Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs"

Transcriptie

1 Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs Tekst WSF 2000 met een weergave van de beoogde wijzigingen die zijn opgenomen in het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs, zoals ingediend bij de Tweede Kamer. 1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1. Begripsbepalingen 1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: afsluitend examen: a.voor wat betreft hoofdstuk 4 het examen, bedoeld in artikel van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a, b.voor wat betreft hoofdstuk 5 het examen, bedoeld in artikel 7.10a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, alsmede het daarmee overeenkomende examen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.14, bacheloropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan, belastbaar minimumloon: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, afgeleid van het totaal van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor een 23- jarige op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, beroepsonderwijs: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en als bedoeld in artikel 2.13a, collegegeldkrediet: lening voor betaling van het collegegeld in het hoger onderwijs, debiteur: degene die zich krachtens artikel 6.2 heeft verplicht tot terugbetaling, deelnemer: degene die beroepsonderwijs volgt, hoger beroepsonderwijs: hoger beroepsonderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hoger onderwijs: wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs als bedoeld in paragraaf 2.3 en in artikel 2.14, lening: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, levenlanglerenkrediet: lening voor betaling van het lesgeld in het beroepsonderwijs of het collegegeld in het hoger onderwijs, masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is geaccrediteerd als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of die de toets nieuwe opleiding, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel t, van die wet, met positief gevolg heeft ondergaan, onderwijsnummer: door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, opleiding niveau 1 of 2: a.entreeopleiding en basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en b.opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, opleiding niveau 3 of 4: a.vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d en e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en b.opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4, 1 Bewerkingen op basis van de op 17 september 2014 geldende tekst van de WSF

2 ouder: natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, partner: partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, peiljaar: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het studiefinancieringstijdvak aanvangt, dan wel het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de draagkracht in de zin van hoofdstuk 6 wordt vastgesteld, prestatiebeurs: rentedragende lening die onder voorwaarden kan worden omgezet in een gift, waarbij de rente teniet gaat, niet zijnde de rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, prestatiebeurs beroepsonderwijs: prestatiebeurs als bedoeld in artikel 4.6a, prestatiebeurs hoger onderwijs: prestatiebeurs als bedoeld in artikel 5.1, reisproduct: elektronisch product dat studerenden kunnen laden op een OV-chipkaart wanneer zij beschikken over reisrecht, reisrecht: recht om te reizen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, reisvoorziening: voorziening als bedoeld in artikel 3.7 en paragraaf 3.7, RSR: Regisseur Studenten Reisrecht, de rechtspersoon die in opdracht van de vervoersbedrijven tot taak heeft de digitale administratie van het reisproduct voor studerenden op de OV-chipkaart te voeren, specialistenopleiding: specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, student: degene die hoger onderwijs volgt, niet zijnde een extraneus, studerende: deelnemer of student, studiefinanciering: door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het beroepsonderwijs of in het hoger onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat, studiefinancieringstijdvak: kalenderjaar of een gedeelte daarvan waarop de toekenning van studiefinanciering betrekking heeft, met dien verstande dat deze periode ten minste 1 kalendermaand is, studiejaar: 1.in het hoger onderwijs: tijdvak dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend, 2.in het beroepsonderwijs: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigt op 31 juli daaropvolgend, studiepunt: eenheid waarin de studielast, bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, wordt uitgedrukt, thuiswonende deelnemer: deelnemer die niet een uitwonende deelnemer is, toetsingsinkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat, behoudens bij de toepassing van artikel 3.17, voor berekeningsjaar wordt gelezen: peiljaar, uitwonende deelnemer: deelnemer die voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, veronderstelde ouderlijke bijdrage: bedrag dat verondersteld wordt door de ouders bijgedragen te worden waarmee de aanvullende beurs van de studerende wordt verminderd, vervoerbedrijf: rechtspersoon die op grond van een overeenkomst met de Staat als partij of als derde verantwoordelijk is voor de uitvoering van het reisrecht, voltijdse opleiding: opleiding in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met uitzondering van deeltijds onderwijs, vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000, WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs, wetenschappelijk onderwijs: wetenschappelijk onderwijs in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, wettelijk collegegeld: wettelijk collegegeld als bedoeld in artikel 7.45 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. 2.Onder voltijdse opleiding wordt mede verstaan een duale opleiding in de zin van de WHW. Artikel 1.2. Peildatum Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet is bepalend de toestand op de eerste dag van de maand, tenzij anders is bepaald. 2

3 Artikel 1.3. Voorwaarden omtrent aanvraag Aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen, kan bij ministeriële regeling worden bepaald. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager zijn burgerservicenummer of onderwijsnummer verstrekt. Artikel 1.4 [Vervallen per ] Artikel 1.5. Verplichtingen uitwonende deelnemer 1.Voor het normbedrag voor een uitwonende deelnemer komt in aanmerking de deelnemer die voldoet aan de volgende verplichtingen: a.de deelnemer woont op het adres waaronder hij in de basisregistratie personen staat ingeschreven, en b.het woonadres van de deelnemer is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de basisregistratie personen staat of staan ingeschreven. 2.Op een deelnemer die ingevolge artikel 2.13a in aanmerking komt voor studiefinanciering is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing. Artikel 1.6 [Vervallen per ] Artikel 1.7. Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer 1.Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een studerende of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts: a.in contacten met die studerende of debiteur, b.in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie, c.teneinde de gegevens van die studerende of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet, en d.in contacten met de toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a. 2.Het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de partner of ouder van een studerende of debiteur kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of ouder of met de desbetreffende studerende of debiteur, alsmede, voorzover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie. Artikel 1.8. Awir van toepassing Van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is artikel 6 op deze wet van toepassing en zijn de artikelen 9, eerste lid, en 10, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 2. Werkingssfeer Paragraaf 2.1. Algemeen Artikel 2.1. Reikwijdte en voorwaarden studiefinanciering Deze wet regelt de studiefinanciering en is van toepassing op studerenden die voldoen aan de voorwaarden inzake: a.nationaliteit als bedoeld in artikel 2.2, b.leeftijd als bedoeld in artikel 2.3 of 2.3a, en c.onderwijssoort als bedoeld in de paragrafen 2.2 tot en met 2.4. Artikel 2.2. Nationaliteit 1.Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen die: a.de Nederlandse nationaliteit bezit, b.niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel ingevolge een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie op het terrein van de studiefinanciering met een Nederlander wordt gelijkgesteld, of 3

4 c.niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel in Nederland woont en behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen groep van personen die voor het terrein van de studiefinanciering met Nederlanders worden gelijkgesteld. 2.Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte en de vorm van deze tegemoetkoming. Artikel 2.3. Leeftijd 1.Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen met ingang van de eerste dag van het kwartaal waarop hij de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt. In afwijking van de eerste volzin kan een deelnemer die jonger is dan 18 jaren voor een reisvoorziening in aanmerking komen met ingang van de maand waarin hij beroepsonderwijs is gaan volgen. 2.Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die op de eerste dag van het kwartaal waarin hij hoger onderwijs is gaan volgen: a.jonger is dan 18 jaren: met ingang van de eerste dag van het daaropvolgende kwartaal, of b.18 jaren is of ouder: met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij hoger onderwijs is gaan volgen. 3.Voor studiefinanciering kan een studerende in aanmerking komen tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. 4.In afwijking van het derde lid behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 30 jaren zijn aanspraak, zolang hij zonder onderbreking studiefinanciering geniet. Artikel 2.3a. Leeftijd levenlanglerenkrediet 1. In afwijking van artikel 2.3, eerste en derde lid, kan een deelnemer voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die 30 jaren of ouder is maar nog niet de leeftijd van 55 jaren heeft bereikt. 2. In afwijking van artikel 2.3, tweede en derde lid, kan een student voor levenlanglerenkrediet in aanmerking komen die nog niet de leeftijd van 55 jaren heeft bereikt. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid behoudt een studerende bij het bereiken van de leeftijd van 55 jaren zijn aanspraak, zolang hij zonder onderbreking levenlanglerenkrediet geniet. Paragraaf 2.2. Beroepsonderwijs Artikel 2.4. Beroepsonderwijs in Nederland Voor studiefinanciering kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven aan: a.een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de WEB, voor zover het een uit 's Rijks kas bekostigde beroepsopleiding betreft, of b.een instelling die ten aanzien van de beroepsopleiding het in artikel van de WEB bedoelde recht heeft verkregen. Artikel 2.5. Aanspraak 1.Een deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar. 2.De aanspraak op studiefinanciering van een deelnemer als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a of b, die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken geen lessen, stages of beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de instelling de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 3.De aanspraak op studiefinanciering vervalt over het tijdvak waarover een deelnemer de gegevens, bedoeld in artikel 4.19, niet verstrekt. Zolang hij deze gegevens over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij ontbrekende gegevens alsnog levert, herleeft de aanspraak. Artikel 2.6 [Vervallen per ] 4

5 Artikel 2.7. Aanspraak bij einde studie beroepsonderwijs 1.De aanspraak op studiefinanciering vervalt met ingang van de maand die volgt op de dag waarop de deelnemer het laatste studiejaar van een opleiding met goed gevolg heeft afgesloten. 2.Indien de deelnemer aansluitend aan het studiejaar dat als laatste studiejaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste studiejaar aanvangt, ontstaat aanspraak op studiefinanciering voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar. 3.Indien de deelnemer na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw deze opleiding aanvangt of een andere opleiding in de zin van deze wet gaat volgen, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op studiefinanciering in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Hij wordt in die periode aangemerkt als deelnemer aan de eerste opleiding. In afwijking van artikel 3.21, tweede lid, kan de aanvraag in het daarop volgende studiejaar worden ingediend indien de uitschrijving binnen vier maanden voor het einde van het desbetreffende studiejaar heeft plaatsgevonden. Artikel 2.7a. Geen aanspraak meer Een deelnemer aan een opleiding niveau 3 of 4 die na 31 juli 2005 voor het eerst studiefinanciering ontving voor het volgen van beroepsonderwijs, heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs: a.indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op prestatiebeurs beroepsonderwijs gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, of b.indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering in de zin van de paragrafen of is toegekend voor het volgen van beroepsonderwijs of op grond van de Wet studiefinanciering BES is toegekend voor het volgen van beroepsonderwijs aan een opleiding niveau 3 of 4. c.in afwijking van onderdeel b wordt, indien artikel 4.14, eerste lid, toepassing vindt, de termijn van 10 jaren, genoemd in onderdeel b, verlengd met de duur van de in dat artikel bedoelde bijzondere omstandigheden. d.in afwijking van onderdeel b wordt, indien artikel 4.14, tweede lid, toepassing vindt, de termijn van 10 jaren, genoemd in onderdeel b, verlengd met 5 jaren. Artikel 2.7b. Uitzondering levenlanglerenkrediet De artikelen 2.7 en 2.7a zijn niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet. Paragraaf 2.3. Hoger onderwijs Artikel 2.8. Voltijdse opleidingen hoger onderwijs aan bekostigde instellingen 1.Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse bacheloropleiding of een voltijdse masteropleiding aan een bekostigde universiteit of hogeschool, opgenomen in de bijlage van de WHW. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de artikelen 5a.12, eerste, vijfde en zesde lid, 5a.12a, eerste lid, 5a.15, of 6.5, tweede lid, van de WHW. Artikel 2.9. Voltijdse opleidingen hoger onderwijs aan aangewezen instellingen 1.Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse bacheloropleiding of een voltijdse masteropleiding verzorgd door een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de WHW, die initiële opleidingen verzorgt. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de artikelen 5a.12, eerste, vijfde en zesde lid, 5a.12a, eerste lid, 5a.15, of 6.10, derde lid, van de WHW. Artikel Bekostigde voltijdse kerkelijke opleidingen hoger onderwijs Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse wetenschappelijk theologische opleiding ten behoeve waarvan aan het desbetreffende kerkgenootschap vanwege het Rijk een bijdrage wordt verleend. Artikel Bij amvb aangewezen hoger onderwijs 5

6 Voor studiefinanciering kan een student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen hoger onderwijs dat anders dan op grond van de WHW, volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd. Artikel Aanvullende opleidingen levenlanglerenkrediet Onverminderd de artikelen 2.8 tot en met 2.11 kan een student in aanmerking komen voor levenlanglerenkrediet, indien hij is ingeschreven voor een deeltijdse opleiding in het hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de WHW. Artikel Geen aanspraak of geen aanspraak meer 1.Een student heeft geen aanspraak op studiefinanciering: a.indien hij na het verstrijken van zijn aanspraak op prestatiebeurs hoger onderwijs gedurende 36 maanden een lening heeft genoten, b.indien er 10 jaren verstreken zijn met ingang van de maand waarover voor het eerst studiefinanciering is toegekend voor het volgen van hoger onderwijs, op grond van deze wet of op grond van de Wet studiefinanciering BES, c.indien hij is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar, of d.indien hij in het betreffende studiefinancieringstijdvak aanspraak maakt op een tegemoetkoming in de kosten voor de toegang tot het onderwijs of voor levensonderhoud, die door de voor de verstrekking van deze tegemoetkomingen verantwoordelijke autoriteit van een ander land wordt verstrekt. 2.De aanspraak van een student die een opleiding volgt als bedoeld in artikel 2.14 vervalt over het tijdvak waarover hij de inlichtingen, bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, niet verstrekt. Zolang hij die inlichtingen over een studiejaar niet verstrekt, heeft hij tevens geen aanspraak op studiefinanciering voor de daarop volgende studiejaren. Indien hij die inlichtingen alsnog verstrekt, herleeft de aanspraak. 3.In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt, indien artikel 5.16, eerste lid, toepassing vindt, de termijn van 10 jaren, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, verlengd met de duur van de in dat artikel bedoelde bijzondere omstandigheden. 4.In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt, indien artikel 5.16, tweede lid, toepassing vindt, de termijn van 10 jaren, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, verlengd met 5 jaren. 5. Het eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet. Paragraaf 2.4. Overige bepalingen Artikel 2.13a. Buitenlandse opleidingen beroepsonderwijs 1.Voor studiefinanciering, met uitzondering van het levenlanglerenkrediet, kan een deelnemer in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland: a.waarvan het niveau en de kwaliteit vergelijkbaar is met overeenkomstige Nederlandse opleidingen in de zin van de WEB en waarvan het afsluitend examen vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor een opleiding in de zin van de WEB, en b.die overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria. 2.Onze Minister stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt tevens vast of de opleiding wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 of een opleiding niveau 3 of 4. De opleiding wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2 onderscheidenlijk een opleiding niveau 3 of 4 indien deze vergelijkbaar is met een opleiding niveau 1 of 2 onderscheidenlijk een opleiding niveau 3 of 4. 3.Dit artikel is niet van toepassing op deelnemers die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen. Artikel Buitenlandse opleidingen hoger onderwijs 1.Dit artikel is niet van toepassing op studenten die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen. 6

7 2.In aanmerking voor studiefinanciering, met uitzondering van het levenlanglerenkrediet, komt een student die: a.is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland, voorzover in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt, het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW, b.is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland die, onverminderd onderdeel a, overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria, en c.binnen de reikwijdte van artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, of daarmee gelijkgesteld is op grond van het recht van de Europese Unie, of ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad. De periode gedurende welke een student is ingeschreven aan een opleiding buiten Nederland als bedoeld onder a, telt niet mee voor de bepaling van de 6 jaren, bedoeld in de vorige volzin. 3. Onze Minister stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het tweede lid. Onze Minister stelt voor de opleiding buiten Nederland de duur en de vorm van de studiefinanciering vast overeenkomstig de duur en de vorm waarin deze voor een vergelijkbare opleiding in Nederland wordt verstrekt. 4.Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn, voor de toepassing van de eerste volzin, tevens van overeenkomstige toepassing op personen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit. 5.Bij ministeriële regeling kan een maximum worden gesteld aan het aantal aanvragen van studenten voor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland. 6.Het vijfde lid is niet van toepassing op aanvragen van studenten die in de 12 maanden voorafgaand aan de periode waarvoor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland wordt aangevraagd, reeds studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland toegekend hebben gekregen. 7.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld. Artikel Geen aanspraak studiefinanciering als deelnemer bij samenloop beroepsonderwijs en hoger onderwijs De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet en tevens voor het volgen van hoger onderwijs aanspraak heeft op studiefinanciering, geldt voor de toekenning van studiefinanciering niet als deelnemer. Artikel 2.15a. Geen aanspraak op gift bij samenloop 1.De deelnemer die na 31 juli 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs voor het eerst studiefinanciering ontving en die aanspraak heeft op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2. 2.De deelnemer die aanspraak heeft op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2 buiten Nederland heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2 in Nederland. 3.De deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving en die studiefinanciering ontvangt voor een opleiding op niveau 3 of 4 buiten Nederland, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2. 4.De deelnemer die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving en die studiefinanciering ontvangt voor een beroepsopleiding buiten Nederland, heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 3 of 4 in Nederland. Artikel Geen aanspraak beroepsonderwijs na eerdere aanspraak 1.De deelnemer heeft geen aanspraak op studiefinanciering voor een opleiding niveau 1 of 2, indien hij reeds 4 jaren prestatiebeurs beroepsonderwijs heeft genoten. 2.De studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering beroepsonderwijs indien hij reeds 4 jaren prestatiebeurs hoger onderwijs heeft genoten. 7

8 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet. Artikel Rechtens ontnomen vrijheid 1.Een deelnemer die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk IVB, van de Wet op de jeugdzorg, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming ten minste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op studiefinanciering voor een thuiswonende deelnemer. 2.Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen van personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. Hoofdstuk 3. Studiefinanciering Paragraaf 3.1. Samenstelling studiefinanciering Artikel 3.1. Studiefinanciering 1. Studiefinanciering bestaat voor een opleiding in het beroepsonderwijs uit een basisbeurs, een basislening en een aanvullende beurs of aanvullende lening, en kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend in de vorm van: a. een gift; b. een prestatiebeurs; of c. een lening. 2. Studiefinanciering bestaat voor een opleiding in het hoger onderwijs uit een basislening, een aanvullende beurs of aanvullende lening en collegegeldkrediet, en kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend in de vorm van: a. een gift; b. een prestatiebeurs; of c. een lening. 3. Indien een studerende geen aanspraak heeft op studiefinanciering als bedoeld in het eerste of tweede lid bestaat studiefinanciering uit levenlanglerenkrediet. 4.De hoogte van de studiefinanciering wordt vastgesteld op basis van een budget voor een kalendermaand. 5.In afwijking van het vierde lid kan de hoogte van de studiefinanciering ook worden vastgesteld op een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs. Artikel 3.2. Samenstelling maandbudget deelnemer 1.Het budget voor een deelnemer voor een kalendermaand is het totaal van: a.een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, b.een tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld, en c.een reisvoorziening. 2. Dit budget kan worden verhoogd met een toeslag voor een eenoudergezin ingevolge artikel De tegemoetkoming in de kosten van het lesgeld wordt voor een deelnemer vastgesteld op eentwaalfde deel van het op grond van artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet vastgestelde of herziene bedrag van het lesgeld. Het bedrag van de maximale aanvullende beurs, bedoeld in de artikelen 3.13, eerste lid, 3.16 en 3.18, wordt voor een deelnemer verhoogd met het bedrag van de tegemoetkoming. 4. De tegemoetkoming, bedoeld in het derde lid, wordt niet toegekend voor het studiejaar waarin de deelnemer de leeftijd van 18 jaren bereikt. 5. In afwijking van het eerste lid bestaat het budget voor een deelnemer die in aanmerking komt voor levenlanglerenkrediet alleen uit dat krediet. 6. De bedragen zijn opgenomen in artikel Artikel 3.3. Samenstelling maandbudget student 1.Het budget voor een student voor een kalendermaand is het totaal van: 8

9 a. een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud; b. het collegegeldkrediet; en c. een reisvoorziening. 2. Dit budget kan worden verhoogd met een toeslag voor een eenoudergezin ingevolge artikel In afwijking van het eerste lid bestaat het budget voor een student die in aanmerking komt voor levenlanglerenkrediet alleen uit dat krediet. 4.De bedragen zijn opgenomen in artikel Artikel 3.4. [Vervalt met de Wet studievoorschot hoger onderwijs] Artikel 3.5. Toeslag eenoudergezin 1.Aan een studerende zonder partner die een of meer kinderen heeft van jonger dan 18 jaren die niet tot het huishouden van een ander behoren, voor wie deze op grond van de Algemene Kinderbijslagwet aanspraak op kinderbijslag heeft, wordt een toeslag voor een eenoudergezin toegekend. 2.Het bedrag is opgenomen in artikel Paragraaf 3.2. Bijdrage overheid Artikel 3.6. Basisbeurs beroepsonderwijs 1.De hoogte van de basisbeurs is verschillend voor uit- en thuiswonende deelnemers. De bedragen zijn opgenomen in artikel Voor een opleiding niveau 1 of 2 maakt een reisvoorziening deel uit van de basisbeurs. 3. Voor een opleiding niveau 1 of 2 kan de toeslag, bedoeld in artikel 3.5, onderdeel uitmaken van de basisbeurs. Artikel 3.7. Vorm toekenning reisvoorziening 1.Voor studerenden aan een opleiding binnen Nederland bestaat de reisvoorziening uit een reisrecht gedurende een bepaald deel van de week waarvoor de studerende geen bedrag of een lager bedrag verschuldigd is aan de vervoersbedrijven. 2.Voor studerenden die aanspraak hebben op studiefinanciering voor het volgen van een opleiding buiten Nederland, bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid. In afwijking van de eerste volzin kan een studerende als bedoeld in de eerste volzin op aanvraag als reisvoorziening een reisrecht ontvangen. 3.Voor studerenden voor wie geen burgerservicenummer kan worden gebruikt in het contact tussen Onze Minister en RSR, bestaat de reisvoorziening uit het bedrag, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 5.3, eerste lid. 4.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze van aanvraag en toekenning van de reisvoorziening in geld, bedoeld in het tweede en derde lid alsmede regels met het oog op een goede uitvoering van dit artikel. Paragraaf 3.3. Bijdrage ouders Artikel 3.8. Aanvullende beurs 1.De hoogte van de aanvullende beurs is afhankelijk van het ouderlijk inkomen en wordt berekend ingevolge de artikelen 3.9 tot en met Het maximale bedrag van de aanvullende beurs is opgenomen in artikel Artikel 3.9. Berekeningsgrondslag veronderstelde ouderlijke bijdrage beroepsonderwijs 1. Maatstaf voor de bepaling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage is het toetsingsinkomen van de afzonderlijke ouders van de deelnemer in het peiljaar. 2. Op het toetsingsinkomen in het peiljaar wordt in mindering gebracht de vrije voet. Deze voet is naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk aan ,64. Indien één van de ouders is overleden, geldt voor de andere ouder een dubbele vrije voet. Indien een deelnemer die niet geadopteerd is en die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven, blijkens de basisregistratie personen slechts één ouder heeft of artikel 3.14 toepassing heeft gevonden, is de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Indien het in het peiljaar een ouder zonder partner 9

10 betreft als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en voor hem geen dubbele vrije voet geldt, geldt voor hem in afwijking van de tweede volzin een vrije voet die naar de maatstaf van 1 januari 2014 gelijk is aan , Het bruto kortingsbedrag op jaarbasis is 26% van het verschil tussen het toetsingsinkomen in het peiljaar en de vrije voet in het toekenningsjaar. 4. Op het bruto kortingsbedrag, bedoeld in het derde lid, worden in mindering gebracht: a. de ingevolge paragraaf 6.1 vastgestelde termijnen over een jaar of, indien dit minder is, de berekende draagkracht indien de ouder tevens debiteur is; en b. 363 voor ieder kind dat in het studiejaar dat aanvangt in het jaar voorafgaand aan het studiefinancieringstijdvak, onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of van artikel 2, derde tot en met vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget valt. 5. Een twaalfde deel van het bedrag dat na de toepassing van het vierde lid resteert, is de berekeningsgrondslag per maand voor een ouder van de veronderstelde ouderlijke bijdrage. 6. Indien een kind waarvoor de aftrek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, heeft plaatsgevonden, onder de werking van deze wet gaat vallen, wordt met ingang van het tijdstip waarop dit kind onder de werking van deze wet gaat vallen, de veronderstelde ouderlijke bijdrage, bedoeld in het vijfde lid, opnieuw berekend. 7. Het zesde lid is niet van toepassing op een deelnemer die uitsluitend een de reisvoorziening bedoeld in artikel 4.6b toegekend heeft gekregen. Artikel 3.9a. Berekeningsgrondslag veronderstelde ouderlijke bijdrage hoger onderwijs Artikel 3.9 is van overeenkomstige toepassing op de bepaling van de veronderstelde ouderlijke bijdrage voor studenten, met dien verstande dat: a. voor de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, tweede volzin, naar de maatstaf van 1 januari 2014 een bedrag wordt gelezen gelijk aan ; en b. voor de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, laatste volzin, naar de maatstaf van 1 januari 2014 een bedrag wordt gelezen gelijk aan Artikel Peiljaarverlegging bij terugval in inkomen 1.Op aanvraag van de ouders of een van hen of op aanvraag van de studerende wordt bij toepassing van de artikelen 3.9 en 3.9a indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar, uitgegaan van het toetsingsinkomen in dat jaar. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan: een vermindering van de som van de toetsingsinkomens van de beide ouders tezamen met ten minste 15% ten opzichte van het peiljaar. Artikel Nog niet vastgesteld of nog niet bekend inkomen Voor de toepassing van de artikelen 3.9, 3.9a en 3.10 wordt zolang het toetsingsinkomen over het peiljaar, het eerste of het tweede jaar na het peiljaar nog niet kan worden bepaald, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert. [PM: Artikel 3.12 is hieronder weergegeven zoals dat luidt na inwerkingtreding van Artikel X, onderdeel B, van de Wet hervorming kindregelingen dat in werking treedt op De wijzigingsopdracht is op die versie gebaseerd.] Artikel Ouder zonder partner Indien het na het peiljaar een ouder zonder partner betreft als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget, wordt op aanvraag van die ouder of de studerende de hoogte van de vrije voet, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3.9a, dienovereenkomstig aangepast. Artikel Veronderstelde ouderlijke bijdrage 1. De veronderstelde ouderlijke bijdrage is voor een deelnemer de som van de maandbedragen, bedoeld in artikel 3.9, vijfde lid, en voor een student de som van de maandbedragen die zijn bepaald door toepassing van artikel 3.9a. De veronderstelde ouderlijke bijdrage kan nooit meer bedragen dan de maximale aanvullende beurs voor een studerende. 10

11 2.De aanvullende beurs van een studerende wordt verminderd met de in het eerste lid bedoelde veronderstelde ouderlijke bijdrage. De vermindering is nihil, indien de veronderstelde ouderlijke bijdrage negatief is. 3. Indien een ouder meer dan één kind heeft dat recht heeft op studiefinanciering, met uitzondering van het kind dat tevens valt onder artikel 3.9, vierde lid, onderdeel b, en dat kind met betrekking tot de desbetreffende maand een aanvullende beurs heeft aangevraagd, wordt het maandbedrag, bedoeld in het eerste lid, gedeeld door dat aantal kinderen. Artikel Weigerachtige of onvindbare ouders 1.Op aanvraag van een studerende kan de aan hem toegekende aanvullende lening worden verstrekt in de vorm van een aanvullende beurs, indien er sprake is van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen ouder en studerende of van onvindbaarheid van de ouder. Onder een langdurig ernstig verstoorde verhouding wordt in ieder geval niet begrepen een conflict van financiële aard dat verband houdt met de studie. 2.Indien het eerste lid toepassing vindt, is voor de berekening van de veronderstelde ouderlijke bijdrage van de andere ouder aan de studerende bedoeld in het eerste lid, artikel 3.9, tweede lid, derde volzin, van overeenkomstige toepassing. De hoogte van de aanvullende beurs van andere kinderen van beide ouders verandert hierdoor niet. 3.Bij algemene maatregel van bestuur worden in ieder geval criteria gegeven ter beoordeling van de vraag of sprake is van: a.een situatie als bedoeld in het eerste lid, en b.de voorwaarden waaronder de toekenning van de aanvraag geschiedt. Paragraaf 3.4. Bijdrage studerende Artikel Basislening Op aanvraag wordt een basislening toegekend. De maximale hoogte van de basislening is opgenomen in artikel 3.18, waarbij verschillende bedragen zijn vastgesteld voor deelnemers en studenten. Artikel Aanvullende lening Het verschil tussen het maximale bedrag van de aanvullende beurs en de voor een studerende berekende aanvullende beurs wordt aan hem op aanvraag als een aanvullende lening toegekend. Artikel 3.16a. Collegegeldkrediet 1.Het collegegeldkrediet is een lening die aan de student op aanvraag wordt toegekend. 2. Het bedrag dat per maand kan worden geleend bedraagt niet meer dan een twaalfde deel van het feitelijk door de studerende voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag aan collegegeld voor het volgen van hoger onderwijs en in totaal ten hoogste vijf maal een twaalfde deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de WHW. 3.Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag, toekenning, betaling en andere uitvoeringsaspecten van het collegegeldkrediet. Artikel 3.16b. Levenlanglerenkrediet: aanspraak 1. Het levenlanglerenkrediet is een lening die aan een studerende op aanvraag wordt toegekend. 2. Het levenlanglerenkrediet wordt slechts verstrekt: a. indien de studerende niet in aanmerking komt voor studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid; b. in geval het krediet wordt gevraagd voor een voltijdse of duale opleiding in het hoger onderwijs en de student nog niet de leeftijd van dertig jaren heeft bereikt, die student een hbobacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de WHW of het geheel van een wo-bacheloropleiding en een wo-masteropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdelen a en b, van de WHW met goed gevolg heeft afgesloten; en c. voor zover de kosten voor het lesgeld of collegegeld niet door een derde worden vergoed. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gronden worden vastgesteld op basis waarvan een aanvraag gelet op terugbetalingsrisico s kan worden geweigerd. 4. De hoofdstukken 4 en 5 zijn niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet. 11

12 Artikel 3.16c. Levenlanglerenkrediet: duur 1. Het levenlanglerenkrediet kan worden verstrekt gedurende vier jaar. 2. De periode, bedoeld in het eerste lid, kan worden verlengd indien de studerende in de laatste maand van die periode een opleiding volgt met een langere nominale duur dan vier jaar en die opleiding onafgebroken blijft volgen. Het levenlanglerenkrediet kan ten hoogste zoveel langer worden verstrekt als het verschil tussen 48 maanden en het aantal maanden waarop de studielast is gebaseerd op grond van: a. artikel 7.4a, eerste tot en met zevende lid, van de WHW; of b. artikel 7.4b, eerste tot en met zevende lid, van de WHW. 3. Indien de student in de laatste maand van de periode, bedoeld in het eerste of tweede lid, een deeltijdse opleiding volgt en deze opleiding onafgebroken blijft volgen, wordt de periode met één jaar verlengd. Artikel 3.16d. Levenlanglerenkrediet: hoogte Het levenlanglerenkrediet bedraagt per maand niet meer dan een twaalfde deel van het feitelijk door de studerende voor een periode van twaalf maanden te betalen bedrag aan collegegeld of lesgeld voor het volgen van de desbetreffende opleiding en in totaal ten hoogste: a. vijf maal een twaalfde deel van het volledige wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de WHW, voor een opleiding in het hoger onderwijs; b. vijf maal een twaalfde deel van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet, voor een opleiding in het beroepsonderwijs; of c. een in afwijking van de onderdelen a en b bij algemene maatregel van bestuur te bepalen lager maximum. Artikel 3.16e. Levenlanglerenkrediet: uitvoeringsregels Voor een goede uitvoering van de artikelen 3.16b tot en met 3.16d worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld over de aanvraag, toekenning, betaling en andere uitvoeringsaspecten. Artikel Vordering wegens eigen inkomsten deelnemer 1.Indien een deelnemer in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van Onze Minister op de deelnemer. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2011 van ,83 [Red: Per 1 januari 2014: ,80.]. 2.[Vervallen.] 3.Tot het meerinkomen worden niet gerekend: a.een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de Toeslagenwet of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, b.de studiefinanciering verstrekt op grond van deze wet en voor zover in deze inkomsten begrepen, en c.de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, die in het kalenderjaar waarin de deelnemer zijn afsluitend examen behaalt, is verworven, met dien verstande dat een deelnemer hier slechts eenmaal voor in aanmerking komt. 4.Voor iedere maand dat een deelnemer een uitkering ontvangt in de zin van de Algemene nabestaandenwet, blijft daarvan naar de maatstaf van 1 januari 2014 een bedrag ter grootte van 324,10 buiten beschouwing. 5.Bij de berekening van het meerinkomen blijft buiten beschouwing inkomen waarvan de deelnemer aantoont dat het is verworven over de periode in het kalenderjaar waarin hij zonder onderbreking geen deelnemer was in de zin van deze wet of waarin hij heeft afgezien van zijn aanspraak op studiefinanciering. Dit kan slechts de periode betreffen: a.die begint bij de aanvang van het kalenderjaar, of b.die eindigt bij het einde van het kalenderjaar. 6.Voor de toepassing van het vijfde lid worden de volgende onderdelen van het toetsingsinkomen op verzoek van de deelnemer herleid tot maandbedragen door de desbetreffende bedragen te delen door 12: a.de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wet inkomstenbelasting 2001, 12

13 b.de negatieve persoonsgebonden aftrekposten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001, c.de persoonsgebonden aftrek, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel j, van de Wet inkomstenbelasting 2001, d.het inkomen uit aanmerkelijk belang, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en e.het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, verminderd met daarin begrepen te conserveren inkomen. 7.Indien een deelnemer in een kalenderjaar meerinkomen heeft, is die deelnemer aan Onze Minister een bedrag ter grootte van het meerinkomen verschuldigd, met dien verstande dat dit bedrag niet groter kan zijn dan de som van de met betrekking tot dat kalenderjaar aan die deelnemer toegekende bedragen aan: a.basisbeurs, b.aanvullende beurs, c. toeslag eenoudergezin, en d. voor iedere maand waarin de deelnemer op enig moment beschikte over de reisvoorziening, een bedrag gelijk aan een twaalfde deel van de waarde van de reisvoorziening, bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, vermenigvuldigd met het aantal maanden waarover met inachtneming van het vijfde lid het toetsingsinkomen is berekend. 8.Over de verschuldigde bedragen, bedoeld in het zevende lid, wordt rente berekend op de voet van de artikelen 6.3, eerste lid, en 6.4, met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de dag waarop de beschikking terzake is gegeven. 9.Indien een deelnemer voor 1 juni van een kalenderjaar aan Onze Minister schriftelijk opgave doet van het bedrag aan meerinkomen in het aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar, is het achtste lid op deze deelnemer niet van toepassing, voor zover dat bedrag voor die datum door hem is betaald. 10.De vordering die ontstaat door toepassing van het zevende lid, wordt in mindering gebracht op de met betrekking tot dat kalenderjaar aan de deelnemer toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs. Voor zover de prestatiebeurs over dat kalenderjaar niet is uitbetaald, wordt de vordering verrekend met die prestatiebeurs. De opgebouwde rente over het in mindering gebrachte bedrag gaat teniet. 11.Een aanvraag van de deelnemer aan Onze Minister om zijn studiefinanciering te beëindigen heeft voor de toepassing van het vijfde lid uitsluitend werking indien dat verzoek is ingediend voor 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar. Paragraaf 3.5. Normbedragen Artikel Overzicht normbedragen De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand naar de maatstaf van 1 januari 2014, en voor overzicht 3 naar de maatstaf van 1 september 2015: Overzicht 1. Normbedragen voor de kosten van levensonderhoud A. Beroepsonderwijs Normbedrag thuiswonend 484,48 Normbedrag uitwonend 684,25 B. Hoger onderwijs normbedrag 833,22 Overzicht 2. Financieringsbronnen A. Beroepsonderwijs Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) thuiswonend 79,04 uitwonend 257,93 Basislening thuis- en uitwonend 172,17 13

14 Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage thuiswonend 233,27 uitwonend 254,15 B. Hoger onderwijs Basislening 467,89 Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage 365,33 [PM: Overzicht 3 is hieronder weergegeven zoals dat luidt na inwerkingtreding van Artikel X, onderdeel C, van de Wet hervorming kindregelingen dat in werking treedt op De wijzigingsopdracht van artikel 3.18 is op die versie gebaseerd.] Overzicht 3. Aanvullende financieringsbron Hoger onderwijs Beroepsonderwijs Toeslag eenoudergezin 247,12 247,12 Paragraaf 3.6. Toekenning Artikel Toekenning studiefinanciering 1.Onze Minister kent studiefinanciering toe aan degene die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. 2.Onze Minister besluit op een aanvraag om studiefinanciering: a.indien de aanvraag is ingediend vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de studiefinanciering betrekking heeft: vóór 31 december van dat voorafgaande jaar, en b.indien de aanvraag is ingediend na het in onderdeel a bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. Artikel Gedeeltelijke toekenning Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is het bedrag van de aanvullende beurs vast te stellen, kent Onze Minister het gevraagde bedrag toe in de vorm van een lening. Artikel Toekenningsperiode 1.Studiefinanciering wordt toegekend per studiefinancieringstijdvak. 2. Een aanvraag voor studiefinanciering wordt voor het einde van het studiejaar waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend. 3. Studiefinanciering of de verhoging daarvan wordt niet toegekend voor een periode gelegen voorafgaand aan het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend. 4. De reisvoorziening of het levenlanglerenkrediet wordt niet toegekend voor een periode die is gelegen vóór de datum van indiening van de aanvraag. 5.Op aanvraag van de studerende onderbreekt of beëindigt Onze Minister de studiefinanciering met ingang van de kalendermaand die de studerende in zijn aanvraag aangeeft. De onderbreking omvat ten minste 1 maand. Artikel 3.22 [Vervallen per ] Paragraaf 3.7. Toekenning reisvoorziening Artikel Gebruik burgerservicenummer 1.In afwijking van artikel 1.7 gebruikt Onze Minister het burgerservicenummer van een studerende ter zake van de toekenning van diens reisrecht in contacten met RSR. 2.RSR gebruikt het burgerservicenummer van een studerende slechts: a.ter vaststelling van de identiteit van een studerende wanneer deze zich tot de vervoersbedrijven wendt om zijn gegevens te laten koppelen aan een daarvoor bestemde OV-chipkaart als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, en b.in contacten met Onze Minister. Artikel 3.24 [Vervallen per ] 14

15 Artikel 3.25 [Vervallen per ] Artikel Aanvang reisrecht; omvang van rechten 1.Het reisrecht vangt aan op het moment dat de studerende het reisproduct heeft geladen op een daarvoor bestemde OV-chipkaart. 2.Het reisrecht wordt naar keuze van de studerende toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht. 3.Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van verkrijgen van het reisrecht en de omvang van de aan de soorten reisrecht, bedoeld in het tweede lid, verbonden rechten. Daarbij worden tevens voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen de studerende de keuze tussen soorten reisrecht dient te maken en met betrekking tot de aanvraag tot herziening door de studerende van een gemaakte keuze in soorten reisrecht. Artikel Beëindiging reisrecht 1.De studerende is verplicht het reisproduct stop te zetten uiterlijk op de vijfde werkdag nadat: a.zijn aanspraak op reisrecht is beëindigd, of b.zijn reisproduct op grond van artikel 3.7, tweede of derde lid, is vervangen door een reisvoorziening in de vorm van geld. 2.Bij het ten onrechte beschikken over een op een OV-chipkaart geladen reisproduct, is degene aan wie het reisrecht is toegekend aan Onze Minister een bedrag van 97,00 per halve kalendermaand of een deel van een halve kalendermaand verschuldigd, ongeacht of gebruik is gemaakt van het reisrecht. De eerste helft van een kalendermaand loopt tot en met de vijftiende dag van een maand. De tweede helft loopt tot en met het einde van die maand. 3.Het tweede lid is niet van toepassing op een periode waarin het niet tijdig beëindigen van het reisrecht aantoonbaar niet kan worden toegerekend aan degene aan wie het reisrecht is toegekend. 4.Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze van beëindigen van het reisrecht, en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop en het tijdstip waarvoor de niet-toerekenbaarheid, bedoeld in het derde lid, moet worden aangetoond. Artikel 3.28 [Vervallen per ] Artikel Vergoeding bij geen reisrecht 1.Wanneer een studerende door toedoen van Onze Minister over een periode ten onrechte niet over een geladen reisproduct beschikt, heeft hij over die periode jegens Onze Minister aanspraak op een vergoeding ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3.27, tweede lid, mits hij meer dan 3 maanden voor het begin van de desbetreffende kalendermaand, zowel de studiefinanciering heeft aangevraagd als alle benodigde gegevens voor het kunnen toekennen van studiefinanciering heeft verstrekt. Indien het betreft een reisvoorziening als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, heeft hij slechts aanspraak op een vergoeding als bedoeld in de vorige volzin, indien hij tevens binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, een aanvraag om deze reisvoorziening heeft ingediend. 2.De studerende vraagt de vergoeding aan binnen 2 weken na de dag waarop hij op de aanvraag voor het eerst studiefinanciering heeft toegekend gekregen of, indien dit later is, binnen 2 weken na de dag waarop voor het eerst zijn recht op studiefinanciering inging. 3.De studerende heeft geen recht op enige vergoeding: a.wegens het geen of slechts gedeeltelijk gebruik maken van het reisrecht, of b.in geval van inname, verlies, diefstal, beschadiging of een defect van de OV-chipkaart, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid. Artikel Nadere regels voor reizen van en naar Waddeneilanden Ten behoeve van het reizen tussen Waddeneilanden en het vaste land kan Onze Minister met de gemeenten van deze eilanden een overeenkomst sluiten over een aanvullende voorziening die deze gemeenten aan bepaalde groepen studerenden verstrekken. 15

16 Hoofdstuk 4. Beroepsonderwijs Afdeling 4.1. Beroepsonderwijs in Nederland Paragraaf Studiefinanciering in de vorm van gift of lening Artikel 4.1. Reikwijdte Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing: a.op deelnemers die in Nederland een opleiding niveau 1 of 2 volgen, en b.op deelnemers die in Nederland een beroepsopleiding volgen en die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontvingen. Artikel 4.2. Vorm waarin studiefinanciering wordt verstrekt Studiefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een gift of een lening. Artikel 4.3. Langdurige afwezigheid in het beroepsonderwijs 1.De studiefinanciering van de deelnemer die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat met uitzondering van de reisvoorziening geheel uit een lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 2.In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van beroepsonderwijs het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een deelnemer in een of meer onderwijseenheden zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. 3.Onder afwezigheid met geldige reden wordt uitsluitend verstaan afwezigheid wegens ziekte van de deelnemer, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, of afwezigheid wegens bijzondere familieomstandigheden. Artikel 4.4. Weer aanwezig binnen 8 weken Artikel 4.3 is niet van toepassing met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de deelnemer weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, voor zover die studiefinanciering niet reeds mede op grond van een andere bepaling dan dit artikel, de vorm van een lening had. Voorwaarde voor de toepassing van de vorige volzin is dat de deelnemer aan het onderwijs is gaan deelnemen binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. Artikel 4.5. Langdurige afwezigheid in het niet bekostigd beroepsonderwijs 1.Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling, bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, uitgaat of de natuurlijke persoon die deze instelling in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de deelnemer in kennis dat daarvan in de administratie van de instelling een aantekening is gemaakt en verzoekt de deelnemer om opgaaf van de reden van de afwezigheid. 2.Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast: a.of de reden die de deelnemer binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige is, of b.dat de deelnemer binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen reden heeft opgegeven voor zijn afwezigheid. 3.Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de deelnemer voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen. 4.Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister dat de deelnemer gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die deelnemer voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. 16

17 5.De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. 6.Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in artikel 4.3, gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid. Paragraaf Prestatiebeurs beroepsonderwijs Artikel 4.6. Reikwijdte Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die in Nederland een opleiding niveau 3 of 4 volgen, en die na 31 juli 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs voor het eerst studiefinanciering ontvingen. 4.6a. Prestatiebeurs beroepsonderwijs Een deelnemer aan een opleiding niveau 3 of 4 komt voor zover wordt voldaan aan de van toepassing zijnde voorwaarden in aanmerking voor studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs, inhoudende: a. een basisbeurs; b. een aanvullende beurs; c. een reisvoorziening; en d. een toeslag eenoudergezin. Artikel 4.6b. Reisvoorziening minderjarige deelnemer Onverminderd artikel 4.7, eerste en tweede lid, komt een deelnemer die jonger is dan 18 jaren in aanmerking voor een reisvoorziening in de vorm van een prestatiebeurs. Artikel 4.7. Vorm en duur studiefinanciering 1. Prestatiebeurs beroepsonderwijs wordt voor een opleiding niveau 3 of 4 binnen en buiten Nederland tezamen gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt, met dien verstande dat de aanvullende beurs in de eerste 12 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat wordt verstrekt in de vorm van een gift. 2. Indien een deelnemer een specialistenopleiding volgt en hij 4 jaren prestatiebeurs beroepsonderwijs heeft genoten, wordt aan hem voor die opleiding op aanvraag gedurende ten hoogste 2 jaren prestatiebeurs beroepsonderwijs verstrekt. 3.Studiefinanciering wordt gedurende in totaal ten hoogste 36 maanden na de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, vierde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari ,02[Red: per 1 januari 2014 tot 1 januari ,51]. Tevens kan gedurende deze 36 maanden een reisvoorziening worden verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs, waarbij het aantal maanden dat op grond van artikel 4.6b reisvoorziening is toegekend in mindering wordt gebracht op dit aantal maanden. 4.Op aanvraag kan een deelnemer als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de periode bedoeld in het derde lid, tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag van de toeslag eenoudergezin, bedoeld in artikel Artikel 4.8. Waarde van de reisvoorziening 1.Het deel van de prestatiebeurs beroepsonderwijs dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gelijk aan eentwaalfde deel van de waarde die daarvoor per studerende door het vervoerbedrijf aan Onze Minister in rekening wordt gebracht. De waarde wordt berekend door de voorlopige vergoeding voor het lopende kalenderjaar te corrigeren naar de correctie die de voorlopige vergoeding voor het voorafgaande kalenderjaar onderging. Dit deel van de prestatiebeurs beroepsonderwijs wordt niet uitbetaald of verrekend. 2.Indien de prestatiebeurs beroepsonderwijs niet kan worden omgezet in een gift, wordt de tegenwaarde van de reisvoorziening kwijtgescholden over een maand waarover het reisproduct niet op een OV-chipkaart is geladen als bedoeld in artikel 3.26 of is stopgezet als bedoeld in artikel In afwijking van artikel 1.2 is bepalend de toestand op enig moment van de maand. De over 17

18 het kwijt te schelden bedrag opgebouwde rente gaat dan teniet. De kwijtschelding is niet van toepassing op een maand waarin een vergoeding als bedoeld in artikel 3.7, tweede of derde lid, is toegekend. Artikel 4.9. Diplomatermijn beroepsonderwijs De diplomatermijn beroepsonderwijs is een periode van 10 jaren. Deze periode vangt aan op de eerste dag van de maand waarover voor het eerst prestatiebeurs beroepsonderwijs is toegekend. Artikel Omzetting in gift bij afstuderen binnen diplomatermijn 1.Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge artikel 4.7, eerste lid, toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift. 2.Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een specialistenopleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de aan hem ingevolge artikel 4.7, tweede lid, toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift. 3.Indien een deelnemer binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg heeft afgelegd, wordt de resterende periode van zijn prestatiebeurs beroepsonderwijs verstrekt in de vorm van een gift indien hij een andere opleiding niveau 3 of 4 aanvangt. 4.Met een afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 of een afsluitend examen van een specialistenopleiding wordt gelijkgesteld het afsluitend examen van een opleiding in het hoger onderwijs. 5.Omzetting vindt plaats per 1 januari volgend op het kalenderjaar waarin Onze Minister heeft vastgesteld dat een deelnemer heeft voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel Stoppen voor 1 februari Indien een deelnemer in het eerste jaar van een opleiding voor het eerst prestatiebeurs beroepsonderwijs geniet en hij in dat studiejaar ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 februari, en hij niet over datzelfde studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van een opleiding niveau 3 of 4 dan wel voor hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt op zijn aanvraag per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het einde van dat studiejaar de over dat studiejaar toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift. Artikel Eenmalige verlenging duur prestatiebeurs beroepsonderwijs Onze Minister verlengt op aanvraag van de deelnemer de duur van de prestatiebeurs beroepsonderwijs eenmalig met 1 jaar indien de deelnemer blijkens gedagtekende verklaringen van een arts en van het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven, als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis niet in staat is het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 met goed gevolg af te ronden binnen dat aantal jaren prestatiebeurs beroepsonderwijs. Artikel Arbeidsongeschiktheid Indien een deelnemer op enig moment binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs in staat wordt om met arbeid niet meer dan 20% te verdienen van het maatmaninkomen in de zin van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift. Artikel Bijzondere omstandigheden 1.Indien een deelnemer als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard niet in staat is binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs met goed gevolg het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 te behalen, wordt deze termijn verlengd met de duur van die bijzondere omstandigheden. 2.Indien een deelnemer als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard niet in staat is binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs met goed gevolg het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 te behalen, wordt deze termijn, op aanvraag, verlengd met 5 jaren. Onder bijzondere omstandigheden van structurele aard kunnen in ieder geval worden verstaan functiebeperking of chronische ziekte. 18

19 3. Indien een deelnemer als direct gevolg van bijzondere omstandigheden van structurele aard niet in staat is binnen de diplomatermijn beroepsonderwijs of binnen de, op grond van het tweede lid, verlengde diplomatermijn beroepsonderwijs met goed gevolg het afsluitend examen van een opleiding niveau 3 of 4 te behalen, wordt de aan hem toegekende prestatiebeurs beroepsonderwijs omgezet in een gift. 4.Indien een deelnemer als direct gevolg van een tijdens de studie verworven handicap, ten gevolge van een zich tijdens de studie verergerende handicap of ten gevolge van een zich tijdens de studie manifesterende chronische ziekte genoodzaakt is een reeds begonnen opleiding te beëindigen, ontvangt de deelnemer bij keuze voor een passender opleiding nieuwe aanspraak op studiefinanciering. 5.Onze Minister stelt op aanvraag van de deelnemer vast of er sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van dit artikel. De bijzondere omstandigheden kunnen uitsluitend worden aangetoond door gedagtekende verklaringen van een arts en de natuurlijke persoon of het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar hij is ingeschreven. Indien de bijzondere omstandigheden uitsluitend van niet-medische aard zijn, volstaat een gedagtekende verklaring van de natuurlijke persoon of het bestuur van de rechtspersoon van de onderwijsinstelling waar de deelnemer is ingeschreven. Artikel Tenietgaan rente Bij omzetting van de prestatiebeurs beroepsonderwijs of een deel daarvan in een gift gaat de over het om te zetten bedrag opgebouwde rente teniet. Afdeling 4.2. Beroepsonderwijs buiten Nederland Paragraaf Algemeen Artikel Reikwijdte beroepsonderwijs buiten Nederland Deze afdeling is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.13a. Paragraaf Opleiding niveau 1 of 2 buiten Nederland Artikel Reikwijdte Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2. Artikel Studiefinanciering 1.Studiefinanciering wordt gedurende ten hoogste 4 jaren verstrekt in de vorm van een gift. 2.Studiefinanciering wordt gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag dat per maand kan worden geleend, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, vierde lid, 3.2, 3.13 en 3.18, naar de maatstaf van 1 januari ,53[Red: per 1 januari 2014 tot 1 januari ,51]. Tevens kan gedurende deze 36 maanden een reisvoorziening worden verstrekt in de vorm van een gift. 3. Op aanvraag kan een deelnemer als bedoeld in artikel 3.5, gedurende de periode, bedoeld in het tweede lid, tevens in aanmerking komen voor een lening ter grootte van het bedrag van de toeslag eenoudergezin, bedoeld in artikel Artikel Studievoortgang 1.Een deelnemer verstrekt jaarlijks binnen een door Onze Minister te bepalen termijn aan Onze Minister een gewaarmerkt afschrift van het bewijs waaruit blijkt voor welke maanden van het desbetreffende studiejaar hij is ingeschreven voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering heeft aangevraagd. 2.Een deelnemer verstrekt jaarlijks binnen een door Onze Minister te bepalen termijn aan Onze Minister een gewaarmerkt afschrift van een overzicht van in het desbetreffende studiejaar behaalde studieresultaten. Paragraaf Opleiding niveau 3 of 4 buiten Nederland 19

20 Artikel Reikwijdte Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deelnemers die zijn ingeschreven voor het volgen van een opleiding buiten Nederland als bedoeld in artikel 2.13a en waarvan Onze Minister heeft vastgesteld dat deze wordt aangemerkt als een opleiding niveau 3 of 4. Artikel Studiefinanciering 1.De artikelen 4.6b, 4.7, eerste, derde en vierde lid, 4.8, 4.9, 4.10, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.11, 4.12, 4.13, 4.14 en 4.15 zijn van overeenkomstige toepassing. 2.Artikel 4.19 is van overeenkomstige toepassing voorzover de studiefinanciering in de vorm van een gift is toegekend. Artikel Berichtenstroom tussen deelnemer en Minister 1.De deelnemer zendt uiterlijk 3 maanden na het verstrijken van de diplomatermijn, een gewaarmerkt bewijs van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van de opleiding aan Onze Minister en dient daarbij een aanvraag in tot omzetting van de prestatiebeurs beroepsonderwijs. Op het gewaarmerkt bewijs vermeldt de instelling de datum waarop het examen met goed gevolg is afgesloten. 2.De omzetting, bedoeld in artikel 4.10, vindt plaats per 1 januari van het kalenderjaar volgend op de aanvraag. Zo spoedig mogelijk na de omzetting stelt Onze Minister de deelnemer daarvan in kennis. Paragraaf Afwijkingsmogelijkheid afdeling 4.2 Artikel Afwijkingsmogelijkheid afdeling 4.2 Voorzover deze afdeling daarin niet voorziet, alsmede indien noodzakelijk, kunnen in afwijking van het in deze afdeling bepaalde bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling. Hoofdstuk 5. Hoger onderwijs Paragraaf 5.1. Algemeen Artikel 5.1. Prestatiebeurs hoger onderwijs Een student komt voor zover wordt voldaan aan de van toepassing zijnde voorwaarden in aanmerking voor studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs, inhoudende: a. een aanvullende beurs,; b. een reisvoorziening; en c. een toeslag eenoudergezin. Artikel 5.2. Vorm en duur studiefinanciering 1. De prestatiebeurs hoger onderwijs wordt aan een student verstrekt: a. voor een opleiding in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, van de WHW gedurende de periode waarop de studielast van een opleiding in het hoger beroepsonderwijs op grond van artikel 7.4b, eerste tot en met zevende lid, van de WHW is gebaseerd; of b. voor een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, van de WHW gedurende de periode waarop de studielast van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op grond van artikel 7.4a, eerste tot en met zevende lid, van de WHW is gebaseerd. 2. In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvullende beurs in de eerste 5 maanden waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, verstrekt in de vorm van een gift. 3. De basislening, aanvullende lening en het collegegeldkrediet kunnen worden verstrekt gedurende de periode waarin aanspraak kan worden gemaakt op de prestatiebeurs hoger onderwijs. 4. Gedurende 36 maanden na de periode, bedoeld in het eerste lid, kan het collegegeldkrediet worden verstrekt en kan daarnaast studiefinanciering worden verstrekt in de vorm van een lening. Het bedrag van de lening, bedraagt in afwijking van de artikelen 3.1, vierde lid, 3.3, 3.13 en 3.18 naar de maatstaf van 1 januari 2014 per maand 894,51. In de eerste 12 maanden kan tevens een reisvoorziening worden verstrekt in de vorm van een prestatiebeurs. 20

Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs

Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs Bijlage 2 bij de memorie van toelichting bij het Wetsvoorstel studievoorschot hoger onderwijs Tekst WSF 2000 met een weergave van de beoogde wijzigingen die zijn opgenomen in het Wetsvoorstel studievoorschot

Nadere informatie

1 van 28 27-08-14 09:11

1 van 28 27-08-14 09:11 Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Tekst geldend op: 27-08-2014) Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming

Nadere informatie

1. In de begripsomschrijving van afsluitend examen wordt in onderdeel b de hoofdstukken 5 en 10 vervangen door: hoofdstuk 5.

1. In de begripsomschrijving van afsluitend examen wordt in onderdeel b de hoofdstukken 5 en 10 vervangen door: hoofdstuk 5. Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de introductie van een nieuw stelsel van studiefinanciering in het hoger onderwijs en de uitvoering van een toekomstgerichte onderwijsagenda

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 035 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de introductie van een nieuw stelsel van studiefinanciering in het

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 50 Wet van 21 januari 2015 tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de introductie van een nieuw stelsel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 719 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met invoering prestatiebeurs in een deel van de beroepsopleidende leerweg

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 124 Wet van 19 februari 2005, houdende wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met invoering prestatiebeurs in een

Nadere informatie

Regeling normen studiefinanciering 2007

Regeling normen studiefinanciering 2007 Algemeen Verbindend Voorschrift 11 december 2006 Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger onderwijs bvh 079-3232.666

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland te

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 414 Intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 971 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met onder meer de uitvoerbaarheid van die wet en de invoering van een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 790 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 31 790 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 214 4 januari 2012 Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 december 2011, nr. WJZ/355188

Nadere informatie

Artikel 31. Toelichting. Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden:

Artikel 31. Toelichting. Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden: Artikel 31 Laatste bewerking op 24 januari Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden: u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2001 225 Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 26285 25 augustus 2015 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 augustus 2015, nr. HO&S/765202

Nadere informatie

Artikel 31. Toelichting. De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 31. Toelichting. De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 Laatste bewerking op 14 juli 15 De Participatiewet wordt als volgt gewijzigd: Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. In de onderdelen n en r, onder

Nadere informatie

Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede

Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede Welkom bij DUO Johannes Bos Servicekantoor Enschede Onderwerpen 1. Hervorming studiefinanciering 2. Vereenvoudigingen 3 OV kaart/studentenreisproduct Hervorming studiefinanciering Basisbeurs wordt lening

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 34 154 Voorstel van wet van de leden Recourt en Van der Steur tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van kinderalimentatie (Wet

Nadere informatie

Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010

Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Regeling inschrijving, collegegeld en examengeld 2009-2010 Vastgesteld door het College van Bestuur op 7 april 2009 Hoofdstuk I Inschrijving Artikel 1 Reikwijdte van deze regeling 1. Deze regeling heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 337 Wijziging van de lgemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enige andere wetten Nr. 2 VOORSTEL VN WET Wij eatrix, bij de gratie Gods,

Nadere informatie

Vul deze vraag altijd in. Gebruik een blauwe of zwarte pen. Adreswijziging doorgeven. Ja, ik woon (weer) bij mijn ouders

Vul deze vraag altijd in. Gebruik een blauwe of zwarte pen. Adreswijziging doorgeven. Ja, ik woon (weer) bij mijn ouders Wijzigingen Student Dit formulier Dit formulier is voor studenten die studiefinanciering ontvangen of weer willen ontvangen en een wijziging willen doorgeven. Je hoeft alleen de vragen op het formulier

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 387 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met onder

Nadere informatie

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden Welkom bij DUO Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden ' of eerst tegemoetkoming scholieren? Afhankelijk van leeftijd en studie!

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Renkum 2015

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Renkum 2015 Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Renkum 2015 De raad van de gemeente Renkum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste

Nadere informatie

Studiefinanciering hoger onderwijs. Dienst Uitvoering Onderwijs

Studiefinanciering hoger onderwijs. Dienst Uitvoering Onderwijs Studiefinanciering hoger onderwijs Dienst Uitvoering Onderwijs DUO: DIENST UITVOERING ONDERWIJS Servicekantoor Breda Stationsweg 1C 4811 AX Breda Internet: www.duo.nl Infolijn: 050 599 77 55 Inleiding

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Voorstel van wet van de leden Recourt en Van der Steur tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van kinderalimentatie (Wet herziening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 163 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met correctie op de berekening van de aanvullende beurs, alsmede van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 263 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met onder meer niet-indexering

Nadere informatie

Regeling normen tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 2006

Regeling normen tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 2006 Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie bvh 079-3232.666 Regeling normen tegemoetkoming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. 34 231 Voorstel van wet van de leden Van Oosten, Recourt en Berndsen-Jansen tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van

Nadere informatie

Voorlichting studiefinanciering

Voorlichting studiefinanciering Voorlichting studiefinanciering Studievereniging Arago 17 september 2014 Contact www.duo.nl 050-5997755 9.00 17.00 uur Servicekantoor Enschede Ripperdastraat 13 7511 JP Enschede Alleen op afspraak 10.00

Nadere informatie

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING REGLEMENT WGA-HIAATREGELING STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ GELDEND OP 1 JANUARI 2012 januari 2012 REGLEMENT WGA-HIAATREGELING ARTIKEL 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen

Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2008, 253 HOOFDSTUK I ALGEMEEN

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 15191 10 juni 2013 Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juni 2013, 2013-0000046722,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 227 Wet van 25 juni 2014 tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal

Nadere informatie

Studiefinanciering middelbaar beroepsonderwijs 2013-2014

Studiefinanciering middelbaar beroepsonderwijs 2013-2014 Regelingen en voorzieningen CODE 8.3.2.322 Studiefinanciering middelbaar beroepsonderwijs 2013-2014 brochure bronnen www.duo.nl, februari 2013 Deze brochure bevat informatie over de voorwaarden voor het

Nadere informatie

houdende regels met betrekking tot ( ) (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015)

houdende regels met betrekking tot ( ) (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) ar Besluit van houdende regels met betrekking tot ( ) (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van (voldoende ruimte voor datum), kenmerk

Nadere informatie

Regels van procedurele aard met betrekking tot vaststelling, bekendmaking en betaling college- en examengeld

Regels van procedurele aard met betrekking tot vaststelling, bekendmaking en betaling college- en examengeld Regels van procedurele aard met betrekking tot vaststelling, bekendmaking en betaling college- en examengeld Citeertitel Datum inwerkingtreding 01-09-2015 Vastgesteld door College van Bestuur 01-04-2015

Nadere informatie

Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland, nieuw stelsel

Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland, nieuw stelsel Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland, nieuw stelsel Dit formulier Dit formulier is voor studenten hoger onderwijs in het buitenland die per 1 september 2015 of later voor het eerst studiefinanciering

Nadere informatie

Regeling studiefinanciering 2000

Regeling studiefinanciering 2000 OCenW-Regelingen Regeling studiefinanciering Bestemd voor: deelnemers beroepsonderwijs 18+ en studenten hoger onderwijs wet: Wet studiefinanciering, verbindend voorschrift Datum: 30 augustus Kenmerk: SFB//33026

Nadere informatie

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Voorstel van wet tot wijziging van de socialezekerheidswetgeving, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet studiefinanciering 2000, de Wet studiefinanciering BES, de Wet tegemoetkoming

Nadere informatie

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO

Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO Reglement Aanvullingsfonds m.b.t. aanvullingen WAO HOOFDSTUK 1, ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsbepalingen als omschreven in artikel

Nadere informatie

gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 8, eerste lid onder c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand;

gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 8, eerste lid onder c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand; De raad van de gemeente Bergen; gelezen het voorstel van het college van Bergen 28 februari 2012; gezien het advies van de Algemene Raadscommissie van 22 maart 2012; gelet op artikel 147, eerste lid van

Nadere informatie

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt.

