Echt wél: Talen BBL! Didactiek voor moderne vreemde talen op het VMBO basisberoepsgerichte leerweg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Echt wél: Talen BBL! Didactiek voor moderne vreemde talen op het VMBO basisberoepsgerichte leerweg"

Transcriptie

1 Echt wél: Talen BBL! Didactiek voor moderne vreemde talen op het VMBO basisberoepsgerichte leerweg CPS Echt wél: Talen BBL!

2 Colofon Deze map is tot stand gekomen met subsidie van het Ministerie van OCW in het kader van SLOA additioneel Deelnemende scholen: Hervion College Den Bosch, Christelijk College Schaersvoorde Aalten, Ulenhof College Vorden, Bonhoeffer College Enschede, Tabor d Ampte Hoorn, Petrus Canisiuscollege, locatie Vondelstraat Alkmaar. Consultants CPS: Judith Richters en Maartje Visser. Stuurgroep: Jonneke Adolfsen, Onderbouw-VO, Hanny Jansen-Wikkerink, Christelijke College Schaersvoorde, Annelien Haitink, Levende Talen, Judith Richters en Maartje Visser, CPS. Met advies van Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen: prof. dr. Gerard Westhoff. 2 CPS Echt wel: Talen BBL!

3 1. Inleiding Deze map is het resultaat van het project Echt wel: Talen BBL! dat door CPS in samenwerking met docenten uit het vmbo en de projectgroep Onderbouw VO is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van OCW. Aanleiding voor dit project was de constatering dat het bij de vernieuwing van de basisvorming niet mogelijk was de tweede moderne vreemde taal verplicht te stellen in de basisberoepsgerichte leerweg, omdat dit te moeilijk zou zijn voor leerlingen in deze leerweg. De huidige mvt-didactiek en mvt-materiaal is niet voldoende toegesneden op deze doelgroep en zou eerst verder ontwikkeld moeten worden voor deze doelgroep, wil ook een verplichte tweede moderne vreemde taal in de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo tot de mogelijkheden behoren. Om deze reden is het project Echt wel: Talen BBL! gestart. Samen met docenten Frans, Duits (en Engels) die wél lesgeven in de BBL is gewerkt aan het ontwikkelen van geschikte materialen voor deze doelgroep. Er is in regionale ontwikkelbijeenkomsten onder leiding van CPS in teams aan de opdrachten gewerkt. Tussentijds is er tussen de regio s uitgewisseld. De ontwikkelde materialen zijn verzameld in deze map, maar ook beschikbaar via internet: Deze map bevat naast lesideeën ook informatie over de positie van de mvt op het vmbo, geschikte didactiek en werkvormen in de mvt-les, handleidingen en hulpkaarten en ervaringen van docenten, kortom een totaalpakket om mvt-docenten in staat te stellen attractief, levensecht onderwijs te geven aan leerlingen in de BBL. Graag willen we op deze plek alle mensen bedanken die meegewerkt aan de totstandkoming van deze map, te beginnen bij de docenten van de volgende scholen: l Hervion College Den Bosch: Monique Neppelenbroek, Ralf Houx l Christelijk College Schaersvoorde Aalten: Nancy Beerten, Hanny Jansen - Wikkerink, Melanie Vinkenvleugel l Ulenhof College Vorden: Jorien Nijhuis - van Diest, Els Schotanus l Bonhoeffer College Enschede: John Jonker l Tabor d Ampte Hoorn: Ilse Baay, Karel Bartholomee, Alie Bosma, Leny Dingjan l Petrus Canisiuscollege, locatie Vondelstraat Alkmaar: Yvonne Bak Verder willen wij de volgende mensen bedanken voor hun bijdrage aan het project als geheel: l Jonneke Adolfsen van Onderbouw-VO, als voorzitter van de stuurgroep l Judith Büter van Onderbouw-VO, als communicatiemedewerker l Annelien Haitink, als bestuurslid Levende Talen l Gerard Westhoff van Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen En tenslotte willen wij onze hartelijke dank uitspreken aan Fiona Smit en Jacqueline Hardy van de afdeling Marketing en Communicatie van CPS. CPS Echt wel: Talen BBL! 3

4 4 CPS Echt wel: Talen BBL!

5 2. Positie van talen op het vmbo 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de huidige positie van de moderne vreemde talen in het vmbo en met name in de basisberoepsgerichte leerweg is. Vervolgens zal duidelijk gemaakt worden wat de kerndoelen en eindtermen zijn voor het moderne vreemdetalenonderwijs op dit niveau. Hierbij wordt uitgegaan van de beschrijvingen die gekoppeld zijn aan het Europees Referentiekader. 2.2 Aanleiding voor het project Het project Echt wel: Talen BBL! is gestart om tegemoet te komen aan het Europese streven zoals geformuleerd in Lissabon in 2002 dat iedere jongere naast de eigen taal vanaf jonge leeftijd twee andere talen leert (Nederlands Activiteiten Programma Moderne Vreemde Talen, p. 7): Voor leerlingen in de BBL is de verplichting een tweede vreemde taal te volgen een grote opgave, zo bleek bij de uitwerking van de vernieuwingsvoorstellen van de onderbouw. Bestaande leergangen zijn niet echt toegesneden op deze praktisch ingestelde leerlingen, de leerling herkent zich onvoldoende in het meer algemeen vormende karakter van het mvt-onderwijs zoals dat wordt aangeboden. Scholen zijn daarom vrij te bepalen óf en aan welke leerlingen zij een tweede moderne vreemde taal in de BBL en het lwoo aanbieden. Alle vmbo-leerlingen krijgen echter te maken met toenemende grensoverschrijdende contacten. 2.3 Stand van zaken Op dit moment bieden maar weinig scholen een tweede mvt als examenvak aan in de BBL. Hoeveel scholen een tweede mvt in de BBL aanbieden zonder dat dat een examenvak is, is moeilijk te bepalen. Bij de scholen is sprake van een regionale spreiding: in de grensstreken met Duitsland wordt aanzienlijk meer examen gedaan in Duits dan in de rest van Nederland. Voor Frans geldt hetzelfde in de zuidelijke streek. 2.4 Curriculum vmbo basisberoepsgerichte leerweg Hieronder zal precies beschreven worden aan welke kerndoelen en eindtermen de leerlingen in de BBL voor de mvt moeten voldoen. De docent heeft hiermee een totaaloverzicht van alle te behalen doelen. A. Kerndoelen onderbouw De kerndoelen voor het onderwijs moderne vreemde talen in de onderbouw van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo kunnen afgeleid worden van de kerndoelen voor Engels (Concretisering van de kerndoelen Engels, p. 6). Engels 11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Engels door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten. 12. De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Engelse woordenschat. 13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. 14. De leerling leert in Engelstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en te beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen. 15. De leerling leert in spreektaal anderen een beeld te geven van zijn dagelijks leven. 16. De leerling leert standaardgesprekken te voeren om iets te kopen, inlichtingen te vragen en om hulp te vragen. 17. De leerling leert informeel contact in het Engels te onderhouden via , brief en chatten. 18. De leerling leert welke rol het Engels speelt in verschillende soorten internationale contacten. CPS Echt wel: Talen BBL! 5

6 B. Eindtermen bovenbouw De eindtermen voor het onderwijs moderne vreemde talen in de bovenbouw van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo zijn geformuleerd in de examenprogramma s vmbo-bb van het CEVO en Examenblad.nl. Schoolexamen Frans en Duits vanaf schooljaar Het schoolexamen Frans en Duits betreft de eindtermen MVT/K/1 t/m MVT/K/7. Daarvan zijn de eindtermen MVT/K/1, MVT/K/2, MVT/K/3 en MVT/K/6 verplichte onderdelen van het schoolexamen. Dit betreft respectievelijk de vaardigheden: oriëntatie op leren en werken, basisvaardigheden, leervaardigheden in de mvt en gespreksvaardigheid. De vaardigheden MVT/K/4, MVT/K/5 en MVT/K/7, respectievelijk leesvaardigheid, luisteren kijkvaardigheid en schrijfvaardigheid, mogen deel uitmaken van het schoolexamen. Centraal schriftelijk examen Frans en Duits vanaf schooljaar Het schoolexamen Frans en Duits betreft de eindtermen MVT/K/3, leervaardigheden, MVT/K/4, leesvaardigheid, MVT/K/5, luister- en kijkvaardigheid (op de computer getoetst) en MVT/K/7, schrijfvaardigheid (op de computer getoetst). 2.5 Koppeling met het Europees Referentiekader Vanaf augustus 2007 zijn de kerndoelen en de eindtermen verplicht gekoppeld aan het Europees Referentiekader (ERK), een Europese schaal voor taalvaardigheid bestaande uit zes niveaus voor vijf vaardigheden. Meer informatie hierover is te vinden in Taalprofielen (te downloaden via publicaties/00012/ ). De SLO heeft handreikingen geschreven (zie Bronnen) waarin de koppeling tussen de kerndoelen en eindtermen voortgezet onderwijs en de ERK-niveaus beschreven worden. De handreikingen omschrijven de streefniveaus taalvaardigheid op de ERK-schaal, alsmede kenmerken van inputteksten (lees- en kijk-/luisterteksten) en van te verwachten taalproductie (output) door leerlingen per ERK-niveau. Streefniveaus vmbo Voor de onderbouw wordt gestreefd naar niveau A1 van het Europees Referentiekader voor alle vaardigheden. Hieronder wordt de complete tabel met streefniveaus voor vmbo t/m vwo weergegeven, zodat docenten zich een beeld van de ontwikkelingslijn met streefniveaus kunnen vormen. Voor Frans zijn er geen inschattingen voor bb en kb gemaakt. Gezien de overeenkomsten met de positie van Duits zou verwacht kunnen worden dat ook voor Frans in de b het niveau A1 is voor alle vaardigheden. Gezien het verschil tussen Frans (in tegenstelling tot Duits) en Nederlands kan zelfs verwacht worden dat het uiteindelijke niveau nog wat lager ligt (op weg naar A1). Engels bb kb gt havo vwo Luisteren A1 A1/A2 A1/A2 A2 A2/B1 Lezen A1 A1/A2 A1/A2 A2 A2/B1 Gesprekken voeren A1 A1 A1/A2 A2 A2 Spreken A1 A1 A1/A2 A2 A2 Schrijven A1 A1 A1/A2 A2 A2 Duits bb kb gt havo vwo Luisteren A1 A1/A2 A1/A2 A2 A2 Lezen A1 A1/A2 A1/A2 A2 A2 Gesprekken voeren A1 A1 A1 A1/A2 A1/A2 Spreken A1 A1 A1 A1/A2 A1/A2 Schrijven A1 A1 A1 A1/A2 A1/A2 6 CPS Echt wel: Talen BBL!

7 Frans bb kb gt havo vwo Luisteren A1/A2 A2 A2 Lezen A1/A2 A2 A2 Gesprekken voeren A1 A1/A2 A1/A2 Spreken A1 A1/A2 A1/A2 Schrijven A1 A1/A2 A1/A2 Er zijn voor Frans geen streefniveaus voor bb en kb geformuleerd, omdat bij het koppelingsonderzoek geen docenten bb en kb Frans waren betrokken. Naar verwachting is het streefniveau voor deze leerwegen voor Frans A1. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw Moderne vreemde talen, SLO 2006, p. 31/ Beheersingsniveaus, tekstkenmerken en strategieën voor diverse vaardigheden De SLO heeft, zoals gezegd, handreikingen 1 ontwikkeld waarmee de kerndoelen en eindtermen gekoppeld worden aan de niveaus van het ERK. De informatie uit deze paragrafen komt letterlijk uit deze handreikingen. (Kijk-)luisterteksten A1 en A2 Beheersingsniveau luistervaardigheid A1: Kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die zichzelf, zijn/haar familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en vertrouwde onderwerpen uit het dagelijks leven. l Woordgebruik en zinsbouw Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes. l Tempo en articulatie De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en duidelijk. l Tekstlengte Teksten zijn kort. Strategieën l Signalen herkennen en interpreteren (geen descriptor op dit niveau) Beheersingsniveau luistervaardigheid A2: Kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn (bijvoorbeeld basisinformatie over zichzelf en zijn/haar familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke, eenvoudige boodschappen en aankondigingen volgen. 1 ) Handreiking Nieuwe Onderbouw: te downloaden via Handreiking schoolexamens vmbo: te downloaden via: CPS Echt wel: Talen BBL! 7

8 Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Teksten hebben betrekking op eenvoudige en vertrouwde onderwerpen en zijn van direct belang voor hem/haar. l Woordgebruik en zinsbouw Het taalgebruik is eenvoudig. l Tempo en articulatie De spreker spreekt rustig en duidelijk. l Tekstlengte Teksten zijn kort. Strategieën l Signalen herkennen en interpreteren Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden. Leesteksten A1 en A2 Beheersingsniveau leesvaardigheid A1: Kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Concrete zaken over vertrouwde, alledaagse situaties. l Woordgebruik en zinsbouw Hoogfrequente woorden en korte, eenvoudige zinnen. l Tekstindeling Visuele ondersteuning. l Tekstlengte Korte, eenvoudige teksten. Strategieën l Signalen herkennen en interpreteren Geen descriptor op dit niveau. Beheersingsniveau leesvaardigheid A2: Kan korte, eenvoudige teksten lezen. Kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, menu s en dienstregelingen. Kan korte, eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Alledaags, bekend en concreet. l Woordgebruik en zinsbouw Hoogfrequente woorden en woorden bekend uit de eigen taal of behorend tot internationaal vocabulaire. Teksten zijn eenvoudig en helder van structuur. l Tekstindeling De indeling geeft visuele ondersteuning bij het begrijpen van de tekst. l Tekstlengte Korte teksten. Strategieën l Signalen herkennen en interpreteren Kan op basis van een idee over de betekenis van het geheel van korte teksten over alledaagse en concrete onderwerpen, de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden. 8 CPS Echt wel: Talen BBL!

9 Productie (output)kenmerken Beheersingsniveau gesprekken voeren A1: Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordgebruik en zinsbouw Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, niet idiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig. l Tempo en articulatie Het spreektempo is laag. Woorden worden duidelijk uitgesproken. Er zijn lange pauzes, zodat de taalgebruiker kan nadenken over de betekenis. l Hulp De gesprekspartner moet langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om veel te herhalen en te herformuleren en na te gaan of hij/zij begrepen wordt. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordenschat en woordgebruik Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Beperkt tot een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Interactie Vragen en antwoorden over persoonlijke details. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties. l Vloeiendheid Beperkt tot korte, geïsoleerde uitingen, voornamelijk standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en het herstellen van storingen in de communicatie. l Coherentie Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. CPS Echt wel: Talen BBL! 9

10 Beheersingsniveau gesprekken voeren A2: Kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel hij/zij gewoonlijk niet voldoende begrijpt om het gesprek zelfstandig gaande te houden. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd. l Woordgebruik en zinsbouw Woordgebruik is eenvoudig. Zinnen zijn kort. l Tempo en articulatie Er wordt langzaam gesproken en duidelijk gearticuleerd. l Hulp De gesprekspartner past zijn taalgebruik aan de taalgebruiker aan door langzaam en duidelijk te spreken, te controleren of hij/zij begrepen wordt en waar nodig te herformuleren of te herhalen. De gesprekspartner biedt hulp bij het formuleren en verhelderen van wat de taalgebruiker wil zeggen. Vragen en uitingen zijn direct aan de taalgebruiker gericht. Tekstkenmerken productief l Onderwerp De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd. l Woordenschat en woordgebruik Standaard patronen met uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht metbetrekking tot eenvoudige alledaagse situaties. l Grammaticale correctheid Correct gebruik maken van eenvoudige constructies, bevat echter ook systematisch elementaire fouten. l Interactie Antwoorden op vragen en reacties op eenvoudige uitspraken. Indicaties van begrip maar weinig initiatief om de conversatie gaande te houden. l Vloeiendheid Zeer korte uitingen, met veel voorkomende pauzes, valse starts en het herformuleren van uitingen. l Coherentie Groepen woorden zijn verbonden met eenvoudige voegwoorden, zoals: en, maar en omdat. l Uitspraak De uitspraak is duidelijk genoeg om verstaanbaar te zijn, ondanks een hoorbaar accent. Gesprekspartners vragen af en toe om herhaling. 10 CPS Echt wel: Talen BBL!

11 Beheersingsniveau spreken A1: Kan eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om de eigen woonomgeving en de mensen in de naaste omgeving te beschrijven. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Concrete zaken betreffende de spreker zelf, zijn directe omgeving en personen uit die omgeving. l Woordgebruik en woordenschat Beperkte woordenschat en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Vloeiendheid Korte, geïsoleerde uitingen, vooral standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en om storingen in de communicatie te herstellen. l Coherentie Woorden of groepen van woorden zijn verbonden door middel van basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers, die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. Beheersingsniveau spreken A2: Kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen familie en andere mensen, leefomstandigheden, opleiding en huidige of meest recente baan te beschrijven. Tekstkenmerken productief l Onderwerp De onderwerpen zijn alledaags en vertrouwd. l Woordenschat en woordgebruik Standaardpatronen met uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden, waarmee beperkte informatie wordt overgebracht in eenvoudige alledaagse situaties. l Grammaticale correctheid Correct gebruik van eenvoudige constructies, maar bevat nog systematisch elementaire fouten. l Vloeiendheid Overwegend zeer korte uitingen, met veel pauzes, valse starts en herformuleringen. l Coherentie Groepen woorden zijn verbonden door middel van eenvoudige voegwoorden, zoals: en, maar en omdat. l Uitspraak De uitspraak is duidelijk genoeg om de spreker te kunnen volgen, ondanks een hoorbaar accent. Luisteraars zullen af en toe om herhaling moeten vragen. CPS Echt wel: Talen BBL! 11

12 Beheersingsniveau schrijven A1: Kan een korte, eenvoudige mededeling doen, bijvoorbeeld voor het zenden van vakantiegroeten. Kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld naam, nationaliteit en adres op een inschrijvingsformulier noteren. Tekstkenmerken productief l Onderwerp De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of op imaginaire personen. l Woordenschat en woordgebruik Woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Spelling en interpunctie Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige verkeers- of ANWB borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn correct overgeschreven. Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn correct gespeld. l Coherentie Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met behulp van basisvoegwoorden, zoals: en of dan. Beheersingsniveau schrijven A2: Kan korte, eenvoudige notities en boodschappen opschrijven. Kan een zeer eenvoudige persoonlijke brief schrijven, bijvoorbeeld om iemand voor iets te bedanken. Tekstkenmerken productief l Onderwerp De tekst heeft betrekking op de directe eigen omgeving van de schrijver of eenvoudige alledaagse situaties. l Woordenschat en woordgebruik Standaardpatronen met uit het hoofd geleerde uitdrukkingen en kleine groepen van woorden waarmee beperkte informatie wordt overgebracht. l Grammaticale correctheid Eenvoudige constructies, echter systematisch met elementaire fouten. l Spelling en interpunctie Korte zinnen over alledaagse onderwerpen - bijvoorbeeld een routebeschrijving - zijn correct. l Coherentie Groepen woorden zijn verbonden met behulp van eenvoudige voegwoorden, zoals: en, maar en omdat. 12 CPS Echt wel: Talen BBL!

13 3. Didactiek en werkvormen voor de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo A. Didactiek in de BBL Om een idee te krijgen van wat nu kenmerkend is voor de manier van lesgeven aan leerlingen in de BBL, is in het kader van dit project een expertmeeting 1 belegd, waarin de volgende vragen centraal stonden: 1. Welke landelijke ontwikkelingen op mvt-gebied zijn van belang voor de BBL? 2. Wat zijn de kenmerken van vmbo-bb-leerlingen en wat betekent dit voor het mvt-onderwijs? 3. Welke implicaties hebben deze landelijke ontwikkelingen en leerlingkenmerken voor materiaalontwikkeling, inrichting van de leeromgeving en professionalisering voor de BBL? 1. Welke landelijke ontwikkelingen op mvt-gebied zijn van belang voor de basisberoepsgerichte leerweg? Doordat de tweede moderne vreemde taal in de BBL niet verplicht is, zijn er ook geen duidelijke eisen aan deze tweede mvt gesteld. In de BBL is een tweede mvt op dit moment niet verplicht, ondanks de Europese afspraken dat iedere Europese burger een tweede mvt naast zijn moedertaal zou moeten leren (Lissabon, 2002). Reden voor het niet verplicht stellen is dat de Projectgroep Onderbouw VO van mening is dat er nog niet voldoende kennis over didactiek en materialen is om in de BBL een tweede mvt aan te bieden; een verplichting blijft echter nadrukkelijk wel het streven van de Projectgroep en dit project is een van de manieren om hieraan bij te dragen. De volgende landelijke ontwikkelingen zijn van belang voor de BBL: l Er zijn 58 kerndoelen geformuleerd. Voor talen zijn alleen Nederlands en Engels in het kernprogramma opgenomen. Aanbevolen wordt om de kerndoelen Engels om te zetten naar Frans en Duits. Dit is vrij makkelijk uitvoerbaar. l Er is een gebrek aan geschikte leermiddelen specifiek ontwikkeld voor BBL-leerlingen. Docenten werken met leergangen die ontwikkeld zijn voor havo-vwo-leerlingen en aangepast zijn aan het niveau van het vmbo. Omdat de meeste Nederlandse docenten veel gebruik maken van hun leergang, is er weinig variatie in het didactisch repertoire dat docenten gebruiken. l Er is geconstateerd dat spreken en luisteren zelden deel uitmaken van de reguliere lessen op scholen. Het Nederlands Activiteitenprogramma moderne vreemde talen 2 stuurt aan op een verdere ontwikkeling hiervan in het Nederlandse onderwijs. l In het onderwijs komt meer aandacht voor de relatie tussen onderwijs en de toepassing daarvan buiten de school. Door de beschikbaarheid van nieuwe communicatiemiddelen wordt het makkelijker om een relatie te leggen tussen het curriculum, de school en de wereld buiten de school. 2. Wat zijn de kenmerken van leerlingen in de BBL? Tijdens de expertmeeting is gediscussieerd over kenmerken van BBL-leerlingen op basis van ervaringen van de betrokkenen. Over dit thema heeft Gerard Westhoff een artikel geschreven dat eerder in verkorte vorm verscheen in Didaktief (38 (1-2), 10-11). Het uitgebreide artikel is te vinden achter tabblad 6 Bronnen, onderdeel D. Gerard Westhoff betoogt dat dé vmbo-leerling niet bestaat, net zo min als dé docent 3. Toch valt er volgens Westhoff wel iets te zeggen over kenmerken die je bij leerlingen in het vmbo vaker zult tegenkomen dan bij kinderen die we in het vwo hebben geplaatst. 1 ) Deelnemers: prof. dr. G.J. Westhoff, hoogleraar didactiek moderne vreemde talen; mw. J. Adolfsen, Onderbouw VO; mw. C. van der Donk Hogeschool Arnhem-Nijmegen, dhr. J. Brink, Hogeschool Arnhem-Nijmegen; mw. M. Neppelenbroek, docente Engels Hervion College Den Bosch; mw. H. Jansen-Wikkerink, docente Frans en teamleider, Christelijk College Schaersvoorde Aalten, mw. M. Visser, CPS. 2 ) Nederlands Activiteitenprogramma moderne vreemde talen: (Zie pag. 15) 3 ) Westhoff, G.J. (2008). Dé vmbo er bestaat niet. Didaktief, 38 (1-2), CPS Echt wel: Talen BBL! 13

14 De kenmerken die door de experts genoemd zijn, zijn de volgende: l Leerlingen zijn vaak direct in de omgang met docenten en medeleerlingen en kunnen snel emotioneel reageren op situaties. Leerlingen kunnen ook snel enthousiast reageren, wat als kracht gebruikt kan worden. l De leerlingen vertonen in het algemeen een gevoel van onderlinge solidariteit ten opzichte van docenten. l Leerlingen zijn praktisch gericht. Het aanbieden van realistische taaltaken sluit daar goed bij aan: Taal is een doe-vak. Leerlingen kunnen snel aan de slag met taaltaken en leren door te doen. l Leerlingen beschikken in het algemeen over een korte spanningsboog. Deze kan vergroot worden door taakgericht bezig te zijn, waardoor leerlingen steeds het doel van de opdracht voor ogen blijven houden. Het is van belang om goed te kijken naar het doel van de taak. Deze moet voldoende rendement opleveren voor het taalonderwijs. Ook kan de spanningsboog verlengd worden door voldoende variatie in opdrachten aan te brengen. l Leerlingen zijn in het algemeen weinig zelfstandig. Ze kunnen wel veel zelfstandig uitvoeren maar dit moeten ze vaak eerst leren. De mate waarin ze dit moeten kunnen, is afhankelijk van de opdracht. Hoe ruimer de opdracht, hoe helderder die moet worden geformuleerd. Het is beter om kleine opdrachten steeds een stukje breder uit te werken en grote opdrachten op te delen in kleinere stappen. l Leerlingen beschikken over een beperkt abstractievermogen. In taaltaken moet vermeden worden leerlingen te veel op cognitief niveau aan te spreken. Deelnemers geven aan dat om die reden traditioneel grammaticaonderwijs weinig effect heeft in het communicatief taalgebruik van de leerlingen (transfer vindt niet of nauwelijks plaats). l Leerlingen beschikken in het algemeen over een minder breed repertoire aan leerstijlen: ze zijn minder flexibel in het schakelen tussen verschillende taakaanpakken. l Leerlingen beschikken over het algemeen over minder doorzettingsvermogen waardoor ze een lagere frustratietolerantie hebben en eerder afhaken en denken dat ze het toch niet kunnen. Meerdere soortgelijke ervaringen dragen bij aan het ontwikkelen en in stand houden van een laag zelfbeeld. l Leerlingen zijn vaak in de basis onzeker maar verhullen dit door zich met een zekere bravoure te presenteren. De leerlingen zijn meestal harde werkers: vaak hebben ze op de basisschool erg hard hun best moeten doen om mee te komen. Ze komen vaak met een minderwaardigheidscomplex het voortgezet onderwijs binnen. Leerlingen kunnen vanwege hun onzekerheid vermijdend gedrag vertonen (self-fulfilling prophecy): Dat kan ik toch niet! Het is van belang dat leerlingen teruggekoppeld krijgen wat ze kunnen, om zo vertrouwen op te bouwen in het eigen leervermogen. l Het is voor docenten essentieel om leerlingen voldoende succesbeleving te bieden en zo een positief zelfbeeld op te (helpen) bouwen. Dit kan gedaan worden door leerlingen aan te spreken op hun talenten in plaats van op hun (cognitieve) tekorten. Het Europees Referentiekader (ERK) biedt hiervoor goede handvatten in de vorm van can-do-statements : ik kan. Westhoff (2008): Maar het is goed om ons er voortdurend van bewust te blijven dat niet alle kinderen in het vmbo deze kenmerken in dezelfde mate bezitten. Dat betekent dat het ondanks dit soort inzichten erg moeilijk is om een voor al die kinderen geldende aanpak te bedenken. 14 CPS Echt wel: Talen BBL!

15 3. Implicaties Welke implicaties hebben deze landelijke ontwikkelingen en kenmerken van BBL-leerlingen voor de ontwikkeling van leermiddelen, de inrichting van de leeromgeving en de didactiek/professionalisering van de docent voor de BBL? 3.1 Implicaties voor de schoolorganisatie l Scholen zouden zich meer bewust moeten worden van de brede behoefte aan en mogelijkheden tot het aanbieden van talenonderwijs, juist in de BBL. l Als een school besluit Frans of Duits aan te bieden in de BBL, moet de school zorgen voor een doorlopende leerlijn: - van onderbouw naar bovenbouw: hierbij moet men vooral kijken naar een goede samenhang; er moet een goed vervolg in de bovenbouw georganiseerd worden met bij de leerling passend onderwijs, bijvoorbeeld door in de leergebieden of in aansluiting op de sectoren en beroepscontext samenhang met de talen te zoeken (zie hierover Net echt: competentiegericht taalonderwijs. CPS, 2004, en Beroepsgerichte taaltaken 4 ), - er moeten gesprekken gevoerd worden over de aansluiting tussen primair onderwijs/voortgezet onderwijs (als daar Frans en/of Duits gegeven wordt) 5 en tussen bovenbouw/vervolgonderwijs 6. l Onderwijsvernieuwing vraagt om een grote frustratietolerantie bij docenten. Meestal is er maar een klein groepje pioniers die het voortouw neemt bij het ontwikkelen, uittesten en aanpassen van nieuwe didactiek en leermiddelen. l Uitbreiding van het didactisch repertoire geschikt voor BBL-leerlingen begint bij de individuele docent. Via evaluatie van het eigen didactisch handelen ontstaat bewustwording van ontwikkelpunten in het pedagogisch-didactisch handelen. l In aansluiting op het vorige punt kan gebruik gemaakt worden van actieonderzoek (onderzoek in/aan de praktijk) om in kaart te brengen welke ontwikkelpunten er zijn in het didactisch handelen, de leeromgeving en de leermiddelen. Zonder facilitering in termen van (ontwikkel-)tijd, middelen en ondersteuning (technisch, inhoudelijk), zullen gewenste ontwikkelingen niet of nauwelijks van de grond komen. Dit vraagt om een goede jaarplanning waarin capaciteit gereserveerd wordt voor het ontwikkelen, uittesten en evalueren van nieuwe werkwijzen. Bovendien zullen schoolleiders en teamleiders op resultaten moeten aansturen en continuïteit moeten garanderen. Ook zal in de jaarplanning rekening gehouden moeten worden met (waargenomen) belasting van docenten. Dit vraagt om een professionele schoolcultuur met stevig onderwijskundig leiderschap. l De uitbreiding van het didactisch repertoire op vmbo kan ook tot een op havo en vwo bruikbare aanpak leiden. l Veel scholen werken in teams rondom een bepaald leerjaar. Hierdoor komen docenten in aanraking met andere leergebieden. Dit kan ingezet worden als middel om elkaars pedagogisch-didactisch handelen te versterken, bijvoorbeeld door samen aan (vakoverstijgende) projecten te werken. 4 ) CPS, Beroepsgerichte taaltaken: > thema s >Taaltaken > Beroepsgerichte taaltaken of 5 ) Het Europees Platform werkt aan het zogeheten LINQ-project, waarin werkwijzen voor taalonderwijs Frans en Duits op de basisschool ontwikkeld worden. Voor meer informatie zie: > LINQ of 6 ) Zie: > thema s > VMBO > Aansluiting VMBO-MBO of CPS Echt wel: Talen BBL! 15

16 3.2 Implicaties voor het pedagogisch-didactisch handelen van de docent l Docenten zouden hun leerlingen goed moeten leren kennen: wie zijn ze, wat is hun achtergrond (thuissituatie), hoe was hun achtergrond op de basisschool, welk zelfbeeld heeft de leerling, hoe is de groepsdynamiek in de klas, et cetera Op basis hiervan zouden docenten hun leerlingen moeten benaderen: de leerling als uitgangspunt voor invulling van het onderwijs en niet zozeer de methode. l Docenten zouden hun eigen lesvoorbereiding moeten evalueren. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de volgende vragen: - Wat weet ik van mijn leerlingen? - Hoeveel werkvormen gebruik ik in mijn les? - In hoeverre zijn de werkvormen activerend? - Hoe lang is mijn uitleg ten opzichte van praktisch werken aan taken (spanningsboog)? - Wordt mijn uitleg op meerdere manieren ondersteund: schriftelijk, visueel, auditief, handelend? - Op welke wijze werk ik aan succesbeleving bij leerlingen? - Op welke wijze ondersteun ik leerlingen zodat ze in staat zijn de taken zo zelfstandig mogelijk uit te leren voeren? (scaffolding) 7 - In hoeverre bied ik voor leerlingen overzichtelijke opdrachten met behapbare leerstappen? - In hoeverre sluit ik in mijn onderwijs aan bij de belevingswereld van leerlingen? - Op welke wijze ondersteun ik het ontwikkelen en toepassen van verschillende leerstijlen door leerlingen? - In hoeverre ondersteun ik leerlingen bij het ontwikkelen van een positief zelfbeeld? 7 ) Scaffolding: de (tijdelijke) ondersteuning van een leerling bij de uitvoering van een taak waardoor de docent de leerling helpt om een taak zelfstandig te leren uitvoeren (Gibbons, p. 10) 16 CPS Echt wel: Talen BBL!

