Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Jaarverslag Nationale ombudsman 1995 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 7 1 Prestaties en problemen 7 2 Het werkaanbod bij de Nationale ombudsman 9 3 Het voorlichtingsbeleid van de Nationale ombudsman 12 4 De ontwikkeling van de ombudsmanfunctie in het openbaar bestuur 14 5 Leeswijzer 15 Deel I BEELD VAN DE OVERHEID 19 1 De overheid, gezien door de Nationale ombudsman in Inleiding Veel voorkomende problemen Inleiding De zes meest voorkomende problemen Algemeen overzicht De problemen afzonderlijk Bijzondere onderwerpen De Nationale ombudsman en schadevergoeding Inleiding Algemene uitgangspunten Schadevergoeding naar aanleiding van strafvorderlijk overheidsoptreden Schadevergoeding in verband met een door de rechter vernietigde beschikking Financiële tegemoetkoming op grond van overwegingen van coulance Klachtbehandeling Klachtbehandeling door de politie Klachtbehandeling door de Inspectie voor de Gezondheidszorg 44 Deel II DE NATIONALE OMBUDSMAN IN Wetgeving; ambt; bureau Wetgeving c.a De Wet Nationale ombudsman Wijzigingen van de Wet Nationale ombudsman in Overleg over verdere aanpassingen van de Wet Nationale ombudsman; Nationale ombudsman in de Grondwet Algemene maatregelen van bestuur Buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van provincies en gemeenten Wijzigingen van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo Openbare universiteiten en hogescholen De toekomst van het Aanwijzingsbesluit Toekomstige uitbreidingen van de bevoegdheid van de Nationale ombudsman Notitie van staatssecretaris Kohnstamm Overleg over aansluiting van de provincies Ontwikkelingen met betrekking tot de aansluiting van gemeenten Interne klachtbehandeling bij bestuursorganen Beheersing van de zaaksontwikkeling bij het instituut Nationale ombudsman Vervolg op toezeggingen aan de Tweede Kamer Bevoegdheid van de Nationale ombudsman ten aanzien van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten Wijziging Reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften Eerste Kamer Ambt Bijstellingen in de werkwijze van de Nationale ombudsman Wijziging in de inrichting van rapporten Aanpassing van de lijst van beoordelingscriteria Ontwikkeling lange-termijnvisie op het instituut van de Nationale ombudsman Ambtsdragers: nevenfuncties Het Bureau Nationale ombudsman Personeel Financiën Huisvesting Automatisering 78 61U2509 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1996 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

2 3 Het werk van de Nationale ombudsman in cijfers De te behandelen zaken Afgedane zaken Cijfers afgedane zaken Onderzoek uit eigen beweging Doorlooptijden verzoekschriften Afgedane zaken per gebied Het oordeel van de Nationale ombudsman Reden voor de klacht; beoordeling door de Nationale ombudsman Algemeen De beoordeling in de rapporten De reden voor de klacht in tussentijds afgedane zaken De effecten van het werk van de Nationale ombudsman in cijfers Enkele achtergrondkenmerken van de verzoekschriften Verzoekschriften ingediend via intermediairs Verzoekschriften ingedeeld naar provincie verzoeker Effecten van het werk van de Nationale ombudsman Soorten effecten Actie door de overheid Op het gebied van de politie Op het gebied van Justitie Op het gebied van Binnenlandse Zaken Op het gebied van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Op het gebied van Financiën Op het gebied van Defensie Op het gebied van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Op het gebied van Verkeer en Waterstaat Op het gebied van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Op het gebied van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Op het gebied van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Op het gebied van de waterschappen Nationale ombudsman en omgeving Staten-Generaal Bestuursorganen; andere instanties Voorlichting; nieuwsmedia Voordrachten; publikaties Buitenlandse betrekkingen 116 Deel III BEELD VAN HET IN 1995 VERRICHTE ONDERZOEK Beoordeling verzoekschriften op bevoegdheid en ontvankelijkheid; telefonische verzoeken om informatie Inleiding Cijfermatig overzicht van de verwerking van verzoekschriften op Afdeling I De toetsing van verzoekschriften Artikel 1a: Bevoegdheidsafbakening naar bestuursorgaan Artikel 16: Bevoegdheidsafbakening naar gedraging Inleiding Onbevoegdheid Nationale ombudsman ten aanzien van algemeen verbindende voorschriften (art. 16, onder b) Onbevoegdheid Nationale ombudsman bij openstaan van een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening (art. 16, onder c) Artikel 14: Ontvankelijkheid; discretionaire bevoegdheid Nationale ombudsman Inleiding Vormvereisten (behoudens het kenbaarheidsvereiste) en jaartermijn (art. 14, onder a) Kennelijke ongegrondheid van het verzoek (art. 14, onder b) Geen gebruik van een wettelijk geregelde administratiefrechtelijke voorziening die heeft opengestaan (art. 14, onder f) Het kenbaarheidsvereiste (art. 14, onder h) Buitenwettelijke verzoekschriften Telefonische behandeling van klachten en verzoeken om informatie Politie en openbaar ministerie 141 7A Politie 141 7A.1 Inleiding 141 7A.1.1 Algemeen; cijfers 141 7A.1.2 Doorwerking van het werk van de politie: circulaire van 20 januari A.1.3 Het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan de Nationale ombudsman 142 7A.2 Toepassing van bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering 143 7A.2.1 Bepalingen betreffende de verdachte 143 7A.2.2 Dwangmiddelen 147 7A Vrijheidsbenemende dwangmiddelen 147 7A Overige dwangmiddelen 149 7A.3 Politieoptreden en vrijwilligheid 151 7A.4 Geweldgebruik door de politie 154 7A.5 Controlebevoegdheden 156 7A.6 Politiecellen: verblijfsomstandigheden; verzorging 156 7A.7 Legitimeren 159 7A.8 Informatie 160 7A.8.1 Vastleggen van informatie 160 7A.8.2 Signaleringen 160 7A.8.3 Verstrekken van informatie; meewerken aan tv-programma s 160 7A.9 Optreden met betrekking tot aangiften en meldingen 163 7A.10 Bejegening 165 7A.11 Hulpverlening 165 7A.11.1 Slachtofferhulp 165 7A.11.2 Politieoptreden bij burenruzies 166 7A.11.3 Overige rapporten op het terrein van hulpverlening door de politie 168 7A.12 Politieoptreden en verkeer 168 7A.12.1 Aanrijdingen 168 7A.12.2 Wegslepen 169 7A.12.3 Overige rapporten op het terrein van politieoptreden en verkeer 172 7A.13 Politieoptreden en openbare orde 172 7A.14 Vreemdelingendiensten 175 7A.15 Minderjarigen 177 7A.16 Tenuitvoerlegging van vonnissen 178 7A.17 Klachtbehandeling 179 7A.17.1 Klachtenregeling Politiewet A.17.2 Klachtbehandeling door de politie/ korpsbeheerder 180 7A.18 Schadevergoeding 182 7A.19 Overige verzoekschriften op het terrein van de politie 185 7B Openbaar ministerie 186 7B.1 Algemeen; cijfers 186 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

3 7B.2 Openbaar ministerie en het opsporingsonderzoek 186 7B.3 Inbeslagneming 187 7B.4 Inzet arrestatieteams 188 7B.5 Tenuitvoerlegging van straffen 189 7B.6 De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 190 7B.7 Seponeren 194 7B.8 Slachtoffers van delicten 195 7B.9 Informatieverstrekking door het openbaar ministerie 202 7B.10 Administratieve organisatie van de parketten 203 7B.11 Klachtbehandeling door het openbaar ministerie Ministerie van Algemene Zaken Ministerie van Buitenlandse Zaken Algemeen; cijfers Ambassades en consulaten Het ministerie zelf Het Bureau Visadienst Justitie A Ministerie van Justitie A.1 Algemeen; cijfers A.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst A.2.1 Algemeen A.2.2 Visa en machtigingen tot voorlopig verblijf A.2.3 Verzoeken om een vergunning tot verblijf of een vergunning tot vestiging en asielverzoeken A.2.4 Naturalisaties A.2.5 Overige verzoekschriften op het terrein van de Immigratie- en Naturalisatiedienst A.3 Griffies van de gerechten A.4 Gevangeniswezen en TBS A.5 Raden voor de Kinderbescherming A.6 Schadevergoeding A.7 Overige rapporten op het terrein van het ministerie van Justitie B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Justitie B.1 Raden voor Rechtsbijstand B.2 Schadefonds Geweldsmisdrijven B.3 Centraal orgaan opvang asielzoekers B.4 Nederlandse orde van advocaten Binnenlandse Zaken A Ministerie van Binnenlandse Zaken A.1 Cijfers A.2 Binnenlandse Veiligheidsdienst A.3 Dienst Uitvoering Ontslaguitkeringsregelingen A.4 Overige zaken op het terrein van het ministerie van Binnenlandse Zaken B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Binnenlandse Zaken B.1 Algemeen burgerlijk pensioenfonds B.2 Overige Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen A Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen A.1 Cijfers A.2 Hoofddirectie Centrale Financiën Instellingen A.3 Velddirectie Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie A.4 Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek A.5 Rijksdienst voor de Monumentenzorg B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen B.1 Informatie Beheer Groep; OV-Studentenkaart BV B.1.1 Algemeen; cijfers B.1.2 Produktgroep Studiefinanciering B.1.3 Produktgroep Bezwaar, Beroep en Juridische Zaken B.1.4 Steunpunten Studiefinanciering B.1.5 OV-Studentenkaart BV B.1.6 Produktgroep Tegemoetkoming Studiekosten en Lesgeld B.1.7 Produktgroep Uitkeringen Onderwijspersoneel B.2 Overige zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen B.2.1 Op het terrein van onderwijs en onderzoek B.2.2 Dienst Omroepbijdragen Financiën A Ministerie van Financiën A.1 Cijfers A.2 Belastingdienst A.2.1 Inleiding A.2.2 Rentevergoeding; schadevergoeding A.2.3 Behandelingsduur A.2.4 Informatieverstrekking A.2.5 Invordering A Verrekening A Betalingsregelingen A Kwijtschelding A Gebruik van dwangmiddelen A.2.6 Douane A.2.7 Overige rapporten op het terrein van de Belastingdienst A.3 Overige rapporten op het terrein van het ministerie van Financiën B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Financiën Ministerie van Defensie Algemeen; cijfers De Dienst Militaire Pensioenen De Koninklijke Marechaussee De Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht Overige zaken op het terrein van het ministerie van Defensie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer A Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer A.1 Cijfers A.2 Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting A.2.1 Algemeen A.2.2 Geldelijke steun eigen woningen A.2.3 Individuele huursubsidie A.2.4 Overige zaken A.3 Directoraat-Generaal Milieubeheer B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer B.1 Huurcommissies B.2 Dienst voor het kadaster en de openbare registers B.3 Overige Verkeer en Waterstaat A Ministerie van Verkeer en Waterstaat A.1 Cijfers A.2 Rijksluchtvaartdienst A.3 Rijkswaterstaat A.4 Scheepvaart en Maritieme Zaken 306 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

4 16A.5 Vervoer A.6 Hoofddirectie Telecommunicatie en Post A.7 Rijksdienst voor het Wegverkeer B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Verkeer en Waterstaat B.1 Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen B.2 Overige Economische Zaken A Ministerie van Economische Zaken A.1 Cijfers A.2 Afgedane zaken B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Economische Zaken B.1 Kamers van Koophandel en Fabrieken B.2 Overige Landbouw, Natuurbeheer en Visserij A Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij A.1 Cijfers A.2 Behandelingsduur bezwaar- en beroepschriften A.3 Overige zaken uit A.4 Zaak uit B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Sociale Zaken en Werkgelegenheid Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie Waterschappen Algemeen; cijfers Rapporten over de waterschappen Kwijtschelding Overige rapporten 356 DEEL IV BIJLAGEN Personeelsbezetting per 31 december Kamerstukken c.a. inzake de Nationale ombudsman Uitgebrachte rapporten Overzicht rapportnummers per departementaal onderwerpgebied Vermelding rapporten in vakbladen in Klachtsamenvatting en oordeel per rapport Publikaties Nationale ombudsman Publikaties van de Nationale ombudsman Publikaties over de Nationale ombudsman Toelichting op de beoordelingscriteria van de Nationale ombudsman Bestuursorganen binnen de bevoegdheid van de Nationale ombudsman; Wet Nationale ombudsman Overzicht van bestuursorganen die vallen binnen de bevoegdheid van de Nationale ombudsman Wet Nationale ombudsman A Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid A.1 Cijfers A.2 Zaken op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Sociale Zaken en Werkgelegenheid B.1 Bestuursorganen op het terrein van de sociale zekerheid B.1.1 Cijfers B.1.2 Behandelingsduur; informatieverstrekking B.1.3 Dienstverlening; bejegening; klachtbehandeling B.1.4 Rentevergoeding; schadevergoeding B Wettelijke rente B Rentevergoeding en schadevergoeding anderszins B.1.5 Overige klachten B.2 Arbeidsvoorzieningsorganisatie B.2.1 Cijfers B.2.2 Het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening B.2.3 De Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening B Inleiding B Ontslagvergunningen B Bemiddeling en scholing B.3 Centraal Bureau voor de Grafische Bedrijven in Nederland Volksgezondheid, Welzijn en Sport A Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport A.1 Cijfers A.2 Hiv-besmettingen bij hemofilie-patiënten A.3 Staatstoezicht op de Volksgezondheid A.4 Overige rapporten op het terrein van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport B Zelfstandige bestuursorganen op het terrein van Volksgezondheid, Welzijn en Sport B.1 Pensioen- en Uitkeringsraad B.2 Ziekenfondsraad B.3 Overige 351 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

5 VOORWOORD 1 Prestaties en problemen Prestaties Het jaar 1995 was ongekend druk voor de Nationale ombudsman. Er werden 7373 verzoekschriften ontvangen, een stijging van 25% ten opzichte van 1994 (5890). Met deze stijging werd een trend voortgezet die zich ook al in 1994 krachtig voordeed. Ten opzichte van het niveau van 1993 (met 4363 ontvangen verzoekschriften) is de instroom van verzoekschriften in 1995 gestegen met 69%. Ook het aantal telefonische contacten met het Bureau Nationale ombudsman steeg in 1995, met 23%, tot Alles bijeen wendden burgers zich in 1995 telefonisch of schriftelijk tot de Nationale ombudsman. Het aantal afgedane zaken steeg eveneens met 25%, van 5719 in 1994 naar 7129 in Ten opzichte van het niveau van 1993 (met 4446 afgedane zaken) is het aantal afgedane zaken in 1995 gestegen met 60%. Dergelijke totaalcijfers over het aantal afgedane zaken krijgen hun inkleuring door informatie in deel III van dit jaarverslag over de inhoud van het werk. Die vertoont een grote verscheidenheid. Zo waren er omvangrijke rapporten, met een aanzienlijke doorwerking in de openbaarheid, zoals: rapport 95/54, over de tolken die worden ingezet bij het nader gehoor van asielzoekers; rapport 95/271, over de rol van de overheid met betrekking tot het probleem van de besmetting met het hiv-virus van bloedprodukten voor hemofiliepatiënten; rapport 95/340, over de medewerking door politie en openbaar ministerie aan televisieprogramma s over hun werk (de zogenoemde «reality-tv»); rapport 95/517, over de dood van een gedetineerde in de penitentiaire inrichting Norgerhaven. Ook de overige 615 rapporten hadden echter elk voor zich hun betekenis, door de genoegdoening, rechtvaardiging of uitleg die zij gaven of bevatten. Alle aanbevelingen uit 1995 waarop intussen al een reactie is ontvangen, zijn opgevolgd. De interventiemethode is in 1995 op ruime schaal en met succes toegepast. Deze methode is een effectief middel om relatief eenvoudige zaken snel te behandelen (zie Jaarverslag 1994, blz ). Van alle zaken die in aanmerking werden gebracht voor onderzoek is 70,7% afgedaan zonder dat het kwam tot een rapport. In de meeste gevallen gebeurde dit doordat toepassing van de interventiemethode het probleem wegnam dat aanleiding was geweest voor het indienen van de klacht. Er is hier sprake van een sterke verschuiving in de wijze van behandeling van zaken (in 1993 was het overeenkomstige percentage 20,7%, en in %). De genoemde cijfers geven reden tot erkentelijkheid. Dat betreft in de eerste plaats de indieners van een verzoekschrift, voor het vertrouwen dat zij in de Nationale ombudsman hebben gesteld. Daarnaast betreft dat de bestuursorganen en hun medewerkers, voor de constructieve wijze waarop zij zich in de regel opstelden in het samenspel met de Nationale ombudsman. Zonder deze samenwerking zou het niet mogelijk zijn geweest om zoveel zaken te behandelen, op de wijze waarop dat is gebeurd. Ten slotte, maar niet het minst, de medewerkers van het Bureau Nationale ombudsman. Zij hebben per slot van rekening gezamenlijk een berg verzet die groter was dan ooit tevoren, en zich zo goed als zij konden geweerd om de klagende burger zo min mogelijk de gevolgen te laten Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

6 ondervinden van de druk die de sterke stijging van de instroom legde op het Bureau Nationale ombudsman. Voor die inzet verdienen zij alle lof. Problemen De lucht is echter niet onbewolkt. Binnen de gegeven capaciteit van het Bureau Nationale ombudsman is al het mogelijke gedaan om de voortgaande forse stijging van de instroom zo goed mogelijk te verwerken. Zo is de interventiemethode op ruime schaal toegepast, op alle daarvoor in aanmerking komende zaken. Daardoor is in de wijze van afhandeling van zaken een aanzienlijke verschuiving opgetreden, met een zeer positief effect op het totaal aantal afgedane zaken. Daarnaast zijn extra inspanningen geleverd, onder meer via overwerk, om de sterke stijging van de instroom zo goed mogelijk te verwerken. Toen deze sterke stijging aanhield, moest, gegeven de beschikbare personeelsformatie, worden gekozen voor het leggen van prioriteiten, met de bijbehorende interne herschikking van capaciteit. Aldus is, al eind 1994, gekozen voor het leggen van de eerste prioriteit bij een snelle beoordeling van de binnengekomen verzoekschriften op bevoegdheid en ontvankelijkheid. Zo bleef gewaarborgd dat de indieners van verzoekschriften zo snel mogelijk in de regel binnen enkele weken wisten waar zij aan toe waren. Bovendien werd op die wijze snel duidelijk hoe de werkvoorraad zich ontwikkelde van de zaken die in aanmerking werden gebracht voor onderzoek. Bij de afhandeling van die categorie zaken werd vervolgens voorrang gegeven aan de zaken die konden worden afgedaan via de interventiemethode, omdat anders die methode immers haar zin zou verliezen. Ook werd de bevoegdheid tot onderzoek uit eigen beweging amper gebruikt; slechts één onderzoek werd ingesteld dat overigens nog slechts ten dele berustte op deze bevoegdheid. Niettegenstaande al deze maatregelen en inspanningen kon niet worden voorkomen dat er op één gebied een duidelijk knelpunt is ontstaan: bij de behandeling van die zaken die niet konden worden behandeld via de interventiemethode. Deze zaken moesten daarmee worden afgedaan via onderzoek dat leidt tot een rapport. In de regel zijn dat de meer bewerkelijke zaken. Zo is de werkvoorraad van de desbetreffende verzoekschriften die langer in behandeling waren dan zes, negen en twaalf maanden in elk van deze drie categorieën in 1995 ongeveer verdubbeld. Dit heeft uiteraard een steeds sterkere negatieve doorwerking op de doorlooptijden. In deze bijzondere situatie is in een aantal zaken overgegaan tot het versturen van vertragingsberichten, met vermelding van de oorzaak van die vertraging. Dit alles is een ongewenste ontwikkeling, die beslist moet worden omgebogen. Immers, het gaat hier om een achilleshiel van het instituut van de Nationale ombudsman (zie voor nadere gegevens hoofdstuk 3, 3.3). De toegewezen middelen vormen uiteindelijk de grens voor datgene wat de Nationale ombudsman zelf kan doen om het genoemde knelpunt op te lossen. Zeker wanneer de instroom blijft op het niveau van 1995, is oplossing van dit knelpunt dan ook alleen mogelijk wanneer ook op het punt van de capaciteit van het Bureau Nationale ombudsman passende maatregelen worden genomen. De toewijzing van personeel aan de Nationale ombudsman gebeurt al jaren op basis van een rekenmodel, met daarbij een raming van de te verwachten instroom. De begrotingstoewijzing voor 1995 was, evenals die voor 1994, gebaseerd op een geraamde instroom van 4850 zaken. Het genoemde rekenmodel is begin 1995, in nauw overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken, bijgesteld. Dit heeft geleid tot verdere aanscherping van de normen voor de verwerkingscapaciteit van het Bureau Nationale ombudsman. Met toepassing van dit bijgestelde model heeft de Nationale ombudsman op Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

7 27 februari 1995 gevraagd om extra middelen. Op dat moment werd daarbij de instroom voor 1995 geraamd op 6500 zaken. Het kabinet heeft in april 1995 besloten om het verzoek om uitbreiding te honoreren, maar vooralsnog slechts voor de helft. Dit betekent dat de toegestane personeelsformatie voor 1995 werd verhoogd met zeven formatieplaatsen ten opzichte van de formatie zoals die gold voor zowel 1993 als 1994, een toename van 10%. Dat is ook de basis voor de begroting Tegenover deze groei van 10% staat echter een instroomstijging over de afgelopen twee jaren van in totaal 69%. In een toelichting op het kabinetsbesluit heeft de minister van Binnenlandse Zaken de Nationale ombudsman bij brief van 27 april 1995 laten weten dat het kabinet zal streven naar het terugdringen van het zaaksaanbod bij de Nationale ombudsman. Dit streven verdient alle sympathie, zo heeft de Nationale ombudsman geantwoord. Echter, de ervaring heeft geleerd dat met het effectueren van zo n voornemen, als het al succesvol is, hoe dan ook de nodige tijd is gemoeid. Vooralsnog levert deze aankondiging dan ook geen bijdrage aan het terugdringen van het zaaksaanbod bij de Nationale ombudsman, laat staan aan het oplossen van het genoemde knelpunt. De Nationale ombudsman ontkomt daarom niet aan een verzoek om verdere versterking, om hem in staat te stellen tot een verantwoorde afdoening van zaken (zie verder voor het overleg op dit punt tussen de Nationale ombudsman en de minister van Binnenlandse Zaken hoofdstuk 2, 2.1.5). 2 Het werkaanbod bij de Nationale ombudsman De sterke stijging van het werkaanbod vraagt nadere aandacht. Die aandacht is hoe dan ook geboden in verband met de budgettaire gevolgen van deze stijging, gezien het genoemde knelpunt. Het gaat echter om meer. Immers, het is een algemeen belang dat de overheid zo min mogelijk reden geeft tot klagen, ook bij de Nationale ombudsman. Het gaat hier om haar legitimiteit ten opzichte van de burger. Beperking van het zaaksaanbod bij de Nationale ombudsman heeft in dit verband hooguit een afgeleid belang. Overigens moet een stijging van aantallen klachten niet leiden tot schrikreacties. Wanneer in de samenleving ongenoegen bestaat over de overheid is het van groot belang, ook voor die overheid zelf, dat dit ongenoegen wordt geuit. Daarbij moet worden onderkend dat een klacht een vorm is van communicatie. Bovendien is er de alom erkende betekenis van klachten als gratis advies. De behandeling van klachten vervult daarom een wezenlijke functie, ook voor de zojuist genoemde legitimiteit van de overheid. Voorafgaand aan nadere aandacht voor de Nederlandse situatie kan een vergelijkend perspectief nuttig zijn. Zo is het zusterinstituut in het Verenigd Koninkrijk (dat al bestaat sinds 1967) geconfronteerd met precies dezelfde stijging van de instroom als de Nationale ombudsman: 35% in 1994, en, daaroverheen, 25% in Ook in Zweden de bakermat van het ombudsmaninstituut was sprake van groei in 1995 met 8% (tot het daar niet eerder gekende niveau van 5129). Tenslotte wordt hier Finland genoemd (het tweede land ter wereld waar een ombudsmaninstituut werd gevestigd), met een stijging van de instroom in 1995 van 10%. Kennelijk is er sprake van een ontwikkeling die niet uniek is voor Nederland. Hieronder zal worden ingegaan op een aantal factoren die het werkaanbod bij de Nationale ombudsman bepalen, en op mogelijkheden om dat werkaanbod te beïnvloeden, door klachten te voorkomen. In dat verband zal in het bijzonder worden ingegaan op de mogelijke rol van de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

8 Nationale ombudsman zelf in dat opzicht, en op het voorlichtingsbeleid van de Nationale ombudsman. Daarbij moet worden onderkend dat het indienen van een klacht bij de Nationale ombudsman enerzijds wordt bepaald door omstandigheden aan de kant van de (potentiële) klager, en anderzijds aan de kant van de overheid. Bij de overheid vraagt zowel de fase van het handelen in eerste aanleg de aandacht, als die van de interne behandeling van klachten over dat handelen in eerste aanleg. a De kant van de overheid; de feedbackfunctie van de Nationale ombudsman Wat betreft het handelen in eerste aanleg is de koninklijke weg om klachten ook die bij de Nationale ombudsman te voorkomen door zo te werken dat er geen reden is tot klagen. Op dat punt hebben de uitvoerende overheidsinstanties elk hun eigen verantwoordelijkheid. Welke bijdrage kan de Nationale ombudsman in dat verband leveren? Het gaat dan om de zogenaamde feedbackfunctie van de Nationale ombudsman, die kan bijdragen aan het voorkomen van klachten. De Nationale ombudsman hecht grote waarde aan een goed vervullen van deze functie. Dit kan bijdragen aan de kwaliteit van het uitvoerend overheidsoptreden, in het belang van de burger. Aan de bedoelde preventie wordt bijgedragen door aanbevelingen in de rapporten van de Nationale ombudsman, en door inzichten die overheidsinstanties zelf ontlenen aan deze rapporten en aan de interventies door de Nationale ombudsman, alsmede aan zijn jaarverslagen. Dit alles veronderstelt uiteraard wel de bereidheid om dergelijke lering te trekken. Uit ervaring is bekend dat het leren door organisaties niet vanzelf gaat. Een goed voorbeeld van het streven naar preventie is verder het initiatief tot het boek Correspondentiewijzer van Wim Daniëls, dat in november 1995 is verschenen in de Wijzerreeks van Sdu Uitgeverij (zie verder hoofdstuk 5). Dit boek betreft correspondentie, een veelvoorkomende vorm van contact tussen burger en overheid. Het ontsluit ervaringen van burgers, aangedragen via talloze klachten bij de Nationale ombudsman, over tekortkomingen in het schriftelijk verkeer met de overheid. Het bevat tal van suggesties, ontleend aan rapporten van de Nationale ombudsman, om soortgelijke klachten te voorkomen. Intussen is, op initiatief van de Nationale ombudsman, ook zijn werk op het brede terrein van de politie op journalistieke wijze bewerkt tot een boek, dat in mei 1996 zal verschijnen (Jeanne Doomen, Behoorlijk blauw?). Dergelijke publikaties strekken tot lering van wat fout ging, en vormen bronnen voor maatregelen om klachten te voorkomen. In dit verband moet ook worden gewezen op andere voorlichtingsinspanningen, gericht op bijzondere doelgroepen binnen de overheid, zoals een vaste column van de Nationale ombudsman voor de korpsbladen van de verschillende politiekorpsen. Als het toch komt tot het indienen van een klacht bij de overheid is het van groot belang dat de betrokken instantie zich inspant om die klacht zelf zo goed mogelijk te behandelen, zodat er voor de klager zo min mogelijk aanleiding bestaat om vervolgens nog de Nationale ombudsman te benaderen. Het hiervoor genoemde streven van het kabinet tot het terugdringen van het aantal klachten bij de Nationale ombudsman heeft geleid tot een brief, van 6 september 1995, van staatssecretaris mr. J. Kohnstamm van Binnenlandse Zaken aan alle ministers waarin wordt aangedrongen op goede voorzieningen voor interne klachtbehandeling (zie hoofdstuk 2, 2.1.5). Zover de Nationale ombudsman weet, bevindt dit project zich nog overwegend in het stadium van intern overleg. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

9 In dit verband vraagt ook het kenbaarheidsvereiste van artikel 12, lid 2 van de Wet Nationale ombudsman (Wet N.o.) de aandacht. Dit vereiste betekent een voorrangsregel voor interne klachtbehandeling, voordat de weg naar de Nationale ombudsman openstaat. De Nationale ombudsman past dit vereiste actief toe. Gewaakt moet overigens worden voor het via aanscherping van het kenbaarheidsvereiste opwerpen van zodanige barrières voor de toegang tot de Nationale ombudsman dat sprake is van een ontmoedigingsslag voor de burger. Dat keert zich uiteindelijk tegen de overheid zelf. Ook op dit punt kan worden gewezen op bijdragen van de Nationale ombudsman aan een goede behandeling van klachten direct bij de betrokken instantie zelf, en daarmee aan het voorkomen van klachten bij de Nationale ombudsman. Zo wordt intussen algemeen erkend dat de Nationale ombudsman door zijn werk een belangrijke bijdrage heeft gegeven aan de ontwikkeling van algemene beginselen van behoorlijke klachtbehandeling, terwijl hij ook toeziet op de naleving van deze beginselen. De ook door het kabinet voorgestane codificatie van enkele van deze beginselen in de Algemene wet bestuursrecht kan verder bijdragen aan de kwaliteit van klachtbehandeling in eerste aanleg, en daarmee aan haar zogenoemde filterwerking ten opzichte van de Nationale ombudsman. Verder kan hier, als een voorbeeld uit 1995, worden gewezen op de impuls die de Nationale ombudsman in het Jaarverslag 1994 (blz. 25) heeft gegeven aan de totstandkoming van een Klachtenlijn bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie. De Nationale ombudsman heeft intussen al honderden klachten doorgeleid naar deze Klachtenlijn, voor directe afdoening binnen de IND zelf (zie verder hoofdstuk 10, 10A.2.1). b De kant van de burger; kennis over de Nationale ombudsman Het besluit van een burger om een klacht in te dienen is de resultante van verschillende factoren. Zo is er de klachtgevoeligheid van het soort contacten die hij met de overheid heeft. Daarnaast is er het punt van de bereidheid om door het indienen van een klacht uiting te geven aan ongenoegen, en dat van de bekwaamheid om dat zelf te doen, of althans om daarbij zo nodig hulp te vinden. Het is hier niet de plaats om deze en dergelijke factoren te analyseren. Een uitzondering moet echter worden gemaakt voor het punt van de kennis van de burger over het bestaan van de Nationale ombudsman, als een voorziening waar hij terecht kan met bepaalde klachten over de overheid. Immers, als hij die kennis niet heeft, zal hij de Nationale ombudsman niet benaderen, ook al zou daar reden voor zijn. Verondersteld moet worden dat de sterke stijging van de instroom van zaken bij de Nationale ombudsman in belangrijke mate een gevolg is van het feit dat de naamsbekendheid van het intussen veertien jaar oude instituut van de Nationale ombudsman als voorziening steeds verder toeneemt. Daarnaast heeft de Nationale ombudsman kunnen vaststellen dat overheidsinstanties er steeds meer toe overgaan om, bij hun interne afdoening van klachten, betrokkenen te wijzen op de mogelijkheid zich tot de Nationale ombudsman te wenden. Hoe is het precies gesteld met de naamsbekendheid van de Nationale ombudsman? Begin 1995 heeft de Nationale ombudsman opnieuw een onderzoek laten doen naar de naamsbekendheid van de Nationale ombudsman, vergeleken met een soortgelijke meting eind Dit onderzoek volgde op een voorlichtingscampagne op radio en televisie in november en december Deze campagne, via Postbus 51, vond haar aanleiding in de uitbreiding van de bevoegdheid van de Nationale ombudsman, eind 1993, tot de zelfstandige bestuursorganen. Gebleken is Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

10 dat de passieve naamsbekendheid vrijwel onveranderd is gebleven: 93%, tegenover 95% in De actieve naamsbekendheid is gestegen van 22% naar 28%. Deze zogenaamde spontane bekendheid was het grootst bij lezers van landelijke dagbladen, hoger opgeleiden en mannen. Van de respondenten wist 32% dat de Nationale ombudsman klachten over ministeries mag onderzoeken, en 11% dat hij dit mag over de politie. Het stemt tot tevredenheid dat de ontwikkeling doorgaat van de bekendheid met de Nationale ombudsman als voorziening. Een toename van de actieve naamsbekendheid van 22% naar 28% is in dit verband een duidelijke stap. Dit neemt echter niet weg dat uit de weergegeven cijfers kan worden afgeleid dat tallozen nog steeds niet actief op de hoogte zijn van het bestaan van de Nationale ombudsman, en van zijn precieze taak. Het is de Nationale ombudsman verder uit ervaring bekend dat het woord «ombudsman» voor velen onduidelijk is (zie Jaarverslag 1992, blz. 9 13). Bijzondere aandacht en extra inspanning op voorlichtingsgebied vragen zij bij wie de spontane bekendheid met de Nationale ombudsman in verhouding minder groot is. Het is niet gewaagd om te veronderstellen dat juist bij velen van hen de kans op contacten met de overheid en daarmee op klachten in verhouding wèl groot is. Gedacht kan worden aan contacten op terreinen als de sociale zekerheid en andere financiële relaties met de overheid, de arbeidsvoorziening, de politie en het vreemdelingenrecht. Overigens is er ook sprake van een tekort aan kennis bij hen die uit hoofde van hun functie beter zouden moeten weten. Zo is het de Nationale ombudsman uit een onderzoek uitgevoerd door een stagiaire op het Bureau Nationale ombudsman bekend dat veel leraren geschiedenis en maatschappijleer slecht op de hoogte zijn van de aard en de functie van het instituut van de Nationale ombudsman (zie hoofdstuk 5, 5.3). Alles bijeen leiden deze gegevens tot de conclusie dat de kennis in de samenleving over de Nationale ombudsman nog allerminst het eindpunt van haar ontwikkeling heeft bereikt. Dit betekent een aansporing voor de Nationale ombudsman om zich te blijven inzetten voor het uitdragen van het instituut en zijn werk in de samenleving. Daarbij is bijzondere aandacht geboden voor hen die door opleiding en maatschappelijke positie minder gemakkelijk toegang hebben tot dit soort informatie, en voor de intermediaire kaders die in dat verband een brugfunctie vervullen. Immers, het instituut van de Nationale ombudsman is ingesteld voor de burger, en kan zijn functie alleen vervullen wanneer iedere burger die op zichzelf de Nationale ombudsman nodig heeft hem ook kent en weet te vinden. Zoals al opgemerkt, is daarmee ook een duidelijk belang van de overheid gediend. 3 Het voorlichtingsbeleid van de Nationale ombudsman De hiervoor getrokken conclusie moet leiden tot een actief voorlichtingsbeleid van de Nationale ombudsman. Een dergelijk beleid draagt echter niet bepaald bij aan een beperking van het zaaksaanbod van de Nationale ombudsman. Gezien de capaciteitsproblemen die eerder in dit Voorwoord werden behandeld, is daarmee sprake van een dilemma. Hoe minder burgers op de hoogte zijn van de Nationale ombudsman, hoe minder klachten. Mag dan van de Nationale ombudsman worden verwacht dat hij op dit punt een effectieve bijdrage levert aan beperking van de instroom, door zijn werk te verrichten maar daar naar buiten toe zoveel mogelijk het zwijgen over te doen? Die vraag is niet geheel irreëel, in zoverre dat de Nationale ombudsman meer dan eens uit politieke kring een geluid opving dat leek te wijzen op zo n verwachting, en op de wens van terughoudende voorlichting. Het is overigens opmerkelijk dat Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

11 dergelijke kritische geluiden pas vallen te horen als er sprake is van mogelijke budgettaire gevolgen van een toename van de naamsbekendheid van de Nationale ombudsman. Voor zover deze geluiden zouden wijzen op een bewuste opvatting op dit punt wijst de Nationale ombudsman zo n opvatting met kracht van de hand. Het is hoe dan ook volstrekt strijdig met de functie van het instituut in de samenleving dat de Nationale ombudsman zich niet actief zou inzetten voor het informeren van de samenleving over het bestaan van dit instituut en over zijn werk. Ook na veertien jaar blijft dit onverminderd een duidelijke opgave. Elke andere aanpak zou de Nationale ombudsman ongeloofwaardig maken. Overigens is in toenemende mate sprake van spontane belangstelling vanuit de media voor het werk van de Nationale ombudsman. Het uitdragen van het bestaan van de Nationale ombudsman als voorziening voor de burger voltrekt zich in belangrijke mate via voorlichting over concrete voorbeelden van het werk, zoals rapporten. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan «grote» zaken, waarvan het gewicht hoe dan ook nieuwswaarde betekent. Het gaat daarnaast zeker ook om de ervaringen van burgers met de overheid die geen voorpaginanieuws zijn, maar die nieuwswaarde hebben vanwege hun herkenbaarheid voor velen. Verder draagt openbaarmaking van het werk van de Nationale ombudsman er aan bij dat dit instituut invloed heeft. Aandacht van en in de nieuwsmedia is daarmee één van de voorwaarden voor de effectiviteit en daarmee de geloofwaardigheid van het ombudsmaninstituut als zodanig. Tenslotte draagt deze openbaarmaking er aan bij dat openbaar bestuur ook werkelijk openbaar is. Dat moge binnen de overheid soms misschien als hinderlijk worden ervaren, in een democratie is het wezenlijk. Zo blijft voor de Nationale ombudsman de conclusie overeind dat een actief voorlichtingsbeleid een wezenlijk onderdeel is van zijn taak. Daarmee is echter nog niet gezegd hoe aan dat beleid uitvoering moet worden gegeven. De Nationale ombudsman streeft op dit punt, in het belang van zijn geloofwaardigheid, naar een zekere geleidelijkheid. Opgemerkt wordt dat in de periode van ongeveer vier jaar waarin de actieve naamsbekendheid is gestegen met 6%, de instroom van klachten meer dan verdubbeld is. In de contacten met de verschillende nieuwsmedia wordt er daarom zoveel als mogelijk naar gestreefd om onbeheersbare effecten te voorkomen. Dat geldt met name de televisie, gezien haar bijzondere impact. Daardoor is «finetuning» van de voorlichting, wat betreft haar effecten, heel moeilijk. Niemand is er echter bij gebaat dat de Nationale ombudsman in zeer korte tijd zou worden overspoeld met een stroom van klachten die hij, door een tekort aan middelen, niet adequaat kan verwerken. Dit neemt niet weg dat de Nationale ombudsman ten volle openstaat voor de nieuwsmedia die hem benaderen met een verzoek om informatie, een interview of medewerking aan een programma. Geconstateerd moet worden dat het beroep dat in dit verband op de Nationale ombudsman wordt gedaan steeds meer toeneemt. In het voorlichtingsbeleid spelen overigens niet alleen de algemene nieuwsmedia een rol, maar ook vakbladen zoals die op allerlei deelterreinen en voor allerlei doelgroepen verschijnen. Wat betreft de inhoud van de voorlichting wordt gestreefd naar een evenwichtige aanpak. Dit betekent onder meer dat de voorlichting recht moet doen aan eisen van objectiviteit: zoveel als mogelijk uitdragen van de gezichtspunten van beide partijen, en van beide soorten oordelen, «niet behoorlijk» evengoed als «behoorlijk». Daarnaast wordt ernaar gestreefd om zo duidelijk mogelijk voorlichting te geven over de grenzen van de bevoegdheid van de Nationale ombudsman, om zoveel mogelijk te Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

12 voorkomen dat burgers zich tot de Nationale ombudsman wenden met een verzoekschrift dat niet in aanmerking kan komen voor onderzoek. De onafhankelijkheid van de Nationale ombudsman is staatsrechtelijk op een aantal punten gewaarborgd. Elke onafhankelijkheid kent uiteraard haar grenzen. Een bijzondere grens is die van de beschikbare middelen. Het leek de Nationale ombudsman van belang om, door het voorgaande, informatie te geven over zijn voorlichtingsbeleid. Dat draagt bij aan de openbare verantwoording van dit ambt zoals die bij uitstek wordt gegeven in het jaarverslag dat, ingevolge artikel 28, lid 1 van de Wet N.o., moet worden gezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan de ministers. Het kan daarmee hopelijk ook bijdragen aan een zuivere discussie met de begrotingswetgever over de middelen die nodig zijn om de Nationale ombudsman de functie te kunnen laten vervullen die de wet aan dit instituut heeft opgedragen. 4 De ontwikkeling van de ombudsmanfunctie in het openbaar bestuur Aan het einde van dit Voorwoord past nog een enkel woord over de ontwikkeling van de ombudsmanfunctie in het openbaar bestuur. Met instemming heeft de Nationale ombudsman kennis genomen van de opvatting van het kabinet, neergelegd in de nota van staatssecretaris Kohnstamm van 30 mei 1995 (Kamerstukken II, , , nr. 1), en duidelijk gesteund in de Tweede Kamer, dat het voor alle onderdelen van de overheid wezenlijk is dat burgers toegang hebben tot een onafhankelijke voorziening van klachtbehandeling, en dat op dit punt niet langer sprake kan zijn van vrijblijvendheid. Wat betreft de lagere publiekrechtelijke lichamen legt de nota de verantwoordelijkheid op dit punt bij hen zelf. Provincies en gemeenten is evenals eerder al de waterschappen de mogelijkheid geboden om, als zij dat wensen, in plaats van het treffen van een eigen voorziening, aansluiting te krijgen bij de bevoegdheid van de Nationale ombudsman (zie verder hoofdstuk 2, 2.1.3). Op zichzelf zou de aanpak in de nota moeten leiden tot een dekkend geheel van voorzieningen: zelf alleen of in regionaal verband ingestelde ombudsmaninstituten dan wel, subsidiair, bevoegdheid van de Nationale ombudsman. De twaalf provincies hebben op dit punt een keuze bepaald, en een duidelijke beslissing genomen. Zij hebben, in het verband van het Interprovinciaal Overleg, op 28 februari 1995 gevraagd om te worden gebracht binnen de bevoegdheid van de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman heeft zich bereid verklaard om zich in te zetten voor een nieuwe taak in deze. Wat betreft de gemeenten is echter nog steeds sprake van weinig vordering. Het nog steeds zeer bescheiden aantal gemeenten met een eigen ombudsmanvoorziening is, voor zover de Nationale ombudsman kan overzien, in 1995 nagenoeg ongewijzigd gebleven. Moet uit de onbeweeglijkheid in een brede kring van gemeenten worden afgeleid dat men aan onafhankelijke klachtbehandeling, als complement op een goede interne klachtbehandeling, door een daarvoor toegeruste instantie onvoldoende belang hecht? Of is het belang dat men, mede gezien de financiële consequenties, hecht aan klachtbehandeling zo gering dat men concessies aanvaardbaar acht op het punt van de onafhankelijkheid en de professionaliteit van de behandeling van klachten van de eigen burgers? Op welke wijze denkt men dit dan te kunnen uitleggen aan die burgers? Is het aanvaardbaar dat de vrijheid die decentralisatie biedt per saldo wel degelijk uitmondt in vrijblijvendheid? En hoe is dan door wie ook aan de burger de rechtsongelijkheid uit te leggen die bestaat zolang de ene Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

13 gemeente wel, en de andere geen ombudsmanvoorziening heeft? Zal die het achterblijven van zijn gemeente niet ervaren als een teken van zwakte, zoals het instellen van een onafhankelijke ombudsman een teken is van kracht? Het is toch niet aannemelijk dat alleen de gemeenten die wèl kiezen voor een ombudsmaninstituut hun burgers reden gaven tot klagen? Intussen is, gegeven de kaders van de nota-kohnstamm, overleg gaande tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en een groep van vooralsnog vier gemeenten die aansluiting beogen bij de bevoegdheid van de Nationale ombudsman. Onder hen is overigens een gemeente met een eigen gemeentelijke ombudsman. De Nationale ombudsman heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan een project waarin ervaring kan worden opgedaan op dit terrein. Het overleg met de provincies en met de gemeenten in dit project is gevoerd op basis van het uitgangspunt in de nota-kohnstamm dat de desbetreffende openbare lichamen, zoals dat ook geldt voor de waterschappen, zelf de kosten zullen moeten dragen die zijn verbonden aan aansluiting bij de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman staat daar op zichzelf buiten: de nota-kohnstamm heeft, met het oog op de vereiste onafhankelijkheid van de Nationale ombudsman ten opzichte van de bestuursorganen binnen zijn bevoegdheid, terecht gekozen voor overleg van het ministerie van Binnenlandse Zaken met de desbetreffende openbare lichamen. Inzet van dit overleg is het verkrijgen van dekking voor de uitgaven die verband zullen houden met een taak van de Nationale ombudsman op dit gebied. Dit overleg bleek niet eenvoudig: het financiële risico dat is verbonden aan een open-eindemodel bleek een fors obstakel, terwijl het vinden van een voor beide partijen aanvaardbare berekening veel voeten in de aarde had. Aldus lijken de kosten van besluitvorming en het bedrag dat inzet was van die besluitvorming niet in een evenwichtige verhouding tot elkaar te staan. In zo n geval dreigen patstellingen, ten nadele van de aandacht voor het achterliggende inhoudelijke belang. Zo heeft de gemeente die zich als eerste had aangemeld voor aansluiting zich naderhand teruggetrokken. Intussen is met het IPO overeenstemming bereikt, en is ook uitzicht op een aanpak wat betreft de vier gemeenten. Wanneer in de toekomst zou worden overlegd met nieuwe gemeenten bestaat echter het risico van herhaling. Juist in deze eerste fase moet nog ervaring worden opgedaan. Een startbijdrage van de rijksoverheid (het ministerie van Binnenlandse Zaken) zou in deze fase de besluitvorming op dit punt wellicht (hebben) kunnen versoepelen. Naarmate het aantal deelnemende gemeenten groter is, zal het genoemde risico minder zwaar behoeven te wegen. Van bijzonder belang daarbij is dat dan intussen ook ervaring zal zijn verkregen, op grond waarvan betrouwbaarder prognoses mogelijk zullen zijn dan op dit moment. 5 Leeswijzer Indeling Dit jaarverslag volgt de indeling zoals die ook in eerdere jaarverslagen gebruikelijk was. In de hoofdstukken 7 en volgende wordt elk gebied binnen de bevoegdheid van de Nationale ombudsman afzonderlijk behandeld. De daaraan voorafgaande hoofdstukken 2 tot en met 6 betreffen achtereenvolgens: de wetgeving, het ambt en het Bureau Nationale ombudsman; cijfermatige gegevens; effecten van het werk van de Nationale ombudsman; externe contacten; het werk van Afdeling I. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

14 Hoofdstuk 1 bevat, in 1.2, het gebruikelijke algemene overzicht, en vervolgens, in 1.3, twee bijzondere onderwerpen: het werk van de Nationale ombudsman op het terrein van schadevergoeding, en klachtbehandeling door de politie en door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Aandachtspunten Het jaarverslag van de Nationale ombudsman pleegt te worden behandeld door de Tweede Kamer. Het is uiteraard aan de Kamer, en aan de leden van haar vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken, om te bepalen aan welke onderwerpen zij aandacht wensen te besteden. Als bijdrage aan de voorbereiding daarvan volgt hieronder, ter ontsluiting van dit jaarverslag, een aantal aandachtspunten. Het gaat daarbij om enkele suggesties en aanbevelingen in dit jaarverslag, en om enkele in het verslag gesignaleerde knelpunten dan wel punten die naar het oordeel van de Nationale ombudsman anderszins aandacht of actie verdienen. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de rapporten uit 1995 en de daarin gedane aanbevelingen, en de actie die daarop is gevolgd, en verdere analyses niet zijn opgenomen in dit overzicht. A Algemeen 1.a. Knelpunt in de capaciteit van het Bureau Nationale ombudsman (Voorwoord, 1; hoofdstuk 3, 3.3); b. Maatregelen van het kabinet ter beperking van het zaaksaanbod bij de Nationale ombudsman; interne klachtregelingen (Voorwoord, 2; hoofdstuk 2, 2.1.5); c. Voorlichtingsbeleid van de Nationale ombudsman (Voorwoord, 3); d. Ontwikkeling van de ombudsmanfunctie in het openbaar bestuur; financieringsmodel (Voorwoord, 4; hoofdstuk 2, 2.1.3). 2. Prikkels ter bevordering van de voortvarendheid bij de overheid: verslagplicht inzake de werkvoorraad en de gemiddelde behandelingsduur; financiële prikkels (hoofdstuk 1, onder a.). 3. Het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo: noodzaak tot het nemen van een beslissing over de status van zelfstandige bestuursorganen van een aantal instanties; generieke aanwijzing? (hoofdstuk 2, ). B Bestuursorganen 1 Politie a. Uitvoerbaarheid van de richtlijnen voor geïntoxiceerde gedetineerden (hoofdstuk 7, 7A.6); b. Wegslepen (hoofdstuk 7, 7A.12.2): regeling van de bevoegdheid tot wegslepen in binnensteden met ernstige parkeeroverlast; aanpassing van de redactie van de Wegenverkeerswet 1994 (artt ) aan de Politiewet 1993; c. Wachttijden bij de vreemdelingendiensten (hoofdstuk 7, 7A.14); d. Interne klachtbehandeling door de politie (hoofdstuk 1, ; hoofdstuk 7, 7A.17 en 7B.11): verantwoordelijkheidsverdeling; naleving van de beginselen van behoorlijke klachtbehandeling. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

15 2 Justitie a. Regeling inzake schadevergoeding in verband met politieoptreden (hoofdstuk 1, c; hoofdstuk 7, 7A.18); b. Telefonische bereikbaarheid van het Centraal Justitieel Incassobureau (hoofdstuk 7, 7B.6); c. Slachtofferbeleid (hoofdstuk 7, 7B.8): bovengrens voor voegingen als beledigde partij, in verband met de praktijk van voegen ad informandum; wettelijke regeling van de bevoegdheid tot voegen ad informandum; d. Immigratie- en Naturalisatiedienst (hoofdstuk 10, 10A.2): knelpunten in de uitvoeringspraktijk, zowel ten aanzien van verblijfsdocumenten als van naturalisaties; e. Wijziging van de huishoudelijke reglementen van TBS-inrichtingen (hoofdstuk 10, 10A.4). 3 Volksgezondheid De rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg inzake de behandeling van klachten over zorgaanbieders op het terrein van de gezondheidszorg (hoofdstuk 1, ). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

16

17 DEEL I BEELD VAN DE OVERHEID 19

18

19 1 DE OVERHEID, GEZIEN DOOR DE NATIONALE OMBUDSMAN IN Inleiding De taak van de Nationale ombudsman betreft de overheid. Nagenoeg zijn gehele werk wordt bepaald door burgers die gebruik maken van hun recht neergelegd in artikel 12 van de Wet Nationale ombudsman (Wet N.o.) om de Nationale ombudsman te vragen een onderzoek in te stellen. In 1995 ontving de Nationale ombudsman 7373 verzoekschriften (1994: 5890). Binnen de grenzen die zijn neergelegd in de Wet N.o. heeft de Nationale ombudsman de plicht om aan het verzoek om onderzoek gehoor te geven. De behandeling van elk verzoekschrift begint daarom met de beantwoording van de vraag of dit valt binnen de bedoelde grenzen. Dat was het geval bij 2113 (30%) van de 7129 verzoekschriften die in 1995 werden afgedaan (1994: 1493 van 5719 = 26%). In het overgrote deel van de 5016 verzoekschriften die niet in aanmerking kwamen voor onderzoek ging het overigens wel degelijk om klachten over de overheid. In maar één van de vijf van deze 5016 verzoekschriften was een zaak aan de orde die viel buiten de overheid, terwijl het in ongeveer vier van de vijf van deze verzoekschriften wel ging om een klacht over de overheid. Toch kwam het ook in die gevallen niet tot onderzoek, omdat het verzoek om onderzoek strandde op de bepalingen in de Wet N.o. over de afbakening van bevoegdheid van de Nationale ombudsman op het terrein van de overheid als zodanig, en over de ontvankelijkheid van verzoekschriften. Het leven als burger met een klacht over de overheid is niet eenvoudig. De verdeling van de verzoekschriften die betrekking hadden op bestuursorganen binnen de bevoegdheid van de Nationale ombudsman was als volgt: ministeries 55%; zelfstandige bestuursorganen 31%; politie 12%; waterschappen 2%. In dit hoofdstuk wordt een beeld gegeven van de overheid zoals de Nationale ombudsman die in 1995 heeft ontmoet in de 2113 zaken die zijn afgedaan nadat zij in aanmerking waren gebracht voor onderzoek. In het merendeel van die zaken (1494: 70,7%) is het niet gekomen tot het uitbrengen van een rapport, en is de zaak in de regel behandeld volgens de interventiemethode. In 619 gevallen (29,3%) heeft het onderzoek geleid tot een rapport. De interventiemethode wordt met name gebruikt in naar verhouding eenvoudige zaken, waarin de klager vooral belang heeft bij een snelle oplossing van het probleem dat aanleiding was tot het indienen van de klacht. Als interventie door de Nationale ombudsman bij de betreffende instantie heeft geleid tot de door de klager gewenste duidelijkheid, of tot de door hem gewenste actie, is er voor de Nationale ombudsman in de regel geen reden meer voor verdere onderzoeksactiviteiten, en het uitbrengen van een rapport. Het gebruik van deze methode is medio 1994 geïntensiveerd, zodat 1995 het eerste volle jaar was waarin met deze nieuwe aanpak is gewerkt (zie voor een toelichting op deze methode: Jaarverslag 1994, blz. 21 en 48 53). Het in dit hoofdstuk te tekenen beeld van de overheid over 1995 berust mede op de gegevens en inzichten die zijn verkregen in de interventiezaken. In 1.2 van dit hoofdstuk wordt, zoals ook in eerdere jaren, een overzicht gegeven van veel voorkomende problemen. Dat gebeurt primair op basis van een kwantitatieve benadering: cijfermatige gegevens over de frequentie van problemen, en over de oordelen van de Nationale ombudsman. Bij zo n benadering passen enkele duidelijke kanttekeningen vooraf. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

20 Zo moet als steeds worden opgemerkt dat het werk van de Nationale ombudsman een vertekend beeld geeft van de overheid. Immers, binnen de overheid bestaan grote verschillen voor wat betreft de contacten met de burger. Het risico voor een bepaalde overheidsinstantie om in beeld te komen van de Nationale ombudsman neemt toe naarmate haar contacten met de burger groter in getal en gevoeliger naar inhoud zijn. Verder moet worden gewaarschuwd tegen een benadering waarin de aantallen klachten slechts in vergelijkend perspectief worden beoordeeld. Zo kan men ertoe overgaan om het aantal klachten over een bepaalde overheidsinstantie vooral te bezien in relatie tot het aantal publiekscontacten waaruit deze klachten kunnen voortkomen. Als er al betrouwbare schattingen mogelijk zijn over dergelijke aantallen publiekscontacten, het is niet gewaagd om te veronderstellen dat het aantal klachten slechts een zeer bescheiden percentage daarvan is. Echter, de overheid is niet als een aanbieder op een markt, waar ontevreden klanten een uitweg hebben voor hun ongenoegen, door naar een ander te gaan, of misschien zelfs af te zien van een bepaald produkt. Alleen al daarom telt elke klacht, en is het woord «klant» een riskante metafoor wanneer het gaat om de burger in zijn verhouding tot de overheid. Van een vergelijkend perspectief is ook sprake wanneer men typen klachten beziet naar de frequentie waarmee zij voorkomen. Dat heeft echter het risico in zich van het miskennen van de aard van de normen die in het geding zijn, en van de ernst van hun schending. Alles bijeen vormen aantallen slechts een ingang, en behoeven zij nadere inhoudelijke beschouwing. Dat is niet alleen nodig om recht te doen aan de hiervoor genoemde kanttekeningen, maar ook met het oog op het nemen van maatregelen die moeten voorkomen dat bepaalde klachten zich weer zullen voordoen. Immers, dat laatste vraagt ook inzicht in de factoren die (kunnen) leiden tot het ontstaan van klachten. Het bestek van dit jaarverslag laat in dit overzichtshoofdstuk geen uitgebreide inhoudelijke beschouwingen toe. De Nationale ombudsman vertrouwt er echter op dat zij die dit hoofdstuk zullen lezen heel goed in staat zullen zijn om ook zelf de te presenteren gegevens in het juiste perspectief te zien. In het afsluitende gedeelte van dit hoofdstuk zal nader worden ingegaan op een tweetal specifieke onderwerpen. Het eerste daarvan is de vergoeding van schade die burgers kunnen lijden als gevolg van handelen of nalaten van de overheid. Aangegeven zal worden op welke wijze de Nationale ombudsman klachten op dat punt benadert en heeft behandeld (zie 1.3.1). Daarna zal worden ingegaan op het onderwerp klachtbehandeling, meer in het bijzonder op het terrein van de politie en van de gezondheidszorg (zie 1.3.2). 1.2 Veel voorkomende problemen Inleiding Het behoort tot de taak van de Nationale ombudsman om een oordeel te geven over overheidsgedragingen. Met het geven van een oordeel over een onderzochte gedraging wordt tegelijk een oordeel gegeven over de gegrondheid van de betreffende klacht. De centrale norm voor de beoordeling door de Nationale ombudsman neergelegd in artikel 26, lid 1 van de Wet N.o. is die van de behoorlijkheid. De Nationale ombudsman heeft deze norm uitgewerkt in een reeks van vereisten van behoorlijkheid (zie bijlage 5). De klachten die de Nationale ombudsman ontvangt kunnen alle worden herleid tot één of meer van deze vereisten van behoorlijkheid. In die zin leidt het gebruik van deze vereisten tot inzicht in het soort problemen dat de indieners van de klachten ondervonden in hun verkeer met de overheid. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nrs

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 275 Jaarverslag Nationale ombudsman 1996 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE VOORWOORD 7 1 Terugblik 7 2 Vooruitblik 9 3 Leeswijzer 11 Deel I BEELD

Nadere informatie

KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND

KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND KLACHTENREGELING VEILIGHEIDSREGIO AMSTERDAM-AMSTELLAND Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, ieder voor zover zij bevoegd zijn;

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 december 2000 Rapportnummer: 2000/370

Rapport. Datum: 8 december 2000 Rapportnummer: 2000/370 Rapport Datum: 8 december 2000 Rapportnummer: 2000/370 2 Klacht Op 12 augustus 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer R. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 645 Jaarverslag Nationale ombudsman 2000 Nr. 2 JAARVERSLAG INHOUDSOPGAVE WOORD VOORAF 7 Deel I BEELD VAN DE OVERHEID 15 1 De overheid, gezien

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:

Nadere informatie

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag

KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE. Jaarverslag KLACHTEN PER OVERHEIDSINSTANTIE 2014 Jaarverslag 2014 INHOUDSOPGAVE Ministerie van Algemene Zaken 3 Ministerie van Buitenlandse Zaken 4 Ministerie van Veiligheid en Justitie 5 Openbaar Ministerie 5 CJIB

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

Behandeling klachten en bezwaarschriften

Behandeling klachten en bezwaarschriften Hoofdstuk 2 Behandeling klachten en bezwaarschriften In de Algemene wet bestuursrecht is het klachtrecht en het recht om bezwaar te maken opgenomen. Een ieder kan een klacht indienen over gedragingen van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470

Rapport. Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470 Rapport Datum: 17 november 1999 Rapportnummer: 1999/470 2 Klacht Op 13 januari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Drachten, ingediend door de heer J. Veninga te Drachten,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 juni 2001 Rapportnummer: 2001/180

Rapport. Datum: 26 juni 2001 Rapportnummer: 2001/180 Rapport Datum: 26 juni 2001 Rapportnummer: 2001/180 2 Klacht Verzoeker klaagt over de lange duur van de behandeling van zijn aanvraag van 16 oktober 1997 om toelating als vluchteling door de Immigratie-

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290

Rapport. Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 Rapport Datum: 1 september 2003 Rapportnummer: 2003/290 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Sociale verzekeringsbank, vestiging Nijmegen, hem in het kader van de klachtenprocedure niet in de gelegenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438

Rapport. Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 Rapport Datum: 11 oktober 1999 Rapportnummer: 1999/438 2 Klacht Op 24 december 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer H. te Hengelo, ingediend door Thuiszorg Centraal Twente

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084

Rapport. Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 Rapport Datum: 3 mei 2007 Rapportnummer: 2007/084 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst niet de hem bekende inkomensgegevens over het jaar 2005 heeft gebruikt als basis voor het bepalen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279

Rapport. Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 Rapport Datum: 29 november 2007 Rapportnummer: 2007/279 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de beheerder van het regionale politiekorps Drenthe verzoekers brieven van 6 december 2006, 29 december 2006

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 april 2004 Rapportnummer: 2004/118

Rapport. Datum: 7 april 2004 Rapportnummer: 2004/118 Rapport Datum: 7 april 2004 Rapportnummer: 2004/118 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat de Belastingdienst/Zuidwest/kantoor Roosendaal het beroep tegen de afwijzing door de Belastingdienst/Haaglanden/kantoor

Nadere informatie

In bezwaar of beroep

In bezwaar of beroep In bezwaar of beroep Wanneer u het niet eens bent met een beslissing van de Nederlandse overheid op grond van de Vreemdelingenwet, dan kunt u hiertegen juridische stappen ondernemen. Dit informatieblad

Nadere informatie

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam De besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. een klacht:

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 200 25 927 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende

Nadere informatie

Rapport naar aanleiding van een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek. Publicatiedatum 22 juli 2014 Rapportnummer 2014/077

Rapport naar aanleiding van een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek. Publicatiedatum 22 juli 2014 Rapportnummer 2014/077 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek. Publicatiedatum 22 juli 2014 Rapportnummer 2014/077 2014/077 de Nationale ombudsman 1/7 Verzoekster klaagt erover dat

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 mei 2003 Rapportnummer: 2003/144

Rapport. Datum: 22 mei 2003 Rapportnummer: 2003/144 Rapport Datum: 22 mei 2003 Rapportnummer: 2003/144 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Belastingdienst/Ondernemingen Utrecht (per 1 januari 2003: Belastingdienst/Utrecht-Gooi/kantoor Utrecht) zijn

Nadere informatie

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek)

nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) nr.14.0008063 Klachtenregeling Veilig Thuis Gooi en Vechtstreek (AMHK Gooi en Vechtstreek) Artikel 1 Wettelijke grondslag Deze klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/253

Rapport. Datum: 7 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/253 Rapport Datum: 7 augustus 2003 Rapportnummer: 2003/253 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe: 1. niets heeft gedaan naar aanleiding

Nadere informatie

Rapport. Datum: 14 juli 1998 Rapportnummer: 1998/274

Rapport. Datum: 14 juli 1998 Rapportnummer: 1998/274 Rapport Datum: 14 juli 1998 Rapportnummer: 1998/274 2 KLACHT Op 18 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer S. te Geertruidenberg, ingediend door de heer mr. C.J. Verpaalen,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053

Rapport. Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 Rapport Datum: 24 februari 2005 Rapportnummer: 2005/053 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Korps landelijke politiediensten onvoldoende voortvarend heeft gereageerd op het door hem bij brief van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Dijkhoff,

De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG. Geachte heer Dijkhoff, De heer dr. K.H.D.M. Dijkhoff Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Geachte heer Dijkhoff, In 2014 ontving de Nationale ombudsman 36.278 verzoeken van burgers en bedrijven,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384

Rapport. Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 Rapport Datum: 21 december 2006 Rapportnummer: 2006/384 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau bij de te late terugbetaling van een bekeuring niet standaard wettelijke

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013 Rapportnummer: 2013/208 2 Klacht Verzoeker is werkzaam bij de afdeling Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de gemeente.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 927 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende

Nadere informatie

Advisering in cijfers

Advisering in cijfers Advisering in cijfers Ingekomen en afgedane adviesaanvragen 2014 2013 2012 2011 2010 In behandeling op 1 januari 54 24 83 43 55 Ingekomen 488 474 514 553 588 Ter advisering 542 498 597 596 643 Afgedane

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er over dat het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) hem geen uitstel van betaling voor onbepaalde tijd verleent ten aanzien van de aan hem opgelegde schadevergoedingsmaatregel,

Nadere informatie

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V.

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V. Protocol Klachtencommissie Autimaat B.V. Doetinchem December 2011 Protocol van de klachtencommissie van Autimaat B.V. Inhoudsopgave Toepassingsgebied 3 Begripsbepaling 3 Doelstelling van de klachtenregeling

Nadere informatie

Ik heb een klacht. Alescon T.a.v. de Klachtencoördinator Postbus 990 9400 AZ Assen

Ik heb een klacht. Alescon T.a.v. de Klachtencoördinator Postbus 990 9400 AZ Assen Ik heb een klacht U werkt, u volgt een reïntegratietraject of u staat op de wachtlijst bij Alescon. Wij doen ons best om u altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. Toch kan het gebeuren dat u niet tevreden

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 Rapport Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 2 Klacht Verzoekers, partners, klagen erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), dan wel de vreemdelingendienst van het regionale politiekorps

Nadere informatie

De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord.

De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster voldeed in de loop van 2007 aan de voorwaarden voor het opleggen van geautomatiseerde voorlopige aanslagen en werd daardoor binnen een tijdvak van zeven maanden geconfronteerd

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 190 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Jaarverslag klachten 2011. Klachtcoördinator maart 2012

Jaarverslag klachten 2011. Klachtcoördinator maart 2012 Klachtcoördinator maart 2012 1. Inleiding Als gemeente willen wij de dienstverlening zo goed mogelijk afstemmen op de wensen van onze burgers. Eventuele klachten van burgers over de manier waarop een medewerker

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081 Rapport Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012 Rapportnummer: 2012/081 2 Klacht Verzoekster, een advocaat, klaagt erover dat de Dienst Terugkeer en

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 383 Besluit van 15 augustus 2001 inzake het gebruik van het sociaal-fiscaalnummer (Besluit gebruik sofi-nummer Wbp) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374

Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /122 20 14/122 d e Natio nale o mb ud sman 1/5 Feiten

Nadere informatie

b) Directeur De directeur van de Stichting Levenseindekliniek, of diens vervanger.

b) Directeur De directeur van de Stichting Levenseindekliniek, of diens vervanger. KLACHTENREGELING STICHTING LEVENSEINDEKLINIEK Bewerkt door Datum Omschrijving Steven Pleiter 16 oktober 2014 Versie 1 Revisiefrequentie Eerstvolgende Omschrijving Jaarlijks Augustus 2015 1) Definities

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

Klachtenreglement ActiefTalent

Klachtenreglement ActiefTalent Klachtenreglement ActiefTalent Algemene bepalingen Artikel 1 Definities a. ActiefTalent: Stichting ActiefTalent; b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. Klacht: een bij de Klachtencommissie ingediend

Nadere informatie

Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344

Rapport. Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 Rapport Datum: 3 december 2010 Rapportnummer: 2010/344 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het regionale politiekorps Limburg-Zuid zijn meldingen van geluidsoverlast vanaf 22 oktober 2009 tot heden, welke

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2010. Commissie integriteit overheid (CIO)

JAARVERSLAG 2010. Commissie integriteit overheid (CIO) JAARVERSLAG 2010 Commissie integriteit overheid (CIO) Inhoudsopgave 1. Instelling en taken CIO 3 2. Samenstelling CIO en secretariaat 4 3. Aantallen en doorlooptijd 4 4. Analyse aantallen 4 5. Opvolging

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

Datum 17 februari 2014 Onderwerp Beantwoording kamervragen gevolgen van beperken rechtsbijstand voor rechtsbescherming in vreemdelingenzaken

Datum 17 februari 2014 Onderwerp Beantwoording kamervragen gevolgen van beperken rechtsbijstand voor rechtsbescherming in vreemdelingenzaken 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum

Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum Rapport Gemeentelijke Ombudsman Informatie over een jaaropgave Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Marktplein Centrum 12 september 2007 RA0713989 Samenvatting Een man krijgt van de Dienst Werk en

Nadere informatie

Een onderzoek naar de verrekening van de belastingteruggaaf over 2013 met een nog openstaande belastingschuld over het jaar 2006.

Een onderzoek naar de verrekening van de belastingteruggaaf over 2013 met een nog openstaande belastingschuld over het jaar 2006. Rapport Een onderzoek naar de verrekening van de belastingteruggaaf over 2013 met een nog openstaande belastingschuld over het jaar 2006. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over de Belastingdienst

Nadere informatie

Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken.

Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken. Rapport 2 p class="western c2">rapport Rapport betreffende een klacht over Domeinen Roerende Zaken. Datum: 23 januari 2012 Rapportnummer 2012/006 Klacht Verzoeker klaagt er over dat Domeinen Roerende Zaken

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252

Rapport. Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 Rapport Datum: 28 juli 2000 Rapportnummer: 2000/252 2 Klacht Op 8 maart 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw M. te Rotterdam, met een klacht over een gedraging van de Belastingdienst/Douane,

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht. Datum: 6 mei 2013. Rapportnummer: 2013/047

Rapport. Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht. Datum: 6 mei 2013. Rapportnummer: 2013/047 Rapport Rapport over een klacht over de Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht Datum: 6 mei 2013 Rapportnummer: 2013/047 2 Klacht Verzoeksters klagen over de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen van

Nadere informatie

Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368

Rapport. Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 Rapport Datum: 16 november 2006 Rapportnummer: 2006/368 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop een ambtenaar van het regionale politiekorps Gelderland-Zuid hem na zijn aanhouding op 20 mei 2005

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs

Nadere informatie

Klachtenregeling BLM Accountants & Adviseurs

Klachtenregeling BLM Accountants & Adviseurs Klachtenregeling BLM Accountants & Adviseurs Inhoudsopgave 1 Voorbeeld Procedure Klachtenregeling...1 1.1 Begripsbepalingen...1 1.2 Verantwoordelijkheid bestuur...1 1.3 Klachtencommissie...1 1.4 Compliance

Nadere informatie

Achterstand, onbereikbaarheid en invordering Gemeente Amsterdam Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam

Achterstand, onbereikbaarheid en invordering Gemeente Amsterdam Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam Rapport Gemeentelijke Ombudsman Achterstand, onbereikbaarheid en invordering Gemeente Amsterdam Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam 25 september 2009 RA0942697 Samenvatting Vanaf eind mei 2009 komen

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken.

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Rapport Rapport betreffende een klacht over het Nederlandse consulaat te Barcelona (Spanje). Bestuursorgaan: de minister van Buitenlandse Zaken. Datum: 13 juli 2012 Rapportnummer: 2012/114 2 Klacht Op

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie. KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007

Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie. KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007 Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007 Algemeen Het klachtenreglement van de N.V.P.M.K.T. beschrijft de opvang, bemiddeling en behandeling

Nadere informatie

OVEREENKOMST TUSSEN CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU BELASTINGDIENST

OVEREENKOMST TUSSEN CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU BELASTINGDIENST OVEREENKOMST TUSSEN CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU & BELASTINGDIENST DV 506 1Z*1ED DE ONDERGETEKENDEN: Centraal Justitieel Incassobureau, ten deze vertegenwoordigd door de heer mr. drs. A. Regtop, Algemeen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 28 684 Naar een veiliger samenleving Nr. 229 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKS- RELATIES

Nadere informatie

4. Op 13 januari 2008 wendde verzoeker zich tot de Nationale ombudsman omdat hij nog geen nieuw besluit van de PUR had ontvangen.

4. Op 13 januari 2008 wendde verzoeker zich tot de Nationale ombudsman omdat hij nog geen nieuw besluit van de PUR had ontvangen. Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) pas op 28 april 2008 een nieuwe beslissing op zijn bezwaarschrift had genomen, ondanks de toezegging dat het besluit

Nadere informatie

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.32 Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 bronnen Nieuwsbericht Schadefonds geweldsmisdrijven 6.6.2011; www.schadefonds.nl Wet van 6 juni 2011

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014. Rapportnummer: 2014/027

Rapport. Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014. Rapportnummer: 2014/027 Rapport Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014 Rapportnummer: 2014/027 2 Algemeen Vreemdelingen spreken doorgaans geen Nederlands, althans niet

Nadere informatie

De heer drs. S.T. Sibma Algemeen Directeur Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) Postbus 1794 8901 CB LEEUWARDEN. Geachte heer Sibma,

De heer drs. S.T. Sibma Algemeen Directeur Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) Postbus 1794 8901 CB LEEUWARDEN. Geachte heer Sibma, De heer drs. S.T. Sibma Algemeen Directeur Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) Postbus 1794 8901 CB LEEUWARDEN Geachte heer Sibma, In 2014 ontving de Nationale ombudsman 36.278 verzoeken van burgers

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 maart 2000 Rapportnummer: 2000/116

Rapport. Datum: 23 maart 2000 Rapportnummer: 2000/116 Rapport Datum: 23 maart 2000 Rapportnummer: 2000/116 2 Klacht Op 1 juli 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer M. te Arnhem, ingediend door de heer mr. B.W.M. Toemen, advocaat

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 maart 2003 Rapportnummer: 2003/061

Rapport. Datum: 21 maart 2003 Rapportnummer: 2003/061 Rapport Datum: 21 maart 2003 Rapportnummer: 2003/061 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen Leiden (per 1 januari 2003 onderdeel van de Belastingdienst/Holland

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Noord-Nederland. Datum: 28 juli 2014 Rapportnummer: 2014/082 2 Klacht Verzoeker klaagt er over dat de politie-eenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende straf

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 juni 2000 Rapportnummer: 2000/226

Rapport. Datum: 22 juni 2000 Rapportnummer: 2000/226 Rapport Datum: 22 juni 2000 Rapportnummer: 2000/226 2 Klacht Op 8 november 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer E. te Vught, met een klacht over een gedraging van het Ministerie

Nadere informatie

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid,

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, Instellingsbesluit voor de instelling van een dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, van de Programmaraad e-overheid voor Burgers en van de Programmaraad Stelsel

Nadere informatie

Besluit van 15 december 1995, houdende regelen ter uitvoering van een aantal bepalingen van de Archiefwet 1995

Besluit van 15 december 1995, houdende regelen ter uitvoering van een aantal bepalingen van de Archiefwet 1995 ARCHIEFBESLUIT 1995 (Tekst geldend op: 06-09-2007) Besluit van 15 december 1995, houdende regelen ter uitvoering van een aantal bepalingen van de Archiefwet 1995 Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin

Nadere informatie

Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst?

Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst? Welke rechten heeft u bij de Belastingdienst? Wat mag u verwachten in uw contacten met de Belastingdienst? Kent u uw rechten als belastingbetaler? Deze brochure gaat daarover. Zo kunt u lezen hoe snel

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOGELWACHT UTRECHT

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VOGELWACHT UTRECHT Lidmaatschap Art.1 Art. 2 De namen der leden, jeugdleden en donateurs worden door publikatie in het orgaan van de vereniging bekend gemaakt. Een lid, jeugdlid, of donateur wordt als zodanig toegelaten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 061 IIB Wijziging van de sstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, het kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het kabinet

Nadere informatie

Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012

Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012 Regelingen en voorzieningen CODE 1.4.3.34 Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012 bronnen Staatsblad 2011, 346 (Besluit van 27 juni 2011, houdende

Nadere informatie

Beoordeling Bevindingen

Beoordeling Bevindingen Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV): het uitkeringsrecht waar zij naar aanleiding van de beslissing op bezwaar gedateerd 28 september

Nadere informatie

Adviesaanvraag werklastgevolgen kostenverhaal rechtsbijstand draagkrachtige veroordeelden (34 159)

Adviesaanvraag werklastgevolgen kostenverhaal rechtsbijstand draagkrachtige veroordeelden (34 159) De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie dr. K.H.D.M. Dijkhoff Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 19 oktober 2015 contactpersoon Voorlichting e-mail voorlichting@rechtspraak.nl telefoonnummer 06-46

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2015 KLACHTENBEHANDELING GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER

JAARVERSLAG 2015 KLACHTENBEHANDELING GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER JAARVERSLAG 2015 KLACHTENBEHANDELING GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER Inleiding/voorwoord De gemeente Noordoostpolder biedt een breed scala aan producten en diensten aan. Denk hierbij aan vergunningen, paspoorten,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1999 429 Besluit van 23 september 1999, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen en van het Warenwetbesluit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 240 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2011 Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 14 juni

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.).

Als aan één van de voertuigverplichtingen niet wordt voldaan, is dat strafbaar (zie Achtergrond, onder 1. en 2.). Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Dienst Wegverkeer (verder ook: RDW) hem na een periode van meer dan zeven jaar heeft aangesproken op het feit dat hij niet over een geldige APK voor zijn

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de klachtafhandelingsbrieven van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet overeenkomstig het gestelde in de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie