5. 18-plus a. Wajong b. Tegemoetkoming Onderhoudskosten Thuiswonende Gehandicapte kinderen (TOG) c. Woonvormen voor MLK-jongeren

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "5. 18-plus a. Wajong b. Tegemoetkoming Onderhoudskosten Thuiswonende Gehandicapte kinderen (TOG) c. Woonvormen voor MLK-jongeren"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 20 Verstandelijke beperking Per 1 januari 2004 heeft de voormalige SPD, nu opererend onder de naam MEE, de capaciteit pleegzorg voor verstandelijk gehandicapte kinderen overgedragen aan Pleegzorg De Combinatie. In dit hoofdstuk treft u die informatie over de verzorging en opvoeding van verstandelijk beperkte kinderen. Dit hoofdstuk geeft u tevens de mogelijk voor verdieping en eventueel een hulpmiddel bij de afweging of een verstandelijk beperkt pleegkind in uw gezinssituatie zou passen. 1. Informatie over verstandelijk beperkte pleegkinderen a. Beschrijving van de beperking b. Mogelijke oorzaken van de beperking 2. Ontwikkeling van uw MLK-pleegkind a. Cognitieve ontwikkeling b. Communicatieve ontwikkeling c. Sociaal-emotionele ontwikkeling d. Gewetensontwikkeling e. Motorische ontwikkeling f. Seksuele ontwikkeling 3. School en dagbesteding a. Peuteropvang b. Speciale scholen voor basisonderwijs c. Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) d. Individueel voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) e. Leerling-vervoer f. Dagbesteding g. Weekend- en vakantieopvang 4. Ouders van uw pleegkind plus a. Wajong b. Tegemoetkoming Onderhoudskosten Thuiswonende Gehandicapte kinderen (TOG) c. Woonvormen voor MLK-jongeren

2 1. Informatie over verstandelijk beperkte pleegkinderen a. Beschrijving van de beperking Een verstandelijke beperking houdt in dat er een beneden gemiddeld algemeen intellectueel functioneren van betekenis is. In gewoon Nederlands: Een moeilijk lerend kind (MLK). Deze handicap gaat samen met tekorten in het adaptieve gedrag (beperkte persoonlijkheidsontwikkeling, beperkingen in het leren van sociale vaardigheden en een tekort aan besef van sociale verantwoordelijkheid). Een verstandelijke handicap is dus een stoornis in de algehele ontwikkeling en beperkingen in de sociale aanpassing. MLK-kinderen zijn kinderen met een speciale problematiek. Aan de ene kant kunnen zij niet helemaal mee met de wereld van de normaal begaafden en aan de andere kant passen zij ook weer niet echt bij de groep verstandelijk gehandicapten. In vergelijking met matig of ernstig verstandelijk gehandicapten zijn ze minder achter in hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, maar toch zijn ze achtergebleven in hun ontwikkeling. Een MLK-kind weet meestal zelf dat hij minder presteert dan normaal begaafden. 1Q; het Intelligentie Quotiënt is een getal dat aangeeft hoe de testprestaties van iemand zich verhouden tot een grote, qua leeftijd vergelijkbare, groep mensen. Het gemiddelde 1Q is 100. De mate waarin een kind verstandelijk beperking is kan verschillen. In onderstaand schema ziet dat er als volgt uit: Mate van de verstandelijke beperking Intelligentie Quotiënt Ontwikkelingsleeftijd Zeer ernstig verstandelijk gehandicapt jaar ernstig verstandelijk gehandicapt jaar matig verstandelijk beperkt jaar licht verstandelijk beperkt jaar Beneden gemiddeld jaar De ontwikkelingsleeftijd zegt iets over het verstandelijke niveau van functioneren. Het niveau van verstandelijk functioneren wordt vergeleken met wat een normaal begaafd kind op een bepaalde leeftijd kan. MLK-kinderen functioneren op het grensgebied van licht verstandelijk beperking en beneden gemiddeld. Hun IQ ligt ongeveer tussen de 60 en 80. Dat betekent dat hun verstandelijke ontwikkeling ligt tussen de 8 en 12 jaar, niet alleen op verstandelijk gebied maar ook op sociaalemotioneel gebied en op het gebied van taal en communicatie. Hun lichamelijke ontwikkeling is meestal wel normaal, dat wil zeggen passend bij de werkelijke leeftijd van het kind. Een verstandelijk beperkt kind doorloopt in principe dezelfde ontwikkelingsfasen als een nietverstandelijk beperkt kind. Afhankelijk van de ernst van de verstandelijke beperking is het verloop trager en bereikt het kind eerder zijn plafonds.

3 b. Oorzaken van de beperking Een verstandelijke beperking kan door verschillende factoren worden veroorzaakt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen oorzaken voor de geboorte, tijdens de geboorte en na de geboorte van het kind. Voor de geboorte: De moeder heeft tijdens de zwangerschap een ziekte gehad (bijv. rode hond, nierziekte), die de ontwikkeling van het ongeboren kind verstoorde. De moeder heeft tijdens de zwangerschap verkeerde of onvoldoende voeding genomen, waardoor het kind een tekort heeft aan bouwstoffen om zich goed te ontwikkelen. De moeder heeft tijdens de zwangerschap giftige stoffen (bijv. alcohol, drugs, medicijnen) ingenomen of heeft blootgestaan aan radioactieve straling, wat het risico op een handicap verhoogt. Een handicap kan ook een genetische oorzaak hebben. Een ziekte / stoornis kan erfelijk zijn (bijv. de stofwisselingsziekte Hunter-syndroom) of er kan een afwijking zijn in het genetische materiaal (bijv. Syndroom van Down, waarbij er een chromosoom teveel aanwezig is). Tijdens de geboorte: Een hersenbeschadiging kan ontstaan als gevolg van zuurstofgebrek tijdens de geboorte, bijvoorbeeld doordat een geboorte te lang duurt. Het kind kan een hersenbloeding krijgen, doordat de schedel tijdens de geboorte te veel knel zit. Dat kan ook leiden tot een verstandelijke handicap. De hersenen van kinderen die te vroeg geboren zijn, zijn extra kwetsbaar, zodat er eerder stoornissen ontstaan. Na de geboorte: Kinderen kunnen gezond geboren worden, maar door andere oorzaken alsnog gehandicapt raken. Bij een trauma(ongeluk, vergiftiging, verstikking) kunnen de hersenen zodanig beschadigd worden, dat een kind gehandicapt raakt. Door bepaalde infectieziektes kunnen de hersenen blijvend beschadigd raken (bijv. hersenvliesontsteking, hersenontsteking). Mishandeling, verwaarlozing of ondervoeding kunnen in sommige gevallen zo ernstig zijn, dat zij een hersenbeschadiging tot gevolg hebben. Door verwaarlozing en onderstimulatie door de ouders/verzorgers worden de gevolgen van een verstandelijke beperking versterkt. Hierdoor leert het kind niet optimaal gebruik te maken van zijn mogelijkheden en kan het kind blijvend op een lager niveau functioneren.

4 2. Ontwikkeling van een MLK-pleegkind a. Cognitieve (verstandelijke) ontwikkeling Onder cognitie worden processen van denken en waarnemen verstaan waardoor kennis wordt verkregen, opgeslagen en gereproduceerd. Dus: hoe leert iemand, hoe worden zaken onthouden en hoe komt het geleerde weer naar buiten. Taal, geheugen en concentratie spelen hierbij een belangrijke rol. De levensgeschiedenis bepaalt voor een deel de ontwikkelingsmogelijkheden van uw pleegkind. Hij heeft niet alleen een verstandelijke beperking, maar heeft ook al in een verwarrende situatie geleefd. Mogelijk is hij te weinig aangemoedigd of juist teveel, of is hij inconsequent opgevoed. Ook het ontbreken van de eerste levensbehoeften en het moeten voldoen aan te grote verwachtingen maakt dat de toch al tragere ontwikkeling nog moeilijker op gang komt. Al zou uw pleegkind qua aanleg op een hoger niveau kunnen functioneren, is dat niet altijd mogelijk door de bijzondere omstandigheden. Het is in het belang van groei en ontwikkeling van uw pleegkind dat u hierin een lange adem hebt. Daarnaast blijft het een onaantastbaar feit, dat de verstandelijke beperking blijvend is. Samen met uw ambulant hulpverlener kunt u uitzoeken wat voor uw pleegkind het meest wenselijk en haalbaar is. Eventueel ondersteund door een gedragsdeskundige. Kennisverwerving: De kennisverwerving verloopt trager bij MLK-kinderen en het plafond van de totale hoeveelheid kennis is eerder bereikt dan bij kinderen zonder beperking.. Globaal kunnen MLK-kinderen zich niet verder ontwikkelen dan een normaal begaafd kind van 11 jaar. Voor veel MLK-kinderen geldt dat de kennis die ze hebben moeilijk of niet in andere situaties gebruikt of toegepast kan worden. Wat ze in de ene situatie goed kunnen, kunnen ze niet automatisch toepassen in een andere situatie. TIPS Laat uw pleegkind veel zelf doen, want al doende leert het. Pas u aan aan het tempo en het denkniveau van uw pleegkind. Uw pleegkind heeft behoefte aan structuur en overzicht, maar kan zelf die structuur niet aanbrengen. Als pleegouder kunt u die structuur bieden door consequent te zijn in uw doen en laten, duidelijke grenzen aan te geven en deze veel te herhalen. Uw pleegkind weet dan waar het aan toe is. Ga na wat uw pleegkind begrepen heeft door uw verhaal in eigen woorden na te laten vertellen. Creëer bewust leersituaties. Uw pleegkind is niet in staat zijn omgeving zodanig te ordenen dat het daar zelf iets uit leert. Laat uw pleegkind veel oefenen/herhalen met enkelvoudige en eenduidige opdrachten. Verdeel de oefeningen in kleine stapjes. Uw pleegkind is niet in staat om veel nieuwe informatie ineens op te nemen, dus moet u nieuwe vaardigheden stap voor stap aanleren. Ga pas door naar de volgende stap, als uw pleegkind de vorige stap onder de knie heeft. Ga uit van wat uw pleegkind al kan en van wat het graag doet. Daarmee kunt u verder werken aan nieuwe dingen. Egocentrisch denken MLK-kinderen zijn niet in staat om te bedenken wat een ander zal voelen of denken. TIPS Als uw pleegkind iets verkeerd doet, laat dan zien wat hij wel moet doen. Geef uw pleegkind dus alternatieven voor zijn gedrag.

5 Uw pleegkind is erg gericht op tastbare en voelbare effecten van handelingen. Houd hier rekening mee bij het belonen van gewenst gedrag. Door het belonen kunt u gedrag aanleren en in stand houden. De beloning moet dan wel direct gegeven worden, nadat uw pleegkind iets goed heeft gedaan. Anders kan hij het verband niet meer leggen tussen wat hij heeft gedaan en de beloning die het daarmee heeft verdiend. Aandacht- en concentratieproblemen MLK-kinderen zijn gericht op het vervullen van elementaire behoeften. Als die behoeften gerealiseerd zijn verflauwt de aandacht. Ook wordt hun aandacht en concentratie voor een deel bepaald door het sterk op zichzelf en het hier en nu gericht zijn. Voor die zaken kunnen zij aandacht opbrengen. Voor andere zaken is hun aandacht snel afgeleid. Verminder omgevingsprikkels, zodat uw pleegkind zijn aandacht kan houden bij de leersituatie en niet wordt afgeleid door allerlei andere prikkels. Geheugen MLK-kinderen zijn niet zo goed in staat om datgene wat ze zien, horen of meemaken te ordenen. Daardoor is het moeilijk om informatie te reproduceren. Of ze iets goed onthouden, is mede afhankelijk van wat het is. Als het iets is dat voor het kind zelf belangrijk is, dan kan het dat vaak heel lang onthouden, terwijl het andere dingen meteen weer vergeten lijkt te zijn. Vaak heeft dat te maken met het vervullen van elementaire behoeften. Voorbeeld Jelle kan maar niet onthouden dat hij na schooltijd, voor hij gaat spelen met zijn vriendjes, even zijn gezicht in het pleeggezin moet laten zien. Als hij weet dat zijn moeder op bezoek komt, komt hij direct uit school naar huis. Concreet ingesteld Het is voor MLK-kinderen moeilijk om abstract te denken. Abstracte taal en abstracte situaties zijn moeilijk voor hen te begrijpen. Bij een woord als 'stoel'' kunnen zij zich iets voorstellen, maar bij begrippen zoals gisteren/morgen' wordt het voor MLK-kinderen al veel moeilijker. Zij kunnen de taal onvoldoende gebruiken als hulpmiddel om te denken. MLK-kinderen denken eerder in beelden, dan in taal. MLK-kinderen nemen alles wat gezegd wordt letterlijk op en begrijpen het beeld erachter niet. Het hoe en waarom blijft in vaagheden hangen. Ze snappen dikwijls niet werkelijk hoe iets in elkaar steekt, doordat het inzicht in oorzaak en gevolg ontbreekt. Dit maakt het voor MLK-kinderen moeilijk om hun wereld te ordenen. Voorbeeld 'Ik zou je achter het behang willen plakken.' Uw pleegkind ziet zichzelf al achter het behang geplakt. 'Je kunt op mij rekenen. ' Uw pleegkind ziet zichzelf al met een krijtje sommen op u schrijven. Maak dat wat uw pleegkind moet leren visueel en laat voorbeeldgedrag zien. U kunt hierbij bijvoorbeeld pictogrammen gebruiken. Tijdsbegrip Voor MLK-kinderen is het moeilijk om in tijd te denken, omdat ook dit erg abstract is.

6 b. Communicatieve ontwikkeling Communicatie met anderen is voor mensen één van de belangrijkste levensbehoeften. Door middel van communicatie kunnen mensen gevoelens, informatie en ideeën uitwisselen en zo invloed op hun omgeving uitoefenen. Communicatie vindt plaats via het gesproken of geschreven woord (verbaal) en via allerlei andere communicatievormen zoals oogcontact, gezichtsuitdrukkingen en bewegingen (non- verbaal). Communicatie heeft vanaf de geboorte een centrale functie in diverse ontwikkelingsprocessen. Zo is taal heel belangrijk om je bewust te worden van het ik en jij. Als de taalontwikkeling erg verstoord is, dan is vaak ook het zelfbewustzijn verstoord. Taal heeft dus niet alleen een communicatieve functie maar ook een functie in de sociaal-emotionele ontwikkeling. Communicatief gedrag heeft altijd een functie. Zo vraagt bijvoorbeeld een peuter om aandacht door de hand te pakken van zijn verzorger. Dat is een niet-talige of non-verbale uiting. Aanvankelijk worden alle bedoelingen op deze manier kenbaar gemaakt. Non-verbale uitingen zijn bijvoorbeeld lachen, huilen en dergelijke (uitingen van lichamelijke gevoelens) of oogcontact maken. Daarmee geven kinderen aan dat ze zich bewust zijn van de aanwezigheid van de ander. In de loop van de ontwikkeling komen daar wensen en behoeften bij die non-verbaal worden aangegeven. Geleidelijk aan kiest een kind steeds meer talige of verbale uitingen om die behoeften aan te geven. Veel problemen in de dagelijkse omgang met MLK-kinderen zijn terug te voeren op een haperende communicatie. Goed praten Over het algemeen kan een MLK-kind goed praten. Zijn woordenschat is wel beperkter dan bij normaal begaafde kinderen. Het lijkt alsof hij zaken goed kan verwoorden. Dat is gelijk ook de valkuil. Vaak is een MLK-kind beter in zijn taalgebruik, dan in het begrip van de woorden die hij gebruikt. Als hij een ander een woord heeft horen zeggen, gebruikt hij dit zelf ook, zonder te weten wat er precies mee wordt bedoeld. Hierdoor lijkt het dan voor omstanders dat hij behoorlijk slim is. Taalbegrip Door het beperkte taalbegrip is de wereld voor uw MLK-pleegkind dikwijls verwarrend. Doordat hij goed kan praten, is de kans groot dat hij overvraagd wordt. Vooral abstract taalgebruik is voor hem moeilijk te begrijpen. Probeert u bewust te zijn van het beperkte taalbegrip van uw MLKpleegkind. Probeer de signalen die uw pleegkind geeft, te leren herkennen en uw taal zo duidelijk en eenduidig mogelijk te houden. Bijvoorbeeld De essentie van een grapje wordt vaak niet begrepen. Dat levert verwarring en onverwachte reacties op, zoals een niet ter zake doend antwoord of een boze bui. Het komt ook voor dat MLK-kinderen te weinig gestimuleerd zijn in het gebruik van taal of andere communicatiemiddelen, zodat hun communicatiemogelijkheden onvoldoende ontwikkeld zijn. Gevoelens uiten Om zijn gevoelens te uiten beschikt een MLK-kind meestal niet over de goede woorden. Hierdoor wordt hij dikwijls verkeerd begrepen. Dit kan een machteloos gevoel geven. Een pleegzorgplaatsing roept heftige emoties (verdriet, boosheid) op bij een kind. Uw MLKpleegkind kan dit dikwijls niet anders uiten dan door bijvoorbeeld met deuren te gaan slaan, hard te gaan gillen of zich juist terug te trekken. Als u achter het gedrag van uw pleegkind zou kunnen kijken, is ogenschijnlijk vervelend gedrag beter te begrijpen als een uiting van verdriet of radeloosheid. Ook is het dan gemakkelijker te accepteren en om te buigen.

7 Tips Gebruik pictogrammen, foto's of plaatjes met een betekenis of waarop iets uitgebeeld wordt. Zij kunnen helpen bij de communicatie of het onthouden van gesproken taal. Praat veel tegen uw pleegkind, zodat zijn taalbegrip groter wordt. Geef uw pleegkind de kans om iets duidelijk te maken en ga niet meteen raden wat het kind bedoelt. Pas uw taal aan; geef concrete, duidelijke en korte boodschappen. Ga na of u uw pleegkind goed begrepen hebt en of hij u goed begrepen heeft, door bijvoorbeeld de boodschap te laten herhalen. Zorg dat er in de omgeving niet teveel prikkels zijn die de aandacht kunnen afleiden. Schakel eventueel een logopedist in. Deze is gespecialiseerd in taal en spraak. c. Sociaal-emotionele ontwikkeling De sociaal-emotionele ontwikkeling is de ontwikkeling van het gevoelsleven van een kind en de manier waarop hij in relatie tot zijn omgeving staat. Een sociaal-emotioneel zelfstandig mens weet hoe hij het sociale contact met anderen moet onderhouden en kan zijn eigen gevoelsleven hanteren. Uw MLK-pleegkind heeft in zijn jonge leven veel ingrijpende ervaringen meegemaakt. Dat geeft gevoelens van verdriet en boosheid. Vanwege zijn onvermogen om het leven om zich heen te ordenen kan dit hem verwarren. Aanvaard het feit dat situaties die uw pleegkind in zijn leven heeft meegemaakt van invloed zijn op zijn gedrag en gevoelsleven. Het gedrag dat uw pleegkind laat zien heeft meestal niets met u te maken, maar met dat wat het kind heeft meegemaakt. Probeer altijd 'achter het gedrag' van uw pleegkind te kijken. Aanleg Als een kind geboren wordt, heeft het in aanleg al kenmerken die van invloed zijn op de relatie die het met anderen opbouwt. o Temperament: Een heel rustige of onrustige baby, snel boos of juist heel gelijkmatig. o In- of extrovert: Naar binnen gericht of juist op de buitenwereld gericht. o Stemming: Opgewekt of juist somber gestemd. Een kind dat verstandelijk functioneert op een niveau van vier jaar zal doorgaans ook in de sociaal-emotionele ontwikkeling op dat niveau functioneren. Omgeving De omgeving van een kind bestaat aanvankelijk uit het gezin waarin het geboren wordt. De ouders spelen hier doorgaans een centrale rol. In de socialisatie van emoties (het aanpassen van emoties aan de omgeving) en de zelfregulatie (het zelf kunnen hanteren) van emoties staan ouders model. Sensitiviteit (de gevoeligheid van ouders voor dat wat het kind uitstraalt) en responsiviteit (de manier waarop er op het kind gereageerd wordt) zijn tevens belangrijke factoren. De wisselwerking tussen de aanlegfactoren en omgevingsfactoren speelt een rol. Wordt het kind ouder, dan gaat ook de omgeving reageren op het kind. Ook de wisselwerking tussen ouders en kind, bepaalt het patroon van gehechtheid van het kind aan de ouder. Er bestaan speciale sociale vaardigheidstrainingen voor MLK-kinderen (de methode 'Goldstein'). Vraag uw ambulant hulpverlener om informatie over deze trainingen. Hechting Hechting ontstaat in de eerste 18 maanden van het leven van het kind. Gehechtheid aan een persoon ontstaat, doordat deze persoon basale behoeften van het kind bevredigt zoals voeding, verzorging, troost, steun en aanmoediging. Het gevolg is een gevoel van basale veiligheid, vertrouwen en zelfwaarde. Het kind ervaart dat het de moeite waard is, terwijl de ouder het op zijn beurt prettig vindt dat het kind die tevredenheid laat merken. Deze

8 wisselwerking is belangrijk voor een veilige hechting die weer belangrijk is voor de sociaalemotionele ontwikkeling van het kind. In een veilige gehechtheidrelatie treedt normaal gesproken geleidelijk aan een verschuiving op van meer en langer contact met de gehechtheidfiguur naar meer en langduriger op onderzoek uitgaan. Veilig gehechte kinderen gaan er op uit om de wereld te ontdekken vanuit de veiligheid die zij ervaren hebben. Onveilig gehechte kinderen voelen zich niet verzekerd van een dergelijke veilige basis. Voor hen is het onveilig om op onderzoek uit te gaan; zij blijven liever in de buurt van volwassenen. Of ze zijn bang dat ze de volwassenen niet meer om troost of hulp kunnen vragen. Veel MLK-pleegkinderen zijn onveilig gehecht waardoor verstoringen in hun sociaal- emotionele ontwikkeling kunnen ontstaan. Mogelijke oorzaken van onveilige hechting zijn: verlies, mishandeling en verwaarlozing. Een deel van de MLK-pleegkinderen kunnen hun pleegouders niet als uitvalsbasis gebruiken om de wereld te gaan ontdekken. Alleen als u in de buurt bent, voelen ze zich veilig. De wereld ontdekken doen ze dan met u aan hun zijde. Andere onveilig gehechte pleegkinderen kunnen hun pleegouders niet gebruiken als veilige thuishaven, omdat zij zich niet kunnen laten troosten. Uw MLK-pleegkind heeft moeite om zijn wereld te ordenen. Dat kan hem angstig maken waardoor hij bijzonder veel waarde kan hechten aan een veilige, vertrouwde en voorspelbare omgeving. Het ontstaan van het 'ik' Belangrijk in de sociaal-emotionele ontwikkeling is het ontstaan van het 'ik'. Gaandeweg ontwikkelt het kind een zelfbesef. Een belangrijk moment in deze ontwikkeling is, als het kind het woordje 'ik' leert zeggen (rond de 3jaar). Dat is het verbale zelfbesef. Op dat moment leert het kind onderscheid te maken tussen zichzelf en de wereld om zich heen. Het ik bestaat uit drie onderdelen: het zelfvertrouwen, het zelfbewustzijn en de zelfkennis. Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat een kind in zijn eigen kunnen heeft. Dit heeft wortels in de vroegste kindertijd en moet door positieve ervaringen worden gevoed. MLK-kinderen hebben vanwege hun beperking en voorgeschiedenis vaak weinig zelfvertrouwen. Door hun beperkte mogelijkheden doen ze veel mislukervaringen op. (bijvoorbeeld omdat mensen uit hun omgeving te hoge verwachtingen van hen hebben gehad). Van jongs af merken deze kinderen dat dingen niet lukken. Uw pleegkind heeft weinig zicht op zijn eigen mogelijkheden en beperkingen. Als gevolg daarvan kan uw pleegkind zichzelf niet de moeite waard vinden, met als gevolg dat hij zich terug kan trekken en volwassenen kan gaan wantrouwen. Hij ontwikkelt een negatief zelfbeeld, een gevoel gefaald te hebben: 'ik ben niet lief, ik doe alles fout'. U kunt uw pleegkind helpen het vertrouwen in zichzelf te hervinden door hem bijvoorbeeld een knuffel te geven die hij in spannende situaties bij zich man houden. Het samen maken van een levensboek (zie ook hoofdstuk 5 cursussen) kan uw pleegkind laten merken dat hij de moeite waard is. Dit helpt uw pleegkind ook zijn leven te ordenen. Zelfbewustzijn is het gevoel van eigen continuïteit en eigen bestaan, los van andere mensen. Uw pleegkind kan niet op een juiste wijze oorzaak en gevolg aan elkaar te koppelen. Hij gaat zijn eigen logica toepassen door een fantasieverhaal of wensverhaal te maken. Die fantasieverhalen maken de werkelijkheid mooier en daardoor meer leefbaar voor hem. De omgeving beschouwt dit dikwijls als liegen, terwijl het voor uw pleegkind een manier van overleven is. Uw pleegkind voelt dat dingen niet kloppen maar kan het niet plaatsen en gaat een eigen verhaal maken om vat te krijgen op wat er gebeurt. Zelfkennis is het weet hebben van eigen uiterlijk, capaciteiten, karaktertrekken en motieven. Zelfbewustzijn gaat in de ontwikkeling grotendeels aan zelfkennis vooraf. Vanuit het zelfbewustzijn ontwikkelt zich ook het zelfbeeld. Kinderen kunnen het beeld dat zij van zichzelf hebben positief of negatief waarderen. Kinderen met een positief zelfbeeld voelen zich gelukkig en tevreden, terwijl

9 kinderen met een negatief zelfbeeld zich ongelukkig, depressief of angstig voelen. Vanaf een jaar of zeven ontwikkelt een kind zijn zelfbeeld. Hiervoor moet uw pleegkind de mogelijkheid hebben om op afstand te kijken naar zijn eigen functioneren. MLK-kinderen leggen moeilijk verbanden, waardoor het voor hen moeilijk is om emoties van anderen en zichzelf te plaatsen en daardoor te hanteren. Emoties zijn vaak basaal: verdriet, blijheid en boosheid. Dat heeft voor de omgang met anderen soms belangrijke gevolgen. Als uw pleegkind zich niet prettig voelt kan hij dat op een extreem boze manier uiten, wat weer op onbegrip van de ander stuit. Een extra beperking voor MLK-kinderen is dat zij een beperkt taalbegrip hebben en zo onvoldoende in staat zijn om te verwoorden wat hen dwars zit. MLK-pleegkinderen zijn sterk gericht op zichzelf, waarbij ze volledig in zichzelf opgaan. Ze zijn inhalig, sluiten zich af voor anderen en kunnen moeilijk vrienden maken. Deze uitingen lijken op sociaal onaangepast gedrag. Dikwijls is dit een kwestie van overleven voor het kind. Vanuit hun opvoedingsgeschiedenis hebben zij geleerd dat dit de enige manier is om zich staande te houden. Door het mechanisme van overleven lijkt het vaak dat de gewetensontwikkeling hiaten vertoont. Het overleven komt in de eerste plaats.

10 d. Gewetensontwikkeling Het innerlijke besef van goed en kwaad noemt men het geweten, een innerlijk richtsnoer of kompas genoemd. Het gaat om een stelsel van normen en waarden waarin iemand gelooft en waarop hij zijn gedrag probeert af te stemmen. Op de leeftijd van tweeënhalf jaar weet een kind al aardig wat vader of moeder goed zullen vinden, maar het kind gaat er vanuit dat dat alleen geldt als vader of moeder in het gezichtsveld is. De volgende stap is dat het kind onbespied iets fouts doet. Het zegt tegen zichzelf dat het dat niet mag doen, maar gaat er toch mee door. In een volgende fase weet het kind dat het iets niet mag, maar geeft het de schuld aan een ander. Op vier jarige leeftijd hebben de meeste kleuters die aan regels zijn gehouden al iets van een innerlijke rem. Maar ze snappen de principes die aan de ge- of verboden ten grondslag liggen nog niet. Dat begint zo ongeveer op zes-, zevenjarige leeftijd. Naarmate de leeftijd vordert, ontwikkelt het geweten zich steeds verder. Door te spelen kan uw pleegkind allerlei vaardigheden oefenen en uitbreiden, zoals contact maken en weer terugtrekken, samenwerken en sociale omgang. Spel is van groot belang voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van uw pleegkind. Al spelend kan hij uiting geven aan de in hem levende behoeften en de daarbij behorende emoties. Hij kan door spel indrukken uit het dagelijkse leven ordenen en een plaats geven in zijn leven. Bij veel MLK-kinderen valt hun achterstand in de ontwikkeling pas op, als ze naar de basisschool gaan. Ze vallen dan op doordat sociaal en cognitief inzicht ontbreekt en ze langzaam leren. Bij hun spel valt op dat samen spelen vaak problemen oplevert, ze mengen zich onhandig of agressief in het spel van anderen of staan aan de zijlijn. In contact met andere kinderen zijn zij dikwijls erg op zichzelf gericht. Hun eigen behoeftebevrediging staat voorop. e. De motorische ontwikkeling De motorische ontwikkeling gaat over het hele bewegingsapparaat. Ze heeft een belangrijke invloed op de algehele ontwikkeling van het kind. Een kind dat achterblijft in de motorische ontwikkeling blijft meestal ook achter in de verstandelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het kan dat uw pleegkind onvoldoende gestimuleerd is in zijn motorische ontwikkeling, omdat ouders soms onvoldoende daartoe in staat geweest zijn. Hierdoor kan een achterstand zijn ontstaan in zijn motorische ontwikkeling. Voor de motorische ontwikkeling is het belangrijk dat het lichaam van een kind gezond is. Dat betekent dat naast onderstimulering, een niet-juiste verzorging bijdraagt aan een vertraagde motorische ontwikkeling. Goede lichamelijke verzorging en stimuleren van de motorische ontwikkeling hebben meestal een positieve invloed op de hele ontwikkeling van het kind. Bied uw pleegkind prikkels en materialen aan waardoor het aantrekkelijk wordt om zich te bewegen. Zorg ervoor dat de bewegingen zinvol of prettig zijn, zodat het kind er naar zijn idee iets mee bereikt. Ook is het belangrijk om uw pleegkind te belonen voor de vorderingen die hij maakt. Als de motorische achterstand te maken lijkt te hebben met spastische of niet goed ontwikkelde spieren, kan een fysiotherapeut worden geraadpleegd. Een ergotherapeut kan hulp bieden bij aangepaste hulpmiddelen, zoals aangepast bestek. f. Seksuele ontwikkeling De seksuele ontwikkeling is onderdeel van de gehele ontwikkeling van de mens en vindt plaats binnen een bepaalde context: gezin, familie, school en buurt. Normen en waarden worden bepaald door die context. Typisch meisjes- of jongensgedrag wordt in sterke mate bepaald door de manier waarop de ouders zelf hun man- of vrouwrol vervullen. Ook genetische factoren zijn van groot belang zijn.

11 Rond het tweede, derde levensjaar weet een kind dat het een meisje of een jongetje is en rond het zesde jaar weet het kind dat dit blijvend is. Het bewust worden van jezelf als een mannelijk of vrouwelijk persoon heet geslachtsidentiteit. Tegelijk met deze ontwikkeling leert het kind de typische houdingen en gedragingen die 'horen' bij de man- en vrouwrol. Kinderen leren door ontdekken. Tijdens deze ontdekkingstocht leren zij ook hun eigen lichaam kennen. Het aanraken van het eigen lichaam en dat van anderen hoort bij dit proces. Kinderen spelen met elkaar en raken elkaar daarbij aan. Ze raken ook elkaars geslachtsdelen aan. Ze willen bij elkaar kijken als ze naar de wc. gaan en zijn benieuwd waar plas en poep vandaan komen. Seksueel gedrag met elkaar of seksuele spelletjes worden vooral waargenomen bij kinderen tussen de drie en de vijf jaar. Het in het openbaar spelen van seksuele spelletjes wordt over het algemeen door ouders en de omgeving afgekeurd. Door deze reacties en het zich ontwikkelende schaamtegevoel raakt seksualiteit meer privé. Vanaf het zesde jaar wordt dan ook minder openlijke seksualiteit zichtbaar. Rond de puberteit gaat de seksuele interesse uit naar seksuele handelingen, seks op papier of in de fantasiebeleving. Schoolfeestjes, disco's en het zonder ouders uitgaan, geven de mogelijkheid tot het uitproberen van toenaderingsgedrag en erotische verkenningen. Voorlichting over seksualiteit op technisch(informatie), emotioneel(belevingsaspecten) en sociaal gebied (sociale vaardigheden, relaties) is belangrijk voor de seksuele ontwikkeling van uw pleegkind. Over voorlichting aan verstandelijk beperkte kinderen bestaan diverse boekjes, informatieve folders en ondersteuningsprogramma s. Seksualiteit en seksuele beleving Waarschijnlijk ontwikkelt het proces van geslachtsidentiteit zich voor MLK-(pleeg)kinderen in principe net zo als bij normaal begaafde kinderen. Ook MLK-(pleeg)kinderen gaan puberen en tonen interesse in het andere geslacht. Toenaderingsgedrag en erotische verkenningen zijn voor MLK-(pleeg)kinderen niet zo vanzelfsprekend, omdat het voor hen vaak moeilijk is om op gepaste wijze sociale contacten aan te gaan. Dit kan gevoelens van frustratie geven. U zult uw pleegkind dikwijls moeten ondersteunen en begeleiden bij het leggen van contacten. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat seksuele opvoeding ook een deel van de opvoeding is. Bepaal zelf, eventueel in samenspraak met uw ambulant hulpverlener, wat u wel en niet toelaatbaar vindt voor uw pleegkind op seksueel gebied. Bedenk hoe u dit wilt bespreken met uw pleegkind. Uw pleegkind heeft zelf de keuze of en met wie hij een relatie aangaat. Bedenk hierbij dat uw MLK-pleegkind gemakkelijk beïnvloedbaar is, waardoor hij gevaar loopt te worden misbruikt. Het krijgen van kinderen is voor veel MLK-jongeren een grote wens, maar de opvoeding van kinderen stelt hen vaak voor problemen. Verzorgen in de vorm van eten geven en verschonen lukt vaak nog wel. De moeilijkheden ontstaan pas, als er opvoedvaardigheden aan hem gesteld worden, zoals het consequent zijn, inzicht geven in het hoe en waarom etc. Sommige pleegkinderen hebben nare ervaringen gehad op seksueel gebied. Deze kinderen hebben hun eigen lichaam en het lichaam van anderen niet op een veilige manier leren ontdekken. Uw pleegkind kan hierdoor beschadigd zijn. U pleegkind kan angstig zijn geworden en/of een negatief zelfbeeld hebben ontwikkeld. Uw pleegkind kan ook bang voor lichamelijk contact zijn, omdat hij niet geleerd heeft volwassenen hierin te vertrouwen. Probeer uw pleegkind minder kwetsbaar te maken door hem te leren wat wel en niet kan in het lichamelijke contact. Er is ook een groep pleegkinderen die door ervaring met seksueel misbruik anders reageert. Doordat deze kinderen niet geleerd hebben wat passend is in een situatie en bij hun leeftijd, vertonen zij vaak seksueel grensoverschrijdend gedrag. Door middel van bijvoorbeeld seksueel getinte opmerkingen of het uitdagend laten zien van hun eigen lijf proberen zij warmte of aandacht te krijgen. Zo hebben zij in het verleden aandacht gekregen.

12 Wanneer u zorgt voor een seksueel misbruikt pleegkind: (zie ook hoofdstuk 8 bijzondere omstandigheden) Accepteer geen geheimencultuur in het gezin. Kijk niet uitsluitend naar het seksuele misbruik, maar blijf uw pleegkind als geheel zien. Geef uw pleegkind positieve aandacht. Spreek openlijk over seksualiteit. Leer uw pleegkind wat normaal is op het terrein van seksualiteit. Wees alert op herhaling van seksueel misbruik. Mogelijk zoekt uw seksueel misbruikte pleegkind seksuele toenadering tot anderen binnen uw gezin. Ben hier alert op. Vermijd stoeien en andere spelletjes met lichamelijk contact (zeker in het begin). Iedereen in het gezin moet rekening houden met de privacy tijdens baden, naar de wc gaan, aankleden enz. (bv. niet naakt van de badkamer naar de slaapkamer lopen, of uw pleegkind bij een ander kind laten slapen.) Peuter- en kleuterspelletjes dienen een middel te zijn om het kind te leren om op een adequate manier met het lichaam om te gaan en zijn grenzen te hanteren. Gedragskenmerken Het is niet eenvoudig om eenduidig aan te geven welke gedragskenmerken MLK-kinderen hebben. Individuele kenmerken en omgevingsfactoren bepalen mede hoe een kind in het leven staat en hoe het zich gedraagt. Sommige kenmerken kunnen vreemd op ons overkomen zonder dat ze direct problemen voor de omgeving opleveren. Hieronder worden enkele regelmatig voorkomende gedragskenmerken genoemd die wel problemen in de sociale omgang kunnen veroorzaken: o o o o Teruggetrokken gedrag ( ik kan het toch niet ), verlegen, of juist heel stoer of brutaal. Nauwelijks vriendjes, vrijmoedig in contacten, clownesk gedrag, beperkte belangstelling voor andere kinderen, vluchtige contacten, Extreme vormen van boosheid, in vreemde situaties snel in paniek, weinig zelfkritiek, gering normbesef, Weinig zelfvertrouwen, bemoeizuchtig, Als reactie op het gevoel van onvermogen kan uw pleegkind zich terugtrekken of juist heel stoer of brutaal doen. Deze laatste groep overschreeuwt eigenlijk het gevoel van onvermogen dat ze ervaart, wil zich niet laten kennen. Realiseert u zich dat aan dit gedrag een diepere oorzaak ten grondslag ligt en bedwing uw neiging in te gaan op het gedrag door bijvoorbeeld het brutale gedrag te bestraffen. Dit levert het gevaar op van het ontstaan van een negatieve spiraal in de omgang met elkaar. Gedragsproblemen MLK-pleegkinderen hebben naast deze gedragskenmerken ook regelmatig gedragsproblemen, die voortkomen uit hun levensgeschiedenis en omgevingsfactoren. Een betere benaming is 'moeilijk verstaanbaar' gedrag. Paniekaanvallen Paniekaanvallen ontstaan uit nervositeit, maar ook als reactie op onverwachte gebeurtenissen of plotselinge veranderingen zoals een pleegzorgplaatsing. Houd er rekening mee dat de oorzaak in het verleden van het kind kan liggen en dat een eventuele associatie met het verleden de paniekaanval (heeft) veroorzaakt. Het is belangrijk erachter te komen wat de paniekaanval heeft veroorzaakt. Mogelijk kan er dan iets aan de aanleiding of oorzaak worden gedaan. Wanneer de oorzaak moeilijk te herleiden is en deze zich op elk moment van de dag zou kunnen voordoen, is het raadzaam om een arts te raadplegen. Deze kan onderzoeken of er een lichamelijke oorzaak of ziekte aan ten grondslag ligt. De paniekaanvallen zijn eventueel met behulp van medicatie te onderdrukken.

13 Seksueel overschrijdend gedrag Dit gedrag kan voorkomen rond de puberteit. Bij jongere MLK-pleegkinderen kan dit gedrag ook voorkomen, vooral als het kind in zijn verleden seksueel misbruikt is. Het gaat dan om seksueel gedrag dat niet bij de leeftijd past. Uw pleegkind heeft geleerd dat het door middel van seks aandacht krijg. Hij denkt dat het normaal is om op die manier aandacht te krijgen. Tips Laat het pleegkind door uw eigen gedrag zien, hoe je, op een niet seksuele manier, contact met elkaar kunt maken. Geef bij seksueel overschrijdend gedrag duidelijk uw grenzen aan, maar bedenk dat uw pleegkind nooit anders geleerd heeft. Leer uw pleegkind dat hij over zijn eigen lichaam beschikt en waar de grenzen liggen in lichamelijk contact. Uw pleegkind mag zelf aangeven, wanneer hij het lichamelijke contact niet prettig vindt. Extreem claimend gedrag Sommige MLK-(pleeg-)kinderen zijn bang om de mensen te verliezen aan wie ze gehecht zijn. Het kan zijn dat uw pleegkind het liefst de hele dag zo dicht mogelijk bij u is. Hij loopt dan continu achter u aan, hangt aan uw kleren, weigert om alleen achtergelaten te worden in een ruimte en begint te huilen of te schreeuwen zodra u uit zijn gezichtsveld verdwijnt. Uw pleegkind kan het u bijna onmogelijk maken om even iets zelf te doen. Maak uw pleegkind medeverantwoordelijk bij erg claimend gedrag en probeer de aandacht ergens anders op te vestigen. Grensoverschrijdend gedrag (MLK-pleeg-)kinderen gaan op zoek naar de grenzen van de pleegouders (of bijvoorbeeld zijn leerkrachten). Uw pleegkind wil weten of u betrouwbaar bent en of hij ondanks zijn gedrag mag blijven. Hij zoekt duidelijkheid en veiligheid. Dit kan soms erg ver gaan, omdat een MLK-(pleeg- )kind door zijn beperkte inlevingsvermogen de grenzen van de ander niet kan aanvoelen. Daardoor leert hij ook bijna nooit begrijpen dat een ander niet gestoord wil worden als die in gesprek is. Uw pleegkind zal hier regelmatig op gewezen moeten worden. Omgekeerd is het vaak wel zo dat een MLK-pleegkind verwacht dat een ander met hem meevoelt. Bied uw pleegkind alternatief gedrag aan voor ongewenst gedrag. Een kind kan zijn woede beter bekoelen op een boksbal dan op iemand uit zijn omgeving. Een MLK-pleegkind kan vaak moeilijk zelf aangeven wat de oorzaak van zijn gedrag is. U zult zelf naar de oorzaken moeten zoeken, al of niet met ondersteuning van uw ambulant hulpverlener. Telkens weer zal de betekenis of functie van het gedrag bekeken moeten worden. Telkens weer zal uw begrip gevraagd worden: 'Dit gedrag is heel vervelend voor ons maar, uw pleegkind kan er wat belangrijks mee zeggen, wat het niet in woorden kan uitdrukken.' Overdadig eetgedrag bij MLK-(pleeg)kinderen Kinderen die door hun ouders/verzorgers verwaarloosd zijn, zijn vaak onverzadigbaar. Dit gedrag komt ook voor bij verschillende syndromen (o.a. Prader Willi syndroom, het Syndroom van Down, als gevolg van een schildklierafwijking). In dergelijke gevallen is het belangrijk dat u maatregelen neemt door o.a te letten op het eetgedrag van uw pleegkind of het volgen van een dieet. Houd eten buiten bereik. Soms is er met medicijnen iets aan te doen. Gebruik bij het eten kleine borden. Dan kan het kind wel zijn bord helemaal vol scheppen. Maar ook gezelligheid rondom het eten is belangrijk als positief moment.

14 Automutilatie Automutilatie (ofwel zelfverwonding) komt bij MLK-pleegkinderen vooral voor als uiting van machteloosheid of onlustgevoelens zoals boosheid, angst of verveling. Uw pleegkind heeft geen andere middelen beschikbaar om zijn gevoelens te uiten. Pleegouders tegen elkaar uitspelen Een MLK-pleegkind voelt vaak haarscherp aan waar een 'gaatje' zit om net dat éne voor elkaar te krijgen. Het kind zal dit doen, gericht op zijn eigen voordeel (ook al is hij zich daar niet altijd van bewust). Dit is een overlevingsmechanisme. Uw pleegkind heeft in het verleden geleerd dat niet de relatie die je met iemand hebt belangrijk is, maar dat het in eerste instantie gaat om overleven. Als u, als pleegouders niet op één lijn zit, zal uw pleegkind dit uitspelen. Een bijkomend gevolg kan zijn dat uw pleegkind een concurrentiestrijd ontketent tussen u en uw partner. De ene pleegouder is volgens het kind liever dan de andere, want daar mag hij meer van. Maar ook bij pleegouders die wel op één lijn zitten, wil het kind na het 'nee' van de één het nog wel eens bij de ander proberen.

15 3. School en dagbesteding a. Peuteropvang Doorgaans gaat uw MLK-pleegkind naar de reguliere peuteropvang. Realiseert u dat de ouders van uw pleegkind anders tegen zaken kunnen aankijken. Zij worstelen vaker met de acceptatie van hun verstandelijk beperkte kind. Ze willen misschien dat het kind zoveel mogelijk leert, terwijl u het misschien belangrijker vindt dat het zich zo prettig mogelijk voelt. b. Speciale scholen voor basisonderwijs Uw MLK-pleegkind kan vanaf zijn vierde jaar naar een speciale school voor basisonderwijs. Elke gemeente heeft hierin een eigen aanbod. Om de mogelijkheden van een MLK-kind te bepalen wordt over het algemeen psychologisch onderzoek gedaan. Veel scholen beschikken ook over de mogelijkheid om een beroepskeuzetest af te nemen, zodat gekeken kan worden waar de interesses van uw pleegkind naar uitgaan. MLK-kinderen leren vooral door te oefenen. De speciale school speelt hierop in door hen concrete dingen aan te bieden en concrete situaties te laten ervaren en beleven. De zintuigen en motoriek spelen daarbij een centrale rol samen met taalondersteuning. Uw ambulant hulpverlener kan u en de ouders verder informeren of ondersteunen in de zoektocht naar de meest geschikte school voor uw pleegkind. Onder speciale scholen voor basisonderwijs vallen: IOBK-scholen (scholen voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters), MLK-scholen (scholen voor moeilijk lerende kinderen) en Lom-scholen (scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden). Per gemeente wordt anders omgegaan met de organisatie van dit onderwijs. Bij verschillende integratieprojecten volgen MLK- kinderen een aantal lessen per week op de reguliere basisschool. Uw pleegkind kan hiervan gebruik maken, zolang hij meekan en zich er prettig bij voelt. Uw MLK-pleegkind kan in het kader van het project Weer Samen Naar School ook volledig naar de reguliere basisschool. De school kan geld krijgen voor extra begeleiding. Aan de meeste MLK-scholen zijn een logopedist en een speltherapeut verbonden. De logopedist oefent met uw pleegkind als hij problemen met spraak, taal of stem heeft. De speltherapeut geeft begeleiding bij emotionele en/of gedragsproblemen. Ook is er vaak een orthopedagoog aan het speciale onderwijs verbonden die met u, de ouders en schoolleiding de ontwikkeling van uw pleegkind volgt en adviezen en sturing geeft bij leer- en gedragsmoeilijkheden. c. Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) Het VSO richt zich op MLK-leerlingen van ongeveer veertien tot maximaal twintig jaar. Op deze school bouwt men voort op wat uw pleegkind in de voorgaande jaren aan kennis en vaardigheden heeft geleerd. Ook komt de overstap naar de maatschappij in zicht en daarop worden de leerlingen voorbereid. Er wordt geen gerichte beroepsopleiding gegeven, maar er staan wel praktijkgerichte activiteiten op het lesrooster. Uw pleegkind gaat stage lopen (bv in een verzorgingshuis of winkel) om te kijken naar zijn mogelijkheden. d. Individueel voorbereidend beroepsonderwijs (VBO) Uw pleegkind kan ook doorstromen naar het IVBO wanneer hij boven het gemiddelde functioneert en deze vorm van onderwijs sociaal-emotioneel aankan. De begeleiding door de leerkrachten is niet zo intensief als op VSO-scholen. Uw pleegkind moet daarom behoorlijk zelfstandig kunnen functioneren. Dit is lang niet altijd haalbaar.

16 e. Leerling-vervoer Als uw pleegkind, door zijn geestelijke, zintuiglijke of lichamelijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig met het openbaar vervoer naar school te gaan, dan is de gemeente verplicht om passend vervoer te regelen. U kunt een beroep doen op de regeling leerlingenvervoer, waarvoor iedere gemeente haar eigen beleid heeft. In de verordening voor het leerlingenvervoer staat of u recht hebt op vervoer of op een gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerskosten.(zie ook hoofdstuk 7 financiën) f. Dagbesteding Nadat uw pleegkind de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, kan hij niet meer naar school en moet andere dagbesteding zoeken. Afhankelijk van zijn mogelijkheden en interesses kan hij een baan zoeken. Een jobcoach begeleidt uw pleegkind in het arbeidsproces. Een andere plek waar uw MLK-pleegkind kan werken is de sociale werkplaats. Een sociale werkplaats is een werkplek waar mensen werken die om verschillende redenen niet mee kunnen draaien in het normale arbeidsproces. Dit kan een lichamelijke reden hebben, maar bijvoorbeeld ook een psychische reden. Houdt rekening met lange wachttijden, als u uw pleegkind wil inschrijven bij vormen van dagbesteding. Schrijf hem tijdig in. g. Weekend- en vakantieopvang Pleegouders kunnen gebruik maken van weekend- of vakantieopvang voor hun MLK-pleegkind om nieuwe energie op te kunnen doen of even de aandacht op de eigen kinderen te kunnen richten. Uw pleegkind heeft dan de gelegenheid om met vriendjes of vriendinnetjes van hetzelfde niveau te spelen. Uw pleegkind gaat in principe met u mee op vakantie. In uitzonderingssituaties kan opvang geregeld worden in een vakantiepleeggezin. (zie ook hoofdstuk 2, pleegzorgvarianten) TIPS Er worden speciale vakanties georganiseerd voor gezinnen met een (pleeg)kind met een beperking of handicap. Uw ambulant hulpverlener kan u hierover verder informeren Probeer regelmatig tijd te nemen voor uw eigen gezin of relatie zonder de aanwezigheid van uw pleegkind. Eigen kinderen hebben ook behoefte aan uw ongedeelde aandacht. Het kan heilzaam zijn om samen weg te zijn en te merken dat u uw pleegkind (net als normale kinderen) aan de zorg van anderen kunt overlaten. Via de thuiszorgorganisatie kunt u een oppas, speciaal voor gehandicapte (pleeg-)kinderen, regelen. Deze oppaspool bestaat uit vrijwilligers met gerichte ervaring. De VOGG (Vereniging voor ouders en verwanten van mensen met een verstandelijke handicap) organiseert op verschillende plaatsen aparte zwemuren voor gehandicapte kinderen.

17 4. Ouders van uw pleegkind Pleegouders delen het ouderschap met de ouders en de familie van hun pleegkind. De meeste pleegouders hebben in de loop van de tijd regelmatig contact met de ouders van hun pleegkind. Deze contacten verlopen soms goed en soms moeizaam. In dit onderdeel vindt u informatie over de redenen van een uithuisplaatsing en de gevoelens die ouders kunnen hebben, als zij te horen krijgen dat hun kind gehandicapt is. Deze gevoelens kunnen, naast een aantal andere redenen, (soms noodzakelijk) leiden tot het besluit het kind (tijdelijk) niet zelf op te voeden. Vervolgens komen de gevoelens van ouders over het pleeggezin aan de orde. Redenen voor uithuisplaatsing Er kunnen allerlei redenen zijn om te besluiten een kind uit huis te plaatsen. In het ene geval nemen ouders zelf dat besluit en in het andere geval proberen instanties hen daarvan te overtuigen. In bijna alle gevallen gaat het om een moeizaam en pijnlijk proces. Er is zelden sprake van onwil bij ouders om een goede opvoeding te geven aan hun kind met een verstandelijke beperking. Opvoedingsonmacht MLK-kinderen doen veel aanspraak op de pedagogische vaardigheden van ouders. Sommige ouders kunnen die taak, vanuit hun eigen levensgeschiedenis en toerusting, niet aan (hoewel ze dit wel zouden willen). Een deel van hen is in meer of mindere mate zelf verstandelijk gehandicapt en heeft net voldoende mogelijkheden om zichzelf staande te houden in de maatschappij. Hun (MLK-)-kind zelf opvoeden lukt dan niet meer. Wegvallen hulp en steun Ouders van een MLK-kind hebben bij de opvoeding regelmatig steun en hulp nodig van anderen. Deze kan geboden worden door grootouders of andere familie (mantelzorg) of door professionele hulpverleners, zoals MEE. Wanneer deze steun wegvalt, kunnen de ouders in de knel komen met directe gevolgen voor de opvoedingssituatie. Eigen verstandelijke beperking Wanneer de ouders van uw pleegkind zelf een verstandelijke beperking hebben, zijn zij onvoldoende in staat onderscheid te maken tussen hun eigen behoeftes en de behoeftes van hun kinderen. Vaak herkennen ze de primaire behoeftes van hun kinderen niet of onvoldoende, waardoor er risicovolle situaties kunnen ontstaan. Orde, rust en regelmaat ontbreekt dikwijls in deze gezinnen.

18 MLK-pleegkinderen Zodra uw pleegkind achttien wordt, verandert de pleegzorg. De ouders (vrijwillige of OTS plaatsing) of de voogdij-instelling (voogdijplaatsing) hebben tot het achttiende jaar het gezag en beslissen over de toekomst van uw pleegkind. Gezamenlijk (pleegouders, ambulant hulpverlener, ouders, plaatser en pleegjongere) overlegt u over de toekomst van de jongere. Uw pleegkind zal mogelijk geen volledig zelfstandig leven kunnen leiden als het meerderjarig is. Hij zal altijd in meer of mindere mate afhankelijk zijn van anderen. Veel MLK-pleegkinderen gaan niet meteen op hun achttiende verjaardag de deur uit, omdat ze hier vaak nog niet aan toe zijn. Door hun handicap en de opvoedingsproblemen die ze in hun vroege jeugd hebben ondervonden, lopen velen achter in hun ontwikkeling. Soms kan uw pleegkind nog een paar jaar doorgroeien, als hij bij u blijft wonen. Wanneer dit wenselijk is, kan de plaatsende instantie besluiten tot verlengde hulpverlening. Deze verlenging moet een half jaar voordat uw pleegkind 18 wordt aangevraagd worden bij de plaatser. Wanneer deze een indicatie voor verlengde hulp afgeeft, kan uw pleegkind nog maximaal 2 jaar als pleegkind door u worden verzorgd en opgevoed. U behoudt dan uw recht op begeleiding en pleegvergoeding. Ook zonder indicatiebesluit kunt u voor uw pleegkind blijven zorgen wanneer alle partijen dit wensen. U hebt echter geen recht meer op ondersteuning en pleegvergoeding. Uw pleegkind kan eventueel uit zijn eigen inkomsten kostgeld aan u betalen. Wanneer de ouders niet in staat zijn om hun kind verder te ondersteunen en op te voeden, kunt u de rechter verzoeken om tot curator of mentor te worden benoemd. Let op: Voordat uw pleegkind meerderjarig is, moet die zeggenschap via een rechterlijk besluit zijn vastgelegd. Uw pleegkind moet uit zijn inkomsten, bijvoorbeeld de Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten), zelf een bijdrage leveren in de kosten voor de jeugdhulpverlening. (zie ook hoofdstuk 7) a. De Wajong De Wajong (wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten) is bedoeld voor jonggehandicapten die (deels) arbeidsongeschikt zijn, minimaal vanaf hun 10 de verjaardag in Nederland wonen en 18 jaar worden. Zij kunnen dan geen beroep doen op de WAO. Gehandicapte jongeren die voor tenminste 25% arbeidsongeschikt zijn, kunnen aanspraak maken op een Wajanguitkering. De uitkering wordt steeds toegekend voor een periode van vijf jaar en de hoogte is afhankelijk van leeftijd en mate van arbeidsongeschiktheid. Uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van die termijn krijgt uw pleegkind bericht van de uitvoeringsinstantie dat hij een nieuwe aanvraag moet indienen. Uw 18+ pleegkind heeft recht op een Wajonguitkering nadat hij 52 weken onafgebroken voor tenminste 25 procent arbeidsongeschikt is geweest (wachttijd). Uw pleegkind of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan de aanvraag en aanmelding doen bij het UWV in uw regio. Uw pleegkind moet medisch gekeurd worden. Aanmelden: Binnen 13 weken na de 17 de verjaardag. Aanvraag indienen: Binnen 9 maanden na de 17 de verjaardag. (formulieren verkrijgbaar bij het postkantoor) b. Tegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende Gehandicapte kinderen(tog). Thuis uw gehandicapte pleegkind verzorgen kost veel extra zorg. U kunt een tegemoetkoming aanvragen (TOG), bij de Sociale Verzekeringsbank. Dit is een financiële tegemoetkoming voor ouders of verzorgers (dus ook pleegouders) die thuis een kind verzorgen dat blijvend of voorlopig blijvend (tenminste 3 jaar) gehandicapt is en maximaal 17 jour oud is.

19 TOG is een tegemoetkoming en geen volledige vergoeding voor extra kosten die u maakt. De vergoeding wordt per kwartaal betaald en is onbelast. U komt niet in aanmerking voor de TOG indien u een toeslag op de pleegvergoeding ontvangt in verband met een geestelijke of lichamelijke handicap (zie hoofdstuk 7 financiën) of een verzorger bent op commerciële basis (betaald pleegouder). Uw pleegkind kan in aanmerking komen voor een korting op of teruggave van belasting voor personen die op jonge leeftijd gehandicapt zijn geraakt. Meer informatie kunt u krijgen bij de Belastingdienst ( ). c. Woonvormen voor MLK-jongeren Als uw pleegkind na zijn 18 de niet meer bij u wil of kan blijven wonen, zijn er nog andere woonvormen mogelijk. Hieronder een overzicht. Gezins Vervangend Tehuis (GVT's) Het gezinsvervangende tehuis is een kleine woonvoorziening voor volwassenen met een beperking, meestal in een gewone woonwijk. Overdag gaat uw pleegkind naar een dagverblijf of naar de sociale werkvoorziening. Het GVT biedt huisvestiging, verzorging en begeleiding en probeert uw pleegkind te betrekken bij het dagelijkse leven in de stad of dorp. Het tehuis probeert de sociale redzaamheid en de zelfstandigheid van uw pleegkind te bevorderen en te behouden. Er zijn ook GVT's voor kinderen tot 18 jaar die overdag naar een ZMLK- school of kinderdagverblijf gaan. Zij worden daar geplaatst als verblijf in een pleeggezin niet meer mogelijk is. Bereid uw pleegkind goed voor wanneer hij naar een andere woonvorm gaat. Soms kan het nodig zijn dat hij eerst een weekeind naar de woongroep gaat om alvast te wennen aan zijn nieuwe omgeving. (zie ook hoofdstuk 9 verhuizen) Dependances GVT Ook zijn er gewone huizen in de buurt van het GVT waar uw pleegkind in kleine groepen van vier tot zes mensen kan wonen. Uw pleegkind kan met een beperkte begeleiding vanuit het GVT zelfstandig wonen. Begeleid zelfstandig wonen Uw pleegkind woont zelfstandig, onder begeleiding van beroepskrachten en/of vrijwilligers. De begeleiding is beschikbaar voor een aantal uren per week en bekijkt samen met uw pleegkind hoe het gaat en waar hij nog begeleiding in nodig heeft. Ook zijn er cursussen en gespreksgroepen ter bevordering van zelfstandigheid en sociale redzaamheid. Samenwonen van jongeren Samenleven met een partner kan erg moeilijk zijn voor uw MLK-pleegkind. Samen met een ander leven vereist het vermogen om te kunnen geven en nemen. Zeker voor MLK-pleegjongeren is het moeilijk om blijvende contacten met iemand te onderhouden. Hiervoor zijn zij dikwijls te gericht op het vervullen van eigen behoeften en stellen zichzelf daarin centraal. Het onvermogen om zich in te leven in de wensen en behoeften van de ander kan op veel onbegrip van de ander stuiten. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van het afbreken van relaties.

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind

MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind MEE Utrecht Ondersteuning bij leven met een beperking Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend

Nadere informatie

Probleemgedrag bij ouderen

Probleemgedrag bij ouderen Probleemgedrag bij ouderen Machteloos, bang of geïrriteerd. Zo kunnen medewerkers en cliënten in de thuiszorg zich voelen in situaties waarin sprake is van probleemgedrag. Bijvoorbeeld als een cliënt alleen

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel

Nadere informatie

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel mensen met een licht

Nadere informatie

Slecht. gehecht. Gedrag op school

Slecht. gehecht. Gedrag op school Hechting Zelfbeeld Team Over kinderen met hechtingsproblemen Max is geadopteerd. Als dreumes van twintig maanden kwam hij naar Nederland. Nu is hij een opvallende leerling in groep 4, de groep van juf

Nadere informatie

Na de schok... Informatie voor ouders

Na de schok... Informatie voor ouders Na de schok... Informatie voor ouders Niemand is echt voorbereid op een schokkende gebeurtenis en als het gebeurt heeft dat voor iedereen ingrijpende gevolgen. Als kinderen samen met hun ouders een aangrijpende

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?!

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?! Schoolkind Oorspronkelijke tekst Hilde Breet Wilma Poot Illustraties Harmen van Straaten Uitgave: januari 1998 Herziene uitgave: maart 2010 Het is toegestaan deze folder in ongewijzigde vorm te multipliceren

Nadere informatie

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen +

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen + > vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik JEUGDIGEN Heb jij seksueel misbruik meegemaakt of iemand in jouw gezin, dan kan daarover praten helpen. Het kan voor jou erg verwarrend zijn hierover te praten,

Nadere informatie

Seksualiteit en seksuele ontwikkeling

Seksualiteit en seksuele ontwikkeling Seksualiteit en seksuele ontwikkeling Platform Smith Magenis syndroom 15 november 2014 - Leusden Yvonne Stoots Vanmiddag Seksualiteit Seksuele ontwikkeling Begeleiding bij seksuele ontwikkeling Seksualiteit

Nadere informatie

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind

Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Zeer moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Zeer moeilijk lerend Uitleg over het leven van een zeer moeilijk lerend kind Inhoudsopgave Wat betekent het dat uw kind zeer moeilijk lerend

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ]

therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ] therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke beperking. Therapieën

Nadere informatie

Intakevragenlijst voor ouders/verzorgers

Intakevragenlijst voor ouders/verzorgers Praktijk Dekker & Dooyeweerd Intakevragenlijst voor ouders/verzorgers (Met dank voor het invullen) 1. Informatie over uw kind en gezin Graag aankruisen wat van toepassing is 0. Indien een vraag niet van

Nadere informatie

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd.

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd. ZELFVERTROUWEN Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je in jezelf hebt. Zelfvertrouwen hoort bij ieder mens en het betekent dat je een reëel zelfbeeld hebt, waarin ruimte is voor sterke kanten, maar ook

Nadere informatie

Na de schok... Informatie voor leerkrachten

Na de schok... Informatie voor leerkrachten Na de schok... Informatie voor leerkrachten Niemand is echt voorbereid op een schokkende gebeurtenis en als het gebeurt heeft dat ingrijpende gevolgen. Als leerkrachten samen met kinderen een aangrijpende

Nadere informatie

Psychosociale ontwikkeling

Psychosociale ontwikkeling Psychosociale ontwikkeling De psychosociale ontwikkeling van het kind Reeds in de baarmoeder ontstaat er een wisselwerking tussen ouder en kind. De baby is al vertrouwd geraakt met de stem van de ouder

Nadere informatie

18-04- 2010. Wat moeten adop1eouders meer hebben dan goed genoeg ouderschap? Een aantal belangrijke factoren voor goed verlopende adoptie

18-04- 2010. Wat moeten adop1eouders meer hebben dan goed genoeg ouderschap? Een aantal belangrijke factoren voor goed verlopende adoptie Wat moeten adop1eouders meer hebben dan goed genoeg ouderschap? Gera ter Meulen adoc@fsw.leidenuniv.nl Een aantal belangrijke factoren voor goed verlopende adoptie Een goede voorbereiding van adoptieouders

Nadere informatie

Omgangscentrum Drenthe

Omgangscentrum Drenthe Yorneo 0 12 Omgangscentrum Drenthe Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis die vaak veel emoties teweeg brengt. Soms zijn de woede, de frustratie en het verdriet zo groot, dat het voor ouders moeilijk

Nadere informatie

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen

Relationele vorming. De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Relationele vorming De rol van ouders in de gezonde seksuele ontwikkeling van kinderen Programma Introductie relationele- en seksuele vorming Inventarisatie van vragen De seksuele ontwikkeling van kinderen

Nadere informatie

Het pleegkind in beeld

Het pleegkind in beeld Het pleegkind in beeld Workshop pleegzorgsymposium 19 juni 2014 Petra de Vries (De Rading) Anny Havermans (SAV) 1 Programma Welkom Project gehechtheid in beeld bij pleegzorg Inleiding op gehechtheid en

Nadere informatie

Borderline. Als gevoelens en gedrag snel veranderen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over borderline

Borderline. Als gevoelens en gedrag snel veranderen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over borderline ggz voor doven & slechthorenden Borderline Als gevoelens en gedrag snel veranderen Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over borderline Herkent u dit? Bij iedereen gaat wel

Nadere informatie

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl

Omgaan & Trainen met je hond Door: Jan van den Brand. (3 e druk) 2015, Jan van den Brand www.hondentraining adviescentrum.nl Door: Jan van den Brand Inleiding Ik krijg veel vragen van hondeneigenaren. Veel van die vragen gaan over de omgang met en de training van de hond. Deze vragen spitsen zich dan vooral toe op: Watt is belangrijk

Nadere informatie

Peuters: lief maar ook wel eens lastig

Peuters: lief maar ook wel eens lastig Peuters: lief maar ook wel eens lastig Informatie voor ouders Het Centrum voor Jeugd en Gezin ondersteunt met deskundig advies, tips en begeleiding. Een centraal punt voor al je vragen over opvoeden en

Nadere informatie

Omgaan met Autisme. Handout workshop 27 mei 2016

Omgaan met Autisme. Handout workshop 27 mei 2016 Omgaan met Autisme Handout workshop 27 mei 2016 Informatie 1. Medicatie Hoewel er geen medicijn is dat direct werkt op autisme zijn er wel diverse medicijnen die ene positief effect kunnen hebben op dat

Nadere informatie

Huilen als communicatiemiddel

Huilen als communicatiemiddel Huilen als communicatiemiddel Vanaf de geboorte hebben baby s mogelijkheden om te communiceren. Het communiceren verloopt in het begin heel onbeholpen: door te huilen, zuigen en kijken. Later door zich

Nadere informatie

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld:

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: hoofdstuk 10 Hoe je je voelt Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: zenuwachtig wakker worden omdat je naar school moet, vrolijk

Nadere informatie

Het hechtingsproces. bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar. Kindergeneeskunde. Hechting. Hoe verloopt het hechtingsproces?

Het hechtingsproces. bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar. Kindergeneeskunde. Hechting. Hoe verloopt het hechtingsproces? Het hechtingsproces bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar Kindergeneeskunde In deze brochure leest u meer over de hechtingsprocessen bij baby s in de leeftijd van 0 tot 12 maanden. Daar waar ouders staat

Nadere informatie

Verbindingsactietraining

Verbindingsactietraining Verbindingsactietraining Vaardigheden Open vragen stellen Luisteren Samenvatten Doorvragen Herformuleren Lichaamstaal laten zien Afkoelen Stappen Werkafspraken Vertellen Voelen Willen Samen Oplossen Afspraken

Nadere informatie

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling Leerlijn 1.1. Emotioneel 1.2. Sociaal Stamlijn Niveau A Merkt zintuiglijke stimulatie op (aanraking, vibratie, smaken, muziek, licht) Uit lust- en onlustgevoelens Kijkt gericht enkele seconden naar een

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme Hulpmiddelen en materialen Vragen? Autisme?

Nadere informatie

&Ons Tweede Thuis KINDEREN

&Ons Tweede Thuis KINDEREN &Ons Tweede Thuis KINDEREN & & KINDEREN Inleiding Het liefst zorg je als ouder zelf voor je kind maar soms heb je hulp nodig. Bijvoorbeeld als je kind een achterstand in de ontwikkeling of een verstandelijke,

Nadere informatie

WAAR WAAR NIET WAAR IQ QUIZ? Herkennen van kinderen met een licht verstandelijke beperking. Opzet workshop. Waar of niet waar.

WAAR WAAR NIET WAAR IQ QUIZ? Herkennen van kinderen met een licht verstandelijke beperking. Opzet workshop. Waar of niet waar. Opzet workshop Quiz Herkennen van kinderen met een licht verstandelijke beperking Ervaringsdeskundige Interactieve kennisoverdracht Wilma Walterbos gedragsdeskundige MEE Natasja Wiersema Expertisecentrum

Nadere informatie

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Kinderen 5-12 jaar KOPP/KVO Doe-praatgroep (8-12 jaar). Een vader of moeder met problemen Als je vader of moeder een psychisch of verslavingsprobleem heeft

Nadere informatie

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Methodisch werken binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Methodisch werken binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Gentle Teaching 4 Middelen 5 Voor wie is Gentle Teaching? 5 3. Competentievergrotend werken 6 Middelen

Nadere informatie

Visie op kinderen en volwassenen met psychische klachten: Grote mensen zijn net kinderen, liever niet andersom

Visie op kinderen en volwassenen met psychische klachten: Grote mensen zijn net kinderen, liever niet andersom Viki s View Viki s View is een methodiek die ontwikkeld is vanuit de orthopedagogiek. De benadering is klachtgericht en de therapie richt zich op het terug in balans brengen van mensen die zichzelf zijn

Nadere informatie

Advies en steun voor uw kind en uzelf

Advies en steun voor uw kind en uzelf Advies en steun voor uw kind en uzelf Voor advies en steun aan ouders en hun kinderen Informatie advies cursussen Als u of uw kind psychische klachten heeft of problemen ervaart met alcohol of drugs, heeft

Nadere informatie

obs Jan Antonie Bijloo Rodaristraat 31 33 3066 LA Rotterdam Tel. : 010-4200811 Mail: info@jabijllo.nl www.jabijloo.nl

obs Jan Antonie Bijloo Rodaristraat 31 33 3066 LA Rotterdam Tel. : 010-4200811 Mail: info@jabijllo.nl www.jabijloo.nl obs Jan Antonie Bijloo Rodaristraat 31 33 3066 LA Rotterdam Tel. : 010-4200811 Mail: info@jabijllo.nl www.jabijloo.nl Jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong Voor wat betreft jonge kinderen kan

Nadere informatie

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag?

Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Terrorisme en dan verder Wat te doen na een aanslag? Publieksversie Ga zo veel mogelijk door met uw normale dagelijkse activiteiten. Dat geeft u het gevoel dat u de baas bent over de situatie. Dit is ook

Nadere informatie

Inleiding Agenda van vandaag

Inleiding Agenda van vandaag Inleiding Agenda van vandaag Werkgebied GGD Deelname aan het ZAT Afname KIVPA vragenlijst Jongerenspreekuur op aanvraag (per mail aangevraagd) overleg mentoren, zorg coördinator en vertrouwenspersoon Preventief

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Marja Cozijn MSc o.l.v. Dr. Peter van den Bergh Universiteit Leiden In opdracht van Pleegzorg Advies Nederland

Marja Cozijn MSc o.l.v. Dr. Peter van den Bergh Universiteit Leiden In opdracht van Pleegzorg Advies Nederland Een presentatie van kwalitatief onderzoek Sy m p o s i u m P l e e g z o r g 2 0 1 4 t e E d e Marja Cozijn MSc o.l.v. Dr. Peter van den Bergh Universiteit Leiden In opdracht van Pleegzorg Advies Nederland

Nadere informatie

Sociale/pedagogische vragenlijst

Sociale/pedagogische vragenlijst Bijlage 1 Sociale/pedagogische vragenlijst voor ouders en begeleiders van mensen met een matige tot (zeer) ernstige verstandelijke beperking, al dan niet in combinatie met een lichamelijke beperking 1

Nadere informatie

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ]

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] 24- uursbehandeling [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke

Nadere informatie

Eten, slapen & zindelijk worden

Eten, slapen & zindelijk worden Eten, slapen & zindelijk worden Informatie voor ouders Het Centrum voor Jeugd en Gezin ondersteunt met deskundig advies, tips en begeleiding. Een centraal punt voor al je vragen over opvoeden en opgroeien,

Nadere informatie

EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL

EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL speciaal onderwijs speciaal onderwijs EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL Speciaal Onderwijs Entréa Een nieuw begin op een speciale school De meeste kinderen beginnen hun schoolcarrière op de basisschool.

Nadere informatie

Ondersteuning bij leven met een beperking

Ondersteuning bij leven met een beperking Ondersteuning bij leven met een beperking Niet-aangeboren hersenletsel MEE Niet-aangeboren hersenletsel Raad en daad als het om mensen met NAH gaat Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) overkomt je. Door

Nadere informatie

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door

Welkom. DGM en Autisme. Esther van Efferen-Wiersma. Presentatie door Welkom DGM en Autisme Presentatie door Esther van Efferen-Wiersma Inhoud DGM en autisme? Autisme: recente ontwikkelingen Van beperkingen naar (onderwijs)behoeften DGM en autisme! Vragen? DGM en Autisme?

Nadere informatie

Liefde, relaties en seksualiteit 17 april Nieuwegein

Liefde, relaties en seksualiteit 17 april Nieuwegein Liefde, relaties en seksualiteit 17 april Nieuwegein Inhoud Wat is seksualiteit? Seksuele vorming in de school? Draagvlak bij school, ouders en leerlingen De rol van de leerkracht Vaardigheden van de leerkracht

Nadere informatie

Partner ondersteuning 1

Partner ondersteuning 1 Partnerondersteuning 1 Je partner heeft borstkanker, wat nu? Informatie voor je partner Kanker heb je niet alleen. Ook jij als partner wordt mee betrokken in de strijd. Het bericht is voor jou net zo n

Nadere informatie

Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010. Drukke kinderen

Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010. Drukke kinderen Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010 Drukke kinderen Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010 Drukke kinderen Inhoud: Wat is druk gedrag? Oorzaken Positieve benadering Structuur Regels Omgaan met anderen Luisteren Steun

Nadere informatie

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0

Copyright Marlou en Anja Alle rechten voorbehouden Opeenrijtje.com info@opeenrijtje.com 3.0 2 Deel 1 Beïnvloeden van gedrag - Zeg wat je doet en doe wat je zegt - 3 Interactie Het gedrag van kinderen is grofweg in te delen in gewenst gedrag en ongewenst gedrag. Gewenst gedrag is gedrag dat we

Nadere informatie

Een kind helpen. na een misdrijf of verkeersongeluk. Slachtofferhulp 0900-0101. (lokaal tarief) na een misdrijf of een verkeersongeluk

Een kind helpen. na een misdrijf of verkeersongeluk. Slachtofferhulp 0900-0101. (lokaal tarief) na een misdrijf of een verkeersongeluk Een kind helpen na een misdrijf of verkeersongeluk Slachtofferhulp H E L P T na een misdrijf of een verkeersongeluk 0900-0101 (lokaal tarief) Een misdrijf of een verkeersongeluk kan een diepe indruk bij

Nadere informatie

Peuters. Lief maar ook wel eens lastig

Peuters. Lief maar ook wel eens lastig 1 Peuters Lief maar ook wel eens lastig 2 Peuters: Lief maar ook wel eens lastig Peuters zijn ondernemend en nieuwsgierig. Ze willen alles weten en ze willen alles zelf doen. En als ze iets niet willen,

Nadere informatie

Voorstellen R E LA T I E S E N S E K S U A L I T E I T Mariette Haak Gezondheidsbevorderaar GGD HM mhaak@ggdhm.nl Aandachtsgebieden Gezonde school, genotmiddelen, seksualiteit, voeding, bewegen en mondzorg

Nadere informatie

Er wel/niet zijn voor je pleegkind. Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede

Er wel/niet zijn voor je pleegkind. Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede Er wel/niet zijn voor je pleegkind Symposium Pleegzorg Waar blijft het kind 19 juni 2014 Ede 22-6-2014 de Zeeuw & Brok Inhoud 1. Lawaaiboek 2. Zorg voor het kind: houdt rekening met gevolgen van Verlating

Nadere informatie

Verschil in verlangen

Verschil in verlangen Verschil in verlangen 1 Wat is normaal? Hoe vaak denk je dat mensen samen vrijen in een goede relatie? Twee keer per week, eens in de maand of alleen in de vakantie? Het antwoord op deze vraag zegt iets

Nadere informatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie

Thema. Kernelementen. Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Thema Kernelementen Emoties Puber- en kinderemotie Eenduidige communicatie Tips voor de trainer: Werken met mensen is werken met emotie. Leer emoties als signaal te herkennen, maar niet als leidraad te

Nadere informatie

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag

ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag ZML SO Leerlijn Sociale en emotionele ontwikkeling: zelfbeeld en sociaal gedrag SOCIALE EN EMOTIONELE ONTWIKKELING: ZELFBEELD EN SOCIAAL GEDRAG Leerlijnen Kerndoelen 1.1. Jezelf presenteren 1.2. Een keuze

Nadere informatie

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Naam jeugdige: Geboortedatum: Sekse jeugdige: Man Vrouw Datum van invullen: Ingevuld door: Over dit instrument Dit instrument is een hulpmiddel

Nadere informatie

ADHD en lessen sociale competentie

ADHD en lessen sociale competentie ADHD en lessen sociale competentie Geeft u lessen sociale competentie én heeft u een of meer kinderen met ADHD in de klas, dan kunt u hier lezen waar deze leerlingen tegen aan kunnen lopen en hoe u hier

Nadere informatie

Onderwijs, zorg en dienstverlening voor kinderen en jongeren met een visuele beperking

Onderwijs, zorg en dienstverlening voor kinderen en jongeren met een visuele beperking Onderwijs, zorg en dienstverlening voor kinderen en jongeren met een visuele beperking Perspectief voor ieder kind Mijn baby maakt nog steeds geen oogcontact, is dat normaal? Kan mijn dochter naar een

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu MCDD

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu MCDD MCDD Wat is MCDD? MCDD is een ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen moeite hebben om met hun gevoelens om te gaan en moeite hebben met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. Hoe wordt MCDD

Nadere informatie

A M E R S F O O R T & O M S T R E K E N

A M E R S F O O R T & O M S T R E K E N Volwassenen Geen paniek! Deze cursus wordt aangeboden door de afdeling Preventie en Generalistische Zorg van RIAGG Amersfoort & Omstreken in samenwerking met Indigo. Informatie en aanmelding Voor meer

Nadere informatie

Nee zeggen mag! Kleuters helpen om grenzen aan te geven

Nee zeggen mag! Kleuters helpen om grenzen aan te geven Nee zeggen mag! Kleuters helpen om grenzen aan te geven Jaarcongres 2011 Het Jonge Kind Melanie Linssen-Meijer 1 november 2011 Programma Introductie Weerbaarheid Seksuele ontwikkeling van kinderen Eigen

Nadere informatie

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ]

24- uursbehandeling. [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] 24- uursbehandeling [ intensieve persoonlijke begeleiding en behandeling ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 5 > Maakt u zich zorgen over een kind? 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen van Kinderbescherming

Nadere informatie

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Ontdek je kracht voor de leerkracht Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

dit ben ik Mijn naam is: Ik ga op (datum) naar de basisschool.

dit ben ik Mijn naam is: Ik ga op (datum) naar de basisschool. (logo peuterspeelzaal) OVERDRACHT PEUTER - KLEUTER Mijn naam is: dit ben ik Ik ga op (datum) naar de basisschool. Ik speel het liefst met..(speelgoed, binnen / buiten) en ik heb veel belangstelling voor..

Nadere informatie

Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen. Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG)

Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen. Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG) Gedrag en leren van kinderen met psychiatrische problemen en/of gedragsstoornissen Jan Bijstra (RENN4) Henderien Steenbeek (RUG) Cluster 1: visueel gehandicapt REGIONALE Cluster 3: lichamelijk en verstandelijk

Nadere informatie

Als opvoeden een probleem is

Als opvoeden een probleem is Als opvoeden een probleem is Inhoud 3 > Als opvoeden een probleem is 3 > De Raad voor de Kinderbescherming 4 > Maakt u zich zorgen over een kind? 5 > Opvoedingsproblemen 6 > De rol van de Raad 10 > Maatregelen

Nadere informatie

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL Stationsstraat 81 3370 Boutersem 016/73 34 29 www.godenotelaar.be email: directie.nobro@gmail.com bs.boutersem@gmail.com HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL 1. Het standpunt van de school: Pesten is geen

Nadere informatie

Leer uw kind De Ondergoedregel.

Leer uw kind De Ondergoedregel. 1. Leer uw kind De Ondergoedregel. Ongeveer één op de vijf kinderen is slachtoffer van seksueel geweld, waaronder seksueel misbruik. U kunt helpen voorkomen dat het uw kind overkomt. Leer uw kind De Ondergoedregel.

Nadere informatie

5.4 Praten met ouders

5.4 Praten met ouders seksualiteit. Bespreek daarom ook eens met je Turkse of Marokkaanse collega s welke waarden jullie samen belangrijk vinden in de seksuele ontwikkeling. Verschillende meningen zijn geen probleem, zolang

Nadere informatie

mei 2015 Beleid seksualiteit binnen SKSG

mei 2015 Beleid seksualiteit binnen SKSG mei 2015 Beleid seksualiteit binnen SKSG Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Hoe verloopt de seksuele ontwikkeling?... 3 3. Visie SKSG over omgaan met seksualiteit... 4 3.1. Omgeving... 5 3.2. Pedagogisch klimaat...

Nadere informatie

HULP BIJ OPVOEDING BEHANDELING BEGELEIDING OBSERVATIE DIAGNOSTIEK. kinderen

HULP BIJ OPVOEDING BEHANDELING BEGELEIDING OBSERVATIE DIAGNOSTIEK. kinderen HULP BIJ OPVOEDING BEHANDELING BEGELEIDING OBSERVATIE DIAGNOSTIEK kinderen Soms heeft een gezin extra begeleiding nodig. Bijvoorbeeld als uw kind een achterstand in de ontwikkeling of een verstandelijke,

Nadere informatie

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1 30 Veiligheid en welbevinden Kees (8) en Lennart (7) zitten in de klimboom. Kees geeft Lennart een speels duwtje en Lennart geeft een duwtje terug. Ze lachen allebei. Maar toch kijkt Lennart even om naar

Nadere informatie

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking

Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Herkennen van en omgaan met mensen met een lichte verstandelijke beperking Doelgroep s Heeren Loo, Almere: Alle leeftijden: kinderen, jongeren & volwassenen (0 100 jaar) Alle niveaus van verstandelijke

Nadere informatie

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Wat is Jeugdbescherming? Jeugdbescherming heette vroeger Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Wij dragen bij aan de bescherming van kinderen en daardoor

Nadere informatie

Vaktherapie en groepstrainingen bij De Hoenderloo Groep

Vaktherapie en groepstrainingen bij De Hoenderloo Groep Vaktherapie en groepstrainingen bij De Hoenderloo Groep Therapie en training, iets voor jou? Als je bij De Hoenderloo Groep komt wonen, heb je vaak al veel meegemaakt in je leven. Het valt niet altijd

Nadere informatie

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen.

Groep 1, 2 Thema 1 De groep? Dat zijn wij! 1. Hallo, hier ben ik! Samen plezier maken en elkaar beter leren kennen. Groep 1, 2 1. Hallo, hier ben ik! 2. Prettig kennis te maken Kinderen leren elkaar beter kennen en ontdekken verschillen en overeenkomsten. 3. Samen in de klas Over elkaar helpen, geholpen worden en afspraken

Nadere informatie

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als 1 Temperament van het kind en (adoptie)ouderschap Sara Casalin Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als verlegen, blij, impulsief, zenuwachtig, druk, moeilijk, koppig,

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home Pedagogisch beleidsplan Kid@home Pedagogisch beleidsplan Inhoud: 1. Inleiding 2. Pedagogische visie 3. Verzorging 4. Emotionele veiligheid 5. Persoonlijke competenties 6. Sociale competenties 7. Normen

Nadere informatie

Doelstellingen van PAD

Doelstellingen van PAD Beste ouders, We kozen er samen voor om voor onze school een aantal afspraken te maken rond weerbaarheid. Aan de hand van 5 pictogrammen willen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen

Nadere informatie

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014. presentatie symposium pleegzorg Seksualiteit en ASS Presentatie symposium pleegzorg 19 juni 2014 programma Opfrissen van informatie over ASS (heel kort het spectrum toelichten). ASS en seksualiteit belichten. Seksuele en relationele

Nadere informatie

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan

Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt. Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Praten helpt Verslavingspreventie Mondriaan Wat vertel ik mijn kind als ik opgenomen word? Alle ouders hebben het beste voor met hun kinderen. Ouders vragen

Nadere informatie

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen

Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen Tussendoelen sociaal - emotionele ontwikkeling - Relatie met andere kinderen 1. Kijkt veel naar andere kinderen. 1. Kan speelgoed met andere kinderen 1. Zoekt contact met andere kinderen 1. Kan een emotionele

Nadere informatie

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS

Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Vorming AUTISMESPECTRUM- STOORNIS Bart Lenaerts Jorinde Dewaelheyns 6 december 2010 Wat mag je verwachten? Wat is autisme? Het stellen van de diagnose Wie? Hoe? Triade van stoornissen Autisme = anders

Nadere informatie

LEZINGEN EN WORKSHOPS OPVOEDEN

LEZINGEN EN WORKSHOPS OPVOEDEN LEZINGEN EN WORKSHOPS OPVOEDEN GGD Kennemerland geeft diverse bijeenkomsten voor ouders. Over opvoeding, gezondheid en gedrag bij kinderen. Deze bijeenkomsten kunnen als school, peuterspeelzaal of kinderdagverblijf

Nadere informatie

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport

Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?

Nadere informatie

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje.

Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. 1-1. HET PROBLEEM Pesten en plagen worden vaak door elkaar gehaald! Het probleem is dat pesten soms wordt afgedaan als plagerij of als een onschuldig spelletje. Als je gepest bent, heb je ervaren dat pesten

Nadere informatie

Zorgboekje. Kindgegevens

Zorgboekje. Kindgegevens Zorgboekje De pedagogisch medewerker vult dit boekje behorende bij het overdrachtdocument peuter kleuter in als er een zorgbehoefte bij het kind is gesignaleerd. Zij/ hij vult in wat van toepassing is

Nadere informatie

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp Ons Team Ons team is zeer divers. We bestaan uit het secretariaat, psychologen, maatschappelijk werkers, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, cognitief gedragstherapeutisch werkers, ervaringsdeskundigen,

Nadere informatie

&Ons Tweede Thuis VOLWASSENEN

&Ons Tweede Thuis VOLWASSENEN &Ons Tweede Thuis VOLWASSENEN & & VOLWASSENEN Ondersteuning voor mensen met een beperking Heb je een beperking of heeft je zoon of dochter een beperking? Dan is wat ondersteuning soms erg welkom. Ons Tweede

Nadere informatie