Gecoördineerde politieverordening met betrekking tot het strand en duin

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gecoördineerde politieverordening met betrekking tot het strand en duin"

Transcriptie

1 Gecoördineerde politieverordening met betrekking tot het strand en duin DEEL A. ALGEMENE BEPALINGEN Art. 1. Definities. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder: 1 Strand: de uit zand bestaande zeeoever, welke gelegen is tussen de laagwaterlijn en de zeedijkconstructie of, bij afwezigheid van een zeedijkconstructie, tussen de laagwaterlijn en de duinvoet. 2 Duin: heuvel van fijn zand door de wind samengestoven, gelegen in rijen langs de zee al dan niet aangesloten bij het strand. 3 Hoogwaterlijn: waterlijn die de uiterste grens van de hoogste waterstand op het ogenblik dat de vloed het hoogst is weergeeft. 4 Laagwaterlijn: de nullijn zoals deze op de op grote schaal uitgevoerde Belgische zeekaarten is aangebracht. 5 Waterlijn: lijn die de actuele stand van het water aangeeft en gesitueerd is binnen de hoogwaterlijn en de laagwaterlijn. 6 Vergunning: een eenzijdige schriftelijke toestemming van de Burgemeester, het college van Burgemeester en Schepenen of het Vlaamse Gewest op naam van de aanvrager, die niet kan worden overgedragen aan derde personen, fysische of rechtspersonen, noch geheel of gedeeltelijk, noch voor een bepaalde duur, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Deze vergunning is precair wat wil zeggen dat de vergunning kan worden ingetrokken na een gemotiveerde beslissing. 7 Concessie: overeenkomst waarbij het college van Burgemeester en Schepenen of het Vlaamse Gewest aan een aanvrager een toestemming verleent, welke in principe niet kan overgedragen worden, noch geheel of gedeeltelijk, noch voor een bepaalde duur, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Deze concessie is precair wat wil zeggen dat zij kan ingetrokken worden na gemotiveerde beslissing. 8 Baden: het zich hoger dan kniehoogte begeven in het water. 9 Vaartuig: elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer of verplaatsing te water met uitzondering van tuigen voor strandvermaak, zoals hieronder gedefiniëerd. 10 Body- of waveboarden: zich, liggend of zittend op een plank, voortbewegen op de golven van de branding. 11 Brandingskajakken: door middel van een kajak zich voortbewegen in de branding.

2 12 Brandingsraften: door middel van een raft (vlot) zich voortbewegen in de branding. 13 Kajak: pleziervaartuig met één of meer nauwe opening(en) in het bovenvlak die nauwkeurig om het middel van de inzittende perso(o)n(en) sluit en met peddels voortbewogen wordt. 14 Kajakken: zich voortbewegen in een kajak. 15 Kano: pleziervaartuig met een opening in het bovenvlak dat voortbewogen wordt met steekpaddel(s). 16 Kanoën: zich voortbewegen in een kano. 17 Kitebuggy: een buggy bestemd om te rijden op het strand, die bediend wordt met een vlieger (kite). 18 Landboard (of speedsail): een plank op wielen voorzien van een mast, zeil, giek of voorzien van een vlieger die in staande positie wordt bestuurd op het strand. 19 Pedalo: hydrocycle of waterfiets. 20 a Kitesurfen of plankvliegeren : onder invloed van de wind, zich voort bewegen op het water, door middel van een plank, voorzien van een vlieger of kite. 20 b Powerkiten of powervliegeren: het bestuurbaar vliegeren met 2 touwen. 20 c Kiteboarden: powervliegeren maar dan met plank. 20 d Catakiten: onder invloed van de wind, zich voort bewegen op het water, door middel van een catamaran, voorzien van een vlieger of kite. 21 Plankzeilen of windsurfen: onder invloed van de wind, zich voortbewegen op het water door middel van een plank, voorzien van een zeil vastgehecht aan een verticaal geplaatste mast. 22 Roeiboot: boot welke wordt voortbewogen door roeiriemen. 23 Roeien: varen met een roeiboot. 24 Skimboarden: zich, staande op een plank, laten glijden over een dun laagje water beneden de branding. 25 Strandvisserij: het vissen op het strand door middel van kordelen, haken, warrel- of stelnetten, verankerd in het strand. 26 Surfriding: zich, staande of zittend op een plank, voortbewegen op de golven van de branding. 27 Tuig voor strandvermaak: toestel welke de strandrecreant bij het spelen op het strand gebruikt (vb. luchtmatrassen, plastieken bootjes, strandballen, emmertjes, enz..), alsook bodyboard of waveboard, board voor surfriding, skimboard en waveski. 28 Waveskiën: zich zittend op een volledig gesloten kajak al peddelend voortbewegen. pagina 2 van 14

3 29 Zeilwagen: elk voertuig op wielen, bestemd om te rijden op het strand, met een vaste mast, voorzien van een zeil, dat enkel voortgedreven wordt door de wind en bestuurd door een piloot. 30 Rijdier: elk paard of ander dier gebruikt om bereden te worden. 31 Korte leiband: een leiband met een maximale lengte van 1 meter. 32 Verbodsbord: een wit cirkelvormig bord met rode band, al dan niet voorzien van een figuur. 33 Gebodsbord: een blauw cirkelvormig bord al dan niet voorzien van een figuur. 34 Rijwiel: een fiets, een driewieler, een vierwieler, die door middel van pedalen door één of meer van zijn berijders wordt voortbewogen en niet met een motor is uitgerust. 35 Motorvoertuigen: elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden. 36 Strandhoofd: kustverdedigingsconstructie door de mens gemaakt, bestaande uit een dwarse structuur op het strand en die reikt tot op de onderwateroever en die in principe bestemd is tot het bedwingen van erosieve tijstromingen. 37 Golfbreker: kustverdedigingsconctructie door de mens gemaakt, bestaande uit een dwarse structuur op het strand en die reikt tot op de onderwateroever en die in principe bestemd is tot het bedwingen van erosieve tijstromingen. 38 Bevoegde personen: personen die bevoegd zijn om inbreuken vast te stellen op dit reglement. 39 insteekzone: de zone tot 200 meter buiten de laagwaterlijn waar hogervernoemde activiteiten kunnen beoefend worden vanaf een bepaald gedeelte vanaf het strand, of waar vaartuigen vanaf dit gedeelte van het strand in zee kunnen steken. (de plaats van de insteekzone en het type van de activiteit die in een insteekzone mogelijk is, wordt voor elke kustgemeente nader bepaald in de strandconcessies). 40 Lanceerzone : zone in de insteekzone om plankvliegers te lanceren vanaf het strand, of finaal te laten landen. 41 Bufferzone: gedeelte tussen een bewaakte badzone en een insteekzone waar geen enkele activiteit mogelijk is. 42 Bewaking van watersporters : toezicht houden op de (veiligheid van) watersporters. 43 Reddingen van watersporters : watersporters in moeilijkheden hulp bieden. Art. 2. Het is verboden de goede zeden, orde of rust te storen op zee, op het strand of in de duinen door zich te kleden, een houding aan te nemen of gedragingen te hebben die in strijd zijn met de algemeen geldende regelen van fatsoen of eerbaarheid. Art. 3. Elke activiteit op het strand of in de duinen, die hetzij openbare overlast veroorzaakt, hetzij de openbare orde kan verstoren, is verboden. Art. 4. Het overnachten op het strand en in de duinen is verboden, behoudens bijzondere schriftelijke toelating van het college van Burgemeester en Schepenen. pagina 3 van 14

