GEZOCHT: HANDBOEK SEKSUELE OPVOEDING. Een exploratie van knelpunten en ondersteuningsbehoeften van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEZOCHT: HANDBOEK SEKSUELE OPVOEDING. Een exploratie van knelpunten en ondersteuningsbehoeften van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen"

Transcriptie

1 GEZOCHT: HANDBOEK SEKSUELE OPVOEDING Een exploratie van knelpunten en ondersteuningsbehoeften van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen

2

3 GEZOCHT: HANDBOEK SEKSUELE OPVOEDING Een exploratie van knelpunten en ondersteuningsbehoeften van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen Utrecht, 23 december 2005 Auteurs: Laura van Lee Andjelina Marjanovic Cecile Wijsen Ineke Mouthaan Projectnummer: Rutgers Nisso Groep

4

5 DANKWOORD Aan de totstandkoming van dit rapport hebben veel mensen meegewerkt. Hierbij willen wij in de eerste plaats alle moeders en vaders bedanken die zo openhartig met ons hebben gesproken over hun ervaringen met de seksuele ontwikkeling en vorming van hun kinderen. Deze ouders hadden wij nooit kunnen bereiken zonder de hulp en inzet van vele intermediairs, werkzaam bij hulpverleningsinstanties en scholen. Tot slot ook nog een woord van dank aan Skyler Hawk voor zijn expertise op het gebied van ouder-kind communicatie en zijn inbreng in het literatuuronderzoek.

6

7 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding Aanleiding Het onderzoeksproject Doel van het onderzoek 2 2 Onderzoeksopzet en -uitvoering Literatuuronderzoek Interviews met ouders 3 3 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht De rol van ouders in de seksuele vorming van kinderen Seksuele vorming als onderdeel van de algemene opvoeding Ouders als primaire seksuele vormers Ouder-kind communicatie over seksualiteit De elementen van communicatie: inhoud en proces Inhoud Proces Determinanten van ouder-kind communicatie De effecten van ouder-kind communicatie op seksueel gedrag Knelpunten Gebrek aan kennis en perceptie van kennis Bepalen van het juiste moment Participatie vader Omgang met taboes Botsing van culturen Ondersteuningsbehoeften van ouders Samenvatting 24 4 Ouders aan het woord: bevindingen uit de interviews De rol van ouders in de seksuele vorming van kinderen Ouder-kind communicatie over seksualiteit Inhoud Proces Knelpunten Gebrek aan kennis en vaardigheden Terminologie: woorden en begrippen Timing: bepalen van het juiste moment Schaamte Sociale omgeving 37

8 4.3.6 Angst voor aanzetten tot seksueel gedrag Ondersteuningsstrategieën en -behoeften Ondersteuningsstrategieën Ondersteuningsbehoeften Antilliaanse/Arubaanse, Creools-Surinaamse en Nederlandse moeders De vaders Samenvatting 42 5 Slotbeschouwing en aanbevelingen Slotbeschouwing Aanbevelingen 48 Literatuur 51 Bijlage: kenmerken van de respondentengroep 57

9 1 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er bestaan verschillende zorgen over de seksualiteit van jongeren. Jongeren hebben steeds vaker op jonge leeftijd seksuele ervaringen (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005) en veel tienermeiden blijken niet goed te zijn uitgerust met kennis en vaardigheden die nodig zijn om controle te krijgen over het eigen seksleven (Van Berlo, Wijsen & Vanwesenbeeck, 2005). Alhoewel het abortuscijfer van tieners in 2004 verder is afgenomen, is blijvend sprake van een zeer hoog abortuscijfer van Antilliaanse tieners (Wijsen & Van Lee, 2005). Tevens is er sprake van een toename van jongeren met seksueel overdraagbare aandoeningen (Van de Laar & Op de Coul, 2004). Daarom blijft het belangrijk dat jongeren seksueel goed worden voorgelicht en dat ze vaardigheden en cognities ontwikkelen, zodat ze hun kennis ook in de praktijk kunnen toepassen en ze hun wensen en grenzen kunnen aangeven. Dit is niet alleen de taak van scholen, maar ook van ouders. Seksuele vorming van kinderen is echter een moeilijk onderwerp voor veel ouders: schaamte, kennisgebrek, niet weten hoe het aan te pakken en moeilijkheden in communicatie zijn hier vaak de oorzaak van, zoals blijkt uit voornamelijk internationaal onderzoek (DiIorio, Pluhar & Belcher, 2003). In Nederland is echter tot op heden weinig onderzoek gedaan naar welke knelpunten ouders, autochtoon en allochtoon, persoonlijk ervaren en aan welke ondersteuning ze behoefte hebben bij de seksuele opvoeding van hun kinderen. 1.2 Het onderzoeksproject In samenwerking met het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie) wil de Rutgers Nisso Groep, kenniscentrum seksualiteit, inzicht krijgen in de knelpunten en de behoeften van ouders met betrekking tot de seksuele vorming van hun kinderen. Met deze kennis willen het NIGZ en de Rutgers Nisso Groep bestaande methodes beter toegankelijk maken en -indien nodig- nieuw ondersteuningsmateriaal voor ouders ontwikkelen. Het onderzoeksproject bestaat uit een aantal verschillende onderzoeken en activiteiten, die deels hebben plaatsgevonden in het kader van het programma JASS (Jongeren, Aids, Soa en Seksualiteit), waarin Soa Aids Nederland, NIGZ en de Rutgers Nisso Groep participeren. Het project omvatte de volgende onderdelen: 1. Literatuur- en kwalitatief onderzoek naar de rol van -allochtone en autochtone- ouders in de seksuele vorming van hun kinderen, de knelpunten die zij daarin ervaren en hun ondersteuningsbehoeften (Rutgers Nisso Groep, deels in samenwerking met NIGZ); 2. Internetenquête met betrekking tot knelpunten en ondersteuningsbehoeften van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen (NIGZ; NIGZ, 2005); 3. Inventarisatie van gezondheidsbevorderende projecten die zich richten op ouders; een onderdeel daarvan heeft betrekking op seksualiteit (NIGZ; Hekkink, Pos & Baars, 2005);

10 2 Inleiding 4. Inventarisatie van het aanbod opvoedingsondersteuning voor allochtone ouders met betrekking tot seksuele vorming (NIGZ; Schipperen, 2005); 5. Expertmeeting (NIGZ en Rutgers Nisso Groep). De verschillende onderdelen hebben wel onderlinge samenhang, maar worden niet als één geheel (rapport) uitgegeven. In dit rapport wordt verslag gedaan van het onder 1. vermelde onderzoek. 1.3 Doel van het onderzoek Het doel van het onderzoek was: Het bieden van inzicht in de rol van ouders in de seksuele vorming van hun kinderen; Het bieden van inzicht in de ouder-kind communicatie over seksualiteit, alsmede in knelpunten die ouders daarin ervaren; Het bieden van inzicht in de behoeften van ouders aan ondersteuning in de seksuele opvoeding van hun kinderen; Het, op basis van bovenstaande, formuleren van aanbevelingen voor ondersteuningsprojecten en onderzoek.

11 3 2 ONDERZOEKSOPZET EN -UITVOERING Het onderzoek is uitgevoerd in twee fasen. Ten eerste is door middel van een literatuuronderzoek inzicht verkregen in de rol van ouders bij de seksuele opvoeding van hun kinderen, in aspecten van ouder-kind communicatie over seksualiteit en in de knelpunten die zich daarin kunnen voordoen. Mede op basis van deze bevindingen zijn vervolgens kwalitatieve interviews gehouden met autochtone en allochtone moeders en vaders. Bij de allochtone ouders hebben wij ons beperkt tot de vier grootste migrantengroepen: Turken, Surinamers, Marokkanen en Antillianen/Arubanen. Omdat seksueel risicogedrag onder Surinamers met name veel voorkomt in de Creoolse groep, -hetgeen is af te leiden uit hoge aantallen abortussen en tienerzwangerschappen-, hebben we ons voor wat betreft de Surinaamse bevolking alleen gericht op deze subpopulatie. 2.1 Literatuuronderzoek De eerste fase bestond uit een literatuuronderzoek. De literatuur is voornamelijk verzameld via de catalogus van de Rutgers Nisso Groep en via de databases Psychinfo en Medline. Verder gaven literatuurlijsten van gelezen artikelen vaak aanknopingspunten voor andere interessante literatuur op het gebied van ouder-kind communicatie over seksualiteit. Publicaties die tot en met mei 2005 zijn verschenen, zijn in deze literatuurstudie meegenomen. 2.2 Interviews met ouders De tweede fase bestond uit het houden van interviews met autochtone en allochtone ouders. In eerste instantie werd als onderzoeksmethode gekozen voor focusgroep-interviews (Van Assema, Meesters & Kok, 1992). Het voordeel van deze methode is dat in korte tijd informatie verzameld kan worden bij een relatief grote groep mensen. Bovendien biedt deze onderzoeksvorm de mogelijkheid tot interactie tussen de deelnemers, waardoor ervaringen en ideeën over het thema uitgewisseld kunnen worden. Het oorspronkelijke plan was om in totaal acht focusgroep-interviews met moeders en acht focusgroep-interviews met vaders te houden. Elke groep zou bestaan uit vijf tot acht deelnemers, die afkomstig waren uit eenzelfde land of regio (Turkije, Marokko, Suriname/de Nederlandse Antillen 1 en Nederland). De keuze voor sekse- en etniciteit specifieke groepen is gelegen in de veronderstelling dat hiermee een veilige situatie wordt gecreëerd, waarin deelnemers zich vrijer kunnen uiten. Gedurende het onderzoek is afgeweken van de oorspronkelijke opzet, in die zin dat -naast de focusgroep-interviews- ook individuele interviews hebben plaatsgevonden. Reden hiervoor was dat sommige respondenten niet te plaatsen waren in een focusgroep. Sommigen woonden te verspreid over Nederland om één focusgroep te vormen, andere ouders hadden alleen tijd op momenten dat het niet mogelijk was om een focusgroep te plannen. 1 Besloten werd om deze groepen samen te nemen.

