ito luti te. Veertiendaagsch Blad Onder Redactie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ito luti te. Veertiendaagsch Blad Onder Redactie"

Transcriptie

1 rjaapgang 1(0. GüCoimsiïag 9 pcptttl H902. ïl. I ito luti te. Veertiendaagsch Blad Onder Redactie AbonnemeMisprijs per 3 maanden f.0.75 Voor België, 't overige Buitenland en Ned.-Indië, 1.02* AfzondorUjke Nummers 'ai IIIIÏI- aan het werk. Wetteiyke nesohermiiig. Klunen de (iriiizen. Vergaderingen. Ingezonden. Fenilk'ton : F ra gin en ton. Advertentiën. TNHOUD W. DRUCKER en Th. P. Bureau van Redactie en Administratie: Sarphatipark 61, AMSTERDAM. in iiiini anfuflfe aan Ijüf \nwh. (Vervolg en Slot). Nu aan het woord de Belgische Liberalen, thans zoo lief den Soc.-Democraten, dat dezen, hun terwille, gaarne in den steek laten eigen partijgenooten, mits deze behooren tot de vrouwelijke sexe. Der Liberalen leuze: geen wouwen in den hof, klinkt hun als hemelmuziek en om mede te mogen zingen in het koor, contribueeren zij volgaarne partij-program, eens gegeven woord, consequentie van eigen leer. Geen wonder! Zij is zoo mooi de Liberale cantate, zij geeft zoo juist weder het willen en wenschen der Soc.-Democraten; haar recitatieven zeggen zoo keurig wat ook is de bedoeling dezer heeren. edoch wat zij niet kunnen, niet durven zegge'n, vergaloppeerd als zij zich hebben door hun der vrouw ten lokaas dienend artikel. Gelukkig voor de instandhouding van dat artikel zijn daar nu echter de Liberalen, die galmen geen vrouwenkiesrecht" en aan hen klampen zich vast de minnaren van het schriftelijk gelijke rechten voor man en vrouw". Stel je eens voor, dat ook de Liberalen verlangden vrouwenkiesrecht, dan zou dit er komen en, o jammer! geschrapt moeten worden het zoo mooi-staand nummer van het program. Dat nooit", zei van Speyk en het schip vloog in de lucht. Dat nooit", zeggen de Soc.-Democraten en, en zij verbinden zich met ieder die is tegen vrouwenkiesrecht hier met de Clericalen, ginds met de Anti- Clericalen. Bij de in deze gehouden enquête zingt Paul Janson een solo. Alhoewel anti-vrouwenkiesrechter durft hij toch niet zich stellen tegen heel de vrouwenbeweging. In zijn lied iets van schroom, eenig voelen van te doen onrecht met de wetenschap dat het is onrecht, ietwat angstigs voor de verdrukten en evenals voor het horloge, ontnomen den kleine, men belooft rammelaar, schaapske of pop, zoo ook belooft de Heer P. J. der vrouw heel wat mooie zaken, mits zij maar laat het kiesrecht in handen van mannen. voor de Vrouw. van: B HAVER. Advertentiën per regol f 0.15 Grooto letters naar plaatruimte. Boekaankondigingen per regel 0.10 on 4/3 maal. Aanvragen en betrekkingen 0.05 Weg, zegt hij, moet uit iiet Burgerl Wetb. de bepaling, waarbij den man is gegeven het recht uit te sluiten van de voogdijschap zijn vrouw, de moeder der onder voogdijschap vallende kinderen; weg ook moet het artikel, waarbij haar wordt ontzegd een plaats in den familie-raad, waarvan deel zij behoort uit te maken evengoed als de man; weg ook moet de clausule, waarbij wordt verboden het onderzoek naar het vaderschap, en weg ook de regeling, die onderscheid maakt tusschen echtbreuk van haar en van hem. Maar, zegt hij, gezien onze zeden, onze beschaving, kan liet politiek recht den vrouwen niet worden gegeven. Over het algemeen maken zij zich niet druk over de politiek; do beweging voor vrouwenkiesrecht last dan ook de grootc ma^sa totaal onverschillig. Dit vindt zijn oorzaak in do differentie der seksen, waaruit ontspruit differentie van aanleg, van sociale functiè'n. Dit onbetwistbaar feit de oorzaak van het de vrouw houden, langen, langen tijd. buiten de politiek, dit ook de.oorzaak waarom het vrouwenkiessecht moet worden verdaagd nog langen, langen tijd. Ik voor mij zou haar veel liever geven verkiesbaarheid," deze toch zou de meest intelligente, de meest bekwame ouder do vrouwen in do gelegenheid stellen binnen het Parlement te verdedigen haar speciale belangen. De meest intelligente, de meest bekwame zou binnen het Parlement alsdan kunnen verdedigen der vrouwen speciale belangen! En wie zouden kiezen die meest bekwame, welke defenseerden der vrouwen belangen'? Toch zeker niet de Heer Janson c. s.; toch zeker niet de Belgische Soc.-Democraten, merk Borinage. Wie gekozen zou worden, zou zijn zij, die, zich wanende exceptie van haar sexe, vol parvcnuachtige verachting nederziende op haar zusteren, proclameerde, dat deze hier zijn op aarde als soort van huisdieren ter vergemakkelijking van het bestaan des mans. Meer nog dan haar mannelijke confraters zou zij, als candiiate, moeten üikfliemen haar kiezers. Zij, evenals elk gekozene, zou in het Parlement slechts doen echoën den wil, den wensch, het begeeren van haar lastgevers. Tusschen haar en de anderen zou slechts zijn dit verschil: dat gene de vrouwen zou doemen tot duisternis onder den schijn van te zijn derzelver advocaat, terwijl deze slechts pretendeeren te zijn rechters volgens eigen verklaring zelf onbevoegden, als zijnde niet op de hoogte der te wijzen vonnissen. De goden beware de vrouw voor zulk soort eigen-sexe-gedelegeerden! Wat speciaal betreft België, gaat voort do Heer J., voeg ik hier aan toe, dat terzijde gelaten enkele schitterende uitzonderingen de vrouwen, tot nu vreemdelingen in de politiek, staan schier geheel

2 2 EVOLUTIE. rn al onder den invloed der geestelijkheid: haar uitreiken het kiesbillet, zou beduiden voor geruimen tijd cloricale overheersching zeker wel het meest te vreezen gevaar, dat, voorzeker niet onverschillig latende de elite der vrouwen, deze ervan zal overtuigen, dat zij al haar krachten moeten concentreeren op het veroveren van meer practische zaken," die zij zullen verkrijgen met St. Juttemus. De mannen toch die de vrouwen niet willen zien in het bezit van het stembillet, omdat dit zou wezen de triumf der Clericalen, zullen zeker nog minder in haai' handen leggen, onvoorwaardelijk, de opvoeding der kinderen, waarvan zij alsdan toch immers maar zou maken: Clericalen. Zoo inconsequent zien wij in deze niet aan den Heer Janson c.s., evenmin ook de Soc.-Dcmocraten. Voor het oogenblik moeten de vrouwtjes echter worden zoet gehouden, want, trots dat geredeneer van : de vrouwen malen niet om de politiek, zijn er zoo enkelen harer, die de heeren doen angst-sidderen, vooral nu naast haar staan de zoo gevreesde Clericalen. Zij allen immers weten, hoe worden opgezet die zoo spontane, politieke volksbewegingen, zich uitende in meetings en optochten met kleurige vaandels, met bombam muziek, voor drie-kwart gevolg van heel wat geschetter, heel wat getoeter. Als de agiteerende vrouwen ook eens zoo deden! Als ook zij eens tjingel tjangelden, Hip-Happerende met kleur-praal langs de straten! Wat massa baar dan misschien volgde? Daarom gelegd in heur hand een lekker koekje, waaraan zij kan knabbelen heel stil in haar hoekje. Ietwat ontmocdiuender nog dan de tien- en tientallen van jaren het vrouwenkiesrecht verschuivende theorie van Janson, de redeneering van Charles Delacbevalerie, redacteur van /' Express de Liège. In principe, begint deze, is vrouwenkiesrecht even gewettigd als mannenkiosrecht. Wij leven in een tijdperk dat <lk zich zijn verantwoordolijkheid moet bewust wezen, en kunnen beschikken over de middelen, noodig tot zijn maatschappelijke ontwikkeling... Heel de quaestie echter en op dit oogenblik is zij in België schier een bedreiging is, of het viouwenkiesrecht moet worden geëischt door hen die zich ten taak hebben gesteld te waken voor de nationale vrijheden. Welnu de vooruitsticvende mannen dio men zal willen aannemen dat niet worden geleid door belangzuchtige, tyrannieke inzichten zijn het er over eens, dat voor het oogenblik niet mag worden verlangd naar de kiezeres, omdat daarvan zou zijn het onmiddellijk gevolg do consolidatie, en dat wel voor een onbepaalden tijd, van de reactionnaire overheersching.... Zonder twijfel zijn er vrouwen die, zoo zij morgen den dag mochten kiezen, dit zouden doen als onafhankelijkon, in den meest vooruitstrevende!] geest. Haar opvoeding is voltooid, zij behoeven niets meer te leeren. Maar de anderen, de myriadairo troep onwetenden'? Hier een kleine explicatie. Als het handelt over mannen, zal men zeggen, maakt men geen scheiding tufschen geleerden en ongeleerden. Men eischt het kiesrecht voor alle mannen, wetenden en onwetenden, en daarin heeft men gelijk, immers is er alle kans dat de man, zelfs al is hij totaal ongeletterd, zich vrij genoeg gevoelt om te stemmen met oordeel des onderscheids. er is ook alle kans dat de vrouw, zelfs bij een zekere opvoeding, blijft afhankelijke". De man is over het algemeen raisonneur, houdt meer van leeren, van discussieeren dan de vrouw.. Zijn vrijere opvoeding, zijn minder beperkte levenskring stellen hem in staat de dingen te schouwen in een helderder licht_ Hij leest, of doet zich voorlezen dagbladen, hij tracht te blijven op de hoogte der gebeurtenissen, hij komt onder den invloed zijner kameraden, een invloed welke hem langzaam aan vrij maakt,; hij leert, zelfs in do mistig-dijzige atmospheer der meetings of der kroegen, zich te vormen een opinie, een meening omtrent dit of omtrent dat Onwetend, weet hij toch wie zijn zijn vijanden. Dat kan men niet zeggen van de vrouw van het heden. Bij temperament is zij behoudster; dat een psychologische waarheid. Verstompt door haar huishoudelijke beslommeringen op haar schouders toch ligt heel de vracht der gezins-zorgen voelt zij niots voor maatschappelijke vraagstukken, houdt zij zich uitsluitend bezig met haar dagelijksehe bemoeiïngen, is zij ongeschikt voor hoogere, voor ver verwijderde ideën. Wel een uitzondering zij, dio in tijden van werkstaking, behouden genoegzame strijdkracht Door de biecht doet de priester haar buigen; bij dreigt, hij heeft een antwoord op alles en, en zijn arm is zoo lang. Al wat de echtgenoot kan inbrengen tegen de argumenten van een man, die spreekt zoo mooi, die niet is als de anderen, sent un peu Ie roussi... Hoeveel maal wel moet men terugkomen op hetzelfde, om een vrouw te overtuigen van een waarheid, strijdig met het dogma'? Na lang geredeneer geeft zij zich gewonnen, edoch het een of ander duf werk verstuift het met zooveel moeite gezaaide en als gij opnieuw beproeft uw invloed te herwinnen, kunt gij constateoren, dat gij hebt te beginnen van meet af aan. Haar socialo opvoeding gaat langzamer dan die van den man en dient te geschieden volgens andere methoden Profeteeren kan men dan ook, dat de vrouwen van het platle land, waar de geestelijkheid nog troont in volle glorie, en die der kleine burgerij, welke, vegeteerende in onverschilligheid, zich niet bemoeien met politiek, wijl zij niet door haar lijden, daai stellen een compact element, dat maar zou vergrooten do kracht der reactionairen... Daarenboven h bben de Clericalen zich opgeworpen met zooveel omprosseinent als kampioenen voor vrouwenkiesrecht, dat dit alleen reeds genoeg zou wezen om te prouveeren het gevaar, dat er schuilt in deze hervorming. Waar zij zich steeds vijandig hebben geposteerd tegen elke poging tot democratische rechtvaardigheid, waar steeds noodig is geweest macht-vertoon om van hen te verwerven de would-be sociale we'ten, welke wij hebben, daar verdedigen zij nu het vrouwenkiesrecht met een entrain, dat niet ligt in hun gewoonten, doch dat geeft te denken. Dit stuk eindigt met een pluimpje op den hoed dier Socialistiscbe vrouwen, welke onder leiding van de \vindvaanderige Gatti de Gamond hebben laten vallen het vrouwenkiesrecht. Elles ont vu clair", roept de schrijver. Zij hebben niet willen medewerken aan de instandhouding van een bestuur, dat, gedurende zijn achttien-jarig bestaan het land heeft gebracht volgens den Heer D. aan den rand des afgronds. Hoe dat zoo slecht bestuur, gekozen toch door die zoo practische, hun vijanden ruikende mannen, het heeft kunnen bolwerken achttien jaar lang, komen wij niet aan den weet. Dat aanblijven zelf een démenti op heel het betoog des Heeren D. Aangestipt zij nog even, eerlijkheidshalve, dat de Heer D. plan heeft, nadat is ingevoerd algemeen proportioneel mannen-kiesrecht, na dat zijn verbeterd alle misstanden van het huidig regime, te beginnen met de opvoeding, de opleiding der vrouw tot kiezeres denkelijk dus zoowat tegen het jaar 3000 en zooveel. Of de vrouw ook deze zal deelachtig worden in de kroeg, hooron wij niet. En deze mannen nu, deze mannen die in de vrouw slechts zien een idioterig, voor leering onvatbaar wezen, deze mannen, die den-niet-het-kiesbillet-bezittende-vrouwen toedichten wat is gedaan door de het-kiesbillet-wel-bezittende-mannen, zijn op dit oogenblik de dirigenten der Belgische Soc.-Democratische partij. Gesteld voor het dilemma: de Liberalen met hun algemeen kiesrecht zonder de vrouw en de Clericalen met hun algemeen kiesrecht met de vrouw, kozen de Soc.-Democraten, masculinisten pur sang, de eersten. O zeker, de Clericalen zijn de antipoden der Soc.-Democraten, maar zijn de Liberalen dat niet ook? De Soc.-Democraten, in deze wijzer dan de andere partijen, hebben niet mede-gesproken in deze enquête, edoch het woord gelaten aan twee vrouwen van het genre dat Paul Janson zoo gaarne zou zien in het Parlement om... op te komen voor de belangen der vrouwen? wel neen, ter geruststelling der ontwakende gewetens dier mannen, welke beginnen te denken, dat de vrouw mensch is als de man. Zoo te hooren uit een vrouwenmond, dat

3 EVOLUTIE. :; wat de man dost is welgedaan, zeker een ware verluchting in dezen zoo wocligen tijd, oen heerlijk wapen tegenover die turbulente vrouvv-menschen, welke brutaalweg vermeenen, dat het nu wel mocht dagen aan haar zijde, de man op zijn beurt behoorde te gaan stam in de schaduw, opdat zonne's gouden stralen ook haar eens verwarmen. Lalla v/d. Velde resumeert den toestand, gezien van haar standpunt. Omtrent de Clericalen do bekende argumentatiën. De Liberalen, zegt zij, verklaren zich tegenstanders van vrouwenkiesrecht, daarin niet ziende een rechtvaardigheidsbegrip en geloovende, ten onrechte volgens ons, dat de stem der vrouw de Clericale partij er boven op zou houden tot onafzienbaren tiji". Waar nu zamen wenschen op te trekken ter verkrijging van algemeen proportioneel kiesrecht Progressisten, Radicalen, Liberalen en Socialisten hebben, na heel wat gedebatteer, de Belgische Soc."Democratische vrouwen ingebracht de volgende, door de a'gemeeno vergadering aangenomen motie: Overwegende, ilafc de politieke gelijkheid der sexon daarstelt een hoofd-principe van het socialisme; dat het program der Werkliedenpartij eischt het vo'le vrouwenkiesrecht: voor arbeidsralen, scheidsgerichten, gemeente- en provinciale raden, alsook voor het Parlement. Edoch overwegende, dat de dadelijke propaganda voor haar wetgevend kiesrecht dreigt te verbreken de eenheid der partijgangers voor algemeen manuen-kiesrecht, proponeert de Federatie van Socialistische vrouwen, boven alles stellende het superieure belang van de WerkliedoD-partij, aan ' gedelegeerden en mandatarissen, te staken de beweging voor vrouwenkiesrecht tot nii de overwinning van het mannenkiesrecht. Verstaan moet hier echter onder worden: 1. dit de propagandisten der W. P. behouden hun algoheele vrijheid voor wat aangaat hun individueel optreden: 2. dat, conform aan het Partijprogram, de Socialistische afgevaardigden unaniem stemmen, hierin medegaande met het Partij-Bestuur, voor het bij het Parlement aauhangig ontwerp, schenkende aan alle Belgen, zonder onderscheid vau sexe, het stedelijk en provinciaal kiesrecht; 3. dat de plaatselijke federaties, de propagandisten, als ook de pers van af heden entameeren een energique beweging onder de vrouwen voor vrouwenkiesrecht." Ter explicatie voegt Lalla v. d. Velde hieraan toe, dat deze opschorting der propaganda zijn oorzaak vindt in het van der vrouwen kant niet willen bemoeielijken deibeweging voor algemeen kiesrecht, een hervorming waarop alreeds zoo lang wachten haar vaders, haar mannen, haar 2. FEUILLETON. Jp^agmcnfen uit MR. S. VAN HOUTEN'S God, Eigendom en Familie. Onze zeden brengen van ouds mede, dat het arbeidsveld van do vrouw zich, zoolang immer mogelijk, beperkt tot den arbeid in huis. Is er te huis veel en ook voordeelgovend werk, dan is de vrouw eene, in oconomischen zin, productieve kracht, evenzeer als de man. Zij kan in menig bedrijf zelfs niet gemist worden, zonder dat dit kwijnt en achteruitgaat. Voor den landbouwer b. v. is eene vrouw, die over huis en hof, keuken en kelder toezicht houdt, eene economi.tc.he behoefte. Het celibatair leven is voor hom bijna niet andera mogelijk, dan wanneer hij nog moeder of zuster te huis heeft; anders is het voor hem hoogst onvoordeelig. Zoo is het ook voor den veldarbeider, die eigen grond heeft, welke mede door den arbeid dor vrouw productief kan worden gemaakt. Voor oen zuiver landbouwend volk althans zoolang ook de veldarbeider een eigen tuin en veld, en gelegenheid tot het houden van huisdieren overhoudt bestaat de hier behandelde sociale quaostie niet. Want de vrouw vindt er te huis volop productief werk, en heeft geen gelegenheid om tot lediggang te vervallen. Het huwelijk brengt dus ook den mannen voordeel aan, en geraakt niet in onbruik. Ook bij enkele andere bedrijven geldt hetzelfde. In dat van onze zonen." Trouwens deze opschorting slechts een opportuniteits-concessie, daar, zooals blijkt uit de aangenomen resolutie, de leden der partij formeel zich hebben verbonden haar te helpen bij hot veroveren harer rechten. Do houding der IJelgische Socialistische vrouwen, zegt zij wordt allerwege gewaardeerd. Op de agenda der eerstvolgende vergadering van verschillende federaties, wordt uitgesproken de wensch, dat de mannen zullen medeholpen hij het oprichten van vrouwen-groepen; discussies hebbeu reeds plaats gehad omtrent de practisché uitvoering van dezen wensch: de vrouwen zelvon verdubbelen baar ijver, haar activiteit. Met do mannen zullen zij werken voor algemeen kiesrecht; weten toch doen zij, dat, eenmaal verkregen hebbende hun rechten, deze niet zullen rusten voor dat diezelfde rechten ook zijn deelachtig geworden bun gezellinnen." Hier aan het woord naïovetoit, suggestie, zelfbedrog, blind dogmatisme, of wel kwade trouw? Niet aanneembaar toch dat een gezond denkend hoofd in waarheid gelooft, na te hebben ondervonden dat een partij met do grootst mogelijke gemakkelijkheid ; terwille van een voor een oogonblik lieflonkenden vijand, over boord werpt een hoofd-principe van haar bestaan, dat die partij zal houden bij vergadering aangenomen besluiten, geloften. Waar een program niet bindt, zal dit zeker ook niet doen een opportuniteits-resolutie. Edoch zelfs al zouden de Belgische Soc.Democraten willen houden het gegeven woord, hoe zouden zij dit doen? Krachtig genoeg alleen zijn zij niet, de mot hen optrekkende partijen declareeren zich ruiterlijk tegen vrouwenkiesrecht, ergo blijven slechts over de (Jleiicalcn met wien zij niet willen werken, juist omdat zooals openlijk erkend wordt zij zijn vóór vrouwenkiesrecht. Dat zij, de Soc.-Democraten, niet zullen rusten vóór en aleer ook het stembiljet is in handen van de vrouw tragisch-comisch. Het contra, gezien hun verleden, meer denkbaar. Immers, uitgaande van de veronderstelling, dat er steeds schuilt een angel in hot gras, daar waar een partij zich verklaart voor vrouwenkiesrecht welk idee wordt belichaamd in hot hier, o zoo gaarne willen heulen met de Clericalen, in het ginds zich keeren tegen dezen zullen zij, de geest des tijds nu eenmaal pousseoi'ende tot de rechtserkenning van vrouwenkiesrecht, steeds hebbon te ageeren tegen nieuwe dit aanvaardende groepen. binnenschippers b. v. is eene vrouw onmisbaar. Zij doet. behalve haar huishoudelijk werk, productieven arbeid in het be Irijf. Ook al laat de man haar niet, gelijk dikwijls het geval is. het zwaarste werk doen, wint zij hem nog een genaarden helper uit. In ve'e detailzaken in de steden wordt de man door zijne vrouw bijgestaan, en vindt deze in 's mans bedrijf een nuttigen werkkring. Niet zelden is in een bloeiend bedrijf de welvaart niet minder aan do vrouw dan aan den man te danken. De voorbeelden hiervan liggen in onze winkelstraten als voor het grijpen. Bij den voortgang der arbeidsverdeeling en bij meerden; verwikkeling der economische toestanden krijgen ve!e mannen hun werk buitenshuis, of brengt do aard van s'mans bedrijf mede, dat de vrouw hem er niet meer behulpzaam in zijn kan. Blijft er dan, gelijk in zeer veel gezinnen ton platten lande, aan het huishouden een klein landbouwbedrijf verbonden, waarin de vrouw productief werkzaam kan zijn, dai ondergaat haar toestand nog weinig verandering. Een tuin, waarin voor het gezin provisiën worden geteeld, eene koe of andere huisdieren, welke de eigene tafel dagelijks van hunne voortbrengselen voorzien, zijn aan hare zorgen toevertrouwd. Vooral in de gezinnen der dorpsbewoners geeft deze zorg der vrouwen dikwijls niet geringe kosten een welvoorzienen disch. Maar waar deze gunstige omstandigheden niet bestaan, blijft volgens traditioneele zeden aan de vrouw nog slechts het eigenlijke huiswerk. In vroegeren tijd, vóór dat het fabriekswezen grooten omvang had aangenomen, bleef ook die taak nog omvangrijk. De zorg voor de woning, voor het voorhanden zijn en de bereiding der spijzen, gopaard aan de vervaardiging van kleeding en van een deel der daarvoor benoodigdo grondstof, was voldoende om

4 4 EVOLUTIE. Terzijde gelaten fanatiekere als Lalla v. d. Velde, weet nu de Belgische vrouw, dat Heeren Soc.-Democraten slechts adherenten voor vrouwenkiesrecht zijn zoolang daartegen is een overgroote meerderheid, zij echter omgaan in opposaiv ten als daar voor is die meerderheid. Zoo ook hebben het opgevat de op 9 Maart 1.1. te Brussel congresseerende Soc, Democratische vrouwen. Zich houdende aan Gatti de Gamond's eerste opvatting omtrent de houding der partij, met verachting van zich afwerpende haar latere, luidt de door haar met 12 stemmen voor en 6 stemmen tegen genomen resolutie: Aangezien de Socialistische AVerklieden-Partij heeft geschreven in haar politiek program: art. Ir» algemeen kiesrecht zonder onderscheid van sexe, dragen wij den Kamerleden der Belgische Werklieden- Partij op in het Parlement te verdedigen, met energie en tenaciteit, en te stemmen zoo mogelijk binnen de eerstkomende zitting, het vrouwen-kiesrecht, onafscheidbaar verbonden aan het principe gelijkheid der sexen", en dat wel om dezelfde reden en met hetzelfde recht als worden verdedigd alle andere op het socialistisch program voorkoinende hervormingen." Dwaze maagden! zullen uitroepen de bladen, welke hebben geglorifiëerd het besluit der volgelingen van een Lalla v/d. Velde. Voor democraten is de meerderheid echter nooit dwaas, dus ook niet deze. Trots alle clameur, valt echter te constateeren, dat in België, onder de Soc.- Democratische vronwen, het verstand, het gezond verstand heeft gezegevierd. Men moge dit noemen Feminisme a outrance, of wat ook, niet te ontkennen valt, dat, trots beloften, trots afvalligheid der leidsters, het gros der vrouwen zich niet heeft laten bedotten. Zoo ziet de Heer Paul Janson, dat de invloed van den priester (hier de Socialistische) niet is zoo groot als hij wel denkt, wel vreest. H^eifelijik ibcscikrming. (Vervolg en Sint.) fantelijk uitroepen de voorstanders van vrouwenbescherming. Ziet ge wel, redactie van Evolutie, dat deze vrouwen niet totrekenbaar zijn, dat zij niet oordeelen met kennis van zaken? dat gij geheel over het hoofd ziet de taak der gehuwde vrouw, als huishoudster en moeder, wanneer gij haar belaadt met te zwaar een plicht, door haar in den arbeid gelijke vrijheid te willen toestaan als den man? zal hier vragen de redactie van Belang en Recht. En ons antwoord daarop is: Eer gij een van allen dnaraan hebtj. gedacht, wisten wij al-lang en hebben het ook meermalen verkondigd, da de betaalde arbeid, gelijk deze zich tot op heden heeft ontwikkeld, in fiagranten strijd is met den vorm van het huishouden, die altijd nog wordt gehuldigd. Niemand kan sterker dan wij overtuigd zijn van de onmogelijkheid der voortduring dier twee zoo heterogene uitingen van hetmaatschappelijk- en het familieleven. Het eerste steeds en immer drijvende, j agende naar gemeenschappelijk arbeided, naar werken in het groot; het laatste ofschoon moetende afstaan brokje na brokje aan den arbeid in het eerste nog zich vastklampende aan het celletjessysteem, het eenlinggewurm. Beide partijen, zoowel voor- als tegenstanders van aparte vrouwenbescheiming, voelen dat op den duur voor de massa der viouwen-onhoudbaar is het vervullen eener dubbele taak. Zij zoeken echter do oplossing in tegengestelde richting. De voorstanders redeneeren: Huishoudster, moeder zijn en bovendien op fabriek of atelier arbeiden, vergt te veel van 's menschen krachten ; het huishouden heeft de vrouw, do kinderen hebben de moeder noodig; onttrek dus de huishoudster-moeder geheel of gedeeltelijk (liefst geheel) aan de maatschappelijke productie en de zaak is gezond." Deze redeneering hebben wij altijd kunnen begrijpen en zelfs vergoelijken wanneer zij kwam uit den mond van conservatieven, wien niets liever is dan bestaande vormen in eero houden. Wanneer echter zij, die zich noemen: vooruitstrevenden", zij die bij het bepleiten van maatregelen, bij het opmaken van programs, de historische ontwikkeling nagaan om daaruit te concludeeren, hoe die evolutie voor de toekomst kan worden bespoedigd, dezelfde meening verkondigen, dan halen wij bedroefd de schouders op en vragen ons af: Kunnen of willen die menschen de verwording van ons huishouden niet begrijpen?" Dat is juist altijd geweest de steen des aanstoots tusschen de sociaal-democraten en ons. In alles toetsen zij het heden aan het verleden en aan deze beide de toekomst. In alles, behalve waar het geldt den toestand der gehuwde vrouw. Als een paal boven water staat bij hen vast, dat de gehuwde vrouw moet zijn: huishoudster-kinderverzorgster". Wij daarentegen, en met ons de overige tegenstanders van afzonderlijke vrouwenbescherming, evengoed als de anderen beseffende, Het is den vrouwen uit de Vogezen eerder doenlijk haar huishouden in orde te brengen, wanneer haar de arbeids 's nachts wordt toegestaan, dan wanneer deze haar wordt verboden. Ziet ge wel, gij feministen, dat die vrouwen haar eigen belang niet begrijpen; dat zij kortzichtig