4.1 Inductiespanning 1 a 2 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "4.1 Inductiespanning 1 a 2 3"

Transcriptie

1 4.1 Inductieanning 1 a Eén omwenteling van de chijf komt overeen met 38 mm o de horizontale a van de I grafiek. De aftand van de nuldoorgang van de tweede iek tot die van de eerte iek i 9,5 mm, de nuldoorgang van de derde iek ligt nog weer 9,5 mm verder. 9,5 mm!f cirkelomtrek. b De tweede magneet heeft ook de noordool naar buiten, want hij geeft eenzelfde anningiek al de eerte. Van de derde magneet wijt de zuidool naar buiten, want die geeft een tegengetelde anningiek. c Soel II taat een kwart cirkelomtrek verdero. De anningulen van oel II zijn 9,5 mm verchoven ten ozichte van die van oel I. Al een van de zuidolen de linkeroel nadert, krijgt die volgen Len bovenaan zelf een zuidool, De bijbehorende inductietroom kan niet door BE en de tranitor blijft geerd. Al de zuidool zich verwijdert, draait de inductietroom van richting om en kan door BE. De tranitor gaat oen en zorgt er nu voor dat in de rechteroel een grote troom gaat loen die bovenaan een zuidool krijgt. De magneet in de dolfijn wordt afgetoten. Du ook nu krijgt het rad telken een zetje. 3

2 Let in bovenaanzicht o de denkbeeldige ringen o de chijf. De onderkant van de ringmagneet i bijvoorbeeld de noordool. Ring 1 nadert de noordool van de magneet. In een afweerreactie zorgt de inductie in de ring voor een aftotende noordool aan de bovenkant van de aluminium chijf. Ring verwijdert zich van de noordool. Een omgekeerde afweerreactie zorgt daar voor een aantrekkende zuidool aan de bovenkant van de chijf. Deze twee effecten verterken elkaar zodat de magneet door de chijf wordt meegeleet. Φ 4 ind t terkere magneet F wordt groter meer windingen groter toerental ovoeren kleiner ijzerkern trekt veldlijnen aan onieuw F groter 5 a Benader het linker grijze oervlak door een driehoek met hoogte 0,38 (V) en bai 0,07 () A! 0,38 0,07 0,013 V b A 00Φ Φ 6, Wb 6 a eff! max 30 0,707 max max 35 V 7 b Q t I R t zolang I contant i. [0; 1 ] Q J [1; ] Q J Totaal in [0; ] Q J c Q I eff R t I Q 5 eff R t 5 I eff 1,6 A,5 a ind wordt tweemaal zo groot omdat tweemaal zo groot i. Het aantal ieken blijft gelijk.

3 b Bij een dubbel toerental komen er tweemaal zo veel ieken. Elk van de ieken wordt maller. De ieken blijven even hoog, omdat zowel al gehalveerd zijn. c De hoogte van de ieken i weer zoal in het begin. De figuur van de tweede magneet volgt 0,5 T na die van de eerte. Hij taat o de ko, omdat het verwijderen van een noordool en het naderen van een zuidool hetzelfde effect geven. 8 a

4 b De nelheid van de magneet neemt toe, du de aeertijd van een oeltje neemt af. De ogewekte inductieanning wordt groter, de duur van de anningul wordt korter. c De windingrichting van de middelte oel i tegengeteld aan die van de bovente en onderte oel. 8 d In het eerte interval i 0,547 0,0747 0,1800 en v 1 v v in het midden van het tijdinterval v 1,78 m/ o t 1 0,165 0,50 0,1800,78 m/ Zo ook i in het tweede interval 0,375 0,547 0,1178 en v In het midden van dit tijdinterval v 4,4 m/ o t 0,314 Hiermee bereken je de vernelling: v g t 4,4,77 9,8 m/ 0,314 0,165 0,50 0,1178 4,4 m/

5 9 a Alleen al S oen gaat verandert de magnetiche flux binnen de oelen: afname. De wijzer van de amèremeter gaat dan even naar link (want bij de fluxtoename door het luiten van S ging de wijzer naar recht). b De toename van de flux na het luiten van S zal nu kleiner zijn. De eindwaarde van de flux hangt onveranderd amen met de troom door de oelen, maar de beginwaarde wa nu niet nul wegen het remanente magnetime in de kern. c Het lotrekken van de kern leidt tot een afname van de magnetiche flux. Al deze Φ groot genoeg i en de tijd waarin dat gebeurt klein genoeg, kan de inductieanning een voor het lamje te hoge waarde bereiken. 10 a Ja, het veranderende magnetiche veld van de linker oel wordt via de kern doorgegeven aan de rechter oel. b Er gaat een inductietroom loen die het veranderende magneetveld tegenwerkt: de oelen toten elkaar af. 11 a 1 Een noordool (die de naderende noordool van de magneet terugduwt'). a De wet van Lenz en de rechterhandregel geven de troomrichting in de oel al de magneet binnenkomt: gezien vanuit de bewegingrichting van de magneet i dit een tegenwijzertroom. Deze kan alleen door de rode led. Al de magneet aan de onderkant de oel verlaat, veroorzaakt de inductietroom dáár een noordool om de zich verwijderende zuidool van de magneet terug te trekken. De troom die daarbij hoort kan alleen door de groene led.

6 b Door de inductietroom onttaat eert bij B een zuidool en daarna bij A een zuidool. Weer gaat eert de rode led branden en daarna de groene. 1 a Bekijk denkbeeldige ringen in de wand van de bui. Een naderende noordool wekt in zo n ring een aftotend veld o. Een vertrekkende zuidool wekt een aantrekkend veld o. De val van de magneet wordt du voortdurend tegengewerkt. Een vallend taaltje ijzer wordt niet gehinderd. b Ja, er blijven nog genoeg ringen over die niet doorgezaagd zijn. c De tegenwerkende inductietroom i groter, want de (oortelijke) weertand van koer i (ruim 1,5 ) kleiner dan die aluminium. d Onderweg wordt een deel van de kinetiche energie via elektriche energie omgezet in warmte. Du IE z IE k + Q e Ook nu wordt kinetiche energie omgezet in elektriche energie. Maar bij uergeleiding i er geen warmteontwikkeling. De inductietroom wordt niet beerkt door het materiaal. De tegenwerking zal erfect zijn: de magneet blijft zweven, er i geen fluxverandering meer in de bui. Du IE z,1 IE z, + IE el 13 a Eerte grafiek: Bij iedere aage van de magneet onttaat een inductieanning in S 1 en S. Tweede grafiek: De anning in S 1 zorgt voor een troom door het lamje. Doordat het lamje warm wordt, neemt zijn weertand toe. Daardoor i de oitieve iek van I kleiner dan de negatieve. Derde grafiek: De troom tart o t 0,0. Het licht begint a o t 0,35. O t 0,41 i I 0 maar het lamje gloeit dan nog na. Doordat de gloeidraad nog heet i, wordt de tweede lichtiek veel hoger dan de eerte. b De grafieken hebben vrijwel dezelfde vorm maar ze zijn wat lager omdat trillingenergie i omgezet in lichtenergie. c Bij grote amlitude van de linger i de aeernelheid van de magneet groot en de aeertijd kort. Ook de afkoeltijd van de gloeidraad halverwege kan dan zo kort zijn, dat de bodem van de kuil nog boven het bereik van de enor valt. d De oel S 1 in de troomkring van het lamje ondervindt de lorentzkracht want F L i de kracht van het magneetveld o een troomvoerende geleider. e 1 De kern nadert de magneet van link: wet van Lenz. e aar link. De kern i de magneet geaeerd en beweegt nog teed naar recht: wet van Lenz.

7 e 3 De magnetiche kracht o de kern zelf wijt teed naar de magneet, du eert naar recht en daarna naar link. 14 a Een rechtlijnige beweging omlaag zou leiden tot een voortdurende verandering van de door de ring omvatte magnetiche flux. Een afbuiging in de richting van de cheve troken vermindert die verandering (Wet van Lenz). Hoe groter de nelheid en du de ondervonden fluxverandering, de te groter ook de afbuiging naar de troken. iteindelijk onttaat er een baan waarbij de flux helemaal niet meer verandert. b De afname van de hoeveelheid Z-magnetime en de toename van de hoeveelheid -magnetime wordt tegengegaan door een klokgewijze inductietroom ABCDA. Bij deze troom hoort immer een eigen magnetich veld dat naar beneden gericht i. c 1 c Alleen de comonent van de lorentzkrachten loodrecht o de cheve troken blijft over. De comonenten evenwijdig aan de troken heffen elkaar twee aan twee o (zoal F L,B en F L,D). d 1 d De dichtheid en de oortelijke weertand van het materiaal. De dichtheid beaalt de zwaartekracht. De oortelijke weertand beaalt, via de toegelaten inductietroom, de grootte van de lorentzkracht. Al de >B-velden alleen maar verticaal zouden zijn, zou de vorm geen invloed hebben, want je kunt overal met denkbeeldige ringen werken; net al bij de itleg o agina 99. Bij de gren tuen noord- en zuidveld loen de veldlijnen echter zo:

8 Zeer dikke tukken metaal voelen du minder fluxverandering en worden daarom minder goed afgebogen. 15 a De nelheid van de magneet i toegenomen, en du i de tijdduur van de fluxverandering bij het verlaten van de oel korter geworden. b Al de magneet zich helemaal in de oel bevindt, i de omvatte flux even maximaal en verandert dan niet. Er wordt geen inductieanning ogewekt totdat de magneet het andere uiteinde van de oel bereikt. 16 ind Φ ind ( B A 0) (0,03,5 10 ) 0,01 17 V W A W A T m A m m m A Inderdaad i V T m J A m A 1,5 V kg m/ m kg m A 1 A kg m/ m kg m A 1 A 18 a Het oervlak van de geloten troomkring, en daarmee de omloten flux, neemt toe. De inductietroom moet zorgen voor een tegenflux, omlaag gericht du. Volgen de rechterhandregel hoort daarbij een wijzertroom. b F (B A) B A B (l x) B l x In één econde i x,0 m Φ 0,05 0,080, Wb c ind V 3 ind I ind R ,4 10 A d

9 e De lorentzkracht zou het taafje afremmen. Onze ierkracht naar recht moet zorgen voor ΣF 0 om de nelheid contant te houden. f F ier F L B I l 0, , F ier v , W Φ g ind t ( B A) B A W t F x F v ind F B I ind l en v B l B ( l x) B l x B l v Invullen geeft ind I ind 19 a b R bron diode In de doorlaatrichting loot er alleen een troom al bron > 1,4 V, de dremelanning van de twee diode in erie; zie agina 170 van Scoo vwo 1 deel ,4 Du I max 3,7 A 5,0 Zolang bron < 1,4 V i I 0 A De I(t)-grafiek van de meter ziet er zo uit: Extra voor de fijnroever: Wanneer gaan de diode geleiden Al 1,4 0 in(π φ)

10 in(π φ) 1,4 0,070 π φ 0,070 rad 0 φ 0,070 1,1 10 t π T t 0,10 t 1, m Rondom t 0 m ziet de grafiek er zo uit: 0 (t) m 1 tt 4 m T 4 t T 4 T eff 16 m ( t) dt 4 T 16 m T 0 [!dt m ] [ t ] 3 0 T eff 1 3 m eff 1 3 m!d 3 m T T 4 0 t dt T T m a Er i rake van een oel (met lecht één winding). Al je de troom verbreekt, valt het magnetich veld weg. Hij robeert du met alle geweld de troom vol te houden en dat levert een vonk o. b De troom door de oel zou weg moeten vallen, maar er wa een aanzienlijk magnetich veld binnen de oel. Er onttaat een inductieanning, die met alle geweld robeert de troom vol te houden, door je lichaam heen. Dat geeft de chok. c

11 De troom die wil blijven loen in de oel, kiet de weg van de minte weertand: via de diode en niet via je lichaam. a De weekijzeren kern verterkt het magnetich veld binnen de oel. Bij wieltroom zijn dan ook de veranderingen van de door de oel omvatte magnetiche flux groter, en du de tegenwerkende (zelf)inductieanning. De troomterkte kan dan niet zo'n grote waarde krijgen. b ijzer naar binnen: de door de oel omvatte flux wordt groter. Voor een tegenflux loot de inductietroom tegen de oorronkelijke troomrichting in. De nettotroom door de lam wordt kleiner: de lam zal heel even minder licht geven. ijzer in de oel: geen fluxverandering meer. De lam zal weer normaal branden. ijzer nel uit de oel: een nelle afname van de omvatte magnetiche flux. Voor een meeflux loot de inductietroom in dezelfde richting al de oorronkelijke troom. De nettotroom door de lam wordt groter: de lam zal heel even feller olichten. 3 In de tweede ituatie gaat het chakelen 10 zo nel. De troom krijgt dan geen tijd om aan te groeien tot de bron towaarde I max ΣR 4. De tranformator 4 I W Ook I I ma 5 a I I ,17 A b I R I R I,4 A en I 500 I,4 4 V c : : 30: 4 1,03: 1 6 a I : I : 600 I I 5,4,9 10 A

12 b De temeratuur in de ijker tijgt, de weertand wordt groter, I en du wordt kleiner. Dan wordt ook kleiner. blijft gelijk, du I wordt kleiner. 7 a I I 0 1,7 A en 1 I I 0 87 ma 30 8 a b De warmteverliezen in de verbindingdraden waarin de grote ecundaire troom loot, zijn dan zo klein mogelijk. I : I R (V) (A) (W) (V) (A) (Ω) 30 4, : ,5 0, ,0078 1,8 115: 3 6 0,3 0, : ,40 0, , : , ,10 1 0,10 1: , , : ,0 regel 1: I ,35 A 1 10 I ,5 A 3 R I 3 43,5 0,53 ω 30 3 V regel : : : 30 : : 3 I R 6 0 0,3 A I 6 0,3 1,8 W I 1,8 30 7, A regel 3: 1 100,0 V 50 I 40,0 0 A I ,40 A R I 100 0,40 0,5 kω

13 regel 4: V I R ,00 A I 100 1, W I ,500 A regel 5: I R ma 1000 I ,10 W 0,10 0,10 V I 1 : : 0,10 : 10 1 : 100 regel 6: R I 100 0,0 ω , 10 3 V I 100 0, 10 3 W I 3 0, , 10 1 A b R (ω) R (ω) : 53 0,53 10 : : 3 0, : : 1 0, : ,0 100 : 1 c De laatte drie regel uggereren al gauw R : R ( : ) Controle leert dat dit ook voor de eerte drie regel geldt. Het bewij gaat zo: R en R I I en I I Invullen geeft: R R ( I ) d R R : 5

14 9 a Aan- en afvoerdraad maken evenveel wikkelingen om de kern, maar hun windingrichting i tegengeteld. Zij wekken elk in de kern een even groot, maar tegengeteld magnetich veld o. Zolang aan- en afvoertroomterkte even groot zijn, i het totale magnetiche veld in de kern nul. b Dan zorgt alleen de aanvoertroom voor een (wielend) magnetich veld in de kern. Dit wielveld zorgt voor een ecundaire anning in het kleine oeltje waaro het relai i aangeloten. 30 De ecundaire anning van de trafo die o het lichtnet i aangeloten werkt via de rail door o de niet-aangeloten trafo. De laaganning wordt daar omhoog getranformeerd terug naar 30 V. Over de ootje van de niet-aangeloten tekker taat du de netanning! 31 a I I ,435 A b I : I : 1100 I I 1 0, A c I (R draad + R koer) Omdat R draad > R koer wordt in het draadtuk het meete vermogen ogenomen. d 1 1 Ja, klemanning AB 1100 door de koerdraad gaat. 30 0, V en je lichaamweertand i zo groot dat de troom hoofdzakelijk d Dan i weer de klemanning AB 0, V, en de troom door je lichaam onmerkbaar klein. e : : 1100 : 30 : 5 46 : f Het aantal ecundaire wikkelingen moet wat groter zijn dan 4 om het lamje normaal te laten branden. 3 a Wet van Lenz: de inductietroom heeft een zodanige richting dat hij de oorzaak van zijn onttaan tegenwerkt. ρ l b R A 0, , , mω c 1 I draadje R 3,1 0, A c I I lam + I draadje 1,1 + 88,9 90 A d I : I : 5 I I 90 4,5 A minimaal 500 e De troomterkte in de ecundaire kring S daalt en daardoor kan het oeltje niet meer blijven zweven. Het komt du in een terker veld (zie Voorbeeld ) zodat het lamje feller gaat branden en doorbrandt. 33 a Geacceteerd vermogenverlie 0, MW 3,5 MW I R I 6 3,5 10 R 5,0 0,

15 I 837 8,4 10 A maximaal b I Bij de centrale: I 8,4 10 A en 100 MW ,5 10 kv I 8,4 10 c Sanningverlie over kabel: I R 8,4 10 5,0 4, kv Bij verdeeltation: 119,5 4, 115,3 kv en 0 kv Tranformatieverhouding: : : 115,3 : 0 5,8 : 1 d De aluminiumdraden hebben een gezamenlijke doornede van 48 5,4 59, mm. Voor de taaldraden i dat 7 3,3 3,1 mm Bereken eert de weertand van 1 km kabel. ρ l R Al A ρ l R taal A , , , ,104 Ω 7,79 Ω Aluminium en taal naat elkaar (arallel) vormen de weertand van de kabel: 1 1 R kabel,1km R + 1 Al R taal R 1 kabel,1km 1 0, ,79 9,78 R kabel, 1 km 0,103 Ω l 5,0 0, km 34 a I I 30 1,5 A b Totale kabelweertand 0,50 1,0 Ω Sanningverlie I R,5 1,0,5 V c 1 +,5 14,5 V d : : ,5 14, e 1 Vermogenverlie I R (,5) 1,0 6,3 W e I 14,5,5 36,3 W 6,3 0,17 17% 36,3

16 f In de verbinding tuen trafo en chuurlam i de troomterkte hoog. Een kortere kabel, du minder weertand, leidt tot minder warmteverliezen. 35 a In de grafiek lee je af: 4m 31 mm T 5 mm T 5 4 3, m 31 1 f 3,1 10 Hz 3 3, 10 b De ecundaire anning o t 3,95 (!!) heeft een waarde van 3 V V (Zonder tranformator heb je bij de vonk een veel grotere anning.) 36 a Het metaal van de kogel moet zorgen voor een verandering van het wielende magneetveld in T. Dit i een klein effect dat niet of nauwelijk o te merken i al de tranformatoren al veel ijzer bevatten. b De ecundaire anningen van T 1 en T zijn normaal even groot en tegengeteld gericht. De luidreker geeft dan geen ignaal. In de buurt van de kogel zou de ecundaire anning van T groter worden, er zou een netto anning in de kring overblijven en de luidreker zou een ignaal geven. c Tet T1 a Φ B A (0,05,0) 1, , Wb b I t () 5,3 10 A/ 3 (3 15,5) 10 B t 0,05 I t 0,05 5, T/ c 1 Aflezen in figuur: ind 0,9 V c ind i gedurende elke halve eriode bijna contant. eff i (iet minder dan) 0,9 V c 3 ind Φ ( B A) A B 0,9 1, T a : :

