Inhoud Stevin vwo deel 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inhoud Stevin vwo deel 3"

Transcriptie

1 Inhoud Stevin vwo deel 3 1 Newton en Coulomb Nadruk op de overeenkomsten tussen de twee radiale velden. 1 Het gravitatieveld 2 Gravitatie-energie 3 Het elektrisch veld volgens C3.2 D2.1 H1 Coulomb 4 Numerieke modellen 2 Kijken in het lichaam B2.4 Alle aspecten van medische beeldvorming. 1 3 Licht van Sterren 1 E2.2 E2.3 E2.4 E2.5 4 Kwantumwereld F1 1 Lichtgolven; interferentie 2 Golven of deeltjes; foto-elektrisch effect 3 Kwantumverschijnselen 4 Gevangen in een nanodwangbuis; tunneleffect Hertzsprung-Russell Wien; planck-kromme Stefan-Boltzmann zonneconstante; em-spectrum; waarnemingstechnieken 4.1 en 4.2 hoorden al bij het vorige examenprogramma. We herhalen hier alleen de hoofdzaken. 5 Los zand In dit hoofdstuk vegen we allerlei kleinigheden bij elkaar. 1 Stroomgeleiding 2 De wetten van Kirchhoff 3 Informatieoverdracht 4 Dubbel-logpapier 5 Nog losser zand D1.3 D1.2 B1.6 A12.2 C1.2 C1.3 C2.2 Notaties voor afgeleide functies Weerstandskrachten Bewegende mens; stookwaarden Hubert Biezeveld, Louis Mathot en Ruud Brouwer Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de auteurs mogen op geen enkele manier fragmenten uit dit boek worden overgenomen. Voor zover overname is toegestaan volgens de auteurswet van 1912, dient men de vergoeding daarvoor te regelen via onze website. ISBN

2 1 Newton en Coulomb Volgens Gauss is een grootheid volledig bepaald als je die van alle kanten hebt bekeken en gemeten. Wiskundigen schrijven dat voor het gravitatieveld en het elektrische veld als volgt op: Je kunt de massa M binnen een gesloten oppervlak A berekenen door de veldsterkte g te sommeren over dat oppervlak. Je kunt de lading Q binnen een gesloten oppervlak A berekenen door de veldsterkte E te sommeren over dat oppervlak. Wat heeft dat met Newton en Coulomb te maken? En hoe volgen de gravitatiewet en de wet van Coulomb uit deze twee formules?

3 1.2 Gravitatie-energie Gravitatie-energie Je weet dat een steen met massa m op de hoogte h de zwaarte-energie mgh bezit. Als die steen valt, neemt de zwaarte-energie af en de kinetische energie toe. Gravitatie-energie Als we de steen niet over een kleine hoogte laten vallen, maar over een zeer grote, dan kunnen we deze formule niet gebruiken, want g heeft bij zo n val geen constante waarde. Voor die gevallen gebruiken we deze formule voor de gravitatieenergie (zie voor de afleiding Extra): Eg = G Mm gravitatie-energie r Dat minteken ziet er op het eerste gezicht raar uit, maar het is wel handig. Bij zwaarte-energie en gravitatie-energie mag je het nulpunt leggen waar je wilt. Als je bijvoorbeeld in Amsterdam een valproef doet boven een tafel, dan kies je daar E z = 0. Iemand in Almere of in Maastricht zal haar eigen tafel als nulpunt kiezen. Met de formule Eg = G M m gebruikt iedereen r hetzelfde nulpunt, namelijk bij r =. Het gaat immers alleen om verschillen in potentiële energie. Het minteken geeft aan dat een massa in de buurt van de aarde gevangen zit en dat je energie moet toevoeren om die massa aan de aarde te laten ontsnappen. Steeds verder schieten Als we een kogel afschieten, krijgen we een parabolische baan. Dan beschouwen we het aardoppervlak als plat. Bij hoge snelheden moet je rekening houden met de kromming van de aarde. Newton bewees al dat de baan dan een ellips is. Bij precies 7,9 km/s ontstaat een cirkelbaan en bij snelheden tussen 7,9 km/s en 11,2 km/s weer een ellips, De ontsnappingssnelheid Als je een ruimtecapsule naar een andere planeet wilt sturen, moet er voldoende kinetische energie aanwezig zijn om hem van de aarde los te maken. Die energie wordt door de stuwraketten geleverd, maar die zijn op betrekkelijk kleine hoogte al uitgewerkt. We kunnen daarom stellen dat de capsule op zeeniveau (bij r = R) al de ontsnappingssnelheid v o moet hebben. (E k + E g ) zeeniveau = (E k + E g ) oneindige 1 2 mm 1 2 mv G = mv R 2GM 2GM v > ofwel v0 = = R R 2gR Geostationaire banen TV-satellieten (op ongeveer zeven aardstralen van het middelpunt van de aarde, dus r 2 = 49 keer zo groot) ondervinden daar een aantrekkingskracht die maar 1 is van de aantrekkingskracht vlakbij 49 de aarde. De waarde voor g is daar 9,8 49 = 0,2 m/s2. Als je die waarden voor r en g gebruikt in 2 mv mg =, vind je voor de omlooptijd de r gewenste 24 uur. Dan lijken deze satellieten stil te staan ten opzichte van de draaiende aarde. maar nu staat de aarde in het andere brandpunt. Bij 11,2 km/s gaat de ellips open en is de baan een parabool, de kogel verdwijnt in de ruimte. Bij nog grotere snelheden is de baan een hyperbool. Die 11,2 km/s geldt overigens alleen voor een raket die kort brandt, voor een schot dus. Als je genoeg brandstof hebt, kun je ook met kleinere snelheden van start gaan.