genoeg zijn, zich zei ven tot martelaressen van arbeid en'huishouden te maken?" zoo zullen hierbij triomaan do vrouw nuttigen arbeid te geven. Verschillende omstandigheden, waaronder vooral de fabriekmatige en machinale vervaardiging, eerst van de vroeger ook door de vrouwen bewerkte grondstof, langzainerhand ook de kleedingstukken zelve, en het ontstaan van tal van afzonder ijkc bedrijven, waarin het vroeger in de huishoudens voor eigen behoefte benide of verrichte in het groot bereid of gedaan wordt (bakkerij, vleeschhouwerij, banketbakkerij, wasch- en bleekinrichting, enz.), doen een groot deel van het aan dezen huiselijken arbeid verbonden voordcel verval'en. Houdt echter de vrouw op, voordcel gevonden arbeid te verrichten en moet alles, wat een gezin nooriig geeft, in geld betaald worden, dan zijn de inkomsten van den arbeid des mans alleen ontoereikend, en het gevolg is, dat ook de vrouwelijke leden van het gezin een be- (11 ij f" beginnen moeten, en dat eerst de dochters, in min gunstige omstandigheden ook de huisvrouw zelve, buitenshuis arbeid zoeken moeten.,de vrouwen echter uit de zoogenaamde fatsoenlijke klassen der maatschappij blijven zich aan betaalden arbeid, vooral buitenshuis, zoolang mogelijk onttrekken. Zij nemen van de toenemende arbeidsverdeeling natuurlijk wel de voordeden aan. Zij koopen in de winkels, wat zij vroeger te huis maakten, en zij laten aan de leveranciers over, wat zij vroeger te huis zelve deden ; maar om nu ook op hare beurt haren arbeid ter markt te brengen heet met het fatsoen strijdig. De positie der vrouw ondergaat daardoor eene groote verandering. Hoe geheel anders is zij in een stadsgezin, dan in de gezinnen van gelijken stand ten platten lande; althans in do ouderwetsche. want ook ten platten lande is de invloed der toenemende arboidsverdeeling zichtbaar. Maar ook nu nog vindt men ze, die huizen, waar de huisvrouw den geheelen dag bezig is met het toezicht op huis en hof, op keuken en kelder, op het behandelen van de wasch, op inmaak en slacht. Althans herinnert men zich uit zijne jeugd die huishoudens, waar de scheppende en bestieiende hand der moeder des huizes in alles zichtbaar was. Haar arbeid werd niet in geld omgezet, maar won toch geld of betaalde diensten uit. Het huishouden was, om een technischen term te gebruiken, eene Naturalienwirthschaft". De noodzakelijkheid om van alles te doen, moge ten gevolge gehad hebben, dat de huisvrouw het een en ander minder goed deed dan degenen die er thans hun beroep van maken; menige zaak moge minder goed zijn vervaardigd of voorgediend; maar daartegenover stond eene eigenaardige charme, wanneer b. v. aan den maaltijd elke schotel als het ware eene geschiedenis had, waarin de^gastvrouw de hoofdrol had vervuld. In het stadsleven" 7 gaat dit huismoeder-type van zelf verloren. Haar werk vervalt. Allereerst reeds omdat de grondstof, welke tuin en beem opleverden, niet meer te harer beschikking is. Ook mag in menig opzicht het genoegen daaraan verloren zijn gegaan, omdat eene vrouw al bijzonder ervaren moet wezen, om in alles te kunnen concurreeren met de specialiteiten in het vak. Langzamerhand geraakt ook de oude wijze van huishouden in onbruik, en wordt zij praktisch onmogelijk. De inrichting b. v. der woningen volgt de gewone levenwijze. Wat blijft in onze moderne stadswoningen over van keuken en kelder, welke in de oudere, vooral plattelandshuizen, een goed deel van het gebouw innemen, en waarvan er in de grootere huizen meestal een paar gevonden worden? Wordt vervolgd.

5 dat de dubbele taak voor de vrouw al8 collectief te zwaar is; eischen voor iedere vrouw individueel het recht om te kiezen welk deel zij zelve het liefst aanvaardt; overtuigd als wij zijn, dat èn de maatschap èn het individu het beste zal gebaat wezen bij een juiste d. i. een voor ieder passende arbeidsverdeeling. Een recent voorbeeld ter verduidelijking van wat wij bedoelen. In een artikel, door Mevr. Roland Holst in liet Volk van 25 Maart j.1. geschreven, (Antwoord aan Troelstra en Schaper) waarin zij haar meening uiteenzet omtrent de agrarische en de schoolquaestie, lezen wij:.... dat het teyen de maatschappelijke ontwikkeling is, den pachtei sstand kunstmatig in het leven te houden, en dat wij niet de individneele, maar de koöperatieue uitgifte van grond aan arbeiders in ons program moeten schrijven." en verder: Wanneer men nu, getroffen door het moeielijke, harde leven ook dier klassen, of vervuld van de begeerte om zoo spoedig mogelijk een groote, sterke partij te maken, of door beide roerselen bewogen, hervormingen in het program wil schrijven, die wel aan sommigen begeerlijk schijnen (dus deze tot de partij zouden drijven), maar noch de verheffing en bewustwordiug der arbeidersklasse, noch de maatschappelijke ontwikkeling bevorderen, dan noem ik het voorstaan van zulke maatregelen opportunistisch", n.1.: meer lettend op het tegenwoordige. dan op de toekomst en het doel...'' Dit standpunt van Mevr. Roland Holst is ook het onze. Tientallen, honderdtallen desnoods, in het heden opgeofferd om spoediger te kunnen bereiken een maatschappelijke arbeidsverdeeling, waarbij aan allen zoowel het lecht wordt gegeven als de plicht wordt opgelegd om roeping en beroep met elkander in overeenstemming te brengen, want daardoor alleen kan de arbeidskracht van het individu hoog worden opgevoerd en der maatschap ten goede komen. In zake vrouwenarbeid en het huishouden, de twee thans met elkander in botsing komende factoren, zou nu toch de logisch denkende mensch ook wat meer het oog moeten gei icht houden op de toekomst en consequent in denzelfden geest redeneerende, kan men met do eigen woorden van Mevr R. H. beweren: dat het tegen de maatschappelijke ontwikkeling is het celletjes-systeem kunstmatig in het leven te houden, en dat wij niet het individneele, maar het coöperatieve huishouden in ons program moeten schrijven." en verder: Wanneer men nu, getroffen door het moeielijke leven der arbeidsters of vervuld van de begeerte om zoo spoedig mogelijk een groote, sterke partij te maken, of door beide roerselen bewogen, maatregelen wil in het leven roepen, die wel aan sommigen begeerlijk fcliijnen, (dus deze tot de partij zouden drijven) maar noch de verheffing en bewustwording dier arbeidsters, noch de maatschappelijke ontwikkeling bev orderen, dan noemen wij zulke maatregelen : opportunistisch", n.1 meer lettend op het tegenwoordige, dan op de toekomst en liet doel." In plaats van dezelfde redeneering, die zij voor de agrarische en de schoolquaestie er op nahoudt, ook toe te passen op het huishouden en den overigen arbeid der vrouw, schijnt Mevr. R. H. het huishouden te beschouwen als een dood lichaam, dat niet onderworpen is aan de wet der evolutie; of... of.... haar vrees den mannelijken partijgenooten te mishagen speelt haar parten. Gelijk vroeger de fatsoenlijke(!) luiden zich door angst en beven voelden aangegrepen, als eeuig woord, voorstel of daad maar rook naar socialisme en zij in alles het roode spook zagen, zoo deinzen de Soc.-Dem. van [heden nog terug voor vrouwenarbeid en zoeken daarom hun heil in verbod en beperking, voorgevende de vrouw te beschermen, doch wetende dat zij haar daardoor haar onderhoud benemen. Zoodra er maar wordt g. kikt van gelijke rechten, van bescherming ook van den man, van onderzoek naar de resultaten der beschermende wetten, enz staan de sociaaldemocraten klaar om een ander spook als schuldige aan te wijzen. Zij zien dan een feministisch duiveltje, en bij deze voor een feministisch duiveltje zoo bevreesden is Henriëtte Roland Holst in de eerste gelederen te vinden. Getuige het jongste congres der S. D. A. P Mevr. Rutgers-Hoitsema, lid der S. D. A. P. had in de afdeeling Rotterdam de quacstie vrouwenarbeid ter sprake gebracht en deze afdeeling had dan ook op den beschrijvingsbrief doen plaatsen een opdracht aan de S. D. Kamerleden om in de Arbeidswet een bepaling te brengen, waardoor de arbeidster, evenals in Denemarken, bij haar bevalling aanspraak kan maken op een geldelijke uitkeering, zoodat zij voor het verlies van loon schadeloos wordt gesteld gedurende de weken, dat zij aan haar arbeid wo-idt onttrokken. Dit voorstel werd door het Congres aangenomen met EVOLUTIE. 5 geheele vrijlating omtrent den vorm van het in behandeling brengen der zaak. Doch een tweede vooistel, dat door een aanzienlijke minderheid uit de afdeeling Rotterdam op den beschrijvingsbrief was gebracht, scheen zoowel Partijbestuur als Congressisten schrik aan te jagen. Toch had dit door eerlijke, onbevooroordeelde menschen moeten worden aangenomen; 't voorstel behelsde immer slechts het benoemen van een commissie van 7 personen (3 mannen en 4 vrouwen, waaronder 2 feministen) ten einde de resultaten na te gaan van de arbeidswetten in alle landen, zoowel daar waar, gelijk in Denemarken en Zwitserland, beide sexen tegen de ondernemers worden beschermd, als daar waar alleen vrouwen- en kinderarbeid onder controle staat. Door Mevr. Rutgers-Hoitsema was de bedoeling uitvoerig toegelicht in Het Volk" van 22 Maart 1.1. Evenals wij, meent ook Mevr. Rutgers, dat afzonderlijke bescherming van vrouwenarbeid in het ontwikkelingsstadium, waarin wij nu verkeeren, een maatregel is, die de evolutie der maatschappij eer tegenhoudt dan bevordert. Zulke maatregelen mag een goed sociaal-democraat niet bevorderen, zegt zij, en daarom rust op de S. D. A. P. wel degelijk de plicht die quaestie van alle kanten te onderzoeken. Heeft inderdaad het gezin geprofiteerd? Zijn de kinderen werkelijk gebaat, doordat de arbeidswet de vrouw hier en daar uit fabriek en werkpl ats verdreef? Waar bleven de vrouwen, die door den werkgever aan den dijk gezet werden, omdat hij de mannen langer kon exploiteeren? Zijn de loonen gestegen daar waar de arbeid der vrouw werd beperkt en belemmerd'? Deze en tal van andere vragen zouden na een uitgebreid en onpartijdig onderzoek moeten worden beantwoord, en om onpartijdig te zijn moeten zooveel voor- als tegenstanders van de question bruiante" zitting in een dergelijke commissie nemen; dat zal ieder, die niet door eenig dogma verblind is, moeten toegeven. Wat doet echter het Congres? Reeds vóór dat iemand één woord heeft kunnen zeggen, deelt de voorzitter, de Heer Henri Polak, namens het Partijbestuur mede, dat dit in ieder geval geen feministen in bewuste commissie zal dulden. Hoe akelig zwak moet men zich voelen, als men vreest den invloed van 2feministen tegenover 5 niet-feministen! Wat eer den feministen aangedaan, als men hun een zoo groot oveiwicht toedenkt, een overwicht, dat trouwens niet eens bestaan kan, i als men feiten verzamelt en toestanden vergelijkt, tenzij men a priori van plan is alleen die feiten te releveeren, welke eigen stelling ondersteunen en toestanden te negeeren, die eigen opinie tegenspreken. Zoo iets echter wordt belemmerd door een heterogeen samengestelde commissie. Wat hevige storm zou er opsteken in de soc.-dem. gelederen, wanneer eenig onderwerp, rakende de belangen der arbeiders, zou worden opgedragen aan een commissie, en bij voorbaat de bepaling werd gemaakt, dat sociaal-democraten geen zitting daarin mochten nemen! Al de fiolen vol gal en bitterheid zouden worden uitgestort over het hoofd van hem of haai', die zoo exclusief gezind bleek. Exclusivisme schijnt echter geoorloofd tegenover feministen. Nog verder ging Mevr. Roland Holst, die beweerde dat de soc.- demokratie al lang over deze periode heen was. Zestig jaar lang reeds weet deze dogmatieke socialiste, die alleen als het de vrouw geldt haar historische kennis en de leer der evolutie vergeet, dat afzonderlijke vrouwenbescherming noodig is. Discussie hierover dus onnoodig voor een Congres als dit; Mevr. Roland Holst stelt voor over te gaan tot de orde van den dag. Alleen de Heer Hermans van Rotterdam heeft den moed hiertegen te stemmen. Frisch even uw geheugen op, Mevr. Roland Holst, en ga eens na, sinds hoelang do vrouw in de groot-industrie werkzaam is, hoe oud die quasi-beschermende wetten zijn, over welke jaren men dus van resultaten kan spreken, van welken tijd de sociaal-demokratie dateert en durf dan nog beweren, dat gij u niet aan overijling hebt schuldig gemaakt. Trouwens die zucht tot overijling, en dientengevolge zonder kennis van zaken veroordeelen, speelt Mevr. Holst wel meer parten. Men herinnere zich haar eerste optreden in het openbaar in 1897, toen zij de arbeidsters waarschuwde voor de Tentoonstelling, welke was in haar oogen een strik do arbeidsters gespannen, en in Jan. '98 toen zij in een voordracht haar mcening in deze verder zou toelichten, doch haar lezing volstrekt niet was een aanklacht t'gen de Tentoonstelling, edoch een historisch overzicht van den arbeid, waarin zij de inferieure positie der vrouw weet aan de vorming van het gezin. Toen nog nieuwelinge, met veel pathos declaineorende: Werkeloosheid is erger dan cholera, zei eens Domela Nieuwenhuis, doch ik zeg: Vrouwenarbeid is erger dan werkeloosheid", getuigde zij van stoutmoedige overdrijving; thans echter lijkt zij ons eer vreesachtig, door geen onderzoek aan te durven en hot voorstel maar van de agenda te doen verdwijnen.

6 6 EVOLUTIE. En wat zal dit nu helpen'? Zal daardoor de drang der vrouw om loon te verdienen, ten einde niet aan don honger of aan de prostitutie te worden prijsgegeven, worden gekeerd? Geen denken aan. Behalve dat het handhaven van een wet, die do vrouwen gelijk stelt met 14, 16 en 16 jarige kinderen, op den duur hoe langer hoe onmogelijker zal blijken, (getuige de reeds toegelaten en thans weder voorgestelde uitzonderingen) omdat do verschillende industrieën de vrouwen nu <'enmaal niet meer als arbeidskrachten kunnen, noch willen missen, zal de huisindustie die niet of althans veel moeilijker valt te controleeren door die beschermende wetten in de hand worden gewerkt. Bovendien zal de voortdurende wijziging in de gezinsverhoudingen, het oprichten van coöperatieve keukens en wasscherijen, welke reeds beginnen te komen in de periode van do daad en die ook tot coöperatieve of comnniiiistische huishoudens zullen voeren, doen wegvallen het laatste argument: de noodzakelijke aanwezigheid dor vrouw in het gezin. Dit te bemoedigen ligt veeleer op den weg der sociaal-democratie, dunkt ons. dan de inferioriteit der vrouw te bestendigen. ifbinncn de ($rensen. Langzaam, slof-slofl'end, schuif-schuifolond, maar toch gaande, komen naar voren, opgestuwd door haar meer militante zusteren, de vrouwen der velschillende partijen, fractiën en gezindten. Thans aan de beurt de Catholieken, immer de laasten op de bres, maar dan ook strijdende zóó vurig, zóó heftig, dat zij overschaduwen, of tenminste beproeven te overschaduwen, hun voorgmgers en voorgangsters. Op initiatief van den Bijzonderen Ruud der St. Vincentius-vereeniging, onder bescherming van den Aartsbisschop van Utrecht en de Bisschoppen van Haarlem, 's-hertogenbosch en Roermond, hoeft zich geconstitueerd een A'damsch Comité ter Voorlichting en bescherming van jonge meisjes, een soort van nog bescheiden vereeniging tegen de prostitutie. Het Comitó bestaat uit de Dames Reekers, de Blocq, Woltman Elpers- Driessen, Bosch v. Oud Amelisweerd, LefVbure, Schmitz on Sieburgh. De eerste stap op het pad der vrouwenbeweging! En een gewichtige ook! 01' geeft Jhet niet te kennen een enorme ideëen-kentering, dat luisteren van vrouwen, zelfs ongehuwde vrouwen, van hoogon stand naar oene rede over prostitutie, al woidt dezo dan ook uitgesproken in het Fransch (dr. Muller Simonie bij Couturier, 2 Apr )? Een andere, niet mindere bemerkenswaardigheid de representatie van den aartsbisschop door oene vrouw. Vertegenwoordigster toch van dezen, naa<t don Heer Dobbelman, deken van Arnhem, Mevr. v. Baerle Bosch v. Drakenstein. Gezien de beweging in Frankrijk en België, mag worden geprofetoerd, dat binnen oen niet al te lang tijdsverloop, deze vrouwen, of wol andere haror geloofsgenooten, zullen oprichten naast dit Comitó een ander, een voor kiesrecht. De Catiiolieken komen wel, zeiden wij steeds, en, eu is bewoging. "Vergaderingen. Was verleden jaar Amsterd mi de pliats, waar tal van nuances uit de vrouwenbeweging elkander aantroffen om hoo heterogeen overigens denkende in één opzicht naast en met elkander te werken, thans herbergde de tweede stad des lijks, Rotterdam, de oude bekenden, vermeerderd met enkele nieuwe belangstellenden. Drie dagen was de groote zaal van Tivoli gevuld met vrouwen, die aan den dommelroes zich hebben weten te onttrekken. Gevuld? Helaas, neen! Van vol was alleen sprake de beide avonden; de eerste gewijd aan de gezelligheid, de tweede aan de bespreking der prostitutie. Het ernstigste werk was, als gewoonlijk, overgelaten aan een kleiner aantal, immer op den bres staanden. D n eeisten dag, Dinsdagmiddag één uur, werd gehouden de eerste jaarvergadering der Nationale Vereeniging van Vrouwenarbeid, in aanmerking nemende, dat, wio niet te Rotterdam woonde, uit eigen beurs de kosten van dezen das; te bestrijden had, mogen wij over de niet Rotterdamsche dames niet te hard klagen; doch de Rotterdamsche leden, op weinige gunstige uitzonderingen na, schitterdea door afwezigheid. In het openingswoord wijst de presidente, Mevr. Haver, er op, dat in dit jaar door de voorbereiding en inrichting van het Bureau, bet Bestuur nog niet veel heeft kunnen doen aan propaganda voor de vereeniging, zoodat het ledental niet noemenswaard is gestegen, iets wat gelijk uit de behandeling der verdere punten zal blijken met het oog op de financiën hoog noodzakelijk mag worden genoemd. Onrianks deze in dit opzicht passieve houding van het Bestuur was er toch op verscheidene plaatsen leven gewekt door de uitzendingen van het Bureau; tal van plaatselijke comité's, die aan de voorbereiding der Tentoonstelling hadden meegewerkt, gaven reeds hernieuwde blijken van belangstelling on in een der Bestuursvergaderingen was dan ook besloten, aan de Plaats. Comm., als doze zich opnieuw organiseerden om het doel der vereeniging te steunen, 10 pct. der in die plaats betaald wordende contributie af te staan voor de te maken onkosten. Voorts deelde zij mede, dat de Vereeniging alom een goed onthaal had gevonden, de pers baar zeer welwillend gezind was en de tegenwoordige Minister van Binnenl. Zaken toegestaan had, dat de Staatscourant, de Handelingen en alle overige gedrukte stukken gratis aan het er Bureau van Vrouwenarbeid werden gezonden ; ook de Inspecteurs van den arbeid stelden hun rapporten ter dispositie. Tot de Commissie van stemopname werden gekozen: de dames Schuyt van Rotterdam, Laan van Arnhem en Naber van Amst udam. De beide aftredende bestuursleden, dezen keer herkiesbaar, werden met groote meerderheid herkozen; Mevr. Pekelharing met 39, Mevr. Hingst met 36 van de 40 uitgebrachte stemmen. Voor de Controle Commissie werden gekozen de dames Diueker, M. v. Hogendorp en J. ter Veen, respectievelijk met 33, 32 en 29 stemmen, terwijl de dames Haighton, Hugenholtz en Rutgers-Hoitsoina in stemmen-aantal volgden en tot plaatsvervangende leden werden benoemd. Het jaarverslag der secretaresse moest uit den aard der zaak kort zijn, daar de vereeniging haar krachten concentreert in hot Bureau en dus het verslag der directrice in belangrijke bijzonderheden verre dat van het Bestuur kan en moet overtreffen. Gelijk den leden bekend was, kon de directrice, Mevr. Jungius, niet voor November haar functio aanvaarden. Om vast met de voorbereidende werkzaamheden te kuunen aanvangen, benoemde het Bestuur nog den eigen avond na de overdracht van het geld een secretares, die al vast ouder leiding van Mevr. Jungius, tal van gegevens verzamelde en arrangeerde. Het Bestuur rekende zich gelukkig deze keus te hebben gedcian, want reeds was herhaaldelijk gebleken, dat Mevr. van Asperen van de Velde een alleszins geschikte persoonlijkheid was voor de haar opgegedragen taak. Ook een woord van lof kwam toe aan Mevr. Kühler, die als volontair bijzonderen ijver en liefde voor het Bureau had aan don dag gelegd. Naar buiten uit hal het Bestuur deelgenomen aan het Onderwijs-Congres. Thans was aan de oide het rapport der directrice, dat, gelijk de presidente opmerkte, dezen keer zeer uitvoerig was, omdat daardoor de leden en door het gedrukte verslig later ook niet-leden eenigszins zich een begrip kondon vormen van de wijze, waarop het Bureau zijn taak opvat, van de veelheid en verscheidenheid van vragen, waarmede nu reeds in den korten tijd van 4 maanden de directrice was overstelpt, zoodat, als later het verslag over een jaar zou loopen men onmogelijk de werkzaamheden zoo op den voet zou kunnen volgen, te meer daar de kans groot is, dat deze niet proportioneel doch progressit f zullen stijgen. De bemoeiingen begonnen met zoeken naar een woning, een niet gemakkelijke taak, omdat men den daarvoor uitgetrokken huur, een niet al te grooto som (f 250) niet mocht overschrijden. Wat aangaat het meubilair en de overige inrichting, do directrice behoefde gelukkig het daarvoor uitgetrokken bedrag niet te boven te gaan; zij bleef zelfs nog daaronder. De opening van het Bureau werd gemeld aan een 160 tal couranten (in land en koloniën); aan een 60 ongeveer werd verzocht een gratis exemplaar; 40 dezer stonden dit onmiddellijk toe, terwijl nog een 10 tal andere meegaandheid betoond hadden door inschikkelijke condities te stellen. Uit al die toegezonden couranten, dag-, week- en vakbladen, worden de berichten omtrent den arbeid der vrouw ia Nederland uitgeknipt, opgeplakt, gerubriceerd ea aan het eind van het jaar tot een boek gebonden, zoodat dit een beeld vormt van den vrouwenarbeid in zijn geheel. Wijl de directrice reeds lang voor zich zelve dit werk had aangevangen, is over het jaar 1900 zulk een verzameling reeds compleet en door haar aan het Bureau ten geschenke gegeven ; die over het jaar 1901 is bijna gereed. Dikwijls kort, maar daarom niet minder welsprekend, geven deze berichten gezamenlijk veel te denken, zij vormen een aaneenschakeling van leemten en misstanden; slechts hier en daar een oase in de woestijn. Kort na de opening van het Bureau zond Mevr. Pekelharing, de voorzitster der Tentoonstelling, een opwekking aan de 70 Plaatselijke Comité's in ons land, met het gevolg dat 40 zich bereid verklaarden te helpen aan het tot stand brengen van het doel. Wat daarvoor echter te doen? Voorloopig afwachten, tot dat zich een gelegenheid voordoet; vragen stellen en beantwoorden en inmiddels steeds in contact blijven met het Bureau zelf. Om dit contact te onderhouden zendt het Bureau aan alle Comité's maandelijks een portefeuille, bevattende alle ui gente, pas uitgekomen, den vrouwenarbeid rakende, stukken, brochures, enz. voorzien van een toelichting van het Bureau. Van alle daartoe benoodigde lectuur werd tot dusver zeer welwillend een 40 tal op aanvrage gratis afgestaan. Dat een inrichting als het Bureau in een lang bestaande behoefte voorziet blijkt wel uit het aantal aanvragen; reeds meer dan 200 van kleineren omvang, ruim 60 van grooteren. Het getal bezoekers klom al boven de 300, de ingekomen brieven 1200, de uitgezonden 3000 bijna. Een groote moeielijkheid leverde op de onvoldoende voorbereiding van tal van vrouwen, want dadelijke hulp is de meest gevraagde; oen andere zwarigheid bestaat ook bij de opleiding in het onbemiddeld zijn. Omdat den Haag al bevoorrecht was boven het overige gedeelte van ons land, was een der spreekuren reeds afgeschaft. Men had ook bevoorrechting gezien voor den Haag in het houden van den cursus over coöperatie, doch dit vond de directrice om twee redenen kortzichtig; ten eerste, omdat die jonge menschen straks elders de hier opgedane denkbeeldon in praktijk zullen brengen, ten tweede, omdat het Bureau gaarne wil medewerken om ook in andere plaatsen zulk een cursus tot stand te brengen. Dan passeeren de revue al de 30 rubrieken; niet ééne of er viel reeds wat voor te doen. Enkele echter, vooral waar het gold het zoeken van een betrekking, konden terstond worden verwezen naar Tesselachade, of andere bemiddeliagsbureaux; wenschelijk is dat allo vakvereenigingen deze zaak op eigen terrein onder handen nemen, gelijk nn ook de Dienstbodenbond heeft gedaan. Het meeste werk verschaft steeds de vraag: Welke is de beste weg om mijn dochter voor dit of dat vak op te leiden? Het meeste, maar ook het meest grootsche, het voor de toekomst meest opbouwende werk. Is niet voorkomen altijd

7 beter dan genezen? Bij zulk een vraag, die, aangezien het vele werk daaraan verbonden en de vaak nog weinige gegevens welke te vinden zijn, meestal niet vlug en vaak nog hoogst onvolledig slechts kan worden bcantwooid, wordt getracht naar groote onpartijdigheid, door op te gev. n de bestaande inrichtingen (van rijk, provincie, gemeente, genootschappen of particulieren) de eischen van toelating, de kosten eu gelegenheden tot inwonen, de tot dusver behaalde resultaten en de vermoedelijke vooruitzichten na voltooiing van den leertijd, eu dat alles op één formulier veieenigd, de(n) aanvragor (vraagsterj toegezonden opdat deze zelf km kiezen. (Wij bespraken zulk een formulier in een onzer vorige nummers). De indruk van al de aanvragen samenvattende, komt men tot de conclusie, dat meer dan ','., der aanvragen geschiedt door gehuwde vrouwen, moeders, die of door haar weduwschap, of door echtscheiding of verlating, of door werkeloosheid of ziekte van den vader gedwongen zijn geheel of gedeeltelijk voor zich en haar kinderen het brood te verdienen. Behalve slechte voorbereiding knaagt er nog iets aan het lot der arbeidende vronw in veel grooter mate dan aan dat van den man: De zorg voor den ouden dag," want zelfs in kringen waar men propageert voor arbeiderspensionoering, worden maar al te dikwijls vergeten de categorie*», waarin de vrouw in grooter getal voorkomt. Alleen in ons kleine landjn moeten fcooo vrouwen boven de zeventig jaar nog in eigen onderhoud voorzien. Discussie kon op dit zoo omvangrijk rapport niet vol en. Men stond voor feiten, onomstootelijke feiten; van uit de vergadering rezen dan ook slechts eenige vragen ter nadere verklaring en uit den mond van Mevr. Jacobs een wooid van hulde voor de grootsche opvatting, welke Marie Jungius voor haar taak had. U-t jaarverslag der penningmeesteres was den leden gedrakt rondgezonden evenals de begrooting voor het volgende jaar; op het eerste werden geen op- of aanmerkingen gemaakt, het