HET NIEUWE FISCALE REGIME VOOR DE GEHUWDE AANMERKELIJKBELANGHOUDER. EEN NADERE BESCHOUWING

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HET NIEUWE FISCALE REGIME VOOR DE GEHUWDE AANMERKELIJKBELANGHOUDER. EEN NADERE BESCHOUWING"

Transcriptie

1 892 Weekblad fiscaal recht juli 2011 HET NIEUWE FISCALE REGIME VOOR DE GEHUWDE AANMERKELIJKBELANGHOUDER. EEN NADERE BESCHOUWING MEVR. DR. MR. S.J.MOL-VERVER 1 1 Inleiding Per 1 januari 2010 zijn de regels in box 2 Wet IB 2001 aangepast voor de fiscale begeleiding van de bedrijfsopvolging van de aanmerkelijkbelanghouder (hierna: abhouder). Het huidige regime bestaat grofweg uit de volgende drie regelingen: een nieuwe doorschuifregeling voor schenking c.q. verkoop tegen een waarde op basis van een tegenprestatie lager dan de waarde in het economische verkeer van de aandelen (art. 4.17c Wet IB 2001), 2 een ingeperkte doorschuifregeling ter zake van de vererving van ab-aandelen (art. 4.17a Wet IB 2001); 3 en een eigen doorschuiffaciliteit voor de overgang van ab-aandelen in het kader van het huwelijksvermogensrecht (art Wet IB 2001). 4 Eén van de kenmerken van dit fiscale regime voor de overdracht c.q. overgang van ab-aandelen is de beperking in veel gevallen tot de overgang van materieel ondernemingsvermogen. Aldus wordt uitvoering gegeven aan het uitgangspunt dat enkel voor reële bedrijfsoverdrachten een fiscaalvriendelijke behandeling wordt verleend. 5 1 Auteur is verbonden aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam alsmede aan Loyens & Loeff NV. 2 In dit artikel wordt gemakshalve gesproken over aandelen. De behandelde regelingen zijn op gelijke wijze van toepassing op winstbewijzen, optierechten en lidmaatschapsrechten in een coöperatie (art. 4.6 en 4.5a Wet IB 2001). 3 Verdeling van de nalatenschap daaronder begrepen, waarvoor een faciliteit is opgenomen in art. 4.17b Wet IB Verdeling van de huwelijksgemeenschap daaronder begrepen. 5 Zie onder andere MvT, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, blz Anderhalf jaar na de invoering kan mijns inziens de voorzichtige conclusie getrokken worden dat de toepassing van dit nieuwe regime niet altijd even soepel verloopt. Zo leidt de complexiteit van de diverse regelingen in de praktijk tot hoofdbrekens. De problematiek speelt in het bijzonder bij de overgang van aandelen die tot een huwelijksgemeenschap 6 behoren en indien die overgang het gevolg is van het overlijden van een van beide echtgenoten. De noodzakelijke tekstuele aanpassing van art Wet IB 2001 en art. 4.17a, achtste lid, Wet IB 2001 met ingang van 1 januari 2011 is hiervan een voorbeeld. 7 In dit artikel wordt ingegaan op de knelpunten die spelen bij de huidige fiscale behandeling van het overlijden van een in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder. 8 In het bijzonder wordt ingegaan op mogelijke alternatieve regelingen. Voor de volledigheid merk ik op dat het artikel zich beperkt tot de Wet IB Daaronder mede begrepen de situatie waarbij de aandelen in een zogenoemde beperkte huwelijksgemeenschap vallen. 7 Art. I, onderdeel Jb, Fiscale Verzamelwet 2010, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 5. Uit de toelichting die bij het wetsvoorstel wordt gegeven, lijkt de staatssecretaris zich op het standpunt te stellen dat het hier slechts tekstuele aanpassingen betreft die verduidelijken wat al per 1 januari 2010 geldend recht was. Fiscale Verzamelwet 2010, Kamerstukken II 2010/ 11, , nr. 5, blz. 13. In de literatuur wordt getwijfeld of het hier slechts een verduidelijking is. Zo stellen Govers-de Louw en Schuurman-van Nifterik dat sprake is van een wijziging in regelgeving. Zie N.M.P. Govers-de Louw en M.M.J. Schuurman-van Nifterik, Gemeenschap van goederen en aanmerkelijk belang: Tot de dood ons scheidt?, WPNR 2011/6877, blz Onder gehuwden worden in dit verband ook de geregistreerde partners begrepen. Kluwer & wfr nr Pag. 894

