3. Het onderzoek door deskundigen; de procedure in de onteigeningswet

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "3. Het onderzoek door deskundigen; de procedure in de onteigeningswet"

Transcriptie

1 [ARTIKEL 6] De rol van deskundigen in de onteigeningsprocedure M.W. Scheltema en E.J. Storm 1 1. Inleiding In deze bijdrage komt de rol van deskundigen in de onteigeningsprocedure aan de orde. De deskundigen adviseren de onteigeningsrechter over de schadeloosstelling die de onteigende toekomt. Wij bespreken hierna de wijze waarop deze deskundigen worden benoemd, op welke wijze zij hun onderzoek verrichten en welke uitgangspunten zij hanteren bij het vaststellen van de schadeloosstelling. Daarna volgt een vergelijking met deskundigen in gewone civiele procedures. Deze vergelijking heeft zowel betrekking op de regels die voor het deskundigenbericht gelden als op de wijze waarop de rechter met deskundigen(bericht) omgaat. 2. De benoeming van deskundigen in onteigeningszaken Anders dan het geval is in andere civiele zaken, vormt het deskundigenbericht een vast onderdeel van de onteigeningsprocedure. Nadat de rechtbank heeft geoordeeld over nut en noodzaak van de onteigening en de (vervroegde) onteigening van een onroerende zaak heeft uitgesproken, benoemt zij wanneer geen overeenstemming bestaat over de hoogte van de schadeloosstelling (één of drie) deskundigen. Deze deskundige(n) adviseren de rechtbank over de begroting van de schade die door de gedaagde(n) en de derde-belanghebbenden zoals een huurder of een pachter wordt geleden ten gevolge van de onteigening. De schadeloosstelling wordt voor iedere gedaagde of derde-belanghebbende apart begroot. Bij de benoeming van de deskundigen wordt rekening gehouden met de aard van het te onteigenen object en de specifieke kennis van de deskundigen. Dit is van belang aangezien deskundigen bij de begroting van de schade voor een belangrijk deel gebruik maken van hun kennis, ervaring en intuïtie. Het kan voorkomen dat de rechtbank naast het oordeel van de deskundigencommissie op een specifiek onderdeel van de schadeloosstelling advies inwint van een specialist, bijvoorbeeld met betrekking tot belastingschade Het onderzoek door deskundigen; de procedure in de onteigeningswet Het onderzoek van deskundigen vangt aan met de descente. 3 De descente wordt in de wet overigens aangeduid als opneming van de ligging en gesteldheid van het onteigende. Op de descente nemen deskundigen en rechter-commissaris de onteigende onroerende zaak fysiek op. Daarnaast lichten partijen hun standpunten met betrekking tot (de hoogte van) de 1 De heer M.W. Scheltema en mevrouw E.J. Storm zijn beiden werkzaam als advocaat te Den Haag. De auteurs danken mr. J.E.F.M. Den Drijver-van Rijckevorsel voor haar waardevolle opmerkingen ten aanzien van een eerdere versie. 2 HR 14 juli 2000, NJ 2000, 628 (Van de Wolfshaar/Amersfoort). 3 Deze term is afgeleid van het Latijnse woord descendere, wat letterlijk naar beneden komen betekent. De rechter komt naar beneden om de zaak fysiek te bekijken. 1

2 schadeloosstelling toe. De onteigenende overheid onderbouwt het in de dagvaarding vervatte aanbod tot schadeloosstelling. De gedaagde(n) en derde-belanghebbenden geven aan waarom dit door hen verworpen aanbod, naar hun mening ontoereikend is. Het kan voorkomen dat één of meer deskundige(n) ook na de descente het te onteigenen perceel bezoeken. Na de toelichting door partijen ter descente vragen deskundigen verder eventueel ontbrekende stukken of informatie op bij partijen. Alle informatie die aan deskundigen ter beschikking wordt gesteld, maakt in de praktijk deel uit van het procesdossier. Van de descente wordt proces-verbaal opgemaakt. In de artt van de onteigeningswet staat de procedure beschreven die leidt tot de vaststelling van de schadeloosstelling door de rechter. Zoals wij uiteenzetten, vormt het deskundigenbericht een vast onderdeel van die procedure. In dat verband is in art. 32 onteigeningswet vastgelegd dat de formaliteiten die in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering zijn voorgeschreven omtrent het getuigenverhoor en het bericht van deskundigen niet van toepassing zijn op de descente en het deskundigenbericht in onteigeningszaken. In artikel 36 onteigeningswet is verder bepaald dat partijen bezwaar kunnen maken tegen het ter griffie gedeponeerde deskundigenrapport. In de praktijk wordt echter een andere procedure gevolgd. Partijen spreken in de meeste arrondissementen met rechter-commissaris en deskundigen af dat deskundigen een conceptrapport zullen deponeren, waarop partijen binnen een afgesproken termijn kunnen reageren. Op deze manier kunnen partijen deskundigen dus tussentijds voor hun standpunt proberen te winnen. Deskundigen stellen vervolgens een definitief rapport op, waarin op het commentaar van partijen wordt ingegaan. 4 Daarna volgt een pleidooi, waarbij partijen hun visie op het definitieve rapport kunnen geven. Bij deze gelegenheid kan de rechtbank deskundigen vragen hun rapport nader toe te lichten of, zo nodig na beraad, nader aan te vullen. Indien nodig of wenselijk kan vervolgens een aanvullend pleidooi worden gehouden. 4. De begroting van de schadeloosstelling en de rol van deskundigen In onteigeningszaken is uitgangspunt dat de schadeloosstelling volledig dient te zijn. Dit is uitdrukkelijk bepaald in art. 40 onteigeningswet. Volledige schadeloosstelling betekent dat iedere schade die een rechtstreeks en noodzakelijk gevolg is van de onteigening aan de gerechtigde dient te worden vergoed. Deskundigen nemen bij hun advies omtrent de begroting van de schadeloosstelling voornoemd beginsel en de overige regels van de onteigeningswet en jurisprudentie in acht. De regels uit de onteigeningswet die van belang zijn voor de inhoudelijke schadebegroting zijn vervat in de artt onteigeningswet. Aangezien de onteigeningswet inmiddels een respectabele leeftijd heeft bereikt van meer dan 150 jaar, 5 vormt de onteigeningsjurisprudentie een belangrijke aanvulling op de wet, zeker waar het gaat om de begroting van de onteigeningsschade. Het grootste gedeelte van de schadeloosstellingsbegrotingen ziet op de schade die door de gedaagde (eigenaar of erfpachter) wordt geleden. Deze schade dient te worden begroot uitgaande van de situatie op de peildatum. Deze datum is bij de procedure tot vervroegde onteigening het moment waarop het onteigeningsvonnis in de openbare registers wordt ingeschreven en de eigendom van de onteigende onroerende zaak overgaat op de onteigenende overheid. 4 Spreken partijen deze werkwijze af, dan geven zij hun recht om bezwaar te maken tegen het definitieve deskundigenrapport ex artikel 36 Onteigeningswet op. 5 Dat neemt niet weg dat tussentijds wel wijzigingen in de wet zijn aangebracht; een fundamentele herziening is echter achterwege gebleven. 2

