I?*?-%y. snwgi;$vss~iening in gevaar kwam. Ds nwtuurllijke grondstoffen raakten uitgeput. toekomst in omvang af te nemen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "I?*?-%y. snwgi;$vss~iening in gevaar kwam. Ds nwtuurllijke grondstoffen raakten uitgeput. toekomst in omvang af te nemen."

Transcriptie

1 C, van Op- ~aek nsar m het ar- Fr~esland t~jd zonder ereld van ese, Lei- s en Inko- am bread- In C H A ~loyrnent", 1) pp 107- rjaar later. ltuatle van ME M. de de econo- ~dsrnarkt- Leeuwar- 30. Fris~an en, Fryske snt (huislies, Post- i snwgi;$vss~iening in gevaar kwam. Ds nwtuurllijke grondstoffen raakten uitgeput. In de jsren %O kmeg vooral Be veroude- ring van ds kvolking *el aandacht. Daarnrast disnde zich een nieuw probleern aan: door de spectaculaire daling van de geboortecijfers tot beneden vervmgingrniveau (in Nederland 2,l bind ;"" per vrouw) dreigt de bevolking in de toekomst in omvang af te nemen. Gibt es sin Bevo/kerungsproblem? Sicherlich, denn jede Generation ist mit dem Problem konfrontiert sich ihre Nachkornmen und off auch noch ihre Eftern PU ernahren. Dieses Problem existiert solange Menschen auf der Erde gelebt haben und leben werden. (Gunter Steinmann, 1984) Volgens de rneest recente bevolkingsprognose van het CBS zal het inwonertal van ons land enkele jaren na de eeuwwisseling langzaarn gaan dalen. In de periode wordt een rnaxirnale bevolkingsornvang voorzien van 15.5 tot 17,l miljoen mensen. Ook na het jaar 2000 zal de vergrijzing zich voortzetten. Over een halve eeuw zal bijna tsbn op de vier personen bejaard zijn. Na een aanvankelijke geringe stijging -als gevolg van de inhaal van uitgestelde geboorten onder oudere vouwen- zal in de tweede helft I van de jaren '90 het aantal geboorten weer gaan dalen. Als gevolg van deze ontwikkelingen zal na het jaar 2000 het aantal kinderen tot 15 jaar gaan afnernen. 8 De potentiele beroepsbevolking (15-64 jarigen) zal tot het jaar 2000 ndig slijgen. Er treedc echter bmnen deze groep ook een verosde* rina OD. Rond het iaar 2010 zal het-aahtal15-4 iboortqolf bereilrt dan de pensioengerechtigde leeftijd en verdwijnt uit de potentiele beroepsbevolking. Het toekomstperspectief lijkt er als volgt uitte zien: een teruglopende bevolking, waarin het santal jevgdigen afneemt en het aantal ouderen sterk stijgt. Dit is een perspectief dat bij velen grote bezorgdheid oproept. Sommigen gaan zelfs zo ver om van een demografische t~jdborn te spreken (Templeman, 1989). In deze visie zullen de demografische processen leiden tot politieke, economische en sociale ontwrichting. Problemen worden verwacht op de arbeidsmarkt en op het terrein van de sociale voorzieningen. De pensioenvoorzieningen worden onbetaalbaar en de kosten van de gezondheidszorg zullen, door het grote beroep dat de ouderen erop plachten te doen, astronornische vorrnen gaan aannemen. Oak, de economische groei zal stagneren, doordat* de vraag naar goederen en diensten.afd neernt.,---- w; De grootste angst is echter van psycholagis sche aard. Het idee van een kleiner-.wordend& 1 - bevolking wekt associaties op rnetwitsterven8 en decadentie. De vitaliteit~zou uit-:het&olm verdwijnen. Er treedt een verstarring sarnenleving, irnmers de ouderen zijn behou2 *. dend en weinig innovaqef.,of zaab~m Franse sociologe zich uitlietf '&& maatschappij zonder jongeren is~~een.tsteweetd&. *< maatschappij" + (Ternpleman, 1989):ii4 :?fvcdq I?*?-%y a :' kt% &%w#&q a Fatalisten, L - ~ -!,-:.6p&a LdpRIT Na sen tijd in de luwle te hebbeni~docirgep! bracht, hjkt het of het : weer OD de agenda van~~ournalis~nkvs.btew-' 2

2 scheppen om dit te vergemakkelijksn. Hkrbij rnoet volgens Verwey-Jonker worden arkend dat, het stichten van aen gezin niet am particuliere zaak is, maar dat kinderen maten worden beschouwd als een tnvesterinp In de pen whrt ab&&norg&g(majn&& toekomstige rnaatschappij. WI hrc v r ~ h e lbt?tr#ft d &hi$ b... Toteen dergehjke conclusie, welfswaar ven- 1-r. hndm -do ItmW -., uideen:.andese achterarcnd, bmb wk de ~~$ise..ontwikkelingse&noorn prof. Brand. regelm. ltlusrratld m #it verfsend zljn ~nk- voor het langtaam verdwijnen rijk, waar intensieve pro~talistischs inmn- Tn?~ ' -_.

3

4 dig te noemen. Op een slagvaardiger beleid wer& w n p Idrongen door de Interdeparternentale Cornmissievoor het Bevolkingsvraagstuk(ICB). Di? adviesorgaan pleit voor de totstandkoming van een voorwaardenscheppend beleid dat vrouwen en mannen betere mogelijkheden biedt om ouderschap, de keuze voor k~nderen. te combineren met andere levensopties, zoals bijvoorbeeld het werken bultenshuis. Dit pleidooi is overgenomen door alle grote politieke partijen. Zij hebben er bij de minister op aangedrongen serieus op een dekgelijk beleid te studeren. Vooralsnog kan het klimaat in Nederland echter gekarakteriseerd worden als impliciet antinatalistisch (Outshoorn, 1987). In vergelijking met andere landen zljn de fegemoetkomingen voor mensen met kinderan weinig riant (Leeuw, 1984). Niphuis- Nsll(11984) wijst erop dat het we1 eens zo zou kunnen zijn dat i(l Nederland van een gebrek aan emancipatiebeteid een antinatalistische hswding uitgaat. t ken worden dat de regering terughoudend opstelt ten opte verwachten demoqrafische ' qtwikkelingen. Er wordt geen aanlsding geakg:wooc het voeren van een pronatalistisch bbglolkingsbelejd. Gezien de geringe effectivig;p$a&~qn egmdergelijk beleid verwacht mag ~W6&&h~"ermeziende associaties die het bii Door de togname vm h%t 6udeen ze%lt oude mensen In de bevolking, ~ ~ men h t dat de kmten bran de in dro toekomst astronomische vormen zulfeln amnemen. Echter ook nu al, nu devergrijring nog maar langzaam toeneemt, stijgen de kosten explosief. Deze bijna wetmatige kostenstijging heeft veel te maken met structurelei kenmerken van de medische sector. & wetenschappelijke en technologische ontwrkkelingl van de geneeskunde Winde kracht. Ondenoekers zoeken pubticiteit en rw door een vraag near steeds weer nieunn? behandelingen op. Als nieuwe technische en behandelingsmogelijkheden er zijn wordt daar begrljpelijkerwijs een beroep op gedaan. De behoefte aan aezondheidszora wordt steeds groter naarmate de mogelgkhebe" zich verder ontwikkelen. Prof. Leenen (1990) wees er onlangs in De Volkskrant op dat de middelen nooit voldoende zullen zijn om aan alle behoeften tevoldoen. Dit zal zekergelden voor de toekomst wanneer als gevolg van de vergrijzing de behoeften zullen toenemen en de middelen wellicht zullen afnemen. Leenen, is dan ook van mening dat de middelen die er zijn eerlgk moeten worden verdeeld, maar dat odk.het leed eerlijk moet worden gespreld..dlt h'i%.tn dat er orlociteiten %moeten worden *ew~'d: Hierbij mp&,e$hter meer dan tot nu %%ieaaan woiiieij&(edacht op groepsni- &~B&iin'6iivoorb&tI momenteel de hart-

5 t&t& om am gelden pwan Qe men en benenl R die er war Qat'

6 aan het uitbreiden van de kinderopwng, instellen van en -&trekbar maken de kosten van kinderopvang. De M e voorzieningen zijn echter niet toereibnd als nret tegelijk een mentaliteitsvwandermg zal plaatsvinden. Het feit dat wrouwen ki~nderm hebben of kunnen krjgen markt wolgens sommrge werkgevers hen al bij vesrhat mlnder geschikt voor somrnige fotncties. En mannen die minder dan de gebruikelijke 40 of 38 uur willen werken om een deel van de zorg voor kinderen op zich te nemen, worden nag al te vaak beschouwd als halfzachte types die niet passen binnen de bedrijfscubtuur Zolang zulke zaken blijven bestaan, zullen mensen besluiten at te zien van het krijgen van een (volgend) kind. Arberd en ouderschap blijven dan conflicterende levensoptres. Een ander neveneffect ken eruit bestaan dat de zorg voor een steeds groeiende groep ouderen rn gevaar komt. Traditioneel wordt een belangrijkdeel van de informele zorgvoor ouderen verleend door verwanten. Vooral vrouwelijke verwanten die geen betaalde arbeid buitenshuisverrichten spelen hierbij een rol. Wanneer echter in de toekomst op deze vrouwen een beroep wordt gedaan om aan het (betaalde) arbeidsproces deel te nemen, kunnen er problemen ontstaan bij de dagelijkse ondersteuning van ouderen. Dit effect wordt versterkt door het feit dat de ouderen van de toekomst over een relatief germg aantal verwanten beschikken, die vanwege de toegenomen geografische mobiliteit vaak ook nog ver weg wonen. Het is mogelijk dat hierdoor in de toekomst een groter beroep zal worden gedaan op de professionele hulpverlening. Deze professionele zorg kan op zijn beurt ook in de moeilijkheden komen. Reeds nu is een afnemende belangstelling voor deze sector te constateren. Het werk is zwaar en wordt slecht betaald. Wat zal er in de toekomst gebeuren als door een krapte op de arbeidsmarkt het gevecht om de werknemer ontstaat? Het is de vraag of deze sector dan nog we1 in staat is om voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken. Dit gegeven vraagt om bezinning. Naast verbetering van de arbeidsomstandigheden in de zorgsector, zal er moeten worden nagedacht over andere oplossingen, Zo kan bijvoorbeeld de militaire dienstplicht worden vervangen door een sociale dienstplicht voor jongens en meisjes. De dienstplichtigen brengen dan % jaar door in een verpleeghuis of bij een organisatie voor buurthulp. Daarnaast zal aandacht moeten worden besteed aan het stimuleren van het opbouwen van sociale netwerken door ouderen. waardoor zii eem heel andere reden. zullen do ontwikb- 1 lingen anders beoordelen. 'Mmder Nederlanders' verklernt de druk op het milieu en de natuurlijke omgeving. Zeker, de verwachte afname van het aantall Nederlanders kan tot oroblemen leiden in ver- schillende sectoren $an het maatschapplijk leven. Voar dezeproblemen zijn verschillende oplossrngen mogelrjk. Afhankelijk van de definitie van het probleem heeft men voorkeur voor dernografische of andersoortrge oplossrngen. In dit artikel is ervoor gepleit om uiterst terughoudend te zijn met het beinvloeden van de geboortenontwrkkeling als middel om de negatieve gevolgen van vergrijzing op te vangen In de eerste plaats zijn er vraagtekens te stellen bij de effectiviteit van een dergelijk beleid. Daarnaast is het niet verstandig om een beleid op te bouwen dat gebaseerd is op doelstellingen die vele irrationele elementen in zich dragen. De traagheid waarmee de demografrsche processen gewoonlijk verlopen, maakt anticiperen op eventuele negatreve gevolgen mogelijk. De politiek, of het bestuur in het algemeen, is echter niet ingesteld op het aanvatten van lange termijn problematiek. Bezinning vindt we1 plaats, maar actie wordt uitgesteld. De geconstateerde traagheid biedt aldus argurpenten voor uitstel Actiezal echter nodig zijn. Creativiteit en denken in niet alledaagse termen is hierbij geboden trjdens het proces van aanpassing. Uit- eindelijk zal waarschijnlijk blijken dat het grootste probleem psychologisch was: het onvermogen om te geloven dat er ook met weinig Nederlanders t,e leven valt in ons land. Summary The Dutch populatcon issue undergoes a change. In the near future the Dutch population will slowly diminish. The number of elderly people however will increase. The foreseen decrease of the number of Dutchmen may lead to problems within different areas of social life. A number of different solutions are possible. Depending on the definrtion of the problem, one ijdschrift voor Huishoudkunde 11 (3) september-1990 I ' b

7 cht waraanta hun va u en dc t aanta 'invloe famum decnmrmh~c oc another blnd of solut~on mrs rrttcie is GpGa for an utlmest restrlctlon on the t~flmme d btnheomoll as a means to meet the ~egsrsle;arwtsof ageltvg. Rfst of allone rnayquestmm thm upt&t~~mws of such e pollcy bscdes it 15 mai to build a 1~1lbCy bmed on alms wh~ch m them$elww earry many mrratmnal elements The rnennr wzha wh~ch demograph~c processes usually pa$, enables us ta antlclpate on any negatwe ef- Feet% Thlo requires creatlvrty and th~nk~ng In nonda~lyterrno. Ewntually ~t w~ll probably show us that the man problem was a psycholog~cal one the ~nablfiy 80 beluew that we can also I I wtth ~ few Dwt~hram 11% our country Litwatuur Brand, bv, 1989 Te welnlg Nederlands. In Intermedwr 25, 31 maart CBS, Bevolk~ngsprognose van Nederland Henkens, C J.1 M en J J. S~egers, 1990 De arbe~dsmarktpos~t~e van oudsre rnannen en vrouwen In Nederland Nog ongepubl~ceerd rnanuscrlpr ICB, 1988 Adv~es van de lcb over het tweede rapport van het WPRB, get~teld "Aspecten van het bevolkmgsvraagstuk anno 1987" BBZ-514A Langeveld, H M, 1987 Bevolkmgsbele~d, obsessle voor demografen of pol~t~eke noodzaak) In Marnlx Knop (red) Het achtste laarboek voor het democrat~sch soc~al~sme Arbelders Pers Amsterdam, Leeuw, FL, 1984 Overhe~d, bevolkmgsgroel en kinderbqslag. In Beleid en maatschappij 11 (6) ~ ~ ~ h k AA - ~, 1984 e ~ De l, emanclpatle der seksen en geboortenbevorderend bevolk~ngsbele~d In Bevolktng en gem 18q2) Outshoorn, J, 1987 Vergrgzmg en pronatal~sme een femrn~st~sch 1ssue7 In Soc~al~st~sch-femln~st~sche teksten 10, Praag, Ph van, 1980 Speculat~ef draagvlak van bevolkmgspol~t~ek In Bevolkmg en gem 1980 (3), Stelnmann, G, 1984 Bevolkerungsentw~cklung und w~rtschaftl~cher Fortschr~tt In Ze~tschrlft fiir Bevolkerungswissenschaft. Jaargang 10 (3) Swaan, A. de, Zorg en staat. Bert Bakker Amsterdam. 224 e.v. Templeman, J., Europa vergrijst. In: Intermediair 25, 31 maart 1989,35-39, 59. Tweede Kamer, , 15552, (13.1 6). Verwey-Jonker, H., Argumenten v66r een bevolkingspolitiek. In: Socialisme en democratie 10, oktober Volkskrant, de, Meer geld voor gezondheidszorg doet problemen juist toenemen. 28 april Auteur Ir. H. (Hanna) van Solinge is werkzaam als junioronderzoeker bij het Nederlands lnterdisciplinair Demografisch lnstituut (NIDI), Postbus , 2502 AR Den Haag. en ierrstandig seerd is lernen- che pronticipernogein het het aan- (. Bezint uitged biedt en denj gebong. Uitdat het : het onet weiland. hange. In ill slowly however utchmen!as of so- Ire possi- ~lem, one nber 1990 Consumenteneducatie Consumentenbond, Kiezen als consument: handboek voor consurnenteneducatie. Dit boek is een stud~eboek over de consurnent en zijn gedrag. Centraal in dit boek staat de consument. De verschillende aspecten van het consumentengedrag worden dan ook beschreven vanuit het gezichtspunt van de consument. Dit rnaakt het boek bijzonder, orndat de rneeste literatuur over consurnentengedrag vanuit de producent geschreven wordt. De achterliggende doelstelling is in dat geval be'invloeding van het consumentengedrag om uiteindelijk de consumptie te stirnuleren. In dit studieboek wordt eerst het individuele consurnentengedrag behandeld aan de hand van de diverse fasen in het besluitvormingsproces: het totstandkornen van behoeften, het T~jdschr~ft voor Huishoudkunde 11 (3)september verwerken van inforrnatie, de besluitvorming, en de uiteindelijke aankoop, inclusief de juridische consequenties. Tevens wordt ingegaan op definanciele en budgenaire aspecten van het consumentengedrag. Vervolgens wordt de maatschappelijke kant van de consurnptie beschreven, vanaf de invloed van het bedrijfsleven, de overheid en consumentenbeweging, tot aan de externe gevolgen van de consumptie (bijvoorbeeld milieu). Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk consumenteneducatie en -0nderwijs. Het handboek is geschikt voor ieder die als (aanstaand) docent of voorlichter meer te weten wil komen over het consumentengedrag In de breedste zin van het woord. Tevens kan het als studiestof dienen voor HBO-dpleidingen, waarbij het onderdeel consumentengedrag in het studieprogramma is'opgenomen. Het boek is te bestellen door f over te rnaken OD ~ostairo van deconsunen-