BIJLAGE 4.VI.: NOTITIE 'RESULTATEN MODELBEREKENINGEN ZWEVEND STOFTRANSPORT'

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BIJLAGE 4.VI.: NOTITIE 'RESULTATEN MODELBEREKENINGEN ZWEVEND STOFTRANSPORT'"

Transcriptie

1 BIJLAGE 4.VI.: NOTITIE 'RESULTATEN MODELBEREKENINGEN ZWEVEND STOFTRANSPORT' Wlllamn * Bl A»d442 1 MER V«rndl«ping NI.uw. Iltn 8l l»g.nnpplt d»linili.f 04 d.d. 1 d«c«mb«i 2000

2

3 Witteveen Bs Bijlage 4.VI. watsr infrastructuur mllltu buw Wltlav.tn.Bs vin Twickalstraat 2 pstbus AE Divinltr talaln » 11 talalax 0570 « pdrachtgavar prlactcda prjact ndarwarp ralaranlla/vlgnummar DWR Asd442.1 MER Verndieping Nieuwe Meer Resultaten mdelberekeningen zwevend stftransprt definitief Witteveen+Bs Ing. J.M. Faber, Prjectleider MER pgamaakt datum bijlagan Ir. J.S. Slt 1 december INTRODUCTIE Dr de mdellering van het transprt van zwevend stf in het Nieuwe Meer meten twee vragen wrden beantwrd: he verspreidt het zwevend stf zich tijdens het strten van specie in het Nieuwe Meer? kan er na verndieping van het Nieuwe Meer ersie gaan ptreden, waardr eventuele aan zwevend stf gebnden micrverntreinigingen verspreid kunnen wrden? Deze vragen zijn met name relevant vr de berdeling van de effecten van het strten van baggerspecie vr de havens, de stranden en de kwaliteit van het (zwem)water. In deze ntitie wrdt k aandacht besteed aan de aanslibbing In de jachthavens en aan het langetermljn effect van het verspreiden van het zwevend stf. De uitgangspunten vr de mdellering staan beschreven in de bijlagenntitie Uitgangspunten mdellering zwevend stftransprt. 4.V., de ntitie Deze ntitie beschrijft de resultaten van het mdelnderzek dat uitgeverd is m deze vragen te beantwrden, in vier hfdstukken: vertrebeling tijdens het strten (hfdstuk 1); resuspensie na verndieping (hfdstuk 2); geveligheidsbeschuwing (hfdstuk 3); evaluatie en cnclusies (hfdstuk 4). De vlgende bijlagen zijn aan deze ntitie tegevegd: Bijlage I Referentiesituatie (één figuur); Bijlage II Resultaten alternatiefberekeningen zwevend stf (elf figuren); Bijlage lil Resultaten berekeningen resuspensie na verndieping (één figuur).

