VERTICALE VERHOUDINGEN

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERTICALE VERHOUDINGEN"

Transcriptie

1 DE INVLOED VAN VERTICALE VERHOUDINGEN OP DE ONTWIKKELING VAN DE ROL EN DE POSITIE VAN DE GEMEENTE MASTERTHESIS Encyclopedie en Filosofie van het Recht Management van de Publieke Sector F.W. HEIJMAN STUDENTNUMMER: S

2 Voorwoord Het onderwerp van deze scriptie is ontstaan toen ik als intern projectleider van de beoogde fusie tussen mijn gemeente Rijnwoude en de gemeente Boskoop bemerkte dat de discussie rond de vraag wel of niet herindelen continu verzandde in een cirkelredenering, omdat een doelstelling aan de beantwoording van de vraag lijkt te ontbreken. Er is namelijk zowel op centraal als op lokaal niveau de wens om de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger te laten plaatsvinden, waardoor het takenpakket van de lokale overheid kwalitatief en kwantitatief steeds verder uitdijt en men op enig moment tegen de grenzen van zijn kunnen loopt, wat op zijn beurt weer leidt tot een noodzaak tot opschalen. De aan de eenheidsstaat verbonden gelijkheidsgedachte staat immers in de weg van taakdifferentiatie of asymmetrische decentralisatie. Door het opschalen van gemeenten komt echter de besluitvorming juist weer verder van de burger af te staan. Het lijkt een zichzelf versterkend effect, dat zijn voorlopig hoogtepunt heeft gevonden in het zeer recente voorstel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om de provincies en gemeenten te vervangen door regio s. Mijn professionele betrokkenheid bij het onderwerp geeft mij een duidelijk beeld van de problematiek, maar is tegelijk een nadeel, omdat het lastig is om je los te maken uit je eigen referentiekader. Om meer afstand tot het onderwerp te krijgen, leek het mij zinvol te zorgen gedegen kennis over het onderwerp te verwerven die zich uitstrekt buiten de context van mijn werk. Daartoe heb ik twee sporen gevolgd: een theoretische en een praktische. Ten aanzien van de theorie kwam ik er al snel achter dat dit onderwerp alleen goed benaderd kan worden vanuit een multidisciplinaire invalshoek. In het laatste jaar van mijn studie Encyclopedie en Filosofie van het Recht ben ik daarom ook de master Management van de Publieke Sector gaan volgen, teneinde meer inzicht te krijgen in de bestuurskundige, processuele kant van de overheid. Halverwege deze studie bleek echter het politieke gezichtspunt onvoldoende belicht, wat heeft geleid tot het oppakken van een derde master: Political Science. Voor specifieke verdieping op het onderwerp heb ik voorts de Honours Class Federalism, Decentralisation and Multi-Level Governance gevolgd. Deze bestond uit een 12-tal lezingen door, en discussies onder leiding van gerenommeerde buitenlandse professoren in dit vakgebied. Omdat echter de praktijk vaak anders is dan de theorie of de wetgeving stelt, kan een beperking tot een literatuurstudie een vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Om deze reden heb ik aan het Institut de Hautes Etudes en Administration Publique (Swiss Graduate School of Public Administration) in Lausanne een in samenwerking met het instituut Euroloc georganiseerde 10-daagse summer course Challenges to local government bijgewoond. Aan deze summer course namen promovendi en professoren deel uit België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Zweden en Zwitserland, welke allen ge- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 1

3 specialiseerd zijn in, en veel praktische kennis hebben van vraagstukken op het gebied van de lokale overheid in het algemeen en/of ter zake hun land van herkomst. Dit heeft mij een grondig en compleet beeld gegeven van de positie en het functioneren van de lokale overheden in een groot deel van Europa. Ondanks deze vrij uitgebreide kennisvergaring (of misschien is deze er juist wel debet aan) bleek het ingewikkeld om te komen tot een goede hypothese, dan wel probleemstelling, waardoor het schrijven van deze scriptie aanzienlijk langer heeft geduurd dan voorzien. Het is moeilijk jezelf aan je haren uit het moeras te trekken, dus ik ben Carel Smith veel dank verschuldigd voor zijn hulp daarbij. Met name omdat hij op dat moment niet eens mijn scriptiebegeleider was. Nadat hij dat alsnog is geworden, is het mij door zijn motivatie en sturing eindelijk gelukt om in een redelijke termijn toch nog tot een afronding te komen. Ik kan en wil echter niet voorbijgaan aan de onvoorwaardelijke steun van mijn vriend, Bert de Jong, die het mij enerzijds in praktische zin door mij meerdere jaren alle zorg uit handen te nemen mogelijk heeft gemaakt om naast mijn fulltime baan zoveel studies te volgen en anderzijds mijn moreel hoog hield door te blijven geloven in een afronding van deze scriptie. Uiteindelijk heeft de lange weg tot de oplevering van het eindresultaat wel bijgedragen in de bekwaamheid dit soort onderzoek te verrichten. Wellicht is de informatievergaring wat veel van het goede geweest, maar het heeft mij een veelomvattend inzicht opgeleverd in de verticale verhoudingen tussen de verschillende overheidslagen in de verschillende landen en de normatieve uitgangspunten die daaraan ten grondslag liggen. Ik hoop dat ik een stukje hiervan kan overdragen op de lezer en dat deze masterthesis bijdraagt aan de discussie die in Nederland gevoerd wordt over de rol en positie van de lokale overheid. Deze thesis is nogal omvangrijk. De reden hiervoor is dat deze ingediend wordt voor twee masterstudies: Encyclopedie en Filosofie van het Recht en Management van de Publieke Sector. Zoals ik immers in het begin al zei, kan het voorliggende vraagstuk alleen goed vanuit een multidisciplinaire invalshoek benaderd worden. Amersfoort, augustus 2010 Frances Heijman Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 2

4 Inhoudsopgave INLEIDING 4 PROBLEEMSTELLING 5 VERANTWOORDING LANDENKEUZE 8 BEGRIPSBEPALING DECENTRALISATIE 9 1. DE ROLLEN VAN DE GEMEENTE DE GEMEENTE ALS MAATSCHAPPELIJK SUBJECT 12 De gemeente als leerschool van de democratie De gemeente als bestuur van de gemeenschap 1.2. DE GEMEENTE ALS STAATKUNDIG SUBJECT 18 De gemeente als zelfstandige eenheid binnen het staatsbestel De gemeente als administratief lichaam 2. STAATSVORMEN EN HUN GRONDSLAGEN DE FEDERATIE 26 Grondslagen Zwitserland 2.2. GECENTRALISEERDE EENHEIDSSTAAT 36 Grondslagen Frankrijk 2.3. GEDECENTRALISEERDE EENHEIDSSTAAT 45 Grondslagen Bestuursinrichting 3. LOKALE AUTONOMIE ZWITSERLAND FRANKRIJK NEDERLAND 65 Gemeentelijke herindelingen 4. ANALYSE GRONDSLAGEN 81 Liberalisme Volkssoevereiniteit Organische staatsleer 4.2. BESTUURSINRICHTING GEMEENTEROLLEN 87 Zelfstandige eenheid binnen het staatsbestel of administratief lichaam? Leerschool van de democratie Bestuur van de gemeenschap CONCLUSIE 94 LITERATUURLIJST 98 Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 3

5 Inleiding When you have to make a choice and don t make it, that is in itself a choice. - William James ( ) Sinds 2001, tien jaar na de gedwongen samenvoeging in 1991 van de gemeenten Koudekerk a/d Rijn, Hazerswoude en Benthuizen, speelt opnieuw een herindelingsdiscussie rond mijn werkgever, de huidige gemeente Rijnwoude 1. Anders dan een in 2009 afgeblazen herindelingproces met de gemeente Boskoop, heeft bijna 10 jaar oriëntatie echter niet tot concrete stappen geleid. De belangrijkste reden hiervoor is de grote weerstand bij de inwoners, ondanks het feit dat deze zelfde inwoners erkennen dat de gemeente Rijnwoude eigenlijk niet bestaat, omdat het er nooit in is geslaagd een eenheid te worden. Daarmee bedoelt men te zeggen dat er geen gevoel van verbondenheid bestaat tussen de vier kernen. Dit is niet verrassend, want al bij de behandeling van de samenvoeging in de Tweede Kamer 2 stelde de CDA-fractie dat zij zich de moeite van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om met het voorstel voor deze gemeente te komen zich zeer wel [konden] indenken, omdat het nu liggende voorstel een qua inwonertal en met name qua afstand grote gemeente laat zien waarbij de diverse samenstellende delen ver van elkaar verwijderd zijn met alle mogelijk negatieve gevolgen voor de samenhang van de nieuw te vormen gemeente. Ook andere fracties vreesden dat de nieuwe gemeente onvoldoende interne samenhang zou vertonen. Bovendien, zo erkende de toenmalige regering, zou de nieuwe gemeente komen te bestaan uit kernen met een meer industrieel en uit kernen met een meer agrarisch karakter, wat een evenwichtige afweging van belangen zou kunnen bemoeilijken. Niettegenstaande het verzet onder inwoners tegen, en de afwijzing door de gemeenteraden van Koudekerk en Benthuizen van de herindeling in 1991, de inwonersacties en -protesten die direct geleid hebben tot het afblazen van de voorgenomen fusie met Boskoop en het ontbreken van maatschappelijk én bestuurlijk draagvlak voor een nieuwe samenvoeging, heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan het Rijnwoudse college van B&W onlangs laten weten dat wanneer de gemeente na de zomer van 2010 niet zelf het initiatief heeft genomen tot fusiebesprekingen met Alphen a/d Rijn en Boskoop, zij dan overwegen in te grijpen en zelf een fusieprocedure te starten 3. Het argument van provincie en Rijk is dat door gemeentelijke herindeling de bestuurskracht van één of alle betrokken gemeenten zal verbe- 1 Aanvankelijk heette de nieuwe gemeente Rijneveld. In 1993 werd het omgedoopt tot Rijnwoude. 2 Kamerstukken II 1988/89, , nr Verslag bestuurlijk overleg tussen de provincie Zuid-Holland en de colleges van de gemeenten Alphen a/d Rijn, Boskoop, Rijnwoude en Zoetermeer d.d. 25 mei Zie ook: Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 4

6 teren. Er bestaan echter nogal tegengestelde opvattingen over wanneer sprake is van (voldoende) bestuurskracht, zoals die ook bestaan over de vraag hoe bestuurskracht nu het beste te meten of in kaart te brengen is en de vraag welke doelen met bestuurskracht gediend zijn (VGS/VB, 2007: 8). Voor zover er een gemeenschappelijke deler is in de definities van bestuurskracht, spreken deze voornamelijk in termen van prestaties in de levering van producten en diensten. De eenzijdige nadruk op deze kant van gemeenten miskent echter de rol van de gemeente als bestuur van de gemeenschap. In een aantal [bestuurskracht]onderzoeken is de lokale gemeenschap zelfs geheel afwezig. Er worden vragen naar prestaties gesteld, organisaties worden gebenchmarkt. Maar burgers en maatschappelijke organisaties komen er niet in voor, aldus Ringeling (geciteerd in VGS/VB, 2007: 15). De hierboven geschetste ontwikkeling van de gemeente Rijnwoude is niet uniek. Illustratief hiervoor is dat alle andere in 1991 bij dezelfde wet gecreëerde gemeenten inmiddels opnieuw zijn samengevoegd met andere gemeenten: Jacobswoude en Moerhuizen (later: Zevenhuizen-Moerkapelle) zijn opgeschaald tot de gemeente Kaag en Braassem resp. de gemeente Zuidplas, en Aarweijden (later: Ter Aar) is opgenomen in de gemeente Nieuwkoop. De destijds in het wetsvoorstel als een bestuurlijke ingreep die verder gaat dan wellicht nodig afgewezen fusie Bergschenhoek / Berkel en Rodenrijs / Bleiswijk heeft alsnog in 2007 geresulteerd in de gemeente Lansingerland. Dit betreft alleen nog maar een beperkt deel van de provincie Zuid-Holland, waarbij bovendien wordt aangetekend dat deze provincie als het gaat om de bestuurlijke (her)inrichting van haar grondgebied in daadkracht achterblijft bij andere provincies. Een en ander is ook niet iets van de laatste decennia. Al sinds de institutionalisering van de Nederlandse gemeente staat zij onder druk: zowel voor wat betreft de optimale grootte (en daarmee het aantal) als ten aanzien van haar rol en functie, die tot uitdrukking komt in haar takenpakket en bevoegdheden. Bestond Nederland bij de invoering van de Gemeentewet in 1851 nog uit gemeenten die ca. 95% van de taken in autonomie en 5% in medebewind uitvoerden; in 2010 zijn er nog maar 430 gemeenten over die 5% van de taken uitvoert in autonomie en 95% in medebewind. Betrof de figuur van medebewind bovendien aanvankelijk alleen zuivere uitvoeringshandelingen, tegenwoordig beslaat het vooral regelende taken. P ROBLEEMSTELLING De inrichting van het openbaar bestuur in Nederland vindt zijn oorsprong in de grondwet van De liberale politicus Johan Rudolf Thorbecke ( ) was hoofdverantwoordelijk voor deze grondwet en daarmee de architect van de regeling met betrekking tot de wissel- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 5

7 werking tussen Rijk, provincie en gemeenten, welke sindsdien bekend staat als het Huis van Thorbecke. Waar ieder huis de verbeelding vormt van bepaalde idealen, is ook Thorbecke s huis een weergave van bepaalde rechtsstatelijke idealen, namelijk die van de gedecentraliseerde eenheidsstaat. Deze idealen bepalen de karakteristieken van het huis, waaronder de verhouding tussen de drie overheidslagen Rijk, provincie en gemeente. De veronderstellingen over nut, doel of functies van de staatsvorm liggen ten grondslag aan het beleid dat gericht is op de vormgeving van de gedecentraliseerde eenheidsstaat. Het is echter niet mogelijk een bron aan te wijzen waar dit idee uitdrukkelijk en min of meer systematisch wordt omschreven en uitgewerkt. Dit heeft tot gevolg dat verschillende personen ook verschillende conclusies trekken wat betreft de normatieve, analytische en prescriptieve aspecten van het idee van een gedecentraliseerde eenheidsstaat (Toonen, 1987: 3-5). Daarbij speelt ook de tijd een rol, in de zin dat de inhoudelijke betekenis van het begrip zich met de jaren ontwikkeld heeft naar gelang (het denken over) doel, nut en functies van deze staatsvorm veranderde. In de verhouding tussen centrale en decentrale of lokale overheden zijn grofweg twee uitersten te onderscheiden: de federale Staat en de eenheidsstaat, waarbij in het eerste geval de klemtoon ligt op de delen (soevereiniteit van de decentrale delen en dus pluriformiteit) en in het tweede geval op het geheel (soevereiniteit van de centrale overheid en (rechts)gelijkheid in en van de delen). De gedecentraliseerde eenheidsstaat zweeft daar tussenin: het is een eenheidsstaat, maar met federatieve elementen. De vraag is echter of hiermee een combinatie van het beste van beide werelden bereikt is of dat het vergeefs niet weinig met elkaar strijdige, (rechtsstatelijke) idealen tracht te verenigen. Oosting (1984: 32) omschrijft het dan ook als een contextgebonden compromis tussen waarden van eenheid en verscheidenheid en derhalve in hoge mate variabel: het omvat een scala van tussenposities. Het feit dat sprake is van een contextgebonden compromis veronderstelt dat het zwaartepunt van de waarden in tijd zal kunnen variëren. Het woord compromis duidt erop dat geen sprake is van een maximaal, maar van een optimaal resultaat. Dit roept de vraag op wat optimaal is. Het antwoord op die vraag varieert naar gelang het gezichtspunt dat ingenomen wordt. In het debat rond de verhouding tussen de centrale en de decentrale overheid worden voor wat betreft de rol die de gemeente vervult grofweg twee gezichtspunten onderscheiden. De eerste is te kwalificeren als een institutionele benadering, waarbij de gemeente primair wordt gezien als een maatschappelijk subject. Het neemt de burger als gezichtspunt (vraagefficiëntie), waardoor burgernabijheid en -participatie belangrijke waarden zijn die ten grondslag liggen aan deze benadering. Het ziet de overheid primair als door en van de burger. In deze visie hangt de balans verder door naar federatieve idealen, omdat vervulling van deze waar- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 6

8 den ruimte voor pluriformiteit impliceert. De tweede is een meer instrumentele benadering en ziet de gemeente vooral als staatkundig subject. Hier ligt de nadruk op de gemeente in zijn rol als administratief lichaam en is aanbodefficiëntie het sturingsmechanisme. Het ziet de overheid vooral als zijnde voor de burgers. Het neemt niet het gezichtspunt van de burger, maar het bestuurlijke gezichtspunt en beweegt meer richting centralisatie en eenheidsidealen. Mijn hypothese luidt dat de karakteristieken van de gedecentraliseerde eenheidsstaat leiden tot onduidelijkheid in de verhouding tussen centrale en lokale overheid en daarmee verwarring over de rol die de gemeente vervult, omdat het geen keuze maakt tussen de uitgangspunten van een gecentraliseerde eenheidsstaat en een federale Staat. Dit leidt op zijn beurt tot de zogenaamde decentralisatieparadox, waar ik onder versta dat de wens om probleem en oplossing dichter tot elkaar te brengen (decentralisatie), tezamen met de (rechts)gelijkheidsgedachte en de onwenselijk geachte bestuurlijke spaghetti of besluitvorming door verlengd bestuur (samenwerking), leidt tot een dermate groot takenpakket van de gemeenten dat hun bestuurskracht zodanig afneemt dat gemeentelijke herindeling de enige oplossing is. Dit heeft echter tot gevolg dat de oplossing en het probleem weer verder van elkaar komen te staan. Decentralisatie leidt in Nederland dus tot centralisatie. Dat de staatsvorm in deze ontwikkeling een rol speelt, kan allereerst geïllustreerd worden aan de hand van de ontwikkelingen in Zweden en Denemarken, welke ook de gedecentraliseerde eenheidsstaatsvorm hebben. Zweden had in gemeenten, maar in 1946 is door de centrale overheid een landelijke gemeentelijke herindeling doorgevoerd, die leidde tot het huidige aantal van 290 gemeenten. Denemarken was bestuurlijk tot 1 januari 2007 verdeeld in 13 provincies en 271 gemeenten 4. Sinds die datum 5 bestaat Denemarken uit 5 regio s en 98 gemeenten met minimaal inwoners. De hoeveelheid en soort taken van de Deense en Zweedse gemeenten zijn vergelijkbaar met die van de Nederlandse gemeenten, maar de eersten mogen zelf inkomstenbelasting heffen om de kosten te dekken. Welke redenen aan de Zweedse structuurwijziging ten grondslag hebben gelegen is mij niet bekend. Aan de Deense hervormingen lagen vier redenen ten grondslag: (1) de ongewenste stijging van de overheidsuitgaven als gevolg van het bestaan van drie overheidsniveaus die belasting hieven; (2) gebrek aan duidelijkheid over de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor bepaalde taken; (3) de provincies waren niet groot genoeg om hun primaire taak uit 4 Waarvan één autonome stad, Kopenhagen. 5 Hoewel er een voorbereidingstijd van ruim 4 jaar aan vooraf is gegaan, is de feitelijke herindeling in één nacht doorgevoerd. Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 7

9 te voeren, zijnde de levering van hoge kwaliteit ziekenhuiszorg; (4) de lokale autoriteiten waren veel te klein om hun eigen taken uit te voeren, laat staan taken over te nemen van de provincies. De regering wilde echter meer doen dan deze problemen oplossen: zij wilde een nieuw Denemarken creëren met een sterke publieke sector, dat keek naar de toekomst en zo efficiënt en dicht mogelijk bij de burger functioneerde (Van Dam, 2007: 5). Twee van de vier overwegingen (2 en 4) zijn vergelijkbaar met de Nederlandse redenen tot opschaling van de lokale overheid. In tegenstelling tot deze andere gedecentraliseerde eenheidsstaten die in het verleden overgingen tot grootschalige fusieoperaties, bewandelt Nederland de weg van de geleidelijkheid. Het resultaat is echter gelijk. Een tweede argument dat wijst naar de staatvorm als factor die meespeelt in de ontwikkeling dat decentralisatie leidt tot centralisatie in de zin van schaalvergroting van gemeenten, is het feit dit zich niet voordoet in de twee uiterste modellen, de gecentraliseerde eenheidsstaat en de federatie. De te bespreken landen, Frankrijk (een gecentraliseerde eenheidsstaat) en Zwitserland (een federatie) hebben met Nederland vergelijkbare decentralisatieprogramma s gekend en het afstoten van rijkstaken naar de lokale overheden is ook daar een zich voortzettende ontwikkeling, maar dit heeft niet geleid tot een (wezenlijke) opschaling van de gemeenten. Integendeel: Frankrijk en Zwitserland hebben met een gemiddeld aantal van resp inwoners, de kleinste gemeenten van Europa (zie hiervoor de tabel op pagina 87). V ERANTWOORDING LANDENKEUZE Zoals bovenstaand gesteld, vormen de federale staat en de gecentraliseerde eenheidsstaat de twee uitersten voor wat betreft de verhouding tussen de verticale verhouding tussen de verschillende overheidsorganen. De gedecentraliseerde eenheidsstaat heeft karakteristieken van beiden. Om te bezien hoe de verhouding tussen de centrale overheid en de lokale overheden en de daaruit voortvloeiende rol en functie van de lokale overheid in de verschillende systemen is en zich ontwikkeld heeft, vergelijk ik de Nederlandse bestuursinrichting en de daaraan ten grondslag liggende normatieve idealen met die van een federatie en die van een gecentraliseerde eenheidsstaat. Ten aanzien van de federale staat heb ik niet gekozen voor de moeder aller federaties, de Verenigde Staten, maar voor Zwitserland. De belangrijkste reden hiervoor is dat de eerstgenoemde niet behoort tot het Europese continent. Daardoor zijn niet de belangrijke historische gebeurtenissen die de inrichting van veel Europese Staten gevormd hebben aan hen voorbij gegaan, maar is de invloed ervan wel een andere is geweest. Daarenboven konden Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 8

10 de Verenigde Staten vrijwel vanuit scratch de bestuurlijke inrichting van het land vormgeven, zonder zoals wel aan de orde was voor de Europese Staten belast te zijn met historisch gegeven structuren en verbanden. Ik heb gekozen voor Zwitserland en niet voor een andere wellicht sterker aan Nederland verwante federale Staat, zoals Duitsland of België, omdat ik toch zo dicht mogelijk bij de Amerikaanse vorm wilde blijven, aangezien deze model heeft gestaan voor de nog bestaande federaties wereldwijd. Voor de gecentraliseerde eenheidsstaat heb ik Frankrijk als illustratie genomen. Strikt genomen heeft evenwel de bestuursinrichting van dit land na invoering van de decentralisatiewetten in de jaren 80 van de vorige eeuw inmiddels meer trekken van een gedecentraliseerde in plaats van die van een gecentraliseerde eenheidsstaat. Gecentraliseerde eenheidsstaten bestaan in Europa echter niet meer, maar van alle West-Europese Staten benadert Frankrijk deze staatsvorm nog het meest. Niettegenstaande de structuurwijzigingen van de laatste decennia, is de onderliggende cultuur namelijk gelijk gebleven. Deze wordt verwoord in artikel 20 van de constitutie: Le Gouvernement détermine et conduit la politique de la nation. Nederland is niet de enige gedecentraliseerde eenheidsstaat in Europa. De voor wat betreft de staatsinrichting meest met Nederland vergelijkbare gedecentraliseerde eenheidsstaten zijn de Scandinavische landen. Desalniettemin beperk ik mij bij de beginselen van de staatsvorm (het concept) gedecentraliseerde eenheidsstaat (hoofdstuk 2.3) tot die welke ten grondslag hebben gelegen aan de Nederlandse staatsinrichting. De voor de vorming van de West-Europese natiestaten belangrijke historische gebeurtenis van de Franse revolutie is namelijk goeddeels aan de Scandinavische landen voorbij gegaan. Deze stonden meer onder invloed van de gebeurtenissen in Rusland en de Duitse Romantiek. De Scandinavische landen maken ook volgens de indeling van de Verenigde Naties geen deel uit van West-, maar van Noord-Europa 6. Bovendien is de keus ook praktisch: ik ken de Nederlandse situatie goed, spreek geen Scandinavische taal en ook in de literatuur over Europese gedecentraliseerde eenheidsstaten wordt meestal Nederland als voorbeeld besproken. B EGRIPSBEPALING DECENTRALISATIE Overdracht van taken en bevoegdheden door de overheid kent vijf hoofdvormen: Decentralisatie: overdracht binnen formele politieke structuren naar een bestuur dat territoriaal of functioneel dichter bij de burgers staat. 6 United Nations Statistics Division Standard Country and Area Codes Classifications (http://unstats.un.org/unsd/methods/m49/m49regin.htm - europe). Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 9

11 Deconcentratie: overdracht naar ambtelijke organen binnen een overheidsverband, waarbij derhalve de gezagsrelatie in stand blijft. Verzelfstandiging: overdracht van taken naar een bestuursorganisatie, waarbij het overdragende lichaam nog wel sturingsbevoegdheden heeft, maar beperkte (taak)verantwoordelijkheid draagt. Privatisering: overdracht van taken naar een marktpartij, waarbij alle gezagslijnen worden afgesneden (wel kan voorkomen dat de overdragende instantie een meerderheidsbelang houdt in de marktpartij); Uitbesteding: de uitvoering van een taak wordt verricht door een publiek-, privaat- of publiek-privaatrechtelijk orgaan, maar het bestuursorgaan blijft volledig beleids- en taakverantwoordelijk. Deze scriptie richt zich op de eerste vorm: decentralisatie, gedefinieerd als de overdracht van gezag en verantwoordelijkheid vanuit het centrale bestuur naar een bestuur dat territoriaal of functioneel dichter bij de burgers staat. Uit voornoemde omschrijving blijkt sprake van twee soorten decentralisatie: functionele en territoriale decentralisatie. In geval van functionele decentralisatie heeft de overdracht van bevoegdheden betrekking op één of meer takken van overheidszorg. Voorbeelden hiervan zijn de (Nederlandse) waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Gesteld wordt wel dat de waterschappen een mengvorm zijn, omdat deze belast zijn met de zorg voor de waterstaat in een bepaald gebied. Dit is echter onjuist: niet het feit dat sprake is van een afgebakend grondgebied vormt het onderscheidend element van territoriale ten opzichte van functionele decentralisatie, maar de vraag of het desbetreffende orgaan al dan niet een beperkte taakopdracht heeft. Het waterschap kan dan ook juist beschouwd worden als meest zuivere verschijningsvorm van de functionele decentralisatie. Het kenmerk van territoriale decentralisatie is derhalve dat de bestuursorganen van de betreffende territoriale eenheden bevoegdheden uitoefenen met betrekking tot een algemene, in beginsel niet beperkte taakstelling. Er wordt in dit verband dan ook gesproken van algemeen bestuur of integraal bestuur. Met het oog op het onderscheidende element tussen de twee soorten decentralisatie, is de eveneens wel gebezigde term gebiedscorporaties dan ook minder juist. Functionele decentralisatie heeft uit zijn aard weinig invloed op de verhouding centrale overheid decentrale overheden, zodat de tweede beperking voor deze scriptie is dat deze zich met name bezighoudt met territoriale decentralisatie. Een staatsinrichting bestaat over het algemeen uit drie of meer bestuurslagen. Binnen territoriale decentralisatie kan daarom onderscheiden worden in de overdracht van bevoegdhe- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 10

12 den door de centrale overheid naar een tussenlaag (zoals kantons, provincies, departementen, regio s, enzovoorts) of naar gemeenten of van de tussenlaag naar gemeenten. Daarnaast biedt in Nederland artikel 87 van de Gemeentewet de mogelijkheid tot binnengemeentelijke decentralisatie. Ofschoon de wet geen minimumomvang stelt aan de gemeente om deelgemeenten in te kunnen stellen 7, zijn alleen de gemeenten Amsterdam en Rotterdam begin jaren 80 opgesplitst in 15 8 resp deelgemeenten of stadsdelen. De gemeente Den Haag kent sinds 1980 ook stadsdelen (8), maar deze hebben geen eigen gekozen volksvertegenwoordiging, zodat geen sprake is van decentralisatie, maar van (ambtelijke) deconcentratie. Ook de Franse gemeenten Parijs, Lyon en Marseille kennen een binnengemeentelijke onderverdeling: de zogenaamde gemeentelijke arrondissementen, die bovendien weer onderverdeeld zijn in kwartieren (quartiers) en in Marseille gegroepeerd zijn in sectoren (secteurs). Ieder arrondissement in Parijs en Lyon en iedere sector in Marseille kiest zijn eigen arrondissements- of sectorburgemeester en -raad, uit welke laatste de leden van de gemeenteraad wordt gekozen. Binnengemeentelijke decentralisatie wordt echter nadrukkelijk geplaatst als hulpstructuur van de hoofdstructuur Rijk tussenla(a)g(en) gemeenten. In zowel Nederland als Frankrijk hebben de delen dan ook geen eigen rechtspersoonlijkheid, zodat de verhouding tussen gemeente en de delen formeel van hiërarchische aard is. Omdat ik mij wil richten op de veranderingen in de hoofdstructuur van het openbaar bestuur, bestaat de derde begrenzing voor deze scriptie eruit dat het zich beperkt tot de overdracht van bevoegdheden van de centrale overheid naar gemeenten. 7 De reden hiervoor was tweeërlei: in de eerste plaats was de minister van mening dat het aan de gemeenteraad overgelaten diende te worden te beslissen of van de bevoegdheid al dan niet gebruik zal worden gemaakt; in de tweede plaats zou een bruikbaar objectief criterium ter beantwoording van de vraag, of in een gemeente bepaalde nieuwe organen al dan niet zouden mogen worden ingesteld bezwaarlijk kunnen worden gegeven. 8 Waarvan 14 met een eigen stadsdeelraad. 9 Inclusief de wijkraad Pernis. Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 11

13 1. De rollen van de gemeente De gemeente fungeert als het ware als scharnier tussen de centrale overheid en de burgers. Er is derhalve sprake van twee relaties: die tussen gemeente en centrale overheid, waarbij zij de rol heeft van staatkundig subject, en die tussen gemeenten en burgers, waarbij zij de rol heeft van maatschappelijk subject. De rollen van de gemeente, die als staatkundig subject en als maatschappelijk subject, zijn sterk met elkaar verweven. Culturele en structurele veranderingen in de samenleving werken namelijk door in de cultuur en structuur van het bestuur. De grens van een gemeente is immers het gevolg van een menselijke wilsuiting en dus het resultaat van machtsverhoudingen op een bepaald ogenblik (Waltmans, 1994: 9). Omdat lokale bestuursvormen al bestonden ver voor het ontstaan van natiestaten, fungeerde de gemeente als maatschappelijk subject veel eerder dan als staatkundig subject. Deze rol komt dan ook als eerste aan bod D E GEMEENTE ALS MAATSCHAPPELIJK SUBJECT Aristoteles ( v.chr.) (1999: 5) stelde de polis 10 als de meest verheven samenlevingsvorm, als het doel van de maatschappelijke ontwikkeling, het volmaakte, op zichzelf bestaande (autarkische) geheel waarvan de individuen de onzelfstandige delen zijn. De mens realiseert de volheid van zijn wezen pas in de stad. Haar autarkie is immers niet slechts betrokken op de materiële levensbehoeften, maar ook en vooral op de morele en spirituele. Zij is in alle opzichten een voltooide gemeenschap (societas perfecta), gedragen door een morele consensus. Hieruit volgt dat de mens van nature een politiek wezen (zoön politikon) is; het behoort tot zijn natuur in de politieke gemeenschap te leven. In navolging van Aristoteles (en andere denkers uit de Oudheid) is de relatie tussen burgerschap, gemeenschap en de (lokale) overheid door de eeuwen heen door vele (politiek-)filosofen beredeneerd en onderzocht (Elchardus e.a., 2000; Hooghe, 2003; Vetter, 2007). Het woord gemeente betekent in eerste instantie een (blijvende) territoriaal bepaalde, publiekrechtelijk geregeerde gemeenschap van mensen die bepaalde belangen gemeen hebben, welke belangen niet alleen vóór, maar ook dóór hen die tot de gemeente behoren behartigd worden (Alberts, 1966: 7). Gelijk ook Brederveld e.a. (1990: 23), die een algemene, lokale leefgemeenschap met bestuurlijke doeleinden en een bestuursstructuur, die met een zekere mate van zelfstandigheid functioneert op een beperkt grondgebied in de staat noemen als de bewust aanvaardde en tot heden eveneens bewust gehandhaafde en ontwik- 10 Met polis bedoelde Aristoteles de zelfstandige stad (stad-staat), samengesteld uit verschillende dorpen of gemeenschappen. Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 12

14 kelde oergrondslag van de Nederlandse gemeente. Deze perspectieven gaan uit van de door Castenmiller (2001) genoemde gebiedsgebonden benadering, die er vanuit gaat dat het bestuur door sociale en territoriale gebondenheid voortkomt uit de gemeenschap en deel uit blijft maken van die gemeenschap. Castenmiller onderscheidt daarnaast de articulerende benadering, die stelt dat betrokkenheid op de gemeenschap en zijn bestuur niet vanzelf ontstaat, maar dat burgers zich oriënteren op bepaalde belangen en daardoor ook op de organisator van deze belangen (de gemeente). De articulerende benadering heeft verwantschap met Tiebout s Public Choice Theory (zie hoofdstuk 3.1 op pagina 61). Dölle e.a. (2004: 4) kiezen een (negatief-)juridische benadering door te stellen dat de grondslag van de gemeente gelegen is in de onmogelijkheid, op grond van zowel rechtsbeginselen (de rechtsstaatidee) als het positieve recht (het Europees Handvest inzake Lokale Autonomie), om een vorm van lokale autonomie te negeren. De gemeente als maatschappelijk subject bestaat uit twee elkaar wederzijds beïnvloedende componenten. De eerste ziet op de politieke functie: de gemeente als leerschool van de democratie. De tweede ziet op het legitimiteitsaspect, gebaseerd op de idee dat beslissingen daar genomen moeten worden waar de belangen zich bevinden: de gemeente als bestuur van een (lokale) gemeenschap. In zekere zin betreffen het ook twee elkaar in tijd opvolgende componenten: de gemeente als leerschool van de democratie komt het sterkst tot uitdrukking als er sprake is van directe democratie, die het bestaan van kleine, autonome gemeenschappen veronderstelt. De gemeente als bestuur van de gemeenschap gaat veeleer uit van de idee van representatieve democratie, welke met het groter worden van gemeenschappen en het complexer worden van taken gemeengoed is geworden in de meeste Europese gemeenten. Uitzondering hierop vormt ca. 80% van de Zwitserse gemeenten, alsmede de kantons (Landsgemeinde) Glarus en Appenzell-Innerrhoden, waar nog daadwerkelijk besloten wordt door de gehele stemgerechtigde bevolking in volksvergaderingen. De gemeente als leerschool van de democratie Het woord politiek is afgeleid van het Oudgriekse πολιτεια (politeia). Politeia betekende onder meer de burgerlijke samenleving; het leven als burger in de samenleving; Staat; staatsvorm; en stads- of staatsbestuur. De term politiek doet zijn intrede in de Griekse oudheid met de opkomst van de polis of stadstaat: politikos verwees naar alles wat de burgermaatschappij in de stadstaat betrof. Politiek en gemeenschap zijn dan ook nauw met elkaar verbonden. Vóór de komst van natiestaten, toen nog sprake was van zelfbestuur van autonome gemeenschappen, was politiek een continu proces en niet een beperkte gebeurtenis zoals wij die kennen bij verkiezingen. Politiek was veel meer ingebed in het dagelijks leven, waar- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 13

15 door het tegelijk functioneerde als onderwijs: men nam niet alleen samen beslissingen, maar ontwikkelde zichzelf door de rijkdom van de discussies. Voor de wortels van het moderne denken over politieke betrokkenheid en de democratisch socialiserende functie van de lokale politiek kan terug worden gegaan tot de liberale staatsopvattingen van de 19 e eeuw en dan met name van Alexis de Tocqueville ( ) en John Stuart Mill ( ). Volgens De Tocqueville biedt politieke activiteit van burgers niet alleen een waarborg tegen absolutisme van vorsten, maar biedt het een meerwaarde voor de hele maatschappij: door de burgers te belasten met het beheer van zaken met een beperkte omvang, raken ze geïnteresseerd in de publieke belangen en begrijpen ze dat ze op elkaar zijn aangewezen. Hij zag de verkozen lokale bestuursorganen (welke zich niet beperkt tot volksvertegenwoordigers, maar ook bepaalde ambten betreft, zoals bijvoorbeeld de politiechef in de Verenigde Staten) er als directe oorzaak van dat een groot aantal burgers prijs stelt op hun naaste omgeving en zich met elkaars welzijn bezighoudt. De Tocqueville benadrukt hiermee met name het nut van politieke participatie in de gemeenschap voor de opbouw van sociaal kapitaal. Mill, die sterk beïnvloed was door De Tocquevilles Democracy in America (Qualter, 1960: 887), zette vooral de vorming van het individu centraal door te stellen dat als burgers geen stem hebben in het bestuur, zij niet uitgedaagd worden om zelf na te denken en zich te verdiepen in maatschappelijke onderwerpen. Activisme, strijd leveren tegen het kwaad, vormt meer dan passiviteit in intellectuele zin (het testen en uitproberen van opvattingen), praktische zin (ontwikkelen van ondernemerszin) en morele zin (leren strijd te leveren met begeertes en natuurlijke neigingen en toewijding aan de gemeenschap / het algemeen belang). De rol van publieke functies op lokaal niveau, waar de kans om zelf gekozen te worden groter is en er meer kans is om een uitvoerend ambt te vervullen, benoemt Mill in het bijzonder, omdat op dat niveau men er het makkelijkst de ontwikkeling kan maken van een oriëntatie op eigenbelang naar een perspectief waarin ook andere gezichtspunten en belangen meegenomen worden. Het lokale geldt voor hem dan ook als de leerschool van political capacity. De idee van de gemeente als leerschool van de democratie, waarbij de mens gevormd wordt tot burger, gaat uit van de organische visie van groei en de gedachte dat het geheel (de Staat) beter functioneert dan de som van de afzonderlijke delen. Het geheel begint met het individu, het kleinste samenstellende deel. Dit individu voelt zich vanuit zijn betrokkenheid bij het geheel, bij de gemeenschap, geroepen om als basiscel van de democratie te komen tot politieke activiteit. Burgers zullen zich eerst richten op de zaken dichtbij, die hen direct aangaan: de gemeente. Maar naarmate actieve burgers door hun betrokkenheid bij de lokale gemeenschap ook oog krijgen voor het grotere geheel, zullen sommigen van hen zich Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 14

16 ook geroepen voelen om op provinciaal of nationaal niveau sturing te geven aan de samenleving (Verkruisen e.a., 1995: 30; Castenmiller 1999: 7-8). De gemeente is dan ook het niveau van bestuur waar, zoals Thorbecke het verwoordde, de eerste mogelijkheid lag om eine wirksame Teilnahme der Bürgerschaft an der Verwaltung des Gemeinwesens 11 tot stand te brengen. Een volwassen staatsburger neemt deel aan het politieke debat en leert daar aan den lijve het onderscheid kennen tussen het subjectief-individuele en het objectiefalgemene belang. De directe ervaring met het actieve staatsburgerschap draagt zo bij aan de vrijwillige aanvaarding van overheidsbesluiten, ook wanneer deze beslissingen uiteraard na zorgvuldig politiek debat ingaan tegen het individuele eigenbelang. En zonder deze vrijwillige gezagsaanvaarding van overheidsbesluiten door betrokken staatsburgers zal de prille democratische staatsvorm naar het oordeel van Thorbecke ontaarden in een chaos en zal de kwetsbare democratische staatsvorm vroeg of laat worden vervangen door een terugkeer naar een autoritaire staatsvorm. The strength and quality of a democratic society, is daarom volgens Vetter (2007: 3), to a great extent determined at the local level. De vormende functie van politieke betrokkenheid is door Held (2006) omschreven als developmental democracy en ziet op de intrinsieke waarde van politieke participatie voor de ontwikkeling van mensen tot burgers. Dit in tegenstelling tot de protective democracy dat in politieke participatie vooral instrumentele waarde ziet als afweer tegen de inbreuk op de persoonlijke vrijheid. Developmental democracy vindt zijn grondslag in de nalatenschap en thema s van de klassieke democratie van de filosofen van de Griekse polis en is te herkennen in meer recente opvattingen van de communautaristische denkers. Het communautarisme gaat uit van de visie van de Atheense staatsman Pericles ( v.chr.), die zei: we do not say that a man who takes no interest in the business of government is a man who minds his own business; we say he has no business here at all (Thucydides, 1972: 147). Andersom geldt volgens Aristoteles (1999: 63) overigens hetzelfde: aangezien burgers per definitie geroepen zijn te participeren in het bestuur van de gemeenschap, moeten zij daartoe ook geschikt zijn. De zin van de politieke gemeenschap verdwijnt dan ook als aan die voorwaarde niet wordt voldaan. Protective democracy kan teruggevoerd worden op de ideeën en invloeden van de Romeinse republiek en heeft meer verwantschap met het klassieke liberalisme, welke de individuele vrijheid als uitgangspunt neemt. Enigszins gechargeerd zou gesteld kunnen worden dat het Amerikaanse federalisme dat zijn Europese vertaling kent in Zwitserland met name geïnspireerd is op de protective theorie en de Romeinse republiek, terwijl de meeste Europese Staten gegrondvest zijn op de developmental theorie en de Griekse polis. 11 Karl Freiherr von Stein, aangehaald in De Vries e.a. (1931: XIX). Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 15

17 Almond en Verba (1989: 139) zien echter ook een vormend effect van politieke participatie door burgers de andere kant op, richting de politiek: (T)he existence of a belief in the influence potential of citizens may affect the political system even if it does not affect the political activity of the ordinary man. If decision makers believe that the ordinary man could participate (.) they are likely to behave quite differently than if such a belief did not exist. Even if individuals do not act according to this belief, decision makers may act on the assumption that they can, and in this way be more responsive to the citizenry than they would be if the myth of participation did not exist. De gemeente als bestuur van de gemeenschap De Dikke Van Dale stelt gemeenschap als een hyperoniem van gemeente, zoals voertuig dat is van trein, auto en fiets. Dat wil zeggen dat gemeenschap de betekenis van gemeente insluit, maar de woorden geen synoniemen zijn van elkaar. De gemeente en de gemeenschap zijn dus elkaar veronderstellende eenheden. Immers: de gemeente kan niet zonder de gemeenschap en de gemeenschap kan op haar beurt worden versterkt door het hebben van een eigen bestuur, door het zijn van gemeente (Derksen, 1992: 1). In de meest ideale situatie overlappen daarom gemeenschap en gemeente elkaar zoveel mogelijk, zodat zelfstandig inhoud gegeven kan worden aan de eigen leefomgeving. Dit is tegelijk het wezenlijke verschil met de natiestaat, die immers geen natuurlijke, maar een gecreëerde eenheid is. Naast historische, heeft territoriale decentralisatie dan ook vooral ideële wortels: de wens om de schaal waarop leefbaarheidsproblemen zich manifesteren leidend te laten zijn voor het niveau waarop de politiek-bestuurlijke aanpak en sturing plaatsvinden. De gemeente in zijn rol als bestuur van de lokale gemeenschap vormt de staatkundige belichaming van het collectieve besluitvormingsmechanisme van de lokale gemeenschap (Toonen e.a., 1998: 20), wat bij kwaliteitsmetingen wordt benaderd als (het vermogen tot) het leggen van een verbinding tussen lokaal bestuur en de lokale samenleving. Omdat het concept van de representatieve democratie (ten opzichte van het concept van de directe democratie) verhoudingsgewijs minder hecht aan de directe deelname van burgers aan het bestuur en meer aansluiting zoekt bij de karakteristieken van de rechtsstaat in de uitwerking van de gemeente als bestuur van de gemeente, gaat hier om het democratisch functioneren. Castenmiller (1999: 13) merkt overigens op dat de vraag of er een fysiek aan te wijzen territoir bestaat waarbij een gevoel van gemeenschap tussen bewoners van dat gebied ontstaat, uiterst ingewikkeld is en in de praktijk ook niet bevredigend te beantwoorden blijkt. Hoewel de gebiedsgebonden visie op de grondslag van de gemeente (dat uit de bereidheid van de leden van een sociale gemeenschap om samen te werken aan de regeling en oplos- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 16

18 sing van de bestuurlijke, politieke problemen van de gemeenschap een vorm van bestuur ontstaat) onder meer door de toegenomen mobiliteit lange tijd uit de gratie is geweest, is het concept hervonden onder de noemer sociale cohesie. Maar er is wat veranderd: kwamen in de vorige eeuw gemeenten voort uit de gemeenschap, nu is het veeleer een opdracht aan de gemeenten om gemeenschappen te vormen en te stimuleren. Bij gemeenschapsvorming gaat het dus om het bevorderen van de betrokkenheid van inwoners bij de vormgeving van de eigen woon- en leefsituatie. De idee dat de overheid een verbindende rol heeft wordt echter niet door iedereen gedeeld. In diverse opvattingen, die uiteindelijk herleidbaar zijn tot het gedachtegoed van Thomas Hobbes ( ), wordt erop gewezen dat de overheid er vooral toe dient om mensen uit elkaar te houden, omdat vrije, ongecontroleerde burgers eenvoudig elkaars vrijheid kunnen aantasten. Barber (2004: 20-21) bijvoorbeeld spreekt over politics as zoo keeping. Hoe de relatie burger overheid in de rol van de gemeente als bestuur van de lokale gemeenschap wordt bezien, is afhankelijk van het perspectief dat op de inwoner genomen wordt. Wordt de rol ingevuld vanuit het burgerperspectief, dan ligt er een sterke nadruk op legitimiteit en verantwoording en wordt de kwaliteit van de gemeente afgemeten aan de aspecten betrokkenheid van burgers, afstand tussen bestuur en bestuurden en toegankelijkheid en transparantie van het bestuur. De gemeente door en van de burger derhalve. Wordt de rol ingevuld vanuit het klantperspectief (de gemeente voor de burger), dan ligt er meer nadruk op effectiviteit, efficiency en responsiviteit. De kwaliteit van de gemeente staat in het laatste geval in het teken van aspecten die samenhangen met de bedrijfsvoering. Tot halverwege de 80- en 90-er jaren van de vorige eeuw werd de relatie burger overheid primair bezien vanuit het burgerperspectief. Onder invloed van het New Public Managementdenken verschoof het accent daarna naar het klantperspectief. Naar aanleiding van de perverse effecten die het klantperspectief mee heeft gebracht, staat in de meeste Europese landen de laatste jaren een heroverweging van de relatie overheid burger weer volop in de belangstelling en worden initiatieven ontplooid om de rol van de gemeente als bestuur van de gemeenschap meer tot uitdrukking te laten komen. Dit varieert van decentralisatieprogramma s, ingezet door de centrale overheid, tot meer interactieve wijzen van beleidsvorming, ingezet door de lokale overheden zelf. Deze ontwikkeling toont een verschuiving van een verantwoordingsdemocratie naar een participatieve democratie, waarbij de burgers medeverantwoordelijk (of door het verstrekken van bijvoorbeeld buurtbudgetten zelfs volledig verantwoordelijk) worden gemaakt voor het resultaat. Burgerparticipatie en andere vormen van directe(re) democratie zijn ontstaan vanuit het kloofdenken, wat als centrale uitgangspunt heeft de (vermeende) vaststelling dat de burger vervreemd is van de politiek, er geen vertrouwen meer in heeft en (als gevolg daarvan) de politiek de rug toekeert. Een poli- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 17

19 tiek antwoord op het kloofdenken ook wel bekend als vervalvertoog of Politikverdrossenheit is te vinden in het populisme, dat uitgaat van een zij (de onbetrouwbare elite) en een wij ( het volk of de gewone man met gezond verstand), en dat de volkswil centraal stelt D E GEMEENTE ALS STAATKUNDIG SUBJECT Niet de eigen handelwijze van de lokale bestuursorganen is uiteindelijk maatgevend voor de plaats van de gemeente in het openbaar bestuur, doorslaggevend is de relatie van de gemeentelijke organen tot (onder meer) de andere overheden (Dölle e.a., 2004: 79). In zowel federale als gecentraliseerde en gedecentraliseerde (eenheids)staten bestaat er een spanningsveld tussen aan de ene kant de gelijkwaardigheid van centrale en lokale overheden en aan de andere kant de hiërarchie van regels. Dit spanningsveld is in de Nederlandse grondwet zichtbaar in de twee soorten gemeentelijke bevoegdheden: autonome en medebewindbevoegdheden. Bij de eerste soort gaat het om regeling en bestuur van de eigen huishouding (artikel 124, eerste lid, Gw); bij de tweede om regeling en bestuur gevorderd bij of krachtens de wet (artikel 124, tweede lid, Gw). De gemeente als staatkundig subject kan daarmee worden onderverdeeld in (1) de gemeente als zelfstandige eenheid binnen het staatsbestel, in welke de gemeentelijke autonomie en gelijkwaardigheid tot uitdrukking komt, en (2) de gemeente als een (louter) administratief / uitvoerend lichaam, welke gestalte nauw verbonden is met haar medebewindstaken en met hiërarchie van regels. De gemeente als zelfstandige eenheid binnen het staatsbestel De erkenning van de gemeente als zelfstandige eenheid binnen een staatsbestel begint bij de constitutionele positie die het is toegekend. Hoe sterker deze omschreven is, hoe beter de zelfstandigheid gewaarborgd is. Zo is de gemeentelijke autonomie in Zwitserland (sinds 1999) gegarandeerd in de federale constitutie, terwijl dit niet het geval is in Frankrijk en Nederland. Bijna alle West-Europese constituties benoemen gemeenten als vaste elementen in de structuur van hun Staat en bevatten algemene garanties voor lokale autonomie. De Nederlandse grondwet is samen met die van Noorwegen, Groot-Brittannië en Ierland een uitzondering: deze bevat ten aanzien van het lokale niveau slechts zodanig beperkte bepalingen, dat deze niet als een garantie voor lokale autonomie opgevat kunnen worden. Autonomie betekent letterlijk de macht zichzelf regels te stellen door welke men geregeerd wordt ( autos betekent zelf en nomos staat voor wet ). Dit kan op twee wijzen opgevat worden. In de zin van staatkundige autonomie is het de aanspraak op soevereiniteit die zijn beperking vindt bij de grens met onafhankelijkheid, waarvan autonomie onderscheiden moet worden. Gemeenten zijn immers geen alleenheerser op hun grondgebied; zij maken deel uit Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 18

20 van het grotere geheel van de Staat en hebben dus rekening te houden met hun publieke omgeving. Met andere woorden: het gaat om zelfstandigheid, maar niet om eigenstandigheid. Thorbecke formuleerde het als volgt: Eenheid zonder zelfstandigheid van de delen is despotisme, zelfstandigheid van de delen zonder eenheid regeringsloosheid (geciteerd in Verkade, 1935: 140). Autonomie in de zin van administratief zelfbestuur, drukt de mogelijkheid uit voor de lokale overheid zijn eigen zaken te regelen. Hiertoe behoren al de taken die niet geregeld zijn door hogere wet- of regelgeving en impliceert dus ook de keuze de taak niet uit te voeren. Over het algemeen wordt onder lokale autonomie de betekenis van administratief zelfbestuur verstaan. De reikwijdte van lokale autonomie is niet alleen afhankelijk van hetgeen daarover in de grondwet is opgenomen, maar wordt mede bepaald door een groot aantal andere factoren. Vetter (2007) groepeert deze in twee typen autonomie: type I is afhankelijk van lokale economische en sociale factoren en wordt bepaald door de aanwezigheid van private ondernemingen, de lokale belastinginkomsten, werkgelegenheid, activiteiten van lokale politieke organisaties en de invloed van belangengroepen op de besluitvorming. Type II is de mate van lokale discretie die volgt uit de (on)afhankelijkheid ten opzichte van hogere overheden en wordt bepaald door de eerder genoemde grondwettelijke positie, de toewijzing van middelen of politieke pressie. Binnen deze tweede, beperktere opvatting is lokale autonomie volgens Page en Goldsmith (1987) afhankelijk van twee dimensies: de juridische en de politieke. De juridische dimensie bepaalt het spectrum van gemeentelijke functies en de vrijheid die zij hebben in de besluitvorming terzake de levering van publieke diensten. De politieke dimensie staat voor de mogelijkheden en soort invloed die gemeenten hebben op de besluitvorming van hogere overheden, teneinde hun lokale belangen te kunnen behartigen. Uit hun vergelijkende studie onder eenheidsstaten bleken de lokale overheden in Noord-Europese Staten vooral te scoren op de juridische dimensie, maar minder op de politieke dimensie. Bij de Zuid-Europese Staten is dit andersom. In federale Staten bezitten de lokale overheden zowel een hoge graad van juridische, als een hoge graad van politieke autonomie. In het algemeen zijn er twee principes waarlangs de zelfstandige bevoegdheden van lokale overheden kunnen worden gereguleerd: het subsidiariteitsprincipe en het ultra vires - principe. Bij het ultra vires -principe wordt de lokale overheid opgevat als een doelgemeenschap in plaats van als een rechts- of belangengemeenschap en staat derhalve exclusieve taaktoedeling centraal. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat statelijke taken over het algemeen liggen op het centrale niveau en dat deze enkel door formele wet kunnen worden toegewezen aan het lokale niveau. Dit geeft de gemeenten enerzijds vrijheid, in de zin van het vrij zijn van externe inmenging in zaken die als exclusieve lokale aangelegenheden zijn ge- Masterthesis F.W. Heijman s Pagina 19

rv 321 RIS 79718_ Initiatief-raadsvoorstel 12 oktober 2000 Verzelfstandiging openbaar onderwijs Inleiding

rv 321 RIS 79718_ Initiatief-raadsvoorstel 12 oktober 2000 Verzelfstandiging openbaar onderwijs Inleiding rv 321 RIS 79718_001019 Initiatief-raadsvoorstel 12 oktober 2000 Verzelfstandiging openbaar onderwijs Inleiding Op het terrein van het lokaal onderwijsbeleid is in de afgelopen jaren veel veranderd. De

Nadere informatie

Beginselen van de democratische rechtsstaat

Beginselen van de democratische rechtsstaat Beginselen van de democratische rechtsstaat Prof. mr. M.C. Burkens Prof. mr. H.R.B.M. Kummeling Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven Inleiding tot de grondslagen van het Nederlandse

Nadere informatie

Beginselverklaring van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, 1980

Beginselverklaring van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, 1980 Beginselverklaring van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, 1980 Noot van de editor De beginselprogramma's zijn gescand, en zover nodig gecorrigeerd. Hierdoor is het mogelijk dat de tekst niet meer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2016 Nr. 11

Nadere informatie

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20015 der Staten-Generaal 2500 EA Den Haag Binnenhof 4 r 070-342 43 44 DEN HAAG E voorlichbng@rekenkamer.nl w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Mediasociologie Hoorcollege Iedereen is vrij! Theo Ploeg

Mediasociologie Hoorcollege Iedereen is vrij! Theo Ploeg Mediasociologie Hoorcollege Iedereen is vrij! Theo Ploeg 1 2 wat ga ik behandelen? wat is mediasociologie bij CMDA/IAM? wat gaan we doen en hoe doen we dat? wat is sociologie eigenlijk en hoe zien wij

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 72 (2009) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 96 A. TITEL Aanvullend Protocol bij het Europees Handvest inzake lokale autonomie betreffende het recht op participatie

Nadere informatie

Vernieuwen en vertrouwen

Vernieuwen en vertrouwen Vernieuwen en vertrouwen Samenvatting Vernieuwen en vertrouwen Gemeenten krijgen er in 2015 drie grote taken bij in het sociaal domein: jeugd, zorg en werk. Bovendien moeten gemeenten het sociaal domein

Nadere informatie

Europees Handvest inzake lokale autonomie

Europees Handvest inzake lokale autonomie (Tekst geldend op: 04-02-2010) Europees Handvest inzake lokale autonomie (vertaling: nl) Europees Handvest inzake lokale autonomie PREAMBULE De Lidstaten van de Raad van Europa die dit Handvest hebben

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord XI. 3 Staatshoofd en ministers 46 3.1 De liefde van een crimineel 46 3.2 De Grondwet 47 3.3 Het Statuut 50

Inhoud. Voorwoord XI. 3 Staatshoofd en ministers 46 3.1 De liefde van een crimineel 46 3.2 De Grondwet 47 3.3 Het Statuut 50 Inhoud Voorwoord XI 1 Nederland vergeleken 1 1.1 Bestaat Nederland nog? 1 1.2 De Staat der Nederlanden 3 1.3 Nederland en de wereld 6 1.4 Vragen en perspectieven 8 1.5 Nederland vergeleken 12 Internetadressen

Nadere informatie

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Inleiding Op 1 januari 2015 krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor een aantal nieuwe taken in het sociale domein

Nadere informatie

Hoe groot, is groot genoeg?

Hoe groot, is groot genoeg? Hoe groot, is groot genoeg? Bas Denters (Bestuurskunde, Universiteit Twente) Kennisnetwerk Lokaal 13 Den Haag 17 april 2015 Schaalvergroting door de tijd Grotere gemeenten Minder gemeenten Schaal gemeenten

Nadere informatie

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven'

Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' Update ' toezicht op bestuur in relatie tot de rol van participatiemaatschappijen in hun portefeuillebedrijven' 1 Toezicht op bestuur Op 31 mei 2011 is het wetsvoorstel bestuur en toezicht (het "Wetsvoorstel")

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

Onderwerp Vaststellen Verordening basisregistratie personen Tytsjerksteradiel 2014

Onderwerp Vaststellen Verordening basisregistratie personen Tytsjerksteradiel 2014 Raadsvoorstel Vergadering : 20 november 2014 Agendapunt : 17 Status : Besluitvormend Programma : (1) Algemeen Bestuur Portefeuillehouder : E.J. ter Keurs Behandelend ambt. : Tjeerd Tjepkema E-mail : ttjepkema@t-diel.nl

Nadere informatie

Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal vragen om de kennis te toetsen. Het betreft steeds drie multiplechoicevragen en drie open vragen.

Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal vragen om de kennis te toetsen. Het betreft steeds drie multiplechoicevragen en drie open vragen. 1 Inleiding In wetten worden veel zaken geregeld: studiefinanciering, de huur van een studentenkamer, de koop van studieboeken en kleding, maar ook verkeersregels en belastingheffing. Hiermee en met vele

Nadere informatie

SUBSIDIEREGELING BEVORDEREN INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING ZUID-HOLLAND 2017

SUBSIDIEREGELING BEVORDEREN INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING ZUID-HOLLAND 2017 Provinciaal Blad van Zuid-Holland SUBSIDIEREGELING BEVORDEREN INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKING ZUID-HOLLAND 2017 Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening

Nadere informatie

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT De Regeringen van de hierna genoemde landen: De Bondsrepubliek Duitsland, Oostenrijk, België, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk,

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Inhoud Mijn overtuigingen 2 Mijn prioriteiten 3 Bakens voor morgen 8 Laten we samen aan Europa bouwen 1 Mijn overtuigingen Mijn overtuigingen Een Europa,

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? 2 Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

2. Consumentenbeleid en consumenteneducatie, een analytisch kader

2. Consumentenbeleid en consumenteneducatie, een analytisch kader 2. Consumentenbeleid en consumenteneducatie, een analytisch kader 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt vanuit een drietal, analytisch onderscheiden invalshoeken bezien in hoeverre consumenteneducatie een

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 9a 24 138 Wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 34 595 Samenvoeging van de gemeenten Rijnwaarden en Zevenaar Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Ontvangen 30 januari 2017 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.

Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa. Het gesproken woord geldt Speech VNG-voorzitter Jorritsma Rob, 25 november 2013 Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.

Nadere informatie

Het Verdrag van Den Haag van 13 januari 2000 over de internationale bescherming van volwassenen

Het Verdrag van Den Haag van 13 januari 2000 over de internationale bescherming van volwassenen DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING C: RECHTEN VAN DE BURGER EN CONSTITUTIONELE ZAKEN JURIDISCHE ZAKEN Het Verdrag van Den Haag van 13 januari 2000 over de internationale

Nadere informatie

BIJLAGEN. bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat

BIJLAGEN. bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat EUROPESE COMMISSIE Straatsburg, 11.3.2014 COM(2014) 158 final ANNEXES 1 to 2 BIJLAGEN bij de MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Een nieuw EU-kader voor het versterken van

Nadere informatie

Voordracht voor de raadsvergadering van 7 en 8 november 2012

Voordracht voor de raadsvergadering van 7 en 8 november 2012 Gemeenteblad Voordracht voor de raadsvergadering van 7 en 8 november 2012 Jaar 2012 Publicatiedatum 2 november 2012 Agendapunt 19 Datum besluit B&W 2 oktober 2012 Onderwerp Instemmen met de hoofdlijnen

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad,

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad, Raadsvoorstel Griffiersnummer: Onderwerp: Vaststelling herindelingsontwerp Datum B&W-vergadering: 17 juli 2012 Datum raadsvergadering: 30 juli 2012 Datum politieke avond: 11 juli 2012 Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Rv. nr.: B en W-besluit d.d.: B en W-besluit nr.:

Rv. nr.: B en W-besluit d.d.: B en W-besluit nr.: RAADSVOORSTEL Rv. nr.: B en W-besluit d.d.: 8-7-2014 B en W-besluit nr.: 14.0613 Naam programma: Bestuur en Dienstverlening Onderwerp: Vaststellen Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen

Nadere informatie

* * RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering van Stuk/nummer Agendapunt 28 januari 2014 KNDK/2013/

* * RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering van Stuk/nummer Agendapunt 28 januari 2014 KNDK/2013/ *000002033078* RAADSVOORSTEL Raadsvergadering van Stuk/nummer Agendapunt 28 januari 204 KNDK/203/3078 9.3 Datum: 3 december 203 Verzonden: 6 januari 204 Aan de gemeenteraad. Onderwerp: Verordening gegevensverstrekking

Nadere informatie

Belbin Teamrollen Vragenlijst

Belbin Teamrollen Vragenlijst Belbin Teamrollen Vragenlijst Lindecollege 2009 1/ 5 Bepaal uw eigen teamrol. Wat zijn uw eigen teamrollen, en die van uw collega s? Deze vragenlijst kan u daarbij behulpzaam zijn. Zeven halve zinnen dienen

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 De raad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Borsele d.d. 21 mei 2012;

Nadere informatie

Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen 2014

Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen 2014 Verordening gegevensverstrekking basisregistratie personen 2014 De raad van de gemeente Noordwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Noordwijk van 17 juni 2014 gelet op de artikelen

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel experiment loting

Initiatiefvoorstel experiment loting Haarlemse participatie door middel van loting; een voorstel voor het een experiment met participatie door middel van loten van Haarlemmers Samenvatting Grondbeginsel van een democratische staatsinrichting

Nadere informatie

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels

Oostenrijk. Staten en kiesstelsels Staten en kiesstelsels Oostenrijk Oostenrijk is een van de vele landen in Europa waar verkiezingen plaatsvinden volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging. Toch heeft Oostenrijk weer bepaalde

Nadere informatie

No.W /III 's-gravenhage, 21 april 2011

No.W /III 's-gravenhage, 21 april 2011 ... No.W06.11.0108/III 's-gravenhage, 21 april 2011 Bij Kabinetsmissive van 8 april 2011, no.11.000859, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van

Nadere informatie

A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht

A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht A. Begrip en aard van het Internationaal Publiekrecht Dit hoofdstuk is een inleiding op het internationaal publiekrecht. Er wordt ingegaan op de geschiedenis van het internationaal publiekrecht, de elementen

Nadere informatie

Het regeerakkoord 31 oktober 2012

Het regeerakkoord 31 oktober 2012 , Het regeerakkoord 31 oktober 2012 Eerste reactie: Ga besturen in plaats van chaos maken. Hoe groter hoe beter is nooit bewezen. Gaat de verkiezingsuitslag VVD en PvdA gelijk aan grootheidswaanzin doen

Nadere informatie

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING 2. VERSTEVIGING VAN RISICOMANAGEMENT Van belang is een goed samenspel tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de auditcommissie, evenals goede communicatie met

Nadere informatie

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol?

Waar Bepaal ten slotte zo nauwkeurig mogelijk waar het onderwerp zich afspeelt. Gaat het om één plek of spelen meer plaatsen/gebieden een rol? Hoe word ik beter in geschiedenis? Als je beter wilt worden in geschiedenis moet je weten wat er bij het vak geschiedenis van je wordt gevraagd, wat je bij een onderwerp precies moet kennen en kunnen.

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK

Nota van B&W. Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK Nota van B&W Portefeuille M. Divendal Auteur Dhr. P. Platt Telefoon 5115629 E-mail: plattp@haarlem.nl MO/OWG Reg.nr. OWG/2006/935 Bijlagen kopiëren: A B & W-vergadering

Nadere informatie

Raad en inwoners naar nieuwe verhoudingen. Samenvatting. Christa van Oorsouw juni 2007

Raad en inwoners naar nieuwe verhoudingen. Samenvatting. Christa van Oorsouw juni 2007 Raad en inwoners naar nieuwe verhoudingen Samenvatting Christa van Oorsouw juni 2007 Thesis in het kader van de opleiding Public Management en Policy Open Universiteit Nederland Engelse titel: City Council

Nadere informatie

TWEEDE KAMER SCHERPT OMGEVINGSWET AAN

TWEEDE KAMER SCHERPT OMGEVINGSWET AAN TWEEDE KAMER SCHERPT OMGEVINGSWET AAN Zoals bij de beoefenaren van het omgevingsrecht bekend is, heeft de Tweede Kamer op 1 juli jl. met ruime meerderheid het voorstel voor een Omgevingswet aangenomen.

Nadere informatie

Correspondentieadres: Hollandseweg 20 3227 CB Oudenhoorn Tel. 0181-461429

Correspondentieadres: Hollandseweg 20 3227 CB Oudenhoorn Tel. 0181-461429 Correspondentieadres: Hollandseweg 20 3227 CB Oudenhoorn Tel. 0181-461429 Aan de griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer de heer drs. M.J. van der Leeden Postbus 20018

Nadere informatie

Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo

Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo Havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Rechtsstaat

Nadere informatie

Omgevingswet: Van afstemmen, via samenwerking tot gezamenlijke besluiten

Omgevingswet: Van afstemmen, via samenwerking tot gezamenlijke besluiten @RobGreef Omgevingswet: Van afstemmen, via samenwerking tot gezamenlijke besluiten 28 januari 2017 mr. Rob de Greef 1-2-2017 PROOF Adviseurs bv 2 Wettelijk kader omgevingsdienst Artikel 5.3 Wabo 1. Gedeputeerde

Nadere informatie

trage vragen als uitdaging voor organisatieadviseurs

trage vragen als uitdaging voor organisatieadviseurs trage vragen als uitdaging voor organisatieadviseurs Harry Kunneman, OOA dubbel college met Hans Vermaak UvH, februari 2012 Opbouw De tweede postmoderniteit De biologische wortels van trage vragen De terugkeer

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,. Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:

Nadere informatie

Van Waarde(n) HUB 28 november 2015, Miranda Meijerman

Van Waarde(n) HUB 28 november 2015, Miranda Meijerman Van Waarde(n) Al voor de oprichting van het Humanistisch Verbond in 1946 bestond er buitenkerkelijke uitvaartbegeleiding. vandaag staan we stil bij de HUB die nu 10 jaar als zelfstandige stichting functioneert.

Nadere informatie

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden

Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden Reactienota en eindconclusie inzake de visie op de lokaal-bestuurlijke inrichting van Zuidoost-Fryslân en de Friese Waddeneilanden 1. Inleiding Op 11 april 2012 hebben wij onze visie op de lokaal-bestuurlijke

Nadere informatie

Inleiding. 1.1 Probleemstelling en onderzoeksvraag

Inleiding. 1.1 Probleemstelling en onderzoeksvraag HOOFDSTUK 1 Inleiding Sinds 2010 bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit het land Nederland en de drie in het Caribisch gebied gelegen landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De eveneens in de Caraïben

Nadere informatie

Toezicht en moraliteit.

Toezicht en moraliteit. Toezicht en moraliteit. Over professionele waarden in de zorgsector Gabriël van den Brink Congres-NVTZ 10-11-2016 1 Moral sentiments in modern society Adam Smith (1723-1790) The Wealth of Nations (1776)

Nadere informatie

Monisme en het waterschapsbestel. 27 oktober Mr.dr. G.S.A. Dijkstra

Monisme en het waterschapsbestel. 27 oktober Mr.dr. G.S.A. Dijkstra Monisme en het waterschapsbestel 27 oktober 2014 Mr.dr. G.S.A. Dijkstra De aanleiding tot deze notitie wordt gevormd door vragen van leden van de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap van Delfland

Nadere informatie

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 260 COMMUNICATIE OVER CONTROLE-AANGELEGENHEDEN MET HET TOEZICHTHOUDEND ORGAAN INHOUDSOPGAVE Paragrafen Inleiding... 1-4 Relevant orgaan... 5-10 Te communiceren controle-aangelegenheden

Nadere informatie

OP ZOEK NAAR...NIEUWE GEMEENTEGRENZEN. EEN PRAATSTUK

OP ZOEK NAAR...NIEUWE GEMEENTEGRENZEN. EEN PRAATSTUK OP ZOEK NAAR...NIEUWE GEMEENTEGRENZEN. EEN PRAATSTUK Leeuwarden, 21 maart 2013 Een praatstuk over de toekomstige grenzen van Leeuwarden Het bestuurlijk landschap in Friesland zal er de komende jaren waarschijnlijk

Nadere informatie

Constitutioneel recht

Constitutioneel recht Constitutioneel recht Prof. mr. C.A.J.M. Kortmann Bewerkt door Prof. mr. P.P.T. Broeksteeg Prof. mr. B.P. Vermeulen Mr. C.N.J. Kortmann Zevende druk Kluwer a Wotters Kluwer business INHOUD AFKORTINGEN

Nadere informatie

Aan de raad. Status: ter besluitvorming

Aan de raad. Status: ter besluitvorming No. 223887-1 Emmeloord, 30 september 2014. Onderwerp Verordening basisregistratie personen. Advies raadscommissie [Advies] Aan de raad. Status: ter besluitvorming Voorgesteld besluit Verordening gegevensverstrekking

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Projectleidersoverleg Rijk Omgevingswet. Veranderteam Rijk. Contactpersoon Ruben Tieman. Datum 30 maart Kenmerk.

Projectleidersoverleg Rijk Omgevingswet. Veranderteam Rijk. Contactpersoon Ruben Tieman. Datum 30 maart Kenmerk. Projectleidersoverleg Rijk Omgevingswet Veranderteam Rijk Contactpersoon Ruben Tieman Datum Integraliteit Het thema integraliteit is een van de uitgangspunten achter de Omgevingswet, maar tegelijk tot

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE

EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE CRI(97)36 Version néerlandaise Dutch version EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE TWEEDE ALGEMENE BELEIDSAANBEVELING VAN DE ECRI: SPECIALE ORGANEN OP NATIONAAL NIVEAU GERICHT OP DE BESTRIJDING

Nadere informatie

I. Context (1) I. Context (2) Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales

I. Context (1) I. Context (2) Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales Het Akkoord van Brussel van 16 september 2002: Een juridisch kader voor grensoverschrijdende intercommunales Prof. dr. Jan Wouters Maarten Vidal Instituut voor Internationaal Recht K.U. Leuven www.internationaalrecht.be

Nadere informatie

Gemeentelijke herindeling en lokale politiek. Rob (P.R.) van Doorn

Gemeentelijke herindeling en lokale politiek. Rob (P.R.) van Doorn Gemeentelijke herindeling en lokale politiek Rob (P.R.) van Doorn Gemeentelijke herindeling en lokale politiek Feiten en overwegingen 1. Inleiding Tijdens het eerste deel van de lopende kabinetsperiode

Nadere informatie

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME Wet van... houdende nadere wijzigingen van de Grondwet van de Republiek Suriname (S.B. 1987 No.116, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B.1992 No.38) ONTWERP DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME In overweging

Nadere informatie

Kritische reflectie op de rol van de adviseur in het publieke domein. Bijdrage aan AEF live op donderdag 15 september 2016

Kritische reflectie op de rol van de adviseur in het publieke domein. Bijdrage aan AEF live op donderdag 15 september 2016 Kritische reflectie op de rol van de adviseur in het publieke domein. Bijdrage aan AEF live op donderdag 15 september 2016 H. D.Tjeenk Willink 1. AnderssonElffersFelix voelt zich betrokken bij en wil bijdragen

Nadere informatie

Profielschets van de omvang en samenstelling van de Raad van Commissarissen en zijn leden

Profielschets van de omvang en samenstelling van de Raad van Commissarissen en zijn leden Bijlage a Profielschets van de omvang en samenstelling van de Raad van Commissarissen en zijn leden De functie van de Raad van Commissarissen. In deze profielschets wordt eerst ingegaan op de achtergronden

Nadere informatie

Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie)

Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie) Besluit van houdende regels ter uitvoering van artikel 36 van de Politiewet 2012 (Besluit verdeling sterkte en middelen politie) Op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van * 2012, nummer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Van de concepten voor institutionele wetgeving inzake Decentralisatie

Van de concepten voor institutionele wetgeving inzake Decentralisatie Samenvatting Van de concepten voor institutionele wetgeving inzake Decentralisatie Zoals vervat in de Memorie van Toelichting (MvT) op de desbetreffende ontwerpen, afkomstig van de DLGP consultant, Mr.

Nadere informatie

Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis)

Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis) Opinie inzake Voorzieningenrechter Rechtbank Utrecht 17 augustus 2007, LJN: BB1867 (Sint Antonius Ziekenhuis) mr. J.C. (Kees) van de Water, KW Legal, juli 2008 Aan de orde in onderhavige zaak is (mede)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Datum 11 februari 2015 Vragen van het lid Bisschop (SGP) over de samenwerking tussen ROC Amsterdam en ROC Flevoland

Datum 11 februari 2015 Vragen van het lid Bisschop (SGP) over de samenwerking tussen ROC Amsterdam en ROC Flevoland >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

RECHT EN SAMENLEVING ANDERS BEKEKEN

RECHT EN SAMENLEVING ANDERS BEKEKEN Wim Weymans RECHT EN SAMENLEVING ANDERS BEKEKEN Filosofische perspectieven Recht en samenleving anders bekeken Filosofische perspectieven Wim Weymans Acco Leuven / Den Haag Verantwoording 13 Inleiding 17

Nadere informatie

Spoorboekje. Beeldvorming. Oriëntatie op de bestuurlijke toekomst van de gemeente Landsmeer. Oordeelsvorming Besluitvorming

Spoorboekje. Beeldvorming. Oriëntatie op de bestuurlijke toekomst van de gemeente Landsmeer. Oordeelsvorming Besluitvorming Spoorboekje Oriëntatie op de bestuurlijke toekomst van de gemeente Landsmeer Beeldvorming Oordeelsvorming Besluitvorming maart 2014 november 2014 Inleiding De gemeenteraad heeft op 29 oktober 2013 het

Nadere informatie

1. Op welke juridische gronden en redenen baseert u uw besluit om de regie bij de herindeling van de gemeente Nuenen over te nemen?

1. Op welke juridische gronden en redenen baseert u uw besluit om de regie bij de herindeling van de gemeente Nuenen over te nemen? Statenfractie Lokaal Brabant De heer J.H.W.F. Heijman Statenfractie CDA De heer M.N.R.C. Deryckere Postbus 90151 5200 MC 'S-HERTOGENBOSCH Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Telefoon (073)

Nadere informatie

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T

Advies IS - Irak. Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law. Postbus BA Amsterdam T Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2632 Advies IS - Irak Datum 3 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper Op

Nadere informatie

Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking

Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking De regering houdt op dit moment een internetconsultatie over de Goedkeuringsen Uitvoeringswet bij ratificatie

Nadere informatie

VERKLARING VAN EUSKADI

VERKLARING VAN EUSKADI VERKLARING VAN EUSKADI De voorzitsters en voorzitters die deelnemen aan de XII Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Parlementen gehouden in Euskadi/Baskenland op 3 en 4 november (Lijst met

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl II BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 punt toegekend. MASSAMEDIA 1 maximumscore 2 Juiste antwoorden zijn (twee van de volgende redenen): De opera s (programma s) zijn

Nadere informatie

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA Den Haag

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag Raad voor het openbaar bestuur Korte Voorhout 7

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

der Staten-Generaal Postbus Plein EA Den Haag 2511 CR DEN HAAG

der Staten-Generaal Postbus Plein EA Den Haag 2511 CR DEN HAAG Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postadres der Staten-Generaal Postbus 20001 Plein 2 2500 EA Den Haag 2511 CR DEN HAAG Bezoekadres Binnenhof 20, Den Haag Datum Kenmerk Onderwerp 26 maart 2005 05M473585

Nadere informatie

Verordening rekenkamer Giessenlanden 2017

Verordening rekenkamer Giessenlanden 2017 Verordening rekenkamer Giessenlanden 2017 Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders; b. commissie: commissie voor de rekenkamer

Nadere informatie

Raadsvoorstel Zaaknr: 37837

Raadsvoorstel Zaaknr: 37837 Raadsvoorstel Zaaknr: 37837 Onderwerp: Herindelingsontwerp gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, naamgeving nieuw te vormen gemeente. Samenvatting: Voor u ligt het herindelingsontwerp voor de

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs

Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 12 november 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Handreiking voor specifieke invulling van de standaarden

Nadere informatie

Oud maar niet out. Denken en doen met de Oudheid vandaag. 95180_Oud maar niet out_vw.indd 1 13/03/12 10:24

Oud maar niet out. Denken en doen met de Oudheid vandaag. 95180_Oud maar niet out_vw.indd 1 13/03/12 10:24 Oud maar niet out Denken en doen met de Oudheid vandaag 95180_Oud maar niet out_vw.indd 1 13/03/12 10:24 95180_Oud maar niet out_vw.indd 2 13/03/12 10:24 Oud maar niet out Denken en doen met de oudheid

Nadere informatie

besluit van de gemeenteraad

besluit van de gemeenteraad besluit van de gemeenteraad voorstelnummer iz-nummer 3 onderwerp Verordening op de rekenkamer Gouda De raad van de gemeente Gouda; gelezen het voorstel van het presidium van 2 januari 2007 nr 3; gehoord

Nadere informatie

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes Ed Knies Koning Arthur; visie en organisatieprincipes Welkom Dit boek is een moreel boek voor professionals. Met moreel bedoelen we dat er binnen organisaties

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Brussel, 10 september _AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen. Advies. Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen

Brussel, 10 september _AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen. Advies. Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen Brussel, 10 september 2003 091003_AdviesBBB_Toerisme_Vlaanderen Advies Oprichtingsdecreet Toerisme Vlaanderen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding...3 2. Krachtlijnen van het advies... 3 3. Advies...4 3.1.

Nadere informatie

RUD Utrecht. Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht

RUD Utrecht. Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht RUD Utrecht Procedureregeling functiebeschrijving en waarderingrud Utrecht 1 Regeling functiebeschrijving en -waardering RUD Utrecht Het dagelijks bestuur van de RUD Utrecht Overwegende - dat de RUD Utrecht

Nadere informatie

Leerlijn historisch denken havo

Leerlijn historisch denken havo Leerlijn historisch denken havo Albert van der Kaap vwo Tijd en chronologie klas 1 klas 2 klas 3 vwo 6 gebeurtenissen uit zijn eigen leven alsmede verschijnselen, gebeurtenissen en personen uit de geschiedenis

Nadere informatie

Advies gemeentelijke herindelingen

Advies gemeentelijke herindelingen Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Inleiding Onderwerp Advies gemeentelijke herindelingen In uw brief van 3 december 2009 hebt u de Kiesraad en

Nadere informatie