17 3.3 Implicaties voor leermiddelen Naast het pedagogisch-didactisch handelen kunnen ook leermiddelen geëvalueerd worden. Brink en Van der Donk (2005) hebben een checklist opgesteld voor het onderwijs moderne vreemde talen in de bovenbouw van het vmbo 8 : Criteria Checklist Moderne Vreemde Talen Onderwijs Bovenbouw vmbo 1. In hoeverre zijn de opdrachten taakgericht? Omschrijving: de leerling moet op affectief en cognitief niveau een antwoord kunnen krijgen op de vraag Wat kan ik nu? Bovendien moet hij zijn leerresultaat kunnen aantonen = vastleggen in portfolio). 2. In hoeverre zijn de opdrachten praktijkgericht? Omschrijving: geen of zeer weinig theorievorming op grammaticaal, lexicaal of socio-cultureel niveau. De leerling leert door te doen. 3. In hoeverre zijn de opdrachten communicatiegericht? Omschrijving: het overbrengen van de boodschap is altijd belangrijker dan de correctheid van taaltechnische aspecten. 4. In hoeverre zijn de opdrachten doe-gericht? Omschrijving: bieden de opdrachten afwisseling aan in lichaamshouding (bijvoorbeeld werkvormen als tafelgroepen, carrousel vormen waarbij lichamelijke beweging ingesloten is)? 5. In hoeverre zijn de opdrachten productgericht? Omschrijving: de opdrachten nodigen de leerlingen uit om producten te maken die toonbaar zijn aan andere leerlingen. 6. In hoeverre nodigen de opdrachten de leerlingen uit tot samenwerkend leren? Omschrijving: in de opdrachten zijn momenten voorgeschreven waarop de leerlingen leren op het niveau van sociale (.) en cognitieve (drie weten meer dan één) vaardigheden. 7. In hoeverre nodigen de opdrachten uit tot zelfstandig werken, zelfstandig leren of zelfverantwoordelijk leren? Omschrijving: de leerlingen leren steeds meer om zich zelfstandig te oriënteren op leertaken, een strategie te kiezen, de werkzaamheden uit te voeren en te evalueren. 8. In hoeverre bieden de opdrachten de ruimte om verschillen tussen leerlingen tot hun recht te laten komen? Omschrijving: bij de uitvoering van de opdrachten vormen verschillen in leerstijl en culturele achtergrond (.) geen belemmering. De constructie van de opdrachten houdt expliciet rekening met deze verschillen. 8 ) Brink, J. en C. van der Donk, (2005) Didactiek MVT in de bovenbouw van het vmbo, in: Met andere ogen kijken, theorie die werkt. P. van de Ven (ed.) Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Faculteit Educatie, Kenniskring Theorie die werkt Leren als symbiose van theorie en praktijk. CPS Echt wel: Talen BBL! 17

18 3.4 Implicaties voor de inrichting van de leeromgeving De leeromgeving zou zoveel mogelijk aangepast moeten worden in aansluiting op de BBL-leerling. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende punten: l De leeromgeving moet een plezierige uitstraling hebben maar niet te veel afleidende prikkels bieden. l De leeromgeving moet de mogelijkheid bieden om informatie op meerdere manieren aan leerlingen aan te reiken: visueel met beamer/illustraties, auditief via geluidsboxen, op werkplekken via simulaties en doeopdrachten. l De leeromgeving moet hulpmiddelen bieden die leerlingen helpen bij het ontwikkelen van zelfstandig werken (zogenaamde scaffolding tools, zoals stappenplannen, hulpkaarten, en dergelijke). l De leeromgeving moet docenten goed overzicht geven van de wijze waarop leerlingen werken, zodat hij of zij in staat is de leerling waar nodig hulp te bieden. l De leeromgeving moet voldoende variatie in leermiddelen aanbieden. l De leeromgeving moet diverse werkvormen mogelijk maken: individueel (stiltewerkplekken), groepswerkplekken, uitlegruimte, computerwerkplekken, et cetera. Voor meer informatie over de inrichting van de leeromgeving zie: Talenacademie 9 (CPS, 2007), Speakerbox 10 (CPS, 2007) en Net echt: competentiegericht taalonderwijs (CPS, 2004) 11. B. Werkvormen voor samenwerkend leren In deze paragraaf wordt een aantal handige werkvormen gepresenteerd die gebruikt kunnen worden in het taalonderwijs aan BBL-leerlingen. Deze werkvormen zijn gebaseerd op activerende didactiek en samenwerkend leren. Bij activerende didactiek gaat het erom leerlingen zo te motiveren dat ze daadwerkelijk actief bezig zijn met de lesstof. Met name BBL-leerlingen zijn gebaat bij een manier van leren waarbij zij niet zozeer dingen horen of lezen, maar wel dingen actief moeten verwerken en uitvoeren. Samenwerkend leren is een vorm van activerende didactiek die verder gaat dan gewoon groepswerk. Het houdt in dat leerlingen elkaar nodig hebben om tot een leerresultaat te komen. De uitgangspunten hierbij zijn: l Gelijkwaardige deelname van de teamleden l Individuele aanspreekbaarheid l Positieve (wederzijdse) afhankelijkheid l Simultane interactie; is iedereen actief? Als je leerlingen in groepjes laat werken, moet je rekening houden met de volgende zaken: l Stel zelf de groepjes samen! Hiermee voorkom je eindeloze discussies over de groepssamenstelling (die wil niet met die ) l Benoem bij wat grotere opdrachten een voorzitter, tijdbewaker, schrijver en rapporteur. Bij grotere teams kun je eventueel ook nog een geluidsregelaar en een observant aanstellen. l Ieder teamlid geeft ook een inhoudelijke bijdrage. l Geef precies aan wanneer het teamresultaat klaar moet zijn (bijvoorbeeld 30 minuten) en houd je daaraan. De werkvormen die hieronder beschreven worden, zijn als volgt ingedeeld: I. Werkvormen voor kennismaking/groepsvorming, II. Werkvormen voor denkvaardigheden, III. Werkvormen voor kennis delen, IV. Werkvormen voor feitenkennis, V. Werkvormen voor discussie. 9 ) Talenacademie: : > thema s > Talenacademie of: site=840&p_self=11958&random= ) Speakerbox: > thema s > gespreksvaardigheid > Speakerbox of: php?cmd=seepicture&p_site=840&p_self=11920&random= ) Net echt: competentiegericht taalonderwijs: > thema s > competentiegericht taalonderwijs of: 18 CPS Echt wel: Talen BBL!

19 I. Werkvormen voor kennismaking/groepsvorming 1. Op een rij 1. Leerlingen vormen een rij op basis van een criterium dat vastgesteld is door de docent. 2. Bij een criterium: bijvoorbeeld leeftijd, dient de jongste leerling helemaal aan het begin van de rij te gaan staan en de oudste helemaal rechts. De rest van de leerlingen moeten zo snel mogelijk bepalen op welke plek ze in de rij behoren. Bij een stelling: leerlingen die het volkomen oneens zijn met de stelling gaan aan het begin van de rij staan en leerlingen die het eens zijn helemaal aan het eind. Leerlingen moeten met elkaar in discussie gaan over de stelling en bepalen op basis daarvan hun plek in de rij. 3. Nadat leerlingen hun positie hebben ingenomen, bepaalt de docent hoe de groepen samengesteld worden: homogeen (leerlingen die naast elkaar staan in de rij) of juist heterogeen (extreme opvattingen bij elkaar). De groepen kunnen homogeen of heterogeen samengesteld worden op basis van bijvoorbeeld kennisniveau, interesses, standpunten, waarden en normen. Voorbeelden: l Een rij kan gemaakt worden op basis van bijvoorbeeld de geboortedatum van leerlingen, de lengte, aantal letters in hun naam, hoe laat ze gisteren naar bed zijn gegaan, et cetera. Op basis daarvan kunnen eventueel homogene of heterogene groepen samengesteld worden. l Leerlingen maken een rij met als criterium: de schoenmaat (van laag naar hoog). Daarna formeren ze een duo met iemand die (ongeveer) dezelfde schoenmaat heeft. Het onderwerp is dan: stel dat je de leeftijd van jouw schoenmaat hebt bereikt: hoe zie jij er dan uit? Wat doe je dan? Met wie leef je samen? Wat zou leuk zijn aan die leeftijd? Wat minder leuk? Hierna is het mogelijk om hetzelfde uit te voeren, maar dan met duo s met geheel andere schoenmaten. 2. Ga op zoek naar 1. De docent geeft leerlingen een opdrachtenblad en de instructie om iemand uit de klas te zoeken die (afhankelijk van wat op het opdrachtenblad staat): Iemand die - 14 jaar is - 2 broers heeft - een mountainbike heeft - van voetballen houdt Naam 2. De leerling loopt door de klas en vraagt aan zijn medeleerlingen of zij.. en vult, als hij iemand gevonden heeft, de naam in achter het betreffende item. Voorbeelden: l Als kennismaking met de klas aan het begin van het jaar: op de invulbladen komen in de doeltaal simpele vragen te staan zoals: zoek iemand die met de fiets naar school/bus naar school gaat, die bruine/blauwe ogen heeft, een oudere broer heeft. Hierdoor worden de leerlingen gedwongen om met elkaar te praten. CPS Echt wel: Talen BBL! 19

20 II. Werkvormen voor denkvaardigheden 1. Denken delen uitwisselen 1. De docent stelt een vraag. 2. Alle leerlingen denken individueel na over het antwoord. 3. Daarna delen zij hun antwoord met een medeleerling (in duo s). 4. Tot slot wisselen zij hun antwoorden uit met een ander duo. Voorbeelden: l Opdrachten maken bij een gelezen tekst. l Zinnen maken van gegeven woorden. l Een titel bij een tekst verzinnen. l De kernboodschap van een tekst begrijpen. 2. Genummerde hoofden 1. De leerlingen worden in groepjes verdeeld. 2. In elk groepje worden de leerlingen genummerd (bijvoorbeeld van 1-4). 3. De docent geeft een instructie/vraag/opdracht. 4. De leerlingen overleggen met elkaar over het antwoord. Iedereen moet op de hoogte zijn van de uitkomst! 5. De docent noemt een willekeurig nummer per groepje; diegene moet het antwoord geven. Voorbeelden: l Rubriceren van woorden in woordgroepen (vlees, vis, groente, fruit). l Elke willekeurige vraag over de stof. l Schriftelijke vragen bij een tekst. III. Werkvormen voor kennis delen 1. Binnencirkel buitencirkel 1. De docent deelt de klas in twee even grote groepen in. 2. De leerlingen zitten in twee cirkels, een binnen- en een buitencirkel, met het gezicht naar elkaar toe. 3. De docent stelt een vraag of geeft een opdracht aan alle leerlingen. 4. De leerlingen wisselen antwoorden of meningen uit met een partner die tegenover hen zit. 5. Daarna draaien de leerlingen uit de buitencirkel een plaats door en voeren de opdracht uit met de nieuwe partner tegenover hem/haar. 6. De cirkel kan net zolang doordraaien als de docent beslist. Voorbeelden: l Leerlingen voeren een korte dialoog of telefoongesprekje (met de ruggen naar elkaar toe). l Leerlingen vertellen iets aan elkaar over hun vakantie. 20 CPS Echt wel: Talen BBL!

21 2. Experts 1. De docent deelt de leerlingen in groepen van 4 personen 2. De docent verdeelt de lesstof over de (4) groepsleden/experts. 3. Iedere leerling bestudeert/maakt zijn gedeelte/deeltaak en maakt daar een uittreksel/aantekeningen van. 4. De leerlingen leggen elkaar uit wat ze in hun gedeelte gelezen hebben; de anderen maken aantekeningen. Uitbreiding: 5. De leerlingen in de groep krijgen een nummer; uit elke groep gaan de nummers 1 (2,3,4) naar de expertgroep nummer 1 (2,3,4). 6. In de expertgroep bespreken de leerlingen hun stof, daarna keren ze terug naar hun basisgroep en leggen daar uit wat ze bestudeerd hebben. 7. Eventueel krijgen alle leerlingen een toets over álle stof. Voorbeelden: l Een tekst is in vier delen geknipt; de groepsleden krijgen ieder een kwart van de tekst en moeten daarna samen de oorspronkelijke tekst weer samenstellen. l Per winkel een assortiment samenstellen (bakker, slager, groenteboer, drogist). l Experts maken vragen bij een bepaald (stuk) tekst die door de andere groepsleden beantwoord moeten worden. 3. Placemat 1. Bij teams van vier: teken een rechthoek op een groot vel papier. Trek vervolgens vanuit de hoeken lijnen naar de hoeken van het papier. De zijvlakken zijn voor individueel gebruik, de rechthoek is voor gemeenschappelijk gebruik. 2. De docent stelt een vraag of poneert een stelling waarover eerst individueel moet worden nagedacht en vervolgens gediscussieerd. 3. 1e ronde: individueel. De leerlingen schrijven in hun eigen vak. 4. 2e ronde: discussie. De leerlingen vullen het gemeenschappelijke gedeelte met één antwoord/standpunt. 5. 3e ronde: rapportage aan de rest van de groep. Voorbeelden: l Zoveel mogelijk woorden in de doeltaal rondom een thema bedenken. l Voorkennis ophalen van de vorige les. 4. Mindmap 1. De leerlingen worden verdeeld in teams van 3, 4 of 5 personen. 2. Ieder teamlid heeft een pen of viltstift, liefst in verschillende kleuren. 3. De docent zet een woord, begrip of vraag in het midden van hun (grote) vel papier. 4. Eerste ronde: vrije associatie (geen discussie). Om het begrip heen noteren de leerlingen hun invallen; deze notities kunnen op hun beurt ook weer aanleiding worden van nieuwe associaties. 5. Tweede ronde: structureren, verbanden aangeven (discussie). 6. Derde ronde: rapporteren aan de andere teams. Voorbeelden: l Hoe kun je je excuseren in de doeltaal? l Aan welke zinnetjes denk je bij de weg vragen/wijzen (in de doeltaal)? CPS Echt wel: Talen BBL! 21

22 IV. Werkvormen voor feitenkennis 1. Ga op zoek naar 1. De docent geeft leerlingen een opdrachtenblad en de instructie om iemand uit de klas te zoeken die (afhankelijk van wat op het opdrachtenblad staat): Iemand die - de vertaling heeft van het woord zitkamer, - de ontkennende versie heeft van de zin, - et cetera. Naam 2. De leerling loopt door de klas en vraagt aan zijn medeleerlingen of zij.. en vult, als hij iemand gevonden heeft, de naam in achter het betreffende item. 3. Geef een tijdslimiet om de antwoorden te verzamelen. 4. Leerlingen kunnen ook zelf de invulbladen maken, bijvoorbeeld ter voorbereiding van een toets. Voorbeelden: l Als kennismaking met de klas aan het begin van het jaar: op de invulbladen komen in de doeltaal simpele vragen te staan zoals: zoek iemand die met de fiets naar school/bus naar school gaat, die bruine/blauwe ogen heeft, een oudere broer heeft, et cetera. Hierdoor worden de leerlingen gedwongen om met elkaar te praten. l Vocabulaire: er zijn A- en B-versies van de invulbladen. Op de A-versie staan de woorden in de Nederlandse taal, op de B-versie staan woorden in de doeltaal (of op beide invulbladen een stuk A-versie en B-versie). Leerlingen moeten de klasgenoot met de juiste vertaling zoeken. l Grammatica: hetzelfde kan je doen met werkwoorden in de verschillende tijden, zinnen bevestigend/ ontkennend maken, zinnetjes vertalen et cetera. 2. Check in duo s 1. Leerlingen hebben individueel een opdracht gemaakt met eenduidige antwoorden (bijvoorbeeld opdrachten uit het boek). 2. De leerlingen vormen duo s en vergelijken hun antwoorden. 3. De leerlingen proberen overeenstemming te bereiken over het goede antwoord. 4. Overgebleven vragen stellen ze aan de docent of aan een ander duo. Voorbeeld: l Controle huiswerkopgaven. 22 CPS Echt wel: Talen BBL!

23 V. Werkvormen voor discussie 1. Hoeken 1. De docent schrijft een stelling op het bord. 2. De docent laat de leerlingen nadenken en hun mening opschrijven 3. De leerlingen lopen naar de hoek voor of tegen; ze verzamelen samen met een partner argumenten voor hun mening. 4. Op het signaal van de docent zoeken ze een partner uit de andere hoek. 5. De partners bepalen onderling wie A en wie B is: - A geeft zijn mening + argumenten, - B parafraseert en geeft zijn/haar mening + argumenten- A parafraseert de mening van B et cetera. Voorbeeld l Simpele discussies over onderwerpen met betrekking tot school (lestijden, aanbod in de kantine). 2. Op een rij 1. Leerlingen vormen een rij op basis van een criterium dat vastgesteld is door de docent 2. Bij een stelling: leerlingen die het volkomen oneens zijn met de stelling gaan aan het begin van de rij staan en leerlingen die het volkomen eens zijn helemaal aan het eind. Leerlingen moeten met elkaar in discussie gaan over de stelling en bepalen op basis daarvan hun plek in de rij. Voorbeeld: l Simpele discussies over onderwerpen met betrekking tot school (lestijden, aanbod in de kantine). CPS Echt wel: Talen BBL! 23

24 24 CPS Echt wel: Talen BBL!

25 4. Leerzame activiteiten Op de volgende pagina s vindt u de ontwikkelde leerzame activiteiten. CPS Echt wel: Talen BBL! 25

26 26 CPS Echt wel: Talen BBL!

27 Inhoud leerversterkers 01 Memo Leerversterkers Leerversterker Wrts-lijst Leerversterker Grammatica Leerversterker Woordjes leren Helpkaart woordjes leren Handleiding werken met het Europees Taalportfolio Handleiding werken met de geluidsrecorder Leerversterker spelletjes grammatica Leerversterker Taalspelletjes Leerversterker Goose wedding game Leerversterker Ganzenbord clothes Newsround Het journaal Leerversterker Chapter 5 Xchange Leerversterker My favorite video Spreekvaardigheidsversterker Describe your family Beoordeling spreekvaardigheid Spreekvaardigheidsopdracht Lost in Den Bosch Leerversterker TomTom opdracht Leerversterker Down Under identity Down Under Identity Doll speaking DUID s future Engels spel Summer holidays Schrijfvaardigheid Grief for Steve Schrijfversterker Write your own comic Lessenserie Do your own cooking Lessenserie Groepsreis naar München Lessenserie Dagje uit Lessenserie Weltmeisterschaft Nervenkitzel praktische Auftrag Lessenserie Trabi Triviant Lessenserie The Zoo Leesdossier vmbo 261 CPS Echt wel: Talen BBL! 27

28 28 CPS Echt wel: Talen BBL!

29 Leerzame activiteit 1 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterkers In deze memo wordt uitgelegd wat het doel, het nut en de toepassingsmogelijkheden van leerversterkers zijn. Alle N.v.t. N.v.t. N.v.t. l Voorbeelden van leerversterkers meenemen en hiermee leerlingen in een introductieles ervaring op laten doen M. Visser 1 CPS Echt wel: Talen BBL! 29

30 30 CPS Echt wel: Talen BBL!

31 01 Memo Leerversterkers Werkdefinitie Een leerversterker verrijkt een leerhandeling en wordt toegevoegd om het leereffect van een taak te vergroten, waardoor de leerling langer en intensiever aan een taak werkt en handelt aan de taal. Deze definitie is ontleend aan: (2002) Westhoff, G.J. Achtergronden van taakgeoriënteerd taalonderwijs. Nationaal Bureau Moderne Vreemde Talen (NaB-MVT). Verkregen van internet op 20 februari 2007 via: Via specificaties is het ook mogelijk de opgeroepen leerhandeling te verrijken door toevoeging van leerversterkers. Net als smaakversterkers worden deze taakaspecten niet op zichzelf gebruikt, maar toegevoegd om het leereffect te vergroten. Met name doordat ze de leerling langer en intensiever aan de input of aan specifieke kenmerken daarvan laten handelen. De belangrijkste voorbeelden zijn de eis een grammarchecker te gebruiken, een leerlogboekje bij te houden, of dat er een minimum aantal woorden of regels aan de eigen vocabulaire- of grammaticaverzameling moet worden toegevoegd. Toepassing Een leerversterker kan door een docent aan een taak worden toegevoegd, waarbij hij/zij deze verplicht kan stellen (bijvoorbeeld de regel dat elke leerling iedere week twintig woorden aan zijn lijst toevoegt) of als niet-verplichte zinvolle leeractiviteit kan aanraden. Voorbeelden Vocabulaire leren Een handleiding voor een leerversterker met Wrts kan worden gedownload via: Deze handleiding is ook te vinden in deze map, achter dit tabblad, onder nummer 2. Grammatica leren Een grammatica leerversterker kan gedownload worden via: Deze handleiding is ook te vinden in deze map, achter dit tabblad, onder nummer 3. CPS Echt wel: Talen BBL! 31

32 32 CPS Echt wel: Talen BBL!

33 Leerzame activiteit 2 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker Wrts-lijst Een nuttige leerversterker om een eigen woordenlijst aan te maken op internet, inclusief zelftoetsingsmogelijkheden. Alle N.v.t. Afhankelijk van gebruik Leerlingen moeten zelf een account aanmaken en de docent deze gegevens ter inzage geven. l Computer met internet 2 M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 33

34 34 CPS Echt wel: Talen BBL!

35 02 Leerversterker Wrts-lijst Eisen l Iedere leerling houdt een woordenlijst bij in l Iedere week voer je twintig woorden (passend bij het thema) in de Wrts-lijst in, in de vreemde taal (Frans, Duits of Engels). l Iedere week voer je tien woorden in Wrts-lijst in in het Nederlands die je wilt weten in de vreemde taal. Je zoekt die woorden in de vreemde taal op via medeleerlingen, een woordenboek of je docent. l Elke week doe je een Wrts-toets om te oefenen, iedere twee weken doe je een eindtoets. Werkwijze 1. Wrts-account aanmaken: l Ga naar l Klik op: Meld je nu meteen aan! l Vul bij adres je school adres in: bijv l Vul bij Wachtwoord je wachtwoord in (gebruik je schoolwachtwoord). l Vul bij Bevestiging nog een keer je schoolwachtwoord in. l Klik op Aanmelden. Er verschijnt nu een scherm. CPS Echt wel: Talen BBL! 35

36 2. Maak een woordenlijst aan Maak per periode (per thema) een woordenlijst aan. Dit gaat als volgt: l Klik op Nieuwe lijst maken. Er verschijnt een lege lijst. l Vul bij Titel de naam van je thema (periode in), bijvoorbeeld illness. l Vul bij Taal A de vreemde taal in. l Vul bij Taal B Nederlands in. l Vul bij 1. eerst het Engelse woord in en dan de Nederlandse vertaling en zo verder. l Klik op Meer invoervakken als je meer rijen nodig hebt. l Klik op Opslaan om je lijst op te slaan. 36 CPS Echt wel: Talen BBL!

37 3. Overhoor jezelf l Je kunt jezelf via Wrts overhoren. Login met je naam en wachtwoord (zie stap 1). l Je ziet nu je woordenlijsten. Kies de lijst waarop je jezelf wilt overhoren. l Klik op Overhoren achter de titel van je lijst. l Je ziet nu het Overhoorscherm. Je kunt hier kiezen hoe je wilt oefenen: l Makkelijk: meerkeuze of reactiespel. l Moeilijk: puzzel, alleen medeklinkers, alleen de eerste letter, in gedachten. l Toets. l Goed of snel. l Van Engels naar Nederlands (makkelijker als je begint) of van Nederlands naar Engels (voor als je meer getraind bent). l Ook kun je aangeven of je hoofdletters, leestekens, et cetera belangrijk vindt en je kunt woorden automatisch laten voorlezen. Als je jouw keuzes hebt aangeklikt, klik je op Overhoring en kun je beginnen. Een toets ziet er zo uit: Als je klaar bent, print je deze pagina uit en kan die in je papieren portfoliomap. Je docent kan zo zien welke woorden je al kent en welke je nog wat meer moet oefenen. CPS Echt wel: Talen BBL! 37

38 38 CPS Echt wel: Talen BBL!

39 Leerzame activiteit 3 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker Grammatica Leerversterker om een eigen grammaticaschrift op te bouwen. Alle N.v.t. N.v.t. Duo s maken l Schrift l Computer met internet M. Visser 3 CPS Echt wel: Talen BBL! 39

40 40 CPS Echt wel: Talen BBL!

41 03 Leerversterker Grammatica Je eigen grammatica Doel Zelf je eigen grammaticaschrift opbouwen (en oefenen met de regels). Taak l Vul elke week vijf grammaticaregels in de vreemde taal (Frans, Duits, Engels, Spaans, et cetera) in je grammaticaschrift in. l Wissel één keer per week je schriftje uit met een klasgenoot. Schrijf daarin bij de regels een tip en een topper op. l Vergelijk eventueel jouw regels met overzichten hieronder. l Oefen met de regel door de oefeningen op de sites te doen. l Beschrijf de regel waarmee je hebt geoefend en hoeveel oefeningen je hebt gedaan. Engels Frans Duits Spaans Italiaans (Engels) CPS Echt wel: Talen BBL! 41

42 42 CPS Echt wel: Talen BBL!

43 Leerzame activiteit 4 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker Woordjes leren Leerversterker met hulpmiddelen en manieren om beter woordjes te leren. Alle N.v.t. N.v.t. Introductieles vocabulaire verwerving l Kaartjes l Computer met internet M. Visser 4 CPS Echt wel: Talen BBL! 43

44 44 CPS Echt wel: Talen BBL!

45 04 Leerversterker Woordjes leren Hoe leer je woordjes? Op deze hulpkaart staan verschillende manieren leren om woordjes te leren. Kijk wat je zelf de prettigste manier vindt. 1. Talige ezelsbruggetjes l De keyword methode: je verbindt het woord dat je moet leren aan een woord in je eigen taal. Bijvoorbeeld als je het Spaanse woord voor brood moet leren (= pan in het Spaans), dan stel je je een brood in een pan voor. 2. Ruimtelijke ezelsbruggetjes l Wandeling door het huis: in gedachten loop je door je eigen huis en leg je de verschillende woorden die je moet leren op verschillende plaatsen neer. Om je de woorden te herinneren loop je dezelfde route weer langs. l Vormen van figuren: je schrijft de woorden op een bladzijde en vormt er driehoeken, vierkanten of andere vormen mee. l Koppelen aan een vinger: bij elke vinger hoort een bepaald woord. 3. Visuele ezelsbruggetjes l Foto s: koppel een foto bij elk woord dat je moet leren. l Visualisering: in plaats van foto s te gebruiken, kun je je het woord ook voorstellen in gedachten. 4. Fysieke ezelsbruggetjes (Total Physical Response) Een heel handige manier om bepaalde woorden te onthouden is door ze uit te beelden. Deze methode noemen we TPR. De docent doet iets voor en zegt in de vreemde taal wat hij doet ( I walk to the door of Please give me the stapler ) en geeft daarna de opdracht aan jullie om hetzelfde te doen. Jullie kunnen ook elkaar opdrachten geven. 5. Groepering/thematisch Deel de woorden die je moet leren in in groepen, bijvoorbeeld op de thema s kleuren, meubels, tegenstellingen, grootte, vorm, et cetera. 6. Verhaaltje maken Probeer van de woorden die je moet leren een zinnetje of een verhaaltje te maken. 7. Woordweb Maak samen met andere leerlingen een woordspin of woordweb; in het midden staat het kernwoord, daaromheen schrijf je de woorden die ermee te maken hebben. CPS Echt wel: Talen BBL! 45

46 8. Herhaling Herhaal de woorden die je moet leren regelmatig; je kunt beter elke dag tien minuten besteden aan het leren van dezelfde woordjes dan één dag een heel uur. 9. Toepassen in de praktijk (niet alleen in de klas) Probeer de woordjes zoveel mogelijk buiten de klas te gebruiken; als je ze alleen uit je boek leert, weet je ze niet meer als je ze in het echt moet gebruiken! Probeer de taal ook buiten de klas te gebruiken (door naar muziek te luisteren, films te kijken/luisteren en op excursie te gaan!). 46 CPS Echt wel: Talen BBL!

