M.J.J.P. Luchtman, 'Grensoverschrijdende sfeercumulatie'

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "M.J.J.P. Luchtman, 'Grensoverschrijdende sfeercumulatie'"

Transcriptie

1 4 Duitsland 4.1 INLEIDING 1 Het Duitse recht werd om meerdere redenen tot voorwerp van studie gekozen. 2 Een belangrijke reden was de Duitse federale staatsinrichting. Net als in de Europese Unie koos men daarin voor een systeem van indirecte handhaving, waarbij het uitgangspunt geldt dat de jurisdiction to enforce en de jurisdiction to prescribe in handen liggen van de deelstaten, de Länder, en niet op federaal niveau. 3 De Bondsrepubliek Duitsland is, het woord zegt het al, een bondsstaat waarbij de bond en diens deelstaten (de Länder) gelijkwaardig aan elkaar zijn. De federale structuur heeft zelfs Ewigkeitsgarantie; ze kan nooit worden aangetast (Art. 79 III Grundgesetz of GG). In de grondwet is een gedetailleerde regeling neergelegd die de verantwoordelijkheden tussen bond en deelstaten verdeelt. Het uitgangspunt is daarbij dat de deelstaten bevoegd zijn (vgl. Art. 30 en 70 GG), tenzij deze bevoegdheid is overgeheveld naar het federale niveau. Deze overheveling kan plaatshebben ten aanzien van de regelgevende bevoegdheid (jurisdiction to enforce), evenals ten aanzien van de uitvoerende bevoegdheid (jurisdiction to precribe). In lijn met de hoofdregel berust de wetgevende bevoegdheid in beginsel bij de deelstaten. Dat is bepaald in Art. 70 GG. Zolang de grondwet zwijgt, zijn de deelstaten tot wetgeving bevoegd, maar het is mogelijk dat de grondwet een bepaalde materie exclusief aan de bond opdraagt (Art. 71: ausschließende Gesetzgebung) of bond én deelstaten bevoegd maakt. In dat laatste geval geldt dat zolang en voor zover de bond de materie niet aan zich trekt, de deelstaten bevoegd zijn (Art. 72: konkurrierende Gesetzgebung). De voor dit onderzoek relevante autoriteiten zijn achtereenvolgens de federale financiële toezichthouder (Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht), de Duitse belastingdiensten op federaal en op deelstaatniveau (Finanzbehörde) en het Duitse Openbaar Ministerie, dat ook op federaal en deelstaatniveau is georganiseerd (die Staatsanwaltschaft). Dit zijn de bevoegde autoriteiten voor achtereenvolgens de financiële bijstand, de fiscale bijstand en de wederzijdse rechtshulp. Ik heb er in het 1 In het hoofdstuk over Duitsland zullen de Duitse juridische aanduidingen en afkortingen worden aangehouden. Wetsartikelen worden aangeduid met een paragraafteken ( ). Artikelleden worden met Romeinse cijfers (I, II, etc) aangeduid. Daaropvolgende cijfers (1, 2, etc.) duiden op zinnen binnen de artikelleden ( 1 II 1, etc). Grondwetbepalingen worden overigens wel als Artikel (Art.) aangeduid. Vanwege de vele mogelijke citeerwijzen, heb ik in het onderstaande de artikelsgewijze commentaren, waarin de Duitse juridische wetenschap uitblinkt, niet aangehaald aan de hand van de auteurs die daaraan een bijdrage leverden, maar aan de hand van de (hoofd)redacteuren. 2 Hoofdstuk In het onderstaande zal ik de termen federatie/federaal en bondsstaat als synoniemen gebruiken. 277

2 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE onderstaande voor gekozen de soms complexe verhoudingen tussen het federale en statelijke niveau te bespreken aan de hand van het recht van één deelstaat, namelijk Hessen. De keuze voor Hessen heeft te maken met het feit dat de Hessische hoofdstad, Frankfurt am Main, een belangrijk Europees financieel centrum is, waar vrijwel iedere grote bank een vestiging heeft. Hessische autoriteiten hebben qualitate qua veel te maken met bancaire instellingen die internationaal opereren. Dat is minder van belang voor de financiële toezichthouder die hoe dan ook bondswijd opereert, maar te meer voor de fiscus en het OM die in hoofdzaak nog op deelstaatniveau zijn georganiseerd. Het vervolg van dit hoofdstuk is op dezelfde wijze opgebouwd als het Nederlandse. Ik ga hieronder allereerst in extenso in op de aard en organisatie van de fiscale en financiële rechtshandhaving in ruime zin, dus inclusief de strafrechtelijke handhaving (paragraaf 4.2). Daarbij zal ik aandacht besteden aan de keuzes van de Duitse wetgever(s) bij de invulling van hun Europese verplichtingen ter zake en de gevolgen daarvan voor de nationale rechtshandhaving. Als gezien, wordt de lidstaten op institutioneel vlak nog de nodige ruimte gelaten, zelfs in het financiële toezicht, waar de mate van harmonisatie hoog is. 4 Er is hierbij bijzondere aandacht voor de onderlinge verhoudingen tussen de bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Dit betekent dat ik inga op de Duitse punitieve bestuurlijke sanctiemodaliteiten, op de mogelijke taken van het bestuur op het vlak van de strafrechtelijke handhaving én op de sfeercumulatieproblematiek in nationaal verband, die zo zullen we nog zien zich in Duitsland in net zo hevige mate voordoet als in Nederland. De taken, bevoegdheden en organisatorische inbedding van de betrokken autoriteiten worden opnieuw tegen de achtergrond van het specialiteitsperspectief en het ambtsgeheim in beeld gebracht. Aandacht is er ook voor de mechanismen ter controle op de taakuitoefening van de autoriteiten. Op de onderzoeksbevoegdheden tegenover banken in de nationale context ga ik eveneens in (paragraaf 4.3). Aldus wil ik onderzoeken welke afwegingen de Duitse wetgever ten behoeve van de innerstatelijke rechtshandhaving heeft gemaakt ter realisering van het (delicate) evenwicht tussen rechtshandhaving enerzijds en rechtsbescherming van de burger anderzijds. Worden deze keuzes transnationaal doorgetrokken en zo ja, hoe heeft dat plaats? De laatste paragrafen gaan in op de samenwerking op nationaal (paragraaf 4.4) en internationaal niveau (paragraaf 4.5). Bij de transnationale samenwerking is er opnieuw ruim aandacht voor de vraag op welke wijze Duitsland invulling geeft aan de plichten tot samenwerking op het raakvlak van bijstand en rechtshulp. Daarbij wordt onderscheiden tussen enerzijds het perspectief van de Duitse autoriteiten als hulpverlenende staat en anderzijds dat van hulpzoekende staat. Tot een systematische vergelijking met de uitkomsten van het Nederlandse hoofdstuk komt het nog niet. Die vergelijking volgt pas in hoofdstuk 6, als ook het Zwitserse systeem is onderzocht. Wel zal ik in het onderstaande al verwijzen naar verschillen en overeenkomsten met het Nederlandse recht, als ik dat nuttig acht. 4 Hoofdstuk

3 DUITSLAND 4.2 TAKEN EN ORGANISATIES VAN DE BETROKKEN AUTORITEITEN De Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht (BAFin) Algemeen In afwijking op de zojuist verwoorde hoofdregel is in het financiële toezicht één enkele, op bondsniveau opererende toezichthouder bevoegd op het vlak van het financiële gedragstoezicht op financiële ondernemingen, waaronder banken, en op andere marktdeelnemers. De bond heeft daarmee niet alleen door middel van tal van wetten de regelgevende bevoegdheid aan zich getrokken, maar ook bepaald dat het financiële toezicht het best kan worden geoperationaliseerd op bondsniveau. De BAFin is bijgevolg een zelfstandige publiekrechtelijke rechtspersoon, die onder de verantwoordelijkheid valt van de bondsminister van Financiën. Deze is op afstand verantwoordelijk voor de BAFin. 5 De wetgevende bevoegdheid op het gebied van das Recht der Wirtschaft (Bergbau, Industrie, Energiewirtschaft, Handwerk, Gewerbe, Handel, Bank- und Börsenwesen, privatrechtliches Versicherungswesen) is een concurrende bevoegdheid van bond en deelstaten (Art. 74 I Nr. 11 GG). De belangrijkste financiële wetgeving heeft de bond aan zich getrokken. Ook de uitvoering ligt, in afwijking van Art. 30 GG, op federaal niveau. De basis daarvoor vormen de artikelen 92 en 87 III GG. Het is vooral de laatste bepaling geweest die in het financiële toezicht aanleiding was voor een jarenlange juridische strijd tussen bond en deelstaten. Waar de deelstaten op het gebied van het financiële toezicht uitgingen van hun operationele bevoegdheden, probeerde de bond die bevoegdheden deels naar zich toe te trekken. De zaak kwam zelfs voor de hoogste Duitse constitutionele rechter, het Bundesverfassungsgericht (BVerfG). Aan hem werd de vraag voorgelegd of de bond bevoegd was tot oprichting van een zogenaamde Bundesoberbehörde, in dat geval de BAKred die toezicht hield op kredietinstellingen, om voor de gehele bondsrepubliek het toezicht op kredietinstellingen uit te oefenen. In de BAKred-Entscheidung beantwoordde het hof die vraag bevestigend. 6 Het meende dat aan de voorwaarden van art. 87 GG was voldaan: BAKred s taak strekte zich uit over het hele bondsgebied en voor de uitvoering van die taken was men niet aangewezen op het bestuur van de deelstaten. Dat laatste zou een onaanvaarbare inbreuk zijn geweest op de Länderkompetenzen. De BAKred mocht wel worden ondersteund door de Bundesbank (Art. 88 GG; zie infra paragraaf ). Dat is namelijk eveneens een Bundesbehörde; beide autoriteiten zijn in rang gelijk. Later herhaalde zich de strijd. Over de precieze inkleding van het effectentoezicht was eveneens veel te doen. Uiteindelijk koos men in 1995 voor de oprichting van een aparte effectentoezichthouder, het Bundesaufsichtsamt für den Wertpapierhandel (BAWe). Dat het gedragstoezicht niet bij de BAKred werd onderge- 5 Assmann/Schneider (2003), Vor 3 WpHG, rn BVerfG 24 juli 1962, BVerfGE 14, 197 (BAKred). 279

4 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE bracht, had opnieuw zijn oorzaak in een competentieconflict tussen de bond en de deelstaten. Een bijkomend voordeel van een nieuwe toezichthouder was dat men het buitenland kon laten zien dat Duitsland zijn nieuwe effectenrechtelijke toezichtstaak serieus nam en deze niet wegmoffelde bij BAKred. Een derde reden voor oprichting van BAWe was dat het nieuwe markttoezicht zich niet alleen tot kredietinstellingen zou uitstrekken, terwijl de BAKred zich tot kredietinstellingen beperkte. BAWe was ten slotte een tegemoetkoming aan de deelstaten die vreesden voor de zuigwerking van een al te machtige BAKred. Destijds vond men één toezichtsautoriteit voor de gehele financiële markt duidelijk een brug te ver. Dat is nu anders. De opkomst van zogenaamde Allfinanzprodukte en Allfinanzkonzerne leidde in mei 2002 tot de oprichting van de BAFin. Duitsland kent, net als een toenemend aantal Europese landen, daarmee een systeem van Allfinanzaufsicht, waarin gedrags- en prudentieel toezicht in handen liggen van één toezichthouder. Sinds 1 mei 2002 is het toezicht op de financiële sector in Duitsland van de drie afzonderlijke toezichthouders, namelijk het Bundesaufsichtsamt für das Kreditwesen (BAKred) (bankentoezicht), het Bundesaufsichtsamt für das Versicherungswesen (BAV) (toezicht op verzekeraars) en het Bundesaufsichtsamt für den Wertpapierhandel (BAWe) (effectentoezicht) overgegaan op de BAFin. De taakverdeling onder het oude systeem was, net als in Nederland, geënt op de kernactiviteiten van de spelers op de markten. In het meer sectorale model richtte de BAKred zich op het zogenaamde klassieke bankieren of commercial banking, waaronder het vragen en aanbieden van kredieten door banken werd verstaan. 7 Het bancaire toezicht werd in de literatuur dan ook omschreven als instituutstoezicht (institutsbezogene Aufsicht), omdat er werd aangeknoopt bij de banken en beurzen als organisaties. 8 De buitenbeurshandel was daarentegen niet gedekt. De behoefte aan een meer gedragsgeoriënteerd toezicht leidde, mede door Europese ontwikkelingen, 9 tot de oprichting van een andere toezichtspilaar, namelijk het effectentoezicht. Dit type toezicht werd omschreven als funktionsbezogene Aufsicht of conduct-of-business-aufsicht ; het was in hoofdzaak gericht op de opheffing van de asymmetrische informatieposities van beleggers en aanbieders van financiële diensten. Voor dat type toezicht werd de BAWe verantwoordelijk. Dat noopte tot ingewikkelde bevoegdheidsverdelingen tussen BAKred en BAWe, voor zover banken tevens beleggingsdiensten aanboden. 10 Naast de voortgaande versmelting en internationalisering van de financiële markten zelf, was dit een belangrijk argument voor de oprichting van de BAFin. Het Allfinanzaufsicht dient, net als in Nederland, uiteindelijk drie doeleinden. Het hoofddoel is het zekerstellen van het ordentelijk functioneren van de Duitse financiële sector. Daaruit worden twee andere doeleinden afgeleid, namelijk enerzijds het 7 Höhns (2002), p Höhns (2002), p. 73 e.v.; Schäfer (1999), 4 WpHG, rn Hoofdstuk Höhns (2002), p. 241 e.v. 280

5 DUITSLAND solvabiliteitstoezicht en anderzijds de bescherming van beleggers. 11 Het instrumentarium daarvoor wordt geboden door de Finanzdienstleistungsaufsichtsgesetz (FinDAG), die kan worden getypeerd als een organisatorische wet waarin organisatie van en toezicht op de BAFin zijn genormeerd, en door de sectorspecifieke toezichtwetten, met als belangrijkste wetten voor dit onderzoek de Kreditwesengesetz (KWG) en de Wertpapierhandelsgesetz (WpHG). 12 Anders dan in Nederland, waar alle wetten zijn samengevoegd in de Wet op het financieel toezicht, zijn in Duitsland de afzonderlijke toezichtwetten naast de FinDAG blijven bestaan. De materiële toezichtnormen, inclusief de implementaties van de Richtlijn marktmisbruik en de MiFID zijn in deze wetten neergelegd. Bijzondere aandacht is er hier voor de Wertpapierhandelsgesetz, omdat daarin het leeuwendeel van het effectentoezicht is geregeld. Soms zal ik in het onderstaande verwijzen naar relevante bepalingen in de Kreditwesengesetz, omdat in deze wet de vergunningenprocedure is geregeld, die ook geldt voor beleggingsondernemingen ( 32 e.v. KWG). De Kreditwesengesetz geeft daarmee ook uitvoering aan de MiFID. Dat volgt uit de ruime begripsomschrijving in artikel 1 van die wet, waaruit kan worden afgeleid dat ze van toepassing is op meer dan alleen kredietinstellingen. Het zonder vergunning aanbieden van beleggingsdiensten is verboden door de KWG, niet door de WpHG. 13 De exacte taken van de BAFin zijn dienovereenkomstig af te leiden uit 4 FinDAG en uit de sectorale wetten. Uit 4 FinDAG blijkt dat men voor de BAFin geen nieuwe taken in gedachten had, maar dat men uitsluitend een samenvoeging van de bestaande taken binnen een toezichthouder wilde. 14 Uit het vierde lid kan bovendien worden afgeleid dat het financiële toezicht het algemeen belang de belangen van de financiële sector in zijn geheel dient en niet de belangen van enkele beleggers. 15 We herkennen hierin een duidelijke uitwerking van het specialiteitsbeginsel. In 4 FinDAG is de taak van de BAFin omschreven. (1) Die Bundesanstalt übernimmt die dem Bundesaufsichtsamt für das Kreditwesen, dem Bundesaufsichtsamt für das Versicherungswesen und dem Bundesaufsichtsamt für den Wertpapierhandel übertragenen Aufgaben. Sie nimmt darüber hinaus die ihr nach anderen Bestimmungen übertragenen Aufgaben einschließlich der Beratungstätigkeit im Zusammenhang mit dem Aufbau und der Unterstützung ausländischer Aufsichtssysteme wahr. (2) Die Bundesanstalt arbeitet mit anderen Stellen und Personen im In- und Ausland nach Maßgabe der in Absatz 1 genannten Gesetze 11 Bron: 12 Andere typische effectenwetten zijn de Wertpapiererwerbs- und Übernahmegesetz (WpÜG), de Wertpapierprospektgesetz (WpPG) en de Wertpapier-Verkaufsprospektgesetz (VerkprospG). Voor beleggingsinstellingen (Kapitalanlagegesellschaften/KAG) en investment funds geldt de Investmentgesetz (InvG). 13 Schäfer (1999), 4 WpHG, rn Bundesrat Drucksache 636/01 van 17 augustus 2001, p Schäfer (1999), 4 WpHG, rn. 24; Assmann/Schneider (2003), 4 WpHG, rn. 22 e.v. 281

6 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE und Bestimmungen zusammen. (3) Bei der Durchführung ihrer Aufgaben kann sich die Bundesanstalt anderer Personen und Einrichtungen bedienen. (4) Die Bundesanstalt nimmt ihre Aufgaben und Befugnisse nur im öffentlichen Interesse wahr. De hervormingen hebben niet geleid tot een algehele versmelting van de taken binnen de BAFin. Een aantal taken blijft sectoraal georganiseerd. Zo leunt de BAFin in belangrijke mate nog op afzonderlijke zuilen (Aufsichtssäulen) voor Bankenaufsicht, Versicherungsaufsicht en Wertpapieraufsicht. De afdeling Wertpapieraufsicht kent onderafdelingen die zijn belast met de boeteprocedure (Bußgeldverfahren) en sectorspecifieke internationale toezichtsvragen; met de Insiderüberwachung, ad-hocpubliciteit en marktmanipulatie; en met beleggersbescherming, gedragsregels en het toezicht op prospectussen. Andere activiteiten worden nu echter door nieuw opgerichte afdelingen sectoroverschrijdend aangepakt (Querschnittabteilungen). Daarbij gaat het onder meer om de internationale samenwerking en het concerntoezicht. Ook voor de in dit onderzoek belangrijke bewaking van de integriteit van het financiële systeem (met expliciet als taak de Verfolgung unerlaubter oder verbotener Bankgeschäfte und Finanzdienstleistungen ), witwassen en financiering van terrorisme zijn aparte afdelingen opgericht Taken op grond van de Wertpapierhandelsgesetz (WpHG) Om te kunnen achterhalen wat het voorgaande feitelijk impliceert voor de activiteiten van de BAFin is een nader onderzoek van de sectorale wetten noodzakelijk. De belangrijkste wet is de Wertpapierhandelsgesetz. De Wertpapierhandelsgesetz omschrijft in 1 zijn toepassingsgebied als volgt: (1) Dieses Gesetz ist anzuwenden auf die Erbringung von Wertpapierdienstleistungen und Wertpapiernebendienstleistungen, den börslichen und außerbörslichen Handel mit Finanzinstrumenten, den Abschluss von Finanztermingeschäften, auf Finanzanalysen sowie auf Veränderungen der Stimmrechtsanteile von Aktionären an börsennotierten Gesellschaften. Uit 1 WpHG blijkt dat de wet niet alleen ziet op de beurshandel, maar ook op de buitenbeurshandel, evenals de handel in derivaten. Dit is van belang voor de reikwijdte van de verschillende onderdelen van de wet, waaronder de insider-regelgeving. De ondernemingen die de diensten verrichten, worden Wertpapierdienstleistungsunternehmungen genoemd. Uit 2 IV WpHG blijkt dat het gaat om Kreditinstitute en Finanzdienstleistungsinstitute, evenals om onzelfstandige vestigingen van in het buitenland gevestigde ondernemingen, zoals bedoeld in 53 I Nr. 1 KWG. 17 In 4 WpHG worden de taken van de BAFin op het gebied van het effectentoezicht verwoord. Uit het artikel blijkt dat de BAFin niet alleen taken vervult ter 16 Een organigram van de BAFin is te vinden op haar website: 17 Er kan van worden uitgegaan dat deze definities dezelfde zijn als die van de Kreditwesengesetz (zie resp. 1 I KWG en 1 Ia KWG); Schäfer (1999), 2 WpHG, rn. 47 e.v. 282

7 DUITSLAND uitvoering van de wet, zoals het verlenen van vergunningen, maar ook op het vlak van de preventieve en repressieve rechtshandhaving. In het geval (vermoede) overtredingen worden geconstateerd, rust op haar de taak in te grijpen, waarbij ze zelf de maatregelen mag kiezen die haar geschikt en nodig lijken. Ze kan dus zelf beleid ontwikkelen. Zeker na de omzetting van de Richtlijn marktmisbruik is haar arsenaal niet kinderachtig. 18 Het omvat maatregelen op reparatoir vlak, zoals de stillegging van de handel, maar ook op punitief vlak, zoals de oplegging van geldboetes (Ordnungswidrigkeiten). Daarenboven vervult de BAFin nog taken ter voorbereiding van de opsporing. 4 WpHG luidt voor zover hier relevant: (1) Die Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht (Bundesanstalt) übt die Aufsicht nach den Vorschriften dieses Gesetzes aus. Sie hat im Rahmen der ihr zugewiesenen Aufgaben Missständen entgegenzuwirken, welche die ordnungsgemäße Durchführung des Handels mit Finanzinstrumenten oder von Wertpapierdienstleistungen oder Wertpapiernebendienstleistungen beeinträchtigen oder erhebliche Nachteile für den Finanzmarkt bewirken können. Sie kann Anordnungen treffen, die geeignet und erforderlich sind, diese Missstände zu beseitigen oder zu verhindern. (2) Die Bundesanstalt überwacht die Einhaltung der Verbote und Gebote dieses Gesetzes und kann Anordnungen treffen, die zu ihrer Durchsetzung geeignet und erforderlich sind. Sie kann den Handel mit einzelnen oder mehreren Finanzinstrumenten vorübergehend untersagen oder die Aussetzung des Handels in einzelnen oder mehreren Finanzinstrumenten an Märkten, an denen Finanzinstrumente gehandelt werden, anordnen, soweit dies zur Durchsetzung der Verbote nach 14 oder 20a oder zur Beseitigung oder Verhinderung von Missständen nach Absatz 1 geboten ist. In 4 WpHG wordt onderscheiden tussen het zogenaamde instituutgerelateerde toezicht (Institutsaufsicht) en het toezicht op algemene misstanden (allgemeine Misstandsaufsicht). Over het karakter van het laatste type toezicht bestaat onduidelijkheid. Sommigen lezen er alleen een concretisering in van de eerste zin van het eerste lid van 4, anderen menen dat het misstandtoezicht een aparte taak is waarop overheidshandelen kan worden gebaseerd. Dat laatste zou kunnen leiden tot optreden van de toezichthouder dat weliswaar de doeleinden van het financiële toezicht dient, maar niet op de Wertpapierhandelsgesetz kan worden teruggevoerd. Het heeft als voordeel dat de toezichthouder snel kan inspringen op actuele ontwikkelingen. Ook dan kan de effectentoezichthouder echter niet de taken van andere overheidsorganen overnemen. Dat zou indruisen tegen de door de wetgever gewilde bevoegdhedenverdeling Omzetting had plaats via de Gesetz zur Verbesserung des Anlegerschutzes Anlegerschutzverbesserungsgesetz AnSVG van 28 oktober 2004, gepubliceerd in Bundesgesetzblatt I 2004 Nr. 56, p De voorbereidende stukken zijn gepubliceerd in Bundesrat Drucksache 341/04 e.v. van 30 april Schäfer (1999), 4 WpHG, rn

8 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE Onduidelijk was lange tijd welke lezing de heersende was. 20 De wetgever lijkt inmiddels de tweede lezing aan te hangen en baseert op de genoemde bepaling bijvoorbeeld de bevoegdheid van de BAFin om de handel stil te leggen (vgl. art. 12, lid 2, onder f, Richtlijn marktmisbruik). 21 Voor dit onderzoek zijn, gelet op de Richtlijn marktmisbruik en de MiFID, vooral de volgende taken van de BAFin relevant: 1. De bestrijding van handel met voorkennis (Insiderüberwachung), inclusief het toezicht op transacties door bepaalde leidinggevende personen (director s dealings; 15a WpHG) ( 12 e.v. WpHG). De relevante strafbepalingen staan in 38 en 39 WpHG. Het toezicht op de insiderhandel is voornamelijk gebaseerd op omvangrijke meldplichten die de financiële instellingen zijn opgelegd ( 9 WpHG). Vooral op grond hiervan, maar ook op grond van bijvoorbeeld adhocpublicatieplichten worden door medewerkers van de BAFin analyses gemaakt die kunnen leiden tot verder onderzoek. Als er aanwijzingen (Anhaltspunkte) voor verboden transacties zijn, wordt er een formele Insideruntersuchung ingeleid. Verhardt de verdenking zich, dan zijn afhankelijk van de overtreding twee stappen mogelijk. De BAFin doet ofwel (verplicht) aangifte bij justitie ( 4 V WpHG) of handelt de zaak zelf af door middel van een geldboete en/of andere sancties ( 40 WpHG). Ik kom hierop zodadelijk terug. In Duitsland zijn de kernbepalingen van art. 2 van de Richtlijn marktmisbruik als volgt geïmplementeerd. 22 Strafbare feiten, waarvoor justitie bevoegd is, zijn het verkrijgen (Erwerben) of vervreemden (Eräußern) van financiële instrumenten waarop deze voorwetenschap betrekking heeft, ongeacht door wie het werd begaan ( 38 I Nr. 1 WpHG). Dat is anders voor het mededelen (Weitergeben) en het doen van aanbevelingen (Verleiten) op basis van voorwetenschap. Alleen wanneer deze handelingen worden verricht door primaire insiders ( 38 I Nr. 2ad, WpHG) gaat het om strafbare feiten en dus om de competentie van het OM. In geval van secundaire insiders gaat het om Ordnungswidrigkeiten, waarvoor de BAFin bevoegd is (zie onder). Dit onderscheid heeft te maken met de vermeende geringere Unrechtsgehalt van de laatste feiten Ook de bestrijding van koers- en marktprijsmanipulatie is een taak van de BAFin ( 20a WpHG). Overtreding van deze regels kan eveneens worden bestraft met een bestuurlijke boete (Ordnungswidrigkeit), waarvoor de BAFin zelf verantwoordelijk is ( 40 WpHG), of met een strafrechtelijke sanctie. Komt de BAFin tot een verdenking van een strafbaar feit als in 38 WpHG, dan is ze opnieuw verplicht daarvan aangifte te doen bij het OM. 20 Park (2004), p ; Schäfer (1999), 4 WpHG, rns , vertegenwoordigt de eerste lezing, Assmann/Schneider (2003), 4 WpHG, rn. 7 e.v., de tweede. 21 Bundesrat Drucksache 341/04 van 30 april 2004, p Hierover ook Ziouvas (2005) en Schmitz (2003). 23 Bundesrat Drucksache 341/04 van 30 april 2004, p

9 DUITSLAND Manipulaties die aanwijsbaar op de beurs- of marktprijs invloed hebben gehad, zijn strafbaar met gevangenisstraffen tot vijf jaar of met geldstraffen ( 38 II WpHG). Is daarvan geen sprake, dan kan de BAFin ze als Ordnungswidrigkeit bestraffen ( 39 WpHG). 3. Het toezicht op gedragsregels en organisatieplichten ( 31 e.v. WpHG) wordt verricht op basis van periodieke rapportageplichten, maar ook door steekproeven. Meer dan bij de Insiderüberwachung en de voorkoming en vervolging van koersmanipulatie is hier de eigen positie van de bank in het geding. Vooral deze bepalingen geven uitvoering aan de MiFID. In het bijzonder gaat het om de naleving van allerhande gedragsregels, zoals het voorkomen van belangenconflicten (vgl. 31 I WpHG), know your customer ( 31 II WpHG), het handelen in het belang van de cliënt ( 32 I WpHG), voorschriften over de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC: 33 WpHG), het houden van gescheiden vermogens ( 34a WpHG), et cetera. Daarbij gelden administratieplichten op grond waarvan verrichte effectendiensten moeten worden bijgehouden. Die administratie moet ten minste zes jaar worden bewaard ( 34 WpHG). Voor zover buitenlandse ondernemingen in Duitsland aan Duitse cliënten diensten aanbieden, gelden deze normen ook voor hen. Een flink aantal van deze bepalingen is als Ordnungswidrigkeit, maar niet als strafbaar feit, gesanctioneerd Samenwerking met het binnen- en buitenland De BAFin is niet de enige autoriteit die taken vervult op het gebied van het financiële toezicht. Samenwerking met binnenlandse en buitenlandse autoriteiten is nodig. Op de samenwerking met het buitenland kom ik hieronder nog uitvoerig terug. Ook met binnenlandse autoriteiten wordt echter samengewerkt. Andere autoriteiten, in het bijzonder de Duitse Bundesbank en toezichthouders op de beurzen zelf, vullen de BAFin in menig opzicht aan. Om die reden verplicht een aantal artikelen in de FinDAG, WpHG en KWG de betrokken autoriteiten tot onderlinge samenwerking. 24 Deze vormen van samenwerking worden hier kort besproken. Het beurstoezicht is geregeld in de Börsengesetz. Het wordt uitgeoefend door autoriteiten op deelstaatniveau ( 1-3 BörsG) in samenwerking met de zogenaamde Handelsüberwachungsstellen van de beurzen zelf. 25,26 Interessant is dat de beurstoezichthouders met de BAFin in sommige spoedgevallen samenwerken via het concept van de Organleihe. Dat betekent dat deze in die gevallen handelen als de verlengde arm van de BAFin; ze zijn als het ware uitgeleend aan de BAFin. De keuze voor Organleihe heeft gevolgen voor de vraag 24 Vgl. 4 FinDAG, 6 WpHG en 7 en 8 KWG. 25 Voor een overzicht, zie Assmann/Schneider (2003), Vor 3 WpHG, rn Zie voor Hessen de Verordnung über Zuständigkeiten nach dem Börsengesetz van 6 augustus 2002 (GVBl. I S. 539) die het Hessissche Ministerium, resp. de Minister für Wirtschaft, Verkehr und Landesentwicklung als bevoegde autoriteit aanwijst. 285

10 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE wie verantwoordelijk is voor de te nemen maatregel, welke gezagsstructuren gelden, welke rechtsregels moeten worden toegepast, et cetera. Het concept van de Organleihe is daarmee een alternatief voor de hieronder nog te bespreken concepten van Amtshilfe en Rechtshilfe, waarop ook de transnationale samenwerking is gebaseerd. 27 De samenwerking tussen de Bundesbank en de (rechtsvoorgangers van de) BAFin vloeit voort uit de oorspronkelijke taak van de Bundesbank als Währungs- und Notenbank. 28 Omdat beide instanties vaak maatregelen nemen die direct het takenpakket van de andere raken, is samenwerking voor de hand liggend. 29 De intensieve samenwerking met de Bundesbank verklaart mede waarom de personele bezetting van de BAFin relatief gering is. In september 2005 hield de BAFin met ongeveer medewerkers toezicht op banken, 800 beleggingsondernemingen (Finanzdienstleistungsinstitute), 630 verzekeraars en fondsen. 30 Een groot deel van het feitelijke handhavingstoezicht vindt plaats door de Bundesbank; deze vormt als het ware de ogen en oren van de BAFin en vervult een filterfunctie. De Bundesbank staat dicht bij de banken, beschikt over talrijke kantoren in het land en heeft uit hoofde van de haar opgedragen taken al de beschikking over veel informatie. Ze vervult echter geen bevoegdheden op grond van de KWG of WpHG; de uitoefening van overheidsgezag op het vlak van het (gedrags)toezicht (hoheitliche Maßnahmen) is voorbehouden aan de BAFin. Het uitoefenen van dwangmaatregelen door de Bundesbank (Eingriffsmaßnahmen) is om die reden evenmin toegestaan. 31 Wél heeft de BAFin direct toegang tot allerhande databestanden van de Bundesbank (vgl. 6 III WpHG). 32 Vermeldenswaard is ook de samenwerking met het Bundeskartellamt, de mededingingsautoriteit ( 6 III WpHG). Dat hangt samen met het feit dat deze autoriteit bij de uitoefening van haar taken ook kan stuiten op voorwetenschap. Van ophanden zijnde fusies en samenwerkingsverbanden zal het Kartellamt als een van de eersten op de hoogte zijn. De informatie van deze autoriteit is daarmee zeer nuttig, vooral om de link tussen zogenaamde primaire en secundaire insiders vast te stellen Infra paragraaf Zie ook de Vereinbarung über die Zusammenarbeit der Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht und der Deutschen Bundesbank bei der Beaufsichtigung der Kredit- und Finanzdienstleistungsinstitute van 31 oktober Vgl. BVerfG 24 juli 1962, BVerfGE 14, 197 (BAKred). 30 Bron: 31 Boos/Fischer/Schulte-Mattler (2000), 7 KWG. 32 Ze over de taak van de Bundesbank verder Kümpel (2000), p ; Höhns (2002), p. 77 e.v.; Boos/Fischer/Schulte-Mattler (2000), 7 KWG. 33 Bundesrat Drucksache 936/01 van 14 november 2001, p. 240, leidend tot de Viertes Finanzmarktförderungsgesetz van 21 juni 2002 (BGBl I, p. 2010). 286

11 Punitieve handhaving DUITSLAND De samenwerking met justitie rechtvaardigt een aparte bespreking. Uit het voorgaande wordt duidelijk dat de BAFin zich zeker niet alleen bezighoudt met de wetsuitvoering, maar ook met de controle hierop (preventieve handhaving) en het onderzoek naar overtredingen en in voorkomend geval de bestraffing ervan (repressieve handhaving). Hier raken we de centrale materie van dit onderzoek. De binnenlandse verhoudingen tussen het bestuur (BAFin) en justitie zijn van grote invloed op de mogelijkheden tot internationale samenwerking. Duitsland heeft bij de handhaving van de normen die hun oorsprong vinden in de Europese richtlijnen andere keuzes gemaakt dan Nederland. Men heeft gekozen voor vormen van alternatieve punitieve handhaving: voor de bestraffing van overtredingen is hetzij het OM, hetzij de BAFin bevoegd. Parallelle of cumulatieve bevoegdheden, zoals in Nederland, doen zich, althans op punitief vlak, niet voor. Dat heeft gevolgen voor de transnationale samenwerking. Om dit aan te kunnen geven is het nodig om, net als in het Nederlandse hoofdstuk, een onderscheid te maken tussen de taken die de BAFin vervult in (de voorfase van) het strafrechtelijk onderzoek en de eigen punitieve taken van de BAFin in het Ordnungswidrigkeitenverfahren. Beide aspecten worden hieronder besproken. Ook ga ik in op de situaties waarin de verschillende typen procedures cumuleren. A) Het Ordnungswidrigkeitenverfahren De rechtsfiguur Ordnungswidrigkeit is een repressieve reactie op door de wetgever ontoelaatbaar geacht gedrag. Het gaat daarbij om een financiële sanctie (geldboete) met een punitief karakter, zoals door het EHRM in het befaamde Öztürk-arrest werd uitgemaakt. 34 Om die reden moet er voldaan zijn aan een aantal waarborgen die ook in het strafrecht gelden. Toch kan van strafrechtelijke handhaving sensu stricto niet worden gesproken. Waar het strafrecht leidt tot de oplegging van Geldstrafen, leidt het Ordnungswidrigkeitenrecht tot de oplegging van Bußgelder. Deze terminologie wordt in het hele Duitse recht consequent gehanteerd. Aan de terminologie (Geldstrafe of Bußgeld) kan men zien met welk rechtsgebied men te maken heeft. Het is moeilijk aan te geven waar de precieze grenzen tussen het strafrecht en het Ordnungswidrigkeitenrecht liggen. In de literatuur heeft men hiernaar lange tijd gezocht Oorspronkelijk meende men dat het onderscheid lag in de aard van het bedreigde rechtsgoed. Het onderscheid tussen strafbare feiten en Ordnungswidrigkeiten rechtvaardigde men met het argument dat in het strafrecht duidelijk maatschappelijke afkeuring over een feit tot uitdrukking komt, terwijl de Ordnungswidrigkeit voorbehouden is voor lichter onrecht. Ordnungswidrigkeiten lenen zich dan ook uit- 34 EHRM 21 februari 1984, NJ 1988, Hierover onder meer Pfund (1970); Mattes (1982); Göhler (1998), Vor 1 OWiG, rn. 2 e.v.; Wabnitz/Janovsky (2000), p. 22 e.v.; Rosenkötter (2002), p. 15 e.v. 287

12 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE stekend voor de handhaving van sociaal-economisch recht, omdat het daarbij vaak gaat om wetsdelicten en niet om rechtsdelicten. De invoering van de nieuwe rechtsfiguur was dan ook bedoeld als een grote decriminaliseringsoperatie. Veel feiten moesten uit de sfeer van het strafrecht. Om die reden wordt bijvoorbeeld bij Ordnungswidrigkeiten niet van schuldhaftes Handeln gesproken, maar van vorwerfbares Handeln om zo het sociaal-ethische element buiten te kunnen houden. 36 Deze opvatting wordt echter minder en minder vast aangehangen. Meer en meer wordt aanvaard dat de wetgever mede op doelmatigheidsoverwegingen de keuze tussen strafrecht en Ordnungswidrigkeitenrecht maakt. De rechtsgebieden worden nu deels als inwisselbaar gezien, waarmee niet is gezegd dat het Ordnungswidrigkeitenrecht als zelfstandig rechtsgebied zijn betekenis heeft verloren. In het bijzonder is het niet toegestaan dat klassieke rechtsgoederen, bijvoorbeeld de bescherming van het leven of hier belangrijker de eigendom, via het Ordnungswidrigkeitenrecht gaan worden afgedaan. Deze mogen niet uit de sfeer van het strafrecht worden gehaald. Es gibt einen Kernbereich des Srafrechts, dessen Aufgabe es ist, die elementaren Werte des Gemeinschaftslebens zu schützen. 37 Hoewel men dus, zeker in het sociaal-economische recht, niet ongevoelig is voor de noden van de praktijk en men het daarom toestaat dat Ordnungswidrigkeiten tegenwoordig op ruime schaal worden ingezet, mag het Kernbereich van het strafrecht nooit worden aangetast. 38 Voor deze goederen blijft rechterlijke tussenkomst vereist. In zoverre kiest men tegenwoordig voor een gemengde benadering, waarin zowel kwantitatieve als kwalitatieve criteria bij de keuze tussen strafrecht en Ordnungswidrigkeit een rol spelen Ook in de aard van de sanctie wordt een onderscheid tussen strafrecht en Ordnungswidrigkeitenrecht gezien. Niet voor niets spreekt men bij de Ordnungswidrigkeiten niet van Strafe, maar van Geldbuße. De sanctie is weliswaar repressief, maar toch geen echte straf; ze zou niet zijn gericht op verzoening (Sühnung) of op een Ausgleich sozialethische Schuld, maar op de Durchsetzung einer bestimmten Ordnung. 40 Dat soms subtiele verschil is toch van belang. Men acht het in Duitsland mede als gevolg van de Tweede Wereldoorlog namelijk ontoelaatbaar dat het bestuur strafrechtelijke sancties kan opleggen; deze horen toe aan de rechter. 41 Alleen in het fiscale strafrecht bestond nog tot 1967 de mogelijkheid om door het bestuur via Strafbescheide (strafrechtelijke) geldstraffen op te laten leggen. 42 Het is overigens om dit gevoelde verschil in de aard van de sanctie dat er in Duitsland nog steeds auteurs het fundamenteel oneens zijn met het oordeel van het EHRM in de zaak Öztürk, waarin de Ordnungswidrigkeiten onder het bereik van de strafrechtelijke poot van art. 6 EVRM werden gebracht, mede vanwege het karakter van de sanctie Göhler (1998), Vor 1 OWiG, rn Göhler (1998), Vor 1 OWiG, rn BVerfGE 27, 18. Het hof acht zich bevoegd wetgeving hierop te toetsen. 39 Göhler (1998), Vor 1 OWiG, rn. 6 en Wabnitz/Janovsky (2000), p Wabnitz/Janovsky (2000), p In dat jaar maakte het Bundesverfassungsgericht hieraan een einde; BVerfGE 22, Göhler (1998), 46 OWiG, rn. 10a e.v. 288

