Bedrijvenenquête Duurzaam Inkopen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bedrijvenenquête Duurzaam Inkopen"

Transcriptie

1 Bedrijvenenquête Duurzaam Inkopen Onderzoek onder bedrijven in industrie en groothandel non food ten behoeve van de tweede SER-voortgangsrapportage IMVO Coen Bertens Mickey Folkeringa Nicolette Tiggeloove Zoetermeer, februari 2011

2 Dit onderzoek is gefinancierd door de SER. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM bv. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van EIM bv. EIM bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden. The responsibility for the contents of this report lies with EIM bv. Quoting numbers or text in papers, essays and books is permitted only when the source is clearly mentioned. No part of this publication may be copied and/or published in any form or by any means, or stored in a retrieval system, without the prior written permission of EIM bv. EIM bv does not accept responsibility for printing errors and/or other imperfections.

3 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Inleiding Aanleiding Onderzoeksdoel en -vragen Onderzoeksaanpak Leeswijzer 12 2 IMVO doelgroep Inleiding Omvang en kenmerken verschillende groepen 16 3 Daadwerkelijke activiteiten IMVO Strategie, beleid en organisatie Inzicht in de keten Inkoopproces Controle en monitoring Overleg met leveranciers en stakeholders Transparantie 44 4 Kenmerken koplopers en achterblijvers Verhoudingen koplopers, volgers en achterblijvers Positie van de groepen in de keten Algemene kenmerken van de groepen 56 5 Resultaten MVO voor de bedrijven Belang dat aan IMVO wordt gehecht Aantoonbare resultaten? 'Best practices' duurzaam inkopen 61 Bijlagen I Steekproefverantwoording 63 II Gehanteerde onderwerpen in vragenlijst 69 3

4

5 Samenvatting Aanleiding Eind 2008 heeft de SER een verklaring opgesteld over (een normatief kader voor) internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). In deze verklaring roept de SER het (georganiseerde) bedrijfsleven op: om het normatieve kader nader in te vullen; IMVO toe te passen in de praktijk van internationaal ondernemen; te rapporteren over de toepassing van IMVO. Het georganiseerde bedrijfsleven heeft zich in de Verklaring IMVO gecommitteerd aan internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, met inbegrip van ketenbeheer. Naar aanleiding van de reacties van het bedrijfsleven op de eerste voortgangsrapportage, het rapport 'Waarde winnen, ook in de keten' is door de SER-commissie IMVO een werkplan opgesteld dat onder meer vraagt om goed zicht te krijgen op de werkelijke IMVO-activiteiten die bedrijven en branches ondernemen en de voortgang op dit gebied. Om dit inzicht te kunnen verschaffen, heeft de SER behoefte aan informatie van de doelgroep IMVO informatie over de volgende onderwerpen: Hoe groot is de werkelijke IMVO doelgroep? Welke IMVO activiteiten ondernemen deze bedrijven daadwerkelijk? Hoe transparant is men over IMVO? Hoe verhouden zich koplopers, middenmoters en achterblijvers? EIM heeft in opdracht van de SER in november en december 2010 netto 625 bedrijven in de sectoren industrie non food en de groothandel bevraagd over IMVO. Dit is gedaan in een telefonische enquête onder ter zake deskundigen binnen de bedrijven. IMVO doelgroep De vragenlijst voor het onderzoek is gebaseerd op verschillende bronnen en op enkele gesprekken die zijn gevoerd met enkele brancheorganisaties en met VNO/NCW. Tijdens deze gesprekken kwam duidelijk ter tafel dat brancheorganisaties niet al hun leden zien als de IMVO doelgroep. De IMVO doelgroep wordt in het onderzoek gedefinieerd als Nederlandse bedrijven die producten of diensten direct inkopen van buitenlandse leveranciers en/of buitenlandse vestiging(en) hebben in niet-westerse landen (de werkelijke IMVO doelgroep). IMVO is in het onderzoek overigens vooral ingevuld als duurzaam inkopen. De SER heeft voor het onderzoek 5 sectoren in de industrie non-food en de groothandel in deze non-food categorieën geselecteerd. Er zijn twee groepen bedrijven onderscheiden die niet worden gerekend tot de IMVO doelgroep: Nederlandse bedrijven met een hoofdvestiging in het buitenland die het inkoopbeleid bepaalt/oplegt en waarbij de Nederlandse bedrijven zelf weinig weten over/te doen hebben met het onderwerp; Nederlandse bedrijven die geen producten of diensten direct inkopen van buitenlandse leveranciers en ook geen buitenlandse vestiging(en) hebben in nietwesterse landen. Op basis van de enquêteresultaten kan worden vastgesteld dat er vanuit gaande dat bepaalde bedrijven niet aan te spreken zijn op hun IMVO beleid max. 75% van de bedrijvenpopulatie in de industrie non food en groothandel tot de werkelijke IMVO doelgroep kan worden gerekend. Het gaat daarbij met uitzondering van de chemische industrie die niet aan het onderzoek deelnam naar schatting om ruim 1600 grote en middelgrote bedrijven. Binnen de ondervraagde 5

6 groep bedrijven heeft ongeveer een kwart buitenlandse vestigingen in nietwesterse landen. Duurzaam inkoopbeleid bedrijven De informatie die bij de bedrijven is gevraagd ten aanzien van hun duurzaam inkoopbeleid is opgesplitst in de volgende onderwerpen: Strategie, beleid en organisatie ten aanzien van duurzaam inkopen Inzicht in de keten Inkoopproces Controle en monitoring Overleg met leveranciers en stakeholders Transparantie Strategie, beleid en organisatie ten aanzien van duurzaam inkopen Aan de bedrijven zijn verschillende vragen gesteld over hun duurzaam inkopenbeleid en is specifiek gevraagd waar men zich positioneert op een subjectieve IMVO-ladder en op de MVO-Prestatieladder. Van de totale groep bedrijven geeft 43% van de bedrijven aan onderaan of op de onderste trede van de subjectieve ladder te staan en 20% van de bedrijven zegt zich op de hogere treden te bevinden. Dit laatste stemt vrij goed overeen met de 50 veelal grotere bedrijven die een plaats hebben op de MVO-Prestatieladder. De bekendheid van de MVO- Prestatieladder is met 12% overigens zeer beperkt. Naarmate het percentage niet-westerse leveranciers toeneemt, neemt de aandacht voor duurzaam inkopen ook duidelijk toe. Die aandacht loopt op van 20% bij bedrijven zonder niet-westerse leveranciers tot 80% bij bedrijven met 100% niet-westerse leveranciers. Er zijn overigens ook bedrijven die uitsluitend kiezen voor gecertificeerde leveranciers. Ruim een derde van de bedrijven geeft aan een specifiek duurzaam inkoopbeleid te hebben. De onderwerpen waaraan in dat inkoopbeleid aandacht wordt besteed, zijn vooral gezondheid, veiligheid en milieu, gevolgd door corruptie, kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie. Er is relatief minder aandacht voor de arbeidspositie van werknemers en vrijheid van vereniging. Een substantiële groep bedrijven geeft aan een duidelijke informatiebehoefte te hebben ten aanzien van IMVO (gemiddeld 25% van 517 bedrijven). Men heeft vooral behoefte aan inhoudelijke informatie en praktische handvatten en instrumenten. Inzicht in de keten De meeste bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid hebben zicht op het aantal schakels in de keten dat voor hen ligt. Iets minder dan 10% van de bedrijven heeft meer dan 5 schakels, de meeste hebben er 2-5. Gevraagd aan de bedrijven die duurzaam inkopen, zegt 40% van de bedrijven zicht te hebben op milieu- en sociale aspecten bij de eerstelijns leveranciers en 15% bij de tweedelijns leveranciers. Men heeft wel meer inzicht in de milieuaspecten dan in de sociale aspecten. Een ander belangrijk aspect voor de mogelijkheden die bedrijven hebben om eisen te stellen ten aanzien van duurzaam inkopen is de marktmacht in de keten. Op een schaal van 1 tot 10 geeft ca. 60% van alle bevraagde bedrijven (517) zichzelf een 6 of meer. Er zijn hier weinig verschillen tussen sector en grootteklasse. Bijna driekwart van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid zegt dat men altijd of vaak inzicht heeft in de herkomst van de goederen die men inkoopt. Meer dan de helft van deze groep bedrijven verbindt consequenties aan de keuze 6