4 1. VERTROEBELING TIJDENS STORTEN Het effect van het strten van specie in het Nieuwe Meer wrdt beschreven vr drie alternatieven: strten van specie in de westelijke put, strten in de stelijke put en strten in beide putten. Het effect van het strten van specie in beide putten tegelijkertijd is echter niet apart gemdelleerd, maar wrdt beschreven aan de hand van de effecten van verspreiden p de afznderlijke lcaties. De effecten van het strten van specie wrdt vergeleken met een referentiesituatie, die hierna eerst wrdt beschreven Referentiesituatie Om het effect van het strten van specie in beeld te brengen is een aantal berekeningen uitgeverd. Ten eerste zijn referentieberekeningen gemaakt vr de huidige situatie. De referentieberekeningen dienen erte m de alternatiefberekeningen te kunnen crrigeren vr de prcessen die autnm In het systeem ptreden. De referentiesituatie is echter alleen bekend vr de huidige bdemligging, dus znder verndieping. Uitgegaan is van twee referentiesituaties. In referentiesituatie a is er geen wind; in referentiesituatie b staat er een westenwind van 20 m/s (windkracht 8). Beide referentiesituaties zijn extreme situaties en begrenzen de werkelijke dynamiek van het systeem. In referentiesituatie a is er weinig waterbeweging en treedt er nauwelijks verspreiding van zwevend stf p. Dr de lage bdemschulfspanningen vindt p de diepe lcaties vrtdurend sedimentatie plaats. Bij windkracht 8 vindt zwevend stftransprt plaats vanuit de Ringvaart naar het Nieuwe Meer. In deze situatie zrgt de hge windsnelheid vr verspreiding van zwevend stf ver het hele systeem, (figuur 1.1) Alternatief 1: Strten van specie in de westelijke put Als er in de ng niet verndiepte situatie in het diepste deel van het westelijk deel van het Nieuwe Meer specie wrdt gestrt bij windstil weer, treedt p de strtlcatie tijdelijk een grte verhging van de cncentratie zwevend stf p. Het invledsgebied heeft een geringe mvang (flg. II.1). Het zwevend stf verspreidt zich nauwelijks in het meer dr de geringe waterbeweging. Alleen in de directe mgeving van de strtlcatie nemen de cncentraties k te, tt circa 100 mg/l (rdegrtte, zie figuur 11.1.). Omdat er nder deze cndities weinig verspreiding van zwevend stf is en mdat de twee lichte fracties nauwelijks bezinken neemt bij dagelijks verspreiden van specie de cncentratie p de strtlcatie in de tijd te. De zware fractie is binnen een uur vlledig uitgezakt en p de bdem gesedimenteerd (figuur M.2.). In de verndiepte situatie, bij afgenmen waterdiepte, is de berekende cncentratie p de strtlcatie hger mdat de gestrte heveelheid specie ver een kleiner ppervlak in het mdel is aangebracht dan in de niet verndiepte situatie (ntitie Uitgangspunten mdellering zwevend stftransprt). In ndiep water beslaat de initiële vertrebeling een minder grt ppervlak dan in diep water, waar de specie een langere weg naar de bdem met afleggen. Overigens is gecnstateerd dat het ptentieel verlies afneemt bij afnemende waterdiepte, m diezelfde reden. Dit effect is In het mdel niet meegenmen, wat vr de alternatieven met een verndiepte bdem een wrstcase benadering Is. Na verndieping neemt tevens de snelheid waarmee het meer gevuld en geleegd wrdt vanuit de Ringvaart te (bijlagenntitie 4.IV., de ntitie Resultaten mdelberekeningen waterbeweging). Daarm verspreidt het zwevend stf zich in de verndiepte situatie net iets verder naar de Ringvaart (vergelijk figuur II.3 met figuur II.1.). Dat verschil is echter klein. Bij windkracht 8 is er p de strtlcatie zelf slechts tijdelijk een tename van de ttale cncentratie zwevend stf te zien (< 20 mg/l) (figuur II.4). Binnen een uur is dit effect nageneg verdwenen. De wind zrgt er vr dat de lichte fracties zwevend stf snel ver het hele meer verspreid wrden. Vijf uur na de laatste dagelijkse strting (van een peride van 5 dagen) is de cncentratie in het hele meer met 2-3 mg/l verhgd. In het stelijke deel van het meer, waar niet gestrt Is, is de cncentratieverhging wat minder (1-2 mg/l) (figuur II.5). De achtergrndcncentratie van zwevend stf in het diepe deel van het Nieuwe Meer ligt nder gemiddelde cndities In dezelfde rde van grtte (zie de bijlagenntitie 4.V., de ntitie Uitgangspunten mdellering zwevend stftransprt). WHMwiiltui A»d442.i Bijlag«4.VI. Raaultatan mdalbarakanlngan ravand atltranaprt d.d. 1 dacambar

