Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 3"

Transcriptie

1 Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 3 Samenvatting door een scholier 638 woorden 3 jaar geleden 6,3 2 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde De Geo De Geo H3 Nederland duurzaam: energie en water Uittreksels Basisboek B17 Kaartvaardigheden Kaartlezen = een kaart goed bekijken met behulp van de legenda. Kaartanalyse ordent gegevens op een kaart. Twee manieren: Een gebied verdelen in twee of meer delen (= deelgebieden). Op zoek naar regelmatigheden of spreidingspatronen. Twee (of meer) kaarten met elkaar vergelijken. Op zoek naar verbanden tussen kaarten. Kaartinterpretatie = zoeken naar een verklaring. Vraag: is het gevonden verband toevallig? B2 Waarderen Beschrijven, verklaren, waarderen. Stappenplan eigen mening (figuur 1.31): 1. Wat is het probleem? 2. Wie zijn erbij betrokken? 3. Wat is hun mening over het probleem? 4. Wat is jouw eigen mening? Pagina 1 van

2 B2 Wind Wind: bewegende luchtmassa. Snelle luchtbeweging = grote windkracht. Windkracht meet je met een windmeter. Schaal van Beaufort loopt van 0 tot 12. B73 Aardbeving Ontstaat als gevolg van schokkerige plaatbewegingen. Diepste punt: hypocentrum. Zwaarste schokken bij het punt daar recht boven, het epicentrum. Meeste aardbevingen bij convergerende platen die onder elkaar duiken à hypocentrum ligt diep in de aarde. Andere aardbevingen bij langs elkaar schuivende platen à hypocentrum ligt niet zo diep in de aarde. B86 IJstijden IJstijd (of: glaciaal): koude periode met uitgestrekte ijskappen op land. Ontstaan: temperatuurdaling à sneeuwdek à weerkaatsing zonnestralen à nog lagere temperaturen à samendrukking sneeuw tot gletsjers. Interglacialen: warmere periodes tussen glacialen. B118 Waterkringloop Van dit nummer wordt alleen figuur 4.26 gebruikt; de inhoud van het B-nummer hoeft niet te worden geleerd; daarom hier geen uittreksel. B120 Rivieren Rivier: natuurlijke waterloop die water afvoert. Twee soorten: - Regenrivieren: helemaal afhankelijk van regenwater. - Gletsjerrivieren of gemengde rivieren: smeltwater van gletsjers + regen. Een stroomstelsel bestaat uit een hoofdrivier, zijrivieren en beekjes. Waterscheiding: grens tussen twee stroomgebieden. Pagina 2 van

3 Debiet: hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt. Uitgedrukt in m 3 per seconde. Waterstand vaak lager in de zomer. Wadi s: woestijnrivieren met een droogvalperiode. Regiem: schommelingen in de waterafvoer. B122 Water en inrichting Van dit nummer wordt alleen figuur 4.31 gebruikt; de inhoud van het B-nummer hoeft niet te worden geleerd; daarom hier geen uittreksel. B122 Water en inrichting Droogmakerij te herkennen aan rechte sloten en percelen. Drooglegging van een waterplas: aanleg ringdijk rond een meer à wegpompen van water naar de ringvaart. B12 Koolstofkringloop Koolzuurgas (CO 2 ) is een kleur- en reukloos gas. Nodig voor de groei van planten, bomen en zee-algen. Fotosynthese: het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolzuurgas in suikers en zuurstof door planten en bomen. Koolstofkringloop: alle uitwisselingen van CO 2 op aarde. Planten en bomen: opname en transpiratie van CO 2. Mensen: verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing, houtverbranding à toevoeging CO 2 aan de lucht. B126 Versterkt broeikaseffect CO 2 is een van de broeikasgassen. Broeikaseffect: het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring. Zonder broeikaseffect zou de aarde onbewoonbaar zijn. Sterke toename CO 2 à versterkt broeikaseffect. Hoofdoorzaak: verbranding van fossiele brandstoffen. Pagina 3 van

4 B127 Klimaatverandering Klimaatverandering is heel normaal. Tussen 1400 en 180: de kleine ijstijd à huidige terugtrekking gletsjers en stijging zeespiegel niet heel vreemd. De tijdschaal waarop je kijkt is erg belangrijk. Stijging valt mee over een lange periode: ijstijden of glacialen en interglacialen wisselden elkaar af. B132 Duurzaam gebruik Mogelijkheden voor meer duurzaamheid: Duurzame grondstoffen: - Van fossiele naar duurzame energiebronnen. - Van plastics naar plantenresten of andere materialen. Energiebesparing is zuinig omgaan met fossiele brandstoffen: - Minder aardgas of steenkool voor elektriciteitsproductie. - Isolatie in de woningbouw. - Energiezuinige motoren. Recycling of kringloop: het opnieuw gebruiken van grondstoffen. B134 Duurzame energie Hernieuwbare of duurzame energiebronnen raken nooit op en dragen niet bij aan het versterkte broeikaseffect. Zonne-energie gebruikt voor elektriciteit en waterverwarming met behulp van zonnepanelen. Windenergie gebruikt voor elektriciteit met behulp van windmolens. Waterkracht in berggebieden gebruikt voor hydro-elektriciteit. Biomassa (organische materialen) verbrand en gebruikt voor elektriciteit en biobrandstof. Geothermische energie (natuurlijke hitte uit vulkaangebieden) gebruikt voor gebouwverwarming of generatoren in elektriciteitscentrales. B186 Landbouw en inrichting Landbouw is de grootste grondgebruiker à In Nederland: 70%. Herinrichting nodig vanwege specialisatie en Pagina 4 van

5 mechanisatie = ruilverkaveling: 1.Vergroting van akkers en weilanden 2. Verbetering van afwatering van drassige gronden 3. Verharding van zandwegen 4. Het ruilen van akkers en weilanden Tegenwoordig meer aandacht voor natuur, recreatie en toerisme. Landinrichting: herinrichting met aandacht voor landbouw, natuurbehoud en recreatie. Pagina van