LINGUAAN EDITIE 1 MAART 2020

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "LINGUAAN EDITIE 1 MAART 2020"

Transcriptie

1 LINGUAAN EDITIE 1 MAART 2020

2 HET NEDERLANDS VAN BEGINNEND VERTALERS ONDER DE LOEP Door Gys-Walt van Egdom (Universiteit Utrecht), Fedde van Santen (ITV Hogeschool voor Tolken en Vertalen) en Folkert de Vriend (Nederlandse Taalunie) 'Vroeger was alles beter'. Dat deze uitspraak ook in het vertaalonderwijs en op de vertaalmarkt weerklank vindt, hebben Folkert de Vriend van de Taalunie, Fedde van Santen van ITV Hogeschool voor Tolken en Vertalen en Gys-Walt van Egdom van de Universiteit Utrecht het laatste jaar gemerkt. Onze beroepsgroep, en met name de docenten en ervaren vertalers, heeft klaarblijkelijk veel te stellen met de taalvaardigheid Nederlands van vertaalstudenten en beginnend vertalers. De oudere garde vergeet mogelijk dat taal snel evolueert en dat jongere generaties zich gewoon van andere middelen bedienen. Bovendien voldoet het Nederlands van jonge vertalers misschien juist uitstekend aan de criteria die de hedendaagse samenleving stelt. De drie auteurs van dit verslag hebben de hypothese 'Vroeger was alles beter' willen testen. Helaas is er geen mogelijkheid om in de tijd te reizen en een goed beeld van vroeger te vormen. Daarom hebben ze besloten een nulmeting uit te voeren. Met een enquête hebben ze willen achterhalen

3 of beginnend vertalers de Nederlandse taal daadwerkelijk minder goed beheersen, en waar het eventueel aan schort. Het slechte nieuws: zowel opleiders als vertalers zijn van mening dat het Nederlands van beginnend vertalers te wensen overlaat. Het goede nieuws: we weten nu waar het aan schort en kunnen gericht beleid en methodes ontwikkelen om de taalvaardigheid van jonge vertalers te verbeteren. De enquête De enquête telde vijf luikjes. Het eerste en het laatste luikje bevatten stellingen en vragen van algemenere aard. In het eerste luik werd bijvoorbeeld direct de belangrijkste stelling geponeerd: 'Ik vind dat beginnend vertalers het Nederlands door de bank genomen voldoende beheersen.' In datzelfde luik werd er naar de belangrijkste verbeterpunten geïnformeerd. Daarbij werd er een aantal categorieën aangereikt (spelling, grammatica, zinsbouw, formulering, register en stijl), maar werd er ook de mogelijkheid geboden om categorieën toe te voegen of subcategorieën te benoemen (via de optie: 'anders, namelijk'). Ten slotte was er in het eerste deel nog aandacht voor de invloed van technologie op de taalvaardigheid van vertalers. In de tussenliggende luikjes is er naar meer diepgang gestreefd. Bij het ontwerp van de enquête is erop gerekend dat veel respondenten twijfels koesteren over de taalvaardigheid van beginnende vertalers. We hoopten de vinger op de zere plek(ken) te kunnen leggen. Daarom zijn er in de enquête drie pijlers van goede taalvaardigheid opgenomen. De eerste pijler was 'correct schrijven'. Hoewel niet alle beginnend vertalers onbetwiste taalvirtuozen zijn, mag er toch van ze worden verwacht dat ze correcte Nederlandse teksten kunnen produceren: spelling, interpunctie, grammatica en zinsbouw mogen in principe geen problemen opleveren. De tweede pijler was 'communicatief schrijven'. Van vertalers mag worden gezegd dat ze communicatie-experts zijn. Een communicatie-expert weet hoe je doelgericht moet formuleren. Een grondige kennis van taalvariëteiten is voor een doelgerichte vertaling onontbeerlijk. Verondersteld werd daarom dat goede vertalers verschillende variëteiten van het Nederlands beheersen. Daarom is er in het derde luik naar de beheersing van geografische, sociale, tijdgebonden en modale variëteiten van het Nederlands geïnformeerd. De laatste pijler van goede taalvaardigheid was 'creativiteit'. Creativiteit is onmisbaar voor schrijfvaardigheid en daarmee ook voor vertaalvaardigheid. Maar geldt dat in gelijke mate voor alle vertalingen, voor alle domeinen, voor alle specialisaties? Met de enquête wilden we te weten komen of beginnend vertalers voldoende taalvaardig zijn en of er eventueel specifieke pijnpunten kunnen worden aangewezen. Daarnaast wilden we ook te weten komen of opleiders volgens de respondenten tekortschieten: besteden ze misschien onvoldoende aandacht aan correctheid, doelgerichtheid of creativiteit?

4 De enquête is vervolgens breed uitgezet binnen Nederlandse en Vlaamse vertalersnetwerken. De enquête kan niet meer worden ingevuld, maar staat nog wel online: Resultaten In totaal hebben 171 respondenten de enquête volledig ingevuld. Een meerderheid van de respondenten (141) kwam uit het werkveld. Dat stemde ons zeer tevreden, omdat deze respondenten weten in welke mate een professioneel vertaler de moedertaal moet beheersen om het gewenste eindproduct te kunnen leveren. Van opleiders hebben we 24 reacties ontvangen. De overige reacties kwamen van respondenten met zeer verschillende achtergronden (waaronder marketeers). Ook over de geografische spreiding van de respondenten waren we zeer te spreken. Zowel Nederlanders als Belgen (en dan met name Vlamingen) waren met respectievelijk 88 en 64 reacties goed vertegenwoordigd. Zodoende kan er met de reacties een goed beeld van de taalvaardigheid Nederlands op de Nederlandse en op de Belgische (of Vlaamse) markt worden gevormd. Ten slotte is er ook gekeken naar de leeftijd van de respondenten. We zien dat alle relevante leeftijdscategorieën goed zijn vertegenwoordigd. Van jonge respondenten (25 jaar of jonger) zijn reacties minder gewenst, omdat zij zelf als beginnend professionals kunnen worden gekenmerkt. Reacties van respondenten van pensioengerechtigde leeftijd zijn vaak ook minder interessant, omdat zij vaak niet meer actief zijn en/of weinig contact met beginnend vertalers hebben. Taalvaardigheid Nederlands Hoe is het volgens opleidend en vertalend Nederland en België nu met de taalvaardigheid Nederlands gesteld? Uit de reacties op de algemene stelling 'Ik vind dat beginnend vertalers het Nederlands door de bank genomen voldoende IK VIND DAT BEGINNEND VERTALERS HET NEDERLANDS DOOR DE BANK GENOMEN VOLDOENDE BEHEERSEN 8 Zeer mee oneens 61 Mee Oneens Niet eens/niet oneens 3 Mee eens Zeer mee eens beheersen' kunnen een aantal dingen worden afgeleid. De respondenten hebben op genuanceerde wijze op de stelling gereageerd: uitgesproken oordelen zijn eerder zeldzaam (11 reacties). Toch laat de trendlijn zien dat er enige twijfel heerst over de taalvaardigheid Nederlands van beginnend vertalers. Die twijfel lijkt vooral betrekking te hebben op de communicatieve aspecten van de taalbeheersing. Formulering, register en stijl werden door bijna 80 procent

5 van de respondenten als verbeterpunten gezien. Zaken die in de commentaarvakken worden uitgelicht, zijn de beperkte woordenschat en het gebrekkige idioom bij beginnend vertalers. Ook is voor bijna 60 procent van de respondenten de zinsbouw een punt van aandacht: de zinnen van beginnend vertalers zijn vaak kort en worden door een repetitieve structuur gekenmerkt. De invloed van technologie op de taalvaardigheid kan volgens respondenten ook moeilijk worden onderschat. De invloed die wordt beschreven, is vaak een negatieve. Toch blijkt uit de reacties dat technologie ook een positieve invloed op de taalvaardigheid kan hebben. Het staat voor velen buiten kijf dat de technologie het opzoekwerk makkelijker maakt. De negatieve reacties zijn rijker gestoffeerd. Zo vertrouwen beginnend vertalers soms blindelings op vertaalmachines. Het is dan ook vanzelfsprekend dat machinevertaling luiheid in de hand werkt: creatieve en idiomatische oplossingen blijven vaak achterwege, omdat vertaalsuggesties niet héél slecht zijn. Door de invloed van technologie werken vertalers volgens menig respondent onnauwkeuriger: als een logisch gevolg van gewenning aan onbeholpen zinnen worden fouten minder snel opgemerkt. Ten slotte kan ook nog de structurerende invloed van CAT-tools worden benoemd: segmentering gebeurt nog vaak op zinsniveau, waardoor teksten niet langer teksten zijn, maar collages van losse zinnen VERTALINGEN VAN BEGINNEND VERTALERS BEVATTEN ONNODIG VEEL FOUTEN OP HET GEBIED VAN ZINSBOUW 2 Zeer mee oneens 23 Mee Oneens 47 Niet eens/niet oneens Mee eens Zeer mee eens Correct schrijven Onze eerste pijler van taalvaardigheid was 'correct schrijven'. Maken beginnend vertalers onnodig veel fouten? En zo ja, welk soort fouten vallen op? Uit de enquêteresultaten blijkt dat spelling niet echt een probleem vormt. Teksten van beginnend vertalers bevatten volgens respondenten relatief veel interpunctie- en grammaticafouten. De fouten die echter het meest in het oog springen, zijn fouten op het gebied van zinsbouw. Beginnend vertalers lijken niet in staat complexe zinnen te vormen: ze zijn al snel geneigd om langere zinnen op te splitsen. Dat beginnend vertalers (onnodig veel) fouten tegen het Nederlands begaan, was, gezien de signalen die we in het verleden hebben opgevangen, niet erg verrassend. Voor opleiders is het vooral interessant om na te gaan of de fouten, om het even zo te stellen, 'verwijtbaar' zijn. Wordt er in het vertaalonderwijs wel voldoende aandacht aan een correcte formulering besteed? Hoewel er onder respondenten grote

6 verdeeldheid heerste, lijkt vooral het belang van een goede zinsbouw in het vertaalonderwijs onderbelicht te zijn. Uit de reacties blijkt niet dat spelling, interpunctie en grammatica binnen de vertaalcurricula onvoldoende zouden worden behandeld. Communicatief schrijven Een vertaling is geslaagd als ze het juiste effect op de lezer sorteert. Een vertaler mag een keurige en correcte Nederlandse tekst schrijven; de correctheid geeft geen garantie dat de boodschap van de tekst bij de lezer aan- of binnenkomt. Het effect van een tekst is in zekere mate afhankelijk van de omgang met variëteiten van het Nederlands, variëteiten in de breedste zin van het woord. Daarom wilden we weten hoe het gesteld was met het 'taalvariantbewustzijn' van beginnend vertalers. Hoe belangrijk is het bijvoorbeeld dat zij een onderscheid weten te maken tussen Nederlands-Nederlands en Belgisch-Nederlands? Is het een beperking als ze die variëteit niet in de vingers hebben? De respondenten hadden hier een vrij uitgesproken mening over: een goede beheersing van geografische variëteiten van het Nederlands werd als zeer belangrijk ervaren. Naar het belang van een goede beheersing van sociale variëteiten werd in de enquête ook geïnformeerd. Onder sociale variëteiten vallen register, jargon, terminologie en collocaties. In het eerste deel van het onderzoek gaven respondenten aan dat formulering, register en stijl verbeterpunten zijn, maar uit de antwoorden op de vragen over variëteiten blijkt niet zonder meer dat er een verband wordt gelegd met onvoldoende beheersing van sociale variëteiten. Meer belang werd er gehecht aan de beheersing van tijdgebonden variëteiten en modale variëteiten. Volgens respondenten moeten beginnend vertalers zowel archaïsch als modern taalgebruik beheersen. Nog gewichtiger is het onderscheid tussen spreektaligheid en schrijftaligheid: wie dat onderscheid niet lijkt te kunnen maken, is als vertaler ernstig beperkt. Besteden vertaalopleidingen wel voldoende aandacht aan variëteiten? Zeer mee 1 Mee 4 0 oneens Oneens Zeer mee Mee -20 oneens Oneens SOCIALE VARIËTEIT MODALE VARIËTEIT Onder respondenten heerste verdeeldheid, zeker waar het sociale en modale variëteiten betrof. Bij de geografische en de tijdgebonden variëteiten waren de meningen ook nog verdeeld, maar bij die deelresultaten is er duidelijk een negatieve trend ingezet. Geografische en tijdgebonden variëteiten zijn dus aandachtspuntjes Niet Mee eens Zeer mee eens/niet eens oneens Niet Mee eens Zeer mee eens/niet eens oneens

7 Creatief schrijven Hoe zit het met creativiteit: moet een vertaler in elk domein inventief zijn? De respondenten lieten er geen misverstand over bestaan: binnen elk specialisme is een IK ZIE HET ALS EEN BEPERKING ALS BEGINNEND VERTALERS NIET IN STAAT ZIJN OM VERTAALPROBLEMEN CREATIEF OP TE 1 Zeer mee oneens 11 Mee Oneens LOSSEN Niet Mee eens Zeer mee eens/niet eens oneens inventieve aanpak vereist. In de enquête werd ook geïnformeerd naar het type vertaalproblemen dat om een creatieve benadering vraagt. Uiteraard werd er door velen over stijlfiguren, woordspelingen, klankpatronen en slogans gerept. Toch waren er ook opvallende voorbeelden. Het probleem dat het vaakst werd benoemd, was terminologie: wat doe je als vertaler met termen die net gemunt zijn of met termen die geen equivalent in de doeltaal hebben? Tevens werd er vaak verwezen naar complexe zinnen en naar bronteksten van povere kwaliteit. Uit de grafiek blijkt dat creativiteit zeer belangrijk wordt gevonden. Ondanks die stellige overtuiging dat een goede vertaler per definitie creatief is, staat het niet vast dat creativiteit kan worden aangeleerd. Kan creatief schrijven worden getraind? Indien dat niet het geval zou zijn, dan zouden vertaalopleidingen geen moeite hoeven te steken in het aanscherpen van creativiteit. De respondenten waren andermaal zeer eenstemmig: 148 respondenten waren de mening toegedaan dat creativiteit iets is wat je kunt leren. Afgaand op de reacties op de vraag, zouden we kunnen stellen dat er een taak voor opleiders is weggelegd. Weten opleiders zich van die taak te kwijten? Is er voldoende aandacht voor creativiteit in vertaalopleidingen? De meningen van de respondenten KAN CREATIEF SCHRIJVEN VOLGENS U WORDEN GETRAIND? Ja Nee Geen mening IK HEB HET IDEE DAT ER IN HET (VER)TAALONDERWIJS VOLDOENDE AANDACHT AAN EEN CREATIEVE OMGANG MET TAAL WORDT BESTEED 11 Zeer mee oneens 40 Mee Oneens 75 Niet eens/niet oneens 38 3 Mee eens Zeer mee eens

8 waren sterk verdeeld. Wat de reden voor de verdeeldheid is, kan niet worden achterhaald. Expertbijeenkomst Uit de resultaten van de enquête mag worden afgeleid dat de taalvaardigheid van beginnend vertalers zeker meer aandacht en onderzoek behoeft. Een eerste stap werd gezet op 27 juni 2019, tijdens een expertbijeenkomst die de Taalunie op 27 juni in Utrecht organiseerde samen met ITV Hogeschool voor Tolken en Vertalen en de Universiteit Utrecht. De bijeenkomst werd ondersteund door het Platform Taalbeleid in het Hoger Onderwijs (PTHO) en voorgezeten door Maaike Verrips van de Taalstudio. In totaal namen er zo n 45 vertegenwoordigers van opleidingen en het werkveld (vertaalbureaus, instellingen en freelancers) deel. Een verslag van de expertbijeenkomst is te vinden op de website van de Taalunie: Samenvattend waren de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de middag: Moedertaalbeheersing verdient meer aandacht binnen de vertaalopleidingen Per vertaalspecialisme verschilt de vraag naar taalvaardiger vertalers Correct formuleren: o Zinsbouw is een duidelijk zorgpunt en er is ook behoefte aan een aanvullend curriculum of spoedcursus gericht op zinsbouw. o Met steun van het PTHO zullen intervisiesessies georganiseerd worden om dit verder te verkennen. Communicatief en creatief formuleren: o Vertaalopleidingen kunnen leren van en samenwerken met kunstopleidingen. o Er bestaan veel ideeën voor het trainen van communicatief en creatief formuleren. De beste voorbeelden hiervan zullen gedeeld worden via de website van het PTHO. Met deze conclusies en aanbevelingen zijn er voldoende goede voornemens om de komende jaren gericht aandacht te besteden aan de taalvaardigheid van beginnend vertalers. In 2020 zal er in ieder geval gestart worden met een project waarin het taalbeleid Nederlands van vijf vertaalopleidingen in Nederland en Vlaanderen verder wordt uitgewerkt. Daarbij zal de focus liggen op het verhogen van de taalvaardigheid binnen de in de enquête naar voren gekomen probleemgebieden. Conclusie Taalontwikkeling is noodzakelijk voor het voortbestaan van een taal. Iedere generatie draagt eraan bij. Het is belangrijk die bijdrage te waarderen en te integreren, zowel in

9 de opleiding als in het beroep. Naast bewustzijn van de natuurlijke ontwikkelingen in de taal, vraagt de beroepspraktijk van pas afgestudeerde vertalers ook heel specifieke vaardigheden. Met onze enquête en expertbijeenkomst hebben we problemen die te maken hebben met die vaardigheden op tijd willen situeren. De resultaten van onze nulmeting bieden de nodige onderbouwing en nadere specificering voor het sentiment dat ons vanuit de beroepspraktijk bereikte: de taalvaardigheid van beginnend vertalers laat te wensen over. Met een duidelijk beeld van de problemen op het gebied van correct, communicatief en creatief formuleren worden oplossingen sneller gevonden. Die oplossingen komen niet aangewaaid. De enquête heeft partijen bijeengebracht en heeft ze nu aan het denken gezet. Aan oplossingen kunnen we nu samen bijdragen. Opleidingen zijn gestimuleerd om de component taalvaardigheid Nederlands te moderniseren, opdrachtgevers hebben meer inzicht verworven in de vaardigheden en ontwikkeling van beginnend vertalers en de beginnend vertalers zelf weten nu beter wat er in de markt belangrijk wordt gevonden.

10 STARTERSDAG 8 FEBRUARI 2020 Door Anne Oosthuizen Nergens is de dualiteit van het woord starter zo prominent aanwezig als op een Startersdag. De crux zit hem in dat werkwoord (starten), dat zich geen compromissen, geen grijze zone permitteert. Je bent, of je bent nog niet, gestart. Ik ben nu nog bezig met mijn scriptie, klinkt het op het damestoilet, Maar als het goed is ben ik over zo n vier maanden klaar en dan, tsja, dan begint het echte leven. Mijn hemel, denk ik, veilig verscholen in mijn toilethokje, het echte leven. Ja. Zo noemde ik dat ook, nog geen vijf maanden geleden. Het voelt veel langer, en toch ook weer niet. Waar ben je over vijf jaar? staat er op één van de hand-outs, bedoeld om ons op een speelse manier met elkaar in contact te brengen. Opgedeeld in groepjes van drie verspreiden we ons door de knusse eetzaal van Kantien, en gaan we met deze bijna ongrijpbare vraag aan de slag door te beginnen bij het begin: wat hebben de anderen hiervoor gedaan? En waar staan ze nu? Het leuke van dit soort bijeenkomsten is juist deze uitwisseling. Iedereen heeft een volstrekt ander pad bewandeld, en onderweg

11 een scala aan assets opgedaan. Toch hebben al die paden, sommigen een stuk langer of kronkeliger dan andere, ons geleid naar deze plek; naar dit moment waarop we allemaal starter zijn (zij het van de ene, of van de andere categorie). Waar ben je over vijf jaar? blijft echter lastig, zowel voor mij als voor mijn teamgenoten. Hoe moet ik dat nou weten? klaagt de één, Ik ben nog niet eens klaar met mijn opleiding. Beiden kijken naar mij, de gestarte starter, maar ik haal mijn schouders op. Ik doe ook maar wat. Eenmaal terug in de centrale zaal schijnt vrijwel niemand een antwoord geformuleerd te kunnen hebben op deze duizelingwekkende toekomststelling. Over vijf jaar willen we allemaal graag succesvol en gelukkig zijn, ja. Dat wel. Maar waar, en hoe? Plotseling klinkt daar dan het verlossende woord van Sanne van Loosen, Je kunt je ook voornemen: over vijf jaar weet ik wat ik wil, wat ik kan, wat mijn specialisatie is, enzovoorts. Een zucht van verlichting trekt door de zaal. Plotseling klinkt vijf jaar niet meer als vijf jaar lang bergopwaarts ploeteren, maar als vijf jaar struinen, voelen, proberen. Kan dat, mag dat? Ja, dat mag. Ook staan we er niet alleen voor. Mede dankzij netwerkgelegenheden zoals deze, en verenigingen zoals het NGTV, krijgen ook de meest kluizenaardige vertalers de kans om hun branchegenoten te ontmoeten of je nu al gestart bent, of nog niet helemaal. Ik stapte in ieder geval op de trein met twee belangrijke lessen op zak, die ik mijn mede-starters ook graag mee geef: 1) groeien kost tijd, en dat is oké, en 2) kijk zo nu en dan eens verder dan je eigen bureau Dan zie je opeens je collega's zitten.

12 HET IMAGO VAN TAAL door Elly de Koning Taal bekoort en bijt, informeert en desinformeert, is persoonlijk en sociaal, kost niks en brengt geld in het laatje. Kortom, wat kun je níét met taal? Ons taalprofessionals hoef je niet te vertellen hoe belangrijk taal is. Maar hoe overtuigen we de rest van de wereld daarvan? Slecht-nieuwsshow Taal kampt met een imagoprobleem, en daarmee ook de talige beroepen. Als vertalers/tolken ondervinden wij dat dagelijks aan den lijve als de zoveelste klant klaagt over onze tarieven. Of als iemand meewarig opmerkt dat Google Translate ons beroep toch zeker overbodig maakt. Of als we moeten gaan staken om de kwaliteit van ons vak hoog te houden. We zullen allemaal beamen dat taal een veel krachtiger, positiever en moderner imago verdient. Maar hoe kunnen we daarvoor zorgen?

13 De economische betekenis van taal Begin vorig jaar hebben we in de Linguaan bericht over een onderzoek naar de economische betekenis van taal (in het Nederlandse taalgebied). Dat bevestigde dat taal een enorme bijdrage levert aan de economie. Sterker nog, dat het zo moeilijk was voor het onderzoeksteam om gerichte gegevens te verzamelen, toont aan hoezeer taal verstrengeld is in alles waarmee we ons brood verdienen. Het rapport dat uit dit onderzoek is voortgekomen, is indertijd overhandigd aan minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). We mogen aannemen dat er vanuit dat ministerie iets met de resultaten en aanbevelingen wordt gedaan, maar dat zullen we moeten afwachten. Op een informeler niveau is men al wel aan de slag gegaan. In het verlengde van de aanbeveling "meer verbinding en samenwerking binnen de sector te zoeken" heeft hoofdonderzoeker dr. Maaike Verrips het initiatief genomen om een aantal spelers uit de taalsector bij elkaar te brengen. We hebben haar gevraagd om ons daar wat over te vertellen. Informele bijeenkomsten Maaike wilde het onderzoek naar de economische betekenis van taal opvolgen met enkele kleinschalige bijeenkomsten van stakeholders uit de taalsector. Per bijeenkomst zoekt ze een zo breed mogelijke groep mensen bij elkaar (qua leeftijd, geslacht, beroep, benadering, achtergrond, enz.). Denk aan vertegenwoordigers van beroepsverenigingen, jonge afgestudeerden, lobby'ers, vrijwilligers, taaltrainers, uitgevers, tolken/vertalers... Zij moeten door hun daden hebben aangetoond dat ze hart voor taal hebben. Bij elke bijeenkomst is een deel van de aanwezigen ook bij eerdere bijeenkomsten geweest; de rest is er voor het eerst. De bijeenkomsten worden geleid door Harry Starren, voormalig directeur van trainingsinstituut voor persoonlijk leiderschap De Baak. Het primaire doel van dit overleg is simpelweg om met elkaar van gedachten te wisselen over taal, het slechte imago van taal en hoe dat imago te verbeteren. Een voorzichtige aanloop Bij de eerste bijeenkomst moesten de deelnemers constateren dat het ironisch genoeg zelfs voor taalprofessionals niet meevalt om de juiste woorden te vinden om anderen te overtuigen van het belang van taal. Toch werden er al meteen interessante ideeën voor een vervolg geopperd, waaronder een publiekscampagne ter verbetering van het imago van taal. Wat ook als belangrijk werd aangemerkt, is het verzamelen van harde cijfers. Er moet meer onderzoek worden gedaan met een gerichte vraagstelling. Vervolgens moeten de resultaten van dat soort onderzoeken worden geconcretiseerd naar de praktijk. Wat betekent het bijvoorbeeld wanneer

14 Nederlandse literatuur niet meer wordt vertaald? Als bedrijven een actiever taalbeleid gaan voeren? Als meer talenstudies worden opgeheven vanwege gebrek aan belangstelling? Als vertalers als beroepsgroep vergrijzen? Ook de rol van de alsmaar voortschrijdende technologie moet worden bestudeerd. Welke invloed heeft technische innovatie concreet op taal en communicatie? Drie pijlers Voornoemde publiekscampagne zou volgens de deelnemers aan het overleg op deze drie pijlers moeten rusten: Individu: we vinden taal mooi, ontlenen er onze identiteit aan, leren er nieuwe dingen mee. Maatschappij: taal verbindt ons, stelt ons in staat mee te doen. Economie: velen verdienen (direct of indirect) hun brood met taal. Optimistisch Hoewel het slechte imago van taal niet iets is wat je een-twee-drie verbetert, ziet Maaike de toekomst positief tegemoet. Bij het onderzoek naar de economische betekenis van taal merkte zij dat veel betrokkenen het als positief ervaren dat ze deel uitmaken van een grote gemeenschap taalprofessionals. Juist omdat de taalsector zo verstrengeld is met andere sectoren, kan samenwerking de sleutel zijn om talige beroepen meer aanzien te geven. Dan zijn dit soort kleinschalige bijeenkomsten van stakeholders een goede ontwikkeling. Wie weet staat tolk/vertaler dan over tien jaar bovenin de lijst met meest sexy beroepen ter wereld... Meepraten? In de loop van 2020 worden er nog een viertal vervolgbijeenkomsten georganiseerd. Ben je geïnteresseerd en wil je ook een uitnodiging ontvangen? Meld je dan aan bij Maaike Verrips: Profiel van Maaike Verrips Dr. Maaike Verrips is oprichter en directeur van De Taalstudio, een bedrijf dat taalwetenschappelijke kennis beschikbaar maakt voor praktische doeleinden. Daarnaast is Maaike initiatiefnemer en directeur van het DRONGO Talenfestival dat is opgezet om de taalsector beter zichtbaar te maken. In 2018 was zij hoofdonderzoeker van Over de economische betekenis van taal Een verkenning van de taalsector in het Nederlandse taalgebied, dat in opdracht van de Taalunie is uitgevoerd door De Taalstudio, De Taalsector en LEFT Consultancy.

15 BIJEENKOMST SPAANSE TAALKRING Door Pieter-Jan van Bunningen en Mònica Ruscalleda, met dank aan Eva Fierst van Wijnandsbergen. Dankbaar voor de steun van het NGTV hebben een stuk of 40 tolken en vertalers Spaans elkaar op vrijdag 29 november in De Kargadoor in Utrecht getroffen. Bij deze bijeenkomst van de Spaanse Kring zijn de resultaten bekendgemaakt van een eerder gehouden enquête onder de tolken en vertalers Spaans (ook open voor niet NGTV-leden) om te kijken of er genoeg animo was om de Taalkring Spaans nieuw leven in te blazen. De respons was overweldigend en daarmee kunnen we met trots zeggen dat de Taalkring Spaans weer actief is!

16 Enkele resultaten uit de enquête: - Drie kwart van de respondenten was lid van het NGTV - Iets meer dan de helft bezoekt geen bijeenkomsten van het NGTV - Als reden voor het bijwonen van een activiteit werd het contact met collega's bijna unaniem aangevoerd (90%) - Aantal gewenste kringbijeenkomsten: 2 per jaar, waarbij gelijk vrijdag 20 maart als datum is gekozen voor een volgende bijeenkomst in Utrecht - Gewenste onderwerpen: o.a. vertalen algemeen (61%), literaire of culturele onderwerpen (49%), intervisie (48%). De insteek van deze bijeenkomst was om de kring open te stellen voor iedereen, wel of geen lid of oud-lid van het NGTV en kijken of er voldoende animo was om de taalkring weer actief te maken. Zo zullen de activiteiten die georganiseerd worden ook open zijn voor mensen die geen lid zijn, al zal van hen wel een bijdrage gevraagd worden. De aanwezigen waren het erover eens dat deze bijeenkomst een vervolg zou moeten krijgen. Tot slot hebben we in een ongedwongen sfeer en onder het genot van een hapje en een drankje uitgebreid met elkaar kunnen kletsen in het café (sommigen zijn daarna nog samen uit eten gegaan). De coördinatoren van de kring zijn momenteel: Mila Gómez, Nuria Málaga en Mònica Ruscalleda. Je kunt ons per mail bereiken via Datum volgende bijeenkomst: vrijdag 20 maart in Utrecht, meer informatie volgt zo snel mogelijk. Onze dank aan het bestuur van het NGTV!

17 EARLIK, SEKUER EN UNPARTIDICH Door Maaike de Wijs Sinds 2014 hebben Friezen het recht de eigen taal te spreken in de rechtbank. Dat klinkt prachtig, want de Friese taal maakt onderdeel uit van de identiteit van een grote groep Nederlanders en door hen de mogelijkheid te geven zich in die taal te uiten, voelen zij zich gesterkt in hun identiteit. Maar werkt dit ook in de praktijk? Op de website van de Rechtspraak valt te lezen dat een verdachte het recht heeft op bijstand van een tolk en dat de rechtbank tijdig dient te worden geïnformeerd van een dergelijke behoefte. Wanneer er geen tolk kan worden gevonden, moet de behandeling van de zaak worden uitgesteld. In het geval van de snelwegblokkeerders, ook wel de blokkeerfriezen, ging dit echter helemaal mis. Uitgerekend tijdens de behandeling van deze zaak was de enige beëdigde tolk Fries niet in Nederland en kon er dus geen goede tolk worden ingeschakeld, met als gevolg een onthutste verdachte die haar frustraties niet goed kon verwoorden en zich dus niet goed gehoord voelde. De aanloop naar deze rechtszaak draaide al om cultuur en identiteit en er is weinig dat meer uitdrukking geeft aan de eigen cultuur en identiteit dan de taal. De situatie kort samengevat: toen een groep Friezen in 2017 de weg blokkeerde voor een groep anti-zwarte Pietendemonstranten, die op weg waren naar de landelijke intocht van

18 Sinterklaas, werden zij tot de orde geroepen. Hoewel zij het recht hadden op te komen voor hun eigen cultuur, mochten zij daarbij niet de veiligheid van verkeersdeelnemers in gevaar brengen. Jenny Douwes, die zich als hun boegbeeld graag in het Fries had willen uitdrukken, hangt nu een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden boven het hoofd. Maar wie weet hoe het zal lopen nu zij zich niet heeft kunnen uiten. Dat niet voor een voldoende capabele tolk werd gezorgd, kan als een tekortkoming worden gezien. Wat lag hieraan ten grondslag? Het ligt voor de hand te denken dat er alleen maar een andere planning had hoeven worden gemaakt. Toch lijkt er meer aan de hand. Sinds 2014 zijn namelijk ook de regels voor beëdiging dusdanig strenger gemaakt, dat er inmiddels in verschillende talen een tekort aan beëdigde tolken lijkt te ontstaan. Het Bureau Wet Beëdigde Tolken en Vertalers heeft daarom sinds kort een quickscan ingesteld om tolken al op B2-niveau in te kunnen laten stromen naar een soort reservelijst. Dit levert steeds meer protest op van de beroepsgroep, omdat het niveau van de tolken op deze manier niet voldoende gewaarborgd lijkt te kunnen worden. Om weer terug te komen bij het Fries: de taal is bezig met een opmars. Niet alleen wordt het boekenweekgeschenk ook in 2020 wederom naar het Fries vertaald (voor het eerst in 2018, toen Leeuwarden officieel de culturele hoofdstad was van Europa), wordt Fries in het onderwijs steeds belangrijker en bestaat er zelfs een boek om je hond Fries te leren. De Friezen komen verder zelf actief op voor het behoud van hun taal, zoals ook het voorbeeld van Jenny Douwes laat zien: ik wil binnen de grenzen van de wet een vrije Fries kunnen zijn, aldus Douwes in het Dagblad van het Noorden. Haar emancipatie past binnen een internationale trend om op te staan voor de eigen lokale cultuur. Ongetwijfeld spelen sociale media hierin een belangrijke rol. Het is makkelijker dan ooit om gelijkgestemden te vinden, groepen te vormen en te achterhalen hoe het doel, in dit geval bescherming van de eigen taal, bereikt kan worden dankzij het internet. Jenny d Arc, zoals Jenny Douwes inmiddels ook wordt genoemd, heeft de zaak rond het ontbreken van een geschikte tolk inmiddels naar de Raad van Europa gebracht. Douwes is met de organisatie Jongfryske Mienskip van mening dat Friezen net als andere minderheden het recht hebben om hun eigen tradities op hun manier te vieren. Ze beroept zich dan ook op artikel 5.1 van het verdrag voor de bescherming van nationale minderheden. Hoeveel kans van slagen zij heeft met haar standpunt is moeilijk in te schatten, wel is ééns te meer duidelijk geworden dat taal een sterk middel vormt in de strijd voor de eigen identiteit. De stakingsacties van registertolken tonen aan dat de problemen in feite beginnen in de portemonnee. Door het niveau van de in te zetten tolken te verlagen, kan de

19 overheid de kosten voor de inzet van tolken in de rechtszaal en bij overheidsinstellingen drukken. Met een brandbrief aan minister Grapperhaus proberen de tolken het tij te keren. Pas wanneer tolken de financiële ruimte krijgen om in de kwaliteit van hun diensten te investeren, wordt het mogelijk de rechten van de Friezen goed te verdedigen. In cijfers uitgedrukt: nu moeten tolken in de regel voor het sinds 1984 niet geïndexeerde bedrag van ongeveer 43 euro per uur komen opdraven, maar een realistisch tarief zou eerder rond de 75 euro liggen. Bovendien zou het mooi zijn wanneer de geboekte tijd ook daadwerkelijk wordt uitbetaald. Nu is het nog zo dat wanneer iemand voor twee uur wordt geboekt, maar na een half uurtje al klaar blijkt te zijn, ook maar een half uurtje krijgt uitbetaald. Het probleem in zulke gevallen is dat de tolk zijn schema heeft aangepast op de geboekte tijd en daardoor veel te weinig kan verdienen in de vrijgehouden tijd. Overigens wordt ook reistijd vaak niet uitbetaald, terwijl tolken soms twee uur moeten reizen voor één opdracht. Moraal van het verhaal: de oplossing om meer tolken beschikbaar te hebben voor opdrachten is niet een verlaging van de toelatingseisen voor het register, maar een fatsoenlijke vergoeding bieden zodat de tolken die reeds beëdigd zijn, het zich kunnen veroorloven de aangeboden opdrachten uit te voeren. Er heerst geen tekort aan tolken, zoals het Ministerie van Justitie beweert, maar een tekort aan fatsoenlijke vergoeding. Hierin zal verandering moeten komen, zodat het Friese grondrecht kan zegevieren.

20 EEN AANTAL MENSEN ZEGGEN OF EEN AANTAL MENSEN ZEGT DEEL II Door Joke van Zijl Na menig discussie met taalgebruikers over het gebruik van een persoonsvorm in het enkelvoud of het meervoud na de woordgroep een aantal X-en maar vooral naar aanleiding van de opvallende houding van eindredacteuren van kranten en tijdschriften die alleen maar het enkelvoud accepteren na het gebruik van een aantal, heb ik een onderzoekje gedaan en gekeken of de taal zelf hier een oplossing voor kan bieden. Hiertoe heb ik enkele woorden bestudeerd die volgens de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst) zo ongeveer hetzelfde gedrag vertonen. Dit zijn woorden als heleboel, hoop, massa, paar. De ANS maakt onderscheid tussen heleboel en de andere woorden van deze groep. In tegenstelling tot de andere, hier genoemde leden van deze groep zou heleboel niet kunnen worden voorafgegaan door het bepaald lidwoord en wordt een heleboel altijd gevolgd door een persoonsvorm in het meervoud terwijl de andere woorden van de groep wel zouden kunnen worden voorafgegaan door een bepaald lidwoord en zowel met een persoonsvorm in het enkelvoud als in het meervoud zouden kunnen voorkomen. Het eerste deel van dit onderzoekje is verschenen in nummer 3 van de Linguaan van Ik heb hier een poging gedaan aan te tonen dat, anders dan de ANS vermeldt, woorden als hoop, paar, massa, aantal, als die in combinatie met het onbepaald lidwoord een een onbepaalde hoeveelheid aanduiden, niet zonder meer door een ander lidwoord kunnen worden voorafgegaan. Volgens mij gedragen de genoemde woorden zich juist precies hetzelfde als een heleboel en kunnen zij evenmin worden voorafgegaan door het lidwoord de of het. De combinaties de hoop, het paar, de massa en het aantal, bestaan wel maar dat zijn andere woorden met een geheel

21 andere betekenis. Dit heb ik proberen aan te tonen voor de woordgroep een hoop X- en, waarin een hoop dezelfde betekenis kan hebben als een heleboel, namelijk veel. In dat geval is er geen spoor te bekennen van de betekenis van hoop als een rondachtige ongeordende stapel. Als iemand mij bijvoorbeeld voor het eerst haar studeerkamer laat zien, dan kan ik zeggen: Tjonge, er staan hier een hoop boeken! en dat kan dan slechts betekenen dat er veel boeken staan. Een hoop boeken is hier synoniem met een heleboel boeken en vertoont ook hetzelfde gedrag: het kan uitsluitend samengaan met een persoonsvorm in het meervoud en een kan niet vervangen worden door een bepaald lidwoord zoals in de volgende zin: (1) De hoop (boeken) komt/komen uit een erfenis. (onmogelijk) Zodra je hoop gebruikt met het bepaald lidwoord verwijst dit woord naar het substantief hoop, een rondachtige ongeordende stapel en daar is hier geen sprake van. De boeken staan keurig rechtop naast elkaar in de kast. Van de woordcombinaties een massa, een paar, een aantal, gevolgd door een substantief in het meervoud kan eigenlijk hetzelfde worden gezegd. Al deze woordcombinaties geven een min of meer grote, onbepaalde hoeveelheid aan en het onbepaald lidwoord een kan niet vervangen worden door een bepaald lidwoord zonder daarmee de betekenis van die woorden te veranderen. (2) Er staan een massa foto s in dat boek. (3) De massa foto s is/zijn allemaal van dezelfde fotograaf. (onmogelijk) Waarom klinkt de massa foto s hier zo vreemd? Naar mijn mening omdat na het bepaald lidwoord de het woord massa niet meer gebruikt kan worden in de betekenis van veel terwijl het substantief massa niet gebruikelijk is bij foto s. (4) Er lopen een massa mensen op het plein. (5) Er loopt een massa mensen op het plein. (6) De massa beweegt zich in oostelijke richting. Zin (4) betekent dat er veel mensen op het plein lopen. Er wordt niets gezegd over of ze bij elkaar horen of niet. Een massa is hier een onbepaald telwoord te vergelijken met een heleboel. In zin (5) geeft het enkelvoud van de persoonsvorm aan dat we met een bij elkaar behorende groep te maken hebben, een massa. De massa in zin (6) kan dan ook alleen verwijzen naar de massa in zin (5).

22 Bij de woordgroep een paar X-en zien we ditzelfde verschijnsel opnieuw. In de betekenis van enkele X-en kan een paar X-en alleen gevolgd worden door een persoonsvorm in het meervoud. (7) Er liggen een paar handschoenen op de toonbank. (8) Er ligt een paar handschoenen op de toonbank. (9) Het paar ligt er al een paar dagen. In zin (7) geeft een paar een onbepaalde hoeveelheid aan. In zin (8) daarentegen is paar een substantief. Het kan zowel door een bepaald als een onbepaald lidwoord worden voorafgegaan. Het heeft de betekenis van een bij elkaar behorend tweetal. In die betekenis is het altijd een substantief. In zin (9) kan het eerste paar, een substantief, alleen verwijzen naar het paar handschoenen van zin (8). Het tweede woordje paar in deze zin, heeft samen met het ervoor staande een de waarde van een onbepaald telwoord. Het woordje paar ten slotte van zin (7) komt op geen enkele manier overeen met het substantief paar dat wij kennen als een bij elkaar behorend tweetal. We komen dan nu bij een aantal, de woordcombinatie waar het mij allemaal om te doen is. Hoe komt het toch dat vrijwel heel beroepsmatig publicerend Nederland na een aantal consequent het enkelvoud kiest? Dat hoofd- of eindredacteuren dit ook van de auteurs verlangen, dat dit er goed wordt ingestampt, zoals een krantenjournalist mij zei. En dit alles zonder de ANS, de Schrijfwijzer of het Genootschap Onze Taal te raadplegen die allemaal aangeven dat, afhankelijk van de context, een aantal gevolgd kan worden door hetzij een persoonsvorm in het enkelvoud hetzij een persoonsvorm in het meervoud. Toch gedraagt een aantal zich niet anders dan de woordcombinaties die we hiervoor behandeld hebben waarbij men probleemloos, afhankelijk van de context, een persoonsvorm in het enkelvoud of in het meervoud accepteert. Laten we nog een aantal voorbeelden met aantal bekijken. (10) Er liggen hier een aantal kranten. Kunnen die weg? (11) Het aantal (kranten) lag er gisteren ook al. (onmogelijk) (12) Die lagen er gisteren ook al. Zin (10) is voor de meeste mensen een goede zin. Behalve publicisten zullen de gemiddelde taalgebruikers hier niets fouts in zien en gewoon doorgaan met een aantal kranten als een meervoudig voorwerp te behandelen. Zin (11) kan geen goede reactie zijn op zin (10) omdat we het helemaal niet over het substantief aantal hebben, maar over een aantal kranten in de betekenis van enkele kranten. Een aantal staat hier dan ook, net als bij onze vorige voorbeelden, voor een onbepaalde

23 hoeveelheid. Net als bij onze vorige voorbeelden ook, kan het woord aantal in de betekenis die het heeft als het wordt voorafgegaan door een, niet vervangen worden door een bepaald lidwoord. Zin (12) is wel een goed antwoord op zin (10). Conclusie In het voorgaande heb ik proberen aan te tonen dat er woorden zijn die zich, voorafgegaan door het onbepaald lidwoord een en gevolgd door een substantief in het meervoud, duidelijk onderscheiden zowel in betekenis als in woordsoort van het gelijkluidende substantief. Zodanig dat ze eigenlijk niet als hetzelfde woord beschouwd kunnen worden. Met deze gedachte in het hoofd heb ik de volgende woordcombinaties bestudeerd: een hoop, een massa, een paar en een aantal. De ANS zegt van dit soort woorden in die combinatie dat zij nauwelijks nog een eigen betekenis hebben. Toch hebben zij die wel. Ze hebben weliswaar niet de betekenis van het gelijkluidende substantief, maar ze geven wel degelijk een onbepaalde hoeveelheid aan en hebben dus in combinatie met het onbepaald lidwoord een een betekenis. Ze gedragen zich precies zo als de woordcombinatie een heleboel. Dat betekent dat ze alleen kunnen worden voorafgegaan door het onbepaald lidwoord een en dat de bijbehorende persoonsvorm in het meervoud staat. Oorspronkelijk ging het mij echter om de vraag of bij een aantal gevolgd door een substantief in het meervoud een persoonsvorm in het enkelvoud of meervoud hoorde. Nu blijkt dat de vier woord(combinaties) die ik onderzocht heb, allemaal hetzelfde patroon volgen, kunnen we van alle vertegenwoordigers ervan zeggen dat zij indien ze gevolgd worden door een substantief in het meervoud samengaan met een persoonsvorm in het meervoud en dat dat dus ook geldt voor een aantal, dat aantal in dit geval geen substantief is maar samen met het onbepaalde lidwoord een een onbepaalde hoeveelheid aangeeft.

24 BIJEENKOMST KRING DEN HAAG 28 februari 2020 Door Anne-Marijn Küthe Op een grijze vrijdagmiddag kwamen we met zeventien leden van de Kring Den Haag bij elkaar voor een bezoek aan het Huis van het boek, dat vroeger Meermanno heette. Djura Willemsen, kunsthistorica, museumgids en museumdocente, verzorgde de rondleiding. Tijdens het eerste deel bezochten we de tentoonstelling over foute boeken. Die had wat mij betreft wel wat verrassingen in petto. Dat Mein Kampf een fout boek is wist ik natuurlijk wel, maar dat de strips van Sjors en Sjimmie die ik in mijn jeugdige argeloosheid met plezier las, op zijn minst op het randje zitten was nieuw voor me en ook de racistische elementen in De hut van oom Tom, dat ik thuis ergens heb liggen, waren mij bij het lezen ontgaan. Ook bij andere deelnemers was er nu en dan sprake van verbazing. Confronterend en nuttig dus, allemaal een kwestie van voortschrijdend inzicht (prachtige term, trouwens). Na een pauze in het souterrain van het museum waarin we konden genieten van thee, koffie en zoetigheden volgde deel twee van de rondleiding. Willemsen die de kunst verstaat om op een luchtige manier veel informatie over te brengen vertelde over de geschiedenis van het museum en over Baron van Westtreenen van Tielandt, de man aan wie we het museum te danken hebben. Hij was gesteld op zijn privacy

25 en hield van zijn boeken en van zijn hondjes. De dieren werden begraven in de tuin achter het monumentale pand en volgens Willemsen kwamen daar soms hysterische gedichten aan te pas. We vergaapten ons aan de indrukwekkende collectie handschriften en de prachtige bibliotheek waarin boeken in geschreven en gedrukte vorm worden bewaard en tentoongesteld. Bijzonder indrukwekkend vond ik de miniaturen. Na ons bezoek aan het Huis van het boek liepen we door de regen naar restaurant Garoeda, een begrip in Den Haag. Couperiaanse sferen. We hebben er geborreld en gegeten. Aangezien we met een grote groep waren verliep het bestellen een tikje chaotisch, maar het eten smaakte er niet minder om. De sfeer was goed, uitgelaten zelfs. Een mooie afsluiting van de werkweek. En toen ik thuiskwam moest ik nog even denken aan de baron en zijn hondjes. Ook een bijeenkomst van de Kring Den Haag bijwonen? Mail dan naar en

26 BIJEENKOMST SENOCA 22 november 2019 Door Helen Porcelijn Tijdens de bijeenkomst van Senoca op 22 november 2019 hield mevrouw N.G.J.M. Putman een lezing. Zij is adviseur Security & Privacy bij de gemeente Haarlem. Daarnaast is zij beëdigd vertaler Engels-Nederlands, Nederlands- Engels en Frans-Nederlands. Hoe staan we ervoor na één jaar AVG? De vertaler en de verwerkersovereenkomst Artikel 28 van de AVG stelt voorwaarden aan de uitbesteding door een verwerkingsverantwoordelijke aan een verwerker. Nadere afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst of andere rechtshandeling (verwerkersovereenkomst). In de verwerkersovereenkomst moet het volgende zijn opgenomen: welke persoonsgegevens u gaat verwerken; op welke manier en voor welke doelen u de persoonsgegevens gaat verwerken; aan welke partijen u de persoonsgegevens mag verstrekken; dat die partijen dezelfde plichten opgelegd krijgen als de verwerker; welke beveiligingsmaatregelen u heeft genomen (of gaat nemen) om de opgeslagen gegevens te beveiligen; dat de verwerkingsverantwoordelijke audits mag uitvoeren; hoe aan de rechten van de betrokkene, bijvoorbeeld op inzage en correctie, wordt voldaan; dat de verwerker ondersteunt bij het melden van eventuele datalekken; wanneer en op welke manier de gegevens weer verwijderd worden.

27 In het NGTV-model kan een verwerkingsverantwoordelijke tevens verwerker zijn (vertaalbureau is verwerker van eindklant). De verwerker kan tevens subverwerker zijn (vertaler is subverwerker van vertaalbureau). De AVG Wat zegt de nationale toezichthouder (de Autoriteit Persoonsgegevens of AP) hierover? Wat heeft Nancy hierover zelf met name van de gemeente Haarlem gemerkt? De bewustwording neemt toe omdat er veel berichten in de pers zijn verschenen over datalekken, bijvoorbeeld over ziekenhuizen waarbij gegevens van patiënten kunnen worden ingezien door onbevoegde medewerkers of zelfs op de achterzijde van een boodschappenbriefje in een winkelwagentje in een supermarkt worden aangetroffen.. Mensen gaan zich daardoor vaker afvragen hoe het met hun eigen gegevens gesteld is bij al die bedrijven en overheden. Met wie worden de gegevens al dan niet gedeeld? Er zijn met betrekking hiertoe ook steeds meer rechtszaken en er is vaak gedreigd met boetes. De meeste rechtszaken die hierover zijn gevoerd, hebben nu nog eigenlijk meer betrekking op de voorloper van de AVG, de Wet bescherming persoonsgegevens. Vrij recent is er een eerste jurisprudentie die betrekking heeft op de AVG. De boetes vallen daar nogal mee. Waar de mensen klachten over indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens en waarover ook de eerste rechtszaken worden gevoerd, is het feit dat mensen hun persoonsgegevens wensen in te zien en dit geweigerd wordt of dat zij hun BKR (Stichting Bureau Kredietregistratie) verwijderd willen zien en dat dit door het BKR wordt geweigerd. Klachten, bezwaar en beroep en rechtszaken lopen soms via een gespecialiseerd bureau of de sociale advocatuur. De gemeente Haarlem heeft ook gemerkt dat de eerste vragen binnendruppelen via de plaatselijke sociale advocaat of via een gespecialiseerd bureau dat de BKRregistratie verwijderd wil zien. Het is soms een hele opgave om aan dergelijke verzoeken te voldoen. Probeer maar eens binnen zo n grote gemeente, waar zoveel wetten worden uitgevoerd, van die ene burger te achterhalen waar je die gegevens hebt vastgelegd, wie daar allemaal inzage in hebben gehad, met welke partijen de gegevens zijn gedeeld en of dit allemaal wel in overeenstemming was met de wet die werd uitgevoerd. Daarin gaat heel veel tijd en energie zitten. Dit is evenwel een goede zaak, want men wordt alerter gemaakt: gebruiken wij die gegevens wel uitsluitend voor het doel waarvoor wij ze hebben vastgelegd en geregistreerd of ook wel voor andere doelen? Wij hebben ook wel serieus vragen gehad van interne collega s die het complete bestand van Wmo-klanten wilden hebben (Wet maatschappelijke ondersteuning) om die mensen zonnepanelen op het dak te kunnen aanbieden omdat dit vanuit de

28 Gemeenteraad werd voorgesteld. Dan moet toch uitgelegd worden waarom dit niet in lijn is met het oorspronkelijke doel van het verzamelen van die gegevens. Dit soort vragen krijgen wij steeds meer en dit verbetert het bewustzijn. Een fenomeen dat ook al dateert van voor de AVG: het recht om vergeten te worden. Voorbeeld: mensen hebben hun gegevens op een website van een bedrijf staan en verzoeken het bedrijf deze gegevens te verwijderen. Soms gebeurt dit wel, soms niet. Het kan ook zo zijn dat, als iemand zichzelf opzoekt via Google, in de zoekresultaten nog steeds die informatie staat. Ook al heeft het bedrijf dat de gegevens op de website had staan deze gegevens inmiddels wel verwijderd. Er zijn tegenwoordig wel voorgeschreven teksten die gebruikt kunnen worden om het verzoek in te dienen. Dit wordt evenwel niet altijd gehonoreerd. De betreffende informatie kan bestaan uit heel gevoelige gegevens, waardoor mensen hun bedrijf niet meer kunnen uitoefenen of wellicht failliet kunnen gaan. Dat zijn heel ingrijpende zaken in het leven van mensen als die gegevens ten onrechte gevonden zouden kunnen worden. Zie ook het Costeja-arrest. Voor de zzp ers onder ons is waarschijnlijk intussen al de brief van de Belastingdienst in de bus gevallen. De Belastingdienst is door de AP op de vingers getikt dat het gebruik van het btw-identificatienummer oneigenlijk gebruik is van het burgerservicenummer. Als het gaat over een dossiernummer is dit niet toegestaan. Voor de administratie is het wel weer een gedoe om dit nummer door te geven aan alle opdrachtgevers en eventueel briefpapier aan te passen. Wat de AP specifiek aangeeft in een eerste verslag is: waarover komen klachten binnen? Je kunt ze bellen en de medewerkers zijn erg behulpzaam. Je kunt aan hen de vraag stellen: ik heb een bedrijf of overheid verzocht mijn gegevens te verwijderen. Het bedrijf weigert dat. Hoe komt het bedrijf aan mijn gegevens? Er zijn namelijk bedrijven die jouw gegevens delen met andere partijen. Zij verkopen persoonsgegevens door. Het is dus mogelijk dat je ineens vanuit een geheel andere hoek wordt benaderd voor de gekste dingen. Er zijn ook klachten over het onterecht doorspelen van medische gegevens. Aan de ene kant wil men dat de behandelend arts al jouw medicatie kan inzien, aan de andere kant wil men niet dat dit te pas en te onpas gebeurt. Dat moet tot een minimum worden beperkt. Wat de gemeente betreft: voor de uitvoering van een aantal wetten moeten wel medische gegevens van burgers worden verwerkt, maar dit is beperkt tot het doel van de wet die wordt uitgevoerd. Vanuit de Wmo is een goed voorbeeld het regelen van een gehandicaptenparkeer-kaart. Voorwaarde om hiervoor in aanmerking te komen is dat de aanvrager niet zelfstandig 100 kan meter lopen zonder hulpmiddelen. Gaat iemand naar een medische keuringsinstantie om een medische