12 4 Onderzoeksopzet en uitvoering Topiclijst Ten behoeve van de kwalitatieve interviews is, op basis van bevindingen uit de literatuurreview en de topiclijst uit een vergelijkbaar onderzoek in België (Vermeire, 2005), een topiclijst opgesteld met de volgende thema s: Opvoedingsdoelen van ouders ten aanzien van seksualiteit; Ouder-kind communicatie over seksualiteit en knelpunten daarin; Huidige ondersteuningsstrategieën van ouders; Ondersteuningsbehoeftes van ouders; Kanalen via welke ouders ondersteund willen worden; Eigen seksuele opvoeding; Rol partner bij seksuele opvoeding van kinderen; Perceptie van ouders over taak school bij seksuele opvoeding. Werving De ouders zijn met name geworven via intermediairs. Het betrof intermediairs uit het eigen netwerk van de Rutgers Nisso Groep, alsmede intermediairs van diverse (soorten) lokale en landelijke organisaties, zoals welzijnsorganisaties, voorscholen, middelbare scholen (ouderraden), buurthuizen, diverse GGD-en, allochtone ondersteunings- en zelforganisaties en het landelijk netwerk van Voorlichters Eigen Taal en Cultuur (VETC). Verder zijn oproepen geplaatst in forums van websites die door autochtone ouders en wellicht ook door allochtone ouders bezocht worden zoals jmvakbladvoorouders.nl, oudersonline.nl, ouders.net, maroc.nl, yasmina.marokko.nl en saloua.nl. De intermediairs kregen een brief met daarin informatie over het onderzoek en bijgevoegd een wervingsfolder die speciaal voor ouders bestemd was. De intermediairs zorgden voor de verspreiding van deze folder. Hen werd verzocht om mondeling toelichting te geven op de folder, zodat ouders beter gestimuleerd werden en daarbij direct actief gevraagd werden naar hun medewerking, in plaats van alleen passief via de folder. De werving richtte zich in de eerste plaats voornamelijk op allochtone ouders, vanuit de gedachte dat het verkrijgen van toegang tot hun netwerk lastiger zou zijn dan bij autochtone ouders. De werving kwam moeizaam op gang, maar uiteindelijk werd het doel van twee focusgroepen behaald voor Turkse en Marokkaanse moeders. Met Antilliaanse/Arubaanse en Creools-Surinaamse moeders vond één focusgroep plaats. Het lukte daarentegen niet om een focusgroep te vormen met Nederlandse moeders; met hen zijn uitsluitend individuele interviews gehouden. De volgende redenen kunnen hieraan ten grondslag liggen. Allereerst bestaat de indruk dat Nederlandse moeders moeilijker te bereiken zijn via intermediairs van organisaties, omdat zij wellicht minder vaak deelnemen aan groepsbijeenkomsten van organisaties die bij het onderzoek betrokken zijn. Overigens dient hierbij opgemerkt te worden dat ook de werving via individuele kanalen, zoals internet, nauwelijks respons opleverde. Ten tweede is de werving onder deze groep minder intensief geweest, vanuit de veronderstelling dat de werving van Nederlandse moeders makkelijker zou zijn dan die van allochtone moeders. Ten derde bestaat het idee dat Nederlandse moeders wellicht minder behoefte hebben aan ondersteuning en daarom geen direct belang hechten aan deelname aan het onderzoek.

13 Onderzoeksopzet en -uitvoering 5 Het bleek moeilijk om vaders -zowel autochtone als allochtone- te werven voor deelname aan het onderzoek. Dit zou te maken kunnen hebben met het gegeven dat over het algemeen moeders de seksuele voorlichting en voor een groot deel dus ook de seksuele opvoeding op zich te nemen. Verder kan een rol hebben gespeeld dat de werving werd gedaan door twee vrouwelijke medewerkers. In dit verband lijken een nog intensievere werving en werving op maat noodzakelijke voorwaarden voor het bereiken van vaders voor deelname aan een onderzoek als het onderhavige. Respondentengroep Uiteindelijk hebben 53 moeders en 8 vaders aan het onderzoek deelgenomen, hetzij in een focusgroep-interview (40 ouders) hetzij in een individueel interview (21 ouders) (zie tabel 2.1 voor de verdeling naar etniciteit en sekse). Tabel 2.1: aantal respondenten naar etniciteit en sekse Groep Aantal moeders Aantal vaders Turks 22 - Marokkaans 17 1 Antilliaans/Arubaans, Creools-Surinaams 7 3 Nederlands 7 4 Totaal 53 8 Om enig inzicht te geven in de respondentengroep, worden nu enkele sociaal-demografische kenmerken van de geïnterviewde moeders en vaders weergegeven (zie ook de bijlage). De meeste Turkse en Marokkaanse moeders waren tussen de 31 en 40 jaar oud en hadden als opleiding maximaal voortgezet onderwijs (overwegend (voormalig) lbo of een in Turkije/Marokko gevolgde vergelijkbare opleiding). Ze hadden vrijwel allemaal een partner, en twee of drie kinderen. De Marokkaanse moeders hadden vooral jonge kinderen (tot en met 11 jaar). De Turkse moeders hadden vaker ook nog oudere kinderen. De groep Antilliaanse/Arubaanse en Creools-Surinaamse moeders was diverser samengesteld: zowel oudere als jongere moeders, vrouwen met en zonder partner, en lager en hoger opgeleiden maakten deel uit van de onderzoeksgroep. De meeste moeders hadden één of twee -met name al wat oudere- kinderen. De Nederlandse moeders waren bijna allemaal ouder dan 41 jaar. Het merendeel was hbo geschoold en had een partner. De moeders hadden twee of drie kinderen, met name in de leeftijd van 4-15 jaar. De groep vaders was gemengd in sociaal-demografische achtergrond. Het merendeel van de vaders was tussen de 30 en 40 jaar oud, had twee of drie kinderen en was in elk geval mbo geschoold. Verloop interviews Alle focusgroep-interviews vonden plaats op een locatie waarmee de ouders bekend waren en zelf regelmatig kwamen. Dat kon een buurthuis zijn, de kinderopvang of bij een intermediair thuis. De focusgroepen duurden in het algemeen twee uur. Een moderator leidde het gesprek, en een notulist schreef mee. De notulen werden later uitgewerkt, ondersteund door de opnamen van een cassettebandrecorder (voorafgaand aan het interview was hiervoor

14 6 Onderzoeksopzet en uitvoering toestemming gevraagd). Aan het eind van het interview ontvingen de ouders een incentive (een exemplaar van het boek Kinderen en seksualiteit, Van der Doef, 2005). De individuele interviews vonden deels telefonisch plaats, deels bij respondenten thuis. De gemiddelde gespreksduur was ongeveer een uur. De procedure was verder hetzelfde als bij de focusgroep-interviews.

15 7 3 ACHTERGRONDEN EN KNELPUNTEN BIJ COMMUNICATIE OVER SEKSUALITEIT TUSSEN OUDER EN KIND: EEN LITERATUUR OVERZICHT Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste bevindingen uit het literatuuronderzoek. Eerst wordt de rol die ouders spelen in de seksuele vorming beschreven in paragraaf 3.1. Vervolgens komt aan de orde op welke manier de ouder-kind communicatie vorm krijgt, welke determinanten eraan ten grondslag liggen en welke effecten verschillende communicatievarianten hebben op het seksueel gedrag van kinderen (paragraaf 3.2). In paragraaf 3.3 wordt gezocht naar de knelpunten die zich in de communicatie kunnen voordoen. De ondersteuningsbehoefte van ouders komt aan de orde in paragraaf 3.4. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de belangrijkste bevindingen. 3.1 De rol van ouders in de seksuele vorming van kinderen Seksuele vorming als onderdeel van de algemene opvoeding Ouders spelen een centrale rol in de ontwikkeling van het kind. Wereldwijd wordt erkend dat het gezin het belangrijkste referentiekader biedt voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind. Binnen het gezin vindt de sociale, emotionele, fysieke en seksuele ontwikkeling plaats. Verschillende modellen en theorieën proberen de opvoeding van kinderen en de invloed van ouders op kinderen weer te geven. Een van deze modellen is dat van Darling en Steinberg (1993). Dit model is goed in de context van de seksuele opvoeding toe te passen. Het onderscheidt drie belangrijke aspecten: de eigen doelstellingen van ouders bij de opvoeding, de gehanteerde opvoedingspraktijken en de opvoedingsstijl. Ouders hebben normen en waarden die zij hun kinderen willen leren en specifieke doelen die zij willen nastreven binnen de opvoeding (bijvoorbeeld mijn kind moet academisch succesvol worden ). Daarnaast voeren ouders opvoedingspraktijken uit om hun kind te beïnvloeden en te sturen. Dat zijn gedragingen die door een specifiek socialisatiedoel bepaald worden (bijvoorbeeld ik geef mijn kind bijles, zodat hij goede cijfers haalt op school ). Naast de doelen en de praktijken hanteren ouders een opvoedingsstijl. Dit is de (emotionele) context waarbinnen ouders hun opvoedingspraktijken aan het kind overdragen. Deze context is niet domeinspecifiek, zoals de opvoedingspraktijken, maar juist algemeen. Er zijn vier opvoedingsstijlen te onderscheiden: autoritatief (onderhandelen over regels en praten bij misstappen), autoritair (ouders wil is wet, beperkend), toegevend (veel ruimte, weinig toezicht) en verwaarlozend (geen verwachtingen aan kind en geen interactie met kind) (Berk, 1997). Darling en Steinberg (1993) stellen dat de opvoedingsstijl die ouders gebruiken, bepaalt in welke mate de opvoedingspraktijken leiden tot de gedragsuitkomst bij het kind. Zo zal een autoritatieve moeder wanneer zij haar kind bijles geeft, haar kind op een andere manier begeleiden en sturen, dan een toegeeflijke moeder die haar kind bijles geeft. In beide gevallen is de opvoedingspraktijk en het doel hetzelfde, maar is de context van socialisatie

