Antwoorden op de tussenvragen uit het boek

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Antwoorden op de tussenvragen uit het boek"

Transcriptie

1 Antwoorden op de tussenvragen uit het boek Hoofdstuk 1 Algemene inleiding in de bedrijfseconomie Tussenvraag 1.1 Wat is een bedrijfshuishouding? De bedrijfshuishouding is een economisch zelfstandige organisatie van mensen, diensten, middelen en procedures, waarbij de productie van goederen en/of diensten plaatsvindt. Tussenvraag 1.2 Wat is kenmerkend voor een onderneming? Een onderneming is een particuliere bedrijfshouding, waarbij het kenmerkend is dat men: bewust onzekerheden in het resultaat tegemoet treedt en men naar maximalisatie van de (winst)doelstelling streeft. Tussenvraag 1.3 overheidsdienst? Wat is het verschil tussen een overheidsbedrijf en een Bij overheidsbedrijven bestaat de mogelijkheid een beleid te voeren waarbij economische zelfstandigheid ontstaat. Bij een overheidsdienst is dit niet zo; de exploitatiekosten komen geheel ten laste van de overheid. Tussenvraag 1.4 Wat is een bedrijfstak? Een bedrijfstak bestaat uit alle ondernemingen die in het voortstuwingsproces dezelfde rol of functie vervullen, bijvoorbeeld bosbouw, houtgroothandel, papierfabrieken en uitgevers. Tussenvraag 1.5 Wat is een bedrijfskolom? Een bedrijfskolom is een rangschikking van verschillende soorten ondernemingen die de weg van de goederenstroom weergeeft. Dit is de weg van oerproducent naar consument. Tussenvraag 1.6 onderscheiden? Welke twee soorten uitbesteding kunnen we Als uitbesteding kunnen we onderscheiden verticale verbijzondering (differentiatie) en horizontale verbijzondering (specialisatie). Bedrijfseconomie MBA 1

2 Tussenvraag 1.7 bedoeld: Geef aan wat met de volgende begrippen wordt Differentiatie Het afstoten van een bepaalde fase in het voortbrengingsproces naar een afzonderlijke onderneming en het zichzelf toeleggen op een andere fase van het voortbrengingsproces noemen we differentiatie. Er ontstaat hierbij een nieuwe markt. Integratie Integratie is een tendens die tegengesteld is aan differentiatie. Het is het samenvoegen van bepaalde fasen van het productieproces. Specialisatie Dit is het afstoten van een deel van het assortiment naar ondernemingen met eenzelfde functionele plaats in een andere bedrijfskolom. Parallellisatie Dit is het uitbreiden van het assortiment door het opnemen van productsoorten, die tot dusver op dezelfde functionele plaats (hetzelfde niveau) in een bedrijfskolom alleen door andere ondernemingen werden verkocht. Tussenvraag 1.8 Voor welke vier gebieden worden bij de Balanced Scorecard doelen en prestatie-indicatoren bepaald? De Balanced Scorecard bepaalt doelen en prestatie-indicatoren op vier gebieden (perspectieven), te weten: klantenperspectief; perspectief van interne processen; perspectief van innovatie en groei; financiële perspectief. Bedrijfseconomie MBA 2

3 Hoofdstuk 2 Ondernemingsvormen Tussenvraag 2.1 Noem minstens vijf ondernemingsvormen. Persoonlijke ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak vennootschap onder firma commanditaire vennootschap. Onpersoonlijke ondernemingen met rechtspersoonlijkheid: coöperatie naamloze vennootschap besloten vennootschap. Tussenvraag 2.2 voorkomen. Noem vijf mogelijkheden om ongewenste overname te Als de onderneming zich tegen het gevaar van overname wil indekken, moet het bestuur zich zo weinig mogelijk afhankelijk maken van de algemene vergadering van aandeelhouders (ava). We spreken van oligarchie, die men kan bereiken door: Statutaire bepalingen: - Rechtstreekse voordracht voor vervanging van bestuurders en commissarissen. - Het uitgeven van prioriteitsaandelen. - Beperking van het stemrecht. - Versterkte meerderheid Buitenstatutaire bepalingen: - Oprichting van een houdstermaatschappij van (de meerderheid van) de aandelen van de werkmaatschappij. - Certificaten van aandelen. - Optierechtverlening op meerderheidspakketten. - Pandora-constructies : het plaatsen van een overnemer voor onaangename verrassingen: poison pill crown jewel golden parachute. Tussenvraag 2.3 Noem drie voor- en nadelen van de rechtsvorm nv. Voordelen van een nv zijn: - De nv is bij uitstek geschikt om grotere vermogens bij elkaar te brengen. - De aandeelhouders kunnen niet meer dan het bedrag van hun deelname verliezen. - De aandeelhouder kan zijn aandeel gemakkelijk verkopen. Bedrijfseconomie MBA 3

4 - De onderneming verwerft zich een levensduur die onafhankelijk is van het leven van de afzonderlijke vennoten. - Door bovenstaande continuïteitswaarborg wordt het aantrekken van extra extern vermogen gemakkelijker dan bij andere rechtsvormen. - Het aantrekken van personeel is eenvoudiger dan bij andere rechtsvormen. Nadelen van een nv zijn: - Van de rechtsvorm nv is oneigenlijk gebruik te maken, door de risico s van de onderneming af te wentelen op de verschaffers van niet-ondernemend vermogen. - De verplichte publicatie van de jaarstukken. - Het gevaar van overname buiten de wil van de onderneming Tussenvraag 2.4 en gestort kapitaal? Wat is het verschil tussen maatschappelijk, geplaatst Onder maatschappelijk kapitaal verstaat men het maximale bedrag aan nominaal aandelenkapitaal dat de onderneming kan uitgeven, zonder dat daar een wijziging van de statuten voor nodig is. Dit maatschappelijk kapitaal wordt in de statuten opgenomen. Het geplaatst aandelenkapitaal is het bedrag aan nominaal aandelenkapitaal dat de onderneming op de markt heeft gebracht (geëmitteerd). Het gestort aandelenkapitaal is dat deel van het geplaatst aandelenkapitaal dat door de aandeelhouders daadwerkelijk is betaald. Tussenvraag 2.5 Wat verstaat men onder corporate gouvernance? Corporate gouvernance betreft de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het besturen van een onderneming en hoe verantwoording over dit bestuur wordt afgelegd. Bedrijfseconomie MBA 4

