1. Inleiding Kwaliteit van brandmeldinstallaties Vertragingstijd 8

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "1. Inleiding 2. 2. Kwaliteit van brandmeldinstallaties 5. 3. Vertragingstijd 8"

Transcriptie

1 Inhoudsopgave 1. Inleiding Situatieschets doelstelling Afbakening Leeswijzer 4 2. Kwaliteit van brandmeldinstallaties Inleiding Wettelijk kader Overgangstermijnen 6 3. Vertragingstijd Inleiding Vertragingstijd Procedure voor het verkrijgen van een vertragingstijd Verhogen veiligheidsbewustzijn en handhaving Inleiding Verhogen veiligheidsbewustzijn Handhaving Particuliere alarmcentrales Tenslotte 14 Begrippen- en afkortingenlijst 15 Bijlage 1 - Overzicht aansluitingen en aantal meldingen per gemeente 16 Bijlage 2 - Aansluitvoorwaarden GMZ 17 Bijlage 3 - Aansluitprocedure GMZ 18 Bijlage 4 - Schema toepassen vertragingstijden 19 Bijlage 5 - Inhoud procedure alarmopvolging 20 Bijlage 6 - Procedure verkrijgen vertragingstijd 21 Bijlage 7 - Alarmopvolging en handhaving ongewenste meldingen 22 Veiligheidsregio Zeeland 1

2 1. Inleiding 1.1 Situatieschets In steeds meer gebouwen worden, al dan niet verplicht, brandmeldinstallaties geïnstalleerd. Op 1 nuari 2007 waren 716 gebouwen in Zeeland voorzien van een brandmeldinstallatie met een doormelding naar de Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland (GMZ) van de Veiligheidsregio Zeeland. In de periode van 1 september 2006 tot 1 september 2007 werden er op de alarmcentrale brandmeldingen en meer dan 4700 storingsmeldingen verwerkt. In bijlage 1 is een overzicht van het aantal aansluitingen en meldingen per gemeente of samenwerkingsgebied opgenomen. Door verscherpte eisen ten aanzien van de aanwezigheid van een brandmeldinstallaties, gesteld in de gemeentelijke Bouwverordeningen, mt het aantal brandmeldinstallaties aangesloten op het openbaar brandmeldsysteem (OBMS) en hiermee het aantal ongewenste en onechte meldingen 1 sterk toe. In 2006 waren er landelijk ruim brandmeldingen via een brandmeldinstallatie. Dit is bijna de helft van alle uitrukken voor brand ( ) en een derde van alle uitrukken in Nederland ( ). Het aantal ongewenste en onechte meldingen is in 2006 ten opzichte van het ar ervoor gestegen met 10%. Ten opzichte van 1990 is het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen in 2006 gestegen met meer dan 290% 2. Landelijke cijfers laten zien dat het er in 94 procent van de automatische brandmeldingen sprake is van een ongewenste of onechte brandmelding 2. De vele nodeloze brandmeldingen veroorzaken een aantal problemen. De problematiek van onechte en ongewenste automatische alarmen is te verdelen in: 1. Interne onrust op locatie van de abon. Bij het regelmatig afgaan van een brandmelder/ontruimingssignaal binnen een inrichting verslapt de aandacht en accuratesse. Bij een echte brand(melding) kunnen de gevolgen hiervan levensbedreigend zijn. 2. Onnodig veel extra werkzaamheden op de GMK. Door onnodige doormeldingen naar de GMK wordt de centrale (persol) extra belast. Op dat moment kan de verwerkingstijd voor een daadwerkelijke spoedmelding oplopen. 3. Verkeersrisico s van zowel opkomend persol als uitrukkende voertuigen. Vrijwilligers komen zo snel mogelijk naar de kazerne, waarna brandweervoertuigen zich met optische en geluidssignalen spoeden richting het opgegeven adres. Dit vormt een risico voor de brandweermensen zelf en voor het overige verkeer doordat men toch van het ergste uit dient te gaan en haast dus geboden is. 4. De motivatie van brandweerlieden en onbegrip bij werkgevers. Een vaak gehoorde reactie Het zal weer wel loos zijn en daarmee niet accuraat reageren beïnvloedt de paraatheid. Zeker voor de vrijwillige korpsen is het een zware belasting. De werkgevers van de vrijwilligers tonen steeds minder begrip als voor de zoveelste keer voor niets uitgerukt wordt. 5. Onnodig gemaakte kosten. Dit kost de maatschappij miljoenen euro s. De kosten voor de brandweer in Zeeland bedragen naar verwachting meer dan , Een ongewenste brandmelding is een brandmelding door de aanwezigheid van op brand lijkende verschijnselen, die niet het gevolg zijn van een brand. Een onechte brandmelding is een brandmelding die niet het gevolg is van een brand, of op brand lijkende verschijnselen. 2 Brandweerstatistiek 2006, Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/ Heerlen, Van 1 september 2006 tot 1 september 2007 is de brandweer 439 maal uitgerukt voor een brandmelding van een automatische meldinstallatie. Landelijke cijfers laten zien dat er in 94% sprake is van een ongewenste of onechte brandmelding. Een uitruk kost ongeveer 250,--. Omgerekend is dit een bedrag van ,--. Veiligheidsregio Zeeland 2

3 Er wordt in Nederland wordt op verschillende fronten gewerkt aan de kwaliteit van brandmeldinstallaties en het terugdringen van ongewenste en onechte brandmeldingen. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan continue verbetering van technieken en de Regeling brandmeldinstallaties, waarin voorschriften met betrekking tot certificering van brandmeldinstallaties zijn opgenomen. Daarnaast wordt door veel regio s voor het alarmeren van de brandweereenheden veelal een vertragingstijd gehanteerd. In de meeste Zeeuwse gemeenten is de vertragingstijd voor het grootste deel ondergebracht bij de meldkamer. Na een binnengekomen brandalarm wordt door de centralist contact opgenomen met de abon om te achterhalen of er daadwerkelijk sprake is van brand. Wanr na het verstrijken van de vertragingstijd niet duidelijk is of er sprake is van brand, wordt de brandweer gealarmeerd. Door deze werkwijze worden veel meldingen door de meldkamer afgevangen. De huidige werkwijze heeft ook nadelen. Het persol op de alarmcentrale wordt extra belast door het verwerken van de automatische brandalarmen. Op dat moment kan de verwerkingstijd voor een daadwerkelijke spoedmelding oplopen. Daarnaast worden brandmeldingen van handbrandmelders in een aantal gevallen ook vertraagd doorgemeld en is niet geborgd dat brandweereenheden automatisch gealarmeerd na het verstrijken van de vertragingstijd. Een te late alarmering van de brandweereenheden kan grote juridische, financiële en politieke consequenties hebben. Gezien bovenstaande risico s is door de Veiligheidsregio Zeeland besloten om de vertragingstijd voor nieuwe installaties niet langer onder te brengen bij de alarmcentrale, maar in de brandmeldinstallatie zelf. Voor bestaande installaties zal de vertragingstijd op de meldkamer gefaseerd worden afgebouwd, waarbij deze uiteindelijk in 2017 komt te vervallen. Om de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio Zeeland te verschuiven naar een ruimere eigen verantwoordelijkheid van de gebruiker, zal dit zodanig geregeld moeten worden, dat er achteraf geen politieke en/of maatschappelijke kritiek op de brandweer ontstaat. Zeker wanr deze, in geval van een terechte melding, later bij het betreffende object arriveert dan het geval zou zijn geweest bij een onvertraagde doormelding. 1.2 Doelstelling Door het wegvallen van de vangnetfunctie van de centralisten, is de verwachting dat het aantal ongewenste en onechte meldingen zal toenemen. Uit benchmarking met andere gemeenten en regio s komt naar voren dat een eventuele stijging in sterke mate afhankelijk is van het veiligheidsbewustzijn van de abons en de inspanning c.q. begeleiding van gemeenten. Om gemeenten te ondersteunen in de taak is deze handreiking brandmeldinstallaties opgesteld. Eind 2008 en 2010 zal geëvalueerd worden in hoeverre het aantal meldingen is toegenomen en zal eventueel bijstelling van het beleid plaatsvinden. De mate waarin gemeenten invulling zullen geven aan de handreiking zal grote invloed hebben op een eventuele toename van het aantal nodeloze meldingen. Gemeenten hebben daarnaast een rol bij de afweging van de vertragingstijd tegen de risico s van deze vertraagde doormelding. Dit wordt onderschreven door de Onderzoeksraad voor Veiligheid in haar onderzoeksrapport naar de brand in het cellencomplex op Schiphol 4. Deze handreiking ondersteunt gemeenten in het bepalen van de maximale vertragingstijd. Daarnaast biedt de handreiking handvatten om invulling te geven aan de toezichthoudende en handhavende taak van gemeenten met betrekking tot de aanwezigheid en kwaliteit van brandmeldinstallaties. Deze eisen zijn de afgelopen ren aangescherpt. Brandmeldinstallaties moeten hierdoor veelal ingrijpende en dure aanpassingen ondergaan. In deze handreiking zijn overgangstermijnen voor het aanpassen van de brandmeldinstallatie opgenomen. 4 Brand cellencomplex Schiphol-Oost; eindrapport van het onderzoek naar de brand in het detentie- en uitzetcentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 op 27 oktober 2005, Onderzoeksraad voor Veiligheid, Den Haag, 21 september Veiligheidsregio Zeeland 3

4 Door het opstellen van de handreiking probeert de Veiligheidsregio Zeeland een kader te scheppen voor uniformiteit in Zeeland. 1.3 Afbakening Deze handreiking richt zich op de aanpak van de beschreven problematiek met name op het gemeentelijk niveau. Het heeft als doelgroep de brandweer. Dit betekent dat sommige zaken bekend worden verondersteld en geen of nauwelijks uitleg dan wel uitwerking behoeven. Zo zou een sprinklerinstallatie formeel gerekend moeten worden tot de brandmeldinstallaties, aangezien een sprinklerinstallatie in geval van brand ook een brandmelding genereert. Vanwege het feit dat in de praktijk nauwelijks nodeloze meldingen door sprinklerinstallaties worden veroorzaakt, blijft deze installatie buiten beschouwing. Ditzelfde geldt voor de overige blusinstallaties. Een kant en klare oplossing is er niet voor het probleem van nodeloze meldingen. Vele korpsen hebben zich reeds druk gemaakt over dit verschijnsel en er zijn even zovele methodes bedacht om dit probleem op te lossen waarbij de ene beter werkt dan de andere. Er boven op zitten is het meest effectief om ongewenste meldingen te voorkomen. 1.4 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de kwaliteit van brandmeldinstallaties en zijn overgangstermijnen met betrekking tot de kwaliteit en omvang van de installaties opgenomen. In hoofdstuk 3 en 4 wordt ingegaan op het vaststellen van de vertragingstijd respectievelijk de handhaving en het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Een groot deel van de daadwerkelijke uitwerking is opgenomen in de bijlagen en een Cd-rom met formulieren en standaardbrieven. Deze kunnen gebruikt worden bij het vaststellen van een vertragingstijd of de handhaving van ongewenste en onechte brandmeldingen. Veiligheidsregio Zeeland 4