16 8 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht anders. Hierdoor zal het ene kind effectiever beïnvloed worden dan het andere en zullen sommige ouders er beter in slagen om hun opvoedingsdoelen te bereiken dan anderen. Seksuele vorming is een onderdeel van de opvoeding. Het algemene model van Darling en Steinberg is daarom toe te passen op het domein van de seksuele vorming. Belangrijke elementen uit het model zijn ook terug te vinden in de literatuur over seksuele vorming. Zo worden doelen vaak vertaald in de seksuele normen en waarden die ouders hanteren en die zij over willen dragen op hun kinderen. Opvoedingspraktijken wijzen op de aspecten van ouder-kind communicatie die ouders gebruiken om hun seksuele normen en waarden over te brengen. Te denken valt dan aan timing en frequentie van de gesprekken over seksualiteit, en de mate van explicitering van seks-gerelateerde onderwerpen. Ook communicatiestijl kunnen ouders inzetten als middel om hun boodschap uit te dragen. Zo kunnen ouders over het algemeen een open communicatiestijl hebben met hun kinderen, maar wanneer zij seksualiteit willen bespreken juist meer gesloten en gereserveerder zijn. Die communicatiestijl zal aan kinderen dan al een boodschap meegeven, namelijk: over seks praat je niet vanzelfsprekend, maar wel met een ongemakkelijk gevoel. Naast dit model verwijzen ook andere theorieën en onderzoekers naar het belang van ouders als seksuele vormers. De sociale leertheorie zegt dat ouders als voorbeeld dienen voor hun kinderen en kinderen het gedrag en opvattingen van hun ouders afkijken (Berk, 1997). Vanuit deze theorie wordt gesteld dat ouders die positief met seksualiteit omgaan dat ook aan hun kinderen leren (Clawson & Reese-Weber, 2003; Werner-Wilson & Fitzharris, 2001). Dit wijst op het belang van een open, positieve omgeving waarin seksualiteit op een affectieve manier wordt besproken. Naast het geven van een direct voorbeeld, kunnen ouders ook op een meer indirecte wijze bijdragen tot een succesvolle seksuele vorming. Ouders brengen kinderen namelijk ook algemene waarden en vaardigheden bij die kinderen vervolgens kunnen toepassen op seksueel gebied, bijvoorbeeld Heb respect voor elkaar of Wees verantwoordelijk (Werner-Wilson & Fitzharris, 2001). De cognitieve ontwikkelingstheorie (Berk, 1997) gaat er vanuit dat seksualiteit en genderontwikkeling samengaan met de intellectuele ontwikkeling. Kinderen imiteren hierbij het gedrag van ouders om hun eigen identiteit vorm te geven (Kaplan & Sedney, 1980). Het transactioneel persoon-proces model van Gerris (1989) beschrijft de intergenerationele overdracht van relationele en seksuele vorming. Beïnvloeding en overdracht van informatie van één generatie naar de volgende houden bepaalde opvoedingsdoelen, praktijken en stijlen in een familie in stand. Niet alleen het gezin is dus van invloed op de dynamiek tussen ouders en kinderen, maar ook de directe sociale omgeving en de bredere maatschappij. Binnen het gezin spelen kenmerken van ouders, kenmerken van de kinderen, de relatie tussen de ouders onderling en de relatie tussen ouders en kinderen een rol. Elk van deze elementen is van invloed op alle andere. Met elkaar en via elkaar bepalen zij de dynamiek van het gezinssysteem. Ook op het gebied van seksualiteit (zie figuur 3.1).

17 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht 9 Figuur 3.1: Model van gezinsfunctioneren afgeleid van het transactioneel persoon-proces model van ouderlijk en gezinsfunctioneren (Gerris, 1989; Klaï, 2005) MACRO NIVEAU: maatschappelijke ontwikkelingen INTERMEDIARE NIVEAU: directe sociale omgeving MICRO NIVEAU: gezinssysteem OUDERKENMERKEN: Cognitieve kenmerken Gedragskenmerken Belevingskenmerken Achtergrondkenmerken PARTNERS: Kwaliteit van de relatie OUDER-KIND: Kwaliteit van de relatie KINDKENMERKEN: Cognitieve kenmerken Gedragskenmerken Belevingskenmerken Achtergrondkenmerken Op intermediair niveau beïnvloeden de relaties die de gezinsleden onderhouden buiten het gezin deze dynamiek. De beïnvloeding kan komen van peers van kinderen en ouders, maar ook van bevriende gezinnen, docenten en andere familieleden. Op macroniveau zal de maatschappij als grotere context gedrag, cognities, belevingen en achtergrondkenmerken van het gezin en zijn omgeving bepalen en betekenis geven Ouders als primaire seksuele vormers In het meeste onderzoek naar seksueel gedrag van de adolescent, worden twee bronnen van beïnvloeding genoemd: peers en ouders (DiIorio, Kelley & Hockenberry-Eaton, 1999; Du Bois-Reymond & Ravesloot, 1996; De Graaf & Rademakers, 2003). Peers zijn lange tijd aangewezen als meest belangrijke referentiegroep voor jongeren en zouden daarom ook een grote invloed hebben op (seksueel) risicogedrag van de adolescent. Recent onderzoek laat echter zien dat de invloed van peers veel minder groot lijkt dan eerder werd aangenomen (Jaccard, Blanton & Dodge, 2005). De invloed van peers op de seksualiteit van jongeren is dus niet eenduidig. Ouders vervullen wel een stabiele en duidelijke rol in de seksuele vorming van kinderen. Ouders zijn om een aantal redenen geschikte personen om hun kinderen seksueel te vormen. In de eerste plaats zijn ouders meestal de primaire opvoeders van hun kinderen. Seksuele vorming is daar een vanzelfsprekend onderdeel van. Het is dus de verantwoordelijkheid van

18 10 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht de ouders om hun kinderen ook op seksueel gebied voor te lichten, normen en waarden over te brengen en hen te sturen en te steunen (Moore & Davidson, 1999; Rosenthal, Feldman & Edwards, 1998). Ze zijn volgens Moore & Davidson (1999) ook meestal de eerste bron van seksuele informatie waar dochters mee te maken krijgen. Eerder nog dan leraren en peers. In de tweede plaats geven ouders hun kinderen vaak voorlichting over anticonceptie, voortplanting en seksueel overdraagbare aandoeningen (DiIorio, Pluhar & Belcher, 2003; De Graaf & Rademakers, 2003) en laten hun kinderen expliciet of impliciet merken welke seksuele normen en waarden zij nastreven. Ook al wordt het onderwerp seks vermeden in het gezin, dan nog leren kinderen kennis, opvattingen en attituden over seks door de indirecte of nonverbale communicatie van hun ouders, de zogenaamde silent lessons of sex (Darling & Hicks, 1983; Moore & Davidson, 1999). In de derde plaats vraagt de seksuele vorming van kinderen aansluiting bij de ontwikkeling van het kind. Bij verschillende leeftijden passen andere vormen van voorlichting (Gordon, Schroeder & Abrams, 1990). Ouders zijn over het algemeen het meest aanwezig in de jeugd van het kind, zodat zij makkelijker kunnen inspelen op de seksuele ontwikkeling dan andere personen die slechts incidenteel betrokken zijn (Moore & Davidson, 1999). Ouders zelf vinden het wenselijk dat zij betrokken zijn bij de seksuele vorming van hun eigen kinderen (Stout & Kirby, 1993). Ook kinderen hebben behoefte aan de betrokkenheid van ouders, onder meer omdat zij deze betrokkenheid zien als een teken dat ouders om hun kind geven (Sanders & Mullis, 1988; Werner-Wilson & Fitzharris, 2001). Aan de andere kant vinden zij echter ook dat seks hun eigen zaak is (Te Poel & Ravesloot, 1994). 3.2 Ouder-kind communicatie over seksualiteit Aan (ouder-kind) communicatie zijn meerdere elementen te onderscheiden: wat ouders en kinderen communiceren (inhoud) en hoe ze dat doen (proces). In het literatuuronderzoek is ook gekeken naar de factoren die ten grondslag liggen aan goede communicatie (de determinanten) en naar de effecten die de diverse vormen van communicatie hebben op het seksuele gedrag van kinderen De elementen van communicatie: inhoud en proces Met inhoud wordt naast de onderwerpen die aan de orde komen in seksuele vorming door ouders ook bedoeld de onderliggende waarden en normen die ouders hebben vanuit hun eigen (culturele) achtergrond. Met het proces van ouder-kind communicatie wordt bedoeld de manier waarop de inhoud wordt overgedragen. Belangrijke aspecten van het proces zijn: de timing -die samenvalt met leeftijd van het kind en dus in de paragraaf over determinanten van ouder-kind communicatie wordt besproken-, de communicatiestijl, de mate van explicitering en de frequentie waarmee er gecommuniceerd wordt.

19 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht Inhoud Onderwerpen In een review van ruim 170, vooral Amerikaanse artikelen over ouder-kind communicatie, is onderzocht welke onderwerpen specifiek aan de orde komen tijdens ouder-kind gesprekken over seksualiteit. Opvallend is dat ouders en kinderen hierbij niet dezelfde onderwerpen rapporteren (DiIorio et al., 2003). De meest besproken onderwerpen volgens ouders zijn: menstruatie, voortplanting, zwangerschap, geboorte, HIV/AIDS en seksuele waarden/normen. Volgens kinderen zijn dat menstruatie en uitgaan. Minst besproken onderwerpen die ouders rapporteren zijn: natte dromen/erectie, masturbatie en abortus. Volgens kinderen zijn dat: de houding van vader ten aanzien van seks en het bespreken van natte dromen/erecties. Het meest recente grootschalige onderzoek onder Nederlandse jongeren laat zien dat de meeste jongeren die met hun ouders praten over seks aangeven vooral onderwerpen te bespreken als verliefdheid en relaties, zwangerschap en anticonceptie en condoomgebruik en SOA s (De Graaf et al., 2005). Onderwerpen die weinig aan bod komen in gesprekken met ouders zijn wensen en behoeftes: wat zouden jongeren liever niet of juist wel graag willen doen. Uit onderzoek komt ook naar voren dat onderwerpen als genot, geweld, masturberen, en ook anale en orale seks het minst besproken worden (Klaï, 2005). Ouders richten zich het liefst op de minst intieme en dus de minst confronterende onderwerpen. Ze leggen meestal de nadruk op de biologie van seks en minder op seksuele besluitvorming (Baldwin & Baranoski, 1990) of andere sociaal-emotionele aspecten als weerbaarheid, seksuele ervaringen of lust en verlangen (Rosenthal et al., 1998). Een verklaring hiervoor kan zijn dat de technische aspecten op een meer afstandelijke wijze te bespreken zijn, zonder als het ware inbreuk te maken op de meer intieme ervaringen die het kind (en de ouders) hebben gehad. Normen en waarden Seksuele vorming is nooit waardevrij. Een belangrijk onderdeel van de inhoud wordt bepaald door het mens- en maatschappijbeeld van de ouders. Omdat er afhankelijk van cultuur en religie verschillende visies bestaan op de mens, bestaat er een grote diversiteit in seksuele waarden en normen. De normen en waarden die ouders hebben, uiten zij middels hun opvattingen. Veel onderzoek geeft aan dat hoewel ouders hun kinderen niet altijd voldoende informeren op het gebied van seksualiteit, ze wel veel invloed uitoefenen op de seksuele attituden, opvattingen en meningen van kinderen (Fisher, 1986; Moore & Davidson, 1999; Rosenthal et al., 1998; Sanders & Mullis, 1988). Uit ander onderzoek blijkt echter dat er wel potentie is voor deze beïnvloeding, maar dat in werkelijkheid kinderen een onjuist beeld hebben van de seksuele attituden van hun ouders (Newcomer & Udry, 1985). Kinderen bleken een conservatiever beeld te hebben van de opvattingen van hun moeder, dan dat moeders daadwerkelijk hadden. Ouders geven hun opvattingen dus altijd door aan hun kinderen, maar de boodschap komt niet altijd over zoals ouders bedoelen.

20 12 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht In Nederland zijn de meest bekende en bestudeerde etnisch-culturele groepen: autochtone Nederlanders, Surinamers (in casu Creolen) en Antillianen 2, en Turken en Marokkanen Zij hebben elk een eigen achtergrond met een specifieke set van seksuele opvattingen, gevoed door onderliggende normen. Uiteraard zijn er verschillen tussen Creolen en Antillianen en ook tussen Turken en Marokkanen voor wat betreft seksualiteitsbeleving en seksuele gedragsregels. Bovendien is er ook binnen de gemeenschappen zelf sprake van diversiteit. Voor dit overzicht richten we ons echter op de overeenkomsten. In de meeste Nederlandse gezinnen is er sprake van een zekere mate van gelijkwaardigheid tussen ouders en kinderen, waarbij ouders hun kinderen sturen en uitleg verschaffen waar nodig. Dat geldt in principe ook voor de seksuele vorming: ouders willen kinderen de juiste informatie geven en willen dat zij zichzelf accepteren en zelfvertrouwen uitstralen. Een open communicatie over seksualiteit is de norm, maar blijkt in de praktijk niet altijd even gemakkelijk uitvoerbaar. De algemene tendens is om binnen het Nederlandse opvoedingsklimaat kinderen in elk geval het gevoel te geven dat zij het terrein van de seksualiteit mogen verkennen, waarbij zij erop gewezen worden verantwoordelijk om te gaan met zichzelf en anderen (Van Keulen & Van Beurden, 2002). Buiten dit vrije seksuele klimaat, zijn er onder autochtone Nederlanders ook groepen te ontdekken die strengere normen hanteren rondom seksualiteit. Zo is de invloed van het christendom, hoewel afnemend, in bepaalde gemeenschappen in Nederland nog groot. Homoseksualiteit, abortus, maar ook anticonceptiegebruik zijn in tegenstelling tot de algemeen in Nederland heersende tendens, onder die religieuze groepen vaak onbespreekbaar en verboden. Seks is alleen binnen het huwelijk acceptabel en alleen als deze op voortplanting is gericht (Van Ginneken, Ohlrichs & Van Dam, 2004). Binnen de matrifocale cultuur van Creolen en Antillianen/Arubanen, speelt seksualiteit een belangrijke rol (Wecker, 1994). Seksuele gedragsregels worden overwegend gekleurd door het katholicisme, maar onder Creolen ook deels door het Winti-geloof. Seksualiteit neemt, in elk geval onder de volksklasse, van oudsher een strategische plek in binnen de machtsverhoudingen tussen man en vrouw. Seks werd daar als een soort kredietpost beschouwd: vrouwen gaven de man seks in ruil voor een financiële bijdrage aan het huishouden. Aan de andere kant liepen mannen te koop met hun rijkdom, het aantal vrouwen waarover zij konden beschikken, en het aantal seksuele veroveringen dat zij op hun naam hadden staan. Tegenwoordig liggen man-vrouw verhoudingen wat genuanceerder, deels door beïnvloeding van het Nederlandse familiesysteem en vermoedelijk ook deels door het grote aantal gemengde huwelijken tussen Nederlanders en Caraïbiërs (Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Vrouwen zijn nu financieel zelfstandiger, seks is minder vaak een ruilmiddel en vermoedelijk maken liefde en genegenheid vaker deel uit van een relatie. Wel blijft het machismo een rol spelen en is de vrouw nog steeds de primaire verzorgster van kinderen en huishouden. Een dubbele moraal op het gebied van seksualiteit is het gevolg: jongens worden vrij gelaten en gestimuleerd tot seksuele daden om hun reputatie hoog te houden, meisjes 2 Inclusief Arubanen

21 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht 13 worden echter geacht seksueel terughoudend te zijn om niet als makkelijk te boek te staan (Tiemersma, 1996). Ondanks de centrale rol die seksualiteit speelt in het sociale leven, is erover spreken nog vaak taboe. Het motto is: Over seks moet je niet praten, dat moet je doen (waarmee niet bedoeld wordt dat je zoveel mogelijk seks moet hebben) (Wecker, 1994). Seksuele voorlichting wordt dus zelden gegeven door ouders. Kinderen die open praten over seks met hun ouders worden daarnaast ook vaak als respectloos ervaren. Opvallend is dat met name onder Antilliaanse en Creoolse meisjes veel tienerzwangerschappen voorkomen (Garssen, 2005; Wijsen, 2004). Wellicht een gevolg van de ambigue houding ten aanzien van seksualiteit, waardoor meisjes seks niet plannen maar seks hen eerder overkomt (Van Berlo et al., 2005; Van Lee, 2003). In zowel de Turkse als de Marokkaanse cultuur worden de algemene seksuele normen voor een groot deel gekleurd door de islam. Binnen de islam is seksualiteit belangrijk en geaccepteerd, echter alleen binnen de context van het huwelijk (Van Ginneken et al., 2004; Heemelaar, 2000). Voor- en buitenhuwelijkse seks worden niet getolereerd. Deze beperking geldt in principe zowel voor mannen als voor vrouwen. Echter, omdat Allah de man een hartstochtelijke(re) natuur heeft meegegeven, worden voorechtelijke seksuele contacten door de man vaker door de vingers gezien. Aan de andere kant staan vrouwen van oorsprong ook te boek als seksueel onverzadigbaar en moeten zij in toom gehouden worden. Vrouwen zijn in de praktijk dus meer gebonden aan regels. Zo staat de eer van de familie voorop en dienen vrouwen zich met schaamte (hisma) te gedragen om deze eer in stand te houden. Hoewel seksualiteit een vrij belangrijke plek inneemt in beide culturen, wordt er niet openlijk over gesproken. Seks is in de eerste plaats gericht op bevrijding van seksuele energie en op het krijgen van kinderen. Erover praten ervaren veel Turken en Marokkanen daarom als nutteloos (Oomens, 2003). Als het dan wel gebeurt, is dat met de eigen sekse: vrouwen en mannen onderling. Seksuele voorlichting wordt niet of nauwelijks gegeven binnen het gezin. Sommigen zeggen zelfs dat over seksualiteit praten in het bijzijn van ouders verboden en respectloos is (Wienese, 1997). De seksuele vorming van ouders aan dochters bestaat meestal alleen uit het geven van voorlichting over de menstruatie (Wienese, 1997). Het maagdelijkheidsdilemma wordt ook door vrouwelijke familieleden besproken, echter zelden als feitelijke informatie, maar meer in de vorm van verboden en waarschuwingen (Oomens, 2003). In onderzoek van Van Keulen en Van Beurden (2002) is verder gevonden dat binnen de Marokkaanse cultuur, in het kader van behoud van de familie-eer, bij meisjes specifiek nadruk wordt gelegd op het voorkómen van een zwangerschap voor het huwelijk. Het gebruik van anticonceptiemiddelen is echter niet geaccepteerd, dus seksuele onthouding is de enige juiste strategie. Uit onderzoek van Heemelaar (2000) blijkt dat Turkse en Marokkaanse moeders hun kinderen wel voorlichting zouden willen geven, maar dat ze bang zijn dat dit ertoe zou kunnen leiden dat hun kinderen ook met anderen over seksualiteit gaan praten en daarmee de familie in diskrediet brengen. Ook verwachten ze dat ze, wanneer ze praten over seksualiteit, impliciet toestemming geven voor seksueel contact en seksuele activiteit stimuleren. Angsten van moeders over beschadiging van het maagdenvlies van hun dochter spelen ook vaak aan rol. Daarnaast schamen moeders zich en weten ze vaak niet goed hoe ze het onderwerp aan moeten snijden. Moeders kiezen er daarom -bewust of onbewust- vaak voor om te zwijgen, of