5 Verndieping bij windkracht 8 heeft dr de iets veranderde waterbeweging een gering verhgend effect p de verspreiding van zwevend stf, maar dat leidt niet tt een relevant verschil In vertrebeling (vergelijk figuur 11.6 met figuur 11.5.) Alternatief 2.: Strten in de stelijke put Het effect van het strten van baggerspecie in het stelijk deel van het Nieuwe Meer verschilt weinig van het effect van verspreiden van specie in het westelijk deel. Bij windstil weer neemt de cncentratie van de lichte zwevend stffracties ter plaatse van de put te mdat er nauwelijks verspreiding ptreedt (figuur II.7). Als er verndiept is, is de verspreiding dr de veranderde waterbeweging ng weer iets grter (vergelijk figuur II.8. met figuur H.7.). Bij windkracht 8 is er p de strtlcatie k weer een tijdelijke vertrebeling (figuur II.9). De lichte zwevend stffracties verspreiden zich k weer snel ver het hele Nieuwe Meer, de dieptegemiddelde vertrebeling na 5 dagen is eveneens 2-3 mg/l. Ten nrden van de strtlcatie is een klein gebied waar Iets hgere cncentraties vrkmen (tt 4 mg/l) (figuur 11.10). In het westen van de plas kmen k lagere cncentraties vr. Na verndieping is de verdeling van zwevend stfcncentraties ver het meer weer net iets anders dr de gewijzigde waterbeweging (vergelijk figuur met figuur ). De gemiddelde vertrebeling ten gevlge van de verspreiding van specie is echter gelijk aan die in de niet verndiepte situatie Alternatief 3.: Strten in het gehele meer tegelijkertijd Als in beide putten specie wrdt gestrt, treden ver het algemeen dezelfde effecten p als bij verspreiden van specie p de afznderlijke lcaties: de vertrebeling Is afhankelijk van de windkracht, de windrichting en de strtlcatie Aanslibbing in de jachthavens als gevlg van het strten van baggerspecie Het is bekend dat er aanslibbing ptreedt in de jachthavens van het Nieuwe Meer. De vraag Is f deze aanslibbing zal tenemen als gevlg van het strten van specie in het Nieuwe Meer, met name in de stelijke put. Aanslibbing In de havens kan in beginsel wrden verrzaakt dr: bezlnking van drijvend rganisch materiaal; bezinking van pgeweld materiaal van de evers en van de diepe delen; k bezinking van materiaal dat dr de glfslag is afgekalfd; bezinking van zwevend stf. Bezinking van drijvend rganisch materiaal, bijvrbeeld dr algen, dat dr de verwegend westelijke wind in de havens wrdt geblazen, Is nwaarschijnlijk. Drijvende algenlagen kmen sinds het plaatsen van de menginstallatie nauwelijks meer vr. Waarschijnlijker is het dat tijdens frse wind uit het westen slib langs de evers wrdt pgeweld en in hge cncentraties vlak bven de bdem wrdt getransprteerd. Dit kmt gedeeltelijk in de havens terecht mdat de strmingsrichting langs de evers met de wind mee is en mdat westenwinden verheersen. Het is zeer nwaarschijnlijk dat slib uit de diepere delen van het meer de havens zal kunnen bereiken. Het slib dat in de diepe delen van het meer ligt, kan niet wrden pgeweld mdat de glfbeweging daar aan de bdem nvldende merkbaar is. De gestrte specie ligt dermate diep dat het buiten het bereik is van het pwelende effect van glven en strming; dit geldt verigens k vr scheepsschreven (zie de ntitie Uitgangspunten mdellering waterbeweging). Aanslibbing kan In therie k ptreden dr het in de havens bezinken van slib dat tijdens het strtprces in suspensie raakt. In de bijlagenntitie 4.V., de ntitie Uitgangspunten mdellering zwevend stftransprt is dit verlies gesteld p 5% (het ptentieel strtverlies). Een gedeelte daarvan zal de strtlcatie k daadwerkelijk verlaten (het actuele verlies). Bij het strten via een strtkker is het actuele verlies het kleinst, bij het gebruik van nderlssers Is het actuele verlies grter en bij het gebruik van een kraan met grijper ng grter. Het vrdeel van het gebruik van nderlssers is dat de tijdsduur waarin vertrebeling ten gevlge van het actuele verlies ptreedt, MMMNMIN A»d442.1 Bijlag«4.VI. Resultaten mdelberekeningen zwevend stltraneptl d.d. 1 december

