Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica?"

Transcriptie

1 Fysica: Chemie: Bewegen Een kracht uitoefenen Verdampen Een elektrische stroom opwekken Optica Terugkaatsing van het licht Smelten en stollen Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Roesten Omzetting van voedsel in het lichaam van mens en dier Omzetting van voedingsstoffen in de planten Het winnen van ijzer uit ijzererts De bereiding van geneesmiddelen De verbranding van hout of benzine Oxideren Fotosynthese Besluit: Verschijnselen waarbij de materie van aard en eigenschappen verandert, is chemie. Verschijnselen waarbij de aard en de eigenschappen van de stoffen niet veranderen, is fysica. Hoofdstuk 1: Optica: 1. Voortplanting van het licht. 1.1 Inleidende begrippen: Besluit: Een voorwerp kan zelf licht uitzenden of het licht dat erop valt, weerkaatsen. We zien het voorwerp pas als het uitgezonden of weerkaatste licht op ons netvlies invalt. Reuterlamp = experimenteerlamp. Schermpjes = diafragma. Lichtbron = een lichaam dat zelf licht uitstraalt. Donker lichaam = lichaam dat je alleen kunt zien als het belicht wordt. Natuurlijke lichtbron = lichaam dat spontaan licht uitstraalt. Kunstmatige lichtbron = lichaam dat onder bepaalde omstandigheden licht uitstraalt. Ondoorschijnend lichaam = lichaam dat geen licht doorlaat. Doorschijnend lichaam = lichaam dat een beperkt deel van het invallende licht doorlaat. Doorzichtig lichaam = lichaam dat nagenoeg al het invallende licht doorlaat. Lichtbron Donker lichaam Natuurlijke lichtbron Kunstmatige lichtbron Ondoorschijnend lichaam Doorschijnend lichaam Doorzichtig lichaam Zon bunsenbrander Bank Troebel water Glas Een donker lichaam kan invallend licht op drie manieren verwerken: Spiegel: het invallend licht wordt weerkaatst of teruggekaatst. Stuk karton: het invallend licht wordt geabsorbeerd of opgeslorpt. Stuk glas: het invallend licht wordt doorgelaten.

2 Als een doorzichtig lichaam alle licht zou doorlaten, zou men het niet meer zien omdat een gedeelte van het licht weerkaatst moet worden om het voorwerp te kunnen zien. Doorheen glas zie je het lampje alsof het glas er niet is. Doorheen papier zie je het lampje vaag. En doorheen karton zien we niets. 1.2 Toepassingen. Maansverduistering: Voorwaarden voor een maansverduistering zijn: Zon, aarde en maan zijn in deze volgorde gelegen op één rechte lijn. (bij volle maan) De maan gaat door de schaduwkegel van de aarde. Maan kernschaduw volledige verduistering. Maan bijschaduw gedeeltelijke verduistering. Zonsverduistering: Voorwaarden voor een zonsverduistering zijn: Zon, maan en aarde zijn in deze volgorde gelegen op één rechte lijn. (bij nieuwe maan) De aarde gaat door de schaduwkegel van de maan. Een maansverduistering kan alleen plaatsvinden bij volle maan omdat dan zon, aarde en maan op één rechte lijn staan. s Nachts bij maneschijn is het veel minder helder dan overdag bij zonneschijn omdat de maan een donker lichaam is dat een groot deel van het licht van de zon opslorpt en een beperkt deel weerkaatst. De donkere camera of camera obscura: Eerste geval: v = b Kenmerken van het beeld: Stand: omgekeerd Grootte: even groot Aard: reëel

3 Tweede geval: v > b Kenmerken van het beeld: Stand: omgekeerd Grootte: verkleind Aard: reëel Derde geval: v < b Kenmerken van het beeld: Stand: omgekeerd Grootte: vergroot Aard: reëel

4 Het beeld gevormd bij een camera obscura is reëel omdat op een scherm kan opgevangen worden. Het beeld wordt gevormd door de werkelijke lichtstralen. Het beeld gevormd bij een camera obscura is reëel en omgekeerd. De grootte en scherpte van het beeld zijn afhankelijk van de voorwerpsafstand. Hoe kleiner het diafragma, hoe scherper het beeld. Hoe kleiner de voorwerpsafstand, hoe groter en minder scherp het beeld. In een homogene* doorzichtige middenstof plant het licht zich rechtlijnig voort. * een lichaam wordt homogeen genoemd wanneer het overal dezelfde samenstelling heeft. Drie soorten lichtbundels: - Convergerende: de lichtbundel loopt in één punt samen - Divergerende: de lichtbundel wordt breder als hij zich verder van de bron verwijdert. - Evenwijdige: de lichtbundel heeft overal dezelfde loodrechte doorsnede. Een zeer dunne evenwijdige lichtbundel noemen we een lichtstraal. Puntvormige lichtbron: Bij een puntvormige lichtbron verkrijgen we achter het ondoorschijnend lichaam een scherp afgetekend gebied waar geen licht binnen kan, en dat we de kernschaduw noemen. De schaduw wordt kleiner als het voorwerp nadert ten opzichte van het scherm. Niet-puntvormige lichtbron: Achter de bol vormt zich een gebied dat door de uiterste randstralen wordt begrensd en waarin geen enkele lichtstraal kan doordringen: de kernschaduw. Rondom deze kernschaduw bevindt zich een gebied waarin lichtstalen, uitgaande van een beperkt deel van de lichtbron kunnen doordringen: de bijschaduw. De schaduwen worden kleiner als het scherm nadert ten opzichte van het voorwerp. Schaduw is een gevolg van de rechtlijnige voortplanting van licht. Maanstanden: De bovenste maan met de verlichte kant een d maken = Laatste Kwartier. De bovenste maan met de verlichte kant een p maken = Eerste Kwartier. Wassende maan: aangroeide maan = van Nieuwe Maan naar Volle Maan. Niet wassende maan: afnemende maan = van Volle Maan naar Nieuwe Maan. Lichtsnelheden: Licht in lucht: km/s Licht in water: km/s Licht in glas: km/s Geluidssnelheid: 345 m/s Een lichtjaar is de afstand die het licht in een jaar in het luchtledige aflegt.

5 2. Terugkaatsing van het licht: 1. Optische apparatuur. De optische schijf of de schijf van Hartl. 2. Terugkaatsing van het licht. Spiegel Bij een vlakke spiegel Bij een gebogen of sferische spiegels Bij een holle spiegel Bij een bolle spiegel Soorten spiegels = een voorwerp dat het licht op een regelmatige wijze terugkaatst. = het spiegelvlak een deel van het vlak. = het spiegeloppervlak een deel van een bol of een sfeer. = de binnenzijde van de bol is spiegelend. = de buitenzijde van de bol is spiegelend. Vlakke spiegels Soorten spiegels Gebogen of sferische spiegels Holle spiegel Bolle spiegels De lichtstraal die op de spiegel invalt noemt men de invallende straal (i) De lichtstraal die teruggekaatst wordt noemt men de teruggekaatste straal (t) Het punt, waar de lichtstraal op de spiegel invalt, noemt men het invalspunt (I) De loodlijn op de spiegel in het invalspunt, noemt men de normaal (n) De hoek, gevormd door de invallende straal en de normaal, noemt men de invalshoek (î) De hoek, gevormd door de teruggekaatste straal en de normaal, noemt men de terugkaatsinghoek ( t ) Terugkaatsingswetten bij een vlakke spiegel. WET 1: De invallende straal i, de normaal n en de teruggekaatste straal t liggen in hetzelfde vlak dat loodrecht op de spiegel staat. WET 2: De terugkaatsingshoek t is gelijk aan de invalshoek î. WET 3: De gang van de stralen is bij terugkaatsing omkeerbaar.

6 Spiegel is heel helder. Reflector is eerder wazig. 3. Beeldvorming bij de vlakke spiegel. Beeld van een voorwerp. Beeld bij camera obscura Beeld bij vlakke spiegel Stand Omgekeerd Rechtopstaand Grootte Afhankelijk van de voorwerpsafstand Even groot Aard Reëel Virtueel Plaats Afhankelijk van het scherm waar het beeld wordt opgevangen. Symmetrisch ten opzichte van voorwerp met de spiegel als symmetrievlak. Er is lichtverstrooiing: de lichtdeeltjes kaatsen het licht in alle richtingen terug. Dagelijks leven: onregelmatige terugkaatsing.

7 De lijn tussen de twee lampjes staat loodrecht op het glas. De lampjes staan symmetrisch ten opzichte van het glas. We zien geen beeld van het lampje op het scherm. Eigenschappen van het beeldpunt van een voorwerpspunt bij een vlakke spiegel: Het beeldpunt ligt symmetrisch ten opzichte van het voorwerpspunt met de spiegel als symmetrievlak; Het beeldpunt kan niet op een scherm opgevangen worden. We noemen het een virtueel beeldpunt. Verklaring: Van het lichtende punt V gaan stralen uit naar alle richtingen. Een deel van deze stralen treft de vlakke spiegel en wordt daar volgens de behandelde wetten teruggekaatst. De straal, die loodrecht op de spiegel invalt, wordt in zijn eigen richting teruggekaatst. Het stralenbundeltje, dat na terugkaatsing de pupil van het oog treft, is divergerend, en in werkelijkheid afkomstig van het punt V. Voor het oog, en voor de hersenen, doet alles zich voor alsof deze stralen na terugkaatsing uitgingen van een symmetrisch gelegen punt B, het virtuele beeldpunt. Om dit punt te vinden hoeven we slechts de verlengden van de teruggekaatste lichtstralen te construeren. Een beeldpunt is virtueel als het niet op een scherm kan opgevangen worden. Dit beeldpunt wordt gevormd door de verlengden van de werkelijke lichtstralen. Een beeldpunt is reëel als het wel op een scherm kan opgevangen worden. Dit beeldpunt wordt gevormd door de werkelijke lichtstralen die in dit punt samenkomen.

8 Het lijkt alsof je de boekentas in je linkerhand houdt in plaats van je rechterhand: het beeld bij terugkaatsing verwisselt rechter- en linkerkant. Stilstaand water: virtueel, even groot, rechtopstaand en links en rechts is verwisseld. Door oneffen beeld is er lichtverstrooiing.

9 Sidonia kan Lambik enkel zien als hij zich bevindt in haar gezichtsveld. 3. Breking van het licht. 1. Brekingswetten. Een deel van het licht weerkaatst en een ander deel gaat over in het water, maar verandert van richting op de grens lucht water. Het verschijnsel, waarbij een lichtbundel bij overgang van de ene homogene middenstof naar de andere van richting verandert, heet breking. Wanneer een lichtbundel op het scheidingsoppervlak van twee doorzichtige middenstoffen valt, wordt hij doorgaans in twee gesplitst: Een gedeelte van de invallende bundel wordt op het grensvlak teruggekaatst: de teruggekaatste bundel. Een ander gedeelte dringt in de tweede middenstof door: de gebroken bundel.

10 De straal wordt niet gebroken, maar loopt gewoon rechtdoor bij loodrechte inval.

11 Het oppervlak dat de grens vormt tussen de twee stoffen noemen we het grensoppervlak of scheidingsoppervlak (S). De lichtstraal die op het scheidingsoppervlak invalt noemt men de invallende straal (i). Het snijpunt van de invallende straal en het scheidingsoppervlak noemen we het invalspunt (I). De loodlijn op het scheidingsoppervlak in het invalspunt, noemt men de normaal (n). De hoek gevormd door de invallende straal en de normaal, noemt men de invalshoek (î). De lichtstraal die doordringt in de tweede middenstof, noemen we de gebroken straal (r). De hoek, gevormd door de gebroken straal en de normaal, noemt men de brekingshoek ( r ). Lucht is optisch ijler dan glas. Water is optisch dichter dan lucht. Wanneer bij lichtbreking de brekingshoek kleiner is dan de invalshoek spreekt men van breking naar de normaal toe. Is de brekingshoek groter dan de invalshoek dan hebben we te maken met breking van de normaal weg. Brekingsindex n: sin î / sin r = constant. Overgang van lucht naar glas: 1,50 of n l gl = 1,50 = 3/2 De stralengang is omkeerbaar. r > î Breking van de normaal weg. Overgang glas naar lucht: 0,66 of n gl l = 0,66 = 2/3 Lucht naar water: 4/3 Water naar glas: 9/8 Water naar lucht: 3/4 Glas naar water: 8/9 Lucht naar glas: 3/2 Glas naar lucht: 2/3 Wanneer ijl naar dicht: geen kans op terugkaatsing. sin î / sin r = 3/2 sin 30 / sin r = 3/2 3. sin r = 2. sin 30 sin r = 2. sin 30 / 3 2nd sin 2 sin 30) / 3) 2nd angle: 4 DMS r = Wet van Snellius: bij overgang van lucht naar een andere middenstof (glas, water ) bestaat er een constante verhouding tussen de sinussen van de invalshoek î en de brekingshoek r.

