Dossier verslaving en verslavingszorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Dossier verslaving en verslavingszorg"

Transcriptie

1 Dossier verslaving en verslavingszorg Achtergrondstudie bij het advies Verslavingszorg herijkt. Zoetermeer/Den Haag, juli 1999 Dossier verslaving en verslavingszorg 1

2 Colofon Het Dossier verslaving en verslavingszorg is een gezamenlijke uitgave van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg en de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling, behorend bij het advies Verslavingszorg herijkt. Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) Plein van de Verenigde Naties 21 Postbus AC Zoetermeer Tel Fax Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) Parnassusplein 5 Postbus BC Den Haag Tel Fax Het Dossier verslaving en verslavingszorg is te bestellen door overmaking van ƒ 25,- op gironummer ten name van de RVZ te Zoetermeer onder vermelding van publicatienummer 99/03. ISBN: Auteursrecht voorbehouden Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, Zoetermeer, 1999 Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling, Den Haag, 1999 Niets in deze uitgave mag openbaar gemaakt of verveelvoudigd, opgeslagen in een dataverwerkend systeem of uitgezonden in enige vorm door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder toestemming van de RVZ en de RMO. 2 Dossier verslaving en verslavingszorg

3 Voorwoord Het Dossier verslaving en verslavingszorg is een achtergrondstudie bij het advies Verslavingszorg herijkt. Ter voorbereiding van het advies zijn verschillende studies uitgevoerd door projectmedewerkers van de RVZ en de RMO: - deelproject Vraag en aanbod, waarin de beschikbare informatie over vraag en aanbod van verslavingszorg in Nederland in kaart is gebracht; - deelproject Bekostiging en bedrijfsvoering, waarin de geldstromen tussen financiers en instellingen in kaart gebracht alsmede de wijze waarop de financiële middelen worden ingezet in de verslavingszorg; - deelproject Beleid, waarin de relevante Kamerstukken uit de periode zijn geïnventariseerd en geanalyseerd. Al met al leverden de deelprojecten zo veel interessante informatie op dat een aparte publicatie van de gegevens gerechtvaardigd is. Met behulp van de verschillende overzichtstudies die recent zijn gepubliceerd zijn de gegevens over vraag en aanbod geïnventariseerd. De maatschappelijke positie van de verslaafde is in beeld gebracht aan de hand van de dimensies die de RMO hanteert bij het beschrijven van maatschappelijke integratie. De gegevens en analyses over de bekostigingstromen in de verslavingszorg zijn in Nederland nog niet eerder op deze wijze verzameld, bewerkt en gepresenteerd. Uiteraard zijn er keuzen gemaakt bij het verzamelen van gegevens. Het advies is immers toegespitst op de vraag hoe de verslavingszorg bestuurd zou moeten worden, waarbij zaken als bestuurlijke verantwoordelijkheden, beleidsregie, operationele regie, planning en financiering voorop staan. Inhoudelijke gegevens over verslaving en verslavingszorg zijn bij de dataverzameling meegenomen voor zover ze direct of indirect relevant zijn voor de centrale vraag van het advies. Zoetermeer/Den Haag Juli 1999 Dossier verslaving en verslavingszorg 3

4 4 Dossier verslaving en verslavingszorg

5 Inhoud 1 Achtergrond, begrippenkader en opzet Achtergrond Soorten verslaving, een eerste domeinafbakening Opbouw van het dossier 8 2 Oorzaken van verslaving Inleiding Sociale, psychologische en biologische factoren Verslaving als maatschappelijk probleem 13 3 Maatschappelijke positie verslaafde Inleiding Alcoholverslaafden Harddrugsverslaafden Profielen 24 4 Vraag Inleiding De verslaafde Maatschappelijke kosten Vraag van de samenleving 37 5 Aanbod Inleiding Hulp vanuit algemene kaders Hulp vanuit de categoriale verslavingszorg Zorgfuncties Cliëntenroutes Effectiviteit en kwaliteit 62 6 Financiering, planning en bekostiging Inleiding De diversiteit in kaart gebracht AWBZ Gemeentelijke doeluitkering verslavingsbeleid Verslavingsreclassering Overige financiële stromen 91 7 Beleid Beleid op hoofdlijnen : Continuïteit en verandering 94 Dossier verslaving en verslavingszorg 5

6 : Voortgangsrapportages : Resultaten scoren SVO en SOV Financiering ambulante verslavingszorg Overig beleid relevant voor verslavingszorg Conclusies 99 Bijlagen Actueel overzicht van de instellingen in de verslavingszorg Literatuur Dossier verslaving en verslavingszorg

7 1 Achtergrond, begrippenkader en opzet 1.1 Achtergrond Ten behoeve van het advies Verslavingszorg herijkt is een aantal deelstudies uitgevoerd. In de deelprojecten zijn diverse facetten van verslaving, verslaafden, hulp aan verslaafden en de categoriale verslavingszorg geïnventariseerd. Dit dossier bevat achtergrondinformatie die is verzameld in deze deelstudies. De belangrijkste feiten staan in deze achtergrondnota nog eens op een rijtje. In de deelprojecten is informatie verzameld over: - de verschillende oorzaken van verslaving; - de maatschappelijke positie van de verslaafde (aan de hand van typologieën); - de ontwikkelingen aan de vraagkant (naast de gebruiker ook de omgeving, werkgevers en dergelijke); - de ontwikkelingen bij het aanbod van hulp aan verslaafden; - zaken als financiering, planning en sturing van instellingen voor verslavingszorg; - beleid van de afgelopen jaren gericht op (een of meer vormen van) verslaving. 1.2 Soorten verslaving, een eerste domeinafbakening In bijlage 6 bij het advies Verslavingszorg herijkt is omschreven wat RVZ en RMO onder verslaving verstaan. Daarbij wordt aangesloten bij de criteria in de DSM-IV. In dit dossier wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten verslavende middelen, namelijk alcohol en harddrugs. Ook in de verslavingszorg en in onderzoek naar verslaving en verslaafden wordt dit onderscheid gebruikt. Hoewel er duidelijke verschillen tussen deze middelen zijn, zijn er ook overeenkomsten te vinden tussen de gebruikers van verschillende middelen. Daarnaast zijn er grote aantallen verslaafden die meer dan één middel gebruiken (polydruggebruik). Er zijn daarom verschillende instellingen voor verslavingszorg, zoals het Boumanhuis in Rotterdam en de Jellinek-kliniek in Amsterdam, die er voor kiezen verslaafden in te delen naar andere kenmerken dan middelgebruik. Zaken als leeftijd, (verslavings)gedrag en probleem van de verslaafde zijn belangrijkere uitgangspunten voor de behandeling dan het middel dat de verslaafde gebruikt. In dit dossier kan niet voorbij worden gegaan aan deze constatering. Echter, een onderscheid naar Dossier verslaving en verslavingszorg 7