4 4 2 Kijken in het lichaam 2.2 De MRI-scanner MRI is een afkorting voor Magnetic Resonance Imaging. Een MRI-scanner bevat zeer sterke magneten. Die hebben invloed op de waterstofkernen in een lichaam, want dat zijn ook kleine magneten. Modellen voor MRI Om de werking van MRI duidelijk te maken, kijken we eerst hoe een kompasnaald reageert als we er een staafmagneet bij in de buurt brengen. Je weet dat gelijke polen elkaar afstoten en dat ongelijke elkaar aantrekken. De naald zal met een vaste frequentie slingerend tot stilstand komen en uiteindelijk 90 gedraaid zijn. Hoe sterker het magneetveld, hoe nerveuzer de naald slingerend tot stilstand komt. De frequentie van de trilling is dan hoog. Met een tweede staafmagneet kun je de kompasnaald weer aan het slingeren krijgen. Je moet die staafmagneet dan precies met dezelfde frequentie heen en weer bewegen als waarmee de kompasnaald slingerend tot stilstand kwam (je zorgt dan dus voor resonantie). Als die bewegende magneet plotseling wordt weggehaald, zal de naald weer slingerend zijn oude stand opzoeken. Op staat een fraaie applet over deze proef. Je kunt de waterstofkernen, de protonen, ook opvatten als draaiende tolletjes. Als een magneetveld wordt aangezet, zijn er twee draairichtingen mogelijk: met de draaias in de richting van het magneetveld of de draaias tegen de klok in. We noemen dat: spin up ( ) of spin down ( ). We zouden dit de lage en de hoge energietoestand kunnen noemen. De verdeling van de protonen over beide energietoestanden is niet gelijk, want in de natuur wordt altijd gestreefd naar het laagste energieniveau. Daarom zijn er meer protonen met spin up ( ) dan met down ( ). Er is een overschot aan protonen met spin up. Maak je het magneetveld sterker, dan zal de resonantiefrequentie toenemen. Maar ook het aantal protonen in de lage energietoestand zal toenemen. Dat overschot is namelijk evenredig met de sterkte van het magneetveld. MRI werkt met dit overschot aan protonen, want de overige protonen heffen elkaars werking op. Dat is ook de reden waarom systemen met sterkere magneten betere plaatjes maken dan systemen met een lagere magneetveldsterkte. Er doen eenvoudigweg meer protonen mee aan het proces. Het kost energie om een proton van naar om te zetten. Dat omklappen van de spin gebeurt met radiogolven. Die golven moeten wel de juiste frequentie hebben (resoneren); anders lukt het omklappen niet. Als de radiogolven zijn uitgezet, vallen de protonen terug in de lage energietoestand (spin up) en zenden daarbij straling uit. Vergelijk dit met de kompasnaald in het eerste model die zijn oude stand opzocht nadat de bewegende magneet was weggehaald.

5 2.2 De MRI-scanner 5 De MRI-scanner Het overschot aan protonen in de lage energietoestand bij een MRI systeem met een 1,5 T sterke magneet lijkt niet groot: slechts 9 per miljoen. Maar omdat er zo verschrikkelijk veel protonen in het lichaam aanwezig zijn, is het overschot per kg. MRI gebruikt de waterstofkernen omdat deze kernen in vergelijking met kernen van andere elementen het beste reageren op het aangelegde magneetveld. Door de radiopuls (een wisselend magneetveld met precies de juiste frequentie) komen de protonen in de hogere energietoestand. Als de radiopuls voorbij is, zullen de protonen weer terug slingeren naar hun laagste energietoestand en daarbij radiostraling afgeven. Het terug slingeren duurt even: de relaxatietijd. De radiostraling die hierbij vrijkomt, wordt met gevoelige ontvangers (spoelen) waargenomen en omgezet in een beeld. Een waterstofatoom kan zeer sterk gebonden zijn, zoals in vetweefsel, maar ook zwak gebonden, zoals in water. De sterk gebonden protonen geven hun energie veel sneller af aan hun omgeving dan de zwak gebonden protonen. Het tempo waarmee ze hun energie afgeven is daarom ook anders. Hoe sterker het vaste magneetveld, hoe meer waterstofatomen in resonantie kunnen komen en hoe duidelijker het signaal zal zijn dat de ontvanger oppikt. 2. Een wisselend magneetveld (de radiogolven) Dit veld wordt door middel van een wisselstroom in een kleinere spoel tot stand gebracht. Als de wisselstroom loopt, staat de ontvanger uit en omgekeerd. Dit wisselende magneetveld moet de waterstofkernen in resonantie brengen. 3. Het gradiëntveld Als het vaste magneetveld overal hetzelfde is, dan zullen alle protonen in het lichaam een signaal terug sturen. Hoe kun je dan weten of het signaal uit het hoofd komt? Met het derde magneetveld (van de zogenaamde gradiëntspoelen) wordt de sterkte van het vaste eerste magneetveld als functie van de plaats gevarieerd. Stel dat door dit derde magneetveld de sterkte van het magneetveld in een plak van het hoofd van de patiënt groter is dan ergens anders. De frequentie van de radiogolven die de waterstofkernen in het hoofd moeten laten omklappen zal dan iets hoger zijn dan in de rest van het lichaam. Ook de frequentie van de natrillende waterstofkernen zal hoger zijn. Op deze wijze is uit de frequentie waarmee de waterstofkernen natrillen, de positie waar het signaal vandaan kwam te achterhalen. De frequentie van de natrillende waterstofatomen wordt, behalve door de sterkte van het magneetveld, ook beïnvloed door het type weefsel (water of vet) en een eventueel ingespoten contrastvloeistof. In een MRI-scanner worden drie typen magneetvelden gebruikt. 1. Het vaste sterke magneetveld Dit veld wordt door (supergeleidende) stroomspoelen tot stand gebracht. Het is nodig omdat er dan meer waterstofatomen in het lichaam van de patiënt beschikbaar zijn om aan te kunnen meten. Tijdens het MRI-onderzoek maken de magneetspoelen harde, kloppende geluiden. Die worden veroorzaakt door het in- en uitschakelen van de stroom in de gradiëntspoelen. Hoewel die star in een soort hars zijn ingebakken, zijn de krachten groot genoeg om de spoelen te laten trillen. Daarom krijgt de patiënt oordoppen in of een koptelefoon met muziek op. Een MRI-onderzoek kan soms wel een uur duren. Al die tijd mag je niet bewegen.

6 4 Kwantumwereld Iedereen weet dat je om spoken te vinden naar oude kastelen met dikke muren moet gaan, zoals dit kasteel van Dracula in Transsylvanië. Waarom is de kans bij jou thuis veel kleiner?

7 4.4 Gevangen in een nanodwangbuis; tunneleffect Gevangen in een nanodwangbuis; tunneleffect We krijgen met kwantumverschijnselen te maken als deeltjes (elektronen bijvoorbeeld) opgesloten zitten in kleine ruimtes. Een nanodwangbuis Bekijk een deeltje dat alleen maar heen en weer kan bewegen in een dicht buisje met lengte L. Dat staat model voor een elektron in een langgerekt molecuul of voor een elektron in een metaaldraadje. Klassiek kan het elektron zich overal in de buis tussen 0 en L bevinden en alle mogelijke snelheden en energieën bezitten. Hoe zit dat in de kwantumfysica? De golffunctie ψ moet aan de uiteinden nul zijn, want anders zou ψ 2 daar niet nul zijn en zou het deeltje buiten de buis gevonden kunnen worden; ψ 2 bepaalt immers de kans daarop. Uit deze twee randvoorwaarden zal volgen dat de snelheid niet alle waarden kan aannemen en de energie dus ook niet. Beide blijken gekwantiseerd, beide kunnen niet alle waarden aannemen. De energietoestanden in de dwangbuis Een elektron in zo n buisje heeft alleen maar kinetische energie; de potentiële energie mag je nul kiezen. Dat doen we ook bij een valbeweging, mgh kies je nul op de grond. Dat komt doordat we eigenlijk alleen maar geïnteresseerd zijn in energieverschillen. Denk aan de elektronsprongen in het klassieke atoommodel. De kinetische energie kunnen we vinden via de voorwaarde van het precies passen. Dit betekent: L = n (½ h/mv) en dus nh v = 2mL Voor de kinetische energie en dus ook de totale energie van toestand n vind je: nh n h 2 n 2 2 En = mv = m = 2 ml 8 ml 1 h Hieruit volgt: E1 = en 2 8mL E 2 = 4E 1 ; E 3 = 9E 1 ; E 4 = 16E 1 enz. 2 Stationaire toestanden vind je als je de eis stelt: L = n ½ λ b Hierin is λ b de debrogliegolflengte. Met andere woorden: een half λ b moet een geheel aantal keren passen op de lengte van de buis L. Omdat het deeltje niet uit het nanobuisje kan ontsnappen, tekenen we het als een put met oneindig hoge en oneindig dikke wanden. De grafieken van ψ en ψ 2 voor de eerste drie gevallen gaan er dan zo uitzien: Een deeltje in een doosje Stationaire toestanden voor een deeltje in een nanodoosje (een molecuul bijvoorbeeld), vind je door te eisen dat λ b in drie richtingen x, y en z past. Dan verandert de uitdrukking voor de energie in: E n h n n x y n z = m Lx Ly L z

8 5 Los zand Een vrij onbekende stofeigenschap van zand en aarde is de soortelijke geleidbaarheid. Waarom is behalve een fruitteler ook de technische recherche in de waarde hiervan geïnteresseerd?

9 5.1 Stroomgeleiding Stroomgeleiding Aardwetenschappers herkennen grondsoorten aan de korrelgrootte, de zuurgraad (ph), de water absorptie en de elektrische geleidbaarheid. Elektrische geleidbaarheid De geleidbaarheid G van een bepaalde grondlaag geeft aan hoe goed die laag elektriciteit kan geleiden. Het is in feite niets anders dan het omgekeerde van de elektrische weerstand R die je al eerder hebt leren kennen. G = 1 geleidbaarheid R De eenheid van G is Ω -1 of Siemens (S), maar mho (ohm achterstevoren) mag ook. De wet van Ohm kunnen we dus op twee manieren schrijven: U = I R of I = G U wet van Ohm Bij metaaldraden is de soortelijke weerstand ρ de stofeigenschap die bepaalt in welke mate een stof de stroom geleidt. Bij aardlagen spreekt men over de soortelijke geleidbaarheid σ. De soortelijke weerstand en de soortelijke geleidbaarheid zijn ook elkaars omgekeerde: σ = 1 ρ De eenheid van ρ is Ωm dus van σ is hij S/m. Ga dat na. Water De geleidbaarheid is een goede indicator voor de hoeveelheid in water opgeloste zouten. Er is een apparaatje te koop de salinometer waarmee je de kwaliteit van drinkwater in ms/m of µs/cm kunt vaststellen. Maar met twee elektroden, een batterij en een weerstandsmeter lukt het ook. Regenwater geleidt bijna niet; de geleidbaarheid is zeer laag (bijna 0 µs/cm). Grondwater bezit een geleidbaarheid van 200 tot meer dan 1500 µs/cm. Grondwater met grote geleidbaarheid wordt in de ondiepe lagen vooral aangetroffen nabij de kust en bij diepere grondwaterwinningen. Enkele andere voorbeelden: gedestilleerd water heeft een geleidbaarheid van 50 µs/cm, drinkwater in Amsterdam komt op 500 µs/cm en zeewater op µs/cm. In de tuinbouw wordt de geleidbaarheid van het water goed in de gaten gehouden. Een te hoog zoutgehalte (te grote geleidbaarheid) heeft een negatieve invloed op het gewas. Elke teelt stelt zijn specifieke eisen voor de geleidbaarheid. teelt σ (µs/cm) tomaat aardbeien Elektrische schakelingen In de elektrotechniek wordt de geleidbaarheid weinig gebruikt. Maar als je aan parallelschakelingen moet rekenen, kan het handig zijn om met de geleidbaarheid te werken. De formule voor de vervangingsweerstand R v bij een parallelschakeling is: = Rv R1 R2 Met behulp van de geleidbaarheid G = R 1 ziet de formule er voor het totale geleidingsvermogen G v in een parallelschakeling simpeler uit: G v = G 1 + G parallelschakeling

10 10 Opgaven Opgaven Deze opgaven zijn een selectie uit de opgaven van alle hoofdstukken uit dit deel 3. Sommige horen bij een paragraaf en zijn dus volgens ons redelijk simpel; andere zijn pittiger en horen bij een hoofdstuk. 1 In De reis naar de maan van Jules Verne blijkt de aarde een tweede maan te hebben op 8140 km hoogte boven het aardoppervlak. a Welke waarde heeft g op die hoogte? Die maan volbrengt haar omloop in 3 uur en 20 minuten. b Toon aan dat die tijd anderhalf uur langer zou moeten zijn. Aan het begin van de reis sterft de hond Wachter. Die wordt overboord gezet en vliegt mee met de raket. c Leg uit of dat klopt. Verne dacht dat de reizigers op één moment gewichtloos zouden zijn. d Leg uit of dat klopt. e Bereken de plaats van het punt tussen aarde en maan waar de zwaartekracht nul is. 2 Met welke elektrische grootheid komt de gravitatieversnelling g overeen? 6 Bij sommige kernen kan een elektron de kern in worden getrokken (elektronvangst). a Beweegt het elektron daar sneller of langzamer dan voorheen? Leg uit. Een elektron met kinetische energie 80 ev passeert een potentiaalput met E = 20 ev. b Bereken welke debrogliegolflengte het had en welke het even krijgt. 7 Ultrageluid, uitgezonden door de transducer, dringt vanuit de lucht het lichaam in. a Waarom wordt een gel gebruikt? b Verandert de geluidsnelheid? c Verandert de frequentie van het geluid? d Verandert de golflengte van het geluid? 8 Een STM is ideaal als een metaaloppervlak moet worden afgetast. 3 De afstand tussen de twee protonen in een waterstofmolecuul is m. In een heliumkern is die afstand m. - Bereken in beide gevallen de waarde van F e. 4 In een krantenartikel wordt een nieuw deeltje gemeld met lading: 9, C. a Waarom zal dit een drukfout zijn? Quarks komen niet los voor. Een neutron 2 bestaat uit drie quarks: een up-quark met + e 3 en twee down-quarks. b Wat is de lading van een down-quark? c Bereken de kracht waarmee twee van de drie elkaar afstoten. a Kan de tip ook van koolstof gemaakt worden? b Wat zie je op het scherm als de tip afbreekt en het preparaat een bergje vertoont? Meestal wordt de opstelling opgehangen om trillingen te voorkomen. c Noem een andere manier om dat te bereiken. 5 Toon aan dat de eenheden kloppen in beide onbepaaldheidsrelaties.

