VERGADERING VAN DINSDAG 21 OKTOBER 2003

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERGADERING VAN DINSDAG 21 OKTOBER 2003"

Transcriptie

1 2-001 VERGADERING VAN DINSDAG 21 OKTOBER VOORZITTER: DE HEER GERHARD SCHMID Ondervoorzitter (De vergadering wordt om 9.02 uur geopend) Urgentverklaring De Voorzitter. Aan de orde is een besluit inzake een verzoek om urgentverklaring: Voorstel voor een besluit van de Raad inzake aanvullende macrofinanciële bijstand aan Servië en Montenegro tot wijziging van Besluit 2002/882/EG van de Raad tot toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand aan de Federale Republiek Joegoslavië (COM(2003) 506 C5-0428/ /0190(CNS)) De Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie heeft reeds een verslag van de heer Belder over dit onderwerp aangenomen Turmes (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in juni 2003 heeft het Europees Parlement met grote meerderheid een verslag van de heer Belder aangenomen waarin wordt gesteld dat wij in de toekomst met betrekking tot urgente macrofinanciële bijstand geen ad hocgoedkeuringen meer mogen en zullen geven. De Verts/ALE-Fractie is dan ook uitermate verbaasd dat vanochtend met een verslag van opnieuw de heer Belder precies het tegenovergestelde wordt gedaan Berenguer Fuster (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben vóór urgentverklaring. Het verzoek daartoe is gisteren vrijwel unaniem goedgekeurd door de leden van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. Afgezien van het bestaande debat over de rechtsgrondslag, zijn er legio redenen om deze macrofinanciële bijstand met urgentie goed te keuren. Zoals u allen bekend is, geachte afgevaardigden, is de situatie sinds de moord op de toenmalige premier Zoran Djindjic, in maart van dit jaar, ingrijpend veranderd, en de economische situatie vraagt om een snel antwoord van het Europees Parlement De Voorzitter. Is er iemand die bezwaar heeft tegen de urgentverklaring? Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het nog niet helemaal begrepen. Heeft de heer Turmes nu verzocht om vóór of tegen het verzoek om urgentverklaring te stemmen? Dat is nog niet helemaal duidelijk De Voorzitter. Mijnheer Turmes, zou u dat even kunnen verhelderen? Turmes (Verts/ALE). - (DE) Zo vroeg op de ochtend is het soms moeilijk om helder te formuleren. Wij zijn tegen een urgentverklaring De Voorzitter. Wij gaan nu over tot de stemming over de urgentverklaring. (Het Parlement willigt het verzoek om urgentverklaring in) Spoorwegenpakket De Voorzitter. Aan de orde is de gecombineerde behandeling van: - de aanbeveling voor de tweede lezing (A5-0327/2003), namens de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 91/440/EEG van de Raad betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (8011/3/ C5-0295/ /0025(COD)) (Rapporteur: de heer Jarzembowski); - de aanbeveling voor de tweede lezing (A5-0325/2003), namens de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering ("spoorwegveiligheidsrichtlijn") (8557/2/ C5-0297/ /0022(COD)) (Rapporteur: de heer Sterckx); - de aanbeveling voor de tweede lezing (A5-0321/2003), namens de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Richtlijn 96/48/EG van de Raad betreffende de interoperabiliteit van het trans-europese hogesnelheidsspoorwegsysteem en van Richtlijn 2001/16/EG van de Raad en het Europees Parlement betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-europese spoorwegsysteem (8556/2/ C5-

2 6 21/10/ / /0023(COD)) (Rapporteur: mevrouw Ainardi); - de aanbeveling voor de tweede lezing (A5-0323/2003), namens de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau ("Spoorwegbureauverordening") (8558/2/ C5-0296/ /0024(COD)) (Rapporteur: de heer Savary) Jarzembowski (PPE-DE), rapporteur. - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de dag is nog jong en wij verheugen ons erop om als vervoerspolitici nu ook een keertje s ochtends te debatteren in plaats van om negen of tien uur s avonds. (Applaus) Wij hopen daarnaast dat er nu ook een paar journalisten aanwezig zijn, omdat de avonddebatten altijd zo lang duren en het daarom niet altijd even gemakkelijk is om op het afgesproken tijdstip te beginnen. Maar goed, laten wij ons nu richten op het eigenlijke onderwerp van vandaag. Het gaat vandaag over betere kadervoorwaarden voor de spoorwegen in de Europese Unie. Via de drie richtlijnen en de verordening willen wij ervoor zorgen dat de spoorwegen in de Gemeenschap weer meer goederen en meer personen gaan vervoeren. Als rapporteur voor de richtlijn betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap kan ik allereerst met grote tevredenheid constateren dat de Raad - in afwijking van het voorstel van de Commissie - het standpunt van het Europees Parlement heeft overgenomen en vast heeft gehouden aan de invoering van een bijzonder trans- Europees netwerk voor het grensoverschrijdende goederenvervoer op 15 maart Door als eerste stap de spoorwegnetten in de vijftien lidstaten van de EU open te stellen, hebben de spoorwegen sinds maart van dit jaar de mogelijkheid om het Europese spoorwegnet - dat wil zeggen in ieder geval ongeveer 90 procent van de belangrijke spoorwegtracés - zodanig voor het grensoverschrijdende goederenverkeer te gebruiken dat dit optimaal op de wensen van hun klanten aansluit. Er is nu namelijk geen sprake meer van discriminatie op basis van het land van herkomst van de betreffende ondernemingen. Ten tweede is het Parlement het met de Raad eens wat het openstellen van het resterende traject van het spoorwegnet voor het grensoverschrijdend vrachtvervoer per 1 januari 2006 betreft. Dat is echter geen grote vooruitgang, omdat wij zoals net gezegd per 15 maart van dit jaar al bijna 90 procent voor het grensoverschrijdend goederenvervoer hebben opengesteld. In zoverre blijft de wens van het Parlement gehandhaafd dat de spoorwegnetten per 1 januari 2006 ook voor de nationale goederendiensten opengesteld moeten worden. Op die manier hebben wij per 1 januari 2006 de spoorwegnetten voor zowel de grensoverschrijdende als de nationale goederendiensten opengesteld. Dat betekent dat wij de doelstelling in het Witboek van de Commissie om het spoorwegverkeer in de Europese Unie vóór 2010 nieuw leven in te blazen ook daadwerkelijk verwezenlijken door zo veel mogelijk goederenvervoer naar het spoor te verplaatsen. Overigens wil ik de commissaris, mevrouw De Palacio, bedanken omdat wij op dat punt altijd op dezelfde lijn zitten. Onze doelstelling is echter veel breder, want in het Witboek is niet alleen sprake van goederenvervoer. In het Witboek komt ook het tot stand brengen van een evenwichtige verhouding tussen de vervoersmiddelen vóór 2010 aan de orde. Daarom is het Parlement van mening dat de netten ook voor het personenvervoer opengesteld dienen te worden. Als gekeken wordt naar de mate waarin het verkeer van personenauto s op de snelwegen en het aantal vliegtuigpassagiers in de afgelopen jaar zijn toegenomen, komen de grenzen van de infrastructuur van de autowegen en de luchtverkeerswegen snel in zicht. Daarom wil het Parlement dat de openstelling van de spoorwegnetten voor het personenvervoer uiterlijk 1 januari 2008 een feit is. Om ervoor te zorgen dat er vóór 2010 een verschuiving plaatsvindt van het vervoer op de weg en door de lucht naar vervoer via het spoor, is het absoluut noodzakelijk dat de netten in 2008 opengesteld zijn. Het is ook zorgwekkend dat low cost carriers de klanten van Europese spoorwegen wegkapen. Ik hoop, mevrouw de commissaris, dat u in de komende dagen iets tegen het Belgische vliegveld Charleroi zult ondernemen. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de spoorwegen verliezen lijden op het internationale passagiersverkeer, terwijl de goedkope vliegtuigmaatschappijen de klanten binnenhalen en het luchtruim verstoppen. Wij moeten ervoor zorgen dat wij vóór 2010 een evenwichtige verhouding tussen de vervoersmiddelen tot stand hebben gebracht. Sommigen onder u, maken ons er steeds weer op attent dat de Commissie heeft aangekondigd nog vóór het eind van dit jaar met een derde spoorwegpakket te komen, ook voor het personenvervoer. Dat is weliswaar zeer prijzenswaardig, mevrouw de commissaris, maar wij schieten er überhaupt niets mee op. U weet immers ook dat als de Commissie in december van dit jaar een derde spoorwegpakket zou presenteren, het toch onmogelijk is om dit pakket nog in de huidige zittingsperiode aan te nemen - zelfs als hiervoor alleen maar een eerste lezing nodig zou zijn. Ook al zouden wij die eerste lezing halen, mevrouw de commissaris, dan zou met wetgeving betreffende het personenvervoer door de verkiezingen van het nieuwe Parlement, het samenstellen van een nieuwe Commissie en het opnieuw opstarten van de wetgevingsprocedure zeker een tot twee jaar gemoeid zijn, zodat de goedkeuring van dat derde spoorwegpakket op zijn vroegst in 2005 zou kunnen plaatsvinden.

3 21/10/ Ik ben van mening dat de spoorwegondernemingen nu al rechtszekerheid nodig hebben en moeten weten of zij op het gebied van het personenvervoer ook daadwerkelijk de mogelijkheden van het hele net kunnen gebruiken. Wij willen dat de spoorwegondernemingen zich tijdig op de behoeften van de klanten kunnen instellen, zodat wij vóór 2010 ook in de praktijk een aanzienlijke verschuiving van het langeafstandsverkeer op de weg en door de lucht naar het spoor tot stand hebben gebracht. Tot slot heeft de commissie voorgesteld om de huidige keuzemogelijkheid voor de lidstaten met betrekking tot andere aanvragers van trajecten te schrappen. Dat zou ertoe leiden dat naast de spoorwegondernemingen ook bevrachters, vervoerders en dergelijke in alle landen de mogelijkheid krijgen om het gebruik van bepaalde trajecten aan te vragen. Wij vinden dat alles in het werk gesteld moet worden om een optimaal gebruik van de spoorweginfrastructuur te realiseren. Wij weten dat vandaag de dag zelfs het Brenner-tracé nog over onbenutte capaciteit beschikt. Het heeft dan ook geen zin om voortdurend op vrachtwagens te foeteren als er zelfs op het spoorwegtraject over de Alpen nog capaciteit voorhanden is. Dat betekent dat wij de marktpartijen beter bij het aanvragen en gebruiken van de trajecten moeten betrekken zodat er zo veel mogelijk goederen over het spoor worden vervoerd. Sta mij toe om nu als woordvoerder van mijn fractie en vooruitlopend op twee andere verslagen iets aan de orde te stellen. Het is namelijk niet zinvol als ik nu eerst weer ga zitten om vervolgens vlak daarna weer het woord te gaan voeren. In de eerste plaats wil ik de andere rapporteurs van de fracties graag namens mijn eigen fractie van harte bedanken. Zowel in de eerste als in de tweede lezing is er van een heel goede samenwerking sprake geweest. Mevrouw Ainardi, mijnheer Sterckx, mijnheer Savary, hoewel wij op individuele punten vaak verschillen van mening hebben gehad, hebben wij het spoorwegpakket altijd als één geheel beschouwd. Wij hebben ook het standpunt van het Parlement altijd als een samenhangend geheel beschouwd en dat heeft eveneens bijgedragen aan de goede samenwerking tussen de rapporteurs. Wat dat betreft, is het erg verheugend dat wij proberen om eenzelfde lijn vast te houden. Zoals u weet, heeft de Raad al onderzocht in hoeverre er compromissen mogelijk zijn zodat wij de wetgevingsprocedure snel kunnen afronden. De Raad en de rapporteurs streven ernaar om het aantal geschilpunten te verminderen, hetzij doordat de Raad de standpunten van het Parlement overneemt hetzij via compromisvoorstellen. Dat betekent dat er tijdens de bemiddelingsprocedure aanzienlijk minder dan zestig, zeventig punten behandeld dienen te worden. Ik hoop dat de Raad morgen in dit verband de benodigde toezeggingen zal doen op grond waarvan wij de lijn die wij in de afgelopen weken gezamenlijk hebben uitgezet, ook kunnen doortrekken. Wij willen het aantal geschilpunten graag terugbrengen, zodat wij in de bemiddelingsprocedure uitsluitend nog oplossingen hoeven te vinden voor de grote problemen. Daarom zal mijn fractie de amendementen die nu nog met betrekking tot de spoorwegrichtlijnen worden ingediend zorgvuldig toetsen en aan de hand daarvan besluiten hoe er donderdag gestemd gaat worden. Sta mij toe om twee of drie opmerkingen over het verslag-sterckx te maken. De heer Sterckx heeft zich sterk gemaakt voor strenge Europese normen voor de spoorwegveiligheid. Daar ben ik hem overigens erg dankbaar voor. Ook heeft hij willen voorkomen dat er nieuwe nationale veiligheidsvoorschriften via de achterdeur naar binnen geloodst worden waardoor het grensoverschrijdende vervoer in principe weer naar willekeur beperkt zou kunnen worden. Ik vind het erg belangrijk dat wij samen met de Commissie een mechanisme ontwikkelen waardoor zogenaamde nieuwe, noodzakelijke veiligheidsvoorschriften op nationaal niveau niet tot discriminatie van andere spoorwegondernemingen leiden. Daarnaast vindt mijn fractie het ook belangrijk dat het treinpersoneel en andere veiligheidsfunctionarissen adequaat opgeleid worden. Op dat vlak hebben wij nog een probleem, mevrouw de commissaris: een richtlijn die uitsluitend voor de opleiding van treinbestuurders is bedoeld, is wellicht niet afdoende. Wij moeten ook het overige personeel dat veiligheidstaken verricht adequaat opleiden. Daarom steun ik de heer Sterckx ook bij het laatste punt dat ik uit zijn verslag aan de orde wil stellen en waarover wij naar mijn idee dezelfde mening zijn toegedaan: De opleidingscertificaten van personeel moeten bij een overstap naar een andere spoorwegonderneming hun geldigheid behouden. Ook voor treinbestuurders is er behoefte aan een beroepsmatige interne markt. Op spoorweggebied hebben wij sowieso ook behoefte aan meer mededingingsmogelijkheden. Dan het verslag-savary: de heer Savary heeft de nieuwe begrotingsvoorschriften zeer nauwgezet opgevolgd en ik denk dat de Raad zijn aanbevelingen zal overnemen. Voor alle bureaus gelden er nu uniforme begrotingsvoorschriften, en daardoor komt er nu een einde aan het oerwoud van verschillende voorschriften voor de diverse bureaus waar niemand een touw aan kon vastknopen. Het belangrijkste punt in het verslag-savary betreft het onevenwichtige voorstel van de Raad over de samenstelling van de raad van bestuur. Ook deze rapporteur kan op dit punt op mijn volledige steun rekenen. In het voorstel van de Commissie zoals het thans in gewijzigde vorm ter tafel ligt, bestaat de raad van bestuur uit zes vertegenwoordigers van de Raad, uit vier vertegenwoordigers van de Commissie en uit zes niet-stemgerechtigde vertegenwoordigers uit de spoorwegbranche, van spoorwegondernemingen tot passagiers. De Raad stelt echter voor om elke lidstaat een vertegenwoordiger te laten leveren. Dat zou betekenen dat de raad van bestuur uit zes vertegenwoordigers van de spoorwegbranche, uit vier ambtenaren van de Commissie en, vanaf mei volgend jaar, uit 25 vertegenwoordigers van de Raad zou bestaan. Een dergelijk krankzinnig voorstel kan alleen

4 8 21/10/2003 van de Raad afkomstig zijn. Wij steunen de rapporteur dan ook in zijn streven om dit in de bemiddelingsprocedure een halt toe te roepen. (Applaus) De Voorzitter. Hartelijk dank, mijnheer Jarzembowski. Ik wilde kort ingaan op de opmerking dat u zich verwonderde over het feit dat dit verkeersdebat nu eens een keer s ochtends op de agenda staat. Ik citeer als antwoord uit het tweede deel van Goethes Faust: Wie strevende gestaag volhardt, ontdoen wij van zijn kluister Sterckx (ELDR), rapporteur. Voorzitter, het is duidelijk, veiligheid is essentieel. De veiligheid op het spoor op dit moment is in de meeste gevallen hoog en ze moet absoluut hoog blijven, tenminste even hoog als ze nu is. Ik dank dan ook vele collega's voor hun waardevolle bijdrage in het debat over veiligheid en ook vele mensen uit de spoorweggemeenschap die heel wat suggesties hebben gedaan, verbeteringen op de teksten hebben ingevoerd, gewezen hebben op moeilijkheden, enzovoort. Als er een Europese markt komt voor het spoor, dan moet er uiteraard ook een Europees veiligheidssysteem zijn. En met deze richtlijn maken we dat: een Europees veiligheidsdoel, een methode om dat doel te bereiken, een veiligheidsinstantie in elke lidstaat, die een gemeenschappelijke methode gebruikt om licenties te geven aan alle betrokkenen. Na het gemeenschappelijk standpunt van de Raad hebben we een aantal gesprekken gevoerd en er volgde bemiddeling van de Commissie met vertegenwoordigers van de Raad. We hebben een hele reeks problemen uit de weg kunnen ruimen, want er waren nogal wat verschillen tussen het gemeenschappelijk standpunt en onze eerste lezing. Ik heb daarover een aantal compromisamendementen ingediend en ik vraag de collega's deze te steunen, onder meer compromisamendementen inzake het rijbewijs voor treinbestuurders, waarvoor we dus een oplossing vinden via een nieuw voorstel van de Commissie, en ook inzake interoperabiliteit. Ik wil ook onderstrepen dat het akkoord dat de sociale partners (de vakbonden en de Europese spoorwegmaatschappijen) hebben bereikt zeer belangrijk is. Ik zou aan de Commissie willen vragen om dat akkoord ook zo snel mogelijk om te zetten, zodat we ook tonen dat wij een groot belang hechten aan de sociale omkadering van de hervormingen die wij in het spoor willen. Ik denk dat dat een belangrijk punt is, mevrouw de commissaris, en dat we daarop dus de nadruk moeten leggen. Een tweede punt waarover we een akkoord bereikt hebben, betreft de communicatie en het overschrijden van taalgrenzen, iets waarop ik nogal de nadruk had gelegd. Als mevrouw Ainardi het daarmee eens is, dan brengen we dat punt over naar de richtlijn over interoperabiliteit en dan is dat op die manier ook geregeld. Maar er zijn twee belangrijke punten waarover we het niet eens zijn met de Raad. Ten eerste, de snelheid waarmee dat nieuwe veiligheidssysteem van start moet gaan. Het Europees Parlement wil sneller gaan en ik vind dat we bij dat standpunt moeten blijven. Ten tweede, naar een Europees veiligheidssysteem streven - en collega Jarzembowski heeft er al op gewezen - betekent dat je zo weinig mogelijk nieuwe nationale veiligheidsregels maakt. Daarom is artikel 8 van belang: de rol van de Commissie als bewaker van het systeem. We moeten op dat punt als Parlement bij ons standpunt blijven. Wij hebben al over een aantal punten een akkoord bereikt met de Raad, maar er blijft nog één punt over en we moeten daarover toch hard onderhandelen. We zullen trouwens zien of de Raad morgen de punten waarover we tot een akkoord waren gekomen, ook kan volgen. Ik denk dat een akkoord mogelijk is en we moeten daarnaar streven. We moeten ook - nu zou ik het over de andere verslagen willen hebben en over het geheel - we moeten de vier richtlijnen als één pakket blijven behouden. We moeten met die vier richtlijnen tegelijk de overlegprocedure ingaan. In het algemeen is het Europees Parlement, meer dan de Raad, voorstander van een open Europese spoorwegmarkt en van Europese spoorwegbedrijven. De Raad gaat nog niet zover, veel minder dan Commissie en Parlement. We moeten in de overlegprocedure hard onderhandelen om de Raad een heel eind in onze richting te krijgen. Het dalend marktaandeel van de spoorwegen spreekt voor zich: onze Belgische spoorwegen hebben in de eerste helft van het jaar 2003 nog eens bijna 6 procent van de vrachtmarkt verloren. Dat is een zeer betreurenswaardige ontwikkeling. Er is een kleine stijging bij het passagiersvervoer, maar bij het vrachtvervoer gaat de zaak opnieuw slecht. Ik denk dat binnenvaart en kustvaart, zeker bij ons, klaar staan om het marktaandeel over te nemen. Belangrijk is dus dat de spoorwegen zich veel beter verdedigen, dat zij ervoor zorgen dat zíj op de markt aanwezig zijn. Het spoor moet efficiënter worden, moet veel vitaler worden dan het nu is. Er zijn een aantal landen waar dat het geval is, maar er zijn andere waar dat absoluut niet zo is. Spoorwegmaatschappijen moeten zich niet alleen met zichzelf bezig houden. Zij moeten zich bezig houden met hun klanten, hun gebruikers, zij moeten zich bezig houden met hun dienstverlening, ervoor zorgen dat zij hun klanten zo goed mogelijk bedienen, zodat die klanten bij hen blijven of naar hen terugkomen. Ik denk dat dat belangrijk is. Ik ontmoet bijna elke week een bedrijf dat zegt: We zouden wel een aantal dingen met het spoor willen doen, maar het gaat niet. Het is slecht, het is te traag, het is te duur, het is onbetrouwbaar. Ik vind dat zeer spijtige berichten en daar moeten we iets aan doen. Dat is de allereerste bedoeling van dit pakket richtlijnen. Wat wij hier voorstellen - dat zou ik toch ook willen opmerken - is geen wild kapitalisme op het spoor. Dat is zeker niet de bedoeling van de richtlijnen die hier nu op

5 21/10/ tafel liggen. Dit is geen asociaal of antisociaal pakket. Mijn vraag om het akkoord tussen de sociale partners te bekrachtigen, is trouwens sociaal geïnspireerd. Dit pakket geeft de spoorwegen de mogelijkheid om de vervoersmarkt opnieuw "in te nemen". Ik gebruik heel bewust een militaire term, want als de spoorwegen hun aandeel op die vervoersmarkt niet opnieuw veroveren, dan pas gaan we naar een heel zwaar sociaal bloedbad Ainardi (GUE/NGL), rapporteur. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega's, de omvangrijke werkzaamheden van het Parlement en de instellingen inzake het spoor - dat een zeer belangrijke uitdaging vormt voor de Unie en voor de toekomst - naderen hun voltooiing. Doelstelling van het verslag over de interoperabiliteit is niet alleen om samenhang te brengen tussen de richtlijnen betreffende het hogesnelheidsspoorwegsysteem en het conventionele spoorwegsysteem, maar ook om voortgang te boeken op het gebied van een grotere harmonisatie. Dat is de positieve bijdrage die Europa aan een vlotte doorstroming van de spoorwegnetwerken kan leveren. Met deze werkzaamheden is een aanvang gemaakt op basis van de constatering dat het spoor binnen de Europese vervoerssector voortdurend achteruitging. Met de voorstellen in mijn verslag beoog ik dus een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de spoorwegen. Het spoor is een duurzaam, veilig vervoermiddel dat tevens gelijkheid tussen de verschillende gebieden teweegbrengt; het is een wijze van vervoer die een resoluut optreden van de overheid verdient, zowel in Europees verband als in de lidstaten afzonderlijk. Deze achteruitgang van het spoor kent velerlei ernstige oorzaken. Sommige daarvan vallen overigens buiten de context van mijn verslag. Dat geldt bijvoorbeeld voor het feit dat het wegvervoer - de voornaamste concurrent van het spoor - geen rekening houdt met uitgaven ten behoeve van het milieu. De achteruitgang hangt ook samen met financieringsproblemen. Wat dit laatste punt betreft, blijf ik trouw aan mijn eerdere betogen en kan ik slechts herhalen dat dit aspect verre van bevredigend is. Op een gegeven moment zullen wij toch de middelen ter beschikking moeten stellen die zijn afgestemd op de verkondigde ambities. Vervolgens kom ik op de aanbeveling voor de tweede lezing van mijn verslag. Hoewel er algehele overeenstemming was over het gemeenschappelijk standpunt, kom ik in dit verslag terug op de voorstellen die de bevoegde parlementaire commissie in eerste lezing heeft gedaan en die een aanzienlijke vooruitgang betekenen. Twee voorbeelden. Het voorstel om treinen uit te rusten met registratieapparatuur zal - in de tijd van de satellietcontrole - een waarachtige bijdrage leveren aan de doorstroming van het verkeer en de directe controle hierop, waardoor het een verbetering van de veiligheid vormt. Dit voorstel, dat ik helemaal aan het begin van de eerste lezing van spoorwegpersoneel ontving en dat nu door de Raad is goedgekeurd, is in mijn ogen een goed voorbeeld van de ons ter beschikking staande mogelijkheden om het werk van het Parlement te verbeteren, door de tijd te nemen om te discussiëren en te luisteren naar de belangrijkste betrokkenen. Dames en heren, daarnaast wil ik uw aandacht vestigen op het ingediende amendement om de term "minimumniveau van technische harmonisatie" te vervangen door "hoog niveau van technische harmonisatie". Het was belangrijk om iedere mogelijke onduidelijkheid over het risico van een harmonisatie op minimumniveau weg te nemen. Hoewel de veiligheidsniveaus van lidstaat tot lidstaat verschillen, mochten wij namelijk absoluut niet de indruk wekken dat de harmonisatie kon worden aangegrepen voor een verlaging van de veiligheidsnormen, om zodoende de toegang van nieuwkomers te vergemakkelijken. We moeten er juist voor zorgen dat alle gebruikers van de spoorwegen alle noodzakelijke normen naleven om een verhoogde veiligheid te waarborgen. Dan kom ik nu op de andere verslagen van het spoorwegenpakket. Ik steun de voorstellen van mijn collega Gilles Savary betreffende het Europees Spoorwegbureau. De voorstellen met het oog op een vertegenwoordiging van de betrokken actoren - van alle actoren - in de raad van bestuur van het Bureau lijken mij een noodzakelijke stap voorwaarts. Ik hecht veel belang aan de mogelijkheid dat werknemers uit de sector en hun organisaties een stem in het kapittel krijgen tijdens de opstelling van de technische specificaties inzake interoperabiliteit, de zogenoemde TSI's. Ik ben het eens met een groot aantal voorstellen van de heer Sterckx met betrekking tot de veiligheid. Toch vind ik dat wij niet alleen rekening moeten houden met de bestaande nationale verschillen en knowhow, maar dat we ook de tijd moeten nemen. In netwerken die in de loop der geschiedenis een uiterst complexe vorm hebben gekregen, kunnen veranderingen uitsluitend op een doeltreffende wijze worden doorgevoerd indien dit naar menselijke maatstaven gebeurt. Een ander aspect waarop ik wil wijzen zijn de nationale normen. De lidstaten moeten het recht en de mogelijkheid behouden hun veiligheidsvoorschriften en -systemen te verbeteren, omdat het risico anders groot is dat het niveau over de gehele linie verlaagd wordt tot de kleinste gemene deler in plaats van dat alle netwerken geholpen worden om een hoger veiligheidsniveau te bereiken. Tot slot zal onze rapporteur begrijpen dat ik het niet eens ben met de wijziging van de doelstellingen door de marktopenstelling op één lijn te stellen met veiligheid. Iedereen heeft zijn eigen mening over het openstellen van de markt - en wij zijn het op dit punt niet met elkaar eens - maar het is jammer dat in een ontwerprichtlijn met als hoofddoel harmonisatie en verbetering van de veiligheid, twee dingen op één hoop worden gegooid. Wat het verslag van de heer Jarzembowski betreft, deel ik zijn verlangen naar liberalisering niet. We staan nog maar aan het begin van de omzetting van de vorige richtlijn: om de gevolgen daarvan te kunnen inschatten moet er dringend een balans worden opgemaakt. In een

6 10 21/10/2003 sector die - zowel in sociaal als in economisch opzicht - zo belangrijk is, dient het voorzorgsbeginsel te worden toegepast. Niemand wenst het Europese spoor de wederwaardigheden - om niet te zeggen rampen - toe waarmee bepaalde andere netwerken te maken hebben. Liberalisering tot elke prijs vloeit voort uit een ideologisch uitgangspunt. Dat is gevaarlijk en kan wel eens rampzalig blijken te zijn voor het spoor, de werkgelegenheid, het sociale aspect en de economie. Als wij ons in dit opzicht verzetten tegen de voorstellen inzake een versnelde marktopenstelling voor zowel het internationale als het nationale vrachtvervoer - voorstellen die de Raad helaas heeft goedgekeurd -, dan kunnen wij evenmin instemmen met het feit dat men elkaar in het Parlement probeert te overtroeven, door voor te stellen om - als het verslag aangenomen is - ook het passagiersvervoer te liberaliseren. De belangrijkste actoren uit de sector zijn unaniem - of vrijwel unaniem - tegen dit plan gekant. Deze promotie van de liberalisering is des te verrassender daar pogingen om corridors voor vrachtvervoer in te stellen tot op heden uitsluitend resultaat hebben gehad in het kader van coöperaties. Europa moet lering trekken uit deze ervaringen. Daarnaast heeft Europa behoefte aan een omvangrijke openbare dienstverlening in de spoorwegsector. In onze ogen is dat een uitdaging voor de toekomst. Tot slot, hoewel ik het eens ben met het idee van de heer Jarzembowski dat het spoorwegenpakket één geheel vormt en hoewel wij er allemaal achter staan om het spoor te promoten en op deze weg verder te gaan, vind ik dat deze promotie niet noodzakelijkerwijs synoniem is met liberalisering Savary (PSE), rapporteur. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, allereerst wil ik opmerken dat ik verheugd ben over de vorderingen van dit tweede spoorwegenpakket en - meer in het algemeen - over het voortreffelijke werk dat in deze zittingsperiode ten gunste van het spoor is verricht. Want hoewel wij verschillende politieke richtingen aanhangen, komt het er voor ons allen hier op aan het spoor een impuls en nieuwe hoop te geven en alle actoren in de spoorwegsector te laten inzien dat Europa een kans is voor de opleving van het spoor en geen belemmering voor de nationale spoorwegen. Dat is de eerste doelstelling. De tweede doelstelling is dat wij ook gehoor moeten geven aan de publieke opinie. Wij worden nu op onze verantwoordelijkheid beoordeeld, met name in de strijd tegen het feit dat al het vervoer per vrachtwagen plaatsvindt. Deze strijd begint in doorvoerlanden en landen waar veel vrachtwagens samenkomen - zoals het mijne - ondraaglijk te worden en zorgt voor niet te verwaarlozen politieke spanningen, die we bijvoorbeeld met de Mont-Blanc-tunnel hebben meegemaakt en die we nu ook in de Pyreneeën zien ontstaan. Dit tweede spoorwegenpakket omvat verschillende aspecten. Allereerst is er sprake van een zeer sterk technisch aspect, dat met name tot uiting komt in het verslag van mevrouw Ainardi. Wij steunen dit verslag en persoonlijk steun ik het onverkort, in het bijzonder wat de invoering van een zwarte doos betreft, waar mevrouw Ainardi persoonlijk om heeft verzocht. Het technische aspect komt ook tot uiting in het verslag-sterckx, dat eveneens een buitengewoon belangrijk verslag is, omdat de Europese veiligheidsnormen erin worden vastgesteld. Het is dus niet zo dat er bij de openstelling van de markt geen vangnet aanwezig is. Het gaat niet om een openstelling die slecht voorbereid is. Wij willen deze openstelling in het teken van de veiligheid plaatsen. Wij moeten veiligheid als een permanente doelstelling en als onze stellige plicht beschouwen. Ik heb in dit opzicht een genuanceerdere mening over het verband tussen nationale en Europese veiligheidsnormen. Ik vind dat vrijheid niet ten koste mag gaan van veiligheid. We weten dat veiligheid in het werk van het spoorwegpersoneel de belangrijkste plaats inneemt en voortdurend deel uitmaakt van het takenpakket. Toch ben ik ervan overtuigd dat we ervoor moeten zorgen dat men zich niet achter normen verschuilt teneinde treinen van andere maatschappijen te weren. Persoonlijk hoop ik dan ook dat er op dit gebied een akkoord wordt bereikt, waarbij de aandacht natuurlijk moet blijven uitgaan naar de veiligheidseisen. Verder bevatten deze verslagen - voor het eerst - een sterk sociaal aspect. Ik vind dit bijzonder hoopgevend. Ik behoor namelijk tot degenen die vinden - ik heb dat ook gezegd - dat het Europa van het spoor, dat ver achterloopt op het Europa van de weg, zo achterblijft omdat het spoorwegpersoneel nog niet begrepen heeft dat het ook om de instelling van het Europa van het spoorwegpersoneel gaat. Momenteel wordt er dus aanzienlijke vooruitgang geboekt. Allereerst betekent de oprichting van dit Bureau - waarvan voor het eerst ook de sociale partners deel zullen uitmaken - een vooruitgang, die ik te danken heb aan al mijn collega's, aan het begrip en de voortdurende steun van de Commissie en eveneens van de Raad. Ik vind dat wij daarover niets te klagen hebben. Ik ben van mening dat dit Bureau het gemeenschappelijke Huis van de spoorwegen moet zijn. Om die reden wilden wij dat gebruikers, spoorwegondernemingen, beheerders van infrastructuur, maar ook vertegenwoordigers van het spoorwegpersoneel erbij betrokken zouden worden. Persoonlijk hoop ik op steun voor de amendementen 4 en 5, met name wat de toevoeging in artikel 3 betreft, dat vertegenwoordigers van de werknemers aan de werkgroepen deelnemen. Ik vind dit een aanzienlijke verbetering. Zowel in het verslag-sterckx als in het verslag-ainardi wordt gesteld dat de sociale dialoog vóór de wetgevende activiteiten van de Unie komt. Telkens als de werkgevers en de vakbonden - binnen een gestelde