8 middel is in dit dossier de eerste invalshoek. Daaropvolgend zal ook aandacht besteed worden aan verschillende groepen verslaafden, herkenbaar aan andere karakteristieken dan het gebruikte middel. Er bestaan natuurlijk ook andere dan de twee genoemde vormen van verslaving die in het individuele geval even serieus genomen moeten worden als verslaving aan de hier genoemde middelen. Zo zijn er ook mensen die verslaafd zijn aan eten, telefoneren, chatten op het internet etc. Daarnaast is er ook een grote groep tabakverslaafden en zijn er relatief veel medicijnverslaafden en gokverslaafden. Aan deze groepen zal maar marginaal, en in algemene termen aandacht worden besteed. De reden hiervoor ligt of in het feit dat verslaafden aan deze middelen of vormen van gedrag een te kleine groep vormen of dat er geen sprake is van een ernstig risico voor het maatschappelijk functioneren of voor de gezondheid. Dit laatste is het duidelijkst bij gok- en tabakverslaafden. Hoewel het wat beide middelen betreft om een grote groep gaat, geeft gokken geen ernstig risico voor de gezondheid en levert gebruik van tabak geen grote bedreiging voor het maatschappelijk functioneren. Dit dossier gaat primair over die vorm van gebruik waarbij sprake is van een verslaving. Op sommige plaatsen zal echter ook aandacht besteed worden aan problematisch gebruik. Enerzijds omdat het soms die groepen zijn waarbij sprake is van problematisch gebruik, die maatschappelijke overlast veroorzaken; anderzijds omdat problematisch gebruik van bepaalde middelen de laatste stap kan zijn naar verslaving. Dit is vooral relevant voor preventieactiviteiten. 1.3 Opbouw van het dossier Het dossier sluit grotendeels aan bij de opbouw die in het advies wordt gehanteerd. Dat houdt in dat eerst beschreven wordt wat de oorzaken zijn voor verslaving (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 behandelt de maatschappelijke positie van verslaafden. Daarbij gaat het enerzijds om de mogelijkheden die verslaafden hebben om in de maatschappij te functioneren en anderzijds om de gevolgen van verslavingsgedrag voor de samenleving. In hoofdstuk 3 wordt ook aandacht besteed aan de maatschappelijke kosten van verslaving. In het vierde hoofdstuk staat de verslaafde en zijn of haar hulpvraag centraal. In dit hoofdstuk worden onder meer diverse typologieën gepresenteerd op basis waarvan verslaafden kunnen worden gecategoriseerd. Het daaropvolgende hoofdstuk 5 bespreekt de daadwerkelijke hulp aan verslaafden en in hoeverre dit hulpaanbod tegemoet komt aan de hulpvraag. In het voorlaatste hoofdstuk 6 wordt de bekostiging en bedrijfsvoering van de instellingen in de categoriale verslavingszorg in kaart gebracht. Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 een 8 Dossier verslaving en verslavingszorg

9 uitgebreide samenvatting gegeven van het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd op het gebied van de verslavingszorg. Dossier verslaving en verslavingszorg 9

10 2 Oorzaken van verslaving 2.1 Inleiding Het is niet mogelijk om een kant-en-klare oorzaak te geven voor verslavingsgedrag. Er spelen vele factoren mee op de weg naar een verslaving, waarvan maar een deel te duiden is. Daarbij komt dat de visie op de oorzaken van verslaving niet vaststaat, maar steeds verandert. Van der Stel concludeert dat er in de loop van de geschiedenis sprake is van een golfbeweging tussen de visie dat verslaving een gevolg is van een gebrek aan zelfbeheersing en dat verslaving een uiting is van een lichamelijke of psychische ziekte (Van der Stel, 1995). In dit dossier proberen we een zo veelomvattend mogelijke omschrijving te geven van de oorzaken van verslavingsgedrag. Daarbij worden zowel individuele als maatschappelijke factoren in ogenschouw genomen. Het aangeven van de oorzaken van verslaving en problematisch middelengebruik wordt bemoeilijkt doordat voornamelijk gegevens bekend zijn van die verslaafden die in de hulpverlening zijn opgenomen. Het is mogelijk dat deze groep niet representatief is voor de gehele groep verslaafden. Dit is vooral van belang voor de alcoholverslaafden, waarvan slechts 5% in de categoriale verslavingszorg is opgenomen. Uit onderzoek blijkt dat er relevante verschillen zijn tussen opiaatverslaafden binnen en buiten de hulpverlening. Daaruit wordt de conclusie getrokken dat het onverantwoord is om gegevens, verkregen van verslaafden onder behandeling, te generaliseren naar de totale populatie opiaatverslaafden (Eland-Goossensen, 1997). In dit dossier wordt aangenomen dat dit ook geldt voor verslaafden die andere middelen gebruiken. Desondanks heeft het zin hier te wijzen op mogelijke oorzaken van verslavingsgedrag van de gehele populatie verslaafden. 2.2 Sociale, psychologische en biologische factoren Grofweg is er een onderscheid te maken tussen sociaal-psychologische en sociaal-culturele definities en medische definities, afkomstig uit de medische (psychiatrische) discipline (NRV, 1989). Bij de eerste variant ligt de nadruk op het benoemen van verslaving in termen van gedrag. Bij de tweede groep definities wordt verslaving fysiologisch of psychisch verklaard. In iets andere termen wordt er een onderscheid gemaakt tussen het structurele, het culturele en het psychologische model (Van Doorn, 1996). Volgens het structurele model is (drugs)verslaving vooral het gevolg van armoede en sociale achterstand. De drugswereld biedt een alternatief voor diegenen die buiten de sociaal-economische orde staan. Volgens het culturele model is 10 Dossier verslaving en verslavingszorg

