Euregionaal Bedrijventerrein fase II

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Euregionaal Bedrijventerrein fase II"

Transcriptie

1

2

3

4 Inhoudsopgave Toelichting Toelichting 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Begrenzing plangebied 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Algemeen 2.2 Nationaal beleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Regionaal beleid 2.5 Waterschapsbeleid (Inter-) gemeentelijke beleid Hoofdstuk 3 Plangebied 3.1 Algemeen 3.2 Bodem 3.3 Water 3.4 Natuur 3.5 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 3.6 Grondgebruik 3.7 Verkeer Hoofdstuk 4 Uitgangspunten 4.1 Algemeen 4.2 Behoefteonderzoek 4.3 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit Hoofdstuk 5 Algemene beschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Milieuzonering 5.3 Verkeer en parkeren 5.4 Ecologie 5.5 Waterparagraaf 5.6 Kabels en leidingen 5.7 Duurzaamheid Hoofdstuk 6 Milieuaspecten 6.1 Algemeen 6.2 Natuur 6.3 Geluid en luchtkwaliteit 6.4 Geur 6.5 M.e.r.-plicht 6.6 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 6.7 Externe veiligheid Hoofdstuk 7 Juridische visie 7.1 Algemeen 7.2 Regels 7.3 Beschrijving per bestemming Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Maatschappelijk 8.2 Economisch ontwerp bestemmingsplan

5 8.3 Handhaving bestemmingsplan 60 ontwerp 3

6 4 ontwerp bestemmingsplan

7 Toelichting bestemmingsplan ontwerp 5

8 6 ontwerp bestemmingsplan

9 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding In 1999 is het bestemmingsplan Euregionaal bedrijventerrein van kracht geworden. Dat plan heeft de uitbreiding van het bedrijventerrein t Goor in s-heerenberg in oostelijke richting mogelijk gemaakt. De gemeente heeft dit bestemmingsplan in 2007 herzien en in 2012 opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan Bedrijventerreinen Montferland. Op het euregionaal bedrijventerrein zijn overwegend bedrijven uit de sectoren transport en logistiek gevestigd. In de logistieke sector is een duidelijke tendens naar schaalvergroting en professionalisering zichtbaar. Dit vertaalt zich in grote hallen met een vrije hoogte van 12 tot 16 meter met grote overspanningen, veel laad- en loskaden, ESFR-sprinklerinstallatie, zeer vlakke betonvloeren met een hoog draagvermogen en bijbehorende, moderne, functionele kantoorruimten. De gemeente Montferland heeft de wens om het bestaande Euregionaal bedrijventerrein (EBT) te s-heerenberg met circa 34 hectare bruto uit te breiden ten behoeve van grootschalige transport- en logistieke bedrijven. Het nieuwe terrein moet in functioneel profiel aansluiten op het bestaande euregionale bedrijventerrein. De samenwerkende gemeenten (Montferland, Doetinchem, Oude IJsselstreek en Bronckhorst) hebben gekozen om een bedrijventerrein te ontwikkelen voor grootschalige bedrijven in de sectoren transport en logistiek. Met de realisatie van het nieuwe euregionale bedrijventerrein in combinatie met ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein in Doetinchem zetten de samenwerkende gemeenten in de West Achterhoek zich in voor behoud en uitbreiding van bedrijvigheid en werkgelegenheid in de regio. 1.2 Doelstelling Met onderhavig bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch kader geschapen om de aanleg van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein mogelijk te maken. De gemeenten Montferland, Doetinchem, Oude IJsselstreek en Bronckhorst en de provincie Gelderland werken samen op het gebied van ontwikkeling van werkgebieden. De ontwikkeling van fase II van het bedrijventerrein Euregionaal Bedrijventerrein te s-heerenberg maakt hier onderdeel van uit. 1.3 Begrenzing plangebied Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied aan de oostkant van de kern s-heerenberg. Het noorden van het plangebied wordt begrensd door de Meilandsedijk (N816). Het westen wordt direct begrensd door het bestaande Euregionale bedrijventerrein. Het zuiden grenst aan het Grenskanaal, tevens de lands-grens met Duitsland, en het oosten grenst aan een denkbeeldige lijn die op circa 100 meter ten oosten van de kruising Meilandsedijk met de weg 'Op den Dam' ligt. De ontwikkeling betreft fase II van het bedrijventerrein Euregionaal Bedrijventerrein te s-heerenberg en zal worden aangesloten op fase 1 van het bedrijventerrein Euregionaal Bedrijventerrein. De bruto oppervlakte van onderhavig plangebied bedraagt circa 34 hectare bruto. bestemmingsplan ontwerp 7

10 Figuur 1: Ligging plangebied 1.4 Vigerend bestemmingsplan Op de planlocatie vigeert het bestemmingsplan Buitengebied 2000, herziening 2002 van de voormalige gemeente Bergh, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 19 februari 2004 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Gelderland op 28 september 2004, nr. RE Binnen het plangebied zijn de gronden opgenomen met de bestemming Agrarisch gebied waarbinnen één bouwperceel is aangeduid. In de zuidwesthoek van het plan is een bosperceel voorzien van de bestemming multifunctioneel bosgebied. Binnen het plangebied is voorts nog een aanduiding 50 db(a) contour industrielawaai opgenomen. Daarnaast geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan Windturbines Netter-den-Azewijn, gemeente Montferland, vastgesteld op 26 mei 2011 en onherroepelijk geworden op 1 september De aanduiding milieuzone-windturbine ligt over het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Binnen deze zone zijn geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. De beoogde ontwikkeling van het terrein is binnen de vigerende bestemmingen van het bestemmingsplan Buitengebied 2000, herziening 2002 niet toegestaan. Derhalve dient het bestemmingsplan te worden herzien om bebouwing en het daaraan gekoppelde gebruik mogelijk te maken. 8 ontwerp bestemmingsplan

11 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit een aantal onderdelen. Allereerst worden de uitgangspunten en randvoorwaarden uit de geldende rijks- en provinciaal en regionaal beleid weergegeven (hoofdstuk 2). Daarna omvat hoofdstuk 3 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. De toekomstige ontwikkelingsrichting van het plangebied is het onderwerp van hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 en 6 beschrijven de milieuhygiënische situatie, waarbij ook de toets aan milieu- en waardenaspecten aan de orde komt. De juridisch-planologische vertaling hiervan staat centraal in hoofdstuk 7, waarbij een nadere toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen planregels wordt gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan, inclusief het overleg als bedoeld in artikel van het Besluit ruimtelijke ordening. bestemmingsplan ontwerp 9

12 10 ontwerp bestemmingsplan

13 Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Algemeen Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen het relevante beleidskader op het gebied van ruimtelijke ordening op rijks-, provinciaal en (inter-)gemeentelijk niveau voor de aan te leggen tweede fase van het euregionaal bedrijventerrein. 2.2 Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het Rijk gaat voor een selectievere inzet van het rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte gaat in op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds als ondergronds richting 2040 bepalen. Daarmee wil het Rijk werken aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. De economische ontwikkeling van Nederland concentreert zich steeds meer in de stedelijke regio's waar de meeste bedrijven en sectoren zijn gevestigd, het arbeidspotentieel het grootst is en kennis wordt ontwikkeld (onderzoek en onderwijs). In 2040 behoort Nederland tot de top 10 van meest concurrerende economieën van de wereld met een kwalitatief hoogwaardig vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers door een goede ruimtelijk-economische structuur. Dit betekent onder andere een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale bedrijven en een economische ontwikkeling die de concurrentiekracht versterkt, waarbij sterke stedelijke regio's zijn met een goede 'quality of life'. Het Grenskanaal maakt onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Daarmee wordt enkel deze watergang tot nationaal belang gerekend. In het bestemmingsplan is een passende bestemmingsregeling opgenomen om de ecologische waarden van het Grenskanaal veilig te stellen. De gronden waar ontwikkeling van het bedrijventerrein plaatsvindt behoren niet tot een gebied of project van nationaal belang. De ontwikkeling van het euregionaal bedrijventerrein zal een bijdrage leveren om de economische ontwikkeling van dit deel van Nederland te stimuleren. bestemmingsplan ontwerp 11

14 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Met het rijksbeleid legt het kabinet een grotere verantwoordelijkheid bij decentrale overheden. De uitvoering van het beleid ligt primair bij de gemeenten, terwijl voor de provincies een belangrijke kaderstellende, coördinerende en controlerende taak is weggelegd Ladder voor duurzame verstedelijking De SER-ladder is in algemene zin overgeheveld naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is per 1 oktober 2012 in artikel een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de 'ladder duurzame verstedelijking'). De eerste trede in deze ladder is een beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Hierbij kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. De beide vervolgstappen uit de genoemde ladder hebben betrekking op vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden en als dat niet mogelijk is op andere locaties, die vooral goed ontsloten moeten zijn. Toets aan de "ladder duurzame verstedelijking" en conclusie Trede 1: De ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein kan gezien worden gezien als een stedelijke ontwikkeling (artikel Bro). In paragraaf 4.2 is aangetoond dat sprake is van een actuele regionale behoefte van de ontwikkeling, zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Trede 2: Nu sprake is van een actuele regionale behoefte, zal deze, als het enigszins mogelijk is, in bestaand stedelijk gebied moeten worden gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg. Toets trede 2: De locatie voor de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein maakt geen onderdeel uit van het bestaande stedelijke gebied. Het terrein wordt specifiek ontwikkeld voor de logistieke sector. Deze bedrijven vragen om grote kavels en voldoende ontwikkelingsruimte. In het bestaande stedelijke gebied van de regio rond Montferland is binnen het stedelijke gebied een dergelijk groot terrein niet (voor herstructurering) beschikbaar. Trede 3: In trede 3 gaat het om stedelijke uitleg en wel op een zodanige locatie dat het uitleggebied (in potentie) multimodaal ontsloten is of kan worden. Toets trede 3: De locatie voor de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein sluit direct aan op het bestaande deel van het Euregionaal bedrijventerrein (stedelijke aanleg). Het terrein ligt aan de bestaande weg N816. Deze weg staat in verbinding met de A3 op Duits grondgebied en de A12, de verbindingsweg met Duitsland en één van de belangrijkste oost-west verbindingen in Nederland. De N816 wordt in de toekomst verbonden met de N316 waarmee er een directe verbinding ontstaat met de A18. Daarmee is het terrein (in 12 ontwerp bestemmingsplan

15 potentie) multimodaal ontsloten. Conclusie: de ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein voorziet in een actuele regionale behoefte en worden gerealiseerd als uitleggebied van het bestaande deel van het euregionaal bedrijventerrein. Het terrein is (in potentie) multimodaal ontsloten en voldoet daarmee aan trede 3 van de "ladder duurzame stedelijke ontwikkeling". 2.3 Provinciaal beleid Structuurvisie Gelderland 2005, kansen voor de regio's Als gevolg van de invoering van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 zijn provincies verplicht een ruimtelijke structuurvisie op te stellen met een uitvoeringsagenda. Het beleid zoals verwoord in de structuurvisie werd voorheen in het streeplan geformuleerd. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door het Streekplan 2005 (vastgesteld door Provinciale Staten op 29 juni 2005), waaruit het bestaande beleid is overgenomen. Om zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en stedelijke vernieuwing te stimuleren geldt als uitgangspunt dat de regio's een aanzienlijk deel van het bouwprogramma voor wonen en werken accommoderen in bestaand bebouwd gebied. De hoofddoelstelling van het Gelders ruimtelijk beleid voor de periode is om de ruimtebehoefte zorgvuldig in regionaal verband te accommoderen en te bevorderen dat publieke (rijk, provincie, gemeenten, waterschappen) en private partijen de benodigde ruimte vinden, op een wijze die meervoudig ruimtegebruik stimuleert, duurzaam is en de regionale verscheidenheid versterkt, gebruik makend van de aanwezige identiteiten en ruimtelijke kenmerken. Het provinciaal ruimtelijk beleid is selectief en spitst zich toe op de tweeledige provinciale ruimtelijke hoofdstructuur, bestaande uit het groenblauwe raamwerk en het rode raamwerk. In het groenblauwe raamwerk ligt het beleidsaccent op het beschermen en versterken van aanwezige kwetsbare waarden en belangen. In het rode raamwerk ligt het accent op ontwikkelingsbeleid in de sfeer van stedelijke functies en intensieve land- en tuinbouwteelten. Naast deze twee raamwerken zijn multifunctionele gebieden onderscheiden. Deze gebieden maken geen onderdeel uit van de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur. Vooral voor deze gebieden is het provinciale beleid globaal en beperkt. De provincie wil bijdragen aan het voldoen aan de ruimtelijke voorwaarden voor een succesvolle economische ontwikkeling. Dit betekent o.a. het voorzien in een aanbod aan bedrijventerreinen dat past bij de geraamde regionale behoefte. Duurzame kwaliteit, concentratie en bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik zijn hierbij kernbegrippen. Ook in het bedrijfsleven is sprake van voortgaande schaalvergroting. Clustering van diverse soorten bedrijvigheid in stedelijke gebieden vermindert de kwetsbaarheid voor economische conjunctuurbewegingen. Bij bundeling van werkfuncties valt onderscheid te maken naar de omvang van publieks-/werknemersstromen (= meer centrale, goed bereikbare locaties) en van goederenstromen (= ligging aan ontsluitende infrastructuur weg/water of op specifieke terreinen bijvoorbeeld in verband met milieuzonering). De tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein is een uitbreiding van het al bestaande grootschalige terrein. De tweede fase maakt eveneens grootschalige bedrijvigheid mogelijk en wordt via de provinciale wegen goed ontsloten op de nationale en internationale snelwegen. Daarmee voldoet het bedrijventerrein aan de verschillende uitgangspunten uit de provinciale structuurvisie. bestemmingsplan ontwerp 13

16 2.3.2 Structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties De Structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties (Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties, vastgesteld op 30 juni 2010) is een aanpassing van het beleid voor bedrijventerreinen van het in 2005 vastgestelde streekplan Gelderland. De opgave voor Gelderland is het realiseren van voldoende ruimte voor bedrijfsontwikkeling van de juiste kwaliteit op het juiste moment en het voorkomen van overschotten en leegstand. Dit betekent dat er maatwerk moet worden geleverd om terreinen met verschillende kwaliteiten te ontwikkelen en herontwikkelen. Afstemming van de planning bij de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen tussen de gemeentelijke overheden in een regio is daarom van groot belang. Gelderland is een provincie met een grote variëteit aan landschappen en haar identiteit wordt mede bepaald door regionale verscheidenheid. Deze kwaliteiten staan op verschillende plaatsen in de provincie onder druk. Regionale planning en afstemming van bedrijventerrein is een provinciaal belang. Daarvoor zullen de zes Gelderse regio's een Regionaal Programma Bedrijventerreinen moeten gaan opstellen. Dit document is het kader voor de regionale afstemming en planning van bedrijventerreinen. In paragraaf wordt nader ingegaan op de van toepassing zijnde Regionale Programma's Bedrijventerreinen. Uitgangspunt van dit beleid is dat er eerst optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande bedrijventerreinen voordat er nieuwe worden ontwikkeld. Voldoende ruimte voor bedrijvigheid blijft beleidsuitgangspunt, maar overschot aan bedrijventerrein moet worden voorkomen. Verder dienen de gemeenten om extra aandacht te besteden aan kwalitatieve aspecten, zoals een goede ruimtelijke inpassing, een zorgvuldige vormgeving en een zo laag mogelijke milieubelasting. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op de behoefte aan de uitbreiding van het euregionaal bedrijventerrein. Daarnaast investeert onder andere gemeente Montferland in de ruimtelijke kwaliteit van het nieuwe bedrijventerrein en zorgt voor een zorgvuldige inpassing van deze tweede fase Strategisch Uitvoeringsprogramma Logistiek en Goederenvervoer , 'Logistiek als Gelderse Motor'. Op 25 april 2012 hebben Provinciale Staten van Gelderland het Strategisch Uitvoeringsprogramma Logistiek en Goederenvervoer , 'Logistiek als Gelderse Motor' vastgesteld. In het uitvoeringsprogramma zet de provincie in op twee actielijnen met de volgende speerpunten: Actielijn 1: Voorzien in een goed uitgerust multimodaal vervoernetwerk Speerpunten: Ontwikkelen corridor Rotterdam-Europese Achterland Versterken waterinfrastructuur Benutten van de Betuweroute Actielijn 2: Versterken logistiek als economische sector Speerpunten: Innovatie en kennisdeling Realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat Arbeidsmarktbeleid: ondersteunen van regionale samenwerkingsprojecten tussen onderwijs en bedrijfsleven Branding en profilering van logistieke hotspots in Gelderland Bevordering van slimme en schone logistiek In het uitvoeringsprogramma wordt ingezet op het stimuleren en versterken van de logistiek als economische sector, het benutten van de strategische ligging van Gelderland tussen de mainport van de Rotterdamse haven en het Duitse Ruhrgebied en het versterken van de corridor A15, Waal en Betuwe-route. 14 ontwerp bestemmingsplan