7 van eerstelijns leveranciers bij tekortkomingen op het gebied van milieu en sociale aspecten bij de tweedelijns leveranciers. Inkoopproces Het is natuurlijk de vraag hoe de bedrijven uiting geven hun duurzaam inkoopbeleid. Van de groep bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid heeft 60% in standaard inkoopvoorwaarden aandacht voor milieu en sociaal. Ruim tweederde van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid en met import uit niet westerse landen besteedt aandacht aan MVO in hun risicoanalyses. Een derde van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid heeft eigen gedragscode en nog eens 14% gebruikt een branchecode of een gedragscode van een andere organisatie. Een derde van deze groep bedrijven weet niet of de gedragscode de OESO richtlijnen of de ILO normen weerspiegelt. Opvallend is overigens dat de helft van de bedrijven die duurzaam inkopen, aangeven onvoldoende bekend te zijn met de OESO richtlijnen en de ILO normen. Controle en monitoring Bijna tweederde van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid en met nietwesterse leveranciers monitort de MVO-prestaties van hun leveranciers. De meeste bedrijven leggen bedrijfsbezoeken af of auditen. Daarnaast wordt de monitoring ook vaak ingevuld door de leveranciers te vragen hun certificaten op te laten stellen en op te sturen of men laat de bedrijven de inkoopvoorwaarden of gedragscode ondertekenen. Het merendeel (75%) van de bedrijven voert de audits zelf uit. Van de bedrijven informeert 44% alle eerstelijns niet-westerse leveranciers over sanctiemaatregelen. Zo'n 14% van de bedrijven met niet-westerse leveranciers geven aan regelmatig leveranciers niet te selecteren vanwege milieu- of sociale issues. Verder zegt 12% van de bedrijven wel eens maatregelen tegen kinderarbeid te hebben getroffen tegen niet-westerse leveranciers. Overleg met leveranciers Bijna 60% van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid communiceert met hun leveranciers over milieu en sociale aspecten. Een derde van de bedrijven heeft regelmatig overleg met alle eerstelijns leveranciers over milieu en sociaal en een kwart met alleen de belangrijkste leveranciers. Een derde van de bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid communiceert niet met externe stakeholders (zoals NGO's). Transparantie Slechts 16% van alle bevraagde bedrijven (517) zegt op enigerlei wijze te rapporteren over milieu of sociale aspecten in de toeleveringsketen. Men doet dit vooral door middel van een jaarverslag of door middel van certificering. Van de grote bedrijven met een inkoopbeleid rapporteert in de industrie gemiddeld ruim 60% en in de groothandel bijna de helft over internationale milieu- of sociale aspecten in de toeleveringsketens. Voor middelgrote bedrijven ligt dat percentage beduidend lager. Het belangrijkste onderwerp waarover de bedrijven informatie naar buiten brengen, zijn milieuaspecten en gevaarlijke stoffen, gevolgd door gezondheid- en veiligheidsaspecten. Net zoals de accenten binnen het inkoopbeleid, de gedragscode en de audits laten zien, krijgen arbeidsgerelateerde onderwerpen zoals naleving van het minimumloon, overwerk en vrijheid van verenging minder aandacht in de rapportages over IMVO-activiteiten. De belemmeringen om niet te rapporteren zijn divers: er zijn geen belemmeringen, er wordt eenvoudigweg niet gerapporteerd, de normen zijn onduidelijk en er zijn meetbare indicatoren. Van de bedrij- 7

8 ven met een duurzaam inkoopbeleid zegt ruim 40% meetbare indicatoren te hebben. Verhouding koplopers en achterblijvers Uit de clusteranalyse volgt dat van de 517 bedrijven uit de steekproef er 92 tot de koplopers behoren (18%) en 96 tot de volgers (19%), zie Figuur 32. De rest van de bedrijven wordt gerekend tot de achterblijvers. De groep achterblijvers wordt vooral gevormd door de bedrijven die aangeven geen duurzaam inkoopbeleid te hebben. Koplopers scoren op alle aspecten van duurzaam inkoopgedrag (veel) hoger dan volgers. De indeling van bedrijven op basis van de clusteranalyse in koplopers, volgers en achterblijvers komt goed overeen met het beeld dat bedrijven van zichzelf hebben (de subjectieve ladder) als het gaat om duurzaam inkoopgedrag. Kijkend naar de verschillen tussen koplopers, volgers en achterblijvers op basis van hun positie in de ketens dan valt op dat: zowel in de industrie als in de groothandel het aandeel bedrijven met nietwesterse leveranciers het hoogst is onder koplopers; de aandacht voor duurzaam inkopen en sociale en milieuaspecten daarin toeneemt wanneer bedrijven kiezen voor niet-westerse leveranciers. Onder volgers en achterblijvers zijn relatief meer bedrijven met leveranciers uit alleen westerse landen; koplopers vaker dan volgers en achterblijvers aangeven dat men een betere machtspositie heeft in de toeleveringsketens. Verder is gekeken naar enkele algemene kenmerken en die laten zien dat: in de groep koplopers grote bedrijven duidelijk zijn oververtegenwoordigd. Niettemin is duidelijk dat er ook nog verschillende grote bedrijven zijn die volger of achterblijver zijn. Die grote bedrijven hebben geen zwakkere marktmacht of minder niet-westerse leveranciers dan de grote bedrijven in de groepen koplopers of volgers; bedrijven die lid zijn van een brancheorganisatie niet eerder koplopers blijken te zijn dan bedrijven die dan niet zijn. In de industrie is onder de koplopers het aandeel bedrijven dat is aangesloten bij een branchevereniging zelfs licht lager is dan onder volgers en achterblijvers; wel blijkt dat koplopers relatief vaak deelnemen aan MVO-initiatieven van de branche, vergeleken met volgers en achterblijvers. Binnen de groothandel geldt dit nog sterker dan binnen de industrie. De MVO-initiatieven die hier worden genoemd zijn vooral van MVO Nederland, FME/CWM, Fair Wear e.d. Motivatie en trots op Van de bedrijven die milieu- of sociale eisen stellen aan hun leveranciers geeft het merendeel (45%) aan dat men vindt dat dit zo hoort. Bijna een kwart van de bedrijven vindt dat het loont en bijna 20% van de bedrijven vindt dat het moet. Onder koplopers is het aandeel van bedrijven die vinden dat IMVO loont voor het bedrijf het hoogst, ten opzichte van middenmoters en achterblijvers. Dit geldt zowel in de industrie als in de groothandel. Van de bedrijven die milieu- of sociale eisen stellen aan hun leveranciers geeft 42% van de bedrijven aan dat er sprake is van aantoonbaar positieve resultaten voor het bedrijf. Eenzelfde percentage (43%) ziet geen positieve resultaten en de overige 15% weet het niet. De grootste groep bedrijven noemt imagovoordeel, verder zien bedrijven omzetverhoging en leidt IMVO tot een betere concurrentiepositie. Van de bedrijven die milieu- of sociale eisen stellen aan hun leveranciers geeft 8

9 28% aan dat men beschikt over voorbeelden van 'best practices' op het gebied van duurzaam inkopen. Als wordt doorgevraagd naar de activiteiten rond duurzaam inkopen waar men trots op is, valt op dat hier vooral milieuactiviteiten worden genoemd en dat men een duidelijk beleid heeft op het gebied van IMVO. Tenslotte verschilt de houding ten aanzien van en beweegredenen voor duurzaam inkopen sterk tussen koplopers, volgers en achterblijvers. Onder koplopers in de groothandel is het aandeel van bedrijven die vinden dat duurzaam inkopen loont voor het bedrijf het hoogst, ten opzichte van volgers en achterblijvers. In de industrie is dit aandeel onder koplopers en volgers vergelijkbaar. Het aandeel bedrijven dat vindt dat meer duurzaamheid in internationale activiteiten moet, is vooral hoog onder achterblijvers. 9

10

11 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Eind 2008 heeft de SER een verklaring opgesteld over (een normatief kader voor) internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). In deze verklaring roept de SER het (georganiseerde) bedrijfsleven op: om het normatieve kader nader in te vullen; IMVO toe te passen in de praktijk van internationaal ondernemen; te rapporteren over de toepassing van IMVO. Het georganiseerde bedrijfsleven heeft zich in de Verklaring IMVO gecommitteerd aan internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, met inbegrip van ketenbeheer. In september 2009 kwam hierover de eerste voortgangsrapportage uit, het rapport 'Waarde winnen, ook in de keten'. Naar aanleiding van de reacties op die rapportage is door de SER-commissie IMVO een werkplan opgesteld dat onder meer vraagt om goed zicht te krijgen op de werkelijke IMVOactiviteiten die bedrijven en branches ondernemen en de voortgang op dit gebied. De vervolgactiviteiten die de SER-commissie IMVO voor de komende jaren heeft benoemd, zijn: het verdiepen en breed uitdragen van de beleidsfilosofie (gedachtegoed prof. Ruggie); het inventariseren van de werkelijke IMVO-activiteiten van bedrijven en branches alsmede de achterblijvende activiteiten en de rapportage daarover; een bijdrage leveren aan het reduceren van de achterblijvende activiteiten. De rapportages van enkele grote bedrijven worden reeds beoordeeld op hun aandacht voor IMVO door de Transparantiebenchmark van het Ministerie van Economische Zaken. Daarnaast bestaat de VBDO Benchmark. De Transparantiebenchmark wordt in 2010 overigens uitgebreid naar 500 bedrijven. In de Transparantiebenchmark wordt de transparantie over IMVO in de verslaggeving gemeten, maar niet het daadwerkelijke beleid van bedrijven. Het georganiseerde bedrijfsleven heeft daarom aangegeven dat de SER zou moeten kijken naar het daadwerkelijk beleid van de bedrijven. Bovendien zijn niet alle bedrijven verplicht om te rapporteren over niet-financiële aspecten van het ondernemen (in het bijzonder geldt dat voor het (grotere) MKB). 1.2 Onderzoeksdoel en -vragen Vanuit deze achtergrond wil de SER de transparantiebenchmark aanvullen met een bedrijfsenquête onder de IMVO doelgroep. De SER-commissie IMVO wil hiermee een completer beeld schetsen van de activiteiten van bedrijven op het terrein van IMVO. Completer betekent hier: breder dan de transparantie die in de verslaggeving kan worden gemeten (daadwerkelijk beleid); breder dan uitsluitend de bedrijven die deelnemen aan de Transparantiebenchmark (ook MKB). Daarnaast wil men inzicht krijgen in de mate waarin IMVO aandacht krijgt binnen het Nederlandse bedrijfsleven (koplopers, achterblijvers) en mogelijke risicogroepen. 11

