Ouders aan het woord!

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ouders aan het woord!"

Transcriptie

1 Ouders aan het woord! Een social marketing onderzoek naar leefstijlgerelateerde determinanten onder risicogroepen in Twente Auteurs: Lieke Rotman Judith Waleczek Karlien Zomer Uitgave van: Twente in Balans, GGD Twente februari 2014

2 INHOUDSOPGAVE Voorwoord 1. Samenvatting 2. Inleiding 2.1. Algemene achtergrond 2.2. Cijfers in Twente 2.3. Signalering in Twente 2.4. Aanleiding sociaal marketing onderzoek 2.5. Doelstelling 3. Methode 3.1. Diepte-interview met expert 3.2. Literatuuronderzoek 3.3. Focusgroepen Meetinstrument Respondenten Overzicht demografische variabelen Samenstelling van de groepen Procedure Analyse 3.4. Afbakening en betrouwbaarheid 4. Resultaten 4.1. Resultaten diepte-interview met expert 4.2. Resultaten literatuuronderzoek Stimuleren van bewegen Stimuleren van ontbijten Reduceren van gezoete dranken Reduceren van televisie kijken en computer gebruik Reduceren van fastfood & (energierijke) tussendoortjes Stimuleren van (voldoende) slaap Sociale steun Sociale cohesie Gezondheidsvaardigheden Financiële middelen Cultuur & imago 4.3. Resultaten focusgroepen Resultaten op hoofdlijnen Resultaten variabele bewegen Resultaten variabele ongezonde tussendoortjes Resultaten variabele frisdrank Resultaten variabele ontbijten Resultaten variabele pc/tv Resultaten variabele fastfood Resultaten variabele slapen Voorkeur voor aan te pakken variabelen 5. Conclusie & Aanbevelingen 5.1. Conclusies Deelvraag Deelvraag Deelvraag Aanbevelingen voor een campagne 6. Discussie 6.1. Sterke kenmerken 6.2. Discussiepunten 6.3. Benchmarkcriteria 6.4. Tot slot 7. Literatuur

3 PAGINA 2/37 VOORWOORD De kranten staan er vol van, op tv zien we dieetprogramma s, alarmerende landelijke en regionale cijfers bereiken ons: overgewicht is een groot probleem. Niet alleen volwassenen, maar ook de jeugd kan er moeilijk aan ontsnappen. In Twente is dit niet anders dan in andere delen van Nederland. De vraag is alleen, hoe pakken we zo n omvangrijk probleem als overgewicht bij de jeugd aan? Gezamenlijk hebben de 14 Twentse gemeenten in 2005 alert gereageerd op signalen van het groeiende probleem van overgewicht bij de jeugd. Twente heeft de krachten gebundeld en GGD Twente gevraagd hierin de rol van katalysator ( aanjager ) te vervullen. Hier vloeide de Twentse aanpak uit voort onder de titel: Twente in Balans. De resultaten mogen er zijn; sinds de start van Twente in Balans hebben we een stabilisatie van de overgewichtcijfers onder de jeugd kunnen zien, met zelfs een lichte daling van overgewichtcijfers in 2012 (Twente in Balans, 2013). Echter is de strijd met overgewicht bij de jeugd nog niet gestreden, zeker als men kijkt naar de ernstige gevolgen die overgewicht bij kinderen heeft op hun latere leven. Daarnaast zijn er risicogroepen waar de preventieboodschap moeilijk landt; deze kinderen blijven te zwaar. In dit rapport presenteren wij de uitkomsten van ons onderzoek, welke meer inzicht biedt in het gedrag van deze risicogroepen. Tevens dient dit rapport als basis voor de regionale campagne van Twente in Balans om risicogroepen te benaderen. Bijzonder aan het onderzoek is dat we de beleving van de risicogroep centraal hebben gesteld, via het principe van sociale marketing. Wat vindt deze groep? Hoe denken zij over gezond gewicht en een gezonde leefstijl? Uiteraard komen de antwoorden van de mensen zelf en niet uit theorieën of beleidsstukken, waardoor dit onderzoek waardevolle input heeft opgeleverd voor een campagne om een gezonde leefstijl te bevorderen. We willen dan ook alle deelnemers en professionals bedanken voor hun inzet en hun bijdrage aan dit onderzoek. Zonder hun input was het niet gelukt. We hopen dat de resultaten van dit onderzoek collega s en andere geïnteresseerden kan inspireren en dat het onderzoek handvatten biedt met betrekking tot de preventie overgewicht van jeugd en met betrekking tot de specifieke groepen die bevraagd zijn. Wij wensen u veel leesplezier. Lieke Rotman Judith Waleczek Karlien Zomer 2

4 PAGINA 3/37 1. SAMENVATTING In Nederland is de prevalentie van overgewicht bij kinderen de laatste 20 jaar flink gestegen (Landelijke Jeugdmonitor CBS, 2013). In Twente heeft 12% van de jongens en 16% van de meisjes uit groep twee (ernstig) overgewicht, en 16% van de jongens en 16% van de meisjes uit groep 7 (ernstig) overgewicht (Twentse cijfers, Twente in Balans, 2012). Cijfers wijzen tevens uit dat er specifieke doelgroepen zijn waarbij overgewicht vaker voorkomt. Dit is voornamelijk het geval bij Turkse ouders, Marokkaanse ouders en ouders met een lage sociaal economische status (SES). Omdat de Marokkaanse gemeenschap in Twente nauwelijks vertegenwoordigd is, is deze risicogroep in dit onderzoek achterwege gelaten en is er gericht gekeken naar Turkse ouders en lage SES ouders. Omdat de problematiek van overgewicht groot is en deze specifieke gedragsverandering vereist, is het noodzakelijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van deze groepen. Daarom maakt dit onderzoek gebruik van sociale marketing. Sociale marketing biedt een planmatige aanpak om de doelgroep te leren begrijpen door middel van onderzoek en te verleiden met voor hén aantrekkelijke vooruitzichten via passende interventies. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Welke leefstijlgerelateerde determinanten zijn van invloed op het eet- en beweeggedrag van Turkse en lage SES doelgroepen (vanaf heden aangeduid als specifieke doelgroepen ) en hoe kunnen deze worden beïnvloed? De preventie van overgewicht ligt bij verschillende speerpunten, ook wel BOFT-variabelen genoemd: Borstvoeding, Bewegen en Ontbijten, en het verminderen van (gezoete) Frisdrank, Fastfood, TV- en computertijd en (energierijke) Tussendoortjes (Bulk-Bunschoten et al., 2005; Kist-van Holthe et al., 2012). Sinds kort wordt de variabele Slapen hier ook door veel onderzoekers aan toegevoegd. Via een diepte-interview met een verpleegkundige gezond gewicht werd bevestigd dat de BOFTvariabelen inderdaad relevante thema s vormen als het gaat om leefstijl en gewicht. Om vervolgens nieuw inzicht te verwerven in de belevingswereld van de specifieke doelgroepen werd binnen dit onderzoek gebruik gemaakt van de focusgroep methode. Er hebben er 20 ouders deelgenomen, 12 allochtone ouders en 8 autochtone lage SES ouders. Nadat de focusgroepen waren afgenomen, zijn alle uitspraken getranscribeerd via audio opnames. Daarna zijn uitspraken geclusterd om zo verschillende conclusies te kunnen trekken. Er komt duidelijk naar voren dat ouders graag zien dat GGD Twente zich bij een eventuele campagne richt op de kinderen zelf, niet op de ouders. Hier hebben de ouders weinig behoefte aan. Qua thematiek zijn de volgende hoofdlijnen te onderscheiden: financiële middelen, bewustwording bij kinderen op de basisschool, cultuur verschil en sociale druk waar kinderen mee in aanraking komen. Daarnaast komen uit het onderzoek een aantal mooie aanknopingspunten naar voren, die ingezet kunnen worden bij leefstijlbeïnvloeding, vanuit het perspectief van de bevraagde ouders. 3

5 PAGINA 4/37 2. INLEIDING 2.1 Algemene achtergrond De prevalentie van overgewicht en obesitas (ernstig overgewicht) bij kinderen is de afgelopen jaren wereldwijd sterk toegenomen. Volgens de Landelijke Jeugdmonitor van het CBS (2013) is overgewicht bij kinderen van 2 tot 9 jaar gestegen van 12% in 2000, naar 14,9% in 2009, naar 12,9% in Kinderen van 9 tot 18 jaar stegen van 10,5% in 2000, naar 11,6% in 2009 en 12% in Wanneer er een onderverdeling wordt gemaakt op basis van geslacht blijkt dat jongens (2 tot 25 jaar) in overgewicht zijn gestegen van 12,5% in 2000, naar 15% in 2009 en 15,2% in Het percentage overgewicht voor meisjes (2 tot 25 jaar) is gestegen van 12,5% in 2000, naar 13,9% in 2009 en 14.1% in 2012 (Landelijke Jeugdmonitor CBS, 2013). Onderzoek wijst tevens uit dat er specifieke doelgroepen zijn waarbij overgewicht vaker voorkomt. Zo blijkt uit de vijfde landelijke groeistudie van TNO (2010) dat er bij 32% van de kinderen van Turkse origine sprake is van overgewicht. Bij jongens en meisjes van Marokkaanse afkomst is dit respectievelijk 25% en 29%. Bij kinderen van autochtone afkomst is dit 13% (jongens) en 15% (meisjes). Overgewicht en obesitas hebben voor kinderen op jonge en latere leeftijd ernstige gezondheidsgevolgen. Zo is (ernstig) overgewicht een risicofactor voor diabetes mellitus type 2, harten vaatziekten, hoge bloeddruk en bepaalde vormen van kanker. Ook heeft (ernstig) overgewicht een effect op het psychosociaal functioneren. Mensen met (ernstig) overgewicht lopen meer risico op problemen zoals pesten, stigmatisering en discriminatie (Visscher, van Son, van Bakel & Zantinge, 2010). Daarnaast heeft (ernstig) overgewicht maatschappelijke en economische gevolgen. Het aantal ongezonde levensjaren (doorgebracht met ziekte en beperkingen) als gevolg van overgewicht vergroot de maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld de kosten door arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim en kosten in de gezondheidszorg (Visscher et al., 2010). 2.2 Cijfers in Twente Twente kent in vergelijking met Nederland gezondheidsachterstanden. Zo leeft de Twentenaar significant korter dan de gemiddelde Nederlander, en brengen Twentenaren in vergelijking met landelijke cijfers ook nog eens minder jaren in goede gezondheid door (Twentse Gezondheidsverkenning, 2013). Twente kent ook een hoge prevalentie overgewicht, niet alleen onder ouderen en volwassenen maar ook onder jongeren. In Twente heeft 12% van de jongens en 16% van de meisjes uit groep twee (ernstig) overgewicht, en 16% van de jongens en 16% van de meisjes uit groep 7 (ernstig) overgewicht (Twentse cijfers, Twente in Balans, 2012). Overgewicht en ernstig overgewicht komt in de vier grotere steden (Almelo, Hengelo, Enschede en Oldenzaal) van Twente iets vaker voor dan elders in de regio. Uit de cijfers van 2012 blijkt dat jongens uit het stedelijk gebied in groep 7 vaker overgewicht hebben (18%) dan jongens die elders in Twente wonen (14%). Ook in groep 2 is dit het geval met respectievelijk 13% in het stedelijk gebied en 11% elders in de regio. Voor meisjes is er zowel in groep 2 (17% stedelijk gebied, 14% regionaal) als in groep 7 (19% stedelijk gebied, 13% regionaal) een significant verschil in (ernstig) overgewicht tussen kinderen van de vier grote steden en de overige gemeenten in Twente (Twentse cijfers, Twente in Balans, 2012). 2.3 Signalering in Twente De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft bij de preventie van overgewicht een belangrijke rol. Zo worden op de vaste contactmomenten, zoals gedefinieerd binnen het Basistakenpakket van de JGZ, 4

6 PAGINA 5/37 alle kinderen gemeten en gewogen. Inmiddels is er een aanpak ontwikkeld die zowel evidence based als practice based is, de richtlijn Overgewicht. Het ministerie van VWS adviseert dan ook om te werken volgens deze aanpak. Binnen de Jeugdgezondheidszorg in Twente is geconstateerd dat er meerdere knelpunten zijn rondom de signalering van overgewicht bij kinderen en bij de advisering die hierop volgt (Cerneus, Loket Gezond Leven, 2013). Zo bleek het motiveren van ouders lastig, waren sommige instrumenten van het overbruggingsplan niet goed bruikbaar en verliep de afstemming met ketenpartners (huisartsen, fysiotherapeuten en kinderartsen) niet soepel. Om deze punten te verbeteren zijn in Almelo en Enschede pilots gestart met verpleegkundigen gezond gewicht. Zij zijn actief geschoold in het motiveren van ouders en bieden opvoedingsondersteuning en advies over hoe een gezonde leefstijl in het dagelijkse leven ingezet kan worden. Ook worden afspraken gemaakt met ketenpartners over doorverwijzing en terugkoppeling. Inmiddels is de inzet van verpleegkundigen gezond gewicht in heel Twente overgenomen en maakt het structureel onderdeel uit van het aanbod van de Jeugdgezondheidszorg. 2.4 Aanleiding sociaal marketing onderzoek Ondanks de inzet van verpleegkundigen gezond gewicht in Twente, blijven er moeilijkheden om met de preventieboodschap aan te sluiten bij specifieke groepen. Dit is voornamelijk het geval bij Turkse ouders en ouders met een lage sociaal economische status (SES). Aangegeven wordt dat het ondanks motiverende gesprekstechnieken moeilijk is om de boodschap te laten landen. Omdat juist bij deze doelgroepen de problematiek groot is, is het noodzakelijk dat aansluiting bij de belevingswereld van deze groepen wordt gevonden. Als dit niet lukt, zullen de gezondheidsachterstanden immers alleen maar groter worden. Het inzetten van een regiobreed sociaal marketing onderzoek kan op dit punt veel inzicht geven. Sociale marketing biedt een planmatige aanpak om de doelgroep te leren begrijpen door middel van onderzoek en te verleiden met voor hén aantrekkelijke vooruitzichten via passende interventies. Het is een instrument voor duurzame gedragsverandering bij grotere groepen en bevat zowel elementen van sociale wetenschappen als marketing. 2.5 Doelstelling De hoge prevalentie overgewicht, grote gezondheidsachterstanden onder specifieke groepen en signalen vanuit de Jeugdgezondheidszorg in Twente vormen aanleiding tot dit onderzoek. Om verdere gezondheidsachterstanden te voorkomen is inzicht in de belevingswereld van de specifieke, kwetsbare doelgroepen gewenst. Het gaat hierbij om inzicht in de belevingswereld rondom relevante gedragsdeterminanten die van invloed zijn op een gezond gewicht. Effectieve gedragsbeïnvloeding is immers alleen mogelijk als aan wordt gesloten bij de belevingswereld van de burgers en zij zelf initiatief gaan nemen om gezonder te leven. Hieruit volgen de volgende onderzoeksvragen: Hoofdvraag Welke leefstijlgerelateerde determinanten zijn van invloed op het eet- en beweeggedrag van Turkse en lage SES doelgroepen* (vanaf heden aangeduid als specifieke doelgroepen ) en hoe kunnen deze worden beïnvloed? Deelvragen 1. Wat zijn de belangrijkste leefstijlgerelateerde determinanten van gezondheid op het gebied van voeding en bewegen bij specifieke groepen? 2. Welke voor- en nadelen verbinden specifieke groepen aan deze leefstijlgerelateerde determinanten op het gebied van voeding en bewegen? 5

7 PAGINA 6/37 3. Welke waargenomen voor- en nadelen moeten via leefstijlbeïnvloeding worden benadrukt om de gezondheidstoestand van specifieke groepen te kunnen verbeteren? *Ondanks dat er bij kinderen van Marokkaanse afkomst vaker overgewicht voorkomt en deze groep landelijk als risicogroep wordt gezien, zijn Marokkaanse ouders niet meegenomen in dit onderzoek. Reden hiervoor is dat de Marokkaanse gemeenschap in Twente nauwelijks vertegenwoordigd is, en daarmee moeilijk te bevragen. Daarom is er in dit onderzoek gericht gekeken naar risicogroepen die wel voldoende vertegenwoordigd zijn in Twente, namelijk Turkse ouders en lage SES ouders. 3. METHODE 3.1 Interview met expert Om inzicht te krijgen in de determinanten die van invloed zijn op het eet- en beweeggedrag van specifieke groepen heeft in eerste instantie een diepte-interview plaatsgevonden met een verpleegkundige gezond gewicht van de Jeugdgezondheidszorg GGD Twente. De verpleegkundige gezond gewicht heeft veelvuldig rechtstreeks contact met de problematiek onder deze doelgroep en kan als expert worden gezien. Met dit interview zijn vanuit de praktijk aanwijzingen aangereikt voor relevante gedragsdeterminanten. 3.2 Literatuuronderzoek Vanuit de Jeugdgezondheidszorg GGD Twente wordt gewerkt met het Overbruggingsplan overgewicht. Het plan is gebaseerd op gegevens uit de literatuur en zogenaamde best practices. Binnen dit plan zijn er verschillende speerpunten, ook wel BOFT-variabelen genoemd: Borstvoeding, Bewegen en Ontbijten, en het verminderen van (gezoete) Frisdrank, Fastfood, TV- en computertijd en (energierijke) Tussendoortjes (Bulk-Bunschoten et al., 2005; Kist-van Holthe et al., 2012). In dit literatuuronderzoek is de eerste B van borstvoeding achterwege gelaten. Ouders komen in contact met een verpleegkundige gezond gewicht na een doorverwijzing van de reguliere jeugdarts tijdens het contactmoment op school. Het geven van borstvoeding is dan niet meer aan de orde. Daarnaast is er, gezien nieuwe onderzoeken, een extra variabele toegevoegd: het stimuleren van voldoende slapen. Met behulp van wetenschappelijke literatuur is achtergrondinformatie over de BOFT-variabelen gegeven. Tevens is bekeken wat al bekend is over de opvattingen van ouders rondom de problematiek van overgewicht met betrekking tot de BOFT-variabelen. 3.3 Focusgroepen Meetinstrument Om nieuw inzicht te verwerven in de belevingswereld van de specifieke doelgroepen wordt binnen dit onderzoek gebruik gemaakt van de focusgroep methode. Een focusgroep is een veelgebruikt middel in sociale marketing onderzoeken en bestaat uit meerdere deelnemers die in groepsverband hun mening geven over de onderwerpen die zijn opgesteld door de gespreksleider/onderzoeker. Tijdens een focusgroep wordt door middel van brede, open vragen een discussie op gang gebracht, waardoor de gespreksleider via minimale eigen input veel informatie of inzichten kan vergaren vanuit de groep. Om het gesprek enigszins te structuren is gebruik gemaakt van een voor- en nadelenmatrix die gekoppeld is aan elke BOFT-variabele. Concreet betekent dit dat we van elke BOFT-variabele willen weten welke voordelen en welke nadelen de focusgroepen benoemen. 6

8 PAGINA 7/ Respondenten Respondenten binnen dit onderzoek zijn regiobreed geworven, zodat de resultaten ook een regiobreed beeld kunnen geven. Omdat er met het onderzoek wordt ingestoken op het verkrijgen van inzicht met betrekking tot algemene gezonde leefstijl zijn er ruime kaders gesteld aan de deelnemende ouders. Alleen het cultuur aspect (voldoende allochtone en autochtone ouders) en het SES aspect (voornamelijk lage SES ouders) zijn meegenomen in de werving. Er is nagestreefd om 30 respondenten te werven, 15 allochtone ouders en 15 autochtone ouders met een lage SES. Uiteindelijk hebben er 20 ouders deelgenomen, 12 allochtone ouders en 8 autochtone ouders. In januari 2014 zal er nogmaals om tafel worden gezeten met een nieuwe groep ouders, om de bevindingen en ideeën voor een mogelijke campagne of interventie voor te leggen Overzicht demografische variabelen In totaal hebben 20 ouders meegedaan, bij wie de volgende demografische variabelen zijn afgenomen. Moeders 17 85% Vaders 3 15% TOTAAL % Tabel 1. Geslacht Autochtoon (lage SES) 7 35% Allochtoon 13 65% Turkije 9 Afghanistan 1 Irak 1 China 1 Duitsland 1 TOTAAL % Tabel 2. Afkomst Laag opgeleid 18 35% Geen opleiding 2 Basisschool (lager onderwijs) 5 Lager beroepsonderwijs 3 Middelbaar algemeen onderwijs (MAVO/VMBO) 6 MBO 2 Hoger opgeleid 2 65% HAVO 1 HBO 1 TOTAAL % Tabel 3. Opleidingsniveau 7

9 PAGINA 8/37 Gemiddelde leeftijd ouders 45,7 jaar Range: 22 tot 58 jaar Gemiddelde leeftijd kinderen 16,17 jaar Range: 1 tot 27 jaar Tabel 4. Leeftijd ouder en kind Eenoudergezin 8 40% Standaard gezinssamenstelling (met partner en kinderen) 10 50% Uitgebreide gezinssamenstelling (met partner, kinderen en grootouders) 2 10% TOTAAL % Tabel 5. Gezinssamenstelling Almelo 7 35% Losser 7 35% Oldenzaal 5 25% Overdinkel 1 5% TOTAAL % Tabel 6. Woonplaats Contact met vader of moeder 100% Contact met een leraar / school 70% Contact met een oppas die GEEN familie is (KDV, gastouder) 15% Contact met oppas die WEL familie is (grootouders) 10% Tabel 7. Wie is in contact met het kind? Samenstelling van de groepen In totaal hebben er drie groepen ouders meegedaan; 1) een groep autochtone ouders, 2) een groep Turkse ouders en 3) een groep allochtone ouders van gemêleerde afkomst. Al deze drie groepen waren bestaande groepen, met andere woorden: het waren groepen die al langere tijd bij elkaar komen en een gemeenschappelijk doel hebben. Groep 1 en groep 3 zijn geworven via het ROC van Twente, locatie Oldenzaal/Losser. Groep 1 volgt empowerment- en sollicitatielessen bij het ROC van Twente in Losser, groep 3 volgt Nederlandse taallessen in Oldenzaal. Groep 2 is geworven via LOES. Dit was een groep Turkse ouders uit Almelo die een wekelijks koffiemoment hebben waarin zij, onder begeleiding, met opvoedvragen en andere zaken terecht kunnen. Alle drie de groepen (en hun docenten/begeleiders) stonden zeer open voor deelname aan het onderzoek Procedure De werving is verlopen via het netwerk van Twente in Balans en GGD Twente, waarbij verschillende organisaties en professionals zich hebben ingezet om de juiste ouders te werven. In totaal hebben er drie groepen ouders meegedaan; 1) een groep autochtone ouders, 2) een groep Turkse ouders en 3) een groep allochtone ouders van gemêleerde afkomst. Al deze drie groepen waren bestaande groepen, met andere woorden: het waren groepen die al langere tijd bij elkaar komen en een gemeenschappelijk doel hebben. Groep 1 en groep 3 zijn geworven via het ROC van Twente, locatie Oldenzaal/Losser. Groep 1 volgt empowerment- en sollicitatielessen bij het ROC van Twente in Losser, groep 3 volgt Nederlandse taallessen in Oldenzaal. Groep 2 is geworven via LOES. Dit was een groep Turkse ouders uit Almelo die een wekelijks koffiemoment hebben waarin zij, onder begeleiding, met opvoedvragen en andere zaken terecht kunnen. Alle drie de groepen (en hun docenten/begeleiders) stonden zeer open voor deelname aan het onderzoek. Tijdens alle afnamemoment is er aangesloten bij de groep op de voor hun bekende locatie. De sessies duurden gemiddeld anderhalf uur, dit was voor de omvang van het onderzoek zeker de minimale tijdsbesteding. Na afloop kregen alle deelnemers een presentje mee als dank en compensatie. 8