17 Onder het speerpunt 'realiseren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat' is gesteld dat een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor logistieke bedrijven nodig is om de internationale concurrentiepositie van Nederland en Gelderland in het bijzonder, te versterken. Daarbij wordt een aantal bedrijventerreinen in Gelderland, waaronder het Euregionaal bedrijventerrein in 's-heerenberg, nadrukkelijk geprofileerd als logistieke clusters Ruimtelijke verordening Gelderland De provincie Gelderland heeft de Ruimtelijke Verordening Gelderland (Ruimtelijke verordening Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten op 15 december 2010 en sindsdien twee maal gewijzigd) vastgesteld. In deze verordening zijn regelingen opgenomen waarvan Provinciale Staten van mening zijn dat de provincie verantwoordelijk is voor de doorwerking daarvan. Op 27 juni 2012 volgde een eerste herziening en op 19 december 2012 is een tweede herziening vastgesteld. Ten aanzien van bedrijventerreinen wordt in de verordening gesteld dat de bestemming tot bedrijventerreinen alleen mogelijk kan worden gemaakt indien die ontwikkeling niet in strijd is met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde en in het Provinciaal Blad gepubliceerde, regionale afspraken ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen. Specifiek voor Regionale bedrijventerreinen, waarvan in het onderhavige geval sprake is, wordt gesteld dat op regionale bedrijventerreinen de mogelijkheid van vestiging van bedrijfsfuncties uit milieucategorie 1 en 2 en bedrijfsfuncties die gemengd kunnen worden met andere functies, worden uitgesloten. De regels sluiten vestiging in de milieucategorieën 1 en 2 op het euregionaal bedrijventerrein uit. Tevens is er geen mogelijkheid tot functiemenging. Het plan voldoet daarmee aan de ruimtelijke verordening Reconstructieplan Bij besluit van 23 februari 2005 hebben Provinciale Staten van Gelderland het reconstructieplan "Achterhoek en Liemers" vastgesteld. Dat plan is bij besluit van 5 april 2005 goedgekeurd. Bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 januari 2007 is het plan voor zover hier van belang onherroepelijk geworden. Het reconstructieplan is gebaseerd op de Reconstructiewet concentratiegebieden van De doelstelling van de Reconstructiewet is het geven van een positieve impuls aan zowel de agrarische structuur, alsmede aan de kwaliteit van natuur, bos, landschap, recreatie, water en milieu door een wijziging van inrichting van de concentratiegebieden in Nederland, de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland. Het gebied van het reconstructieplan is ingedeeld in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden. Het gebied rond Azewijn is in het kader van het reconstructieplan aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied (LOG). Het betreft qua oppervlakte één van de grootste LOG's van de provincie Gelderland en is gesitueerd op het grondgebied van de gemeenten Montferland en Oude IJsselstreek. In onderstaande afbeelding is de begrenzing van het LOG Azewijn, met daarin de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein, aangeduid. bestemmingsplan ontwerp 15

18 Voor het LOG is een gebiedsvisie geformuleerd. De gebiedsvisie draagt bij aan een proactieve benadering van de opgave voor de ontwikkeling van het LOG. Door middel van de gebiedsvisie wordt vanuit verschillende invalshoeken beargumenteerd waar nieuwe intensieve veehouderijen in het LOG kunnen worden toegestaan. Daarnaast zijn landschappelijke voorwaarden opgenomen om te komen tot een inpassing van nieuwe bedrijven en uitbreiding van bestaande bedrijven. Op basis van de gebiedsvisie is een bestemmingsplan vastgesteld, welk besluit echter door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 23 januari 2013 is vernietigd omdat het plan geen begrenzing bevat van het aantal intensieve veehouderijen dat zich kan vestigen en kan doorgroeien in het LOG op het grondgebied van de gemeente. Aangezien in het gemaakte plan-mer de mogelijkheden waren gemaximaliseerd, sluit het bestemmingsplan niet uit dat de aantallen, die in het kader van het plan-mer zijn onderzocht, kunnen worden overschreden. De uitbreiding van het bedrijventerrein gaat ten koste van een deel van het LOG. Dat gegeven heeft geleid tot onthouding van goedkeuring van de provincie van het Regionale Plan van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, voor zover daarin een zoekzone is opgenomen voor uitbreiding van het Euregionale Bedrijventerrein. Niettemin heeft de provincie aangegeven bereid te zijn onder een aantal voorwaarden medewerking te verlenen aan de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein, waaronder de voorwaarde tot compensatie van het LOG. Die compensatie is gevonden in de omgeving Broekweg-Maatweg. In bovenstaande afbeelding is het compensatiegebied begrensd met een rode stippellijn. Het compensatiegebied is onderdeel van de gebiedsvisie. Hieruit is gebleken dat het compensatiegebied zich zowel vanuit ruimtelijk als landschappelijk oogpunt goed leent voor vestiging van intensieve veehouderij. Daarnaast is met ingang van 14 mei 2013 de ontwerp omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland ter inzage gelegd. In de stukken stelt de provincie dat specifiek voor de niet-grondgebonden landbouw de reconstructiezonering op hoofdlijnen blijft gehandhaafd: Extensiveringszones; Landbouwontwikkelingsgebieden; Verwevingsgebieden. Het zoneringsbeleid wordt geactualiseerd, waarbij er geen ruimte wordt geboden voor nieuwvestiging van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven. In landbouwontwikkelingsgebieden is een afronding van de lopende verplaatsingsgevallen aan de orde, aldus de ontwerp ontwikkelingsvisie. Met deze wijzigingen sorteert de provincie voor op de toekomst, waarin de verschillen tussen de aanpak van extensive-rings-, verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden verdwijnen. In de verordening wordt gesteld dat in 16 ontwerp bestemmingsplan

19 bestemmingsplannen voor LOG's nieuwvestiging van niet-grondgebonden bedrijven niet wordt toegestaan, m.u.v. bedrijven die voor 14 mei 2013 een concreet verzoek tot vestiging hebben ingediend, waarvan in Montferland geen sprake is. Daarmee is de aanwezigheid van het landbouwontwikkelingsgebied geen belemmering voor het bestemmingsplan. 2.4 Regionaal beleid Regionaal Plan Stadsregio Arnhem-Nijmegen Het Regionaal Plan Stadsregio Arnhem-Nijmegen is in 2007 door het College van Gedeputeerde Staten goedgekeurd als regionaal (structuur)plan voor de regio, waarbij aan de opgenomen uitbreiding van Euregionaal bedrijventerrein in de gemeente Montferland goedkeuring werd onthouden. Met het document is het ruimtelijk beleid voor de lange termijn (tot 2020) vastgesteld, onder andere voor economie. Het beleid is er onder andere op gericht om het economische vestigingsklimaat in (inter)nationaal perspectief te versterken. Benoemd is onder andere om de grensoverschrijdende samenwerking te intensiveren voor andere economische activiteiten, zoals de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de A12-zone tussen Arnhem en Emmerik. In het Regionaal Plan is ruimte opgenomen voor de uitbreiding van regionale bedrijventerreinen die ontwikkeld dienen te worden op basis van de principes van zorgvuldig ruimtegebruik. Bij het bepalen van het te realiseren oppervlak in deze nieuwe uitleglocaties is gebruik gemaakt van de SER-ladder. De stadsregio zal in de concentratiegebieden voor regionale bedrijventerreinen (o.a. de A12-zone) het voortouw nemen om te komen tot bovenlokale gebiedsvisies (samen met grondgebiedgemeenten) waarbinnen segmentering, fasering, uitgifte en landschappelijke inpassing thema's zullen zijn. Het Euregionaal Bedrijventerrein is in het Regionaal Plan concreet benoemd als zoekgebied regionaal bedrijventerrein voor transport en logistiek. Echter is hieraan goedkeuring onthouden. Met de vaststelling van het Regionaal Programma Bedriventerrein voor de Stadsregio Arnhem-Nijmegen is het Regionaal Plan voor de stadsregio achterhaald. In het Regionaal Programma is het Euregionaal bedrijventerrein benoemd als concrete locatie om de logistieke vraag binnen de stadsregio op te vangen. Daarover zijn met de stadsregio en provincie Gelderland concrete afspraken gemaakt. bestemmingsplan ontwerp 17

20 2.4.2 Regionaal Programma Bedrijventerreinen Stadsregio Arnhem-Nijmegen en Regio Achterhoek In het Regionaal Programma Bedrijventerrein (RBP) Stadsregio Arnhem-Nijmegen is beleid geformuleerd om voldoende ruimte te bieden voor bedrijfsontwikkeling van juiste kwaliteit en overaanbod en leegstand te voorkomen. Binnen de Stadsregio Arnhem-Nijmegen worden drie subregio's onderscheiden. De gemeente Montferland is onderdeel van de A12-zone. De economische dynamiek vindt voornamelijk plaats binnen de drie subregio's. Voor een beperkt aantal onderwerpen zijn afspraken op stadsregio niveau gemaakt en niet per subregio. Het gaat daarbij onder andere om afspraken met betrekking tot de vestigingslocaties voor logistiek. In het EPO voor de stadsregio is de A12-zone benoemd als logistieke hotspot en zal daarmee extra logistieke aantrekkingskracht hebben op nieuwe logistieke vestigingen in de regio. De A12-zone is daarbij benoemd als vestigingslocatie voor logistieke bedrijven. In het RBP Stadsregio Arnhem-Nijmegen is benoemd dat de gemeente Montferland een logistieke rol vervult voor deze stadsregio. Voor het Euregionaal Bedrijventerrein is 10 hectare gereserveerd om de extra logistieke vraag voor de stadsregio op te kunnen vangen. Het is echter op formele gronden niet mogelijk om deze 10 hectare in de vraag-aanbod cijfers van de A12-zone mee te nemen, deze 10 hectare zijn onderdeel van het RPB van de regio Achterhoek West. Op 19 december 2011 is voor de regio Achterhoek het Regionaal Programma Bedrijventerreinen vastgesteld. De regio en provincie hanteren als vertrekpunt voor de beleidsambitie Transport een extra vraag van 15 hectare als vertrekpunt. Het 'harde' planologische aanbod bedraagt 113 hectare in West-Achterhoek (van een totaal aan 169,2 hectare in de gehele Achterhoek). Er is een totale vraag van 184,5 hectare. Dat betekent concreet dat er nog maar beperkte behoefte is aan nieuwe terreinen. In de West-Achterhoek zijn 16 hectare aan plannen bevroren. De regio kiest er onder andere voor om de ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein mogelijk te maken. Bovenop de modelmatige uitbreidingsvraag en vervangingsvraag voor onder andere transport en logistiek verwacht de regio op het Euregionaal bedrijventerrein additioneel 10 hectare extra uit te kunnen geven aan bedrijven in deze sector. Bij de ontwikkeling van het Euregionaal bedrijventerrein werkt de provincie nauw samen met de gemeenten. Positieve opbrengsten uit nieuwe ontwikkelingen worden toegevoegd aan het regionaal HRT-fond en aangewend ter verevening van kosten voor herstructurering, revitalisering en transformatie. 18 ontwerp bestemmingsplan

21 2.5 Waterschapsbeleid Watervisie 2030 Op 7 mei 2013 heeft het Algemeen Bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel de Watervisie 2030 vastgesteld. Met de visie wordt duidelijk gemaakt maken hoe het waterschap om wil gaan met actuele ontwikkelingen die invloed hebben op het water aangaande vier aspecten: klimaatverandering, duurzaamheid, informatisering en sociaal-economische trends. De richting die met de Watervisie 2030 wordt gekozen wordt concreet uitgewerkt in het volgende Waterbeheerplan Het streefbeeld voor 2030 is dat elk stroomgebied klimaatbestendig wordt beheerd. Duidelijk is welk beschermingsniveau per gebied wordt gehanteerd voor het opvangen van piekafvoeren. Ook is er een strategie opgesteld voor het omgaan met water in gebieden die gevoelig zijn voor droogte. De inrichting, het peilbeheer en het onderhoud is op het niveau van stroomgebieden nauw op elkaar afgestemd, ook met de Duitse waterbeheerders. De ecologische kwaliteiten van het watersysteem - flora, fauna en chemie - zijn verder verbeterd. Kansen op het verbinden van het watersysteem met maatschappelijke activiteiten worden optimaal benut. De aanleg van het euregionaal bedrijventerrein maakt het mogelijk om de ecologische kwaliteiten van het Grenskanaal verder te benutten. Bij de inrichting van de aangrenzende zone langs het Grenskanaal worden de wensen uit het streefbeeld zo goed mogelijk vertaald Waterbeheerplan Het waterbeheerplan beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van Waterschap Rijn en IJssel. Het plan geeft aan welke doelen het Waterschap nastreeft en met welke aanpak men dat wil bereiken. Bij ruimtelijke planvorming willen waterschappen in een vroegtijdig stadium op een pro-actieve wijze betrokken worden om waterbelangen te waarborgen. Waterschap Rijn en IJssel heeft de functiekaart van de provincie Gelderland vertaald in beleidsdoelen en maatregelen. Het is belangrijk dat de beleidsdoelen en de (on)mogelijkheden van het waterbeheer, voldoende worden belicht in de gemeentelijke bestemmingsplannen en dat de ruimtelijke ontwikkelingen mede daarop worden afgesteld. Het Waterschap streeft ernaar dat in de gemeentelijke bestemmingsplannen niet alleen watergangen als zodanig worden opgenomen maar dat ook het ruimtelijk gebruik van gronden in de omgeving wordt afgestemd op de te behalen doelen in waterbeleid en -beheer. Daarbij is advies en overleg mogelijk om samen te zoeken naar de kansen die water kan beiden voor de ruimtelijke ontwikkeling. Met onderhavig bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Bij de inrichting van het gebied is nauw overleg gevoerd met het Waterschap. In onder andere paragraaf 5.6 wordt inzicht gegeven in het toekomstig watersysteem op het terrein en het overleg wat met het Waterschap daarover heeft plaatsgevonden. Daarmee voldoet het plan aan het in het Waterbeheerplan geformuleerde beleid. bestemmingsplan ontwerp 19

22 2.6 (Inter-) gemeentelijke beleid Structuurvisie Montferland In 2009 is een structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Montferland, buiten de bebouwde kommen vastgesteld. De structuurvisie heeft als doel het samenbrengen en actualiseren van bestaande visies (met name structuurvisie Bergh en structuurvisie Didam) en andere beleidsdocumenten in een nieuwe visie. Daarnaast moet de structuurvisie het gevestigde voorkeursrecht voor enkele uitbreidingslocaties, waaronder de uitbreiding van het Euregionale Bedrijventerrein in 's-heerenberg, bestendigen. Het bedrijventerrein EBT, fase II is als 'uitbreiding bedrijventerrein' in de structuurvisie benoemd Intergemeentelijke samenwerking RBT / EBT Samenwerking West-Achterhoek In de West Achterhoek hebben de gemeenten Oude IJsselstreek, Bronckhorst, Doetinchem en Montferland een samenwerkingsverband voor de gezamenlijke realisatie en herstructurering van bedrijventerreinen. De samenwerking heeft betrekking op de realisatie van twee nieuwe regionale bedrijventerreinen en de herstructurering van 30 lokale bedrijventerreinen. De nieuwe terreinen zijn het A18 Bedrijvenpark bij Wehl en het Euregionaal Bedrijventerrein EBT, bij 's-heerenberg. De lokale terreinen worden niet verder toegelicht. Achtergrond van de samenwerking In de regio Achterhoek zijn meerdere regionale bedrijventerreinen in ontwikkeling. Gemeente Doetinchem was bezig met de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijven Terrein Wehl, het huidige A18 Bedrijvenpark en gemeente Montferland met het Euregionaal Bedrijventerrein in 's-heerenberg. Omdat het hier gaat om regionale terreinen, die niet alleen de bedrijven uit Doetinchem of Montferland moeten bedienen, maar ook een opvangplaats moet worden voor de regionale bedrijven, is samenwerking gezocht met de buurgemeenten. Na een periode van verkenning van de vorm waarin de samenwerking geconcretiseerd kan worden, is een samenwerkingsovereenkomst getekend. Belangrijkste onderdelen van de samenwerking zijn dat er gezamenlijk risicodragend in de ontwikkeling van de twee regionale bedrijventerreinen wordt geparticipeerd én dat de opbrengsten daarvan worden gestort in het HRT-fonds. Dit Herstructurerings-, Revitaliserings- en Transformatiefonds is bedoeld voor de financiering van toekomstige verbeteringen en transformatie van bedrijventerreinen in de West Achterhoek. Door de aanleg van nieuwe terreinen, het verbeteren van de bestaande terreinen en een intensieve bestuurlijke en ambtelijke samenwerking tussen de gemeenten, willen de gemeenten in West Achterhoek nu en in de toekomst voor goede huisvestingslocaties voor 20 ontwerp bestemmingsplan

23 haar bedrijven zorgen. Belangrijkste doelstelling is het vasthouden van de werkgelegenheid door het kunnen aanbieden van passende en goed gefaciliteerde huisvestingsmogelijkheden. Daarbij wordt eveneens de landschappelijke kwaliteit van de regio op peil gehouden door het voorkomen van versnippering en wildgroei van kleinere lokale terreinen. In september 2010 heeft Provincie Gelderland subsidie verleend aan het HRT-Fonds West Achterhoek. De subsidie van 10 miljoen is bedoeld als bijdrage in de herstructurerings-, revitaliserings- en transformatiekosten van de projecten die gekoppeld zijn aan de samenwerking. Per gemeente zijn concrete voorstellen voor het verbeteren van de situatie op de bedrijventerreinen gedaan. Inrichting van de samenwerking, de hoofdlijnen De inhoudelijke organisatorische aspecten van de samenwerkingsovereenkomst kunnen in het kort als volgt worden beschreven: Er is een Stuurgroep West Achterhoek, die als opdrachtgever fungeert voor de samenwerking. In deze Stuurgroep hebben de wethouders van de gemeenten zitting die de bedrijventerreinen in portefeuille hebben. De Stuurgroep geeft sturing aan de realisatie van de nieuwe en te herstructureren bedrijventerreinen en geeft de grondgebiedgemeenten zwaarwegende adviezen mee bij de besluiten die zij hierover moeten nemen. De Stuurgroep heeft een Programmamanager die als dagelijks aanspreekpunt en secretaris optreedt. De programmamanager heeft als taak om objectief toe te zien op de ontwikkelingen binnen de samenwerking. Hij kan knelpunten signaleren en zo nodig via inbreng van stukken in de Stuurgroep, knopen laten doorhakken. De programmamanager maakt ook deel uit van het interregionale Marketing & Acquisitie team. In dit team worden de contacten met de bedrijven met huisvestingsvragen besproken en wordt gezamenlijk bekeken hoe hier vanuit het perspectief van bedrijf en gemeenten het beste kan worden omgegaan. De realisatie van de nieuwe terreinen en de uitvoering van de herstructureringen en revitaliseringen wordt uitgevoerd binnen de betrokken gemeentelijke organisaties en structuren. Er is geen bijzondere 'samenwerkingsorganisatie' opgericht om nieuwe of bestaande terreinen onder te brengen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat gemeenten Doetinchem en Montferland als grondgebiedgemeenten een eigen projectleider voor de betreffende terreinen hebben. Verder worden daar ook de nodige formele (raads-) besluiten conform de Gemeentewet genomen. Over de inhoud van deze besluiten geeft de Stuurgroep advies. Activiteiten Marketing & Acquisitieteam Binnen de samenwerking vervult het M&A team een belangrijke rol. Het vasthouden van werkgelegenheid voor de regio door (onder meer) het bieden van goede huisvestingslocaties, wordt binnen dit team vormgegeven. Acquisitie en profilering Voor de regionale terreinen A18 Bedrijventerrein en EBTIs een duidelijk onderscheid gemaakt tussen, grootschalige (internationale) logistiek en de overige activiteiten. De grootschalige logistiek zal op het EBT worden gevestigd. De overige bedrijvigheid zal naar het A18 terrein worden begeleid. Bij uitzondering kan de Stuurgroep afwijken van deze specifieke profilering van de terreinen. Het Euregionaal Bedrijventerrein in 's-heerenberg is nog in ontwikkeling. Onderdeel daarbij is dat in overleg met de mogelijke kopers wordt bekeken op welke wijze het terrein het best kan worden ingericht. Deze werkwijze vergroot de functionaliteit van het terrein. Daarbij raakt ook de koper op een goede manier betrokken bij de ontwikkeling. SER-ladder toepassing Het toepassen van de SER-ladder is een belangrijke, maar toch ook niet altijd eenvoudige opgave. De afweging tussen hergebruik van bestaand of verkoop van nieuw leidt soms tot een spagaat. Gezamenlijke PR De samenwerkende West Achterhoekse gemeenten treden als één partij naar buiten op de verschillende events en bijeenkomsten. Vestiging in de (West-) Achterhoek staat daarbij voorop en alle medewerkers kunnen de terreinen toelichten. Natuurlijk wordt de feitelijke bestemmingsplan ontwerp 21