2 Weekblad fiscaal recht juli Schets fiscaal regime overlijden in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder 9 Eerste stap bij het overlijden van de ab-houder is de fictieve vervreemding van het aandelenpakket door de erflater (art. 4.16, eerste lid, onderdeel e, Wet IB 2001). Daadwerkelijke afrekening over het aldus gerealiseerde vervreemdingsvoordeel wordt onder voorwaarden voorkomen met een beroep op de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB De meest strenge voorwaarden van deze bepaling zijn de vereiste aanwezigheid van een materiële onderneming (art. 4.17a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001) en in het verlengde daarvan de beperking van de faciliteit tot het materiële ondernemingsvermogen dat deze aandelen vertegenwoordigen (art. 4.17a, tweede lid, Wet IB 2001). 10 Bij een in gemeenschap van goederen gehuwde erflater speelt daarnaast de vraag naar de omvang van deze fictieve vervreemding. Wordt de erflater geacht 100% of 50% te vervreemden van het aandelenpakket dat tot de huwelijksgemeenschap wordt gerekend? Beantwoording van deze vraag is gelegen in de vaste rechtspraak dat beide echtgenoten als ab-houder kwalificeren indien de aandelen tot een huwelijksgemeenschap worden gerekend. 11 Het overlijden van één van hen impliceert derhalve een fictieve vervreemding van de onverdeelde helft van het aanmerkelijke belang dat in de huwelijksgemeenschap valt. Immers, dat is het belang dat aan de erflater in fiscale zin wordt toegerekend. Daadwerkelijke afrekening wordt vervolgens ook hier voorkomen met een beroep op art. 4.17a Wet IB Voor een uitgebreide behandeling van deze problematiek rondom de toepassing van de doorschuifregelingen ter zake van de in gemeenschap van goederen gehuwde dga en de bijbehorende verdeling van de nalatenschap en huwelijksgemeenschap wordt verwezen naar onder andere E.J.W. Heithuis, Het overlijden van de in gemeenschap van goederen gehuwde dga in 2011, WFR 2010/1554, en N.M.P. Govers-de Louw en M.M.J. Schuurman-van Nifterik, Gemeenschap van goederen en aanmerkelijk belang: Tot de dood ons scheidt?, WPNR 2011/6877, blz Voor de bepaling wanneer sprake is van een materiële onderneming en welke vermogensbestanddelen deel uitmaken van dit ondernemingsvermogen wordt aangesloten bij de regels die gelden voor de bepaling van winst uit onderneming in de zin van afd. 3.1 Wet IB Zie MvT, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, blz. 43. Aanvulling hierop vormt de 5%-regeling van art. 4.17a, zesde lid, onderdeel b, Wet IB 2001, op grond waarvan een deel van het aanwezige beleggingsvermogen (dat wil zeggen 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen) wordt aangemerkt als ondernemingsvermogen. 11 HR 21 april 1971, BNB 1971/158, en meer recent HR 10 maart 2006, BNB 2007/15. Lastiger wordt het bepalen van de fiscale behandeling bij de daadwerkelijke verdeling van de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap. Voor zover hierbij wordt afgeweken van ieders gerechtigdheid op grond van het huwelijksvermogensregime respectievelijk de erfrechtelijke verkrijging, is namelijk wederom sprake van een vervreemding en dient te worden afgerekend over de aanwezige meerwaarde. 12 Voor de vervreemding die het gevolg is van de verdeling van de nalatenschap biedt de doorschuifregeling van art. 4.17b Wet IB 2001 vervolgens uitkomst. Opvallend aan deze bepaling is dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen. Voor de vervreemding die het gevolg is van de verdeling van de huwelijksgemeenschap bevat art Wet IB 2001 een doorschuifregeling. Ook hier wordt geen onderscheid gemaakt tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen. Toepassing van dit laatste artikel is echter uitdrukkelijk voorbehouden aan de overgang krachtens huwelijksvermogensrecht tijdens het leven. Vindt de verdeling zijn oorzaak in het overlijden van een van de deelgenoten dan is toepassing van deze faciliteit uitgesloten. 13 Enige mogelijkheid tot doorschuiving is dan een beroep op art. 4.17a, achtste lid, Wet IB Deze bepaling geeft de ruimte om de verdeling van de huwelijksgemeenschap waarbij de langstlevende zijn/haar gerechtigdheid tot de aandelen afstaat aan één of meer andere erfgenamen, te laten verlopen volgens de regels van art. 4.17a Wet IB Belangrijkste effect is dat daarmee de toets en beperking van de doorschuiffaciliteit tot het materiële ondernemingsvermogen van toepassing wordt. 3 Knelpunten van het huidige fiscale regime bij overlijden van de gehuwde ab-houder Naar mijn mening kunnen ter zake van de huidige fiscale behandeling van het overlijden van een in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder, de volgende knelpunten worden aangewezen. Ten eerste kan worden gewezen op het door de NOB 12 Het gaat hier om een vervreemding als bedoeld in art. 4.12, onderdeel b, Wet IB 2001 tussen de erfgenamen of ex-echtgenoten onderling. Voorbeeld: Erflater X bezit alle aandelen in X BV. Erfgenamen zijn de beide kinderen (A en B). In zijn testament heeft X de kinderen benoemd tot erfgenaam voor gelijke delen. Bij de verdeling van de nalatenschap komen deze echter overeen dat B alle aandelen BV X krijgt toebedeeld tegen een vordering wegens onderbedeling van A. A vervreemdt bij deze verdeling zijn gerechtigdheid tot de aandelen aan B. Zie ook HR 12 januari 1955, BNB 1955/ Een en ander is sinds 1 januari 2011 uitdrukkelijk in de wet opgenomen. Zie tevens voetnoot 6. Kluwer & wfr nr Pag. 895

3 894 Weekblad fiscaal recht juli 2011 gesignaleerde probleem dat het eindresultaat van de fiscale afrekening voor box 2 bij overlijden verschilt afhankelijk van de testamentaire makingen en de daaropvolgende verdeling van de huwelijksgemeenschap en nalatenschap. 14 Aan de hand van een drietal voorbeelden toont de NOB aan dat het voor de omvang van de totaal verschuldigde inkomstenbelasting bij vererving en verdeling van de ab-aandelen, verschil maakt in hoeverre de langstlevende echtgenoot als erfrechtelijke verkrijger is aangemerkt. 15 De staatssecretaris erkent dit verschil in uitkomst. Als oorzaak wijst hij naar de regeling van de gemiddelde verkrijgingsprijs (art. 4.21, tweede lid, Wet IB 2001). Echter, gelet op de eenvoudswinst die met deze laatste bepaling wordt bereikt, is hij niet voornemens hierin wijzigingen aan te brengen. 16 Ook geeft hij in zijn antwoord aan dat het derde door de NOB geschetste voorbeeld (dit is de nagenoeg gehele onterving van het kind) in de praktijk nauwelijks voorkomt. Alhoewel de staatssecretaris hierin gelijk heeft, neemt dit niet weg dat de overige twee voorbeelden wel voorkomen, waarmee het belang van het verschil nog bestaat. Een tweede knelpunt is het verschil in toepassing van de doorschuiffaciliteiten bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap tijdens het leven of bij overlijden. Op grond van art Wet IB 2001 wordt bij verdeling tijdens het leven geen onderscheid gemaakt tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen terwijl dit bij overlijden ingevolge art. 4.17a Wet IB 2001 wel het geval is. 14 Zie NOB-commentaar van 9 september 2010 via en E.J.W. Heithuis, Het overlijden van de in gemeenschap van goederen gehuwde dga in 2011, WFR 2010/ Kort weergegeven komen deze voorbeelden op het volgende neer. In alle drie is sprake van een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot die overlijdt. Deze erflater en zijn langstlevende echtgenote hebben één kind. Tot de gemeenschap behoort een ab-pakket dat ook beleggingsvermogen vertegenwoordigt. Uitgangspunt bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap en de nalatenschap is dat het gehele ab-pakket uiteindelijk bij het kind terechtkomt. Het enige verschil dat in de voorbeelden wordt gemaakt, is de omvang van de erfrechtelijke verkrijging van de langstlevende. In het eerste voorbeeld is het kind enig erfgenaam, in het tweede voorbeeld zijn de langstlevende en het kind ieder voor gelijke delen erfgenaam en in het derde voorbeeld is de langstlevende nagenoeg de enige erfgenaam en is het kind nagenoeg geheel onterfd. Zie voor de nadere uitwerking het NOB-commentaar van 9 september 2010 via E.J.W. Heithuis, Het overlijden van de in gemeenschap van goederen gehuwde dga in 2011, WFR 2010/1554, en NV, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 7, blz NV, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 7, blz. 28. In theorie vormt dit verschil voor belastingplichtigen aanleiding om de overgang van de ab-aandelen onder de reikwijdte van art Wet IB 2001 te brengen, bijvoorbeeld door vlak voor het overlijden huwelijkse voorwaarden op te stellen en aldus de huwelijksgemeenschap te verdelen 17 waarbij de ab-aandelen worden toegedeeld aan de te verwachten langstlevende. 18 Invoering van het inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen 19 maakt dit zelfs nog eenvoudiger aangezien rechterlijke tussenkomst niet meer is vereist bij het maken van huwelijkse voorwaarden staande huwelijk. De complexiteit van het regime: niet direct duidelijk is óf en op welke wijze een doorschuiffaciliteit kan worden toegepast Naast deze twee specifieke knelpunten voor de in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder kent de nieuwe opzet van de doorschuifregelingen in box 2 mijns inziens nog de volgende twee algemene nadelen. Allereerst is er de complexiteit van het regime. Uit de regelgeving is niet direct duidelijk óf en op welke wijze een doorschuiffaciliteit kan worden toegepast. Zo gelden bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap verschillende artikelen afhankelijk van de oorzaak van de verdeling: overlijden of (echt)scheiding. 20 Belastingplichtigen zullen zich bij overdracht c.q. overgang van ab-aandelen 17 Om dit gevolg te bewerkstelligen, is het niet noodzakelijk om daadwerkelijk uit echt te scheiden, zoals de staatssecretaris lijkt te veronderstellen. Voldoende is het maken van huwelijkse voorwaarden. Schriftelijke antwoorden op vragen, Kamerstukken I 2010/11, , nr. G, blz Hiermee wordt slechts tijdelijk heffingsuitstel bereikt. Bij het overlijden van de langstlevende vererven de aandelen met toepassing van art. 4.17a Wet IB 2001 zodat op dat moment dient te worden afgerekend over het beleggingsvermogen. 19 Kamerstukken I Dit wetsvoorstel is door de Eerste Kamer op 12 april 2011 aangenomen. Het zal in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 20 Andere voorbeelden van de complexiteit zijn het maken van het onderscheid beleggingsvermogen/ondernemingsvermogen zelf, alsmede de onduidelijkheid en beperkte toepassing van de regeling in relatie tot de preferente aandelen. Kluwer & wfr nr Pag. 896

4 Weekblad fiscaal recht juli in de meeste gevallen (moeten) laten bijstaan door een adviseur, wat vanuit het oogpunt van administratieve lastenverlichting een ongewenste ontwikkeling is. 21 Voorts is er het mogelijke betalingsprobleem dat ontstaat indien een ab-pakket vererft dat niet-liquide beleggingsvermogen vertegenwoordigt, zoals vastgoed. Het overlijden leidt zowel tot de heffing van inkomstenbelasting als van erfbelasting. Echter, indien noch de erfgenamen, noch de nalatenschap over voldoende overige middelen beschikken om deze gezamenlijke heffing te financieren, ontstaat een concreet financieringsprobleem. Volledigheidshalve merk ik op dat de mogelijkheid om vrijgesteld dividend door de vennootschap te laten uitkeren, ter financiering van deze belastingschuld, zoals geregeld in art. 4.12a Wet IB 2001, in het geval van niet liquide beleggingsvermogen geen verlichting biedt. 22 Het vorenstaande roept de vraag op of alternatieve regelingen denkbaar zijn, in het bijzonder voor de in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder. In de literatuur zijn daar al voorstellen toe gedaan, maar deze zijn door de staatssecretaris niet overgenomen. Zo heeft Heithuis voorgesteld voortaan aan te sluiten bij de civielrechtelijke bestuursbevoegdheid ter zake van de aandelen, zoals ook voor de ondernemer in de zin van de Wet IB 2001 wordt gedaan Alternatieve regeling: aansluiting bij de civielrechtelijke bestuursbevoegdheid 21 Zie ook het NOB-commentaar van 28 oktober 2010 via 22 Het gegeven dat de inkomstenbelastingschuld in mindering komt op de nalatenschap voor de berekening van de erfbelasting alsmede de regels omtrent de latentie, biedt hiervoor evenmin afdoende oplossing. 23 Onder andere in E.J.W. Heithuis, Het overlijden van de in gemeenschap van goederen gehuwde dga in 2011, WFR 2010/ De bepaling van art Wet IB 2001 dat inkomen uit aanmerkelijk belang een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel is, kan blijven bestaan. Uitwerking van dit alternatief impliceert dat ab-aandelen fiscaal in aanmerking worden genomen bij diegene die op grond van art. 1:97 BW bestuursbevoegd is. Eén van de gevolgen is dat het aangaan van een huwelijksgemeenschap fiscaal irrelevant wordt. Het ab-pakket blijft immers toegerekend aan de bestuursbevoegde echtgenoot. Hetzelfde zou dan hebben te gelden voor de voordelen die tijdens het huwelijk met de aandelen worden behaald. 24 Voor de onderhavige problematiek (dat wil zeggen fiscale behandeling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap tijdens leven of bij overlijden) biedt een dergelijk alternatief evenwel geen volledige oplossing. Indien bij verdeling van de huwelijksgemeenschap de (helft van de) aandelen wordt toegedeeld aan de nietbestuursbevoegde echtgenoot is in zoverre namelijk sprake van een (fictieve) vervreemding. 25 De volgende stap is dan weer te bepalen óf en in hoeverre op dit punt behoefte bestaat aan een doorschuifbepaling en tevens of hierbij onderscheid dient te worden gemaakt tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen bij de verdeling tijdens het leven of in geval van overlijden. 26 Bovendien ben ik net zoals de staatssecretaris opmerkt 27 van mening dat dit voor aandelen die niet op naam staan geen oplossing biedt op het moment dat het wetsvoorstel Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen 28 van kracht wordt. Vanaf dat moment zijn beide echtgenoten namelijk bestuursbevoegd ter zake van dergelijke aandelen niet op naam. Aansluiting in box 2 bij deze nieuwe civielrechtelijke bestuursbevoegdheid heeft dan tot gevolg dat beide echtgenoten in fiscale zin (weer) abhouder zijn. Tot slot merk ik op dat het aansluiten bij de bestuursbevoegdheid nog een ander effect heeft. Op het moment dat de bestuursbevoegde echtgenoot overlijdt en in de vennootschap beleggingsvermogen zit, wordt de (fictieve) vervreemding en de bijbehorende afrekening toegepast op 100% in plaats van 50%. Het nadeel van direct afrekenen ter zake van beleggingsvermogen is op dat moment ten volle aan de orde. 5 Afweging tussen tweetal uitgangspunten Naast het alternatief om voor het ab-regime aan te sluiten bij de civielrechtelijke bestuursbevoegdheid zijn alternatieven denkbaar specifiek toegespitst op de fiscale behandeling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap tijdens het leven en bij overlijden. Bij het opstellen van dergelijke regelingen dient naar mijn mening rekening te worden gehouden met de volgende twee uitgangspunten. Ten eerste betreft dat het nieuwe uitgangspunt dat sinds 1 januari 2010 ten grondslag is gelegd aan de toepassing van de doorschuifregeling in het kader van de bedrijfs- 25 Onder andere op grond van HR 12 januari 1955, BNB 1955/80, en art. 4.16, eerste lid, onderdeel e, Wet IB Ook Rijkers wijst aansluiting bij de bestuursbevoegdheid af, zie A.C. Rijkers, De fiscale positie van de DGA Aanmerkelijk belang, TFO 2009/ MvA, Kamerstukken I 2010/11, , nr. D, blz Kamerstukken I Dit wetsvoorstel is door de Eerste Kamer op 12 april 2011 aangenomen. Het zal in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Kluwer & wfr nr Pag. 897

