TOEZICHT OP DE ADVOCATUUR

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TOEZICHT OP DE ADVOCATUUR"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD TOEZICHT OP DE ADVOCATUUR Export van uitkeringen KEI veel nieuwe verstekzaken Bilateral Security Agreement Afghanistan Implementatie Consumentenrichtlijn P JAARGANG 88 1 NOVEMBER

2 Laurien van Egeraat Eerlijkheids fabriek Bureau voor Personal Coaching en Relatieverbetering PROFILERING NEW BUSINESS Mr. december 2013 Strategie grote kantoren Intellectueel Eigendomsrecht Mr. januari 2014 Mr Laurien van Egeraat Top-50 Advocatuur Huurrecht Bel: óf mail:

3 Inhoud Vooraf Mr. C.E. Drion De waarheid Wetenschap Dr. N. Doornbos Prof. dr. L.E. de Groot-van Leeuwen Modernisering van het toezicht op de advocatuur Wetenschap Prof. mr. F.J.L. Pennings Unietrouw of eigen belang eerst De casus van de export van uitkeringen buiten de EU Focus Mr. M.E. Bruning KEI veel nieuwe verstekzaken in de civiele sector van de rechtbanken Focus Kol. J.E.D. Voetelink De Bilateral Security Agreement voor Afghanistan Opinie Prof. mr. M.B.M. Loos Onvolkomenheden bij de implementatie van de richtlijn consumentenrecht Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 2721 Indien sneller zwaardere SANCTIES worden verbonden aan het CREATIEF omgaan met de WAARHEID, dan zullen partijen en hun ADVOCATEN geleidelijk eieren voor hun geld gaan kiezen Pagina 2661 Er bestaan goede ARGUMENTEN voor externe invloed op het SYSTEEMTOEZICHT, doch voor toezicht op de BEROEPS UITOEFENING is externe invloed niet te RECHTVAARDIGEN Pagina 2668 Waar in de WET WOONLANDBEGINSEL de regering het argument van de DIFFERENTIATIE nog hanteerde, is duidelijk dat dit NIET op kan gaan bij EXPORTBEPERKING Pagina 2674 Houden de KEI-programma s tot PROCESINNOVATIE in voldoende mate REKENING met het (GROND)RECHT van een gedaagde op toegang tot de rechter om alsnog te worden GEHOORD? Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD TOEZICHT OP DE ADVOCATUUR Export van uitkeringen KEI veel nieuwe verstekzaken Bilateral Security Agreement Afghanistan Implementatie Consumentenrichtlijn P JAARGANG 88 1 NOVEMBER NEDERLAND zal onder de huidige omstandigheden in AFGHANISTAN niet makkelijk kunnen aanvaarden dat zij geen volledige STRAFRECHTSMACHT kan uitoefenen over de uitgezonden MILITAIREN Pagina 2682 Het is te hopen dat deze VRAGEN tijdens de resterende PARLEMENTAIRE behandeling van het wetsvoorstel implementatie CONSUMENTEN RICHTLIJN nog worden BEANTWOORD Pagina 2685 De Raad van State wil UITLEG van het HOF over de vraag wanneer een illegale VREEMDELING een gevaar voor de OPENBARE ORDE vormt op grond van de TERUGKEERRICHTLIJN Pagina 2715 Omslag: Lawyer behind an opaque pane Getty Images

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Unqualified adoption will serve to discharge the executive directors for their management and the supervisory directors for their supervision thereof, in so far as such management is evidenced by the financial statements And now in Dutch* Het Juridisch-Economisch Lexicon Uw instrument voor een accurate vertaling van juridische en economische teksten Nu ook Engels-Nederlands! * Vaststelling zonder voorbehoud strekt bestuurders tot decharge voor het beheer en commissarissen voor het toezicht daarop, een en ander voor zover van dat beheer uit de jaarrekening blijkt Online product Altijd actueel lemmata Ruim voorbeeldzinnen Samensteller: Aart van den End, Gateway Woordenboeken Meer informatie of bestellen?

5 Vooraf 2250 De waarheid 38 Op 17 en 18 oktober organiseerde het Institute of Anglo-American Law 1 van de Universiteit Leiden een bijeenkomst over de rol van de feiten in het recht, onder de titel Do facts matter?. Op het eerste gezicht een weinig spannend onderwerp, want natuurlijk gaat het bij het recht primair om de feiten, zou men denken. De lezingen van John Cartwright en Daan Asser, op het snijvlak van common law en civil law, maakten duidelijk dat het zo simpel niet is. 2 Zou de blik in de spiegel van het Anglo-Amerikaanse recht kunnen of moeten leiden tot herijking of verrijking van het continentaal-europese zelfbeeld? In het systeem van rechtersrecht dat de common law van oudsher is, is de band tussen de feiten en het recht hecht; het recht is in fundamentele zin gebaseerd op, en vloeit voort uit de feiten. De regels die de rechter formuleert, zijn dan ook geen brede rechtsregels. Zij zijn smal getoonzet en toegesneden op het voorliggende geval; het is case law ten principale. Liggen de feiten anders, dan kan ook de regel zomaar een andere zijn. Anglo-Amerikaanse juristen zijn meesters in de art of distinguishing. En het Anglo-Amerikaanse (proces)recht is sterk toegesneden op feitenonderzoek en waarheidsvinding. Er is (pretrial) discovery en advocaten moeten de waarheidsvinding dienen, al dan niet als officers of the court. De regels op het gebied van bewijsvoering en examination of witnesses zijn zeer goed ontwikkeld en fijnmazig. De nadruk in procedures ligt op een grondige mondelinge behandeling, waar de zaak zich ontvouwt in een samenspel tussen actieve advocaten en rechters. In relatie tot de feiten functioneert het recht dus bottom-up. Het contrast met ons systeem is aanzienlijk, vooral wat betreft oorsprong, uitgangspunten en tradities. In ons burgerlijke (proces)recht staat nog immer de partijautonomie voorop en denken wij in algemene principes en rechtsregels, waarin de feiten moeten passen. In die zin werkt ons recht goeddeels top-down. Hoewel in de recente geschiedenis corrigerende maatregelen zijn getroffen, 3 betekent een en ander nog immer dat in onze civiele procedures de feiten (1) selectief worden gepresenteerd en (2) ook direct worden toegeschreven naar de beweerdelijk toepasselijke rechtsregels. De nadruk ligt voorts op de schriftelijke argumentatie en bewijsvoering. We kennen een onderontwikkelde exhibitieplicht, een pover bewijsrecht en laten onze getuigenverhoren voeren (áls daar al aan toe wordt gekomen) door degene die het slechtst van alle betrokkenen thuis is in de feiten, te weten de rechter. En in onze traditie past dat de rechter slechts die feiten behoeft vast te stellen die zijn oordeel schragen, zodat de feitenvaststellingen in rechterlijke uitspraken uitermate summier zijn. 4 Een en ander bijeengenomen rechtvaardigt wat mij betreft de wat ongenuanceerd en provocatief weergegeven conclusie dat het bij onze civiele geschillenbeslechting uiteindelijk niet om de echte waarheid gaat, maar om een magere, gedeformeerde, formele waarheid. Met het bovenstaande wil niet betoogd worden dat het tijd zou zijn voor een grote omwenteling, in die zin dat wij ons (proces)recht integraal zouden moeten omvormen naar Anglo-Amerikaanse snit. 5 Wel wil ik voorstellen om over een tweetal concrete punten verder te denken. Allereerst zou wat mij betreft overweging verdienen om het verhoren van getuigen (en deskundigen) primair door de betrokken advocaten te laten doen, met de rechter als kundige en onpartijdige regisseur en (eventueel corrigerende) slotbevrager. Daarvan zouden ten behoeve van alle dossiers beeld- en geluidopnamen moeten worden gemaakt. 6 Advocaten en rechters dienen dan wel grondig bijgeschoold te worden om zich de desbetreffende technieken, vaardigheden én begrenzingen eigen te maken (denk aan die welke in het Anglo-Amerikaanse recht zijn ontwikkeld). De rechtspraak zou kunnen overwegen om de belangrijkste principes en begrenzingen in een landelijk verhoorreglement op te nemen. Ten tweede zouden de bestaande instrumenten van (met name) de artikelen 21 en 22 Rv vaker en scherper ingezet kunnen worden. 7 We moeten af van de gedachte dat de partijautonomie 8 fundamenteler is dan de waarheidsvinding. De rechter zal een actieve rol moeten spelen. Indien sneller zwaardere sancties worden verbonden aan kort gezegd het (aantoonbaar) creatief omgaan met de waarheid, dan zullen partijen en hun advocaten geleidelijk eieren voor hun geld gaan kiezen. In het kader van het zogenoemde KEI-project zijn de eerste (concept)voorstellen gedaan voor een verdere stroomlijning en versnelling van ons procesrecht. Hoewel een vroege mondelinge behandeling daarbij centraal staat, zal die niet gaan dienen voor uitgebreide bewijsvoering. In de nieuwe basisprocedure zal aldus een grondige feitenvaststelling nog verder buiten beeld raken. Hopelijk zal de rechter die weg in het kader van maatwerk toch voldoende openen en zal er bij de verdere invulling van de nieuwe procedure aandacht zijn voor bovenstaande gedachten. Waarheidsvinding in het civiele (proces)recht is van vitaal belang, hoezeer ook of misschien wel juist omdat de feitenvaststelling door de rechter in de ogen van partijen, die hun eigen waarheid plegen te koesteren, zelden een perfecte zal zijn. Coen E. Drion 1. Onder voorzitterschap van Henk Snijders. 2. Dit stuk is dan ook in hoge mate schatplichtig aan beide sprekers. 3. Zie onder meer de artikelen 21, 22 en 111 lid 3 Rv. Zie ook art. 162 Rv. 4. Niet zelden worden feiten in het midden gelaten, hetgeen in cassatie ertoe leidt dat van de juistheid van de feitelijke stellingen van de eiser in cassatie dient te worden uitgegaan, hetgeen tot verlenging van de procedures leidt, omdat na vernietiging en verwijzing die stellingen alsnog dienen te worden onderzocht. 5. Opmerking verdient in dit verband dat Anglo-Amerikaanse procedures veel duurder zijn en langer duren. 6. Het p-v van art. 180 Rv (bij de totstandkoming waarvan de wetgever het standaard doen van opnamen heeft verworpen op goeddeels gedateerde gronden) zou dan als optioneel (en samenvattend) opgevat kunnen worden. 7. Dat zou ook kunnen gelden voor bijvoorbeeld art. 843a Rv. 8. Of snelheid, zoals in het hierna te noemen KEI-project. Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 2251 Wetenschap Modernisering van het toezicht op de advocatuur Nienke Doornbos en Leny E. de Groot-van Leeuwen 1 De modernisering van het toezicht op de advocatuur is een heikel thema. Er ligt een omstreden wetsvoorstel bij de Tweede kamer dat op weinig draagvlak kan rekenen bij de beroepsgroep. De beroepsgroep zit ondertussen niet stil en probeert zelf de nodige hervormingen door te voeren. In dit artikel nemen de auteurs de effectiviteit van het huidige toezicht en van het door het kabinet voorgenomen toezicht onder de loep. Daarbij betogen zij dat het huidige toezicht in een aantal opzichten effectiever is dan in het parlementaire debat wordt verondersteld en dat de voorgenomen maatregelen lang niet alle problemen met het toezicht oplossen en in sommige opzichten zelfs verergeren. Bij vraagstukken over toezicht is het in de eerste plaats belangrijk om voor ogen te houden welke doelen het toezicht dient, door wie het wordt uitgeoefend en hoe het wordt uitgeoefend. Op deze punten gaan we kort in, alvorens we de kabinetsplannen en het huidige toezichtstelsel bespreken. Doelen Met het toezicht op advocaten wordt tegenwoordig in de eerste plaats het publieke doel gediend van het in stand houden van een behoorlijke beroepsuitoefening door advocaten. Dat is zowel in het belang van de samenleving als geheel als in dat van de beroepsgroep. Door de beroepsgroep schoon te houden, wint de advocatuur immers aan vertrouwen en goodwill; omgekeerd doen incidenten daar afbreuk aan. Tot grofweg de jaren zeventig van de vorige eeuw ging het meer om de eer van de beroepsgroep. Dit doel speelt op de achtergrond nog wel een rol, maar zal niet snel meer openlijk worden aangehaald. Daarnaast is er het private doel voor consumenten, dat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw meer aandacht heeft gekregen, maar nog een ondergeschoven kindje is, namelijk (morele) genoegdoening geven indien advocaten niet naar behoren hebben gehandeld. Voor financiële genoegdoening kunnen consumenten een beroep doen Zelfregulering en overheidsregulering zijn veelal geen tegenpolen op de Geschillencommissie Advocatuur of de civiele rechter, maar niet op de tuchtrechter. Wie oefent het toezicht uit? In een rechtsstaat is de onafhankelijkheid van de advocatuur essentieel; immers alleen dan kan een eerlijk proces plaatsvinden. 2 De advocaat moet onafhankelijk zijn van derden, de rechter, maar zeker ook van de overheid; hij dient zijn beroep te kunnen uitoefenen zonder vrees voor overheidsrepercussies. De overheid dient daartoe waarborgen te scheppen. Dit beginsel is onder andere vervat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het daarin vastgelegde recht op een eerlijk proces brengt met zich mee dat burgers die een conflict hebben met de staat terzijde worden gestaan door een advocaat die niet afhankelijk is van diezelfde staat. 3 De advocaat van zijn kant dient te vermijden dat door zijn gedrag zijn vrijheid en onafhankelijkheid in gevaar komen, aldus Gedragsregel 2 lid 1. 4 Van oudsher wordt de regulering (inzake toelating, opleidingseisen, eisen van vakbekwaamheid en beroepsethiek) en het toezicht op de uitoefening van die regels grotendeels aan de beroepsgroep zelf overgelaten. De wetgever schetst in de Advocatenwet alleen de kaders waarbinnen die regulering en het toezicht dienen plaats te vinden. De regering heeft echter de bevoegdheid om achteraf verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) te vernietigen en om aanvullende regels te stellen. De NOvA heeft een grote mate van autonomie, maar die is begrensd doordat op de achtergrond externe overheidsbemoeienis dreigt. Zelfregulering heeft ten opzichte van overheidsregulering het voordeel dat er doorgaans een grotere nalevingsbe NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

7 reidheid is, omdat de regels als eigen worden ervaren. Voor het overheidsapparaat is het minder belastend, omdat de beroepsgroep zelf (een deel van) de kosten voor zijn rekening neemt. Zelfregulering biedt voorts meer flexibiliteit en meer ruimte voor diversiteit, waardoor beter kan worden ingespeeld op specifieke weerstanden tegen regelgeving en specifieke behoeften aan regulering. 5 Maar er kleven ook risico s aan: private belangen kunnen de overhand krijgen ten koste van publieke belangen, er is een beperktere afdwingbaarheid en het biedt minder zekerheid. De legitimiteit van de regels is bovendien beperkter, omdat er geen democratische procedures zijn en rechterlijke bescherming ontbreekt. 6 Zelfregulering en overheidsregulering zijn echter veelal geen tegenpolen. Uit de constructie van de Advocatenwet moge duidelijk zijn dat het in de advocatuur gaat om een hybride vorm, waarin zelfregulering en overheidstoezicht complementair zijn. 7 Het is daarbij van groot belang te bepalen onder welke omstandigheden met zelfregulering kan worden volstaan of juist overheidstoezicht geboden is. De wetgever is verplicht om voorafgaand aan het treffen van een regeling te onderzoeken of de gekozen doelstellingen kunnen worden bereikt door middel van het zelfregulerend vermogen in de betrokken sector dan wel dat daarvoor overheidsinterventie noodzakelijk is. 8 Die noodzaak wordt alleen aanwezig geacht als het zelfregulerend vermogen van de betreffende sector tekort schiet. Als dat niet het geval is, dan kan de wetgever volstaan ervoor te zorgen dat publieke belangen voldoende worden meegewogen in het proces van zelfregulering. Zo dienen het proces en de uitkomsten ervan openbaar en transparant te zijn en het systeem van zelfregulering over voldoende checks en balances te beschikken. Hoe wordt het toezicht uitgeoefend? Een relevant onderscheid is dat tussen reactief en proactief toezicht. Reactief toezicht is het toezicht achteraf, naar aanleiding van signalen of klachten dat een bepaalde advocaat niet goed functioneert. Deze vorm van toezicht wordt van oudsher via het tuchtrecht (artikel 46 e.v. Advocatenwet) uitgeoefend. Daarnaast is er de afgelopen jaren meer aandacht gekomen voor proactief toezicht. Zo heeft het landelijk dekenberaad (de vergadering van de landelijk deken met alle plaatselijk dekens van de Raden van Toezicht) zich voorgenomen om met ingang van 2013 meer onaangekondigde controles op advocatenkantoren te gaan uitvoeren. Bij de vraag hoe het toezicht kan worden uitgeoefend kan onderscheid gemaakt worden naar een (meer) afschrikkende of een (meer) coöperatieve handhavingsstijl. 9 De afschrikkende stijl gaat uit van een rationele actor perspectief, waarbij ervan wordt uitgegaan dat de normadressaten a-moral calculators 10 zijn, die een kosten-batenafweging maken gebaseerd op pakkans en de gevolgen van betrapt worden (financiële gevolgen, bijvoorbeeld boetes, maar ook reputatieschade of andere sociale kosten). Dit is doorgaans niet de manier waarop advocatenkantoren tegemoet worden getreden. Binnen de advocatuur is er van oudsher een meer coöperatieve handhavingsstijl, waarbij de handhavers (de dekens van de plaatselijke orde van advocaten) door middel van zachte dwang en overreding advocaten zo ver proberen te krijgen dat zij de beroepsregels naleven. Daarbij hebben die handhavers een grote mate van discretionaire bevoegdheid. Er is oog voor het feit dat regelovertreding niet altijd uit amorele berekening voortkomt, maar soms ook uit onvrede over wetgeving (rebellie) of uit onvermogen. Het gaat hier om twee uiterste stijlen. In de praktijk is Er is oog voor het feit dat regelovertreding niet altijd uit amorele berekening voortkomt er sprake van een gemengde, flexibele handhavingsstijl die begint met informele en nog weinig ingrijpende vormen van handhaving (via bijvoorbeeld het uitdelen van waarschuwingen), gevolgd door meer repressieve vormen zoals een schorsing of schrapping van tableau. Aanleiding voor modernisering De aanleiding voor modernisering van het toezicht is niet zozeer dat het huidige toezicht faalt, maar dat het niet voldoet aan maatschappelijke eisen als onafhankelijkheid, uniformiteit, professionaliteit en transparantie. Maar liefst vier onderzoekscommissies hebben deze problemen aan het licht gebracht. 11 Docters van Leeuwen noemde het toezichtstelsel in dit opzicht verouderd en obsoleet en wees erop dat het de schijn van afschermende geslotenheid niet kan vermijden. 12 Auteurs de Universiteit van Amsterdam, Amsterdam: Vossiuspers UvA 2013, p. 5. gedrag, in: Cromheecke e.a. (red.), Tuchtrecht, Vlaamse Conferentie der Balie van Gent 2000, p en Aanwijzing 7, sub c van de Aanwijzing voor de Regelgeving. 9. Zie o.a. Benjamin van Rooij, Regulating land and polution in China: Lawmaking, Compliance and Enforcement, Theory and Cases, Leiden University Press 2006, p Robert A. Kagan & John T. Scholz, The Criminology of the Corporation and Regulatory Enforcement Strategies, in: K. Hawkins & J.M. Thomas (Eds.), Enforcing regulation: policy and practice, Boston: Nijhoff Publishing 1984, p Dr. Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker Recht en menselijk gedrag aan de Universiteit van Amsterdam; prof. dr. Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. 11. Commissie Advocatuur (Commissie Van Wijmen), Een maatschappelijke Orde, 24 april 2006; Werkgroep Tuchtrecht (Commissie Huls), Beleidsuitgangspunten wettelijk geregeld tuchtrecht, 7 december 2006; A.W.H. Docters van Leeuwen, Het bestaande is geen alternatief, Een verkenning naar verbeteringen in het toezicht op de advocatuur, Nederlandse School voor openbaar bestuur, maart 2010; R.J. Hoekstra, Eindrapportage bevindingen 2012, interim rapporteur toezicht advocatuur, 22 januari Docters van Leeuwen 2010, a.w. p Gedragsregels 1992 van de Nederlandse Orde van Advocaten. Zie ook art van de Gedragscode voor Europese advocaten en de code van de International Bar Association. 5. Mirjan Oude Vrielink, Wanneer is zelfregulering een effectieve aanvulling op overheidsregulering? In: M.L.M. Hertogh & H.A.M. Weyers, Het recht van onderop, Nijmegen: Ars Aequi 2011, p Idem, p Marc Cromheecke, Zelfregulering versus overheidsregulering. Onderzoek naar het effectief bewerkstelligen van normconform Noten 2. Barkhuysen en F. Onrust, Advies wetsvoorstel herziening toezicht advocatuur, 8 november 2012, p B. Böhler, Vrij, onverveerd, Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Advocatuur aan NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap Ook dient het toezicht te worden aangepast met het oog op de ontwikkelingen binnen de advocatuur van de afgelopen decennia, zoals de sterke stijging van het aantal advocaten (van 3726 in 1980 naar in 2000 en in 2012), het toegenomen advieswerk, de verdergaande specialisatie en veranderingen in de organisatie van advocatenkantoren (advocaten in loondienst; delegatie van taken aan juridisch medewerkers). Hierdoor is het voor de dekens van de plaatselijke balies moeilijker geworden om overzicht te houden over alle leden. Inhoud van het wetsontwerp Het wetsontwerp positie en toezicht advocatuur, dat in 2010 werd ingediend 13 en momenteel, na drie nota s van wijziging opnieuw ter beoordeling voorligt in de Tweede Kamer, 14 heeft een curieuze ontwikkeling doorgemaakt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel nam de toenmalig Staatssecretaris van Justitie Albayrak veel aanbevelingen over van de Commissie Van Wijmen, die in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek verrichtte naar de rol en positie van de advocaat in de rechtsstaat en de rechtsorde. Zo werden de adviezen overgenomen om kernwaarden voor de advocatuur in de wet op te nemen, om de geheimhoudingsplicht van advocaten in de wet te verankeren en om de inbreng van externe deskundigen bij de totstandkoming van regelgeving te verzekeren. De plannen van de huidige Staatssecretaris Teeven sluiten aan bij de genoemde maatschappelijke vraag om modernisering, maar gaan veel verder. Hij wil niet alleen de regelgeving maar ook het toezicht op de beroepsuitoefening onder supervisie plaatsen van een extern College van Toezicht. Daartoe lijkt hij een eerder door hem gehanteerde tactiek toe te passen: 15 een radicaal voorstel lanceren, de inspraakrondes afwachten en daarna aan de vanzelfsprekend vele kritiek- en verbeterpunten toegeven om uiteindelijk uit te komen op een wetswijziging die een heel eind in de door hem gewenste richting gaat. Aanvankelijk wilde hij dit college uitsluitend samenstellen uit niet-advocaten, bij Koninklijk Besluit benoemd op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie. Dit wetsvoorstel stuitte op grote kritiek, niet alleen van de kant van de NOvA, 16 daarbij ondersteund door de Council of Bars and Law Societies of Europe (CCBE) en de International Bar Association (IBA), maar ook van de kant van Raad van State 17 en de Raad voor de rechtspraak. De Orde noemde het voorstel onaanvaardbaar en intern tegenstrijdig met de kernwaarde van onafhankelijkheid en bracht eind mei 2013 een persbericht uit onder de kop: Teeven op ramkoers met advocatuur. 18 Vervolgens kwam de staatssecretaris alsnog tegemoet aan enkele bezwaren van de Orde en van parlementariërs. 19 Een van de drie leden van het College van Toezicht zal een advocaat zijn. De NOvA draagt de kandidaten voor en deze kunnen door de minister alleen wegens zwaarwegende gronden en gemotiveerd worden afgewezen. De wens van de Orde dat de dekens eindverantwoordelijk blijven voor het toezicht en dat het College alleen systeemtoezicht uitoefent, is in de derde nota van wijziging echter niet gehonoreerd. Ook is gehandhaafd dat het College over een eigen bureau zal beschikken en dus ook eigen personeel toezicht zal laten houden. Voorts is in het wetsvoorstel onder meer geregeld dat Daartoe lijkt hij een eerder door hem gehanteerde tactiek toe te passen: een radicaal voorstel lanceren, daarna aan de kr itiek- en verbeterpunten toegeven om uit te komen op een wetswijziging die een heel eind in de door hem gewenste richting gaat 2664 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