24 detaillering en uitwerking van de aanbieding lokaal opgepakt. Samenwerkingsconvenant met Emmerik Een van de verkoopargumenten van de terreinen in de West Achterhoek, is de nabijheid van de haven en railaansluiting bij Emmerik (D). Om hier steviger vorm aan te geven is eind 2011 een Convenant ondertekend waarbij deze samenwerking wordt benadrukt en waarbij afspraken zijn gemaakt over de verdere versterking van het wederzijdse nut. Zo is de haven en het spoor vanuit het EBT in 's-heerenberg zeer nabij en kan hiervan goed gebruik worden gemaakt. In de PR voor het EBT worden dergelijke aspecten ook meegenomen. Mede als gevolg van het convenant trokken in 2012 Emmerik en 's-heerenberg af en toe samen op richting logistieke markten. Investeerder en grote logistieke ondernemers moeten de regio zien als vestigingslocatie. Dat is in het belang van zowel 's-heerenberg als Emmerik. 22 ontwerp bestemmingsplan

25 Hoofdstuk 3 Plangebied 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt een beeld gegeven van de huidige situatie. Ingegaan wordt onder andere op de ontstaanswijze, de wegen-, groen-, water- en bebouwingsstructuur. Omgeving plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van s-heerenberg en is in gebruik geweest als agrarisch productiegebied. Direct ten westen van het plangebied ligt het bestaande Euregionale bedrijventerrein. Het plangebied wordt daar direct op aangesloten. Hierdoor ontstaat er binnen de bebouwde kom van s-heerenberg een aaneengesloten bedrijventerrein (bedrijventerrein De Immenhorst, bedrijventerrein t Goor en bedrijventerrein Euregionale bedrijventerrein fase I en II). Dit draagt bij aan een heldere ruimtelijk-functionele opbouw van de bebouwde kom. Ter hoogte van het plangebied liggen langs de Meilandsedijk enkele (voormalige) agrarische bedrijfswoningen met bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied grenst direct aan de grens met Duitsland en het Grenskanaal. Grenskanaal De zuidrand van het bedrijventerrein wordt gevormd door het Grenskanaal. Dit kanaal is geomorfologisch van belang. Het betreft een oude riviermeander. In het landschapsbeeld manifesteert deze waterloop zich op een bescheiden wijze. Plangebied Het plangebied bestaat momenteel uit agrarische gronden en één agrarisch bedrijf met agrarische bedrijfsgebouwen, inclusief een bedrijfswoning. Vrijwel alle gronden binnen het plangebied behoren bij deze boerderij. De boerderij met behorende grond is in zijn geheel aangekocht en alle opstallen worden gesloopt. bestemmingsplan ontwerp 23

26 3.2 Bodem In het kader van de bestemmingsplanprocedure vormt de bodemkwaliteit bij ontwikkelingen van ruimtelijke functies een belangrijke afweging. Er heeft dan ook een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Hieronder wordt enkel de conclusie van dit onderzoek weergegeven. De volledige rapportage is een separate bijlage bij dit bestemmingsplan. Conclusies Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is het plangebied als 'onverdacht' beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van het onbebouwde gebied zeer plaatselijk licht verontreinigd is met cadmium, nikkel en PAK. De ondergrond is zeer plaatselijk licht verontreinigd met kobalt en nikkel. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium en zeer plaatselijk licht verontreinigd met dichloormethaan en xylenen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van het bebouwde gebied plaatselijk licht verontreinigd is met minerale olie. In de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (berekende) achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met barium en plaatselijk licht verontreinigd met naftaleen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond kunnen wel bij grondafvoer beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik van de grond omdat dan veelal andere normen gelden. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. 3.3 Water De tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein ligt aan de rand van bestaand stedelijk gebied van de kern 's-heerenberg. Op de Waterkansenkaart van de provincie Gelderland is het plangebied weergegeven als "geschikt voor ontwikkelingen". De maaiveldhoogte in het plangebied loopt uiteen van NAP +14,00m tot NAP 14,50m aflopend in zuidelijke richting. De bodem in het grootste deel van het plangebied bestaat uit jonge rivierkleigronden. In het uiterste noordwesten van het plangebied bevinden zich oude rivierkleigronden. De oude rivierkleigronden kennen een diepere ontwatering. De grondwaterstanden worden volgens de Digitale Wateratlas provincie Gelderland) als volgt geclassificeerd: Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): cm-mv Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): cm-mv Gemiddelde voorjaarswaterstand (GVG): cm-mv Aangezien de grondwaterstand een belangrijke ontwerpparameter is, zijn er peilbuizen geplaatst op het terrein om een nauwkeuriger beeld te krijgen van het grondwaterregime. In het noordwestelijk deel van het plangebied (de oude rivier-kleigronden) worden relatief de laagste grondwaterstanden gevonden. Langs de zuidrand van het plangebied bevinden zich de hoogste grondwaterstanden. De gemiddelde grondwaterstand wordt vooralsnog geschat op NAP 12,95m. De gemiddelde maaiveldhoogte is 14,25m NAP waarmee de gemiddelde drooglegging dus 1,30m bedraagt. De GHG wordt middels deze eerste metingen geschat op minimaal 1,0m -mv. Echter, 2011 is een afwijkend hydrologisch jaar qua neerslag, waardoor afwijkingen nog mogelijk zijn in het vervolg van het project. 24 ontwerp bestemmingsplan

27 Op basis van de digitale wateratlas provincie Gelderland ligt het plangebied in een gebied met matige infiltratie. Naar verwachting zijn er in de (diepere) ondergrond ondoorlatende lagen aanwezig. Gezien de bodemgesteldheid (klei op zand), in combinatie met verwachte aanwezigheid van ondoorlatende lagen in de ondergrond, kan op voorhand worden gesteld dat infiltratie van hemelwater slechts ten dele toepasbaar zal zijn in het plangebied. Bij de behandeling van hemelwater dient daarom hoofdzakelijk te worden uitgegaan van (oppervlakkig) bergen van hemelwater. Onderhavig plan is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied is in de huidige situatie geen geval bekend van grondwateroverlast. Oppervlaktewater In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarische gronden. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door het Grenskanaal (tevens de grens met Duitsland). Dit kanaal is geomorfologisch van belang, daar dit een oude riviermeander betreft. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door het (in ontwikkeling zijnde) EBTI met bijbehorend watersysteem. Aan de oostzijde en noordzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. In het plangebied bevinden zich enkele noord-zuid georiënteerde watergangen (al dan niet droogvallend) waarvan 1 watergang op de legger staat en beschermd is door de KEUR van waterschap Rijn en IJssel. Riolering In het plangebied is in de huidige situatie nauwelijks riolering aanwezig. Het bestaande agrarische bouwblok is voor wat betreft de vuilwaterafvoer (DWA) aangesloten op de drukriolering langs de Meilandsedijk. In het naastgelegen (in ontwikkeling zijnde) EBTI is een gescheiden stelsel gepland, welke deels reeds is aangelegd. 3.4 Natuur Algemeen De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in respectievelijk de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Deze wetten vormen een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatig gebiedsbescherming plaats door middel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), die is geïntroduceerd in het 'Natuurbeleidsplan' (1990) van het Rijk en op provinciaal niveau in de Structuurvisie is uitgewerkt. De bescherming van de EHS dient te worden vastgelegd in bestemmingsplannen. De Natuurbeschermingswet heeft betrekking op de Europees beschermde Natura-2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. Ruimtelijke ontwikkelingen die effecten hebben op de vastgestelde natuurwaarden van deze gebieden, zijn in beginsel niet toegestaan. Indien er een kans bestaat dat effecten zullen optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. De Flora- en faunawet heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hoeft echter alleen rekening gehouden te worden met de juridisch zwaarder beschermde soorten uit tabel 2 en tabel 3 van de Flora- en faunawet, en met vogels. Voor soorten uit tabel 3 moet een ontheffing worden aangevraagd wanneer een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot schade aan de soort of verstoring van leefgebied. De ontheffing kan alleen worden verkregen indien de ruimtelijke ontwikkeling een groot maatschappelijk belang vertegenwoordigt en er geen alternatieven voorhanden zijn. Voor soorten van tabel 2 geldt dat een ontheffing niet nodig is wanneer gewerkt wordt conform een door LNV goedgekeurde gedragscode. De gedragscode voor de bouwsector is in april 2009 goedgekeurd en sindsdien toepasbaar. Daarnaast is de Boswet op een bosperceel binnen het plangebied van toepassing. De Boswet heeft tot doel om bossen te beschermen. bestemmingsplan ontwerp 25

28 3.4.2 Boswet Binnen het plangebied is een bosperceel met een oppervlakte van ca m² aanwezig. De Boswet is van toepassing op alle bossen en houtopstanden buiten de 'bebouwde kom', aangewezen in het kader van de Boswet, groter dan m² en rijbeplantingen van meer dan 20 bomen. Het bosperceel zal worden gekapt. Hiervoor wordt een melding gedaan op grond van de Boswet en conform de Richtlijn compensatie natuur en bos (1998) van de provincie Gelderland gecompenseerd door nieuwe aanplant van, in dit geval, tenminste 120% van de oppervlakte van het bestaande bos. Binnen het plangebied is voorzien in boscompensatie, zodat voldaan wordt aan de eis dat voor de vaststelling van het bestemmingsplan de fysieke compensatie geregeld is Natuurbeschermingswet 1998 Om het voorgenomen bestemmingsplan EBT, fase II te toetsen aan de Europese regelgeving en de nationale uitwerking daarvan in Nederland heeft er een beoordeling 1 aan de Natuurbeschermingswet 1998 en Duitse Natura 2000-gebieden plaatsgevonden om te bepalen of er sprake is van mogelijk significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van omringende Natura 2000 gebieden Flora en Fauna In het plangebied zijn natuurwaarden te verwachten. Er is daarom in opdracht van BRO door Staro Natuur en Buitengebied B.V. een verkennend ecologisch onderzoek2 uitgevoerd op de planlocatie. Daarnaast zijn op enkele onderdelen nadere onderzoeken uitgevoerd, waaronder een soortgericht onderzoek voor vleermuizen, vissen en rugstreeppadden. De resultaten van de uitgevoerde onderzoeken worden beschreven in paragraaf Archeologie, cultuurhistorie en landschap Archeologie Op grond van de Verwachtingskaart geldt voor het grootste deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Voor de noordwestelijke hoek van het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachting (zie onderstaande afbeelding). Afbeelding: Uitsnede Archeologische Verwachtingskaart gemeente Montferland Teneinde te beoordelen of door de voorgenomen activiteit mogelijk archeologische waarden worden verstoord, is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd door Sythegra (Synthegra rapport S090284). In het rapport wordt geconcludeerd dat voor het noordwestelijk deel van het plangebied een vervolgonderzoek noodzakelijk is in de vorm van een karterend booronderzoek. Voor de rest van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek 26 ontwerp bestemmingsplan

29 geadviseerd. Op advies van de regionaal archeoloog heeft het bevoegd gezag besloten voor het gehele plangebied een vervolgonderzoek door middel van een booronderzoek uit te laten voeren; voor het noordwestelijk deel 16 boringen per ha., voor het overig deel van het plangebied 6 boringen per ha.. Dat archeologisch Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen heeft plaatsgevonden in december 2009 door ARC (ARC-Rapporten ). Uit het inventariserend veldonderzoek blijkt dat binnen het onderzoeksgebied waarschijnlijk geen archeologische waarden aanwezig zijn en dat een vervolgonderzoek niet noodzakelijk is. De locatie is door het bevoegd gezag, op advies van de regionaal archeoloog, vrijgegeven. In het bestemmingsplan worden, naar aanleiding van beide onderzoeken, geen regels met betrekking tot archeologie opgenomen. Uiteraard blijft de wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 van kracht. Beide onderzoeksrapporten zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd Cultuurhistorie Binnen het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of beeldbepalende en/of karakteristieke bebouwing of cultuurhistorisch waardevolle objecten Landschap Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd, dat in onderstaande paragraaf is weergegeven. 's-heerenberg komt voor het eerst voor in de schriftelijke bronnen in het jaar 1122, wanneer de persoon 'Constantinus de Berga' als eigenaar van een castrum (kasteel) ter plaatse wordt betiteld. Berga of Monte, zoals de plaats ook wordt genoemd, verwijzen direct naar de landschappelijke ligging van het toenmalige dorp en duiden beide een heuvel of berg aan. De belangrijkste reden om een kasteel te bouwen op de berg was de aanwezigheid van een tolweg die van Zutphen naar Emmerik liep. Officieel kreeg 's-heerenberg in 1376 het recht om daar tol over te heffen. Niet lang daarna kreeg het dorp stadsrechten (1379). In de eeuw die volgde heeft men een eerste omwalling of ommuring aangebracht die in ieder geval vóór 1473 voltooid moet zijn geweest. Het plangebied ligt ten oosten van 's-heerenberg, en bestaat waarschijnlijk uit woeste gronden die bij de stad behoorden. Tot en met de 18e eeuw verandert er in dit lagergelegen deel van het gebied waarschijnlijk weinig. Daarna vindt ontginning van de 'broeken' plaats en worden de gebieden in gebruik genomen als weiland. Op het minuutplan uit begin 19e eeuw bestaat het plangebied dan ook voornamelijk uit weiland. De gemeentelijke herindeling in de Franse tijd leidde ertoe dat het plangebied niet langer geheel bij 's-heerenberg behoorde. Het oostelijke deel werd bij de gemeente Netterden betrokken. Er zijn enkele kavels zichtbaar die in gebruik zijn als bouwland, deze bevinden zich in het oostelijke deel van het plangebied, zo blijkt uit de gegevens van de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) behorende bij het minuutplan. Het plangebied is op dat moment niet bebouwd. bestemmingsplan ontwerp 27

30 Afbeelding: Landschap rond 1900 Een kleine eeuw later is er nog weinig veranderd. Het oostelijke deel van het plangebied bestaat op de kaart uit 1908 uit bouwland, de rest uit weiland. Het plangebied is niet bebouwd. Bij de zuidoostelijke hoek is de Edelhorsterbrug aanwezig. De brug is toegankelijk via een weg die door het plangebied, parallel aan de oostelijke grens loopt. De Nederlands-Duitse grens wordt gemarkeerd door de Bergse Wetering, het huidige Grenskanaal. In de laatste decennia van de 20e eeuw is in het noordoosten van het plangebied de huidige boerderij 'De Edelhorst' gebouwd. De rest van het plangebied is op de kaart uit 1977 in gebruik als weiland en is niet bebouwd. De weg in het oosten van het plangebied is nu nog slechts als pad aanwezig. In de huidige situatie is de landschappelijke waarde van het plangebied zeer beperkt en kan worden gekenmerkt als grootschalig open landschap van akkers en weiden. Ook het pad, waarvan in 1977 nog sprake was, is niet meer aanwezig. In het kader van de uitwerking van het bestemmingsplan wordt bezien in hoeverre het herstel van een fietsverbinding tussen Meilandsedijk en de landsgrens, met zo mogelijk herstel van de Edelhorsterbrug, tot de mogelijkheden behoort. In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente is het plangebied ingedeeld in de categorie nieuw bedrijventerrein. Het LOP stelt dat verevening van nieuwe uitbreidingen van de bedrijventerrein een bijdrage aan landschappelijke inpassing met elzensingels en elzenbossen kan worden gevraagd. 3.6 Grondgebruik De gronden zijn in gebruik als landbouwgrond. Het agrarisch bedrijf Meilandsedijk 1 wordt gesaneerd. De bestaande bebouwing en verharding van het bedrijf worden geheel gesloopt. 28 ontwerp bestemmingsplan

31 3.7 Verkeer Meilandsedijk Langs de noordkant van het plangebied loopt de Meilandsedijk. Deze weg is onderdeel van het provinciale wegennetwerk (N816) en wordt intensief gebruikt. De N816 is de provinciale verbindingsweg tussen 's-heerenberg en Ulft. Ontsluitingsweg bestaand Euregionaal bedrijventerrein (fase 1) Voor het bestaande Euregionale bedrijventerrein (fase 1) zijn de rotondes en de hoofdontsluitingsweg aangelegd als een interne ontsluiting van het bedrijventerrein. De hoofdontsluitingsweg past in de regionale wegenstructuur. Doortrekken N316 Aan de oostzijde van de kern Zeddam loopt in noord-zuidrichting de N316. Deze provinciale weg is de verbinding tussen de snelweg A18 en de provinciale weg N335. In de toekomst zal de N316 worden doorgetrokken richting de N816, de Meilandsedijk. De aansluiting van deze wegen zal ter plaatse van de tweede fase worden gerealiseerd. Daarmee wordt het Euregionale bedrijventerrein in de toekomst direct ontsloten op de A3/A12, de A18 en het provinciale wegennetwerk. Onderzoek ontsluiting Euregionaal bedrijventerrein tweede fase Door Goudappel-Coffeng zijn voor de vormgeving van de aansluiting op de N816 de verkeersintensiteiten voor het bedrijventerrein berekend. Op basis van deze berekeningen is bepaald dat in eerste instantie het aanleggen van voorrangskruispunt voldoende is om het verkeer van en naar de tweede fase van het bedrijventerrein af te wikkelen. Zodra het bedrijventerrein verder gevuld is met meer bedrijven, kan een verkeersregelinstallatie worden geplaatst op het kruispunt. bestemmingsplan ontwerp 29

32 30 ontwerp bestemmingsplan

33 Hoofdstuk 4 Uitgangspunten 4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt de visie en de ontwikkelingsrichting voor het plangebied weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aspecten als openbare ruimte, verkeer en bebouwing. Hieronder wordt een totaalbeeld gegeven van de uiteindelijke invulling van het plangebied en de ruimtelijke keuzes die bij dit plan zijn gemaakt. 4.2 Behoefteonderzoek De behoefte naar uitbreiding van het Euregionaal Bedrijventerrein in s-heerenberg met een tweede fase is onderzocht. Internationaal georiënteerde distributiecentra zoeken de randen van het land op. De meeste locatiebeslissingen zijn in de regio s in de buurt van de landsgrenzen met België en Duitsland. Het merendeel van de distributieactiviteiten in Brabant en Limburg zijn zogenaamde EDC s (Europese Distributiecentra). Het gaat om internationaal georiënteerde logistiek. Uit onderzoek blijkt dat regio Arnhem-Nijmegen al jaren een sterke positie heeft ten aanzien van logistiek. In 2011 was de regio de 7e logistieke hotspot van Nederland. Nationale of regionale distributiecentra vinden we voornamelijk centraal in het afzetgebied. Locaties in Midden-Nederland of centraal in een landsdeel hebben de voorkeur. Het Euregionaal Bedrijventerrein is voor deze doelgroep minder interessant vanwege zijn perifere ligging. Voor internationaal georiënteerde logistiek is het Euregionaal Bedrijventerrein een uitstekende plek. Deze bedrijvigheid zoekt meer de randen van het land op, in de regio s nabij de grens met België en Duitsland. Logistieke bedrijvigheid georiënteerd op Duitsland en Oost-Europa landt in de regio Venlo-Venray. Historisch gezien is het marktaandeel van de regio Arnhem-Nijmegen en de Achterhoek zeer beperkt. Sinds 2000 is dit circa 2% (Stec Groep, 2012). Echter, de aanwezigheid van partijen als DSV, JCL en Wim Bosman op EBT geeft aan dat de gemeente Montferland zeker op de kaart staat als locatie voor internationaal georiënteerde logistiek. Regelmatig wordt bij de gemeente de vraag ingediend door grote logistieke dienstverleners over de beschikbaarheid van kavels. Logistieke dienstverleners zijn gevoelig voor een optimale bereikbaarheid (over de weg, maar ook steeds vaker via water en spoor), de ligging ten opzichte van de afzetmarkt (in Nederland of in Noordwest-Europa), het beschikbare arbeidspotentieel en bouwvoorschriften (voldoende ruimte, minimaal 13 meter vrije hoogte van de hal, ruimte voor parkeren en vrachtwagens). Op basis van deze criteria scoort de locatie van het Euregionaal Bedrijventerrein goed. Dit komt onder andere door: Beschikbaarheid van grote kavels op EBT, grote logistieke dienstverleners zoeken kavels van minimaal 2 of 3 hectare (dit kan oplopen tot 20 hectare); Goede wegontsluiting en beschikbaarheid van overslagfaciliteiten in Emmerik (op 10 minuten); Gunstige ligging ten opzichte van het Duitse achterland; Aanwezigheid van personeel in de regio West Achterhoek, maar ook vanuit Emmerik en omgeving; De focus op logistiek en het kunnen aanhaken bij bestaande concentratie logistieke De bewezen logistieke locatie met enkele grote logistieke partijen (zoals Wim Bosman, DSV en JCL); De betere propositie in de toekomst door het doortrekken van de A15 tussen Bemmel en Zevenaar en de recente uitbreiding van de Tweede Maasvlakte te Rotterdam. De bereikbaarheid van de locatie over de weg vanuit Rotterdam krijgt hiermee een boost. Euregionaal Bedrijventerrein ligt gunstig ten opzichte van de Duitse autosnelweg A3. Deze ligt op minder dan 5 minuten van de locatie. Op een afstand van 10 minuten ligt de Duitse plaats Emmerik. In deze plaats bevindt zich een containerterminal waar de logistieke partijen die nu al in s-heerenberg gevestigd zijn veel gebruik van maken. Het doortrekken van de A15 biedt daarnaast kansen en maakt de locatie nog aantrekkelijker. bestemmingsplan ontwerp 31

34 Uitbreidings- en vervangingsvraag logistiek tot en met 2015 in West Achterhoek en A12-zone De totale uitbreidings- en vervangingsvraag tot en met 2025 is beschreven in de Regionale Programma s Bedrijventerrein (RPB s) die de regio s in Gelderland hebben opgesteld. Gezien de ligging van het EBT zijn de regio s west Achterhoek en A12-zone daarbij van belang Uitbreidings- en vervangingsvraag bedrijventerrein West Achterhoek en A12-zone t/m 2025 Het Euregionaal Bedrijventerrein is puur gericht op logistieke bedrijvigheid. 15% van het aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen komt uit de sector logistiek voort. Echter gaat het hier vaak om grote bedrijven die veel ruimte afnemen (circa 1,5 hectare per bedrijf is landelijk gemiddelde). Bij de uitgifte van bedrijventerreinen komt circa 20 tot 30% voor rekening van de logistieke sector. In de regio West Achterhoek wordt ingeschat dat 25% van de totale vraag (208 hectare tot en met 2025) voor rekening komt van de sector logistiek. Dit betekent een vraag van circa 50 hectare uit de regio West Achterhoek en de A12-zone tot en met Echter, de doelgroep voor Euregionaal Bedrijventerrein moet tenminste een ruimtevraag hebben van 2 hectare om in aanmerking te komen voor een kavel op het Euregionaal Bedrijventerrein. Op basis van uitgiftecijfers in Nederland en de Database locatiebeslissingen Nederland en deskresearch door Stec Groep B.V. kan worden ingeschat dat circa 40% van de logistieke vraag hieraan voldoet. In totaal is de vraag naar grote logistieke kavels in de regio tot en met 2015 circa 15 tot 20 hectare. Gezien de goede propositie van het Euregionaal Bedrijventerrein kan deze locatie 50 tot 60% van de vraag aan zich binden. Dat betekent een vraag voor het Euregionaal Bedrijventerrein tot en met 2025 van 7,5 tot 12 hectare. Nieuw aan te trekken logistiek dienstverleners tot en met 2025 De regio en de provincie hebben ambities om regio en provincie beter op de kaart te zetten als logistieke regio van betekenis. Hiervoor zijn provinciaal middelen gereserveerd. Het aantrekken van nieuwe bedrijven -die nog niet in de regio gevestigd zijn- is tijdrovend en vergt een lange adem. Bovendien is de markt voor deze bedrijfsverplaatsingen schaars. Circa 90 tot 95% van de vraag naar een bedrijfslocatie komt van binnen de regio. De overige 5 tot 10% komt van buitenaf. Concurrentie Op basis van de markt- en concurrentieanalyse kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Er is een directe markt voor circa 10 tot 18 hectare EBT tot en met 2025; Het product, de ligging en de faciliteiten/voorzieningen in de omgeving (snelwegafslag, containerterminal en imago als logistieke locatie) zijn de sterke punten van EBT; De regionale concurrentie is beperkt. Locaties in Zevenaar, Doetinchem en Emmerik hebben slechts deels dezelfde kwaliteiten (fysiek en wetgeving) die het EBT heeft; Voor logistieke partijen die vervoeren richting Duitsland en Oost-Europa zijn er ook andere locaties potentieel aantrekkelijk. Het meest in het oog springend is de regio Venlo-Venray, maar ook Park 15, Oss en Tiel hebben logistieke ambities; De provincie Gelderland zet de komende jaren sterk in op het versterken van de logistieke hotspots in de provincie. Dit kan een sterker marktaandeel tot gevolg hebben, maar realisme over de groei van dit marktaandeel is gewenst. 32 ontwerp bestemmingsplan

35 4.3 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit Positionering en stedenbouwkundige opzet Ten aanzien van de positionering van de gebouwen is gekozen voor een structuur waarbij de voorgevel van de gebouwen gepositioneerd is aan de Meilandsedijk. Het terrein wordt via een nieuwe verkeersstructuur ontsloten op de Meilandsedijk. Afhankelijk van de grootte van de percelen wordt een ventweg vanuit de nieuwe ontsluitingsstructuur parallel aan de Meilandsedijk aangelegd voor ontsluiting van de percelen. Voor het gehele plangebied geldt dat er verschillende massa s in maat en schaal gerealiseerd mogen worden. De positionering van de massa s is vooraf niet bepaald. Parkeren dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. Hierbij is het mogelijk om parkeren ondergronds op te lossen. Rondom het terrein is er voldoende aandacht voor een goede en logische aansluiting op het landschap en de eerste fase van het Euregionaal bedrijventerrein Hoogte De toelaatbare hoogte van de bebouwing is gesteld op maximaal 20 meter. Hiermee wordt een afstemming gezocht met het Euregionaal bedrijventerrein fase 1. Deze hoogte is in overeenstemming met de aard van het bedrijventerrein en de behoefte vanuit de logistieke bedrijfstak Bebouwingspercentage Per bedrijfsperceel mag ten hoogste 80% van het perceelsoppervlak worden bebouwd. Alle bedrijfspanden dienen duidelijk vanaf de Meilandsedijk zichtbaar te zijn. Het belang ligt in een goede oriëntatie op c.q. presentatie van het desbetreffende bedrijf. De bebouwing dient dan ook op redelijke afstand van de rijweg te worden gesitueerd. Hiermee wordt een heldere opbouw van de bebouwingsstructuren beoogd Beeldkwaliteit In het kader van de ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal Bedrijventerrein wordt aangesloten bij de beeldkwaliteitseisen zoals die zijn opgenomen in de Welstandsnota voor de gemeente Montferland. Daarmee wordt sturing gegeven aan de materiaalkeuze en kleur van de nieuw op te richten bebouwing. De navolgende welstandscriteria worden gesteld: Situering De bebouwing is georiënteerd op de weg; De representatieve functies zijn gesitueerd aan de wegzijde; De gebouwen staan geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst; Bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie ten opzichte van het hoofdgebouw; Aan de voorzijde worden geen goederen opgeslagen. Vorm en massa De vorm en massa van de gebouwen sluiten aan op die van de gebouwen in de omgeving; De hoofdmassa is eenvoudig en gedifferentieerd; Elk gebouw heeft in zichzelf een heldere en eenvoudige compositie van herkenbare volumes; Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw; De gebouwen bestaan uit eenvoudige hoofdvolumes met kleine accenten en geledingen. Gevelindeling De gevels van representatieve ruimten hebben een open karakter; De verschillende hoofdfuncties zijn herkenbaar door architectonische accenten en geledingen; bestemmingsplan ontwerp 33

36 Zeer grote lengten van gebouwen zijn in verticale zin geleed; Blinde straatwanden worden vermeden; Reclame-uitingen zijn sterk ondergeschikt aan de gebouwafmetingen, vormen een integraal onderdeel van het gebouw en worden aan de wegzijde gesitueerd. Kleuren, materialen en details Kozijnen, daklijsten, regenpijpen e.d. zijn eenvoudig maar zorgvuldig gedetailleerd; Verschillende onderdelen van het gebouw worden door verschillen in materiaalkeuze geaccentueerd; Materialen met structuur als steen, hout, panelen of geprofileerde staalplaat worden toegepast; Er worden gedekte kleuren toegepast Kavelgrootte Het bedrijventerrein heeft een logistieke functie. Om een dergelijke functie te kunnen uitoefenen zijn grotere kavels noodzakelijk. In de regels is een minimale kavelgrootte van 2 ha. opgenomen. 34 ontwerp bestemmingsplan

37 Hoofdstuk 5 Algemene beschrijving 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het gebruik van de gronden en toekomstige bebouwing die behoren tot het plangebied. Daarnaast wordt beschreven welke keuzes met betrekking tot deze aspecten voor het plan zijn gemaakt. 5.2 Milieuzonering Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Er is een specifieke Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen opgesteld. Hierin wordt per bedrijfssoort aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) hiervan kan uitgaan en welke indicatieve afstand hierbij (minimaal) in acht genomen worden. Richtafstandenlijst De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-publicatie. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen kunnen als gemengde gebieden worden beschouwd. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustig buitengebied Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied m 30 m m 50 m m 100 m m 200 m De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van richtafstanden). Op het Euregionaal Bedrijventerrein II worden bedrijfsactiviteiten in de milieucategorieën 3.1 tot en met 4.2 toegestaan voor zover de activiteiten rechtstreeks in verband staan met logistiek en transport. Het terrein wordt specifiek ontwikkeld voor logistieke bedrijven. Voor stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties), opslaggebouwen, distributiecentra en koelhuizen is de grootste aan te houden hinderafstand ten aanzien van het geluid. Omdat het plangebied direct gelegen is langs hoofdinfrastructuur is er sprake van het omgevingstype gemengd gebied. Dit betekent dat er bij het zoneren van het bedrijventerrein uitgegaan kan worden van de aan te houden afstand voor een gemengd gebied. Er is vanuit de bestaande woningen aan de Meilandsewijk 4 en 6 inwaarts gezoneerd. Tussen de bestaande woningen (bestemming wonen of agrarisch bouwvlak) en het bouwvlak Bedrijventerrein is een afstand aangehouden van ten minste 50 meter aangehouden. Vanaf 100 meter vanaf de woningen is milieucategorie 4.1 toegestaan, vanaf 200 meter van de bestemmingsplan ontwerp 35

38 woningen milieucategorie 4.2. Bij de uitwerking van het plan zal de benodigde richtafstand tot de bestaande woningen in acht worden genomen en eventuele maatregelen op de individuele percelen genomen worden om (geluid)hinder tot een minimum te beperken. 5.3 Verkeer en parkeren Ontsluiting Voor de ontsluiting wordt een nieuwe aansluiting gemaakt op de Meilandsedijk. De aansluiting voorziet in een directe aansluiting. Percelen worden direct om de nieuwe aansluiting ontsloten. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om eventueel vanuit de ontsluiting parallel langs de Meilandsedijk een ventweg aan te leggen Parkeren Bij de inrichting van de kavels dienen voldoende parkeerplaatsen voor eigen personeel en bezoekers te worden aangelegd. Deze parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd aan weerszijden van de gebouwen. In het plan is een parkeernorm vastgelegd van 0,6 parkeerplaats per 100 m² bruto vloeroppervlak. Die norm is afgeleid van de landelijke indicatieve parkeernorm van het CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Van de norm kan worden afgeweken indien op een andere wijze in de benodigde parkeerruimte wordt voorzien. In die norm is rekening gehouden met een aandeel van 5% ten behoeve van parkeren voor bezoekers. 5.4 Ecologie Ecologische Verbindingszone (EVZ) Het Grenskanaal heeft een EVZ-functie en is aangewezen als een Kaderrichtlijn water(krw)-watergang met midden ambitie niveau. Vanuit de KRW-doelstelling dient het Grenskanaal vispasseerbaar te zijn en is het model Winde 3 van toepassing. In het plan hoeft hiervoor geen ruimte te worden gereserveerd. Ecologische meerwaarde De gemeente wil dat het watersysteem en het daaraan grenzende openbare groen een ecologische meerwaarde krijgt. Hiervoor kan ongeveer 20% aanvullend oppervlakte worden ingezet ten opzichte van wat minimaal nodig is voor het watersysteem. Hiermee kan worden voldaan aan de wens om de taluds aan de noordzijde verder te verflauwen tot 1:6. Voor het invullen van de ecologische meerwaarde is gekeken naar de potentie om bij te dragen aan de aangrenzende EVZ langs het Grenskanaal, de overige potenties voor gebiedseigen soorten en aansluiting bij het omringende landschap. Op basis van deze uitgangspunten is de volgende globale invulling gegeven aan de verschillende habitats: Oppervlaktewater leefgebied voor vissen, waterinsecten en amfibieën; Taluds en inundeerbare delen moerasvegetatie, geschikt voor waterinsecten, amfibieën, waterspitsmuis en moerasvogels; Droge groenzones bloemrijk grasland met enkele bomen en struiken als leefgebied voor insecten, amfibieën en vogelsoorten. In het Waterstructuurplan voor het Euregionaal Bedrijventerrein zijn detailschetsen gemaakt van het gewenste duurzame robuuste systeem rondom het bedrijventerrein. Daarmee worden de bestaande ecologische waarden in stand gehouden. Binnen de dubbelbestemming Waterstaat - Waterlopen worden de op en/of in deze gronden voorkomende ecologische waarden beschermd. 36 ontwerp bestemmingsplan

