Het statuut en de verplichtingen van tussenpersonen bij de distributie van financiële producten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het statuut en de verplichtingen van tussenpersonen bij de distributie van financiële producten"

Transcriptie

1 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar Het statuut en de verplichtingen van tussenpersonen bij de distributie van financiële producten Masterproef van de opleiding Master in de rechten Ingediend door Mathias Naudts (studentennr ) (major: Sociaal & Economisch Recht) Promotor: Michel Tison Commissaris: Eveline Hellebuyck

2 Het statuut en de verplichtingen van de tussenpersonen bij de distributie van financiële producten 1. Inleiding Ontstaan van de wet betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten Evoluties op het Europese niveau Moeilijkheden bij de totstandkoming van de wet: cashless intermediatie door de makelaar Combinatie van de Statuten De verzekeringssector als model Nader ingaan op het statuut Toepassingsgebied van de wet van 22 maart Procedure van de inschrijving Beroepskennis Voldoende financiële draagkracht Beroepsaansprakelijkheidsverzekering Overige gemeenschappelijke voorwaarden Voorwaarden eigen aan het statuut van de agenten Voorwaarden eigen aan het statuut van de makelaars Specifieke verbodsbepalingen Maatregelen ter bescherming van de spaarders en beleggers Verplichtingen die op de principaal wegen Informatieverplichting van de tussenpersonen in bank - en beleggingsdiensten Informatieverplichtingen van de verzekeringstussenpersonen Vergelijking van de informatievereisten van de verschillende tussenpersonen Aansprakelijkheid van de tussenpersoon De lastgevingsovereenkomst tussen de agent in bank- en beleggingsdiensten en de principaal Quasi-delictuele aansprakelijkheid van de agent Verzwijgen van de vertegenwoordiging en sterkmaking Uitzonderingen op het principe van de vertegenwoordiging Aansprakelijkheid tegenover de derde-contractant voor fouten van de agent De hypothese waarin de agent buiten de grenzen van zijn opdracht handelt Belangenconflicten Belangenconflicten: afbakenen van het begrip De eigenlijke loyaliteitsverplichting Zoeken naar een adequaat sanctioneringsmechanisme Loyaliteit en belangenconflicten in de MiFID-richtlijn De belangenconflicten en loyaliteit bij tussenpersonen Démarchage Toepassingsgebied van de démarchage Démarchage en publiciteit Démarchage en de bescherming van de consument Conclusie 102

3 1. Inleiding 1. Het doel van dit schrijven is de situatie van de tussenpersonen bij de distributie van financiële producten nader te bekijken 1. Meer bepaald zullen het statuut welk zij dienen te onderschrijven, en de verplichtingen waaraan zij zich hierbij dienen te houden nader bekeken worden. De invloed van Europa hierbij is onontkenbaar: de tussenpersonen moeten een aantal verplichtingen gehoorzamen die overgenomen zijn van de Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten 2. Binnen dit kader worden ook enkele verplichtingen van de verzekeringsagent en verzekeringsmakelaar bekeken. Zij bieden immers vaak producten aan die voor de doordeweekse spaarder een gelijkaardige rol als de financiële producten vervullen 3. Aan de situatie van de aansprakelijkheid van de agenten die een activiteit van bemiddeling in bank-en beleggingsdiensten aanbieden, en de belangenconflicten waarmee zij mogelijk geconfronteerd worden, wordt bijzondere aandacht besteed. Tot slot wordt ook een link gemaakt met het buitenland. Bij zowel de regeling van de banktussenpersonen als de verzekeringstussenpersonen vervulde België een pioniersrol bekeken vanuit het Europese perspectief 4. In dit schrijven wordt meer bepaald onderzocht hoe de situatie geregeld is in Frankrijk, waar men het regime van de démarchage kent. Deze situatie wordt nader bekeken, en vergeleken met de situatie in België. Ook enkele kritieken op dit regime komen hierbij aan bod. 1 Onder tussenpersonen, een term die in de financiële wetgeving meerdere ladingen dekt, worden hier de agent en makelaar in bank- en beleggingsdiensten begrepen. 2 Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn 93/22/EEG van de Raad, Pb. L.145 van 30 april 2004, Hierna de MiFID-Richtlijn genoemd. 3 Hier kan dan ook reeds opgemerkt worden dat het recent ingevoerde statuut van de bankagent - en makelaar in sterke mate gebaseerd is op het reeds eerder bij wet geregelde regime waar de verzekeringstussenpersoon zich naar dient te richten. 4 In vele landen van de EU is immers nog geen dergelijke regeling uitgewerkt. Er kan verwacht worden dat vanuit Europa zelf een wetgevend initiatief zal komen. 3

4 1.1 Ontstaan van de wet betreffende de bemiddeling in bank- en bemiddelingsdiensten 2. Gedurende lange tijd werd het statuut van de banktussenpersonen in België niet geregeld door de wetgever. Voor het onstaan van de wet betreffende bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten 5, werd er in de banksector enkel gewerkt met enerzijds bedienden en anderzijds exclusieve bankagenten als distributiekanalen bij de verdeling van bankproducten. 3. De oorsprong van deze regeling dient te worden gezocht in enkele financiële drama s die hadden plaatsgevonden in de jaren 70 en 80, en waarbij spaarders gedupeerd geraakt waren ten gevolge van frauduleus gedrag van bankagenten. De spaarders konden zich toen, bij gebrek aan band tussen de bank en de tussenpersoon, niet verhalen op de kredietinstellingen om zo de door hen geleden schade op te vangen. De gedupeerden bleven in de kou staan, aangezien ze in de frauduleuze agent een minder solvabele aansprakelijke partij vonden. Om deze tragedies in de toekomst te vermijden werd de verplichting tot exclusiviteit ingevoerd. Doordat de agent zich exclusief aan één kredietinstelling diende te binden, ontstond wél een voldoende band tussen deze twee entiteiten, waarbij de cliënt in geval van misbruiken eveneens de bank kon aansprakelijk stellen. 4. Het naast elkaar bestaan van exclusieve bankagenten en bedienden vormde bovendien een unieke situatie: nergens anders in Europa kwam het voor dat er twee volwaardige distributienetwerken voor de verkoop van bankproducten- of diensten waren. Voor de consument kwam het op hetzelfde neer of hij producten bij een bediende of bij een agent kocht 6. De exclusiviteitsregel bracht dus met zich mee dat de kredietinstelling kon aansprakelijk gesteld worden. Een wettelijk statuut die de situatie voor de agenten regelde, ontbrak evenwel. 5 Wet 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten, BS, 28 april Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, 38. 4

5 5. Het was de toenmalige CBF die regulerend optrad in deze materie via haar circulaire 93/5 7. Deze circulaire werd genomen op grond van artikel 20 van de bankwet van 22 maart , dat vereist dat iedere kredietinstelling moet beschikken over een voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking, en interne controle, en dit op een manier waarbij zij rekening houdt met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's. Meer bepaald was, wanneer de kredietinstelling beroep deed op zelfstandige tussenpersonen, het exclusiviteitsbeginsel van toepassing 9. Dit principe hield in dat wanneer banken met zelfstandige agenten werkten, deze laatsten exclusief dienden gebonden te zijn aan de bank. Als zelfstandige tussenpersonen konden zij - behalve voor lening- en leasingverrichtingen - slechts één welbepaalde kredietinstelling vertegenwoordigen. 6. Op die manier bestond er lange tijd een onevenwicht in de relatie tussen de zelfstandige agenten en de banken aan wie zij gebonden waren. Zelfstandige bankagenten waren gemandateerden van de banken, en dit bracht onder andere met zich mee dat de banken het contract van de agenten konden opzeggen, zonder een vergoeding te betalen voor het aangebrachte cliënteel. Dit terwijl de agenten zelf in hun vrijheid beknot werden door concurrentiebedingen. In 1999 kwam er beterschap in de nadelige regeling van het statuut van de zelfstandige bankagent. Toen werd immers de wet op de handelsagentuurovereenkomst 10 op hen van toepassing verklaard. Inzake de regeling van de contractuele relatie tussen bankagent en kredietinstelling betekende dit een vooruitgang. Sindsdien kregen zij recht op een opzeggingstermijn- of vergoeding, en een uitwinningsvergoeding. Tevens diende het toezicht, de betrouwbaarheid, de ervaring en de scholing van de bankagent georganiseerd te worden door de kredietinstelling in wiens naam en voor wiens 7 Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), Circulaire B 93/5 aan de kredietinstellingen, 21 oktober 1993, Circulaire B 93/5, Hierna: B 93/5 8 Wet 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, BS, 19 april Hierna: de bankwet. 9 Art. 2.1 B 93/5. 10 Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst, BS, 2 mei Hierna: de wet op de handelsagentuur. 5

6 rekening hij optrad 11.Ten gevolge van de exclusiviteitsverplichting, bleef de economische en juridische macht van banken over hun agenten niettemin groot. 7. Een ander probleempunt bestond erin dat, doordat bankagenten actief waren zonder echt wettelijk statuut, er geen eenvormige garantie op vlak van onder andere deskundigheid en opleiding kon gegarandeerd worden. Hun statuut werd contractueel vastgelegd. Via de wet op de handelsagentuur werd bovendien enkel de contractuele verhoudingen tussen de bank en de zelfstandige agent geregeld. De wet bracht geen bijkomende waarde wat betreft het specifieke beroep van de bankagent. De CBFA oefende toezicht uit op de kredietinstelling. Deze kredietinstelling voorzag zichzelf van een passende organisatie, en in het kader hiervan zag zij toe op, en droeg zij de verantwoordelijkheid voor haar werknemers en agenten. De werking van haar agentennet was onderhevig aan interne controleprocedures. De CBFA vroeg hierbij op de hoogte te worden gebracht bij het beëindigen van het contract van een agent omwille van zware fout, of vermoeden van zware fout. Verder kwam de CBFA evenwel niet tussen. Een tekortkoming hierbij was dat een agent, die ontslagen werd om gewichtige redenen onmiddellijk weer aan de slag kon bij een andere bank. Er gold enkel de aanbeveling dat de aanwervende bank de ontslag gevende bank contacteerde 12. Enig bewijs van beroepskennis was niet vereist. Iedereen kon een agentschap uitbaten. In een weinig transparante omgeving als de financiële sector werd het stilaan onaanvaardbaar dat men de facto meer waarde kon hechten aan goed zakendoen, dan aan vakkennis. Ook op dit vlak zou een wettelijk statuut dat bepaalde vereisten zou opleggen voor de financiële tussenpersonen een extra bescherming bieden voor de consumenten. 11 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, 23. 6

7 8. Onder dit oude regime van exclusiviteit kon ook geen plaats zijn voor eigenlijke bankmakelaars, met name zelfstandige tussenpersonen die voor hun klanten op zoek gaan naar de beste producten en beste instellingen, en op die manier relaties hebben met een veelheid aan financiële ondernemingen. Makelaars en agenten ageren vanuit een duidelijk verschillende invalshoek. Grof geschetst, stelde senator Luc Willems dat makelaars voor hun cliënten werken, en voor hen op zoek gaan naar de beste producten en banken. De bankagenten daarentegen kunnen geacht worden eerder voor hun bank te werken, en op zoek te gaan naar de beste klanten 13. Enkel voor kredietverlening was in een uitzondering voorzien: deze kon men ook uitoefenen als makelaar, en dus niet enkel als zelfstandig agent Tegelijkertijd was de financiële wereld geëvolueerd naar een omgeving waarin de cliënt op allerlei manieren zelf aan bankproducten kon raken 15. Hij wordt aangesproken via diverse distributiekanalen, en zoekt zelf naar het meest passende product. Dit gebeurt in een voor de leek niet transparante markt, waar bovendien geen onafhankelijk advies voorhanden was. Er was dus zeker plaats voor onafhankelijke financiële bemiddeling. Ook voor de zelfstandige bankagenten zou dit in deze context nieuwe perspectieven bieden, aangezien de exclusieve agent in de verdrukking kwam door de concurrentie van deze nieuwe distributiekanalen. 10. Een andere belangrijke catalysator die de organisatie van de sector op losse schroeven deed komen te staan was het Petercam-arrest 16. In dit arrest werd door de Raad van State beslist dat de CBF, als controleorgaan, niet de bevoegdheid had om regulerend op te treden, en aldus in de plaats van de wetgever te treden. Dientengevolge bleek ook de circulaire 93/5 onwettig te zijn, en aldus werd de nood aan een door de Wetgever ingesteld statuut nog duidelijker. 13 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Art C 93/5 15 Onder andere het online bankieren gooide de markt nog meer open voor de kleine belegger. 16 RvS 8 januari 2001, nr , NV Petercam/Commissie voor Bank- en Financiewezen, 7

8 11. Tevens werd hierdoor de ruimte gecreëerd om bankmakelaars toch tot de sector toe te laten. De banktussenpersonen zelf waren immers sinds geruime tijd voorstander van een duidelijk geregeld statuut. Een regime bovendien waarin exclusiviteit niet langer de enige optie zou zijn. Dergelijk systeem kon ook voor de consumenten voordelen met zich meebrengen: door de exclusiviteit werd immers de mededinging beperkt, en dus ook belangen van de consument geschaad. Wanneer de consument zich daarentegen ook tot een bankmakelaar zou kunnen richten, dan weet hij dat hij onafhankelijk advies, en ook onafhankelijke informatie kan krijgen. 12. De CBFA en de Minister van Financieën waren niet blind voor deze problematiek. Maar hoewel men de situatie reeds eerder onderzocht had, kwam men niet naar voren met een wetsontwerp. De reden hiervoor dient gezocht te worden op het Europese niveau. Men was immers eerder terughoudend om reeds in te grijpen doordat de Europese Richtlijn inzake verzekeringsbemiddelling 17 en een nieuwe ISD-richtlijn op komst waren. 13. Het was voornamelijk door het aandringen van Senator Luc Willems om toch in te gaan op de problematiek, dat alsnog een aparte wet inzake de financiële tussenpersonen tot stand is gekomen. Deze VLD-senator diende een wetsontwerp in, dat uiteindelijk uitmondde in de Wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten. Via deze Wet Willems werd de mogelijkheid gecreëerd voor financiële tussenpersonen om niet langer alleen als zelfstandig bankagent, maar ook als bankmakelaar te opereren. 1.2 Evoluties op het Europese niveau 14. Het ontstaan van de wet loopt gelijktijdig met enkele evoluties op het Europese niveau. 17 Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling, Pb. L 9 van 15 januari 2003, Hierna: Richtlijn betreffende verzekeringsbemiddeling. 8

9 15. Vooreerst was er de goedkeuring van de de Richtlijn betreffende verzekeringsbemiddeling, die enkele wijzigingen aan de wet betreffende verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen 18 met zich meebracht. 16. Ook de komst van de MiFID-Richtlijn, die de ISD-Richtlijn 93/22/EG herzag, speelde een rol van invloed. Via deze richtlijn werd immers het statuut van gebonden gevolmachtigde agenten in beleggingsdiensten geïntroduceerd, en werd de ruimte gelaten voor de lidstaten een statuut te creëren voor tussenpersonen in beleggingsdiensten, die niet gebonden zijn aan kredietinstellingen. Men wachtte evenwel het verschijnen van de MiFID-Richtlijn niet af om het statuut van de tussenpersonen in bank-en beleggingsdiensten te ontwikkelen. Over het gedeelte van de MiFID-Richtlijn dat betrekking heeft op de financiële bemiddeling bestond immers weinig discussie 19. Men kon het statuut dus uitwerken zonder de vrees om later alsnog voor een verrassing vanop Europees niveau komen te staan, en de wet te moeten aanpassen. Het was bovendien ook duidelijk dat de verplichte exclusiviteit voor spaar- en beleggingsproducten hoe langer hoe minder aanvaardbaar bleek binnen een Europese context. Er kon getwijfeld worden of de belemmeringen van de vrije markt die hieruit voortvloeiden, nog langer als proportioneel en evenredig konden beschouwd worden Moeilijkheden bij de totstandkoming van de wet: de cashless intermediatie door de makelaar. 17. Het voornaamste probleempunt bij het ontwerp van de wet bleek het werken met liquide geldmiddelen door bankmakelaars te zijn. Als beschermingssysteem naar de consument toe zag men de bankmakelaar immers liever in een louter bemiddelende rol: het in conctact brengen van vraag en aanbod, waarna de de overdracht van gelden via derden verloopt, zodat zijn optreden cashless blijft. 18 Wet 27 maart 1995 betreffende verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 14 juni Hierna: wet betreffende verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen. 19 Dit in tegenstelling tot het luik betrekking houdende op de beursorganisatie. 20 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, 47. 9

10 18. Zoals eerder aangehaald was tijdens het voorbereiden van de wet van 22 maart 2006 bovendien de MiFID-Richtlijn verschenen 21. De bankmakelaar zou op grond van deze Richtlijn in principe gekwalificeerd worden als beleggingsonderneming, en ten gevolge hiervan aan zware verplichtingen dienen te voldoen. De MiFID-Richtlijn voorzag evenwel in een uitzonderingsmogelijkheid. Lidstaten kunnen er immers voor opteren om personen die - onder andere voorwaarden - geen aan hun cliënten toebehorende gelden en effecten mogen aanhouden, en daarom jegens hun cliënten nooit in een debiteurspositie mogen verkeren, buiten het toepassingsgebied van de MiFID-Richtlijn te laten vallen 22. Indien de bankmakelaars dus opgelegd worden geen cashverrichtingen te mogen uitvoeren, vallen zij niet onder het toepassingsveld van de Richtlijn. 19. Een eerste amendement werd hierna ingediend ter voorziening van beide problemen 23. Zo werd bepaald dat verboden was voor de bankmakelaar om andere gelden of effecten van klanten in ontvangst te nemen, behalve indien hij deze van klanten ontvangt op basis van een schriftelijk mandaat in naam en voor rekening van een financiële instelling. De bankmakelaar valt niet onder de MiFID-Richtlijn, en tevens worden wantoestanden vermeden, doordat de makelaar niet aan gelden van zijn cliënt kan raken. Senator Willems trok later zijn eerste twee amendementen in, en diende een derde in ter vervanging van het hele wetsvoorstel 24. De facto bleef de regeling dezelfde. Er werd bepaald dat de bankmakelaar op geen enkel ogenblik gelden en financiële instrumenten van zijn cliënten in contanten of op een rekening mag ontvangen en bijhouden 25. Dit artikel werd in definitieve versie van de wet integraal overgenomen. De verplichting voor de makelaar om cashless te werken wordt ook elders in de wet opgefrist. 20. Een nadeel bij deze oplossing is evenwel dat de artikelen 31 en 32 van de MiFID- Richtlijn dan evenmin van toepassing zijn op de bankmakelaars: aldus kunnen zij geen gebruik maken van deze regelingen inzake vrijheid van dienstverlening en vrijheid van 21 Zie supra. 22 Art. 3.1 MiFID-Richtlijn. 23 Amendement (L. WILLEMS) op het wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /2. 24 Amendement (L. WILLEMS) op het wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /3. Hierna: 3-377/3. 25 Art. 11, 1, 3 van 3-377/3. 10

11 vestiging. Zij kunnen hun diensten dus niet aanbieden in het buitenland, noch rechtstreeks, noch via een bijkantoor. Dit in tegenstelling tot hun Europese collega s wiens statuut wel conform de MiFID-Richtlijn uitgewerkt is. Op deze manier kan hun concurrentiepositie verminderd worden De verplichting tot cashless intermediatie werd op verschillende wijzen onthaald. Vanuit de CBFA oordeelde men dat deze verplichting de aantrekkelijkheid van het statuut van makelaar in bank- en beleggingsdiensten niet ondermijnde. Men ging ervan uit dat er nog steeds een voldoende ruime markt zou bestaan, doordat de makelaar de meest interessante producten aan zijn client zou kunnen aanwijzen, en het statuut op die manier voldoende toegevoegde waarde zou bieden 27. Vanuit de Beroepsvereniging van Zelfstanige Bankagenten was er echter heel wat tegenkanting op dit voorstel. Zonder cashverrichtingen te mogen doorvoeren, zou het ambt van bankmakelaar in de praktijk niet uitgeoefend worden, vreesde men 28. Ook de Federatie voor Verzekerings- en Financiële Tussenpersonen stond negatief ten opzichte van dergelijke verplichting. Door enkel aan exclusief werkende tussenpersonen de mogelijkheid te geven om met cashgelden te werken, werden bankmakelaars de facto als onbetrouwbaar bestempeld, oordeelde zij. Dergelijk onderscheid vonden zij onaanvaardbaar, en bovendien merkten ze het concurrentieel nadeel dat deze regeling met zich zou meebrengen op. Indien een makelaar gedwongen wordt om naar een commercieel distributienetewerk te gaan met zijn client, is de kans reëel dat hij deze cliënt hierna verliest 29. Ook de Association professionnelle des Agents Financiers Independants 30 zag de levensvatbaarheid van het statuut van de makelaar in financiële instrumenten niet in, 26 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, 10. Anderzijds was de hele Europese sector in beweging ten tijde van het ontwerpen van de regeling, en was het Belgische voorstel met zijn amendering niet afwijkend ten opzichte van de rest van Europa. De facto gingen de Belgische makelaars niet in een slechtere concurrentiepositie terecht komen dan hun Europese collega s. Bovendien wordt verwacht dat er op termijn een Europese Richtlijn komt die het statuut van de bankmakelaar zou bepalen, naar analogie met de richtlijn over de verzekeringsmakelaar. 27 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Hierna: APAFI. 11

12 indien deze niet gemachtigd zou worden om zelf rechtstreeks bedragen te innen, of deze terug te betalen aan zijn klanten Verschillende alternatieven werden aangereikt om het cashless werken te vermijden. Voor de APAFI bestond de oplossing er in om het statuut van makelaar cumuleerbaar te maken met dat van agent 32. Zij waarschuwden dat men anders in een situatie zou kunnen terechtkomen waarin het statuut van makelaar enkel voldoende nut zou hebben om opgenomen te worden door verzekeringsmakelaars en bedrijven die bankdiensten als een zeer bijkomstige nevenactiviteit aanbieden 33. Een ander mogelijk alternatief was de creatie van een gemarkeerde rekening die los staat van het vermogen van de bankmakelaar 34. Op die manier zouden de gelden van de client niet opgeëist kunnen worden door de persoonlijke schuldeisers van de makelaar. Ook de creatie van een waarborgfonds om op terug te vallen in geval van wantoestanden werd voorgesteld 35. Door de APAFI werd ook nog een systeem voorgesteld waarbij er voor de cashverrichtingen één huisbank is, en voor de overige verrichtingen de andere banken voor de makelaars Het probleem van de cashverrichtingen speelt niet bij de zelfstandige bankagent, die exclusief gebonden is aan een bank. Wanneer er zich problemen voordoen, kan de client zich immers tot de bank wenden. De bank heeft er bijgevolg alle baat bij om haar agenten aan een degelijke controle te onderwerpen. 24. Het voorstel om de makelaar te verbieden om cashless te werken, was dus geworteld in de nood om de cliënten te beschermen. Indien de verplichte exclusiviteit geheel ging worden afgeschaft, zouden enkele 31 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Zie infra. 33 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Onder andere de Beroepsvereniging van Zelfstanige Bankagenten en de Belgische Vereniging van Banken zagen heil in deze mogelijkheid. 35 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5,

13 bijhorende beschermingsregels ook verdwijnen. Ter bescherming van de client diende niettemin een bepaalde wettelijke exclusiviteit gehandhaafd te worden. Een belangrijk deel van deze diensten bestaan uit cashverrichtringen: het openen en beheren van zicht-, spaar-, of termijnrekeningen. Een sluitende regeling van controle en aansprakelijkheid bij fraude van de makelaar ontbrak evenwel. De kredietinstelling zou niet kunnen aangesproken worden, aangezien zij geen controle zou kunnen verrichten. Het is immers eigen aan het statuut van de makelaars dat zij voor verscheidene kredietinstellingen werken, en aan geen enkele instelling gebonden is. Er diende een afweging gemaakt te worden tussen de belangen van de client, en de voordeligheid om het statuut van makelaar op te nemen voor de tussenpersoon. Aangezien een sluitende controle op de cashverrichtingen van de makelaars als vrijwel onmogelijk ingeschat, en de veiligheid van de spaarder primordiaal bleef, werd geopteerd om als compromis tussen beide belangen te opteren voor een verbod op cashverrichtingen. 1.4 Combinatie van de statuten 25. Tijdens de voorbereidende werken rees de vraag of de statuten van bankmakelaar en bankagent onderling gecombineerd zouden kunnen worden. Aangezien het toenmalige voorstel met betrekking geen volstrekt uitsluitsel bracht, bestond hier enige twijfel over. 26. Er werd evenwel geoordeeld dat zulks niet de bedoeling kon zijn. Dergelijke toelating zou de duidelijkheid voor de consumenten niet ten goede zou komen: deze zouden kunnen twijfelen met welke van beide hoedanigheden van de tussenpersoon ze te maken hebben, en daaraan gekoppeld, op welke bijhorende beschermingsregels zij zich zouden kunnen beroepen Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Zo rees de vraag of deze cumulatie aanvaard diende te worden wanneer de twee verschillende statuten aangenomen worden door onderscheiden rechtspersonen, doch die onder de controle staan van dezelfde persoon. 13

14 Een bijkomende reden om deze cumulatie niet toe te staan kan gevonden worden in de vrees dat het verbod op cashless optreden door bankmakelaars op die manier al te gemakkelijk omzeild zou kunnen worden. Deze combinatie zou bovendien voor moeilijkheden zorgen op het vlak van de boekhouding. Vooreerst verwachtte men hierbij een gebrek aan sluitende en efficiënte controle. Ook de tussenpersoenen zelf zouden daarnaast allicht weinig opgetogen zijn met het feit dat de financiële instelling waarmee zij als exclusieve agent werken - inzage zou kunnen krijgen in zijn commerciële activiteiten uitgeoefend als makelaar tengevolge van die controle. 27. Een andere strekking hield echter vol dat deze punten niet overroepen mochten worden, en dat indien de cumulatie werd toegelaten, dit nog niet hoefde te betekenen dat de financiële instellingen deze in concreto dienden te accepteren: het zou hen nog steeds vrij staan om in de individuele contracten met hun agenten de beperking op te leggen geen producten van concurrerende banken aan te bieden, en aldus contractueel te verbieden het statuut van makelarij op te nemen De verzekeringssector als model 28. Deze moeizame evolutie binnen de banksector stond in schril contract met de situatie in de verzekeringswereld. Daar was immers sinds 1995 reeds een statuut voor de verzekeringstussenpersonen gekomen. Sindsdien werden de mogelijkheden voor de tussenpersoon om als verzekeringsagent, dan wel verzekeringsmakelaar te operen bij wet geregeld. 29. In de verzekeringssector heeft de vraag om de statuten van agent en makelaar te combineren niet in dezelfde mate gespeeld. Het probleem van het cashless werken is er immers minder pertinent. De cliënt zal in deze sector minder snel het slachtoffer worden van drama s veroorzaakt door tussenpersonen die met aan de client verschuldigde, of door deze laatste betaalde gelden, aan de haal gaan. 38 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5,

15 In de wet landverzekeringsovereenkomsten 39 is namelijk bepaald dat wanneer de premie niet rechtstreeks aan de verzekeraar betaald wordt, maar aan een verzekeringstussenpersoon, deze betaling eveneens bevrijdend is als de tussenpersoon de betaling gevorderd heeft, en hij hierbij klaarblijkelijk als lasthebber van de verzekeraar optrad 40. Via de Wet van 22 februari werd deze bescherming bovendien uitgebreid. Indien de verzekeraar de door hem uit te keren bedragen niet rechtstreeks betaalt aan de verzekerde of zijn rechthebbenden, dan bevrijdt enkel de werkelijke ontvangst van deze betaling door de verzekerde of zijn rechthebbende de verzekeraar van zijn verplichtingen 42. Tot slot is het op grond van de Europese Richtlijn betreffende verzekeringsbemiddeling niet verplicht om cashless te werken. De mogelijkheid voor de verzekeringstussenpersoon, in het bijzonder de verzekeringsmakelaar, om verzekeringspremies te innen, wordt bepaald in het contract tussen de verzekeringsonderneming en de verzekeringstussenpersoon. De verzekeringsonderneming kan via een contract van lastgeving de makelaar premies laten innen. Indien de makelaar de lastgeving niet correct uitvoert, kan de verzekeringsonderneming de lastgeving terugtrekken, en zal de consument alleszins beschermd zijn via het voormelde artikel 13 van de wet landverzekeringsovereenkomsten 43. Verzekeringsprocedures kunnen bovendien nog extra veiligheidsmaatregelen opleggen ter vrijwaring van belangrijke stortingen. Zo wordt er bij beleggingsverzekeringen vaak voor gezorgd dat de stortingen rechtstreeks van de rekening van de klant naar de rekening van de verzekeringsonderneming gebeuren. Indien zij cash betaald worden, dient de verzekeringstussenpersoon deze vaak onmiddellijk op de rekening van de verzkeringsonderneming te storten, en blijven zij bijgevolg buiten het patrimonium van de verzekeringstussenpersoon. Voor deze beleggingsverzekeringen, waar doorgaans 39 Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 20 augustus Hierna: wet landverzekeringsovereenkomsten. 40 Art. 13, lid 2 wet landverzekeringsovereenkomsten. 41 Wet 22 februari 2006 tot wijziging van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, BS 15 maart Art. 13, derde lid, wet landverzekeringsovereenkomsten. 43 Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5,

16 belangrijke bedragen circuleren, dienen bovendien vaak afzonderlijke gedragscodes gevolgd te worden. Een bijkomende veiligheidsmaatregel zijn de afschrikwekkende sancties waar de wet van 27 maart 1995 in voorziet 44. Een verzekeringstussenpersoon die zich strafrechtelijke inbreuken begaan heeft, kan immers geen bewijs van goed zedelijk gedrag voorleggen aan de CBFA, wat de schrapping als verzekeringstussenpersoon tot gevolg heeft. 30. Ook op andere vlakken is er een wisselwerking tussen de verzekerings- en banksector: de producten uit deze beide sectoren lijken steeds meer en meer op elkaar. Het toezicht op beide sectoren is bovendien sinds 1 januari 2001 al verenigd in de CBFA. Het mag dus geen verbazing opwekken dat de wet van 27 maart 1995 voorbeeld stond bij het uitwerken van het wettelijk statuut van de banktussenpersonen. Even gingen er zelfs stemmen op om te gaan naar een eengemaakt statuut voor verzekerings- en bancaire bemiddeling, doch hieraan werd geen gevolg gegeven. Dit voorstel afkomstig van de CBFA, werd verlaten omdat men vanuit de sectoren teveel verschillen met elkaar ervoer, en dus niet zat te wachten op een dergelijk statuut Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, Wetsvoorstel betreffende de bemiddeling in bankzaken en de distributie van financiële instrumenten, Parl.St. Senaat, , nr /5, 9. 16

17 17

18 2. Nader ingaan op het statuut 31. In dit hoofdstuk wordt het toepassingsgebied van de wet van 22 maart 2006, alsook de procedure en voorwaarden om toegelaten te worden tot de activiteit van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten, nader bekeken. 18

19 2. 1 Toepassingsgebied van de wet van 22 maart De wet van 22 maart 2006 creëert bij de benadering van de tussenpersonen dus de tweedeling tussen agenten in bank- en beleggingsdiensten en makelaars in bank- en beleggingsdiensten. Agenten in bank-en beleggingsdiensten zijn tussenpersonen in bank-en beleggingsdiensten die handelen in naam en voor rekening van één enkele gereglementeerde onderneming 46. Het territorium van de makelaars in bank- en beleggingsdiensten daarentegen wordt afgebakend via negatieve voorwaarden: het zijn immers tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten, die geen agent in bank- en beleggingsdiensten mogen zijn, en in de keuze van gereglementeerde onderneming niet gebonden zijn ingevolge een vaste band aan één van deze ondernemingen 47. De tussenpersonen hebben gemeen dat ze zowel rechtspersonen als natuurlijke personen kunnen zijn, die zelfstandig zijn in de zin van de sociale wetgeving, en werkzaamheden van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten uitoefenen, of die wil hebben, zelfs op occasionele basis Een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten kan slechts één van beide categorieën ingeschreven zijn: ofwel is hij makelaar in bank- of beleggingsdiensten, ofwel is hij agent in bank- en beleggingsdiensten De activiteiten van bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten die de tussenpersonen kunnen uitoefenen, bestaan in het met elkaar in contact brengen van spaarders en beleggers enerzijds en gereglementeerde ondernemingen anderzijds dit met inbegrip van de promotie - met het oog op het tot stand brengen voor rekening van een gereglementeerde onderneming van enkele specifieke beleggingsdiensten 50. Deze 46 Art. 4, 3 wet van 22 maart Art. 4, 4 wet van 22 maart De MiFID liet zoals supra vermeld de mogelijkheid open voor de lidstaten om een statuut te creëren voor niet gebonden tussenpersonen in beleggingsdiensten. Aangezien voor het publiek bank- en beleggingsdiensten een homogeen dienstenpakket uitmaken, werd er in de Belgische regeling voor geopteerd om deze twee diensten te verenigingen in één statuut: de makelaar voor bank- en beleggingsdiensten. Ook voor de zelfstandige agenten wordt er voorzien in één regime, in plaats van twee onderscheiden statuten. 48 Art. 4, 2 wet van 22 maart Art. 5 1, derde lid wet van 22 maart Art. 4, 1 wet van 22 maart De werkzaamheden rechtstreeks uitgeoefend door een gereglementeerde onderneming, waarvoor zij een vergunning heeft gekregen overeenkomstig de wet 22 maart 1993 op het statuut 19

20 beleggingsdiensten zijn meer bepaald het in ontvangst nemen van deposito s en andere terugbetaalbare gelden 51. Ook het ontvangen en doorgeven van één of meer financiële instrumenten, en het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen, valt hieronder 52. Voorts behoren beleggingsadvies 53 en het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie 54 eveneens tot deze beleggingsdiensten 55. Tot slot zijn ook de verhandeling van effecten van instellingen voor collectieve belegging 56, en kapitalisatieverrichtingen 57 toegelaten beleggingsdiensten. 2.2 Procedure van de inschrijving 35. De tussenpersonen dienen vooraleer zij hun activiteit kunnen aanvatten ingeschreven te zijn in het register van de tussenpersonen. Dit register wordt bijgehouden door de CBFA 58. Het register is onderverdeeld in de categorieën makelaars van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, de wet 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles of het koninklijk besluit nr december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen, worden niet als bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten beschouwd. 51 Dit in de zin van art. 3, 2, 1) wet 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. 52 Dit in de zin van art. 46, 1, 1 wet 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. 53 Dit in de zin van art. 46, 1, 5 wet 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. 54 Dit in de zin van art. 46, 1, 7 wet 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. 55 De relevante nevendiensten uit art. 46, 2 wet 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs behoren ook tot de toegelaten activiteiten. 56 Dit in de zin van art. 3, 14 wet 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. 57 Deze in de zin van het koninklijk besluit nr december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen. 58 Het register van de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten kan vrij geconsulteerd worden via Op grond van art. 7, 3, tweede lid wet 22 maart 2006 vermeldt deze website voor elke tussenpersoon de gegevens nodig voor zijn identificatie, de datum van zijn inschrijving, de categorie van tussenpersonen tot dewelke hij behoort, de schrappingsdatum uit het register, indien dit zich voordoet, evenals elk ander gegeven dat de CBFA nuttig acht als inlichting voor de correcte informatie van het publiek. (Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de door de tussenpersoon gehanteerde taal, of, indien aanwezig, de website van de tussenpersoon dit laatste gegeven is evenwel vooralsnog niet opgenomen in het register). Zie infra. 20

1 "de wet" : de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;

1 de wet : de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten; 1 JULI 2006. Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten. HOOFDSTUK I. Definities.

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN Controle Tussenpersonen

COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN Controle Tussenpersonen COMMISSIE VOOR HET BANK-, FINANCIE- EN ASSURANTIEWEZEN Controle Tussenpersonen B TOELICHTINGSNOTA INHOUD 1. INLEIDING 2. WET VAN 22 MAART 2006 BETREFFENDE DE BEMIDDELING IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN

Nadere informatie

RECHTSPERSOON v. 2010-03

RECHTSPERSOON v. 2010-03 cb AANVRAAG TOT TOETREDING TOT EEN COLLECTIEVE INSCHRIJVING IN HET REGISTER VAN DE TUSSENPERSONEN IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN RECHTSPERSOON v. 2010-03 Wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling

Nadere informatie

NATUURLIJKE PERSOON v. 2010-03

NATUURLIJKE PERSOON v. 2010-03 cb AANVRAAG TOT TOETREDING TOT EEN COLLECTIEVE INSCHRIJVING IN HET REGISTER VAN DE TUSSENPERSONEN IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN NATUURLIJKE PERSOON v 2010-03 Wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling

Nadere informatie

RECHTSPERSOON v. 2011-10

RECHTSPERSOON v. 2011-10 A AANVRAAG TOT INSCHRIJVING ALS VERZEKERINGSTUSSENPERSOON RECHTSPERSOON v. 2011-10 Wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen (officieuze

Nadere informatie

Adres Straat Nr Bus. Adres Straat Nr Bus. Adres Straat Nr Bus

Adres Straat Nr Bus. Adres Straat Nr Bus. Adres Straat Nr Bus A AANVRAAG TOT INSCHRIJVING ALS VERZEKERINGSTUSSENPERSOON RECHTSPERSOON v. 2015-01 Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen I. INSCHRIJVING Categorie Verzekeringsmakelaar Verzekeringsagent 2 Verzekeringssubagent

Nadere informatie

RECHTSPERSOON v. 2015-01

RECHTSPERSOON v. 2015-01 ca AANVRAAG TOT TOETREDING TOT EEN COLLECTIEVE INSCHRIJVING IN HET REGISTER VAN DE VERZEKERINGSTUSSENPERSONEN RECHTSPERSOON v. 2015-01 Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen O. IDENTITEIT VAN

Nadere informatie

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T

Rolnummer 3134. Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T Rolnummer 3134 Arrest nr. 41/2005 van 16 februari 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 3, 2, van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst, vóór de opheffing

Nadere informatie

AANVRAAG TOT INSCHRIJVING ALS TUSSENPERSOON IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN RECHTSPERSOON v. 2015-01

AANVRAAG TOT INSCHRIJVING ALS TUSSENPERSOON IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN RECHTSPERSOON v. 2015-01 B AANVRAAG TOT INSCHRIJVING ALS TUSSENPERSOON IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN RECHTSPERSOON v. 2015-01 Wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van

Nadere informatie

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over

N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES. over N Financiële planners A2 Brussel, 27 maart 2014 MH/SL-EDJ/AS 717-2014 ADVIES over EEN ONTWERP VAN WET INZAKE HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP DE ONAFHANKELIJK FINANCIËLE PLANNERS EN INZAKE HET VERSTREKKEN

Nadere informatie

Stappenplan - Beroepskennis

Stappenplan - Beroepskennis Stappenplan - Beroepskennis 1 Stappenplan - Beroepskennis Om te weten welke personen aan welke vereisten moeten voldoen inzake beroepskennis, gaat u best stapsgewijs te werk. Stap 1: Bent u natuurlijke

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Voorwoord GEDRAGSREGELS VAN DE VERZEKERINGSSECTOR INZAKE DE REGELMATIGE BIJSCHOLING VAN TUSSENPERSONEN IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN

Voorwoord GEDRAGSREGELS VAN DE VERZEKERINGSSECTOR INZAKE DE REGELMATIGE BIJSCHOLING VAN TUSSENPERSONEN IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN JR/ml ML009069bis 24.06.2009 GEDRAGSREGELS VAN DE VERZEKERINGSSECTOR INZAKE DE REGELMATIGE BIJSCHOLING VAN TUSSENPERSONEN IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN Voorwoord De verzekeringssector wordt in het kader

Nadere informatie

Uitrol van MiFID naar de verzekeringssector VMVM-ACAM

Uitrol van MiFID naar de verzekeringssector VMVM-ACAM Uitrol van MiFID naar de verzekeringssector VMVM-ACAM 20 maart 2014 Uitbreiding van de MiFID gedragsregels naar de verzekeringssector A. Reglementaire teksten B. Toepassingsgebied C. MiFID thema's die

Nadere informatie

Kredietbemiddeling. Wat staat u te doen? Consumentenkrediet. Hypothecair krediet. Verbonden Agent. Verbonden Agent. Agent in nevenfunctie.

Kredietbemiddeling. Wat staat u te doen? Consumentenkrediet. Hypothecair krediet. Verbonden Agent. Verbonden Agent. Agent in nevenfunctie. Momentum 5 Kredietbemiddeling Wat staat u te doen? U bent bank- en/of verzekeringstussenpersoon en doet aan bemiddeling in hypothecair krediet en/of consumentenkrediet? Dan moet u binnenkort een aanvraag

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

AssurMiFID Twin Peaks 2

AssurMiFID Twin Peaks 2 AssurMiFID Twin Peaks 2 BZB-Congres Van een distributiemodel naar een succesvol servicemodel Twin Peaks 2: een half jaar later Jean-Paul Servais Voorzitter van de FSMA Europese agenda inzake vergoedingen

Nadere informatie

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005

BERAADSLAGING RR Nr 32 / 2005 VAN 15 JUNI 2005 KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hoogstraat, 139, B-1000 Brussel Tel. : +32(0)2/213.85.40 E-mail : commission@privacy.f gov.be Fax. : +32(0)2/213.85.65 http://www.privacy.fgov.be/ COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN ONMIDDELLIJKE RENTE OP ÉÉN HOOFD

ALGEMENE VOORWAARDEN ONMIDDELLIJKE RENTE OP ÉÉN HOOFD ALGEMENE VOORWAARDEN ONMIDDELLIJKE RENTE OP ÉÉN HOOFD Inhoudstafel Blz. Definities 5 Voorwerp van het contract 7 Artikel 1 : Aanvang van het contract 7 Artikel 2 : Duur van het contract 7 Artikel 3 : Eénmalige

Nadere informatie

VMOBB BELEID INZAKE PREVENTIE EN BEHEER VAN BELANGENCONFLICTEN

VMOBB BELEID INZAKE PREVENTIE EN BEHEER VAN BELANGENCONFLICTEN VMOBB Beleid inzake preventie en beheer van belangenconflicten BELEID INZAKE PREVENTIE EN BEHEER VAN BELANGENCONFLICTEN VMOBB - Verzekeringsmaatschappij van Onderlinge Bijstand van Brabant Zuidstraat 111

Nadere informatie

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld

A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld PPB-2007-4-CPB-2 BIJLAGE II : OVERZICHT VAN DE REGLEMENTERING INZAKE HET BIJHOUDEN VAN GEDEMATERIALISEERDE EFFECTEN A. Gedematerialiseerde effecten van de overheidsschuld 1 Erkenning voor het bijhouden

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie?

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie? DE PROBLEMATIEK VAN DE AANHANGWAGENS De eerste Europese richtlijn betreffende verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen 1 bepaalt dat alle Lidstaten de nodige maatregelen

Nadere informatie

Aansluitingsformulier voor de verzekering BEROEPSAANSPRAKELIJKHEID voor BZB-leden

Aansluitingsformulier voor de verzekering BEROEPSAANSPRAKELIJKHEID voor BZB-leden Aansluitingsformulier voor de verzekering BEROEPSAANSPRAKELIJKHEID voor BZB-leden Als er onvoldoende ruimte is voorzien voor het beantwoorden van een vraag, schrijf dan zie bijvoegsel en schrijf het nummer

Nadere informatie

VERSLAG AAN DE KONING

VERSLAG AAN DE KONING Koninklijk besluit van 21 december 2006 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van het sluiten van de collectieve verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid buiten overeenkomst

Nadere informatie

MiFID Brochure. ERGO Life, merk van ERGO Insurance NV

MiFID Brochure. ERGO Life, merk van ERGO Insurance NV MiFID Brochure ERGO Life, merk van ERGO Insurance NV 30 april 2014 Uw bescherming bij het afsluiten van een verzekeringsovereenkomst conform de MIFID-gedragsregels 1. Inleiding De bescherming van afnemers

Nadere informatie

hierna elk afzonderlijk "de Autoriteit" en gezamenlijk "de Autoriteiten" genoemd,

hierna elk afzonderlijk de Autoriteit en gezamenlijk de Autoriteiten genoemd, 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Nationale Bank van België en de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten over de buitenlandse beleggingsondernemingen De Nationale Bank van België (hierna "de Bank"),

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

Informatiebrochure voor de verzekeringsnemer

Informatiebrochure voor de verzekeringsnemer Informatiebrochure voor de verzekeringsnemer Uw bescherming wanneer u een verzekeringscontract afsluit in overeenstemming met de deontologische MiFiD-regels. Welkom bij Arces Arces is de beste verzekeringsmaatschappij

Nadere informatie

Compliance Charter ERGO Insurance nv

Compliance Charter ERGO Insurance nv Compliance Charter ERGO Insurance nv Inleiding Op basis van de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance aan de verzekeringsondernemingen werd een wettelijke verplichting opgelegd aan de

Nadere informatie

Deposito- en Consignatiekas

Deposito- en Consignatiekas AANVRAAGFORMULIER VOOR TEGEMOETKOMING VOOR EEN TAK 21-LEVENSVERZEKERING, onderworpen aan het Belgisch recht. (met uitzondering van de volledige tweede pijler ) 1/11 Deel 1 Voorwaarden om in aanmerking

Nadere informatie

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, MINISTERIE VAN FINANCIEN EN MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW 27 NOVEMBER 1998. - Koninklijk besluit betreffende normen voor de energie-efficiëntie van huishoudelijke

Nadere informatie

Extracten van het wetboek van vennootschappen

Extracten van het wetboek van vennootschappen Extracten van het wetboek van vennootschappen Art. 533bis. [ 1 1. De oproepingen tot de algemene vergadering van een vennootschap waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een markt als

Nadere informatie

Crowdfunding in België - een stand van zaken

Crowdfunding in België - een stand van zaken Crowdfunding in België - een stand van zaken Inleiding Crowdfunding wordt steeds vaker gebruikt als alternatieve vorm van financiering, waarbij vooral startende ondernemingen, die normaal moeilijker toegang

Nadere informatie

TC/95/86. Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;

TC/95/86. Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; TC/95/86 BERAADSLAGING Nr. 95/58 VAN 24 OKTOBER 1995, GEWIJZIGD OP 12 MEI 1998, BETREFFENDE DE MEDEDELING BUITEN HET NETWERK VAN SOCIALE GEGEVENS VAN PERSOONLIJKE AARD DOOR DE INSTELLINGEN VAN SOCIALE

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

FSMA_2015_14 dd. 1/09/2015

FSMA_2015_14 dd. 1/09/2015 Circulaire FSMA_2015_14 dd. 1/09/2015 Aanpassing van de circulaire FSMA_2014_02 d.d. 16/04/2014 met betrekking tot de wijziging van de wet van 27 maart 1995 en de uitbreiding van de MiFIDgedragsregels

Nadere informatie

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE

!f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE !f0.lgemeen ~EHEERSCÇ:OMITE VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein, 6 1 000 Brussel Tei.:025464340 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2010/04 Brussel,

Nadere informatie

Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein

Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein Goedkeuren reglement betreffende de ambulante activiteiten op het openbaar terrein De gemeenteraad, Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2008, meer bepaald artikel 42; Gelet op de wet van 25 juni 1993

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

FAQ. Sleutelwoorden Vragen Antwoord A. ALGEMEEN

FAQ. Sleutelwoorden Vragen Antwoord A. ALGEMEEN FAQ Algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren in sociaal profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact

Nadere informatie

Tabel met de geldende regels, onderscheiden naargelang het soort verzekering en de betrokken dienstverleners

Tabel met de geldende regels, onderscheiden naargelang het soort verzekering en de betrokken dienstverleners Bijlage Circulaire FSMA_2014_02-3 dd. 16/04/2014 Tabel met de geldende regels, onderscheiden naargelang het soort verzekering en de betrokken dienstverleners Toepassingsveld: Verzekeringsondernemingen

Nadere informatie

SPAARREKENING MET DERDENBEDING

SPAARREKENING MET DERDENBEDING CENTRALE KREDIETVERLENING NV Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956 Spaarbank van Belgische oorsprong Kredietinstelling erkend door NBB Deelnemer aan het Belgisch depositogarantiestelsel SPAARREKENING MET

Nadere informatie

Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité INHOUD

Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité INHOUD Toezicht op de pensioeninstellingen en de binnenlandse verzekeringsondernemingen Bijlage 1 bij Circulaire WAP nr. 7 over de regels betreffende het paritair beheer en het toezichtscomité * In de tekst moeten

Nadere informatie

, COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN

, COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN , COMMISSIE VOOR HET BANK- EN FINANCIEWEZEN Prudentieel Toezicht BRUSSEL, 9 december 1996. OHZEZNDBRIEP Dl/3198 AAN DE KREDIETINSTELLINGEN Hevrouw, Hijnheer, De vet van 22 maart 1993 heeft een wettelijk

Nadere informatie

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk Inleiding Krachtens de welzijnswet dient elke werkgever een interne dienst voor preventie en bescherming op

Nadere informatie

Rolnummer 1058. Arrest nr. 20/98 van 18 februari 1998 A R R E S T

Rolnummer 1058. Arrest nr. 20/98 van 18 februari 1998 A R R E S T Rolnummer 1058 Arrest nr. 20/98 van 18 februari 1998 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gesteld door

Nadere informatie

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten

Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Deel 1: oplossingen vragen en opdrachten Hier vindt u de oplossingen van de vragen en opdrachten uit het boek (grijze kaders zonder icoon). Hoofdstuk 2 p. 21 Voor het nemen van die risico s worden de banken

Nadere informatie

Zijn bevoegdheden zijn omschreven in het artikel 302 van de wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014. PROCEDUREREGLEMENT

Zijn bevoegdheden zijn omschreven in het artikel 302 van de wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014. PROCEDUREREGLEMENT De Ombudsman van de Verzekeringen komt tussen bij een aanhoudend probleem wanneer de aanvrager geen bevredigend antwoord op zijn verzoek heeft ontvangen van de verzekeringsonderneming of van de verzekeringstussenpersoon.

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N Handelspraktijken Voorv. Prod. A03 Brussel, 23.09.2008 MH/AB/LC A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT TOT OMZETTING VAN DE RICHTLIJN 2007/45/EG

Nadere informatie

FEDAFIN. De gedragsregels zijn van toepassing op alle opleidingen die plaatsvinden na 1 september 2015. 1 Versie 12 juin 2015.

FEDAFIN. De gedragsregels zijn van toepassing op alle opleidingen die plaatsvinden na 1 september 2015. 1 Versie 12 juin 2015. FEDAFIN GEDRAGSREGELS VAN DE VERZEKERINGS- EN HERVERZEKERINGSSECTOR 1 EN DE SECTOR VAN DE BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN INZAKE GEREGELDE BIJSCHOLING VAN DE BEROEPSKENNIS Aan de hand van deze gedragsregels,

Nadere informatie

CENTRALE KREDIETVERLENING NV. Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956. Spaarbank van Belgische oorsprong. Kredietinstelling erkend door NBB

CENTRALE KREDIETVERLENING NV. Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956. Spaarbank van Belgische oorsprong. Kredietinstelling erkend door NBB CENTRALE KREDIETVERLENING NV Uw vertrouwensspaarbank sedert 1956 Spaarbank van Belgische oorsprong Kredietinstelling erkend door NBB Deelnemer aan het Belgisch depositogarantiestelsel SPAARREKENING De

Nadere informatie

FAQ s over de geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en herverzekering en van bank- en beleggingsdiensten 1

FAQ s over de geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en herverzekering en van bank- en beleggingsdiensten 1 FEDAFIN FAQ s over de geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en herverzekering en van bank- en beleggingsdiensten 1 INLEIDING De gedragsregels en de FAQ s over de

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 27 oktober 2014 ADVIES 2014-83 met betrekking tot de weigering om een kopie te verstrekken van het

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

Bijlage bij de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance INHOUDSOPGAVE. 2. Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur (principe nr.

Bijlage bij de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance INHOUDSOPGAVE. 2. Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur (principe nr. Bijlage bij de circulaire PPB/D. 255 van 10 maart 2005 over compliance INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave 0. Wettelijke basis en overzicht van de principes 1. Definitie van compliance 2. Verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995

Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Tekst geldend op: 13-01-2004) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 De Minister van Financiën; Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, tweede lid, 10, eerste lid, en 22, vijfde lid,

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN. CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2013/5 - De aandeelhoudersstructuur van ondernemingen: opname in de toelichting van de jaarrekening I. Inleiding Advies van 4 maart 2013 1. Zowel het volledig

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Titel II. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht. Hoofdstuk I. Bedrijfsvergunning. Afdeling I. Vergunning

Titel II. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht. Hoofdstuk I. Bedrijfsvergunning. Afdeling I. Vergunning Als een nauwe band tussen twee of meer natuurlijke of rechtspersonen wordt tevens beschouwd een situatie waarin deze personen via een controleband duurzaam verbonden zijn met eenzelfde persoon; 29 financiële

Nadere informatie

Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling nr. MARKT/2006/02/H: Analyse van financiële diensten uit het oogpunt van de gebruiker

Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling nr. MARKT/2006/02/H: Analyse van financiële diensten uit het oogpunt van de gebruiker AANVRAAGFORMULIER Geachte mevrouw, geachte heer, Hierbij gaat de aanvraag van [naam van de dienstverlener] naar aanleiding van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling op het gebied van

Nadere informatie

Aansluitingsformulier voor verzekering van de burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid

Aansluitingsformulier voor verzekering van de burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid 1 Aansluitingsformulier voor verzekering van de burgerrechtelijke beroepsaansprakelijkheid Bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en distributie van financiële instrumenten 1. Algemene gegevens Is

Nadere informatie

Pensioenspaarcontract van het type Universal Life

Pensioenspaarcontract van het type Universal Life Pensioenspaarcontract van het type Universal Life Algemene voorwaarden Securex Leven - VOV - Maatschappelijke zetel: Tervurenlaan 43, 1040 Brussel Erkend bij KB van 5.1.1982 (B.S. 23.1.1982) onder nr.

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 28 september 2015 ADVIES 2015-70 over de weigering om toegang te geven tot een geregistreerd huurcontract

Nadere informatie

AAN TE VULLEN IN HOOFDLETTERS. Naam en voornaam:, Woonplaats: E-mail: Telefoonnummer (GSM):

AAN TE VULLEN IN HOOFDLETTERS. Naam en voornaam:, Woonplaats: E-mail: Telefoonnummer (GSM): 1 BEFIMMO FORMULIER BETREFFENDE DE UITOEFENING VAN HET RECHT VAN UITTREDING VASTGESTELD IN TOEPASSING VAN ARTIKEL 77 VAN DE WET VAN 12 MEI 2014 BETREFFENDE DE GEREGLEMENTEERDE VASTGOEDVENNOOTSCHAPPEN Dit

Nadere informatie

RECHTSBIJSTANDVERZEKERING VOERTUIG STANDAARD

RECHTSBIJSTANDVERZEKERING VOERTUIG STANDAARD RECHTSBIJSTANDVERZEKERING VOERTUIG STANDAARD ARTIKEL 1 Wat verstaat men onder? 1) Familie a) Uzelf; b) Uw samenwonende echtgenoot of de persoon met wie u samenwoont, hierna begrepen in de term echtgenoot

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN FIRST FISCAAL FIRST PENSIOENSPAREN

ALGEMENE VOORWAARDEN FIRST FISCAAL FIRST PENSIOENSPAREN ALGEMENE VOORWAARDEN FIRST FISCAAL FIRST PENSIOENSPAREN Inhoudstafel Blz. Artikel 1 : Definities 4 Artikel 2 : Doel van het contract - Algemene beschrijving 4 Artikel 3 : Ingangsdatum van het contract

Nadere informatie

BESLISSING B 030820-CDC-206/1

BESLISSING B 030820-CDC-206/1 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS BESLISSING

Nadere informatie

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO

HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO HOGE RAAD VOOR DE ZELFSTANDIGEN EN DE KMO N HANDELSPRAT - Fitness A04 Brussel, 29 september 2010 MH/SL/AS A D V I E S over EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT BETREFFENDE DE FITNESS- EN WELLNESSCONTRACTEN

Nadere informatie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/0199(COD) 14.12.2010. van de Commissie juridische zaken

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/0199(COD) 14.12.2010. van de Commissie juridische zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie juridische zaken 14.12.2010 2010/0199(COD) ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie economische en monetaire zaken inzake het voorstel voor

Nadere informatie

De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Hoofdstuk II. Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening

De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Hoofdstuk II. Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening Belgisch recht" ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd,

Nadere informatie

MiFID Een praktische gids

MiFID Een praktische gids MiFID Een praktische gids Tom Van Dyck T: 02 551 15 51 maart 2014 M: 0491 340 782 E: t.vandyck@liedekerke.com Wat kan Liedekerke Banking voor u betekenen? Know-how: Nieuwsbrieven en trainingen Adviesverlening:

Nadere informatie

TOEGANG TOT BEROEP VAN BOEKHOUDER OF BOEKHOUDER-FISCALIST DOOR EEN ONDERDAAN VAN EEN ANDERE LIDSTAAT VAN DE EUROPSESE UNIE 2. Richtlijn 2005/36/EU

TOEGANG TOT BEROEP VAN BOEKHOUDER OF BOEKHOUDER-FISCALIST DOOR EEN ONDERDAAN VAN EEN ANDERE LIDSTAAT VAN DE EUROPSESE UNIE 2. Richtlijn 2005/36/EU BEROEPSINSTITUUT VAN ERKENDE BOEKHOUDERS EN FISCALISTEN (Wet van 22 april 1999 1 ) Legrandlaan, 45-1050 BRUSSEL Tel.: 02/626.03.80 - Fax : 02/626.03.90 E-MAIL : INFO@BIBF.BE - URL : HTTP://WWW.BIBF.BE

Nadere informatie

RECHTSBIJSTAND. Hoofdstuk 5. Art.21. Voorafgaandelijke bepaling

RECHTSBIJSTAND. Hoofdstuk 5. Art.21. Voorafgaandelijke bepaling Hoofdstuk 5 RECHTSBIJSTAND Voorafgaandelijke bepaling Gewaarborgd schadegeval Art.21 De bepalingen van de overige hoofdstukken van deze overeenkomst zijn van toepassing op Rechtsbijstand voor zover ze

Nadere informatie

Bemiddelingsfiche voor het sparen of beleggen met een levensverzekering

Bemiddelingsfiche voor het sparen of beleggen met een levensverzekering BVBA Kantoor Decapmaker Oostlaan 18 8970 Poperinge Ondernemingsnummer: 0426.185.831 info@decapmaker.be, tel: 057/33 65 65, fax: 057/ 33 87 47, www.decapmaker.be Bankagent Crelan en Verzekeringsmakelaar

Nadere informatie

Beleid inzake het beheer van belangenconflicten in de VMOB «Ziekenfonds voor Hospitalisatiekosten»

Beleid inzake het beheer van belangenconflicten in de VMOB «Ziekenfonds voor Hospitalisatiekosten» Department Legal Affairs Beleid inzake het beheer van belangenconflicten in de VMOB «Ziekenfonds voor Hospitalisatiekosten» 1. Inleiding Overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 juli 2013 tot versterking

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

AMENDEMENTEN 110-364. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/0175(COD) 14.2.2013. Ontwerpverslag Werner Langen (PE502.060v01-00)

AMENDEMENTEN 110-364. NL In verscheidenheid verenigd NL 2012/0175(COD) 14.2.2013. Ontwerpverslag Werner Langen (PE502.060v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie economische en monetaire zaken 14.2.2013 2012/0175(COD) AMENDEMENTEN 110-364 Ontwerpverslag Werner Langen (PE502.060v01-00) over het voorstel voor een richtlijn van

Nadere informatie

Betreft: Ontwerp van koninklijk besluit betreffende de mededeling van informaties in het wachtregister. (A/2009/034)

Betreft: Ontwerp van koninklijk besluit betreffende de mededeling van informaties in het wachtregister. (A/2009/034) 1/6 Advies nr 05/2010 van 3 februari 2010 Betreft: Ontwerp van koninklijk besluit betreffende de mededeling van informaties in het wachtregister. (A/2009/034) De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke

Nadere informatie

SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT

SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT SELECTIECRITERIA MET BETREKKING TOT DE TECHNISCHE DRAAGKRACHT Piet Lombaerts INLEIDING EN PROBLEEMSTELLING SELECTIECRITERIA: bekwaamheid / geschiktheid van de INSCHRIJVER om de opdracht uit te voeren (referenties,

Nadere informatie

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN

FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Versie oktober 2007 FORTIS INVESTMENTS ALGEMENE VOORWAARDEN INZAKE BELEGGINGSDIENSTEN Fortis Investment Management Netherlands N.V. is statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudend te 1101 BH Amsterdam

Nadere informatie

Informatie MIFID (Twin Peaks II)

Informatie MIFID (Twin Peaks II) Informatie MIFID (Twin Peaks II) Sinds 30 april 2014 is de Mifid wetgeving, ook gekend als de Twin Peaks II regelgeving, van toepassing op de verzekeringssector in België. Deze wetgeving legt bijkomende

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/13/105 BERAADSLAGING NR. 13/045 VAN 7 MEI 2013 INZAKE DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS TUSSEN DE (BELGISCHE)

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Ministerie van Justitie Onderwerp Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen. Datum 15 juli 1998 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen

Nadere informatie

INFORMATIE OVER AANDEELHOUDERSRECHTEN 23 MAART 2012

INFORMATIE OVER AANDEELHOUDERSRECHTEN 23 MAART 2012 Delhaize Groep NV Osseghemstraat 53 1080 Brussel, België Rechtspersonenregister 0402.206.045 (Brussel) www.delhaizegroep.com INFORMATIE OVER AANDEELHOUDERSRECHTEN 23 MAART 2012 Deze nota tracht de belangrijkste

Nadere informatie

ISSN Benelux Publicatieblad

ISSN Benelux Publicatieblad ISSN 0005-8777 Benelux Publicatieblad Datum uitgifte 29/09/2014 Inhoudstafel Benelux Publicatieblad Paginanummer 2 Beschikkingen 3 BESCHIKKING van het Benelux Comité van Ministers betreffende het grensoverschrijdend

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE

BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE BELGISCH INSTITUUT VOOR POSTDIENSTEN EN TELECOMMUNICATIE 1 Onderhavig ontwerp van mededeling van de Raad van het BIPT met betrekking tot de de praktische toepassing van de regels met betrekking tot het

Nadere informatie

Geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en bank- en beleggingsdiensten 1

Geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en bank- en beleggingsdiensten 1 FEDAFIN 20/04/2012 FAQ: Geregelde bijscholing inzake de bemiddeling en distributie van verzekeringen en bank- en beleggingsdiensten 1 INLEIDING De gedragsregels en de FAQ inzake de bemiddeling en distributie

Nadere informatie

Verzekeringen. Schuldsaldoverzekering. Hypotheeklening. In geval van tegenspoed bent u beschermd!

Verzekeringen. Schuldsaldoverzekering. Hypotheeklening. In geval van tegenspoed bent u beschermd! Verzekeringen Schuldsaldoverzekering Hypotheeklening In geval van tegenspoed bent u beschermd! De schuldsaldoverzekering biedt u de zekerheid dat uw hypotheeklening geheel of gedeeltelijk wordt terugbetaald

Nadere informatie

Informatie over ons kantoor

Informatie over ons kantoor Informatie over ons kantoor NV Verzekeringen P. Geeurickx & Co info@geeurickx.be Leopoldlaan 85 bus 1 9300 Aalst Tel. 053 78 74 75 Fax 053 78 73 61 e-mail : info@geeurickx.be RPR: 0422.714.221 Verzekeringsmakelaar

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector

De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector Mededeling _2011_15 dd. 23 maart 2011 De nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector Toepassingsgebied: Alle instellingen onder toezicht van de of van het CSRSFI. Samenvatting/Doelstelling:

Nadere informatie