9 dekens voortaan de beschikking krijgen over het toezichtsinstrumentarium zoals geregeld in titel 5.2 Awb, waardoor zij bevoegd zijn kantoren te betreden, dossiers in te zien en zo nodig daarvan kopieën te maken. Dit onderzoek vindt echter plaats onder verantwoordelijkheid van het College van Toezicht. Ook de bevoegdheid tot het opleggen van bestuurlijke boetes en dwangsommen wordt bij het college gelegd. Docters van Leeuwen had eerder geadviseerd deze bevoegdheid aan de dekens zelf te geven en hen zelfs de bevoegdheid te verlenen om advocaten te schorsen en te schrappen indien zij niet voldoen aan de voorwaarden. In de discussies over het wetsontwerp is tot nog toe vooral het principiële argument naar voren gebracht dat een door de overheid ingesteld College van Toezicht de onafhankelijkheid van de advocatuur in gevaar brengt. Zo neemt Docters van Leeuwen in zijn rapport expliciet afstand van het idee van een externe toezichthouder, vanwege de onafhankelijkheid van de advocaat, die zich teneinde zijn cliënt goed bij te staan op furieuze wijze tegen een orgaan van de Staat moet kunnen keren. 20 Wij onderschrijven deze principiële kritiek. Wij richten ons hier echter op een ander aspect, namelijk de effectiviteit van het huidige toezicht en van de voorgenomen maatregelen. Vanuit het perspectief van de klager bezien biedt het tuchtrecht maar weinig soelaas De beperkte werking van het advocatentuchtrecht De gang naar de tuchtrechter wordt zowel door de staatssecretaris als door de vier genoemde commissies en adviseurs nog steeds onmisbaar geacht als sluitstuk, maar wel wordt er door hen over geklaagd dat de procedures traag verlopen, omslachtig zijn en vaak geen oplossing voor de onderliggende problemen bieden. Zelf onderzochten wij de klachtbehandeling binnen de advocatuur in het midden van de jaren negentig. Toen bleek dat slechts een klein percentage van de ingediende klachten leidde tot een tuchtrechtelijke maatregel en dat klagers om tal van redenen ontevreden waren over de wijze waarop hun klachten waren behandeld. 21 Het was bovendien aannemelijk dat slechts het topje van de ijsberg van ontevreden cliënten of overige belanghebbenden zich meldde bij de plaatselijk deken. De klachtprocedure leverde hen immers geen materieel voordeel op, hooguit morele genoegdoening. Uit de onderzoeks- en advieswerkzaamheden van de laatste jaren komt geen wezenlijk ander beeld naar voren. 22 Zo zegt de Commissie Advocatuur hierover: Tuchtrechtspraak strekt ertoe de beroepsuitoefening te verbeteren. Tuchtrechtspraak dient dus allereerst het algemeen belang van de goede rechtsbedeling en van de goede beroepsuitoefening, en pas in laatste instantie gaat het om genoegdoening van de klager. Daarin slaagt tuchtrechtspraak maar in beperkte mate, want de sancties zijn daarvoor ongeschikt en de mogelijkheid als bijkomende voorwaarde schadevergoeding aan de advocaat op te leggen is een dode letter gebleken. De tuchtrechter waagt zich er niet aan. ( ) Het is weinig reëel de gerechtelijke handhaving van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de advocatuur te laten afhangen van een pro bono klacht van de consument die zelf schade heeft geleden. 23 Een tuchtrechtelijke veroordeling kan weliswaar soms een steun in de rug van cliënten zijn bij een civiele procedure ter verkrijging van een schadevergoeding, maar recent jurisprudentie-onderzoek laat zien dat de burgerlijk rechter vooral een eigen afweging maakt. 24 Er is slechts incidenteel sprake van een grote invloed van de tuchtrechtrechter op de civiele rechter. Vanuit het perspectief van de klager bezien biedt het tuchtrecht dus maar weinig soelaas, zij het dat het voor hem een belangrijke symbolische functie kan hebben. De advocaat moet op zijn vingers worden getikt of voorkomen moet worden dat een ander dit ook overkomt waren veel voorkomende motieven die wij midden jaren negentig uit de monden van klagers optekenden. Ook mag niet uit het oog worden verloren dat veel klachten al in een voorstadium, via bemiddeling door de deken, tot een einde komen. Het gaat naar schatting om ongeveer de helft van het aantal ingediende klachten. 25 Of dit leidt tot voor klagers bevredigende oplossingen, is niet bekend. Het tuchtrecht is echter in eerste instantie bedoeld om de beroepsethiek en de beroepsuitoefening op peil te houden en niet om klagers genoegdoening te geven. In hoeverre het tuchtrecht daarin slaagt, valt niet met zekerheid te zeggen. Er zijn geen aanwijzingen dat het met de beroepsethiek van advocaten in het algemeen slecht gesteld is, noch dat de beroepsuitoefening structureel tekort zou schieten. Hooguit zijn er bepaalde deelgebieden, zoals het vreemdelingenrecht, waarover zorgen bestaan. 26 Ook is er sinds de Parlementaire Enquête Opsporingsmethoden meer alertheid voor wat wel genoemd wordt de verstrengeling van boven- en onderwereld, in het bijzonder de betrokkenheid van advocaten bij 13. Voorstel tot wijziging van de Advocatenwet, Kamerstukken II 2009/10, , nr november 2011, te raadplegen via 17. Raad van State, advies over de tweede nota van wijziging bij het wetsvoorstel tot aanpassing van onder meer de Advocatenwet d.d. 1 augustus Nederlandse Orde van Advocaten, Persbericht van 31 mei Zie aanpassingen wetsvoorstel herziening toezicht advocatuur (32 382) met derde nota van wijziging naar aanleiding van wensen Tweede Kamer en NOvA. 20. Docters van Leeuwen 2010, a.w. p N. Doornbos & L.E. de Groot-van Leeuwen, Klachten op orde; de behandeling van klachten over advocaten, Deventer: Kluwer Zie bijvoorbeeld de gesprekken die Hoekstra (2013, a.w.) voerde met klagers. 23. Commissie Advocatuur 2006, a.w., p H. Uhlenbroek & M. Mooibroek, De betekenis van een tuchtrechtelijk oordeel voor de beroepsaansprakelijkheid overschat? Te verschijnen in AV & S. 14. Derde nota van wijziging, Kamerstukken II 2012/13, , nr. 14; zie ook de Nota naar aanleiding van het nader verslag, Kamerstukken II 2012/13, , nr Landelijk dekenberaad toezicht, Jaarverslag 2012, p Bijvoorbeeld wetsvoorstellen met betrekking tot griffierechten en minimumstraffen. 16. Zie de reactie op het wetsvoorstel van de Nederlandse Orde van Advocaten, d.d. 26. Sillevis Smitt, T., Landelijk deken Jan Loorbach: Toezicht is geen tovermiddel, Asiel & Migrantenrecht (7), 2012, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap Tabel 1 Oordelen Raden van Discipline Oordeel Raad van Discipline Ongegrond/niet ontvankelijk ,5% ,6% ,7% ,0% Gegrond/geen maatregel 47 5,9% 46 8,5% 51 7,2% 47 4,2% Gegrond/waarschuwing ,8% ,4% ,0% ,0% Gegrond/berisping 83 10,5% 78 14,4% 67 9,5% 96 8,5% Gegrond/voorwaardelijke schorsing 28 3,5% 24 4,4% 22 3,1% 21 1,9% Gegrond/onvoorwaardelijke schorsing 51 6,4% 36 6,6% 32 4,5% 60 5,3% Gegrond/schrapping 10 1,3% 6 1,1% 13 1,8% ,2% Totaal aantal oordelen % % % % Bron: Jaarverslagen Hof van Discipline en Raden georganiseerde misdaad. Zo vreest de staatssecretaris dat er advocaten zijn die van hun geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht misbruik maken om criminele organisaties af te schermen. Uit de monitor georganiseerde criminaliteit blijkt echter niet dat advocaten hier op grote schaal bij betrokken zijn. In slechts 3 van de 150 onderzochte zaken hebben de onderzoekers aanwijzingen dat criminele organisaties voor afschermingsdoeleinden gebruik hebben gemaakt van de juridische status en de daarmee gepaard gaande bevoegdheden van advocaten. Er was in die zaken geen sprake van strafrechtelijk vastgestelde verwijtbaarheid. 27 Uit cijfers van de tuchtrechtcolleges komt een vrij stabiel overzicht van aantallen klachten en afdoening daarvan naar voren (zie tabel 1). Het aantal oordelen is de afgelopen jaren weliswaar toegenomen, maar daaruit kan niet worden geconcludeerd dat er structurele problemen zijn in de beroepsuitoefening door advocaten. Het percentage ongegrond verklaarde klachten is namelijk nagenoeg navenant toegenomen. Bovendien zijn de aantallen zaken eerder afhankelijk van de bereidheid van klagers om klachten in te dienen en van de capaciteit van de tuchtrechtcolleges, dan dat zij een betrouwbare indicator zijn van de kwaliteit van de dienstverlening. Een tuchtrechtelijke procedure wordt ervaren als schande en schadelijk voor de reputatie Waarom het tuchtrecht in sommige opzichten wel effectief is Ten aanzien van vele instellingen en beroepsgroepen wordt van tijd tot tijd nagedacht over het evenwicht tussen intern en extern toezicht. 30 In deze reflecties wordt er vanuit gegaan dat van trial by peers zeker als dat gezaghebbende beroepsgenoten zijn een krachtig werkende disciplinerende prikkel uitgaat. 31 Of dat ook daadwerkelijk zo ervaren wordt, is niet onderzocht, maar uit anekdotisch materiaal blijkt dat sommige advocaten het zich erg aantrekken als er een klacht tegen hen wordt ingediend, zelfs als de klacht ongegrond wordt bevonden. 32 Een tuchtrechtelijke procedure wordt ervaren als schande en schadelijk voor de reputatie. Tegelijkertijd zijn er echter ook geluiden dat advocaten de door de tuchtrechter opgelegde sancties te licht vinden. Men vermoedt dat sancties als een waarschuwing of een berisping wel hun uitwerking hebben op welwillende, maar onhandig of onzorgvuldig opererende advocaten, maar bij amorele berekenaars hun doel voorbij schieten. 33 Sommige advocaten laten zich zelfs door een schorsing niet ontmoedigen, zo blijkt uit het volgende interviewfragment. Een door ons geïnterviewde advocaat die voor onbepaalde tijd geschorst was, vertelde: Ik was tot 1 november geschorst voor 1 jaar. Alleen dat drukte de pret niet, want er waren andere advocaten op kantoor die gewoon zaken behandelden. En per 1 november kon ik weer aan de slag. Er was wat mij betreft geen vuiltje aan de lucht, want het is niet zo dat ik een schorsing als iets verschrikkelijks ervaar of zo. Het doet me eigenlijk heel weinig. Alleen toen dacht de deken: als dat schorsen op hem geen indruk maakt, dan moeten we iets anders verzinnen. Toen heeft ze tegen de medewerkers gezegd: als jullie niet weggaan bij dat kantoor, dan pakken we jullie allemaal, individueel. Dus jullie worden allemaal geschorst. En toen zeiden de medewerkers ja, ja, dan rennen we natuurlijk. ( ) Toen stortte de zaak in elkaar. Kennelijk zijn er advocaten die zich weinig gelegen laten liggen aan zware tuchtrechtelijke maatregelen en die pas werkelijk geraakt worden als zij het in hun portemonnee voelen, bijvoorbeeld als hun kantoor wordt stilgelegd. In dit geval ging het om een vreemdelingenrechtadvocaat die onder meer werd verweten voortdurend kansloze procedures aan te spannen, zonder zijn cliënten ervan op de hoogte te stellen dat die procedures geen kans van slagen hadden. Aldus werd binnen enkele jaren extreem veel toevoegingsgelden verkregen. Tot voor kort duurde het maanden, soms zelfs jaren voordat wanpraktijken konden worden aangepakt. Sinds 2009 heeft de Raad van Discipline echter de bevoegdheid om met spoed tuchtrechtelijk in te grijpen bij advocaten van wie het ernstige vermoeden bestaat dat zij zeer ernstig tuchtrechtelijk laakbaar hebben gehandeld (artikel 60ab Advocatenwet). Deze mogelijkheid bestond al voor advocaten die tijdelijk of blijvend geen blijk geven hun praktijk behoorlijk uit te kunnen oefenen (artikel 60b Advocatenwet, ingevoerd in 2002). In beide gevallen kunnen advocaten met onmiddellijke ingang worden geschorst in de uitoefening van hun praktijk. Het tuchtrecht is mede door deze nieuwe mogelijkheden in ernstige en spoedeisende zaken tegenwoordig aanzienlijk effectiever dan in het algemeen wordt gedacht. De maatregelen worden zelfs met zoveel daadkracht opgelegd dat men zich kan afvragen of soms niet al te voortvarend wordt gehandeld. Bijvoorbeeld in het geval van de geïnterviewde 2666 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

11 Een rebelse houding kan worden verwacht ten aanzien van de medewerkers van het College van Toezicht advocaat bracht het tuchtrechtelijk ingrijpen zoveel financiële problemen met zich mee dat het kantoor failliet ging voordat de zaak inhoudelijk was behandeld door het Hof van Discipline. 34 Vanuit tuchtrechtelijk oogpunt effectief, vanuit het perspectief van rechtsbescherming van de beklaagde verdiende het wellicht geen schoonheidsprijs. Het voorbeeld maakt overigens ook duidelijk dat het dreigen met tuchtrechtelijke sancties soms effectief kan zijn. Dat is ook de ervaring van de dekens die wij hebben gesproken. Het dreigen met de spoedshalve procedure maakt dat advocaten sneller inzien dat zij beter de eer aan zichzelf kunnen houden en de praktijk kunnen neerleggen. De rol van de deken In ernstige en minder ernstige zaken is de lokale deken, door het gezag dat hij uitstraalt bij zijn beroepsgenoten die hem uit hun midden hebben gekozen, de drijvende kracht achter het tuchtrecht. Docters van Leeuwen onderschrijft het belang van die rol ook: De bemiddelende rol van de deken werkt veel beter en disciplinerender dan ik had verwacht. Op die bemiddelende rol moeten we zuinig zijn. 35 Behalve een bemiddelende rol, vervult de deken ook een spilfunctie bij het verkrijgen van informatie over advocaten. Hij is in staat om de informatie die hij verkrijgt vanuit de Centrale Controle Verordeningen (CCV, een zelfopgave van advocaten met betrekking tot de naleving van verordeningen) te combineren met klachten die hij binnenkrijgt en signalen die hem ter ore komen vanuit de rechterlijke macht, Raad voor Rechtsbijstand, organisaties als de IND, enzovoort. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een advocaat die niet (tijdig) griffiegelden betaalt, extra in de gaten wordt gehouden, omdat dit een signaal kan zijn dat er financiële problemen op kantoor zijn. Nu het werkgebied van de dekens groter is geworden door de herziening van de gerechtelijke kaart, is het wel zaak om deze informatiestromen goed te registreren en op elkaar af te stemmen. Dit was ten tijde van ons onderzoek 15 jaar geleden al een probleem en wordt nu eindelijk nu het staatstoezicht er dreigt te komen serieus ter hand genomen. 36 De deken treedt zowel als handhaver, vertrouwenspersoon, adviseur als bemiddelaar op en is responsief in die zin dat hij zowel overredend als repressief te werk kan gaan, al naar gelang de motieven van de regelovertreders en de consequenties van ambtshalve optreden. In de beslotenheid van het bureau van de lokale orde verricht hij dus belangrijk werk. Juist die beslotenheid en de persoonlijke betrokkenheid van de deken bij het werk, het feit dat hij primus inter pares is, maakt dat hij bij advocaten het nodige gedaan krijgt. Bij de buitenwacht wekt dit echter soms de schijn van partijdigheid. Het systeem sluit niet uit wanneer eigenlijk wel? dat persoonlijke relaties een rol spelen. Dit rechtvaardigt wel degelijk een vorm van toezicht, maar niet per se dat van het ene uiterste (zelfregulering) nu het andere uiterste van het toezichtspectrum wordt gekozen (overheidstoezicht). 37 Het College van Toezicht krijgt zelf onderzoeksbevoegdheden en zal medewerkers op pad sturen om toezicht uit te oefenen. Het is maar zeer de vraag of deze medewerkers door advocaten met net zo veel gezag tegemoet worden getreden als de dekens. De mate waarin het College van Toezicht zijn eigen onderzoeksbevoegdheden zal aanwenden, hangt volgens de staatssecretaris af van de wijze waarop een deken zijn toezichtstaken ter hand neemt: Een deken die zijn taken effectief, efficiënt en doortastend weet op te pakken, zal relatief weinig te maken hebben met het college. In het geval dekens hun taken echter niet goed oppakken, zal het college extra inspanningen moeten leveren en daarvoor ook meer personeel ter beschikking moeten hebben. 38 Dit nieuwe systeem van toezicht zal waarschijnlijk tot een formalisering van de klachtbehandeling leiden. Ook zou het er toe kunnen leiden dat beklaagde advocaten (al dan niet vanwege verkapte? principiële redenen) minder bereid zullen zijn mee te werken en zich bijvoorbeeld op hun zwijgrecht gaan beroepen. We hebben dat eerder gezien bij de tuchtrechtelijke aanpak van overtredingen van de wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en bij de voorganger van deze wet (Wet melding ongebruikelijke transacties). Tegen deze wetten werden vergelijkbare principiële bezwaren geuit als tegen het wetsvoorstel van Teeven, hetgeen resulteerde in een gebrekkige naleving. 39 Een zelfde rebelse houding kan worden verwacht ten aanzien van de medewerkers van het College van Toezicht. De nieuwe toezichtstructuur kan er tot slot toe leiden dat het voor advocaten die bestuurswerk ambiëren minder aantrekkelijk wordt om zich verkiesbaar te stellen 27. E.W. Kruisbergen, H.G. van de Bunt & E.R. Kleemans, Georganiseerde criminaliteit in Nederland, vierde rapportage op basis van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit, WODC rapport 306, Boom/Lemma uitgevers 2012, p. 25 en Het betreft 13 advocaten. 29. Beslissingen op grond van artikel 60ab en 60b Advocatenwet en herzieningsverzoeken buiten beschouwing gelaten. 30. Zie o.a. Oude Vrielink 2011, a.w. en het rapport van de Algemene Rekenkamer, Kaders voor toezicht en verantwoording, februari Zie de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie advocatuur d.d. 13 oktober 2006, p Sillevis Smitt, T., De pijn van de tucht: hoe hard raakt een tuchtzaak advocaten? Advocatenblad 18 maart 2011, p M. Faure, H. Nelen & N. Philipsen), Evaluatie tuchtrechtelijke handhaving Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en haar voorlopers, METRO, University of Maastricht 2009, p Landelijk dekenberaad toezicht, Jaarplan Zo ook M. de Rijke, Nieuw toezicht op de advocatuur? Tijdschrift voor toezicht (4), 2010, p Nota naar aanleiding van het nader verslag, Kamerstukken II, , 3 juni Meer over deze zaak: Nienke Doornbos & Leny E. de Groot-van Leeuwen, Incorrigible Lawyers, 15 Legal Ethics (2), 2012 p Docters van Leeuwen 2010, a.w., p Faure, Nelen & Philipsen 2009, a.w. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap In deze rechtsstatelijke zin is het debat over toezicht op de advocatuur dus wezenlijk anders dan het debat over het toezicht op andere professionele beroepsgroepen als deken. Nu al is de continuïteit en het harmoniseren van het toezicht een bron van zorg waar terecht heel hard aan gewerkt wordt. 40 Het wetsvoorstel draagt hier gedeeltelijk aan bij doordat het College van Toezicht kan toezien op een uniforme uitoefening van de toezichtstaken, maar het doet er ook afbreuk aan omdat er nieuwe afstemmingsproblemen kunnen ontstaan, namelijk tussen de dekens, het dekenberaad en het College van Toezicht. Deze problemen doen zich ons inziens niet voor als wordt gekozen voor de minder vergaande vorm van een systeemtoezichthouder, zoals voorgesteld door Docters van Leeuwen. De rol van de tuchtrechter De Raden van Discipline kunnen na de derde nota van wijziging weer opgelucht adem halen. In het tweede voorstel werd namelijk nog voorgesteld dat alle klachten rechtstreeks bij de Raad van Discipline moesten worden ingediend, hetgeen een aanzienlijke taakverzwaring zou inhouden. Mogelijk treedt er na invoering van de wet zelfs een taakverlichting op, nu het College van Toezicht de bevoegdheid krijgt om bestuurlijke boetes op te leggen ingeval advocaten niet voldoen aan verplichtingen, zoals het behalen van opleidingspunten. Dergelijke zaken hoeven nu niet meer de langdurige weg van tuchtrechtelijke behandeling te volgen, zij het dat tegen een bestuurlijke boete bezwaar en beroep openstaat. Het aantal zaken zou binnen de perken gehouden kunnen worden door te bepalen dat een advocaat die door de tuchtrechter in het ongelijk wordt gesteld de kosten van de tuchtprocedure voor zijn rekening moet nemen, maar dit is in het laatste voorstel van wet niet meegenomen. Ook in gewone klachtzaken zou daarvan een preventief effect kunnen uitgaan. Een belangrijke wijziging die tot nog toe geen merkbare weerstand heeft opgeroepen, is dat de namen van advocaten die de maatregelen schorsing en schrapping van tableau opgelegd krijgen voortaan gepubliceerd zullen worden. Ook hier zal een preventieve werking vanuit gaan in die zin dat advocaten sneller geneigd zullen zijn klagers tegemoet te komen om reputatieschade te voorkomen of dat zij in zeer ernstige gevallen eerder tot het inzicht zullen komen dat zij beter de praktijk kunnen sluiten. Conclusies Wat zijn alles overziend de gevolgen van het wetsvoorstel voor cliënten, beroepsgroep en samenleving? Het wetsvoorstel is vrijwel uitsluitend gericht op het algemene belang van een goede beroepsuitoefening (het primaire doel van het tuchtrecht) en veel minder op het belang van klagers bij een toegankelijke en snelle klachtenprocedure. Ondanks aanbevelingen daartoe in de rapporten Van Wijmen en Huls, heeft het cliëntenperspectief niet of nauwelijks een rol gespeeld. Vanuit het cliëntenperspectief is het toe te juichen dat advocaten die zijn geschorst of van het tableau geschrapt met naam en toenaam bekend zullen worden. Ook zal de verslaglegging door een College van Toezicht de (schijn-)transparantie van de beroepsuitoefening kunnen bevorderen. Belangrijke vragen vanuit dit perspectief blijven echter onaangeroerd. Problemen als de versnippering van procedures en de lange duur van tuchtprocedures worden niet aangepakt. Eerdere aanbevelingen om tot één onafhankelijk klachtenloket te komen, die klagers behulpzaam zou zijn bij het opstellen van de klacht en het doorverwijzen naar de juiste klachtenvoorziening (een klachtencommissie, een commissie voor declaratiegeschillen of de tuchtrechter) zijn helemaal uit beeld verdwenen. Voor de beroepsgroep betekent het wetsvoorstel een inbreuk op de onafhankelijkheid ten opzichte van de overheid en een toevoeging aan het discours over de onbetrouwbare advocaat. 41 Advocaten raken indirect afhankelijk van de overheid, doordat de staat invloed heeft op het College van Toezicht en dit College vervolgens (via de dekens, bestuurlijke boetes enzovoort) invloed heeft op de advocaat. De indirectheid maakt de concrete effecten ervan moeilijk aantoonbaar; het is echter wel de vraag of het fundamentele recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) niet in het geding is. Barkhuysen en Onrust wijzen er in dit verband op dat de margin of appreciation van de staat hier zeer beperkt is. 42 In deze rechtsstatelijke zin is het debat over toezicht op de advocatuur dus wezenlijk anders dan het debat over het toezicht op andere professionele beroepsgroepen zoals het notariaat of de accountancy. De verregaande bevoegdheden van het nieuwe College betekenen voorts een toenemende formalisering en een beperking van de discretionaire bevoegdheden en flexibiliteit van optreden van de dekens. De afstemming tussen dekens en het College zal een toename van administratieve ballast teweegbrengen met de daarmee gepaard gaande transactiekosten. Voor de overheid en de samenleving als geheel betekent het wetsvoorstel, met een door de staat betaalde staf van een College dat zelf op opsporingspad mag gaan, hoe dan ook een kostenpost waarop niemand wacht en waarvan de noodzaak niet is aangetoond. Empirisch onderzoek waaruit blijkt dat er structurele misstanden binnen de advocatuur bestaan die staatstoezicht in plaats van louter zelfhandhaving nodig maakt, ontbreekt. Wij dienen ons af te vragen of wij wel meer staat willen juist op dit terrein. En ten slotte kan de staatsrechtelijke spanning tussen het wetsvoorstel en het EVRM tot problemen leiden die niet alleen duur zijn en onzekerheden scheppen, maar ook de positie van Nederland in Europa geen goed zullen doen. Er bestaan goede argumenten voor externe invloed op het systeemtoezicht, doch voor toezicht op de beroepsuitoefening is externe invloed niet te rechtvaardigen. 40. Hoekstra 2013, a.w. 41. Böhler 2013, a.w. p Barkhuysen & Onrust 2012, a.w NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

13 Wetenschap 2252 Unietrouw of eigen belang eerst De casus van de export van uitkeringen buiten de EU Frans Pennings 1 De Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid regelt dat uitkeringen die naar landen buiten de EU worden geëxporteerd aan het kostenniveau van het betreffende land worden aangepast (lees: verlaagd). Binnen de EU zou een dergelijke regeling vanwege het gelijke behandelingsbeginsel niet getolereerd worden. Maar verdragen die de EU sloot met landen waarnaar nu juist veel uitkeringen geëxporteerd worden, maken dat het gelijke behandelingsbeginsel ook daar geldt. De redenering die de regering optuigde om de wet te rechtvaardigen overtuigt niet. 1. Algemeen Op het eerste gezicht lijkt het eenvoudig: het niveau van kosten van levensonderhoud is in andere landen soms lager dan in Nederland. Waarom passen we de uitkeringen die naar die landen worden geëxporteerd dan niet aan dat kostenniveau aan? Aldus ook de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid. 2 Wat op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, is echter vaak bedrieglijk en leidt zeker niet altijd tot recht. In augustus j.l. verklaarde de Rechtbank Amsterdam de verlaging van nabestaandenuitkeringen van Turkse en Marokkaanse weduwen in strijd met een regeling van EU-recht. In deze bijdrage wil ik ingaan op de totstandkoming van de Wet woonlandbeginsel (par. 2 en 3) en de uitspraak van de rechtbank (par. 4). Vervolgens zal ik ingaan op de kinderbijslag en het voorstel export daarvan helemaal te beperken (par. 5). In par. 6 volgen de conclusies. 2. De Wet woonlandbeginsel 2.1 Inleiding De Wet woonlandbeginsel regelt door aanpassing van bepalingen in de Algemene Kinderbijslagwet, de Algemene Nabestaandenwet, de Wet op Kindgebondenbudget en de Wet Wia (vervolguitkering) dat de hoogte van de uitkering wordt vastgesteld op een lager niveau dan in Nederland, indien het kostenniveau in het woonland lager is dan dat van Nederland. Als het hoger is, volgt geen verhoging. De regeling geldt alleen buiten de EU, EER en Zwitserland. Voor bijv. Turkije en Marokko wordt het Nederlandse kinderbijslagbedrag verlaagd tot 60%. Volgens de memorie van toelichting wordt eerst de hoogte van het recht vastgesteld op basis van het kostenniveau in het woonland en vervolgens wordt het aldus vastgestelde bedrag volledig geëxporteerd. 3 Er is dus geen sprake van gedeeltelijke intrekking van een eenmaal vastgesteld recht, aldus de regering, die deze stelling stug volhield gedurende het vervolg van de parlementaire behandeling. 2.2 Past het woonlandbeginsel binnen het EU-recht? Ofschoon de nieuwe wet niet geldt binnen de EU, is het interessant om na te gaan of de regeling daar zou zijn toegestaan. In par. 5.4 komt de relevantie van die vraag aan de orde. In het EU-coördinatierecht voor sociale zekerheid is het werklandbeginsel dominant, en niet het woonlandbeginsel. Dit heeft te maken met het doel van het coördinatierecht, namelijk bevordering van het vrij verkeer van werknemers. De gedachte is dat als werknemers slechter af zijn als gevolg van het gebruik maken van het vrij verkeer, zij daarvan geen gebruik gemaakt zouden hebben. Gelijke behandeling op grond van nationaliteit is daarom een belangrijk uitgangspunt. Deze benadering werd al geruime tijd geleden door het Hof van Justitie EG toegepast op een toenmalige ver- Gelijke behandeling op grond van nationaliteit is daarom een belangrijk uitgangspunt Auteur 1. Prof. mr F.J.L. Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht. Noten 2. Stb. 2012/198 (Kamerstukken ). 3. Kamerstukken II 2010/11, , nr. 3, p. 5. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Wetenschap Mensen op de wereld Hollandse Hoogte ordeningsbepaling, die het woonlandbeginsel kende voor Franse kinderbijslag, het Pinna-arrest. 4 Italianen die in Frankrijk werkten kregen voor hun kinderen in Italië dus slechts kinderbijslag op Italiaans niveau. De reden was dat Frankrijk met hoge kinderbijslagbedragen de gezinnen wilde vergroten, maar alleen in Frankrijk zelf. Het Hof vond dat deze bepaling in strijd was met de gelijkebehandelingsbepaling van het EG-verdrag. Het beginsel van gelijke behandeling verbiedt niet enkel openlijke discriminaties op grond van de nationaliteit, maar ook alle verkapte vormen van discriminatie die, door toepassing van andere onderscheidingscriteria, in feite tot hetzelfde resultaat leiden, aldus het Hof. Aangezien het vooral migrerende werknemers zijn die gezinsleden in het buitenland hebben wonen, trof deze regeling migrerende werknemers meer dan Franse werknemers. Van belang hier is de interpretatiemethode, waardoor zeer stellig alle verkapte vormen van ongelijke behandeling verboden worden en bepalingen van de coördinatieverordening die daarmee in strijd zijn onverbindend verklaard. Binnen de EU moeten arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en nabestaandenuitkering worden geëxporteerd op basis van het huidige artikel 7 van coördinatieverordening 883/2004, dat bepaalt dat tenzij in deze verordening anders bepaald, kunnen de uitkeringen verschuldigd op grond van de wetgeving van een of meer lidstaten of op grond van deze verordening, niet worden verminderd, Als deze interpretatie juist is, zou ook binnen EU-verband het voorgestelde woonlandbeginsel ingevoerd mogen worden gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende of de leden van zijn gezin in een andere lidstaat wonen dan die waar zich het orgaan bevindt dat deze uitkering verschuldigd is. In veel bilaterale verdragen die Nederland gesloten heeft en ook in de multilaterale regeling met Turkije, Besluit 3/80 (zie par. 3), komt deze tekst letterlijk terug. De regering leest deze bepaling, zoals gezegd, voor buiten de EU zo dat als eerst de uitkering met het oog op het woonland wordt vastgesteld en dan volledig geëxporteerd wordt, er geen probleem is met de bepaling. Als deze interpretatie juist is, zou ook binnen EU-verband het voorgestelde woonlandbeginsel ingevoerd mogen worden. Het Pinna-arrest maakt echter duidelijk dat deze interpretatie niet geoorloofd zou zijn, omdat het een verkapte vorm van discriminatie is. Of dit arrest ook in relaties met derde landen van belang is, komt hierna aan de orde, met name in par NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

15 3. Export van arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenuitkeringen naar Turkije 3.1 Juridisch kader In bovenstaande ben ik uitvoerig ingegaan op het EUrecht, aangezien dit op sommige punten doorwerking heeft of kan hebben in regelingen die van toepassing zijn op mensen die buiten de EU/EER (gaan) wonen. Dat geldt in de eerste plaats voor Besluit 3/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap op Turkse werknemers en hun gezinsleden, 5 gebaseerd op artikel 39 van het Protocol bij de Associatie-overeenkomst EEG-Turkije. 6 De Overeenkomst heeft tot doel de ontwikkeling van de commerciële en economische betrekkingen tussen de partijen bij de Overeenkomst te bevorderen, ook op het gebied van de arbeidskrachten, door de geleidelijke totstandbrenging van het vrije verkeer van werknemers met het oog op de verbetering van de levensstandaard van het Turkse volk en om in een later stadium de toetreding van Turkije tot de Gemeenschap te vergemakkelijken. In Besluit 3/80 zijn coördinatiebepalingen opgenomen die van belang zijn voor Turken die in een EU-land werken of gewerkt hebben. Deze bepalingen lijken in sterke mate op die van coördinatieverordening 1408/71, die gold ten tijde van het totstandkomen van het besluit, en kennen vaak ook letterlijk dezelfde tekst. In het Sürül-arrest 7 oordeelde het Hof dat artikel 3 van het besluit, dat gelijke behandeling op basis van nationaliteit verlangt, zich leent voor directe werking. In het arrest interpreteerde het Hof de bepalingen van Besluit 3/80 die identiek of grotendeels hetzelfde geformuleerd zijn als in de coördinatieverordening op dezelfde wijze als die van de verordening. Vervolgens rees de vraag of artikel 6 van Besluit 3/80 rechtstreekse werking heeft. Artikel 6 eerste lid van Besluit 3/80 luidt als volgt: tenzij in dit besluit anders is bepaald, kunnen de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen alsmede de renten bij arbeidsongevallen en beroepsziekten, verkregen op grond van een wettelijke regeling van een of meer lidstaten, op generlei wijze worden verminderd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende in Turkije woont of op het grondgebied van een andere Lidstaat dan die, op het grondgebied waarvan zich het orgaan bevindt dat deze uitkering verschuldigd is. Artikel 6 is derhalve een exportbepaling, die qua bewoording gelijk of vrijwel gelijk is aan het exportartikel (artikel 10 van coördinatieverordening 1408/71 en artikel 7 van de huidige coördinatieverordening 883/2004, in de vorige paragraaf geciteerd). De vraag naar de rechtstreekse werking van artikel 6 van Besluit 3/80 rees in een zaak over de export van een toeslag krachtens de Nederlandse Toeslagenwet (TW) naar Turkije, die beëindigd was op grond van de wet Beperking export uitkeringen. Hierbij bestond de complicatie dat Verordening 1408/71 in tegenstelling tot Besluit 3/80 inmiddels gewijzigd was in die zin dat bijzondere, nietcontributieve prestaties (zoals de TW) niet meer hoeven te worden geëxporteerd. Aangezien Besluit 3/80 niet in deze zin aangepast was, zou rechtstreekse werking van artikel 6 tot gevolg hebben, dat de toeslagen toegekend aan Turkse onderdanen en aan Nederlanders die in Turkije wonen niet stopgezet kunnen worden wegens verblijf buiten Nederland, terwijl de toeslagen toegekend aan onderdanen woonachtig op het grondgebied van een lidstaat wel stopgezet worden. 8 Deze vraag leidde tot het Akdas-arrest, 9 waarin het Hof overwoog (r.o. 76) dat artikel 6 het beginsel vastlegt dat voor de in dit artikel bedoelde socialezekerheidsuitkeringen, waaronder de uitkeringen bij invaliditeit, geen bepalingen inzake woonplaats mogen worden vastgesteld. Besluit 3/80 bevat geen enkele afwijking of beperking van het in artikel 6 neergelegde verbod op bepalingen inzake woonplaats. De toeslag moet dus worden uitgevoerd, ook al voorziet Verordening 1408/71 momenteel in een ander stelsel dan Besluit 3/80. Complicatie was dat artikel 59 van het aanvullend protocol bepaalt dat Turkse onderdanen niet in een gunstiger situatie mogen worden geplaatst dan onderdanen van de Unie. Het Hof overwoog dat als het thans op grond van verordening 1408/71 geldende stelsel inzake uitkeringen als de TW zou worden toegepast in het kader van Besluit 3/80, dit zou neerkomen op een wijziging van dit besluit, wat een uitsluitende bevoegdheid is van de Associatieraad. Omdat betrokkenen naar Turkije zijn teruggekeerd nadat zij in de ontvangende lidstaat arbeidsongeschikt waren geworden, en daar niet langer een verblijfsrecht hadden, kunnen ze bovendien niet nuttig worden vergeleken met EU-onderdanen. Artikel 6 van Besluit 3/80 moet aldus worden uitgelegd dat het zich in omstandigheden zoals die van het hoofdgeding verzet tegen een regeling die de TW intrekt voor voormalige migrerende Turkse werknemers die naar Turkije zijn teruggekeerd nadat zij het recht om in de ontvangende lidstaat te verblijven hadden verloren omdat zij er arbeidsongeschikt waren geworden. Op het gecursiveerde kom ik in de volgende paragraaf terug. 3.2 De behandeling in het Parlement De Raad van State had in zijn advies al opgemerkt dat het Akdas- arrest aanpassing van het wetsvoorstel zou kunnen vereisen; 10 ook het UWV en de SVB waarschuwden voor problemen met verdragsrecht. 11 De regering antwoordde hierop echter dat de differentiatiemethode anders is dan het woonlandbeginsel en dat er geen problemen waren. De Tweede Kamer liet het hier verder bij en ging in het plenaire debat niet meer in op verdragskwesties. De Eerste Kamer was veel kritischer. Voor de volledigheid moet ik hier vermelden dat ik op verzoek van deze 4. Nr. 41/84, Jur HvJ EG 4 mei 1999, nr. 262/96, Jur. 1999, I CRvB 1 november 2007, LJN BB7475, RSV 2007, 352; USZ 2007, HvJ EU 26 mei 2011, nr. C-485/07, Jur. 2011, I-4499, RSV 2011/268, USZ 2011/ Kamerstukken II 2010/11, nr. 4, p PbEG 1983, C 110/ Kamerstukken II 2010/11, nr. 3, p Verdrag van 12 september 1963, PbEG L 217, Trb. 1963, 184. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Wetenschap De redeneringen van de regering brachten de Eerste Kamer begrijpelijkerwijs in verwarring, zodat de meeste Kamerleden afhaakten Kamer een advies heb uitgebracht; 12 wellicht was dit reden voor de NJB-redactie om mij te vragen dit artikel te schrijven. Toegegeven, het Akdas-arrest heeft een wat vreemde uitkomst, maar de stelligheid van het Hof maakte wel dat ik in mijn advies aan de Eerste Kamer zeer stellig durfde te concluderen dat het woonlandbeginsel voor de WGA en Anw in de relatie met Turkije in strijd was met Besluit 3/80. De regering betoogde echter dat het arrest geen probleem was, 13 door het dictum van het Hof als volgt te parafraseren: artikel 6 van Besluit 3/80 behelst een verbod om een van de genoemde uitkeringen onder omstandigheden van het hoofdgeding in te trekken louter vanwege het feit dat betrokkene niet in Nederland maar in Turkije woont. Vervolgens borduurde de regering voort op het woordje louter en betoogde dat de korting niet louter vanwege het wonen was, maar vanwege de lagere woonkosten. In het dictum komt het woord louter of een synoniem ervan echter helemaal niet voor. Ook is voor deze interpretatie nergens in het arrest steun te vinden. Ook in het Akdasarrest werd de export van de TW immers niet alleen beperkt door louter het feit dat betrokkenen in het buitenland wonen. Bij een woonplaatseis zullen er altijd wel bijkomende redenen zijn, al is het maar dat het land kosten wil besparen, of, zoals in Pinna, bevolkingspolitiek wil voeren. De interpretatie van de regering zou aan artikel 6 Besluit 3/80 elke betekenis ontnemen. Het Hof legde bovendien in overweging 76 neer dat artikel 6 het beginsel vastlegt dat voor de in dit artikel bedoelde socialezekerheidsuitkeringen, waaronder de uitkeringen bij invaliditeit, geen bepalingen inzake woonplaats mogen worden vastgelegd (mijn cursivering). Omdat het een beginsel is mag ook niet via een omweg tot beperking van de export worden gekomen. Ten tweede verwijst de regering naar de formulering in de omstandigheden van het hoofdgeding (in het dictum). 14 Dit zou ruimte geven om in andere omstandigheden anders te oordelen. We hebben echter gezien dat deze formulering betrekking heeft op de daaraan voorafgaande redenering (voorafgaand aan r.o. 96) dat in dit geval het geen probleem is dat Turken een voordeel hebben dat EU-onderdanen, waaronder Nederlanders, niet zouden hebben als ze naar een andere lidstaat gaan. Dat is dus heel anders dan dat er ruimte is om in sommige gevallen uitkering te weigeren. Aangezien de uitkeringen in de wet Woonlandbeginsel geen bijzondere non-contributieve uitkeringen zijn, speelt het probleem van betere behandeling hier overigens niet. De redeneringen van de regering brachten de Eerste Kamer begrijpelijkerwijs in verwarring, zodat de meeste Kamerleden afhaakten. Zoals het Kamerlid Terpstra (CDA) zei: er wordt verschillend gedacht over de vraag of verlaging van uitkering naar landen buiten de EU is toegestaan, maar in principe is het volgens ons een politieke vraag. 15 Als men echter juridische argumenten terzijde schuift, loopt men het risico dat de rechter anders oordeelt. Maar ik vind het onjuist om bij alle maatschappelijke vraagstukken die in ons land spelen constant de vraag te stellen of het wel mag van de Europese Unie, aldus Terpstra. De Kamer heeft, na uitgebreide discussie over o.a. de risico s dat de wet zou stuiten op de rechter, het voorstel aangenomen, zij het met relatief veel minder voorstemmers dan in de Tweede Kamer. 4. De Rechtbank Amsterdam 4.1 Turkse weduwen In augustus jl. deed de Rechtbank Amsterdam uitspraak in een aantal gevoegde procedures tegen de SVB over de aanpassing van nabestaandenuitkeringen. 16 De rechtbank oordeelde dat verlaging van Anw-uitkeringen aan het kostenniveau in het woonland, gebaseerd op de Wet woonlandbeginsel, in strijd is met Besluit 3/80. De rechtbank verwees in haar betoog naar het Akdas-arrest en verwierp het argument dat er geen sprake is van vermindering van uitkering, maar van differentiatie, zodat uitkeringen ongewijzigd worden uitbetaald. De rechtbank verwoog dat de wetgeving feitelijk leidt tot een vermindering van het bedrag dat wordt geëxporteerd. Materieel heeft de wet dus betrekking op export van uitkering. Verwijzing naar het lagere kostenniveau hangt onverbrekelijk samen met het feit dat eiseressen in Turkije wonen. Als een dergelijke aanpassing van uitkeringen voor de daadwerkelijke export mogelijk zou zijn, zou aan artikel 6 elk nuttig effect zijn ontnomen. De SVB had bepleit dat aan artikel 7 van Verordening 883/2004 een andere betekenis dient te worden gegeven dan aan artikel 6 van Besluit 3/80, omdat de verordeningsartikelen tot stand zijn gekomen met het oog op het vrij verkeer van werknemers. De rechtbank volgde de SVB ook in deze redenering niet. Het Hof heeft zich in vaste rechtspraak op het standpunt gesteld dat bepalingen uit het associatierecht die dezelfde tekst hebben als artikelen in de coördinatieverordening op dezelfde wijze moeten worden uitgelegd. Blijkens artikel 12 van de Associatieovereenkomst EEG-Turkije was het destijds de bedoeling om tussen Turkije en de lidstaten van de EU onderling geleidelijk vrij verkeer van werknemers tot stand te brengen. Dat leidt niet tot een verschil in interpretatie tussen bepalingen van EU-recht en van associatierecht, maar veeleer tot onderlinge afstemming. Van de uitspraak is nog hoger beroep mogelijk bij de CRvB, maar de rechtbank lijkt toch wel de toon te hebben gezet. 4.2 Marokkaanse weduwen De rechtbank volgt een vergelijkbare redenering met betrekking tot de export naar Marokko, aangezien artikel 5 VNM (Verdrag inzake sociale zekerheid Nederland- Marokko) dezelfde tekst heeft als artikel 6 Besluit 3/80. De rechtbank is van oordeel dat de teksten van artikel 7 van de coördinatieverordening, artikel 6 Besluit 3/80 (beide behorend tot EU-recht) en artikel 5 NVM (een bilateraal verdrag, niet behorend tot EU-recht) op dezelfde wijze moeten worden gelezen, op grond van de gelijkluidende tekst van de bepalingen, ook al verschilt de context NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

17 5. Verlaging en stopzetting betaling kinderbijslag 1.1 Inleiding In de hiervoor behandelde zaak kwam niet de kinderbijslag aan de orde. Artikel 6 Besluit 3/80 noemt kinderbijslag niet en daarom moet de vraag of kinderbijslag mag worden verminderd worden afgezet tegen de gelijkebehandelingsbepaling (artikel 3 Besluit 3/80), en is het Akdas-arrest niet van toepassing. Artikel 3, dat gelijkluidend is aan artikel 3 van de coördinatieverordening luidt: Personen die op het grondgebied van een der lidstaten wonen en op wie de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, hebben de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van elke lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat, behoudens bijzondere bepalingen van dit besluit. In deze toelichting lopen rechtvaardigingsgronden door elkaar heen Kan deze bepaling nu leiden tot het verbieden van verlaging of export van kinderbijslag? De redenering zou zijn dat Turken meer getroffen worden door deze bepaling dan Nederlanders, aangezien Turken veel vaker kinderen hebben wonen in Turkije dan Nederlanders dat hebben. Indirecte discriminatie derhalve, waar wel een objectieve rechtvaardigingsgrond voor kan worden aangevoerd. De arresten Pinna, Meeusen 17 en Meints 18 zijn voorbeelden van zaken waar het Hof tot indirecte discriminatie en daarna tot export van prestatie besluit. 5.2 Verlaging van de uitkering In de Wet woonlandbeginsel is de rechtvaardigingsgrond niet erg scherp geformuleerd. In de memorie van toelichting staat dat voorkomen moet worden dat Nederlandse uitkeringen die buiten Nederland worden verstrekt, naar lokale maatstaven bezien, uit de pas gaan lopen. Er moet volgens de regering geen verdergaande financiële ondersteuning worden geboden dan de plaatselijke omstandigheden in aanmerking genomen noodzakelijk en gerechtvaardigd is. Zo zal een te hoge uitkering in relatie tot het kostenniveau van het woonland bijvoorbeeld de prikkel ondermijnen om weer aan het werk te gaan, aldus de regering. In deze toelichting lopen verschillende rechtvaardigingsgronden door elkaar heen, waardoor ze niet erg overtuigend zijn. Het argument dat financiële ondersteuning niet verder moet gaan dan in de plaatselijke omstandigheden noodzakelijk en gerechtvaardigd is, is immers op zichzelf inhoudsloos, want er wordt geen inhoudelijk doel geformuleerd. Voor wie of wat is de regeling immers niet noodzakelijk of gerechtvaardigd? Deze rechtvaardigingsgrond zou binnen EU-verband niet worden geaccepteerd. De reden dat een te hoge uitkering in relatie tot het kostenniveau van het woonland de prikkel zou ondermijnen om weer aan het werk te gaan, zou wel een kandidaat voor een rechtvaardigingsgrond kunnen zijn. De regering noemt deze echter alleen maar, maar werkt ze niet uit. De reden kan bovendien geen betrekking hebben op kinderbijslag. De regering wil toch geen kinderarbeid stimuleren? Voor recht op kinderbijslag is voorts vereist dat als de kinderen niet bij de verzekerde wonen (en over deze situatie hebben we het hier), die verzekerde een bepaald bedrag per kwartaal aan onderhoudskosten moet maken voor het kind (en deze ook volledig en daadwerkelijk moet overmaken aan de verzorger van het kind). Dit bedrag is momenteel 416 per kwartaal. De verzekerde krijgt daarvoor 191,65 kinderbijslag terug. Voor bepaalde situaties gelden andere bedragen, maar steeds is sprake van een slechts zeer gedeeltelijke compensatie van kosten. De wet Woonlandbeginsel heeft de onderhoudsbijdragen niet aangepast aan de eventuele lagere kosten van levensonderhoud in het woonland van de kinderen, zodat de redenering dat een lagere uitkering moet worden betaald in verband met lagere kosten moeilijk te volgen is. Erg duidelijke rechtvaardigingsgronden zijn er dus niet. Een ander punt is dat artikel 3 alleen gelijke behandeling verlangt van Turken die in Nederland wonen. Over deze categorie hebben we het hier; alleen verzekerden in Nederland krijgen kinderbijslag en hebben ook de kosten voor de kinderen. Vandaar dat het niet van belang is dat de kinderen buiten Nederland wonen. De regering voerde voorts aan dat artikel 3 luidt dat de bepaling van toepassing is behoudens bijzondere bepalingen van dit besluit. 19 Artikel 6, lid 1 is een dergelijke bijzondere bepaling en aangezien artikel 6 geen export verlangt van kinderbijslag, doet artikel 3 dit ook niet, aldus de nadere memorie van antwoord. Met de formulering behoudens bijzondere bepalingen wordt echter bedoeld dat als een bepaling van het besluit expliciet een onderscheid maakt, dit uitgezonderd is van artikel 3. Als een bepaling van het besluit expliciet had geluid dat kinderbijslag niet exporteerbaar is, dan was dit inderdaad uitgezonderd van artikel 3. Daarvan is hier echter geen sprake. Zaken over de verlaging van de kinderbijslag moeten nog voorkomen, maar ook hier bestaat een aanzienlijk procesrisico. 5.3 Stopzetting export Bij de Eerste Kamer ligt inmiddels ook een voorstel om export van kinderbijslag buiten de EU, EER en Zwitserland 12. Kamerstukken I 2011/12, nr. D. p. 3. ECLI:NL:RBAMS:2013:5315, USZ 2013, Nr. 337/97, Jur. 1999, I Kamerstukken I 2011/12, , nr. E, p Kamerstukken I 2011/12, , nr. E, p Kamerstukken I 2011/12, , nr. E, 15. Handelingen I 2011/12, nr. 23, item 9, p Rb. Amsterdam 22 augustus 2013, 18. Nr. 57/96, Jur. 1997, I NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Wetenschap Tegenover de mogelijke opbrengst van de wet staat het risico van veel extra procedures, administratiekosten, en problemen met andere landen helemaal te stoppen, hierna wet Exportbeperking kinderbijslag. 20 Dit gaat nog een forse stap verder dan verlaging. De Tweede Kamer heeft dit voorstel aangenomen op 19 juni Probleem is dat veel bilaterale verdragen expliciet export van uitkeringen, waaronder kinderbijslag, verlangen. Waar in de Wet woonlandbeginsel de regering het argument van de differentiatie nog hanteerde, is duidelijk dat dit niet op kan gaan bij exportbeperking. Zo bepaalt artikel 33 van het verdrag Nederland- Turkije: Turkse werknemers die werkzaam zijn in Nederland en waarvan de kinderen in Turkije verblijven of worden opgevoed, hebben recht op kinderbijslag op dezelfde voorwaarden als Nederlandse werknemers. Dat betekent dat er heel wat bilaterale verdragen (naar schatting 20, wellicht meer) moeten worden aangepast, en dat kan alleen met wederzijdse instemming van verdragspartijen. Als instemming van de andere partij niet verkregen wordt en die andere partij heeft nu eenmaal weinig belang bij de aanpassing dan overweegt de regering om het verdrag op te zeggen. Dat betekent dat tegenover de mogelijke opbrengst van de wet (mogelijk 6 miljoen op de langere termijn), het risico van veel extra procedures, administratiekosten, en problemen met andere landen staat. Opzegging van verdragen is nogal problematisch, aangezien ze nodig blijven voor andere uitkeringen, en ze ook in Nederland belang zijn, nu Nederland nu eenmaal een open economie heeft. Ook mensen die in Nederland geboren zijn, daar lang gewoond of gewerkt hebben, zijn er na emigratie op aangewezen. De minister heeft, naar aanleiding van de discussie in de Eerste Kamer, 21 de Raad van State gevraagd hierover nader advies uit te brengen, welk advies bij brief van 7 juni 2013 gegeven is Nader advies van de Raad van State Ook de Raad van State onderkent dat Besluit 3/80 bij de toetsing belangrijk is, dat wil zeggen aan artikel 3, de discriminatiebepaling. Als we artikel 3 op dezelfde wijze moeten uitleggen als de corresponderende discriminatiebepalingen binnen EU-recht, dan zijn er weinig mogelijkheden voor een objectieve rechtvaardigingsgrond. Daarom is de eerste vraag of deze jurisprudentie inderdaad doorwerkt. De Raad overweegt dat volgens vaste uitleg van het HvJ EU een bepaling uit een Associatie-overeenkomst wordt getoetst aan de inhoud en het doel van de overeenkomst, alsmede in het licht van de bewoordingen ervan. Hierbij verwijst hij naar het Ziebell-arrest, 23 waarin het Hof van Justitie dit criterium hanteert, en tot de conclusie komt dat het doel van Besluit 1/80 (betrekking hebbend op o.a. verblijfsrecht van gezinsleden) niet mag worden geïnterpreteerd op dezelfde wijze als de EU-regelgeving over het verblijfsrecht en het EU-burgerschap. De situatie in het Ziebell-arrest heeft dus geen betrekking op Besluit 3/80. Doelstelling van Besluit 1/80 en het huidige EU-verblijfsrecht en de jurisprudentie over het EU-burgerschap zijn inderdaad verschillend. Bij Besluit 3/80 en de Associatie-overeenkomst geldt echter dat de beginselen die in het kader van de Verdragsartikelen betreffende het vrije verkeer van werknemers gelden, in de mate van het mogelijke worden toegepast op Turkse staatsburgers die door de Associatie EEG-Turkije verleende rechten genieten (r.o. 58 Ziebell). Dat hoeft dus niet bij Ziebell zelf, aangezien hier de doelstellingen van de te vergelijken regelingen verschillen. De doelstellingen van Besluit 3/80 en de coördinatieverordening lopen parallel in zoverre Besluit 3/80 ook een economisch doel (inclusief vrij verkeer) heeft. Aangezien lidstaten als Nederland al decennia kinderbijslag exporteren, de situatie niet principieel anders is dan binnen de EU, is niet goed in te zien dat binnen de mate van het mogelijke een gelijkluidende interpretatie niet mogelijk is. De Raad van State leidt evenwel uit het Ziebell-arrest af dat de bepalingen uit de Associatie-overeenkomst niet zonder meer dezelfde werking hebben als de bepalingen van het VWEU inzake het vrij verkeer van werknemers en de daarmee verband houdende verordeningen inzake de sociale zekerheid (p. 24). Zoals we zagen valt juist de tegenovergestelde conclusie uit de jurisprudentie van het Hof te halen. Ook de Rechtbank Amsterdam trekt in de besproken uitspraak uit het Ziebell-arrest de conclusie dat Besluit 3/80 op dezelfde wijze moet worden geïnterpreteerd als de coördinatieverordening. Na zijn interpretatie van het Ziebell-arrest verwijst de Raad echter toch naar de jurisprudentie van het Hof dat louter budgettaire argumenten niet voldoende zijn om indirecte discriminatie te rechtvaardigen. Daarmee verwijst de Raad opeens toch naar jurisprudentie over het EU-recht. Hij concludeert op p. 31 van het advies dat er geen zekerheid is of stopzetting van de export van kinderbijslag in strijd met artikel 3 is, maar merkt wel op dat de aangevoerde redenen niet toereikend zijn; met name de tot dusver aangevoerde budgettaire argumenten zullen niet volstaan. De Afdeling had kennelijk moeite om het met zichzelf eens te worden. Hij had best wat stelliger mogen waarschuwen, want gemeenschapstrouw is een belangrijk uitgangspunt, en we moeten voorkomen dat wetten in strijd komen met EU-recht, ook al vinden we dat vervelend. Nu concludeert de minister dat de Raad geen problemen ziet met EU-recht, terwijl de Raad aanzienlijke procesrisico s vermoedt. De Raad had immers veel dieper moeten ingaan op mogelijke rechtvaardigingsgronden voor het onderscheid tussen Turken en EU-onderdanen. In de EU-jurisprudentie zijn immers tot dusver slechts twee soorten rechtvaardigingsgronden geaccepteerd voor het woonlandbeginsel. De ene is bij het woonlandbeginsel voor werkloosheidsuitke NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

19 ringen bij grensarbeiders. Dat is geoorloofd, aangezien grensarbeiders betere kansen op de arbeidsmarkt zouden hebben in het woonland. De andere is dat een uitkering zodanig een uitdrukking is van solidariteit, dat het gerechtvaardigd is deze te beperken tot het woonland. Daarvoor moet het een bijzondere uitkering zijn (die niet betaald wordt aan iedereen, maar alleen aan mensen met geen of een laag inkomen). Daar valt kinderbijslag niet onder. De regering zal ongetwijfeld een formulering kunnen maken om de stopzetting van de export beter te motiveren. De vraag is echter of deze wel aan de eisen voldoet. Op welke wijze de bedoelingen van partijen hierbij van belang zijn is ook nog een punt van bespreking. Zo heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan om Besluit 3/80 te vervangen door een nieuwe regeling, waardoor o.a. de gevolgen van het Akdas-arrest gerepareerd worden. 24 Ook bevat het een lijst van uitvoerbare uitkeringen (artikel 1(i)), waar kinderbijslag niet in voorkomt. Het voorstel stuit echter op bezwaren bij Turkije, zodat het erg de vraag is of het zal worden aangenomen. 25 Daarmee kan nog niet gezegd worden dat het de bedoeling van partijen is om niet te exporteren. Binnen de Nederlandse context is verder van belang dat nog in 2009 het kabinet schreef dat er goede gronden (zijn) om voor kinderen die buiten de EU wonen, maar van wie de ouders hier verzekerd zijn, kinderbijslag te blijven uitkeren. Deze gronden hangen primair samen met het doel van de kinderbijslag. Dit doel is dat de overheid een financiële bijdrage levert aan de uitgaven die ouders doen voor hun kinderen. Op die manier wordt het verschil in welvaart tussen mensen met en mensen zonder kinderen verkleind. Deze doelstelling geldt ongeacht de plaats waar de ouders hun kinderen opvoeden. Zij kunnen immers goede redenen hebben hun kinderen tijdelijk elders te laten wonen, bijvoorbeeld in verband met studie of familieaangelegenheden. Gelet hierop acht het kabinet het niet wenselijk de export van kinderbijslag stop te zetten. 26 Als dit standpunt zo kort hierna weer verlaten wordt, dan moeten er wel goede redenen zijn, maar die wist de minister niet te melden. 27 Deze passage is van belang bij de interpretatie van bilaterale verdragen. Het advies van de Raad van State was aanleiding voor de Kamer om de minister wederom een reeks van kritische vragen te stellen Conclusies In het voorgaande heb ik het vooral over het Besluit 3/80 gehad, aangezien de jurisprudentie over dit besluit het duidelijkste maakt dat dit aan het woonlandbeginsel in de weg staat. Het is dus vooral een case study. Uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam valt echter al af te leiden dat ook andere verdragen problemen opleveren. Ik heb echter vooral willen laten zien hoe soms met het Unierecht wordt omgesprongen. Mogen regering en parlement dat negeren omdat wellicht burgers de uitkomst niet leuk vinden? Het antwoord is natuurlijk ontkennend, maar door sluipwegen wordt het wel geprobeerd. Als men het oneens is met een regeling, dan kan men pogen die te veranderen. Daar zijn aanknopingspunten voor, zoals we met het voorstel voor vervanging van Besluit 3/80 hebben gezien. Als men het oneens is met een regeling, dan kan men pogen die te veranderen PvdA Eerste Kamerlid Schrijver vroeg zich bovendien af of het sop de kool wel waard is. Het gaat immers om minimale besparingen en kan leiden tot veel diplomatieke conflicten. Ook constateert hij dat de door de regering gekozen interpretatie dan wel ingenieus mag zijn, zij is ook hoogst curieus. Het roept bij onze fractie de vraag op of de interpretatie van de regering niet in strijd is met het beginsel van de goede trouw en of deze interpretatie wel in rechte houdbaar zal zijn. 29 Inderdaad, in deze bijdrage zijn heel wat voorbeelden gegeven van een curieuze interpretatie van EU-recht. Of dat te goeder trouw is, laat ik graag aan de spreker, ik zie het meer als consequentie als men het adagium juristen volgen beleidsmakers hanteert; ambtenaren moeten dan heel wat uit hun pen halen. In plaats van gebrek aan goede trouw zou ik het eerder over gebrek aan Unietrouw hebben. 20. Kamerstukken 2012/13, Handelingen I 2012/13, nr. 12, item 2, p. 2 t/m Bijlage bij Kamerstukken I 2012/13, , nr. G. 23. HvJ EU 8 december 2011, nr. C 371/ COM(2012) 152 final. 25. Zie ook P. Minderhoud, The Significance of Decision 3/80, in E. Guild (red), Social Benefits and Migration, Brussel: CEPS 2013, p Notitie internationale arbeidsmobiliteit en sociale zekerheid, Kamerstukken II 2009/10, , nr. 1, p Kamerstukken I 2012/13, nr. C. 28. Brief van 24 september Handelingen I 17 december 2012, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 2253 Focus KEI veel nieuwe verstekzaken in de civiele sector van de rechtbanken Menno Bruning 1 Volgens het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak is het aantal verstekzaken in 2012 bij de civiele sector van de rechtbanken gegroeid met 43%. Een verklaring voor de explosieve groei van verstekzaken ontbreekt. Onduidelijk is of dit een gevolg is van de financiële crisis, of verband houdt met de verhogingen van het griffierecht dan wel het resultaat is van de sinds 2012 (in de Haagse en Arnhemse KEI-pilot) doorgevoerde korte termijnen voor verweer in een conclusie van antwoord. Kiezen gedaagden voor verzet? Houden de KEI-programma s tot procesinnovatie in voldoende mate rekening met het (grond)recht van een gedaagde op toegang tot de rechter om alsnog te worden gehoord? Het leerstuk van verstek en verzet gaat niet alleen over het wettelijk recht van procespartijen op rechterlijk gehoor, c.q. hoor en wederhoor, als meest fundamenteel beginsel van burgerlijk procesrecht, gewaarborgd door art. 6 EVRM en daarop gevormde rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad en sinds 2002 neergelegd in de algemene bepaling van art. 19 Rv. Ook raakt dit leerstuk in de kern het grondrecht op toegang tot de overheidsrechter voor vaststelling van de burgerlijke rechten en verplichtingen in de materiële rechtsbetrekking in geschil, welke door (één van) partijen aan de overheidsrechter ter beoordeling en beslissing is voorgelegd. 2 Zoals de Hoge Raad nog zeer recent voor de civiele procedure meer algemeen vooropstelde, heeft het rechtsmiddel van verzet als strekking dat het geding waarin verstek was verleend, wordt heropend en op tegenspraak in dezelfde instantie wordt voortgezet (art. 147 lid 1 Rv). 3 Dit uitgangspunt zal niet worden gewijzigd met het op 24 oktober jl. gepubliceerde concept-wetsvoorstel Vereenvoudiging en digitalisering rechtspraak (te vinden op Aanleiding voor deze bijdrage vormt de opmerkelijke constatering in het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak dat in 2012 bij de civiele sector van de rechtbanken het aantal aangebrachte zaken in civiele procedures familiezaken, handelszaken incl. insolventiezaken en presidentsrekesten, excl. kantonzaken met 4% afnam (van tot ) waarbij het aantal handelszaken (bodemzaken en kort gedingen in niet-familierechtelijke procedures) ten opzichte van 2011 met 10% is afgenomen, 4 maar het aantal handelszaken zonder verweer (verstek) bij de civiele sector van de rechtbanken in 2012 is gegroeid met, maar liefst, 43%. 5 Het jaarverslag bevat voor deze explosieve groei van verstekzaken in 2012 geen verklaring. Waar de toename van het aantal faillissementen in 2012 met 20% wordt toegeschreven aan de gevolgen van de economische crisis, 6 zou deze crisis ook de oorzaak ervan kunnen zijn dat in 43% van de handelszaken de gedaagde uit financiële overwegingen ervoor heeft gekozen in rechte niet te verschijnen en niet met tussenkomst van een procesadvocaat verweer te voeren. Zo kunnen het veelal eenvoudige incassozaken zijn 7 waarin de schuldeiser een executoriale titel nodig heeft om zich te verhalen op het vermogen van de weigerachtige schuldenaar die in het geheel niet thuis geeft of niet over financiële middelen beschikt om verweer te voeren. 8 Of de toename van Bij de afweging om verstek te laten gaan, kan een rol hebben gespeeld dat de wetgever het griffierecht in civiele zaken de laatste jaren aanzienlijk heeft verhoogd 2676 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 38

Werkplan 2015 College van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten

Werkplan 2015 College van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten Werkplan 2015 College van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten College van toezicht van de Nederlandse orde van advocaten Postbus 97862 2509 GH Den Haag 070 335 35 05 www.collegevantoezichtnova.nl

Nadere informatie

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR

BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR BESLUIT COLLEGE VAN BESTUUR Nummer : 743 Paraaf: Onderwerp : Klachtenregeling en Reglement van orde klachtencommissie Besluit : Het College van Bestuur besluit tot vaststelling van de Klachtenregeling

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

- dat de advocaat zich in woord en geschrift niet onnodig grievend dient uit te laten,

- dat de advocaat zich in woord en geschrift niet onnodig grievend dient uit te laten, AA000l17.dok Deken der Orde van Advocaten in het arrondissement Roermond mr. A.F.Th.M. Heutink De heer J.J.E. Dulfer 6,,Les Marchais" St. Pierre à Champ F-79290 CERSAY France Postbus 107 6590 AC Gennep

Nadere informatie

Datum 24 april 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over de rol van advocaten en accountants bij fraudeonderzoeken

Datum 24 april 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over de rol van advocaten en accountants bij fraudeonderzoeken 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

Klachtencommissie NBA. Informatie voor de indiener van een klacht

Klachtencommissie NBA. Informatie voor de indiener van een klacht Informatie voor de indiener van een klacht 2014 NBA Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze,

Nadere informatie

De Nieuwe Tuchtrechtspraak Accountants. Bert Maan President Rechtbank Zwolle-Lelystad Limperg-dag, 6 april 2006

De Nieuwe Tuchtrechtspraak Accountants. Bert Maan President Rechtbank Zwolle-Lelystad Limperg-dag, 6 april 2006 1 De Nieuwe Tuchtrechtspraak Accountants Bert Maan President Rechtbank Zwolle-Lelystad Limperg-dag, 6 april 2006 Karakter Tuchtrechtspraak Betekenis voor de accountant Procedure Samenstelling Tuchtrecht:

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 31 385 Wijziging van de Advocatenwet en de Wet op het notarisambt in verband met het verruimen van de mogelijkheden tot het spoedshalve tuchtrechtelijk

Nadere informatie

Wetsvoorstel Wkkgz, klachten en geschillen

Wetsvoorstel Wkkgz, klachten en geschillen Wetsvoorstel Wkkgz, klachten en geschillen Studiemiddag 13 mei 2014 Mr. M. (Menno) Mostert Opbouw 1. Vooraf 2. Het wetsvoorstel; klachten 3. Het wetsvoorstel; geschillen 4. Het wetsvoorstel; geheimhouding

Nadere informatie

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT MR. M.M. (MAÏTE) OTTES, 28 MAART 2013 INHOUD Algemene beginselen Uitspraken HvJ EG, Akzo Nobel/Commissie, C-550/07 P Rechtbank Groningen, LJN: BV7149 Hoge Raad, LJN: BY6101

Nadere informatie

1. In onderdeel A wordt na de verzoeker ingevoegd: die en wordt of niet beschikt vervangen door: niet beschikt.

1. In onderdeel A wordt na de verzoeker ingevoegd: die en wordt of niet beschikt vervangen door: niet beschikt. Aanpassing van de Advocatenwet en enige andere wetten in verband met de positie van de advocatuur in de rechtsorde en herziening van het toezicht op advocaten (Wet positie en toezicht advocatuur) VIJFDE

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

KLACHTEN- REGLEMENT KLACHTENREGLEMENT BEROEPSVERENIGING JOBCOACHES NEDERLAND

KLACHTEN- REGLEMENT KLACHTENREGLEMENT BEROEPSVERENIGING JOBCOACHES NEDERLAND KLACHTEN- REGLEMENT 1 Klachtenreglement Geldend voor alle register leden die het vak jobcoaching uitoefenen LANDELIJKE KLACHTREGELING VAN DE Begripsbepaling Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder.

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. HOF VAN DISCIPLINE No. 4516 ------------ HET HOF VAN DISCIPLINE heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. Bij beslissing van 6 februari 2006 heeft de Raad

Nadere informatie

Klachten Procedure en Reglement

Klachten Procedure en Reglement Klachten De directie van Coaching Plaza heeft een klachtenprocedure in het leven geroepen en heeft daarvoor het volgende reglement vastgesteld. Tevens heeft de directie de hierin genoemde klachtencommissie

Nadere informatie

Consultatiedocument juli 2011. Toelichting ALGEMEEN. 1. Inleiding

Consultatiedocument juli 2011. Toelichting ALGEMEEN. 1. Inleiding Toelichting ALGEMEEN 1. Inleiding Deze nota van wijziging regelt de herziening van het toezicht op de naleving van voorschriften door advocaten. Deze regeling is aangekondigd door de Staatssecretaris van

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO

KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO KLACHTEN REGLEMENT STICHTING NOBCO Preambule Het bestuur van de Stichting Nederlandse Orde voor Beroeps Coaches (NOBCO) heeft besloten een klachtenprocedure in het leven te roepen en heeft daarvoor het

Nadere informatie

REGLEMENT KLACHTRECHT VAN DE NGVH (versie juni 2012) als bedoeld in artikel 24 van de statuten van de NGVH.

REGLEMENT KLACHTRECHT VAN DE NGVH (versie juni 2012) als bedoeld in artikel 24 van de statuten van de NGVH. REGLEMENT KLACHTRECHT VAN DE NGVH (versie juni 2012) als bedoeld in artikel 24 van de statuten van de NGVH. DEFINITIES. Artikel 1. 1. Instelling: de in Nederland gevestigde vereniging genaamd: NGVH. 2.

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

Klachtreglement Geschillencommissie Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen. Definities

Klachtreglement Geschillencommissie Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen. Definities Klachtreglement Geschillencommissie Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen Definities Artikel 1: In dit Reglement wordt verstaan onder: 1.1 Commissie: de Geschillencommissie NKH; 1.2 NKH: het Nationaal Keurmerk

Nadere informatie

Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening

Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO - subsidieverlening Preambule NWO beschouwt het als haar taak om te waken over de kwaliteit van het door NWO gefinancierde wetenschappelijk onderzoek.

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie. KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007

Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie. KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007 Nederlandse Vereniging Psychomotorische kindertherapie KLACHTENREGLEMENT Herziene versie januari 2007 Algemeen Het klachtenreglement van de N.V.P.M.K.T. beschrijft de opvang, bemiddeling en behandeling

Nadere informatie

DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN

DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN Inleiding. Nico Biesmans, Magistraat-assessor Provinciale Raad van Antwerpen Bij de oprichting van de Orde der Geneesheren heeft de wetgever het toezicht

Nadere informatie

REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH)

REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH) REGLEMENT TUCHTRECHTSPRAAK van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH) A. ALGEMENE BEPALINGEN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1 In dit reglement wordt verstaan onder: NVH of Vereniging: De Nederlandse

Nadere informatie

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter?

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Mr. C.G.J.M. Termaat* 1 Inleiding Het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet (hierna: Omgevingswet) van 16 juni jl. heeft inmiddels alweer de nodige aandacht

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V.

Protocol. Klachtencommissie. Autimaat B.V. Protocol Klachtencommissie Autimaat B.V. Doetinchem December 2011 Protocol van de klachtencommissie van Autimaat B.V. Inhoudsopgave Toepassingsgebied 3 Begripsbepaling 3 Doelstelling van de klachtenregeling

Nadere informatie

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers

Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers RAPPORT Versie: 2.0 Klachtenregeling Cliënten van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers Raad van Bestuur Postbus 5247 2000 CE Haarlem T 088-777 81 06 F 023-799 37 18 www.bjznh.nl 1 Aanhef Gelet op de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 232 Wijziging van de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet ter implementatie van verordening (EG) nr. 2111/2005 inzake de vaststelling van een

Nadere informatie

Klachtencommissie NBA. Informatie voor de accountant

Klachtencommissie NBA. Informatie voor de accountant Informatie voor de accountant 2014 NBA Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij door

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (7) ' 000 111111111111111111111111111111 (.0 1-.^1 21:a. Aan de Minister van Veiligheid en Justitie De heer mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Cr) LA) Den Haag, 27 juni 2014 Dossiernummer:

Nadere informatie

HOF VAN DISCIPLINE. Griffie

HOF VAN DISCIPLINE. Griffie Jaarverslag van de griffier van het Hof van Discipline over het jaar 2008 --------------------------------------------------------------------------------------------- Griffie De griffie van het hof werd

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:4181

ECLI:NL:CRVB:2014:4181 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:4181 Instantie Datum uitspraak 12-12-2014 Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 14-1024 AKW Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Hoger

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Het klacht- en tuchtrecht voor accountants

Het klacht- en tuchtrecht voor accountants Het klacht- en tuchtrecht voor accountants Een gezamenlijke uitgave van het Koninklijk NIVRA en de NOvAA Copyright 2009 Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA), Amsterdam en de

Nadere informatie

tegen een besluit Adressen en telefoonnummers Bezoekadres Gemeentekantoor Oranjeplein 1, Pijnacker Postadres Postbus 1, 2640 AA Pijnacker

tegen een besluit Adressen en telefoonnummers Bezoekadres Gemeentekantoor Oranjeplein 1, Pijnacker Postadres Postbus 1, 2640 AA Pijnacker Adressen en telefoonnummers Bezoekadres Gemeentekantoor Oranjeplein 1, Pijnacker Postadres Postbus 1, 2640 AA Pijnacker Telefoon 015-362 62 62 Uitgave gemeente Pijnacker-Nootdorp, november 2007 Bezwaar

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

Convenant. va n. Fraudehel pdes k. n 1. aan

Convenant. va n. Fraudehel pdes k. n 1. aan 0FRAU DEH ELPDESK. ni Convenant inzake de informatie-overdracht va n Fraudehel pdes k. n 1 aan het Bureau Financieel Toezicht Convenant Fraudehelpdesk - Bureau Financieel Toezicht 1 mei 2015 Bureau BUREAU

Nadere informatie

KLACHTENREGLEMENT AUTISME KENNIS CENTRUM

KLACHTENREGLEMENT AUTISME KENNIS CENTRUM HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: 1. Instelling : Autisme Kennis Centrum (hierna: de instelling). 2. Klachtencommissie : de commissie door

Nadere informatie

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Algemeen Als u vermoedt dat een beroepsbeoefenaar uw rechten heeft geschonden, kunt u hem of de zorginstelling waarbinnen hij werkt aansprakelijk stellen. Volgens

Nadere informatie

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege

Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Reglement van het Veterinair Tuchtcollege Dit reglement geldt in aanvulling op het bepaalde in de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 c.q. in aanvulling op de Wet Dieren (nadat de daarin

Nadere informatie

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014 > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T

Nadere informatie

Klachtenregeling/vertrouwenspersoon Stichting TOPKI

Klachtenregeling/vertrouwenspersoon Stichting TOPKI Klachtenregeling/vertrouwenspersoon Stichting TOPKI Paragraaf 1. Begripsbepalingen Artikel 1. Begrippen Klacht: een schriftelijk ingediende uiting van onvrede of teleurstelling van een student of medewerker

Nadere informatie

Artikel 2. lid 1. De Commissie heeft tot taak te beoordelen of artikel 19 van de Nederlandse Reclame Code (hierna: NRC) is overtreden.

Artikel 2. lid 1. De Commissie heeft tot taak te beoordelen of artikel 19 van de Nederlandse Reclame Code (hierna: NRC) is overtreden. Reglement betreffende de voorzitter van de Financiële Kamer van de Reclame Code Commissie (Voorzitter) en de Financiële Kamer van de Reclame Code Commissie (Commissie) ---------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN. 10-6-2014 Corsanummer: 14.038637

KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN. 10-6-2014 Corsanummer: 14.038637 KLACHTAFHANDELING BIJ AANBESTEDEN Standaard voor klachtafhandeling I. Inleiding Waarom een standaard voor klachtafhandeling bij aanbestedingen? In het kader van een aanbestedingsprocedure kan het voorkomen

Nadere informatie

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 Autoriteit Consument en Markt ; Gelet op de artikelen 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 51 en 89 van de Mededingingswet,

Nadere informatie

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam

Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Klachtenregeling rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam De besturen van de rechtbanken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. een klacht:

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de William Schrikker Groep uit Diemen. Datum: 11 april 2011. Rapportnummer: 2011/113

Rapport. Rapport over een klacht over de William Schrikker Groep uit Diemen. Datum: 11 april 2011. Rapportnummer: 2011/113 Rapport Rapport over een klacht over de William Schrikker Groep uit Diemen. Datum: 11 april 2011 Rapportnummer: 2011/113 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de William Schrikker Groep onvoldoende heeft

Nadere informatie

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke waarschuwing en verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

Accountancy en integriteit

Accountancy en integriteit Accountancy en integriteit Jaap ten Wolde CIROC 5 oktober 2011 Bouwjaar 1947 Over de inleider KPMG 33 jaar. Openbaar accountant, daarna hoofd forensische accountancy 2005: Oprichter en partner IFO (Instituut

Nadere informatie

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A,

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A, POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie datum 8 april 2014 Betreffende wetsvoorstel: 32382 Aanpassing

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Datum 9 februari 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Gerkens (SP) inzake de praktijken van letselschadebureaus

Datum 9 februari 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Gerkens (SP) inzake de praktijken van letselschadebureaus > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Klachtenreglement Stichting Keurmerk Letselschade

Klachtenreglement Stichting Keurmerk Letselschade Klachtenreglement Stichting Keurmerk Letselschade Inhoud 1. Begrippen... 1 2. Vertrouwelijkheid... 2 3. Het indienen van een klacht... 2 4. De klachtenprocedure... 2 5. Kosten klachtprocedure... 3 6. De

Nadere informatie

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Verkeer en Waterstaat Ir. C.M.P.S. Eurlings Postbus 20906 2500 EX Den Haag datum 12 maart 2008 contactpersoon mw. mr. R.M. Driessen doorkiesnummer 070-361 9852 faxnummer 070-361 9746 e-mail

Nadere informatie

U I T S P R A A K 10 136

U I T S P R A A K 10 136 U I T S P R A A K 10 136 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van XXX, appellante tegen de Examencommissie Bachelor Rechtsgeleerdheid, verweerder 1. Ontstaan

Nadere informatie

Inschrijfformulier cursussen

Inschrijfformulier cursussen NB: Velden met een * moeten worden ingevuld. Deelnemergegevens: Achternaam Voorletter(s) Titel Inschrijfformulier cursussen * * Geslacht Privéadres M V * Postcode privé Woonplaats privé Telefoonnummer

Nadere informatie

REGLEMENT KLACHTENBEHANDELING ONDERWIJS

REGLEMENT KLACHTENBEHANDELING ONDERWIJS REGLEMENT KLACHTENBEHANDELING ONDERWIJS CB08.199 AJH 09-09-2008 procedures Aventus\CB08.199.reglement klachtenbehandeling onderwijs versie 2.0 def. vastgesteld CvB 05-11-2008 Historie document: Reglement

Nadere informatie

De bedrijfscode van JNW makelaars.

De bedrijfscode van JNW makelaars. De bedrijfscode van JNW makelaars. Pagina Inleiding 2 1. Toepasselijkheid 2 2. Toezichthouder 2 3. Integer handelen 3 4. Onrechtmatig handelen 3 5. Nieuwe medewerkers 3 6. Cliëntenonderzoek 3 7. Betrokkenheid

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord Afkortingen. vn xix

Inhoudsopgave. Voorwoord Afkortingen. vn xix Voorwoord Afkortingen vn xix Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding 1.2 Probleemstelling 1.3 Relevantie 1.4 Methode van onderzoek 1.5 Afbakening 1.6 Begripsbepalingen 1.7 Relevante regelgeving 1.8 Opbouw van het boek

Nadere informatie

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager

RAAD VAN DISCIPLINE. en mr. [ ] in zijn hoedanigheid van deken van de orde van advocaten (123b/13) klager 123a/13 ECLI:NL:TADRARL:2014:235 RAAD VAN DISCIPLINE Beslissing in de zaak onder nummer van: 123a/13 Beslissing van 23 mei 2014 in de zaak 123a/13 en 123b/13 naar aanleiding van de klacht van: de heer

Nadere informatie

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar

18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007; nieuwe beslissing op bezwaar Stichting Algemene Programma Raad (APR) p/a Hellingman Bunders advocaten t.a.v. mr. M. Bunders Postbus 75401 1070 AK AMSTERDAM Datum Onderwerp 18 december 2007 Uitspraak Raad van State 31 oktober 2007;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Anders gezegd: DNZ past in een bredere trend, en de 2.0-pet past ons allemaal.

Anders gezegd: DNZ past in een bredere trend, en de 2.0-pet past ons allemaal. DNZ Ik kan mij voorstellen dat sommigen van u hier verwachten of hopen dat ik een heldere, afgebakende definitie ga geven van DNZ. Rond DNZ bestaat de nodige onduidelijkheid en onzekerheid, en een dergelijke

Nadere informatie

Klachtenreglement ActiefTalent

Klachtenreglement ActiefTalent Klachtenreglement ActiefTalent Algemene bepalingen Artikel 1 Definities a. ActiefTalent: Stichting ActiefTalent; b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; c. Klacht: een bij de Klachtencommissie ingediend

Nadere informatie

RECHT VAN ONDEROP ANTWOORDEN UIT DE RECHTSSOCIOLOGIE. Redactie Mare Hertogh Heleen Weyers. Ars Aequi Libri 20? 7

RECHT VAN ONDEROP ANTWOORDEN UIT DE RECHTSSOCIOLOGIE. Redactie Mare Hertogh Heleen Weyers. Ars Aequi Libri 20? 7 RECHT VAN ONDEROP ANTWOORDEN UIT DE RECHTSSOCIOLOGIE Redactie Mare Hertogh Heleen Weyers Ars Aequi Libri 20? 7 1. Recht van onderop: het perspectief van de rechtssociologie 11 Mare Hertogh & Heleen Weyers

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

Reglement klachtencommissie Artikel 1 Definities 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. Artikel 2 Doel van de klachtencommissie 2.1. 2.2.

Reglement klachtencommissie Artikel 1 Definities 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. Artikel 2 Doel van de klachtencommissie 2.1. 2.2. Reglement klachtencommissie De klachtenreglement geeft de afhandeling van klachten aan zoals die naar behoren wordt gevolgd door Sentinelzorg. Alle medewerkers van Sentinelzorg proberen hun werk zo professioneel

Nadere informatie

Geachte heer Brenninkmeijer, d.d. 6 november 2007 bericht ik u als volgt. Nationale ombudsman rapport Op waarde geschat

Geachte heer Brenninkmeijer, d.d. 6 november 2007 bericht ik u als volgt. Nationale ombudsman rapport Op waarde geschat Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken De Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC 'S-GRAVENHAGE Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 11 maart 2008 6 november 2007; BJZ 2008 0137 M 2007.06666.014 Onderwerp

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

Gedragscode Medewerkers Eumedion

Gedragscode Medewerkers Eumedion Gedragscode Medewerkers Eumedion Herzien op 19 december 2011 1. Definities Artikel 1 In deze Gedragscode wordt verstaan onder: Medewerkers: alle medewerkers van Eumedion, onafhankelijk van de duur waarvoor

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten Nr. 195 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

www.afier.com Klachtenregeling Inhoud

www.afier.com Klachtenregeling Inhoud 7 Klachtenregeling Inhoud 1. Doelstellingen en uitgangspunten 2. Contactpersonen 3. Klachtenprocedure 4. Evaluatie klachtenafhandeling 5. Geheimhouding 6. Privacy en rechtbescherming 1. Doelstellingen

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

De bedrijfsarts in de beklaagdenbank Het medisch tuchtrecht in vogelvlucht

De bedrijfsarts in de beklaagdenbank Het medisch tuchtrecht in vogelvlucht Het medisch tuchtrecht in vogelvlucht Judith van Haersma Buma Bijscholing NVAB Kring Zuid-West 26 november 2009, Bergen op Zoom - cijfers 2008( regionaal) 1347 totaal afgehandelde klachten; 470 klachten

Nadere informatie

Congres SKG De klachtenfunctionaris 2.0 Onafhankelijkheid zin of onzin? 26 mei 2016 Marijke Levelink

Congres SKG De klachtenfunctionaris 2.0 Onafhankelijkheid zin of onzin? 26 mei 2016 Marijke Levelink Congres SKG De klachtenfunctionaris 2.0 Onafhankelijkheid zin of onzin? 26 mei 2016 Marijke Levelink Vraag Wie van u heeft in de organisatie waar u werkzaam bent een klachtenfunctionaris? Vraag Bij wie

Nadere informatie