12 Brekingsindex heeft geen eenheden. 3. Grenshoek. Totale terugkaatsing. Overgang glas lucht: breking van de normaal weg. Idem vorige: de brekingshoek = 90 dan noemen we de invalshoek de grenshoek. Er is geen breking, maar terugkaatsing. De waarde van de invalshoek, overeenstemmend met een brekingshoek van 90 wordt grenshoek genoemd. Van dicht naar ijl. Totale terugkaatsing is het verschijnsel waarbij, bij overgang van dicht naar ijl, al het licht aan het scheidingsoppervlak wordt teruggekaatst omdat de invalshoek de grenshoek overschrijdt. Totale terugkaatsing met de grootste grenshoek treedt dan op bij een overgang van licht van de stof met de brekingsindex 1,40 naar lucht. 4. Toepassingen. Verklaring: We tekenen slechts twee lichtstralen vanuit een punt V van het geldstuk. De lichtstralen worden gebroken op het grensvlak water lucht met een brekingsindex van 3/4. Op de figuur zien we duidelijk dat de stralen van de normaal weg worden gebroken. Alle lichtstralen die uitgaan van V en zich in de bundel bevinden, begrensd door stralen 1 en 2, bereiken ons oog. Alle stralen uit deze bundel lijken uit B te komen. Het punt B ligt hoger dan punt V en is tevens rechts verschoven. Deze redenering geldt voor elk punt van het voorwerp, zodat het hele voorwerp hoger lijkt te liggen. Je ziet schijnbare verhoging lichaam onder water. Indruk dat lichaam korter wordt.

13 De dichtheid van de luchtlagen vermindert met de toenemende hoogte. Naar de normaal toe. Voor een waarnemer op aarde schijnt het licht niet uit de werkelijke stand S van het hemellichaam te komen, maar uit de schijnbare stand S. De grootste afwijking, namelijk 30. Een planparallelle plaat is een doorzichtige middenstof begrensd door twee evenwijdige platte vlakken. De lat lijkt uit twee delen te bestaan, die evenwijdig ten opzichte van elkaar verschoven zijn. de uittredende lichtstraal is evenwijdig verschoven ten opzichte van de invallende straal. Hoe schuiner het invallen, hoe groter de verschuiving. Verklaring: Bij het invalspunt I treedt een eerste breking op, naar de normaal n toe. In het invalspunt I hebben we een tweede breking van de normaal weg. De hoeken in het glas, r en î, zijn verwisselende binnenhoeken, dus gelijk. Volgens de omkeerbaarheid van de stralengang zijn de hoeken î en r dan ook gelijk. Hieruit volgt, dat de straal evenwijdig met zichzelf uittreedt Bij doorgang van een lichtstraal door een planparallelle plaat ondergaat de lichtstraal een evenwijdige verschuiving. 4. Breking door een prisma. Deviatie = lichtbreking door een prisma. Deviatiehoek = D Een prisma is een doorzichtig lichaam, begrensd door twee elkaar snijdende platte vlakken. De snijlijn van de twee vlakken wordt brekende ribbe genoemd. Door een prisma zien we een voorwerp niet op de juiste plaats. Het beeld ligt, gerekend vanaf het basisvlak, hoger dan het voorwerp. Er is totale terugkaatsing op de schuine zijde en de uittredende straal staat loodrecht op de invallende straal.

14 Verklaring: Hoek van 45. Deze hoek is groter dan de grenshoek. Daarom zal de straal op de schuine zijde een totale terugkaatsing ondergaan en het prisma aan de andere rechthoekszijde loodrecht verlaten. De schuine zijde van het prisma gedraagt zich als een vlakke spiegel voor alle lichtstralen, die loodrecht op een rechthoekszijde invallen. Een lichtstraal die loodrecht invalt op een rechthoekzijde van een gelijkbenig rechthoekig prisma, wordt loodrecht op de richting van de invallende straal teruggekaatst. Het wit licht verandert in een brede kleurenband van ROGGBIV. De meeste lichtsoorten (daglicht, gloeilamplicht) bevatten verschillende kleuren: men spreekt daarom van samengesteld of polychromatisch licht. Bij doorgang door een prisma wordt polychromatisch licht in zijn kleuren ontbonden of geschift. Men spreekt van kleurschifting of dispersie. De continue kleurband, die ontstaat na doorgang van wit licht door een prisma, wordt het spectrum van het licht genoemd. Men onderscheidt zeven hoofdkleuren: rood oranje geel groen blauw indigo violet. Men noemt deze kleuren de spectrale kleuren. Rood kleinste brekingsindex van l gl. We plaatsen een tweede identiek prisma met dezelfde brekende hoek zo tegen het eerste prisma, dat we een planparallelle plaat verkrijgen. De uittredende lichtstraal is terug wit. We zien de kleuren niet meer, maar het geheel wordt lichtgrijs.

15 Wit licht ontstaat door de menging van de lichtstralen van de verschillende kleuren. Dit heeft tot gevolg dat noch wit, noch zwart een eigenlijke kleur is. Wit kan beschouwd worden als de aanwezigheid van alle kleuren, terwijl zwart daarentegen het ontbreken van alle kleur betekent. 4. Lenzen. 1. Beschrijving. De lichtstralen vallen evenwijdig in op de lens en convergeren naar een reëel punt aan de andere kant van de lens. Sommigen doorzichtige, die niet uitsluitend door evenwijdige grensvlakken begrensd zijn, laten licht door, maar door de breking veranderen de invallende bundels na uittreden van richtingen. Deze voorwerpen geven ons een idee van een lens. Een lens is een gedeelte van een doorzichtige middenstof (glas, plastic, water) begrensd door twee bolkappen (gedeelten van boloppervlakken) ofwel door een bolkap en een deel van een plat vlak. Twee categorieën: Bolle of convexe lenzen: midden dikker dan randen; Holle of concave lenzen: midden dunner dan randen. Krommingmiddelpunten Kromtestralen Hoofdas 2. Het optisch middelpunt. De lichtstraal wordt twee keer gebroken. Grens lucht lens en grens lens lucht. De uittredende straal loopt evenwijdig met de invallende straal. Bij een lens, bepaald vast punt, op de hoofdas gelegen, zodanig dat een lichtstraal, die door dit gaat, een evenwijdige verschuiving ondergaat: dit punt is het optisch middelpunt O.