39 5.5 Waterparagraaf Door Royal Haskoning / DHV is voor de ontwikkeling van de tweede fase van het Euregionaal bedrijventerrein een Waterstructuurplan opgesteld. Het waterstructuurplan legt de uitgangspunten en de uitwerking van het water- en rioleringssysteem in relatie tot de complexe omgevingsstructuur vast. Het Waterstructuurplan is het resultaat van de samenwerking tussen de gemeente en het Waterschap Rijn en IJssel. De principes van duurzaamheid en de specifieke uitgangspunten van de waterbeheerders geven samen de kaders waarbinnen, vanuit het aspect duurzaam waterbeheer, vrijheidsgraden voor het ontwerp liggen. Het ontwerp van het waterhuishoudkundig systeem zal vorm krijgen door het uitwerken van de volgende ontwerpgrondslagen: De ontwikkeling van EBTII mag geen nadelige gevolgen hebben voor het watersysteem. Er wordt gestreefd naar een zo natuurlijk mogelijke dynamiek en afvoerregime; Diffuse verontreiniging van bodem en water wordt zoveel mogelijk vermeden en is, waar onvermijdelijk, beheersbaar; Bij de inrichting van het waterhuishoudkundig systeem dient zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met andere belangen. Zo moet het ontwerp zoveel mogelijk bijdragen aan de belevingswaarde en de ecologische waarden rondom het Grenskanaal; Het systeem is robuust en beheersbaar. Doordat de verkaveling nog niet vast staat dient het ontwerp bij wijzigingen aanpasbaar te zijn zonder of te wijken van de gestelde eisen en randvoorwaarden. Het waterstructuurplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Aan de hand van de thema s in de standaard watertoets van het Waterschap Rijn en IJssel (Veiligheid, Riolering en Afvalwaterketen, Wateroverlast (oppervlaktewater), Oppervlaktewaterkwaliteit, Grondwateroverlast, Inrichting en beheer, Volksgezondheid, Natte natuur, Verdroging, Recreatie, Cultuurhistorie) wordt in deze paragraaf inzicht in de nieuwe situatie gegeven. Voor een uitgebreide beschrijving en toets wordt verwezen naar het waterstructuurplan in de bijlage bij deze toelichting. Inrichting In het waterstructuurplan zijn de voorwaarden opgenomen voor de inrichting van watersysteem in en rond het plangebied. In het bestemmingsplan is een passende bestemming opgenomen zodat de voorgestelde maatregelen gerealiseerd kunnen worden. Beheer Het hele watersysteem wordt eigendom van de gemeente indien het droogvallende bergingsvoorzieningen betreft, indien het permanent open water betreft komt het in beheer bij het waterschap. Indien er voor een centrale oppervlaktewatervoorziening (retentie) wordt gekozen wordt het beheer en onderhoud ondergebracht bij het waterschap. Bij het ontwerp van het watersysteem wordt rekening gehouden met beheer en onderhoudsstroken. Het Waterschap heft het beheer en onderhoud van het doorstroomprofiel in en onder kunstwerken zoals duikers en bruggen. Het beheer en onderhoud van de constructieve delen van de kunstwerken is voor de gemeente. De gemeente beheert het hemelwater- en afvalwatersysteem. In het Waterstructuurplan zijn de eisen van het waterschap opgenomen aangaande onderhoud. Veiligheid Dit thema is voor het plangebied niet aan de orde. Riolering en Afvalwaterketen Voor de afvoer van afvalwater gaat de wens van de gemeente uit naar een vrijvervalstelsel waarbij door bemaling wordt aangesloten op het omliggende (vrijverval) stelsel. Uitgangspunt van het plan is dat grote opslaghallen worden gerealiseerd, waarbij slechts op een zeer beperkte locatie in het pand afvalwater wordt geproduceerd (toiletten van de kantoorruimten/keuken e.d.). De uitgangspunten voor de riolering zijn opgenomen in het Waterstructuurplan. Wateroverlast (oppervlaktewater) bestemmingsplan ontwerp 37

40 De waterbergingsopgave bedraagt: T=10 -> m³ (=400 m³/ha) T=100-> m³ (=740 m³/ha) De benodigde waterberging wordt gescheiden van het omliggende watersysteem. Pas wanneer de neerslagontwerpnorm overschreden wordt, mag de waterafvoer richting het Grenskanaal groter zijn dan de maximaal toegestane afvoer. Dat betekent dat tot een bui van T=10+10% vertraagd afvoeren noodzakelijk is, grotere buien moeten tot aan maaiveld geborgen kunnen worden. Berging vindt alleen plaats op openbaar terrein. Op uitgeefbaar terrein hoeft derhalve geen rekening te worden gehouden met extra waterberging. Opgemerkt dient te worden dat er kansen zijn voor waterberging op daken. Hiervoor is subsidie beschikbaar. De te bergen hoeveelheid hemelwater mag worden meegerekend in de bergingsopgave van het hele terrein. Gezien de grondslag ter plaatse zal slechts een beperkt deel van het hemelwater kunnen infiltreren. Het hemelwater zal derhalve worden ingezameld en oppervlakkig worden geborgen op openbaar terrein. Oppervlaktewaterkwaliteit De aanleg van de EBTII mag niet leiden tot verontreiniging van het grondwater en in meer algemene zin de bodem. Hierbij wordt vooral gedacht aan de mogelijk negatieve invloed van het in de bodem infiltreren van afstromend wegwater. Bij bebouwing worden geen uitloogbare bouwmaterialen gebruikt. Er komen geen nieuwe vervuilende functies in het plangebied. Grondwateroverlast In het plangebied is in de huidige situatie geen geval bekend van grondwateroverlast. De toekomstige inrichting van het terrein zal de kans op grondwateroverlast niet vergroten. Volksgezondheid Dit thema is voor het plangebied niet aan de orde. Natte natuur en Verdroging Bij het ontwerp is rekening gehouden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van het nieuwe bedrijventerrein in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van deze inrichting geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). De watergangen en greppels op het terrein krijgen een grotere bergings- en transportfunctie en de overhoeken aan de zuidzijde van het terrein een bergingsecologisch karakter. Voor beide bergingsvoorzieningen geldt dat uitgegaan wordt van pertinent open water, omdat de infiltratiecapaciteit onvoldoende is om droogvallende zones te creëren. Recreatie Dit thema is voor het plangebied niet aan de orde. Cultuurhistorie Dit thema is voor het plangebied niet aan de orde. 38 ontwerp bestemmingsplan

41 5.6 Kabels en leidingen Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten, hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels, gasleidingen e.d. kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken dient de leidingbeheerder aan te geven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats te kunnen vinden. Conclusie Uit onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen kabels en leidingen lopen zoals hierboven bedoeld. 5.7 Duurzaamheid De ambitie is om het Euregionaal Bedrijventerrein energieneutraal op te zetten. De Stadsregio Arnhem Nijmegen wil vanuit haar project voor duurzame bedrijventerreinen het Euregionaal bedrijventerrein als pilotproject ondersteunen in de aanpak en realisatie van energieambities. Vooruitlopend op het bestemmingsplan is onderzocht: welke maatregelen op bestemmingsplanniveau mogelijk zijn; welke ambitie realistisch is en hoe dit wordt vastgelegd. Door DGMR zijn deze vragen met betrekking tot ambitie en borging van de duurzaamheid uitgewerkt in een notitie. De notitie is als separate bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit de notitie volgen onderstaande ambities die verwerkt zijn in de regels van het bestemmingsplan en beeldkwaliteitplan: energiebesparing van tenminste 35% met op termijn het streven naar een energieneutraal bedrijventerrein waarbij bedrijven aangesloten zijn op een collectief systeem en zorgen voor eigen opwekking; inpassing van het bedrijventerrein in de omliggende omgeving waarbij de ecologische verbindingzone en waarden verder tot hun recht komen en betrokken worden in de beeldkwaliteit, de inrichting van het gebied en de te vestigen gebouwen; bij de inrichting van het gebied en de gebouwen wordt voldoende waterberging gecreëerd waarbij meerwaarde wordt gecreëerd voor het gebied en de ecologie; het integraal en multifunctioneel ontwerpen, zoals groene daken en gevels dat zijn voor energie, waterberging en ecologie, vormen. bestemmingsplan ontwerp 39

42 40 ontwerp bestemmingsplan

43 Hoofdstuk 6 Milieuaspecten 6.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende milieuaspecten voor het Euregionaal bedrijventerrein II. De resultaten van aanvullende onderzoeken en de eventueel te nemen maatregelen worden onder andere in dit hoofdstuk beschreven. 6.2 Natuur Natuurbeschermingswet 1998 De aanleg en ingebruikname van EBTII gaan gepaard met tijdelijke en blijvende milieueffecten die mogelijk van invloed zijn op omliggende beschermde natuurwaarden. Door Royal Haskoning DHV is een analyse uitgevoerd welke storingsfactoren mogelijk relevant kunnen zijn. Uit de analyse blijkt dat de emissie van vermestende en verzurende stoffen als gevolg van EBTII de enige relevante storingsfactor is die mogelijk negatieve effecten heeft op de omliggende Natura2000-gebieden.Voor de overige storingsfactoren 4 zijn effecten op omliggende Natura2000-gebieden uitgesloten. Nederlandse gebieden Uiterwaarden IJssel en Gelderse Poort Negatieve gevolgen voor de Natura 2000-gebieden Uiterwaarden IJssel en Gelderse Poort in het licht van diens instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Er is weliswaar sprake van een mogelijke toename van de stikstofdepositie op gevoelige habitattypen, maar de toename is beperkt. De beperkte toename in stikstofdepositie leidt er niet toe dat omgevingscondities worden aangetast die randvoorwaarde zijn voor de realisatie en het behoud van Stroomdalgraslanden en Glanshaver- en vossenstaarthooilanden; er is geen sprake van aantasting van de rivierdynamiek, verdroging, versnippering of verslechtering van het beheer. Uit het beheerplanproces en de PAS-fase III is gebleken dat het huidige beheer afdoende is om de kwaliteit en oppervlakte van deze habitattypen in stand te houden en uit te breiden. De marginale verhoging van de stikstofdepositie welke door het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt zal geheel worden opgevangen door het huidige beheer of de al bekende beheermaatregelen. Bovendien valt de toename weg in de verwachte afname in de achtergronddepositie voor de komende jaren. Deze afname is vele malen groter dan de eventuele toename als gevolg van de uit-voering van de toegestane ontwikkelingen uit het bestemmingsplan. Overige habitattypen en soorten ondervinden geen negatieve gevolgen van het plan daar ze niet voorkomen in het studiegebied of niet gevoelig zijn voor stikstofdepositie (geen overschrijding van de kritische depositie waarden). De beperkte toename in stikstofdepositie is dermate gering dat dit geen ecologisch aantoonbare effecten heeft op de aanwezige habitattypen en leefgebieden van habitat- en vogelrichtlijnsoorten en hun instandhoudingsdoelen. Deze hoeveelheden laten zich zeker niet vertalen in een gewijzigde beheerinspanning en/of een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden. Op basis van bovenstaande toetsing blijkt dat er voldoende zekerheid bestaat dat het realiseren van de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan, het behalen van de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden niet in de weg staat. Duitse gebieden Hetter- Milingerbruch (HR), Emmericher Ward (HR), Unterer Nieder-rhein (VR) en 'Brutbaeume' des Heldbock (Grosser Eichenbock) Negatieve gevolgen voor natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden Hetter-Milingerbruch (HR), Emmericher Ward (HR), Unterrer Niederrhein (VR) en Brutbaume des Heldbock (HR) in het licht van diens instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Er is weliswaar sprake van een mogelijke toename van de stikstofdepositie op gevoelige habitattypen, maar de toename is beperkt. Daarnaast is er naar verwachting sprake bestemmingsplan ontwerp 41

44 van een onderschrijding van de kritische depositie waarden. De stikstofdepositietoename ligt ruim onder de in Duitsland gehanteerde drempelwaarde voor nader onderzoek. Ook wanneer de toename nader beoordeeld wordt geldt voor de stikstofgevoelige habitattypen dezelfde conclusies als bij de twee Nederlandse Natura 2000-gebieden. Op basis van de toetsing blijkt dat er voldoende zekerheid bestaat dat het realiseren van de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan EBT, fase II, het behalen van de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden niet in de weg staat. Flora en Fauna In het plangebied zijn natuurwaarden te verwachten. Er is daarom in opdracht van BRO door Staro Natuur en Buitengebied B.V. een verkennend ecologisch onderzoek5 uitgevoerd op de planlocatie. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgt een samenvatting van dit onderzoek. Vleermuizen Voor vleermuizen geldt, dat het plangebied vanwege de grote mate van openheid en gebrek aan geschikte verblijfplaatsen slechts marginaal geschikt is. Er is een kans dat er zich vleermuizen in de aanwezige boerderij bevinden, alleen is de boerderij nauwelijks geschikt vanwege het ontbreken van opgaande begroeiing rond de boerderij. Tijdens dit onderzoek (peildatum 2009) naar foeragerende vleermuizen zijn ook geen vleermuizen waargenomen. Echter, omdat tijdens het onderzoek in oktober de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen niet goed in beeld kon worden gebracht, is nog nader onderzoek noodzakelijk. Vissen In het plangebied zijn verschillende greppels en sloten aanwezig. Een deel van die watergangen staat regelmatig droog. De watergang ten oosten van de boerderij die van noord naar zuid loopt is wel vrijwel altijd watervoerend. De kans op beschermde vissen is daarom aanwezig. Verder is het Grenskanaal geschikt voor vissen en amfibieën, alleen hier zijn geen ingrepen aan gepland, zodat nader onderzoek niet nodig is. Amfibieën Voor amfibieën geldt dat de streng beschermde rugstreeppad mogelijk in het gebied voorkomt. Op ongeveer één kilometer afstand bevindt zich een populatie rugstreeppadden in een natuurgebied. Mogelijk hebben ze zich vanuit dit gebied verspreid naar het plangebied. Met uitzondering van algemene soorten amfibieën komen er in het plangebied geen andere beschermde amfibieën voor. Conclusie De kans op de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied is gering. In het plan is de ontwikkeling van een ruime ecologische zone aan de zuidkant opgenomen. In het plan worden ook watergangen opgenomen. Ook rond de bouwkavels blijft ruimte voor groen. Mochten er toch strikt beschermde soorten in het geding zijn, dan is er in het plan al met al voldoende ruimte om negatieve effecten op deze soorten op te heffen. Van een ontheffingsaanvraag hoeft in dat geval om die reden geen sprake te zijn. Concluderend zijn er vanuit natuurwetgeving en beleid redelijkerwijs geen zaken te verwachten die de ontwikkeling van het plan belemmeren. Nader onderzoek vleermuizen, vissen en amfibieën (soortgericht onderzoek) In 2009 is vanwege het seizoen waarin het onderzoek is uitgevoerd, niet voldoende gegevens van de soortgroepen vleermuizen, vissen en amfibieën verzameld. Ondanks de kleine kans op beschermde soorten is een nader onderzoek uitgevoerd naar de genoemde soortgroepen in de daarvoor geschikte onderzoeksperiodes, om risico s op overtreding van de Flora- en Faunawet uit te sluiten. Voor vleermuizen zijn dat meerdere momenten in de periode maart tot september. Voor vissen is de periode maart juli het meest geschikt voor nader onderzoek. De aanwezigheid van de rugstreeppad dient bij voorkeur in de periode mei september in beeld te worden gebracht. Voor vogels geldt dat broedende vogels niet mogen worden verstoord. Hiervoor en voor mogelijke andere aanwezige beschermde soorten is het aan te bevelen een ecologisch werkprotocol op te stellen, dat aanwezig dient te zijn bij de uitvoering van werkzaamheden die mogelijk worden gemaakt door het nieuwe bestemmingsplan. In de periode maart tot en met september 2013 is een soortgericht onderzoek uitgevoerd 42 ontwerp bestemmingsplan

45 voor vleermuizen, vissen en rugstreeppadden. Het soortgericht onderzoek is uitgevoerd voor vleermuizen, vissen en rugstreeppadden. Om een volledig beeld te krijgen van de aanwezigheid van de soorten is een veldonderzoek 6 uitgevoerd in de periode maart tot en met september Vleermuizen In de kraamperiode zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen, wel fungeert de beek op de Duitse grens als vliegroute van de gewone dwergvleermuis. Als voorwaardelijke bepaling is in het bestemmingsplan opgenomen dat de verlichting afgeschermd dient te worden op een dusdanige manier, dat het Grenskanaal niet wordt verlicht, ter bescherming van de vliegroute. Tevens is het noodzakelijk dat langs het Grenskanaal een houtwal wordt gerealiseerd met een hoogopgaande beplanting met een minimale breedte van 5 meter. Ook dit is met een voorwaardelijke verplichting geborgd. Daarmee zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Vissen en rugstreeppad Deze beide soorten zijn tot op heden niet aangetroffen in het gebied. De kans is klein dat deze aanwezig zijn in het gebied. De resultaten van het onderzoek zijn als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 6.3 Geluid en luchtkwaliteit Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de opstelling van bestemmingsplannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, spoor- en industrielawaai. Spoorweglawaai is voor deze ontwikkeling niet relevant, omdat er geen spoorweg gelegen is in de directe omgeving van het plangebied. Geluid vanwege wegverkeer De verkeersaantrekkende werking van en naar het bedrijventerrein EBTII kan effect hebben op de geluidbelasting van de bestaande (bedrijfs)woningen gelegen aan de Meilandsedijk 3, 4 en 6. Dit is door middel van een akoestisch onderzoek onderzocht 7. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de N816 als gevolg van de ontwikkeling van EBTII toeneemt met 1 tot 2 db. Woning Huidige situatie (2010) Autonoom (2025) EBTII (2025) Meilandsedijk 4 (woning 1) 56 db 57 db 58 db Meilandsedijk 6 (woning 2) 60 db 61 db 62 db Meilandsedijk 3 (bedrijfswoning 3) 55 db 56 db 58 db Een toename van de geluidbelasting door de verkeersaantrekkende werking van het bedrijventerrein EBTII van 1 of 2 db ten opzichte van de autonome situatie wordt als aanvaardbaar beschouwd. Geluid industrielawaai Op EBTII is de vestiging van grote lawaaimakers niet toegestaan. Door middel van inwaarts zonering (zie paragraaf 5.2) wordt voldoende afstand gehouden tussen de bedrijven en geluidsgevoelige functies, namelijk de woningen gelegen aan de Meilandsewijk 4 en 6. Ter plaatse van de woningen is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De woning aan de Meilandsedijk 3 is een bedrijfswoning die is gelegen op gezoneerd industrieterrein EBT. Deze woning wordt, omdat deze is gelegen op een gezoneerd industrieterrein, niet beschermd door de Wet geluidhinder. Luchtkwaliteit De verkeersaantrekkende werking van het plan en de aanwezige bedrijven dragen bij aan de bestemmingsplan ontwerp 43