12 De SER-commissie IMVO wil van nader gespecificeerde groepen bedrijven (doelgroep IMVO) informatie over de volgende onderwerpen: domeinrelevante informatie over het bedrijf; de daadwerkelijke IMVO-activiteiten van het bedrijf; informatie over de verslaglegging/rapportage over IMVO door het bedrijf (ook anders dan via de reguliere verslagen). 1.3 Onderzoeksaanpak Aan EIM is gevraagd om een representatieve meting te verrichten onder bedrijven in de industrie non food en de groothandel in vergelijkbare producten. De SER heeft voor het onderzoek 5 sectoren in de industrie non-food en de groothandel in deze non-food categorieën geselecteerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen grote bedrijven (> 250 werkzame personen) en middelgrote bedrijven ( werkzame personen) en de focus lag daarbij vooral op de grote bedrijven. Om de bedrijven te vinden, zijn er selecties gemaakt in de bestanden van de Kamers van koophandel. In verband met het ontbreken van de contactpersonen voor dit onderwerp, maar ook vanwege de responsverwachting, is er een telefonische enquête gehouden over het onderwerp met ter zake deskundigen binnen de bedrijven. In de gesprekken die gemiddeld 15 minuten bedroegen zijn verschillende aspecten van duurzaam inkopen en IMVO benoemd en is ook meteen een contactpersonenlijst opgebouwd voor eventueel vervolgonderzoek. IMVO doelgroep en gehanteerde definitie IMVO De IMVO doelgroep wordt in het onderzoek gedefinieerd als Nederlandse bedrijven die producten of diensten direct inkopen van buitenlandse leveranciers en/of buitenlandse vestiging(en) hebben in niet-westerse landen (de werkelijke IMVO doelgroep). IMVO is in het onderzoek vooral ingevuld als duurzaam inkopen. Dit is gedaan om: de lengte van de vragenlijst nog enigszins te beperken; de telefoongesprekken te beperken tot de betreffende materiedeskundigen (verbreding van de onderwerpen zou betekenen dat er ook gesprekken met andere personen binnen de organisatie hadden moeten worden gevoerd). Vragenlijst en veldwerk De vragenlijst is gebaseerd op de (nog niet in gebruik zijnde) ketenscan van MVO Nederland, enkele enquêteformulieren van brancheorganisaties op dit gebied, de checklist van de transparantiebenchmark en op een groepsgesprek met enkele brancheorganisaties van de betreffende sectoren en VNO/NCW. De brancheorganisaties hebben de gelegenheid gehad om te reageren op de conceptvragenlijst. Het veldwerk heeft plaatsgevonden in de periode november tot medio december De resultaten van het onderzoek zijn geanalyseerd naar sector en grootteklasse. 1.4 Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt beschreven welk deel van de bedrijven tot de werkelijke IMVO doelgroep kan worden gerekend. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de daadwerkelijk activiteiten van de be- 12

13 vraagde bedrijven rond duurzaam inkopen en IMVO. In hoofdstuk 4 wordt een korte vergelijking gemaakt tussen de kenmerken van de koplopers en de achterblijvers en wordt ingeschat in hoeverre er sprake is van risicogroepen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met door de bedrijven genoemde voordelen van aandacht voor duurzaam inkopen en onderwerpen waar men trots op is als het gaat om duurzaam inkopen. 13

14

15 2 IMVO doelgroep 2.1 Inleiding Bij de start van het project is door de SER mede op basis van inschattingen van MVO Nederland en berekeningen door het CBS een selectie gemaakt van sectoren binnen de industrie en groothandel die als IMVO doelgroep kunnen worden gezien. De vooraf geselecteerde groepen waren: Vervaarding van chemische producten 1 Vervaardiging van ijzer en staal & non ferro metalen en ijzerwaren Vervaardiging van elektrische apparaten Vervaardiging van elektrische machines en voertuigen Vervaardiging van meubels en overige goederen Vervaardiging van textiel, tapijt en kleding Groothandel in genoemde productgroepen Bij de start van het project is uitgebreid gesproken met enkele brancheorganisaties uit de industrie en groothandel en met VNO/NCW. Een belangrijk punt voor de brancheorganisaties, was de vraag in welke mate alle leden kunnen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid inzake duurzaam inkopen. Dit heeft ertoe geleid dat in het onderzoek selectievragen zijn gesteld om inzicht te krijgen in de mate waarin de ondervraagde groep bedrijven aanspreekbaar is op hun verantwoordelijkheid ten aanzien van duurzaam inkopen. Een belangrijke factor betreft de vraag in hoeverre het beleid inzake duurzaam inkopen in Nederland wordt ontwikkeld en daar ook beïnvloedbaar is. Het aantal buitenlandse hoofdvestigingen neemt immers toe door de globalisering en buitenlandse overnames en het beleid gericht op duurzaam inkopen wordt doorgaans op hoofdvestigingniveau ontwikkeld. Mede daarom is de eerste selectievraag geweest of het beleid inzake duurzaam inkopen in Nederland wordt bepaald en zo nee, of men er wel genoeg van af weet. Vervolgens is er gevraagd of het bedrijf producten en diensten direct inkoopt van buitenlandse leveranciers en/of buitenlandse productievestigingen heeft in niet-westerse landen. Een en ander resulteert in feitelijk 3 te onderscheiden groepen bedrijven in de industrie non food en groothandel waar het gaat om IMVO: 1 Nederlandse bedrijven in deze sectoren die producten of diensten direct inkopen van buitenlandse leveranciers en/of buitenlandse vestiging(en) hebben in niet-westerse landen (werkelijke IMVO doelgroep). 2 Nederlandse bedrijven in deze sectoren met een hoofdvestiging in het buitenland die het inkoopbeleid bepaalt/oplegt en waarbij de Nederlandse bedrijven zelf weinig weten over/te doen hebben met het onderwerp (uitval 1). 3 Nederlandse bedrijven in deze sectoren die geen producten of diensten direct inkopen van buitenlandse leveranciers en ook geen buitenlandse vestiging(en) hebben in niet-westerse landen (uitval 2). 1 In overleg met de VNCI zijn de bedrijven inde chemie voor het onderzoek niet benaderd. De VNCI heeft hierover afspraken met haar leden. 15

16 In dit hoofdstuk worden de (kwantitatieve) verhoudingen tussen deze groepen weergeven om een beter inzicht te krijgen in de werkelijke doelgroep voor IMVO beleid. In de hierna volgende hoofdstukken wordt uitsluitend verdergegaan met beschrijvingen van de eerste groep (groep 1). 2.2 Omvang en kenmerken verschillende groepen De totale groep bedrijven die in het onderzoek is bevraagd, betreft de industrie non food en de groothandel in dezelfde productgroepen. De selectie van deze bedrijven was een gegeven voor het onderzoek en vloeit voort uit een eerdere selectie die door MVO Nederland en de SER is uitgevoerd. Hoewel de chemische industrie ook deel uitmaakt van de industrie non food is deze groep bedrijven uiteindelijk niet meegenomen in het onderzoek omdat de VNCI reeds onderzoek heeft lopen onder haar leden en binnen de branche afspraken zijn gemaakt dat de leden (om de medewerking aan het eigen onderzoek te stimuleren) niet worden belast met andere, externe onderzoeken. In dit onderzoek zijn twee grootteklassen onderscheiden. Het gaat hier om: bedrijven met meer dan 200 werkzame personen; bedrijven met 50 tot 200 werkzame personen. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de populatie aantallen voor de betreffende groepen industrie en groothandel, de aantallen non respons, de aantallen uitvallen na de selectievragen en het aantal geslaagde gesprekken. Hierbij is het onderscheid gemaakt naar genoemde grootteklassen. Bij het benaderen van de bedrijven zijn alle bedrijven groter dan 200 werkzame personen bevraagd en een deel van de bedrijven van 50 tot 200 werkzame personen. Tabel 1 Verhoudingen populatie, non respons, uitval en geslaagde gesprekken in onderzoek naar sector en grootteklasse werkelijke bruto non IMVO populatie respons respons uitval 1 uitval 2 doelgroep Industrie > 200 wp wp Groothandel > 200 wp wp Totaal Wanneer de uitval uit tabel 1 wordt omgerekend naar een uitvalspercentage en dit wordt toegepast op de gehele populatie betekent dit dat naar schatting driekwart van de totale populatie tot de IMVO doelgroep kan worden gerekend. In een dergelijke berekening wordt er eenvoudigweg vanuit gegaan dat de non responsgroep zich hetzelfde gedraagt als de responsgroep. 16

17 Tabel 2 Geschatte verhoudingen tussen de populatie en de werkelijke IMVO doelgroep in sectoren naar sector en grootteklasse populatie werkelijke IMVO doelgroep Industrie > 200 wp 215 ca. 76% wp 998 ca. 80% Groothandel > 200 wp 152 ca. 67% wp 882 ca. 61% Totaal max

18

19 3 Daadwerkelijke activiteiten IMVO De focus van het onderzoek ligt op het vaststellen van de daadwerkelijke activiteiten van de bedrijven in de betreffende sectoren rond duurzaam inkopen en IMVO. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op verschillende aspecten van duurzaam inkopen: Strategie, beleid en organisatie (3.1) Inzicht in de keten (3.2) Inkoopproces (3.3) Controle en monitoring (3.4) Overleg met leveranciers en stakeholders (3.5) Transparantie en communicatie (3.6). 3.1 Strategie, beleid en organisatie Bedrijven die in hun bedrijfsvoering een stevig fundament willen leggen voor internationale MVO-activiteiten kunnen dit een plaats geven in hun bedrijfsstrategie. Daarmee geven ze aan dat ze IMVO serieus nemen en dat ze hiermee rekening houden in de inkoopprocedure en de keuze van buitenlandse leveranciers. Deze paragraaf gaat in op de volgende aspecten: plaats van bedrijven op de MVO-ladder de reikwijdte van het IMVO-beleid van bedrijven onderwerpen in het IMVO-beleid behoefte aan informatie en ondersteuning voor IMVO-beleid. Plaats op MVO-Prestatieladder Om te kunnen beoordelen in hoeverre bedrijven MVO hebben geïntegreerd in hun bedrijfsvoering is de MVO-Prestatieladder in het leven geroepen. 1 Binnen dit systeem kunnen bedrijven worden beoordeeld en gecertificeerd op hun duurzame bedrijfsactiviteiten. De MVO Prestatieladder heeft 5 niveaus. De vaststelling op de MVO Prestatieladder is een weergave van het MVO managementsysteem van bedrijven en organisaties en een momentopname van de ontwikkeling op het terrein van MVO die zij doormaken. De bedrijven in de enquête is gevraagd of ze bekend zijn met de MVO- Prestatieladder, en zo ja, op welke trede zij zich (denken te) bevinden (zie Figuur 1a). Een klein deel van de bedrijven (12%) is bekend met de ladder. Van de bedrijven die bekend zijn met de ladder, bevindt het grootste deel (bijna driekwart) zich op de eerste drie treden (zie Figuur 1a). Een op de tien bedrijven bevindt zich op de twee hoogste treden. 1 Zie 19

20 Figuur 1 Positie op MVO-Prestatieladder en 'fictieve' ladder van duurzaam inkopen a. b. Positie op de MVO-prestatieladder van bedrijven die bekend zijn met de ladder (n = 484) 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% Subjectieve beoordeling bedrijven over hun positie op een 'fictieve' ladder van duurzaam inkopen (n=517) 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% Is bekend met de ladder, maar doet niets aan duurzaamheid in inkoopbeleid 18% "We laten duurzaamheid in ons inkoopbeleid voor wat het is" 6% Trede 1 27% "We zien de ladder van duurzaam inkopen staan vanaf de grond" 8% "We staan op de onderste trede" 35% Trede 2 15% "We staan halverwege" 33% Trede 3 30% "We staan op driekwart" 11% Trede 4 8% "Ons bedrijf staat ergens bovenaan de ladder" 7% Trede 5 2% weet niet /geen antwoord 1% * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef, exclusief bedrijven die aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is. * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef. Het grootste deel van de ondervraagde bedrijven is dus niet bekend met de MVO-Prestatieladder en dus ook niet gecertificeerd via dit systeem. Om meer zicht te krijgen in de relatieve positie van de bedrijven op het gebied van duurzaam inkopen is gevraagd naar hun eigen subjectieve beoordeling op basis van een 'fictieve' ladder van duurzaam inkopen. Meer dan 40% van de bedrijven vindt van zichzelf dat ze onderaan de ladder staan of op de onderste trede (zie Figuur 1b). Bijna 20% van de bedrijven ziet zichzelf op driekwart van de ladder staan of hoger. Middelgrote bedrijven zien zichzelf vaker op lagere treden van de ladder staan dan grote bedrijven (zie Figuur 2). Grotere bedrijven zijn oververtegenwoordigd op de hogere treden van de ladder ten opzichte van kleinere bedrijven. Grote bedrijven zijn kennelijk beter in staat om invulling te geven aan duurzaam inkopen en letten meer op de activiteiten van buitenlandse leveranciers. Verder valt op dat industriële middelgrote bedrijven sterk ondervertegenwoordigd zijn in de hogere treden van de ladder. 20

21 Figuur 2 Positie van bedrijven op 'fictieve' ladder van duurzaam inkopen, naar sector en grootteklasse Subjectieve beoordeling bedrijven over hun positie op een 'fictieve' ladder van duurzaam inkopen (n=517) 0% 10% 20% 30% 40% 50% Industrie (n=398) Groothandel (n=119) "We staan vanaf de grond of op de onderste trede" "We staan halverwege" "We staan op driekwart of ergens bovenaan de ladder" "We staan vanaf de grond of op de onderste trede" "We staan halverwege" "We staan op driekwart of ergens bovenaan de ladder" 14% 45% 35% 34% 34% 24% 44% 38% 28% 28% 22% 25% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef Reikwijdte IMVO-beleid Een duidelijke indicator voor de aandacht voor en de implementatie van IMVOactiviteiten in bedrijven is de aanwezigheid van een expliciet duurzaam inkoopbeleid voor buitenlandse leveranciers en zakenpartners. Desgevraagd geeft 35% van de bedrijven aan dat zij een duurzaam inkoopbeleid hebben. Met name de grotere bedrijven maken hier werk van (zie Figuur 3). Binnen de middelgrote bedrijven besteden groothandelsbedrijven iets meer aandacht aan duurzaam inkoopbeleid dan industriële bedrijven. Bij 5% van de bedrijven is overigens wel een duurzaam inkoopbeleid aanwezig, maar wordt dit voor het bedrijf verzorgd door een ander bedrijf of organisatie. In de meeste gevallen betreft dit echter het moeder- (of soms een zuster-)bedrijf van het geënquêteerde bedrijf dat in het buitenland gevestigd is. 21

22 Figuur 3 Bedrijven met duurzaam inkoopbeleid, naar sector en grootteklasse Percentage bedrijven dat beschikt over een duurzaam inkoopbeleid voor buitenlandse leveranciers en zakenpartners (n=486) 60% 50% 48% 45% 40% 30% 33% 38% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers 20% 10% 0% Industrie (n=375) Groothandel (n=111) * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef, exclusief bedrijven die aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is. De redenen waarom bedrijven geen duurzaam inkoopbeleid hebben zijn divers. Uit de open antwoorden blijkt dat een deel van de bedrijven reeds bezig is om dit beleid op te zetten. Daarnaast geven sommige bedrijven aan dat ze ondanks het gebrek aan expliciet beleid wel aandacht besteden aan duurzaam inkopen. Verder is het scala aan genoemde belemmeringen groot. Een greep uit de meest genoemde belemmeringen of redenen voor het ontbreken van beleid: gebrek aan middelen (tijd, mensen, kennis) (41) te hoge kosten en te weinig toegevoegde waarde. Prijs en kwaliteit van producten gaan altijd voor, bedrijven willen geen afbreuk doen aan concurrentiepositie (32) geen interesse, onwetendheid (15) het moederbedrijf bepaalt het inkoopbeleid (14) klanten zijn niet gevoelig voor dergelijk beleid en willen er niet voor betalen. Er is geen vraag naar vanuit de markt (10) bedrijven werken met gecertificeerde leveranciers of denken dat deze zelf voldoende aandacht besteden aan MVO (vooral als het gaat om leveranciers uit EU-landen) (9). Niet-westerse leveranciers en duurzaam inkopen Als gekeken wordt naar het percentage niet-westerse leveranciers en de mate van duurzaam inkopen dan blijkt uit de analyses duidelijk dat naarmate het percentage niet-westerse leveranciers toeneemt, de aandacht voor duurzaam inkopen ook toeneemt. Bij bedrijven met geen tot 25% niet-westerse leveranciers geeft respectievelijk 20 tot 30% van de bedrijven aan duurzaam in te kopen, van de bedrijven met 50% tot 100% niet-westerse leveranciers geeft respectievelijk 55 tot 80% van de bedrijven aan duurzaam in te kopen. Onderwerpen in duurzaam inkoopbeleid Binnen hun duurzaam inkoopbeleid kunnen bedrijven verschillende accenten leggen (zie Figuur 4). De meeste bedrijven besteden vooral aandacht aan gezond- 22

