Gelijkheid en non-discriminatie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gelijkheid en non-discriminatie"

Transcriptie

1 ISSN Gelijkheid en non-discriminatie Jaarrapport Grondrechten en antidiscriminatie Werkgelegenheid sociale zaken Europese Commissie

2

3 Gelijkheid en non-discriminatie Jaarrapport Werkgelegenheid sociale zaken Grondrechten en antidiscriminatie Europese Commissie Directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen Eenheid D.3 Manuscript voltooid in april

4 De inhoud van deze publicatie stemt niet noodzakelijk overeen met de mening of het standpunt van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Europese Commissie. Indien u geïnteresseerd bent in toezending van de elektronische informatiebrief ESmail van het directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen van de Europese Commissie, stuurt u dan een aan de informatiebrief verschijnt regelmatig in het Duits, Engels en Frans. Productie van dit verslag Applica sprl Grafisch design Boom Boom sprl Foto s Pagina s 5, 7, 9, 10, 12, 18, 21, 22: Media Consulta Pagina s 25, 27, 29, 33, 34: Carl Cordonnier, Dailylife Pagina 36: Europese Commissie Europe Direct helpt u antwoord te vinden op uw vragen over de Europese Unie Een nieuw gratis nummer: Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu.int). Bibliografische gegevens bevinden zich aan het einde van deze publicatie. Luxemburg: Bureau voor officiële publicaties der Europese Gemeenschappen, ISBN Europese Gemeenschappen, Overneming met bronvermelding toegestaan. Printed in Belgium GEDRUKT OP CHLOORVRIJ GEBLEEKT PAPIER

5 Inhoudsopgave Inleiding > 5 Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep 7 Europese wetgeving en Europese acties 7 Wijzigingen in de nationale wetgeving 13 Individuele rechten beschermen en afdwingen 17 Deel II > De toestand van de Roma in de EU verbeteren 25 De aard en de omvang van de uitdaging 25 Gezamenlijke inspanning om de toestand van de Roma te verbeteren 26 3 Het communautair actieprogramma Klemtoon op de Roma 31 Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

6

7 Inleiding > In het afgelopen jaar werd verdere vooruitgang geboekt in de strijd tegen discriminatie en bij het afdwingen van het recht op gelijke behandeling voor al wie in de Europese Unie leeft. Veel lidstaten hebben nu stappen ondernomen om hun wetten in overeenstemming te brengen met de twee Europese richtlijnen die in 2000 werden goedgekeurd de richtlijn inzake rassengelijkheid (2000/43/EG), die discriminatie op grond van ras of etnische afstamming in de meeste domeinen van het dagelijkse leven verbiedt, en de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep (2000/78/EG), die discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbiedt in de domeinen arbeid, beroep en opleiding. Dit geldt ook voor de tien landen die in mei 2004 tot de Unie zijn toegetreden. Het Europese actieprogramma ter bestrijding van discriminatie is die inspanningen blijven ondersteunen, in het bijzonder om ervoor te zorgen dat men zich bewust zou zijn van de rechten en plichten die de nieuwe wetten inhouden, en om de strijd met discriminerende attitudes en discriminerend gedrag aan te gaan. Ondanks die vooruitgang is discriminatie nog steeds een feit en moet nog meer worden ondernomen om te garanderen dat het wettelijke kader adequaat wordt geïmplementeerd en uitgevoerd. Zo is de Commissie aan het controleren of de nieuwe wetten die de lidstaten hebben ingevoerd, stroken met de richtlijnen en is zij, waar dit niet het geval blijkt, aangepaste acties aan het ondernemen. Zij is ook bij de lidstaten gedetailleerde informatie aan het vergaren over de manier waarop deze de richtlijnen in de periode van vijf jaar sinds hun goedkeuring hebben toegepast. In 2006 zal hierover verslag worden uitgebracht aan het Europees Parlement en aan de Raad. Met de publicatie van het groenboek over Gelijkheid en non-discriminatie in een uitgebreide Europese Unie bracht de Commissie in mei 2004 een consultatieproces over de prioriteiten in het toekomstige beleid op gang. Midden zal er een mededeling worden goedgekeurd die uit het groenboek voortvloeit en die voorstellen voor acties formuleert, o.a. het organiseren van een Europees Jaar van gelijke kansen in Het grote belang dat de Commissie aan het beleid in dit domein hecht, wordt weerspiegeld door het feit dat in 2004 een nieuwe groep van commissarissen voor grondrechten, voor de bestrijding van discriminatie en voor gelijke kansen werd opgericht, die door de voorzitter van de Commissie wordt geleid. Die groep heeft tot doel om de politieke agenda vooruit te stuwen en de coherentie tussen de verschillende initiatieven in dit domein te garanderen. Een andere fundamentele evolutie is het plan om een nieuw bureau voor de grondrechten op te richten. 5 SAMENVATTING VAN HET VERSLAG Dit verslag biedt u een samenvatting van de ontwikkelingen die zich in het afgelopen jaar in de lidstaten en op Europees vlak hebben voorgedaan in de strijd tegen discriminatie. Het is in twee delen opgesplitst. Het eerste deel behandelt de vereisten die in de richtlijn inzake rassengelijkheid en de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep zijn vastgelegd, en de acties die door de Commissie zijn ondernomen om te garanderen dat de lidstaten die richtlijnen naleven. Vervolgens wordt ingegaan op de nieuwe wetten en op andere maatregelen die de lidstaten hebben genomen om die eisen na te leven. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt ook getoond hoe de wetten in de praktijk worden omgezet. Het tweede deel van het verslag onderzoekt de toestand van de Roma in de EU, die samen de grootste etnische minderheid in de EU-25 vormen. Het verslag bestudeert ook enkele van de acties die de EU onderneemt om iets te doen aan de wijdverspreide uitsluiting en discriminatie waarmee de Roma-gemeenschappen overal in Europa te maken krijgen. Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

8 6 De consultatie over de toekomst van het antidiscriminatiebeleid in de EU De publicatie van het groenboek over Gelijkheid en non-discriminatie in een uitgebreide Europese Unie ( 1 ) bracht in 2004 een consultatieproces op gang over maatregelen die in de toekomst genomen zouden moeten worden om de bescherming tegen discriminatie uit te breiden en te versterken. Naar aanleiding van de vragenlijst kwamen er antwoorden en 150 schriftelijke bijdragen binnen uit alle lidstaten van de EU, uit Roemenië en Turkije. Die werden ingediend door nationale, regionale en lokale overheden, instanties die bevoegd zijn voor gelijke behandeling, NGO s, sociale partners, experts en individuele burgers. De voornaamste resultaten zijn in november 2004 in Nederland voorgesteld op een conferentie met de titel Equality in a future Europe. Het gaat onder andere om volgende resultaten. Na de uitbreiding moet de EU haar inspanningen in de strijd tegen discriminatie uitbreiden (aldus 88 % van de ondervraagden). De EU moet specifieke acties ondernemen voor de situatie van Roma in alle lidstaten. De EU moet zowel in de oude als in de nieuwe lidstaten harder ten strijde trekken tegen het benadelen en discrimineren op grond van seksuele geaardheid. Er zijn bijkomende inspanningen nodig zodat de richtlijnen nationaal worden nageleefd. De belangrijkste obstakels bij de daadwerkelijke implementatie van de richtlijnen zijn het blijven voortbestaan van discriminerende attitudes en gedragingen (68 %), onvolledige wetgeving (59 %) en het gebrek aan informatie en bewustzijn over rechten en plichten (48 %). Bij de NGO s en bij andere actoren is er veel vraag naar het optrekken van de bescherming op alle gronden naar het niveau dat in de richtlijn inzake rassengelijkheid is voorzien, maar enkele nationale overheden beschouwen dit nog als voorbarig. Als meest efficiënte middelen om de problemen aan te pakken die de richtlijnen niet afdekken, worden bovendien wetgeving (34 %), bewustmaking (32 %) en positieve actie (23 %) genoemd. Men vindt dat beschouwingen over non-discriminatie en gelijke behandeling de overheersende stroming moeten vormen in een reeks domeinen van het Europese beleid. Volgens 82 % van de ondervraagden moeten er meer inspanningen geleverd worden in de strijd tegen discriminatie op basis van de verschillende gronden, met inbegrip van het geslacht. 93 % van de ondervraagden beschouwt het vergaren van gegevens als een belangrijke stap bij het uitwerken van een efficiënt beleid voor gelijke kansen en tegen discriminatie, maar daarnaast beklemtoonde men ook de noodzaak om de persoonlijke levenssfeer te beschermen. De overgrote meerderheid van de schriftelijke antwoorden wijst op de toegevoegde waarde die de EU-financiering bij beleidsacties en wetgeving tegen discriminatie biedt. De steun gaat bij voorkeur naar informatie en bewustmaking (60 %) en analyse en monitoring (54 %). Men stelt dat elke instantie die bij de strijd tegen discriminatie betrokken is, een belangrijke rol heeft, in het bijzonder de instanties die met slachtoffers van represailles werken, en dat vooral de participatie van de nationale overheden zou moeten toenemen. ( 1 ) Inleiding

