Je gaat de leesstrategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de tekst nog niet.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Je gaat de leesstrategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de tekst nog niet."

Transcriptie

1 remedieerlad lok 3, strategie Groep 7-8 Leesdoel epalen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Leesdoel epalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de tekst nog niet. Wat moet je weten? Fictieteksten is een ander woord voor plezierteksten. Deze teksten passen ij het leesdoel: lezen voor je plezier. Een fictietekst is een verzonnen verhaal. Het is niet echt geeurd, ook al lijkt het soms wel zo. Vooreelden van fictieteksten: verhalen (over avonturen, dieren, school, verliefdheid, geschiedenis, speurders, sport, oorlog, reizen enzovoort) strips moppen liedjes gedichten Leesdoelen en tekstsoorten kunnen door elkaar lopen. Een spannend oorlogsverhaal kun je lezen als je zin het om te lezen. Of als je iets over de oorlog wilt weten. Een verhaal wordt even onderroken door een recept, ijvooreeld. Dan staat er dus een instructieve tekst in de fictietekst Hoe overleef ik mijn eerste zoen? Het is woensdagmiddag en Rosa s huiswerk is af. Ze verveelt zich. Rosa zucht. Misschien is chatten wel een goed idee, hoewel ze het nog nooit heeft gedaan. Ze zet de computer aan en drukt op de internetknop. Ze moet eerst haar naam, of een ijnaam, invullen. Een ijnaam maar, dat is veiliger. Hoe zal ze zichzelf noemen? Bloem, dat is een goeie, dat is haar naam, maar dan anders. Wachtwoord... tulp. Rosa leest de waarschuwingen die op de welkomstpagina staan: - Geef nooit je adres, telefoonnummer of adres. - Spreek nooit met iemand af op een plek waar geen andere mensen zijn. - Als je met iemand afspreekt, neem dan altijd een ouder iemand mee. - Praat er met je ouders over als je rare teksten krijgt. - Geruik zelf geen scheldwoorden. Rosa gaat rechtop zitten. Ze wordt ineens erg nieuwsgierig. Het klinkt een eetje gevaarlijk, spannend! Als ze haar ijnaam en wachtwoord heeft ingevoerd, komt er een andere pagina. Je kunt kiezen uit allemaal kamers en daarin zijn mensen aan het kletsen. Wat gek! Uit: Francine Oomen, Hoe overleef ik mijn eerste zoen?, Unieoek, Houten 200 / 2

2 remedieerlad lok 3, strategie Groep 7-8 Maak de vragen Kijk naar de tekst. a Welke soorten teksten zie je? Kruis twee hokjes aan. een instructie een lied een recept een reclame een strip een verhaal Welke twee tekstsoorten zijn het dus? Kruis aan. een instructieve tekst en een fictietekst een instructieve tekst en een reclametekst een fictietekst en een reclametekst 2 Er passen verschillende leesdoelen ij de tekst. a Welk leesdoel past ij regel 3 t/m 8? Vul in. Ik he Welk leesdoel past ij regel t/m? Vul in. Ik wil 3 Lees de tekst. a Waaraan kun je zien dat dit een fictietekst is? Kruis drie hokjes aan. aan de ron aan het omslag aan de opsomming aan de titel Zou je regel t/m wel in het echt op de welkomstpagina van een wesite kunnen tegenkomen? Kruis aan. Ja, want dat zijn echte tips voor als je gaat chatten. Nee, want die tips heeft de schrijfster van het oek zelf verzonnen. 4 Zou je deze tekst voor je plezier lezen? Streep door en vul in. Ja / nee, want Kijk terug Je weet nu welke teksten passen ij het leesdoel lezen voor je plezier: fictieteksten. Je weet ook dat leesdoelen en tekstsoorten soms door elkaar lopen. Stel, je leest een tekst over de geschiedenis van pindakaas. De tekst is geschreven door een grote producent van pindakaas. a Welke tekstsoort zit er waarschijnlijk in de tekst verstopt? Kruis aan. een instructieve tekst een fictietekst een reclametekst Welk leesdoel past ij de tekst over pindakaas? Vul in. Ik 2 / 2

3 remedieerlad lok 3, strategie 2 Groep 7-8 Voorspellen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Voorspellen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de tekst nog niet. Wat moet je weten? Als je het onderwerp van de tekst weet, kun je de inhoud van de tekst eter voorspellen. Het is handig om op nog meer manieren naar de tekst te kijken. Misschien wil je eerst weten of dit wel de tekst is waar je naar op zoek ent. Dat kun je ook voorspellen tijdens het gloaal lezen van de tekst. Wat kun je eigenlijk allemaal voorspellen? het onderwerp (Waar gaat de tekst over?) de tekstsoort (Is het een fictietekst, een instructieve tekst, een meningtekst...?) de inhoud (Wat wordt er ongeveer verteld in de tekst?) de inhoud per alinea (wat zal er ongeveer verteld worden per alinea) taal en stijl (Is het een moeilijke of makkelijke tekst?) de aansluiting ij het leesdoel (Past de tekst ij mijn leesdoel?) Zonder de tekst precies te lezen, krijg je toch een goed idee waar de tekst over gaat. Ook kun je voorspellen of de tekst ij je leesdoel past Typisch Nederlands In het uitenland staat Nederland ekend om zijn tulpen. Elk jaar komen er veel toeristen om naar de loeiende tulpenvelden te kijken. Maar zo typisch Nederlands is de tulp eigenlijk niet. Via Turkije In Azië groeiden wilde tulpen. De Turkse sultans vonden die zo mooi dat ze tulpen meenamen om in de tuin van hun paleis te zetten. Eén sultan gaf tulpenollen cadeau aan de amassadeur van Oostenrijk. En hij gaf een paar van die ollen aan Carolus Clusius. Clusius was hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Hij kreeg de ollen omdat hij veel onderzoek deed naar loemen. En zo kwam de tulp in 93 in Nederland. Van duur naar goedkoop Vroeger konden alleen heel rijke mensen tulpenollen kopen. Een ol kostte net zoveel als een grachtenpand in Amsterdam. In de negentiende eeuw ging men veel meer ollen kweken. Daardoor werden de ollen goedkoper en konden ook gewone mensen ze kopen. Tegenwoordig vinden mensen de tulpen nog steeds mooi. Uit het hele land én uit het uitenland komen mensen kijken als de tulpenvelden in loei staan. / 2