4 Art. 5. Het is verboden het strand, strandwater, de zee en de duinen op eender welke wijze te bevuilen. Afval dient verwijderd te worden. Art. 6. De strandgebruikers moeten de bevelen van de bevoegde personen volgen. Art. 7. Op aangeven of bevel van de bevoegde personen is het verboden zich op de golfbrekers of strandhoofden te begeven. Art. 8. Het inrichten van wedstrijden van onder andere de hierna opgesomde sporten zijn onderworpen aan voorafgaandelijke toelating van het college van Burgemeester en Schepenen. DEEL B. ACTIVITEITEN OP HET STRAND EN/OF IN DE DUINEN Hoofdstuk I: Zeilwagens, kitebuggy s en landboarden. Art. 9. Zeilwagenrijden, kitebuggy-en en landboarden kunnen slechts worden beoefend in de daartoe voorziene zones op het strand aangeduid door het gemeentebestuur in akkoord met de afdeling Kust van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, en op de daartoe voorziene tijdstippen bepaald door het gemeentebestuur. Deze zones worden in bijlage gevoegd bij dit Besluit. Art De zeilwagenrijders, kitebuggy ers en landboarders moeten minstens verzekerd zijn voor wat betreft de burgerlijke aansprakelijkheid en volgens de normen die de landelijke federatie volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2002 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, moet afsluiten ter bescherming van haar leden. De rijders moeten in staat zijn alle nodige handelingen te verrichten om de zeilwagen, kitebuggy of landboard meester te blijven of ze dienen zich hiertoe te laten bijstaan. 2. Alle zeilwagens, kitebuggy s en landboards moeten aan beide zijden van het zeil of op de vlieger (kite) een nummer of kenteken dragen. Art. 11. Alle deelnemers van officiële wedstrijden moeten over een koerslicentie beschikken van de bevoegde Federatie. Art. 12. Enkel zeilwagens moeten voorzien zijn van een rem. Hoofdstuk II. Tenten, constructies en nivelleringen. Art Het is verboden om op het strand en in de duinen tenten en/of andere constructies te plaatsen, behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het college van Burgemeester en Schepenen. 2. Op het strand en in de duinen is het verboden putten te graven of niveauveranderingen uit te voeren die een gevaar kunnen opleveren voor zichzelf of voor anderen. Hoofdstuk III. Voertuigen. Art. 14. Alle toegang met rijwielen en motorvoertuigen op het strand en in de duinen is verboden. Dit verbod geldt niet voor a. de voertuigen of rijwielen van de politie-, gemeente-, strandreddings- en hulpdiensten of voertuigen of rijwielen van, of in opdracht van bevoegde diensten; pagina 4 van 14

5 b. de voertuigen gebruikt voor het plaatsen en weghalen van strandcabines, mits voorafgaande en schriftelijke toelating door de Burgemeester; c. voertuigen of rijwielen van bijzondere personen, mits voorafgaande en schriftelijke toelating door de Burgemeester; d. eventuele wedstrijden die door de voorafgaande en schriftelijke toelating van de Burgemeester op het strand of in de duinen zouden worden toegelaten; e. voertuigen gebruikt voor het in en uit zee trekken van pleziervaartuigen ter hoogte van de daartoe voorziene zone; f. rijwielen op de daartoe voorziene paden en aldus gesignaleerd. Hoofdstuk IV. Strandvisserij. Art. 15. Onverminderd het bepaalde in art en art van dit besluit, kan strandvisserij slechts in de daartoe voorziene zones op het strand aangeduid door het gemeentebestuur in akkoord met de afdeling Kust van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Deze zones worden in bijlage gevoegd bij dit Besluit. Art 16. Het strandvissen kan slechts plaatshebben buiten het badseizoen. Art Het plaatsen van strandtuigen cfr art.1 25 (palen, ankertuigen) en netten is verboden in de zones voor vaartuigen zoals bepaald in art.40 en art. 48 van dit besluit. 2. Buiten de zones vermeld in 1, moet het plaatsen van de netten en gebeurlijk bijhorende staken of ankertuigen zo gebeuren dat ze geen gevaar vormen voor vaartuigen en strandgebruikers, en vaartuigen van overheden niet mogen hinderen bij het uitoefenen van hun activiteiten. Art. 18. De netten moeten identificeerbaar zijn zodat de eigenaar of plaatser ervan kan opgespoord worden. De netten en staken of ankertuigen die voor strandvisserij worden gebruikt moeten gevisualiseerd zijn met gele boeien en een registratienummer dragen. Hoofdstuk V. Hengelen. Art. 19. Hengelen vanop het strand of vanop een kunstwerk kan slechts op plaatsen en tijdstippen bepaald door de gemeente mits voorafgaande toelating van het college van Burgemeester en Schepenen of van de eigenaar van het kunstwerk, zoals in bijlage bij dit reglement gevoegd. Art. 20. De andere strandgebruikers mogen niet gehinderd worden door de activiteit van de hengelaar of diens lijnen of haken. Hoofdstuk VI. Vliegeren en telegeleide tuigen. Art. 21. Het powervliegeren (zie artikel 40 en 43), vliegeren met manueel geleide vliegers met harde punt en telegeleide vliegers of tuigen in en boven de bewaakte badzones tijdens het functioneren van de gemeentelijke strandreddingsdiensten, is verboden. Het is eveneens verboden in de duinen. Art. 22. De bestuurder van de vlieger of telegeleid tuig moet ten allen tijde in staat zijn de controle over zijn vlieger of tuig te behouden en mag de andere strand- of duingebruikers niet hinderen. Hoofdstuk VII. Barbecues. Kampvuren. Vuurwerk. Fuiven. Animatie. pagina 5 van 14

6 Art. 23. Het houden van een barbecue, kampvuur, het afsteken van vuurwerk of het inrichten van fuiven en enige andere animatieactiviteit op het strand of in de duinen wordt verboden, behoudens een voorafgaande en schriftelijke toelating van het college van Burgemeester en Schepenen. DEEL C. BADEN Art. 24. Zones. 1. Het baden en zwemmen in zee is enkel toegelaten op de plaatsen genaamd bewaakte zones als dusdanig op het strand aangeduid bij middel van de borden in art. 24 hierna vermeld en tijdens de uren van bewaking door de redders aan zee. Buiten de bewaakte zones is het verboden in zee te baden of te zwemmen. 2. Bovendien zijn tuigen voor strandvermaak, waaronder bodyboard, waveboard, surfrideboard, skimboard en waveskiën, eveneens toegelaten in de bewaakte zones, onder voorbehoud dat ze geen gevaar betekenen voor de baders, zwemmers en andere strandgebruikers. Het zijn de redder-postoversten en in geval van betwisting de hoofdredders die de tuigen voor strandvermaak al dan niet toelaten. 3. De situering van de bewaakte zones, de openingsperiodes en openingsuren worden elk jaar door het college van Burgemeester en Schepenen vastgesteld. Art. 25. Aanduiding van de bewaakte zones. 1. De bewaakte zones worden cumulatief aangeduid door: a) Een cirkelvormig bord waarop in blauwe letters B met een afbeelding van een reddingsboei en een duikende bader op witte achtergrond met onderaan vermelding van de uren tijdens dewelke de reddingsdienst verzekerd is. b) Door gele bolvormige boeien geplaatst tussen de hoogwaterlijn en de laagwaterlijn (zwemzone). 2. De baders en zwemmers mogen de zwemzone in de richting van het strandhoofd of de onbewaakte zone voor baders niet overschrijden. Art. 26. Aanduiding van de onbewaakte zones. 1. De onbewaakte zones worden aangeduid door een cirkelvormig bord met een rode doorstreepte letter B op witte achtergrond. 2. De onbewaakte zones kunnen mede aangeduid worden door een windzak die zich op het strand bevindt. Hierop treft men hetzelfde pictogram aan als op de borden die een onbewaakte zone aanduiden. Art. 27. Bewaking. 1. De reddingsdienst wordt in de bewaakte zones verzekerd door de redders aan zee. 2. De baders, zwemmers en gebruikers van tuigen voor strandvermaak dienen rekening te houden met de veiligheidsseinen gegeven bij middel van hetzij: een driehoekige vlag van groene kleur; betekenis: baden en zwemmen toegelaten een driehoekige vlag van gele kleur; betekenis: baden en zwemmen gevaarlijk alle opblaasbare drijvende voorwerpen verboden een driehoekige vlag van rode kleur; betekenis: baden en zwemmen verboden 3. De baders, zwemmers en watersporters zijn er toe gehouden strikt de richtlijnen van de redders op te volgen. De richtlijnen worden mondeling gegeven of bij middel van geluidssignalen geblazen op de misthoorn of/en het zwaaien met de rode handvlag. 4. In de bewaakte zones mogen baders en zwemmers en de gebruikers van tuigen voor strandvermaak zich niet verder in zee begeven (zeewaarts) dan de lijn die aangegeven en gevolgd wordt door de heen en weer varende reddingsboten of op aangeven van de redders aan zee. DEEL D. DIEREN pagina 6 van 14

7 Hoofdstuk I. Bepalingen van toepassing op alle dieren (cfr politieverordening omtrent de honden vastgelegd in de gemeenteraad van 23 april 1996). Art. 28. Het is verboden dieren te laten rondzwerven op het strand en in de duinen. Rondzwervende dieren, kwaadaardige of woeste dieren zullen gevangen worden op vordering van de politieambtenaren en overgebracht naar een dierenopvangcentrum. Art. 29. Indien een dier de openbare veiligheid in het gedrang brengt, kunnen de politieambtenaren ambtshalve maatregelen nemen. Art. 30. De eigenaar of begeleider van een dier(en) moet(en) de nodige maatregelen nemen om te vermijden dat hun rondzwervende, kwaadaardige, op hol geslagen of woeste dieren de dood of een verwonding veroorzaken van een persoon of ander dier. Art. 31. Het is verboden om op het strand of in de duinen vogels of andere dieren te voederen. Art. 32. De toegang tot het strand en duinen met andere dieren dan honden en rijdieren is verboden. Een uitzondering hierop kan verkregen worden voor de houders van een vergunning van een toegelaten activiteit of concessie. Hoofdstuk II. Specifieke bepalingen met betrekking tot de honden. Art. 33. Algemene verplichtingen. 1. honden zijn slechts toegelaten op het strand en in de duinen op voorwaarde dat : a) ze voorzien zijn van een halsband en aan de korte leiband worden gehouden; b) een kwaadaardige hond een muilband draagt; c) de eigenaars en/of begeleiders er zorg voor dragen dat zijn/haar hond(en) het strand en de duinen niet bevuil(t)(en) met zijn(hun) uitwerpselen; deze uitwerpselen moeten onmiddellijk verwijderd worden; d) de eigenaar(s) en/of begeleider(s) steeds in het bezit is van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van zijn dier. Het zakje moet voldoende groot zijn om dichtgeknoopt te kunnen worden. Het zakje moet op het eerste verzoek van de bevoegde persoon worden getoond. 2. De verplichtingen vermeld in art. 32 1c gelden niet 1) in de speciaal aangelegde hondentoiletten; 2) voor personen met een handicap die begeleid worden door assistentie- en/of blindengeleidehonden. 3. De verplichtingen vermeld in art a en b gelden niet voor de politieambtenaren en hun hond in uitvoering van de dienst. Art. 34. Toegelaten zones, tijdstippen en personen. 1. In afwijking van art. 32 1a en onverminderd het bepaalde in art b, c, d en 2, 3, mogen honden vrij loslopen op het strand en in het strandwater in de duinen - hetzij binnen de toegelaten zones aangeduid in bijlage bij dit besluit. - hetzij binnen het toegelaten tijdstip, t.t.z. van 15 oktober tot en met 15 maart. 2. Personen die behoren tot de volgende categorieën worden geen beperkingen opgelegd qua tijdstip en toegelaten zone. Het gaat om: 1) personen met een handicap die begeleid worden door assistentie- en/of blindengeleidehonden, pagina 7 van 14

8 2) politieambtenaren met hun politiehond in de uitoefening van hun dienst, 3) aangestelden van een erkende bewakingsonderneming in de uitoefening van een door het gemeentebestuur vergunde bewakingsopdracht met hun waakhond. 3. Verboden zones voor honden worden aangeduid door een cirkelvormig wit bord met rode band, voorzien van het silhouet van een zwarte hond. De toegelaten zones voor honden kunnen worden aangeduid door een cirkelvormig blauw bord voorzien van het silhouet van een witte hond. 4. De begeleider dient steeds zijn hond in bedwang te kunnen houden en te beletten dat de openbare orde op het strand en duin wordt verstoord door zijn hond. Het is verboden honden aan te hitsen, ze niet tegen te houden wanneer ze andere personen aanvallen, hinderen of volgen; het is verboden honden bang of woedend te maken, zelfs als er geen kwaad of schade uit volgt. Hoofdstuk III. Specifieke bepalingen met betrekking tot de rijdieren. Art. 35. Algemene bepalingen. 1. Het paardrijden op het strand van Zeebrugge is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toelating van het college van Burgemeester en Schepenen. 2. Het paardrijden kan enkel gebeuren met een opgezadeld paard, met bit en bereden door één ruiter. 3. Het is verboden op het strand en de duinen een rijdier te laten begeleiden of te laten berijden door een kind jonger dan 14 jaar. Die leeftijd wordt echter teruggebracht op 12 jaar voor de bestuurders van rijdieren, op voorwaarde dat zij begeleid worden door een ruiter die ten minste 21 jaar oud is. 4. Elk bereden paard dat aanwezig is op het strand moet op een steeds zichtbare wijze en aan beide zijden een identificatie, geregistreerd nummer of kenteken dragen. 5. Tegen gebeurlijke ongevallen moeten de eigenaars of uitbaters bij een wettig erkende maatschappij behoorlijk en genoegzaam verzekerd zijn. 6. Begeleiders of ruiters van rijdieren zijn verantwoordelijk voor het opruimen van de uitwerpselen van deze dieren op alle delen van het openbare domein. Art. 36. Plaats en tijdstip. 1. Het verkeer met rijdieren is altijd verboden a) op het strand boven de hoogwaterlijn; b) in de duinen, tenzij op de daartoe aangelegde ruiterpaden. 2. Daarenboven is het verkeer verboden in de periode 15 maart tot 15 oktober, tenzij aangeduid in de zones in bijlage bij dit besluit, en tussen 19u00 en 10u00. Dit verbod wordt aangeduid met het cirkelvormig wit bord met rode rand, voorzien van het silhouet van een zwart paard. Art. 37. Toegang tot het strand. 1. De toegangsplaatsen en wegen tot het strand voor ruiters worden aangeduid in bijlage bij onderhavig besluit. Voor het bereiken van het toegelaten strandgedeelte moeten de ruiters of de begeleiders zich stapvoets via deze wegen begeven. 2. Het betreden van het strand om de waterlijn te bereiken moet stapvoets via dezelfde kortste weg gebeuren. Dat geldt ook voor het verlaten van het strand en/of de waterlijn. Art. 38. Verhuring en concessie. 1. Het verkeer van rijdieren welke op het strand verhuurd worden aan de badgasten, is onderworpen aan een voorafgaandelijke vergunning van het college van Burgemeester en Schepenen. De vergunning moet vertoond worden op vraag van de bevoegde personen. pagina 8 van 14

9 2. De voorschriften voor paarden zijn niet van toepassing wat betreft concessies toegestaan door het Gemeentebestuur voor het verhuren van rijdieren op het strand. Art. 39. De voorschriften voor paarden zijn niet van toepassing op de ruiters van de politie in de oefening van hun functie of de paarden gebruikt bij de paardenvisserij of door paarden bereden door aangestelden van een erkende bewakingsonderneming. DEEL E: VAARTUIGEN Hoofdstuk I. Bepalingen betreffende het plankvliegeren (kitesurfen), plankzeilen (windsurfen), powervliegeren en andere vormen van activiteiten zoals vermeld in de definities bepaald in artikel 1, 10, 20 a, b, c en d, 21, 24 en 26. Art De activiteiten zoals bepaald in dit deel, zijn enkel mogelijk onder de voorwaarden bepaald bij artikel 41 1, 42 2 en bij artikel 44 1, De vlag waarvan de modaliteiten in artikel 42 bepaald worden, is een driehoeksvlag met één uniform silhouet van een watersporter (zie bijlage politieverordening). Art. 41. Insteek-, lanceer- en bufferzones. 1. Het aanvatten en beëindigen van de activiteiten, zoals bepaald in hogervernoemde definities, en voor zover de strandconcessies dit toelaten, zijn enkel mogelijk in de insteekzones. 2. Indien de insteekzones bestemd voor plankvliegeren grenzen aan een bewaakte zone voor baders, dan moet er tussen beide zones een bufferzone van minstens 50 meter vastgelegd worden. 3. De bufferzones worden aangeduid door hoge rode cilindervormige boeien. De insteekzones worden afgebakend, ook in het geval van een strandhoofd, over de ganse lengte, met gele cilindervormige boeien of in geval van een bufferzone door hoge rode cilindervormige boeien. 4. De insteekzones worden gesignaleerd bij het begin en einde van die zones door middel van borden waarop het uniform silhouet voorkomt van een watersporter (zie bijlage politieverordening). 5. In de insteekzones is het verboden te baden en aan strandvisserij te doen. 6. Aan de hoogwaterlijn wordt in de insteekzones een lanceerzone voorzien voor plankvliegers, gemarkeerd met kegels in gele kleur, en waar een informatiebord of 4 kleinere informatieborden op elke hoek van de lanceerzone door het IKWV word(t)en ingeplant. Art. 42. Bewaking en reddingen. 1. De gemeente staat in voor de organisatie van de bewaking en reddingen in de insteekzones. De gemeente bepaalt de modaliteiten en kan evenwel beslissen om de bewakings- en reddingsbevoegdheid bij schriftelijke overeenkomst te delegeren naar de watersportclubs of het IKWV. 2. De activiteiten zoals bepaald in dit deel zijn toegelaten wanneer tegelijkertijd aan volgende voorwaarden is voldaan: - alleen van zonsopgang tot zonsondergang, - als geen rode vlag gehesen wordt, - zee kiezen alleen bij windkracht van minder dan 7 Beaufort, of bij een windsnelheidtot maximum 13,9 meter/seconde. De windsnelheid is raadpleegbaar op grond van een objectief gevalideerd windmeetnetsysteem. 3. Er geldt een waarschuwingsplicht om de beoefenaars van de activiteiten zoals bepaald in dit deel te wijzen op de bewakings- en reddingsactiviteiten wanneer respectievelijk een groene, rode, of geen vlag gehesen wordt. De verantwoordelijke voor de bewaking bepaalt welke vlag er zal gehesen worden. pagina 9 van 14

10 4. Als er geen vlag wordt gehesen, worden geen reddingen en geen bewaking voorzien door IKWV of de watersportclubs zoals gedelegeerd door de gemeente. 5. De groene vlag wordt gehesen wanneer de in 2 opgesomde voorwaarden zijn voldaan, en wanneer in de insteekzone bewaking en reddingen voorzien worden door IKWV of de watersportclubs zoals gedelegeerd door de gemeente. 6. De rode vlag wordt gehesen wanneer in de insteekzone enkel bewaking, maar geen reddingen kunnen verricht worden door IKWV of de watersportclubs zoals gedelegeerd door de gemeente. 7. De personen die instaan om watersporters in moeilijkheden hulp te bieden dienen in het bezit te zijn van een specifiek vaar- en reddingsbekwaamheidsattest afgegeven door een erkende watersportfederatie of het IKWV. 8. Het IKWV maant op regelmatige tijdstippen onbevoegden aan om uit bufferzones te gaan. Art. 43. Vaarbewegingen. 1. Plankzeilers, plankvliegers en andere vormen van activiteiten zoals bepaald in dit deel, dienen steeds op een veilige afstand te blijven van strandhoofden en andere kunstwerken. 2. Het op- en neerlaten van de plankvlieger moet gebeuren in de lanceerzone, zoals bepaald in artikel In geen geval mag het op- en neerlaten van de vlieger gebeuren waar een vallende vlieger een ernstig en onmiddellijk gevaar voor het publiek kan uitmaken. 3. Het is hen verboden op enigerlei wijze de strandreddingsdiensten of om het even welk vaartuig te hinderen. 4. De beoefenaars van de activiteiten zoals bepaald in dit deel, dienen onmiddellijk de aanmaning en bevelen op te volgen, hen gegeven door de met bewaking belaste personen. 5. De plankvliegers zijn verplicht minstens de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften voor het plankvliegeren, op het vlak van materiaal, gedragsregels en vaardigheden, opgesteld door of in samenspraak met Vlaamse Yachting Federatie (VYF) of de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) in acht te nemen. Die voorschriften worden aan de plankvliegers kenbaar gemaakt in, aan of in de nabijheid van het lokaal van de watersportclub of het redderslokaal bij de zone van vertrek. Art. 44. Uitrusting, meldingsplicht, bekwaamheid. 1. Plankzeilers en plankvliegers moeten een isothermisch pak in goede staat dragen, en voorzien van twee waterdichte verpakte handstakellichten. De vlieger moet voorzien zijn van een snel ontkoppelingssysteem (quick release) en een veiligheidsverbinding (kiteleash) tussen vliegeraar en vlieger. Een helm is verplicht indien een verbinding plankvliegeraar (boardleash) gebruikt wordt. Een helm dragen is verplicht voor cursisten. 2. Iedere beoefenaar van het plank- en powervliegeren dient : een genummerde lycra van de watersportclub te dragen waarvan het eerste kengetal refereert naar de kustgemeente. De watersportclubs leggen een genummerde lijst aan met de namen van de beoefenaars van het plank- en powervliegeren. Wie geen lycra heeft, dient zich vooraf te melden bij de plaatselijke watersportclubverantwoordelijke wanneer de watersportclub in het jaar open is. De lycra geldt als bewijs van de club dat betrokkene in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs dat aantoont dat betrokkene voldoende bekwaam is om deze sport veilig te beoefenen, en akkoord gaat met de reglementering ter zake en het charter van de club. Personen met kitebekwaamheidsbewijs dragen een gele lycra. Personen die nog geen kitebekwaamheidsbewijs gekregen hebben, dragen een rode lycra en een helm. pagina 10 van 14