11 Extra / Doen 11 Extra / Doen De grafiek van de coulombkracht De grafiek van F e tegen r ziet er rond een geladen holle bol zo uit: Binnen de bol heerst géén elektrisch veld (kooi van Faraday). De kracht op een proeflading is daar dan ook nul. Deze grafiek is niet erg handig als je met een proef wilt bewijzen dat de wet van Coulomb klopt. Is de gevonden grafiek wel de goede kromme? Een kromme lijn lijkt immers al gauw op een andere kromme lijn. Dan kun je beter F tegen r 2 uitzetten of logf tegen logr want dat levert hopelijk een rechte lijn op. - Leg uit dat de grafiek van logf e tegen logr een rechte lijn is met een helling 2. Een zelfbouwsensor voor σ Schuur twee koperen plaatjes (de elektroden) en hang ze in het filtraat van de potgrond op steeds 1,0 cm van elkaar. Sluit ze aan op 1,00 V wisselspanning. Meet de stroomsterkte met een ampèremeter. a Leg uit dat de meter nu de de soortelijke geleidbaarheid σ aangeeft in S/cm. Maak een standaardoplossing om je sensor te ijken. Los daarvoor 1,005 g NaCl op in 1,000 L gedestilleerd water. De σ van deze oplossing is 2,000 ms/cm. Spoel de elektroden af en hang ze in de standaardoplossing. b Geeft de meter 2,0 ma aan? Zo niet, bepaal de afwijking. Houd met deze afwijking rekening bij de rest van de proef. c Meet met deze sensor de σ van de potgrond. Vergeet niet om de elektroden eerst goed af te spoelen. Met je i-phone in de Python Ga met je i-phone in een kermisattractie en meet met een geschikte App de versnellingen. Op vind je bij Tips en trucs aanwijzingen. Een proef met de wet van Coulomb Hang een kogeltje op aan een lange dubbele draad met lengte l. In de buurt staat een tweede kogeltje op een isolerend voetje. Projecteer hun schaduw op een scherm. Als je beide kogeltjes laadt, zal het eerste kogeltje uitwijken. Meet de afstand r op het scherm tussen hun middelpunten en de de uitwijking d. Als d klein is ten opzichte van l, is d evenredig met de elektrische kracht: d ~ F e. (Zie Extra voor het bewijs daarvan). Zet d uit tegen r 2. Als de wet van Coulomb klopt, zal dat een rechte lijn door de oorsprong opleveren.

12 12 Toets Toets 1 De schwarzschildstraal Om een zwart gat met massa M kun je een bol met straal R s (de schwarzschildstraal) denken waarbinnen niets te zien is. Op de rand van die bol is de ontsnappingssnelheid gelijk aan de lichtsnelheid. Licht kan dus niet uit de bol ontsnappen. a Druk R s uit in G, M en c. b Welke straal zou de zon moeten hebben zodat hij een zwart gat zou zijn? Anders gezegd: bereken de schwarzschildstraal van de zon. Stel dat de zon zover gekrompen zou zijn. c 1 Welke invloed zou dat hebben op dag en nacht? c 2 Hoe lang zou een jaar dan duren? 2 Een atoom We vergelijken een zeker atoom met een nanoblokje dat één elektron bevat. Voor de energieniveau s geldt: E = (n n n 3 2 ) 2 ev 3 Een radiopuls MRI is tv kijken met een radio, zei een radioloog eens. a Verklaar deze uitspraak. Om nog betere beelden te verkrijgen, kun je een contrastvloeistof en/of een contrastgas toevoegen. Verschillende soorten weefsels zullen hierdoor een ander signaal geven. Een voorbeeld van zo n contrastvloeistof is 129 Xe, waarmee opvallend duidelijke beelden kunnen worden gemaakt van longen en bloedvaten. b Welke eigenschap van de weefsels zal door de contrastvloeistof worden veranderd? A de thermische eigenschap; B de elektrische eigenschap; C de magnetische eigenschap? In vetweefsel is het energieverschil tussen spin up en spin down bij een proton 2, ev. c Bereken de frequentie van de radiopuls die nodig is om het proton in de hoogste energietoestand te krijgen. d Welke golflengte heeft het foton dat vrijkomt als het proton weer naar het laagste energieniveau terug springt? a Hoeveel niveau s zitten er tussen niveau 111 en niveau 222? b Is de figuur ongeveer op schaal? c Bereken welke kleur wordt uitgezonden bij een overgang tussen die twee niveau s. d Bereken de onbepaaldheid in de energie van het foton als je weet dat het atoom 2, s op het hoogste niveau bleef.

13 Onze plannen In Stevin vwo deel 3 behandelen we de nieuwe onderwerpen voor het Centraal Examen. Dit zijn: B2.4 Medische beeldvorming C3.2 Gravitatiekracht en gravitatie-energie; ontsnappingssnelheid. D2.1 Radiale elektrische veld. Coulomb. E2.2 Licht van sterren; Hertzsprung-Russell. E2.4 Stefan-Boltzmann; zonneconstante. E2.5 Totale em-spectrum; waarnemingstechnieken. F1 Kwantumwereld. Allerlei kleinigheden zoals de wetten van Kirchhoff en de regels voor elektrische geleiding. Die kleinigheden komen ook als apart downloadbare bestanden op onze site te staan. Op onze site geven we precies aan welke hoofdstukken en paragrafen van de delen 1 en 2 nog geldig zijn. Twee voorbeelden: Hoofdstuk 7 Energie en arbeid uit deel 1 is nog in zijn geheel bruikbaar. Aan een paar kleinigheden zoals stookwaarden moet nog wat extra aandacht besteed worden. Hoofdstuk 4 Kromme banen uit deel 2. Een flink deel hiervan is nog bruikbaar bij C3.2 Gravitatie, maar voortdurend heen-en-weer bladeren tussen twee boeken leidt tot chaos. Wat we nodig hebben uit dit hoofdstuk komt dus in zijn geheel terug in deel 3. We zorgen ervoor dat er niet voortdurend heen-en-weer gebladerd hoeft te worden tussen deel 3 en de delen 1 en 2. Keuzeonderwerpen SE E1 Stoffen en materialen. Verplicht. E3 Kern- en deeltjesprocessen; behoudswetten. F2 Relativiteitstheorie. G1 Biofysica. De NiNa-module is onbruikbaar. G2 Geofysica. Nagaan wat er van NiNa bruikbaar is. I Onderzoek en ontwerp. Verplicht. We verwachten niet dat er een school is die al in vwo 4 met de keuzeonderwerpen begint. Daar nemen we dus mooi de tijd voor. We zijn nu van plan voor alle zes de onderwerpen een aparte kleine module te maken die los besteld kan worden. Tot slot: u kunt ervan uitgaan dat Stevin ook op tablets en laptops bruikbaar zal zijn. Heeft u nog vragen? Stel ze ons via