4 Remedieerlad lok 3, strategie 2 Groep 7-8 Maak de vragen Bekijk de tekst. a Je gaat de tekst gloaal lezen. Wat doe je dan? Streep twee foute antwoorden door. de titel lezen / de kopjes lezen / de laatste alinea lezen / de foto ekijken / de hele tekst lezen / de ron lezen Lees de tekst gloaal. Wat zal er ongeveer verteld worden in de tekst? Kruis aan. Waar de tulp vandaan komt en dat de tulp vroeger duur was. Waar de tulp vandaan komt en dat er veel soorten tulpen zijn. Waarom de tulp populair is en dat de tulp vroeger duur was. 2 Je het de tekst gloaal gelezen. a Waar kun je deze tekst lezen? Kruis twee hokjes aan. in een kookoek in een schooloek op internet in een verhalenoek Wat kun je nog meer zeggen over de tekst? Streep de foute antwoorden door. De tekst heeft een / geen duidelijke opouw in alinea s. Er staan veel / weinig moeilijke woorden in de tekst. 3 Kijk naar de tweede alinea. Lees het kopje. Lees ook de eerste en laatste zin. Wat is de inhoud van deze alinea, denk je? Vul in. De tulp komt uit. In kwam de tulp via naar 4 Kijk naar de derde alinea. Lees het kopje. Lees ook de eerste en laatste zin. Wat is de inhoud van deze alinea, denk je? Vul in. Vroeger konden alleen Nu zijn tulpenollen kijken als tulpenollen kopen. Er komen veel mensen staan. Kijk terug Je kunt veel voorspellen over een tekst zonder de tekst helemaal te lezen. Je ent klaar met voorspellen. a Stel, je wilt weten hoe een tulp gekweekt wordt. Past deze tekst dan ij jouw leesdoel? Streep door en vul in. Ja / nee, want Lees de tekst nu helemaal. Klopte je antwoord ij vraag a? Nee? Vereter het. 2 / 2

5 remedieerlad lok 3, strategie 3 Groep 7-8 Kennis ophalen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Kennis ophalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de tekst nog niet. Wat moet je weten? Je weet dat achtergrondkennis je helpt om de tekst eter te egrijpen. Tijdens het lezen verandert je kennis. Je voegt kennis toe, streept kennis weg of past hem aan. In een tekst kun je feiten, meningen en argumenten tegenkomen. Een feit is iets wat echt zo is, of echt geeurd is. Je kunt controleren of het klopt. Een mening is wat je ergens van vindt. Een argument is een reden waarom je iets vindt. Vooreeld Feit: Amsterdam is de hoofdstad van Nederland. Mening: Ik vind Amsterdam een mooie stad. Argument: Er zijn veel grachten en oude geouwen. Je kunt door een feit je mening aanpassen. Je kunt ook je mening aanpassen door de mening van iemand anders, ijvooreeld als iemand goede argumenten heeft Koeien in de wei In het voorjaar gaan de meeste koeien weer naar uiten. Dat is altijd een feest. De koeien rennen het weiland op en maken rare sprongen. Na een paar minuten staan ze te genieten van het heerlijke voorjaarsgras. Goedkope melk Helaas gaat ruim 2% van de koeien nooit naar uiten. Mensen willen zo min mogelijk etalen voor melk. Om toch genoeg te verdienen, kopen de oeren meer koeien. Meer koeien etekent meer melk. Vaak heeft een oer niet genoeg weiland voor al die koeien. Dus laat hij ze in de stal. Koeien die het hele jaar innen staan, geven ook meer melk. Dat komt doordat ze speciaal eten krijgen. Niet zo gezond Koeien die nooit naar uiten gaan, zijn vaak niet gezond. Zo loopt 7% van deze koeien mank. Koeien worden van nature veertien jaar, maar deze koeien worden gemiddeld maar zes jaar. Uit onderzoek lijkt dat de melk van deze koeien minder gezond is. Er zitten minder goede vetten in dan in de melk van koeien die uiten lopen. Kortom: alle koeien moeten weer naar uiten! Dat is gezonder voor koe én mens. Bron: / 2

6 remedieerlad lok 3, strategie 3 Groep 7-8 Maak de vragen Lees de tekst gloaal. a Wat voor tekstsoort is het? Kruis aan. instructieve tekst reclametekst meningtekst fictietekst De schrijver heeft een doel met deze tekst. Wat zal dat doel zijn, denk je? Vul in. De schrijver proeert je 2 De tekst gaat over koeien in de wei. Welke zin past het est ij jouw mening? Kruis aan. Ik vind het leuk als er koeien in de wei staan. Het maakt mij niet of er koeien in de wei staan. Ik vind dat koeien ook est altijd in een stal kunnen staan. 3 Lees de eerste, vetgedrukte alinea. De koeien gaan in het voorjaar weer naar uiten. De schrijver geeft zijn mening hierover. In welke zin is dat het duidelijkst? Markeer die zin in de tekst. 4 Lees de alinea Goedkope melk. a In deze alinea lees je dat niet alle koeien naar uiten gaan. De schrijver geeft zijn mening hierover met een woord. Markeer dat woord in de tekst. In regel 3 en 4 lees je: Koeien die het hele jaar innen staan, geven ook meer melk. Is dat een mening of een feit? Schrijf op. Lees de alinea Niet zo gezond. a Wat is de mening van de schrijver over koeien die nooit naar uiten gaan? Vul in. Volgens de schrijver Welke twee argumenten geeft de schrijver voor zijn mening? Markeer de argumenten in de tekst. Kijk terug Tijdens het lezen voeg je kennis toe, streep je het weg of pas je het aan. Je kunt van mening veranderen door feiten en door argumenten. 6 Lees de laatste, vetgedrukte alinea. a Ben jij het eens met de schrijver? Kruis aan. ja nee Wat vind je van koeien in de wei na het lezen van de tekst? Waarom vind je dat? Schrijf op. 2 / 2