rappoit der controlecommissie luidde: alles in orde bevonden", zoodat penningnieesteres en bestuur door de vergadering werden gedechargeerd Bij de begrooting legde de presidente er den nadruk op, dat verschillende posten natuurlijk slechts approximatief waren genomen, dat het Bestuur hoopte het volgend jaar hooger inkomsten te kunnen opgeven, om ook op de uitgaven-zijde wat meer te kunnen brengen, vooral op de post salarissen, want de reeds meer genoemde volontair had recht voor haar Zjozeer geappreciserden arbeid ook salaris te geniete»; onbetaalde arbeid te laten verrichten moet deze vereeniging beschouwen als uit den booze; maarzin daartoe te geraken moeten de leden allen helpen aan de propaganda. Tot dmverre was alles pais en vree, doch toen punt 12 aan de ord^ kwam, kwam ook verschil van opinie aan de oppervlakte. Het Bestuur had n.1. machtiging verzocht om adressen en adhesieadressen te mogen zenden, en aan congressen deel te nemen zonder de leden te raadplegen, tenzij do beslissing kan uitgesteld worden tot de e. v. Alg. vergadering. Mevr. Drucker vroeg of de bedoeling van dit voorstel was, dat het Bestuur voortaan zou adresseeren en niet het Bureau, gelijk nu eenige keeren geschied was? Mevr. Gallé oordeelde dat deze quaestie niet aan de orde was; hot Bestuur vroeg de machtiging, dat moet weten of het deze aan het Bureau wil overdragen, wil de vergadering daarover discussieeren, dan moest het voorstel anders luiden. Mevr. Heyermans achtte deze machtiging nog al gevaarlijk, omdat de leden in jirincipieelo queasties lang niet allen gelijk dachten, on omdat de toevallige meerderheid van eenige richting in het Bestuur dan de houding der vereeniging zou bepalen. Mevr. Molijn de Groot wees op art 3 der statuten waarvan al. 1. het Bureau noomt als ceitrum van bijeenzameling, navraag; hulp on voorlichting en al. 2. alle overige wettige middelen. Tot die overige wettige middelen rekent spr. ook adresseeren en deelnemen aan congressen. Van de bestuurstafel wordt, zoowel door Mevr. Groshans als door Mevr. Jungius, bepleit dat reeds in het Bureau-plan het zenden van adressen was opgenomen en dat de zaken vlugger kunnen worden afgehandeld, naarmate zij door minder handen gaan. De presidente echter verklaart de meening te deelen die uit de vergadering is gerezen. Ook in liet Bestuur zelf heeft de grens tusschen de werkzaamheden van Bestuur on Bureau een lange bespreking uitgemaakt en is aangenomon, dat het officieel optreden naar buiten als: adresseeren, petitionneeren, congresseeren. en dergel. aan het Bestuur zou worden overgelaten. Ee» bepaalde instructie voor de directrice bestaat nog niet, daar het Bestuur van oordeel is, dat deze langzamerhand van zelf zal ontstaan; zulke omstandigheden geven juist het richtsnoer aan. Over het algemeeu blijkt uit de discussies, dat ieder gevoelt de bezwaren, (tijd- en geldverlies) als men do leden wil doen beslissen, hetzij door vergaderen, hetzij door stemmen, maar tevens dat men het gewaagd vindt a priori voor alle zaken de beslissing te laten aan het Bestuur, al is d t, gekozen door en uit de leden, een vertrouwenslichaam. Dit laatste wordt ondervangen door er aan toe te voegen, dat jaarlijks hernieuwing zal moeten worden aangevraagd van die machtiging. Aldus geamendeerd wordt het voorstel met algemeene stemmen aangenomen. Hetzelfde valt te beurt aan een ander Bestumsvoorstel, ook om machtiging, inzake de voorstellen bij den Nationalen Vrouwenraad aanhangig. Tot Algemeen Bestuurslid bij den Nat. Vrouwenraad wordt gekozen Mevr. Gallé, die de vereeniging reeds in het afgeloopen jaar vertegenwoordigde, zijnde dit postje haar door het Bestuur opgedragen als een erfenis van de moedervereeniging. Als plaats voor de volgende jaarvergadering wordt aangenomen de stad, die door den Vrouwenraad zal worden uitverkoren. Bij de rondvraag heeft niemand, zoo het schijnt, meer iets op het hart, zoodat de presidente met een opwekking aan allen tot propa- ganda maken de vergadering sluit. ' EVOLUTIE. 7 3e Alg. Vergadering v. d. Nat. Vrouwenraad v. Nederland. 2 en 3 April. Recht gezellig de groote Tivoli-zaal te K'dam, dank zij de R'damsche dames, opgesierd met bloemen en planten. Alreeds vóór tienen zacht geschuifel van binnenkomenden; gevraag naar nog ongekende gastvrouwen, naar nog ongekende gasten. Hb r ontmoeting van oude kennissen, daar Voorstelling van elkander vreemden Over 10 opent de Pres. de goed bezochte Vergadering. In haar daarbij kort gesproken woord wijst zij er op, dat de Raad representeert 28 Vereenigingen met een ledental van ruim Enkelen, niet op de hoogte van hun tijd, nog minder van het streven van den Raad, uiten de vreeze, dat hij de vrouwen zal aftrekken van haar plichten, zal halen uit het huishouden. Het tegenovergestelde echter is waar; de Raad hoopt de vrouw te vormen tot goede echtgenoot*, goede moeder, tot haar hoog-heilige plichten. Daarna verslag van de Secretares. Deze stelt nog eens op den voorgrond, dat het hoofd-principe van den Raad is: het tot elkander brengen van do soms zoo heterogene werkers voor der vrouwen belangen, het elkanders streven leeren kennen en waardeeren. Daarbij ongerijmd te spreken, zooals vaak wordt gedaan, van dames-kransjes. De Raad kent geen stand, geen gezindte en al moge hij dan ook nog niet zijn een staalkaart van alle meeningen in d n lande, te worden hoopt hij het wel. Mededeeling doet zij van de vergadering van het Executive Comniittee, in Juli 1.1. gehouden ten huize van de Presidente en bijgewoond door de leden der verschillende comité's. De voorstellen van liet Dag. Bestuur omtrent het inwendig werken van den Int. Bond kunnen worden beschouwd als daarvan het uitvloeisel. De Intern. Commitees werken tot heden slecht. Uitschitteren doet daarbij dat van de pers; daar echter twee stroomingen: een die slechts wil korte overzichten in do dagbladen, een die verlangt volledige inlichtingen aan alle leden. Het Nederl. lid, Mevr. Joh. Naber. staat aan do zijde der eerste; haar kort keurig overzicht is te vinden geweest in liet Nieuws >: <l. Dag. Van het Vredes-Comite is alleen te vermelden, dat Lady Aberdeen heeft bedankt als Presidente, haar opvolgster ev neens, en no. 3, Baronnes Gripenberg, zich houdt aan betzelfde,compliment. Mevr. v. Wijlen, lid van het Finantie-Comité hoorde zoo goed als uiers van Helcna Lang, Penningmeesteres v. d. Int. Baad. Van het Comité voor het daarstellen van een symbool vernam men... niets. Uit hot rapport omtrent de enquête, gehouden in de Amèrfoortsehen quaestie der H. Burserschonl bleek, dat de daarbij betrokken geweest zijnde meisjes zich niets hadden te wijten, edoch toch badden moeten ruimen voor onhebbelijke, onbeschaafde jongens. Het Comité tot onderzoek in hoeverre gaat voor ambtenaars vrouwen het verbod om te werken of handel te drijven was nog in gcene deele aan het einde van zijn taak, maar had het alieedn dooi hetzelve verrichte nedergelegd in een uitgebreid rapport; uitgetreden als lid was daar Mevr. Hi-sin.', waarvoor in plaats was gekozen door het Dag Bestuur Mevr. Drucker. Afgevallen waren: de Tognbee-Ver. te Groningen, Het Voikshuis te Schiedam, de Ver. v. Fabrieksmeisjes te Leiden (niet meer bestaande) en het Vroutoen-Mógerhuis-Comité. Ingekomen zijn een schrijven van Mrs. Wright Sewall, Pres. v. d. Int. Raad, vol wenschen voor het succes van de Vergadering, voorts brieven met gelijksoortige betuigingen uit Engeland, Zwitserland, Denemarken. Een kort debat ontstaat doordien het Alg. Bestuurslid. Mevr. Vcrsluys Poelman, wenscht, dat aangesloten Vereenigingen op de hoogte worden gehouden van de werkzaamheden van het Pers-Comité. Besloten wordt, dat al wat in deze wordt geschreven door Mevr. Joh. Naber als lid van het Pers-Comité zal worden beschouwd als te zijn officieel en er zal worden rondgezonden aan elke aangesloten Vereeniging een exemplaar van het blad, waarin voorkomt het officieel artikel. De internationale bescheiden zullen echter verblijven bij het Pers-lid, zoolang dit is in functie. Aangenomen wordt: a. De begunstigers (1'atronx) 20 pond Sterling om de i> jaar te laten betalen. b. Het Finantie-Comitè zooveel mogelijk te laten bestaan uit de Penningmeesteressen der Nationale Baden. c. Den Presidenten van Int. Comité's alsmede den leden daarvan uit het land, uaar de vergadering plaats heeft, zitting te geren zonder stem in het Alg. Bestuur (Executive) van den Int. Baad. d. He/zelfde aan de leden van bedoelde Comité's toe te staan voor 't Alg. Bestuur van den Nat. Baad van haar land. Aan de orde punt 8: Voorstel van den Alg. Ned. Bond Vrede door Hecht" tot het houden' van een jaarlijksche betooging op 18 Mei. Noch het Alg. Bestuurslid, (Mevr. v. Delden v. Rossum), noch de afgevaardigde van de voorstelster (Mevr. M. Maarschalk) voegen veel bij aan de op de agenda gegeven toelichting. Vrede door Hecht hecht niet aan den vorm. niet aan den naam; wat zij wil is: een dag van opwekking tot vrede". Bemerken doet de Presidente, dat velen zijn tegen den 18en, wijl zij vinden, dat de Vrede-conferentie niet is geweest een zaak waard om te worden herdacht, wijl dien datum is de geboortedag van den Czaar, ergo de beweging het karakter zou kunnen dragen van een feestviering hem ter eere. Vrij wat geharrewar over de vraag, of de betooging tegen den oorlog zal zijn op 15 Mei, zooals voorschrijft de Pres. v, d. Int. Baad, of wel op 18 Mei? Over het algemeen is men tegen den laatsten datum. Keurig onder woord gebracht het.waarom" door Mevr. Wolfson. Ik voor mij, zegt zij, zie wel wat schoons in de Vrede-conferentie, in het Hof van Arbitrage; dat mooie evenwel slechts zichtbaar voor wie vér-blikt, voor wie begrijpt. dat eeuwenouden misstanden niet worden weggeruimd in dagen. Zij die na ons komen kunnen, zullen eerst profitoeren van datgene wat velen, te heet gebakerd, nu lijkt een paskwil. Met die velen

8 8 EVOLUTIE. EERSTE NED: PU LP EN JAM FABRIEK. vkenau JAM HAARLEM VOORUITGANG," Geïllustreeril-Vrijzitinig Democratisch Weekblad. Uitgave van de Exl. Mij. van Dag- en Weekbladen. Molenstraat 16, s GRAYENHAGE. A D V E R T E N T I E N. Aan de Dames. echter hebben wij rekening te houden. Aan hen en hier heb ik vooral op liet oog de Boe-Democraten het succes der beweging. Waar zij nu niet willen opkomen 18 Mei, zeg ik: neem dan den 15e. Vrede door Hecht (Mevr. v. Delden) meent, dat Mevr. W. heeft genoemd groepen die hier niet te pas komen. Dusdanige argumenten geen reden ons te doen wankelen. Wij moeten niet zoo letten oj> de dadelijke uitkomsten, maar langzaam het idee willen inburgeren. Als men verwerpt den 18e, omdat alsdan jarig is de Czaar kan op den 15e wel jarig zijn eenig ander gekroond hoofd, ofwel een latere Czaar zijn geboortefeest vieren op dien datum. De Presidente bemerkt, dat het hier niet gaat uitsluitend om de Socialisten; haar in denzelfden geest wedergegeven opvattingen zijn afkomstig van zelfs zeer aristocratische kringen. Vrede door Recht heeft trouwens, wel wat voorbarig, doorgehakt den knoop voor wat aangaat haar-zelf en, niet-afwaehtende de beslissing over eigen voorstel, reeds bepaald haar propaganda op 18 Mei. Van invloed op de hier te nemen besluiten mag dit echter niet wezen. Vrede door Recht (Mevr. Maarschalk) gelooft, dat men wat al te min nederziet op het Hof r. Arbitrage. In het jongste internationaal contract van Denemarken is de beslissing van mogelijke conflicten opgedragen aan dit Hof. Nederland deed evenzoor De Secretarea stelt voor de beweging te doen uitgaan van den Nat. Raad. Vrede door Recht (Mevr. v. D. v. R.) is 15 of 18 om het even. Mevr. Groshans, Alg. Bestuurslid (Bond t.restr.v.d. Vivisectie) wensebt in stemming te zien gebracht het voorstel als zoodanig. Ook op de Alg. Bestuursverg. is slechts aangenomen dit, geen bijzaken. Mevr. Versluys Poelman, Alg. Bestuurslid (Ver. v. Vrouwenkiesrecht) heeft toen slechts voorgestemd als het zou zijn betooging tegen den oorlog". Eindelijk in stemming gebracht wordt aangenomen het principe. Thans echter de uitvoering. Herhaling der betoogen. Moeielijkheid omtrent de stemming: moeten ook de details worden aangenomen met algemeene stemmen? Ten langen leste wordt overgelaten aan de omstandigheden of den 15e of den 18e. Punt 9: Voorstel van den Gron. Vrouwenbond" om den toegang rmi jongens en meisjes tot alle door Rijk of Gemeente gesubsidieerde inrichtingen vin onderwijs op dezelfde voorwaarden te bevorderen. Toelichting van den Bond bij monde van zijn afgevaardigde (Mevr. M. P. Heringa). Zij zelf wijst op een redactie-fout. Zoonis het daar staat, zou de vraag alleen gelden gesubsidieerde, niet door Kijk- of Gemeente gestichte scholen. Dit natuurlijk niet de bedoeling. Tusschen Gemeente" en gesubsidieerde" zag de Bond dus gaarne ingelascht opgerichte of". Zooals de zaken nu zijn hangt de toelating van meisjes op verschillende scholen af van een haar al of niet goedgunstigen directeur, moeten voor haar steeds worden in acht genomen voor den jongen niet noodige formaliteiten Consequentie van het voorstel is. dat meisjes ook moeten worden toegelaten op ambachtsscholen; waar echter aanstaande koks, zeelieden, soldaten les nemen aan de kookschool, kan dit zeker niet oploveien eenig bezwaar. Unaniem gaat de Vergadering mede met het voorstel, zoodat dit is aangenomen. Punt 10: Voorstel van de Vrije Vrouwenvereeniging". De Nat. /laad propageere voor de u-ettelijke afschaffing van den nachtarbeid der bakkers. Mager, onvoorbereid de toelichting van de voorstelster, gerepresenteerd door Mevr. Stemmerik-Kok. Mevr. Drucker wijst er op, dat do verdedigster zich bevindt in hoogst penible positie. Ba af gevaardigde en plaatsv. rvangster der V. V. V. waren verhinderd to gaun; ter elfder uur dus had Mevr. S.-K. op zich genomen de Ver. te vertegenwoordigen. Do V. V. V. had het voorstel gedaan, omdat de nachtarbeid der bakkers, omvattende personen, geheel afhangt van de vrouw, middenpersoon tusschen producent en consument, zelf consument. Waar de vrouw kan opheffen een zoo treurigen toestand, mag zij die niet bestendigen. Mevr. dr. Jacobs (lid v. h. Dag. Bestuur) vraagt of de V. V. V. een schema kan geven van de door haar gewilde propaganda'? Mevr. Drucker antwoordt, dat onder meer de V. V. V. zich had voorgesteld een petionnement, waarin vooral moest worden bestrokken, door middel van vergadering, de vrouw uit het volk, zoo gehecht aan versch bro >d in den morgen, nog zoo weinig voelende voor de broodbereiders. Mevr. Ida Heyermans (Ned. Remi t. Restr. v. il. Vivisectie) stelt voor, dat bij zoo gewichtig een quaestie, zij die niet per se zijn voor zullen stemmen blanco. Van den Bestuurstafcl wordt opgemerkt, dat geen pressie mag worden uitgeoefend op de leden. Afgestemd wordt punt 10 mot twee stemmen tegen. Bij de vaststelling dei' plaats van de volgende Alg. Verg wordt ter tafel gebracht Groningen, Zw.dle. Utrecht. De laatste plaats verkrijgt de voorkeur, zoodat in 1903 de oude Bisschopsstad den Raad zal zien binnen haar veste. Op initiatief van dr. Jacobs wordt vastgesteld als punt van behandeling op de alsdan to houden openbare vergadering: Kinderbescherming. Benoemd wordt een Comité, dat in het komend jaar deze quaestie zooveel mogelijk zal onderzoeken: gekozen worden daarin de dames Junjius, Pekelliaring-Doyer en Nort welke zich kunnen assumeeren zooveel personen, mannen en vrouwen, als zij noodig oordeelen en kunnen verkrijgen. Niets meer aan de orde zijnde sluit de Presidente deze eerste bijeenkomst. Bij veel ernst ook wat jok en scherts. Prettig, recht prettig de Tivoli-zaal op den avond vóór de Vergadering. De invitatie geen April-grap. Overal blij-l.ich j nde gezichten, aangename kout, toch vaak loopende over zeer serieuse dingen. Afwisseling genoeg: viool, piano, zang, dichtwerken van Vondel, enz. Aardig vooial de Japaneesche, die, met echt oostersche kwijn-stem voordroeg een paar Engelsche liefdedichten. Hier, evenals trouwens op alle ia de laatste jaren door vrouwen georganiseerde reunies, weder geleverd het bewjjs, dat gezelligheid, opgewektheid, volstrekt niet behoeven te worden opgezweept door alcoholische dranken. Was amicaal de feestavond, nog amicaler de maaltijd. Een rijkrein gezicht die voor een tachtig personen gedekte tafels, mot haar oogbekorend wit, llinkend-lichtkaatsend eetgerei, bloem-tooi. Toasten zonder tal. voor het over-over-overgro >te meerendeel met water. Veel applaus, vooral bij den toast op de Presidenten en bij die op de alomt genwoordige Secretues, immer bang, dat ieder liet niet hebben zal naar zijn of haar genoegen. Wordt vervolgd. CORRESPONDENTIE : Jon. Geen ruimte voor uw stuk. Zullen het met veel genoegen de volgende week plaatsen. m*******************.****#**.******.*.*******«er kunnen direct geplaatst worden beschaafde, goed bespraakte * * Ï3ames, * * van niet meer dan 35-jarigen leeftijd, om gedurende den dag in Den Haag, zoowol als in het geheele land, het gedistingeerde publiek te bezoeken. Bij gebleken geschiktheid vast honorarium, behalve reisen verblijfkosten. Alleen op zeer uitvoerige brieven wordt acht geslagen. Zij, die reeds vroeger in gelijke betrekking zijn werkzaam geweest, genieten do voorkeur. Franco brieven onder letter Y, Bureau van dit Blad. Voor Dames en Eigenaren van Waschinrichtingen, niet abonné's op KruVs Maandblad, is GRATIS en FRANCO verkrijgbaar de brochure getiteld: De Nederland icha Waschindustrie voorheen en thans", een ernstig woord aan belanghebbenden, overgenomen uit Krul's Maandblad voor Hand-, Stoom- en Chemische Wasscherijen". Aan te vragen aan de Redactie van genoemd Maandblad, Gaffelstraat No. 27 te Rotterdam.