14 Stevin vwo deel 1 Inhoud NiNa Opmerkingen over tekst Opgaven die 1 Bewegen 1 Meten van tijden en afstanden 2 Grafieken en formules; snelheid 2 Versnellen 1 Vallen in lucht en vacuüm 2 Optrekken en remmen 3 Drie wetten van Newton 1 De traagheidswet van Newton 2 De krachtwet van Newton 3 De actie/reactiewet van Newton 4 Vectoren en hefbomen 1 Scalars en vectoren 2 Krachten in evenwicht 3 Hefbomen, katrollen en tandwielen kunnen vervallen C1.1,2 Dit hele hoofdstuk hoort bij het CE. 8, 9, 10, 36, 37, T1 C1.1,2 C1.4-6 Weliswaar hoort x = ½gt 2 niet bij de examenstof, maar wij zien geen andere manier om het begrip versnelling te introduceren. p. 48 kan worden overgeslagen. Het hele hoofdstuk hoort bij het CE, inclusief de leestekst over gewicht. C en 4.2 horen bij het CE. Hefbomen etc. uit 4.3 hoort niet meer bij de stof. 5 Spiegels en lenzen Dit hoofdstuk is bij het CE en het SE vervallen. 6 Stroom, spanning en weerstand D1.1,3,4 Het hele hoofdstuk hoort bij het CE. De wetten van Kirchhoff en 1 De wet van Ohm 1 2 Serie en parallel G = en G serie = ΣG worden behandeld R 3 De huisinstallatie in deel 3. 7 Energie en arbeid 1 Kinetische energie en zwaarte-energie 2 Energie-omzettingen en arbeid 3 Energie in het verkeer / vermogen C2.1,2 Het hele hoofdstuk hoort bij het CE. In deel 3 de formules voor E chem i.v.m. de stookwaarden uit tabel 28A. Ook nog aandacht besteden aan energieomzettingen bij de bewegende mens. 8 Radioactiviteit 1 Ioniserende straling 2 Toepassingen en gevaren 3 Kernenergie B2.1-3 De paragrafen 8.1 en 8.2 horen bij de stof i.v.m. medische beeldvorming. Van 8.3 hoort alleen p. 227 bij het CE; maar E = mc 2 niet. De formule ln2 A = N t 1 staat in Extra. 2 De rest van 8.3 kan gebruikt worden voor het niet-verplichte SE-domein E3. 9 Signaalverwerking Dit hoofdstuk is bij het CE en het SE vervallen. 10 Algemene technieken Het hele hoofdstuk hoort bij de stof. 1 Afronden en rekenen A In deel 3 het dubbel-log papier toevoegen. 2 Modellen maken C1.7 3, 4, 11, 12, 21, 31, 33, 18, 29, 33, T3 19 t/m t/m 48 T2, T3 45, 46, 52 t/m 58 model 5

15 Stevin vwo deel 2 Inhoud NiNa Opmerkingen over tekst Opgaven die 1 Gassen 1 Kracht en druk 2 De gaswet van Boyle 3 De algemene gaswet Dit hoofdstuk is voor het CE vervallen. Sommige onderdelen kunnen op het SE wel aan de orde komen bij het verplichte subdomein E1: eigenschappen van stoffen en materialen. 2 Energie en warmte Dit hoofdstuk is vervallen voor het CE. 3 Trillen en slingeren 1 Dansen en zwaaien 2 De u(t)-grafiek van de harmonische trilling B1.1,2,4,5 Het hele hoofdstuk hoort bij het CE, behalve de formule voor de slinger en de formules voor de energie op p Kromme banen 1 De kogelbaan 2 De middelpuntzoekende kracht C3.1,2 4.1 hoort niet meer bij de stof. 4.2 hoort er wel bij i.v.m. (kunst)manen, maar deze paragraaf komt ook in deel 3. 5 Licht en zicht Dit hoofdstuk is vervallen voor het CE. 6 Golven en golfoptica 1 Golven; geluid 2 Interferentie van golven; muziekinstrumenten 3 Lichtgolven 7 Elektromagnetisme 1 Magneten en elektromagneten 2 De lorentzkracht 3 Spoelen in magneetvelden 8 Inductie 1 Inductiespanning 2 De transformator 9 Versnellen en afbuigen 1 Statische elektriciteit 2 Versnellen 3 Afbuigen in velden 10 Atomen 1 Fotonen 2 Spectra B1.3-5 F1.1 D2.3,4 6.1 en 6.2 horen bij de stof, maar p. 127 kan vervallen. Van 6.3 vervalt het tralie. Het hele hoofdstuk hoort bij het CE. D hoort wel bij de stof, maar effectieve waarden van U en I zijn vervallen. D2.1,2 E2.1,3 F1.2,5 8.2 hoort er niet meer bij. Het hele hoofdstuk hoort bij het CE, behalve de formules voor de plaatcondensator. Het radiale veld en de wet van Coulomb worden behandeld in deel 3. Het hele hoofdstuk hoort (op een paar kleinigheden na) bij het CE. kunnen vervallen 5, 9, 10, 11, 14, 30 t/m 33, 38, T1 16, 21, 22, t/m 35, 37, 38, 40, 41, 42 t/m 46 T3 2, 8, T1, T3

16 Het nieuwe programma moet in mag Domein Subdomein CE SE in SE A Vaardigheden X X B1 Informatieoverdracht X X B Golven B2 Medische beeldvorming X X C1 Kracht en beweging X X Beweging en C C2 Energie en wisselwerking X X wisselwerking C3 Gravitatie X X D1 Elektrische systemen X X D Lading en veld D2** Elektrische en magnetische velden X X E1 Eigenschappen van stoffen en materialen X E Straling en materie E2 Elektromagnetische straling en materie X X E3* Kern- en deeltjesprocessen bk* F G H I Quantumwereld en relativiteit Leven en aarde Natuurwetten en modellen Onderzoek en ontwerp F1 Quantumwereld X X F2* Relativiteitstheorie bk* G1* Biofysica bk* G2* Geofysica bk* I1 Experiment X I2 Modelstudie X I3 Ontwerp X X X * bk = beperkte keuze: uit deze vier subdomeinen worden er twee gekozen. Let op: E1 en I zijn verplicht voor het SE. ** Tijdelijke afwijking voor 2016 en In het centraal examen van 2016 en 2017 zullen GEEN vragen worden gesteld over subdomein D2. Het onderwerp mag wel getoetst worden in het SE, maar dat is niet verplicht. Meer informatie hierover is te vinden in de handreiking van SLO. NB Het feit dat het hier een tijdelijke afwijking betreft, houdt in dat er vanaf het centraal examen van 2018 wel vragen gesteld kunnen worden over subdomein D2.