5 Hoofdstuk 3 Kostensoorten Tussenvraag 3.1 Welke kosten zijn verbonden aan het aanleggen en aanhouden van voorraden? Deze voorraadkosten kunnen we splitsen in twee groepen: 1 Kosten van het aanleggen van voorraden: bestelkosten en/of productiekosten. 2 Kosten van het aanhouden van voorraden: rentekosten over het vermogen dat in de voorraad is vastgelegd; kosten voor afschrijving en rente van het magazijn; arbeidskosten van het magazijnpersoneel; kosten voor verwarming en verlichting van het magazijn; behandelings- en conserveringskosten van de voorraden; kosten die samenhangen met de risico s voor: - bederf, - diefstal, - brand, - veroudering of het uit de mode raken, - prijsdaling. Tussenvraag 3.2 Wat is het verschil tussen de technische en de economische voorraad? De technische voorraad is de voorraad die daadwerkelijk in het magazijn aanwezig is. De economische voorraad is de voorraad waarover de onderneming prijsrisico loopt. De economische voorraad is de technische voorraad + voorinkopen voorverkopen. Tussenvraag 3.3 slijtage? Wat is het verschil tussen technische en economische Technische slijtage is slijtage die optreedt door het gebruik van de machine, en daarom hiervan afhankelijk is. Economische slijtage is slijtage die ontstaat door economische veroudering. Deze is niet afhankelijk van het gebruik van de machine. Economische veroudering treedt op als: er een nieuwe machine op de markt komt, die economischer en/of beter kan produceren; als het vraagpatroon van de afnemers wijzigt. Tussenvraag 3.4 Wat is het verschil tussen de technische en de economische levensduur? Het begrip technische levensduur kan worden onderscheiden in: Bedrijfseconomie MBA 5

6 Absoluut technische levensduur. Deze treedt op als de machines niet meer in staat zijn de prestaties te leveren waarvoor ze zijn aangeschaft. Relatief technische levensduur. Deze treedt op als de machines niet meer in staat zijn de kwaliteit en/of hoeveelheid prestaties te leveren waarvoor ze zijn aangeschaft. De economische levensduur is die levensduur waarbij de all-in kostprijs het laagst is. Tussenvraag 3.5 Wat zijn complementaire kosten? Complementaire kosten zijn kosten die nodig zijn om de machine aan de praat te krijgen of te houden. Bijvoorbeeld energie, arbeid en hulpstoffen (smering). Tussenvraag 3.6 capaciteit? Wat is het verschil tussen gelijktijdige en volgtijdige Gelijktijdige capaciteit is het prestatievermogen van de machine per tijdseenheid. Volgtijdige capaciteit is de levensduur van de machine. Tussenvraag 3.7 Wat verstaat men onder het indifferentiepunt? Het indifferentiepunt is die productiehoeveelheid waarbij het niet uitmaakt of er gebruikgemaakt wordt van een kapitaalintensief productieproces of een arbeidsintensief productieproces. Tussenvraag 3.8 Noem drie afschrijvingsmethoden. Afschrijvingsmethoden zijn te onderscheiden in: Lineaire afschrijving: - Afschrijving via een vast percentage van de aanschafwaarde. Degressieve afschrijving: - Afschrijving via een vast percentage van de boekwaarde. - Jaarlijks met een dalend vast bedrag per jaar. - Afschrijvingsbedragen die afhankelijk zijn van de waarde van de werkeenheden. Progressieve afschrijving: - Afschrijving via gelijkblijvende annuïteiten. Hierbij neemt jaarlijks het bedrag aan rentekosten af en het bedrag aan afschrijving toe. Tussenvraag 3.9 Wat is een ideaalcomplex? Een ideaalcomplex van machines is een machinepark waarbij er volmaakte diversiteit in leeftijden van de aanwezige machines bestaat. Dat betekent Bedrijfseconomie MBA 6

7 dat de onderneming tegelijkertijd nieuwe, bijna nieuwe, oudere en bijna economisch versleten machines in gebruik heeft. Het voordeel hiervan is per vastgesteld tijdseenheid in de regel is dit jaarlijks een economisch versleten machine vervangen kan worden door een nieuwe machine. Deze vervanging wordt gefinancierd uit de vrijgekomen afschrijving van het ideaalcomplex. Tussenvraag 3.10 Waarom is de keuze van een afschrijvingssysteem dan onbelangrijk? In een ideaalcomplex is de aanschafwaarde van de nieuwe machine altijd gelijk aan het bedrag van de vrijgekomen afschrijving. De manier van afschrijven doet hierbij niet ter zake. Tussenvraag 3.11 Noem nog twee voordelen die samenhangen met een ideaalcomplex. Twee andere voordelen zijn: Het machinepark is homogeen van samenstelling en is opgebouwd uit nieuwe, oudere en bijna versleten machines. De vermogensbehoefte van de machines is tamelijk constant, wat de financiële planning ten goede komt. Tussenvraag 3.12 Waarom is de rente een onzelfstandige kostensoort? Rentekosten staan niet op zichzelf, maar hangen samen met het vermogen dat voor andere kostensoorten wordt gebruikt. Bedrijfseconomie MBA 7

8 Hoofdstuk 4 Aspecten van kostenberekening Tussenvraag 4.1 Hoe bepaalt men de actuele waarde? De actuele waarde is de kleinste waarde tussen de (in)directe opbrengstwaarde en de vervangingswaarde. Eerst bepaalt men de directe en indirecte opbrengstwaarde. Hiervan wordt de hoogste waarde gekozen. Vervolgens wordt deze (in)directe opbrengstwaarde met de vervangingswaarde vergeleken. Nu bepaalt de laagste van deze twee de actuele waarde. Tussenvraag 4.2 Noem twee kostenindelingen. Twee kostenindelingen zijn: constante kosten en variabele kosten; directe kosten en indirecte kosten. Tussenvraag 4.3 Wat zijn trapsgewijs-variabele kosten? Bij discontinue- of trapsgewijs-variabele kosten nemen de variabele kosten sprongsgewijs toe, afhankelijk van de productieomvang. Tussenvraag 4.4 Wat is productie op regie-basis? Bij productie op regie-basis wordt de prijs achteraf vastgesteld op basis van een nacalculatie. Tussenvraag 4.5 Wat is het verschil tussen directe en indirecte kosten? Directe kosten zijn direct toewijsbaar aan het product (bijvoorbeeld grondstoffen). Indirecte kosten zijn niet direct toewijsbaar aan het product (bijvoorbeeld de kosten van administratie). Tussenvraag 4.6 Is de vaststelling van het standaardverbruik alleen een technisch probleem? Nee, het is ook een economisch probleem. Als het bijvoorbeeld goedkoper is om iets meer grondstoffen te verbruiken dan strikt noodzakelijk omdat het afmeten van de juiste hoeveelheid grondstof veel arbeidstijd vergt, kan de onderneming ervoor kiezen een ruimere hoeveelheid grondstof in de standaardkosten op te nemen. Dit zal dan tot meer afval leiden. Bedrijfseconomie MBA 8

9 Tussenvraag 4.7 Wat is het verschil tussen afval en uitval? Afval ontstaat tijdens het productieproces. Het gaat dan meestal om grondstoffen. Uitval ontstaat na het productieproces. Het gaat hierbij om afgekeurde producten. Tussenvraag 4.8 Welke van deze twee is voor de onderneming nadeliger en waarom? Uitval is nadeliger dan afval. Bij uitval gaat het om producten die niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Hieraan zijn behalve de grondstoffen ook arbeidsuren en machine-uren besteed. Tussenvraag 4.9 In welk opzicht verschillen standaardkostprijs, voorcalculatie en nacalculatie van elkaar? De standaardkostprijs wordt bepaald aan de hand van de standaardhoeveelheid te verbruiken productiemiddelen. Soms kan deze te verbruiken hoeveelheid moeilijk worden bepaald. Er wordt dan een schatting gemaakt. Deze schatting noemt men voorcalculatie. In de nacalculatie wordt het werkelijke verbruik van de hoeveelheid productiemiddel bepaald. Tussenvraag 4.10 Wat zijn efficiencyverschillen? Efficiencyverschillen zijn hoeveelheidsverschillen, die ontstaan als de werkelijk verbruikte hoeveelheid productiemiddel afwijkt van in de standaardkostprijs berekende hoeveelheid. Tussenvraag 4.11 Waarom worden prijsverschillen gerelateerd aan de werkelijk verbruikte eenheden? Prijsverschillen ontstaan doordat de werkelijk betaalde prijs afwijkt van de standaardprijs. Omdat de onderneming deze werkelijke prijs heeft betaald voor de werkelijke hoeveelheid, worden de prijsverschillen ook gerelateerd aan de werkelijk verbruikte eenheden productiemiddel. Bedrijfseconomie MBA 9

10 Hoofdstuk 5 Technieken van kostenberekening en methoden van capaciteitsbepaling Tussenvraag 5.1 Noem drie oorzaken van rationele overcapaciteit. De oorzaken voor rationele overcapaciteit zijn: seizoensinvloed voor de afzet die doorwerkt in de productie; reservecapaciteit wegens onderhoud; ondeelbaarheid van de machines. Tussenvraag 5.2 toepasbaar? Welke kostprijsformule is bij de deelcalculatie altijd De kostprijs = (constante kosten/normale productie) + (variabele kosten bij verwachte productie/ verwachte productie). Tussenvraag 5.3 gebruikt? Wanneer kan de equivalentiecijfermethode worden De equivalentiecijfermethode is een vorm waarin de kostprijs per productie wordt bepaald door deelcalculatie in een productieproces waarbij meerdere producten worden geproduceerd. Er moet dan wel een vaste verhouding bestaan tussen de kosten van de diverse producten. Tussenvraag 5.4 opslagmethode? Hoe vindt de kostprijsberekening plaats bij de Bij de opslagmethode wordt de kostprijs bepaald door de indirecte kosten uit te drukken in een percentage van de directe kosten, en vervolgens de directe kosten te verhogen met dit opslagpercentage. Tussenvraag 5.5 Van welke kostenindeling gaat de productiecentramethode uit? Bij de productiecentramethode worden de kosten verdeeld in directe en indirecte kosten. Tussenvraag 5.6 Wat is een kostenplaats? Een kostenplaats is een groepering van kosten die gemaakt worden voor eenzelfde soort prestatie. Bedrijfseconomie MBA 10

11 Tussenvraag 5.7 Welke functie kan de nacalculatorische kostenverdeelen dekkingsstaat vervullen? Een nacalculatorische kostenverdeel- en dekkingsstaat wordt opgesteld aan de hand van de werkelijk gemaakte kosten. Een voorcalculatorische kostenverdeel- en dekkingsstaat wordt opgesteld aan de hand van de verwachte kosten. Door deze twee kostenverdeel- en dekkingsstaten te vergelijken kunnen de verschillen worden vastgesteld en geanalyseerd. Tussenvraag 5.8 Noem vier vormen van kostenbudgettering. De vier vormen van kostenbudgettering zijn: vaste budgettering; variabele budgettering; gemengde budgettering; flexibele budgettering. Tussenvraag 5.9 gebaseerd? Waarop is de Activity Based Costing-methode De Acivity Based Costing methode is gebaseerd op activiteiten die in de onderneming nodig zijn om de afnemer in het bezit te stellen van het product of de dienst. Tussenvraag 5.10 Wat zijn initiale kosten? Initiale kosten zijn kosten die nodig zijn om een nieuw product te ontwikkelen en/of op de markt te brengen. Tussenvraag 5.11 Op welke twee manieren kan een onderneming initiale kosten ten laste van de resultaten laten komen? De onderneming kan de initiale kosten opnemen in de kostprijs per product of rechtstreeks naar de resultatenrekening brengen. Bedrijfseconomie MBA 11

12 Hoofdstuk 6 Kosten- en beslissingscalculaties Tussenvraag 6.1 Wat is het verschil tussen de integrale- en de differentiële-kostenbeschouwing? In de integrale-kostencalculatie betrekt men alle kosten, zowel de variabele als de constante kosten. In de differentiële-kostencalculatie bepaalt men alleen de extra kosten die aan een extra aantal producten zijn verbonden. Tussenvraag 6.2 prijsdifferentiatie? Wat is het verschil tussen prijsdiscriminatie en Van prijsdiscriminatie is sprake wanneer hetzelfde product aan twee verschillende afnemerscategorieën wordt aangeboden tegen verschillende prijzen. Hierdoor betaalt één afnemerscategorie meer voor het product dan een andere. Van prijsdifferentiatie is sprake wanneer een afnemerscategorie (markt) efficiënter te bewerken is dan een andere afnemerscategorie. Hierdoor ontstaan lagere kosten en kan er ook een lagere verkoopprijs worden gevraagd. Tussenvraag 6.3 Wanneer kan men prijsdiscriminatie toepassen? Prijsdiscriminatie kan men toepassen als er economisch of geografisch gescheiden markten zijn, anders kunnen er conflicten ontstaan. Tussenvraag 6.4 Wat verstaan we onder contributiemarge? De contributiemarge of dekkingsbijdrage ontstaat wanneer we de opbrengst verminderen met de variabele kosten. Dit verschil dient dan ter dekking van de constante kosten. Tussenvraag 6.5 Wat verstaat men onder de methode van de variabele-kostencalculatie? Bij de variabele-kostenmethode worden alleen de variabele kosten aan de producten toegerekend. De constante kosten worden direct naar de resultatenrekening gebracht. Bedrijfseconomie MBA 12

13 Tussenvraag 6.6 Waaruit bestaat het verschil tussen de fabricagekostprijs en de commerciële kostprijs? Het verschil tussen de fabricagekostprijs en de commerciële kostprijs zijn de verkoopkosten. Deze worden in de fabricagekostprijs niet meegerekend en in de commerciële kostprijs wel. Tussenvraag 6.7 Waarom wijkt het resultaat volgens de DC-methode af van het resultaat volgens de AC-methode, in het geval van een voorraadmutatie? Als de afzet in een bepaalde periode afwijkt van de productie in diezelfde periode, ontstaat er een voorraadmutatie. In de AC-methode worden de constante kosten van de afzet meegenomen bij het bepalen van het resultaat. In de DC-methode worden de totale constante periodekosten meegenomen in het resultaat. Hierdoor ontstaat een resultaatverschil. Tussenvraag 6.8 Wat is het doel van de break-evenanalyse? Het primaire doel van het uitvoeren van de break-evenanalyse is die productie en afzethoeveelheid te bepalen waarbij de periodewinst nul is. Tussenvraag 6.9 break-evenomzet? Wat is het verschil tussen de break-evenafzet en de De break-evenafzet is die afzet- en productiehoeveelheid waarbij de winst nul is. De break-evenomzet is die omzet waarbij de winst nul is. Deze omzet is eenvoudig te bepalen door de break-evenafzet te vermenigvuldigen met de verkoopprijs. Tussenvraag 6.10 Wanneer kan men, om de break-evenafzet te bepalen, de periodekosten niet delen door de dekkingsbijdrage? Als er sprake is van een niet-homogene massaproductie, hebben we te maken met verschillende dekkingsbijdragen; en wordt het lastig de breakevenafzet te bepalen. Tussenvraag 6.11 Wat verstaat men onder de veiligheidsmarge? De veiligheidsmarge geeft het verschil aan tussen de werkelijke afzet en de break-evenafzet. Bedrijfseconomie MBA 13

