Landmacht cht. Koninklijke. Reserve-personeel en sociale zekerheid

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Landmacht cht. Koninklijke. Reserve-personeel en sociale zekerheid"

Transcriptie

1 Reserve-personeel en sociale zekerheid Financiële gevolgen voor reserve-personeel van ziekte, (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid en invaliditeit ontstaan tijdens verblijf in werkelijke dienst J.A. Pols Korporaal der eerste klasse (R) van het Korps Nationale Reserve Koninklijke Landmacht cht 10210b

2 Opdrachtgever voor het onderzoek waarover dit rapport verslag doet was oorspronkelijk, in 2002 de medezeggenschapscommissie (MC) van 30 NATRES-bataljon. Al kort na aanvang van het onderzoek is dit gekomen onder de gezamenlijke MCs van alle NATRES-bataljons en van de Korpscommandant van het Korps Nationale Reserve, verenigd in het Bronbeek Overleg. De MCs waren in het jaar 2000 bij de NATRES-bataljons opgericht op grond van het Besluit medezeggenschap Defensie. De toenmalige KC KNatres raakte geïnteresseerd in het onderzoek doordat hij bij zijn aantreden in 2000 van C-NATCO de opdracht kreeg om ervoor te zorgen dat de sociale zekerheid van het NATRESpersoneel geregeld werd. Te vaak hoorde C-NATCO klachten over vraagstukken van sociale zekerheid bij bezoeken aan de NATRES. Na presentatie van het tussenrapport NATRES Poortwachter in de Legerraad in 2005 is door die raad verzocht de knelpunten te inventariseren en te komen met aanbevelingen. Meest recentelijk heeft de Hoofddirecteur Personeel gevraagd het rapport uit te breiden tot al het reserve-personeel, ook buiten de NATRES. In 2002, toen het onderzoek begon, was het reservistenbeleid nog gebaseerd op de reservistennota uit ; daardoor was het NATRES-personeel (m/v) het enige vrijwillig dienende reserve-personeel. Deze NATRES-reservisten, hun werkgevers en hun commandanten stelden bij herhaling vast dat de staande organisatie geen afdoende antwoorden kon geven op vragen over de gevolgen van ziekte, arbeidsongeschiktheid en overlijden door de dienst voor dit vrijwillig dienende reserve-personeel. Het is vanuit deze achtergrond dat dit onderzoek is opgestart vanuit de NATRES. De brief Reservistenbeleid uit legt de basis voor het ontstaan van een grotere groep vrijwillig dienende reservisten, circa bij de vier operationele commando s 3. Deze brief introduceerde de begrippen Reservisten Specifieke Deskundigheid (RSD) en Reservisten Militaire Taken (RMT) en kondigde ook aan het intrekken van de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht. Per 2008 is dit intrekken gerealiseerd en is de rechtspositie van de vrijwillig dienende reservist opgenomen in de Militaire Ambtenarenwet Door de nieuwe rechtspositionele structuur is de uitkomst van dit onderzoek nu van belang voor al het reserve-personeel bij de krijgsmacht. Daarbij gaat het over reserve-personeel dat op vrijwillige basis is aangesteld en uitsluitend op vrijwillige basis met (vrijwillige) medewerking van de civiele werkgever in werkelijke dienst komt. In de nieuwe wettelijke opzet komt het onderscheid tussen de categorieën RMT en RSD niet voor; dit onderscheid blijft beperkt tot beleidsdocumenten. Zo ontstaan ook twee nadrukkelijk te onderscheiden opkomstpatronen die wel relevant zijn voor de interpretatie van het toepasselijk recht maar die niet terugkomen in wet- en regelgeving. Die twee patronen zijn: 1) herhaald, kortstondig (vooral O&T, steunverleningen inzet binnenland) en 2) incidenteel, langdurig (onder andere uitzendingen, front fill en back fill). Verdere verwarring over de arbeidsrechtelijke positie van de reservist kan ontstaan doordat er nog (civiele) wet- en regelgeving bestaat met daarin bepalingen voor dienstplichtigen en reservisten. De reservisten uit die teksten zijn echter niet de reservisten van nu. De reservisten (m/v) uit deze oude teksten behoorden verplicht tot het reservepersoneel op grond van de Dienstplichtwet, en niet vrijwillig op grond van de Militaire Ambtenarenwet Kenmerkend voor de wetgeving op het gebied van de sociale zekerheid is dat deze de laatste jaren vaak en ingrijpend wordt gewijzigd. Alle informatie over dit onderwerp is dan ook vluchtig van aard; onderhouden van kennis, per half jaar is een dwingende eis. Voor een juiste beoordeling van dit rapport is dan ook van belang dat de systematische inventarisatie is gestopt rond het einde van het eerste kwartaal van Deel II bevat hoofdlijnen van regelingen en is een geactualiseerde versie van het tussenrapport uit oktober Voor een volledig begrip, en voor toepassing van de onderhavige materie is meer kennis en achtergrondinformatie nodig dan wat in deze publicatie is weergegeven. Eindrapport, oktober Eerdere tussenrapporten: 1 e van 10 september e van 25 februari e van 10 oktober 2005, met de titel NATRES Poortwachter Onderzoeker: J.A. Pols, Korporaal der eerst klasse (R) van het Korps Nationale Reserve (KNatres) Redactie en vormgeving: Ir. B.J. de Waal MBA, Luitenant-kolonel (R) b.d. der Infanterie bij het KNatres , J.A. Pols, Yerseke. Citeren uit deze publicatie is toegestaan, mits met bronvermelding. De meningen en opvattingen die in deze publicatie worden uitgesproken, zijn en blijven voor de verantwoordelijkheid van de auteur. Zij geven niet noodzakelijkerwijs de mening weer van de Minister van Defensie. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. 1 Het reservepersoneel in de professionele krijgsmacht, Kamerstukken II, vergaderjaar , X, nr De nota voorziet in actieve- en afroepreservisten. Dit is verplicht dienend reserve-personeel dat vrijwillig aanvullende verplichtingen op zich neemt. 2 Brief van Staatssecretaris van Defensie aan de Tweede Kamer, Reservistenbeleid, d.d. 20 april Kamerstukken II, vergaderjaar , X, nr Brief van Staatssecretaris van Defensie aan de Tweede Kamer, Reservistennota 2009, d.d. 20 januari 2009, kenmerk P/ Deze nieuwe nota breidt de groep vrijwillig dienend reserve-personeel uit met een Flexpool van 400 arbeidsplaatsen met dezelfde rechtspositie als reserve-personeel dat op functie is geplaatst.

3 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE Managementsamenvatting...1 Inleiding...5 Deel I Knel- en zorgpunten en aanbevelingen Knelpunten en punten van (grote) zorg Inleiding Rechtspositie Organisatie Algemeen Vergelijking met vrijwillige brandweer en -politie Aanbevelingen Deel II Wetten en regelingen Doorbetaling inkomen Ziektewet (ZW) Loondoorbetaling bij ziekte Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) Studenten: Wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten (Wajong) Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL) Pensioenen Arbeidsongeschiktheidspensioen met dienstverband Invaliditeitspensioen (IP) Bijzondere invaliditeitsverhoging (BIV) Garantiepensioen (GP), tot 65 e Totaalbeeld uitkeringen, tot 65 e Invaliditeitspensioen, na 65 e Algemene ouderdomswet (AOW) Militair ouderdomspensioen Pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid (na introductie WIA) Zorg, arbeid en inkomen Wet werk en bijstand (WWB) Wet arbeid en zorg en levensloopregeling (Wazo) Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (REA) Mantelzorg Overige inkomensregelingen Herplaatsingstoelage Suppletie Toeslagenwet (TW) Ziektekosten Zorgverzekeringswet (Zvw) De reservist, de Zvw en de SZVK Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Voorzieningenstelsel militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (VMOD) Overlijden Bijzonder Nabestaandenpensioen Overlijden met dienstverband...47 versie: definitief i

4 Inhoudsopgave 6.3 Voortdurend partner- of wezenpensioen Tijdelijk verhoogd partner- of wezenpensioen Overlijden zonder dienstverband Overlijden zonder dienstverband maar met IP Overlijden zonder dienstverband en zonder IP Eenmalige uitkeringen (AMAR artikel 118a) Overige onderwerpen Wet Inkomstenbelasting 2001 geldend voor aftrekposten jaar Procedures Aanvullende particuliere verzekeringen Wet Ambulancevervoer (WAV) Woon-werkverkeer Front- en back fill Bijlagen bij Deel II Deel III Vrijwillige brandweer en -politie Voorwoord Rechtspositie vrijwillig politieambtenaar Inleiding Dekkingsgebied Aanvullende ziekengeldverzekering vrijwillige politie, en werkgeversvergoeding Oproepen in werkelijke dienst i.v.m. activiteiten rondom ongevalsgebeurtenis Zorgplicht Commentaar op sociale rechtspositie vrijwillig politieambtenaar Algemeen Dekkingsgebied Toekenning bij overlijden met dienstverband Bijzondere Invaliditeitsverhoging (BIV) HIV infectie Whiplash Gliedertaxe en arbeidsongeschiktheidstabel Verschillen in invaliditeits- dan wel arbeidsongeschiktheidspercentages Verschillen in uitkeringspercentages Aanvullende ziekengeldverzekering vrijwillig politieambtenaar, en werkgeversvergoeding Vergoeding kosten geneeskundige behandeling Reis- en verblijfkosten Bij in dienst houden Rechtspositie brandweervrijwilligers Gemeente Sittard-Geleen Algemeen De verzekering Wijzigingen sinds afsluiten onderzoek Rechtspositie brandweervrijwilliger Gemeente Goes Algemeen Verzekering Wijzigingen sinds afsluiten onderzoek Commentaar op sociale rechtspositie brandweervrijwilliger Algemeen Dekkingsgebied Toekenning bij overlijden met dienstverband Bijzondere Invaliditeitsverhoging (BIV) Gliedertaxe en arbeidsongeschiktheidstabel Verschillen in invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidspercentages Verschillen in uitkeringspercentages...88 ii versie: definitief

5 Inhoudsopgave 6.8 Tijdelijke arbeidsongeschiktheid Vergoeding kosten geneeskundige behandeling Omvang dekking aanvullende ziekengeldverzekering brandweervrijwilliger Reis- en verblijfkosten Bij in dienst houden Voornaamste verschillen rechtspositie reservist versus vrijwilligers politie en -brandweer Bijlagen bij Deel III...91 versie: definitief iii

6

7 Management samenvatting MANAGEMENTSAMENVATTING Verantwoording en doelstelling onderzoek Voor U ligt het rapport Reserve-personeel en sociale zekerheid. De ondertitel zegt waar het rapport over gaat: Financiële gevolgen voor reserve-personeel van ziekte, (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid en invaliditeit ontstaan tijdens verblijf in werkelijke dienst. Aan overlijden wordt ook aandacht besteed. Daarbij gaat het over vrijwillig dienend reserve-personeel (m/v), en niet meer over verplicht dienend reserve-personeel (m/v) voortkomende uit de dienstplicht. De aparte positie van de krijgsmacht in onze maatschappij wekt verwachtingen als het gaat om de personeelszorg. De reservemilitair en zijn werkgever gaan er van uit dat bij ziekte of ongeval in militaire dienst (met een militaire oorzaak) er goed voor de reservist wordt gezorgd. De Mission Statement KL zegt immers: Zij staat borg voor een goede personeelszorg. De praktijk van de afgelopen jaren, zeker sinds 1995 is echter dat het reserve-personeel geen duidelijke antwoorden krijgt van Defensie over de financiële gevolgen van ongevallen in dienst. Niet alleen voor de reservemilitairen en hun werkgevers is dit een probleem, ook commandanten en personeelsdiensten ervaren de bestaande onduidelijkheid en onbekendheid als ontoelaatbaar. Vanuit deze achtergrond is in 2002 dit onderzoek gestart op verzoek van de medezeggenschapscommissie (MC) van 30 NATRES-bataljon. Al kort na aanvang is dit onderzoek gebracht onder de gezamenlijke MCs van de vijf NATRES-bataljons en van de Korpscommandant van het Korps Nationale Reserve (KC KNatres), verenigd in het Bronbeek Overleg. De KC KNatres raakte geïnteresseerd in het onderzoek omdat hij bij zijn aantreden in september 2000 van C-NATCO de opdracht had gekregen ervoor te zorgen dat de sociale zekerheid van het NATRES-personeel geregeld werd. Aan dit eindrapport zijn in de jaren 2003 tot en met 2005 een drietal tussenrapporten voorafgegaan. De resultaten van het laatste tussenrapport NATRES Poortwachter uit 2005 zijn in de Legerraad gepresenteerd op 24 mei De Legerraad heeft gevraagd de knelpunten te inventariseren en te komen met aanbevelingen. Het uiteindelijke doel van het onderzoek, zoals ook al opgenomen in het tussenrapport uit 2005 is: - Te komen tot een rapport van bevindingen met verbetervoorstellen om [een deel van] de hiaten, die er momenteel op rechtspositioneel gebied voor reservisten bestaan, te dichten; - Om tot een up-to-date handleiding te komen die is aangepast aan de laatste stand van zaken. Toepasbaarheid resultaten Hoewel het onderzoek is uitgevoerd vanuit de MCs van de NATRES-bataljons is de uitkomst intussen ook van toepassing op het overige vrijwillig dienende reserve-personeel bij de krijgsmacht. Sinds de brief Reservistenbeleid uit 2005 kent de krijgsmacht alleen nog vrijwillig dienend reserve-personeel. Dat is reserve-personeel dat op vrijwillige basis is aangesteld en uitsluitend op vrijwillige basis met (vrijwillige) medewerking van de civiele werkgever in werkelijke dienst komt. Sinds 2008 valt dit reserve-personeel onder de Militaire Ambtenarenwet 1931, en niet meer onder de Dienstplichtwet (buiten werking) en de Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht (ingetrokken). Door deze omstandigheid en mede op verzoek van de HDP is waar mogelijk het rapport uitgebreid tot het reserve-personeel buiten de NATRES. In de brief Reservistenbeleid uit 2005 worden de categorieën Reservisten Specifieke Deskundigheid (RSD) en Reservisten Militaire Taken (RMT) geïntroduceerd. Dit onderscheid komt niet terug in wet- en regelgeving, alleen in beleidsstukken. Meest recentelijk is in de brief Reservistenbeleid 2009 de omvang van het reservistenbestand uitgebreid tot ca functieplaatsen, dit door toevoeging van een Flexpool. Deze laatste brief verruimt ook de inzetmogelijkheden van het reserve-personeel. De brief illustreert het verschil qua inzetmogelijkheden met het volgende overzicht: Reservistenbestand Inzet (huidig) Inzet (wordt) - Uitzendingen - Uitzendingen Reservisten Specifieke Deskundigheid - Nationale taken - Nationale taken (RSD) - Back fill Reservisten Militaire Taken (RMT) Vrij Indeelbaar Reservistenbestand - Nationale taken - Nationale taken - Uitzendingen - Back fill Plaatsing in Flexpool voor: n.v.t. - Uitzendingen - Back fill Opkomstpatronen Door de brief Reservistenbeleid (2005) zijn twee nadrukkelijk te onderscheiden opkomstpatronen ontstaan die relevant zijn voor de interpretatie van het toepasselijk recht maar die niet terugkomen in wetgeving. Die twee patronen zijn: - Herhaald, kortstondig dagdeel tot enkele dagen aaneengesloten, meerdere keren per maand of week; - Incidenteel, langdurig drie tot twaalf maanden aaneengesloten, eens per drie tot vier jaar. versie: definitief 1

8 Management samenvatting Het eerste model komt vooral voor bij NATRES, CEE, 400 Gnkbat, GLR (voornamelijk O&T, steunverleningen en inzet binnenland), en het tweede bij uitzendingen en bij back fill. Back fill kan ook nog eens langdurig in deeltijd zijn. Omdat dit rapport is geschreven vanuit de NATRES is meer aandacht besteedt aan het model herhaald, kortstondig en minder aan het model incidenteel, langdurig ; herhaald, kortstondig is de norm bij de NATRES. Ieder van deze modellen heeft zijn eigen eigenaardigheden. Naar het tweede model zal verder onderzoek moeten worden gedaan. De reservisten voor de veiligheidsregio s vormen hier nog een afzonderlijke groep die niet vanzelfsprekend in een van de twee opkomstmodellen is te vangen. Deze groep vraagt dan ook afzonderlijke aandacht. Indeling rapport Dit rapport bestaat uit drie delen. In Deel I worden de knel- en zorgpunten met de daaruit voortkomende aanbevelingen behandeld. Daarna volgen in Deel II de wetten en regelingen die het aandachtsgebied vormen van het onderzoek. Dit deel maakte de hoofdmoot uit van het laatste tussenrapport van de onderzoekers uit Het is echter wel voor een groot deel herschreven wegens de vele wijzigingen in de wetgeving. In Deel III wordt ten slotte de situatie van de vrijwilligers bij politie en brandweer weergegeven en vergeleken met die van het reserve-personeel van Defensie. Bijlage 1 bevat de verklaringen van alle gebruikte afkortingen. Deel I Knel- en zorgpunten Het onderzoek heeft een groot aantal knel- en zorgpunten geïdentificeerd. Deze hebben niet alleen betrekking op de rechtspositie van het reserve-personeel, maar ook op de organisatie. Omdat het gaat om 25 knelpunten en 26 zorgpunten wordt hier volstaan met een bespreking van de onderwerpen die aan de orde komen. Het onderscheid tussen knelpunten en punten van (grote) zorg is dat de knelpunten evident zijn. De punten van (grote) zorg zijn punten die vragen om stellingname door de Staatssecretaris van Defensie en door de centrales van overheidspersoneel. Ondanks dit onderscheid vragen beide categorieën evenveel aandacht. Ieder knel- en zorgpunt is kort verwoord, en voorafgegaan door een beknopte inleiding. De knel- en zorgpunten hebben verschillende achtergronden, daaronder de veranderingen die de laatste jaren zijn doorgevoerd in de sociale zekerheid. Maar ook de veranderingen bij het reserve-personeel zelf, waarbij het vooral erom gaat dat dit personeel vrijwillig in werkelijke dienst komt op grond van de Militaire Ambtenarenwet 1931 en niet meer verplicht op grond van de Dienstplichtwet. Aan deze tweede wijziging zijn de militaire aspecten van de sociale zekerheid en een deel van de militaire wet- en regelgeving nog niet aangepast. Dit mede door onbekendheid met de materie. Daarnaast heeft Defensie de uitvoering van delen van wet- en regelgeving afgestoten waarbij onvoldoende aandacht is besteedt aan de gevolgen daarvan voor het reserve-personeel. Onder andere is de kennis die bij Bureau Toepassing rechtspositieoverleg en medezeggenschap (TROM) aanwezig was, niet voldoende geconserveerd en overgedragen aan het DienstenCentrum Human Resources. Het Algemeen militair ambtenarenreglement kent bepalingen die zijn aangepast aan de nieuwe vrijwillig dienende reservist maar ook bepalingen die (nog) niet zijn aangepast. Hierdoor zijn voor de reservist onduidelijke regels ontstaan met onduidelijke gevolgen. Een voorbeeld is de toepasselijkheid van de artikelen 120 en 124 over betalingen bij arbeidsongeschiktheid. Artikel 124 spreekt van de reservemilitair die verplicht tot het reserve-personeel behoort of heeft behoord, terwijl artikel 120 spreekt van de militair die is ontslagen uit de dienst bij het beroepspersoneel. Omdat dit de enige twee artikelen zijn die gaan over deze betalingen is er voor de vrijwillig dienende reservist geen toepasselijk artikel. Niet alleen de rechtspositie is veranderd of moet nog aangepast worden, ook de middelen en mogelijkheden op administratief gebied zijn veranderd. De invoering van zelfbediening voor het vastleggen en wijzigen van gegevens in het geautomatiseerde personeelssysteem (PeopleSoft) heeft alleen plaatsgevonden voor het beroepspersoneel en niet voor het reserve-personeel. Algemeen geldt dat het reserve-personeel (nog) geen toegang heeft (vanuit huis) tot het Defensie Intranet en ook zelden een eigen kantoorwerkplek heeft met eigen account. Evenzeer geldt dat soldaten en korporaals bij het beroepspersoneel ondanks het opgesteld zijn van informatiezuilen ook nog matig worden bediend. In een defensieomgeving, die over gaat van informatie brengen naar zelf informatie halen, ontstaat er zodoende ook voor het reserve-personeel een (informatie) achterstand. Los van de wijze van toegang tot dat systeem is in PeopleSoft niet voorzien in de mogelijkheid van ziekmelding aan de (militaire) werkgever door de reservist. Een voorziening die van belang is om in aanmerking te komen voor uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Daarbij geeft ook de appèllijst niet de mogelijkheid een afwezigheid als gevolg van ziekte op een juiste wijze te registreren. Een gerelateerd onderwerp is de eigen handtekening op de appèllijst. De discipline bij het zetten van die handtekening laat nog steeds te wensen over. Die eigen handtekening is het enige (door het ABP) toegelaten bewijs van aanwezigheid, dan wel opkomst in werkelijke dienst. Hier openbaart zich het kenmerkend onderscheid tussen beroeps- en reserve-personeel, dat bij het beroepspersoneel alleen de afwezigheid wordt geregistreerd en bij het reserve-personeel alleen de aanwezigheid. 2 versie: definitief

9 Management samenvatting De vulling van de huidige reservistenonderdelen verandert. Deze krijgen te maken met groepen met bijzondere inkomenssituaties; denk aan huisvrouwen en -mannen, studenten en kleine zelfstandigen zonder verzekering (bijvoorbeeld ZZP-ers). Vooral de kleine zelfstandige dreigt bij gezondheidsproblemen ontstaan door de militaire dienst financieel in de knel te komen. Faillissement van de eigen eenmanszaak na een langdurige revalidatie na een ongeval in werkelijke dienst is geen uitzondering meer. In toenemende mate gaan studenten een nevenbaan als RMT-er zien als een sportieve en avontuurlijke uitdaging met een welkome aanvulling op de studiefinanciering. Hierdoor baart het sluiten van de WAMIL voor nieuwe gevallen zorg. Het reserve-personeel valt na een ongeval voor het merendeel terug op de algemene WIA, terwijl de student, tevens reservist terugvalt op de Wajong. Deze Wajong is een regeling die qua uitgangspunten sterk afwijkt van de oude WAMIL. De Wajong voorziet in een uitkering met als grondslag 75% van het minimumloon en houdt geen rekening met een verwacht carrièreverloop zoals dat wel het geval was onder de WAMIL. Vooral voor studenten op de niveaus HBO en WO kan dit dramatisch uitpakken. Verder kent de Wajong een wachttijd van één jaar zonder loondoorbetaling of ziekengeld waardoor de student één jaar zonder middelen van bestaan zit. De Wajong is ook alleen gericht op het aan het werk krijgen van de jongere en voorziet niet in het afmaken van de studie. Door onbekendheid met de regelingen rond de sociale zekerheid van studenten, tevens reservist kunnen de wervers van Defensie de studenten onvoldoende voorlichten over deze gevolgen van eventuele ongevallen. De bijzondere positie van Defensie brengt met zich mee dat men zich niet kan verschuilen achter het argument dat de student dezelfde (loopbaan- en inkomens-) risico s loopt op het sportveld of werkend in de supermarkt. Maar ook huisvrouwen/-mannen en kleine zelfstandigen zonder verzekering bevinden zich in een gevarenzone. Aangezien de militaire regelingen er van uit gaan dat bij ziekte de reservist terugvalt op de ziekengeldregeling van de civiele werkgever, is er voor huisvrouwen/-mannen en kleine zelfstandigen zonder verzekering niets. Door medewerkers van Defensie wordt uitgedragen dat de maatwerk oplossing voor deze reservisten er uit kan bestaan dat zij voltijds in werkelijke dienst kunnen worden gehouden en dan als gewoon werknemer van Defensie loon doorbetaald krijgen (maximaal 104 weken). Of dit in de praktijk wordt toegepast en dan werkelijk werkt is niet bekend. In het algemeen is het ontbreken van een duidelijke regeling voor het vaststellen van de berekeningsgrondslag (BG) voor uitkeringen een groter wordend knelpunt. Te denken valt aan omstandigheden als geen vast civiel inkomen hebben naast het militaire inkomen, of alleen een inkomen genieten dat volledig afhankelijk is van de eigen omzet. Voor reservisten met het opkomstpatroon herhaald, kortstondig speelt dat bij ziekte of arbeidsongeschiktheid zowel het civiele- als het gelijktijdige militaire inkomen wegvallen. Alleen het civiele inkomen wordt door de civiele werkgever doorbetaald; Defensie voorziet niet in compensatie voor het weggevallen militaire inkomen. De verruiming van de lengte van de periode van uitzendingen of back fill leiden tot nieuwe vragen in verband met de civiele BG bij bijvoorbeeld werkloosheid. Bij RMT-ers kan dan ook nog gaan spelen dat het militaire werkniveau niet automatisch overeenkomt met het civiele niveau. De manager die er bewust voor kiest om in de vrije tijd soldaat te zijn is geen uitzondering. De militaire- en civiele inkomensniveaus verschillen in een dergelijk geval soms aanzienlijk met onherroepelijke gevolgen voor de BG. Een reservist die gezondheidsproblemen heeft die aan de dienst gerelateerd zijn, heeft met twee verschillende invalshoeken te maken, de militaire en de civiele. Hierin verschilt de reservist wezenlijk van zijn beroepscollega. Snelle en adequate hulp is nodig, niet alleen medisch, maar ook waar het gaat om deskundig advies en begeleiding. De militaire organisatie moet meer aandacht besteden aan die advisering en begeleiding door een, in de omstandigheden van de reservist goed ingewerkte casecoördinator. Verder laten ook de volgende onderwerpen te wensen over: het op juiste wijze omgaan met de appèllijst en het proces-verbaal van ongevallen, het declareren van ziektekosten, de kennis van de personeelsfunctionarissen en de eigen commandanten. Een specifiek probleem vormt de duur van een eventueel (her)keuringstraject. De voor beroepsmilitairen wenselijke wachttijd van twee jaar werkt op civiel niveau voor de reservist verkeerd. De reservist zonder loondoorbetaling van Defensie wil zo snel mogelijk uit dienst en weten op welke (tijdelijke) uitkeringen, voorzieningen en verstrekkingen hij kan rekenen. Ook de voorlichting naar de civiele werkgever vraagt om aandacht. Deze zal bij langdurige afwezigheid door ziekte van zijn personeelslid, veroorzaakt door de militaire dienst zeker met vragen komen. Hij wordt in eerste instantie geacht zelf, of via zijn eigen verzekering te voorzien in de loondoorbetaling aan zijn werknemer. Voor eventuele compensatie van die loonkosten door Defensie bestaat geen vaste regeling, zoals dat wel het geval is bij de vrijwillige brandweer en -politie. Defensie draagt uit dat de werkgever een claim kan indienen. Deel I Aanbevelingen Het rapport komt na de opsomming van de knel- en zorgpunten tot de volgende aanbevelingen: - Overnemen van de knelpunten en punten van (grote) zorg. versie: definitief 3

10 Management samenvatting - In alle wet- en regelgeving op het gebied van de sociale zekerheid van militairen nadrukkelijk rekening houden met de specifieke situatie van het vrijwillig dienende reserve-personeel (m/v). - De kwaliteit te verbeteren van de begeleiding van reservemilitairen die in of door de dienst (tijdelijk) arbeidsongeschikt of invalide zijn geworden. De samenloop van militaire- en civiele regelingen bij reservemilitairen brengt met zich mee dat er sprake is van extra complexiteit ten opzichte van de begeleiding van beroepspersoneel. - De belegging van de functie van de begeleidingsofficier (casecoördinator) voor reservemilitairen vraagt bijzondere aandacht. Te overwegen valt om hier reservemilitairen mede bij te betrekken daar die langer op functie kunnen worden gehouden; de continuïteit kan daarmee gediend zijn. - De standaard tijdsbalk voor keuringen die gehanteerd wordt voor ziek of arbeidsongeschikt beroepspersoneel pakt niet goed uit voor het reserve-personeel. Deze tijdsbalk moet voor het reserve-personeel worden aangepast. - Volledige en eenduidige informatievoorziening aan reservemilitairen is en blijft een aandachtspunt. Naast denken aan informatie op papier verdient het aanbeveling om een algemene reservistensite op het internet te ontwikkelen; de reservistenpagina op de site van Defensie kan hiervoor als basis dienen. Naast een publiek deel zou hier ook een afgesloten deel bij horen dat toegang geeft tot delen van het Defensie Intranet. Ook civiele werkgevers zullen willen weten waar zij aan toe zijn wanneer een van hun werknemers iets overkomt als reservemilitair. Werkgevers krijgen te vaak bij Defensie te maken met medewerkers die onbekend zijn met de (afwijkende) regelingen en omstandigheden waar de civiele werkgever mee te maken heeft. - In de opleidingen van personeel dat te maken heeft met reserve-personeel nadrukkelijk aandacht besteden aan de procedures rond de sociale zekerheid van reservemilitairen bij dienstgerelateerde incidenten. Het gaat dan bij het reserve-personeel zelf om het niveau van compagniescommandanten (idem eskadron, squadron, enz.) en hoger, en om het beroepspersoneel dat werkt met en voor die reservemilitairen op het niveau van stafofficieren bij de (NAT- RES-) bataljons of vergelijkbaar niveau bij KM, KLu en KMar. Te denken valt bijvoorbeeld aan het procesverbaal van ongeval dat een kerndocument is en dat niet in alle gevallen voldoende serieus wordt genomen en idem het omgaan met de appèllijst als wettelijk instrument voor de vastlegging van aanwezigheid. - De aanbevelingen van de Commissie Staal over sociaal leiderschap ook bij reservistenformaties uitwerken. Het sociaal leiderschap van commandanten bij de begeleiding van zieke, arbeidsongeschikte en invalide reservemilitairen dient verbeterd te worden. Het gaat dan om commandanten vanaf het niveau compagnie (eskadron, squadron, enz.) en stafpersoneel (beroeps en reserve) op niveau bataljon (NATRES-bataljon, GLR, enz.), dan wel overeenkomstige functionarissen bij de Zeeverkeersdienst, het CIMIC Bataljon, 400 Geneeskundig Bataljon, KMar Brigade, enz. - De Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie 2007, MP actualiseren en uitbreiden met een solide deel over reservistenaangelegenheden. Deze wegwijzer is een externe uitgave. Van des te groter belang is het onderhouden van de contacten met de uitgever en auteurs van deze publicatie. Deel II Wetten en regelingen In Deel II worden alle onderhavige wetten en regelingen beschreven. Dit deel is een uitgebreide handleiding hoe de huidige wetten en regels toegepast moeten of kunnen worden met in achtneming van de in deel één geconstateerde problemen. Het laatste hoofdstuk van dit deel behandelt een aantal bijzondere zaken waaronder uitvoeringsprocedures, aanvullende particuliere verzekeringen maar ook de laatste ontwikkelingen en aandachtspunten rond front- en back fill. In de bijlagen bij dit hoofdstuk wordt aan de hand van stroomschema s duidelijk gemaakt hoe de afwikkeling per geval verloopt. Aan de hand van stapeldiagrammen wordt visueel gemaakt hoe de uitkering bij verschillende vormen en gradaties van restbeperkingen of invaliditeit is opgebouwd. In tabellen worden de onderlinge relaties en verschillen tussen vergoedingenstelsels weergegeven. Deel III Vrijwillige brandweer en -politie Deel III beschrijft de rechtspositie van vrijwilligers van brandweer en politie zoals die door de Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opgezet. De regelingen voor de vrijwilligers van brandweer en politie worden vergeleken met die voor reservisten van Defensie. De reden voor dit aanvullende onderzoek is onder andere dat in de veiligheidsregio s nauw samengewerkt wordt. Ook schept dit deel een mogelijkheid voor kruisbestuiving ten gunste van de reservisten uit alle drie organisaties. Een paar belangrijke verschillen zijn: - De vrijwilligers van brandweer en politie zijn verzekerd voor woon-werkverkeer. - De burgerwerkgever van de vrijwilligers van brandweer en politie krijgen een vergoeding voor het ziekengeld. - Politie en gemeentes kennen op de situatie toegesneden aanvullende verzekeringen voor de vrijwilliger. - De vrijwilligers bij brandweer en politie hebben geen last van anticumulatiebepalingen. - Het lijkt dat regelingen bij overlijden van brandweer en politie tot hogere uitkeringen leiden voor de nabestaanden. De bijlagen bij dit deel laten de verschillen zien tussen reservemilitairen en de vrijwilligers van brandweer en politie. 4 versie: definitief

11 Inleiding INLEIDING Dit rapport is het resultaat van een onderzoek, uitgevoerd door reservisten van het Korps Nationale Reserve van de Koninklijke Landmacht naar enkele aspecten van de rechtspositie van vrijwillig dienende reservisten (m/v). In het bijzonder hun financiële zekerheid als hen in werkelijke dienst iets overkomt. Aan dit eindrapport zijn in de jaren 2003 tot en met 2005 een drietal tussenrapporten voorafgegaan. In 2005 zijn de resultaten van het tussenrapport NATRES Poortwachter gepresenteerd in de Legerraad. Deze heeft gevraag de knelpunten te inventariseren en te komen met aanbevelingen. De aanleiding voor dit onderzoek is en was de onrust die in de loop der jaren was ontstaan bij het NATRES-personeel. Onrust over de onduidelijkheid over dit onderwerp en de soms tegenstrijdige antwoorden van verschillende betrokken instanties binnen en buiten Defensie. Daarbij was ook nog sprake van verschil in interpretatie van de regelgeving tussen de Regionaal Militaire Commando s. Van Defensie mag als goed werkgever worden verwacht dat de regelgeving intern bekend is. Echter met het opschorten van de dienstplicht begin 90 er jaren en als gevolg daarvan, een vermindering van ter zake kundig personeel, is voor de vrijwillig dienende reservist (m/v) veel belangrijke kennis verloren gegaan. Ook bij de sociale partners en bij gemeentelijke instanties is weinig of geen kennis meer aanwezig over deze materie. Er was hierdoor een onduidelijke situatie ontstaan met de mogelijkheid van nadelige financiële gevolgen voor de reservist. In eerste instantie is het thema sociale zekerheid, onafhankelijk van elkaar, door verschillende personen opgepakt. Na het invoeren van het Besluit medezeggenschap Defensie, ook bij het NATRES-bataljons is het Bronbeek Overleg het overleg tussen de medezeggenschapscommissies van de vijf NATRES-bataljons en de Korpscommandant van het Korps Nationale Reserve het samenwerkingsplatform geworden voor deze verschillende onderzoekers. Het uiteindelijke doel van het onderzoek, zoals ook al opgenomen in het tussenrapport uit 2005 is: - Te komen tot een rapport van bevindingen met verbetervoorstellen om [een deel van] de hiaten, die er momenteel op rechtspositioneel gebied voor reservisten bestaan, te dichten; - Om tot een up-to-date handleiding te komen die is aangepast aan de laatste stand van zaken. De titel Reserve-personeel en sociale zekerheid, met als ondertitel Financiële gevolgen voor reserve-personeel van ziekte, (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid en invaliditeit ontstaan tijdens verblijf in werkelijke dienst, is een goede omschrijving van de inhoud van dit rapport. Aan overlijden wordt ook aandacht besteed. De beschrijving van de wetgeving is bijgewerkt tot omstreeks april De nieuwe onderwerpen front- en back fill krijgen enige aandacht. Het rapport gaat in op alle financiële aspecten die met de gevolgen van ziekte en ongeval te maken hebben. Ook is gekeken naar verschillende civiele inkomens en -werksituaties evenals de positie van de civiele werkgever. Daarbij is het geheel afgezet tegen al de bekende wettelijke kaders die van toepassing zijn. Ook is met diverse instanties buiten Defensie gesproken. Er is gekeken naar de stand van zaken bij de collega s van vrijwillige politie en -brandweer. Naast een aantal principiële verschillen die geïdentificeerd zijn, is onderzocht hoe bij de beoogde nadere samenwerking tussen deze organisaties de afhandeling van identieke situaties eruit ziet. Er is een groot aantal knel- en zorgpunten geïdentificeerd. Naar inzicht van de onderzoeker mede op basis van de door hem opgedane praktijkervaring is aan deze knel- en zorgpunten een prioriteitstelling toegekend. De strekking, conclusies en aanbevelingen van dit rapport reiken verder dan alleen het NATRES-personeel. Dit rapport is ook toepasbaar op alle andere reservisten binnen de krijgsmacht sinds er alleen nog vrijwillig dienend reserve-personeel bestaat. In de brief Reservistenbeleid uit 2005 worden de categorieën Reservisten Specifieke Deskundigheid (RSD) en Reservisten Militaire Taken (RMT) geïntroduceerd. Dit onderscheid komt niet terug in wet- en regelgeving, alleen in beleidsstukken. Niet nader in het rapport uitgewerkt zijn mogelijke verschillen die kunnen optreden tussen de twee nadrukkelijk te onderscheiden opkomstpatronen die sinds de Reservistenbrief uit 2005 zich voordoen. Die twee patronen zijn: - Herhaald, kortstondig dagdeel tot enkele dagen aaneengesloten, meerdere keren per maand of week; - Incidenteel, langdurig drie tot twaalf maanden aaneengesloten, eens per drie tot vier jaar. Het eerst model komt vooral voor bij NATRES, CEE, 400 Gnkbat, GLR (voornamelijk O&T, steunverleningen en inzet binnenland), en het tweede bij uitzendingen en bij back fill. Back fill kan ook nog eens langdurig in deeltijd zijn. Omdat dit rapport is geschreven vanuit de NATRES is er meer aandacht besteedt aan het model herhaald, kortstondig en minder aan het model incidenteel, langdurig ; herhaald, kortstondig is de norm bij de NATRES. Ieder van deze modellen heeft zijn eigen eigenaardigheden. Daarom zal naar het tweede model meer onderzoek moeten worden gedaan. De reservisten voor de veiligheidsregio s vormen hier nog een afzonderlijke groep die niet vanzelfsprekend in een van de twee opkomstmodellen is te vangen. Deze groep vraagt dan ook afzonderlijke aandacht. versie: definitief 5

12 Inleiding Meest recentelijk is in de brief Reservistenbeleid 2009 de omvang van het reservistenbestand uitgebreid met een Flexpool tot totaal functieplaatsen. Deze laatste brief verruimt ook de inzetmogelijkheden van de reservisten en illustreert dat verschil met het volgende overzicht: Reservistenbestand Inzet (huidig) Inzet (wordt) - Uitzendingen - Uitzendingen Reservisten Specifieke Deskundigheid - Nationale taken - Nationale taken (RSD) - Back fill Reservisten Militaire Taken (RMT) Vrij Indeelbaar Reservistenbestand - Nationale taken - Nationale taken - Uitzendingen - Back fill Plaatsing in Flexpool voor: n.v.t. - Uitzendingen - Back fill Indeling rapport en overige In Deel I van dit rapport worden als eerste de knel- en zorgpunten met de daaruit voortkomende aanbevelingen behandeld. Deze knelpunten en aanbevelingen vormen de aanvulling die dit rapport levert op het laatste tussenrapport uit Daarna volgen in Deel II de wetten en regelingen die het aandachtsgebied vormen van het onderzoek. Dit deel vormde het tussenrapport uit Echter door het tijdsverloop en de vele aanpassingen in de sociale wetgeving moest dit deel ingrijpend worden herzien. De noodzaak van deze aanpassing werd al gememoreerd in de inleiding van het tussenrapport uit In het nieuwe Deel III wordt ten slotte de situatie van de vrijwilligers bij politie en brandweer weergegeven en vergeleken met die van het reserve-personeel van Defensie. Dit is de neerslag van nieuw onderzoek dat na 2005 is verricht. Bijlage I bevat de verklaringen van alle gebruikte afkortingen. De zelfstandige naamwoorden militair en reservist zijn volgens Van Dale mannelijk. Er wordt derhalve om taalkundige redenen steeds verwezen naar hij, hem, zijn, enz. Dat neemt niet weg dat ook de vrouwelijke militairen hieronder vallen. Waar dat voor het begrip noodzakelijk is staat achter begrippen als reserve-personeel, reservist, reservemilitair, NATRES-personeel, enz. soms (m/v) of (m/v) ter verduidelijking als dit wenselijk is. Dankwoord De uitvoering van dit onderzoek was niet mogelijk geweest zonder de steun, gedurende zoveel jaren van opeenvolgende Korpscommandanten van het Korps Nationale Reserve, Inspecteurs Reserve-personeel KL, hoofden van de Afdeling Reservistenaangelegenheden van de Staf van het Commando Landstrijdkrachten en uiteraard de eigen bataljons- en compagniescommandanten, wij zijn hen allen veel dank verschuldigd. Bijzondere dank zijn wij verschuldigd aan de Directeur Business Unit Bijzondere Regelingen Defensie van het ABP, en aan zijn medewerkers. Het is hun open opstelling die ertoe heeft geleid dat dit onderzoek inhoud heeft gekregen. Bij USZO-Defensie stond de heer G. Bekkers steeds open voor de vele vragen die het doorgronden van alle bijzondere regelingen met zich meebrachten. Voor het kunnen samenstellen van Deel III met de vergelijking met vrijwillige politie en -brandweer waren de vele contacten met de Landelijke Organisatie van Politie Vrijwilligers (LOPV) en met de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) van onschatbare waarde. De eerste contacten met de brandweer vonden echter plaats met de korpsen van de gemeentes Goes en Sittard-Geleen. Zij legde de basis voor het inzicht in de regelingen voor de brandweervrijwilligers. Ook Postbus 51 heeft bij herhaling voorzien in de antwoorden die de gewone rechtzoekende te horen krijgt, wat het inzicht in de materie heeft verdiept. Hetzelfde geldt voor de medewerkers van Zorgkantoren, het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ), de Wmo-lokketten (Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning) van verschillende gemeentes, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en het UWV, zowel de centrale organisatie als de afdelingen. Tot het verschijnen van het derde tussenrapport in 2005 maakte Bert Swinkels deel uit van het onderzoeksteam. Door veranderingen in zijn werk kon hij dit laatste deel van het onderzoek niet meer mee maken. Zonder de bijdrage die hij tot 2005 leverde was dit onderzoek nauwelijks van de grond gekomen. Dit onderzoek heeft uiteindelijk ook geleid tot een ingrijpende verandering in de civiele loopbaan van Johan Pols. Begin 2009 is hij gaan werken bij de ACOM als beleidsadviseur. Tot slot zijn er de familie en vrienden. Zij moesten telkens weer luisteren naar de verhalen over dit voor velen zo afstandelijke onderwerp, en dat nog wel gedurende zoveel jaren. Jaren waarin heel veel vrije tijd in dit onderzoek werd gestoken. Zoals zo vaak bij de NATRES geldt, is het juist het thuisfront dat de gevolgen van een vrijetijdsbesteding als de NATRES heel nadrukkelijk meebeleeft door het grote tijdsbeslag op die vrije tijd. 6 versie: definitief

13 Deel I Knel- en zorgpunten DEEL I KNEL- EN ZORGPUNTEN EN AANBEVELINGEN 1.1 Inleiding Rechtspositie Prioriteit Urgent Weduwes bij overlijden vóór 65 e zonder dienstverband Aanvulling ziektegeld tot 100% AMAR artikelen 120 versus Samenlopende inkomsten WAMIL vervangen door WIA Wajong vervangt WAMIL voor jonge reservisten Molest AMAR Artikel 118 Aanspraken bij overlijden BG voor personeel in WW (civiel), huisvrouw, kleine zelfstandigen Voortzetting aanstelling bij arbeidsongeschiktheid onder 35% Inkomensachteruitgang bij WIA Kosten geneeskundige zorg Anw en voortdurend nabestaandenpensioen Eenmalige uitkering bij overlijden Front- en back fill Prioriteit Minder urgent Fictieve pensioenjaren SZVK Regeling inkomenscompensatie Organisatie Prioriteit Urgent Begeleiding vanuit Defensie bij dienstongevallen reservemilitairen Professionaliteit Kennisniveau DC HR/krijgsmacht over reservemilitairen Re-integratiemiddelen vanuit Defensie/UWV Ontslagbescherming en keuringstraject Onbetaald civiel verlof Tekenen appèllijst Ziekmeldingsprocedure Arbeidsongeschiktheid toepasselijke regelgeving militairen Reservistenzorg, af van maatwerk Declareren kosten geneeskundige zorg Eenmalige uitkering bij overlijden Algemeen Prioriteit Minder urgent Terugtredende overheid IPAP - Invaliditeitspensioen aanvullingsplan Vergoeding burgerwerkgevers AWBZ Wet arbeid en zorg en levensloopregeling Wmo Eigen bijdrage Wmo en AWBZ Mantelzorg (ondergebracht in de Wmo) Registratie partnerschap Vergelijking met vrijwillige brandweer en -politie...22 versie: definitief 7

14

15 Deel I Knel- en zorgpunten 1 Knelpunten en punten van (grote) zorg 1.1 Inleiding Hierna worden de knelpunten en punten van (grote) zorg geïnventariseerd rond de financiële- en sociale zekerheid van reserve-personeel van Defensie bij ziekte, (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid en invaliditeit ontstaan tijdens verblijf in militaire dienst. Deze knel- en zorgpunten komen voort uit het uitgebreide Deel II Wetten en regelingen van dit rapport dat de beschrijving van alle relevante regelingen bevat per tweede helft 2008 dan wel eerste helft Het onderscheid tussen knelpunten en punten van (grote) zorg is dat de knelpunten evident zijn. De punten van (grote) zorg zijn punten die vragen om stellingname door de Staatssecretaris van Defensie en van de samenwerkende centrales van overheidspersoneel. Dit onderscheid betekent niet dat beide categorieën niet evenveel aandacht vragen. De knel- en zorgpunten zijn ingedeeld naar de aandachtsgebieden Rechtspositie ( 1.2), Organisatie ( 1.3, pag. 16) en Algemeen ( 1.4, pag. 19). Binnen deze indeling is een onderverdeling aangebracht naar de prioriteiten Urgent en Minder urgent. 1.2 Rechtspositie Prioriteit Urgent Weduwes bij overlijden vóór 65 e zonder dienstverband De weduwe/weduwnaar van de reservemilitair (m/v) die vóór zijn 65 e jaar overlijdt, krijgt geen nabestaandenpensioen (NP). Het gaat daarbij om het NP zoals onder andere omschreven in de Wegwijzer Sociale Zekerheid Defensie 2007 (MP ), Hoofdstuk XIX. Een van de argumenten van de Business Unit Service Verzekerden (SV) van het ABP is dat dit reserve-personeel slapers zijn. De kwalificatie als slapers is niet meer juist sinds op 1 juni 2001 de vrijwillig dienende reservist in werkelijke dienst deelnemer werd bij het ABP en premies OP/NP afdraagt (zie voor opstelling Business Unit Bijzondere Regelingen Defensie van het ABP ). Momenteel loopt ten minste één bezwaarschrift bij het ABP van een weduwe van een NATRES-militair (bezwaarschrift is van mei 2007). Het langstlevendenpensioen zou wel worden uitgekeerd aan de nabestaande van de al pensioen ontvangende oudreservemilitair. Daar dit gaat over het reservistenpensioen nieuwe stijl dat in 2001 is ingegaan zijn hiervan nog geen praktijkvoorbeelden voor handen. Het beeld dat ontstaat, is dat als de reservemilitair (m/v) overlijdt vóór zijn 65 e de weduwe/weduwnaar geen NP krijgt, en na diens 65 e wel 4. Volgens de pensioenbrieven die het ABP op verzoek verstrekt, krijgen wezen steeds een uitkering, ongeacht of de ouder, reservemilitair zijnde overlijdt vóór of na het 65 e levensjaar. Knelpunt 1. Defensie en het ABP (Business Unit Service Verzekerden) doen afwijkende uitspraken over de NP-rechten van weduwes/weduwnaars van reservemilitairen (m/v) die vóór hun 65 e komen te overlijden Aanvulling ziektegeld tot 100% Op de reservistendag (Den Haag, ) werd uitgedragen dat de reservemilitair een arbeidsongeschiktheidsuitkering van Defensie krijgt gedurende de maximale duur van twee jaar. De huidige situatie is dat de reservemilitair zijn ziektegeld krijgt van zijn civiele werkgever. Immers, daar is hij in vaste dienst, niet bij Defensie. Werd dan met de uitspraak bedoeld dat het civiele ziektegeld gedurende twee jaar door Defensie wordt aangevuld tot 100% van het laatstelijk genoten civiele inkomen? Is die aanvulling dan gebaseerd op artikel 124 van het AMAR 5 of op een andere, nieuwe regeling? In het Burgerlijk Wetboek is geregeld dat de werknemer gedurende het eerste- en tweede ziektejaar ten minste 70% van het gewone inkomen moet krijgen. De reservemilitair krijgt bijgevolg als civiel werknemer afhankelijk van de cao of de arbeidsovereenkomst 70% of meer van zijn civiele inkomen uitbetaald. Voor het beroepspersoneel van Defensie is afgesproken dat zij in de eerste twee ziektejaren geen achteruitgang in hun salaris zullen zien indien er sprake is van met dienstverband. Voor het reserve-personeel is dit (nog) niet vastgelegd. 4 De verzekeringstechnische uitleg is dat het langstlevende pensioen (reservemilitair overlijdt na 65 e ) kapitaaldekking kent doordat de reservist sinds juni 2001 premie OP/NP afdraagt. Het weduwepensioen (reservemilitair overlijdt vóór 65 e ) is gebaseerd op risicodekking; alle deelnemers betalen een hoofdelijke omslag. Nu is er bij het reserve-personeel een discrepantie tussen het wel voltijds door het ABP risico lopen op overlijden van de reservist die echter niet voltijds de hoofdelijke omslag betaalt. 5 AMAR, Artikel 124 Bijzondere uitkering ter zake van derving van inkomsten uit arbeid, heeft betrekking op... De niet in werkelijke dienst verblijvende militair en de gewezen militair, die verplicht tot het reserve-personeel behoort onderscheidenlijk laatstelijk heeft behoord,. versie: definitief 9