16 Bij een dunne lens kunnen we de evenwijdige verschuiving van een lichtstraal door het optisch middelpunt verwaarlozen. 3. De bolle lens. De lichtstralen vallen evenwijdig in en convergeren tot één reëel punt dat aan de andere kant van de lens ligt dan de lichtstralen. Je vindt een tweede brandpunt dat symmetrisch, ten opzichte van de lens, ligt met het eerste brandpunt. Bij een bolle lens bestaan er twee symmetrisch ten opzichte van de lens gelegen punten, waarin alle onderling evenwijdige lichtstralen, na breking door de lens, samenkomen. In het geval dat de invallende bundel evenwijdig met de hoofdas is, noemt men deze bijzondere punten de brandpunten F₁ en F₂ van de lens. Bij een bolle lens zijn de twee brandpunten reëel en symmetrisch ten opzichte van de lens gelegen. F = focus.

17 Lichtstralen die doorheen het brandpunt gaan zullen na breking evenwijdig met de hoofdas verder bewegen. Een lichtstraal of een smalle lichtbundel die door het brandpunt van een bolle lens invalt, zal na breking evenwijdig met de hoofdas uittreden. kenmerkende straal. Een bollere lens heeft een kleinere brandpuntsafstand (het brandpunt ligt dichterbij). Uit het bestaan van de brandpunten en van het optisch middelpunten komen we voor een dunne bolle lens tot de volgende bijzondere stralen: 1) Een straal, die evenwijdig met de hoofdas op de lens invalt, zal na breking door het brandpunt gaan. 2) Een straal, die door het brandpunt invalt, zal, na breking, evenwijdig met de hoofdas uittreden. 3) Een straal, die door het optisch middelpunt invalt, ondergaat geen richtingsverandering. v = voorwerpsafstand (afstand tussen voorwerp en optisch middelpunt) b = beeldafstand (afstand tussen beeld en optisch middelpunt) f = focusafstand of brandpuntsafstand (afstand tussen brandpunt en optisch middelpunt) F = focus of brandpunt V = voorwerp B = beeld 1) v > 2 f kenmerken: stand: omgekeerd aard: reëel grootte: verkleind plaats: f < b < 2f

18 2) v = 2 f kenmerken: stand: omgekeerd aard: reëel grootte: even groot plaats: 2f = b 3) f < v < 2 f kenmerken: stand: omgekeerd aard: reëel grootte: vergroot plaats: 2f < b 4) v = f GEEN BEELD!

19 5) v < f kenmerken: stand: rechtopstaand aard: virtueel grootte: vergroot plaats: aan dezelfde kant van het voorwerp of de lens. Betrekkingen tussen beeld-, voorwerps- en focusafstand bij bolle lenzen. Lenzenformule: 1/v + 1/b = 1/f Beeldvergroting Vergrotingsformule: v/b = V/B Voorwerpsafstand, Beeldafstand en omgekeerd. Bollere lens minder bolle lens p = 1/F 5. Sterkte van een lens. Eenheid: [p] = m = dioptrie Lenssterkte = bolheid van de lens. f bepalen: p = 1/f met eenheid [p] = 1/m m p = -2,0/m -2,0/m = 1/f -2,0. f = 1m f = 1m/-2,0 = -0,50 m

20 Bijziend kromming kristallens te groot divergerende glazen holle lenzen sterkte = - 2,0 dioptrie. Brandpuntsafstand: P = 1/f -2,0 / m = 1/f -2,0. f = 1. m f = 1. m / -2,0 = -0,50 m Het virtueel brandpunt ligt op 0,50 m van de holle lens. 6. Optische toestellen. 1. Het oog. Accommoderen. Het voorwerp bevindt zich tussen enkele meters en het oneindige. De stralenbundels, die door de pupil op de lens vallen, zijn praktisch evenwijdig. De kringspiertjes van de lens zijn in rusttoestand. Het brandpunt van de lens valt dan precies op het netvlies. Het oog hoeft in deze situatie dus niet te accommoderen. Als het voorwerp dichter bij het oog ligt, moeten de kringspiertjes de lens nu boller maken, zodat de brandpuntsafstand kleiner wordt. Dit accommoderen gebeurt automatisch, de brandpuntsafstand past zich aan en het beeld vormt zich weer op het netvlies. Komt het voorwerp te dicht, dan zullen we het niet meer duidelijk waarnemen, zoals de ervaring ons leert. De spiertjes kunnen de lens niet meer boller maken. Het dichtste punt waarbij een voorwerp nog duidelijk waarneembaar is, noemen we het nabijheidspunt (ongeveer 15 cm). Bijziendheid: Kromming lens te groot. Scherp zicht dichtbij Divergerende lenzen eerst naar buiten en dan naar binnen. Verziendheid: Kromming lens te groot Scherp zicht veraf Convergerende lenzen naar binnen en dan nog eens naar binnen. 2. Het vergrootglas. Rechtopstaand en vergroot beeld van het voorwerp. Optimaal beeld wanneer het oog dicht bij de loep is en het voorwerp dichtbij het brandpunt ligt. v < f. 3. De microscoop. f < v < 2f b > 2f v < f Zeer sterk vergroot, virtueel beeld. Twee bolle lenzen. Objectief vormt van het voorwerp een reëel, omgekeerd beeld. Oculair: nogmaals vergroot beeld. Het beeld, gevormd door het objectief, moet in het brandpunt van het oculair staan.

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende

Nadere informatie

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 2 LICHT EN ZIEN 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen 2.1.1 Donkere lichamen Donkere lichamen zijn lichamen die zichtbaar worden als er licht

Nadere informatie

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO!

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! M. Beddegenoodts, M. De Cock, G. Janssens, J. Vanhaecht woensdag 17 oktober 2012 Specifieke Lerarenopleiding Natuurwetenschappen: Fysica

Nadere informatie

4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke?