7 remedieerlad lok 3, strategie 4 Groep 7-8 Herstellen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Herstellen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen. Wat moet je weten? Als je een groter deel van de tekst niet egrijpt, ijvooreeld een zin, kijk dan eens naar de verwijswoorden. Als je ziet wat ij elkaar hoort en over wie het gaat, snap je de tekst eter. Verwijswoorden zijn ijvooreeld: ik, je, zijn, haar, mijn, jullie, jou(w), die, dat, wat, het. Een verwijswoord verwijst naar iets wat al eerder genoemd is in de tekst. Of naar iets wat nog komt. Dat kan een woord zijn, een groepje woorden of een hele zin. Weet je niet waar het verwijswoord naar verwijst? Schrijf in plaats van het verwijswoord het woord of de woordgroep op waarnaar het verwijst. Werkt dat niet? Stel dan een WH-vraag en zoek het antwoord in de tekst. Vooreeld Toon weet niet waar het station is. Ik wijs hem de weg. Wie wijs ik de weg? Toon Dus: hem = Toon Spelletjes om uiten te spelen De lente is weer egonnen! Je wilt nu natuurlijk zoveel mogelijk uiten spelen. Hieronder drie spelletjes die je met een groep kunt doen. Omgekeerd verstoppertje Er is één persoon die zich verstopt. De rest zoekt hem. Zodra een zoeker de verstopte persoon heeft gevonden, gaat die erij zitten! Met dit spel ga je net zolang door tot iedereen samen verstopt is. Fopal Iedereen staat in een kring met de handen op de rug. Eén persoon staat in het midden met een al. Hij gooit de al naar iemand, of doet net alsof hij gaat gooien. Haal je je handen van je rug ij een schijneweging? Dan en je af. Komt de al wel naar je toe, maar vang je hem niet? Dan en je ook af. Paraplu-quiz Dit spel speel je in de regen! Bedenk eerst allemaal een paar moeilijke vragen. Dit mag van alles zijn: hoofdsteden van landen, verjaardagen van vriendjes, namen van de koninklijke familie, noem maar op. Schrijf de antwoorden erij. Laat ze niet zien! Geef de vragen aan de spelleider. Pak dan allemaal een paraplu en ga naar uiten. De spelleider stelt iedereen een vraag. Let op: je mag je eigen vragen natuurlijk niet eantwoorden. Als je het antwoord niet weet of je het het fout, dan moet je je paraplu tien seconden weg doen. Degene die het droogst lijft, wint! Bron: en / 2

8 remedieerlad lok 3, strategie 4 Groep 7-8 Maak de vragen Lees de alinea Omgekeerd verstoppertje. a In regel 7 lees je: De rest zoekt hem. Naar wie wijst hem? Kruis aan. de verstopte persoon iedereen de rest een zoeker In regel 8 lees je: gaat die erij zitten. Welke WH-vraag kun je hierover stellen? Schrijf op. c Waarnaar wijst het verwijswoord die dus? Vul in. die = 2 Lees de alinea Fopal. a In regel 3 lees je: Hij gooit de al naar iemand. Wie gooit de al naar iemand? Kruis aan. hij = de persoon die in het midden staat hij = de persoon die met zijn handen op zijn rug in de kring staat In regel lees je: maar vang je hem niet? Waarnaar wijst het verwijswoord hem? Vul in hem = 3 Lees de alinea Paraplu-quiz. a In regel 9 lees je: Dit mag van alles zijn. Welke WH-vraag kun je hierover stellen? Schrijf op. c Waarnaar verwijst dit dus? Kruis aan. een paar moeilijke vragen hoofdsteden van landen het spel in de regen van alles In regel 2 lees je: Laat ze niet zien! Waarnaar wijst ze? Vul in. ze = Kijk terug Begrijp je de tekst niet meer? Ga dan op zoek naar de verwijswoorden en kijk waar ze ij horen. 4 Lees regel 3 en 4. Naar wie wijst je? Vul in. je = 2 / 2

9 remedieerlad lok 3, strategie Groep 7-8 Vragen stellen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Vragen stellen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en lees de teksten. Maak dan de vragen. Wat moet je weten? Bij elke tekstsoort horen epaalde vragen die je altijd kunt stellen. Bijvooreeld: Meningtekst Welke mening heeft de schrijver? Welke argumenten staan er in de tekst? Wat vind ik ervan? Reclametekst Wat willen ze me verkopen? Hoe proeren ze mij te verleiden om het te kopen? Waar kan ik het kopen? Instructieve tekst Hoe moet ik het aanpakken? Wat he ik nodig? Wat moet ik eerst doen en wat daarna? 0 Skaten in het verkeer? Dat doe je zo! De avonden worden langer. Het weer wordt mooier. Je kunt weer gaan skaten! Zorg wel dat je veilig op pad gaat. Lees onderstaande tips. - Draag altijd een helm en eschermers voor pols, knie en elleoog. - Zorg eerst dat je goed kunt remmen voor je het verkeer in gaat. - Skate zoveel mogelijk op de stoep. Volgens de wet en je een voetganger als je skate. En voetgangers horen op de stoep, als die er is. - Skate alleen op het fietspad of de weg als het er rustig is. Doe het niet op plaatsen waar veel auto s, rommers en fietsen zijn. - Doe nooit een mp3-speler op als je skate. - Skate liever niet in de regen. De weg kan glad zijn zodat je eerder valt. - Van een helling of heuvel skaten is est lastig. Daarvoor moet je echt handig zijn op je skates. Proeer hellingen te vermijden. Bron: 2 Suffe helm Hoi allemaal, Ik he een proleem. Mijn moeder wil dat ik altijd een helm draag als ik ga skaten. Maar dat vind ik onzin, want ik val nooit met skaten. Zo n helm staat ontzettend suf. En ik krijg er een warm hoofd van. Ik wil liever zonder helm skaten, maar ik en ang dat mijn moeder oos wordt. Help! Groetjes van Isa / 2

10 remedieerlad lok 3, strategie Groep 7-8 Maak de vragen Lees tekst gloaal. a Wat voor tekstsoort is dit? Kruis aan. een reclametekst een instructieve tekst een meningtekst Welke drie WH-vragen zou je dus kunnen stellen ij tekst? Vul in. Hoe 2 Wat he 3 Wat 2 Lees tekst. Kijk naar de vragen die je ij vraag het ingevuld. a Waar kun je het antwoord op de tweede vraag vinden? Markeer het in de tekst. Waar kun je het antwoord op de derde vraag vinden? Markeer het antwoord in de tekst. 3 Lees tekst 2 gloaal. a Wat voor tekstsoort is dit? Kruis aan. een reclametekst een instructieve tekst een meningtekst Welke drie WH-vragen zou je dus kunnen stellen ij tekst 2? Vul in. Welke 2 Welke 3 Wat 4 Lees tekst 2. a Isa s moeder wil dat Isa een helm op doet ij het skaten. Wat vindt Isa daarvan? Schrijf op. c Welke drie argumenten geruikt Isa? Markeer ze in de tekst. Ben jij het eens met Isa? Schrijf op. Geruik een argument. Kijk terug Bij elke tekstsoort past een vaste set WH-vragen. Welke vraag kun jij nog meer edenken ij tekst? Schrijf op. 2 / 2

