VERANTWOORDELIJKHEDEN 2 1. Financiële reporting 3 2. Interne controle - risicobeheer en compliance 3 3. Interne audit 4 4. Externe audit: de commissaris

Nadere informatie

OP VERKENNING IN HET VLAAMS PARLEMENT

OP VERKENNING IN HET VLAAMS PARLEMENT OP VERKENNING IN HET VLAAMS PARLEMENT DOELGROEP 3DE -4DE -5DE -6DE -7DE SECUNDAIR INFORMATIE OVER DE ACTIVITEIT Doelgroep Duur Materieel Doelstellingen 3de-4de-5de-6de-7de secundair 1 lesuur per onderwerp

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris.

MEMO. Wij leveren als gemeente een ambtelijke secretaris. MEMO datum : 24 februari 2009 aan : de leden van de raad van : het college kopie aan : onderwerp : instellen commissie Overleg Landelijk Gebied Gemeente Bergen In onze vergadering van 3 februari 2009 hebben

Nadere informatie

PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09)

PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09) Artikel 1. PROCEDUREREGLEMENT VAN HET VLAAMS DOPINGTRIBUNAAL (Goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Vlaams Dopingtribunaal vzw 03.12.09) Titel I. De instellingen. Er bestaat een Disciplinaire Commissie

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD tot wijziging en verlenging

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE EN EUROPESE AANGELEGENHEDEN

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE EN EUROPESE AANGELEGENHEDEN C107 BUI7 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 21 januari 2003 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE EN EUROPESE AANGELEGENHEDEN Vraag om uitleg van de heer Jan Loones tot mevrouw

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

Klachtenregeling Bonaventuracollege

Klachtenregeling Bonaventuracollege Klachtenregeling Bonaventuracollege Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder een : a. school: een school als bedoeld in de Wet op het Voortgezet Onderwijs; b. commissie:

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 19014 4 juli 2014 Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 1 juli 2014, nr. MinBuZa.2014.303289,

Nadere informatie

Klachtenreglement. B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d e r s e n I n k o m e n s b e h e e r d e r s

Klachtenreglement. B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d e r s e n I n k o m e n s b e h e e r d e r s Klachtenreglement Datum 10 december 2015 Onderwerp Klachtenreglement Auteur Klachtencommissie E-mail klachten@bpbi.nl B r a n c h e ve r e n i g i n g voor P r o f e s s i o n e l e B ew i n d vo e r d

Nadere informatie

KLACHTENREGELING CEDERGROEP

KLACHTENREGELING CEDERGROEP KLACHTENREGELING CEDERGROEP Inhoudsopgave Hoofdstukken Onderwerp Artikel Pagina 1 Begripsbepalingen art.1 1 2 Behandeling van de klachten 2 t/m 6 Paragraaf 1 De contactpersoon art. 2 2 Paragraaf 2 De vertrouwenspersoon

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 214 Hoger onderwijs en onderzoek plan Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist

FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist FUNCTIEFAMILIE 1.3 Technisch specialist Doel van de functiefamilie Vanuit de eigen technische specialisatie voorbereiden en opmaken van plannen, ontwerpen of studies en de uitvoering ervan opvolgen specialistische

Nadere informatie

Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels.

Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels. 06 Samen met leden beleid maken, we doen toch niets anders? Co-creatie versterkt het draagvlak. Adviezen, tips en regels. tekst: Erik van co- Laar en Therèse van t Westende-de Bijl 26 vm juni 2013 creatie

Nadere informatie

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME VLAAMS MINISTER VAN FINANCIEN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING NOTA AAN DE VLAAMSE

Nadere informatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie

Bijlage 1: wetteksten met toelichting cliënten- en burgerparticipatie In deze informatie-set vindt u voorbeelden van documenten en profielen die door Wmo Adviesraden zijn gebruikt in het Plan van aanpak bij de omvorming naar een brede Adviesraad Sociaal Domein of Participatieraad.

Nadere informatie

Goedgekeurd op 11 februari 2011

Goedgekeurd op 11 februari 2011 GROEP GEGEVENSBESCHERMING ARTIKEL 29 00327/11/NL WP 180 Advies 9/2011 betreffende het herziene voorstel van de industrie voor een effectbeoordelingskader wat betreft de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo vast te stellen

De Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo vast te stellen Raadsbesluit nr. 22 Betreft: Vaststellen Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand, Wet sociale werkvoorziening en Wet Investeren in Jongeren gemeente Tynaarlo De raad van de gemeente Tynaarlo;

Nadere informatie

Klachtenprocedure & reglement

Klachtenprocedure & reglement Klachtenprocedure & reglement 1 Klachtenprocedure Inleiding Voor zowel de procedure als het reglement is het model gebruikt dat door de MO-Groep (branchorganisatie Welzijn & Maatschappelijk werk) is ontwikkeld.

Nadere informatie

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot)

Doel cliëntenparticipatie (Bergeijk, Bladel, Eersel en Oirschot) Verordening cliëntenparticipatie ISD de Kempen 2015 Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als

Nadere informatie

KLACHTENREGELING Stichting MONTON

KLACHTENREGELING Stichting MONTON KLACHTENREGELING Stichting MONTON Het bevoegd gezag van de Stichting MONTON gelet op de bepalingen van de Wet op het primair onderwijs; gehoord de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; stelt de volgende

Nadere informatie

Beleidsmedewerker Onderwijs

Beleidsmedewerker Onderwijs Horizon College Beleidsmedewerker Onderwijs Sector BMO Alkmaar C70) Afdeling Communicatie en Onderwijs (C&O) Contract: Vervanging wegens zwangerschapsverlof Periode: 1 mei 2015 tot 1 oktober 2015 Omvang:

Nadere informatie

Akkoord BHV. De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde + Leuven).

Akkoord BHV. De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde + Leuven). Akkoord BHV Wat staat er in het akkoord? In grote lijnen: 1) BHV wordt zuiver gesplitst De kieskring BHV wordt gesplitst in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een kieskring Vlaams Brabant (Halle- Vilvoorde

Nadere informatie

Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.

Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau. 1. Koning Artikel 24 Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau. Artikel 25 Het koningschap gaat bij overlijden van de Koning krachtens

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter INHOUDSOPGAVE Artikel 1 Begrippen Blz. 03 Artikel 2 Uitgangspunten Blz. 04 Artikel 3 De Klachtencommissie Blz. 05 Artikel 4 De werkwijze van de commissie

Nadere informatie

Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting

Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting Politiek en politici in het nieuws in vijf landelijke dagbladen Samenvatting Otto Scholten & Nel Ruigrok Stichting Het Persinstituut De Nederlandse Nieuwsmonitor Amsterdam, april 06 1 Inleiding Puntsgewijs

Nadere informatie

Directiestatuut Domijn

Directiestatuut Domijn Directiestatuut Domijn 4 mei 2012 Diskisnr.: 1972042 Inhoudsopgave 1. Directiestatuut Domijn 3 1.1. Inleiding 3 1.2. Doel van de functies 3 1.3. Plaats in de organisatie 4 1.4. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR DE SCHOOLRAAD

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR DE SCHOOLRAAD HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOOR DE SCHOOLRAAD Hoofdstuk 1 - Oprichting Art.1 In uitvoering van het Decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, B.S. 6 augustus

Nadere informatie

Vacature Hoofd Financiën

Vacature Hoofd Financiën Vacature Hoofd Financiën Gezocht: Krachtig Hoofd Financiële en Salarisadministratie Voelt u zich aangetrokken tot de dynamische ontwikkelingen binnen Voortgezet Onderwijs? Bent u de krachtige, financiële

Nadere informatie

Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015

Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015 Maatschappijleer Parlementaire Democratie 10 VWO 2014-2015 Mensbeelden, ideologieën, politieke partijen Politieke partijen Welke politieke partijen zijn er eigenlijk in Nederland en wat willen ze? Om antwoord

Nadere informatie

Het proces van staatshervorming bestuurskundig geanalyseerd

Het proces van staatshervorming bestuurskundig geanalyseerd Het proces van staatshervorming bestuurskundig geanalyseerd SBOV-studiedag Brussel, 6 oktober 2009 Dieter Vanhee 1 Onderzoeksproject 2 Situering 13/06/04 10/06/07 14/07/08 16/02/09 1 2 3 4 5 6 08/10/08

Nadere informatie

Verordening Cliëntenparticipatie Wsw Wet Sociale Werkvoorziening

Verordening Cliëntenparticipatie Wsw Wet Sociale Werkvoorziening Verordening Cliëntenparticipatie Wsw Wet Sociale Werkvoorziening. De raad van de gemeente Hilversum, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 april 2008; BESLUIT De Verordening cliëntenparticipatie

Nadere informatie

LVVP-reglement voor de behandeling van klachten van cliënten

LVVP-reglement voor de behandeling van klachten van cliënten LVVP-reglement voor de behandeling van klachten van cliënten Inleiding Op grond van de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector (WKCZ) is een vrijgevestigd eerstelijns/gz-psycholoog, psychotherapeut / klinisch

Nadere informatie

houdende instelling van een Adviescollege burgerluchtvaartveiligheid

houdende instelling van een Adviescollege burgerluchtvaartveiligheid Besluit van houdende instelling van een Adviescollege burgerluchtvaartveiligheid Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van, nr. HDJZ/LUV/2007-, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 3.1 Controle/audit

FUNCTIEFAMILIE 3.1 Controle/audit Doel van de functiefamilie Ter plaatse bij derden de naleving van reglementeringen, normen, ed controleren of interne audit uitvoeren hierover te rapporteren zodat de gepaste acties kunnen ondernomen worden

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders

KLACHTEN REGLEMENT. Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders KLACHTEN REGLEMENT Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders Versie 13 mei 2012 1 Klachtenreglement Artikel 1 Algemeen 1. Elk lid van de branchevereniging behoort een interne

Nadere informatie

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit

Reglement College van Bestuur. Onderwijsstichting Esprit Reglement College van Bestuur Onderwijsstichting Esprit Amsterdam, vastgesteld, na goedkeuring door de Raad van Toezicht op 4 december 2015, door het College van Bestuur in haar vergadering van 7 december

Nadere informatie

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Dirk Vanderpoorten Secretaris Generaal

DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE. Dirk Vanderpoorten Secretaris Generaal DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Dirk Vanderpoorten Secretaris Generaal STUDIEDAG BBB EN DEUGELIJK BESTUUR BINNEN DE VLAAMSE OVERHEID 7 mei 2009 1 Werkgroep II: Taakafbakening tussen een heilige Drievuldigheid

Nadere informatie

Klachtenregeling CVO t Gooi

Klachtenregeling CVO t Gooi Deze externe klachtenregeling geldt indien de interne klachtenregeling naar het oordeel van de klager onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. Klachtenregeling CVO t Gooi Het bestuur van CVO t Gooi, gelet

Nadere informatie

FRACTIEREGLEMENT. Hoorn INHOUD: Raadsperiode 2010-2014. I. Definities blz 2. II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2

FRACTIEREGLEMENT. Hoorn INHOUD: Raadsperiode 2010-2014. I. Definities blz 2. II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2 Hoorn FRACTIEREGLEMENT Raadsperiode 2010-2014 INHOUD: I. Definities blz 2 II. Taakomschrijvingen, verplichtingen en rechten fractieleden blz 2 III. Fractieondersteuning blz 4 IV. Besluiten blz 4 V. De

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

Klachtenregeling. Omnisscholen

Klachtenregeling. Omnisscholen Klachtenregeling Omnisscholen KLACHTENREGELING : INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Begripsbepalingen Behandeling van de klachten Paragraaf 1: algemeen Paragraaf 2: de contactpersoon Paragraaf

Nadere informatie

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR

COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR COMMISSIE ZORGVULDIG BESTUUR CZB/KL/KBO/143 BETREFT: Basisonderwijs : Fotografie door oudercomité. 1. PROCEDURE 1.1 Ontvangstdatum: 03 april 2006 1.2 Verzoekende partij Nationaal secretaris, Nationale

Nadere informatie

Model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs

Model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs Model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs De inwerkingtreding van de Kwaliteitswet per 1 augustus 1998 hield onder meer in dat schoolbesturen verplicht werden een klachtenregeling voor elk

Nadere informatie

Klachtenregeling Strabrecht College Geldrop

Klachtenregeling Strabrecht College Geldrop Klachtenregeling Strabrecht College Geldrop Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. school: het Strabrecht College te Geldrop, school als bedoeld in Wet op

Nadere informatie

Polderen voor beginners

Polderen voor beginners Jongerenkamer Polderen voor beginners Voorwoord De Tweede Kamer is het hart van de Nederlandse democratie. De 150 gekozen Kamerleden gaan met elkaar en de regering in debat over de toekomst van Nederland.

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

Inhoudstafel. 1. Inleiding...1. 2. De Europese integratieparadox...11

Inhoudstafel. 1. Inleiding...1. 2. De Europese integratieparadox...11 Inhoudstafel 1. Inleiding.............................................................1 1.1. Probleemstelling........................................................1 1.2. Onderzoeksopzet.......................................................3

Nadere informatie

Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening

Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening Preambule NWO beschouwt het als haar taak om te waken over de kwaliteit van het door NWO gefinancierde wetenschappelijk onderzoek.

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID ADVIES BETREFFENDE DE ORGANISATIE VAN DE INFORMATIE EN DE BEVORDERING VAN DE VLAAMSE PARTICIPATIE INZAKE DE EUROPESE R & D-PROGRAMMA S. VRWB-R/ADV- 15 16 november 1989.

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

Verordening cliëntenparticipatie adviesraad sociaal domein Ede 2015.

Verordening cliëntenparticipatie adviesraad sociaal domein Ede 2015. De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op artikel 47 van de Participatiewet artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008 STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10589 8 juli 2010 Regeling procedure aanwijzing groepen functies en herplaatsing BZK 2008 23 juni 2010 De Minister van

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22623 13 augustus 2013 Instellings- en mandaatbesluit spir-it 2013 Gelet op paragraaf 2 van de afdeling 6 van hoofdstuk

Nadere informatie

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur

Aanpassingen vergaderstructuur. Voorstel. Inleiding. Toelichting vergaderstructuur Aanpassingen vergaderstructuur Voorstel 1. kennis nemen van de concept jaaragenda 2. vaststellen thematische indeling commissies 3. toevoegen beeldvormend deel, voorafgaand aan de reguliere commissievergadering

Nadere informatie

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code Advies deontologische code voor loopbaandienstverlening Inhoud Op 2 december 2003 vroeg de Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en Toerisme R.

Nadere informatie

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ

INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ BIJLAGE 2. INTERN REGLEMENT VAN HET AUDITCOMITÉ Dit intern reglement maakt integraal deel uit van het Corporate Governance Charter van de Vennootschap. Deze bijlage is een aanvulling op de toepasselijke

Nadere informatie

Verordening behandeling bezwaarschriften 2006

Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 Het Algemeen Bestuur van de IGSD Veluwerand; gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 14-6-2006; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie