Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van ongerichte informatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van ongerichte informatie"

Transcriptie

1 Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van ongerichte informatie mr. S.A.L. van de Sande 1. Inleiding De overheid is voor velen een onmisbare bron van informatie. Zij fungeert onder meer als vraagbaak indien de burger haar een specifieke vraag voorlegt. De overheid verstrekt ook informatie uit eigen beweging, bijvoorbeeld op een website of in een informatiefolder. Deze informatie wordt ongerichte informatie genoemd, omdat zij niet is gericht op bepaalde personen of op individuele situaties. De burger denkt echter niet in termen van gerichte of ongerichte informatie. Het onderscheid tussen informatie die is verstrekt na uitvoerig onderzoek naar de omstandigheden van het geval en informatie die afkomstig is van de afdeling veel gestelde vragen van de gemeentelijke website is voor de gemiddelde burger relatief. In beide gevallen zal hij zijn handelen afstemmen op de inhoud van de informatie, omdat hij erop vertrouwt dat van overheidswege verstrekte informatie deugdelijk is. In de literatuur wordt echter onder andere door Bruno 1 betoogd dat de burger niet snel mag vertrouwen op de juistheid en volledigheid van ongerichte informatie. In het voetspoor daarvan wordt aangenomen dat de overheid minder snel onrechtmatig handelt indien zij onjuiste of onvolledige ongerichte informatie verstrekt dan het geval zou zijn bij gerichte informatie. Deze bijdrage heeft tot doel om te analyseren of een dergelijk onderscheid juridisch te rechtvaardigen is, waarbij twee rechtsgebieden aan de orde komen die zich al jaren in Bruno s wetenschappelijke en advocatuurlijke belangstelling hebben; het algemeen bestuursrecht en het overheidsaansprakelijkheidsrecht. Voor een goed begrip is vereist dat wordt bepaald waarin het verschil tussen gerichte en ongerichte informatie is gelegen. Wat kenmerkt de categorie ongerichte informatie? Vervolgens is het van belang om te bezien op welke wijze wordt beoordeeld of de overheid onrechtmatig heeft gehandeld door onjuiste of onvolledige informatie te verstrekken. Maatgevend in dat kader is of de burger er redelijkerwijs op heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven. Deze benadering doet denken aan het leerstuk van het bestuursrechtelijke vertrouwensbeginsel. Om die reden zal ik ook nagaan hoe de bestuursrechter omgaat met vertrouwen dat is gegrond op ongerichte informatie. 2. Gerichte en ongerichte informatie Allereerst is het geven van een definitie van gerichte en ongerichte informatie op zijn plaats. Gerichte informatie is informatie die is gericht op (groepen van) individuele burgers en die 1 B.P.M. van Ravels, Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, O&A 2004, afl. 3, p

2 door hen wordt gebruikt voor aan de overheid kenbare specifieke situaties of behoeften. 2 Hiertegenover staat ongerichte informatie. Ongerichte informatie is informatie die in het algemeen wordt verstrekt, ten behoeve van iedere burger of een grote groep burgers. 3 Roozendaal voegt hieraan toe dat het bij ongerichte informatie gaat om informatie waarvan burgers ook zonder rechtstreeks contact en zonder een toelichting te geven op de eigen situatie kennis kunnen nemen. 4 Bij ongerichte informatie kan worden gedacht aan globale en algemene informatie die is opgenomen in brochures, in informatiefolders of op websites. 5 Waar voorheen de informatiefolder een belangrijke rol speelde in de informatie - voorziening door de overheid, ligt het zwaartepunt nu op informatieverstrekking via het internet. Allerhande overheden hebben uitgebreide en eenvoudig te raadplegen websites waarmee de burger wordt geïnformeerd over de meeste uiteenlopende onderwerpen. Het onderwerp van de informatie is bijvoorbeeld het eigen product van de overheid, zoals de inhoud van regelgeving of beleid, of een belang dat de overheid zich heeft aangetrokken. 6 Bij het voorgaande moet worden aangetekend dat de hiervoor gegeven definities niet uitsluiten dat ongerichte informatie een gericht karakter heeft, en omgekeerd. Moet immers de folder met algemene informatie, die wordt verstrekt naar aanleiding van een vraag waarin de burger zijn specifieke situatie uiteenzet, worden aangemerkt als gerichte of ongerichte informatie? Heeft het verschil tussen gerichte en ongerichte informatie juridische consequenties? Barendrecht e.a. stellen dat het verschil tussen gerichte en ongerichte informatie met name is dat de burger bij onjuiste en onvolledige gerichte informatie eerder het gevoel zal hebben dat hij schade heeft geleden, gelet op de verwachting goed te worden geholpen bij vragen aan de overheid. 7 Dit zou bij ongerichte informatie niet het geval zijn. Barendrecht e.a. hanteren daarmee geen juridisch onderscheid. Daarnaast is het maar de vraag of een burger minder snel het gevoel heeft schade te hebben geleden, als hij kennis heeft genomen van ondeugdelijke informatie via een brochure. De burger zal ook dan de verwachting hebben dat de overheid deugdelijke ongerichte informatie uitbrengt. In sommige gevallen is die verwachting wellicht zelfs sterker, bijvoorbeeld bij een uitgebreide en gedetailleerde brochure. 2 J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p ; M.W. Scheltema, E-government. Het rapport van de commissie Docters van Leeuwen in juridisch perspectief, Computerrecht 2002, afl. 5, p. 281; B.P.M. van Ravels, Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, O&A 2004, afl. 3, p. 88; S. Pront-van Bommel, Rechtszekerheid in concreto. Aanspraak op gerichte informatie van het bestuursorgaan, NTB 2006, afl. 5, p. 148; B.J.P.G. Roozendaal, Enkele opmerkingen over actieve en passieve informatieverstrekking, O&A 2008, afl. 5, p. 243; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 36; M.W. Scheltema, E-government. Het rapport van de commissie Docters van Leeuwen in juridisch perspectief, Computerrecht 2002, afl. 5, p. 281; B.P.M. van Ravels, Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, O&A 2004, afl. 3, p. 88; B.J.P.G. Roozendaal, Enkele opmerkingen over actieve en passieve informatieverstrekking, O&A 2008, afl. 5, p. 243; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p B.J.P.G. Roozendaal, Enkele opmerkingen over actieve en passieve informatieverstrekking, O&A 2008, afl. 5, p Het kan ook gaan om informatieverstrekking uit de registers van het Kadaster of uit de gemeentelijke basisadministratie. Deze informatieverstrekking op grond van een wettelijke grondslag laat ik hier buiten beschouwing. Vgl. R.J.N. Schlössels & S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, Kluwer: Deventer 2010, p J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p