14 Tussenvraag 6.12 Wanneer kan men geen break-evenafzet bepalen, terwijl dan het bepalen van de break-evenomzet (soms) nog wel mogelijk is. Als er meerdere soorten product worden gemaakt en afgezet, is het bepalen van de break-evenomzet mogelijk als alle producten (nagenoeg) dezelfde brutowinstmarge (dekkingsbijdrage) hebben. Tussenvraag 6.13 Wat verstaat men onder de optimale productmix? De optimale productmix is die combinatie van producten die de hoogste brutowinst oplevert en die met de bestaande capaciteit is voort te brengen. Tussenvraag 6.14 Wat is een knelpuntsfactor? De knelpuntsfactor is een productiefactor die relatief in de kleinste hoeveelheden aanwezig is. Tussenvraag 6.15 Waarom is het belangrijk de contributiemarge per knelpuntsfactoreenheid te bepalen? De contributiemarge per knelpuntsfactoreenheid noemen wel ook wel de schaduwprijs. Het bepalen van de schaduwprijs is belangrijk bij beslissingen tussen twee (of meerdere) productiesoorten. In deze beslissing gaat het om de vergelijking tussen de opbrengst(brutowinst)mogelijkheid per productiefactoreenheid en de gemiste opbrengstmogelijkheid bij keuze voor het andere product. Bedrijfseconomie MBA 14

15 Hoofdstuk 7 Structuur en omvang van de vermogensbehoefte en het vermogensaanbod Tussenvraag 7.1 Wat zijn vaste activa? Vaste activa staan de onderneming langer dan de duur van één productieproces ter beschikking. Tussenvraag 7.2 Wat verstaat men onder omlooptijd? Omlooptijd is de tijd die verloopt tussen het vastleggen van geld en het vrijvallen van geld. Tussenvraag 7.3 Wat verstaat men onder cashflow? Onder de cashflow verstaan we in het algemeen ontvangsten minus uitgaven, maar in het kader van investeringsprojecten definiëren we deze als de verandering van de netto-ontvangsten van de onderneming die het investeringsproject met zich meebrengt. Tussenvraag 7.4 Noem twee investeringsselectiemethoden die niet gebruikmaken van tijdvoorkeur, zodat het moment van vrijvallen van de cashflows op zich niet belangrijk is. Zowel bij de bepaling van de terugverdienperiode als bij de bepaling van de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit wordt geen gebruikgemaakt van tijdvoorkeur. Tussenvraag 7.5 Waarom kan een onderneming de terugverdienperiode wel gebruiken als voorselectie voor risicobeperking? Doordat men aan de terugverdienperiode eisen kan stellen. Op deze manier wordt het risico beperkt. Tussenvraag 7.6 Noem twee bezwaren tegen de GBR-methode. De twee bezwaren zijn: Men laat de volgorde van ontvangst van de binnenkomende cashflows buiten beschouwing. Men laat de grootte van het investeringsbedrag buiten beschouwing. Bedrijfseconomie MBA 15

16 Tussenvraag 7.7 Wat verstaat men onder partiële financiering? Onder partiële financiering verstaat men het apart financieren van elke kapitaalcomponent. Tussenvraag 7.8 Noem twee vormen van leasing en licht deze toe. Twee vormen van leasing zijn: Financial lease, waarbij de lessee economisch eigenaar wordt van het goed. Het juridisch eigendom kan overgaan bij de laatste betaaltermijn. Operating lease, de lessee wordt geen eigenaar van het goed. Deze vorm van leasing is te vergelijken met een huur- en onderhoudscontract. Tussenvraag 7.9 Wat is factoring? Bij factoring wordt het debiteurenbeheer uit handen gegeven aan een factorsmaatschappij, kortweg de factoor. Deze neemt het kredietrisico van alle vorderingen over. Tussenvraag 7.10 Noem twee verschijningsvormen van factoring. De twee verschijningsvormen van factoring zijn: Old-line factoring, waarbij de factoor 80% tot 90% van de overgedragen vorderingen voorschiet. Maturity factoring, waarbij de factoor uitbetaalt op of vlak na de (gemiddelde) vervaldata van de vorderingen. Tussenvraag 7.11 Wat verstaat men onder het vermogensoptimum? Er is sprake van een vermogensoptimum als het vermogen van een onderneming zodanig is samengesteld dat de verkrijgingskosten zo laag mogelijk zijn. Bedrijfseconomie MBA 16

17 Tussenvraag 7.12 Noem vier mogelijkheden om een expansie te financieren. De vier mogelijkheden om een expansie te financieren zijn: 1 Via interne financieringsbronnen: - eigen besparingen; - automatisch opgewekt vermogensaanbod; - intensivering van het gebruik van geld. 2 Via externe financieringsbronnen: - het aantrekken van vreemd vermogen op de geldmarkt of op de kapitaalmarkt. Bedrijfseconomie MBA 17

18 Hoofdstuk 8 Financieringsstructuur Tussenvraag 8.1 Wat is het verschil tussen ondernemend en nietondernemend vermogen? Het verschil tussen ondernemend en niet-ondernemend vermogen ligt in het risico dat de verschaffer van dit vermogen loopt. De verschaffer van ondernemend vermogen loopt bedrijfsrisico, de verschaffer van nietondernemend vermogen loopt dit bedrijfsrisico niet. Tussenvraag 8.2 Wat zijn cumulatief preferente aandelen? De houders van cumulatief preferente aandelen krijgen een dividenduitkering, voordat andere aandeelhouders aan bod komen. Wanneer de onderneming in enige jaren niet in staat is geweest tot dividenduitkering, ontvangen de houders van cumulatief preferente aandelen alsnog dat niet-betaalde dividend in latere jaren. Tussenvraag 8.3 Wat verstaat men onder de financieringsstructuur? De financieringsstructuur geeft de indeling aan van het vermogen van de onderneming. Tussenvraag 8.4 In welk opzicht kunnen preferente aandelen bevoorrecht zijn boven gewone aandelen? Preferente aandelen zijn er in twee soorten: 1 dividendpreferente aandelen; 2 beheerspreferente aandelen, deze worden ook wel prioriteitsaandelen genoemd. Tussenvraag 8.5 Wanneer hoeft de onderneming over beschikbaar gesteld dividend geen dividendbelasting in te houden? Over het algemeen zijn dividenden winstuitkeringen. Over deze winstuitkeringen moet de onderneming dividendbelasting inhouden. Als de dividenden worden uitgekeerd uit de agioreserve, is er geen sprake van een winstuitkering en hoeft er ook geen dividendbelasting te worden ingehouden. Tussenvraag 8.6 Hoe ontstaat een agioreserve? Als een onderneming aandelen emitteert boven de nominale waarde, wordt het bedrag boven de nominale waarde aan de agioreserve toegevoegd. Bedrijfseconomie MBA 18

19 Tussenvraag 8.7 Wat is een claim? Een claim is een dividendbewijs waaraan de onderneming het recht verbindt om op de nieuwe emissie in te schrijven tegen een voorkeurskoers die lager ligt dat de verwachte koers van het aandeel na emissie. Tussenvraag 8.8 Wat zijn informal investors? Informal investors stellen naast ondernemend vermogen ook hun kennis en ervaring ter beschikking aan de onderneming. Informal investors zijn vaak ex-ondernemers die een fortuin hebben gemaakt uit hun eigen onderneming. Tussenvraag 8.9 Wat is een bulletlening? Een bulletlening is een obligatielening waarbij de aflossing in één keer plaatsvindt, aan het einde van de looptijd van de lening. Tussenvraag 8.10 Men kan de kredietwaardigheid van een onderneming beoordelen via de 5 C-benadering. Wat is de inhoud van de 5 C s? De elementen van de 5-C benadering zijn: Character: de morele integriteit van de leiding van het kredietvragende bedrijf. Capacity: de inverdienmogelijkheid en dus de potentie om het geleende bedrag terug te betalen. Capital: de verhouding tussen het garantievermogen en de concurrente schulden. Collateral: het onderpand, garantie of andere verhaalsobjecten ingeval de kredietvrager in gebreke blijft. Conditions: de toestand waarin de economie en de bedrijfstak van de kredietvrager zich bevindt. Tussenvraag 8.11 Wanneer is de vervroegde aflossing van een obligatielening voor de onderneming gewenst? Vervroegde aflossing van een obligatielening is gewenst in geval van (sterke) rentedaling. Tussenvraag 8.12 Wat zijn converteerbare obligaties? Een converteerbare obligatie is een obligatie waarbij de houder het recht heeft, gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf vastgestelde koers, zijn obligatie om te wisselen in aandelen. Bedrijfseconomie MBA 19

20 Tussenvraag 8.13 Welke voordelen kunnen de onderneming en de beleggers hierin zien? Voordelen voor de onderneming zijn: voordelen bij een slecht emissieklimaat; voordelen in de aanloopperiode van een investering; voordelen wat betreft de emissiekoers; oordelen bij vervroegde aflossing. Voordelen voor de belegger zijn: De belegger ontvangt een vaste rente en kan op het voor hem geschikte moment aandeelhouder worden. De belegger kan profiteren van een stijgende aandelenkoers bij: - omwisseling van de obligaties, hij ontvangt immers in waarde stijgende aandelen; - niet omwisseling van de obligaties die ook in waarde zullen stijgen. Tussenvraag 8.14 Wat is een warrant? Een warrant is een, door de onderneming, uitgegeven optie op aandelen. Deze warrant wordt uitgegeven bij aantrekken van eigen dan wel vreemd vermogen door de onderneming. De vermogenverschaffers krijgen het recht om gedurende een bepaalde periode, tegen een vooraf vastgestelde koers één of meerdere aandelen van de onderneming te kopen. Tussenvraag 8.15 Waarom vervullen onderhandse geldleningen een belangrijke rol bij de financiering? Onderhandse geldleningen zijn belangrijk omdat de kosten van het afsluiten van de lening veel lager zijn dan bijvoorbeeld de emissiekosten van een aandelen- en/of obligatie-emissie. Verder zijn de afstemming van de bedragen en de termijnen op de behoefte van de onderneming veel nauwkeuriger. Tussenvraag 8.16 Wat is het verschil tussen leverancierskrediet en afnemerskrediet? Leverancierskrediet is het krediet dat de onderneming ontvangt van haar leveranciers. Afnemerskrediet is het krediet dat de onderneming verschaft aan haar afnemers. Bedrijfseconomie MBA 20

21 Hoofdstuk 9 Liquiditeit, rentabiliteit en solvabiliteit van ondernemingen Tussenvraag 9.1 Geef drie beoordelingscriteria voor de balansliquiditeit (statische liquiditeit). Men kan de balansliquiditeit beoordelen aan de hand van: het nettowerkkapitaal; de current ratio; de quick ratio; de werkkapitaalratio Tussenvraag 9.2 liquiditeit? Hoe kan men inzicht krijgen in de dynamische Men kan inzicht krijgen in de dynamische liquiditeit door een liquiditeitsoverzicht of kasstroomoverzicht op te stellen. Tussenvraag 9.3 Waarom moet een liquiditeitsbegroting betrekking hebben op korte perioden? Een liquiditeitsbegroting wordt opgesteld om liquiditeitstekorten te kunnen opsporen en hiervoor passende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld een bankkrediet aanvragen. Om deze liquiditeitstekorten op te sporen moet de begroting wel betrekking hebben op een korte periode, anders worden tekorten weer teniet gedaan door (latere) ontvangsten. Tussenvraag 9.4 In welk opzicht verschillen een liquiditeitsbegroting en een resultatenbegroting? De resultatenbegroting is een begroting van de winst. Men berekent deze door de opbrengsten te verminderen met de kosten. Bij een liquiditeitsbegroting stelt men de ontvangsten en de uitgaven tegenover elkaar. Nu kan er enige tijd verlopen tussen opbrengsten en ontvangsten. Denk bijvoorbeeld aan verkopen op rekening (opbrengsten) en de betaling ervan (ontvangsten). Ook zijn uitgaven niet altijd gelijk aan kosten. Denk aan investeringen in vaste activa en de afschrijvingen hiervan. Tussenvraag 9.5 Wat verstaat men onder rentabiliteit? Rentabiliteit is de verhouding tussen de vermogensopbrengst en het geïnvesteerd vermogen. Bedrijfseconomie MBA 21

Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie --- Bedrijfseconomie 2

Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie --- Bedrijfseconomie 2 Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie --- Bedrijfseconomie 2 K= kennisvraag, kandidaat moet dan de gegevens uit de toetsterm met behulp van meerkeuzevragen kunnen beantwoorden. Het gaat dan

Nadere informatie

Inhoud De onderneming in perspectief Het ondernemingsplan Ondernemingsvormen Kostenindelingen en kostprijs

Inhoud De onderneming in perspectief Het ondernemingsplan Ondernemingsvormen Kostenindelingen en kostprijs Inhoud Woord vooraf vii 1 De onderneming in perspectief 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Participanten 6 1.3 Bedrijfskolom 9 1.4 Markten 11 1.4.1 Volledig vrije mededinging 12 1.4.2 Monopolie 13 1.4.3 Monopolistische