5 2. Kwaliteit van brandmeldinstallaties 2.1 Inleiding Brandmeldinstallaties moeten worden aangebracht op basis van de bouw-, gebruiks- of milieuvergunning. Daarnaast worden brandmeldinstallaties aangebracht vanuit het oogpunt van schadepreventie. De Bouwverordening van de gemeenten vormt veelal het wettelijk kader voor de aanwezigheid, omvang en de kwaliteit van de installatie. De aanwezigheid en de omvang zijn afhankelijk van de zelfredzaamheid van de gebruikers, de grootte van het gebouw en de aanwezigheid van (slapende) mensen. Met betrekking tot de omvang kunnen installaties bestaan uit een zogenaamde volledige, gedeeltelijke en nietautomatische bewaking. Het wettelijk kader met betrekking tot brandmeldinstallaties zal naar verwachting halverwege 2008 verschuiven. De brandveiligheidsvoorschriften zullen vanuit de gemeentelijke bouwverordeningen worden overgeheveld naar het landelijke Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. Inhoudelijk is de landelijke uniformering in beginsel een beleidsneutrale operatie. Dit betekent dat de voorschriften met betrekking tot brandmeldinstallaties niet of beperkt zullen veranderen. 2.2 Wettelijk kader Op basis van de gemeentelijke Bouwverordening moeten brandmeldinstallaties voldoen aan de NEN In deze norm zijn kwaliteitseisen voor brandmeldinstallaties opgenomen. Als bijdrage in het terugdringen van het aantal ongewenste en onechte meldingen zijn in deze norm prestatie-eisen met betrekking tot het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen opgenomen. In een op te stellen programma van eisen wordt vooraf vastgelegd hoeveel ongewenste en onechte brandmeldingen de installatie mag veroorzaken. Naast de kwaliteitsnormen voor brandmeldinstallaties, moeten de installaties volgens de Bouwverordening onderhouden worden volgens NEN Naast het onderhoud van de brandmeldinstallatie zijn in deze norm voorschriften opgenomen over de aanwezigheid van een geïnstrueerd persoon. Deze moet onder andere periodieke controles uitvoeren, preventief onderhoud verrichten en gegevens en meldingen in het logboek registreren. In de gemeentelijke Bouwverordening is vastgelegd wanr een brandmeldinstallatie moet doormelden naar de regionale alarmcentrale van de brandweer in Middelburg. Op basis van de verordening moeten installaties met deze doormelding gecertificeerd worden. Door middel van dit certificaat is geborgd dat de brandmeldinstallatie voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Bouwverordening en dat de installatie in geval van bouwkundige wijzigingen (optimaal) wordt aangepast. Certificering van brandmeldinstallaties gaat veelal samen met een afname in het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen. Opgemerkt moet worden dat de verplichting tot certificering ook is opgenomen in de aansluitvoorwaarden van de Veiligheidsregio Zeeland. Deze aansluitvoorwaarden zijn opgenomen in bijlage 2. De aansluitprocedure is opgenomen in bijlage 3. De modelbouwverordening is de laatste ren aan veel veranderingen onderhevig geweest. Niet alleen zijn de voorschriften met betrekking tot aanwezigheid en omvang verscherpt, ook de voorschriften met betrekking tot de kwaliteit van brandmeldinstallaties zijn aangescherpt. 5 NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave NEN , uitgave 2002 Veiligheidsregio Zeeland 5

6 In de Bouwverordening wordt met betrekking tot aanwezigheid, omvang en kwaliteit geen onderscheid gemaakt in nieuwbouw en bestaande bouw. Aangezien nog niet alle gebouwen voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de aanwezigheid, omvang en kwaliteit van brandmeldinstallaties, kunnen toezichthouders voor een drietal situaties geplaatst worden: 1. Gebouwen, waarvan het gebruik en het bouwwerk niet is gewijzigd, maar op basis van de Bouwverordening wel voorschriften worden gesteld met betrekking tot de aanwezigheid van brandmeldinstallaties, terwijl op basis van een eerdere Bouwverordening geen voorschriften van toepassing waren. 2. Gebouwen, die reeds beschikken over een brandmeldinstallatie en waarvan het gebruik en het bouwwerk niet is gewijzigd, maar op basis van de Bouwverordening strengere voorschriften worden gesteld met betrekking tot certificering van de brandmeldinstallatie. 3. Gebouwen, die reeds beschikken over een brandmeldinstallatie en waarvan het gebruik en het bouwwerk niet is gewijzigd, maar op basis van de Bouwverordening strengere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de omvang of de doormelding van de brandmeldinstallatie. 2.3 Overgangstermijnen Zoals hierboven reeds gesteld zijn de huidige regelingen, normen en aansluitvoorwaarden de laatste ren aangescherpt. Certificering van oude installaties betekent dat de installatie deels of geheel vervangen moet worden. Hoewel de Bouwverordening geen onderscheid maakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw ligt het, gezien de hoge kosten, voor de hand een overgangstermijn te hanteren. Zowel in de modelbouwverordening als het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken zijn voor bovenstaande situaties geen overgangstermijnen opgenomen. Beide laten echter wel de mogelijkheid open een overgangstermijn te hanteren. Bij het bepalen van de overgangstermijn moet rekening worden gehouden met de afschrijvingstermijn. Brandmeldinstallaties hebben over het algemeen een technische levensduur van vijftien ar. De certificeringregeling voor brandmeldinstallaties bestaat sinds Installaties, die na 2002 zijn aangelegd, zijn veelal eenvoudig te certificeren. In dit geval is certificering vaak een administratieve handeling. Gezien de afschrijvingstermijn ligt het voor de hand om vanaf 2002 een maximale overgangstermijn van vijftien ar te hanteren met betrekking tot de certificering van de brandmeldinstallaties. Voorwaarde is dat het gebruik niet gewijzigd is. Dit betekent dat alle installaties uiterlijk in 2017 zullen beschikken over een certificaat. Wanr dit niet het geval is zal de installatie bij de meldkamer worden afgesloten. De overgangstermijn geldt tevens voor installaties, die zijn voorzien van een doormelding naar de alarmcentrale, terwijl deze doormelding op basis van de Bouwverordening niet noodzakelijk is. Opgemerkt moet worden dat bij twijfel over het functioneren of de kwaliteit van de brandmeldinstallatie ervoor gekozen kan worden om een rapportage op te laten stellen met betrekking tot de technische staat van de installatie. Wanr de omvang of doormelding van de brandmeldinstallatie op grond van de Bouwverordening moet worden uitgebreid of aangepast, wordt een overgangsperiode van drie ar redelijk geacht. Wanr of op grond van de gewijzigde bouwverordening voorschriften zijn opgenomen met betrekking tot aanwezigheid, omvang en kwaliteit van brandmeldinstallatie wordt een overgangstermijn van 1 ar redelijk geacht. Voorwaarde is wel dat de afgelopen drie ar geen bouw- of gebruiksvergunning is afgegeven. Indien dit wel het geval is, wordt tevens een overgangstermijn van vijf ar redelijk geacht. Wanr het gebruik van een gebouw wijzigt is er geen overgangstermijn van toepassing. Veiligheidsregio Zeeland 6

7 Er zal een redelijke termijn gesteld moeten worden om het gebouw in overeenstemming met de voorschriften uit de Bouwverordening/ het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken te gebruiken. Hiervoor wordt verwezen naar het modelbeleid bestaande bouw van de toenmalige Regionale Brandweer Zeeland. Uiteraard zijn er situaties, waarbij moet worden afgeweken van bovenstaande overgangstermijnen. Wanr een brandmeldinstallatie goed onderhouden wordt, maar desondanks veel ongewenste en onechte meldingen veroorzaakt, kan ervoor gekozen worden om vooruitlopend op certificering een rapport met betrekking tot de technische staat van de installatie op te laten stellen. Bovenstaande is op hoofdlijnen schematisch weergegeven in bijlage 4. Veiligheidsregio Zeeland 7

8 3. Vertragingstijd 3.1 Inleiding Om het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen te beperken wordt voor het alarmeren van de brandweereenheden veelal een vertragingstijd gehanteerd. Het toepassen van deze vertragingstijd is tegenstrijdig met het doel van de doormelding. Een brandmeldinstallaties heeft als doel brand snel te ontdekken, de aanwezige personen vroegtijdig te alarmeren en de interne organisatie (en de brandweer) te alarmeren. Door het toepassen van een vertragingstijd wordt wel de interne organisatie, maar niet de brandweer direct gealarmeerd. Door het toepassen van vertragingstijden mt het aantal brandalarmen, waarvoor brandweereenheden gealarmeerd worden, sterk af. Hierdoor blijven vrijwilligers gemotiveerd, de kosten beperkt en de risico s voor veelal vrijwillige brandweerlieden en overige weggebruikers beperkt. Opgemerkt moet worden dat een vertragingstijd door de meeste veiligheidsregio s wordt toegepast. Concluderend moet gesteld worden dat vertragingstijden gewenst zijn, mits deze zorgvuldig tot stand komen, aangezien de wetgeving deze mogelijkheden niet biedt en de juridische mogelijkheden dus ontbreken. Dat vertragingstijden zorgvuldig tot stand moeten komen wordt tevens onderschreven door de Onderzoeksraad voor Veiligheid in haar onderzoeksrapport naar de brand in het cellencomplex op Schiphol 7. In het cellencomplex werd een vertragingstijd toegepast, zonder dat de brandweer hiervan op de hoogte was. 3.2 Vertragingstijd Om de verantwoordelijkheid van de brandweer te verschuiven naar een ruimere eigen verantwoordelijkheid van de gebruiker zal deze moeten aantonen dat binnen de afgesproken vertragingstijd goede alarmopvolging plaatsvindt. Het toepassen van een vertragingstijd wordt hiermee dus afhankelijk van de interne organisatie. Uitgangspunt voor het verkrijgen van een vertragingstijd is dat de gebruiker binnen de vertragingstijd de oorzaak van het brandalarm onderzoekt, de brandweer alarmeert en een start maakt met de ontruiming. Een groter gebouw zal dus een grotere interne organisatie nodig hebben om bovenstaande acties binnen de vertragingstijd uit te voeren. Bij goed functioneren van de interne organisatie zullen alle nodeloze alarmen afgevangen worden en zullen vrijwel alleen echte brandmeldingen op de meldkamer terecht komen. Bovenstaande impliceert dat de vertraging niet afhankelijk is van de aard van het gebruik of de zelfredzaamheid van de bewoners. Ieder gebouw komt in beginsel voor vertraging in aanmerking, mits de interne organisatie goed functiort. Bij een reguliere interne organisatie wordt een maximale vertragingstijd van 3 minuten acceptabel geacht. Aangezien de interne organisatie gedurende de dag in sterkte varieert, kan de vertragingstijd in de dag-, avond- en nachtsituatie verschillen. Een kortere vertragingstijd is mogelijk, indien redelijkerwijs verwacht mag worden dat voor het verifiëren van een brandmelding en terugkoppeling naar de alarmcentrale minder tijd benodigd is. Een langere vertragingstijd is alleen toegestaan indien het gebouw beschikt over een bedrijfsbrandweer. 7 Brand cellencomplex Schiphol-Oost; eindrapport van het onderzoek naar de brand in het detentie- en uitzetcentrum Schiphol-Oost in de nacht van 26 op 27 oktober 2005, Onderzoeksraad voor Veiligheid, Den Haag, 21 september Veiligheidsregio Zeeland 8