3 mr. S.A.L. van de Sande Scheltema & Scheltema zoeken het kenmerkende verschil tussen gerichte en ongerichte informatie wel in een juridische hoek. 8 Zij stellen dat de overheid bij het verstrekken van gerichte informatie kan verwachten dat een bepaalde burger in verband met een voor de overheid kenbare specifieke situatie op die informatie afgaat. Dit zou anders zijn bij ongerichte informatie, waarbij voor de overheid niet of minder voorzienbaar is welke burger met welk doel van informatie gebruik zal maken. Daarmee is minder voorzienbaar op welke wijze door de onvolledigheid of onjuistheid daarvan schade zou kunnen ontstaan. Het onderscheid dat wordt gemaakt door Scheltema & Scheltema lost in zoverre grotendeels op in de toepassing van het relativiteitsvereiste. 9 Indien niet voorzienbaar is welke burger op de informatie afgaat, niet voorzienbaar is met welk doel de informatie wordt gebruikt of wanneer de informatie wordt gebruikt met een ander doel dan waarvoor deze is verstrekt en dat gebruik niet voorzienbaar is, kan worden gesteld dat het ontbreekt aan (ontstaans) relativiteit. 10 Het kenmerkende verschil tussen gerichte en ongerichte informatie kan mijns inziens worden gevonden door dicht bij de hiervoor gegeven definities te blijven. Ten eerste is daarbij de beoogde geadresseerde van belang. Volgens Bruno kan informatie zijn bestemd voor een enkel individu, een beperkte groep van personen of het algemene publiek. 11 Deze driedeling biedt houvast: indien de overheid het algemene publiek beoogt te informeren, is sprake van ongerichte informatieverstrekking. Het is niet eenvoudig om vast te stellen of informatie is bestemd voor een beperkte groep van personen of voor het algemene publiek. Er is een grijs gebied. 12 Het voert te ver om hier op deze plaats uitvoerig op in te gaan. Ik volsta met de opmerking dat het algemene publiek zich in beginsel van een beperkte groep van personen onderscheidt doordat het algemene publiek een onbeperkte groep van derden is, terwijl de inhoud van de beperkte groep bekend zal (kunnen) zijn: 13 een beperkte groep van personen is te individualiseren binnen de amorfe massa. 14 Ten tweede is het verstrekken van ongerichte informatie een eenzijdig proces. Indien wordt aangenomen dat gerichte informatie wordt gebruikt voor aan de overheid kenbare specifieke situaties of behoeften van individuele (groepen van) burgers, volgt daaruit dat de informatieverstrekkende overheid beschikt over kennis van die specifieke situatie of behoefte. Het verkrijgen van die kennis vindt plaats door middel van informatieverstrekking van de zijde van de burger de informatie ligt bijvoorbeeld besloten in de vraag of in een 8 M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p Vgl. HR 30 september 1994, NJ 1996/196, m.nt. CJHB (Staat/Shell); HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6012, NJ 2006/281 (Duwbak Linda); Hof Amsterdam 2 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:1062 (Staat/Fabricom). Vgl. B.P.M. van Ravels, Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, O&A 2004, afl. 3, p. 88; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p Vgl. J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p ; S.D. Lindenbergh, Alles is betrekkelijk (oratie Rotterdam), Den Haag: Boom Juridische uitgevers B.P.M. van Ravels, Schadevergoeding (w.o. onrechtmatige overheidsdaad), NTB 2012, afl. 8, p Vgl. HvJ EG 8 februari 2000, ECLI:NL:XX:2000:AC0662, AB 2000/154, punt 35 (Emesa/Aruba), waarin wordt gesproken van een brochure die is bedoeld voor het grote publiek. Scheltema & Scheltema spreken van het grotere publiek (M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p. 417). 12 Is een mededeling over de duur van werkzaamheden aan een brug bedoeld voor het algemene publiek of slechts voor schippers die onder die brug door willen varen? (Rb. s-gravenhage 7 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8717). 13 Vgl. ook de vraag of de gelaedeerde zich onderscheidt van de onbeperkte groep van derden bij de toepassing van het relativiteitsvereiste, HR 7 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6012, NJ 2006/281 (Duwbak Linda). 14 Zoals wordt gehanteerd bij het vereiste van het persoonlijk/individueel belang in het kader van het belanghebbendebegrip van artikel 1:2 Awb. 189

4 toelichting daarbij of (ambtshalve) informatievergaring van de zijde van de overheid. Dit gaat vooraf aan gerichte informatieverstrekking, zodat in wezen sprake is van een informatieuitwisseling. Ongerichte informatieverstrekking is meer eenzijdig, omdat geen voorafgaande informatieuitwisseling heeft plaatsgevonden. 15 Ten derde komt betekenis toe aan de aard en inhoud van de verstrekte informatie. Niet alleen wordt ongerichte informatie doorgaans in het algemeen verstrekt, de verstrekte informatie is vaak ook algemeen en globaal van aard. 16 Zij moet in beginsel bruikbaar zijn voor iedere burger die daarvan kennisneemt, ongeacht zijn situatie. De informatie heeft daarmee doorgaans geen betrekking op de specifieke situatie van een bepaalde burger, althans houdt geen rekening met de bijzondere omstandigheden van het individuele geval. De informatie kan ook niet uitputtend zijn of uitsluitsel bieden over élke specifieke situatie. 3. De maatstaf voor aansprakelijkheid bij gerichte informatie De onrechtmatigheid van het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen naar aanleiding van een daartoe strekkend verzoek dient te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaf die de Hoge Raad heeft geformuleerd in het arrest s-hertogenbosch/ Van Zoggel. 17 In dat arrest ging het om het verzoek van de advocaat van Van Zoggel om toestemming voor het gebruik van een pand als fitnesscentrum als een tijdelijke oplossing. Voor de lange termijn verzocht de advocaat om medewerking aan het vinden van een structurele oplossing door het toestaan van gehele of gedeeltelijke invulling door detailhandel, een en ander vooruitlopend op de herijking van het bestemmingsplan ter plaatse. In zijn arrest legt de Hoge Raad, alvorens het cassatiemiddel te bespreken, een maatstaf aan voor de beoordeling van vorderingen als de onderhavige: Het gaat in deze zaak om de vraag of een gemeente onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven aan een belanghebbende, naar aanleiding van een door deze gedaan verzoek, over de mogelijkheden die haar regelgeving in dit geval een bestemmingsplan die belanghebbende biedt en of die gemeente om die reden onrechtmatig heeft gehandeld jegens de belanghebbende. Het antwoord op die vraag hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder in de eerste plaats de inhoud van het gedane verzoek en hetgeen de gemeente daaromtrent heeft moeten begrijpen, en de aard en inhoud van de door de gemeente in antwoord daarop gegeven inlichtingen en hetgeen de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen. Eerst indien de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven, kan plaats zijn voor het oordeel dat het verstrekken van die inlichtingen, indien deze onjuist of onvolledig zijn, onrechtmatig is jegens de belanghebbende en dat de gemeente deswege jegens de belanghebbende aansprakelijk is doordat deze door die onjuiste of onvolledige inlichtingen, kort gezegd, op het verkeerde been is gezet. In het licht van deze maatstaf oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek van de advocaat van Van Zoggel niet was gericht op de mogelijkheid van een meer uitgebreid gebruik van het perceel voor detailhandel als een tijdelijke oplossing onder het geldende bestemmings- 15 Zie nader paragraaf J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 36; S. Pront-van Bommel, Rechtszekerheid in concreto. Aanspraak op gerichte informatie van het bestuursorgaan, NTB 2006, afl. 5, p Vgl. recent Rb. Noord-Holland (vzr.) 15 april 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2074, waarin een gedetineerde zich op het standpunt stelde dat zijn gevangenisstraf bekort diende te worden op grond van een (beknopte) onjuiste tekst op de website van de Rijksoverheid over de duur van gevangenisstraffen in het algemeen. 17 HR 25 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW0219, NJ 2012/340 ( s-hertogenbosch/van Zoggel). 190