5 896 Weekblad fiscaal recht juli 2011 opvolging binnen box 2 Wet IB Aanpassing van de doorschuifregeling bij vererving van een ab-pakket heeft naast een feitelijke versobering van de regeling tevens geresulteerd in een fundamentele wijziging van de grondslag van deze faciliteit. De oorspronkelijke grondslagen 29 claimbehoud en het voorkomen van cumulatie van successierecht en inkomstenbelasting bij het overlijden van een ab-houder 30 lijken te zijn vervangen door de gedachte dat bedrijfseconomische redenen ontbreken om oneindig uitstel van heffing over beleggingsvermogen in een vennootschap toe staan. De ab-houder dient als het ware op basis van een soort totaalwinstgedachte uiterlijk bij overlijden te worden geconfronteerd met een heffing over het aanwezige (beleggings)vermogen. 31 Met het tweede uitgangspunt doel ik op het streven dat echtgenoten in fiscale zin niet gehinderd dienen te worden bij het inrichten van hun vermogensverhoudingen, 29 De Raad van State heeft overigens nog uitdrukkelijk de oorspronkelijke ratio naar voren gebracht en mede daarom afwijzend geadviseerd. Advies Raad van State, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 4, blz Het cumulatieargument heeft echter zijn belang niet verloren. Het feit dat de samenloop tussen inkomstenbelasting en erfbelasting wordt verzacht door de mogelijkheid om de verschuldigde inkomstenbelasting in mindering te brengen op de nalatenschap, zoals de staatssecretaris stelt (Advies Raad van State, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 4, blz. 7) is namelijk niet meer dan een doekje voor het bloeden. Cumulatie is wel degelijk aanwezig zoals uit volgende voorbeeld blijkt. X bezit alle aandelen X BV. Totale verkrijgingsprijs bedraagt w BV X bezit uitsluitend verhuurd vastgoed. X overlijdt met als enig erfgenaam zijn zoon. Op dat moment heeft het gehele aandelenpakket een waarde in het economische verkeer van w De verschuldigde inkomstenbelasting als gevolg van de fictieve vervreemding door X (art. 4.16, eerste lid onderdeel e, Wet IB 2001) bedraagt 25% * (w w ) = w Toepassing van de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB 2001 is niet mogelijk aangezien een materiële onderneming ontbreekt. De waarde van de erfrechtelijke verkrijging voor de heffing van erfbelasting bedraagt w Aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting levert een basis voor de berekening van erfbelasting op van w Eventuele vrijstellingen worden gemakshalve buiten beschouwing gelaten. Hierover wordt in totaal aan erfbelasting w ,20 geheven. Indien geen rekening wordt gehouden met de aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting bedraagt de erfbelasting in totaal w ,20. Een verschil van w Daar staat tegenover een te betalen IB-schuld van w Hier is dus nog steeds sprake van een cumulatie van heffingen. 31 NV, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 8, blz. 11. waarvan verschillende voorbeelden in de wetgeving zijn te vinden. 32 Deze twee uitgangspunten staan op enigszins gespannen voet met elkaar en een belangenafweging is op zijn plaats bij het opstellen van doorschuifregelingen als de onderhavige. Voor wat betreft de huidige redactie van art Wet IB 2001 lijkt het erop dat het tweede uitgangspunt vrijheid voor echtgenoten om hun vermogensverhoudingen in te richten voorrang heeft gekregen boven het nieuwe uitgangspunt om enkel nog ondernemingsvermogen fiscaalvriendelijk te laten overgaan. Een aanwijzing hiervoor is ook te vinden in de onderbouwing die is gegeven voor de ruime toepassing van art Wet IB Naar zeggen van de staatssecretaris is in de situaties van het aangaan van een huwelijk, de wijziging van een huwelijksgemeenschap tijdens het huwelijk en de verdeling van deze gemeenschap, over het algemeen de aanleiding niet gelegen in het tot stand brengen van een bedrijfsoverdracht tussen de echtgenoten. 33 Nergens in de parlementaire behandeling is echter uitdrukkelijk toegelicht waarom eenzelfde benadering niet zou moeten gelden bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap bij overlijden van één van de echtgenoten. Ik zou ervoor willen pleiten om ook in die situaties het uitgangspunt te laten prevaleren dat echtgenoten in fiscale zin vrij moeten worden gelaten om hun vermogensverhoudingen in te richten. Immers, bij overlijden kan evenzeer gesteld worden dat de overgang van abaandelen niet het hoofdmotief van de verdeling van de gemeenschap is. Hierna gaan we weer terug naar de mogelijkheden voor een alternatieve regeling. 6 Alternatieve regelingen toegespitst op de verhouding art en 4.17a Wet IB 2001 Een oplossing voor het bestaande verschil tussen de verdeling van de gemeenschap tijdens het leven of de overgang bij overlijden kan op twee verschillende manieren worden gevonden. Enerzijds kan dat door in art Wet IB 2001 een uitsluiting voor beleggingsvermogen op te nemen. Dit heeft gelet op de voorgaande afweging van uitgangspunten echter niet mijn voorkeur. Anderzijds kan het door de beperking tot het ondernemingsvermogenopteheffeninart.4.17awetib2001voorzoverhet 32 Bijvoorbeeld in de onlangs nog geformuleerde doorschuifregeling van art. 3.98c Wet IB 2001 op grond waarvan het aangaan van een huwelijksgemeenschap waartoe een terbeschikkinggesteld vermogensbestanddeel in de zin van art Wet IB 2001 behoort, niet leidt tot afrekening. 33 MvT, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, blz. 40. Kluwer & wfr nr Pag. 898

6 Weekblad fiscaal recht juli gaat om aandelen die in een huwelijksgemeenschap vallen en deze aandelen toekomen aan de langstlevende. Dit alternatief is door de NOB al naar voren gebracht met als rechtvaardigingsgrond de verzorgingsgedachte. 34 Mijns inziens wordt een dergelijke benadering echter ook gerechtvaardigd door het hiervoor verdedigde uitgangspunt dat echtgenoten fiscaal vrij dienen te zijn bij de inrichting van hun vermogensverhoudingen. De staatssecretaris heeft het door de NOB geopperde alternatief evenwel afgewezen. 35 Echter, op de daarbij gebruikte argumentatie valt mijns inziens nog wel wat af te dingen. Ten eerste geldt dat voor het argument dat deze werkwijze feitelijk neerkomt op een afschaffing van de fictieve vervreemding voor zover de aandelen toekomen aan de langstlevende. Dit argument kan als volgt worden genuanceerd. Uitgangspunt van het regime blijft afrekening bij overlijden. Toepassing van de doorschuiffaciliteit is een uitzondering die op verzoek én onder voorwaarden wordt toegepast. Wordt niet aan de voorwaarden voldaan, bijvoorbeeld in geval van een verkrijger die in het buitenland woonachtig is, dan blijft eindafrekening het uitgangspunt. Het tweede tegenargument is de strijd met de draagkrachtgedachte die zou ontstaan indien niet op enig moment over het beleggingsvermogen wordt afgerekend. Het uiterste moment waarop deze afrekening kan plaatsvinden, is het moment van overlijden van de ab-houder. De huidige beperking van art. 4.17a Wet IB 2001 sluit hierop aan. Tegen dit argument zou ik willen inbrengen een beroep op wat in de fiscaliteit wel wordt aangeduid als gezinsdraagkracht. 36 Toegepast op de onderhavige situatie betekent dit dat op het moment dat de aandelen uit het gezinsvermogen naar de volgende generatie overgaan dient te worden afgerekend, maar niet indien deze overdracht tussen echtgenoten onderling plaatsvindt. Ook het volgende argument specifiek toegespitst op de vraag of wel voldoende wordt gedaan aan de verzorgingsgedachte, overtuigt mijns inziens niet. De staatssecretaris betoogt dat de inkomstenbelasting over de meerwaarde van het in de aandelen aanwezige beleggingsvermogen voor de langstlevende feitelijk 34 Zie NOB-commentaar van 9 september 2010 via Onder meer door Govers-de Louw en Schuurman-van Nifterik overgenomen. M.P. Govers-de Louw en M.M.J. Schuurman-van Nifterik, Gemeenschap van goederen en aanmerkelijk belang: Tot de dood ons scheidt?, WPNR 2011/6877, blz NV, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 7, blz Zie bijvoorbeeld MvT, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, blz. 39. slechts een belastingdruk oplevert van 12,5%. Zijn gedachte is naar ik aanneem de volgende. Stel, tot de huwelijksgemeenschap van M en V behoren 100 aandelen bv X, een vennootschap met uitsluitend beleggingsvermogen. Als M overlijdt, realiseert hij een fictieve vervreemding ter zake van 50 aandelen. Hierover is 25% inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd. De overige 50 aandelen komen toe aan V op grond van haar gerechtigdheid tot de huwelijksgemeenschap. Bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap worden vervolgens feitelijk alle 100 aandelen toegedeeld aan V. Bezien op deze 100 aandelen die V na de verdeling bezit, is de belastingdruk inderdaad 12,5%. Hier is echter sprake van een onzuivere vergelijking. De helft van de aandelen (50 stuks) was al eigendom van V zodat hier geen sprake is van een overgang. Feit blijft dat over het deel van de erflater 25% inkomstenbelasting is geheven. Het alternatief om bij de overgang naar de langstlevende van ab-aandelen bij overlijden niet langer de beleggingsuitzondering toe te passen, kent bovendien de volgende voordelen. Allereerst wordt op deze wijze het huidige verschil bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap tijdens leven en bij overlijden opgeheven. In beide gevallen kan beleggingsvermogen met toepassing van een doorschuiffaciliteit zonder heffing overgaan naar de langstlevende. Hiermee verdwijnt de aanzuigende werking van art Wet IB Ik benadruk dat dit alternatief slechts tijdelijk heffingsuitstel oplevert en geen oneindig heffingsuitstel Voorts wordt ook het verschil in eindresultaat opgeheven zoals dat eerder in de voorbeelden van de NOB is geconstateerd. Het maakt namelijk geen verschil meer of de aandelen rechtstreeks via de erflater aan de volgende generatie overgaan of met een tussenstap via de langstlevende. In alle gevallen dient pas over het beleggingsvermogen te worden afgerekend zodra de verkrijger een ander is dan de langstlevende. Tot slot benadruk ik dat dit alternatief slechts tijdelijk heffingsuitstel oplevert en geen oneindig heffingsuitstel, waar de nieuwe invulling van de doorschuifregeling bij overlijden zich tegen keert. Bij overgang van de aandelen naar een ander dan de langstlevende, is toepassing van de doorschuifregeling Kluwer & wfr nr Pag. 899

7 898 Weekblad fiscaal recht juli 2011 immers wel beperkt tot het materiële ondernemingsvermogen. 37 Gelet op het voorgaande zou ik ervoor willen pleiten om het alternatief waarbij verkrijging van abaandelen door de langstlevende wordt gefaciliteerd ongeacht het vermogen dat de aandelen vertegenwoordigen, alsnog te heroverwegen Richting voor een uitwerking van het alternatief waarbij de beperking van doorschuifregeling wordt opgeheven voor zover aandelen toekomen aan de langstlevende Bij een heroverweging van het alternatief om de overgang naar de langstlevende van de aandelen zonder beperking te laten plaatsvinden, speelt ook de vraag naar de concrete uitwerking van de regeling. Hierbij zijn onder meer de volgende richtingen te onderscheiden. Minst verregaand is het toepassen van de ruime doorschuifregeling van art Wet IB 2001 bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap in geval van overlijden voor zover de aandelen van de erflater worden toegedeeld aan de langstlevende echtgenoot. Echter, voorafgaand aan deze verdeling naar aanleiding van het overlijden heeft de fictieve vervreemding bij de erflater al plaatsgevonden met als gevolg dat reeds is afgerekend over het aanwezige beleggingsvermogen. In zoverre biedt dit alternatief derhalve nauwelijks een oplossing. Een oplossing die aanhaakt bij het moment waarop de fictieve vervreemding wordt geconstateerd, is het schrappen van de beperking tot ondernemingsvermogen in de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB 2001 voor zover de langstlevende waarmee de erflater in gemeenschap van goederen is gehuwd, de erfrechtelijke verkrijger is. 39 Het stellen van de voorwaarde dat de echtgenoten in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, impliceert echter een fiscaal voordelige behandeling van deze echtgenoten in vergelijking tot echtgenoten die huwelijkse 37 Overigens vereist dit mogelijk ook aanpassing van art. 4.17b Wet IB 2001 voor zover de overdracht door de langstlevende aan andere verkrijgers plaatsheeft in het kader van de verdeling van de nalatenschap. In zoverre dient dan een beleggingentoets in deze bepaling te worden geïntroduceerd. 38 Zie overeenkomstig bij M.P. Govers-de Louw en M.M.J. Schuurman-van Nifterik, Gemeenschap van goederen en aanmerkelijk belang: Tot de dood ons scheidt?, WPNR 2011/6877, blz Zie ook NOB-commentaar 9 september 2010, via 40 Waarbij de aandelen buiten een eventuele gemeenschap zijn gehouden. 41 In het geval van de huwelijksgemeenschap op grond van eerdergenoemde jurisprudentie en in geval van huwelijkse voorwaarden voor zover de aandelen van de erflater zijn. voorwaarden hebben opgesteld. 40 Immers, in beide gevallen worden aandelen in fiscale zin toegerekend aan de erflater 41 en vindt bij het overlijden een fictieve vervreemding plaats met afrekening als uitgangspunt. In hoeverre vervolgens een doorschuifregeling van toepassing is als de aandelen toekomen aan de langstlevende, is mede afhankelijk van het gekozen huwelijksgoederenregime. Is dat gemeenschap van goederen dan werkt de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB 2001 zonder beperking tot het materiële ondernemingsvermogen en zijn dit huwelijkse voorwaarden dan betekent dit doorschuiving met beperking. Een uitkomst die naar mijn mening niet past binnen het actuele streven naar leefvormneutraliteit. 42 Gelet op het voorgaande zou een meer verregaande invulling van dit alternatief zijn om de ruime toepassing van de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB 2001 op te rekken naar iedere langstlevende echtgenoot en zelfs tot de fiscale partner 43 van de ab-houder. Gevolg daarvan zou zijn dat bij de toepassing van de doorschuiffaciliteit bij overlijden geen onderscheid wordt gemaakt tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen voor zover de erfrechtelijkeverkrijgerde langstlevende fiscale partner is van de erflater. Ook hierbij geldt de eerdergenoemde verzorgingsgedachte als rechtvaardiging, aangevuld met het streven naar leefvormneutraliteit. Bovendien benadruk ik nogmaals dat het slechts een tijdelijk heffingsuitstel betreft ter zake van het beleggingsvermogen. Kortom, bij een heroverweging van dit alternatief zal ook de concrete uitwerking daarvan nog nadere overweging vereisen. 8Totsloteenuitstapje:invoeringvaneen betalingsfaciliteit Een aanpassing die ik in dit kader niet onbesproken wil laten, is de invoering van een betalingsregeling. Een dergelijke regeling vormt niet zozeer een oplossing voor de specifieke situatie van de gehuwde ab-houder, maar resulteert in een algemene verlichting voor wat betreft de verzwaarde belastingdruk die met het nieuwe fiscale regime voor de bedrijfsopvolging van de ab-houder is ontstaan ter zake van beleggingsvermogen. In het bijzonder geldt dit indien het gaat om niet-liquide beleggingsvermogen. Het idee van een betalingsregeling is geen onbekend voorstel, 44 maar is tijdens de parlementaire behandeling 42 Zie onder andere De fiscale agenda, Kamerstukken II 2010/11, , nr. 1, blz Onder leefvormneutraliteit versta ik in dit verband dat de regeling dezelfde toepassing kent ongeacht de gezinssamenstelling. 43 Fiscale partner als bedoeld in art. 5a AWR jo. art. 1.2 Wet IB Zie aantekening V-N 2009/46.6, blz Kluwer & wfr nr Pag. 900

8 Weekblad fiscaal recht juli van de hand gewezen. Volgens de staatssecretaris is een verschil in liquiditeit van beleggingsvermogen onvoldoende reden voor een betalingsfaciliteit en bovendien ontstaat aldus een ongewenste fiscaal verschillende behandeling van diverse soorten beleggingsvermogen. 45 Naar mijn mening vormt de afwezige liquiditeit van het beleggingsvermogen in sommige gevallen echter wel aanleiding voor een betalingsregeling. De huidige afrekening in box 2 46 kan een aanzienlijke belastingschuld opleveren. Indien het aandelen betreft die niet-liquide beleggingsvermogen vertegenwoordigen, dreigt in sommige gevallen een concreet financieringsprobleem. Zeker geldt dit indien belastingplichtigen niet beschikken over ander vrij besteedbaar vermogen. zover alsnog liquide middelen vrijkomen, bijvoorbeeld door verkoop van de aandelen. Bijkomend voordeel van een faciliteit vergelijkbaar met art. 25, veertiende lid, IW 1990 is de rentedragendheid daarvan. 49 In de praktijk kan dit een incentive zijn voor belastingplichtigen om de belastingschuld te voldoen. Al met al kan worden betoogd dat de invoering van een generieke (rentedragende) betalingsfaciliteit bij de overdracht van ab-aandelen krachtens erfrecht een serieus te (her)overwegen alternatief is om de scherpe kantjes van dit nieuwe regime te verwijderen. 9 Afsluiting Indien het aandelen betreft die niet-liquide beleggingsvermogen vertegenwoordigen, dreigt in sommige gevallen een concreet financieringsprobleem Een generieke betalingsfaciliteit voor de inkomstenbelasting verschuldigd bij de overgang krachtens erfrecht van ab-aandelen voor zover deze aandelen beleggingsvermogen vertegenwoordigen, biedt dan uitkomst. Om de regeling toe te spitsen tot de echte gevallen waarin een betalingsprobleem ontstaat en overig vermogen afwezig is, zou een vermogenstoets als voorwaarde voor toepassing van de faciliteit kunnen worden geformuleerd. Gelet op de ervaringen die met een vergelijkbare toets in het verleden zijn opgedaan bij art. 25, veertiende lid, IW heeft dit evenwel niet mijn voorkeur. 48 Art. 25, veertiende lid, IW 1990 kan wel als uitgangspunt dienen bij de concrete vormgeving van de betalingsfaciliteit voor de afrekening ter zake van het overlijden van de ab-houder. Met name geldt dit voor wat betreft de bepaling dat het uitstel wordt ingetrokken indien en voor In dit artikel ben ik ingegaan op de problematiek betreffende de fiscale begeleiding van het overlijden van de in gemeenschap van goederen gehuwde ab-houder. Aanleiding zijn de problemen die bij de toepassing van dit nieuwe fiscale regime per 1 januari 2010 zijn gaan spelen in het bijzonder voor deze ab-houder. Door mij is betoogd dat het opheffen van de beperking tot materieel ondernemingsvermogen in art. 4.17a Wet IB 2001 voor zover de langstlevende de erfrechtelijke verkrijger is, een alternatief is dat heroverweging verdient. Onder meer liggen hieraan ten grondslag de verzorgingsgedachte maar tevens het uitgangspunt dat echtgenoten bij de inrichting van hun vermogensverhouding fiscaal niet gehinderd dienen te worden. Bij de concrete invulling van dit alternatief zijn diverse richtingen mogelijk die nader onderzoek verdienen. Meest verregaande richting is het oprekken van de versoepeling naar de fiscale partner van de erflater. Concluderend merk ik op dat de fundamentele herziening van het fiscale regime dat geldt voor de overdracht c.q. overgang van ab-aandelen mijns inziens nog niet is afgerond. De regeling kan op een aantal punten nog worden bijgeschaafd zodat een aanvaardbaar en voor de praktijk meer werkbaar systeem ontstaat. Een laatste overweging in dit verband betreft de complexiteit van het huidige regime. De door mij geschetste alternatieven zullen hiervoor slechts een kleine stap voorwaarts betekenen. Dit is mede het gevolg van het feit dat deze complexiteit een meer generieke oorzaak heeft, namelijk het in algemene zin uitsluiten van het beleggingsvermogen van de doorschuifregeling in box 2. Of het maken van dit onderscheid tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen een juist onderscheid is geweest, is een vraag die naar mijn mening nog nader onderzoek behoeft. Dit zal echter deel dienen uit te maken van een meeromvattend onderzoek naar de vraag op welke wijze in box 2 in het algemeen met beleggingsvermogen en de mogelijkheid van heffingsuitstel dient te worden omgesprongen. 45 NV, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 8, blz In samenhang met de eventueel verschuldigde erfbelasting. 47 Op grond van dit artikel wordt rentedragend uitstel van betaling verleend voor de inkomstenbelasting die verschuldigd is bij het beëindigen van terbeschikkingstellingssituaties waarbij geen financiële middelen zijn vrijgekomen. 48 De vermogenstoets is met ingang van 1 januari 2010 uit deze bepaling gehaald, onder meer omdat evaluatie had aangetoond dat deze toets niet toereikend is. MvT, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, blz Art. 28, tweede lid, IW Kluwer & wfr nr Pag. 901

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de diverse regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging in de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017)

Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017) Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017) Inleiding Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Mr. Sabine A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst en Paul-Johan Swank LLM 1 Met de verschillende doorschuiffaciliteiten in de Wet IB 2001 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling

Nadere informatie

Vergelijking doorschuiffaciliteiten

Vergelijking doorschuiffaciliteiten Carmen van Lier ANR: 646230 Fiscale Economie Examencommissie: drs. J.J.H. Gortzak prof. dr. J.A.G. van der Geld Vergelijking doorschuiffaciliteiten Wet IB 2001 November, 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:

Nadere informatie

Voorbeelden Schenkbelasting Voorbeeld 1

Voorbeelden Schenkbelasting Voorbeeld 1 Onderstaande voorbeelden zijn afkomstig uit de Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 De volledige tekst kunt u vinden via onderstaande link https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/09/19/overige-fiscale-maatregelen-

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Mr. Almer M.A. de Beer 1 De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet en de verkrijging van aandelen in houdstervennootschappen Wanneer is een houdstervennootschap beleidsbepalend? 1 Werkzaam bij Arenthals

Nadere informatie

2. Wettelijke regeling tarief echtgenoten en partners

2. Wettelijke regeling tarief echtgenoten en partners Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging door aanstaande echtgenoot, aanstaande partner, ex-echtgenoot of ex-partner. Gemeenschappelijke huishouding bij opname in tehuis 1 Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging

Nadere informatie

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij schenking en vererving van aanmerkelijkbelangaandelen Mr. Maria de L. Monteiro 1 Ruim een jaar geleden schreef T.C. Hoogwout een lezenswaardig artikel in dit blad

Nadere informatie

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling

De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Inkomstenbelasting DGA Master Nederlands Belastingrecht UVA De koopoptie in de aanmerkelijkbelangregeling Optie op nieuw uit te geven aandelen nader toegelicht Paul Ooms BSc Studentnummer: 5910277 Datum:

Nadere informatie

Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop Bedrijfsopvolging Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting Testamenten Andere civielrechtelijke zaken 0 Inleiding Mr. C. (Kees) Goeman Mr. E.J.Ph. (Ed) Bijnsdorp Sprekers: Mw. mr. J.J.G.M. (Jolanda)

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Spotlight Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Renate de Lange - Family Business/Private Wealth, Tax & Human Resource Services Jan Nieuwenhuizen - Family Business/Private Wealth,

Nadere informatie

2.1. Tariefgroepen... 4 2.2. Vrijstellingen erfbelasting... 4 2.3. Inflatiecorrectie tarieven en vrijstellingen... 6

2.1. Tariefgroepen... 4 2.2. Vrijstellingen erfbelasting... 4 2.3. Inflatiecorrectie tarieven en vrijstellingen... 6 Inhoudsopgave Voorwoord...VI 1. Uw erfgenamen... 1 1.1. U heeft geen testament... 1 1.1.1. Wettelijke erfgenamen... 1 1.1.2. Overlijden met achterlating van echtgenoot en kinderen... 1 1.1.3. Plaatsvervulling...

Nadere informatie

DGA uit de loonheffing

DGA uit de loonheffing DGA uit de loonheffing Met ingang van 1 januari 2008 Art 6 lid 6 wet LB 1964 Degene tot wie uitsluitend één of meer directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in art. 6, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Inleiding Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de fracties van het CDA, de PvdA, de

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M.

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 Inhoud Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 1 Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum 21 1.1 Inleiding 21 1.2 De DGA fiscaal vergeleken met de IB-ondernemer 22 1.3 Vergelijking box 2 en box 3 Wet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 28 BRIEF VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 987 Voorstel van wet van de leden Berndsen-Jansen, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet

Nadere informatie

De tbs-vrijstelling is te vergelijken met de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers die winst uit onderneming genieten.

De tbs-vrijstelling is te vergelijken met de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers die winst uit onderneming genieten. Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat, maatregelen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Huwelijkse voorwaarden

Huwelijkse voorwaarden Huwelijkse voorwaarden het verrekenbeding in de praktijk Smit en de Wolf Scheveningseweg 10 2517 KT Den Haag 070 356 07 95 www.smitwolf.nl Geachte relatie, Bent u gehuwd? En, zo ja, heeft u huwelijkse

Nadere informatie

2. Verschil tussen het huidige standaard huwelijksgoederenstelsel en het nieuwe standaard huwelijksgoederenstelsel

2. Verschil tussen het huidige standaard huwelijksgoederenstelsel en het nieuwe standaard huwelijksgoederenstelsel 33 987 Voorstel van wet van de leden Swinkels, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet teneinde de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 400 IX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën voor het jaar 2013 Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Bedrijf schenken of erven Nieuwe regels 2010 Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is met de komst

Nadere informatie

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt?

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? Student: mw. S.J.M.A. Peters Studentnummer: 990683 Begeleider: mw. mr. M.L.M. van Kempen Inhoudsopgave

Nadere informatie

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Auteur: Mr. drs. M.G.H. van der Kroon[1] In dit artikel gaat de auteur in op de fiscale aandachtspunten

Nadere informatie

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscale tips voor het verkoopproces Mr Roelof Oldenziel Accountants + Adviesgroep Los Spacelab 12 3824 MR AMERSFOORT Tel. 033-460 38 38 www.los.nl Wat is

Nadere informatie

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U betaalt pas als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U denkt er misschien

Nadere informatie

DE INVLOED VAN ART. 1:87 BW (VERGOEDINGSVORDERINGEN

DE INVLOED VAN ART. 1:87 BW (VERGOEDINGSVORDERINGEN 678 Weekblad fiscaal recht. 6954. 17 mei 2012 DE INVLOED VAN ART. 1:87 BW (VERGOEDINGSVORDERINGEN TUSSEN ECHTGENOTEN) OP TBS-RESULTAAT EN AB-INKOMEN PROF. MR. DR. P.G.H. ALBERT 1 1 Inleiding Per 1 januari

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden Auteur: Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Ondernemers houden met veel rekening maar vaak niet met hun eigen overlijden. Het

Nadere informatie

Datum 6 juni 2012 Betreft: Vragen van de leden Omtzigt en Van Bochove over de erfbelasting over een niet verkochte woning

Datum 6 juni 2012 Betreft: Vragen van de leden Omtzigt en Van Bochove over de erfbelasting over een niet verkochte woning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's Gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Edelachtbaar college,

Edelachtbaar college, Edelachtbaar college, X% Namens cliënten, a «a ^ ^ ^ ^ ^ M l e n tel^^^^ tekenen wij beroep in cassatie aan tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam van 22 september 2011 op het beroepschrift van 10

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen?

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen? Faculteit Rechtswetenschappen Masterscriptie Bedrijfsopvolging per 1 januari 2010, nieuwe kansen en beperkingen? Helmond, 2010 Student: ANR: Studierichting: Scriptiebegeleider: S. H. Hamacher S745980 Fiscaal

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners

Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners 1 Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]

Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Bachelor Thesis Naam : Jeffrey Rous Studierichting : Fiscale Economie ANR : s902350 Datum : 21/11/2009 Begeleider : Mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Inhoudsopgave

Nadere informatie

Datum 14 april 2017 Betreft Beantwoording vragen in verband met initiatiefwetsvoorstel Beperking wettelijke gemeenschap van goederen

Datum 14 april 2017 Betreft Beantwoording vragen in verband met initiatiefwetsvoorstel Beperking wettelijke gemeenschap van goederen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 713 Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met de invoering van een compartimenteringsreserve (Wet compartimenteringsreserve)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 33 987 Voorstel van wet van de leden Swinkels, Recourt en Van Oosten tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Bedrijfsoverdracht Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting 20 april 2011 www.inventivecontrol.com 1 Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Sprekers: mr. J.J.G.M. (Jolanda) van Nunen mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch

Nadere informatie

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap. EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor

Nadere informatie

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Tilburg University Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Publication date: 2015 Link to publication Citation for

Nadere informatie

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193 Inhoud Voorwoord 11 1 Erfrecht in vogelvlucht 13 1.1 Wettelijk erfrecht 13 1.2 Invloed huwelijk op nalatenschap 14 1.3 Wettelijke verdeling 15 1.3.1 Gevolgen van wettelijke verdeling voor erfbelasting

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18.

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18. Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Wat is het belang van het huwelijksvermogensrecht?... 5 Gemeenschap van goederen... 5 Verdeling... 5 Wat behoort tot het gemeen schappelijk vermogen?...

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 505 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2011) Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 26 oktober

Nadere informatie

TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011

TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011 TWEETRAP EN/OF AFVULLEGAAT Versie april 2011 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " In aanvulling op de "Infokaart Testamenten" van notariskantoor Montfoort wordt in dit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 529 Vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37880

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

Fiscaal voordeling vermogen nalaten

Fiscaal voordeling vermogen nalaten Kennisdocument Estate planning Fiscaal voordeling vermogen nalaten U denkt er misschien liever niet aan, maar er komt ooit een moment dat u er niet meer zult zijn. Het is goed om daar nu al bij stil te

Nadere informatie

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil

Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,

Nadere informatie

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1

2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

JJJ. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

JJJ. de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs JJJ JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Amsterdam, 9 september 2010

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage. Datum 8 oktober 2012 Betreft Effectenrapportage DGA-pakket

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage. Datum 8 oktober 2012 Betreft Effectenrapportage DGA-pakket > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten

Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende

Nadere informatie

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING FISCALE SIGNALEN Jaargang 2010, nummer 1 In het eerste nummer van onze nieuwsbrief in 2010 geven wij een aantal signalen die voor u van belang kunnen zijn. Geheel fiscaal zijn deze signalen deze keer niet.

Nadere informatie

Nieuw huwelijksvermogensrecht

Nieuw huwelijksvermogensrecht Nieuw huwelijksvermogensrecht 23 februari 2012 Nieuw huwelijksvermogensrecht: vergoedingsrechten, met ongewenste fiscale gevolgen Per 1 januari 2012 is de wet Aanpassing van de wettelijke gemeenschap van

Nadere informatie

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 62d 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen 2016 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen ONDER WELKE OMSTANDIGHEDEN OVERSCHRIJDEN DE ACTIVITEITEN VAN EEN VASTGOEDVENOOTSCHAP DE NORM NORMAAL VERMOGENSBEHEER VOOR TOEPASSING VAN

Nadere informatie

Bachelor thesis. Naam: G. Anthonissen. Studierichting: Fiscale Economie. Administratienummer: 277235

Bachelor thesis. Naam: G. Anthonissen. Studierichting: Fiscale Economie. Administratienummer: 277235 Bachelor thesis Naam: G. Anthonissen Studierichting: Fiscale Economie Administratienummer: 277235 In hoeverre heeft het aangaan van het partnerschap of huwelijk, of veranderingen hierin, gevolgen voor

Nadere informatie

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Auteur: F.H.J. Kruijssen Anr: s267272 Studie: Fiscale Economie Datum: 8 mei 2012 Examencommissie:

Nadere informatie

EINDEJAARSTIPS 2015 1/5

EINDEJAARSTIPS 2015 1/5 EINDEJAARSTIPS 2015 Particulieren...2 Vermogenstoets voor zorgtoeslag en kindgebonden budget... 2 Verlaag uw box 3 grondslag... 2 Hypotheekrente vooruit betalen... 2 Let op lagere hypotheekrente in hoogste

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 1

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 1 Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien?

Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien? Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze gescheiden zien? 18 november 2014 Huwelijksvermogensrecht en verzekeringen, moet je ze "gescheiden" zien? 1 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek

Nadere informatie

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften

1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften 1 2 BIJLAGE Toelichting knelpunten: 1. Gevolgen uitspraak inzake overlijdenseis periodieke giften De uitspraak van rechtbank Zeeland-West Brabant ( 27 augustus 2015, nr AWB 15/424 (RBZWB:2015:5628) leidt

Nadere informatie

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving

Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, willekeurige afschrijving Geldend op 24-07-2009 - Besluit van 27 maart 2001; CPP 2001/366M De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris

Nadere informatie

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars

Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Invorderingswet. Revisierente. Aansprakelijkheid verzekeraars Besluit 31-03-2006 nr CPP06-507 Invorderingswet 1990. Aansprakelijkheid verzekeraars in verband met een inkomensvoorziening, een arbeids- of

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting -- Deel 1

Overdrachtsbelasting -- Deel 1 Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object

Nadere informatie

H R o - Inko m stenbelasting - Aan m erkelijk belang -- D eel 1

H R o - Inko m stenbelasting - Aan m erkelijk belang -- D eel 1 Inkomstenbelasting AB 1 programma Inleiding aanmerkelijk belang Ratio regeling Wanneer sprake van AB? Meesleepregeling en meetrekregeling Reguliere voordelen en vervreemdingsvoordelen Verkrijgingsprijs

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 19 november

Nadere informatie

Alles onder Controle!

Alles onder Controle! Alles onder Controle! Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 20 oktober 2009 Onderwerpen Bedrijfsopvolging in Nederland Inkomstenbelasting Successiewet Bedrijfsopvolging in België Samenloop Nederland

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/37508

Nadere informatie

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 Naam student: A.N. Klok Studentnummer: 320949 Begeleider: J.E.

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/38112

Nadere informatie

Fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten natuurlijke personen

Fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten natuurlijke personen Fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten natuurlijke personen Drs. Yvonne (M.) Tigelaar-Klootwijk Fiscaal Economisch Instituut Erasmus Universiteit Scientific Institute for Research in Economics of Taxation

Nadere informatie

Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017

Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017 Prinsjesdag: fiscale maatregelen 2017 Maatregelen tegen box 2-beleggen in VBI s De belastingdruk op box 2-vermogen kan worden beperkt door vermogen waarop een abclaim rust onder te brengen in een vrijgestelde

Nadere informatie

Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop!

Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop! Een echtscheiding is een ingrijpend en complex proces en vraagt om goede fiscale begeleiding Echtscheiding en uw bedrijf De bedrijfscontinuïteit staat voorop! Wanneer u als ondernemer gaat scheiden, dan

Nadere informatie