formules havo natuurkunde

formules havo natuurkunde Subdomein B1: lektriciteit De kandidaat kan toepassingen van het gebruik van elektriciteit beschrijven, de bijbehorende schakelingen en de onderdelen daarvan analyseren en de volgende formules toepassen:

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. lektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding 13. 1 energie 19

Inhoud. 1 Inleiding 13. 1 energie 19 Inhoud 1 Inleiding 13 1 onderzoeken van de natuur 13 Natuurwetenschappen 13 Onderzoeken 13 Ontwerpen 15 2 grootheden en eenheden 15 SI-stelsel 15 Voorvoegsels 15 3 meten 16 Meetinstrumenten 16 Nauwkeurigheid

Nadere informatie

De Broglie. N.G. Schultheiss

De Broglie. N.G. Schultheiss De Broglie N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Detecteren en gaat vooraf aan de module Fluorescentie. In deze module wordt de kleur van het geabsorbeerd of geëmitteerd licht gekoppeld

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde vwo

Examenprogramma natuurkunde vwo Examenprogramma natuurkunde vwo Ingangsdatum: schooljaar 2013-2014 (klas 4) Eerste examenjaar: 2016 Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11699 8 juni 2012 Rectificatie Examenprogramma natuurkunde vwo van 28 april 2012, kenmerk VO2012/389632 In de regeling

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1 Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I Eindexamen vwo natuurkunde pilot 0 - I Opgave Lichtpracticum maximumscore De buis is aan beide kanten afgesloten om licht van buitenaf te voorkomen. maximumscore 4 De weerstanden verhouden zich als de

Nadere informatie

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss 7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss Berekening van electrische flux Alleen de component van het veld loodrecht op het oppervlak draagt bij aan de netto flux. We definieren de electrische

Nadere informatie

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 8 29/04/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (32 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuigen van geladen

Nadere informatie

Wetenschappelijke Begrippen

Wetenschappelijke Begrippen Wetenschappelijke Begrippen Isotoop Als twee soorten atoomkernen hetzelfde aantal protonen heeft (en dus van hetzelfde element zijn), maar een ander aantal neutronen (en dus een andere massa), dan noemen

Nadere informatie

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3

Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 Voorkennistoets De Bewegende Aarde Voorkennis voor het basisdeel H1, H2, H3 A. wiskunde Differentiëren en primitieve bepalen W1. Wat is de afgeleide van 3x 2? a. 3x b. 6x c. x 3 d. 3x 2 e. x 2 W2. Wat

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting Newton - HAVO Elektromagnetisme Samenvatting Het magnetisch veld Een permanente magneet is een magneet waarvan de magnetische werking niet verandert Een draaibare kompasnaald draait met zijn noordpool

Nadere informatie

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar.

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. Mkv Magnetisme Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. In een punt P op een afstand d/2 van de rechtse geleider is

Nadere informatie

4) De verhouding bereken van de straal en de ringen van Saturnus en dus is het veel kleiner dan een DVD => 1punt analoog antwoordmodel.

4) De verhouding bereken van de straal en de ringen van Saturnus en dus is het veel kleiner dan een DVD => 1punt analoog antwoordmodel. Notulen examenbespreking Nina examen vwo 2012 VWO Natuurkunde pilot 2012 I 22 mei 2012 Steekproef nagekeken examens: Sted Gym Nijmegen: 13 lln 45 punten 3 onv Coornhert Gym Gouda: 11 lln 50 punten 0 onv

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.- h.a.v.o.- m.a.v.o.- v.b.o. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11101 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/389632, houdende

Nadere informatie

Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM

Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM Magnetisme 1. magneten trekken de volgende stoffen aan (zet een cirkel om de goede antwoorden): A. hout B. ijzer C. plastic D.kurk E.staal F. koper G. porselein

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur 1 RONDDRAAIENDE MASSA 5pt Een massa zit aan een uiteinde van een touw. De massa ligt op een wrijvingloos oppervlak waar het

Nadere informatie

Beste leerling, Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Beste leerling, Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak Natuurkunde vwo, eerste tijdvak (2016). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre

Nadere informatie

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak)

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak) Uitwerking examen Natuurkunde, HAVO 007 ( e tijdvak) Opgave Optrekkende auto. Naarmate de grafieklijn in een (v,t)-diagram steiler loopt, zal de versnelling groter zijn. De versnelling volgt immers uit

Nadere informatie

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde

Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde opgave (blz 4) Uitwerkingen van de opgaven in Basisboek Natuurkunde De zwaarte-energie wordt gegeven door de formule W zwaarte = m g h In de opgave is de massa m = 0(kg) en de energie W zwaarte = 270(Joule)

Nadere informatie

Quantummechanica en Relativiteitsleer bij kosmische straling

Quantummechanica en Relativiteitsleer bij kosmische straling Quantummechanica en sleer bij kosmische straling Niek Schultheiss 1/19 Krachten en krachtdragers Op kerndeeltjes werkt de zwaartekracht. Op kerndeeltjes werkt de elektromagnetische kracht. Kernen kunnen

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Tentamen Natuurkunde A 9. uur. uur woensdag januari 7 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs Aanwijzingen: Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Dit tentamen omvat 8 opgaven met totaal deelvragen Maak elke opgave

Nadere informatie

H2: Het standaardmodel

H2: Het standaardmodel H2: Het standaardmodel 2.1 12 Fundamentele materiedeeltjes De elementaire deeltjes worden in 2 groepen opgedeeld volgens spin (aantal keer dat een deeltje rond zijn eigen as draait), de fermionen zijn

Nadere informatie

1 Overzicht theorievragen

1 Overzicht theorievragen 1 Overzicht theorievragen 1. Wat is een retrograde beweging? Vergelijk de wijze waarop Ptolemaeus deze verklaarde met de manier waarop Copernicus deze verklaarde. 2. Formuleer de drie wetten van planeetbeweging

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO

CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO CIRKELBEWEGING & GRAVITATIE VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt. We kennen twee soorten lading:

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I - + Eindexamen natuurkunde vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Valentijnshart Maximumscore 4 uitkomst: b 2,9 mm Bij het fotograferen van een voorwerp in het oneindige geldt: b f Bij het fotograferen

Nadere informatie

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit

1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit Hoofdstuk 2 Elektrostatica Doelstellingen 1. Weten wat potentiaal en potentiaalverschil is 2. Weten wat capaciteit en condensator is 3. Kunnen berekenen van een vervangingscapaciteit 2.1 Het elektrisch

Nadere informatie

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II Eindexamen natuurkunde - vwo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Elektromotor voorbeeld van een antwoord: schuifweerstand en schakelaar volgens schema aangesloten op de spanningsbron kring met een deel van de

Nadere informatie

De Zon. N.G. Schultheiss

De Zon. N.G. Schultheiss 1 De Zon N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module is direct vanaf de derde of vierde klas te volgen en wordt vervolgd met de module De Broglie of de module Zonnewind. Figuur 1.1: Een schema voor kernfusie

Nadere informatie

Biofysische Scheikunde: NMR-Spectroscopie

Biofysische Scheikunde: NMR-Spectroscopie Inleiding & Kernmagnetisme Vrije Universiteit Brussel 19 maart 2012 Outline 1 Overzicht en Context 2 3 Outline 1 Overzicht en Context 2 3 Doelstelling Eiwitten (en andere biologische macromoleculen) Functionele

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde - havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Fietsdynamo uitkomst: f = 49 Hz (met een marge van Hz) Twee perioden duren 47 6 = 4 ms; voor één periode geldt: T = Dus f = = = 49 Hz. - T 0,5

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

natuurkunde 1,2 Compex

natuurkunde 1,2 Compex Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei totale examentijd 3,5 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 17 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. spanning 2007-2008 hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op van elektrische lading die stroomt. We kennen

Nadere informatie

. Vermeld je naam op elke pagina.

. Vermeld je naam op elke pagina. Tentamen: Elektriciteit en Magnetisme Docent: J. F. J. van den Brand R. J. Wijngaarden Datum: 30 Mei 2006 Zaal: Q112/M143 Tijd: 15:15-18.00 uur. Vermeld je naam op elke pagina.. Vermeld je collegenummer..

Nadere informatie

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6 Dit oefen et 2 en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl 5vwo oefen-et 2 Et-2 stof vwo5: Vwo5 kernboek: Hoofdstuk 3: Trillingen Hoofdstuk 4: Golven Hoofdstuk 5: Numerieke natuurkunde Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-II Eindexamen natuurkunde - vwo 006-II 4 Beoordelingsmodel Opgave Ding-dong voorbeeld van een antwoord: Bij gelijkstroom ontstaat er een constant magnetisch veld in de spoel; bij wisselstroom een wisselend

Nadere informatie

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). 2.1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden

Nadere informatie

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht Exact Periode 5 Niveau 3 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

2. (regulier vraag 3) 10-6 vergeten bij opzoeken ρ: eerste bolletje weg. bij werken met de dichtheid kan de berekening nog wel worden gecompleteerd.

2. (regulier vraag 3) 10-6 vergeten bij opzoeken ρ: eerste bolletje weg. bij werken met de dichtheid kan de berekening nog wel worden gecompleteerd. Verslag examenbespreking pilot-examen VWO 2014 (eerste tijdvak) Utrecht, 19 mei 2015 Eerste resultaten: Totaal 62 kandidaten. Gemiddeld 40,3 punten. 5 lln 32+37+28+39+26 punten. (32,4 gemiddeld). 16 lln

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I - + - + Eindexamen natuurkunde -2 havo 2000-I 4 Antwoordmodel Opgave LEDs voorbeelden van schakelschema s: 50 Ω V LED A 50 Ω A V LED Als slechts één meter juist is geschakeld: punt. 2 uitkomst: R = 45

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I Eindexamen natuurkunde - vwo 005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Schommelboot uitkomst: m De slingertijd T,67, s. Dit ingevuld in de slingerformule T 7,. 9,8 Hieruit volgt: m. levert g gebruik van slingerformule

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 1 woensdag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 1 woensdag 23 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde 1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen.

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELJK ONDERWJS N 1975 (GYMNASUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE,, " 1: Van een fotocel is de kathode K bedekt met. een laagje metaal mefeen grensgolflengte

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012

Schriftelijk examen 2e Ba Biologie Fysica: elektromagnetisme 2011-2012 - Biologie Schriftelijk examen 2e Ba Biologie 2011-2012 Naam en studierichting: Aantal afgegeven bladen, deze opgaven niet meegerekend: Gebruik voor elke nieuwe vraag een nieuw blad. Zet op elk blad de

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde compex vwo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde compex vwo 2010 - I - + Eindexamen natuurkunde compex vwo 2010 - I Opgave 1 Massaspectrometer Lood in ertsen uit mijnen bestaat voornamelijk uit de isotopen lood-206, lood-207 en lood-208. De herkomst van lood in loden voorwerpen

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2014 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING 1.1 HARMONISCHE OSCILLATOREN. 1.1.1 het massa-veersysteem. Hoofdstuk 1 - Vrije trillingen

1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING 1.1 HARMONISCHE OSCILLATOREN. 1.1.1 het massa-veersysteem. Hoofdstuk 1 - Vrije trillingen 1 VRIJE TRILLINGEN 1.0 INLEIDING Veel fysische systemen, van groot tot klein, mechanisch en elektrisch, kunnen trillingen uitvoeren. Daarom is in de natuurkunde het bestuderen van trillingen van groot

Nadere informatie

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet!

Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet! Einstein (6) n de voorafgaande artikelen hebben we het gehad over tijdsdilatatie en Lorenzcontractie (tijd en lengte zijn niet absoluut maar hangen af van de snelheid tussen waarnemer en waargenomene).

Nadere informatie

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing.

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Opgave 2 Aardwarmte N2-2002-I -----------------------------------------------------------------

Nadere informatie

natuurkunde (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

natuurkunde (pilot) Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Examen VWO 214 tijdvak 1 maandag 19 mei 13.3-16.3 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Nadere informatie

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde Vlaamse Olympiades voor Natuurwetenschappen KU Leuven Departement Chemie Celestijnenlaan 200F bus 2404 3001 Heverlee Tel.: 016-32 74 71 E-mail: info@vonw.be www.vonw.be Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste

Nadere informatie

Diktaat Spanning en Stroom

Diktaat Spanning en Stroom Diktaat Spanning en Stroom hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt.

Nadere informatie

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme Zonnestraling Samenvatting De Zon zendt elektromagnetische straling uit. Hierbij verplaatst energie zich via elektromagnetische golven. De golflengte van de straling hangt samen met de energie-inhoud.