9 In tabel 2 is de maximale vertragingstijd afgezet tegen de interne organisatie. Opgemerkt moet worden dat handbrandmelders in geen geval vertraagd doorgemeld mogen worden. Minimale kwaliteit en minimaal aantal functionarissen die < 1 minuut ter plaatse kunnen zijn. Beheerder Geïnstrueerde medewerkers 8 of bhv er (Aangewezen) Bedrijfsbrandweer Tabel 2: maximale vertragingstijd afgezet tegen de interne organisatie Maximale vertragingstijd 0 minuten 3 minuut maatwerk Wanr het waarschijnlijk is dat bij brand escalatie optreedt, is vertraging niet toegestaan. Bij het vaststellen van de vertragingstijd moet rekening worden gehouden met de volgende risico- en escalatiefactoren: Zelfredzaamheid van de personen; Complexiteit van het bouwwerk; Opkomsttijd brandweer (beoordeling conform zorgnorm); Een laag technisch brandpreventieniveau; De aanwezigheid van opslag gevaarlijke stoffen; Een hoge bezetting van mensen en de wijze waarop zij verblijven en; Een hoge vuurlast met snelle brandvoortplanting. Een oud verzorgingstehuis met meer dan 100 verminderd zelfredzame personen, een laag brandpreventieniveau en 1 permanent aanwezige bhv er komt bijvoorbeeld niet voor vertraging in aanmerking. Deze kan binnen een maximale vertragingstijd onmogelijk de plaats van een brand lokaliseren, de brand blussen, starten met de ontruiming en de brandweer opvangen. Dit geldt ook voor een hotel met 25 kamers, waar s nachts alleen een slaapwacht aanwezig is. Ook deze zal binnen drie minuten onmogelijk bovenstaande acties in gang kunnen zetten. Wanr s nachts geen personen in het gebouw aanwezig zijn, is de kans op ongewenste en onechte meldingen erg klein. Daarnaast kan binnen een vertragingstijd van maximaal 3 minuten geen adequate alarmopvolging plaats vinden. Hoewel een vertragingstijd hier geen gevaar voor personen oplevert is deze wel erg ongewenst vanuit het oogpunt van beheersbaarheid. Het beoordelen van de risico- en escalatiefactoren is ter beoordeling van de brandpreventiespecialist. Uiteraard is het mogelijk strengere eisen met betrekking tot het toekennen van een vertragingstijd te hanteren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het per definitie niet accepteren van een vertragingstijd in (woon)zorggebouwen of hotels. Opgemerkt moet worden dat een strenger beleid gevolgen zal hebben voor het aantal meldingen, waarvoor moet worden uitgerukt. 8. Een geïnstrueerde medewerker moet geïnstrueerd te zijn voor zijn/haar geldende functie. Hij/Zij moet bekend zijn met de procedure Hoe te handelen bij een brand(alarm) en de alarmopvolging bij brandalarm. In overleg met de commandant brandweer dient een arlijkse oefening plaats te vinden. Veiligheidsregio Zeeland 9

10 3.3 Procedure voor het verkrijgen van een vertragingstijd Een vertragingstijd moet schriftelijk worden aangevraagd bij de gemeentelijke brandweer. Een aanvraagformulier is opgenomen in het brievenboek op de Cd-rom. Om de mogelijkheid voor een vertragingstijd te kunnen beoordelen moet duidelijk inzicht worden verstrekt in de bedrijfsorganisatie. Dit moet omschreven zijn in het ontruiming- of calamiteitenplan. Op basis van de Bouwverordening en het toekomstige Besluit brandveilig gebruik bouwwerken moet dit plan voldoen aan de NTA Om in aanmerking te komen voor een vertragingstijd moet in dit plan tevens de procedure alarmopvolging in geval van een automatische brandmelding zijn opgenomen. In bijlage 5 is opgenomen waar deze procedure aan moet voldoen. Wanr er vanuit het verleden onvoldoende zicht is op de interne organisatie kan besloten worden een (onverwachte) praktijkoefening te houden. Tijdens deze oefening moet worden getoetst of goede alarmopvolging plaats vindt en wordt voldaan wordt aan de gestelde prestatie-eisen. Vervolgens wordt door de gemeentelijke brandweer de vertraagde doormelding geaccordeerd. Een formulier hiervoor is opgenomen in het brievenboek op de Cd-rom. Ten slotte moet de vertragingstijd in het logboek worden vastgelegd. Tijdens periodieke controles wordt beoordeeld in hoeverre: 1. het certificaat van de brandmeldinstallatie geldig is. 2. de procedure alarmopvolging en het ontruimingsplan aanwezig zijn. 3. de procedure alarmopvolging en het ontruimingsplan geoefend worden. 4. Technische en organisatorische wijzigingen kunnen leiden tot aanpassing of annulering van de vertraging. Gevolg van bovenstaande werkwijze is dat een vertragingstijd in de brandmeldinstallatie bij de oplevering van een bouwwerk niet altijd mogelijk is. De bedrijfsorganisatie kan op dat moment niet in de praktijk worden getoetst. Om het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen zoveel mogelijk te beperken zal de vertragingstijd pas in de installatie kunnen worden ingebouwd wanr deze beschikt over een certificaat. De procedure voor het verkrijgen van vertraging is schematisch weergegeven in bijlage NTA 8112 (1-6); Leidraad voor een ontruimingsplan, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Veiligheidsregio Zeeland 10

11 4. Verhogen veiligheidsbewustzijn en handhaving 4.1 Inleiding Door de in hoofdstuk 2 omschreven certificering van brandmeldinstallaties zal de kwaliteit van brandmeldinstallatie geborgd zijn. Daarnaast zal het aantal nodeloze brandmeldingen door certificering en de in hoofdstuk 3 omschreven vertragingstijden afnemen. In paragraaf 2 van dit hoofdstuk zijn maatregelen omschreven om het aantal nodeloze brandmeldingen verder te verminderen door het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Wanr een vertragingstijd niet acceptabel is en het aantal ongewenste en onechte meldingen (te) hoog is, zal handhavend optreden noodzakelijk zijn om het aantal meldingen te beperken. De mogelijkheden hiervoor zijn omschreven in de paragrafen 4.3 en Verhogen veiligheidsbewustzijn Om het aantal ongewenste en onechte meldingen te verminderen is het van belang om inzicht te krijgen in de oorzaken van ongewenste of onechte brandmeldingen. Naast registratie in het logboek is de verwachting dat het doorrijden na een brandalarm een belangrijke bijdrage levert in het terugdringen van het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen. Naast het achterhalen van de oorzaak kan tevens getest worden of de brandweer goed opgevangen wordt. Door registratie van de bevindingen op het uitrukformulier, worden de oorzaken van brandalarmen inzichtelijk. Ook zijn er goede ervaringen opgedaan met het afgeven van een informerende brief en invulformulier aan de eigenaar of beheerder. Door de abon zelf een formulier in laten vullen over de oorzaak van de nodeloze melding en de maatregelen die genomen worden om deze nodeloze meldingen in de toekomst te voorkomen, mt het veiligheidsbewustzijn toe. Bedrijven die niet mee willen werken aan een dergelijke registratie verzuimen zich in te spannen om overlast te voorkomen. Dit gebrek aan inspanning kan in een later traject als medemotivatie aangedragen worden om handhavend op te treden. Een aantal brandweerkorpsen in Zeeland past bovenstaande werkwijze nu ruim twee ar toe. Hoewel de resultaten niet onderzocht zijn, is de ervaring bij deze korpsen dat het veiligheidsbewustzijn toegenomen en het aantal nodeloze meldingen afgenomen is. Een voorbeeldbrief, bijbehorend invulformulier en het registratieformulier voor de uitrukdienst zijn in het brievenboek op de Cd-rom opgenomen. In het brievenboek is tevens een informerende brief opgenomen, die verstuurd kan worden als aankondiging van het nieuwe beleid. 4.3 Handhaving Het is de wettelijke taak van de brandweer om op een melding van brand te reageren 10. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen een telefonische melding of een melding van een brandmeldinstallatie. Om het aantal nodeloze alarmen van brandmeldinstallaties te beperken zijn in de NEN 2535 voorschriften gesteld aan het maximaal aantal ongewenste en onechte brandmeldingen. Het aantal meldingen is hierbij afhankelijk van het aantal melders in het gebouw. Gebouwen met veel melders mogen dus relatief vaker een ongewenste of onechte brandmelding veroorzaken. Na certificering beschikt iedere brandmeldinstallatie over een programma van eisen. 10. Op grond van de Brandweerwet 1985, artikel 1, lid 4 hebben Burgemeester en Wethouders de zorg voor: a. Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. Het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan brand. Veiligheidsregio Zeeland 11