22 14 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht om fabeltjes te vertellen, bijvoorbeeld: als je van de trap springt, breekt je maagdenvlies (Van Keulen & Van Beurden, 2002; Wienese, 1997) Proces Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat het niet alleen belangrijk is welke boodschap ouders overbrengen op hun kinderen, maar ook hoe ze dat doen (DiIorio et al., 1999; Hutchinson, 2002; Pluhar & Kuriloff, 2004; Whitaker, Miller, May & Lewin, 1999). De relevante aspecten van het proces van communicatie zijn de communicatiestijl, de explicitering van de boodschap en de frequentie van communicatie. Communicatiestijl De communicatiestijl die ouders gebruiken wanneer zij in gesprek zijn met hun kind, heeft veel invloed op de boodschap die ouders uitdragen en het seksuele gedrag dat het kind laat zien (DiIorio et al., 2003). Du Bois-Reymond en Ravesloot (1996) vonden dat de stijl die ouders gebruiken in communicatie met hun kinderen bepaalt of kinderen hun ouders gebruiken als gesprekpartner bij hun seksuele vorming. De communicatiestijl die kinderen hiertoe het meest uitnodigt is een open, betrokken en liberale stijl, waarbij ouders zich niet teveel bezighouden met het seksuele leven van hun kinderen. Met andere woorden: ouders kunnen het best betrokken, maar tegelijkertijd wat terughoudend zijn op het gebied van seksuele vorming. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat ouders die open, op hun gemak, en vaardig zijn in het bespreken van seks-gerelateerde onderwerpen, meer gewaardeerd worden door jongeren. Ook voorspelde een open communicatiestijl verminderd seksueel risicogedrag bij jongeren (DiIorio et al., 1999; Moore & Davidson, 1999; Whitaker et al., 1999). Naast een open communicatie blijkt het belangrijk dat ouders zich uitnodigend en empathisch opstellen en bereid zijn te luisteren naar hun kinderen (Miller, Kotchick, Dorsey, Forehand & Yam, 1998; Rosenthal et al., 1998). Het is belangrijk dat zij uitstralen dat kinderen altijd terecht kunnen bij hen om vragen te stellen. De stijl van communicatie die ouders gebruiken verschilt bij dochters en zonen. Whalen, Henker, Hollingshead en Burgess (1996) vonden dat de communicatie tussen moeders en dochters een meer gelijkwaardig karakter heeft, en die tussen moeders en zonen meer directief is. Opvallend is dat Du Bois-Reymond en Ravesloot (1996) een verschil vonden tussen de perceptie van ouders en kinderen met betrekking tot de gebruikte communicatiestijl bij seksuele vorming (het Rashoman-effect (Fitzharris & Werner-Wilson, 2004)). Ouders vonden de seksuele opvoeding die zij hun kinderen gaven vrijer dan dat kinderen die ervaarden. Moeders werden meer liberaal gevonden dan vaders. Een verklaring voor dit perceptieverschil wordt gevonden in de opvoeding van de ouders. Deze was vaak seksloos : seksualiteit was een beladen onderwerp en ouders hebben nauwelijks voorlichting ontvangen van hun eigen vader en moeder. Ouders hebben hierdoor een ander referentiekader dan hun kinderen en zijn zich daardoor mogelijk eerder bewust van boodschappen die zij uitzenden op het gebied van seksualiteit. Voor hen is het bespreekbaar maken van seksualiteit als het ware een overwinning op hun eigen opvoeding. Hun kinderen echter komen tegenwoordig dagelijks in contact met het onderwerp. Voor hen is expliciete behandeling van seksuele

23 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht 15 onderwerpen waarschijnlijk pas een teken van open communicatie over seks en worden impliciete, subtiele boodschappen over seks niet als zodanig geïnterpreteerd. In culturen waar onbespreekbaarheid van seksualiteit op de voorgrond staat, zal een open communicatiestijl mogelijk niet de meest optimale zijn. Directe communicatie over seksualiteit kan juist als kwalijk worden beoordeeld en daardoor niet tot de seksuele vorming en gedragsresultaten leiden die West-Europeanen hier voor ogen hebben. Het is dus belangrijk om oog te hebben voor diversiteit binnen de groep. Gudykunst en Ting-Toomey (1988; zie ook Shadid, 2000) onderscheiden vier soorten communicatiestijlen die cultureel afhankelijk zijn en ook toegepast kunnen worden op communicatie over seksualiteit. Mensen kunnen op een directe of een indirecte manier communiceren over seksualiteit. Nederlanders communiceren vaak directer over seksualiteit dan Turken, Marokkanen, Antillianen en Creolen. Nederlanders staan er internationaal gezien ook bekend om dat zij seksualiteit open en duidelijk bespreken en onderwerpen bij hun naam noemen. Seks is in Nederland volgens Schalet (2004) genormaliseerd, en dat maakt het makkelijker om seks op een onbeladen manier te benaderen. De omvang van de communicatieve boodschap kan vervolgens beperkt of uitgebreid zijn. Arabische culturen spreken vaker in metaforen en bloemrijke beeldspraken en kunnen daardoor als uitgebreid gekenmerkt worden, Westerse en Aziatische culturen hanteren vaker beperkte of precieze informatie en geven niet meer informatie dan strikt noodzakelijk. Een derde stijl die de onderzoekers onderscheiden is de persoonlijke versus de contextuele stijl. De eerstgenoemde is persoonsgericht en impliceert een taalgebruik waarin de ik -identiteit wordt benadrukt. Mensen geven in dat geval aan wat zijzelf als individu willen en verwachten op het gebied van seksualiteit, in plaats van dat ze spreken vanuit hun lidmaatschap van de groep en hiërarchische positie binnen de groep. Nederlanders hanteren vaak een persoonlijke stijl, Aziatische en Afrikaanse culturen juist een contextuele. Tenslotte onderscheiden Gudykunst et al. (1988) de instrumentele versus affectieve communicatiestijl. Bij gebruik van de instrumentele stijl zal iemand zich voornamelijk verbaal uiten, de manier waarop Nederlanders meestal communiceren. De affectieve stijl gebruikt naast verbale uitingen ook meer expressieve non-verbale signalen. Mediterrane en Zuid-Amerikaanse culturen gebruiken deze stijl vaak. Mate van explicitering Ouders en kinderen kunnen seksualiteit op verschillende manieren met elkaar bespreken. Sommige ouders en kinderen kiezen ervoor om seksualiteit expliciet aan de orde te stellen en speciale gesprekken te beleggen over een onderwerp als de bloemetjes en de bijtjes of anticonceptie. Het grootste deel van wat ouders en kinderen met elkaar communiceren over seksualiteit is echter impliciet (Klaï, 2005). Voornamelijk normen en waarden lenen zich er goed voor om tussen neus en lippen door te geven. Dat gebeurt vaak in de vorm van oordelen: op televisie zoenen twee mannen met elkaar en vader reageert vol afschuw of zapt weg, of dochter vertelt dat ze op school voorgelicht is over het gebruik van de pil en ouders slaken een diepe zucht of veranderen snel van onderwerp. Ouders laten dan dus wel blijken wat ze vinden, maar spreken dat vaak niet expliciet uit en laten het eerder blijken uit hun non-verbale gedrag. Ouders zijn zich er vaak niet bewust van, maar laten op niet mis te verstane wijze blijken hoe zij willen dan hun kinderen zich wel of niet gedragen.

24 16 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht In de gesprekken die wel expliciet zijn, gebruiken ouders en kinderen vaak een aanleiding om over seksualiteit te praten, zoals de seksuele ervaringen van schoolgenoten, of een programma op televisie. Rosenthal et al. (1998) spreken in dat geval over een katalysator. Frequentie van communicatie Hoe vaak ouders en kinderen over seksualiteit praten is recent onderzocht in het epidemiologische onderzoek Seks onder je 25 ste (De Graaf et al., 2005). Jongeren van jaar hebben daarbij onder meer aangegeven hoe vaak zij met hun ouders over seks hebben gepraat. Opvallend is dat de frequentie van communicatie sterk afhangt van het onderwerp dat besproken wordt. Dit komt ook in andere studies naar voren (Klaï, 2005; Te Poel & Ravesloot, 1994; Rosenthal et al., 1998). Zo blijkt dat de meeste jongeren in elk geval wel eens met hun ouders spreken over verliefdheid en relaties, maar dat jongeren een stuk minder vaak met hun ouders spreken over wat ze wel en niet willen op seksueel gebied (wensen en grenzen) (De Graaf et al., 2005). Het is opvallend dat ouders vrijwel altijd aangeven vaker met hun kinderen over seks te hebben gesproken dan dat hun kinderen rapporteren met hun ouders over seks te hebben gepraat (Du Bois-Reymond & Ravesloot, 1996; Fitzharris & Werner-Wilson, 2004). Hier vinden we dus, net als bij communicatiestijl, een verschil in waarneming tussen ouders en kinderen. Er zijn ook culturele verschillen in de mate waarin ouders en kinderen met elkaar communiceren over seks. In het onderzoek Seks onder je 25 ste (De Graaf et al., 2005) zijn jongens en meisjes van Nederlands/Westerse afkomst, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse (geen onderscheid gemaakt tussen Creools en Hindoestaans) en Antilliaanse afkomst ondervraagd. Het bleek dat zowel Nederlandse als Antilliaanse jongens vaker met hun ouders communiceren over seksualiteit dan jongens van de andere vier afkomsten bij elkaar. Marokkaanse en Turkse jongens doen dat juist minder. Hetzelfde geldt voor de meisjes: Nederlands/Westerse en Antilliaanse meisjes communiceren vaker met hun ouders, Marokkaanse en Turkse meisjes minder vaak. De frequentie van communicatie tussen ouders en kinderen blijkt geen duidelijke relatie te hebben met het latere seksueel risicogedrag van adolescenten (Clawson & Reese-Weber, 2003). Fisher (1986) verdeelde ouders en kinderen in veel-communicatie groepen en weinig-communicatie groepen, op basis van de mate waarin seksualiteit aan de orde kwam in gesprekken tussen ouders en kinderen. Zij vond geen verschillen in seksuele kennis, attituden, of keuzes voor anticonceptie van kinderen tussen de twee groepen. Ook Huebner en Howell (2003) vonden geen direct bewijs voor de invloed van frequentie van ouder-kind communicatie over seksualiteit op seksueel risicogedrag van de adolescent. Klaï (2005) daarentegen vond wel een verband tussen de mate van communicatie en seksueel gedrag van jongeren: hoe vaker moeders met kinderen praatten over seksualiteit, hoe meer seksuele ervaring kinderen hadden en hoe positiever ze hun partnerrelatie ervaarden. Zij geeft hierbij wel aan dat praten met ouders geen invloed had op promiscuïteit (aantal seksuele partners). Het lijkt dus waarschijnlijk dat de hoeveelheid seksuele ervaring alleen toeneemt binnen een vaste relatie.