46 luchtverontreiniging van de omgeving. Het doel van het onderzoek naar de luchtkwaliteit is het bepalen van de bijdrage van de verkeersaantrekkende werking aan de luchtverontreiniging. De berekende waarden voor de stoffen NO2 en PM10 zijn getoetst aan de grenswaarden uit hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer. Voor het maatgevend jaar 2013 wordt voldaan aan alle grenswaarden (zie bijlage). De waarden voor de stoffen NO2 en PM10 zijn voor het jaar 2023 niet berekend. Omdat de achtergrondconcentraties steeds lager worden, zouden de concentraties voor 2023 ook lager zijn dan de berekende waarden in Er kan dus worden aangenomen dat in de 2023 ook aan alle grenswaarden wordt voldaan. Voor wat betreft luchtkwaliteit zijn er geen beperkingen voor realisatie van het bedrijventerrein. 6.4 Geur Kader In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich meerdere agrarische bedrijven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet de mogelijke geurhinder van die bedrijven op het plangebied in kaart worden gebracht. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen. De Wgv geeft normwaarden voor een gemiddeld gebied op basis waarvan een geurcontour kan worden opgesteld. In een gemiddeld gebied bestaat tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten een redelijke afstand. De geurcontour bepaalt door de omgekeerde werking de ontwikkelingsmogelijkheden van gronden nabij veehouderijen. De realisatie van een geurgevoelig object binnen die afstand dient immers te worden voorkomen met het oog op een goede ruimtelijke ordening zoals genoemd in de Handreiking bij de Wgv. Bij besluitvorming omtrent de voorgenomen ontwikkeling van het bedrijventerrein moet worden bepaald of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en of het plan niet in strijd is met de regelgeving. Ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Er zijn in ieder geval twee relevante partijen: de veehouderij en de toekomstige bedrijven. De veehouderij heeft twee belangen: voorzetting van de bedrijfsactiviteiten en bij concrete uitbreidingsplannen, de mogelijkheid om die te realiseren. Voor toekomstige bedrijven is een goed leefklimaat van belang. In de Wgv wordt onder een geurgevoelig object verstaan: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. In een bedrijfsgebouw kunnen zich mensen ophouden. Verder is een bedrijfsgebouw blijkens aard, indeling en inrichting zodanig dat het ook feitelijk gezien mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Daarmee wordt aangenomen dat een bedrijfsgebouw als een geurgevoelig object moet worden beschouwd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal het aspect geurhinder dan ook in de beschouwing moeten worden betrokken. Dat aspect is immers mede bepalend voor het antwoord op de vraag of een aanvaardbaar werk- en leefklimaat, een voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening, is verzekerd. De Wgv beoordeelt een vergunningaanvraag van een veehouderij op twee aspecten: de geurbelasting op en de minimumafstand tot geurgevoelige objecten. De Wgv schrijft normen voor de geurbelasting. De hoeveelheid geur wordt uitgedrukt in oue (Europese odour units). De geuremissie vanuit een bedrijf wordt uitgedrukt in odour units per tijdseenheid: oue/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Voor sommige diersoorten, zoals melkrundvee en paarden, zijn in de Rgv geen geuremissiefactoren opgenomen. De afstand tussen een stal met dieren, waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn opgenomen, tot een geurgevoelig object binnen een bebouwde kom moet minimaal 100 meter bedragen. De afstand tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom moet minimaal 50 meter bedragen. Deze afstanden zijn ongeacht het aantal dieren van de betreffende diercategorieën. De vaste afstanden gelden vanaf enig emissiepunt van een stalruimte. De contour met deze vaste 44 ontwerp bestemmingsplan

47 afstand om alle (mogelijke) emissiepunten wordt aangeduid als vaste afstandscontour. De geurbelasting op een geurgevoelig object wordt uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ou/m³. Hiermee wordt de 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 98 procent van een jaar niet wordt overschreden. De gemeente Montferland ligt in een concentratiegebied, als bedoeld in de Wgv. Daarom geldt in Montferland als norm 3 ou/m³ voor een geurgevoelig object binnen een bebouwde kom en als norm 14 ou/m³ voor een geurgevoelig object buiten een bebouwde kom. Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere waarde van toepassing is. De gemeente heeft echter geen verordening vastgesteld waardoor de waarden uit de Wgv van toepassing zijn. Onderzoek Door Witjes Milieuadvies is een onderzoek8 uitgevoerd naar de geurbelasting op het toekomstige Euregionaal Bedrijventerrein II. Berekend is de geurbelasting op het plangebied veroorzaakt door omliggende veehouderijen. In de nabijheid van het plangebied liggen de volgende agrarische bedrijven: Meilandsedijk 6 Op den Dam 7 Op den Dam 13 Eerlandsestraat 16 Netterdenseweg 1 Netterdenseweg 2 Netterdenseweg 3 Papenkampseweg 4 Papenkampseweg 13 Lupseweg 2 Lupseweg 3 Wildenburgseweg 16 Achtergrondbelasting Om te bepalen wat de geurbelasting van de veehouderijen in de omgeving van het plangebied is, is de achtergrondbelasting berekend. Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de geurbelasting als gevolg van een veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object. De achtergrondbelasting is berekend met als uitgangspunt de vergunde/gemelde geuremissie geprojecteerd op de rand van de agrarische bouwblokken. Dit levert, op de rand van het plangebied van Euregionaal Bedrijventerrein II, de volgende achtergrondbelastingen op: Locatie Geurbelasting (ou/m3) Rand plangebied 1 0,49 Rand plangebied 2 1,02 Rand plangebied 3 2,24 Rand plangebied 4 2,27 Rand plangebied 5 1,98 De achtergrondbelasting op de beoordelingspunten blijkt lager dan de geurnorm voor individuele beoordeling van een veehouderij binnen de bebouwde kom (3,0 ou/m3). Voorgrondbelasting Op basis van de voorgrondbelasting kan beoordeeld worden of omliggende veehouderijen beperkt worden in hun uitbreidingsmogelijkheden. De voorgrondbelasting is de geurbelasting afkomstig van één veehouderij die de meeste geur op het gevoelige object veroorzaakt. Uit geurberekeningen van afzonderlijke veehouderijen blijkt dat de veehouderij aan de Papenkampseweg 4 in Netterden bepalend is. De voorgrondbelasting op het hoogst belaste beoordelingspunt is berekend op 1,4 ou/m3. Hiermee wordt de geldende geurnorm van 3,0 ou/m3 niet overschreden. bestemmingsplan ontwerp 45

48 Goed woon- en leefklimaat Voor het bedrijventerrein (en dan met name de geurgevoelige objecten) is het van belang dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In onderstaande tabel is de berekende geurbelasting vertaald naar een percentage geurgehinderden. Geurbelasting Percentage geurgehinderden In OUe/m3 als 98-percentiel Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting Concentratiegebied Niet-concentratiegebied Concentratiegebied Niet-concentrati egebied 1 4% 7% 2% 4% 1,5 5% 9% 3% 5% 2 6% 11% 4% 6% 3 8% 15% 5% 9% 4 11% 19% 6% 11% 5 12% 21% 7% 12% 6 14% 24% 8% 14% 7 16% 26% 10% 16% 8 17% 29% 10% 17% 9 19% 31% 11% 19% 10 20% 33% 12% 20% Bij een berekende achtergrondconcentratie van 2,27 ou/m3 is het percentage geurgehinderen in een concentratiegebied circa 4%. Bij een voorgrondbelasting van 1,4 ou/m3 is een percentage geurgehinderden in een concentratiegebied circa 5%. Om het percentage geurgehinderden te vertalen naar een kwalificatie van het woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de GGD-richtlijn waarin een relatie is gelegd tussen milieukwaliteit en geurgehinderden. Milieukwaliteit Geurgehinderden (%) Zeer goed <5 Goed 5-10 Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht Bron: GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002) Het percentage geurgehinderden veroorzaakt door de achtergrondbelasting is circa 4% op de rand van het plangebied. Het woon- en verblijfklimaat is als zeer goed aan te merken. Het percentage geurgehinderden veroorzaakt door de voorgrondbelasting is circa 5%. Het woon- 46 ontwerp bestemmingsplan

49 en leefklimaat is ook als zeer goed aan te werken. 6.5 M.e.r.-plicht De uitbreiding van het bedrijventerrein EBT9 bedraagt circa 34 hectare (bruto). De uitbreiding blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde van 75 hectare (zoals opgenomen in het Besluit m.e.r., lijst D, D11.3). Omdat de ontwikkeling beneden de drempelwaarde ligt, zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. moet er een vormvrije m.e.r.-beoordeling (cf. de richtlijnen uit de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, bijlage III) plaats te vinden. Bedrijven (inrichtingen) die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit m.e.r. zijn uitgesloten. Er is geen sprake van een plan-m.e.r.-plicht, omdat het bestemmingsplan geen kader stelt voor de vestiging van deze bedrijven. 6.6 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. De criteria zijn in tabel 6.1 terug te vinden. De toetsing vindt plaats op basis van de milieuonderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Tabel 6.1: Criteria bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling Kenmerken van het project Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect bestemmingsplan ontwerp 47

50 6.6.1 Kenmerken van het project Het bestemmingsplan maakt vestiging van bedrijven mogelijk in de milieucategorieën 3.1 t/m 4.2. Geluid EBTII is een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein. Er is voor de bestaande woningen geen sprake van cumulatie van geluid afkomstig van beide bedrijventerreinen. EBTI is een geluidsgezoneerd bedrijventerrein. De geluidszone ligt over EBTII, maar niet in de buurt van de woningen aan de Meilandsedijk 4 en 6. Buiten deze zone mag de geluidbelasting van EBT niet meer bedragen dan 50 db(a). Door middel van het inwaartse zoneren van EBTII wordt er eveneens voldoende afstand gehouden tussen de gevoelige bestemmingen (o.a. woningen) en de bedrijven. De woning aan de Meilandsedijk 3 is een bedrijfswoning die is gelegen op gezoneerd industrieterrein EBT. Deze woning wordt, omdat deze is gelegen op een gezoneerd industrieterrein, niet beschermd door de Wet geluidhinder. Onderzocht is wat de geluidbelasting van de N816 (door de verkeersaantrekkende werking van EBTII) is op de woningen aan de Meilandsedijk 4 en 6 (zie ook paragraaf 6.3). Onderzocht is de huidige situatie, de autonome situatie en de situatie in 2025, inclusief de ontwikkeling van EBTII. Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting in het jaar 2025 als gevolg van de autonome groei stijgt met 1 db en door verkeersafwikkeling van EBTII met nog 1 tot 2 db. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit zal ook na ontwikkeling van EBTII voldoen aan de grenswaarden (zie ook paragraaf 6.3). Externe veiligheid Op EBTII zijn geen bedrijven rechtstreeks toegestaan die risico veroorzaken richting de omgeving. Bedrijven die onder het Bevi zijn via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk. In tabel 6.2 zijn de conclusies kort samengevat. Criteria Toets Omvang van het project De uitbreiding van het bedrijventerrein EBT bedraagt circa 34 hectare bruto. Cumulatie met andere projecten Ja, bedrijventerrein EBT met name op het gebied van geluid (verkeersaantrekkende werking), dit is onderzocht en de toename wordt aanvaardbaar beschouwd. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen N.v.t. Er is sprake van een gebiedsontwikkeling, niet van een specifiek bedrijf. Productie van afvalstoffen N.v.t. Er is sprake van een gebiedsontwikkeling, niet van een specifiek bedrijf. 48 ontwerp bestemmingsplan

51 Verontreiniging en hinder Luchtkwaliteit: zowel met als zonder ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt aan alle grenswaarden voldaan voor het toekomstige jaar Geluid, industrie: door gebruik te maken van de methode bedrijven en milieuzonering wordt voldoende afstand gehouden tussen het bedrijventerrein EBT en gevoelige bestemmingen en heeft de ontwikkeling van het bedrijventerrein EBT geen negatieve gevolgen voor de geluidskwaliteit. Geluid: verkeer: door de verkeersaantrekkende werking van EBTII zal de geluidbelasting in het jaar 2025 als gevolg van de autonome groei stijgt met 1 db en door verkeersafwikkeling van EBTII met nog 1 tot 2 db. Risico van ongevallen Nee, op de uitbreiding van bedrijventerrein EBTII zijn geen bedrijven rechtstreeks toegestaan die vallen onder het Bevi Plaats van object Natura2000-gebieden In de omgeving van het plangebied liggen diverse Natura2000-gebieden. Op basis van de toetsing (zie subparagraaf ) blijkt dat er voldoende zekerheid bestaat dat het realiseren van de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan EBT, fase II, het behalen van de doelstellingen voor de Natura 2000-gebieden niet in de weg staat. Bij de bepaling van effecten van EBTII op de beschermde natuurwaarden van een Natura2000-gebied moet dit effect ook in combinatie met effecten van andere projecten en plannen worden beoordeeld. De doortrekking van de A15 is als autonome ontwikkeling in de verkeerscijfers van 2025 verwerkt, die ten grondslag hebben gelegen aan het uitgevoerde onderzoek (zie paragraaf 3.4.3). Ten aanzien van de agrarische bedrijven is de provinciale Verordening ammoniak en Natura2000 van toepassing. Deze verordening ziet er (in Gelderland via salderingsbank) op toe dat de ammoniakdepositie in Natura2000-gebieden per saldo niet toeneemt. In Duitsland wordt een hoge drempelwaarde van 5 kg N/ha/j toegepast; verdere onderzoeksplicht is niet vereist. Dit geldt eveneens voor cumulatie. De plannen/projecten die voor cumulatie relevant zijn veroorzaken geen extra negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Gelderse Poort of Uiterwaarden IJssel. Habitat (HR)- en Vogelrichtlijngebieden (VR) Er foerageren vleermuizen boven het Grenskanaal en rondom het bosje en de boerderij. Er zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Er ligt een vliegroute van Gewone dwerg boven het Grenskanaal. Door een goede afscherming (bijvoorbeeld een houtwal) tussen industrieterrein en het Grenskanaal te maken kunnen alle effecten op vleermuizen voorkomen dan wel gecompenseerd worden. Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Het landschap is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang. In tabel 6.3 zijn de conclusies kort samengevat. Tabel 6.3: Samenvatting plaats van object Criteria bestemmingsplan Toets ontwerp 49

52 Bestaand grondgebruik De gronden waren tot voor kort in gebruikt als landbouwgrond. Het agrarisch bedrijf Meilandsedijk 1 wordt gesaneerd. De bestaande bebouwing en verharding worden gesloopt. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied n.v.t. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: - gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat (HR)- en Vogelrichtlijngebieden (VR)) Natura2000 gebieden: Uiterwaarden IJssel en Gelderse Poort en in Duitsland: Hettinger-Milingerburch (HR), Emmericher Ward, (HR, \ Unterer Niederrhein (VR) en Brutbaeume' des Heldbock (Grosser Eichenbock) - gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Het bosje langs het Grenskanaal valt onder de werkingssfeer van de Boswet - gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Nee - landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Nee, het landschap is niet van historisch, cultureel of archeologisch belang (zie subparagraaf 3.5.3) In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Tabel 6.4: Samenvatting gevoelige gebieden Gevoelig gebied Toets Beschermd natuurmonument Nee, meest nabij gelegen Beschermd natuurmonument is De Zumpe net oostelijk van Doetinchem, dit is meer dan 9 km noordelijk van s-heerenberg. Gezien de grote afstand en afwezigheid van belangrijke transportroutes gerelateerd aan EBTII zijn er geen gevolgen voor dit Beschermde natuurmonument 10. Habitat en vogelrichtlijngebieden Er foerageren vleermuizen, maar er zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Watergebied van internationale betekenis Het bedrijventerrein EBTII ligt in een regionaal hydrologisch beïnvloedingsgebied. EHS Het Grenskanaal heeft een EVZ functie en is aangewezen als een KRW watergang met midden ambitie niveau. Landschappelijk waardevol gebied Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied zie subparagraaf Waterwinlocaties. waterwingebieden, en grondwaterbeschermingsgebieden Nee 50 ontwerp bestemmingsplan

53 Beschermd monument Nee Belvedere-gebied Nee Kenmerken van het potentiële effect Er is sprake van een gebiedsontwikkeling. Bestaand agrarisch gebied zal worden getransformeerd naar bedrijventerrein. De milieu- effecten (met name op het gebied van geluid) zijn beperkt tot de directe omgeving van het plangebied en zijn blijvend. Tabel 6.5: Samenvatting kenmerken van het potentiële effect Criteria Toets Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking. Grensoverschrijdende karakter van het effect Nee, zie paragraaf 6.2 Waarschijnlijkheid van het effect N.v.t. Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Er is sprake van een gebiedsontwikkeling. Agrarisch gebied zal worden getransformeerd naar bedrijventerrein Conclusie De (ontwikkeling van) bedrijfsactiviteiten als gevolg van de realisering van het bedrijventerrein EBT, fase II leidt naar verwachting niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hierbij is getoetst aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling Er is geen m.e.r.(-beoordeling)-procedure noodzakelijk. bestemmingsplan ontwerp 51

54 6.7 Externe veiligheid Algemeen Bepaalde maatschappelijke activiteiten brengen risico s op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van de risico s bij productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid of het nieuw vestigen van dergelijke activiteiten kunnen beperkingen opleggen aan de omgeving, doordat veiligheidsafstanden tussen risicovolle activiteiten en bijvoorbeeld woningen nodig zijn. Aan de andere kant is het rijksbeleid er op gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed op elkaar worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (artikel 1 van het BEVI). Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, bejaardentehuizen en kinderopvang en -dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico betreft de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi (stb. 250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico s te verkleinen. Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen worden onderscheiden in ongevallen met: Inrichtingen (stationaire bronnen); Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen (mobiele bronnen); Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor (mobiele bronnen) Stationaire bronnen De risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen moeten tot een aanvaardbaar minimum worden beperkt. Daarvoor zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regels gesteld. Bij het toekennen van bepaalde bestemmingen moet worden onderzocht: of voldoende afstand in acht wordt genomen tussen (beperkt) kwetsbare objecten enerzijds en risicovolle inrichtingen anderzijds vanwege het plaatsgebonden risico; of (beperkt) kwetsbare objecten liggen binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, en zo ja, wat de bijdrage is aan het groepsrisico. Op het nabijgelegen bedrijventerrein zijn enkele risicovolle inrichtingen aangeduid. Voor de terminal Deborah van het transportbedrijf Wim Bosman is een PR-contour van 130 m van toepassing en op de verbeelding van het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Montferland opgenomen. Er geldt een GR van 600 m. De terminal is gelegen op ongeveer 750 m van de 52 ontwerp bestemmingsplan

55 plangrens. Op ongeveer 800 m van het plangebied bevindt zich een vuurwerkopslag op Duits grondgebied. De veiligheidsregels uit de betreffende milieuvergunning zijn afgestemd op de nabijgelegen woningen. Op EBTII zijn inrichtingen die vallen onder het Bevi niet rechtstreeks toegestaan Mobiele bronnen Wegverkeer In januari 2011 is in opdracht van de provincie Gelderland onderzoek verricht naar de externe veiligheidsrisico s op provinciale wegen in Gelderland. Het doel van dat onderzoek was het verkrijgen van inzicht in het (bestaande en toekomstige) Plaatsgebonden Risico (PR) en Groepsrisico (GR) van transporten van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen. Uit dat onderzoek komt naar voren dat binnen Gelderland 3 wegen een PR-contour kennen. Geen van die wegen ligt in de omgeving van het plangebied. Een verdere toetsing naar dit aspect kan met het oog daarop achterwege blijven. Railverkeer In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn aanwezig. Een nadere toetsing naar dit aspect kan daarom achterwege blijven. Buisleidingen In de nabijheid van het plangebied bevindt zich één hogedruk aardgasleiding (N ). Gelet echter op de afstand van de leiding tot het plangebied (ca. 530 m.) geldt dat de oriëntatiewaarde van de aanwezige leiding niet wordt genaderd. Een verdere toetsing naar dit aspect kan met het oog daarop achterwege blijven. Hoogspanningsleidingen In de nabijheid van het plangebied is geen hoogspanningsleiding aanwezig. Een nadere toetsing naar dit aspect kan daarom achterwege blijven. Vaarwater In de nabijheid van het plangebied is geen bevaarbaar water aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een nadere toetsing naar dit aspect kan derhalve achterwege blijven. bestemmingsplan ontwerp 53

56 54 ontwerp bestemmingsplan

57 Hoofdstuk 7 Juridische visie 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan Euregionaal bedrijventerrein fase II bevat het planologisch-juridisch instrumentarium voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein met bijbehorende ontsluitingsstructuur en groen- en watervoorzieningen. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de plankaart, zodat plankaart en regels te allen tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding (plankaart) De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de plankaart aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De (plan)regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks bindende werking naar de burgers. 7.2 Regels Leeswijzer bij de planregels De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het Euregionaal bedrijventerrein fase II voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen: artikel 1 (begrippen) geeft de betekenis aan van een aantal in de planregels voorkomende begrippen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot; artikel 2 (wijze van meten) geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. bestemmingsplan ontwerp 55

58 Hoofdstuk 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat bepalingen welke direct verband houden met de op de plankaart aangegeven bestemmingen. Per bestemming en per artikel geldt globaal het volgende stramien: bestemmingsomschrijving. De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend; bouwregels. In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en overige bouwwerken; afwijking van de bouwregels. Door het opnemen van deze regeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan ontheffing wordt verleend, de maximale afwijking kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder omgevingsvergunning tot afwijken wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Indien afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen dan wel een algemene strekking hebben zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (Algemene regels); specifieke gebruiksregels. In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Hierin worden niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving; afwijking van de gebruiksregels. Een ontheffing van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen, dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via afwijking kunnen geen 'nieuwe' functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling is opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Hoofdstuk 3. Algemene regels Het derde hoofdstuk van de planregels bevat algemene regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Hierin zijn een anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels algemene afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, algemene aanduidingsregels opgenomen. Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotregels Het vierde hoofdstuk bestaat uit de overgangs- en slotregel. In de overgangsregels is het overgangsrecht opgenomen en in de slotbepaling is de titel van het bestemmingsplan opgenomen. Overgangsregels: in deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht ten aanzien van bouwwerken en gebruik zoals opgenomen in het besluit ruimtelijke ordening. 7.3 Beschrijving per bestemming Bedrijventerrein Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' zijn bedrijven met milieucategorieën 3.1 tot en met 4.2 toegestaan, zoals transport- en logistieke bedrijven. De bebouwing mag uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak. Voor de toegestane bouwwerken (onder andere bedrijfsgebouwen) zijn maximale bouwhoogtes, bebouwingspercentages en oppervlaktematen opgenomen in de regels en op de verbeelding. Bedrijfswoningen en geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan. Een bouwvlak is een aanduiding die op de verbeelding is opgenomen. Hieraan worden in het plan (bouw)regels verbonden. Binnen de bestemming Bedrijventerrein dienen echter niet 56 ontwerp bestemmingsplan

59 alleen regels te worden gekoppeld aan een bouwvlak, maar ook aan de afzonderlijke bedrijfskavels. Hieraan worden bijvoorbeeld regels gekoppeld ten aanzien van het bebouwingspercentage en ten aanzien van de afstand van gebouwen tot de kavelgrens. De situering en omvang van bedrijfskavels ligt echter niet vast op grond van het bestemmingsplan. Deze zijn aan verandering onderhevig. Hierdoor is het niet wenselijk om deze kavels vast te leggen op de verbeelding van het bestemmingsplan. Om deze reden is in het bestemmingsplan het begrip bouwperceel gehanteerd voor bedrijfskavels. Door deze term in de begrippen van het plan te definiëren kunnen de benodigde bouwregels in het plan worden opgenomen. In de navolgende afbeeldingen wordt het onderscheid tussen een bouwperceel (bedrijfskavel) en een bouwvlak weergegeven Groen Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor groenvoorzieningen, waterhuishouding en waterberging ten behoeve van het riool, alsmede interne ontsluitingswegen. Er mogen alleen overige bouwwerken worden opgericht die ten dienste staan van de bestemming Verkeer Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn de gronden bestemd voor verkeersvoorzieningen, met inbegrip van doorgaande fiets- en voetpaden, bermen, sloten, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeerplaatsen en langzaamverkeersroutes en voorzieningen van openbaar nut. Er mogen alleen gebouwen en andere bouwwerken worden opgericht die ten dienste staan van de bestemming zoals lichtmasten, wegbewijzering en verkeerregelinstallaties. In de bestemmingsregels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van een antenne-installatie ten behoeve van mobiele telefonie Water De gronden gelegen binnen deze bestemming zijn bedoeld voor waterberging, waterhuishouding, waterlopen en waterpartijen. Er mogen uitsluitend overige bouwwerken worden opgericht die ten dienste staan van de bestemming Waterstaat - Waterlopen Binnen deze bestemming zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemming, bestemd voor een onderhoudszone t.b.v. de watergang. Daarnaast zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de op en/of in deze gronden voorkomende ecologische waarden. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Er mogen uitsluitend overige bouwwerken worden opgericht met een maximale hoogte van 4 meter. Binnen deze bestemming geldt het omgevingsvergunningstelsel om te voorkomen dat er werken en werkzaamheden uitgevoerd worden die de ecologische waarden aan zouden kunnen tasten. bestemmingsplan ontwerp 57

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE

Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel 1.3. Plangebied 1.4. Leeswijzer 2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Bestaande situatie 2.2. Gewenste

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Oprichten aanduidingsmast McDonald s Vlietweg 16 te Santpoort-Noord Ruimtelijke onderbouwing project Vlietweg 16 te Santpoort-Noord W12/000758/ OLO271413 INHOUD 1 Beschrijving

Nadere informatie

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ladder voor duurzame verstedelijking Ladder voor duurzame verstedelijking Klik om de modelstijlen te bewerken Tweede niveau Derde niveau Vierde niveau Vijfde niveau Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Waar komt het vandaan? 2. Wat is

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Leveroyseweg 14, Heythuysen

Ruimtelijke onderbouwing Leveroyseweg 14, Heythuysen Ruimtelijke onderbouwing Leveroyseweg 14, Heythuysen Inleiding Initiatiefnemer heeft een agrarisch bouwvlak aan Leveroyseweg 14 te Heythuysen. Op deze locatie worden varkens gehouden op extensieve wijze.

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24

Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 1 van 5 Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 2 van 5 Inleiding Op donderdag 3 april 2014 is door Dierenrijk

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld

WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 2 februari 2016 vastgesteld WIJZIGINGSPLAN ZORGBOERDERIJ BROEK 4, MARIAHOUT 2 februari 2016 vastgesteld 52-007 GEMEENTE LAARBEEK 2 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Aanleiding en doel... 5 1.3 Plangebied... 6 1.4

Nadere informatie

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,

Nadere informatie

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries

(ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries (ontwerp) ruimtelijke onderbouwing afwijking BP Asserstraat 31 Vries Gemeente Tynaarlo November 2011 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving van

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG

BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG BIJLAGE 2: VERANTWOORDING UITBREIDING BOOMSWEG 1 Algemeen De uitbreiding van het plangebied met de locatie Boomsweg omvat deels een nieuwe ontwikkelingslocatie, Boomsweg 12, en deels het overnemen van

Nadere informatie

1 NATUUR. 1.1 Natuurwetgeving & Planologie

1 NATUUR. 1.1 Natuurwetgeving & Planologie 1 NATUUR 1.1 Natuurwetgeving & Planologie De bescherming van de natuur is in Nederland vastgelegd in respectievelijk de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Deze wetten vormen een uitwerking

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Aanleg carpoolvoorziening Noorderhogeweg Drachten

Ruimtelijke onderbouwing. Aanleg carpoolvoorziening Noorderhogeweg Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg carpoolvoorziening Noorderhogeweg Drachten 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Op 2 september 2013 is een omgevingsvergunning aangevraagd door de provincie Fryslân voor de aanleg

Nadere informatie

Nieuwe bedrijfslocaties

Nieuwe bedrijfslocaties E c o l o g i s c h e i n v e n t a r i s a t i e Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Midwolda-Nieuwlandseweg Arts/Rulo te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Tevens is gekeken

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten. Gemeente Eijsden-Margraten

Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten. Gemeente Eijsden-Margraten Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Ruimtelijke onderbouwing Clermontstraat 10 te Margraten Datum: 7 april 2014 Projectgegevens: ROB01-0252620-01B TEK01-0252620-01A Identificatienummer:

Nadere informatie

3. Toekomstige situatie Milieuaspecten Planbeschrijving Inspraak Voorschriften 7

3. Toekomstige situatie Milieuaspecten Planbeschrijving Inspraak Voorschriften 7 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Bestaande situatie 3 2.1 Plangebied 3 2.2 Vigerende bestemmingsplan 3 2.3 bestaande situatie 4 3. Toekomstige situatie 4 4. Milieuaspecten 4 5. Planbeschrijving 4 6. Inspraak

Nadere informatie

Regionale samenwerking Bedrijventerreinen West-Achterhoek. 28 oktober 2008

Regionale samenwerking Bedrijventerreinen West-Achterhoek. 28 oktober 2008 Regionale samenwerking Bedrijventerreinen West-Achterhoek 28 oktober 2008 Opbouw van de presentatie Ontstaan van de samenwerking Doelstelling en ambitie Aansluiting bij Provinciaal en Landelijk beleid

Nadere informatie

WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 30 augustus 2016 vastgesteld

WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT GEMEENTE LAARBEEK. 30 augustus 2016 vastgesteld WIJZIGINGSPLAN NATUURONTWIKKELING BOSRAND 25 EN OMGEVING, LIESHOUT 30 augustus 2016 vastgesteld 52-027 GEMEENTE LAARBEEK 2 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 5 1.1 Algemeen... 5 1.2 Aanleiding en doel... 5 1.3

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. Plattelandswoning Eilandseweg 18 a, Nederhorst den Berg

Ruimtelijke onderbouwing. Plattelandswoning Eilandseweg 18 a, Nederhorst den Berg Ruimtelijke onderbouwing Plattelandswoning Eilandseweg 18 a, Nederhorst den Berg In opdracht van G.C. Nagel december 2013 Ruimtelijke onderbouwing Plattelandswoning Eilandseweg 18 a Nederhorst den Berg

Nadere informatie

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem GEMEENTE BUREN Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem Projectnr. 061-076 / 27 januari 2016 INHOUD BLZ 1 INLEIDING... 3 1.1 Aanleiding en doelstelling... 3 1.2 Plangebied... 4 1.3 Geldend

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Bûtewei 14A Ureterp (agrarische bedrijfswoning) Gemeente Opsterland

Ruimtelijke onderbouwing Bûtewei 14A Ureterp (agrarische bedrijfswoning) Gemeente Opsterland Ruimtelijke onderbouwing Bûtewei 14A Ureterp (agrarische bedrijfswoning) Gemeente Opsterland INHOUDSOPGAVE pagina HOOFDSTUK 1 INLEIDING 5 1.1 Aanleiding voor het plan 5 1.2 Plangebied 5 1.3 Leeswijzer

Nadere informatie

Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011

Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011 Visie op Zuid-Holland Ontwerp Actualisering 2011 Verordening Ruimte ontwerp wijzigingsbesluit ONTWERP VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING RUIMTE Provinciale Staten van Zuid-Holland; Gelezen het

Nadere informatie

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45

2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex. Houtensewetering naast 45 2 e Plan van wijziging Globaal Bestemmingsplan Houten Vinex Houtensewetering naast 45 2 Toelichting 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Bestemmingsplan 2 Gebieds- en projectbeschrijving

Nadere informatie

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND

COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND COMPENSATIEMAATREGELEN UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN KOLKSLUIS TE T ZAND 1. INLEIDING Aanleiding De gemeente Schagen is voornemens om het bedrijventerrein Kolksluis langs de Koning Willem II-weg in t Zand

Nadere informatie

In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op de voorontwerp-omgevingsvergunning Oirschotsedijk 52, Wintelre.

In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op de voorontwerp-omgevingsvergunning Oirschotsedijk 52, Wintelre. Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC s-hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 614 11 15 Gemeente Eersel Postbus 12 5520 AA EERSEL info@brabant.nl www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043 3825558

Nadere informatie

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking

Betreft Klant Van Datum Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking MEMO Betreft : Motivering ladder voor duurzame verstedelijking t.b.v. realisatie kinderdagverblijf Klant : J.P.M. Langelaan, Buitenbrinkweg 81, Ermelo Van : J.M. Miellet, Exlan Datum : Oktober 2016 Besluit

Nadere informatie

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013

Opgesteld door ing. A.M. Rodenbach, Recreatie Noord-Holland NV, d.d. 21 januari 2013 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING, BEHOREND BIJ DE AANGEVRAAGDE VERGUNNING OMG-12-181 Voor de inrichting en het gebruik van een evenemententerrein in deelgebied De Druppels, tegenover Wagenweg 22/24 te Oudkarspel

Nadere informatie

Bedrijven- en milieuzonering gebiedsontwikkeling Schokkerhoek in Urk

Bedrijven- en milieuzonering gebiedsontwikkeling Schokkerhoek in Urk Notitie Contactpersoon Suzanne Swenne Datum 1 maart 2016 Kenmerk N001-1235703SBO-wga-V01-NL Bedrijven- en milieuzonering gebiedsontwikkeling Schokkerhoek in Urk 1 Aanleiding De gemeente Urk is momenteel

Nadere informatie

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a. Gemeente Schijndel Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a., sub 2 Wabo 2 3 bij verzoeken om afwijken van het bestemmingsplan Inleiding Op 24 september 2014 is het

Nadere informatie

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn

memo Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg 63 en 65 te Doorn memo aan: van: c.c.: Inge Eising Gemeente Utrechtse Heuvelrug Mariël Gerritsen Pieter Birkhoff Van Wijnen Groep N.V. datum: 14 december 2015 betreft: Verlegging rode contour ter plaatse van de Driebergsestraatweg

Nadere informatie

Duinkampen 23 te Paterswolde

Duinkampen 23 te Paterswolde Duinkampen 23 te Paterswolde Projectgebied. Duinkampen 23 Paterswolde 1. Inleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor het bouwen van een bijgebouw, het plaatsen van een schutting en twee kunstwerken

Nadere informatie

Gemeente Lingewaard. Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen

Gemeente Lingewaard. Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen Gemeente Lingewaard Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness Centre Huissen Juli 2011 Gemeente Lingewaard Ruimtelijke onderbouwing Realisatie berging en overkapping bij Fitness

Nadere informatie

Provinciaal blad van Noord-Brabant

Provinciaal blad van Noord-Brabant Provinciaal blad van Noord-Brabant ISSN: 0920-1408 Onderwerp Wijziging Verordening ruimte i.v.m. bp Broeksche Erven, Nuenen Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Bijlage(n) 3 - gelezen het verzoek van

Nadere informatie

Bestemmingsplan Buitengebied Grubbenvorst

Bestemmingsplan Buitengebied Grubbenvorst Bestemmingsplan Buitengebied Grubbenvorst Perceel L 534 NL.IMRO.1507.BPGRBUITENGEBL534 Bestemmingsplan Buitengebied Grubbenvorst, Perceel L 534 Vastgesteld 13 september 2013 NL.IMRO.1507.BPGRBUITENGEBL534-VA01

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Vossenstraat 81 Doetinchem Ihkv functieverandering agrarisch naar natuur.

Ruimtelijke onderbouwing Vossenstraat 81 Doetinchem Ihkv functieverandering agrarisch naar natuur. Ruimtelijke onderbouwing Vossenstraat 81 Doetinchem Ihkv functieverandering agrarisch naar natuur. Project : Ruimtelijke onderbouwing Vossenstraat 81, Doetinchem Datum : 21 juni 2013 Status : Definitief

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A.

Raadsvoorstel. Agendapunt: 12b. Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn. Portefeuillehouder: wethouder F.S.A. Raadsvoorstel Agendapunt: 12b Onderwerp: Bestemmingsplan Windturbines Netterden-Azewijn Portefeuillehouder: wethouder F.S.A. Wissink Samenvatting: In april 2008 heeft uw raad besloten in te stemmen met

Nadere informatie

Blad 2. Beoordeling verzoek

Blad 2. Beoordeling verzoek Ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het dempen van een kadesloot en verbreden van watergangen in de Wergeastermarpolder Door het Wetterskip Fryslân is een

Nadere informatie

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D

Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Bestemmingsplan Haule, Dorpsstraat 56 te Haule V A S T G E S T E L D Inhoud Toelichting Regels Verbeelding 19 oktober 2010 Projectnummer

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw havenkantoor naast Botterwerf. Behorende bij omgevingsvergunning nieuwbouw havenkantoor

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw havenkantoor naast Botterwerf. Behorende bij omgevingsvergunning nieuwbouw havenkantoor Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw havenkantoor naast Botterwerf Behorende bij omgevingsvergunning nieuwbouw havenkantoor Februari 2017 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Ligging plangebied... 4 1.2

Nadere informatie

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Advies : Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Datum : 17 december 2010 Opdrachtgever : mevrouw I. Zwartkruis Ter attentie van Projectnummer : mevrouw I. Zwartkruis : 211X04268.062985_1 Opgesteld

Nadere informatie

Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting

Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting Pos Service Holland BV 19 februari 2013 Ontwerp A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. PLANNING & TRANSPORT

Nadere informatie

Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking. Samenvatting

Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking. Samenvatting Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking Samenvatting Samenvatting Handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd,

Nadere informatie

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling

Toelichting 1 Inleiding 2 Beleidskader 3 Beoordeling Toelichting Wijzigingsplan i.c. bestemmingsplan Buitengebied Sanjesreed 8c Oentsjerk (dagbesteding Bûtenút) 1 Inleiding Werk- en dagbesteding Bûtenút is gevestigd op een deel van de voormalige PTC+ locatie

Nadere informatie

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland)

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) De gemeente Berkelland vraagt voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied, Kieftendijk Haaksbergseweg

Nadere informatie

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht

Toelichting op het bestemmingsplan. 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne. Stadsontwikkeling Dordrecht Toelichting op het bestemmingsplan 1e herziening bestemmingsplan Leerpark, locatie Brandweerkazerne Stadsontwikkeling Dordrecht Augustus 2009 1. Inleiding Het bestemmingsplan Leerpark is op 1 maart 2005

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Schalkwijkseweg 22 2 10 COLOFON TITEL: Ruimtelijke Onderbouwing Schalkwijkseweg 22 STATUS: Definitief PROJECTNUMMER: NL.IMRO.0321.0012PBSCHLKWSWG22 DATUM: 11 februari 2010 AUTEUR:

Nadere informatie

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijzigingsplan Buitengebied Noord, deelplan Noorderhoofddiep 16 te Nieuweroord. Vastgesteld

GEMEENTE HOOGEVEEN. Wijzigingsplan Buitengebied Noord, deelplan Noorderhoofddiep 16 te Nieuweroord. Vastgesteld GEMEENTE HOOGEVEEN Wijzigingsplan Noorderhoofddiep 16 te Nieuweroord Vastgesteld 18 Mei 2010 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Bestaande situatie 3 2.1 Plangebied 3 2.2 Vigerende bestemmingsplan 3 2.3 Toelichting

Nadere informatie

Woningbouw Het plan maakt de ontwikkeling van twee woningen aan het Landaspad mogelijk. Tegen deze ontwikkeling hebben wij geen bezwaar.

Woningbouw Het plan maakt de ontwikkeling van twee woningen aan het Landaspad mogelijk. Tegen deze ontwikkeling hebben wij geen bezwaar. Bestaande overcapaciteit aan bedrijventerreinen In de stadsregio Arnhem-Nijmegen bestaat een groot overaanbod aan bedrijventerreinen. Voor de periode 2016-2025 bedraagt dit minstens 150 ha. Van het bestaande

Nadere informatie

Relevante artikelen Verordening ruimte Noord-Brabant

Relevante artikelen Verordening ruimte Noord-Brabant Bijlage 3 Relevante artikelen Verordening ruimte Noord-Brabant Artikel 2.1 - Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk

Nadere informatie

Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde

Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde Gemeente Tynaarlo Oktober 2011 NL.IMRO.1730.PBWatermolendijk3-0401 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2

Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2 Landelijk gebied, percelen rond Kiebergerweg 2 NL.IMRO.0037.BP1303-vs01 25 augustus 2014 blz. 2 Gemeente Stadskanaal Inhoudsopgave Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Plangebied

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1. Het project 3 2. Beschrijving huidige en

Nadere informatie

Beheersverordening Kornputkwartier

Beheersverordening Kornputkwartier Beheersverordening Kornputkwartier ID plan: NL.IMRO.1708.STWKornputkwtrBV1-VA01 datum: maart 2017 status: vastgesteld auteur: SRE Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter, NL.IMRO.1708.STWKornputkwtrBV1-VA01

Nadere informatie

Op het voorstel van Gedeputeerde Staten van 8 november 2016, afdeling FLO, 819F8D33;

Op het voorstel van Gedeputeerde Staten van 8 november 2016, afdeling FLO, 819F8D33; Besluit Provinciale Staten van Utrecht; Op het voorstel van Gedeputeerde Staten van 8 november 2016, afdeling FLO, 819F8D33; Gelezen het concept van de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028

Nadere informatie

1. Streekplan Brabant in balans

1. Streekplan Brabant in balans 1. Streekplan Brabant in balans Het plangebied is gelegen in de AHS-landschap; subzone leefgebied dassen en voor een deel (duinrand) binnen de GHS-natuur. De Interimstructuurvisie Noord-Brabant Brabant

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS

Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS Betreft Actualisatie natuurcompensatieplan Waalre-Noord Fase 1 1 Algemeen De gemeente Waalre is voornemens woningbouw te realiseren

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens

Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens Ruimtelijke onderbouwing Fort Imperial te Breskens 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 4 1.1 Aanleiding 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 4 1.3 Vigerende bestemmingsplan 5 2. Bestaande situatie 6 2.1 ruimtelijke

Nadere informatie

Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5. Gemeente Someren

Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5. Gemeente Someren Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5 Bestemmingsplan Waterdael III, herziening Boerenkamplaan 5 Toelichting Bijlagen Regels Bijlage Verbeelding Schaal 1:1.000 Vastgesteld: 25 september

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Inleiding

HOOFDSTUK 1 Inleiding HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In 2010 is het voormalige perceel Strijbeekseweg 23 te Ulvenhout gesplitst in twee percelen, te weten Strijbeekseweg 23 met daarop een boerderij (rijksmonument),

Nadere informatie

Visie op Zuid-Holland. Verordening Ruimte. Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS

Visie op Zuid-Holland. Verordening Ruimte. Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS Visie op Zuid-Holland Verordening Ruimte Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS GS 21 mei 2013 ONTWERP VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING RUIMTE Provinciale Staten van

Nadere informatie

Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg

Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Verantwoording Titel : Verkennend natuuronderzoek N237 Soesterberg Subtitel : Projectnummer : Referentienummer : Revisie : C1 Datum : 30-10-2012 Auteur(s) :

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING. Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Herinrichting parkeerterrein sportpark Rooswijk Rooswijklaan 4 te Velsen-Noord 28 februari 2013 INHOUD 1 Beschrijving project en locatie...3 2 Planologisch kader...4 2.1 Vigerend

Nadere informatie

Begrenzing Primair agrarisch gebied (Primag)

Begrenzing Primair agrarisch gebied (Primag) Begrenzing Primair agrarisch gebied (Primag) 1.1 Inleiding Het buitengebied van de gemeente Deurne, dat behalve de kernen van Deurne, Vlierden, Liessel, Neerkant en Helenaveen, het gehele grondgebied van

Nadere informatie

Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk (KuiperCompagnons)

Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk (KuiperCompagnons) Bijlage 3: Natuurtoets Westhavendijk 14-16 (KuiperCompagnons) NATUUR Kader De Flora- en faunawet (hierna: Ffw) beschermt alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën. Van deze soortgroepen

Nadere informatie

Herziening PIP Greenportlane: Uitwerking nadere inzichten inzake nationale buisleidingenstrook Rotterdam - Ruhrgebied.

Herziening PIP Greenportlane: Uitwerking nadere inzichten inzake nationale buisleidingenstrook Rotterdam - Ruhrgebied. Herziening PIP Greenportlane: Uitwerking nadere inzichten inzake nationale buisleidingenstrook Rotterdam - Ruhrgebied. 1. Inleiding Deze Toelichting baseert zich op het inpassingsplan Greenportlane, zoals

Nadere informatie

Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren

Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren Proactieve aanwijzing recreatieve zone De Heihorsten, Someren ONTWERP Inhoudsopgave Regels 3 Hoofdstuk 1 Inleidende regels 4 Artikel 1 Begripsbepalingen

Nadere informatie

Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20

Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20 Inhoudsopgave ruimtelijke onderbouwing Olympus 20 Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Landschappelijke inpasbaarheid Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten Hoofdstuk

Nadere informatie

LOG Montfort - Maria Hoop

LOG Montfort - Maria Hoop LOG Montfort - Maria Hoop Notitie Milieuruimte Definitief Gemeenten Roerdalen en Echt-Susteren Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 8 januari 2014 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2

Nadere informatie

Ontwerp wijziging PRVS

Ontwerp wijziging PRVS Model bekendmaking regeling provinciale staten 1 8 Ontwerp wijziging PRVS Ontwerp besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van [..], tot wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie

Nadere informatie

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet

ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet ONTWERP-PROJECTPLAN WATERWET ex art. 5.4 Waterwet Datum: 10 februari 2016 Kenmerk: 201600150 Onderwerp: ontwerp-projectplan voor de realisatie van maatregelen ten behoeve van het nieuwe peilgebied Nieuw-Lekkerland

Nadere informatie

Uitbreiding Theater De Willem

Uitbreiding Theater De Willem Stedenbouwkundige verkenning Uitbreiding Theater De Willem Gemeente Papendrecht, november 2008 Stedenbouwkundige Verkenning Onderwerp: Theater De Willem 1. Inleiding De mogelijkheden voor uitbreiding van

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de verbouw van zalencentrum tot een woning aan Verlengde Oosterdiep OZ 102 te Barger- Compascuum

Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de verbouw van zalencentrum tot een woning aan Verlengde Oosterdiep OZ 102 te Barger- Compascuum Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de verbouw van zalencentrum tot een woning aan Verlengde Oosterdiep OZ 102 te Barger- Compascuum afdeling ruimtelijke ontwikkeling en infrastructuur team ontwikkeling januari

Nadere informatie

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak Het Zuid 34 te Drachten 1 Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING 2 BELEIDSKADER EN WETGEVING De kern van deze bewonersvisie is dat natuur de belangrijkste beleidsfunctie is van het gebied waarbij de gebiedswaarden rust, stilte en donkerte centraal moeten staan en dat

Nadere informatie

Ruimtelijke ordening. Ruimtelijke Ordening

Ruimtelijke ordening. Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke ordening Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke ordening (RO) in Nederland Vanuit de geschiedenis is RO al belangrijk in Nederland, denk bijvoorbeeld aan landinrichting en optimaliseren van de waterhuishouding.

Nadere informatie

1 Inleiding 2. 2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3. 3 Uitgangspunten 5. 4 Marktanalyse Laddertoets 19. Bijlage A 25.

1 Inleiding 2. 2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3. 3 Uitgangspunten 5. 4 Marktanalyse Laddertoets 19. Bijlage A 25. Laddertoets De Smaragd Waalre Laddertoets De Smaragd Waalre 1 Inleiding 2 2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3 3 Uitgangspunten 5 4 Marktanalyse 11 5 Laddertoets 19 Bijlage A 25 Artikel 4.3 Nieuwbouw

Nadere informatie

Wij hebben uw verzoek beoordeeld en besloten de gevraagde ontheffing te verlenen. Bijgaand treft u een afschrift aan van ons besluit.

Wij hebben uw verzoek beoordeeld en besloten de gevraagde ontheffing te verlenen. Bijgaand treft u een afschrift aan van ons besluit. Gedeputeerde Staten Contact M. Molenwijk T 070-441 74 11 m.molenwijk@pzh.nl Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 66 11 www.zuid-holland.nl Burgemeester en Wethouders van de

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning voor het plaatsen van een gedeelte van een woonwagen en voor een meterkast buiten de aangelegde woonwagenlocatie aan de Heelalstraat.

Nadere informatie

ACTUALISATIE STRUCTUURVISIE BLADEL

ACTUALISATIE STRUCTUURVISIE BLADEL ACTUALISATIE STRUCTUURVISIE BLADEL Gemeente Bladel Memo wijzigingen in Ruimtelijk Casco ten opzichte van DRS en Dorpenplan Medio 2004 heeft de gemeenteraad van Bladel de StructuurvisiePlus, bestaande uit

Nadere informatie

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool

Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen. Bestemmingsplan Ambachtsschool Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Ambachtsschool Gemeente Enschede Programma Stedelijke Ontwikkeling Team Bestemmingsplannen Februari 2016 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing. ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt

Ruimtelijke onderbouwing. ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van aanvraag omgevingsvergunning herinrichten tankstation de Zuidpunt Dordrecht, 10 september 2012 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel aan de Rijksstraatweg

Nadere informatie

Bestemmingsplan Herziening Kern Made - Prinsenhof Ontwerp

Bestemmingsplan Herziening Kern Made - Prinsenhof Ontwerp Gemeente Drimmelen Bestemmingsplan Herziening Kern Made - Prinsenhof Ontwerp Gorinchem, 4 april 2016 NL.IMRO. 1719.1bp15herzmadeprins-on01 Gemeente Drimmelen Bestemmingsplan Herziening Kern Made - Prinsenhof

Nadere informatie

NOTITIE BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING BOSSCHEBAAN 37 TE HEESCH GEMEENTE BERNHEZE

NOTITIE BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING BOSSCHEBAAN 37 TE HEESCH GEMEENTE BERNHEZE NOTITIE BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING BOSSCHEBAAN 37 TE HEESCH GEMEENTE BERNHEZE Notitie bedrijven en milieuzonering Bosschebaan 37 te Heesch in de gemeente Bernheze Opdrachtgever RO Connect Graafsebaan

Nadere informatie

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Recreatieve Poort 2015" Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 9 juni 2015 Mij bekend, De griffier Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling

Nadere informatie

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden

Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden Startnotitie procedure bestemmingsplan Brediusgronden 1. Inleiding Het college heeft op 17 juli 2013 besloten om een intentieoverkomst met Rijkswaterstaat

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen Projectbesluit Veranderen erf bij de woning Skieppedrifte 5 te Drogeham Ruimtelijke onderbouwing

Gemeente Achtkarspelen Projectbesluit Veranderen erf bij de woning Skieppedrifte 5 te Drogeham Ruimtelijke onderbouwing Gemeente Achtkarspelen Projectbesluit Veranderen erf bij de woning Skieppedrifte 5 te Drogeham Ruimtelijke onderbouwing 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor het projectbesluit Op 15 januari 2010 is er een

Nadere informatie

Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) Het bestemmingsplan Wat is een bestemmingsplan? Waaruit bestaat een bestemmingsplan?

Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) Het bestemmingsplan Wat is een bestemmingsplan? Waaruit bestaat een bestemmingsplan? Herzien bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro) In deze brochure leest u wat het herzien van een bestemmingsplan inhoudt, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan

Nadere informatie

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 WABO

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 WABO RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 WABO Duinkampen 21 te Paterswolde NL.IMRO.1730.ABDuinkamp21PW-0301 Status: concept - 2 - Inleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om

Nadere informatie

AMER GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED 2004 WIJZIGING AANDUIDING INTENSIEVE VEEHOUDERIJ WIJZIGING MARKNESSERWEG 13

AMER GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED 2004 WIJZIGING AANDUIDING INTENSIEVE VEEHOUDERIJ WIJZIGING MARKNESSERWEG 13 GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER BESTEMMINGSPLAN LANDELIJK GEBIED 2004 WIJZIGING AANDUIDING INTENSIEVE VEEHOUDERIJ WIJZIGING MARKNESSERWEG 13 EMMELOORD 2008 AMER ADVISEURS BV ZONNEHOF 43 381 1 ND AMERSFOORT TEL

Nadere informatie

Gemeente Haaksbergen de heer G. van der Wens Externe veiligheid / Bedrijven en milieuzonering plangebied Hassinkbrink te Haaksbergen

Gemeente Haaksbergen de heer G. van der Wens Externe veiligheid / Bedrijven en milieuzonering plangebied Hassinkbrink te Haaksbergen Aan: Gemeente Haaksbergen de heer G. van der Wens Externe veiligheid / Bedrijven en milieuzonering plangebied Hassinkbrink te Haaksbergen Van: Aveco de Bondt 1 EXTERNE VEILIGHEID 1.1 Kader Externe veiligheid

Nadere informatie

BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE

BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE Vastgesteld op 15 december 2011 BESTEMMINGSPLAN VERWIJDEREN WINDTURBINE NABIJ VROUWENPAROCHIE CODE 110505 / 15-12-11 GEMEENTE HET BILDT 110505

Nadere informatie

AANLEIDING / PROBLEEMSTELLING

AANLEIDING / PROBLEEMSTELLING Raadsvoorstel Voor de gemeenteraadsvergadering d.d. 28 september 2015 Documentnummer : 2015.0.072.749 Zaaknummer: 2015-03-01380 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan 'Stadsblokken - Meinerswijk 2015'

Nadere informatie

BESTEMMINGSPLAN BORNEOKADE 62b. Vastgesteld op 27 september 2011

BESTEMMINGSPLAN BORNEOKADE 62b. Vastgesteld op 27 september 2011 BESTEMMINGSPLAN BORNEOKADE 62b Vastgesteld op 27 september 2011 1. INLEIDING Op 28 april 2010 is er een overeenkomst gesloten waarin onder andere is overeengekomen, dat het stadsdeel middels een daarvoor

Nadere informatie

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Leudal Postbus ZG Heythuysen. Geacht College,

College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Leudal Postbus ZG Heythuysen. Geacht College, Bergs Advies B.V. Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen Telefoon (0475) 49 44 07 Fax (0475) 49 23 63 E-mail info@bergsadvies.nl Internet www.bergsadvies.nl BIC code: RABONL2U IBAN: NL76RABO0144217414 K.v.K.

Nadere informatie

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief

Westvoorne. Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte. Ruimtelijke onderbouwing. 101502.17477.00 31-10-2012 definitief Westvoorne Vogelwerende voorziening Trafostation Ommeloopweg Tinte Ruimtelijke onderbouwing identificatie planstatus projectnummer: datum: status: 101502.17477.00 31-10-2012 definitief projectleider: opdrachtgever:

Nadere informatie

Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo).

Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo). Ruimtelijke Onderbouwing vestiging Adriaans Veeg- en Rioolbedrijf op een perceel aan de Tramweg (De Smaale Mierlo). Doel en aanleiding Verzoek Adriaans voor vestiging Adriaans heeft gevraagd om zich op

Nadere informatie