10 PAGINA 9/37 De BOFT-variabelen zijn tijdens de focusgroepen omgevormd tot concrete, SMART-geformuleerde gedragingen (zie tabel). Daarnaast is er een prioritering aangebracht in de volgorde van de variabelen. Mocht het voorkomen dat er te weinig tijd is om alle variabelen langs te lopen in de focusgroep, is het van belang om in ieder geval de variabelen bewegen, tussendoortjes, frisdrank en ontbijten te bevragen. Op plek 5, 6, en 7 komen respectievelijk televisie/pc tijd, fastfood en slapen. Er is gekozen voor deze volgorde omdat er vanuit het oogpunt van gezondheidsbevordering de meeste slagen kunnen worden gemaakt bij variabelen als bewegen, tussendoortjes, frisdrank en ontbijten, en minder bij de overige variabelen. BOFTvariabele Concrete gedraging (richtlijn) 1 Bewegen Iedere dag minimaal 60 minuten actief bewegen (sporten, rennen, fietsen, wandelen met de hond) 2 Tussendoortjes Meer gezonde tussendoortjes zoals fruit of rozijnen, minder chips, koeken en geen energy drinks 3 Frisdrank Meer thee en water drinken, minstens de helft van alle dranken die het kind drinkt 4 Ontbijten Iedere dag (gezamenlijk) ontbijten 5 Televisie/pc tijd Meer (buiten) spelen, maximaal 2 uur achter computer/tv 6 Fastfood Minder fastfood en afhaal zoals patat, döner en pizza, meer zelfgekookte maaltijden 7 Slapen Regelmatig en voldoende slapen, minimaal 9 tot 12 uur per nacht Tabel 8. SMART-geformuleerde BOFT-variabelen Er is ouders gevraagd wat de voor- en nadelen van de concrete gedraging (de richtlijn) is, hoe zij daar zelf tegenoverstaan en of zij tips of ideeën hebben voor een regionale campagne, die goed aansluit bij hun leefwereld en de leefwereld van hun kinderen Analyse Via de focusgroepen is een grote hoeveelheid kwalitatieve data verkregen, opgeslagen op audio bestanden. Met behulp van deze audio bestanden is de input van de deelnemers getranscribeerd. Vervolgens is er een handmatig analyse uitgevoerd, waarbij uitspraken per vraag geclusterd zijn en waarbij bijzondere uitspraken zijn gehighlight. Ook is er met behulp van Excel een overzicht van de demografische variabelen gemaakt. 3.4 Afbakening en betrouwbaarheid Dit onderzoek is gericht op specifieke doelgroepen, namelijk Turkse en lage SES ouders. Dit houdt in dat de resultaten van het onderzoek niet zondermeer kunnen worden gegeneraliseerd naar andere doelgroepen zoals ouders met een hoge SES of ouders met een andere culturele achtergrond. Ook betreft het hier een regionaal onderzoek, waardoor de resultaten kunnen afwijken van dergelijke onderzoeken uitgevoerd in andere regio s. Met betrekking tot de betrouwbaarheid van het onderzoek kan gezegd worden dat het onderzoek voldoende betrouwbaar is met 20 proefpersonen. Kwalitatief onderzoek is meestal kleinschalig, gebruikelijk zijn steekproeven tussen de 15 en 30 respondenten. De gesprekken duren langer dan bij kwantitatief onderzoek en vinden face-to-face met de respondent plaats. Uit onbevangen uitspraken van de respondenten kunnen motieven en intenties die het gedrag bepalen worden herleid. 9

11 PAGINA 10/37 4. RESULTATEN 4.1 Resultaten diepte-interview Bij een verpleegkundige gezond gewicht is een diepte-interview afgenomen om meer inzicht te verwerven in de leefstijldeterminanten die van invloed zijn op het eet- en beweeggedrag van specifieke groepen. Met het diepte-interview werd bevestigd dat de BOFT-variabelen inderdaad relevante thema s vormen als het gaat om leefstijl en gewicht. Er wordt te weinig bewogen, slecht ontbeten, te veel zoete dranken gedronken en teveel tv gekeken en achter de computer gezeten. Met betrekking tot het onderdeel frisdrankgebruik kwam naar voren dat naast de te grote hoeveelheid frisdrank, ook het drinken van energiedrankjes als problematisch wordt gezien. In sommige gevallen worden energiedrankjes als ontbijt genuttigd. Het diepte-interview leverde tevens een aanvullend aandachtspunt op. In het interview kwam naar voren dat cultuur een belangrijke rol speelt als het gaat om overgewicht onder allochtone kinderen. In deze culturen wordt van oorsprong anders omgegaan met gewicht, eten en bewegen. Zo worden wat dikkere kinderen als welvarend en gezond waargenomen, en wordt vanuit gastvrijheid vaak veel lekkers voorgeschoteld. Op dit moment is er nog te weinig inzicht in de belevingswereld van allochtone ouders, waardoor het voor de verpleegkundigen gezond gewicht moeilijk is om met een passende preventieboodschap aan te sluiten. Het is dus van groot belang dat ook onder allochtone ouders sociale marketing wordt ingezet. 4.2 Resultaten literatuuronderzoek Vanuit de Jeugdgezondheidszorg GGD Twente wordt gewerkt met de richtlijn Overgewicht, een vervolg op het Signaleringsprotocol (2004) en het Overbruggingsplan (2006). Hierbij staan een aantal speerpunten, ook wel BOFT + variabelen genoemd, centraal. De B van borstvoeding wordt in dit onderzoek achterwege gelaten (zie ook sectie 3.2). De overige determinanten zijn binnen dit onderdeel nader uitgewerkt: - Stimuleren van bewegen; - Stimuleren van ontbijten; - Reduceren van frisdrank en andere gezoete dranken; - Reduceren van fastfood; - Reduceren van televisie kijken en computergebruik; - Reduceren van (energierijke) tussendoortjes; - Stimuleren van (genoeg) slaap. Per determinant wordt waar mogelijk weergegeven welke inzichten er op dit moment zijn met betrekking tot 1) de gevolgen van de determinant op de leefstijl en 2) de rol en opvattingen van ouders rondom de problematiek van overgewicht. Daarnaast wordt er in dit onderzoek aandacht besteed aan de sociale determinanten die te maken hebben met overgewicht of obesitas bij jongeren. De volgende determinanten worden hierbij uiteengezet: - Sociale steun; - Sociale cohesie (van gezin, vriendengroep of buurt/wijk); - Gezondheidsvaardigheden; - Financiële middelen; - Cultuur & Imago. 10

12 PAGINA 11/ Stimuleren van bewegen Voldoende bewegen kan overgewicht voorkomen of verminderen. Om vast te kunnen stellen of iemand voldoende beweegt is de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) opgesteld. De beweegnorm voor jongeren houdt in dat een jongere iedere dag tenminste 60 minuten matig intensief moet bewegen, waarbij de activiteiten minimaal tweemaal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (Kemper et al., 2000; Ooijendijk et al., 2007). In Twente voldoet 18% van de jeugd aan deze norm (E-MOVO, 2012), in Overijssel is dit 12% en landelijk ligt dit percentage voor deze doelgroep op 17% (Bronkhorst, 2013). Met 18% lijkt Twente mee te komen met het landelijke percentage en lijkt het zelfs voor te lopen op het Overijsselse percentage. Echter blijkt dat jongeren uit het voortgezet onderwijs, jongere allochtonen en jongeren met overgewicht en obesitas ruim onder het Overijsselse percentage van 12% scoren. Vooral niet-westerse migranten (Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders) voldoen minder vaak aan de NNGB (42% in 2009) dan westerse migranten (58% in 2009) (van den Dool & Tiessen-Raaphorst, 2013). Aan een soepeler norm, meer dan 7 uur matig intensieve beweging per week, voldoet een aanzienlijk groter deel van de leerlingen in Twente, namelijk 67% (E-MOVO, 2012). Dit houdt in dat het merendeel van de leerlingen wel regelmatig beweegt, maar niet elke dag precies een uur. Als hierbij wordt gekeken naar opleidingsniveau blijkt dat het percentage VMBO-leerlingen (62%) dat meer dan 7 uur per week beweegt lager is dan het percentage HAVO/VWO-leerlingen (70%). Dit komt overeen met het landelijke beeld. VMBO leerlingen hebben vaker overgewicht en een ongezonder beweeg- en voedingspatroon in vergelijking met HAVO/VWO leerlingen (E-MOVO, 2012). Als wordt gekeken naar het lidmaatschap van jongeren bij sportverenigingen blijken Overijsselse jongeren (74%) vaker lid van een sportvereniging te zijn dan Nederlandse jongeren (70%). Over het algemeen lijkt het dat de jeugd van 4-17 jaar goed sport. Als de leeftijdsgroepen nader worden bezien dan ligt dit beeld echter genuanceerder. Er zijn een aantal groepen die achterblijven bij de rest van Overijssel, namelijk kinderen in de leeftijd van 4-6 jaar, VMBO ers (BBL en KBL), jongeren met obesitas, allochtonen en jongeren met een beperking en/of chronische aandoening. Als gekeken wordt naar de opvattingen van ouders blijkt dat het merendeel van de ouders het onnodig vinden om hun kinderen meer te laten bewegen (van Keulen, Chorus & Verheijden, 2011). Ouders vinden aandacht voor een gezond gewicht wel goed, maar doen er in de praktijk weinig mee. Slechts een op de vijf ouders vindt het nodig dat hun kinderen meer gaan bewegen. Daarnaast blijkt dat nietwesterse moeders minder vaak antwoorden dat zij het belangrijk vinden dat hun kind elke dag buiten komt en dat hun kind ook in de winter elke dag naar buiten gaat (Boere-Boonekamp et al, 2008) Stimuleren van ontbijten Het overslaan van het ontbijt hangt samen met het ontwikkelen van overgewicht. Vermoedelijk ontstaan als gevolg van het overslaan van het ontbijt energiedips, met honger, zoete trek en ongezonde tussendoortjes als gevolg. Een onderzoek uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Wageningen toonde aan dat niet ontbijten in sterke mate verband houdt met overgewicht bij jongeren (Croezen et al, 2007). Van leerlingen van de tweede en vierde klas van de middelbare school met leeftijden van 13 tot 16 jaar werden de gegevens geanalyseerd. Het overslaan van het ontbijt bleek de belangrijkste risicofactor te zijn voor het krijgen van overgewicht. Bij de leerlingen van de tweede klas hield het overslaan van het ontbijt significant verband met een 2,2 maal grotere kans op overgewicht. Daarnaast hielden ook alcoholconsumptie en lichamelijke inactiviteit een rol bij het ontstaan van overgewicht. Hoe vaker het ontbijt werd overgeslagen en hoe groter de alcoholconsumptie en lichamelijke inactiviteit was, hoe groter het risico van overgewicht aanwezig was (Croezen et al, 2007). Uit onderzoek van Boere-Boonekamp e.a. (2008) blijkt dat 1 op de 7 gezinnen niet gewend is om te ontbijten. Daarnaast laat ruim een kwart van de ouders s ochtends hun kind voor de tv eten. Uit nationaal en internationaal onderzoek blijkt daarnaast dat het aantal kinderen dat niet ontbijt toeneemt met de leeftijd. Ook blijkt dat slecht ontbijten meer voorkomt onder kinderen van ouders met een lage 11

13 PAGINA 12/37 sociaal economische status (SES), van allochtone ouders en van eenoudergezinnen. Tevens blijkt dat kinderen met overgewicht vaker het ontbijt overslaan dan kinderen zonder overgewicht (Leysen, 2000). Uit onderzoek van Hobbel (1996) blijkt dat een negatieve houding ten aanzien van ontbijten (niet leuk, lastig, kost tijd, moe, geen zin, niet nodig), sociale invloed (ouders ontbijten niet, ouders verplichten hun kinderen niet tot ontbijten) en eigen effectiviteit (kinderen vinden ontbijten moeilijk omdat ze geen honger hebben, te laat opstaan, nog slaperig zijn en niet goed zelf een ontbijt klaar kunnen maken) belangrijke factoren te zijn om niet te ontbijten. Andere relevante kenmerken zijn: kennis (niet op de hoogte van het belang van ontbijten en de samenstelling van een compleet/gezond ontbijt), geslacht (meisjes zijn eerder geneigd een ontbijt over te slaan in verband met lijnen) en sociaal economische status (kinderen van ouders met een lage sociaal economische status ontbijten minder vaak en hebben minder strenge voedingsregels). Het Nationaal Schoolontbijt heeft onderzoek gedaan onder ruim 1700 leerkrachten (Distrifood, 2008). Volgens deze leerkrachten blijken ouders de belangrijkste reden te zijn dat kinderen niet ontbijten. Leerkrachten noemen tijdgebrek van de ouders als belangrijkste oorzaak van slecht ontbijtgedrag (64%). Ook ouders die niet zelf ontbijten (52%) en/of ouders met een ongeïnteresseerde houding (50%) zijn volgens de leerkrachten belangrijke redenen waarom kinderen niet altijd (voldoende) ontbijten Reduceren van gezoete dranken In zoete dranken zit suiker die energie levert, maar een teveel aan suiker kan bijdragen aan het ontstaan van overgewicht. Uit onderzoek van het VU medisch centrum in samenwerking met verschillende Europese wetenschappers blijkt dat Nederlandse kinderen veel meer frisdrank drinken dan kinderen uit andere Europese landen. Nederlandse kinderen van zeven tot achttien jaar drinken iedere dag ongeveer drie glazen frisdrank en krijgen zo gemiddeld 130 kilocalorieën (kcal) per dag binnen uit zoete dranken. Dit is gelijk aan 6,5 suikerklontjes. Een kind van twaalf jaar heeft dagelijks 2100 kcal nodig. Zoete drankjes leveren zo 50% van de extra kcal die kinderen naast de schijf van vijf mogen eten en drinken. Kinderen zouden veel kunnen afvallen als ze in plaats van suikerhoudende dranken light dranken, thee of water zouden drinken (van Rossum et al., 2011). De consumptie van zoete dranken lijkt sterk samen te hangen met sociaal economische status, cultuur, leeftijd en geslacht (JOGG, 2013). Als gekeken wordt naar de opvattingen van ouders blijkt 37% van de ouders aan te geven dat kun kind het drinken van water niet lekker vindt (Boere- Boonekamp et al, 2008). Laagopgeleide moeders antwoordden hierop vaker bevestigend, dat deden zij ook voor de stellingen dat gezoete melkdrank een goede vervanger is voor melk en dat het kind altijd een fles of beker frisdrank binnen handbereik heeft. Deze laatste stelling werd ook vaker bevestigend beantwoord door niet-westerse moeders. Het op verzoek krijgen van frisdrank kwam meer voor in de volgende risicogroepen: niet-westerse moeders, moeders met een uitkering en moeders van een zoon (Boere-Boonekamp et al, 2008) Reduceren van televisie kijken en computergebruik Inactiviteit heeft invloed op de energiebalans bij kinderen. Het aantal uren dat kinderen zittend doorbrengen is in de laatste decennia enorm toegenomen, iets wat kan leiden tot gezondheidsklachten op latere leeftijd. Dit geldt in de gehele geïndustrialiseerde wereld. Gemiddeld wordt 2 tot 5 uur per dag voor de televisie doorgebracht. Wanneer jongeren meer dan 2 uur per dag zittend doorbrengen (bijvoorbeeld computeren en televisie kijken), vertonen zij volgens landelijke richtlijnen veel sedentair gedrag. Minder jongeren van 4-17 jaar (41%) in Overijssel vertonen veel sedentair gedrag in vergelijking met Nederlandse jongeren van 4-11 jaar (51%). Hier is het echter lastig om de cijfers met elkaar te vergelijken, aangezien de leeftijdsgroepen met elkaar verschillen. De doelgroepen die het meeste sedentair gedrag vertonen zijn jongeren van jaar, vmbo ers en jongeren met een beperking en/of chronische aandoening (Bronkhorst, 2013). 12

14 PAGINA 13/37 Uit een grootschalig onderzoek onder Nederlandse schoolkinderen van 10 tot 12 jaar blijkt dat zij per dag 110 minuten televisie kijken. Kinderen van 14 maanden kijken in ons land gemiddeld een half uur per dag tv. Bijna een kwart van deze kinderen kijkt tenminste 1 uur per dag tv (Boere-Boonekamp et al, 2008). Wetenschappelijke literatuur toont aan dat de tijd die kinderen in totaal voor de TV doorbrengen afhangt van leeftijd (hoe ouder hoe meer), etniciteit (Surinaams meer), sociaaleconomische status van de ouders (laag meer) en het al of niet hebben van een eigen TV op de slaapkamer (Renders et al, 2004). Daarnaast blijkt ook dat kinderen die de vorige dag geen vers fruit gegeten hadden of de vorige dag naar de snackbar waren geweest meer TV keken dan kinderen waarbij deze factoren niet aanwezig waren. Bij het TV kijken speelt behalve de inactiviteit ook het eten van snacks tijdens het kijken een rol bij het ontstaan van overgewicht: het energieverbruik gaat omlaag en de energie-inname gaat omhoog. Daarnaast worden kinderen via de televisie blootgesteld aan veel reclames over ongezond eten en drinken (Renders et al, 2004). Als wordt gekeken naar de opvattingen van ouders blijkt dat het merendeel van de ouders het onnodig vinden om hun kinderen meer te laten bewegen, slechts een op de vijf ouders vindt dit wel nodig (van Keulen, Chorus & Verheijden, 2011). Daarnaast geeft een aanzienlijke groep ouders nauwelijks grenzen voor het tijdstip en de duur van het tv-kijken aan (Boere-Boonekamp et al, 2008). Uit onderzoek van Boere-Boonekamp e.a. (2008) blijkt bovendien dat bijna 8% van de peuters van 2-4 jaar een tv op de eigen kamer heeft; het hebben van een tv op de eigen kamer wordt gezien als voorspeller voor overgewicht op de kinderleeftijd. Tv-kijken gebeurt vaak op momenten dat ouders geen tijd hebben. Ook vinden veel ouders het eten met een peuter aan tafel moeilijk en leiden daarom hun kind af met speelgoed of tv-kijken (Boere-Boonekamp et al, 2008) Reduceren van fastfood & reduceren van (energierijke) tussendoortjes We zijn meer energierijke (zoete en vette) tussendoortjes en meer fastfood gaan eten, waarbij ook de porties steeds groter worden. Deze nieuwe eetgewoonten vergroten de kans op overgewicht (Gezondheidsraad, 2003). Vooral voor kinderen en pubers is dit problematisch, omdat het vaak gaat om producten die doorgaans gemakkelijk te verkrijgen zijn en bovendien relatief goedkoop, aantrekkelijk en smakelijk zijn. Ongezonde, energierijke tussendoortjes en fastfood zijn een duidelijke risicofactor voor het ontstaan van overgewicht bij kinderen (Summerbell et al., 2009). Dit type eten valt hierbij in de categorie omgevingsfactoren en gedrag (Kist-van Holthe et al., 2012). Omgevingsfactoren zijn cruciaal als determinant van voedings- en beweeggedrag (Swinburn et al., 1999). Tegenwoordig spreekt men steeds vaker over een obesogene samenleving: een samenleving waarin het gemakkelijk is (iets) te veel energie in te nemen via voeding en/of (iets) te weinig energie verbruiken door lichamelijke inactiviteit (Kist-van Holthe et al., 2012). Echter is er in tegenstelling tot de verwachting geen consistent bewijs over de totale hoeveelheid en het soort vet in de voeding als risicofactor voor overgewicht (Summerbell et al., 2009). Wel is het zo dat wanneer kinderen daarnaast weinig tot niets bewegen, zij significant meer kans hebben op overgewicht (Jimenez-Pavon et al., 2010; Parsons et al., 1999). Kinderen hebben daarnaast veel invloed op gezinsaankopen. Dit wordt ook wel de beïnvloedingsmarkt genoemd. Recent werd geschat dat kinderen in Nederland invloed uitoefenen op aankopen ter waarde van ongeveer 2 miljard euro. Hierbij staan voedingsmiddelen boven aan de lijst van producten waar kinderen invloed op denken hebben. In een onderzoek van Kaboem in 2002 werd aan 3000 kinderen gevraagd op welke producten kinderen dachten invloed te hebben bij aankopen van hun ouders. Hierbij gaf meer dan de helft van de kinderen aan dat zij veel invloed denken te hebben op aankopen zoals chips, frisdrank, koekjes en broodbeleg (Carat, 2002). Eén van de maatschappelijke factoren, die genoemd wordt in relatie tot het ontstaan van slechte eetgewoonten bij kinderen, is de omvangrijke marketing van energierijke voedingsmiddelen gericht op hen. Verschillende studies hebben aangetoond dat er veel voedingsmiddelenreclame gericht wordt op kinderen en dat vooral voedingsmiddelen met relatief veel suiker of vet gepromoot worden. Divers onderzoek wijst verder uit dat er een verband is tussen de blootstelling aan reclame van 13

15 PAGINA 14/37 voedingsmiddelen enerzijds, en de kennis, preferentie en het aankoopgedrag van kinderen anderzijds (o.a. Consumers International 1996; WHO, 1997; Horgen, Choate & Brownell, 2001; Hastings et al, 2003) Stimuleren van (genoeg) slapen Een determinant die steeds meer vermeld en onderzocht wordt is de slaapduur van kinderen, welke invloed zou kunnen hebben op overgewicht/obesitas (Kist-van Holthe, et al., 2012). Parallel aan de verhoogde preventie van overgewicht de afgelopen jaren is een afname in slaapduur waargenomen. Het blijkt dat jonge kinderen steeds later gaan slapen, maar op hetzelfde tijdstip opstaan (Iglowstein et al., 2003). Mogelijke verklaringen voor de relatie tussen slapen en overgewicht kunnen liggen in zowel lichamelijke als opvoedkundige aspecten. Na een korte slaap krijgt men een toenemend honger gevoel. Onderzoeken tonen aan dat minder slapen gerelateerd is aan een verhoogde calorie-inname, vooral door het eten van snacks (Nedeltcheva et al., 2009; Westerlund et al., 2009). Daarnaast leidt een korte slaapduur vaak tot moeheid, wat samenhangt met minder bewegen en spelen en daardoor en met een lagere energieverbranding (Chaput et al., 2010; Patel & Hu, 2008). De relatie tussen slapen en overgewicht is mogelijk ook te verklaren vanuit opvoedingsstijl. Een tekort aan opvoedingsvaardigheden kan zichtbaar worden in de bedtijden van jonge kinderen (L Hoir et al., 2008). De korte slaapduur is dan meer een marker voor opvoedingsvaardigheden die ook van invloed zijn op voeding en bewegen (Kist-van Holthe, et al., 2012) Sociale steun Steeds meer wordt de invloed van de sociale en fysieke omgeving op de toename in overgewicht onderkend (Brug, 2007; Dagevos & Munnichs, 2007; Katan, 2009). Overgewicht neemt toe in een samenleving die uitnodigt tot veel eten en weinig bewegen, de zogenoemde obesogene samenleving (Van der Horst et al., 2007; Giskes et al., 2007; Steenhuis & Vermeer, 2008). Daarnaast is de sociale omgeving van belang. Meningen van vrienden zijn bijvoorbeeld van grote invloed op het uiteindelijke eet- of beweeggedrag (sociale norm). Als onderdeel van de sociale omgeving is sociale steun van direct belang. Om bijvoorbeeld meer te bewegen is voor kinderen de steun van hun ouders belangrijk (Ferreira et al., 2007; Wendel-Vos et al., 2007). Ook bij jongeren is de sociale steun van invloed op het beweeggedrag. Zaken als sociale veiligheid, maar ook het beweeggedrag van leeftijdsgenoten ('peers') en dat van ouders en andere mensen met een voorbeeldfunctie beïnvloeden het beweeggedrag van jongeren (Ferreira et al., 2007). Gemiddeld genomen ervaren mensen echter weinig stimulans uit de eigen omgeving om meer te gaan bewegen (Chorus & Hildebrandt, 2010). Verder blijkt dat sociale steun eenzaamheid verdrijft en dat daarmee de gezondheidstoestand als beter wordt beoordeeld. Zo blijkt uit verschillende onderzoeken in de Verenigde Staten dat eenzame adolescenten en eenzame jongvolwassenen (12 tot 32 jaar) hun gezondheidstoestand als minder goed beoordelen dan niet-eenzame leeftijdsgenoten (Mahon et al., 2003). Positief ondersteunende en betrokken ouders vergroten de kans op jongeren met een gezonde leefstijl. Gedragingen als veilig vrijen, gezond eten, niet roken en lagere alcoholconsumptie komen vaker voor bij jongeren met betrokken ouders die hun kinderen steun geven (Wiefferink et al., 2006) Sociale cohesie Sociale cohesie hangt samen met sociale steun, maar richt zich meer op het groepsgevoel (bijvoorbeeld op school, in de wijk of binnen een gemeente). Sociale cohesie vergroot de betrokkenheid van de mensen in de groep. Deze betrokkenheid kan betekenen dat mensen elkaar sneller te hulp komen dan wanneer er weinig samenhang is in de groep. In hechte groepen kunnen normen sneller worden opgepikt dan in groepen waar meer (keuze)vrijheid is en waar mensen minder hecht met elkaar omgaan en er minder sociale controle is. In een groep met veel cohesie kan sociale 14

16 PAGINA 15/37 controle worden uitgeoefend op afwijkend gedrag, bijvoorbeeld ongezond gedrag. Maar de groep kan net zo goed ongezonde gedragingen via sociale controle in stand houden (Putnam, 2000). In meerdere onderzoeken zijn positieve verbanden gevonden tussen gezondheid en sociale cohesie. Gemeenschappen met meer sociale cohesie blijken gezonder dan gemeenschappen met minder cohesie en zijn beter in staat zichzelf te organiseren en zo de toegankelijkheid van (zorg)voorzieningen in hun woonomgeving te borgen (Stansfeld, 1999). Daarnaast blijkt sociale cohesie in de vorm van vriendschappen en contacten in de buurt bewoners te beschermen tegen de negatieve effecten van wonen in achterstandswijken (Fone et al., 2007). In Nederland hangen verschillen in ervaren gezondheid tussen mensen deels samen met de sociale cohesie in de buurten waarin ze wonen. Het blijkt dat de bewoners van wijken met de minste sociale cohesie hun gezondheid als slechter ervaren dan de bewoners van wijken met de meeste sociale cohesie (De Hollander et al., 2006) Gezondheidsvaardigheden Gezondheidsvaardigheden definiëren we als de vaardigheden van individuen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2013). Mensen met weinig gezondheidsvaardigheden ervaren hun gezondheid vaker als minder goed en hebben vaker één of meerdere chronische ziekten dan mensen met meer gezondheidsvaardigheden. Het percentage volwassen Nederlanders met weinig gezondheids- vaardigheden wordt in twee studies geschat op respectievelijk 29% bij 16-plussers en 54% bij jarigen (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2013). Mensen met weinig gezondheidsvaardigheden hebben vaker een laag inkomen, laag opleidingsniveau of een lage ervaren sociale status dan mensen met meer gezondheidsvaardigheden (HLS-EU Consortium, 2012) Financiële middelen De directe gevolgen van armoede worden vaak onderzocht door te bestuderen met welke deprivaties mensen met een laag inkomen te maken hebben. Iemand is gedepriveerd als hij/zij om financiële redenen bepaalde zaken niet heeft, niet kan deelnemen aan activiteiten of geen gebruik kan maken van voorzieningen. Hoff, Dronkers en Vrooman (1997) concludeerden dat kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen minder deelnemen aan culturele activiteiten en minder gebruik maken van recreatieve voorzieningen. Ook de deelname aan sportactiviteiten, zwemles en sociale activiteiten blijkt samen te hangen met de hoogte van het ouderlijk inkomen (Kroesbergen, Rots-de Vries & Zandvoort, 2002). Dergelijke deprivaties kunnen deels de dreiging die armoede vormt voor de gezonde ontwikkeling van kinderen verklaren. Zo blijkt dat overgewicht bij kinderen samen hangt met een laag inkomen van het gezin, ook in een welvarend land als Nederland. Juist in rijke landen met grote inkomensverschillen is overgewicht een teken van armoede, immers: absolute armoede leidt tot ondergewicht, relatieve armoede tot overgewicht (Schnabel, 2009). Mensen hebben wel genoeg geld om goedkoop en calorierijk voedsel te kopen, maar niet genoeg om ook gezond en gevarieerd te eten. Geld schept mogelijkheden en het niet hebben van kapitaal legt beperkingen op. Rundvlees is gezonder dan varkensvlees, maar tegelijkertijd duurder. Verse groenten en fruit zijn duurder dan blikvarianten. En voor een sportclub is het betalen van contributie noodzakelijk. Waar overgewicht heerst wordt slecht en te veel gegeten, te weinig aan beweging gedaan, teveel gerookt en meestal ook teveel bier en cola gedronken. Juist mensen uit een laag sociaal-economisch milieu, die op de arbeidsmarkt niet veel meer dan hun lichaamskracht hebben aan te bieden, gaan opvallend vaak erg slordig met hun lichaamskapitaal om (Schnabel, 2009). Gezond leven is echter duur, veronderstelt behoorlijk wat kennis van voeding en van een verantwoorde samenstelling en goede bereiding van het eten (Schnabel, 2009). 15

17 PAGINA 16/ Cultuur & Imago Kinderen van allochtone ouders hebben een verhoogd risico voor overgewicht en obesitas (Wilde et al., 2003; Kuepper-Nybelen et al., 2005) Een belangrijke verklaring hiervoor is dat vanwege een culturele achtergrond waarin overgewicht juist verbonden wordt met een hoge status, dik zijn niet wordt gezien als een gezondheidsrisico. Een gangbare opvatting onder allochtonen is de associatie van overgewicht met gezondheid en welvarendheid (Renzaho, 2004; Mokhtar et al., 2001). Zo geven sommige Turkse ouders de voorkeur aan een mollige baby en dikke peuter, omdat dat een heel groot compliment voor de moeder zou zijn (L Hoir et al.,2006). Niet-westerse ouders maken op veel terreinen andere keuzes dan westerse ouders. Zo interpreteren zij huilen vaak als honger en geven hun kind dan extra voeding. Niet-westerse ouders vinden vaker dan westerse ouders dat je bij borstvoeding bijvoeding moet geven en dat het toevoegen van een extra schepje poeder aan de flesvoeding geen probleem is (L Hoir et al, 2006). Ook geven Turkse ouders de voorkeur aan een bovengemiddelde groei in de groeicurve en introduceren zij eerder het fruithapje, siroop of andere sappen en snacks. Bovendien zouden zij vaker voeding gebruiken om hun kinderen bij excessief huilen te troosten (Hulsman et al., 2005). Cultuur heeft evenzeer invloed op de sportdeelneming. Zo is de geringe sportdeelneming van Turkse en Marokkaanse vrouwen waarschijnlijk cultureel bepaald. Traditionele gedragsregels voor meisjes en vrouwen bepalen, samen met religieuze invloeden, dat zij nauwelijks aan sport doen. De hoofddoek moet tijdens het sporten om blijven en het sporten moet gebeuren in een ruimte met alleen vrouwen, het liefst andere moslimas (Jókövi, 2000). Ook imago en bepalende opvattingen beïnvloeden gezond eten. Zo blijkt uit een focusgroep in het onderzoek van Hartman, van Otterloo en Stokvis (2007) dat Marokkaanse ouders wel willen dat hun kind afvalt, maar dat dit afvallen niet de gastvrijheid of de fijne sfeer mag bepalen. Met andere woorden, als er visite is wordt er gewoon door gegeten, ook al is het kind inmiddels te zwaar. Ook qua sporten blijkt dat Marokkaanse ouders het niet nodig vinden om hun kind lid te maken van een sportvereniging. Sporten (bij een vereniging) en bewegen (wandelen, fietsen) vinden zij hetzelfde. 16

18 PAGINA 17/ Resultaten focusgroepen Resultaten op hoofdlijnen Op hoofdlijn komen de volgende onderwerpen en thema s uit de focusgroepen naar voren: financiële middelen, bewustwording bij kinderen op de basisschool, cultuur verschil en sociale druk waar kinderen mee in aanraking komen. Er komen op hoofdlijn geen specifieke BOFT-variabelen naar voren die de ouders zeer van belang achten, maar elke BOFT-variabele is apart besproken en zal apart worden toegelicht in de volgende secties. Binnen twee van de drie focusgroepen (autochtone ouders & Turkse ouders) werden veel opmerkingen geplaatst over geld en bekostiging van een gezonde leefstijl. Veel ouders in die twee groepen vinden dat sporten en gezonde voeding te duur is. Zij geven aan hier niet voldoende geld voor te hebben in hun financiële thuissituatie. Verder valt op dat ouders in alle drie de groepen duidelijk aangeven dat de GGD via een mogelijke campagne niet hen (als ouders) hoeft aan te spreken, daar hebben zij weinig behoefte aan. Zij zien meer in het bewust maken van kinderen omtrent gezonde leefstijl. In vrijwel elke groep werd op bijna elke variabele aangegeven dat kinderen moeten leren wat gezond is en dat ze hier wel wat hulp van een leuke campagne bij kunnen gebruiken. Wel werd er door de ouders aangegeven dat, hun inziens, dit alleen werkt bij kinderen op de basisschool. De tendens in alle drie de groepen was dat ouders aangaven geen zicht meer te hebben op wat hun kinderen op de middelbare school allemaal doen of niet doen qua gezonde leefstijl. Hun tip was dan ook om ons niet specifiek op die doelgroep te richten, vooral ook omdat de ouders verwachten dat deze groep daar helemaal geen zin in heeft. Daarnaast werd er onder de allochtone ouders veel gesproken over cultuur verschillen, vooral in het kader van gezond eten. Veel Turkse ouders geven aan dat hun kinderen niet eerst hoeven te vragen als zij snoep of ander eten/drinken willen hebben, de kinderen mogen het gewoon pakken. Deze ouders geven aan dat vragen niet zo in de Turkse cultuur zit. Ook geven zij aan dat gezelligheid en gastvrijheid nu eenmaal belangrijk zijn, In Nederland is de winter een beetje een probleem, omdat het dan koud is. Veel kinderen blijven dan in huis. Misschien kan er dan meer gedaan worden op school. Als ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt, dan gaan ze zelf ongezond eten kopen en bepalen ze zelf of ze willen ontbijten of niet. Ik denk dat het daarom niet zal helpen om bij die leeftijd te proberen dit te veranderen. Dat willen zij namelijk toch niet. en dat lekker eten (vaak met hoog suiker- en vetgehalte) daar nu eenmaal bij hoort. Wat daarnaast opmerkelijk is, is hoe vaak het klimaat door de allochtone ouders, met name de Turkse ouders, wordt benoemd. Men vindt het in Nederland vaak te koud om water te drinken of om buiten te spelen. Kinderen willen cola omdat andere kinderen dat ook drinken, vanwege vriendjes en vriendinnetjes. In de leeftijd van 13 / 14 jaar gaan kinderen ook kijken waar gaat mijn vriend of vriendin naar toe?, dat geldt ook voor het sporten. Tot slot kwam er op hoofdlijn ook meerdere keren, bij alle groepen, naar voren dat kinderen tegenwoordig veel sociale druk van hun omgeving ervaren. Veel ouders geven aan dat kinderen mee willen doen met wat populair is en dat qua gezonde leefstijl erg bepalend is wat andere kinderen doen. Hoe meer de leeftijd richting de puberleeftijd gaat, hoe groter dit aspect wordt; kinderen kunnen dan steeds meer zelfstandig dingen doen of oppakken. Daarom gaven veel ouders aan dat de GGD er goed aan doet om zich met preventie vooral op basisschoolleerlingen te richten, omdat deze problematiek daar minder speelt. 17

19 PAGINA 18/ Resultaten variabele bewegen Er is de ouders gevraagd naar de voor- en nadelen van het gewenste gedrag: 60 minuten per dag intensief bewegen. Voordelen van 60 minuten per dag bewegen Ontwikkelt het lichaam (hart, spieren, hersenen) Kind leert vriendjes maken en samen spelen (socialisatie) Kind blijft op een gezond gewicht Kind blijft actief Kind denkt positief Kind wordt er zelfstandig van Tabel 9. Matrix bewegen Nadelen van 60 minuten per dag bewegen Sporten is duur Televisie kijken vinden ze leuker Bij slecht weer ga je niet naar buiten om te bewegen Soms zijn er geen vriendjes om mee te bewegen Kind wil liever niet bewegen, zorgt voor gezeur thuis Sporten/bewegen kost tijd, huiswerk is ook belangrijk Na schooltijd zijn ze moe Overige bevindingen: De meeste kinderen zitten op een sport, 24 keer ja en 4 keer nee. De meeste kinderen zitten op voetbal en zwemmen. Ook schoolgym en fietsen/wandelen werd een aantal keren genoemd als sport. Vrijwel alle allochtone ouders vonden dat actief bewegen niet altijd sporten hoeft te zijn, dit kan ook buiten spelen of naar school fietsen zijn. De autochtone ouders gaven aan dat sporten meer intensief is: Sport is meer intensief, meer het gebruik van je spieren en dergelijke. Wandelen is meer normaal gebruik van je ledematen. De Turkse ouder groep vindt 2 tot 3 keer per week bewegen voldoende. Eén moeder gaf aan dat het kind moet bewegen wat hij of zij kan, en een ander vond dat huiswerk belangrijker was dan bewegen. Tips en opmerkingen van ouders: Sporten is te duur: zorg dat er meer speelplekken in de buurt worden gemaakt en dat contributies van verenigingen en sportscholen goedkoper worden. Speelplekken zijn leuk, maar ze zijn te ver weg en daardoor niet toegankelijk genoeg. Plaats een jeugdhonk voor pubers, inclusief toezicht. Door hangjongeren durven een aantal ouders hun kind niet zo maar naar buiten te sturen. Meer sportdagen of meer gymlessen op school werden geopperd, vooral met als thema: iedereen mag mee doen! Ouders vinden het belangrijk dat de sociale samenhang door middel van sporten omhoog gaat. Laat de GGD zich vooral richt op kinderen van een basisschool leeftijd. Daar is een beter bereik (via de scholen) en de kinderen zijn nog vatbaarder voor bewustwording. Betrek de school, omdat de school gemakkelijker kinderen kan verplichten om 60 minuten per dag te bewegen. Voorlichting voor kinderen helpt misschien, door ze te vertellen hoe belangrijk bewegen is; dat je er gezond én slank van blijft. 18

20 PAGINA 19/ Resultaten variabele ongezonde tussendoortjes Er is de ouders gevraagd naar de voor- en nadelen van het gewenste gedrag: meer gezonde tussendoortjes. Voordelen van gezonde tussendoortjes Niet duur, bijvoorbeeld groentesnacks op de markt, bij de Lidl en via een volkstuintje Gezonde keuze voor het kind (goed voor de botten, het bloed, enzovoorts) Je blijft er slank van Beter voor de tanden Zitten meer vitaminen in (fruit en groente) Ze krijgen er meer energie van Tabel 10. Matrix gezonde tussendoortjes Nadelen van gezonde tussendoortjes Gezonde tussendoortjes vinden kinderen minder lekker Sociale druk, gezonde tussendoortjes worden niet door vriendjes en vriendinnetjes gegeten en zijn niet cool Er is veel verleiding, veel ongezond aanbod, waardoor het moeilijk wordt om voor iets gezonds te kiezen Puberkinderen nemen niet de tijd om fruit of groentesnack voor zichzelf klaar te maken, ze willen een snelle hap Overige bevindingen: Ouders met puberkinderen geven aan geen zicht meer te hebben op wat hun kinderen nemen aan tussendoortjes, omdat de kinderen op de middelbare school zelf naar de supermarkt gaan: Je hebt er geen zicht op. Je kunt moeilijk zeggen, vandaag geen frikadelbroodje. Je kunt het wel zeggen, maar je weet dan niet of het wel of niet gebeurd. Qua gezonde tussendoortjes werden onder andere fruit, ontbijtkoek, meelkoekjes, rozijntjes en komkommer genoemd. In de Turkse ouder groep krijgen de kinderen thuis fruit, chips, tosti, sultana koekjes, popcorn en ook vaak warm eten s middags wanneer ze uit school komen. Turkse kinderen mogen pakken waar zij zelf zin in hebben. Het blijkt dat vragen om eten niet gebruikelijk is in de Turkse cultuur: Weet je, van mij hoeven ze niet zo veel te vragen. Laat ze vooral iets pakken als ze daar zin in hebben!. Er wordt door de allochtone ouders aangegeven dat er meer tussendoortjes op tafel kwamen als er bezoek is. De kinderen mogen hier dan van mee eten wat zij willen: Dat is de Turkse cultuur, dan komt er gewoon veel eten op tafel. Gastvrijheid is heel belangrijk.. Tips en opmerkingen van ouders: In de autochtone groep geven de ouders aan dat het vooral belangrijk is dat kinderen zelf de gezonde keuze gaan maken, omdat zij zich bewust zijn van de voordelen: Ze gaan zich er dan vanzelf mee bezig houden!. Om ze meer te leren over gezonde tussendoortjes geven de ouders de tip om iets te doen met een spel of iets met een wedstrijdelement, veel kinderen vinden dit leuk. De vraag die volgens de Turkse ouders centraal moet staan is: wat doen ongezonde tussendoortjes met je lichaam? Ouders vinden dat de automaten en schoolkantines op middelbare scholen moeten worden aangepakt. Er is zo veel verleiding voor kinderen; op tv, in de supermarkt én op school. De ene keer zeg je als moeder ja, de andere keer nee en de derde keer zegt je kind ik koop het wel zelf als jij het niet voor me koopt. Dat zorgt voor problemen.. De allochtone ouder groep geeft aan dat kinderen bewust moeten worden gemaakt van het feit dat gezonde tussendoortjes ook echt heel lekker kunnen zijn. Ouders stellen onder andere een reclame op tv voor, omdat dit een groot bereik heeft. Ouders stellen voor dat scholen informatiebijeenkomsten organiseren voor ouders hoe ze hun kind kunnen verleiden tot gezonde tussendoortjes. Ook wordt er benoemd dat scholen regiobreed regels moeten invoeren dat kinderen alleen nog maar gezonde tussendoortjes mee mogen nemen. 19

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle Onderzoekscentrum Preventie Overgewicht CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in ZWOLLE Een onderzoek naar het eet- en beweeggedrag van leerlingen van de 2 e klas

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013 Samenvatting Losser Versie 1, oktober 2013 Lage SES, bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Losser In de gemeente Losser wonen 22.552 mensen; 11.324 mannen en 11.228 vrouwen. Als we de verschillende

Nadere informatie

Voorbeeldadvies Cijfers

Voorbeeldadvies Cijfers Voorbeeldadvies GGD Twente heeft de taak de gezondheid van de Twentse jeugd, volwassenen en ouderen in kaart te brengen. In dit kader worden diverse gezondheidsmonitoren afgenomen om inzicht te verkrijgen

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Samenvatting Perspectieven op het stimuleren van gezond energiebalansgerelateerd. in de schoolomgeving

Samenvatting Perspectieven op het stimuleren van gezond energiebalansgerelateerd. in de schoolomgeving Samenvatting Perspectieven op het stimuleren van gezond energiebalansgerelateerd gedrag in de schoolomgeving 144 Samenvatting Perspectieven op het stimuleren van gezond energiebalans-gerelateerd gedrag

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Dagelijks ontbijten en elke dag groente en fruit eten zijn gedragingen die bijdragen aan een gezonde leefstijl.

Dagelijks ontbijten en elke dag groente en fruit eten zijn gedragingen die bijdragen aan een gezonde leefstijl. De Vlieger 3 CHECKID ChecKid is een grootschalig leefstijlonderzoek onder basisschoolleerlingen in Zwolle. Het brengt (on)gezond gedrag, leefstijl en de leefomgeving van kinderen in Zwolle in kaart. ChecKid

Nadere informatie

Integrale aanpak kinderen met overgewicht in Enschede en Almelo

Integrale aanpak kinderen met overgewicht in Enschede en Almelo Integrale aanpak kinderen met overgewicht in Enschede en Almelo Voorstellen Marlie Cerneus GGD Regio Twente Jeugdgezondheidszorg 0-19! Wie zijn jullie? Gemeente Enschede en Almelo Waar gaat deze presentatie

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Bewegen en overgewicht in Purmerend

Bewegen en overgewicht in Purmerend Bewegen en overgewicht in Purmerend In opdracht van: Spurd, Marianne Hagenbeuk Uitgevoerd door: Monique van Diest Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2009 Verkrijgbaar

Nadere informatie

37 Over gewicht bij Turkse en Nederlandse jeugd

37 Over gewicht bij Turkse en Nederlandse jeugd 37 Over gewicht bij e en e jeugd 2016 Het stimuleren van gezond gewicht is een speerpunt in veel gemeenten. Een gezond gewicht voorkomt welvaartsziekten. Culturele achtergrond is van invloed op gewicht.

Nadere informatie

Broodmaaltijd. 0-3 dagen per week. 4-5 dagen per week. 6-7 dagen per week. kinderen Groep 7 schooljaar 2003-2004 jongeren GO Jeugd 2004

Broodmaaltijd. 0-3 dagen per week. 4-5 dagen per week. 6-7 dagen per week. kinderen Groep 7 schooljaar 2003-2004 jongeren GO Jeugd 2004 3. Voeding Een gezonde voeding is een van de uitgangspunten voor het goed functioneren van het lichaam. In dit gezondheidsprofiel wordt op een aantal aspecten van voeding ingegaan. Hoewel dit geen totaalbeeld

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Ommen

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Ommen [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente In de gemeente gaven 478 ouders van ½- tot 12 jaar inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

HET GOEDE VOORBEELD GEVEN

HET GOEDE VOORBEELD GEVEN HET GOEDE VOORBEELD GEVEN 11 adviezen voor een gezonde opvoeding Aan ouders van kinderen tussen de 4-12 jaar ter preventie van overgewicht en obesitas WAAROM Je kind leert door jou na te doen. Geef daarom

Nadere informatie

Themarapport. Voeding en bewegen

Themarapport. Voeding en bewegen Themarapport Voeding en bewegen Inleiding In het najaar van 2011 heeft de GGD Hollands Noorden de Kindermonitor 0-12 jaar uitgevoerd. Het doel van de Kindermonitor is om de gemeente, de GGD en andere belanghebbenden

Nadere informatie

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT IJsselland VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT Jongerenmonitor 2015 77% ontbijt dagelijks 10.3 jongeren School 13-14 jaar 15- jaar 76% een gezond gewicht 15% beweegt voldoende Genotmiddelen Psychosociale gezondheid

Nadere informatie

Beweging, voeding en. (over)gewicht

Beweging, voeding en. (over)gewicht JONGERENPEILING 2008 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 420 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Raalte

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Raalte [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 460 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Overgewicht (incl. obesitas)

Overgewicht (incl. obesitas) Inleiding Het aantal kinderen dat te weinig beweegt en/of overgewicht heeft neemt al een aantal jaren toe. Dit is een belangrijk element van zorg. De gemeente heeft daarom in 2011 besloten zich actief

Nadere informatie

De jeugd heeft de toekomst,

De jeugd heeft de toekomst, Datum 28-01-2014 1 De jeugd heeft de toekomst, maar minder voor de een dan voor de ander Greetje Timmerman, Hoogleraar Jeugdsociologie Rijksuniversiteit Groningen Datum 28-01-2014 2 Uitkomsten Gezond Opgroeien

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Kampen

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Kampen [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 424 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Noaberkracht

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Overgewicht

Richtlijn JGZ-richtlijn Overgewicht Richtlijn JGZ-richtlijn Overgewicht Eerste - en vervolg consulten Het eerste consult Bij de anamnese wordt aandacht besteed aan voorgeschiedenis, familieanamnese, gezondheid, voeding, lichamelijke activiteit

Nadere informatie

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht Factsheet Sportparticipatie in Utrecht mei 2015 Overzicht Deze factsheet geeft op hoofdlijnen een beeld van sporten en bewegen in de stad en maakt deel uit van Utrecht Sport, de Utrechtse sportvisie op

Nadere informatie

Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen.

Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen. Februari 2013 Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen. In Rotterdam heeft een kwart van de basisschoolkinderen overgewicht, met alle gezondheidsrisico

Nadere informatie

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar speerpuntennotitie? Wat doen/deden we al? Welke gezondheidsproblemen

Nadere informatie

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010 R E S U LTAT E N T N O - M O N I TO R B E W EG E N E N G E ZO N D H E I D BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2010 Sinds 2000 meet de TNO-Monitor Bewegen en Gezondheid trends in het beweeggedrag van de Nederlandse

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

Nulmeting Zwolle Gezonde Stad 2009. Ingrid van Aart, Silvia de Roos en Tommy Visscher 13 september 2012, CIAO bijeenkomst

Nulmeting Zwolle Gezonde Stad 2009. Ingrid van Aart, Silvia de Roos en Tommy Visscher 13 september 2012, CIAO bijeenkomst Nulmeting Zwolle Gezonde Stad 2009 Ingrid van Aart, Silvia de Roos en Tommy Visscher 13 september 2012, CIAO bijeenkomst Inhoud - Doelstellingen - Indicatoren - Gebruikte bronnen/ meetinstrumenten - Ervaringen/

Nadere informatie

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht akkoord stichting jongeren op gezond gewicht De stichting Jongeren Op Gezond Gewicht en haar partners verbinden zich met dit akkoord gezamenlijk, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, in de periode

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

PROGRAMMABEGROTING 2015-2018

PROGRAMMABEGROTING 2015-2018 PROGRAMMABEGROTING 2015-2018 Programma 1 : Zorg, Welzijn, Jeugd en Onderwijs 1A Lokale gezondheidszorg Inleiding Op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) heeft de gemeente de taak door middel van

Nadere informatie

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF SANNE NIEMER & EMMA VAN DEN EYNDE FEBRUARI 2015 Introductie In het najaar van 2014 is in 8 steden, op 10 locaties de pilot LEFF uitgevoerd. In deze factsheet worden

Nadere informatie

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs.

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren

Nadere informatie

E-MOVO 2011/2012. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Enschede

E-MOVO 2011/2012. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Enschede E-MOVO 2011/2012 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Enschede E-MOVO 2011/2012 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Enschede GGD Twente Drs. C. Smit Drs. M.

Nadere informatie

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Versie 1, oktober 2013 Bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Noaberkracht Dinkelland Tubbergen In Noaberkracht Dinkelland Tubbergen wonen 47.279

Nadere informatie

Bewegen in Nederland 2000-2010

Bewegen in Nederland 2000-2010 R e s u ltaten tno - M on i tor B ewegen en G ezond h e i d Bewegen in Nederland 2000-2010 Sinds 2000 meet de TNO-Monitor Bewegen en Gezondheid trends in het beweeggedrag van de Nederlandse bevolking om

Nadere informatie

E-MOVO 2011: gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Twente

E-MOVO 2011: gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Twente E-MOVO 2011: gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Twente GGD Twente is onderdeel van Regio Twente Internet ggdtwente.nl E-MOVO 2011: gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Twente

Nadere informatie

FACTSHEET. Gezondheid en natuur

FACTSHEET. Gezondheid en natuur FACTSHEET Gezondheid en natuur M. van Santvoort Oktober 2014 Inleiding Waarom deze factsheet over gezondheid en natuur? Veel mensen geven aan dat zij zich ontspannen voelen in de natuur. Dit is een beleving

Nadere informatie

Kinderen & Voeding. Enquête naar de voedingsgewoonten van kinderen in Vlaanderen Juli 2007

Kinderen & Voeding. Enquête naar de voedingsgewoonten van kinderen in Vlaanderen Juli 2007 Kinderen & Voeding Enquête naar de voedingsgewoonten van kinderen in Vlaanderen Juli 2007 Methodologie Online onderzoek uitgevoerd door IPSOS 997 ouders (met kinderen tussen 3 en 17 jaar) en 538 kinderen

Nadere informatie

Gezond gewicht: BOFT. Gezonde eet- en beweegadviezen. voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar

Gezond gewicht: BOFT. Gezonde eet- en beweegadviezen. voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar Gezond gewicht: BOFT Gezonde eet- en beweegadviezen voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar Van gezond eten blijf je fit en van bewegen word je vrolijk Kinderen moeten goed eten om te groeien, leren,

Nadere informatie

Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over.

Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over. Pre-diabetes Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over. Wat is pre-diabetes Pre-diabetes is het stadium vóór diabetes (suikerziekte). Het

Nadere informatie

Kindermonitor Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Zevenaar

Kindermonitor Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Zevenaar Kindermonitor 2009 Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Zevenaar H u l p v e r l e n i n g G e l d e r l a n d M i d d e n Gezondheid niet voor álle

Nadere informatie

Samenvatting. Epidemie

Samenvatting. Epidemie Samenvatting Met dit advies voldoet de Gezondheidsraad aan het verzoek van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een inventarisatie op te stellen van nieuwe inzichten en te verwachten wetenschappelijke

Nadere informatie

Nieuw-West gezond en wel?

Nieuw-West gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Nieuw-West gezond en wel? Twee derde van de inwoners van Nieuw-West heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse

Nadere informatie

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF

FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF FACTSHEET VOORLOPIGE RESULTATEN LEFF SANNE NIEMER & EMMA VAN DEN EYNDE FEBRUARI 2015 Introductie In het najaar van 2014 is in 8 steden, op 10 locaties de pilot LEFF uitgevoerd. In deze factsheet worden

Nadere informatie

E-MOVO 2011/2012. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Hellendoorn

E-MOVO 2011/2012. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Hellendoorn E-MOVO 2011/2012 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Hellendoorn E-MOVO 2011/2012 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in gemeente Hellendoorn GGD Twente Drs. C. Smit Drs.

