PEDAGOGISCH WERKPLAN VSO/BSO DE BIJENKORFKANJERS. Gregoriuslaan 46A 4128 SZ Lexmond Registratienummer: Aantal kindplaatsen: 50

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PEDAGOGISCH WERKPLAN VSO/BSO DE BIJENKORFKANJERS. Gregoriuslaan 46A 4128 SZ Lexmond Registratienummer: Aantal kindplaatsen: 50"

Transcriptie

1 PEDAGOGISCH WERKPLAN VSO/BSO DE BIJENKORFKANJERS Gregoriuslaan 46A 4128 SZ Lexmond Registratienummer: Aantal kindplaatsen: 50 SKCN 2019

2 Inhoudsopgave 1. Pedagogische basisdoelen 1.1 Het bieden van fysieke en emotionele veiligheid in een veilige en gezonde omgeving 1.1.a Wennen 1.1.b Mentorschappen 1.1.c Brengen & halen bij school 1.1.d Dagindeling per basisgroep 1.1.e Opendeuren-beleid 1.1.f Vakantieopvang 1.2 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie 1.2.a Het spel, activiteiten & thema s 1.2.b Spelbegeleiding 1.2.c Lichamelijkheid, seksualiteit en intimiteit 1.2.d Mediaopvoeding/TV en computer 1.2.e Begeleiden naar zelfstandigheid 1.3 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie 1.3.a Kanjermethodiek 1.4 Het overdragen van normen en waarden 1.4.a Feesten 1.4.b Welkom & Afscheid 1.4.c Huisregels & afspraken 2. De locatie en de groep 2.1 Indeling van de ruimte en de basisgroepen 2.1.a Binnenruimte 2.1.b Buitenruimte 2.2 Achterwacht 2.3 Samenwerking met derden 3. Ouderbetrokkenheid en ouderactiviteiten 3.1 Dagelijkse overdracht 3.2 Telefonisch contact 3.3 Ouderactiviteit 3.4 Nieuwsbrieven 3.5 Regels en afspraken 3.6 Haal-brengservice 3.7 Klasbord 1

3 Voorwoord Voor u ligt het pedagogisch werkplan van Voorschoolse opvang (VSO) en Buitenschoolse opvang (BSO) de Bijenkorfkanjers Het pedagogisch werkplan is gebaseerd op het pedagogisch beleid van SKCN. In het pedagogisch werkplan staat beschreven hoe het pedagogisch beleid in de dagelijkse praktijk wordt uitgevoerd. Beschreven staan werkafspraken, richtlijnen met betrekking tot het pedagogisch handelen in de praktijk en afspraken ten aanzien van borging en bijstelling van het pedagogisch werkplan. Het veiligheid- en gezondheidsbeleidsplan staat naast het pedagogisch beleidsplan. Daarin beschrijven en borgen we hoe we een veilige en gezonde werk-, speel- en leefomgeving aanbieden, waarbij kinderen beschermd worden tegen risico s met ernstige gevolgen en leren omgaan met kleine risico s. 2

4 1 Pedagogische basisdoelen Zoals al in het algemeen pedagogisch beleid beschreven staat werken we aan vier pedagogische basisdoelen die geformuleerd zijn door Marianne Risken-Walraven. Deze zijn: 1. Het bieden van emotionele veiligheid in een veilige en gezonde omgeving. 2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie. 3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie. 4. Het overdragen van normen en waarden. 1.1 Het bieden van fysieke en emotionele veiligheid in een veilige en gezonde omgeving 1.1.a Wennen De stappen die de verschillende medewerkers van de SKCN volgen, vanaf het moment dat ouders interesse tonen in buitenschoolse opvang tot het moment van plaatsing van het kind, staan beschreven in ons kwaliteitshandboek. De wenperiode van nieuwe kinderen start met een intakegesprek met de mentor. Het intakegesprek is de eerste kennismaking tussen ouders, kind en de pedagogisch medewerker/mentor. Er is ruimte om wederzijds vragen te stellen en er worden afspraken gemaakt rondom de begeleiding van het kind, ophalen van school, zo nodig taxivervoer, groepsregels, samenwerking met school e.d. Ouders ontvangen een intakepakket, met huisregels, protocollen en formulieren. Ouders kunnen de intakemap thuis doorlezen en de formulieren ondertekend retour meenemen bij de eerste keer wennen. Elk kind dat geplaatst wordt krijgt de mogelijkheid om twee middagen te wennen, tijdens het intake gesprek worden deze afspraken gemaakt. Wanneer het kind vanuit een kinderdagverblijf of peuterspeelgroep van de SKCN doorstroomt naar de BSO, nemen de pedagogisch medewerkers/mentors van beide groepen contact met elkaar op voor een overdracht. Het kind dossier en de observatielijsten vanuit het programma KIJK worden overgedragen, wanneer het kind officieel overgaat naar de VSO/BSO. 1.1.b Mentorschappen Elk kind heeft een mentor. De mentorschappen worden inzichtelijk gemaakt op de groep en staan geregistreerd in het kindplannings-systeem Rosa. In de hal hangen vlaggetjes met daarop de namen van de kinderen. Daarbij hangt ook de mentor van het kind. Bij nieuwe kinderen wordt er uitleg gegeven over het mentorschap, wie hun mentor is en hoe ze dat kunnen zien. Ieder kind en iedere ouder kent de mentor, zoals beschreven staat in het pedagogisch beleidsplan. De mentor is verantwoordelijk om het kind volgsysteem KIJK in te vullen en 1 x per jaar door te nemen met de ouders en evt. het kind. 1.1.c Brengen & ophalen bij school De VSO/BSO is gelegen in de brede school waar beide scholen het Kompas en Prinses Wilhelminaschool (PWS) in gevestigd zijn. Ook de kinderen uit Hei -en Boeicop zijn welkom in Lexmond. 3

5 VSO De kinderen worden door de ouder(s) tijdens schoolweken naar de VSO gebracht. Tijdens schoolweken worden de kinderen van de VSO naar school gebracht door een pedagogisch medewerker. Kinderen die naar school Het Kompas gaan van groep 1 en 2 worden om 8.25 uur in de klas gebracht. De overige kinderen worden overgedragen aan de pleinwacht. De kinderen van de PWS school worden allemaal in de klas gebracht. Tijdens schoolweken is de VSO geopend vanaf 7.00 uur op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag. BSO Tijdens schoolweken worden de kinderen van de basisscholen Het Kompas en PWS, na schooltijd opgehaald door de pedagogisch medewerkers. Momenteel zitten er geen kinderen uit Hei & Boeicop op de BSO. Kinderen van groep 1 en 2 worden in de klas bij school PWS opgehaald om uur. De oudere kinderen van de PWS komen zelf naar de BSO. Hier mogen de kinderen naar buiten of in het lokaal spelen. Zodra de hal rustig is gaat ieder naar zijn eigen basisgroep om gezamenlijk aan tafel te gaan. De kinderen van groep 1 en 2 school het Kompas worden om uur opgehaald in de klas. De oudere kinderen komen zelf naar de BSO toe. SKCN volgt wetgeving voor de kinderopvang, waarin staat aangegeven hoeveel kinderen van een bepaalde leeftijdsgroep per pedagogisch medewerker mogen worden opgevangen. De begeleider beroepskracht- kind ratio (BKR) en de 3 uursregeling tijdens hele dagen opvang en tijdens schoolweken staat beschreven in het pedagogisch beleidsplan. Bij de BSO kan er een half uur per dag, tijdens schooldagen, afgeweken worden van de BKR. Dit half uur wordt geregistreerd op de presentielijst. Wanneer tijdens dit half uur een pedagogisch medewerker, tijdelijk, alleen op de groep (met meer kinderen dan de BKR-norm) blijft, dan zijn er in het pand pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijf de Grobbevogels aanwezig die kunnen worden ingezet als achterwacht. De pedagogisch medewerker houdt contact met de achterwacht. Bij BSO Bijenkorfkanjers brengen wij momenteel geen kinderen naar een sportclub. Wel worden de kinderen elke dag gehaald bij school het Kompas. De scholen in Lexmond zijn door middel van een toegangsdeur verbonden. Tijden waarop we maximaal een half uur, van de BKR-norm afwijken; maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag d Dagindeling per basisgroep A. Schoolweken VSO vanaf ca 7.00 uur Binnenkomst Drinken/eventueel ontbijt Vrij spel, verzorging of een activiteit 8.15 Brengen naar school Korte middag vanaf ca /15.15 uur Binnenkomst Drinken/ fruit en groente Vrij spel of een activiteit 17:00 uur Drinken in de eigen basisgroep Ophalen Vrij spel 4

6 Lange middag vanaf 12:00 uur Binnenkomst Brood en melk Vrij spel ± 14:30 uur Evt. binnenkomst van kinderen die later uit zijn Drinken/Fruit en groente Vrij spel of een activiteit 17:00 uur Drinken in de eigen basisgroep Ophalen Vrij spel B. Vakanties en vrije dagen 7:00 uur Kinderen met een VSO-contract kunnen komen 8:00-10:00 uur BSO kinderen kunnen komen Vrij spel 10:00 uur Drinken en een gezond tussendoortje Vrij spel of een activiteit 12:00 uur Brood of andere gezonde lunch en melk Vrij spel of een activiteit 15:00 uur Drinken/Fruit en groente Vrij spel of een activiteit 17:00 uur Drinken in de eigen basisgroep Vrij spel en naar huis Elk kind wordt bij binnenkomst begroet en welkom geheten. De kinderen mogen vrij spelen en eventueel alvast water drinken. Wanneer alle kinderen binnen zijn gaan de kinderen naar de eigen basisgroep en wordt er gezamenlijk gegeten aan tafel, conform het voedingsbeleid en het traktatiebeleid. Op de lange middagen is er een gezamenlijke broodmaaltijd als lunch conform het voedingsbeleid. Tijdens de vakantieopvang wordt er bij de lunch vaak iets speciaals gedaan, bv broodje gezond, gebakken ei (maximaal één maal per week iets minder gezond). Soms koken de kinderen zelf of is de maaltijd aangepast aan het thema. Het eetmoment is geschikt om te luisteren naar de verhalen/inbreng van de kinderen (we luisteren naar elkaar!). Het thema en diverse activiteitenmogelijkheden worden besproken. Het is een belangrijk groepsmoment. De eet- en drinkmomenten duren niet te lang en de kinderen helpen bij het afruimen en opruimen. Ieder kind brengt zijn eigen bord en beker naar het aanrecht. De pedagogisch medewerker verdeelt hierin de taken. Voor en na het eten is een moment dat kinderen naar de WC gaan. Tussendoor zijn de kinderen natuurlijk steeds in de gelegenheid naar het toilet te gaan. Het is de bedoeling dat kinderen steeds even melden als ze naar het toilet gaan, zodat de pedagogisch medewerker weet waar elk kind is. Na de toiletgang wassen kinderen de handen. SKCN heeft richtlijnen opgesteld ten aanzien van zindelijkheid. 1.1.e Opendeuren-beleid Na het eten en drinken mogen kinderen vrijspelen en/of deelnemen aan activiteiten in de basisgroep of in de hal. De pedagogisch medewerkers houden toezicht en bieden activiteiten aan. Ieder kind is vrij om deel te nemen aan een activiteit of zelf een keuze te maken in wat het wil gaan doen. Kinderen worden gestimuleerd om dagelijks buiten te spelen, ook buiten worden activiteiten aangeboden. De pedagogisch medewerkers houden buiten toezicht en spelen mee. Bij activiteiten in groepen groter dan 30 kinderen zorgen we ervoor dat er een vaste pedagogisch medewerker uit de basisgroep meegaat en dat er vertrouwde gezichten van leeftijdsgenootjes aanwezig zijn. 5

7 Rond uur bouwt de pedagogisch medewerker een rustig moment in. Kinderen krijgen nog iets te drinken in de basisgroep aangeboden. Er is tijd voor een (gezelschaps-) spel en een verhaal. De BSO is geopend tot uur. Bij het ophalen is er tijd voor een overdracht, een praatje en kunnen bijzonderheden worden gemeld. De pedagogisch medewerkers nemen duidelijk afscheid van de kinderen. Rond de klok van uur worden de groepen op maandag, dinsdag en donderdag samengevoegd. Met betrekking tot het halen en brengen zijn de volgende werkafspraken gemaakt: Kinderen duidelijk aanspreken bij hun naam en welkom heten of duidelijk afscheid nemen. Zorgen voor een goede overdracht aan de ouders. Gedag zeggen bij weggaan. Even zeggen als je ergens anders gaat spelen Vriendjes en vriendinnetjes mogen in overleg met de pedagogisch medewerkers, na schriftelijke toestemming van de ouders incidenteel mee naar de BSO f Vakantieopvang In de vakanties en op schoolvrije dagen zijn we de hele dag open vanaf 8.00 of VSO tijden. De kinderen worden door hun ouders gebracht. Op deze dagen wordt er door alle kinderen geluncht. In de vakantie wordt een uitdagend activiteitenprogramma aangeboden en staat een thema centraal. De BSO locaties (Torenkanjers, Purperkanjers en Bijenkorfkanjers) worden in de vakanties samengevoegd als het kind aantal op 3 dagen in de week onder de 11 is. De locatie sluit dan en de kinderen zijn welkom bij BSO Bijenkorfkanjers in Lexmond. Dit wordt vooraf doorgegeven aan ouders. Het streven is dat er een pedagogisch medewerker van de eigen locatie aanwezig is tijdens de vakantie opvang. Tevens bestaat de mogelijk voor het kind en ouder om kennis te maken met de locatie in Lexmond Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie 1.2.a Het spel, activiteiten & thema s De pedagogisch medewerkers bieden de kinderen een uitdagende speel- en leeromgeving aan, door activiteiten en te werken met thema s in de vakantie. Per basisgroep wordt er dagelijks een activiteit aangeboden. Iedere week komen drie van de onderstaande pijlers aanbod. Sport, beweging, spel Expressie / drama / muziek Kunst, cultuur en knutselen ( musea bezoeken) Koken, voeding & tuinieren Natuur, techniek en wetenschap Maatschappelijke oriëntatie, bv bezoek aan verzorgingstehuis. Vakantiethema s In iedere vakantie wordt er een thema gekozen, samen met de kinderen. Het lokaal wordt aangekleed in het thema. Dit kan samen met de kinderen worden opgebouwd en mogelijk ook worden afgebouwd. Met deze rijke speel-leeromgeving krijgen kinderen de gelegenheid om hun persoonlijke competenties te ontwikkelen. 6

8 De pedagogisch medewerkers maken een (vakantie) planning in afstemming met de kinderen, activiteitencoördinator, combi-functionarissen vanuit gemeente en ouders. Het activiteitenschema wordt hiervoor gebruikt. Activiteitencoördinator De activiteitencoördinator maakt een kwartaalplanning met workshops in samenwerking met combifunctionarissen vanuit gemeente en met school vanuit het naschools aanbod. De activiteitencoördinator organiseert zelf ook workshops en uitstapjes in samenwerking met de locaties. Naschools aanbod Soms biedt de school of de gemeente (combi-functionarissen) een naschools aanbod aan waar ouders hun kinderen voor in kunnen schrijven, ook tijdens BSO-tijd. Ouders zijn verantwoordelijk voor het kind tijdens de deelname aan het naschools aanbod. De BSO kan in overleg met ouders achterwacht zijn of begeleiding bieden van, naar of tijdens het aanbod, wanneer de BKR-norm het toelaat. Halen en brengen buiten de tijden van de 3-uursregeling, is een extra service en kan alleen wanneer de BKR-norm klopt of wanneer het valt binnen de afgesproken tijd. ( Uitstapjes De BSO maakt geregeld uitstapjes. Dit kan zijn naar de sport/voetbalvelden, schaatsen in Utrecht, zomers naar een pretpark, speeltuin e.d. De richtlijnen voor een activiteit buiten de BSO zijn beschreven in het protocol uitstapjes. 1.2.b Spelbegeleiding Het spelmateriaal dat op de buitenschoolse opvang aanwezig is, stimuleert het kind tot spel en past bij de ontwikkeling. Het spel van kleuters bestaat vooral uit motorisch spel, rollenspel en fantasiespel en het doen van creatieve activiteiten zoals knippen, plakken, kleien, verven, tekenen en kleuren. Het denken maakt in de kleuterleeftijd een grote ontwikkelingssprong. Behalve het begrip van het concreet waarneembare in het hier en nu, ontwikkelt het kind de mogelijkheid om ook steeds meer in abstracte begrippen te denken. Vanaf vijf jaar vermindert het egocentrisch denken en kan een kind zich steeds beter in een ander verplaatsen. In het rollenspel wordt deze vaardigheid geoefend. Vanaf een jaar of 8 wordt het functioneren binnen de groep leeftijdsgenoten steeds belangrijker en worden meer volwassen vaardigheden geoefend. Competitie gaat onder basisschoolkinderen een steeds grotere rol spelen. Fantasiespel Met fantasiemateriaal kan een kind het dagelijks leven nabootsen of zijn verbeelding uitspelen. Hierdoor krijgt het kind grip op de wereld om zich heen. Verschillende rollen kunnen worden geoefend en gevoelens krijgen een plaatsje. Tijdens dit spel kan het kind alleen en samen spelen. Door middel van het fantasiespel en rollenspel worden eigenlijk alle ontwikkelingsgebieden gestimuleerd. Kinderen in de kleuterleeftijd spelen graag rollenspel met elkaar. Op de BSO is o.a. een poppenhoek, bouwboek, er zijn verkleedkleren, er zijn autootjes en speelgoedgereedschap. Er zijn geen speelgoedwapens, maar kinderen krijgen wel de gelegenheid deze zelf te maken van constructiemateriaal, mits het spel plezierig voor ieder blijft. 7

9 Ragespeelgoed In de basisschoolleeftijd ontstaan er regelmatig rages, waarbij bepaalde activiteiten of bepaald spelmateriaal ineens favoriet is bij kinderen. Omdat de VSO/BSO zoveel mogelijk probeert aan te sluiten bij de interesse- en belevingswereld van de kinderen, wordt het spel- en activiteitenaanbod daarom zoveel mogelijk aangepast aan wat op dat moment populair is. Daarbij worden de eigen uitgangspunten van de SKCN niet uit het oog verloren. 1.2.c Lichamelijkheid, seksualiteit en intimiteit Het beleid rondom dit thema staat beschreven in het pedagogisch beleidsplan BSO. Het beleid passen we toe volgens de onderstaande afspraken. Omgangsregels en houding: Als kinderen nieuwsgierig worden naar hun eigen lichaam of dat van de andere kinderen gaan de pedagogisch medewerkers er zo normaal mogelijk mee om. Er worden hierbij wel grenzen gesteld. Dit om pedagogisch medewerkers en andere kinderen te beschermen tegen ongewenst gedrag/intimiteiten. Als een kind de pedagogisch medewerker aanraakt op intieme plekken, benoemen dat je dat niet fijn vindt Kinderen mogen doktertje spelen, broek/rok blijven aan Bij mooi weer hebben de kinderen een zwempak of zwembroek aan Zoentjes alleen op de wang Kinderen doen elkaar geen pijn en doen geen dingen onder dwang Er worden nette woorden gebruikt om de geslachtsdelen te benoemen. Bij jongetjes is het woord piemel en bij meisjes plassertje. Als de kinderen ouder zijn worden de woorden penis/piemel en vagina gebruikt. Als kinderen schelden of vieze woorden zeggen, benoemen het gevoel wat er achter zit en leren de kinderen hoe zij hiermee om kunnen gaan. Ook de pedagogisch medewerkers letten op hun taalgebruik. Er gebeuren geen gevaarlijke dingen Op de BSO is de omgeving zo ingericht dat er ruimte is voor privacy door het gebruik van speelhoeken die voor een deel afgeschermd zijn (bijv. door gebruik te maken van een halfhoog kastje dwars in de ruimte te zetten) Er zijn op de BSO computerspellen die passen bij de leeftijd van het kind en waar geen seks en geweld in voor komt. Kinderen mogen gebruik maken van het internet. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van een surfsleutel. 1.2.d Mediaopvoeding: TV, computer en tablet Onder kinderen is TV kijken en het doen van computerspelletjes erg populair. De SKCN heeft in haar beleid richtlijnen opgenomen hoe om te gaan met TV en computer/(eigen) tablet. De BSO kinderen mogen maximaal 20 minuten een computerspel doen. Er zijn op de BSO computerspellen die passen bij de leeftijd van het kind en waar geen seks en geweld in voor komt. Maximaal twee kinderen mogen meekijken. Kinderen onder de 8 jaar kunnen geen gebruik maken van het internet. De kinderen van 8 jaar en ouder mogen onder toezicht van een pedagogisch medewerker iets op zoeken voor een werkstuk, een spreekbeurt of zoiets dergelijks. Tijdens de schoolweken wordt er af en toe televisie gekeken, bijvoorbeeld als het vies weer is. Het gaat dan altijd om een kort moment van ongeveer een kwartier à 20 minuten. Op alle BSO locaties is er de mogelijkheid voor video en DVD. Tijdens de vakanties wordt er s middags na de lunch een 8

10 langere film gekeken. Mede om een rustmoment in de dag te creëren. Deze films zijn altijd zonder seks en geweld en geschikt voor de leeftijd van de aanwezige kinderen. Wat betreft de aanschaf van computerspellen, en de keuze voor televisieprogramma s en films hebben de kinderen inspraak, mits zij voldoen aan bovengenoemde criteria. 1.2.e Begeleiden naar zelfstandigheid Vanaf ongeveer 8/9 jaar worden kinderen zelfstandiger. Kinderen willen graag zonder toezicht buiten kunnen spelen, ze willen eens alleen naar de bibliotheek of een boodschap doen, met een groepje naar het sportveld gaan. Op deze manier kunnen kinderen zoveel mogelijk hun vrije tijd naar eigen wens invullen. Ieder jaar bespreken de mentoren met ouders en hun kind(eren) de afspraken maken over autonomie en zelfstandigheid, welke vervolgens worden vastgelegd in de zelfstandigheidsverklaring en worden bewaard in de map kindgegevens. Er worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld, aan afgesproken tijden houden, bepaalde routes volgen om ergens te komen (zodat wij ze in geval van nood tegemoet kunnen komen), het spelen bij vriendjes en bereikbaarheid, zelfstandig naar huis gaan na een telefoontje van de ouders, etc. De mentor bespreekt de verklaring met ouders en kinderen door en we vinden het wenselijk dat beiden de verklaring ondertekenen, zodat ook het kind zich bewust is van de gemaakte afspraken. 1.3 Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie 1.3.a Kanjermethodiek Binnen de BSO maken wij gebruik van aspecten uit de Kanjermethode. In deze methode staat het wederzijds respect voorop. Het kind heeft respect voor de ander en voor het andere, zoals beschreven in het pedagogisch beleidsplan. Regelmatig wordt de methodiek besproken met de kinderen. Er worden diverse kanjerspelletjes en activiteiten aangeboden. Op iedere BSO hangen drie posters, welke visueel maken hoe we met de kanjermethodiek werken. Bij gesprekken met kinderen worden de posters gebruikt om de methodiek te visualiseren en te concretiseren. We vragen de kinderen in individuele gesprekjes of in de groep naar hun bedoeling en maken afspraken, lukt dit niet, dan worden ouders betrokken bij de afspraken, middels de oepsbrief. De eerst week na de kerstvakantie en eerste week na de zomervakantie wordt er op de groepen aandacht besteed aan de kanjermethodiek. De huisregels worden uitgelegd, (ondertekend) en herhaald. 1.4 Het overdragen van normen en waarden 1.4.a Feesten Ook op het buitenschoolse opvang wordt aandacht besteed aan de feestdagen met bijbehorende rituelen en versieringen. We vieren Sinterklaas en Kerst en vieren de verjaardagen. Wanneer een kind jarig is staat het kind even in het middelpunt van de belangstelling, worden er verjaardagsliedjes gezongen en mag de jarige een traktatie uitdelen. Daarnaast streven we jaarlijks naar een gezellig samenzijn met kinderen, ouders en pedagogisch medewerkers. 1.4.b Welkom & Afscheid Wanneer een kind van de VSO/BSO opvang afgaat, wordt een afscheidsfeestje gevierd. Ook hier wordt duidelijk aandacht aan besteed. Kinderen die afscheid nemen krijgen een herinneringscadeautje van de SKCN mee naar huis als aandenken aan de VSO/BSO. 9

11 1.4.c Huisregels & afspraken Regels zijn belangrijk om het gedrag binnen de groep te reguleren. De jongste kinderen kunnen nog moeilijk rekening met elkaar houden of de gevolgen van hun gedrag overzien. Door regelmatig te herhalen wat er van een kind wordt verwacht en aandacht te geven aan wat goed gaat, zal dit echter steeds gemakkelijker worden. Ook oudere kinderen vergeten in het vuur van hun spel soms aan welke regels ze zich moeten houden of proberen de grenzen van wat wel en niet geoorloofd is wat te verleggen. Huisregels voor kinderen Aankomst Rustig naar binnen gaan Lopen in de gang, rennen doen we buiten Schoenen mogen uit, opruimen in de hal Jas en tas aan de kapstok in de luizenzak Het omgaan met elkaar We vertrouwen elkaar We helpen elkaar Niemand speelt de baas Niemand lacht uit Niemand blijft zielig Niemand doet elkaar opzettelijk pijn of verdriet We hebben goede bedoelingen We storen elkaar niet We luisteren naar elkaar Conflictsituaties Je probeert eerst zelf de ruzie op te lossen en zegt ik vind het niet leuk, dat. Je vraagt hulp aan een vriend of vriendin Je biedt hulp aan bij een conflict bij een ander Je vraagt hulp aan de pedagogisch medewerker We bespreken problemen met elkaar We zoeken samen oplossingen en maken afspraken met elkaar Heb je de regels overtreden, dan krijg je een waarschuwing. Samen met de pedagogisch medewerker vul je de oeps brief in. Deze bespreek je met je ouders en neem je weer mee naar de VSO/BSO Regels bij het spelen binnen Het speelgoed opruimen voordat je met iets anders gaat spelen of naar huis gaat. Wanneer je eigen speelgoed meeneemt naar de BSO, ben je daar zelf verantwoordelijk voor Gebruik speelgoed en materiaal waarvoor het bedoeld is en ga er zorgvuldig mee om Regels voor Tv kijken en computeren Speelgoed blijft in de speelhoek Skates, rolschaatsen, steppen, fietsen, e.d. doen we buiten Voetballen doen we buiten 10

12 Regels bij het spelen buiten Buiten rekening houden met andere kinderen wanneer je aan het spelen bent Ben je 9 jaar en vinden je ouders het goed (na toestemming verklaring van ouders) dan mag je zelfstandig gaan spelen bij een vriendje of vriendinnetje, naar activiteiten gaan en/of spelen buiten het terrein van de BSO Binnen de omheining blijven. Wanneer er geen pedagogisch medewerker buiten is, worden er afspraken gemaakt waar er gespeeld mag worden. Alleen klimmen in daarvoor bestemde speeltoestellen In de wintermaanden als het donker wordt, mag er op het achterplein gespeeld worden, mits er een pedagogische medewerker buiten is. Plein moet voorzien zijn van licht. Tijdens het lopen naar of van school /voetbalvelden zijn de volgende regels afgesproken We lopen rustig Je blijft bij de pedagogisch medewerker lopen Je steekt de straat pas over als je daar toestemming voor hebt gekregen en zelf goed gekeken hebt Eten en drinken Voor het eten en drinken, plassen en handen wassen met zeep Wachten met eten tot iedereen zijn boterham of beschuit heeft gesmeerd Op de eerste boterham wordt iets hartigs gegeten, bij beschuit mag gelijk zoet Je mag bij het brood eten vijf boterhammen, bij het beschuit eten drie Geen speelgoed aan tafel tijdens het eten Wanneer je knoeit, mag je dit zelf opruimen. De pedagogisch medewerker begeleidt je eventueel daarbij Iedereen helpt met opruimen van de tafel Tijdens het eten zitten we aan tafel, ook bij bijv. fruit wat wordt uitgedeeld Eigen beker, bord en mes opruimen Je mag van tafel als iedereen aan je tafel klaar is met eten en drinken, na toestemming van de pedagogisch medewerker Naar de wc gaan Als je naar de wc gaat meld je dit aan de pedagogisch medewerker. Zo weet de pedagogisch medewerker waar je bent Je gaat om de beurt naar de wc Handen wassen met zeep De wc doortrekken. Wanneer je hulp nodig hebt, vraag je dit aan de pedagogisch medewerker Vertrek Eerst speelgoed opruimen waarmee je aan het spelen bent We nemen afscheid en zeggen elkaar gedag 11

13 2 De locatie van de groep Op maandag, dinsdag en donderdag zijn er meer dan tweeëntwintig kinderen dan zijn er twee basisgroepen, één basisgroep van 4 jaar tot 7 á 8 jaar een basisgroep van 7 jaar tot 13 jaar. Op vrijdag is er één verticale groep van 4 jaar tot 13 jaar. 2.1 De indeling van de ruimte en de basisgroepen Buitenschoolse opvang (voor- en buitenschoolse opvang) Bijenkorfkanjers is gevestigd in de brede school de Bijenkorf in Lexmond. Kinderen tussen de 4 en 13 jaar kunnen op de VSO/BSO terecht. Indeling groepen: Basisgroep jongere groep Basisgroep oudere groep Verticale groep Leeftijden 4 t/m 7/8 jaar 6/7 jaar t/m 13 jaar 4 t/m 13 jaar *BKR 1 op 10 kinderen in de leeftijd van 4 t/m 6 jaar 1 op 11 kinderen in de leeftijd van 4 t/m 13 jaar 1 op 12 kinderen in de leeftijd van 7 t/m 13 jaar Afhankelijk van de leeftijden van de kinderen kan de maximale groepsgrootte per dag variëren van 20 kinderen tot maximaal 24 kinderen per groep. Op maandag, dinsdag en donderdag zijn er meer dan tweeëntwintig kinderen. Dan zijn er twee basisgroepen, één basisgroep van 4 jaar tot 7 á 8 jaar een groep van 6 á 7 jaar tot 13 jaar. Dit is afhankelijk van de leeftijden van de kinderen per dag. Op woensdag is er één verticale groep van 4 jaar tot 13 jaar. De jongere kinderen hebben een eigenruimte die s morgens gebruikt wordt voor peuteropvang. De oudste groep start gezamenlijk in de ingerichte hal. Tijdens de VSO en op woensdag worden de kinderen opgevangen in de basisgroep van de jongere kinderen. De kinderen worden om 7.00 uur/7.30 uur gebracht en worden door een vaste pedagogisch medewerker naar school gebracht Incidenteel worden kinderen op een tweede basisgroep geplaatst. Ouders worden daar vooraf over geïnformeerd en geven vooraf toestemming. 2.1.a Binnenruimte De aankleding van de groepsruimte is uitnodigend, rustig en vrolijk van kleur en veilig en functioneel ingericht. De ruimte biedt de kinderen mogelijkheid tot vrij spel of het doen van een gezamenlijke activiteit aan tafel. Op de groep staat een podium met krukken, waaraan pedagogisch medewerkers en kinderen kunnen zitten om een activiteit te doen. Er staat een open kast met speelgoed, zodat kinderen het zelf kunnen pakken. De kinderen mogen ook spelletjes en knutselmateriaal pakken uit de BSO kast in de hal. Buitenschoolse opvang Bijenkorfkanjers heeft naast een eigenruimte een groepsruimte gedeeld met school. De inrichting van de groepsruimtes is afgestemd op de diverse leeftijden van de kinderen. In de groepsruimte zijn er verschillende hoeken waar kinderen zich kunnen terugtrekken voor spel. Er is ruimte om met o.a. een poppenhuis, verkleedkleren en poppen te spelen. Er is een hoek waar gespeeld kan worden met voertuigen en bouwmateriaal. 12

14 In lokaal 9a zijn minder hoeken aanwezig. Hierin staan tafels en er is spelmateriaal aanwezig voor gezelschapsspelletjes, er is knutselmateriaal, er is constructiemateriaal zoals K nex en fantasiemateriaal. In de ingerichte hal worden de oudste kinderen opgevangen. De groepen zijn uitnodigend, veilig en functioneel ingericht. Met name buiten en in de gymzaal is er volop gelegenheid voor motorisch spel. In een aparte ruimte bij het kinderdagverblijf is de keuken. In de gang hangen (beschermd) jashaken. De WC ruimtes van de jongere basisgroep zijn grenzend aan de basisgroep. 2.1.b Buitenruimte BSO Bijenkorfkanjers maakt gebruik van de buitenspeelruimte van de PWS. Deze buitenspeelruimte is direct overzichtelijk vanuit de groepsruimte 9A. De pleinen zijn tijdens de BSO tijden afgesloten en niet toegankelijk voor kinderen anders dan van de BSO. Het schoolplein is ingericht met verschillende speeltoestellen, en afgestemd op de leeftijden van de kinderen. De speeltoestellen worden jaarlijks gecontroleerd op veiligheid door een gecertificeerd bedrijf in opdracht van de basisschool. Het logboek wordt bewaard in het kwaliteitshandboek veiligheid en gezondheid. Er is ruim voldoende buitenmateriaal zoals fietsen, skelters, ballen en springtouwen. Ook is er ruim de gelegenheid om te rennen, te fietsen, met skelters te rijden, met de bal te spelen of andere activiteiten te doen. Op het eigen buitenplein mogen kinderen vanaf 4 jaar buitenspelen. Bij voorkeur speelt een pedagogisch medewerker samen met de kinderen buiten. Mocht dit niet gaan, dan mogen de kinderen zelfstandig op het plein spelen en houden de medewerkers toezicht. Ouders geven daarvoor toestemming d.m.v. de zelfstandigheidsverklaring. Vanaf 9 jaar kunnen ouders en kinderen een zelfstandigheidverklaring ondertekenen, waarbij ouders toestemming geven om zelfstandig (zonder direct toezicht van de pedagogisch medewerker) buiten het schoolplein te gaan. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het zelfstandig naar een activiteit gaan, het spelen bij een vriendje of vriendinnetje, het doen van een boodschap, het spelen op het plein van school het Kompas of het spelen in een speeltuintje in de buurt. Op deze manier kunnen kinderen zoveel mogelijk hun vrije tijd naar eigen wens invullen. 2.2 Achterwacht Enkele medewerkers zijn opgeleid tot bedrijfshulpverlener. Minimaal twee keer per jaar oefenen de kinderen en pedagogisch medewerkers een ontruimingsoefening. Daarnaast wordt er regelmatig met de kinderen besproken wat ze moeten doen als er iets met de pedagogisch medewerker gebeurd. Mocht er onverhoopt een calamiteit ontstaan, dan worden als eerste de leerkrachten van school ingeschakeld en/of een pedagogisch medewerker van kinderdagverblijf de Grobbevogels. Als er geen leerkracht of pedagogische medewerker van kinderdagverblijf de Grobbevogels in het gebouw is nadat deze zich hebben aan- of afgemeld, is een collega uit Lexmond en Present (afdeling thuiszorg) te Ameide achterwacht. In ons protocol achterwacht zijn telefoonnummers en nadere informatie hierover opgenomen. 2.3 Samenwerking met derden Met de scholen zijn er verschillende initiatieven tot samenwerken. SKCN wil in de toekomst nog meer gaan samenwerken met haar partners van de beide scholen. BSO Bijenkorfkanjers maakt gebruik van de gymzaal van de PWS en het Kompas. paar voorbeelden, die oneindig uit te breiden zijn. De Beursvloer Zederik biedt een invulling aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, die verrassende contacten en samenwerkingsverbanden oplevert tussen bedrijven en organisaties. Het maatschappelijke veld en het bedrijfsleven werken samen aan een samenleving waar mensen elkaar weten te vinden. 13

15 3. Ouderbetrokkenheid en ouderactiviteiten Ouders zijn voor ons de belangrijkste partners in de opvang. Zij kennen hun kind het beste en kunnen ons veel informatie verschaffen over gedrag, voorkeuren, eetgedrag, enz. Ouders zijn welkom op de BSO om mee te praten, te denken en te doen. Op verschillende manieren vindt informatieoverdracht plaats tussen de pedagogisch medewerkers, management, de directie en de ouders. 3.1 Dagelijkse overdracht De individuele overdracht tussen ouders en pedagogisch medewerkers over het individuele kind verloopt mondeling tijdens haal- en brengmomenten. Wederzijds wordt informatie uitgewisseld. Wanneer er vragen zijn rondom de ontwikkeling of pedagogisch medewerker van het kind, dan signaleren pedagogisch medewerkers dit aan de ouders. 3.2 Telefonisch contact Uiteraard is het ook mogelijk om telefonisch contact op te nemen, zowel vanuit de ouder(s)/verzorger(s) naar de VSO/BSO als vice versa. 3.3 Ouderactiviteiten De BSO organiseert verschillende activiteiten voor kinderen en ouders. Zo worden er ouderavonden en workshops georganiseerd om u te betrekken bij de BSO en de ontwikkeling van uw kind. 3.4 Nieuwsbrieven Een aantal keer per jaar verschijnt een nieuwsbrief. Hierin zijn zaken die de gehele SKCN betreffen opgenomen en er staat altijd een bijdrage van de cliëntenraad in. 3.5 Regels en afspraken Alle regels en afspraken zijn ook in het intakepakket te vinden dat ouders krijgen bij het intakegesprek. 3.6 Haal- en brengservice De pedagogisch medewerkers bieden de service aan om kinderen naar hun sportclub te brengen of op te halen, wanneer de norm het toelaat. 3.7 Klasbord De BSO werkt met Klasbord, een sociaal media tool waarmee de pedagogisch medewerkers foto s van activiteiten kunnen delen, een tekstbericht kunnen versturen of bijvoorbeeld een oproep plaatsen. Klasbord is een veilige en afgesloten omgeving waar alleen de ouders en betrokkenen rondom een groep in kunnen. 14