4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? Hoofdstuk 4: Licht 4.1 Voortplanting van licht 4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? We zien allerlei dingen om ons heen,

Nadere informatie

Labo Fysica. Michael De Nil

Labo Fysica. Michael De Nil Labo Fysica Michael De Nil 4 februari 2004 Inhoudsopgave 1 Foutentheorie 2 1.1 Soorten fouten............................ 2 1.2 Absolute & relatieve fouten..................... 2 2 Geometrische Optica

Nadere informatie

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de lichtsnelheid ~300.000 km/s! Rechte lijn Pijl er in voor de richting

Nadere informatie

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven.

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven. Inhoudsopgave Geometrische optica Principe van Huygens Weerkaatsing van lichtgolven 3 Breking van lichtgolven 4 4 Totale weerkaatsing en lichtgeleiders 6 5 Breking van lichtstralen door een sferisch diopter

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies)

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Zie: http://webphysics.davidson.edu/applets/optics/intro.html Bolle (positieve) lens Een bolle lens heeft twee brandpunten F. Evenwijdige (loodrechte)

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Spiegels en Lenzen September 2015 Theaterschool OTT-2 1 September 2015 Theaterschool OTT-2 2 Schaduw Bij puntvormige lichtbron ontstaat een scherpe schaduw. Vraag Hoe groot is de schaduw van een voorwerp

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Maak een tekening in bovenaanzicht. Jij staat voor

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Reflectie en breking J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bolle en holle. Opgave 2 Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Opgave 4 Divergente, convergente en evenwijdige. Opgave 5 Een bolle

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Alles noteren met significantie en in de standaard vorm ( in hoeverre dit lukt). Eerst opschrijven wat de gegevens en formules zijn en wat gevraagd wordt.

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 24 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Eureka! 1A. Copyright EUREKA 1A. Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 2 Materiemodel

Eureka! 1A. Copyright EUREKA 1A. Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 2 Materiemodel N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R S T W Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 1 Zintuigen Thema 2 Materiemodel Eureka! 2A Thema 1 Terreinstudie Thema 2 Samenleven en relaties tussen

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing

Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B10 De begrippen invallende

Nadere informatie

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 10 16 x 4,03 10 a afstand = lichtsnelheid tijd; s = c t t = = = 8 c 2,9979 10 b Eerste manier 1 lichtjaar = 9,461 10

Nadere informatie

Handleiding bij geometrische optiekset 112114

Handleiding bij geometrische optiekset 112114 Handleiding bij geometrische optiekset 112114 INHOUDSOPGAVE / OPDRACHTEN Algemene opmerkingen Spiegels 1. Vlakke spiegel 2. Bolle en holle spiegel Lichtbreking en kleurenspectrum 3. Planparallel blok 4.

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

FYSICA. 2de jaar 1ste graad klas: 2MA. schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling:

FYSICA. 2de jaar 1ste graad klas: 2MA. schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling: FYSICA 2de jaar 1ste graad klas: 2MA schooljaar: 2007-2008 leraar: Michel Gabriels leerling: 1 Hoofdstuk 1: WAT IS FYSICA 1.1 Domeinen van de fysica 1.1.1 Warmte 1.1.2 Licht 1.1.3 Beweging 1.1.4 Energie

Nadere informatie

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Een platte tekening. Jij staat voor de spiegel, de

Nadere informatie

jaar: 1994 nummer: 12

jaar: 1994 nummer: 12 jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 7 7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Opgave 1 Het beeld van een dia bij een diaprojector wordt gevormd door een bolle lens. De voorwerpsafstand is groter dan de brandpuntsafstand.

Nadere informatie

Suggesties voor demo s lenzen

Suggesties voor demo s lenzen Suggesties voor demo s lenzen Paragraaf 1 Toon een bolle en een holle lens. Demo convergerende werking van een bolle lens Laat een klein lampje (6 V) steeds dichter bij een bolle lens komen. Geef de verschillende

Nadere informatie

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen-vt vwo4 h6/7 licht 007/008. Lichtbreking (hoofdstuk 6). Een glasvezel bestaat uit één soort materiaal met een brekingsindex van,08. Laserstraal

Nadere informatie

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan.

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan. T1 Wat is licht? Lichtbron, lichtstraal en lichtsnelheid Licht ontstaat in een lichtbron. Een aantal bekende lichtbronnen zijn: de zon en de sterren; verschillende soorten lampen (figuur 1); vuur, maar

Nadere informatie

Invals en weerkaatsingshoek + Totale reflectie

Invals en weerkaatsingshoek + Totale reflectie Invals en weerkaatsingshoek + Totale reflectie Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B10 De begrippen invallende straal,

Nadere informatie

Handleiding Optiekset met bank

Handleiding Optiekset met bank Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt

Nadere informatie

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand

Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als

Nadere informatie

2 Terugkaatsing en breking

2 Terugkaatsing en breking 2 Terugkaatsing en breking Instapvragen bij 2 Hoeveel weet je al van de onderstaande vragen? Noteer je voorlopig antwoord. - Voorwerpen die geen licht geven kunnen we toch zien. Hoe komt dat? - Hoe komt

Nadere informatie

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Hoofdstukvragen: Het hoofdstuk gaat over de lichtbeelden die je met spiegels, lenzen en prisma s kunt maken. Hoe ontstaat bij een spiegel een beeld? En

Nadere informatie

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal

Nadere informatie

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie... 2 Opgave: Lichtbundel op cilinder... 3 Lichtstraal treft op grensvlak... 4 Opgave: Breking en interne reflectie I... 6 Opgave: Breking en interne reflectie II... 7 Opgave: Multi-Touch

Nadere informatie

1 Bolle en holle lenzen

1 Bolle en holle lenzen Lenzen 1 Bolle en holle lenzen 2 Brandpuntsafstand, lenssterkte 3 Beeldpunten bij een bolle lens 4 Naar beeldpunten kijken (bij bolle lens) 5 Voorwerpsafstand, beeldafstand, lenzenformule 6 Voorwerp, beeld,

Nadere informatie

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen Uitwerking van de extra opgaven bij het onderwerp licht. Als je de uitwerking bij een opgave niet begrijpt kun je je docent altijd vragen dit in de les nog eens uit te leggen! Extra oefenopgaven licht

Nadere informatie

Lenzen. N.G. Schultheiss

Lenzen. N.G. Schultheiss Lenzen N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Spiegels. Deze module wordt vervolgd met de module Telescopen of de module Lenzen maken. Uiteindelijk kun je met de opgedane kennis een

Nadere informatie

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Opgave 1 Iris krijgt een bril voorgeschreven van 4 dioptrie. Zij houdt de bril in de zon en probeert de stralen te bundelen om zodoende een stukje

Nadere informatie

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet. NATUURKUNDE KLAS 5 ROEWERK H14-05/10/2011 PROEWERK Deze toets bestaat uit 3 opgaven (totaal 31 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek

Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek 2.1 Hoe hoog zit m n ventiel? Als een fietswiel ronddraait zal, de afstand van de as tot het ventiel altijd gelijk blijven. Maar als je alleen van opzij kijkt niet! Het

Nadere informatie

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron

Tussen een lichtbron en een scherm staat een voorwerp. Daardoor ontstaat een schaduw van het voorwerp op het scherm. lichtbron Licht: Inleiding Opdracht 1. Schaduw van een lichtbrn Tussen een lichtbrn en een scherm staat een vrwerp. Daardr ntstaat een schaduw van het vrwerp p het scherm. a) Laat zien waar licht p het scherm valt

Nadere informatie

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset () behandelt de ruimtelijke optiek en de uitbreidingset (112114) de

Nadere informatie

Optica Optica onderzoeken met de TI-nspire

Optica Optica onderzoeken met de TI-nspire Optica onderzoeken met de TI-nspire Cathy Baars, Natuurkunde, Optica 1. Inhoud Optica... 1 1. Inhoud... 2 2. Spiegeling... 3 2.1 Algemene introductie en gebruik TI-nspire... 3 2.2 Spiegeling... 4 2.3 Definiëren

Nadere informatie

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing

Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing Inhoud Reflectie...2 Opgave: bundel op cilinder...3 Opgave: Atomic Force Microscope (AFM)...3 straal treft op grensvlak...5 Opgave: door een dikke lens...8 Opgave: Stralengang door een vloeistoflens...9

Nadere informatie

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 5 Spiegels en lenzen (22-03-2013) Pagina 1 van 23 Opgaven 5.1 Spiegeleelden 1 B en C 2 De ander staat 2 + 5 = 7 m voor de spiegel. Haar spiegeleeld staat 7 m achter

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KAS 5 ROEFWERK H14 13/05/2009 PROEFWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE Opgave

Nadere informatie

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm)

0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) Lenzen 1 Van een lens is de beeldafstand b als functie van de voorwerpsafstand v bepaald en weergegeven in onderstaande grafiek. 300 250 200 b (in cm) 150 100 50 0 0 50 100 150 200 250 300 v (in cm) a.

Nadere informatie

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens.

Opgave 1: Constructies (6p) In figuur 1 op de bijlage staat een voorwerp (doorgetrokken pijl) links van de lens. NATUURKUNDE KAS 5 ROEWERK H4-06/0/00 PROEWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (totaal 3 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP DE Opgave

Nadere informatie

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2 Tekstboek VMBO-T Leerjaar 1 en 2 JHB Pastoor 2015 Arnhem 1 Inhoudsopgave i-nask Tekstboek VMBO-T Leerjaar 1 en 2 Hoofdstuk 1 Licht 1.1 Licht Zien 3 1.2 Licht en Kleur 5 1.3 Schaduw 10 1.4 Spiegels 15 Hoofdstuk

Nadere informatie

2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken?

2. Bekijk de voorbeelden bij Ziet u wat er staat? Welke conclusie kun je hier uit trekken? Hoofdstuk 3 Lichtbeelden 1 Werkboek natuurkunde 3H Inleiding: Zien Op de site van het boek vind je bij Ogentest verschillende links over zien, brillen en lenzen. Je kunt er ook je ogen testen. 1. Doe een

Nadere informatie

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv

2 hoofdstuk O. Noordhoff Uitgevers bv O 2 hoofdstuk O Optica Lichtstralen zijn rechte lijnen die doen denken aan banen van bewegende deeltjes. Zo lijkt een lichtstraal bij een spiegel op de baan van een biljartbal die bij de band van de biljarttafel

Nadere informatie

Zelftest. fysica. SI-eenhedenstelsel. Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns. 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml

Zelftest. fysica. SI-eenhedenstelsel. Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns. 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml Zelftest Hoofdstuk 1 8. a. 3,84.10 5 km, b. 3,3 ns 9. uitspraak b, want 1 cm 3 = 10-3 dm 3 = 10-3 l = 1 ml Hoofdstuk 2 9. a en c: Schrijf de resultaten in wetenschappelijke notatie en vergelijk. a) 5,0.10-3

Nadere informatie

2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1]

2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1] Leerdoelen 1 Je moet weten wat we verstaan onder: a een lichtbron; b een lichtbundel; c een lichtstraal. [P1, T1, W1] 2 Je moet weten dat licht beweegt langs een rechte lijn. [P1, T1, W1] 3 Je moet weten

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Visuele Perceptie Oktober 2015 Theaterschool OTT-1 1 Visuele Perceptie Op tica (Gr.) Zien leer (der wetten) v.h. zien en het licht. waarnemen met het oog. Visueel (Fr.) het zien betreffende. Perceptie

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK PROEFWERK H14 11/10/2011 Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Nadere informatie

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties

Thema 7Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties 07-01-2005 10:27 Pagina 1 Oog, oogafwijkingen en oogcorrecties Inleiding Het oog is een zeer gevoelig en bruikbaar optisch instrument. In figuur 2.56 zie je een aantal doorsnedentekeningen van het menselijk

Nadere informatie

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Oog Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Netvlies: Ooglens: Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zintuigcellen; staafjes en kegeltjes (voor

Nadere informatie

5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl

5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl 5.0 Licht 1 www.natuurkundecompact.nl 5.1 Zien 5.2 Schaduw 5.3 Spiegel 5.4 Kleur Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet: - schaduwen; - beelden; - kleuren. 1 5.1 Zien www.natuurkundecompact.nl Oog Bij het waarnemen

Nadere informatie

ENKELE OPTISCHE VERSCHIJNSELEN IN DUBBEL GLAS Tom Van den Bossche, ing., adviseur bij de afdeling Technisch Advies, WTCB

ENKELE OPTISCHE VERSCHIJNSELEN IN DUBBEL GLAS Tom Van den Bossche, ing., adviseur bij de afdeling Technisch Advies, WTCB ENKELE OPSHE VERSHJNSELEN N DUEL GLAS om Van den ossche, ing., adviseur bij de afdeling echnisch Advies, W Sporadisch worden wij gekonfronteerd met het verschijnsel van regenboogachtige lijnen in meervoudige

Nadere informatie

BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47

BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47 BASISSTOF 1 Wat is licht? 38 W1 41 T2 Als licht op een voorwerp valt 42 W2 43 T3 Spiegeltje, spiegeltje aan de wand 44 W3 47 HERHAALSTOF H1 De begrippen die je in dit blok bent tegengekomen 48 H2 Eigenschappen

Nadere informatie

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft.