11 remedieerlad lok 3, strategie 6 Groep 7-8 Visualiseren Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Visualiseren nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen. Wat moet je weten? Een tekst heeft een epaalde opouw. Een tekst kan ijvooreeld gaan over een proleem en een oplossing. Deze opouw herken je aan signaalwoorden. Signaalwoorden voor een proleem zijn ijvooreeld: moeilijk, vervelend, onduidelijk, knelpunt, dilemma Signaalwoorden voor een oplossing zijn ijvooreeld: idee, proeren, helpen, mogelijkheden, maatregel. Vooreeld: Hè, wat vervelend! Ik he een lekke and. Hoe kom ik nou thuis? Ik kan proeren om hem op te pompen. Een tekst kan ook gaan over een doel en een middel. Ook deze opouw kun je herkennen aan signaalwoorden. Bijvooreeld: om (...) te, met, met ehulp van, opdat, teneinde, zodat, daarmee, daartoe, door. Vooreeld: Ik haal ij de conciërge een fietspomp, zodat ik mijn and kan oppompen Hulp voor oversteek padden In Overveen zijn honderden padden ontwaakt uit hun winterslaap. De padden trekken nu allemaal naar het water. In het voorjaar gaan alle padden op zoek naar een sloot of een vijver waar ze hun eitjes in kunnen leggen. Het proleem is dat ze dan vaak een drukke weg moeten oversteken. Padden zijn traag en vele worden dan ook doodgereden. Daarom is er een groep mensen die ze helpen met oversteken. Om de padden te helpen worden op veel plekken schermen en vangemmers neergezet. De padden kunnen niet over de schermen heen. Ze lopen erlangs totdat ze in een emmer vallen. De mensen die de padden helpen, halen ze eruit en rengen de padden veilig naar de overkant. Onder sommige wegen worden tunnels gemaakt, zodat de padden veilig naar de overkant kunnen. Ook hier staan schermen langs de weg. De padden lopen erlangs totdat ze ij de tunnel komen. Deze tunnels worden overigens ook door andere dieren geruikt. Bijvooreeld door dassen en konijnen. Bron: / 2

12 remedieerlad lok 3, strategie 6 Groep 7-8 Maak de vragen De tekst over gaat over padden die naar het water trekken. Waarom doen ze dat eigenlijk? Schrijf op. 2 Lees de tweede alinea (r. 7 t/m 0). a In welke zin lees je over een proleem? Markeer de zin in de tekst. Aan welk signaalwoord herken je de oplossing voor dat proleem? Schrijf op. c Wat is het proleem en wat is de oplossing? Vul het schema in. 3 Lees de derde alinea (r. 2 t/m 7). a Welk signaalwoord voor doel en middel zie je? Markeer het signaalwoord in de tekst. Wat is het middel en wat is het doel? Vul het schema in. 4 Lees de vierde alinea (r. 9 t/m 24). a Welk signaalwoord voor doel en middel zie je? Markeer het signaalwoord in de tekst. Wat is het middel en wat is het doel? Vul het schema in. Kijk terug Er zijn signaalwoorden voor proleem en oplossing en voor doel en middel. Signaalwoorden helpen je de tekst eter te vereelden. Je herkent de opouw van een tekst. Er staan twee middelen om padden te helpen in de tekst. Welk middel vind jij het este? Waarom? Schrijf op. 2 / 2

13 remedieerlad lok 3, strategie 7 Groep 7-8 Samenvatten Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Samenvatten nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen. Wat moet je weten? Een samenvatting moet kort en duidelijk zijn. Zo n samenvatting maak je door goed te kiezen: wat voor samenvatting maak je ij welke tekstsoort? Vooreeld een tekst met veel cijfers of gegevens een tekst waar je een duidelijk eeld ij het een tekst met een duidelijke opouw, zoals proleem-oplossing of doel-middel een tekst waar de volgorde van tijd elangrijk is een tekst met veel verschillende gedachtegangen een tekst met stappen een verhalende tekst Soort samenvatting een grafiek of tael een tekening een schema een tijdalk een woordwe een stappenplan een korte tekst Het is elangrijk dat je een samenvatting kiest die je zelf prettig vindt om te maken en te lezen. Het is tenslotte jouw samenvatting! 0 20 Bestuiving Planten geruiken hun loemen om zich voort te planten. Als een loem evrucht is, maakt hij zaden. Die zaden kunnen ook in een vrucht groeien, zoals een appel. Uit de zaden groeien nieuwe planten. Maar hoe wordt een loem evrucht? Dat geeurt door estuiving. Zo werkt het Als er stuifmeel van de meeldraad () van een loem op de stamper (2) van de andere loem komt, heet dat estuiving. Onder in de stamper zit een soort eitje (3). Als het stuifmeel en het eitje met elkaar versmelten, is de loem evrucht. Twee manieren van estuiven De natuur heeft twee manieren voor estuiving: met ehulp van wind en van insecten. Sommige planten geruiken de wind voor estuiving. Hun loemen maken héél veel stuifmeel én de meeldraden en stamper hangen ver uit de loem. Zo kan de wind het stuifmeel makkelijk meenemen naar andere loemen. Andere planten geruiken insecten voor estuiving. Hun loemen heen mooie kleuren, lekkere geuren en nectar om ijvooreeld ijen te lokken. De ij kruipt in de loem en het stuifmeel lijft aan zijn lijfje kleven. Bij de volgende loem lijft een deel van dat stuifmeel plakken aan de stamper. Bron: / 2

14 Remedieerlad lok 3, strategie 7 Groep 7-8 Maak de vragen Lees de eerste, vetgedrukte alinea. a Wat is de elangrijkste zin in deze alinea? Markeer de zin in de tekst. De laatste twee zinnen van de alinea zijn ook elangrijk. Maak er één zin van. Vul in. Een loem wordt 2 Lees de alinea Zo werkt het. a Wat is het kernwoord in deze alinea? Schrijf op. Wat is de kernzin van deze alinea? Markeer de zin in de tekst. 3 Lees de alinea Twee manieren van estuiven. a Wat zijn de twee kernwoorden in deze alinea? Schrijf op. Regel 6 gaat over middel en doel. Wat zijn de twee middelen en wat is het doel? Vul het schema in. 4 Je kunt de alinea Twee manieren van estuiven kort samenvatten in een tael. Vul de tael in. Bestuiving door: Hoe? maken 2 meeldraden en stamper insecten lokken door mooie, lekkere en Stel, je maakt een samenvatting van de tekst. Welke antwoorden kun je geruiken in jouw samenvatting? Kruis aan. Kijk terug a 2a 2 3a 3 4 Er zijn verschillende soorten samenvattingen. Je kiest de samenvatting die ij jou en de tekstsoort past. 6 In de tekst staat ook nog een soort samenvatting die je zou kunnen geruiken in jouw samenvatting. Welke is dat? Schrijf op. 2 / 2

Waarom lees ik de tekst?

Waarom lees ik de tekst? remedieerlad lok 3, strategie Groep -6 Waarom lees ik de tekst? Wat ga je doen? Je gaat de strategie Waarom lees ik de tekst? nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna. Maak dan de vragen. Lees de teksten

Nadere informatie

Je gaat een tekst lezen over insecten eten. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen.

Je gaat een tekst lezen over insecten eten. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen. 2015 lok 2, week 7, les 1 Groep 5-6 Hoe vat ik samen? Wat ga je leren? Je kunt straks: vertellen wat de hoofdgedachte is de hoofdgedachte in de tekst vinden uitleggen hoe je de hoofdgedachte kunt geruiken

Nadere informatie

informatieve tekst (artikel) en instructieve tekst (spelregels en tips)

informatieve tekst (artikel) en instructieve tekst (spelregels en tips) HANDLEIDING lok 3, week 7, les 2 groep 5-6 ahtergrondinformatie Leesstrategie alle leesstrategieën Lesdoelen De kinderen kunnen: de tekst ekijken voordat ze gaan lezen (stap 1 t/m 3) edenken wat ze moeten

Nadere informatie

Welk plaatje past bij de tekst?

Welk plaatje past bij de tekst? 2014 lok 1, week 6, les 1 Groep 5-6 Welk plaatje past ij de tekst? Wat ga je leren? Je kunt straks: uitleggen waarom het handig is dat je tijdens het lezen plaatjes maakt in je hoofd vertellen hoe de plaatjes

Nadere informatie

In de tekst komen moeilijke woorden voor. In stap 4 achterhalen de kinderen de betekenis hiervan.

In de tekst komen moeilijke woorden voor. In stap 4 achterhalen de kinderen de betekenis hiervan. HANDLEIDING lok 3, week 3, les 2 groep 5-6 achtergrondinformatie Leesstrategie alle leesstrategieën Lesdoelen De kinderen kunnen: de tekst ekijken voordat ze gaan lezen (stap 1 t/m 3) edenken wat ze moeten

Nadere informatie

Je gaat een tekst lezen over insecten eten. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen.

Je gaat een tekst lezen over insecten eten. Lees de uitleg hierna en lees de tekst. Maak dan de vragen. 2015 lok 2, week 7, les 1 Groep 7-8 Samenvatten Wat ga je leren? Je kunt straks: het schrijversdoel herkennen de hoofdgedachte herkennen uitleggen hoe je de hoofdgedachte en/of het schrijversdoel geruikt

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014 Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 2 (groep 5-6) Schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 2 (groep 5-6) Schooljaar Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? de 1 36 De leerling kan: - vertellen waarom hij een tekst leest - een leesdoel kiezen 1 37 De leerling

Nadere informatie

Wat doe ik als ik het niet meer snap?

Wat doe ik als ik het niet meer snap? 2014 lok 2, week 4, les 1 Groep 5-6 Wat doe ik als ik het niet meer snap? Wat ga je leren? Je kunt straks: de etekenis van een onekend woord zoeken in de tekst Wat ga je doen? Je gaat een tekst lezen over

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 2 (groep 5-6) Schooljaar 2012-2013

Leerlijn Leeslink niveau 2 (groep 5-6) Schooljaar 2012-2013 Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? de 1 36 De leerling kan: - vertellen waarom hij een tekst leest - een leesdoel kiezen 1 37 De leerling

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2013-2014 Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Je gaat de leesstrategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet.

Je gaat de leesstrategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet. remedieerlad lok 2, strategie Groep 7-8 Leesdoel epalen Wat ga je doen? Je gaat de leesstrategie Leesdoel epalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet.

Nadere informatie

Je kunt straks: uitleggen wat letterlijk en figuurlijk is vertellen dat de schrijver soms iets anders bedoelt dan wat er staat

Je kunt straks: uitleggen wat letterlijk en figuurlijk is vertellen dat de schrijver soms iets anders bedoelt dan wat er staat 2014 lok 2, week 4, les 1 Groep 7-8 Herstellen Wat ga je leren? Je kunt straks: uitleggen wat letterlijk en figuurlijk is vertellen dat de schrijver soms iets anders edoelt dan wat er staat Wat ga je doen?

Nadere informatie

Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A

Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Strategieles Verbanden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip lees je altijd een tekst met het stappenplan. Je gaat vaak op zoek naar verbanden in een tekst. Wat

Nadere informatie

Je gaat de strategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet!

Je gaat de strategie Leesdoel bepalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet! remedieerlad lok, strategie Groep 7-8 Leesdoel epalen Wat ga je doen? Je gaat de strategie Leesdoel epalen nog eens oefenen. Lees de uitleg hierna en maak dan de vragen. Lees de teksten nog niet! Wat moet

Nadere informatie

HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 1, LES 1 GROEP 7-8

HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 1, LES 1 GROEP 7-8 HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 1, LES 1 GROEP 7-8 achtergrondinformatie Leesstrategie Leesdoel epalen (Waarom lees ik de tekst?) Lesdoelen De kinderen kunnen: uitleggen wat fictieteksten zijn; vertellen ij welk

Nadere informatie

Je kunt straks: uitleggen waarom het handig is dat je tijdens het lezen plaatjes maakt in je hoofd vertellen hoe de plaatjes in jouw hoofd eruitzien

Je kunt straks: uitleggen waarom het handig is dat je tijdens het lezen plaatjes maakt in je hoofd vertellen hoe de plaatjes in jouw hoofd eruitzien 2014 lok 1, week 6, les 1 Groep 7-8 Visualiseren Wat ga je leren? Je kunt straks: uitleggen waarom het handig is dat je tijdens het lezen plaatjes maakt in je hoofd vertellen hoe de plaatjes in jouw hoofd

Nadere informatie

HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 1, LES 1 GROEP 5-6

HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 1, LES 1 GROEP 5-6 HANDLEIDING BLOK 3, WEEK, LES GROEP -6 achtergrondinformatie Leesstrategie Waarom lees ik de tekst? (Leesdoel epalen) Lesdoelen De kinderen kunnen: vertellen welke teksten passen ij het leesdoel zin om

Nadere informatie

Nederlands. Luisteren. Voor 1F Deel 1 van 2

Nederlands. Luisteren. Voor 1F Deel 1 van 2 Nederlands Luisteren Voor 1F Deel 1 van 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Mieke Lens Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Titel: Nederlands Luisteren

Nadere informatie

Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen

Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen 1. Lees de tekst met het stappenplan. In de tekst staan veel verwijswoorden, zoals hij, zij en dat. Markeer de woorden tijdens het lezen. Kom je nog moeilijke woorden

Nadere informatie

Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet.

Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet. Toets 2 Naam Wat ga je doen? Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet. Moeilijke woorden verschijnen een besluit nemen = van boeken: voor het eerst

Nadere informatie

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig. Les 1: Een Wikitekst schrijven Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje over koningin Beatrix op www.nieuwsbegrip.nl 1. Schrijf tijdens het

Nadere informatie

Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids?

Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids? Werkschrift : Hoe werk ik op WikiKids? WERKBOEK WIKIKIDS Welkom bij het werkboek van WikiKids. In dit werkboek staan opdrachten waarmee je stap voor stap leert werken met WikiKids. Er staan 15 opdrachten

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar Startles 36 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 37 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan

De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan De theorie voor leesvaardigheid in de vorm van een stappenplan 1. Globaal lezen a. Lees eerst altijd een tekst globaal. Dus: titel, inleiding, tussenkopjes, slot en bron. b. Denk na over het onderwerp,

Nadere informatie

Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet.

Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet. Toets 2 Naam Wat ga je doen? Je gaat een toets maken over begrijpend lezen. Maak vraag 1 tot en met 9. Lees de teksten nog niet. Moeilijke woorden verschijnen een besluit nemen = van boeken: voor het eerst

Nadere informatie

Wat weet ik al over het onderwerp? (Kennis ophalen)

Wat weet ik al over het onderwerp? (Kennis ophalen) HANDLEIDING BLOK 3, WEEK 3, LES 1 GROEP 5-6 ahtergrondinformatie Leesstrategie Wat weet ik al over het onderwerp? (Kennis ophalen) Lesdoelen De kinderen kunnen: vertellen wat er tijdens het lezen geeurt

Nadere informatie

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 1, LES 1 GROEP 4

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 1, LES 1 GROEP 4 HANDLEIDING BLOK, WEEK, LES GROEP achtergrondinformatie Leesstrategie Waarom lees ik de tekst? (Leesdoel bepalen) Lesdoelen De kinderen kunnen: vertellen wat een tekst is; opnoemen welke teksten ze voor

Nadere informatie

Persoonlijk én succesvol bloggen vanuit jouw passie

Persoonlijk én succesvol bloggen vanuit jouw passie Leer authentiek bloggen en trek meer klanten aan Persoonlijk én succesvol bloggen vanuit jouw passie Persoonlijk én succesvol bloggen vanuit jouw passie Backhuijs Communicatie 1 Les 3: Opbouw blog Les

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Zinnen maken en tekst lezen

Zinnen maken en tekst lezen Zinnen maken en tekst lezen 1. Je gaat straks een tekst lezen met de titel Nieuws of geen nieuws? Voordat je de tekst leest, bedenk je vier zinnen met belangrijke woorden uit de tekst. De zinnen die je

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau B, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B Begrijpend lezen Strategie 6 & 7 Extra oefenen Niveau B Remediëringsbladen - strategie 6 en 7 Niveau B 2 Je gaat leren om je leesdoel bij een tekst te bepalen en je leert om te controleren of je je leesdoel

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2012-2013

Leerlijn Leeslink niveau 3 (groep 7-8) schooljaar 2012-2013 Startles 35 Introductieles Het vak begrijpend en studerend lezen. Wat houdt het in? Wat heb je er aan? Nu en straks op de middelbare school? de 1 36 De leerling kan: - verschillende leesdoelen noemen -

Nadere informatie

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou! Hallo Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou Als je ouders uit elkaar zijn kan dat lastig en verdrietig zijn. Misschien ben je er boos over of denk je dat het jouw

Nadere informatie

Een overtuigende tekst schrijven

Een overtuigende tekst schrijven Een overtuigende tekst schrijven Taalhandeling: Betogen Betogen ervaarles Schrijftaak: Je mening geven over een andere manier van herdenken op school instructieles oefenlesles Lesdoel: Leerlingen kennen

Nadere informatie

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek Wat leert u in deze les? Hoe je kunt leren in de bibliotheek en op het internet Grammatica: voltooide tijd Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 7-8

HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 7-8 HANDLEIDING BLOK 1, WEEK 7, LES 1 GROEP 7-8 ahtergrondinformatie Leesstrategie Samenvatten (Hoe vat ik samen?) Lesdoelen De kinderen kunnen: vershillende doelen van samenvatten noemen; ondersheid maken

Nadere informatie

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven

Teksverklaringen!!!!! Samenvattingen!! - Meerkeuzevragen! - Open! !!!! Nederlands! 1. Spellen! 2. Samenvatting schrijven NEDERLANDS Nederlands Teksverklaringen Samenvattingen 1. Hoofdgedachte 2. Meerkeuzevragen 3. Tekstverbanden 4. Open vragen 5. Argumentatie 6. Mening en doel van de schrijver 1. Spellen 2. Samenvatting

Nadere informatie

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A

Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Strategieles Verwijswoorden (Relaties en verwijswoorden) niveau A Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip maak je altijd opdrachten. Sommige opdrachten gaan over verwijswoorden. Je moet dan zeggen naar

Nadere informatie

Luisteren: muziek (A2 nr. 1)

Luisteren: muziek (A2 nr. 1) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. Kijk

Nadere informatie

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden

Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Wat ga je in deze opdracht leren? Meer leren over: soorten vragen, vraagwoorden, signaalwoorden en sleutelwoorden Soorten vragen, vraagwoorden, signaal- en sleutelwoorden Schema 1 Soorten vragen Open vraag

Nadere informatie

! plaag/pest protocol voor het primair onderwijs

! plaag/pest protocol voor het primair onderwijs Bijlage 1: Dit protocol is van toepassing op een niet pesten school, dit houdt in dat de leerlingen ervan op de hoogte zijn dat pesten niet word getolereerd. Word pesten onverhoopt tocht geconstateerd,

Nadere informatie

Strategieles Vragen stellen niveau B

Strategieles Vragen stellen niveau B Strategieles Vragen stellen niveau B Wat doe je in deze les? Bij Nieuwsbegrip gebruik je bij het lezen van de tekst het stappenplan Lezen. Vragen stellen is een strategie die je helpt om de tekst beter

Nadere informatie

* Dit is belangrijk. Voorspellen en tekst lezen. Een tekstschema maken. Nieuwsbegrip Extra over auteursrecht opdrachten niveau B

* Dit is belangrijk. Voorspellen en tekst lezen. Een tekstschema maken. Nieuwsbegrip Extra over auteursrecht opdrachten niveau B Voorspellen en tekst lezen 1. Zet stap 1 van het stappenplan. Wat gaat de tekst over het onderwerp vertellen, volgens jou? 2. Wat weet je er al van? Foto: ANP/L. van Lieshout Boeken en andere artikelen

Nadere informatie

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts

Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie heet vragen stellen. We gaan

Nadere informatie

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les:

Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen. Introductiefase bij de eerste les: Algemene instructies voor de strategie: Vragen stellen "Welkom,." Introductiefase bij de eerste les: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen

Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de

Nadere informatie

Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening. Introductiefase

Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening. Introductiefase Les 1 Integratie Leestekst: Een bankrekening "Welkom:... " Introductiefase 1. "In de afgelopen weken hebben we veel teksten gelezen. Deze teksten hebben we samengevat, we hebben vragen erbij gesteld, gekeken

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet worden.

Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet worden. week 11 10 maart 2014 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Welke plek in de buurt moet opgeknapt worden? Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet

Nadere informatie

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken www.edusom.nl Opstartlessen Les 1. Kennismaken Wat leert u in deze les? Uzelf voorstellen Kennismaken Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam HET GESPREK

Nadere informatie

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN

BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN BEGRIJPEND LEZEN 1 NEDERLANDS TEKSTSOORTEN EN TEKSTDOELEN 0 AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je het onderwerp uit een zin bepalen. - Kun je het onderwerp van een tekst bepalen. - Kun je een soort tekst

Nadere informatie

Luisteren: muziek (B1 nr. 4)

Luisteren: muziek (B1 nr. 4) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. Kijk

Nadere informatie

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken

Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Les 1: Je eigen vredesspreuk bedenken Waarom ga je schrijven: het Jeugdjournaalfilmpje bekijken Bekijk met de klas het Jeugdjournaalfilmpje op www.nieuwsbegrip.nl. Let er vooral op wat vrede precies betekent.

Nadere informatie

Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs

Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs Handboek NT2 in het volwassenenonderwijs Lesmateriaal hoofdstuk 4 Spreken Oefeningen uit Voorbereiding op Werk De volgende tien oefeningen zijn afkomstig van de website behorende bij: Verboog, M. & Adèr,

Nadere informatie

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers

Praten over boeken in de klas Het vragenspel van Aidan Chambers Praten over boeken in de klas Het vragenspel van idan hambers We weten pas wat we denken als we het onszelf horen zeggen. (idan hambers). Elk individu, kind en volwassene, beleeft een tekst op geheel eigen

Nadere informatie

Raar, maar waar! deel 1. groep 3 en 4

Raar, maar waar! deel 1. groep 3 en 4 Raar, maar waar! deel 1 Natuur groep 3 en 4 Inhoud 1 Raar, maar waar! 3 2 Een vreemd ei 4 3 Spring er maar uit 5 4 Verstopt 6 5 Slim 7 6 Vlieg er niet in 8 7 Een kever met een luchtje 9 8 Een zware hap

Nadere informatie

1 De tekst gaat over de modderman. Waar denk jij aan bij modder? Kleur die vakjes. 2 De modderman is een verhaal. Hoe weet je dat? Kruis aan.

1 De tekst gaat over de modderman. Waar denk jij aan bij modder? Kleur die vakjes. 2 De modderman is een verhaal. Hoe weet je dat? Kruis aan. Blok 2 LB 16-17 LES 1 EEN KLODDER MODDER Lees de tekst in het leesboek nog niet. 1 De tekst gaat over de modderman. Waar denk jij aan bij modder? Kleur die vakjes. de aarde schoon glijden nat de blubber

Nadere informatie

KIJK IN JE BREIN LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING

KIJK IN JE BREIN LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING LESMODULE BASISSCHOOL LEERLING 1. DE HERSENEN 1.1 HOE ZIEN HERSENEN ERUIT? VRAAG WIE KAN VERTELLEN WAT HERSENEN ZIJN? VRAAG HEBBEN KINDEREN KLEINERE HERSENEN DAN GROTE MENSEN? 1.2 WANNEER GEBRUIK JE ZE?

Nadere informatie

Begrijpend lezen Strategie 6 en 7. Extra oefenen Niveau A

Begrijpend lezen Strategie 6 en 7. Extra oefenen Niveau A Begrijpend lezen Strategie 6 en 7 Extra oefenen Niveau A Remediëringsbladen - strategie 6 en 7 Niveau A 2 Je gaat leren om je leesdoel bij een tekst te bepalen en je leert om te controleren of je je leesdoel

Nadere informatie

Kinderzwerfboek laat alle kinderen lezen

Kinderzwerfboek laat alle kinderen lezen Kinderzwerfboek laat alle kinderen lezen Lezen is heel erg belangrijk voor je ontwikkeling. Kinderen die lezen, gaan gemiddeld drie jaar langer naar school. Hierdoor hebben ze later meer kans op een goede

Nadere informatie

a. Een zin lees je van links naar rechts. Waarom eigenlijk? Wat denk jij?

a. Een zin lees je van links naar rechts. Waarom eigenlijk? Wat denk jij? 5. Woordplaatjes Bijzondere woorden Woorden maken samen zinnen. Zinnen maken samen tekst. Een zin begint met een hoofdletter. Hij eindigt met een punt. Zo weet je hoe je moet lezen. De woorden staan netjes

Nadere informatie

X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht. * Dit is belangrijk.? Hier heb ik een vraag bij.

X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht. * Dit is belangrijk.? Hier heb ik een vraag bij. Voorspellen en tekst lezen 1. Kijk naar de tekst. Voorspel waar de tekst over gaat. Let op de titel, de kopjes en de plaatjes. 2. Lees de tekst actief. Gebruik de volgende tekens bij de tekst om te laten

Nadere informatie

3 Hoogbegaafdheid op school

3 Hoogbegaafdheid op school 3 Hoogbegaafdheid op school Ik laat op school zien wat ik kan ja soms nee Ik vind de lessen op school interessant meestal soms nooit Veel hoogbegaafde kinderen laten niet altijd zien wat ze kunnen. Dit

Nadere informatie

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken

Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.

Nadere informatie

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1

Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Aantekeningen die je moet leren voor het SE Leesvaardig voor Eldeweek 2 en je eindexamen!! Goed bewaren dus!!!! Naam: Leesvaardig Blok 1 Tekstverband Signaalwoord Voorbeeld Reden Omdat, want, daarom Ik

Nadere informatie

Tekst lezen en vragen stellen

Tekst lezen en vragen stellen 1. Lees de uitleg. Tekst lezen en vragen stellen Als je een tekst leest, kunnen er allerlei vragen bij je opkomen. Bijvoorbeeld: Welke leerwegen zijn er binnen het vmbo? Waarom moet je kritisch zijn bij

Nadere informatie

Banger voor spinnen dan voor terreur.

Banger voor spinnen dan voor terreur. Opdracht 1 (tweetal): Voorspellen wat je gaat lezen 1. Lees de uitleg in het blokje hieronder. Uitleg Tijdens het lezen van een tekst zijn je hersenen hard aan het werk! Ze proberen de informatie uit de

Nadere informatie

Liefdesgedichten schrijven

Liefdesgedichten schrijven Deze les hoort bij het boek Wil jij... met mij? geschreven door Rian Visser met tekeningen van Annet Schaap en gepubliceerd door uitgeverij Moon. Doel: leerlingen zelf gedichten laten schrijven Leeftijd:

Nadere informatie

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding

Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F - handleiding Inleiding De checklist Sollicitatiebrief schrijven 2F is ontwikkeld voor leerlingen die moeten leren schrijven op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht

Nadere informatie

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6

Werkstukken maken op PCBO-Het Mozaiek Groep 6 We gaan een werkstuk maken en je mag het helemaal zelf doen. Het is helemaal jouw eigen werkstuk. Maar om je even goed op weg te helpen hebben we hieronder alle stapjes even op een rij gezet. Wat moet

Nadere informatie

Films kijken op internet: verboden of niet?

Films kijken op internet: verboden of niet? Les over auteursrecht tekst niveau A Films kijken op internet: verboden of niet? Veel mensen kijken graag naar films. Jij ook? Als je zin hebt om een film te zien, kun je natuurlijk naar de bioscoop gaan.

Nadere informatie

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Modelen. Contactgegevens

8-10-2015. Nationaal congres Taal en Lezen. 15 oktober 2015 Modelen. Contactgegevens Nationaal congres Taal en Lezen 15 oktober 2015 Modelen WWW.CPS.NL Contactgegevens Willem Rosier w.rosier@cps.nl 06 55 898 653 Hoe ziet het modelen er in de 21 ste eeuw uit? Is flipping the classroom dan

Nadere informatie

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les

Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les 8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil

Nadere informatie

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk

Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Boekje voor: spreekbeurt, boekenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum boekenkring Inleverdatum werkstukken (groep 6 t/m 8) Werkstuk 1: woensdag 22 november Werkstuk 2: woensdag 18

Nadere informatie

Titel, plaatjes en kopjes

Titel, plaatjes en kopjes Strategie-activiteit Voorspellen 1 Titel, plaatjes en kopjes Voorspellen Je hebt een stukje van een leestekst gekregen. Kruis aan welk stukje. Ik heb: О een titel О een plaatje О kopjes Doe nu een voorspelling.

Nadere informatie

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan? Les 1: Een poëziekaart maken Wat voor tekst schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek. Wat leert u in deze les? Een sollicitatiegesprek voeren. De voltooide tijd gebruiken. Vragen naar interesse stellen en

Nadere informatie

Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland

Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland week 2 9 januari 2012 Handleiding Schrijven niveau A Nieuwsbegrip Schrijven 2012 week 2 Hoog water in Nederland Inhoud Eenmalig afdrukken: Handleiding les 1 en 2 Hardopdenk-tekst Voor de leerlingen: Leerlingblad

Nadere informatie

Begrijpend Lezen moet je Lezen Denken Begrijpen!

Begrijpend Lezen moet je Lezen Denken Begrijpen! Begrijpend Lezen moet je Lezen Denken Begrijpen! Drie soorten strategieën: Sturingsstrategieën: Leesdoel bepalen Oriënteren op de tekst Actualiseren van kennis en woordenschat Actief lezen door toepassen

Nadere informatie

LB 16-17. Blok 2 LES 1 CIRCUSDIEREN. Lees de tekst in het leesboek nog niet.

LB 16-17. Blok 2 LES 1 CIRCUSDIEREN. Lees de tekst in het leesboek nog niet. Blok LB 16-17 LES 1 CIRCUSDIEREN Lees de tekst in het leesboek nog niet. 1 Sommige kinderen willen niet naar het circus. Ze vinden het zielig dat dieren kunstjes moeten doen. Dieren kunstjes leren, is

Nadere informatie

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen www.edusom.nl Opstartlessen Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets lekker vindt of ergens van houdt. Praten over eten en drinken. Praten over boodschappen

Nadere informatie

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan?

Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een. Hoe pak je het schrijven van een gedicht aan? Les 1: Een poëziekaart maken poëziekaart Lees over Verbonden zijn. Wat schrijf je en voor wie: een gedicht voor op een Verbonden zijn De Nieuwsbegrip leesles gaat over de ramadan. Tijdens de ramadan voelen

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Kofi is op het werk. De chef geeft opdrachten: zij zegt wat Kofi moet doen. De eerste opdracht is de rommel opruimen. Kofi moet de vloer vegen. Het is weer netjes

Nadere informatie

LES 10: OEFENTEKST 1 - Katachtigen WEEK 3.4

LES 10: OEFENTEKST 1 - Katachtigen WEEK 3.4 LES 10: OEFENTEKST 1 - Katachtigen WEEK 3.4 Lesdoel: Tekstbegrip vergroten door interactie over oplossingsmethoden bij het beantwoorden van (meerkeuze)vragen. Tevens leren en herhalen de kinderen een aantal

Nadere informatie

Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer. Introductiefase: 2. Vraag: "Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het voorspellen?

Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer. Introductiefase: 2. Vraag: Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het voorspellen? Les 2: Voorspellen Tekst: Veilig in het verkeer "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vorige week zijn we begonnen met voorspellen." 2. Vraag: "Kan iemand zich nog herinneren wat de bedoeling was bij het

Nadere informatie

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS Schooljaar 008/009 Inhoud Uitleg bij het boekje Weektaak voor e week: optellen en aftrekken Weektaak voor e week: vermenigvuldigen Weektaak voor e week: delen en de staartdeling

Nadere informatie

D E P A U L U S C A K E of de suiker is niet méér waard dan het zout

D E P A U L U S C A K E of de suiker is niet méér waard dan het zout D E P A U L U S C A K E of de suiker is niet méér waard dan het zout Personen Verteller Huisvrouw Cake ingrediënten; o Bloem o Zout o Suiker o Eieren o Kersen o Sukade o Krenten o Boter (Bij dit toneelstuk

Nadere informatie

Verwijswoorden begrijpen

Verwijswoorden begrijpen 1. Lees de uitleg. Verwijswoorden begrijpen Een verwijswoord wijst naar een ander woord. In veel zinnen in de tekst staan verwijswoorden. Bijvoorbeeld: het, hij, daar, die, dat, ze, haar, er, deze, daarmee.

Nadere informatie

Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6

Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6 tekst groep 5 en 6 Carnaval In een deel van Nederland vieren mensen weer carnaval. Carnaval duurt van 18 tot en met 21 februari. De mensen vieren dit feest ieder jaar. Carnaval is een feest met veel tradities

Nadere informatie

Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven

Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven Les 1: Halloween en Sint-Maarten beschrijven Wat voor tekst ga je schrijven en waarom? Op 31 oktober is het Halloween en op 11 november is het Sint-Maarten. Veel mensen weten niet zo goed wat voor feesten

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Het onderzoek van de burgemeester 5/6

Het onderzoek van de burgemeester 5/6 Het onderzoek van de burgemeester De burgemeester hoorde dat kinderen ongerust zijn. Nee, ze zijn niet bang voor onweer of harde geluiden. Ze maken zich zorgen over de natuur. Dieren krijgen steeds minder

Nadere informatie

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden.

1 Lezen. 1.1 Lezen wat er staat. Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. 1 Lezen 1.1 Lezen wat er staat Lees eerst de tekst goed door en probeer dan de vragen hieronder te beantwoorden. Leren kun je op allerlei manieren doen. Je kunt een opleiding of cursus volgen, maar je

Nadere informatie