NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: Hoofdstuk 1 komt te luiden: HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALING EN ALGEMENE BEPALINGEN

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: Hoofdstuk 1 komt te luiden: HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALING EN ALGEMENE BEPALINGEN"

Transcriptie

1 Wijziging van de Wet Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: A Hoofdstuk 1 komt te luiden: HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALING EN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volkgezondheid, Welzijn en Sport; b. accommodatie: bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein van een zorgaanbieder waar verplichte zorg wordt verleend; c. advocaat: advocaat als bedoeld in artikel 9a van de Advocatenwet; d. bestuur van de raad voor de rechtsbijstand: bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de rechtsbijstand; e. contactpersoon: contactpersoon als bedoeld in artikel 1:5; f. crisismaatregel: door de burgemeester opgelegde maatregel om tijdelijk verplichte zorg te verlenen; g. criteria voor verplichte zorg: criteria als bedoeld in artikel 3:3; h. geneesheer-directeur: arts als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, aangewezen door en in dienst van de zorgaanbieder en verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken op het terrein van zorg en de verlening van verplichte zorg; i. doel van verplichte zorg: doel als bedoeld in artikel 3:4; j. familie: partner, de ouders dan wel één van hen, voor zover zij niet van het ouderlijk gezag zijn ontheven of ontzet, of elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn, niet zijnde een ouder, en in de zijlijn tot en met de tweede graad; k. familievertrouwenspersoon: familievertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 12:1; l. huisregels: huisregels als bedoeld in artikel 8:15; m. inspectie: Inspectie voor de Gezondheidszorg van het Staatstoezicht op de volksgezondheid; n. klachtencommissie: klachtencommissie als bedoeld in artikel 10:1; o. klachtprocedure: klachtprocedure als bedoeld in artikel 10:3; p. patiëntenvertrouwenspersoon: patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 11:1; q. regio: regio als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid; r. schade: schade bestaande uit levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische, materiële of financiële schade, een verstoorde ontwikkeling naar volwassenheid, verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang; s. tenuitvoerlegging: er voor zorg dragen dat de zorgaanbieder kan beginnen met de uitvoering van de zorgmachtiging of crisismaatregel; t. verplichte zorg: zorg als bedoeld in artikel 3:1; u. vertegenwoordiger: vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 1:3; v. zorg: zorg als bedoeld in artikel 3:2; w. zorgaanbieder: zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Kwaliteitswet zorginstellingen die verplichte zorg verleent; x. zorgkaart: zorgkaart als bedoeld in artikel 5:14; y. zorgmachtiging: rechterlijke machtiging om verplichte zorg te verlenen; z. zorgplan: zorgplan als bedoeld in artikel 5:15; 1

2 aa. zorgverantwoordelijke: degene die een geregistreerd beroep uitoefent als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en die behoort tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen, verantwoordelijk voor de zorg. Artikel 1:2 1. De zorgaanbieder die verplichte zorg in een accommodatie verleent, verstrekt Onze Minister, ter opneming in een openbaar register van zodanige accommodaties, een opgave van de: a. naam of een andere aanduiding van de accommodatie, alsmede het adres ervan; b. naam, adres, rechtsvorm en Handelsregisternummer van de zorgaanbieder; c. vormen van zorg die worden verleend. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bouwkundige eisen worden gesteld voor de accommodatie. Artikel 1:3 1. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene die jonger is dan zestien jaar, treedt of treden op: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent. 2. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een betrokkene van zestien of zeventien jaar, treedt of treden op: a. de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of b. indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is en niet meerderjarig is: de ouders of voogden die gezamenlijk het gezag uitoefenen, of de ouder of voogd die alleen het gezag uitoefent. 3. Als vertegenwoordiger ter zake van de uitoefening van de rechten en plichten op grond van deze wet van een meerderjarige betrokkene treedt op: a. de door betrokkene als zodanig gemachtigde, of b. indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van deze rechten en plichten in staat is: - de curator of mentor, of indien deze ontbreekt, - de gemachtigde, bedoeld onder a, of indien deze ontbreekt, - de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, of indien deze dat niet wenst of deze ontbreekt, - een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind, tenzij deze dat niet wenst, of deze ontbreekt. 4. Indien betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de uitoefening van zijn rechten en plichten op grond van deze wet in staat is en geen vertegenwoordiger als bedoeld in de vorige leden optreedt, doet de zorgaanbieder een verzoek voor een mentorschap als bedoeld in artikel 451, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 5. De door betrokkene gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, dient meerderjarig en handelingsbekwaam te zijn en schriftelijk te verklaren, bereid te zijn om als vertegenwoordiger op te treden. 6. Als gemachtigde, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen niet optreden: a. de zorgaanbieder, b. de geneesheer-directeur, c. de zorgverantwoordelijke, d. een zorgverlener, of e. een medewerker van de zorgaanbieder. 7. De vertegenwoordiger betracht de zorg van een goed vertegenwoordiger en is gehouden betrokkene zoveel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken. 8. De betrokkene die minderjarig is, of onder curatele is gesteld dan wel ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, is bekwaam om op grond van deze wet in rechte op te treden. 2

3 Artikel 1:4 1. Indien betrokkene nog niet de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, is er sprake van: a. instemming, indien de vertegenwoordiger instemt; b. verzet, indien de vertegenwoordiger zich verzet. 2. Indien betrokkene de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaar heeft bereikt, is er sprake van: a. instemming, indien betrokkene en de vertegenwoordiger beide instemmen; b. verzet, indien betrokkene of de vertegenwoordiger zich verzet. 3. Indien betrokkene de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en geen vertegenwoordiger optreedt, is er sprake van: a. instemming, indien betrokkene instemt; b. verzet, indien betrokkene zich verzet. 4. Indien betrokkene de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en een vertegenwoordiger optreedt, is er sprake van: a. instemming, indien betrokkene en de vertegenwoordiger beide instemmen; b. verzet, indien betrokkene of de vertegenwoordiger zich verzet. 5. Indien betrokkene de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, geen vertegenwoordiger optreedt en betrokkene geen blijk geeft van instemming of verzet, is artikel 1:3, vierde lid, van overeenkomstige toepassing, en is er sprake van: a. instemming, indien de vertegenwoordiger instemt; b. verzet, indien de vertegenwoordiger zich verzet. 6. Indien betrokkene op enig later moment blijk geeft van verzet, vervalt de instemming, bedoeld in het vijfde lid, en is er sprake van verzet. 7. De artikelen 450, eerste en tweede lid, en 465, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de verplichte zorg die aan betrokkene wordt verleend. Artikel 1:5 1. Zodra de burgemeester een crisismaatregel voorbereid of de geneesheer-directeur begint met de voorbereiding van een zorgmachtiging, wijst deze een contactpersoon aan die op de hoogte wordt gehouden van de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg aan betrokkene en die bevoegd is om als belanghebbende op te treden in klachtprocedures en rechterlijke procedures. 2. Indien een vertegenwoordiger optreedt, wordt deze tevens als contactpersoon aangewezen, tenzij na overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger als contactpersoon wordt aangewezen de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, een ouder, voogd, kind, broer of zus, grootouder, kleinkind of een naaste, mits die persoon als contactpersoon wenst op te treden. 3. Indien geen vertegenwoordiger optreedt, wordt na overleg met betrokkene als contactpersoon aangewezen de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel, een ouder, voogd, kind, broer of zus, grootouder, kleinkind of een naaste, mits die persoon als contactpersoon wenst op te treden. 4. Indien de burgemeester, geneesheer-directeur of de vertegenwoordiger gegronde bezwaren hebben om de door betrokkene voorgestelde persoon als contactpersoon te laten functioneren, wordt na overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger een andere contactpersoon aangewezen. Artikel 1:6 1. Voor zover de zorgverantwoordelijke betrokkene niet in staat acht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van zorg of de uitoefening van rechten en plichten op grond van deze wet, legt hij dat schriftelijk vast en vermeldt daarbij de datum en het tijdstip en ter zake van welke beslissingen betrokkene niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. 2. De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt door de zorgverantwoordelijke niet genomen dan na overleg met de vertegenwoordiger. 3