11 een talis aan de trapeze te hechten. De talis vermeldt het jaartal waarin het kitesurfen beoefend kan worden, en geldt als bewijs van verzekering. Het kitebekwaamheidsbewijs. Het kitebekwaamheidsbewijs wordt afgegeven door een erkend lesgever die in het bezit is van een erkend lesgeversdiploma (vlaamse trainerschool of international kiteboardingorganisation). Het kitebekwaamheidsbewijs vermeldt de naam, de bekwaamheid, de erkenning door BLOSO of ISSA, en de naam van de persoon die het kitebekwaamheidsbewijs heeft afgegeven. Hoofdstuk II. Bepalingen betreffende de vaartuigen zonder zeil of zonder motor andere dan diegene vermeld onder hoofdstuk I. Art. 45. Zones en signalisatie. 1. Het varen met de kajak, kano, brandingskajak, brandingsraft, pedalo en het roeien zijn enkel toegelaten in de daartoe vastgelegde zones bepaald in de bijlage van deze politieverordening. Deze zones worden door boeien afgebakend. 2. Onverminderd hetgeen bepaald is in het deel over baden kunnen het beoefenen van de bodyboard, waveboard, board voor surfriding, skimboard en waveski eveneens in deze zones worden uitgeoefend op voorwaarde dat er bewaking aanwezig is. Art. 46. Periodes. Het varen met de kajak, kano, brandingskajak, brandingsraft, pedalo en het roeien is enkel toegelaten tussen zonsopgang tot zonsondergang bij helder weer tot windkracht 3 Beaufort (vanuit zee waaiend) of 4 beaufort (vanuit land waaiend). tijdens de bewakingsuren. Uitzonderingen op deze bepalingen zijn mogelijk naar aanleiding van vergunde georganiseerde wedstrijden of cursussen op expliciete machtiging. Art. 47. Vaarbewegingen. De beoefenaars van het kajakken, kanoën, brandingskajakken, brandingsraften, pedaloën en de roeiers dienen onmiddellijk de aanmaningen en bevelen op te volgen van de bevoegde personen. Art. 48. Uitrusting. De kano s en kajakken moeten uitgerust zijn met de voorzieningen zoals omschreven in het K.B. van 15 maart 1966 betreffende de vlaggebrieven en de uitrusting van pleziervaartuigen. Hoofdstuk III. Bepalingen betreffende de vaartuigen onder zeil of met motor voor het beoefenen van de watersport of de sportvisserij. Art. 49. Zones en signalisatie. 1. Vaartuigen onder zeil of met motor zijn enkel toegelaten in de daartoe vastgelegde zones bepaald in de bijlage van deze politieverordening. 2. Jetski s, jetskooters, waterskooters, andere jet- of luchtkussentuigen zijn verboden vanaf het strand, behoudens deze die voor doeleinden van algemeen belang door de bevoegde overheid of in opdracht van de bevoegde overheid worden gebruikt. 3. In de zones voorbehouden voor vaartuigen onder zeil of met motor is het verboden te baden, strandvisserij of andere activiteiten van strandrecreatie uit te oefenen. 4. Onverminderd hetgeen bepaald is in het deel over baden kunnen het varen met de bodyboard, waveboard, board voor surfriding, skimboard en het waveskiën evenwel in deze zones worden uitgeoefend op voorwaarde dat er bewaking aanwezig is. Plankzeilen en Plankvliegeren kunnen eveneens in deze zones, op voorwaarde van bewaking. pagina 11 van 14

12 Art. 50. Bewaking. 1. De zones voor vaartuigen onder zeil of met motor worden bewaakt door de personen belast met toezicht door een bij de Vlaamse Yachting Federatie (VYF) of de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) aangestelde sportclub of een door de gemeente aangestelde club. 2. Het varen met motor of onder zeil is enkel toegelaten van zonsopgang tot zonsondergang; bij helder weer; tot windkracht 3 Beaufort (vanuit zee waaiend) of 4 beaufort (vanuit land waaiend); tijdens de bewakingsuren. Deze bepaling is niet van toepassing bij vergunde georganiseerde wedstrijden of zeilcursussen. 3. Tijdens de bewakingsuren wordt een verbod tot varen met motor of zeil kenbaar gemaakt door een figuur bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere. Art. 51. Vaarbewegingen en uitrusting. 1. Vaartuigen met motor of onder zeil dienen op veilige afstand te blijven van strandhoofden en andere kunstwerken. 2. Het is hen verboden op enigerlei wijze de strandreddingsdiensten of het normale strandverkeer te hinderen. 3. Zij dienen onmiddellijk de aanmaningen en bevelen op te volgen hen gegeven door de strandredders of de personen belast met het toezicht door een bij de Vlaamse Yachting Federatie (VYF), de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) aangesloten club of bevoegde personen. 4. Vaartuigen met motor of zeil moeten zeewaardig zijn en uitgerust zijn met de voorzieningen zoals omschreven in het K.B. van 15 maart 1966 betreffende de vlaggebrieven en de uitrusting van pleziervaartuigen, zoals gewijzigd, en voldoen aan de bepalingen van het K.B. van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, zoals gewijzigd, inzoverre zij onder toepassing van voormelde K.B s vallen. 5. Alle opvarenden van vaartuigen met motor of zeil dienen een reddingsgordel te dragen en minstens één opvarende moet de nodige ondervinding hebben en getuigen van goed zeemanschap. DEEL F: STRANDCABINES Art Het is verboden om strandcabines te plaatsen zonder voorafgaande vergunning vanwege het college van Burgemeester en Schepenen. Enkel de eigenaar van een strandcabine kan die vergunning bekomen. Zij is persoonlijk en niet overdraagbaar. 2. Aanvragen dienen schriftelijk te gebeuren vóór 1 februari. De vergunning geldt voor dat jaar, met dien verstande dat het opstellen van de strandcabines moet gebeuren tussen 1 april en 31 mei en dat zij tussen 1 september en 15 oktober weer verwijderd moeten worden. 3. De vergunning is door de aanvrager pas definitief bekomen mits en na betaling van de verschuldigde gemeentebelasting (zie afzonderlijke belastingverordening). 4. Bij niet plaatsen vóór 1 juni vervalt, behoudens overmacht, de voor dat jaar verleende vergunning. Art De opstelling van de strandcabines gebeurt in de zones aangeduid op bijgevoegd plan. Daarbij betekent "in blok" plaatsing evenwijdig aan de zeedijk van west naar oost, "voor blok" plaatsing haaks op de zeedijk van de dijk naar de zee. pagina 12 van 14

13 In blok kunnen maximaal tien cabines worden geplaatst. Voor blok kunnen drie tot maximaal acht cabines per groep worden geplaatst. Tussen de blokken, resp. groepen blijft een open doorgangsruimte van minstens 2,25 m behouden. 2. De vergunninghouder plaatst zijn strandcabine(s) in het hem toegewezen blok. Binnen het blok worden de strandcabines aaneensluitend geplaatst, de eerst geplaatste strandcabine tegenaan het betonnen paaltje met het bloknummer. 3. De plaatsing gebeurt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. Hij moet o.m. ook de nodige maatregelen nemen om het uitkuilen van het zand onder de strandcabine(s) tegen te gaan. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstal of schade in, aan of door de strandcabines, welke ook de oorzaak mag zijn. Art De strandcabines zijn wit geschilderd, uit hout vervaardigd en voorzien van een lessenaarsdak met een zinken dakbekleding. De maximum afmetingen zijn 2 x 2 meter; de maximum hoogte 2,5 meter. 2. De strandcabines moeten aan de buitenzijde in de rechterbovenhoek voorzien zijn van het identificatieplaatje dat het stadsbestuur met de vergunning ter beschikking stelt. 3. Alle publiciteit op de strandcabines, zelfs berichten voor verhuring, is verboden. Art Strandcabines die geplaatst zijn zonder vergunning, niet in overeenstemming zijn met de voorschriften van deze verordening, zich in verwaarloosde staat bevinden of het algemeen uitzicht schaden, moeten op eerste mondelinge of schriftelijke aanmaning verwijderd worden. 2. Bij weigering of nalaten om aan die aanmaning gevolg te geven, worden zij door het stadsbestuur ambtshalve verwijderd op kosten en risico van de overtreder. Onverminderd de straffen bepaald in onderhavige verordening. DEEL G. SANCTIES Art Tenzij de wetgeving of andere reglementeringen sancties voorzien, worden overtredingen van deze verordening gestraft met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen en/of een strafrechtelijke geldboete van één tot vijfentwintig euro. 2. Benevens de straf wordt de bijzondere verbeurdverklaring uitgesproken van de voorwerpen welke gediend hebben tot het plegen van de overtreding, wanneer zij eigendom zijn van de veroordeelde. DEEL H. OPHEFFINGSBEPALINGEN Opgeheven worden: - politieverordening op de toegang tot strand en duinen dd. 15 mei 1984; - politieverordening betreffende het plankzeilen vanaf het strand te Zeebrugge dd. 24 juni 1986; - de politieverordening op de zeebaden dd. 17 november 1972 (gewijzigd 27 mei 1974 en 26 mei 1975). pagina 13 van 14

14 BIJLAGE: ZONES 1. Zone voor het gebruik van Zeilwagens, kitebuggy s en landboarden: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) 2. Zone voor strandvisserij: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) 3. Zone voor hengelen: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) 4. Zone voor vliegers en telegeleide tuigen: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) 5. Zone voor baden: over een afstand van 500 meter in de strandconcessie van Brugge gaande van de Harwichstraat tot ongeveer 250 meter voorbij de Londenstraat richting Blankenberge (zie plan 2) 6. Zone voor plankvliegeren (kitesurfen), plankzeilen (windsurfen) en andere vormen van surfen: over een afstand van 200 meter in de strandconcessie van Brugge gaande van 30 meter (buffer- en veiligheidszone) van het einde van de badzone tot het begin van de duinen richting Blankenberge (zie plan 3) 7. Zone voor gebruik van vaartuigen zonder zeil of zonder motor: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) 8. Zone voor gebruik van vaartuigen onder zeil of met motor: vanaf het einde van de surfzone tot de grens met Blankenberge (zie plan 1) pagina 14 van 14

10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid 10 APRIL 1990. - Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied. Artikel 1. 1. In de zin van deze wet wordt als bewakingsonderneming beschouwd, elke rechtspersoon

Nadere informatie

Decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies [zoals gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 8 juli 2011]

Decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies [zoals gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 8 juli 2011] Decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies [zoals gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 8 juli 2011] Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen

Nadere informatie

2. De straffen die de gemeenteraad bepaalt, mogen de politiestraffen niet te boven gaan.

2. De straffen die de gemeenteraad bepaalt, mogen de politiestraffen niet te boven gaan. Gecoördineerde regelgeving Nieuwe Gemeentewet Artikel 119bis, Nieuwe Gemeenwet 1. De gemeenteraad kan straffen of administratieve sancties bepalen voor overtredingen van zijn reglementen of verordeningen,

Nadere informatie

OFFICIEUZE COÖRDINATIE

OFFICIEUZE COÖRDINATIE OFFICIEUZE COÖRDINATIE VAN DE WET VAN 15 DECEMBER 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen 26/03/2015-1 - EERSTE TITEL ALGEMENE BEPALINGEN

Nadere informatie

Huurovereenkomst woning bestemd tot hoofdverblijfplaats... wonende te.. WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

Huurovereenkomst woning bestemd tot hoofdverblijfplaats... wonende te.. WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT: Huurovereenkomst woning bestemd tot hoofdverblijfplaats Tussen de ondergetekenden:. wonende te.. hierna genoemd: de verhuurder EN. wonende te.. hierna genoemd: de huurder WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

Nadere informatie

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens

Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens Gecoördineerde versie, zoals laatst gewijzigd door de wet van 11 december 1998,

Nadere informatie

VOORWAARDEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR EEN BROMFIETS CERTIFICAAT. De complete leerstof voor het bromfietscertificaat SAMENVATTING

VOORWAARDEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR EEN BROMFIETS CERTIFICAAT. De complete leerstof voor het bromfietscertificaat SAMENVATTING VOORWAARDEN OM IN AANMERKING TE KOMEN VOOR EEN BROMFIETS CERTIFICAAT 1. Tenminste 16 jaar oud zijn. 2. Een medische verklaring overleggen, strekkende tot het in staat zijn om een bromfiets te mogen besturen.

Nadere informatie

Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd

Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd Openstelling voor ondertekening 12-8-1949; Genève Ondertekening voor Koninkrijk der Nederlanden 8-12-1949 - Koninkrijk der

Nadere informatie

GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE DE NIET-GEKLASSEERDE WATERLOPEN

GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE DE NIET-GEKLASSEERDE WATERLOPEN GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE DE NIET-GEKLASSEERDE WATERLOPEN Hoofstuk I: Instandhouding en onderhoud van niet-geklasseerde onbevaarbare waterlopen. Artikel 1. In onderhavig reglement wordt verstaan

Nadere informatie

Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI)*

Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI)* Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI)* * Aangenomen door de gezamenlijk door de CCR, de Donaucommissie en de ECE/VN georganiseerde Diplomatieke

Nadere informatie

Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. (B.S., 19 augustus 1997)

Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode. (B.S., 19 augustus 1997) Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode (B.S., 19 augustus 1997) Gewijzigd bij: * Decr. 17 maart 1998, B.S. 17 april 1998 wijzig de artikelen 30, 34, 42,75 en 103 * Decr. 18 mei 1999, B.S,

Nadere informatie

De huurwet. de editie - MAART 2013

De huurwet. de editie - MAART 2013 De huurwet 14 de editie - MAART 2013 o Voorwoord Vele burgers huren een woning. Met de eigenaar van de woning wordt dan een huurovereenkomst gesloten. In die overeenkomst staan de rechten en plichten van

Nadere informatie

REGELS VAN HET VOETBALSPEL

REGELS VAN HET VOETBALSPEL REGELS VAN HET VOETBALSPEL 2012-2013 3 OPMERKINGEN BIJ DE SPELREGELS Wijzigingen Behoudens de goedkeuring van de betrokken nationale bond en vooropgesteld dat de principes van deze Regels onaangetast

Nadere informatie

Eerbiediging van het privéleven op het werk. www.aclvb.be

Eerbiediging van het privéleven op het werk. www.aclvb.be Eerbiediging van het privéleven op het werk www.aclvb.be V.U.: Jan Vercamst, Koning Albertlaan 95, 9000 Gent Inhoud Inleiding basisbeginselen...6 I Bescherming van persoonsgegevens...7 1. Begrip persoonsgegevens...7

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer

Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, artikel 20

Nadere informatie

De pleziervaart op de bevaarbare waterwegen in Vlaanderen

De pleziervaart op de bevaarbare waterwegen in Vlaanderen weg van water copyright Promotie Binnenvaart Vlaanderen De pleziervaart op de bevaarbare waterwegen in Vlaanderen Samenstelling Waterwegen en Zeekanaal NV Afdeling Coördinatie Verantwoordelijke uitgever

Nadere informatie

SpelregelS veldvoetbal

SpelregelS veldvoetbal SpelregelS veldvoetbal uitgave juli 2011 knvb.nl Spelregels veldvoetbal Nederlandse uitgave Laws of the Game 2011-2012 Uitgave juli 2011 Opmerkingen bij de spelregels Opmerkingen bij de spelregels Aanpassingen

Nadere informatie

Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland

Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland Verkeersborden en Verkeersregels in Nederland Noot Deze uitgave is een verkorte populaire versie voor instructief gebruik. Door de verkorting en de tekst aanpassingen kan aan dit document geen juridische

Nadere informatie

PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK

PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK PRAKTISCHE HANDLEIDING VOOR HET COMITE VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK Sociale verkiezingen 2008 FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Het Hoofdbestuur van de FOD

Nadere informatie

«GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE GEBOUWEN»

«GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE GEBOUWEN» «GEMEENTELIJK REGLEMENT BETREFFENDE HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE GEBOUWEN» Artikel 1 Principe en Definities Het College van Burgemeester en Schepenen mag, onder de voorwaarden van dit reglement en

Nadere informatie

OMGAAN MET BODEMVONDSTEN OPGRAVINGEN WO I

OMGAAN MET BODEMVONDSTEN OPGRAVINGEN WO I OMGAAN MET BODEMVONDSTEN OPGRAVINGEN WO I Om tegemoet te komen aan de vragen van de gemeentebesturen en politiediensten met betrekking tot opgravingen uit de Eerste Wereldoorlog werd op initiatief van

Nadere informatie

COLOFON. anders dan anders is een geregistreerde en beschermde merknaam van de nv Master Tours.

COLOFON. anders dan anders is een geregistreerde en beschermde merknaam van de nv Master Tours. ALGEMENE VOORWAARDEN Artikel 1 Toepassingsgebied Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de contracten tot reisorganisatie en reisbemiddeling zoals verstaan onder de Belgische wet van 16 februari

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE/ BEDRIJFSRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW

ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE/ BEDRIJFSRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW ALGEMENE BEPALINGEN HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE/ BEDRIJFSRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW Model door de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) in juli 2003 vastgesteld en op

Nadere informatie

Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden zoals gewijzigd door Protocol Nr. 11

Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden zoals gewijzigd door Protocol Nr. 11 Dutch version/version néerlandaise Vertaling Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden zoals gewijzigd door Protocol Nr. 11 met de aanvullende Protocollen Nrs. 1,

Nadere informatie

Gebruik van de infrastructuur van de scholen van Scholengroep 25 Brugge- Oostkust, met uitzondering van de zwembaden.

Gebruik van de infrastructuur van de scholen van Scholengroep 25 Brugge- Oostkust, met uitzondering van de zwembaden. Gebruik van de infrastructuur van de scholen van Scholengroep 25 Brugge- Oostkust, met uitzondering van de zwembaden. (Deze omzendbrief werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de Scholengroep en

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden (AV) van Kan Kwaliteitsverhuizers. De AV bestaat uit 21 artikelen:

Algemene Voorwaarden (AV) van Kan Kwaliteitsverhuizers. De AV bestaat uit 21 artikelen: Algemene Voorwaarden (AV) van Kan Kwaliteitsverhuizers De AV bestaat uit 21 artikelen: 1. Definities 2. Toepasselijkheid 3. De offerte 4. Verzekering inboedel 5. Verhuisprijs 6. De overeenkomst 7. Informatieplicht

Nadere informatie

Inhoudsopgave. AFDELING I - ALGEMENE BEPALINGEN 1. Algemeen 1a. Spirit of Cricket 1b. Verantwoordelijkheid

Inhoudsopgave. AFDELING I - ALGEMENE BEPALINGEN 1. Algemeen 1a. Spirit of Cricket 1b. Verantwoordelijkheid K.N.C.B. TUCHTREGLEMENT 12 april 2015 als bedoeld in artikel 22 van de statuten, vastgesteld bij besluit van de algemene vergadering gehouden te Nieuwegein op 11 april 2015. Inhoudsopgave AFDELING I -

Nadere informatie

WEGCODE FIETSERS EN DE. Fietsers en de wegcode

WEGCODE FIETSERS EN DE. Fietsers en de wegcode Fiets je regelmatig? Wil je voor alledaagse verplaatsingen opnieuw je fiets gebruiken? Wil je meer te weten komen over de verkeersregels voor fietsers? Dan is dit handboek net wat je nodig hebt FIETSERS

Nadere informatie

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten. Nieuw Zeeland Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Nieuwzeeland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met

Nadere informatie

DE BELGISCHE GRONDWET

DE BELGISCHE GRONDWET DE BELGISCHE GRONDWET MEI 2014 KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 2 Juridische Dienst van de Kamer van volksvertegenwoordigers D / 2014 / 4686 / 01 Deze brochure bevat de tekst van de gecoördineerde Grondwet

Nadere informatie