6 aanzienlijk krter is dan bij de verige strtwijzen. Zie verder de geveligheidsanalyse aan het eind van deze ntitie. In het ngunstigste geval (wrstcase) verplaatst het actuele verlies zich vanaf de stelijke strtlcatie ais een wlk, znder verdere verspreiding, richting de jachthavens. De kans dat dit gebeurt is klein, maar het is niet vlledig uit te sluiten. Terwijl de wlk zich verplaatst, zal er slib uitzakken. Bij een strmsnelheid van gemiddeld 0,1 m/s det de wlk er ngeveer anderhalf uur ver m van lcatie st de havens te bereiken (een afstand van ngeveer 500 m). De zwaardere fracties zijn dan al geheel uit het bvenste gedeelte van de waterklm verdwenen, de lichtere fracties zijn daar ng ver. Deze fractie bezinken slechts langzaam (0,1 tt 1 m/dag). Vrdat deze fracties zich in de havens kunnen afzetten (gemiddelde diepte circa 2,5 m) zijn er dus 2,5 tt 25 dagen vrbij. Er mag verndersteld wrden dat de wlk zich tegen die tijd ver een grter ppervlak heeft verspreid, waardr de cncentraties zwevend stf zijn afgenmen. Er kan k een andere benadering wrden gevlgd. De tename van de cncentratie zwevend stf bedraagt lkaal bij strm maximaal 4 mg/l (zie hiervóór). Stel dat deze tename een jaar lang cnstant blijft en vlledig in een haven van 2,5 m diepte bezinkt. Dan bezinkt per jaar p elke dm x 25 dm 3 x 4 mg/l = mg fwel 36,5 g; dat is 3650 g/m 2 fwel circa 1,4 mm. Zelfs nder deze ngunstige aannamen Is dat veel minder dan de natuurlijke aanwas van enkele cm per jaar. Gecncludeerd wrdt dat er ten gevlge van het strten van baggerspecie niet f nauwelijks extra aanslibbing in de jachthavens Is te verwachten. Vr de stranden geldt het zelfde Langetermijntename van de cncentratie zwevend stf Een gedeelte van de specie raakt tijdens het strten van de specie in suspensie. Dit is het zgenaamde ptentieel verlies. In deze heveelheid specie is materiaal van verschillende deeltjesgrtte aanwezig. Het grvere materiaal zal snel uitzakken, maar het fijnere materiaal zal langere tijd als zwevende stf in suspensie blijven en zich ver het meer kunnen verspreiden. Deze laatste heveelheid wrdt het actuele verlies genemd. Uit de mdelberekeningen vlgt (zie hiervóór) dat het fijnere materiaal zich uiteindelijk ver het gehele meer verspreidt. De snelheid waarmee dat gebeurt is afhankelijk van de windsnelheid. Bij windkracht 8 Is al na enkele uren veral in het meer een ngeveer gelijke cncentratie zwevend stf aanwezig. Deze gemiddelde cncentratie aan fijn zwevend stf zal tenemen in de tijd, mdat er bij iedere strt fijn materiaal bijkmt (actueel verlies) terwijl het niet f nauwelijks bezinkt. Met een handberekening is inzicht te verkrijgen in de uiteindelijke cncentraties van zwevende stf in het meer na aflp van het strten van specie. Hierte zijn de navlgende aannamen gedaan: Er zijn twee fijne fracties. Het materiaal dat fijner is dan 2 urn maakt deel uit van de fijnste fractie. Dit betreft ngeveer 20% van het aandeel drge stf, hetgeen tamelijk veel is. Een iets grvere fractie bestaat uit materiaal dat grver is dan 2 urn maar fijner dan 16 u.m. Dit betreft ngeveer 12% van het aandeel drge stf. De bezinksnelheid van de fijnste fractie is 0,1 m/dag en van de grvere fractie 1 m/dag (zie de bijlagenntitie 4.V., de ntitie Uitgangspunten zwevend stftransprt). De bezinksnelheiden kunnen wrden pgevat als gemiddelde waarden vr de betreffende fracties. Het gedeelte van de specie dat bven de put in suspensie geraakt (ptentieel verlies) is p 5% gesteld. In een nderzek van Frederic Harris BV Is een ptentieel verlies vr nderlssers van 7 tt 14% gerapprteerd, waarbij het zwaartepunt In de nderste waterlaag lag. In de Amerikahaven is een ptentieel verlies in de grtterde van 5 tt 14% gemeten. De aanname van 5% vr het ptentieel verlies is dus aan de lage kant. Belangrijker is echter m te kijken naar het actuele verlies. Omdat de twee fijne fracties samen 32% van het ptentieel verlies uitmaken, is het actuele verlies 1,6% (32% van 5%). Dit is hg vergeleken met gemeten actuele verliezen in de Amerikahaven (<1%), temeer daar de waterbeweging in het Nieuwe Meer gering is ten pzichte van de waterbeweging In de nderzchte havens. De cnclusie is dat de aangenmen waarde vr het ptentieel verlies aan de lage kant is (bij nderlssers) maar dat het aangenmen actuele verlies aan de hge kant is vergeleken met elders gemeten waarden. wimmmlt Aid442.1 Bijlag«4.VI. Resultaten mdelbarakenlngan zwevand itttransprt d.d. 1 decambar

7 ledere keer dat er specie wrdt gestrt (gemiddeld 160 m 3 per knvi), kan er een actueel verlies van 1,6% ptreden (bij rustig weer zal het actueel verlies minder zijn). Wanneer 1,6% wrdt genmen van de 34% drge stf die in 160 m 3 specie aanwezig is, dan levert dat ngeveer 2200 kg materiaal p (srtelijk gewicht is 2600 kg/m3). Aannemende dat dit zich verspreidt in een waterklm van 25x25x25 m 3 geeft dit een gemiddelde cncentratie van ngeveer 150 mg/l. In de literatuur staat dat er bij nderlssers en strtkkers cncentraties zijn gemeten van 30 tt 50 mg/l in het bvenste deel en 250 mg/l tt incidenteel 1250 mg/l in het nderste deel van de waterklm. Het gemiddelde van 150 mg/l klpt dus aardig met de waarden uit de literatuur. Daarm mag de literatuurwaarde van 50 mg/l wrden aangehuden vr de cncentratie die in het bvenste deel van de waterklm ptreedt als gevlg van het lssen 160 m 3 specie in het in het Nieuwe Meer. Het bvenste deel van de waterklm is ruim gedefinieerd als de eerste 10 m nder het waterppervlak. In de bvenste 10 m van de waterklm bevindt zich dan, na iedere strting, 25x25x10 m 3 x 50 mg/l, dat is ngeveer 312 kg materiaal. Deze massa bestaat vr 20% (63 kg) uit Fractie 1, 12% (37 kg) uit Fractie 2 en vr 68% (212 kg) uit Fractie 3. Fractie 3 is na ruim een uur uit de bvenste laag van 10 m verdwenen. De rest (circa 100 kg) det daar veel langer ver. Als er vr de berekening veiligheidshalve van wrdt uitgegaan dat van deze massa niets bezinkt, Is de gemiddelde cncentratie In het meer na een jaarprgramma van 375 keer strten met (100 kg x 375) : (130 ha x 10 m) = 2,9 mg/l tegenmen. Als gevlg van afbraak van het aandeel rganisch materiaal, dat ngeveer 18% van het drge stf bedraagt, zal het waarschijnlijk minder zijn. Wlttavaan+Ba Ald4421 Bijlag* 4.VI. Ratultatan mdalbarakaningan zwavand slllrimpil d.d. 1 dacambar

8 2. RESUSPENSIE NA VERONDIEPING Verndieping van het Nieuwe Meer kan p twee manieren de resuspensie beïnvleden. Ten eerste kan dr de veranderde waterbeweging de bdemschuifspanning lkaal veranderen, waardr resuspensie kan gaan ptreden p lcaties waar dat eerder niet het geval was. De verandering In bdemschuifspanning is berekend met behulp van de FLOW-mdule van Delft2D. Ten tweede kan de resuspensie dr windglven grter wrden bij verndieping, mdat de glven bij geringere waterdiepte resuspensie aan de bdem verrzaken. De invled van windglven is niet expliciet gemdelleerd, daarm wrdt hierna een beschrijving gegeven van het effect van dit prces. Uit de berekeningen van de situatie na verndieping tt NAP -15 m blijkt dat de actuele bdemschuifspanning als gevlg van de veranderde waterbeweging in de diepe delen niet is tegenmen en in de ndiepe delen zelfs iets is afgenmen (zie de ntitie 'Resultaten mdelberekeningen waterbeweging"). Op grnd daarvan wrdt er in de verndiepte situatie geen tename verwacht van de resuspensie. In figuur is aangegeven p welke lcaties resuspensie p kan treden. Dat zijn vral de ndiepe evers; dit kmt vereen met de waarneming dat in deze gebieden k geen sublaag wrdt aangetrffen. Of resuspensie dr windglven ptreedt hangt af van de windkracht, de diepte en de strijklengte p een lcatie. Bij een bepaalde diepte zal de wind geen glven meer kunnen pwekken die aan de bdem resuspensie verrzaken. Uitgaande van een grens vr resuspensie dr windglven bij een glfhgte van 10% van de diepte (lit. 2), dan kan vr verschillende diepte- en strijklengteklassen met behulp van glftabellen (Brettschneider) afgeleid wrden wanneer ng resuspensie dr windglven kan ptreden (tabel 1). Tabel 1.: Kans p resuspensie dr windglven bij windkracht 7-8 (naar lit. 2) Diepte (m) Strijklengte (m) > >3000 i t t- l = kans p resuspensie dr windglven = geen kans p resuspensie dr windglven Bij een westenwind zijn de maximale strljklengtes in het Nieuwe Meer aan de stevers niet grter dan twee kilmeter. Vlgens tabel 1 zal er bij windkracht 7-8 in het Nieuwe Meer alleen aan de ndiepere delen van het meer resuspensie plaatsvinden. Bij verndieping van het meer tt -15 m zal er tengevlge van de wind geen tename van de resuspensie van bdemmateriaal zijn, de diepte is hier vr ng te grt. Ok bij verdere verndieping tt -7,5 m zal de resuspensie nauwelijks tenemen, bij incidentele hgere windsnelheden zal mgelijk wel meer verspreiding van zwevend stf plaats kunnen vinden. Resuspensie als gevlg van verndieping is derhalve niet van grt belang dr de grte diepte in het strtgebied, maar bij herinrichtingsplannen langs de evers zal de ersie van de ndiepe evers wellicht een rl kunnen spelen. WNMMMVM Aid442 1 Bijlig«4.VI. Rtiuiuun md«lb«r«k«nlng*n imiind itltraniprt d.d. 1 dicimliir

9 3. GEVOELIGHEIDSANALYSE Vr een geveligheidsanalyse is ng een aantal varianten p alternatief 1 (strten in west) bij een diepte van 30 m drgerekend. Daarbij is uitgegaan van de situatie waarbij wind vr verspreiding van zwevend stf ver het hele meer zrgt, mdat de situatie znder wind, waarbij p de strtlcatie hge cncentraties zwevend stf ptreden altijd tijdelijk zal zijn. De vlgende berekeningen zijn gemaakt: een ttale jaarlijkse aanver van baggerspecie m 3 ; een ttale jaarlijkse aanver van baggerspecie van (maximaal) m 3 ; effecten van verspreiding bij een ptentieel strtverlies van 1% (simulering van strten via een strtkker); effecten van het mee-mdelleren van het rganisch deel van specie; strten van specie gedurende het hele jaar in plaats van gedurende 6 maanden. Bij deze varianten is, net zals In de vrgaande berekeningen, in geval van nderlssen uitgegaan van een ptentieel strtverlies van 5%. Ttale jaarlijkse aanver van baggerspecie m 3 Als de jaarlijkse vracht m 3 bedraagt, dan nemen de cncentraties met gemiddeld 1-2 mg/l te, alleen aan de evers van het westelijke deel van de plas is de cncentratieverhging iets grter (2-3 mg/l). Ttale jaarlijkse aanver van baggerspecie van m 3 Als de jaarlijks gestrte heveelheid wrdt verdubbeld tt m 3, wrden de cncentraties in het sten van het meer verhgd met 2-3 mg/l, In het westen met 3-4 en aan de nrdstever van het westelijke deel van het meer nemen de cncentraties te met 4-5 mg/l. Een verdubbeling van de het aanbd van baggerspecie leidt dus niet geheel tt een verdubbeling van de cncentraties. Effecten van verspreiding bij ptentieel strtverlies van 1% Als wrdt aangenmen dat het ptentieel strtverlies in geval van strtkkers slechts 1% bedraagt in plaats van 5% bij nderlssen, is na een peride van 5 dagen de gemiddelde cncentratie zwevend stf in het meer tegenmen tt 1-2 mg/l. Effecten van het mee-mdelleren van het rganisch deel van specie Als het rganische deel van de specie wrdt meegenmen in het mdel (weliswaar znder afbraakprcessen), dan neemt de zwevend stfcncentratie te ten pzichte van de situatie waarin het rganisch deel niet wrdt meegenmen. De tename van de gestrte heveelheid materiaal met 22% leidt tt een lichte tename van de cncentraties. Het gebied dat na 5 dagen strten een verhging van 4 mg/l laat zien Is nu grter. Het rganisch materiaal zal in werkelijkheid echter gedeeltelijk afbreken waardr de tename niet permanent zal zijn. Strten van specie gedurende het hele jaar in plaats van gedurende een half jaar De heveelheid specie die per dag gestrt wrdt, zal afnemen als gedurende het hele jaar specie wrdt gestrt in plaats van gedurende zes wintermaanden. Daardr zal de vertrebeling p de strtlcatie minder zijn, en zal de cncentratieverhging in het gehele meer minder snel zijn en mgelijkerwijs k minder hg. WlllavMn+Ba Atd442.1 Bijlag«4.VI. Raauitatan mdalbarakanlngan zwavand stttranaprt d.d. 1 dacambar

10 4. EVALUATIE EN CONCLUSIES 4.1. Evaluatie De eigenschappen van de fracties bepalen in hge mate de verspreiding van zwevend stf in het Nieuwe Meer. Vr de twee lichte fracties zijn relatief lage kritische bdemschuifspanningen vr sedimentatie en bezinksnelheden aangenmen. Dit is een veilig uitgangspunt. Als de werkelijke bezinksnelheden hger zijn dan zal het slib zich minder verspreiden mdat er zal meer materiaal zal bezinken. De uiteindelijke vertrebeling p de strtlcatie en in het hele systeem zal dan k afnemen mdat meer zwevend stf zal bezinken nadat het zich verspreid heeft ver het meer. Als de kritische bdemschuifspanning vr sedimentatie In werkelijkheid hger is dan aangenmen zal dat in het grtste deel van het meer geen verschil geven, mdat de bdemschuifspanning daar z laag is dat vrijwel altijd sedimentatie ptreedt Cnclusies Het gedurende 5 dagen strten van baggerspecie ( m 3 per jaar, iedere werkdag driemaal 160 m 3 ) in het Nieuwe Meer bij windkracht 8 (20 m/s) leidt tt een dieptegemiddelde verhging van de zwevend stf cncentratie met 2-3 mg/l in het hele meer. Deze uitkmst vlgt uit de mdelberekening. Een mdelmatige geveligheidsanalyse p de heveelheden laat het vlgende beeld zien (tabel 2): Tabel 2.: Verhging cncentraties zwevend stf bij verschillende strtvarianten. bij windkracht 8 Strten Cncentraties na 5 dagen strten (mg/l) Heveelheid (m 1 ) Lcatie West Ost m J West 1-2 (aan de evers 2-3) m* West Ost (plaatselijk iets hger) m ] West 3-4 (plaatselijk 4-5) 2J3 Vlgens tabel 2 Is er weinig verschil tussen de effecten van het strten van specie in de westelijke en In de stelijke put van het Nieuwe Meer. Bij windkracht 8 leidt het strten van specie tt een vergelijkbare vertrebeling in het hele meer. He minder wind er staat he langer het actuele verlies in de buurt van de strtlcatie zal blijven. Een handmatige benadering van het lange termijn effect kmt tt een cncentratieverhging na een jaar die in de zelfde rde vaan grtte ligt. Als er geen wind staat, dan zal de vertrebeling alleen ter plaatse van de strtlcatie tijdelijk tt 100 mg/l kunnen plpen. De zwaarste fractie zal daaruit ng snel sedimenteren. Bij matige wind, de situatie tussen de gemdelleerde extreme cndities, is p basis van de mdelberekeningen meilijk te vrspellen he snel het zwevend stf verspreid zal wrden. Ok de windrichting Is van invled p het transprt van zwevend stf In het Nieuwe Meer. Als de wind uit een andere richting dan de gemdelleerde westenwind waalt zal verspreiding van specie mgelijk pas later ver het hele systeem tt enige vertrebeling leiden. In de verndiepte situatie leidt het verspreiden van specie ten gevlge de gewijzigde waterbeweging lkaal tt kleine verschillen in de vertrebeling, de gemiddelde vertrebeling blijft echter gelijk. Verndiepen tt NAP -15 m leidt niet tt een tename van de resuspensie in het Nieuwe Meer. Aid442.1 Bijlig«4.VI. Raaultitin mdtlbarakinlngan zwavand stftranaprt d.d. 1 Mcimbn

11 4.3. Vergelijking met andere prjecten Om te bezien f de resultaten f de resultaten uit deze berekeningen plausibel kunnen zijn, is k gekeken naar andere prjecten. Z Is In de Zevenhuizerplas, na het strten van (zee)klei in die plas, een grte vertrebeling pgetreden. Het drzicht daalde daardr van circa 5 m naar minder dan 0,5 m. Nadere analyse wees uit dat deze vertrebeling een gevlg was van de ngal grve strtmethde (inspuiten p een diepte van circa 15 m) en van de daardr ptredende dispersie van de in de zeeklei aanwezige lutumfracties (deeltjes < 2 u-m). En die lagen in die zeeklei tussen de 30 en de 40%. In de Amsterdamse baggerspecie is die fractie ngeveer 20% (bijlagenntitie 2.I., de ntitie Randvrwaarden en uitgangspunten). Bvendien bleek in de Zevenhuizerplas dat na mnitring en het nemen van gerichte maatregelen (aanpassen debiet, aanpassen diffusr), het drzicht weer snel en sterk te verbeteren. Ok is gekeken naar de put van Crmstrijen. Daar is geen waarneembare verhging van het zwevend stf gecnstateerd. Dat zegt echter niet z veel mdat daar de achtergrndcncentratie van het zwevend stfgehalte erg hg zijn, aanzienlijk hger dan die in het Nieuwe Meer. Ok in de Amerikahaven is een sterke vertrebeling bij het baggeren gecnstateerd, die na krte tijd weer grtendeels Is uitgezakt. Gecncludeerd wrdt dat de in deze ntitie gecnstateerde effecten niet strijdig zijn met waarnemingen elders. Met name de ervaringen in de Zevenhuizerplas, waar bleek dat k een dispersie van relatief fijn materiaal (fijner dan dat van het Nieuwe Meer) ged was te bestrijden dr het nemen van gerichte maatregelen p grnd van een mnitring, stellen gerust. WMMMMSN Aid442.1 Bijligt 4.VI. Raaultatan mdalbarakaningan zwavand atftrantprl d.d. 1 dacambar

12 BRONNEN 1. Mdellering ppervlaktewater het Nieuwe Meer. Ntitie Witteveen+Bs Richtlijnen Nader Onderzek Waterbdem (Cncept) RIZA Lelystad. 3. Van Duin, E.H.S. Sediment transprt, light and algal grwth in the Markermeer. A tw dimensinal water quality mdel fr a shallw lake. Prefschrift. Landbuwuniversiteit Wageningen. 4. Slt J Resuspensie, sedimentatie en lichtklimaat in de Nieuwkpse Plassen. Afstudeerverslag Landbuwuniversiteit Wageningen. Wlttavaan+Bi A»d442 1 Bijligt 4.VI. Rasultalan mdalbarakanlngan zwavand (Öltransprt d.d. 1 dacambar

13 i x :; ;»II ÏS3 I i (l/3lu) J01S PU3A3*Z 3UBJ1U33U03 cncentrties zwevend stf fracties (IM1, IM2, W3) (mg/l) bij strten in West, p lctie West Ondergrenscndities, geen verndieping sed2a Asd442.1 Witteveen+Bs R.2

14 p PPöiriöiriöööö V V V V V V V V V A DU verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/1) 5 uur na strten p lcatie West Ondergrenscndities; verndieping tt NAP 15(m) sed2c Asd442.1 Witteveen+Bs 1.3

15 11! Ill ïsa 111 r 8? O Ol I I A" O O O i 1 ' 1 O O f> CM ([/Sill) J01S PU3A3MZ 3I1BJ1U3DU00 O ö ö cncentraties zwevend stf fracties (IM 1. IM2, IM3) (mg/l) bij strten in West. p lcatie West Bvengrenscndities, geen verndieping sed2b Asd442. Witteveen+Bs».4

16 c q q q q q; q; q qi qiq Ö Ö'~t N J'0-*i/, iidr-ci'-'- V V V V V V V V V V V A laai IG verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur na strten p lcatie West Bvengrenscndities; geen verndieping sed2b Asd442.1 Witteveen+Bs H.5

17 qpqqqqqqqqö V V V V V V V V V V V A \DD\ ID verhging tti cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur n strten p lcatie West Bvengrenscndities; verndieping tt NAP 15(m) Witteveen+Bs sed2d Asd442.1 II.6

18 P P ö u i d i r i ö ó ö d V V V V V V V V V A IDDI verhging ttaal cncentratie zwevend stf 5 uur n strten p lcatie Ost Ondergrenscndities; geen verndieping (mg/l) sed3a Asd442.1 Witteveen+Bs II. 7

19 p q q q q q p PPóiriöirióööó m---!\(nn»inin V V V V V V V V V A IDUI verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur na strten p lcatie Ost Ondergrenscndities; verndieping tt -15 (m) sed3c Asd442.1 Witteveen+Bs

20 111 Ï33 O m d J O I O (1/3UI) J01S PU3A3MZ 3I1BJ1U30UOD r d d 8 cncentrtie zwevend stffrcties (IM1. IM2, IM3) (mg/l) bij strten in Ost, p lcatie Ost Bvengrenscndities; geen verndieping sed3b Asd Witteveen+Bs 1.9

21 qqpqqqpqqqö V V V V V V V V V V V A IDG! ID verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur n strten p lctie Ost Bvengrenscndities; geen verndieping sed3b Asd442.1 Witteveen+Bs II. 10

22 O O O O O O O O O O c i ö cni-*ir)(k(ria),_ ' _ V V V V V V V V V V V A IDDI ID verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur na strten p lcatie Ost Bvengrenscndities; verndieping tt NAP -15 (m) sed3d Asd442.1 Witteveen+Bs n.11

23 DDI ui m - (M IN n n V V V V A resuspensie na verndieping (g/m2/d) p een willekeurig tijdstip Bvengrenscndities; geen verndieping Witteveen-r-Bs sed3b Asd442.1

24 q q q q q ö ö'-cnfo't-'iriibr^di - V V V V V V V V V V V A IDDI ID ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) in referentiesituatie b Bvengrenscndities; geen verndieping Witteveen-fBs

25 p q p q PPdiriöiriödöö in---(nnn<-i;iin V V V V\D3\ V V V V V A verhging ttaal cncentratie zwevend stf (mg/l) 5 uur n strten p lcatie West Ondergrenscndities; geen verndieping Witteveen+Bs sed2 Asd442.1