47 Leerzame activiteit 5 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Helpkaart woordjes leren In deze memo worden tips gegeven voor het leren van woordjes. Alle N.v.t. N.v.t. Leerlingen in een introductieles oefenmogelijkheden bieden en bespreken welke aanpak(ken) goed bij ze past/passen. N.v.t. R. Houx 5 CPS Echt wel: Talen BBL! 47

48 48 CPS Echt wel: Talen BBL!

49 05 Helpkaart woordjes leren Inleiding Bij mvt moet je elk jaar een heleboel woorden leren en dat valt niet altijd mee. Om jullie hierbij een beetje te helpen, staan in deze helpkaart een aantal manieren om dit aan te pakken. Werkwijze 1. Eerst hardop mondeling = geheugen trainen 1. Lees het vreemde woord hardop en daarna de Nederlandse vertaling zonder af te dekken. Als je de uitspraak van een woordje niet kent Ga je naar: Typ een woordje uit de woordenlijst in en let goed op de uitspraak. 2. Op volgorde: eerst de Nederlandse woorden afdekken. Vreemde woorden en Nederlandse vertaling hardop uitspreken. Kijk meteen of je het goed had. Daarna oefen je andersom, dus vreemde woorden afdekken. 3. Als je ze op volgorde goed kent, ga je de woordjes door elkaar overhoren! 2. Opschrijven 1. Opschrijven met de hand; je onthoudt de woordjes beter dan wanneer je de computer gebruikt. 2. Nederlands afdekken en het vreemde woord opschrijven. Spreek het woord daarna nog eens rustig en goed uit. 3. Goed opgeschreven? Kijk extra goed naar de spelling. 3. Online oefenen met Wrts Gebruik Wrts, zie ook de Leerversterker Wrts-lijst. 4. Kaartjesmethode 1. Neem een stapel (kartonnen) kaartjes. Schrijf op de voorkant drie tot vijf vreemde woorden die iets met elkaar te maken hebben en schrijf de Nederlandse vertaling op de achterkant. 2. Overhoor jezelf door eerst de vreemde taal en daarna het Nederlands hardop uit te spreken. 3. Heb je alle woorden op het kaartje goed? Ja! Neem dan het volgende kaartje. Nee! Leg het kaartje aan de kant en oefen later nog eens tot je alle woorden kent. Tip: Maak een persoonlijke vergeet-top-10 van woorden die je maar niet kunt onthouden. Schrijf die op een blaadje en kijk daar steeds weer naar. CPS Echt wel: Talen BBL! 49

50 50 CPS Echt wel: Talen BBL!

51 Leerzame activiteit 6 Titel Handleiding: Werken met het Europees Taalportfolio Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Handleiding voor leerlingen om te leren werken met het Europees Taalportfolio. Alle N.v.t. N.v.t. l Docententaalportfolio login aanmaken l Introductieles over het taalportfolio voorbereiden l Computer met internet l Schoolgebonden adressen voor de leerlingen M. Visser 6 CPS Echt wel: Talen BBL! 51

52 52 CPS Echt wel: Talen BBL!

53 06 Handleiding werken met het Europees Taalportfolio Inleiding Deze handleiding leert je om de resultaten van je opdrachten of taken in het Europees Taalportfolio te plaatsen. Je docent kijkt er met jouw toestemming in en geeft je feedback en suggesties welke vervolgopdracht voor jou geschikt is. Opslaan van opdrachten in het Europees taalportfolio 1. Login aanmaken: l Ga naar l Klik op Aanmelden (de blauwe pijl) als je nog geen login hebt, anders ga door naar stap 2. l Kies Aanmelden leerling/student voor leerlingportfolio. Aanmelden docent is voor het aanmaken van een docententaalportfolio. l Je ziet nu een invullijst. Vul deze lijst helemaal in. Gebruik je school adres. l Let op: om meerdere talen in je portfolio op te nemen, moet je de shift knop ingedrukt houden terwijl je talen selecteert. l Klaar? Klik dan op de knop Verstuur rechts onderaan de pagina. 2. Login: l Login met je gebruikersnaam (dit is een adres, liefst je school ) en je wachtwoord (de grijze pijl). l Wachtwoord vergeten? Klik dan op Wachtwoord vergeten? (de onderste pijl) CPS Echt wel: Talen BBL! 53

54 3. Ingelogd en dan Als je ingelogd bent zie je het introductiescherm. l Heb je jouw biografie al ingevuld? Zo ja, ga verder bij stap 5. Zo nee, klik dan op Biografie 4. Biografie invullen Als je op Biografie klikt zie je het volgende scherm. l Vul je geboortedatum in. l Vul in het scherm Thuis spreken wij: de talen die je thuis spreekt. l Klik op Opslaan (de grijze pijl). l Klik nu op Spreektalen (de zwarte pijl). 54 CPS Echt wel: Talen BBL!

55 l Vul in het scherm Spreektalen in welke talen je met je familie spreekt. l Vul in bij Verder spreek ik: welke talen je nog meer spreekt. l Als je te weinig rijen hebt kun je een nieuwe rij toevoegen door op de knop Voeg nieuwe rij toe te klikken (de zwarte pijl). l Vul ook in wat je nog meer kunt in een taal. l Klik aan of je ééntalig, tweetalig of meertalig bent opgegroeid,. l Als je helemaal klaar bent klik je op Opslaan. CPS Echt wel: Talen BBL! 55

56 5. Mijn docenten Om je te kunnen helpen met je taalontwikkeling, is het nodig dat docenten in je taalportfolio kunnen kijken. Dit doe je door ze aan te melden bij Mijn docenten. l Klik op Mijn docenten in de menubalk links. l Je komt nu op een scherm terecht. Vul achter het vak de naam van je docent in. Deze docent kan dan in je taaldossier kijken. 6. Taalscore bepalen Je gaat nu bepalen wat jouw niveau is voor taalvaardigheden. In dit voorbeeld kijken we naar luisteren (lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven gaat precies hetzelfde). l Klik op Taalscore (bij de zwarte pijl), dan verschijnt onderstaand scherm: 56 CPS Echt wel: Talen BBL!

57 l Klik bij Luisteren op de P (van Positiebepaler; hiermee kijk je hoe vér je bent). Dit is bij de grijze pijl. l Je ziet nu het volgende scherm: l Dan volgen er drie opsommingen en bedenk of - Je nog niet kunt wat er staat > dan klik je op - Je een beetje kunt wat er staat > dan klik je op ± - Je helemaal kunt wat er staat > dan klik op je + l Als je de zinnen niet duidelijk vindt, klik dan op Voorbeelden voor meer uitleg. l Als je klaar bent klik je op Sla op en bereken score. l Klik daarna op Venster sluiten rechts bovenaan de pagina. CPS Echt wel: Talen BBL! 57

58 7. Leerzame activiteiten uitvoeren Als je klaar bent met je positiebepaler, klik dan op Plan. Daar kun je doorklikken naar Leerzame activiteiten uitvoeren. Je school heeft de taaltaken staan op: [. Aanvullen door de school] 58 CPS Echt wel: Talen BBL!

59 8. Je score op een opdracht bewaren l Vul een Word document in. Sla deze op als volgt: score_titelopdracht + dag, bijvoorbeeld een opdracht over Family relationships die op 5 maart 2006 is aangemaakt, wordt dan: score_familyrelationships l Als je een score op internet krijgt, maak je er eerst een plaatje van. Klik tegelijkertijd op de toetsen ALT en PRINT SCREEN (PRTSC). l Open een plaatjes programma of Word en klik op Bewerken, Plakken of toets tegelijkertijd de control toets en de lettertoets V in. l Sla het plaatje op en geef het een naam: score_familyrelationships Taaldossier bijhouden Steeds als je klaar bent met een oefening, zet je deze in je taalportfolio. Zo kan je laten zien wat je gedaan en geleerd hebt. l Klik op Dossier in de menubalk links (zie plaatje op vorige pagina bij de zwarte pijl). l Je ziet nu het volgende scherm: l Klik op de taalmap van de taal waar je aan werkt. De map gaat nu open. l Klik op Voeg een bewijs toe. l Noteer de titel van de opdracht. l Noteer het niveau van de opdracht (bijv. A1 of easy). l Noteer de plaats waar je de opdracht gevonden hebt (internetadres of je leergang); bijv. op dit kan je vinden door op de opdrachtstartpagina te gaan staan en een rechter muisklik te geven, en Eigenschappen aan te klikken. Dan verschijnt het adres in een nieuw venster Eigenschappen. Dit selecteer je en kopieer je naar je taalportfolio. CPS Echt wel: Talen BBL! 59

60 Let op: Soms (zo ook in dit voorbeeld) is niet het hele adres te lezen. Het is belangrijk dat je goed van begin tot het einde de adresregel selecteert. Dit kan door er met de muis overheen te slepen. Vervolgens kan je door gelijktijdig intoetsen van CTRL-toets en de lettertoets C de adresregel kopiëren ( onder de knop zetten ). 60 CPS Echt wel: Talen BBL!

61 l Noteer wat je van de opdracht vond en hoe je eraan gewerkt hebt (zie voorbeeld), l Klik dan op Verzenden om alles op te slaan. l Je komt nu terug in het begin scherm van je dossier. l Klik op de taalmap en op de titel van je bewijs om je bewijs te zien. l Je kunt je bewijs nu downloaden (om te bekijken), wijzigen en verwijderen. CPS Echt wel: Talen BBL! 61

62 62 CPS Echt wel: Talen BBL!

63 Leerzame activiteit 7 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Handleiding: Werken met de geluidsrecorder Handleiding voor leerlingen om te leren werken met de geluidsrecorder (voor Windows). Alle N.v.t. N.v.t. l Geluidsrecorder installeren in schoolnetwerk l Microfoon en koptelefoonsettings controleren l Computer met internet l Koptelefoon met microfoon óf losse microfoon M. Visser 7 CPS Echt wel: Talen BBL! 63

64 64 CPS Echt wel: Talen BBL!

65 07 Handleiding werken met de geluidsrecorder Inleiding Deze handleiding leert je werken met de geluidsrecorder onder Windows. 1. Klik op Start, Programma s, Bureau accessoires, Entertainment, Geluidsrecorder. 2. De geluidsrecorder opent nu: 3. Pak de koptelefoon met microfoon, of alleen de microfoon. 4. Stop de stekker van de microfoon in de microfoonuitgang van de computer (vaak een rood rondje met een microfoon tekentje erbij, zoals 1). 5. Stop de stekker van de koptelefoon in de koptelefoon uitgang van de computer (vaak een groen rondje met een koptelefoon tekentje erbij, zoals 2). 6. Controleer of het geluid aan staat: l Klik op het geluidstekentje rechts onderin je computerscherm, CPS Echt wel: Talen BBL! 65

66 l Het scherm volumeregeling verschijnt nu. l Alle vakjes Alles dempen en dempen moeten leeg zijn. Is dat niet zo, klik er dan in zodat het vakje leeg wordt. l Klik op Opties, Eigenschappen. Het scherm Eigenschappen verschijnt. Klik het vakje Microfoon aan. Sluit nu het venster. 7. Je kunt nu opnemen. Klik op de rode ronde knop en doe een opnametest. Als alles goed werkt zie je nu dat je spraak opgenomen wordt, omdat de geluidsgolven te zien zijn. Klik op het zwarte vierkantje om je opname te stoppen. 66 CPS Echt wel: Talen BBL!

67 8. Sla je opname op door te klikken op Bestand, Opslaan als. Kies een goede plek op je netwerk en sla je opname op met een datum, de taak en je naam, bijvoorbeeld Frans_ voorstellen020606_mvisser. CPS Echt wel: Talen BBL! 67

68 68 CPS Echt wel: Talen BBL!

69 Leerzame activiteit 8 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker spelletjes grammatica In deze leerzame activiteit oefenen Leerlingen spelenderwijs met will en won t. Engels (toepasbaar voor andere mvt) A minuten Leerlingen lezen/beluisteren teksten waarin voor- en afkeur wordt uitgedrukt. N.v.t. M. Neppelenbroek 8 CPS Echt wel: Talen BBL! 69

70 70 CPS Echt wel: Talen BBL!

71 08 Leerversterker spelletjes grammatica bij Exchange leerjaar 2, periode 8, Chapter 2, Daredevils 1. Will/Won t toekomende tijd Deze uitdrukkingen worden gebruikt in de toekomende tijd. Tell us three things you will or won t do in ten years time! Example of things you will do: I ll (I will) be rich in ten years time. I will drive a fancy car in ten years time. I will have a super job in ten years time. Example of things you won t do: In ten years time I won t (I will not) be in school anymore. In ten years time I won t live with my parents anymore. 2. Bigger than, the biggest vergelijkingen (comparisons) Describe three ways in which you will change in two years! Example of things you will do: I ll (I will) be smarter in two years time. I will be taller in two years time. I will be stronger in two years time. 3 As big as vergelijkingen (comparisons) Describe three things in which you will stay the same in two years! Example of things you will do: I ll (I will) be just as nice as I am now in two years time. I will be just as healthy in two years time. My eyes will be just as brown as they are now in two years time. CPS Echt wel: Talen BBL! 71

72 4. World record overtreffende trap (the biggest of all, the laziest of all) Tell us about the world records you will set in ten years time! Example of things you will do: I ll (I will) set the smelliest fart in the world. I will be the most famous singer in the world. I will be the fastest runner in the world. I will be the best football player in the world. 5. Can (=kan) - Could (=zou kunnen) - Be able to (=in staat zijn) Tell us what you can do in ten years time! Example of things you will do: I can vote in ten years time. I could score in the champions league in ten years time. I could be an idols winner in ten years time. I will be able to drive a car in ten years time. 72 CPS Echt wel: Talen BBL!

73 Leerzame activiteit 9 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker Taalspelletjes Deze leerzame activiteit biedt korte taalspelletjes waarmee leerlingen kunnen controleren of ze vocabulaire en grammatica productief beheersen. Alle A1 Afhankelijk van het spel: 5-10 minuten Eventueel de tafels aan de kant plaatsen. N.v.t. M. Neppelenbroek 9 CPS Echt wel: Talen BBL! 73

74 74 CPS Echt wel: Talen BBL!

75 09 Leerversterker Taalspelletjes Inleiding Deze taalspelletjes zijn bedoeld om te oefenen met vocabulaire en grammaticaregels, zodat je erachter komt of je ze goed kunt gebruiken. 1. Ren je rot (vocabulaire) De docent heeft een stopwatch en geeft de leerlingen in wisselende samenstellingen de opdracht binnen twee minuten zoveel mogelijk woorden in het Engels over een bepaald thema op te noemen. De samenstellingen: l jongens tegen de meisjes. l linkshandig tegen rechtshandig. l jarig in de eerste helft van het jaar tegen jarig in de tweede helft van het jaar. l blauwe ogen tegen bruine ogen. 2. Important numbers in your life (maximaal 10 minuten) l Vorm tweetallen en kies een tijdbewaker. l Schrijf zes getallen op die op jou van toepassing zijn: bijvoorbeeld aantal broers en zussen, postcode, huisnummer, verjaardagsdatum, etcetera. l Probeer van elkaar in het Engels te raden waar de nummers voor staan. Voorbeeld: A: What are your numbers? B: 3, 24, 395 A: Does three stand for your brothers and sisters? A: Is 24 your birthday? 3. Bingo (maximaal 10 minuten) l Vorm een groep van vier leerlingen, kies een teamcaptain en een tijdbewaker. l Schrijf drie getallen op tussen 0-10 (mag ook en 20-30). l De teamleider roept getallen tussen 0-10 (of en 20-30). l Wie het eerste bingo heeft wordt teamcaptain. 4. Elkaars agenda (maximaal 15 minuten) l Vorm tweetallen. l Pak allebei je agenda. l Beschrijf in het Engels een dag uit je week (welke activiteiten doe je: opstaan, eten, afwassen, naar school, sporten, msn-en). l Vraag aan elkaar hoe laat elke activiteit start en eindigt. l Schrijf dit op en sla het op in je taalportfolio. CPS Echt wel: Talen BBL! 75

76 5. Het wijsspel (mondeling) l Vorm tweetallen. l De ene leerling wijst naar een klasgenoot en zegt: That is Peter. l De andere leerling zegt iets over Peter: He is tall. (=lang). l Wissel nu van rol. l Benoem elk vijf klasgenoten en twee dingen en eigenschappen. 6. Who am I? (vragen stellen, bevestigen en ontkennen) Doel: oefenen met het stellen van vragen en het bevestigend of ontkennend antwoorden. Voorbeeld: A: Am I a woman? B: Yes, you are (bevestigend antwoorden) OF B: No, you are not. (ontkennend antwoorden) l Vorm een groepje van vier. l In elke groepje bedenken drie mensen samen een bekend persoon die jullie allemaal kennen. l Schrijf dit op een post-it briefje en plak dit op het voorhoofd van de vierde persoon (zonder iets te zeggen). l Zorg dat iedereen een briefje op zijn voorhoofd heeft. l Pak een dobbelsteen en gooi. Degene met de hoogste ogen begint met vragen stellen om te raden wie hij of zij is, bijvoorbeeld: Am I tall?, Am I small?. l Als het antwoord no is mag de volgende vragen stellen. Als het antwoord yes is mag je doorvragen. l Wie het snelst geraden heeft wie hij is, is de winnaar. 7. Where were you? (Oefening bij was/were en korte antwoorden) l Vorm tweetallen. l Kies een plek waar je (zogenaamd) gisteren was. Kies uit: Efteling, New York, Cinema, Swimming Pool, City Centre, at home, at school, zoo, jail, London. l Laat je keuze niet aan je partner zien. l Raad waar de ander gisteren was bijvoorbeeld: Were you at the zoo yesterday?. l De ander antwoordt met: Yes, I was. of No, I wasn t. l Wie het snelst geraden heeft waar de ander was, is de winnaar. 8. Find someone who (Oefening bij het grammaticaonderdeel was/were.) l Leerlingen lopen door elkaar door de ruimte. l Werk alleen. l Je hebt maximaal één minuut de tijd om iemand te vinden die: Was born in the same month as you, was born on the same day of the month as you, was at the sports club yesterday, was watching TV yesterday, was eating potatoes yesterday, was having a shower yesterday, etcetera. l Begin je vraag met : Were you. l Je krijgt een punt voor ieder persoon die je op tijd vindt. l Wie de meeste punten heeft, is de winnaar. 9. Meer taalspelletjes Deze zijn te vinden via: 76 CPS Echt wel: Talen BBL!

77 Leerzame activiteit 10 Titel Leerversterker Goose wedding game Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Deze leerzame activiteit is een spel waarin leerlingen mondeling moeten reageren op de vragen in het spel; hoort bij hoofdstuk 10 Xchange deel 1). Engels (ook toepasbaar voor andere mvt) A1(A2) minuten Tafels in groepopstelling plaatsen l Ganzenbordspel(len): liefst zelfgemaakt met plaatjes die bij een huwelijk horen, anders plaatjes toevoegen l Dobbelstenen meenemen 10 M. Neppelenbroek CPS Echt wel: Talen BBL! 77

78 78 CPS Echt wel: Talen BBL!

79 10 Leerversterker Goose wedding game Materials: goose board, pawns, sand glass, dice Rules: Speak English! If you don t: go 2 steps backwards Answer within the time limit. If you don t: go 1 step backwards To step in (instead of throwing 6) Mention two good things about your new husband or wife. Picture 1 nr 5 Why should somebody marry you? Picture 2 nr 7 What are you wearing on this special day? Picture 3 nr 11 Draw the house you are going to live in and tell about it (how many rooms, swimming pool, tennis court etc). Picture 4 nr 14 Phone your best man/woman to tell him to be in time for church. Picture 5 nr 17 Make a wish. Picture 6 nr 20 What kind of car/carriage are you going to drive? Picture 7 nr 23 What weather would you like on your wedding? CPS Echt wel: Talen BBL! 79

80 Picture 8 nr 25 Who are you going to invite? Parents/uncles/aunts/friends/neighbours. Plus who are you definitely not going to invite? Picture 9 nr 28 What band is going to play tonight? (there is no financial limit) Picture 10 nr 33 Congratulations. It was a wonderful party. Thank the people for the lovely day. 80 CPS Echt wel: Talen BBL!

81 Leerzame activiteit 11 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Leerversterker ganzenbord kleding Met deze leerzame activiteit oefenen leerlingen woordenschat en uitdrukkingen rondom kleding. Engels (ook toepasbaar voor andere mvt) A1 50 minuten l Tafels in groepsopstelling plaatsen l Het spel maken/laten maken door leerlingen l Zie handleiding 11 Jorien Nijhuis-van Diest CPS Echt wel: Talen BBL! 81

82 82 CPS Echt wel: Talen BBL!

83 11 Leerversterker Ganzenbord clothes Inleiding In de afgelopen weken hebben jullie uit het boek (Stepping Stones hoofdstuk 8) een aantal lessen over kleding gedaan. Om te oefenen met alle woorden die in die lessen voorkomen, gaan jullie nu eerst een ganzenbord maken en daarna het spel spelen. Per groepje van vier personen moet er één spel zijn. Voorbereiding 1. Ganzenbord maken Hieronder vind je een bladzijde met het speelveld van een ganzenbordspel. Vergroot de bladzijde naar A3 formaat. Als je in de gelegenheid bent om m in kleur uit te printen, kijk dan op: Daar vind je het bordspel als digitaal document en in kleur. 2. Opdrachten verkeersbord Daarnaast vind je ook twee bladzijden met opdrachten in het Engels. Die moeten ook gekopieerd worden op dik papier en op maat gesneden, zodat je een pak met 18 kaartjes krijgt. 3. Stones Op de laatste drie bladzijden zijn kleine zinnetjes te vinden met uitdrukkingen ( Stones ) die ook op dik papier gekopieerd moeten worden met op de achterkant het woord Stones (de derde bladzijde). 4. Overig materiaal Verder heb je nog een dobbelsteen en pionnen (bijvoorbeeld uit een ander bordspel) nodig. Als alle materialen klaar en aanwezig zijn, kun je beginnen met het spelen van het spel. Spelregels 1. Wie als eerste een 6 gooit, mag beginnen. 2. De regels zijn als van een ganzenbord; je gooit de dobbelsteen en zet je pion zoveel stappen vooruit als de dobbelsteen aangeeft. Als je op een hokje met een speciale tekening of woord komt, moet je een opdracht uitvoeren. 3. Hieronder worden de verschillende tekeningen en woorden verklaard. 4. Degene die het eerste bij de finish is, heeft gewonnen! Stones: Pak een kaartje met stones erop. Draai het om en vertaal de stone die op de achterkant staat. Je medespelers bepalen of je antwoord voldoende is. Als jullie er niet uitkomen, vraag je het aan de docent. Vocab: Als je op een vakje met vocab komt, vraagt iemand anders uit de groep je de vertaling van een woord naar het Engels. Het moet een woord zijn wat met kleding te maken heeft (bijvoorbeeld sokken, spijkerbroek ). Kijk hiervoor in de woordenlijst bij het hoofdstuk over kleding dat je net gehad hebt. CPS Echt wel: Talen BBL! 83

84 Wait a turn = een beurt overslaan Go again! = je mag nog een keer met de dobbelsteen gooien Special assignment = pak een kaartje met een verkeersbord erop en voer de opdracht uit. Je groepsgenoten bepalen of je antwoord voldoende is. Als jullie er niet uitkomen, vraag je het aan de docent. Enjoy the game! 84 CPS Echt wel: Talen BBL!

85 CPS Echt wel: Talen BBL! 85

86

87 Change places with someone Shake hands with you teacher go back three paces Spell your first name in English Count to 20 in English Go forward three paces Tell us your favourite sport Spell your last name in English Tell us your favourite food Draw a selfportrait Change places with someone Shake hands with you teacher Go back three paces Count to 20 in English Spell your first name in English Tell us your favourite sport Go forward three paces Spell your last name in English Tell us your favourite food Draw a selfportrait

88

89 Pardon, waar kan ik boeken vinden? Waar is de damesmode? Je kunt het vinden op de begane grond. Het is op de eerste verdieping. Pardon, waar is de sportafdeling? Pardon, waar kan ik de kassa vinden? Het is naast de uitgang. Wat is je maat? Ik heb maat 8. Ik wil graag de lichtblauwe trui kopen. Mag ik een zwart topje passen? Mag ik een zwarte spijkerbroek passen? Ik weet het niet zeker. Ik weet het niet helemaal zeker. Ik kan niet beslissen. Ik weet het nog niet. Mijn rok is erg groot. Zijn T-shirt is te strak. Deze jas is niet leuk. Deze sokken zijn vreselijk.

90 Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones

91 Zijn sportschoenen zijn te klein. Haar trui is in. Die broek is te strak. Wat denk jij?

92 Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones Stones

93 Leerzame activiteit 12 Titel Newsround Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht naar aanleiding van het nieuws. Ook verwerkingsopdracht voor het eigen hier en nu. Engels A1 (afhankelijk van onderwerpen) 1 tot 2 lessen l Introductie kijk-/luister-strategieën l Introductie Newsround l Computer met internet l Realplayer geïnstalleerd op computer 12 M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 93

94 94 CPS Echt wel: Talen BBL!

95 12 Newsround Vooraf Controleer of de RealPlayer geïnstalleerd is. Zo niet, installeer deze via: of vraag de systeembeheerder dat te doen. Task 1 Kijk naar Newsround (het Engelse jeugdjournaal) op Klik op Watch Newsround Launch Newsround player. 2. Beantwoord de vragen in de tabel (in English please!). Gebruik de hokjes die nodig zijn: KB 2 hokjes, TK minimaal 4 hokjes. What did you see? Who were in the news? Make a headline for one news item CPS Echt wel: Talen BBL! 95

96 Extra activity Make a headline (krantenkop) for news at your school today. Maximum five words! Example: MOUSTACHE VD BERG GONE!!! My headline is :... Date : CPS Echt wel: Talen BBL!

97 Leerzame activiteit 13 Titel Kijk/luister naar het journaal Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht naar aanleiding van het journaal. Samenvatting maken van het journaal op internet. Frans, Duits, Engels A1-A2 (afhankelijk van onderwerpen) 1 tot 2 lessen l Introductie kijk-/luisterstrategieën l Introductie nieuwssites op internet l Computer met internet en geluidsrecorder l Realplayer geïnstalleerd op computer 13 M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 97

98 98 CPS Echt wel: Talen BBL!

99 13 Het journaal Product Samenvatting van het journaal van de dag. Situatie Je bent op vakantie. Je ouders zijn niet zo goed in talen en het werken met computers en vragen jou een samenvatting te geven van het belangrijkste nieuws van die dag. Tip Gebruik een online woordenboek Taak Ga op zoek naar de nieuwssite van het land waar je op vakantie bent (bijv. via Voor het kijken: 1. Welke onderwerpen denk je tegen te komen in het nieuws? Welke onderdelen komen meestal in journaals voor? Vul het volgende schema in: Titel nieuwsprogramma: Datum: Naam van de zender (of internetadres): Tijdsduur in minuten van het nieuws: CPS Echt wel: Talen BBL! 99

100 Tijdens het kijken: Vul onderstaande samenvatting in. Je kunt eventueel meerdere keren kijken. Onderwerp Mensen Actie/informatie Na het kijken: Geef je ouders een samenvatting van het nieuws. Deze kan je opschrijven in het Nederlands of in de vreemde taal of je kunt deze inspreken via de geluidsrecorder van je computer (Start > programma s > bureau-accessoires > geluidsrecorder). Hoeveel van de nieuwsuitzending kon je goed volgen? Welke woorden heb je geleerd? Taalportfolio Neem de volgende onderdelen op in het dossier van je taalportfolio: l titel van de taak, l (Internet)adres van de taak, of verwijzing naar je leergang (paginanummer), l internetadres van het journaalfragment of verwijzing naar het fragment, l de ingevulde kijkluister-taakkaart, l de geschreven samenvatting van het nieuws óf je ingesproken samenvatting van het nieuws, l jouw indruk van de taak: wat heb je van de taak geleerd? Gebruik de taalportfolio-handleiding van jouw school. 100 CPS Echt wel: Talen BBL!

101 Leerzame activiteit 14 Titel Chapter 5 Xchange Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Luisteren en kijken naar luisterteksten en video s op internet en vragen beantwoorden. Engels A1 1 les l Introductie kijk-/luister-strategieën l Computer met internet l Realplayer geïnstalleerd op computer 14 M. Neppelenbroek CPS Echt wel: Talen BBL! 101

102 102 CPS Echt wel: Talen BBL!

103 14 Leerversterker Chapter 5 Xchange Situatie Luister en kijk naar de luisterteksten of video s. Tip Gebruik zo nodig het woordenboek Taken l Ga naar doe je koptelefoon op en zorg dat het geluid van de computer alleen op de koptelefoon te horen is. l Kies op de site een opdracht uit de lijst Easy. l Lees eerst de vragen. l Kijk en luister het hele filmpje af. l Beantwoord de vragen. Druk op OK om te kijken of je antwoorden goed zijn. Kopieer dit bestand naar je taalportfolio-dossier! Kijk in de handleiding taalportfolio voor hulp hierbij. l Luister het fragment nog een keer af om alle antwoorden goed te begrijpen. Evalueer je kijk- en luisterprestatie in je taalscore van het taalportfolio onder luistervaardigheid. CPS Echt wel: Talen BBL! 103

104 104 CPS Echt wel: Talen BBL!

105 Leerzame activiteit 15 Titel Korte omschrijving My favourite video Favoriete videofragment bekijken en opschrijven waarom het favoriet is. Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Engels A1-A2 1 les l Introductie kijkluister-strategieën l Uitleg gebruik Wrts en online-woordenboeken l Computer met internet l Realplayer geïnstalleerd op computer 15 M. Neppelenbroek CPS Echt wel: Talen BBL! 105

106 106 CPS Echt wel: Talen BBL!

107 15 Leerversterker My favorite video Product: video opname Situatie: Je gaat je klasgenoten overtuigen waarom het door jou gekozen kijk en luisterfragment zo bijzonder mooi/leuk/ontroerend/grappig is. Tip Gebruik zo nodig het woordenboek of Taken: l Zoek een favoriet Engelstalig filmfragment (op tv of op internet). l Probeer op papier onder woorden te brengen waarom je juist dat fragment gekozen hebt. l Leg de kijker uit waar hij op moet letten (bijvoorbeeld wat wordt er gezegd en wanneer). l Sla je bestand op in je eigen map (en/of je taalportfolio dossier) en noem het: EN-favoriete_video_datum. l Welke nieuwe woorden heb je moeten opzoeken? Schrijf ze op mét de betekenis in het Nederlands in je Wrts-lijst. Kijk voor hulp in de helpkaart Woordjes leren. CPS Echt wel: Talen BBL! 107

108 108 CPS Echt wel: Talen BBL!

109 Leerzame activiteit 16 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Describe your family Opdracht spreekvaardigheid, inclusief presentatie, waarin leerlingen hun familie aan elkaar presenteren. Engels (kan ook voor andere mvt) A1 Minstens 3 lessen (afhankelijk van groepsgrootte) Oefenen met voorstellen l Computer met internet l Eventueel geluidsrecorder l Woordenboeken l Hulpmiddelen ten behoeve van de presentaties 16 R. Houx, M. Neppelenbroek en M.Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 109

110 110 CPS Echt wel: Talen BBL!

111 16 Spreekvaardigheidsversterker Describe your family Introduction In this task you are going to describe your family to your new classmates. Task You are going to present yourself and your family. Show us where you come from, your hobbies, your dreams and of course your friends and family. We really want to know!!! Choose one of the following ways of presenting: l Memory game l Poster l PowerPoint l Leaflet (= brochure) l Video Your presentation should includes photos and should be in English (minimum 50 words). Record your presentation with the geluidsrecorder if possible. See: Geluidsrecorder handleiding. Process 1. What are you going to show us? Make a word web of words to describe your family, like sister, grandfather, et cetera. 2. Now make a second word web of words to describe what your family is like. For example my beautiful mom, our nice dog. Also write down Dutch words that you want to know in English to describe your family. First ask your team mates for help. Then look the words up in the dictionary (=woordenboek) if you don t know enough words: See next page ]>Choose your way of presenting your wonderful environment/family: l Memory game l Poster l PowerPoint l Leaflet (=brochure) l Video Circle your choice above. CPS Echt wel: Talen BBL! 111

112 3. Take or select nice pictures and describe what your public sees in these pictures. 4. Practise your presentation of your family with your classmates. l One of you gives his/her presentation in a team of four. l Three other teammates give feedback. l The presenter improves his/her presentation. l Practise until everyone has done their presentation. Or: draw a name card and give your presentation to your classmate. 5. Now present your family for real to your class. 6. Evaluate your presentation. Use the following evaluation points: l Het moet er mooi uitzien (plaatjes), l Ook de tekst is belangrijk, natuurlijk schrijf je in het Engels (minimaal 50 woorden), l Je moet iets of iemand kunnen voorstellen, maar ook extra informatie over hem/haar of het kunnen geven. Bijvoorbeeld: This is my cat, she is very annoying because she always sleeps on my pillow. 7. Put your presentation in the language portfolio: For help, see the taalportfolio handleiding : Talencentrum/talenBBL/taken/handleiding_europeestaalportfolio.doc 112 CPS Echt wel: Talen BBL!

113 16 Beoordeling spreekvaardigheid Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Uitspraak Als jij Engels spreekt, klink je nog te Nederlands. Een native Engels sprekend persoon begrijpt jou niet. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Een native speaker kan jou al aardig verstaan maar er is soms nog sprake van een misverstand. Jouw Engelse uitspraak is goed. Je bent door een native speaker goed te verstaan. Vloeiendheid Je praat nog teveel met losse woorden. Je spreekt meestal in zinnen maar nog niet altijd. Je praat altijd in vlot lopende zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed: Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent CPS Echt wel: Talen BBL! 113

114 16 Toelichting Gesprekken voeren Europees Referentiekader A1 Gesprekken voeren, beheersingsniveau: Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordgebruik en zinsbouw Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, nietidiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig. l Tempo en articulatie Het spreektempo is laag. Woorden worden duidelijk uitgesproken. Er zijn lange pauzes, zodat de taalgebruiker kan nadenken over de betekenis. l Hulp De gesprekspartner moet langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om veel te herhalen en te herformuleren om na te gaan of hij/ zij begrepen wordt. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordenschat en woordgebruik Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Beperkt tot een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Interactie Vragen en antwoorden over persoonlijke details. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties. l Vloeiendheid Beperkt tot korte, geïsoleerde, uitingen, voornamelijk standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en het herstellen van storingen in de communicatie. l Coherentie Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw, SLO, p. 44/45, te downloaden via: 114 CPS Echt wel: Talen BBL!

115 Leerzame activiteit 17 Titel Speakcards voor speeddating Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Spreekvaardigheidsopdrachten in de vorm van speeddaten. Engels (ook voor andere mvt) A1 1 les (uitbreiding mogelijk) Spreekkaart maken l Eventueel geluidsrecorder M. Neppelenbroek en M. Visser 17 CPS Echt wel: Talen BBL! 115

116 17 Spreekvaardigheidsversterker Speakcards for speeddating Speakcard 1 Vorm tweetallen (A s staan links, B s rechts tegenover elkaar). Beantwoord de vragen op de spreekkaart in de vreemde taal. Gooi de bal over en weer en antwoord over en weer. l Hoe heet je? l Hoe oud ben je? l Waar woon je? l Hoeveel broers en zussen heb je? l Van welke basisschool kom je? l Waar ben je goed in? l Wie is je idool? De B s schuiven daarna vijf plekken op zodat je nieuwe tweetallen krijgt. Speakcard 2 Je bent op een nieuwe school met nieuwe leraren. Wat vind je van je docenten? Antwoord in de vreemde taal! l Hoe gaat het met je? l Wat vind je van je mentor? l Wat vind je van je docenten? Gossip (= roddel) about all yours teachers! l Waar ben je gek op? l Wat vind je spannend? l Waar ben je bang voor? l Bedank je klasgenootje voor het gesprek! Neem je gesprekjes eventueel. op via de geluidsrecorder. Een handleiding krijg je van je juf/leraar of vind je op: handleiding_geluidsrecorder.doc 116 CPS Echt wel: Talen BBL!

117 17 Beoordeling spreekvaardigheid Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Uitspraak Als jij Engels spreekt, klink je nog te Nederlands. Een native Engels sprekend persoon begrijpt jou niet. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Een native speaker kan jou al aardig verstaan maar er is soms nog sprake van een misverstand. Jouw Engelse uitspraak is goed. Je bent door een native speaker goed te verstaan. Vloeiendheid Je praat nog teveel met losse woorden. Je spreekt meestal in zinnen, maar nog niet altijd Je praat altijd in vlot lopende zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed: Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent CPS Echt wel: Talen BBL! 117

118 17 Toelichting Gesprekken voeren Europees Referentiekader A1 Gesprekken voeren, beheersingsniveau: Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordgebruik en zinsbouw Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, niet-idiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig. l Tempo en articulatie Het spreektempo is laag. Woorden worden duidelijk uitgesproken. Er zijn lange pauzes, zodat de taalgebruiker kan nadenken over de betekenis. l Hulp De gesprekspartner moet langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om veel te herhalen en te herformuleren om na te gaan of hij/zij begrepen wordt. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordenschat en woordgebruik Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Beperkt tot een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Interactie Vragen en antwoorden over persoonlijke details. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties. l Vloeiendheid Beperkt tot korte, geïsoleerde, uitingen, voornamelijk standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en het herstellen van storingen in de communicatie. l Coherentie Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw, SLO, p. 44/45, te downloaden via: 118 CPS Echt wel: Talen BBL!

119 Leerzame activiteit 18 Titel Lost in Den Bosch Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Spreekvaardigheidsopdracht rondom de weg vragen. Engels (ook voor andere mvt) A1 1 les (uitbreiding mogelijk) Hoofdstuk uit leergang rondom de weg vragen opzoeken l Eventueel geluidsrecorder 18 M. Neppelenbroek en M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 119

120 120 CPS Echt wel: Talen BBL!

121 18 Spreekvaardigheidsopdracht Lost in Den Bosch Inleiding Deze taaltaak kan gedaan worden in samenhang met een hoofdstuk uit je boek waarin je leert de weg te vragen en de weg te wijzen. Het is zinvol deze eerst te leren en dan te kijken of je de volgende taaltaak goed kunt uitvoeren. Neem eventueel je gesprek op met de geluidsrecorder en sla de opname op in je taalportfolio. Situation: Lost (use the map of Den Bosch in your taak) You and your friend are lost. Ask somebody the way to.. from Role A: you Role B: the expert Role A: l Vraag of iemand je kan helpen. Begin met: Neemt u mij niet kwalijk. l Zeg dat je/jullie een beetje verdwaald zijn en vraag aan de expert of hij de weg weet in de omgeving. l Vraag de weg van naar..(cinema, city centre, Sportiom, FC Den Bosch stadium, railway station, hospital). l Bedank voor de uitleg. Role B: l Zeg : Ja natuurlijk. l Zeg dat je goed bekend bent in Den Bosch. l Help de mensen: gebruik de volgende zinnen: - Ga de 1e, 2e, etc links/rechts. - Ga door tot de stoplichten/het kruispunt. - Ga rechtdoor over de rotonde. - Je komt langs de l Zeg dat je het graag gedaan hebt en wens ze veel plezier bij het. CPS Echt wel: Talen BBL! 121

122 18 Beoordeling spreekvaardigheid Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Uitspraak Als jij Engels spreekt, klink je nog te Nederlands. Een native Engels sprekend persoon begrijpt jou niet. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Een native speaker kan jou al aardig verstaan maar er is soms nog sprake van een misverstand. Jouw Engelse uitspraak is goed. Je bent door een native speaker goed te verstaan. Vloeiendheid Je praat nog teveel met losse woorden. Je spreekt meestal in zinnen maar nog niet altijd Je praat altijd in vlot lopende zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed: Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent 122 CPS Echt wel: Talen BBL!

123 18 Toelichting Gesprekken voeren Europees Referentiekader A1 Gesprekken voeren, beheersingsniveau: Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordgebruik en zinsbouw Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, niet-idiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig. l Tempo en articulatie Het spreektempo is laag. Woorden worden duidelijk uitgesproken. Er zijn lange pauzes, zodat de taalgebruiker kan nadenken over de betekenis. l Hulp De gesprekspartner moet langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om veel te herhalen en te herformuleren om na te gaan of hij/zij begrepen wordt. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordenschat en woordgebruik Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Beperkt tot een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Interactie Vragen en antwoorden over persoonlijke details. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties. l Vloeiendheid Beperkt tot korte, geïsoleerde, uitingen, voornamelijk standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en het herstellen van storingen in de communicatie. l Coherentie Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw, SLO, p. 44/45, te downloaden via: CPS Echt wel: Talen BBL! 123

124 124 CPS Echt wel: Talen BBL!

125 Leerzame activiteit 19 Titel TomTom-opdracht Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht om route uit te stippelen en in te spreken in de doeltaal met docentenhandleiding Engels (ook mogelijk bij andere mvt). A1 1 tot 3 lessen Bekend zijn met internet, Europees Taalportfolio, geluidsbestanden en l Computer met internet en geluidsrecorder l Headset met microfoon l Wrts-account l Wenselijk: taalportfolio-account 19 M. Neppelenbroek CPS Echt wel: Talen BBL! 125

126 126 CPS Echt wel: Talen BBL!

127 19 Leerversterker TomTom opdracht Docentenhandleiding Inleiding Dit is een korte docentenhandleiding bij de TomTom-opdracht. In deze opdracht maken leerlingen gesproken routebeschrijvingen in het Engels (of een andere mvt) in hun woonplaats, bedoeld voor internationale leerlingen. De routebeschrijvingen worden opgenomen en opgeslagen in hun taalportfolio. Voor wie geschikt? l Deze opdracht is geschikt voor leerlingen in de onderbouw vo. De opdracht wordt in principe alleen uitgevoerd. Wat is er nodig? l Computer met internet en programma dat geluid kan opnemen. l Headsets met microfoons. l Wrts-account (www.wrts.nl). l Taalportfolio account (niet strikt noodzakelijk, wel wenselijk). Voorkennis leerlingen/docent l Leerlingen/docent zijn bekend met internet. l Leerlingen kunnen overweg met geluidsbestanden, zie de handleiding. l Leerlingen/docent zijn bekend met l Leerlingen/docent zijn bekend met (en aangemeld). l Leerlingen/docent zijn bekend met taalportfolio (www.europeestaalportfolio.nl), zie de handleiding. Voorkennis woorden omtrent het verkeer activeren l Woordroos maken om vocabulaire te activeren. Bespreking van internationale contacten Bij de bespreking van internationale contacten kunnen de volgende vragen worden gesteld aan de leerlingen: l Wat is er leuk/interessant aan? l Zou jij je voor zoiets opgeven? l Waarom wel/niet? Opmerking Er is bij de leerlingenopdrachten bewust gekozen een deel in het Nederlands te beschrijven, dit om misverstanden te voorkomen. CPS Echt wel: Talen BBL! 127

128 TomTom opdracht Situation Your school will be visited by an international partner school from Turkey. You communicate in English. A pupil from this school is going to stay at your place. However, you will not be able to be with him/her all the time, so he/she needs directions. Your guest will go by bike (just like you). Task l Make a TomTom message for your guest. Describe and record loud and clear the road from school to home. l Make for your Turkish guest a special map with pictures of the objects he is going to see on the road to your house. Process Stap 1: Ga naar Vul de postcode van jouw huis en die van jouw school in. Stap 2: Print de kaart plus routebeschrijving uit. Stap 3: Teken/print de kaart vergroot uit zodat jouw gast een goed en duidelijk overzicht heeft. Je bent verantwoordelijk voor hem, dus dit moet prima in orde zijn. Let op: je maakt een fietsroute!! Stap 4: Beschrijf de fietsroute van school naar huis in het Engels. Doe dit in je eigen woorden. Let op: wanneer je via zinnen of deelzinnen gaat vertalen komen er rare teksten uit die niet te begrijpen zijn!! Jouw gast weet dan niet meer wat hij moet doen en zal verdwalen. Doe dit dus niet!!! Het digitale woordenboek heeft alleen succes als je één woord vertaalt. Stap 5: Voeg bij de fiets-routebeschrijving op papier, foto s toe van belangrijke herkenningspunten/gebouwen die jouw gast onderweg tegenkomt zodat hij weet dat hij goed gaat. Bijvoorbeeld: At the end of the Hervense baan you see traffic lights. Go right (mgr Bruissensingel), after 300 meters you see a FINA gasoline station at your left (nr 1 on the map) Beschrijf ook de door jouw gekozen herkenningspunten/gebouwen in je eigen woorden (wel in het Engels natuurlijk). Voor het gebruik van zie hierboven. Verwijs ook altijd in de tekst waar je op de kaart bent. Je kunt dit nummeren (zie voorbeeld). 128 CPS Echt wel: Talen BBL!

129 Stap 6: Wees de TomTom. Spreek de door jouw geschreven routebeschrijving in op een geluidsbestand. Spreek de route in van school naar huis. Spreek langzaam en duidelijk want jij bent de gids van jouw gast en hij moet je goed kunnen verstaan en begrijpen. Houd ook rekening met de kaart. Verwijs ook altijd in je tekst waar je op de kaart bent. Je kunt dit nummeren. CPS Echt wel: Talen BBL! 129

130 19 Beoordeling Goed Voldoende Onvoldoende Engels schrijven Veel tekst, goed in eigen woorden geschreven. Goed te begrijpen, gebruik van nieuwe woorden, een paar fouten. Niet teveel tekst, een beetje moeilijk te begrijpen. Aardig wat fouten. Niet genoeg tekst, te veel fouten. Moeilijk te begrijpen. Engels spreken Engels taalgebruik is goed te begrijpen. Duidelijk en langzaam gesproken. Goed Engels accent. Engels taalgebruik is redelijk te begrijpen. Niet heel duidelijk gesproken. Redelijk Engels accent. Engels taalgebruik is niet te begrijpen. Te snel en/of onduidelijk gesproken. Creativiteit Mooie en duidelijke kaart, met foto s/plaatjes van herkenningspunten. Ziet er heel aantrekkelijk uit. Redelijk goed te begrijpen kaart met enkele foto s/plaatjes van herkenningspunten. Ziet er redelijk aantrekkelijk uit. Rommelige of onduidelijke kaart, geen plaatjes van herkenningspunt. 3 points 2 points 1 point Mijn score Wat lever je in bij je docent? l Nederlandse routebeschrijving (print stap 2) van je school naar je huis. l Engelse routebeschrijving, in eigen woorden geschreven aan de hand van de Nederlandse routebeschrijving. Dit voor zowel de weg van huis naar school, als van school naar huis. l TomTom-boodschap met jouw stem. Route ingesproken van jouw school naar jouw huis (in het Engels!) l Uitvergrote kaart met foto s van belangrijke herkenningspunten die jouw gast onderweg van jouw school naar je huis tegenkomt. l Wrts-lijst van de nieuwe woorden die je in deze taaltaak hebt geleerd. Hoe lever je het in? Alles in één keer in een presentatiemap. Route inspreken mag via jouw Europees taalportfolio. Geef het geluidsbestand een duidelijke titel met datum, bijvoorbeeld: EN spreken tomtom CPS Echt wel: Talen BBL!

131 19 Beoordeling spreekvaardigheid Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Uitspraak Als jij Engels spreekt, klink je nog te Nederlands. Een native Engels sprekend persoon begrijpt jou niet. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Een native speaker kan jou al aardig verstaan maar er is soms nog sprake van een misverstand. Jouw Engelse uitspraak is goed. Je bent door een native speaker goed te verstaan. Vloeiendheid Je praat nog teveel met losse woorden. Je spreekt meestal in zinnen maar nog niet altijd Je praat altijd in vlot lopende zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed: Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent CPS Echt wel: Talen BBL! 131

132 19 Toelichting Gesprekken voeren Europees Referentiekader A1 Gesprekken voeren, beheersingsniveau: Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen. Tekstkenmerken receptief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordgebruik en zinsbouw Woorden en uitdrukkingen zijn hoogfrequent. Woordgebruik is concreet en alledaags, nietidiomatisch. Zinnen zijn kort en eenvoudig. l Tempo en articulatie Het spreektempo is laag. Woorden worden duidelijk uitgesproken. Er zijn lange pauzes, zodat de taalgebruiker kan nadenken over de betekenis. l Hulp De gesprekspartner moet langzaam en duidelijk spreken en bereid zijn om veel te herhalen en te herformuleren om na te gaan of hij/ zij begrepen wordt. Tekstkenmerken productief l Onderwerp Onderwerpen zijn eenvoudig en zeer vertrouwd of gerelateerd aan directe behoeften. l Woordenschat en woordgebruik Beperkt tot een klein repertoire van woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Beperkt tot een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Interactie Vragen en antwoorden over persoonlijke details. De communicatie is totaal afhankelijk van herhaling, herformulering en correcties. l Vloeiendheid Beperkt tot korte, geïsoleerde, uitingen, voornamelijk standaarduitdrukkingen, met veel pauzes om te zoeken naar uitdrukkingen, de uitspraak van minder bekende woorden, en het herstellen van storingen in de communicatie. l Coherentie Het verband tussen woorden of groepen van woorden wordt aangegeven met basisvoegwoorden, zoals: en of dan. l Uitspraak De uitspraak van een beperkt aantal geleerde woorden en uitdrukkingen kan met enige inspanning worden verstaan door native speakers die gewend zijn om te spreken met mensen met een andere taalachtergrond. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw, SLO, p. 44/45, te downloaden via: downloads/archief/handreiking_20ob_20mvt.pdf/ 132 CPS Echt wel: Talen BBL!

133 Leerzame activiteit 20 Titel Down under identity Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht waarbij de leerlingen informatie verzamelen over Down under -leeftijdsgenoten en hierover spreken. Engels A1 2 tot 3 lessen l Verfstokjes/linialen verzamelen l Materiaal klaarzetten l Computer met internet l Printer l Papier, karton, kleurpotloden, verfstokjes, linialen, lijm, schaar l Niet te kleine ruimte 20 M. Neppelenbroek en M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 133

134 134 CPS Echt wel: Talen BBL!

135 20 Leerversterker Down Under identity Docentenhandleiding Inleiding In deze opdracht verzinnen leerlingen een leeftijdsgenootje dat in Australië of Nieuw- Zeeland woont. Leerlingen krijgen een stokje (bijvoorbeeld een verfroerstaafje, te halen bij onder andere de Gamma) om hun leeftijdsgenootje op te knippen en plakken. Als alternatief kan ook met een washandje gewerkt worden. Leerlingen verzinnen in de taak gevraagde informatie en maken hiervan notities op een spiekbriefje (niet te lang uiteraard want het mag niet voorgelezen worden). Werkvorm Individueel, uitwisseling met meerdere leerlingen. Presentatie eindproduct Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden l Tweetallen in een binnen-buiten cirkel (deel de klas op in twee delen, een binnencirkel met het gezicht naar buiten en een buitencirkel met het gezicht naar binnen, zodat iedereen tegenover iemand staat; de docent geeft aan wanneer er gewisseld wordt en hoeveel plaatsen; doe een aantal gesprekken). l Gesprek met drietallen in de vissenkom. Twee leerlingen zitten op stoelen tegenover elkaar en voeren een gesprek over hun Down Under identities, de derde leerling let op hoe het gesprek gaat en maakt aantekeningen over wat goed gaat en wat niet zo goed gaat; na afloop bespreken leerlingen dit; iedereen speelt een keer observant. Voorbereiding l Zorg dat leerlingen informatie hebben verzameld over Down Under identity, bijvoorbeeld via hun boek of via internetsites. l Zorg dat er een aantal computer met internet en printmogelijkheden beschikbaar zijn. l Benodigdheden: papier of knipbaar karton, kleurpotloden, verfstokjes, linialen, lijm, schaar. l Ruimte voor een binnen-buiten cirkel of een vissenkom-opstelling (groepjes van drie stoelen). Begeleiding l Rondlopen en zorgen dat leerlingen goed aan de slag kunnen met het verzinnen van hun Down Under identity (websites aanraden). l Helpen bij het maken van omschrijvingen in het Engels. l Organiseren en tijd bewaken van de binnen-buiten cirkel of de vissenkom (circa 10 minuten per uitwisseling), zie het overzicht activerende werkvormen in de map. Beoordeling De pop kan eventueel in een mondeling gesprek voorgesteld worden aan de docent (en moet dan tot die tijd bewaard worden). Voor beoordeling: zie leerlingendeel. CPS Echt wel: Talen BBL! 135

136 20 Down Under identity Task Verzin iemand die je interesseert (een leeftijdgenootje aan de andere kant van de wereld: Down Under dus): l Geef de persoon een echte Down Under-naam. l Bedenk hoe hij of zij er uit ziet. l Hoe oud is zij/hij? l Waar woont hij of zij? l Op welke school zit hij of zij? l In welke klas zit hij/zij? l Wat is zijn/haar leukste vak en waarom? l Welke hobby s heeft hij of zij (neem een typische Down Under hobby) l Bedenk zijn of haar favoriete Down Under - food. l Wat is zijn/haar leukste Down Under -dier? l Wat is haar/zijn favoriete muziek en welke films vindt zij/hij leuk? l Bedenk zijn/haar droom: wat vindt hij of zij geweldig? l Hoe is zijn/haar familie: broers, zussen, (gekke) opa, oma, oom of tante. l Wat is zijn/haar favoriete plek in Australië of Nieuw-Zeeland en waarom? Eindproduct Een uitgeknipte/opgeplakte persoon (met fotootjes) die je kunt voorstellen aan je klasgenoten. Je docent vertelt je hoe je dit gaat doen. Neem eventueel je gesprekje op met video of met de geluidsrecorder. Hoe dit werkt kun je nalezen in de handleiding. Presentatie/gesprek Oefen voordat je jouw pop voorstelt in de klas al eventjes met een paar medeleerlingen of thuis voor de spiegel. 136 CPS Echt wel: Talen BBL!

137 20 Beoordeling Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Mooi en origineel Je pop ziet er shabby uit. Hiermee wil je geen vriendjes worden! Je pop is leuk, maar kan nog wat opgepimpt worden. Je pop is top! Uitspraak en vloeiendheid Je klinkt nog veel te Nederlands en je gebruikt nog veel losse woorden. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Je spreekt meestal in zinnen, maar nog niet altijd. Je Engelse uitspraak is goed en door een Engelsman te verstaan. Je praat altijd in zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed? Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent Sla je resultaten op in het Europees taalportfolio. Als je niet weet hoe dit werk, kijk dan in de handleiding taalportfolio. CPS Echt wel: Talen BBL! 137

138 138 CPS Echt wel: Talen BBL!

139 Leerzame activiteit 21 Titel Down-Under identity speaking Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht waarbij de leerlingen nieuwe informatie geven over de Down-Under identity doll en hierover spreken. Engels A1 1 les (meerdere lessen) DUID bij de hand hebben l Computer met internet l Down-Under Identity-doll M. Neppelenbroek 21 CPS Echt wel: Talen BBL! 139

140 140 CPS Echt wel: Talen BBL!

141 21 Down Under Identity Doll speaking Introduction Remember your home-made friend D.U.I.D (Down-Under identity doll: pronounce as do-it)? You already introduced us to your D.U.I.D-friend with this information: l real D.U.I.D name, l real D.U.I.D looks, l age, where he or she lives, l favourite month of the year, l which school she/he is at, l which grade she/he is in, l favourite subject (why?), l his/her hobbies (a typical down under hobby), l his/her favourite down under food, l most likeable down under animal, l favourite music and films, l his/her dream: what does she/he love? l his/her favourite family: brothers, sisters, (weir) grandpa, grandma, uncle or aunt, l favourite place in Australia (Oz) or New Zealand and why? Interesting and exciting new facts about your D.U.I.D 1. Tell us at least 2 things your D.U.I.D will and 2 things won t do in the future. Use: Will/won t (toekomende tijd) 2. Tell us what your D.U.I.D can do just as well as other people. Use: As big as (comparisons) 3. Tell us what your D.U.I.D is better at than other people. Use: Bigger than (comparisons) Tip: World record = overtreffende trap (the biggest of all, the laziest of all) Can (=kan) Could (=zou kunnen) Be able to (=in staat zijn) CPS Echt wel: Talen BBL! 141

142 21 Beoordeling spreekvaardigheid Je wordt op de volgende dingen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Uitspraak Als jij Engels spreekt, klink je nog te Nederlands. Een native Engels sprekend persoon begrijpt jou niet. Je klinkt al redelijk Engels, maar nog niet genoeg. Een native speaker kan jou al aardig verstaan maar er is soms nog sprake van een misverstand. Jouw Engelse uitspraak is goed. Je bent door een native speaker goed te verstaan. Vloeiendheid Je praat nog teveel met losse woorden. Je spreekt meestal in zinnen maar nog niet altijd Je praat altijd in vlot lopende zinnen. Taalbeheersing (woordgebruik) Je gebruikt te veel Nederlandse woorden. Je gebruikt redelijk vaak Engelse woorden, maar nog niet vaak genoeg. Je gebruikt alleen maar Engelse woorden. Wat gaat al goed: Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent 142 CPS Echt wel: Talen BBL!

143 Leerzame activiteit 22 Titel DUID s future Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Opdracht waarbij de leerlingen nieuwe informatie geven over de Down-Under Identity Doll in de toekomst en hierover schrijven. Engels A1 1 les (meerdere lessen) DUID bij de hand hebben l Computer met internet l Down-Under Identity-Doll 22 M. Neppelenbroek en M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 143

144 144 CPS Echt wel: Talen BBL!

145 22 DUID s future Taalvaardigheid Writing and speaking Product Fortune telling: What will I be in the year 2010? Situation Who or what will you be in the future? And who or what won t you be? Will you smoke, or won t you be a smoker? Will you have a nice job or won t you have a nice job? Tip: Gebruik zo nodig het woordenboek: Tasks l Choose if you want to describe yourself in the year 2010 or if you describe your D.U.I.D in the year 2010: I will describe. in the year l Paste a photo of yourself on a stick. l Write your story in the future tense = toekomende tijd. Write down five things you will do and five things you won t do. Be creative!!! (zie: grammatica chapter 2: toekomende tijd of future.) Example: I won t go to school anymore. I will have a scooter. l Also: In this same story describe five things that you can do better than you donow! (zie grammatica chapter 2: vergelijkingen.) Example: I obviously (natuurlijk) will be taller than I was in l Turn the page. Songtext: When I m 64 The Beatles 1967 Attention: You need this information also in your oral test (mondeling). CPS Echt wel: Talen BBL! 145

146 When I m 64 When I get older, losing my hair, many years from now Will you still be sending me a Valentine, birthday greetings, bottle of wine? If I d been out till quarter to three, would you lock the door? Will you still need me, will you still feed me, When I m sixty-four? Hmm------mmm---mmmh. You ll be older, too. Aaah, and if you say the word, I could stay with you. I could be handy, mending a fuse, when your lights have gone. You can knit a sweater by the fireside, sunday mornings, go for a ride. Doing the garden, digging the weeds, who could ask for more? Will you still need me, will you still feed me, when I m sixty four? Every summer we can rent a cottage in the Isle of Whight if it s not too dear. We shall scrimp and save. Ah, grandchildren on your knee, Vera, Chuck, and Dave. Send me a postcard, drop me a line stating point of view. Indicate precisely what you mean to say, yours sincerely wasting away. Give me your answer, fill in a form, mine forever more. Will you still need me, will you still feed me, when I m sixty four? by John Lennon/Paul McCartney Have a look on youtube to see the video and listen to the song: watch?v=1tsv5cr6of0 or 146 CPS Echt wel: Talen BBL!