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft. Opgave 1 Een auto Met een auto worden enkele proeven gedaan. De wrijvingskracht F w op de auto is daarbij gelijk aan de som van de rolwrijving F w,rol en de luchtwrijving F w,lucht. F w,rol heeft bij elke

Nadere informatie

Hoe werkt een TELESCOOP?

Hoe werkt een TELESCOOP? Hoe werkt een TELESCOOP? rits de Mul voor Cosmos Sterrenwacht okt 2013 Na start loopt presentatie automatisch door 1 De COSMOS Telescoop Meade LX200 AC 16 inch Stralengang: oculairlens bolle spiegel holle

Nadere informatie

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze.

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze. Naam: Klas: Repetitie licht 2-de klas HAVO Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar () of niet waar () zijn. Omcirkel je keuze. Een zéér kleine lichtbron (een zogenaamde puntbron) verlicht een

Nadere informatie

De telescoop een seecker instrument om verre te sien

De telescoop een seecker instrument om verre te sien De telescoop een seecker instrument om verre te sien Robert Wielinga robert@sonnenborgh.nl 11 e eeuw: ontdekking van de leessteen een druppel water werkt als een vergrootglas brillen vanaf 1300 bolle lens:

Nadere informatie

Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur

Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur Opmerkingen: 1) Lijsten met de punten toegekend door de corrector worden op OASE gepubliceerd. De antwoorden van

Nadere informatie

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile)

3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl. 3.2 Breking 3.3 a Vergroting b Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en bril (Crocodile) 3.0 Licht 2 www.natuurkundecompact.nl 3.2 Breking 3.3 a Vergroting Lenzenformule c Lenzenformule (simulatie) 3.5 Oog en ril (Crocodile) 1 3.2 Breking www.natuurkundecompact.nl Doel Je onderzoekt hoe lichtstralen

Nadere informatie

> Lees Niels heeft een bril.

> Lees Niels heeft een bril. LB 8-70. Ik zie een oog > Kijk naar de afbeeldingen op bladzijde 8 in je boek en lees Beschermen. Vul in. Je vooral tegen zweet. beschermen je ogen Kijk naar de doorsnede van het oog. Kleur de volgende

Nadere informatie

ELEMENTAIRE EDELSTEENKUNDE DEEL m. Eigenschappen van het licht. Historische achtergronden

ELEMENTAIRE EDELSTEENKUNDE DEEL m. Eigenschappen van het licht. Historische achtergronden André Molenaar ELEMENTARE EDELSTEENKUNDE DEEL m Optische eigenschappen van edelstenen Eigenschappen van het licht. Historische achtergronden Licht is een gecompliceerd natuurkundig verschijnsel dat reeds

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN. Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN. Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN Vak : Inleiding Optica (19146011) Datum : 9 november 01 Tijd : 8:45 uur 1.15 uur Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

1.1 Het oog. 1.1.1 Beschermende delen van het oog. Deel 1 Hoe verkrijgen organismen informatie over hun omgeving?

1.1 Het oog. 1.1.1 Beschermende delen van het oog. Deel 1 Hoe verkrijgen organismen informatie over hun omgeving? 1.1 Het oog 1.1.1 Beschermende delen van het oog Door welke delen worden je ogen beschermd? Vul de juiste benaming in. Geef telkens de functie van de delen. Delen Functie 1 2 3 4 5 6 1.1 Het oog 1 1.1.2

Nadere informatie

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde ITWERKINGEN OEFENVRAAGSTKKEN voor schoolexamen (SE) en examen 5 HAVO natuurkunde katern 2: Licht, elektriciteit en signaalverwerking editie 202-203 ITWERKINGEN OEFENVRAAGSTKKEN voor schoolexamen (SE) en

Nadere informatie

Dossier OPTICA. Handleiding voor leerkrachten. Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs

Dossier OPTICA. Handleiding voor leerkrachten. Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs Dossier OPTICA Handleiding voor leerkrachten Gericht naar jongeren uit het secundair onderwijs Inhoudsopgave Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Introductie... 4 Voorbereiding van het bezoek... 5 1. Leerstof...

Nadere informatie

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker

Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker 07-0-005 0: Pagina Verrekijkers Inleiding Om verre voorwerpen beter te kunnen zien, kun je gebruikmaken van verrekijkers. Die zijn er in vele soorten. De astronomische kijker wordt gebruikt voor het bekijken

Nadere informatie

Docentenhandleiding Oogfunctiemodel

Docentenhandleiding Oogfunctiemodel Docentenhandleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oogfunctiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen

Nadere informatie

6 Licht. 6.1 Licht en kleuren zien. 2 a Rood, oranje, geel, groen, blauw, violet b

6 Licht. 6.1 Licht en kleuren zien. 2 a Rood, oranje, geel, groen, blauw, violet b 6 Licht 6.1 Licht en kleuren zien 2 a Rood, oranje, geel, groen, lauw, violet 3 a Vooreelden van goede antwoorden zijn: zaklamp, straatlantaarn, je moieltje, lamp, haardvuur. Alle deze voorwerpen zijn

Nadere informatie

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet.

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet. Opgave 1 René zit op zijn fiets en heeft als hij het begin van een helling bereikt een snelheid van 2,0 m/s. De helling is 15 m lang en heeft een hoek van 10º. Onderaan de helling gekomen, heeft de fiets

Nadere informatie

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Tentamen Optica 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Zet je naam en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 8 opgaven eerst eens door. De opgaven kunnen in willekeurige volgorde gemaakt

Nadere informatie

Licht 7. Welk deel van het licht wordt door een plant gebruikt voor de fotosynthese? A. groen licht B. rood licht C. zwart licht D.

Licht 7. Welk deel van het licht wordt door een plant gebruikt voor de fotosynthese? A. groen licht B. rood licht C. zwart licht D. Licht 20 Hoe verklaar je lichtbreking aan de hand van de gebroken lepel in het glas met water? A.Licht heeft in water of glas een hogere snelheid dan in lucht; dit komt omdat water en glas en lagere dichtheid

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde Vak : Inleiding Optica (146012) Datum : 5 november 2010 Tijd : 8:45 uur 12.15 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008

OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008 Nationale Natuurkunde Olympiade Eerste ronde januari 2008 Beschikbare tijd: 2 klokuren Lees dit eerst! OPGAVEN VOOR DE EERSTE RONDE VAN DE NEDERLANDSE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2008 Voor je liggen de opgaven

Nadere informatie

Handleiding Oogfunctiemodel

Handleiding Oogfunctiemodel Handleiding Oogfunctiemodel 300132 De mogelijkheden van het oog functiemodel zijn: - beeldvorming, met een positieve lens - gekleurde voorwerpen zien - accommoderen; werking van de ooglens - oogafwijkingen

Nadere informatie

Scherp zien onder water

Scherp zien onder water Scherp zien onder water Keuzeopdracht biologie/natuurkunde voor de bovenbouw Een verdiepende opdracht over de werking van lenzen Voorkennis: het oog; breking van licht; brekingsindex; beeldvorming bij

Nadere informatie

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3 Deze 5 opgaven (21 vragen) met uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Et-stof: h4. Arbeid en energie, h5. Licht en h6. Elektriciteit Examentraining Havo 4 et2 Opgave 1 De waterkrachtcentrale van Itaipu

Nadere informatie

Licht. 1 Schaduw 2 Terugkaatsing van licht 3 Beeldpunt, beeld, gezichtsveld 4 Kleuren 5 Elektromagnetische golven

Licht. 1 Schaduw 2 Terugkaatsing van licht 3 Beeldpunt, beeld, gezichtsveld 4 Kleuren 5 Elektromagnetische golven Licht 1 Schaduw 2 Terugkaatsing van licht 3 Beeldpunt, beeld, gezichtsveld 4 Kleuren 5 Elektromagnetische golven Bijlage: Gebruik van de geodriehoek bij de spiegelwet 1 Schaduw Eigenschappen van lichtstralen

Nadere informatie

Fysica 2 Practicum. Laser

Fysica 2 Practicum. Laser Fysica Practicum Laser 1. Theorie : Eigenschappen van een laserbundel 1.1. Werking van een gaslaser cf. Douglas C. Giancoli Natuurkunde voor Wetenschap en Techniek, Deel III : Moderne Natuurkunde). 1..

Nadere informatie

NATUUR- EN SCHEIKUNDE I VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

NATUUR- EN SCHEIKUNDE I VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 NATUUR- EN SCHEIKUNDE I VMBO BB VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Handgemaakte spectroscoop

Handgemaakte spectroscoop 59 Doel We gaan onderzoeken waaruit wit licht is opgebouwd. Benodigdheden Doos Cd Mes Plakband Wc rolletje 2 scheermesjes of 2 lange stukken van een breekmes potlood aluminiumplakband of aluminiumfolie

Nadere informatie

Hertentamen Optica. 20 maart 2007. Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door.

Hertentamen Optica. 20 maart 2007. Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Hertentamen Optica 20 maart 2007 Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Opgave 1 Slechts eenmaal heeft God de natuurwetten blijvend

Nadere informatie

Uitwerkingen Tentamen Optica

Uitwerkingen Tentamen Optica Uitwerkingen Tentamen Optica Datum van het tentamen: 19 februari 2008 Opgave 1 a) Het hoekoplossend vermogen van een lens (of een holle spiegel) is direct gerelateerd aan het Fraunhofer diffractiepatroon

Nadere informatie

Oogheelkunde. Patiënteninformatie. Brilsterkte bij kinderen. Slingeland Ziekenhuis

Oogheelkunde. Patiënteninformatie. Brilsterkte bij kinderen. Slingeland Ziekenhuis Oogheelkunde Brilsterkte bij kinderen i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Uw kind heeft zojuist een druppeltest (skiascopie) gehad. Uit de test is gebleken dat uw kind een bril nodig heeft

Nadere informatie

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3 Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner Opgave 3 Opgave 4 Licht, steeds donkerder (bij halfschaduw), donker (kernschaduw), steeds lichter

Nadere informatie

Refractie. Refractieve afwijkingen. Emmetroop oog. Snel Filip 1. Als emmetroop oog nemen we een totale sterkte van 60D. Emmetroop Myoop Hypermetroop

Refractie. Refractieve afwijkingen. Emmetroop oog. Snel Filip 1. Als emmetroop oog nemen we een totale sterkte van 60D. Emmetroop Myoop Hypermetroop Refractie Refractieve afwijkingen Emmetroop Myoop Hypermetroop Emmetroop oog Als emmetroop oog nemen we een totale sterkte van 60D Evenwijdig invallende lichtstralen komende van ui het oneindige vormen

Nadere informatie

Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur

Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur Faculteit Technische Natuurkunde Proeftentamen OPTICA voor BMT (3D010) 8 maart 1999, 14:00-17:00 uur Opmerkingen: 1)Het cijfer afhalen vindt plaats op 15 maart 1999. De oproeplijsten hangen op het publicatiebord

Nadere informatie

EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1

EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1 EVALUEREN FYSICA DERDE JAAR BLZ.1 METEN 1 Meerkeuze: slechts één antwoord is juist 1.1 Uit één stuk hout zaag je verschillende voorwerpen: De massadichtheid van het blokje is het grootst De massadichtheid

Nadere informatie

Polarisatie. Overig Golven, Polarisatie,

Polarisatie. Overig Golven, Polarisatie, Polarisatie Elektromagnetische golven Elektromagnetische golven bestaan uit elektrische en magnetische velden die zich met grote snelheid door de ruimte verplaatsen. De figuur hiernaast geeft een lichtstraal

Nadere informatie

MEETKUNDE 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN

MEETKUNDE 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN 120 PUNTEN, LIJNEN EN VLAKKEN een rechte lijn A het punt A a de rechte a een kromme lijn of een kromme een gebroken lijn a A b a B het lijnstuk [AB] evenwijdige rechten a // b een plat oppervlak of een

Nadere informatie