Nadere informatie

Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10)

Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10) Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10) Probeer de volgende vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Tijdens de afspraak die u heeft met de professional worden de vragen met u doorgenomen en onduidelijkheden

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Op de fiets naar school

Op de fiets naar school In beweging Voorlichting over calorieën of aansporingen tot meer beweging zijn niet genoeg in de strijd tegen overgewicht. Wat beter helpt is een wijkgerichte aanpak om het bewoners zo gemakkelijk mogelijk

Nadere informatie

Projectbeschrijvingen en resultaten CEPHIR onderzoek jeugd en overgewicht

Projectbeschrijvingen en resultaten CEPHIR onderzoek jeugd en overgewicht Projectbeschrijvingen en resultaten CEPHIR onderzoek jeugd en overgewicht Determinantenstudies ENDORSE Environmental determinants of overweight in Rotterdam schoolchildren Proefschrift Klazine van der

Nadere informatie

Kindermonitor 2009. Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Westervoort

Kindermonitor 2009. Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Westervoort Kindermonitor 2009 Samenvatting van een grootschalig onderzoek onder 0 tot 12 jarige kinderen uit de Gemeente Westervoort H u l p v e r l e n i n g G e l d e r l a n d M i d d e n Gezondheid niet voor

Nadere informatie

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk 26 januari 2015 Opening Selma Bouthoorn: 3 Maart 15.30 uur (woe) Anne Wijtzes: 13 Mei 11.30 uur (woe) Programma van vandaag

Nadere informatie

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Zuid gezond en wel? Van de inwoners van Zuid heeft 81% een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

Schoolrapport. Amadeus Lyceum. Resultaten EURO-URHIS 2 jeugdonderzoek. Inleiding

Schoolrapport. Amadeus Lyceum. Resultaten EURO-URHIS 2 jeugdonderzoek. Inleiding Schoolrapport Resultaten EURO-URHIS 2 jeugdonderzoek Amadeus Lyceum Inleiding De GG&GD Utrecht neemt deel aan een Europees project over gezondheid in grote steden, het EURO-URHIS 2 project. In dit onderzoek

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid OInleiding 1 c Depressie is één van de belangrijkste psychische stoornissen waar met preventie gezondheidswinst is te behalen. Depressie is daarom als landelijk speerpunt gekozen. In deze factsheet zal

Nadere informatie

Gezondheidsmonitoren jongeren en ouderen. Meta Moerman Cie Welzijn gemeente Neerijnen 19 juni 2012

Gezondheidsmonitoren jongeren en ouderen. Meta Moerman Cie Welzijn gemeente Neerijnen 19 juni 2012 Gezondheidsmonitoren jongeren en ouderen Meta Moerman Cie Welzijn gemeente Neerijnen 19 juni 2012 Wat is E-MOVO q Onderzoek onder 2 e en 4 e klassers, nu 3 e keer q Vragenlijst wordt digitaal in klas ingevuld

Nadere informatie

GO Jeugd 2008 Alcohol

GO Jeugd 2008 Alcohol GO Jeugd 2008 Alcohol Samenvatting alcohol Uit de gegevens van GO Jeugd 2008 van GGD Fryslân blijkt dat 63% van de Friese 12 t/m 18 jarigen wel eens alcohol heeft, 51% nog in de vier voorafgaand aan het

Nadere informatie

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies en aanbevelingen Achtergrondinformatie Opvoeding en opvoedingsondersteuning Gezondheid Lichamelijke en leefstijl gezondheid leefstijl en psychosociaal welbevinden Conclusies en aanbevelingen Ouderenmonitor Monitor kinderen

Nadere informatie

Levenslang bewegen. Met goedkoopste medicijn gegarandeerd resultaat

Levenslang bewegen. Met goedkoopste medicijn gegarandeerd resultaat 36 Met goedkoopste medicijn gegarandeerd resultaat Levenslang bewegen Tekst: Caroline Mangnus Voorkomen is beter dan genezen. Dit adagium is zeker ook van toepassing op bewegen. Dat bewegen belangrijk

Nadere informatie

Meedoen en erbij horen

Meedoen en erbij horen Meedoen en erbij horen Resultaten van een mixed method onderzoek naar sociale uitsluiting Addi van Bergen, Annelies van Loon, Carina Ballering, Erik van Ameijden en Bert van Hemert NCVGZ Rotterdam, 11

Nadere informatie

Themarapport. Gezonde Leefstijl. Voortgezet onderwijs. april 2008. Inleiding. Roken

Themarapport. Gezonde Leefstijl. Voortgezet onderwijs. april 2008. Inleiding. Roken Themarapport Voortgezet onderwijs NR Gezonde Leefstijl april 008 De Jeugdmonitor Zeeland is een samenwerkingsverband van de Provincie Zeeland, de 13 Zeeuwse gemeenten en verschillende instellingen die

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van de gemeente Haaksbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Haaksbergen en de factoren die hierop

Nadere informatie

opleiding moeder midden

opleiding moeder midden Tabellenboek gezondheidsmonitor 0-12 jarigen gemeente Toelichting: In de eerste kolommen staan de resultaten voor uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, van de en etniciteit. De laatste kolom geeft het

Nadere informatie

BedrijfsGezondheidsIndex 2006

BedrijfsGezondheidsIndex 2006 BedrijfsGezondheidsIndex 2006 Op het werk zijn mannen vitaler dan vrouwen Mannen zijn vitaler en beter inzetbaar dan vrouwen. Dit komt mede doordat mannen beter omgaan met stress. Dit blijkt uit de jaarlijkse

Nadere informatie

Noord gezond en wel?

Noord gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 gezond en wel? Meer dan twee derde van de inwoners van heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

Aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen. Simone Velzeboer Themadagen 2012 Porto

Aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen. Simone Velzeboer Themadagen 2012 Porto Aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen Simone Velzeboer Themadagen 2012 Porto Definitie overgewicht/obesitas kinderen BMI Body Mass Index = Quetelet Index = Gewicht (kg)/ Lengte² (m)

Nadere informatie

Overgewicht en Obesitas op Curaçao

Overgewicht en Obesitas op Curaçao MINISTERIE VAN Gezondheid, Milieu & Natuur Volksgezondheid Instituut Curaçao Persbericht Overgewicht en Obesitas op Curaçao In totaal zijn 62,6% van de mannen en 67,3% van de vrouwen op Curaçao te zwaar,

Nadere informatie

Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in

Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in Met het hele gezin gezond het nieuwe jaar in LINDA AMMERLAAN KINDERVOEDINGSCOACH Inleiding Wie ben ik? Als moeder van 2 kinderen weet ik hoe lastig het is om in deze tijd je kinderen gezond te laten opgroeien.

Nadere informatie

Te licht. Tips als uw kind niet wil eten. Eet- en beweegkalender

Te licht. Tips als uw kind niet wil eten. Eet- en beweegkalender Te licht Bij kinderen is het lastig om aan te geven wanneer er sprake is van ondergewicht. Uw kind kan heel veel eten en toch ondergewicht hebben. Dit kan komen door een groeispurt, of door veel sporten.

Nadere informatie

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2013

BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-2013 BEWEGEN IN NEDERLAND 2000-203 TNO-MONITOR BEWEGEN EN GEZONDHEID De TNO-Monitor Bewegen en Gezondheid, onderdeel van Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), is een continue uitgevoerde enquête naar het

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N LICHAAMSBEWEGING EN GEWICHT V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 4 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in

Nadere informatie

Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren die wonen in Edam-Volendam. Er is apart gekeken naar de woonkernen Edam en Volendam.

Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren die wonen in Edam-Volendam. Er is apart gekeken naar de woonkernen Edam en Volendam. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Edam-Volendam Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de

Nadere informatie

TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST

TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST TABELLEN ALCOHOLGEBRUIK JONGEREN STAPHORST 2011 Tabellen alcoholgebruik jongeren Staphorst Nooit alcohol gedronken ja 33,3% 37,6% 74,4% 12,7% 35,3% nee 66,7% 62,4% 25,6% 87,3% 64,7% Drink bier ja 67,8%

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN OVERGEWICHT

INFOKAART OUDEREN EN OVERGEWICHT INFOKAART OUDEREN EN OVERGEWICHT Naast deze infokaart zijn er ook infokaarten beschikbaar over jeugd en overgewicht, volwassenen en overgewicht, ouderen en voeding en ouderen en bewegen. Inleiding Ongeveer

Nadere informatie

VOORW OORD VOORWOORD. Omwille van de leesbaarheid staat in dit boekje steeds hij, maar je kunt hiervoor natuurlijk ook zij lezen.

VOORW OORD VOORWOORD. Omwille van de leesbaarheid staat in dit boekje steeds hij, maar je kunt hiervoor natuurlijk ook zij lezen. VOORW OORD VOORWOORD Over dit boekje Alles over gezond eten en bewegen met kinderen van 4 tot 18 jaar? Bij de titel van dit boekje vraag je je misschien af wat een kleuter te maken heeft met iemand die

Nadere informatie

Pre-diabetes. Vasculair Preventie Centrum

Pre-diabetes. Vasculair Preventie Centrum Pre-diabetes Vasculair Preventie Centrum Wat is pre-diabetes? Pre-diabetes is het stadium vóór diabetes (suikerziekte). Het glucosegehalte in uw bloed (bloedsuiker) is, vooral s ochtends voordat u gegeten

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 2 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Figuur 1 Aantal deelnemers naar geslacht en leeftijd 75 t/m 85 jaar 1 Over welke cijfers hebben

Nadere informatie

Er zijn verschillende meetmethodes waarmee u kunt vaststellen of u een gezond gewicht hebt:

Er zijn verschillende meetmethodes waarmee u kunt vaststellen of u een gezond gewicht hebt: Een gezond gewicht Een gezond gewicht Hebt u een gezond gewicht? Energiebalans Bewegen Hoe behoudt u een gezond gewicht? Tips voor het behouden van een gezond gewicht Tips voor het bereiken van een gezond

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Programma Onderdeel Tijd Presentatie omgevingsanalyse 18.00-18.45 Interactief deel in twee groepen 18.45-19.30 Plenaire terugkoppeling 19.30-19.45 Afsluiting 19.45-20.00

Nadere informatie

Bevorderen van gezond gewicht -9 maanden tot 4 jaar. In opdracht van JOGG en G4

Bevorderen van gezond gewicht -9 maanden tot 4 jaar. In opdracht van JOGG en G4 Bevorderen van gezond gewicht -9 maanden tot 4 jaar In opdracht van JOGG en G4 Bevorderen van gezond gewicht -9 maanden tot 4 jaar In opdracht van JOGG en G4 November 2014 iresearch Gôkky Zeinstra, MSc

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R ROKEN EN ALCOHOLGEBRUIK Jeugd 2010 5 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

VERKOOP VAN DRANK EN SNACKS OP SCHOOL. ADVIES

VERKOOP VAN DRANK EN SNACKS OP SCHOOL. ADVIES VERKOOP VAN DRANK EN SNACKS OP SCHOOL. ADVIES DE VOEDINGSWAARDE VAN DE DRANKJES EN SNACKS DIE IN DE MEESTE SECUNDAIRE SCHOLEN WORDEN VERKOCHT, ZIJN IN STRIJD MET DE AANBEVELINGEN VOOR EEN GEZOND EETPATROON.

Nadere informatie

Nederland in Beweging!-televisie: Onderzoek naar de gebruikswaarde

Nederland in Beweging!-televisie: Onderzoek naar de gebruikswaarde Gepubliceerd in TSG: Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen Jaargang 82/2004 nummer 5 forum pg. 332-333. Nederland in Beweging!-televisie: Onderzoek naar de gebruikswaarde Dr. S. P. J. Kremers 1 Dr.

Nadere informatie

Uitdager van de maand. Natuur & Techniek, groep 7/8. Algemeen. Titel. Lang leve je lijf. Cognitieve doelen en vaardigheden voor excellente leerlingen

Uitdager van de maand. Natuur & Techniek, groep 7/8. Algemeen. Titel. Lang leve je lijf. Cognitieve doelen en vaardigheden voor excellente leerlingen Uitdager van de maand Lang leve je lijf Natuur & Techniek, groep 7/8 Algemeen Titel Lang leve je lijf Cognitieve doelen en vaardigheden voor excellente leerlingen Inzicht in gezonde eetgewoontes en voedingsmiddelen

Nadere informatie

11 Gezondheid en leefstijl van jongeren in de regio Gelre-IJssel. Resultaten van E-MOVO 2007

11 Gezondheid en leefstijl van jongeren in de regio Gelre-IJssel. Resultaten van E-MOVO 2007 11 Gezondheid en leefstijl van jongeren in de regio Gelre-IJssel Resultaten van E-MOVO 2007 In het kader van preventie vormt de jeugd een belangrijke doelgroep. Veel gezondheidsbeïnvloedend gedrag, zoals

Nadere informatie