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2012 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp

Nadere informatie

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U Inhoud Condensator... 2 Het laden van een condensator... 3 Het ontladen van een condensator... 5 Opgaven... 6 Opgave: Alarminstallatie... 6 Opgave: Gelijkrichtschakeling... 6 Opgave: Boormachine... 7 1/7

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

Impedantie V I V R R Z R

Impedantie V I V R R Z R Impedantie Impedantie (Z) betekent: wisselstroom-weerstand. De eenheid is (met als gelijkstroom-weerstand) Ohm. De weerstand geeft aan hoe goed de stroom wordt tegengehouden. We kennen de formules I R

Nadere informatie

1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002

1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002 1 Leerlingproject: Relativiteit 28 februari 2002 1 Relativiteit Als je aan relativiteit denkt, dan denk je waarschijnlijk als eerste aan Albert Einstein. En dat is dan ook de bedenker van de relativiteitstheorie.

Nadere informatie

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet.

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet. Opgave 1 René zit op zijn fiets en heeft als hij het begin van een helling bereikt een snelheid van 2,0 m/s. De helling is 15 m lang en heeft een hoek van 10º. Onderaan de helling gekomen, heeft de fiets

Nadere informatie

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting)

Krachten Hoofdstuk 1. Bewegingsverandering/snelheidsverandering (bijv. verandering van bewegingsrichting) Krachten Hoofdstuk 1 een kracht zelf kun je niet zien maar... Waaraan zie je dat er een kracht werkt: Plastische Vervorming (blijvend) Elastische Vervorming (tijdelijk) Bewegingsverandering/snelheidsverandering

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde (pilot) tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

natuurkunde 1,2 (Project Moderne Natuurkunde)

natuurkunde 1,2 (Project Moderne Natuurkunde) Examen VWO 009 tijdvak 1 woensdag 0 mei 13.30-16.30 uur natuurkunde 1, (Project Moderne Natuurkunde) Bij dit examen hoort een bijlage en een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 4 vragen. Voor dit examen

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 Compex

Examen HAVO - Compex. natuurkunde 1,2 Compex natuurkunde 1, Compex Examen HAVO - Compex? Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 30 mei totale examentijd 3,5 uur 0 06 n dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

Trillingen... 2 Harmonische trilling... 3 Opgave: Bol aan veer II... 5

Trillingen... 2 Harmonische trilling... 3 Opgave: Bol aan veer II... 5 Inhoud... 2 Harmonische trilling... 3 Opgave: Bol aan veer I... 5 Opgave: Bol aan veer II... 5 Resonantie... 6 Biosensoren... 7 Opgave: Biosensor... 8 Energiebehoud... 9 Energiebehoud in een massaveersysteem...

Nadere informatie

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie

TENTAMEN. Van Quantum tot Materie TENTMEN Van Quantum tot Materie Prof. Dr. C. Gooijer en Prof. Dr. R. Griessen Vrijdag 22 december 2006 12.00-14.45 Q105/ M143/ C121 Dit schriftelijk tentamen bestaat uit 5 opdrachten. Naast de titel van

Nadere informatie

Op basis van de tweede wet van Newton kan onderstaand verband worden afgeleid. F = m a = m Δv Δt

Op basis van de tweede wet van Newton kan onderstaand verband worden afgeleid. F = m a = m Δv Δt Inhoud en stoot... 2 Voorbeeld: Kanonschot... 3 Opgaven... 4 Opgave: Tennisbal... 4 Opgave: Frontale botsing... 5 Opgave: Niet-frontale botsing... 5 1/5 en stoot Op basis van de tweede wet van Newton kan

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 1 maandag 19 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 214 tijdvak 1 maandag 19 mei 13.3-16.3 uur natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 73 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Botsingen. N.G. Schultheiss

Botsingen. N.G. Schultheiss 1 Botsingen N.G. Schultheiss 1 Inleiding In de natuur oefenen voorwerpen krachten op elkaar uit. Dit kan bijvoorbeeld doordat twee voorwerpen met elkaar botsen. We kunnen hier denken aan grote samengestelde

Nadere informatie

VWO-gymnasium. VWO gymnasium practicumboek. natuurkunde

VWO-gymnasium. VWO gymnasium practicumboek. natuurkunde VWO-gymnasium 3 VWO gymnasium practicumboek natuurkunde natuurkunde 3 vwo gymnasium Auteurs F. Alkemade L. Lenders F. Molin R. Tromp Eindredactie P. Verhagen Met medewerking van Th. Smits Vierde editie

Nadere informatie

natuurkunde pilot vwo 2015-II

natuurkunde pilot vwo 2015-II Formuleblad Formules die bij het pilot-programma horen en die niet in Binas staan. C Beweging en wisselwerking F w,l 1 2 c Av w 2 E p chem voor rv v Echem m p na r m D Lading en veld I GU E Straling en

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrostatica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrostatica. 25 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrostatica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Compex natuurkunde 1-2 havo 2003-I

Compex natuurkunde 1-2 havo 2003-I Compex natuurkunde -2 havo 2003-I 4 Antwoordmodel Opgave Verwarmingslint voorbeeld van een antwoord: Ook bij hoge buitentemperaturen (waarbij geen gevaar voor bevriezing is) geeft het lint warmte af. Je

Nadere informatie

Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand.

Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand. Uitwerkingen 1 Als dit heen en weer beweegt om de evenwichtsstand. Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand. Een trilling = de beweging van een voorwerp tussen twee opeenvolgende

Nadere informatie

nieuw deeltje deeltje 1 deeltje 2 deeltje 2 tijd

nieuw deeltje deeltje 1 deeltje 2 deeltje 2 tijd Samenvatting Inleiding De kern Een atoom bestaat uit een kern en aan de kern gebonden elektronen, die om de kern cirkelen. Dat de elektronen aan de kern gebonden zijn, komt doordat er een kracht werkt

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal. Natuurkunde Havo 1984-II Opgave 1 Fietsen Iemand rijdt op een fiets. Beide pedalen beschrijven een eenparige cirkelbeweging ten opzichte van de fiets. Tijdens het fietsen oefent de berijder periodiek een

Nadere informatie

1.8 Stroomsterkte; geleiding.

1.8 Stroomsterkte; geleiding. 1.8 Stroomsterkte; geleiding. Met stroomsterkte (I) wordt bedoeld: de hoeveelheid lading die per seconde langs komt. De eenheid is dus coulomb per seconde (C/s) maar we werken meestal met de ampère (A)

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

Werken met eenheden. Introductie 275. Leerkern 275

Werken met eenheden. Introductie 275. Leerkern 275 Open Inhoud Universiteit Appendix B Wiskunde voor milieuwetenschappen Werken met eenheden Introductie 275 Leerkern 275 1 Grootheden en eenheden 275 2 SI-eenhedenstelsel 275 3 Tekenen en grafieken 276 4

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie