Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Afdeling Ontwikkelingspsychologie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Afdeling Ontwikkelingspsychologie"

Transcriptie

1 Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Afdeling Ontwikkelingspsychologie Cognitief profiel bij jonge kinderen met Downsyndroom Nienke van Breugel Collegekaartnummer: Begeleider: dr. Ger Ramakers Datum: 28 juli 2010

2 Inhoudsopgave Abstract 1. Inleiding 1.1. Introductie 1.2. Cognitief profiel van volwassenen met DS 1.3 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van visuomotoriek bij kinderen met DS 1.4 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van het geheugen bij kinderen met DS 1.5 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van probleemoplossend vermogen bij kinderen met DS 1.6. De aansluiting van het huidige onderzoek op eerder onderzoek 2. Methode 2.1. Proefpersonen 2.2. Materialen 2.3. Procedure 2.4 Statistiek 3. Resultaten 3.1 Mentale leeftijd DS-groep vergeleken met mentale leeftijd controlegroep 3.2 Correlaties tussen subschalen 3.3. Ruwe scores behaald op de domeinen visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen 3.4. Z-scores 3.5. Domeinen DS-groep vergeleken met totaalscore DS-groep 3.6. DS-groep en controlegroep met dezelfde mentale leeftijd vergeleken op domeinniveau 4. Discussie 4.1. Samenvatting van de belangrijkste resultaten en antwoord op de onderzoeksvraag 4.2. Aanbevelingen voor de toekomst Literatuur Bijlagen 2

3 Abstract Downsyndroom (DS) is een veel voorkomend syndroom dat onder andere gepaard gaat met een specifiek cognitief profiel. Naar het cognitieve profiel van volwassenen met DS is veel onderzoek gedaan. Hierdoor is bekend hoe het profiel er ongeveer uitziet. De relatief sterke kanten zijn: visueel-spatieel kortetermijngeheugen, impliciet langetermijngeheugen en visueel-motorische vaardigheden. De relatief zwakke kanten zijn: productieve taal, verbaal kortetermijngeheugen en werkgeheugen. In deze longitudinale studie is onderzocht of dit cognitieve profiel bij jonge kinderen met DS al zichtbaar is. Eerst is onderzocht hoe kinderen met DS zich over tijd (12, 18 en 24 maanden) ontwikkelen op vijf cognitieve domeinen (taalbegrip, taalproductie, visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen). Dit is gemeten met behulp van zelf samengestelde subschalen van de BSID-II- NL. Vervolgens is de score van de kinderen met DS op de vijf subschalen vergeleken met hun totaalscore op de BSID-II-NL. Daarna is de score van kinderen met DS op de vijf subschalen vergeleken met de score van kinderen uit de controlegroep op dezelfde domeinen. Tenslotte is door middel van lineaire interpolatie tussen de ruwe scores van de controlegroep op 12 en 18 maanden ook voor de domeinen een mentale leeftijd berekend voor de DS-groep met een kalenderleeftijd van 24 maanden. Bekeken is of kinderen uit de DS-groep relatief sterk of relatief zwak presteren op specifieke cognitieve domeinen. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat het cognitieve profiel van jonge kinderen met DS grotendeels niet overeenkomt met het cognitieve profiel van volwassenen met DS. Relatief sterke kanten van jonge kinderen met DS zijn in dit onderzoek: taalbegrip, taalproductie en probleemoplossen. Relatief zwakke kanten zijn: visuomotoriek en kortetermijngeheugen. Een verklaring voor het verschil in profiel van jonge kinderen met DS en volwassen met DS is dat de gecreëerde subschalen in het huidige onderzoek hoog correleerden en dus niet onderscheidend genoeg waren. Daarbij komt dat de psychometrische kwaliteiten van de gecreëerde subschalen niet vastgesteld zijn. Tenslotte waren de verbale vaardigheden van de DS-groep moeilijk te vergelijken met de verbale vaardigheden van de controlegroep. Ook veel normaal ontwikkelende kinderen spraken nog weinig op 12 en 18 maanden. Hierdoor waren de twee groepen moeilijk tegen elkaar af te zetten. Vervolgonderzoek naar het cognitieve profiel van jonge kinderen met DS is wenselijk. Als er meer inzicht is in het cognitieve profiel kan hierop worden ingespeeld met vroege interventies. 3

4 1. Inleiding 1.1. Introductie Jaarlijks worden ongeveer 275 kinderen met Downsyndroom (DS) geboren in Nederland. Dat is 1 op iedere 700 geboorten. De oorzaak van het syndroom is in de meeste gevallen trisomie 21, oftewel een derde kopie van chromosoom 21 (Mash & Wolfe, 2005). DS gaat onder andere gepaard met een verstandelijke handicap en een specifiek cognitief profiel (Jacobs, 2009; Kostelijk, 2010). De vraag is of dit cognitieve profiel al heel jong aanwezig is of geleidelijk ontstaat, mogelijk als gevolg van omgevingsfactoren als ervaring, opvoeding en educatie. In dit werkstuk is onderzocht of er bij jonge kinderen met DS (12, 18 en 24 maanden) ook al sprake is van een specifiek cognitief profiel. Daarnaast is bekeken of dit profiel overeenkomt met het profiel van volwassenen met DS. De cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen met DS is bestudeerd op domeinniveau, wat inhoudt dat onderzocht is hoe kinderen met DS zich ontwikkelen op verschillende cognitieve gebieden. Er is gekeken naar de ontwikkeling van taalbegrip, taalproductie, visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen. Limpens (2010) beschrijft de bevindingen op het gebied van verbale vaardigheden (taalbegrip en taalproductie), in het huidige verslag worden de bevindingen op performaal gebied beschreven (visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen). Het bestuderen van de vroege ontwikkeling op domeinniveau heeft als voordeel dat meer specifieke informatie verkregen kan worden over de ontwikkeling dan wanneer deze wordt bestudeerd als één geheel. Als bekend is in welk domeinen van de cognitieve ontwikkeling de moeilijkheden en mogelijkheden liggen, kunnen interventies hierop toegespitst worden. Daarbij komt dat in het brein van jonge kinderen nog veel verandert in de connectiviteit (Huttenlocher, 1994), wat als voordeel heeft dat nieuwe vaardigheden nog relatief makkelijk aangeleerd kunnen worden. Voordat het uitgevoerde onderzoek wordt besproken zal eerst beschreven worden hoe het cognitieve profiel van volwassen met DS eruit ziet. Vervolgens wordt eerder onderzoek naar de ontwikkeling van visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen bij kinderen met DS besproken. Tenslotte wordt beargumenteerd hoe het huidige onderzoek aansluit op eerder onderzoek en wat de verwachtingen zijn. 4

5 1.2. Cognitief profiel van volwassenen met DS Jacobs (2009) en Kostelijk (2010) vonden dat actieve taalvaardigheid, non-verbaal redeneren, het langetermijn geheugen en het verbale kortetermijngeheugen relatief zwakke vaardigheden zijn bij volwassen met DS. De passieve woordenschat was een relatief sterke vaardigheid. Deze resultaten kwamen grotendeels overeen met wat gevonden is in de literatuur. De reviews van Silverman (2007), Vicari (2006), Fidler (2005) en Wang (1996) samenvattend kan geconcludeerd worden dat het cognitieve profiel van volwassenen met DS gekenmerkt wordt door disproportionele achterstanden op het gebied van productieve taal, het verbale kortetermijngeheugen en werkgeheugen. Het visueel-spatieel kortetermijngeheugen, het impliciet langetermijngeheugen en visuo-motorische vaardigheden zijn juist relatief sterk. 1.3 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van visuomotoriek bij kinderen met DS Visuomotoriek is het motorisch weergeven of reproduceren van het visueel waargenomene ( Een voorbeeld hiervan is het nabouwen van een toren bestaand uit een aantal blokken. Laws & Lawrence (2001) vonden dat kinderen met DS op een lager niveau presteren op visuomotore taken dan op basis van hun mentale leeftijd verwacht mag worden. Ze vergeleken visuomotorische vaardigheden van kinderen met DS (M = 10;11, SD = 1;6) met visuomotorische vaardigheden van normaal ontwikkelende kinderen (M = 5;1, SD = 1;1). Laws & Lawrence deden dit door beide groepen kinderen twee tekentaken te laten uitvoeren, waarbij voor het goed uitvoeren van de taken een beroep moest worden gedaan op de visuomotorische vaardigheden. De kinderen met DS hadden meer tijd nodig voor het uitvoeren van de taken en maakten ook meer fouten dan kinderen uit de controlegroep. Ook in andere onderzoeken werd gevonden dat kinderen met DS meer moeite hebben met tekentaken en andere activiteiten waarbij een beroep moet worden gedaan op visuomotorische vaardigheden dan normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde mentale leeftijd. (Anwar,1983a, b; Anwar & Hermelin, 1982; Barrett & Eames, 1996; Clements & Barrett, 1994; Eames & Cox, 1994; Henderson, 1985; Henderson, Morris, & Frith, 1981 aangehaald in Laws & Lawrence, 2001). Vicari (2006) concludeert echter in zijn review dat kinderen met DS relatief sterk zijn in het uitvoeren van visuomotorische taken. Ze voerden deze taken uit op een niveau dat correspondeert 5

6 met hun mentale leeftijd. Dit komt overeen met wat Jacobs (2009) en Kostelijk (2010) vonden in hun onderzoek bij volwassenen met DS. In sommige onderzoeken wordt dus gevonden dat kinderen met DS lager presteren op visuomotorische taken dan op basis van hun mentale leeftijd wordt verwacht, in andere onderzoeken wordt juist gevonden dat kinderen met DS relatief hoog presteren op visuomotorische taken. Een mogelijke verklaring voor de verschillende uitkomsten is het soort taak dat gebruikt werd. Een tekentaak meet mogelijk naast visuomotoriek ook sterk fijne motoriek. Misschien wordt bij een tekentaak zelfs meer fijne motoriek dan visuomotoriek gemeten. In alle besproken onderzoeken naar visuomotoriek hadden de kinderen met DS een kalenderleeftijd van 5 of hoger. 1.4 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van het geheugen bij kinderen met DS Kortetermijngeheugen (KTG) Het KTG is het geheugen dat informatie voor een korte termijn vasthoudt. Dit kan variëren tussen enkele seconden tot enkele minuten. Het kan bovendien slechts een beperkte hoeveelheid informatie bevatten. Als informatie afkomstig van zintuigen maar lang genoeg wordt vastgehouden (bijvoorbeeld door herhaling), vindt automatisch transport plaats naar het langetermijngeheugen (LTG) (Miller, 1994) Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat kinderen met DS meer moeite hebben met het kort vasthouden van verbale informatie in het KTG, dan met het kort vasthouden van visuospatiële informatie in het KTG (Visu-Petra, Benga, Tincas en Miclea, 2007). Dit komt overeen met wat Jacobs (2009) en Kostelijk (2010) vonden bij volwassenen met DS. Het verbale en visueel-spatiële KTG van kinderen met DS werd door Lanfranchi, Cornoldi en Vianello (2004) vergeleken met het verbale en visueel-spatiële KTG van kinderen waarbij de ontwikkeling normaal verloopt. Er namen 18 kinderen met DS deel aan het onderzoek met een gemiddelde kalenderleeftijd van 11,75 (SD = 3). Hun gemiddelde mentale leeftijd was 5,42 jaar (SD = 10 maanden). De controlegroep bestond uit 18 normaal ontwikkelende kinderen met een gemiddelde kalenderleeftijd van 5,17 jaar (SD = 7 maanden). Ook hun mentale leeftijd was 5,17 (SD = 7 maanden). Het experiment begon met eenvoudige verbale en visueel-spatiele geheugentaken. Op de eenvoudige verbale geheugentaken scoorden de kinderen met DS slechter dan kinderen uit de controlegroep met dezelfde mentale leeftijd. Op de eenvoudige visueel-spatiele taken behaalden de kinderen met DS en de kinderen uit de controlegroep dezelfde score. Op meer 6

7 complexe geheugentaken behaalden kinderen met DS een lagere score dan kinderen uit de controlegroep. Zowel op de verbale complexe geheugentaken als op de visueel-spatiele complexe geheugentaken. Naarmate een visueel-spatiele taak lastiger wordt, neemt het verschil in prestatie tussen kinderen met DS en normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde mentale leeftijd dus toe. Visu-Petra, Benga, Tincas en Miclea (2007) vergeleken ook kinderen met DS met een controlegroep van kinderen waarbij de ontwikkeling normaal verloopt. Ze gebruikten een andere taak dan Lanfranci et. al. (2004), namelijk vijf visueel-spatiele geheugentaken van de Cambridge Neuropsychological Test Automated Battery (CANTAB). Er namen 25 kinderen met DS en 25 normaal ontwikkelde kinderen deel aan het onderzoek. De twee groepen werden gematcht op mentale leeftijd. De kinderen met DS hadden een gemiddelde kalenderleeftijd van 14.5 (SD = 3,5 jaar). Hun gemiddelde mentale leeftijd was 5,7 jaar (SD = 13 maanden). De normaal ontwikkelende kinderen hadden een gemiddelde mentale leeftijd van 5,5 jaar (SD = 14 maanden). Visu-Petra et al. vonden geen verschillen in scores van beide groepen kinderen. Samenvattend kan gezegd worden dat kinderen met DS vooral moeite hebben met het vasthouden van verbale informatie in het KTG. Visueel-spatiele informatie slaan ze even gemakkelijk op als normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde mentale leeftijd, behalve als de taak complexer wordt. Langetermijngeheugen (LTG) LTG heeft betrekking op informatie die voor lange tijd in de hersenen is opgeslagen. Het wordt doorgaans in twee ondervormen onderverdeeld: expliciet (bewust) en impliciet (onbewust) geheugen. Het expliciet geheugen bevat kennis over bepaalde gebeurtenissen en feiten die zich in ons leven hebben voorgedaan, en die ook toegankelijk zijn tot het bewustzijn (Gray, 2006). Bij het impliciet geheugen is er niet direct sprake van bewuste beleving van of toegang tot opgeslagen kennis. Deze vorm van LTG komt vooral tot uiting in beter presteren op bepaalde taken na herhaalde oefening (zoals leren fietsen of tennissen) of na eerdere kennismaking met bepaald stimulusmateriaal (Gray, 2006). In de huidige studie wordt de ontwikkeling van het expliciet geheugen onderzocht, het impliciet geheugen wordt buiten beschouwing gelaten. De hieronder besproken onderzoeken hebben ook betrekking op het expliciet geheugen. Pennington, Moon, Edgin, Stedron & Nadel (2003) vonden dat kinderen met DS gemiddeld lager scoorden op taken die een beroep doen op het verbaal LTG, non-verbaal LTG en spatieel LTG dan kinderen van de zelfde mentale leeftijd waarbij de ontwikkeling normaal verloopt. De 28 kinderen met DS hadden een kalenderleeftijd van gemiddeld 14,7 jaar (SD = 2,7 jaar). De 28 normaal ontwikkelde kinderen hadden een kalenderleeftijd van 4,9 jaar (SD = 0,75). Pennington et 7

8 al. (2003) vonden een relatieve daling van de prestaties ten opzichte van normaal ontwikkelende kinderen naarmate de kinderen met DS ouder werden. Deze bevindingen komen overeen met de bevindingen van Hyde & CrNic (2001) afkomstig van een DS muizenmodel. In deze studie bleek toename van leeftijd ook samen te gaan met relatieve verslechtering van het LTG. Visu-Petra et al. (2007) en Carlesimo, Marotta en Vicari (1997)vonden ook dat kinderen met DS lager scoorden op taken die een beroep doen op het LTG dan kinderen met dezelfde mentale leeftijd waarbij de ontwikkeling normaal verloopt. Samenvattend kan gezegd worden dat kinderen met DS relatief zwak presteren op taken die een beroep doen op het LTG. Het verschil tussen kinderen met DS en normaal ontwikkelende kinderen neemt toe naarmate de kinderen ouder worden. 1.5 Eerder onderzoek naar de ontwikkeling van probleemoplossend vermogen bij kinderen met DS Probleemoplossen wordt gedefinieerd als het hebben van een doel, het overwinnen van obstakels op de weg naar dat doel, het uitvoeren van strategieën en het evalueren van resultaten (Bjorklund, 2000). Er is ondersteuning voor een verminderd denken in termen van oorzaak en gevolg in jonge kinderen met DS. Dit denken in oorzaak en gevolg wordt gezien als een vroege bouwsteen voor probleemoplossen (Fidler, 2005). Kinderen met DS laten minder plezier zien wanneer een handeling een gewenst gevolg heeft en ze vertonen kortere sequenties van doelgericht gedrag tijdens de exploratie van een voorwerp (Ruskin, Kasari,Mundy, & Zigman, 1994). Moeilijkheden met probleemoplossen blijven bestaan in de verdere ontwikkeling van kinderen met DS. Dit komt tot uiting in het vaker vragen om hulp bij een taak dan normaal ontwikkelde kinderen met dezelfde mentale leeftijd, hoewel dit ook aangeleerde afhankelijkheid kan zijn (Kasari & Freeman,2002; Landry & Chapieski, 1990; Pitcairn &Wishart, 1994; Ruskin et al., 1994; Vlachou & Farrell,2000 aangehaald in Fidler et al., 2005). Probleemoplossen lijkt dus een relatief zwakke vaardigheid te zijn bij kinderen met DS De aansluiting van het huidige onderzoek op eerder onderzoek In veel onderzoek naar de cognitieve ontwikkeling van kinderen met DS, wordt cognitieve ontwikkeling als geheel bestudeerd. Cognitieve ontwikkeling is echter een breed begrip en cognitie kan worden opgedeeld in verschillende domeinen. In het huidige onderzoek is het grotere begrip cognitieve ontwikkeling daarom opgedeeld in de volgende domeinen: taalbegrip, taalproductie, visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen. Op een leeftijd van 12, 18 en 24 maanden zijn de 8

9 vaardigheden op deze domeinen gemeten met behulp van de Bayley Scales of Infant Development- Second Edition Nederlandse versie (BSID-II-NL) (Van der Meulen, Ruiter, Lutje Spelberg, Smrkovsky, 1993). De prestaties op de domeinen werden vergeleken met de totaalscore op de BSID-II-NL. Het bestuderen van de vroege ontwikkeling op domeinniveau heeft als voordeel dat meer specifieke informatie verkregen kan worden over de ontwikkeling dan wanneer deze wordt bestudeerd als één geheel. Domeingericht onderzoek laat relatief sterkere en zwakkere vaardigheden zien, waar vervolgens in interventie op kan worden ingespeeld. Daarnaast komt uit onderzoek mogelijk naar voren welke factoren de domeinspecifieke ontwikkeling bevorderen en hoe en op welk moment dit het best gedaan kan worden. Verder is opvallend dat de besproken eerdere onderzoeken niet gedaan zijn bij kinderen onder de twee jaar oud. Dit is juist van belang omdat in het brein van jonge kinderen nog veel verandert in de connectiviteit in de 1 e jaren na de geboorte (Huttenlocher, 1994). Dit heeft als voordeel dat nieuwe vaardigheden relatief makkelijk aangeleerd kunnen worden. Zoals eerder genoemd bespreekt Limpens (2010) de bevindingen op de ontwikkeling van de domeinen taalbegrip en taalproductie en worden in dit onderzoeksverslag de bevindingen op de domeinen visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen besproken. Voordat overgegaan wordt op de methodensectie wordt hieronder besproken welke verwachtingen er zijn over de cognitieve ontwikkeling van kinderen met DS tussen het eerste en het tweede levensjaar. Hierbij worden zowel de verwachtingen genoemd voor cognitieve ontwikkeling als geheel als de verwachtingen voor de performale domeinen visuomotriek, geheugen en probleemoplossen. Verwacht wordt dat kinderen met DS zich significant langzamer ontwikkelen over de drie meetmomenten dan kinderen waarbij de ontwikkeling normaal verloopt. Dit wordt verwacht voor de cognitieve ontwikkeling als geheel alsook voor de ontwikkeling op de afzonderlijke domeinen (Moeller 2007). Verder wordt verwacht dat kinderen met DS zich positief ontwikkelen over de drie meetmomenten. Met andere woorden: de kinderen met DS boeken op elk meetmoment een significante vooruitgang ten opzichte van het voorgaande meetmoment. Dit wordt verwacht voor de cognitieve ontwikkeling als geheel als voor de ontwikkeling op de afzonderlijke domeinen (Moeller 2007). Ook wordt verwacht dat kinderen met DS relatief goed presteren op het domein visuomotoriek. In eerder onderzoek naar visuomotoriek bij kinderen met DS werd dit namelijk in veel gevallen gevonden. Ook in onderzoek bij volwassenen met DS (Jacobs, 2009; Kostelijk, 2010) kwam visuomotoriek naar voren als relatief sterke vaardigheid. 9