7 21/10/ termijn uiteraard - het eens kunnen worden, dan worden er geen regels opgesteld en gebeurt dit pas achteraf. Vanuit dit oogpunt is het beslist historisch te noemen wat onlangs met betrekking tot het Europees rijbewijs voor treinbestuurders is gebeurd. Voor de eerste keer is er sprake van een akkoord tussen de tweeëndertig spoorwegondernemingen en vertegenwoordigers van de vakbonden, dat zal uitmonden in een tekst die vanzelfsprekend een leidraad zal vormen voor de Commissie en die uiteraard veel legitiemer zal zijn dan wanneer dit akkoord er niet was geweest. Ik hoop dat dit alles op korte termijn tot een collectieve arbeidsovereenkomst voor het spoorwegpersoneel in heel Europa zal leiden. Ik ben ervan overtuigd dat dit de voorwaarde is die de weg vrijmaakt voor een Europa van het spoor en voor een zeer snelle opbouw van dit Europa van het spoor. Vervolgens is er het aspect "liberalisering", waarover ik veel genuanceerder denk dan de heer Jarzembowski. Ik weet niet of het nu wel zo nodig was om de agenda's - steeds maar weer - overhoop te halen. Waarom niet? Omdat ik er niet zeker van ben dat liberalisering de enige voorwaarde is voor de opbouw van het Europa van het spoor. Ik ben zelfs overtuigd van het tegendeel. Hoewel het belangrijk is om een vrij verkeer van treinen in alle lidstaten te waarborgen, denk ik namelijk dat er nog een groot aantal andere voorwaarden is waaraan moet worden voldaan opdat het spoor zijn vooraanstaande positie herovert en in staat zal zijn de strijd met het wegvervoer aan te binden. Ik ben er evenmin zeker van dat het dossier inzake de liberalisering van het reizigersvervoer zo nodig geopend moest worden, eenvoudigweg omdat het op ondoordachte wijze gebeurt. Het heeft voor mij geen zin om een datum vast te stellen als ik niet weet wat de achterliggende uitdagingen zijn en - met name - wat er in economisch opzicht op het spel staat. Ik betreur het dat wij ertoe neigen een schikking te vinden voor alle risico's, want hoe dichter we bij de verkiezingen komen, hoe meer mogelijkheden de Raad heeft om een aantal standpunten terzijde te schuiven. Ik betreur dit, maar wij zullen deze weg gezamenlijk afleggen, beste Georg, omdat we nu eenmaal met elkaar besloten hebben dat het om een spoorwegenpakket gaat. Ik zou tot slot tegen de commissaris willen zeggen dat wij veel waarde hechten aan het begrotingsaspect in dezen. Verder maak ik me er zorgen over of de zogenaamde "Eurovignet"-richtlijn wel binnen de ambities van het Witboek past. Deze richtlijn stelt de lidstaten namelijk in staat een eigen, nationaal belastingbeleid te voeren, waarbij er waarschijnlijk veel tegenstrijdigheden zullen zijn wat de heffingen betreft, maar ook wat de bestemming van deze bedragen betreft. Ik had liever een systeem naar Zwitsers voorbeeld gezien op Europees niveau De Palacio, Commissie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het werk voor het tweede spoorwegpakket heeft een zeer positieve ontwikkeling laten zien, hetgeen niet in de laatste plaats blijkt uit het vroege tijdstip van dit debat, met veel licht en in aanwezigheid van notulisten; er is zelfs daglicht, en dat mag een unicum heten, want wij zijn altijd s avonds laat aan de beurt. Eindelijk zijn wij nu eens, ik zeg het nog maar een keer, niet in de avondsessie aan de beurt, maar op het uur van de waarheid - prime time - van het Parlement, en dat doet me deugd. Dat geeft wel aan, mijnheer de Voorzitter, welk belang wij allemaal hechten aan het onderwerp van bespreking en welk belang het Parlement eraan hecht. Ik wil daarom beginnen met het Parlement oprecht dank te zeggen voor het werk dat wij, zoals sommigen van u al hebben opgemerkt, al die jaren samen hebben verzet om het spoorvervoer een nieuwe impuls en een grotere betekenis te geven binnen de Europese Unie. Ik wil heel in het bijzonder de vier rapporteurs danken voor hun voortreffelijke werk. Ik ben een van diegenen die graag hadden gezien dat wij het debat in tweede lezing hadden kunnen afronden, maar goed, wij gaan nu dan de bemiddelingsprocedure in. Ik hoop dat de minder belangrijke punten die wij nog met de Raad moeten bespreken, na de stemming over de amendementen van morgen voldoende duidelijk zullen zijn, wat zij nu praktisch al zijn. Ik denk dat het resultaat voor de spoorwegsector uiteindelijk positief zal zijn, en dus ook voor de Europese samenleving, want in al die tijd dat we eraan hebben gewerkt, zijn voor de meeste problemen oplossingen gevonden, standpunten toegelicht en is gezocht naar wegen om tot compromissen en overeenstemming te komen. In antwoord op hetgeen de heer Savary naar voren heeft gebracht, kan ik zeggen dat de Commissie 1 geen bezwaar heeft tegen de meeste amendementen die zijn ingediend met betrekking tot het Europees Spoorwegbureau. Wij kunnen ons alleen niet vinden in vijf van de 32 amendementen, hoofdzakelijk omdat zij in juridische zin duidelijker moeten worden geformuleerd of omdat wij het werk van het Europees Spoorwegbureau niet onnodig ingewikkeld of bureaucratisch moeten maken. Belangrijk is te benadrukken dat de Commissie haar steun verleent aan de amendementen over de samenstelling van de raad van bestuur - waarover de rapporteur het zojuist heeft gehad - en over de samenstelling van de werkgroepen. Ik denk dat wij op die punten een evenwichtige consensus kunnen bereiken. Ik wil mevrouw Ainardi danken voor haar werk op een terrein dat technisch zeer ingewikkeld is, en voor de uitstekende manier waarop wij daaraan hebben samengewerkt. De twee amendementen die de heer Sterckx op het laatste moment voor deze kwestie heeft ingediend worden gesteund door de Commissie. 1 Standpunt van de Commissie inzake de amendementen van het Parlement: zie Bijlage.

8 12 21/10/2003 Dat het aantal amendementen op de richtlijn inzake de veiligheid van de spoorwegen, waarvoor de heer Sterckx als rapporteur optrad, zo groot is, komt doordat het Parlement vaart wil zetten achter deze kwestie, en het zal duidelijk zijn dat wij het op dat punt eens zijn. Enkele van de voorgestelde amendementen bevatten echter bepalingen die al zijn opgenomen in de richtlijnen betreffende de interoperabiliteit of worden opgenomen in ons voorstel over de bevoegdheid tot het besturen van treinen, dat eind van dit jaar klaar zou moeten zijn. In andere amendementen worden de termijnen voor het opstellen van de communautaire teksten over de veiligheid van de spoorwegen systematisch teruggebracht, terwijl de Raad die al drastisch had ingekort. Ik denk dat het hier gaat om wat kan, niet om wat we zouden willen. De Raad had de oorspronkelijk voorgestelde termijnen al verkort, en ik denk dat het resultaat evenwichtig was. Als wij willen dat het toekomstige Europees Spoorwegbureau van meet af aan een succes is, dan moeten wij het niet met een onredelijk grote hoeveelheid werk belasten. De belangrijkste amendementen, vooral met het oog op het debat in de Raad, zijn die over de nationale veiligheidsnormen en het communautair toezicht daarop. De rapporteur heeft mijns inziens een goed evenwicht gevonden en wij steunen daarom zijn amendementen op artikel 8. Daarom nogmaals dank aan de heer Sterckx voor zijn werk. Het verslag van de heer Jarzembowski valt uiteen in twee delen: goederenvervoer en personenvervoer. Met de amendementen van het Parlement voor het goederenvervoer zijn wij het roerend eens. Wel zullen we uiteindelijk met de Raad overeenstemming moeten bereiken over de data en de bevoegde aanvragers. Ik reken echter op een voldoende positief resultaat. Het standpunt van het Parlement inzake het personenvervoer ken ik heel goed, want u hebt u daar in eerste lezing zeer stellig over uitgelaten. Ik heb dat destijds overgebracht aan de Raad, en geen twijfel laten bestaan over het belang van de eerste plenaire stemming in dit Huis naar aanleiding van die eerste lezing. Datzelfde standpunt is ook tijdens de stemming in de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme gehandhaafd, en de Commissie is zich daarvan terdege bewust. Nogmaals, wij delen de achterliggende bedoelingen van die amendementen, maar wij hebben ons tegenover Parlement en Raad verplicht een voorstel te doen voor de openstelling van de markt voor personenvervoer en die verplichting lossen wij vóór het einde van dit jaar in. De teksten zijn vrijwel afgerond, maar wij zijn nog bezig met de laatste besprekingen, want de zaak is complexer dan hij op het eerste gezicht lijkt. Binnen anderhalve maand hebt u de tekst op tafel. Zoals de heer Jarzembowski terecht heeft opgemerkt, zullen wij de tekst, ook al wordt die door de Commissie op tijd ingediend, niet tijdens deze zittingsperiode kunnen bespreken. Wij kunnen wel een begin maken met de besprekingen, maar ik weet niet of wij de eerste lezing zullen meemaken. Wat ik u daarmee wil zeggen is dat de Commissie u de tekst zal aanreiken in de verwachting dat het Parlement ermee aan de slag gaat en, in de huidige of in een nieuwe samenstelling, een en ander tot een goed einde zal brengen. Wij zijn het er namelijk volledig mee eens dat het zaak is het concurrentiebeginsel in te voeren in het personenvervoer en, wanneer het trans-europese netwerk er eenmaal is, het spoorwegvervoer niet meer vanuit een nationaal perspectief te bezien maar vanuit een Europees perspectief. Het geografische referentiekader wordt dan Europa, en niet meer het een of andere land. Binnen een Europees netwerk zullen de diverse reeds bestaande ondernemingen in de verschillende landen van de Unie toegang moeten krijgen tot dat netwerk om met elkaar de concurrentie aan te gaan. Dat is niet meer dan logisch, gezien de stappen die we tot nu toe hebben gezet. Wanneer de Europese spoorwegenwetgeving in werking treedt, worden de bestaande spoorvervoerders concurrent van elkaar. Zodra we het hebben over Europa, en niet meer over een bepaald land, is er automatisch sprake van concurrentie. Dat is geen kwestie van ideologie maar vloeit logischerwijs voort uit de maatregelen die wij hebben aangenomen. Het is een van de voordelen van het bouwen aan Europa. Bovendien denk ik eerlijk gezegd dat die concurrentie ertoe bij kan dragen dat de spoorwegondernemingen op alle relevante terreinen moderner te werk gaan, want ik ben het met u allen eens dat er één belangrijk element is dat steeds de aandacht verdient, namelijk de veiligheid. Veiligheid als doel en devies binnen het spoorvervoer mogen wij bij de andere veranderingen die wij nog willen doorvoeren, geen moment uit het oog verliezen. Mijnheer Jarzembowski, mijn complimenten voor uw werk en inzet. Ik deel uw standpunt - het standpunt van de grote meerderheid van dit Parlement -, maar ik kan die amendementen niet steunen. Ik kan u alleen zeggen dat wij de tekst voor de openstelling van de markt voor het goederenvervoer nog vóór het einde van dit jaar aan u zullen voorleggen. Tenslotte, mijnheer de Voorzitter, wil ik de diverse rapporteurs mevrouw Ainardi en de heren Jarzembowski, Sterckx en Savary -, alle leden van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme, en dit Parlement nogmaals dankzeggen voor hun voortreffelijke werk. Er zijn denk ik nog enkele punten voor het bemiddelingsproces met de Raad, waarvan sommige wat lastiger zijn, maar laten we hopen dat wij kans zien een oplossing te vinden. Dan kunnen we dit tweede spoorwegpakket succesvol afsluiten. Het eerste vindt zijn neerslag in deze wetgeving, en samen daarmee betekent dit tweede pakket dat wij erin zijn geslaagd het Europese spoorwegvervoer naar een voor de 21 e eeuw passend niveau te tillen. Dat is niet alleen heel ambitieus

9 21/10/ maar ook volstrekt noodzakelijk om in Europa tot een uitgebalanceerd, duurzaam vervoerssysteem te komen Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega s, de herstructurering van de Europese spoorwegen is een immens karwei. Wij moeten ervoor zorgen dat de 21 e eeuw in Europa weer een eeuw van spoorwegvervoer wordt. Als dat niet gebeurt, loopt het wegverkeer hopeloos vast met alle gevolgen van dien voor de mensen, het milieu en de economie. Het spoor kan natuurlijk niet net als in de 19 e eeuw het vervoersmiddel bij uitstek zijn, maar het moet als een belangrijke schakel functioneren in de keten van alle middelen van vervoer - door de lucht, over de weg, het water en het spoor. Daarvoor is het echter wel noodzakelijk dat de spoorwegen ook op die taak berekend te zijn. Het spoor moet daarom zodanig georganiseerd worden dat die integratie daadwerkelijk mogelijk is en de interoperabiliteit - dat prachtige woord - dient ook inhoudelijk vormgegeven te worden zodat de koppeling tussen de verschillende vervoersmiddelen in de praktijk ook kan functioneren. De tijd dringt echter. Daarom was het Europees Parlement ook niet tevreden met het oorspronkelijke tijdschema en op dit moment zijn wij daar nog steeds niet helemaal tevreden over. Wij constateren echter wel enige vooruitgang en wij hopen dat er nog meer vaart achter gezet wordt, liefst zo snel mogelijk. Wat dat betreft, houden wij vast aan de voorstellen die wij eerder hebben gedaan. Met name met betrekking tot het verslag-ainardi blijven wij aandringen op de voorwaarde dat de interoperabiliteit voor het gehele net dient te gelden. Die interoperabiliteit kan namelijk alleen maar optimaal functioneren, als deze voor alle delen van het spoorwegnet verplicht is en de mogelijkheden van de verschillende vervoersmiddelen niet opnieuw beperkt worden door een slechte onderlinge afstemming. Bij de voorbereiding en vaststelling van de technische specificaties dient niet alleen met de economische kosten en noodzakelijke veiligheidsnormen rekening te worden gehouden, maar ook met de ecologische en sociale belangen. De effectiviteit en veiligheid van het totale trans-europese hogesnelheidsspoorwegsysteem zijn onder meer afhankelijk van een goed functionerende communicatie, met name tussen degenen die met de exploitatie belast zijn en degenen die daar toezicht op houden. Voor die communicatie is dan ook een adequate codering of een terminologielijst vereist. De concrete invulling daarvan mag echter niet gebaseerd zijn op een minimaal veiligheidsniveau; wij moeten ervoor zorgen dat alle veiligheidsnormen op dit gebied zo streng mogelijk zijn. Sta mij tot slot toe, gezien mijn Oostenrijkse afkomst, nog een korte opmerking te maken over een ander, actueel onderwerp. Onlangs is de bemiddeling met betrekking tot de ecopunten naar aanleiding van het verslag-caveri van start gegaan. Van start gegaan, betekent in dit geval helaas echter nog niet dat de bemiddelingsprocedure ook echt van de grond is gekomen. Daarom zou ik een zeer dringend beroep op met name de Raad en zijn fungerend voorzitter, de heer Lunardi, willen doen, om ervoor te zorgen dat de meest betrokken landen tot een gezamenlijk standpunt komen waarmee zij vervolgens ook aan het Europees Parlement duidelijk kunnen maken dat er beweging in de zaak zit! Wij hebben die beweging nodig en als wij daarin slagen, kunnen wij ook bij dit onderwerp - zij het in iets aangepaste vorm - de woorden van Goethe aanhalen die Voorzitter Schmid eerder al geciteerd heeft: Wer immer strebend sich bemüht, der wird letzen Endes auch Erfolg haben, ofwel de aanhouder wint Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega s, allereerst wil ik de rapporteurs van harte bedanken voor hun geslaagde werkzaamheden en voor de uitstekende samenwerking met de overige leden van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Ik wil mij in mijn betoog met name op het verslag van de heer Jarzembowski richten en nader ingaan op de voorwaarden waaraan de liberalisering moet voldoen om ook daadwerkelijk succesvol te kunnen zijn. Wat het goederenvervoer betreft, zitten wij helemaal op één lijn. De liberalisering of openstelling van de goederenmarkt is absoluut noodzakelijk, omdat het aandeel van het goederenvervoer via het spoor de afgelopen decennia continu is afgenomen. Dat is overigens geen gevolg van de liberalisering omdat deze pas veel later haar intrede heeft gedaan. De liberalisering is eerder een onontkoombare, zij het niet toereikende reactie op deze ontwikkeling. Op de weg is eigenlijk precies dat gebeurd, wat wij veel liever op het spoor hadden gezien, namelijk een liberalisering. Binnen de Europese Unie bestaan er voor het wegvervoer nauwelijks nog belemmeringen, niet wat de technische normen betreft en ook niet op het gebied van de veiligheidseisen. Het wegvervoer hoeft ook niet voor de externe kosten op te draaien, wat een groot voordeel is geweest, maar waarvoor wel enorme overheidsinvesteringen nodig waren. Het feit dat het wegvervoer betere resultaten boekt dan het spoorwegvervoer heeft niets te maken met het feit dat de particuliere sector hiervoor in beginsel beter geschikt zou zijn dan de publieke sector; het succes van het wegvervoer zou zonder overheidsinvesteringen ook nooit zo groot zijn geweest. Wat het personenvervoer betreft, gaat mijn dank uit naar commissaris De Palacio. Ik hoop dat het pragmatisme en de logica van haar argumentatie ook de heer Jarzembowski overtuigd heeft. Hij is meestal niet ongevoelig voor logische argumenten en die heeft de commissaris vandaag in groten getale aangevoerd. Laten wij er niet omheen draaien: het is niet doorslaggevend of de regeling er nu wel of niet in 2005 komt. Het is wel doorslaggevend dat die regeling in ieder geval in een van

10 14 21/10/2003 de komende jaren haar beslag krijgt. Daar is iedereen het over eens. Wij zullen het verslag-jarzembowski steunen en in naam van mijn fractie wil ik daaraan het volgende nadrukkelijk toevoegen: Om in de komende tijd een liberalisering van het goederenvervoer tot stand te brengen, is een flexibelere houding ten opzichte van het personenvervoer noodzakelijk. Vanwege de eerder genoemde overwegingen moeten wij echter wel, zij het op bepaalde voorwaarden, prioriteit aan het goederenvervoer geven. Om een succesvolle liberalisering van het spoorwegvervoer te bewerkstelligen, is onder andere ook een harmonisering van de technische en de veiligheidsvoorschriften nodig. Daar is al veel over gezegd en daar zijn wij het volledig mee eens. De belemmeringen die op dit vlak nog steeds op de Europese markt aanwezig zijn, dienen zo snel mogelijk weggenomen te worden. Dat is een taak die zowel op de schouders van de Europese beleidsmakers als op die van de sociale partners in de sector rust. Dan de tweede voorwaarde. Het is vandaag de dag in de mode om hervormingen door te voeren die strijdig zijn met de belangen van de betrokkenen, dat wil zeggen de werknemers. Naar mijn idee is het beter als die werknemers, met name in de spoorwegsector, zelf ook achter de noodzakelijke hervormingen en veranderingen staan. De overeenstemming die enkele dagen geleden is bereikt over het vaardigheidsbewijs voor het besturen van een locomotief is in dat opzicht een goed teken. Als wij de verantwoordelijkheid overdragen aan de sociale partners in de spoorwegsector ben ik ervan overtuigd dat de werkgevers en werknemers gezamenlijk ook tot goede oplossingen zullen komen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit het net genoemde vaardigheidsbewijs. Ik hoop van harte dat dit het begin is van een constructieve samenwerking tussen de sociale partners in de spoorwegsector. Overigens moeten zij er natuurlijk wel op worden gewezen dat als zij die verantwoordelijkheid niet op zich nemen, er een politiek besluit wordt genomen. Ten derde: De liberalisering kan alleen maar functioneren als er meer in de infrastructuur wordt geïnvesteerd. Er is al gerefereerd aan de elektriciteitsmarkt, bijvoorbeeld aan de situatie in Groot- Brittannië. Als wij gaan liberaliseren, maar tegelijkertijd onvoldoende incentives geven om te investeren, kan dat tot storingen in het spoorwegnet en tot onveilige situaties leiden. Een grotere mededinging leidt namelijk eerder tot zowel dalende tarieven, en dus ook tot minder inkomsten voor de exploitanten van de infrastructuur, als tot een beter of intensiever gebruik van de infrastructuur. Als dat niet samengaat met of gecompenseerd wordt door overheidsinvesteringen, kunnen er grote problemen ontstaan. Ook ik vind het ietwat teleurstellend dat de Raad - na een aantal goede voorstellen van de Commissie - geen duidelijke uitspraak heeft gedaan over de investeringen in het trans-europese netwerk. Ik doel daarbij met name op de extra incentives, dat wil zeggen op de 30 procent die de Commissie voor grensoverschrijdende projecten voor ogen staat. Wij moeten alle lidstaten stimuleren om meer in het spoorwegnet te investeren, uiteraard met een nadruk op grensoverschrijdende maatregelen. Hoe kunnen wij Europa ooit bijeenbrengen als er op dit gebied niet genoeg geïnvesteerd wordt? Ik hoop dat er in ieder geval tijdens de Top in december hierover een duidelijk standpunt wordt ingenomen. Ik wil de Commissie nogmaals bedanken voor het goede voorbereidende werk dat zij op dit gebied heeft verricht. De laatste voorwaarde voor het welslagen van de liberalisering is het terugdringen van de verstoringen van de mededinging. Ik heb al eerder gezegd dat het succes van het wegvervoer onder andere te danken is geweest aan het feit dat deze sector niet zelf hoeft op te draaien voor de externe kosten, de milieukosten dus. Hij betaalt dus niet mee aan de extra slijtage van de wegen door het toenemend aantal auto s en vrachtwagens en ook niet aan de eigenlijke milieukosten. De commissaris heeft een richtlijn inzake de vervoersinfrastructuurkosten gepresenteerd waar ik nog niet helemaal tevreden over ben, omdat deze te weinig mogelijkheden biedt om de ongelijkheden te verminderen. Ik ben echter pas goed geschrokken toen ik erachter kwam dat er in de Raad op dit punt erg weinig instemming en steun voor de Commissie was en is. Ik hoop dan ook dat het Parlement de Commissie op dit gebied tot een grotere steun zal zijn en in die zin zou ik de rapporteurs nogmaals voor hun werkzaamheden willen bedanken. De heer Jarzembowski heeft uitstekend werk verricht. Als hij nu ook nog boven zichzelf uitstijgt en zich op het goederenvervoer concentreert en daarnaast met name zijn volledige steun aan zijn geachte collega commissaris De Palacio geeft, zullen wij ongetwijfeld tot een goed besluit komen Vermeer (ELDR). Voorzitter, ik wil de collega's bedanken, de rapporteurs die zoveel werk hebben verzet om één samenhangend pakket neer te leggen, want dat is het uiteindelijk geworden. Sinds vorige week heb ik met eigen ogen mogen zien dat ondernemen op het spoor in Europa wel degelijk mogelijk is. Ik was bij een particuliere onderneming in Rotterdam, die nu ondertussen de helft van het aantal containers per spoor vervoert. Dat wil zeggen 50 procent marktaandeel ten opzichte van de oude vastgeroeste monopolist. De relatieve teloorgang van een vervoersmodus is dus mede door de instap van particuliere ondernemers een halt toegeroepen. We moeten dus meer private partijen stimuleren om te investeren in het gebruik van het spoor, om zo de toekomst als alternatieve vervoersvorm vast te leggen. Ik bewonder en onderschrijf de inzet van Jarzembowski om all the way te gaan met het spoor en ook het personenvervoer in 2008 te willen liberaliseren. Ik hoop wel dat de Raad dit overneemt. Bovendien wil ik hier toch waarschuwen dat het niet zo mag zijn dat we hierdoor een aantal landen tegenwerken bij de liberalisering van het goederenvervoer. Ik bedoel hier met name landen als Frankrijk en België, waarvan de organisaties wel in het buitenland investeren, maar niet toelaten dat buitenlanders activiteiten ontplooien op hun eigen spoor. Ik hoop dat dat in januari 2006 verleden tijd

11 21/10/ zal zijn, en ik denk dat dat ook het geval zal zijn. Veiligheid en interoperabiliteit hebben alles met elkaar te maken en zijn ook het belangrijkste motief waarom het spoor een goede, snelle en concurrerende vorm van vervoer kan zijn ten opzichte van het transport over de weg. Maar dan moet er toch wel veel veranderen. Ik heb gezien dat als een trein vanuit Nederland naar Zuid-Duitsland gaat, door twee landen en drie Bundesländer, dat er dan zeven keer een nieuwe locomotief voor wordt gekoppeld. Het is te zot voor woorden dat dat het alternatief zou zijn voor transport over de weg. Ik ben dus ook blij dat hier een heel goed voorstel ligt, waarmee we dit soort toestanden kunnen uitbannen. Dan kunnen we dus ervoor zorgen dat we één Europese opleiding krijgen, één herkenbaar systeem, dat toegankelijk is en ook de doorgang bevordert, dat dus de werkelijke snelheid van een goederenspoor verhoogt, en daarmee ook de veiligheid en de betrouwbaarheid. Ik wil dan ook ervoor pleiten dat er veel aandacht wordt geschonken aan het internationaal op elkaar aansluiten van de rijschema's. Dan zal er voor degenen die daarom vragen ruimte vrijgemaakt worden op het spoor om te mogen rijden. Dat moet dan wel op elkaar aansluiten. Het kan niet zo zijn dat dat per Bundesland en per land apart wordt geregeld. Dat moet overkoepelend, integraal benaderd worden en ik vind het buitengewoon belangrijk dat dit voorstel hier ligt. Ik denk dat we op het punt van de veiligheid en de interoperabiliteit een zeer goede kans hebben om het spoorvervoer tot een aantrekkelijke vervoersvorm te maken, naast het wegtransport, ook naast het transport over water. Ik denk dat we hiermee een stap zetten die van wezenlijk belang is voor het goederenvervoer door heel Europa Meijer (GUE/NGL). Voorzitter, het vervoer per spoor is ooit gestart door particuliere ondernemingen, die de verwachting hadden om daarmee winst te maken. Hun spoorlijnen vormden geen samenhangend net en waren veelal niet toegankelijk voor treinen van andere bedrijven met andere kenmerken. Veel van die bedrijven gingen failliet of vielen op door hun kwalitatief slechte en vaak onderbroken dienstverlening. Toen dat systeem faalde, kwamen er staatsbedrijven, die probeerden voor hun land zoveel mogelijk een eenheidsmodel te ontwikkelen. Spoorwegvervoer werd een kerntaak van de staat. Nu zijn we in een fase aangekomen waarin aan de ene kant een grootschalig Europees eenheidsmodel wordt nagestreefd, maar aan de andere kant ook weer een terugkeer naar het 19 e -eeuwse model van afzonderlijke particuliere bedrijven wordt gepropageerd. Die twee doelen zullen in de praktijk waarschijnlijk slecht verenigbaar blijken en voortdurend tot spanningen leiden. De voorstanders van dit model stellen sterk gegroeide transportbedrijven in een vrije markt, zoals vliegtuigmaatschappijen en vrachtautobedrijven, ten voorbeeld aan de als ouderwets beschouwde spoorwegen. De vrije concurrentie zou leiden tot groei en aantrekkelijkheid voor een grotere klantenkring die tot nu toe het spoor niet gebruikt. Anderen vrezen dat liberalisering alleen zal leiden tot een scheiding tussen winstgevende en verlieslatende activiteiten en tot bezuinigingen op infrastructuur, dienstverlening en personeel, met minder veiligheid en hogere tarieven tot gevolg. In plaats van ruimte te scheppen voor nieuwe particuliere bedrijven zouden er meer redenen zijn om grensoverschrijdend vervoer over lange afstanden in handen te brengen van een goede coördinatie tussen de bestaande nationale bedrijven of in handen van één afzonderlijk Europees bedrijf. Maatregelen tot inperking van milieu-onvriendelijk luchtvervoer en wegvervoer zouden daarop een goede aanvulling zijn. De vier verslagen die vandaag aan de orde zijn, zijn een product van dit belangrijke meningsverschil. Ze hebben met elkaar gemeenschappelijk dat ze ook voor de toekomst weer een belangrijke rol weggelegd zien voor het spoorvervoer en dat is vooruitgang ten opzichte van de tijd dat het spoor naar het museum voor 19e-eeuwse rariteiten werd verwezen. Maar over de manier waarop dat bereikt moet worden, verschillen de meningen sterk. Het verslag-jarzembowski past in een eindeloze reeks pogingen om meer en sneller te liberaliseren, niet alleen voor grensoverschrijdend goederenvervoer maar zelfs voor binnenlands personenvervoer. Hoewel ik geen voorstander ben van grote macht voor de Raad, hoop ik dat als de meerderheid van dit Parlement de rapporteur volgt ook nu de Raad die pogingen weer zal inperken en afremmen. Het verslag-sterckx legt wat minder die nadruk op een vrije markt, maar denkt nogal centralistisch, zodat het onvoldoende ruimte laat voor nationale en regionale maatregelen. De verslagen-ainardi en -Savary zijn gericht op de kwaliteit voor samenleving, gebruikers en personeel en hebben daarom mijn steun Nogueira Román (Verts/ALE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, het spoorwegnet is samen met alle andere vervoersinfrastructuur en de media een essentiële schakel in het proces om van de Europese Unie een politieke entiteit zonder grenzen te maken. De spoorwegen hebben bij de totstandkoming van de moderne staten in de afgelopen twee eeuwen dezelfde rol gespeeld. De spoorwegen zijn een noodzaak voor de vooruitgang en de modernisering van de economie. In de huidige conjunctuur is de uitbreiding van het hogesnelheidsnet zelfs een onmisbare maatregel om de bedrijfsactiviteiten te dynamiseren en opnieuw aan te zwengelen. Het spoorwegpakket is dus niet slechts een nieuw instrument voor particuliere maatschappijen om zo snel mogelijk de winst op te strijken, maar een instrument om de Unie politiek, economisch en sociaal vorm te geven. Daarom wijst mijn fractie het verslag-jarzembowski van de hand en steunen wij het verslag-sterkx over de veiligheid, het verslag-ainardi over de interoperabiliteit en het verslag-

12 16 21/10/2003 Savary over het Europees Spoorwegbureau die alle drie deze brede opvatting over het belang van de spoorwegen delen. Voor mij als Galiciër en voor alle andere inwoners van naties die ver van het geografisch centrum van Europa liggen, zouden deze besluiten van het Europees Parlement er natuurlijk toe moeten leiden dat wij op een snelle verbinding met heel Europa kunnen rekenen. Dat is ook de zin van het investeringsplan voor infrastructurele werken dat de Commissie voorbereidt. Bij dat plan moet in het bijzonder voorop staan dat het spoor zowel de meest natuurvriendelijke vervoersvorm is als het gunstigst voor het sociaal welzijn Van Dam (EDD). Voorzitter, deze voorstellen beogen een impuls te geven aan de spoorwegsector, opdat die een attractief en levensvatbaar alternatief voor andere vervoerswijzen kan worden. Gelet op de reacties op het Witboek heeft dat een breed draagvlak. Vraag is alleen hoe dat moet gebeuren. Binnen de sector is een forse mentaliteitsverandering nodig. Dit pakket kan daaraan zeker bijdragen, mits goed ontwikkeld en uitgevoerd. Een belangrijk element is de markttoegang. Wie krijgt gebruiksrechten - en waartoe? Om de concurrentie met het wegvervoer aan te kunnen, is een vergelijkbare vrijheid voor vervoerders en verladers noodzakelijk. Rechtstreekse toegang voor belanghebbenden in het goederenvervoer tot het spoorwegnet dus. Of het zinvol is dit op korte termijn ook voor personenvervoer te doen gelden, waag ik te betwijfelen. Wanneer we ondernemers deze ruimte geven, is het van belang dat we heldere regels voor gebruik en veiligheid stellen. Naar onze mening heeft collega Sterckx de vinger op de juiste plekken gelegd. We kunnen dan ook met de meeste van zijn voorstellen instemmen. Dat geldt ook voor een aantal voorstellen in het verslag van collega Ainardi. Wat betreft het functioneren van het Agentschap: de ontwikkeling van de spoorwegen in de laatste decennia heeft ons niet gebracht wat we hadden gehoopt. Het Agentschap zal dus een stimulans moeten geven om een nieuwe richting in te slaan. Daar zullen we bij de participatie van de verschillende betrokkenen rekening mee moeten houden. Voorzitter, al met al ligt hier een degelijk pakket waarmee we hopelijk enige ontwikkelruimte voor de sector kunnen creëren Dillen (NI). Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, de globale behandeling van de hier bediscussieerde verslagen onder de noemer "spoorwegenpakket", waarbij verschillende deelaspecten van de spoorwegproblematiek aan bod komen, zoals veiligheid op communautaire spoorwegen, de ontwikkeling van hogesnelheidslijnen, de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen en de heffing van rechten en de toewijzing van spoorweginfrastructuur, geeft mij vandaag de gelegenheid om dit Parlement bij de discussie over het trans-europese spoorwegsysteem even te wijzen op de blijvende blokkering van het dossier van de IJzeren Rijn. De IJzeren Rijn mag bij uitstek een voorbeeld genoemd worden van een Europese transportlijn die nuttig is voor een open economie. De IJzeren Rijn op het Ruhrgebied in het Duitse hinterland, ontsluit immers de Antwerpse haven, maar ook de havens van Gent, Zeebrugge en Oostende. De IJzeren Rijn bestaat en heeft in het verleden zijn nut reeds bewezen, maar is al enkele decennia in onbruik geraakt, omdat de kosten voor de milieutechnische aanpassingen, zoals ondertunneling op bepaalde plaatsen, veel te hoog oplopen om de lijn snel renderend te maken. Dit is evenwel een nep-argument waarachter de Nederlandse regering zich verschuilt om de zaak blijvend te blokkeren. Vlaanderen voelt vandaag echter de noodzaak deze spoorlijn weer te activeren, gezien de toenemende verkeersproblemen in het exponentieel toenemend containerverkeer in Vlaanderen, Nederland en Duitsland. Duitsland, en meer bepaald de deelstaat Rheinland- Westfalen, steunen Vlaanderen al jaren in deze economisch noodzakelijke eis. Jammer genoeg voert Nederland echter in deze een obstructiepolitiek, die ingegeven wordt door de eigen plannen om de haven van Rotterdam een moderne aansluiting op het Ruhrgebied te verlenen via de peperdure en milieubelastende Betuwelijn, waarbij echter geen enkel Europees land economisch voordeel heeft. Reeds jaren lang wordt er dus op deze manier een patsstelling gecreëerd, waarbij niemand baat bij heeft en die enkel tot grote economische schade heeft geleid voor de Vlaamse havens en de containertrafiek. Nu Europa het belang van transnationale spoorlijnen op een dusdanig formele wijze erkent, wil ik hier dan ook als Vlaming en als Antwerpenaar de hoop uitdrukken dat er in het voor Vlaanderen zo belangrijke dossier van de IJzeren Rijn op Europees niveau naar een doorbraak wordt gezocht, die voor alle partijen een bevredigende oplossing biedt De Voorzitter. Ik geef collega Sterckx, op basis van het Reglement het woord. Op basis van welk artikel van het Reglement wilt u het woord voeren? Sterckx (ELDR). Voorzitter, een persoonlijk feit. Ik zou er willen op wijzen dat de fractie van mijnheer Dillen, zijn voorgangers, toen ik heb voorgesteld De Voorzitter. Geachte collega, persoonlijke opmerkingen kunt u aan het einde van het debat maken, niet tijdens het debat. Ons Reglement is daarover zeer duidelijk

13 21/10/ Hatzidakis (PPE-DE). (EL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de vice-voorzitter van de Commissie, ik zou de vier rapporteurs willen gelukwensen met hun inspanningen en ik wens hen veel geluk bij het verdere werk, want het lijdt geen twijfel dat er bemiddeld zal moeten worden met de Raad. Ik wil het vooral hebben over de liberalisering van het spoorvervoer en heb hierover wat opmerkingen van politieke aard. Ik vind namelijk dat de discussie over concrete amendementen en technische aspecten ons de hoofdzaak uit het oog doet verliezen. Dames en heren, de scheepvaart is sinds vele jaren geliberaliseerd. Ook het wegvervoer in de Europese Unie is sinds enige jaren vrij. Dat geldt ook voor de luchtvaart. Hierin schuilt volgens mij een paradox. Je kunt niet blijven volhouden dat het spoorvervoer een monopolie moet blijven zonder uniform spoorwegnet en vrije concurrentie in heel Europa. Dat iemand mij dat maar eens eerlijk en op basis van het gezonde verstand uitlegt zonder zich te verstoppen achter belangen van bepaalde groepen of bedrijven. Zonder vervoersnetwerk is er geen sprake van een Europese interne markt. En zonder liberalisering van het spoorvervoer komt die er nooit. Bovendien willen alle politieke krachten in Europa, althans in theorie, het spoorvervoer verder uitbouwen vanwege het milieuvriendelijke karakter ervan. Daarom moeten we het lef hebben om die sector te liberaliseren, als het aan mij lag liever vandaag dan morgen. Van mij mag het zo snel mogelijk, mijnheer de Voorzitter, waarbij we uiteraard alle maatregelen moeten treffen die nodig zijn voor de veiligheid, zodat we een liberalisering van hoge kwaliteit krijgen zonder enig risico voor de passagiers, zoals in de luchtvaart is gebeurd. Maar dan heeft het voortzetten van deze discussie geen zin. Zo wordt het onderwerp toch maar op de lange baan geschoven en begint het debat meer en meer op een achterhoedegevecht te lijken, wat volgens mij enkel bepaalde belangengroepen in de kaart speelt. Het Parlement vormt al jaren de voorhoede in de strijd voor de liberalisering van de spoorwegen. Het Parlement handhaaft terecht zijn amendementen uit eerste lezing. Ik hoop dat we, na de bemiddeling, met het Italiaanse voorzitterschap in december een zo goed mogelijk resultaat kunnen voorleggen. Ook hoop ik dat de commissaris ons zal helpen met de uiteenzetting die zij heeft gegeven. Deze kan namelijk dienen als laatste redmiddel zodat we meteen daarna kunnen beginnen met het liberaliseren van het passagiersvervoer. Het Parlement en uiteraard ook mijn fractie vinden veiligheid uiterst belangrijk. Daarom spreekt het verslag- Sterckx over zwarte dozen, zoals in schepen en vliegtuigen. Daarom spreken we over een Europees rijbewijs voor treinbestuurders, daarom behandelen we in het verslag-ainardi de financiering van de interoperabiliteit, want we willen interoperabiliteit op hoog niveau, niet het halve werk dat de Raad ervan wil maken. Dat zijn onze krachtlijnen en ik hoop dat we aan het einde van het Italiaanse voorzitterschap in december een meer dan behoorlijk resultaat kunnen voorleggen met het oog op de liberalisering van het spoorvervoer, niet als doel op zich, maar omdat we vinden dat het goed is voor de Europese economie, de consument en ook voor de werknemers in de spoorsector zelf, omdat het hun banen zal opleveren Simpson (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou al onze rapporteurs willen bedanken voor hun werk op dit gecompliceerde doch belangrijke terrein binnen het vervoerspakket, namelijk onze spoorwegen en hun toekomst. Ik zou willen beginnen met het onderwerp goederenvervoer en wat hier reeds over gezegd is. Op het vlak van goederenvervoer bevindt de spoorwegsector zich momenteel op een doodlopend spoor. Tenzij we allen de koppen bij elkaar steken om het goederenvervoer per spoor op Europese schaal te ontwikkelen waarbij men onder andere moet denken aan het openstellen van de nationale netwerken, verhoging van de interoperabiliteit en het stimuleren van een andere denk- en werkwijze in de spoorwegsector dan zal er tegen het jaar 2020 geen sprake meer zijn van noemenswaardig goederenvervoer om ons voor in te zetten. Dit vervoer zal hoofdzakelijk zijn overgeheveld naar het wegennet met alle gevolgen van dien. Dus ik begin vandaag met een goedbedoelde waarschuwing aan het adres van de spoorwegsector, namelijk dat als deze niet gauw gerichte actie onderneemt en wij niet allen gaan samenwerken op het terrein van goederenvervoer, deze vorm van vervoer over een jaar of twintig verdwenen zal zijn. Uiteraard moet iedere vorm van actie op dit vlak gebaseerd zijn op samenwerking met de vakverenigingen en de sociale partners. Dit is een thema waar mijn fractie nu al jaren onafgebroken voor aan het pleiten is. In dat opzicht ben ik zeer ingenomen met een aantal van de recente overeenkomsten tussen de ETF en de CER, met name in de kwestie van rijbewijzen, en met de toezegging van de Commissie om aan het eind van het jaar een voorstel over dit onderwerp in te dienen. Op het gebied van passagiersvervoer is er voorzichtigheid geboden. Ik heb mijn collega, de heer Hatzidakis, horen zeggen dat we lef moeten hebben. Echter, het Verenigd Koninkrijk is een land dat een aantal jaren geleden heeft besloten om zijn spoorwegen met lef aan te pakken. Het resultaat hiervan was een rommelige privatisering die een absolute chaos teweegbracht in de spoorwegsector en de huidige regering heeft gedwongen om veel meer geld aan de spoorwegen uit te geven dan oorspronkelijk was voorzien. En de dienstverlening is nog altijd niet verbeterd. Dit betekent niet dat we allen in onze schulp moeten kruipen en zeggen dat genationaliseerde spoorwegen de enige mogelijkheid zijn. Dat is duidelijk niet het geval. We moeten er echter zeker van zijn dat niemand

14 18 21/10/2003 dezelfde fouten begaat als in het Verenigd Koninkrijk. De liberalisering van het passagiersvervoer moet stap voor stap plaatsvinden. In dat opzicht hebben onze rapporteurs een evenwichtig compromis geproduceerd waarmee iedereen kan leven. Wij allen mogen niet vergeten dat het bij de spoorwegvoorzieningen niet alleen om winst gaat; het gaat ook om veiligheid en om dienstverlening en de handhaving van een bepaald serviceniveau voor de mensen die zich van A naar B laten vervoeren. Tenslotte zouden de mensen op de eerste plaats moeten komen in plaats van winstbejag, maar dit is helaas niet altijd het geval. Laat ik het nu kort hebben over het verslag van de heer Sterckx waarvoor ik namens mijn fractie als schaduwrapporteur heb gefungeerd. Ik wil hem bedanken voor zijn werk en vooral voor zijn inspanningen om een compromisoplossing te vinden die voor ons allen aanvaardbaar is. Hij verdient onze felicitaties des te meer omdat zijn werk er door de strijd met de Raad en dat geldt trouwens voor al onze rapporteurs een stuk moeilijker op is geworden. Ik wil alleen maar zeggen dat iedereen voor veiligheid is. Geen enkele politicus zal hier opstaan en zeggen dat hij veiligheid niet belangrijk vindt; dat zou politieke zelfmoord zijn. Het gaat erom dat we een gepast evenwicht vinden tussen het praktische en haalbare en de allerhoogste veiligheidsnormen. Tot mijn spijt hebben er onlangs op onze spoorwegen voorvallen plaatsgevonden waarbij sommige veiligheidsnormen niet zo goed bleken te zijn als had gemoeten. Ik wil de rapporteurs opnieuw bedanken en afsluiten door de spoorwegsector te zeggen dat dit een cruciale tijd is voor alle spoorwegen in Europa. Voor het goederenvervoer is dit de laatste kans. Ik hoop dat we die niet laten schieten De Voorzitter. Mijnheer Simpson, ik feliciteer u met uw tweede Europese optreden, vanochtend Pohjamo (ELDR). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ook ik wil de rapporteurs voor het spoorwegenpakket bedanken. Zij hebben goed werk verricht voor deze belangrijke zaak. De rapporteurs hebben zich goed in de zaak verdiept, verschillende deskundigen en commissieleden gehoord, onderhandeld, naar uitvoerbare compromissen gezocht en daarbij vastgehouden aan het hoofddoel om de concurrentiekracht, de veiligheid en compatibiliteit van de spoorwegen te verbeteren. Het voorstel om een Europees Spoorwegbureau op te richten, onderbouwt dit streven verder. Het is nu van belang dat de Raad de uitvoering van de hervormingen niet vertraagt. Er is veel te lang getreuzeld met de ontwikkeling van de spoorwegen. Het is nu de hoogste tijd dat het vervoer per spoor een concurrerend alternatief wordt. De argumenten voor de tenuitvoerlegging van het spoorwegenpakket zijn al veelvuldig uiteengezet. Door het ontwikkelen van de spoorwegen kunnen de files op de wegen worden opgelost en kan milieuvriendelijker vervoer worden bevorderd. Een goed functionerend spoorwegsysteem en redelijk geprijsde en concurrerende diensten zijn zowel belangrijk voor overvolle gebieden als voor de exportindustrie in perifere regio's. Liberalisering van het goederen- en personenvervoer bevordert de ontwikkeling van het vervoer per spoor. Dit moet een goed functionerend pakket worden, dat ook een duidelijk tijdschema bevat voor de liberalisering van het personenvervoer. Bij de technische compatibiliteit en bij veiligheidsnormen en andere voorschriften moet zodanige vooruitgang kunnen worden geboekt, dat treinen snel en veilig door Europa kunnen rijden en daarbij een concurrerend alternatief zijn in het goederenen personenvervoer. Het doel van de heer Sterckx van een hoog veiligheidsniveau van het vervoer per spoor wordt waarschijnlijk door iedereen gesteund. De rol van de lidstaten bij het invoeren van nationale voorschriften is ook belangrijk. De lidstaten mogen het ontwikkelingsproces voor de lange termijn niet vertragen en moeten toestemming van de Commissie krijgen voor nieuwe nationale voorschriften. Voor de veiligheid is het ook van belang dat de treinen van een zwarte doos zijn voorzien en dat de gegevens die met dit apparaat worden geregistreerd en de wijze waarop met deze gegevens wordt omgegaan, geharmoniseerd worden. De belangrijkste taak van het Spoorwegbureau moet zijn dat het de beste praktijken bevordert en de samenwerking tussen de vertegenwoordigers van de spoorwegsector vergemakkelijkt. De verschillende actoren in de sector moeten bij de activiteiten van het Spoorwegbureau worden betrokken, maar niet elke lidstaat kan in de raad van bestuur vertegenwoordigd zijn. Bij de activiteiten van het Spoorwegbureau moet echter rekening worden gehouden met de verschillende omstandigheden in de lidstaten Caudron (GUE/NGL). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, zowel op persoonlijke titel als in mijn hoedanigheid van lid van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, de linkse fractie van het Europees Parlement, wil ik nogmaals duidelijk wijzen op de principes die voorop moeten staan bij de bestudering van het Europese spoorwegendossier. Eerste principe: het spoorwegvervoer is een vorm van openbare dienstverlening. Waar dit nog het geval is, moet het zo blijven. Waar het spoorwegvoer vanwege de liberale logica nog slechts mondjesmaat een rol speelt, moet deze vorm van openbare dienstverlening worden hersteld.

15 21/10/ Tweede principe: Europa is een dicht bevolkt continent met veel stedelijke gebieden. Daarnaast heeft het bergachtige en plattelandsgebieden waar sprake is van ontvolking. Op ons continent is het spoorwegvervoer een onvervangbaar instrument bij de landelijke en regionale ruimtelijke ordening. Alleen het spoorwegvervoer kan een halt toeroepen aan de tweeledige ontwikkeling - waarvan niemand de gevolgen kan ontkennen - van enerzijds een niet in toom te houden verstedelijking en anderzijds de ontvolking in onze plattelandsgebieden. Deze twee ontwikkelingen vormen een bedreiging voor onze grondgebieden. Derde principe: het spoorwegvervoer is het enige doeltreffende antwoord op de ogenschijnlijk tegenstrijdige uitdagingen om enerzijds een sterke toename van het personen- en goederenvervoer te realiseren en anderzijds en niet minder belangrijk - aantasting van het milieu te voorkomen en onze kwaliteit van leven te verbeteren. Tel je deze drie principes bij elkaar op, dan wordt duidelijk waarom mijn fractie en ik afwijzend staan tegenover iedere mogelijke verplichting tot privatisering van de spoorwegsector, evenals tegenover welk besluit of mechanisme dan ook dat erop gericht is deze sector uitsluitend door de markt te laten reguleren. De landen die deze keuze hebben gemaakt, brengen het er niet alleen slechter vanaf - ik zeg met nadruk slechter - wat de opheffing van spoorlijnen betreft, maar hebben bovendien met zeer ernstige veiligheidsproblemen te kampen. U weet best welke landen ik hier in gedachten heb, ik hoef ze dus niet te noemen. Op basis van deze drie principes heeft onze fractie zich gekant tegen wat ik de "liberaliseringshonger" van de heer Jarzembowski zou willen noemen. Om dezelfde reden konden wij niet instemmen met de harmonisatie van de netwerken zoals in het verslag-sterckx wordt voorgesteld: wij zijn voorstander van een harmonisatie die minder gericht is op liberalisering. Om die reden ook hebben wij onze steun gegeven aan het verslag-savary over de oprichting van een Europees Spoorwegbureau, waarbij vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties zeggenschap hebben in de raad van bestuur. Tot slot hebben wij om die reden voor de voorstellen van mevrouw Ainardi gestemd, waarin rekening wordt gehouden met de sociale en milieuaspecten en een hoog veiligheidsniveau wordt geëist. Na de besluiten van de Raad na de eerste lezing en de recente stemmingen in de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme zullen wij ons opnieuw verzetten tegen de liberalisering van het vrachtvervoer in 2006 en de liberalisering van het passagiersvervoer in Ons definitieve standpunt over het verslag-sterckx zal afhangen van de uitkomsten van de stemming over de amendementen tijdens de plenaire vergadering. Wij zullen de verslagen en de voorstellen van de heer Savary en mevrouw Ainardi blijven steunen, omdat deze borg staan voor datgene waaraan wij op dit gebied belang hechten Dhaene (Verts/ALE). Voorzitter, mevrouw de commissaris, collega's, de nationale staten hebben een bloei gekend in de 19e eeuw en dat was mede te danken aan de spoorwegen. Welnu, in de 21e eeuw moeten we eindelijk Europa weer op het spoor zetten. Daarom is dit pakket zo belangrijk. Maar in de tijd tussen het debat in eerste lezing en dit debat hebben de feiten aangetoond dat het nog te vroeg is om het snelspoor van de heer Jarzembowski te volgen. De verslagen-sterckx, -Ainardi en -Savary komen meer tegemoet aan de behoeften van vandaag. Collega Jarzembowski is ongeduldig en pleit nu al voor een vervroegde vrijmaking van het personenvervoer. We zien nu al in enkele landen welke schade dit kan toebrengen aan het regionale grensoverschrijdende personenvervoer per spoor. Er worden bijvoorbeeld internationale conventionele treinen geschrapt. De dienstverlening gaat er in die gevallen dus op achteruit. Het kan toch niet zo zijn dat in een Verenigd Europa juist het grensoverschrijdend treinverkeer dat niet per TGV plaatsvindt veel duurder wordt, of zelfs verdwijnt. Ik heb de Commissie daarop al gewezen in een parlementaire vraag en in haar antwoord deelt zij mijn mening. Ze noemt dit "een anomalie in de interne markt". Leg dat maar eens uit aan de kiezer! Een nijpend probleem is ook het verdwijnen of het veranderen van het aanbod van internationale treinen, dat dus niet in kaart wordt gebracht. Ik hoop dat het Europees Agentschap een duidelijke evaluatie hiervan maakt en dat wij dit aspect opnemen in het debat over de trans-europese netwerken. Wij stemmen tegen een te vroege liberalisering zonder kader van begeleidende maatregelen. De heer Simpson heeft erop gewezen wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Wij stellen voor om te wachten op de voorstellen die de Commissie aan het einde van dit jaar zal doen ten aanzien van de liberalisering. Dat is het moment waarop wij dit debat zullen moeten voeren, mijnheer Jarzembowski, en ik hoop dat we de eerste lezing hier nog kunnen afwerken, opdat dit werk niet verloren gaat. Maar laat ons ons eerst concentreren op het goederenvervoer, want die aanzwellende stroom moet dringend op het spoor gezet worden! Esclopé (EDD). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, de radicale hervorming van de spoorwegen is goed bedoeld. Het was oorspronkelijk de bedoeling het spoorwegvervoer weer een meer evenredig gewicht te geven, tegenover het succes van het wegvoer dat goedkoper en - wat bereikbaarheid betreft - praktischer is, maar dat erg vervuilend is. Persoonlijk had ik liever gezien dat de interoperabiliteit daadwerkelijk van de grond was gekomen. De voorvechters van dit liberalisme hebben het oorspronkelijke voorstel van de Commissie - dat gericht was op de liberalisering van het nationale en

16 20 21/10/2003 internationale vrachtvervoer - aangegrepen om er hun voordeel mee te doen. Het Europees Parlement ging nog een stap verder en heeft zich meteen vanaf de eerste lezing uitgesproken vóór openstelling van de spoorwegmarkt voor het reizigersvervoer. Terwijl de Raad zich tegen deze plannen had verzet, zien we nu hoe tijdens deze tweede lezing met groot machtsvertoon wordt geprobeerd ze toch aanvaard te krijgen. Dit is ontoelaatbaar, temeer daar geen enkel onderzoek naar de gevolgen van het eerste pakket de heilzame werking van een overdreven doorgevoerde liberalisering heeft aangetoond. Zou men bang zijn voor de uitkomst? Als afgevaardigde van de Fractie voor een Europa van Democratie en Diversiteit kan ik niet instemmen met de amendementen 2 en 7, die te ver in de richting van liberalisering gaan. Met name Frankrijk zal door een dergelijke openstelling van de markt worden getroffen, aangezien het aandeel van het internationale reizigersvervoer per spoor daar twintig procent bedraagt, terwijl dit in veel andere landen tussen twee en zeven procent schommelt. Het is onvermijdelijk dat de minst rendabele geografische gebieden dan onbereikbaar worden. Welke gevolgen zal dit hebben voor het leven op ons platteland, dat de particuliere, op winst beluste ondernemingen nauwelijks ter harte zal gaan? Het spoorwegvervoer moet worden opgevat als een waardevolle vorm van openbare dienstverlening die een bijdrage levert aan de sociale samenhang en een evenwichtige ruimtelijke ordening. Tot slot komen er in landen die tot ongebreidelde liberalisering zijn overgegaan, helaas steeds meer ongelukken voor. Dit duidt op een overduidelijk gebrek aan investeringen en dwingt sommige landen er zelfs toe opnieuw te nationaliseren VOORZITTER: MEVROUW CEDERSCHIÖLD Ondervoorzitter Souchet (NI). - (FR) Mevrouw de commissaris, dames en heren, wij moeten ons in tweede lezing uitspreken over een tijdpad voor de marktopenstelling voor de goederenvervoersdiensten. In het gemeenschappelijk standpunt van de Raad wordt 1 januari 2006 als datum aangehouden voor de openstelling van de spoorwegnetten voor grensoverschrijdende vrachtdiensten en 1 januari 2008 voor binnenlandse vrachtdiensten. In dit standpunt is geen tijdpad voorzien voor de openstelling van de spoorwegnetten voor het personenvervoer. De Raad heeft dus voor een voorzichtige benadering gekozen en vindt het noodzakelijk om stapsgewijze te werk te gaan. Onze rapporteur wil dit tijdpad nu omverwerpen met zijn voorstel om het spoorwegnet al op 1 januari 2006 open te stellen voor alle soorten goederenvervoer en voor het grensoverschrijdende reizigersvervoer, en om alle diensten op 1 januari 2008 toegang tot het gehele netwerk te verlenen. Is het relevant om op deze manier twee dingen op één hoop te gooien? Er moet inderdaad dringend iets worden gedaan aan de achterstandspositie waardoor het goederenvervoer in veel landen wordt gekenmerkt en die tot uiting komt in een kwalitatief slechte dienstverlening, excessieve kosten, verouderde procedures en steeds terugkerende stakingen, waardoor termijnen niet worden nagekomen. In dat opzicht kan het vooruitzicht van een redelijk soepele overgang naar een open markt een stimulans betekenen voor de noodzakelijke nationale hervormingen, op voorwaarde dat de zeer hoge eisen op veiligheidsgebied in acht worden genomen en er geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande kwaliteit van het reizigersvervoer. Laten wij echter een duidelijk onderscheid maken tussen vrachtvervoer en reizigersvervoer: een overhaaste marktopenstelling mag niet ten koste gaan van de taken die het personenvervoer per spoor vervult op het gebied van de ruimtelijke ordening en - in verschillende lidstaten - van openbare dienstverlening. We constateren nu al dat sommige spoorwegondernemingen geneigd zijn om deze taken op het gebied van openbare dienstverlening aan de lagere overheden over te laten en om het materieel en het netwerk voor bepaalde belangrijke interregionale verbindingen te verwaarlozen, om zich uitsluitend te concentreren op de meest rendabele lijnen. We moeten ervoor waken dat een overhaaste marktopenstelling er niet toe leidt dat deze situatie verslechtert in plaats van verbetert, en dat deze misstanden worden geaccentueerd in plaats van gecorrigeerd. Want dan zou het gevaar bestaan dat sommige gebieden echt onbereikbaar worden per spoor en dat er territoriale wanverhoudingen ontstaan, waarop noch de bevolking, noch de lidstaten zitten te wachten. Daarom vinden wij de wijze benadering van de Raad een betere keuze dan de weg van overhaasting die de rapporteur ons opnieuw wil laten inslaan. Om die reden steunen wij het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, dat behelst dat de toegangsrechten voor het personenvervoer in het kader van een derde spoorwegenpakket moeten worden behandeld. Dit dient te geschieden, mevrouw de Voorzitter, op basis van de conclusies van een nauwkeurige evaluatie van de eerste fase van de marktopenstelling, met name wat betreft de veiligheid, het marktaandeel en de omvang van het vrachtvervoer per spoor, de gezondheid van de ondernemingen en de arbeidsvoorwaarden van het personeel Nicholson (PPE-DE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, laat me beginnen met alle rapporteurs geluk te wensen met hun harde werk over een zeer lange periode. Dit werk is van zeer groot belang, want het onderhoud, de veiligheid en de ontwikkeling van ons Europese spoorwegennet dient te worden aangemoedigd en niet ontmoedigd. De liberalisering is zonder meer onvermijdelijk; het moet er gewoon van komen. De wegen moeten minder belast worden. Als vervoer over de weg wordt overgeheveld naar de spoorwegen kan dit alleen maar goed zijn voor de toekomst. De

17 21/10/ ontwikkeling van hogesnelheidstreinen moet worden toegejuicht en niet belemmerd. Waar ik vandaan kom ik zal even dicht bij huis blijven mogen we van geluk spreken dat er überhaupt nog spoorverbindingen zijn. We hebben de verbinding tussen Belfast en Dublin, maar er zijn verder amper nog spoorverbindingen over in Noord-Ierland. De TGV is voor ons geen optie. We mogen zelfs blij zijn dat we überhaupt nog normale spoorverbindingen hebben. En nu willen ze ook nog de belangrijke lijn tussen Belfast en de haven Larne opheffen. Ik begrijp hier helemaal niets van. In een tijd dat we het vervoer per spoor juist willen stimuleren zijn er mensen in mijn regio die spoorlijnen willen sluiten! Men heeft de spoorlijn waar het om gaat laten verpauperen. Het veiligheidsniveau is dubieus en het rijdend materieel is een schande. Onze wegen gewoon met nog meer verkeer en nog meer vervoer belasten is geen oplossing. Dit vormt ook voor ons een probleem. Noord-Ierland mag dan een klein gebied zijn in vergelijking met andere Europese regio's, ook wij hebben spoorwegen nodig Izquierdo Collado (PSE). (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, allereerst wil ik mij aansluiten bij de algemene, ik zou zelfs zeggen, unanieme lof voor onze rapporteurs. Dat zij buitengewoon goed werk hebben geleverd blijkt alleen al uit het feit dat zij, nog wel op het laatste moment, met hun verzoek op divers terrein meer vaart te maken en een houding aan te nemen die beter beantwoordt aan onze behoeften, een impuls hebben gegeven aan de standpunten van de Raad. De werkelijke betekenis van het onderwerp van vandaag wordt ons echter pas volledig duidelijk als wij de volgende vier variabelen in acht nemen. De eerste daarvan is de ernstige situatie waarin de Europese vervoerssector zich momenteel bevindt en de prognoses die uit de onderzoeken steeds weer naar voren komen. Het betreft hier dan ook niet zomaar een wetgevingsproces, maar een van het allerhoogste belang. De tweede is de Europese variabele, die al door mevrouw de commissaris te berde is gebracht. De rationalisering van het Europese vervoer is ondenkbaar als geen rekening wordt gehouden met de Europese variabele. Geen enkel land, hoeveel traditie het ook heeft, kan bij de oplossing van zijn problemen op vervoersgebied voorbijgaan aan die prachtige en tegelijkertijd onmisbare variabele. Wij kunnen niet om de Europese variabele heen als wij de vervoersproblemen in hun totaliteit, op Europees niveau, willen aanpakken. De derde variabele is de samenhang met alle andere vervoersvormen. Wij moeten het spoorvervoer niet op zich bekijken, maar ons een totaalbeeld van de vervoerssector vormen, want de uiteindelijke oplossing moet evenzeer van het ene als van het andere onderdeel komen. Het treinvervoer bevindt zich momenteel in een hachelijke positie tussen de andere vormen van vervoer in, en daarin willen wij verbetering brengen. En als vierde en laatste variabele is er de noodzaak van interoperabiliteit, want zolang de verschillende vervoersvormen los van elkaar bestaan, schieten we er weinig mee op. Ik hoop dat, wat de trein betreft, de stimulans die uitgaat van deze verslagen en voorstellen van fundamenteel, historisch belang zal blijken, want hoewel de richtlijnen in Europa tot nu toe goed hebben gewerkt, kunnen wij niet hetzelfde zeggen van de treinen. Onze opdracht is het redden van het spoorvervoer, en wie dat anders ziet, vergist zich. Zoals de heer Simpson duidelijk heeft gemaakt, gaat het slecht met het spoorvervoer, en het Parlement probeert het weer op de rails te zetten en vaart te geven. Hoe? De enige manier is via liberalisering, want het tijdperk van het monopolie is voorbij. Monopolie is achter het loket zitten wachten tot er vracht wordt aangeboden, en liberalisering - natuurlijk op gepaste wijze doorgevoerd, met inachtneming van alle sociale aspecten - is erop uitgaan om de vracht binnen te halen, want die vracht is de reden van bestaan van het vervoer. Ik denk dan ook dat veiligheid de enige aanleiding mag zijn om een termijn te verlengen. Geen enkel ander criterium is belangrijk genoeg om de liberalisering van het spoorvervoer op te houden. Veiligheid is dat wel, gezien het vitale belang ervan, maar mag ook weer niet worden aangegrepen om de inwerkingtreding van de diverse trajecten op oneigenlijke manier te vertragen. Mevrouw de commissaris, deze verslagen laten duidelijk zien dat de financiering van fundamenteel belang is. De trein moet worden gefinancierd, maar de begroting bevat daarvoor onvoldoende voorzieningen. Het Parlement heeft een voorstel gedaan om een Europees vervoersfonds in te stellen dat in de volgende financiële vooruitzichten nieuw leven ingeblazen zou moeten worden. Wij zijn het er zonder meer mee eens dat de veiligheid van het spoorvervoer voorop moet staan. Die veiligheid, mevrouw de commissaris, heeft ook sterk onze aandacht voor het vervoer over de weg. Wij willen u daarom vragen om een initiatief, zodat wij zo snel mogelijk een begin kunnen maken met de bespreking van het Europees Agentschap voor de veiligheid van het wegverkeer Calò (ELDR). (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het verslag-jarzembowski leert ons hoe belangrijk het is dat er vaart wordt gezet achter de ontwikkeling van de spoorwegnetten voor goederenvervoer, met bijzondere aandacht voor het grensoverschrijdend verkeer. In dit verband wil ik uw aandacht vragen voor de onhoudbare situatie rondom het spoorwegtraject tussen de Italiaanse stad Savona en de Franse grens, dus het stuk spoorweg dat het westen van de regio Ligurië met de Franse Riviera verbindt.

18 22 21/10/2003 Deze spoorlijn heeft maar één spoor en vormt dus een bottleneck voor het treinverkeer van goederen en personen, wat heel wat schade oplevert voor de economie van het gebied, vooral het toerisme, de olijventeelt, de bloementeelt en de productie van eerstelingen. Door het feit dat er maar één spoor is, komt ook de veiligheid in het gedrang. En last but not least heeft het gebrekkige spoorwegstelsel natuurlijk ook een weerslag op het wegverkeer, met allerlei problemen van opstoppingen en luchtvervuiling in een gebied dat bekend staat als een toeristische trekpleister. Al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw, dus toen ik nog in een korte broek rondliep, wordt er gediscussieerd over een verdubbeling van de spoorlijn. Sedertdien is de realiteit geen meter veranderd en door de toename van het verkeersvolume is de druk op de ketel zo hoog geworden dat de situatie nu echt op springen staat. Het treinverkeer loopt voortdurend vertraging op, en daar is overigens ook het Franse spoorwegnet de dupe van. Tijdens recente werkzaamheden heeft men een paar spoorwegtrajecten, die ook maar van één spoor voorzien zijn, verplaatst omdat ze langs de kust liepen en blootstonden aan erosie. Daardoor is de situatie nog verder achteruitgehold, want nu ontstaan er nog meer bottlenecks. Ik hoop dat in het kader van de herlancering van de internationale netwerken van de Europese Unie een uitweg voor dit probleem wordt gevonden, liefst vóór 1 januari 2006, omdat dat de datum is waarop de spoorwegnetten voor alle diensten van goederenvervoer worden opengesteld Vachetta (GUE/NGL). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zal mij niet mengen in het geschil tussen het Europees Parlement en de Raad over het tempo waarin het spoorwegvervoer geliberaliseerd moet worden, omdat beide partijen feitelijk dezelfde doelstellingen aanhangen, namelijk de Europese spoorwegen tot koopwaar maken ten behoeve van de megawinsten van plunderende kapitalistische ondernemingen, zoals Connex, dat onderdeel is van Vivendi, BASF en Ikea. In plaats van lering te trekken uit de liberalisering in Engeland, Duitsland en andere landen, wordt in de verslagen-jarzembowski en -Sterckx in feite uitsluitend voorgesteld de liberalisering te versnellen en over de gehele linie door te voeren. Niet alleen het internationale en nationale goederenvervoer zal voortaan worden overgeleverd aan de wetten van de jungle die de markt beheersen; dit geldt ook voor het personenvervoer. Bij de voorgestelde standaardisatie zal men zich uitsluitend richten op de kleinste gemene deler, hetgeen ten koste zal gaan van hoge veiligheidsnormen en - net als in het wegvoer - sociale dumping in de hand werkt. Dit ultraliberale standpunt dient dan ook verworpen te worden. Als wij het aannemen, keren wij het vooruitzicht om met het spoorwegvervoer een Europese vorm van openbare dienstverlening in te stellen, definitief de rug toe. In mijn hoedanigheid van Parlementslid zal ik de komende aangekondigde rampen niet afwachten, maar schaar ik mij in Europees verband aan de zijde van de gebruikers en het spoorwegpersoneel om deze beleidsvoornemens te dwarsbomen Bouwman (Verts/ALE). Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, rapporteurs, dank voor het werk dat verricht is. Ik wil het vooral even hebben over de ontwikkeling van het spoorvervoer en niet zozeer over veiligheid, interoperabiliteit en dergelijke. Dat lijken mij in eerste instantie uitstekende verslagen. Het belang van die ontwikkeling van spoorwegen voor milieu en veiligheid is natuurlijk overduidelijk. Het eerste spoorwegpakket ging in de richting van het openstellen van goederenvervoer, met name internationaal, en legt een bepaalde datum vast. We hebben daar hard voor gevochten en we hebben toen eigenlijk afgesproken dat we vanaf dat moment met onze vingers van het spoorvervoer voor reizigers zouden afblijven totdat er een apart document over zou komen. Het Parlement gaat volgens mij betreft twee stappen te ver. Ten eerste, om zomaar te praten over de interne liberalisering in de landen en ten tweede, met name bij de liberalisering van het passagiersvervoer. Kijk, als dit een drukmiddel is voor onderhandelingen, dan kan ik dat wel begrijpen. Maar wat mij betreft, laat het ogenblikkelijk vallen en wacht tot de Commissie komt met een voorstel na uitvoerige evaluatie van de situatie in een aantal landen, met name in Engeland (privatisering namelijk), in Nederland, en in nog een aantal andere landen. Daar zijn grote problemen als gevolg van het opdelen van bedrijven. Het begint al bij de deregulering, het begint al bij de opsplitsing van bedrijven. Als bedrijfskundig ingenieur, wetende hoe bedrijven georganiseerd moeten worden, zeg ik dat je bijvoorbeeld greep moet houden op het onderhoud van materieel en van andere zaken. Daar zullen we terug naartoe moeten. Eerst een evaluatie en vervolgens een debat over hoe het verder moet met die vorm van liberalisering. Ik ondersteun van ganser harte het standpunt van de Raad in dit verband Booth (EDD). (EN) Mevrouw de Voorzitter, het voorstel dat hier op tafel ligt is erop gericht de liberalisering van het goederenvervoer per spoor te voltooien en zo de concurrentie te bevorderen in lidstaten die hun markten nog niet hebben geliberaliseerd. In beginsel zou men dit als een positieve ontwikkeling kunnen zien, omdat het voor het Verenigd Koninkrijk nieuwe handelsmogelijkheden zou kunnen bieden in andere lidstaten. Maar zelfs met mijn beperkte ervaring heb ik geleerd om cynisch te zijn. Terwijl de Britse markt volgens de beginselen van de gemeenschappelijke markt grotendeels is opengesteld, kan dit helaas niet worden gezegd van vele andere lidstaten. Frankrijk, België en Luxemburg blijven namelijk faliekant tegen het voltooien van de liberalisering van het goederenvervoer per spoor. In het kader van de veiligheidsrichtlijn is er een Europees Spoorwegbureau opgericht waardoor nationale

19 21/10/ veiligheidsbepalingen voortaan pas kunnen worden ingevoerd na raadpleging en verwittiging van de Commissie, zodat de Commissie in staat is de plannen voor nationale regels te onderzoeken en deze in twijfel te trekken als haar dit behaagt. Dus het is afgelopen met de mogelijkheid voor lidstaten om voor dringende veiligheidskwesties zonder oponthoud de noodzakelijke wetgeving in te voeren. In mijn ogen is dit het zoveelste voorbeeld van betutteling door de Europese superstaat, waar Brussel het weer beter denkt te weten. Nou, vertel dat maar aan onze vissers en onze boeren! Pex (PPE-DE). Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, collega's, ik wil graag van de gelegenheid gebruik maken om de rapporteurs te feliciteren met het vele en het goede werk dat ze hebben geleverd. Het spoorwegpakket draagt bij tot de liberalisering en modernisering van het spoorvervoer in Europa, hoewel het werk hiermee nog niet voltooid is. Nieuwe Europese regels bieden een nieuw kader aan de spoorwegsector, die echter zelf economische kracht dient te ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan de oplossing van de verkeers- en vervoersproblemen in Europa. Doet zij dat niet, dan zullen andere vervoersmodaliteiten het karwei afmaken. De spoorwegen kunnen van hen nog veel leren. Allereerst wil ik me uitspreken over het verslag van de heer Jarzembowski over de ontwikkeling van het spoorwegnet. Hierbij wil ik hem nogmaals persoonlijk bedanken voor zijn werk als rapporteur. Hij verdient lof voor zijn streven naar volledige liberalisering van het goederenvervoer per Gezien de relatief internationale aard van dit vervoer, is de snelle opening van deze markt een logische ontwikkeling. Wat de Europese spoorwegsector betreft, bestaat er ondanks inspanningen in het kader van het gemeenschappelijk vervoersbeleid nog altijd geen echte interne markt. De spoorwegrichtlijn heeft niet tot een volledige openstelling van de markt geleid. De spoorwegen kunnen nog steeds in veel gevallen niet concurreren met weg-, water- en luchttransport. De wijziging van de richtlijn betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap zou in mijn ogen bijdragen tot een positieve ontwikkeling in deze. Daarnaast moet er bovenal ook in de sector zelf een mentaliteitsverandering gerealiseerd worden. Het onderhavige spoorwegpakket biedt kansen voor een daadwerkelijke Europese spoorwegmarkt. Zo is het verlenen van rechten aan zogenaamde "authorised applicants" (aan laders en vervoerders) om gebruik te maken van de diensten van het spoor, een stap in de goede richting van meer efficiënt gebruik van de infrastructuur. De recente berichten over een aanstaande samenwerking met betrekking tot de bouw van treinstellen van de Duitse, Franse en Italiaanse operatoren van hogesnelheidstreinen zijn een signaal dat de Europese samenwerking op stoom komt. En nu nog op het niveau van elektriciteit. Het momentum dat vandaag ten aanzien van het spoorwegpakket bestaat, is echter niet onvoorwaardelijk. De Europese Raad maakt in deze een sterker onderscheid tussen liberalisering van goederenvervoer enerzijds, en de liberalisering van personenvervoer anderzijds, dan het Europees Parlement. Ik vind liberalisering van het goederenvervoer op dit moment belangrijker dan die van het personenvervoer. Liberalisering van het goederenvervoer mag niet de dupe worden van een gevecht hierover tussen Parlement en Raad. Het is van het grootste belang dat wij voor het eind van het jaar een afgerond spoorwegpakket hebben. Het verslag van de heer Sterckx heeft ook mijn waardering. Het handhaven van het hoog veiligheidsniveau, terwijl misbruik op de eigen markt af te schermen wordt voorkomen, is een goede combinatie van prioriteiten. Ik ben het ook eens met het verslag van mevrouw Ainardi en dat van de heer Savary De Rossa (PSE). (EN) Mevrouw de Voorzitter, het debat is wel heel erg gericht op het idee dat Europa een continent is. Tot dusverre zijn we voorbijgegaan aan het feit dat sommige delen van Europa niet met de rest verbonden zijn over land of met een spoortunnel. Ikzelf kom van zo'n eiland dat noch met een tunnel noch met een brug met de rest van Europa verbonden is: Ierland. Een groot deel van dit debat over het openen van spoorverbindingen, enzovoort, is daarom in zekere mate niet aan ons besteed. Maar desondanks hebben wij een bevolking van vier miljoen mensen en exporteren wij 90 procent van onze productie. Wij hebben goede interne verbindingen tussen onze belangrijkste stedelijke centra en goede verbindingen met onze grootste havens nodig, zodat onze goederen op effectieve en efficiënte wijze kunnen worden verscheept. Om die reden ben ik zeer geïnteresseerd in het idee dat de Commissie onlangs heeft geopperd en misschien luistert de commissaris wel naar wat ik te zeggen heb betreffende zogenaamde zeesnelwegen. Dit idee is erg interessant voor ons Ieren vanwege de mogelijkheden die het biedt voor de verkoop en het vervoer van onze goederen. Het andere punt dat ik naar voren wil brengen is de belangrijke rol van spoorwegen, zowel op het Europese continent als in Ierland, als openbare voorziening. Het zal alleen mogelijk zijn het vrij verkeer goederen en personen door het continent en ook op een eiland als Ierland te garanderen, als we kunnen beschikken over snelle, efficiënte, veilige en comfortabele spoorwegvoorzieningen, en dan niet alleen van en naar de grootste stedelijke centra, maar juist ook in achterstandsgebieden teneinde aldaar de cohesie te bevorderen.

20 24 21/10/2003 De grote investeerders zijn voornamelijk geïnteresseerd in de belangrijkste forensenverbindingen rond de grote steden, maar voelen bijvoorbeeld weinig voor spoorwegvoorzieningen in de westelijke regio van Ierland. Dergelijke voorzieningen zijn echter van essentieel belang als we willen streven naar een soort ruimtelijke ontwikkeling waarbij de bevolking niet in haar geheel naar de oostkust trekt. Dit zijn aspecten die aan de orde moeten komen. Daarom ben ik erg enthousiast over het idee van het Europees Spoorwegbureau dat in het verslag-savary wordt voorgesteld, want er zijn een hoop andere aspecten in dit spoorwegdebat die behandeld moeten worden, ten aanzien van het handelsklimaat in Europa, maar ook met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling en de bevordering van cohesie. Want dat laatste is immers een van de doelstellingen van het Lissabonproces Laguiller (GUE/NGL). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, door het verslag-jarzembowski aan te nemen zou het Parlement - onder één hoedje met de Raad - verder gaan met het afbreken van de openbare dienstverlening in deze zo belangrijke sector van het spoorwegvervoer. In de meeste Europese landen is de spoorweginfrastructuur grotendeels aangelegd met geld van de staat, oftewel van de belastingplichtigen. Nu deze infrastructuur eenmaal bestaat, stort een groot aantal ondernemingen zich op deze sector om er profijt van te trekken. Dit is niet alleen een vorm van oplichting en verduistering van gemeenschapsgeld dat naar particuliere concerns afvloeit, het is tevens een gevaar voor de toekomst. De ervaring in Engeland heeft geleerd dat de particuliere ondernemingen om meer winst te maken hun personeelsbestand inkrimpen en op infrastructuur en onderhoudskosten bezuinigen, hetgeen een ernstig gevaar betekent voor de veiligheid van de reizigers. Het leidt bovendien tot sluiting van stations en opheffing van weinig rendabele lijnen, zelfs wanneer deze verbindingen absoluut noodzakelijk zijn voor de bevolking, die dan geen andere keuze meer heeft dan de auto. Wij herhalen dat wij ons resoluut verzetten tegen privatiseringen en concurrentie in het spoorwegvervoer. Het openbaar vervoer moet een overheidsdienst blijven met als doelstelling optimale verbindingen te onderhouden ten behoeve van de bevolking Turmes (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren, de crisis in het spoorwegvervoer kan niet door de liberalisering opgelost worden. Die crisis wordt alleen maar opgelost als de mededingingsverstoringen die nadelig zijn voor dat spoorwegvervoer verwijderd worden. Er moet dringend een einde aan de sociale dumping komen. Het is een politiek schandaal dat het Italiaanse voorzitterschap van de Raad het verslag-markov niet op de agenda zet. Het is een schandaal dat er nog steeds geen internalisering van de externe kosten in het wegvervoer en het luchtverkeer heeft plaatsgevonden. Die internalisering moet er komen en wel naar Zwitsers model. De grootste klappen worden echter niet alleen in het goederenvervoer uitgedeeld. Wist u dat het personenvervoer tussen Brussel en Parijs met de Thalys geen winst oplevert? En dat is nog wel een particuliere onderneming. Dat betekent dat alle Europese passagierstrajecten op dit moment verlies lijden en daar brengt een liberalisering ook geen verandering in. Dat betekent dat wij niet alleen minder ideologie en meer concrete beleidsmaatregelen nodig hebben, maar ook meer investeringen in de infrastructuur en een financiële compensatie voor de dumping die negatieve effecten op het spoorwegvervoer heeft. Dat moet allemaal gebeuren aan de hand van het voorbeeld van de hernieuwbare energiebronnen. Daar worden de verliezen immers ook gecompenseerd nu de exploitanten van andere energiebronnen hun milieukosten niet zelf hoeven te betalen. Tot slot moet er een einde aan de sociale dumping komen Piscarreta (PPE-DE). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, ook bij deze gezamenlijke behandeling van het tweede spoorwegpakket toont het Europees Parlement een pleitbezorger te zijn van de liberalisering van de spoorwegen ter bevordering van de concurrentie in deze crisissector. Daarom is volgens mij een snelle liberalisering van de spoorwegen in alle lidstaten gunstig voor deze vervoersvorm als geloofwaardig alternatief om de buitengewone groei van het lucht- en het wegvervoer, met hun negatieve effecten voor het milieu en de ruimtelijke ordening, een halt toe te roepen. Volgens mij moet deze liberalisering alleen worden opgevat in de brede zin van het woord, met andere woorden meer concurrentie voor zowel het goederen- als het passagiersvervoer in nationaal en internationaal verband. Door deze liberalisering zal elk communautair spoorwegbedrijf voor de commerciële exploitatie tegen billijke voorwaarden toegang hebben tot de infrastructuur in alle lidstaten. Maar zoals ik al eerder heb gezegd dienen wij een wijdverbreid vooroordeel te bestrijden: de liberalisering van het spoorvervoer is niet in strijd met het verbeteren van de veiligheid. Dit spoorwegpakket behelst dan ook een voorstel om de veiligheidsnormen te verbeteren, met name via het harmoniseren van de werk- en rusttijden van de machinisten en het overige personeel dat veiligheidstaken uitoefent. Waar de technologie een zeer hoog veiligheidsniveau mogelijk maakt, is er geen enkele geldige reden om achter te blijven met de wetgeving en de passagiers een lager beschermingsniveau te bieden. Ik kan de zwarte doos als voorbeeld nemen van een veiligheidsmaatregel waar ik volledig mee instem. In het lucht- en het wegvervoer (vrachtwagens en bussen) heeft deze zwarte doos al zijn grote nut bewezen. Daarom zie ik geen enkele reden die techniek niet toe te passen bij het spoorvervoer. Daar ik de nadruk leg op veiligheid als

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD)

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 juli 2003 (14.07) (OR. en) 10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) CODEC 891 JUR 273 ENV 362 MI 157 IND 96 ENER 204 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Amendement ingediend door Jean-Maurice Dehousse. Amendement 27 Overweging 7

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Amendement ingediend door Jean-Maurice Dehousse. Amendement 27 Overweging 7 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme 16 september 2003 PE 331.360/27-60 AMENDEMENTEN 27-60 Ontwerpaanbeveling voor de tweede lezing (PE 331.360) Dirk Sterckx inzake

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme VOORLOPIGE VERSIE 9 april 2001 ONTWERPADVIES van de Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme aan de Commissie buitenlandse

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 februari 2002 (28.02) (OR. fr) 6693/02 Interinstitutioneel dossier: 2000/0077 (COD) ECO 62 CODEC 257

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 februari 2002 (28.02) (OR. fr) 6693/02 Interinstitutioneel dossier: 2000/0077 (COD) ECO 62 CODEC 257 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 februari 2002 (28.02) (OR. fr) 6693/02 Interinstitutioneel dossier: 2000/0077 (COD) ECO 62 CODEC 257 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain BISARRE, directeur bij

Nadere informatie

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 20 november 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0360 (COD) 15414/14 JUSTCIV 285 EJUSTICE 109 CODEC 2225 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie 10 april 2001 VOORLOPIGE VERSIE 2000/2243(COS) ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

?? NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21

?? NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad Verslag over de stand

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Voorstel voor een besluit (COM(2001) 94 C5-0087/2001 2001/0053(COD))

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme. Voorstel voor een besluit (COM(2001) 94 C5-0087/2001 2001/0053(COD)) EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme 9 oktober 2001 PE 301.826/comp.1 COMPROMISAMENDEMENT 1 Ontwerpadvies (PE 301.826) Pierre Jonckheer over het meerjarenkaderprogramma

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Rolnummer: LPL 97.020 VERSLAG VAN BEVINDINGEN VAN DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 9.11.2007 WERKDOCUMENT over het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn

Nadere informatie

Gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling

Gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling Gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en -beoordeling Thierry BREYNE, Dragan JOVICIC Europees Spoorwegbureau Eenheid Veiligheid Dienst Veiligheidsbeoordeling Adres: 120 Rue Marc LEFRANCQ

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.4.2003 COM(2003) 219 definitief 2003/0084 (COD) Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 2002/96/EG

Nadere informatie

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 09 / 2007 van 21 maart 2007

Brussel, COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 09 / 2007 van 21 maart 2007 KONINKRIJK BELGIE Brussel, Adres : Hoogstraat, 139, B-1000 Brussel Tel.: +32(0)2/213.85.40 E-mail : commission@privacycommission.be Fax.: +32(0)2/213.85.65 http://www.privacycommission.be COMMISSIE VOOR

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 juni 2002 (02.07) (OR. en) 9841/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0040 (COD) CODEC 741 ENT 101 ENV 368

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 juni 2002 (02.07) (OR. en) 9841/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0040 (COD) CODEC 741 ENT 101 ENV 368 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 juni 2002 (02.07) (OR. en) 9841/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0040 (COD) CODEC 741 ENT 101 ENV 368 INFORMATIEVE NOTA Betreft: Voorstel voor een richtlijn van

Nadere informatie

gezien de mededeling van de Commissie (COM(2002) 431 C5-0573/2002),

gezien de mededeling van de Commissie (COM(2002) 431 C5-0573/2002), P5_TA(2003)0486 Belasting van personenauto s in de Europese Unie Resolutie van het Europees Parlement over de mededeling van de Commissie inzake belasting van personenauto s in de Europese Unie (COM(2002)

Nadere informatie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 9.8.2012 COM(2012) 449 final 2012/0217 (COD)C7-0215/12 Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de toekenning van tariefcontingenten voor

Nadere informatie

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) N 20 CORDROGUE 27 FISC 45 BUDGET 13 SAN 71 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 14 maart

Nadere informatie

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 26 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0119 (COD) 14956/15 ADD 1 JUSTCIV 286 FREMP 291 CODEC 1654 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B

11263/08 ADD 1 mak/gar/hd 1 DG I - 2 B RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 13 oktober 2008 (21.10) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0163 (COD) 11263/08 ADD 1 EDUC 173 MED 39 SOC 385 PECOS 16 CODEC 895 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. van de Commissie interne markt en consumentenbescherming

EUROPEES PARLEMENT. Commissie interne markt en consumentenbescherming. van de Commissie interne markt en consumentenbescherming EUROPEES PARLEMENT 2004 2009 Commissie interne markt en consumentenbescherming 2008/0143(CNS) 14.11.2008 ONTWERPADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming aan de Commissie economische

Nadere informatie

O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake luchthavengelden

O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake luchthavengelden RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 juni 2008 (20.06) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2007/0013 (COD) 8332/08 ADD 1 REV 1 AVIATIO 89 CODEC 455 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft: Voorstel voor

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme ***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING

EUROPEES PARLEMENT. Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme ***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme VOORLOPIGE VERSIE 2001/0033(COD) 4 februari 2003 ***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het gemeenschappelijk

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.11.2009 COM(2009)641 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij de Portugese Republiek wordt gemachtigd een maatregel toe

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2004 (03.06) (OR. en) 9919/04. Interinstitutioneel dossier: 2004/0109 (COD) 2004/0110 (COD)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2004 (03.06) (OR. en) 9919/04. Interinstitutioneel dossier: 2004/0109 (COD) 2004/0110 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2004 (03.06) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2004/0109 (COD) 2004/0110 (COD) 9919/04 ENER 150 CODEC 780 NOTA van: aan: nr. Comv.: Betreft: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 10 maart 2005 (21.03) 7083/05 Interinstitutioneel dossier: 2004/0146 (COD) CODEC 136 AVIATION 14

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 10 maart 2005 (21.03) 7083/05 Interinstitutioneel dossier: 2004/0146 (COD) CODEC 136 AVIATION 14 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 10 maart 2005 (21.03) 7083/05 Interinstitutioneel dossier: 2004/0146 (COD) CODEC 136 AVIATION 14 INFORMATIEVE NOTA Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees

Nadere informatie

6325/03 md 1 DG C II

6325/03 md 1 DG C II RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2003 (13.02) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2001/0078 6325/03 ENER 43 CODEC 156 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, namens

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 2167.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 2167. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 8 juli 2008 (09.07) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0141 (COD) 11555/08 ADD 2 SOC 413 CODEC 936 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur,

Nadere informatie

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Wat zijn de taken van Europese ondernemingsraden? Europese ondernemingsraden (EOR s) zijn organen die de Europese werknemers

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING VAN DE

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 2.5.2013 COM(2013) 250 final 2013/0133 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 27.04.2004 COM(2004) 315 definitief 2004/0107 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de kennisgeving aan de Republiek Korea van de opzegging

Nadere informatie

Hieronder vindt u een samenvatting van de onderwerpen van de Transportraad van 6 oktober 2011.

Hieronder vindt u een samenvatting van de onderwerpen van de Transportraad van 6 oktober 2011. GEANNOTEERDE AGENDA EU TRANSPORTRAAD 6 OKTOBER 2011 Hieronder vindt u een samenvatting van de onderwerpen van de Transportraad van 6 oktober 2011. De Raad zal een eerste debat voeren over de digitale tachograaf.

Nadere informatie

10765/11 ADD 1 oms/rts/dp 1 DG C I

10765/11 ADD 1 oms/rts/dp 1 DG C I RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 29 augustus 2011 (02.09) (OR.en) Interinstitutioneel dossier: 2009/0035 (COD) 10765/11 ADD 1 DRS 87 COMPET 217 ECOFI 294 CODEC 917 O TWERP-MOTIVERI G VA DE RAAD Betreft:

Nadere informatie

EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE 97/0155 (COD) PE-CO S 3608/99 C4-0172/99 ECO 106 UD 43 CODEC 147

EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE 97/0155 (COD) PE-CO S 3608/99 C4-0172/99 ECO 106 UD 43 CODEC 147 EUROPEES PARLEME T DE RAAD EUROPESE U IE Brussel, 8 april 1999 97/0155 (COD) PE-CO S 3608/99 C4-0172/99 ECO 106 UD 43 CODEC 147 VERORDE I G (EG) r. /99 VA HET EUROPEES PARLEME T E DE RAAD TOT WIJZIGI G

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.11.2007 COM(2007) 761 definitief 2007/0266 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Faeröer

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt Brussel, 23 Mei 2001 Bijna zes jaar nadat de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (de BFB-overeenkomst) werd opgesteld, werkt het ontbreken van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 juli 2001 (19.07) (OR. en) 10497/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0249 (COD) LIMITE CODEC 683 SURE 43 INFORMATIEVE NOTA Betreft: voorstel voor een richtlijn van

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.661 ------------------------------ Zitting van woensdag 5 november 2008 ------------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.661 ------------------------------ Zitting van woensdag 5 november 2008 ------------------------------------------------------ A D V I E S Nr. 1.661 ------------------------------ Zitting van woensdag 5 november 2008 ------------------------------------------------------ Mobiele werknemers die interoperabele grensoverschrijdende

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

Healthier plants and animals for safer food - package PHL. Seeds & PM AHL. Review of R 882/2004 on OC. Food & Feed Expenditure

Healthier plants and animals for safer food - package PHL. Seeds & PM AHL. Review of R 882/2004 on OC. Food & Feed Expenditure Healthier plants and animals for safer food - package Seeds & PM PHL AHL Review of R 882/2004 on OC Food & Feed Expenditure 5-pack: Beleidsdocument COM 2013/0264 Gezondere dieren en planten en een veiligere

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Straatsburg, 19 mei 2010 (OR. en) 2009/0026 (COD) LEX 1120 PE-CONS 11/10 ASILE 33 CADREFIN 29 CODEC 303 BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT WIJZIGING

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.12.2006 COM(2006) 802 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Estland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden gemachtigd

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID C284 BIN30 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 10 juli 2003 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID Vraag om uitleg van de heer Bart

Nadere informatie

[ ] ***** Aangaan van internationale samenwerkingsverbanden

[ ] ***** Aangaan van internationale samenwerkingsverbanden [ ] ***** DOOR TRENITALIA INGEDIENDE TOEZEGGINGEN 1. TOEZEGGING TEN AANZIEN VAN GVG Deze toezegging heeft betrekking op de door GVG ingediende verzoeken voor het aangaan van een internationaal samenwerkingsverband

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT * ONTWERPVERSLAG. Commissie internationale handel VOORLOPIGE VERSIE 2004/0288(CNS) 31.3.2005

EUROPEES PARLEMENT * ONTWERPVERSLAG. Commissie internationale handel VOORLOPIGE VERSIE 2004/0288(CNS) 31.3.2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««Commissie internationale handel 2009 VOORLOPIGE VERSIE 2004/0288(CNS) 31.3.2005 * ONTWERPVERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad Gezamenlijke verklaring

Nadere informatie

HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER OP DE SPOORVERVOERSSECTOR IN DE EUROPESE UNIE

HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER OP DE SPOORVERVOERSSECTOR IN DE EUROPESE UNIE DIRECTORAAT-GENERAAL INTERN BELEID VAN DE UNIE BELEIDSONDERSTEUNENDE AFDELING B: STRUCTUURBELEID EN COHESIE VERVOER EN TOERISME HET EFFECT VAN DE SCHEIDING TUSSEN INFRASTRUCTUURBEHEER EN VERVOERSBEHEER

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 6 juli 2009 (OR. en) 11738/09 SOC 424 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2013/0088(COD) 19.6.2013. van de Commissie internationale handel. voor de Commissie juridische zaken

ONTWERPADVIES. NL In verscheidenheid verenigd NL 2013/0088(COD) 19.6.2013. van de Commissie internationale handel. voor de Commissie juridische zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie internationale handel 19.6.2013 2013/0088(COD) ONTWERPADVIES van de Commissie internationale handel voor de Commissie juridische zaken inzake het voorstel voor een

Nadere informatie

De conclusies uit het overleg tussen bedrijfsleiding en groepscommissie, alsmede de achterliggende beweegredenen worden schriftelijk vastgelegd.

De conclusies uit het overleg tussen bedrijfsleiding en groepscommissie, alsmede de achterliggende beweegredenen worden schriftelijk vastgelegd. Roosterconvenant Partijen hebben in het kader van het programma Transform 2015- Securing Our Future geconcludeerd dat het adequaat toepassen van de roosterregeling binnen KLM kan leiden tot de verlaging

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 9 Wet van 19 november 2014 tot wijziging van de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer 2000 in verband met een tweede tranche van uitvoeringsmaatregelen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage AV/WTZ/2002/13517

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage AV/WTZ/2002/13517 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

De meeste delegaties steunden de compromistekst en onderstreepten daarbij hun bereidheid om te streven naar een akkoord bij de eerste lezing.

De meeste delegaties steunden de compromistekst en onderstreepten daarbij hun bereidheid om te streven naar een akkoord bij de eerste lezing. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 25 april 2001 (04.05) (OR. en) 7725/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0211 (COD) LIMITE ENT 55 ENV 166 CODEC 319 RESULTAAT BESPREKINGEN van: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RESULTAAT BESPREKINGEN van: Groep civiele bescherming d.d.: 16 april 2002 nr. vorig doc.: 7573/02 prociv

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD >r >r COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 30.1.2004 COM(2004) 53 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Italië wordt gemachtigd een maatregel toe te passen die afwijkt

Nadere informatie

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET Richard Corbett, lid van het EP De Europese grondwet is een grote verbetering

Nadere informatie

&ROOHFWLHI RQWVODJ &RPPLVVLH SUHVHQWHHUW SDNNHW LQLWLDWLHYHQ YRRU KHW YHUPLQGHUHQ YDQ GH VRFLDOH JHYROJHQYDQPDVVDRQWVODJHQ

&ROOHFWLHI RQWVODJ &RPPLVVLH SUHVHQWHHUW SDNNHW LQLWLDWLHYHQ YRRU KHW YHUPLQGHUHQ YDQ GH VRFLDOH JHYROJHQYDQPDVVDRQWVODJHQ ,3 Brussel, 10 mei 2001 &ROOHFWLHI RQWVODJ &RPPLVVLH SUHVHQWHHUW SDNNHW LQLWLDWLHYHQ YRRU KHW YHUPLQGHUHQ YDQ GH VRFLDOH JHYROJHQYDQPDVVDRQWVODJHQ $QQD 'LDPDQWRSRXORX GH (XURSHHV FRPPLVVDULV EHODVW PHW

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2014/2111(DEC) 29.1.2015

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2014/2111(DEC) 29.1.2015 EUROPEES PARLEMENT 2014-2019 Commissie begrotingscontrole 29.1.2015 2014/2111(DEC) ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Spoorwegbureau voor

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...]

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...] EUROPESE COMMISSIE Brussel, 15.6.2010 COM(2010)280 definitief 2010/0168 (E) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [...] betreffende de verplichte toepassing van Reglement nr. 100 van de Economische

Nadere informatie

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit PROTOCOL 3 Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI Besluit De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), gezien het belang dat zij

Nadere informatie

Commissie juridische zaken. aan de Commissie economische en monetaire zaken

Commissie juridische zaken. aan de Commissie economische en monetaire zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie juridische zaken 2009/0009(CNS) 11.1.2010 ONTWERPADVIES van de Commissie juridische zaken aan de Commissie economische en monetaire zaken inzake het voorstel voor

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie VOORLOPIGE VERSIE 2003/0119(COD) 21 oktober 2003 ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek

Nadere informatie

AMENDEMENTEN 1-26. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2272(INI) 18.5.2011. Ontwerpadvies Giles Chichester (PE462.744v02-00)

AMENDEMENTEN 1-26. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2272(INI) 18.5.2011. Ontwerpadvies Giles Chichester (PE462.744v02-00) EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie verzoekschriften 2010/2272(INI) 18.5.2011 AMENDEMENTEN 1-26 Giles Chichester (PE462.744v02-00) over mobiliteit en integratie van gehandicapten en de Europese strategie

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 28 juni 2010 Betreft:

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2001) 1331 def. COD 2000/0136.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2001) 1331 def. COD 2000/0136. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 september 2001 (07.09) (OR. fr) 11646/01 Interinstitutioneel dossier: 2000/0136 (COD) ENT 177 ENV 425 CODEC 485 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Bernhard ZEPTER, adjunct-secretaris-generaal

Nadere informatie

VAN DE WET VAN 27 JULI 1962

VAN DE WET VAN 27 JULI 1962 NATIONALE ARBEIDSRAAD CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN ADVIES Nr. 1.737 CRB 2010-1042 DEF Gemeenschappelijke Raadszitting van woensdag 23 juni 2010 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING

***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING EUROPEES PARLEMENT 2014-2019 Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid 12.3.2015 2013/0371(COD) ***II ONTWERPAANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het standpunt van de Raad in

Nadere informatie

ADDENDUM 1 BIJ DE NOTA het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

ADDENDUM 1 BIJ DE NOTA het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 november 2005 (02.12) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2004/0047 (COD) 14737/05 ADD 1 LIMITE TRANS 245 CODEC 1054 ADDENDUM 1 BIJ DE NOTA van:

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 24 mei 2011 (OR. en) 9876/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0068 (NLE)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 24 mei 2011 (OR. en) 9876/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0068 (NLE) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 mei 2011 (OR. en) 9876/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0068 (E) COHAFA 47 DEVGEN 138 RELEX 472 ALIM 7 AGRIFIN 50 AGRI 354 PROCIV 65 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A.

REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A. REGLEMENT ORDE VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING KONINKLIJKE COÖPERATIEVE BLOEMENVEILING FLORAHOLLAND U.A. Vastgesteld op 12 december 2013 Inhoud Inleiding... 3 Artikel 1 - Status en inhoud van de regels...

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie economische en monetaire zaken MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 Betreft: Bijdrage van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bijgevoegd vindt u de bijdrage

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant 1 oktober 2011 Reglement Cliëntenraad van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant stelt conform

Nadere informatie

Hieronder treft u aan een samenvatting van de onderwerpen op de agenda van de Transportraad van 11 maart 2013.

Hieronder treft u aan een samenvatting van de onderwerpen op de agenda van de Transportraad van 11 maart 2013. GEANNOTEERDE AGENDA EU TRANSPORTRAAD 11 MAART 2013 Hieronder treft u aan een samenvatting van de onderwerpen op de agenda van de Transportraad van 11 maart 2013. Tijdens de Transportraad zal een beleidsdebat

Nadere informatie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT. overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.4.2016 COM(2016) 184 final 2013/0081 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Rolnummer: LPL 97.021 VERSLAG VAN BEVINDINGEN VAN DE BEDRIJFSCOMMISSIE-KAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE

Nadere informatie

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

Zaak T-205/99. Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Zaak T-205/99 Hyper Srl tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Douanerechten Invoer van televisietoestellen uit India Ongeldige certificaten van oorsprong Verzoek tot kwijtschelding van invoerrechten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 042 Aanpassing van de Spoorwegwet en de Wet personenvervoer aan Richtlijn nr. 91/440 EEG en Verordening (EEG) nr. 1893/91 Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 maart 2000 (OR. en) 6485/00 Interinstitutioneel dossier: 99/0172 (CNS) LIMITE ECOFIN 56 NIS 30

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 maart 2000 (OR. en) 6485/00 Interinstitutioneel dossier: 99/0172 (CNS) LIMITE ECOFIN 56 NIS 30 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 maart 2000 (OR. en) 6485/00 Interinstitutioneel dossier: 99/0172 (CNS) LIMITE ECOFIN 56 NIS 30 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad

Nadere informatie