9 Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep In het afgelopen jaar is in een aantal lidstaten van de Europese Unie aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verder implementeren van de Europese richtlijn inzake rassengelijkheid (Richtlijn 2000/43/EG) en de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep (Richtlijn 2000/78/EG). De tien nieuwe lidstaten moesten die richtlijnen tegen 1 mei 2004, de datum van hun toetreding tot de EU, volledig in nationaal recht hebben omgezet en als gevolg hiervan werden er in de maanden die aan de uitbreiding van de Unie voorafgingen, talloze nieuwe wetten goedgekeurd. Tegelijkertijd werden in vele van de 15 andere lidstaten, waar de deadlines voor de omzetting in het nationale recht al waren verstreken, namelijk 19 juli 2003 voor de richtlijn inzake rassengelijkheid en 2 december 2003 voor de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep, stappen ondernomen met het oog op de volledige omzetting van de richtlijnen in nationaal recht. In een aantal gevallen hebben die wetten betrekking op discriminatie op basis van leeftijd en handicap, waarbij de lidstaten voor die aspecten ten opzichte van de deadline voor de andere gronden drie jaar uitstel konden vragen voor het naleven van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep. Denemarken koos voor één jaar uitstel met het oog op de implementatie van het aspect handicap uit de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep. De regelgeving van het Verenigd Koninkrijk inzake handicap is in oktober 2004 van kracht geworden en vanaf september 2006 gelden nieuwe regels inzake beroepsopleiding. Denemarken opteerde daarnaast ook voor één jaar uitstel voor het aspect leeftijd en keurde in december 2004 een wet goed over beide aspecten, leeftijd en handicap. Een periode van drie jaar uitstel wordt door België, Duitsland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk gehanteerd voor het aspect leeftijd en door Frankrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk (in dit laatste alleen qua beroepsopleidingen) voor het aspect handicap. Die landen moeten aan de Commissie jaarlijks verslag uitbrengen over de vooruitgang die zij met het oog op de implementatie boeken. 7 EUROPESE WETGEVING EN EUROPESE ACTIES Overzicht over de richtlijnen inzake rassengelijkheid en inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep Wat is het doel van de Europese richtlijnen ter bestrijding van discriminatie? Beide richtlijnen werden in 2000 goedgekeurd om gemeenschappelijke minimale normen vast te leggen voor de wetgeving die de Europese lidstaten hanteren in de strijd tegen discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid. Ze hebben tot doel om een algemeen wettelijk kader tot stand te brengen waarin die vormen van discriminatie bestreden kunnen worden, en zo het beginsel van gelijke behandeling te doen toepassen. Die richtlijnen beletten de lidstaten niet om een betere bescherming tegen discriminatie te bieden dan datgene wat de richtlijnen opleggen. Bij het omzetten van Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

10 de richtlijnen in hun nationale recht hebben de lidstaten echter niet het recht om het niveau van bescherming te laten dalen onder het niveau dat voordien bestond. 8 Wie wordt door de Europese wetgeving beschermd? De twee richtlijnen beschermen iedereen op Europees grondgebied tegen discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, leeftijd, seksuele geaardheid of handicap. Dit omvat ook personen die geen burger van een Europese lidstaat zijn, maar die zich in de EU bevinden. De bescherming geldt ook voor iedere burger die gediscrimineerd wordt omdat de persoon die discrimineert, denkt of vermoedt dat hij tot een bepaald ras behoort, een bepaalde godsdienst heeft, enzovoort, ook al is die mening of dat vermoeden niet correct. Dit geldt op dezelfde wijze ook voor alle personen die gediscrimineerd worden omdat ze in verband gebracht worden met een persoon van een bepaald ras, met een bepaalde godsdienst, met een bepaalde seksuele geaardheid, enzovoort. Waartegen beschermt de wetgeving? De richtlijnen beschermen iedereen tegen de volgende vormen van discriminatie. Directe discriminatie: hiervan is sprake wanneer iemand op één van de gronden die in de richtlijnen vervat zitten, ongunstiger wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld. Indirecte discriminatie: hiervan is sprake wanneer een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een bepaald ras of van een bepaalde etnische afstamming, met een bepaalde godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid in vergelijking met andere personen al dan niet opzettelijk benadeelt, tenzij die bepaling, maatstaf of handelwijze objectief wordt gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Intimidatie: hierbij is sprake van ongewenst gedrag dat met een van de in de richtlijnen vervatte gronden verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. Opdracht tot het discrimineren van personen als iemand opdracht krijgt om te discrimineren, staat dit gelijk met discriminatie. Bovendien schenden werkgevers en andere personen waarop de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep van toepassing is zoals verstrekkers van opleidingen ook het beginsel van gelijke behandeling indien ze verzuimen om aan personen met een handicap redelijke accommodatie ter beschikking te stellen. Dit houdt in dat zij adequate maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat personen met een handicap toegang krijgen tot arbeid, kunnen deelnemen aan het arbeidsproces en hierin vooruitgang kunnen boeken of een opleiding kunnen volgen. De werkgevers zijn echter niet verplicht om maatregelen te nemen die een onevenredige belasting zouden inhouden. Of van een dergelijke onevenredige belasting sprake is, moet in elk geval afzonderlijk overwogen worden, waarbij met alle omstandigheden rekening moet worden gehouden. Uiteindelijk zijn het de rechtbanken die hierover beslissen. De belasting zal niet als onevenredig worden beschouwd als de lidstaat maatregelen heeft genomen die de belasting voor de werkgevers wegneemt, bij voorbeeld door hiervoor financiële middelen toe te kennen. Tot slot moeten werknemers die over discriminatie geklaagd hebben of terzake een rechtszaak aanhangig hebben gemaakt, krachtens de richtlijnen beschermd worden tegen ontslag of tegen elke andere ongunstige behandeling door de werkgever die een reactie is op de klacht. In dat geval is sprake van represailles en die zijn strafbaar. Ook individuen zijn krachtens de richtlijn inzake rassengelijkheid buiten de werksfeer beschermd tegen represailles. Waar en in welke omstandigheden verbieden de richtlijnen discriminatie? Discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid wordt verboden met betrekking tot de toegang tot arbeid, tot een zelfstandige activiteit of een beroep, met inbegrip van selectiecriteria en aanwerving, toegang tot alle types beroepsopleiding en beroepskeuzebegeleiding, met inbegrip van praktische werkervaring; arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van ontslagen en verloning; en lidmaatschap van of betrokkenheid bij vakbonden en andere werknemersorganisaties, verenigingen van de werkgevers en professionele instanties. Discriminatie op grond van ras of etnische afstamming is ook verboden met betrekking tot sociale bescherming, met inbegrip van sociale zekerheid en sociale voordelen uit de gezondheidszorg (zoals gratis voorschriften en reisfaciliteiten), opvoeding en toegang tot en levering van goederen en diensten die beschikbaar zijn voor het grote publiek, met inbegrip van huisvesting. Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep

11 Hoe kan het recht op gelijke behandeling krachtens de richtlijnen afgedwongen worden? Iedere burger die van mening is dat hij is gediscrimineerd, moet toegang hebben tot gerechtelijke of administratieve procedures waarmee hij zijn rechten kan afdwingen. De rechtbank of een andere bevoegde instantie moet de zaak onderzoeken (afhankelijk van de nationale beperkingen in de tijd) en adequate sancties opleggen indien er daadwerkelijk sprake blijkt te zijn van discriminatie. In enkele landen bestaan er speciale procedures die specifiek zijn uitgewerkt om beslissingen te nemen over geschillen omtrent discriminatie, en in meerdere landen bestaan er ook verzoeningsprocedures voor het oplossen van geschillen. Zelfs indien een lidstaat de richtlijnen niet correct heeft geïmplementeerd, kunnen de burgers toch de bescherming van die bepalingen genieten (zie hieronder Individuele rechten beschermen en afdwingen ). Als een slachtoffer zijn zaak bij een rechtbank of een andere instantie aanhangig maakt, heeft dat slachtoffer het recht om ondersteund te worden door organisaties die een rechtmatig belang hebben bij het naleven van het beginsel van gelijke behandeling, bijvoorbeeld vakbonden of NGO s die zich met discriminatie bezighouden. Over het algemeen gaan de slachtoffers met een dergelijke ondersteuning akkoord. Omdat een geval van discriminatie van nature moeilijk te bewijzen is, stellen de richtlijnen dat het bewijsniveau dat het vermoedelijke slachtoffer moet aandragen, bij een rechtszaak over discriminatie minder groot is dan dat wat normaal gezien vereist zou zijn. Als de eiser feiten heeft aangedragen op basis waarvan kan worden vermoed dat er sprake is van discriminatie, gaat de bewijslast over op de gedaagde, die dan de vermoedelijke discriminatie met bewijzen zal moeten weerleggen. Die regel is van toepassing bij burgerlijke en administratieve rechtbanken en dito procedures, maar niet bij strafrechtelijke procedures, waar de traditionele hogere normen inzake bewijs van toepassing blijven, en bij onderzoeksprocedures. Schendingen van de wetten ter bestrijding van discriminatie moeten met doeltreffende, adequate en ontradende sancties aangepakt worden, waarbij ook de uitbetaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer mogelijk is. Volgens het Europese Hof van Justitie moeten de lidstaten in de rechtspraak over discriminatie op grond van geslacht sancties voorzien die een reële en daadwerkelijke bescherming bieden voor de rechten van het individu in de Europese Unie en die een daadwerkelijk en afschrikkend effect hebben op de werkgevers. Bovendien mogen de lidstaten geen maximumbedrag bepalen voor de schadevergoeding die aan slachtoffers van discriminatie kan worden uitbetaald (zie de zaken Von Colson, 14/83 en Marshall II, C-271/91 op Bestaan er uitzonderingen op het beginsel van gelijke behandeling? De richtlijnen staan enkele uitzonderingen op het beginsel van non-discriminatie toe. Ten eerste: ze staan positieve actie (of positieve discriminatie) toe, zodat bepaalde groepen gunstiger kunnen worden behandeld dan andere. Dit laatste is bedoeld ter voorkoming of ter compensatie van nadelen die met één van de genoemde gronden van discriminatie samenhangen. Ten tweede: ze staan verschillende behandelingen toe wanneer het werk door zijn aard werkelijk vereist dat het uitgevoerd wordt door een persoon van een bepaalde etnische afstamming, met een bepaalde godsdienst of leeftijd, Of er daadwerkelijk van een wezenlijke en bepalende beroepsvereiste sprake is, wordt zeer strikt beoordeeld. Bovendien kunnen organisaties van wie het ethos op een godsdienst of overtuiging gebaseerd is (bij voorbeeld kerken) in landen waar de nationale wetgeving of praktijken van voor de richtlijnen dateren, eisen dat bepaalde werkzaamheden uitgevoerd worden door een persoon met die godsdienst of overtuiging. Hierbij is geen sprake van discriminatie voorzover de aard van de activiteiten of de context waarin die activiteiten uitgevoerd worden, de godsdienst of overtuiging van die persoon tot een wezenlijke, legitieme en gerechtvaardigde beroepsvereiste maken. 9 Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

12 10 Er bestaan bijzondere uitzonderingen op het verbod op discriminatie op grond van leeftijd. De lidstaten kunnen ervoor kiezen om bij wet te bepalen dat een verschillende behandeling op grond van leeftijd in sommige omstandigheden geen discriminatie op grond van leeftijd vormt voorzover de verschillende behandeling objectief en redelijkerwijs gerechtvaardigd is door een legitieme doelstelling zoals met betrekking tot werkgelegenheidsbeleid en de arbeidsmarkt of doelstellingen voor beroepsopleidingen en voorzover de middelen om die doelstelling te bereiken, adequaat en noodzakelijk zijn. De richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep geeft voorbeelden van dingen die onder bepaalde omstandigheden kunnen neerkomen op gewettigde verschillen in de behandeling. Hierbij gaat het ook om bijzondere voorwaarden voor de toegang tot arbeid en beroepsopleidingen, om arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van regelingen voor ontslag en verloning, voor jongeren, voor oudere werknemers of verzorgers. Die voorwaarden kunnen worden toegestaan als het de bedoeling is om de integratie van die mensen in het beroepsleven te bevorderen of hun bescherming te garanderen. Men kan ook minimale voorwaarden qua leeftijd, beroepservaring of anciënniteit opleggen voor de toegang tot werkgelegenheid of voor het ontvangen van bepaalde voordelen die aan de werkgelegenheid zijn gekoppeld. Men kan een maximumleeftijd voor aanwervingen bepalen voorzover die gebaseerd is op de opleiding die voor de baan vereist is, of op de noodzaak om voor de pensionering nog tijdens een redelijke periode te kunnen werken. Als de lidstaten ervoor kiezen om dergelijke uitzonderingen in te voeren, moet dit in de nationale wetgeving zijn opgenomen, waarbij gegarandeerd moet zijn dat de uitzonderingen een legitiem doel nastreven en dat ze adequaat en noodzakelijk zijn. Dit laatste houdt in dat het in elk geval onmogelijk moet zijn om die doelstelling met andere niet-discriminerende middelen te bereiken. De richtlijn biedt aan de lidstaten tevens de mogelijkheid om binnen een stelsel van sociale zekerheid een leeftijd te bepalen waarop burgers tot het pensioen- en invaliditeitsstelsel kunnen toetreden. Binnen een dergelijk stelsel kunnen verschillende leeftijdsgrenzen gehanteerd worden voor verschillende categorieën werknemers en bij statistische berekeningen mag het criterium leeftijd gebruikt worden als het niet in discriminatie op grond van geslacht uitmondt. In diezelfde zin zijn de twee richtlijnen ook niet van toepassing op burgers van derde landen en op statelozen die het grondgebied van een lidstaat wensen te betreden of die er zich wensen te vestigen, en voor de behandeling die uit hun wettelijke status voortvloeit. Merk echter op dat de Europese richtlijn betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (G2003/109/EG), aan deze onderdanen eenzelfde behandeling garandeert als aan de burgers van de EU-lidstaten. De burgers van de EU zijn krachtens artikel 12 van het Europese Verdrag tegen discriminatie beschermd op grond van hun nationaliteit van een EU-lidstaat. Daarnaast geldt de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep (qua discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid) niet voor: maatregelen die de nationale wetgever neemt en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn met het oog op de openbare veiligheid, op het behoud van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en de rechten en vrijheden van anderen; betalingen die uitgevoerd worden door staatsinstellingen of gelijkaardige instanties, met inbegrip van de instellingen voor sociale zekerheid en sociale bescherming. Tot slot hebben de lidstaten het recht om hun strijdkrachten te ontheffen van de bepalingen uit de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep die betrekking hebben op leeftijd en op handicap. Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep

13 Waartoe verplichten de richtlijnen de lidstaten nog? De lidstaten moeten één of meerdere instanties oprichten die gelijke behandeling bevorderen, ongeacht het ras of de etnische afstamming. Ze moeten ervoor zorgen dat die instanties op zijn minst in staat zijn om onafhankelijk assistentie te verlenen aan personen die het slachtoffer van discriminatie zijn geworden. Hiertoe kunnen ze bij gevallen van discriminatie klacht indienen, onafhankelijk onderzoek verrichten en onafhankelijke verslagen en aanbevelingen publiceren over elk onderwerp dat met discriminatie te maken heeft. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het verspreiden van informatie over de wetgeving over gelijke behandeling in hun land. Dit heeft zowel betrekking op nieuwe wetten die de richtlijnen in nationaal recht omzetten, als op oude wetten die al van kracht zijn. Ze moeten ook de discussie tussen werkgevers en werknemersorganisaties over gelijke behandeling bevorderen en de dialoog aanzwengelen met NGO s die belangstelling hebben voor de strijd tegen discriminatie. De lidstaten zijn verplicht om alle discriminerende wetten en regelingen af te schaffen en ze moeten ervoor zorgen dat alle discriminerende bepalingen uit overeenkomsten, collectieve overeenkomsten of interne regels van organisaties onwerkzaam zijn. De lidstaten moeten aan de Europese Commissie verslag uitbrengen, enerzijds uiterlijk op 19 juli over de toepassing van de richtlijn inzake rassengelijkheid en anderzijds uiterlijk op 2 december over de toepassing van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep. Nadien moeten zij om de vijf jaar een dergelijk verslag uitbrengen. De Commissie zal die informatie vervolgens gebruiken om voor het Europees Parlement en voor de Raad van de Europese Unie verslagen over de toepassing van de richtlijn uit te werken. Wat kan de Europese Commissie doen als de lidstaat de richtlijnen niet correct uitvoert? Krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap kan de Europese Commissie een procedure opstarten tegen lidstaten die de bepalingen uit de richtlijnen niet naleven (artikel 226). Dergelijke procedure kan worden opgestart als de lidstaat de omzetting in het nationale recht niet meldt, als hij zich niet houdt aan de bepalingen uit de richtlijn of als de omzetting in nationaal recht onvolledig of niet correct is gebeurd. De procedure begint met een formeel schrijven dat de Commissie aan de lidstaat richt en waarin zij uiteenzet waarom de lidstaat volgens haar zijn verplichtingen niet is nagekomen. De lidstaat heeft twee maand tijd om hierop te antwoorden. Als de zaak hiermee niet opgelost is, brengt de Commissie een met redenen omkleed advies uit waarop de lidstaat opnieuw binnen de twee maand moet reageren. Indien de lidstaat niet antwoordt of indien de Commissie het antwoord onbevredigend acht, kan zij de lidstaat naar het Europese Hof van Justitie doorverwijzen. Indien het Hof van mening is dat de lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen, moet de staat de maatregelen nemen die nodig zijn om zich naar het arrest van het Hof te schikken. Indien de Commissie nadien van mening is dat de maatregelen van de lidstaat onvoldoende zijn, krijgt de staat de gelegenheid om opmerkingen in te dienen. Dan volgt een met redenen omkleed advies dat gedetailleerd ingaat op de punten die de lidstaat niet naleefde (artikel 228 van het Europese Verdrag). Vervolgens krijgt de lidstaat een beperkte periode om die punten aan te passen. Als de lidstaat dit niet doet, kan de Commissie de zaak opnieuw voor het Europese Hof van Justitie brengen en het bedrag vermelden dat de lidstaat volgens haar moet betalen. Als het Hof van mening is dat de lidstaat zich niet naar zijn arrest heeft geschikt, kan het hiervoor een forfaitaire som of een dwangsom opleggen. Actie van de Commissie tegen vijf lidstaten In juli 2004 daagde de Commissie vijf lidstaten (Oostenrijk, Finland, Duitsland, Griekenland en Luxemburg) voor het Europese Hof van Justitie omdat ze de omzetting van de richtlijn inzake rassengelijkheid in nationaal recht niet hadden gemeld. In de eerste stappen van de procedure wegens schending van het Gemeenschapsrecht werd geen oplossing bereikt. In december 2004 daagde de Commissie die vijf lidstaten voor het Europese Hof van Justitie omdat ze de omzetting van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep in nationaal recht niet hadden gemeld. Ook nu had de voorafgaande communicatie tussen de Commissie en deze lidstaten nog geen oplossing gebracht, terwijl dit wel lukte bij België, Denemarken, Ierland, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk, tegen wie aanvankelijk ook een procedure wegens schending van het Gemeenschapsrecht aanhangig was gemaakt. 11 Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

14 12 In Griekenland en Duitsland zijn de wetsontwerpen pas eind 2004 aan het Parlement voorgelegd. In Griekenland is de wetgeving ondertussen goedgekeurd en de rechtszaken tegen die lidstaat zijn stopgezet. In Luxemburg zijn de twee wetsontwerpen die eind 2003 aan het Parlement zijn voorgelegd, nog steeds niet goedgekeurd. In Oostenrijk hebben nog niet alle deelstaten de richtlijnen in nationaal recht omgezet en in Finland moeten de richtlijnen nog ingevoerd worden op de Åland-eilanden. De procedure wegens schending van het Gemeenschapsrecht houdt rekening met het feit dat Duitsland aan de Commissie heeft meegedeeld dat het bij de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om drie jaar uitstel te krijgen voor het aspect discriminatie op grond van leeftijd. Geen enkele van de vier andere lidstaten heeft zijn deadline zo formeel verlengd. Op 24 februari zijn Finland en Luxemburg door het Europese Hof van Justitie veroordeeld omdat ze geen wetgeving goedkeurden die de omzetting van de richtlijn inzake rassengelijkheid in nationaal recht mogelijk moet maken (zie de rechtszaken C-327/04 en C-320/04). Tegen eind 2004 hadden alle nieuwe lidstaten behalve de Tsjechische Republiek officieel aan de Commissie meegedeeld dat ze beide richtlijnen in hun nationale recht hadden omgezet. Op dit ogenblik is de Commissie hun mededelingen aan het onderzoeken, omdat ze zich ervan bewust is dat de omzetting in sommige landen ernstige lacunes vertoont. De Tsjechische Republiek heeft een formele waarschuwing over het niet-meedelen van beide richtlijnen ontvangen. Voor de nieuwe lidstaten zijn de procedures later op gang gebracht dan voor de oude lidstaten omdat de deadline voor de omzetting in nationaal recht later viel, namelijk op 1 mei Bovendien vaardigt de Commissie die procedures wegens schending van het Gemeenschapsrecht in pakketten uit en niet tegen individuele lidstaten. Dit houdt in dat de Commissie wacht tot ze de vereiste informatie heeft om tegelijkertijd procedures tegen meerdere lidstaten te kunnen opstarten. Het intensieve voorbereidende werk is begonnen voor de formele stappen in de procedures wegens schending van het Gemeenschapsrecht door niet-naleving van de richtlijnen. Dit omvat een gedetailleerd onderzoek naar de nationale wetten die de richtlijnen moeten invoeren, om zo de lacunes of leemten in de omzetting te ontdekken. De formele stappen voor het pakket voor schending van het Gemeenschapsrecht door schending van de richtlijn inzake rassengelijkheid zullen waarschijnlijk in tegen meerdere oude lidstaten gelanceerd worden. Later volgen dan waarschijnlijk procedures voor schending van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep tegen een aantal oude lidstaten en voor schending van beide richtlijnen tegen enkele nieuwe lidstaten. Bij het bestuderen van de nationale wetgeving verliest de Commissie de aard van de Europese richtlijnen niet uit het oog, namelijk het feit dat deze aan de lidstaten de vrijheid geven om de meest geschikte vorm van implementatie van de bepalingen te kiezen. Niettemin moet de Commissie de garantie hebben dat de wetgeving werkelijk de resultaten bereikt die de richtlijnen beogen. De Commissie wordt bij deze controle op de conformiteit bijgestaan door het Europese netwerk van onafhankelijke wettelijke experts in het domein van de nondiscriminatie, dat verslagen over de ontwikkelingen in de verschillende lidstaten publiceert. Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep

15 De Europese richtlijn inzake rassengelijkheid, die door Hongarije is geïmplementeerd in de vorm van de wet op gelijke behandeling en ter bevordering van gelijke kansen is een baanbrekend instrument om minderheden bij wet tegen discriminatie te beschermen. We hebben rekening gehouden met alle wettelijke vereisten uit de richtlijn die van essentieel belang zijn voor al wie in de toekomst met discriminatie van welke aard ook geconfronteerd kan worden. We hebben dit jaar tevens een Dienst voor gelijke behandeling opgericht die gevallen van discriminatie moet onderzoeken en juridische procedures tegen de daders moet opstarten. We zijn uiterst gretig om te zien hoe dit zal worden gebruikt om de wettelijke bescherming van de Roma te verbeteren, want de meeste zaken die aan de voor gelijke behandeling bevoegde dienst werden voorgelegd, hadden betrekking op discriminatie van Roma in de domeinen werkgelegenheid en onderwijs. Ik hoop van ganser harte dat de maatschappelijke organisaties in naam van de slachtoffers van discriminatie processen zullen aanspannen om aan de nieuwe wetgeving op die manier een maximale impact te geven. We zijn ons echter ervan bewust dat de toestand van de Roma niet alleen kan worden opgelost via juridische stappen, dat die aan andere maatregelen moeten worden gekoppeld. De Hongaarse regering is een coördinerende rol aan het spelen in het Roma Decade, een initiatief van de Wereldbank en van het Open Society Institute, dat in februari werd gelanceerd door Hongarije en zeven andere Europese landen. Met dit initiatief zijn we hopelijk in staat om een maximale hoeveelheid hulpmiddelen van allerlei aard te vinden om zo de economische en sociale toestand van de Roma overal in Europa te verbeteren. KINGA GÖNCZ, MINISTER VAN JEUGD, GEZIN, SOCIALE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN, HONGARIJE 13 WIJZIGINGEN IN DE NATIONALE WETGEVING Hoewel de deadlines voor de omzetting in nationaal recht verstreken zijn, worden er in een aantal lidstaten nog steeds wetten gewijzigd en goedgekeurd om beide richtlijnen tegen discriminatie om te zetten. In Slowakije werd de wet tegen discriminatie in mei 2004 goedgekeurd. In Ierland werd de wet van 2004 over gelijke behandeling in juli 2004 van kracht; ze amendeert de wet van 1998 over gelijke behandeling in arbeid en beroep en de wet van 2000 over gelijkheid van status. In Malta werd in november 2004 een wet goedgekeurd om de lacunes op te vullen die in het domein van de werkgelegenheid waren ontstaan na het goedkeuren van de wet van 2002 inzake werkgelegenheid en industriële relaties. In december 2004 werd in Denemarken een nieuwe wet goedgekeurd met het oog op de omzetting in nationaal recht van de bepalingen uit de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep die op leeftijd en handicap betrekking hebben. In Frankrijk werd een wet goedgekeurd om een Hoge Autoriteit tegen discriminatie en voor gelijke behandeling op te richten, die de richtlijn inzake rassengelijkheid in nationaal recht moet omzetten. In Hongarije werd een regeringsbesluit inzake de Autoriteit voor gelijke behandeling goedgekeurd. In België zijn in mei 2004 nieuwe wetten goedgekeurd door het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap. In Oostenrijk werd de wetgeving in 2004 goedgekeurd in de deelstaten Stiermarken, Wenen, Neder-Oostenrijk en Karinthië, terwijl de deelstaten Vorarlberg en Opper- Oostenrijk wetsontwerpen indienden. In Griekenland werd in januari een wet gepubliceerd die alle gronden van discriminatie uit beide richtlijnen omvat, en in diezelfde maand werd in Zweden een wet tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid van kracht in het domein van de sociale zekerheid. In Polen zal de wet op nationale en etnische minderheden en regionale talen in mei van kracht worden. Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

16 OVERZICHTSTABEL: STAND VAN ZAKEN VAN IMPLEMENTATIE VAN DE RICHTLIJNEN (TOESTAND OP 1 APRIL ) Nota: Deze tabel geeft een samenvatting van de wetgeving die in verband met de richtlijnen is goedgekeurd. Ze is niet bedoeld om te evalueren of de nationale wetgeving volledig met de richtlijnen strookt en of die wetten in de respectieve lidstaten integraal worden nageleefd. Aangezien de nationale wetgeving in dit domein erg snel evolueert, zal het niet lang duren voor er aan de hier beschreven toestand al weer nieuwe wetgeving kan worden toegevoegd. België Tsjechische Republiek Denemarken Duitsland Estland Griekenland Spanje Frankrijk Ierland Italië Cyprus Federaal niveau: wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding; wet van 20 januari 2003 tot versterking van de wetgeving tegen racisme en tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. Regionaal niveau: decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt; decreet van de Franse Gemeenschap van 19 mei 2004 over de implementatie van het beginsel van gelijke behandeling; decreet van het Waals Gewest van 27 mei 2004 over de gelijke behandeling bij arbeid en bij beroepsopleidingen; decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 17 mei 2004 over de waarborg voor gelijke behandeling op de arbeidsmarkt; ordonnantie van 26 juni 2003 betreffende het gemengde beheer van de arbeidsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Wet nr. 65/1964 Coll. Arbeidswetboek dat in 2004 voor het laatst werd geamendeerd; wet nr. 361/2003 Coll. over de dienstrelaties van leden van de strijdkrachten; wet nr. 221/1999 Coll. over de dienstrelaties van leden van de strijdkrachten, zoals geamendeerd in 2002; wet nr. 218/2002 Coll. over de officiële dienst in de staatsadministratie en over de verloning van ambtenaren en andere bedienden; wet op het onderwijs nr. 561/2004 Coll. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Wet nr. 960 (2004) over artikel 266 b) van het Strafwetboek, wet nr. 626 (1987) inzake verbod op discriminatie op basis van ras, enzovoort; wet nr. 459 (1996) gewijzigd door wet nr. 253 (2004) en wet nr (2004) inzake verbod op discriminatie in arbeid en beroep, enzovoort; wet nr. 374 (2003) inzake verbod op ongelijke behandeling op grond van ras of etnische afstamming; wet nr van 22 december (2004) inzake verbod op directe en indirecte discriminatie op grond van leeftijd en handicap; wet nr. 411 (2002) inzake het Instituut voor internationale studies en mensenrechten. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden. Wet op de industriële relaties, die in 2001 is gewijzigd; federale wet op de werknemersvertegenwoordiging, die in 2001 is gewijzigd; wet op de gelijke behandeling van personen met een handicap. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Wet inzake wijzigingen aan de wet inzake de wettelijke kanselier en bijbehorende wetten; wet van de Republiek Estland inzake arbeidsovereenkomsten, zoals gewijzigd op ; Strafwetboek. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Griekse wet inzake toepassing van het beginsel van gelijke behandeling ongeacht ras of etnische afstamming, godsdienst of andere overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (gepubliceerd op 27 januari ). Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen. Wet nr. 62/2003 van 30 december inzake fiscale, administratieve en sociale maatregelen; decreet nr. 5/2000 van 4 augustus, wet inzake inbreuken tegen de sociale orde en de bijbehorende sancties, gewijzigd op 1 april; wet nr. 51/2003 van 2 december inzake gelijke kansen, non-discriminatie en universele toegang voor personen met een handicap. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen. Decreet nr. 1865/2004 ter oprichting van de Nationale Raad voor personen met een handicap. Perswet 1881 (laatst gewijzigd op 2 februari 2002); wet nr ter bestrijding van discriminatie; wet nr inzake sociale modernisering; wet van 21 december 2004 ter oprichting van een gespecialiseerde dienst (HALDE); wet van 20 december 2004 inzake sociale cohesie. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Wet van 2004 inzake gelijke behandeling, die een wijziging van de wet van 1998 inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep en van de wet van 2000 inzake gelijke status inhoudt; wet van inzake pensioenen; wet van 2003 inzake alcoholintoxicatie. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Wetgevend decreet nr. 215 van 9 juli 2003 dat Richtlijn 2000/43/EG in nationaal recht omzet en dat later gewijzigd werd door het wetgevend decreet nr. 256 van 2 augustus 2004; decreet van 11 december 2003 over interne structuren en bevoegdheden van de speciale dienst. Omvat discriminatie op grond van ras en etnische afstamming. Wetgevend decreet nr. 216 van 9 juli 2003 dat Richtlijn 2000/78/EG in nationaal recht omzet en dat later gewijzigd werd door het wetgevend decreet nr. 256 van 2 augustus Omvat alle gronden uit de Richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep. Wet nr. 59(I)/2004 inzake gelijke behandeling (ras of etnische afstamming). Wet nr. 57(I)/2004 inzake personen met een handicap (amendement). Wet nr. 58(I)/2004 inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep. Omvat ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, leeftijd en seksuele geaardheid. Wet nr. 36 (I)/2004 inzake de administratieve commissaris (amendement). Wet nr. 42 (1)/2004 inzake de strijd tegen racisme en andere vormen van discriminatie (commissaris). Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en nog bijkomende gronden.

17 Letland Arbeidswetgeving: goedgekeurd in 2001 en gewijzigd op 7 mei Omvat een niet exhaustieve lijst met gronden, maar verwijst niet uitdrukkelijk naar seksuele geaardheid. Litouwen Wet inzake gelijke kansen, van kracht geworden op 1 januari ; Strafwetboek zoals gewijzigd op 31 mei Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen. Luxemburg Sinds de goedkeuring van de richtlijnen is er geen wetgeving goedgekeurd of gewijzigd. Hongarije Wet CXXV uit 2003 inzake gelijke behandeling en inzake bevordering van gelijke kansen; decreet nr. 362/2004 van de regering inzake de dienst voor gelijke behandeling en de gedetailleerde regels voor die procedure. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Malta Wet van 2002 inzake werkgelegenheid en industriële relaties en wettelijke kennisgeving nr. 461 uit 2004 (gelijke behandeling in regelingen over werkgelegenheid); wet uit 2000 voor gelijke kansen (personen met een handicap). Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen. Nederland Algemene wet gelijke behandeling uit 1994, zoals gewijzigd door de wet van 2004 over implementatie in Europa; wet van 17 december 2003 inzake discriminatie op grond van leeftijd; wet van 3 april 2003 over gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Oostenrijk Federaal niveau: federale wet inzake gelijke behandeling (goedgekeurd in 1993, gewijzigd in 2004), wet inzake gelijke behandeling, wet inzake de Commissie voor gelijke behandeling en de Dienst voor gelijke behandeling (al die wetten zijn op 1 juli 2004 van kracht geworden). Provinciaal niveau: wet van de deelstaat Stiermarken inzake gelijke behandeling; dienstorder van de deelstaat Wenen; wet van de deelstaat Wenen inzake verbod op discriminatie, wet van de deelstaat Neder-Oostenrijk inzake gelijke behandeling; wet van de deelstaat Karinthië tegen discriminatie. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en het geslacht. Tot nog toe staat het aspect handicap alleen in de wetgeving van de deelstaten vermeld. Polen Arbeidswetboek (laatste wijziging op 14 november 2003); wet van 20 april 2004 ter bevordering van de werkgelegenheid en de instellingen van de arbeidsmarkt; verordening van de Ministerraad van 25 juni 2002 over de gevolmachtigde van de regering inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Wet op de nationale en etnische minderheden en op regionale talen (goedgekeurd op 6 januari, van kracht sinds 1 mei ). Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Portugal Wet nr. 18/2004 inzake discriminatie op grond van ras of etnische afstamming; decreetwet nr. 251/2002; wet nr. 38/2004 inzake maatregelen voor de herintegratie en voor de participatie van personen met een handicap; wet nr. 16/2001 inzake godsdienstvrijheid. Arbeidswetboek wet nr. 99/2003, wet nr. 35/2004 ter regeling van het Arbeidswetboek. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Slovenië Wet uit 2004 ter implementatie van het beginsel van gelijke behandeling; wet uit 2004 inzake herintegratie van personen met een handicap in het arbeidsproces; wet van 2003 inzake relaties in arbeid en beroep. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Slowakije Wet nr. 365/2004 Coll. inzake gelijke behandeling in bepaalde domeinen en bescherming tegen discriminatie. Die wet vormt een amendement en aanvulling op bepaalde andere wetten (antidiscriminatiewet); wet nr. 308/1993 Coll. inzake oprichting van het Slowaakse Nationale Centrum voor mensenrechten; voor het laatst gewijzigd in 2004 Coll.; Arbeidswetboek nr. 311/2001 Coll., voor het laatst gewijzigd door wet nr. 365/2004. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen Finland Non-discriminatiewet nr. 21/2004; Strafwetboek zoals gewijzigd door de wet nr. 302/2004; wet inzake arbeidsovereenkomsten, zoals gewijzigd door de wet nr. 23/2004. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Zweden Wet inzake verbod op discriminatie op grond van etnische afstamming (1999:130), voor het laatst gewijzigd door wet 2003:308; wet inzake het verbod op discriminatie van personen met een handicap in arbeid en beroep (1999:132), gewijzigd door de wet nr. 2003:309; wet inzake het verbod op discriminatie in arbeid en beroep op grond van seksuele geaardheid (1999:133), gewijzigd door de wet nr. 2003:310; wet inzake gelijke behandeling van studenten aan universiteiten (2001:1286), gewijzigd door de wet nr. 2003:311; wet inzake het verbod op discriminatie (2003:307), gewijzigd door de wet nr. 2004:1089. In januari is de wetgeving tegen discriminatie op grond van seksuele geaardheid in het domein van de sociale zekerheid van kracht geworden. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen behalve leeftijd. Verenigd Koninkrijk Groot-Brittannië: wet van 1976 inzake relaties op grond van ras, voor het laatst gewijzigd door de bepaling inzake relaties op grond van ras uit Noord-Ierland: Noord-Iers besluit inzake discriminatie op grond van ras uit, voor het laatst gewijzigd door het reglement uit 2003 inzake discriminatie op grond van ras. Omvat discriminatie op grond van ras en nationale herkomst. Groot-Brittannië: wet van 1995 inzake discriminatie op grond van handicap, voor het laatst gewijzigd door het besluit uit 2003 over discriminatie op grond van handicap; besluit uit 2003 over gelijke kansen in arbeid en beroep (godsdienst en overtuiging); besluit uit 2003 over gelijke kansen in arbeid en beroep (seksuele geaardheid). Noord-Ierland: Noord-Iers besluit uit 1998 over faire aanwerving en behandeling, voor het laatst gewijzigd door het besluit uit 2003 over faire aanwerving en behandeling; Noord-Iers besluit uit 2003 over gelijke behandeling in arbeid en beroep (seksuele geaardheid); Noord-Iers besluit uit 2004 (amendement) bij de wet uit 1995 inzake discriminatie op grond van handicap. Omvat godsdienst of overtuiging, handicap, seksuele geaardheid en in Noord-Ierland de politieke overtuiging.

18 OVERZICHTSTABEL: STAND VAN ZAKEN VAN IMPLEMENTATIE VAN DE RICHTLIJNEN (TOESTAND OP 1 APRIL ) Bulgarije De wet uit 2003 ter bescherming tegen discriminatie is van kracht sinds januari Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Roemenië De in augustus 2000 goedgekeurde verordening ter voorkoming en bestraffing van alle vormen van discriminatie. wet nr. 48 van 16 januari 2002 dat deze verordening met een klein aantal amendementen goedkeurt. Omvat alle gronden uit de twee richtlijnen en ook bijkomende gronden, met inbegrip van het geslacht. Noorwegen De wetgeving die de regels uit de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en in beroep (2000/78/EG) in het nationale recht moet omzetten, is op 1 mei 2004 van kracht geworden. 16 In volgende landen wordt de wetgeving door het Parlement behandeld: Tsjechische Republiek (wet ter bestrijding van discriminatie die beide richtlijnen in nationaal recht omzet), Frankrijk (hervorming van de wet uit 1975 inzake handicap), Duitsland (voor beide richtlijnen en voor de G2002/73/EG inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen), Luxemburg (wet nr ter omzetting van de richtlijn inzake rassengelijkheid in nationaal recht en wet nr ter omzetting van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep in nationaal recht) en Oostenrijk (wetsontwerp inzake aanpassing van de wet inzake gelijke behandeling van personen met een handicap). In Letland heeft het Parlement in april 2004 een uitvoerige wet ter bestrijding van discriminatie in eerste lezing behandeld, maar deze wet lijkt door de nieuwe regering opzij te zijn geschoven. De nieuwe regering wil de richtlijnen blijkbaar in nationaal recht omzetten door amendementen aan verschillende bestaande wetten. In Spanje heeft de regering in december 2004 een wet goedgekeurd over clausules in collectieve arbeidsovereenkomsten die betrekking hebben op het beëindigen van arbeidsovereenkomsten van werknemers die de pensioenleeftijd bereiken. Op dit ogenblik ligt die tekst in het Parlement. In Cyprus bekijkt het Parlement op dit ogenblik een wet die de wettelijke maximumleeftijd van zestig jaar voor leden van de Commissie voor openbaar onderwijs wil afschaffen. Die Commissie is bevoegd voor het aanwerven van leerkrachten voor openbare scholen en voor arbeidsgerelateerde aspecten van het schoolwezen. In het Verenigd Koninkrijk is een wet inzake discriminatie op grond van handicap aan haar weg door het Parlement bezig. Daarnaast heeft de regering in maart een nieuwe wet inzake gelijke behandeling gepubliceerd die enerzijds de oprichting van een Commissie voor gelijke behandeling en mensenrechten voorstelt, en die anderzijds de bescherming tegen discriminatie op gronden van godsdienst en overtuiging wil uitbreiden naar de levering van goederen, diensten en faciliteiten aan het publiek, het verstrekken en beheren van woningen en het uitvoeren van openbare functies. In Noord-Ierland heeft een openbare consultatie plaatsgevonden over de opties voor een nieuwe wet inzake gelijke behandeling, die de bestaande wetgeving ter bestrijding van discriminatie, voorzover dit haalbaar is, wil harmoniseren en die de huidige bepalingen, voorzover dit adequaat is, wil aanpassen. Bovendien zal in de herfst van een consultatie plaatsvinden over het ontwerp voor de regelingen inzake handicap in het onderwijs. Het is de bedoeling dat die regeling tegen september 2006 van kracht kan worden. Ondertussen werd in Noorwegen een voorstel ingediend voor een wet die discriminatie op grond van etnische afstamming, godsdienst, enzovoort moet afschaffen. Een ander wetsvoorstel betreft de wet over een ombudsman voor gelijke kansen en ter bestrijding van discriminatie (op de vijf gronden uit de richtlijnen) en de Beroepsraad gelijke kansen en bestrijding van discriminatie. Estland moet de wetgeving voor het omzetten in nationaal recht van de aspecten van de richtlijn inzake rassengelijkheid die niets met werkgelegenheid te maken hebben, nog invoeren en in Spanje is het wachten op een koninklijk besluit over de vorm en de functies van de Raad ter bevordering van de gelijke behandeling van alle burgers zonder discriminatie op gronden van ras of etnische afstamming, want pas dan kan die gespecialiseerde instantie beginnen functioneren. Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en van de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep

19 INDIVIDUELE RECHTEN BESCHERMEN EN AFDWINGEN De rechten van het individu die door de richtlijn inzake rassengelijkheid en de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep gewaarborgd worden, moeten door acties op nationaal vlak worden afgedwongen. In de meeste lidstaten van de EU zijn het de burgerlijke rechtbanken, de arbeidsrechtbanken en in sommige vallen de strafrechtbanken die voor dergelijke zaken bevoegd zijn. In enkele landen bestaan er alternatieven, onder andere administratieve procedures voor diensten die voor gelijke kansen bevoegd zijn. Ook verzoeningsprocedures zijn wijdverspreid als middel om geschillen over discriminatie op te lossen. Over het algemeen kunnen slachtoffers schadeloosstelling vorderen door voor de rechtbanken in hun land de nationale antidiscriminatiewetgeving in te roepen. De richtlijnen beschermen het individu evenwel ook als die richtlijnen niet correct of niet volledig in nationaal recht zijn omgezet (zie kader). Rechten van individuele burgers indien de richtlijnen niet volledig zijn omgezet Als de vermeende discriminatie gepleegd is door de staat of door een openbare instantie, kunnen de voorwaarden uit de richtlijnen ter bestrijding van discriminatie, die duidelijk, nauwkeurig en niet aan voorwaarden gebonden zijn, rechtstreeks ingeroepen worden voor de rechtbanken van het land in kwestie. Die bepalingen hebben een zogenaamde verticale rechtstreekse werking. Dit houdt in dat burgers die van mening zijn dat zij door een openbare instantie zijn gediscrimineerd, zich, als een lidstaat de richtlijnen niet tijdig of niet correct in nationaal recht heeft omgezet, niettemin op de bepalingen uit de richtlijnen kunnen beroepen. Als de vermeende discriminatie gepleegd is door een ander individu of door een privé-entiteit, moeten de nationale rechtbanken aan de richtlijnen een onrechtstreekse werking geven en al het mogelijke doen om de nationale wetgeving zodanig te interpreteren dat zij strookt met het Gemeenschapsrecht. Dit houdt in dat ze de nationale wetgeving zo sterk mogelijk in de licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn moeten interpreteren teneinde zo het resultaat te bereiken dat door de richtlijn is vooropgesteld. Hierbij is het irrelevant of de nationale wetgeving voor of na de richtlijn werd goedgekeurd (zaak C-106/89 Marleasing [1990] Jurispr. 4135). Een derde beginsel uit het Gemeenschapsrecht helpt om te garanderen dat de lidstaten de twee richtlijnen correct implementeren, namelijk het beginsel van de aansprakelijkheid van de staat zaken C-6 en 9/90 Francovich, de gevoegde zaken C-46/93 Brasserie du Pêcheur en C-48/93 Factortame). Indien er bij het bereiken van de deadline voor de omzetting in nationaal recht geen nationale wetgeving is die de richtlijn omzet of indien de nationale wetgeving in strijd is met het Gemeenschapsrecht, moet de lidstaat de schade vergoeden die uit de verzuimde implementatie van de richtlijn voortvloeit. De staat is aansprakelijk indien volgende voorwaarden zijn vervuld: 1) de bepaling uit het Gemeenschapsrecht moet tot doel hebben om aan de individuele burger rechten te verlenen, 2) de schending moet voldoende ernstig zijn, en 3) er moet een oorzakelijk verband bestaan tussen de nalatigheid van de staat en de schade die betrokkene heeft geleden. Aan de nationale rechtbanken kan worden gevraagd om te beslissen of de lidstaat de richtlijnen inzake gelijke behandeling foutief heeft geïmplementeerd. Als de rechtbank die mening toegedaan is en als die voorwaarden zijn vervuld, kan de eiser recht hebben op een financiële vergoeding. 17 De nationale rechtbanken kunnen hun vragen over de interpretatie van bijzondere vereisten uit de richtlijnen ook doorverwijzen naar het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat die vraag vervolgens zal onderzoeken en een uitspraak zal doen. Jaarrapport Gelijkheid en non-discriminatie

20 18 De rol van het Europese Hof van Justitie Indien een nationale rechtbank niet zeker is of de implementatie van de richtlijnen inzake gelijke behandeling correct is verlopen dan wel hoe een speciale term uit de richtlijnen moet worden geïnterpreteerd, dan zou ze bij het Europese Hof van Justitie een prejudicieel verzoek over de interpretatie van de richtlijnen kunnen en moeten indienen zodat deze een arrest kan vellen over de te behandelen zaak (artikel 234 van het Europese Verdrag). Rechtbanken die in laatste instantie optreden, d.w.z. rechtbanken tegen wier arresten geen beroep meer mogelijk is) zijn verplicht om dergelijke vragen naar het Hof van Justitie door te verwijzen. In zijn antwoord zal het Hof van Justitie de relevante bepaling uit de richtlijnen bekijken en een interpretatie formuleren waarbij rekening is gehouden met de omstandigheden van de nationale rechtszaak. Tevens wordt rekening gehouden met alle opmerkingen die de regeringen van de lidstaat of de Commissie hebben geformuleerd. Die uitspraken van het Hof van Justitie zijn uiterst belangrijk voor de correcte en eenvormige toepassing van de bepalingen uit de richtlijnen. Zo zijn prejudiciële verzoeken bijvoorbeeld van vitaal belang geweest bij de interpretatie van de Europese richtlijn inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. NGO s, vakbonden en andere belanghebbende organisaties in lidstaten kunnen verduidelijking over de bepalingen uit de richtlijnen vragen en de wetgeving in hun land op de proef stellen door strategisch belangrijke rechtszaken aanhangig te maken die de nationale rechtbanken ertoe dwingen om een prejudicieel verzoek bij het Europese Hof van Justitie in te dienen. Twee Duitse rechtbanken hebben bij het Europese Hof van Justitie verzoeken ingediend over de vraag of een bepaling uit de nationale wetgeving waardoor met medewerkers van 52 jaar en ouder arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur afgesloten mogen worden, in overeenstemming is met de richtlijn inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep (zaken C-144/04 Mangold, PB C 146/01 van en C-261/04 Schmidt, PB C 228/41 van , hoewel de laatste zaak sindsdien werd ingetrokken (het Publicatieblad van de EU is te vinden op Ook een Hongaarse rechtbank heeft een vraag gesteld aan het Hof van Justitie, namelijk of een bepaling uit het Hongaarse strafwetboek die van het in het openbaar gebruiken of tonen van een uit een vijfpuntige rode ster bestaand embleem een overtreding maakt, verenigbaar is met het in het Gemeenschapsrecht opgenomen beginsel van non-discriminatie (zaak C-328/04 Vajnai Attila, PB C 262/15 van ). Het is de vraag of de richtlijn inzake rassengelijkheid aan de burgers de mogelijkheid biedt om hun politieke overtuiging met een symbool tot uiting te brengen. Ook een Spaanse rechtbank diende bij het HvJ EG een prejudicieel verzoek in, namelijk over de interpretatie van het begrip handicap met het oog op de bescherming die de Richtlijn 2000/78/EG biedt (zaak C-13/05; Chacón Navas, PB C 69/8 van 19.3.). Dit soort doorverwijzingen kan veel tijd in beslag nemen, vooral wanneer de vraag afkomstig is van een rechtbank die in laatste instantie beslist. We mogen aannemen dat het aantal vragen van nationale rechtbanken over de twee richtlijnen en, in voorkomend geval, het aantal arresten van het Europese Hof van Justitie gestadig zal toenemen. In de lidstaten zullen er ondertussen steeds meer vonnissen en arresten over beide richtlijnen opduiken (zie kaders voor enkele voorbeelden). Deel I > Vooruitgang bij het implementeren van de richtlijn inzake rassengelijkheid en Introduction van de richtlijn inzake The anti-discrimination gelijke behandeling in framework arbeid en beroep

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Brussel, SG-Greffe(2008)D/

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Brussel, SG-Greffe(2008)D/ COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN SECRETARIAAT-GENERAAL Brussel, SG-Greffe(2008)D/ Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie Herrmann-Debrouxlaan 48 1160 Brussel Betreft:

Nadere informatie

A D V I E S Nr Zitting van vrijdag 10 oktober

A D V I E S Nr Zitting van vrijdag 10 oktober A D V I E S Nr. 1.654 ------------------------------ Zitting van vrijdag 10 oktober 2008 ----------------------------------------------- IPA 2007-2008 - Non-discriminatie - Positieve acties x x x 2.278/1-1

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

"Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I

Culturele Hoofdstad van Europa voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I P5_TA(2004)0361 "Culturele Hoofdstad van Europa" voor het tijdvak 2005 tot 2019 ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 443 der Beilagen XXIII. GP - Staatsvertrag - 91 niederländische Erklärungen (Normativer Teil) 1 von 13 EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE

Nadere informatie

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 21 SEPTEMBER 2006

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 21 SEPTEMBER 2006 ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 21 SEPTEMBER 2006 inzake het voorontwerp van ordonnantie betreffende de gelijke kansen

Nadere informatie

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij:

1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 9. ENERGIE 1. 31958 Q 1101: EAEC Raad: De Statuten van het Voorzieningsagentschap van Euratom (PB 27 van 6.12.1958, blz. 534), gewijzigd bij: 31973 D 0045: Besluit 73/45/Euratom van de Raad van 8 maart

Nadere informatie

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE PROTOCOL. bij het. voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 26.2.2016 COM(2016) 91 final ANNEX 1 BIJLAGE PROTOCOL bij het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het

Nadere informatie

INITIATIEFADVIES. betreffende de opmaak van een anti-discriminatie kaderordonnantie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

INITIATIEFADVIES. betreffende de opmaak van een anti-discriminatie kaderordonnantie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. INITIATIEFADVIES betreffende de opmaak van een anti-discriminatie kaderordonnantie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 20 april 2017 Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992

TRACTATENBLAD VAN HET. Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992 10 (1992) Nr. 13 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 182 A. TITEL Verdrag betreffende de Europese Unie; (met Protocollen) Maastricht, 7 februari 1992 B. TEKST De Nederlandse

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 november 2003 (27.11) (OR. fr) 15314/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0274 (COD) CULT 66 CODEC 1678 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 18 november 2003

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 66 (1991) Nr. 6 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2014 Nr. 39 A. TITEL Overeenkomst betreffende samenwerking en een douane-unie tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 180

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2004 Nr. 180 47 (1997) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2004 Nr. 180 A. TITEL Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 18.2.2016 COM(2016) 70 final ANNEX 1 BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het protocol

Nadere informatie

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE Brussel, 31 maart 2005 (OR. en) AA 23/2/05 REV 2 TOETREDINGSVERDRAG: SLOTAKTE ONTWERP VAN WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 maart 2005 (24.03) 6238/05 JUSTCIV 22 INFORMATIEVE NOTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: het Coreper/de Raad nr.vorig doc.: 11093/04 JUSTCIV 101 Betreft:

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2015 Nr. 70

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2015 Nr. 70 13 (2013) Nr. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2015 Nr. 70 A. TITEL Euro-mediterrane luchtvaartovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de regering

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 6 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 146 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 4 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2010 Nr. 245 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND,

HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, AANVULLENDE OVEREENKOMST TUSSEN TEN EERSTE, DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN, TEN TWEEDE, IJSLAND, EN TEN DERDE, HET KONINKRIJK NOORWEGEN, BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE OVEREENKOMST INZAKE LUCHTVERVOER

Nadere informatie

EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE

EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE CRI(97)36 Version néerlandaise Dutch version EUROPESE COMMISSIE TEGEN RACISME EN INTOLERANTIE TWEEDE ALGEMENE BELEIDSAANBEVELING VAN DE ECRI: SPECIALE ORGANEN OP NATIONAAL NIVEAU GERICHT OP DE BESTRIJDING

Nadere informatie

BIJLAGE. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad

BIJLAGE. bij. Voorstel voor een Besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 3.8.2017 COM(2017) 412 final ANNEX 1 BIJLAGE bij Voorstel voor een Besluit van de Raad betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie en haar lidstaten, en de voorlopige

Nadere informatie

AEG deel 3 Naam:. Klas:.

AEG deel 3 Naam:. Klas:. AEG deel 3 Naam:. Klas:. 1-Video Grensverleggend Europa; Het moet van Brussel. a-in welke Europese stad staat Jan Jaap v.d. Wal? b-beschrijf in het kort waarom een betere Europese samenwerking nodig was.

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2015 Nr. 4 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 16.5.2007 COM(2007) 256 definitief 2007/0090 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD overeenkomstig artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT PE-CONS 3659/1/01 REV 1

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT PE-CONS 3659/1/01 REV 1 EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 27 mei 2002 2001/0138 (COD) LEX 311 PE-CONS 3659/1/01 REV 1 TRANS 181 PECOS 199 CODEC 1126 VERORDENING (EG) Nr. /2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN

Nadere informatie

SLOTAKTE. AF/EEE/XPA/nl 1

SLOTAKTE. AF/EEE/XPA/nl 1 SLOTAKTE AF/EEE/XPA/nl 1 De gevolmachtigden van: DE EUROPESE GEMEENSCHAP, hierna "de Gemeenschap" te noemen, en van HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE

Nadere informatie

MEDEDELING AAN DE LEDEN

MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 29.11.2013 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0570/2012, ingediend door Maria Teresa Magnifico (Italiaanse nationaliteit), over erkenning

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

Dienst Voogdij. Hoe zal deze dienst je helpen?

Dienst Voogdij. Hoe zal deze dienst je helpen? Dienst Voogdij Hoe zal deze dienst je helpen? Aankomst in België Je bent nog geen 18 en in België aangekomen zonder je vader of moeder. Je zoekt hulp of opvang, of je werd door de politie onderschept.

Nadere informatie

HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND,

HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, PROTOCOL TOT WIJZIGING VAN HET AAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE EUROPESE UNIE, HET VERDRAG BETREFFENDE DE WERKING VAN DE EUROPESE UNIE EN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 6 oktober 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 6 oktober 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 6 oktober 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2011/0444 (E) 12103/15 JUSTCIV 202 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD waarbij

Nadere informatie

Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014

Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014 P7_TA(2013)0082 Samenstelling van het Europees Parlement met het oog op de verkiezingen van 2014 Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2013 over de samenstelling van het Europees Parlement

Nadere informatie

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir I 'J~ ~ ~ :-.~? Vlaamse Regering DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir Omzendbrief betreffende de toepassing van de Vlaamse zorgverzekering voor Belgisch sociaal verzekerden met:

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING Non-member state of the Council of Europe (Belarus) LIDSTATEN HOOFDZETEL EN OVERIGE VESTIGINGEN BEGROTING Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan,

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN OVERZICHT

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN OVERZICHT DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN OVERZICHT Niet-lidstaat van de Raad van Europa (Wit-Rusland) LIDSTATEN HOOFDZETEL EN VESTIGINGEN BEGROTING Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, België,

Nadere informatie

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank GROEP / KLAS.. Naam: Ga www.schooltv.ntr.nl Zoek op trefwoord: EU Bekijk de clip Het ontstaan van de EU en maak de volgende vragen. Gebruik de pauzeknop

Nadere informatie

Protocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon

Protocol over de bezwaren van het Ierse volk ten aanzien van het Verdrag van Lissabon 1796 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 15 Protokoll in niederländischer Sprachfassung (Normativer Teil) 1 von 10 CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN Brussel, 14

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 06/03/2017

Datum van inontvangstneming : 06/03/2017 Datum van inontvangstneming : 06/03/2017 VERZOEK OM EEN PREJUDICIËLE BESLISSING VAN 23. 11. 2016 ZAAK C-46/17 verweerster en geïntimeerde, [OMISSIS] heeft de derde kamer van het Landesarbeitsgericht Bremen

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 21/10/2014

Datum van inontvangstneming : 21/10/2014 Datum van inontvangstneming : 21/10/2014 Vertaling C-432/14-1 Zaak C-432/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 22 september 2014 Verwijzende rechter: Conseil de prud hommes de

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 17 december 2003, houdende gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 18.2.2016 COM(2016) 69 final 2016/0041 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Unie en haar lidstaten, van het protocol bij de

Nadere informatie

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG.

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG. Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Voorstel van wet Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen

Nadere informatie

404 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE. AF/EEE/XPA/nl 1

404 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE. AF/EEE/XPA/nl 1 404 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE AF/EEE/XPA/nl 1 2 von 9 404 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - Schlussakte Niederländisch

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING LIDSTATEN Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, België, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 juni 2007 (OR. en) 9201/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0806 (CNS) SCH-EVAL 91 SIRIS 84 COMIX 447

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 juni 2007 (OR. en) 9201/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0806 (CNS) SCH-EVAL 91 SIRIS 84 COMIX 447 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 juni 2007 (OR. en) 920/07 Interinstitutioneel dossier: 2007/0806 (CNS) SCH-EVAL 9 SIRIS 84 COMIX 447 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 november 2004 (05.11) (OR. en) 14028/04 EUROPOL 50 JAI 409 NOTA van: de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse en de Britse delegatie aan: het Comité van artikel

Nadere informatie

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1 INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007........................................ 1 I. Inleiding

Nadere informatie

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE,

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, OVEREENKOMST BETREFFENDE DE DEELNAME VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, DE REPUBLIEK MALTA, DE

Nadere informatie

Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers

Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers Maatregelen voor een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor werkende ouders en mantelzorgers Velden met een zijn verplicht. Persoonlijke gegevens In welk land bent u gevestigd? België Bulgarije

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 8.11.2007 COM(2007) 686 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT tot toezending van de Europese kaderovereenkomst

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's EUROPESE COMMISSIE Brussel, 11.6.2014 COM(2014) 226 final 2014/0128 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio's NL NL TOELICHTING 1. ACHTERGROND

Nadere informatie

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE VICE-VOORZITTER VAN DE EUROPESE COMMISSIE

1/2. Staten-Generaal. Vergaderjaar BRIEF VAN DE VICE-VOORZITTER VAN DE EUROPESE COMMISSIE Staten-Generaal 1/2 Vergaderjaar 2008 2009 H 31 544 Subsidiariteitstoets van het voorstel voor een Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heer Chokri Mahassine c.s. houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt AMENDEMENTEN

VLAAMS PARLEMENT VOORSTEL VAN DECREET. van de heer Chokri Mahassine c.s. houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt AMENDEMENTEN Stuk 653 (2000-2001) Nr. 8 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2001-2002 4 maart 2002 VOORSTEL VAN DECREET van de heer Chokri Mahassine c.s. houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt AMENDEMENTEN Zie :

Nadere informatie

196 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 44 Schlussakte samt Erklärungen - Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 10 SLOTAKTE.

196 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 44 Schlussakte samt Erklärungen - Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 10 SLOTAKTE. 196 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 44 Schlussakte samt Erklärungen - Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 10 SLOTAKTE AF/CE/BA/nl 1 2 von 10 196 der Beilagen XXIV. GP - Staatsvertrag - 44 Schlussakte

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling de Europese Raad Onderwerp Richtlijn 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming Datum 29 juni 2000 Copyright and

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING AAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN AAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING AAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN AAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 31.05.2001 COM(2001) 289 definitief MEDEDELING AAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN AAN DE RAAD Strategie ter voorbereiding van de kandidaat-lidstaten

Nadere informatie

13082/14 CV/mg DGC 1B. Raad van de Europese Unie. Brussel, 29 september 2014 (OR. en) 13082/14. Interinstitutioneel dossier: 2014/0223 (NLE)

13082/14 CV/mg DGC 1B. Raad van de Europese Unie. Brussel, 29 september 2014 (OR. en) 13082/14. Interinstitutioneel dossier: 2014/0223 (NLE) Raad van de Europese Unie Brussel, 29 september 2014 (OR. en) 13082/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0223 (NLE) COASI 102 ASIE 53 ELARG 98 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: PROTOCOL

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 oktober 2010 (03.11) (OR. en) 7512/10 ADD 1 PV/CONS 15 ENV 169 ONTWERP-NOTULEN - ADDENDUM Betreft: 3002e zitting van de Raad van de Europese Unie (MILIEU), gehouden

Nadere informatie

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE Brussel, 31 maart 2005 (OR. en) AA 2/2/05 REV 2 TOETREDINGSVERDRAG: VERDRAG ONTWERP VAN WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE

Nadere informatie

In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid

In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid om de in Nederland opgelegde sanctie (verder) in eigen

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.6.2011 COM(2011) 352 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Tweede

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 29.03.2011 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 1609/2008, ingediend door D. A. L. (Britse nationaliteit), over vermeende discriminatie

Nadere informatie

De organisatie van de EU

De organisatie van de EU I De organisatie van de EU 1 Inleiding De Europese Unie (EU) bestaat inmiddels uit 28 lidstaten. Nadat zes lidstaten het samenwerkingsverband begonnen, hebben de EU en haar rechtsvoorgangers verschillende

Nadere informatie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie Raad van de Europese Unie Brussel, 8 augustus 2017 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2017/0184 (NLE) 11636/17 ADD 1 COEST 212 ELARG 62 VOORSTEL van: ingekomen: 3 augustus 2017 aan: de heer Jordi AYET

Nadere informatie

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys

BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys BRUSSEL Wat gebeurt daar? Peter N. Ruys INHOUD 1. Algemene kennis over de EU 2. Wat ging eraan vooraf 3. Structuur 4. Totstandkoming wetten De Europese Unie: 500 miljoen mensen 27 landen EU-landen Kandidaat-EU-landen

Nadere informatie

Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid

Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid Wet van 17 december 2003, Stb. 2004, 30, houdende gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke

Nadere informatie

Richtlijn tot instelling algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep

Richtlijn tot instelling algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep Richtlijn tot instelling algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling

Nadere informatie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie Raad van de Europese Unie Brussel, 25 april 2017 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2017/0083 (NLE) 8457/17 ADD 1 COEST 85 ELARG 28 VOORSTEL van: ingekomen: 24 april 2017 aan: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE GELIJKTIJDIGE UITBREIDING VAN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE ECONOMISCHE

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz)

Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Docentenvel opdracht 18 (De grote klimaat- en Europa- quiz) Lees ter voorbereiding de volgende teksten en bekijk de vragen en antwoorden van de quiz. De juiste antwoorden zijn vetgedrukt. Wat wil en doet

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Nieuwsbrief Rijksdienst voor Sociale zekerheid Directie Internationale Betrekkingen www.rsz.fgov.be Onderwerp Interimakkoorden en Europese Overeenkomst inzake Sociale Zekerheid: achterhaald?

Nadere informatie

Bij die gelegenheid hebben zij akte genomen van de volgende eenzijdige verklaringen:

Bij die gelegenheid hebben zij akte genomen van de volgende eenzijdige verklaringen: PROCES-VERBAAL VAN ONDERTEKENING VAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE TOETREDING VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, DE REPUBLIEK

Nadere informatie

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 4.8.2010 COM(2010) 421 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de toepassing van Verordening (EG) nr. 453/2008 van het Europees

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 25.4.2007 COM(2007) 217 definitief 2007/0077 (CNS) Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot het

Nadere informatie

Protocol van 3 juni Houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Protocol 1999)

Protocol van 3 juni Houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Protocol 1999) Protocol van 3 juni 1999 Houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 (Protocol 1999) Met toepassing van de artikelen 6 en 19, 2 van het Verdrag

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 18.1.2017 COM(2017) 17 final 2017/0011 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis met betrekking tot het

Nadere informatie

Titel 1 (eigen middelen): miljoen EUR. Titel 3 (overschotten, saldi en aanpassingen): miljoen EUR

Titel 1 (eigen middelen): miljoen EUR. Titel 3 (overschotten, saldi en aanpassingen): miljoen EUR Raad van de Europese Unie Brussel, 17 juni 2016 (OR. en) 9586/16 BUDGET 15 TOELICHTING Betreft: Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2 bij de algemene begroting 2016: Boeking van het overschot van het

Nadere informatie

Kies uw taal a.u.b. Dutch NALEVINGSENQUÊTE VAN HET SUPPLY CHAIN INITIATIVE

Kies uw taal a.u.b. Dutch NALEVINGSENQUÊTE VAN HET SUPPLY CHAIN INITIATIVE Page 1 sur 10 Kies uw taal a.u.b. Dutch NALEVINGSENQUÊTE VAN HET SUPPLY CHAIN INITIATIVE - 2016 Welkom op de online-enquêtewebsite van Dedicated. De onlinemethode garandeert de anonimiteit van de antwoorden

Nadere informatie

Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites

Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites #sweep2013 Gecoördineerde handhavingsmaatregelen voor betere naleving consumentenrechten op reiswebsites Brussel, 14 april 2014 In 2013 bleek uit een gezamenlijke, door de Europese Commissie gecoördineerde

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Stefan Nerinckx Onderwerp Het toepasselijk recht op verbintenissen voortvloeiend uit (internationale) arbeidsovereenkomsten: een nieuwe Europese verordening in de maak? Datum april 2005 Copyright

Nadere informatie

ZA6284. Flash Eurobarometer 413 (Companies Engaged in Online Activities) Country Questionnaire Belgium (Flemish)

ZA6284. Flash Eurobarometer 413 (Companies Engaged in Online Activities) Country Questionnaire Belgium (Flemish) ZA8 Flash Eurobarometer (Companies Engaged in Online Activities) Country Questionnaire Belgium (Flemish) FL - Companies engaged in online activities BEN A Doet uw bedrijf aan online verkoop en/of maakt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 9 OKTOBER 2017 S.12.0062.N 1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.12.0062.N 1. S. A. ( ), 2. CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN VOOR RACISMEBESTRIJDING, vennootschap van publiek recht met rechtspersoonlijkheid,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 28 170 Gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid)

Nadere informatie

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel 1 Geen verplichte verzekering Maar ruim verspreid. Talrijke problemen in praktijk:

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 30 Wet van 17 december 2003, houdende gelijke behandeling op grond van leeftijd bij arbeid, beroep en beroepsonderwijs (Wet gelijke behandeling

Nadere informatie

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT

STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT STATUUT VAN DE HAAGSE CONFERENTIE VOOR INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT De Regeringen van de hierna genoemde landen: De Bondsrepubliek Duitsland, Oostenrijk, België, Denemarken, Spanje, Finland, Frankrijk,

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 404 der Beilagen XXII. GP - Beschluss NR - S-Erklärung Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 13 GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST GEMEENSCHAPPELIJKE

Nadere informatie

1064 der Beilagen XXII. GP - Beschluss NR - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE. AF/CE/CH/FRAUDE/nl 1

1064 der Beilagen XXII. GP - Beschluss NR - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE. AF/CE/CH/FRAUDE/nl 1 1064 der Beilagen XXII. GP - Beschluss NR - Schlussakte Niederländisch (Normativer Teil) 1 von 9 SLOTAKTE AF/CE/CH/FRAUDE/nl 1 2 von 9 1064 der Beilagen XXII. GP - Beschluss NR - Schlussakte Niederländisch

Nadere informatie

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap

Nadere informatie

14072/14 roe/lep/hh DG C 1

14072/14 roe/lep/hh DG C 1 Raad van de Europese Unie Brussel, 13 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0292 (E) 14072/14 ACP 154 FIN 727 PTOM 45 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de

Nadere informatie

Stuk 1583 ( ) Nr. 1. Zitting maart 2008 ONTWERP VAN DECREET

Stuk 1583 ( ) Nr. 1. Zitting maart 2008 ONTWERP VAN DECREET Stuk 1583 (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 4 maart 2008 ONTWERP VAN DECREET houdende instemming met de overeenkomst betreffende de deelname van de republiek Bulgarije en Roemenië aan de Europese Economische

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 34 (2007) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2012 Nr. 9 A. TITEL Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting

Nadere informatie

TRANSLATION LUCHTVERVOERSOVEREENKOMST. EU/US/IS/NO/nl 1

TRANSLATION LUCHTVERVOERSOVEREENKOMST. EU/US/IS/NO/nl 1 TRANSLATION LUCHTVERVOERSOVEREENKOMST EU/US/IS/NO/nl 1 Ten eerste, DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA (hierna "de Verenigde Staten" genoemd), HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie L 331/13

Publicatieblad van de Europese Unie L 331/13 5.11.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 331/13 VERORDENING (EG) Nr. 1925/2004 VAN DE COMMISSIE van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van

Nadere informatie

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE 13.12.2013 Publicatieblad van de Europese Unie L 334/37 UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE van 11 december 2013 tot wijziging van Besluit 2012/226/EU betreffende de tweede reeks gemeenschappelijke veiligheidsdoelen

Nadere informatie

Wijziging Regeling aanwijzing buitenlandse diploma s gezondheidszorg

Wijziging Regeling aanwijzing buitenlandse diploma s gezondheidszorg VWS Wijziging Regeling aanwijzing buitenlandse diploma s gezondheidszorg Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 februari 2006, nr. MEVA/BO-2659498, houdende tot wijziging

Nadere informatie