Nadere informatie

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening

Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16 hoofdstuk Wettelijke regelingen in verband met de jaarrekening 16.1 Onder de werking van boek 2 titel 9 van het burgerlijk wetboek vallen ondernemingen die gedreven worden in de vorm van een NV, BV,

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie

Eindtermen en toetstermen *) betekent: zie toelichting K= Kennisvragen B= Begripsvragen T= Toepassingsvragen

Eindtermen en toetstermen *) betekent: zie toelichting K= Kennisvragen B= Begripsvragen T= Toepassingsvragen Eamenlijn Diploma Module Niveau Positionering Financieel Administratief MBA Versie 1.1 Bedrijfseconomie (BE) Vergelijkbaar met hbo-ad Geldig vanaf Eamens vanaf 01-01-2013 Vastgesteld op November 2011 Vastgesteld

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf 01-01-16 Vastgesteld op 01-02-15 Vastgesteld door

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf 01-01-16 Vastgesteld op 01-02-15 Vastgesteld door EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Diploma('s) Financieel-Administratief Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Eamen Financiering niveau 5 Niveau 5 (vergelijkbaar

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Balans M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H4: Balans Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investering in machines / 350 Desinvestering in machines 65 Aandeel in winst C / 20 Aandeel in dividend C 30 Voortgezette Studie Boekhouden 12.1 a De functie van het kasstroomoverzicht is een bijdrage leveren aan de beoordeling door gebruikers van het vermogen van de onderneming om geldmiddelen en kasequivalenten

Nadere informatie

De jaarrekening Examennummer: 93296 Datum: 12 april 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

De jaarrekening Examennummer: 93296 Datum: 12 april 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur De jaarrekening Examennummer: 93296 Datum: 12 april 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 15 open vragen (maximaal 70 punten) - een

Nadere informatie

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1 Bedrijfseconomie B-cluster BBBBEC2A.1 Succes met leren Leuk dat je onze bundels hebt gedownload. Met deze bundels hopen we dat het leren een stuk makkelijker wordt. We proberen de beste samenvattingen

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Vrijdag 20 juni 10.00 13.00 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen; het

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Financiering niveau 4 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 4 1 / 10 Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de

Nadere informatie

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010 VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP Rapport inzake jaarstukken 2010 INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsrapport 3 3 Resultaat 4 4 Financiële positie 6 JAARREKENING 1 Balans per

Nadere informatie

1 Het kasstroomoverzicht

1 Het kasstroomoverzicht Oefeningen Kasstroomoverzicht 1 Het kasstroomoverzicht De gegevens van een bedrijf zijn: Balans per 31 december 2011 en 2012 dec-12 dec-11 dec-12 dec-11 Vaste Activa 1.000.000 1.200.000 Eigen Vermogen

Nadere informatie

Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen

Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen www.jooplengkeek.nl Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen De waarderingsgrondslag is de wijze waarop de activa (bezit) wordt gewaardeerd in de administratie (boekhouding, balans). Voor welke prijs?

Nadere informatie

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren

Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl Regels voor Passiva Eigen vermogen Geplaats aandelenkapitaal Agioreserve Herwaarderingsreserve Wettelijke en statutaire reserves Ingehouden winst uit de voorgaande jaren www.jooplengkeek.nl

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012 FINANCIËLE ADMINISTRATIE GRIMBERG BV PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012 1. (2 punten) 300 Voorraad materialen 4.200,- 180 Te verrekenen omzetbelasting

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

Examen PC 2 Accounting 1

Examen PC 2 Accounting 1 Examen PC 2 Accounting 1 Instructieblad Examen : Professional Controller 2 leergang 11 Vak : Accounting 1 Datum : 18 december 2014 Tijd : 12.00 13.30 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen

Nadere informatie

NIBE-SVV, 2014 OEFENEXAMEN BALANSLEZEN

NIBE-SVV, 2014 OEFENEXAMEN BALANSLEZEN NIBE-SVV, 2014 OEFENEXAMEN BALANSLEZEN 1. De volgende balansposten komen voor op de balans van een onderneming (in EUR 1.000,-). Gebouwen 500 Pensioenvoorziening 190 Winstreserve 270 Goodwill 240 Lening

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Kostencalculatie niveau 5 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Kostencalculatie niveau 5 Niveau Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Eamen Kostencalculatie niveau 5 Niveau 5 (vergelijkbaar

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten www.jooplengkeek.nl Kostensoorten Grondstoffen Arbeid Overige variabele kosten Duurzame productiemiddelen Grond Diensten van derden Belastingen Financiering 1 Kostensoorten Financiering Financieringskosten

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Periodeafsluiting als module

Nadere informatie

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen

informatie verschaffen: Boekwaarde begin van het boekjaar + som van de waarden waartegen in het boekjaar verkregen activa zijn opgenomen e f g Effecten in het kader van deelnemingsverhoudingen en andere duurzaam bedoelde participaties worden gerekend tot de financiële vaste activa; overige effecten tot de vlottende activa. Bij de waardering

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 27212 Datum: 19 november 2011 Tijd: 12:30 uur - 14:00 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 27212 Datum: 19 november 2011 Tijd: 12:30 uur - 14:00 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 27212 Datum: 19 november 2011 Tijd: 12:30 uur - 14:00 uur Dit examen bestaat uit 10 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 40 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

1.1 Inleiding 13 1.2 Overzichten voor bedrijfseconomische berekeningen 13

1.1 Inleiding 13 1.2 Overzichten voor bedrijfseconomische berekeningen 13 Inhoud Voorwoord 11 Hoofdstuk 1 Boekhoudkundige overzichten 13 1.1 Inleiding 13 1.2 Overzichten voor bedrijfseconomische berekeningen 13 Hoofdstuk 2 Berekeningen met betrekking tot de goederenhandel 19

Nadere informatie

Appendix Bedrijfseconomie

Appendix Bedrijfseconomie Appendix Bedrijfseconomie De Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens ( de Associatie ) organiseert twee keer per jaar examens voor het in ons land erkende Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Voor het

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen, geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Boekhouden als module B.

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 2-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DE LEKKERE HAP PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 JUNI 2010 1. Met behulp van de volgende grootboekrekeningen kan het verkoopresultaat worden

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) onderdeel Bedrijfseconomie Dit examen bestaat uit 4 opgaven. De beschikbare tijd is 3¾ uur. De antwoorden dienen uitsluitend op de uitwerkingenvellen te

Nadere informatie

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Ondertekening van de accountantsrapportage 9 Jaarstukken 2008 Jaarrekening

Nadere informatie

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO De Eenmanszaak deel 2 VWO DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING Jannes Timmers Copyright Jannes Timmers 2015 Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op een

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Kostencalculatie niveau 5 Examenopgaven Dit voorbeeldexamen bestaat uit 23 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen bestaat uit de volgende documenten:

Nadere informatie

Examenprogramma MBA Financiële Rapportage en Analyse 1

Examenprogramma MBA Financiële Rapportage en Analyse 1 Diplomalijn Financieel Administratief Eamen Financiële Rapportage en Analyse (FRA) *) Niveau Positionering Versie 7 Geldig vanaf 01-01-2013 Vergelijkbaar met hbo-ad Vastgesteld op November 2011 Vastgesteld

Nadere informatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie

PDB. Antwoordenboek. berekeningen. Financiële administratie & Kostprijscalculatie PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen PDB Financiële administratie & Kostprijscalculatie berekeningen drs. H.H. Hamers drs. W.J.M. de Reuver Dit antwoordenboek behoort bij het

Nadere informatie

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start

Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Examen : Professional Controller 2 Vak : Accounting 2 Datum : 22 juni 2015 Examen PC 2 Accounting 2 Instructieblad Tijd : 13.30-15.00 uur Deze aanwijzingen goed lezen voor u met uw examen start Aanwijzingen:

Nadere informatie

Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Financieel economisch management Examennummer: 11344 Datum: 21 november 2009 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - een case met 12 open

Nadere informatie

5 BELASTINGEN 61 ONDERNEMINGSVORMEN. INHOUDSOPGAVE BEDRIJFSECONOMIE voor het mkb. afdeling hoofdstuk paragraaf

5 BELASTINGEN 61 ONDERNEMINGSVORMEN. INHOUDSOPGAVE BEDRIJFSECONOMIE voor het mkb. afdeling hoofdstuk paragraaf INHOUDSOPGAVE BEDRIJFSECONOMIE voor het mkb afdeling hoofdstuk paragraaf 1 ONDERNEMINGSVORMEN 1 2 3 4 NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN blz. 12 1 Rechtsvorm van de onderneming... 12 2 Inschrijving

Nadere informatie

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,-

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,- Meerkeuzevragen: 1. John maakt voetballen in Afrika. Hij verdient netto 45,- per week. Hij krijgt een loonsverhoging tijdens het WK voetbal van 1,5 %. Hoeveel verdient deze jongen dan netto per kwartaal?

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter

Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Hoofdstuk 1 Opgaven Opgave 1.1 Stel voor de eenmanszaak Grutter de balans per 1 januari 2016 op in scontrovorm. Balans per 1 januari 2016 van Grutter Totaal Totaal Opgave 1.2 1. In welke andere vorm dan

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak

Nadere informatie

Hoofdstuk 21. De voorraad. Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! www.jooplengkeek.

Hoofdstuk 21. De voorraad. Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! www.jooplengkeek. www.jooplengkeek.nl De voorraad Hoofdstuk 21 Wat is de voorraad waard? Dat is afhankelijk van het product en het moment waarop het gekocht is! 1 De voorraad Hoofdstuk 21 Waarom is het belangrijk wat de

Nadere informatie

Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad?

Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? Kostencalculatie Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 2.5 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Wat is de juiste omschrijving van het begrip technische voorraad? De technische voorraad a is de economische

Nadere informatie

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2

9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 Docentenhandleiding Hoofdstuk 25 9 Uitwerkingen proefwerktrainingen deel 2 a Per november 2008 wordt aan huur vooruitontvangen: 400 3 650 = 780.. b Per december wordt achteraf ontvangen: 25 3 720 = 270..

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN UITWERKINGEN 8 EN 9 JANUARI 2013

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN UITWERKINGEN 8 EN 9 JANUARI 2013 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DEEL 1 - WINSTON BV 1. (2 punten) 3.1.2 Rekeningen van schuld zijn: 140 Crediteuren 150 Nog te betalen bedragen 153 Vooruitontvangen bedragen 181 Te betalen omzetbelasting PRAKTIJKDIPLOMA

Nadere informatie

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Hoofdstuk 3 Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte Extra opgaven Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Opgave 3.6a Vazzo bv koopt en verkoopt

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2011 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2011 25 augustus 2011 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2011 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 5 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DERKSEN BV 1. De verkoopprijs van een kuubskist bedraagt: 154,- 100/70 1,19 = 261,80. PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

Nadere informatie

Management & Organisatie

Management & Organisatie Management & Organisatie Hoofdstuk 1 Managen = iemand iets laten doen waarvan jij vindt dat het nodig is. Dit gaat d.m.v. communicatie. Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde

Nadere informatie

12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht

12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht 12 Geconsolideerd kasstroomoverzicht Opgave 12.3* A bezit een aantal deelnemingen. De deelnemingen worden tegen nettovermogenswaarde gewaardeerd. Op 1 juli 2012 verwerft A tegen betaling per bank van 400.000

Nadere informatie

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318. PDB Financiering Uitwerkingen Hoofdstuk 7 Opgave 7.1 a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.900 Krediettermijn

Nadere informatie

Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfsadministratie II Examennummer: 12243 Datum: 3 juli 2010 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 7 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 15 open vragen (maximaal 50 punten)

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 30 juni 2012 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 30 juni 2012 28 augustus 2012 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 30 juni 2012 2 Winst- en verliesrekening over

Nadere informatie

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining

22-1-2014. Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20. Tentamentraining Cursus Bedrijfseconomie 2 IBK2BEC20 1 Tentamentraining 2 1 Kostprijs Normale productie : 40.000 stuks Verwachte werkelijke productie : 44.000 stuks Variabele kosten : 176.000 Constante kosten : 360.000

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016 TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Financiële Rapportage en Analyse Beschikbare tijd 3¾ uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

VBI WINKELFONDS NV ANNEXUM. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam HALFJAARBERICHT 2012

VBI WINKELFONDS NV ANNEXUM. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam HALFJAARBERICHT 2012 1 Halfjaarbericht 2012 VBI Winkelfonds NV ANNEXUM VBI WINKELFONDS NV HALFJAARBERICHT 2012 Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan 485 1077 XX Amsterdam 2 Halfjaarbericht 2012 VBI Winkelfonds

Nadere informatie

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 Wat gaan we doen? Wat zijn je verwachtingen? Stukje theorie Oefencasus Afronding Handel en boekhouding Zo lang er handel wordt gedreven

Nadere informatie

Open vragen 1. Wat zijn stakeholders van een onderneming?

Open vragen 1. Wat zijn stakeholders van een onderneming? Vragen hoofdstuk 8: Externe verslaggeving Open vragen 1. Wat zijn stakeholders van een onderneming? Externe verslaggeving is, zoals de naam al aangeeft, gericht op het verschaffen van informatie aan partijen

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN UITWERKINGEN 15 EN 16 JANUARI 2013

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN UITWERKINGEN 15 EN 16 JANUARI 2013 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DEEL 1 - KOK BV PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN UITWERKINGEN 15 EN 16 JANUARI 2013 1. (1 punt) 3.1.1 Een subgrootboek geeft een specificatie (in geld) van een grootboekrekening. 2.

Nadere informatie

11 Kasstroomoverzicht

11 Kasstroomoverzicht 11.2 Van de nv Bergsma worden de volgende gegevens verstrekt. Balansen ultimo ( 1.000): Terreinen 120 120 Geplaatst kapitaal 600 600 Gebouwen - 575-530 Algemene reserve - 525-570 Machines - 430-450 Eigen

Nadere informatie

Vinc Vastgoed Management I B.V. gevestigd te Rotterdam

Vinc Vastgoed Management I B.V. gevestigd te Rotterdam #ORG=saa#VES=rdm#PAP=vbl Vinc Vastgoed Management I B.V. gevestigd te Rotterdam Financieel verslag over het boekjaar 1-1-2014 / 30-6-2014 #ORG=saa#VES=rdm#PAP=vlg Vinc Vastgoed Management I B.V., Rotterdam

Nadere informatie

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010

Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: Vinc Vastgoed Management I B.V. inzake. tussentijds bericht per 1 juli 2010 Uitgebracht aan de directie en aandeelhouder van: inzake tussentijds bericht per 1 juli 2010 7 juli 2010 Barendrecht INHOUDSOPGAVE Pagina Balans per 1 juli 2010 2 Winst- en verliesrekening over de periode

Nadere informatie

Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014

Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014 Jaarbericht Weller Wonen Holding BV 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Jaarrekening 3 2.1 Balans per 31-12-2014 (voor winstbestemming) 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2014 4 2.3 Kasstroomoverzicht

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Paragraaf 5.1 1. Ondernemingsrecht a. Wat is economisch en juridisch gezien het verschil in benadering bij de diverse ondernemersvormen? b. Waartoe dient het ondernemingsrecht?

Nadere informatie

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen.

Nadelen: Groot risico vanwege privéaansprakelijkheid. Lange werktijden. a Een vennootschap waarvan het eigen vermogen is verdeeld in aandelen. Hoofdstuk 9 a Een organisatie die naar winst streeft. b Eenmanszaak Vennootschap onder firma Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Voordelen: Je bent eigen baas. De winst hoef je met niemand te delen.

Nadere informatie

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO

AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO AANVULLING NAAMLOZE VENNOOTSCHAP HAVO HOOFDSTUK 2 1. SOORTEN AANDELEN 1 Aandelen zijn eigendomsbewijzen van een nv of bv. Naast gewone aandelen zijn er preferente aandelen. De aandeelhouders die preferente

Nadere informatie

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT

ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT ZEEËN VAN KANSEN FINANCIEEL MANAGEMENT (Innovatieve) projecten Financiële haalbaarheid Welke kennis is essentieel Bedrijfsplan Investeringsselectie Inkoopmarkt Bedrijf Verkoopmarkt Productiemiddelen Gelduitgaven

Nadere informatie

FINANCIEEL VERSLAG OVER HET BOEKJAAR 2008. Seawind Capital Partners B.V. Oosterlaan 17 2101 ZP HEEMSTEDE

FINANCIEEL VERSLAG OVER HET BOEKJAAR 2008. Seawind Capital Partners B.V. Oosterlaan 17 2101 ZP HEEMSTEDE FINANCIEEL VERSLAG OVER HET BOEKJAAR 2008 Seawind Capital Partners B.V. Oosterlaan 17 2101 ZP Inhoudsopgave Pagina Jaarrekening 3 Balans per 31 december 2008 4 Winst- en verliesrekening over 2008 6 Kasstroomoverzicht

Nadere informatie

Stichting Ankh Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam. Jaarrekening 2014

Stichting Ankh Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam. Jaarrekening 2014 Antwoordkerk Kruisnetlaan 200 3192 KD Hoogvliet Rotterdam INHOUDSOPGAVE Pagina Rapportage Samenstellingsverklaring 4 Voorwoord 5 Resultaten 6 Ondertekening van de rapportage 7 Jaarstukken 2014 Jaarrekening

Nadere informatie

Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing

Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing Toetstermen Moderne Bedrijfsadministratie ---- Rapportage, analyse en statistiek K = Kennis B = Begrip T= Toepassing De kandidaat.. A. Interne verslaggeving en analyse (r en a) 1. Interne verslaggeving

Nadere informatie

De verslaggeving ten behoeve van de fiscus

De verslaggeving ten behoeve van de fiscus 2 De verslaggeving ten behoeve van de fiscus 201 a Jaarrekening die het bestuur van een NV en een BV wettelijk verplicht is op te stellen en te overleggen aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Nadere informatie

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA

Financiële analyse. Les 2 Vermogensbehoefte en financiering. Auteur: Witek ten Hove, MBA Financiële analyse Les 2 Vermogensbehoefte en financiering Auteur: Witek ten Hove, MBA In deze les gaan we kijken naar onderdelen uit de balans. Er wordt aangenomen dat de student weet hoe een balans is

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2014 2011 EV HAARLEM. Haarlem, 7 april 2015 - 1 - STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47

JAARVERSLAG 2014 2011 EV HAARLEM. Haarlem, 7 april 2015 - 1 - STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47 JAARVERSLAG 2014 STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47 2011 EV HAARLEM Haarlem, 7 april 2015-1 - INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Resultaat 4 3 Financiële positie 5 4 Kengetallen

Nadere informatie

IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. HALFJAARVERSLAG 2007. Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA Amstelveen Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090

IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. HALFJAARVERSLAG 2007. Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA Amstelveen Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090 IBUS ASSET MANAGEMENT UK B.V. HALFJAARVERSLAG 2007 Krijgsman 6 - Postbus 8010-1180 LA Amstelveen Telefoon 020-7559000 - Fax 020-7559090 INHOUDSOPGAVE Vennootschappelijke Balans 3 Vennootschappelijke Winst-

Nadere informatie

Het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht 8 Het kasstroomoverzicht 801 Ingaande geldstromen 1 Toename eigen vermogen a Winst vóór belasting d 400.000** b Opbrengst aandelenemissie - 20.000** 2Toename langlopende schulden - 190.000** 3 Desinvestering

Nadere informatie

Jaarrekening 2015. Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen

Jaarrekening 2015. Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen Jaarrekening 2015 Stichting Chabad Central Amsterdam Dr. Eijkmanstraat 1 1181 WG Amstelveen INHOUD JAARREKENING 1 Samenstellingsverklaring 4 2 Balans 5 3 Winst en verliesrekening 6 4 Toelichting op de

Nadere informatie

Financieel verslag 2014

Financieel verslag 2014 Financieel verslag 2014 Inhoud Jaarrekening 2 Balans per 31 december 2014 3 Winst- en verliesrekening 2014 4 Toelichting op de balans en winst- en verliesrekening 5 Overige gegevens 11 Statutaire regeling

Nadere informatie

Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Praktisch boekhouden Examennummer: 97893 Datum: 8 februari 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met elk 5 open vragen (maximaal

Nadere informatie

Stichting Hope of the Nations M.F. Lodewijk Hogeweg 16D 8278 BC Kamperveen

Stichting Hope of the Nations M.F. Lodewijk Hogeweg 16D 8278 BC Kamperveen M.F. Lodewijk Hogeweg 16D 8278 BC Kamperveen INHOUDSOPGAVE Pagina Rapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Jaarstukken 2011 Jaarrekening 9 Balans per 31 december 2011 10 Winst-en-verliesrekening

Nadere informatie