23 heids- en veiligheidsaspecten en aan milieu en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Zo'n 85% van de bedrijven besteedt hier aandacht aan. Vooral grote bedrijven in de industrie letten sterk op milieuaspecten, terwijl dit voor grote bedrijven in de groothandel juist duidelijk minder geldt. Een verklaring kan zijn dat industriële bedrijven een hogere CO 2-uitstoot kennen en hun bedrijfsvoering meer belastend is voor het milieu dan groothandelsbedrijven. De noodzaak om aandacht te besteden aan verbetering van het milieu en klimaat is dan ook hoger voor de industrie, al dan niet gedwongen door de publieke opinie. Industriële bedrijven hebben verder iets meer aandacht voor gezondheids- en veiligheidsaspecten in hun duurzaam inkoopbeleid. Figuur 4 Onderwerpen in inkoopbeleid van bedrijven Welke onderwerpen zijn relevant voor uw inkoopbeleid? (n=209) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Milieu-aspecten en gevaarlijke stoffen 83% Minimum of leefbaar loon 55% Gezondheids- & veiligheidsaspecten 85% Werktijden & overwerk 48% Corruptie Kinderarbeid Dwangarbeid 73% 70% 67% Vrijheid van vereniging & collectief onderhandelen 51% Discriminatie 64% Geen van deze 3% Anders 8% Weet niet /geen antwoord 3% * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven met een duurzaam inkoopbeleid. De arbeidspositie van werknemers van buitenlandse ondernemingen waarmee zaken worden gedaan krijgt relatief minder aandacht. Ongeveer de helft van de bedrijven besteedt in het inkoopbeleid aandacht aan zaken als het naleven van minimumloon-regelingen, overwerk en vrijheid van vereniging en collectief onderhandelen. De groothandel besteedt over het algemeen hier (veel) meer aandacht aan dan de industrie. Dit geldt voor zowel grote als middelgrote bedrijven. Zo'n zes à zeven op de tien bedrijven besteden aandacht aan andere maatschappelijk gevoelige onderwerpen als corruptie, kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie. Opvallend is dat met name grote bedrijven aandacht hebben voor deze maatschappelijke uitwassen. Dit geldt zowel voor grote bedrijven in de industrie als in de groothandel. Mogelijk zijn zij gevoelig voor imagoproblemen wanneer zij in aanraking komen met dit soort zaken en de media halen. Aan dit soort maatschappelijke problemen wordt veel aandacht besteed door de pers. 23

24 Behoefte aan informatie en ondersteuning IMVO-beleid Bedrijven vinden het niet altijd even makkelijk om zelf een duurzaam inkoopbeleid op te zetten. Een kwart van de bedrijven geeft aan behoefte te hebben aan hulp van andere partijen en organisaties. Vooral binnen de groothandel is een opvallend verschil te zien tussen middelgrote en grote bedrijven (zie Figuur 5). Vooral grote bedrijven in die sector hebben behoefte aan informatie en ondersteuning. Figuur 5 Bedrijven die behoefte hebben aan ondersteuning IMVO-beleid, naar sector en grootteklasse Percentage bedrijven dat behoefte heeft aan informatie en ondersteuning over duurzaam inkoopbeleid in niet-westerse landen (n=517) 35% 30% 25% 26% 28% 31% 20% 15% 10% 17% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers 5% 0% Industrie (n=398) Groothandel (n=119) * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef. De meeste behoefte bestaat aan inhoudelijke informatie en vooral ook praktische instrumenten en handvatten om duurzaam inkoopbeleid op een efficiënte manier mogelijk te maken (zie Figuur 6). Brancheorganisaties en de overheid besteden hier steeds meer aandacht aan, maar kennelijk is het gat tussen de informatievraag van bedrijven en het aanbod aan informatie en praktische instrumenten nog groot. Aan zaken als het delen van ervaringen en dilemma's, benchmarking en oplossingen voor specifieke problemen is aanzienlijk minder behoefte. Training scoort over het algemeen laag bij de bedrijven. De grote bedrijven in de groothandel, die aangeven relatief veel behoefte aan informatie en ondersteuning te hebben, wijken enigszins af van het algemene beeld. Zij zoeken vooral informatie en ondersteuning in training en benchmarking. 24

25 Figuur 6 Behoefte aan informatie en ondersteuning IMVO-beleid Gegeven dat uw bedrijf behoefte heeft aan informatie en ondersteuning over duurzaam inkoopbeleid in niet-westerse landen, aan wat voor soort informatie heeft uw bedrijf vooral behoefte? (n=131) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% Inhoudelijke informatie 80% Training 23% Praktische instrumenten en handvatten 67% Het delen van ervaringen en dilemma's 46% Benchmarking Oplossingen vinden voor specifieke problemen 39% 41% Anders Weet niet /geen antwoord 2% 7% * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven die aangeven behoefte te hebben aan informatie en ondersteuning duurzaam inkoopbeleid in niet-westerse landen. 3.2 Inzicht in de keten Bedrijven nemen een bepaalde positie in in de keten van grondstof naar eindproduct. Deze paragraaf gaat in op de mate waarin bedrijven met duurzaam inkoopbeleid zicht hebben op de toeleveringsketen van hun ingekochte producten. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het inzicht in: aantal schakels in de keten de machtspositie van het bedrijf in de keten inzicht in milieu en sociale aspecten in de eerste en tweede schakel. Aantal schakels in de keten De vraag is of bedrijven die aandacht besteden aan duurzaamheid in hun inkoopbeleid op internationaal niveau, ook een goed inzicht hebben in de toeleveringsketen van de producten die zij inkopen. In de enquête is de bedrijven die een duurzaam inkoopbeleid hebben of die zichzelf op de ladder van duurzaam inkopen zien gevraagd naar dit inzicht. De ondervraagde bedrijven lijken redelijk goed in staat aan te geven uit hoeveel schakels (bij benadering) de toeleveringsketen bestaat van de producten die zijn inkopen. Ongeveer 7% van de bedrijven weet niet uit hoeveel schakels de toeleveringsketen bestaat. Iets meer dan de helft van de bedrijven geeft aan dat de keten uit ongeveer 2 tot 5 schakels bestaat. Een beperkt deel van de bedrijven (9%) heeft te maken met een lange toeleveringsketen van meer dan 5 schakels. Industriebedrijven hebben over het algemeen relatief vaak te maken met langere ketens met meer dan 5 schakels (zie Figuur 7) dan bedrijven in de groothandel. Dit geldt zowel voor de middelgrote als de grote bedrijven. Een relatief groot deel van de middelgrote bedrijven in de groothandel geeft aan dat zij met weinig 25

26 schakels in de keten te maken hebben. Over het algemeen neemt het aantal schakels in de keten toe met de omvang van het bedrijf. Figuur 7 Aantal schakels in de toeleveringsketen van producten die bedrijven inkopen, naar sector en grootteklasse Uit hoeveel schakels bestaat gemiddeld de toeleveringsketen van producten die u inkoopt, vanaf de grondstof tot de leverancier van wie u het product inkoopt? (n=188) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Industrie (n=140) Groothandel (n=48) 1 of 2 schakels 2 tot 5 schakels Meer dan 5 schakels 1 of 2 schakels 2 tot 5 schakels Meer dan 5 schakels 13% 9% 13% 15% 3% 8% 35% 46% 46% 49% 62% 68% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven met duurzaam inkoopbeleid of die niet aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is. Machtspositie in de keten Over het algemeen beoordelen de bedrijven hun machtspositie in de belangrijkste productketens als redelijk sterk. Het gaat dan met name om de mogelijkheid om op basis van aspecten van criteria als prijs, kwaliteit, mate van MVO van de leverancier e.d. een optimale keuze te maken in leveranciers, en niet afhankelijk te zijn van een groep bepalende spelers. Ook een gebrek aan transparantie in de ketens kan de machtspositie van bedrijven verminderen. Zes op de tien bedrijven geeft zichzelf een voldoende als het gaat om deze machtspositie, op een schaal van 1 tot 10. De meeste bedrijven geven zichzelf een 7 (bijna 30%). Desondanks is er een klein aantal bedrijven dat zijn machtspositie in de keten als uitermate zwak beoordeelt. Zo'n 14% van de bedrijven geeft zichzelf een 1, een 2 of een 3. Ongeveer één op de drie bedrijven vindt zichzelf niet heel sterk staan in de keten (cijfer 4 tot en met 6). Over het algemeen rapporteren grote bedrijven een sterkere machtspositie in de keten dan middelgrote bedrijven (zie Figuur 8). Mogelijk heeft de schaalgrootte van bedrijven invloed op de leveranciers van goederen. Buitenlandse leveranciers zullen over het algemeen grotere partijen goederen leveren aan grote bedrijven dan aan middelgrote bedrijven, waardoor een grotere afhankelijk van de grote bedrijven ontstaat. Tussen industriële bedrijven en groothandelsbedrijven bestaan verder weinig verschillen. 26

27 Figuur 8 Beoordeling machtspositie in de keten van bedrijven die duurzaam inkopen, naar sector en grootteklasse Welk rapportcijfers zou u gemiddeld geven aan de machtspositie die uw bedrijf inneemt in de belangrijkste productketens waarin uw bedrijf inkoopt (1 = zwak en 10 is sterk)? (n=517) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Groothandel (n=119) Industrie (n=398) % 21% 17% 20% 23% 19% 15% 22% 55% 55% 53% 56% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven in de steekproef. Inzicht in aspecten van de keten in de eerste en tweede schakel Als wat dieper wordt ingezoomd op het inzicht dat bedrijven hebben in de leveranciersketen als het gaat om inkoop van leveranciers uit niet-westerse landen, valt op dat veel meer bedrijven inzicht hebben tot de eerste schakel (de leverancier) dan tot de tweede schakel (zie Figuur 9). Gevraagd hierbij is naar inzicht in zowel de sociale als de milieuaspecten in de leveranciersketen. Ongeveer vier op de tien bedrijven heeft goed inzicht in de keten tot de eerste schakel, terwijl ongeveer 15% van de bedrijven aangeeft ook inzicht te hebben in de keten tot de tweede schakel. Verder is het beeld gemengd. Twee op de tien bedrijven geeft aan een compleet beeld te hebben van de sociale en milieuaspecten bij de inkoop van hun producten. Een andere 20% van de bedrijven geeft juist aan geen goed beeld te hebben van deze aspecten in de eerste en tweede schakel van de keten. De mate van inzicht van bedrijven in de sociale aspecten binnen de leveranciersketen is vergelijkbaar met de mate van inzicht in de milieuaspecten. Alleen als het gaat om het inzicht tot de eerste schakel blijkt dat iets meer bedrijven inzicht hebben in de milieuaspecten dan in de sociale aspecten. Opvallend is dat 46% van de grote bedrijven in de groothandel aangeeft een compleet beeld te hebben van de milieuaspecten, terwijl geen enkel bedrijf in deze klasse aangeeft helemaal geen inzicht hierin te hebben. 27

28 Figuur 9 Inzicht van bedrijven in sociale en milieuaspecten in de leveranciersketen Heeft uw bedrijf bij de inkoop van producten uit niet-westerse landen inzicht in de sociale aspecten/milieuaspecten in de leveranciersketen? (n=142) 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Nee 17% 23% Niet van toepassing 3% 3% Ja, alleen tot de eerste schakel (uw leverancier) 35% 43% Sociale aspecten Ja, alleen tot de tweede schakel 15% 14% Milieu-aspecten Ja, compleet beeld 22% 20% Weet niet/ geen antwoord 3% 4% * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven met duurzaam inkoopbeleid of die niet aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is, en die niet-westerse leveranciers hebben. Als het specifiek gaat om de herkomst van goederen die bedrijven afnemen van eerstelijnsleveranciers, heeft een groot deel van de bedrijven goed zicht op waar deze goederen vandaan komen (herkomst tweedelijnsleveranciers. Ongeveer 72% van de bedrijven geeft aan altijd of vaak inzicht te hebben in de herkomst van goederen van eerstelijnsleveranciers. Iets meer dan een kwart heeft geen tot weinig zicht hierop. Grotere bedrijven zijn sterk oververtegenwoordigd in de groep die zegt altijd zicht te hebben op de herkomst van goederen, terwijl middelgrote bedrijven juist vaker rapporteren dat ze geen tot weinig zicht hierop hebben (zie Figuur 10a). Naar sector bezien geven bedrijven in de groothandel vaker aan dan in de industrie dat ze weten waar hun goederen vandaan komen. 28

29 Figuur 10 Inzicht in tweedelijns leveranciers en de invloed daarvan op de keuze voor eerstelijnsleveranciers a. b. In welke mate heeft u inzicht in de herkomst van goederen die u van deze leveranciers afneemt (herkomst tweedelijns leveranciers)? (n=186) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% En als het daarbij gaat om tweedelijns leveranciers uit niet-westerse landen, in hoeverre spelen dan milieu- en sociale aspecten bij die tweedelijns leveranciers een rol bij uw keuze voor de eerstelijnsleveranciers? (n=186) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% Groothandel (n=46) Industrie (n=140) Altijd Vaak Soms/niet Altijd Vaak Soms/niet 8% 34% 32% 26% 33% 26% 27% 23% 18% 45% 52% 69% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers Groothandel (n=46) Industrie (n=140) Altijd Vaak Soms/niet Altijd Vaak Soms/niet 18% 20% 18% 15% 15% 30% 34% 38% 52% 45% 46% 45% 250 of minder werknemers Meer dan 250 werknemers * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven met duurzaam inkoopbeleid of die niet aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is. Het zicht op de herkomst van de goederen vanuit de tweedelijnsleverancier speelt maar deels een rol bij de selectie van de eerstelijnsleverancier. Het gaat hierbij om de situatie dat bedrijven goed zicht hebben op de milieu- en sociale activiteiten van de tweedelijnsleverancier. 1 Hoewel 72% van de bedrijven zegt altijd of vaak inzicht in de herkomst van goederen te hebben, geeft maar 41% van de bedrijven aan dat dit (altijd of vaak) gevolgen heeft voor de keuze van de eerstelijnsleverancier. Naar sector en grootteklasse bestaan opvallende verschillen (zie Figuur 10b). Het zijn overduidelijk de grote bedrijven die consequenties verbinden aan het beeld dat zij hebben van hoe tweedelijnsleveranciers met sociale en milieuaspecten omgaan. Als zij niet voldoen aan hun criteria heeft dit gevolgen voor de keuze van hun eerstelijnsleverancier. Deze wordt zo gedwongen om af te wegen of het met de tweedelijnsleverancier in zee gaat, ook wanneer de eerstelijnsleverancier zelf voldoet aan de IMVO-criteria. Verder neemt vooral de groothandel stappen naar aanleiding van de activiteiten van de tweedelijnsleverancier, als hierin inzicht bestaat. In de industrie gebeurt dit veel minder. 3.3 Inkoopproces Bedrijven die een duurzaam inkoopbeleid hebben en IMVO hebben geïmplementeerd in hun bedrijfsvoering kunnen dat verwerkt hebben in hun inkoopproces. Deze paragraaf beschrijft hoe deze bedrijven hun inkoopproces hebben vormgegeven. Aan bod komen: kennis van OESO-richtlijnen en ILO-normen en de verwerking daarvan in het inkoopproces aandacht voor MVO in inkoopvoorwaarden 1 Tevens is hier specifiek gevraagd naar niet-westerse leveranciers. 29

30 aandacht voor MVO in risico-analyses gedragscode voor leveranciers. Kennis van OESO-richtlijnen en ILO-normen Bedrijven die producten inkopen van buitenlandse leveranciers hebben een aantal handvatten tot hun beschikking om deze activiteiten op een duurzame wijze vorm te geven. Het gaat hierbij vooral om de OESO-richtlijnen en de normen die opgesteld zijn door de ILO voor arbeidsomstandigheden. De OESO-Richtlijnen maken duidelijk wat de Nederlandse overheid van alle bedrijven met buitenlandse activiteiten verwacht op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Ze bieden een handvat voor gedragscodes van ondernemingen om met maatschappelijke kwesties als kinderarbeid, milieu en corruptie om te gaan. De International Labour Organisation (ILO) heeft een aantal fundamentele normen (conventies) op het gebied van arbeidsomstandigheden ontwikkeld als referentiekader voor het gedrag van ondernemingen. Het gaat dan om het recht op organisatie en collectieve onderhandeling en het recht op bescherming tegen kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie, aangevuld met enkele normen met betrekking tot werktijden, beloning en het arbeidscontract. Het blijkt echter dat niet elk bedrijf even goed op de hoogte is van de (inhoud van de) OESO-richtlijnen en de ILO-normen (zie Figuur 11). Bijna de helft van de bedrijven die aan duurzaam inkoopbeleid doen heeft onvoldoende kennis van de ILO-normen, terwijl dit voor 44% van de bedrijven het geval is voor de OESOrichtlijnen. Er kan dus meer gedaan worden aan het verbeteren van de informatievoorziening ten aanzien van deze richtlijnen. Drie op de tien bedrijven zegt wel voldoende op de hoogte te zijn van de OESO-richtlijnen. Voor de ILO-normen ligt dat percentage op 24%. De grotere bedrijven in de groothandel zijn over het algemeen iets beter op de hoogte over deze richtlijnen dan de andere categorieen. Bijna twee op de drie bedrijven in deze sector en grootteklasse is enigszins of goed op de hoogte van de OESO-richtlijnen, en 54% is enigszins of goed op de hoogte van de ILO-normen. Figuur 11 Kennis van bedrijven van OESO-richtlijnen en ILO-normen Is binnen uw bedrijf voldoende kennis beschikbaar over 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% de OESO richtlijnen (n=188) de ILO-normen (n=188) ja enigszins nee weet niet * Vraag voorgelegd aan alle bedrijven met duurzaam inkoopbeleid of die niet aangeven duurzaamheid in inkoopbeleid te laten voor wat het is. 30

MKB-index april 2017

MKB-index april 2017 MKB-index april 2017 Zoetermeer, 4 mei 2017 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en

Nadere informatie

De stand van Mediation in Nederland

De stand van Mediation in Nederland De stand van Mediation in Nederland drs. R.J.M. Vogels Zoetermeer, 17 november 2011 In opdracht van het Nederlands Mediation Instituut (NMI). De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus.

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Noord-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, oktober 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Limburg Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Flevoland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Universiteit van Amsterdam, INTT Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Universiteit van Amsterdam, INTT De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Fox AOB

Tevredenheidsonderzoek Fox AOB Tevredenheidsonderzoek 2015 Fox AOB Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Fox AOB De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv

Tevredenheidsonderzoek 2011. Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Studiecentrum Talen Eindhoven bv Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Studiecentrum Talen Eindhoven bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Fryslân

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Fryslân Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht

Tevredenheidsonderzoek 2012. Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Tevredenheidsonderzoek 2012 Jobcoach organisatie Trace Daelzicht Zoetermeer, maandag 4 februari 2013 In opdracht van Jobcoach organisatie Trace Daelzicht De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zeeland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zeeland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Gelderland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Drenthe Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland

Personeelsmonitor Provincies. Benchmarkrapport Provincie Zuid-Holland Personeelsmonitor Provincies Benchmarkrapport Zoetermeer, september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Hogeschool van Amsterdam Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Hogeschool van Amsterdam Zoetermeer, woensdag 9 november 2016 In opdracht van Hogeschool van Amsterdam De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl Zoetermeer, vrijdag 13 november 2015 In opdracht van Regionaal Autisme Centrum onderdeel Autismewerk.nl De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid

Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Kunnen MKB-ondernemers de weg nog vinden? Veranderingen in de sociale zekerheid Peter Brouwer Zoetermeer, april 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Accessio Inburgering

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Accessio Inburgering Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Accessio Inburgering Zoetermeer, woensdag 5 augustus 2015 In opdracht van Accessio Inburgering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Hogeschool Inholland Amsterdam/Diemen De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok

Tevredenheidsonderzoek De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van De Opstap, Leerwerktraject van De Kapstok De verantwoordelijkheid voor de

Nadere informatie

BNA Conjunctuurmeting

BNA Conjunctuurmeting BNA Conjunctuurmeting September 2011 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66 F 020 555 36

Nadere informatie

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage

Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage Ergernissen van ondernemers in het MKB Minirapportage drs. C.M. Wiggers Zoetermeer, augustus 2003 Nummer: M200304 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij EIM. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Cliëntenaudit Bureau ABC

Cliëntenaudit Bureau ABC Cliëntenaudit Bureau ABC 2014 Zoetermeer 17 april 2015 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages

Tevredenheidsonderzoek 2014. STE Languages Tevredenheidsonderzoek 2014 STE Languages Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van STE Languages De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Bouwers en hun gemeente

Bouwers en hun gemeente Bouwers en hun gemeente E e n pe iling in de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezinge n 2014 1 2 Bouwers en hun gemeente E e n pe iling in de aanloop naar de Gemeenteraadsverkiezinge n 2014 drs. Pim van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V.

Tevredenheidsonderzoek Nieuwland Opleidingen B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Nieuwland Opleidingen B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Nieuwland Opleidingen B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf

Tevredenheidsonderzoek ROC De Leijgraaf Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC De Leijgraaf Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC De Leijgraaf De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12

Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12 Tevredenheidsonderzoek 2015 ROC A12 Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van ROC A12 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2012 / A&P Partners

Tevredenheidsonderzoek 2012 / A&P Partners Tevredenheidsonderzoek 2012 / 2013 A&P Partners Zoetermeer, zaterdag 3 augustus 2013 In opdracht van A&P Partners De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever

Tevredenheidsonderzoek 2014 / De Nieuwe Werkgever Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 De Nieuwe Werkgever Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van De Nieuwe Werkgever De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015

Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2015 Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar René Vogels Zoetermeer, 10 april De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV

Tevredenheidsonderzoek 2015. AM Werk Reïntegratie BV Tevredenheidsonderzoek 2015 AM Werk Reïntegratie BV Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van AM Werk Reïntegratie BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company

Tevredenheidsonderzoek Jobcoach Company Tevredenheidsonderzoek 2014 Jobcoach Company Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Jobcoach Company De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland

Tevredenheidsonderzoek 2014 / Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Stichting VluchtelingenWerk Zuidwest Nederland De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen

Tevredenheidsonderzoek ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen Tevredenheidsonderzoek 2013 ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen Zoetermeer, dinsdag 4 februari 2014 In opdracht van ROC Kop van Noord-Holland bedrijfsopleidingen De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) prognose 2006 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2007 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

De Watersector Exportindex (WEX)

De Watersector Exportindex (WEX) De Watersector Exportindex (WEX) Prognose 2005 drs. P. Gibcus drs. W.H.J. Verhoeven Zoetermeer, februari 2006 Dit onderzoek is gefinancierd door het programma Partners voor Water. De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek totaal inburgering bv

Tevredenheidsonderzoek totaal inburgering bv Tevredenheidsonderzoek 2015 totaal inburgering bv Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van totaal inburgering bv De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Rijn IJssel, Educatie & Integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 Rijn IJssel, Educatie & Integratie Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Rijn IJssel, Educatie & Integratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau

Tevredenheidsonderzoek 2010 / Olympia uitzendbureau Tevredenheidsonderzoek 2010 / 2011 Olympia uitzendbureau Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2011 In opdracht van Olympia uitzendbureau De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie

Tevredenheidsonderzoek ROC Alfa-college, unit Educatie Tevredenheidsonderzoek 2014 ROC Alfa-college, unit Educatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van ROC Alfa-college, unit Educatie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Tevredenheidsonderzoek Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Tevredenheidsonderzoek 2014 Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Friesland College, FC-Extra,School voor Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering

Tevredenheidsonderzoek 2011. BHP Groep Loopbaanadvisering Tevredenheidsonderzoek 2011 BHP Groep Loopbaanadvisering Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van BHP Groep Loopbaanadvisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia/Stratus.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren Landstede Tevredenheidsonderzoek 2011 Dienst inburgeren Landstede Zoetermeer, zaterdag 4 februari 2012 In opdracht van Landstede De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies

Uitgevoerd in opdracht van. Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Uitgevoerd in opdracht van Rapportage beoordelen en incidenteel belonen 2013 Provincies Zoetermeer, 17 september 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Mondriaan Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Mondriaan Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Mondriaan De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen

Tevredenheidsonderzoek Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Tevredenheidsonderzoek 2010 Dienst inburgeren ROC Midden Nederland Participatieopleidingen Zoetermeer, vrijdag 4 februari 2011 In opdracht van ROC Midden Nederland Participatieopleidingen De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Pappenheim Re-integratie en Outplacement

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Pappenheim Re-integratie en Outplacement Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Pappenheim Re-integratie en Outplacement Zoetermeer, dinsdag 19 juli 2016 In opdracht van Pappenheim Re-integratie en Outplacement De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

De oudere starter in Nederland Quick Service

De oudere starter in Nederland Quick Service De oudere starter in Nederland Quick Service Heleen Stigter Zoetermeer, januari 2003 Dit onderzoek maakt deel uit van het programmaonderzoek MKB en Ondernemerschap, dat wordt gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten

Evaluatie campagne Doe meer met Afval. mening betrokken gemeenten Evaluatie campagne Doe meer met Afval mening betrokken gemeenten Zoetermeer, 10 maart 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling

Tevredenheidsonderzoek 2015. Stap.nu Reïntegratie & Counseling Tevredenheidsonderzoek 2015 Stap.nu Reïntegratie & Counseling Zoetermeer, zaterdag 27 februari 2016 In opdracht van Stap.nu Reïntegratie & Counseling De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V.

Tevredenheidsonderzoek Wajong Talenten B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014 Wajong Talenten B.V. Zoetermeer, zondag 3 mei 2015 In opdracht van Wajong Talenten B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels

Conjunctuurpeiling BNA. Voorjaar René Vogels Conjunctuurpeiling BNA Voorjaar 2014 René Vogels Zoetermeer, 22 april 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Stichting ActiefTalent Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Stichting ActiefTalent Zoetermeer, donderdag 21 mei 2015 In opdracht van Stichting ActiefTalent De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Lest Best

Tevredenheidsonderzoek Lest Best Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Lest Best Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van Lest Best De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurmeting oktober 2012. Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurmeting oktober 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36 66

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Re-integratie Zeeland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Re-integratie Zeeland Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Thatcher & Aalderink meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Thatcher & Aalderink Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland

Innovatie in het MKB in Noord-Nederland Innovatie in het MKB in C10978 Petra Gibcus en Yvonne Prince Zoetermeer, 16 juli 2014 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2016 In opdracht van Plan B Loopbaanbegeleiding en re-integratie De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel

Effecten BTW-verandering op het. gedrag van consumenten in de. Schilders- en stukadoorsbranche. drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Effecten BTW-verandering op het gedrag van consumenten in de Schilders- en stukadoorsbranche drs. K.L. Bangma drs. D. Snel Zoetermeer, 23 maart 2012 Dit onderzoek is gefinancierd door CNV Vakmensen, FNV

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Arbo Coaching B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Arbo Coaching B.V. Zoetermeer, maandag 20 juli 2015 In opdracht van Arbo Coaching B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1998-2012 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins drs. D. Snel drs. N. Timmermans Zoetermeer, 5 juli 2013 Rapportnummer : A201337 Dit onderzoek is gefinancierd door het programmaonderzoek

Nadere informatie

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurpeiling voorjaar Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten

Brancheonderzoek BNA. Conjunctuurpeiling voorjaar Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Brancheonderzoek BNA Conjunctuurpeiling voorjaar 2012 Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Bond van Nederlandse Architecten Jollemanhof 14 Postbus 19606 1000 GP Amsterdam T 020 555 36

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering

Tevredenheidsonderzoek 2013-2014. Coaching en Advisering Tevredenheidsonderzoek 2013-2014 Coaching en Advisering Zoetermeer, zondag 3 augustus 2014 In opdracht van Coaching en Advisering De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek

Tevredenheidsonderzoek Tevredenheidsonderzoek Voorbereid op de Toekomst (VOT) taal, advies & begeleiding meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Voorbereid op de Toekomst (VOT) taal,

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Gezamenlijke ID Stichting (GIDS)

Tevredenheidsonderzoek Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) Tevredenheidsonderzoek 2014 Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Gezamenlijke ID Stichting (GIDS) De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia.

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2014-2015. Staatvandienst B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 Staatvandienst B.V. Zoetermeer, donderdag 13 augustus 2015 In opdracht van Staatvandienst B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V.

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 Voorzet Arbeid B.V. Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Voorzet Arbeid B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Nieuwe Koers BV

Tevredenheidsonderzoek Nieuwe Koers BV Tevredenheidsonderzoek 2014 Nieuwe Koers BV Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Nieuwe Koers BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V.

Tevredenheidsonderzoek Voorzet Arbeid B.V. Tevredenheidsonderzoek 2014 Voorzet Arbeid B.V. Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Voorzet Arbeid B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement

Tevredenheidsonderzoek BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement Zoetermeer, maandag 3 augustus 2015 In opdracht van BrinQer Verzuim- en Re-integratiemanagement De verantwoordelijkheid voor

Nadere informatie

Kengetallen ondernemerschap

Kengetallen ondernemerschap Kengetallen ondernemerschap Tabellenboek drs. N.G.L. Timmermans R. in 't Hout K. Bakker drs. W. H.J. Verhoeven Zoetermeer, 14 augustus 2009 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Economische

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Work Solutions Nederland BV

Tevredenheidsonderzoek Work Solutions Nederland BV Tevredenheidsonderzoek 2014 Work Solutions Nederland BV Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van Work Solutions Nederland BV De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Replooy re-integratie & coaching vof

Tevredenheidsonderzoek 2015 / Replooy re-integratie & coaching vof Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 Replooy re-integratie & coaching vof Zoetermeer, dinsdag 19 juli 2016 In opdracht van Replooy re-integratie & coaching vof De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Werktraject Noord-Holland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Werktraject Noord-Holland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Werktraject Noord-Holland meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Werktraject Noord-Holland Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Nuijten & Van Wageningen BV meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Nuijten & Van Wageningen BV meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Nuijten & Van Wageningen BV meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Nuijten & Van Wageningen BV Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie

Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015. P&M arbeidsreintegratie Tevredenheidsonderzoek 2014 / 2015 P&M arbeidsreintegratie Zoetermeer, dinsdag 4 augustus 2015 In opdracht van P&M arbeidsreintegratie De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016

Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016 Kostenontwikkeling binnenvaart 2015 en raming 2016 Uitgave januari 2016 Rapport uitgebracht aan: Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart W. van der Geest C11540/2016/0188 Zoetermeer, 29 januari 2016

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek id Plein

Tevredenheidsonderzoek id Plein Tevredenheidsonderzoek 2015 id Plein Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van id Plein De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Stichting Libra Revalidatie & Audiologie

Tevredenheidsonderzoek Stichting Libra Revalidatie & Audiologie Tevredenheidsonderzoek 2015 Stichting Libra Revalidatie & Audiologie Zoetermeer, zondag 14 februari 2016 In opdracht van Stichting Libra Revalidatie & Audiologie De verantwoordelijkheid voor de inhoud

Nadere informatie

Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi

Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi Effecten invoering dubbeltariefsysteem straattaxi Dammis van 't Zelfde Zoetermeer, 16 september 2013 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of teksten als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching

Tevredenheidsonderzoek 2009. Plooi Coaching Tevredenheidsonderzoek 2009 Zoetermeer, 19 mei 2010 In opdracht van De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Van der Horst Coaching en Advisering meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Van der Horst Coaching en Advisering meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Van der Horst Coaching en Advisering meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Van der Horst Coaching en Advisering Zoetermeer, donderdag

Nadere informatie

MONITOR DUE DILIGENCE & INKOOPPRAKTIJK 2015

MONITOR DUE DILIGENCE & INKOOPPRAKTIJK 2015 MONITOR DUE DILIGENCE & INKOOPPRAKTIJK 2015 INHOUD 1. Profiel respondenten 2. Internationaal zakendoen 3. Toeleveringsketen 4. MVO (in de keten) PROFIEL RESPONDENTEN AANTAL MEDEWERKERS < 10 10-99 100-249

Nadere informatie

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom

VBO Woonindex. Tweede kwartaal drs. P. Rosenboom VBO Woonindex Tweede 2008 drs. P. Rosenboom Zoetermeer, 10 juli 2008 In opdracht van VBO Makelaars. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Stratus. Het gebruik van cijfers en/of teksten als

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. GGMD meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. GGMD meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek GGMD meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van GGMD Zoetermeer, maandag 21 augustus 2017 De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2015 / CS Works B.V.

Tevredenheidsonderzoek 2015 / CS Works B.V. Tevredenheidsonderzoek 2015 / 2016 CS Works B.V. Zoetermeer, donderdag 4 augustus 2016 In opdracht van CS Works B.V. De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten

Tevredenheidsonderzoek 2014. SWA HR Diensten Tevredenheidsonderzoek 2014 SWA HR Diensten Zoetermeer, vrijdag 13 februari 2015 In opdracht van SWA HR Diensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik van cijfers en/of

Nadere informatie

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus

Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB. drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Bijdrage van buitenlandse werknemers aan innovatie in het MKB drs. A. Bruins T. Span MSc drs. P. Gibcus Zoetermeer, december 2013 ISBN : 978-90-371-1096-8 Rapportnummer : A201363 Dit onderzoek is gefinancierd

Nadere informatie

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002

Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Administratieve lasten Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten Nulmeting 2002 Frits Suyver Zoetermeer, 17 februari 2004 Dit onderzoek is gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek WNK Personeelsdiensten

Tevredenheidsonderzoek WNK Personeelsdiensten Tevredenheidsonderzoek 2014-2015 WNK Personeelsdiensten Zoetermeer, zondag 25 oktober 2015 In opdracht van WNK Personeelsdiensten De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Panteia. Het gebruik

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Mobiliteits Adviesbureau Apeldoorn (MAA - coaching) meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Mobiliteits Adviesbureau Apeldoorn (MAA - coaching) meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Mobiliteits Adviesbureau Apeldoorn (MAA - coaching) meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Mobiliteits Adviesbureau Apeldoorn (MAA -

Nadere informatie

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse

Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Belasting over de winst verdeeld naar sector en grootteklasse Minirapportage ir. C.C. van de Graaff drs. W.H.J. Verhoeven drs. P. Vroonhof K. Bakker Zoetermeer, 18 september 2002 Dit onderzoek is uitgevoerd

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Boogh Arbeidsre-integratie meetperiode: 1 januari 2016 tot en met 15 december 2016 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Boogh Arbeidsre-integratie meetperiode: 1 januari 2016 tot en met 15 december 2016 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Boogh Arbeidsre-integratie meetperiode: 1 januari 2016 tot en met 15 december 2016 Definitief rapport In opdracht van Boogh Arbeidsre-integratie Zoetermeer, maandag 13 maart 2017

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Coene & Claassen Taalbureau meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Coene & Claassen Taalbureau meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Coene & Claassen Taalbureau meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Coene & Claassen Taalbureau Zoetermeer, donderdag 3 augustus 2017

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Stichting Nieuwkomers en Vluchtelingenwerk Brabant Centraal Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek Stichting Nieuwkomers en Vluchtelingenwerk Brabant Centraal Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Stichting Nieuwkomers en Vluchtelingenwerk Brabant Centraal meetperiode: 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017 Definitief rapport In opdracht van Stichting Nieuwkomers en Vluchtelingenwerk

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek. Randstad HR Solutions meetperiode: 15 januari 2016 tot en met 15 januari 2017 Definitief rapport

Tevredenheidsonderzoek. Randstad HR Solutions meetperiode: 15 januari 2016 tot en met 15 januari 2017 Definitief rapport Tevredenheidsonderzoek Randstad HR Solutions meetperiode: 15 januari 2016 tot en met 15 januari 2017 Definitief rapport In opdracht van Randstad HR Solutions Zoetermeer, woensdag 6 september 2017 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie