DISCRIMINATIE IN VERZEKERINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DISCRIMINATIE IN VERZEKERINGEN"

Transcriptie

1 Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar MASTERPROEF van de opleiding Master in de rechten DISCRIMINATIE IN VERZEKERINGEN Promotor: Prof. Dr. BERNAUW Kris CARION Katrien

2 Inhoudsopgave Inleiding Wetgevend kader Internationale antidiscriminatieregels Europese antidiscriminatieregels EVRM Europees Gemeenschapsrecht Nationale antidiscriminatieregels Bevoegdheidsverdeling De grondwet Wet op de Landverzekeringsovereenkomst Racismewet van 30 juli Wet gelijke behandeling mannelijke en vrouwelijke werknemers van 7 mei Antidiscriminatiewet van 25 februari Wet Aanvullende Pensioenen Wetten van 10 mei De Wet Verwilghen Decreet houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid van 10 juli De Antidiscriminatiewet van 10 mei Algemeen Begrip discriminatie in de Antidiscriminatiewet Toepassingsgebied Onderscheid en discriminatie Discriminatieverbod Directe discriminatie Indirecte discriminatie Open en gesloten systeem Bewijsregeling Handhaving Burgerrechtelijke sancties Strafrechtelijke sancties Besluit Rechtvaardiging Algemeen Overzicht van de beschermde criteria en hun rechtvaardigingsmogelijkheden Rechtvaardiging van onderscheid op basis van ras, huidskleur, afkomst, nationale afstamming en nationaliteit Rechtvaardiging van onderscheid op basis van geslacht, zwangerschap, bevalling, moederschap en geslachtsverandering Rechtvaardiging van onderscheid op basis van leeftijd, seksuele geaardheid, geloof of levensbeschouwing en handicap Rechtvaardiging van onderscheid op basis van burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, fysieke of genetische eigenschap en sociale afkomst Rechtvaardigingstoets Legitiem doel Geschikt Noodzakelijk Positieve actie

3 3.5. Vrijwaringsclausule Redelijke aanpassingen Wezenlijke en bepalende beroepsvereisten De verzekeringstechniek Risicodifferentiatie Gevaar van antiselectie en moral hazard Spontane mededelingsplicht Vrijheid van contracteren Recht op verzekering Solidariteit Groepsbenadering tegenover individualistische benadering Zaak Testaankoop versus DKV-verzekeraar Geslachtsdiscriminatie De Genderwet van 10 mei Geslachtsdiscriminatie Opting-out Verzekering van chronisch zieken en andersvaliden Algemeen Begrip handicap Rechtvaardigingstoets aan de hand van redelijke aanpassingen Conclusie Bibliografie

4 VOORWOORD Bij een masteropleiding hoort een belangrijk onderdeel, de masterproef. Dat maakt er de keuze van een onderwerp niet gemakkelijker op. Eerst en vooral heb ik gekeken naar de toekomst. Een job bij de bank of in de verzekering spreekt mij enorm aan. Daarom is een ruime kennis van het vakgebied een pluspunt. Verzekering kreeg de voorkeur. Het is een zeer interessant vak en iedereen komt er uiteindelijk mee in aanraking. Je koopt een auto, dus heb je een burgerlijke aansprakelijkheidsautoverzekering nodig, want deze is verplicht. Zonder een schuldsaldoverzekering kun je geen huis kopen Een verzekering beschermt niet alleen onszelf, maar ook onze activiteiten en ons kapitaal. Opmerkelijk feit is dat de laatste jaren veel negatieve berichten in de pers verschijnen. Dat zijn dan vooral klachten wegens het opzeggen van de verzekeringsovereenkomst, het moeilijk vinden van een verzekeraar en onbetaalbare premies. Discriminatie in verzekering raakt ook mij, want ik ben jonger dan 26 jaar en ook voor mij is een eigen burgerlijke aansprakelijkheidsautoverzekering te duur. Het is van groot belang dat iedereen toegang heeft tot verzekeringen en dat het niet is weggelegd voor enkel de rijken of de goede risico s. Laat het nu net de andere groep (de slechte risico s en de minder welgestelde mensen) zijn, die dit beschermingsmechanisme het meest nodig heeft. Op wetgevend vlak is de laatste jaren al veel gebeurd. Nu nog steeds worden er wetgevende initiatieven genomen. Niet alleen op nationaal vlak, maar ook Europa is druk in de weer met dit thema. Deze masterproef geeft een beeld van de antidiscriminatiewetgeving en wordt de nieuwe Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 uitvoerig besproken. Verder wordt de verzekeringstechniek toegelicht. Ten slotte richt de masterproef zich tot twee specifieke probleemgebieden, met name discriminatie van chronisch zieken en mindervaliden en geslachtsdiscriminatie. Als slot wil ik nog een aantal mensen bedanken. Eerst en vooral mijn promotor Professor Bernauw. Verder bedank ik mijn ouders Frans en Christiane voor hun hulp en steun. Ook dank aan Lieven De Raeve en Jan Ruysseveldt om alles na te lezen en voor hun advies. Veel leesplezier! Katrien Carion 4

5 Inleiding In een eerste deel vindt u een overzicht van relevante internationale, Europese en nationale wetgeving. Daarna bespreek ik de nieuwe Antidiscriminatiewet van 10 mei In dit deel wordt het begrip discriminatie toegelicht, het toepassingsgebied van de Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 en het verschil tussen onderscheid en discriminatie. Verder wordt het onderscheid tussen een open en gesloten systeem besproken en de keuze van de Belgische wetgever. Als afsluiter van dit deel belicht ik de bewijsregeling en de handhaving van de nieuwe Antidiscriminatiewet. Het derde deel is de rechtvaardiging. Na het algemeen deel volgt een overzicht van de beschermde criteria en hun rechtvaardigingsmogelijkheden. Om te weten of het onderscheid toegelaten is, moet men de rechtvaardigingstoets doen. Ook de wet schrijft enkele rechtvaardigingsgronden voor. Dit zijn positieve actie, de vrijwaringsclausule, redelijke aanpassingen en de wezenlijke en bepalende beroepsvereisten. De verzekeringstechniek komt ruim aan bod in het vierde deel. Om een goede verzekeringsmaatschappij te runnen, moet men aan differentiatie doen. Een ander kenmerk van verzekering is solidariteit. Tevens moet de verzekeraar rekening houden met de gevaren van het slecht beoordelen en indelen van risico s. Ook licht ik de verschillende benaderingen van gelijkheid en rechtvaardigheid van de verzekeraars en de wetgever toe. Verder bespreek ik de vrijheid van contracteren en de spontane mededelingsplicht, alsook het recht op verzekering. Tot slot bekijken we een belangrijke zaak uit de Belgische rechtspraak. In het volgende deel van mijn masterproef bekijk ik de geslachtsdiscriminatie. Eerst geef ik een bespreking van de Genderwet en Genderrichtlijn, daarop volgt een uiteenzetting over de opt-outmogelijkheid. De opt-outmogelijkheid wordt gedefinieerd, de problemen in België worden toegelicht en tot slot volgt een bespreking van de gevolgen. Het laatste deel behandelt de problematiek van verzekering van chronisch zieken en andersvaliden. Deze categorie kent heel wat problemen in verband met een betaalbare premie en verzekerbaarheid. Discriminatie in verzekeringen is een heel boeiend en actueel onderwerp waar heel wat over geschreven is. Er is vaak kritiek op de omzetting van de Europese regelgeving in nationaal recht. De wetgever wordt dan ook vaak door de Hoven op zijn vingers getikt. Genoeg stof om over te schrijven dus. 5

6 1. Wetgevend kader 1.1. Internationale antidiscriminatieregels Heel wat verdragen erkennen de bescherming tegen discriminatie als een grondrecht. Sommige verdragsbepalingen voeren op algemene gronden een discriminatieverbod in, in het algemeen zoals het EVRM. Artikel 14 EVRM houdt slechts een waarborg in tegen discriminatie met betrekking tot het genot van de rechten en vrijheden welke in het verdrag en de toegevoegde protocollen zijn vermeld 1. Of op specifieke domeinen zoals artikel 7 van het Internationaal Verdrag van 19 december 1966 inzake economische, sociale en culturele rechten. Dit artikel proclameert een gelijke beloning van gelijkaardig werk zonder onderscheid van welke aard ook. Andere verdragen betreffen specifieke discriminaties. Het gaat dan over discriminatie op basis van racisme 2 en discriminatie van kinderen 3. Vooral geslachtsdiscriminatie komt aan bod, zowel algemeen als specifiek. Het Verdrag van 18 december 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen bevat een algemeen discriminatieverbod en een specifiek discriminatieverbod vindt men terug in het Europees Sociaal Handvest van 18 oktober Artikel 4.3. erkent het recht van mannelijke en vrouwelijke werknemers op gelijke beloning voor gelijkaardige arbeid. Het BUPO-verdrag is een internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december Het verdrag bevat twee bepalingen in verband met discriminatie. Artikel 2, 1 BUPO poneert het beginsel van de eerbiediging van alle in het verdrag erkende rechten zonder onderscheid, van welke aard ook. Artikel 2 BUPO: Iedere Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich de in dit Verdrag erkende rechten te eerbiedigen en deze aan een ieder die binnen zijn grondgebied verblijft en aan zijn rechtsmacht is onderworpen te verzekeren, zonder onderscheid van welke aard ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, welstand, geboorte of enige andere omstandigheid. Artikel 26 BUPO bevat een algemeen discriminatieverbod. Artikel 26 BUPO: Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. In dit verband verbiedt de wet discriminatie van welke aard ook en garandeert aan ieder gelijke en doelmatige bescherming tegen discriminatie op welke grond ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Beide artikels hebben betrekking op de verticale relatie, overheid-burger, en hebben directe werking in onze rechtsorde Europese antidiscriminatieregels EVRM Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van 1950 bevat de oudste Europese antidiscriminatieregel in artikel 14 EVRM. 1 Zie E.V.R.M. 2 Internationaal Verdrag van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. 3 Verdrag van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind. 6

7 Artikel 14 EVRM houdt een verbod van discriminatie in: het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status. Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status. De regels van het EVRM hebben directe werking in de Belgische rechtsorde. De definitie van discriminatie wordt voor het eerst geformuleerd in een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 23 juli Het Hof stelde dat het discriminatieverbod wordt geschonden als er voor het gemaakte onderscheid geen objectieve en redelijke verantwoording bestaat, hetgeen moet beoordeeld worden in verband met het doel en de gevolgen van de betreffende maatregel en rekening houdend met principes die in een democratische samenleving algemeen heersen. Een onderscheid moet niet alleen een wettig doel nastreven: artikel 14 wordt eveneens geschonden als duidelijk vaststaat dat de aangewende middelen redelijkerwijze gesproken niet evenredig zijn aan het beoogde doel 4. Sindsdien is deze definitie in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State terechtgekomen Europees Gemeenschapsrecht Artikelen 12, 13 en 119 EG-verdrag De Europese Gemeenschapsregelgeving verplicht de staten om een wetgevend kader uit te werken dat een uitbanning van discriminaties tot doel heeft. De grondslag van de Europese reglementering inzake discriminatie vindt men in de artikelen 12, 13 en 119 EG-verdrag. Artikel 12 EG-verdrag verbiedt elke discriminatie op grond van nationaliteit. De Raad kan binnen de grenzen van de door het EG-verdrag aan de Gemeenschap verleende bevoegdheden passende maatregelen nemen op grond van artikel 13 EG-verdrag om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. In uitvoering van deze artikelen werden een aantal richtlijnen uitgevaardigd die van bijzonder belang zijn voor de verzekeringsactiviteiten 5. De richtlijn gelijkheid man/vrouw in aanvullende sociale voorzieningen 6, de rasrichtlijn 7 van 29 juni 2000, de kaderrichtlijn gelijkheid betreffende arbeid en beroep 8 van 27 november 2000 en de richtlijn inzake de bewijslast in geval van discriminatie op grond van geslacht 9 van 15 december Deze richtlijnen werden in nationaal recht omgezet door de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 en de Wet Aanvullende Pensioenen van 28 april J. VELAERS, De objectieve en redelijke rechtvaardiging in C. VAN SCHOUBROECK en H. COUSY (eds), Discriminatie in verzekering, Antwerpen, Maklu, 2007, C. VAN SCHOUBROECK en Y. THIERRY, Discriminatie en verzekering, RW , nr.7, Richtlijn 86/378/EEG 7 Richtlijn 2000/43/EG 8 Richtlijn 2000/78/EG 9 Richtlijn 97/80/EG 7

8 De rasrichtlijn De Rasrichtlijn is de richtlijn 2000/43/EG van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming en verbiedt discriminatie op grond van ras of etnische afstamming binnen een relatief ruim toepassingsgebied 10. De richtlijn maakte deel uit van een pakket voorstellen dat in november 1999 door de Commissie is ingediend. Hiertoe behoorden eveneens een voorstel voor een tweede richtlijn betreffende discriminatie op grond van godsdienst en overtuiging, leeftijd, handicap en seksuele geaardheid en een actieprogramma voor financiële ondersteuning van activiteiten ter bestrijding van discriminatie. Richtlijn 2000/43/EG bouwde weliswaar voort op een aantal concepten van de EG-wetgeving, die discriminatie op grond van geslacht en nationaliteit verbiedt, maar in menig opzicht was de door de Raad goedgekeurde definitieve tekst vernieuwend van aard. Zo had de richtlijn betrekking op alle mensen. Ook reikte zij veel verder dan de bescherming tegen discriminatie op het traditionele terrein van de arbeid en strekte zij zich uit tot gebieden, zoals sociale voorzieningen, gezondheidszorg, onderwijs en - wat van cruciaal belang was - toegang tot goederen en diensten die voor het publiek beschikbaar zijn, waaronder huisvesting. In sommige lidstaten bestaan er problemen in verband met de scheiding tussen de publieke en private sfeer en lopen de opvattingen ten aanzien van inmenging in de vrijheid van beslissing of van contract uiteen. Als er reclame wordt gemaakt voor goederen, diensten of banen, ook al is het maar door middel van een op een raam aangebrachte mededeling, dan zijn deze toegankelijk voor het publiek en vallen zij derhalve binnen het toepassingsgebied van de richtlijn. Richtlijn 2000/43/EG bevat duidelijke en gedetailleerde definities van het begrip discriminatie. De definitie van directe discriminatie in de richtlijn berustte op wetgeving inzake discriminatie op grond van het geslacht, terwijl de definitie van indirecte discriminatie ontleend werd aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie betreffende het vrije verkeer van werknemers. Zowel intimidatie als de opdracht tot discrimineren worden als vormen van discriminatie beschouwd. Er wordt op gewezen dat het voorschrift om te zorgen voor bescherming tegen represailles, een beslissende factor om personen de mogelijkheid te bieden om hun rechten te doen gelden, van toepassing is op alle vier concepten van discriminatie: directe of indirecte discriminatie, intimidatie of een opdracht om te discrimineren. De rasrichtlijn was in zoverre innovatief dat zij de lidstaten verplichtte een orgaan op te richten voor de bevordering van gelijke behandeling van alle personen, zonder discriminatie op grond van ras of etnische afstamming. België heeft maatregelen getroffen die verder gaan dan hetgeen de rasrichtlijn voorschrijft en heeft een instantie voor gelijke kansen opgericht die zich richt op alle gronden van discriminatie die onder de Europese wetgeving inzake de bestrijding van discriminatie en/of meer algemene overeenkomsten inzake mensenrechten vallen. De richtlijn stelt als minimumvereiste dat de instantie bevoegd moet zijn om onafhankelijke bijstand aan de slachtoffers van discriminatie te verlenen, onafhankelijke onderzoeken over discriminatie te verrichten en onafhankelijke verslagen te publiceren en aanbevelingen te doen over onderwerpen die met discriminatie verband houden

9 De rasrichtlijn betekent een belangrijke stap voorwaarts bij de bestrijding van rassendiscriminatie in de EU. Hoewel alle lidstaten over een bepaalde vorm van wetgeving op het terrein van gelijkheid en non-discriminatie beschikten, moest als gevolg van de omzetting van de rasrichtlijn in een groot aantal lidstaten de wetgeving aanzienlijk worden gewijzigd of moesten er zelfs geheel nieuwe wetten worden ingevoerd De kaderrichtlijn De Kaderrichtlijn is de richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, dus discriminatie verbiedt op grond van een aanzienlijk aantal limitatief opgesomde criteria binnen de beroepssfeer. De kaderrichtlijn stelt een algemeen kader in voor de naleving van het beginsel van gelijke behandeling van personen in de Europese Unie, ongeacht ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, in verband met de toegang tot werkgelegenheid of beroep, de promotiekansen, de beroepsopleiding, de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden en het lidmaatschap van bepaalde organen 11. De kaderrichtlijn heeft betrekking op de volgende gebieden: de toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige, ook in verband met de promotiekansen, de beroepsopleiding, werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden (ook inzake salaris en ontslag) en lidmaatschap van en betrokkenheid bij organisaties van werkgevers of werknemers of andere beroepsorganisaties. Het zal worden toegepast in de overheidssector zowel als in de particuliere sector en voor betaalde zowel als voor onbetaalde arbeid. Er zijn drie gevallen waarin een ongelijke behandeling toegelaten is. Ten eerste als wezenlijke beroepskwalificaties vereist zijn. In sommige gevallen is een verschil in behandeling gerechtvaardigd door de aard van het werk of wegens de context waarbinnen de functie wordt uitgeoefend. Ten tweede bij het maken van verschillen in behandeling op grond van de leeftijd. Dergelijke verschillen in behandeling zijn toegelaten op voorwaarde dat zij objectief gerechtvaardigd zijn, en dat zij gepast en nodig zijn voor het bereiken van een legitiem doel op de arbeidsmarkt (bescherming van jongeren en van oudere werknemers, vereisten in verband met de duur van de beroepservaring). Ten slotte is ongelijke behandeling toegestaan in geval van positieve actie. De lidstaten hebben het recht maatregelen te handhaven of vast te stellen die bedoeld zijn om bestaande ongelijkheden te voorkomen of om deze te compenseren (maatregelen voor de beroepsintegratie van jongeren, de overgang van werk naar pensioen). Discriminatie op basis van geslacht wordt in deze richtlijn niet behandeld, omdat dit beginsel al aan bod komt in de richtlijn 76/207/EEG over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en de richtlijn 86/613/EEG over de gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen Richtlijn man/vrouw in goederen en diensten Recenter is de richtlijn man/vrouw in goederen en diensten 12 van 13 december Deze resulteerde in de Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie. De richtlijn van 2004 beoogt een kader te creëren voor de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Het toepassingsgebied ervan strekt zich uit tot alle personen die verzekeringen en aanverwante financiële diensten buiten de privé- en gezinssfeer aanbieden en die publiekelijk beschikbaar Richtlijn 2004/113/EG 9

10 zijn 13. De richtlijn man/vrouw in goederen en diensten houdt een verbod in van directe discriminatie op basis van geslacht zonder een algemene rechtvaardigingsmogelijkheid 14. Concreet betekent dit een verbod van het gebruik van gescheiden sterftetafels voor mannen en vrouwen in levens- en ziekteverzekering. De ongelijke behandeling van vrouwen wegens zwangerschap en moederschap is expliciet verboden zonder enige rechtvaardigingsgrond. Dit is vooral van belang voor de ziekteverzekeringen Recente ontwikkelingen Het Europees Parlement heeft op donderdag 2 april 2009 een nieuwe antidiscriminatierichtlijn aangenomen. Het toepassingsgebied van deze richtlijn zal zich beperken tot goederen en diensten op het gebied van sociale bescherming en gezondheidszorg, sociale zekerheid, onderwijs en de toegang tot goederen en diensten, met inbegrip van huisvesting en vervoer. Deze richtlijn, die is voorgesteld door de Europese Commissie, verbiedt discriminatie op grond van godsdienst, handicap, leeftijd en seksuele voorkeur. Nu is discriminatie op deze gronden alleen nog verboden op de arbeidsmarkt, en niet op terreinen als onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. Bescherming tegen rassen- en seksediscriminatie op andere gebieden bestaat al wel. De richtlijn is een aanvulling op bestaande wetgeving. De richtlijn heeft nog geen kracht van wet, want om in werking te treden moet de richtlijn unaniem worden aangenomen door de Raad van de Europese Unie. Ook werd in een opting-outmogelijkheid voorzien, maar dit komt later uitgebreid aan bod Nationale antidiscriminatieregels Voor 2003 werd naar Belgisch recht het differentiatiebeleid van verzekeraars juridisch voornamelijk afgebakend door de algemene zorgvuldigheidsnorm, de leer van het rechtsmisbruik en de onrechtmatige bedingen. Ook voor de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 bleven ongeoorloofde differentiaties niet onbestraft. Het gemeen recht voorziet zelf in een aantal mechanismen om ongeoorloofde differentiaties te beteugelen 16. Een eerste mechansime is de onverenigbaarheid met de openbare orde of de goede zeden. Een eerste middel ter handhaving van de grondrechten ( in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod) ligt in het verbod om bij overeenkomst afbreuk te doen aan de regels die de openbare orde en de goede zeden betreffen. Enerzijds doet men beroep op het verbod om overeenkomsten of contractuele bepalingen die tegen grondrechten indruisen buiten werking te stellen. Anderzijds wordt het verbod om bij overeenkomst afbreuk te doen aan regels die de openbare orde en de goede zeden betreffen ingeroepen om gevallen van ongeoorloofde contractsweigering te bestraffen. De rechter zal ambtshalve de nietigheid uitspreken, niet over de hele overeenkomst maar enkel het deel of de clausule die in strijd is met de openbare orde. Ten tweede de precontractuele aansprakelijkheid en de algemene zorgvuldigheidsplicht van art BW. Deze theorie van de precontractuele aansprakelijkheid is gestoeld op de artikelen 1382 en 1383 BW. Een discriminatoire gedraging zal pas aanleiding geven tot 13 C. VAN SCHOUBROECK en Y. THIERRY, Discriminatie en verzekering, RW , nr.7, C. VAN SCHOUBROECK en Y. THIERY, Juridische grenzen aan classificatie in verzekeringen in C. VAN SCHOUBROECK en H. COUSY (eds), Discriminatie in verzekering, Antwerpen, Maklu, 2007, Artikel 4, 1, a Richtlijn man/vrouw in goederen en diensten. 16 K. VANDERSCHOT, "De bestrijding van discriminatie in het gemeen contractenrecht", in S. Stijns en P. Wéry, (ed.), De Antidiscriminatiewet en het contractenrecht, Brugge, die Keure, 2005,

11 schadevergoeding indien voldaan is aan volgende voorwaarden. Er moet een fout zijn, daaruit moet schade volgen en er moet een causaal verband bestaan tussen beide. Verder de leer van de gekwalificeerde benadeling. De leer van de gekwalificeerde benadeling werd ontwikkeld door de rechtspraak en rechtsleer. Op grond van deze leer kan de rechter een correctie doorvoeren wanneer zich bij een wederkerige overeenkomst een aanzienlijk onevenwicht voordoet dat te wijten is aan het misbruik dat één van de partijen heeft gemaakt van de inferieure positie van de andere. Ook bestaat er een verbod van rechtsmisbruik. Volgens het Hof van Cassatie is rechtsmisbruik de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en bezorgd persoon. Een onrechtmatige contractsweigering bekomt men door het misbruik van een buitencontractueel recht. De contractsweigering wordt beschouwd als een misbruik van het recht om niet te contracteren. Een laatste mechanisme is de vertrouwensleer. Principieel ontstaan verbintenissen wanneer partijen akkoord gaan om zich te verbinden. Sommige verbintenissen ontstaan evenwel zonder akkoord, dit ondermeer wanneer de tegenpartij in redelijkheid mocht vertrouwen dat de andere partij akkoord ging met de verbintenis. Zelfs bij het formuleren van een voorstel zouden legitieme verwachtingen worden gewekt bij een potentiële wederpartij kunnen dat het contract ook daadwerkelijk zal tot stand komen. Indien degene die de verwachtingen heeft gewekt dan toch weigert een overeenkomst aan te gaan op het moment dat de wederpartij ook al kosten heeft gemaakt of een verlies heeft gelden door andere kansen te laten voorbijgaan, kan er sprake zijn van schending van het vertrouwen met een schadevergoedingsplicht tot gevolg 17. Na 2003 en tot 2007 steunde de regelgeving inzake bestrijding van discriminatie hoofdzakelijk op 3 wetgevende instrumenten: de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003, de Antiracismewet van 30 juli 1981 en de Wet van 7 mei 1999 inzake gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke werknemers Bevoegdheidsverdeling Aangezien België een federale staat is, moeten we naar de bevoegdheidsverdeling kijken om te weten welke overheid bevoegd is om wetgevend op te treden. De federale overheid is enkel bevoegd om regels te stellen in aangelegenheden die binnen haar bevoegdheidsdomein liggen en om een algemeen verbod in te stellen via haar bevoegdheden inzake burgerlijk recht, handelsrecht, arbeidsrecht en strafrecht 18. Grondrechten zijn geen exclusieve federale aangelegenheid 19. Dit werd bevestigd door het Grondwettelijk Hof 20 ( vroeger Arbitragehof) en de Raad van State. 17 A. DE BOECK, Doorwerking van het gelijkheidsbeginsel in het contractenrecht. De contractvrijheid in het nauw gedreven? in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, 2003, P. Popelier, Laten we allemaal vriendjes zijn! Over de antidiscriminatiewet en wetgevingsmethoden. in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, J. Velaers, De horizontale werking van het discriminatieverbod in de discriminatiewet, enkele constitutionele beschouwingen., in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, Arbitragehof, nr. 124/99, 25 november 1999, overw. B

12 De Raad van State gaat er van uit dat het algemeen discriminatieverbod als het ware een overkoepelende kadernorm is, die tot de residuaire federale bevoegdheid behoort en dat met eerbiediging van de federale kaderwet er bij decreet en ordonnantie bijzondere discriminatiegronden kunnen worden uitgevaardigd door de Gemeenschappen en Gewesten, ieder binnen zijn bevoegdheid 21. Ook in de rechtsleer bevestigt men dat grondrechten dienen te worden gewaarborgd door iedere wetgevende vergadering binnen de grenzen van haar materieel en territoriaal bepaalde bevoegdheid. Hieruit volgt dat de wetgevende vergaderingen elk binnen de eigen bevoegdheid moeten optreden wanneer internationale verdragen of Europese richtlijnen het discriminatieverbod in de horizontale relatie waarborgen. De Gemeenschappen en Gewesten hebben zelf de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden binnen hun bevoegdheidsdomein en de federale wetgever kan ook burgerrechtelijk niet zomaar binnendringen in domeinen als onderwijs en mindervalidenbeleid (persoongebonden aangelegenheden). Uit de parlementaire stukken kan worden afgeleid dat de globaliteit van het beleid inzake mindervaliden in beginsel toekomt aan de Gemeenschappen. Op dit beginsel zijn twee uitzonderingen betreffende financiële tegemoetkoming. Ook de arbeidsrechtelijke bepalingen die specifiek voor mindervaliden gelden behoren tot de bevoegdheid van de federale wetgever. De Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 ging zijn bevoegdheid te buiten, want het toepassingsgebied van artikel2, 3 was veel ruimer. Het ontbreken van redelijke aanpassingen voor de persoon met een handicap vormt een discriminatie in de zin van deze wet. Als een redelijke aanpassing wordt beschouwd de aanpassing die geen onevenredige belasting betekent, of waarvan de belasting in voldoende mate gecompenseerd wordt door bestaande maatregelen De grondwet Artikel 10 GW bevat de regels van de gelijkheid voor de wet, dit is de positieve verwoording van het gelijkheidsbeginsel. Terwijl artikel 11 GW de regel vastlegt van de niet-discriminatie in het genot van de rechten, dit is de negatieve verwoording van het gelijkheidsbeginsel. Beide zijn de uitdrukking van hetzelfde principe en onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar niet elk verschil in behandeling is een verboden onrechtmatige discriminatie. Verschil in behandeling is slechts verboden of discriminatoir indien voor dat verschil geen redelijke verantwoording wordt gegeven. Het gelijkheidsbeginsel en het niet-discriminatiebeginsel gelden in beginsel in de verhouding tussen de overheid en haar burgers. De vraag is nu hoe deze beginselen in private verhoudingen kunnen worden ingeroepen. Volgens de traditionele visie golden grondrechten niet in privaatrechtelijke verhoudingen 22. Ze beheersen de relatie burger-overheid. Later kwam deze visie onder druk te staan en is men er zich bewust van geworden dat grondrechten een fundamenteel karakter hebben en dus ook privaatrechtelijke betekenis vertonen. Aan deze discussie is trouwens een einde gekomen met 21 J. VELAERS, De horizontale werking van het discriminatieverbod in de discriminatiewet, enkele constitutionele beschouwingen,in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, 2003, J. VELAERS, De horizontale werking van het discriminatieverbod in de discriminatiewet, enkele constitutionele beschouwingen,in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, 2003,

13 de komst van de Antidiscriminatiewet van 2003, want deze biedt een wettelijke grondslag voor de horizontale doorwerking van de voornoemde principes Wet op de Landverzekeringsovereenkomst Verbod van differentiatie op grond van genetisch voorspelbare gezondheidstoestand Artikel 95 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992 behandelt de problematiek rond medische informatie. De door de verzekerde gekozen arts kan de verzekerde die erom verzoekt de geneeskundige verklaringen afleveren die voor het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst nodig zijn. Deze verklaringen beperken zich tot een beschrijving van de huidige gezondheidstoestand. Deze verklaringen mogen uitsluitend aan de adviserend arts van de verzekeraar worden bezorgd. Deze mag de verzekeraar geen informatie geven die niet-pertinent is gezien het risico waarvoor de verklaringen werden opgemaakt of betreffende andere personen dan de verzekerde. Het medisch onderzoek, noodzakelijk voor het sluiten en het uitvoeren van de overeenkomst, kan slechts steunen op de voorgeschiedenis van de huidige gezondheidstoestand van de kandidaat-verzekerde en niet op technieken van genetisch onderzoek die dienen om de toekomstige gezondheidstoestand te bepalen. Mits de verzekeraar aantoont de voorafgaande toestemming van de verzekerde te bezitten, geeft de arts van de verzekerde aan de adviserend arts van de verzekeraar een verklaring af over de doodsoorzaak. Wanneer er geen risico meer bestaat voor de verzekeraar, bezorgt de adviserend arts de geneeskundige verklaringen, op hun verzoek, terug aan de verzekerde of, in geval van overlijden, aan zijn rechthebbenden. Gezien de recente ontwikkelingen in de geneeskunde en meer bepaald op vlak van genetica, kon men vanuit de verzekeringspraktijk, het verzekeringsrecht en het recht in het algemeen, niet langer heen om de vraag betreffende het lot van patiënten met ernstige genetische afwijkingen en meer concreet met betrekking tot hun mogelijkheden of hun kans om een levensverzekering of andere verzekeringen af te sluiten ter dekking van het voor hen beduidend hoger overlijdensrisico 24. De wens het risico bij het afsluiten van dergelijke verzekeringen beter te kunnen inschatten, kan voor een verzekeraar inderdaad aanleiding zijn voor het voorspellend karakter van genetische gegevens te benutten. Men kan de mededelingsplicht van de verzekeringnemer uitbreiden tot genetische gegevens die aan het licht zijn gekomen tijdens vroeger verricht erfelijkheidsonderzoek. Ofwel kan men aan de verzekeringnemer dergelijke gegevens vragen. Een andere mogelijkheid is de verzekeringnemer te verzoeken zich te onderwerpen aan een bepaald erfelijkheidsonderzoek 25. Een predictief genetisch onderzoek als negatief rekruteringsinstrument in handen van de verzekeraars kan een inbreuk op de privacy van het individu vormen en kan tevens problemen geven op het vlak van toegang tot verzekeringen. In het bijzonder bij levensverzekeringen waarbij de toekomstige gezondheid centraal staat. Wanneer wordt vastgesteld dat de kandidaat verzekeringnemer drager is van genetische eigenschappen die op aanzienlijk verhoogde gezondheidsrisico s wijzen, kan het sluiten van 23 Y. THIERY, De antidiscriminatiewet: verzekeren over dezelfde kam?, Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht 2003, H. CLAASSENS, Medische informatie en beroepsgeheim inzake persoonsverzekering in de nieuwe wet op de verzekeringsovereenkomst. Wat nu in de praktijk?, Leuven, K.U. Leuven, Centrum voor de verzekeringswetenschap, 1993, K. TROCH, Commentaar bij art 95 WLVO, Over 2003, afl. 8,

14 bepaalde verzekeringsovereenkomsten veel moeilijker of zelfs onmogelijk worden. In dit geval spreekt men van genetische discriminatie. Artikel 95 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni 1992 laat dus een medisch onderzoek toe dat noodzakelijk is voor het sluiten en uitvoeren van een verzekeringsovereenkomst. Dit mag slechts steunen op de voorgeschiedenis van de huidige gezondheidstoestand van de kandidaat verzekeringnemer of verzekerde en niet op technieken van genetisch onderzoek om de toekomstige gezondheidstoestand te bepalen. Artikel 95 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni 1992 bevestigt hiermee artikel 5, lid 1 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni Dat artikel stelt dat de verzekeringnemer de verplichting oplegt bij het sluiten van de overeenkomst alle hem bekende omstandigheden nauwkeurig mee te delen die hij redelijkerwijs moet beschouwen als gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar. Hij moet de verzekeraar echter geen omstandigheden meedelen die deze laatste reeds kende of redelijkerwijs had moeten kennen. Ten slotte mogen genetische gegevens niet worden meegedeeld. De bepaling uit artikel 95 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni 1992 voert een absoluut verbod in op het meedelen of aanwenden van genetische gegevens zowel in hoofde van de arts als van de verzekeraar en de verzekeringnemer. De wetgever argumenteert als volgt 26. Ten eerste wegens het feit dat bepaalde wetenschappelijke technieken zoals een genetisch onderzoek van aard zijn om op een zeer nauwkeurige wijze de toekomstige gezondheidstoestand van de verzekeringnemer te voorspellen, bestaat er een gevaar op oneigenlijke risicoselectie. Hierdoor wordt het voor degenen die te veel afwijken van de standaardgezondheidsnorm zeer moeilijk of zelfs onmogelijk om nog een levensverzekering aan te gaan. Het is dus de bedoeling om oneigenlijke risicoselectie te voorkomen en de verzekeraar te verplichten de verzekerden in voldoende ruime groepen te catalogeren. Zo wordt voorkomen dat de verzekeraar systematisch risico s zou kunnen uitsluiten die zouden afwijken van de gezondheidsstandaard. Verder bestaat er een reëel gevaar op het doorbreken van de sociale solidariteit. Zo zou de groep van genetisch zwakkeren het risico lopen financieel niet meer bij machte te zijn zich te verzekeren tegen de traditionele risico s in het leven. Ten slotte wordt er op gewezen dat bij genetische screening niet alleen de gegevens van de patiënt worden bekomen, maar ook deze van zijn familieleden. Zo dreigt het recht op privacy van de bloedverwanten te worden doorbroken en kan dit ook voor hen leiden tot een moeilijker toegang tot verzekeringen Racismewet van 30 juli 1981 De Racismewet is eigenlijk de wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. De discriminatiegronden van de antiracismewet zijn nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming. De Racismewet is het oudste wettelijk instrument ter bestrijding van discriminatie in België. Ze geeft uitvoering aan het Rassendiscriminatieverdrag van de Verenigde Naties en bestraft discriminatie op basis van raciale en aanverwante gronden. De Racismewet is een strafwet die bepaalde vormen van rassendiscriminatie beteugelt. De Antidiscriminatiewetten zijn ruimer omdat er naast strafrechtelijke ook burgerrechtelijke bepalingen zijn in opgenomen K. TROCH, Commentaar bij art 95 WLVO, Over 2003, afl. 8, D. VANHEULE, De antidiscriminatiewet en de antiracismewet, in UFSIA. Centrum grondslagen van het recht, Vrijheid en gelijkheid. Horizontale werking van het gelijkheidsbeginsel en de nieuwe antidiscriminatiewet, Antwerpen, Maklu, 2003,

15 De definitie van discriminatie in de Racismewet is anders dan de definitie in de Antidiscriminatiewetten. Deze definitie lijkt ook strenger te zijn. Elke vorm van onderscheid die tot doel heeft of die tot gevolg heeft of kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen teniet gedaan, aangetast of beperkt is. Deze definitie komt uit het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Er is ook geen sprake van een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Dit volgt uit het Internationaal Verdrag van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Sommige rechtspraak schijnt de rechtvaardigingsgronden voor een onderscheid in behandeling wel te aanvaarden, maar in werkelijkheid stelt deze rechtspraak echter meestal vast dat de grond voor het onderscheid in behandeling niet de huidskleur of afstamming of nationaliteit is, maar een andere reden, die op iedereen wordt toegepast. De Wet van 1981 werd meermaals gewijzigd, maar op 10 mei 2007 werd een grote wijziging doorgevoerd door de racismewet en de wet van 2003 voor grote delen samen te voegen. Praktijk van de antiracismewet toonde aan dat het strafrechtelijke en repressieve karakter van de wet een doeltreffend optreden in de weg stond. Klachten werden vaak niet opgetekend of ernstig genomen. Vaak geseponeerd bij gebrek aan bewijzen. Bovendien geldt in het strafrecht het vermoeden van onschuld. Dus iemand is onschuldig tot bewijs van het tegendeel. Verleggen van de bewijslast is in het strafrecht niet mogelijk. Daarom werd in de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 de voorkeur gegeven aan een burgerrechtelijke weg Wet gelijke behandeling mannelijke en vrouwelijke werknemers van 7 mei 1999 De Wet gelijke behandeling mannelijke en vrouwelijke werknemers is een wet ingevoerd naar aanleiding van de omzetting van een aantal Europese richtlijnen in verband met de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. De Wet behandelt de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de lonen, de arbeidsvoorwaarden en de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding, de bij- en omscholing, de beroepskeuzevoorlichting, de promotiekansen en de toegang tot een zelfstandig beroep. De Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 voorzag dat de Wet van 7 mei 1999 van toepassing blijft. Dit betekent dat discriminatie op grond van geslacht onder de Antidiscriminatiewet valt, behalve wanneer die discriminatie zich voordoet in de arbeidsrechtelijke sfeer Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 Sinds 25 februari 2003 kent ons land, in navolging van Frankrijk en Nederland, een algemene wet die tot doel heeft een grote stap verder te gaan in de bestrijding van discriminatie. Het gaat om de Wet ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de Wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, die op 17 maart 2003 in het Belgisch Staatsblad verscheen. De bedoeling van deze wet is een nieuw wettelijk kader te creëren om discriminerend gedrag zowel op strafrechtelijk als burgerrechtelijk vlak te bestrijden in de horizontale relaties tussen burgers. Totnogtoe speelde het gelijkheidsbeginsel een belangrijke rol in de verticale relatie tussen de overheid en haar burgers. De Antidiscriminatiewet is echter een belangrijke mijlpaal 28 P. FOUBERT, Basisconcepten van de Wet Bestrijding Discriminatie in M. DE VOS en E. BREMS (eds), De Wet Bestrijding Discriminatie in de praktijk, Antwerpen, Intersentia, 2004,

16 geworden in zoverre zij de wettelijke grondslag vormt voor de doorwerking van het gelijkheidsbeginsel in de relaties tussen burgers. Gesloten opsomming De antidiscriminatiewet geeft een lijst van gronden, op basis waarvan discriminatie verboden is. Dit is een gesloten systeem van beschermingscriteria. De gronden die in de wet vernoemd worden zijn de volgende: het geslacht, een zogenaamd ras, de huidskleur, de afkomst, de nationale of etnische afstamming, de seksuele geaardheid, de burgerlijke staat, de geboorte, het fortuin, de leeftijd, het geloof of de levensbeschouwing, de huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een handicap of een fysieke eigenschap.3 Deze opsomming is exhaustief. Dit wil zeggen dat enkel discriminatie op basis van deze gronden door de wet verboden wordt. Het Grondwettelijk Hof heeft op 6 oktober geoordeeld dat een limitatieve opsomming v discriminatiegronden niet verantwoord is. Het Arbitragehof stelt dat het niet pertinent is bepaalde discriminatiegronden uit het toepassingsgebied van de wet uit te sluiten en dat er geen enkele verantwoording is opdat een verschil in behandeling op een grond zoals politieke overtuiging of taal, niet het voorwerp kan zijn van de burgerrechtelijke maatregelen waarin de wet voorziet. Zowel de directe als de indirecte discriminatie vallen onder het toepassingsgebied van de Antidiscriminatiewet. Zowel bij directe als bij indirecte discriminatie wordt de mogelijkheid geboden een zogenaamde objectieve rechtvaardiging te geven. Of er al dan niet een objectieve rechtvaardiging is voor de discriminatie zal de rechter beoordelen. De rechter zal afwegen of de bestraffing van de discriminatie niet in conflict komt met bepaalde grondrechten. Naast een algemene bescherming tegen discriminatie, voorziet de antidiscriminatiewet ook in een bescherming van enkele bijzondere verschijningsvormen van discriminatie. Zo stelt de wet dat het ontbreken van redelijke aanpassingen voor personen met een handicap een discriminatie uitmaakt. De wet beschouwt ook pesterijen als een vorm van discriminatie en wel wanneer er sprake is van ongewenst gedrag dat verband houdt met de discriminatiegronden dat tot doel of tot gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. In de wet wordt tevens gesteld dat elke handelwijze die erin bestaat een opdracht te geven zich discriminerend op te stellen jegens een persoon, groep, gemeenschap of een van hun leden op grond van een van de discriminatiegronden, te beschouwen is als discriminatie 30. Toepassingsgebied Sinds de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 staat vast dat het gelijkheidsbeginsel in België ook in particuliere verhoudingen werkzaam is. Deze wet is van toepassing bij het leveren of ter beschikking stellen van goederen en diensten aan het publiek, de toegang tot arbeid in de ruime zin, vermeldingen in officiële stukken en proces-verbaal, concrete uitingsvormen van discriminerende uitlatingen en de uitoefening van sociale, politieke of culturele activiteiten Arbitragehof nr. 157/2004, 6 oktober 2004, A.A. 2004, afl. 4, 1767, A.P.M. 2004, afl. 9, 203, A.M. 2005, afl. 2, 154, Journ. Proc. 2004, afl. 489, 21, Juristenkrant 2004, afl. 96, 4, Juristenkrant 2004, afl. 96, 5, Soc. Kron. 2005, afl. 1, 10, T.B.P. 2004, afl. 10, A. DELCROIX, Vrijheid van mening of discriminatie? De antidiscriminatiewet. RoSa vzw. Documentatiecentrum en Archief voor Gelijke Kansen, Feminisme en Vrouwenstudies, Artikel 2, 4 Antidiscriminatiewet 25 februari

17 Zodra een activiteit niet toegankelijk is voor het publiek en in de persoonlijke levenssfeer besloten ligt of enkel aan de leden van een vereniging is voorbehouden, is de Antidiscriminatiewet niet van toepassing en geldt bijgevolg het discriminatieverbod niet. Het aanbieden van verzekeringspolissen kan beschouwd worden als het leveren of ter beschikking stellen van goederen en diensten aan het publiek in de zin van artikel 2, 4. Hiervoor kan aansluiting worden gevonden bij de beslissingen van de Nederlandse Commissie Gelijke Behandeling, dit is een orgaan dat advies geeft over discriminatievraagstukken o.m. op basis van de Nederlandse Wet Gelijke Behandeling en dat stelt dat het sluiten van een verzekeringsovereenkomst onder het bereik valt van artikel 7 van de Nederlandse Wet Gelijke Behandeling. Dit artikel stelt discriminatie verboden bij het aanbieden van goederen of diensten 32. Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding De uitvoering van de antiracisme- en antidiscriminatiewet is in handen van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. Het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding werd in 1993 opgericht bij wet. Het is een autonome openbare dienst verbonden aan de federale overheid. CGKR verzamelt klachten over racisme of discriminatie, en kan die behandelen door advies, doorverwijzing, bemiddeling of gerechtelijke stappen. Door de Antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 werden de bevoegdheden aanzienlijk uitgebreid. Sindsdien heeft het Centrum als opdracht het bevorderen van de gelijkheid van kansen en het bestrijden van elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van: nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming; leeftijd, seksuele geaardheid, handicap, geloof of levensbeschouwing, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een fysieke of genetische eigenschap, en sociale afkomst 33. Het Centrum heeft eveneens tot opdracht te waken over het respect van de grondrechten van de vreemdelingen en de overheid te informeren over de aard en de grootte van de migratiestromen. Het heeft ook tot taak het overleg en de dialoog te ontwikkelen tussen alle overheidsactoren en de private actoren die betrokken zijn bij het opvang- en integratiebeleid van de immigranten. Bovendien heeft het Centrum de opdracht de bestrijding van de mensenhandel (en de mensensmokkel) te stimuleren 34. Voor discriminaties op basis van het geslacht is het Centrum niet bevoegd, maar wel een andere instantie, met name het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 35. Naast de natuurlijke personen die slachtoffers menen te zijn geworden van discriminatie, biedt de Antidiscriminatiewet aan het Centrum de mogelijkheid in rechte op te treden in de geschillen waartoe de wet aanleiding kan geven. Slachtoffers schrikken er soms voor terug om zelf een rechtsvordering in te stellen op individuele basis. Daarom voorziet de Antidiscriminatiewet de mogelijkheid voor bepaalde verenigingen om in rechte te treden. Deze verenigingen zijn het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, de representatieve organisaties, op voorwaarde dat afbreuk wordt gedaan van de statutaire opdrachten die ze zich tot doel hebben gesteld en de instellingen van openbaar nut en de 32 Y. THIERY, De antidiscriminatiewet: verzekeren over dezelfde kam?, Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht 2003, P. BORGHS, De antidiscriminatiewet. Handleiding bij de wet ter bestrijding van discriminatie, Antwerpen, Garant, 2003, Wet 16 december 2002, B.S. 31 december

18 verenigingen die op de datum van de feiten sedert vijf jaar rechtspersoonlijkheid genieten en die zich in hun statuten tot doel hebben gesteld de mensenrechten te verdedigen of bestrijden 36. De vordering is slechts ontvankelijk indien de instellers van het geding bewijzen dat zij handelen met de instemming van het slachtoffer. De verenigingen kunnen in rechte optreden in het kader van de hele Antidiscriminatiewet. Dit wil zeggen dat ze klacht kunnen indienen bij het parket, ze kunnen overgaan tot een rechtstreekse dagvaarding of zich burgerlijke partij stellen. Ze kunnen naast een strafrechtelijke procedure ook een burgerrechtelijke procedure instellen. Bewijslast De antidiscriminatiewet van 2003 pakt een heikel punt aan: de bewijsvoering van discriminatie. Het blijft voor een slachtoffer vaak moeilijk om te bewijzen dat er van discriminatie sprake was. Daarom keurde het parlement in 2003 de praktijktests principieel goed als onderdeel van de antidiscriminatiewet. Een praktijktest is een formeel georganiseerde situatietest: bijvoorbeeld wanneer twee jongeren die enkel in afkomst verschillen zich bij een discotheek aandienen, en slechts één van hen mag binnen, dan is er een vermoeden van discriminatie. Hetzelfde geldt wanneer twee kandidaten met hetzelfde profiel maar van een ander geslacht zich voor een baan aandienen, en één wordt afgewezen. Een dergelijke situatietest moet aan strikte voorwaarden voldoen om geldig te zijn, en beschermt op die manier alle betrokken partijen. Tot op heden is er echter geen regeling (Koninklijk Besluit) die de praktijktest mogelijk maakt. Een poging hiertoe door Minister Christian Dupont in april 2005, stuitte op onverwachte tegenstand. Een deel van de economische en politieke wereld blokkeerde de uitvoeringsbesluiten door ze af te doen als spionage. Nochtans voorzag de regeling volgens de Liga voor de Mensenrechten voldoende garanties voor de rechten van de verdachten. Sinds 2007 Sinds 10 mei 2007 is België vier nieuwe wetten over bestrijding van discriminatie van allerlei aard rijker. De hervorming was nodig om de Europese richtlijnen om te zetten en de bestaande maatregelen te harmoniseren. Daarnaast bood de hervorming ook een antwoord op de opmerkingen uit het arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 oktober 2004 dat de vorige versie van de wet gedeeltelijk vernietigde, meer bepaald de lijst van de discriminaties en bepaalde strafrechtelijke misdrijven Wet Aanvullende Pensioenen In de Wet Aanvullende Pensioenen zijn een aantal specifieke discriminatieverboden opgenomen en is er een algemene regel die stelt dat een ongeoorloofd onderscheid elk onderscheid betreft dat niet berust op een objectief criterium en niet redelijk verantwoord is. De Wet Aanvullende Pensioenen, ook gekend als de Wet Vandenbroucke, van 28 april 2003 heeft tot doel de toegang tot de aanvullende pensioenen te vergemakkelijken. Het doel van de wetgever in die tijd was de wettelijke pensioenen te beveiligen en extralegale pensioenverzekering aan te moedigen. Deze wet kwam er ter vervanging van de Wet Colla. Deze bood slechts een beperkte sociale bescherming. De Wet Vandenbroucke bracht vooral wijzigingen in de groepsverzekering, zowel op sociaal vlak als op fiscaal vlak. 36 P. BORGHS, De antidiscriminatiewet. Handleiding bij de wet ter bestrijding van discriminatie, Antwerpen, Garant, 2003,

19 De Wet Aanvullende Pensioenen bestaat uit twee grote delen. Enerzijds belicht het de sociaalrechtelijke bescherming verbonden aan de opbouw van de aanvullende pensioenen. Dit deel is enkel van toepassing op werknemers en niet op zelfstandigen. Het omvat anderzijds ook fiscale bepalingen. Deze bepalingen gelden niet alleen voor werknemers, maar ook voor bedrijfsleiders in de fiscale betekenis. Artikel 14 van de Wet Aanvullende Pensioenen voorziet dat elke vorm van discriminatie tussen werknemers, aangeslotenen en begunstigden is verboden. Dit artikel preciseert dat discriminatie neerkomt op een verschil in behandeling van personen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden dat niet berust op een objectief criterium en niet redelijk verantwoord is. Hierbij wordt rekening gehouden met de beoogde doelstelling, het objectief karakter, de gevolgen van het verschil in behandeling en het feit dat dit verschil in behandeling niet onevenredig mag zijn ten opzichte van het beoogde geoorloofde doel 37. Het discriminatieverbod zoals voorzien in artikel 14 Wet Aanvullende Pensioenen bevat drie opvallende kenmerken. Ten eerste is er de afwezigheid van het begrip categorie. Vroeger was het verboden om binnen eenzelfde categorie van werknemers, deze verschillend te behandelen. Tussen de verschillende categorieën van werknemers was een verschil in behandeling principieel wel toegelaten. In de Wet Aanvullende Pensioenen valt de buffer van de categorieën dus weg, dit betekent dat tussen twee of meerdere werknemers, ongeacht of zij tot eenzelfde categorie behoren of niet, steeds de vergelijkbaarheidstoets en de rechtvaardigingstoets moet worden doorgevoerd. Een tweede kenmerk is de toevoeging van aangeslotenen en begunstigden tot de beschermde personen. Elke vorm van discriminatie tussen werknemers, aangeslotenen en begunstigden is verboden. Deze toevoeging verruimt substantieel de mogelijke gevallen van discriminatie. Een derde kenmerk is de afwezigheid van een limitatieve lijst van verboden criteria van onderscheid. Het belang hiervan kan niet voldoende worden benadrukt. In tegenstelling tot de Algemene Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 en de Genderwet, verbiedt de Wet Aanvullende Pensioenen discriminatie, ongeacht het gebruikte criterium van onderscheid. Elk gemaakt onderscheid, op gelijk welke grond, zal dus de vergelijkbaarheidstoets en rechtvaardigingstoets moeten doorstaan. Zo niet is er sprake van discriminatie. De afwezigheid van een limitatieve lijst van verboden discriminatiegronden evenals het principieel verbod op onderscheid tussen begunstigden en tussen aangeslotenen, vergroot het risico op het bestaan van een discriminatie substantieel. Dit is een groot verschil met de Antidiscriminatiewetten van 25 februari 2003 en 10 mei De WAP preciseert dat verschillen in behandeling gebaseerd op criteria die zijn verboden door andere wetten, niet kunnen worden gerechtvaardigd. Zo moet met name rekening worden gehouden met de verboden ingeschreven in de wet van 5 maart 2002 betreffende het beginsel van non-discriminatie ten gunste van deeltijdwerkers, de wet van 5 juni 2002 betreffende het non-discriminatiebeginsel ten voordele van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de Genderwet en de Algemene Antidiscriminatiewet. 37 E. CARLIER en K. DE BISSCHOP, Aanvullende Pensioenen en discriminatie, Oriëntatie 2008, afl. 10, K. BERNAUW, De wet bestrijding discriminatie en verzekeringen in M. DE VOS en P. BORGHS, De antidiscriminatiewet. Handleiding bij de wet ter bestrijding van discriminatie, Antwerpen, Garant, 2003,

20 De specifieke discriminatieverboden uit deze wetten moeten als een lex specialis worden beschouwd ten aanzien van het algemeen discriminatieverbod in artikel 14 Wet Aanvullende Pensioenen 39. Artikel 14 Wet Aanvullende Pensioenen voorziet tevens uitdrukkelijk dat, inzake aansluiting bij een pensioenstelsel, geen onderscheid mag worden gemaakt tussen deeltijdse en voltijdse werknemers Wetten van 10 mei 2007 De wetgever vaardigde in 2007 drie nieuwe wetten uit 40. Ten eerste een racismewet. Dit is een specifieke wet over non-discriminatie op grond van ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming en nationaliteit. Deze wet vervangt de Wet van 30 juli 1981 en resulteert in twee wetten, met name de Wet tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en de Wet tot wijziging van de Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. Ten tweede werd er een Genderwet ingevoerd. De Genderwet betreft de Wet van 10 juli 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen mannen en vrouwen en realiseert de non-discriminatie op basis van geslacht. De Genderwet gaat discriminatie tegen op basis van geslacht, zwangerschap, bevalling of moederschap en transseksualiteit. Ten slotte werd ook een nieuwe Antidiscriminatiewet, de Wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, ingevoerd ter vervanging van de Wet van 25 februari De Algemene Wet beoogt discriminatie tegen te gaan die gebaseerd is op leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap en sociale afkomst. Een belangrijke hervorming van de nieuwe wet is de invoering van een uniform begrippenapparaat. De 3 wetten hanteren nu eenzelfde definitie van direct en indirect onderscheid en discriminatie. Deze eenvormigheid was er niet ten tijde van de oude Antidiscriminatiewet, de oude racismewet de oude wet gelijkheid man-vrouw. Hierdoor bestond er heel wat rechtsonzekerheid. Door te werken met 3 wetten maakt men het er zich niet gemakkelijker op, maar door voor uniforme begrippen te kiezen, creëert de wetgever het voordeel voor zichzelf alsof er maar één uniforme wet was 41. Niet alleen uniformiteit is belangrijk, maar ook richtlijnconformiteit. Een goede aansluiting bij de Europese concepten is noodzakelijk om richtlijnconformiteit van het Belgisch recht te verzekeren, want de oude Antidiscriminatiewet had voorzien in een eigen en licht afwijkende definitie van de discriminatieconcepten. De Belgische wetgever voldeed zijn plicht niet tegenover de Europese wetgeving en dit is nefast voor de rechtszekerheid. 39 C. VAN SCHOUBROECKen Y. THIERY, Juridische grenzen aan classificatie in verzekeringen in C. VAN SCHOUBROECK en H. COUSY (eds), Discriminatie in verzekering, Antwerpen, Maklu, 2007, B. WEYTS, De Antidiscriminatiewet van 10 mei 2007 en verzekeringen, De Verz. 2007, dossier nr. 13, C. BAYART en C. DEITEREN, Direct en indirect onderscheid, in C. BAYART, De nieuwe federale antidiscriminatiewetten, Brugge, Die Keure, 2008,

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan?

2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? 2. Hoe kan je de strijd tegen discriminatie aangaan? Om de strijd tegen discriminatie op de werkvloer aan te gaan, kan je als militant beroep doen op een breed wettelijk kader. Je vindt hieronder de belangrijkste

Nadere informatie

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1

INHOUD. VOORWOORD... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007... 1 INHOUD VOORWOORD....................................................... v HOOFDSTUK 1. DISCRIMINATIE OP DE WERKVLOER EN DE WETTEN VAN 10 MEI 2007........................................ 1 I. Inleiding

Nadere informatie

DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING

DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING DISCRIMINATIE OP BASIS VAN HANDICAP EN GEZONDHEIDSTOESTAND IN DE ARBEIDSVERHOUDING Anne RAHMÉ Frank HENDRICKX Othmar VANACHTER Aline VAN BEVER intersentia Antwerpen - Oxford INHOUD VOORWOORD. v HOOFDSTUK

Nadere informatie

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel

Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen. Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel Hospitalisatieverzekeringen: recente ontwikkelingen Prof. B. Weyts Hoofddocent Universiteit Antwerpen Advocaat Balie Brussel 1 Geen verplichte verzekering Maar ruim verspreid. Talrijke problemen in praktijk:

Nadere informatie

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van

VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van VERTALING MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP N. 2009 68 [C 2008/29672] 12 DECEMBER 2008. Decreet betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie (1) Het Parlement van de Franse Gemeenschap

Nadere informatie

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG.

Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG. Wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van Richtlijn 2002/73/EG Voorstel van wet Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Ann Taghon Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse Snelnieuws Sociaal recht www.venvlaw.be Onderwerp Nieuwe wet ter bestrijding van discriminatie Datum 21 maart 2003 Copyright and disclaimer Gelieve er

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling de Europese Raad Onderwerp Richtlijn 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming Datum 29 juni 2000 Copyright and

Nadere informatie

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú

BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú BESCHERMING TEGEN DISCRIMINATIE VOOR Ú De Socialistische Fractie in het Europees Parlement streeft naar de garantie dat iedereen zich volledig aanvaard voelt zoals hij of zij is, zodat we in onze gemeenschappen

Nadere informatie

GRONDWET EN GELIJKHEID

GRONDWET EN GELIJKHEID Factsheet Grondwet voor Europa GRONDWET EN GELIJKHEID April 2005 Platform Artikel 13 Factsheet Grondwet en Gelijkheid Deze factsheet bevat informatie over de gevolgen van de invoering van de Grondwet voor

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. (Tekst geldend op: 27-06-2013) Wet van 2 maart 1994, houdende algemene regels ter bescherming tegen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit,

Nadere informatie

Onze visie op de rechten van de mens is helemaal gebaseerd op de gelijkheid in waardigheid en rechten.

Onze visie op de rechten van de mens is helemaal gebaseerd op de gelijkheid in waardigheid en rechten. Dossier De anti-discriminatiewet De CVG profileert zich tevens als een studie-en reflectieplatform voor juridische en maatschappelijke thema s die rechtstreeks of onrechtstreeks ons beroep aanbelangen.

Nadere informatie

Vragen rond discriminatie in het dienstenchequesysteem

Vragen rond discriminatie in het dienstenchequesysteem Vragen rond discriminatie in het dienstenchequesysteem Véronique Pertry & Bart Martel 28 mei 2015 RECHTSVERHOUDINGEN IN HET DIENSTENCHEQUESYSTEEM (Erkende) dienstenchequeonderneming Overeenkomst Arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

Reglement voor de erkenning als Gentse vereniging met sportaanbod

Reglement voor de erkenning als Gentse vereniging met sportaanbod Reglement voor de erkenning als Gentse vereniging met sportaanbod Goedgekeurd in de gemeenteraad van 26 mei 2014 Bekendgemaakt op 28 mei 2014 In werking getreden op 30 mei 2014 Inhoudstafel Artikel 1.

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 02/06/2015

Datum van inontvangstneming : 02/06/2015 Datum van inontvangstneming : 02/06/2015 Vertaling C-188/15-1 Zaak C-188/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 24 april 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

GELIJKE KANSEN IN BELGIË

GELIJKE KANSEN IN BELGIË GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK 1. EEN WOORDJE UITLEG Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek hebben jullie kunnen vaststellen dat bepaalde elementen essentieel zijn om tot een democratie

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord... v Dankwoord... vii Lijst van afkortingen... xv. Inleiding... 1 DEEL I. ONDERZOEKSKADER. Hoofdstuk I. Probleemstelling...

INHOUD. Voorwoord... v Dankwoord... vii Lijst van afkortingen... xv. Inleiding... 1 DEEL I. ONDERZOEKSKADER. Hoofdstuk I. Probleemstelling... INHOUD Voorwoord............................................................ v Dankwoord.......................................................... vii Lijst van afkortingen..................................................

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/37

21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/37 21.12.2004 Publicatieblad van de Europese Unie L 373/37 RICHTLIJN 2004/113/EG VAN DE RAAD van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de

Nadere informatie

Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften

Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften Diversiteitsvraagstukken: aanpassing van kledijvoorschriften Henk Keygnaert en Joke Vanreppelen 24 oktober 2011 1.1 Voorbeeldcase Volgende week start een stagiaire op de dienst burgerzaken. Zij draagt

Nadere informatie

Ook de Memorie van Toelichting moet in die richting worden aangepast.

Ook de Memorie van Toelichting moet in die richting worden aangepast. ADVIES NR 44 VAN 22 MEI 2001 VAN DE VASTE COMMISSIE ARBEID VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN OMTRENT HET VOORONTWERP VAN WET BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN DE WERKNEMERS TEGEN GEWELD,

Nadere informatie

Discriminatie in de verzekeringen

Discriminatie in de verzekeringen Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent Academiejaar 2008-2009 Discriminatie in de verzekeringen Masterproef van de opleiding Master in de Rechten Ingediend door Lien Martens (20030731) (major: Burgerlijk-

Nadere informatie

1. Doelstellingen en in het bijzonder de klemtoon op consumentenbescherming 2. Moet dit evolueren naar een recht op verzekering?

1. Doelstellingen en in het bijzonder de klemtoon op consumentenbescherming 2. Moet dit evolueren naar een recht op verzekering? 1 Wet Wet betreffende de Verzekeringen dd. 4 april 2014, B.S. 30 april 2014 In werking getreden op 1 november 2014 In snelheid gepakt. Ondanks negatief advies Commissie voor Verzekeringen en negatieve

Nadere informatie

De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014

De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014 De uitbreiding van de bescherming van de verzekeringsnemer-consument dankzij de nieuwe Wet Verzekeringen van 4 april 2014 FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369

Nadere informatie

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 183/14 Luxemburg, 18 december 2014 Pers en Voorlichting Arrest in zaak C-354/13 Fag og Arbejde (FOA), namens Karsten Kaltoft / Kommunernes Landsforening

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 8.11.2007 COM(2007) 686 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT tot toezending van de Europese kaderovereenkomst

Nadere informatie

TOEGANG, SELECTIE & DISCRIMINATIE

TOEGANG, SELECTIE & DISCRIMINATIE TOEGANG, SELECTIE & DISCRIMINATIE STUDIE TOEGANG, SELECTIE & DISCRIMINATIE INZAKE WONINGHUUR OVERZICHT RAPPORT Summier overzicht van bestaande wetgeving die met dit thema verband houdt en de daaruit voortvloeiende

Nadere informatie

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen?

Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Versie 2008 9 Erkenning van je rechten en hoe kan je ze verdedigen? Verantwoordelijke Uitgever: Daniël Samyn, Dienst Beroepsopleiding, departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert-II laan 15, 1210 Brussel

Nadere informatie

STANDPUNT VERZEKERINGEN

STANDPUNT VERZEKERINGEN Illustratie 1 logo vrouwenraad STANDPUNT VERZEKERINGEN De Richtlijn 2004/113/EG verbiedt discriminatie op grond van geslacht bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten. Er mag dus geen gebruikgemaakt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JUNI 2005 S.04.0109.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.04.0109.N.- B. J., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel,

Nadere informatie

Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten

Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten Subsidiereglement Buurt beweegt gezond voor de ondersteuning van sport-en bewegingsactiviteiten Goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 maart 2015 Bekendgemaakt op 24 maart 2015 Inhoudstafel Artikel 1. Doel...

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag

Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag Kinderdagverblijf Eigenwijs, handelend onder Vertah BV, verder te noemen organisatie: hanteert deze Gedragscode ter voorkoming van ongewenst gedrag voor

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero

Nadere informatie

DE GEVOLGEN VAN DE MENSENRECHTEN- BENADERING VOOR DE WETGEVING

DE GEVOLGEN VAN DE MENSENRECHTEN- BENADERING VOOR DE WETGEVING 01.3 01.3. DE GEVOLGEN VAN DE MENSENRECHTEN- BENADERING VOOR DE WETGEVING DE EUROPESE ANTI-DISCRIMINATIE- RICHTLIJN EN HAAR OMZETTING IN DE BELGISCHE WETGEVING. DE BESCHERMDE CRITERIA VERMOGEN EN SOCIALE

Nadere informatie

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme

Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme Europese krijtlijnen voor een sociaal federalisme prof. dr. Herwig VERSCHUEREN Universiteit Antwerpen De Europese context Overzicht De Europese spelers en hun instrumenten De Europese juridische krijtlijnen

Nadere informatie

NIEUWSFLASH SUCCESSIERECHTEN OP AFKOOPWAARDE LEVENSVERZEKERINGEN

NIEUWSFLASH SUCCESSIERECHTEN OP AFKOOPWAARDE LEVENSVERZEKERINGEN NIEUWSFLASH SUCCESSIERECHTEN OP AFKOOPWAARDE LEVENSVERZEKERINGEN Dit nieuwsbericht is enkel voor informatie doeleinden bestemd. Ondanks het feit dat aan dit nieuwsbericht de gebruikelijke zorg is besteed,

Nadere informatie

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011

5.10.1 Gedragscode FloreoKids. Versie 1 26-7-2011 5.10.1 Gedragscode FloreoKids Versie 1 26-7-2011 5.10.1. Gedragscode FloreoKids Om elkaar te beschermen heeft FloreoKids in een gedragscode beschreven op welke wijze we met elkaar en met onze klanten omgaan.

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 10.6.2008 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 143/2005, ingediend door Michael Humphries (Britse nationaliteit), over het gebrek aan

Nadere informatie

op het voorstel van resolutie

op het voorstel van resolutie ingediend op 415 (2014-2015) Nr. 2 8 oktober 2015 (2015-2016) Amendementen op het voorstel van resolutie van Jan Hofkens, Sonja Claes, Emmily Talpe, Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne en Miranda Van Eetvelde

Nadere informatie

Werkgroep "Antidiscriminatie" 2008-2009. Verslag. Juni 2009. Page 1 of 1

Werkgroep Antidiscriminatie 2008-2009. Verslag. Juni 2009. Page 1 of 1 Werkgroep "Antidiscriminatie" 2008-2009 Verslag Juni 2009 Page 1 of 1 Inleiding In maart 2006 bracht de Commissie voor Aanvullende Pensioenen het advies nr. 11 uit over de problematiek van de discriminatie

Nadere informatie

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend:

Op 18 november 2009 heeft het raadslid Flos (VVD) onderstaande motie ingediend: Reactie van het College van B en W op de motie inzake Aanpak Discriminatie Amsterdam (openstellen functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties) van het raadslid Flos (VVD) van 18 november 2009. Op

Nadere informatie

8 MEI 2002. Decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt (1)

8 MEI 2002. Decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt (1) Publicatie Belgisch Staatsblad: 2002-07-26 MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 8 MEI 2002 Decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij,

Nadere informatie

Algemene bepalingen. Pagina 1 van 5

Algemene bepalingen. Pagina 1 van 5 Bijlage: Gedragscode voor deelnemers aan loopbaanbegeleiding die door gemandateerde dienstverleners toegepast moet worden bij de uitvoering van de opdracht als vermeld in artikel 5, 1, tweede lid, 6 Algemene

Nadere informatie

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN.

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. HOOGTE WETTELIJKE BASIS BEREKENING WETTELIJKE RENTEVOET Voor het jaar 2015: 2,5% Mededeling in het Belgisch Staatsblad van 30/01/2015. -Wet van 05/05/1865 betreffende de lening

Nadere informatie

BS Verzekeringsrecht

BS Verzekeringsrecht Master Rechten BS Verzekeringsrecht Smvt - Weyts Q uickprinter Koningstraat 13 2000 Antwerpen www.quickprinter.be R49 7.00 EUR Bijzonderestudie Verzekeringsrecht 2013 Moduleburgerlijkrecht MasterRECHTEN

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ARCHITECT VERBONDEN DOOR EEN ARBEIDSOVEREENKOMST 1) Omschrijving van de arbeidsovereenkomst Artikel 3 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN.

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. HOOGTE WETTELIJKE RENTEVOET Voor het jaar 2015: 2,5% Mededeling in het Belgisch Staatsblad van 30/01/2015. WETTELIJKE RENTEVOET IN DE HANDELSTRANSACTIES - Eerste semester

Nadere informatie

Reglement voor erkenning / subsidiering van vormingsen /of ontmoetingsactiviteiten voor senioren

Reglement voor erkenning / subsidiering van vormingsen /of ontmoetingsactiviteiten voor senioren Reglement voor erkenning / subsidiering van vormingsen /of ontmoetingsactiviteiten voor senioren Goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 januari 2012 Bekendgemaakt op 26 januari 2012 Voorafgaande bepalingen

Nadere informatie

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00)

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid 2008/0192(COD) 12.4.2010 AMENDEMENTEN 15-34 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing Astrid Lulling (PE439.879v01-00) Beginsel

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Federale Overheidsdienst Financiën Onderwerp Circulaire nr. 16/2006. Levensverzekeringen - Echtgenoten gehuwd onder een stelsel van gemeenschap van goederen. Datum 31 juli 2006 Copyright and

Nadere informatie

Nieuwe discriminatieregels in arbeidszaken

Nieuwe discriminatieregels in arbeidszaken Nieuwe discriminatieregels in arbeidszaken Ann WITTERS/Inger V ERHELST Advocaten Claeys & Engels Antwerpen I. Inleiding Diverse Europese richtlijnen vormen de basis inzake gelijke behandeling van personen

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN.

FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. FICHE WETTELIJKE RENTEVOETEN. HOOGTE WETTELIJKE RENTEVOET Voor het jaar 2014: 2,75% Mededeling in het Belgisch Staatsblad van 20/01/2014. WETTELIJKE RENTEVOET IN DE HANDELSTRANSACTIES - Eerste semester

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen:

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974.

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. (VERZOEK

Nadere informatie

Actualiteitscollege 18 december 2007

Actualiteitscollege 18 december 2007 DEEL I : college 1 Evolutie levensverwachting België 4 vrouwen mannen Why? Bron: FOD Economie Algemene Directie Statistiek en Economische informatie Evolutie sterftekansen België 5 Bron: Isabelle Devos

Nadere informatie

Het Vlaams Patiëntenplatform vzw wenst geen liberalisering van de gezondheidszorg.

Het Vlaams Patiëntenplatform vzw wenst geen liberalisering van de gezondheidszorg. Memorandum van het Vlaams Patiëntenplatform vzw naar aanleiding van de verkiezing van het Europees Parlement op 13 juni 2004 Het Vlaams Patiëntenplatform vzw (VPP vzw) is een onafhankelijke koepelorganisatie

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen

Gedragsregels. voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Gedragsregels voor uitzendondernemingen Er bestaat behoefte aan flexibele arbeid, zowel bij werknemers als bij werkgevers. Uitzendondernemingen voorzien in die behoefte

Nadere informatie

Handvest van de grondrechten van de EU

Handvest van de grondrechten van de EU Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999-1999/2064(COS)) Het Europees

Nadere informatie

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T

Rolnummer 5678. Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T Rolnummer 5678 Arrest nr. 108/2014 van 17 juli 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 418, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, gesteld door het Hof van Cassatie.

Nadere informatie

Krachtiger bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat

Krachtiger bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat P7_TA-PROV(2013)0090 Krachtiger bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat Resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2013 over de opvoering van de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en haatmisdrijven

Nadere informatie

Non-discriminatie: invulling van de aangekondigde maatregelen

Non-discriminatie: invulling van de aangekondigde maatregelen Circ. : 2007 228/HM/bf Dat. : 22/11/2007 De. : INT Contact : H. MUYLDERMANS Non-discriminatie: invulling van de aangekondigde maatregelen De Bestuursraad van Federgon Uitzendarbeid heeft tijdens zijn laatste

Nadere informatie

DE RECHTEN VAN DE VRIJWILLIGER EN PLICHTEN VAN DE ORGANISATIE. 1. Situering algemene informatie over het aantal vrijwilligers

DE RECHTEN VAN DE VRIJWILLIGER EN PLICHTEN VAN DE ORGANISATIE. 1. Situering algemene informatie over het aantal vrijwilligers DE RECHTEN VAN DE VRIJWILLIGER EN PLICHTEN VAN DE ORGANISATIE 1. Situering algemene informatie over het aantal vrijwilligers 2. Wettelijke initiatieven 1) wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 21 109 Uitvoering EG-Richtlijnen Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten

Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten Afdeling openbaarheid van bestuur 27 oktober 2014 ADVIES 2014-83 met betrekking tot de weigering om een kopie te verstrekken van het

Nadere informatie

Ontwerp van Decreet betreffende het onderwijs XIII, Parl.St. Vlaams Parlement, 2000-2001, nr. 729

Ontwerp van Decreet betreffende het onderwijs XIII, Parl.St. Vlaams Parlement, 2000-2001, nr. 729 Advies Kosteloos lager en secundair onderwijs Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid. Ontwerp van Decreet betreffende het onderwijs XIII, Parl.St. Vlaams Parlement, 2000-2001, nr. 729 Stuk

Nadere informatie

ADVIES NR. 118 VAN 13 FEBRUARI 2009 VAN HET BUREAU VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN MET BETREKKING TOT HET VOORSTEL TOT

ADVIES NR. 118 VAN 13 FEBRUARI 2009 VAN HET BUREAU VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN MET BETREKKING TOT HET VOORSTEL TOT ADVIES NR. 118 VAN 13 FEBRUARI 2009 VAN HET BUREAU VAN DE RAAD VAN DE GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN MET BETREKKING TOT HET VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN 86/613/EEG BETREFFENDE DE TOEPASSING

Nadere informatie

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers

Gelijke behandeling. informatie voor werknemers Gelijke behandeling informatie voor werknemers Gelijke behandeling: informatie voor werknemers Het is wettelijk bepaald dat iemand niet ongelijk behandeld mag worden vanwege zijn godsdienst, levensovertuiging,

Nadere informatie

ANTI-SEKSISME GEBRUIKSAANWIJZING. «Wat een mietje! Het is de taak van de vrouw om zich met de kinderen bezig te houden, niet van de man!

ANTI-SEKSISME GEBRUIKSAANWIJZING. «Wat een mietje! Het is de taak van de vrouw om zich met de kinderen bezig te houden, niet van de man! «Een Raad van Bestuur is geen Tupperware-bijeenkomst!» sinds 3 augustus 2014 bestaat er een nieuwe wet ANTI-SEKSISME GEBRUIKSAANWIJZING «Wat een mietje! Het is de taak van de vrouw om zich met de kinderen

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING...33 INHOUDSOPGAVE DANKWOORD... v VOORWOORD...vii HOOFDSTUK 1. DE GRONDSLAG... 1 1. De grondslag: het persoonlijkheidsrecht op afbeelding... 1 2. Invloed van de mensenrechten... 3 A. Art. 22 G.W.... 4 B. Art.

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur Stefan Nerinckx Onderwerp Het toepasselijk recht op verbintenissen voortvloeiend uit (internationale) arbeidsovereenkomsten: een nieuwe Europese verordening in de maak? Datum april 2005 Copyright

Nadere informatie

Wet van 3 april 2003 tot vaststelling van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

Wet van 3 april 2003 tot vaststelling van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Tekst geldend op: 16-02-2012) Wet van 3 april 2003 tot vaststelling van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

5^s,i VONNIS VAN DE VOORZITTER VAN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZETELEND ZOALS IN KORT GEDING, VAN 14 JULI 2011

5^s,i VONNIS VAN DE VOORZITTER VAN DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZETELEND ZOALS IN KORT GEDING, VAN 14 JULI 2011 5^s,i A.R. nr. 11125291A IN DE ZAAK VAN : Fatemeh Baharak BASHAR, wonende te 9000 Gent, Sint-Jacobsnieuwstraat 28 eiseres, voor wie optreedt mr. Mieke Van den Broeck, advocaat, met kantoor te 2018 Antwerpen,

Nadere informatie

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN

C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN C.O.B.A. 4 COMMISSIE VOOR ONRECHTMATIGE BEDINGEN Aanbeveling betreffende strafbedingen Brussel, 21 oktober 1997 1 Gelet op de artikelen 35, par. 3, lid 2, en 36 van de wet van 14 juli 1991 betreffende

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs

gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs gelijke behandeling en passend onderwijs 25 maart 2014 Actieweek passend onderwijs Voorstellen Domenica Ghidei lid van het College voor de Rechten van de Mens Dick Houtzager lid van het College voor de

Nadere informatie

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID

BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID BEGINSELEN VAN EUROPEES FAMILIERECHT BETREFFENDE OUDERLIJKE VERANTWOORDELIJKHEID PREAMBULE Erkennende dat ondanks de bestaande verschillen in de nationale familierechten er evenwel een toenemende convergentie

Nadere informatie

Globalisering en gezondheidszorg

Globalisering en gezondheidszorg Globalisering en gezondheidszorg De invloed van Europa op de gezondheidszorgverzekering en de markt van de gezondheidszorg Rita Baeten, VWEC 19 november 2010 Overzicht presentatie Bevoegdheidsverdeling

Nadere informatie

7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven

7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven Workshop: 10 jaar WGBH/CZ 7 november 2013 Platformdag Gehandicapten mbo Marije Graven College voor de Rechten van de Mens (Sinds 1 oktober 2012, opvolger van de CGB) Missie is om mensenrechten te: Bewaken

Nadere informatie

CODE VOOR GOED ADMINISTRATIEF GEDRAG

CODE VOOR GOED ADMINISTRATIEF GEDRAG CODE VOOR GOED ADMINISTRATIEF GEDRAG VERTAALBUREAU VOOR DE ORGANEN VAN DE EUROPESE UNIE BESLUIT VAN 10 februari 2000 INZAKE EEN CODE VOOR GOED ADMINISTRATIEF GEDRAG HET VERTAALBUREAU VOOR DE ORGANEN VAN

Nadere informatie

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T

Rolnummer 2960. Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T Rolnummer 2960 Arrest nr. 84/2005 van 4 mei 2005 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 24, 2, van het Algemeen Verdrag betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 13, Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 13, Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ), L 180/22 RICHTLIJN 2000/43/EG VAN DE RAAD van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandelingvan personen ongeacht ras of etnische afstamming DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet

Nadere informatie

Psychosociale Risico s en welzijn op het werk. Ing. Christian Halsberghe Sociaal Inspecteur Toezicht Welzijn op het Werk

Psychosociale Risico s en welzijn op het werk. Ing. Christian Halsberghe Sociaal Inspecteur Toezicht Welzijn op het Werk Psychosociale Risico s en welzijn op het werk Ing. Christian Halsberghe Sociaal Inspecteur Toezicht Welzijn op het Werk 1 Overzicht 1. Wettelijke bepalingen 2. Definities 3. Risicoanalyse en preventiemaatregelen

Nadere informatie

1. Wanneer spreken we over discriminatie?

1. Wanneer spreken we over discriminatie? 1. Wanneer spreken we over discriminatie? Veel mensen vinden het moeilijk in te schatten of er in een bepaalde situatie sprake is van discriminatie. In dit hoofdstuk staan we stil bij de verschillen tussen

Nadere informatie

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld

Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Recht op gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken wettelijk geregeld Gezond, gehandicapt of chronisch ziek; alle mensen hebben in principe recht op gelijke behandeling. Dat staat in de Grondwet.

Nadere informatie