Eerst denken, dan denken, dan (...) doen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eerst denken, dan denken, dan (...) doen"

Transcriptie

1 Verschenen in Filosofie in Bedrijf, 2000, Vol 38-39, pp Eerst denken, dan denken, dan (...) doen Jan Bransen 1. Inleiding Magda heeft sinds kort een nieuwe baan als manager van een leuke financiële afdeling bij een groot en gezond bedrijf. Zij heeft zich bij binnenkomst gepresenteerd als iemand die veel waarde hecht aan de ontwikkeling van haar medewerkers. Na enige tijd stelt zij een development plan op voor Fred met als doel hem klaar te stomen voor de rol van projectmanager. Onderdeel van het plan is dat Fred een aantal cursussen bij een buitenlands opleidingsinstituut zal volgen die kunnen leiden tot een internationaal certificaat als projectmanager. Fred en Magda zijn erg tevreden met het plan. Magda heeft gekwalificeerde projectmanagers nodig en Fred is blij met het geboden carrièreperspectief. Kort voordat Fred voor het volgen van een cursus naar het buitenland zal vertrekken, krijgt Magda echter het verzoek een offerte uit te brengen voor een complex project voor een grote klant. Er moet onmiddellijk een team van experts worden gevormd om aan de offerte te werken. Magda beseft dat de expertise en inzet van Fred in het offertetraject nodig zijn om op het vereiste tijdstip een inhoudelijk gefundeerde en kansrijke offerte uit te kunnen brengen. Magda zal Fred dus helaas moeten meedelen dat hij niet op cursus zal kunnen gaan. Dat is jammer voor hem en jammer van het al betaalde inschrijfgeld, maar deze kosten vallen in het niet bij de in het vooruitzicht staande omzet, die zal voortvloeien uit het binnenhalen van het nieuwe project. Toch aarzelt Magda. Ze wil niet graag door de mand vallen als een manager die, als het er op aankomt het belang van individuele medewerkers terzijde schuift. Maar ze weet ook dat de directie geen begrip zal kunnen hebben voor het nemen van het risico dat de afwezigheid van Fred betekent voor de kwaliteit van de offerte. Wat als ze de offerte mislopen? De directie zal haar niet kunnen begrijpen, en haar niet alleen verwijten een verkeerde beslissing genomen te hebben, maar haar ook niet verder binnen het bedrijf laten doorgroeien. Maar ja, van de andere kant is het ook weer zo, dat er zich zo vaak situaties voordoen waarin in principe beschikbare competentie eigenlijk niet gemist kan worden. Als Magda Fred nu niet laat gaan, is de kans groot dat zij hem nooit zal durven laten gaan. 1 Magda tobt, en wikt, en weegt, en ik ga haar niet helpen. Althans, niet onmiddellijk, want dat is één van de eerste lessen die je als filosoof leert: dat je hulp in eerste instantie een vertragend effect heeft en dat het managers en andere twijfelaars afleidt van de keuze waar ze voor staan. Je moet ze eerst maar eens dwingen heel grondig na te denken over de situatie waarin ze beland zijn. 1 Ik dank Christiane Seidel voor dit voorbeeld. [ 1 ]

2 In welke situatie is Magda dan beland? Wel, zo op het eerste oog staat Magda voor een keuze, weliswaar een lastige keuze die altijd vervelende, onbedoelde, maar tevens onontkoombare neveneffecten heeft, maar toch ook gewoon een keuze waarvan er voor managers met veel verantwoordelijkheden dertien in een dozijn gaan. Voor een beetje filosoof is een situatie die je op het eerste oog zou omschrijven als een doodgewoon keuzemoment, echter een situatie die hele complexe en onderling maar moeilijk verenigbare vooronderstellingen impliceert betreffende de aard van het menselijk handelen en haar plaats in het geheel van de werkelijkheid. In dit artikel wil ik drie verschillende interpretaties geven van de situatie waarin Magda zich bevindt. Het zijn interpretaties die voortvloeien uit de drie modellen van het menselijk handelen die ik onlangs in een gelijknamig boekje uiteengezet heb. 2 Het zijn tevens interpretaties die gehanteerd zullen worden door de diverse betrokkenen in Magda s situatie. Magda zal niet anders over wat haar te doen staat kunnen denken dan in termen van de opvatting dat handelingen verricht worden door actoren. De directie zal daarentegen hoogstwaarschijnlijk denken dat handelingen gebeurtenissen zijn. En Fred zal er van uitgaan dat handelingen sociale fenomenen zijn. Ik zal in de volgende drie paragrafen deze drie interpretaties schetsen en iets zeggen over hun verdiensten en beperkingen. In de afsluitende paragraaf zal ik dan iets zeggen over de wijze waarop deze interpretaties zich tot elkaar verhouden. Daar zal ik ook meer zeggen over de rol van een filosoof die thuis is in de handelingsfilosofie en betrokken wordt bij het doordenken van beslisprocedures. 2. Handelingen worden verricht door actoren De eerste constatering die zich aan Magda lijkt op te dringen over de beslissing die ze zal moeten nemen, is dat deze beslissing, en de handelingen die er uit voort zullen vloeien, in strikte zin nog niet bestaan. Magda heeft haar beslissing nog niet genomen, en ze weet ook dat haar handelen met betrekking tot Fred nooit werkelijk zal kunnen worden, tenzij zij een beslissing neemt, d.w.z. tenzij zij iets doet. Maar wat moet ze doen? Dat is haar grote vraag, en ook een vraag die haar beslissing, en haar handelingen, tot heel andere onderdelen van de werkelijkheid maakt dan de handelingen en beslissingen van anderen. Wat anderen doen, is iets wat voor haar gebeurt, maar de afwachtende en onbetrokken houding die ze kan hebben ten aanzien van het gedrag van anderen is met betrekking tot haar eigen handelingen niet voor haar weggelegd. Magda kan niet gewoon op een stoel gaan zitten wachten tot haar beslissing zich voltrekt. Dit kan zij niet, net zo min als ik s ochtends vol verwachting in bed kan liggen wachten tot ik opsta. Opstaan is iets dat ik zelf moet doen, iedere dag weer, en niet iets wat mij overkomt. Een tweede constatering van Magda zal zijn dat ze niet alleen zelf tot een beslissing moet zien te komen, maar ook dat het een beslissing zal moeten zijn waar ze achter staat. Het gaat hier immers niet om een triviale keus die om het even wie op om het even welk moment zal kunnen nemen. De handeling die zal voortvloeien uit Magda s beslissing, dat wat zij zal doen, zal iets belangrijks te vertellen hebben over haar: het is iets dat zij zal doen. Magda kan bijvoorbeeld op dinsdag zomaar besluiten spaghetti te eten, en op woensdag worteltjes, maar dat zijn geen beslissingen en handelingen die belangrijke informatie bevatten over de persoon Magda. Ook ik eet wel eens op dinsdag spaghetti, maar ook wel eens op woensdag, en dat zegt eigenlijk niet zo veel over mij. Maar wat Magda zal doen met betrekking tot Freds cursus is veel meer dan een triviale keuze. Het is, wat Robert Kane, een self-forming choice noemt, wat Charles Taylor beschreven heeft in termen van responsibility for self, en waarvoor Harry Frankfurt een belangrijk, maar zeker niet onproblematisch, model heeft ontwikkeld in 2 Jan Bransen, Drie modellen van het menselijk handelen, Leuven: Peeters Publishers, [ 2 ]

3 termen van een onderscheid tussen verlangens van de eerste orde en verlangens van de tweede orde. 3 Frankfurt probeert een heldere theorie op te stellen over zelfstandigheid. Wanneer, zo vraagt hij zich af, kan je van een handeling zeggen dat het een zelfstandige handeling van de actor is, een handeling die op de relevante manier door haar verricht is, en niet door iets of iemand anders? De vraag wordt een lastige op het moment dat je gaat beseffen dat er behalve evidente dwang van buiten (Teun duwt op het schoolplein Kees tegen Fina aan) ook zoiets bestaat als dwang van binnen (Els kan niet anders dan denken dat het vanzelf spreekt dat zij zal stoppen met haar werk als zij met Martijn trouwt.). Frankfurt denkt dat een oplossing voor deze kwestie geformuleerd kan worden in termen van wat hij een hierarchisch gestructureerde wil noemt. In zo n wil komen verlangens voor op verschillende niveaus, met een verschillend gewicht met betrekking tot de kwestie van de zelfstandigheid van de persoon. Maureen kan verlangen naar een sigaret, en dat is een verlangen van de eerste orde, omdat het gericht is op een stand van zaken in de wereld (namelijk de toestand waarin zij een sigaret rookt). Maar Maureen wil graag stoppen met roken en zal dan ook het verlangen hebben dat haar verlangen naar een sigaret niet effectief is, en dat is, volgens Frankfurt, een verlangen van de tweede orde, omdat het niet gericht is op een stand van zaken in de wereld, maar op de inhoud van haar eigen wil. En de stelling van Frankfurt is nu dat Maureen zelfstandig, uit eigen vrije wil, handelt als ze handelt in overeenstemming met haar verlangen van de tweede orde, en dus niet rookt. Het gaat mij hier niet om de problemen die aan deze theorie kleven. Die bespreek ik in mijn boekje. Het gaat er mij hier om Magda enige houvast te geven in hoe over haar eigen beslissingen en handelingen na te denken. Magda moet niet alleen maar proberen te bepalen welk haar sterkste verlangen is met betrekking tot de stand van zaken in de wereld (Fred laten gaan of niet), maar ook welk verlangen zij het liefst wil dat effectief is in het motiveren van wat zij zal doen. Dit model van Frankfurt geeft een eerste inzicht in de wijze waarop systematisch nagedacht kan worden over handelingen als je ze beschouwt vanuit het perspectief van degene die die handelingen moet verrichten. Maar hoe kan Magda nu komen aan zo n verlangen van de tweede orde dat haar zegt welk verlangen van de eerste orde (dat haar zal bewegen dit dan wel dat te doen met betrekking tot Fred) het meest de moeite waard is? De volgende herformulering zet ons op het spoor van een voor het menselijk handelen heel belangrijk en elementair vermogen: het vermogen praktisch te redeneren. Een verlangen van de tweede orde is één gestalte waarin persoonlijke doorslaggevende redenen zich kunnen voordoen, en actoren komen tot een bepaling van deze doorslaggevende redenen omdat ze praktisch kunnen redeneren. Over de aard van dit vermogen wordt grondig van mening verschild, maar een aantal opmerkingen over wat er in ieder geval komt kijken bij een goede beschrijving van praktisch redeneren, kan wel gemaakt worden. Een dergelijke beschrijving wordt in de literatuur doorgaans folk psychology genoemd, en bevat termen als opvattingen, pro-attitudes, achtergrondprincipes, intenties, besluiten, motieven, redenen, en rechtvaardigingen. Dat wij redelijke dieren zijn is al sinds de Griekse Oudheid een gemeenplaats. De idee is daarbij nooit geweest dat wij alleen maar redelijke dingen doen, maar dat wij radikaal van de overige dieren verschillen doordat wat wij doen meestal voorbereid wordt door, vaak een gevolg is van, en altijd begrepen kan worden in termen van ons vermogen praktisch redenerend te komen tot een goed besluit. Natuurlijk kunnen we domme, onredelijke, irrationele, emotionele en ga zo maar door dingen doen, maar van alle dingen die wij werkelijk doen, van alle handelingen die door ons verricht worden, kan een overtuigende beschrijving gegeven worden die neerkomt op het verstrekken van de goede redenen die wij 3 Robert Kane, The Significance of Free Will, Oxford: Oxford University Press, 1996; Charles Taylor, Human Agency and Language. Philosophical Papers I, Cambridge: Cambridge University Press, 1985; Harry Frankfurt, The importance of what we care about, Cambridge: Cambridge University Press, [ 3 ]

4 hebben (of dachten te hebben) voor dat wat we deden. Magda hoeft niet lijdzaam te zitten wachten op een verlangen van de tweede orde dat op komt borrelen als een deus ex machina. Nee, zij kan (en misschien zelfs wel: moet) actief bijdragen aan de vorming van deze doorslaggevende reden. Daarbij zal ze gebruik moeten maken van achtergrondprincipes (Fred kan niet op cursus én tevens werken aan de offerte; de chef van een afdeling bepaalt wat de medewerkers doen; mensen moeten zich aan hun beloften houden, etc.), van pro-attitudes (ik wil dat Fred op cursus gaat; ik wil dat mijn afdeling optimaal presteert; ik hou mij graag aan mijn beloftes, etc.), van opvattingen (Fred rekent op mijn steun, zonder Freds bijdrage verliest de offerte aan kwaliteit, de directie zal geen genade kennen als ze hoort hoe de vork in de steel zit, etc.), en van intenties (ik heb mij voorgenomen achter mijn mensen te staan; ik ben niet van plan risico s te lopen, etc.). Het praktisch redeneren zal met zich meebrengen dat Magda haar opvattingen toetst op hun plausibiliteit en haar pro-attitudes toetst op hun relevantie en motiverende kracht, en wellicht ook dat Magda de gehanteerde achtergrondprincipes en haar intenties aan een kritische reflectie onderwerpt. Zo kan op een georganiseerde manier een rijp beraad gerealiseerd worden dat zal uitmonden in het nemen van een besluit. Dit besluit (en de deliberatie waarop het gebaseerd is) motiveert waarom Magda doet wat ze doet, en als haar praktische redenering correct is geweest 4, dan zal dit besluit ook rechtvaardigen waarom Magda doet wat ze doet. Hier komen twee verschillende interpretaties aan het licht van wat redenen te maken hebben met de handelingen die mensen verrichten. Redenen motiveren ons te doen wat we doen, en dit motiveren is altijd gebaseerd op de normatieve strekking die we in onze deliberatie toekennen aan de verschillende zaken waarop we onze besluitvorming gebaseerd hebben. Maar ook al motiveren redenen ons, en ook al doen ze dat op grond van de aanwezige normativiteit, dan wil dit nog niet zeggen dat deze redenen, inclusief hun beroep op de geldende normativiteit, ons handelen ook rechtvaardigen. Magda kan na rijp beraad besluiten dat haar smetteloze staat van dienst in de ogen van de directie van doorslaggevend belang is. Dit motiveert haar om Fred niet te laten gaan. Of dit haar handelen ook rechtvaardigt is nog een tweede kwestie. Deze ingewikkelde materie staat hoog op de agenda van filosofen die zich bezighouden met de kracht van morele overwegingen. Het is de kwestie die wordt benoemd in de titel van de belangrijke studie van Michael Smith The Moral Problem. 5 Ik kan hier niet verder op deze kwestie ingaan, maar zal een tweede interpretatie van Magda s handelen schetsen dat een heel ander en ontnuchterend licht werpt op Magda s morele probleem. 3. Handelingen zijn gebeurtenissen De directie van het bedrijf waar Magda werkt, kijkt van grote afstand naar de vele processen die zich onder haar verantwoordelijkheid afspelen. In de grote productiehal staan hele dure en ingewikkelde machines, bestuurd door een softwarepakket waar de directie bij lange na de finesses zelf niet van kan doorzien. Aan die machines, en in de kantoren, werken mensen die zij in eerste instantie veel beter denkt te begrijpen, die ze beschouwen als human resources, die complexe behoeften en capaciteiten hebben, en die in samenwerking met de machines in de productiehal zorgen voor een goed productieproces en een gestaag groeiend marktaandeel. 4 En dit impliceert dat de bouwstenen van haar redenering voldoen aan rationele (en morele) criteria: de achtergrondprincipes moeten geldig zijn, de opvattingen waar, de pro-attitudes goed, en de intenties juist. 5 Michael Smith, The Moral Problem, Oxford: Blackwell, [ 4 ]

5 Het succes van de onderneming is afhankelijk van het vermogen van de directie ieder onderdeel optimaal te laten functioneren in het samenhangende, grote geheel. Vanuit een dergelijk perspectief is het gedrag van de machines, net als het gedrag van de bedrijfsomgeving, en het gedrag van de medewerkers het best te beschouwen als evenzovele gebeurtenissen. Iedere enkelvoudige gebeurtenis is vanuit dit perspectief het resultaat van een gecompliceerd causaal proces, of het nu gaat om het van de lopende band rollen van het eerste exemplaar van een nieuw type gloeilamp, het ontvangen van een postpakket uit Taiwan, het vastlopen van een tekstverwerkingsprogramma, of het vertrek van een offertespecialist naar een buitenlands opleidingsinstituut. Magda en Fred zijn voor de directie producenten van gedrag, zoals dat ook geldt voor de server die contacten met het Internet onderhoudt, voor de productiehal als geheel, voor het kantinepersoneel en voor de debiteurenadministratie. In de causale processen die aanleiding geven tot een stroomstoring, of tot een rinkelende telefoon, of tot een kopje tomatensoep uit de warme-drankenautomaat spelen eigenlijk alleen maar fysisch goed te beschrijven gebeurtenissen een rol. Maar in de causale processen die aanleiding geven tot een besluit van de OR, of tot een ruzie op de gang, of tot het ontslag van een directie-secretaresse, wordt een hoofdrol gespeeld door gebeurtenissen die we op een fysische manier helemaal niet goed kunnen beschrijven. Vanuit het perspectief van de directie wordt dit verschil tussen gebeurtenissen die wel en gebeurtenissen die niet (goed) fysisch beschreven kunnen worden, natuurlijk helemaal niet grondig gethematiseerd. De directie hoeft er geen fysische theorie over het bedrijf op na te houden. Maar ze zullen er hoogstwaarschijnlijk wel een causale theorie op na houden. En dit blijft vast het geval, zelfs nu bedrijfskundigen momenteel flirten met de chaostheorie, en ze bijgevolg geneigd zijn niet langer vast te houden aan een mechanistische interpretatie van causale processen. Ook, of misschien wel juist, met de chaostheorie in de hand zullen ze van mening zijn en blijven dat er een causale verklaring gegeven moet kunnen worden van de beslissing van Magda om Fred al dan niet op reis te laten gaan. In die causale verklaring kunnen Magda s overwegingen een plaats krijgen als gebeurtenissen in Magda s hoofd; gebeurtenissen die zelf weer verklaard kunnen worden door te wijzen op gebeurtenissen in haar omgeving en in haar verleden, en door te wijzen op de vaste patronen die ze ontwikkeld heeft in haar carrière als beslisser. Er is in dit perspectief niet alleen maar sprake van verstrekkende aannames die niet gemakkelijk voldoende onderbouwd kunnen worden (bijvoorbeeld de aanname dat goede redenen gebeurtenissen in een hoofd zijn), maar er is in dit perspectief ook sprake van een heel hardnekkig filosofisch probleem. Dit probleem staat in de literatuur bekend als het probleem van de mentale veroorzaking: het probleem van hoe het nu in hemelsnaam mogelijk is dat een mentaal fenomeen (zoals bijvoorbeeld de overtuiging dat, alles welbeschouwd, Fred maar op cursus moet gaan) een fysische gebeurtenis (zoals bijvoorbeeld het bewegen van Magda s strottehoofd, tong en mond op een manier die resulteert in de desbetreffende mededeling aan Fred) kan veroorzaken. Hoewel deze kwestie in eerste instantie een zuiver metafysische kwestie is betreffende de bestaanswijze van het mentale, en als zodanig niet onmiddellijk van praktisch belang lijkt te zijn, heeft ze op een indringende manier verstrekkende consequenties voor onze kijk op onszelf. Als we er immers een causale theorie over ons eigen gedrag op na houden (want laten we wel wezen: als de directie Fred en Magda beschouwt als producenten van gedrag dat causaal verklaard kan worden, zal ze ook zichzelf als zodanig moeten beschouwen), dan wordt de vraag urgent hoe we de causale relevantie van onze eigen overwegingen, inschattingen en besluiten moeten begrijpen. Deze kunnen we niet anders beschouwen dan in termen van een oprechte bekommernis om de normatieve strekking van dat wat zich aan ons en in ons voltrekt, en het is volstrekt niet duidelijk hoe we een dergelijke betrokkenheid moeten begrijpen in termen van causale processen. De directie kan wel denken dat Magda een complexe beslismachine is, maar dan doen zich toch twee enorme problemen voor: (1) de input waarmee Magda gevoed wordt is semantisch geladen (oftewel is betekenisvol), en er is nog geen enkele overtuigende theorie over hoe we fysische gebeurtenissen als intrinsiek semantisch geladen zouden kunnen begrijpen; en (2) een hoofdrol lijkt weggelegd voor Magda s oordeelsvermogen (wat denkt ze van de input waarover ze redeneert?), en er is nog [ 5 ]