12 Bij het overschrijden van het aantal ongewenste en/of onechte meldingen, zal een communicatietraject in de meeste gevallen zeer effectief zijn. Een tweetal zaken moeten hierin onderscheiden worden: 1. De slechte staat en onvoldoende onderhoud van de brandmeldinstallatie. Door een goede installatie (certificering) en goed onderhoud worden veel brandmeldingen voorkomen. 2. Projectering van de brandmelders. Een slechte projectering is de oorzaak van veel ongewenste brandmeldingen. Rookmelders in de buurt van de douche of kooktoestel zijn hiervan veelvoorkomende voorbeelden. Veelal zijn hierin verbeteringen aan te brengen door: Het verplaatsen van de melder Het vervangen van de rookmelder in een thermische melder. Twee melder afhankelijke doormelding. Er zijn meerdere technische maatregelen om ongewenste meldingen te voorkomen. Opgemerkt moet worden dat wijziging van de projectering moet plaatsvinden in overleg met een projecteringsdeskundige van het brandbeveiligingsbedrijf. Wanr het communicatietraject niet effectief is of er sprake is van nalatigheid, zal een handhavingtraject noodzakelijk zijn. Hierbij zal allereerst beoordeeld moeten worden in hoeverre de installatie onderhouden wordt, de installatie voldoet aan de geldende kwaliteitseisen en goede alarmopvolging plaats vindt. Vervolgens zal pas beoordeeld moeten worden in hoeverre het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen uit de NEN 2535 of het programma van eisen overschreden wordt. Het overschrijden van deze norm is een overtreding van de voorschriften van de Bouwverordening. Tegen deze overtreding kan handhavend worden opgetreden door het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom. Doel van dit optreden is om maatregelen te laten treffen om de overtredingen niet meer te laten voorkomen, het overschrijden van het toegestane percentage van de norm met nodeloze meldingen. In bijlage 7 is met betrekking tot handhaving een stroomschema opgenomen. De bijbehorende brieven zijn in het brievenboek op de Cd-rom opgenomen. 4.3 Particuliere alarmcentrales In toenemende mate wordt de GMZ door een particuliere alarmcentrale (PAC) gealarmeerd voor een brandmelding die afkomstig is van een vrijwillige brandmeldinstallatie die automatisch doormeldt naar de PAC. De GMK verwerkt een dergelijke brandmelding als een reguliere brandmelding. Dit heeft tot gevolg dat de betreffende brandweereenheden worden gealarmeerd. In een groot aantal gevallen blijkt er geen sprake te zijn van brand, maar van een onechte of ongewenste melding of een technische storingsmelding vanuit een brandmeldinstallatie. In sommige gevallen worden zelfs inbraakalarmen als brandmeldingen doorgemeld. Met dergelijke meldingen wordt onnodig een beroep gedaan op de brandweer. Dit gaat ten koste van de noodzakelijke brandweerzorg. De meest voorkomende actie die tot op heden op dit punt zijn verricht zijn vooral gericht zijn op voorlichting en communicatie over overlast en de risico s die gepaard gaan met de nodeloze meldingen. Beoogd wordt dat bewustwording bij de betrokken partijen al genoeg aanleiding zal zijn om maatregelen te treffen om dergelijke meldingen terug te dringen en daarmee een strafrechtelijke procedure te voorkomen. Niet alle PAC s en eigenaren van vrijwillige brandmeldinstallaties zijn echter bereid om hier aan mee te werken. Veiligheidsregio Zeeland 12

13 Er zijn PAC s die zich beroepen op een overeenkomst die zij zijn aangegaan met de eigenaar van een vrijwillige brandmeldinstallatie waarin is vastgelegd dat de meldingen door de PAC rechtstreeks worden doorgemeld aan de Gemeenschappelijke Meldkamer (GMK) zonder dat voorafgaand aan deze melding door de PAC onderzoek is gedaan naar de terechtheid van de brandmelding. Handhaving met betrekking tot ongewenste en onechte meldingen via een PAC is ingewikkeld. In het verleden was het mogelijk te handhaven op basis van een artikel over nodeloos alarmeren, dat was opgenomen in de (model-)algemene plaatselijke verordening. Dit artikel is geschrapt uit de modelverordening, aangezien de handhaving geregeld is in artikel 142 van het Wetboek van strafrecht. Dit is echter een zeer zwaar instrument voor het voorkomen van ongewenste en onechte brandmeldingen. Daarnaast heeft de brandweer zelf geen taken en bevoegdheden voor de opsporing en vervolging van strafbare handelingen. Bovenstaande problematiek heeft, mede gezien de verwachting dat het aantal meldingen zal toenemen, de aandacht van de Nederlandse vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR). Deze heeft bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV) aangedrongen op het aanvullen van het huidige certificatieschema BORG Particuliere Alarmcentrale. De brief van de NVBR is in het brievenboek opgenomen. Aangezien voor de handhaving van de ongecontroleerde brandmeldingen zeer zware instrumenten ingezet moeten worden en landelijk nagedacht wordt over ongecontroleerde brandmeldingen van PAC s, wordt handhaving in deze handreiking buiten beschouwing gelaten. Geadviseerd wordt om dezelfde procedure te volgen als bij abons, die aangesloten zijn op het OBMS. Dit betekent dat na een melding altijd ter plaatse wordt gegaan om onderzoek te doen naar de oorzaak van de melding. Vervolgens wordt een meldrapport opgesteld en wordt de informerende brief met het invulformulier, zoals beschreven in paragraaf 4.2, afgegeven. Naar aanleiding van het meldrapport en het invulformulier kan de eigenaar worden uitgenodigd voor een overleg. Daarnaast kan de PAC middels een brief verzocht worden geen ongecontroleerde brandmeldingen door te melden naar de GMZ. Een voorbeeldbrief is opgenomen in het brievenboek. Veiligheidsregio Zeeland 13

14 5. Tenslotte In juni 2007 is door de Veiligheidsregio Zeeland besloten om de vertragingstijd op de meldkamer gefaseerd af te bouwen. Het abrupt afschaffen van de vertragingstijd op de meldkamer zal een sterke stijging veroorzaken in het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen. In deze handleiding zijn maatregelen opgenomen om het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen als gevolg van dit besluit te beperken. De overgangsbepalingen in hoofdstuk 3 met betrekking tot certificering van brandmeldinstallaties impliceert dat de vertragingstijd op de meldkamer uiterlijk in 2017 afgeschaft kan worden. Het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen is in sterke mate afhankelijk van de interne organisatie. Het begeleiden en sturen van deze interne organisatie kan in belangrijke mate helpen het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen terug te dringen. Deze organisatie blijkt in de praktijk vaak een onzekere factor te zijn. De interne organisatie is niet altijd op de hoogte van de werking van brandmeldinstallatie en de procedure voor alarmopvolging. Op voorhand is moeilijk in te schatten in hoeverre het aantal brandmeldingen, waarop door de brandweer moet worden uitgerukt, zal toenemen. Uit benchmarking met andere regio s komt wel naar voren dat deze in belangrijke mate afhankelijk is van de actieve houding van de gemeente. Het aantal uitrukken als gevolg van automatische brandalarmen zal naar verwachting met een factor twee tot drie toenemen wanr wetgeving niet gehandhaafd wordt en geen actieve invulling wordt gegeven aan deze handreiking. Het aantal uitrukken zal hierdoor gemiddeld per post toenemen van 34 naar 85, waardoor de kosten per korps gemiddeld zullen stijgen met euro 11. In deze handreiking zijn instrumenten aangereikt om het aantal ongewenste of onechte meldingen te voorkomen of te verminderen. Belangrijke kanttekening hierbij is dat voldoende capaciteit vrijgemaakt moet worden om dit te realiseren. Om het aantal brandmeldingen te beheersen zal ongeveer 0,1 fte per 100 meldingen noodzakelijk zijn. Opgemerkt moet worden dat deze formatieplaats zichzelf voor een deel terugverdiend door een afname in persolskosten voor automatische brandmeldingen. 11 Een uitruk kost ongeveer 250,--. De kosten van 34 uitrukken bedragen 34 x 250 = 8.500,--. De kosten van 85 uitrukken bedragen 85 x 250 = ,--. Veiligheidsregio Zeeland 14

15 Begrippen- en afkortingenlijst GMZ Nodeloze brandmelding OBMS Ongewenste brandmelding Onechte brandmelding PAC Nalatigheid Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland Onechte en ongewenste brandmelding Openbaar brandmeldsysteem. Op dit systeem zijn de brandmeldinstallaties aangesloten. Dit systeem is gekoppeld aan het systeem voor alarmering van de juiste brandweereenheden. Brandmelding als gevolg van de aanwezigheid van een op brand lijkend verschijnsel die niet het gevolg is van een echte brand (aangebrand pannetje, roken, stoomvorming en dergelijke) Brandmelding die niet het gevolg is van een brand of een op brand lijkend verschijnsel (storing, de werking van een trilplaat en dergelijke) Particuliere Alarmcentrale Ongewenste of onechte brandmeldingen, al dan niet ten gevolge van brandsimulerende gebeurtenissen, welke door de gebruiker voorkomen hadden kunnen worden Veiligheidsregio Zeeland 15

16 Bijlage 1 Overzicht aansluitingen en aantal meldingen per gemeente 12 Gemeente Aantal meldingen meldkamer Aantal aansluitingen Aantal alarmeringen Borsele / Goes Hulst Noord-Beveland Kapelle / Reimerswaal Vlissingen / Middelburg Sluis Schouwen-Duiveland Terneuzen Tholen Veere Totaal Het aantal aansluitingen is het aantal aansluitingen op het OMS op 1 nuari Het aantal meldingen op de meldkamer en het aantal alarmeringen is gebaseerd op de periode van 1 september 2006 tot 1 september Veiligheidsregio Zeeland 16

17 Bijlage 2 Aansluitvoorwaarden GMZ Aansluitvoorwaarden openbaar brandmeldsysteem GMZ 1. De brandmeldinstallatie dient overeenkomst de kwaliteitseisen als gesteld in de gemeentelijke bouwverordening te zijn uitgevoerd. 2. Bestaande brandmeldinstallaties moeten ook, op basis van een plan van aanpak, gecertificeerd worden. Een erkend branddetectiebedrijf (NCP) dient een Rapport van Oplevering voor akkoord aan de brandweer te overleggen. Zolang de functionaliteit, doeltreffendheid en betrouwbaarheid voldoende gewaarborgd zijn kan ontheffing worden verleent voor minder belangrijke aspecten. 3. Bij een vrijwillig aangelegde installatie is ontheffing op bepaalde punten mogelijk, mits de functionaliteit, doeltreffendheid en betrouwbaarheid voldoende gewaarborgd zijn en de installatie is gecertificeerd (zie overeenkomstig punt 2). 4. De installatie dient te worden gecontroleerd, onderhouden en beheert overeenkomstig het gestelde in de gemeentelijke bouwverordening (conform de NEN , uitgave 2002) 5. De gebruiker dient in alle redelijkheid zoveel mogelijk te voorkomen, hetzij door adequaat onderhoud, interne instructies, calamiteitenorganisatie, etc, dat ongewenste en onechte meldingen plaatsvinden. Conform de prestatie-eisen als vastgelegd in het PvE. 6. Vertraging van doormelding naar de GMZ dient in de eigen brandmeldinstallatie ingebouwd te worden/zijn. Hiervoor is schriftelijke toestemming van de gemeentelijke brandweer vereist. 7. De sleutelhouder (opgeleid persoon / beheerder brandmeldinstallatie) dient altijd bereikbaar te zijn en uiterlijk binnen 15 minuten na het verzoek ter plaatse te komen / aanwezig te zijn. 8. Afwijking en / of ontheffing voor de bovenstaande punten 4, 5 en 7 is mogelijk na schriftelijke toestemming van de gemeentelijke brandweer. Veiligheidsregio Zeeland 17

18 Bijlage 3 Aansluitprocedure GMZ 1. Start aansluitprocedure: ontvangst PvE 2. Toetsing PvE, aandachtspunten: - Vertragingsmogelijkheid conform NEN-EN Geen vertraging handbrandmelders - gescheiden doormelding ABM/HBM - Indeling criteria doormelding (*) *) Standaard indeling criteria doormelding vastleggen in het PvE: 1. Automatisch brandalarm 2. Handbrandmelder 3. Storing BMI 4. Overig Indien meerdere criteria van gelijke type zijn opnummeren, waarbij 3 (storing) gehandhaafd blijft: 1. Automatisch brandalarm hoofdgebouw 2. Automatisch brandalarm loods 1 3. Storing BMI 4. Handbrandmelder hoofdgebouw 5. Handbrandmelder loods 1 3. Ontvangen goedgekeurd en getekend PvE 4. Aankondigen nieuwe abon bij VRZ: versturen memo naar VRZ 5. VRZ verstuurt (digitaal) informatiepakket naar abon. 6. Aanvragen doormelding door invullen: - Abongegevens OBMS - Aansluitgegevens t.b.v. Siemens - Aanvragen vertraging 7. Gemeentelijke brandweer toetst abongegevens en retourrt de officiële aanvraag ondertekend naar de RBZ 8. Opleveren brandmeldinstallatie (eventueel samen met brandweer) en ontvangst rapport van oplevering. Veiligheidsregio Zeeland 18

19 Bijlage 4 Schema toepassen overgangstermijnen Start procedure: - Inspectie - Aanvraag gebruiksvergunning Voldoet de BMI aan de eisen uit de Bouwverordening? Einde procedureschema Einde procedure Wordt voldaan aan de kwaliteitseisen uit de Bouwverordening? Wordt niet voldaan aan de eisen als gevolg van een wijziging van het gebouw? Is de BMI gecertificeerd? Overgangstermijn van 15 ar. Wanr er twijfels zijn over het functioneren of de kwaliteit van de BMI kan ervoor gekozen worden om een rapportage op te laten stellen met betrekking tot de kwaliteit van de BMI. Redelijke OT (op basis van het Regionale beleid BB) Als gevolg van wijzigen Bouwverordening. BMI aanwezig? Overgangstermijn van 1 ar na vaststellen nieuwe bouwverordening of na constateren. Bouw- of gebruiksvergunning afgegeven? Overgangstermijn van 5 ar na afgifte bouw- of gebruiksvergunning. Voldoet de omvang van de BMI? Overgangstermijn van 3 ar na vaststellen nieuwe bouwverordening of na constateren. Einde procedureschema Veiligheidsregio Zeeland 19

20 Bijlage 5 Inhoud procedure alarmopvolging In de procedure alarmopvolging moet in ieder geval worden opgenomen: 1. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de mensen die betrokken zijn bij de alarmopvolging bij (brand)alarm. 2. De prestatie-eisen. Hoeveel geïnstrueerde persolsleden en/of bedrijfshulpverleners zijn er tenminste direct beschikbaar voor een adequate alarmopvolging. En binnen hoeveel tijd kunnen zij daadwerkelijk, in ieder geval, op de meldlocatie aanwezig zijn en aan hun taak beginnen. 3. Beschrijven van de acties aangekomen op de meldlocatie, wat te doen bij brand, direct handbrandmelder indrukken, starten van de ontruiming en evacuatie, brandbestrijding, opvangen brandweer, e.d. 4. Voor de bedrijfsbrandweer en de bedrijfshulpverleningsorganisatie is maatwerk van toepassing. Overleg brandweer is noodzakelijk. Veiligheidsregio Zeeland 20

21 Bijlage 6 Procedure verkrijgen vertragingstijd 1. Start procedure: ontvangst aanvraagformulier vertraging (verklaring) 2. Verplichte doormelding? 3. Vertraging onbeperkt toegestaan 4. BHV aanwezig? 5. Vertraging acceptabel (risicofactoren paragraaf 3.2)? 6. Ontruimingsplan voldoende (paragraaf 3.3)? 7. Toetsing in de praktijk Geen goede alarmopvolging binnen vertragingstijd Goede alarmopvolging binnen vertragingstijd 8. Vertragingstijd vaststellen en schriftelijk met voorwaarden bevestigen, vertragingstijd vastleggen in het logboek 9. Vertraging niet toegestaan Veiligheidsregio Zeeland 21

22 Bijlage 7 Alarmopvolging en handhaving ongewenste meldingen 1. Automatisch brandalarm op GMZ 2. Uitrukrapporten meldkamer 3. Afgeven brief en invullen rapportage 4. Nalatigheid? 5. Versturen waarschuwing en uitnodigen gesprek 6. Overdracht juridisch medewerker 7. Minder meldingen dan PvE of NEN Geen actie Bij een volgende brandmelding 9. Waarschuwingsbrief en uitnodigen gesprek 10. Tweede waarschuwingsbrief 11. Overdracht juridisch medewerker Veiligheidsregio Zeeland 22

Informatie over het voorkomen van loos alarm door automatischebrandmeldinstallaties

Informatie over het voorkomen van loos alarm door automatischebrandmeldinstallaties Groningen Informatie over het voorkomen van loos alarm door automatischebrandmeldinstallaties 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding.......................................................3 2. Loos alarm......................................................4

Nadere informatie

Nodeloze brandmeldingen

Nodeloze brandmeldingen 121 brandveiligheids INFO Nodeloze brandmeldingen Meer informatie of andere folders uit deze serie? Ga naar de brandweerkazerne bij u in de buurt of kijk op www.brandweer.nl Brandmelders redden levens

Nadere informatie

Handleiding Openbaar Meld Systeem - OMS

Handleiding Openbaar Meld Systeem - OMS Handleiding Openbaar Meld Systeem - OMS Doel van deze handleiding Voorkomen van nodeloze brandmeldingen Uw gebouw is voorzien van een Brandmeldinstallatie (BMI) met een automatische doormelding naar de

Nadere informatie

Beëindiging directe doormelding naar Regionale Alarmcentrale

Beëindiging directe doormelding naar Regionale Alarmcentrale 122 brandveiligheids INFO Beëindiging directe doormelding naar Regionale Alarmcentrale Meer informatie of andere folders uit deze serie? Ga naar de brandweer kazerne bij u in de buurt of kijk op www.brandweer.nl

Nadere informatie

Beleidsnotitie. Gemeente Medemblik. inzake. bestuurlijke maatregelen. voor de reductie van nodeloze alarmeringen

Beleidsnotitie. Gemeente Medemblik. inzake. bestuurlijke maatregelen. voor de reductie van nodeloze alarmeringen Beleidsnotitie Gemeente Medemblik inzake bestuurlijke maatregelen voor de reductie van nodeloze alarmeringen door automatische brandmeldinstallaties Collegebesluit 18 februari 2014 Z-13-37073 Pagina 1

Nadere informatie

Hierbij zenden wij u het antwoord op de door u gestelde vragen op grond van artikel 32 reglement van orde van de gemeenteraad.

Hierbij zenden wij u het antwoord op de door u gestelde vragen op grond van artikel 32 reglement van orde van de gemeenteraad. Fractie D66 Uw brief van 4-3-15 Uw kenmerk Ons kenmerk 686997 Behandeld door veiligheidsregio Drenthe Telefoon 14 0522 Bijlage(n) div. Datum Onderwerp artikel 32 vragen: Brandveiligheid verzorgingshuizen

Nadere informatie

Certificatie bestaande brandmeldinstallaties. LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011

Certificatie bestaande brandmeldinstallaties. LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011 Certificatie bestaande brandmeldinstallaties LPCB Nederland B.V. R.B.J. (René) Leijzer 26 oktober 2011 Inhoud presentatie Inleiding Procedure Afwijkingen Certificatie Nieuwe bouwregelgeving / certificatieschema

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Openbaar Meldsysteem

Gebruikershandleiding Openbaar Meldsysteem Gebruikershandleiding Openbaar Meldsysteem GEBRUIKERSHANDLEIDING OPENBAAR MELDSYSTEEM Openbaar Meldsysteem Abonnee Storing/onderhoud Brandmelding GSM Backup Service Centrale Siemens WPC Meldkamer Brandweer

Nadere informatie

Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven, moeten direct worden gemeld aan de onderhouder. telefoonnummer

Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven, moeten direct worden gemeld aan de onderhouder. telefoonnummer LOGBOEK In het logboek moet alles wat betrekking heeft op de brandmeldinstallatie worden ingevuld (zoals alarmen, storingen, uitgevoerde controles, reparaties en wijzigingen). Het invullen van het logboek

Nadere informatie

Eenduidigheid t.a.v. het resetten van de doormelding c.q. brandmeldinstallatie

Eenduidigheid t.a.v. het resetten van de doormelding c.q. brandmeldinstallatie Eenduidigheid t.a.v. het resetten van de doormelding c.q. brandmeldinstallatie Opdrachtgever: Brandweer Nederland Voor: Risicobeheersing en Incidentbestrijding Opstellers: projectgroep bewustzijnbevordering

Nadere informatie

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC Versie 2 1 februari 2014 VEBON 2014 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk

Nadere informatie

Uw kenmerk : Ons kenmerk : Uw datum : Aantal bijlagen : 2 Behandeld door : Johan Hofhuis Telefoonnummer : 053-5734567 Datum :

Uw kenmerk : Ons kenmerk : Uw datum : Aantal bijlagen : 2 Behandeld door : Johan Hofhuis Telefoonnummer : 053-5734567 Datum : Uw kenmerk : Ons kenmerk : Uw datum : Aantal bijlagen : 2 Behandeld door : Johan Hofhuis Telefoonnummer : 053-5734567 Datum : Onderwerp: verzoek om vertraagd doorgeven van automatische brandmeldingen te

Nadere informatie

Waarom naar een nieuwe aanpak? René Hagen, Lector Brandpreventie (Uitvoerder project Nodeloze uitrukken terugdringen )

Waarom naar een nieuwe aanpak? René Hagen, Lector Brandpreventie (Uitvoerder project Nodeloze uitrukken terugdringen ) Waarom naar een nieuwe aanpak? René Hagen, Lector Brandpreventie (Uitvoerder project Nodeloze uitrukken terugdringen ) Eerste doormeldingen in Nederland Eerste doormelding in Nederland in 1874 Beroepsbrandweer

Nadere informatie

Programma van Eisen. Handleiding

Programma van Eisen. Handleiding Handleiding Dit model vormt een onderdeel van de Regeling Brandmeldinstallaties 2002. Het is bedoeld voor de PvE-opsteller, conform de vernoemde regeling. De PvE-opsteller is vrij om dit model, in overleg

Nadere informatie

Vertraagde doormelding

Vertraagde doormelding Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant Vertraagde doormelding automatische brandbeveiligingsinstallaties Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant November 2008 WPA/08005728 Colofon Uitgave Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant

Nadere informatie

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties VEBON VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties Eind- en toetstermen Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten

Nadere informatie

Kosten en opbrengst OMS. Resultaten onderzoek naar de kosten en opbrengst van het OMS in de regio Twente

Kosten en opbrengst OMS. Resultaten onderzoek naar de kosten en opbrengst van het OMS in de regio Twente Kosten en opbrengst OMS Resultaten onderzoek naar de kosten en opbrengst van het OMS in de regio Twente Inhoud Aanleiding onderzoek Cijfers OMS Twente Instrument kosten-baten analyse Maatschappelijke kosten

Nadere informatie

Beleidsregels nodeloze meldingen

Beleidsregels nodeloze meldingen Beleidsregels nodeloze meldingen Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en toepassingsbereik Artikel 1 Definities en afkortingen 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. Nodeloze alarmering: een alarmering

Nadere informatie

Logboek. Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven moeten direct worden gemeld aan het branddetectiebedrijf / onderhouder.

Logboek. Alle storingen die niet kunnen worden opgeheven moeten direct worden gemeld aan het branddetectiebedrijf / onderhouder. Logboek In dit logboek dient door de beheerder (Opgeleid Persoon) en het Branddetectiebedrijf (Deskundig Persoon) s wat betrekking heeft op de brandmeldinstallatie, zoals alarmmeldingen, storingen, uitgevoerde

Nadere informatie

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC

Protocol Automatische Branddoormelding. via PAC naar RAC Protocol Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC 15 November 2012 VEBON 2012 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden.

Nadere informatie

STOOM en certificering

STOOM en certificering STOOM en certificering Nationale kennisdag brandpreventie Inhoud Even voorstellen STOOM Gevolgen bouwbesluit 2012 + technische oplossingen Wettelijke basis certificering Certificatie Inspectie Beoordeling

Nadere informatie

ADVIES. Pagina 1 van 5. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid.

ADVIES. Pagina 1 van 5. Adviescommissie praktijktoepassing brandveiligheidsvoorschriften. Secretariaat info@adviescommissiebrandveiligheid. ADVIES Registratienummer: Betreft: Vluchtroute woning door ijssalon Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, monument, woning, winkel, handhaving, bestaande bouw, vluchtroute, BMI : Status: Definitief Beschrijving

Nadere informatie

Bijlage A. Programma van Eisen (PvE)

Bijlage A. Programma van Eisen (PvE) Bijlage A (normatief) Programma van en (PvE) A.1 Inleiding Om tot een verantwoorde brandmeldinstallatie te komen, moeten de uitgangspunten eenduidig zijn vastgelegd. Het PvE van de brandmeldinstallatie

Nadere informatie

Beleidsvoorstel: Terugdringen Nodeloze Meldingen Registratienummer: 575294

Beleidsvoorstel: Terugdringen Nodeloze Meldingen Registratienummer: 575294 Beleidsvoorstel: Terugdringen Nodeloze Meldingen Registratienummer: 575294 Vastgesteld : d.d. 17 augustus 2010 Steller: M. Hennen Inhoudsopgave Pagina Managementsamenvatting... 3 1. Inleiding... 4 1.1.

Nadere informatie

NVBR PARTNER DAG. Doormelding via PAC naar RAC. Erwin Schoemaker - directeur VEBON. Vereniging van (en voor) beveiligingsondernemingen

NVBR PARTNER DAG. Doormelding via PAC naar RAC. Erwin Schoemaker - directeur VEBON. Vereniging van (en voor) beveiligingsondernemingen NVBR PARTNER DAG Doormelding via PAC naar RAC Erwin Schoemaker - directeur VEBON Vereniging van (en voor) beveiligingsondernemingen VEBON LEDEN EEN 100% ONDERNEMERSVERENIGING Brandalarmen via PAC naar

Nadere informatie

Regeling Brandmeldinstallaties. Samenvatting

Regeling Brandmeldinstallaties. Samenvatting Regeling Brandmeldinstallaties 2002 Samenvatting Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt,

Nadere informatie

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE

VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE VEILIGHEIDSREGIO HAAGLANDEN RAPPORT VAN OPLEVERING BRANDMELDINSTALLATIE Bestemd voor een brandmeldinstallatie zonder doormelding naar de RAC (Dus zonder eis tot certificering) Pagina 1 van 7 Toelichting

Nadere informatie

Brandmeldinstallaties. met aansluiting op het Openbaar Meldsysteem

Brandmeldinstallaties. met aansluiting op het Openbaar Meldsysteem Brandmeldinstallaties met aansluiting op het Openbaar Meldsysteem Van levensbelang Uw gebouw is voorzien van een automatische brandmeldinstallatie met aansluiting op het Openbaar Meldsysteem. Dat wil

Nadere informatie

Bestaande ontruimingsalarminstallaties

Bestaande ontruimingsalarminstallaties Rijnstraat 8 Postbus 20952 2500 EZ Den Haag Bestaande ontruimingsalarminstallaties Instructie Versie 1.0 Status Definitief Contactpersoon T 0800-899 1103 info.infofoon @rgd.minbzk.nl Betreft Bestaande

Nadere informatie

Voortgang project STOOM in Hollands Midden

Voortgang project STOOM in Hollands Midden B.13 1. Inleiding notitie Sinds 2014 steekt Brandweer Hollands Midden in de vorm van het project STOOM aandacht, tijd en energie in het terugdringen van het aantal loze automatische brandmeldingen. Brandweer

Nadere informatie

VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN. 16 mei Definitief. Notitie.

VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN. 16 mei Definitief. Notitie. VERIFICATIETIJD MELDKAMER BRANDWEER: VAN 1 MINUUT NAAR 1+2 MINUTEN 16 mei 2017 Definitief Notitie www.brandweer.nl/gelderland-midden Verificatietijd meldkamer brandweer: van 1 minuut naar 1+2 minuten INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Certificering van brandmeldinstallaties

Certificering van brandmeldinstallaties Certificering van brandmeldinstallaties Instructie Versie 1.0 Datum 21 december 2010 Status Definitief Colofon Versie 1.0 T 0800-899 1103 info.infofoon@rgd.minbzk.nl Pagina 3 van 21 Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

Brandmeldsystemen. De hoogwaardige techniek die wij toepassen is voor ons als een stille kracht.

Brandmeldsystemen. De hoogwaardige techniek die wij toepassen is voor ons als een stille kracht. Brandmeldsystemen De hoogwaardige techniek die wij toepassen is voor ons als een stille kracht. Bij Aqua+ is uw brandbeveiliging in vertrouwde handen Aqua+ is een erkend branddetectiebedrijf met ruim 30

Nadere informatie

Brandmeldcentrale BMC-V

Brandmeldcentrale BMC-V Brandmeldcentrale BMC-V Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing Brandmeldcentrale

Nadere informatie

ADVIES. Adviesvraag Is hier terecht een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel?

ADVIES. Adviesvraag Is hier terecht een beroep gedaan op het gelijkwaardigheidsbeginsel? ADVIES Registratienummer: Aanvrager: De heer C.G.F. van der Kroft Betreft: Rookmelders i.p.v. BMI in kinderdagverblijf Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, Brandveilig gebruik, kinderopvang, gelijkwaardigheid,

Nadere informatie

Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl. Logboek Brandmeldsysteem

Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl. Logboek Brandmeldsysteem Al-Beveiliging Service B.V. Buitenhaven 7a 5211 TP s-hertogenbosch Telefoon : 073-6133405 Email : info@al-beveiliging.nl Logboek Brandmeldsysteem Logboek Brandmeldsysteem Gedeeltelijke overname uit de

Nadere informatie

Ontwikkelingen automatische brandmeldingen

Ontwikkelingen automatische brandmeldingen Ontwikkelingen automatische brandmeldingen Cees Knoester Veiligheidsregio Haaglanden Cluster Risicobeheersing Commissielid NEN Brandmeldsystemen Werkgroep NEN 2535 en NEN 2654 deel 1 Brandweer Nederland

Nadere informatie

Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân. Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân

Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân. Aanpak terugdringen ongewenste en onechte OMS-meldingen Brandweer Fryslân 1 1. Aanleiding en achtergrond In het jaar 2013 ontving de Nederlandse brandweer in totaal 139.000 meldingen. Het ging hierbij om 52.000 verzoeken om hulpverlening en 87.000 brandmeldingen. Ruim 50.000

Nadere informatie

Voorbeeld. Ontruimingsplan voor een gebouw met publieksfunctie conform NTA 8112-4 (2004)

Voorbeeld. Ontruimingsplan voor een gebouw met publieksfunctie conform NTA 8112-4 (2004) Voorbeeld Ontruimingsplan voor een gebouw met publieksfunctie conform NTA 8112-4 (2004) GOEDGEKEURD Brandweer Hoofd Afdeling Preventie d.d. voorbeeld: bladzijde 1 van 14 1. Inhoud 1. inhoud 2 2. Inleiding

Nadere informatie

Logboek Brandmeldinstallatie

Logboek Brandmeldinstallatie Logboek Brandmeldinstallatie Projectnaam + plaatsnaam Notifier NF30 Inhoud 1) Inleiding 2) Verklaring ingebruikstelling 3) Belangrijke personen / Doormeldingen 4) Tijdschema maandelijkse testen 5) Alarm

Nadere informatie

Handreiking borging brandveiligheid unitbouw

Handreiking borging brandveiligheid unitbouw Handreiking borging brandveiligheid unitbouw PM foto: unitbouw met gevelbekleding Aanleiding en achtergrond Unitbouw die vooral voor tijdelijke bouw wordt toegepast - kan, net als andere bouwmethoden,

Nadere informatie

Zeister aanpak loze meldingen. Frank Slob

Zeister aanpak loze meldingen. Frank Slob Zeister aanpak loze meldingen Frank Slob Slot Zeist Wereld Natuurfonds Care Valley Doel van beleid: Alert houden BHV en Brandweer Verkeersrisico s terugdringen Beschikbaarheid Overlast voorkomen Kosten

Nadere informatie

Programma van Eisen. Het Programma van Eisen is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens 2. Eisen 3.

Programma van Eisen. Het Programma van Eisen is onderverdeeld in een drietal blokken, te weten: 1. Gegevens 2. Eisen 3. Handleiding Programma van Eisen Dit model Programma van Eisen vormt een onderdeel van de Regeling Brandmeldinstallaties 2002. Het Programma van Eisen is bedoeld voor de PvE-opsteller, conform de vernoemde

Nadere informatie

Programma van Eisen. (Conform NEN2575:2004 met wijzigingsplan NEN2575:2004/C1:2006) : 20 mei 2011

Programma van Eisen. (Conform NEN2575:2004 met wijzigingsplan NEN2575:2004/C1:2006) : 20 mei 2011 Zaaksdossier:: O-000287 OLO: 11 mei 2011 Doc.ond.: 11.004109: Aanvraag omgevingsvergunning-rapport Product: Bouwen, Melding brandveilig gebruik, Toestemming brandveilig gebruik Beh. : Pb/WABO Programma

Nadere informatie

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 15 januari 2004

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 15 januari 2004 No: 5.4/260204 Onderwerp: Verordening brandveiligheid en hulpverlening De Raad van de gemeente Noordenveld; - gelet op artikel 1, tweede lid, en artikel 12 van de brandweerwet 1985 - gelet op artikel 8,

Nadere informatie

FAQ Brandveiligheid NEN 2535

FAQ Brandveiligheid NEN 2535 FAQ Brandveiligheid NEN 2535 1. Heeft het zin om handbrandmelders toe te passen als extra signalering naast rookmelders in een niet-zelfredzame gezondheidsfunctie? Ja, dit heeft wel degelijk zin en wordt

Nadere informatie

Brandveiligheid volgens plan

Brandveiligheid volgens plan Brandveiligheid volgens plan NEN 2535:2009 Een aantal markante wijzigingen op een rij Kennisbijeenkomst Techniek, 17 november 2010 Presentatie R2B Inspecties B.V. ISO 17020 type A geaccrediteerde inspectie-instelling

Nadere informatie

Kiwa N.V. 3/12/14. Roy Senden. Partner for progress

Kiwa N.V. 3/12/14. Roy Senden. Partner for progress Roy Senden Partner for progress 1 Brandpreventie Academy Namens Brandpreventie Academy hartelijk welkom Introductie Wat doet Kiwa 3 Data Uitfasering regeling 2002 31-8-2014 (audits) 31-12-2014 (certificaten)

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE

PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE PROGRAMMA VAN EISEN BRANDMELDINSTALLATIE Lidl Vijf Meiplein 15 2321 BN Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 151332-1860977 Document opgesteld door Document nummer

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie conform NEN C1-2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie conform NEN C1-2010 conform NEN 2535-2009+C1-2010 Risico Object Naam : Zorg- en recreatieboerderij De Bult Adres : Beekstraat 13 Postcode : 7227 NC Plaats : TOLDIJK Opdrachtgever PvE Naam : Zorg- en recreatieboerderij De

Nadere informatie

Welkom bij Solar tps brandmelding. September 24, 2012

Welkom bij Solar tps brandmelding. September 24, 2012 Welkom bij Solar tps brandmelding 1 Bouwbesluit 2012 wijzigingen gebouwfunctie door Raymond Cremer PvE- opsteller Adjunct Hoofdbrandmeester BB2012 / Bijlage 1 3 BB2012 / Bijlage 1 Criterium aantal bouwlagen

Nadere informatie

Project STOOM. Symposium NUT 17 november Henk Jongen, Brandweer Gelderland-Midden Projectleider STOOM

Project STOOM. Symposium NUT 17 november Henk Jongen, Brandweer Gelderland-Midden Projectleider STOOM Project STOOM Symposium NUT 17 november 2011 Henk Jongen, Brandweer Gelderland-Midden Projectleider STOOM Agenda Project STOOM Deelproject: Handreiking TOOM RECLAME Project STOOM Structureel Terugdringen

Nadere informatie

Van de brandmeldinstallatie weet u het volgende: De installatie is voorgeschreven door de brandweer.

Van de brandmeldinstallatie weet u het volgende: De installatie is voorgeschreven door de brandweer. BBMI PRAKTIJKOPDRACHT 1 VERWERKEN VAN EEN ALARM EN EEN STORING Leerdoelen De cursist kan beschrijven 1. hoe hij een alarmmelding en een storingsmelding op de juiste wijze dient af te handelen. 2. hoe hij

Nadere informatie

GEMEENTE REIMERSWAAL

GEMEENTE REIMERSWAAL GEMEENTE REIMERSWAAL ONTWERP OMGEVINGSVERGUNNING 2014.0492 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE REIMERSWAAL hebben op 17 december 2014 een aanvraag om een omgevingsvergunning ontvangen voor brandveilig

Nadere informatie

Rapport van Onderhoud

Rapport van Onderhoud 1. Gegevens Werkbonnummer: 2M131688 Datum opmaak: 11-12-2013 Bouwwerk: Soort: School, onderwijsfunctie Adres: Sportstraat 3, 1767CD, Kolhorn Eigenaar / Beheerder: Adres: Stichting Surplus, Postbus 1740AJ

Nadere informatie

Inspectiecertificaat Conform Bouwbesluit 2012

Inspectiecertificaat Conform Bouwbesluit 2012 Conform Bouwbesluit 2012 Inhoudsopgave: - Bij welke gebruiksfunctie dient het brandbeveiligingssysteem gecertificeerd te zijn met een Inspectiecertificaat? - Welke typen Inspecties zijn er en wat is de

Nadere informatie

CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK

CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK CERTIFICEREN BMI / OAI IN DE PRAKTIJK Rob Verbiest Adviseur Brandbeveiliging Incendio BV Een vooruitblik... Certificering in Wet en Regelgeving Oude situatie (Gebruiksbesluit) Situatie vanaf 2012 (Bouwbesluit

Nadere informatie

Protocol versie 3.0. Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC

Protocol versie 3.0. Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC Protocol versie 3.0 Automatische Branddoormelding via PAC naar RAC VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden.

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B

PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B PROGRAMMA VAN EISEN ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIE LUIDALARM TYPE B Lidl Vijf Meiplein 15 2321 BN Leiden Behoort bij beschikking van Burgemeester en Wethouders van Leiden BV. 151332-1860977 Document opgesteld

Nadere informatie

CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES

CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES CERTIFICEREN IN GEBRUIK STELLEN SERVICE EN ONDERHOUD VERVANGINGSADVIES Hefas Branddetectie BV biedt u een breed spectrum aan diensten en service om brandmeld-en ontruimingssystemen in gebruik te stellen,

Nadere informatie

De nieuwe weg naar erkenning

De nieuwe weg naar erkenning De nieuwe weg naar erkenning Hoofdpunten nieuwe BMI schema s Seminar Brandmeld 5 september 2012 Harrit Broos, LPCB Nederland 1. Drie nieuwe certificatieschema s a. CCV Schema Brandmeldinstallaties 2011

Nadere informatie

Verordening betreffende de organisatie, het beheer en de taak van de

Verordening betreffende de organisatie, het beheer en de taak van de Verordening betreffende de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Dordrecht Officiële naam regeling

Nadere informatie

Checklist voor controle (audit) NEN 4000

Checklist voor controle (audit) NEN 4000 Rigaweg 26, 9723 TH Groningen T: (050) 54 45 112 // F: (050) 54 45 110 E: info@precare.nl // www.precare.nl Checklist voor controle (audit) NEN 4000 Nalooplijst hoofdstuk 4 Elementen in de beheersing van

Nadere informatie

Ontruimingsplan. St. Jeugdvakantiewerk Goirle. Overnachting GOEDGEKEURD. Brandweer Hoofd Afdeling Preventie. d.d.

Ontruimingsplan. St. Jeugdvakantiewerk Goirle. Overnachting GOEDGEKEURD. Brandweer Hoofd Afdeling Preventie. d.d. Ontruimingsplan St. Jeugdvakantiewerk Goirle Overnachting GOEDGEKEURD Brandweer Hoofd Afdeling Preventie d.d. Inhoud 1. Inleiding en toelichting... 3 2. Situatietekening... 4 3. Gebouw-, installatie- en

Nadere informatie

Brandmeldcentrale BMC M12

Brandmeldcentrale BMC M12 Brandmeldcentrale BMC M12 Beknopte gebruikers handleiding Gebruiksaanwijzing voor brandmeldcentrale Handleiding / gebruik Logboek Handleiding onderhoud Versie 0805-1 Beknopte gebruiksaanwijzing voor microprocessor

Nadere informatie

Hoe brandveilig is uw bedrijf?

Hoe brandveilig is uw bedrijf? EXPEDITIE BRANDVEILIGHEID Hoe brandveilig is uw bedrijf? Beantwoord de vragen en ontdek of er verbeterpunten zijn. Ontdek welke punten u en uw medewerkers helpen bij het verbeteren van de brandveiligheid

Nadere informatie

Beleidsnotitie BRANDVEILIGHEID. ( brandveiligheid, een hot item )

Beleidsnotitie BRANDVEILIGHEID. ( brandveiligheid, een hot item ) Beleidsnotitie BRANDVEILIGHEID ( brandveiligheid, een hot item ) Inleiding Er zijn zowel interne als externe ontwikkelingen die maken dat extra aandacht voor het onderwerp brandveiligheid gewenst is. In

Nadere informatie

BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BO

BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BO BIJLAGEN Lijst bedrijfshulpverleners Ontruimingsplan stroomschema Ontruimingsplan stroomschema H- BHV Ontruimingsplan stroomschema BHV Ontruimingsplan stroomschema BO Ontruimingsplan stroomschema Portier

Nadere informatie

Certificering en inspectie. Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties

Certificering en inspectie. Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties Certificering en inspectie Seminar Klaar voor 2015! 29 januari 2014: sprinklerinstallaties 1 Certificering en inspectie Behandeling van volgende punten: Relatie met de regelgeving Samenhang tussen certificatie-

Nadere informatie

Naam: Adres: Hoog. Midden. Laag n.v.t. Adres: Newtonstraat 1. Telefoon: 0318 505 548. Brandweer. Verzekeraar. Eigenaar / Gebruiker

Naam: Adres: Hoog. Midden. Laag n.v.t. Adres: Newtonstraat 1. Telefoon: 0318 505 548. Brandweer. Verzekeraar. Eigenaar / Gebruiker 1. Gegevens Invullen door PvE-opsteller Documentnummer: Datum opmaak: PvE-opsteller: Naam: Adres: Certificaat vereist: Ja Nee, wel rapport van oplevering Inspectiefrequentie: Hoog Midden Laag n.v.t. Bouwwerk:

Nadere informatie

Datum: 08 december Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg EC Zoutelande

Datum: 08 december Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg EC Zoutelande Datum: 08 december 2015. Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg 97 4374 EC Zoutelande 0119-561255 www.beachhotel.nl info@beachhotel.nl 1 Inhoud 1 Inhoud... 3 2 Inleiding en toelichting... 4 3

Nadere informatie

VERTRAGING IN DE DOORMELDING VAN BRAND

VERTRAGING IN DE DOORMELDING VAN BRAND VERTRAGING IN DE DOORMELDING VAN BRAND Den Haag, 20 september 2004 J. Brekelmans Hulpverleningsregio Haaglanden INHOUD Blz. 1. Inleiding 2 2. Wanneer overgaan tot een vertraging in de doormelding? 4 3.

Nadere informatie

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties

VEBON. VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties VEBON VEBON-NOVB Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldsinstallaties Eind- en toetstermen Projecteringsdeskundige Brandmeldinstallaties VEBON-NOVB 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten

Nadere informatie

Logboek Brandmeldinstallatie

Logboek Brandmeldinstallatie Logboek Brandmeldinstallatie Inleiding Met dit Model logboek probeert Tesmo een overzichtelijk ingedeeld logboek te introduceren. Dit logboek moet uitnodigen tot invullen en moet een handig middel zijn

Nadere informatie

Beheer brandmeldinstallaties

Beheer brandmeldinstallaties Beheer brandmeldinstallaties Nieuwe technieken en Certificering Siemens Fire Detection Brandrisico en de mogelijke consequenties Branddetetctie Automatisch blussen Evacuatie management Gevaren meldsysteem

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Programma van en Brandmeldinstallatie Conform :2009 en correctie C1:2010 Naam : OTT Hoofddorp Adres : Arnolduspark 4 te Hoofddorp Woonplaats : Hoofddorp Projectnummer: 0014-A-01-Gerssen-OTT Hoofddorp 1.

Nadere informatie

Hans Wijnbergen CCZ. Adviseur Veiligheid. Afdeling Advies & Monitoring

Hans Wijnbergen CCZ. Adviseur Veiligheid. Afdeling Advies & Monitoring Hans Wijnbergen CCZ Adviseur Veiligheid Afdeling Advies & Monitoring 1 Doelstelling van de afdeling Advies & Monitoring Ondersteunen van regiodirecteuren op het gebied van naleving van normen die s Heeren

Nadere informatie

Beschrijving. doormelden en tijdelijk uitzetten BMI. Advies Definitief

Beschrijving. doormelden en tijdelijk uitzetten BMI. Advies Definitief Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, brandveilig gebruik, logiesfunctie, gelijkwaardigheid, handhaving, bestaande bouw, brandmeldinstallatie (BMI) Datum: 3 juni 2016 Status: Definitief Beschrijving In een recreatiepark

Nadere informatie

Het Bouwbesluit 2012 en uw brandmeldinstallatie OMS nummer

Het Bouwbesluit 2012 en uw brandmeldinstallatie OMS nummer Afdeling Regio Telefoon (050) 367 46 08 Bijlage(n) 2 Ons kenmerk HV 11.2714429 Datum 18-08-2011 Behandeld door J. van der Maat E-mailadres josvdmaat@hvd.groningen.nl Onderwerp Het Bouwbesluit 2012 en uw

Nadere informatie

Brandmeld en Ontruiming Regelgeving en certificering

Brandmeld en Ontruiming Regelgeving en certificering Siemens Nederland Brandmeld en Ontruiming Regelgeving en certificering Restricted Siemens Nederland 2015 All rights reserved. www.siemens.nl Laat ik mij eerst even voorstellen.. Siemens Nederland N.V.

Nadere informatie

Enquête Onderhoud brandmeldinstallaties 2010. Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland

Enquête Onderhoud brandmeldinstallaties 2010. Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland Enquête Onderhoud brandmeldinstallaties 2010 Vereniging van BeveiligingsOndernemingen in Nederland Uitgave: 01 februari 2011 VEBON Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

Nadere informatie

Verordening Brandveiligheid en hulpverlening

Verordening Brandveiligheid en hulpverlening Raadsbesluit nummer : Rb2009/05 Onderwerp : Verordening Brandveiligheid en hulpverlening De raad der gemeente Hulst gelet op; 1. artikel 1, tweede lid en artikel 12 van de Brandweerwet 1985, 2. artikel

Nadere informatie

- het wenselijk is de voorzieningen voor brandveiligheid en hulpverlening in samenhang te treffen,

- het wenselijk is de voorzieningen voor brandveiligheid en hulpverlening in samenhang te treffen, VERORDENING BRANDVEILIGHEID EN HULPVERLENING BRANDWEER PARKSTAD LIMBURG 2005 Het Algemeen Bestuur van Brandweer Parkstad Limburg, gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Brandweer Parkstad Limburg,

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN EISEN BMI & AOI

PROGRAMMA VAN EISEN BMI & AOI 1. Gegevens De gegevens moeten worden ingevuld door de opsteller van het PvE. Documentnummer: 10496EVB20130114 Datum opmaak: 29 mei 2015, Opsteller van het PVE: Naam: E. van Bijsteren Adres: Overveld 21

Nadere informatie

(HANDHAVINGS)BELEID TERUGDRINGEN LOZE BRANDMELDINGEN. in de gemeenten. Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo

(HANDHAVINGS)BELEID TERUGDRINGEN LOZE BRANDMELDINGEN. in de gemeenten. Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo Aa en Hunze - Assen - Midden-Drenthe - Noordenveld - Tynaarlo District Noord en Midden (HANDHAVINGS)BELEID TERUGDRINGEN LOZE BRANDMELDINGEN in de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

Inhoud Beheer Brandmeldinstallaties Hardware Brandmeldinstallatie 3 Beheerdersfunctie

Inhoud Beheer Brandmeldinstallaties Hardware Brandmeldinstallatie 3 Beheerdersfunctie Inhoud Voorwoord 5 1 Beheer Brandmeldinstallaties 7 1.1 Wet- en regelgeving 7 1.2 Normering 9 1.3 Certificering van Brandmeldinstallaties 11 1.4 Onderhoud en beheer van brandmeldinstallaties 13 1.5 Verwijzingen

Nadere informatie

Kwaliteitskader uitruk- en opkomsttijden Regionale Brandweer Haaglanden

Kwaliteitskader uitruk- en opkomsttijden Regionale Brandweer Haaglanden Kwaliteitskader uitruk- en opkomsttijden Regionale Brandweer Haaglanden Kwaliteitseisen voor de uitruk en opkomst van brandweereenheden in de Veiligheidsregio Haaglanden Bureau Operationele Voorbereiding

Nadere informatie

Advies brandveiligheid omgevingsvergunning

Advies brandveiligheid omgevingsvergunning 17-051625 81E7E57509724BEC836C4237E607EC0EAdvies brandveiligheid omgevingsvergunningfirstwatch document Advies brandveiligheid omgevingsvergunning 1. Gegevens aanvraag 2. Gegevens advies Zaaknummer VNOG

Nadere informatie

Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017

Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017 Programma van Eisen voor Brandweerliften (PvE) SBCL 13-017 verplicht vanaf 1 maart 2013 Vanaf 1 maart dient voor brandweerliften een PvE opgesteld te worden, dit in analogie met andere brandveiligheidsinstallaties.

Nadere informatie

Beschrijving ADVIES. Adviescommissie praktijktoepassing Brandveiligheidsvoorschriften. Postbus 516 2600 AM Delft. www.adviescommissiebrand.

Beschrijving ADVIES. Adviescommissie praktijktoepassing Brandveiligheidsvoorschriften. Postbus 516 2600 AM Delft. www.adviescommissiebrand. ADVIES Registratienummer: Betreft: BMI in woongebouw met incidenteel logiesgebruik Trefwoorden: Bouwbesluit 2012, brandveilig gebruik, woongebouw, logiesfunctie, gelijkwaardigheid, handhaving, bestaande

Nadere informatie

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010

Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Conform NEN 2535:2009 en correctie C1:2010 Naam : VSO-De Hoge Brug Adres : Hillegondastraat 23-25 PC/Woonplaats : 3051PA Rotterdam Bedrijf : Opsteller: Documentnummer:

Nadere informatie

Checklist Zorg voor de veiligheid in kerkgebouwen

Checklist Zorg voor de veiligheid in kerkgebouwen Checklist Zorg voor de veiligheid in kerkgebouwen Stappenplan Om tot een verantwoord plan van aanpak te komen, is het noodzakelijk een stappenplan te maken waarin de volgende stappen worden onderscheiden:

Nadere informatie

Handreiking. Terugdringen ongewenste en onechte meldingen. NVBR Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding

Handreiking. Terugdringen ongewenste en onechte meldingen. NVBR Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding Handreiking Terugdringen ongewenste en onechte meldingen NVBR Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding Handreiking Terugdringen ongewenste en onechte meldingen Concept 09 13 oktober

Nadere informatie

Soetendaalseweg 68 70, Rotterdam. Programma van Eisen. Brandmeldinstallatie

Soetendaalseweg 68 70, Rotterdam. Programma van Eisen. Brandmeldinstallatie Soetendaalseweg 68 70, Rotterdam Programma van Eisen Brandmeldinstallatie Kinderopvang Ikke Ook Erbij BV 2011 Colofon Rapportnummer 2011/kdv/P101 Plaats en datum Elst, 20 januari 2011 Versie 1.1 Status

Nadere informatie

Meten en Registreren 1

Meten en Registreren 1 Meten en Registreren 1 2 3 4 Stelling 1 Meten is weten. Ik weet het (precies genoeg) en het antwoord is JA Ik weet het (precies genoeg) en het antwoord is NEE Ik weet het niet (precies genoeg) 5 Stelling

Nadere informatie

Service en onderhoud. Wat ons betreft begint service en onderhoud al bij het nadenken over de techniek.

Service en onderhoud. Wat ons betreft begint service en onderhoud al bij het nadenken over de techniek. Service en onderhoud Wat ons betreft begint service en onderhoud al bij het nadenken over de techniek. Erkend installatie- en onderhoudsbedrijf voor sprinklers en brandmeldinstallaties Eén aanspreekpunt

Nadere informatie

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer 14 februari 2011 A.M. Hol, Universiteit Utrecht 1 Vraagstelling: Heeft overschrijding

Nadere informatie

Koppeling van systemen

Koppeling van systemen Brandmelding en KNX Koppeling van systemen 1 Even voorstellen Naam: Gerrit Hagen Bedrijf: BVO bv (Brand-)Veiligheid & Opleidingen Functie: (Brand-)Veiligheidskundige Telefoon: 06-51783224 E-mail: g.hagen@bvo-online.nl

Nadere informatie