11 (drugs)verslaving vooral een zingevingverschijnsel. Het is een cultuurziekte die zich voordoet onder lagen van de bevolking (zoals adolescenten) die sterk bevattelijk zijn voor zingevingproblemen (Van Doorn, 1996, p.20). In het psychologische model wordt de verklaringsgrond voor (drugs)verslaving gezocht in de psychopathologie. (Drugs)verslaving wordt dan gezien als een uiting van individuele psychische stoornissen. Meer dan in beide andere verklaringen ligt hier de nadruk op de farmacologische aspecten van het drugsgebruik op het emotionele welbevinden van de gebruiker. Persoonlijke en traumatische ervaringen zouden bij een bepaalde persoonlijkheidsstructuur een sterke behoefte creëren aan bedwelmende en verdovende effecten van psychotrope middelen (Van Doorn, 1996, p.20). Hoewel deze onderverdeling al veelomvattend is, worden sommige aspecten van de oorzaak van verslavingsgedrag niet (expliciet) genoemd. Zo blijkt uit meerdere studies dat het risico voor alcoholisme een erfelijke component heeft (Wiers, 1999). Verwacht wordt dat dit ook voor drugsverslaving geldt. Er is niet één gen aan te wijzen dat bepalend is voor verslavingsgedrag; vele verschillende genen kunnen een rol spelen. Wanneer er een onderscheid wordt gemaakt tussen diegenen die op jonge leeftijd verslaafd raken aan alcohol en waarbij de verslaving gepaard gaat met gedragsproblemen, en alcoholverslaafden die op latere leeftijd verslaafd zijn geraakt en waarbij de verslaving gepaard gaat met negatieve emoties, dan blijkt vooral de vroegeleeftijdvorm genetisch. Naast erfelijke factoren die drugspecifiek zijn, zijn er ook algemene erfelijke factoren die later verslavingsgebruik voorspellen, zoals het hebben van gedragsproblemen. Het feit dat er een erfelijke factor is bij verslaving betekent niet dat er geen andere oorzaken voor verslaving zijn. Tussen genen en verslaving speelt zich een traject af waarbij ook psychologische factoren een rol spelen. Een van de belangrijkste psychologische factoren is alcoholverwachtingen van een persoon. Hoe meer iemand positieve verwachtingen heeft van het gebruik van alcohol, hoe groter de kans dat deze persoon later een problematisch of verslaafd gebruiker is. Bij kinderen van alcoholisten valt het op dat zij, wanneer zij eenmaal zelf gaan drinken, de positieve effecten van alcohol sterk ervaren. Zij hebben minder last van de latere negatieve effecten. Het blijkt dat iemand die slecht tegen alcohol kan minder gevaar loopt om verslaafd te raken dan iemand die goed tegen alcohol kan. De constatering dat iemand een groter risico loopt om verslaafd te raken als diegene de positieve effecten van alcohol sterker ervaart dan de negatieve lijkt ook op te gaan voor andere drugs. Het verwachtingspatroon van het gebruik van alcohol of drugs wordt niet alleen gevormd door het gedrag van de ouders, maar onder andere ook door leeftijdsgenoten, de media (Van den Brink, 1995) en belangrijke, veel bewonderde personen in iemands leven (Epstein, 1995). Dossier verslaving en verslavingszorg 11

12 Voor mensen die al op jonge leeftijd gedragsproblemen vertonen, een (deels) genetisch bepaalde factor die een voorspeller is van verslaving op latere leeftijd, spelen omgevingsfactoren een rol bij de eventuele ontwikkeling van verslaving. Alcoholisme is in de Westerse wereld de meest voor de hand liggende verslaving, aangezien alcohol overal legaal verkrijgbaar is (Wiers, 1999). Figuur 2.1 Factoren ter verklaring van verslavingsgedrag bij kinderen van alcoholverslaafden 1 ouderlijk gezag FHP stress negatief affect temperament/ persoonlijkheid MISBRUIK VERSLAVING cognitief functioneren gevoeligheid voor middel schoolproblemen coping invloed vrienden verwachtingspatroon 1 Model volgens Sher, voor de verklaring van het ontstaan bij alcoholproblemen bij kinderen van alcoholafhankelijke ouders; FHP=positieve familie-anamnese voor verslaving. Bron: Van den Brink, 1995 In bovenstaand schema komen alle tot nu toe genoemde factoren terug. Dit model is ontwikkeld om verslavingsgedrag bij kinderen van alcoholverslaafden te verklaren. Met enige voorzichtigheid kan dit model ook toegepast worden op het ontstaan van problematisch drugsgebruik (Van den Brink, 1995). Wat in dit schema ontbreekt is het middel zelf als oorzaak van verslaving. Er wordt wel de gevoeligheid voor het middel genoemd, maar het middel wordt niet centraal gesteld, zoals E. Noorlander in navolging van de Groningse hoogleraar Van Dijk doet. 12 Dossier verslaving en verslavingszorg

13 Figuur 2.2 Het middel als oorzaak voor verslaving lichamelijk organen klachten 1 lichamelijk verslavende werking 2 stof 0 psychisch sociaal 3 4 omgeving 5 Bron: Noorlander, 1994 Hoewel dit model in haar eenvoud aantrekkelijk lijkt, kan er bezwaar gemaakt worden tegen het feit dat de stof in het midden staat en alles in beweging zet. Noorlander laat zich hier verder niet over uit, maar suggereert met dit model dat gebruik van het middel onvermijdelijk leidt tot een verslaving. Het blijkt echter dat veel mensen in staat zijn na een experimenteerperiode met het gebruik te stoppen. Dit model staat daarom meer voor de voortgang van de verslaving dan het ontstaan ervan. Het maakt duidelijk dat het verslavende middel een dergelijke behoefte opwekt dat het de verslaving in stand houdt. Het gebruik van het middel vormt geen probleem voor de verslaafde, aangezien het in de meeste gevallen de behoefte, die ook is opgewekt door het gebruik van het middel, bevredigt. Uit onderzoek van Eland-Goossensen worden eerdere bevindingen bevestigd, dat het niet het drugsgebruik is dat mensen hulp doet zoeken, maar andere factoren, zoals sociale en psychiatrische problemen (Eland-Goossensen, 1997). 2.3 Verslaving als maatschappelijk probleem Naast deze verschillende factoren, die uiteindelijk samen een verklaring kunnen vormen voor de oorzaak van verslaving bij het individu, zou ook nog gekeken kunnen worden naar de oorzaak van het bestaan van verslavingen in het algemeen. Met andere woorden: is het mogelijk om oorzaken, die niet te Dossier verslaving en verslavingszorg 13

14 maken hebben met de ontwikkeling van het individu, maar van de samenleving, aan te geven, die een toe- of afname van het gebruik van verdovende middelen verklaren, of de opkomst van bepaalde middelen of het gebruik door bepaalde groepen? Veelal blijft het antwoord op deze vraag een kwestie van speculatie. Zo zou men zich kunnen voorstellen dat door de toenemende individualisering (zie hierover het Sociaal Cultureel Rapport 1998, SCP, 1999) de controle op mensen die geneigd zijn verslaafd te raken is verminderd of dat door toegenomen stress mensen behoefte hebben om, wanneer het hun uitkomt, periodes van rust in te lassen, gefaciliteerd door verdovende middelen waar zij in de loop der tijd aan verslaafd raken. In een advies van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid uit 1989 wordt hier in algemene termen het volgende over gezegd. Tenslotte moet rekening worden gehouden met het feit dat de belangrijkste verslavende gewoonten zijn ingebed in massieve (zowel legale als illegale) maatschappelijke infrastructuren, waarbij de verslavende gewoonten zowel een integrerende rol (alcohol als sociaal smeermiddel) als een desintegrerende rol (alcohol- en drugsgerelateerde criminaliteit en overlast) bij het in stand houden van de samenleving kunnen vervullen. Zelfs op het snijpunt van integrerende en desintegrerende maatschappelijke mechanismen spelen verslavende gewoonten een belangrijke rol (NRV, 1989, p.17) Het is moeilijk om speculaties over de brede sociale en maatschappelijke ontwikkelingen die verslaving veroorzaken, hard te maken. Daarnaast zijn vele ontwikkelingen onbereikbaar voor verandering door overheidsbeleid. Daarom wordt aan deze ontwikkelingen in dit dossier verder geen uitgebreide aandacht besteed. Wel zou het zinvol zijn als er verder onderzoek zou worden gedaan naar het verband tussen bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen en verslavingsgedrag. Een voorbeeld om het belang aan te geven: in de verslavingszorg signaleert men een toename van problematisch gebruik of verslaving onder allochtone jongeren. Veelal combineren zij het gebruik met het dealen in drugs, waarmee zij veel geld kunnen verdienen. Het kan relevant zijn om te weten wat de verklaring van deze toename is. Zo zou men kunnen bedenken dat het voor deze jongeren steeds moeilijker wordt een baan te vinden, waardoor de drugshandel een aantrekkelijk alternatief is, of dat deze jongeren door toenemende problemen met hun opvoeding de behoefte hebben om daar door het gebruik van verdovende middelen aan te ontsnappen, of dat onder allochtonen in het algemeen de tolerantie voor verdovende middelen groeit of dat drugshandel en drugsgebruik de jongeren een identiteit verschaft die ze niet weten te vinden in de wereld buiten de drugscene. Het onderzoeken van deze mogelijke tendensen kan inzicht geven of en hoe het mogelijk is om deze positie te verbeteren of onder deze groepen voorlichting te geven, waardoor anderen behoed worden voor een carrière in de drugs. Dergelijke onderzoeken zouden zich niet hoeven te beperken tot alleen de verslavingszorg en het verslavingsbeleid, maar bijvoorbeeld ook het 14 Dossier verslaving en verslavingszorg

15 beleid met betrekking tot sociale aspecten, onderwijs en werkgelegenheid erbij kunnen betrekken. Dossier verslaving en verslavingszorg 15

16 16 Dossier verslaving en verslavingszorg

17 3 Maatschappelijke positie verslaafde 3.1 Inleiding Voor een degelijk advies over de vormgeving van de verslavingszorg is het van belang zicht te hebben op de verslaafden. Wie zijn zij, welke positie nemen zij in en hoe wordt hun bestaan door anderen ervaren? Uitgangspunt voor de beschouwing over de maatschappelijke positie van verslaafden zijn de door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) onderscheiden dimensies van integratie, zoals verwoord in het RMO-advies Integratie in perspectief (RMO, 1999b) en het RMO-werkprogramma van 1999 (RMO, 1999a). Dimensies van integratie De RMO onderscheidt vier dimensies die tezamen een indicatie geven van de mate waarin mensen geïntegreerd zijn. De dimensies overlappen elkaar op onderdelen. Daarom hanteert de RMO geen hiërarchische ordening. De vier dimensies zijn: - de sociaal-economische positie: belangrijke aspecten van iemands maatschappelijk positie zijn betaalde arbeid en een bepaald opleidingsniveau; - de deelname aan bestaande institutionele wegen van politiek en directe belangenbehartiging, die ten doel heeft een groep te emanciperen en daar de positie van te verbeteren of te handhaven, of meer algemeen de omgeving te beïnvloeden; - de beschikking over persoonlijke relatienetwerken en sociale netwerken: integratie en maatschappelijke stabiliteit zijn anders nauwelijks mogelijk; - zelfstandigheid en zelfredzaamheid: mensen die voor de dagelijkse levensverrichtingen van derden afhankelijk zijn, hebben alleen al vanuit deze optiek integratieproblemen. In aanvulling hierop betrekt de RMO bij zijn advisering de houding van mensen zelf ten aanzien van het belang van participatie in en betrokkenheid bij de samenleving. Bij het gebruiken van de beschikbare gegevens over verslaafden om uitspraken te doen over hun maatschappelijke positie zijn een aantal kanttekeningen te plaatsen. Hoewel er redelijk veel gegevens over (sommige groepen) verslaafden bekend zijn, beslaan deze gegevens in veel gevallen maar een bepaalde categorie, namelijk die verslaafden die bekend zijn bij de verschillende zorginstellingen. Zoals al eerder in dit dossier naar voren is gebracht, kan men niet zo maar aannemen dat die verslaafden die behandeld Dossier verslaving en verslavingszorg 17

18 worden representatief zijn voor de gehele groep verslaafden. Van sommige groepen verslaafden zijn sowieso weinig gegevens bekend, zoals medicijnverslaafden en er is weinig cijfermatig materiaal over groepen waarvan men vermoedt dat er onder die groep een verslavingsprobleem bestaat, maar waar geen hulpvraag bestaat. Daarnaast zijn de meeste cijfers gemiddelden, die vele nuances doen verdwijnen. In onderstaand hoofdstuk wordt gepoogd een beeld te schetsen van de maatschappelijke positie van verschillende groepen verslaafden, deels aan de hand van bestaand empirisch materiaal, deels aan de hand van ervaringen uit de hulpverlening aan verslaafden. Een uitgebreid overzicht van de kenmerken van verschillende verslaafden is opgenomen achter in dit hoofdstuk in de paragraaf met profielen. Richtlijn zijn de hiervoor genoemde dimensies van integratie. Na een algemene beschrijving zullen achtereenvolgens alcohol- en drugsverslaafden aan bod komen. Niet van alle groepen is even veel (empirisch) materiaal bekend. Verslaafden functioneren vaak nog net als iedereen binnen verschillende sociale verbanden. Ze hebben een gezin, wonen in een buurt en hebben een werkgever. Als de verslaving dominant wordt gaat het gedrag dat daar bij hoort overheersen. Een groep verslaafden kan dan problemen in relaties en overlast voor de omgeving veroorzaken en kan met de politie in aanraking komen. Verder is het goed mogelijk dat hij niet meer kan functioneren op zijn werk. Hieronder volgt een schets van de positie van de verslaafden. Hierbij wordt opgemerkt dat er sprake is van een sterke stereotypering. In de werkelijkheid is er veel meer variatie in de groepverslaafden. Verslavingsgedrag is niet zomaar herkenbaar. Algemene kenmerken van verslavingsgedrag zijn: een teruggetrokken leven leiden, onechte emoties naar anderen toe, financiële problemen, ontkenning en verberging, bij ontdekking het voortdurend blijven uiten van de intentie te stoppen of minderen zonder het te doen, het maken van verontschuldigingen en doen van beloften, de schuld bij anderen leggen, moeite met verantwoordelijkheid, preoccupatie met het verslavingsmiddel, geloofwaardige uitleg proberen te geven voor het gedrag, bagatelliseren, van gelegenheden gebruik maken. Afhankelijk van de situatie, het verslavingsmiddel en de persoon treedt tijdelijke onderdrukking op in normen en waarden, hetgeen kan leiden tot het afglijden naar onverschilligheid, apathie en verloedering. Slechte eigenschappen krijgen steeds meer de overhand, goede en slechte eigenschappen worden beide ten dienste gesteld van de verslaving. In een vergevorderd stadium bestaat verslavingsgedrag veelal uit liegen, stelen, manipuleren, crimineel gedrag, gebrek aan verantwoordelijkheid, kinderlijkheid, egocentrisme, superioriteitsgevoelens, magisch denken en toneelspelen. De gevolgen voor het gedrag van de betreffende verslaafden zijn een lage zelfwaardering, 18 Dossier verslaving en verslavingszorg

