Social media in de gezondheidszorg

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Social media in de gezondheidszorg"

Transcriptie

1 Social media in de gezondheidszorg Motieven, barrières en verwachtingen van zorgverleners in de gynaecologie Auteur Begeleiders Judith Ravenstein Dr. Kiek Tates Dr. Marjolijn Antheunis Tilburg University, september 2012

2 Social media in de gezondheidszorg Motieven, barrières en verwachtingen van zorgverleners in de gynaecologie Auteur: Judith Ravenstein ANR: Universiteit: Universiteit van Tilburg Faculteit: Geesteswetenschappen Masteropleiding: Communicatie- en Informatiewetenschappen Specialisatie: Communicatie Design Begeleiders: Dr. H. Tates Dr. M.L. Antheunis September 2012

3 Voorwoord Het heeft flink wat hoofdbrekens en frustraties gekost, maar de moeite heeft zich geloond. Mijn masterthesis is af. Hiermee sluit ik een periode van twee jaar in Tilburg af waarin ik mezelf op persoonlijk en intellectueel gebied enorm heb ontwikkeld. Na lang denken heb ik de stap gezet om toch weer te gaan studeren en voor de master te gaan die ik eigenlijk al sinds het afronden van mijn HBO opleiding wilde gaan doen. Deze scriptie had ik niet kunnen schrijven zonder mijn twee begeleidsters op wie ik steeds terug kon vallen op het moment dat ik het niet meer zag zitten. Ik ben ze enorm dankbaar voor alles wat ik van ze geleerd heb. Dr. Kiek Tates en Dr. Marjolijn Antheunis bedankt! Dit onderzoek kwam mede tot stand op initiatief van de Twitterkliniek. Zij hebben als doelstelling ziekenhuizen, medici en medisch personeel te helpen wegwijs te worden in de wereld van social media. Het leukste onderdeel van dit onderzoek vond ik dat het om een vraag uit de praktijk ging. Dr. Bertho Nieboer is een van de enthousiaste kartrekkers van social media in de zorg. Het was inspirerend om te zien wat er al allemaal gedaan wordt op dit gebied. Ook was Dr. Nieboer de persoon die het contact heeft gelegd met de zorgverleners. Bij deze wil ik Dr. Bertho Nieboer dus ook van harte bedanken voor zijn bijdrage. Daarnaast is het heel fijn als je in het schrijf- en denkproces van gedachten kunt wisselen met iemand die weet waar je over praat en die met je mee wil denken op het moment dat je het even niet meer weet. Daarom wil ik Bas, Dewi en Femke hier ook graag noemen. Zonder jullie steun had ik het waarschijnlijk op bepaalde momenten niet meer zien zitten. Ook mijn scriptiemaatje Irene Krommendijk wil ik nog graag bedanken. Ik ben er van overtuigd dat de afgelopen twee jaar niet zo n succes geweest zouden zijn zonder mijn vriendinnen Silke, Kirsten en Sanne. Ik heb een onvergetelijke tijd gehad in Tilburg en ik mis jullie nu al! Als laatste wil ik mijn ouders en mijn zusje bedanken voor hun steun de afgelopen jaren. Ik weet dat ik de afgelopen maanden niet de gezelligste persoon ben geweest om mee samen te leven, bedankt dat jullie mijn humeur en rommel hebben doorstaan. Het is klaar nu. Judith Ravenstein September 2012

4 Samenvatting Social media hebben de potentie om grote voordelen te bieden in de gezondheidszorg op het gebied van communicatie met patiënten en collega s, efficiency, kennis vergroten en marketing. Er bestaan echter ook enkele barrières ten opzichte van het gebruik van social media. Zo kan de interesse om deze media werkgerelateerd te gebruiken ontbreken, wordt er een investering van tijd en geld vereist en kan privacy van de gebruiker niet altijd gewaarborgd worden. In deze studie worden de motieven, barrières en verwachtingen ten opzichte van het werkgerelateerde gebruik van Facebook, Hyves, YouTube, LinkedIn en Twitter van gynaecologen en gynaecologen in opleiding onderzocht. Daarnaast is onderzocht welke onderwerpen de respondenten geschikt achtten voor social media. De vragenlijst is verspreid onder alle bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) aangesloten gynaecologen en gynaecologen in opleiding en werd door 153 personen geretourneerd. In totaal maakten 43 personen werkgerelateerd gebruik van social media. De belangrijkste motieven voor de respondenten om gebruik te maken van social media zijn marketing en communicatie met collega s. Twitter werd hier het liefst voor gebruikt. De belangrijkste barrière om social media werkgerelateerd te gebruiken voor zowel gebruikers als niet-gebruikers was interesse. De respondenten verwachten wanneer zij gebruik gaan maken van social media dat hun privacy gewaarborgd wordt, dat zij hun eigen tijd in kunnen delen en dat de werkgever zorgt dat deze media toegankelijk zijn voor de zorgverlener. De onderwerpen die geschikt worden geacht voor communicatie via social media zijn achtergrondinformatie, informatie over medicijngebruik en tussentijdse adviezen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de respondenten van mening zijn dat social media dienen als een aanvulling op het face-to-face contact met de patiënt. De respondenten zijn van mening dat social media bij kunnen dragen aan patiëntgerichte zorg, doordat het een laagdrempelige manier van communiceren is voor patiënten. Om de belangrijkste barrières voor de zorgverleners te slechten in het belangrijk dat de voordelen van social media in kaart gebracht worden. Ook moet geëvalueerd worden op welke manier de privacy en de integriteit van de zorgverlener en de patiënt beschermd kunnen worden.

5 Inhoud 1. Inleiding Theoretisch kader Communicatie tussen arts en patiënt De toepassing van het internet ehealth Social media Uses and Gratifications Theory Social media en gezondheidszorg Motieven voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg Barrières voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg Verwachtingen voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg Onderzoeksvragen Methode Materiaal Procedure Proefpersonen Statistische analyse Resultaten Sociaal media gebruik algemeen Motieven gebruikers Barrières Barrières gebruikers Barrières niet-gebruikers Verwachtingen over het gebruik van social media alle respondenten Onderwerpen geschikt voor social media en patiëntgerichte zorg... 35

6 5. Conclusie en discussie Discussie onderzoeksresultaten Beperkingen van het onderzoek Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Implicaties voor de praktijk Conclusie Literatuurlijst Bijlagen... I

7 1. Inleiding Door de komst van het internet is er veel veranderd in het dagelijkse leven van veel Nederlanders. De bankzaken kunnen online geregeld worden en ook de belastingaangifte kan gedaan worden via de computer. De papieren telefoongids wordt nauwelijks nog gebruikt en zelfs winkelen vanachter de computer is voor veel mensen nu heel gewoon. Ook voor vragen over hun gezondheid vertrouwen mensen steeds vaker op het internet (Vance, Howe & Dellavalle, 2009), informatie met betrekking tot gezondheid is momenteel zelfs een van de meest gezochte onderwerpen op het internet (McMullan, 2006). Door de ontwikkeling die het internet doorgemaakt heeft, is het mogelijk om informatie, kennis en ervaringen te delen. Gebruikers kunnen online op een interactieve manier met elkaar omgaan en informeren elkaar voortdurend via sociale media als Facebook, Hyves, YouTube, LinkedIn en Twitter (Lanting, 2010). Deze fase van het internet, waarbij het delen van informatie en interactiviteit voorop staan, wordt ook wel Web 2.0 genoemd (Engelen, 2010). Dat social media als een nieuwe manier van communiceren gebruikt worden, blijkt ook uit cijfers van Oosterveer (2012). Facebook heeft 6,5 miljoen actieve leden in Nederland, waarvan 66% dagelijks inlogt. Hyves heeft 4,4 miljoen actieve leden, waarvan 20% dagelijks inlogt en Twitter heeft 1,3 miljoen actieve leden waarvan de helft dagelijks inlogt. Door het internet en social media in te zetten als hulpmiddel kan het gezondheidszorgsysteem sterker worden en kan gezondheidszorg van hoge kwaliteit in de toekomst bereikbaar en betaalbaar blijven (Nijland, 2011). De totale kosten in de gezondheidszorg gaan de komende jaren namelijk flink stijgen. Momenteel wordt per jaar ongeveer 67 miljard euro aan zorg betaald en als de kosten blijven stijgen op de manier waarop ze dat nu doen dan betaalt in 2040 een gemiddeld gezin bijna de helft van het inkomen aan zorg. Door deze hoge kosten zal de financierbaarheid van de gezondheidszorg onder druk komen te staan (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), 2012). In de plannen van het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2012) staat dan ook beschreven dat er een focus moet gaan plaatsvinden op het gebied van ehealth, zorgketens en zelfmanagement van mensen met een chronische ziekte. Onderzoek wijst uit dat patiënten de mogelijkheid om vragen te stellen aan hun zorgverlener via , hoog waarderen (Car & Sheikh, 2004). Via worden voornamelijk vragen gesteld over medicijngebruik, tussentijdse adviezen (Sittigh, 2003; Patt, 2003), informatie over symptomen (Sittigh, 2003) en advies over symptomen (Shuyler & 7

8 Knight, 2003). Social media zijn net als op internet gebaseerde media en zouden ingezet kunnen worden als communicatiekanaal tussen artsen en patiënten, maar hebben ook de potentie om als communicatiemiddel tussen zorgverleners en patiënten onderling gebruikt te worden (Vance et al., 2009). Er is nog weinig bekend over de motieven van patiënten en zorgverleners voor het gebruik van Facebook, Hyves, LinkedIn, Twitter en YouTube. Vermeer (2011) heeft een onderzoek uitgevoerd onder patiënten en zorgverleners uit verschillende disciplines van de geneeskunde. Uit dit onderzoek bleek onder andere dat zorgverleners en patiënten social media in de toekomst willen gaan gebruiken om met elkaar in contact te komen, maar dat nu nog niet doen. De hoofdvragen voor het huidige onderzoek zijn: - Wat zijn de motieven, barrières en verwachtingen van gynaecologen en gynaecologen in opleiding voor het werkgerelateerd gebruik van social media? - Over welke onderwerpen zijn zorgverleners bereid informatie te delen via social media? Parallel aan dit onderzoek loopt een onderzoek waarin de motieven, barrières en verwachtingen van gynaecologiepatiënten ten opzichte van gezondheidsgerelateerd gebruik van social media gemeten worden. Door de onderzoeksresultaten van deze twee onderzoeken met elkaar te vergelijken kan een beeld worden geschetst van de houding ten opzichte van social media van patiënten en zorgverleners binnen een afgebakende doelgroep. Er is gekozen voor de richting gynaecologie omdat in deze specialisatie momenteel veel onderzoek gedaan wordt naar de toepassingsmogelijkheden van ehealth (o.a. Kremer, 2007; Tuil, 2009). Het huidige onderzoek sluit goed aan bij het onderzoek op het gebied van internet in de zorg. 8

9 2. Theoretisch kader Onderstaand volgt een beschrijving van de relevante literatuur met betrekking tot dit onderzoek. Het gebruik van social media kan gezien worden als een nieuwe communicatiemethode tussen de zorgverlener en de patiënt. De communicatie tussen deze twee partijen is de basis van dit onderzoek, daarom wordt dit theoretisch kader gestart met een bespreking van de bestaande literatuur over arts-patiënt communicatie. Vervolgens worden de onderwerpen ehealth, social media en user generated content toegelicht. Daarna worden de toepassingsmogelijkheden van social media in de gezondheidszorg besproken. In de laatste alinea worden de onderzoeksvragen voor dit onderzoek geformuleerd. 2.1 Communicatie tussen arts en patiënt Een van de belangrijkste onderdelen in de medische relatie tussen de zorgverlener en de patiënt is de onderlinge communicatie. Zonder goede communicatie is het bijna onmogelijk een diagnose of een behandelplan op te stellen (Graugaard & Finset, 2000; De Haes & Bensing, 2009). Ook is het belangrijk dat de relatie tussen zorgverleners en patiënten gebaseerd is op onderling respect en vertrouwen (Brennan & Safran, 2007; De Haes en Bensing, 2009; Heldal & Tjora, 2009) en dat zorgverleners persoonlijk, vaardig en geïnteresseerd zijn (Boucher, 2010). Bij het bespreken van de klachten en ervaringen van een patiënt heeft de zorgverlener een infomatie-ontvangende rol. Het is belangrijk dat de klachten en ervaringen van de patiënt helder zijn voor de zorgverlener want op basis van deze informatie wordt het behandelplan opgesteld (De Haes & Bensing, 2009). Een actieve rol van de patiënt in de keuze van het behandelproces draagt bij aan de zelfstandigheid van de patiënt en stelt hem in staat rationele beslissingen te nemen over zijn eigen gezondheid (Laine & Davidoff, 1996). Dit kan resulteren in meer therapietrouw en een betere gezondheid (Heldal & Tjora, 2009; Smets, Van Zwieten, & Michie, 2007). Ook het aanmoedigen van gezondheidsbevorderend gedrag, zoals meer rust nemen of stoppen met roken is een onderdeel van de communicatie tussen de arts en de patiënt (Boucher, 2010). Ziekte en de behandeling daarvan maken patiënten vaak kwetsbaar, daarom is het belangrijk dat zorgverleners op een juiste manier reageren op de emoties van de patiënt (De Haes & Bensing, 2009). Een actieve, betrokken patiënt vergt een andere manier van werken van de zorgverleners, een manier van werken waarbij de patiënt centraal staat (McMullan, 2006). 9

10 Hoewel een goede gezondheid en het welzijn van de patiënt altijd de einddoelen geweest zijn in de gezondheidszorg, was de benadering door zorgverleners lange tijd volgens het doctorcentered model (Laine & Davidoff, 1996). Dit model focust zich op de manier waarop de zorgverlener de klachten van de patiënt interpreteert (Sweeney, MacAuley, Pereira & Gray, 1998). Bij het doctor-centered model stelt de zorgverlener voornamelijk gesloten vragen aan de patiënt, waarbij de nadruk ligt op de ervaring en de lichamelijke klachten (Graugaard & Finset, 2000). Er trad een paradigmaverschuiving op waarbij niet zozeer de klachten van de patiënt, maar de individuele behoeftes, kennis en ervaringen van elke patiënt centraal staan. Dit wordt ook wel de patiëntgerichte benadering genoemd (Bensing, 2000; De Haes, 2006). Er zijn verschillende theorieën geformuleerd waarin de onderdelen van patiëntgerichte benadering beschreven worden (Bird & Cohen-Cole, 1990; Epstein, Van Zwieten, & Michie, 2007). Mead, Bower en Hann (2002) hebben de onderdelen uit deze theorieën samengevat. Zij onderscheiden vier hoofdelementen in patiëntgerichte benadering: (1) aandacht voor zowel de psychosociale als de fysieke behoeften van de patiënt, (2) aandacht voor de zorgen van de patiënt, (3) de patiënt het gevoel geven dat hij een partner is, (4) de patiënt actief meenemen in de beslissingen. De patiëntgerichte benadering spreekt echter niet alle patiënten aan. Patiënten met een lager opleidingsniveau, een slechte prognose en patiënten die bang zijn, blijken vaak liever niet op deze manier geïnformeerd en behandeld te worden (De Haes, 2006). Om alle patiënten te informeren en te behandelen op de manier waar zij zich het prettigst bij voelen, is het belangrijk dat de benadering afgestemd wordt op de individuele patiënt (Boucher, 2010; De Haes, 2006). Dit houdt in dat de zorgverlener per patiënt een afweging maakt over de achtergrondinformatie of behandelingsmethoden die hij bespreekt. De afweging die de zorgverlener per patiënt maakt, wordt ook wel het tailoren van informatie genoemd (Cline & Haynes, 2001; Kreuter, 2000). Bij het tailoren van gezondheidsinformatie kunnen zorgverleners gebruik maken van het internet (Woolf & Doherty, 2000). Het gebruik van internet in een gezondheidsgerelateerde setting wordt ook wel ehealth genoemd (Hardiker & Grant, 2011). De mogelijkheid om in te spelen op de wensen en behoeften van de individuele patiënt kan een motivatie zijn voor zorgverleners om het internet werkgerelateerd te gebruiken (Van de Belt, Berben, Samsom, Engelen, & Schoonhoven, 2012; Brennan & Safran, 2007). Verwacht wordt dat zorgverleners van mening zijn dat de mogelijkheid voor patiënten om te communiceren met de zorgverlener via social media bijdraagt aan patiëntgerichte zorg. 10

11 2.2 De toepassing van het internet ehealth De term ehealth refereert aan alle soorten informatie- en communicatietechnologie die gebruikt worden voor het ondersteunen van de gezondheidszorg en de promotie van een gevoel van welzijn (Nijland, 2011). Er bestaat geen algemeen aangenomen definitie, maar de meest gangbare definitie van ehealth is van Eysenbach (2001): ehealth is een opkomend gebied op het kruispunt van medische informatica, publieke gezondheid en handel. Gezondheidszorg en gezondheidsinformatie geleverd of verkregen door het internet en daaraan gerelateerde technologieën staan daarin centraal. ehealth karakteriseert niet alleen een technologische ontwikkeling, maar ook een visie om gezondheidszorg lokaal, regionaal en wereldwijd te verbeteren door gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologie. (P.1) De term technologie in deze definitie is een breed begrip, hiermee worden onder andere informele websites, interactieve gezondheidscommunicatie-applicaties (o.a.: e-consultatie, online communities, getailorde opleidingsprogramma s), online portals en het elektronisch patiëntendossier bedoeld. Ook mobiele applicaties en andere geavanceerde technologieën behoren hiertoe (Nijland, 2011). Door de opkomst van ehealth is een grote hoeveelheid gezondheidsinformatie toegankelijk via het internet (Hardiker & Grant, 2011), dit brengt voor zorgverleners zowel voor- als nadelen met zich mee. Veel patiënten maken gebruik van ehealth om hun kennis over specifieke gezondheidsonderwerpen te vergoten (Cline & Haynes, 2001), om meer betrokken te raken in hun gezondheidsbeslissingen (Lorig, Laurenth, Deyo, Marnell, Minor, & Ritter, 2002), om informatie te zoeken over symptomen voor het bezoek aan een arts (Van de Belt et al., 2012) of als aanvulling op de informatie die artsen in een consult gegeven hebben (Fox & Rainie, 2002). Het is belangrijk dat artsen de zoektocht van patiënten naar gezondheidsinformatie erkennen en dat zij patiënten kunnen verwijzen naar juiste informatie op het internet. Ook moeten artsen patiënten ondersteunen bij de evaluatie van de op het internet gevonden informatie (Diaz, Griffith, Reinert, Friedmann, & Moulton, 2002; McMullan, 2006). Een van de voordelen van een goed geïnformeerde patiënt is dat het voor hem sneller duidelijk is wat de oorzaak van de klacht is. De vraag naar een second opinion kan hierdoor afnemen (Cline & Haynes, 2001; De Haes & Bensing, 2002). Het grote aanbod 11

12 van gezondheidsinformatie op het internet heeft echter ook een aantal nadelen, zo is de informatie vaak niet georganiseerd en zit er zowel goede als slechte informatie tussen (Chiu, Ande, Coward, & Woywodt, 2009; Cline & Haynes, 2001). Ook is het vaak niet te controleren op welke sites informatie gedeeld wordt, op welke manier de informatie geïnterpreteerd wordt en er wordt zelden gebruik gemaakt van peer-reviews (Steinberg, Wason, Stern, Deters, Kowal & Seigne, 2010). Daarnaast kan de authenticiteit van een auteur niet gecontroleerd worden, waardoor iedereen zich op het internet kan voordoen als een medisch professional (Chiu et al., 2009). Niet alle patiënten beschikken over de vaardigheid om de gevonden informatie op de juiste manier te beoordelen, waardoor de mogelijkheid bestaat dat de informatie onjuist geïnterpreteerd wordt (Chiu et al., 2009; Cline & Haynes, 2001). De evaluatie van de onjuiste informatie met de patiënt kost artsen veel tijd (Dedding, van Doorn, Winkler & Reis, 2011). Daarnaast is het voor zorgverleners een extra verantwoordelijkheid om kennis te hebben van de beschikbare informatie op het internet (Cline & Haynes, 2001). De tijdsinvestering die hiervoor nodig is, kan ervaren worden als een frustratie daar zorgverleners vaak over een zeer druk tijdsschema beschikken en er geen vergoeding voor deze investering gegeven wordt (Chiu et al., 2009). Naast de voordelen die een goed voorgelichte patiënt met zich meebrengt, heeft ehealth nog een aantal andere voordelen. Artsen kunnen het internet gebruiken om hun eigen kennis te vergroten. Bijvoorbeeld als zij specifieke informatie nodig hebben over klachten of aandoeningen (California Healthcare Foundation, 2000). Ook wanneer de oorzaak van een klacht niet direct duidelijk is, kan ter ondersteuning gebruik gemaakt worden van het internet (Tang, 2006). Een ander belangrijk voordeel van het internet is dat het 24 uur per dag beschikbaar is (McMullan, 2006). Hierdoor kunnen zowel zorgverleners als patiënten op zoek gaan naar informatie en reageren op verzoeken op het moment dat dit hen het beste uitkomt (Dedding et al., 2011; Patt, 2003). Ook is het internet relatief gemakkelijk toegankelijk voor alle lagen van de bevolking (Cline & Haynes, 2001), daardoor kan een grote groep mensen bereikt worden. De groep patiënten die bereikt kan worden door het internet is groter dan de groep patiënten die een enkele zorgverlener in hetzelfde tijdsbestek kan bereiken (Kreuter et al., 1999). Hierdoor kunnen voordelen op het gebied van efficiency bereikt worden door een besparing van zowel tijd als geld (Cline & Haynes, 2001; Dedding et al., 2011). Een voorbeeld van de toepassing van ehealth is de toegang van patiënten tot de persoonlijke medische gegevens. Patiënten kunnen consulten daardoor beter voorbereiden waardoor deze effectiever ingevuld kunnen worden (Tuil, Ten Hoopen, Braat, De Vries Robbé & Kremer, 2006). Een ander voorbeeld is een voorlichtingsvideo met uitleg over het zetten van 12

13 hormonenspuiten tijdens een IVF-behandeling. Een dergelijke toepassing bespaart tijd voor zowel de patiënt en de zorgverlener. De patiënt wordt hierdoor zelfstandiger en zelfzorg wordt ondersteund (Hawn, 2009) De belangrijkste uitdaging voor ehealth is echter om patiëntgerichte zorg te ondersteunen. Dat wil zeggen dat er zorg geboden moet worden waarbij de individuele voorkeuren, behoeften en waarden van de patiënt centraal staan in alle klinische beslissingen. Het gebruik van ICT in de gezondheidszorg heeft er onder andere voor gezorgd dat patiënten mee kunnen beslissen over hun eigen behandeling (Nijland, 2011) Social media Door de komst van Web 2.0 is het mogelijk dat mensen in sociale netwerken verbonden zijn. Social media maken het mogelijk dat de leden van deze sociale netwerken met elkaar kunnen communiceren (Lanting, 2010). Facebook, Twitter, LinkedIn, YouTube en Hyves hebben miljoenen leden verzameld sinds het moment dat ze opgericht zijn. Veel van deze leden maken dagelijks gebruik van deze sites (Ellison & Boyd, 2008). Kaplan en Haenlein (2010) definiëren social media als een groep van op internet gebaseerde applicaties die gebouwd zijn op de ideologische en technologische gronden van Web 2.0, die de creatie en uitwisseling van User Generated Content toestaan (p.60). De officiële definitie van User Generated Content (UGC) is: er wordt een creatieve bijdrage geleverd aan een sociale netwerk site of op een website waar iedereen op kan delen. Deze bijdrage moet geleverd worden vanuit en niet-professionele omgeving (OECD, 2007). Het laatste deel van deze definitie wordt genuanceerd door Van Dijck (2009), hij beweert dat UGC onmogelijk alleen vanuit een nietprofessionele omgeving ontwikkeld kan worden, er is altijd sprake van een mix van professionele en niet-professionele partijen. Social media kunnen om verschillende redenen gebruikt worden (Ellison & Boyd, 2008; Kaplan & Haenlein, 2010). De meeste social mediasites ondersteunen het onderhoud van bestaande offline sociale netwerken, terwijl andere gericht zijn op gedeelde interesses en religies. Ook bestaat er een verschil tussen de mogelijkheden die de sites hebben. Sommige sites zijn gebaseerd op het delen van kleine hoeveelheden informatie, anderen op grotere hoeveelheden informatie of het delen van foto s of video s (Ellison & Boyd, 2008). Kaplan en Haenlein (2010) onderscheiden zes verschillende soorten social media (Figuur 1). Deze indeling is gebaseerd op theorieën over media-onderzoek (sociale aanwezigheid en rijkheid van het medium) en sociale processen (zelfpresentatie en zelfonthulling). Sociale aanwezigheid beschrijft de mate waarin visueel, akoestisch en fysiek contact tussen communicatiepartners kan worden bereikt. Hoe hoger de sociale aanwezigheid hoe groter de 13

14 invloed is die de communicatiepartners op elkaar hebben. Zelfonthulling beschrijft de bewuste of onbewuste openbaring van persoonlijke informatie die in overeenstemming is met het beeld dat men over zichzelf wil geven. Dit kan zowel tussen vreemden als bekenden plaatsvinden. In Figuur 1 is de classificatie in de sociale media van Kaplan en Haenlein (2010) te zien. Sociale aanwezigheid/ rijkheid van het medium Laag Medium Hoog Hoog (Micro) Blogs (bv. Twitter) Sociale netwerk sites (bv. Virtuele sociale werelden (bv. Zelfpresentatie/ Facebook, Hyves Second Life) zelfonthulling en LinkedIn) Laag Samenwerking (bv. Wikipedia) Conten communities (bv. YouTube) Virtuele spel werelden (bv. World of Warcraft) Figuur 1: Classificatie social media Kaplan en Haenlein (2010) In dit onderzoek zal de focus liggen op Twitter, Facebook, Hyves, LinkedIn en YouTube. Twitter is een voorbeeld van microblogging, gebruikers kunnen korte berichten (maximaal 160 tekens) versturen. Hieraan kunnen video s en foto s worden toegevoegd (Vance et al., 2009). De inhoud van de berichten kan variëren van persoonlijke teksten waarin het leven van de auteur beschreven wordt, tot samenvattingen van alle relevante informatie over specifieke onderwerpen. Een Twitter account wordt meestal beheerd door één persoon, maar biedt de mogelijkheid tot interactie met anderen (Kaplan & Haenlein, 2010). YouTube is een content community waarop videofragmenten bekeken en gedeeld kunnen worden (Hanson & Haridakis, 2008; Kaplan & Haenlein, 2010; Vance et al., 2009). Naast het delen van videofragmenten kan een persoonlijke pagina aangemaakt worden waarbij connecties met andere gebruikers gemaakt kunnen worden (Lange, 2008). Twitter en YouTube zijn er voornamelijk op gericht om informatie te delen met anderen. Zorgverleners kunnen deze media bijvoorbeeld gebruiken om de uitkomsten van onderzoeken te delen of beeldmateriaal te delen over behandelmethoden. Verwacht wordt dat zorgverleners een voorkeur hebben voor deze media om hun kennis te vergroten. 14

15 Facebook, Hyves en LinkedIn zijn social networking sites. Met behulp van deze sites kunnen leden zich verbinden met anderen (Kaplan & Haenlein, 2010). Elke gebruiker heeft een persoonlijk profiel waarop verschillende soorten informatie zoals foto s, video- en audiobestanden en blogs gedeeld kunnen worden (Raacke & Bonds-Raacke, 2008; Kaplan & Haenlein, 2010). LinkedIn is voornamelijk gericht op de uitwisseling van professionele informatie en het maken van professionele contacten. Ook is het mogelijk groepen te formeren waarin bijvoorbeeld werknemers van een bedrijf of mensen met dezelfde professionele interesses (Skeels & Grudin, 2009). Dit netwerk wordt gebruikt om contacten te onderhouden en om naar contacten in het netwerk te verwijzen (Papacharissi, 2009). Facebook en Hyves geven gebruikers onder andere de mogelijkheid informatie en foto s plaatsen op hun eigen profiel en dat van anderen, informatie over aankomende evenementen te delen en spellen te spelen (Raacke & Bonds-Raacke, 2008). Ook deze sociale netwerk sites geven hun gebruikers de mogelijkheid groepen te creëren waarin informatie en ervaringen uitgewisseld kunnen worden over een onderwerp (Van de Belt et al., 2012). Mensen spenderen steeds meer tijd aan social media (Van de Belt et al., 2012). Een theorie waarmee verklaard kan worden waarom mensen tijd besteden aan social media is de Uses and Gratifications Theory (Raacke & Bonds-Raacke, 2008) Uses and Gratifications Theory De Uses and Gratifications Theory is een theorie die suggereert dat de communicatie tussen mensen gebaseerd is op hun wensen en behoeftes (Katz, Blumler, & Gurevitch, 1973). Mensen communiceren en gebruiken media om die wensen en behoeftes te bevredigen. De Uses and Gratifications Theory richt zich op de functies die media vervullen voor mensen (Hanson & Haridakis, 2008). De rol van het individu wordt in deze theorie benadrukt (Raacke & Bonds-Raacke, 2008). Door de Uses and Gratifications Theory toe te passen, kan inzicht verkregen worden in de manier waarop mensen media gebruiken om hun wensen en behoeften te bevredigen. Daarnaast kan verklaard worden wat hun gedrag motiveert en laat de theorie zien welke consequenties dit heeft op hun mediagebruik (Bryant & Zillmann, 2002). Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd waarin de Uses and Gratifications Theory toegepast werd op social media (o.a. Bumgarner, 2007; Chen, 2010; Raacke en Bonds-Raacke, 2008). Uit deze onderzoeken blijkt dat mensen gebruik maken van social media als sociale activiteit (Bumgarner, 2007; Raacke & Bonds-Raacke, 2008), om via deze sites contacten te onderhouden (Raacke & Bonds-Raacke, 2008), om in contact te komen met anderen (Chen, 2010), als entertainment (Hanson & Haridakis, 2008; Park, Kee & 15

16 Valenzuela, 2009) of als bron van informatie (Hanson & Hardidakis, 2008; Park, Kee & Valenzuela, 2009; Raacke & Bonds-Raacke, 2008). Voor dit onderzoek zijn vooral het in contact komen met anderen en de informatievoorziening belangrijk. Daar kunnen nog een aantal motieven aan toegevoegd worden die specifiek gelden voor het werkgerelateerde gebruik van social media in de context van de gezondheidszorg. 2.4 Social media en gezondheidszorg De toepassing van ehealth in de gezondheidszorg kent een aantal voor- en nadelen. Door deze voor- en nadelen te koppelen aan de kenmerken van social media kunnen een aantal motieven en barrières geformuleerd worden voor de toepassing van social media door zorgverleners in de gezondheidszorg Motieven voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg In paragraaf zijn enkele voordelen van ehealth besproken. Deze voordelen kunnen worden vertaald naar motieven voor zorgverleners om werkgerelateerd gebruik te maken van social media. Door social media in te zetten als communicatiemiddel kunnen voordelen worden behaald op het gebied van efficiency (Van Os-Medendorp et al., 2010; Dedding et al., 2011). Hiernaast kan ook het verbeteren van patiëntgerichte zorg een motief zijn om gebruik te maken van social media (Vermeer, 2011). Social media geven patiënten namelijk de mogelijkheid actief deel te nemen aan hun gezondheidsproces (Hawn, 2009). Zorgverleners kunnen hun patiënten met behulp van social media ondersteuning bieden in dit proces (McNab, 2009). Er zijn verschillende onderzoeken waaruit blijkt dat communicatie via tussen patiënten en zorgverleners door beide groepen hoog gewaardeerd worden (Patt, 2003; Sittigh, 2003; Umefjord, Hamberg, Malker, & Petersson, 2006). Social media bieden een hogere mate van interactiviteit dan en kunnen daardoor een dialoog faciliteren tussen twee partijen die niet gemakkelijk verkregen kan worden met en de traditionele communicatievormen (Brennan & Safran, 2007; Kaplan & Haenlein, 2010; McMullan 2006). Actief gebruik van , internet en social media kan de toegankelijkheid van de zorg verbeteren, de kennis van de patiënt vergroten en de therapietrouw laten toenemen, zeker als de relatie tussen de zorgverlener en de patiënt goed is (Boucher, 2010). Social media kunnen bijdragen aan de relatie tussen de arts en de patiënt. Er zijn voorbeelden van patiënten die Twitter gebruiken om mensen op de hoogte te houden van hun ziekteproces (Boucher, 2010). Zorgverleners kunnen de verhalen volgen die hun patiënten op social media delen. Dit zou patiënten ook het gevoel kunnen geven dat de arts betrokken is bij het ziekteproces van de patiënt. Facebook en 16

17 Hyves zijn sites waarbij de gebruikers zich verbinden met anderen en ook Twitter biedt haar leden de mogelijkheid te reageren op de berichten die geplaatst worden (Kaplan & Haenlein, 2010). Verwacht wordt dat deze sites gebruikt worden door zorgverleners en patiënten om met elkaar te communiceren. Zorginstellingen kunnen social media ook inschakelen als wervingsmiddel en om hun bekendheid te vergroten (Van Dorresteijn, 2011). Marketing wordt voor veel zorginstellingen een steeds belangrijker bedrijfsonderdeel (Chiu et al., 2009). Zoals eerder genoemd maken patiënten gebruik van hun persoonlijke netwerk door met social media hun ervaringen met gezondheidszorg en zorgverleners te delen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om ervaringen te delen op websites waar zorginstellingen en zorgverleners beoordeeld worden (Rothberg, Morsi, Benjamin, Pekow & Lindenauer, 2008). Deze berichten worden snel opgepikt door online zoekmachines zoals Google (Van de Belt et al., 2012). Wanneer patiënten voorafgaand aan een consult op het internet op zoek gaan naar informatie over hun symptomen, kunnen zij de ervaringen zien die andere patiënten gedeeld hebben op het internet (Van de Belt et al., 2012). Het is voor de status van een ziekenhuis dus belangrijk dat op deze media op een positieve manier over het ziekenhuis gesproken wordt (Evans, 2010). Om deze redenen is het voor ziekenhuizen belangrijk aandacht te besteden aan social media in hun marketingplan (Magnold & Faulds, 2009; Van de Belt et al., 2012). Door online actief te communiceren, wordt een zorginstelling als meer transparant beoordeeld door de patiënt (Van Dorresteijn, 2011). Organisaties moeten social media gaan zien als communicatiemiddelen die verschillende vormen aan kunnen nemen. Via YouTube, Twitter en de sociale netwerk sites kunnen met één of meerdere personen tegelijk worden gecommuniceerd (Van Dorresteijn, 2011; Evans, 2010). Door actief en respectvol te communiceren en te reageren op patiënten zullen de instellingen respect, vertrouwen en een zekere mate van autoriteit verkrijgen (Evans, 2010). Een ander motief voor ziekenhuizen om actief te zijn op het gebied van social media is om bij te blijven met de concurrentie, ongeveer de helft van de Nederlandse ziekenhuizen maakt al gebruik van social media (Van de Belt et al., 2012). Een laatste motief voor zorgverleners om gebruik te maken van social media is het uitbreiden van hun netwerk (Skeels & Grundin, 2007). LinkedIn is een social mediasite die zich specifiek richt op de zakelijke markt (Caers & Castelijns, 2010). Deze social mediasite kan gebruikt worden om via bekende connecties nieuwe connecties te krijgen (Skeels & Grundin, 2007) of om informatie over de eigen werkzaamheden van de zorgverlener te delen (Kaplan & Haenlein 2010; Vance et al., 2009). 17

18 2.4.2 Barrières voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg In alinea werd aangegeven dat twee belangrijke nadelen van gezondheidsinformatie op het internet zijn de variatie in kwaliteit van informatie (Chiu et al., 2009; Cline & Haynes, 2001; Steinber et al., 2010) en de vereiste investering van tijd en geld door zorgverleners (Dedding et al., 2011; Chiu et al., 2010). Dit kunnen barrières zijn voor zorgverleners voor het gebruik van social media om werkgerelateerde redenen. Verwacht wordt dat de variatie in de kwaliteit van de informatie en de zorg de belangrijkste barrière is voor zorgverleners om werkgerelateerd gebruik te maken van social media. Zorgverleners moeten de onjuiste informatie op het internet recht kunnen zetten en zij kunnen via social media niet de zorg bieden die zij wel kunnen bieden als patiënten op een fysiek consult komen (Chiu et al., 2009, Mead et al., 2002). Communicatie via social media tussen zorgverleners en patiënten kunnen juridische en ethische vragen oproepen (Cline & Haynes, 2001; Brooks & Menachemi, 2006). Onjuist gebruik van social media kan schadelijk zijn voor zowel de patiënt als de betrokken zorgverlener of zorginstelling. Zo kan er sprake zijn van inbreuk op privacy, belastering van collega s en schending van de arts-patiënt grenzen (Mansfield et al., 2011). Ook het feit dat patiënten en collega s toegang hebben tot de persoonlijke gegevens van de zorgverlener als zij verbonden zijn via social media kan door zorgverleners als ongewenst worden ervaren (MacDonald, Sohn & Ellis, 2010). Hiernaast is het niet mogelijk de patiënt fysiek te observeren en onderzoeken, waardoor belangrijke informatie die nodig is voor een juist advies gemist kan worden (Dedding et al., 2011). Verwacht wordt dat het gebrek aan privacy de belangrijkste barrière is om werkgerelateerd gebruik te maken van Facebook, Hyves en LinkedIn. Een gebrek in interesse in nieuwe media of het niet op de hoogte zijn van het bestaan van social media kan ook een barrière voor zorgverleners zijn om communicatie via social media aan te bieden (Vermeer, 2011). Veel zorgverleners zijn zich niet bewust van de openheid en permanentie van informatie op social media (Mansfield et al., 2011). Wanneer er iets geplaatst wordt op het internet kan niet worden gecontroleerd wat er met het bericht gebeurt en in welke mate het wordt geaccepteerd (Van Dorresteijn, 2011). Als je niet gewend bent te werken met het internet kunnen sites moeilijk zijn in het gebruik doordat sites verschillen in ontwerp en de verschillende lagen die erin zijn aangebracht (Pennbridge, Moya, & Rodrigues, 1999). Hierdoor kunnen zorgverleners die niet gewend zijn te werken met social media zich geïntimideerd voelen door de mogelijkheden die ze te bieden hebben (Gallagher, 1999). Zorgverleners worden niet getraind in het gebruiken van het internet als 18

19 communicatiemiddel (Dedding et al., 2011). Het gebrek aan vaardigheden kan als een barrière worden ervaren om internet en social media te gebruiken als communicatiemiddel (Kaplan & Haenlein, 2010; Vance et al., 2009) Verwachtingen voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg Hoewel het internet veel voordelen te bieden heeft (Cline & Haynes, 2001; McMullan, 2006), maken momenteel nog niet veel zorgverleners gebruik van het internet om met hun patiënten en collega s te communiceren (Brooks & Menachemi, 2006). In de literatuur worden verschillende verwachtingen van zorgverleners besproken voor communicatie via het internet. Deze verwachtingen zijn verdeeld in drie categorieën, namelijk toegankelijkheid, tijdsindeling en privacy. Vanwege de onbekendheid met de media, is het belangrijk dat zorgverleners zich bewust zijn van de beperkingen en mogelijke gevaren van social media in de gezondheidszorg (Brooks & Menachemi, 2006). Deze bewustwording blijkt namelijk nog niet optimaal te zijn (Patt, 2003; Orsini, 2009). Om zorgverleners hierin te ondersteunen, bestaan momenteel verschillende richtlijnen voor het gebruik van internet om met patiënten te communiceren (Mansfield et al., 2011). Een voordeel van communicatie via social media kan zijn dat de patiënt de tijd kan nemen om de informatie nog eens na te lezen (Umefjord et al., 2006), een voorwaarde om berichten via het internet te versturen is wel dat de zorgverlener de uitleg in zijn eigen woorden kan geven en eventueel kan verwijzen naar achtergrondinformatie. De zorgverlener kan de patiënt op deze manier leiden naar juiste en betrouwbare informatie (McMullan, 2006). Een laatste belangrijk onderdeel op het gebied van toegankelijkheid is dat het dossier van de patiënten uitgebreid kan worden met de communicatie die heeft plaatsgevonden via social media (Patt, 2003). Naast de toegankelijkheid van social media, spreken veel zorgverleners de verwachting uit hun eigen tijdsindeling aan te kunnen houden als zij gebruik maken van het internet als communicatiemiddel (Sittigh, 2003). Patiënten kunnen gebruik maken van social media om bijvoorbeeld vragen te stellen die zij tijdens het consult vergeten zijn (Patt, 2003). Uit onderzoek blijkt echter dat zij een zeer spoedige reactie verwachten, een week wordt vaak te lang bevonden (Umefjord et al., 2006). Om social media als communicatiemiddel te gaan gebruiken moeten de verwachtingen met betrekking tot de reactietijd, de onderwerpen die gepast zijn te bespreken in deze setting, en hoe er met vragen omgegaan wordt gedurende afwezigheid van zorgverlener, voor patiënten en zorgverleners gelijk zijn. Op deze manier kan communicatie via het internet gezien worden als een extra service die meer flexibiliteit biedt, in plaats van een last waar rekening mee gehouden moet worden (Patt, 2003). 19

20 Ten slotte is zowel de privacy van de patiënt als die van de zorgverlener een belangrijke voorwaarde voor veel zorgverleners om werkgerelateerd gebruik te gaan maken van social media (Nijland, 2011). Bij communicatie via social media bestaat de mogelijkheid dat persoonlijke informatie over patiënten tegen hun wil, lekt naar openbare social media sites (Orsini, 2009). Voor patiënten bieden social media een mogelijkheid om persoonlijke vragen die zij niet tijdens een consult durven te stellen, te stellen in een anonieme setting (McMullan, 2006). Het is belangrijk dat zij er dan op kunnen vertrouwen dat hun vragen in dergelijke situaties worden behandeld door hun eigen zorgverlener of de arts aan wie zij de vraag stellen (Patt, 2003). Op basis van deze literatuur en de in paragraaf beschreven barrières wordt verwacht dat de belangrijkste verwachting van zorgverleners ten opzichte van werkgerelateerd gebruik van social media, privacy is. 2.5 Onderzoeksvragen Social media hebben de potentie om als communicatiemiddel gebruikt te worden binnen de gezondheidszorg, maar worden momenteel echter nog weinig gebruikt in deze setting (Vance et al., 2009). Op basis van de literatuur kunnen motieven en barrières voor het gebruik van social media in de gezondheidszorg geformuleerd worden. Er is echter nog weinig bekend over de mening van artsen ten opzichte van het gebruik van social media in de gezondheidszorg en over de onderwerpen die zij geschikt vinden om via social media te bespreken. In dit onderzoek worden gynaecologen en gynaecologen in opleiding gevraagd wat hun motieven, barrières en verwachtingen zijn voor het gebruik van social media in hun werk. Motieven Op basis van de literatuur zijn de volgende hypotheses opgesteld over de motieven van gynaecologen en gynaecologen in opleiding om werkgerelateerd gebruik te maken van social media. H1. Gynaecologen en gynaecologen in opleiding maken gebruik van YouTube en Twitter om hun kennis over specifieke werkgerelateerde onderwerpen te vergroten. H2. Gynaecologen en gynaecologen in opleiding maken gebruik van Facebook, Twitter en Hyves om met patiënten te communiceren en hen te informeren. 20

21 H3. Gynaecologen en gynaecologen in opleiding gebruiken LinkedIn om te communiceren met hun collega s. Barrières Op basis van de literatuur zijn de volgende hypotheses opgesteld over de barrières van gynaecologen en gynaecologen in opleiding om werkgerelateerd gebruik te maken van social media. Om inzicht te krijgen in de motieven van gynaecologen die geen gebruik maken om in de toekomst wel gebruik te gaan maken van social media om werkgerelateerde redenen is onderzoeksvraag 1 opgesteld. H4a. De belangrijkste barrière voor gynaecologen en gynaecologen in opleiding die werkgerelateerd gebruik maken van social media is de kwaliteit van de informatie en de zorg via deze media. H4b. De belangrijkste barrière voor gynaecologen en gynaecologen in opleiding die geen gebruik maken van andere social media sites om werkgerelateerde redenen is de kwaliteit van de informatie en de zorg van deze media. H5. De belangrijkste barrière voor gynaecologen en gynaecologen in opleiding om gebruik te maken van Facebook, Hyves, en LinkedIn om werkgerelateerde redenen is privacy. OV1. Wat is de belangrijkste motivatie voor niet-gebruikers om social media in de toekomst wel te gaan gebruiken om werkgerelateerde redenen? Verwachtingen Op basis van de literatuur is de volgende hypothese opgesteld ten aanzien van de verwachtingen van het gebruik van social media om werkgerelateerde redenen van gynaecologen en gynaecologen in opleiding. H6. De belangrijkste verwachting van gynaecologen en gynaecologen in opleiding ten opzichte van het werkgerelateerd gebruik van social media is privacy. Patiëntgerichte zorg Social media bieden een hoge mate van interactiviteit ten opzichte van andere op internet gebaseerde communicatiemiddelen (Brennan & Safran, 2007; Kaplan & Haenlein, 2010; McMullan 2006). Hierdoor zijn zorgverleners beter in staat in te spelen om te specifieke 21

22 vragen en behoeftes de spelen bij de patiënt. Derhalve wordt verwacht dat zorgverleners vinden dat social media bijdragen aan patiëntgerichte zorg. H7. Gynaecologen en gynaecologen in opleiding vinden dat het aanbieden van communicatie via social media bijdraagt aan patiëntgerichte zorg. Geschikte onderwerpen Uit onderzoek blijkt dat patiënten en zorgverleners per het vaakst communiceren over informatie over medicijngebruik en achtergrondinformatie (Patt, 2003; Shuyler & Knight, 2003; Sittigh, 2003). Zover bekend, zijn er nog geen onderzoeken over de onderwerpen die besproken worden via social media uitgevoerd. Aangezien social media en beiden media zijn waarbij het internet noodzakelijk is, wordt verwacht dat zorgverleners ook dezelfde onderwerpen geschikt vinden om via deze media te bespreken. H8. Gynaecologen en gynaecologen in opleiding vinden social media het meest geschikt voor het geven van achtergrondinformatie en informatie over medicijnen. 22

23 3. Methode De onderzoeksvragen die voor dit onderzoek zijn opgesteld, zijn onderzocht met behulp van een online vragenlijst. De participanten werd gevraagd naar hun mening over social media voor werkgerelateerd gebruik. De vragenlijst werd opgedeeld in vijf delen: social mediagebruik, motieven, barrières, verwachtingen en overige vragen. 3.1 Materiaal In de vragenlijst werden de motieven, barrières en verwachtingen van zorgverleners ten opzichte van het gebruik van social media om werkgerelateerde redenen gemeten. Op basis van de bestaande literatuur zijn vooraf verschillende subcategorieën gevormd bij de drie hoofdcategorieën. Vervolgens zijn interviews gehouden met twee gynaecologen. Deze interviews vonden plaats in de ziekenhuizen waar de gynaecologen werkzaam waren. Het doel van de interviews was om te onderzoeken of er onderwerpen waren die wel in de praktijk speelden, maar nog niet eerder onderzocht waren of die nog niet opgenomen waren in de vragenlijst. Beide gynaecologen bevestigden dat de informatie waarop de vragenlijst gebaseerd was, overeen kwam met de onderwerpen die in de praktijk speelden. Daarnaast werd op basis van deze interviews de categorie marketing toegevoegd als motief om werkgerelateerd gebruik te maken van social media. De categorie vaardigheden werd toegevoegd aan de barrières. De verwachting was dat vooral de oudere generatie die niet gewend is te werken met het internet de stap om werkgerelateerd gebruik te maken van social media waarschijnlijk te groot zou vinden. Op basis van deze interviews konden de vragenlijsten vervolgens worden aangevuld met deze vragen. In de onderstaande paragrafen wordt de vragenlijst besproken. De gehele vragenlijst is terug te vinden in Bijlage A. Social mediagebruik In het eerste deel van de vragenlijst werd gevraagd of de respondenten een account hadden op Facebook, Hyves, LinkedIn, Twitter of YouTube. Als dit het geval was werd hen vervolgens gevraagd of zij deze sites gebruikten om werkgerelateerde redenen. Op basis van de antwoorden bij deze twee vragen werd een onderscheid gemaakt tussen gebruikers (respondenten die social media gebruiken om werkgerelateerde redenen) en niet-gebruikers (respondenten die social media niet gebruiken om werkgerelateerde redenen). 23

24 Motieven Alleen de gebruikers werd gevraagd naar de motieven die zij hadden om de social mediasites die zij bij de tweede vraag genoemd hadden werkgerelateerd te gebruiken. Op basis van de literatuur werden vijf subcategorieën opgesteld om de motieven te meten. Deze subcategorieën waren: kennis vergroten, efficiency, arts- patiëntcommunicatie, marketing en communicatie met collega s. Hiernaast werden op basis van de literatuur verschillende stellingen opgesteld, deze werden verdeeld over de verschillende categorieën. De respondenten die aangaven dat zij gebruik maken van social media om werkgerelateerde redenen (gebruikers), konden door vakken achter de stelling aan te vinken aangeven welke social media site zij hiervoor gebruiken. De stellingen sloten allemaal aan op de startzin Ik maak gebruik van deze social media om. Enkele voorbeelden van deze stellingen zijn: Te voorkomen dat patiënten onnodig op het spreekuur komen, Het ziekteproces van mijn patiënten te volgen, en Mijn werkplek optimaal te presenteren aan de buitenwereld. Barrières Zowel de gebruikers als de niet-gebruikers werd gevraagd naar de barrières die zij ervaren ten opzichte van het gebruik van social media om werkgerelateerde redenen. Voor de gebruikers werden de barrières specifiek gemeten per social media site die zij niet om werkgerelateerde redenen gebruikten. De niet-gebruikers werden gevraagd naar de barrières voor social media gebruik in het algemeen. Om de barrières ten opzichte van het gebruik van social media om werkgerelateerde redenen te meten, werden vijf subcategorieën opgesteld. Deze waren: privacy, interesse, efficiency, kwaliteit en vaardigheden. De gebruikers konden door vakken achter de stelling aan te vinken aangeven welke social media site zij om de genoemde reden niet gebruiken. De niet-gebruikers konden op een vijfpuntsschaal met de waarden helemaal eens, eens, neutraal, oneens of helemaal oneens hun mening over de stellig geven. De stellingen sloten allemaal aan op de startzin Ik maak geen gebruik van (deze) social media omdat ik. Bij de gebruikers werd het woord deze toegevoegd. Enkele voorbeelden van de stellingen zijn: Vrees dat er misbruik van mijn gegevens kan worden gemaakt, Niet op deze manier contact wil hebben met collega s, en Bang ben dat patiënten hun zorgverlener niet meer raadplegen. Het onderdeel barrières werd voor de niet-gebruikers afgesloten met vier stellingen waarmee gemeten werd om welke reden zij in de toekomst wel gebruik zouden gaan maken van social media om werkgerelateerde redenen. Deze stellingen konden beantwoord worden met ja en nee. 24

Resultaten Gezondheidszorg

Resultaten Gezondheidszorg Resultaten Gezondheidszorg Conclusies Onbekendheid social media in de gezondheidszorg is groot; treffend is een quote van een zorggebruiker die stelt dat als je als patiënt nog niet of nauwelijks met een

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft.

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Webtechniek is gespecialiseerd in technische oplossingen voor internet en applicaties. Sinds 2000 is het

Nadere informatie

Voorwoord. Uitkomsten enquête 19-06-2011

Voorwoord. Uitkomsten enquête 19-06-2011 Voorwoord In mijn scriptie De oorlog om ICT-talent heb ik onderzoek gedaan of Het Nieuwe Werken als (gedeeltelijke) oplossing kon dienen voor de aankomende vergrijzing. Hiervoor werd de volgende onderzoeksvraag

Nadere informatie

Richtlijn gebruik social media. Interne en Externe Communicatie. Voor studenten. Collegejaar 2012-2013

Richtlijn gebruik social media. Interne en Externe Communicatie. Voor studenten. Collegejaar 2012-2013 Richtlijn gebruik social media Interne en Externe Communicatie Voor studenten Collegejaar 2012-2013 Directie Onderwijs & Opleidingen Team Communicatie & Voorlichting Juli 2012 Social Media 1 Inleiding

Nadere informatie

Zelfmanagement bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden door verstandelijke beperkingen

Zelfmanagement bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden door verstandelijke beperkingen Zelfmanagement bij mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden door verstandelijke beperkingen Een speciale uitdaging voor het huisartsenteam en het steunnetwerk Dr. Jany Rademakers, NIVEL Drs. Jeanny

Nadere informatie

Motieven van patiënten en zorgverleners voor het gebruik van sociale media

Motieven van patiënten en zorgverleners voor het gebruik van sociale media Samenvatting resultaten Motieven van patiënten en zorgverleners voor het gebruik van sociale media Scriptieonderzoek van Drs. Nannet Vermeer Tilburg University (UvT) Departement Communicatie- en Informatiewetenschappen

Nadere informatie

Adviesrapport BOZ. Diagnose: BOZ. Deel beter.

Adviesrapport BOZ. Diagnose: BOZ. Deel beter. Adviesrapport BOZ Diagnose: BOZ. Deel beter. Inhoud Samenvatting p 2 Inleiding p 3 Methode p 4 Resultaten p 5 Aanbevelingen p 9 Conclusie p 12 1 Samenvatting Jongeren met een chronische ziekte hebben veelal

Nadere informatie

Social Media Onderzoek 2014

Social Media Onderzoek 2014 1 Index Onderwerp Pagina Management Samenvatting 3 Rol binnen de organisatie 4 Voor welke doelen zet je social media in? 5 Welke kanalen zet je in? 5 Maakt de organisatie gebruik van een blog? 6 Hoe komt

Nadere informatie

Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard

Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard Gedragscode social media reddingsbrigade Heerhugowaard Richtlijnen en regels voor het gebruik van social media door leden in relatie tot Reddingsbrigade Heerhugowaard. Augustus 2015 1 Inhoudsopgave: Inhoudsopgave:...

Nadere informatie

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland 18 december 2012 Social Media Onderzoek MKB Nederland 1. Inleiding Er wordt al jaren veel gesproken en geschreven over social media. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook op tv en het internet.

Nadere informatie

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Defintie SocialMedia is een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen

Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen Rapportage Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen In opdracht van: Mediawijzer.net Datum: 22 november 2013 Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies

Nadere informatie

Kennis en ervaringen met e-health van mensen met een chronische longziekte

Kennis en ervaringen met e-health van mensen met een chronische longziekte Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Kennis en ervaringen met e-health van mensen met een chronische longziekte, J. Hofstede & M. Heijmans, NIVEL, november

Nadere informatie

2-10-2013. ehealth & Sociale media: op naar fysiotherapie2.0 4 oktober 2013, Saskia Timmer

2-10-2013. ehealth & Sociale media: op naar fysiotherapie2.0 4 oktober 2013, Saskia Timmer ehealth & Sociale media: op naar fysiotherapie2.0 4 oktober 2013, Saskia Timmer Ik 2 1 Introductie Passie voor de zorg van Morgen ehealth & Sociale media in de praktijk 3 Agenda 1. Introductie 2. Inleiding:

Nadere informatie

Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie

Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie Nationale monitor Social media in de Interne Communicatie VRAGENLIJST Dit is de vragenlijst zoals we die aangeboden hebben. Veel vragen worden door zogenaamde LIkert schalen aangeboden, bij ons op een

Nadere informatie

ICT in de gezondheidszorg

ICT in de gezondheidszorg pagina 1 van 6 ICT in de gezondheidszorg Met behulp van de computer is veel mogelijk. Ook in de gezondheidszorg. Voor u als patiënt kan het gebruik van computers ervoor zorgen dat u meer informatie heeft.

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E.

Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Page of 6 Enquête basisonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas zit je?

Nadere informatie

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Resultaten peiling 15: gebruik social media juli 2012 1. Inleiding Tussen 1 juni en 10 juni konden panelleden van het internetpanel Dienst Regelingen een peiling

Nadere informatie

Social Media Marketing

Social Media Marketing Social Media Marketing Get Social But, How? And Where? Tom Zoethout KvK Netwerkevent 23 nov 09 2 1 Moet je sociaal meedoen op het internet? 3 Social Media Marketing Quiz Wat weet ik eigenlijk al over Social

Nadere informatie

SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING

SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING SYRISCHE ASIELMIGRANTEN IN NEDERLAND EN HET GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA BIJ MIGRATIEBESLUITVORMING Rianne Dekker Hanna Vonk Jeanine Klaver Godfried Engbersen Erasmus Universiteit Rotterdam Regioplan Juli

Nadere informatie

Response 879 entries, vanwege te veel missende waarden uiteindelijk 563 bruikbare responses

Response 879 entries, vanwege te veel missende waarden uiteindelijk 563 bruikbare responses Onderzoeksvraag Wat is het effect van social media op de interne communicatie? Methode Oproep via sociale media om enquête in te vullen, gevraagd om RT Response 879 entries, vanwege te veel missende waarden

Nadere informatie

Onderwerp: Social Media Naam: Anton Simion : V4A & Job Vaarhorst : V4B Docent: I. van Uden

Onderwerp: Social Media Naam: Anton Simion : V4A & Job Vaarhorst : V4B Docent: I. van Uden http://www.appsmaken.nl/wp- content/uploads/socialmedia_intro.jpg Onderwerp: Social Media Naam: Anton Simion : V4A & Job Vaarhorst : V4B Docent: I. van Uden 2 Inhoudsopgave - Voorwoord - Inleiding - Deelvragen

Nadere informatie

LIVE PERFORMANCE. Bijlage Onderzoek Social Media. Sander van de Rijt PTTM22

LIVE PERFORMANCE. Bijlage Onderzoek Social Media. Sander van de Rijt PTTM22 LIVE PERFORMANCE Bijlage Onderzoek Social Media Sander van de Rijt PTTM22 Inhoudsopgave Social Media onderzoek Heesakkers & Daniels bestrating 3 Wat is social media? 3 Voor- en nadelen social media 3 Voordelen

Nadere informatie

Online communicatie & de basisscholen van Leerplein055

Online communicatie & de basisscholen van Leerplein055 Online communicatie & de basisscholen van Leerplein055 Leerplein055 doet onderzoek naar de wensen en behoeften van ouders over de inzet van online communicatie. Waarom dit onderzoek? Leerplein055 is de

Nadere informatie

Praktische Social Media Tips 8 december 2011

Praktische Social Media Tips 8 december 2011 Praktische Social Media Tips 8 december 2011 Leon Tindemans Wie ben ik? Time To Market Leon Tindemans Oktober 2010 Herwijnen @TTMCommunicatie in/ttmcommunicatie user/ttmcommunicatie 1 Diverse klanten Al

Nadere informatie

Linkedin; nut en gebruik. 19 april 2011. Frits Gubbels

Linkedin; nut en gebruik. 19 april 2011. Frits Gubbels Linkedin; nut en gebruik 19 april 2011 Frits Gubbels Programma De ontvangen vragen Social media Linkedin; wat heb ik eraan? Linkedin als Public Relations en reclame Wat zet je erop? Hoe kom ik erop? Bekijken

Nadere informatie

ehealth = Health Investeringen uit het verleden belemmeren de toekomst? Chris Flim VU PICA Kenniscentrum Patiëntenlogistiek 21 03 2011

ehealth = Health Investeringen uit het verleden belemmeren de toekomst? Chris Flim VU PICA Kenniscentrum Patiëntenlogistiek 21 03 2011 ehealth = Health Investeringen uit het verleden belemmeren de toekomst? Chris Flim 1 ehealth is mensenwerk Bedrijfskundige informatica 10 jaar in Telecom & Media bij KPN (Call Centers, doelgroepmarketing,

Nadere informatie

RAPPORTAGE WACHTKAMERINTERVIEWS

RAPPORTAGE WACHTKAMERINTERVIEWS RAPPORTAGE WACHTKAMERINTERVIEWS Gezondheidscentrum Heelkom ARGO BV 2015 Rapportage wachtkamerinterview Inleiding Onder de cliënten van Gezondheidscentrum Heelkom is vorig jaar een tevredenheidsonderzoek

Nadere informatie

Compensatie eigen risico is nog onbekend

Compensatie eigen risico is nog onbekend Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (M. Reitsma-van Rooijen, J. de Jong. Compensatie eigen risico is nog onbekend Utrecht: NIVEL, 2009) worden gebruikt. U

Nadere informatie

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA

RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA RICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SOCIAL MEDIA Hoe je online je stem kunt laten horen en een Cavent-ambassadeur kunt zijn Datum vaststelling : 31-07-2012 Eigenaar : Beleidsmedewerker Vastgesteld door :

Nadere informatie

Deelnemers... 8. Marketing & organisatie... 11. Online marketing in de praktijk... 15. Kennis & belang van online marketing... 26

Deelnemers... 8. Marketing & organisatie... 11. Online marketing in de praktijk... 15. Kennis & belang van online marketing... 26 Deelnemers... 8 Sectoren... 8 Functies... 9 Grootte van de zorginstellingen... 0 Marketing & organisatie... Medewerkers... Budgetten voor online marketing... 2 Online marketing in de praktijk... 5 Toepassing

Nadere informatie

Het heft in eigen handen - De implementatie van 16 miljoen netwerken Conferentie Pharos & RVZ, 1 november 2011

Het heft in eigen handen - De implementatie van 16 miljoen netwerken Conferentie Pharos & RVZ, 1 november 2011 Het heft in eigen handen - De implementatie van 16 miljoen netwerken Conferentie Pharos & RVZ, 1 november 2011 Dr. Marjan Faber IQ healthcare, UMC St Radboud, Nijmegen MijnZorgnet, Nijmegen m.faber@iq.umcn.nl

Nadere informatie

EFFECTIVITEITSONDERZOEK PROFESSIONAL ORGANIZING. NBPO Oktober 2012- Oktober 2014

EFFECTIVITEITSONDERZOEK PROFESSIONAL ORGANIZING. NBPO Oktober 2012- Oktober 2014 EFFECTIVITEITSONDERZOEK PROFESSIONAL ORGANIZING NBPO Oktober 2012- Oktober 2014 Colofon Uitgave: Research 2Evolve Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum Tel: (035) 623 27 89 info@research2evolve.nl www.research2evolve.nl

Nadere informatie

Nog even en de agrariër is 24/7 online

Nog even en de agrariër is 24/7 online Uren online per week 1 8 6 8% 4 tot 3 uur 3 tot 6 uur > 6 uur Stelling: rol internet neemt toe 1 8 6 9% 4 Nog even en de agrariër is 24/7 online Internet heeft grote invloed op het informatiegedrag van

Nadere informatie

VRAGEN EN ANTWOORDEN over de elektronische uitwisseling van medische gegevens

VRAGEN EN ANTWOORDEN over de elektronische uitwisseling van medische gegevens VRAGEN EN ANTWOORDEN over de elektronische uitwisseling van medische gegevens Wat? In december 2011 zijn de organisaties van huisartsen(posten), apothekers en ziekenhuizen met de NPCF tot een akkoord gekomen

Nadere informatie

Do s and dont s sociale media Alzheimer Nederland

Do s and dont s sociale media Alzheimer Nederland Do s and dont s sociale media Alzheimer Nederland Voor afdelingsvrijwilligers Digitale media hebben de laatste jaren gezorgd voor een enorme verschuiving in de manier waarop mensen informatie zoeken, nieuws

Nadere informatie

Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot. Januari 2015

Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot. Januari 2015 Resultaten eerste peiling digitaal burgerpanel Externe communicatiemiddelen gemeente Oirschot Januari 2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Resultaten... 4 2.1 Onderzoeksverantwoording... 4 2.2 Hoe tevreden

Nadere informatie

Vragenlijst voor bloglezers

Vragenlijst voor bloglezers Vragenlijst voor bloglezers 1. Leeftijd o Jonger dan 12 o 12-17 o 18-23 o 24-29 o 30-35 o 36-41 o 42-47 o 48-53 o 54-59 o 60-65 o Ouder dan 65 2. Geslacht o Man o Vrouw 3. Heb je een opleiding in archeologie

Nadere informatie

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO

VMBO praktische leerweg VMBO theoretische leerweg HAVO VWO Page of 7 Enquête voortgezet onderwijs Deze vragenlijst bestaat uit vijf delen, A t/m E. Er zijn in totaal 9 vragen. A. Over jezelf Dit onderdeel bestaat uit zeven vragen. Hoe oud ben je? In welke klas

Nadere informatie

IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013

IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013 IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013 Wat vindt Nederland van de ziekenhuizen en de ziekenhuiszorg? Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen IMAGO ZORG CONSUMENTEN 2013 Wat vindt Nederland van de ziekenhuizen en

Nadere informatie

Bachelorscriptie. Culturele aspecten van sociale media

Bachelorscriptie. Culturele aspecten van sociale media Bachelorscriptie Culturele aspecten van sociale media Verschillen tussen studenten en young professionals in het gebruik van Facebook en kennis over privacy Naam: Ivo Gagel ANR: 753592 Begeleider: dr.

Nadere informatie

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars

Management Summary. Auteur Tessa Puijk. Organisatie Van Diemen Communicatiemakelaars Management Summary Wat voor een effect heeft de vorm van een bericht op de waardering van de lezer en is de interesse in nieuws een moderator voor dit effect? Auteur Tessa Puijk Organisatie Van Diemen

Nadere informatie

Copyright. Copyright. Copyright Stefan Rooyackers, Nederland Internet. 2 2011 www.nederlandinternet.nl

Copyright. Copyright. Copyright Stefan Rooyackers, Nederland Internet. 2 2011 www.nederlandinternet.nl Copyright Copyright Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. Dit document is met grote zorg samengesteld door Nederland Internet. Incidentele onvolkomenheden kunnen zich desalniettemin

Nadere informatie

De Grote (kleine) voicemail-poll

De Grote (kleine) voicemail-poll De Grote (kleine) voicemail-poll De Grote (kleine) voicemail-poll Maken mensen tegenwoordig nog gebruik van voicemail? En hoe staat men tegenover het gebruik van voicemails in het zakelijk verkeer? Mensen

Nadere informatie

Hyves handleiding voor de Groenteman

Hyves handleiding voor de Groenteman Hyves handleiding voor de Groenteman In deze speciale Hyves handleiding voor de groenteman leest u informatie over wat dit sociale medium precies inhoudt en hoe u als groente en/of fruitspecialist Hyves

Nadere informatie

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie

Nationale Social Media Onderzoek 2014

Nationale Social Media Onderzoek 2014 Nationale Social Media Onderzoek 2014 Het grootste trendonderzoek van Nederland naar het gebruik en verwachting van social media #NSMO Uitgevoerd door: Auteurs: Newcom Research & Consultancy B.V. drs.

Nadere informatie

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS

TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS TravelNext LOBKE ELBERS @LOBKEELBERS Intro Lobke Elbers @lobkeelbers lobke@travelnext.nl Community manager Content schrijver Online marketing Blogger Kansenzoeker Samenwerker Gastdocent NHTV Nijmegen www.travelnext.nl

Nadere informatie

M201107. Mix and Match. Het gebruik van digitale media in het MKB. drs. R van der Poel

M201107. Mix and Match. Het gebruik van digitale media in het MKB. drs. R van der Poel M201107 Mix and Match Het gebruik van digitale media in het MKB drs. R van der Poel Zoetermeer, maart 2011 Mix and Match Ondernemers moeten goed voor ogen houden welke doelstellingen zij met digitale media

Nadere informatie

ESSAY. Hoe kan Oxford House efficiënter online communiceren naar zijn potentiele opdrachtgevers? Essay. Lexington Baly 1592180

ESSAY. Hoe kan Oxford House efficiënter online communiceren naar zijn potentiele opdrachtgevers? Essay. Lexington Baly 1592180 ESSAY Hoe kan Oxford House efficiënter online communiceren naar zijn potentiele opdrachtgevers? Essay Lexington Baly 1592180 Seminar: Dream Discover Do Essay Docent: Rob van den Idsert Effectief gebruik

Nadere informatie

4 Rol sociale en nieuwe media in het onderwijs

4 Rol sociale en nieuwe media in het onderwijs 4 Rol sociale en nieuwe media in het onderwijs 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we op basis van websurveys onder leraren, en de rol van sociale media (Facebook, Hyves, Twitter, Linkedin) 6 en

Nadere informatie

Social Media? Aan de slag met Twitter en Facebook. 14 november 2011

Social Media? Aan de slag met Twitter en Facebook. 14 november 2011 Social Media? Aan de slag met Twitter en Facebook 14 november 2011 Kennismaken Esther Kroes KroesKontrol ons aanbod binnen online communicatie en marketing 1. Werving en selectie 2. Workshops & presentaties

Nadere informatie

SOCIAL MEDIA. Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de

SOCIAL MEDIA. Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de SOCIAL MEDIA Wat is Social Media Social media is een verzamelnaam voor online platformen waarvan de gebruikers de inhoud bepalen. Daarnaast is het mogelijk voor de gebruikers om onderling de dialoog aan

Nadere informatie

Social Media Marketing strategie

Social Media Marketing strategie Social Media Marketing strategie --= werkboek =-- 1. Bepaal je doelstelling Vaak zal SMM een onderdeel zijn van bestaande marketingcommunicatieplannen. Een extra kanaal om je doelgroep te bereiken. Soms

Nadere informatie

Moving Pictures: second screen en schermvoorkeur

Moving Pictures: second screen en schermvoorkeur Moving Pictures: second screen en schermvoorkeur Televisiekijken is een sociale activiteit.. Uit het kijkonderzoek blijkt dat heel vaak samen met het eigen gezin en gasten naar de televisie wordt gekeken.

Nadere informatie

Beoordelingsrapport Owise app

Beoordelingsrapport Owise app Beoordelingsrapport Owise app Met OWise heb je alle gegevens over je leven met borstkanker bij elkaar via een mobiele app of website. Jij voert ze in en OWise geeft je inzicht en overzicht terug. OWise

Nadere informatie

Sporthuis/GoSport Roy Schungel 1570046

Sporthuis/GoSport Roy Schungel 1570046 Sporthuis/GoSport 1570046 Document Informatie Versie Datum Status Aanpassingen Getroffen pagina s 1.0 20-06-2013 Definitief Colofon Soort document: Versie: 1.0 Afstudeerscriptie Opdrachtgever: Opdrachtgever:

Nadere informatie

ONDERZOEK IMPACT SOCIALE MEDIA: KANS OF BEDREIGING. Jeanet Walraven

ONDERZOEK IMPACT SOCIALE MEDIA: KANS OF BEDREIGING. Jeanet Walraven ONDERZOEK IMPACT SOCIALE MEDIA: KANS OF BEDREIGING Jeanet Walraven INTERACTIEVE PRESENTATIE DOE MEE EN TWITTER: #NEMACC2017 INTRODUCTIE Jeanet Walraven Ondernemer (Social) business developer Ondernemerscoach

Nadere informatie

Zelfmanagement. bij zeldzame aandoeningen. juni 2012. Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen

Zelfmanagement. bij zeldzame aandoeningen. juni 2012. Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen bij zeldzame aandoeningen juni 2012 Generiek zorgthema ten behoeve van zorgstandaarden voor zeldzame aandoeningen Auteur: Drs. A.E.R.M. Speijer, VSOP Accordering door: Drs. J. Havers Senior Adviseur Landelijk

Nadere informatie

Zorg investeert in social media, maar durf ontbreekt. #gezondcommuniceren2014 - onderzoek social media bij zorg- en welzijnsorganisaties in Nederland

Zorg investeert in social media, maar durf ontbreekt. #gezondcommuniceren2014 - onderzoek social media bij zorg- en welzijnsorganisaties in Nederland Zorg investeert in social media, maar durf ontbreekt #gezondcommuniceren2014 - onderzoek social media bij zorg- en welzijnsorganisaties in Nederland Room8 Transmissie Gorinchem, 12 februari 2014 Voorzichtige

Nadere informatie

Onderzoek bij een ambulancedienst

Onderzoek bij een ambulancedienst THEMA Sibrenne Wagenaar & Joitske Hulsebosch Hoe kan communicatietechnologie organisaties ondersteunen? Onderzoek bij een ambulancedienst In ons privéleven is technologie overal binnengedrongen. We gaan

Nadere informatie

Resultaten enquête U en het internet, uitgevoerd via Zorgbelang Nederland

Resultaten enquête U en het internet, uitgevoerd via Zorgbelang Nederland Resultaten enquête U en het internet, uitgevoerd via Zorgbelang Nederland.. Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag Postbus 19404 2500 CK Den Haag Tel 070 340 50 60 Fax 070 340 75 75 E-mail mail@rvz.net URL

Nadere informatie

De probleemstelling voor het onderzoek is als volgt geformuleerd:

De probleemstelling voor het onderzoek is als volgt geformuleerd: Samenvatting De opkomst van Health 2.0 en e-health zorgt ervoor dat de patiënt verandert naar zorgconsument. Health 2.0 zorgt voor een grote mate van patiënt-empowerment; zorgconsumenten nemen zelf de

Nadere informatie

Opdrachten Social Media. Periode 1 deel 1

Opdrachten Social Media. Periode 1 deel 1 Opdrachten Social Media Periode 1 deel 1 Opdracht 1 Je werkt in tweetallen Kijk eerst welk profiel het beste bij jou past en werk alleen de opdracht voor dat profiel uit. Houd er rekening mee dat je later

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers nderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Goirle DIMENSUS beleidsonderzoek April 2012 Projectnummer 488 Het onderzoek De gemeente Goirle is eind april 2010

Nadere informatie

GELOOFWAARDIGHEID is de sleutel tot succesvolle interne communicatie. April 2012. Concrete tips voor effectieve interne communicatie

GELOOFWAARDIGHEID is de sleutel tot succesvolle interne communicatie. April 2012. Concrete tips voor effectieve interne communicatie GELOOFWAARDIGHEID is de sleutel tot succesvolle interne communicatie April 2012 Concrete tips voor effectieve interne communicatie Amsterdam, augustus 2012 Geloofwaardige interne communicatie Deze white

Nadere informatie

Hoe denkt de vrijgevestigde Friese psycholoog en orthopedagoog hierover?

Hoe denkt de vrijgevestigde Friese psycholoog en orthopedagoog hierover? E-health Hoe denkt de vrijgevestigde Friese psycholoog en orthopedagoog hierover? Een genuanceerde benadering ROS Friesland heeft geïnventariseerd hoe psychologen en orthopedagogen denken over het gebruik

Nadere informatie

Zorgvrager doet mee? Onderzoek!

Zorgvrager doet mee? Onderzoek! Zorgvrager doet mee? Onderzoek! Verbeteren van de patiëntveiligheid door digitale patiënten participatie? Hersenletsel na een CVA, netwerk in beroering 20 maart 2013 Rolien de Jong MSc Programma 1. Context

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G.

Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Page of Enquête studenten lerarenopleidingen Deze vragenlijst bestaat uit zeven onderdelen, A t/m G. Er zijn in totaal 7 vragen. A. Over jezelf Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven

Nadere informatie

Aan de slag met Social Media

Aan de slag met Social Media Welkom Aan de slag met Social Media Programma * Kennismaken * Social Media ontwikkelingen * Netwerken * Succesverhalen * Personal Branding * Het begin * LinkedIn * Twitter * Facebook * Communiceren * Richtlijnen

Nadere informatie

Succesvol campagne voeren

Succesvol campagne voeren Succesvol campagne voeren Spread the word, spread the feeling! Campagne voeren: íedereen kan het! In deze toolkit vind je tips voor het campagne voeren. Dit is gegarandeerd het leukste onderdeel van jouw

Nadere informatie

Vrijwilligers en social media

Vrijwilligers en social media Inspiratiesessie Welkom! Introductie Agenda voor vandaag Vrijwilligers & social media De cijfers Facebook LinkedIn De verschillen In de praktijk Randvoorwaarden Ken uzelf! Thema s Vacaturetekst Vrijwilligers

Nadere informatie

De Nederlander weet niet wat Big Data is, maakt zich zorgen over data misbruik en is niet bereid data te delen ook al doet hij het wel

De Nederlander weet niet wat Big Data is, maakt zich zorgen over data misbruik en is niet bereid data te delen ook al doet hij het wel De Nederlander weet niet wat Big Data is, maakt zich zorgen over data misbruik en is niet bereid data te delen ook al doet hij het wel Kent men Big Data? 80% van de Nederlanders weet niet wat Big Data

Nadere informatie

Sociale media en Sociale innovatie

Sociale media en Sociale innovatie 1 Sociale media en Sociale innovatie Een innovatief duo Ivo van Ham Syntens 11-5-2011 2 Veranderingen in onze arbeidsmarkt de afgelopen 50 jaar Typering van werk: Transformatie: omzetten van grondstoffen

Nadere informatie

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid

Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid Meten van mediawijsheid Bijlage 6 Interview terug naar meten van mediawijsheid Bijlage 6: Het interview Individueel interview Uitleg interview Ik zal je uitleggen wat de bedoeling is vandaag. Ik ben heel

Nadere informatie

Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout

Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout Digitaal burgerpanel gemeente Noordwijkerhout 0-meting burgerparticipatie en communicatie De gemeente Noordwijkerhout heeft een nieuw communicatiebeleidsplan dat uitgaat van meer omgevingsbewust werken

Nadere informatie

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F.

Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Page of 0 Enquête beroepsonderwijs Deze vragenlijst bestaat uit zes onderdelen, A t/m F. Er zijn in totaal vragen. A. Over jou Je wordt vriendelijk verzocht informatie over jezelf te geven door onderstaande

Nadere informatie

Presenteert de workshop Social Media

Presenteert de workshop Social Media Presenteert de workshop Social Media Juice BV Canadabaan 18 5388 RT NISTELRODE 0412-611453 info@juicebv.nl www.facebook.com/juicebv www.twitter.com/juicebv Wat doen wij? Onze klanten 1 Onze klanten Onze

Nadere informatie

Werk aan de winkel! Succesvol met Het Nieuwe Winkelen omgaan: ken en koester uw klant

Werk aan de winkel! Succesvol met Het Nieuwe Winkelen omgaan: ken en koester uw klant Werk aan de winkel! Succesvol met Het Nieuwe Winkelen omgaan: ken en koester uw klant Titia van der Veen Inleiding. Vanaf de jaren 70 in de vorige eeuw zijn stadscentra in Nederland steeds levendiger geworden.

Nadere informatie

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Blended Learning & Crossmedia

Onderzoeksopdracht Crossmedialab. Titel Blended Learning & Crossmedia Onderzoeksopdracht Crossmedialab Titel Blended Learning & Crossmedia Probleemomgeving De Faculteit Communicatie & Journalistiek (FCJ) van de Hogeschool Utrecht (HU) profileert zich als een instituut waar

Nadere informatie

Rapportage. De Kracht van Communicatie. DirectResearch in samenwerking met Logeion Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon

Rapportage. De Kracht van Communicatie. DirectResearch in samenwerking met Logeion Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Rapportage De Kracht van Communicatie DirectResearch in samenwerking met Logeion Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies Resultaten van het onderzoek 5 De

Nadere informatie

Uw medische gegevens elektronisch delen? Alleen met uw toestemming!

Uw medische gegevens elektronisch delen? Alleen met uw toestemming! Uw medische gegevens elektronisch delen? Alleen met uw toestemming! Goede zorg met goede informatie Ziekte, een blessure of een ongeval komt vaak onverwacht. Daardoor kunt u terechtkomen bij een onbekende

Nadere informatie

Wat is social media? Vincent de Widt Adviseur online communicatie UMC Utrecht. 24 januari 2013

Wat is social media? Vincent de Widt Adviseur online communicatie UMC Utrecht. 24 januari 2013 Wat is social media? Vincent de Widt Adviseur online communicatie UMC Utrecht 24 januari 2013 Wat is social media?? Social media is een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder

Nadere informatie

Uitnodiging om mee te denken over de zorg voor kankerpatiënten

Uitnodiging om mee te denken over de zorg voor kankerpatiënten Uitnodiging om mee te denken over de zorg voor kankerpatiënten U kunt deze vragenlijst ook op internet invullen. Doet u dat liever? Ga dan naar: https://nl.surveymonkey.com/s/39t2gcs Geachte heer / mevrouw,

Nadere informatie

In de digitale wereld gebruik ik alleen mijn voornaam. Andere persoonlijke gegevens (achternaam, adres, telefoonnummer enz.) houd ik voor mezelf.

In de digitale wereld gebruik ik alleen mijn voornaam. Andere persoonlijke gegevens (achternaam, adres, telefoonnummer enz.) houd ik voor mezelf. Richtlijnen voor het gebruik van sociale media en internet voor leerlingen Voor een goede omgang in de digitale wereld (sociale media*, internet, e-mail, whats app, enz.) gelden, net als in de 'echte'

Nadere informatie

Resultaten Wie zoekt Wie op het internet onderzoek April 2016 www.mijnonlineidentiteit.nl

Resultaten Wie zoekt Wie op het internet onderzoek April 2016 www.mijnonlineidentiteit.nl Resultaten Wie zoekt Wie op het internet onderzoek April 2016 www.mijnonlineidentiteit.nl Enkele resultaten uit het onderzoek 98% heeft wel eens informatie over anderen op het internet gezocht We zoeken

Nadere informatie

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts

Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Petri Embregts Ervaringsdeskundigheid in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking Petri Embregts Inhoud Waarom een kans in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking? Inzetbaarheid en effectiviteit

Nadere informatie

Postcode van de bibliotheekvestiging. De basis en/of Het internet op + Samen op t web. Vragenlijst 2

Postcode van de bibliotheekvestiging. De basis en/of Het internet op + Samen op t web. Vragenlijst 2 Versie: november 2014_2 IN TE VULLEN DOOR BIBLIOTHEEKMEDEWERKER Postcode van de bibliotheekvestiging. De basis en/of Het internet op + Samen op t web Vragenlijst 2 Beste deelnemer, U heeft geoefend met

Nadere informatie

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO

Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 1 / 14 Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2010 Kennisnet.nl Scenario s voor Leren op Afstand in het MBO 2 / 14 Samenvatting Scenario s voor Leren op

Nadere informatie

Workshop -onderzoek. Zelfmanagementondersteuning vraagt om een recept op maat. Daphne Jansen & Lieke van Houtum NIVEL 24-04-2012

Workshop -onderzoek. Zelfmanagementondersteuning vraagt om een recept op maat. Daphne Jansen & Lieke van Houtum NIVEL 24-04-2012 Workshop -onderzoek Zelfmanagementondersteuning vraagt om een recept op maat Daphne Jansen & Lieke van Houtum NIVEL 24-04-2012 Centrale vragen Workshop: Hoe kunnen hulpbehoeften van mensen met een chronische

Nadere informatie

Is digitaal het nieuwe normaal? Een onderzoek bij kansengroepen naar hun gebruik van internet en sociale media voor arbeidsbemiddeling

Is digitaal het nieuwe normaal? Een onderzoek bij kansengroepen naar hun gebruik van internet en sociale media voor arbeidsbemiddeling Is digitaal het nieuwe normaal? Een onderzoek bij kansengroepen naar hun gebruik van internet en sociale media voor arbeidsbemiddeling Marijke Lemal, Steven Wellens & Eric Goubin Juni 2012 # 1 Opzet en

Nadere informatie

Internet en gemeentelijke website

Internet en gemeentelijke website Internet en gemeentelijke website Aanwezigheid aansluiting op Internet Het bezit van een computer; al dan niet met een internetaansluiting, is de afgelopen jaren gestaag gegroeid. Het lijkt erop dat aan

Nadere informatie

Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht

Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht Inventarisatie enquête over het gebruik van videofragmenten bij het onderwijs van Inleiding Staats- en Bestuursrecht Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden Afdeling ICT&O, Cleveringa Instituut,

Nadere informatie

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP Onderzoeksartikel 5 juni 2014 De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP M.R.L. Nass; onderzoekstudent Farmakunde Abstract Doelstelling: Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van

Nadere informatie

Rapport Het recht op informationele zelfbeschikking in de zorg

Rapport Het recht op informationele zelfbeschikking in de zorg Rapport Het recht op informationele zelfbeschikking in de zorg in opdracht van de Raad voor Volksgezondheid & Zorg Datum 24 april 2014 Versie 1.0 Auteur Miquelle Marchand T: +31 13 466 8323 E: m.marchand@uvt.nl

Nadere informatie

Laurentius Cliëntenpanel Informatievoorziening en openingstijden. Cliëntenraad Laurentius Ziekenhuis

Laurentius Cliëntenpanel Informatievoorziening en openingstijden. Cliëntenraad Laurentius Ziekenhuis Laurentius Cliëntenpanel Informatievoorziening en openingstijden Cliëntenraad Laurentius Ziekenhuis Rapportage auteur: Jos Beerens / juni 2014 Respons Respons: 67% 33% 67% ingevuld niet ingevuld Laurentius

Nadere informatie

Hoe bedrijven social media gebruiken

Hoe bedrijven social media gebruiken Hoe bedrijven social media gebruiken SMO_214 Powered by Pondres Onderzoek Rob van Bakel Auteurs Milou Vanmulken Sjors Jonkers Beste lezer, Ook in 214 publiceren Pondres en MWM2 het Social Media Onderzoek.

Nadere informatie