5 mr. S.A.L. van de Sande plan. Ook het gemeentelijke antwoord was daarmee niet gericht op de onder het geldende bestemmingsplan bestaande mogelijkheden van detailhandel, aldus de Hoge Raad. In het licht van deze maatstaf valt volgens de Hoge Raad niet in te zien dat de advocaat verzocht om duidelijkheid over de situatie wat betreft het gebruik van het perceel voor detailhandel onder het geldende bestemmingsplan. De maatstaf die de Hoge Raad in het arrest s-hertogenbosch/van Zoggel heeft geformuleerd, heeft strikt genomen uitsluitend betrekking op situaties waarin een overheidslichaam informatie verstrekt naar aanleiding van een door de burger gedaan verzoek, en daarmee op situaties van gerichte informatieverstrekking. De Hoge Raad hanteert een tweezijdige benadering van informatieverstrekking omdat een informatieuitwisseling in de vorm van vraag en antwoord heeft plaatsgevonden. Of de overheid onrechtmatig heeft gehandeld door ongerichte informatie te verstrekken, kan echter eveneens aan de hand van deze maatstaf worden beoordeeld. Dat sprake is van ongerichte informatieverstrekking heeft wel tot gevolg dat een meer eenzijdige benadering is geboden: vanuit het perspectief van de burger. De nadruk ligt op hetgeen de burger op grond van de verstrekte informatie redelijkerwijs heeft moeten begrijpen. Huisman & Van Ommeren hebben er (terloops) op gewezen dat de Hoge Raad in wezen het vertrouwensbeginsel hanteert om het handelen van het bestuur te beoordelen. 18 Indien er geen plaats is voor vertrouwen, is er ook geen plaats voor overheidsaansprakelijkheid. De vraag of de burger spoedig mag vertrouwen op de juistheid en volledigheid van ongerichte informatie, kan mijns inziens worden beantwoord door aansluiting te zoeken bij de rechtspraak van de bestuursrechter over de toepassing van het vertrouwensbeginsel. Daarbij moet er echter wel rekening mee worden gehouden dat de bestuursrechter een fundamenteel andere rechtsvraag heeft te beantwoorden. 4. Het vertrouwensbeginsel Het vertrouwensbeginsel verlangt dat bestuursorganen zich onthouden van het beschamen van vertrouwen dat zij hebben gewekt en dat heeft geleid tot gerechtvaardigde verwachtingen. 19 Het vertrouwensbeginsel biedt echter geen absolute bescherming, in die zin dat het bestuur elke gerechtvaardigde verwachting dient te honoreren. 20 Het komt in voorkomend geval, maar niet altijd, 21 aan op een belangenafweging. Het belang van de gerechtvaardigd vertrouwende burger moet worden afgewogen tegen het algemeen belang en het belang van eventuele derden. 22 Het gewicht van het belang van de 18 P.J. Huisman & F.J. van Ommeren, Van besluit naar rechtsbetrekking: op zoek naar een scherp criterium. Feitelijk handelen bij de bestuursrechter, NTB 2014, afl. 2/3, p Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male, Hoofdstukken van bestuursrecht, Amsterdam: Reed Business 2011, p. 311; R.J.N. Schlössels & S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, Deventer: Kluwer 2010, p In de rechtspraak komt tot uitdrukking dat het vertrouwensbeginsel niet zo ver strekt dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd dienen te worden gehonoreerd (ABRvS 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4425, AB 2013/46, m.nt. M.K.G. Tjepkema & F.R. Vermeer), doch dat gerechtvaardigde verwachtingen in beginsel, althans zo enigszins mogelijk, worden gehonoreerd (CRvB 9 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO9490; CRvB 17 november 1978, RSV 1979/49). 21 Bijvoorbeeld wanneer een duidelijke Unierechtelijke bepaling van toepassing is (ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1425) of wanneer de contra legem-problematiek aan de orde is (ABRvS 22 februari 2012, ECLI:NL:RVS:BV6535, AB 2012/130, m.nt. R. Ortlep). 22 ABRvS 31 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:529, AB 2013/388, m.nt. L.J.A. Damen; ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6880, JB 2012/181, m.nt. R.J.N. Schlössels; ABRvS 6 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0488, AB 2011/197, m.nt. R. Ortlep. 191

6 vertrouwende burger is daarbij afhankelijk van een groot aantal factoren, waaronder de aard van de vertrouwenwekkende handeling. 23 Nicolaï heeft een schaal ontworpen waarop verschillende vertrouwenwekkende gedragingen zijn opgenomen. 24 Aan de sterke kant van die schaal staan de handelingen die zijn gericht op het toekennen van rechten aan een individuele burger. Aan de zwakke kant van de schaal staat algemene informatie over de wijze van toepassing van (wettelijke) voorschriften. Met andere woorden, de informatie die doorgaans ongericht wordt verstrekt. 25 Aan algemene inlichtingen zal daarmee niet snel gerechtvaardigd vertrouwen kunnen worden ontleend. 26 De aard van de vertrouwenwekkende handeling noopt aldus in het geval van het verstrekken van algemene informatie tot terughoudendheid bij het aannemen van aanspraken die zijn gebaseerd op het vertrouwensbeginsel. Ook in de bestuursrechtspraak wordt niet snel aangenomen dat gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend aan ongerichte en algemene informatie. 27 In algemene zin overwegen de hoogste bestuursrechters dat een beroep op het vertrouwensbeginsel slechts kan slagen, indien een tot beslissen bevoegd orgaan ten aanzien van een aanvrager uitdrukkelijk, 28 ondubbelzinnig en ongeclausuleerd 29 toezeggingen heeft gedaan die bij de aanvrager gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. 30 Hiervan zal doorgaans bij ongerichte informatie geen sprake zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een beroep op ongerichte informatie een aantal keren in algemene bewoordingen verworpen. Zo overwoog de Afdeling dat geen rechtens te honoreren vertrouwen mocht worden ontleend aan de website van de Belastingdienst/Toeslagen reeds omdat die website slechts algemene informatie bevat en het bestaan van de aanspraak [op huurtoeslag] steeds afhankelijk is van de individuele omstandigheden van het geval. 31 In een andere uitspraak overwoog de Afdeling dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde, reeds omdat op een informatiebijeenkomst gegeven informatie niet als een toezegging kan worden opgevat. 32 Een uitgangspunt in de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is dat informatie en mededelingen van de zijde van uitvoeringsorganen niet al te spoedig als bindende uitlatingen worden opgevat, omdat die organen zich anders 23 L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 1, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 418 en ; P. Nicolaï, Beginselen van behoorlijk bestuur (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1990, p P. Nicolaï, Beginselen van behoorlijk bestuur (diss. Amsterdam UvA), Deventer: Kluwer 1990, p Zie ook L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 1, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p Kortmann spreekt van zuivere informatievoorziening, zie C.N.J. Kortmann, Onrechtmatige overheidsbesluiten, Deventer: Kluwer 2006, p Anders: J.A.E. van der Does & J.L. de Wijkerslooth, Onrechtmatige overheidsdaad (Mon. NBW, deel B48), Deventer: Kluwer 1985, p. 49. Zij stellen dat de binding die uitgaat van een inlichtingenblad, opgesteld en verspreid om het publiek te laten weten waaraan het toe is, richting een toezegging gaat. Hiertegenover stellen zij de enkele inlichting van een willekeurige ambtenaar. 26 Vgl. R.J.N. Schlössels & S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, Kluwer: Deventer 2010, p R.J.N. Schlössels & S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, Kluwer: Deventer 2010, p De specifieke situatie van de burger moet wel worden beschreven (CRvB 14 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV9303, AB 2012/283, m.nt. R. Stijnen), terwijl niet kenbaar mag zijn dat sprake is van een niet-limitatieve opsomming (CRvB 1 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW7938). 29 Met name eventuele disclaimers of voorbehouden zijn problematisch, zie o.a. ABRvS 23 december 1996, AB 1997/ 413; CRvB 27 januari 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV Bijv. ABRvS 26 november 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG5360; CRvB 30 maart 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AS ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2416 (onjuiste informatie huurtoeslag). 32 ABRvS 30 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT2810, AB 2006/6 (spaarloon Heythuysen). Anders: HR 16 juni 1989, NJ 1990/214 (Helmond/Ottenheijm). Vgl. ook ABRvS 4 mei 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT5105, AB 2006/8 (Royalty) en de verzamelnoot van Damen bij ABRvS 27 juli 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU0127, AB 2006/9. 192

7 mr. S.A.L. van de Sande genoopt kunnen zien voortaan hun medewerkers geen of slechts zeer summiere inlichtingen te laten geven. 33 Illustratief is een uitspraak van de Centrale Raad waarin de belanghebbende een beroep deed op onvolledige voorlichting in een brochure van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De Centrale Raad stelt vast dat het niet wel doenlijk is om in voorlichting van algemene aard in te gaan op specifieke situaties die zich kunnen voordoen. 34 In dit verband kan ook worden gewezen op een aantal uitspraken van de Centrale Raad met betrekking tot een informatiebrochure van het CAK. 35 Deze brochure bevatte een in algemene bewoordingen vervatte omschrijving van het te hanteren criterium, welke omschrijving afweek van het wettelijke criterium. 36 De Centrale Raad zag zonder dit oordeel nader te motiveren geen aanleiding om aan te nemen dat genoemde folder het rechtens te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat door het CAK in afwijking van het wettelijk te hanteren criterium het in de folder genoemde criterium zal worden toegepast. 37 De belastingkamer van de Hoge Raad vaart een soortgelijke koers: ( ) met name indien het gaat om reacties op een verzoek van een belastingplichtige om inlichtingen aangaande de inhoud van wettelijke, dan wel andere door de fiscus in acht te nemen algemene regels, het belang dat de belastingplichtigen erbij hebben dat de fiscus zijn voorlichtende taak onbelemmerd kan vervullen ertoe noopt te aanvaarden dat het risico van een onjuiste inlichting in de regel voor rekening van de belastingplichtige blijft. 38 Dit kan slechts anders zijn indien sprake is van bijzondere omstandigheden, waarvoor ten minste is vereist dat de belastingplichtige de onjuistheid van de inlichtingen niet had moeten of had kunnen beseffen, en dat is voldaan aan het dispositievereiste. Deze lijn wordt doorgetrokken naar het geval van ongerichte informatie. Zo faalt een beroep op het vertrouwensbeginsel wegens een onjuiste algemene toelichting ter vergemakkelijking van het invullen van een aangiftebiljet 39 en in het geval van een onjuiste algemene uitleg in een handleiding betreffende de heffing van loonbelasting. 40 Ook in het geval van een onjuiste uitkomst van een berekening in de aangiftediskette werd geen schending van het vertrouwensbeginsel aangenomen. 41 Zoals uit voornoemde overweging van de Hoge Raad blijkt, is de ratio daarvan gelegen in het belang van onbelemmerde voorlichting door de fiscus. Een andersluidend oordeel zou mogelijk inhouden dat de fiscus meer terughoudend zou omgaan met publieksvoorlichting, aldus de Hoge Raad. 33 Zie o.a. CRvB 24 april 1991, RSV 1992/110; CRvB 10 december 1998, RSV 1999/147; CRvB 25 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ CRvB 3 augustus 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0564, JB 2006/325, m.nt. R.J.N.S. (brochure ouderschapsverlof). 35 Zie o.a. CRvB 9 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO3785, AB 2011/189, m.nt. H.E. Bröring. In zijn annotatie noemt Bröring verdere vindplaatsen. 36 Vgl. ABRvS 4 juni 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD3088, AB 2008/208, m.nt. R. Ortlep (weekendverbod garnalenvisserij). In deze uitspraak kwam betekenis toe aan de omstandigheid dat de verstrekte informatie dermate afweek van de toepasselijke regelgeving, dat het op de weg van de burger lag om nadere informatie in te winnen. 37 In de lagere rechtspraak met betrekking tot genoemde informatiebrochure was eerder geoordeeld dat een beroep op het vertrouwensbeginsel niet kon slagen omdat de verstrekte informatie te algemeen of globaal was om daaraan vertrouwen te kunnen ontlenen. Zie o.a. Rb. Roermond 21 september 2009, ECLI:NL:RBROE:2009:BJ8455; Rb. Haarlem 5 maart 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL HR 26 september 1979, BNB 1979/ Vgl. o.a. HR 9 maart 1988, AB 1988/337, m.nt. F.H. van der Burg; HR 24 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8045, BNB 2010/315, m.nt. P.G.H. Albert. 40 HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7839, BNB 2008/200, m.nt. A.L. Mertens. 41 HR 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6782, BNB 2002/45, m.nt. Van Leijenhorst, waarbij overigens het voorbehoud was gemaakt dat aan de berekening geen rechten konden worden ontleend. 193

8 Sporadisch slaagt een beroep op het vertrouwensbeginsel wegens het verstrekken van ongerichte informatie wél. Zo kan worden gewezen op het geval waarin een onvolledige toelichting bij een huursubsidiebericht een hoge graad van volledigheid suggereerde, door de daarin opgenomen gedetailleerde informatie met verschillende voorbeelden. 42 Het had volgens de Afdeling op de weg van het bestuursorgaan gelegen om in de toelichting juiste informatie of een verwijzing daarnaar op te nemen. Illustratief is ook een uitspraak van de Centrale Raad inzake de toepassing van de hardheidsclausule OVstudentenkaart. De belanghebbende in die zaak deed een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel op grond van een onjuiste toelichting bij het aanvraagformulier Verzoek toepassing hardheidsclausule OV-studentenkaart. 43 Volgens de Centrale Raad was in die toelichting ondubbelzinnige, ongeclausuleerde en mede op de situatie van de belanghebbende toegespitste informatie opgenomen. 44 Het is opvallend dat de Afdeling respectievelijk de Centrale Raad hebben geoordeeld dat aan een toelichting bij een huursubsidiebericht respectievelijk een aanvraagformulier betekenis toekomt. De Hoge Raad wil hiervan immers niet weten. 5. De onrechtmatigheid van ongerichte informatieverstrekking In de literatuur wordt betoogd dat de overheid niet of minder snel onrechtmatig handelt indien zij ongerichte informatie verstrekt, ten opzichte van de verstrekking van gerichte informatie. 45 Het belangrijkste argument voor het betrachten van terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van ongerichte informatie is gelegen in de belangrijke en laagdrempelige voorlichtende functie van bestuursorganen. 46 Een verstrekkende overheidsaansprakelijkheid zou tot gevolg kunnen hebben dat de overheid (te veel) terughoudendheid gaat betrachten bij het verstrekken van informatie, en slechts summier informatie zou willen verstrekken. 47 Dit argument is hoofdzakelijk rechtspolitiek van aard, en komt ook tot uitdrukking in de hiervoor genoemde rechtspraak van de Centrale Raad en van de belastingkamer van de Hoge Raad. Indien de overheid spoedig aansprakelijk zou kunnen worden gehouden wegens het verstrekken van ongerichte informatie, houdt dit een financiële prikkel in om minder (gedetailleerde) informatie te verstrekken. De overheid zou er in dat geval voor kunnen kiezen om te volstaan met een verwijzing naar de mogelijkheid van het indienen van een aanvraag. Dit heeft een juridiserend effect. Daar komt bij dat het doen van een aanvraag niet altijd mogelijk is, of soms onevenredig bezwarend is. 48 De beschikbaarheid van laagdrempelige informatie 42 ABRvS 1 maart 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV2962, AB 2006/188, m.nt. N. Verheij (groene beleggingen). 43 CRvB 9 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO9490, JB 2004/245 (hardheidsclausule OV-studentenkaart). Vgl. ABRvS 18 januari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AU9838, AB 2006/187 (onjuiste informatie Laser). 44 Vgl. CRvB 24 juni 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:AA8612, AB 1999/406, m.nt. H.Ph.J.A.M. Hennekens. 45 J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 37; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p Vgl. J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 37; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p Zie aldus expliciet Rb. Den Haag 3 april 2013, NJF 2013/212 (K./Staat). 47 H.J.H. van Meegen, Het vertrouwensbeginsel. Ontwikkelingen in de jurisprudentie, JBplus 2001, afl. 1, p Vgl. S. Pront-van Bommel, Rechtszekerheid in concreto. Aanspraak op gerichte informatie van het bestuursorgaan, NTB 2006, afl. 5, p Indien het doen van een aanvraag of het uitlokken van een handhavingsbesluit onevenredig bezwarend is, wordt een bestuurlijk rechtsoordeel (een vorm van het verstrekken van gerichte informatie) in uitzonderingsgevallen aangemerkt als een besluit, zodat daartegen rechtsbescherming bij de bestuursrechter openstaat (zie o.a. ABRvS 8 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1862, AB 2009/363, m.nt. R. Ortlep). 194

9 mr. S.A.L. van de Sande dejuridiseert juist: de burger die van meet af aan juist en volledig wordt voorgelicht zal wellicht afzien van het doen van een zinloze aanvraag of van het aanwenden van rechtsmiddelen tegen een hem onwelgevallig besluit. Rechtseconomisch bezien lijkt een terughoudende benadering dan ook te billijken. Is een onderscheid ook juridisch te rechtvaardigen? Ik meen dat terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van ongerichte informatie alleen op zijn plaats is bij onvolledige informatie. De doorgaans algemene aard van de informatie 49 en de bestuursrechtspraak ter zake bieden daarvoor aanknopingspunten. Dat informatie ongericht wordt verstrekt, kan worden gezien als een indicatie dat de burger niet snel op de juistheid van de informatie mag vertrouwen. Ongerichte informatie is immers niet uitputtend, omdat de omstandigheden van het geval daarin niet zijn verdisconteerd, zodat de burger niet op volledigheid mag vertrouwen. Indien ongerichte informatie wordt opgenomen in brochures, in folders of op websites, is deze doorgaans naar haar aard niet toegespitst op de individuele omstandigheden van het concrete geval. Dit is inherent aan het veelal vereenvoudigde karakter van informatiebrochures en websites. De burger kan en dient rekening te houden met onvolledigheid, en kan niet verwachten dat de informatie alle mogelijkheden omschrijft. Het ligt in voorkomend geval op zijn weg om nadere informatie in te winnen. Het voorgaande ligt anders indien de onvolledige informatie een hoge graad van volledigheid suggereert, of zo gedetailleerd is dat deze kan worden gelijkgesteld met informatie die op een concrete situatie betrekking heeft. Dan is sprake van ongerichte informatie met een gericht karakter. Indien daarvan geen sprake is, zou het spoedig aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor onvolledige ongerichte informatie inderdaad in de weg kunnen staan aan het onbelemmerd uitoefenen van de voorlichtende functie. Dit geldt niet alleen omdat anders om financiële redenen zou kunnen worden afgezien van het verstrekken van informatie. Het is ook niet wenselijk om in brochures en op websites zo veel en zo gedetailleerde informatie op te nemen als de wet zelve bevat. In zekere zin is het in communicatief opzicht inherent aan goede voorlichting dat deze geen melding maakt van (te veel) uitzonderingen op en nuanceringen van de hoofdregel. Juist daarmee wordt de rechtszekerheid van de burger in abstracto gediend, omdat de burger zich zodoende kan oriënteren op zijn rechtspositie. Een en ander hangt uiteraard af van het belang van de weggelaten informatie en het doel van de informatieverstrekking. Het voorgaande lijkt mij anders indien sprake is van onjuiste ongerichte informatie of van onvolledige informatie die tevens onjuist is. 50 In de voorlichtende functie van de overheid kan naar mijn mening geen grond worden gevonden om in dat geval terughoudendheid te betrachten. Het doel en de effectiviteit van overheidsvoorlichting zijn niet gediend met een terughoudende overheidsaansprakelijkheid op dit punt. Integendeel, indien de overheid niet of weinig geprikkeld wordt om juiste informatie te verstrekken, is het mogelijk dat zij weinig zorgvuldigheid aan de dag legt bij het samenstellen van haar website of brochure. Dit brengt het gevaar met zich van meer fouten, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de burger het vertrouwen in overheidsvoorlichting verliest. Voor zover de informatie uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd is vormgegeven, zie ik niet in 49 Vgl. K.J.O. Jansen, Informatieplichten (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2012, p , p ; K.J.O. Jansen, Aansprakelijkheid voor onjuiste informatieverstrekking, NTBR 2013, afl. 2, p en Onvolledige informatie kan tevens onjuist zijn: de burger die vraagt onder welke voorwaarden hij een bouwwerk mag oprichten, wordt zowel onvolledig als onjuist geformuleerd indien hem niet alle voorwaarden worden medegedeeld. 195

10 waarom de burger niet zou mogen vertrouwen op de juistheid daarvan, 51 uiteraard voor zover de onjuistheid niet kenbaar is. De burger veronderstelt dan immers (terecht) dat hij volledig is voorgelicht, en dat zich geen hiaten in zijn kennis bevinden. In dat geval bestaat er voor de burger geen enkele aanleiding om nadere informatie in te winnen of ander onderzoek te verrichten. 52 Naar mijn mening dient dan ook een onderscheid te worden gemaakt tussen onjuiste en onvolledige ongerichte informatie. Uitsluitend in het geval van onvolledige informatie past terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid, gelet op de aard van de verstrekte informatie en het belang van publieksvoorlichting. Het voorgaande laat overigens onverlet dat het relativiteitsvereiste in de praktijk een serieuze drempel zal opwerpen voor overheidsaansprakelijkheid wegens het verstrekken van ongerichte informatie. Het voert echter te ver om daar in het kader van deze bijdrage uitvoerig op in te gaan Conclusie In deze bijdrage staat de vraag centraal of er goede gronden zijn om aan te nemen dat de overheid minder snel onrechtmatig handelt indien zij onjuiste of onvolledige ongerichte informatie verstrekt. Het kenmerkende onderscheid tussen gerichte en ongerichte informatie is gelegen in de bekendheid van de overheid met de hoedanigheid van de beoogde geadresseerde en zijn doel met de informatie, in de informatieuitwisseling die uitsluitend aan het verstrekken van gerichte informatie vooraf gaat en in de algemene of niet-specifieke aard van de verstrekte informatie. In de literatuur wordt aangenomen dat een lage drempel voor aansprakelijkheid van de overheid voor het verstrekken van ongerichte informatie ertoe zou leiden dat de overheid enkel nog terughoudend en summier informatie zou willen verschaffen. Bij dit argument past de genuanceerde benadering van de Hoge Raad in zijn arrest s-hertogenbosch/van Zoggel. Bij het antwoord op de vraag of de burger redelijkerwijs mocht vertrouwen op de juistheid en volledigheid van verstrekte inlichtingen, is de aard van de informatieverstrekking van groot belang. Onvolledige ongerichte informatie is een zwakke bron van vertrouwen omdat deze vorm van informatieverstrekking naar haar aard niet is bedoeld om volledig te zijn. Dit ligt anders bij onjuiste ongerichte informatie. Deze is immers wel bedoeld om juist te zijn. Voor zover de ongerichte informatie uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en ongeclausuleerd is geformuleerd, zou de burger in beginsel op de juistheid daarvan mogen vertrouwen. Dit valt ook af te leiden uit de rechtspraak van de bestuursrechter. De onrechtmatigheid van onjuiste ongerichte informatie dient naar mijn mening dan ook op dezelfde voet te worden beoordeeld als de onrechtmatigheid van onjuiste gerichte informatie. In het geval de informatie onjuist blijkt te zijn, zie ik niet in dat terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid op zijn plaats is. De burger behoeft er immers behoudens contra-indicaties geen rekening mee te houden dat de verstrekte informatie onjuist is. De aard en het doel van het verstrekken van ongerichte informatie en het belang van publieksvoorlichting nopen echter wel tot terughoudendheid bij het aannemen van overheidsaansprakelijkheid voor onvolledige ongerichte informatie. 51 Vgl. CBb 30 januari 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB0035, AB 2001/101, m.nt. JHvdV (UMCU). 52 Vgl. CRvB 25 januari 2001, JB 2001/77, m.nt. R.J.N.S.; CRvB 1 maart 1990, AB 1990/471, m.nt. H.Ph.J.A.M. Hennekens. Vgl. J.M. Barendrecht e.a., Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p Verwezen zij naar B.P.M. van Ravels, Overheidsaansprakelijkheid voor informatieverstrekking, O&A 2004, afl. 3, p. 88; M.W. Scheltema & M. Scheltema, Gemeenschappelijk recht, Deventer: Kluwer 2013, p

AANSPRAKEN EN AFSPRAKEN

AANSPRAKEN EN AFSPRAKEN AANSPRAKEN EN AFSPRAKEN Vertrouwen op informatieverstrekking van de overheid Nikky van Triet nikky.van.triet@gmail.com Begeleid door M.K.G. Tjepkema 32.122 woorden Master Staats- en bestuursrecht Universiteit

Nadere informatie

Academie voor bijzondere wetten

Academie voor bijzondere wetten Academie voor bijzondere wetten Auteur Academie voor bijzondere wetten Hoofdonderwerp Conclusie van staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven (hierna: A-G ) met betrekking tot het rechtskarakter van het

Nadere informatie

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40)

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Noot bij: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 mei 2014, 201303996/1/A3 en ECLI:NL:RVS:2014:1708 door: I.M. van der Heijden en E.E.

Nadere informatie

DEEL III. Het bestuursprocesrecht

DEEL III. Het bestuursprocesrecht DEEL III Het bestuursprocesrecht Inleiding op deel III In het voorgaande deel is het regelsysteem van art. 48 (oud) Rv besproken voor zover dit relevant was voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. In dit deel

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Nieuwsbrief Zorg 10 december 2015 De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Inleiding Het Gerechtshof van Den Bosch heeft in het arrest van 12 mei 2015 bij wijze

Nadere informatie

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten Aflevering 1999 afl. 13 College Rechtbank Amsterdam Datum 9 augustus 1999 Rolnummer

Nadere informatie

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e maal een advies inzake de bezwaarschriften van de heer B.J.H. Brugge, De Goedemeent 15 en de

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

's-gravenhage (hierna: het Hof) van 1 mei 2009, onder nummer BK 07/00421 - heeft afgewezen.

's-gravenhage (hierna: het Hof) van 1 mei 2009, onder nummer BK 07/00421 - heeft afgewezen. Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen erover dat de staatssecretaris van Financiën het verzoek om restitutie van de overdrachtsbelasting - gegrond op de uitspraak van het Gerechtshof 's-gravenhage (hierna:

Nadere informatie

Een klassieke benadering bij toezichthoudersaansprakelijkheid?

Een klassieke benadering bij toezichthoudersaansprakelijkheid? Een klassieke benadering bij toezichthoudersaansprakelijkheid? Graag! mr. D. van Tilborg 1. Inleiding Wantrouw elke drijfveer tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren. Dit citaat van Godfried

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006

Rapport. Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 Rapport Datum: 13 januari 2006 Rapportnummer: 2006/006 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Commissie van beroep ingevolge artikel 3 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 zijn administratief

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Martijn Scheltema. Onrechtmatige overheidsdaad (i.h.b. in verband met onrechtmatige besluiten) vrijdag 27 maart 2015

Martijn Scheltema. Onrechtmatige overheidsdaad (i.h.b. in verband met onrechtmatige besluiten) vrijdag 27 maart 2015 Martijn Scheltema Onrechtmatige overheidsdaad (i.h.b. in verband met onrechtmatige besluiten) vrijdag 27 maart 2015 Onrechtmatige daad Onderwerpen bijdrage: -rechtsmachtverdeling -Wet schadevergoeding

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Inhoud. Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang

Inhoud. Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang Inhoud Te behandelen onderwerpen: 1. Onlosmakelijke samenhang 2. Grondslag aanvraag omgevingsvergunning voor artikel 2.1 lid 1 onder e- activiteiten (milieu) 3. OBM en milieuneutrale verandering 4. Overig

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER ARREST HOGE RAAD DER NEDERLANDEN EERSTE KAMER Nr. C98/080HR ARREST in de zaak van: DE GEMEENTE GRONINGEN,gevestigd te Groningen, EISERES tot cassatie, voorwaardelijk incidenteel verweerster, advocaat: voorheen

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 25 november 2011 HOOFDSTUK 8 BIJZONDERE BEPALINGEN OVER DE WIJZE VAN PROCEDEREN BIJ DE BESTUURSRECHTER

NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 25 november 2011 HOOFDSTUK 8 BIJZONDERE BEPALINGEN OVER DE WIJZE VAN PROCEDEREN BIJ DE BESTUURSRECHTER 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Aansprakelijkheid en schadevergoeding Awb

Aansprakelijkheid en schadevergoeding Awb Aansprakelijkheid en schadevergoeding Awb Contactgroep Algemeen Bestuur Prof. mr. G.A. van der Veen AKD Rotterdam Rijksuniversiteit Groningen 9 april 2014 Inhoud lezing 1. Inleiding: de nieuwe regeling

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

AKD Gemeentedag 2014 Prof. mr. G.A. van der Veen Rotterdam 20 maart 2014

AKD Gemeentedag 2014 Prof. mr. G.A. van der Veen Rotterdam 20 maart 2014 AKD Gemeentedag 2014 15 maanden Wet aanpassing bestuursprocesrecht Prof. mr. G.A. van der Veen Advocaat bestuursrecht/omgevingsrecht AKD Advocaten en notarissen Rotterdam Bijzonder hoogleraar milieurecht

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

Het hoger beroep is gericht tegen een uitspraak op verzet ten aanzien waarvan normaal gesproken geen hoger beroep openstaat.

Het hoger beroep is gericht tegen een uitspraak op verzet ten aanzien waarvan normaal gesproken geen hoger beroep openstaat. Geachte heer / mevrouw, Namens [ ] stel ik hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2014 (bijlage 1). De in beroep reeds overlegde volmacht is eveneens op onderhavig

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

Een herformulering van de formele rechtskracht: het civielrechtelijk besluitgezag en gezag van gewijsde en de uitzonderingen daarop

Een herformulering van de formele rechtskracht: het civielrechtelijk besluitgezag en gezag van gewijsde en de uitzonderingen daarop Een herformulering van de formele rechtskracht: het civielrechtelijk besluitgezag en gezag van gewijsde en de uitzonderingen daarop Nr. 22 P.A. Fruytier 1 Samenvatting Naarmate de Hoge Raad en hoogste

Nadere informatie

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water

14-09. ABRvS 24 december 2013, nr. 201304161/1/A4 (Nijmegen) (ECLI:NL:RVS:2013:2610) Milieu/natuur/water 47 zitting betoogd dat deze stukken aldus mede namens haar dochtermaatschappijen, meer in het bijzonder namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Cycleon Netherlands B.V. (hierna:

Nadere informatie

Noot bij Hof s-gravenhage 24 August 2010, LJN BN4316

Noot bij Hof s-gravenhage 24 August 2010, LJN BN4316 Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Noot bij Hof s-gravenhage 24 August 2010, LJN BN4316 I. van der Zalm & S.E. Poutsma Published in JA 2011/1, 7, p. 72-97 1 [BW art. 6:162] Noot 1.

Nadere informatie

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam

Bahialaan 100 3065WC Rotterdam Bahialaan 100 3065WC Rotterdam T: +31 (0)10-764 0804 F: +31 (0)10 254 0015 M: +31 (0)6 51 99 78 08 E: dehaas@dehaasadvocatuur.nl I: www.dehaasadvocatuur.nl Mevrouw mr. P. (Priscilla) de Haas 11-8-2015

Nadere informatie

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter. Inleiding

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter. Inleiding Bestuursrecht Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter Inleiding Deze aflevering van het Katern bestuursrecht is geheel gewijd aan de jurisprudentie van de administratieve rechters met betrekking tot terugvorderingsbeslissingen,

Nadere informatie

Raadsvoorstel van de Commissie voor bezwaarschriften. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 22 december 2005 / 225/2005.

Raadsvoorstel van de Commissie voor bezwaarschriften. Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 22 december 2005 / 225/2005. Datum raadsvergadering / Nummer 22 december 2005 / 225/2005 Onderwerp bezwaar Programma / Programmanummer Kunst en cultuur / 6310 Portefeuillehouder T. Hirdes Voorstel van het College van Burgemeester

Nadere informatie

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015

*ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 *ZE9DBFBE563* Raadsvergadering d.d. 19 februari 2015 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-27443/DV.14-436, afdeling Middelen en Advies. Sellingen, 12 februari 2015 Onderwerp: Verordening behandeling bezwaarschriften

Nadere informatie

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf

Kluwer Online Research Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Buiten bezwaartermijn ingediende suppletieaangifte leidt niet tot teruggaaf Instantie: Hof 's-gravenhage Datum: 30 maart 2012 Magistraten: Tromp, Sanders, Visser Zaaknr: BK-10/00547 Conclusie: - LJN: BW8025

Nadere informatie

VMR Actualiteiten. Actualiteiten bestuurs(proces)recht. Kars de Graaf faculteit rechtsgeleerdheid

VMR Actualiteiten. Actualiteiten bestuurs(proces)recht. Kars de Graaf faculteit rechtsgeleerdheid Datum 29-03-2012 1 VMR Actualiteiten Actualiteiten bestuurs(proces)recht Kars de Graaf k.j.de.graaf@rug.nl 050 363 5787 Algemeen belanghebbende Datum 29-03-2012 2 Herinnert u zich deze nog? Vz. ABRvS 31

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 26146/2011014629 Betreft: beslissing op bezwaar inzake het besluit tot publicatie van het besluit betreffende het leveren van programmagegevens van de landelijke publieke

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Overheidsaansprakelijkheid: actualia en thema burgerinitiatieven

Overheidsaansprakelijkheid: actualia en thema burgerinitiatieven Overheidsaansprakelijkheid: actualia en thema burgerinitiatieven Vereniging van Nederlandse Gemeenten Juridische tweedaagse 2015 10 november 2015 Prof. mr. G.A. van der Veen Mr. T.W. Franssen Het labyrint

Nadere informatie

Ad a. Algemeen belang Elke handeling met een publieke grondslag wordt geacht genomen of gedaan te zijn in het algemeen belang.

Ad a. Algemeen belang Elke handeling met een publieke grondslag wordt geacht genomen of gedaan te zijn in het algemeen belang. Toelichting Algemene toelichting Inleiding Artikel 7.14 van de Waterwet bevat een algemene regeling die voorziet in de vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid

Nadere informatie

Onjuiste pensioenopgaven

Onjuiste pensioenopgaven Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid voor pensioenfondsen en de rol van disclaimers Artikel Senior adviseur collectieve pensioenen mr. A.M.Z. Rondas (AZL) Onjuiste pensioenopgaven Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter?

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Mr. C.G.J.M. Termaat* 1 Inleiding Het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet (hierna: Omgevingswet) van 16 juni jl. heeft inmiddels alweer de nodige aandacht

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat haar dochter, vooral als gevolg van de onduidelijke informatieverstrekking door de Informatie Beheer Groep, niet tijdig over haar OV-studentenkaart heeft

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden.

Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden. Artikel NGB Over het afbreken van onderhandelingen en de juridische houdbaarheid van voorbehouden. Mr M.R. Ruygvoorn 1 In het kader van de opzet van mijn proefschrift over afgebroken onderhandelingen en

Nadere informatie

LJN: BV6353,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 12/285 en 12/502

LJN: BV6353,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 12/285 en 12/502 LJN: BV6353,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 12/285 en 12/502 Datum uitspraak: 21-02-2012 Datum publicatie: 21-02-2012 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-113 d.d. 15 april 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mevrouw mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Dienst voor het kadaster en de openbare registers uit Apeldoorn. Datum: 23 mei 2011

Rapport. Rapport betreffende een klacht over de Dienst voor het kadaster en de openbare registers uit Apeldoorn. Datum: 23 mei 2011 Rapport Rapport betreffende een klacht over de Dienst voor het kadaster en de openbare registers uit Apeldoorn. Datum: 23 mei 2011 Rapportnummer: 2011/151 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat: het Kadaster

Nadere informatie

Jurisprudentie. I. P. A. v a n H e i j s t

Jurisprudentie. I. P. A. v a n H e i j s t BESTUURSRECHTELIJKE SCHADEVERGOEDING ling een behoorlijke afstand is, die bovendien overeenkomt met de bebouwingsmogelijkheden in het voorheen geldende planologisch regime. Ten slotte kwalificeert de Afdeling

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt erover dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) niet bereid is AOW-gerechtigden uit eigen beweging te informeren over het feit dat de SVB geen uitvoering meer geeft aan

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

O&A 2015/36 ABkort 2015/126 E C L I:N L :RV S:2 015:8 32

O&A 2015/36 ABkort 2015/126 E C L I:N L :RV S:2 015:8 32 Jur ispr udent ie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 18 maart 2015, nr. 201405906/1/A2 (mrs. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, F.C.M.A. Michiels en G. Snijders) m.nt. R.D. Boesveld 1 O&A

Nadere informatie

De reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadeverzoekschriftprocedure

De reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadeverzoekschriftprocedure K.J. de Graaf, A.T. Marseille & D. Sietses 1 Weten schap De reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadeverzoekschriftprocedure 1. Inleiding Bijna twee jaar geleden werd de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Nadere informatie

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3234, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan Stamrechtovereenkomst tussen oprichter en BV i.o. is mogelijk, mits binnen redelijke termijn BV tot stand komt en overeenkomst bekrachtigd. Gehele aanspraak belast omdat stamrechtovereenkomst gedeeltelijk

Nadere informatie

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Modelverordening elektronische kennisgeving uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 bijlage(n)

Nadere informatie

Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities

Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities Algemene voorwaarden KMS Advocaten te Rotterdam. Artikel 1: Definities 1.1 KMS Advocaten: de oprichter en de medewerkers van het kantoor 1.2 Cliënt: de opdrachtgever van KMS Advocaten 1.3 Honorarium: de

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 juli 2013 in zaak nr. 12/4468 in het geding tussen: Uitspraak 201306462/1/A1 Datum van uitspraak: woensdag 25 juni 2014 Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug Hoger beroep 201306462/1/A1.

Nadere informatie

Samenvatting. Klik hier voor de uitspraak in eerste aanleg.

Samenvatting. Klik hier voor de uitspraak in eerste aanleg. Uitspraak Commissie van Beroep 2015-031 d.d. 5 oktober 2015 (mr. W.J.J. Los, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG en mr. A. Smeeïng-van Hees, leden, en mr. G.A. van de Watering,

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

6. Bij brief van 3 september 2010 (kenmerk: 20445/2010013654) heeft het Commissariaat Haspro Agri verzocht aanvullende informatie te verstrekken.

6. Bij brief van 3 september 2010 (kenmerk: 20445/2010013654) heeft het Commissariaat Haspro Agri verzocht aanvullende informatie te verstrekken. Sanctiebeschikking Kenmerk: 25593/2012001256 Betreft: handelwijze inzake het boek Henk Angenent, een onbegrepen doordouwer Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat)

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 304470/1/RI. Datum uitspraak: 27 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Jongeneel

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348

Rapport. Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 Rapport Datum: 24 augustus 1998 Rapportnummer: 1998/348 2 Klacht Op 10 maart 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer F. te Eindhoven, met een klacht over een gedraging van de

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht

Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht Aansprakelijkheid van toezichthouders wegens inadequaat handhavingstoezicht VIDE Jaarcongres 15 juni 2012 A.J. (Lian) van Poortvliet aj.vanpoortvliet@pelsrijcken.nl June 17, 2012 Programma Juridisch kader

Nadere informatie

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen)

Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Rechtbank Maastricht 26 oktober 2011, nr. HA RK 11-88, LJN BU7197 (mr. J.F.W. Huinen, mr. T.A.J.M. Provaas en mr. E.J.M. Driessen) Noot I. van der Zalm Overlijdensschade. Schadeberekening. Inkomensschade.

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn (Belastingen Amstelland).

Rapport. Rapport over een klacht over de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn (Belastingen Amstelland). Rapport Rapport over een klacht over de heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn (Belastingen Amstelland). Datum: 1 maart 2016 Rapportnummer: 2016/019 2 Wat is de klacht? Verzoeker, een belastingadviseur,

Nadere informatie

De Hoge Raad der Nederlanden,

De Hoge Raad der Nederlanden, 2 januari 1980. nr. 19.623 DG. De Hoge Raad der Nederlanden, Gezien het beroepschrift in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof

Nadere informatie

AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling.

AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. AB 2012/6: Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. Schadevergoeding na onrechtmatige subsidievaststelling. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Meervoudige kamer), 31 augustus

Nadere informatie

2 Omschrijving van enkele begrippen

2 Omschrijving van enkele begrippen 2 Omschrijving van enkele begrippen 1 INLEIDING Een probleem bij de bestudering van art. 48 (oud) Rv is dat de betekenis van veel van de gebruikte begrippen niet duidelijk is. Wat is een rechtsgrond? Is

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059

ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 ECLI:NL:RBDHA:2015:3059 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 10-03-2015 Datum publicatie 10-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 7359 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 juli 2011 in zaak nr. 10/1958 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 juli 2011 in zaak nr. 10/1958 in het geding tussen: ECLI:NL:RVS:2012:BY5135 Uitspraak 201108899/1/A3. Datum uitspraak: 5 december 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op de hoger beroepen van: 1. het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

Nadere informatie

Uitspraak 201301997/1/R2

Uitspraak 201301997/1/R2 pagina 1 van 6 Uitspraak 201301997/1/R2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 4 september 2013 TEGEN de raad van de gemeente Soest PROCEDURESOORT Eerste aanleg - enkelvoudig RECHTSGEBIED Ruimtelijke-ordeningskamer

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

Artikel 2: Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst Eerste lid

Artikel 2: Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst Eerste lid Toelichting bij de Procedureregeling planschadevergoeding 2005 Algemene toelichting Op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) heeft een belanghebbende de mogelijkheid om van de

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015

betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 nummer: 14/3322/GA en 14/3394/GA betreft: [klager] datum: 2 februari 2015 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van bij

Nadere informatie

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT

KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT KLACHTPLICHT BIJ NON-CONFORMITEIT Bij de aankoop van een woning blijkt achteraf nogal eens dat iets anders geleverd is dan op grond van de koopovereenkomst mocht worden verwacht. Er kan bijvoorbeeld sprake

Nadere informatie

Advies bezwarencommissie. Postbus 250. Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE

Advies bezwarencommissie. Postbus 250. Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE Çjemeente Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900-1852

Nadere informatie

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 Autoriteit Consument en Markt ; Gelet op de artikelen 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 51 en 89 van de Mededingingswet,

Nadere informatie

VNG werkateliers. Consequenties uitspraken CRvB voor Wmo beleid gemeenten. 15, 16, 17 en 22 juni 2016

VNG werkateliers. Consequenties uitspraken CRvB voor Wmo beleid gemeenten. 15, 16, 17 en 22 juni 2016 VNG werkateliers Consequenties uitspraken CRvB voor Wmo beleid gemeenten 15, 16, 17 en 22 juni 2016 Programma 9.30 opening en toelichting op het programma door Linda Hazenkamp (VNG) 9.45 presentatie door

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen.

1.2 Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend dat de Commissie van Beroep op 11 november 2013 heeft ontvangen. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-007 d.d. 31 januari 2014 (mr. W.J.J. Los, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, drs. P.H.M. Kuijs AAG, prof. mr. F.R. Salomons, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie