Boeren tegen Armoede 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Boeren tegen Armoede 2014"

Transcriptie

1 Boeren tegen Armoede 2014 De oogst is begonnen De oogst Vincent van Gogh, Arles, 1888 Activiteitenverslag Arnhem, Nederland, juni 2015 Agriterra

2 Agriterra P.O. Box AD Arnhem Willemsplein 42 The Netherlands T F Rabobank Arnhem: Stichting Agriterra HR Lid van AgriCord Data AgriStudies Titel : Boeren tegen Armoede 2014 De oogst is begonnen Eindredactie : Jur Schuurman Uitgever : Agriterra Nummer AgriStudies : 6_54118 Land : Nederland Categorie : Draagvlakversterking

3 INHOUD VOORWOORD: NIEUW AGRITERRA KLAAR VOOR AGROFOOD-ADVIESROL... 1 I VERWACHTINGEN EN REALISATIE... 3 II RESULTATEN ALGEMENE RESULTATEN... 6 IMPACT... 7 HOOFDDOELSTELLINGEN: COMPETENTIES... 8 VERSTERKING VAN ORGANISATIES EN COÖPERATIES EXTRA DOELSTELLINGEN AFRIKA LATIJNS AMERIKA ZUIDOOST-AZIË III ACTIVITEITEN ORGANISATIES PROJECTEN WERKBEZOEKEN PARTNERS IV AGRITERRA INTERNE ONTWIKKELINGEN KWALITEIT: METEN IS WETEN PUBLICITEIT EN COMMUNICATIE V FINANCIEEL VERSLAG FINANCIERING UITGAVEN VI HET IS AL ANDERS: DE TOEKOMST IS HET HEDEN BIJLAGEN BIJLAGE 1 BASISGROEPEN EN PRE-COÖPERATIES VOOR VERSTERKING LOKAAL ONDERNEMERSCHAP, BIJLAGE 2 KENGETALLEN EN DOELSTELLINGEN BIJLAGE 3 PROJECTEN IN BIJLAGE 4 ORGANISATIES IN BIJLAGE 5 LEDENAANTALLEN BIJLAGE 6 PROFILINGS: ALLE CIJFERS BIJLAGE 7 FINANCIAL HEALTH CHECKS BIJLAGE 8 STORIES BIJLAGE 9 EVALUATIES IN BIJLAGE 10 AGRITERRA: DE MENSEN BIJLAGE 11 VERMELDINGEN IN DE MEDIA BIJLAGE 12 OVERZICHT TABELLEN EN GRAFIEKEN

4

5 Voorwoord: nieuw Agriterra klaar voor agrofoodadviesrol Boeren en tuinders hebben de sleutel tot het wereldwijde voedselvraagstuk. Ze hebben hét beroep van de toekomst. Daarom staat bij Agriterra het ontwikkelen van ondernemerschap van boeren centraal. Ondernemerschap in elke schakel van de agrofoodketen, van boerenorganisaties tot boergenoteerde bedrijven. Van leden en bestuurders tot managers. Van productie tot verwerking van primaire producten. Van verkoop tot marketing. Bij Agriterra richten we ons bij klantvragen steeds meer op het geven van advies. En die focus op adviseren gaan we de komende tijd nog verder ontwikkelen. Bij een afname van publieke financiering moeten we nog scherper letten op ons zakelijke profiel. Beter met minder. Dat geldt ook voor de Agriterra-organisatie. In 2014 is een nieuwe organisatiekoers ingezet: het accent van de dienstverlening verschuift van medefinanciering naar advisering. En de nadruk komt te liggen op een beperkt aantal programmalanden en -regio s. Ik heb respect voor de manier waarop onze medewerkers met de ingrijpende reorganisatie zijn omgegaan. Als Agriterra hebben we afgelopen jaar opnieuw vol ingezet op samenwerking, niet alleen met maatschappelijke organisaties en politiek, maar vooral met het agrarisch bedrijfsleven. De snelheid waarmee we samen zaken voor elkaar hebben gekregen, heeft indruk gemaakt en niet alleen op mij. De kracht van Agriterra komt van onze agripoolers. Met hun collegiale benadering adviseren zij boerenorganisaties en boergenoteerde ondernemingen die een volgende stap willen zetten. Dankzij de sterke verankering van Agriterra in zowel de Nederlandse land- en tuinbouworganisaties als in het agri-bedrijfsleven, kunnen we bijvoorbeeld boerenorganisaties, inkoop- en afzetcoöperaties en boerenleenbanken van collegiaal advies voorzien, of het nu gaat over ledenvraagstukken, operationele zaken of over governance en financieel management. Eén van de landen waar we met succes werken volgens het nieuwe model is Ethiopië. Daar hebben we in relatief korte tijd samen met ondernemende boerenorganisaties waardeketens ontwikkeld. Deze zijn zo opgezet dat ze zowel voor boeren en hun organisaties als voor marktpartijen economisch interessant zijn. Het komende jaar gaat Agriterra verder werken aan de hand van de ingezette koers, met als doel de wisselwerking tussen de dragende organisaties en het bedrijfsleven te intensiveren. Want naast het boerenvak zitten agrofood én ondernemerschap in onze genen. Albert Jan Maat voorzitter LTO Nederland voorzitter Agriterra 1

6

7 I Verwachtingen en realisatie Goede communicatie bestaat (onder meer) bij de gratie van verwachtingenmanagement. Als we niet duidelijk maken wat onze gesprekspartners kunnen verwachten en waarin dat eventueel verschilt van eerdere vooruitzichten en ingesleten patronen, stellen we lezers en toehoorders voor faits accomplis, en daalt het begrip voor en de acceptatie van datgene wat we mee te delen hebben navenant. In dit verslag worden daarom enkele verwachtingen geëxpliciteerd en / of bijgesteld. Om te beginnen geldt dat voor de reikwijdte van De oogst is begonnen: in tegenstelling tot eerdere plannen is dit niet het eindverslag over de gehele periode (2011 t/m 2014) van het programma Boeren tegen Armoede. De reden hiervoor is dat het programma is verlengd. Het eindverslag zal derhalve verschijnen in 2016; wat u nu leest is (opnieuw) een jaarrapportage en nog geen eindrapportage: daar bewaren we de titel Er is geoogst voor, hoewel we daar wellicht niet opnieuw een schilderij van Van Gogh bij kunnen vinden. Verder is de opbouw anders dan gebruikelijk. Presenteerden we in de drie voorgaande edities de resultaten aan de hand van een indeling naar werkterrein (boergenoteerde bedrijven, lokaal ondernemerschap en belangenbehartiging), nu kiezen we, althans gedeeltelijk, een geografische invalshoek. Waarom? In de eerste plaats zijn de resultaten van 30 organisatieprofielen beschikbaar, waarbij de situatie van 2009 met die van 2013 wordt vergeleken. Oftewel: zijn ze sterker geworden of niet? (Ja, dat zijn ze; hieronder alvast een voorbeeld) Het is gebleken dat de meest interessante invalshoek voor vergelijkingen de geografische is: hoe is het organisaties in Azië, Afrika en Latijns Amerika vergaan de afgelopen vier jaar? Daar zijn infromatieve afwijkende patronen in te zien. Figuur 1: Profiel van Pakisama Bron: Agriterra Ook neemt de veranderde opzet van het verslag een voorschot op de nu al van kracht zijnde structuur van Agriterra. Als gevolg van de reorganisatie van zijn er nu geen drie themaspecifieke teams meer, maar vier regionale: Ethiopië, Oost-Afrika, Zuidoost-Azië en de Andes 1, waarin de drie hoofdthema s of pijlers overigens wel telkens terug zullen komen: boergenoteerde bedrijven, boerenondernemerschap en belangenbehartiging. 1 Dit sluit geen werkzaamheden uit in landen die buiten deze regio s vallen, maar dat zal ad hoc bekeken worden. Verwachtingen en realisatie 3

8 Het is goed om de geesten alvast rijp te maken voor de nieuwe accenten door te kijken waar we nu staan in de verschillende continenten en waar mogelijk in te zoomen op de vier kernregio s. Beide overwegingen (profilings en de nieuwe structuur van Agriterra) komen samen in het (voorlopige) klantenpakket waar Agriterra de nieuwe periode mee wil ingaan. Op het niveau van de vier regio s is gekeken met welke organisaties voortzetting van de samenwerking mogelijk is, en in welke gevallen beëindiging aan de orde is. De resultaten daarvan bevestigen in grote lijnen de profiling-bevindingen: waar sprake is van stagnatie of achteruitgang is meer kans op een exit dan bij aantoonbare versterking. Natuurlijk zijn er ook dingen die níet veranderen. We hopen dat de verwachtingen die de lezer inmiddels heeft bij het openslaan van Agriterra-rapportage niet beschaamd worden, en dat ook deze jaarrapportage op transparante en eerlijke wijze laat zien wat we goed hebben gedaan én wat we niet goed hebben gedaan, en waarom. Die waarom-vraag zal in dit geval trouwens vollediger beantwoord worden dan in voorgaande edities, omdat we ondertussen ook beschikken over het rapport van de externe evaluatie van het Boeren tegen Armoede-programma die door het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) is uitgevoerd 2. De evaluatoren trekken een paar duidelijke conclusies over ons werk, met interessante verklaringen voor geconstateerde verschillen in effectiviteit tussen de drie werkterreinen. Uiteraard komen we hier nog op terug en houden we daarmee ook de thematische indeling nog een beetje vast, zodat de lezer zich niet al te ontregeld hoeft te voelen. We wensen u veel leesplezier. Jur Schuurman hoofdauteur 2 Evaluation of the Program Support to Producer Organizations (POP ) implemented by Agriterra. Report Version 02. KIT (Sustainable Economic Development), Amsterdam, April Boeren tegen Armoede

9 II Resultaten Agriterra zit na vier jaar programma-uitvoering nog niet over de gehele linie op 100% van de resultaten, maar heeft ook pas 90% van het geld besteed. In 2015 wordt het programma daarom nog voortgezet om de resultaten volgens plan te halen. Op dit moment heeft Agriterra op drie van de zes voorziene kerndeliverables de doelstellingen al gehaald, te weten op financial management, beleidsbeïnvloeding en zuid-zuid missies. Dat wil onder meer zeggen dat 90% van de klanten een laag of gemiddeld risico lopen bij hun financieel management, dat ruim twee keer zoveel boerenorganisaties als nagestreefd erin zijn geslaagd beleidsvoorstellen in de strategische overheidsvoorstellen te krijgen en dat een veelvoud van de beoogde fondsen via lobby bij de boeren terecht is gekomen. In Bolivia zijn lokale producentenorganisaties nu wettelijk erkend en kunnen ze daardoor het beheer over belangrijke landbouwstimuleringsfondsen krijgen. Hun federatie CIOEC heeft dat voor elkaar gekregen. Onze genderdoelstelling is op zichzelf gehaald, maar daar zijn in een evaluatie door het KIT wel terechte kritische kanttekeningen bijgezet. Zo is de participatie van vrouwen een afspiegeling van de graad van participatie van vrouwen in het economisch verkeer van de landen waar we werken (39% en dat is ruim boven de ondergrens die we ons zelf stelde van 30%). In 95% van de projecten worden genderspecifieke posten opgenomen. Ondanks onze inspanningen is het aandeel van vrouwelijke bestuurders nog laag. Ook het vergroten van het aandeel van agripoolers uit ontwikkelingslanden in het totaal van deskundigen uit de kring van landbouworganisaties en coöperaties is ruim gehaald. We mikten op 10% toen we de plannen maakten in 2010, maar we zitten al op 45% en dat is al een eind op weg naar de 50% die het Agriterra-bestuur als doelstelling heeft gesteld voor de komende periode. De nationale boerenorganisatie in Benin is FUPRO. De leden krijgen ondersteuning om verbeterd zaaigoed te kunnen gebruiken. In 2012 lagen de oogsten nog tussen 750 en 950 kilo per hectare voor zowel maïs als soja. Inmiddels zit de opbrengst van beide gewassen tussen ruim 900 en 1000 kilo per hectare. De doelstelling van 12 boergenoteerde bedrijven is in principe ruimschoots gehaald met 19 bedrijven met investeringsprojecten, maar dat aantal ligt nog onder het bijgestelde aantal van 24 dat we ons direct na aanvang van het programma stelden, omdat de bedrijven over het algemeen kleiner zijn dan we bij de planning in 2010 veronderstelden. De doelstelling van basisgroepen waarin ruim een miljoen boeren werken aan hun ondernemerschap met advies van 40 federatieve koepels is bijna gehaald. Op dit moment zitten we op 83%. Resultaten 5

10 Mukurwe-ini is een Keniaanse zuivelcoöperatie met 5900 leden. Ze hebben dankzij een goed bedrijfsplan een commerciële lening van Euro gekregen om een fabriek te bouwen die liter melk per dag verwerkt. In totaal hebben in boeren direct deelgenomen aan en geprofiteerd van projecten. Zij waren lid van ruim 100 organisaties of coöperaties uit het klantenbestand van Agriterra. Over de hele linie zijn deze klantorganisaties sterker geworden en onze analyses wijzen erop dat deze versterking op het conto van Agriterra geschreven kan worden. Conform onze ISO-certificering weten we hoe belangrijk het is dat onze eigen conclusies ook door derden bevestigd worden. Uit de cijfers die we verzamelen via diverse tevredenheidsonderzoeken, en niet in de laatste plaats onder onze klantorganisaties (klantevredenheid is immers de hoeksteen van Agriterra s kwaliteitssysteem), blijkt dat de voornaamste belanghebbenden positief tot zeer positief denken over Agriterra s werk(wijze): de klantorganisaties dus, maar ook de Nederlandse deskundigen en het Nederlandse agrarische publiek. 1 Algemene resultaten Het is duidelijk: dit is de vierde voortgangsrapportage van het programma Boeren tegen Armoede De rode draad van Agriterra s inzet is nog steeds dezelfde: boeren hebben behoefte aan economische bedrijvigheid (productieverbetering, verwerking, afzet) waarover ze zelf controle hebben, meestal in de vorm van coöperaties. Soms is dat in eerste instantie een te grote stap, en dan zijn het de lokale groepen van boeren en boerinnen die, begeleid door hun provinciale of nationale boerenorganisatie, stapsgewijze verbeteringen in gezamenlijke productie en afzet realiseren, in aanloop naar de vorming van een meer formele associatie of coöperatie. En willen deze twee werkwijzen ook op lange termijn succes hebben, dan dient de externe omgeving de goede voorwaarden daarvoor te scheppen; en dat kan en moet gerealiseerd worden door een goede belangenbehartiging van de kant van de ledenorganisaties (boerenorganisaties en coöperatieve unies). Die drie benaderingen komen terug in evenzovele teams van Agriterra: boergenoteerde bedrijven, lokaal ondernemerschap en belangenbehartiging. En hoewel we zoals gezegd in dit verslag meer aandacht besteden aan de activiteiten per continent of regio en niet per team of werkterrein, zal het onderscheid tussen de drie benaderingen nog volop aan de orde komen, zodat we vergelijkingen kunnen maken met voorgaande jaren. We beginnen zoals gewoonlijk met het belangrijkste: de resultaten. Verderop in het verslag is er aandacht voor de uitgevoerde activiteiten die aan die resultaten ten grondslag lagen (Hoofdstuk III), algemene ontwikkelingen binnen Agriterra (IV), een financieel verslag (V) en een slotbeschouwing (VI). Voordat we inzoomen op Afrika, Latijns Amerika en Azië volgt hieronder een overzicht van de algemene in 2014 geboekte resultaten. We kijken eerst naar de programmaresultaten zoals we die destijds voor ogen hadden en gaan daarna in op de versterking van coöperaties en landbouworganisaties waar het ons allemaal om begonnen was. 6 Boeren tegen Armoede

11 Impact Het uiteindelijke streven van onze klanten is dat zij, via hun versterking, kunnen bijdragen aan de verbetering van de economische positie van boeren en boerinnen, bijvoorbeeld via veranderingen in hun productiviteit, prijsstelling en externe factoren als wetgeving. We hebben dus ook in 2014 met de boerenorganisaties gewerkt op de punten die logischerwijs zouden moeten leiden tot inkomensverbetering voor hun leden, en opnieuw zien we dat veel boeren en boerinnen baat hebben gehad bij de diensten die de organisaties aan hun leden aanbieden. Voor zover dat bijgehouden werd in projecten kunnen we constateren dat in totaal boeren werden bereikt met diensten als landbouwvoorlichting en betere toegang tot inputs: meer dan gepland, en ongeveer het dubbele van de uitgangssituatie. Let wel: het gaat hier alleen om die organisaties en projecten waarin deze verbetering in de dienstverlening actief gemeten werd, dus via de registratie van getallen in onze database op Vanzelfsprekend verlenen de organisaties aan ál hun leden diensten (hetgeen onder andere zichtbaar is in de outreachgetallen in tabel 1), maar het gaat hier om projecten die expliciet naar verbetering op dit punt streven. Deze cijfers zijn in Bijlage 2 bij Deliverable 14 te vinden. Maar leidt dit nu allemaal daadwerkelijk tot hogere inkomens voor de boeren en boerinnen, en ook nog dankzij onze benadering? Dé manier om die attributievraag (maken we het verschil?) afdoende te beantwoorden is door een project te starten met een evaluatie waarbij de situatie vooraf goed in kaart wordt gebracht, en dat hebben we gedaan bij een project met de nationale landbouworganisatie CAPAD in Burundi (project 11cpad-5629 op In het deelhoofdstuk over Afrika leest u hier meer over, maar in elk geval kunnen we concluderen dat de resultaten van deze counterfactual -evaluatie (gematigd) positief zijn. Een soortgelijke evaluatie vindt plaats in Ethiopië in het kader van het door de Gates Foundation ondersteunde Cooperatives for Change-programma (C4C). De uitvoering van de evaluatie is belegd bij een Ethiopisch onderzoekbureau, dat in januari 2014 de baselinestudie heeft uitgevoerd 3. Een tweede ronde van gegevensverzameling heeft nog niet plaatsgevonden, maar er is wel een tussentijds verslag van vorderingen beschikbaar, dat in elk geval laat zien dat de levering van producten van coöperaties aan hun overkoepelende unies met grote sprongen toeneemt. Ook hier verwijzen we weer naar het Afrika-deelhoofdstuk. Daarnaast blijkt op tal van andere manieren dat boeren en boerinnen baat hebben bij de activiteiten die hun organisaties uitvoeren met behulp van financiering en/of advisering van Agriterra. Dergelijke evidence verzamelen we vooral in de vorm van stories (zie bijlage 8 en enkele voorbeelden door dit verslag heen) en via evaluaties die nadrukkelijk ook de impact van een project of een programma bestuderen. Zie de lijst van deze (en andere) evaluaties in bijlage 9. Outreach Een andere manier waarop Agriterra de impact van haar werk zichtbaar poogt te maken is de outreach : het aantal deelnemers aan (en dus begunstigden van) de projecten. De realisatie is vrijwel gelijk aan de doelstelling (met verschillende uitkomsten per werkterrein) en het percentage deelnemende vrouwen blijft rond de 40 schommelen. 3 Cooperatives for Change (C4C): Value Chain Approach for Cooperative Development in Ethiopia. Baseline study report. Meskay business, Addis Ababa, April Resultaten 7

12 Tabel 1: Outreach in 2014: en geplande en gerealiseerde deelname van vrouwen per team Planning 2014 Realisatie 2014 Real Geplande outreach Waarvan vrouwen % Feitelijke outreach Waarvan vrouwen % % Boergenoteerde bedrijven % % 26% Lokaal ondernemerschap % % 61% Belangenbehartiging % % 36% Totaal % % 42 Hoofddoelstellingen: competenties Binnen het Boeren tegen Armoede programma zijn de essentiële competenties waarover een sterke boerenorganisatie moet beschikken, vervat in de zogenaamde deliverables. Bij elk van deze deliverables horen concrete doelstellingen ( targets ). De complete lijst met doelstellingen per deliverable staat in Bijlage 2. Een toelichting is op zijn plaats. Elke deliverable bestaat uit een aantal targets, en de combinatie van die targetscores, afkomstig uit alle projecten waarin die doelstellingen van toepassing zijn, leidt via een formule tot een score op de deliverable. In de rechterkolom van Bijlage 2 staat per deliverable het aldus berekende verschil tussen de plannen voor het jaar en de realisatie. Is dat verschil positief (dus is de realisatie hoger uitgevallen dan de planning) dan is die cel groen gemaakt; anders oranje. Dit levert het volgende beeld op. Tabel 2: Deliverables en verschil tussen planning en realisatie, Deliverable (1) Planning/uitvoering/monitoring van strategie (2) Adequaat beheer van middelen en hulpbronnen (3) Goed financieel management (4) Democratisch bestuur; inspraak (5) Actief en representatief ledenbestand (6) Meer aandacht voor jongeren, vrouwen en kwetsbare groepen (7) De organisatie is extern zichtbaar en geloofwaardig (8) Fornele samenwerkingsverbanden met andere actoren (9) Strategie en beleid komen participatief tot stand (10) Talrijke (inter)nationale contacten en uitwisseling (12) Invloed op overheidsbeleid (13) Toegang tot resources (krediet, land) voor leden (14) Facilitatie van toegang tot inputs en technieken (15) Verlening van overige diensten tbv productie (16) Collectieve actie voor meer marktmacht (17) Oprichting van farmer-led enterprises Bron: en bewerking door afdeling ondersteuning en kwaliteit In 2013 waren er acht deliverables groen en acht oranje; een jaar eerder was die verhouding zeven-negen, dus was er lichte vooruitgang. In 2014 zijn de prestaties weer minder goed, met zes deliverables waarop het resultaat beter was dan de planning. Drie daarvan springen er positief uit, omdat ze een constante goede 8 Boeren tegen Armoede

13 prestatie hebben laten zien over de afgelopen drie jaar. Bij deliverable 8 gaat het om de afsluiting van formele samenwerkingsovereenkomsten met relevante andere stakeholders in wat wel de agricultural arena wordt genoemd: de privésector, openbare instellingen, donoren etc. Dit gebeurde in zeven projecten. Ook positioneren landbouworganisaties zich jaar op jaar beter wat betreft (inter-)nationaal overleg over voedselzekerheid en aansluiting bij hogere koepels en platforms (deliverable 10, negen projecten). En deliverable 14 staat voor de verbeterde dienstverlening waar we het al eerder over hadden ook hier een stijgende lijn dus, een concusie die we konden trekken op basis van activiteiten in maar liefst 48 projecten 4. Van de bijna 200 targets die onder deze deliverables vallen is een aantal prioritair voor Agriterra. Daar zijn destijds concrete streefcijfers op geformuleerd. Om het programmavoorstel te citeren: Financieel management (Deliverable 3) 90% of our 80 clients in 2014 operate appropriate financial management systems Nieuwe / versterkte groepen (Deliverable 5) 40 client organisations have an active and representative membership, with well functioning local basic groups with increased membership, with an increase of new groups. Beleidsbeïnvloeding (Deliverable 12) 12 farmers organisations have policy proposals that were integrated in national strategy documents Boergenoteerde bedrijven (Deliverable 17) 12 client organisations have promoted transparent farmer-led rural enterprises 5 Gender: with 60% of the clients (both strategic and others) we will deliver on the gender issues For 10% out of a group of advisory clients we will deliver South-South missions. 1. Financieel management Agriterra volgt de ontwikkeling van het financieel management door het uitvoeren van onder andere een financial health check bij de klanten. Hiervoor een instrument ontwikkeld dat toegesneden is op boerenorganisaties. Een organisatie krijgt een score op zes dimensies (zie tabel 3, hieronder) van financiële soliditeit. Samen bepalen die scores of de situatie van de organisatie als hoog, gemiddeld of laag risico aangemerkt wordt. De health check wordt soms ook gebruikt als een zelf-evaluatie instrument. Directe begunstigden van de controle zijn de staf en manager van de organisatie, maar ook de bestuursleden, de interne controle commissie en de financierende agriagency. De health check wordt door deze mensen op basis van een gezamenlijk oordeel en bewijsstukken ingevuld en geeft een algemeen beeld van de stand van zaken van de organisatie en een beter inzicht in verbeterpunten in het financieel beheer. De check helpt om inzicht in planning en controle te vergroten, en in het bijhouden en verbeteren van interne controlesystemen. Op basis van de uitkomst van de controle wordt een actieplan gemaakt met daarin de aanbevelingen voor verbeteringen van het systeem voor financieel management. Activiteiten worden gepland en deze worden gemonitord, zowel door de organisatie en de agri-agency en geëvalueerd aan het einde van het projectjaar. In 2010 tot 2014 en zijn er in totaal 115 financial health checks uitgevoerd door Agriterra en 4 door SNV (met een vergelijkbare tool). 4 In het algemeen overheersen de projecten die zich richten op deliverables 13-17, dus binnen het werkgebied business development. 5 Deze doelstelling is al aan begin van het programma verdubbeld tot 24 rokende schoorstenen. Resultaten 9

14 Tabel 3: Health checks uitgevoerd per team, Team totaal Boergenoteerde bedrijven Ondernemerschap Belangenbehartiging Totaal Bron: stafafdeling ondersteuning en kwaliteit In 7 gevallen (drie in Azië, drie in Latijns Amerika en één in Afrika) is een tweede health check uitgevoerd, met een tussenperiode van 2 of 3 jaar. Een voorbeeld hiervan met zichtbare verbetering is te zien in figuur 2. Dit is echter niet bij alle 7 organisaties het geval: CIOEC (Bolivia) en SPPQT (Indonesië) zijn er op achteruit gegaan. Figuur 2: Financial Health check ANPE, Peru Dat betekent dat er bij (119-7=) 112 organisaties een (of meerdere) check(s) uitgevoerd zijn. In 8 gevallen is de organisatie geen klant (geworden). Van de 104 checks die we dan overhouden zijn er 53 die een totale score hebben die valt binnen de zogenaamde low risk score, 47 hebben een medium Bron: Stafafdeling ondersteuning en kwaliteit risk score en 4 hebben een high risk score. Vooral bij de groep met medium risk en met high risk vinden financieel management trainingen plaats 6 om hun prestaties te verbeteren. Opvallend is, dat vooral de financial sustainability een lage score heeft bij veel van de organisaties. Hier is niet een bepaald regionaal patroon in te ontdekken. Tabel 4: Financial health checks: resultaten, Section High Risk Medium Risk Low Risk 1 - Governance & Controls Planning & Budgeting Accounting Policy & Procedures Reporting & Monitoring Accounting Resources Financial Sustainability Subtotaal Score Eindscore overige health checks Eindscore Bron: stafafdeling ondersteuning en kwaliteit 6 Vorig jaar bijvoorbeeld bij een groep cacao-coöperaties in Peru: zie 10 Boeren tegen Armoede

15 Dit alles betekent dat het doel 90% van onze klanten met een goed financieel management is gehaald als we de medium risk en de low risk bij elkaar optellen: (47+53=) 100 op een totaal van Nieuwe / versterkte groepen Met nog een jaar te gaan is het aantal groepen 8.362: Tabel 5: Aantal groepen Bereik # groepen Plan team lokaal ondernemerschap (2010) Realisatie team lokaal ondernemerschap Realisatie team belangenbehartiging Totaal Bron: Deze zijn verdeeld over 37 organisaties (zie Bijlage 1 voor de uitsplitsing). Met andere woorden, de doelstelling ( groepen in 40 organisaties) wordt nagenoeg gehaald. De ervaringen in uiteenlopende projecten, onder andere in Burundi (CAPAD), Bolivia (AOPEB) en Vietnam (QTCA) leren dat deelname aan deze groepen, en daarmee meer structurele participatie in de voorlichting en andere diensten die de landbouworganisatie biedt, het gemakkelijker maakt voor boeren om, bijvoorbeeld, krediet te krijgen of onder gunstiger voorwaarden hun producten te verkopen. Zie ook verderop in dit verslag. Daarnaast zijn er 652 primaire coöperaties opgezet of versterkt door de klanten, vrijwel evenveel als gepland. Koplopers in dit verband zijn UNICAFES (Brazilië) en KENAFF (Kenia). De volledige lijst is te vinden in, alweer, Bijlage Beleidsbeïnvloeding Tabel 6: Resultaat op deliverable 12 Deliverable 12: The policy positions of the farmers' organisation have been integrated in national strategy documents Aantal beleidsvoorstellen van landbouworganisaties die hun plek hebben gekregen in documenten van de landelijke overheid Bron: Plan in 2014 Realisatie Naast het aantal beleidsvoorstellen dat althans in woord is overgenomen, is het een belangrijke doelstelling binnen het werkterrein belangenbehartiging dat mede dankzij de FACT-methode 7 voor ledenraadpleging en beleidsontwikkeling voordelen voor de leden worden gehaald. In 2014 zijn met deze pogingen om in te breken op landbouwfondsen hier grote successen geboekt, ver boven de oorspronkelijke doelstelling ( 35 miljoen aan overheidsprojecten of projecten van multilaterale organisaties die via de gerichte lobby van onze klanten aan hun leden ten goede komen). Zie tabel 7, waarbij wel moet worden aangetekend dat de uitonderhandelde landbouwfondsen niet alléén op het conto van de ondersteuning van Agriterra kunnen worden geschreven. Een exact percentage is echter moeilijk te geven. 7 Farmers Advocacy Consultation Tool, de door Agriterra ontwikkelde gereedschapskist voor belangenbehartiging. Resultaten 11

16 Tabel 7: FACT-trajecten en resultaten in 2014 Organisatie Project op agro-info.net Lobbytraject Pakisama, Filippijnen CONAPAC (UPDKIS in Kisangani), DR Congo Junta Nacional de Café, Peru 14pk-6208: Retrieving the Philippine Coconut levy by using FACT 14cpc-6164 : Plaidoyer pour une augmentation des investissements agricoles 11jn-5789: Proceso de incidencia gremial JNC PNOPPA, Benin 13pno-5993 : Plaidoyer pour d accès effectif aux fonds du PADA Réseau Billital Maroobé (RBM), West- Afrika Campagne voor teruggave van heffing op kokosnoot Overheidsinvesteringen in de landbouw Schadevergoeding voor koffieroest, renovatie van koffieareaal Diversificatiesubsidies toegankelijker maken Resultaten ( inbreken in (overheids-) fondsen) rbm-5623 Pilot Veevoeder Totaal Lobbytrajecten: 23 FACT-trainingen: 16 Bron: Team belangenbehartiging De resultaten in Peru, de Filippijnen en DR Congo worden in de continentale hoofdstukken besproken Boergenoteerde bedrijven Het aantal rokende schoorstenen moet aan het eind van de programmaperiode 24 zijn (= 24 coöperaties of andere bedrijven die echt een belangrijke slag hebben gemaakt in waardetoevoeging). Op dit moment zijn het er 19: Tabel 8: Rokende schoorstenen Ethiopië Peru Kenia Uganda Raya Wakena Cepicafe Kiambaa SACCO ACPCU Setit Coopecan Mukurwe-ini Banyankole Tsehay Sol&Café Kiambaa NUCAFE Meki Batu Oro Verde Mumberes Merkeb Costach Meru Divisoria Bron: Team boergenoteerde bedrijven Verderop in dit verslag is veel meer te vinden over de algemene voortgang van de coöperaties waar Agriterra mee werkt, evenals over een aantal specifieke cases: de bedrijven die in de tabel gemarkeerd zijn. 5. Gender De manier waarop Agriterra haar genderdoelstellingen formuleert en bijhoudt is tot op heden, enkele uitzonderingen daargelaten (zoals het programma met de Plattelandsvrouwenorganisatie in Jordanië zie het vorige Activiteitenverslag) overwegend kwantitatief geweest. Het argument daarbij is altijd geweest dat we eerst moeten weten waar we het over hebben in termen van aantallen mensen (m/v) en geldstromen. Dan is er meer onderbouwing mogelijk voor ook een inhoudelijke(r) benadering. 12 Boeren tegen Armoede

17 Zodoende weten we aan de hand van de outreach-cijfers dat het aandeel vrouwelijke deelnemers aan projecten al jaren schommelt rond de 40% - tien procentpunten meer dan de ondergrens die we onszelf gesteld hadden. Ook weten we want dat houden we bij in elke projectformulering en rapportage hoeveel van de projecten in elk jaar wel of niet genderspecifieke begrotingsposten hebben. In 2014 was dat maar liefst 95% (vergeleken met 67% in 2013). En we weten uit profilingcijfers in welke mate organisaties de activiteiten met vrouwen, en hun evenredige vertegenwoordiging in het bestuur, hebben geregeld. In de paragraaf Landbouworganisaties hieronder zullen we zien dat de gemiddelde score op de gender-indicator aanzienlijk lager is dan in Dat is zorgwekkend, maar minder dan het lijkt: de indicator is immers omgedoopt in Inclusiviteit en meet nu ook de verankering van de positie van jongeren. Die is vaak minder goed geregeld, waardoor gemiddelden omlaag getrokken worden. Gelukkig zijn er zelfs met die kanttekening uitzonderingen te noemen: organisaties waar gender / inclusiviteit is gestegen. In bijlage 6 zien we dat het er zes zijn: UCA en FUCOPRI in Afrika, QTCA en Pakisama in Azië en JNC en TUSOCO in Latijns Amerika. Ook hebben we in vorige Activiteitenverslagen kunnen zien dat onze coöperatieve klanten in elk geval voorlopen op hun Nederlandse tegenhangers als het gaat om de vertegenwoordiging van vrouwen in hun besturen: bij Nederlandse coöperaties is het gemiddelde ongeveer 5%, en onder Agriterra s coöperatieve klanten ruim drie keer zoveel. Maar dan nog: ook bij onze klanten is de vertegenwoordiging van vrouwen in bestuurlijke functies lang niet altijd een afspiegeling van het aandeel aan vrouwelijke leden, bijvoorbeeld in Kenia. In het Afrika-deelhoofdstuk gaan we nader op dit specifieke geval in. De noodzaak om al deze kennis ook in beleid om te zetten neemt toe: het gesprek met de klanten moet nadrukkelijker worden aangegaan om te bezien welke concrete (differentiatie in) activiteiten uit deze cijfers kan volgen. De conclusies in de KITevaluatie zijn een aanzet hiertoe: There seems to be an implicit assumption that when women are members and represented in leadership gender constraints will be automatically addressed. There is also a dilemma whether Agriterra should influence the PO agenda or not in terms of putting gender issues on the agenda. The evaluation team is of the opinion that the capacity to identify and address gender concerns is essential for an effective PO, also for addressing poverty issues, and should be part of organizational strengthening, especially if equality is among the higher level objectives (as expressed in the POP program s results chain). Gender inequalities are a reality that need to be addressed, which requires specific competencies. Building capacities of POs should include competencies related to gender. The POP program has largely ignored these competencies. 6. Zuid-Zuid uitwisselingen Het aandeel Zuid-Zuid-missies binnen het contingent agripoolers bedroeg 45%, een forse stijging ten opzichte van 2013 (37%). Zie ook hoofdstuk 3 voor een mooi voorbeeld (Peru-Uruguay) van hoe dergelijke uitwisseling tot wederzijdse versterking kan leiden. Versterking van organisaties en coöperaties Tot zover de zes prioritaire deliverables, die al een tipje van de sluier oplichten wat betreft datgene waar het ons echt om gaat: de duurzame versterking van de landbouworganisaties en farmer-led bedrijven. We kunnen daar na vier jaar, en (bijna) aan het eind van de programmaperiode, een positief beeld van geven. In de diverse regio-hoofdstukken geven we details maar we beginnen met een paar Resultaten 13

18 algemene gegevens rond de versterking van de klanten van Agriterra. Daarbij behandelen we eerst de landbouworganisaties, daarna de farmer-led bedrijven (meestal coöperaties). Landbouworganisaties: sterker, maar Afrika verdient extra aandacht Zoals bekend gebruikt Agriterra het profiling-instrument om na te gaan in welke mate organisaties versterkt zijn. Door dit verslag heen komen de belangrijkste bevindingen van die metingen aan de orde, maar eerst enkele opmerkingen over de veranderingen in het instrument. Er waren altijd acht indicatoren voor de sterkte van bepaalde dimensies van de capaciteit (gemeten op een schaal van 0 tot 100%). In 2014 hebben we sommige van die indicatoren hernoemd en ook een negende toegevoegd: financiële soliditeit. De veranderingen ziet u in deze tabel: Tabel 9: Kernaspecten van een goed functionerende landbouworganisatie Until 2010 From 2013 onwards Change 1. Representation indicator Networking indicator Minor (basically the label, to avoid confusion with representativeness) 2. Participation indicator Participation indicator Minor 3. Accountability indicator Accountability indicator Minor 4. Professional capacity indicator Professional capacity indicator Minor, but more demanding 5. Strategic potential indicator Results Major: adapted to terms of deliverables in work areas 3 and 4 of FFP 6. Gender indicator Inclusiveness indicator Includes youth as well as women participation ---- Financial solidity New indicator 7. Income diversification indicator Income diversification indicator None 8. Rate of organisation Representativeness indicator None Bron: Stafafdeling ondersteuning en kwaliteit Een direct zichtbaar gevolg van deze ingrepen was de terugval bij veel organisaties in de gemiddelde score voor gender / inclusiviteit. Die bleek grotendeels toe te schrijven aan een inhoudelijke wijziging: het toevoegen van enkele vragen en beoordelingen over het werk van de organisatie met jongeren en hun vertegenwoordiging in het bestuur. Omdat het jongerenwerk bij veel organisaties nog in de kinderschoenen staat was een daling onontkoombaar, maar de huidige scores leveren dus wel een mooie nulmeting voor de komende jaren op. Figuur 3: Profiling: algemene gemiddelden, Datzelfde (een goede nulmeting) geldt voor de nieuwe indicator financiële soliditeit, die zowel de kwaliteit van het financieel management beoordeelt als de financiële positie. Deze laatste wordt onder meer bepaald door de solvabiliteit en de inkomstendiversificatie, die zelf ook weer een zelfstandige (en niet veranderde) indicator is, evenals de representativiteit. Bron: Stafafdeling ondersteuning en kwaliteit 14 Boeren tegen Armoede

19 De nieuwe versie is door Agriterra gebruikt in bij zo n 35 organisaties die onder de werkterreinen belangenbehartiging en ondernemerschap vielen 8. Bij 29 daarvan was een vergelijking met een eerdere meting (2009 of 2010) mogelijk. Van al deze organisaties zijn de complete gegevens beschikbaar (zie bijlage 6), zoals bijvoorbeeld de spider map met de zes klassieke indicatoren (hierboven het diagram met de gemiddelden over die 29 organisaties). De getallen achter het diagram, alsmede sommige andere gegevens, laten zien dat er over de hele linie versterking te constateren valt, maar met sterk afwijkende patronen per werelddeel, en met ook twee belangrijke aandachtspunten: de verslechterende inkomstendiversificatie in Afrika en de dalende representativiteit in Azië. In beide gevallen is deze overigens te verklaren door één of enkele negatieve uitschieters: in Afrika zijn enkele organisaties uit het Grote Meren-gebied er flink op achteruit gegaan wat betreft hun financiële strategie, en in Azië wordt de daling van de representativiteit louter veroorzaakt door PASAKA (Filippijnen), vermoedelijk vanwege een veel te positieve meting in 2009 waarvan de berekening nu niet meer te achterhalen valt. Tabel 10: Gemiddelde verandering in sterkte tussen 2009 en 2014 per regio en indicator(en) Regio en aantal Zes klassieke Inkomstendiversificatie organisaties aspecten Representativiteit Afrika (16) +12,9% -17,4% +30,1% Azië en Oost-Europa (8) +5,2% +11,0% -8,8% Latijns Amerika (5) +3,1% +135,5% +24,7% Totaal (29) +8,9% +12,1% +12,9% Bron: Stafafdeling O&K, Agriterra Ook sluiten de bevindingen in grote lijnen aan op de resultaten met betrekking tot de versterking van de competenties van landbouworganisaties, die we onder meer in tabel 2 ( deliverables ) lieten zien. Twee van de drie deliverables waarop het meest bereikt werd hadden te maken met de relationele capaciteit ( networking ) van de organisatie, en die is bij vrijwel alle organisaties sterker geworden. Boerenorganisaties worden steeds zichtbaarder. De positieve resultaten op deliverable 14 (Toegang tot Hulpbronnen) komen terug in de verbeterde score op de Resultaten-indicator, die een waardering geeft voor veel van de diensten die in die deliverable van belang zijn. Met andere woorden: hoewel de profiling-scores de algemene transformatie van een organisatie laten zien en niet één-op-één aansluiten op projectresultaten die via die deliverables zichtbaar worden, maken deze gegevens het plausibel dat een deel van de structurele versterking wel degelijk op het conto van Agriterra geschreven kan worden. De 29 organisaties met een herhaalde meting (waarvan sommige later in dit verslag ter sprake komen) worden in Bijlage 6 op een rij gezet. Daarnaast zijn zeven organisaties voor de eerste keer geprofileerd. Gevoegd bij veel van de 29 eerdergenoemde is daarmee een mooie baseline gelegd voor latere vergelijking. Die zeven zijn CTCF, SFACFL en NACCFL (Nepal), CAZ (Zambia), API en SPPQT (Indonesië) en LENAFU (Lesotho). Ook sommige van deze organisaties komen in dit verslag in meer detail aan de orde. De cijfers en diagrammen zijn allemaal beschikbaar op op het tabblad Organisational Data voor de desbetreffende organisaties. In sommige gevallen is tevens een kort document beschikbaar op het tabblad Documentation. Farmer-led ondernemingen: steeds bankabeler Ook wat betreft de coöperaties en andere boergenoteerde bedrijven kunnen we een algemeen beeld van de ontwikkelingen geven. In de eerste plaats bedroeg het in Bij de boergenoteerde bedrijven gelden andere versterkingscriteria. Resultaten 15

20 gemobiliseerde vreemd vermogen (verkregen leningen) 12,5 miljoen Euro, waarvan ruim 9 miljoen op het conto van Agriterra s bemiddeling geschreven kon worden. De voornaamste gegevens op een rij: Tabel 11: Gemobiliseerd vreemd vermogen, per land, 2014 Op Agriterraconto: Coops Gemiddeld VV/coop Aandeel investeringen Totaal Uganda % Totaal Ethiopië % Totaal Indonesië Totaal Peru % Totaal Tanzania % Totaal Kenia % TOTAAL % Bron: Team boergenoteerde bedrijven, Agriterra In vergelijking met vorig jaar heeft Agriterra 2 miljoen Euro meer weten te (helpen) mobiliseren, dus de al eerder geconstateerde groei zet door. Coöperaties worden, conform Agriterra s motto, zeer zeker meer en meer bankable. Wat wel afneemt is het aandeel van de leningen dat bestemd is voor investeringen: dat was in 2013 nog ongeveer 30%, en nu 19%. Veel krediet wordt, kortom, bestemd voor werkkapitaal, waardoor directe betaling aan boeren mogelijk is wanneer ze hun producten aanleveren. Gemobiliseerd vreemd vermogen is een belangrijke indicator om te weten of we ons werk goed doen, want het is niet Agriterra zelf maar een onafhankelijke partij (de bank) die een financieringsaanvraag goed moet keuren. Maar we moeten niet vergeten dat vreemd vermogen een middel is; een hefboom om hogere doelen te bereiken. Lukt dat? Elders in dit verslag staat meer over de 24 rokende schoorstenen waar Agriterra naar streeft, maar duidelijk is dat de coöperaties zich zowel bedrijfsmatig als met betrekking tot hun ledenbasis zeer positief ontwikkelen. Een van de destijds geformuleerde kerndoelstellingen was dat de omzet per lid zou toenemen met 25% in de vier jaar van de programmaperiode. Die doelstelling is al na drie jaar gehaald: op basis van gegevens tot en met 2013 (ontleend aan de jaarrekeningen, en daarom zijn er nog geen gegevens over 2014 beschikbaar) zien we over de gehele linie een verdubbeling van de omzet per lid, met als positieve uitschieter Uganda. In diezelfde periode heeft een toename van zo n leden plaatsgevonden, gemeten over alle primaire coöperaties die in het programma zitten. Tabel 12: Ontwikkeling van kerndoelstellingen bij boergenoteerde bedrijven Prestatie-indicatoren Ethiopië Peru Kenia Uganda Indonesië Tanzania Gemiddeld omzetgroei per coop-lid 67% 33% 51% 457% -15% 47% 107% winstgevendheid 64% 89% 36% 123% 10% 109% 72% solvabiliteit 141% 83% 8% 109% 16% 46% 67% ledenkapitaal 248% 1019% 42% 491% -23% 93% 312% balanstotaal 535% 164% 82% 220% 6% 27% 172% operationele efficiëntie -27% -39% 483% -65% 0% -22% 55% Bron: Team boergenoteerde bedrijven, Agriterra De scores op de indicator operationele efficiëntie stemmen nieuwsgierig: het is louter dankzij de Keniaanse coöperaties dat het uiteindelijke beeld positief is, en daarbij springt met name de zuivelcoöperatie Mumberes eruit met een verdertigvoudiging van de operationele efficiëntie (gedefinieerd als de verhouding van de winst na aftrek van alle kosten tot de brutowinst). Ook valt de grote toename van het ledenkapitaal in Peru op. Dit wordt veroorzaakt door de alpacawol-coöperatie COOPECAN. Het ledenkapitaal is daar in drie jaar tijd 16 Boeren tegen Armoede

21 bijna 300 keer zo hoog geworden, omdat de leden inzagen dat zonder een stevig eigen vermogen het vrijwel onmogelijk zou zijn leningen te krijgen. Ledengroei Om nog meer te weten van wat deze profiling- en businesscijfers nu concreet betekenen, moeten we naar die organisaties en coöperaties zelf gaan, en dat doen we hierna, in de stukken over de drie hoofdregio s waar Agriterra werkt. Maar het is goed om hier alvast te laten zien in welke mate een vaste groep van Agriterra-klanten aan het groeien is in termen van aantallen leden, immers een belangrijke indicator voor hoe sterk die organisaties zijn, vooral als het betalende leden zijn. Een sterke organisatie houdt betalende leden vast en trekt nieuwe aan. Aan het begin van het programma hebben we die groep van 69 organisaties vastgesteld en vervolgens hun ontwikkeling in termen van leden gevolgd. Tabel 13: Absolute ledenaantallen, Regio Aantal leden 2010 Aantal leden 2014 Toename ledenaantal (%) Afrika (38 org) ,5% Azië (14 org) ,4% Oost-Europa (2 org) % Latijns Amerika (15 org) ,4% Totaal: 69 organisaties ,5% Bron: De cijfers per organisatie zijn te vinden in Bijlage 5, waar ook een kolom met de situatie in 2013 toegevoegd. Daaruit valt te concluderen dat het beeld in grote mate bepaald wordt door de indrukwekkende (en ook bewust nagestreefde) groei van de Nepalese federatie van kredietcoöperaties Nefscun. We komen hier nog op terug in het deelhoofdstuk over Azië. Extra doelstellingen Naast de doelstellingen die Agriterra zelf heeft geformuleerd, en die we hierboven bespraken, heeft de subsidiegever nog een aantal punten naar voren gebracht waaraan aandacht moet worden besteed in de loop van het programma. We geven de stand van zaken kort weer. Ecologische duurzaamheid Zowel CFAP (Cambodja) als UNFFE (Uganda) hebben mooie resultaten geboekt met projecten voor aanpassing van de landbouw aan klimaatverandering - met dank aan de advisering door LTO Nederland. Bij CFAP zijn er 35 vijvers (voor wateropslag, groente- en visteelt) gerealiseerd die dienst doen als demonstratieplots. Het project heeft o.a. de aandacht van BLGG Agroxpertus in Wageningen. Ook bij UNFFE zijn er demonstratievelden gerealiseerd, waarop lokale agroforestry- en anti-erosiemaatregelen zijn genomen, met bijv. kortgroeiende rassen. USAID heeft een project voorzien ter opschaling van de klimaatpraktijken in 10 andere districten (US$ 0,5 M). Klimaatslimme landbouw in Uganda Uit het projectverslag: The project has been extremely well received both by the DFAs (district farmers associations affiiiated to UNFFE) and the local authorities where it is being implemented. It is therefore clear that farmers have willingly changed their way they practice agriculture because they realise the problem presented by climate change. This is evidenced by the increase in farmers practicing technologies like cover cropping, soil and water conservation, minimum tillage and agroforestry. It is therefore important that such technologies are taken over to other areas outside the project. Resultaten 17

22 The project, through interaction with farmers, built the capacity of UNFFE in understanding the issues farmers are facing and as a result UNFFE won an award to implement a project when climate change is a key issue. This grant was competitive and is funded by USAID. UNFFE also won a grant with the Norwegian Embassy to conduct regional dialogues with farmers and Members of Parliament to discuss the issues around climate change. The project has also improved relationships between UNFFE and the National Meteorological Authority, because of the discussions initiated during the initial meetings with the project missions. As a result UNFFE received regular weather information and even publications (translated) for dissemination to the project districts and other members of UNFFE. LTO heeft 2 afsluitende nieuwsbrieven geschreven en er is een video uitgebracht over de succesvolle wateropslag in Cambodja: https://www.youtube.com/watch?v=dyeh_nr8mso Voedselzekerheid Agriterra s programma past onverkort in het algemene beleid van de Nederlandse overheid met betrekking tot voedselzekerheid. In de woorden van de deskundigen van het KIT die het programma hebben geëvalueerd: The (Dutch food security red.) policy promotes self-reliance through economic development and distribution of food and income, while avoiding negative impacts on water and environment. The policy is constructed on four pillars: 1. Increased sustainable agricultural production; 2. Access to better nutrition; 3. More efficient markets; 4. A better business climate. Although the impact of the POP program on food security has not been measured, the intervention logic does seem to be consistent with the food security objective, since the main aim of the POP program was to strengthen the organization of family and smallholder farmers and increase production and marketing activities, which contributed in particular to aforementioned objectives 1, 2 and 3. 9 Een concrete uitwerking van die afstemming tussen Agriterra en het ministerie was het Dutch Food partnership, dat op Wereldvoedseldag 2012 is gelanceerd. Het is daarmee echter nog geen realiteit. Er is gezocht naar de juiste afstemming van bedrijven die vanuit hun coöperatieve achtergrond via de NCR Agriterra mede dragen en dus sowieso met ons verbonden zijn, en andere die zich om MVO-redenen achter onze doelstellingen schaarden, maar niet tot de coöperatieve sector behoren. Het partnership leek een goede manier om juist die laatste groep aan Agriterra te binden, maar al snel was duidelijk dat dit een duidelijker inhoud nodig had en dat we ervoor moesten waken dat er geen beeld van eerste- en tweederangs bedrijven zou ontstaan. Dit temeer omdat het onderscheid qua bedrijfsvorm in Nederland nog niet alles zegt over het commitment met boerenorganisaties en coöperaties in ontwikkelingslanden. We hebben het Partnership de nu min of meer als het einddoel gesteld van het door de Bill and Melinda Gates Foundation (BMGF) gesteunde project om de publieke opinie in Nederland en het Nederlandse beleid en investeringsgedrag te beïnvloeden. De hopelijke uitkomst daarvan is (onder meer) de identificatie van een groep bedrijven 9 Evaluation of the Program Support to Producer Organizations (POP ) implemented by Agriterra. Report Version 02. KIT (Sustainable Economic Development), Amsterdam, April Boeren tegen Armoede

23 die zich aansluit bij onze doelstelling om vooral via coöperaties en landbouworganisaties te werken. Gezamenlijke communicatiemomenten met DGIS In 2014 zijn dergelijke momenten er niet geweest. Wel is mede door de contacten met DGIS Agriterra intensief betrokken geraakt bij het Access to Seeds-initiatief, waar we vorig jaar al over berichtten. We hebben als lid van de adviesgroep aan de basis gestaan van dit initiatief en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de Index. Het definitieve methodologie rapport voor de Access to Seeds Index 2015 is beschikbaar via de website van Access to Seeds. De dataverzameling is in maart 2015 gestart en de publicatie van de eerste Access to Seeds Index staat gepland voor einde % van de interventies vindt plaats in focuslanden Alleen binnen het werkterrein boergenoteerde bedrijven is het beoogde percentage gehaald, en zelfs ruimschoots. Dat was echter niet voldoende om deze doelstelling over de hele linie te halen; Agriterra als geheel bleef steken op iets meer dan 40%. De programma s in Oost-Afrika claimen het leeuwendeel van de bestedingen in focuslanden: Kenia en Uganda omdat dit landen zijn waar alle teams actief zijn (de enige, naast Peru), en Ethiopië omdat het team boergenoteerde bedrijven hier samen met SNV het omvangrijke C4C-programma uitvoert (zie het Afrika-deelhoofdstuk). Tabel 14: Bestedingen in projecten in Focuslanden, per werkterrein, 2014 Land Bedrijven Ondernemerschap Belangenbehartiging Totaal per land Bijdrage derden Bijdrage DGIS Bangladesh Benin Burundi Ethiopia Ghana Indonesië Kenya Mali Rwanda Zuid-Soedan Uganda totaal Focus Totaal PSI totaal alle landen % focus 68% 26% 32% 41% - 42% % PSI 91% 70% 61% 74% - 79% Bron: Exact De (non-focus) PSI-landen waar Agriterra zich wat betreft de bestedingen concentreert zijn Peru, Bolivia en de Filippijnen, met samen ruim 2 miljoen Euro. Garantiefaciliteit (non-grant funding) De opzet om via een alliantie met de Triodosbank tot een constructie te komen waarbij Agriterra de technische advisering levert en de bank de financiële middelen is mislukt. De taakverdeling werkt wel. Op de werkvloer ging en gaat de samenwerking goed, maar de institutionele vorm die de Triodosbank daarvoor voorstelde, is niet van de grond gekomen. Er zou een flink nieuw fonds komen als opvolger van het Sustainable Trade Fund. Hierin zou meer ruimte komen voor coöperaties en meer aandacht voor investeringen ook bij bedrijven die voor de binnenlandse markt van ontwikkelingslanden produceren. Agriterra had een traject lopen bij de International Finance Corporation (IFC) om een basisinvestering in het fonds te krijgen, en zelf Resultaten 19

24 hadden we 2,5 miljoen Euro geïnvesteerd in het genoemde fonds om vast ervaring op te gaan doen in de samenwerking met Triodosbank. Vanwege, enerzijds, extra eisen die de juridische constructie raakten en de kosten voor het oprichten van zo n fonds deden toenemen, en een onopgelost probleem tussen Triodos en het IFC anderzijds, heeft de Triodosbank de oprichting van het fonds niet doorgezet. Agriterra heeft haar inleg teruggevorderd. Desondanks zal Agriterra onder het motto schoenmaker blijf bij je leest blijven proberen financiering van bankabel gemaakte coöperaties in de vorm van leningen en investeringen uit te besteden aan banken, social lenders en impact-investeerders. Ook 2014 toonde aan dat zodra boergenoteerde bedrijven bankabel gemaakt zijn, de financiering tamelijk eenvoudig vanuit de markt is te realiseren. Het is nog te prematuur om van een trend te spreken, maar in toenemende mate benaderen welvarende particulieren en bedrijven Agriterra om geld als achtergestelde lening of revolverend fonds uit te zetten ten behoeve van bankabel gemaakte klanten. Dit wordt als zeer positief ervaren maar in dezelfde schoenmakerstraditie schuurt dit tegelijkertijd ook enigszins met het mandaat en de expertise van Agriterra. Oikocredit heeft geen belangstelling voor het beheer van deze fondsen en uiteindelijk wordt van geval tot geval bekeken via welke lokale bank het geld wordt uitgezet bij de klant. In Ethiopië is een schenking van EUR door een particuliere stichting als lening geplaatst bij de CBO-bank. Een schenking van ook EUR van dezelfde stichting zal in Kenia geplaatst worden bij de Chase Bank. 2 Afrika Organisaties Hoe hebben de boeren in Afrika zich georganiseerd? Zoals op veel plekken doen ze dat op twee manieren: in algemene organisaties die meestal de rechtsvorm van een vereniging hebben en zowel aan belangenbehartiging als aan dienstverlening doen, en door te participeren in gezamenlijk aangestuurde ( farmer-led ) bedrijven die hun producten verwerken en vermarkten. Deze bedrijven zijn vaak, maar niet altijd coöperaties. Wat betreft de verenigingen: in veel landen in Afrika zien we één dominante landelijke organisatie die een al dan niet fors deel van de boeren in dat land vertegenwoordigt. Binnen het klantenbestand van Agriterra kan men dan denken aan KENAFF (Kenia), CAPAD (Burundi), FUPRO (Benin), etc. Deze organisaties zijn vaak verenigd in een regionaal federatief verband, waarvan er vijf zijn: Eastern African Farmers Federation (EAFF) Réseau des Organisations Paysannes et de Producteurs de l Afrique de l Ouest (ROPPA) Southern African Confederation of Agricultural Unions (SACAU) Union Maghrébine des Agriculteurs (UMAGRI) Plateforme des Organisations Paysannes de Afrique Centrale (PROPAC) Deze vijf federaties vormen op hun beurt weer de Pan-African Farmers Organisation (PAFO), die sinds december 2014 voorgezeten wordt door Theo de Jager, tevens voorzitter van SACAU. Agriterra heeft een intensieve samenwerking met EAFF (via de component belangenbehartiging) en onderhoudt ook goede contacten met SACAU en ROPPA. Deze laatste federatie wordt intensief gesteund door de Franse agri-agency AFDI en haar (en onze) Belgische evenknie CSA. Met betrekking tot de coöperaties treffen we in veel landen een Alliantie of Federatie van coöperaties aan (zoals de Cooperative Alliance in Kenia, of de Uganda Cooperative Alliance). Deze zijn echter uit de aard der zaak heel algemeen en omvatten derhalve ook veel niet-agrarische coöperaties. Vaak zijn ze dan ook geen directe klant van 20 Boeren tegen Armoede

25 Agriterra. Dat verandert zodra het om coöperaties gaat die zich op een specifiek gewas of product richten. De koffiecoöperaties in Burundi en de rijsttuinbouwcoöperaties in Niger hebben sterke federaties opgericht: respectievelijk CNAC, FUCOPRI en FCMN. Met deze organisaties werken we vooral samen via de versterking van lokaal ondernemerschap. En ten slotte zijn er de coöperaties zélf. In Afrika tellen we maar liefst 63 farmer-led bedrijven onder onze klanten. 22 daarvan treffen we aan in Ethiopië, waarvan de meeste multi-purpose zijn. Ook Kenia en Uganda scoren hoog met respectievelijk 17 en 16 klantorganisaties. In Kenia ligt een zekere nadruk op de zuivelsector, in Uganda op de koffie. Hoe hebben al deze organisaties het gedaan, de afgelopen vier jaar? Voor het nietcoöperatieve deel kan die vraag mede beantwoord worden aan de hand van de organisatieprofielen. In Afrika hebben we 16 klantorganisaties (zes uit DR Congo, twee uit Rwanda, Kenia en Niger en één uit Uganda, Burkina Faso, Benin en Tanzania) aan deze exercitie, inclusief vergelijking met de situatie in 2009, onderworpen. De gemiddelde ontwikkeling kunnen we weergeven in onderstaande grafiek en bedraagt 7 punten (van 62 naar 69% op een schaal van 1-100). Figuur 4: Afrika - gemiddelde scores op zes dimensies van 16 organisaties, 2009 en 2013 Bron: Agriterra De ontwikkeling van de gemiddelde score van de twee harde indicatoren (inkomstendiversificatie en organisatiegraad) is niet onverdeeld positief: Figuur 5: Afrika - gemiddelde scores op drie indicatoren, 2009 en 2013 Vooral de achteruitgang in inkomstendiversificatie een combinatie van de verscheidenheid van inkomstenbronnen en de mate waarin het eigen bronnen zijn, zoals ledencontributies is een tegenvallende constatering, die ook negatief afsteekt bij de positievere trends in Azië en, vooral, Latijns Amerika (waarover later meer). Bron: Agriterra Resultaten 21

26 Maar nogmaals, voor de klassieke indicatoren is een stevige groei van het gemiddelde geconstateerd. Zo zien we in DR Congo dat FOPAC-NK ( leden) zich de FACT-benadering voor participatieve beleidsformulering (het handelsmerk van Agriterra s team belangenbehartiging) eigen heeft gemaakt en deze gebruikt in haar lobbywerk 10. De organisatie heeft aansprekende resultaten gehaald op het gebied van belangenbehartiging: een groot aandeel in het schrijven van landbouwwet de afschaffing van illegale belastingen (met een wekelijks voordeel van US$ 5 voor de boeren) een belastingverlaging op de import van kunstmest het uniformeren van de maatvoering van aardappelzakken (waardoor de producent US$ 5,8 meer verdient per 100 kg) en het opstellen van model-pachtcontracten landbouwgrond (200 getekend van de geplande 500), met een besparing van juridische kosten voor boeren van US$ 100 per geschil). Jean 1:26 AM - 22 Jun 2014 Avec appui d'agriterra, FOPAC NK a mis en place un système de consultation électronique de ses membres avec FACT. De FOPAC 10 Project 12ac-5888 op 22 Boeren tegen Armoede

27 krijgt dit allemaal mede van de grond omdat ze dankzij Agriterra s FACT-benadering hun representatiecapaciteit (gemeten via de indicator réseautage ) flink vergroot hebben: Tabel 15: Profiling, FOPAC-NK (DR Congo) FOPAC NK, Congo RD Réseautage 74% 89% 2. Participation 53% 70% 3. Reddition de comptes 77% 78% 4. Capac. professionnelle 82% 56% 5. Résultats 35% 58% 6. Inclusivité 63% 52% 7. Solidité financière 61% 8. Diversification des revenus 17% 19% 9. Representativité 2% 2% Moyenne % 67% Bron: Agriterra FOPAC-NK is lid van CONAPAC, de jonge nationale boerenorganisatie in DR Congo DR. Deze heeft in december zijn eerste grote ledenvergadering gehouden. Bestuursleden van andere provinciale lidorganisaties zijn inmiddels ook getraind in FACT, en in enkele gevallen hebben ze FACT toegepast om beter te kunnen lobbyen voor landbouwinvesteringen. Een aansprekend voorbeeld is UPDKIS in Kisangani (Oost- Provincie, leden), die door gerichte lobby US$ 10 miljoen heeft weten te mobiliseren voor overheidsinvesteringen in de landbouw van de provincie. Zie ook tabel 7. In Oost-Afrika heeft Agriterra via de East Africa Farmers Federation (EAFF) samen met Trias het Farmers Voice-programma 11 opgezet, gericht op de versterking van landbouworganisaties en hun lokale afdelingen en leden op het terrein van voedselzekerheid. Het programma heeft twee hoofdlijnen: het beperken van postharvest losses en het opbouwen van strategische voedselreserves. Het programma heeft zeker resultaten gehad. We citeren allereerst uit een bericht van PAEPARD (het Platform for African European Partnership in Agricultural Research for Development) van 4 maart : Farmers' voice project impacts policy on Strategic Food Reserves (SFR) and Post-Harvest Losses (PHL) The Farmers Voice project that was co- funded by European Union and the Dutch agri-agency Agriterra is partnered by the Eastern African Farmers Federation (EAFF), Uganda National Farmers Federation (UNFFE), Mtandao Wa Wakulima Tanzania (MVIWATA), Uganda Cooperative Alliance(UCA), Kenya National Farmers Federation (KENAFF) and Agriterra. The project unites 14 farmers organisations ( ), representing a total of over farmers. It uses a new approach developed by Agriterra, the Farmers Advocacy Consultation Tool (FACT). According to EAFF Policy and Advocacy Mainza Mugoya, EAFF contributed by sharing data of farm-gate prices and marketing costs, improving the quality of analysis. The valuable participation of EAFF in policy dialogue was greatly enhanced by evidence, supporting their voice in key policy decisions. 11 Project 13ua-5970 op 12 bezocht op 19 juni Resultaten 23

28 ( ) The project achieved increased capacities of FO s in preparing policy proposals and influencing policy processes, based on the views, needs and concerns of their grassroots members, accountable, feasible and well-informed policy proposals on Strategic Food Reserves (SFR) and Post-Harvest Losses (PHL) generated through piloting of the FACT method and increased consultation and networking amongst the participating FO's on relevant policy issues at different levels. Een en ander wordt bevestigd door de externe evaluatie die in opdracht van Trias Uganda is uitgevoerd 13. Deze is gematigd positief en benadrukt de veranderingen in werkwijze en houding van zowel boeren, boerenorganisaties en (lokale en nationale) beleidsmakers: er is meer dialoog, samenwerking en begrip. In sommige regio s, zoals in het Mbarara-district in Uganda, leidde dit ook al tot concrete resultaten in beleid en verordeningen. Maar er zijn ook uitdagingen voor de toekomst: De verticale communicatie (van boer tot leiding en omgekeerd) binnen de deelnemende landbouworganisaties moet beter; Er wordt vaak wel beter beleid geformuleerd, maar de uitvoering en naleving daarvan is nog een veel voorkomend probleem. De fundamentele oorzaken hiervan zijn nog onvoldoende onderzocht; Met alle lof voor de FACT-methodologie tekenen de evaluatoren aan dat het ook een dure benadering is, die zonder externe steun (nog) niet vanzelf in de organisaties ingebed raakt. Een zeer relevante evaluatie dus, die in het eindverslag van dit Boeren-tegen- Armoede-programma nadere aandacht zal krijgen, en die concrete aanknopingspunten biedt voor verbetering, bijvoorbeeld bij het FACT4Budget-programma dat nu wordt uitgevoerd in Kenia: county-afdelingen en gewasorganisaties van de KENAFF willen beter kunnen lobbyen voor hogere decentrale begrotingen voor landbouwbeleid. En op Oost-Afrikaans niveau staat FACT4Budget ook in de steigers: de EAFF heeft met een training voor ledenorganisaties (bestuursleden en beleidsmakers), die plaatsvond in november 2014 in Nairobi, een start gemaakt met een lobbyprogramma van de nationale landbouworganisaties voor verhoging van de overheidsuitgaven in de landbouw. EAFF heeft zijn leden geconsulteerd en een aantal voorbereidende studies 14 gedaan, onder andere naar de reële en potentiële bestedingen in de landbouw per land. EAFF gebruikt FACT dus steeds vaker in haar beleidsbeïnvloedingswerk en dat is ook precies waar het voor is bedoeld. Ook het succes van het Farmers Voice-project kan worden geïnterpreteerd in termen van de profiling-resultaten. Drie van de deelnemende organisaties (KENAFF, MVIWATA, UCA) doen aan de profiling-cyclus mee en bij alle drie zien we een toename van meer dan 10% in de networking -capaciteit: Tabel 16: Networking in Oost-Afrika Toename KENAFF (Kenia) 82% 91% 11% Mviwata (Tanzania) 62% 71% 15% UCA (Uganda) 67% 81% 21% Gemiddeld 70% 81% 16% Bron: Agriterra 13 (2015) Farmers Voice: improving food security governance in East Africa. Final Evaluation Report. Marlèn Arkesteijn en Wilber Bateisibwa. Trias, Kampala. 14 Zoals een overzicht van de situatie in de landen die lid zijn van de EAC. Zie: Summary of the East Africa Community Budgets for the fiscal year 2014/15. EAFF, Nairobi. Te vinden op: 24 Boeren tegen Armoede

29 In het Tanzaniaanse geval komt deze sterke aanwezigheid in de beleidsarena ook tot uiting in het feit dat twee vertegenwoordigsters van de organisatie door de president zijn benoemd als lid van het parlement: Een andere Oost-Afrikaanse organisatie die er sterk op vooruitgegaan is (met gemiddeld 28%), is de Keniaanse Associatie van Koffieproducenten (KCPA, leden, lid van KENAFF). Wat echter negatief opvalt bij deze organisatie is een sterke achteruitgang in de score op inkomstendiversificatie, van 28 naar 7%. Bij sectorale organisaties met goede en concrete dienstverlening aan haar leden (en die biedt KCPA) is zoiets minder snel te verwachten, omdat juist zij zonder problemen een ledenbijdrage kunnen vragen (en dat verbetert weer de inkomstendiversificatie). Twee productspecifieke organisaties waar dat verwachte beeld wél opduikt zijn die van de rijstboeren en de uienproducenten in Niger: FUCOPRI en FCMN (resp en leden). In beide gevallen is de inkomenspositie van de organisatie sterk verbeterd, vooral in het geval van de FUCOPRI, waar de inkomstendiversificatiescore steeg van 6 naar 33%, onder andere omdat de organisatie nu haar eigen rijstpellerij heeft. Bij de FCMN staat een soortgelijk streven op de agenda, maar dat gaat moeizamer. Van zelfvoorziening naar bloeiende handel: hobbels op de weg in Niger Niger is in vele opzichten een moeilijk land. Droogte, politieke instabiliteit en corruptie maken het leven niet gemakkelijk voor de gemiddelde plattelandsbewoner. Tegelijkertijd liggen er volop kansen, bijvoorbeeld voor de uienteelt. Het klimaat en de bodem zijn perfect en in heel West-Afrika ligt een grote afzetmarkt. Tuindersorganisatie FCMN heeft in samenwerking met Agriterra en uienveredelaar De Groot en Slot (uit Broek op Langedijk) al in 2006 het plan opgevat om zelf uienzaad te gaan produceren zodat haar leden minder afhankelijk zouden worden van handelaars, die de touwtjes stevig in handen hebben op de lokale markt, en die bovendien vaak uienzaad van slechte kwaliteit leveren. Het succes dat de FCMN had met projecten waarbij men de zaadvermeerdering en -verkoop zelf in handen nam (meer kiemkracht en veel minder kans op doorschieten, met navenant hogere productiviteit en boereninkomen: respectievelijk van 15 naar 23 ton per hectare en van 480 naar 670 Euro per boer 1 ) had moeten leiden tot een meer structurele oplossing: een eigen bedrijf, het zogeheten Maison de Semences. Ondanks herhaaldelijke aankondigingen is dit bedrijf er nog steeds niet. De kern van het probleem, dat Agriterra in de afgelopen jaren onvoldoende geïdentificeerd en aangepakt heeft, is het gebrek aan ondernemerschap bij FCMN zelf (de boeren treft geen blaam). Men denkt, ook voor wat betreft het uienzaadbedrijf, nog steeds in termen van projecten, en niet in bedrijfseconomische termen. Dit werd zichtbaar in business plans waarin men wél de opbrengsten op een rij zette, maar niet de kosten: die werden verhaald op donoren en hun projecten. Ook ontbreken goede markt- en concurrentieanalyses, en zijn in het verleden enkele goede kansen op grootschalige verkoop (bijvoorbeeld aan het Wereldvoedselprogramma) onvoldoende benut. Toen dit allemaal bleek, heeft Agriterra extra menskracht op een goede doorlichting van het functioneren van FCMN gezet, en het resultaat is dat het Maison de Semences voorlopig van de baan is en eerst gekeken wordt of een business unit (met zelfstandigheid, maar binnen de organisatie) de zaadvermeerdering en -verkoop op zich kan nemen. Agriterra zal de vorming en werkzaamheden van deze business unit intensief begeleiden en streng toezien op naleving van de afspraken en aanlevering van de juiste informatie. Ook dat is het Nieuwe Agriterra dat in de steigers staat. 1) Zie het activiteitenverslag over 2012 Resultaten 25

30 Met deze opmerkingen over Niger komen we al op het terrein van de bevordering van het lokaal ondernemerschap van boeren, de tweede hoofdlijn van Agriterra s werk. We noemen daar nog twee voorbeelden van. In Burundi is zoals bekend een langdurig project gaande met de CAPAD (bijna leden) rond de verbetering van de marktpositie van boeren in de aardappel- en groenteketens. De daarbij gekozen methode 15 is die van de vorming van groepen boeren binnen lokale CAPAD-afdelingen (die officieel coöperaties heten), die via kennisuitwisseling en gezamenlijke (proef-) teelt en later ook verkoop proberen zowel meer te produceren als ook gunstiger te verkopen: bij vente groupée hoeven immers bepaalde kosten maar eenmaal te worden gemaakt, in plaats van telkens opnieuw. Het project is vanaf de start begeleid door onderzoekers van het Centre Universitaire de Recherche pour le Développement Economique et Social (CURDES) van de Universiteit van Bujumbura en het Nijmeegse CIDIN: via de vergelijking tussen van een interventiegroep (CAPAD-leden) en een controlegroep (geen leden van CAPAD) hebben zij gekeken of bepaalde activiteiten in de verbetering van de aardappel- en groenteteelt tot resultaten leiden. In mei 2014 vond de laatste van drie rondes van gegevensverzameling plaats), en deze laat zien dat de voorlopige conclusie van vorig jaar blijft staan: voor zover het aardappelboeren betreft waren de CAPAD-leden er veel sneller op vooruitgaan dan hun niet-georganiseerde buren. Met name de introductie van speciaal pootgoed door CAPAD maakt hier het verschil. Bij andere variabelen was echter geen verschil te ontdekken, of zelfs een iets betere ontwikkeling bij de controlegroep. In het eindverslag van de onderzoekers, waarin zowel de resultaten van de derde meting als die van een kwalitatief onderzoek zijn meegenomen, concluderen de auteurs dat: Member households have adopted best-practice agricultural practices on their private land. The case of potato is illustrative of this. Still, the low degree of trickle down of high-cost / high-yield agriculture from common plots to individual plots appears the main bottleneck of the PIEPP approach. Accelerating this trickle down process seems a sine qua non for unlocking the full gains of the PIEPP approach. ( ) Another factor that may be behind the low degree of dissemination of best practices to private plots is risk. If the strong variability in crop yields across seasons due to climatic conditions (see Section 3) is paramount in the farmers minds, paying upfront for modern agricultural inputs may be considered too risky. If crops fail, this investment cannot be recovered and may compromise the household s economic survival. Strong risk aversion would make famers willing to forego higher economic returns in most seasons, if it helps to avert disaster in exceptionally poor agricultural seasons. Building up financial buffers and spreading risk over a more diversified portfolio of economic activities mitigate this tendency. It is encouraging, therefore, that PIEPP households appear to work, slowly but surely, towards asset-building and income diversification. Common plot cultivation is a crucial enabling feature in this respect. Working as a group reduces a number of the psychological, social, and economic barriers to engagement with input-intensive agriculture. The benefits that it brings should not be underestimated. Even though the sums extracted from it are small, they can make the difference in deciding whether to keep a child in school, or to call in a doctor if (s)he falls ill. Hence, it sows the seeds for long-lasting impacts on the wellbeing of the next generation PIEPP: Promotion des Initiatives Economiques par la Participation Paysanne 16 Promotion des Initiatives Economiques par la Participation Paysanne (PIEPP), BURUNDI - Agriterra / CAPAD. Mixed Methods Evaluation Report. Luuk van Kempen, Alies Rijper, Patrice Ndimanya & Kevin Nimbeshaho, Nijmegen, April Boeren tegen Armoede

31 Een en ander vindt bevestiging in een vergelijking van de financiële situatie van target - en control -huishoudens. In de figuur zien we hoe niet-capad-leden (de blauwe kolommen) moesten interen op hun spaargeld in de 12 maanden vóór de derde meting, en daardoor ook gemiddeld meer geld moesten bijlenen. Figuur 6: Burundi: sparen en lenen ( ), deelnemende en niet-deelnemende huishoudens Bron: CURDES (Bujumbura) / CIDIN (Nijmegen) De onderzoekers concluderen dat With some reservation due to poor data availability, it seems fair to conclude that PIEPP households have benefitted financially from participating in the groups (and the cooperatives). Met andere woorden: ondanks kanttekeningen die zonder meer van belang zijn, vormen de uitkomsten van dit onderzoek ondersteuning voor het uitgangspunt van de PIEPP-benadering (en van Agriterra als geheel!) dat het loont om zich te organiseren. En dat is wat we (zeker) wilden weten. Figuur 7: Organisatieprofiel CAZ (2014) Bron: Agriterra Een andere zeer interessante sectorale organisatie is de Cotton Association of Zambia, met maar liefst leden. We hebben al eerder geschreven over de toegevoegde waarde van deze bond voor haar leden, die hun inkomsten hebben zien verdubbelen of zelfs meer. CAZ is een van de organisaties waar Agriterra nadrukkelijk verder mee wil gaan in de toekomst, en daarom is er in 2014 ook een (eerste) profiling van deze organisatie uitgevoerd. Het resultaat levert een goede baseline op voor de toekomst, zoals de grafiek laat zien. Resultaten 27

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

Dutch Good Growth Fund (DGGF) Dutch Good Growth Fund (DGGF) DGGF doel: mkb financiering mogelijk maken in ontwikkelingslanden MKB financiering in DGGF landen wordt als high risk gezien door financiers: - Hoge transactiekosten - Beperkte

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth

Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Fidelity of a Strengths-based method for Homeless Youth Manon krabbenborg, Sandra Boersma, Marielle Beijersbergen & Judith Wolf s.boersma@elg.umcn.nl Homeless youth in the Netherlands Latest estimate:

Nadere informatie

Materialiteit en waardecreatie. Jos Reinhoudt 21 mei 2015

Materialiteit en waardecreatie. Jos Reinhoudt 21 mei 2015 Materialiteit en waardecreatie Jos Reinhoudt 21 mei 2015 JOS REINHOUDT MVO Nederland Speerpuntonderwerpen: Transparantie Stakeholderdialoog Impact MVO Trendrapport 2015 j.reinhoudt@mvonederland.nl @JosReinhoudt

Nadere informatie

2 e webinar herziening ISO 14001

2 e webinar herziening ISO 14001 2 e webinar herziening ISO 14001 Webinar SCCM 25 september 2014 Frans Stuyt Doel 2 e webinar herziening ISO 14001 Planning vervolg herziening Overgangsperiode certificaten Korte samenvatting 1 e webinar

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers?

Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers? Performance Management: hoe mensen motiveren met cijfers? Prof. Dr. Werner Bruggeman www.bmcons.com De High Performance Organisatie Kenmerken van hoogperformante organisaties (Manzoni): 1. High level of

Nadere informatie

Alcohol policy in Belgium: recent developments

Alcohol policy in Belgium: recent developments 1 Alcohol policy in Belgium: recent developments Kurt Doms, Head Drug Unit DG Health Care FPS Health, Food Chain Safety and Environment www.health.belgium.be/drugs Meeting Alcohol Policy Network 26th November

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2011 tot en met 2015

ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2011 tot en met 2015 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en Analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 211 tot en met 215 Februari 216 Overzicht van het aantal verleende beginseltoestemmingen

Nadere informatie

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW)

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) 14 november 2014 2 PROGRAMMA ESFRI Roadmap, wat is het en waar doen we het voor? Roadmap 2016 Verschillen met vorige Schets

Nadere informatie

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT

Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009. Cross reference ISM - COBIT Auteurs: Jan van Bon, Wim Hoving Datum: 9 maart 2009 Cross reference ISM - COBIT ME: Monitor & Evaluate Cross reference ISM - COBIT Management summary Organisaties gebruiken doorgaans twee soorten instrumenten

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms

The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms The influence of Management Style on Networked Innovation in Consultancy & Engineering Firms Master thesis Arjen van Bruchem Inhoud Wat verstaan we onder innovatie? Waarom dit onderzoek? Aanpak van het

Nadere informatie

EFSI Info-session for the Flemish Region

EFSI Info-session for the Flemish Region EFSI Info-session for the Flemish Region Publieke financiering van infrastructuurprojecten voor transport, ziekenhuizen, onderwijs, water en energie,... Brussels, 14 September 2015 1 Eligibility voor EFSI

Nadere informatie

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006

Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen. Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Betekenis nieuwe GRI - Richtlijnen Rob van Tilburg Adviesgroep duurzaam ondernemen DHV Utrecht, 23 November 2006 Opbouw presentatie 1. Uitgangspunten veranderingen G2 - > G3 2. Overzicht belangrijkste

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth

Stappenplan Social Return on Investment. Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth Stappenplan Social Return on Investment Onderdeel van de Toolkit maatschappelijke business case ehealth 1 1. Inleiding Het succesvol implementeren van ehealth is complex en vraagt investeringen van verschillende

Nadere informatie

Publiek Private Partnerschap faciliteit. Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV) Aad de Koning 26 april 2012

Publiek Private Partnerschap faciliteit. Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV) Aad de Koning 26 april 2012 Publiek Private Partnerschap faciliteit Faciliteit Duurzaam Ondernemen en Voedselzekerheid (FDOV) Aad de Koning 26 april 2012 Onderwerpen in de presentatie Thema's en sub-thema's Drempelcriteria Procedures

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2008 tot en met 2012 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 28 tot en met 212 Maart 213 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie

Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie Geïntegreerde ex ante impactanalyse bij de Europese Commissie Peter Lelie Europese Commissie - DG EMPL 7-Oct-09 Directoraat-Generaal for Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Gelijke Kansen Eenheid Sociale

Nadere informatie

Katakle Business Plan 2011 2018. Groeiplan voor het programma van The Hunger Project in Benin

Katakle Business Plan 2011 2018. Groeiplan voor het programma van The Hunger Project in Benin Katakle Business Plan 2011 2018 Groeiplan voor het programma van The Hunger Project in Benin 0 1. Inleiding Achtergrond De Katakle investeerdersgroep werkt sinds 2008 met The Hunger Project aan het einde

Nadere informatie

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Analyse voor: Ministerie van Economische Zaken 24 augustus 2015 Dun & Bradstreet Inhoud Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

College 1 inleiding ondernemerschap

College 1 inleiding ondernemerschap College 1 inleiding ondernemerschap Ondernemen is het uitvoeren van innovaties waarbij discontinuïteit wordt veroorzaakt - discontinuïteit is het creëren van waarde die voorheen nog niet beschikbaar was

Nadere informatie

Business Architectuur vanuit de Business

Business Architectuur vanuit de Business Business Architectuur vanuit de Business CGI GROUP INC. All rights reserved Jaap Schekkerman _experience the commitment TM Organization Facilities Processes Business & Informatie Architectuur, kun je vanuit

Nadere informatie

Future of the Financial Industry

Future of the Financial Industry Future of the Financial Industry Herman Dijkhuizen 22 June 2012 0 FS environment Regulatory & political pressure and economic and euro crisis 1 Developments in the sector Deleveraging, regulation and too

Nadere informatie

Persbericht Aantal pagina s: 4

Persbericht Aantal pagina s: 4 Persbericht Aantal pagina s: 4 Brunel: sterke groei omzet en winst Kernpunten verslagjaar 2004 Omzet 313 miljoen; 27% groei EBIT 11,0 miljoen; toename van 8,1 miljoen Nettowinst 7,3 miljoen; toename van

Nadere informatie

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009

Type special need bij geadopteerde kinderen in 2009 Type special need bij geadopteerde kinderen in 29 8% 8% verhoogd med. risico 42% 6% < 4 operaties operaties + revalidatie 5% soc.emo. belaste achtergrond % Afrika 4% 3% % 4% 2% verhoogd risico < 4 operaties

Nadere informatie

Samenvatting. ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012

Samenvatting. ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012 Samenvatting ENERQI Gids (Rapport nummer D3.2) 20 februari 2012 Coordinator: DTV Consultants, Mr. Willem Buijs, PO Box 3559, 4800 DN, Breda Tel: +31 76 513 66 00 ENERQI@dtvconsultants.nl Start van het

Nadere informatie

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente?

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Enterprise Architectuur een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Wie zijn we? > Frederik Baert Director Professional Services ICT @frederikbaert feb@ferranti.be Werkt aan een Master

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Global Project Performance

Global Project Performance Return on investment in project management P3M3 DIAGNOSTIEK IMPLEMENTATIE PRINCE2 and The Swirl logo are trade marks of AXELOS Limited. P3M3 -DIAGNOSTIEK (PROJECT PROGRAMMA PORTFOLIO MANAGEMENT MATURITY

Nadere informatie

Inkoop en de link naar de value chain

Inkoop en de link naar de value chain Inkoop en de link naar de value chain Inkoop en de link naar de value chain 24 juni 2014 An aligned supply chain Bron: Van Veen, 2011 Historical difference supply chain/ logistics domain vs value chain

Nadere informatie

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012

Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2012 Oktober 2013 Samenvatting Provinciebreed wordt er in 2012 met 91% van de medewerkers een planningsgesprek gevoerd, met 81% een voortgangsgesprek en met

Nadere informatie

STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC

STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC STICHTING LIGHTREC NEDERLAND MANAGER LIGHTREC LIGHTREC Energiezuinige lampen zijn goed voor het milieu, maar mogen niet worden afgedankt bij het gewone huisvuil. De materialen uit energiezuinige verlichting

Nadere informatie

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT

Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Amsterdam, 11 juli 1997 Halfjaarbericht eerste helft 1997 ABN AMRO Asset Management TOTAAL BEHEERD VERMOGEN TOEGENOMEN MET 21 PROCENT Totaal vermogen beheerd door ABN AMRO Asset Management wereldwijd in

Nadere informatie

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie 1 Profiel: Programma Manager - Desk Officer voor LIFE Natuur LIFE Natuur Unit (E3) DG Milieu Europese Commissie 2 Taken: Programma Manager - Desk Officer

Nadere informatie

Incofin cvso: investeren in microfinanciering

Incofin cvso: investeren in microfinanciering Incofin cvso: investeren in microfinanciering Presentatie Finance Avenue 2013 Loïc De Cannière CEO Incofin Investment Management 16 november 2013 Agenda Incofin Investment Management: wie zijn we en wat

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Talentmanagement in tijden van crisis

Talentmanagement in tijden van crisis Talentmanagement in tijden van crisis Drs. Bas Puts Page 1 Copyright Siemens 2009. All rights reserved Mission: Achieving the perfect fit Organisatie Finance Sales Customer Engineering Project management

Nadere informatie

Micro Water Facility. Beleidsplan. Frederik Claasen. In opdracht van Bestuur MWF. December 2013 Projectnummer 1564

Micro Water Facility. Beleidsplan. Frederik Claasen. In opdracht van Bestuur MWF. December 2013 Projectnummer 1564 Micro Water Facility Beleidsplan Frederik Claasen In opdracht van Bestuur MWF December 2013 Projectnummer 1564 Micro Water Facility C/o Aidenvironment Barentszplein 7 1013 JN Amsterdam The Netherlands

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx )

ABLYNX NV. (de Vennootschap of Ablynx ) ABLYNX NV Naamloze Vennootschap die een openbaar beroep heeft gedaan op het spaarwezen Maatschappelijke zetel: Technologiepark 21, 9052 Zwijnaarde Ondernemingsnummer: 0475.295.446 (RPR Gent) (de Vennootschap

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld

Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld Tevredenheidsonderzoek schooljaar 2011/2012: een inspectiebreed beeld 1. Inleiding De Inspectie van het Onderwijs voert al lange tijd tevredenheidsonderzoeken uit onder besturen en scholen in de sectoren

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013

ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 2009 tot en met 2013 Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 29 tot en met 213 Maart 214 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004

Studiedag De modernisering van het begroten in België. Brussel, 11 mei 2004 Studiedag De modernisering van het begroten in België Brussel, 11 mei 2004 Internationale trends in overheidsbegroten Prof. dr. Geert Bouckaert A. Internationale trends Inhoud 1. Gebruik van prestatiegegevens

Nadere informatie

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011 Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder 14 december 2011 Overzicht presentatie Intro VGG Communicatie en organisatie GRI en Jaarbeeld CO2 en Prestatieladder Transparantiebenchmark Aanbestedingen Slide

Nadere informatie

BIJLAGEN. Voortgangsrapportage Watersector 2004

BIJLAGEN. Voortgangsrapportage Watersector 2004 BIJLAGEN Voortgangsrapportage Watersector 2004 BIJLAGE 1 In de hierna volgende tabellen zijn input en output gegevens opgenomen m.b.t. uitgaven over 2004. De tabellen zijn samengesteld uit gegevens verkregen

Nadere informatie

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006

Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise. Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 Duurzame ontwikkeling met én binnen ABN AMRO IBM Future enterprise Vincent G.P. van Assem ABN AMRO Amsterdam, 13 september 2006 1 Planet The world is flat 2 People 3 Wereldbevolking: 6.541.920.085 (per

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Interregionale Cooperatie. Intraregionale. Research and Innovation Strategy Noord Nederland, Europa 2 december 2013

Interregionale Cooperatie. Intraregionale. Research and Innovation Strategy Noord Nederland, Europa 2 december 2013 Research and Innovation Strategy Noord Nederland, Europa 2 december 2013 Intraregionale Interregionale Cooperatie RIS3 Willem Reek Om met de deur in huis te vallen: Wat hebben we zoal aan Europese cooperatie?

Nadere informatie

Project Koffie Wasstation Rwanda.

Project Koffie Wasstation Rwanda. Project Koffie Wasstation Rwanda. Het project is uitgevoerd op initiatief van de vrouwen coöperatie in Rwanda: ABATERANINKUNGA. In Nederland is dit project ondersteund door de Stichting Afrika 2007 Zwolle

Nadere informatie

Wat is Interaction Design?

Wat is Interaction Design? Wat is Interaction Design? Wat is interaction design? Designing interactive products to support the way people communicate and interact in their everyday and working lives. Preece, Sharp and Rogers (2015)

Nadere informatie

NIVR Klanttevredenheidsonderzoek (2008)

NIVR Klanttevredenheidsonderzoek (2008) Klanttevredenheidsonderzoek (2008) 1. Inleiding Het is op 1 januari 2007 een reorganisatie gestart. Om de effecten van deze reorganisatie te kunnen vaststellen is begin 2007een klanttevredenheidsonderzoek,

Nadere informatie

ADOPTIE Trends en analyse

ADOPTIE Trends en analyse Ministerie van Veiligheid en Justitie ADOPTIE Trends en analyse Statistisch overzicht interlandelijke adoptie over de jaren 21 tot en met 214 Februari 215 Overzicht van het aantal verstrekte beginseltoestemmingen

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Boeren tegen Armoede 2013

Boeren tegen Armoede 2013 Boeren tegen Armoede 2013 Het gewas in bloei Korenveld met cipressen Vincent van Gogh, 1889 Activiteitenverslag Arnhem, Nederland, juni 2014 Agriterra Agriterra P.O. Box 158 6800 AD Arnhem Willemsplein

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE

Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Kennisdocument 5: DE CAPACITEIT VAN EEN ORGANISATIE Inhoud Het stappenplan: voor de capaciteitsanalyse van PI en PE 4 Uitvoering organisatieanalyse 5 Het opbouwen van de capaciteiten van een organisatie

Nadere informatie

Enterprise Portfolio Management

Enterprise Portfolio Management Enterprise Portfolio Management Strategische besluitvorming vanuit integraal overzicht op alle portfolio s 22 Mei 2014 Jan-Willem Boere Vind goud in uw organisatie met Enterprise Portfolio Management 2

Nadere informatie

1.1 ORGANIZATION INFORMATION 1.2 CONTACT INFORMATION 2.1 SCOPE OF CERTIFICATION 2.2 AUDITOR INFORMATION 3.1 AUDIT CONCLUSIONS 3.2 MANAGEMENT SYSTEM EFFECTIVENESS 3.3 OBSERVATIONS Organization Address Name

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS professional

EXIN WORKFORCE READINESS professional EXIN WORKFORCE READINESS professional DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is

Nadere informatie

Ecological Management Foundation

Ecological Management Foundation Ecological Management Foundation Beleidsplan Frederik Claasen In opdracht van Bestuur EMF December 2013 Projectnummer 2047 Ecological Management Foundation C/o Aidenvironment Barentszplein 7 1013 JN Amsterdam

Nadere informatie

Boeren tegen Armoede 2012

Boeren tegen Armoede 2012 Boeren tegen Armoede 2012 Er is gezaaid De Zaaier Vincent van Gogh, 1888 Activiteitenverslag Arnhem, Nederland, juni 2013 Agriterra Agriterra P.O. Box 158 6800 AD Arnhem Willemsplein 42 The Netherlands

Nadere informatie

Voor vandaag. Balanced Scorecard & EFQM. 2de Netwerk Kwaliteit Brussel 22-apr-2004. Aan de hand van het 4x4 model. De 3 facetten.

Voor vandaag. Balanced Scorecard & EFQM. 2de Netwerk Kwaliteit Brussel 22-apr-2004. Aan de hand van het 4x4 model. De 3 facetten. Balanced Scorecard & EFQM 2de Netwerk Kwaliteit Brussel 22-apr-2004 Voor vandaag! Grondslagen van Balanced Scorecard Aan de hand van het 4x4 model! Het EFQM model in vogelvlucht De 3 facetten! De LAT-relatie

Nadere informatie

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything:

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything: Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie I feel nothing though in essence everything: Associations between Alexithymia, Somatisation and Depression

Nadere informatie

Best? New practice industry-university cooperation. Chemelot InSciTe. www.chemelot-inscite.com

Best? New practice industry-university cooperation. Chemelot InSciTe. www.chemelot-inscite.com Best? New practice industry-university cooperation Chemelot InSciTe www.chemelot-inscite.com Aanleiding / Externe ontwikkelingen Wetenschappelijke competitie neemt toe; universiteit moet zich op sterktes

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Snel naar ISO20000 met de ISM-methode

Snel naar ISO20000 met de ISM-methode Snel naar ISO20000 met de ISM-methode Cross-reference Datum: 16 oktober 2012 Versie: 1.0 Auteur: J. van Bon Integrated Service Management Snel naar ISO20000 met de ISM-methode! Organisaties moeten, door

Nadere informatie

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland

18 december 2012. Social Media Onderzoek. MKB Nederland 18 december 2012 Social Media Onderzoek MKB Nederland 1. Inleiding Er wordt al jaren veel gesproken en geschreven over social media. Niet alleen in kranten en tijdschriften, maar ook op tv en het internet.

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Support Center GIS-Flanders

Support Center GIS-Flanders Support Center GIS-Flanders Our mission: Ensuring the optimal use of geographic information in Flanders Het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen is

Nadere informatie

2015 KPMG Advisory N.V., ingeschreven bij het handelsregister in Nederland onder nummer 33263682, is lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige

2015 KPMG Advisory N.V., ingeschreven bij het handelsregister in Nederland onder nummer 33263682, is lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige 1 2 Interactief op afstand 3 Afstand wordt minder belangrijk 4 Herkenbaar? Druk op tarieven Klanten stellen hogere eisen Vraag om nieuwe producten Nieuwe samenwerkingen nodig om deze te maken Regelgevers

Nadere informatie

een Europees beleidsperspectief

een Europees beleidsperspectief Samenwerking tussen lokale en regionale overheden en sociale economie organisaties: een Europees beleidsperspectief SOCIALE ECONOMIE EVENT Eeklo - 11/05/11 Koen Repriels VOSEC Eenheid in verscheidenheid

Nadere informatie

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland

Windows Server 2003 EoS. GGZ Nederland Windows Server 2003 EoS GGZ Nederland Inleiding Inleiding Op 14 juli 2015 gaat Windows Server 2003 uit Extended Support. Dat betekent dat er geen nieuwe updates, patches of security releases worden uitgebracht.

Nadere informatie

De missie van Eye Care Foundation is het toegankelijk maken van primaire oogzorg voor kansarme mensen in ontwikkelingslanden.

De missie van Eye Care Foundation is het toegankelijk maken van primaire oogzorg voor kansarme mensen in ontwikkelingslanden. Strategisch plan 2011-2015 Missie & Visie Eye Care Foundation handelt vanuit de overtuiging dat elk mens recht heeft op gezichtsvermogen. Het verlies aan gezichtvermogen kan voor blinden en slechtzienden

Nadere informatie

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL

Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Introduction to IBM Cognos Express = BA 4 ALL Wilma Fokker, IBM account manager BA Ton Rijkers, Business Project Manager EMI Music IBM Cognos Express Think big. Smart small. Easy to install pre-configured

Nadere informatie

Project Management Office in haar contextuele diversiteit

Project Management Office in haar contextuele diversiteit Project Management Office in een contextuele diversiteit Stelt u zich voor: u bent projectmanager bij organisatie X en tijdens een congres over projectmanagement maakt u kennis met een programmamanager

Nadere informatie

COEN in het kort. Inhoud rapport. Toelichting. Nederland. Herstel komt in zicht. Conjunctuurenquête Nederland I rapport vierde kwartaal 2014

COEN in het kort. Inhoud rapport. Toelichting. Nederland. Herstel komt in zicht. Conjunctuurenquête Nederland I rapport vierde kwartaal 2014 Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête (COEN) ondervraagt elk kwartaal ondernemers over onderwerpen

Nadere informatie

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN

CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN CREATING VALUE THROUGH AN INNOVATIVE HRM DESIGN CONFERENCE 20 NOVEMBER 2012 DE ORGANISATIE VAN DE HRM AFDELING IN WOELIGE TIJDEN Mieke Audenaert 2010-2011 1 HISTORY The HRM department or manager was born

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Concept development. Haga Hospital. 17 september 2015

Concept development. Haga Hospital. 17 september 2015 Concept development Haga Hospital 17 september 2015 Marije Talstra 2015 Healthcare consultant at fluent 2003-2015 Healthcare consultant at Twynstra Gudde TUDelft, real estate & housing, urban planning

Nadere informatie

11-11-2013. Contactdag 2013. The world s libraries. Connected. Welkom! The world s libraries. Connected.

11-11-2013. Contactdag 2013. The world s libraries. Connected. Welkom! The world s libraries. Connected. Contactdag 2013 The world s libraries. Connected. Welkom! The world s libraries. Connected. 1 Geek OCLC Klantendag 31 oktober 2013 Ellen van Geene Ton van Vlimmeren de Bibliotheek Utrecht Aanleiding in

Nadere informatie

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Wat heeft een tester aan ASL en BiSL?

Wat heeft een tester aan ASL en BiSL? TestNet Noord, Heerenveen, 20 november 2012 Wat heeft een tester aan ASL en BiSL? Eibert Dijkgraaf Intro Wie zit er in een typische beheer omgeving? Wat is kenmerkend voor testen : IN BEHEER? IN ONDERHOUD?

Nadere informatie

Congres Social Media, Stichting Corporate Communicatie

Congres Social Media, Stichting Corporate Communicatie Dexia & social media Frank Van ssche, Head of Brand & Project Office, Communicatie Gent, 28/04/2011 Congres Social Media, Stichting Corporate Communicatie Quotes Social media isn't (just) about the media,

Nadere informatie

Stichting So Logical Foundation

Stichting So Logical Foundation Stichting So Logical Foundation BELEIDSPLAN 2015-2016 Stichting So Logical Foundation Postbus 5823 1410 GA Naarden Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Doelstelling 4 3. Werkwijze 6 4. Organisatie 7 5. Financiën

Nadere informatie

De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo. Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009

De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo. Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009 De social impacts van de sluiting van de bauxietmijn te Coermotibo Naam: van Cooten, Telina Paramaribo, 21 september 2009 Environmental and Social Assessment Stakeholder Engagement EIA Fishing Biodiversity

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

Digital municipal services for entrepreneurs

Digital municipal services for entrepreneurs Digital municipal services for entrepreneurs Smart Cities Meeting Amsterdam October 20th 2009 Business Contact Centres Project frame Mystery Shopper Research 2006: Assessment services and information for

Nadere informatie

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam bankieren bij ABN AMRO ABN AMRO levert een scala aan producten en diensten aan particuliere, private

Nadere informatie

Enterprisearchitectuur

Enterprisearchitectuur Les 2 Enterprisearchitectuur Enterprisearchitectuur ITarchitectuur Servicegeoriënteerde architectuur Conceptuele basis Organisatiebrede scope Gericht op strategie en communicatie Individuele systeemscope

Nadere informatie