147 Leerzame activiteit 23 Titel Engels spel over zomervakantie Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Spel over het plannen van en de ervaringen uit de zomervakantie Engels. A1 3 tot 5 lessen l Verzamelen van materialen om spel in elkaar te zetten l Spelregels maken l Materialen om spel in elkaar te zetten E. Pallada 23 CPS Echt wel: Talen BBL! 147

148 148 CPS Echt wel: Talen BBL!

149 23 Engels spel Summer holidays Docentenhandleiding Inleiding Het is de bedoeling dat dit spel ervoor zorgt dat de leerlingen het Engels wat ze in deze periode leren, gebruiken tijdens het spelen van het spel. Het thema is: Holidays are here. Leerlingen gaan plannen maken voor de zomervakantie en vertellen over hun vakantieervaringen. Specificaties l Het spel moet door meerdere leerlingen tegelijk gespeeld kunnen worden. l Het spel wordt samen met de leerlingen gemaakt. Zij kunnen hun eigen ideeën er in kwijt. l De leerlingen bedenken zelf de vragen voor het spel, in het Engels. Dit moeten open vragen zijn, zodat ze niet alleen met yes of no beantwoord kunnen worden. l De leerlingen beslissen zelf wat voor soort spel het gaat worden. Voorbereiding l Reisgidsen halen bij het reisbureau, waaruit de leerlingen plaatjes kunnen halen. l Bepalen welke materialen er verder nodig zijn om het spel te maken. Voorbeelden van spellen In een klas werd het een soort ganzenbord. Uit de reisgidsen knipten de leerlingen plaatjes en plakten die vervolgens op een groot karton. De twaalf vragen die de leerlingen gemaakt en in het Engels opgeschreven hadden, heeft de docent mee naar huis genomen om eventuele fouten er uit te halen. Vervolgens werden alle plaatjes op het karton geplakt. Er kwamen ook hindernissen in het spel. In een andere klas gingen ze ook plaatjes uit de reisgidsen knippen, maar hebben deze vervolgens in drie cirkels op het karton geplakt. Bij dit spel moest men zo snel mogelijk in de binnenste cirkel zien te komen. Ook hier hebben de leerlingen zelf twaalf vragen bedacht en in het Engels opgeschreven. Ook hier zijn de vragen door de docent nagekeken en zijn er hindernissen door de leerlingen bedacht. Wat leren de leerlingen l Engelse taal- en spreekvaardigheid, l samenwerken, l creatief zijn. Toepassing Het spel maken kan een verrijkingsopdracht zijn voor de leerlingen die eerder klaar zijn met hun opdrachten. Het leuke is dat daarna de hele klas in groepjes het spel kan gaan spelen. Het spel wordt geplastificeerd zodat het ook in andere klassen of in een volgend jaar gebruikt kan worden. CPS Echt wel: Talen BBL! 149

150 De leerlingen hebben er drie lesuren over gedaan om het spel te maken. Enkele voorbeelden van vragen die de leerlingen hebben verzonnen: l What is your favourite country and tell us why? l Tell us in 30 seconds as many countries as you know? l Tell us your biggest holiday blooper? l With which teacher of this school would you like to go on a holiday? Tell us why. You have to name one!! l Mention three things people like to eat or drink in Italy. Enkele voorbeelden van hindernissen: l You have to make a phone call, you have to wait a turn. l You have missed your plane, go back five places. 150 CPS Echt wel: Talen BBL!

151 23 Engels ganzenbord Summer holidays maken Inleiding Jullie gaan in groepjes van vijf leerlingen zelf een ganzenbord in het Engels maken. Hiervoor hebben jullie twee lessen. Over het spel l Jullie bedenken zelf de vragen voor het spel over het thema zomervakantie, in het Engels. l Jullie beslissen zelf wat voor soort ganzenbord het gaat worden en welke materialen je nodig hebt om het te maken; denk ook aan extra opdrachten, hindernissen, et cetera. l De vragen die jullie maken, moeten open vragen zijn, zodat ze niet alleen met yes of no beantwoord kunnen worden. Eerste les l Als basis voor het ganzenbord gaan jullie plaatjes uitknippen uit Engelstalige reisgidsen en deze opplakken op een groot vel karton (zie foto). l Daarnaast bedenk je met je groepje minimaal twaalf vragen die je gaat stellen (geen ja/nee vragen!). Deze lever je bij de docent in. l Jullie bedenken alvast wat voor hindernissen jullie in het spel willen inbouwen. Enkele voorbeelden van vragen die je kunt bedenken: l What is your favourite country and tell us why? l With which teacher of this school would you like to go on a holiday? Tell us why. You have to name one!! l Mention 3 things people like to eat or drink in Italy. Enkele voorbeelden van hindernissen: l You have to make a phone call, you have to wait a turn. l You have missed your plane, go back 5 places. CPS Echt wel: Talen BBL! 151

152 Tweede les De docent heeft jullie vragen nagekeken en teruggegeven. 1. Jullie gaan nu kartonnen Kans -kaartjes maken met die vragen erop, of jullie plakken de vragen tussen de plaatjes (naar keuze). 2. Jullie bedenken de spelregels en schrijven die in het Engels op. 3. Jullie maken het speelbord af en laten het plastificeren, als dat kan. 4. Jullie spelen het spel eerst een keer zelf om te kijken of alles klopt. 5. Daarna wisselen jullie de spellen uit tussen de groepjes en spelen jullie telkens een ander spel. Veel plezier met het maken en spelen van het spel! 152 CPS Echt wel: Talen BBL!

153 Leerzame activiteit 24 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Grief for Steve Schrijfopdracht rondom Steve Irwin, oefening met de verleden tijd. Engels A1 1 les l Introductie op thema Australië l Korte filmpjes van Steve Irwin bekijken l Brainstorm over Steve Irwin en waarom hij beroemd was l Computer met internet 24 M. Neppelenbroek en M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 153

154 154 CPS Echt wel: Talen BBL!

155 24 Schrijfvaardigheid Grief for Steve Product Letter to Steve Irwin s offspring (=nageslacht). Situation Steve Irwin is Down Under s famous Croc Hunter. He always had contact with wild animals from Down Under. Sadly enough he died last year. This news shocked the world. Write a letter to his wife Terri, his daughter Bindi and his son Robert. Tell them what you admired in Steve (75 words TK, 50 words KB). Tip Gebruik zo nodig het woordenboek: of Tasks 1. Go to the internet and find information about Steve Irwin. 2. First answer these questions: - What happened to Steve? - Why do you think everybody liked him? Write this in your letter to his relatives. 3. Schrijf hier een verhaaltje over IN DE VERLEDEN TIJD (zie grammatica simple past chapter 1, Xchange deel 2). 4. Gebruik minimaal drie regelmatige werkwoorden in de verleden tijd (eindigend op ED ) en één onregelmatig werkwoord (zie grammatica simple past chapter 1 ). l Kijk voor een voorbeeldbrief op de achterkant. l CPS Echt wel: Talen BBL! 155

156 Mrs. M. Neppelenbroek Hervensebaan JL Den Bosch Hervion College The Netherlands The Australian Zoo Attention: Terri, Bindi and Robert Irwin Steve Irwin Way Beerwah Queensland 4519 Australia Den Bosch, 2 September 2007 Dear Terri, Bindi and Robert, I was so sorry to hear that Steve died. I thought he was brave because he. All the best, (signature) Mrs. Neppelenbroek The Netherlands 156 CPS Echt wel: Talen BBL!

157 24 Beoordeling voor schrijfvaardigheid Leerlingen worden op de volgende onderdelen beoordeeld: Aspect Beginner 1 punt Op weg 2 punten Topper 3 punten Schrijfvaardigheid (betekenis) Wat wil je leerling overbrengen? Je hebt moeite om je verhaal in het Engels op te schrijven. Een Engels sprekend persoon begrijpt jouw verhaal niet. Je kunt jezelf al aardig in het Engels uitdrukken. Maar dat wat je schrijft, wordt nog niet altijd goed begrepen door een Engels sprekend persoon. Je kunt jezelf goed in het Engels uitdrukken. Een Engels sprekend persoon begrijpt wat er staat. Spelling en Grammatica (vorm) Correctheid Je maakt nog teveel spellingsfouten. Ook heb je moeite met de woordvolgorde. De vorm van de werkwoorden gebruik je nog niet op de juiste manier. De spelling is niet altijd perfect. Je zinnen lopen ook niet altijd perfect en de werkwoorden worden soms wel en soms niet goed vervoegd. Je spelt de woorden goed en je zinnen zitten goed in elkaar. De werkwoorden worden goed vervoegd. Originaliteit en aantrekkelijkheid Jouw verhaal is niet zo origineel/aantrekkelijk geschreven en de lezer haakt snel af. Je verhaal is best origineel/aantrekkelijk om te lezen. Je gebruikt soms al verrassende invalshoeken. Je hebt een verrassende en originele kijk op de zaak. Als lezer is het erg leuk en interessant om jouw verhaal te lezen. Wat gaat al goed? Wat moet je nog verbeteren? Hoe ga je dat doen? Wanneer? Paraaf docent CPS Echt wel: Talen BBL! 157

158 24 Toelichting Schrijfvaardigheid Europees Referentiekader A1 Schrijven, beheersingsniveau Kan een korte, eenvoudige mededeling doen, bijvoorbeeld voor het zenden van vakantiegroeten. Kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld naam, nationaliteit en adres op een inschrijvingsformulier noteren. Tekstkenmerken productief l Onderwerp De teksten hebben betrekking op de schrijver zelf of op imaginaire personen. l Woordenschat en woordgebruik Woorden en eenvoudige uitdrukkingen, over persoonlijke details en bepaalde concrete situaties. l Grammaticale correctheid Een klein aantal eenvoudige grammaticale constructies en uit het hoofd geleerde uitdrukkingen. l Spelling en interpunctie Bekende woorden en korte zinnen zoals op eenvoudige verkeers- of ANWB borden, instructies, namen van dagelijkse objecten en namen van winkels of regelmatig gebruikte basiszinnen zijn correct overgeschreven. Eigen adres, nationaliteit en andere persoonlijke details zijn correct gespeld. l Coherentie Woorden of groepen van woorden zijn verbonden met behulp van basisvoegwoorden, zoals: en of dan. Om de niveaus zichtbaar te maken zijn de producten van de leerlingen hierna met de oorspronkelijke fouten opgenomen. Bron: Handreiking Nieuwe Onderbouw, SLO, p. 53. Te downloaden via: downloads/archief/handreiking_20ob_20mvt.pdf/ 158 CPS Echt wel: Talen BBL!

159 Leerzame activiteit 25 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Write your own comic Schrijfopdracht waarbij leerlingen een strip naar keuze mogen maken. Engels/Frans/Duits A1 1 les Enkele simpele strips in doeltaal lezen l Computer met internet 25 M. Neppelenbroek CPS Echt wel: Talen BBL! 159

160 160 CPS Echt wel: Talen BBL!

161 25 Schrijfversterker Write your own comic Product Write your own comic (=stripverhaal). Situatie Make a comic about a topic of your choice (bullying, your own future, your favourite singer, sportsman, hobby, soap). The best one will be published in the school-newspaper or on the school website. Tip: Gebruik zo nodig het woordenboek: Tasks l Write a comic about any topic you like: bullying, your own future, your favourite singer, sportsman, hobby, soap. My choice is: l Your comic needs to have: pictures, - Each picture has at least 1 text balloon, - Text balloons are in English, - TK: 75 words / KB: 50 words in total, - Nice photos/drawings, etc. Tip: You can use your own photo(s). l Hand in your comic to your teacher. CPS Echt wel: Talen BBL! 161

162 My comic: Name: Class: 162 CPS Echt wel: Talen BBL!

163 Leerzame activiteit 26 Titel Do your own cooking Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Opdracht waarbij leerlingen recepten zoeken en een menu samenstellen. Engels (ook voor andere mvt) A1 (A2.1) 1 2 lessen, exclusief koken zie docentenhandleiding l Computer met internet l Eventueel Engelse kookboeken l Keuken (als er daadwerkelijk gekookt gaat worden) 26 Ontwikkeld door I. Baay, A. Bosma en M. Visser CPS Echt wel: Talen BBL! 163

164 164 CPS Echt wel: Talen BBL!

165 26 Lessenserie Do your own cooking Docentenhandleiding Inleiding op de taak Leerlingen maken een seizoensgerecht klaar. Dit wordt zo mogelijk geserveerd en tijdens het opdienen wordt een kort gesprekje gevoerd over het gerecht met de koks en de obers. Voorbereiding 1. Afstemming met uw collega uit de consumptieve richting over het samenwerken aan deze opdracht (denk ook aan gezamenlijke beoordeling). 2. Indeling van de klas in teams van 4-6 personen. 3. Verdeling van seizoenen over de teams. Eventueel kunt u deze opdracht afwisselen (lente en zomer samen en herfst en winter). De ene helft van de teams is restaurantbezoeker in het voorjaar, de andere helft in het najaar. 4. Kookboeken of toegang tot internetcomputers met Word en software om illustraties te bewerken. 5. Mp3-speler om de gesprekken op te nemen of enkele videocamera s met gebruiksaanwijzing, microfoon en digitaal bandje. Overige randvoorwaarden l (gekleurd) papier, lijm, schaar, stiften, l computers met internetaansluiting, Word, illustratieprogramma, geluidsrecorder, e.d., l woordenboek of online woordenboek: l methode: verwijzing naar maten, gewichten en ingrediënten. Voorkennis l samenwerken, l telwoorden, l aanduidingen van ingrediënten, maten en hoeveelheden. Wat leren leerlingen l Toepassen van telwoorden, ingrediënten, maten en hoeveelheden. l Aanleggen van een woordenlijst, bijvoorbeeld via Gesprekken in het restaurant Afgesproken wordt dat de ene helft van de klas kok/ober is en de andere helft bezoeker. De ober moeten in het Engels ontvangen, de bestelling opnemen en bedienen. De kok moet recepten beschrijven. De bezoekers stellen vragen over de recepten en de ingrediënten en beoordelen de maaltijd. De gesprekken kunnen eventueel op video vastgelegd worden (of opgenomen worden met de opnamefunctie van een mobiele telefoon). Gebruik bij video altijd een losse microfoon om zeker te zijn van een goede geluidskwaliteit. CPS Echt wel: Talen BBL! 165

166 Tips bij de uitvoering l Maak tafelgroepen (eventueel voor elk seizoen één groep). l Geef de opdracht: choose your favourite vegetable; maak aan de hand van de antwoorden groepjes. l Begin eerst met een korte toelichting in het Engels op de taak. Vertel leerlingen wat ze gaan doen, welke werkafspraken er zijn en wanneer welke deelopdracht klaar moet zijn. Houd eventueel een brainstorm-rondje, dit kan ook al in teams van vier tot zes leerlingen. Leerlingen beantwoorden de volgende vragen op het bord: u Welke inhoudsmaten ken je? u Wat zijn typische seizoensgroenten en wat maak je er dan mee? u Welke dingen vind je lekker om te eten (omschrijf dit in het Engels) en hoe maak je dat? u Korte verrassingsrecepten: iedereen heeft drie minuten om een simpel gerecht te beschrijven op een kaartje, die gaan op een hoop en worden willekeurig verdeeld (alternatief: maak een klassenreceptenboekje). u Groenten-memory: verzamel plaatjes van groenten (of inhoudsmaten) en laat die door leerlingen benoemen. Evaluation The results will be evaluated on the following points: l Choice of recipe: common good original choice l Shopping list: costs, completeness, use of English l Menu: use of English, design, illustrations l Cooking (for the cooks) l Serving (for the waiters) l Quality of customer information. 166 CPS Echt wel: Talen BBL!

167 26 Do your own cooking Introduction You re going to prepare a season meal for which you have to do your own shopping. You have to find a nice recipe which you can do on the internet or in an English cooking book or magazine. Ask your teacher to give you some ideas. At the end of these classes you will enjoy a meal made by yourself or one of your classmates. AND your class will have an all-year-round recipe book!! Task You will have to complete the following tasks: 1. Ask your teacher for which season you have to find the recipes. 2. Individually: find an English recipe for this season on the internet or in a cooking book. 3. In your team: compare recipes and choose one, explain your choice. 4. Make a shopping list. Think of how much you ll need for five persons. 5. Calculate how much money you ll need. A meal consists of: l a starter, l the main dish, l a dessert, l coffee or tea. Of course, all activities will done in English! Have a look at step 9 of the process for the evaluation criteria. Note: When your teachers agree with it, you ll be cooking and serving the recipe in your school s restaurant. Be prepared to answer questions in English about the recipe and how to make it. If this is the case, record your talk with an mp3 player if possible. Include it in your language portfolio. CPS Echt wel: Talen BBL! 167

168 Process 1. Ask your teacher for which season you have to find a recipe. Write down which vegetables are typically in season. 2. Individually, find a recipe with these seasonal ingredients. Use a cookbook or online recipes, like: In your team, read each other s recipes. Choose one you like best, explain why. This is the recipe you are going to make. 4. Together, make a list of ingredients (a shopping list) and write down the entire recipe and how to make it in English. Use proper English terms for ingredients, weights and measures and kitchen utensils (=keukengerei). Make a recipe page so it can be collected in a class cookbook. 5. Design a menu in English with your recipe on it. Add some nice pictures to your menu. 6. Prepare your meal in the school restaurant. 7. Serve the food to your classmates and teachers. Be prepared to answer questions about the preparation (the cook(s)) and the ingredients (the waiter(s)). If possible, record your conversations using an mp3-recorder or video camera. 8. Include all your task results in your digital language portfolio and hand your teacher a copy of your cookbook page. For help, see the taalportfolio handleiding : Talencentrum/talenBBL/taken/handleiding_europeestaalportfolio.doc Evaluation Now your results will be evaluated on the following points: l Choice of recipe: common good original choice, l Shopping list: costs, completeness, use of English, l Menu: use of English, design, illustrations, l Cooking (for the cooks), l Serving (for the waiters), l Good information to customers. 168 CPS Echt wel: Talen BBL!

169 Leerzame activiteit 27 Titel Groepsreis naar München Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Groepsopdrachten ter voorbereiding op een reis naar München. Duits A1/A2 Wisselend Zie docentenhandleiding Zie docentenhandleiding J. Jonker en J. Richters 27 CPS Echt wel: Talen BBL! 169

170 170 CPS Echt wel: Talen BBL!

171 27 Lessenserie Groepsreis naar München CPS Echt wel: Talen BBL! 171

172 172 CPS Echt wel: Talen BBL!

173 27 Docentenhandleiding Inleiding In deze lessenserie gaan leerlingen zelf een reis naar München voorbereiden en uitvoeren. Het accent van de opdrachten zal liggen bij spreekvaardigheid, maar er zal zeker ook aan luister-, lees- en schrijfvaardigheid gewerkt worden. De opdrachten veronderstellen een niveau dat ligt tussen A1 en A2 voor gespreks- en schrijfvaardigheid en een A2-niveau voor de receptieve vaardigheden. De lessenserie wordt uitgevoerd aan het einde van het 3e leerjaar en zal in totaal minimaal zes weken in beslag nemen (drie weken ter voorbereiding, één week op reis, twee weken na de reis). Het staat de docent uiteraard vrij om hierin andere keuzes te maken. Werkvorm De leerlingen werken deze hele lessenserie in groepjes; zowel voor, tijdens als na afloop van de reis. Binnen de groepjes zal wel een duidelijke (wisselende!) taakverdeling afgesproken moeten worden en ook moeten er afspraken gemaakt worden over de uitvoering van de interviews, zodat niet telkens dezelfde personen het woord voeren. Het is aan de docent om hierop toe te zien. Voorbereiding/benodigdheden Om deze lessenserie uit te kunnen voeren, moeten de leerlingen kunnen beschikken over de volgende zaken: l computers met internet (voor het opzoeken van informatie over München), met mogelijkheden tot het opslaan en bewerken van videofilmpjes en foto s, et cetera., l printer, l beamer voor vertoning PowerPoint Presentaties (PPT), l digitale videocamera s (eentje per groep) met richtmicrofoon (en werkende batterijen), l mp3-spelers met opname mogelijkheid en microfoon (als de videocamera s een probleem zijn), l digitale fotocamera s (ook mobiele telefoons kunnen hiertoe dienst doen), l lesmethodes met daarin voorbeelden van standaardzinnetjes die in gesprekken van pas komen, l website van het vaklokaal Duits waarin allerlei hulpmiddelen te vinden zijn: en online woordenboeken, bijvoorbeeld Verder zal de docent van tevoren zelf ook de informatie moeten nazoeken die de leerlingen moeten opzoeken. Via Google is veel informatie over de stad München (of welke Duitse stad dan ook) makkelijk te vinden. De docent zal zelf uit een Duitse reisgids of op aanvraag bij een Duitse VVV een stadswandeling moeten verzorgen en kopiëren voor de leerlingen, waarbij hij/zij moet aangeven van welke plekken hij/zij foto s wil zien als bewijs dat zij daar daadwerkelijk geweest zijn. CPS Echt wel: Talen BBL! 173

174 De docent kan zich ook oriënteren op andere opdrachten die reeds ontwikkeld zijn voor het bezoeken van andere landen en steden, zoals: l Talenquest Grenzenlos: htm l Dagje uit Duitsland: Lessenreeks_dagje_uit_Duits.doc De docent kan de huidige lessenserie aanpassen naar zijn of haar wensen, eventueel met input uit de hiervoor genoemde opdrachten. Met name voor een gedetailleerde beoordeling kan veel informatie overgenomen worden uit de Talenquest Grenzenlos. Begeleiding De docent zal continu vinger aan de pols moeten houden wat betreft de voorbereidingen van de reis in de verschillende groepjes. Het is handig om met de leerlingen af te spreken om tussentijds verslag te doen van hun vorderingen en eventuele producten tussentijds te beoordelen. De docent moet continu rondlopen en leerlingen helpen met het vinden van bronnen, hulpmiddelen en andere informatie. Beoordeling Het is aan de docent om te beslissen of hij/zij alle opdrachten na de reis wil laten uitvoeren. Hier kunnen ook keuzes uit gemaakt worden. Om de spreek- en schrijfproducten van de leerlingen te beoordelen, is het prettig om te weten wat de eisen/criteria zijn op niveau A1 en A2 van het Europees Referentiekader. Hieraan zouden de gesprekken, presentaties en schrijfproducten moeten worden afgemeten. De omschrijvingen van het niveau en de bijbehorende criteria kunt u vinden in Taalprofielen: op de volgende pagina s: l gespreksvaardigheid niveau A1 en A2, p. 51 en 55, l spreekvaardigheid niveau A1 en A2, p. 75 en 77, l schrijfvaardigheid niveau A1 en A2, p.89 en CPS Echt wel: Talen BBL!

175 27 Groepsreis naar München Inleiding In groepen van vier gaan jullie een paar dagen naar Duitsland in de meivakantie. Jullie gaan met de trein of de bus naar Beieren (Bayern) en wel naar München. Om deze reis voor te bereiden en uit te voeren hebben wij jullie hulp nodig. Jullie gaan zelf een aantal dingen uitzoeken en regelen voor de reis. Dit doen jullie in groepjes. Deze groepjes worden door de docent ingedeeld. Binnen elk groepje wordt een verdeling gemaakt wie waarvoor verantwoordelijk is (wat niet betekent dat diegene dat onderdeel altijd alleen moet doen!). Bijvoorbeeld voor de opdrachten die je voor vertrek moet uitvoeren kun je de volgende taakverdeling maken: l één persoon is verantwoordelijk voor het opzoeken van de benodigde informatie, l één persoon is verantwoordelijk voor het maken van een PowerPoint Presentatie (PPT) voor de rest van de klas, l één persoon is verantwoordelijk voor het maken van een videofilmpje van jullie werk, l één persoon is presentator van de PPT die vertoond wordt. CPS Echt wel: Talen BBL! 175

176 1. Opdrachten ter voorbereiding op de reis Elk groepje heeft een eigen opdracht voordat jullie op reis gaan én een aantal opdrachten die iedereen moet uitvoeren. We beginnen met de opdrachten per groepje: Groep 1 Opdracht Jullie zoeken een jeugdherberg in het centrum van München, niet al te ver van het station. Maak een keus uit een van deze drie jeugdherbergen: - Haus International: - Easy Palace: - Meininger City Hostel & Hotel München: en bepaal welke jeugdherberg jullie het liefste willen. Vermeld de prijs en ook of er een ontbijt bij de prijs is inbegrepen en zo ja, waaruit deze bestaat. Jullie maken geen bezwaar tegen het feit dat jullie de douche en de wc moeten delen met anderen. Zoek op of het niet te ver weg is van het centrum, et cetera. Zoek ook uit hoe je kunt reserveren: per mail, per post of per telefoon. Product l Maak een PowerPoint Presentatie (.PPT) met de drie mogelijkheden : de klas beslist later mee welke optie beste is. l Na het vertonen en bespreken van de PPT reserveren jullie de jeugdherberg voor de hele groep. l Zodra jullie ter plekke zijn, houden jullie een interview met iemand van de jeugdherberg (opnemen op video of mp3). 176 CPS Echt wel: Talen BBL!

177 Groep 2 Opdracht Voordat jullie kunnen vertrekken moeten jullie weten hoeveel de reis gaat kosten. Jullie informeren wat de reis kost vanaf het station Enschede, maar omdat jullie vlakbij de Duitse grens wonen, denkt één van jullie ouders dat vertrek vanaf Bad Bentheim misschien wel goedkoper is. l Pak dus de fiets en ga in Gronau informeren wat een retourtje München kost. l Zoek ook uit of het niet goedkoper is om met de bus te gaan; vergelijk busmaatschappijen uit Nederland met die vlak over de grens in Duitsland. l Maak een routebeschrijving voor de eventuele buschauffeur. l Zoek ook uit hoe je kunt reserveren; per mail, per post of per telefoon. Product l Maak een PowerPoint Presentatie met de verschillende mogelijkheden (bus/trein NL/DU); de klas beslist mee over het beste vervoer. l Na het vertonen en bespreken van de PPT gaan jullie de kaartjes bestellen voor de trein of de bus reserveren. l Ter plekke/onderweg (opnemen op video of mp3): - groepskaart aan conducteur laten zien (als jullie met de trein gaan), - gesprekje met buschauffeur (als het een Duitse bus is). CPS Echt wel: Talen BBL! 177

178 Groep 3 Opdracht Uiteraard willen jullie niet alleen door de stad wandelen, maar ook wat bijzondere dingen bezoeken. Jullie gaan bezienswaardigheden opzoeken: welke, waarom leuk/interessant, welke prijs, adres/routebeschrijving. l Zo wil één van jullie de schatkamer van Hertog Albrecht V bekijken. Hij/zij is zeer enthousiast en weet jullie over te halen naar het kasteel te gaan waar deze schatkamer is. Vind uit naar welk kasteel jullie moeten en wat er zoal te zien is, wat jullie aan entree moeten betalen, et cetera. l Zoek daarnaast nog twee andere bezienswaardigheden uit. l Zoek ook uit hoe je kunt reserveren; per mail, per post of per telefoon. Product l PowerPoint Presentatie met een overzicht van mogelijke bezienswaardigheden; de klas beslist mee wat jullie uiteindelijk gaan bezoeken. l Na het vertonen en bespreken van de PPT, gaan jullie ter plekke (opnemen op video of mp3): - kaartjes kopen, - de weg wijzen aan de buschauffeur (van tevoren uitgezocht) of de route per tram/bus uitzoeken. Groep 178 CPS Echt wel: Talen BBL!

179 Opdracht Als je in München bent, wil je natuurlijk ook het stadion van Bayern München bezoeken en wat is er mooier dan dit te doen tijdens een wedstrijd om dan ook de sfeer in het stadion te proeven. l Probeer er achter te komen of Bayern, in de week dat jullie gaan, ook een wedstrijd moet spelen en kijk wat je voor een kaartje moet betalen. l Informeer ook naar bioscoop, kanoën, zwemparadijs et cetera als je medeleerlingen geen zin in voetbal hebben. Zorg voor minimaal drie alternatieven. l Zoek ook uit hoe je kunt reserveren; per mail, per post of per telefoon. Product l PowerPoint Presentatie met een overzicht van mogelijke ontspannende activiteiten. l Ter plekke (opnemen op video of mp3): - kaartjes kopen, - weg wijzen aan chauffeur (route van tevoren uitgezocht) of route per tram/bus uitzoeken. CPS Echt wel: Talen BBL! 179

180 Groep 5 Opdracht In München gaan jullie ook twee avonden samen met de groep uit eten. Jullie moeten van tevoren bepalen in welke restaurants jullie gaan eten. l Jullie mogen per avond max. 15,- per persoon uitgeven, inclusief drankjes. l Je mag niet naar McDonalds of soortgelijke fastfood-restaurants. l Inventariseer wat voor dieetwensen je klasgenoten hebben. l Zoek op de websites naar geschikte restaurants. l Stel een menu samen waaruit iedereen iets kan kiezen en wat niet boven de prijs uitgaat. l Zoek ook uit hoe je kunt reserveren; per mail, per post of per telefoon. Product l Power Point Presentatie met een overzicht van mogelijke restaurants en menu s; de klas beslist waar jullie gaan eten. l Na vertoning en bespreking van de PPT: bel/mail/schrijf je om te reserveren. l Ter plekke (opnemen op video of mp3): - Doorgeven aan de ober wie wat wil eten en drinken (zelf eerst bestelling van de hele groep opnemen). - Rekening vragen en controleren. 180 CPS Echt wel: Talen BBL!

181 Alle groepen Straatinterview Jullie gaan allemaal een opzet maken voor gefilmde straatinterviews met bewoners van München. Dit betekent: l Minimaal tien vragen naar keuze bedenken en uitschrijven in het Duits (bijvoorbeeld over waar ze wonen, wat ze voor werk doen, wat ze van de stad vinden, wat ze over Nederland weten, et cetera), l Bedenken hoe je de mensen gaat benaderen (zoek de daarvoor gebruikte standaardzinnetjes op), l Spreek af wie gaat filmen en wie gaat interviewen, l Lever de interviewvragen in bij de docent. Oefengesprekjes Jullie gaan in München ook de volgende opdrachten uitvoeren (én filmen). Bereid je daarop voor door de zinnetjes die je daarvoor nodig hebt, op te zoeken en met elkaar te oefenen: 1. Je gaat ongetwijfeld op een terrasje of in een café of Konditorei iets drinken. Je gaat nu bedenken hoe je in het Duits een drankje bestelt en oefent met elkaar het gesprekje met de ober. Laat dit gesprekje horen aan je docent en verwerk eventuele verbeteringen die hij aangeeft. 2. Je wilt iets kopen in een winkel; bedenk wat jullie willen kopen en in wat voor winkel. Bedenk dan samen hoe je naar dit product kunt vragen ( Heeft u..? ) en hoe je het kunt afrekenen. Oefen samen dit dialoogje met de verkoper. Laat dit gesprekje horen aan je docent en verwerk eventuele verbeteringen die hij/zij aangeeft. 3. Je gaat de weg vragen naar het restaurant waar jullie gaan eten; zoek op hoe je de weg vraagt en welke antwoorden men zou kunnen geven. Laat dit gesprekje horen aan je docent en verwerk eventuele verbeteringen die hij/zij aangeeft. 4. Jullie willen s avonds met de groep uitgaan in de binnenstad, maar jullie weten niet waar jullie heen kunnen gaan. Je gaat in München op straat twee jongeren aanspreken met de vraag waar je het beste uit kunt gaan als je naar een kroeg wilt en als je naar een discotheek wilt. Bereid dit gesprek in je groepje voor. Laat dit gesprekje horen aan je docent en verwerk eventuele verbeteringen die hij aangeeft. CPS Echt wel: Talen BBL! 181

182 2. Opdrachten tijdens de reis Tijdens de reis moeten de volgende opdrachten door elk groepje uitgevoerd worden en dit moet ook gefilmd worden. Zorg ervoor dat niet telkens dezelfde mensen aan het woord zijn, dus verdeel elke keer opnieuw de taken (spreken, filmen, et cetera!). Zorg ervoor dat iedereen een keer aan de beurt komt. 1. Interview van minimaal twee minuten met twee volwassenen op straat Jullie spreken twee voorbijgangers aan en vragen of je hen iets mag vragen. Van tevoren heb je minimaal tien vragen voorbereid en die stel je aan hen. Het interview wordt op video opgenomen (mét geluid!). 2. Een drankje bestellen Jullie gaan een drankje bestellen in een café of Konditorei en voordat je vertrekt afrekenen. Neem dit gesprekje op video op. 3. De weg naar het restaurant vragen Je klasgenoten hebben een restaurant geregeld om s avonds te gaan eten. Jullie hebben wel de naam van het restaurant, maar weten niet precies hoe je er moet komen. Vraag de weg aan iemand op straat en film het gesprekje met video. 4. Winkelen: verschillende dingen kopen Je hebt op school al bedacht wat je zou kunnen kopen als je in München bent. Het hoeft niet duur te zijn, maar zorg ervoor dat ieder van jullie groepje iets koopt van maximaal 5,-. De andere groepsgenoten nemen het gesprekje op. 5. Een uitgaansgelegenheid zoeken Jullie willen s avonds uitgaan in de stad. Je wilt van jongeren van jouw leeftijd weten waar je het beste naartoe kan gaan. Je hebt je in Nederland op dit gesprekje voorbereid. Spreek twee jongeren op straat of in een café aan en neem dit gesprek op video op. Zorg ervoor dat je minimaal twee plekken weet waar je naartoe kunt gaan. 6. Stadswandeling Van de docent krijg je een stadswandeling uitgereikt. Daarop staat een route door de binnenstad. Om te bewijzen dat je daar inderdaad geweest bent, maken jullie onderweg foto s van die punten die op jullie route aangegeven staan. Naderhand schrijven jullie in het Duits bij de foto s wat daarop te zien is, zodat ook de docent weet wat hij ziet. 7. Verslag voor de website Naast al deze gesprekjes op straat, maakt een of meer groepjes elke avond (afhankelijk van de indeling door de docent) een kort verslag van een half A4-tje in het Duits van wat jullie die dag gedaan hebben. Dit verslag komt later op de website van de school. Zorg ervoor dat jullie van jullie dag ook foto s hebben. 182 CPS Echt wel: Talen BBL!

183 3. Opdrachten na afloop van de reis Jullie docent bepaalt of jullie alle drie de opdrachten hieronder moeten doen of niet. 1. Beoordelen filmpjes door docent Op reis hebben jullie allerlei korte videofilmpjes en foto s gemaakt van situaties waarin jullie Duits gesproken hebben. Nu moet je deze filmpjes nog bewerken en geschikt maken om bij jullie docent in te leveren. Zorg ervoor dat je alleen die situaties laat zien die relevant zijn voor de beoordeling van de docent; dat wil zeggen dat er Duits in gesproken wordt. Alle gesprekken in het Nederlands kun je weglaten! 2. Mondelinge presentatie over de reis Jullie bereiden als groepje een mondelinge presentatie in het Duits voor (eventueel ondersteund door een PowerPoint Presentatie). Jullie vertellen over dat onderdeel dat jullie van tevoren geregeld hadden (jeugdherberg, kasteel, stadion et cetera). De presentatie duurt maximaal tien minuten en wordt door minimaal twee personen verzorgd. De voorbereiding laat je eerst aan de docent zien. 3. Verslag op de website in het Duits; inclusief de filmpjes De docent heeft elk groepje tijdens de reis een verslag van een bepaalde dag laten maken. Maak het verslag van jouw groepje in het Duits af, laat het zien aan je docent en verbeter het. Zoek een paar passende foto s uit en lever het verslag met de foto s in bij je docent. Voeg ook de filmpjes die jullie gemaakt hebben toe. CPS Echt wel: Talen BBL! 183

184 4. Beoordeling van de opdrachten Het hangt er een beetje vanaf welke opdrachten je uitgevoerd hebt, hoe die beoordeeld worden l Voorbereidende opdrachten groep 1-5 De opdracht wordt positief beoordeeld als het gelukt is de opdracht uit te voeren en de klas een PPT met meerdere keuzes voor te leggen. De benodigde gesprekjes ter plekke moeten opgenomen zijn op video of mp3 en ter beoordeling aan de docent voorgelegd worden. l Voorbereidende opdrachten alle groepen Elk groepje moet zijn voorbereiding op papier inleveren bij de docent. Er zal gelet worden op de inhoud van de vragen en dialoogjes; grammatica- en spelfouten tellen niet zwaar mee, het gaat om de spreekvaardigheid. l Opdracht 1-5 tijdens de reis Deze opdrachten moeten op video opgenomen worden, zodat de docent ze achteraf kan beoordelen. Hierbij zal vooral gelet worden op de effectiviteit van de communicatie met de Duitse gesprekspartner; begrijpt hij wat jullie zeggen en lukt het jullie te weten te komen wat jullie wilden weten? l Opdracht 6 en 7 tijdens de reis Dit zijn schriftelijke opdrachten. Hier zal vooral de begrijpelijkheid van wat jullie geschreven hebben voorop staan. Je mag nog wel fouten maken in grammatica en spelling, maar het geheel moet wel begrijpelijk blijven. l Opdracht 1 na de reis (filmpjes) De docent zal de filmpjes beoordelen op: - wat jullie als voorbereiding hebben ingeleverd of laten zien, - wat jullie daadwerkelijk gezegd hebben, - hoe jullie de dingen gezegd hebben, - of de gesprekspartners jullie begrepen. l Opdracht 2 na de reis (mondelinge presentatie) De presentatie moet begrijpelijk zijn voor de klasgenoten. Verder moet hij aan de volgende voorwaarden voldoen: - grammatica: eenvoudige uitdrukkingen moeten goed gaan, maar je mag nog fouten maken, - je mag in korte zinnetjes spreken, met veel pauzes en herhalingen, - de uitspraak hoeft niet perfect te zijn, maar de luisteraars moeten het wel kunnen volgen wat je zegt; af en toe zullen ze om herhaling vragen. l Opdracht 3 na de reis (verslag op de website Het verslag moet duidelijk zijn voor mensen die de reis zelf niet meegemaakt hebben. Er mogen wel grammaticale fouten in zitten, maar het geheel moet begrijpelijk zijn. Spelfouten mogen ook nog, maar niet teveel. 184 CPS Echt wel: Talen BBL!

185 Leerzame activiteit 28 Titel Dagje uit! Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Lessenserie met docentenhandleiding over de voorbereiding op een dagje uit naar een stad. Frans/Duits A1 11 lessen Zie docentenhandleiding Afhankelijk van de les: Zie docentenhandleiding 28 N. Beerten, H. Jansen, M. Vinkenvleugel CPS Echt wel: Talen BBL! 185

186 186 CPS Echt wel: Talen BBL!

187 28 Lessenserie Dagje uit Deze lessenreeks is geschikt voor het vak Duits in het eerste leerjaar van het vmbo (basis-beroepsgerichte leerweg) CPS Echt wel: Talen BBL! 187

188 188 CPS Echt wel: Talen BBL!

189 Inleiding Situatie Leerlingen uit klas 2 BL (LWOO) gaan zich een aantal lessen lang voorbereiden op een bezoek aan een Duitse stad. Hiervoor zijn een aantal lessen ontworpen waarin de belangrijkste vaardigheden geoefend moeten worden. Wel is het de bedoeling dat ze met de hele klas de stad in het echt gaan bezoeken. De opdrachten zijn daar zoveel mogelijk op gemaakt. De lessen zijn uiteraard slechts suggesties. Tijdspad en beoordeling Afhankelijk van het aantal uren zal deze lessenreeks zo n vijf weken in beslag nemen, mits er twee lessen per week gegeven worden. Mochten er cijfers gegeven moeten worden: het gemaakte werk kan met een cijfer beoordeeld worden. Het portfolio kan een cijfer voor werkverzorging krijgen en men kan de gemaakte werkstukjes beoordelen. Ook het vocabulaire dat verworven wordt is toetsbaar. De lessen zijn globaal ingedeeld. Het leukste is natuurlijk dat je met de school kan regelen dat de leerlingen daadwerkelijk naar de stad van jullie keuze gaan! Wij zijn tijdens de Kerstperiode naar Düsseldorf geweest. Voorafgaand hebben we in de les opdrachten gemaakt die te maken hebben met het bezoek aan een grote stad. Bijvoorbeeld: het kopen van ansichtkaarten met postzegels. Deze moesten ook naar Nederland opgestuurd worden. In het Duits moest hier in ieder geval een groet op vermeld worden en een afzender. Hiervoor hebben we onze eigen werkboekjes ontwikkeld, gebaseerd op de stof tijdens de les. Deze werkboekjes moesten tijdens het dagje uit ingevuld worden. Heel veel plezier gewenst met het uitvoeren van deze lessenreeks! Hanny Jansen Nancy Beerten Melanie Vinkenvleugel CPS Echt wel: Talen BBL! 189

190 190 CPS Echt wel: Talen BBL!

191 28 Docentenhandleiding Les 1 Introductie van de lessenreeks. Benodigdheden - multomap, - tabbladen per thema, bedenk per onderwerp je eigen naam. Bijvoorbeeld: de weg vragen, de dagen van de week, et cetera. - een voorkant als eerste bladzijde van de map. Deze moet iets te maken hebben met Duitsland, bijvoorbeeld een mooie Duitse vlag. Leerlingen ontwerpen deze voorkant zelf. Het is misschien ook leuk om dit blad te plastificeren. Alle stencils worden achter de juist tabbladen op thema gerangschikt. Er kan een cijfer gegeven worden voor werkverzorging. Je kunt bijvoorbeeld een cijfer geven voor: l creativiteit, l taalgebruik, l totaalbeeld, l idioom. Les 2 l Stencil van Duitsland uitdelen, hierop bepalen welke steden de leerlingen al kennen. Bijvoorbeeld: Wat is de hoofdstad van Duitsland? (Bron: Barbara Dahlhaus; Fertigkeit hören.) l Inventariseren welke gebouwen en herkenningspunten ze tegenkomen in de stad (bijvoorbeeld Hiervan een woordenlijst met vertaling laten samenstellen. Deze woordenlijst kun je de leerlingen ook in laten voeren in Wrts (www.wrts.nl), om te kunnen overhoren. l Inventariseer welke begrippen je nodig hebt om de weg te kunnen vragen en wijzen. Laat de leerlingen ook hier een woordenlijst van maken. l Deel een stadsplattegrond uit. Pas deze aan aan de daadwerkelijk te bezoeken stad. Laat een voorbeelddialoog horen over het vragen van de weg. (Deze kun je halen uit een willekeurige methode.) Leerlingen tekenen de route tijdens het luisteren in op de plattegrond. Waar komen ze uit? l Deel een eenvoudige plattegrond uit. De leerlingen nemen een plaats in gedachten. Een aantal leerlingen mogen om de beurt in het Duits de weg uitleggen. De overige leerlingen tekenen de route in op hun plattegrond. Deze opdracht kan klassikaal uitgevoerd worden, maar ook in groepen of tweetallen. CPS Echt wel: Talen BBL! 191

192 l De leerlingen tekenen zelf een plattegrond van hun omgeving. Ze beschrijven in het Duits hoe men van hun huis naar bijvoorbeeld school moet fietsen. Deze omschrijving wordt op de tekening geschreven en mondeling toegelicht. Les 3 l Laat de leerlingen de tekening van de plattegrond van hun eigen omgeving afmaken. l Zoek pictogrammen op internet (www.google.nl/afbeeldingen, zoek op pictogrammen), print deze uit en maak er een werkblad van. Leerlingen overleggen in groepjes en/of met de docent wat deze pictogrammen in het Nederlands inhouden. Daarna gaan ze deze betekenissen vertalen naar het Duits, en vullen deze betekenissen in op hun werkblad. Deze woorden kun je ook laten toevoegen aan een woordenlijst in Wrts. Les 4 l Stel een woordenlijst samenstellen met de dagen van de week en de maanden. Neem de getallen in het Duits met de leerlingen door. Ook de rangtelwoorden moeten besproken worden, in verband met het gebruiken van de data. l Start met het maken van een eigen kalender. Je kunt één complete kalender op de computer laten maken, waar iedere leerling zijn eigen verjaardagsdag in zet. Het is misschien handig om een jaarkalender te maken, omdat ze zo het beste de dagen van de week leren. Sonntag Montag Dienstag Mittwoch Donnerstag Freitag Samstag Les 5 l Maak de kalender af. Dit moet één mooi geheel worden; een bewaarexemplaar. Om de dagen van de week te kunnen toepassen is het handig een jaarkalender te maken, zoals in les 4 omschreven werd. l Mocht er ruim tijd overblijven en enthousiasme onder de leerlingen ontstaan, dan kan men ook nog een verjaardagskalender maken. 192 CPS Echt wel: Talen BBL!

193 Les 6 Laat de leerlingen een ansichtkaart van dat formaat op stevig papier maken. De kaart moet je doen denken aan Duitsland. De leerlingen mogen hiervoor plaatjes en dergelijke gebruiken. Ook dit moet een mooi geheel worden. Op de achterkant moet de lay-out van een ansichtkaart komen. Je kunt in een warenhuis blanco ansichtkaarten kopen. Deze kunnen in de printer gelegd worden waarop de tekening van de leerling afgedrukt wordt. In Word kun je hiervoor de pagina-instelling aanpassen. Les 7 Je leert de leerlingen een kort berichtje schrijven met aanhef Liebe/Lieber en als afsluiting Dein/Deine. Op het kaartje moet in ieder geval staan welke dag het is en hoe het weer is (ook een zonnetje met graden erbij, om te kunnen checken). Ook moeten ze erbij schrijven welke bezienswaardigheid ze gezien hebben (fictief), of wat ze die dag gedaan hebben. Deze kaart wordt ter controle ingeleverd bij de docent. Of laat de kaart opsturen naar de uitwisselingsschool (indien beschikbaar) of naar de grootouders, etc. Les 8 Je leert de leerlingen Redemittel aan om in een restaurant eten en/of drinken te bestellen. Deze zinnen kun je als docent zelf bedenken. Gebruik hiervoor eventueel je methode. Deze zinnen kunnen ook weer opgenomen worden in het Wrts-programma. De Redemittel waaraan je kunt denken zijn: l Begroeten: Guten Tag! l Bestellen: Ich möchte/hätte gerne.. l Aannemen van de bestelling: Vielen Dank/Danke schön l Betalen: Ich hätte gerne die Rechnung/Ich möchte gerne zahlen l Bedanken: Vielen Dank für alles/gern geschehen l Afscheid nemen: Auf wiedersehen Les 9 De leerlingen gaan op de internetsite (http://www.moviepark.de) van een pretpark in Duitsland informatie zoeken. De hierbij behorende vragen staan in de leerlingenhandleiding. Leerlingen zijn de hele les bezig met deze internetopdracht. CPS Echt wel: Talen BBL! 193

194 Les Leerlingen bereiden zich voor op om daadwerkelijk een dag een stad in Duitsland te bezoeken, bijvoorbeeld Oberhausen. l Iedere leerling zoekt drie bezienswaardigheden, restaurants (bedenk een maximaal te besteden bedrag) of activiteiten. Hiervan maakt hij/zij een mooi geheel op de computer (1 á 2 A4-tjes). Iedere leerling voegt een exemplaar in zijn portfolio. Ook geeft iedere leerling een kopie aan de docent die daar een mooi boekje van maakt. Dit boekje kunnen leerlingen meenemen naar de stad en herkennen dan dingen die ze zelf op internet hadden gevonden! Ein Aha-Erlebnis! Tips/suggesties l Alle tussentijdse en eindproducten kan je laten opslaan in het taaldossier van het digitale taalportfolio (zie handleiding, l Zorg dat elke opdracht plaatsvindt in het kader van de stad waar je naar toegaat. Laat leerlingen taken verdelen zodat ze niet allemaal hetzelfde uitwerken. l Vraag een native speaker om te komen mini-taaldorpen met leerlingen. Kijk ook eens bij: Daar heeft men filmpjes gemaakt (na het opstellen van een script), waarin ze vragen of ze gesprekken met mensen in Duitsland mogen opnemen. Hierin hebben ze bewust een pauze ingelast zodat leerlingen het kunnen naspreken. Daarna hebben ze hun eigen vraag opgenomen. l Bij elke taak kan de leerling iets maken waarbij ze niet alleen informatie knippen en plakken maar er ook iets meer mee moeten doen, bijvoorbeeld informatie vergelijken, of met de informatie een product laten maken (bijvoorbeeld een rondleiding voor medeleerlingen in de stad). Het resultaat kan ook door anderen gebruikt worden. l Eventueel kunnen leerlingen ook een presentatie over het uitstapje samenstellen voor hun ouders, óf een video opname maken die nog eens op een open dag getoond kan worden. 194 CPS Echt wel: Talen BBL!

195 28 Leerlingenhandleiding Les 1 Situatie De komende weken leer je alles wat je wilt weten/nodig hebt als je een Duitse stad gaat bezoeken. Taak In deze les ga je een titelblad voor je map maken, die door jezelf ontworpen is. Stappenplan l Je krijgt van je docent(e) een A4-tje, l Hierop vermeld je je naam en klas, l Je mag gebruik maken van (kleur)potloden, l Op de voorkant teken je (of ontwerp je op de computer) iets dat met Duitsland te maken heeft, bijvoorbeeld een Duitse vlag of iets anders wat je aan Duitsland doet denken, l Aan het eind van de les lever je jouw titelblad bij je docent(e) in. Les 2 Situatie Je gaat deze les aan de hand van verschillende kaarten kijken waar de verschillende Duitse steden en gebouwen liggen. Ook leer je hoe je een plattegrond moet lezen. Taak Je leert verschillende Duitse steden en gebouwen kennen, Je leert hoe je een plattegrond moet lezen, Je leert in het Duits de weg te vragen en te wijzen. Stappenplan (www.duits.de) l Je krijgt van je docent(e) verschillende kaarten om Duitse steden en gebouwen te leren. l Je gaat oefenen met een bestaande plattegrond van een stad, en met een plattegrond die je zelf gemaakt hebt. l Op de door jou getekende plattegrond schrijf jij hoe je van huis naar bijvoorbeeld school fietst. Hierna ga je oefenen met een andere leerling om dit ook in het Duits te zeggen. Les 3 Situatie In het dagelijks leven zie je heel veel pictogrammen om je heen. In deze les leer je wat pictogrammen zijn en hoe je ze naar het Duits kunt vertalen. CPS Echt wel: Talen BBL! 195

196 Taak In deze les leer je wat pictogrammen zijn. Stappenplan l Eerst maak je eigengemaakte plattegrond (fiets ~ school) af. l Dan ga je per tweetal gedurende tien minuten op het internet pictogrammen (www.google.nl /afbeeldingen/ pictogrammen) opzoeken. Je overlegt met een ander tweetal wat de pictogrammen betekenen en je probeert ze naar het Duits te vertalen (www.interglot.com). l Je vult de Duitse betekenis in op je werkblad. (Deze krijg je van je docent.) Eventueel kun je de Duitse woorden toevoegen aan je eigengemaakte woordenlijst in Wrts (www.wrts.nl). Les Situatie Je gaat deze twee lessen allerlei praktische dingen leren die nodig zijn voor een bezoek aan een Duitse stad. Taak Je maakt deze twee lessen een Duitse kalender, waarbij je docent(e) je dingen leert als: 1. de getallen tot en met 100, 2. de dagen van de week, 3. de kloktijden in het Duits. Stappenplan 1. Je krijgt van je docent een A4-tje waarop jij jouw deel van de kalender maakt. 2. Van je docent krijg je te horen welke maand(en) jij mag doen. 3. Op dit A4-tje komt te staan: l de naam van de maand(en), l alle dagen van de maand, l de getallen tot en met 30 of 31 (ligt aan het aantal dagen van de maand), l jouw eigengemaakte tekening. Je kunt ook nog alle verjaardagen van je klasgenoten en je leraar erin zetten. Op de site van vind je alle begrippen en woordjes om een goede kalender te maken. Les 6 Situatie In deze les ga je de voorkant van een typisch Duitse ansichtkaart maken. 196 CPS Echt wel: Talen BBL!

197 Taak Je gaat een ansichtkaart maken die je doet denken aan Duitsland. Bijvoorbeeld een kaart met een koe-bel, een BMW, braadworst, een glas bier, et cetera. Stappenplan Je krijgt van je docent(e) een blad waar jouw ansichtkaart op moet komen. Je mag zelf kiezen hoe je je kaart maakt: l knipsels uit bladen, l zelf een tekening maken, l gebruik maken van de computer. Les 7 Situatie In deze les ga je de achterkant van jouw typisch Duitse ansichtkaart in het Duits beschrijven. Taak Je leert allerlei dingen die je achterop je ansichtkaart kunt zetten. Uiteraard niet in het Nederlands maar in het Duits! Stappenplan Neem je zelf ontworpen ansichtkaart en schrijf hier achterop in het Duits de volgende dingen: l begroeting van je docent (zie Redemittel in je boek), l welke dag het is, l het weer van die dag (+ kleine tekening van het weer), l wat je gezien hebt en wat je daarvan vindt, l eindig met een groet + je naam. Je levert de kaart in bij je docent(e) en die vertelt jou wat je ermee moet doen. Les 8 Situatie In deze les leer je hoe je een drankje en een hapje kunt bestellen (én betalen uiteraard!) in een Duits café. Taak Je gaat in deze les oefenen (www.duits.de/spreken) hoe je in het Duits in bijvoorbeeld een café iets kunt bestellen en betalen. Stappenplan l begroeting van de heer of mevrouw die jou helpt, l bestellen van een hapje en een drankje, l aannemen van hapje en drankje, l betalen, l bedanken, l afscheid nemen. CPS Echt wel: Talen BBL! 197

198 Les 9 Situatie In deze les wordt je heel veel wijzer over Duitse pretparken. Taak/Stappenplan Je gaat op internet (www.moviepark.de) op zoek naar een site van een pretpark en per tweetal zoek je antwoorden op de onderstaande vragen. Vraag Antwoord Ik zie dit aan het (de) volgende Duitse woord(en): Op welke dag is het park gesloten? Wat is de entreeprijs voor een kind/ volwassene? Aan welk(e) woord(en) zie je dit? Wat zou jij absoluut willen bezoeken in dit park en waarom? Hoe lang doe je erover om met de auto vanuit jouw woonplaats naar dit park te gaan? (http:// route.anwb.nl) Wat moet je doen als je je klasgenoot kwijt bent? 198 CPS Echt wel: Talen BBL!

199 Les Situatie Misschien ga je binnenkort wel echt een dagje uit naar een Duitse stad. Wat is er allemaal te zien en te beleven? In een folder staat dit soort toeristische informatie. In deze les maak jij zelf zo n folder. Taak Met je groepje maak je een folder over de stad waar je naar toegaat (www.duesseldorf.de). In die folder moet het door jullie bedachte programma staan. De volgende drie dingen moeten in jullie folder staan: 1. een bezienswaardigheid (bijvoorbeeld kerk, bekend gebouw, mooie brug, standbeeld et cetera), 2. een restaurant, 3. een activiteit die je kunt doen (bijvoorbeeld disco, film, dierentuin, zwemmen, kegelbaan et cetera). Stappenplan l Zoek op internet de drie dingen (bezienswaardigheid, restaurant, activiteit, zie hierboven). l Je krijgt van je docent een A4-tje voor je folder. Op dit A4-tje vermeld je de drie dingen die door jullie zelf zijn uitgezocht. Wat moet er in ieder geval in jullie folder staan: 1. de naam van het gebouw, van het restaurant, en de activiteit, 2. een plaatje, tekening of foto van het gebouw, het restaurant en de activiteit, 3. een omschrijving van het gebouw, het restaurant en de activiteit, 4. de openingstijden van het gebouw, het restaurant en de activiteit. Eventueel mag je nog dingen als entreegeld toevoegen, of iets anders dat je leuk vindt om te vermelden. Beoordeling Zorg dat je aan bovenstaande opdrachten voldoet. Voor elk goed uitgevoerd onderdeel krijg je punten! Jullie gaan echt een dagje uit naar een stad in Duitsland en je gaat je hierop voorbereiden Je zoekt drie bezienswaardigheden, restaurants (bedenk een maximaal te besteden bedrag) en activiteiten. Hiervan maak je een mooi geheel op de computer (1 á 2 A4-tjes). Je voegt een exemplaar in je portfolio. Je geeft ook een kopie aan de docent en hij/zij maakt daar een boekje van. Dit boekje kun je meenemen naar de stad. En je herkent vast dingen die je zelf op internet hebt gevonden! CPS Echt wel: Talen BBL! 199

200 200 CPS Echt wel: Talen BBL!

201 Leerzame activiteit 29 Titel Weltmeisterschaft 2006 Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Lessenserie rondom het wereldkampioenschap 2006 in Duitsland. Duits A lessen Afhankelijk van de les/opdracht Afhankelijk van de les/opdracht Ontwikkeld door Y. Bak, K. Bartholomee en L. Dingjan 29 CPS Echt wel: Talen BBL! 201

202 202 CPS Echt wel: Talen BBL!

203 29 Lessenserie WELTMEISTERSCHAFT 2006 CPS Echt wel: Talen BBL! 203

204 204 CPS Echt wel: Talen BBL!

205 Opdracht 1 Wir sind am Ball! Voor deze opdracht heb je nodig : l een voetbal, l je moet duidelijk in het Duits tot twintig kunnen tellen. Taak Je houdt een voetbal zolang mogelijk hoog. Bij elk tikje tel je in het Duits. Wie wint? Je bent af als de bal valt of als je niet goed telt in het Duits. Iedereen doet drie pogingen. De hoogste score telt! Voor je begint schrijf je de getallen in het Duits op: Leer ze van buiten! Score: CPS Echt wel: Talen BBL! 205

206 Opdracht 2 Ein Fussballquiz Voor deze opdracht heb je nodig: l een computer, l een groepje van 3 of 4 personen. Taak Zoek de antwoorden op de volgende quizvragen. Omcirkel achter elke zin richtig of falsch. Daarna maak je zelf nog vijf extra vragen in het Duits. Die laat je natuurlijk niet aan anderen zien of horen. Als iedereen deze opdracht gemaakt heeft, doen we de quiz met deze en jullie eigen vragen in de klas. Het groepje met in totaal de meeste goede antwoorden heeft gewonnen. 1. Deutschland ist heute Fussballweltmeister. richtig/falsch 2. Deutschland wurde 1954, 1978 und 1990 Weltmeister. richtig/falsch 3. Brasilien hat sechs Weltmeisterschaften gewonnen. richtig/falsch 4. Holland hat auch schon eine Weltmeisterschaft gewonnen. richtig/falsch 5. Michael Ballack ist ein Starspieler der deutschen Mannschaft. richtig/falsch 6. Ronaldo war der beste Torjäger bei der WM richtig/falsch 7. Jürgen Klinsmann, Trainer der deutschen Mannschaft, hat früher auch selbst bei WMs gespielt. richtig/falsch 8. Oliver Kahn, jetzt Torwart, will in 2006 im Mittelfeld spielen. richtig/falsch 9. Holland spielt bei der WM 2006 in Gruppe A. richtig/falsch 10. In 2002 wurde Deutschland Vize Weltmeister (2. Platz). richtig/falsch 206 CPS Echt wel: Talen BBL!

207 Websites (informatie over het vorige WK) (elk WK wordt besproken, eindresultaten staan uiteraard vooral onderaan in de tekst!) (onder Spielersuche, zoeken gaat meestal op voornaam) (schema WK) Uit welke personen bestaat jullie groepje? Jullie eigen vragen 11. richtig/falsch 12. richtig/falsch 13. richtig/falsch 14. richtig/falsch 15. richtig/falsch CPS Echt wel: Talen BBL! 207

208 208 CPS Echt wel: Talen BBL!

209 Opdracht 3 Arbeitsblatt Fußballstadien Voor deze opdracht heb je nodig: l kaart van Duitsland (in de klas of tekstboek Neue Kontakte, blz. 112), l schaar, l lijm. Taak Knip de plaatjes uit en plak deze op de juiste plaats op de kaart van Duitsland. Geef met een pijl aan waar de stad ligt. Berlin Hamburg Hannover Kaiserslautern Köln Leipzich Gelsenkirchen Dortmund Frankfurt München Nürnberg Stuttgart CPS Echt wel: Talen BBL! 209

210 210 CPS Echt wel: Talen BBL!

211 Kaart van Duitsland CPS Echt wel: Talen BBL! 211

212 212 CPS Echt wel: Talen BBL!

213 Opdracht 4 Eine Fussballstadt Voor deze opdracht heb je nodig: l computer (alleen in het begin om de informatie op te halen), l woordenboek, l schaar, l lijm. Deze opdracht kan je met iemand anders samen maken. Taak Je beschrijft een van de steden waar in Duitsland gevoetbald werd. Je beschrijft deze stad in het Nederlands. Je maakt een toeristische folder van deze stad op minstens één A4-tje. Deze folder bewaar je in je map. Opdracht 5 Meine Karte für das Finale Voor deze opdracht heb je nodig: l woordenboek Taak Op de volgende pagina staat een bestelformulier voor een kaartje in de finale. Vul deze in. (Ter informatie: het goedkoopste kaartje was 603 euro!) CPS Echt wel: Talen BBL! 213

214 Hieronder staat een bestelkaartje voor de finale Vul het formulier in voor twee personen want je neemt ook een vriend(in) mee. Als je niet weet wat je in moet vullen zoek je het Duitse woord op in het woordenboek. Anrede* Adresszusatz Vorname* Staatsangehörigkeit* Name* Geburtsdatum* Straße und Hausnr.* Personalausweis-/ Reisepassnummer* Postleitzahl* Telefon** Ort* Fan von* Land* -Adresse* Bitte geben Sie zur Bestätigung erneut Ihre -Adresse ein*: Ihre -Adresse können Sie später zusammen mit einem Passwort benutzen, um Informationen zu Ihrem Antrag abzurufen. Das Passwort wird Ihnen zusammen mit der -Bestätigung Ihres Antrags zugestellt. 214 CPS Echt wel: Talen BBL!

215 2. Person (Besucher) Anrede* Adresszusatz Vorname* Staatsangehörigkeit* Name* Geburtsdatum* Straße und Hausnr.* Personalausweis-/ Reisepassnummer* Postleitzahl* Fan von* Ort* -Adresse Land* Bei Kindern ohne eigenen Personalausweis / Reisepass bitte die Ausweisnummer eines Erziehungsberechtigten eintragen. CPS Echt wel: Talen BBL! 215

216 Opdracht 6 Mein favoriter Spieler Voor deze opdracht heb je nodig: l informatie over je favoriete speler uit tijdschriften/computer, l tekstboek en werkboek van Neue Kontakte, l woordenboek. Situatie Je presenteert jouw favoriet aan de klas. Taak l Maak een Steckbrief van je favoriete voetballer (voorbeeld blz. 29 Tekst E van je tekstboek van Neue Kontakte deel 1 BKGT). Kijk op blz. 65 van je werkboek A. Bij oefening 14 vind je twee voorbeelden van een Steckbrief. l Doe er een foto bij en probeer zoveel mogelijk gegevens te verzamelen. l Je maakt de opdrachten in het Duits! l Bewaar je Steckbrief in je map. Opdracht 7 Das Supporterlied Voor deze opdracht heb je nodig: l woordenboek, l fantasie. Taak Bij de start van een voetbalwedstrijd wordt het volkslied gespeeld. Veel spelers doen niet mee of bewegen hun mond een beetje. Wij wel! We oefenen het Wilhelmus zodat we kunnen meezingen. Maak daarna je eigen supporterslied voor Oranje op de melodie van het Wilhelmus. Gebruik zoveel mogelijk Duitse woorden, zodat de Duitse fans jou ook kunnen verstaan. En we blijven beleefd ten opzichte van ons gastland!! 216 CPS Echt wel: Talen BBL!

217 Het Wilhelmus Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. Het Wilhelmus De voetbalversie Wilhelmus van Nassouwe La la la lalala la den Vaderland ghetrouwe La la la lalala la Een Prince van Oranjen La la la la la laa La lalalalalala laa La la la lalalalalala la CPS Echt wel: Talen BBL! 217

218 Opdracht 8 Eine Stunde vom KNVB Voor deze opdracht heb je nodig: l 2 personen, l computer met koptelefoon. Stap 1 Ga naar de cursus Duits voor Supporters bij Je kunt de site als volgt bereiken: - selecteer het bovenstaande adres, - klik op de rechtermuisknop, - klik op Hyperlink openen. Je gaat nu kijken en luisteren naar de: Cursus Duits voor Oranjesupporters Les 1 - Op reis en onderweg Les 2 - De aankomst en de omgeving verkennen Les 3 - De warme maaltijd Les 4 - Kennismaken en boodschappen doen Les 5 - Gespreksonderwerpen Les 6 - In het stadion Les 7 - Tellen Les 8 - De Loting Les 9 - Omgaan met teleurstellingen Les 10 - Afscheid nemen Les 11 - Het spelverloop Les 12 - Voor de wedstrijd Les 13 - Bij de doktor Les 14 - Tijdens de rust 218 CPS Echt wel: Talen BBL!

219 Stap 2 Je kiest een onderwerp voor een gesprek. Stap 3 Maak samen een gesprek voor twee personen met behulp van de zinnen die je in de cursus vindt. Dit kan je gemakkelijk doen met: knippen en plakken. Stap 4 Maak twee blaadjes, waarop voor ieder van jullie de dialoog staat en geef het gesprek een titel. Stap 5 Luister nog een paar keer naar de uitspraak van de gekozen zinnen op de computer en oefen het gesprek. Stap 6 Speel het gesprek na voor de klas/docent. De presentatie van het gesprek kan op twee manieren: - schriftelijk: het gesprek is uitgeprint, - mondeling: het gesprek wordt beoordeeld. Opdracht 9 Fussball und Werbung Voor deze opdracht heb je nodig: l 2 personen, l veel humor en fantasie, l eventueel een videocamera. Taak l Bekijk het reclamespotje van het LOI. (Wouterrrrrr ). Hierin wordt op een leuke manier uitgelegd, dat het belangrijk is om vreemde talen te leren. l Maak een eigen reclamespotje. Daarin leg je uit waarom jij het belangrijk vindt om een vreemde taal te kunnen gebruiken. Je maakt reclame voor het leren van Duits. In je uitwerking gebruik je regelmatig Duitse woorden en/of zinnen. l Je presenteert jouw spotje door middel van een strip, een videofilmpje of toneelstukje. Je overlegt hierover vooraf met je docent. l De presentatie vindt plaats in de klas. l Het zou natuurlijk erg leuk zijn als jullie in je presentatie net zo grappig (of nog grappiger) kunnen zijn als de mensen in het spotje van de LOI. CPS Echt wel: Talen BBL! 219

220 Opdracht 10 Meine Wörterliste Voor deze opdracht heb je nodig: l een woordenboek N D l het boekje Am Ball mit Goethe. Taak Vertaal eerst de volgende voetbaltermen. Daarna maak je zelf een eigen woordenlijst met twintig woorden die met voetbal te maken hebben. Das Tor Die Mannschaft Der Torwart Der Linienrichter Abseits Das Viertelfinale Der Anstoss Der Einwurf Der Freistoss Der Sieg Der Eckball Der Elfmeter Der Verteidiger Der Angriff Der Schlusspfiff 220 CPS Echt wel: Talen BBL!

221 Meine eigene Wörterliste: DEUTSCH NIEDERLÄNDISCH CPS Echt wel: Talen BBL! 221

222 222 CPS Echt wel: Talen BBL!

223 Leerzame activiteit 30 Titel Nervenkitzel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Praktische opdracht rondom het begrip Nervenkitzel. Leerlingen beschrijven hierbij positieve en negatieve kicks. Er wordt onder andere een collage gemaakt. Duits (kan ook voor andere mvt) A1 1 tot 2 lessen l Benodigde lesmaterialen klaarleggen l Eventueel lege wordweb pagina s printen l Computer met internet l Materiaal om collage te maken 30 R. Houx CPS Echt wel: Talen BBL! 223

224 224 CPS Echt wel: Talen BBL!

225 30 Nervenkitzel praktische Auftrag Wovon kriegst du einen Nervenkitzel? Waar krijg jij de kriebels van? Name(n): Klasse: Das Thema des Kapitels ist Nervenkitzel. Dieser praktische Auftrag gehört zu diesem Thema. Du sollst über die obenstehende Frage nachdenken und auch Antwort darauf geben. Aber noch interessanter ist es, dass du erzählst warum du davon einen Nervenkitzel kriegst. Diese Arbeit machst du alleine oder zu zweit. 1. Probiere obenstehende Frage zu beantworten. Das darfst du auch auf Niederländisch machen. Beispiel: Ich habe Angst vor Spinnen Angst ist ein negativer Nervenkitzel Ich bin verliebt positiver Nervenkitzel a. Ich kriege einen positiven Nervenkitzel von und warum b. Ich kriege einen negativen Nervenkitzel von und warum c. Wie heissen deine Nervenkitzel auf Deutsch? CPS Echt wel: Talen BBL! 225

226 2. Mache einen Wordweb auf Niederländisch mit Wörtern die bei deinen Nervenkitzeln passen. a. 226 CPS Echt wel: Talen BBL!

227 b. CPS Echt wel: Talen BBL! 227

228 3. Mache auf Niederländisch eine Wörterliste mit mindestens 30 wichtigen (belangrijke) Wörtern bei deinen Nervenkitzeln. NEGATIVER NERVENKITZEL Niederländisch POSITIVER NERVENKITZEL Niederländisch Deutsch Deutsch 228 CPS Echt wel: Talen BBL!

229 4. Übersetze (vertaal) jetzt die obenstehende Wörter auf Deutsch. Du darfst (mag) ein Wörterbuch gebrauchen. Pass auf: nicht immer (altijd) ist die erste Übersetzung (vertaling) die richtige (juiste). 5. Du willst deine Meinung geben über deine Nervenkitzel. Aber wie macht man so etwas auf Deutsch? Wie heissen die folgenden Wörter auf Deutsch? Schreibe so viel wie möglich Übersetzungen auf. mooi 6. Denke hier unten noch 5 Beispiele (voorbeelden) aus: CPS Echt wel: Talen BBL! 229

230 7. Suche zunächst 5 Bilder (foto s of plaatjes) bei deinen 2 Nervenkitzeln (total: 10 Bilder). l Benutze (gebruik) den Wordweb - Aufgabe 2. l Gib jedes Bild eine Nummer! Quelle (Bron): - afbeeldingen Beispiel (voorbeeld): Ausspruch: Der Sprung ist super! 8. Denke einen Ausspruch (kreet) aus, der bei deinen Bildern passt. Bild Ausspruch Klebe zuletzt (tenslotte) alles auf ein farbiges (gekleurd) A3-Blatt und mache daraus eine Collage. 230 CPS Echt wel: Talen BBL!

231 Leerzame activiteit 31 Titel Trabiant Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Praktische groepsopdracht waarbij een triviantspel met vragen uit de methode gemaakt wordt (inclusief planningsformulier). Duits (ook voor andere mvt) A1 (eventueel A2) 4 lessen l Bronnen verzamelen l Duidelijke instructie voorbereiden l Computer met internet l Triviant-spel l Methode Trabitour l Woordenboeken 31 R. Houx CPS Echt wel: Talen BBL! 231

232 232 CPS Echt wel: Talen BBL!

233 31 Lessenserie Trabi Triviant Opdracht Om het vak Duits in de onderbouw leuker te maken op school, wordt jullie gevraagd om een triviantspel te maken dat hoort bij de methode Trabitour. Producteisen Het triviantspel moet aan de volgende eisen voldoen: l Het spelbord moet overeenkomen met het echte triviantspel. Let op: het moet echt inzetbaar zijn in klas 1 of 2. Dus: stevig materiaal gebruiken. Het moet er zéér verzorgd uitzien, gebruik hierbij de computer. l Er komt een stapel met minstens tien kaartjes, met daarop vragen die aansluiten bij een hoofdstuk wat jullie gekozen hebben/aangewezen hebben gekregen. l Op elk kaartje komen drie categorieën met vragen; twee vragen Grammatik, twee vragen Wortschatz en één vraag Landeskunde. Vergeet niet de antwoorden op het kaartje te zetten! l De vragen moeten gesloten zijn. Dat wil zeggen, er is slechts één antwoord juist! l Het moeten zinvolle vragen voor de leerlingen zijn. Ze moeten er iets van leren. l De vragen moeten in het Duits zijn en foutloos zijn. l Er moeten zelfgemaakte triviantjes komen, die je bij een goed antwoord kunt verdienen. l Er moet een zelfgemaakte doos komen, waarin je het spel gemakkelijk opbergt. l Er moeten spelregels in je eigen woorden bij komen. Hulp bij aanpak Vul het planningsformulier in. Kijk daarbij goed naar wat hieronder staat: 1. Kies een hoofdstuk uit Trabitour deel 1 of 2. Je docent vertelt je hoe! Verdeel de groep in groepjes van twee en verdeel heel duidelijk de taken die hieronder beschreven staan. Maak het desbetreffende hoofdstuk eerst zelf. Vervolgens kijk je het na of laat je het nakijken. (De luisteroefeningen en computeroefeningen hoef je niet te maken.) (bewaren: ) Overleg met je docent, ga pas door na akkoord! 2. Maak een lijst met tenminste 50 vragen met betrekking tot jullie hoofdstuk (tien kaartjes met elk vijf vragen). Denk aan: l drie categorieën, l vragen in het Duits, l gesloten vragen, l zinvolle vragen, l én foutloze vragen. Zet de antwoorden achter de vragen. (bewaren: ) Overleg met je docent, ga pas door na akkoord! CPS Echt wel: Talen BBL! 233

234 3. Maak tien kaartjes met elk vijf vragen: per kaartje: twee vragen Grammatik, twee vragen Wortschatz en één vraag Landeskunde. Vergeet niet de antwoorden op het kaartje te zetten! 4. Maak de triviantjes, het spelbord, de doos en de spelregels. Let op: gebruik stevig materiaal en maak het netjes. Het moet allemaal echt te gebruiken zijn! Beoordeling Je kunt je houden aan de producteisen. De bewaarde resultaten worden besproken. (bewaren: ) Bronnen: l boek Trabitour l triviantspel l woordenboek l 234 CPS Echt wel: Talen BBL!

235 31 Planningsformulier van: Stap 1 a. Hoeveel lesuren mag je voor de opdracht gebruiken? b. Met hoeveel personen doe je deze opdracht? Vier, verdeeld over groepjes van c. De titel van de opdracht is: Stap 2 Schrijf hieronder op welke werkzaamheden er allemaal moeten gebeuren, wie dat doet, wat je nodig hebt (welke spulletjes) en wanneer het af is. Kijk goed bij Hulp bij aanpak! Stap 3 Wanneer moet de opdracht af zijn: Presenteren op: Stap 4 Wanneer houd je het beoordelingsgesprek met je coach? CPS Echt wel: Talen BBL! 235

236 Wat moet er gebeuren? Wie doet dat? Wanneer is dat af? Hebben we daarvoor iets nodig? Spullen? Materiaal? Moeten we iemand spreken? Paraaf coach 236 CPS Echt wel: Talen BBL!

237 Beste leerlingen, Naar aanleiding van een onderzoek naar de keuze van het vak Duits in klas 2, is gebleken dat de taal steeds meer aan populariteit verliest. Na een felle discussie zijn de leraren Duits tot de conclusie gekomen dat belangrijke leerstof op een leukere manier aangeboden moet worden! Volgend schooljaar wordt er een nieuwe start gemaakt met het boek Trabitour. Bij het maken van materiaal hebben wij jullie hulp nodig. Er moet namelijk een triviantspel gemaakt worden met vragen die overeenkomen met de stof uit het boek. De eisen waaraan de spelletjes moeten voldoen zal besproken tijdens één van de lessen. Hopelijk kunnen jullie ons uit de brand helpen en samen met ons ervoor zorgen dat Duits weer vaker gekozen wordt! Mit freundlichen Grüssen Die Deutschlehrer CPS Echt wel: Talen BBL! 237

238 238 CPS Echt wel: Talen BBL!

239 Leerzame activiteit 32 Titel The Zoo Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Ontwikkeld door Lessenserie over de dierentuin, waarbij de leerlingen zich voorbereiden op de presentatie van een Engelse dierentuin (met docentenhandleiding). Engels A1 10 lessen Zie handleiding Zie handleiding J. Nijhuis - van Diest en E. Schotanus 32 CPS Echt wel: Talen BBL! 239

240 240 CPS Echt wel: Talen BBL!

241 The Zoo Information about wild animals Deze lessenserie is geschikt voor leerlingen Engels (Frans, Duits) van het 2e leerjaar bbl CPS Echt wel: Talen BBL! 241

242 242 CPS Echt wel: Talen BBL!

243 32 Lessenserie The Zoo Inleiding Situatie Leerlingen uit klas 2 bbl gaan zich een aantal lessen lang voorbereiden op een presentatie over een Engelse dierentuin. Hiervoor is een aantal lessen ontworpen waarin de belangrijkste vaardigheden geoefend moeten worden. Er moet over bepaalde dieren informatie gemaakt worden, zodat de bezoekers te weten komen om wat voor dieren het gaat, wat ze eten, waar ze vandaan komen, enzovoort. Dit doen de leerlingen met een folder, bordjes bij de dierenverblijven, een videofilm en een geluidsopname. Tijdspad en beoordeling Afhankelijk van het aantal lesuren per week zal deze lessenreeks zo n vijf weken in beslag nemen, mits er twee lessen per week gegeven worden. Als er cijfers gegeven moeten worden, dan kan het gemaakte werk met een cijfer beoordeeld worden. Het portfolio kan een cijfer voor werkverzorging krijgen, en de gemaakte werkstukjes kunnen beoordeeld worden. Ook het vocabulaire dat verworven wordt is toetsbaar. Jorien Nijhuis - van Diest Els Schotanus CPS Echt wel: Talen BBL! 243

244 Les 1 Introductie lessenreeks Werkwijze De docent legt uit dat de leerlingen een aantal producten gaan maken voor de dierentuin in de buurt. Hiervoor moeten zij een beschrijving gaan maken over een dier naar keuze uit een werelddeel naar keuze (zie PPP voor leerlingen). Als opwarmertje vertoont de docent een fragment van een film over dieren, bijvoorbeeld Happy Feet. Daarna kijken de leerlingen naar voorbeelden van materialen die in de dierentuin gebruikt worden. Benodigdheden l televisie met DVD-speler, l film over dieren (bijvoorbeeld March of the penguins ), l beamer met computer, l handout van de Power Point Presentatie, l voorbeelden van folders zoals die in dierentuinen gebruikt worden, foto s van informatiebordjes. Te krijgen via > folders, > filmpje en folder te downloaden via: etc. Zoeken via Google levert ook heel veel voorbeelden op. Les 2 Groepsvorming en keuze onderwerp Werkwijze De leerlingen vormen groepjes (docent beslist uiteindelijk). Elk groepje bepaalt welke dieren er behandeld worden en wie welke verantwoordelijkheid moet krijgen: zie instructies in PPP. Laat ze ook een tweede keus opgeven voor de dieren. De groepjes brengen verslag uit over hun keuze aan de klas (op het bord). In geval van overlap kan worden geloot en moet de tweede keus eventueel gebruikt worden. Aan het eind van de les moeten de namen van de werelddelen en de dieren in het Engels bekend zijn. Laat in deze les ook vast opzoeken waar de informatie gevonden kan worden. In de mediatheek mag informatie gezocht worden, leerlingen kunnen in de bibliotheek zoeken of bijvoorbeeld folders opvragen. Benodigdheden l PPT met instructies 13, l computerlokaal, l mediatheek. 13 ) De PPT is te downloaden van de website van CPS Talencentrum: > leerzame activiteiten en handleidingen > Lessenseries > The Zoo 244 CPS Echt wel: Talen BBL!

245 Les Werken in groepjes Werkwijze De leerlingen gaan aan de slag met het zoeken van informatie. Wijs ze vooral nog een keer op de benodigde inhoud en de beoordelingscriteria. Laat leerlingen aan de docent uitleggen hoe de producten er volgens hen uit moeten zien. Waar nodig vult de docent aan of geeft voorbeelden en standaardzinnetjes. Leerlingen moeten tijdens de les ook de mogelijkheid krijgen om in de mediatheek te gaan zoeken. Kijk ook of er in de eigen lesmethode informatie over dieren zit. Benodigdheden l computerlokaal, l mediatheek, l leergang. Les Werken aan eindproducten Werkwijze Leerlingen gaan alle informatie in het Engels op een rijtje zetten. Tussentijds controleert de docent. De docent kan ervoor kiezen om bij de opdracht voorbeeldzinnen met open stukjes te geven, waar de leerlingen de informatie in kunnen invullen. (Afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de opdracht.) De leerlingen werken aan de eindproducten. Zorg ervoor dat ze het werk eerlijk verdelen! Benodigdheden l knip- en plakmaterialen, l lamineerapparaat, l computers, l mp3-speler. CPS Echt wel: Talen BBL! 245

246 Les 7 Voorbereiden presentatie Werkwijze Alle leerlingen met dezelfde eindverantwoordelijkheid (hetzelfde product) gaan bij elkaar zitten en bedenken hoe zij hun producten kunnen samenvoegen tot één geheel. Bijvoorbeeld bordjes die gezamenlijk worden opgehangen in de klas, zodat men er langs kan lopen. Of folderteksten die samenkomen in één grote folder, of video- en geluidsfragmenten die achter elkaar worden gezet. Op deze manier maakt de klas één grote gezamenlijke presentatie. Benodigdheden l knip- en plakmaterialen, l lamineerapparaat, l computers, l mp3-speler. Les 8 Presentaties Werkwijze In deze les vinden de presentaties plaats! Het zou heel leuk zijn als er indien mogelijk, nog ander publiek bij aanwezig kan zijn (eventueel op een ander tijdstip). Denk aan andere docenten, leerlingen, ouders, Klasgenoten vullen een beoordelingsformulier in. (Welk product vind je het leukst/ duidelijkst? Welk dier is het best beschreven?) Benodigdheden l beamer, l beoordelingsformulier (zie volgende bladzijde). Beoordeling De docent kan de beoordeling helemaal aan het publiek (leerlingen, docenten, ouders) overlaten en het hierbij laten. Het is leuk om het winnende groepje een passend presentje te geven (kaartjes voor de dierentuin bijvoorbeeld!). Als de docent nog specifiek op taalvaardigheid wil beoordelen, kan hij daarvoor gebruik maken van de criteria die horen bij de niveaubeschrijvingen van het Europees Referentiekader op niveau A1 Spreken en Schrijven. Deze zijn te vinden in de publicatie Taalprofielen: op de volgende pagina s: l spreekvaardigheid niveau A1, p.75, l schrijfvaardigheid niveau A1, p CPS Echt wel: Talen BBL!

247 Beoordelingsformulier presentaties Zoo Jullie gaan zo de presentaties van je klasgenoten zien over het dier dat zij uitgekozen hebben. Jullie beoordelen welke presentatie jullie het beste vinden. Vul voor elke presentatie een formulier in; aan het einde kiezen jullie welke presentatie jullie het beste vonden. Groep (namen) 1. Informatiebordje duidelijk te lezen l ja l nee Engels was goed te begrijpen l ja l nee niet teveel informatie op het bordje l ja l nee mooie vorm l ja l nee 2. Videofilmpje duidelijk te verstaan l ja l nee Engels was goed te begrijpen l ja l nee interessante informatie l ja l nee goed gefilmd l ja l nee 3. Folder leuke vormgeving l ja l nee duidelijke informatie over het dier l ja l nee Engels was goed te begrijpen l ja l nee 4. Geluidsopname (mp3) duidelijk te verstaan l ja l nee Engels was goed te begrijpen l ja l nee duidelijke informatie over het dier l ja l nee Keuze voor de beste presentatie Je hebt nu alle presentaties van alle groepen gezien. Nu moet je bepalen welke presentatie het beste was. Als je niet kunt kiezen, kies dan per onderdeel wat de beste was: Beste informatiebordje: Beste videofilmpje: Beste folder: Beste geluidsopname: het informatiebordje over (naam dier) het videofilmpje over (naam dier) de folder over (naam dier) de geluidsopname over (naam dier) Beste presentatie van allemaal: groep CPS Echt wel: Talen BBL! 247

248 248 CPS Echt wel: Talen BBL!

249 CPS Echt wel: Talen BBL! 249

250 250 CPS Echt wel: Talen BBL!

251 CPS Echt wel: Talen BBL! 251

252 252 CPS Echt wel: Talen BBL!

253 CPS Echt wel: Talen BBL! 253

254 254 CPS Echt wel: Talen BBL!

255 CPS Echt wel: Talen BBL! 255

256 256 CPS Echt wel: Talen BBL!

257 CPS Echt wel: Talen BBL! 257

258 258 CPS Echt wel: Talen BBL!

259 CPS Echt wel: Talen BBL! 259

260 260 CPS Echt wel: Talen BBL!

261 Leerzame activiteit 33 Titel Korte omschrijving Taal Niveau Tijdsduur Voorbereiding Materialen Leesdossier vmbo Lessenserie over het aanleggen van een leesdossier. Engels (Frans/Duits) A2 N.v.t. Zie handleiding N.v.t. Ontwikkeld door M. Neppelenbroek en M. Visser 33 CPS Echt wel: Talen BBL! 261

262 262 CPS Echt wel: Talen BBL!

263 33 Leesdossier vmbo Inleiding Beste leerlingen van klas 3 en 4. Je bent nu bezig met de schoolexamens (PTA) en de voorbereiding op je eindexamen. Een van de onderdelen voor het vak Engels is je lees-mediadossier. Boekjes Voor het lenen van boekjes kun je terecht in onze schoolbibliotheek. Daarvoor krijg je een bibliotheekpasje. Computer- en internetopdrachten Deze opdrachten maak je op school in het OLC of thuis. Je zult dus voor een groot deel zelfstandig thuis moeten lezen en werken aan de opdrachten. Wat ga je dit jaar doen voor het lees-mediadossier? a. Boekjes lezen (Toets meerkeuzevragen) b. 2 Artikelopdrachten c. 2 Songtekstopdrachten d. 2 Boekopdrachten e. Extra opdrachten die de docent opgeeft Wat moet je voor elke PTA-periode doen?. a. Boekjes lezen (bbl: 100 pnt = 10; kbl: 120 pnt = 10; gtl: 150 pnt = 10) b. Twee verschillende opdrachten(keuze uit artikel-, songtekst- of boekopdracht) c. Extra opdrachten die de docent opgeeft Hoe wordt je lees-mediadossier voor elke periode beoordeeld? a. Score boekjes lezen = 2/3 b. Gemiddelde van twee verschillende mediaopdrachten = 1/3 Let op: Voor zowel het boekjes lezen als voor de mediaopdrachten heb je het punt zelf in de hand! l Boekjes: hoe meer je leest, des te hoger je score. l Mediaopdrachten: voldoen de twee opdrachten aan de gestelde eisen, dan krijg je voor elke opdracht minimaal een 8. Voor elke extra (goede) opdracht krijg je een bonuspunt op je gemiddelde. CPS Echt wel: Talen BBL! 263

264 1. Instructie boekopdracht leesdossier Inleiding Je gaat een boekopdracht maken. Voor de boekopdracht lever je het ingevulde opdrachtformulier boek in. Tip: Op deze site staan korte verhalen. Deze kun je meelezen, terwijl ze worden voorgelezen. De verhalen op deze site mag je gebruiken voor een boekverslag. Nadat je een boekje hebt gelezen, maak je de meerkeuzevragen. Die tellen mee voor je leescijfer. Van hetzelfde boekje mag je ook nog een boekopdracht maken, die meetelt voor je Leesmediadossier. Opdrachtformulier downloaden Je hebt keuze uit twee invulformulieren: 1. Opdrachtformulier Boek (Elektronisch): Hier kun je eenvoudig tekst invoeren en keuzes aanklikken. Je kunt echter geen afbeeldingen, foto s e.d. invoegen (bijv. voor een leuke kaft of ter illustratie). Daarvoor moet je een apart document maken in Word. 2. Opdrachtformulier Boek (Word) : Tijdens het invullen met Word gaat de tekst verschuiven. Je moet het document dus bewerken. Je kunt echter wel afbeeldingen invoegen. Ook kun je het formulier printen en verder met pen invullen. Maar dit is wel minder mooi! 264 CPS Echt wel: Talen BBL!

265 2. Formulier boekopdracht Naam Klas Datum 1. Gegevens: Titel Aantal pagina s Schrijver 2. Bouw en structuur a. Wat voor een soort boek zou je dit willen noemen? Zet een kruisje. liefdesverhaal avontuurlijk verhaal levensbeschrijving detective science-fiction verhaal anders, namelijk: b. Wie vertelt het verhaal? (Hoofdpersoon, een van de medespelers, de schrijver?) 3. Tijd en plaats a. Waar speelt het verhaal zich af? b. Wanneer speelt het verhaal zich ongeveer af? c. Hoeveel tijd is er ongeveer verstreken tussen het begin en het eind van het verhaal? 4. Hoofdpersonen Vertel in het Nederlands iets over de hoofdpersonen. (Leeftijd, karakter, uiterlijk, problemen, wat ze te maken hebben met de hoofdpersoon.) CPS Echt wel: Talen BBL! 265

266 5 Persoonlijk oordeel: (Geef met een kruisje jouw keuze aan.) a. Het verhaal was... b. Het verhaal was erg goed erg gemakkelijk goed vrij gemakkelijk niet goed en niet slecht precies goed slecht vrij moeilijk erg slecht erg moeilijk c. Waarom heb je dit verhaal gekozen? d. Zou je een klasgenoot aanraden om het te lezen? Waarom (niet)? 6. Samenvatting Schrijf in het Nederlands een korte samenvatting van het verhaal. 266 CPS Echt wel: Talen BBL!

267 3. Instructie artikelopdracht leesdossier Inleiding Je gaat een artikelopdracht maken. Voor de artikelopdracht lever je uiteindelijk het volgende in: 1. Een print van het artikel (met plaatjes), 2. Het ingevulde Opdrachtformulier. We leggen hieronder verder uit hoe je het best een artikel kunt zoeken op internet. Natuurlijk mag je ook zelf een geschikte website zoeken. 1. Opdrachtformulier downloaden 14 Je hebt keuze uit twee invulformulieren: 1. Opdrachtformulier Artikel (Elektronisch): Hier kun je eenvoudig tekst invoeren en keuzes aanklikken. Je kunt echter geen afbeeldingen, foto s e.d. invoegen (bijv. voor een leuke kaft of ter illustratie). Daarvoor moet je een apart document maken in Word. 2. Opdrachtformulier Artikel (Word): Tijdens het invullen met Word gaat de tekst verschuiven. Je moet het document dus bewerken. Je kunt echter wel afbeeldingen invoegen. Ook kun je het formulier printen en verder met pen invullen. Maar dit is wel minder mooi! 2. Engels artikel zoeken Hieronder staan een aantal links naar sites, waar je geschikte artikelen kunt vinden. Als je hierop klikt, opent de site in een nieuw venster. Kies een artikel dat je wel interessant vindt en print deze uit. Je kunt het artikel en de afbeeldingen natuurlijk ook kopiëren naar Word en plakken in je opdrachtformulier. De onderstaande BBC-sites zijn erg populair. Daar vind je ook veel leuke, interessante en actuele artikelen: (voor leerjaar 4 Kader + 4 Gemengd/Theoretisch) Actuele nieuwsartikelen van de BBC. (voor leerjaar 3 + leerjaar 4 bbl) Allerlei links naar veel interessante en leuke artikelen. Vaak kun je het artikel ook beluisteren (OLC alleen met koptelefoon) en soms zijn er ook videobeelden. 14 ) Voorbeelden van deze formulieren zijn te vinden op: CPS Echt wel: Talen BBL! 267

268 Enkele andere leuke sites zijn: Korte actuele teksten. Online geluid beschikbaar. Allerlei tieneraangelegenheden Koppelingen naar alle Britse dagbladen, overzichtelijk bij elkaar. Soort tijdschrift met heel veel leuke artikelen. Korte verhalen van jongeren die door henzelf worden voorgelezen. Luisteren en meelezen. Korte verhalen, artikelen, gedichten, etc. Een zoekmachine, waarmee je van alles kunt vinden. Voor de voetballiefhebbers. 268 CPS Echt wel: Talen BBL!

269 4. Formulier artikel-opdracht Naam Klas Datum 1. Gegevens a. Titel Schrijver b. Waar komt je artikel vandaan? c. Wanneer werd het artikel geschreven 2. Inhoud a. Wat is het onderwerp van het artikel? b. Wat voor soort tekst is het? Zet een kruisje. krantenartikel tijdschriftartikel folder biografie anders, namelijk c. Wat is het doel van het artikel? Zet een kruisje. mensen informeren mensen overtuigen persoonlijke gevoelens van de schrijver anders, namelijk d. Waarom heb je juist deze tekst gekozen? e. Geef in het nederlands je eigen mening over de inhoud van dit artikel en/of over dit onderwerp. CPS Echt wel: Talen BBL! 269

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. A. LEER EN TOETSPLAN DUITS Onderwerp: Leesvaardigheid De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven

Nadere informatie

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde Luisteren - kwalitatieve niveaucriteria en zinsbouw tempo en articulatie Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben Teksten hebben o.a. betrekking op zeer betrekking op betrekking op betrekking

Nadere informatie

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden

Nadere informatie

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden

Nadere informatie

Kerndoelen - ERK. Kerndoelen en Common European Framework of Reference (ERK) 2. Library en ERK 6

Kerndoelen - ERK. Kerndoelen en Common European Framework of Reference (ERK) 2. Library en ERK 6 Kerndoelen - ERK Kerndoelen en Common European Framework of Reference (ERK) 2 en ERK 6 1 2 Kerndoelen en Common European Framework of Reference (ook wel ERK) In de kerndoelen die door de overheid zijn

Nadere informatie

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk

Nadere informatie

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK) A Beginnend taalgebruiker B Onafhankelijk taalgebruiker C Vaardig taalgebruiker A1 A2 B1 B2 C1 C2 LUISTEREN Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en directe concrete

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL1 Engels. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL1 Engels. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL1 Engels Leertijd; 3 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 3 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO STAATSEXAMEN 2014 Juni 2013 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Examens (CvE). Het CvE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

examenprogramm moderne vreemde talen vmbo gl/tl

examenprogramm moderne vreemde talen vmbo gl/tl 3. Syllabus Moderne vreemde talen 3.1 Verdeling examenstof over CE/SE bij Tabel: Verdeling van de examenstof Engels over centraal examen en schoolexamen Exameneenheden CE moet mag MVT/K/1 Oriëntatie op

Nadere informatie

Voorwoord. Wij wensen u veel plezier en inzicht in het gebruik van de leerlijnen! Team Mondomijn. Bedankt!

Voorwoord. Wij wensen u veel plezier en inzicht in het gebruik van de leerlijnen! Team Mondomijn. Bedankt! leerlijnen Engels Voorwoord Mondomijn is een innovatieve, integrale samenwerking tussen Qliq primair onderwijs en Korein Kinderplein. Samen bieden we een eigentijdse vorm van onderwijs en kinderopvang.

Nadere informatie

SLO Leerdoelenkaart Engels: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs

SLO Leerdoelenkaart Engels: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs 1.1.1 Onderwerp Je praat over onderwerpen die eenvoudig, alledaags, zeer vertrouwd en gerelateerd zijn aan directe behoeften. Je praat over onderwerpen die eenvoudig, alledaags, vertrouwd en gerelateerd

Nadere informatie

Criteria bij ERK methodes

Criteria bij ERK methodes SLO is het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling. Al 35 jaar geven wij inhoud aan leren en innovatie in de driehoek beleid, wetenschap en onderwijspraktijk. De kern van onze expertise betreft

Nadere informatie

Voorwoord. Graag bedanken we iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit document:

Voorwoord. Graag bedanken we iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit document: leerlijnen Voorwoord Mondomijn is een innovatieve samenwerking tussen Qliq primair onderwijs en Korein Kinderplein. Samen bieden we een eigentijdse vorm van onderwijs en kinderopvang. Ons uitgangspunt?

Nadere informatie

Niveaubepaling Nederlandse taal

Niveaubepaling Nederlandse taal Niveaubepaling Nederlandse taal Voor een globale niveaubepaling kunt u de niveaubeschrijvingen A1 t/m C1 doornemen en vaststellen welk niveau het beste bij u past. Niveaubeschrijving A0 Ik heb op alle

Nadere informatie

13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.

13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Engels Onderwerp: Leesvaardigheid 12, 13, 14, 17 13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.

Nadere informatie

Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo. 30 september 2010

Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo. 30 september 2010 Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo 30 september 2010 Bronnen: Common European Framework of Reference for Languages, Raad van Europa, 2001 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Doel 3 1.2 Inhoud

Nadere informatie

Common European Framework of Reference (CEFR)

Common European Framework of Reference (CEFR) Common European Framework of Reference (CEFR) Niveaus van taalvaardigheid volgens de Raad van Europa De doelstellingen van de algemene taaltrainingen omschrijven we volgens het Europese gemeenschappelijke

Nadere informatie

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen Correspondentie lezen Opleiding: uitwisseling, vorming,

Nadere informatie

MODERNE VREEMNDE TALEN CENTRAAL EXAMEN BB, KB EN GT

MODERNE VREEMNDE TALEN CENTRAAL EXAMEN BB, KB EN GT MODERNE VREEMNDE TALEN CENTRAAL EXAMEN BB, KB EN GT SYLLABUS STAATSEXAMEN 2014 Juni 2013 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Examens (CvE). Het CvE is verantwoordelijk

Nadere informatie

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid)

VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid) VSO leerlijn Engels (uitstroom arbeid) LEERLIJN ENGELS VSO Leerlijnen Kerndoelen 1.1. Taalbegrip 1. De leerling leert vertrouwde woorden en basiszinnen te begrijpen die zichzelf, zijn/haar familie en directe

Nadere informatie

TURKSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

TURKSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Wijziging op 12 oktober 2015: bij punt 7 De beoordeling van het college-examen, in de laatste regel een c achter 2 toegevoegd. Wijziging op 20 oktober 2015: bij punt 7 De beoordeling van het college examen,

Nadere informatie

ENGELSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

ENGELSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Wijziging op 6 oktober 2015: er mag gebruik gemaakt worden van een woordenboek Nederlands Engels, Engels -Nederlands en van het basispakket hulpmiddelen. In plaats van een woordenboek Engels-Nederlands

Nadere informatie

13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten.

13. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven Engelstalige teksten. A. LEER EN TOETSPLAN Onderwerp: Leesvaardigheid 12, 13, 14, 17 geschreven Engelstalige teksten. 14. De leerling leert in Engelstalige schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen

Nadere informatie

Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking

Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt Van Raamwerk tot Handreiking Hoe zat het ook alweer? Nieuwe Kwalificatieprofielen voor het mbo in 2004 Mét

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen Nederlands (PO - havo/vwo) 2011

Doorlopende leerlijnen Nederlands (PO - havo/vwo) 2011 Doorlopende leerlijnen Nederlands ( - havo/vwo) 2011 De samengevatte kerndoelen en eindtermen in samenhang met de referentieniveaus taal Domein 1. Leesvaardigheid Nr. 4: Informatie achterhalen in informatieve

Nadere informatie

FRANSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

FRANSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Wijziging op 18 januari: bij 7. De beoordeling van het college examen is deelcijfer c aangepast. Bij c is kennis van bestudeerde werken vervangen door basisvaardigheden en kijk- en luistervaardigheid FRANSE

Nadere informatie

Een Europees Referentiekader voor talenexamens. Een utopie?

Een Europees Referentiekader voor talenexamens. Een utopie? Een Europees Referentiekader voor talenexamens Een utopie? José Noijons VLoD 34. Jahreshochschultagung 07.11.2008 Stichting CITO Instituut voor Toetsontwikkeling 1 Europees Referentiekader (ERK) Ontwikkeld

Nadere informatie

SPAANSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

SPAANSE TAAL VMBO KB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Wijziging op 20 oktober 2015: bij punt 7 De beoordeling van het college examen, Voor de schriftelijke toets worden de volgende deelcijfers gegeven gewijzigd in Voor het college-examen worden de volgende

Nadere informatie

TULE inhouden & activiteiten Engels. Kerndoel 15. Toelichting en verantwoording

TULE inhouden & activiteiten Engels. Kerndoel 15. Toelichting en verantwoording TULE - ENGELS KERNDOEL 15 46 TULE inhouden & activiteiten Engels Kerndoel 15 De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen. Toelichting en verantwoording

Nadere informatie

MODERNE VREEMDE TALEN VMBO. Syllabus centraal examen 2014

MODERNE VREEMDE TALEN VMBO. Syllabus centraal examen 2014 MODERNE VREEMDE TALEN VMBO Syllabus centraal examen 2014 Juni 2012 Verantwoording: 2011 College voor Examens vwo, havo, vmbo, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 2, 12 16 jaar vmbo basis

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 2, 12 16 jaar vmbo basis Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 2, 12 16 jaar vmbo basis Voorbeeld van een leerling Faysal is 12 jaar en komt uit Syrië. Hij heeft de afgelopen 3 jaar geen onderwijs

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis

Nadere informatie

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Basis Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen Deviant methode leer/werkboek VIA vooraf op weg naar 1F. De 8 thema s in het boek hebben terugkerende

Nadere informatie

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Educatief Professioneel (EDUP) - C1 Voor wie? Voor hogeropgeleide volwassenen (18+) die willen functioneren in een uitdagende kennis- of communicatiegerichte functie: in het hoger onderwijs, als docent

Nadere informatie

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis

Nadere informatie

Met 30 leerlingen tegelijk aan het spreken!

Met 30 leerlingen tegelijk aan het spreken! Met 30 leerlingen tegelijk aan het spreken! 19 maart 2016 Johan Keijzer info@johankeijzer.nl Naam Datum Programma: Repertoire aan werkvormen uitbreiden uitvoeren +reflectie Spreek- /Gespreksvaardigheid:

Nadere informatie

1. Denken-delen-uitwisselen

1. Denken-delen-uitwisselen Vijf basiswerkvormen voor activerend leren 1. Denken-delen-uitwisselen 2. Check-in-duo s 3. Genummerde-hoofden-tezamen 4. Experts 5. Drie-stappen-interview 1. Denken-delen-uitwisselen - De docent stelt

Nadere informatie

FRANS. Personeelsvergadering 31 mei 2011. mogen moeten. taalregeling. Talenbeleidsnota 3220 FRANS 1

FRANS. Personeelsvergadering 31 mei 2011. mogen moeten. taalregeling. Talenbeleidsnota 3220 FRANS 1 FRANS Personeelsvergadering 31 mei 2011 1 taalregeling 1963 LP 1972 LP 1998 LP 2004 2007 LP 2010 2008 2009 Talenbeleidsnota mogen moeten 3220 FRANS 1 De geschiedenis van het leerplan Frans 1963 : De taalgrens

Nadere informatie

Examenprogramma Engelse taal

Examenprogramma Engelse taal Examenprogramma Engelse taal Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 Engelse taal 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan

Nadere informatie

WERKVORMEN MAGAZIJN. Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo

WERKVORMEN MAGAZIJN. Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo WERKVORMEN MAGAZIJN Wat is netwerken? Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo Voorwoord Voor u heeft u Thema boekje 1 Wat is netwerken? Dit themaboekje is een onderdeel van de lessenserie Netwerken.

Nadere informatie

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau Vaardigheden Wat zijn vaardigheden? Vaardigheden geven aan waar iemand bedreven in is. Ze zijn meestal aan te leren. Voorbeelden van vaardigheden zijn typen en kennis van het Nederlands. Wat meet Q1000

Nadere informatie

FRANSE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

FRANSE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Gewijzigd op 30 september. Het examen wordt alleen op papier afgenomen. Bij onderdeel 1. Opzet van het examen is daarom de zin Het centraal examen wordt digitaal afgenomen. verwijderd. Wijziging op 13

Nadere informatie

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde graad ASO, Duits als tweede moderne vreemde taal kan worden

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

2 x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen, daarnaast verrijking en verdiepingswerk op Studiemeter.nl.

2 x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen, daarnaast verrijking en verdiepingswerk op Studiemeter.nl. Basis Groep: AGL Fase 1 Leerjaar 1 Vak: Engels 2 x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen, daarnaast verrijking en verdiepingswerk op Studiemeter.nl. methode De 8 thema s in het boek hebben terugkerende

Nadere informatie

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten. A. LEER EN TOETSPLAN Leerjaar: 3 Onderwerp: Luistervaardigheid 11, 12, 13, 14 11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen

Nadere informatie

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën 1 Bijlage 10. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (derde leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vrij concreet

Nadere informatie

SPAANSE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

SPAANSE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Wijziging op 20 oktober 2015: bij punt 7 De beoordeling van het college examen, Voor de schriftelijke toets worden de volgende deelcijfers gegeven gewijzigd in Voor het college-examen worden de volgende

Nadere informatie

ARABISCHE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016

ARABISCHE TAAL VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 Gewijzigd op 30 september. In onderdeel 1. Opzet van het examen de laatste alinea gewijzigd in Het centraal examen bestaat uit een schriftelijk examen, het college-examen bestaat uit een mondeling examen.

Nadere informatie

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën 1 Bijlage 7. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (eerste en tweede leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vertrouwd

Nadere informatie

Kennisbasis Duits 8 juli 2009. 2. Taalkundige kennis

Kennisbasis Duits 8 juli 2009. 2. Taalkundige kennis Kennisbasis Duits 8 juli 2009 Thema Categorie/kernconcept Omschrijving van de categorie / het kernconcept De student 1. Taalvaardigheden 1.1 De vaardigheden 1.1.1 beheerst de kijkvaardigheid en de luistervaardigheid

Nadere informatie

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Voorbeeld van een leerling Dawoud is een jongen van 17 jaar. Hij komt uit een dorp in Afghanistan. Hij is samen met zijn moeder en zus naar

Nadere informatie

MODERNE VREEMDE TALEN VMBO. Syllabus centraal examen 2015

MODERNE VREEMDE TALEN VMBO. Syllabus centraal examen 2015 MODERNE VREEMDE TALEN VMBO Syllabus centraal examen 2015 April 2013 Verantwoording: 2013 College voor Examens vwo, havo, vmbo, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

Speakerbox CPS Talencentrum 2007

Speakerbox CPS Talencentrum 2007 Colofon Deze brochure is tot stand gekomen met subsidie van het ministerie van OCW in het kader van SLOA 2007. Een definitieve versie van deze brochure zal in het najaar van 2008 in druk verschijnen. CPS,

Nadere informatie

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Voorbeeld van een leerling Esra is een meisje van 15 jaar en komt uit Irak. Ze heeft daar op de basisschool gezeten en een jaar een vorm

Nadere informatie

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Uitgegeven: 3 februari 2010 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN BELEIDSREGEL voor het verkrijgen van een partiële ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs in de provincie

Nadere informatie

PTA Engels GL/TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort 14-15-16

PTA Engels GL/TL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort 14-15-16 Het schoolexamen voor het vak Engels wordt in leerjaar 3 en 4 afgenomen over de onderdelen: - gespreksvaardigheid - leesvaardigheid - kijkvaardigheid - schrijfvaardigheid - luistervaardigheid In alle voortgangscontroletoetsen

Nadere informatie

NEDERLANDS VMBO. Syllabus GT centraal examen 2012. November 2010 - 1 -

NEDERLANDS VMBO. Syllabus GT centraal examen 2012. November 2010 - 1 - NEDERLANDS VMBO Syllabus GT centraal examen 2012 November 2010-1 - Verantwoording: 2010 College voor Examens vwo, havo, vmbo, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo

Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo Carte Orange 1 gth, 2 gt, 3/4 vmbo ERK-overzicht 1 Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo 1 Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan A2 Kan het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek

Nadere informatie

PTA Nederlands TL/GL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort 13-14-15

PTA Nederlands TL/GL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort 13-14-15 Examenprogramma NE/K/1 Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en op het belang van Nederlands in de maatschappij. NE/K/2 Basisvaardigheden De kandidaat kan

Nadere informatie

Engelse taal. Kennisbasis Engelse taal op de Pabo

Engelse taal. Kennisbasis Engelse taal op de Pabo Engelse taal Belang van het vak Engels geven in het basisonderwijs is investeren in de mensen van de toekomst die studeren, werken en recreëren in verschillende landen van Europa en de wereld. Door de

Nadere informatie

Opleiding. Tolk Vlaamse Gebarentaal. Code + officiële benaming van de module. Module Vlaamse Gebarentaal B. Academiejaar 2015-2016.

Opleiding. Tolk Vlaamse Gebarentaal. Code + officiële benaming van de module. Module Vlaamse Gebarentaal B. Academiejaar 2015-2016. Opleiding Tolk Vlaamse Gebarentaal Code + officiële benaming van de module Module Vlaamse Gebarentaal B Academiejaar 2015-2016 Semester 2 Studieomvang 9 studiepunten Totale studietijd 180 Aantal lestijden

Nadere informatie

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs

Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Aartsbisdom Mechelen-Brussel Vicariaat Onderwijs Diocesane Pedagogische Begeleiding Secundair Onderwijs Vakdocumenten Frans (2004) Visie en accenten leerplan Frans BaO 1 De eerste stappen zetten - Basiswoordenschat

Nadere informatie

Verleg je grenzen! Waarom kiest ú voor het nieuwe Taalblokken? Taalblokken Engels Brochure MBO

Verleg je grenzen! Waarom kiest ú voor het nieuwe Taalblokken? Taalblokken Engels Brochure MBO Brochure MBO Toetsing Figuur 4, toetsing Door de nieuwe aanpak en de goede mix van digitaal lesmateriaal en boeken geeft Taalblokken Engels mij de ruimte om les te geven zoals ik wil. Verleg je grenzen!

Nadere informatie

Gewijzigd op 1 oktober: bij punt 5 Centraal examen de duur van het examen gewijzigd van 90 minuten naar 60 minuten.

Gewijzigd op 1 oktober: bij punt 5 Centraal examen de duur van het examen gewijzigd van 90 minuten naar 60 minuten. Gewijzigd op 1 oktober: bij punt 5 Centraal examen de duur van het examen gewijzigd van 90 minuten naar 60 minuten. Gewijzigd op 6 oktober 2015: Er mag gebruik gemaakt worden van een woordenboek Nederlands

Nadere informatie

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding (Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding Aan de slag met lezen in beroepsgerichte vakken Voor de verbetering van leesvaardigheid is het belangrijk dat leerlingen regelmatig en veel lezen. Hoe krijg

Nadere informatie

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen KB BB GL/TL Een handreiking voor leerkrachten van groep 7 en 8 in het basisonderwijs, leerkrachten in het speciaal basisonderwijs en de docenten vmbo onderbouw

Nadere informatie

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 12-16 jaar praktijkschool vso

Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 12-16 jaar praktijkschool vso Streefniveaus NT2 Voorbeelden, kenmerken en inkijkjes in de les Route 1, 12-16 jaar praktijkschool vso Voorbeeld van een leerling Mesfin is een jongen van 13 jaar en komt uit een dorp in Eritrea. Tot ongeveer

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid 3.4. De profielbeschrijvgen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid PTIT Het Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid omvat de taalvaardigheid die nodig is om sociaal te functioneren

Nadere informatie

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen.

Naam leerlingen. Groep BBL 1 Nederlands. Verdiepend arrangement. Basisarrange ment. Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Nederlands Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers. Begeleiden bij schrijven

Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers. Begeleiden bij schrijven Achtergrondinformatie Taalvrijwilligers Begeleiden bij schrijven 1 Inhoudsopgave Snippers... 3 Verder Lezen... 5 2 Snippers 1 Onderdelen schrijfproces Schrijven is zowel een denktaak als een doetaak. Denken

Nadere informatie

Profiel Academische Taalvaardigheid PAT

Profiel Academische Taalvaardigheid PAT Het Profiel Academische Taalvaardigheid omvat de taalvaardigheid die nodig is om op academisch niveau het Nederlands te functioneren en is de eerste plaats gericht op formele communicatie. Dit profiel

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk)

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk) Naam: Mevrouw Bea Voorbeeld Adviseur: De heer Administrator de Beheerder Datum: 19 juni 2015 Inleiding In dit rapport wordt ingegaan op alle afgeronde onderdelen.

Nadere informatie

PTA Nederlands BBL & KBL Kijkduin, Statenkwartier (Vakcollege Techniek) cohort 14-15-16

PTA Nederlands BBL & KBL Kijkduin, Statenkwartier (Vakcollege Techniek) cohort 14-15-16 Examenprogramma (verschillen tussen BBL en KBL zijn in de tekst aangegeven) NE/K/1 Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en op het belang van Nederlands in

Nadere informatie

PTA Engels Basis Kijkduin, Statenkwartier cohort 14-15-16

PTA Engels Basis Kijkduin, Statenkwartier cohort 14-15-16 Het schoolexamen voor het vak Engels wordt in leerjaar 3 en 4 afgenomen over de onderdelen: - gespreksvaardigheid - leesvaardigheid - kijkvaardigheid - schrijfvaardigheid - luistervaardigheid In alle voortgangscontroletoetsen

Nadere informatie

CKV Festival 2012. CKV festival 2012

CKV Festival 2012. CKV festival 2012 C CKV Festival 2012 Het CKV Festival vindt in 2012 plaats op 23 en 30 oktober. Twee dagen gaan de Bredase leerlingen van het voortgezet onderwijs naar de culturele instellingen van Breda. De basis van

Nadere informatie

taal portfolio Checklist B1

taal portfolio Checklist B1 taal portfolio Checklist B1 Inhoud bladzijde 3 bladzijde 4 Vul eerst je naam in Checklist Zo gebruik je deze checklist Je kunt deze checklist op de computer invullen en daarna printen. Je kunt ook de checklist

Nadere informatie

Kinderen leren schrijven. www.taalvorming.nl

Kinderen leren schrijven. www.taalvorming.nl Kinderen leren schrijven www.taalvorming.nl Uitgangspunten van taalvorming Taalvorming is een lang bestaande werkwijze die je ook kunt zien als schrijfdidactiek werken vanuit eigen ervaringen samenhang

Nadere informatie

My name is Tom is een methode Engels voor alle groepen van de basisschool.

My name is Tom is een methode Engels voor alle groepen van de basisschool. My name is Tom is een methode Engels voor alle groepen van de basisschool. My name is Tom biedt een doorlopende leerlijn Engels voor alle groepen van de basisschool. Met My name is Tom leren de kinderen

Nadere informatie

Logboek Tandem learning

Logboek Tandem learning Logboek Tandem learning Academiejaar 2012 2013 Semester 1 Semester 2 Naam :... Voornaam :... Inschrijvingsnummer :... ULB VUB ISTI Jaar : BA1 BA2 BA3 MA1 MA2 DOC INCOM E mailadres :... Moedertaal :...

Nadere informatie

NEDERLANDS VMBO. Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2012

NEDERLANDS VMBO. Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2012 NEDERLANDS VMBO Syllabus BB, KB en GT centraal examen 2012 November 2010 Verantwoording: 2010 College voor Examens vwo, havo, vmbo, Utrecht. Alle rechten voorbehouden. Alles uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

Nederlands ( 3F havo vwo )

Nederlands ( 3F havo vwo ) Nederlands Nederlands ( 3F havo vwo ) havo/vwo bovenbouw = CE = Verdiepende keuzestof = SE Mondelinge taalvaardigheid Subdomeinen Gespreksvaardigheid Taken: - deelnemen aan discussie en overleg - informatie

Nadere informatie

De Referentieniveaus Taal. BAVO Eemlanden 14 maart 2012

De Referentieniveaus Taal. BAVO Eemlanden 14 maart 2012 De Referentieniveaus Taal BAVO Eemlanden 14 maart 2012 2 Wat komt aan de orde? Aanleiding tot de referentieniveaus Wat zijn referentieniveaus? Status en ontwikkelingen rond de referentieniveaus Referentieniveaus

Nadere informatie

WAT MOET EN WAT MAG IN DE ONDERBOUW? versie. Sinds 1 augustus 2006. Onderbouw-VO. d e f i n i t i e v e LEERSTOFAANBOD ONDERWIJSTIJD

WAT MOET EN WAT MAG IN DE ONDERBOUW? versie. Sinds 1 augustus 2006. Onderbouw-VO. d e f i n i t i e v e LEERSTOFAANBOD ONDERWIJSTIJD WAT MOET EN WAT MAG geactualiseerdee n versie d e f i n i t i e v e IN DE ONDERBOUW? Onderbouw-VO Noordzeelaan 24A 8017 JW Zwolle T 038 42 54 750 F 038 42 54 760 Postbus 266 8000 AG Zwolle E info@onderbouw-vo.nl

Nadere informatie

Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen

Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen Plan van aanpak voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen Inhoud Doelgroep 3 Signalering en diagnosticering 3 Het vertrekpunt 3 Onderwijskundige maatregelen 4 Verrijken en

Nadere informatie

PTA Engelse taal en literatuur HAVO Belgisch Park cohort 15-16-17

PTA Engelse taal en literatuur HAVO Belgisch Park cohort 15-16-17 en examen Engels PTA Engelse taal en literatuur HAVO Belgisch Park cohort 15-16-17 Het eindexamen bestaat uit een centraal examen en een schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen:

Nadere informatie

Speakerbox CPS Talencentrum 2008

Speakerbox CPS Talencentrum 2008 Colofon Deze publicatie is tot stand gekomen met subsidie van het ministerie van OCW in het kader van SLOA 2007/2008. CPS, Amersfoort: Riekelt de Boer, Carel van der Burg, Trees Haaksma, Janneke van Hardeveld,

Nadere informatie

Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde

Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde BIJLAGE 4 Nederlands, Engels en rekenen/wiskunde Niveaueisen voor Nederlandse taal en rekenen Volgens de Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen die met ingang van schooljaar 2010-2011 van kracht

Nadere informatie

PTA Engels Basis Kijkduin, Statenkwartier, Waldeck cohort 16-17-18

PTA Engels Basis Kijkduin, Statenkwartier, Waldeck cohort 16-17-18 Het schoolexamen voor het vak Engels wordt in leerjaar 3 en 4 afgenomen over de onderdelen: - gespreksvaardigheid - leesvaardigheid - kijkvaardigheid - schrijfvaardigheid - luistervaardigheid In alle voortgangscontroletoetsen

Nadere informatie

VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID

VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID VOLLEDIGE INSTRUCTIES LEESVAARDIGHEID Maak een mindmap of schema van een tekst ga je dan doen? Naar aanleiding van een titel, ondertitel, plaatjes en of de bron van de tekst ga je eerst individueel (en

Nadere informatie

Luisteren 1 hv 2 hv 3hv

Luisteren 1 hv 2 hv 3hv Carte Orange 1 hv, 2 hv, 3 hv ERK-overzicht 1 Luisteren 1 hv 2 hv 3hv 1 Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan A2 Kan het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek 2-3-4-5-6-7-8*

Nadere informatie

Handreiking schoolexamens vmbo. SLO nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling. Handreiking schoolexamens MVT vmbo

Handreiking schoolexamens vmbo. SLO nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling. Handreiking schoolexamens MVT vmbo SLO nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling Handreiking schoolexamens MVT vmbo Handreiking schoolexamens moderne vreemde talen vmbo Afgestemd op het Europees Referentie Kader (ERK) December

Nadere informatie

Workshop Oriëntatie op Nederlands voor taalvrijwilligers

Workshop Oriëntatie op Nederlands voor taalvrijwilligers Workshop Oriëntatie op Nederlands voor taalvrijwilligers 12 januari 2016 Lidy Zijlmans Senior medewerker Nederlands voor anderstaligen https://www.doneereenlesboek.nl/ Programma workshop 1. Inventarisatie

Nadere informatie

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën:

De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: > Categorieën De vragen sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en zijn onderverdeeld in de volgende vijftien categorieën: 1 > Poten, vleugels, vinnen 2 > Leren en werken 3 > Aarde, water,

Nadere informatie