10 Van de score op het domein geheugen wordt ook verwacht dat deze relatief hoog is. Voor het behalen van de items uit de subschaal geheugen moet met name een beroep worden gedaan op het visueel KTG. Uit eerder onderzoek bij oudere kinderen met DS is gebleken dat het visueel KTG relatief sterk is (Lafranchi et.al., 2004). Tenslotte wordt op basis van eerder onderzoek verwacht dat de kinderen met DS relatief laag scoren op het domein probleemoplossen. (Kasari & Freeman,2002; Landry & Chapieski, 1990; Pitcairn &Wishart, 1994; Ruskin et al., 1994; Vlachou & Farrell,2000 aangehaald in Fidler et al., 2005) 10

11 2. Methode 2.1. Proefpersonen Aan het onderzoek namen in totaal 75 proefpersonen deel. De DS-groep bestond uit 19 kinderen, waarvan 12 jongens en 7 meisjes. De controlegroep bestond uit 56 kinderen, waarvan 24 jongens en 32 meisjes. De kinderen werden geworven door middel van advertenties op kinderdagverblijven en via Stichting Downsyndroom. Daarnaast zijn er posters opgehangen in consultatiebureaus. Ook staat er informatie over het onderzoek op de website van dr. Ramakers. Op meetmoment één waren de proefpersonen uit de DS-groep gemiddeld 12,7 maanden (SD = 0,96 maanden). De proefpersonen uit de controlegroep waren op meetmoment één gemiddeld 12,4 maanden (SD = 0,51 maanden). Op meetmoment twee waren de proefpersonen uit de DSgroep gemiddeld 18,36 maanden (SD = 0,43 maanden). De proefpersonen uit de controlegroep waren op meetmoment twee gemiddeld 18,29 maanden (SD = 0,36 maanden). Op meetmoment drie waren de proefpersonen uit de DS-groep gemiddeld 24,30 maanden (SD = 0,29 maanden). De proefpersonen uit de controlegroep waren op meetmoment drie gemiddeld 24,62 maanden (SD = 1,07 maanden). 2.2 Materialen De Bayley Scales of Infant Development (BSID-II-NL) (Van der Meulen, Ruiter, Lutje Spelberg, Smrkovsky, 1993) werd afgenomen bij zowel de contolegroep als de DS-groep. De COTAN beoordeling van de BSID-II-NL als geheel is voldoende tot goed. De uitgangspunten bij de testconstructie zijn goed, de kwaliteit van het testmateriaal is goed, de kwaliteit van de normen is voldoende, de betrouwbaarheid van de test is voldoende en de begripsvaliditeit en criteriumvaliditeit van de test zijn voldoende. De psychometrische kenmerken van de subschalen van de mentale schaal van de BSID-II- NL zijn niet bekend. Deze subschalen zijn samengesteld voor het huidige onderzoek. Per item uit de mentale schaal van de BSID-II-NL is bekeken in welke subschaal (taalbegrip, taalproductie, visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen) een item het beste past. Dit indelen van items in subschalen is gebeurd op basis van theoretische gronden. Per subschaal is eerst beschreven wat de items die deel uitmaken van de subschaal moeten meten, vervolgens zijn de items bij de verschillende subschalen ingedeeld. Hieronder zal voor de subschalen visuomotoriek, geheugen en 11

12 probleemoplossen worden beschreven waar een item aan moest voldoen om deel uit te maken van de subschaal. Subschaal visuomotoriek : De items die deel uitmaken van deze subschaal meten het motorisch weergeven of reproduceren van het visueel waargenomene. Voor een overzicht van de items zie bijlage 1. Subschaal geheugen : De items die deel uitmaken van deze subschaal meten de capaciteit van het visueel KTG. Gemeten wordt of een kind een voorwerp/ afbeelding dat het enkele seconden eerder heeft gezien zich nog kan herinneren. Voor een overzicht van de items zie bijlage 1. Opmerkingen ontbreken over verbaal versus performaal en over KTG versus LTG Subschaal probleemoplossen : De items die deel uitmaken van deze subschaal meten de mate waarin een kind doelgericht handelt. Met andere woorden wordt er gemeten of het kind de juiste handelingen verricht om het voorgelegde probleem op te lossen. Voor een overzicht van de items zie bijlage 1. Minimale en maximale score per subschaal: Per item kan een kind maximaal 1 punt scoren. Als een kind een item niet behaalt krijgt het 0 punten, als een kind een item wel behaalt krijgt het 1 punt. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de minimale tot maximale score die een kind kan behalen op de verschillende subschalen op drie meetmomenten. De items die in voorgaande schalen te behalen zijn worden goed gerekend. 12

13 Subschalen op 12, 18 en 24 maanden: Minimale tot maximale score: Visuomotoriek 12 maanden 0-30 Visuomotoriek 18 maanden 0-35 Visuomotoriek 24 maanden 0-41 Geheugen 12 maanden 0-8 Geheugen 18 maanden 0-9 Geheugen 24 maanden 0-14 Probleemoplossen 12 maanden 0-5 Probleemoplossen 18 maanden 0-5 Probleemoplossen 24 maanden 0-8 Kon logischer 2.3 Procedure Bij zowel de DS-groep als de controlegroep werd de Bayley Scales of Infant Development (BSID- II-NL) (Van der Meulen, Ruiter, Lutje Spelberg, Smrkovsky, 1993) afgenomen op een leeftijd van 12, 18 en 24 maanden. De test werd afgenomen door dr. Ger Ramakers en door studenten Psychologie, Psychobiologie en Pedagogiek. De afname gebeurde volgens de instructies die in de handleiding beschreven worden. Ouders en kinderen kwamen naar het Onderzoekscentrum Ouder en Kind dat zich bevindt in de faculteit Pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De ethische commissie van de faculteit Psychologie gaf toestemming voor het onderzoek en de ouders vulden van te voren een informed consent in. De ouders ontvingen reiskostenvergoeding en een dvd met daarop de testafname. De kinderen mochten na afloop een cadeautje uitzoeken. 2.4 Statistiek De onafhankelijke variabelen zijn groep (DS-groep en controlegroep) en leeftijd (12, 18 en 24 maanden). De afhankelijke variabelen zijn de totaalscore en subschaalscores op de BSID-II-NL. Om de ontwikkeling van beide groepen kinderen over tijd te meten is een herhaalde metingen analyse gedaan. Er is gecontroleerd op de voorwaarden van sphericiteit en normaliteit. Vervolgens is voor de controlegroep en de DS-groep de correlatie tussen de subschalen berekend. Hierbij is gecontroleerd op de voorwaarde van normaliteit. 13

14 Om te kunnen toetsen hoe de score van de DS-groep zich verhoudt tot de score van de controlegroep zijn z-scores berekend. Nee! Dat was niet het nut van de z-score conversie, wel het onderstaande. Vervolgens is een herhaalde metingen analyse op de z-scores uitgevoerd. Hierbij is gecontroleerd op de voorwaarde van sphericiteit. Tenslotte is gekeken op welke leeftijd de ruwe score van kinderen in de DS-groep op 24 maanden hetzelfde is als de ruwe score van de controlegroepformulering klopt niet. De ruwe totaalscore van de DS-groep bedroegop 24 maanden hetzelfde als die van de controlegroep op 13,6 maanden. Door middel van lineaire interpolatie tussen de ruwe scores van de controlegroep op 12 en 18 maanden is ook voor de domeinen een mentale leeftijd berekend voor de DS-groep met een kalenderleeftijd van 24 maanden. Formatted: Highlight Formatted: Highlight Deleted: presteerde Deleted: 14

15 3. Resultaten 3.1 Mentale leeftijd DS-groep vergeleken met mentale leeftijd controlegroep Er is een herhaalde metingen ANOVA uitgevoerd om te toetsen of de mentale leeftijd van de DSgroep op de BSID-II-NL verschilt van de mentale leeftijd van de controlegroep op de BSID-II-NL. In de onderstaande grafiek zijn de scores van beide groepen op de die meetmomenten te zien: Mentale leeftijd Downsyndroom vs Controle 25 Mentale leeftijd in maanden Downsyndroom Controle Kalenderleeftijd in maanden Aan de voorwaarde van normaliteit werd niet helemaal voldaan. De controlegroep had een normale verdeling (D (42) = 0,175, p > 0,05), maar de DS-groep was niet normaal verdeeld (D (15) = 0,186, p < 0,05). Ook aan de voorwaarde van sphericiteit is niet voldaan (X2 (2) = 16,94, p < 0,01), daarom is gebruik gemaakt van de Huynh-Feldt correctie. Resultaten van de toets binnen proefpersonen: De mentale leeftijd neemt in beide groepen toe over tijd F(1.65, 92.30) = 427.5, p < De mentale leeftijd neemt zowel significant toe tussen 12 en 18 maanden F(1,56) = 397,5, p < als 15

16 tussen 18 en 24 maanden F (1,56) = , p < Het verschil in mentale leeftijd wordt groter over tijd in het voordeel van de controlegroep F (1.65, 92.30) = 72.79, p < Dit is zowel te zien tussen 12 en 18 maanden F (1,56) = 66.78, p < 0.01 als tussen 18 en 24 maanden F (1,56) = 35.45, p < Resultaten van de toets tussen proefpersonen: Er is een significant verschil tussen de gemiddelde mentale leeftijd van de DS-groep en de gemiddelde mentale leeftijd van de controlegroep F(1,56) = 376,12, p < Samenvattend kan gezegd worden dat beide groepen kinderen vooruit gaan over tijd. De kinderen uit de DS-groep gaan alleen langzamer vooruit dan de kinderen uit de controlegroep. Het verschil tussen de groepen wordt groter naarmate de kinderen ouder worden. 3.2 Correlaties tussen de subschalen Er is een Spearman correlatie uitgevoerd voor de controlegroep en de DS-groep om te onderzoeken in hoeverre er samenhang is tussen de verschillende domeinen. Er wordt wel enige samenhang verwacht, maar ook wordt verwacht dat de domeinen onderling verschillend zijn omdat ze andere cognitieve vaardigheden pretenderen te meten. Er is voor een Spearman correlatie gekozen omdat niet aan de voorwaarde van normaliteit is voldaan voor alle domeinen. Correlaties tussen de vijf domeinen binnen de controlegroep Correlaties taalbegrip taalproductie visuomotoriek geheugen Probleemoplossen taalbegrip Correlatie Coëfficiënt ** Sig. (2-zijdig) taalproductie Correlatie Coëfficiënt.710** **.058 Sig. (2-zijdig) visuomotoriek Correlatie Coëfficiënt Sig. (2-zijdig) geheugen Correlatie Coëfficiënt ** Sig. (2-zijdig) Probleemoplossen Correlatie Coëfficiënt Sig. (2-zijdig) **. Correlatie is significant bij t 0.01 (2-zijdig). N = 41 16

17 In de bovenstaande matrix is te zien dat taalbegrip en taalproductie sterk samenhangen. Ook taalbegrip, taalproductie en geheugen hangen onderling samen. De drie performale domeinen (visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen) vertonen geen onderlinge samenhang. De domeinen zijn dus onderscheidend van elkaar. Correlaties tussen de vijf domeinen binnen de DS-groep Correlaties taalbegrip taalproductie visuomotoriek geheugen Probleemoplossen taalbegrip Correlatie Coëfficiënt **.568*.598*.231 Sig. (2-zijdig) taalproductie Correlatie Coëfficiënt.840** *.517*.148 Sig. (2-zijdig) visuomotoriek Correlatie Coëfficiënt.568*.501* **.629** Sig. (2-zijdig) geheugen Correlatie Coëfficiënt.598*.517*.772** ** Sig. (2-zijdig) Probleemoplossen Correlatie Coëfficiënt **.681** Sig. (2-zijdig) **. Correlatie is significant bij t 0.01 (2-zijdig). *. Correlatie is significant bij t 0.05 (2-zijdig). N = 17 In de bovenstaande matrix is te zien dat binnen de DS-groep probleemoplossen en taalbegrip en probleemoplossen en taalproductie niet onderling samenhangen. Er wordt dus daadwerkelijk iets anders gemeten met probleemoplossen dan met de verbale domeinen. Echter geen van de andere domeinen zijn onderscheidend van elkaar. Voor taalbegrip en taalproductie is goed voorstelbaar dat deze onderling hoog correleren, omdat beiden taalvaardigheden zijn. Opvallend is dat er binnen de controlegroep veel minder samenhang is tussen de performale domeinen dan binnen de DS-groep. Blijkbaar worden er binnen de controlegroep echt drie aparte domeinen gemeten en binnen de DS-groep niet. Een mogelijke verklaring voor de hogere samenhang tussen de drie performale domeinen binnen de DS-groep is dat in de DS-groep de drie performale domeinen door een gezamenlijke onderliggende factor omlaat worden getrokken. Deze facotr is dusdanig beperkend dat de variantie tussen de domeinen relatief weinig meer bijdraagt aan de totale variantie, die vooral door de gezamenlijke onderliggende factor wordt bepaald drie performale domeinen één onderliggend domein gemeten wordt. De onderliggende beperkende factor zou wel eens kunnen zijn de beperkte fijne motoriek en oog-handcoordinatie. Misschien vinden kinderen met DS het lastig om een probleem op te lossen, omdat hun visuomotorische Deleted: er in plaats van 17

18 vaardigheden nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Op deze manier wordt door een item dat probleemoplossen probeert te meten misschien wel meer visuomotoriek gemeten. Hetzelfde geldt voor het domein geheugen. Mogelijk weet een kind nog wel waar een bepaald object (bijvoorbeeld het konijntje uit de BSID) zich bevindt, maar heeft het niet de motorische vaardigheden om de locatie van het object aan te wijzen Ruwe scores behaald op de domeinen visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen Hieronder volgt een overzicht van de ruwe scores die de DS-groep en de controlegroep hebben behaald op de domeinen visuomotoriek, geheugen en probleemoplossen. Per meetmoment wordt de gemiddelde ruwe score weergegeven en de standaard meetfout. Ook wordt beschreven hoe de scores van de twee groepen zich tot elkaar verhouden. Scores op het domein visuomotoriek : Domein: visuomotoriek 40 Ruwe score fijne motoriek Controle Downsyndroom Kalenderleeftijd in maanden Er is een significant hoofdeffect van visuomotoriek: F(1.55, 83,4) = 106,8, p < 0,01. Dit is zowel het geval tussen 12 en 18 maanden F (1,54) = 149,5, p < 0,01 als tussen 18 en 24 maanden F(1,54) = 29,3, p < 0,01. 18

19 Ook is er een significant interactie-effect van visuomotoriek * groep: F ( 1.55, 83,4) = 21,4, p < 0,01. Er is dus een ander effect van visuomotoriek op de DS-groep dan op de controlegroep. Om te zien hoe de ontwikkeling van visuomotoriek over tijd verloopt is apart gekeken naar ontwikkelingseffecten in de eerste en in de tweede helft van het 2 e jaar. Hierbij is gekeken naar de verschillen tussen 12 en 18 maanden en 18 en 24 maanden. De resultaten laten zien dat er een significant interactie-effect is tussen 12 en 18 maanden tussen groepen F (1, 54) = 40,6, p < 0,01. Dit betekent dat de DS-groep en de controlegroep zich verschillend ontwikkelen over tijd. De resultaten laten verder zien dat er geen significant interactie-effect wordt gevonden tussen 18 en 24 maanden tussen de groepen. De groepen ontwikkelen zich dan dus niet verschillend van elkaar F(1,54) = 3,4, p > 0,05. Conclusie: beide groepen gaan vooruit op het domein visuomotoriek over de drie meetmomenten. De DS-groep gaat alleen een stuk langzamer vooruit. Vooral tussen 12 en 18 maanden ontwikkelen kinderen uit de controlegroep zich sneller op het domein visuomotoriek dan kinderen uit de DS-groep. Deleted: visuomototiek Scores op het domein geheugen : 12 Domein: geheugen Ruwe score geheugen Controle Downsyndroom Kalenderleeftijd in maanden Er is een significant hoofdeffect van geheugen F (1.4, 77,4) = 99,3, p < 0,01. Dit is zowel het geval tussen 12 en 18 maanden F (1,54) = 90,6, p < 0,01 als tussen 18 en 24 maanden F(1,54) = 56,8, p < 19

20 0,01. Verder is er een significant interactie-effect van geheugen * groep: F (1.4, 77,4) = 21,2, p < 0,01. Dit houdt in dat er een ander effect is van geheugen op de DS-groep dan op de controlegroep. De resultaten laten zien dat er zowel een significant interactie-effect is tussen 12 en 18 maanden tussen groepen F (1,54) = 15, p < 0,01 als tussen 18 en 24 maanden F(1,54) = 13,8, p < 0,01. De groepen ontwikkelen zich op beide momenten verschillend van elkaar. De controlegroep ontwikkelt zich sneller dan de DS-groep. Conclusie: beide groepen gaan vooruit over de drie meetmomenten op het domein geheugen. De DS-groep gaat alleen langzamer vooruit dan de controlegroep. Het verschil tussen de DS-groep en de controlegroep wordt groter naarmate de kinderen ouder worden. Scores op het domein probleemoplossen : Domein: probleemoplossen 8 Ruwe score probleemoplossen Controle Downsyndroom Kalenderleeftijd in maanden Er is een significant hoofdeffect van probleemoplossen F (2, 108) = 184,9, p < 0,0.1. Dit is zowel tussen 12 en 18 maanden F (1,54) = 116,7, p < 0,01 als tussen 18 en 24 maanden F(1,54) = 77,7, p < 0,01 het geval. Ook is er een significant interactie-effect van probleemoplossen * groep: F (2, 108) = 11,3, p < 0,01. Dit houdt in dat er een ander effect is van probleemoplossen op de DSgroep dan de op de controlegroep. Er is bekeken hoe de ontwikkeling van probleemoplossen verloopt over tijd. De resultaten laten zien dat er zowel een significant interactie-effect is tussen 12 20

21 en 18 maanden tussen groepen F (1, 54) = 20,6, p < 0,01 als tussen 18 en 24 maanden tussen groepen F(1,54) = 4, p < 0,05. Dit houdt in dat de DS-groep en de controlegroep zich op een verschillende manier ontwikkelen over tijd. In de grafiek is te zien dat de controlegroep zich sneller ontwikkelt dan de DS-groep Conclusie: beide groepen gaan vooruit op het domein probleemoplossen over de tijd. De DS-groep gaat alleen wat langzamer vooruit dan de controlegroep. Naarmate de kinderen ouder worden neemt het verschil tussen de groepen toe Z-scores Om de verschillende domeinen met elkaar te kunnen vergelijken en om te achterhalen in hoeverre de DS-groep achterloopt op de controlegroep per domein, zijn er van de ruwe scores z-scores gemaakt. In de onderstaande grafiek is te zien hoeveel standaarddeviaties de DS-groep afwijkt ten opzichte van de controlegroep. Voor een overzicht van de standaarddeviaties van de controlegroep zie bijlage 2. Z-scores domeinen per meetmoment 0,00-1, ,00-3,00-4,00-5,00 taalbegrip taalproductie visuo-motoriek geheugen probleemoplossen -6,00-7,00 Ik zie nu dat eigelijk de Z-score van de ruwe totaalscore ontbreekt; dit is van belang voor de RM verder op: is de totaalscore nu hoger of lager dan de subschaalscores? 21

22 Het meest opvallend is de score van de DS-groep op het domein geheugen. In de grafiek is te zien dat op 18 en 24 maanden de DS-groep opvallend meer afwijkt van de controlegroep op dit domein dan op de andere domeinen. Verder valt op dat de DS-groep in veel gevallen het meest afwijkt van de controlegroep op de drie performale domeinen. Op basis van eerder onderzoek (Jacobs, 2009 ; Kostelijk, 2010) zou juist verwacht worden dat de DS-groep op de verbale domeinen (met name taalproductie) relatief het zwakst zou zijn. Sommige domeinen laten ook in de controlegroep grote spreiding zien, waardoor het onderscheid met de DS-groep minder goed te maken valt. Om te toetsen of de DS-groep op bepaalde domeinen werkelijk disproportioneel achterloopt is een repeated measures ANOVA uitgevoerd op de z-scores Domeinen DS-groep vergeleken met totaalscore DS-groep Per meetmoment is de z- score van de ruwe totaalscore van de DS-groep als uitgangspunt genomen (level 1) en zijn de vijf domeinen z-taalbegrip 2, z-taalproductie 3, z-visuomotoriek 4, z- geheugen 5 en z-probleemoplossen 6 (level 2 t/m 6) hiermee vergeleken. Alle domeinen wijken op alle drie de meetmomenten significant af van de z-score van de ruwe totaalscore. Zie de onderstaande drie tabellen: Level 2 t/m 6 vergeleken met level 1 op 12 maanden maand12 Dimensie 3 Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. Dimensie 1 maand12 Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 9, ,953 8,689,009 Level 3 vs. Level 1 50, ,272 97,221,000 Level 4 vs. Level 1 8, ,878 25,638,000 Level 5 vs. Level 1 6, ,297 6,428,021 Level 6 vs. Level 1 24, ,286 26,757,000 Error(maand12) Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 19, ,145 Level 3 vs. Level 1 8,790 17,517 Level 4 vs. Level 1 5,886 17,346 22

23 Level 5 vs. Level 1 16,654 17,980 Level 6 vs. Level 1 15,430 17,908 Level 2 t/m 6 vergeleken met level 1 op 18 maanden maand18 Dimensie 3 Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. dimension1 maand18 Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 443, , ,549,000 Level 3 vs. Level 1 259, , ,227,000 Level 4 vs. Level 1 153, , ,098,000 Level 5 vs. Level 1 94, , ,668,000 Level 6 vs. Level 1 4, ,135 4,741,044 Error(maand18) Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 20, ,177 Level 3 vs. Level 1 12,835 17,755 Level 4 vs. Level 1 8,060 17,474 Level 5 vs. Level 1 13,952 17,821 Level 6 vs. Level 1 14,827 17,872 Level 2 t/m 6 vergeleken met level 1 op 24 maanden maand24 Dimensie 3 Type III Sum of Squares df Mean Square F Sig. Dimensie 1 maand24 Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 22, ,844 23,406,000 Level 3 vs. Level 1 15, ,006 14,977,001 Level 4 vs. Level 1 9, ,922 17,081,001 Level 5 vs. Level 1 10, ,676 15,025,001 Level 6 vs. Level 1 139, ,198 31,257,000 Error(maand24) Dimensie 2 Level 2 vs. Level 1 15,616 16,976 Level 3 vs. Level 1 16, ,002 Level 4 vs. Level 1 9,294 16,581 23

24 Level 5 vs. Level 1 11,369 16,711 Level 6 vs. Level 1 71, ,453 Dat alle domeinen afwijken ten opzichte van de z-score van de ruwe totaalscore kan waarschijnlijk verklaard worden door het feit dat de items die wel in de totale schaal zitten maar niet in de subschalen de totaalscore omlaag halen. Het is de vraag of de totaalscore hoger of lager is; dat is nergens uit op te maken hier, maar wel van belang. Mogelijk zijn er wel verschillen tussen de individuele subschalen. Dit is voor de performale subschalen (visomotoriek, geheugen en probleemoplossen) onderzocht door ze paarsgewijs met elkaar te vergelijken op 12, 18 en 24 maanden. Op 12 maanden verschillen visuomotoriek en probleemoplossen significant van elkaar (p < 0,05). Op dat moment wijken kinderen met DS op het domein visuomotoriek meer af van de controlegroep dan op het domein probleemoplossen. Ook verschillen geheugen en probleemoplossen op 12 maanden significant van elkaar (p < 0,01). Op dat moment wijken kinderen met DS op het domein geheugen meer af van de controlegroep dan op het domein probleemoplossen. Op 18 maanden verschillen alle drie de domeinen significant van elkaar (p < 0,05). Op het domein geheugen wijken kinderen met DS het meest af van de controlegroep, daarna op het domein probleemoplossen en het minst op het domein visuomotoriek. Op 24 maanden verschillen visuomotoriek en probleemoplossen significant van elkaar (p < 0,01). Op dat moment wijken kinderen met DS op het domein geheugen meer af van de controlegroep dan op het domein visuomotoriek. Ook verschillen geheugen en probleemoplossen significant van elkaar op 24 maanden (p < 0,01). Op dat moment wijken kinderen met DS op het domein geheugen meer af van de controlegroep dan op het domein probleemoplossen DS-groep en controlegroep met dezelfde mentale leeftijd vergeleken op domeinniveau Op basis van de totaalscore op de BSID- II-NL werdeen mentale leeftijd berekend aan de hand van de normgegevens in de BSID handleiding. Er zijn subdomeinen gemaakt binnen die totale mentale schaal, waarvoor geen conversie voorhanden is dit noem je wat erg laat, want het is overal al toegepast. Daarom is gekeken op welke leeftijd de ruwe score van kinderen in de DS-groep 24 maanden hetzelfde is als de ruwe score van de controlegroep. De DS-groep presteert op 24 maanden hetzelfde als de controlegroep op 13,6 maanden. Door middel van lineaire interpolatie Deleted: kan Deleted: worden Formatted: Highlight 24

25 tussen de ruwe scores van de controlegroep op 12 en 18 maanden is ook voor de domeinen een mentale leeftijd berekend voor de DS-groep met een kalenderleeftijd van 24 maanden. In de onderstaande grafiek is te zien wat de mentale leeftijd is van de DS-groep per domein. Voor elk domein is ook de standaard meetfout aangegeven. mentale leeftijd down 24 mnd 15,000 14,500 14,000 mentale leeftijd 13,500 13,000 12,500 12,000 11,500 mentale leeftijd 11, domein 1 = totaalscore 2 = taalbegrip etc. 3 = mentale leeftijd berekent op basis van de ruwe score op het domein taalproductie 4 = mentale leeftijd berekent op basis van de ruwe score op het domein visuomotoriek. 5 = mentale leeftijd berekent op basis van de ruwe score op het domein geheugen 6 = leeftijd berekent op basis van de ruwe score op het domein probleemoplossen Deleted: mentale leeftijd berekent aan de hand van de ruwe Deleted: op de BSID-II-NL Deleted: mentale leeftijd berekent op basis van de ruwe score op het domein In de bovenstaande grafiek is te zien dat niet op elk domein dezelfde score wordt behaald. Gemiddeld is de mentale leeftijd van kinderen uit de DS-groep van 24 maanden op de mentale schaal van de BSID-II-NL 13,62 maanden. Er is getoetst met behulp van een herhaalde metingen ANOVA in hoeverre de specifieke domeinen afwijken van de totaalscore op de mentale schaal van de BSID-II. Ofwel: welke domeinen wijken disproportioneel af ten opzichte van het globale ontwikkelingsniveau: - Taalbegrip wijkt niet significant af van de totaalscore op de BSID-II-NL: F (1,16) = 1,477, p > 0,05 - Taalproductie wijkt niet significant af van de totaalscore op de BSID-II-NL : F (1,16) = 0,007, p > 0,05 25

26 - Visuomotoriek wijkt wel significant af van de totaalscore op de BSID-II-NL: F (1,16) = 20,829, p < 0,01 - Geheugen wijkt wel significant af van de totaalscore op de BSID-II-NL : F (1,16) = 25,504, p < 0,01 - Probleemoplossen wijkt niet significant af van de totaalscore op de BSID-II-NL: F (1,16) = 0,658, p > 0,05 Op basis van de literatuur werd juist verwacht dat de verbale domeinen disproportioneel zouden afwijken van het algemene ontwikkelingsniveau en dat visuomotoriek niet disproportioneel zou afwijken (Jacobs, 2009; Kostelijk, 2010; Silverman, 2007; Vicari, 2006; Fidler, 2005; Wang, 1996). In de discussie wordt verder ingegaan op verwachtingen die niet uitkwamen en worden hiervoor mogelijk verklaringen gegeven. 26

27 4. Discussie 4.1. Samenvatting van de belangrijkste resultaten en antwoord op de onderzoeksvraag De DS-groep behaalde zoals verwacht op alle leeftijden een significant lagere score dan de controlegroep op de mentale schaal van de BSID-II-NL. Ook presteerde de DS-groep zoals verwacht op alle leeftijden significant lager op alle domeinen dan de controlegroep. De kinderen uit de DS-groep gingen wel significant vooruit over de verschillende meetmomenten, maar aanzienlijk minder dan de controlegroep. Deze bevindingen komen overeen met wat Moeller (2007) beschreef. De hoofdvraag was echter of er cognitieve domeinen zijn waar de kinderen uit de DS-groep disproportioneel zwak of sterk in zijn ten opzichte van hun eigen totaalscore op de BSID-II-NL. Om deze vraag te beantwoorden zijn de ruwe scores van de DS-groep en de controlegroep omgerekend naar z-scores. De z-scores van de ruwe domeinscores van de DS-groep zijn vervolgens vergeleken met de z-score van de ruwe totaalscore van de DS-groep. Alle z-scores van de ruwe domeinscores weken significant af van de z-score van de ruwe totaalscore. Dit verschil kan mogelijk worden verklaard doordat items die wel in de totale schaal en niet in de subschalen zaten de totaalscore omlaag haalden. Vervolgens is getoetst of er verschillen waren tussen de individuele performale subschalen. Individuele verschillen tussen twee of drie performale subschalen waren op alle drie de meetmomenten aanwezig. Dit werd niet verwacht, omdat uit de factoranalyse naar voren kwam dat de drie performale subschalen binnen de DS-groep niet onderscheidend waren. Dit zou betekenen dat op de drie performale domeinen ongeveer dezelfde score behaald zou moeten worden. Vooral op de performale schaal geheugen werd echter een lagere score behaald. Tenslotte zijn de scores van kinderen met DS en normaal ontwikkelende kinderen van dezelfde mentale leeftijd met elkaar vergeleken. Met een herhaalde metingen ANOVA is getoetst of kinderen uit de DS-groep van 24 maanden, met een gemiddelde mentale leeftijd van 13,62 maanden op de totale mentale schaal van de BSID, significant hoger/lager scoorden op de domeinen dan op basis van hun mentale leeftijd verwacht werd. Dit is op deze manier gedaan, om Deleted: echter waarschijnlijk 27

28 de domeinen onderling te kunnen vergelijken. In veel eerder onderzoek is dit ook gedaan (Filder et. al, 2005; Lanfranchi, Cornoldi en Vianello, 2004; Laws & Lawrence, 2001; Vicari, 2006;Visu- Petra, Benga, Tincas en Miclea, 2007), waardoor het huidige onderzoek met eerder onderzoek te vergelijken is. Alleen op de domeinen visuomotoriek en geheugen behaalden de kinderen uit de DS-groep een score die significant lager was dan hun score op de totale mentale schaal van de BSID-II-NL. Op basis van de literatuur werd deze uitkomst voor visuomotoriek niet verwacht en voor geheugen deels verwacht. Vicari (2006) concludeerde in zijn review over onderzoek naar visuomotoriek bij kinderen met DS juist dat visuomotoriek een relatief sterke vaardigheid is. Ook Jacobs (2009) en Kostelijk (2010) vonden dat visuomotoriek een relatief sterke vaardigheid is bij volwassenen met DS. In eerdere onderzoeken naar geheugen van kinderen met DS wordt gevonden dat ze vooral moeite hebben met het verbale KTG en minder moeite hebben met het opslaan van visuele stimuli in het KTG (Lanfranchi, Cornoldi en Vianello, 2004). De items uit de subschaal geheugen van het huidige onderzoek deden grotendeels een beroep op het visueel KTG. Slechts twee items uit de subschaal geheugen deden een beroep op het verbale KTG, namelijk item 152 (zegt getallen na) en item 160 (onthoudt volgorde).als je hierover nadenkt, (hoe het in de praktijk ging) dan weet je dat geen enkel DS-kind aan deze items toe kwam; je kutn dus zeggen dat er geen verbale KTG-items in zaten Daarom werd niet verwacht dat de kinderen met DS relatief laag op de subschaal geheugen zouden scoren. Wat wel werd verwacht was dat kinderen met DS disproportioneel achter zouden lopen op de verbale domeinen en dan met name op het domein taalproductie (Silverman, 2007). Dit was echter niet het geval. De kinderen met DS behaalden op de verbale domeinen geen score die lager was dan de mentale leeftijd. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de controlegroep op 12 en 18 maanden ook nog niet zo veel taal produceert en dat de DS-groep hier lastig tegen af te zetten is. Na verloop van tijd worden verschillen in de taalontwikkeling van de twee groepen waarschijnlijk duidelijker zichtbaar. De normaal ontwikkelende kinderen maken een sprong op het domein taalproductie vanaf 18 maanden, terwijl de kinderen met DS zich in hetzelfde tempo blijven ontwikkelen (Limpens 2010). Terug naar de onderzoeksvraag: is er bij heel jonge kinderen met DS al sprake is van een specifiek cognitief profiel? Er wordt geen duidelijk cognitief profiel gevonden bij kinderen met DS tussen het eerste en tweede levensjaar. In de grafiek z-scores domeinen per meetmoment was te zien dat de DS-groep in veel gevallen het meest afweek van de controlegroep op de drie performale domeinen. Individuele vergelijking van de performale domeinen op 24 maanden liet zien dat het domein geheugen meer afweek van de controlegroep dan de domeinen visuomotoriek en Formatted: Highlight 28

MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1. Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie

MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1. Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie MEMANTINE-ADDITIE AAN CLOZAPINE 1 Memantine-additie aan Clozapine bij Therapieresistente Schizofrenie (Memantine Add-On Therapy to Clozapine in Refractory Schizophrenia) David M.H. Buyle David M.H. Buyle

Nadere informatie

Bayley III-NL Motoriekschaal

Bayley III-NL Motoriekschaal White paper Bayley III-NL Motoriekschaal Algemene introductie op de Bayley-III-NL Motoriekschaal, vergelijking met de vorige versie, de BSID-II-NL Motorische Schaal White paper 1 www.pearsonclinical.nl

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en discussie

Samenvatting, conclusies en discussie Hoofdstuk 6 Samenvatting, conclusies en discussie Inleiding Het doel van het onderzoek is vast te stellen hoe de kinderen (10 14 jaar) met coeliakie functioneren in het dagelijks leven en wat hun kwaliteit

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 Intermanuele transfereffecten in volwassenen

HOOFDSTUK 2 Intermanuele transfereffecten in volwassenen Samenvatting 166 HOOFDSTUK 1 Introductie Na een armamputatie wordt vaak, om functionaliteit te behouden, een prothese voorgeschreven. Echter, 30% van de voorgeschreven protheses wordt niet gebruikt. 1-4

Nadere informatie

SAMENVATTING Het doel van dit proefschrift is drieledig. Ten eerste wordt inzicht verschaft in het gebruik van directe-rede-constructies (bijvoorbeeld Marie zei: Kom, we gaan! ) door sprekers met afasie.

Nadere informatie

Werkgeheugen bij kinderen met SLI. Indeling presentatie. 1. Inleiding. Brigitte Vugs, 19 maart 2009. 1. Inleiding 2. Theoretische achtergrond

Werkgeheugen bij kinderen met SLI. Indeling presentatie. 1. Inleiding. Brigitte Vugs, 19 maart 2009. 1. Inleiding 2. Theoretische achtergrond Werkgeheugen bij kinderen met SLI Brigitte Vugs, 19 maart 2009 Indeling presentatie 1. Inleiding 2. Theoretische achtergrond SLI, Geheugen, Werkgeheugen 3. Ontwikkeling werkgeheugen 4. Relatie werkgeheugen

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd / hals Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument ComVoor Voorlopers in communicatie 31 oktober 2011 Review M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende

Nadere informatie

NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten

NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten Universiteit Maastricht c.vanheugten@np.unimaas.nl Inhoud presentatie Plasticiteit van het brein Hersenletsel Schade en herstel

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Een goede hand functie is van belang voor interactie met onze omgeving. Vanaf het moment dat we opstaan, tot we s avonds weer naar bed gaan,

Nadere informatie

Het LOVS rekenen-wiskunde van het Cito

Het LOVS rekenen-wiskunde van het Cito Het LOVS rekenen-wiskunde van het Cito - de invloed van contexten in groep 3, 4 en 5 - Marian Hickendorff & Jan Janssen Universiteit Leiden / Cito Arnhem 1 inleiding en methode De LOVS-toetsen rekenen-wiskunde

Nadere informatie

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

IST Standaard. Intelligentie Structuur Test. meneer 1

IST Standaard. Intelligentie Structuur Test. meneer 1 IST Standaard Intelligentie Structuur Test ID 4589-1031 Datum 25.03.2015 IST Inleiding 2 / 12 INLEIDING De Intelligentie Structuur Test (IST) is een veelzijdig inzetbare intelligentietest voor jongeren

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Growing into a different brain

Growing into a different brain 221 Nederlandse samenvatting 221 Nederlandse samenvatting Groeiend in een ander brein: de uitkomsten van vroeggeboorte op schoolleeftijd De doelen van dit proefschrift waren om 1) het inzicht te vergroten

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve

Nadere informatie

De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs

De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs 1 De ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid van kleuters met vroeg vreemde-taal onderwijs Sieneke Goorhuis-Brouwer, KNO, UMCG, Groningen Kees de Bot, Toegepaste Taalwetenschap RUG, Groningen April

Nadere informatie

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen

Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Hoofdstuk 3. Het onderzoek van dyslectische leerlingen Inleiding In de voorgaande twee hoofdstukken hebben wij de nieuwe woordleestoetsen en van Kleijnen e.a. kritisch onder de loep genomen. Uit ons onderzoek

Nadere informatie

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60)

Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Informatiebrochure gebruik van de Flexibiliteits Index Test (FIT-60) Auteurs: T. Batink, G. Jansen & H.R.A. De Mey. 1. Introductie De Flexibiliteits Index Test (FIT-60) is een zelfrapportage-vragenlijst

Nadere informatie

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden

Meervoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Hoe komt leren tot stand?

Wat gaan we doen? Hoe komt leren tot stand? Voeding en schoolprestatie: Hoofdzaak of kopzorg? Dr. Renate H.M. de Groot Welten Institute Research, Centre for Learning, Teaching and Technology, Open University of the Netherlands Wat gaan we doen?

Nadere informatie

Interactief werken aan woordenschat Onderzoek in groep 2 tot en met groep 4

Interactief werken aan woordenschat Onderzoek in groep 2 tot en met groep 4 Interactief werken aan woordenschat Onderzoek in groep 2 tot en met groep 4 OnderwijsBewijs-programma Femke Scheltinga Maud van Druenen Karin van Usen Waarom dit onderzoek? De aanleiding - Grote verschillen

Nadere informatie

Vertrouwelijk Individueel Rapport

Vertrouwelijk Individueel Rapport Vertrouwelijk Individueel Rapport Casus Anoniem Casus Anoniem Datum: 19-08-2014 1 Afname gegevens Naam: Casus Anoniem Geslacht: meisje Naam School: OBS De Vlinder Groep/Klas: 6 Testleider: Testdatum: 19-08-2014

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Hoofd/ hals Overig, ongespecificeerd. Communicatie, Mentale functies Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Nederlandstalige NonSpeech test (NNST) 4 november 2011 Review: M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking op

Nadere informatie

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te

Nadere informatie

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items

1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items 1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items item Persoon 1 2 3 1 1 0 0 2 1 1 0 3 1 0 0 4 0 1 1 5 1 0 1 6 1 1 1 7 0 0 0 8 1 1 0 Er geldt: (a) de p-waarden van item 1 en item 2 zijn

Nadere informatie

WPPSI-III-nl analyse Versie: 1.0.0

WPPSI-III-nl analyse Versie: 1.0.0 Persoonsgegevens Naam Geslacht Man Nationaliteit Nederlandse Voorkeurshand Rechtshandig School/Instituut Basisonderwijs Groep/Leerjaar 2 Onderzoeker Paul Vraagstelling (1) ADHD jjjj mm dd Onderzoeks datum

Nadere informatie

Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii03

Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii03 Internet inclusief Bespreking resultaten veldonderzoek ii. MMSE als basis indicator De onderzoeksgroep Internet Inclusief is er zich van bewust dat er zo een grote variatie in cognitieve beperkingen bestaat,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Verschillende vormen van het visuele korte termijn geheugen en de interactie met aandacht

Nederlandse samenvatting. Verschillende vormen van het visuele korte termijn geheugen en de interactie met aandacht Nederlandse samenvatting Verschillende vormen van het visuele korte termijn geheugen en de interactie met aandacht 222 Elke keer dat je naar iets of iemand op zoek bent, bijvoorbeeld wanneer je op een

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Voeding en schoolprestatie: Stelling. Definities. Conclusie. Hoe komt leren tot stand?

Wat gaan we doen? Voeding en schoolprestatie: Stelling. Definities. Conclusie. Hoe komt leren tot stand? Voeding en schoolprestatie: Hoofdzaak of kopzorg? Dr. Renate H.M. de Groot Wat gaan we doen? Definities" Hoe komt leren tot stand?" Wat gebeurt er met leren tijdens de adolescentie?" Rol van omgevingsfactoren:

Nadere informatie

Samenvatting. Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese. Een 3-jarige follow-up studie

Samenvatting. Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese. Een 3-jarige follow-up studie * Samenvatting Beloop van dagelijkse activiteiten bij adolescenten met cerebrale parese Een 3-jarige follow-up studie Samenvatting Tijdens de periode van groei en ontwikkeling tussen kindertijd en volwassenheid

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee?

Beschrijving van de gegevens: hoeveel scholen en hoeveel leerlingen deden mee? Technische rapportage Leesmotivatie scholen van schoolbestuur Surplus Noord-Holland Afstudeerkring Begrijpend lezen 2011-2012, Inholland, Pabo-Alkmaar Marianne Boogaard en Yvonne van Rijk (Lectoraat Ontwikkelingsgericht

Nadere informatie

Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden. Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen

Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden. Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen Bepaling van het taalbegrip bij kinderen tot en met 25 maanden Liesbeth Schlichting Rijksuniversiteit Groningen Taalstoornissen Primair: specifieke taalontwikkelingsstoornissen (SLI) Secondair: niet-specifiek

Nadere informatie

Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma

Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma Nederlandse samenvatting Tweetaligheid en cognitie: de verwerving van het Fries en het Nederlands Deze dissertatie is het resultaat

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

SAMENVATTING. Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat

SAMENVATTING. Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat SAMENVATTING Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat beschreven wordt in de hoofdstukken 2 tot en met 6, heeft betrekking op de prestaties van leerlingen

Nadere informatie

Docent: Monica Wijers Groep 1. Conny van der Spoel Melek Abaydogan Shirley Slamet

Docent: Monica Wijers Groep 1. Conny van der Spoel Melek Abaydogan Shirley Slamet Docent: Monica Wijers Groep 1 Conny van der Spoel Melek Abaydogan Shirley Slamet Inhoudsopgave Inleiding... 2 Probleemstelling... 3 Onderzoek... 4 Wijze van Aanpak... 4 Verwerking... 5 Conclusie... 6 Bijlagen:

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0

EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0 EMPO voor Ouders en Jongeren versie 2.0 2011 Praktikon BV Nijmegen: Harm Damen 1. Wat is de EMPO? De EMPO 2.0 is een lijst voor zelfevaluatie om de empowerment bij ouders (EMPO Ouders 2.0) en jongeren

Nadere informatie

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success

Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Rapportage sociaal-emotionele ontwikkeling Playing for Success Leercentrum Nijmegen Oberon, november 2012 1 Inleiding Playing for Success heeft, naast het verhogen van de taal- en rekenprestaties van de

Nadere informatie

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen

Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Resultaten instaptoetsen Rekenen en Nederlands 2010 Rapportage aan de Profijtscholen Rapportage: Analyse en tabellen: 4 Februari 2011 Mariëlle Verhoef Mike van der Leest Inleiding Het Graafschap College

Nadere informatie

Leerbaarheid. Le ren. Overzicht. HersenletselCongres 2015 4-11-2015. A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht

Leerbaarheid. Le ren. Overzicht. HersenletselCongres 2015 4-11-2015. A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht Disclosure belangen sprekers (Potentiële) belangenverstrengeling Geen A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht Dr. Hileen Boosman De betrokken relaties bij dit project zijn: Financiering: Projectgroep:

Nadere informatie

Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente

Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente Donald van der Burg Onderzoek naar responsiviteit van de CMS/SST

Nadere informatie

BIOKLOK DE BIOLOGISCHE KLOK IN DE LES MODULE C. klok. www. bio. .nl

BIOKLOK DE BIOLOGISCHE KLOK IN DE LES MODULE C. klok. www. bio. .nl BIOKLOK DE BIOLOGISCHE KLOK IN DE LES MODULE C www. bio klok.nl EN DE BIOLOGISCHE KLOK IN DE PRAKTIJK Ready Set Go! galmt het door de stadions tijdens sportwedstrijden, zoals de Olympische Spelen. Olympische

Nadere informatie

Sleuteltermen Stappenplan, belevingswereld, motivatie, boxenstelsel, economie Bibliografische referentie

Sleuteltermen Stappenplan, belevingswereld, motivatie, boxenstelsel, economie Bibliografische referentie ONTWERPRAPPORT Naam auteur Elles Lelieveld Vakgebied Economie Titel De juiste stappen, een onderzoek naar de problemen en oplossingen van opgaven over het boxenstelsel Onderwerp Het aanleren van een stappenplan

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Muiswerk: Taal en rekenen op z n best!

Muiswerk: Taal en rekenen op z n best! Artikel 7 Door: Eric Robbers en Stefan Robbers Muiswerk: Taal en rekenen op z n best! 1.Inleiding Er zijn zorgen over het niveau van het onderwijs, zowel binnen het onderwijs als ook daarbuiten. Binnen

Nadere informatie

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur

Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Samenvatting Impliciet leren van kunstmatige grammatica s: Effecten van de complexiteit en het nut van de structuur Hoewel kinderen die leren praten geen moeite lijken te doen om de regels van hun moedertaal

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek.

Samenvatting. Samenvatting 8. * COgnitive Functions And Mobiles; in dit advies aangeduid als het TNO-onderzoek. Samenvatting In september 2003 publiceerde TNO de resultaten van een onderzoek naar de effecten op het welbevinden en op cognitieve functies van blootstelling van proefpersonen onder gecontroleerde omstandigheden

Nadere informatie

datavisualisatie 14-12-12 www.opencultuurdata.nl hoorcollege 2 representatie HVA CMD V2 29 november 2012

datavisualisatie 14-12-12 www.opencultuurdata.nl hoorcollege 2 representatie HVA CMD V2 29 november 2012 http://422.com/work/netherlands-from-above-tower-appartment-blocks datavisualisatie hoorcollege 2 representatie HVA CMD V2 29 november 2012 www.opencultuurdata.nl 1 het menselijk brein "We thrive in information-thick

Nadere informatie

Ontwikkelingsrisico s bij het opgroeien met triple X

Ontwikkelingsrisico s bij het opgroeien met triple X Ontwikkelingsrisico s bij het opgroeien met triple X Hanna Swaab Sophie van Rijn Suus van Rijn Hanna, Sophie en Suus werken op de afdeling orthopedagogiek van de universiteit Leiden en op het Ambulatorium.

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

HTS Report IST. Intelligentie Structuur Test. Jeroen de Vries ID Datum Standaard. Hogrefe Uitgevers BV, Amsterdam

HTS Report IST. Intelligentie Structuur Test. Jeroen de Vries ID Datum Standaard. Hogrefe Uitgevers BV, Amsterdam IST Intelligentie Structuur Test HTS Report ID 5105-7035 Datum 20.07.2017 Standaard INLEIDING IST 2/20 Inleiding De Intelligentie Structuur Test (IST) is een veelzijdig inzetbare intelligentietest voor

Nadere informatie

Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79

Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79 Tijdschrift voor Didactiek der B-wetenschappen 7 (1989) nr.1 79 Boekbespreking Techniek in het natuurkunde-onderwijs M.J. de Vries, Uitg.: Technische Universiteit Eindhoven, 1988 Dissertatie, 278 p. De

Nadere informatie

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren:

We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren: INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 4 1. Toets met behulp van SPSS de hypothese van Evelien in verband met de baardlengte van metalfans. Ga na of je dezelfde conclusies

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Diagnostiek van het handelend rekenen

Diagnostiek van het handelend rekenen Diagnostiek van het handelend rekenen Test Meten en Metend rekenen 2-6 D. Van De Steene Van De Steene I. Vervenne 1 Introductie Meten en metend rekenen in ons dagelijks leven Situering Domein meten en

Nadere informatie

Informatie- en emotieverwerking bij het syndroom van Noonan

Informatie- en emotieverwerking bij het syndroom van Noonan V I N C E N T V A N G O G H Institute for Psychiatry Contactdag 26 maart 2011, Putten Informatie- en emotieverwerking bij het syndroom van Noonan Ellen Wingbermühle, klinisch neuropsycholoog Renée Roelofs,

Nadere informatie

hoofdstuk 4 & 7 hoofdstuk 3 & 6 hoofdstuk 2 hoofdstuk 5 Hoofdstuk 2 tot en met 5 hoofdstuk 6 en 7 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 hoofdstuk

hoofdstuk 4 & 7 hoofdstuk 3 & 6 hoofdstuk 2 hoofdstuk 5 Hoofdstuk 2 tot en met 5 hoofdstuk 6 en 7 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 hoofdstuk Samenvatting De Lokomat is een apparaat dat bestaat uit een tredmolen, een harnas voor lichaamsgewichtondersteuning en twee robot armen die de benen van neurologische patiënten kunnen begeleiden tijdens

Nadere informatie

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg

Spelen in het groen. Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena van den Berg Spelen in het groen Effecten van een bezoek aan een natuurspeeltuin op het speelgedrag, de lichamelijke activiteit, de concentratie en de stemming van kinderen Agnes van den Berg Roderik Koenis Magdalena

Nadere informatie

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5

INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 1. De onderzoekers van een preventiedienst vermoeden dat werknemers in een bedrijf zonder liften fitter zijn dan werknemers

Nadere informatie

Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders

Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders Motorisch functioneren in Noonan syndroom: Een interview met Noonan syndroom personen en/of hun ouders Ellen Croonen, AIOS kindergeneeskunde Radboudumc Inhoudsopgave Achtergrond Doel Methode Resultaten

Nadere informatie

Leerproblemen gerelateerd aan specifieke geheugenproblemen?

Leerproblemen gerelateerd aan specifieke geheugenproblemen? Leerproblemen gerelateerd aan specifieke geheugenproblemen? Een vergelijking van de geheugenprestaties van leerlingen van het regulier en speciaal basisonderwijs Corina M. Hulleman Scriptie voor het masterexamen

Nadere informatie

` Into Bounce Leren in beweging ` Onderstaand onderzoek laat de effecten zien

` Into Bounce Leren in beweging ` Onderstaand onderzoek laat de effecten zien Erik Scherder, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen, zegt: `Bewegen is niet alleen goed voor conditie, maar ook voor cognitie!` `In de hersenen vertonen neuronale systemen

Nadere informatie

Samenvatting. Audiovisuele aandacht in de ruimte

Samenvatting. Audiovisuele aandacht in de ruimte Samenvatting Audiovisuele aandacht in de ruimte Theoretisch kader Tijdens het uitvoeren van een visuele taak, zoals het lezen van een boek, kan onze aandacht getrokken worden naar de locatie van een onverwacht

Nadere informatie

7 Nederlandstalige Samenvatting

7 Nederlandstalige Samenvatting 7 Nederlandstalige Samenvatting Autisme is een ontwikkelingsstoornis, waarvan de symptomen zich in de kindertijd voor het eerst manifesteren en gedurende het gehele leven in verschillende vormen aanwezig

Nadere informatie

SAMENVATTING 183 SAMENVATTING

SAMENVATTING 183 SAMENVATTING SAMENVATTING 183 SAMENVATTING Vermoeidheid is een alledaagse ervaring. Wanneer vermoeidheid een lange tijd aanhoudt kan dit voor problemen zorgen. Geneeskundestudenten zien we als relatief kwetsbaar als

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

a p p e n d i x Nederlandstalige samenvatting

a p p e n d i x Nederlandstalige samenvatting a p p e n d i x B Nederlandstalige samenvatting 110 De hippocampus en de aangrenzende parahippocampale hersenschors zijn hersengebieden die intensief worden onderzocht, met name voor hun rol bij het geheugen.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting INTRODUCTION Kinderen en jongeren met cerebrale parese (CP) kunnen vaak niet zo goed lopen, rennen of traplopen. Dat kan komen door spierzwakte. Spierzwakte wordt vaak gemeten als de kracht die kinderen

Nadere informatie

De neuropsychologische profielen bij mensen met het syndroom van Down en het Williams syndroom

De neuropsychologische profielen bij mensen met het syndroom van Down en het Williams syndroom Running head: NEUROPSYCHOLOGISCHE PROFIELEN BIJ DS EN WS 1 De neuropsychologische profielen bij mensen met het syndroom van Down en het Williams syndroom M. Bakker (3642550) L. van der Velde (3346978)

Nadere informatie

Toelichting rapportages Entreetoets 2014

Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Toelichting rapportages Entreetoets 2014 Cito verwerkt de antwoordbladen en berekent de scores van de leerlingen. In tweevoud ontvangt u automatisch de papieren leerlingprofielen op school; één voor de

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De adolescentie is lang beschouwd als een periode met veelvuldige en extreme stemmingswisselingen, waarin jongeren moeten leren om grip te krijgen op hun emoties. Ondanks het feit

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. De Klepel. Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E.

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. De Klepel. Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E. Uitgebreide toelichting van het meetinstrument De Klepel 0 september 2011 Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

Effectiviteit van een gestructureerde, fonologisch gebaseerde dyslexiebehandeling

Effectiviteit van een gestructureerde, fonologisch gebaseerde dyslexiebehandeling Effectiviteit van een gestructureerde, fonologisch gebaseerde dyslexiebehandeling In elke klas zitten wel een aantal kinderen die veel moeite hebben met het leren lezen en spellen. Voor een groot deel

Nadere informatie

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van

Het belangrijkste doel van de studie in hoofdstuk 3 was om onafhankelijke effecten van visuele preview en spellinguitspraak op het leren spellen van Samenvatting Het is niet eenvoudig om te leren spellen. Om een woord te kunnen spellen moet een ingewikkeld proces worden doorlopen. Als een kind een bepaald woord nooit eerder gelezen of gespeld heeft,

Nadere informatie

SAMENVATTING HET ONDERZOEK. Ankeronderzoek Muiswerk Testsuite 7 Nederlands 1F-2F-3F-4F

SAMENVATTING HET ONDERZOEK. Ankeronderzoek Muiswerk Testsuite 7 Nederlands 1F-2F-3F-4F SAMENVATTING De testen uit Muiswerk Testsuite 7 Nederlands 1F-2F-3F-4F zijn genormeerd met behulp van de ankertesten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een groot aantal leerlingen

Nadere informatie

In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015

In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015 2015 In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015 IN BEWEGING IMPLEMENTATIE VAN EEN BEST PRACTICE BINNEN HET UNO-VUMC. EINDVERSLAG INLEIDING Ouderen in woonzorgcentra

Nadere informatie

How to present online information to older cancer patients N. Bol

How to present online information to older cancer patients N. Bol How to present online information to older cancer patients N. Bol Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Dutch summary (Nederlandse samenvatting) Goede informatievoorziening is essentieel voor effectieve

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

White paper 1. Bayley III-NL. Algemene introductie op de Bayley-III-NL, 2014, Pearson Assessment & information BV

White paper 1. Bayley III-NL. Algemene introductie op de Bayley-III-NL, 2014, Pearson Assessment & information BV White paper Bayley III-NL Algemene introductie op de Bayley-III-NL, vergelijking met de vorige versie; BSID-II-NL White paper 1 www.pearsonclinical.nl www.pearsonclinical.be 2014, Pearson Assessment &

Nadere informatie

Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning. Door Susan Arendse en Martijn Moerman, studenten Fysiotherapie van de HU.

Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning. Door Susan Arendse en Martijn Moerman, studenten Fysiotherapie van de HU. Zijn bewegingsprogramma s die cognitie stimuleren haalbaar in de thuissituatie? Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning van het project Technologie Thuis Nu Door Susan Arendse en Martijn

Nadere informatie

Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen

Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen Onderzoek naar het gebruik van metaforen door kinderen werd populair in

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys

The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys The development of ToM and the ToM storybooks: Els Blijd-Hoogewys Een reactie door Hilde M. Geurts Lezing Begeer, Keysar et al., 2010: Advanced ToM 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 Autisme (n=34) Controle

Nadere informatie

Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis

Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis Kenmerken van peuters met een taalontwikkelingsstoornis Maartje Kouwenberg (Auris) & Bernadette Vermeij (NSDSK) Anne Spliet (Pento) en Karin Wiefferink (NSDSK) Inhoud Doel van het onderzoek Achtergrond

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Brein, leefstijl en leren. Conclusie 1. INLEIDING IN HERSENEN EN LEREN 2. COGNITIEVE ONTWIKKELING. Dr.

Wat gaan we doen? Brein, leefstijl en leren. Conclusie 1. INLEIDING IN HERSENEN EN LEREN 2. COGNITIEVE ONTWIKKELING. Dr. Wat gaan we doen? Brein, leefstijl en leren Dr. Renate de Groot" Centre for Learning Sciences and Technologies" (CELSTEC)" Open Universiteit 1. Inleiding in hersenen en leren 2. Cognitieve ontwikkeling

Nadere informatie

TOETSTIP 10 NOVEMBER 2005

TOETSTIP 10 NOVEMBER 2005 TOETSTIP 10 NOVEMBER 2005 Bepaling wat en waarom je wilt meten Toetsopzet Materiaal Betrouwbaarheid Beoordeling Interpretatie resultaten TIP 10: HOE KAN IK DE PRODUCTIEVE TAALVAARDIGHEID VAN MIJN STUDENTEN

Nadere informatie

Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek

Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek Lichaamsbewustzijn bij kinderen met psychiatrische problematiek Workshop GNOON n.a.v. Onderzoek Master Daphne Uphof & Maloe Hofland Introductie Maloe Hofland Kind en Jeugd ambulant Master PMT Daphne Uphof

Nadere informatie

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Doelgroep s Heeren Loo, Almere: Alle leeftijden: kinderen, jongeren & volwassenen (0 100 jaar) Alle niveaus van verstandelijke

Nadere informatie

Bij factor ANOVA is er een tweede onafhankelijke variabele in de analyse bij gekomen. Er zijn drie soorten designs mogelijk:

Bij factor ANOVA is er een tweede onafhankelijke variabele in de analyse bij gekomen. Er zijn drie soorten designs mogelijk: 13. Factor ANOVA De theorie achter factor ANOVA (tussengroep) Bij factor ANOVA is er een tweede onafhankelijke variabele in de analyse bij gekomen. Er zijn drie soorten designs mogelijk: 1. Onafhankelijke

Nadere informatie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens

Nadere informatie

Huiswerk, het huis uit!

Huiswerk, het huis uit! Huiswerk, het huis uit! Een explorerend onderzoek naar de effecten van studiebegeleiding op attitudes en gedragsdeterminanten en de bijdrage van de sociale- en leeromgeving aan deze effecten Samenvatting

Nadere informatie

Test- en trainingscentrum Onderwijsadviesbureau TESTEN IS MEER DAN EEN UITKOMST

Test- en trainingscentrum Onderwijsadviesbureau TESTEN IS MEER DAN EEN UITKOMST Test- en trainingscentrum Onderwijsadviesbureau TESTEN IS MEER DAN EEN UITKOMST Programma Wie zijn wij? Eindtoets ROUTE 8 Aanmeldprocedure Adaptieve Digitale Intelligentietest (ADIT) Wie zijn wij? Bevordering

Nadere informatie

Effectstudie KLINc: Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie

Effectstudie KLINc: Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie : Kinderen Leren Initiatieven Nemen in communicatie drs. Margje van der Schuit Interreg Benelux Middengebied 4-BMG-V-I=31 Interventie Start bij sociale en cognitieve competenties Sensomotorische, multimodale

Nadere informatie

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam Naam auteur(s) Nijenhuis, N Vakgebied Natuurkunde Titel Wiskunde bij Natuurkunde: de afgeleide Onderwerp Wiskunde natuurkunde transfer Opleiding Interfacultaire Lerarenopleidingen, Universiteit van Amsterdam

Nadere informatie

Strategie en resultaat

Strategie en resultaat Strategie en resultaat Hoe goed zijn Nederlandse organisaties in het omzetten van strategie in resultaat? Het antwoord op die vraag krijgen, dat was het doel van het onderzoek van Yvonne Nijkamp Msc, dat

Nadere informatie

TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST

TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST TECHNISCHE HANDLEIDING IQ TEST 12 December 2011 INHOUDSOPGAVE TESTOVERZICHT Meetpretentie Theoretische achtergrond Kenmerken Samenstelling Toepassingsgebied Voorbeelditems TESTKENMERKEN Vraag die voor

Nadere informatie

Berekenen en gebruik van Cohen s d Cohen s d is een veelgebruikte manier om de effectgrootte te berekenen en wordt

Berekenen en gebruik van Cohen s d Cohen s d is een veelgebruikte manier om de effectgrootte te berekenen en wordt A. Effect & het onderscheidingsvermogen Effectgrootte (ES) De effectgrootte (effect size) vertelt ons iets over hoe relevant de relatie tussen twee variabelen is in de praktijk. Er zijn twee soorten effectgrootten:

Nadere informatie