17 ,8 kv b 1 De troom in de rimaire oel doet daar een magnetich veld aangroeien. De toenemende magnetiche flux leidt tot een tegenwerkende inductieanning, die het aangroeien van de troom afremt. b O t 0,015 ; 0,040 ;... Al I abrut wordt onderbroken, i de fluxverandering in de tranformator en du de ecundaire anning het groott. b 3 Bij hoog toerental krijgt I, en du het magnetiche veld, te weinig tijd om behoorlijk aan te groeien. T3 a 1 c Vier cilinder, du bij iedere volledige omwenteling van de onderbreker vier vonken: vonken er minuut 60 3,75 m a Bij tranformatorhuije: I 6 1,0 10 5,9 kv I 1,7 10 : : 5, : 1 b 1 Vermogenverlie I R (1,7 10 ),0 58 kw b Doorgegeven bij chakeltation: 1,0 MW + 58 kw 1058 kw 58 Verlie 0,055 5,5% 1058 c Bij chakeltation: I , kv I 1,7 10

Na 0,25T volgt een tweede piek die andersom staat. De pieken vloeien in elkaar over.

Na 0,25T volgt een tweede piek die andersom staat. De pieken vloeien in elkaar over. Stevin vwo deel Uitwerkingen hoofdstuk 8 Indutie (0-03-011) Pagina 1 van 1 Ogaven 8.1 Indutiesanning 1 a De sanning wordt zo hoog. Ook nu is de sanning zo hoog en de ieken volgen elkaar zo snel o. Na 0,5T

Nadere informatie

10 Dynamo en transformator

10 Dynamo en transformator Newton vwo deel 2 Uitwerkingen Hoofdtuk 1 Dynamo en tranformator 1 Dynamo en tranformator 1.1 nleiding Voorkenni 1 Dynamo en tranformator a Een dynamo zet arbeid ( mechaniche energie E m) om in elektriche

Nadere informatie

F elek q. Gravitatieveld & Elektrisch veld. ondervindt een lading q een elektrische kracht. In een elektrisch veld Ε. In een gravitatieveld g

F elek q. Gravitatieveld & Elektrisch veld. ondervindt een lading q een elektrische kracht. In een elektrisch veld Ε. In een gravitatieveld g Gravitatieveld & Elektrich veld Gravitatieveld In een gravitatieveld g ondervindt een maa m een gravitatiekracht. Richting van het gravitatieveld g Richting van de gravitatiekracht op een maa m. Sterkte

Nadere informatie

Uitwerkingen opgaven Elektrische velden. DNA onderzoek met elektroforese

Uitwerkingen opgaven Elektrische velden. DNA onderzoek met elektroforese Uitwerkingen opgaven lektriche velden Opgave 1.1 DNA onderzoek met elektroforee a Wat beweegt er precie? negatief geladen DNA fragmenten b Door welke tof vindt de beweging plaat? door een gel c Wat veroorzaakt

Nadere informatie

Opgave 1 a Zie figuur 7.1. De veldlijnen zijn getekend als stippen en komen dus uit het vlak van tekening.

Opgave 1 a Zie figuur 7.1. De veldlijnen zijn getekend als stippen en komen dus uit het vlak van tekening. Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 7 7.1 Magnetische flux Opgave 1 a Zie figuur 7.1. De veldlijnen zijn getekend als stippen en komen dus uit het vlak van tekening. Figuur 7.1 b De formule Φ = B A is te gebruiken

Nadere informatie

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Inductie ( ) Pagina 1 van 10

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Inductie ( ) Pagina 1 van 10 Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 6 ndutie (21-03-2010) Pagina 1 van 10 Opgaven 6.1 ndutiespanning 1 a De spanning wordt 2 zo hoog. Ook nu is de spanning 2 zo hoog en de pieken volgen elkaar 2

Nadere informatie

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar.

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. Mkv Magnetisme Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. In een punt P op een afstand d/2 van de rechtse geleider is

Nadere informatie

1.3 Transformator Werking van een dynamo

1.3 Transformator Werking van een dynamo zekering. b. Je gaat twee weken met vakantie en laat al die lampen aanstaan. Hoeveel gaat die stommiteit je kosten? 1 kwh kost 0,12. 1.3 Transformator Magnetische flux (f) is een maat voor het aantal magnetische

Nadere informatie

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk Het magnetisch veld

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk Het magnetisch veld Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 4 4.1 Het magnetisch veld Opgave 1 a Het koperen staafje is het staafje dat geen van de andere staafjes aantrekt en niet door de andere staafjes wordt aangetrokken. Het is

Nadere informatie

7 Elektriciteit en magnetisme.

7 Elektriciteit en magnetisme. 7 Elektriciteit en magnetisme. itwerkingen Opgae 7. aantal 6, 0 9,60 0 8 elektronen Opgae 7. aantal,0 0,0 0 A,60 0 s 9,5 0 6 elektronen/s Opgae 7. O-atoom : +8-8 0 O-ion : +8-0 - Lading O-ion - x,6 0-9

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12

Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12 Stevin vwo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 7 Elektromagnetisme (12-12-2012) Pagina 1 van 12 Opgaven 7.1 Magneten en elektromagneten 1 a Ongelijke polen trekken elkaar aan. De noordpool van een kompas wordt

Nadere informatie

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 8 29/04/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (32 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuigen van geladen

Nadere informatie

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting Newton - HAVO Elektromagnetisme Samenvatting Het magnetisch veld Een permanente magneet is een magneet waarvan de magnetische werking niet verandert Een draaibare kompasnaald draait met zijn noordpool

Nadere informatie

Basisvaardigheden - Inhoud

Basisvaardigheden - Inhoud Baivaardigheden - Inhoud 1. Inleiding 2. Grootheden en eenheden. Significantie 4. Practicum meten 5. Formule en driehoeken 6. Vuitregel 7. Diagrammen 8. Oefentoet Hoe werkt de Natuurkunde? Natuurkunde

Nadere informatie

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten.

Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Uitwerkingen 1 Opgave 1 IJzer, nikkel en kobalt. Opgave 2 ermanente magneten zijn blijvend magnetisch. Opgave 3 Staafmagneten, hoefijzermagneten, naaldmagneten en schijfmagneten. Opgave 4 Weekijzer is

Nadere informatie

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij

Nadere informatie

UITWERKINGEN selectie KeCo-opgaven mechanica (beweging) 1

UITWERKINGEN selectie KeCo-opgaven mechanica (beweging) 1 UITWERKINGEN electie KeCo-opgaven mechanica (beweging) KeCo M.4. Twee auto A en B rijden over een rechte weg. Auto A heeft een nelheid van 79 km/uur en auto B heeft een nelheid van 85 km/uur. De auto rijden

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 6: lektromagnetisme Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. lektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

11 Bewegingsleer (kinematica)

11 Bewegingsleer (kinematica) 11 Bewegingleer (kinematica) Onderwerpen - Plaatdiagram - Gemiddelde nelheid en nelheid uit plaat-tijd-diagram - Snelheid op een bepaald tijdtip uit plaat-tijd-diagram - Gemiddelde nelheid uit nelheid-tijd-diagram

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1. 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2014 TOETS 1 23 APRIL 2014 10.30 12.30 uur 1 RONDDRAAIENDE MASSA 5pt Een massa zit aan een uiteinde van een touw. De massa ligt op een wrijvingloos oppervlak waar het

Nadere informatie

Elektro-magnetisme Q B Q A

Elektro-magnetisme Q B Q A Elektro-magnetisme 1. Een lading QA =4Q bevindt zich in de buurt van een tweede lading QB = Q. In welk punt zal de resulterende kracht op een kleine positieve lading QC gelijk zijn aan nul? X O P Y

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

Naam: Succes! 1 Geef bij elke berekening het antwoord met de juiste nauwkeurigheid en met de juiste. Antwoorden: Eenheid. 0,6 : 2 s s.

Naam: Succes! 1 Geef bij elke berekening het antwoord met de juiste nauwkeurigheid en met de juiste. Antwoorden: Eenheid. 0,6 : 2 s s. Bij deze toet ag je gebruik aken van het foruleblad (bijgeleverd) en de rekenachine. Schrijf de antwoorden OP DIT BLAD en chrijf je naa op elk blad. Gebruik eventueel de achterkant. Schrijf duidelijk en

Nadere informatie

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1 Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen Inhoud De schakeling Een blokspanning van 15 V opwekken De wisselspanning omhoog transformeren Analyse van de maximale stroom door de primaire

Nadere informatie

Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 9

Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 9 Stevin vwo Antwoorden hoofdstuk 10 Elektromagnetisme (2016-05-22) Pagina 1 van 9 Als je een ander antwoord vindt, zijn er minstens twee mogelijkheden: óf dit antwoord is fout, óf jouw antwoord is fout.

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Veranderingen. 4.1 Stijgen, dalen en intervallen

Hoofdstuk 4: Veranderingen. 4.1 Stijgen, dalen en intervallen Hoofdtuk 4: Veranderingen 4. Stijgen, dalen en intervallen Opgave : 4.00-.00 uur eert een toeneende tijging, daarna een afneende tijging eert een toeneende daling, daarna een afneende daling Opgave : 6,

Nadere informatie

a) Het beginpunt heeft 2 ¼ trilling uitgevoerd omdat er 2 ¼ golflengte is gevormd. c) B gaat naar boven. (verschuif de golf een beetje naar rechts!

a) Het beginpunt heeft 2 ¼ trilling uitgevoerd omdat er 2 ¼ golflengte is gevormd. c) B gaat naar boven. (verschuif de golf een beetje naar rechts! Golen Uitwerkingen Opgae. Het beginpunt heeft 2 ¼ trilling uitgeoerd omdat er 2 ¼ golflengte i geormd. b) f 2 Hz T 0,5 t 2 T, f c) B gaat naar boen. (erchuif de golf een beetje naar recht!) d) e) T T m

Nadere informatie

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan

We willen dat de magnetische inductie in het punt K gelijk aan rul zou worden. Daartoe moet men door de draad AB een stroom sturen die gelijk is aan jaar: 1995 nummer: 28 Twee zeer lange draden zijn evenwijdig opgesteld. De stroom door de linkse draad ( zie figuur) is in grootte gelijk aan 30 A en de zin ervan wordt aangegeven door de pijl. We willen

Nadere informatie

Een eenparige cirkelbeweging is een cirkelbeweging, waarbij de grootte van de snelheid niet verandert.

Een eenparige cirkelbeweging is een cirkelbeweging, waarbij de grootte van de snelheid niet verandert. Cikelbewegingen Gaden adialen Zie bladzijde 135 t/m 137 Baiboek wikunde van de Caat en Boch ISBN 90-430-1156-8 Een aanade voo Sinteklaa! http://taff.cience.uva.nl/~caat/functiene.pdf Eenpaige cikelbeweging

Nadere informatie

Een radiotoestel met bakelieten behuizing (zie figuur 11). Bakeliet kent talloze toepassingen, zoals:

Een radiotoestel met bakelieten behuizing (zie figuur 11). Bakeliet kent talloze toepassingen, zoals: Toepassingen Fig 11 Radiotoestel Fig 12 Lampen Een radiotoestel met bakelieten behuizing (zie figuur 11) Bakeliet kent talloze toepassingen zoals: A Tussenlaag in geleiders als elektrische isolatie bijvoorbeeld

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot vwo II

Eindexamen natuurkunde pilot vwo II Eindexamen natuurkunde pilot vwo 0 - II Beoordelingsmodel Opgave Wega maximumscore 3 Voor het verband tussen de temperatuur van de ster en de golflengte waarbij de stralingsintensiteit maximaal is, geldt:

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 donderdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 donderdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 2 donderdag 23 juni 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 16 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 unten te behalen. Voor

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II Eindexamen natuurkunde - vwo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Elektromotor voorbeeld van een antwoord: schuifweerstand en schakelaar volgens schema aangesloten op de spanningsbron kring met een deel van de

Nadere informatie

5.1 Opwekking van elektrische energie

5.1 Opwekking van elektrische energie itwerkingen opgaven hoofdstuk 5 Opgave 1 a Zie figuur 5.1. 5.1 Opwekking van elektrische energie Figuur 5.1 De veldlijnen zijn getekend als stippen en komen dus uit het vlak van tekening recht naar je

Nadere informatie

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3 Telkens is aangegeven als de examenopgaven zijn aangepast of uitgebreid. et 2 training vwo 5 2011 Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1,2 2005-I. Opgave 3 Lees het artikel. Kernfysici zien nieuw element

Nadere informatie

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing.

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Opgave 2 Aardwarmte N2-2002-I -----------------------------------------------------------------

Nadere informatie

3 Veranderende krachten

3 Veranderende krachten 3 Veranderende krachten B Modelleren Een computermodel van bewegingen in SCYDynamics NLT-module Het lesmateriaal bij deze paragraaf vormt een onderdeel van de NLT-module Dynamische Modellen VWO. Wat gaan

Nadere informatie

- 1 - E pot. 2 de graad 2 de jaar (1uur) oefeningen energie. Opgave 1:

- 1 - E pot. 2 de graad 2 de jaar (1uur) oefeningen energie. Opgave 1: de graad de jaar (uur) - - Opgave : Bereken de potentiële energie van een peroon van 60 die een toren van 0 beklit. (Oploing:,9 x 0 ) Oploing : 60 6,0 0 h 0,0 0 Gevr: pot? Forule: pot g h 6,0 0 9,8,0 0

Nadere informatie

HAVO & VHBO 1995 Natuurkunde tijdvak 1

HAVO & VHBO 1995 Natuurkunde tijdvak 1 2 2 1 uitkomst: 1,2 10 2 W 1 gebruik van P = I 2 R 3 3 2 uitkomst: 2,9 10 2 A 1 gebruik van P p = P s 1 gebruik van P = VI 3 3 3 uitkomst: 2,5 h 1 berekenen laadvermogen 1 gebruik van U = Pt 2 2 4 uitkomst:

Nadere informatie

4.1.3 Bepalen van de resulterende kracht...33 4.2 Tweede wet van Newton...36 4.2.1 Dynamische krachtwerking...36 4.2.

4.1.3 Bepalen van de resulterende kracht...33 4.2 Tweede wet van Newton...36 4.2.1 Dynamische krachtwerking...36 4.2. Inhoudopgave Bechrijven van bewegingen met vectoren...3. De plaatvector...3. Beweging...4.3 Verplaatingvector...4.4 De nelheidvector...5.4. Gemiddelde nelheidvector...5.4. Ogenblikkelijke nelheidvector...5.5

Nadere informatie

Nationale Natuurkunde Olympiade. Eerste ronde januari Beschikbare tijd: 2 klokuren

Nationale Natuurkunde Olympiade. Eerste ronde januari Beschikbare tijd: 2 klokuren Nationale Natuurkunde Olympiade Eerste ronde januari 2009 Beschikbare tijd: 2 klokuren Lees dit eerst! OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2009 Voor je liggen de opgaven

Nadere informatie

VWO. Magnetische velden

VWO. Magnetische velden Inhoud... 2 Magnetische inductie... 3 Magnetische veldlijnen... 4 Richting van veldlijnen in het geval van een spoel en een stroomdraad... 4 Magnetische influentie... 5 Opgave: Permanente magneten... 6

Nadere informatie

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 10

Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme ( ) Pagina 1 van 10 Stevin havo deel 2 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Elektromagnetisme (08-02-2011) Pagina 1 van 10 Opgaven 5.1 Magneten en elektromagneten 1 a Ongelijke polen trekken elkaar aan. De noordpool van een kompas wordt

Nadere informatie

. Vermeld je naam op elke pagina.

. Vermeld je naam op elke pagina. Tentamen: Elektriciteit en Magnetisme Docent: J. F. J. van den Brand R. J. Wijngaarden Datum: 30 Mei 2006 Zaal: Q112/M143 Tijd: 15:15-18.00 uur. Vermeld je naam op elke pagina.. Vermeld je collegenummer..

Nadere informatie

8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere

8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere 8 College 08/12: Magnetische velden, Wet van Ampere Enkele opmerkingen: Permanente magneten zijn overal om ons heen. Magnetisme is geassociëerd met bewegende electrische ladingen. Magnetisme: gebaseerd

Nadere informatie

Uitwerking notebook tentamen Systeem- en Regeltechniek 1 (191131151)

Uitwerking notebook tentamen Systeem- en Regeltechniek 1 (191131151) Syteem- en regeltechniek (935) /0 Uitwerking notebook tentamen Syteem- en Regeltechniek (935) Opgave 2 juli 202 3:45 7:5 uur a. Beredeneer dat in dit geval de auto met twee vrijheidgraden kan worden bechreven.

Nadere informatie

Examen VWO. tijdvak 1 vrijdag 20 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. tijdvak 1 vrijdag 20 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2016 tijdvak 1 vrijdag 20 mei 13.30-16.30 uur oud programma natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 23 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 74 punten te

Nadere informatie

Havo 5 oefen et

Havo 5 oefen et Toetsstof havo 5 et4 volgens PTA: examenjaar 2010/2011 Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Stof volgens het PTA: havo5 h2: Trillingen en golven Havo5 h3: Energie en warmte Havo5 h4: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Kracht en versnelling. 59. Opwaartse kracht. 61. Beweging met wrijvingskracht. 62

Kracht en versnelling. 59. Opwaartse kracht. 61. Beweging met wrijvingskracht. 62 Info Techniche natuurkunde Inhoudopgave Hoofdtuk 1 Grootheden en eenheden. Blz 1. Bai- en afgeleide grootheden. 6 1.3 Machten van 10 en voorvoegel. 7 1.4 Eenheden al controle op juitheid forule. 9 1.5

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE3: Na code:h5na2 datum : 10 dec 2008 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische Natuurkunde

Nadere informatie

Kromlijnige bewegingen. Verticale valbeweging. m s. Herhaling Vallen. Vrije val. Oefenopgave 1

Kromlijnige bewegingen. Verticale valbeweging. m s. Herhaling Vallen. Vrije val. Oefenopgave 1 Krolijnige bewegingen Herhaling Vallen Onder vallen verta ik iedere beweging door de lucht zonder aandrijving (door pierkracht of otorkracht). Bijvoorbeeld de beweging van een voorwerp dat i weggegooid.

Nadere informatie

natuurkunde 1,2 Compex

natuurkunde 1,2 Compex Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei totale examentijd 3,5 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 17 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

1. Opwekken van een sinusoïdale wisselspanning.

1. Opwekken van een sinusoïdale wisselspanning. 1. Opwekken van een sinusoïdale wisselspanning. Bij de industriële opwekking van de elektriciteit maakt men steeds gebruik van een draaiende beweging. Veronderstel dat een spoel met rechthoekige doorsnede

Nadere informatie

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss 7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss Berekening van electrische flux Alleen de component van het veld loodrecht op het oppervlak draagt bij aan de netto flux. We definieren de electrische

Nadere informatie

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6 Dit oefen et 2 en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl 5vwo oefen-et 2 Et-2 stof vwo5: Vwo5 kernboek: Hoofdstuk 3: Trillingen Hoofdstuk 4: Golven Hoofdstuk 5: Numerieke natuurkunde Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in

Tentamen Natuurkunde A. 9.00 uur 12.00 uur woensdag 10 januari 2007 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs. Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Tentamen Natuurkunde A 9. uur. uur woensdag januari 7 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs Aanwijzingen: Vul Uw gegevens op het deelnameformulier in Dit tentamen omvat 8 opgaven met totaal deelvragen Maak elke opgave

Nadere informatie

HET EXPERIMENT VAN GALILEI MET HET HELLEND VLAK

HET EXPERIMENT VAN GALILEI MET HET HELLEND VLAK HET EXPERIMENT VAN GALILEI MET HET HELLEND VLAK Robert E. Jonckheere INLEIDING Het i genoegzaa bekend dat Galilei proeven deed et ballen rollend op een hellend vlak en daarbij aantoonde dat onder invloed

Nadere informatie

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm.

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm. Fysica Vraag 1 In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 1 cm en h3 = 15 cm. De dichtheid ρ3 wordt gegeven door:

Nadere informatie

jaar: 1989 nummer: 25

jaar: 1989 nummer: 25 jaar: 1989 nummer: 25 Op een hoogte h 1 = 3 m heeft een verticaal vallend voorwerp, met een massa m = 0,200 kg, een snelheid v = 12 m/s. Dit voorwerp botst op een horizontale vloer en bereikt daarna een

Nadere informatie

Elektrische stroomnetwerken

Elektrische stroomnetwerken ntroductieweek Faculteit Bewegings- en evalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Elektrische stroomnetwerken Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be Assistent: Erik

Nadere informatie

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012 DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Dichtheid Soortelijke

Nadere informatie

Tentamen E&M 13-mei-2004

Tentamen E&M 13-mei-2004 E&M Tentamen E&M 3-mei-2004 Boller, Offerhaus, Verschuur E&M 40305 Aanwijzingen De toets bestaat uit twee delen, waarvan het eerste deel binnen 60 minuten moet worden ingeleverd. In het eerste deel worden

Nadere informatie

Opgave 1.2. Theorie: Blz. 37/38

Opgave 1.2. Theorie: Blz. 37/38 Ogave. Theorie: Blz. 7/8 Ti: Bereken P in uit orule (.60) door een bekend unt in te vullen. Bijvoorbeeld: T 00 7 K et de bekende druk P 0 Pa. Gegeven: L 4000 J/ol T gev 0 0 K R 8,47 J/ol,K Oloing: P (0

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II Eindexamen natuurkunde havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave Slijtage bovenleiding uitkomst: m =,87 0 6 kg Het afgesleten volume is: V = (98,8 78,7) 0-6 5200 0 3 2 = 2,090 0 2 m 3. Hieruit volgt dat m =

Nadere informatie

OOFDSTUK 8 9/1/2009. Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes!

OOFDSTUK 8 9/1/2009. Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK OOFDSTUK 8 9/1/2009 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuiging

Nadere informatie

VLAKKE PLAATCONDENSATOR

VLAKKE PLAATCONDENSATOR H Electrostatica PUNTLADINGEN In een ruimte bevinden zich de puntladingen A en B. De lading van A is 6,010 9 C en die van B is +6,010 9 C. Om een idee van afstanden te hebben is in het vlak een rooster

Nadere informatie

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn. Verbanden Als er tussen twee variabelen x en y een verband bestaat kunnen we dat op meerdere manieren vastleggen: door een vergelijking, door een grafiek of door een tabel. Stel dat het verband tussen

Nadere informatie

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs

Tentamen Natuurkunde I Herkansing uur uur donderdag 7 juli 2005 Docent Drs.J.B. Vrijdaghs Tentamen Natuurkunde I Herkansing 09.00 uur -.00 uur donderdag 7 juli 005 Docent Drs.J.. Vrijdaghs Aanwijzingen: Dit tentamen omvat 5 opgaven met totaal 0 deelvragen Maak elke opgave op een apart vel voorzien

Nadere informatie

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren

MAGNETISME. 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren MAGNETISME 1 Magneten 2 Magnetische veldlijnen 3 Elektromagneten 4 Inductiespanning 5 Inductiestroom 6 Transformatoren 1 Magneten Magneten Magneten hebben de eigenschap dat ze drie stoffen kunnen aantrekken,

Nadere informatie

VAK : NATUURKUNDE DATUM : VRIJDAG 04 JULI 2008 TIJD : 09.45 11.25 UUR (Mulo III kandidaten) 09.45 11.45 UUR (Mulo IV kandidaten)

VAK : NATUURKUNDE DATUM : VRIJDAG 04 JULI 2008 TIJD : 09.45 11.25 UUR (Mulo III kandidaten) 09.45 11.45 UUR (Mulo IV kandidaten) MNSERE N ONERWJS EN OLKSONWKKELNG EXMENUREU UNFORM ENEXMEN MULO tevens OELNGSEXMEN WO/HO/NN 008 K : NUURKUNE UM : RJG 04 JUL 008 J : 09.45.5 UUR (Mulo kandidaten) 09.45.45 UUR (Mulo kandidaten) EZE K ES

Nadere informatie

punten toekenning: richting veldlijnen - vervorming tgv. stuk ijzer - veldlijnen snijden elkaar niet - geen andere fouten.

punten toekenning: richting veldlijnen - vervorming tgv. stuk ijzer - veldlijnen snijden elkaar niet - geen andere fouten. Magnetisme PERMNENTE MGNEET Tussen de polen van een hoefijzermagneet leggen we een stuk weekijzer. Schets het veld zoals je dat verwacht. De veldlijnen lopen van N(rood) naar zuid (groen-wit) Het asymmetrisch

Nadere informatie

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3)

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3) Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (3) E. Gernaat, ISBN 978-90-808907-3-2 1 Theorie wisselspanning 1.1 De inductieve spoelweerstand (X L ) Wanneer we een spoel op een wisselspanning

Nadere informatie

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.

Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal. Natuurkunde Havo 1984-II Opgave 1 Fietsen Iemand rijdt op een fiets. Beide pedalen beschrijven een eenparige cirkelbeweging ten opzichte van de fiets. Tijdens het fietsen oefent de berijder periodiek een

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Het aangrijpingspunt van een kracht is de plaats waar de kracht op het voorwerp werkt. De werklijn van een kracht is de denkbeeldige (rechte) lijn die samenvalt met de bijbehorende

Nadere informatie

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak)

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak) Uitwerking examen Natuurkunde, HAVO 007 ( e tijdvak) Opgave Optrekkende auto. Naarmate de grafieklijn in een (v,t)-diagram steiler loopt, zal de versnelling groter zijn. De versnelling volgt immers uit

Nadere informatie

Mooie samenvatting: http://members.ziggo.nl/mmm.bessems/kinematica%20 Stencil%20V4%20samenvatting.doc.

Mooie samenvatting: http://members.ziggo.nl/mmm.bessems/kinematica%20 Stencil%20V4%20samenvatting.doc. studiewijzer : natuurkunde leerjaar : 010-011 klas :6 periode : stof : (Sub)domeinen C1 en A 6 s() t vt s v t gem v a t s() t at 1 Boek klas 5 H5 Domein C: Mechanica; Subdomein: Rechtlijnige beweging De

Nadere informatie

Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011

Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011 Theorie Stroomtransformatoren Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011 Theorie Stroomtransformatoren 22 november 2011 Onderwerpen: - Theorie stroomtransformatoren - Vervangingsschema CT -

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I Eindexamen natuurkunde - vwo 005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Schommelboot uitkomst: m De slingertijd T,67, s. Dit ingevuld in de slingerformule T 7,. 9,8 Hieruit volgt: m. levert g gebruik van slingerformule

Nadere informatie

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte: .../.../...

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte: .../.../... LABO Elektriciteit OPGAVE: De éénfasige kwh-meter Datum van opgave:.../.../ Datum van afgifte: Verslag nr. : 3 Leerling: Assistenten: Klas: 3.1 EIT.../.../... Evaluatie :.../10 Theorie :.../10 Meetopstelling

Nadere informatie

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012 DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS. Mulo III kandidaten maken item 1 t/m 30 Mulo IV kandidaten maken item 1 t/m 36 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1978 Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE r Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

koper hout water Als de bovenkant van het blokje hout zich net aan het wateroppervlak bevindt, is de massa van het blokje koper gelijk aan:

koper hout water Als de bovenkant van het blokje hout zich net aan het wateroppervlak bevindt, is de massa van het blokje koper gelijk aan: Fysica Vraag 1 Een blokje koper ligt bovenop een blokje hout (massa mhout = 0,60 kg ; dichtheid ρhout = 0,60 10³ kg.m -3 ). Het blokje hout drijft in water. koper hout water Als de bovenkant van het blokje

Nadere informatie

Augustus blauw Fysica Vraag 1

Augustus blauw Fysica Vraag 1 Fysica Vraag 1 We lanceren in het zwaartekrachtveld van de aarde een knikker met een horizontale snelheid v = 1,5 m/s op de hoogste trede van een trap (zie figuur). Elke trede van de trap heeft een lengte

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

3.3.2 Moment op een rechthoekige winding in een magnetisch. veld... 10

3.3.2 Moment op een rechthoekige winding in een magnetisch. veld... 10 Contents 1 Electrostatica 3 1.1 Wet van Coulomb......................... 3 1.2 Elektrische veldsterkte...................... 3 1.3 Arbeid in het electrisch veld................... 3 1.4 Beweging van lading

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde vwo I

Eindexamen natuurkunde vwo I Eindexamen natuurkunde vwo 0 - I Beoordelingsmodel Opgave Zonnelamp maximumscore antwoord: doorzichtige koepel buis lamp toepassen van de spiegelwet (met een marge van ) tekenen van de tweemaal teruggekaatste

Nadere informatie

Opgave: Deeltjesversnellers

Opgave: Deeltjesversnellers Opgave: Deeltjesversnellers a) Een proton is een positief geladen en wordt dus versneld in de richting van afnemende potentiaal. Op het tijdstip t1 is VA - VB negatief, dat betekent dat de potentiaal van

Nadere informatie

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2008 tijdvak 1 donderdag 22 mei 13.30-15.30 uur wiskunde CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 77 punten te behalen.

Nadere informatie

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden:

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden: Uitwerking examen Natuurkunde1 HAVO 00 (1 e tijdvak) Opgave 1 Itaipu 1. De verbruikte elektrische energie kan worden omgerekend in oules: 17 = 9,3 kwh( = 9,3 3, ) = 3,3 De centrale draait (met de gegevens)

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 27 mei 1.0 16.0 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 88 punten te behalen; het examen bestaat uit 19 vragen.

Nadere informatie

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo rillingen http://nl.wikipedia.org/wiki/bestand:simple_harmonic_oscillator.gif http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/74/simple_harmonic_motion_animation.gif Samenvatting bladzijde 110: rilling

Nadere informatie

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN voor schoolexamen (SE0) en examen 5 HAVO natuurkunde katern 1: Mechanica editie 01-013 UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN voor schoolexamen (SE0) en examen 5 HAVO natuurkunde

Nadere informatie

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie 2014-2015 Eerste ronde Vlaamse Olympiades voor Natuurwetenschappen KU Leuven Departement Chemie Celestijnenlaan 200F bus 2404 3001 Heverlee Tel.: 016-32 74 71 E-mail: info@vonw.be www.vonw.be Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste

Nadere informatie