6 geen enkele overtuigende theorie over hoe de verantwoordelijkheid die zo n oordeelsvermogen impliceert, in een causale machine geïmplementeerd zou kunnen worden. Er zijn veel verschillende manieren om te proberen het probleem van de mentale veroorzaking op te lossen. Ik bespreek er in mijn boekje vijf, die tot nu toe echter allemaal meer problemen oproepen dan ze oplossen. Wat dat betreft staat de philosophy of mind er niet florissant voor; althans, vanuit een praktisch perspectief dat wetenschap vooral ziet als een probleem-oplossende onderneming. Vanuit wetenschappelijk perspectief staat de philosophy of mind er momenteel echter geweldig voor (en is natuurkunde een doods en saai vak), omdat er zoveel beweging zit in de vele herformuleringen van de fundamentele problemen. Dat dit zo is komt enerzijds door de ontwikkelingen in de cognitieve psychologie en de computerwetenschap, en anderzijds door de vele dwarsverbanden tussen de philosophy of mind en de handelingsfilosofie, die lang onderbelicht zijn gebleven. Ik ga hier overigens niet dieper op dit probleem in, maar verwijs de serieus geïnteresseerde lezer naar het werk van Dennett, Kim, Churchland, Baker en Dretske Handelingen zijn sociale fenomenen Fred zal zich wellicht niet direct een houding weten te geven als Magda hem op het laatste nippertje zegt dat hij zijn studiereis moet annuleren. Hij heeft er vast op gerekend en heeft vertrouwen in het menselijke beleid van zijn nieuwe chef. En als Magda niets zegt (omdat ze besloten heeft hem te laten gaan), dan zal hij gewoon zijn spullen pakken, de trein naar Schiphol nemen, zich door alle formaliteiten heen slaan en met zijn medecursisten een inspannende, onvoorspelbare, maar vast ook gezellige tijd hebben. Deze alledaagse constateringen maken duidelijk dat Fred een ander model van handelingen hanteert dan Magda en dan de directie: het zogenaamde dramaturgische model. Handelen is volgens dit model een kwestie van een houding hebben (een rol spelen), en van plichten en verwachtingen hebben ten aanzien van anderen, plichten en verwachtingen die voortvloeien uit ieders rol in het toneelstuk dat leven heet. In dit model is de werkelijkheid van handelingen niet vooral een persoonlijk psychologische, en ook niet vooral een lichaamlijk fysische, maar eerst en vooral een normatief sociale werkelijkheid. Handelingen zijn, volgens dit model, altijd beladen met sociale betekenissen, voltrekken zich altijd onder het toeziend oog van anderen en betrekken zich altijd op de instemming of afkeuring van die anderen. Natuurlijk hebben handelingen een lichaamlijke dimensie (de lichaamsbewegingen van Magda, of wie dan ook, zijn nodig om Fred duidelijk te maken dat hij niet vertrekken kan), en natuurlijk hebben ze een psychologische dimensie (Magda s woorden geven iets van haar intenties bloot), maar die twee dimensies zijn op een bepaalde manier bijzaken. Magda s handeling is voor Fred een manoeuvre in een toneelstuk, een manoeuvre die zijn betekenis ontleent aan de normatieve strekking van het script waardoor hij opgeroepen wordt. Magda is natuurlijk niet zomaar een marionet, maar ze is ook niet meer dan een speler in een groot spel dat gebonden is aan allerlei randvoorwaarden en dat een interne dynamiek heeft. Kenmerkend voor wat zich op het toneel van het leven afspeelt, is dat we er zinnig over kunnen denken als een geschiedenis die bepaald wordt door een verzameling regels die in een script vastliggen. Deze regels hebben een door en door 6 Daniel Dennett schreef voor het grote publiek: Kinds of Minds, London: Weidenfeld & Nicolson, 1996; Jaegwon Kim, Philosophy of Mind, Boulder: Westview Press, 1996; Paul Churchland, Matter and Consciousness, Cambridge/Mass.: MIT Press, 1988; Lynne Rudder Baker, Explaining Attitudes, Cambridge: Cambridge University Press, 1995; Fred Dretske, Explaining Behavior, Cambridge/Mass.: MIT Press, [ 6 ]

7 normatief karakter: ze sturen de deelnemers aan het spel niet door middel van blinde causale invloeden, maar laten ze ook niet de volstrekte vrijheid om op eigen houtje te beslissen. De normatieve dwang die van regels uitgaat, heeft niet alleen nadelen. Ze beknot onze vrijheid niet alleen, maar creëert ook de ruimte waarin allerlei gedrag mogelijk, relevant en zinvol wordt. Als Fred op Schiphol arriveert, ligt als het ware al een script op hem te wachten. Pijlen wijzen hem de weg, grondpersoneel leidt hem door korte scènes, en als Fred zich maar met gezond verstand opstelt als reiziger, zit hij, voor hij er erg in heeft, goed en wel in de lucht op weg naar zijn bestemming. Het script van het opleidingsinstituut zal minder helder zijn, en op een aantal punten ook minder dwingend, maar dat maakt zijn verblijf daar dan ook inspannender en veel minder voorspelbaar. Hoe moet hij zich gedragen tijdens de lunch? Wat wordt er van hem verwacht in de wandelgangen? De vrijheid die het script biedt is bij lange na niet alleen maar prettig, en het ligt enorm voor de hand dat Fred daar in het buitenland zijn draai (zijn rol?) pas vindt op het moment dat hij de lege plekken in het script weet op te vullen door terug te vallen op een rol die hij zich in een andere context al eigen heeft gemaakt ( de grappenmaker, de beurswatcher, de biljarter, etc.). Fred en Magda zullen samen een lastig toneelstukje moeten opvoeren. Hun beurtelingse gedrag zal verschillende scenario s en scripts oproepen en deze scripts zullen dit gedrag (on)begrijpelijk, (on)verdedigbaar, en (on)aanvaardbaar maken. Fred en Magda zullen verantwoordelijkheden dragen (voor de rol die ze zich toe-eigenen), maar ze zullen ook heel veel verantwoordelijkheden kwijtraken door ze toe te schrijven aan de rol die ze nu eenmaal hebben. Of ze succesvol zullen kunnen samenwerken hangt af van of ze hetzelfde script kennen, erkennen en zullen kunnen gebruiken. Op Schiphol zal dit niet moeilijk zijn: de scripts van het grondpersoneel zijn er voor de passagiers, ook al dwingen ze de passagiers tot gedrag waar zij zelf soms de consequenties helemaal niet van kunnen overzien (het kan je bijvoorbeeld overkomen dat je op een vreemd vliegveld in een onbemande bus terecht komt die jou, radiografisch bestuurd, naar de juiste aansluiting brengt). Maar in ongestructureerde of onoverzichtelijke situaties is het goed mogelijk dat er van alles gebeurt, maar ook dat er heel veel ruis tussen zit, heel veel gedrag van beide spelers waarvan geen van beiden precies kan zeggen wat voor handeling met welke betekenis dit nu is. Denk aan ruzies waar je bij betrokken bent geweest, en aan de dingen die je hebt gezegd waarvan niet meer te achterhalen is (en misschien wel nooit achterhaalbaar was) wat je er precies mee bedoeld zou kunnen hebben. Het probleem waar Magda voor staat, is trouwens een probleem dat als probleem verklaard kan worden in termen van voorhanden en niet voorhanden scripts. In een heel sterk hierarchisch georganiseerd, en duidelijk gearticuleerd script zullen Fred en Magda het namelijk helemaal niet moeilijk hoeven hebben met het uit- of afstellen van de studiereis. Magda is de chef en zij besluit (dat kan een moeilijke afweging zijn, maar in een helder economisch georganiseerd script is dit een rekenkundig oplosbare puzzel), deelt haar besluit mee, en Fred slikt, begrijpt (immers, wie is hij om te denken dat hij recht heeft op een gift?) en accepteert. Magda s probleem ontstaat doordat verschillende scripts in één-en-dezelfde situatie aanspraak maken op geldigheid. Dit is een vorm van rolconflict (denk aan de politieman die zijn eigen zoon bij een inbraak betrapt), maar het kan ook begrepen worden als een uitvloeisel van een nog niet voltooide cultuuromslag. Misschien hebben Magda, Fred, de financiële afdeling, en de directie gewoon nog veel meer tijd nodig voor het ontwikkelen van scripts waarin er naast zuiver economische motieven ook op een helder gearticuleerde wijze plaats is voor complexe overwegingen van morele en/of persoonlijke aard. Het dramaturgisch model is een uitstekend model voor het verhelderen van het menselijk handelen in een sociale context. Het is natuurlijk ook een model dat zijn beperkingen heeft, niet alleen in praktische en psychologische zin, maar ook in filosofische zin. Ik bespreek in mijn boekje drie filosofische problemen met het dramaturgisch model: (1) het model veronderstelt dat regels (scripts) bestaan, maar hoe kunnen regels bestaan? (2) hoe verhoudt het normatieve zich tot het sociale? en (3) hoe verhouden verklaringen in termen van scripts zich tot psychologische (en/of fysicalistische) verklaringen? [ 7 ]

8 Net als bij mijn schets van de andere twee modellen zal ik hier niet verder ingaan op deze kwesties. 7 In de rest van dit artikel wil ik nog twee dingen doen: (1) iets zeggen over de verhoudingen tussen deze drie modellen, en (2) iets vertellen over de relevantie van de handelingsfilosofie voor het verbeteren van de kwaliteit van het zelfbegrip van managers. 4. Filosofen spelen met modellen en denken met distantie In het voorgaande heb ik drie modellen van het menselijk handelen kort geschetst. Ik heb ze gekoppeld aan drie actoren (Magda, de directie, en Fred) die ieder vanuit hun eigen perspectief als vanzelf een bepaalde kijk op het menselijk handelen hebben. Er hebben alleen didactische overwegingen een rol gespeeld bij het maken en gebruiken van deze koppeling. Er zijn geen diep theoretische verbanden tussen deze perspectieven enerzijds en de er door mij aan gekoppelde modellen anderzijds. Magda kan over haar handeling net zo goed denken dat het een gebeurtenis of een sociaal fenomeen is, als dat zij verricht wordt door actoren. Als Magda over haar handeling nadenkt met behulp van het dramaturgische model, dan zal zij niet speciaal gebiologeerd raken door de kwestie van de zelfstandigheid van haar wil, en ook niet zoveel nadruk leggen op een heel individualistisch begrepen vermogen tot praktisch redeneren. Haar aandacht zou dan vooral uitgaan naar haar rol als manager die veel waarde hecht aan de ontwikkeling van haar medewerkers, en naar de regels, vastgelegd in een script, die de sleutel zullen zijn tot wat haar te doen staat. En als Magda over haar handeling nadenkt als een gebeurtenis, dan zal zij haar verantwoordelijkheid kunnen zien verbleken, en zal zij de relevantie van haar twijfels en deliberaties, in het licht van de onontkoombaarheid van complexe causale processen, kunnen zien krimpen tot een punt waarop zij, haast vervreemd van haar eigen actorschap, niet anders meer kan dan zich de filosofische vraag stellen of, en hoe, het mogelijk is dat er in een causaal gedetermineerde wereld plaats is voor de redenen die ze zoekt om te kunnen besluiten te doen wat ze zal doen. Als Magda alle drie de modellen zou kunnen hanteren, en als dat ook geldt voor de directie, voor Fred, en eigenlijk voor iedereen die wel eens nadenkt over het eigen gedrag en over dat van de mensen waar z/hij mee te maken heeft, dan doet zich natuurlijk ook de vraag voor waarom er drie modellen van het menselijk handelen zijn. Waarom is er niet gewoon één model, één ware en complete theorie over ons doen en laten? Het ligt voor de hand te antwoorden dat dit een kwestie van tijd is, dat de filosofie van het handelen gewoon nog niet ver genoeg ontwikkeld is, en zich nog bevindt in een tamelijk primitief stadium waarin er nog sprake is van meerdere concurrerende theorieën. Mettertijd, zo zou men kunnen denken, zal zich wel één omvattende theorie uitkristalliseren waarin er op een helder geïntegreerde manier plaats is voor al die aspecten die kenmerkend zijn voor het menselijk handelen en die nu nog geconcipieerd worden in de context van een aantal onderling strijdige modellen. Dit is echter een antwoord dat ik om filosofische redenen als onbevredigend zou willen afwijzen. 8 7 In mijn boekje maak ik allerlei verwijzingen naar erg goed werk over deze kwesties. Beginnende lezers zullen heel veel hebben aan Martin Hollis, The Philosophy of Social Science. An Introduction, Cambridge: Cambridge University Press, Verder Philip Pettit, The Common Mind, Oxford: Oxford University Press, 1993; Jon Elster, Nuts and Bolts for the Social Sciences, Cambridge: Cambridge University Press, 1989; Charles Taylor, The Ethics of Authenticity, Cambridge/Mass.: Harvard University Press, 1991 [Ook verschenen in Nederlandse vertaling: De malaise van de moderniteit, Kampen: Kok Agora, 1994]. 8 Lang niet alle filosofen zijn het in dit opzicht overigens met mij eens. Zie voor een heel andere opvatting over de handelingsfilosofie: Michael Smith, The Possibility of Philosophy of Action, in Jan [ 8 ]

9 Filosofen zijn met een ander project bezig dan wetenschappers, en ook met een ander project dan mensen van de praktijk. Filosofen proberen helder na te denken over verschijnselen door na te denken over het begrippenkader dat gebruikt moet worden bij het formuleren van hanteerbare vragen betreffende deze verschijnselen. Filosofen beseffen dat je wellicht relevante informatie ontoegankelijk maakt op het moment dat je een begrippenkader gewoon gebruikt en niet meer ter discussie stelt. Vanuit praktische en ook vanuit wetenschappelijke overwegingen kan zulk kritiekloos gebruik van een begrippenkader vaak buitengewoon aanbevelenswaardig zijn, maar niet, uiteraard, vanuit filosofische overwegingen. Als Magda zich afvraagt wat ze nu het beste kan doen, ligt het voor de hand dat Magda kritiekloos aanneemt dat handelingen verricht worden door actoren, dat zij nu praktisch moet redeneren, en moet trachten te komen tot een bepaling van een motivering waar zij achter kan staan. Volkomen opgaand in zo n deliberatieproces is er geen plaats voor het stellen van filosofische vragen over de aard van motieven, over de struktuur van het autonoom onderschrijven van bepaalde goede redenen, of over de idee van zelfstandig actorschap. Maar een filosoof wil meer: z/hij wil niet alleen weten wat het beste is om te doen, maar kan en wil zich ook niet onttrekken aan de vragen die door de wijze waarop deze vraag gesteld wordt, opdoemen: wat wil dat zeggen het beste? wat is dat eigenlijk: iets doen? Waarom zou dit nu ook betekenen dat filosofen met een ander project bezig zijn dan wetenschappers? Waarom kunnen filosofen niet gewoon streven naar één omvattende, volkomen transparante theorie over hun studie-object, een theorie die alle relevante vragen over dat object formuleerbaar maakt, en in deze formuleringen de eigen aard van het object geen enkel geweld aandoet? Zo werkt immers ook de wetenschapper, bijvoorbeeld de econoom, die streeft naar één enkele omvattende theorie over de economische werkelijkheid, met behulp waarvan alle economische verschijnselen in kaart gebracht kunnen worden en geen enkel verschijnsel als anomalie buitengesloten hoeft te worden. Het antwoord op deze vraag is abstract en complex, en heeft te maken met de eigenaardige aard van objecten waar de positieve wetenschap niet echt grip op krijgt, omdat de aard, de natuur of het zijn van deze objecten een concipiëring (en daarmee altijd een bepaalde concipiëring) van deze objecten onontkoombaar impliceert. De suggestie is hier dat er objecten zijn die gewoon zijn wat ze zijn onafhankelijk van wat wij er van denken (denk bijvoorbeeld aan zwarte gaten, de ozonlaag, de jaarringen van een boom, de chemische samenstelling van methaan), maar dat er daarnaast ook objecten zijn die in wat ze zijn noodzakelijkerwijs een beroep doen op wat wij van ze denken. En mijn stelling is hier dat menselijke handelingen behoren tot deze klasse van objecten die in hun aard een concipiëring van zichzelf impliceren. En waarom zou dit dan betekenen dat filosofen niet één model van het menselijk handelen moeten nastreven, maar meerdere strijdige modellen gelijktijdig moeten ontwikkelen, bestuderen, en bekritiseren? Ook hierop is het antwoord abstract en complex, al ligt het op een bepaalde manier inmiddels ook voor de hand. Als we maar één model van het menselijk handelen zouden hebben, zou er in ieder geval één vraag niet meer zinnig beantwoord kunnen worden, namelijk de vraag Is dit een goed model? Die vraag kan in principe altijd wel beantwoord worden op het terrein van de positieve wetenschap, zelfs als er maar één model is, omdat er, hoe problematisch dan ook, altijd buiten het model om toegang te verkrijgen is tot het studie-object (dat immers, per definitie, een eigen aard heeft onafhankelijk van wat wij er van denken), en, bijgevolg, altijd in principe (natuurlijk met vallen en opstaan, en op de lange termijn) te bepalen is in hoeverre dit model goed is (d.w.z. in hoeverre het overeenstemt met het object in kwestie). 9 Maar als er maar één model van het Bransen & Stefaan Cuypers (eds.), Human Action, Deliberation and Causation, Dordrecht: Kluwer Academic Publishers, 1998, pp Eén consequentie van deze redenering is dat het heel goed mogelijk is dat het domein van de positieve wetenschap veel kleiner is dan doorgaans gedacht, of, anders gezegd, dat diverse empirische weten- [ 9 ]

10 menselijk handelen is, dan kan menselijk handelen ook niet meer zijn dan wat denkbaar wordt in termen van dit model. De vraag of ons ene model van het menselijk handelen wel een goed model is zou dan altijd, en volstrekt triviaal en oninformatief, beantwoord moeten worden met: Natuurlijk! Het is immers het model dat definieert wat telt als een menselijke handeling. (Vergelijk dit met de soms zo ongerechtvaardigd klinkende consequenties die aanhangers van een strikt positivistisch begrepen strafrecht verdedigen aangaande het criminele karakter van de daden van een maffiabaas die op vormfouten vrijgesproken wordt: Natuurlijk is het geen crimineel; hij is immers vrijgesproken! ). Als we maar één model van het menselijk handelen zouden hebben, hoe omvattend dan ook, en als dit model het gedrag van Magda begrijpelijk maakt in termen van haar eigen vrije keus, dan zullen we niet meer oprecht en zinnig kunnen vragen wat we soms niet na kunnen laten te willen vragen: Was Magda dan wel vrij genoeg om haar eigen keus te maken? Ik kan dit ook zo zeggen: het ene model dat we in de filosofie van het handelen zouden kunnen nastreven, zal een model moeten zijn waarin er plaats hoort te zijn voor allerlei tegenstrijdigheden, omdat een handeling bij uitstek een filosofisch object is, een object waarvan de grondtrekken drastisch veranderen als je er op een andere manier tegen aan kijkt. Zo bekeken is de eenheidsdroom geen heel belangrijke, en is het gegeven van de onverenigbaarheid van de vele modellen van het menselijk handelen geen theoretisch gebrek, maar juist een opening naar theoretische diepgang en omvattendheid. Dankzij een meervoudig aantal modellen waarmee de filosoof speelt, kan z/hij beter nadenken over de dagelijkse praktijk van het handelen zonder die praktijk theoretisch geweld aan te doen, maar ook zonder zich volstrekt te laten leiden door wat zich in die praktijk toont. Deze conclusie wil ik tot slot nog wat nader uitwerken, en daarbij een aantal opmerkingen maken over de verhouding tussen de filosofische vaardigheid te denken met distantie 10 en de alledaagse behoefte aan praktische relevantie. Als een filosoof zich bezig gaat houden met Magda s handeling, zal z/hij vrijwel ogenblikkelijk ophouden te denken over die ene specifieke handeling van Magda. Om te beginnen zal er altijd onmiddellijk sprake zijn van minstens drie handelingen: (1) de handeling waar Magda over piekert en die zij zal moeten verrichten, (2) de handeling die de directie beschouwt als een gebeurtenis die voortvloeit uit een bedrijfsproces dat zich afspeelt op de financiële afdeling en waarin factoren een rol spelen die de directie al dan niet had voorzien, en (3) de handeling die Fred waarneemt en begrijpt als een onderdeel van een toneelstuk waarin ook hij (misschien met even weinig hartelijkheid, of met even veel lef) een rol speelt. Maar de filosoof denkt eigenlijk ook niet over dit trio na, maar over een min of meer abstract beeld van een mogelijke handeling die in deze situatie (vanwege de in algemene termen te vatten eigenaardige karakteristiek van dit soort situaties) de werkelijke handeling zou kunnen, of moeten, zijn. Door dit trio heen probeert de filosoof vat te krijgen op een werkelijkheid die als conceptuele mogelijkheid gedacht kan worden. De filosoof stelt zich niet op als een adviseur van Magda, de directie of Fred. De filosoof is geen adviseur die een bepaald model accepteert en doordenkt, en dan tot een beslissend weloverwogen oordeel komt. De filosoof bekijkt het eens van de andere kant, en van nog een andere kant, en zoekt naar een abstracte conceptualisering van wat zich werkelijk voor zou kunnen doen om daarmee denkbaar te maken wat zich werkelijk voordoet. De filosoof zoekt naar de juiste woorden waarmee intellectuele helderheid gecreëerd kan worden in een situatie die niet zomaar en volstrekt onmiddellijk helder is, en doet dat door een typering van deze ene handeling te geven. Het is dit denken over typeringen dat ik denken met distantie noem. schappen op een beslissende manier afhankelijk zijn van (wetenschaps)filosofische vooronderstellingen. Ik denk hierbij dat met name de sociale wetenschappen een dergelijke afhankelijkheid van de filosofie hebben. 10 Met dank aan Ria van der Lecq van wie ik deze mooi allitererende frase voor het eerst hoorde. [ 10 ]

11 Zo n typering is altijd een abstract beeld, dat schatplichtig is aan diverse denkmodellen, en dat in deze ene handeling in deze praktijk (die handeling die de behoefte aan een filosoof dringend heeft gemaakt) op een bepaalde manier concreet zichtbaar wordt. Dit is een ingewikkelde kwestie die ik met één beeld (maar besef dat dit ook zo n abstract beeld is) wil verhelderen. Er bestaan voor kinderen aardige determineergidsen vol plaatjes aan de hand waarvan ze kunnen herkennen of een boom bijvoorbeeld een beuk of een eik is. In zo n gids staan bijvoorbeeld plaatjes van een eikenblad en een beukenblad. Natuurlijk weet een kind dat een op de grond gevonden eikenblaadje vergelijkt met die plaatjes dat er geen sprake hoeft te zijn van een volstrekte gelijkenis. Het gaat alleen om de opvallende algemene kenmerken die met een zekere mate van abstractie in dat concrete plaatje in de gids geïnstantieerd zijn. Kinderen zijn heel erg goed in het benutten van dit soort abstracte kenmerken. Kijk maar eens naar de manier waarop een nijlpaard doorgaans in een kinderboek getekend wordt. De frivoliteit van zo n tekening lijkt doorgaans ontzettend ver af te staan van de logheid van een echt nijlpaard, maar toch zal geen kind er naast zitten; ze zien onmiddellijk om wat voor beest het gaat: een nijlpaard! Als filosofen niet nadenken over concrete handelingen in de dagelijkse praktijk, maar met distantie denken over de abstracte beelden waarvan concrete handelingen instantiaties zijn, betekent dit dan dat filosofische overpeinzingen geen praktische relevantie hebben? Nee! Dat betekent het geenszins! Dit is een mooi voorbeeld van een veel te haastige conclusie, en een goede aanmaning om wat rustiger en grondiger te denken. Een filosoof zal beginnen met het stellen van de voor de hand liggende, maar toch niet flauwe vraag: wat is praktische relevantie? 11 En een eerste constatering kan ons dan wat verder op gang helpen: als de omgang met onze eigen handelingen, maar ook met die van anderen, altijd bemiddeld wordt door de modellen die we gebruiken om over die handelingen na te kunnen denken, dan heeft het doordenken van deze modellen altijd heel veel praktische relevantie. Ik gebruik hier bewust de betrekkelijk vage term omgang waaronder heel veel valt. We gaan op heel veel verschillende manieren met handelingen om: we schrijven ze toe aan een actor (dat kunnen we ook zelf zijn), we karakteriseren ze in termen van wat er mee beoogd wordt, we rechtvaardigen ze, of veroordelen ze, we begrijpen ze, of kunnen ze verklaren, we onderschrijven ze, of niet, we nemen ze op in onze autobiografie, of proberen ze te vergeten, we gaan er onder gebukt, of keren ons er tegen, etc. In al deze verschillende omgangsvormen kunnen we niet anders dan gebruik maken van conceptualiseringen van de handelingen waar we mee te maken hebben. En in al deze gevallen is er daarom een goed antwoord op die voor de hand liggende vraag waar filosofen onterecht zo vaak onrustig van worden: Al dat gefilosofeer: wat heb je daar nu eigenlijk aan? De filosoof kan spelen met diverse modellen, en kan denken met distantie, en daardoor kan z/hij heel veel verschillende karakteriseringen laten zien van wat zo op het eerste oog wellicht een evidente handeling lijkt. Die vele verschillende karakteriseringen maken het niet makkelijker om snel zo snel mogelijk een beslissing te kunnen nemen over de volgende stap. Maar praktische relevantie heeft uiteindelijk ook maar weinig te maken met snelle beslissingen. Wat die vele verschillende karakteriseringen wel gemakkelijker maken, en precies daarin schuilt hun niet te onderschatten praktische relevantie, is heel grondig nadenken over de situatie waarin we verzeild zijn geraakt. En heel grondig na te denken over 11 Dit is een gecompliceerd probleem waarover nog lang niet genoeg geschreven is. Maar zie het baanbrekende werk van Alfred Schutz, Reflections on the Problem of Relevance, New Haven: Yale University Press, Ik scheer zelf langs het probleem in Jan Bransen, Alternatives of Oneself. Recasting Some of Our Practical Problems, in Philosophy and Phenomenological Research, Vol. LX (2), 2000, pp [ 11 ]

12 de situatie waarin we ons bevinden is van het grootste belang, omdat het de enige manier is om onszelf te begrijpen vóórdat we, zoals het gezegde luidt, onszelf tegenkomen. Personalia Jan Bransen (1958) is bijzonder hoogleraar wijsgerige antropologie en de grondslagen van het humanisme aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden, en docent/onderzoeker wijsgerige antropologie en morele psychologie aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit Utrecht. Bovendien is hij als projectmanager verantwoordelijk voor de nieuwe studierichting Filosofie in Bedrijf die dit jaar aan de Universiteit Utrecht van start is gegaan. In zijn onderzoek houdt Jan Bransen zich vooral bezig met problemen betreffende autonomie, zelf-kennis en praktisch redeneren. [ 12 ]

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay

Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Jan Bransen Het Schrijven van een Filosofisch Essay Onderstaande tekst schreef ik jaren geleden om studenten wat richtlijnen te geven bij het ontwikkelen van een voor filosofen cruciale vaardigheid: het

Nadere informatie

Onderzoek de spreekkamer!

Onderzoek de spreekkamer! Onderzoek de spreekkamer! Lennard Voogt Inleiding Het wetenschappelijk fundament van de manuele therapie wordt sterker. Manueel therapeuten krijgen steeds meer inzicht in de effectiviteit van hun inspanningen

Nadere informatie

Handleiding Gespreksvormen Discussie

Handleiding Gespreksvormen Discussie Handleiding Gespreksvormen Discussie Inhoud Overzicht 1. Inleiding 2. Doel 3. Werkvormen 4. Tips voor het begeleiden van een discussie 4.1. Onderwerp inleiden 4.2. Voorlopig standpunt bepalen 4.3. Discusieren

Nadere informatie

De socratische methode. Iets meer over Socrates

De socratische methode. Iets meer over Socrates De socratische methode De kunst van het vragen stellen Het is vaak beter om goede vragen te stellen dan zelf goede antwoorden te geven. Met vragen beweeg je anderen tot onderzoek van eigen ervaringen en

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten 1 Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding G.J.E. Rutten Introductie In dit artikel wil ik het argument van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga voor

Nadere informatie

Eindexamen Filosofie vwo 2001 - I

Eindexamen Filosofie vwo 2001 - I Eindexamen Filosofie vwo 00 - I 3 Antwoordmodel Opgave Het ontstaan van leven Een juist antwoord bevat de volgende elementen: een goede uitleg van wat inductie is; een goede uitleg van het inductieprobleem

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

IOD Crayenestersingel 59, 2101 AP Heemstede Tel: 023 5283678 Fax: 023 5474115 info@iod.nl www.iod.nl. Leiding geven aan verandering

IOD Crayenestersingel 59, 2101 AP Heemstede Tel: 023 5283678 Fax: 023 5474115 info@iod.nl www.iod.nl. Leiding geven aan verandering Leiding geven aan verandering Mijn moeder is 85 en rijdt nog auto. Afgelopen jaar kwam ze enkele keren om assistentie vragen, omdat haar auto in het verkeer wat krassen en deuken had opgelopen. Ik besefte

Nadere informatie

De filosofie is onder het volk. Vrijwel elke Nederlander heeft de afgelopen jaren wel

De filosofie is onder het volk. Vrijwel elke Nederlander heeft de afgelopen jaren wel Hoe weet je wat je wilt? Door Joep Dohmen De filosofie is onder het volk. Vrijwel elke Nederlander heeft de afgelopen jaren wel iets meegekregen van het debat over de vrije wil. Het interessante aan dat

Nadere informatie

1 A B 2 A B 3 A B 4 A B 5 A B 6 A B 7 A B 8 A B 9 A B 10 A B. Zelfassessment Probleemgedrag 1

1 A B 2 A B 3 A B 4 A B 5 A B 6 A B 7 A B 8 A B 9 A B 10 A B. Zelfassessment Probleemgedrag 1 Zelfassessment Probleemgedrag 1 1 A B ga ik eerst na wat ik heb gedaan om dat te veroorzaken. 2 A B Als ik een probleem oplos, moet daar iemand de dupe van worden. geef ik die ander daar de schuld van.

Nadere informatie

Leren van je eigen mores Spreken over waarden en normen met verpleegkundigen

Leren van je eigen mores Spreken over waarden en normen met verpleegkundigen Nurse Academy lustrumcongres 2014 Leren van je eigen mores Spreken over waarden en normen met verpleegkundigen Amersfoort, 17 november 2014 Jos de Munnink, gespreksleider moreel beraad GGNet Contact: j.demunnink@ggnet.nl

Nadere informatie

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl Utrecht, 16-6-2006 1. Is het waar, dat recente vondsten in de wetenschap Godsgeloof verzwakken?

Nadere informatie

studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen

studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen studiekiezers Cilia Witteman Behavioural Science Institute Radboud Universiteit Nijmegen Een studie (of iets anders) kiezen: Hoe doen mensen dat - snel, op gevoel of na goed nadenken? Wat is beter? Hoe

Nadere informatie

EMOTIONELE INTELLIGENTIE

EMOTIONELE INTELLIGENTIE EMOTIONELE INTELLIGENTIE drs. S. van den Eshof 1 SITUATIE Wat zijn emoties en welke invloed hebben ze op ons leven? Sommige mensen worden bestempeld als over-emotioneel, terwijl anderen van zichzelf vinden

Nadere informatie

Deel III B. Cursusaanbod Deeltijd

Deel III B. Cursusaanbod Deeltijd Deel III B Cursusaanbod Deeltijd 1. Verplichte vakken 05/06 2. Keuzevakken majortraject 05/06 3. Keuzevakken Academische context en Profileringsruimte 05/06 4. Verplichte vakken 06/07* 5. Keuzevakken majortraject

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

Leren Filosoferen. Tweede avond

Leren Filosoferen. Tweede avond Leren Filosoferen Tweede avond Website Alle presentaties zijn te vinden op mijn website: www.wijsgeer.nl Daar vind je ook mededelingen over de cursussen. Hou het in de gaten! Vragen n.a.v. vorige keer

Nadere informatie

Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl. Lees hieronder verder over:

Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl. Lees hieronder verder over: Geïnteresseerd in het vak van trainer/adviseur? Solliciteer via sollicitatie@dekrommerijn.nl Lees hieronder verder over: Het werk van ondernemingsraden. Het werk van de trainer/adviseur. De ideale trainer/adviseur.

Nadere informatie

Test: carrière-ankers

Test: carrière-ankers Test: carrière-ankers Wat is de reden dat je werkt? Wat motiveert je in je werk? Welke elementen moeten je werk bevatten om het je echt naar de zin te maken zodat je met plezier en productief kunt functioneren?

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

Visitatie en Inspiratie

Visitatie en Inspiratie Visitatie en Inspiratie BG-dagen, Papendal Vrijdag 19 juni 2015 Gertjan Beens Sabrina Kwint Jos Manders Disclosure belangen spreker Dienstverband(en) Eigen onderneming(en) en aandelen HumanCapitalCare

Nadere informatie

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN De onderwijsvorm ASO is een breed algemeen vormende doorstroomrichting waarin de leerlingen zich voorbereiden op een academische of professionele bacheloropleiding.

Nadere informatie

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is

Correctievoorschrift. Voorbeeld van een goed antwoord: Nagel volgt Kant door op te merken dat het vreemd en onwenselijk is Toets Vrije Wil en 2 Correctievoorschrift Correctievoorschrift Maximumscore 3 Een correcte uitleg van Kants analyse van morele verantwoordelijkheid Een correcte uitleg van waarom we het bestaan van de

Nadere informatie

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Naam: Violette van Zandbeek Vak: Social research Datum: 15 april 2011 1 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Als onderdeel van het vak social research

Nadere informatie

Interviewvragen DRIJFVEREN

Interviewvragen DRIJFVEREN Interviewvragen DRIJFVEREN Achter iemands persoonlijke intrinsieke motivatoren komen is niet makkelijk. Hoe geeft iemand op zijn eigen wijze uiting aan zijn drijfveren? De enige manier om hierachter te

Nadere informatie

Luisteren: Elke taaluiting is relevant

Luisteren: Elke taaluiting is relevant Emma van Bijnen ADR Instituut 1 Luisteren: Elke taaluiting is relevant Niet de directe betekening van de bijdrage, maar de intentie van de spreker Er zijn ontelbaar veel verschillende dingen die partijen

Nadere informatie

Moreel Beraad. Roelie Dijkman, specialist ouderengeneeskunde SHDH

Moreel Beraad. Roelie Dijkman, specialist ouderengeneeskunde SHDH Moreel Beraad Roelie Dijkman, specialist ouderengeneeskunde SHDH Wat is goed handelen? Wat en wie bepaalt dat? Ethiek Het systematisch nadenken over normen en waarden die in handelings- en beslissituaties

Nadere informatie

VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN

VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN E-BLOG VIER EENVOUDIGE TAKTIEKEN OM LASTIGE COLLEGA S VOOR JE TE WINNEN in samenwerken Je komt in je werk lastige mensen tegen in alle soorten en maten. Met deze vier verbluffend eenvoudige tactieken vallen

Nadere informatie

Over nut en noodzaak van praktijkgericht onderzoek. Congres Focus op onderzoek - Oogsten en verbinden 1 en 2 december 2011, Galgenwaard, Utrecht

Over nut en noodzaak van praktijkgericht onderzoek. Congres Focus op onderzoek - Oogsten en verbinden 1 en 2 december 2011, Galgenwaard, Utrecht Over nut en noodzaak van praktijkgericht onderzoek Congres Focus op onderzoek - Oogsten en verbinden 1 en 2 december 2011, Galgenwaard, Utrecht Wat is het probleem? Volgens: 1. De professional 2. De wetenschapper

Nadere informatie

In deze les. Het experiment. Hoe bereid je het voor? Een beetje wetenschapsfilosofie. Literatuuronderzoek (1) Het onderwerp.

In deze les. Het experiment. Hoe bereid je het voor? Een beetje wetenschapsfilosofie. Literatuuronderzoek (1) Het onderwerp. In deze les Het experiment Bart de Boer Hoe doe je een experiment? Hoe bereid je het voor? De probleemstelling Literatuuronderzoek Bedenken/kiezen experimentele opstelling Bedenken/kiezen analysevorm Hoe

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal Vakbeschrijvingen derde jaar EBM: In het derde jaar volg je enkele verdiepende vakken, schrijf je de bachelorscriptie en heb je een vrije keuzeruimte. Je kunt deze ruimte invullen met keuzevakken (o.a.

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 3 Vreemder dan alles wat vreemd is 12 maximumscore 3 de twee manieren waarop je vanuit zingevingsvragen religies kunt analyseren: als waarden en als ervaring 2 een uitleg van de analyse van religie

Nadere informatie

Ruimte Scheppen. Filosofie, Fontys en het hbo. Redactie: Peter van Zilfhout Charles Vergeer Niek Wiskerke. Fontys Hogescholen Lectoraat Filosofie

Ruimte Scheppen. Filosofie, Fontys en het hbo. Redactie: Peter van Zilfhout Charles Vergeer Niek Wiskerke. Fontys Hogescholen Lectoraat Filosofie Ruimte Scheppen Filosofie, Fontys en het hbo Redactie: Peter van Zilfhout Charles Vergeer Niek Wiskerke Fontys Hogescholen Lectoraat Filosofie bw ruimte scheppen 22-1-2010.indd 3 22-1-10 10:48 Inhoud Voorwoord

Nadere informatie

Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven

Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven Drie domeinen van handelen: Waarnemen, oordelen en beleven Situatie John volgt een opleiding coaching. Hij wil dat vak dolgraag leren. Beschikt ook over de nodige bagage in het begeleiden van mensen, maar

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel

Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft

Nadere informatie

Een ander domein is de wetenschap. Wetenschap kan men als volgt omschrijven:

Een ander domein is de wetenschap. Wetenschap kan men als volgt omschrijven: Pagina B 1 Samenvatting inleidende les ethiek 8/02/06 ETHIEK. Filosofie is denken, hard nadenken over vanalles en nog wat, en hoort eigenlijk bij ethiek. Ethiek zelf kan me ook een beetje vergelijken met

Nadere informatie

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren.

een theorie. Dan weten we in welk domein we de diverse processen kunnen lokaliseren. Samenvatting Inleiding In deze studie wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van een toetsbare en bruikbare theorie over wetgeving, in het bijzonder over de werking van wetgeving. Wij weten weliswaar

Nadere informatie

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten

Bijlage 1: Methode. Respondenten en instrumenten Bijlage 1: Methode In deze bijlage doen wij verslag van het tot stand komen van onze onderzoeksinstrumenten: de enquête en de interviews. Daarnaast beschrijven wij op welke manier wij de enquête hebben

Nadere informatie

Didactisch partnerschap

Didactisch partnerschap Didactisch partnerschap Vijf routekaarten om lastige situaties in het samenwerken met ouders te hanteren Het klinkt zo mooi: didactisch partnerschap. Zie daar als leraar maar eens een goede invulling aan

Nadere informatie

De Taxonomie van Bloom Toelichting

De Taxonomie van Bloom Toelichting De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog

Nadere informatie

Oplossingsgericht en waarderend coachen.

Oplossingsgericht en waarderend coachen. Oplossingsgericht en waarderend coachen. Coaching is die vorm van professionele begeleiding waarbij de coach als gelijkwaardige partner de cliënt ondersteunt bij het behalen van zelfgekozen doelen. Oplossingsgericht

Nadere informatie

Voor wat betreft het multiple choice gedeelte heeft elke vraag altijd 3 mogelijke antwoorden, waarvan er slechts één het juiste is!

Voor wat betreft het multiple choice gedeelte heeft elke vraag altijd 3 mogelijke antwoorden, waarvan er slechts één het juiste is! KLEIN PROEFTENTAMEN WETENSCHAPSLEER Let op: Het tentamen bestaat straks uit 20 multiple choice vragen en 2 open vragen. In totaal zijn dus 100 punten te verdienen (= cijfer: 10). In het multiple choice

Nadere informatie

Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme

Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme Anomaal Monisme vergeleken met behaviorisme en functionalisme Wouter Bouvy 3079171 October 15, 2006 Abstract Dit artikel behandelt Mental Events van Donald Davidson. In Mental Events beschrijft Davidson

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

de Beste Studiekeuze Aanpak

de Beste Studiekeuze Aanpak de Beste Studiekeuze Aanpak Welk pad kies jij? Zelkennis is vaag pagina 3,4 Waar sta jij nu? Ontdek jouw volgende stap pagina 5,6 Hoe kom ik erachter wat ik wil? 3 bronnen voor zelfkennis pagina 7 Concreet

Nadere informatie

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant

Antreum RAPPORT PF. Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011. de heer Consultant RAPPORT PF Van: Test Kandidaat Administratienummer: Datum: 01 Sep 2011 Normgroep: Advies de heer Consultant 1. Inleiding Persoonlijke flexibiliteit is uw vermogen om met grote uitdagingen en veranderingen

Nadere informatie

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans

Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans Leadership in Project-Based Organizations: Dealing with Complex and Paradoxical Demands L.A. Havermans LEADERSHIP IN PROJECT-BASED ORGANIZATIONS Dealing with complex and paradoxical demands Leiderschap

Nadere informatie

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Crebonr.

Keuzedeel mbo. Voorbereiding hbo. behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo. Geldig vanaf 1 augustus 2013. Crebonr. Keuzedeel mbo Voorbereiding hbo behorend bij één of meerdere kwalificatiedossiers mbo Geldig vanaf 1 augustus 2013 Crebonr. Vastgesteld Penvoerder: Ontwikkeld door: 2 van 7 1. Algemene informatie D1: Voorbereiding

Nadere informatie

VOORBEELD / CASUS. Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven

VOORBEELD / CASUS. Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven Maakt geld gelukkig? VOORBEELD / CASUS Een socratisch gesprek volledig uitgeschreven Hieronder tref je een beschrijving van een socratisch gesprek van ca. 2 ½ uur. Voor de volledigheid hieronder eerst

Nadere informatie

Reacties van deelnemers aan The Perfect Escape:

Reacties van deelnemers aan The Perfect Escape: Reacties van deelnemers aan The Perfect Escape: - In één woord fantastisch!! Erg inspirerend om te luisteren en leren van iemand die dit hele proces al doorgeworsteld is en dat wil delen met andere 'worstelenden'.

Nadere informatie

PORTFOLIO VOOR DE FUNCTIE VAN VAN. (Voornaam - Naam) Aangemaakt op: (datum)

PORTFOLIO VOOR DE FUNCTIE VAN VAN. (Voornaam - Naam) Aangemaakt op: (datum) PORTFOLIO VOOR DE FUNCTIE VAN VAN (Voornaam - Naam) Aangemaakt op: (datum) In het kader van uw sollicitatie willen we graag een zicht krijgen op de kerncompetenties die VDAB van haar leidinggevenden verwacht.

Nadere informatie

Om, tijdens en rond. Een gids bij het voorbereiden van een studentengesprek in het COBRA-model

Om, tijdens en rond. Een gids bij het voorbereiden van een studentengesprek in het COBRA-model Om, tijdens en rond. Een gids bij het voorbereiden van een studentengesprek in het COBRA-model Studenten en COBRA Diest Onderwijsprofessionalisering & Onderwijsondersteuning (KU Leuven) Studentenraad KU

Nadere informatie

Rapportage Drijfveren. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email:

Rapportage Drijfveren. Bea het Voorbeeld. support@meurshrm.nl. Naam: Datum: 16.06.2015. Email: Rapportage Drijfveren Naam: Bea het Voorbeeld Datum: 16.06.2015 Email: support@meurshrm.nl Bea het Voorbeeld / 16.06.2015 / Drijfveren (QDI) 2 Wat motiveert jou? Wat geeft jou energie? Waardoor laat jij

Nadere informatie

kinderen keuzes leren maken

kinderen keuzes leren maken tekst: Mike Barrell vertaling: Edwin Murre 1 Het is vooral de leeftijd die het leuk maakt om les te geven aan Tenniskids (5-12 jaar). Maar regelmatig moet je je als trainer ook bezinnen en jezelf afvragen

Nadere informatie

PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN. José van Loo

PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN. José van Loo PASSEND ONDERWIJSONDERZOEK SAMEN ONDERZOEKEND LEREN José van Loo CNV Schoolleiders 6 november 2014 Onderzoek? Onderzoekende houding Onderzoeksmatig leiderschap Onderzoekende schoolcultuur Onderzoekende

Nadere informatie

Hoe word je succesvol in sales

Hoe word je succesvol in sales Hoe word je succesvol in sales Verkopen gaat niet vanzelf. Zeker niet in deze tijd. Toch zijn nog steeds veel verkopers erg succesvol. Dat komt niet door het product of de dienst die ze aanbieden, maar

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Oordelen bij Hannah Arendt: van oordeelsvermogen tot oordeelsplicht

Oordelen bij Hannah Arendt: van oordeelsvermogen tot oordeelsplicht Oordelen bij Hannah Arendt: van oordeelsvermogen tot oordeelsplicht Oordelen in perspectief Hannah Arendt wordt traditioneel beschouwd als de filosofe van het handelen. Ze is echter nog veel meer de filosofe

Nadere informatie

Het Communicatiestijlenmodel bestaat uit twee elementaire gedragsdimensies:

Het Communicatiestijlenmodel bestaat uit twee elementaire gedragsdimensies: Toelichting op het communicatiestijlenmodel Het Communicatiestijlenmodel bestaat uit twee elementaire gedragsdimensies: A. De mate waarin iemand uit eigen beweging zijn mening geeft en pogingen doet de

Nadere informatie

Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing?

Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing? Goede praktijkvoorbeelden als strategie voor onderwijsvernieuwing? Problematiseren en er voorbij Geert Kelchtermans Praktijkvoorbeelden zijn in PV in de hitparade van populair onderwijsjargon Eenvoudige

Nadere informatie

Sprekende Spreuken. Levenslessen uit het boek Spreuken. Kris Tavernier. Het kennen van de Hoogheilige

Sprekende Spreuken. Levenslessen uit het boek Spreuken. Kris Tavernier. Het kennen van de Hoogheilige Kris Tavernier Sprekende Spreuken Levenslessen uit het boek Spreuken - Het boek Spreuken leert ons heel wat over het gedrag van gelovigen, en hoe dit kan zijn in allerlei omstandigheden van dit leven.

Nadere informatie

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden.

Wat het effect van een vraag is, hangt sterk af van het soort vraag. Hieronder volgen enkele soorten vragen, geïllustreerd met voorbeelden. Actief luisteren Om effectief te kunnen communiceren en de boodschap van een ander goed te begrijpen, is het belangrijk om de essentie te achterhalen. Je bent geneigd te denken dat je een ander wel begrijpt,

Nadere informatie

Het laboratorium in je hoofd. Pim Lemmens

Het laboratorium in je hoofd. Pim Lemmens Het laboratorium in je hoofd Pim Lemmens Oefening 1 Stel, het is mogelijk om mensen vrijwel instantaan te beamen van de ene plaats naar de andere (vgl. Star Trek) We vormen samen een ministerraad die wetgeving

Nadere informatie

Jong en oud door dezelfde trend gegrepen. Siegwart Lindenberg en René Veenstra

Jong en oud door dezelfde trend gegrepen. Siegwart Lindenberg en René Veenstra Jong en oud door dezelfde trend gegrepen Siegwart Lindenberg en René Veenstra Jongeren jagen steeds meer materiële genoegens na zonder dat ouders ingrijpen. Om de lieve vrede in huis te bewaren, zwichten

Nadere informatie

Recensie: Henk Sissing (red.) - 3000 jaar denkers over onderwijs #3000doo

Recensie: Henk Sissing (red.) - 3000 jaar denkers over onderwijs #3000doo Recensie: Henk Sissing (red.) - 3000 jaar denkers over onderwijs #3000doo Op verzoek van onderwijsfilosofie.nl schreef Henk Ter Haar, leraar Nederlands op de Guido de Brès scholengemeenschap, de onderstaande

Nadere informatie

Je doel behalen met NLP.

Je doel behalen met NLP. Je doel behalen met NLP. NLP werkt het beste als al je neurologische niveaus congruent zijn. Met andere woorden: congruent zijn betekent wanneer je acties en woorden op 1 lijn zijn met je doelen, overtuigingen,

Nadere informatie

ThiemeMeulenhoff Zorg Niveau 3. 3.4 Evalueert de zorgverlening Antwoordmodellen

ThiemeMeulenhoff Zorg Niveau 3. 3.4 Evalueert de zorgverlening Antwoordmodellen ThiemeMeulenhoff Zorg Niveau 3 3.4 Evalueert de zorgverlening Antwoordmodellen Inhoudsopgave 1 Een zorg(leef)plan evalueren 5 1.1 Evalueren 5 Praktijk: Tandenpoetsen 5 Praktijk: Stoppen met roken 5 Kennisopdracht

Nadere informatie

Rapport Carriere Waarden I

Rapport Carriere Waarden I Rapport Carriere Waarden I Kandidaat TH de Man Datum 18 Mei 2015 Normgroep Advies 1. Inleiding Carrièrewaarden zijn persoonlijke kenmerken die maken dat u bepaald werk als motiverend ervaart. In dit rapport

Nadere informatie

Naar slimmere MM-maatregelen met het 9-stappenplan

Naar slimmere MM-maatregelen met het 9-stappenplan Naar slimmere MM-maatregelen met het 9-stappenplan Uitgangspunt en doel van het stappenplan Uitgangspunt van ons stappenplan is niet de plannen zijn niet goed, maar wel vanuit gedragsperspectief kan het

Nadere informatie

NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN

NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN FRISSE IDEEËN VOOR ADVIES- EN VERKOOPGESPREKKEN VAN ICT SPECIALISTEN We are not thinking-machines, we are feeling-machines that

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?

Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken? >> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?

Nadere informatie

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model

= = = = = = =jáåçéêüéçéå. =téäòáàå. Het TOPOI- model éêçîáååáéi á ã Ä ì ê Ö O Ç É a áê É Åí áé téäòáàå jáåçéêüéçéå Het TOPOI- model In de omgang met mensen, tijdens een gesprek stoten we gemakkelijk verschillen en misverstanden. Wie zich voorbereidt op storingen,

Nadere informatie

NLP kan op verschillende niveaus getraind of aangeleerd w orden.

NLP kan op verschillende niveaus getraind of aangeleerd w orden. Meerw aarde Arcturus NLP kan op verschillende niveaus getraind of aangeleerd w orden. Eerder dan alleen een communicatiesysteem of een geheel van communicatietechnieken en procedures, eerder dan het dieperliggend

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Beïnvloeden van processen Hoe je vanuit de inhoud actief grip krijgt op processen

Beïnvloeden van processen Hoe je vanuit de inhoud actief grip krijgt op processen Beïnvloeden van processen Hoe je vanuit de inhoud actief grip krijgt op processen Aanleiding Procesmanagement is voor medewerkers van Grontmij een steeds belangrijker onderdeel van het werk geworden. Dit

Nadere informatie

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113

Inhoud. Woord vooraf 7. Het allereerste begin 9. Oervaders 19. Israël als moeder 57. Wijsheid voor ouders en kinderen 83. Koninklijke vaders 113 Inhoud Woord vooraf 7 Het allereerste begin 9 Oervaders 19 Israël als moeder 57 Wijsheid voor ouders en kinderen 83 Koninklijke vaders 113 Profetische opvoedkunde 145 Kinderen in zijn koninkrijk 177 Leerling

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij 10.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat gedetailleerde informatie over de doelstellingen, eindkwalificaties en opbouw van de Masteropleiding Filosofie & Maatschappij.

Nadere informatie

FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS

FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS FEED BACK COMMENTAAR GEVEN EN ONTVANGEN MARIETA KOOPMANS INHOUD Inleiding 7 1 Zelfonderzoek feedback geven en ontvangen 9 Checklist feedback geven en ontvangen 11 2 Communicatie en feedback 15 Waarnemen,

Nadere informatie

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens. D. Emo. Naam.

Rapportage. Vertrouwelijk. De volgende tests zijn afgenomen: Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens. D. Emo. Naam. Rapportage De volgende tests zijn afgenomen: Test Persoonsgegevens Aanvullende persoonsgegevens Persoonlijkheidstest (MPT-BS) Status Voltooid Voltooid Voltooid Vertrouwelijk Naam Datum onderzoek Emailadres

Nadere informatie

Persoonlijk rapport van: Marieke Adesso 29 Mei 2006 1

Persoonlijk rapport van: Marieke Adesso 29 Mei 2006 1 Talenten Aanzien en Erkenning 3 Besluitvaardigheid 8 Confrontatie en Agitatie 4 Doelgerichtheid 4 Talenten Hulpvaardigheid 5 Ontzag 3 Orde en Netheid 4 Pragmatisme 6 Stressbestendigheid 7 Verantwoording

Nadere informatie

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken?

3. Wat betekent dat voor de manier waarop lesgegeven zou moeten worden in de - voor jou - moeilijke vakken? Werkblad: 1. Wat is je leerstijl? Om uit te vinden welke van de vier leerstijlen het meest lijkt op jouw leerstijl, kun je dit simpele testje doen. Stel je eens voor dat je zojuist een nieuwe apparaat

Nadere informatie

Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus

Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus pag.: 1 van 5 Vragenlijst persoonlijke onderhandelingsstijlen: de samenwerker, de vechter en de analyticus Ieder mens heeft een persoonlijke stijl van beïnvloeden. De een is meer gericht op het opbouwen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Over Dingerdis Customer Care. Inleiding. 1. Situaties die weerstand oproepen. 2. Zes veel voorkomende vormen van weerstand

Inhoudsopgave. Over Dingerdis Customer Care. Inleiding. 1. Situaties die weerstand oproepen. 2. Zes veel voorkomende vormen van weerstand Ronald Dingerdis Inhoudsopgave Over Dingerdis Customer Care Inleiding 1. Situaties die weerstand oproepen 2. Zes veel voorkomende vormen van weerstand 3. Omgaan met weerstand van anderen 4. Omgaan met

Nadere informatie

ecourse Moeiteloos leren leidinggeven

ecourse Moeiteloos leren leidinggeven ecourse Moeiteloos leren leidinggeven Leer hoe je met minder moeite en tijd uitmuntende prestaties met je team bereikt 2012 Marjan Haselhoff Ik zou het waarderen als je niets van de inhoud overneemt zonder

Nadere informatie

het begin van dit boek

het begin van dit boek De autisme survivalgids 9 het begin van dit boek Ken je dat gevoel? Je bent een kind. Een jongen of een meisje. Om je heen zijn er heel veel andere kinderen. Allemaal zien ze er net een beetje anders uit.

Nadere informatie

Onze kijk op mobiliteit?

Onze kijk op mobiliteit? organization Reint Jan Renes Gedragswetenschapper Onze kijk op mobiliteit? het lijkt wel een gedragsstoornis Wat we vinden en zeggen over mobiliteit, staat vaak haaks op wat we doen. Gedragswetenschapper

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Contextuele Therapie. Een inleiding

Contextuele Therapie. Een inleiding Contextuele Therapie Een inleiding Ivan Boszormenyi-Nagy Ivan Boszormenyi-Nagy 1920-2007 2007 Ivan Boszormenyi-Nagy werd geboren op 19 mei 1920 in Boedapest. Hij werd psychiater en hoogleraar psychiatrie

Nadere informatie

De planning is realistisch, efficiënt en afdoende afgestemd met de betrokkenen.

De planning is realistisch, efficiënt en afdoende afgestemd met de betrokkenen. Kerntaak 1 Stuurt werkplaats aan 1.1 werkproces: Plant en verdeelt werkzaamheden De deelnemer heeft bij het plannen van de werkorders voldoende rekening gehouden met wat de werkplaats aankan (afgestemd

Nadere informatie

Rapport over de functie

Rapport over de functie Rapport over de functie van Accountmanager Dit rapport is vastgesteld door Jeroen Visscher. Informatie voor deze functietypering was aangeleverd door 1 respondenten. De gedetailleerde informatie is beschikbaar

Nadere informatie

Protocol pesten Eigenaar : Intern Begeleider Vastgesteld: september 2012 Herzien: september 2016. Een stappenplan bij pesten op school

Protocol pesten Eigenaar : Intern Begeleider Vastgesteld: september 2012 Herzien: september 2016. Een stappenplan bij pesten op school Protocol pesten Eigenaar : Intern Begeleider Vastgesteld: september 2012 Herzien: september 2016 Een stappenplan bij pesten op school Wat is pesten? Pesten is een verschijnsel dat op elke school en in

Nadere informatie

DEFINITIES COMPETENTIES

DEFINITIES COMPETENTIES DEFINITIES COMPETENTIES A. MENSEN LEIDINGGEVEN A1 Sturen Geeft op een duidelijke manier richting aan een team, neemt de leiding op zich, zet mensen en middelen zodanig in dat doelen met succes worden bereikt.

Nadere informatie