13 DUITSLAND In het financiële toezicht heeft de wetgever als gezien veelvuldig gebruik gemaakt van het Ordnungswidrigkeitenrecht. Een Ordnungswidrigkeit wordt opgelegd door het bestuur, in casu de BAFin ( 40 WpHG). Het is in die zin een bestuurlijke sanctie, waarvoor men in transnationaal verband de financiële bijstand zou kunnen openstellen. Daarvoor pleit ook dat men in Duitsland deze rechtsfiguur uitdrukkelijk niet als strafrecht sensu stricto beschouwt. Toch is dit niet gebeurd. 44 Ordnungswidrigkeiten lopen, zoals we nog zullen zien, via de rechtshulp. Dit hangt samen met enige procedurele kenmerken van de sanctie. Van groot belang is daarbij dat de procedurevoorschriften van de Strafprozeßordnung (StPO) gelden ( 71 Ordnungswidrigkeitengesetz/OWiG) en niet de voorschriften van het bestuursprocesrecht. 45 Juist deze eigenschap van het Ordnungswidrigkeitenrecht heeft grote consequenties voor de internationale samenwerking. Ze maakt immers ook de strafrechter bevoegd en daarmee komen de strafrechtelijke samenwerkingsinstrumenten in het vizier. 46 De procedure kent verschillende stadia. Allereerst is er de onderzoeksfase door het bestuur (Vorverfahren), die leiden kan tot een boetebeschikking (Bußgeldbescheid). Is men het met die beschikking niet eens, dan volgt een Zwischenverfahren bij het Openbaar Ministerie. Daaraan vooraf is een bezwaarfase gegaan (Einspruch), waarin de zaak is teruggegaan naar het bestuursorgaan (BAFin), dat eventueel opnieuw onderzoek kan doen ( 69 OWiG). Dit kan het Bußgeldbescheid terugnemen of een nieuw besluit doen uitgaan. Doet het dat niet, dan worden de stukken aan het OM gezonden. Het OM en niet meer de BAFin is vanaf dat moment de bevoegde autoriteit. Het kan verder onderzoek doen, seponeren (einstellen) of de zaak doorsturen naar de strafrechter ( 69 III OWiG). In het laatste geval vangt het gerichtliche Verfahren aan. Ook in het bestuurlijke Vorverfahren is de Strafprozeßordnung van belang. De BAFin beschikt bij Ordnungswidrigkeiten namelijk in de regel over dezelfde bevoegdheden als het Openbaar Ministerie in een strafproces. Om actief te kunnen worden, moet er dan ook een Anfangsverdacht in de zin van 152 StPO voorliggen. 47 De taakuitoefening is hier gekoppeld aan een normatief element. Is zo n verdenking er niet, dan kan men ook niet in het kader van een Ordnungswidrigkeitenverfahren actief worden. Daar staat tegenover dat de BAFin, met inachtneming van het strafprocesrecht, ook de beschikking heeft over strafvorderlijke dwangmiddelen als de doorzoekingsbevoegdheid. Dat alles is bepaald in 46 OWiG. Voor dit onderzoek is 46 OWiG van groot belang. Het zal hieronder nog meermaals aan de orde komen, deels omdat het ook informatie bevat over de bevoegdheden die de BAFin toekomen. Het luidt als volgt: (1) Für das Bußgeldverfahren gelten, soweit dieses Gesetz nichts anderes bestimmt, sinngemäß 44 Hoofdstuk Rosenkötter (2002), p Hoofdstuk Göhler, Vor 59 OWiG, rn. 28. Op de inhoud van het begrip Anfangsverdacht kom ik nog terug in paragraaf

14 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE die Vorschriften der allgemeinen Gesetze über das Strafverfahren, namentlich der Strafprozeßordnung, des Gerichtsverfassungsgesetzes und des Jugendgerichtsgesetzes. (2) Die Verfolgungsbehörde hat, soweit dieses Gesetz nichts anderes bestimmt, im Bußgeldverfahren dieselben Rechte und Pflichten wie die Staatsanwaltschaft bei der Verfolgung von Straftaten. (3) Anstaltsunterbringung, Verhaftung und vorläufige Festnahme, Beschlagnahme von Postsendungen und Telegrammen sowie Auskunftsersuchen über Umstände, die dem Post und Fernmeldegeheimnis unterliegen, sind unzulässig. 160 Abs. 3 Satz 2 der Strafprozeßordnung über die Gerichtshilfe ist nicht anzuwenden. ( ) (5) Die Anordnung der Vorführung des Betroffenen und der Zeugen, die einer Ladung nicht nachkommen, bleibt dem Richter vorbehalten. Die Haft zur Erzwingung des Zeugnisses ( 70 Abs. 2 der Strafprozessordnung) darf sechs Wochen nicht überschreiten. ( ) (7) Im gerichtlichen Verfahren entscheiden beim Amtsgericht Abteilungen für Bußgeldsachen, beim Landgericht Kammern für Bußgeldsachen und beim Oberlandesgericht sowie beim Bundesgerichtshof Senate für Bußgeldsachen. ( ) B) Taak en positie van de BAFin in de strafrechtspleging Ook ter zake van die feiten uit de Wertpapierhandelsgesetz waarvoor niet de BAFin, maar het OM bevoegd is, speelt de BAFin een rol. De rol van de BAFin in de strafrechtspleging verschilt op enkele essentiële punten van die van de AFM. Net als in Nederland hebben medewerkers van de BAFin geen opsporingsbevoegdheid. 48 Dat laat onverlet dat ze zeer betrokken zijn bij de strafrechtelijke handhavingsketen. Niet voor niets kent de BAFin hiervoor een aparte Querschnittabteilung Q3 (Integrität des Finanzsystems; zie boven). Die betrokkenheid uit zich op meerdere wijzen. Medewerkers van de BAFin zijn regelmatig aanwezig bij strafrechtelijke doorzoekingen en worden daarbij belast met de beoordeling van documenten (vgl. 40a WpHG). Vaak zal het OM bij de BAFin advies inwinnen. 49 Op BAFin en OM rusten bovendien wederzijdse melden kennisgevingsplichten, wanneer zich voor de taakuitoefening van de ander relevante feiten voordoen. Het meest belangrijk is hier echter de Anzeigepflicht en Fahndungspflicht die de BAFin heeft op het vlak van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie ( 4 V WpHG). De BAFin is aldus bij wet verplicht tot samenwerking met het OM. Een eigen afwegingsruimte, ingegeven door een vertrouwenspositie jegens haar onder toezicht gestelden, komt haar uitdrukkelijk niet toe. 50 Op zijn beurt is het OM op grond van het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel tot vervolging van strafbare feiten verplicht. Anders dan in het (punitieve) bestuursrecht, komt de BAFin hier geen beleidsruimte toe. De wetgever heeft hier de keuzes al ondubbelzinnig gemaakt. In het Ordnungswidrigkeitenverfahren geldt, in afwijking van de hoofdregel van 40 OWiG en anders dan in het strafprocesrecht, niet een plicht tot optreden bij het voorliggen van een verdenking van een beboetbaar feit (Legalitätsprinzip; Vgl. Wabnitz/Janovsky (2000), p e.v.; Nietsch (2003). 49 Wabnitz/Janovsky (2000), p e.v. 50 Dat is anders in Nederland; hoofdstuk

15 DUITSLAND II StPO), maar het opportuniteitsprincipe: of punitief optreden zinnig is, beoordeelt de BAFin nach pflichtgemäßem Ermessen ( 47 I OWiG). Ze kan ervoor kiezen met andere dan punitieve middelen op te treden of wellicht zelfs helemaal niet. Op dit punt is de BAFin dus relatief vrij. 51 Hoewel de wetgever zich aldus duidelijk heeft uitgesproken en de BAFin in die zin aanstuurt, is de aangifteplicht een niet onomstreden deel van de taakuitoefening van de BAFin. Een aantal auteurs ziet er namelijk een omzeiling van het strafprocesrecht in. De kern van de kritiek is dat de BAFin niet gebonden is aan het relatief nauw omschreven Duitse opsporingsbegrip ( 152 StPO), maar dat voor haar versoepelde criteria gelden. Bovendien rusten op financiële instellingen tal van meldplichten. Bestuursrechtelijke Massenfahndung leidt zo tot strafrechtelijke Verwertung von Zufallsfunden. 52 Daar zou echter tegenin kunnen worden gebracht dat Duitsland geen in het beurs- en effectenstrafrecht gespecialiseerde opsporingsdienst kent. De ondersteuning van de BAFin is in dat opzicht een welkome en wellicht zelfs onmisbare ondersteuning voor het OM. Ze heeft ook tot gevolg dat de BAFin, als administratieve autoriteit, gebruik maakt van de wederzijdse bijstand voor zaken die in andere landen al als opsporing zouden zijn bestempeld. Overigens wordt in 4 V WpHG alleen een aangifteplicht in het leven geroepen voor de feiten die in 38 WpHG strafbaar zijn gesteld. Voor andere strafbare feiten geldt dus het uitgangspunt dat de BAFin tot geheimhouding verplicht is, tenzij een andere wet, bijvoorbeeld de Strafprozeßordnung, tot verstrekking van gegevens verplicht. Daarop kom ik hieronder nog terug in paragraaf Ten slotte, het feit dat aangifte moet worden gedaan, wil niet zeggen dat na het doen daarvan de taak van de BAFin ophoudt. Deze kan het nodig achten ook zelf nog maatregelen te nemen in dezelfde zaak. Dat is toegestaan door 4 V en 40a WpHG. 53 Het eerste artikellid bepaalt dat de onderzoeksbevoegdheden van de BAFin ook na aangifte onaangetast blijven soweit dies für die Vornahme von Verwaltungsmaßnahmen oder zur Erfüllung von Ersuchen ausländischer Stellen ( ) erforderlich ist, op voorwaarde dat eine Gefährdung des Untersuchungszwecks von Ermittlungen der Strafverfolgungsbehörden oder der für Strafsachen zuständigen Gerichte nicht zu besorgen ist. Dit is een goed voorbeeld van parallel onderzoek en dus van sfeercumulatie in het financiële recht. 51 Overigens gaat ook het Ordnungswidrigkeitenrecht uit van het uitgangspunt dat er vervolgd wordt; Dannecker (1993), p Hierover Nietsch (2003); Assmann/Schneider (2003), 16 WpHG, rns en 20b WpHG, rns. 4-5 en 12-14; Schäfer (1999), 16 WpHG, rn. 3; Habetha (1996), p Park (2004), p

16 Cumulatie van procedures GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE Het feit dat de BAFin, gelijktijdig of consecutief, in meerdere procedures actief kan worden (Verwaltungsverfahren en Ordnungswidrigkeitenverfahren), maakt dat ook moet worden gekeken naar de verhoudingen tussen die procedures onderling. Is er een onderlinge rangorde tussen de procedures? Hoe wordt misbruik voorkomen? Immers, in wezen heeft de BAFin meerdere petten op: een bestuurlijke en een (quasi-)strafrechtelijke. Daaraan zijn voor de justitiabelen verschillende rechtsposities gekoppeld. In theorie kunnen zich drie gevallen van cumulatie voordoen. Denkbaar is een cumulatie van: 1. bestuursrecht en strafrecht in ruime zin (strafrecht of Ordnungswidrigkeiten); 2. bestuursrechtelijke procedures onderling (bijvoorbeeld gedragstoezicht en Insiderüberwachung), die ik hier verder laat rusten; 3. strafrechtelijke procedures (in ruime zin) onderling. Algemeen wordt aangenomen dat er wat betreft variant 1 geen onderlinge rangorde tussen de beide soorten procedures bestaat en dat bestuurlijk toezicht en punitieve trajecten parallel kunnen lopen. 54 De wetgever heeft het bij een samenloop van Ordnungswidrigkeitenverfahren en niet-punitieve procedures aan de BAFin gelaten om te bepalen welke aspecten van de zaak ze opneemt en welke ze laat rusten. Bij een samenloop met het strafrecht sensu stricto geldt doorgaans hetzelfde. Op grond van 4 V WpHG kan dan weliswaar met zekerheid worden gezegd dat de BAFin aangifte zal doen in het kader van de bestrijding van de handel met voorwetenschap en marktprijsmanipulatie, maar daarmee zijn de onderlinge verhoudingen tussen de procedures nog niet verduidelijkt. Ook in fiscalibus doet zich deze problematiek voor. Ze is daar veel meer uitgewerkt. Ik verwijs daarom verder naar paragraaf Een strikte scheiding van procedures is ook in de verhoudingen tussen het Ordnungswidrigkeitenrecht en het strafrecht in enge zin (variant 3) niet altijd mogelijk. De delictsomschrijvingen van Ordnungswidrigkeiten ook die van 39 WpHG kunnen inhoudelijk overlappen met andere strafbare feiten. De Duitse wetgever heeft voor die situaties voorzieningen getroffen. Bij gelijktijdige procedures gaat het daarbij om afwijkingen van de hoofdregel dat het bestuur bevoegd is voor de vervolging van Ordnungswidrigkeiten, bij na elkaar volgende strafrechtelijke en Ordnungswidrigkeitenprocedures zijn voorzieningen getroffen om te voorkomen dat iemand tweemaal voor hetzelfde feit wordt bestraft. In relatie tot strafrechtelijke onderzoeken geldt bij gelijktijdige procedures als hoofdregel dat de Ordnungswidrigkeitenprocedure wijkt voor de strafrechtelijke (Vorrang des Strafverfahrens). Hoewel de BAFin voor de bestuurlijke sanctionering de primair verantwoordelijke autoriteit is, neemt het Openbaar Ministerie soms die rol 54 Vgl. Assmann/Schneider (2003), 20b WpHG, rn. 54 e.v. 292

17 DUITSLAND over. 55 Zo is het Openbaar Ministerie van rechtswege exclusief bevoegd (primäre Zuständigkeit), wanneer een feit (Tat) dat het vervolgt tevens een Ordnungswidrigkeit oplevert ( 42 OWiG). Heeft het bestuur daarvoor aanwijzingen, dan moet het de zaak afgeven aan het Openbaar Ministerie ( 41 OWiG). 56 Dat geeft de zaak weer terug als het geen Strafverfahren inleidt ( 41 en 43 OWiG). In aanvulling hierop kan het Openbaar Ministerie tot het uitvaardigen van het Bußgeldbescheid de procedure ook overnemen (sekundäre Zuständigkeit). In dat soort gevallen is er geen sprake van hetzelfde feit (Tat), maar wel van samenhang met een strafrechtelijke zaak ( 42 OWiG). Het gaat bij het begrip Tat om het zogenaamde processuele feitsbegrip (vgl. 264 StPO): Gegenstand des Bußgeldverfahrens ist die Tat, dh ein bestimmter Lebensvorgang (ein geschichtliches Ereignis), innerhalb dessen der Betroffene einen Bußgeldtatbestand verwirklicht hat oder verwirklicht haben soll ( ). Der Tatbegriff ist mit dem des Art. 103 III GG identisch ( ). Die Ahndung der Tat kann danach nicht in mehreren Bußgeldverfahren oder in einem getrennten Bußgeldverfahren und einen Strafverfahren ( ) durchgeführt werden, weil dies dem Grundsatz ne bis in idem (Art. 103 III GG) widersprechen würde und zur Folge hätte, daß die erste rechtskräftige Entscheidung auch für andere Handlungen der Tat eine Sperrwirkung entfalten würde. Daarom geldt dat voor de beoordeling of een Tat het volgende: Die Handlungen müssen vielmehr nach dem Ereignis selbst innerlich so miteinander verknüpft sein, daß ihre getrennte Würdiging und Ahndung als unnatürliche Aufspaltung eines einheitlichen Lebensvorganges empfunden würde. Het moet dus gaan om zeitlicher, räumlicher und innerer Zusammenhang. 57 Als het OM besluit niet verder te vervolgen (Einstellung), zijn er meerdere situaties denkbaar. Zo kan het OM tegelijk de procedures ter zake van de Ordnungswidrigkeit als het strafbare feit einstellen. Een dergelijke mededeling bindt ook het bestuur, net als de mededeling van het OM dat het de Ordnungswidrigkeit niet zal vervolgen. Het OM moet soms op grond van bijzondere wetten het bestuur gelegenheid geven in zo n geval zich te uiten. Dat is ook zo op grond van 40a WpHG. Wil het bestuur de zaak toch opgenomen zien, dan heeft het daarvoor de toestemming van het OM nodig, omdat het anders diens taken uitholt. 58 Als het OM besluit alleen het strafbare feit niet te vervolgen, geeft het echter de zaak terug aan het bestuur ( 43 OWiG). Dat is mogelijk tot de rechterlijke procedure aanvangt. Ook wanneer er ter zake van een feit al eerder een geldboete (Bußgeld) is opgelegd, geldt het principe van de voorrang van de strafprocedure. Als er in een Ordnungswi- 55 In dat geval heeft het bestuursorgaan (BAFin) de positie die de politie in het strafrechtelijk opsporingsonderzoek inneemt: 63 OWiG. 56 Doet het dat niet, dan begaat het mogelijk zelf een strafbaar feit ( 258 StGB; Strafvereitelung); Dannecker (1993), p Göhler (1998), Vor 59, rn. 50 e.v.; Rosenkötter (2002), p. 131; Meyer-Goßner (2005), 264, rns. 1 e.v. 58 Göhler (1998), 40, rn

18 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE drigkeitenprocedure nog geen rechterlijk oordeel ligt, maar enkel een bestuurlijk Bußgeldbescheid, staat zo n Bescheid aan een tweede (straf)vervolging voor hetzelfde feit niet in de weg. Sterker nog, dat Bescheid wordt als het tot een strafrechtelijke procedure komt, opgeheven ( 86 I OWiG). Al betaalde boetes worden dan verrekend (Anrechnung). Dat is anders bij een voorafgaand onherroepelijk rechterlijk oordeel in een strafprocedure of een eerdere Ordnungswidrigkeitenverfahren. In zo n geval is een nieuwe vervolging voor een Ordnungswidrigkeit niet mogelijk ( 84 I OWiG). Ook een onherroepelijk rechterlijk oordeel in een Ordnungswidrigkeitenverfahren levert nebis-in-idemwerking op ( 84 II OWiG): een tweede strafrechtelijke vervolging is dan niet toegestaan. Dergelijke beslissingen zijn een vervolgingsuitsluitingsgrond; ze hebben Sperrwirkung De Belastingdienst (die Finanzbehörde) Algemeen De tweede autoriteit die hier aan de orde komt is de Belastingdienst. Deze organisatie is in meerdere opzichten een janusköpfige Behörde: ze bestaat niet alleen uit onderdelen die aan de bond én aan de deelstaten toebehoren, maar ze heeft meer nog dan de BAFin taken op het gebied van bestuursrecht én strafrecht. In het onderstaande wordt een schets gegeven van de organisatie van de Duitse fiscus en van de taken die hij vervult. 60 Ook de grondwettelijke regels op het gebied van de fiscaliteit zijn het product van een verdeling van verantwoordelijkheden tussen de bond en deelstaten. Op het vlak van de regelgevende bevoegdheid (jurisdiction to prescribe) hebben bond en de deelstaten bij de directe belastingen een concurrerende bevoegdheid, als de belastingopbrengsten geheel of ten dele de bond toekomen 61 of als voldaan is aan de voorwaarden van Art. 72, tweede lid, GG (Art. 105 II GG). De bond heeft inmiddels wetgeving uitgevaardigd op de voor dit onderzoek belangrijkste terreinen. Het gaat om de inkomstenbelasting (Einkommenssteuer), waaronder ook de belasting van rente en kapitaalopbrengsten (Kapitalertragsteuer) valt. Deze is geregeld in het Einkommenssteuergesetz/EStG. Ook normeerde de bond de vennootschapsbelasting (Körperschaftsteuer), die is geregeld in het Körperschaftsteuergesetz/KStG. Op formeel vlak heeft de bond ook wetgeving uitgevaardigd. De centrale regeling voor de belastingen die door bondsrecht zijn geregeld, is de Abgabenordnung 1977/AO. Voor dit onderzoek is het met afstand de belangrijkste centrale fiscale wet, met zowel voorschriften over fiscale controle, geheimhouding en informatie-uitwisseling, als over strafrechtelijke opsporing en vervolging. Uit artikel 1 van die wet blijkt dat ze van toepassing is op a) belastingen die op 59 Göhler, 84 OWiG, rns Zie hierover ook Jansen (2001), p Zie daarvoor Art. 106 GG. 294

19 DUITSLAND bondsniveau zijn geregeld en b) door de bond of deelstaten worden uitgevoerd. Dat geldt in het bijzonder ook voor de Einkommens- en Körperschaftsteuer. In het federale Duitse stelsel ligt, conform de hoofdregel (Art. 30 GG), het belangrijkste deel van de uitvoerende competentie (jurisdiction to enforce) op het vlak van de directe belastingen bij de deelstaten (Art. 108 GG). Wel heeft de federale wetgever zich in aanzienlijke mate met de aard en organisatie van de fiscale rechtshandhaving bemoeid. In de Finanzverwaltungsgesetz/FVG zijn daarover regels neergelegd, waaraan ook de deelstaten zich hebben te houden. Bovendien worden de deelstaten bij de uitvoering van de federale belastingen bijgestaan door een federale autoriteit, namelijk het Bundeszentralamt für Steuern/BZSt (vgl. Art. 108 IV GG) met belangrijke taken op het vlak van dit onderzoek. Uit de Finanzverwaltungsgesetz blijkt dat de fiscus is opgebouwd uit vier hiërarchische lagen en dat zowel op bondsniveau als op deelstaatniveau: er zijn oberste Behörde, Oberbehörde, Mittelbehörde en örtliche Behörde ( 1 en 2 FVG). 62 Voor dit onderzoek zijn het Bundeszentralamt für Steuern 63 (Oberbehörde van de bond) en de Finanzämter (örtliche Behörde van de deelstaten) de relevante autoriteiten. 64 Voor de Finanzämter vloeit hun relevantie voort uit het feit dat zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de in dit onderzoek relevante belastingregels (inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, et cetera) en dat bij hen ook de fiscaal-strafrechtelijke taken zijn neergelegd. 65 Dat alles kan worden afgeleid uit 17 FVG. De Finanzämter worden aangestuurd door de Oberfinanzdirektionen die bestaan uit zowel een bondsafdeling als een deelstaatafdeling (Doppelstellung des Oberfinanzpräsidenten). Daarmee wordt de eenheid van de belastingadministratie en wetshandhaving gewaarborgd. 66 De relevantie van het BZSt, dat sinds 1 januari 2006 de opvolger is van het Bundesamt für Finanzen/BfF, voor dit onderzoek blijkt uit 5 FVG, waarin zijn taken zijn neergelegd. Het BZSt is de verantwoordelijke autoriteit op het vlak van de internationale fiscale bijstand, zowel ter uitvoering van de Richtlijn 77/799 als de Spaarrenterichtlijn ( 5 I Nrs. 5 en 14 FVG). Het draagt soms ook zorg voor het verrichten van terugbetalingen en het verlenen van fiscale vrijstellingen (vgl. 5 I Nrs. 2, 12 en 14 FVG) en het neemt een deel van de controles ter plaatse (Außenprüfungen) bij grote ondernemingen, waaronder ook banken, voor zijn rekening ( 5 I Nr. 1 en 19 FVG). Het heeft van de zijde van de fiscus als enige toegang tot het bankenregister van 24c KWG, dat voor het 62 Ook de gemeenten (Gemeinden) vervullen fiscale taken. Geen van die taken is echter voor dit onderzoek relevant. De gemeenten blijven verder buiten beschouwing. 63 Zie ook: en meer in het algemeen: 64 Zie voor de Hessische fiscale autoriteiten: 65 Ook bij de Bond berusten strafrechtelijke taken, maar daarbij gaat het hoofdzakelijk om douanestrafrecht (Zollkriminalamt en Zollfahndungsämter). Dat blijft hier verder buiten beschouwing. 66 Schmidt-Bleibtreu/Klein (1999), p

20 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE fiscale bankgeheim van groot belang is en dat hieronder aan de orde komt ( 5 I Nr. 24 FVG). 67 De fiscus heeft net als de financiële toezichthouder taken op het vlak van de wetsuitvoering, de preventieve én de repressieve handhaving. Bij de uitvoering van zijn taken is 85 AO van groot belang. Dit artikel bevat de centrale taakstelling van de fiscale autoriteiten, namelijk het vaststellen en heffen van belastingen. Uit het artikel wordt, in combinatie met 86 en 88 AO, afgeleid dat voor de fiscale autoriteiten het opportuniteitsprincipe in plaats van het legaliteitsprincipe geldt. Het behoort tot het pflichtgemäße Ermessen van de fiscus of een fiscale procedure zal worden gevoerd of niet ( 86 AO). Die beoordelingsruimte wordt voor een belangrijk deel begrensd door de uit Art. 3 GG afgeleide plicht tot borging van de fiscale gelijkheid voor allen (Gleichmäßigkeit der Besteuerung). 68 Bovendien geldt er een ambtshalve plicht om de materiële waarheid te achterhalen ( 88 AO; Untersuchungsgrundsatz). In zoverre kunnen partijen geen afspraak maken over de feiten waartoe het geding zich zou moeten beperken. 85 AO luidt: Die Finanzbehörden haben die Steuern nach Maßgabe der Gesetze gleichmäßig festzusetzen und zu erheben. Insbesondere haben sie sicherzustellen, dass Steuern nicht verkürzt, zu Unrecht erhoben oder Steuererstattungen und Steuervergütungen nicht zu Unrecht gewährt oder versagt werden. 86 AO luidt: Die Finanzbehörde entscheidet nach pflichtgemäßem Ermessen, ob und wann sie ein Verwaltungsverfahren durchführt. Dies gilt nicht, wenn die Finanzbehörde auf Grund von Rechtsvorschriften 1. von Amts wegen oder auf Antrag tätig werden muss, 2. nur auf Antrag tätig werden darf und ein Antrag nicht vorliegt. 88 AO luidt: (1) Die Finanzbehörde ermittelt den Sachverhalt von Amts wegen. Sie bestimmt Art und Umfang der Ermittlungen; an das Vorbringen und an die Beweisanträge der Beteiligten ist sie nicht gebunden. Der Umfang dieser Pflichten richtet sich nach den Umständen des Einzelfalls. (2) Die Finanzbehörde hat alle für den Einzelfall bedeutsamen, auch die für die Beteiligten günstigen Umstände zu berücksichtigen. De ambtshalve onderzoeksplicht heeft als tegenhanger de medewerkingsplicht die op de belastingplichtigen en derden rust (vgl. 90 en 200 AO). 69 De Untersuchungsgrundsatz en de medewerkingsplicht zijn complementair: hoe meer zaken in de sfeer van de belastingplichtige liggen, hoe geringer de onderzoeksplicht. 70 Als de belastingplichtige of een derde bijvoorbeeld zijn medewerkingsplicht schendt, is dat voor zijn rekening en moet hij de nadelige consequenties bijvoorbeeld een voor hem 67 Infra paragraaf Miebach (1999), p ; BVerfGE 84, 239 (271). 69 Deze medewerkingsplicht reikt overigens niet verder dan de concrete verplichtingen die in de artikelen AO volgen; voor verdergaande maatregelen biedt artikel 90 AO (artikel 200 AO evenmin) geen basis; Klein (2003), 90 AO, rn Klein (2003), 88 AO, rn. 7 e.v. 296

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT Inleiding Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening 2006/2004

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

Het Belgisch una via-model in fiscale strafzaken

Het Belgisch una via-model in fiscale strafzaken Het Belgisch una via-model in fiscale strafzaken Een vervolging en een beteugeling langs één weg? Ragheno Business Park, Motstraat 30, 2800 Mechelen tel. 0800 40 300 fax 0800 17 529 www.kluwer.be info@kluwer.be

Nadere informatie

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

ALGEMENE WET BESTUURSRECHT ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Besluitvorming Toezicht Sancties Rechtsgebied bestuursrecht oktober 2011 Rechtsgebied bestuursrecht Verhoudingen tussen bestuursorgaan/belanghebbende - stelt het bestuur is staat

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC. TOEZICHT EN/OF OPSPORING Jan Willem van Veenendaal MEC. Rechtshandhavingsystemen Onderwerpen: Iets over Bestuursrechtelijke bevoegdheden De sfeerovergang Iets over Strafrechtelijke bevoegdheden Toezicht

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E ton.siedsma@bof.nl 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/08/2015

Datum van inontvangstneming : 28/08/2015 Datum van inontvangstneming : 28/08/2015 Vertaling C-404/15-1 Zaak C-404/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

INHOUD. Voorwoord... v. Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe... 1

INHOUD. Voorwoord... v. Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe... 1 INHOUD Voorwoord............................................................ v Hoofdstuk I. De toetsing van sancties door de rechter: algemeen kader Beatrix Vanlerberghe............................................

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit

Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Nederlandse Zorgautoriteit Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit over de wijze

Nadere informatie

Gedragscode Medewerkers Eumedion

Gedragscode Medewerkers Eumedion Gedragscode Medewerkers Eumedion Herzien op 19 december 2011 1. Definities Artikel 1 In deze Gedragscode wordt verstaan onder: Medewerkers: alle medewerkers van Eumedion, onafhankelijk van de duur waarvoor

Nadere informatie

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Het bankgeheim staat onder druk. Diverse staten, waaronder Zwitserland en Liechtenstein, verklaarden zich recent bereid om internationale

Nadere informatie

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen

Integraal Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen, 26 september 2012. Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen Bijlage VI Toelichting op de bestuursrechtelijke sanctiemiddelen 76 Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen De gemeente De Ronde Venen kan tegen overtreders met meerdere verschillende sanctiemiddelen, al dan

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 12932 29 juni 2012 Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 juni 2012, nr. AV/SDA/2012/10097,

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI EFFECTENSPECIALIST NIBE-SVV 1. Een beleggingsonderneming overtreedt meerdere regels uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Hieronder volgen twee beweringen over

Nadere informatie

Regeling privébeleggingstransacties

Regeling privébeleggingstransacties Versie 2014 Group Compliance Document information Title Regeling privébeleggingstransacties Author Version Date Maart 2014 Status Approved by MB File name Project code 1. Inleiding Robeco kan als vermogensbeheerder

Nadere informatie

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015

No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 ... No.W06.15.0231/III 's-gravenhage, 21 augustus 2015 Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2015, no.2015001243, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik

Over dit boek. Richtlijnen voor gebruik Over dit boek Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online

Nadere informatie

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA)

JC 2014 43 27 May 2014. Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) JC 2014 43 27 May 2014 Joint Committee Richtsnoeren voor de behandeling van klachten door de effectensector (ESMA) en de bankensector (EBA) 1 Inhoudsopgave Richtsnoeren voor de behandeling van klachten

Nadere informatie

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft wordt als volgt gewijzigd: CONSULTATIEVERSIE Besluit van ( datum), houdende wijziging van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft van 15 november 2006 in verband met regels met betrekking tot de bescherming

Nadere informatie

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding?

Wat was de aanleiding voor de AFM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? & wijzigingen Nrgfo Wft op het vlak van vermogensscheiding Wat was de aanleiding voor de FM om onderzoek te doen naar vermogensscheiding? Nationale ontwikkelingen in combinatie met nieuwe regelgeving als

Nadere informatie

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IIMIM III III II III IIII BM1401251 De raad van de gemeente Steenbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2014; gelet op: gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Mededeling van de Commissie. van 16.12.2014

Mededeling van de Commissie. van 16.12.2014 EUROPESE COMMISSIE Straatsburg, 16.12.2014 C(2014) 9950 final Mededeling van de Commissie van 16.12.2014 Richtsnoerennota van de Commissie over de tenuitvoerlegging van een aantal bepalingen van Verordening

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

Corporate Governance Charter

Corporate Governance Charter Corporate Governance Charter Dealing Code Hoofdstuk Twee Euronav Corporate Governance Charter December 2005 13 1. Inleiding Op 9 december 2004 werd de Belgische Corporate Governance Code door de Belgische

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 oktober 2000 (11.10) (OR. en) 12089/00 Interinstitutioneel dossier: 1999/0152 (COD) LIMITE EF 76 ECOFIN 269 CRIMORG 137 CODEC 744 NOTA van: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie

INTERVENTIEBELEID ALCOHOL, DRANK- EN HORECAWET

INTERVENTIEBELEID ALCOHOL, DRANK- EN HORECAWET INTERVENTIEBELEID ALCOHOL, DRANK- EN HORECAWET 1. DOEL Deze procedure beschrijft de lijn die door de gemeente Kaag en Braassem wordt toegepast om geconstateerde overtredingen van de Drank- en Horecawet

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1965 Nr. 80

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1965 Nr. 80 60 (1963) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1965 Nr. 80 A. TITEL Overeenkomst tussen de bevoegde Nederlandse en Duitse autoriteiten betreffende de toepassing van artikel 73,

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en de Inspectie voor de gezondheidszorg over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 C-260/13-1 Zaak C-260/13 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van

Nadere informatie

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Tien minuten voor een inhoudelijk verhaal over de voorgenomen modernisering strafvordering is niet veel, maar in een tijd waarin commentaren op beleid en

Nadere informatie

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht Naslagwerk Economie van Duitsland 8.1 Overzicht Het Duitse bankenstelsel is anders georganiseerd dan in de meeste andere landen. Naast een centrale bank, de Bundesbank, de reguliere zaken en retailbanken

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1993 Nr. 44 38 (1956) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1993 Nr. 44 A. TITEL Vierde Aanvullende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland bij het

Nadere informatie

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen

Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen Bijlage Bijlage Bestuursvoorstel Invoering bestuurlijke strafbeschikking voor waterschappen 1. Inleiding Als gevolg van de invoering van nieuwe wetgeving wordt aan de decentrale overheden, waaronder de

Nadere informatie

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten

de Koning > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Directie Financiele Markten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koning Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl Uw brief (kenmerk) Datum 24 september 2015 Betreft Nader rapport

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Algemene voorwaarden. Algemeen Artikel 1

Algemene voorwaarden. Algemeen Artikel 1 Algemene voorwaarden ALGEMENE LEVERINGS-, BETALINGS- EN UITVOERINGSVOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP DE RECHTSVERHOUDING TUSSEN OPDRACHTGEVER EN ADMINISTRATIEKANTOOR KAANDORP & MOOIJ Algemeen Artikel 1 1.

Nadere informatie

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op: - artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland Aanwijzingsbesluit toezicht en opsporing Delfland (kenmerk 1149572) Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland Gelet op het bepaalde bij of krachtens artikel 85 van

Nadere informatie

M.J.J.P. Luchtman, 'Grensoverschrijdende sfeercumulatie'

M.J.J.P. Luchtman, 'Grensoverschrijdende sfeercumulatie' 1 Inleiding 1.1 GRENSOVERSCHRIJDENDE SFEERCUMULATIE: EEN ILLUSTRATIE In de EU wordt in de regel gekozen voor indirecte handhaving. De daadwerkelijke uitvoering van de doelstellingen die voortvloeien uit

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA s-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 De raad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Borsele d.d. 21 mei 2012;

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 724 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met het kunnen vaststellen van tijdelijke voorschriften ter bevordering van ordelijke

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst

Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst Slim Vermogensbeheer B.V. Slimmer Vermogensbeheerovereenkomst DE ONDERGETEKENDEN: Deelnemer Na(a)m(en): Adres: Postcode en plaats: Land: Nederland hierna te noemen "Cliënt"; en 2. Slim Vermogensbeheer

Nadere informatie

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten

Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten Minimumeisen Gedragscode FORUMVAST 2013 Doel Leden van de FORUMVAST Belangenvereniging Aanbieders Vastgoedbeleggingsproducten (hierna:forumvast) zijn aanbieders van vastgoedbeleggingsproducten die zich

Nadere informatie

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten Inleidster Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten I: www.pellicaan.nl E: ellen.timmer@pellicaan.nl Kantoorintroductie Pellicaan Advocaten: Advocatuur nieuwe stijl Arbeidsrecht Ondernemingsrecht

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd:

De Minister van Financiën, Besluit: De Tijdelijke regeling invoering Wft wordt als volgt gewijzigd: Directie Financiële Markten Datum Uw brief (Kenmerk) Ons kenmerk 15 augustus 2007 FM 2007-01901 M Onderwerp Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling invoering Wft De Minister van Financiën, Gelet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 34 049 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten in verband met Verordening (EU) Nr. 1024/2013 van de Raad van 15

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur

mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Gemeenschappelijke Dienst Directie Juridische Zaken AJBZ mr. P.C. Cup mr.ing. C.R. van den Berg Kamer D0353 Directoraat-Generaal Milieu Interne postcode 880 Directie Strategie en Bestuur Telefoon 070 339

Nadere informatie

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met ontoegankelijkmaking van gegevens op het internet, strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen van gegevens

Nadere informatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Besluit van 15 juli 2008, houdende bepalingen met betrekking tot de reikwijdte van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, het vaststellen van indicatoren en het overdragen van

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

BNG Regeling melding (vermeende) misstand

BNG Regeling melding (vermeende) misstand Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 0703750750 www.bngbank.nl BNG Regeling melding (vermeende) misstand BNG Bank is een handelsnaam van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair gevestigd te Den Haag,

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Currence ideal B.V. B.V.Currence ideal B.V. TOELATINGSREGLEMENT ideal

Currence ideal B.V. B.V.Currence ideal B.V. TOELATINGSREGLEMENT ideal Currence ideal B.V. B.V.Currence ideal B.V. TOELATINGSREGLEMENT ideal Versie: 3.51 Datum: februari 2015 INHOUDSOPGAVE Artikel 1 Procedure... 3 Artikel 2 Aanvraagprocedure... 3 Artikel 3 Beoordelingsprocedure...

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord Afkortingen. vn xix

Inhoudsopgave. Voorwoord Afkortingen. vn xix Voorwoord Afkortingen vn xix Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding 1.2 Probleemstelling 1.3 Relevantie 1.4 Methode van onderzoek 1.5 Afbakening 1.6 Begripsbepalingen 1.7 Relevante regelgeving 1.8 Opbouw van het boek

Nadere informatie

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3 WET van 22 April 1939 houdende bepalingenbetreffende loterijen (G.B. 1939 no. 31), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij G.B. 1943 no. 119, S.B. 1980 no. 116, S.B. 1984 no. 92, S.B.

Nadere informatie

KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG

KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG 1. Algemeen In de Governancecode Woningcorporaties d.d. november 2006 wordt gesteld dat de directeurbestuurder ervoor zorgt dat werknemers zonder gevaar

Nadere informatie

REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V.

REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V. REGLEMENT VOORKOMING MARKTMISBRUIK Obligaties Koninklijke FrieslandCampina N.V. In dit Reglement worden een aantal termen regelmatig gebruikt in een bepaalde betekenis. Deze termen, waarvan de beginletter

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 12/03/2015

Datum van inontvangstneming : 12/03/2015 Datum van inontvangstneming : 12/03/2015 Samenvatting C-51/15-1 Zaak C-51/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND?

UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? UITLEVEREN OF VERVOLGEN IN NEDERLAND? W.R. Jonk, mr R. Malewicz en mr G.P. Hamer 1 Op 1 januari 2004 had het kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel 2 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd

Nadere informatie

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014

ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 ACM Werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 Autoriteit Consument en Markt ; Gelet op de artikelen 5:17 en 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 51 en 89 van de Mededingingswet,

Nadere informatie

FIU-Nederland. Sonja Corstanje-Maaskant Relatiebeheerder

FIU-Nederland. Sonja Corstanje-Maaskant Relatiebeheerder FIU-Nederland Sonja Corstanje-Maaskant Relatiebeheerder Inhoud FIU-Nederland Definitie witwassen. Van ongebruikelijk naar verdacht. Wat is een ongebruikelijke transactie? Kengetallen Toezichthouders Vragen

Nadere informatie

MiFID voor kredietinstellingen Een introductie

MiFID voor kredietinstellingen Een introductie MiFID voor kredietinstellingen Een introductie NVB MiFID conferentie 24 november 2006 Els Deerenberg Agenda Doel MiFID Regels voor kredietinstellingen - organisatie - cliëntenclassificatie - gedragsregels

Nadere informatie

Toepassingskader Bestuurlijke Strafbeschikking milieu (BSBm) in Drenthe

Toepassingskader Bestuurlijke Strafbeschikking milieu (BSBm) in Drenthe Bijlage 1 Toepassingskader Bestuurlijke Strafbeschikking milieu (BSBm) in Drenthe Voor de toepassing van de BSBm in Drenthe is een toetsingskader gemaakt waarin de kaders vermeld staan die gelden voor

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer,

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, KONINKRIJK BELGIE 1000 Brussel, Postadres : Ministerie van Justitie Waterloolaan 115 Kantoren : Regentschapsstraat 61 Tel. : 02 / 542.72.00 Fax : 02 / 542.72.12 COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE

Nadere informatie

Meldplicht(en) financiële ondernemingen

Meldplicht(en) financiële ondernemingen Meldplicht(en) financiële ondernemingen Meer dan alleen! augustus 2013 Meldplicht(en) financiële ondernemingen 1 Inleiding De Wet op het financieel toezicht (Wft) is een zeer brede wet waarin regels zijn

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015

Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten. 6 juli 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 6 juli 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES GEMEENTELIJK REGLEMENT GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES Zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van Hamme van 18 juni 2014. HOOFDSTUK 1: TOEPASSINGSGEBIED... 2 HOOFDSTUK 2: SANCTIES... 2 AFDELING 1:

Nadere informatie

Datum 16 januari 2012 Ons kenmerk TGFO-EHBo-11121046 Pagina 1 van 5. Betreft

Datum 16 januari 2012 Ons kenmerk TGFO-EHBo-11121046 Pagina 1 van 5. Betreft Aanbieders van financiële producten Datum 16 januari 2012 Pagina 1 van 5 Betreft Ketenbeheersing Geachte heer, mevrouw, In 2010 en 2011 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de ketenbeheersing van

Nadere informatie

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR

OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR OEFENEXAMEN INTEGRITEITSMODULE DSI FINANCIEEL ADVISEUR NIBE-SVV 1. Op welke wijze is te zien of een financieel adviseur professioneel handelt? A. Hij opereert dan onbaatzuchtig en deskundig. B. Hij behaalt

Nadere informatie

Wet financieel toezicht

Wet financieel toezicht Wet financieel toezicht Bijlage 3 Lijst van verkorte citeertitels Verwerkte publicaties Staatsblad Kamerstuk Naam nrs. 2006, nr. 475 29.708 Wet op het finaniceel toezicht 2006, nr. 605 30.658 Invoerings-

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk Uw kenmerk 2014Z17589 Betreft

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits

bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits bab.la Uitdrukkingen: Zakelijke correspondentie Bestelling Nederlands-Duits Bestelling : Bestelling plaatsen Wij overwegen de aanschaf van... Wir ziehen den Kauf von... in Betracht... Formeel, voorzichtig

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21459 31 juli 2014 Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Kansspelautoriteit, vastgesteld op grond van afdeling

Nadere informatie

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet

Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Sluitingsbeleid ex artikel 13b Opiumwet Juridisch kader Op basis van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en lijst II, dan wel

Nadere informatie

Beroepsgeheim, deontologie en antiwitwas

Beroepsgeheim, deontologie en antiwitwas 1. Magistraten, Revisoren en Advocaten: drie beroepen met zware vereisten van morele orde die hun oorsprong vinden In de deontologische regels sensu stricto In de beroepsregels In de disciplinaire bepalingen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2010 524 Beschikking van de Minister van Justitie van 14 september 2010 tot plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Loterijwet BES, zoals

Nadere informatie

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad

HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ gemeente Lelystad HANDHAVINGSVERORDENING WWB en WIJ Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)

Nadere informatie

Londen, 4 november 2004

Londen, 4 november 2004 Ref: lon-pa/031104/001 Londen, 4 november 2004 Mijnheer, Ik heb de eer te verwijzen naar de tekst van de voorgestelde Modelovereenkomst tussen de Regering van Anguilla en de Regering van het Koninkrijk

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: de natuurlijke persoon/personen of het orgaan

Nadere informatie