3 Bij nagenoeg alle onteigeningen besteden de deskundigen in hun rapport aandacht aan de volgende schadeposten: - Waarde van het onteigende; - Waardevermindering van het overblijvende; - Bijkomende schaden. Op deze te onderscheiden schadeposten en de wijze waarop deskundigen de betreffende schaden bepalen, gaan wij hierna vanwege de ter beschikking gestelde omvang van deze bijdrage: kort in. 4.1 Waarde onteigende De deskundigen dienen allereerst een advies te geven over de werkelijke waarde van het onteigende zelf, oftewel de verkoopprijs. Bij het bepalen van die verkoopprijs wordt geabstraheerd van de onteigening. Bepalend is wat de verkoopprijs zou zijn geweest indien die zou zijn totstandgekomen tussen een redelijk handelend koper en verkoper in het vrije commerciële verkeer. Deskundigen kunnen zich bij het vaststellen van deze verkoopprijs bedienen van verschillende waarderingsmethoden. Een vaak gehanteerde methode van waardering in onteigeningszaken is die door middel van taxatie op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij gebruik wordt gemaakt van recente transacties van vergelijkbare objecten, totstandgekomen tussen een redelijk handelend koper en verkoper in het vrije commerciële verkeer. 6 Wanneer geen (daadwerkelijk) vergelijkbare transacties voorhanden zijn, zal de vergelijkingsmethode (of comparatieve benadering) geen uitkomst bieden. Ook kan gebruik van deze methode onder omstandigheden een onredelijke uitkomst geven. Een (andere) methode om de waarde van onteigende toekomstige bouwgrond te bepalen is een waardering op basis van de exploitatiebegroting, de zogenaamde topdown methode. De waarde wordt in dat geval gebaseerd op de uiteindelijke waarde die de onteigende grond heeft met het oog op de ontwikkeling die ter plaatse mogelijk is. Daarvan worden de begrote maar nog niet gemaakte ontwikkelings(exploitatie)kosten afgetrokken. Wat resteert is de waarde van het onteigende. Hoewel steeds meer onteigenden de toepassing van deze methode propageren (vanwege de veronderstelde hogere werkelijke waarde), is een nadeel daarvan dat met een aanzienlijk aantal toekomstige en derhalve onzekere factoren moet worden gerekend. Die toekomstige factoren kunnen een overheersende invloed hebben op de werkelijke waarde die de toekomstige bouwgrond zou moeten opleveren. 7 Een verschillende inschatting van de op het moment van schadebegroting onzekere factoren kunnen daarmee een volledig verschillende waardering van de bouwgrond opleveren. In de praktijk wordt de topdown-methode dan ook niet vaak door deskundigen gebruikt als motivering van de waarde. Deskundigen kunnen zich in geval van een verhuurd beleggingsobject ook bedienen van de waardering op grond van de huurwaarde. Hierbij wordt de werkelijke of theoretisch realiseerbare huurprijs gekapitaliseerd en zo de waarde van het object bepaald. Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met eventuele kosten die gemaakt moeten worden om de huuropbrengst daadwerkelijk te (blijven) genereren. Wanneer het te onteigende goed niet in het commerciële verkeer verhandeld pleegt te worden, kan de waardering op basis van de vervangingswaarde uitkomst bieden. 8 6 Zie bijvoorbeeld HR 6 juni 2003, NJ 2003, 550 (Van den Boogert/Rotterdam). 7 HR 13 augustus 2004, NJ 2005, 151 m.nt. PCEvW (Limburg/Seegers) 8 Zie voor bespreking van diverse waarderingsmethoden ook: Schadeloosstelling bij onteigening, Telders, nieuw voor oud, Deventer 2006, nr. 505 e.v. 3

4 Bij alle waarderingsmethoden geldt dat het oordeel over de werkelijke waarde zo nodig kan worden aan- of ingevuld met de kennis, ervaring en intuïtie van deskundigen. 4.2 Waardevermindering van het overblijvende De tweede vaste schadepost in de berekening van deskundigen is de waardevermindering van het overblijvende. Voor een antwoord op de vraag of na onteigening sprake is van een overblijvende moet worden bezien of de overblijvende zaak behoort tot het vermogen van de onteigende en of tussen de betreffende overblijvende zaak en het onteigende een band bestaat die door de onteigening wordt verbroken. 9 Indien de som van de werkelijke waarde van het onteigende en het overblijvende na de onteigening minder is dan de waarde van het geheel vóór de onteigening (onteigende en overblijvende samen), dan is sprake van waardevermindering van het overblijvende. 4.3 Bijkomende schaden Alle schade buiten de vergoeding van waarde en waardevermindering van het overblijvende wordt geschaard onder de post bijkomende schaden. Een voorbeeld van een veel voorkomende bijkomende schadepost is de persoonlijke schade van de onteigende, die het gevolg is van het verbreken van de band tussen de onteigende onroerende zaak en hem als eigenaar of gerechtigde tot die zaak. De schadeloosstelling zal ervoor moeten zorgen dat de onteigende in eenzelfde (lees: financieel gelijkwaardige) positie wordt gebracht als waarin hij zou verkeren als de onteigening niet had plaatsgevonden. Een onderdeel van de persoonlijke schade is met name inkomensschade die wordt geleden door de onteigening van (een gedeelte van) een bedrijfspand of door een bedrijf geëxploiteerde grond. Bij de berekening van de inkomensschade van de onteigende of derde-belanghebbende zoals een huurder of pachter als gevolg van de onteigening maken deskundigen een inschatting van de levensvatbaarheid van het bedrijf na onteigening op basis van de invloed van de onteigening op de bedrijfsvoering en de recente bedrijfsresultaten. Kan het bedrijf ter plaatse in redelijkheid niet meer gehandhaafd worden na de onteigening, dan zal moeten worden bepaald of liquidatie of verplaatsing van het bedrijf het meest in de rede ligt. Een goed lopend manegebedrijf kan wellicht niet vlak naast een nieuw aan te leggen snelweg gehandhaafd blijven, doch kan heel goed naar een alternatieve locatie verplaatst worden waar, na een aanloopperiode, dezelfde winst kan worden gegenereerd. Bij een toch al noodlijdend bedrijf ligt liquidatie in de rede. Het moge duidelijk zijn dat bij de beoordeling van de vraag of uitgegaan moet worden van liquidatie of verplaatsing de relevante feiten en omstandigheden veelal verschillend zijn en de schadeposten in beide gevallen sterk uiteen kunnen lopen. De onteigende is overigens niet verplicht conform de veronderstellingen van deskundigen te handelen. De deskundigen gaan uit van de vraag wat een redelijk handelend onteigende zou doen. Het staat de onteigende na ontvangst van de schadeloosstelling vrij te bepalen wat hij (daarmee) daadwerkelijk gaat doen. 5. Toepasselijkheid bepalingen Rv op het deskundigenonderzoek In de voorgaande paragrafen hebben wij de procedure in de onteigeningswet aangaande het onderzoek door deskundigen besproken en hebben wij aangegeven welke uitgangspunten de 9 Zie J.E.F.M. den Drijver-van Rijckevorsel en A.W. van Engen, Onteigening, Deventer 2003, par

5 deskundigen hanteren bij hun advies omtrent de schadeloosstelling. Interessant in het kader van het themanummer van dit blad is te bezien in hoeverre deskundigen in een onteigeningsprocedure (mede) gebonden zijn aan de daarop ziende bepalingen in het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. In art. 2 onteigeningswet wordt bepaald dat de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering op het onteigeningsgeding van toepassing zijn voor zover de onteigeningswet daarvan niet afwijkt. 10 Op aan aantal punten wordt echter afgeweken van de bepalingen uit het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering. Dat geldt met name ook voor het onderzoek door deskundigen. Zoals wij al bespraken, zijn de formaliteiten van art. 198 Rv die gelden voor het deskundigenbericht op grond van art. 32 onteigeningswet in de onteigeningsprocedure niet van toepassing. Hoewel de formele bepalingen uit het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering aangaande het deskundigenbericht derhalve niet van toepassing zijn, neemt dat niet weg dat veel regels waaraan deskundigen in een gewone civiele procedure zijn gebonden te denken valt aan regels over onpartijdigheid en hoor en wederhoor ook voor deskundigen in onteigeningszaken gelden. Dit brengt mee dat deskundigen een aantal wenken uit de Leidraad deskundigen in civiele zaken ter harte kunnen nemen. 11 Dat geldt voor de passages over hoor en wederhoor, onpartijdigheid, benoeming, het inschakelen van derden en het rapport. 12 De passages over het verkrijgen van processtukken zijn minder relevant, nu in de onteigeningsprocedure uitgangspunt is dat de relevante stukken bij de descente aan deskundigen ter beschikking worden gesteld. 13 Hetzelfde geldt voor de wijze waarop onderzoek moet worden gedaan. In onteigeningsprocedures genieten deskundigen een grote vrijheid duidelijk is daarmee dat het onderzoek niet onder leiding van de rechter wordt verricht 14 en is duidelijk wat er van hen verwacht wordt. De passages over de bijeenkomst met partijen hoofdstuk 11.2 van de Leidraad lenen zich ook minder goed voor toepassing. Uitgangspunt daarbij is immers dat de deskundige alleen met partijen bijeenkomt, terwijl de descente bij onteigening in aanwezigheid van deskundigen, partijen en de rechter-commissaris plaatsvindt. Daarnaast is het hoofdstuk over betaling minder relevant. Dit komt doordat in onteigeningszaken de kosten van de deskundigen in beginsel voor de onteigenaar zijn. Deze kosten worden derhalve niet worden gedragen door de partij die in het ongelijk wordt gesteld, zoals in een gewone civiele procedure het geval is, maar op grond van art. 50 lid 1 onteigeningswet in beginsel door de onteigenaar. 15 Dat is in het algemeen niet onredelijk nu deze kosten mede gelet op de hoeveelheid werk die de vrije rol van de deskundigen met zich brengt veelal aanzienlijk zijn. Indien de onteigende (een deel van) die kosten voor zijn rekening zou moeten nemen, zou dat een aanzienlijk deel van de schadeloosstelling kunnen opslokken. Het vorenstaande resumerend kan worden vastgesteld dat de deskundigen in de onteigeningsprocedure een van de gewone deskundigen in de civiele procedure afwijkende rol hebben, die gedeeltelijk tot uitdrukking komt in andere regels in verband met hun onderzoek. De omstandigheid dat zij de rechter adviseren over de omvang van de schadeloosstelling brengt mee dat hun taak anders dan die van de meeste gewone 10 Zie voor toepassing van art. 221 Rv HR 6 april 1995, NJ 1996, 404 m.nt. MB (Van Dijk/Rotterdam). 11 Deze leidraad is te raadplegen op 12 Hoofdstukken 5, 6 en Zoals wij uiteenzetten, vragen deskundigen eventuele na de descente nog ontbrekende stukken zelf bij partijen op. 14 Zoals wij hiervoor aangaven, leidt de rechter-commissaris wel het onderzoek ter descente. 15 Daarop kan op grond van dit artikel een uitzondering worden gemaakt indien de onteigende een in de onderhandelingen over minnelijke verkrijging gedaan bod niet heeft aanvaard en de uiteindelijk door de rechter vastgestelde schadeloosstelling lager uitvalt. Dat geval doet zich zelden voor. 5

6 deskundigen gedeeltelijk een juridische is in die zin dat zij mede adviseren over juridische vragen die uiteindelijk door de rechter moeten worden beantwoord. Een aantal basale regels voor deskundigen, zoals die ten aanzien van hoor en wederhoor en onpartijdigheid, gelden in de onteigeningsprocedure uiteraard wel. 6. De rechter en het deskundigenbericht De hiervoor besproken rol van deskundigen in de onteigeningsprocedure heeft mede zijn weerslag op de wijze waarop de rechter met deskundigen en hun advies omgaat. In dat verband is van belang dat de onteigeningsprocedure naast de hiervoor genoemde een aantal andere bijzonderheden kent ten opzichte van de normale civiele (dagvaardings)procedure, hoewel deze procedure voor de burgerlijke rechter wordt gevoerd. Deze verschillen zijn mede van betekenis voor de wijze waarop de rechter met het deskundigenbericht omgaat. Een belangrijk verschil is dat de rechter in onteigeningsprocedures de schadeloosstelling zelfstandig vaststelt. De rechter doet dat met behulp van deskundigen. Het staat de rechter echter vrij zich in het kader van zijn zelfstandig onderzoek naar de hoogte van de schadeloosstelling met de oordelen van de deskundigen te verenigen en deze tot de zijne te maken zonder verdere motivering. 16 Het oordeel van de onteigeningsrechter kan derhalve zeer wel volledig gebaseerd zijn op het deskundigenrapport. Het spreekt vanzelf dat de rechter zijn oordeel niet te snel zal plaatsen boven dat van de door hem benoemde deskundigen, die worden benoemd op de grond van hun deskundigheid. Uiteindelijk is het aan de rechter om aan te geven of hij overtuigd is geraakt van de juistheid van de beoordeling door de deskundigen en die tot de zijne maakt. De oordelen van de deskundigen hebben bovendien deels een intuïtief karakter en lenen zich niet voor een uitgebreide motivering. Een dergelijke motivering kan in dat geval ook niet van de rechter worden verwacht; juist de op de intuïtie en ervaring van deskundigen gebaseerde bevindingen zijn slechts beperkt controleerbaar. 17 Dat de rechter de schadeloosstelling zelfstandig vaststelt, brengt verder mee dat hij dit doet onafhankelijk van hetgeen enerzijds de onteigende verlangt, anderzijds de onteigenende partij aanbiedt. 18 Daaruit volgt onder meer dat indien partijen over een bepaald aspect van de schadeloosstelling geen geschil meer hebben, de rechter de visie van partijen kan volgen. De rechter zal dan in belangrijke mate van zijn motiveringsplicht zijn ontheven. 19 Hij behoeft het standpunt van partijen echter niet te volgen. Door de overeenstemming tussen partijen met betrekking tot een aspect van de schadeloosstelling is dit aspect niet aan het oordeel van de rechter onttrokken. 20 De regels in een gewone civiele (dagvaardings)procedure omtrent 16 Zie bijvoorbeeld HR 23 juni 1976, NJO 1976, 18 m.nt. MB; HR 20 november 1985, NJ 1986, 416; HR 30 maart 1988, NJ 1988, 630; HR 7 april 1993, NJ 1994, 47. Vergelijk HR 2 mei 1973, NJ 1973, 498 m.nt. Bakhoven; HR 16 november 2001, NJ 2002, 15. Vergelijk voorts J.E.F.M. den Drijver-Van Rijckevorsel en A.W. van Engen, Onteigening, Deventer 2003, p Zie bijvoorbeeld HR 30 januari 1957, NJ 1957, 609; HR 5 februari 1964, NJ 1964, 233; HR 2 mei 1973, NJ 1973, 498 m.nt. Bakhoven; HR 20 november 1985, NJ 1986, 416 m.nt. MB; HR 16 november 2001, NJ 2002, 15; HR 12 juli 2002, NJ 2003, 285 m.nt. PCEvW. Vergelijk de noot onder HR 10 april 1991, NJ 1991, 832. Overigens geldt deze beperkte motiveringsplicht ook in gewone civiele procedures. Zie bijvoorbeeld HR 5 december 2003, NJ 2004, Zie HR 16 mei 1956, NJ 1956, 488 (Bakker/Genemuiden); HR 22 januari 1992, NJ 1993, 114 (Sluijter/Rotterdam); HR 9 november 1994, NJ 1996, 176 m.nt. MB (Tazim/Den Haag); HR 12 februari 1997, NJ 1998, 29 (Aydin/Den Haag). Vergelijk, onder meer, HR 20 november 1996, NJ 1997, 288 m.nt. PCEvW (Sonder/Almelo); HR 16 juni 1999, NJ 1999, 768 (Selva/Amsterdam). 19 Zie bijvoorbeeld HR 22 januari 1992, NJ 1993, 114 (Sluijter/Rotterdam). Zie voorts J.E.F.M. den Drijver- Van Rijckevorsel en A.W. van Engen, Onteigening, Deventer 2003, p Ook deskundigen zijn bij hun onderzoek niet gebonden aan hetgeen partijen aanvoeren en kunnen daarmee actief de feiten onderzoeken. 6