16 Deel I Knel- en zorgpunten Wanneer de reservemilitair gedurende de maximale duur van twee jaar van Defensie een arbeidsongeschiktheidsuitkering zou krijgen zoals hiervoor bedoeld dan spelen tenminste de volgende vragen: 1. Twee inkomens. De reservemilitair heeft onder normale omstandigheden zijn civiele inkomen en zijn militaire inkomen 6. Bij ziekte vallen beiden weg. Het civiele inkomen wordt door het ziektegeld van zijn civiele werkgever geheel of gedeeltelijk gecompenseerd. Het militaire inkomen wordt nu niet gecompenseerd (door Defensie). 2. Hoogte inkomens. De militaire rang/stand van de reservemilitair hoeft niet overeen te komen met het civiele werk- en inkomensniveau. De militaire wedde (maandbedrag uit tabel) kan bij gevolg (veel) lager tot (veel) hoger zijn dan het civiele basismaandsalaris. De verschuiving van de afgelopen jaren naar prestatiebeloning brengt bovendien met zich mee dat het civiele basismaandsalaris wellicht maar 60% van het normale inkomen vertegenwoordigt. Welk inkomen is dan de norm voor het vaststellen van de eventueel noodzakelijke aanvulling van het civiele inkomen tot 100%? Ten slotte is van belang dat volgens de lezing van de Business Unit Bijzondere Regelingen Defensie van het ABP (BRD) de reservemilitair die premie OP/NP en AOP BW (Hoog) (BW: bovenwettelijk) afdraagt recht heeft op een uitkering op grond van artikel van het AMAR en niet Defensie volhardt in de stelling dat het reserve-personeel valt onder artikel 124. Zie over dit onderscheid tussen de artikelen 120 en 124 van het AMAR hierna. Zorgpunt 1. Er is sprake van onduidelijkheid door de uitspraak uit 2007 dat het reserve-personeel gedurende de Zorgpunt 2. maximale duur van twee jaar een arbeidsongeschiktheidsuitkering van Defensie krijgt. Door Defensie en door het ABP (Business Unit Bijzondere Regelingen Defensie) worden afwijkende uitspraken gedaan over het van toepassing zijn op het reserve-personeel van de AMAR-artikelen 120 en 124. Zorgpunt 3. Voor zover er regels zijn over uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid van de zijde van Defensie aan het reserve-personeel, zijn deze niet gelijkgetrokken met die voor het beroepspersoneel AMAR artikelen 120 versus 124 Daar artikel 124 van het AMAR zich beperkt tot de reservemilitair die verplicht tot het reserve-personeel behoort onderscheidenlijk laatstelijk heeft behoort, is dit artikel niet van toepassing op het huidige reserve-personeel. Dit personeel dient immers niet verplicht op grond van de Dienstplichtwet zoals in het artikel wordt bedoeld. De vrijwillig dienende reservemilitair kan op eenzelfde soort tekstuele grond worden gediskwalificeerd voor toepassing van artikel 120 van het AMAR. Dit artikel spreekt immers van de militair die is ontslagen uit de dienst bij het beroepspersoneel. Echter, het huidige reserve-personeel draagt wel premie af aan het ABP voor de regeling uit dat artikel 120. Deze laatste overweging weegt zwaarder dan de omissie in de begripsbepaling. Voor toepassing van artikel 120 moet men ontslagen zijn uit de militaire dienst. Artikel 124 stelt slechts de eis dat de reservemilitair niet in werkelijke dienst is; deze hoeft niet ontslagen te zijn uit de militaire dienst. Voor artikel 120 zou eenzelfde aanvulling wenselijk zijn. Knelpunt 2. De artikelen 120 en 124 van het AMAR kunnen door hun begripsbepaling geen van beiden worden toegepast op het huidige reserve-personeel Samenlopende inkomsten Aan de reservemilitair kan in uitzonderlijke situaties een vergoeding op basis van artikel 120 van het AMAR 7 worden toegekend. Daarbij speelt het vraagstuk van het vaststellen van de juiste berekeningsgrondslag (BG) voor de reservemilitair. Er zal daarbij mogelijkerwijs een verschil optreden tussen de reservemilitair die langdurig, onafgebroken in werkelijke dienst is (uitzending) en de reservemilitair die herhaald, kortstondig in werkelijke dienst is (NAT- RES, GLR, CEE, enz.). De BG voor de door te betalen bezoldiging volgens artikel 120 van het AMAR dat over beroepspersoneel gaat is de laatstelijk genoten [militaire] bezoldiging die overeenkomt met de som van de componenten die de pensioengrondslag vormen. De juiste BG zou voor de reservemilitair horen te zijn de burgerinkomsten vermeerderd met de laatstelijk genoten militaire inkomsten. Immers, voor de reservemilitair vormen de civiele 6 Van elke functie voor een vrijwillig dienende reservemilitair bestaat een functiebeschrijving (FB); voor de NATRES-bataljons is dit gerealiseerd, bij andere reservistenonderdelen nog niet. In deze FB is opgenomen hoeveel tijd hij per jaar beschikbaar moet zijn voor het naar behoren vervullen van de functie. Het niet voldoen aan deze urenverplichting kan een reden zijn voor het beëindigen van de verbintenis. Ondanks dat Defensie geen inkomensgarantie afgeeft aan de reservemilitair, en nog steeds spreekt over een nulurencontract geldt toch dat het aantal uren uit die FB kan worden gezien als een betrouwbare basis voor het berekenen van het militaire norminkomen. Een groeiende groepen reservisten ziet de deeltijdbaan bij Defensie als een deel van hun inkomen en ervaart de aanstelling bij Defensie niet als een nulurencontract. Vier dagen per week bij de civiele baas werken en één dag bij Defensie komt steeds vaker voor. 7 AMAR, Artikel 120 Doorbetaling van bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid na ontslag betreft de gewezen militair die in lid 1 wordt omschreven als: de militair die is ontslagen uit de dienst bij het beroepspersoneel. 10 versie: definitief

17 Deel I Knel- en zorgpunten inkomsten uit beroep of bedrijf de basis voor het levensonderhoud. Het inkomstenbegrip in artikel 124, dat over reserve-personeel uit de (buiten werking gestelde) Dienstplichtwet gaat is wel afgestemd op het civiele inkomen. In dat artikel is sprake van de inkomsten die zij uit hoofde van hun beroep of bedrijf gemiddeld verdienden of zouden kunnen verdienen,. Maar ook hier speelt weer dat de samenloop van civiele en militaire inkomsten niet in beschouwing wordt genomen. Zorgpunt 4. Geen van de twee AMAR-artikelen 120 of 124 hanteren een berekeningsgrondslag die recht doet aan het weggevallen inkomen van de reservemilitair. Hij verliest zijn civiele inkomsten uit bedrijf of beroep dat voorziet in zijn levensonderhoud én zijn militaire inkomsten WAMIL vervangen door WIA De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL) is sinds 29 december 2005 gesloten voor nieuwe gevallen. Volgens de laatste informatie welke verstrekt is op de reservistendag te Den Haag (28 september 2007) is iedere reservemilitair nu vanwege Defensie verzekerd voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) als zijnde een reguliere werknemer van Defensie. Dit is niet expliciet ergens terug te vinden maar zou volgen uit het feit dat de reservemilitair intussen qua rechtspositie gelijkgeschakeld is aan het beroepspersoneel. De reservemilitair zou daarmee vallen onder het globale begrip overheidswerknemer die automatisch valt onder de Ziektewet (ZW) en de WIA. De WIA heeft de WAO opgevolgd en is bovendien een totaal ander soort regeling dan de WAMIL was. Bovendien had de reservemilitair in werkelijke dienst in het verleden geen aanspraak op de WAO vanwege Defensie. Dit ondanks dat de reservemilitair wel altijd over zijn wedde premie heeft afgedragen voor de WAO en nu voor de WIA. Wat is er veranderd waardoor de reservemilitair die kortstondig in werkelijke dienst is nu wel WIA-rechten heeft via Defensie, terwijl hij geen WAO-rechten had? Of is er nog altijd verschil tussen de situatie van de reservemilitair die herhaald, kortstondig in werkelijke dienst is (NATRES, GLR, CEE, (back fill)) en de reservemilitair die incidenteel, langdurig in werkelijke dienst is (IDR, CIMIC, front- en back fill)? Voor de reservemilitair zonder (civiele) verzekering huisvrouw, student, kleine zelfstandige zonder verzekering brengen de nieuwe WIA-rechten met zich mee dat zij zich ziek moeten kunnen melden. Dat moet ook kunnen bij Defensie, in PeopleSoft zodat zij het ziektetraject, en na twee jaar het WIA-traject van Defensie kunnen bewandelen. De berekeningsgrondslag voor het ziekte- en WIA-traject zijn voor de reservemilitair zonder verzekering de militaire inkomsten. Voor de overige reservemilitairen zal gelden dat zij zich conformeren aan de regelgeving vanuit hun cao of verzekering. In een extreem geval is het denkbaar dat de reservemilitair met verzekering aanvullend ziektegeld, gevolgd door WIA-vergoeding krijgt vanuit Defensie. Knelpunt 3. Anno 2009 kan het reserve-personeel zich (nog) niet ziekmelden in PeopleSoft. Dit speelt in de eerste plaats bij de reservemilitair die niet in werkelijke dienst is. Maar ook wanneer de reservemilitair niet verschijnt bij een activiteit uit het overeengekomen werkrooster wordt de reden van de afwezigheid kan ziekte zijn niet geregistreerd. Zorgpunt 5. Onder de WIA zou de berekeningsgrondslag voor de reservemilitair zonder baan of vast inkomen de militaire inkomsten worden. Hier zou het aanbeveling verdienen dat zou kunnen worden teruggegaan naar het principe van de WAMIL dat voor vaststelling van de hoogte van de uitkering uit werd gegaan van het verwacht carrièreverloop. Denk aan de huisman/-vrouw die zijn/haar loopbaan tijdelijk heeft onderbroken voor bijvoorbeeld studie of (mantel)zorg taken met de intentie de loopbaan later weer op te pakken. Of aan iemand die een sabbatical heeft genomen en een deel daarvan op uitzending gaat (CIMIC, front fill) Wajong vervangt WAMIL voor jonge reservisten Sinds het sluiten van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (WAMIL) voor nieuwe gevallen per 29 december 2005 vallen jonge reservemilitairen, die vroeger onder deze militaire regeling zouden kunnen vallen 8, nu onder de civiele Wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten (Wajong). Door het groeiende aantal studenten dat als reservemilitair dient, kan Defensie in toenemende mate met deze Wajong te maken krijgen die qua uitgangspunten afwijkt van de WAMIL. Een wezenlijk verschil tussen de twee regelingen is het niveau van de uitkering. De WAMIL hield rekening met het verwacht carrièreverloop en de daarbij te verwachtten gewijzigde berekeningsgrondslag (toekomstig inkomen) van de dienstplichtige dan wel NATRES-militair. De Wajong houdt hier geen rekening mee. 8 De WAMIL was in eerste instantie van toepassing op het verplicht dienende personeel (Dienstplichtwet): dienstplichtigen en verplicht tot het reserve-personeel behorende reservisten. Sinds 1995 was de WAMIL ook van toepassing op het vrijwillig dienende reserve-personeel met een aanstelling bij het Korps Nationale Reserve. versie: definitief 11

18 Deel I Knel- en zorgpunten Verder kent de Wajong bij ziekte een wachttijd van één jaar zonder (loondoor)betaling. De student, tevens reservemilitair kan in deze periode geen rechten ontlenen aan de Ziektewet (ZW) vanuit Defensie of aanspraak maken op loondoorbetaling door Defensie 9. De student heeft bijgevolg door de wachttijdbepaling uit de Wajong het eerste jaar mogelijkerwijs geen middelen van bestaan. De uitzondering op deze regel vormt de student die stage loopt, doordat de ZW wel voorziet in een uitkering aan stagiaires (met beloning). Zorgpunt 6. Door het groeiende aantal studenten dat zich aanmeldt bij de NATRES-bataljons 10, is er een groeiende groep reservemilitairen die onder de Wajong valt. Deze groep zou tot 2005 onder de WAMIL zijn gevallen. NATRES-pelotons, waar studenten 20% of meer van het personeel uit maken zijn inmiddels geen uitzondering meer in typische studentensteden. Zorgpunt 7. De uitgangspunten van de Wajong zijn niet dezelfde als die van de WAMIL. Daar waar de WAMIL onder andere qua uitkeringsniveau rekening hield met het verwacht carrièreverloop, voorziet de Wajong (blijvend) in een uitkering met als grondslag maximaal 75% van het wettelijk minimumloon. Zorgpunt 8. De Wajong kent een wachttijd van één jaar zonder betaling. De student, tevens reservemilitair heeft bijgevolg in het eerste jaar geen inkomen tenzij hij stagiair is met beloning Molest Defensie en het Verbond van Verzekeraars hebben de overeenkomst Vredes- en humanitaire operaties 2003 ondertekend. Deze overeenkomst schept de mogelijkheid voor defensiepersoneel om een, aan een hypotheek gekoppelde levensverzekering af te sluiten zonder toepassing van de molestclausule. Tijdens het onderzoek is één voorbeeld opgedoken van een verzekering waarin specifiek reservisten worden genoemd als groep die is uitgesloten. Zie ten minste W.M.A. Kalkman, De overeenkomst, Kluwer, 2007, pag. 75. Knelpunt 4. De overeenkomst Vredes- en humanitaire operaties 2003 dekt het defensiepersoneel. De reservemilitair, zeker diegene die op uitzending gaat, moet al zijn polissen controleren op de aanwezigheid van uitsluitingsbepalingen voor militairen evenals uitsluitingsbepalingen die specifiek reservepersoneel noemen AMAR Artikel 118 Aanspraken bij overlijden Het niet toekennen van een vergoeding op grond van artikel 118 Aanspraken bij overlijden van het AMAR bij ongevallen onder buitengewone omstandigheden (art. 4, Regeling proces-verbaal van ongeval en rapportage medische aangelegenheden (regeling PVO)), welke wel wordt toegekend bij bedrijfsongevallen (art. 5, zelfde regeling) is gezien de zwaardere gradatie van ongevallen vallend onder artikel 4 van de regeling PVO een knelpunt. Niet alleen voor het reserve-personeel maar voor al het militair personeel. Zeker bij ongevallen vallend onder artikel 4 van de regeling PVO zou toewijzing van een vergoeding op grond van artikel 118 van het AMAR terecht zijn wanneer wordt uitgegaan van de zorgplicht van Defensie. 11 Knelpunt 5. Defensie gaat momenteel coulant om met het toekennen van vergoedingen op grond van artikel 118 van het AMAR bij ongevallen vallend onder artikel 4 van de regeling PVO. Daarmee is dit redelijke recht een gunst geworden wat ongewenst is. Dit treft vooral het beroepspersoneel. Knelpunt 6. Het repatriëren van het stoffelijk overschot van reservisten anders dan uit een uitzendgebied is niet automatisch gedekt door een verzekering. De reservist heeft geen toegang tot de SZVK, en dat repatriëren valt niet onder de standaarddekking van de Zvw. Zie voetnoot BG voor personeel in WW (civiel), huisvrouw, kleine zelfstandigen De bepalingen over de berekeningsgrondslag (BG) voor reserve-personeel zijn nog steeds niet in alle regelingen bevredigend geredigeerd. Naast deze algemene constatering is er nog de bijzondere situatie van het reserve-personeel zonder 9 In de en wordt behandeld dat de reservist zich niet kan ziekmelden bij Defensie (in PeopleSoft) voor het eventueel krijgen van aanspraken op ziekengeld en uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. 10 Het is de onderzoeker niet bekend in welke mate bij andere delen van de krijgsmacht ook studenten als reservemilitair dienen. In zover bij de GLR, het CEE en andere reservistenformaties ook studenten dienen dan geldt dit punt van zorg evenzeer voor dit personeel. Zie verder ook voetnoot Nader: In juli 2009 is met de SCO overeengekomen dat Defensie betaalt voor het repatriëren van het stoffelijk overschot vanuit het uitzendgebied. Dit ongeacht de wijze van overlijden. Wanneer er sprake is van overlijden in het buitenland, niet zijnde uitzendgebied worden de kosten van repatriëring gedekt door de SZVK. De bepalingen rond overlijden in Nederland veranderen niet door deze nieuwe afspraken. Het reserve-personeel heeft geen toegang tot de SZVK en valt onder de Zvw. Repatriëren van het stoffelijk overschot valt niet onder het standaardpakket van de Zvw. 12 versie: definitief

19 Deel I Knel- en zorgpunten vaste baan met een daaraan gekoppeld civiel inkomen. Te denken valt aan studenten, huisvrouwen/-mannen, kleine zelfstandigen zonder verzekering (met inbegrip van ZZP-ers) en personeel met een WW- of WAO/WIA-uitkering. Voor deze groepen ontstaan bijzondere vraagstukken wat betreft de BG wanneer zo n reservemilitair wordt uitgezonden, dat wil zeggen gedurende enkele maanden aaneensluitend in werkelijk dienst is. Het gaat dan in het bijzonder om de discussie of gekeken moet worden naar alleen de militaire inkomsten of dat hier een WAMIL-achtige benadering gehanteerd zou moeten worden die rekening houdt met het (verwacht) civiele carrièreverloop. Een andere bijzondere casus is die van de reservemilitair die een jaar op wereldreis is geweest (geen loondoorbetaling), of reservemilitairen die in hun civiele baan te maken krijgen met arbeidstijdverkorting. Zorgpunt 9. Het denken over het begrip berekeningsgrondslag voor reservemilitairen moet een redelijk antwoord kunnen geven in alle afzonderlijke situaties die zich kunnen voordoen bij dit personeel. Bijzondere situaties kunnen zich bijvoorbeeld voordoen wanneer de reservemilitair (tijdelijk) geen vast inkomen uit bedrijf of beroep heeft. Hier verdient een WAMIL-achtige benadering, die rekening houdt met het verwacht carrièreverloop aanbeveling Voortzetting aanstelling bij arbeidsongeschiktheid onder 35% Bij arbeidsongeschiktheid onder 35% is de hoofdregel uit de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) dat de werknemer, en dus ook de reservemilitair in dienst blijft bij zijn oorspronkelijke werkgever. Eventueel in een aangepaste (lagere) functie, en/of met minder werkuren. Wat aandacht vraagt is welke gevolgen de reservemilitair ondervindt met betrekking tot zijn tweede-, militaire aanstelling. De intentie van de navolgende beschouwing is niet dat Defensie de reservemilitair een volledige betrekking zou moeten aanbieden. Wel aan de orde is of het reserve-personeel in vergelijkbare omstandigheden door Defensie op een vergelijkbare wijze wordt behandeld als het beroepspersoneel. Voor het beroepspersoneel geldt dat bij arbeidsongeschiktheid onder 35%, in geval van omstandigheden vallend onder artikel 5 van de regeling PVO (bedrijfsongeval) re-integratie plaatsvindt zonder inkomensverlies. Bovendien geldt bij plaatsing op een militaire functie een blijvende dispensatie voor de militaire inzetbaarheidseisen. Re-integratie op een niet-militaire functie is ook mogelijk. Wanneer er sprake is van omstandigheden vallend onder artikel 4 van de regeling PVO (buitengewone omstandigheden) dan zijn er voor het beroepspersoneel bij arbeidsongeschiktheid onder 35% sprake van nog verdergaande beschermingen en garanties. Voor de situatie dat er geen sprake is van dienstverband, gelden ook garanties, hoewel minder. Voor het reserve-personeel bestaan deze zekerheid en dispensaties niet voor de militaire functie. Wanneer door de reservemilitair niet meer kan worden voldaan aan de inzetbaarheidseisen als militair kan dit leiden tot het oordeel blijvende dienstongeschiktheid. Dit zal leiden tot ontslag voor de reservist als militair. En dit zonder dat het wegvallende militaire inkomen wordt gecompenseerd. Zorgpunt 10. Bij arbeidsongeschiktheid onder 35% gelden bij omstandigheden vallend onder de artikelen 4 en 5 van de regeling PVO voor beroepspersoneel bepaalde beschermingen en garanties die een blijvend militair inkomen zekerstellen. Bij het reserve-personeel gelden deze beschermingen en garanties voor de militaire functie niet of worden niet toegepast waardoor het (aanvullende) militaire inkomen wegvalt zonder compensatie Inkomensachteruitgang bij WIA De categorie arbeidsongeschikten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-80% is wat hun inkomen betreft afhankelijk van de mate waarin de (rest)verdiencapaciteit wordt benut. Inkomensachteruitgang wordt als vanzelfsprekend geaccepteerd. Wanneer de benutting van de (rest) verdiencapaciteit onder de 50% terecht komt ontstaat een aanzienlijke inkomensachteruitgang. Er kunnen zich door deze bepalingen situaties gaan voordoen van ex-(reserve)- militairen die onder het bijstandsniveau terechtkomen als gevolg van iets dat hen in werkelijke dienst is overkomen. Voor informatie over de reservist en een Invaliditeitspensioen aanvullingsplan (IPAP) zie hierna onder Knelpunt 7. Bij arbeidsongeschiktheid van 35-80% verschilt de soort en het niveau van de civiele uitkering afhankelijk van de mate waarin de (rest)verdiencapaciteit wordt benut. Wanneer deze benutting onder de 50% terechtkomt, kan het inkomen terugvallen tot onder het bijstandsniveau. Dit geldt ook voor het ex-beroepspersoneel, tenzij dit personeel deelneemt aan een Invaliditeitspensioen aanvullingsplan (IPAP). versie: definitief 13

20 Deel I Knel- en zorgpunten Kosten geneeskundige zorg In de brief Reservistenzorg (2008) 12 is er sprake van dat het reserve-personeel tot 30 dagen na verblijf in werkelijke dienst recht heeft op geneeskundige zorg door of vanwege de MGD. Nu staat nog steeds in artikel 90b van het AMAR dat de reservist aanspraak heeft op deze geneeskundige verzorging alleen gedurende de periode dat hij in werkelijke dienst is. Per juli 2009 is in het AMAR nog niets terug te vinden van de beleidswijziging die in de brief uit mei 2008 is verwoord. Zorgpunt 11. In de brief Reservistenzorg (2008) is er sprake van dat de geneeskundige zorg voor het reserve-personeel door of vanwege de MGD (AMAR, art. 90b) zich uitstrekt tot 30 dagen na verblijf in werkelijke dienst. Dit AMAR-artikel is per juli 2009 nog niet in overeenstemming gebracht met deze intentie Anw en voortdurend nabestaandenpensioen Bij overlijden krijgen nabestaanden en (half)wezen een uitkering onder de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Voor gewezen militairen en hun nabestaanden regelt daarenboven het Besluit bijzondere militaire pensioenen 13 het recht op bijzonder invaliditeits- en nabestaandenpensioen in geval van invaliditeit- of arbeidsongeschiktheid met dienstverband. Artikel 6 van het Besluit bijzondere militaire pensioenen heeft de titel Het recht op voortdurend partner- of wezenpensioen en artikel 7 de titel Het recht op tijdelijk verhoogd partner- of wezenpensioen (onderstreping van steller). Het besluit beschrijft vervolgens de Anw-korting die moet worden toegepast op die pensioenen. In artikel 9, lid 2 staat dan een regeling voor partner- en wezenpensioen en in artikel 10, lid 4 voor tijdelijk partner- en wezenpensioen. Deze Anw-korting wordt niet beschreven voor het voortdurend partner- en wezenpensioen uit artikel 6. Er lijkt sprake te zijn van een minder zorgvuldige redactie. Knelpunt 8. Het Besluit bijzondere militaire pensioen behandelt de Anw-korting bij het (tijdelijk) partner- en wezenpensioen, echter niet bij het voortdurend partner- of wezenpensioen Eenmalige uitkering bij overlijden Op grond van artikel 118a Uitkering bij overlijden van het AMAR krijgen de nabestaanden van de militair een eenmalige uitkering bij diens overlijden. Dit is onafhankelijk van vraagstukken als toekenning van omstandigheden uit artikel 4 of artikel 5 van de regeling PVO. De uitkering bedraagt drie maal het bruto maandloon 14 als nettobedrag uitgekeerd. Twee aspecten van dit artikel spelen een rol: de redactie van het artikel zelf en de informatie die over dit artikel wordt verstrekt. Het begrip de militair zoals hier gebruikt omvat ook het reserve-personeel ongeacht of dit personeel wel of niet in werkelijke dienst was op het moment van overlijden. Echter, de intentie zou zijn dat de uitkering alleen wordt uitbetaald wanneer de reservist in werkelijke dienst komt te overlijden. Het aspect informatie wordt hierna behandeld in , bij Organisatie. Knelpunt 9. De nabestaanden van de militair die komt te overlijden, komen in aanmerking voor een eenmalige uitkering op grond van artikel 118a van het AMAR. De huidige redactie van dit artikel brengt met zich mee dat nabestaanden van de reservemilitair te allen tijde recht hebben op deze uitkering ook wanneer de reservemilitair niet in werkelijke dienst is op het moment van overlijden. Dit zou niet de intentie zijn Front- en back fill De brief Reservistennota 2009 onderscheidt voor reserve-personeel onder andere de inzetmogelijkheden Uitzendingen en back fill. Inmiddels komt daar bij het begrip front fill. Alles rond deze onderwerpen is nieuw voor Defensie en daarmee zijn dit onderwerpen die nog niet in regelingen zijn opgenomen, invulling van de behoefte aan personeel voor uitzendingen, front- en back fill gebeurt nu nog uit het zadel. Het begrip front fill wordt gebruikt voor de inzet van reservisten die mee op uitzending gaan op algemene militaire functies. Dit in tegenstelling tot het begrip Uitzendingen dat bij het reserve-personeel gereserveerd was voor RSDers die in hun civiele specialisme op uitzending gaan. Uitgezonden reservisten ( Uitzendingen en front fill) kunnen in PeopleSoft de code doorlopend in werkelijke dienst meekrijgen. Voor hun eventuele militaire aanspraken bij ongevallen is deze codering toereikend voor wat betreft de aantoonbaarheid van het dienstverband bij Defensie, bij arbeidsongeschiktheid en invaliditeit. 12 Brief Staatssecretaris van Defensie aan Tweede Kamer, Reservistenzorg, d.d. 2 mei 2008, nr. P/ Besluit van 6 februari 2001, Stb. 139, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 2 oktober 2006, Stb In AMAR, artikel 118a, lid 3 staat: De uitkering is gelijk aan driemaal het bedrag van de bezoldiging waarop de militair op de dag van zijn overlijden aanspraak had, vermeerderd met het bedrag per maand van de andere inkomsten die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de pensioengrondslag. 14 versie: definitief

2. Arbeidsrelatie tussen de reservist en Defensie

2. Arbeidsrelatie tussen de reservist en Defensie INFORMATIE BETREFFENDE ARBEIDSVOORWAARDEN EN RECHTSPOSITIE RESERVEPERSONEEL TIJDENS OEFENING, INZET EN VREDESMISSIE Hoofdstuk XIX Reservepersoneel en sociale zekerheid en pensioenen 1. Inleiding Reservisten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2008 30 674 Wijziging van de Militaire ambtenarenwet

Nadere informatie

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van:

Werken na het bereiken. gerechtigde leeftijd. het bereiken. leeftijd. Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Werken na Werken na het bereiken het bereiken van de van de pensioenpensioengerechtigde gerechtigde leeftijd leeftijd Deze brochure is een samenwerkingsproduct van: Inleiding Werken na het bereiken van

Nadere informatie

Inhoud. Afkortingen 13

Inhoud. Afkortingen 13 Inhoud Afkortingen 13 1 Inleiding in de sociale zekerheid 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Driedeling 28 1.2.1 Werknemersverzekeringen 29 1.2.2 Volksverzekeringen 29 1.2.3 Sociale voorzieningen 30 2 Kinderen 33

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 875 Wijziging van een aantal wetten in verband met de vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel (Aanpassingswet kaderwet

Nadere informatie

Bijlage: Vergelijking WIA en Appa

Bijlage: Vergelijking WIA en Appa Bijlage: Vergelijking WIA en Appa 1. Inleiding In deze notitie wordt een vergelijking gemaakt tussen de sregeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA ) en de verlengde uitkering

Nadere informatie

Jeugdzorg 2014-2016. Zie artikel 3.10 van de cao.

Jeugdzorg 2014-2016. Zie artikel 3.10 van de cao. Bijlage 6 Zie artikel 3.10 van de cao. Wachtgeldregelingen Voor de leesbaarheid hanteren we in deze bijlage de termen werknemer en werkgever. Met werknemer wordt de persoon bedoeld die op grond van artikel

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH

REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH REGLEMENT AANVULLEND ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSPENSIOEN VAN STICHTING PENSIOENFONDS IMTECH Inhoudsopgave Artikel Titel 1. Algemene bepalingen 1 2. Deelnemers 1 3. Jaarsalaris 2 4. Arbeidsongeschiktheidspensioengrondslag

Nadere informatie

27 207 Vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg)

27 207 Vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg) 27 207 Vaststelling van regels voor het tot stand brengen van een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg in de ruimste zin (Wet arbeid en zorg) DERDE NOTA VAN WIJZIGING (ontvangen.. maart 2001) Het voorstel

Nadere informatie

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK

TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK TOELICHTING OP DE FOM-SALARISSTROOK Hieronder volgt een beknopte toelichting op de salarisstrook. In deze toelichting wordt ingegaan op de meest voorkomende gegevens. Indien u nog vragen heeft na het lezen

Nadere informatie

DienstenCentrum Re-integratie. Verlaten van Defensie en Re-integratie

DienstenCentrum Re-integratie. Verlaten van Defensie en Re-integratie DienstenCentrum Re-integratie Verlaten van Defensie en Re-integratie Verlaten van Defensie en Re-integratie Op basis van het herzien Re-integratiebeleid Defensie heeft het DienstenCentrum Re-integratie

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie. Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen College van Bestuur Politieacademie

Ministerie van Veiligheid en Justitie. Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen College van Bestuur Politieacademie Ministerie van Veiligheid en Justitie > Retouradres Postbus 20301 2S00 EH Den haag Korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen College van Bestuur academie Personeel & Materieel Schedeldoekshaven 200

Nadere informatie

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht

Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht Premies per 1 januari 2012 Volksverzekeringen (premieafdracht aan Belastingdienst) premie % AOW ANW AWBZ werkgever - - - werknemer 17,91

Nadere informatie

Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht

Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht Hoofdstuk 14 Sociaal zekerheidsrecht Paragraaf 14.1 1. Overzicht van de Nederlandse sociale zekerheid a. Op welke wijze is het Nederlandse sociaal zekerheidsstelsel in te delen? b. Noem de organisaties

Nadere informatie

II Het dienstverband

II Het dienstverband II Het dienstverband Voorwaarden De onderwerpen in dit boek hebben betrekking op de situaties waarbij er sprake is van een - tijdelijk of vast - dienstverband. Er is sprake van een dienstverband als er

Nadere informatie

Pensioenovereenkomst (inclusief pensioenovereenkomst voor beroepsmilitairen)

Pensioenovereenkomst (inclusief pensioenovereenkomst voor beroepsmilitairen) Pensioenovereenkomst (inclusief pensioenovereenkomst voor beroepsmilitairen) De overheidswerkgevers verenigd in de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), te weten de werkgevers van het personeel

Nadere informatie

III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN

III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN III. REGLEMENT AANVULLINGEN EN UITKERINGEN Artikel 1 - Definities In dit reglement gelden de definities die zijn opgenomen in de statuten. Verder wordt in aanvulling of afwijking daarvan verstaan onder:

Nadere informatie

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING

REGLEMENT WGA-HIAATREGELING REGLEMENT WGA-HIAATREGELING STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE KOOPVAARDIJ GELDEND OP 1 JANUARI 2012 januari 2012 REGLEMENT WGA-HIAATREGELING ARTIKEL 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan

Nadere informatie

IPAP Inkomen bij arbeidsongeschiktheid. werkgevershandleiding bij collectief contract

IPAP Inkomen bij arbeidsongeschiktheid. werkgevershandleiding bij collectief contract IPAP Inkomen bij arbeidsongeschiktheid werkgevershandleiding bij collectief contract Vooraf U hebt een collectief contract voor IPAP bij Loyalis Verzekeringen gesloten. In het contract wordt naar deze

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen)

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedek- kingsbedrijven (Bpf-Bitumen) 7a 7.1 Algemeen 60 7.2 Deelnemers 62 7.3 Premies 62 7.4 Ouderdomspensioen 63 7.5 Vervroegd pensioen 63

Nadere informatie

Uw werknemer is arbeidsongeschikt. Wat doet PMT? Wat betekent het voor uw administratie?

Uw werknemer is arbeidsongeschikt. Wat doet PMT? Wat betekent het voor uw administratie? Uw werknemer is arbeidsongeschikt Wat doet PMT? Wat betekent het voor uw administratie? Leeswijzer Deze brochure is opgebouwd uit vier delen: Wat houdt 1. Wat houdt in? In dit eerste deel vindt u algemene

Nadere informatie

Maak een nieuw dienstverband aan vanaf 1 maart. Dat doet u via Werknemers, Nieuw, en dan de middelste optie Maak een nieuw dienstverband voor :

Maak een nieuw dienstverband aan vanaf 1 maart. Dat doet u via Werknemers, Nieuw, en dan de middelste optie Maak een nieuw dienstverband voor : Ouderschapsverlof Inhoud Ouderschapsverlof vastleggen in Loon...1 Wat is ouderschapsverlof?...3 Hoe lang mag ik ouderschapsverlof opnemen?...4 Gevolgen voor uw socialezekerheidsrechten bij verlof...4 Ouderschapsverlof

Nadere informatie

Vrijwillige verzekering binnenland. Informatie over vrijwillig verzekeren voor de Ziektewet, WIA, WAO en WW

Vrijwillige verzekering binnenland. Informatie over vrijwillig verzekeren voor de Ziektewet, WIA, WAO en WW Vrijwillige verzekering binnenland Informatie over vrijwillig verzekeren voor de Ziektewet, WIA, WAO en WW Werk boven uitkering UWV verstrekt tijdelijk inkomen in het kader van wettelijke regelingen als

Nadere informatie

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE

(DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE (DEELTIJD)ONTSLAG CAO KUNSTEDUCATIE INFORMATIE OVER DE VAN TOEPASSING ZIJNDE REGELINGEN UIT DE CAO KUNSTEDUCATIE Hierna komen achtereenvolgens aan de orde: Suppletieregeling (van toepassing bij autonome

Nadere informatie

Arbeidsongeschiktheid en uw pensioen

Arbeidsongeschiktheid en uw pensioen Arbeidsongeschiktheid en uw pensioen INHOUD PAGINA 1. Inleiding 2 2. Arbeidsongeschiktheid en uitkeringen vanuit de overheid 3 3. Arbeidsongeschiktheid en uw pensioen 5 4. Vragen staat vrij! 8 1. Inleiding

Nadere informatie

WIA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2008)

WIA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2008) WIA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2008) INLEIDING Op 28 november 2006 is een Hoofdlijnenakkoord gesloten tussen werkgevers en werknemers bij Defensie over de bovenwettelijke

Nadere informatie

JE TIJD ANDERS INDELEN

JE TIJD ANDERS INDELEN Deze brochure is onderdeel van de brochurereeks over pensioen van Stichting Algemeen Pensioenfonds KLM en is bedoeld voor deelnemers aan het pensioenreglement 2006. Hiertoe behoren KLM-medewerkers in een

Nadere informatie

Vrijwillige verzekering binnenland

Vrijwillige verzekering binnenland uwv.nl werk.nl Vrijwillige verzekering binnenland Informatie over vrijwillig verzekeren voor Ziektewet, WIA, WAO en WW Wilt u meer weten? Deze brochure geeft algemene informatie. Wilt u na het lezen meer

Nadere informatie

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID AI Nr. 9370 Bijvoegsel Stcrt. d.d. 15-06-2000, nr. 113 ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN GEWIJZIGDE BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR

Nadere informatie

uw kenmerk Lbr. 101086

uw kenmerk Lbr. 101086 LOGA Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Landelij k Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden informatlecentrum tel. (070) 373 8020 uw kenmerk betreft ons kenmerk Aanvulling: Wijzigingen CAR

Nadere informatie

Dienstverlening aan huis (bron www.rijksoverheid.nl)

Dienstverlening aan huis (bron www.rijksoverheid.nl) Dienstverlening aan huis (bron www.rijksoverheid.nl) Particulieren kunnen door de Regeling dienstverlening aan huis gemakkelijk iemand inhuren voor klussen in en om het huis. Zij hoeven voor deze huishoudelijke

Nadere informatie

De WGA-verzekering voor AGF Groothandel

De WGA-verzekering voor AGF Groothandel De WGA-verzekering voor AGF Groothandel Arbeidsongeschikt, wat nu? Het is belangrijk dat u goed op de hoogte bent van de risico s van inkomensterugval waar uw medewerkers mee te maken kunnen krijgen als

Nadere informatie

Vrijwillige verzekering binnenland. Informatie over vrijwillig verzekeren voor Ziektewet, WIA, WAO en WW

Vrijwillige verzekering binnenland. Informatie over vrijwillig verzekeren voor Ziektewet, WIA, WAO en WW Vrijwillige verzekering binnenland Informatie over vrijwillig verzekeren voor Ziektewet, WIA, WAO en WW Inhoud Waarom deze brochure? 2 Waarom zelf verzekeren? 2 Wanneer kunt u zich vrijwillig verzekeren?

Nadere informatie

Langdurig arbeidsongeschikt. VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36

Langdurig arbeidsongeschikt. VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36 Langdurig arbeidsongeschikt VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36 1 Inleiding Arbeidsongeschikt worden is iets waar niemand graag aan denkt. Toch is het goed af en toe na te denken over wat

Nadere informatie

Arbeidsongeschikt. Wat betekent dat voor mijn pensioen?

Arbeidsongeschikt. Wat betekent dat voor mijn pensioen? Arbeidsongeschikt Wat betekent dat voor mijn pensioen? Inhoud H01 Wanneer ben ik arbeidsongeschikt? pagina 3 H02 Wat moet ik weten als ik arbeidsongeschikt ben? pagina 5 H03 De gevolgen van arbeidsongeschiktheid

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1996 1997 Nr. 110c 25 062 Wijziging van de inkomensgrens ziekenfondsverzekering voor AOW-gerechtigden BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg BESLUIT Uitvoeringsbesluit re-integratie/werkleeraanbod voor de nadere invulling van de artikelen 12, derde lid, 17, tweede lid, 18, derde lid, 20, tweede lid en 24 derde lid van de Verordening werk en bijstand,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 073 Aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde

Nadere informatie

Arbeids- ongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen?

Arbeids- ongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen? Arbeids- ongeschikt Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen? N.B. Op dit moment ligt de officiële pensioenleeftijd bij UWV nog op

Nadere informatie

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2016

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2016 Uitkeringsbedragen per 1 januari 2016 Per 1 januari 2016 worden de Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven 6b Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bikudak) 65 P e n s i o e n r e g e l i n g u t a - w e r k n e m e r s Jaarboek Pensioen- en bedrijfstakeigen regelingen in de sector bouwnijverheid

Nadere informatie

digitate minuut I Werkstroom Volledige werkstroom Page 1 of I Digitale minuut Voortgang WAO WIA Eindparaaf Gijzen, P.W. van - BD/PV/P&M Datum/paraaf

digitate minuut I Werkstroom Volledige werkstroom Page 1 of I Digitale minuut Voortgang WAO WIA Eindparaaf Gijzen, P.W. van - BD/PV/P&M Datum/paraaf Digitale minuut Page 1 of I digitate minuut I Voortgang WAO WIA 1 DGPol Behandelaar Nieuwenhuys BSc MSc, R.G.E. mw. - BD/PV/P&M Werkstroom Eindparaaf Gijzen, P.W. van - BD/PV/P&M /paraaf Paminco: Instructie:

Nadere informatie

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 30 318 Voorstel van wet tot aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassings-

Nadere informatie

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015

Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 366 Wijziging van de Wet arbeid en zorg in verband met een uitkering aan zelfstandigen bij zwangerschap en bevalling en een verruiming van de

Nadere informatie

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013. Nieuwsbericht 25-06-2013

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013. Nieuwsbericht 25-06-2013 Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013 Nieuwsbericht 25-06-2013 Per 1 juli 2013 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, Wwb, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Factsheet Stapelingsmonitor 2014 Gemeente Schiedam

Factsheet Stapelingsmonitor 2014 Gemeente Schiedam Gemeente Schiedam Januari 2014 Gemeente Schiedam Door de decentralisaties in het sociaal domein komen steeds meer verantwoordelijkheden bij gemeenten te liggen. Zo ook bij de gemeente Schiedam. Naast deze

Nadere informatie

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015

Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 Verordening loonkostensubsidie Participatiewet Krimpen aan den IJssel 2015 De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 658 Besluit van 13 december 2012 tot het aanbrengen van technische wijzigingen in een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met

Nadere informatie

Reglement Anw-hiaatpensioen

Reglement Anw-hiaatpensioen Vastgesteld in de bestuursvergadering van 5 december 2013 H. Langeveld, voorzitter P. Dijkstra, secretaris Postbus 94202, 1090 GE Amsterdam Bestuursmanagement: Mol & Pensioen T 035-642 29 21 M 06-832 33

Nadere informatie

Participatiewet De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2015. De netto normbedragen voor mensen vanaf 21 jaar tot aan pensioen zijn:

Participatiewet De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2015. De netto normbedragen voor mensen vanaf 21 jaar tot aan pensioen zijn: Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Participatiewet De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2015. De netto normbedragen voor mensen vanaf 21 jaar tot aan pensioen zijn: Gehuwden/samenwonenden per

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven 6b Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bikudak) 65 P E N S I O E N R E G E L I N G U T A - W E R K N E M E R S Jaarboek Pensioen- en bedrijfstakeigen regelingen in de sector bouwnijverheid

Nadere informatie

Uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid

Uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid Stichting Shell Pensioenfonds Uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid Via de pensioenregeling van Stichting Shell Pensioenfonds (SSPF) zijn er voorzieningen getroffen voor het geval u door (gedeeltelijke)

Nadere informatie

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds

Reglement. Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen. Stichting Metro Pensioenfonds Reglement Excedent Arbeidsongeschiktheidspensioen Stichting Metro Pensioenfonds 1 Inhoudsopgave pagina Artikel 1 Begripsomschrijvingen 2 Artikel 2 Deelnemerschap 2 Artikel 3 Terhandstelling van bescheiden

Nadere informatie

IA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2009)

IA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2009) IA-inkomensvoorzieningen Defensie (stand van zaken per januari 2009) INLEIDING Op 28 november 2006 is een Hoofdlijnenakkoord gesloten tussen werkgevers en werknemers bij Defensie over de bovenwettelijke

Nadere informatie

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.

UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement

Nadere informatie

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien?

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien? FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl Minder gaan werken? Of stoppen misschien? Minder werken. Of stoppen, misschien? Je loopt met het idee rond om

Nadere informatie

versie 7 juni 2012 Nota van Toelichting Algemeen

versie 7 juni 2012 Nota van Toelichting Algemeen Nota van Toelichting Algemeen Met de afkondiging van de Veteranenwet in het Staatsblad (2012, 133) is de grondslag voor de erkenning en waardering en de zorg aan veteranen door het parlement, en daarmee

Nadere informatie

Inkomensgarantieplan voor Overheid & Onderwijs. De oplossing voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid

Inkomensgarantieplan voor Overheid & Onderwijs. De oplossing voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid Inkomensgarantieplan voor Overheid & Onderwijs De oplossing voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid Inhoud De kracht van OHRA 3 Waarom verzekeren bij OHRA? 4 Wettelijke regelingen 5 Het OHRA Inkomensgarantieplan

Nadere informatie

Nabestaandenpensioen. Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten.

Nabestaandenpensioen. Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten. Nabestaandenpensioen Pensioen is er niet alleen voor jezelf. Het is ook bedoeld om eventuele nabestaanden goed verzorgd achter te laten. Inleiding De pensioenregeling van UWV voorziet standaard in een

Nadere informatie

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid Inkomen kan erg tegenvallen bij arbeidsongeschiktheid Stelt u zich eens voor, u wordt ziek. En twee jaar later bepaalt UWV dat u arbeidsongeschikt bent.

Nadere informatie

Vrijwillige voortzetting na ontslag

Vrijwillige voortzetting na ontslag Aanvraagformulier Vrijwillige voortzetting na ontslag Waarom dit formulier? U bent (gedeeltelijk) ontslagen. Dat heeft als gevolg dat u minder of geen pensioen opbouwt bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn

Nadere informatie

ARTIKEL II WET UITKERINGEN BURGER-OORLOGSSLACHTOFFERS 1940-1945

ARTIKEL II WET UITKERINGEN BURGER-OORLOGSSLACHTOFFERS 1940-1945 Voorstel van wet tot Wijziging van de Algemene nabestaandenwet en de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 in verband met een technische aanpassing van de berekening van de nabestaandenuitkering

Nadere informatie

Uitleg salarisstrook. HR Services. Challenge the future

Uitleg salarisstrook. HR Services. Challenge the future Uitleg salarisstrook HR Services 1 Uitleg salarisstrook De salarisstrook bestaat uit 6 onderdelen. Elk onderdeel wordt in dit document kort toegelicht. In dit voorbeeld worden alleen de basiselementen

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Wetgeving voor veteranen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Wetgeving voor veteranen Postbus 20701 2500 ES Den Haag Telefoon (070) 318 81 88 Fax (070) 318 78 88 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Datum Ons kenmerk Onderwerp Wetgeving voor

Nadere informatie

Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds. Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw

Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds. Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw Uw pensioen bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterrecreatie en de Kunststoffen en Houten Jachtbouw 3 Welkom! Informatie over uw pensioenregeling bij Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de sector

Nadere informatie

Reservist bij de Koninklijke Marechaussee. De leukste baan! naast je werk of studie

Reservist bij de Koninklijke Marechaussee. De leukste baan! naast je werk of studie Reservist bij de Koninklijke Marechaussee De leukste baan! naast je werk of studie Operationeel Centrum Mobiel toezicht veiligheid Grensbewaking Schiphol Beveiliging Koninklijk Huis Als het erop aankomt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 801 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten)

Nadere informatie

(Tijdelijk) minder werken

(Tijdelijk) minder werken (Tijdelijk) minder werken Als je minder gaat werken heeft dit gevolgen voor je pensioenopbouw. Wat zijn de mogelijkheden, de gevolgen en welke acties kun je ondernemen? N.B. Op dit moment ligt de officiële

Nadere informatie

ECCVA/U201001917 CvA/LOGA 10/17 Lbr. 10/086

ECCVA/U201001917 CvA/LOGA 10/17 Lbr. 10/086 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Aanvulling: Wijzigingen CAR n.a.v. ingangsdatum pensioen uw kenmerk ons kenmerk ECCVA/U201001917 CvA/LOGA

Nadere informatie

Mijn oproepkracht is ziek. Wat betekent dit?

Mijn oproepkracht is ziek. Wat betekent dit? uwv.nl werk.nl Mijn oproepkracht is ziek. Wat betekent dit? Informatie voor werkgevers over recht op loon of Ziektewet-uitkering Wilt u meer weten? Deze brochure geeft algemene informatie. Wilt u na het

Nadere informatie

Kenmerk : H:\SEZ\Notities\2015\438 Aanbod WSD mbt No-riskpolis

Kenmerk : H:\SEZ\Notities\2015\438 Aanbod WSD mbt No-riskpolis Aan : MT Van : JZ Datum : 24 februari 2015 Kenmerk : H:\SEZ\Notities\2015\438 Aanbod WSD mbt No-riskpolis Betreft : No-riskpolis Eerdere besluiten: 435 Aanbod WSD mbt No-riskpolis Inleiding Gemeenten kunnen

Nadere informatie

Alfahulp bepalingen SWO Drimmelen per 1-1-2014. Inhoudsopgave

Alfahulp bepalingen SWO Drimmelen per 1-1-2014. Inhoudsopgave Alfahulp bepalingen SWO Drimmelen per 1-1-2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. De werkzaamheden... (pagina 1) 1.1 Aard en omvang. (pagina 1) 1.2 Tijdstippen, regeling en uitvoering.. (pagina 1) 1.3 Rol en verplichtingen

Nadere informatie

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet Werknemers 1 ZIEK Recht op doorbetaling van loon: - gedurende maximaal 2 jaar - gedurende looptijd contract - na afloop contract binnen twee jaar overname loonbetaling door UWV (vangnet) tot max. 2 jaar

Nadere informatie

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008

Stichting Metro Pensioenfonds. ANW Hiaatreglement. 28 oktober 2008 Stichting Metro Pensioenfonds ANW Hiaatreglement Inhoudsopgave BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 1 DEELNEMERSCHAP... 1 KEUZEMOGELIJKHEID ANW-HIAATPENSIOEN... 1 AANVANG EN WIJZIGING VAN DE VERZEKERING VAN ANW-HIAATPENSIOEN...

Nadere informatie

Arbeidsongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen?

Arbeidsongeschikt. Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen? Arbeidsongeschikt Stel dat je geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Wat betekent dit dan voor de opbouw van je pensioen? Inleiding UWV vindt het belangrijk dat je op een gezonde manier aan het

Nadere informatie

PROCEDURE PREMIEVRIJSTELLING BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID

PROCEDURE PREMIEVRIJSTELLING BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID 20150423 Procedure premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid 1 januari 2015 PROCEDURE PREMIEVRIJSTELLING BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID Procedure als bedoeld in artikel 11 van het Pensioenreglement van Stichting

Nadere informatie

Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt.

Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt. Startbrief Deelnemen aan de pensioenregeling van bpf GBP Wat is pensioen? Pensioen is inkomen voor als u later stopt met werken. Pensioen is ook inkomen voor uw nabestaanden als u overlijdt. Pensioen bestaat

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

Invaliditeitspensioen. voor gewezen militairen

Invaliditeitspensioen. voor gewezen militairen Invaliditeitspensioen voor gewezen militairen Inhoudsopgave pagina Uw aanvraag 4 Het onderzoek 6 Invaliditeitspensioen 8 Blijvende invaliditeit 11 Garantiepensioen 15 Zorgloket 17 Meer informatie 18 ABP

Nadere informatie

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer

Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Pagina 1/6 Overzicht van voor- en nadelen van pensioenopbouw in eigen beheer Momenteel bouwt u pensioen op bij uw eigen vennootschap. Dit betekent dat de vennootschap recht heeft op premieaftrek voor uw

Nadere informatie

Arbeidsongeschiktheid in het UMC. Wat nu?

Arbeidsongeschiktheid in het UMC. Wat nu? Arbeidsongeschiktheid in het UMC. Wat nu? Inhoudsopgave pagina 1 Antwoorden op vragen over arbeidsongeschiktheid 3 2 Wat wordt er van u verwacht en wie kunnen u ondersteunen? 3 3 Andere functie gevonden?

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2009Z02723/2080913600. Kamervragen van het lid Omtzigt De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven

Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bitumineuze- en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven (Bpf-Bitumen) Pensioenregeling uta-werknemers 7b 7.19 Deelnemers 70 7.20 Premies 70 7.21 Ouderdomspensioen 71 7.22 Vervroegd

Nadere informatie

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014

De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014 De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014 Per 1 januari 2014 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, WWB, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari

Nadere informatie

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering)

Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) Reglement TIJDELIJK AANVULLEND NABESTAANDENPENSIOEN (ANW-hiaat verzekering) van de vereniging Het Pensioenfonds voor het personeel van de ANWB, gevestigd te 's-gravenhage Datum: 1 januari 2015 INLEIDING

Nadere informatie

Sociale Zekerheid 2013. Wegwijzer personeelsverzekeringen

Sociale Zekerheid 2013. Wegwijzer personeelsverzekeringen Sociale Zekerheid 2013 Wegwijzer personeelsverzekeringen WEKA Business Media BV, 2013 Inhoud Voorwoord 1. Volksverzekeringen 1.1 Algemene ouderdomswet (AOW) 1.2 Algemene nabestaandenwet 1.3 Algemene wet

Nadere informatie

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015

Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Extra Pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 20150324 Reglement Pensioenopbouw Extra pensioenopbouw Boven de Salarisgrens 2015 Aanvullend reglement 2 Voorwoord

Nadere informatie

Ziekte en arbeidsongeschiktheid: wat is er voor jou geregeld?

Ziekte en arbeidsongeschiktheid: wat is er voor jou geregeld? Ziekte en arbeidsongeschiktheid: wat is er voor jou geregeld? Toekomstplannen. Een andere woning, een verre reis of kinderen die gaan studeren. Je hebt uitdagend werk, een inkomen en ambities. Je moet

Nadere informatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie

Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Hoofdstuk 19b Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een instelling voor kunsteducatie Paragraaf 1 Algemene bepalingen Werkingssfeer Artikel 19b:1 Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren

Nadere informatie

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag)

Aanvullend reglement. Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016. 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 1 Aanvullend reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) 2016 20150622 Reglement Pensioenopbouw boven Salarisgrens (laag) Aanvullend reglement 2 Voorwoord De verplichte pensioenregeling

Nadere informatie

OHRA Inkomensgarantieplan. Met de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van OHRA valt u niet in een financieel gat!

OHRA Inkomensgarantieplan. Met de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van OHRA valt u niet in een financieel gat! OHRA Inkomensgarantieplan Met de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van OHRA valt u niet in een financieel gat! De wet- en regelgeving Arbeidsongeschiktheid is iets wat ook ú kan overkomen.

Nadere informatie

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt:

vast te stellen de 4e wijziging van de Rechtspositieregeling Brandweer Brabant Noord als volgt: AGP 19 (d) ABVRBN 20130403 Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, - gelet op het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2011; - gelet op het voorstel

Nadere informatie

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid Inkomen kan erg tegenvallen bij arbeidsongeschiktheid Stelt u zich eens voor, u wordt ziek. En twee jaar later bepaalt UWV dat u arbeidsongeschikt bent.

Nadere informatie

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) b e s l u i t :

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) b e s l u i t : GEMEENTE HOOGEVEEN Wijziging Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) Het college van de gemeente Hoogeveen, gezien de circulaire van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden d.d. 17

Nadere informatie