19 vijandigheid naar de omgeving toe, neerslachtigheid, angst, snel geïrriteerd en verongelijkt zijn, gedachten over de dood en zelfdoding, veel somatische klachten, weinig adequaat denken en handelen, agressie, criminaliteit en zelfbeschadiging (Neeteson, 1994). 3.2 Alcoholverslaafden De grootste groep verslaafden in Nederland zijn de alcoholverslaafden. Bijna mensen drinken dagelijks ten minste acht glazen alcoholhoudende drank. Onder hen zijn ongeveer personen die minstens twaalf glazen alcoholhoudende dranken consumeren. Van deze laatste groep drinkt iets meer dan mensen gemiddeld zestien glazen per dag. Het aantal mensen dat kampt met problemen als gevolg van langdurig, overmatig drinken wordt geschat op Er zijn zware alcoholisten. Het is niet mogelijk om personen, uitsluitend op basis van de hoogte van hun gemiddeld alcoholgebruik te classificeren als probleemdrinker, excessieve drinker of alcoholist (De Zwart et.al., 1996). In dit rapport is een alcoholverslaafde iemand die minimaal acht glazen alcohol per dag drinkt, een verhoogde kans heeft op gezondheidsschade en problemen heeft met het maatschappelijk functioneren. Conform die definitie zijn er in Nederland ongeveer alcoholisten. Maar 5,1% van de alcoholverslaafden komt in de categoriale verslavingszorg terecht. De overige alcoholverslaafden kunnen wel met de gezondheidszorg in contact komen, maar dan met een somatische klacht als aanleiding (leverproblemen e.d.). Het is daarom vooral bij alcoholverslaafden moeilijk om iets over algemene kenmerken te zeggen. Het profiel dat er op basis van de LADIS-gegevens is gemaakt van de alcoholverslaafde laat zien dat het grootste deel van de alcoholverslaafden van het mannelijk geslacht is. Het percentage vrouwelijke alcoholcliënten neemt echter wel toe. In 1988 was een op de vijf cliënten vrouw, in 1996 was dat een op de vier. Hoewel de gemiddelde leeftijd van alcoholcliënten vrij hoog is (39,6 bij mannen en 42,3 bij vrouwen) blijkt dat er een toename is in problematisch en excessief drankgebruik onder jongeren tussen de 16 en 24 jaar (Bongers, 1998). Dit wordt onderschreven door verschillende hulpverleners die in het kader van dit advies zijn geraadpleegd. Het grootste deel van de populatie alcoholcliënten is autochtoon. 1e dimensie - sociaal-economische positie Hoewel het opleidingsniveau van alcoholcliënten tussen 1988 en 1996 gelijk opgegaan is met de stijging van het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking, is het aantal mensen dat zich aandient met alcoholproblemen relatief laag opgeleid. Uit onderzoek in Rotterdam bleek een hoge opleiding Dossier verslaving en verslavingszorg 19

20 een negatieve indicator voor het zoeken naar hulp (Bongers, 1998). Drankgebruik komt sowieso meer voor bij hoger opgeleiden, wat een reden kan zijn voor een grotere tolerantie jegens excessief drankgebruik. Het kan ook zo zijn dat hoger opgeleiden over meer vaardigheden beschikken om hun misbruik te verbergen. Ongeveer 44% van de hulpvragers heeft werk. De rest heeft in de meeste gevallen een uitkering. Aangezien de weg naar de zorg voor alcoholverslaafden gemiddeld tien jaar duurt, lijkt het erop dat veel verslaafden hun verslaving door het door werk of door uitkering verschafte inkomen in stand kunnen houden, en dat een verslaving aan alcohol niet direct het werk bedreigt. Dit blijkt ook uit persoonlijke verhalen van verslaafden, zoals dat van Evert Dekker in de Trimboslezing. Vrouwen blijken beter te zijn opgeleid dan mannen, maar hebben vaker geen werk buitenshuis. Een groot deel van de alcoholcliënten heeft ook last van psychische stoornissen. Deze kunnen in verband staan met het alcoholgebruik, als oorzaak of als gevolg. Over psychische stoornissen is te zeggen dat het aantal hiervan stijgt naarmate de sociaal-economische status daalt. Over alcoholgebruik zijn minder stellige uitspraken te doen (Dekker, 1998). 2 e dimensie - deelname aan institutionele netwerken Het is moeilijk een beeld te krijgen van de mogelijkheden die verslaafden die niet in behandeling zijn hebben om deel te nemen aan institutionele netwerken. Een alcoholverslaving blijft lang onzichtbaar, en weinig mensen zullen zich bekend maken als alcoholverslaafden. Zelfhulporganisaties, waarvan Anonieme Alcoholisten de bekendste is, zijn voornamelijk intern gericht en bemoeien zich niet met verandering van politiek en maatschappij (Dekker, 1998, p.24). Er zijn voldoende wettelijke mogelijkheden voor cliënten om te participeren. Toch is binnen de zorg de cliëntenparticipatie van verslaafden zo goed als afwezig (Dekker, 1998, p.23). Ontkenning, schaamte en afwijzing door de omgeving zijn enkele redenen voor de geringe deelname aan institutionele netwerken, zowel binnen als buiten de hulpverlening. Daarnaast kan binnen de hulpverlening de vermeende afhankelijkheid van de hulpvrager ten opzichte van de hulpverlener een reden zijn dat er weinig bemoeienis is van cliënten. Ex-verslaafden hebben weinig behoefte om aan hun verleden herinnerd te worden en na hun behandeling zich in te zetten voor de belangen van verslaafden. De mogelijkheden van alcoholisten in het algemeen en cliënten in het bijzonder om hun eigen positie te verbeteren staat in contrast met de mogelijkheden van de drankindustrie om het beleid te beïnvloeden door middel van lobbies bij bewindspersonen. Ten opzichte van dit soort actoren staan verslaafden en ex-verslaafden zwak. 3 e dimensie - het bezit van persoonlijke relaties en sociale netwerken Alcohol is vergeleken met andere verslavende middelen in die zin opmerkelijk, dat het gebruik er van tot op zekere hoogte wordt geaccepteerd, zo niet wordt 20 Dossier verslaving en verslavingszorg

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

Alcoholhulpvraag in Nederland

Alcoholhulpvraag in Nederland Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor alcoholproblematiek in de verslavingszorg 25-214 Houten, december 215 Stichting IVZ Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007)

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007) in Nederland (1998-2007) Juni 2009 In het kort Het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag is sinds 1998 met 130% gestegen (89% gecorrigeerd voor vergrijzing). Het aandeel alcoholcliënten van 55 jaar

Nadere informatie

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut : Alcohol, roken en drugs Inleiding In onze maatschappij zijn het gebruik van alcohol en andere drugs heel gewoon geworden roken en het drinken van alcoholische dranken gebeurt op recepties, feestjes,

Nadere informatie

Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9

Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9 Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9 Roken alcohol en drugs Roken, alcohol en drugs zijn schrikbeelden voor veel ouders. Dit geldt voor allochtone ouders én Nederlandse ouders. Sommige kinderen

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting:

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Mijn hersenletsel Ik heb moeite met het vasthouden of verdelen van mijn aandacht. Ik ben snel afgeleid. Ik heb moeite om alles bij te houden/de wereld gaat zo snel. Ik heb moeite met flexibiliteit en veranderingen.

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp

Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp Samenwerking tussen algemeen ziekenhuis en GGZ Roxanne Izendooren Projectleider Vroegsignalering alcoholgebruik 23 april 2012 Opdracht: Vragenlijst

Nadere informatie

Handreiking inzet van e-learning in de SW

Handreiking inzet van e-learning in de SW De begeleiding van medewerkers met verslavingsproblemen en ongewenst gedrag Handreiking inzet van e-learning in de SW 7 Praktische bouwstenen Strategische bouwstenen Strategische bouwstenen Praktijkvoorbeelden

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht (GG&GD) Postbus

Nadere informatie

Informatieleaflet voor werkgevers

Informatieleaflet voor werkgevers Informatieleaflet voor werkgevers Werk en verslaving Het aantal verslaafden aan alcohol, drugs en medicijnen in Nederland groeit. Het merendeel van deze mensen heeft een baan en kampt met de verslaving

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

Middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking. Arjetta Timmer Brijder Verslavingszorg

Middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking. Arjetta Timmer Brijder Verslavingszorg Middelengebruik bij mensen met een verstandelijke beperking Arjetta Timmer Brijder Verslavingszorg Parnassia Bavo Groep Brijder Verslavingszorg Preventie Jeugd Zorg ambulant & klinisch Bereidheidliniaal

Nadere informatie

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010)

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010) bij ouderen in Nederland (1994-2010) Jeroen Wisselink Help! 'Gun ze toch hun borreltje!?' Congres Ouderen en Alcohol Maandag 23 april 2012, 9.30 uur - 17.00 uur Inhoud Inleiding Hulpvraag ouderen Vergrijzing

Nadere informatie

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud

Informatie voor Familieleden omtrent Psychose. InFoP 2. Inhoud Informatie voor Familieleden omtrent Psychose InFoP 2 Inhoud Introductie Module I: Wat is een psychose? Module II: Psychose begrijpen? Module III: Behandeling van psychose de rol van medicatie? Module

Nadere informatie

NeDerLANDse samenvatting

NeDerLANDse samenvatting CHAPTER 10 259 NEDERLANDSE SAMENVATTING Benzodiazepines zijn psychotrope middelen met anxiolytische, sederende, spierverslappende en hypnotische effecten. In de praktijk worden zij voornamelijk ingezet

Nadere informatie

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang

4. SLOTBESCHOUWING. 4.1 Omvang Doel gr oepenanal yse dak-ent hui sl ozenen har ddr ugsver sl aaf den st edendr i ehoek 4. SLOTBESCHOUWING Vanaf 1999 heeft onderzoeksbureau INTRAVAL doelgroepenanalyses uitgevoerd in Apeldoorn (1999/2000),

Nadere informatie

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Houten, april 2011 Stichting IVZ Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek

Nadere informatie

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting De tabellen 1a en 1b geven een overzicht van de laatste cijfers over het middelengebruik en de drugscriminaliteit. Hieronder volgt een beschrijving

Nadere informatie

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen:

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen: Samenvatting Middelengebruik: algemeen In Nederland is het percentage mensen dat ooit of in de afgelopen maand drugs heeft gebruikt tussen 1997 en 2001 toegenomen. De piek ligt bij jongeren tussen 20 en

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2012 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 VOORAF 4 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2012 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches. Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink

Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches. Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Sociale stijging in Velve-Lindenhof Effecten van het werk van de wijkcoaches Pieter-Jan Klok Bas Denters Mirjan Oude Vrielink Juni, 2012 1 Inleiding In deze rapportage onderzoeken we of de aanpak van de

Nadere informatie

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf Profiel van daklozen in de vier grote Omz, UMC St Radboud Nijmegen steden Resultaten uit de eerste meting van de Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) IVO, Rotterdam Jorien van der

Nadere informatie

WAAR KAN IK HULP VINDEN? Informatie over geestelijke gezondheidsproblemen

WAAR KAN IK HULP VINDEN? Informatie over geestelijke gezondheidsproblemen WAAR KAN IK HULP VINDEN? Informatie over geestelijke gezondheidsproblemen Tekst: Aziza Sbiti & Cha-Hsuan Liu Colofon: Deze brochure is totstandgekomen met hulp van het Inspraak Orgaan Chinezen. De inhoud

Nadere informatie

Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006

Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006 Monitor dak- en thuislozen en verslaafden Apeldoorn 2006 METINGEN 2000, 2004 EN 2005 B. Bieleman A. Kruize H. Naayer COLOFON St. INTRAVAL Postadres Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik Informatie voor mensen die hun probleem willen aanpakken 2 Kortdurende motiverende interventie en cognitieve gedragstherapie Een effectieve behandeling

Nadere informatie

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen

Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Hoofdstuk uit: Bewoners van voorzieningen voor lang verblijf in Utrecht Onderzoek naar functioneren en woonwensen Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg UMC St Radboud Nijmegen Februari 2010 Astrid Altena

Nadere informatie

HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG. Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009

HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG. Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009 HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG Werkbezoek OM Dordrecht 6-10-2009 Co-morbiditeit is de norm (gegevens uit intern onderzoek Bouman GGZ) HEROÏNE (VAAK POLYDRUGGE BRUIK) ALCOHOL STIMULAN- TIA CANNABIS

Nadere informatie

Verslaving. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving. Als iemand niet meer zonder... kan

Verslaving. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving. Als iemand niet meer zonder... kan ggz voor doven & slechthorenden Verslaving Als iemand niet meer zonder... kan Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving Herkent u dit? Veel mensen gebruiken soms

Nadere informatie

ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer

ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK. Achternaam. Cliëntnummer. Naam interviewer ASSESSMENT MIDDELENGEBRUIK Achternaam bij vrouwelijke cliënten meisjesnaam Geboortedatum Cliëntnummer Datum interview d d m m d d m m 1. Naam interviewer 2. 3. Interview is niet volledig afgenomen want:

Nadere informatie

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010

Lectoraat GGZ-Verpleegkunde. LVG en Verslaving. s Heerenloo 30 juni 2010 Lectoraat GGZ-Verpleegkunde LVG en Verslaving s Heerenloo 30 juni 2010 1 Wat komt aan bod? Overzicht programma LVG en verslaving Prevalentiegegevens Casus Brijder en s Heerenloo Discussie nav casuïstiek

Nadere informatie

Verslavingszorg herijkt

Verslavingszorg herijkt Verslavingszorg herijkt Advies over een besturingsmodel voor verslavingszorg en verslavingsbeleid Zoetermeer/Den Haag, juli 1999 Verslavingszorg herijkt 1 Colofon Verslavingszorg herijkt is een gezamenlijk

Nadere informatie

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 LANDELIJK ALCOHOL EN DRUGS INFORMATIE SYSTEEM A.W. Ouwehand W.G.T. Kuijpers D.J. Wisselink E.B. van Delden Houten, september 2010 Stichting Informatie Voorziening Zorg

Nadere informatie

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1 zijn er altijd al geweest en zullen er ook altijd blijven. Veel jongeren experimenteren in de puberteit met roken, alcohol en drugs en een deel laat zich verleiden tot risicovol gedrag. Jongeren zijn extra

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

Man-vrouw verschillen bij genotmiddelengebruik

Man-vrouw verschillen bij genotmiddelengebruik QUO QUO fadis fadis GGD Fryslân Politie Fryslân Verslavingszorg Noord Nederland Man-vrouw verschillen bij genotmiddelengebruik feitenblad genotmiddelen Nummer 16 maart 2013 Het Feitenblad genotmiddelen

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Ervaren problemen door professionals

Ervaren problemen door professionals LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren

Nadere informatie

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76 VOORSTUDIE SOFTDRUGSGEBRUIK JONGERENROTTERDAM COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: Sint Jansstraat

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

Alcohol en drugs. Wat zien we binnen de huisartsenvoorziening? Hersenschade 21-11-2013. Verbinding maken. met datgene wat onbesproken blijft

Alcohol en drugs. Wat zien we binnen de huisartsenvoorziening? Hersenschade 21-11-2013. Verbinding maken. met datgene wat onbesproken blijft Verbinding maken. met datgene wat onbesproken blijft Alcohol en drugs Waar denken we aan? Nadine Mouchart, MSc Medewerker Verslavingspreventie Wat zien we binnen de huisartsenvoorziening? En wat missen

Nadere informatie

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda

DOORDRINKEN DOORDRINGEN. Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting. Jos Kuppens Henk Ferwerda DOORDRINGEN of Effectevaluatie Halt-straf Alcohol Samenvatting DOORDRINKEN Jos Kuppens Henk Ferwerda In opdracht van Ministerie van Veiligheid en Justitie, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,

Nadere informatie

Verslavingszorg en meer...

Verslavingszorg en meer... Verslavingszorg en meer... Wanneer spreek je van VERSLAAFD? Het 12 Steps Minnesota Model gaat uit van 4 criteria, tezamen vormen zij de MACHTELOOSHEID 1. Controleverlies over de inname 1 is teveel 100

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar)

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) 3a Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) Deze factsheet beschrijft de resultaten van de gezondheidspeiling najaar 2005 van volwassenen tot 65 jaar in Zuid-Holland Noord met betrekking tot de geestelijke

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N GENOTMIDDELEN V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 5 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

J.H. van Epen De drugs van de wereld de wereld drugs. 2e herziene druk

J.H. van Epen De drugs van de wereld de wereld drugs. 2e herziene druk J.H. van Epen De drugs van de wereld de wereld van de drugs 2e herziene druk Samsom Stafleu Alphen aan den Rijn/Brussel 1988 Woord vooraf 1 Algemene gezichtspunten 1.1 Definitie van het begrip drug 1.2

Nadere informatie

Ouderen & Alcoholgebruik in Nederland

Ouderen & Alcoholgebruik in Nederland Ouderen & Alcoholgebruik in Nederland Zwolle, 23 april 2012 Gun ze toch hun borreltje!? VU University Amsterdam, Marja Aartsen Windesheim, Carolien Smits Ouderen & Alcohol: waarom interessant? Ouderen

Nadere informatie

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend?

IVO onderzoek De kaarten op tafel. Rapport juni 2010. Samenvatting en conclusies. o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? IVO onderzoek De kaarten op tafel Rapport juni 2010 Samenvatting en conclusies o Onderzoeksvraag 1: In welke mate is poker verslavend? Poker bevat onmiskenbaar elementen van een verslavend spel. Het kan

Nadere informatie

Jongeren en gamen. Joke Bollebakker Hella Schikkinger

Jongeren en gamen. Joke Bollebakker Hella Schikkinger Jongeren en gamen Joke Bollebakker Hella Schikkinger November 2015 Gameverslaving, onschuldig tijdverdrijf of obsessie? Onderwerpen van de Workshop: * Feiten en cijfers over gamen... * Waarom zijn computerspelletjes

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 7. Nawoord 171 Over de auteur 175 Literatuur 177 Register 179

Inhoud. Voorwoord 7. Nawoord 171 Over de auteur 175 Literatuur 177 Register 179 Inhoud Voorwoord 7 1 Hoe word je seksverslaafd? 13 2 Wie is gevoelig voor seksverslaving? 29 3 Het ontstaan van de verslaving 53 4 Seksverslaving, wissels en vat 73 5 Seksverslaving en de relatie 97 6

Nadere informatie

LVB en verslaving nu en in de toekomst

LVB en verslaving nu en in de toekomst LVB en verslaving nu en in de toekomst Joanneke van der Nagel Psychiater Tactus Inhoud Middelengebruik en LVB Signaleren en bespreken Zorgmogelijkheden LVG en Verslaving QUIZZZ Alcohol is schadelijker

Nadere informatie

Gebruik van kinderopvang

Gebruik van kinderopvang Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

1 Wat is er met me aan de hand? 11

1 Wat is er met me aan de hand? 11 Leven met een alcoholprobleem 07-03-06 09:25 Pagina 7 Inhoud Voorwoord 1 Wat is er met me aan de hand? 11 Typerend beeld van de kwaal 11 Symptomen 12 Vroege en late symptomen 14 Diagnostiek 14 Een paar

Nadere informatie

Nederlandse cannabisbeleid

Nederlandse cannabisbeleid Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,

Nadere informatie

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Bij deze opgave horen informatiebronnen 1 en 2. In informatiebron 1 zijn enkele overzichten opgenomen over het gebruik van alcohol onder scholieren

Nadere informatie

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG vra2007vws-16 24 077 Drugbeleid VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal

Nadere informatie

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep

Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland. Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep Kerncijfers Brijder 2013 Noord- en Zuid-Holland Parnassia Addiction Research Centre (PARC) Brijder Parnassia Groep INHOUDSOPGAVE INLEIDING 3 BEKNOPTE SAMENVATTING 5 KERNCIJFERS BRIJDER 2013 NOORD-HOLLAND

Nadere informatie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie

Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie Hepatitis C in penitentiaire inrichtingen Een onderzoek naar prevalentie C.J. Leemrijse M.Bongers M. Nielen W. Devillé ISBN 978-90-6905-995-2 http://www.nivel.nl nivel@nivel.nl Telefoon 030 2 729 700 Fax

Nadere informatie

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting

Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen. Samenvatting Toegankelijkheid en effectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Psychische stoornissen komen geregeld voor bij ouderen (65-plus).

Nadere informatie

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg IrisZorg verslavingszorg en maatschappelijke opvang dicht bij mensen, ver in zorg > IrisZorg: dicht bij mensen, ver in zorg Bij IrisZorg kan iedereen rekenen op de deskundigheid en betrokkenheid van onze

Nadere informatie

Onderzoek aantal verslaafden

Onderzoek aantal verslaafden Directie Strategie en Projecten Afdeling Onderzoek en Statistiek mei 2002 Inhoudsopgave 1 Probleemstelling 3 1.1 Inleiding 3 1.2 Doel 3 1.3 Probleemstelling 3 1.4 Aanpak van het onderzoek 3 2 Bevindingen

Nadere informatie

Ouderen en alcohol. Nanda den Hollander dd 18 april 2016

Ouderen en alcohol. Nanda den Hollander dd 18 april 2016 Ouderen en alcohol Nanda den Hollander dd 18 april 2016 Vraag De beeldvorming die er is ten aanzien van ouderen die overmatig alcohol gebruiken, is van belang. Wat is jullie beeld? Wat vind je ervan? Bijv.

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit sirikruit@live.nl iri Kruit Voorlichting en training 1 Programma Introductie - Kennismaking - Studiehandleiding, opbouw van de lessen

Nadere informatie

Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA)

Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA) Conclusie Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA) ecbo - De relatie tussen laaggeletterdheid en armoede A 1 conclusie

Nadere informatie

Flitspeiling begeleid wonen

Flitspeiling begeleid wonen Grote Bickersstraat 76 1013 KS Amsterdam Postbus 1903 1000 BX Amsterdam tel 020 522 59 99 fax 020 622 15 44 e-mail info@veldkamp.net www.veldkamp.net Flitspeiling begeleid wonen Bart Koenen, Valerie Vieira

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen

Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen Tactus Verslavingszorg Preventie & Consultancy Brink 40 7411 BT Deventer 088 3822

Nadere informatie

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli Verslaafden Werken in sph Redactie: Dineke Behrend Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli 2 Verslaafden Auteur: Hans van Nes Bohn Stafleu Van Loghum Houten, 2004

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!!

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!! ToReachIt Acceptance is the beginning of change!!! Acceptance is the beginning of change! Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 1.1. Wat ontbreekt er in Nederland aan begeleiding voor onze doelgroep volgens

Nadere informatie

Dubbele diagnosemonitor

Dubbele diagnosemonitor Dubbele diagnosemonitor Ervaringen met vijf jaar doelgroepenmonitoring Dr. Gerdien de Weert-van Oene Projectleider DD monitor g.weert@iriszorg.nl www.nispa.nl Schema *: DD-monitor De DD monitor naar meetinstrumenten

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Commissienotitie Reg. nr : 0810110 Comm. : MZ Datum : 07-04-08

Commissienotitie Reg. nr : 0810110 Comm. : MZ Datum : 07-04-08 Comm. : MZ Onderwerp Alcoholpreventie jongeren in Noord Brabant Status oordeelvormend Voorstel 1. Deel te nemen aan het project alcoholpreventie Jongeren Veiligheidsregio Brabant-Noord 2. Vanaf 2009 voor

Nadere informatie

Profiel XTC-cliënten in de Nederlandse verslavingszorg

Profiel XTC-cliënten in de Nederlandse verslavingszorg Profiel XTC-cliënten in de Nederlandse verslavingszorg Drs D.E. de Bruin Dr A.A.N. Cruts A.W. Ouwehand Dr G.F. van de Wijngaart Houten/Utrecht, 16 september 1997 IVV en CVO op Internet: http://www.ivv.nl

Nadere informatie

SAMENVATTING. Drugs: gebruik en hulpvraag

SAMENVATTING. Drugs: gebruik en hulpvraag SAMENVATTING De tabellen 1a en 1b geven een overzicht van de laatste cijfers over het middelengebruik en de drugscriminaliteit. Hieronder volgt een beschrijving van de meest in het oog springende ontwikkelingen

Nadere informatie

1 Definitie en afbakening

1 Definitie en afbakening 1 Definitie en afbakening Om wie gaat het? Wanneer noemen we iemand verslaafd? Waar kun je allemaal verslaafd aan raken? Door welke oorzaken ontstaat een verslaving? In dit eerste hoofdstuk wordt een overzicht

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Een deel van de mensen die kampen met ernstige en langdurige psychiatrische problemen heeft geen contact met de hulpverlening. Bij hen is geregeld sprake van acute nood. Desondanks

Nadere informatie

Psychiatrie. De Stemmenpolikliniek

Psychiatrie. De Stemmenpolikliniek Psychiatrie De Stemmenpolikliniek Inhoud Inleiding 0 Stemmen horen 0 Klachten en symptomen 0 Oorzaken De behandeling 0 Doel 0 Voor wie 0 Tijdsduur 0 De inhoud van de behandeling 0 Coping-training 0 Psycho-educatie

Nadere informatie

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar - Factsheet - Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar NIGZ, Project Alcohol Voorlichting en Preventie 3 juli 2003 Inleiding Het NIGZ voert elk jaar, als onderdeel van het Alcohol

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 95 d.d. 27 oktober 2009 (mr. B. Sluijters, voorzitter, mr. P.A. Offers en dr. D.F. Rijkels, arts) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling in de GGz dr. C.A. Loth Cijfers 1,2 miljoen alcoholisten/problematische drinkers 1,8 miljoen dagelijkse gebruikers benzo s, 22 % gebruikt

Nadere informatie

Bianca Wagenaar-Swart Preventiewerker

Bianca Wagenaar-Swart Preventiewerker Bianca Wagenaar-Swart Preventiewerker Tactus Verslavingszorg Stedendriehoek, Twente, Zwolle/Noord Veluwe en Flevoland Preventie Behandeling Nazorg Alcohol, roken, drugs, medicijnen, gamen, gokken Programma

Nadere informatie

Signalen van verdovende middelen. Volgens de (opium)wet. Signalen van stimulerende middelen. Redenen gebruik

Signalen van verdovende middelen. Volgens de (opium)wet. Signalen van stimulerende middelen. Redenen gebruik Associëren Novadic-Kentron Preventie, Voorlichting en Advies Workshop LVG 60 minuten Drugs Belevingswerelden Associëren drugs LVG Ø Impulsief Ø Hier & nu (gevoelig voor impulsen van dat moment) Ø Grenzeloos

Nadere informatie

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Sociaal kwetsbare burgers in Eersel Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris Prestatievelden Wmo 1. Het bevorderen van sociale samenhang en leefbaarheid dorpen 2. Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen

Nadere informatie

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Zeeuwse jongeren en alcohol In 2010 is de Zeeuwse campagne Laat ze niet (ver)zuipen! van start

Nadere informatie