ARTIKEL I. Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 232, vierde lid, vervalt. Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Leegstandwet (uitbreiding van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik en uitbreiding van de mogelijkheden tot tijdelijke verhuur) Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

2. Het college werkt bij de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, samen met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

2. Het college werkt bij de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, samen met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Artikel 7. Opdracht college 1. Het college: a. ondersteunt bij arbeidsinschakeling: 1. personen die algemene bijstand ontvangen, 2. personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35,

Nadere informatie

Studiefinanciering Middelbaar beroepsonderwijs

Studiefinanciering Middelbaar beroepsonderwijs Studiefinanciering Middelbaar beroepsonderwijs Aangenaam, wij zijn duo DUO staat voor Dienst Uitvoering Onderwijs. We voeren verschillende onderwijswetten en -regelingen uit, namens het ministerie van

Nadere informatie

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving;

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; No. 19. De raad van de gemeente Vlagtwedde; op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; overwegende dat het noodzakelijk is op grond

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 366 Wijziging van de Wet arbeid en zorg in verband met een uitkering aan zelfstandigen bij zwangerschap en bevalling en een verruiming van de

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Aangenaam, wij zijn duo DUO staat voor Dienst Uitvoering Onderwijs. We voeren verschillende onderwijswetten en -regelingen uit, namens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden of eerst tegemoetkoming scholieren? - Kwartaalinstroom: 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober Voorbeeld: 2015 2016

Nadere informatie

Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland

Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland Wijzigingen Student hoger onderwijs buitenland Dit formulier Dit formulier is voor studenten hoger onderwijs in het buitenland die studiefinanciering ontvangen of weer willen ontvangen en een wijziging

Nadere informatie

Aanvragen Studiefinanciering voor studenten van de Nederlandse Antillen en Aruba

Aanvragen Studiefinanciering voor studenten van de Nederlandse Antillen en Aruba Aanvragen Studiefinanciering voor studenten van de Nederlandse Antillen en Aruba Dit formulier Gebruik dit formulier als je op de Nederlandse Antillen of Aruba woont en je studiefinanciering wilt aanvragen

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Varsha Mahabier www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal ná

Nadere informatie

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet

Nadere informatie

1. De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als:

1. De beslagvrije voet bedraagt voor schuldenaren die kunnen worden aangemerkt als: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Huidige (02-12-2015) geldende tekst Artikel 475d a. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in artikel 3 van Wet werk en bijstand die beiden 21 jaar of

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers; STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 850 24 november 2008 Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 12 november 2008, nr. 5557004/08, houdende bepalingen

Nadere informatie

INHOUD [ 7 ] G E L D W I J Z E R S T U D E N T E N

INHOUD [ 7 ] G E L D W I J Z E R S T U D E N T E N INHOUD Inleiding 9 Studiefinanciering Recht op studiefinanciering 11 Een DigiD aanvragen 12 Inkomsten van DUO 12 Geen recht meer op prestatiebeurs 17 Hoeveel betalen je ouders? 18 Gevolgen van je studieschuld

Nadere informatie

Wijziging Regeling studiefinanciering 2000 in verband met onder andere de uitbreiding van de meeneembaarheid van studiefinanciering

Wijziging Regeling studiefinanciering 2000 in verband met onder andere de uitbreiding van de meeneembaarheid van studiefinanciering Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voortgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger onderwijs bvh 079-3232.666 Wijziging

Nadere informatie

Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht

Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Art. 7.51 en art. 7.51h van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk

Nadere informatie

educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 2 van deze regeling

educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 2 van deze regeling Doorlopende tekst Subsidieregeling stageplaatsen zorg II (versie 01-08-2013) De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies; Besluit: Artikel

Nadere informatie

Beleidsregel vergoeding eigen bijdrage kosten kinderopvang Hilversum 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum,

Beleidsregel vergoeding eigen bijdrage kosten kinderopvang Hilversum 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, Beleidsregel vergoeding eigen bijdrage kosten kinderopvang Hilversum 2013 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, gelet op de artikelen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb),

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 917 Voorstel van wet van de leden Duivesteijn en Hofstra tot wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit (verruiming en vereenvoudiging

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015 BESLUIT

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet ISD Bollenstreek 2015 BESLUIT De raad van de gemeente, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek van dd. gelet op de gemeenschappelijke regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek; overwegende

Nadere informatie

Geld voor school en studie

Geld voor school en studie Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Telefoon: 050-5997755 9.00 17.00 uur Internet: www.duo.nl Servicekantoor Eindhoven Clausplein 6 5611 XP Eindhoven Wet en regelgeving Tegemoetkoming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 273 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2016) Nr. 8 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 387 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met onder

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 74 Wet van 4 februari 2010 tot wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet en de Algemene nabestaandenwet in verband met aanpassing aan de invoering

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015 PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN Juni 2015 ARTIKEL 1 Begripsbepalingen De definities en de begripsomschrijvingen zoals vermeld in

Nadere informatie

No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013

No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013 ... No.W05.13.0145/I 's-gravenhage, 13 juni 2013 Bij Kabinetsmissive van 21 mei 2013, no. 13.001016, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 325 Wijziging van onder meer de Wet op de studiefinanciering en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de

Nadere informatie

IKAP-Regeling rijkspersoneel

IKAP-Regeling rijkspersoneel (Tekst geldend op: 02-02-2015) IKAP-Regeling rijkspersoneel De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gelet op artikel 21c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 34c van

Nadere informatie

pagina 1 van 7 Subsidieregeling stageplaatsen zorg II (Tekst geldend op: 18-08-2015) Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. MEVA/ABA-3072441, houdende regels voor het subsidiëren

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Nr. 13-3 De raad van de gemeente Marum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 juni 2015, nr. 15.05.13.; gezien het advies van de gezamenlijke Wmo-adviesraden van de Westerkwartiergemeenten

Nadere informatie

Doorlopende tekst Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012 (versie 04-06-2012)

Doorlopende tekst Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012 (versie 04-06-2012) Doorlopende tekst Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012 (versie 04-06-2012) De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies; Besluit:

Nadere informatie

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013

Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Toelichting Toeslagenverordening WWB gemeente Rijssen-Holten 2013 Algemene toelichting De gemeenteraad dient op grond van artikel 8 eerste lid onder c juncto artikel 30 van de Wet werk en bijstand (WWB)

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 035 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de introductie van een nieuw stelsel van studiefinanciering in het

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet BMWE 2015

Verordening individuele studietoeslag Participatiewet BMWE 2015 Verordening individuele studietoeslag Participatiewet BMWE 2015 De raad van de gemeente De Marne; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2015; gezien de adviezen van de stichting

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND

PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND Nummer 39 van 2000 PROVINCIAAL BLAD VAN ZEELAND Vaststelling FPU-plusregeling Provincies Gedeputeerde staten van Zeeland maken bekend, dat de staten van deze provincie in hun vergadering van 22 september

Nadere informatie

Reglementnummer: Pagina 1 van 6. Werkgever: gevestigd te.

Reglementnummer: Pagina 1 van 6. Werkgever: gevestigd te. Reglementnummer: Pagina 1 van 6 Artikel 1 Begripsomschrijving In dit reglement wordt verstaan onder: Werkgever: gevestigd te. Deelnemer: Partner/Echtgenoot: Spaarloon: Bank: de werknemer, die deelneemt

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 De Staatssecretaris van Financiën; Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015

Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Verordening individuele studietoeslag Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015 Het algemeen bestuur van de Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22966 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering en van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ïn verband met het meten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 024 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

Wijzigingen nieuw stelsel Student hoger onderwijs buitenland

Wijzigingen nieuw stelsel Student hoger onderwijs buitenland Wijzigingen nieuw stelsel Student hoger onderwijs buitenland Dit formulier Dit formulier is voor studenten hoger onderwijs in het buitenland die per 1 september 2015 of later voor het eerst studiefinanciering

Nadere informatie

Verordening individuele studietoeslag ISWI.

Verordening individuele studietoeslag ISWI. Verordening individuele studietoeslag ISWI. Het Algemeen Bestuur van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Werk en Inkomen (ISWI) gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 17 november 2014

Nadere informatie

Welkom bij de presentatie van DUO. Hanno Snelders Servicekantoor Nijmegen

Welkom bij de presentatie van DUO. Hanno Snelders Servicekantoor Nijmegen Welkom bij de presentatie van DUO Hanno Snelders Servicekantoor Nijmegen programma 1. Tegemoetkoming scholieren (vanaf 18 jaar) 2. Studiefinanciering Hoger Onderwijs 3. Geld aanvragen + Aanmelden Hoger

Nadere informatie

TiU-Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en verhuiskosten

TiU-Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en verhuiskosten TiU-Regeling vergoeding reiskosten woon-werkverkeer en verhuiskosten Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Onderwerp reikwijdte regeling Deze regeling bevat: nadere regels, als bedoeld in de CAO

Nadere informatie

Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Zoeterwoude 2015

Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Zoeterwoude 2015 GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van de gemeente Zoeterwoude Publicatiedatum: 19-12-2014 Nummer gemeenteblad: 0355 Vastgestelde verordening - Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente

Nadere informatie

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet

Zorgverzekeringswet. Zorgverzekeringswet Wet van 16 juni 2005, houdende regeling van een sociale verzekering voor geneeskundige zorg ten behoeve van de gehele bevolking (), laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2009, 15178 (uittreksel) Zorgverzekering

Nadere informatie

gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerenveen 2015

gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerenveen 2015 De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van (datum); gelet op artikel 108, tweede lid jo. artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, gelet op artikel 8,

Nadere informatie