4 3. De zorgverantwoordelijke stelt de geneesheer-directeur op de hoogte van de beslissing, bedoeld in het eerste lid, en het overleg met de vertegenwoordiger. Indien er geen vertegenwoordiger optreedt, stelt hij de geneesheer-directeur daarvan op de hoogte. Artikel 1:7 1. Waar in deze wet, uitgezonderd hoofdstuk 10, een bevoegdheid wordt toegekend aan de rechter, is de enkelvoudige of meervoudige kamer van de rechtbank bevoegd in het arrondissement waar betrokkene zijn woonplaats heeft of waar hij hoofdzakelijk of daadwerkelijk verblijft, met dien verstande dat zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt. 2. Waar in hoofdstuk 10 een bevoegdheid wordt toegekend aan de rechter, is de enkelvoudige of meervoudige kamer van de rechtbank bevoegd in het arrondissement waar betrokkene ten tijde van de uitoefening van de bevoegdheid verblijft, met dien verstande dat zaken met betrekking tot minderjarige personen worden behandeld door de kinderrechter, of door een meervoudige kamer waarvan de kinderrechter deel uit maakt. 3. Op de procedure bij de rechter zijn de bepalingen inzake de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en inzake cassatie uit het eerste boek van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. 4. De beschikking van de rechter is bij voorraad uitvoerbaar. Artikel 1:8 1. Indien ten aanzien van betrokkene een verzoekschrift wordt ingediend of betrokkene beroep instelt en geen advocaat heeft, geeft de rechter onverwijld aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan betrokkene. 2. Indien op grond van het bepaalde in deze wet een verzoekschrift wordt ingediend of beroep wordt ingesteld, is geen vast recht verschuldigd. 3. Artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is niet van toepassing. 4. Kosten van door de rechter opgeroepen getuigen en deskundigen komen ten laste van de Staat. Artikel 1:9 1. Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg wordt betrokkene in een voor hem begrijpelijke taal geïnformeerd. 2. Voor zover de uitvoering van de verplichte zorg leidt tot vrijheidsbeneming heeft betrokkene, indien hij de Nederlandse taal niet beheerst, recht op bijstand van een tolk. Artikel 1:10 De termijn van de artikelen 7:7 en 8:12, eerste lid, wordt indien deze eindigt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, indien noodzakelijk, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. B De titel van hoofdstuk 2 komt te luiden: HOOFDSTUK 2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN C Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: a. Het derde lid komt te luiden: 3. Bij de voorbereiding, de afgifte, de tenuitvoerlegging, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van een zorgmachtiging of crisismaatregel worden van de verplichte zorg de 4

5 proportionaliteit en subsidiariteit, waaronder begrepen de verplichte zorg in ambulante omstandigheden, alsmede de doelmatigheid en veiligheid beoordeeld. b. In het vijfde lid vervalt de afgifte,. c. Het zesde lid komt te luiden: 6. De wensen en voorkeuren van betrokkene worden gehonoreerd, tenzij: a. betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of b. deze in strijd zijn met de aan hem te verlenen verplichte zorg. D De artikelen 2:2 en 2:3 komen te luiden: Artikel 2:2 1. De zorgaanbieder stelt op basis van de uitgangspunten van artikel 2:1 een beleidsplan op over de toepassing van de verplichte zorg, dat gericht is op het terugdringen en voorkomen van verplichte zorg en het zoeken naar alternatieven op basis van vrijwilligheid. 2. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat het beleidsplan wordt toegepast bij de voorbereiding, de uitvoering, de evaluatie, de wijziging en de beëindiging van verplichte zorg. Artikel 2:3 1. Voordat de zorgaanbieder de geneesheer-directeur aanwijst, vraagt de zorgaanbieder hierover advies aan de cliëntenraad, bedoeld in artikel 2 van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Artikel 4, eerste en derde lid, en 5, eerste lid, van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen zijn van overeenkomstige toepassing. 2. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de geneesheer-directeur zijn taken op grond van deze wet naar behoren kan uitvoeren en waarborgt de onafhankelijkheid van de geneesheer-directeur bij de uitvoering van zijn taken op grond van deze wet. De zorgaanbieder geeft de geneesheerdirecteur geen aanwijzingen met betrekking tot diens taakuitvoering op grond van deze wet. E De artikelen 2:4 tot en met 2:7 vervallen. F Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd: a. Het tweede lid alsmede de aanduiding 1 voor het eerste lid vervallen. b. In de aanhef wordt het verzet van betrokkene of zijn vertegenwoordiger vervangen door: verzet als bedoeld in artikel 1:4. c. In onderdeel d wordt de artikelen 8:9 tot en met 8:11 vervangen door: de artikelen 8:11 en 8:12. G In artikel 3:2, onderdeel j, wordt gedragsbeïnvloedende middelen vervangen door: gedrag beïnvloedende middelen. 5

6 H In artikel 3:3, onderdeel c, wordt na het beoogde doel ingevoegd: van verplichte zorg. I Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: a. In het eerste lid wordt twaalf jaar vervangen door: zestien jaar. b. In het tweede lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: e. de contactpersoon en de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten met wie contact moet worden opgenomen als de onder a bedoelde omstandigheden zich voordoen. c. In het derde lid vervalt als bedoeld in artikel 5:8. d. Onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 5. De zorgverantwoordelijke wijst betrokkene op de mogelijkheid om zich bij het opstellen van een zelfbindingsverklaring te laten bijstaan door een familielid of naaste of de patiëntenvertrouwenspersoon. e. In het zevende lid (nieuw) wordt behorende bij door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen categorieën van deskundigen vervangen door: behorende tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen. J Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd: a. Onder vernummering van het derde lid tot tweede lid, vervalt het tweede lid. b. In het tweede lid (nieuw) wordt aan de commissie vervangen door: aan de zorgaanbieder. K Artikel 4:4 vervalt. L Hoofdstuk 5 komt te luiden: HOOFDSTUK 5 VOORBEREIDING ZORGMACHTIGING Paragraaf 1 Aanvraag voorbereiding zorgmachtiging Artikel 5:1 Bij de geneesheer-directeur kan eenieder een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag indienen voor de voorbereiding van een zorgmachtiging voor een persoon aan wie verplichte zorg zou moeten worden verleend. Artikel 5:2 1. De aanvrager maakt in de aanvraag aannemelijk dat is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg. 6

7 2. De aanvrager vermeldt in de aanvraag de relatie met de persoon op wie de aanvraag betrekking heeft. 3. Bij regeling van Onze Minister kan een model voor een aanvraag worden vastgesteld. Artikel 5:3 1. Indien het college van burgemeester en wethouders een meldpunt voor openbare geestelijke gezondheidszorg heeft ingesteld ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en daar een melding is ingediend betreffende een persoon voor wie de noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg zou moeten worden onderzocht, draagt het college van burgemeester en wethouders binnen een redelijke termijn zorg voor een verkennend onderzoek naar die noodzaak. 2. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, afdoende blijkt dat van een noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg sprake zou kunnen zijn, draagt het college van burgemeester en wethouders ervoor zorg dat de melding en de bevindingen van het onderzoek uiterlijk binnen tien dagen na afronding van het onderzoek worden gezonden aan een geneesheer-directeur van een zorgaanbieder in de regio waarbinnen de gemeente zich bevindt. 3. Indien toepassing is gegeven aan het bepaalde in het tweede lid, draagt het college van burgemeester en wethouders ervoor zorg dat degene die de melding, bedoeld in het eerste lid, heeft verricht daarvan op de hoogte wordt gesteld, alsmede van de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 5:1 in te dienen. Artikel 5:4 1. De geneesheer-directeur kan de aanvraag niet-ontvankelijk verklaren indien: a. de aanvraag onvolledig is; b. de aanvrager onvoldoende relatie heeft met de persoon op wie de aanvraag betrekking heeft; c. het een herhaalde aanvraag betreft na een eerdere afwijzing op inhoudelijke gronden en uit de aanvraag onvoldoende blijkt dat de feiten en omstandigheden nadien veranderd zijn; d. het een kennelijk onredelijke aanvraag betreft. 2. De geneesheer-directeur doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk een week na ontvangst van de aanvraag, schriftelijk mededeling aan de aanvrager van de gronden waarop de aanvraag nietontvankelijk is. Artikel 5:5 De geneesheer-directeur kan besluiten ambtshalve een zorgmachtiging voor te bereiden. Paragraaf 2 Voorbereiding zorgmachtiging Artikel 5:6 Zodra de geneesheer-directeur ambtshalve of op aanvraag met de voorbereiding van een zorgmachtiging begint: a. informeert hij betrokkene, de vertegenwoordiger, de advocaat en de contactpersoon schriftelijk, dat hij op aanvraag of ambtshalve een verzoek voor een zorgmachtiging voorbereidt, b. verstrekt hij, indien betrokkene geen advocaat heeft, de persoonsgegevens van betrokkene aan de rechter, die onverwijld aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan betrokkene geeft, c. informeert hij betrokkene over de mogelijkheid om zich bij te laten staan door een familielid of naaste bij het opstellen van de zelfbindingsverklaring, het plan, bedoeld in artikel 5:7, de zorgkaart en het zorgplan, d. informeert hij betrokkene, de vertegenwoordiger en de contactpersoon schriftelijk over de mogelijkheid van advies en bijstand aan betrokkene door een patiëntenvertrouwenspersoon, en e. verstrekt hij de persoonsgegevens van betrokkene aan de patiëntenvertrouwenspersoon, met als doel betrokkene te kunnen informeren over de mogelijkheid tot advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon, tenzij betrokkene daar bezwaar tegen heeft. 7

8 Artikel 5:7 1. Indien betrokkene of de vertegenwoordiger bij de geneesheer-directeur binnen twee dagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 5:6, onder a, te kennen geeft met familie of naasten zelf een plan van aanpak te willen opstellen om verplichte zorg te voorkomen, besluit de geneesheer-directeur zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen na de kennisgeving, of de voorbereiding voor een zorgmachtiging wordt geschorst en betrokkene in de gelegenheid wordt gesteld een plan van aanpak op te stellen. 2. De geneesheer-directeur besluit alleen afwijzend indien: a. hij van oordeel is dat het aanzienlijk risico op ernstige schade voor betrokkene of voor een ander zich niet verdraagt met uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging, b. betrokkene eerder in staat is gesteld zelf een plan van aanpak op te stellen en dat niet is gelukt, of c. betrokkene eerder een plan van aanpak heeft opgesteld, maar daarmee verplichte zorg niet kon worden voorkomen en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zodanig zijn veranderd dat de kans redelijkerwijs aanwezig moet worden geacht dat betrokkene nu wel in staat zal zijn een plan van aanpak op te stellen waarmee verplichte zorg kan worden voorkomen. 3. Voordat de geneesheer-directeur besluit, hoort hij betrokkene en de vertegenwoordiger. 4. De geneesheer-directeur stelt betrokkene, de vertegenwoordiger en de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1, schriftelijk op de hoogte van zijn besluit. Indien hij afwijzend besluit, deelt hij aan betrokkene en de vertegenwoordiger tevens schriftelijk zijn beweegredenen mee. 5. Indien de geneesheer-directeur besluit om betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen, duurt de schorsing, bedoeld in het eerste lid, vier weken vanaf het moment waarop de geneesheer-directeur zijn besluit heeft meegedeeld op grond van het vierde lid, eerste volzin. 6. Indien de geneesheer-directeur van oordeel is dat onvoldoende voortgang wordt gemaakt met het opstellen van een plan van aanpak, dan wel het aanzienlijk risico op ernstige schade zich niet langer verdraagt met verder uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging, kan de geneesheer-directeur besluiten nog voor het einde van de periode, bedoeld in het vijfde lid, de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging te hervatten. 7. De geneesheer-directeur neemt het besluit, bedoeld in het zesde lid, niet dan na overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger. De geneesheer-directeur stelt betrokkene en de vertegenwoordiger schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van een dergelijk besluit. Artikel 5:8 Indien er geen zorgverantwoordelijke is, wijst de geneesheer-directeur een zorgverantwoordelijke voor betrokkene aan. Paragraaf 3 De medische verklaring Artikel 5:9 Voor de toepassing van deze paragraaf, alsmede de artikelen 5:20, 7:5, 7:9 en 8:19, gelden voor de arts de volgende voorwaarden: a. hij staat als specialist ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, b. aan deze zijn geen beperkingen opgelegd als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder e, en artikel 80, eerste lid, onder a en b, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, c. hij behoort tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen, d. hij functioneert onafhankelijk ten opzichte van de zorgaanbieder, en e. hij heeft minimaal één jaar geen zorg verleend aan betrokkene. Artikel 5:10 1. De geneesheer-directeur draagt zorg voor een medische verklaring van een arts, volgens het vastgestelde model, bedoeld in het tweede lid, over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene ten behoeve van de: a. voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging aan de rechter; 8

9 b. beoordeling of met de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 5:7, verplichte zorg wordt voorkomen. 2. Bij regeling van Onze Minister wordt een model voor een medische verklaring vastgesteld. Artikel 5:11 1. De geneesheer-directeur draagt ervoor zorg dat de arts in de medische verklaring in elk geval zijn bevindingen vermeldt inzake: a. de symptomen die betrokkene vertoont, en zo mogelijk, een diagnose van de psychische stoornis van betrokkene; b. de relatie tussen de psychische stoornis en het gedrag dat tot het aanzienlijke risico op ernstige schade leidt; c. de zorg die minimaal noodzakelijk is om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen; d. indien het gaat om het vaststellen van een zorgplan, het voldoen van het zorgplan aan de uitgangspunten van artikel 2:1; e. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 5:7, vijfde lid, het voldoen van het plan, bedoeld in artikel 5:7, aan het uitgangspunt dat geen aanzienlijk risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander ontstaat.. 2. De geneesheer-directeur draagt ervoor zorg dat de arts eerst bij de zorgaanbieder nagaat of betrokkene een zelfbindingsverklaring heeft als bedoeld in artikel 4:1, alsmede zo mogelijk overleg pleegt met de zorgverantwoordelijke of de huisarts. 3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, kan de beoordeling van het zorgplan achterwege blijven indien de zorgmachtiging tot doel heeft een zorgplan op te kunnen stellen als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, onderdeel c. De geneesheer-directeur draagt er dan zorg voor dat de arts in de medische verklaring zo nodig aangeeft welke verplichte zorg nodig is in de periode waarin een zorgplan wordt opgesteld, dan wel welke verplichte zorg nodig is om de crisissituatie af te wenden, en welke zorgaanbieder kan worden belast met het verlenen van deze zorg en zo nodig de accommodatie. 4. Indien de medische verklaring dient ter beoordeling van het plan, bedoeld in artikel 5:7, draagt de geneesheer-directeur ervoor zorg dat de beoordeling van het zorgplan later plaatsvindt indien de voorbereidingen voor een verzoekschrift voor een zorgmachtiging niet worden beëindigd. Artikel 5:12 1. De geneesheer-directeur draagt ervoor zorg dat de arts aantekening maakt in de medische verklaring van zijn vermoeden dat bij politie en justitie gegevens aanwezig kunnen zijn die van belang zijn voor de beoordeling van het aanzienlijke risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander, indien het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis van betrokkene, de aard van de psychische stoornis van betrokkene of informatie over betrokkene daartoe aanleiding geeft. 2. Indien de medische verklaring de aantekening, bedoeld in het eerste lid bevat, of het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis van betrokkene, de aard van de psychische stoornis van betrokkene of informatie over betrokkene de geneesheer-directeur aanleiding geeft te vermoeden dat over betrokkene bij politie of justitie gegevens zijn die van belang zijn voor de beoordeling van het aanzienlijke risico op ernstige schade voor betrokkene of een ander, verzoekt de geneesheerdirecteur de officier van justitie te onderzoeken of zulke gegevens bij politie of justitie aanwezig zijn. 3. Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, bij politie of justitie aanwezig zijn, doet de officier van justitie hiervan schriftelijke mededeling aan de geneesheer-directeur. Artikel 5:13 1. De geneesheer-directeur kan besluiten de voorbereiding van een verzoek voor een zorgmachtiging te beëindigen, indien uit de medische verklaring blijkt: a. dat er geen sprake is van een psychische stoornis, b. het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis niet tot een aanzienlijk risico op ernstige schade leidt, of c. verplichte zorg niet noodzakelijk is om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen. 9

10 2. De geneesheer-directeur deelt zijn schriftelijke en gemotiveerde beslissing mee aan de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1, betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon, de advocaat en de zorgverantwoordelijke. Paragraaf 4 De zorgkaart en het zorgplan Artikel 5:14 1. De zorgverantwoordelijke stelt samen met betrokkene en de vertegenwoordiger een zorgkaart op. De zorgkaart vermeldt de voorkeuren van betrokkene. Indien betrokkene beschikt over een zelfbindingsverklaring, een plan als bedoeld in artikel 5:7, of andere schriftelijke wilsuitingen inzake zorg, worden afschriften daarvan als bijlage bij de zorgkaart gevoegd. 2. De zorgverantwoordelijke wijst betrokkene op de mogelijkheid om zich bij het opstellen, evalueren en actualiseren van de zorgkaart te laten bijstaan door een familielid of naaste. 3. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand bij het opstellen, evalueren en actualiseren van de zorgkaart. 4. Indien betrokkene of de vertegenwoordiger geen voorkeuren kenbaar wil maken, vermeldt de zorgverantwoordelijke dit op de zorgkaart. 5. De zorgverantwoordelijke overlegt de zorgkaart, inclusief de bijlagen, aan de geneesheerdirecteur. Artikel 5:15 1. De zorgverantwoordelijke stelt in overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger een zorgplan vast, volgens het vastgestelde model, bedoeld in het zevende lid. 2. De zorgverantwoordelijke wijst betrokkene op de mogelijkheid om zich bij het opstellen, evalueren en actualiseren van het zorgplan te laten bijstaan door een familielid of naaste en de patiëntenvertrouwenspersoon. 3. De zorgverantwoordelijke pleegt voorafgaand aan het vaststellen van het zorgplan overleg met: a. de contactpersoon en de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten; b. de zorgverleners, en zo mogelijk met de huisarts; c. de gemeente, indien er bij de voorbereiding van het zorgplan blijkt dat essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van betrokkene ontbreken; d. voor zover de aard van de psychische stoornis daartoe noodzaakt: ten minste één andere deskundige behorende tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen. 4. De zorgverantwoordelijke stelt betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon, de voor de continuïteit van zorg relevante familie en naasten in de gelegenheid om bij voorkeur mondeling hun zienswijze kenbaar te maken. Het kenbaar maken van de zienswijze gebeurt zo mogelijk, gelijktijdig en gezamenlijk, tenzij betrokkene daar bezwaar tegen heeft. 5. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand bij het opstellen van het zorgplan. 6. De zorgverantwoordelijke overlegt het zorgplan aan de geneesheer-directeur. 7. Bij regeling van Onze Minister kan een model voor een zorgplan worden vastgesteld. Artikel 5:16 1. Het zorgplan vermeldt in elk geval: a. een door de zorgverantwoordelijke gestelde diagnose van de psychische stoornis van betrokkene en het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis en leidt tot een aanzienlijk risico op ernstige schade voor hemzelf of voor een ander; b. de zorg die noodzakelijk is om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen; c. het doel van verplichte zorg; d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de zorg, zoals vastgelegd op de zorgkaart inclusief de bijlagen; e. de zienswijze en de contactgegevens van de personen, bedoeld in artikel 5:15, vierde lid; f. de minimale en maximale duur van de afzonderlijke vormen van verplichte zorg; 10

11 g. de wijze waarop de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur de kwaliteit van de verplichte zorg bewaken en toezicht houden op de uitvoering van de verplichte zorg in ambulante omstandigheden; h. de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van betrokkene, voor zover deze ontbreken; i. de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het zorgplan en de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg met betrokkene, de vertegenwoordiger, alsmede het familielid of de naaste en de patiëntenvertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 5:15, tweede lid, worden geëvalueerd en het zorgplan wordt geactualiseerd; j. de zorgaanbieder die kan worden belast met de uitvoering van de zorgmachtiging, en zo nodig de accommodatie. 2. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, vermeldt hij de redenen daarvan in het zorgplan en zo mogelijk: a. de mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid; b. minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect. 3. Indien de zorgverantwoordelijke en betrokkene of de vertegenwoordiger niet tot overeenstemming komen, vermeldt het zorgplan de redenen daarvoor. 4. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat gelet op de noodzakelijke zorg een andere zorgaanbieder dan degene onder wiens verantwoordelijkheid de zorgmachtiging wordt voorbereid, belast zou moeten worden met de uitvoering van de zorgmachtiging, pleegt hij hiertoe overleg met de beoogde zorgaanbieder. Paragraaf 5 Beslissing geneesheer-directeur Artikel 5:17 Na de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 5:6, onder a, deelt de geneesheer-directeur zijn schriftelijke en gemotiveerde beslissing of voldaan is aan de criteria voor verplichte zorg zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken, mee aan betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon, de advocaat en de zorgverantwoordelijke, alsmede in voorkomend geval aan de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1. Indien toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 5:7, vijfde lid, geldt hiervoor een termijn van uiterlijk acht weken. Artikel 5:18 1. Indien de geneesheer-directeur beslist dat is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, dient hij onverwijld een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter in. In het verzoekschrift geeft de geneesheer-directeur gemotiveerd aan waarom deze van oordeel is dat aan de criteria van verplichte zorg is voldaan, wat het doel is van de verplichte zorg, welke vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging moeten worden opgenomen en op welke wijze is voldaan aan de uitgangspunten van artikel 2:1. 2. Bij het verzoekschrift voor een zorgmachtiging voegt de geneesheer-directeur in elk geval: a. de medische verklaring, bedoeld in artikel 5:10; b. de mededeling, bedoeld in artikel 5:12, derde lid; c. de zorgkaart inclusief de bijlagen; d. het zorgplan inclusief de bijlagen, tenzij het een verzoek betreft voor een zorgmachtiging die strekt tot het opstellen van het zorgplan of een verzoek als bedoeld in artikel 7:9; e. de beslissing bedoeld in artikel 5:7, vierde lid, indien de geneesheer-directeur betrokkene niet in de gelegenheid heeft gesteld zelf een plan van aanpak op te stellen. 3. Indien het een verzoekschrift betreft voor een zorgmachtiging naar aanleiding van een zelfbindingsverklaring voegt de geneesheer-directeur tevens de zelfbindingsverklaring bij het verzoekschrift. 4. De geneesheer-directeur voegt daarnaast bij het verzoekschrift voor een zorgmachtiging: a. indien betrokkene minderjarig is, een uittreksel uit het in artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, of een verklaring van de griffie van de rechtbank dat ten aanzien van de minderjarige het register geen gegevens bevat; 11

12 b. indien betrokkene onder curatele is gesteld, een uittreksel uit het in artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register; c. indien ten behoeve van betrokkene een mentorschap is ingesteld, een afschrift van de beschikking waarbij het mentorschap is ingesteld en die waarbij een mentor is benoemd. Artikel 5:19 1. Indien de geneesheer-directeur beslist dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg en geen verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt ingediend, kan de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1, binnen veertien dagen nadat de beslissing van de geneesheer-directeur aan hem is meegedeeld, bij de geneesheer-directeur schriftelijk en gemotiveerd een aanvraag indienen alsnog een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter in te dienen. 2. Indien uit de medische verklaring, bedoeld in artikel 5:10, blijkt dat de psychische stoornis van betrokkene noodzaakt tot verplichte zorg en de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voldoende gemotiveerd is, dient de geneesheer-directeur alsnog een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter in. De geneesheer-directeur voegt de gemotiveerde aanvraag, bedoeld in het eerste lid, de medische verklaring, bedoeld in artikel 5:10, voor zover aanwezig het plan, bedoeld in artikel 5:7, eerste lid, en de zorgkaart bij het verzoekschrift voor een zorgmachtiging. Artikel 5:18, tweede lid, onderdeel b, en vierde lid, en artikel 5:12, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 6 Verzoekschrift van de officier van justitie Artikel 5:20 1. De officier van justitie kan een verzoekschrift voor een zorgmachtiging die strekt tot het opstellen van een zorgplan voor betrokkene bij de rechter indienen, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg en de noodzaak tot verplichte zorg is gebleken bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Gelijke bevoegdheid komt de officier van justitie toe, indien naar zijn oordeel aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan en aansluitend aan de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, verplichte zorg nodig is. 2. Voordat de officier van justitie met de voorbereiding van een verzoekschrift begint, gaat deze na of reeds een verzoekschrift voor een zorgmachtiging voor betrokkene wordt voorbereid door een geneesheer-directeur, in welk geval hij overleg voert met de betrokken geneesheer-directeur. 3. De officier van justitie voegt bij het verzoekschrift een medische verklaring van een arts en indien aanwezig de zorgkaart inclusief de bijlagen alsmede de politie en justitiegegevens. 4. De officier van justitie vermeldt in zijn verzoekschrift de zorgaanbieder onder wiens verantwoordelijkheid het zorgplan moet worden opgesteld, nadat hij hiertoe overleg heeft gevoerd met de beoogde zorgaanbieder. Het verslag van het overleg wordt bij het verzoekschrift gevoegd. 5. De artikelen 5:8, 5:10, 5:11, 5:13, 5:18, eerste en vierde lid, zijn van toepassing op de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging door de officier van justitie, met dien verstande dat de officier van justitie is belast met de werkzaamheden of bevoegdheden die aan de geneesheer-directeur zijn opgedragen. M Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd: a. Het eerste en tweede lid komen te luiden: 1. De rechter stelt na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, betrokkene, de vertegenwoordiger en de advocaat in de gelegenheid om hun zienswijze mondeling kenbaar te maken. 2. De rechter kan zich zo nodig en zo mogelijk laten voorlichten door: a. de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1, b. de echtgenoot, de geregistreerde partner, de levensgezel of degene die betrokkene feitelijk verzorgt, 12

13 c. de contactpersoon, d. elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn of de zijlijn tot en met de tweede graad en elke meerderjarige aanverwant tot en met de tweede graad, e. een voor continuïteit van zorg relevant familielid of naaste, f. de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur of de zorgverantwoordelijke, g. de arts die de medische verklaring heeft opgesteld, h. een ambtenaar van politie die bekend is met betrokkene, of i. de officier van justitie. b. In het derde lid wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende: Indien betrokkene reeds in een accommodatie verblijft, wordt de rechter, vergezeld van de griffier, door de zorgaanbieder in de gelegenheid gesteld hem aldaar te horen. c. Het vijfde lid komt te luiden: 5. De rechter kan verplichten te verschijnen: a. de geneesheer-directeur, b. de aanvrager, bedoeld in de artikel 5:1, c. de vertegenwoordiger, d. de contactpersoon, e. de arts die de medische verklaring heeft opgesteld, f. de zorgaanbieder of de zorgverantwoordelijke, g. een ambtenaar van politie die bekend is met betrokkene, of h. de officier van justitie. d. In het zevende lid wordt zijn advocaat vervangen door: de advocaat N Artikel 6:2 komt te luiden: Artikel 6:2 1. De rechter doet zo spoedig mogelijk uitspraak, maar uiterlijk: a. twee weken na ontvangst van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in de artikelen 5:18 en 5:20, eerste lid, tweede volzin; b. drie werkdagen na ontvangst van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in de artikelen 5:18, derde lid, 5:19, tweede lid, 5:20, eerste lid, eerste volzin, 7:9 en 8:12, zesde lid. c. vier weken na ontvangst van een nieuw verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:5, onderdeel a. 2. Indien de rechter betrokkene in de gelegenheid stelt zelf een plan van aanpak als bedoeld in artikel 5:7 op te stellen wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, opgeschort met ten hoogste vier weken. Artikel 5:7, zesde en zevende lid, en artikel 5:10 zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Indien tegen de beslissing van de rechter hoger beroep wordt ingesteld, zorgt de rechter in hoger beroep ervoor dat, in afwijking van artikel 361 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de behandeling van het hoger beroep zo spoedig mogelijk plaatsvindt, alsmede zo spoedig mogelijk uitspraak wordt gedaan. O Artikel 6:3 komt te luiden: Artikel 6:3 1. De rechter verleent een zorgmachtiging, indien naar zijn oordeel: a. aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan, en 13

14 b. met de in het zorgplan opgenomen verplichte zorg of indien een zorgplan ontbreekt, met de in de medische verklaring opgenomen verplichte zorg het aanzienlijke risico op ernstige schade kan worden weggenomen. 2. De zorgmachtiging vermeldt in elk geval: a. de zorg die noodzakelijk is om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen; b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van betrokkene, zoals vastgelegd op de zorgkaart of in de zelfbindingsverklaring; c. de minimale en maximale duur van de afzonderlijke vormen van verplichte zorg; d. de wijze waarop de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur de kwaliteit van de verplichte zorg bewaken en toezicht houden op de uitvoering van verplichte zorg in ambulante omstandigheden; e. de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het zorgplan en de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg met betrokkene en de vertegenwoordiger zal worden geëvalueerd en het zorgplan geactualiseerd; f. de zorgaanbieder die wordt belast met de uitvoering van de zorgmachtiging en zo nodig de accommodatie; g. de inventarisatie van de essentiële voorwaarden voor maatschappelijke deelname; h. de mogelijkheid tot het verlenen van advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon. 3. Indien de rechter van oordeel is dat aan de criteria voor verplichte zorg is voldaan, maar met de in het zorgplan of de medische verklaring opgenomen zorg het aanzienlijk risico op ernstige schade niet kan worden weggenomen, kan hij in de zorgmachtiging in afwijking van het zorgplan andere verplichte zorg of doelen van verplichte zorg in de zorgmachtiging opnemen, alsmede in de zorgmachtiging bepalen dat een ander zorgplan moet worden opgesteld. 4. De zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. 5. De griffie van de rechtbank zendt een afschrift van de beslissing van de rechter aan: a. betrokkene; b. de vertegenwoordiger; c. de advocaat; d. de contactpersoon; e. de ouders die het gezag uitoefenen, de voogd, de curator of de mentor; f. de echtgenoot, partner, levensgezel of degene die betrokkene verzorgt; g. de aanvrager, bedoeld in artikel 5:1; h. de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur, de zorgverantwoordelijke en de huisarts; i. de officier van justitie. 6. Indien een machtiging betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt deze als machtiging, als bedoeld in artikel 261 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. P Artikel 6:4 wordt als volgt gewijzigd: a. Het tweede lid alsmede de aanduiding 1. voor het eerste lid vervallen. b. In de aanhef wordt om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen vervangen door: om het doel van verplichte zorg te realiseren. c. In onderdeel a wordt onderdelen a of b, betreft, vervangen door: onderdelen a of c, betreft of het een verzoekschrift betreft op grond van artikel 7:9;. d. In onderdeel b wordt onderdelen c tot en met e, betreft, vervangen door: onderdelen b, d en e, betreft;. e. In onderdeel c wordt de komma aan het eind vervangen door een puntkomma. 14

15 f. In onderdeel d wordt die vervangen door aan wie wordt heeft ontvangen vervangen door: is verleend. Q Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd: a. Onderdeel a komt te luiden: a. De geldigheidsduur is verstreken, tenzij de geneesheer-directeur voordat de geldigheidsduur is verstreken een nieuw verzoekschrift voor een zorgmachtiging heeft ingediend, in welk geval de eerdere zorgmachtiging vervalt als de rechter op het verzoekschrift heeft beslist. b. In onderdeel b wordt artikel 8:20 vervangen door: artikel 8:18. c. In onderdeel c van wordt een verzoek van de commissie als bedoeld in artikel 8:20, zesde lid vervangen door: een verzoekschrift van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 8:19, derde lid. R Artikel 7:1 wordt als volgt gewijzigd: a. In het eerste lid wordt een gemotiveerd en bij voorkeur schriftelijk verzoek worden ingediend vervangen door: eenieder een gemotiveerd en bij voorkeur schriftelijk verzoek indienen. b. Het vierde lid komt te luiden: 4. Bij regeling van Onze Minister kan een model voor een schriftelijk verzoek worden vastgesteld. c. In het vijfde lid wordt zijn vertegenwoordiger, zijn advocaat en aan de commissie vervangen door: de vertegenwoordiger, de contactpersoon en de advocaat. S In artikel 7:2, eerste lid, wordt een kennelijk ongegrond verzoek vervangen door: een verzoek. T Artikel 7:3 wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel b wordt een psychische stoornis van een persoon vervangen door: het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis. b. Onderdeel d komt te luiden: d. er sprake is van verzet als bedoeld in artikel 1:4 tegen verplichte zorg. U Artikel 7:4 wordt als volgt gewijzigd: a. In het vijfde lid wordt de ambtenaar van politie vervangen door een ambtenaar van politie, het ambulancevervoer, bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer vervangen door de 15

16 ambulancezorg, bedoeld in artikel 1 van de Tijdelijke wet ambulancezorg en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vervangen door: Onze Minister. b. Het zesde lid komt te luiden: 6. Het onderbrengen van betrokkene bij de politie of de Koninklijke marechaussee vindt uitsluitend plaats indien betrokkene wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit. c. Na het zesde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende; 7. De personen, bedoeld in het vijfde lid, informeren de zorgaanbieder van een maatregel als bedoeld in het vierde lid. V Artikel 7:5 komt te luiden: Artikel 7:5 1. Ter voorbereiding van het nemen van de crisismaatregel draagt de burgemeester zorg voor een medische verklaring van een arts, volgens het vastgestelde model, bedoeld in het derde lid, over de actuele gezondheidstoestand van betrokkene. 2. De burgemeester draagt ervoor zorg dat de arts in de medische verklaring in elk geval zijn bevindingen vermeldt inzake: a. de symptomen die betrokkene vertoont, en zo mogelijk, een diagnose van de psychische stoornis van betrokkene; b. de relatie tussen de psychische stoornis en het gedrag dat tot het aanzienlijke risico op ernstige schade leidt; c. de zorg die noodzakelijk is om het aanzienlijke risico op ernstige schade weg te nemen. 3. De burgemeester draagt ervoor zorg dat de arts eerst bij de zorgaanbieder nagaat of betrokkene een zelfbindingsverklaring heeft als bedoeld in artikel 4:1, alsmede dat de arts zo mogelijk overleg pleegt met de zorgverantwoordelijke of de huisarts. Indien de arts geen psychiater is, draagt de burgemeester ervoor zorg dat de arts eerst overleg pleegt met een psychiater. 4. Bij regeling van Onze Minister wordt een model voor een medische verklaring als bedoeld in het eerste lid vastgesteld. W Artikel 7:6 wordt als volgt gewijzigd: a. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel b wordt zijn vertegenwoordiger vervangen door: de vertegenwoordiger. 2. Onderdeel c komt te luiden: c. bij de zorgaanbieder is nagegaan of er een zelfbindingsverklaring als bedoeld in artikel 4:1 aanwezig is, en deze verklaring, voor zover aanwezig, heeft geraadpleegd. b. In het vijfde lid wordt de zinsnede zijn vertegenwoordiger, zijn advocaat, en aan de commissie vervangen door: de vertegenwoordiger, de contactpersoon, de advocaat, de verzoeker, bedoeld in artikel 7:1, de officier van justitie en aan de zorgaanbieder. c. Het zevende en achtste lid komen te luiden: 16

17 7. De burgemeester verstrekt de persoonsgegevens van betrokkene aan de patiëntenvertrouwenspersoon, met als doel betrokkene te kunnen informeren over de mogelijkheid tot advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon. De burgemeester verstrekt de persoonsgegevens alleen met uitdrukkelijke toestemming van betrokkene. 8. Onverminderd het vijfde lid, draagt de burgemeester ervoor zorg dat de zorgaanbieder ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 8:25, de aanvraag voor een crisismaatregel en de afgegeven medische verklaring ontvangt. X Artikel 7:8 wordt als volgt gewijzigd: a. Onderdeel a komt te luiden: a. de geldigheidsduur is verstreken, tenzij de geneesheer-directeur voor het verstrijken van de geldigheidsduur een verzoekschrift voor een zorgmachtiging bij de rechter heeft ingediend. In dat geval vervalt de crisismaatregel op het moment waarop de rechter heeft beslist op het verzoekschrift. b. In onderdeel b wordt een beslissing als bedoeld in artikel 8:20 vervangen door: een beslissing als bedoeld in artikel 8:18. Y Artikel 7:9 komt te luiden: Artikel 7:9 1. De geneesheer-directeur kan op aanvraag van eenieder of ambtshalve een verzoekschrift indienen bij de rechter voor een zorgmachtiging die aansluit op een crisismaatregel. 2. De geneesheer-directeur hoort indien mogelijk, de aanvrager, betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon en de advocaat of biedt hen de mogelijkheid hun zienswijze op een andere wijze kenbaar te maken. 3. De geneesheer-directeur voegt bij het verzoekschrift voor een zorgmachtiging een medische verklaring van een arts, waaruit blijkt dat met voldoende zekerheid een psychische stoornis is vastgesteld, en zo mogelijk een zorgplan. Z Hoofdstuk 8 komt te luiden: HOOFDSTUK 8 RECHTEN EN PLICHTEN BIJ DE VOORBEREIDING, TENUITVOERLEGGING EN UITVOERING VAN DE ZORGMACHTIGING EN DE CRISISMAATREGEL Paragraaf 1 Tenuitvoerlegging zorgmachtiging en crisismaatregel Artikel 8:1 1. De geneesheer-directeur of de officier van justitie gaat onverwijld, doch uiterlijk binnen twee weken na afgifte door de rechter, over tot tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging. 2. De burgemeester gaat binnen 24 uur na afgifte over tot tenuitvoerlegging van de crisismaatregel. 3. Zo nodig kan de geneesheer-directeur, de officier van justitie of de burgemeester bij de tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging onderscheidenlijk de crisismaatregel de hulp inroepen van zorgverleners met kennis van en ervaring met het verlenen van zorg en verplichte zorg. 4. Zo nodig kan de burgemeester ambtshalve of op verzoek van de geneesheer-directeur bij de tenuitvoerlegging van een crisismaatregel onderscheidenlijk de zorgmachtiging de hulp inroepen 17

18 van ambtenaren van politie. De burgemeester kan deze bevoegdheid mandateren aan een of meer hulpofficieren van justitie. 5. De hulpofficier van justitie wijst de ambtenaren van politie aan die hulp verlenen aan burgemeester of de geneesheer-directeur. Artikel 8:2 1. De personen, bedoeld in artikel, 8:1, derde, vierde en vijfde lid, kunnen, uitsluitend voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging of de crisismaatregel: a. elke plaats betreden waar de betrokkene zich bevindt; b. voorwerpen ontnemen die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of voor anderen kunnen opleveren en hem daartoe aan de kleding of het lichaam onderzoeken. 2. De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 8:1, vierde en vijfde lid, kunnen, uitsluitend voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging of de crisismaatregel de woning van betrokkene zonder zijn toestemming binnentreden. 3. De ontnomen voorwerpen worden voor betrokkene bewaard, voor zover dit niet in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Paragraaf 2 Uitvoering van de zorgmachtiging en de crisismaatregel Artikel 8:3 1. De zorgaanbieder informeert betrokkene, de vertegenwoordiger en de contactpersoon zo spoedig mogelijk na de afgifte van de zorgmachtiging of de crisismaatregel schriftelijk over: a. de geneesheer-directeur; b. de zorgverantwoordelijke; c. de mogelijkheid tot advies en bijstand door een patiëntenvertrouwenspersoon; d. de familievertrouwenspersoon; e. de klachtregeling, bedoeld in hoofdstuk 10; f. de huisregels; g. de richtlijnen, bedoeld in artikel 8:5; h. de overige bij of krachtens deze wet omschreven rechten en plichten van betrokkene. 2. De zorgverantwoordelijke informeert betrokkene, de vertegenwoordiger en de contactpersoon zo spoedig mogelijk na de afgifte van de zorgmachtiging of de crisismaatregel schriftelijk over het dossier van betrokkene, bedoeld in artikel 8:4. Artikel 8:4 1. De zorgverantwoordelijke draagt er zorg voor dat in het dossier van betrokkene aantekening wordt gehouden van: a. de zorgaanbieder; b. de naam van de geneesheer-directeur; c. de naam van de zorgverantwoordelijke; d. de vertegenwoordiger; e. de contactpersoon; f. de voor continuïteit van zorg relevante familie en naasten; g. de zorgkaart; h. het zorgplan; i. indien er geen overeenstemming over het zorgplan is bereikt, de redenen daarvoor; j. de voortgang van de uitvoering van het zorgplan; k. de verplichte zorg die op grond van de zorgmachtiging of de crisismaatregel wordt verleend; l. de verplichte zorg die op grond van hoofdstuk 8 wordt verleend; m. het verslag van de periodieke toetsing van de proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit en veiligheid van de verleende zorg en verplichte zorg; n. een afschrift van de medische verklaring, bedoeld in artikel 5:10, 7:5, 7:9 of 8:19; o. een afschrift van de zorgmachtiging of de crisismaatregel; p. de zelfbindingsverklaring; q. het plan, bedoeld in artikel 5:7, eerste lid; 18

19 r. andere schriftelijke wilsuitingen inzake zorg, dan bedoeld onder g, p en q. 2. In het dossier houdt de zorgverantwoordelijke tevens aantekening van de verstrekking van gegevens zonder toestemming van betrokkene door de geneesheer-directeur, de burgemeester, de officier van justitie, en de zorgverantwoordelijke zelf, bedoeld in artikel 8:22, eerste lid. 3. In afwijking van artikel 455 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vernietigt de zorgverantwoordelijke het dossier niet indien de zorgverantwoordelijke redelijkerwijs mag aannemen dat bewaring van het dossier van aanmerkelijk belang is voor betrokkene. Artikel 8:5 1. De verplichte zorg wordt in beginsel toegepast op basis van een multidisciplinaire richtlijn. 2. De richtlijn is gericht op: a. het voorkomen van verplichte zorg; b. keuze voor de minst bezwarende vorm van verplichte zorg; c. het beperken van de duur en frequentie van de verplichte zorg; d. de veiligheid van betrokkene en zorgverleners; e. het voorkomen van nadelige effecten op korte en lange termijn voor betrokkene. Artikel 8:6 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de vormen van verplichte zorg worden bepaald, die uitsluitend op basis van een richtlijn kunnen worden verleend. 2. Indien geen richtlijn tot stand komt of het kwaliteitsniveau van de richtlijn daartoe noodzaakt, kan Onze Minister op advies van de inspectie een richtlijn met minimumnormen vaststellen. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de kwaliteit van de verplichte zorg, de veiligheid binnen de accommodatie en de wijze van toezicht door de zorgaanbieder op de verplichte zorg. Artikel 8:7 1. De zorgaanbieder is verplicht de zorg, genoemd in de zorgmachtiging of de crisismaatregel, te verlenen. 2. De zorgaanbieder kan, naast de tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan de crisismaatregel, bedoeld in artikel 7:4, alleen de vormen van verplichte zorg verlenen die zijn opgenomen in de zorgmachtiging, de crisismaatregel, of een beslissing op grond van de artikelen 8:11 tot en met 8:14. Artikel 8:8 De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de zorgkaart van betrokkene, inclusief de bijlagen, bekend is bij de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke. Artikel 8:9 1. De zorgverantwoordelijke neemt ter uitvoering van de zorgmachtiging of de crisismaatregel een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg niet dan nadat hij: a. zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene, b. met betrokkene over de voorgenomen beslissing overleg heeft gevoerd, en c. voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheerdirecteur. 2. De zorgverantwoordelijke stelt een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg op grond van een zorgmachtiging of een crisismaatregel op schrift en voorziet de beslissing van een schriftelijke motivering. 3. De geneesheer-directeur geeft betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon en de advocaat een afschrift van de beslissing en stelt hen schriftelijk in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing en de mogelijkheid van advies en bijstand door de patiëntenvertrouwenspersoon en de familievertrouwenspersoon. 4. De zorgaanbieder, geneesheer-directeur en zorgverantwoordelijke leggen geen beperkingen op in het contact van betrokkene met de vertegenwoordiger, de contactpersoon, de advocaat, de inspectie of de justitiële autoriteiten. 19

20 Artikel 8:10 De zorgaanbieder, de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke kunnen bij de uitvoering van de zorgmachtiging zo nodig de hulp inroepen van personen met kennis en ervaring met het verlenen van zorg en verplichte zorg en van ambtenaren van politie. Paragraaf 3 Tijdelijke verplichte zorg in onvoorziene situaties Artikel 8:11 De zorgverantwoordelijke kan, indien er sprake is van verzet als bedoeld in artikel 1:4 beslissen tot het verlenen van verplichte zorg waar de zorgmachtiging of de crisismaatregel niet in voorziet, voor zover dit tijdelijk ter afwending van een noodsituatie noodzakelijk is, gelet op: a. een aanzienlijk risico op ernstige schade voor betrokkene of anderen, b. de veiligheid binnen de accommodatie of andere locatie waar de zorg of verplichte zorg wordt verleend, c. de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, of d. de voorkoming van strafbare feiten. Artikel 8:12 1. De duur van de tijdelijke verplichte zorg, bedoeld in artikel 8:11, is beperkt tot een periode van drie dagen. 2. De zorgverantwoordelijke doet onverwijld mededeling aan de geneesheer-directeur van de schriftelijke en gemotiveerde beslissing tot tijdelijke verplichte zorg en van de beëindiging van de tijdelijke verplichte zorg. 3. Indien de tijdelijke verplichte zorg niet binnen twaalf uur kan worden beëindigd, doet de zorgverantwoordelijke hiervan mededeling aan de geneesheer-directeur. 4. Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat de tijdelijke verplichte zorg na de in het eerste lid bedoelde periode moet worden voortgezet, kan hij daartoe uitsluitend beslissen, indien een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging bij de geneesheer-directeur is ingediend. 5. De geneesheer-directeur beslist zo spoedig mogelijk op de aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging. 6. Indien de geneesheer-directeur instemt met de aanvraag van de zorgverantwoordelijke tot wijziging van de zorgmachtiging, dient hij onverwijld een verzoekschrift voor de wijziging van een zorgmachtiging bij de rechter in. 7. De verplichte zorg, bedoeld in het vierde lid, kan worden verleend totdat de rechter uitspraak heeft gedaan over het verzoekschrift van de geneesheer-directeur tot wijziging van de zorgmachtiging of totdat de geneesheer-directeur besluit geen verzoekschrift bij de rechter in te dienen. Artikel 8:13 1. De zorgverantwoordelijke stelt een beslissing als bedoeld in de artikelen 8:11 en 8:12 op schrift en voorziet de beslissing van een schriftelijke motivering. 2. De beslissing vermeldt het moment waarop de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke, de proportionaliteit, de subsidiariteit, de effectiviteit en de veiligheid van de tijdelijke verplichte zorg beoordelen. 3. De geneesheer-directeur geeft betrokkene, de vertegenwoordiger, de contactpersoon en de advocaat een afschrift van de beslissing en stelt hen schriftelijk in kennis van de klachtwaardigheid van de beslissing en de mogelijkheid van advies en bijstand door de patiëntenvertrouwenspersoon en de familievertrouwenspersoon. Artikel 8:14 1. De zorgverantwoordelijke kan bij het gegronde vermoeden van aanwezigheid binnen de accommodatie van voorwerpen die betrokkene niet in zijn bezit mag hebben of die een aanzienlijk risico op ernstige schade veroorzaken, ter voorkoming van een noodsituatie, een beslissing nemen tot onderzoek: 20

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) Integrale versie WvGGZ met aanpassingen uit nota van

Nadere informatie

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) Nota van wijziging Het voorstel van wet wordt als volgt

Nadere informatie

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

De titel van Hoofdstuk 1 begripsbepalingen en algemene bepalingen komt te luiden:

De titel van Hoofdstuk 1 begripsbepalingen en algemene bepalingen komt te luiden: 32 399 Wijziging van het voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) TWEEDE NOTA

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2018 37 Wet van 24 januari 2018, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Regels voor het kunnen verlenen van zorg aan een persoon met een psychische stoornis zonder diens instemming (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

1. In onderdeel d wordt bestuur van de raad voor de rechtsbijstand vervangen door: bestuur van de raad voor rechtsbijstand.

1. In onderdeel d wordt bestuur van de raad voor de rechtsbijstand vervangen door: bestuur van de raad voor rechtsbijstand. 32 399 Wijziging van het voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) VIERDE NOTA

Nadere informatie

Wet van 29 oktober 1992, tot vervanging van de Wet van 27 april 1884, Stb. 96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen

Wet van 29 oktober 1992, tot vervanging van de Wet van 27 april 1884, Stb. 96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen (Tekst geldend op: 08-01-2010) Wet van 29 oktober 1992, tot vervanging van de Wet van 27 april 1884, Stb. 96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Wet van houdende regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte

Nadere informatie

GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET. Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET. Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Integrale versie van 1 juli 2016 Gekleurde tekst: wijzigingen t.o.v. de versie van 19 september 2013. Aan deze integrale versie kunnen geen rechten worden ontleend. Regels ten aanzien van zorg en dwang

Nadere informatie

Bijgewerkt t/m nr. 33 (5 e NvW d.d. 26 juni 2012)

Bijgewerkt t/m nr. 33 (5 e NvW d.d. 26 juni 2012) Bijgewerkt t/m nr. 33 (5 e NvW d.d. 26 juni 2012) 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 143 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden:

Voorstel van wet. Artikel I. De Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3 komt te luiden: Wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie betreffende de vereisten gesteld aan de beginseltoestemming, de leeftijdscriteria, de bijdrage in de kosten van het gezinsonderzoek, enige

Nadere informatie

2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

2. Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan: Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 33 506 Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5

Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5 Burgerlijk Wetboek Boek 7, Afdeling 5 (Tekst geldend op: 19 02 2015) Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 4. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling in deze

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 475 Wet van 17 november 2016, houdende implementatie van richtlijn nr. 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende

Nadere informatie

MENTORSCHAP TEN BEHOEVE VAN MEERDERJARIGEN ARTIKELEN

MENTORSCHAP TEN BEHOEVE VAN MEERDERJARIGEN ARTIKELEN TITEL 20: MENTORSCHAP TEN BEHOEVE VAN MEERDERJARIGEN ARTIKELEN 450-462 Artikel 450 Indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 506 Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra tot wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het opnemen van een actief donorregistratiesysteem

Nadere informatie

VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING. Ontvangen. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING. Ontvangen. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 31 996 Regels ten aanzien van zorg en dwang voor personen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap (Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 509 Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten

Nadere informatie

De hulpverlener legt in het dossier, bedoeld in artikel 454, vast voor welke handelingen van ingrijpende aard de patiënt toestemming heeft gegeven.

De hulpverlener legt in het dossier, bedoeld in artikel 454, vast voor welke handelingen van ingrijpende aard de patiënt toestemming heeft gegeven. Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Jeugdwet en enkele andere wetten ter verbetering van patiëntgerichte zorg en het opnemen van een wettelijke regeling voor het inzagerecht in het medisch

Nadere informatie

f. Klachtencoördinator: de klachtencoördinator als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling

f. Klachtencoördinator: de klachtencoördinator als bedoeld in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling Huishoudelijk Reglement klachtencommissies politie 2013 De klachtencommissies, vertegenwoordigd door haar voorzitters, overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels over hun werkwijze en die van de

Nadere informatie

Privacy reglement. Inleiding

Privacy reglement. Inleiding Privacy reglement Inleiding De Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) vervangt de Wet persoonsregistraties (WPR). Daarmee wordt voldaan aan de verplichting om de nationale privacywetgeving aan te passen

Nadere informatie

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling

WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling WGBO boek 7, afdeling 5 Burgerlijk wetboek (BW) Citeren als: artikel 7:446, lid 1 BW etc. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1. De overeenkomst inzake geneeskundige

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra houdende toetsing van levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek en tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 054 Wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek inzake curatele, onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen

Nadere informatie

Privacy reglement. Birtick Zorg & Welzijn

Privacy reglement. Birtick Zorg & Welzijn Inhoud 1. Begripsbepalingen 2. Reikwijdte 3. Doel 4. Categorieën van personen over wie gegevens in de registratie worden opgenomen 5. Vertegenwoordiging 6. Soorten van gegevens die in de registratie worden

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 240 Wet van 25 april 2002, houdende regels voor de bewaring, het beheer en de verstrekking van gegevens van donoren bij kunstmatige donorbevruchting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 999 Wijziging van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en enige andere wetten in verband met de aanpassing van de in

Nadere informatie

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012

Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 Regelingen en voorzieningen CODE 6.5.6.32 Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking per 1.1.2012 bronnen Nieuwsbericht Schadefonds geweldsmisdrijven 6.6.2011; www.schadefonds.nl Wet van 6 juni 2011

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 421 Wet van 9 oktober 2008, houdende regels strekkende tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan personen van wie een ernstige dreiging

Nadere informatie

De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO)

De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO) De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO) Artikel 446 1.De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 015 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet

Nadere informatie

Ontwerp amvb tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg 8 november 2013

Ontwerp amvb tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg 8 november 2013 Besluit van tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg in verband met de professionalisering van de jeugdzorg Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en

Nadere informatie

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers RAPPORT Versie: 2.0 Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers Raad van Bestuur Postbus 5247 2000 CE Haarlem T 088-777 81 06 F 023-799 37 18 www.bjznh.nl 1 Aanhef Gelet op de

Nadere informatie

Klachtenreglement. Datum vaststelling: 3 april 2013 Datum inwerkingtreding: 1 mei 2013

Klachtenreglement. Datum vaststelling: 3 april 2013 Datum inwerkingtreding: 1 mei 2013 Klachtenreglement Datum vaststelling: 3 april 2013 Datum inwerkingtreding: 1 mei 2013 Audité klachtencommissie zorg p/a De Kazerne Annerweg 30 9471 KV ZUIDLAREN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Definities

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 521 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met herschikking van de bevoegdheidsverdeling tussen rechtbank en kantonrechter,

Nadere informatie

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam De besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. een klacht:

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wet van houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg, de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 940 Opneming in de Advocatenwet van enkele bepalingen over het onderzoek naar de toestand van de praktijk van een advocaat en wijziging van

Nadere informatie

DERDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

DERDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 399 Wijziging van het voorstel van wet, houdende regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) DERDE NOTA

Nadere informatie

Uitvoeringswet Verdragen inzake internationale ontvoering van kinderen

Uitvoeringswet Verdragen inzake internationale ontvoering van kinderen Uitvoeringswet Verdragen inzake internationale ontvoering van kinderen Wet van 2 mei 1990, Stb. 202, tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 175 Wet van 23 maart 2005 tot wijziging en aanvulling van een aantal bepalingen in het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot de betekening

Nadere informatie

Aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming

Aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming anpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van kinderbescherming VOORSTEL VN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 32 399 Regels voor het kunnen verlenen van verplichte zorg aan een persoon met een psychische stoornis (Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2012 2013 33 108 Wijziging van de Wet van 30 september 2010 tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel in burgerlijke zaken (Reparatiewet griffierechten

Nadere informatie

Introductie. 1 Situatie. Laatste wijziging:

Introductie. 1 Situatie. Laatste wijziging: Laatste wijziging: 09-03-2010 Procedure voorwaardelijke rechterlijke machtiging (rm) Introductie Een voorwaardelijke rm is een beslissing van de rechter die moet voorkomen dat een cliënt gedwongen wordt

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2016 417 Wet van 26 oktober 2016 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES met betrekking tot

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2002 2003 Nr. 185 28 217 Regels over de documentatie van vennootschappen (Wet documentatie vennootschappen) GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 3 april 2003 Wij Beatrix,

Nadere informatie

Wijziging van de Wet op de lijkbezorging. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wijziging van de Wet op de lijkbezorging. Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. 30 696 Wijziging van de Wet op de lijkbezorging Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of

Nadere informatie

Het opschrift van de Eerste afdeling van Titel IIIA van het Eerste Boek komt te luiden: EERSTE AFDELING Definities

Het opschrift van de Eerste afdeling van Titel IIIA van het Eerste Boek komt te luiden: EERSTE AFDELING Definities [2 juni 2015] Implementatie van richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van

Nadere informatie

Reglement Commissie van beroep voor de examens Mondriaan

Reglement Commissie van beroep voor de examens Mondriaan Reglement Commissie van beroep voor de examens Mondriaan Instemming Deelnemersraad: 26 april 2011 Vastgesteld door College van Bestuur: 10 mei 2011 Ingangsdatum: 10 mei 2011 Inhoudsopgave ARTIKEL 1 BEGRIPSBEPALINGEN...

Nadere informatie

Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling

Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling Hoofdstuk 9 Awb: Klachtbehandeling Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen Art. 9:1. 1. Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan

Nadere informatie

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V.

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V. Protocol Klachtencommissie Autimaat B.V. Doetinchem December 2011 Protocol van de klachtencommissie van Autimaat B.V. Inhoudsopgave Toepassingsgebied 3 Begripsbepaling 3 Doelstelling van de klachtenregeling

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 380 Regels inzake het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1997 38 Wet van 23 januari 1997 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de herziening van de voorlopige maatregelen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 299 Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met de introductie van de bestuurlijke boete Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan de Tweede Kamer

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 131 Wet van 12 maart 2014 tot aanpassing van wetgeving en vaststelling van overgangsrecht in verband met de herziening van de maatregelen van

Nadere informatie

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum De raad van de gemeente Renkum; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2012; Gelet op artikel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 33 Wet van 22 januari 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot verbetering van de regeling van de positie van de deskundige

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 414 Wet van 16 oktober 2013 tot wijziging van enige bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek inzake curatele, onderbewindstelling ter

Nadere informatie

OFZ Klachtenreglement

OFZ Klachtenreglement OFZ Klachtenreglement Inhoud 1. DEFINITIES... 3 Artikel 1... 3 2. KLACHTENCOMMISSIE... 4 Artikel 2... 4 Artikel 3... 4 3. HET INDIENEN VAN EEN KLACHT... 4 Artikel 4... 4 4. BEMIDDELING... 6 Artikel 5...

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr.

Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 22 november 2006, nr. Gelet op artikel 149 Gemeentewet en de artikel 12, 14 en 15 van de Monumentenwet

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie;

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie; Besluit van, houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren in verband met de herziening van de geweldsmelding Op de voordracht van

Nadere informatie

Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Tiel

Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Tiel Nr. 5a, afdeling SO De raad van de gemeente Tiel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op hoofdstuk 6, afdeling 6.1 'Tegemoetkoming in schade', Wet ruimtelijke ordening (Wro); gelet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1998 1999 Nr. 200 25 927 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 261 Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg onder andere in verband met de opneming van de mogelijkheid tot taakherschikking

Nadere informatie

De voorwaardelijke machtiging

De voorwaardelijke machtiging De voorwaardelijke machtiging Inhoud 1. Inleiding 4 2. Samenvatting 4 3. De voorwaardelijke machtiging 4 4. Criteria 5 5. Voorwaarden 5 6. Procedure 6 7. Duur 7 8. Gevolgen 7 9. Verschillende soorten

Nadere informatie

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,.

1. In de eerste volzin vervalt:, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Politiewet 1993,. Artikel PM1 A.4 Bijlage 4 De Wet veiligheidsregio s wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een puntkomma, toegevoegd korpschef:

Nadere informatie

3 In op die behandelingsovereenkomst betrekking hebbende aangelegenheden is de minderjarige bekwaam in en buiten rechte op te treden.

3 In op die behandelingsovereenkomst betrekking hebbende aangelegenheden is de minderjarige bekwaam in en buiten rechte op te treden. Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling Artikel 446 1 De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling - in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst - is de overeenkomst

Nadere informatie

BOPZ Klachtenregeling patiënten OLVG definitieve versie 15 juni 2017

BOPZ Klachtenregeling patiënten OLVG definitieve versie 15 juni 2017 BOPZ Klachtenregeling patiënten OLVG definitieve versie 15 juni 2017 Voorwoord Als u niet tevreden bent over onze zorgverlening op de psychiatrische afdeling van OLVG op locatie West, heeft u het recht

Nadere informatie

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten

Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met de invoering van kostendekkende griffierechten Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 559 Intrekking van de invoeringswet Wet werk en bijstand Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 184 Wet van 28 maart 2002 tot opneming in de Advocatenwet van enkele bepalingen over het onderzoek naar de toestand van de praktijk van een advocaat

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 142 Wet van 14 maart 2013 tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals

Nadere informatie

Bijlage 7 Regl. v.orde v.h. College van Beroep voor de Examens

Bijlage 7 Regl. v.orde v.h. College van Beroep voor de Examens Bijlage 7 Reglement van Orde van het College van Beroep voor de Examens Regeling ter uitvoering van het bepaalde in artikel 54 van de Structuurregeling van de Radboud Universiteit Nijmegen. HOOFDSTUK 1.

Nadere informatie

Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming

Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming Wet op de loonvorming Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming (Wet op de loonvorming [Versie geldig vanaf: 17-02-1999]) Geschiedenis: Staatsblad 1997, 63;Staatsblad

Nadere informatie

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd: Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en enige andere wetten in verband met de invoering van een basisregistratie inkomen en een basisregistratie waarde

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 238 Wijziging van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met het wettelijk regelen van kwaliteitseisen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 578 Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet op de jeugdzorg met betrekking tot jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 980 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met een regeling over samenhangende besluiten (Wet samenhangende besluiten Awb) Nr. 2 VOORSTEL

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur in verband met aanvullingen inzake onredelijke en omvangrijke verzoeken, inzake bijzondere verstrekkingen alsmede inzake hergebruik en in rekening te brengen

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2011-2012 33 062 Wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en voor

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 208 Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg) 0 Wij Beatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels;

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels; 10 november 2009 REGLEMENT STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: Stichting: Aangesloten Instelling: Mediator: Gedragsregels: Klachtenregeling:

Nadere informatie

Privacy Reglement. Inhoud

Privacy Reglement. Inhoud Inhoud 1. Begripsbepalingen 1 2. Reikwijdte 1-2 3. Doel. 2 4. Categorieën van personen over wie gegevens in de registratie worden opgenomen 2 5. Vertegenwoordiging 2 6. Soorten van gegevens die in de registratie

Nadere informatie

Bepalingen over de ouderbijdrage

Bepalingen over de ouderbijdrage Bepalingen over de ouderbijdrage Jeugdwet 8.2. Ouderbijdrage Artikel 8.2.1 1. De volgende personen zijn een ouderbijdrage verschuldigd in de kosten van de aan een jeugdige geboden jeugdhulp, voor zover

Nadere informatie

KLACHTENREGELING CEDERGROEP

KLACHTENREGELING CEDERGROEP KLACHTENREGELING CEDERGROEP Inhoudsopgave Hoofdstukken Onderwerp Artikel Pagina 1 Begripsbepalingen art.1 1 2 Behandeling van de klachten 2 t/m 6 Paragraaf 1 De contactpersoon art. 2 2 Paragraaf 2 De vertrouwenspersoon

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 383 Wet van 28 augustus 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen niet tijdig beslissen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14167 Wijziging in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, strekkende tot invoering ten behoeve van minderjarige moeders

Nadere informatie