7 stelplicht en bewijslast zoals die mede in artikel 150 Rv besloten liggen gelden dan ook niet zonder meer in onteigeningsprocedures. 21 De rechter heeft derhalve een grote vrijheid in onteigeningsprocedures ten aanzien van de vaststelling van de schadeloosstelling. De ervaring leert echter dat hij daarvan slechts in beperkte mate gebruik maakt. Veelal wordt zwaar geleund op de ervaring (en intuïtie) van de deskundigen. Nu bevreemdt dit niet ingevoerde onteigeningsjuristen wellicht, maar dat ligt voor de hand. De deskundigen hebben in onteigeningsprocedures een vrije rol. Omdat in onteigeningsprocedures steeds met deskundigen wordt gewerkt, benoemen de rechtbanken veelal vaste deskundigen die weten wat er van hen wordt verwacht. Een specifieke vraagstelling door de rechter is niet nodig partijen worden ook niet in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten en de deskundigen gaan op basis van hun ervaring en intuïtie zelfstandig aan de slag. Partijen hebben de gelegenheid hun standpunten toe te lichten bij de descente en kunnen zich later over het concept rapport van deskundigen uitlaten. De voorzitter van de commissie van deskundigen meestal worden er drie benoemd is in het algemeen een jurist (meestal een advocaat). Daarom wordt een aantal juridische vragen die in een gewone procedure door de rechter worden beantwoord zoals hiervoor al is uiteengezet door de deskundigen in onteigeningszaken veelal zelf onderzocht en beantwoord. Dit brengt mee dat de deskundigen ook voorwerk voor de rechter doen bij de beantwoording van bepaalde juridische kwesties. Deze gang van zaken is anders dan ten aanzien van deskundigen in een civiele procedure geldt; deze worden met name ingeschakeld om een bepaalde vraag op hun (niet juridische) specialisme te beantwoorden. Soms wordt dat door rechters in een gewone civiele procedure overigens miskend. De vraagstelling heeft in een aantal gevallen een juridische inslag bijvoorbeeld bestaat er causaal verband tussen het letsel en het ongeval waardoor het risico wordt gelopen dat de beantwoording door de deskundige minder goed bruikbaar is omdat deze met een juridisch begrip zoals causaal verband niet goed uit de voeten kan. Ook anderszins kan er bij het formuleren van vragen aan deskundigen het nodige misgaan. Dit komt bijvoorbeeld doordat rechters en soms ook partijen van een bepaalde veronderstelling uitgaan en in dat kader hun vragen formuleren, terwijl deze veronderstelling onjuist blijkt te zijn. Zo wordt aan medici in het kader van de vraag of een medische (beroeps)fout is gemaakt de vraag voorgelegd of een arts een bepaalde afwijking op een (röntgen)foto had moeten ontdekken. In het medische discours wordt echter betoogd dat de toetssteen zou moeten zijn of de deskundige indien hij een aantal (röntgen)foto s krijgt voorgelegd ook zelf de afwijking op de bewuste (röntgen)foto ontdekt. In verband met het vorenstaande speelt een rol dat de vragen aan deskundigen in een gewone civiele procedure de grenzen van de rechtsstrijd tussen partijen niet mogen overschrijden. De rechter mag derhalve geen vragen formuleren die kwesties betreffen die zich daarbuiten bevinden. Deze problemen spelen in de onteigeningsprocedure niet of in veel mindere mate doordat de rechter niet is gebonden aan de door partijen aangegeven grenzen van de rechtsstrijd bij de vaststelling van de schadeloosstelling. De rechter is daarom zoals gezegd evenmin gebonden aan de in dat verband van belang zijnde stelplicht en bewijslast. 7. Afronding Wij komen tot een afronding. Wij hebben hiervoor uiteengezet dat voor het deskundigenbericht in de onteigeningsprocedure enkele specifieke regels gelden, die mede verband houden met de taak die deskundigen in deze procedure hebben. Kern van hun taak is het adviseren van de rechter over de omvang van de aan de onteigende toekomende 21 Zie HR 27 september 2002, NJ 2002, 555 (Den Haag/Bhadershein Rewti). 7

8 schadeloosstelling. Daarbij hebben zij een vrije rol. De rechter benoemt de deskundigen die vervolgens zelf aan het werk gaan. Hun rapport heeft veelal mede een juridisch karakter, waarin een aantal juridische vraagstukken die van belang zijn voor de vaststelling van de schadeloosstelling wordt beantwoord. De rechter volstaat in een heel aantal zaken met het bespreken van de bezwaren van partijen tegen dit rapport om vervolgens soms zeer kort aan te geven waarom de deskundigen het bij het rechte eind hebben. De schadeloosstelling wordt daarna in heel wat gevallen conform het rapport van deskundigen vastgesteld. Nu de rechter bovendien niet gebonden is aan de stellingen van partijen omtrent de schadeloosstelling omdat hij deze zelfstandig vaststelt, moge duidelijk zijn dat het deskundigenrapport in de onteigeningsprocedure zo niet het belangrijkste dan toch in ieder geval een zeer belangrijk stuk is dat grote invloed heeft op de uiteindelijke vaststelling van de schadeloosstelling door de rechter. 8

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie

LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523. Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011. Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie LJN: BP4803, Hoge Raad, 10/04523 Datum uitspraak: 20-05-2011 Datum publicatie: 20-05-2011 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Onteigening. Verzuim tot betekening cassatieverklaring

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd

ECLI:NL:HR:2014:3351. Uitspraak. Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd ECLI:NL:HR:2014:3351 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 21 11 2014 Datum publicatie 21 11 2014 Zaaknummer 13/04422 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:1744, Gevolgd Civiel recht

Nadere informatie

De derde-belanghebbende in het algemeen, inclusief. aandacht voor de huurder. Monique Rus-van der Velde. Presentatie VVOR 15 september 2015

De derde-belanghebbende in het algemeen, inclusief. aandacht voor de huurder. Monique Rus-van der Velde. Presentatie VVOR 15 september 2015 De derde-belanghebbende in het algemeen, inclusief aandacht voor de huurder Monique Rus-van der Velde Presentatie VVOR 15 september 2015 16-10-2015 Plan van aanpak Wie? Processuele positie derde-belanghebbenden

Nadere informatie

Uit: Hoge Raad 6 maart 2015, 14/00574, ECLI:NL:HR:2015:523 (Onteigening Zuid-Willemsvaart)

Uit: Hoge Raad 6 maart 2015, 14/00574, ECLI:NL:HR:2015:523 (Onteigening Zuid-Willemsvaart) Uit: Hoge Raad 6 maart 2015, 14/00574, ECLI:NL:HR:2015:523 (Onteigening Zuid-Willemsvaart) F.B. Bakels, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. Drion, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek Onteigeningswet, artt.

Nadere informatie

BR 2014/10: 'Vereenzelviging', 'redelijkheidscorrectie', schadevergoeding voor een niet tot schadeloosstelling gerechtigde in onteigeningszaken.

BR 2014/10: 'Vereenzelviging', 'redelijkheidscorrectie', schadevergoeding voor een niet tot schadeloosstelling gerechtigde in onteigeningszaken. BR 2014/10: 'Vereenzelviging', 'redelijkheidscorrectie', schadevergoeding voor een niet tot schadeloosstelling gerechtigde in onteigeningszaken. Noot bij ECLI:NL:HR:2013:CA1731, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele

Nadere informatie

Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het besluit inzake het instellen van beroep in cassatie (bestemmingsplan PIROC Strij psche Kampen)

Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het besluit inzake het instellen van beroep in cassatie (bestemmingsplan PIROC Strij psche Kampen) gemeente Eindhoven Dienst Stadsontwikkeling Raadsbijlage nummer r r S Inboeknummer g g Jo o 6 Sa S Beslisdatum Bikw ao april tggg Dossiernummer gr6.4i2 Raadsbijlage Voorstel tot het bekrachtigen van het

Nadere informatie

Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures

Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures Het land beschermen tegen overstromingen. Aanleg, reconstructie en onderhoud van rijkswegen. Het bevorderen

Nadere informatie

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed.

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed. Taxatie. Boedeltaxatie. Peildatum. Klager en zijn partner hebben in 2006 een woning gekocht. Nadat klager en zijn partner in augustus 2008 uit elkaar waren gegaan heeft hij beklaagde in verband met de

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Onteigeningsrecht in de praktijk

Onteigeningsrecht in de praktijk Onteigeningsrecht in de praktijk Onteigeningsrecht in de praktijk Mr. J.A.M.A. Sluysmans Mr. J.J. van der Gouw Mr. W.J. Bosma ISBN: 978-90-78066-51-4 NUR 820-823 2011, Instituut voor Bouwrecht Alle rechten

Nadere informatie

11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid.

11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid. 11-521 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken

Benoeming deskundige in merken- en reclamezaken 3. Een andere mogelijkheid is dat in het kader van een kort geding een deskundige wordt benoemd, die aan de hand van een bureaustudie vóór de zitting de door partijen in het geding gebrachte partijmarktonderzoeken

Nadere informatie

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak

LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak LJN: BA8945, Rechtbank 's-gravenhage, KG 07/529 Print uitspraak Datum uitspraak: 06-07-2007 Datum publicatie: 06-07-2007 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: Eiseres

Nadere informatie

MEDIATIONOVEREENKOMST.

MEDIATIONOVEREENKOMST. MEDIATIONOVEREENKOMST. De ondergetekenden: Lamers Echtscheidingsbemiddeling en advies, de heer J.P.H. Lamers, hierna te noemen Lamers Scheidingsadvies, kantoorhoudende te 6021MS Budel aan het Zustershof

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

Dit reglement is getoetst aan de NEN-ISO norm 10002:2004:IDT Richtlijnen voor klachtenbehandeling in organisaties

Dit reglement is getoetst aan de NEN-ISO norm 10002:2004:IDT Richtlijnen voor klachtenbehandeling in organisaties KLACHTEN- EN GESCHILLENCOMMISSIE eherkenning p/a Lange Kerkdam 27 2242BN Wassenaar Klachten- en Geschillenreglement reglement Dit document is een nadere uitwerking van paragraaf 4.1.5 klachten- en geschillencommissie

Nadere informatie

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van:

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Beschikking RECHTBANK ALMELO Sector civiel recht zaaknummer: 128288 / HA RK 12-36 datum beschikking: 18 juli 2012 (Im) Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Almelo op het verzoek van: Bertha

Nadere informatie

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00

Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Rechtbank Rotterdam 27 april 2011; pitbull bijt vierjarig kind in het gezicht. Smartengeld 7.000,00 Een jongetje van 4 jaar oud wordt door een pitbull terriër in het gezicht en in de arm gebeten. Zijn

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van

Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 van Gemeente Haarlemmermeer Baan Kleef Aan DomJur 2008-432 Rechtbank Haarlem Zaak-/rolnummer: 151558 / KG ZA 08-640 en 151565 / KG ZA 08-641 Datum: 22 december 2008 Vonnis in kort geding in de zaak met zaaknummer

Nadere informatie

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e maal een advies inzake de bezwaarschriften van de heer B.J.H. Brugge, De Goedemeent 15 en de

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384

zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 362303 / KG ZA 10-384 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KROON

Nadere informatie

Draaiboek grondverwerving en onteigening infraproject stationsgebied Driebergen-Zeist

Draaiboek grondverwerving en onteigening infraproject stationsgebied Driebergen-Zeist MEMO AAN ProRail B.V., de gemeente Utrechtse Heuvelrug en de gemeente Zeist *DATUM 8 september 2014 VAN H.X. Botter, E.W.J. de Groot advocaten TELEFOON +31 88 253 5960 FAX +31 88 253 5934 E-MAIL hbotter@akd.nl

Nadere informatie

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie

Casus 14 Argumenten op tafel!

Casus 14 Argumenten op tafel! Casus 14 Argumenten op tafel! Ondernemers proberen lastige besluiten op een gemakkelijke manier door de ondernemingsraad aanvaard te krijgen. Formuleer in algemene bewoordingen en vooral niet al te precies,

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 09-16 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Taxatie in kader van echtscheiding. Beweerdelijk te lage waardering. Geen nieuwe klacht ter zitting

Nadere informatie

Onteigening in crisistijd

Onteigening in crisistijd Onteigening in crisistijd VERENIGING VOOR ONTEIGENINGSRECHT (VVOR) Seminar: het effect van de crisis op grondzaken 12 september 2013 Amersfoort Mr. W.J. (Willem) Bosma, Van der Feltz advocaten 1 Onteigening

Nadere informatie

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager 123a/13 ECLI:NL:TADRARL:2014:235 RAAD VAN DISCIPLINE Beslissing in de zaak onder nummer van: 123a/13 Beslissing van 23 mei 2014 in de zaak 123a/13 en 123b/13 naar aanleiding van de klacht van: de heer

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Gelderland GEMEENTE HEi1J-NDOORN 7440 AE Nijverdal Behand.: 'į reľw.: Ąľfí Stuk WerlāLl.

de Rechtspraak Rechtbank Gelderland GEMEENTE HEi1J-NDOORN 7440 AE Nijverdal Behand.: 'į reľw.: Ąľfí Stuk WerlāLl. 13INK06578 ui in inn imin min de Rechtspraak Rechtbank Gelderland 14, AANTEKENEN [ ] PER POST [ ] PER FAX de raad van de gemeente Hellendoorn Postbus 200 GEMEENTE HEi1J-NDOORN 7440 AE Nijverdal Behand.:

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij.

Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij. Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij. Klaagster heeft in verband met de verdeling van een gemeenschap van goederen verschillende gerechtelijke procedures

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Tijdelijke verhuur. Problemen bij oplevering vrij van huur.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Tijdelijke verhuur. Problemen bij oplevering vrij van huur. Belangenbehartiging opdrachtgever. Tijdelijke verhuur. Problemen bij oplevering vrij van huur. Klager heeft zijn makelaar (beklaagde) een opdracht tot dienstverlening bij verkoop van zijn woonboerderij

Nadere informatie

ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN

ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN Algemene bepalingen ALGEMENE INCASSO VOORWAARDEN 1. Deze algemene incasso voorwaarden zijn van toepassing op alle verstrekte opdrachten aan en overeenkomsten met ALL-ROUND INCASSO tot incassowerkzaamheden,

Nadere informatie

gemeente Eindhoven OplegvelRaadsvoorstel inzake het verzoek van Pisa Beheer B.V.,

gemeente Eindhoven OplegvelRaadsvoorstel inzake het verzoek van Pisa Beheer B.V., gemeente Eindhoven Dienst Stedelijke ontwikkeling en Beheer Raadsnummer 07.R2209.OOI Inboeknummer o7bstors48 Beslisdatum B%W t7 juli 2007 Dossiernummer 729 353 OplegvelRaadsvoorstel inzake het verzoek

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2014 Datum akkoord college van b&w van 2 december 2014 Publicatiedatum 5 december 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.D.

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: / HA ZA Partijen zullen hierna Henkel en Dramers genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: / HA ZA Partijen zullen hierna Henkel en Dramers genoemd worden. vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 290903 / HA ZA 07-2143 Vonnis van in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht HENKEL KGaA, gevestigd te Düsseldorf,

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden 25 september 2015 Eerste Kamer 14/02051 en 14/02217 in naam des Konings LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak 14/02051: De STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Mili zetelende

Nadere informatie

2.2 Schadeloosstelling bij onteigening

2.2 Schadeloosstelling bij onteigening schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak. Het planschadevergoedingsrecht kent een aantal beperkingen voor het vergoeden van de schade. Om te beginnen

Nadere informatie

Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Rotterdam, 24 juni 2008 A.B.2008.3.01313/CL - " '"' - Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Aan de gemeenteraad.

Nadere informatie

VVOR De pachter als derdebelanghebbende. 15 september 2015 Gert-Jan de Jager

VVOR De pachter als derdebelanghebbende. 15 september 2015 Gert-Jan de Jager VVOR De pachter als derdebelanghebbende 15 september 2015 Gert-Jan de Jager Onderwerpen Pacht sinds 1 september 2007 (Akkoord van Spelderholt?) Pachter en onderpachter als derde-belanghebbenden Welke pachtvormen

Nadere informatie

Mr TH.P.M. Moons, kantoorhoudende te Amersfoort, aan de Piet Mondriaanlaan nr. 75. de partners: mevrouw, wonende te. en de heer, wonende te ;

Mr TH.P.M. Moons, kantoorhoudende te Amersfoort, aan de Piet Mondriaanlaan nr. 75. de partners: mevrouw, wonende te. en de heer, wonende te ; BEMIDDELINGSOVEREENKOMST De ondergetekenden: Mr TH.P.M. Moons, kantoorhoudende te Amersfoort, aan de Piet Mondriaanlaan nr. 75 en de partners: mevrouw, wonende te en de heer, wonende te ; VERKLAREN HET

Nadere informatie

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen.

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen. PER FALK COURIER Aan de gemeenteraad van Boxmeer Postbus 450 5830 AL BOXMEER Nijmegen, 25 oktober 2006 Ons kenmerk : 20041655 TL/cb Inzake : Boxmeer/Windenergie Doorkiesnummer : 024-382 83 94 Direct faxnummer:

Nadere informatie

AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)

AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) De vragen gemarkeerd met een * hoeft u alleen te beantwoorden als ze voor u van toepassing zijn. Gegevens aanvrager

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie

Reglement Klachtencommissie Reglement Klachtencommissie Artikel 1: Begrippen In dit reglement wordt verstaan onder: Corporatie Woonstichting VechtHorst, werkzaam als toegelaten instelling in de zin van artikel 70 van de Woningwet;

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520

zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 vonnis RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 387525 / HA ZA 11-520 Vonnis in incident van in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BJÖRN BORG BRANDS AB, gevestigd

Nadere informatie

TOELICHTING op de Verordening op de rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest.

TOELICHTING op de Verordening op de rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest. TOELICHTING op de Verordening op de rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest. Algemeen Ingevolge de Gemeentewet dient elke gemeente per 1 januari 2006 te beschikken over een rekenkamer

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing

Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing 1 Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & beleidsbesluiten Besluit van 19 februari

Nadere informatie

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof

Nadere informatie

BEMIDDELINGSOVEREENKOMST. mr. [naam en achternaam], advocaat-scheidingsmediator, kantoorhoudende te [woonplaats], aan de [straat en huisnummer],

BEMIDDELINGSOVEREENKOMST. mr. [naam en achternaam], advocaat-scheidingsmediator, kantoorhoudende te [woonplaats], aan de [straat en huisnummer], BEMIDDELINGSOVEREENKOMST De ondergetekenden: mr. [naam en achternaam], advocaat-scheidingsmediator, kantoorhoudende te [woonplaats], aan de [straat en huisnummer], en de partners: [naam en achternaam],

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Taxatie-aspecten onteigening aan de hand van Lambeck / Hoogezand-Sappemeer

Taxatie-aspecten onteigening aan de hand van Lambeck / Hoogezand-Sappemeer Taxatie-aspecten onteigening aan de hand van Lambeck / Hoogezand-Sappemeer NVR-cursustweedaagse maart 2013 mr. H.J.A. (René) van Hoogmoed RT www.hoogstate.nl Lambeck / Hoogezand-Sappemeer HR 16-04-2004

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

Praktijkhandreiking 1108. Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle

Praktijkhandreiking 1108. Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle Versie 1.0 Datum: 10 februari 2010 Herzien: Onderwerp: Van toepassing op: Status: Relevante wet en regelgeving:

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 83.99 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

*RV08.0376* Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.5/18122008 Documentnr.: RV08.0376. Roden, 11 december 2008

*RV08.0376* Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.5/18122008 Documentnr.: RV08.0376. Roden, 11 december 2008 Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.5/18122008 Documentnr.: RV08.0376 Roden, 11 december 2008 Onderwerp Bezwaarschrift van de heer D.F. Feenstra tegen de hoogte van een hem toegekende planschadevergoeding

Nadere informatie

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3 WET van 15 februari 1904, houdende bepalingen betreffende onteigening ten algemene nutte (G.B. 1904 no. 37), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1911 no. 19, G.B. 1924 no. 47,

Nadere informatie

Raadsvergadering, 28 juni 2011. Voorstel aan de Raad

Raadsvergadering, 28 juni 2011. Voorstel aan de Raad Raadsvergadering, 28 juni 2011 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Het nemen van een nieuw besluit hangende het beroep inzake het planschadeverzoek van de heer Van Oudbroekhuizen Nr.: 448 Agendapunt: 7 Datum:

Nadere informatie

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo AANTEKENEN NOS - RTV t.a.v. het bestuur Sumatralaan 45 1217 GP HILVERSUM Datum Onderwerp 3 maart 2005 beslissing op bezwaar NOS-EK Schaatsen Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer JuZa-001597-ibo

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 8 maart 2011, nummers AWB 10/2670 en 10/2672, in het geding tussen belanghebbende en Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM Sector belastingrecht nummers 11/00311 en 11/00312 uitspraakdatum: 20 september 2011 Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van X te Z (hierna:

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Onteigening: Volledige schadeloosstelling fictie of werkelijkheid?

Onteigening: Volledige schadeloosstelling fictie of werkelijkheid? Onteigening: Volledige schadeloosstelling fictie of werkelijkheid? M.S. de Graaf-Kouijzer RT Masteropleiding ASRE-MSRE Begeleider: mr. T. ten Have RT 31 januari 2006 Voorwoord Voor u ligt de Master Thesis

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management

Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Algemene Voorwaarden het Perspectief, financieel & strategisch management Artikel 1 Definities 1. In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij

Nadere informatie

MODEL HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 230a BW

MODEL HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 230a BW MODEL HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 230a BW door de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) op 30-1-2015 vastgesteld en tevens gepubliceerd op de website www.roz.nl.

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

mr. Beutener en mr. Staal hebben ieder hun eigen algemene voorwaarden die zijn te raadplegen op de website www.beutenerstaal.nl.

mr. Beutener en mr. Staal hebben ieder hun eigen algemene voorwaarden die zijn te raadplegen op de website www.beutenerstaal.nl. Algemene voorwaarden van mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat Artikel 1 Algemeen Beutener Staal advocaten is een kantoorcombinatie, geen maatschap, tussen mr. M.B.W.G. Beutener, gevestigd in Deventer, en mr.

Nadere informatie

Klachtenreglement klachtencommissie Zorg voor Intermetzo

Klachtenreglement klachtencommissie Zorg voor Intermetzo Soort document Doel Doelgroep Reglement Het klachtenreglement beschrijft de werkwijze van de klachtencommissie. Leden van de klachtencommissie Zorg, ambtelijk secretaris, klager, klachtenfunctionaris en

Nadere informatie

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. ingediend door: i n d e k l a c h t nr. 054.01 hierna te noemen 'klager tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 5: TAXATIE, VOORDEELVERREKENING EN SCHADE ANDERSZINS VERZEKERD (SLOT)

PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 5: TAXATIE, VOORDEELVERREKENING EN SCHADE ANDERSZINS VERZEKERD (SLOT) PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 5: TAXATIE, VOORDEELVERREKENING EN SCHADE ANDERSZINS VERZEKERD (SLOT) In deze Nieuwsbrief de laatste aflevering van onze serie van planschadespecials. Als vaste planschadecommissie

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht. »Samenvatting

JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht. »Samenvatting JA 2013/187 Deelgeschil, Proceskosten, Voorlopig deskundigenbericht Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:RBNHO:2013:6863 Aflevering 2013 afl. 10 Rubriek College Deelgeschillen Datum 25 juli 2013 Rechtbank Noord-Holland

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 11-46tus RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Taxatie. Summiere onderbouwing van vastgestelde waarden. Taxateurs opgedragen met

Nadere informatie

Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade. Datum 10 oktober 2014

Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade. Datum 10 oktober 2014 Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade Datum 10 oktober 2014 Inleiding Burgers, bedrijven en organisaties kunnen door het optreden van de overheid tijdelijk of blijvend nadeel

Nadere informatie

Raad van Toezicht Oost van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM

Raad van Toezicht Oost van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM Eigen belang. Makelaar koopt zelf. Klager was geïnteresseerd in een woning die beklaagde in verkoop had. Uiteindelijk heeft klager een eindbod uitgebracht van EUR 228.000,-- onder voorwaarde van financiering

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 128.01 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

ons kenmerk bijlage(n) datum 08.5550 RK 21 november 2008

ons kenmerk bijlage(n) datum 08.5550 RK 21 november 2008 Nyenrode Real Estate Center de heer prof.dr. T.M. Berkhout MRE MRICS de heer prof.dr. A.C. Hordijk Straatweg 25 3621 BG Breukelen ons kenmerk bijlage(n) datum 08.5550 RK 21 november 2008 betreft: Reactie

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012)

ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) ALGEMENE VOORWAARDEN PROPTIMIZE NEDERLAND B.V. (versie oktober 2012) 1. Definities 1.1 In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder: Opdracht : a) De overeenkomst waarbij Opdrachtnemer hetzij alleen

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 184 d.d. 3 augustus 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER

ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER 1. Algemeen 1.1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op eenieder die een beroep doet op de dienstverlening van de Stichting Rechtswinkel

Nadere informatie

Herzien rapport. Afspraak is afspraak? Rapport over een onderzoek naar de nakoming van een contract door de provincie Groningen

Herzien rapport. Afspraak is afspraak? Rapport over een onderzoek naar de nakoming van een contract door de provincie Groningen Herzien rapport Afspraak is afspraak? Rapport over een onderzoek naar de nakoming van een contract door de provincie Groningen Datum: 23 februari 2015 Rapportnummer: 2014/151 2 WAT IS DE KLACHT? Ten behoeve

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011)

ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011) ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011) ARTIKEL 1 - ALGEMEEN 1. In deze algemene voorwaarden worden de volgende definities verstaan: a: CuroJustitia: ook genoemd als "CuroJustitia

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Procedures tegen nieuwe 380 kv-hoogspanningsverbindingen van TenneT

Procedures tegen nieuwe 380 kv-hoogspanningsverbindingen van TenneT Procedures tegen nieuwe 380 kv-hoogspanningsverbindingen van TenneT Inleiding TenneT is bezig om dwars door Nederland verschillende nieuwe 380 kvhoogspanningsverbindingen te realiseren. Eigenaren, pachters,

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168

zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168 vonnis RECHTBANK S-GRAVENHAGE Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 319584 / KG ZA 08-1168 Vonnis in kort geding van in de zaak van de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSE VERENIGING EERSTE HULP BIJ

Nadere informatie

MODEL HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW

MODEL HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW MODEL HUUROVEREENKOMST WINKELRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW door de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) op 17 september 2012 vastgesteld en tevens gepubliceerd op de website

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-310 d.d. 27 oktober 2015 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering,

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie