stedenbouwkundige voorschriften

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "stedenbouwkundige voorschriften"

Transcriptie

1 stedenbouwkundige voorschriften

2

3 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen Artikel 0.1. Begrippen Eéngezinswoning Gebouw geschikt voor de huisvesting van één gezin of alleenstaande Nevenbestemming De nevenbestemming mag niet meer dan 30% bedragen van de totaal gerealiseerde vloeroppervlakte, met een max. vloeroppervlakte van 150 m² Terreinbezetting Onder terreinbezetting wordt de verhouding bedoeld van de bruto bebouwde oppervlakte (incl. bijgebouwen, garages, overdekte zwembaden, excl. verhardingen en openluchtzwembaden) van het perceel gelegen binnen de betrokken bestemmingszone t.o.v. de totale oppervlakte van het perceel gelegen binnen de betrokken bestemmingszone. Dit wordt uitgedrukt in procent Tuinzone Onder de term tuinzone dient verstaan de oppervlakte van het perceel die overblijft na aftrek van de effectief bebouwde oppervlakte. De effectief bebouwde oppervlakte is gelijk aan de gerealiseerde terreinbezetting Netto-vloeroppervlakte Met de netto - vloeroppervlakte wordt de beloopbare ruimte bedoeld (gemeten op een minimale hoogte van 1,50 m boven het vloerpeil) zonder de buitenmuren, kokers, gemeenschappelijke trappen en liften, open terrassen en garages. De binnenmuren worden niet afgetrokken, maar meegerekend in de netto - vloeroppervlakte. wvi december 10 Grup Grotestraat 35

4 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen Bruto bebouwde oppervlakte Met de bruto bebouwde oppervlakte wordt de oppervlakte bedoeld die de bebouwing inneemt, gemeten langs de buitenzijde van het gebouw Bijgebouw Onder de term bijgebouw wordt een gebouw voor de berging of opslag van goederen, voorwerpen of zaken bedoeld die gerelateerd zijn aan de hoofdbestemming. Het bijgebouw situeert zich buiten de uiterste bouwlijn van het hoofdgebouw of is alleenstaand referentiepeil: Is het peil gelijkvloers gemeten ter hoogte van de inkomdorpel. bijgebouw zoals garage, fietsberging, opslag voor materialen,... deze definitie dient samen gelezen en toegepast te worden met de bepalingen onder punt: Algemene bepalingen Vorm en inhoud van het plan Het volledige plangebied valt als gebiedsaanduiding onder de categorie wonen Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit en vrijwaring van de goede plaatselijke ordening dient gegarandeerd te worden. Voor zover hieraan voldaan is, moeten verder de numerieke voorschriften gerespecteerd worden Nutsvoorzieningen Kleinschalige nutsvoorzieningen kunnen in elke zone ingeplant worden. Besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Onderhavige stedenbouwkundige voorschriften kunnen verstrengd worden afhankelijk van de plaatselijke toestand en omgevingsfactoren. Kleinschalige nutsvoorzieningen = zoals elektriciteitscabines, bushalte, Grup Grotestraat december 10 wvi

5 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen Bestaande meergezinswoningen Bestaande rechtmatig vergunde meergezinswoningen, die strijdig zijn met de in dit grup voorziene stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting of voorschriften, maar die vergund zijn of krachtens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geacht worden vergund te zijn, kunnen gerestaureerd, verbouwd en herbouwd worden, doch binnen het bestaande volume en met maximum hetzelfde aantal woonentiteiten en bouwlagen Bestaande constructies Bestaande vergunde of vergund geachte gebouwen (andere dan de meergezinswoningen zoals bepaald in 0.2.4) en andere elementen die regelmatig werden vergund, kunnen wat betreft de bestemming, inplanting, bezetting en numerieke voorschriften gehandhaafd blijven, verbouwd en in geval van overmacht herbouwd worden met behoud van deze bestaande bestemming, afmetingen, inplanting of bezettingsgraad, voor zover ze geen hinder genereren t.o.v. de omgeving. Bij herbouw, behoudens bij overmacht, dienen de voorschriften van onderhavig grup te worden nageleefd. andere elementen die regelmatig vergund werden zoals: bijgebouwen, verhardingen,... overmacht= structurele schade n.a.v. calamiteiten buiten de wil van de eigenaar, zoals brand of storm Bouwhoogte en referentiepeil De hoogte van de gebouwen wordt gemeten vanaf het referentiepeil tot aan de snijlijn van de gevel met het dakvlak (= kroonlijsthoogte). Het referentiepeil ligt tussen 0,00 meter en maximum 0,40 meter hoger dan het peil van het openbaar domein op de rooilijn. Dit geldt niet voor afwijkende bestaande referentiepeilen en in het geval moet worden aangesloten op een bestaand gebouw. Voor percelen waarvan de gebouwen verder dan 10,00 meter van de rooilijn staan, kan een gemiddeld referentiepeil van het perceel worden gekozen op voorwaarde dat de waterhuishouding van de aanpalende percelen gerespecteerd wordt. wvi december 10 Grup Grotestraat 37

6 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen Aan een bouwlaag wordt een maximale bruto hoogte van 3,20 meter toebedacht, waarvan in functie van de woonkwaliteit, de bestaande toestand (meerbepaald de aansluiting met het aanpalende gebouw,) en de kwaliteit voor de handelszaken kan afgeweken worden. De minimum inwendige bouwhoogte van een bouwlaag bedraagt 2,50 meter. In geval van verschillende bouwhoogtes dienen alle zichtbare geveldelen te worden afgewerkt op een kwalitatieve, esthetisch verantwoorde manier. De aansluitingswijze dient bij de vergunningsaanvraag gedetailleerd uitgetekend te worden. De overgang tussen de verschillende bouwhoogtes dient met bijzondere zorg te worden uitgewerkt Verkavelingsvoorschriften De bepalingen (tekstueel en grafisch) van de volgende verkavelingen worden opgeheven bij definitieve vaststelling van onderhavig grup : VKD 1991/01-5/35029/1103 André Verkest 01/10/1991 VKWE 1992/07-5/35029/1110 Rita Vanhoutte 02/02/1993 VKWE 1993/04-5/35029/1115 Rita Vanhoutte 21/09/1993 VKD 1998/05-5/35029/1135 b.v.b.a.rentimo 03/11/1998 VKV 1966/2012-V65/ Diane Otten 14/03/1966 VKV 1968/2023-V65/ Diane Otten 27/01/1969 VKV 1972/2028-V65/ Diane Otten 24/04/1972 VKV 1973/2030-V65/ Legrand Bérengère 09/07/1973 VKV 1975/2033-VK.65/ Legrand Bérengère 15/04/1975 VKD 1986/12-VK/65/ André Vandenbulcke-Legrand 24/03/1987 Voor de situering op plan wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Volgende verkavelingen worden behouden: VKD 1979/3-VK /MV 27/07/1979 VKD 1996/04-5/35029/1033/2 30/07/1996 Deze verkavelingen worden behouden wegens hun aanvragen voor wijziging van deze verkavelingen tijdens het opmaak van onderhavig rup. De voorschriften van deze verkavelingen ondermijnen de wezenlijke elementen van onderhavig rup niet. De aanvraag voor wijziging werd niet goedgekeurd. I.f.v. art kunnen, in de huidige fase van de procedure van het rup, deze verkavelingen niet meer worden opgeheven. 38 Grup Grotestraat december 10 wvi

7 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen Specifieke bepalingen omtrent architecturaal waardevol patrimonium of beschermd monument Voor de beschermde monumenten en de aangeduide architecturaal waardevolle panden is de bestemming van vrije beroepen, detailhandel, diensten, horeca en kantoren toegelaten in hoofdbestemming. Deze bestemming kan enkel gerealiseerd worden indien deze niet hinderlijk is voor de woonomgeving en mits de erfgoedwaarden van het monument behouden worden. Bij het stedenbouwkundig bouwdossier dient de verkeersafwikkeling toegelicht te worden om aan te tonen dat de inrichting niet hinderlijk is. Gezien de ligging langsheen de Grotestaat (bereikbaarheid en zichtbaarheid) zijn enkele bijkomende bestemmingen voor deze gebouwen toegelaten. Onder horeca wordt eveneens Bed and Breakfast bedoeld. Uitbreidingen van de bestaande gebouwen i.f.v. de bestemming zijn toegelaten binnen de bepalingen van de betrokken bestemmingszone. Deze uitbreiding kan enkel toegelaten worden indien deze niet hinderlijk is voor de omgeving en mits de erfgoedwaarden van het monument behouden worden. Bij het stedenbouwkundig bouwdossier dient de verkeersafwikkeling toegelicht te worden. De gebouwen aangeduid met -aanduiding op het bestemmingsplan kunnen, behoudens bij overmacht, niet gesloopt worden, wel gerestaureerd en verbouwd worden met behoud van de ruimtelijke en architecturale verschijningsvorm. Eventuele herstellingen of verbouwingen of herbouw in geval van overmacht dienen volledig in functie te staan van het authentieke karakter van deze bebouwing. Er dient zoveel mogelijk terug gegaan te worden naar de huidige of oorspronkelijke toestand wat het exterieur betreft. De gevels zichtbaar van op de openbare weg (exterieur) dienen met andere woorden behouden te worden, er dienen authentieke materialen gebruikt te worden en bijkomende kwalitatieve hedendaagse ingrepen zijn enkel in ondergeschikte orde toegelaten. Het architecturaal waardevolle patrimonium werd aangeduid met. Overmacht= structurele schade n.a.v. calamiteiten buiten de wil van de eigenaar, zoals brand of storm. Authentiek karakter van deze bebouwing = de beeldkwaliteit van de straat. wvi december 10 Grup Grotestraat 39

8 Artikel 0. Begrippen, algemene en specifieke bepalingen De gebouwen aangeduid met * -aanduiding op het bestemmingsplan kunnen, behoudens bij overmacht, niet gesloopt worden, wel gerestaureerd worden met behoud van de ruimtelijke en architecturale verschijningsvorm. De beschermde monumenten werden aangeduid met * Bij elke aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning is het advies van het Agentschap Ruimte en Erfgoed vereist Specifieke aanduiding interne ontsluitingsweg Deze aanduiding, symbolisch weergegeven met een pijlaanduiding op het bestemmingsplan, geeft de huidige bestaande lokale toegangsweg weer voor de gronden in achterliggende orde, in hoofdzaak voor bestaande bebouwing. Nieuwe ontwikkelingen ter hoogte van deze ontsluitingsassen dienen steeds de toegang te verzekeren, behoudens indien er alternatieven worden voorzien Voorschriften ifv waterbergend vermogen, met uitzondering van ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer. In functie van een maximale recuperatie van het hemelwater is opvang en buffering van hemelwater verplicht alvorens over te lopen in de openbare riolering. Hergebruik van regenwater wordt nagestreefd. Hemelwaterputten zijn verplicht te voorzien bij aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, tenzij aangetoond wordt dat het voorzien van een put fysisch onmogelijk is. Minimum één aftappunt dient aangesloten te zijn op de hemelwaterput. Het regenwater dat niet opgevangen en gebufferd wordt dient maximaal te infiltreren, in de niet bebouwde of onverharde ruimte, op eigen terrein. ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer: lokale ontsluitingswegen (aanduiding bestemmingsplan), ontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer gelegen in art. 6 zone voor lokale ontsluitingsweg en tenzij specifiek bepaald in de voorschriften. Opvang en buffering kan ondermeer in regenwaterput, regenwaterbuffer, Grup Grotestraat december 10 wvi

9 Artikel 1 : Zone voor één- en meergezinswoningen 1.1 Bestemmingsvoorschriften Hoofdbestemming De gronden zijn bestemd i.f.v. gebouwen, voor de huisvesting van (een) gezin(nen) of een alleenstaande. Het integreren van een zorgwoning in een ééngezinswoning is toegelaten Het betreft een zone waar het wonen centraal staat. Hiermee worden de woningen bedoeld zoals gedefinieerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Om woonkwalitatieve redenen zijn de woongelegenheden gekenmerkt door de volgende minimumcriteria: de netto-vloeroppervlakte der woongelegenheid dient minimum 60 m² te bedragen. Het gemiddelde van de netto-vloeroppervlakte van de woongelegenheden per gebouw moet minimum 70 m² bedragen Nevenbestemming In nevenbestemming zijn vrije beroepen, detailhandel, diensten, horeca en kantoren toegelaten, met uitsluiting van tank- en servicestations. De in nevenbestemming toegelaten bestemmingen naast de woonbestemming kunnen enkel gerealiseerd worden als deze niet hinderlijk zijn voor de woonomgeving. Niet-hinderlijk voor de woonomgeving : lunaparken, kansspelinrichtingen, dancings en dergelijke zijn bijgevolg verboden. Deze opsomming is niet limitatief. 1.2 Inrichting - en beheersvoorschriften Beperking aantal woongelegenheden: indien de perceelsbreedte < 6,00 meter: maximum 1 woongelegenheid bij een perceelsbreedte van 6,00 meter en < 12,00 meter: maximum 2 woongelegenheden indien de perceelsbreedte > of = 12,00 meter: maximum 4 woongelegenheden wvi december 10 Grup Grotestraat 41

10 Artikel 1 : Zone voor één- en meergezinswoningen Plaatsing van de hoofdgebouwen Plaatsing t.o.v. de rooilijn: 0,00 m, behoudens de gebouwen met specifieke bepalingen omtrent architecturaal waardevol patrimonium of beschermd monument waarvan de bestaande plaatsing t.o.v. de rooilijn richtinggevend is. Plaatsing t.o.v. de voorbouwlijn: daar waar een voorbouwlijn getekend werd dienen de gebouwen zich te plaatsen op deze voorbouwlijn. Afstand tot de zijperceelsgrenzen : ofwel 0,00 meter ofwel minimum 3,00 meter, behoudens de bestaande toestand. Plaatsing op 0,00 m enkel bij gekoppelde of gesloten bebouwing. Afstand tot de achterperceelsgrens : minimum 5,00 meter, behoudens bestaande toestand en behoudens indien kan aangebouwd worden aan een blinde gevel. Het architecturaal waardevolle patrimonium werd aangeduid met. De beschermde monumenten werden aangeduid met * Specifieke bepalingen omtrent architecturaal waardevol patrimonium en beschermd monument beschreven in de algemene bepalingen In functie van een maximale zichtbaarheid, ten aanzien van het verkeer tussen de Bredeweg en de Uilenspiegellaan, en in afstemming met de huidige bebouwing werd er voor deze percelen een verplichte voorbouwlijn ingetekend Bouwdiepte Op het gelijkvloers max. 17,00 meter Op de verdieping max. 12,00 meter Bouwhoogte Max. 2 bouwlagen, behoudens indien specifiek aangeduid op het bestemmingsplan, waar 3 bouwlagen toegelaten worden. Specifiek aangeduid op het bestemmingsplan : het aaneengesloten bouwblok, grotendeels bestaande uit meergezinswoningen met 3 bouwlagen en een plat dak. Het hoekgebouw t.h.v. de Grotestraat - Nieuwe Steenweg en enkele aangrenzende gebouwen langsheen de Nieuwesteenweg en de Bredeweg. 42 Grup Grotestraat december 10 wvi

11 Artikel 1 : Zone voor één- en meergezinswoningen Dakvorm en functie De dakvorm moet hellend zijn met een maximum hellingsgraad van 45, behoudens indien specifiek aangeduid als plat dak op het bestemmingsplan. Dit geldt niet voor gelijkvloerse uitbouwen, dakterassen en andere ondergeschikte volumes. De maximale nokhoogte bedraagt maximaal 6,00 meter boven de kroonlijsthoogte. Specifiek aangeduid als plat dak op het bestemmingsplan : het aaneengesloten bouwblok, grotendeels bestaande uit meergezinswoningen met 3 bouwlagen en een plat dak. Gelijkvloerse uitbouwen zoals bv. veranda s,.. Maximaal één woonlaag in het dak toegelaten. In het dak zijn enkel dakuitbouwen toegelaten in de woonlaag over maximum de helft van de gevelbreedte. Deze dakuitbouw kan niet in aansluiting met een uitbouw t.a.v. een voor- of achtergevel en dient zich te situeren op een minimum afstand van 1,00 meter van de uiterste hoeken van de gevel Uitbouwen t.a.v. voor-, zij- en achtergevel Hiernavolgende bepalingen gelden t.a.v. voor-, zij- en achtergevels van de niet- gelijkvloerse verdiepingen en geenszins m.b.t. dakvolumes: In de voor- en zijgevel zijn uitbouwen van zowel het open type (zoals balkons) als van het gesloten type toegelaten met een maximale bouwdiepte van 0,80 meter (wordt niet meegerekend in de maximale bouwdiepte), voor zover de uitbouw niet binnen de 0,75 meter van de stoeprand komt. Uitbouwen ten opzichte van het gevelvlak zijn enkel toegelaten vanaf een te vrijwaren bouwvrije zone van minimum 2,50 meter hoog boven het voorliggend voetpad. In de achtergevel zijn uitbouwen van het open type toegelaten met een maximale bouwdiepte van 1,20 meter. De uitbouwconstructies mogen maar worden uitgevoerd vanaf 0,60 meter t.a.v. de uiterste hoeken van de gevel en binnen een hoek van 45, vertrekkende vanaf het hoekpunt van de gevel. open type = balkons De maximale bouwdiepte voor geveluitbouwen wordt niet meegerekend in de maximale bouwdiepte van het gebouw. wvi december 10 Grup Grotestraat 43

12 Artikel 1 : Zone voor één- en meergezinswoningen Uitbouwen zijn toegelaten over maximum 2/3 van de betrokken gevelbreedte Inrichtingsvoorschriften van de tuinzone Minimum 40% van de niet-bebouwde ruimte dient aangelegd te worden met in hoofdzaak streekeigen groen en/of gazon. Op de zijkavelgrenzen zijn enkel streekeigen hagen toegelaten, eventueel versterkt met paaltjes en draad. Enkel ter hoogte van de gemeenschappelijke muur bij halfopen of gesloten bebouwing zijn vaste afsluitingen toegelaten, over een bijkomende diepte van maximum 5,00 meter. De afsluitingen mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn. In de tuinzone gelegen tussen de rooilijn en de voorbouwlijn zijn enkel beperkte verhardingen toegelaten ter ontsluiting van de woning. Er zijn geen parkeerplaatsen in deze voortuinzone toegelaten. Deze tuinzone dient aangelegd te worden met een lage beplanting, bestaande uit streekeigen groen of gazon. De afsluitingen (streekeigen hagen) mogen maximaal 1,20 meter hoog zijn. Streekeigengroen = laag- en hoogstammige beplanting vaste afsluitingen = vervaardigd uit esthetisch kwalitatief materiaal, zoals in volsteens metselwerk, hout,... In functie van een kwalitatieve inrichting zijn parkeerplaatsen in de voortuinstrook niet toegelaten. Hoge beplanting of hoge hagen zijn niet toegelaten i.f.v. de zichtbaarheid van de weggebruiker Garages - bergruimten voor huisvuil - afzonderlijke bijgebouwen. Garages - bergruimten voor huisvuil: Ter hoogte van de Nieuwe Steenweg zijn geen bijkomende garagepoorten en/of openingen toegelaten. In de meergezinswoningen dient er een afzonderlijke ruimte voorzien te worden voor de stapeling van huisvuil. Deze ruimte dient voldoende ruim te zijn i.f.v. het aantal woongelegenheden. Voor handels- en horecazaken moet een afzonderlijke ruimte worden voorzien voor de stapeling van afval, gescheiden van deze voor de woongelegenheden. 44 Grup Grotestraat december 10 wvi

13 Artikel 1 : Zone voor één- en meergezinswoningen Afzonderlijke bijgebouwen: Afzonderlijke bijgebouwen bestaan uit maximum 1 bouwlaag een maximale totale bruto- oppervlakte van 30 m². T.o.v. de perceelsgrenzen moet een afstand van ofwel 0,00 meter, ofwel minimum 2 meter vrijgehouden worden. Plaatsing op 0,00m = enkel indien koppeling mogelijk is of conform het plan bestaande toestand. Kleinere bijgebouwen van maximum 12 m² zijn toegelaten tot op minimum 1 meter van de perceelsgrenzen Voorschriften m.b.t. architecturale en ruimtelijke kwaliteit Teneinde de beeldkwaliteit van de invalsweg Grotestraat en Nieuwe Steenweg maximaal te ondersteunen, dient elke ingreep vanaf deze weg te getuigen van architecturale kwaliteit in al zijn onderdelen. Het plaatsen van reclamevoorzieningen dient dermate opgevat dat ze een architecturale consistentie vertonen met de bijhorende gevel. Inzake aansluiting op bestaande aanpalende gebouwen dienen geveldelen die verder reiken dan de bestaande gemene gevel(s) volwaardig afgewerkt te worden. In al zijn onderdelen = materiaalgebruik, vormgeving, detaillering,.. wvi december 10 Grup Grotestraat 45

14 Artikel 2 : Zone voor residentieel wonen 2.1 Bestemmingsvoorschriften Hoofdbestemming De gronden zijn bestemd voor gebouwen voor de huisvesting van één gezin of een alleenstaande. Het integreren van een zorgwoning in een ééngezinswoning is toegelaten Hiermee worden de woningen bedoeld zoals gedefinieerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening Nevenbestemming In nevenbestemming zijn vrije beroepen, diensten en kantoren toegelaten. 2.2 Inrichting - en beheersvoorschriften Plaatsing van de hoofdgebouwen Plaatsing t.o.v. de rooilijn of voorperceelsgrens : de inplanting van de bestaande gebouwen is richtinggevend. Voor nieuwe bebouwing is de inplanting van de aanpalende gebouwen richtinggevend. Afstand tot de zijperceelsgrenzen : ofwel 0,00 meter ofwel minimum 3,00 meter, behoudens de bestaande toestand. Plaatsing op 0,00m enkel bij gekoppelde of gesloten bebouwing Afstand tot de achterperceelsgrens : minimum 5,00 meter, behoudens indien kan aangebouwd worden aan een blinde gevel Bouwdiepte Op het gelijkvloers Voor gesloten en halfopen bebouwing : max. 15,00 meter Voor open bebouwing : de inplantingsbepalingen zijn van toepassing (artikel 2.2.1) Op de verdieping voor gesloten en halfopen bebouwing : max. 12,00 meter. 46 Grup Grotestraat december 10 wvi

15 Artikel 2 : Zone voor residentieel wonen Terreinbezetting Voor alleenstaande bebouwing is een max. terreinbezetting van 30% toegelaten, met een max. bebouwingsoppervlakte van 200 m² Bouwhoogte Max. 2 bouwlagen Dakvorm De dakvorm moet hellend met een maximum hellingsgraad van 45. Dit geldt niet voor gelijkvloerse uitbouwen, dakterrassen en andere ondergeschikte volumes. De maximale nokhoogte bedraagt maximaal 5 meter boven de kroonlijsthoogte. Gelijkvloerse uitbouwen = zoals bv. veranda, Uitbouwen t.a.v. voor-, zij- en achtergevel Hiernavolgende bepalingen gelden t.a.v. voor- en zijgevels van de nietgelijkvloerse verdieping en geenszins m.b.t. dakvolumes: In de voor- en zijgevel zijn uitbouwen van het gesloten type toegelaten met een maximale bouwdiepte van 0,80 meter, voor zover de uitbouw niet binnen de 0,75 meter van de stoeprand komt. Uitbouwen ten opzichte van het gevelvlak zijn enkel toegelaten vanaf een te vrijwaren bouwvrije zone van minimum 2,50 meter hoog boven het voorliggend voetpad. De uitbouwconstructies mogen maar worden uitgevoerd vanaf 0,60 meter t.a.v. de uiterste hoeken van de gevel en binnen een hoek van 45, vertrekkende vanaf het hoekpunt van de gevel. Over maximum 2/3 van de betrokken gevel. De maximale bouwdiepte voor geveluitbouwen wordt niet meegerekend in de maximale bouwdiepte van het gebouw Inrichtingsvoorschriften van de tuinzone Minimum 60% van de niet-bebouwde ruimte dient aangelegd te worden met in hoofdzaak grasperken en streekeigen groen. Streekeigengroen = laag- en hoogstammige beplanting wvi december 10 Grup Grotestraat 47

16 Artikel 2 : Zone voor residentieel wonen Op de zijkavelgrenzen zijn enkel streekeigen hagen toegelaten, eventueel versterkt met paaltjes en draad. Ter hoogte van de gemeenschappelijke muur bij halfopen of gesloten bebouwing zijn enkel vaste afsluitingen toegelaten, over een bijkomende diepte van maximum 5,00 meter. De afsluitingen mogen maximaal 2,00 meter hoog zijn. vaste afsluitingen = vervaardigd uit esthetisch kwalitatief materiaal, zoals in volsteens metselwerk, hout, Garages - afzonderlijke bijgebouwen Op percelen groter dan 500 m²: Garages en afzonderlijke bijgebouwen zijn toegelaten met een maximale bruto oppervlakte van 30 m². De kroonlijsthoogte is beperkt tot 3,00 meter en de nokhoogte tot 4.50 meter. T.o.v. de perceelsgrenzen moet een afstand van ofwel 0,00 meter indien koppeling mogelijk is, ofwel 3,00 meter vrijgehouden worden. Plaatsing op 0,00m = enkel indien koppeling mogelijk is of conform het plan bestaande toestand is Kleinere bijgebouwen met een maximale bruto oppervlakte van 12 m² zijn toegelaten tot op minimum 1,00 meter van de perceelsgrenzen. De kroonlijsthoogte is beperkt tot 2,50 meter en de nokhoogte tot 3,00 meter. Op percelen kleiner dan 500 m²: Tuinhuisjes of bijgebouwtjes zijn toegelaten met een maximale bruto oppervlakte van 12 m². T.o.v. de perceelsgrens moet een afstand van minimum 1,00 meter vrijgehouden worden. De kroonlijsthoogte is beperkt tot 2,50 meter en de nokhoogte tot 3,00 meter Voorschriften m.b.t. architecturale en ruimtelijke kwaliteit Teneinde de beeldkwaliteit van de invalsweg Grotestraat maximaal te ondersteunen, dient elke ingreep vanaf deze weg te getuigen van architecturale kwaliteit in al zijn onderdelen (materiaalgebruik, vormgeving, detaillering). 48 Grup Grotestraat december 10 wvi

17 Artikel 2 : Zone voor residentieel wonen Het plaatsen van reclamevoorzieningen dient dermate opgevat dat ze een architecturale consistentie vertonen met de bijhorende gevel. Inzake aansluiting op bestaande aanpalende gebouwen dienen geveldelen die verder reiken dan de bestaande gemene gevel(s) volwaardig afgewerkt te worden. wvi december 10 Grup Grotestraat 49

18 Artikel 3 : Zone voor grootschalige handelsvoorzieningen 3.1 Bestemming Deze zone is bestemd voor grootschalige handelsvoorzieningen en bijhorende infrastructuur. De ruimtes voor laden, lossen en parkeren dienen zich op eigen terrein te bevinden. Ambachtelijke bedrijvigheid is niet toegelaten. Bijhorende infrastructuur : kantoren, bergplaatsen, parkeerplaatsen,... Een voldoende aantal parkeerplaatsen dienen op eigen terrein behouden en/of voorzien te worden. In nevenbestemming is wonen toegelaten. Een inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente De Haan wordt hierbij opgelegd en verplicht vanaf de in gebruikname na het afleveren van de stedenbouwkundige vergunning van de desbetreffende woning. 3.2 Inrichting en beheer Ter bescherming van het residentiële wonen worden er, door het opleggen van een domicilieverplichting, nieuwe tijdelijke of recreatieve verblijven geweerd. Teneinde deze verplichting tot domiciliëring afdwingbaar te maken, wordt deze gekoppeld aan de in gebruikname van de woning na de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning. Om de omvorming naar tweede verblijven controleerbaar te maken kan de gemeente op termijn een gemeentelijke verordening opmaken die de functiewijziging van een woning naar tweede verblijf vergunningsplichtig maakt Inplanting Afstand tot de rooilijn : vrij te bepalen, het voorstel dient een meerwaarde te betekenen voor het straatbeeld. Afstand tot de perceelsgrenzen en/of zonegrenzen : minimum 5,00 meter, behoudens bestaande toestand Bouwhoogte maximum 1 bouwlaag en een dakvolume Hoogte bouwlaag i.f.v. handelsvoorzieningen = max. 5,00 meter Het basisprofiel van het dakvolume wordt bepaald door een inwaartse gabarietlijn van 45 vanaf het gevelvlak. Max. nokhoogte = 8,00 meter. In de algemene voorschriften, onder punt Bouwhoogte en referentiepeil, kan er i.f.v. de kwaliteit voor handelszaken afgeweken worden op de maximale bouwlaaghoogte. De maximale bouwlaaghoogte wordt beperkt tot 5,00 meter. 50 Grup Grotestraat december 10 wvi

19 Artikel 3 : Zone voor grootschalige handelsvoorzieningen Terreinbezetting - max. bebouwingspercentage De terreinbezetting is beperkt tot de bestaande vergunde oppervlakte. Enkel kleinschalige functionele uitbreidingen zijn toegelaten om te kunnen voldoen aan de wettelijke exploitatienormen Bouwdiepte, dakvorm en dakfunctie De bouwdiepte en de dakvorm zijn vrij. In het dakprofiel is maximum één woonlaag toegelaten. Een functionele uitbreiding kan enkel indien de huidige bebouwing niet meer voldoet aan de milieureglementering en waarbij deze uitbreiding een oplossing kan bieden. Wettelijke exploitatienormen= milieu, hygiëne, brand, Terreinaanleg en terreinorganisatie Een vlotte bereikbaarheid zowel voor autoverkeer als voor vrachtwagenverkeer (laden en lossen) dient steeds gewaarborgd te zijn. De zones voor laden, lossen en parkeren moeten steeds op eigen terrein aanwezig zijn. Op eigen terrein dient minimum 1 parkeerplaats per 50 m² handelsvloeroppervlakte ingericht te worden. Deze dienen duidelijk op de plannen te worden aangegeven. Minimum 20% van de niet-bebouwde ruimte dient onverhard te blijven en dient aangelegd te worden met laag- en hoogstammige beplanting. Een beplantingsplan dient bij de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning gevoegd te worden. Het stapelen van goederen in open lucht is verboden. Verhardingsoppervlaktes zijn enkel toegelaten in kleinschalige waterdoorlatende materialen (conform ), met uitzondering van de hoofdontsluiting en i.f.v. milieutechnische redenen. In deze gevallen kunnen monoliete verhardingen gebruikt worden. De circulatie binnen deze zone voor bezoekers en in functie van parkeren, laden en lossen dient duidelijk op de plannen aangeduid en gemotiveerd te worden. Er dient steeds een vlotte circulatie op eigen terrein mogelijk te zijn. de hoofdontsluiting = de belangrijkste ontsluitingscirculatie tussen de bebouwing gelegen in onderhavige zone tot aan de rooilijn Architecturaal voorkomen en materialen Het geheel dient te getuigen van architecturale kwaliteit in al zijn onderdelen. Reclamepanelen dienen geïntegreerd te worden in de architectuur. wvi december 10 Grup Grotestraat 51

20 Artikel 3 : Zone voor grootschalige handelsvoorzieningen Publiciteitspylonen op eigen terrein, ter hoogte van de rooilijn, zijn toegelaten, evenwel beperkt in hoogte. 52 Grup Grotestraat december 10 wvi

21 Artikel 4 : Projectzone 4.1 Bestemmingsvoorschriften Hoofdbestemming Onderhavige zone betreft een inbreidingszone voor het oprichten en inrichten van woongelegenheden onder de vorm van een globaal bouwproject met geschakelde, aaneengesloten of gekoppelde woningen en dit onder de vorm van ééngezinswoningen. Een inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente De Haan wordt hierbij opgelegd en verplicht vanaf de in gebruikname na het afleveren van de stedenbouwkundige vergunning van de desbetreffende woning of het gebouw Nevenbestemming In nevenbestemming zijn vrije beroepen en diensten toegelaten. Deze kunnen enkel gerealiseerd worden als deze niet hinderlijk zijn voor de woonomgeving. Het betreft een zone die benut wordt als verblijfsrecreatie, het permanent wonen dient in de toekomst centraal te staan. Ter bescherming van het residentiële wonen worden er, door het opleggen van een domicilieverplichting, nieuwe tijdelijke of recreatieve verblijven geweerd. Teneinde deze verplichting tot domiciliëring afdwingbaar te maken, wordt deze gekoppeld aan de in gebruikname van de woning na de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning. Om de omvorming naar tweede verblijven controleerbaar te maken kan de gemeente op termijn een gemeentelijke verordening opmaken die de functiewijziging van een woning naar tweede verblijf vergunningsplichtig maakt Voorkooprecht Binnen onderhavige zone geldt het recht van voorkoop voor de volgende begunstigden en in dalende rangorde: de gemeente (54) het OCMW (362) de sociale huisvestingsmaatschappijen Het Lindenhof (659) Vivendo (661) de West- Vlaamse Intercommunale (841) Het voorkooprecht geldt voor een duur van 8 jaar vanaf de inwerkingtreding van het plan. In deze zone is het voorkooprecht van toepassing. Artikel en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet de mogelijkheid tot recht van voorkoop in de ruimtelijke ordening. wvi december 10 Grup Grotestraat 53

22 Artikel 4 : Projectzone 4.2 Inrichting en beheer Algemeen Er dienen binnen onderhavige projectzone minimum 15 woningen per ha gerealiseerd te worden. Dit overwegend onder de vorm van compacte, aaneengesloten of gekoppelde grondgebonden woningen. Bij een gefaseerde uitvoering dient deze dichtheid op een evenwichtige manier over de volledige projectzone gerealiseerd te worden. De uitvoering kan gefaseerd of op zijn geheel gebeuren. Globaal inrichtingsplan: Bij ontwikkeling dient een globaal inrichtingsplan van onderhavige zone opgemaakt te worden. Bij gefaseerde uitvoering dient de bouwaanvraag aan te geven hoe deze past binnen het globaal inrichtingsplan en hoe het zich verhoudt tot wat al gerealiseerd is binnen het gebied en/of tot de mogelijke ontwikkelingen van het gebied rest. De bouwaanvraag kan geen hypotheek vormen voor de verdere ontwikkeling van de projectzone. Het globaal inrichtingsplan kan een reeds bestaande inrichtingsstudie zijn of een aangepaste inrichtingsstudie indien van de oorspronkelijke wordt afgeweken. Het globaal inrichtingsplan maakt deel uit van elk dossier betreffende de aanvraag van stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsaanvraag en wordt alsdusdanig meegestuurd aan de adviesverlenende instanties overeenkomstig de toepasselijke procedure voor de behandeling van deze aanvragen. Volgende zaken dienen minimaal te worden weergegeven op het globaal inplantingsplan: De inplanting van de nieuw te bouwen volumes, met hun bestemming, aanduiding van de bouwhoogtes en verschijningsvorm. Globaal inrichtingsplan : De globaal inrichtingsplan is een informatief document voor de vergunningverlenende overheid met het oog op het beoordelen van de vergunningsaanvraag in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de stedenbouwkundige voorschriften voor het gebied. Deze bestaat uit een globaal inrichtingsplan en bijhorende inrichtingsnota, per te realiseren fase. Het globaal inrichtingsplan dient op een duidelijke wijze aan te tonen dat een kwalitatieve inrichting van onderhavige zone wordt beoogd, dat de bebouwing zich integreert in zijn omgeving, mede door een goede en kwalitatieve architectuur. Een globaal inrichtingsplan is nodig vanaf het realiseren van 1 woning binnen onderhavige zone. 54 Grup Grotestraat december 10 wvi

23 Artikel 4 : Projectzone De ontsluiting van het gebied en de interne circulatiemogelijkheden geschikt voor gemotoriseerd verkeer en zachte weggebruiker. Inrichting van het openbaar domein, aan te leggen verhardingen, materiaalkeuze, meubilair, aanduiding van de plaatsen toegankelijk voor het gemotoriseerd verkeer, het aantal parkeergelegenheden, aanduiding van de zones die publiek toegankelijk zijn en welke niet. De betrokken projectzones dienen zowel in architectuur, materiaalgebruik als aanleg onbebouwde ruimte een geheel te vormen. Er dient gestreefd te worden naar een maximale invulling, zowel voor bebouwing als voor private tuinruimte. In functie van een maximale invulling kan de private tuinzone tot een minimale ruimte gereduceerd worden indien deze reductie gecompenseerd wordt met een centrale gemeenschappelijke groen- of pleinzone Inrichting bebouwde ruimte Inplanting : de inplanting is vrij mits alle constructieonderdelen gelegen zijn binnen volgende gabarietbeperking; vertrekkend van een loodlijn op 5,00m van de zonegrens met een hoogte van 3,20 m vanaf het peil gelijkvloers en van hieruit vertrekkend onder een hoek van 45. bouwhoogte : maximum 2 bouwlagen. Dakvorm : de dakvorm is vrij maar dient per gebouwengroep, typologie of gebouwenzone gelijkaardig te zijn. Bij hellende daken is de maximale dakhelling 45. Dakuitbouwen zijn in beperkte vorm toegelaten in het dak, waarbij het dakvlak steeds primeert. De gezamelijke breedte mag in geen geval meer bedragen dan 1/3 van de betrokken gevelbreedte. architecturaal voorkomen : vrij, voor zover er een hedendaagse kwalitatieve vormgeving en materiaalgebruik wordt voorgesteld. wvi december 10 Grup Grotestraat 55

24 Artikel 4 : Projectzone Inrichting niet-bebouwde ruimte op perceelsniveau: De niet - bebouwde delen van het perceelsdeel gelegen binnen onderhavige bestemmingszone, dienen ingericht te worden als tuin. Maximum 1/3 van de tuinzone mag verhard worden ten behoeve van toegang tot de bebouwing binnen onderhavige zone, terassen, tuinpaden en andere constructies die geen gebouw zijn. De grondoppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 12,00 m² m.u.v. garages tot 21 m². Maximum 1 garage per perceel Ontsluiting en circulatie De ontsluiting van onderhavige zone dient verduidelijkt te worden in het globaal inrichtingsplan en inrichtingsstudie. de doorgang voor de brandweer en andere hulpdiensten dient te worden gewaarborgd. de wegenis voor de ontsluiting van onderhavig plangebied dient ingericht te worden i.f.v. lokaal verkeer. Er dienen i.f.v. de verkeersveiligheid, maatregelen genomen te worden om het autoverkeer af te remmen en om het sluipverkeer te weren. de wegenis van de interne circulatie dient als woonerf te worden ingericht. Dit profiel kan plaatselijk verruimd worden door pleingehelen of groenaanplantingen. het parkeren dient gegroepeerd te gebeuren in clusters van minimaal 4 parkeerplaatsen, per wooneenheid dient er 1 parkeerplaats te zijn. Onderhavig plangebied heeft verschillende ontsluitingsmogelijkheden. De verwachte bijkomende verkeersdruk is beperkt zodoende onderhavige zone kan aansluiten op zowel de Grotestraat als de Uilenspiegellaan. 56 Grup Grotestraat december 10 wvi

25 Artikel 5 : Zone voor garages 5.1 Bestemming De gronden zijn bestemd voor parkeerplaatsen en/of garages. 5.2 Inrichting en beheer Inplanting Er mag gebouwd worden tot op de perceelsgrens op voorwaarde dat het afgewerkte maaiveld aansluit op het maaiveld van het aanpalende perceel Bouwhoogte Maximum 1 bouwlaag. De bouwhoogte is beperkt tot een maximaal gabariet van 3,00 meter hoogte Bebouwingspercentage maximum 70% Architecturaal voorkomen en terreinorganisatie Een vlotte bereikbaarheid voor het autoverkeer dient steeds gewaarborgd te zijn. Bij de aanvraag om stedenbouwkundige vergunning dient zowel een beplantingsplan als een circulatieplan gevoegd te worden. wvi december 10 Grup Grotestraat 57

26 Artikel 6 : Zone voor lokale ontsluitingsweg 6.1 Bestemming Deze gronden zijn bestemd voor openbare wegenis, meerbepaald voor lokaal verkeer en voor de ontsluiting van de aanliggende of nabijgelegen gronden en aanverwante voorzieningen. 6.2 Inrichting en beheer aanverwante voorzieningen : aanwezige boven- en ondergrondse leidingen, straatmeubilair en groenvoorzieningen. De doorgang voor de brandweer en andere hulpdiensten dient steeds gewaarborgd te zijn. Op deze gronden is het verboden afgedankte goederen, afval, wrakken, containers, grondstoffen en verkoopsgoederen te plaatsen. Beplantingen dienen te bestaan uit streekeigen soorten. De wegenis staat i.f.v. lokaal verkeer, ontwerp uitgangspunten zijn zoveel mogelijk gemengd verkeer en maatregelen om het autoverkeer af te remmen. De rijwegbreedte dient beperkt te blijven. 58 Grup Grotestraat december 10 wvi

27 Artikel 7 : Zone voor openbaar nut Bestemming De gronden binnen onderhavige zone zijn bestemd in functie van openbaar nut. Onderhavige zone betreft een pompgemaal Inrichting en beheer Bebouwing Bebouwingsbezetting max. 20% Maximum 2 bouwlagen hoog, maximale nokhoogte is 6,00 meter Inrichting en beheer van het terrein Enkel verhardingsoppervlaktes in functie van ontsluiting en vervaardigd uit waterdoorlatende materialen zijn toegelaten. De niet bebouwde en onverharde ruimtes dienen ecologisch beheerd te worden. De huidige bebouwing is één bouwlaag met hellend dak. Bij bijkomende uitbreiding dient er gestreefd te worden naar een verticale volumevermeerdering, dit in functie van het maximaal vrijwaren van de aangrenzende niet- bebouwde ruimte. In functie van een consequent waterbeheer dient de onbebouwde ruimte ecologisch beheerd te worden en is verharding enkel minimaal toegelaten. In functie van een maximale bodeminfiltratie van het hemelwater kunnen eveneens enkel waterdoorlatende verhardingsmaterialen toegelaten worden. wvi december 10 Grup Grotestraat 59

28