25 Achtergronden en knelpunten bij communicatie over seksualiteit tussen ouder en kind: een literatuur overzicht Determinanten van ouder-kind communicatie Zowel persoonlijke kenmerken van ouders en kinderen als familie interacties en -relaties hebben invloed op zowel inhoud als proces van de ouder-kind communicatie. Het grootste deel van het gevonden onderzoek heeft zich gericht op de invloed van bepaalde achtergrondkenmerken op de frequentie van communicatie en de inhoud van de boodschap. Andere aspecten van communicatie, zoals stijl, timing, explicitering en besproken onderwerpen, komen in onderzoek minder vaak aan de orde. Sekse Moeders praten vaker met hun kinderen over seks dan vaders, dat blijkt uit bijna alle onderzoeken naar ouder-kind communicatie (DiIorio et al., 1999; Downie & Coates, 1999; Du Bois-Reymond & Ravesloot, 1996; Klaï, 2005). Dat geldt ook voor autochtoon Nederlandse, Turkse, Marokkaanse en Creoolse gezinnen (Van Keulen & Van Beurden, 2002). Een verklaring voor de beperkte betrokkenheid van vaders bij de seksuele vorming geven Kirkman, Rosenthal en Feldmann (2001). Zij stellen dat vaders zich vanuit hun traditionele rol als man moeilijk kunnen profileren als iemand die over intieme onderwerpen praat met zijn kinderen en affectie laat zien aan anderen. Velen van hen hebben echter wel de behoefte om zo n relatie met hun kinderen te hebben en zien de combinatie van beide rollen, de mannelijke en de meer vrouwelijke, als een uitdaging. Walsh, Parker en Cushing (1999) bevestigden dit en wezen ook naar de meer algemene belemmering die bij veel vaders speelt, namelijk dat zij sowieso een beperktere gehechtheid hebben met hun kinderen dan moeders. Afgezien van verschil in de hoeveelheid communicatie, hebben de gesprekken van vaders en moeders een verschillend karakter: moeders communiceren met dochters over algemene seksuele onderwerpen, variërend van feitelijke informatie tot socio-seksuele gesprekken (Downie & Coates, 1999). Vaders bespreken echter nauwelijks feitelijke informatie met hun dochters en bespreken vooral waarden en attitudes (Hepburn, 1981). Niet alleen de sekse van de ouders, maar ook de sekse van de kinderen blijkt een rol te spelen. Ouders spreken meer met hun dochters over seks dan met hun zonen. Dat blijkt zowel uit rapportage van ouders als van jongeren (DiIorio et al., 1999; Klaï, 2005; Rademakers, 1991). Vaders spreken verder vaker met zonen en moeders met dochters. Moeders spreken echter wel weer vaker met hun zonen over seksualiteit dan dat vaders doen (Downie & Coates, 1999). Uit onderzoek van Miller et al. (1998) blijkt dat bepaalde onderwerpen als geboortebeperking, voortplanting, fysieke en seksuele ontwikkeling en seksuele dwang vaker besproken werden door gelijke-sekse paren (dat wil zeggen moeder-dochter; vader-zoon) dan onderwerpen als HIV/AIDS en de keuze van een seksuele partner. Per saldo betekent dit dat op het gebied van communicatie over seks, dochters relatief makkelijk terecht kunnen bij hun moeder en aangezien vaders sowieso minder spreken met hun kinderen, dat zonen binnen de gezinscontext weinig (kunnen) spreken over seksualiteit (Klaï, 2005).

Tijdschrift voor Seksuologie (2007) 31, 3-10 www.tijdschriftvoorseksuologie.nl Ouders en de seksuele opvoeding van kinderen: Marokkaanse en Turkse moeders aan het woord Laura van Lee, Ineke Mouthaan Rutgers

Nadere informatie

Programma workshop seksuele opvoeding: Daar praat je toch niet over met je kinderen?

Programma workshop seksuele opvoeding: Daar praat je toch niet over met je kinderen? Programma workshop seksuele opvoeding: Daar praat je toch niet over met je kinderen? Korte kennismaking Wat dragen ouders bij? Presentatie Stelling Presentatie Opdracht Voorbeeld opzet cursus en afsluiting

Nadere informatie

Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties

Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties Bijeenkomst bevordering seksuele gezondheid Noord Nederland en de rol van de zelforganisaties Drachten 15-3-2010 Bram Tuk Pharos, kennis en adviescentrum

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen. Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland)

Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen. Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland) Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland) Programma 1. Seksuele ontwikkeling van kinderen en jongeren 2. Criteria om normaal

Nadere informatie

WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit

WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit WEEK VAN DE LIEFDE Mini Symposium Migrantenjongeren en seksualiteit Organisatie: GGD Den Haag Presentatie: Bram Tuk PHAROS b.tuk@pharos.nl Week v.d. Liefde 15-2-2012 Bram Tuk Doel Kennis Motivatie Reflectie

Nadere informatie

3 Competenties en indicatoren...11

3 Competenties en indicatoren...11 Inhoudsopgave 1 Achtergronden... 5 1.1 Seksuele gezondheid jongeren nog niet altijd optimaal...5 1.2 Belangrijke rol voortgezet onderwijs...6 1.3 Aandacht voor het thema in de kennisbases...7 1.4 Leervraag

Nadere informatie

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels Huiselijk geweld: achtergronden Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels 29 mei 2008 Congres Huiselijk Geweld: Families onder Druk Amsterdam, De Meervaart Meeste plegers zijn mannen,

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling 5. Determinanten van seksuele gezondheid-aanbevelingen Om kinderen en jongeren te kunnen ondersteunen in hun seksuele ontwikkeling is het van belang om de

Nadere informatie

Community / Etnische websites

Community / Etnische websites Community / Etnische websites Jos Poelman, Programma Jongeren Soa Aids Nederland Nationaal Congres Soa* Hiv* Seks* 1 dec. 2014 Community / Etnische websites Voorbeelden: Maroc.nl, Hababam.nl, Kitatin.com,

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense Werkinstructie benaderen intermediairs Sense BIJLAGE 7 Voorbeeld van de opzet van de presentatie in PowerPoint BIJLAGE 7 VOORBEELD VAN DE OPZET VAN DE PRESENTATIE IN POWERPOINT] 1 WERKINSTRUCTIE BENADEREN

Nadere informatie

Vaderbetrokkenheid staat volop in de

Vaderbetrokkenheid staat volop in de Vertellen hoe de baby uit de buik komt, doktertje -spel bijsturen, waarschuwen voor risico s... Van oorsprong zijn het vooral de moeders die de seksuele opvoeding op zich nemen, maar ook vaders kunnen

Nadere informatie

Opvoeding, cultuur en seksueel risicogedrag

Opvoeding, cultuur en seksueel risicogedrag Opvoeding, cultuur en seksueel risicogedrag Literatuuronderzoek naar de manier waarop verschillen in opvoeding van Marokkaanse en Nederlandse jongeren, het verschil in seksueel risicogedrag kunnen verklaren

Nadere informatie

Opvoeden in andere culturen

Opvoeden in andere culturen Opvoeden in andere culturen Bevorderen en versterken: competenties vergroten Een betere leven DVD 1 Bevolkingsgroepen aantal Allochtoon3.287.706 Autochtoon13.198.081 Europese Unie (exclusief autochtoon)877.552

Nadere informatie

Inspiratiebijeenkomst Pedagogische Meerstemmigheid

Inspiratiebijeenkomst Pedagogische Meerstemmigheid Datum: Locatie: Spreker: Notulist: Aanwezigen: Organisatie: 14 december Kralingen Ilias El Hadioui Majda Battaï 23 deelnemers Stichting Attanmia i.s.m. Stichting Buurtwerk Kralingen-Crooswijk De besproken

Nadere informatie

2. Groei allochtone bevolking fors minder

2. Groei allochtone bevolking fors minder 2. Groei allochtone bevolking fors minder In 23 is het aantal niet-westerse allochtonen met 46 duizend personen toegenomen, 19 duizend minder dan een jaar eerder. De verminderde groei vond vooral plaats

Nadere informatie

Resultaten onderzoek seksualiteit

Resultaten onderzoek seksualiteit Resultaten onderzoek seksualiteit Augustus 2015 In opdracht van Way of Life en de NPV Uitgevoerd door Direct Research www.wayoflife.nl www.npvzorg.nl Conclusies Kennis Seksuele voorlichting Opvattingen

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 2 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Figuur 1 Aantal deelnemers naar geslacht en leeftijd 75 t/m 85 jaar 1 Over welke cijfers hebben

Nadere informatie

Workshop Cultureel sensitief werken met het Vlaggensysteem

Workshop Cultureel sensitief werken met het Vlaggensysteem Slotcongres Vlaggensysteem RJ Workshop Cultureel sensitief werken met het Vlaggensysteem 6 april 2017 Aanleiding Buiten de lijnen Buiten de Lijnen: Verdieping, onderbouwing en aanvulling van het Vlaggensysteem

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Figuur 1 Aantal deelnemers naar geslacht en leeftijd 75 t/m 85 jaar 1 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl

Nadere informatie

kinderen toch blijven ondersteunen. Het maakt niet uit wat (Surinaamse vader, 3 kinderen)

kinderen toch blijven ondersteunen. Het maakt niet uit wat (Surinaamse vader, 3 kinderen) In opdracht van de Gemeente Amsterdam (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) Als ik mijn vader had gehad vanaf mijn jeugd, dan zou ik misschien anders zijn in het leven. (...) Wat ik allemaal wel niet

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Een Dwarse blik op Seksuele Vorming

Een Dwarse blik op Seksuele Vorming Een Dwarse blik op Seksuele Vorming 18 maart 2013 wrasdwarsdwrasdws hhhhhhhhhhhhhhhhh Geacht parlementslid, Voor u ligt het visiestuk van DWARS, GroenLinks jongeren over seksuele vorming in Nederland.

Nadere informatie

Tabel 1a. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar leeftijd leeftijd eerste 12 tot 15 (%) 18 tot 21 (%) 15 tot 18 (%)

Tabel 1a. Ervaring met verschillende vormen van seksueel gedrag naar leeftijd leeftijd eerste 12 tot 15 (%) 18 tot 21 (%) 15 tot 18 (%) Factsheet Seks onder je 25 e In 4901 jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 25 jaar hebben deelgenomen aan het onderzoek Seks onder je 25 e. Overal waar in dit factsheet een vergelijking wordt gemaakt

Nadere informatie

Week van de Lentekriebels

Week van de Lentekriebels Ouderbijeenkomst Week van de Lentekriebels Relationele en seksuele opvoeding, op school en thuis Anja Sijbranda GGD Hart voor Brabant Programma Waarom relationele en seksuele vorming? Wat doet school?

Nadere informatie

Meningen en opvattingen van Haagse MBO-leerlingen over veilig vrijen

Meningen en opvattingen van Haagse MBO-leerlingen over veilig vrijen 30 epidemiologisch bulletin, 2008, jaargang 43, nummer 2/3 Meningen en opvattingen van Haagse MBO-leerlingen over veilig vrijen P.J.M. Uitewaal Uit een landelijk onderzoek naar de seksuele gezondheid onder

Nadere informatie

Seksuele gezondheid van holebi s

Seksuele gezondheid van holebi s Factsheet 2007-1 Seksuele gezondheid van holebi s Seksuele gezondheid in Nederland De Rutgers Nisso Groep heeft in 2006 een grootschalige bevolkingsstudie uitgevoerd naar seksuele gezondheid in Nederland

Nadere informatie

DE SEKSUELE LEVENSLOOP

DE SEKSUELE LEVENSLOOP DE SEKSEE EVENSOOP Aart Beekman Polikliniek Psychosomatische gynaecologie en Seksuologie Keuzevak seksuologie 2008-2009 Psycho-seksuele anamnese Invloed van de persoonlijke geschiedenis op seksuele betekenisgeving

Nadere informatie

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Sinds de jaren zestig is het aandeel migranten in de Nederlandse bevolking aanzienlijk gegroeid. Van de totaal 16,3 miljoen inwoners in

Nadere informatie

Seksualiteit en seksuele ontwikkeling

Seksualiteit en seksuele ontwikkeling Seksualiteit en seksuele ontwikkeling Platform Smith Magenis syndroom 15 november 2014 - Leusden Yvonne Stoots Vanmiddag Seksualiteit Seksuele ontwikkeling Begeleiding bij seksuele ontwikkeling Seksualiteit

Nadere informatie

Seksuele vorming: gave (op-)gave

Seksuele vorming: gave (op-)gave Seksuele vorming: gave (op-)gave De Wegwijzer Oosterwolde, 28 januari 2016 Mieneke Aalberts-Vergunst Programma Introductie Stellingen De wereld om ons heen Onze opvoeding Seksualiteit Het Bijbelse beeld

Nadere informatie

: Mw F. Langerak- Oostrom

: Mw F. Langerak- Oostrom RAADSVOORSTEL ter besluitvorming in de raad Datum Forum vergadering : 1 december 2015 Zaaknummer :203787 Datum Raadsvergadering : 14 december 2015 Portefeuillehouder Verantwoordelijk MT-lid : Mw F. Langerak-

Nadere informatie

Workshop Seksuele opvoeding een gave (op) gave

Workshop Seksuele opvoeding een gave (op) gave Workshop Seksuele opvoeding een gave (op) gave Seksuele opvoeding l 18-22 jaar oud Wat is de bagage die uw kind meegekregen moet hebben rond sekuele vorming als hij/zij volwassen is geworden? uw kind als

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2013

Landelijke abortusregistratie 2013 Landelijke abortusregistratie 2013 De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde zwangerschapsafbrekingen in klinieken en ziekenhuizen in Nederland. De klinieken

Nadere informatie

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Colofon Titel Auteurs Tekstbewerking Uitgave Ontwerp Vormgeving Bestellen Sociaal kapitaal in

Nadere informatie

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 1. Inleiding De aanvullende seksualiteitshulpverlening (ASH) is laagdrempelige zorg waar jongeren tot 25 jaar gratis en indien gewenst anoniem

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2016 Over welke cijfers hebben we het? In Nederland worden gegevens over de leefstijl van de bevolking verzameld door meerdere thema-instituten die elk

Nadere informatie

Landelijke abortusregistratie 2011

Landelijke abortusregistratie 2011 Landelijke abortusregistratie 2011 Deze factsheet doet verslag van de abortuscijfers, gebaseerd op gegevens die zijn verzameld voor de Landelijke abortusregistratie (LAR). Als aanvulling hierop wordt ook

Nadere informatie

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 2-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Seksualisering en beeldvorming: de rol van opvoeders

Seksualisering en beeldvorming: de rol van opvoeders Seksualisering en beeldvorming: Uit onderzoek blijkt dat jongeren vaak een vertekend en ongelijkwaardig beeld hebben van seksualiteit. Voor seksualisering is maatschappelijk en politiek veel aandacht.

Nadere informatie

Praat en doe mee Rol van opvoeders bij de ontwikkeling van seksualiteit Van hun kinderen ter preventie van seksueel overschrijdend gedrag

Praat en doe mee Rol van opvoeders bij de ontwikkeling van seksualiteit Van hun kinderen ter preventie van seksueel overschrijdend gedrag Praat en doe mee Rol van opvoeders bij de ontwikkeling van seksualiteit Van hun kinderen ter preventie van seksueel overschrijdend gedrag Eind rapportage Dona Daria centrum voor vrouwen en emancipatie

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016

Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting Roelof Schellingerhout Clarie Ramakers Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 Samenvatting

Nadere informatie

Onderzoeksfiche nr. e00586.pdf. 1. Referentie

Onderzoeksfiche nr. e00586.pdf. 1. Referentie 1. Referentie Referentie Lodewijckx, E. & Hendrickx, K. (2001). Marokkaanse jongeren over seksualiteit, pp.45-54. In: Trefpunt CGSO (2001). Seksualiteit/ relaties/ geboorteregeling: jaarboek 2001. Gent:

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Relaties en seksualiteit

Relaties en seksualiteit Seksualiteit ontwikkelt zich vanaf de geboorte en is een wezenlijk onderdeel van het mens-zijn gedurende het hele leven. Seksualiteit wordt geuit en ervaren in gevoelens, gedachten, opvattingen, rollen

Nadere informatie

Gemengd Amsterdam * in cijfers*

Gemengd Amsterdam * in cijfers* Gemengd Amsterdam * in cijfers* Tekst: Leen Sterckx voor LovingDay.NL Gegevens: O + S Amsterdam, bewerking Annika Smits Voor de viering van Loving Day 2014 op 12 juni a.s. in de Balie in Amsterdam, dat

Nadere informatie

Het Groninger Stadspanel over LGBT. Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad

Het Groninger Stadspanel over LGBT. Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad Het Groninger Stadspanel over LGBT Meningen over bi- en homoseksualiteit en transgender in Groningen stad Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling voor en uitvoering

Nadere informatie

Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners

Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners Trees Pels en Marjolijn Distelbrink 2014 Inleiding Welke zijn de meest gestelde opvoedvragen door ouders van tieners uit migrantengezinnen? Deze vraag wordt

Nadere informatie

PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER. Interviewernummer : INTCODE. Module INTIMITEIT. (bij de vragenlijst volwassene lente 2002)

PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER. Interviewernummer : INTCODE. Module INTIMITEIT. (bij de vragenlijst volwassene lente 2002) PAGINA BESTEMD VOOR DE INTERVIEWER Interviewernummer : INTCODE WZARCH INDID Module INTIMITEIT (bij de vragenlijst volwassene lente 2002) Personen geboren vóór 1986. Betreft persoonnummer : P09PLINE (zie

Nadere informatie

5.4 Praten met ouders

5.4 Praten met ouders seksualiteit. Bespreek daarom ook eens met je Turkse of Marokkaanse collega s welke waarden jullie samen belangrijk vinden in de seksuele ontwikkeling. Verschillende meningen zijn geen probleem, zolang

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

GO Jeugd 2008 Seksualiteit

GO Jeugd 2008 Seksualiteit GO Jeugd 2008 Seksualiteit Samenvatting seksualiteit Uit de gegevens van GO Jeugd 2008 van GGD Fryslân blijkt dat 22% van de Friese 12 t/m 18 jongeren wel eens geslachtsgemeenschap heeft gehad. De helft

Nadere informatie

In de les praten over relaties en seksualiteit. Hoe maak je het makkelijk en leuk!

In de les praten over relaties en seksualiteit. Hoe maak je het makkelijk en leuk! In de les praten over relaties en seksualiteit Hoe maak je het makkelijk en leuk! Hoe kunt u leerlingen ondersteunen en leert u hen verantwoorde keuzes te maken op het gebied van relaties en seksualiteit?

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening

Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening Op de polikliniek van het Universitair Kinderziekenhuis St Radboud ziekenhuis willen wij je met deze folder informatie geven over seksualiteit

Nadere informatie

Seksuele gezondheid bij adolescenten

Seksuele gezondheid bij adolescenten Seksuele gezondheid bij adolescenten Lieve Peremans 18-3-2014 pag. 1 Seksualiteit en seksueel gedrag Seksualiteit is een wezenlijk onderdeel van het mens-zijn gedurende het ganse leven Is veel meer dan

Nadere informatie

Pedagogisch contact. Verbondenheid door aanraken. De lichamelijkheid van pedagogisch contact. Simone Mark

Pedagogisch contact. Verbondenheid door aanraken. De lichamelijkheid van pedagogisch contact. Simone Mark Pedagogisch contact Verbondenheid door aanraken Simone Mark Mag je een kleuter nog op schoot nemen? Hoe haal je vechtende kinderen uit elkaar? Mag je een verdrietige puber een troostende arm bieden? De

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Onderzoek Veilig of niet?

Onderzoek Veilig of niet? Onderzoek Veilig of niet? 06 februari 2013 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 24 januari tot 04 februari 2013, deden 2.261 jongeren mee. Het onderzoek is gehouden in samenwerking

Nadere informatie

Factsheet Seksuele opvoeding en beeldvorming

Factsheet Seksuele opvoeding en beeldvorming Factsheet Seksuele AANLEIDING Jongeren hebben vaak een eenzijdig en ongelijkwaardig beeld van seksualiteit. Zo zijn meisjes verantwoordelijk voor het aangeven van grenzen, jongens zouden vooral uit zijn

Nadere informatie

Bloos je van bloot? Benodigheden. Lesdoelen. Begrippen. Bloot, naakt, privé, persoonlijk, cultuur, grenzen aangeven, respect, meisjes, jongens

Bloos je van bloot? Benodigheden. Lesdoelen. Begrippen. Bloot, naakt, privé, persoonlijk, cultuur, grenzen aangeven, respect, meisjes, jongens Kriebels in je buik Bloos je van bloot? 1 Bloos je van bloot? Groep 6 120 min Begrippen Bloot, naakt, privé, persoonlijk, cultuur, grenzen aangeven, respect, meisjes, jongens Benodigheden Knutselmateriaal

Nadere informatie

Jongeren en alcohol. Ouders aan het woord. Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014. Utrecht.nl/volksgezondheid

Jongeren en alcohol. Ouders aan het woord. Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014. Utrecht.nl/volksgezondheid Jongeren en alcohol Ouders aan het woord Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014 Utrecht.nl/volksgezondheid 2 Inleiding Sinds 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor het in bezit hebben van alcohol

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Studiedag Kleurrijke Maatzorg Gaby Jennes, 14 oktober 2011 Iets over de opleiding gw Opleiding voor volwassenen (sinds 1960), geaccrediteerd

Nadere informatie

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz mr.dr. Lieke van Domburgh Onderzoeker Vumc, afd. Kinder- en Jeugdpsychiatrie Hoofd afdeling O&O Intermetzo prevalentie problemen: etniciteit en gender (Zwirs 2006)

Nadere informatie

Onderzoeksfiche nr. e00687.pdf. 1. Referentie

Onderzoeksfiche nr. e00687.pdf. 1. Referentie 1. Referentie Referentie de Hoog, S. & Bakhuys Roozeboom, M. (2006). Zo vader, zo zoon... Het effect van de daadwerkelijke en ideale taakverdeling van Turkse, Marokkaanse en autochtone vaders op de opvattingen

Nadere informatie

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs

7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs 7. Deelname en slagen in het hoger onderwijs Vergeleken met autochtonen is de participatie in het hoger onderwijs van niet-westerse allochtonen ruim twee keer zo laag. Tussen studiejaar 1995/ 96 en 21/

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 420 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld?

Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld? Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld? ARTIKEL - 30 OKTOBER 2015 Het Platform Eer en Vrijheid organiseerde op 8 oktober een landelijke bijeenkomst over eergerelateerd geweld. Hilde Bakker (Kennisplatform

Nadere informatie

Partnerkeuze bij allochtone jongeren

Partnerkeuze bij allochtone jongeren Partnerkeuze bij allochtone jongeren Inleiding In april 2005 lanceerde de Koning Boudewijnstichting een projectoproep tot voorstellen om de thematiek huwelijk en migratie te onderzoeken. Het projectvoorstel

Nadere informatie

Seksuele opvoeding bij kinderen met seksueel misbruik ervaringen

Seksuele opvoeding bij kinderen met seksueel misbruik ervaringen 1 Seksuele opvoeding bij kinderen met seksueel misbruik ervaringen Meer dan alleen voor het kind 2 Deze presentatie Seksueel misbruik, prevalentie en gevolgen Seksueel misbruik brengt bijzondere kennis

Nadere informatie

PRODUCTENGIDS. Seksuele gezondheid

PRODUCTENGIDS. Seksuele gezondheid PRODUCTENGIDS Seksuele gezondheid SEKSUELE GEZONDHEID BELANGRIJK? JAZEKER! Een aantal feiten* op een rij: Seksueel actieve jongeren communiceren onvoldoende over gebruik van condooms. Een kleine groep

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik

ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik ANTICONCEPTIEKEUZE Achtergronden en uitkomsten van anticonceptiegebruik Charles Picavet, Linda van der Leest en Cecile Wijsen Rutgers Nisso Groep, mei 2008 Achtergrond Hoewel er veel verschillende anticonceptiemethoden

Nadere informatie

Wie is er niet mee grootgebracht? Opvoeding(sondersteuning) en diversiteit Voorbeelden uit Amsterdam

Wie is er niet mee grootgebracht? Opvoeding(sondersteuning) en diversiteit Voorbeelden uit Amsterdam Wie is er niet mee grootgebracht? Opvoeding(sondersteuning) en diversiteit Voorbeelden uit Amsterdam Marjolijn Distelbrink (Verwey-Jonker Instituut) Hilde Kroese (Hogeschool INHolland) Michelle Willard

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Wanneer en hoe het kind of de adolescent over de diagnose inlichten? Susanne Böhler Klinisch psychologe

Wanneer en hoe het kind of de adolescent over de diagnose inlichten? Susanne Böhler Klinisch psychologe Wanneer en hoe het kind of de adolescent over de diagnose inlichten? Susanne Böhler Klinisch psychologe Getuigenissen van ouders Seksuele voorlichting pas je ook aan de leeftijd aan. Een kind van zeven

Nadere informatie

Let s talk about sex Eerste hulp bij seksuele voorlichting

Let s talk about sex Eerste hulp bij seksuele voorlichting Let s talk about sex Eerste hulp bij seksuele voorlichting Normen en waarden De spelleider wijst iemand aan die een casus voorlegt waarin seksuele voorlichting is gegeven aan een cliënt. Bespreek in tweetallen

Nadere informatie

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in Doel(groep) bereikt Bevordering van de seksuele gezondheid tegen een culturele achtergrond Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport B. Frouws MSc Drs.

Nadere informatie

Cultuursensitieve seksuele en reproductieve gezondheidsvoorlichting

Cultuursensitieve seksuele en reproductieve gezondheidsvoorlichting Cultuursensitieve seksuele en reproductieve gezondheidsvoorlichting Hanan Ben Abdeslam Expertisecentrum kraamzorg Volle Maan Ontwikkeld ism VGC Inhoud 1. Opzet 2. Projectdoel en projectresultaat 3. Inzichten

Nadere informatie

1 Kerken in Nederland: de cijfers... 2. 2 Migranten in Nederland: de cijfers... 3. 3 Nederland en de rest van de wereld... 3

1 Kerken in Nederland: de cijfers... 2. 2 Migranten in Nederland: de cijfers... 3. 3 Nederland en de rest van de wereld... 3 Inhoud 1 Kerken in Nederland: de cijfers... 2 2 Migranten in Nederland: de cijfers... 3 3 Nederland en de rest van de wereld... 3 4 Hoe is de situatie in traditionele migrantengezinnen en orthodox-christelijke

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Seksuele en relationele vorming aan jongeren in religieus en cultureel diverse groepen

Seksuele en relationele vorming aan jongeren in religieus en cultureel diverse groepen Seksuele en relationele vorming aan jongeren in religieus en cultureel diverse groepen Seksuele en relationele vorming aan jongeren in religieus en cultureel diverse groepen 1 Rutgers WPF is een gerenommeerd

Nadere informatie

Doelen relationele vorming

Doelen relationele vorming Doelen relationele vorming RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf RV 1.1. Ontdekken dat ieder uniek is. RV 1.2. Zich bewust worden van hun eigen kwetsbaarheid en ermee kunnen omgaan. RV 1.3. Eigen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie